Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 MAART 2019. - Omzendbrief over de modernisering en informatisering van de burgerlijke stand(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-03-2019 en tekstbijwerking tot 28-08-2020)
Titre
19 MARS 2019. - Circulaire relative à la modernisation et l'informatisation de l'état civil(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 25-03-2019 et mise à jour au 28-08-2020)
Tekst (1)
Texte (1)
Artikel M.   Ik vestig uw aandacht op de bepalingen van de wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing (verder: Wet Modernisering Burgerlijke Stand), gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 2 juli 2018. Deze wet werd gewijzigd door de wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie (BS 31 december 2018). Ze treedt in werking op 31 maart 2019.
  Deze omzendbrief wil de draagwijdte van de bepalingen van deze wet toelichten aan de ambtenaren van de burgerlijke stand, zodat ze deze bij de uitoefening van hun ambt kunnen toepassen.
  Uiteraard laat de toepassing van deze omzendbrief de bevoegdheid van de hoven en rechtbanken onverlet.
Article M.   J'attire votre attention sur les dispositions de la loi du 18 juin 2018 portant dispositions diverses en matière de droit civil et des dispositions en vue de promouvoir des formes alternatives de résolution des litiges (ci-après : Loi sur la Modernisation de l'Etat Civil), publiée au Moniteur belge du 2 juillet 2018. Cette loi a été modifiée par la loi du 21 décembre 2018 portant des dispositions diverses en matière de justice (MB du 31 décembre 2018). Elle entre en vigueur le 31 mars 2019.
  La présente circulaire entend expliquer la portée des dispositions de cette loi aux officiers de l'état civil, afin qu'ils puissent l'appliquer dans le cadre de leur fonction.
  Il va de soi que cette circulaire s'applique sans préjudice de la compétence des Cours et tribunaux.
  1. Verhouding tot bestaande omzendbrieven
  De volgende omzendbrieven blijven van toepassing, tenzij de voorliggende omzendbrief ervan afwijkt voor wat betreft de aspecten die verband houden met de Databank Akten Burgerlijke Stand (afgekort DABS) en rekening houdend met de verplaatsing van bepaalde artikelen en de daarmee gepaard gaande hernummering:
  1° de Ministeriële omzendbrief van 22 mei 1987 betreffende de toepassing van de wet van 31 maart 1987 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de afstamming;
  2° de Omzendbrief van 16 januari 2006 betreffende de wet van 3 december 2005 tot wijziging van de artikelen 64 en 1476 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 59/1 van het Wetboek van Zegelrechten met het oog op de vereenvoudiging van de formaliteiten voor het huwelijk en de wettelijke samenwoning;
  3° de Circulaire van 7 mei 2007 betreffende de wet van 1 juli 2006 tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan;
  4° de Omzendbrief van 3 november 2008 betreffende de aangifte van geboorte in de kraamkliniek;
  5° de Omzendbrief van 6 september 2013 inzake de wet van 2 juni 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, de wet van 31 december 1851 met betrekking tot de consulaten en de consulaire rechtsmacht, het Strafwetboek, het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, met het oog op de strijd tegen de schijnhuwelijken en de schijnwettelijke samenwoningen;
  6° de Omzendbrief van 30 mei 2014 betreffende de wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde;
  7° de Omzendbrief van 22 december 2014 inzake de wet van 5 mei 2014 houdende de vaststelling van de afstamming van de meemoeder en de wet van 18 december 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van internationaal privaatrecht, het Consulair Wetboek, de wet van 5 mei 2014 houdende de vaststelling van de afstamming van de meemoeder en de wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde;
  8° de Omzendbrief van 27 december 2016 betreffende de wet van 25 december 2016 tot wijziging van de artikelen 335 en 335ter van het Burgerlijk Wetboek betreffende de wijze van naamsoverdracht aan het kind;
  9° de Omzendbrief van 7 december 2017 betreffende het op de naam en de voornamen toepasselijk recht en de erkenning van buitenlandse beslissingen en akten hieromtrent, tot wijziging van de omzendbrief van 23 september 2004 betreffende de aspecten van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht die betrekking hebben op het personeelsstatuut, en betreffende artikel 335quater van het Burgerlijk Wetboek dat een eventuele naamsverandering toelaat in geval van erkenning van buitenlander akten en beslissingen inzake de naam;
  10° de Omzendbrief van 15 december 2017 over de wet van 25 juni 2017 tot hervorming van regelingen inzake transgenders wat de vermelding van een aanpassing van de registratie van het geslacht in de akten van de burgerlijke stand en de gevolgen hiervan betreft;
  11° de Omzendbrief van 21 maart 2018 bij de wet van 19 september 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Gerechtelijk Wetboek, de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en het Consulair Wetboek met het oog op de strijd tegen de frauduleuze erkenning en houdende diverse bepalingen inzake het onderzoek naar het vaderschap, moederschap en meemoederschap, alsook inzake het schijnhuwelijk en de schijnwettelijke samenwoning;
  12° de Omzendbrief van 11 juli 2018 betreffende de wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing, waarbij de bevoegdheid inzake verandering van voornamen wordt overgedragen aan de ambtenaren van de burgerlijke stand en de voorwaarden en de procedure ervan worden geregeld.
  1. Relation avec des circulaires existantes
  Les circulaires suivantes restent d'application, sauf si la présente circulaire y déroge en ce qui concerne les aspects liés à la banque de données des actes de l'état civil (en abrégé la BAEC) et compte tenu du déplacement de certains articles ainsi que de la renumérotation qui en découle :
  1° la Circulaire ministérielle du 22 mai 1987 concernant l'application de la loi du 31 mars 1987 modifiant diverses dispositions légales relatives à la filiation;
  2° la Circulaire du 16 janvier 2006 relative à la loi du 3 décembre 2005 modifiant les articles 64 et 1476 du Code civil et l'article 59/1 du Code des droits de timbre en vue de simplifier les formalités du mariage et de la cohabitation légale;
  3° la Circulaire du 7 mai 2007 relative à la loi du 1er juillet 2006 modifiant des dispositions du Code civil relatives à l'établissement de la filiation et aux effets de celle-ci;
  4° la Circulaire du 3 novembre 2008 relative à la déclaration de naissance à la maternité;
  5° la Circulaire du 6 septembre 2013 relative à la loi du 2 juin 2013 modifiant le Code civil, la loi du 31 décembre 1851 sur les consulats et la juridiction consulaire, le Code pénal, le Code judiciaire et la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, en vue de la lutte contre les mariages de complaisance et les cohabitations légales de complaisance;
  6° la Circulaire du 30 mai 2014 relative à la loi du 8 mai 2014 modifiant le Code civil en vue d'instaurer l'égalité de l'homme et de la femme dans le mode de transmission du nom à l'enfant et à l'adopté;
  7° la Circulaire du 22 décembre 2014 relative à la loi du 5 mai 2014 portant établissement de la filiation de la coparente et la loi du 18 décembre 2014 modifiant le Code civil, le Code de droit international privé, le Code consulaire, la loi du 5 mai 2014 portant établissement de la filiation de la coparente et la loi du 8 mai 2014 modifiant le Code civil en vue d'instaurer l'égalité de l'homme et de la femme dans le mode de transmission du nom à l'enfant et à l'adopté;
  8° la Circulaire du 27 décembre 2016 relative à la loi du 25 décembre 2016 modifiant les articles 335 et 335ter du Code civil relatifs au mode de transmission du nom à l'enfant;
  9° la Circulaire du 7 décembre 2017 relative au droit applicable au nom et aux prénoms et à la reconnaissance des décisions et actes étrangers qui concernent ces matières, modifiant la circulaire du 23 septembre 2004 relative aux aspects de la loi du 16 juillet 2004 portant le Code de droit international privé concernant le statut personnel, et relative à l'article 335quater du Code civil qui autorise un éventuel changement de nom en cas de reconnaissance de ces actes et décisions étrangers relatifs au nom;
  10° la Circulaire du 15 décembre 2017 relative à la loi du 25 juin 2017 réformant des régimes relatifs aux personnes transgenres en ce qui concerne la mention d'une modification de l'enregistrement du sexe dans les actes de l'état civil et ses effets;
  11° la Circulaire du 21 mars 2018 relative à la loi du 19 septembre 2017 modifiant le Code civil, le Code judiciaire, la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers et le Code consulaire, en vue de lutter contre la reconnaissance frauduleuse et comportant diverses dispositions en matière de recherche de paternité, de maternité et de comaternité, ainsi qu'en matière de mariage de complaisance et de cohabitation légale de complaisance;
  12° la Circulaire relative à la loi du 18 juin 2018 portant dispositions diverses en matière de droit civil et des dispositions en vue de promouvoir des formes alternatives de résolution des litiges, en ce qu'elle transfère la compétence en matière de changement de prénoms aux officiers de l'état civil et en règle les conditions et la procédure.
  2. Algemeen
  De wet Modernisering burgerlijke stand heeft tot doel om een modernisering, informatisering en vereenvoudiging van de burgerlijke stand door te voeren, enerzijds door de creatie van een centrale Databank van Akten van de Burgerlijke Stand (DABS), anderzijds door de aanpassing van de huidige regelgeving omtrent de burgerlijke stand aan de 21ste eeuw.
  De belangrijkste krachtlijnen van deze wet zijn de volgende:
  - de oprichting van een centrale Databank van Akten van de Burgerlijke Stand (DABS), waarin al de gemeentelijke registers en de registers van de Belgische consulaire posten worden geïntegreerd;
  - de akten van de burgerlijke stand worden enkel nog elektronisch opgesteld, ondertekend en bewaard;
  - de papieren authentieke bron van akten van de burgerlijke stand (m.a.w. de papieren registers van de burgerlijke stand) wordt een digitale authentieke bron;
  - de "oude akten" (daterend van vóór 31 maart 2019) worden verplicht in de DABS opgenomen bij een wijziging van of een melding op dergelijke akte of bij aflevering van een uittreksel of afschrift ervan, voor zover deze nog niet vóór 31 maart 2019 door de gemeente werd opgeladen in de DABS;
  - de bestaande processen van de burgerlijke stand worden vereenvoudigd en gemoderniseerd;
  - aan de basisopdrachten en verantwoordelijkheidsverdeling inzake de burgerlijke stand wordt niet geraakt;
  - de omschakeling van protocollaire akten naar uniforme documentaire akten in alle gemeenten;
  - de afschaffing van de dubbele archivering bij griffies van de rechtbanken;
  - het verzekeren van een unieke gegevensinvoer door de gemeenten;
  - het Rijksregister en de DABS worden gekoppeld, zodat er een automatische doorstroming is van alle noodzakelijke gegevens naar het Rijksregister en de DABS: dit houdt in dat de informatietypes van het Rijksregister over het statuut van de persoon (zoals de burgerlijke staat, de afstamming en de nationaliteit) automatisch aangepast worden nadat een akte definitief wordt opgesteld, indien er geen conflict is tussen de gegevens.
  Voorbeeld: Indien een huwelijksakte definitief wordt opgesteld in de DABS en betrekking heeft op personen uit het Rijksregister, zal de burgerlijke staat van deze personen in het Rijksregister automatisch aangepast worden naar "gehuwd";
  - het verzekeren van een plaatsonafhankelijke dienstverlening voor de burger, ongeacht de gemeente die de akte heeft opgemaakt;
  - administratieve vereenvoudiging voor zowel de burger als de overheidsdiensten;
  - afstemming van de modernisering op de lopende internationale initiatieven waaronder deze van de Internationale Commissie van de Burgerlijke Stand;
  - betere bescherming van het privéleven van de burgers m.b.t. de akten van de burgerlijke stand.
  Hiertoe werd Titel II van Boek I van het Burgerlijk Wetboek herschreven en kreeg het een nieuwe indeling met meer structuur. Het geheel is nu duidelijker leesbaar en praktisch bruikbaar.
  De gegevens in de akten van de burgerlijke stand werden tot de essentie beperkt.
  Alle bestaande procedures met betrekking tot de burgerlijke stand werden zo veel als mogelijk vereenvoudigd.
  Titel II bevat ook de basisprincipes omtrent de oprichting, het beheer en de toegang tot de DABS, die de nieuwe digitale authentieke bron voor de akten van de burgerlijke stand is. Daarbij werd ook al de naast het Burgerlijk Wetboek bestaande regelgeving over de burgerlijke stand onderzocht. De oude regelgeving werd ofwel opgeheven, ofwel zoveel als mogelijk geïntegreerd in Titel II, om te komen tot één samenhangend geheel over de burgerlijke stand. Een aantal wetten die raken aan de burgerlijke stand blijven evenwel afzonderlijk bestaan.
  De wet Modernisering burgerlijke stand heeft andere delen van het Burgerlijk Wetboek, het Gerechtelijk Wetboek en andere wetgeving die raken aan de burgerlijke stand aangepast aan de nieuwe regels inzake de burgerlijke stand (o.a. het only once-principe, het afschaffen van randmeldingen en overschrijvingen, het gebruik van een elektronische databank i.p.v. papieren registers, de invoer van nieuwe basisakten en e-meldingen, de doorstroming van de gegevens naar het Rijksregister, de oprichting van een Centrale autoriteit burgerlijke stand, ...).
  Alle bepalingen met betrekking tot het huwelijk werden samengebracht. De oude artikelen 63 tot 75 BW, die betrekking hadden op de aangifte en de huwelijksvoltrekking werden geïntegreerd in Titel V, in het aangepaste Hoofdstuk II. - Formaliteiten betreffende het huwelijk. Hierbij werden 2 afdelingen ingevoegd, nl. enerzijds de "aangifte van het huwelijk" en anderzijds de "voltrekking van het huwelijk".
  De bepalingen van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en de voornamen en de nog nuttige bepalingen van de Wet van 6 Fructidor jaar II (23 augustus 1794) werden in het Burgerlijk Wetboek geïntegreerd. De wet van 15 mei 1987 is dus opgeheven.
  Het principe van vastheid van naam bevindt zich voortaan dus ook in het Burgerlijk Wetboek, met name in artikel 370/1. Dat principe houdt nog steeds in dat niemand publiekelijk een naam of voornamen mag dragen, die niet overeenkomt met deze vermeld in zijn akte van geboorte. Er werd ter verduidelijking toegevoegd dat de namen en voornamen opgenomen in de geboorteakte enkel kunnen gewijzigd of verbeterd worden op de wijze en in de gevallen bepaald door de wet. De vastheid van naam houdt dus niet in dat een naam of voornaam nooit kan gewijzigd worden. Dit kan wel wanneer de wet dit voorziet.
  De oude artikelen 62bis, 62bis/1 en 62ter BW met betrekking tot de aanpassing van de registratie van geslacht werd aangepast aan de oprichting van de DABS en verplaatst naar de nieuwe artikelen 135/1 en 135/2 BW. Voor het overige zijn er geen inhoudelijke wijzigingen, met uitzondering van artikel 135/2, § 9 BW in verband met de nieuwe aanpassing van de registratie van het geslacht, na een eerdere aanpassing. Hiertoe wordt een akte van nieuwe aanpassing gecreëerd, vermits deze in feite net als een nietigverklaring de (vorige) akte van aanpassing van het geslacht ongedaan maakt (zie punt 4.2.12).
  Tot slot zijn er een aantal overgangsbepalingen voorzien, die hieronder worden vermeld bij de akten waar ze betrekking op hebben.
  Het is van belang om in het algemeen er reeds op te wijzen dat de nieuwe bepalingen met betrekking tot het doorsturen van gegevens via de DABS door de griffiers of de bevoegde ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Justitie, van toepassing zijn op in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissingen, beslissingen tot erkenning van een adoptie of koninklijke en ministeriële besluiten, die nog niet werden overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand of nog niet werden gerandmeld op een akte van de burgerlijke stand vóór 31 maart 2019.
  In de mate dat de doorstroming van gerechtelijke beslissingen en de kennisgevingen via de DABS nog niet mogelijk zijn omwille van technische redenen, zal er in die gevallen op papier verder moeten worden gewerkt. Dit betekent dat de ambtenaar van de burgerlijke stand (hierna de ABS) die gerechtelijke beslissingen per post ontvangt, deze zal moeten verwerken en onder meer de vereiste akten zal moeten opmaken op basis daarvan. De ABS zal ook zelf de nodige kennisgevingen of notificaties moeten versturen.
  Hierna licht ik de nieuwe principes van de burgerlijke stand toe.
  2. Généralités
  La Loi sur la modernisation de l'état civil vise à moderniser, informatiser et simplifier l'état civil, d'une part, en créant une banque de données centrale des actes de l'état civil (BAEC) et, d'autre part, en adaptant au 21e siècle la réglementation actuelle relative à l'état civil.
  Les principales lignes de force de cette loi sont les suivantes :
  - la création d'une banque de données centrale des actes de l'état civil (BAEC) dans laquelle seront intégrés tous les registres communaux et les registres des postes consulaires belges;
  - les actes de l'état civil ne sont plus établis, signés et conservés que de manière électronique;
  - la source authentique papier des actes de l'état civil (en d'autres termes, les registres papier de l'état civil) devient une source authentique numérique;
  - les "anciens actes" (antérieurs au 31 mars 2019) sont obligatoirement enregistrés dans la BAEC lors d'une modification de ou d'une mention sur un tel acte ou de la délivrance d'un extrait ou d'une copie de ceux-ci, pour autant qu'ils n'aient pas encore été chargés par la commune dans la BAEC avant le 31 mars 2019;
  - les processus existants de l'état civil sont simplifiés et modernisés;
  - les missions de base et la répartition des responsabilités en matière d'état civil restent inchangées;
  - le passage d'actes protocolaires à des actes documentaires uniformes dans l'ensemble des communes;
  - la suppression du double archivage dans les greffes des juridictions;
  - la garantie d'une introduction unique des données par les communes;
  - le Registre national et la BAEC sont couplés, de sorte que toutes les données nécessaires circulent automatiquement vers le Registre national et la BAEC : cela signifie que les types d'informations du Registre national sur le statut de la personne (comme l'état civil, la filiation et la nationalité) sont automatiquement adaptés après l'établissement d'un acte de manière définitive, s'il n'y a pas un conflit entre les données.
  Exemple : Si un acte de mariage est établi de manière définitive dans la BAEC et qu'il porte sur des personnes figurant dans le Registre national, l'état civil de ces personnes sera automatiquement adapté dans le Registre national en "marié(e)";
  - la garantie d'une prestation de services sans être liée à un lieu précis pour le citoyen, quelle que soit la commune qui a établi l'acte;
  - une simplification administrative tant pour le citoyen que pour les services publics;
  - l'harmonisation de la modernisation avec les initiatives internationales en cours, notamment celle de la Commission internationale de l'état civil;
  - une meilleure protection de la vie privée des citoyens en ce qui concerne les actes de l'état civil.
  A cette fin, le livre Ier, titre II, du Code civil a été réécrit et subdivisé de manière plus structurée. L'ensemble est désormais plus lisible et utilisable sur le plan pratique.
  Les données contenues dans les actes de l'état civil ont été limitées à l'essentiel.
  Toutes les procédures existantes en matière d'état civil ont été simplifiées autant que possible.
  Le titre II contient également les principes de base concernant la création et la gestion de la BAEC, qui constitue la nouvelle source authentique numérique pour les actes de l'état civil, ainsi que l'accès à celle-ci.
  En outre, toute la réglementation sur l'état civil en vigueur qui s'ajoute à celle du Code civil a été examinée. L'ancienne réglementation a été soit abrogée, soit intégrée autant que possible dans le titre II, afin d'obtenir un ensemble cohérent en matière d'état civil. Un certain nombre de lois touchant à l'état civil subsistent toutefois séparément.
  La Loi sur la modernisation de l'état civil a adapté d'autres parties du Code civil, le Code judiciaire et d'autres législations qui touchent à l'état civil aux nouvelles règles en matière d'état civil (notamment le principe "only once", la suppression des mentions marginales et des transcriptions, l'utilisation d'une banque de données électronique au lieu de registres papier, l'introduction de nouveaux actes de base et de e-mentions, la circulation des données vers le Registre national, la création d'une autorité centrale Etat civil, etc.).
  Toutes les dispositions relatives au mariage ont été rassemblées. Les anciens articles 63 à 75 du Code civil, qui portaient sur la déclaration et la célébration du mariage, ont été intégrés dans le titre V, au chapitre II adapté. - Formalités concernant le mariage. C'est dans ce cadre que deux sections y ont été insérées, à savoir la " déclaration du mariage " et la " célébration du mariage ".
  Les dispositions de la loi du 15 mai 1987 relative aux noms et prénoms, et les dispositions encore utiles de la loi du 6 fructidor an II (23 août 1794) ont été intégrées dans le Code civil. La loi du 15 mai 1987 a donc été abrogée.
  Le principe de la fixité du nom est désormais aussi intégré dans le Code civil, en l'occurrence à l'article 370/1. Ce principe implique encore que nul ne peut porter publiquement de nom ou de prénoms ne correspondant pas à ceux mentionnés dans son acte de naissance. Dans un souci de clarté, il a été ajouté que les noms et prénoms repris dans l'acte de naissance ne peuvent être modifiés ou rectifiés que de la manière et dans les cas prévus par la loi. La fixité du nom n'implique donc pas qu'un nom ou un prénom ne peut jamais être changé. Ceci est possible lorsque la loi le prévoit.
  Les anciens articles 62bis, 62bis/1 et 62ter du Code civil concernant la modification de l'enregistrement du sexe ont été adaptés à la création de la BAEC et déplacés vers les nouveaux articles 135/1 et 135/2 du Code civil. Pour le surplus, le contenu n'a fait l'objet d'aucune autre modification, à l'exception de l'article 135/2, § 9, du Code civil concernant la nouvelle modification de l'enregistrement du sexe, après une première modification. Pour ce faire, un acte de nouvelle modification est créé puisque celui-ci, tout comme l'annulation, annule en fait l'acte (précédent) de modification de l'enregistrement du sexe (cf. point 4.2.12.).
  Enfin, la loi a prévu un certain nombre de dispositions transitoires. Elles sont mentionnées ci-après, en lien avec les actes auxquels elles se rapportent.
  Il importe de signaler déjà, dans l'ensemble, que les nouvelles dispositions de la présente loi qui concernent la transmission par les greffiers ou par les fonctionnaires compétents du Service public fédéral Justice des données au moyen de la BAEC sont applicables aux décisions judiciaires passées en force de chose jugée, aux décisions de reconnaissance d'une adoption ou aux arrêtés royaux et ministériels qui n'ont pas encore été transcrits dans les registres de l'état civil ou qui n'ont pas encore fait l'objet d'une mention marginale d'un acte de l'état civil avant le 31 mars 2019.
  Dans la mesure où le flux des décisions judiciaires et des notifications ne peut pas encore être assuré via la BAEC pour des raisons d'ordre technique, il y a lieu de continuer à travailler sur papier dans ces cas-là. Cela signifie que l'officier de l'état civil (ci-après l'OEC) qui reçoit les décisions judiciaires par courrier devra les intégrer et dresser les actes requis sur base de celles-ci. L'OEC devra aussi envoyer lui-même les notifications qui s'imposent.
  Voici les nouveaux principes de l'état civil.
  3. Algemene principes burgerlijke stand
  3.1. Doelstellingen burgerlijke stand
  De nieuwe Titel II "Burgerlijke stand" begint met het bepalen van de voornaamste doelstellingen van de burgerlijke stand (art. 6 BW).
  Het gaat met name om:
  - het vaststellen van de rechtsfeiten en rechtshandelingen die de staat van een persoon bepalen of wijzigen;
  - de rechtszekerheid garanderen wat de staat van de persoon betreft;
  - het bewijs van de staat van de persoon verzekeren, door middel van de akten van de burgerlijke stand, en dit bewijs zorgvuldig bewaren.
  De staat van de persoon wordt gedefinieerd als het geheel van bepaalde hoedanigheden van een persoon die zijn rechtspositie in de familie en in de maatschappij bepalen en die hem onderscheiden van de andere personen wat het bezit en de uitoefening van bepaalde rechten betreft.
  3.2. De ambtenaar van de burgerlijke stand
  De bevoegdheden en de aanstelling van de ambtenaar van de burgerlijke stand (hierna de ABS) blijven, net zoals de mogelijkheid tot delegatie, de personen die als ABS kunnen optreden en de onverenigbaarheden zo goed als ongewijzigd.
  3.2.1. Aanstelling en verhindering
  Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het beheer van de burgerlijke stand (art. 7 BW).
  De burgemeester, of een door het college aangeduide schepen, neemt de functie op van ABS.
  Indien de burgemeester deze functie niet zal uitoefenen is er een aparte beslissing van het college nodig waarin één schepen wordt aangeduid. Het is niet mogelijk om een schepen aan te duiden voor bv. het voltrekken van de huwelijken, en een andere schepen voor al de overige taken van de ABS.
  In geval van verhindering van de ABS vervangt de burgemeester of een schepen of een raadslid in de volgorde van hun benoemingen hem tijdelijk (art. 7, derde lid, BW).
  Enkel in het geval er binnengemeentelijke territoriale organen werden opgericht (op basis van artikel 41 GW) kunnen er één of meer schepenen worden aangewezen als ABS, die bevoegd zijn voor één of meer binnengemeentelijke territoriale organen, indien de burgemeester deze taak niet opneemt (art. 8 BW).
  Door de opheffing van artikel 127 NGW is het niet langer mogelijk om in nieuwe districten te voorzien voor een gemeente.
  3.2.2. Taak en delegatie
  De taak van de ABS blijft het zorgen voor het nauwgezet naleven van de bepalingen over de akten van de burgerlijke stand.
  De delegatie van taken door de ABS aan één of meer beambten van het gemeentebestuur blijft mogelijk via een speciale schriftelijke machtiging (art. 9 BW).
  Het gaat om een persoonlijke machtiging. In geval van een wisseling van de ABS zijn er dus telkens nieuwe machtigingen voor de beambten noodzakelijk.
  Vóór de handtekening van de beambten van het gemeentebestuur moet niet meer uitdrukkelijk melding worden gemaakt van de ontvangen machtiging. Wel moet duidelijk zijn wie de akte heeft getekend : er staat dus vermeld of dit de gemachtigde beambte of de ABS zelf was.
  [1 De machtiging is mogelijk voor alle taken inzake het opmaken van akten van burgerlijke stand, met inbegrip van het afleveren van afschriften en uittreksels ervan en het indienen van een verzoekschrift tot verbetering van een akte door de rechtbank (zie 3.9.2.).
   Een machtiging is niet mogelijk voor de opmaak van de akte van huwelijk. Dit betreft enkel de ondertekening van de huwelijksakten, en niet de beslissingen over bv. schijnhuwelijken of erkenningen. Een machtiging is evenmin mogelijk voor de (ambtshalve) opmaak van een akte van nietigverklaring (volgens nieuw artikel 34/1 BW, zie 3.9.1.).
   Het ambtshalve nietig verklaren van een akte moet immers de uitzondering blijven. Het is in de eerste plaats belangrijk om de akten van de burgerlijke stand zeer zorgvuldig op te maken en te controleren voor de ondertekening van de akte. Fouten in de akten moeten zo veel als mogelijk vermeden worden.]1

  De machtiging van (meerdere) beambten van het gemeentebestuur is door de invoer van de elektronische databank des te belangrijker geworden en wordt aangemoedigd.
  Zolang de akten van de burgerlijke stand niet ondertekend zijn door de ABS of de gemachtigde beambte, zijn ze niet definitief.
  Dit houdt het volgende in:
  - De datum van ondertekening geldt als datum van de akte.
  - Het is niet mogelijk om afschriften en uittreksels af te leveren van niet ondertekende akten van de burgerlijke stand. Uittreksels of afschriften van niet ondertekende ontwerp-akten hebben geen juridische waarde.
  - De automatische doorstroming naar het Rijksregister gebeurt pas vanaf de ondertekening van de akte én indien er geen conflict is tussen de gegevens.
  - De ABS kan de akten niet periodiek ondertekenen.
  3.2.3. Actoren burgerlijke stand
  Alle actoren bevoegd voor de burgerlijke stand werden opgenomen in het eerste hoofdstuk, dus ook de consulaire ambtenaren bevoegd verklaard inzake burgerlijke stand bij het Consulair wetboek en de officieren aangeduid door de Minister van Defensie.
  Voor de officieren aangeduid door de Minister van Defensie is hun bevoegdheid beperkt tot de opmaak van akten van overlijden in uitzonderlijke gevallen, met name bij militaire operaties buiten het grondgebied, voor zover het onmogelijk is om de akte van overlijden te laten opstellen door een consulair ambtenaar. De officieren kunnen de overlijdensakte opmaken zowel voor personen van Belgische nationaliteit in dienst van de Belgische strijdkrachten, alsook van het personeel van Defensie van Belgische nationaliteit waarvan de aanwezigheid bij deze Strijdkrachten is vereist.
  De officieren die een akte van overlijden moeten opmaken, doen dit volgens de bepalingen over de akte van overlijden in het Burgerlijk Wetboek. Ook de bepalingen in verband met het overlijden aan boord van een schip kunnen dus van toepassing zijn.
  3.2.4. Onverenigbaarheid
  Artikel 12 BW integreert een onverenigbaarheid uit het koninklijk besluit van 8 juni 1823 en breidt ze licht uit.
  De ABS of zijn gemachtigde beambte mag, om belangenvermenging te vermijden, geen akte van de burgerlijke stand opmaken die betrekking heeft op:
  - zichzelf;
  - zijn echtgeno(o)t(e);
  - zijn wettelijk samenwonende partner;
  - zijn bloedverwanten in de opgaande en neerdalende lijn (ouders, (over)grootouders, (klein)kinderen);
  - zijn bloedverwanten in de zijlijn tot de tweede graad (broers en zussen).
  In geval van een onverenigbaarheid wordt de ABS of zijn gemachtigde voor de opmaak van de akte vervangen door de burgemeester, een schepen of een raadslid in de volgorde van hun benoemingen (verwijzing naar art. 7, derde lid, BW).
  De onverenigbaarheid geldt nu ook uitdrukkelijk voor de gemachtigde beambten. Het is niet meer dan logisch dat deze beperking ook geldt ten aanzien van de gemachtigden die de akten effectief opmaken.
  In de praktijk zal de gemachtigde beambte vervangen worden door een (eveneens gemachtigde) collega beambte. Het is dus van belang meer dan één medewerker te laten machtigen door de ABS.
  3.2.5. Algemeen bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand
  Er is voortaan een algemeen bevoegde ABS (art. 13 BW). Voorheen waren er voor de opmaak van verschillende akten, overschrijvingen of randmeldingen, telkens andere ambtenaren van de burgerlijke stand bevoegd waren (bv. overschrijving adoptie: woonplaats adoptanten; overschrijving KB naamswijziging: geboorteplaats betrokkene; opmaak akte van aanpassing van de registratie van het geslacht: woonplaats betrokkene, ...).
  Behalve enkele uitzonderingen zal nu dus steeds dezelfde ABS bevoegd zijn. De betrokkenen moeten dus niet naar verschillende gemeenten gaan om bepaalde zaken omtrent de burgerlijke stand te regelen. De restbevoegdheid van Brussel verkleint hierdoor in principe en de werklast zal beter verspreid zijn.
  Indien de wet spreekt van `de bevoegde ABS', zonder uitdrukkelijk te bepalen over welke ambtenaar het gaat, is artikel 13 BW van toepassing.
  De bevoegde ABS is in principe deze van:
  - de plaats van inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de betrokkene, de betrokkenen of één van hen; of bij gebrek hieraan,
  - de actuele verblijfplaats van de betrokkene, de betrokkenen of één van hen; of bij gebrek hieraan,
  - Brussel.
  Op deze manier zal steeds de dichtstbijzijnde ABS bevoegd zijn.
  Er zijn slechts enkele uitzonderingen op de algemeen bevoegde ambtenaar in de wet opgenomen, zoals bv. voor de gevallen waar een feit wordt vastgesteld in de akte. In dat geval is het logisch dat de ABS van de plaats van het feit de bevoegde ABS is.
  Voor de akte van geboorte is dus de ABS van de geboorteplaats bevoegd, voor de akte van huwelijk deze van de plaats van de huwelijksaangifte en voor de akte van overlijden deze van de plaats van overlijden.
  Voor de verbetering van de akte zal, naast de algemeen bevoegde ambtenaar ook de ambtenaar die de akte heeft opgemaakt, bevoegd zijn voor de verbetering van een materiële vergissing.
  3.3. Oprichting van de DABS
  De DABS wordt, in opdracht van de Federale Overheidsdienst Justitie, opgericht bij de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, die verantwoordelijk is voor het operationeel beheer ervan, onverminderd de bevoegdheid van de minister van Justitie inzake de burgerlijke stand.
  De Federale Overheidsdienst Justitie is de verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens in de DABS in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
  De DABS heeft als taak in te staan voor de centrale opslag, de bewaring en het beheer van de akten van de burgerlijke stand en zij is de authentieke bron voor alle akten van de burgerlijke stand opgemaakt na 31 maart 2019 en de gegevens die erin opgenomen zijn.
  Het Beheerscomité DABS, samengesteld uit vertegenwoordigers van de belangrijkste gebruikers van de databank, beheert de DABS.
  Het staat in voor de inrichting en het beheer van de DABS en bepaalt de noodzakelijke maatregelen om de onveranderlijkheid, de vertrouwelijkheid en de bewaring van de akten van de burgerlijke stand in de DABS te waarborgen.
  De gegevens van de DABS kunnen meegedeeld worden aan of zijn rechtstreeks toegankelijk voor de volgende personen, overheden of instellingen:
  1° de personen waarop de akte betrekking heeft, voor de akten die op hen betrekking hebben of hun advocaat (leesrechten):
  2° de ambtenaren van de burgerlijke stand en de door hen gemachtigde beambten in het kader van de uitoefening van hun wettelijke opdrachten (lees- en schrijfrechten);
  3° de consulaire beambten in het kader van de uitoefening van hun wettelijke opdrachten (lees- en schrijfrechten);
  4° de magistraten bij de rechtscolleges en hun griffies, in functie van de uitoefening van hun ambt (lees- en schrijfrechten);
  5° [1 de ambtenaren van de Directie I `Personenrecht en burgerlijke stand' van het Directoraat-Generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden van de Federale Overheidsdienst Justitie, in het kader van de uitoefening van hun wettelijke opdrachten (lees- en/of schrijfrechten);]1
  6° de notarissen, in functie van de uitoefening van hun ambt (leesrechten);
  7° de parketten, in functie van de uitoefening van hun ambt (leesrechten);
  [1 8° de officieren aangeduid door de minister van Defensie of door de hiertoe gedelegeerde autoriteit, in het kader van de uitoefening van hun wettelijke opdrachten.]1
  Elke burger zal zich in de toekomst in de DABS kunnen inloggen en een overzicht krijgen van al de akten die op hem betrekking hebben of waarin hij vermeld wordt. In een eerste fase is deze optie echter nog niet operationeel en zal de burger zich moeten wenden tot de bestaande kanalen. De advocaat krijgt toegang indien hij in een gerechtelijke procedure een afschrift of uittreksel moet voorleggen.
  In artikel 83 BW wordt het vertrouwelijk karakter van de gegevens gewaarborgd : ieder die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de gegevens in de DABS, moet het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen. Artikel 458 van het Strafwetboek, dat het beroepsgeheim regelt, is op hen van toepassing.
  3.4. De akten van de burgerlijke stand
  3.4.1. Elektronische akten
  De belangrijkste verandering is dat akten van de burgerlijke stand voortaan elektronische akten worden, die elektronisch ondertekend en bewaard worden in een elektronische databank (DABS).
  Deze elektronische opgemaakte akten van de burgerlijke stand zijn authentieke akten, die bijgevolg gelden tot het bewijs van valsheid in geschrifte. Er worden geen akten op papier meer opgemaakt (art. 14 BW).
  3.4.2. Onbeschikbaarheid DABS (art. 14 BW)
  In zeer uitzonderlijke gevallen zal het niet mogelijk zijn om de akte van de burgerlijke stand in gedematialiseerde vorm in de DABS op te maken, zoals bv. bij een langdurige onbeschikbaarheid van de DABS.
  In dat geval maakt de ABS de akte op in de vorm van een papieren proces-verbaal. Dit proces-verbaal kan een afgedrukte versie zijn van het model van afschrift zoals vastgesteld in het koninklijk besluit van 3 februari 2019 tot vaststelling van de modellen van uittreksels en afschriften van akten van de burgerlijke stand (BS, 15 februari 2019), dat de ABS invult en ondertekent met een handgeschreven handtekening.
  Van zodra mogelijk, maakt de ABS de akte op in de DABS, met het proces-verbaal in bijlage.
  3.4.3. Bijlagen in de DABS (art. 15 BW)
  De bijlagen die in de DABS moeten worden opgenomen blijven beperkt tot deze waarvoor de wet dit uitdrukkelijk bepaalt (bv. volmacht, stukken materiële vergissing, vonnissen, een aantal stukken uit het huwelijksdossier) en voor zover ze niet beschikbaar zijn in een andere authentieke bron. Het is niet toegestaan bijlagen op te nemen die niet door de wet voorzien zijn.
  Dit vermijdt een te zware belasting van het informatica-systeem en voorkomt dat de beperking van de vermeldingen in de akten tot gevolg zou hebben dat er extra bijlagen bij de akten worden opgenomen ter bewijs van de controle van deze gegevens.
  Dit betekent niet dat de ABS niet alle nodige controles moet uitoefenen. De idee achter het beperken van de vermeldingen in de akten is immers dat alle voorafgaande controles die de ABS vooraf dient uit te oefenen, niet in de akten vermeld moeten worden. Het principe is immers dat er vanuit gegaan wordt dat de ABS alles gecontroleerd heeft wat nodig was om de akte te kunnen opmaken, zonder dat dit als gegeven in de akte, en zeker niet als bijlage bij de akte, wordt opgenomen ter bewijs van deze voorafgaande controle. (zie hieronder bij `ondertekening akten')
  Indien de partijen bijlagen hebben overgelegd aan de ABS, worden de originelen van de bijlagen aan de partijen teruggeven. De teruggave zal gebeuren van zodra het document als bijlage bij een akte in de DABS is opgenomen. Het originele document blijft een grotere bewijswaarde hebben dan de scan van de akte opgenomen in de DABS.
  De neerlegging van bijgevoegde stukken bij de griffie wordt afgeschaft.
  3.4.4. Vermeldingen in de akten (art. 16 en 20 BW)
  De ABS mag enkel vermelden wat de partijen aan hem verklaren.
  De ambtenaar moet dus enerzijds opnemen wat de partijen hem verklaren, en anderzijds mag hij geen andere vermeldingen toevoegen op de akte dan wat de partijen hem verklaren.
  De ambtenaar mag in de akte ook geen andere vermeldingen opnemen dan de wettelijk voorziene gegevens.
  In de DABS zal het in principe ook niet mogelijk zijn om extra gegevens toe te voegen, daar het systeem de gegevens van de akten beperkt tot de wettelijk voorziene gegevens.
  Er mogen geen afkortingen worden gebruikt in de akten van de burgerlijke stand.
  De data worden in cijfers uitgedrukt.
  3.4.5. Informatieplicht betrokkenen (art. 17 BW)
  De personen waarop de akte betrekking heeft of die bij de totstandkoming ervan betrokken zijn moeten alle wettelijke verplichte informatie die van belang is bij de opmaak van een akte meedelen aan de ABS.
  De informatieverplichting beperkt zich dus niet tot de `partijen' bij de akte. Het gaat om alle bij de akte betrokken personen. Zo kan het bv. ook gaan om de arts die een medisch attest opmaakt.
  De ABS kan niet alle informatie zelf achterhalen. Het is dus aan de partijen om de wettelijk verplichte gegevens mee te delen, voor zover deze niet voor ABS beschikbaar is in een authentieke bron. Indien achteraf blijkt dat de akte niet correct werd opgemaakt, omdat de ABS een informatiegegeven niet kende, is hij hiervoor niet aansprakelijk.
  Zo kan het bv. gaan om een halfbroer die voor de ABS een kind erkent van zijn buitenlandse halfzus. De ABS kan dit in principe niet zelf ontdekken. De partijen zijn verplicht dit aan de ABS te verklaren, zodat hij de akte correct kan opmaken.
  3.4.6. Ondertekening akten (art. 18 en 19 BW)
  Een tweede grote verandering, wat de akten van de burgerlijke stand betreft, is dat de akten niet meer worden ondertekend door de partijen. Enkel de ABS of zijn gemachtigde tekent de akte nog, op elektronische wijze. De partijen tekenen de akte niet meer.
  De wet geeft de ABS het vertrouwen wat de correcte opmaak van de akten betreft. Indien de betrokkenen niet akkoord zijn met de gegevens die in de akte werden opgenomen, is het aan hen om te bewijzen dat er een fout is gebeurd en om een verbetering van de akte te vragen.
  Het staat de ambtenaar vrij om bv. voor de ondertekening van de akte de voorlopige elektronische akte af te drukken en voor te leggen aan de partijen ter controle.
  Niets belet de ambtenaar om het document, dat gecontroleerd werd door de partijen, tijdelijk te bewaren in de gemeente. Dit behoort tot de autonome bevoegdheid van de ambtenaar. Het is geen wettelijke verplichting. Dergelijke voorbereidende documenten kunnen evenmin als bijlage in de databank worden opgenomen. Het is uiteraard ook niet de bedoeling om parallelle registers te creëren.
  Indien na de opmaak van de geboorteakte bv. de ouders menen dat schrijfwijze van de naam van een kind in de geboorteakte fout is, is het in de eerste plaats aan de ouders om dit te bewijzen. Er wordt immers vanuit gegaan dat de ABS de akte correct heeft opgemaakt. Indien een voorlopige geboorteakte of gelijkaardig document door de ouders werd ondertekend, kan de schrijfwijze van de naam worden nagegaan in het ondertekende document.
  De partijen zullen moeten bewijzen dat de ABS, als openbaar ambtenaar die authentieke akten opmaakt, valsheid in geschrifte heeft gepleegd, door iets te akteren dat niet door de partijen werd verklaard of meegedeeld.
  In de DABS kan de ABS een akte eerst voorlopig opmaken en nadien pas ondertekenen, waarna de akte definitief en onveranderbaar is.
  Er is geen dwingende termijn voorzien om de akte te ondertekenen. Dit wil echter niet zeggen dat de ABS, of zijn gemachtigde, de ondertekening van de akten lang kan uitstellen. Zo zijn er opvolgingen in de DABS voorzien die erop toezien dat de akten binnen een redelijke termijn ondertekend worden. De akte is pas opgemaakt en definitief na ondertekening.
  Afschriften en uittreksels kunnen overigens pas afgeleverd worden en de bevolkingsregisters kunnen pas bijgewerkt worden wanneer de akte definitief ondertekend is. Afschriften en uittreksels kunnen onmiddellijk na het ondertekenen afgeleverd worden.
  De geboorteaangifte moet wel gebeuren binnen de 15 dagen na de geboorte en de akte van geboorte moet onmiddellijk worden opgemaakt (art. 43 BW). De ABS, of zijn gemachtigde, moet de akte van geboorte dus ook binnen deze termijn ondertekenen, ook al gebeurt de aangifte op de laatste aangiftedag.
  Dit toont opnieuw het belang aan van de mogelijkheid tot aanwijzing van (een) gemachtigde beambte(n).
  De akte van huwelijk moet in principe op de dag van de voltrekking van het huwelijk ondertekend worden. De datum van de ondertekening van de akte door de ABS is de datum van de akte, en dus ook de datum van het huwelijk. Indien er op het ogenblik van de voltrekking van het huwelijk nog wijzigingen moeten aangebracht worden in de voorlopig opgemaakte akte (bv. nieuwe getuigen), zal de ABS deze dus eerst moeten aanpassen vooraleer te ondertekenen.
  Indien de ABS niet op de dag zelf kan ondertekenen, moet hij dit zo snel als mogelijk nadien doen. Het betreft in het bijzonder de gevallen waar gehuwd wordt op locaties waar er geen technische ondersteuning is in het weekend, waar de ABS zijn identiteitskaart niet meeheeft op de dag van het huwelijk, ... Dit is bijgevolg slechts mogelijk in zeer uitzonderlijke omstandigheden en moet zo veel als mogelijk vermeden worden. De in de akte van huwelijk vermelde huwelijksdatum is in dat geval niet dezelfde als de datum van ondertekening door de ABS.
  De ABS zal de elektronische akten ondertekenen met een gekwalificeerde elektronische handtekening. Het gaat immers om authentieke akten die de nodige rechtszekerheid moeten garanderen.
  De ondertekening gebeurt door gebruik van de elektronische identiteitskaart. Op basis hiervan verklaart de ambtenaar dat de gegevens opgenomen in de akte correct zijn en dat de opmaak van de akte regelmatig is verlopen in aanwezigheid van de eventueel betrokken partijen.
  3.4.7. Afschaffing randmeldingen : verbindingen tussen akten - rechtstreekse wijzigingen van akten
  In de DABS worden er geen randmeldingen meer aangebracht op de akten van de burgerlijke stand, maar worden akten van de burgerlijke stand die ook op andere akten betrekking hebben met elkaar verbonden of worden akten rechtstreeks gewijzigd (zie verder punt 3.8.).
  De ABS verzekert door de ondertekening van de door hem opgemaakte en gewijzigde akten:
  - de juiste verbinding van die akten met de akten waarop deze akten betrekking hebben, van de betrokkene of, in voorkomend geval, van zijn afstammelingen tot de eerste graad; en
  - de correcte wijziging van deze akten.
  De ABS maakt de verbindingen tussen de akten en wijzigt de akten in de DABS (of controleert de door de DABS voorgestelde verbindingen en wijzigingen op volledigheid) op het ogenblik dat hij de door hem opgemaakte of gewijzigde akte ondertekent.
  In geval van een wijziging van een akte zal de ABS de wijzigingen van akten doorvoeren in de DABS. Zo zal de ambtenaar bv. bij een verbetering van een materiële vergissing een gewijzigde akte opmaken en ook de wijzigingen aanbrengen in de andere akten waarop de verbetering betrekking heeft (zie art. 31, § 2 BW).
  De ABS controleert voor de ondertekening van de akte de wijzigingen op volledigheid en juistheid. De ambtenaar is hiervoor verantwoordelijk gezien er akten van de burgerlijke stand worden gewijzigd (net als voor de huidige randmeldingen).
  In geval van raadpleging in de DABS van een akte die werd gewijzigd is steeds zichtbaar welke akten de wijziging tot stand hebben gebracht.
  3.4.8. Volmacht (art. 21 BW)
  De belanghebbende partijen kunnen zich voor alle akten van de burgerlijke stand laten vertegenwoordigen, met uitzondering van de huwelijksakte.
  Indien een volmacht wordt gegeven houdt dit in dat de gevolmachtigde de volmachtgever vertegenwoordigt. Dit betekent dus ook dat de gevolmachtigde moet verschijnen in plaats van de volmachtgever.
  Het moet gaan om een bijzondere en authentieke volmacht.
  De volmacht wordt als bijlage in de DABS bij de akte opgenomen.
  Partijen kunnen zich ook per volmacht laten vertegenwoordigen bij een aangifte van bv. huwelijk of erkenning. In dit geval wordt de volmacht als bijlage in de DABS opgenomen bij de huwelijks- of erkenningsakte. De aangifte zelf wordt niet als bijlage in de DABS opgenomen.
  In dat geval is deze bijzondere en authentieke volmacht enkel nodig indien een derde de aangifte van huwelijk komt doen.
  Deze bijzondere en authentieke volmacht is te onderscheiden van het gelegaliseerd schriftelijk bewijs van de bij de aangifte van het huwelijk afwezige toekomstige echtgenoot waaruit diens instemming met de aangifte blijkt (art. 164/2, § 2, 3°, BW).
  3.4.9. Voorlezing van de akte (art. 22 BW)
  De ABS is enkel verplicht de akte van de burgerlijke stand voor te lezen wanneer één van de verschijnende partijen hierom verzoekt. In de andere gevallen kan de ABS de akte voorlezen indien hij dit nuttig acht. Dit kan bv. het geval zijn indien een partij blind of analfabeet is.
  De ABS heeft de plicht om de akte correct op te stellen en zich ervan te verzekeren dat de betrokkenen alles goed hebben begrepen.
  3.4.10. Doorlopende aktenummers
  De DABS gebruikt doorlopende aktenummers, en dus geen aktenummer per gemeente.
  Het aktenummer wordt gegenereerd door de DABS, op nationaal niveau en dus niet langer per gemeente of per soort register toegekend.
  Een aktenummer in de DABS is samengesteld als volgt: "JJJJ-XXXX.XXXX-CC".
  "JJJJ" =
  a) voor de akten opgemaakt vanaf 31 maart 2019 (louter elektronische akten) : het jaartal waarin de ontwerp-akte werd gecreëerd in de DABS (dus niet noodzakelijk het jaar van ondertekening van de akte);
  b) [1 voor de gemigreerde papieren akten (opgemaakt vóór 31 maart 2019) : het jaartal uit de datum feit van de akte.]1
  Uit het DABS-nummer kan dus nooit op een betrouwbare wijze het jaar van de akte worden afgeleid.
  "XXXX.XXXX" = een doorlopend volgnummer binnen de DABS.
  "CC" = Het controlecijfer op basis van alle voorgaande cijfers.
  3.5. Bewijskracht akten van de burgerlijke stand (art. 23 - 25 BW)
  Artikel 23 BW legt het principe vast dat de akte van burgerlijke stand als enig bewijs geldt van de staat van de persoon, voor zover de wet hierover niets anders bepaalt.
  Een aantal bepalingen in het Burgerlijk Wetboek voorzien immers dat bepaalde elementen van de staat van de persoon met andere middelen kunnen bewezen worden, zoals bv. art. 25 BW. Ook het Wetboek van de Belgische Nationaliteit voorziet soms andere bewijsmiddelen.
  Ook de processen-verbaal opgesteld in uitzonderlijke omstandigheden (waardoor er gedurende een langere periode geen gedematerialiseerde of papieren akte van de burgerlijke stand voorhanden zal zijn, maar wel een proces-verbaal dat door de ABS is opgemaakt), of opgemaakt in geval van geboorte en overlijden op een schip of in een luchtvaartuig, gelden als enige bewijs van de staat van de persoon, zolang er op basis ervan geen akte van de burgerlijke stand werd opgemaakt.
  Wat de juridische bewijskracht betreft, moet er een onderscheid gemaakt worden tussen de (nieuwe) elektronische akten van de burgerlijke stand en de (oude) papieren akten.
  De elektronische akten, opgemaakt na 31 maart 2019, gelden tot bewijs van valsheid in geschrifte. Ze hebben dus volledige bewijswaarde (art. 24 BW).
  De in gedematerialiseerde vorm in de DABS opgenomen akten van de burgerlijke stand op basis van de voor 31 maart 2019 op papier opgemaakte akten (m.a.w. de gemigreerde papieren akten), gelden tot bewijs van het tegendeel (art. 25 BW).
  Wanneer de originele papieren akte niet overeenkomt met de scan of metadata van de in de DABS opgenomen akte geldt de papieren akte tot bewijs van valsheid in geschrifte, voor wat de gegevens daterend van voor 31 maart 2019 betreft. De metadata of scan van de akte in de DABS gelden tot bewijs van het tegendeel.
  De gegevens opgenomen of gewijzigd na de opname van de akte in de DABS gelden wel tot bewijs van valsheid in geschrifte.
  Zo zal bv. in geval van een op papier opgemaakte huwelijksakte, met een melding van echtscheiding enkel in elektronische vorm (want daterend van na 31 maart 2019), de echtscheiding gelden tot bewijs van valsheid in geschrifte.
  Bij een geboortedatum van één van de echtgenoten op de papieren akte die verschilt van de geboortedatum via metadata opgenomen in de DABS, zal de geboortedatum van de papieren akte een grotere bewijswaarde hebben (tenzij deze verbeterd zou zijn op de huwelijksakte na 31 maart 2019).
  In geval de gegevens van de originele papieren akte en de in de DABS gemigreerde akte dus niet overeenkomen, heeft de oorspronkelijke akte voorrang op de gemigreerde akte, voor de gegevens daterend van vóór de inwerkingtreding van de DABS. De eventuele verkeerd opgenomen metadata in de DABS kunnen dan aangepast worden op basis van de papieren akte.
  Hetzelfde geldt voor de in de DABS op basis van op papier opgemaakte processen-verbaal opgenomen akten van de burgerlijke stand (volgens de artikelen 14, 47 en 57): deze akten gelden tot bewijs van het tegendeel.
  De oorspronkelijke op papier opgemaakte processen-verbaal gelden tot bewijs van valsheid in geschrifte (art. 25 BW).
  Het is dus van belang om de papieren registers van de burgerlijke stand en de op papier opgemaakte processen-verbaal zorgvuldig te bewaren. Deze papieren stukken hebben een grotere bewijswaarde dan de gemigreerde akten. Ze hebben een permanente bewaarstatus. Ze kunnen bewaard worden in het archief, maar mogen nooit worden vernietigd.
  Het is uiteraard niet omdat deze akten bewaard worden, dat er nog randmeldingen in de papieren boeken kunnen noch mogen gebeuren. Alle wijzigingen gebeuren voortaan op elektronische wijze, via de DABS. Afschriften en uittreksels van de akten van de burgerlijke stand worden enkel nog afgeleverd via de DABS. Afschriften uit de papieren registers zijn niet meer toegestaan.
  3.6. Verloren gegane of vernietigde akten (art. 26 - 27 BW)
  Deze artikelen hernemen, in aangepaste vorm, de oude artikelen 46 en 47 BW.
  Verloren gegane of vernietigde akten van de burgerlijke stand (of akten die nooit hebben bestaan) kunnen worden vervangen.
  Het bewijs van de vernietiging of het verlies en de inhoud van de akten kan bewezen worden door geschriften, andere authentieke bronnen of getuigen.
  Dezelfde procedure als de verbetering van een akte bij de familierechtbank is van toepassing (zie art. 35, § 1 BW).
  Dit is ook mogelijk voor ontbrekende buitenlandse akten, zoals reeds het geval was in de praktijk.
  De vervangende akte van de burgerlijke stand, die wordt opgemaakt naar aanleiding van een vernietigde of verloren gegane akte op basis van artikel 26 BW, kan aan elke verzoekende overheid worden voorgelegd ter vervanging van de ontbrekende akte, indien de betrokkene aantoont dat hij nog steeds in de onmogelijkheid verkeert de ontbrekende akte van de burgerlijke stand te verkrijgen, en uiteraard voor zover de gegevens opgenomen in deze vervangende akte niet worden tegengesproken (art. 27 BW).
  De vervangende akte zal worden opgemaakt zoals elke andere akte van de burgerlijke stand (overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 2, afdeling 2), met vermelding van de gerechtelijke beslissing als basis, zoals voorzien in artikel 41, § 1 BW.
  Zo zal er dus bv. een vervangende geboorteakte worden opgemaakt op dezelfde wijze als een gewone geboorteakte, maar bij de basis van opmaak van de akte zullen de gegevens van de gerechtelijke beslissing vermeld worden.
  3.7. Afschriften en uittreksels (art. 28 BW)
  Artikel 28 BW definieert de begrippen `afschriften' en `uittreksels'.
  Een uittreksel vermeldt enkel de actuele gegevens van een akte, zonder de historiek van de staat van de persoon op wie de akte betrekking heeft weer te geven.
  Dit betekent dat, indien er wijzigingen zijn geweest sinds de opmaak van de akte van de burgerlijke stand, op het uittreksel niet zichtbaar is wat er gewijzigd werd en enkel de laatste toestand wordt weergegeven. De wijzigingen worden verwerkt en uitgevoerd door de DABS. Zo zal er bv. in een uittreksel van de geboorteakte van een kind dat ten volle werd geadopteerd geen melding staan van de adoptie. Bij de `ouders' zullen de adoptieouders vermeld staan.
  Het vroeger bestaande onderscheid tussen uittreksels met en zonder afstamming verdwijnt.
  Een afschrift vermeldt daarentegen altijd de oorspronkelijke gegevens van de akte en de wijzigingen in de staat van de persoon op wie de akte betrekking heeft die hebben plaatsgevonden na de opmaak van de akte.
  In het voorbeeld van de geboorteakte van het geadopteerde kind zal bijgevolg de adoptie zichtbaar zijn op het afschrift.
  Een afschrift vermeldt ook de historiek van de akte. De historiek wordt kort vermeld onder de oorspronkelijke gegevens, gelijkaardig aan de vermelding van de vroegere randmeldingen.
  De afschriften vermelden, in voorkomend geval, ook steeds de basis van de opmaak van de akte (zoals voorzien in art. 41, § 1, 5° ). Op uittreksels wordt de basis voor de opmaak van de akte niet vermeld, gelet op de bescherming van de persoonsgegevens van de betrokkene.
  3.7.1. Geldigheidsduur
  Op de afschriften en uittreksels zal steeds de termijn staan tot wanneer de authenticiteitscontrole via een uittrekselserver mogelijk is, alsook de weblink of andere elektronische verificatie waarop de controle mogelijk is. De geldigheidstermijn zal in principe 3 maanden bedragen vanaf de afgifte ervan. Het is aan de ontvangende autoriteit (meestal in het buitenland) om te bepalen of deze het document nadien nog wil aanvaarden, hoewel de controle via deze link niet meer mogelijk is.
  De termijn van de controle is beperkt omdat het afgeleverde uittreksel of afschrift slechts gedurende deze periode van geldigheid beschikbaar blijft op de uittrekselserver.
  3.7.2. Openbaarheid akten van de burgerlijke stand (art. 29 BW)
  Artikel 29, § 1 BW herneemt en past oud artikel 45 BW aan. Het bepaalt wanneer akten openbaar zijn en ook aan wie er afschriften of uittreksels kunnen worden afgeleverd.
  Openbaar houdt in dat de eenieder recht heeft op een afschrift of uittreksel.
  De termijnen van openbaarheid van de akten van de burgerlijke stand worden aangepast. De termijn van 100 jaar die van toepassing was op alle akten van de burgerlijke stand werd als te ruim beschouwd voor bepaalde akten en bemoeilijkt genealogisch onderzoek.
  Daarom wordt voorzien in gedifferentieerde openbaarheidstermijnen.
  Volgende akten zijn openbaar:
  - akten van overlijden van meer dan vijftig jaar oud;
  - akten van huwelijk van meer dan vijfenzeventig jaar oud;
  - anderen akten van meer dan honderd jaar oud.
  3.7.3. Aan wie afschriften en uittreksels afleveren?
  3.7.3.1. Openbare akten
  Iedereen heeft recht op afschriften en uittreksels van openbare akten van de burgerlijke stand. Het gaat dus om overlijdensakten van meer dan 50 jaar oud, huwelijksakten van meer dan 75 jaar oud en andere akten van de burgerlijke stand van meer dan 100 jaar oud.
  3.7.3.2. Niet-openbare akten
  De aflevering van afschriften en uittreksels van niet-openbare akten wordt sterk beperkt, omwille van redenen met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens.
  De personen die recht hebben op afschriften of uittreksels worden beperkt tot een kleine kring van personen rond de betrokkene. Het gaat met name om :
  - de persoon op wie de akte betrekking heeft;
  - zijn echtgenoot of echtgenote;
  - zijn wettelijk samenwonende;
  - zijn wettelijke vertegenwoordiger;
  - zijn bloedverwanten in de opgaande of nederdalende lijn;
  - zijn erfgenamen;
  - hun notaris;
  - hun advocaat.
  De wettelijke vertegenwoordiger dient hierbij ruim te worden geïnterpreteerd. Het gaat bv. ook om de bewindvoerder over een persoon.
  Dit zijn de personen die vroeger een afschrift of een uittreksel met afstamming konden bekomen.
  Voor akten van personen die een aanpassing van de registratie van hun geslacht hebben gedaan (toepassing van Titel IV/1 of artikel 1385quaterdecies, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek) wordt het recht op een afschrift nog verder beperkt. Het recht op een afschrift van deze akten (m.a.w. waarop de aanpassing van de registratie van het geslacht zichtbaar is) wordt beperkt tot de persoon op wie de akte betrekking heeft, zijn wettelijke vertegenwoordiger, zijn erfgenamen, hun notaris en hun advocaat.
  Bepaalde personen die vandaag uittreksels ontvangen zullen daar bijgevolg in de toekomst geen recht meer op hebben, zoals bv. begrafenisondernemers, tenzij mits een onderhandse volmacht van de erfgenamen.
  Wanneer de verschillende informatiebronnen zo veel als mogelijk met elkaar verbonden zijn, zullen uittreksels steeds minder nodig zijn (zie punt 3.7.6.).
  Omwille van redenen met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens, is het daarenboven wenselijk dat er in principe enkel nog uittreksels worden afgeleverd. Een afschrift zal dan enkel nog op uitdrukkelijk verzoek afgeleverd worden.
  De ABS mag echter niet nagaan of de aanvraag gerechtvaardigd is voor het doel waarvoor het afschrift wordt gevraagd, gezien dit een ongerechtvaardigde inmenging is in het privéleven van de burger.
  Het kan dus niet langer meer de bedoeling zijn dat er steeds afschriften worden afgeleverd. Dit gebeurde voorheen wel vaak omdat het praktischer was om een kopie te maken van een papieren akte dan een uittreksel op te stellen. Met de DABS is er op dat punt geen onderscheid meer en zullen er dus niet meer gegevens afgeleverd moeten worden dan nodig. Afschriften worden dus enkel afgeleverd indien de betrokken hierom uitdrukkelijk verzoekt.
  3.7.4. Afgifte via DABS - elektronisch zegel
  De aflevering van afschriften en uittreksels gebeurt steeds via de DABS, in die zin dat de authentificatie bij de aflevering steeds gebeurt door de DABS in de vorm van een elektronisch zegel, en niet door de ABS.
  Het is wel nog steeds mogelijk om de afgifte van het via de DABS afgeleverde afschrift of uittreksel te vragen aan de ABS, aan het loket of het e-loket. Ook in dit geval draagt het afschrift of uittreksel enkel het elektronisch zegel van de DABS.
  De burger zal daarnaast, in de toekomst waar hij zich ook bevindt, een uittreksel of afschrift met het elektronisch zegel van de DABS ook rechtstreeks uit de DABS ophalen via zijn pc.
  De afschriften en uittreksels vermelden ook steeds de datum van afgifte.
  3.7.5. Afschriften en uittreksels van papieren akten opgemaakt vóór 31 maart 2019
  Het afleveren van een afschrift in de vorm van een kopie uit de papieren registers van de burgerlijke stand is niet meer toegestaan.
  Van de `oude' papieren akten van de burgerlijke stand, die in de DABS werden opgenomen kunnen dus enkel nog afschriften en uittreksels worden afgeleverd via de DABS.
  De papieren registers worden immers niet meer bijgewerkt na 31 maart 2019.
  De afschriften van akten van de burgerlijke stand opgemaakt vóór 31 maart 2019 nemen steeds de vorm aan van de afdruk van de in gedematerialiseerde vorm in de DABS opgenomen oorspronkelijke akte met de hierop aangebrachte randmeldingen en de metadata van de wijzigingen van deze akte gedaan na de inwerkingtreding van de DABS.
  De gedematerialiseerde vorm van de akte kan zijn:
  - een scan van de akte;
  - een verzameling van metadata;
  - een combinatie van beiden.
  Een uittreksel van een `oude' akte neemt dezelfde vorm aan als een uittreksel van een akte opgemaakt na de inwerkingtreding van de DABS.
  Om een uittreksel uit een papieren akte te kunnen afleveren via de DABS dienen de metadata van de oude akte (die vermeld staan op een uittreksel in de nieuwe vorm) te worden opgenomen in de DABS. Op basis daarvan kunnen uittreksels worden afgeleverd op dezelfde wijze als deze van de nieuwe akten van de burgerlijke stand.
  In een overgangsbepaling (art. 109 Wet Modernisering Burgerlijke Stand) wordt voorzien dat een ABS, een griffier of een bevoegde ambtenaar van de FOD Justitie die vaststelt dat een akte van vóór 31 maart 2019 die aan hem moet worden voorgelegd niet is opgenomen in de DABS of waarvan metadata ontbreken, de ABS die houder is van het register waarin de akte zich bevindt kan verzoeken tot opname ervan in de DABS.
  Deze ABS moet deze akte dan onmiddellijk in gedematerialiseerde vorm en met de bijhorende metadata in de DABS opnemen. Het kan ook gaan om een vraag tot aanvulling van de metadata, indien bv. op afschrift niveau werd gemigreerd maar er een uittreksel van de akte wordt gevraagd, of tot een verbetering van fouten in de metadata.
  Het is aangewezen dezelfde werkwijze te volgen voor de ABS die verzocht wordt om een afschrift of uittreksel van dergelijke akte af te leveren.
  De precieze termijn voor de opname vanaf de notificatie aan de ambtenaar-houder van de akte wordt niet gepreciseerd, maar het is duidelijk dat dit zo snel als mogelijk en binnen een redelijke termijn dient te gebeuren. Zo niet kunnen er immers geen afschriften of uittreksels van worden afgeleverd. Een termijn van maximum 5 werkdagen moet volstaan. In hoogdringende gevallen moet dit onmiddellijk gebeuren. Zijn collega-ABS, de griffier of de bevoegde ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Justitie moet immers zijn procedure kunnen voortzetten binnen de wettelijke termijnen.
  3.7.6. Only once-principe
  Door de toepassing van het only-once principe en de rechtstreekse toegang die aan verschillende overheden en instellingen wordt verleend (cfr. artikel 78 BW) zullen er veel minder afschriften en uittreksels aangevraagd en afgeleverd moeten worden.
  Dit principe houdt in dat de documenten die door een burger werden voorgelegd aan een overheid of toegankelijk zijn voor een overheid, zoals via de DABS, niet opnieuw door een andere overheid aan die burger kunnen worden opgevraagd. De overheid moet dan zelf de DABS raadplegen.
  Afschriften en uittreksels zullen bijgevolg vooral nog worden aangevraagd om aan private instellingen (zoals banken en verzekeringsmaatschappijen) of in het buitenland te worden voorgelegd.
  3.7.7. Taal
  De ABS maakt de akte, overeenkomstig de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, op in de taal van zijn gebied.
  In principe kunnen de afschriften en uittreksels van akten van de burgerlijke stand opgemaakt na de inwerkingtreding van de DABS in één van de drie landstalen worden afgeleverd. Voor deze nieuwe akten worden er immers geen beelden (scans) ingevoerd, maar enkel metadata: de gegevens die in een akte moeten voorkomen worden ingevuld in velden (bv. een veld voor naam, voornaam, datum van feit, ...). De nieuwe akten zijn dus taalonafhankelijk gezien zij op de metadata gebaseerd zijn.
  Daar in de DABS de akten en afschriften en uittreksels geuniformiseerd en gestandaardiseerd zijn, kunnen afschriften en uittreksels dus worden geraadpleegd in een Frans, Duits, Nederlandstalig of een meertalig sjabloon, en ook zo worden afgeleverd.
  Indien bijvoorbeeld een uittreksel uit een Franstalige akte van de burgerlijke stand in Vlaanderen wordt opgevraagd, zal dit bijgevolg in het Nederlands afgeleverd kunnen worden. Zo kan worden vermeden dat een burger het uittreksel nog moet laten vertalen.
  Hetzelfde geldt voor de uittreksels van de `oude' papieren akten, daar deze met dezelfde metadata als deze van de `nieuwe' akten in de DABS worden opgenomen. Voor de afschriften van de oude akten zal dit niet het geval zijn. Het afschrift van een oude akte is immers gebaseerd op een beeld van de akte. Het afschrift zal dan bestaan in een afdruk van het beeld van de oude akte, waarvan uiteraard geen vertaling voorzien kan worden door de DABS.
  3.7.8. Bewijskracht van afschriften en uittreksels van papieren akten in DABS
  De bewijskracht van de afschriften en uittreksels van akten opgemaakt vóór 31 maart 2019 (in gedematerialiseerde vorm opgenomen in de DABS) is niet dezelfde als deze van akten opgemaakt na 31 maart 2019, gezien de bewijswaarde van de akten waarop de afschriften en uittreksels betrekking hebben niet gelijk is. De elektronische akten opgemaakt na 31 maart 2019 hebben immers volledige bewijswaarde (nl. tot bewijs valsheid in geschrifte), in tegenstelling tot de oude papieren akten die nadien in de DABS werden opgenomen, die slechts gelden tot bewijs van tegendeel.
  Het is echter niet mogelijk om personen voor het verkrijgen van afschriften en uittreksels toch te verwijzen naar de ABS die de papieren akte in zijn bezit heeft, gezien op de papieren akten nooit de bijwerkingen zullen staan die nadien in de DABS werden gemaakt voor die akte. Dit afschrift of uittreksel zal dus onvolledig zijn. Het is ook niet mogelijk om volledige bewijswaarde (tot valsheid in geschrifte) te geven aan de in gedematerialiseerde vorm in de DABS opgenomen akten opgemaakt voor de inwerkingtreding van de DABS. De papieren akte zal immers steeds het origineel zijn. Er kunnen immers fouten voortkomen uit de opname ervan in gedematerialiseerde vorm in de DABS (bv. door het scannen wordt een woord dat was uitgewist toch zichtbaar).
  Art. 30, § 3 BW voorziet hiervoor dat indien het afgeleverde afschrift of uittreksel op basis van een op papier opgemaakte akte voor de inwerkingtreding van deze wet niet wordt aanvaard, of wordt betwist voor het doel waartoe het dient, hiervan een afschrift of uittreksel afgeleverd wordt op basis van het papieren register, met toevoeging van de bijwerkingen op de akte in de DABS. Deze mogelijkheid dient beperkt te blijven tot zeer uitzonderlijke omstandigheden, daar het doel is om afschriften en uittreksels steeds door de DABS op elektronische wijze te laten afleveren. Enkel in het geval van betwisting of bv. niet aanvaarding door een buitenlandse autoriteit om specifieke redenen zou een afschrift of uittreksel van de originele papieren akte (met de bijwerkingen op deze akte opgenomen in de DABS) afgeleverd moeten worden door de ABS die de akte onder zich in zijn papieren registers heeft .
  3.7.9. Vorm van het afschrift van een akte op basis van een buitenlandse akte
  Artikel 28, § 3 BW bepaalt de vorm van een afschrift van een akte op basis van een buitenlandse akte (opgemaakt volgens Hoofdstuk 2, Afdeling 15, zie punt 4.2.14).
  Dergelijk afschrift bevat:
  1. de oorspronkelijke gegevens van de Belgische akte op basis van een buitenlandse akte;
  2. de referentiegegevens van de buitenlandse akte die aan de basis lag;
  3. de metadata van de wijzigingen van deze akte (historiek na opmaak Belgische akte ).
  De opmaak van akten van de burgerlijke stand op basis van een buitenlandse akte is mogelijk door voorlegging van een afschrift of uittreksel van de buitenlandse akte.
  De opmaak van de Belgische akte op basis van een uittreksel van de buitenlandse akte verhindert niet dat er latere wijzigingen in de akte kunnen verwerkt worden.
  Bijgevolg zal een afschrift ook de historiek van na de opmaak van de Belgische akte vermelden, in de vorm van de metadata van de wijzigingen. Dit is ook het geval voor een afschrift van een in de DABS gemigreerde papieren akte, waarop na de migratie ervan wijzigingen gebeurden in de DABS.
  Concreet kan die historiek dan bv. het volgende zijn: een erkenning, een verklaring van naamkeuze, een voornaamsverandering, een verbetering door een rechtbank, .... Het kan dan gaan om zowel Belgische akten of beslissingen of in België erkende buitenlandse akten of beslissingen.
  Indien de betrokkene in de toekomst een afschrift of uittreksel in België dient voor te leggen van zijn buitenlandse akte, kan de betrokkene zich dus beroepen op een afschrift of uittreksel van de Belgische akte op basis van de buitenlandse akte. Hij dient dus niet terug te keren naar de afleverende autoriteit in het buitenland.
  3.7.10. Genealogische opzoekingen
  Artikel 79 BW stelt dat de Koning zal bepalen op welke wijze akten raadpleegbaar zijn voor genealogische, historische of andere wetenschappelijke doeleinden.
  [1 De ambtenaar van de burgerlijke stand kan tot op de datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit over de genealogische opzoekingen (voorzien in artikel 79 BW) afschriften van akten van de burgerlijke stand afleveren voor genealogische, historische of andere wetenschappelijke doeleinden, op voorwaarde dat de verzoeker beschikt over de schriftelijke toestemming van alle personen waarop de akte betrekking heeft, voor zover deze nog in leven zijn. In geval deze personen overleden zijn, volstaat de toestemming van één van de nabestaanden.
   De ambtenaar van de burgerlijke stand levert de afschriften met dit doel af door middel van een kopie uit de papieren registers van de burgerlijke stand (en dus geen afschrift afgeleverd uit de DABS), en vermeldt hierop: `afgeleverd voor genealogische, historische of andere wetenschappelijke doeleinden'.]1

  3.7.11. Legalisatie
  Art. 29, § 3, BW herneemt uit oud artikel 45 BW dat de uittreksels en afschriften die bestemd zijn om in het buitenland te worden gebruikt, voor zover vereist, gelegaliseerd moeten worden door de Minister van Buitenlandse Zaken of zijn gemachtigde ambtenaar. Het zal dus het elektronisch zegel zijn dat gelegaliseerd wordt.
  Het is van belang hier ook te wijzen op de Verordening Openbare documenten (Voluit: Verordening (EU) 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 inzake de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012).
  Deze Verordening is immers van toepassing op de akten van de burgerlijke stand. Voor wat de artikelen die van toepassing zijn op de akten van de burgerlijke stand, is deze Verordening in werking getreden op 16 februari 2019.
  Deze Verordening schaft onder andere de legalisatie- en apostillevereiste af voor bepaalde openbare documenten en vereenvoudigt de formaliteiten met betrekking tot gewaarmerkte afschriften en vertalingen tussen de EU-lidstaten.
  Het toepassingsgebied van de verordening strekt zich uit tot:
  - geboorte;
  - in leven zijn;
  - overlijden;
  - naam;
  - huwelijk, daaronder begrepen de bekwaamheid om te huwen en de huwelijkse staat;
  - echtscheiding, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van het huwelijk;
  - geregistreerd partnerschap, daaronder begrepen de bekwaamheid om een geregistreerd partnerschap aan te gaan en de status van geregistreerd partnerschap;
  - ontbinding van een geregistreerd partnerschap, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van een geregistreerd partnerschap;
  - afstamming
  - adoptie;
  - woon- en/of verblijfplaats;
  - nationaliteit;
  - de afwezigheid van een strafblad;
  - de openbare documenten die moeten worden voorgelegd voor het uitoefenen van het actief of passief kiesrecht bij verkiezingen voor het Europees Parlement of bij gemeenteraadsverkiezingen.
  Er wordt wel opgemerkt dat de Verordening enkel betrekking heeft op de echtheid van het openbare document en niet op de erkenning van de inhoud of de gevolgen ervan.
  De Verordening heeft tot gevolg dat andere EU-lidstaten geen legalisatie of apostille van de afschriften en uittreksels van akten van de burgerlijke stand die onder het toepassingsgebied van de Verordening vallen meer mogen vragen.
  3.7.12. Modellen van afschriften en uittreksels
  Het koninklijk besluit van 3 februari 2019 tot vaststelling van de modellen van uittreksels en afschriften van akten van de burgerlijke stand (B.S. 15 februari 2019) stelt de modellen van uittreksels en afschriften van akten van de burgerlijke stand vast.
  De modellen zijn terug te vinden als bijlage bij het Koninklijk besluit en die werden geïntegreerd in de DABS.
  Er zijn uittreksels voorzien voor de volgende akten :
  - de akte van geboorte;
  - de akte van huwelijk;
  - de akte van overlijden;
  - de akte van erkenning;
  - de akte van prenatale erkenning;
  - de akte van adoptie;
  - de akte van een levenloos kind;
  - de akte van afwezigheid;
  - de akte van Belgische nationaliteit;
  Er zijn afschriften voorzien voor de volgende akten :
  - de akte van geboorte;
  - de akte van huwelijk;
  - de akte van overlijden;
  - de akte van erkenning;
  - de akte van prenatale erkenning;
  - de akte van adoptie;
  - de akte van een levenloos kind;
  - de akte van afwezigheid;
  - de akte van Belgische nationaliteit;
  - de akte van aanpassing van de registratie van het geslacht;
  - de akte van echtscheiding;
  - de akte van naamsverandering;
  - de akte van voornaamsverandering;
  - de akte van verklaring van naamskeuze;
  - de akte van nietigverklaring;
  De basis van de opmaak van de akte kan zijn :
  - een rechterlijke beslissing;
  - een proces-verbaal;
  - een koninklijk of ministerieel besluit;
  - een buitenlandse akte;
  - een buitenlandse administratieve of rechterlijke beslissing.
  De historiek van de staat van de persoon bestaat uit een chronologisch overzicht, volgens datum van registratie in de DABS, van de gewijzigde gegevens van de oorspronkelijke akte, met vermelding van de beslissing of akte die aan de basis ligt van de wijziging.
  Het koninklijk besluit verduidelijkt verder dat in de afschriften de oorspronkelijke gegevens van de akte aangevuld worden met de basis van de opmaak van de akte en de historiek van de staat van de persoon. Daarnaast somt het op welke de vermeldingen zijn voor elke mogelijke basis van de akte en voor de gewijzigde gegevens van de oorspronkelijke akte.
  In de modellen is eveneens het gegeven `datum uitwerking' voorzien.
  Het datamodel DABS voorziet immers voor elke akte twee datums, namelijk de datum van het feit en de datum van opmaak van de akte.
  De datum van het feit wordt in principe enkel ingevuld in de akten van geboorte, van overlijden, van huwelijk en van een levenloos kind (datum bevalling). In deze gevallen zal de datum van uitwerking de datum van de opmaak van de akte zijn.
  In de andere gevallen zal in de DABS de datum van uitwerking gelijk zijn aan de datum van de opmaak van de akte, tenzij de ambtenaar van de burgerlijke stand bij de opmaak van de akte op basis van een bijgevoegd stuk (buitenlandse gerechtelijke of administratieve beslissing, een vonnis of arrest, een proces-verbaal, ...) een andere datum van uitwerking heeft ingevuld die kan teruggevonden worden in de toegevoegde bijlage. De `datum uitwerking' zal in die gevallen dus respectievelijk betrekking hebben op de datum van uitwerking van de adoptie, van de erkenning, van de naamsverandering, ....
  De modellen van uittreksels en afschriften zijn dynamisch samengesteld. Niet alle mogelijke vermeldingen moeten immers in elk uittreksel of afschrift verschijnen.
  De gegevens die zijn opgenomen achter het symbool "•" zijn facultatief. Deze gegevens worden enkel in het afschrift of uittreksel vermeld als ze van toepassing zijn.
  Bij de gegevens die zijn opgenomen achter het symbool "o" moet er minstens één van de opties worden aangeduid. Enkel de gekozen optie moet verschijnen op het afschrift of uittreksel.
  3.8. Wijzigingen van akten van de burgerlijke stand
  Het systeem van de randmeldingen van akten van de burgerlijke stand wordt afgeschaft.
  In een digitale databank kunnen meldingen in de kant van een akte niet meer bestaan, daar alle gegevens in metadata in het systeem worden opgenomen en op elektronische wijze met de juiste akten worden verbonden.
  Voortaan kunnen akten van de burgerlijke stand op de volgende wijzen wijzigingen ondergaan :
  1° door de rechtstreekse wijziging van een akte (`tweede versie' akte) (art. 31 BW);
  2° door een automatische melding (art. 32 BW);
  3° door de opmaak van een basisakte.
  Deze werkwijzen vervangen dus de vroegere akten van overschrijving van rechterlijke of andere beslissingen en de randmelding daarvan op andere akten van de burgerlijke stand.
  3.8.1. Rechtstreekse wijzigingen van akten (gewijzigde akten)
  In plaats van een akte te `randmelden' naar aanleiding van een Belgische of buitenlandse rechterlijke beslissing, zal in bepaalde gevallen de reeds bestaande akte zelf gewijzigd worden. De ambtenaar van de burgerlijke stand zal m.a.w. een `tweede versie' van de akte maken.
  Zo zal de afstamming op de geboorteakte bv. worden gewijzigd na een rechterlijke beslissing die de afstamming vaststelt.
  De rechtstreekse wijzigingen van akten zijn slechts voorzien voor een beperkt aantal gevallen, met name:
  [1 1° Een rechterlijke beslissing die (art. 31, § 1 BW):
   - de afstamming betwist of vaststelt of een erkenning nietig verklaart;
   - een akte verbetert;
   - een naams- of voornaamsverandering toestaat.]1

  Het moet gaan om in kracht van gewijsde gegane beslissing die een wijziging van één of meerdere akten van de burgerlijke stand tot gevolg heeft én er moet geen basisakte voor opgemaakt kunnen worden.
  Met basisakten worden bedoeld de akten van de burgerlijke stand vermeld in Boek I, Titel 2, Hoofdstuk 2 van het Burgerlijk Wetboek.
  Een beslissing die de afstamming wijzigt noodzaakt een aanpassing van de akte omdat er geen basisakte `akte van afstammingswijziging' bestaat en er geen automatische melding kan gebeuren door de DABS. De tussenkomst van de ABS is noodzakelijk omdat er een inhoudelijke beoordeling vereist is van de gegevens van de rechterlijke beslissing die de burgerlijke staat wijzigt. In dit geval kan het ook om buitenlandse rechterlijke beslissingen gaan.
  Hetzelfde geldt voor de verbetering van akten van de burgerlijke stand door de familierechtbank. Hier zijn wel enkel de Belgische rechtbanken zijn voor bevoegd en het kan dus enkel om Belgische beslissingen gaan.
  [1 Hetzelfde geldt voor de nietigverklaring van een erkenning. De ABS zal in dat geval de volgende akten opmaken of wijzigingen doorvoeren :
   1) in het geval de erkenning in een afzonderlijke akte gebeurde:
   - de opmaak van de akte van nietigverklaring van een erkenning door de ambtenaar van de burgerlijke stand en
   - de wijziging van de akte(n) van de burgerlijke stand van het kind en van zijn afstammelingen (volgens artikel 31 Burgerlijk Wetboek);
   De afstamming op de geboorteakte zal dus worden gewijzigd na de nietigverklaring van een erkenning.
   2) in het geval de erkenning in de geboorteakte zelf gebeurde:
   - de wijziging van de akte(n) van de burgerlijke stand van het kind en van zijn afstammelingen (volgens artikel 31 Burgerlijk Wetboek)]1

  Wat de naams- of voornaamsverandering betreft, gaat het om de gevallen bedoeld in artikel 370/9 van het Burgerlijk Wetboek en dus de beroepen ingesteld bij de familierechtbank tegen weigeringen van de minister van Justitie en de ABS om respectievelijk een naams- of voornaamsverandering toe te staan. Een buitenlandse rechterlijke beslissing naams- of voornaamsverandering die erkend kan worden op basis van art. 39 WIPR wordt verwerkt via de akte van (voor)naamsverandering.
  Indien de familierechtbank de verandering toestaat, wijzigt de ABS de akte van geboorte en verbindt deze met de andere akten van de begunstigde en, in geval van voornaamswijziging, met de akten van geboorte van zijn afstammelingen van de eerste graad.
  Indien het een Belgische rechterlijke beslissing betreft, zal de griffier de gegevens nodig voor deze wijziging onmiddellijk doorsturen via de DABS naar de bevoegde ABS.
  [1 De gewijzigde akte vermeldt de gegevens van de rechterlijke beslissing (rechterlijke instantie, datum uitspraak) alsook de inhoud van de rechterlijke beslissing (betwisting/vaststelling van een afstammingsband, nietigverklaring erkenning, verbetering van een akte, naams-of voornaamsverandering).]1
  Al deze gegevens worden in metadata in het systeem opgenomen en met de akte verbonden.
  De vermeldingen van de `gewijzigde akte' zijn dus gegevens die in de `historiek' bij deze akte worden vermeld en dus ook zichtbaar zijn zowel bij de raadpleging van de akte als bij de aflevering van een afschrift ervan.
  2° Verbetering van een materiële vergissing door de ABS (art. 31, § 2 BW) (zie punt 3.9.1.)
  In dit geval maakt de bevoegde ambtenaar de gewijzigde akte of akten op ten gevolge van de verbetering van een materiële vergissing die een wijziging van één of meerdere akten van de burgerlijke stand tot gevolg heeft.
  De gewijzigde akte vermeldt de verbetering van de akte. De verbetering zal dus ook steeds zichtbaar zijn bij de raadpleging in de DABS of bij aflevering van een afschrift ervan.
  De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand is de algemeen bevoegde ambtenaar of de ambtenaar van de plaats van opmaak van de akte.
  De wijziging van een akte zal in bepaalde gevallen ook de automatische wijziging meebrengen door de DABS van de andere akten van de betrokkene, en eventueel van zijn afstammelingen. De DABS verbindt deze akten immers met elkaar.
  Het zal wel steeds duidelijk zijn wat er gewijzigd is sinds de oorspronkelijke akte, bij de raadpleging hiervan in de DABS. Het zal ook steeds mogelijk zijn de historiek te raadplegen, met datum en reden van wijziging.
  [1 3° Een andere akte of een aangifte (bv. door middel van een medisch attest of een verklaring) (art. 31, § 2 BW).
   Door de toevoeging van deze nieuwe wettelijke basis voor rechtstreekse wijzigingen van akten door de ambtenaar van de burgerlijke stand wordt vermeden dat dit soort wijzigingen door de ABS technisch worden opgelost via een "materiële vergissing".
   De opmaak van een gewijzigde akte op basis van een andere akte maakt het voortaan mogelijk om foutieve of onvolledige gegevens in een bestaande akte te wijzigen in de correcte of volledige gegevens, indien de akte die deze wijziging staaft wordt voorgelegd.
   In regel zal het meestal gaan om de geboorteakte die niet ter beschikking was op het moment van de opmaak van de te wijzigen akte (anders zou van de gewijzigde akte op basis van een materiële vergissing gebruik kunnen gemaakt worden, wat indien mogelijk ook steeds de voorkeur geniet).
   Het kan ook gaan om een gegeven dat niet onder de definitie van de materiële vergissing valt zoals bv. de geboorteplaats of -land van een ouder in de geboorteakte of van een echtgenoot in een huwelijksakte, maar wel op deze manier kan juist worden gezet.
   Een ander toepassingsgebied is de vermelding van persoonsgegevens in akten van vreemdelingen waar er in het land een verschil gemaakt wordt tussen de gegevens opgenomen op een paspoort (gebruikt als basis van inschrijving in het vreemdelingenregister) en de akten van de burgerlijke stand die de staat van de persoon uiteindelijk vaststellen. Zo vermeldt niet elk paspoort alle voornamen van een persoon, of is het ook mogelijk dat het paspoort het patroniem niet vermeldt of een andere volgorde hanteert voor het vermelden van voornamen, familienamen of andere naamsvermeldingen.
   Tot slot kan de wijzigingsakte op basis van een andere akte ook gebruikt worden indien de staat van de persoon in een bestaande akte gewijzigd is, maar er geen andere wettelijke basis voorhanden is om een basisakte of gewijzigde akte op te maken: bv. de moeder van een kind geboren in een Belgische gemeente verandert van naam door een opvolgend huwelijk in het buitenland. De huwelijksakte met naamsverandering kan niet opgenomen worden in de DABS, maar er kan een gewijzigde akte worden opgemaakt van de geboorteakte van het kind.
   Het is belangrijk op te merken dat de gewijzigde akte op basis van een andere akte niet kan worden gebruikt om identiteitsfraude in een akte recht te zetten of om de bevoegdheid van de familierechtbank inzake de verbetering van de akten van de burgerlijke stand te omzeilen. Het is dus niet de bedoeling om louter op voorleggen van de geboorteakte de persoonsgegevens volledig te veranderen, de afstamming te wijzigen of verschillende gegevens in dezelfde akte te gaan wijzigen (zie punt 3.9.2.). Het is enkel de bedoeling om een gewijzigde akte op basis van een andere akte op te maken indien de oorspronkelijke akte door een gebrek aan informatie fouten of onvolledigheden bevat, maar we niet twijfelen aan de identiteit van de persoon noch aan de staat van de persoon die wordt vastgelegd in die akte. Evenmin is het mogelijk de gewijzigde akte op basis van een andere akte te gebruiken om de wijziging van de staat van de persoon te verwerken indien de opmaak noodzakelijk is van een geëigende basisakte: bv een buitenlandse akte of beslissing tot naamsverandering is in de regel de basis voor de opmaak van een akte van naamsverandering, maar niet van een gewijzigde akte.
   Enkele concrete voorbeelden kunnen dit verduidelijken. De gewijzigde akte op basis van een andere akte kan opgemaakt worden om:
   - afgekorte of niet opgenomen voornamen of delen van namen voluit te schrijven of toe te voegen: vb. een vreemdeling is ingeschreven in het Rijksregister op basis van zijn paspoort waarbij een aantal voornamen werden afgekort en legt nu zijn geboorteakte voor; vb: door een vergissing van de ABS werd een persoon in zijn huwelijksakte van voor 31 maart 2019 opgenomen met een enkele in plaats van een dubbele naam, de geboorteakte bevatte de dubbele naam: er is zekerheid over de identiteit;
   - een patroniem of een "middle name" toe te voegen: bv. een Russische persoon wordt in het Rijksregister ingeschreven zonder patroniem omdat dit niet in Latijns schrift op de Russische reispaspoorten wordt vermeld, echter wel wordt opgenomen in de Russische geboorteakten en andere akten van de burgerlijke stand;
   - een huwelijksnaam als naam op te nemen indien deze persoon deze reeds droeg maar nog met meisjesnaam in de eerste akte vermeld staat omdat de huwelijksnaam nog niet in het Rijksregister was geregistreerd wat de voorlegging van een nieuw paspoort veronderstelt;
   - een fout in het geboorteland te corrigeren: bv. Congo in plaats van Zaïre;
   - een fout in de geboorteplaats van een persoon opgenomen in de akte te corrigeren: bv. een spelfout in de plaatsnaam of probleem met de administratieve indeling. Zo wordt in vele paspoorten (en dus in het Rijksregister) de staat, provincie of zelfs het land maar niet de eigenlijke gemeente van geboorte vermeld die doorgaans wel blijkt uit een geboorteakte;
   - voornamen of een familienaam toe te voegen wanneer die voordien niet geregistreerd werd maar wel uit akten van de burgerlijke stand blijkt: vb. 1: vele Irakezen staan op basis van een eerder voorgelegd paspoort ingeschreven met enkel eigennaam-vadersnaam-grootvadersnaam, maar blijken nadien wel over een familienaam te beschikken wanneer ze van hun autoriteiten een nieuw paspoort overhandigd krijgen en een geboorteakte met die naam; vb. 2: Congolezen staan vaak in oude akten opgenomen met enkel een familienaam zoals gebruikelijk in het Zaïrese tijdperk, maar leggen nu geboorteakten voor met voornamen;
   - het onderscheid tussen welke elementen voor- of familienaam zijn indien dit niet duidelijk was voorheen (bv. "middle name", "postnom", naamketens enz.);
   - geboorteakten werden in de DABS opgemaakt met onbekende geboorteplaats of zonder geboortedatum omdat deze niet voorkwamen op het afschrift of uittreksel van een buitenlandse akte, nu worden de geboorteakten voorgelegd van die ouders met de ontbrekende gegevens.
   Er zijn eveneens negatieve voorbeelden aan te wijzen waarbij de gewijzigde akte op basis van een andere akte niet kan opgemaakt worden:
   - een persoon is ingeschreven met persoonsgegevens op verklaring, deze persoonsgegevens komen ook in Belgische akten terecht. Na regularisatie wordt een paspoort en geboorteakte voorgelegd met andere persoonsgegevens en DVZ heeft de wijziging van de persoonsgegevens in het Rijksregister toegestaan. Vermits er mogelijk sprake is van identiteitsfraude dient de verbetering aan de familierechtbank gevraagd te worden;
   - een persoon meldt dat zijn vorige documenten die hij voorlegde of de verklaringen die hij aflegde niet correct waren, hij legt nu nieuwe documenten voor: vermits er twijfel is over de identiteit en meestal ook meerdere elementen tezamen dienen verbeterd te worden dient de tussenkomst van de familierechtbank voor de verbetering van de bestaande akten te worden gevraagd;
   - een geboorteakte is opgemaakt met een moederlijke afstamming of een erkenning, nadien wordt de huwelijksakte voorgelegd: vermits er een wijziging van de afstamming zou plaatsvinden door het opmaken van een akte op basis van een andere akte is alleen de familierechtbank bevoegd.
   Een rechtstreekse wijziging van een akte op basis van een aangifte was enkel voorzien voor de toevoeging van een familienaam in een akte van een levenloos kind (volgens het overgangsrecht van de Wet van 19 december 2018 tot wijziging van diverse bepalingen inzake de regelgeving betreffende het levenloos kind - B.S. 1 februari 2019) en wordt nu als algemene mogelijkheid in de wet ingeschreven. Op die manier kan de aangifte van het geslacht (met medisch attest) via een gewijzigde akte verwerkt worden (art. 48 BW).
   De bevoegde ambtenaar maakt onmiddellijk de gewijzigde akte of akten op ten gevolge van de andere akte of aangifte die aan de basis van de wijziging ligt en die een wijziging van één of meerdere akten van de burgerlijke stand tot gevolg heeft.
   De gewijzigde akte vermeldt de wijziging van de akte. De wijziging zal dus ook steeds zichtbaar zijn bij de raadpleging in de DABS of bij aflevering van een afschrift ervan.
   De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand is de algemeen bevoegde ambtenaar of de ambtenaar van de plaats van opmaak van de akte.
   De wijziging van een akte zal in bepaalde gevallen ook de automatische wijziging meebrengen door de DABS van de andere akten van de betrokkene, en eventueel van zijn afstammelingen. De DABS verbindt deze akten immers met elkaar.
   Het zal wel steeds duidelijk zijn wat er gewijzigd is sinds de oorspronkelijke akte, bij de raadpleging hiervan in de DABS. Het zal ook steeds mogelijk zijn de historiek te raadplegen, met datum en reden van wijziging.
   De DABS verstuurt bij elk gebruik van de verbetering overeenkomstig artikel 33 BW (materiële vergissing) of wijziging van een akte op basis van een andere akte of van een aangifte een notificatiebericht naar de bevoegde procureur des Konings. Het parket heeft immers een algemene toezichtsfunctie over de burgerlijke stand. Deze kan dan op bepaalde tijdstippen bv. een lijst trekken van alle verbeteringen bij deze procedure, en nagaan of hier geen misbruik van wordt gemaakt.]1

  [1 ]1 [1 Schema
   Schematisch kan dit als volgt worden voorgesteld:
   1. Buitenlandse rechterlijke beslissing inzake afstamming => ABS => opmaak gewijzigde akte
   2. Belgische rechterlijke beslissing (afstamming, nietigverklaring erkenning, verbetering, naams- of voornaamsverandering) => griffier => ABS => opmaak gewijzigde akte
   3. Verbetering materiële vergissing => ABS => opmaak gewijzigde akte
   4. Wijziging akte o.b.v. een andere akte/aangifte => ABS => opmaak gewijzigde akte.]1

  3.8.2. Meldingen op akten van de burgerlijke stand (art. 32 BW)
  Voor een beperkt aantal gevallen van Belgische rechterlijke of andere beslissingen die de burgerlijke staat van een persoon wijzigen wordt er een nieuwe werkwijze ingevoerd om deze bekend te maken op de akten van de burgerlijke stand van de betrokkene, zonder tussenkomst van de ABS.
  [1 Dit is het geval voor:
   1° echtscheidingen (art. 1275, § 2 en art. 1303 Ger. W.);
   2° naamsveranderingen (art. 370/7 BW);
   3° nietigverklaringen van een huwelijk (art. 193ter BW, art. 391octies SW. en art. 79quater, § 4, Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen);
   4° vernietiging of intrekking van een vergunning tot naamsverandering (art. 370/8 BW);
   5° terugkeer van de betrokkene ingeval van een verklaring van afwezigheid (art. 122, derde lid, BW) of van een gerechtelijke verklaring van overlijden (art. 134, derde lid, BW).]1

  In een eerste fase zal deze automatisch gegenereerde melding enkel voorzien zijn voor de echtscheidingen (1° ) en naamsveranderingen (2° ).
  Het gaat om rechterlijke beslissingen of andere beslissingen van Belgische autoriteiten die geen inhoudelijke beoordeling vereisen van gegevens van individuele akten of beslissingen door de ABS. Deze beslissingen werden immers reeds rechtsgeldig ondertekend door de daarvoor bevoegde autoriteit (de Koning, de rechter of de bevoegde openbare ambtenaar).
  De gegevens van deze beslissingen zullen door de griffiers en openbare ambtenaren van de Dienst Naamsverandering worden doorgestuurd naar de DABS.
  De DABS zal op basis van de doorgestuurde gegevens dan een automatisch gegenereerde melding opmaken. Deze e-melding wordt in de DABS verbonden met de akten van de burgerlijke stand waarop ze betrekking heeft.
  De ABS komt hier dus niet in tussen. De hierboven vernoemde beslissingen en besluiten wijzigen volstrekt autonoom de staat van een persoon. De registratie van de melding in de DABS heeft enkel tot doel hieraan publiciteit te geven.
  De onveranderlijkheid van deze verbinding wordt gewaarborgd door de ondertekening met een elektronisch zegel van de DABS.
  De meldingen worden onder de verantwoordelijkheid van het beheerscomité van de DABS (opgericht in artikel 73, § 1 BW) opgemaakt en verbonden met de akten waarop ze betrekking hebben.
  Deze elektronische verbindingen zullen, zoals de overige wijzigingen, zichtbaar zijn bij de raadpleging van de akte in de DABS.
  De melding is dus geen wijziging van de akte in de strikte betekenis, maar wijzigt de staat van de persoon door de verbinding met de akte.
  In het voorbeeld van een Belgisch echtscheidingsvonnis zullen de gegevens van de echtscheiding zichtbaar zijn bij de raadpleging van de huwelijksakte in de DABS of op een uittreksel van de huwelijksakte (zoals vroeger het geval was bij een randmelding).
  De meldingen bevatten steeds de gegevens van de rechterlijke beslissing of het Koninklijk besluit dat aan de basis ligt van de melding en het aktenummer van de akte waarop de melding betrekking heeft.
  [1 Daarnaast worden in de gevallen van echtscheiding, de vergunning tot naamsverandering en nietigverklaring een aantal van de gegevens vermeld als deze voorzien in de akte van echtscheiding (art. 64, 1° en 3° BW), de akte van naamsverandering (art. 63, 1°, 2° en 4° BW) en de akte van nietigverklaring (art. 66 BW).]1
  De intrekking van een koninklijk besluit tot vergunning van naamsverandering is mogelijk in het geval een vergissing in het besluit en in het geval van laattijdige afstand.
  [1 Schematisch:
   1) Belgische gerechtelijke beslissing tot
   1° echtscheiding;
   2° nietigverklaring van een huwelijk;
   3° terugkeer van de betrokkene ingeval van een verklaring van afwezigheid of een gerechtelijke verklaring van overlijden;
   4° vernietiging of intrekking van een vergunning tot naamsverandering.
   De griffier verstuurt gegevens beslissing via DABS
   => DABS maakt melding op (elektronisch zegel DABS) + DABS verbindt automatisch met andere akten indien nodig.]1

  2) Belgische naamsverandering
  De FOD Justitie (Dienst Naamsverandering) verstuurt gegevens via DABS
  => DABS maakt melding op (elektronisch zegel DABS) + DABS verbindt automatisch met andere akten indien nodig.
  Een e-melding wordt slechts gegenereerd indien het gaat om Belgische beslissingen.
  Buitenlandse vonnissen, arresten en beslissingen zullen, zoals vandaag, steeds beoordeeld worden door de ABS. Deze geven aanleiding tot de opmaak van een Belgische akte op basis van de buitenlandse beslissing (bv. akte van echtscheiding), dan wel tot opmaak van een gewijzigde akte in de gevallen hierboven besproken (bv. afstamming).
  3.8.3. Opmaak basisakte
  De opmaak van basisakten, in voorkomend geval opgemaakt op basis van een buitenlandse akte, tenslotte kan ook een impact hebben op andere akten van de burgerlijke stand. In deze gevallen gebeurt de `wijziging' van de andere akten door de verbinding van de basisakte met deze akten.
  Voorbeeld : een akte van erkenning wijzigt de akte van geboorte. De akte van erkenning wordt verbonden met de geboorteakte, waarin de vaderlijke afstamming toegevoegd zal worden.
  Voorbeeld : Een Franse erkenningsakte van een in België geboren kind die enkel de moederlijke afstamming vermeldt. Een Belgische akte van erkenning wordt opgemaakt op basis van de Franse erkenningsakte (zie punt 4.2.14.). Deze Belgische akte van erkenning wordt verbonden met de geboorteakte, waarin de vaderlijke afstamming toegevoegd zal worden. De buitenlandse erkenningsakte wordt als bijlage opgenomen in de DABS bij de Belgische erkenningsakte.
  Net zoals bij de meldingen, betreft het hier geen wijziging van de akte in de strikte betekenis, maar wijzigt de staat van de persoon door de verbinding van de basisakte met de andere akte.
  Voor een aantal situaties werden met dat doel ook nieuwe basisakten van de burgerlijke stand gecreëerd :
  - de akte van adoptie (zie punt 4.2.11.);
  - de akte van echtscheiding (zie punt 4.2.10.);
  - de akte van naamsverandering (zie punt 4.2.9.);
  - de akte van herroeping of herziening van adoptie, van nieuwe aanpassing van de geslachtsregistratie of van nietigverklaring (zie punt 4.2.12.).
  Het gaat voornamelijk om de volgende situaties :
  - rechterlijke en andere beslissingen van Belgische autoriteiten die een inhoudelijke beoordeling vereisen van gegevens van individuele akten of beslissingen die de burgerlijke staat wijzigen (in tegenstelling tot de gevallen waarvoor er meldingen worden opgemaakt, zie punt 3.8.2.), en waarbij de akte niet rechtstreeks kan worden gewijzigd (zie punt 3.8.1.) :
  Voorbeelden :
  * echtscheidingsvonnis wanneer er geen akte van huwelijk is;
  * koninklijk besluit tot naamsverandering wanneer er geen akte van geboorte is;
  * adoptievonnis ingeval van volle adoptie;
  - onmogelijkheid om een bestaande akte rechtstreeks te wijzigen volgens artikel 31 Burgerlijk Wetboek omdat het gaat om een toevoeging in een akte :
  Voorbeeld : gewone adoptie -> toevoegen van de gewone adoptanten in de geboorteakte als bijkomend gegeven;
  - beslissingen die in feite akten `annuleren' : herroeping/herziening adoptie, nieuwe aanpassing van de geslachtsregistratie, nietigverklaring;
  - voor een aantal buitenlandse rechterlijke en administratieve beslissingen;
  Voorbeelden :
  * buitenlands echtscheidingsvonnis;
  * buitenlandse beslissing tot naamsverandering;
  * buitenlands adoptievonnis of adoptiebeslissing, na erkenning door de federale centrale autoriteit.
  Wanneer de ABS een akte van adoptie opmaakt, verbindt hij deze met de geboorteakte. De gegevens van de adoptie zijn zichtbaar bij de raadpleging van de geboorteakte in de DABS of op een afschrift van de geboorteakte (zoals vroeger het geval was met een randmelding). In het uittreksel van de geboorteakte zullen de (volle) adoptanten als ouders opgenomen worden.
  Voor echtscheidingen wordt er in principe een melding gemaakt door de DABS (zie punt 3.8.2.).
  Wanneer de ABS evenwel genoodzaakt is om een akte van echtscheiding op te maken, op basis van een buitenlands echtscheidingsvonnis of buitenlandse echtscheidingsbeslissing, wordt de akte van echtscheiding verbonden met de Belgische huwelijksakte. Bij aflevering van een afschrift of uittreksel van de huwelijksakte zal de echtscheiding hierop zichtbaar zijn (zie punt 4.2.10.).
  Wanneer de ABS een akte van echtscheiding opmaakt, omdat de akte van huwelijk niet beschikbaar is in de DABS, staat de akte van echtscheiding op zich en wordt deze niet verbonden.
  Voor naamsveranderingen wordt er in principe een melding gemaakt door de DABS (zie punt 3.8.2.).
  Wanneer de ABS evenwel genoodzaakt is om een akte van naamsverandering op te maken, op basis van een buitenlands vonnis of buitenlandse beslissing, wordt de akte van naamsverandering verbonden met de desbetreffende akten van geboorte.
  Wanneer de ABS een akte van naamsverandering opmaakt, omdat de akte van geboorte niet beschikbaar is in de DABS, staat de akte van naamsverandering op zich en wordt deze niet verbonden.
  De ABS die een akte opmaakt, zal deze uiteraard steeds ondertekenen. Door de ondertekening verzekert hij, zoals hoger reeds toegelicht:
  - de juiste verbinding van de akte met de akte waarop deze betrekking hebben, van de betrokkene en eventueel van zijn afstammelingen;
  - de wijzigingen van andere akten van de betrokkene en eventueel van zijn afstammelingen.
  [1 3.8.4. Elektronische randmelding
   De wet van 31 juli 2020 heeft een overgangsbepaling ingevoerd in de wet modernisering burgerlijke stand (nieuw art. 116/3).
   In bepaalde gevallen werd er op een oude papieren akte van de burgerlijke stand geen randmelding gezet, die er wel had moeten staan. Zo bv. wanneer geen naamsverandering werd gerandmeld op de huwelijksakte (maar wel op de geboorteakte, op basis van een koninklijk besluit tot naamsverandering).
   Aangezien het in elk geval ontoelaatbaar is om de oude papieren akten zelf nog te randmelden, en deze pas nadien te migreren is nu voorzien in de mogelijkheid om een elektronische randmelding toe te voegen op een gemigreerde papieren akte in de DABS, zodat deze akte correct is.
   Eender welke ambtenaar van de burgerlijke stand die het ontbreken van een randmelding vaststelt, kan deze via de DABS toevoegen op de gemigreerde akte, voor zover hij beschikt over de basis voor de toevoeging ervan (bv. vonnis van echtscheiding, koninklijk besluit tot naamsverandering, ...).
   De elektronische randmelding wordt getekend door de ambtenaar van de burgerlijke stand die ze heeft toegevoegd op dezelfde wijze als hij een (gewijzigde) akte van de burgerlijke stand zou ondertekenen.
   Deze randmelding komt dan in de historiek van de gemigreerde akte, op dezelfde wijze als voorzien in de bijlage 4 bij het Koninklijk besluit van 3 februari 2019 tot vaststelling van de modellen van uittreksels en afschriften van akten van de burgerlijke stand, tot uitvoering van artikel 29, § 4, van het Burgerlijk Wetboek.
   De basis van de toevoeging van de randmelding moet als bijlage in de DABS worden opgenomen.]1

  3.9. [1 Verbetering van akten van de burgerlijke stand]1
  De procedure tot verbetering van een materiële vergissing door de ABS wordt vereenvoudigd en verduidelijkt.
  Daarnaast is de familierechtbank steeds bevoegd om zich uit te spreken over verbeteringen van akten van de burgerlijke stand, m.a.w. via een verbeterend vonnis.
  Verbeteringen van akten van de burgerlijke stand leiden tot de opmaak van een gewijzigde akte (nieuwe versie van de akte) (zie hieronder punt 3.9.1.).
  3.9.1. [1 Verbetering en ambtshalve nietigverklaring door de ABS (art. 33-34/1 BW)]1
  [1 3.9.1.1. Verbetering materiële vergissing]1
  De ABS kan de akten voortaan in een beperkt aantal gevallen zelf verbeteren, zonder advies te vragen aan het parket.
  Bij de oude procedure van verbetering van een materiële misslag (oud art. 99-101 BW) was er wel een tussenkomst van het openbaar ministerie nodig.
  De procedure werd, afhankelijk van welk parket zich hierover moest uitspreken, bovendien verschillend en vaak zeer ruim geïnterpreteerd. Ook fouten die verder gingen dan een louter materiële misslag (bv. een foutieve afstamming) werden soms op die wijze verbeterd, hetgeen nooit de bedoeling van de wetgever was. Het is aan de rechtbank om de grote fouten in de akten van de burgerlijke stand te verbeteren.
  Artikel 33 Burgerlijk Wetboek bepaalt nu dat de bevoegde ABS die op een akte van de burgerlijke stand een materiële vergissing vaststelt op basis van een authentieke akte of officieel attest, deze akte van de burgerlijke stand zelf kan verbeteren.
  De bevoegde ABS om een akte via de procedure van de materiële vergissing te verbeteren is hetzij de algemeen bevoegde ABS, hetzij de ABS van de plaats van opmaak van de akte .
  De ABS die een materiële vergissing vaststelt op een akte die hij zelf heeft opgemaakt, moet deze zelf kunnen verbeteren. Het is niet logisch dat deze een verbetering van zijn eigen materiële vergissing zou moeten vragen aan een andere (m.n. de algemeen bevoegde) ABS.
  Het is daarnaast ook nodig dat de algemeen bevoegde ABS de akte kan verbeteren, indien de materiële vergissing bv. pas wordt vastgesteld jaren na de opmaak van de akte.
  [1 Een materiële vergissing houdt in dat een ABS, op het ogenblik van de opmaak of wijziging van een akte van de burgerlijke stand, bij vergissing een gegeven heeft opgenomen in deze akte dat niet volledig overeenstemt met de vermelding van dit gegeven op de authentieke akten of officiële attesten die hij op dat ogenblik in zijn bezit had (art. 34 BW).]1
  Hierin zijn verschillende elementen van belang, namelijk:
  - de vergissing gebeurde op het ogenblik van de opmaak van de akte;
  - het gegeven stond wel correct op de authentieke akten of de officiële attesten die de ABS op het ogenblik van de opmaak van de akte voor zich had;
  - het feit dat het gegeven niet correct werd overgenomen wordt bewezen aan de hand van een authentieke akte of officieel attest.
  Het gaat met name om:
  a) Een schrijf- of typfout in namen en voornamen:
  Voorbeeld : de vermelding van Jozeph i.p.v. Jozef op een geboorteakte.
  [1 Niet enkel een schrijf- of typfout in de namen en voornamen wordt als een materiële vergissing beschouwd, maar ook een verwisseling tussen beiden, d.w.z. dat de voornaam als naam werd opgenomen en omgekeerd.
   Het is ook nodig nog te verduidelijken tot welke voorouder er kan teruggegaan worden in de akten om de schrijfwijze van de naam te verbeteren. Hiervoor zijn er verschillende beperkingen:
   1. Volgens artikel 34 BW moet de ambtenaar van de burgerlijke stand, bij de opmaak van een akte van de burgerlijke stand, bij vergissing een gegeven opgenomen hebben in deze akte dat niet volledig overeenstemt met de vermelding van dit gegeven op de authentieke akten of officiële attesten die hij op dat ogenblik in zijn bezit had.
   Om te weten of de ABS de akte of het attest `in het bezit had' moet de vraag gesteld worden of de ABS de akte had moeten nakijken op het ogenblik van de opmaak van de akte die de fout bevat.
   Bij de opmaak van de geboorteakte zal het dus in principe gaan om de geboorteakte van de vader (of moeder, bij moederlijke afstamming).
   Ook de algemeen bevoegde ABS kan ervan uitgaan dat de ABS die de akte opmaakte deze akten in zijn bezit had. Indien deze akten de fout niet bevatten, kan de verbetering via de materiële vergissing gebeuren.
   2. Het Hof van Cassatie heeft de draagwijdte van de verbetering van de schrijfwijze van de naam beperkt tot de eerste generatie afstammelingen (Cass. 30 januari 1987, R.W., 1986-1987, col. 2357 ; Cass., 29 oktober 1976, Pas., 1977, I, p. 250), en dus bv. niet tot de afstammelingen van de tweede generatie. Dit geldt zowel voor rechterlijke verbeteringen als voor de verbetering van materiële vergissingen. (Deze cassatierechtspraak wordt echter betwist door de hoven en rechtbanken en de rechtsleer.)
   De verbetering mag volgens deze rechtspraak dus slechts betrekking hebben op de eerste generatie afstammelingen: enkel de naam van de kinderen van de (over)grootvader (Van der Schueren) zouden via materiële vergissing (overgangsbepaling) verbeterd moeten worden.
   In het geval de betrokkene zijn akte verbeterd wil zien op basis van de schrijfwijze van de naam in de geboorteakte van een andere ascendent dan deze van zijn vader zal hij dit enkel via de rechtbank kunnen proberen te bereiken. Het is aan de rechter om hier dan over te oordelen. In geval de rechtbank de Cassatierechtspraak volgt, zal de verbetering van de akte geweigerd worden.]1

  b) Een fout in datum, plaats of uur van het rechtsfeit of de rechtshandeling die de akte vaststelt.
  Voorbeeld : een fout in de datum van huwelijk of in de plaats/datum/uur van geboorte of overlijden.
  Het kan gaan om fouten ten aanzien van de kennisgeving van geboorte of uit het medisch attest van overlijden.
  Het zou dus ook kunnen gaan om een foutief geslacht in de geboorteakte, indien dit niet overeenstemt met de kennisgeving van de geboorte.
  Daarnaast zijn er nog andere fouten mogelijk in de nieuwe basisakten van de burgerlijke stand, zoals bv. een fout in de datum van een naamsverandering.
  Het kan hier in principe niet gaan om fouten in de datum of plaats van opmaak van de akte, gezien deze vermeldingen op elektronische wijze worden toegevoegd en dus in principe geen fouten kunnen bevatten.
  Enkel indien deze voorwaarden voldaan zijn, kan de ABS de akte van de burgerlijke stand verbeteren.
  Het is niet vereist om akten te verbeteren van personen die reeds overleden zijn, maar evenmin verboden.
  Deze procedure van `materiële vergissing' kan niet gebruikt worden om het geslacht in de akte van geboorte te verbeteren (tenzij de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte niet overeenkomt met de kennisgeving van de geboorte).
  De definitie voorzien in artikel 34 BW is enkel van toepassing op de akten van de burgerlijke stand opgemaakt na 31 maart 2019.
  Artikel 116 van de Wet Modernisering Burgerlijk Stand bevat een overgangsbepaling voor de verbetering van materiële vergissingen van akten opgemaakt vóór 31 maart 2019.
  Voor die gevallen wordt onder materiële vergissing verstaan :
  - een schrijf- of tikfout in namen, voornamen en adressen;
  - een fout in de datum van geboorte of overlijden als uit een geboorte- of overlijdensattest een andere datum blijkt;
  - een fout in de datum van huwelijk;
  - een fout met betrekking tot de in de akte vermelde ambtenaar van de burgerlijke stand;
  - een verkeerde datum van opmaak van de akte.
  De wet voert nu ook het only once-principe in de verbeterprocedure door de ABS in.
  Concreet gaat de ABS als volgt te werk om een materiële vergissing op een akte te verbeteren:
  Het verbeteren van de vergissing is slechts mogelijk aan de hand van de oorspronkelijke authentieke akte of officieel attest.
  De ABS zoekt de authentieke akte of het officiële attest dat de materiële vergissing bewijst op in de DABS.
  Indien deze nog niet is opgenomen in de DABS vraagt hij de ambtenaar die de akte heeft opgemaakt of overgeschreven om deze op te nemen in de DABS.
  Indien het een officieel attest betreft dat de materiële vergissing bewijst en de ambtenaar hierover niet beschikt, vraagt de ABS dit attest op bij de bevoegde Belgische instanties of instellingen (bv. DVZ, dossier vreemdelingen gemeente,..).
  Enkel in het geval de ABS op deze wijze niet over de authentieke akte of het officiële attest kan beschikken, dient de betrokkene het document zelf voor te leggen.
  De stavingsstukken (de authentieke akte of het officiële attest) op basis waarvan de akte wordt verbeterd worden als bijlage in de DABS opgenomen.
  De ABS maakt de gewijzigde akte op. Zie punt 3.8.1.
  [1 c) Verwisseling van personen vermeld in de akte (nieuwe categorie)
   Het gaat om de gevallen waarin een verkeerde "rol" werd aangeduid bij de opmaak van de akte. Dit wil zeggen dat de gegevens van de vader bijvoorbeeld bij de moeder staan en omgekeerd of een echtgenoot en getuige werden omgewisseld (huwelijksakte). Dit komt voort uit het aanduiden van de verkeerde optie in een keuzelijst.
   d) Ontbreken van voornamen of delen van een naam in een andere akte dan de eigen geboorteakte (nieuwe categorie)
   Uit de praktijk blijkt ook dat het soms voorkomt dat er voornamen of delen van een naam van een persoon ontbreken in een andere akte van de burgerlijke stand dan de eigen akte van geboorte van de betrokkene, terwijl deze wel voorkomen in de akte van geboorte van de betrokkene.
   Het is voortaan mogelijk om de voornamen of delen van de familienaam via de materiële vergissing toe te voegen in de andere akte, omdat de geboorteakte van de betrokkene in elk geval prioritair is.
   e) Diakritische tekens
   Het verbeteren van foutieve diakritische tekens in de akte was reeds voorzien als materiële vergissing in de omzendbrief modernisering burgerlijke stand (onder categorie a), maar stond nog niet letterlijk in de wet. Dit wordt nu in de wet toegevoegd ter verduidelijking.
   Punt e) herneemt de leden 2 tot 4 van het huidige punt a).
   f) Gegevens getuigen in de huwelijksakte (nieuwe categorie)
   Ook (bepaalde) gegevens van de in de huwelijksakte opgenomen getuigen, die de ABS is vergeten op te nemen, of fouten in deze gegevens, vallen onder de materiële vergissing. Gezien de getuigen een louter ceremoniële waarde hebben (want ze zijn niet noodzakelijk om te kunnen huwen), zijn deze gegevens niet essentieel. De wetgever heeft een verbetering via de rechtbank dan ook niet als gerechtvaardigd beschouwd.
   g) Foutief of niet overnemen van gegevens in authentieke akten of officiële attesten (nieuwe categorie)
   De ambtenaar van de burgerlijke stand neemt soms gegevens foutief of niet over in een akte van de burgerlijke stand, terwijl deze echter wel vermeld staan in de authentieke akten of officiële attesten die bij het opmaken van de akte werden voorgelegd.
   Het kan gaan om bv. de datum van kracht van gewijsde die correct in het gerechtelijk stuk staat, maar niet correct werd overgenomen in de akte. Het zou bijvoorbeeld ook kunnen gaan om het verkeerd overnemen van de geboorteplaats in de Belgische akte op basis van de buitenlandse akte, terwijl deze correct vermeld staat in de buitenlandse akte van geboorte.
   In dit soort gevallen is het nu mogelijk om de akte van de burgerlijke stand te verbeteren, zonder dat dit via de rechtbank moet gebeuren.
   h) Fouten in medische attesten en processen-verbaal
   De hierboven genoemde gevallen van materiële vergissingen kunnen ook voorkomen in de medische attesten waarop de ambtenaar van de burgerlijke stand zich baseert om een akte op te maken (m.n. geboorte- of overlijdensattest).
   Ook in dit geval kan de ABS de akte van de burgerlijke stand verbeteren volgens de procedure van de materiële vergissing, op basis van het door de arts of vroedvrouw verbeterd medisch attest.
   Hetzelfde geldt voor fouten in processen-verbaal, door de ABS opgemaakt bv. bij het niet-functioneren van de DABS of bij een geboorte of overlijden op een schip of luchtvaartuig.
   Het verbeterde medisch attest of proces-verbaal is een wettelijk voorziene bijlage in de DABS ter controle.]1

  [1 Het gebruik van de mogelijkheid tot verbetering via de materiële vergissing door de ABS mag er niet toe leiden dat de ABS de akten van de burgerlijke stand onzorgvuldig opmaakt. Het is nog steeds van belang dat de akten, vóór de ondertekening ervan, grondig worden nagekeken. Fouten moeten zoveel als mogelijk vermeden worden. De uitbreiding van de gevallen van de materiële vergissing heeft enkel tot doel om, in het geval van een vergissing, de akte zo snel als mogelijk te kunnen rechtzetten.
   Om die reden voorziet de wet van 31 juli 2020 dat de DABS bij elk gebruik van de verbetering van een materiële vergissing een notificatiebericht verstuurt naar de bevoegde procureur des Konings. Het parket heeft immers een algemene toezichtsfunctie over de burgerlijke stand. Deze kan dan op bepaalde tijdstippen bv. een lijst trekken van alle verbeteringen bij deze procedure, en nagaan of hier geen misbruik van wordt gemaakt.]1

  [1 3.9.1.2. Ambtshalve nietigverklaring door ABS
   De wet van 31 juli 2020 voert een nieuwe mogelijkheid in voor de ambtenaar van de burgerlijke stand: in bepaalde gevallen kan deze nu ook zelf akten van de burgerlijke stand nietig verklaren (art. 34/1 BW).
   Zoals het mogelijk is om bepaalde fouten zelf te verbeteren (materiële vergissing), moet het ook mogelijk zijn om akten in hun geheel te kunnen nietig verklaren indien de fout de opmaak van de akte zelf betreft. Manifest onjuiste akten moeten zo snel mogelijk uit de DABS kunnen worden gehaald. Het is in de praktijk niet werkbaar om voor al deze "vergissingen" een verbetering of nietigverklaring via de rechtbank aan te vragen. Het wachten op een beslissing van de rechtbank kan vele andere zaken blokkeren, zoals bijvoorbeeld de collecte in het Rijksregister.
   De ambtshalve nietigverklaring is mogelijk in de volgende gevallen:
   a) de akte heeft betrekking op een rechtsfeit dat of rechtshandeling die nooit heeft plaatsgevonden:
   Voorbeeld : een ABS wilde een voorlopige versie opmaken van een huwelijksakte ter voorbereiding van het huwelijk, maar ondertekende deze per ongeluk voor het huwelijk werd voltrokken.
   Het zou ook kunnen gaan om een akte van naamsverandering, een akte van overlijden, een akte van erkenning enz. opgemaakt voor een verkeerde persoon, door invulling van een verkeerd Rijksregisternummer (bv. 1 cijfer verschil) of omdat iemand een sterk gelijkende naam en voornaam had en de ABS het verschil niet heeft opgemerkt.
   b) de akte heeft betrekking op een rechterlijke of administratieve beslissing die nooit werd uitgesproken:
   Voorbeeld : opmaak van een akte van echtscheiding voor een gerechtelijke beslissing die nog niet was uitgesproken.
   c) de akte werd opgemaakt zonder dat aan de wettelijke vereiste voorwaarden hiervoor voldaan was:
   Voorbeelden : de geboorteakte werd opgemaakt zonder medisch attest, de akte werd ondertekend zonder dat een vereiste termijn werd afgewacht (bv. akte van geslachtsverandering, akte van nationaliteit), een gewijzigde akte werd opgemaakt op basis van een rechterlijke beslissing die niet in kracht van gewijsde was getreden.
   d) de ambtenaar van de burgerlijke stand was niet bevoegd of niet gemachtigd om de akte op te maken:
   Voorbeeld : de ambtenaar van de burgerlijke stand van de woonplaats van de betrokkene maakte de overlijdensakte op, in plaats van de ambtenaar van de overlijdensplaats.
   In verband met de gevallen onder a) en b) : In principe mag dit soort gevallen zo goed als niet voorkomen. Dit kwam vooral voor in de periode van de opstart van de DABS, ten gevolge van de grote hervorming van de burgerlijke stand, en het feit dat de ambtenaren en beambten van de burgerlijke stand niet vertrouwd waren met het informaticasysteem van de DABS. Er werd `te snel gevalideerd' of een verkeerd cijfer (bv. van het Rijksregisternummer) ingetikt in de DABS zonder dit op te merken.
   Indien dit toch voorvalt moet de ABS zijn vergissing kunnen rechtzetten, en de akte zo snel als mogelijk vernietigen, om moeilijkheden voor de betrokkene te vermijden en om de correcte akte wel te kunnen opmaken. Een rechterlijke verbetering zal veel tijd in beslag nemen en beletten dat de correcte akte wordt opgesteld, hetgeen in het nadeel van de burger is.
   Net als voor de verbetering via de materiële vergissing wordt ook hier voorzien dat processen-verbaal, die werden opgemaakt in deze omstandigheden, ambtshalve nietig kunnen worden verklaard. De ambtshalve nietigverklaring kan rechtstreeks vermeld worden op het papieren proces-verbaal, voorzien van een handtekening van de ambtenaar van de burgerlijke stand.
   In geval van een ambtshalve nietigverklaring maakt de ambtenaar van de burgerlijke stand die de akte heeft opgemaakt onmiddellijk de akte van nietigverklaring op. De ABS verbindt deze vervolgens met de akte van de burgerlijke stand waarop de nietigverklaring betrekking heeft. Indien nodig maakt de ABS ook de gewijzigde akte of akten van de burgerlijke stand op. Het is immers mogelijk dat er, ten gevolge van de nietigverklaring van een akte, ook andere akte(n) van de burgerlijke stand wijzigen.
   In het geval van een nietigverklaring van een akte van erkenning bijvoorbeeld zal de ambtenaar van de burgerlijke stand de akte van nietigverklaring opmaken, deze akte verbinden met de akte van erkenning, en daarnaast ook een gewijzigde geboorteakte opmaken.
   De nietig verklaarde akten blijven steeds zichtbaar in de DABS.
   De mogelijkheid tot ambtshalve nietigverklaring van een akte is echter wel op twee manieren beperkt, nl:
   - in de tijd, met name tot één maand na de opmaak van de akte (en dus niet jaren na datum opmaak), en slechts voor zover deze de rechtstoestand van de personen op wie de akte betrekking heeft niet in gevaar brengt. Wanneer de akte ten onrechte is opgesteld maar de rechtsfeiten en rechtshandelingen die ze vaststelt in essentie correct zijn en reeds voorwerp van de opbouw van rechten zijn, kan ze niet meer ambtshalve nietig verklaard worden en moet desgevallend de familierechtbank zich uitspreken voor een verbetering of nietigverklaring van de akte;
   - enkel de ABS zelf heeft deze bevoegdheid, net zoals voor de huwelijksakten (art. 9 BW) (zie 3.2.2.). Een beambte van de burgerlijke stand kan dit dus niet doen.
   Net zoals de verbetering van een materiële vergissing stuurt de DABS, bij elke nietigverklaring van een akte door de ABS, een automatische notificatie naar de procureur des Konings.
   Dit maakt het mogelijk voor het parket om hierop een gecentraliseerde controle uit te oefenen. Het parket kan op basis van deze notificaties nagaan of er in bepaalde gemeenten te veel of oneigenlijk gebruikt van gemaakt wordt. Indien het parket anomalieën opmerkt kan het steeds zijn algemeen recht van toezicht op de burgerlijke stand gebruiken en hier tegen optreden (art. 40 BW).
   De mogelijkheid tot ambtshalve nietigverklaring van een akte mag er immers niet toe leiden dat akten onzorgvuldig opgemaakt worden. De toepassing van de ambtshalve nietigverklaring moet beperkt blijven tot uitzonderlijke gevallen. Onregelmatigheden in het gebruik hiervan kunnen op die manier worden bestraft.
   De ABS blijft verantwoordelijk voor het (correct) opstellen of wijzigen van de akten van de burgerlijke stand (zie art. 36 BW).
   Daarnaast is voorzien dat het beheerscomité DABS jaarlijks een lijst opmaakt van het aantal akten dat ambtshalve werd vernietigd. Ze bezorgt deze lijst aan de minister van Justitie, die deze lijst neerlegt in de Kamer van volksvertegenwoordigers.
   Op die manier kan de Kamer van volksvertegenwoordigers de ambtshalve nietigverklaringen van akten van de burgerlijke stand door de ambtenaren van de burgerlijke stand, en de eventuele betwistingen hiervan door het Openbaar Ministerie, mee opvolgen.
   De verantwoordelijkheid van de ambtenaar van de burgerlijke stand wordt, als gevolg van de mogelijkheid tot ambtshalve nietigverklaring van de akten van de burgerlijke stand, logischer wijze uitgebreid tot de ambtshalve nietig verklaarde akten van de burgerlijke stand (zie 3.10.1.).
   Artikel 33 van de wet van 31 juli 2020 bevat een overgangsbepaling met betrekking tot de ambtshalve nietigverklaring. Die overgangsbepaling voorziet dat een akte van de burgerlijke stand die voldoet aan de in artikel 34/1 BW bepaalde voorwaarden en die opgemaakt werd tussen 31 maart 2019 en 1 september 2020, ambtshalve vernietigd kan worden tot en met 30 september 2020.
   Indien er reeds een verzoekschrift tot nietigverklaring via de rechtbank is neergelegd, komt het de ABS toe om te beoordelen of een bestaande procedure tot nietigverklaring via de rechtbank wordt verder gezet dan wel - indien de wettelijke voorwaarden vervuld zijn - een ambtshalve nietigverklaring wordt opgemaakt. In dat laatste geval dient de familierechtbank op de hoogte te worden gebracht die de gerechtelijke procedure zonder voorwerp geworden kan afsluiten.]1

  3.9.2. [1 Verbetering en nietigverklaring door de familierechtbank]1
  De verbeteringsprocedure voor de familierechtbank blijft bestaan (verbeterend vonnis). De oude artikelen 1383-1385 van het Gerechtelijk Wetboek zijn wel in aangepaste vorm hernomen in nieuw artikel 35 BW.
  Wanneer? Deze procedure is mogelijk in alle gevallen waarbij een persoon een akte van de burgerlijke stand wil laten verbeteren, ook indien de akte kan verbeterd worden op basis van een materiële vergissing.
  De verbeteringsprocedure via de familierechtbank is ook van toepassing in het geval men een ontbrekende akte wil laten vervangen volgens artikel 27 BW.
  Deze verbeteringsprocedure is ook van toepassing in geval van terugkeer of bewijs van het bestaan van een afwezig verklaard persoon of van een gerechtelijk overleden verklaard persoon.
  Naast de vraag tot verbetering van de materiële vergissingen kan het dus bv. gaan om fouten die de afstamming wijzigen, fouten ten gevolge van een verkeerde toepassing van het buitenlands recht, verschillen in translitteratie of verbeteringen van verschillende elementen van dezelfde akte, ....
  Het feit dat iemand na de opmaak van de akte verschillende andere documenten voorlegt dan op het ogenblik van de opmaak van de akte, die kennis geven van een volledig andere identiteit en burgerlijke staat, zou kunnen wijzen op identiteitsfraude.
  Ook een wijziging van de afstamming is een verregaande wijziging van iemands burgerlijke staat.
  Hetzelfde geldt voor translitteraties, die moeten onderscheiden worden van de foutieve diakritische tekens (zie ook punt 3.9.1.).
  Het is in elk geval aan de rechter om de verbeteringen van fouten in de akten (andere dan de materiële vergissingen, die ook door de ambtenaar zelf kunnen verbeterd worden zoals hierboven omschreven) te beoordelen.
  Wie kan de verbetering vorderen?
  1) Elke persoon die een akte wil laten verbeteren of een ontbrekende akte wil laten vervangen,
  2) De ABS van de plaats van opmaak van de akte die deze akte wil laten verbeteren,
  3) De procureur des Konings.
  De ABS die een akte heeft opgemaakt en nadien vaststelt dat hij een fout heeft gemaakt bij de opmaak (bv. door de verkeerde toepassing van het internationaal privaatrecht) kan dus zelf de rechtbank om de verbetering van deze akte verzoeken.
  De procureur des Konings moet de verbetering van de akte vorderen wanneer hij een fout vaststelt in een akte van de burgerlijke stand. Hij heeft volgens artikel 40 van het Burgerlijk Wetboek namelijk een toezichtsfunctie in verband met de naleving van de bepalingen van de burgerlijke stand. Het is essentieel en in het algemeen belang, dat akten van de burgerlijke stand, die de staat van de persoon betreffen, zoals bepaald in artikel 6 van het Burgerlijk Wetboek verbeterd worden indien zij fouten bevatten.
  [1 Hoe? De procedure door de burger of de ABS gebeurt op verzoekschrift. De ABS of zijn gemachtigde (zie 3.2.2.) kan het verzoekschrift zelf ondertekenen en verschijnen in de rechtbank en moet hiervoor dus geen beroep doen op een advocaat.]1
  Welke rechtbank? De familierechtbank van de plaats waar de akte opgemaakt is (bevoegd op basis van artikel 627, 7° Gerechtelijk Wetboek).
  Werkwijze? De gegevens van in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissingen die akten van de burgerlijke stand wijzigen zullen rechtstreeks doorstromen via de DABS (en dus niet langer per gewone post).
  De griffier stuurt onmiddellijk de gegevens uit de rechterlijke beslissing die de ABS nodig heeft voor de wijziging van de akte(n) van de burgerlijke stand ten gevolge van de verbetering (of voor de opmaak van de vervangende akte) door via de DABS naar de bevoegde ABS.
  Concreet zal de griffier dus zo snel als mogelijk het verbeterend-vonnis via de DABS doorsturen naar de bevoegde ABS, die hiervan een notificatie krijgt.
  [1 Op basis van de beslissing maakt de ambtenaar van burgerlijke stand dan onmiddellijk de gewijzigde akte(n) van de burgerlijke stand of de vervangende akte op (in het geval van artikel 26 BW) op en verbindt deze, in voorkomend geval, met de akten van de burgerlijke stand waarop ze betrekking hebben. De rechterlijke beslissing wordt als bijlage bij de gewijzigde of vervangende akte opgenomen in de DABS.]1
  De ambtenaar waarborgt, zoals hoger uiteengezet, door de ondertekening van de akte de correcte verbindingen in de DABS (zie punt 3.4.7.)
  Er worden enkel gegevens doorgestuurd indien er beslist werd tot een verbetering van een akte. In geval van een negatieve beslissing zal de ambtenaar geen notificatie ontvangen.
  Bevoegde ambtenaar? De algemeen bevoegde ambtenaar zoals bepaald in artikel 13 BW is bevoegd na een verbetering door de rechtbank.
  [1 Schematisch
   1. Verbetering:
   Materiële vergissing : ABS (zonder advies parket)
   Eender welke fout : familierechtbank
   2. Nietigverklaring:
   Ambtshalve nietigverklaring: ABS
   Rechterlijke nietigverklaring: familierechtbank
   3. Vervanging van een ontbrekende akte: familierechtbank]1

  3.10. Aansprakelijkheid van en controle op de ABS
  3.10.1. Aansprakelijkheid van de ABS (art. 36, 38 en 39 BW en art. 110 en 111 van de Wet Modernisering Burgerlijke Stand)
  De verantwoordelijkheid van de ABS wordt in principe niet gewijzigd.
  De ABS is verantwoordelijk voor:
  [1 - de door hem zelf opgemaakte, verbeterde, gewijzigde of ambtshalve nietig verklaarde akten van de burgerlijke stand (art. 36 BW);]1
  - voor de akten die verloren gaan door slechte bewaring in de DABS (bv. slecht opslaan van de akte) (valt onder art. 36 BW);
  - voor de bewaring van de papieren akten van de burgerlijke stand opgemaakt voor 31 maart 2019 (of een op papier opgemaakt proces-verbaal), al dan niet in gedematerialiseerde vorm opgenomen in de DABS, tot de overdracht ervan aan het Algemeen Rijksarchief (art. 110, § 1, eerste lid, en § 2 Wet modernisering Burgerlijke stand);
  - voor het verdwijnen van stukken uit de bewaarplaats van de registers van de burgerlijke stand (art. 110, § 1, tweede lid, Wet Modernisering Burgerlijke stand, zoals vroeger voorzien was in artikel 132 Nieuwe Gemeentewet).
  Dit is o.a. van belang in het geval een gemeente zou toelaten dat personen die hierom verzoeken zelf genealogische, historische of wetenschappelijke opzoekingen zouden verrichten in de bewaarplaats. Het verdwijnen van stukken valt onder de verantwoordelijkheid van de ABS.
  Dit betekent niet dat de papieren registers van de burgerlijke stand niet verplaatst kunnen worden binnen de gemeente. Dit kan immers nuttig of nodig zijn in het kader van gemeentefusies (art. 110, § 1, derde lid, Wet Modernisering Burgerlijke stand).
  De verplaatsing is mogelijk mits:
  * een beslissing van het college van burgemeester en schepenen; en
  * de toelating van de procureur des Konings.
  - voor de juistheid van de gedematerialiseerde akte en de bijhorende metadata die in de DABS worden opgenomen bij de migratie van een papieren akte in de DABS, op het ogenblik van de opname van de akte in de DABS (art. 111 Wet Modernisering Burgerlijke stand.
  De ambtenaar is hiervoor niet verantwoordelijk bij een later systeemfalen of een fout van de operationele beheerder (zie verder).
  - voor het niet naleven van de in het kader van zijn functie opgelegde voorschriften (art. 38 BW);
  De ABS is (zoals het geval was onder oud artikel 51 BW) burgerrechtelijk aansprakelijk voor het niet naleven van de in het kader van zijn functie opgelegde voorschriften, tenzij iemand hem verhinderde deze voorschriften na te leven (In dit laatste geval kan de ABS op deze verhaal uitoefenen).
  - voor onrechtmatige veranderingen en elke valsheid in de akte (art. 39 BW);
  Zoals onder oud artikel 52 BW kan elke onrechtmatige verandering en elke valsheid in de akten van de burgerlijke stand aanleiding geven tot:
  * een schadevergoeding aan de partijen,
  * de straffen voorzien in het Strafwetboek.
  De ABS is niet verantwoordelijk voor de aspecten met betrekking tot het beheer van de DABS of de verwerking van de persoonsgegevens (art. 38 BW).
  Door de invoer van de DABS is de aansprakelijkheid van de ambtenaar onder voorbehoud van aansprakelijkheid de operationele beheerder van de DABS (FOD Binnenlandse zaken) en de verantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens (FOD Justitie). (zie hoofdstuk 3).
  3.10.2. Controle door de procureur des Konings (art. 37 en art. 40 BW)
  De rol van de procureur des Konings met betrekking tot de burgerlijke stand werd aangepast, rekening houdend met de invoer van een centrale databank en de noden in de praktijk.
  Deze aanpassing gebeurt door :
  - de afschaffing van de jaarlijkse controle van de registers;
  - het invoeren van het principe van algemeen toezicht op de burgerlijke stand;
  - het geven van een duidelijke wettelijke basis voor de adviesfunctie van de procureur des Konings;
  - het voorzien in de mogelijkheid voor het College van procureurs-generaal om richtlijnen op te maken;
  - het verduidelijken van de rol met betrekking tot de verbetering van de akten van de burgerlijke stand.
  3.10.2.1. Afschaffing jaarlijkse controle van de registers
  Het is niet meer nuttig dat de procureur des Konings jaarlijks alle registers van de burgerlijke stand nakijkt. Dit gebeurde ook al niet meer in de huidige praktijk.
  3.10.2.2. Algemeen toezicht op de burgerlijke stand
  De procureur des Konings moet toezien op de naleving van de bepalingen inzake de burgerlijke stand. Hiertoe kan hij onder meer gerichte controles doen via de DABS. Dergelijke gecentraliseerde controle was niet mogelijk met de gemeentelijke papieren registers.
  Artikel 40 Burgerlijk Wetboek geeft de procureur des Konings duidelijk de algemene bevoegdheid om op te treden in het kader van de burgerlijke stand.
  De ABS is verplicht de procureur des Konings onmiddellijk op de hoogte te brengen van elke fout of onregelmatigheid die hij vaststelt.
  De procureur des Konings onderzoekt en vervolgt de door de ABS in de uitoefening van hun functie gepleegde inbreuken.
  Welke procureur des Konings? De bevoegde procureur des Konings is deze van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement waartoe de gemeente van de ABS die de akte heeft opgemaakt, behoort (art. 40, eerste lid, BW).
  3.10.2.3. Adviesfunctie parket (art. 37 BW)
  In de wet staat nu uitdrukkelijk de mogelijkheid voor de ABS om advies te vragen aan de procureur des Konings in geval van ernstige twijfel bij de opmaak van een akte. De procureur des Konings geeft de ABS advies in individuele gevallen.
  De rol van de procureur des Konings vóór de opmaak van een akte is immers van groot belang.
  Een correcte opmaak van de akten door de ABS vermijdt bovendien dat de procureur des Konings nadien moet optreden. Een eventuele verbetering van akten van de burgerlijke stand via de rechtbank moet zoveel als mogelijk vermeden worden, gelet op het belang van de staat van de persoon, het principe van de vastheid van de staat van de persoon en de gevolgen voor de burger.
  Het gaat om een mogelijkheid om advies te vragen voor de ABS in geval van ernstige twijfel; hij is hier niet toe verplicht.
  De `opmaak' van de akte in artikel 37 BW dient ruim geïnterpreteerd te worden: een adviesaanvraag is niet alleen mogelijk over de opmaak, maar ook over de wijzigingen, vernietiging, enz.. van akten van de burgerlijke stand die moeten gebeuren nadat een akte werd opgemaakt.
  3.10.2.4. Verbetering akten van de burgerlijke stand
  De tussenkomst van de procureur des Konings in de procedure van verbetering van materiële misslagen door de ABS is afgeschaft. De ABS kan dit nu doen zonder advies van de procureur des Konings.
  De rol van de procureur des Konings is wel nog van belang bij de verbetering van akten van de burgerlijke stand door de familierechtbank.
  De procureur des Konings moet de verbetering van de akte vorderen wanneer hij een fout vaststelt in een akte van de burgerlijke stand, gelet op artikel 35, § 1, derde lid BW.
  Daarnaast zal het openbaar ministerie zijn advies moeten geven, wanneer de verbetering werd gevorderd door de betrokken persoon zelf of door de ABS (art. 35, § 2, BW).
  3.10.2.5. Richtlijnen van het College van procureurs-generaal (uniformiteit)
  Het College van procureurs-generaal kan richtlijnen uitvaardigen aan de procureurs des Konings ter verduidelijking van de wijze waarop de controle wordt uitgeoefend. Een instructiemogelijkheid bestond reeds voor de procureur-generaal aan de procureur des konings m.b.t. het nazicht van de registers van de burgerlijke stand (op basis van een ministeriële omzendbrief van 13 juli 1847). Deze mogelijkheid wordt nu wettelijk verankerd.
  Het gaat om bindende richtlijnen voor alle leden van het openbaar ministerie. De procureurs-generaal bij de hoven van beroep waken over de uitvoering van deze richtlijnen binnen hun rechtsgebied.
  Deze richtlijnen kunnen ook betrekking hebben op het gebruik van de DABS bij de controle.
  3. Principes généraux de l'état civil
  3.1. Objectifs de l'état civil
  Le nouveau titre II " De l'état civil " commence par fixer les principaux objectifs de l'état civil (art. 6 du Code civil).
  A savoir :
  - établir des faits et des actes juridiques qui fixent ou modifient l'état d'une personne;
  - assurer la sécurité juridique en matière d'état de la personne;
  - assurer la preuve de l'état de la personne, au moyen des actes de l'état civil, et conserver soigneusement cette preuve.
  L'état d'une personne est défini comme l'ensemble des qualités d'une personne qui définissent sa situation juridique par rapport à sa famille et à la société et qui la distinguent des autres personnes en ce qui concerne la possession et l'exercice de certains droits.
  3.2. L'officier de l'état civil
  Les compétences et la désignation de l'officier de l'état civil (ci-après l'OEC) restent pratiquement inchangées, tout comme la possibilité de délégation, les personnes qui peuvent agir comme OEC et les incompatibilités.
  3.2.1. Désignation et empêchement
  Le collège des bourgmestre et échevins est compétent pour la gestion de l'état civil (art. 7 du Code civil).
  Le bourgmestre, ou l'échevin désigné à cet effet par le collège, assume la fonction d'OEC.
  Si le bourgmestre n'exerce pas cette fonction, une décision distincte du collège est requise pour désigner un seul échevin en remplacement du bourgmestre. Il n'est pas possible de désigner, par exemple, un échevin pour célébrer les mariages et un autre pour assurer toutes les autres tâches de l'OEC.
  En cas d'empêchement de l'OEC, celui-ci est remplacé temporairement par le bourgmestre, un échevin ou un membre du conseil dans leur ordre de nomination respectif (art. 7, alinéa 3, du Code civil).
  Ce n'est que si des organes territoriaux intracommunaux ont été créés (sur la base de l'article 41 de la Constitution) qu'un ou plusieurs échevins, qui seront compétents pour un ou plusieurs organes territoriaux intracommunaux, peuvent être désignés pour exercer la tâche de l'OEC, lorsque le bourgmestre ne l'exerce pas (art. 8 du Code civil).
  Vu l'abrogation de l'article 127 de la nouvelle loi communale, il n'est plus possible de prévoir de nouveaux districts pour une commune.
  3.2.2. Mission et délégation
  La mission de l'OEC est toujours de veiller au respect scrupuleux des dispositions relatives aux actes de l'état civil.
  La délégation par l'OEC de tâches à un ou plusieurs agents de l'administration communale reste possible au moyen d'une autorisation spéciale écrite (art. 9 Code civil).
  Il s'agit d'une autorisation personnelle. En cas de changement d'OEC, de nouvelles autorisations sont donc chaque fois nécessaires pour les agents.
  Il n'est plus obligatoire de mentionner expressément l'autorisation reçue avant la signature des agents de l'administration communale. Par contre, il faut savoir qui a signé l'acte : il est donc indiqué si c'est l'agent habilité ou l'OEC même.
  [1 L'autorisation est possible pour toutes les tâches relatives à l'établissement d'actes de l'état civil, en ce compris la délivrance de copies et d'extraits de ceux-ci et l'introduction d'une requête en rectification d'un acte par le tribunal (voir 3.9.2).
   Une autorisation n'est pas possible pour l'établissement de l'acte de mariage. Ceci concerne uniquement la signature des actes de mariage et non les décisions sur des mariages de complaisance ou des reconnaissances, par exemple. Une autorisation est également impossible pour l'établissement (d'office) d'un acte d'annulation (en vertu du nouvel article 34/1 du Code civil, voir 3.9.1.).
   L'annulation d'office d'un acte doit en effet rester exceptionnelle. Tout d'abord, il est important de rédiger très soigneusement les actes de l'état civil et de les contrôler avant la signature de l'acte. Il faut éviter autant que possible les fautes dans les actes.]1

  La création de la nouvelle banque de données électronique rend l'habilitation des agents (ou de plusieurs agents) d'autant plus justifiée et celle-ci doit être encouragée..
  Tant que les actes de l'état civil ne sont pas signés par l'OEC ou l'agent habilité, ils ne sont pas définitifs.
  Cela implique ce qui suit :
  - La date de signature tient lieu de date de l'acte.
  - Il n'est pas possible de délivrer des copies et des extraits d'actes de l'état civil non signés. Les extraits ou copies d'actes en projet non signés n'ont aucune valeur juridique.
  - La circulation automatique vers le Registre national n'a lieu qu'à partir du moment où l'acte est signé et s'il n'y a pas un conflit entre les données.
  - L'OEC ne peut pas signer les actes périodiquement.
  3.2.3. Acteurs de l'état civil
  Tous les acteurs compétents en matière d'état civil ont été intégrés dans le premier chapitre, y compris donc les fonctionnaires consulaires déclarés compétents en matière d'état civil par le Code consulaire et les officiers désignés par le ministre de la Défense.
  Concernant les officiers désignés par le ministre de la Défense, leur compétence est limitée à l'établissement d'actes de décès dans des cas exceptionnels, à savoir en cas d'opérations militaires en dehors du territoire belge, pour autant qu'il soit impossible de faire établir l'acte de décès par un fonctionnaire consulaire. Les officiers peuvent établir les actes de décès des personnes de nationalité belge au service des Forces armées belges, ainsi que du personnel de la Défense de nationalité belge dont la présence est requise auprès de ces Forces.
  Les officiers appelés à établir un acte de décès procèdent conformément aux dispositions du Code civil sur l'acte de décès. Les dispositions relatives au décès à bord d'un navire peuvent donc être d'application.
  3.2.4. Incompatibilité
  L'article 12 du Code civil intègre une incompatibilité de l'arrêté royal du 8 juin 1823 et en étend légèrement la portée.
  Afin d'éviter tout conflit d'intérêts, l'OEC ou son agent habilité ne peut pas établir un acte de l'état civil qui se rapporte à :
  - lui-même;
  - son époux ou épouse;
  - son cohabitant légal;
  - ses ascendants, ses descendants (parents, (arrière-)grands-parents, (petits-)enfants);
  - ses parents collatéraux jusqu'au deuxième degré (frères et soeurs).
  En cas d'incompatibilité, l'OEC ou son agent habilité est remplacé, pour l'établissement de l'acte, par le bourgmestre, un échevin ou un membre du conseil dans leur ordre de nomination respectif (renvoi à l'art. 7, alinéa 3, du Code civil).
  Dorénavant, l'incompatibilité s'applique également expressément aux agents habilités. Il est tout à fait normal que cette limitation s'applique également aux agents habilités qui établissent effectivement les actes.
  Dans la pratique, l'agent habilité sera remplacé par un collègue (agent habilité également). Il importe donc que l'OEC habilite plus d'un agent.
  3.2.5. Officier de l'état civil généralement compétent
  Il existe dorénavant un OEC généralement compétent (art. 13 du Code civil). Auparavant, les officiers de l'état civil compétents étaient à chaque fois différents pour l'établissement des actes, transcriptions ou mentions marginales (p. ex. transcription d'une adoption : domicile des adoptants; transcription d'un arrêté royal de changement de nom : lieu de naissance de l'intéressé; établissement d'un acte de modification de l'enregistrement du sexe : domicile de l'intéressé, etc.).
  Hormis quelques exceptions, le même OEC sera toujours compétent dorénavant. Les intéressés ne devront donc pas se déplacer dans différentes communes pour régler certaines formalités en rapport avec l'état civil. Il s'ensuit que la compétence résiduelle de Bruxelles sera en principe restreinte et que la charge de travail sera mieux répartie.
  Si la loi fait référence à " l'OEC compétent ", sans préciser expressément de quel officier il s'agit, il y a lieu d'appliquer l'article 13 du Code civil.
  En principe, l'OEC compétent est celui :
  - du lieu d'inscription au registre de la population, au registre des étrangers ou au registre d'attente de l'intéressé, des intéressés ou de l'un d'entre eux; ou à défaut,
  - de la résidence actuelle de l'intéressé, des intéressés ou de l'un d'entre eux; ou à défaut,
  - de Bruxelles.
  Ainsi, l'OEC le plus proche sera toujours l'OEC compétent.
  La loi ne prévoit que quelques exceptions par rapport à l'officier généralement compétent, par exemple dans les cas où un fait est constaté dans l'acte. Dans ce cas, il est logique que l'OEC du lieu du fait soit l'OEC compétent.
  Ainsi, pour l'acte de naissance, l'OEC du lieu de naissance est compétent, pour l'acte de mariage, celui du lieu de la déclaration de mariage, et pour l'acte de décès, celui du lieu du décès.
  Pour la rectification de l'acte, l'officier de l'état civil qui a établi l'acte sera, outre l'officier généralement compétent, également compétent pour la rectification d'une erreur matérielle.
  3.3. Mise en place de la BAEC
  La BAEC est créée, à la demande du Service public fédéral Justice, au sein du Service public fédéral Intérieur, qui est chargé de la gestion opérationnelle de celle-ci, sans préjudice de la compétence du ministre de la Justice en matière d'état civil.
  Le Service public fédéral Justice est le responsable du traitement des données dans la BAEC au sens du règlement général sur la protection des données.
  La BAEC a pour tâche de se charger de l'enregistrement central, de la sauvegarde centrale et de la gestion des actes de l'état civil, et est la source authentique pour tous les actes de l'état civil rédigés après le 31 mars 2019 et les données qui y figurent.
  Le comité de gestion de la BAEC, composé de représentants des principaux utilisateurs de la banque de données, gère la BAEC.
  Il sera en charge de l'établissement et de la gestion de la BAEC et définira les mesures nécessaires visant à garantir le caractère immuable, la confidentialité et la conservation des actes de l'état civil contenus dans la BAEC.
  Les données de la BAEC peuvent être communiquées ou sont directement accessibles aux personnes, autorités ou institutions suivantes :
  1° les personnes visées par l'acte ou les actes, pour les actes qui les concernent, ou leur avocat (droits de lecture);
  2° les officiers de l'état civil et les fonctionnaires habilités par ces derniers dans le cadre de l'exercice de leurs missions légales (droits de lecture et d'écriture);
  3° les agents consulaires dans le cadre de l'exercice de leurs missions légales (droits de lecture et d'écriture);
  4° les magistrats auprès des juridictions et leurs greffes, dans l'exercice de leur fonction (droits de lecture et d'écriture);
  5° [1 les fonctionnaires de la Direction I "Droit des personnes et de l'état civil" de la Direction Générale de la Législation, des Libertés et Droits fondamentaux du Service public fédéral Justice, dans le cadre de l'exercice de leurs missions légales (droits de lecture et/ou d'écriture);]1
  6° les notaires, dans l'exercice de leurs fonctions (droits de lecture);
  7° les parquets, dans l'exercice de leurs fonctions (droits de lecture);
  [1 8° les officiers désignés par le ministre de la Défense ou par l'autorité déléguée à cet effet, dans le cadre de l'exercice de leurs missions légales.]1
  Chaque citoyen pourra avoir accès à la BAEC dans le futur et obtenir un aperçu de tous les actes qui le concerne ou dans lesquels il apparaît. Dans un premier temps, cette fonctionnalité ne sera pas encore opérationnelle et le citoyen devra s'adresser aux canaux existants. L'avocat y a accès lorsqu'il est amené à produire une copie ou un extrait dans le cadre d'une procédure judiciaire.
  L'article 83 du Code civil garantit le caractère confidentiel des données : quiconque participe, en quelque qualité que ce soit, à la collecte, au traitement ou à la communication des données contenues dans la BAEC doit en respecter le caractère confidentiel. L'article 458 du Code pénal, qui régit le secret professionnel, leur est applicable.
  3.4. Les actes de l'état civil
  3.4.1. Actes électroniques
  Le principal changement porte sur le fait que les actes de l'état civil deviennent dorénavant des actes électroniques, qui sont signés et conservés électroniquement dans une banque de données électronique (BAEC).
  Ces actes de l'état civil établis électroniquement sont des actes authentiques, qui par conséquent font foi jusqu'à inscription de faux en écriture. Il n'est plus établi d'actes sur papier (art. 14 du Code civil).
  3.4.2. Indisponibilité de la BAEC (art. 14 du Code civil)
  Dans des cas très exceptionnels, il ne sera pas possible d'établir l'acte de l'état civil sous forme dématérialisée dans la BAEC, par exemple, dans le cas d'une indisponibilité prolongée de la BAEC.
  Dans ce cas, l'OEC établit l'acte sous forme d'un procès-verbal papier. Ce procès-verbal peut être une version imprimée du modèle de copie établi par l'arrêté royal du 3 février 2019 fixant les modèles d'extraits et des copies d'actes de l'état civil (MB, 15 février 2019) que l'OEC remplit et signe à la main.
  Dès que possible, l'OEC établit l'acte dans la BAEC en y annexant le procès-verbal.
  3.4.3. Annexes dans la BAEC (art. 15 du Code civil)
  Les annexes qui doivent être enregistrées dans la BAEC restent limitées à celles prévues expressément par la loi (procuration, pièces relatives à une erreur matérielle, jugements, certaines pièces du dossier de mariage p. ex.), pour autant qu'elles ne soient pas disponibles auprès d'une autre source authentique. Il est interdit d'enregistrer des annexes non-prévues par la loi.
  Cela permet d'éviter une charge trop importante pour le système informatique et cela empêche que la limitation des mentions dans les actes n'entraîne l'inclusion d'annexes supplémentaires dans les actes à titre de contrôle de ces données.
  Cela ne signifie pas que l'OEC ne doit pas procéder à tous les contrôles nécessaires. L'idée sous-jacente à la limitation des mentions dans les actes est en effet de ne pas devoir y mentionner tous les contrôles préalables que doit effectuer l'OEC. L'on part du principe que l'OEC a effectué tous les contrôles indispensables à l'établissement de l'acte, sans qu'il soit nécessaire de le préciser dans l'acte, et encore moins en tant qu'annexe à l'acte, à titre de preuve du contrôle préalable effectué (voir ci-dessous " Signature des actes ").
  Si les parties ont remis des annexes à l'OEC, les originaux de ces annexes leur sont restitués. La restitution interviendra dès que le document aura été enregistré comme annexe d'un acte dans la BAEC. La valeur probante du document original reste supérieure à celle de la version numérisée de l'acte enregistré dans la BAEC.
  Le dépôt des pièces annexées auprès du greffe est supprimé.
  3.4.4. Mentions dans les actes (art. 16 et 20 du Code civil)
  L'OEC peut mentionner uniquement ce que les parties lui déclarent.
  L'officier est donc tenu d'inclure ce que les parties lui déclarent et ne peut ajouter à l'acte des mentions autres que ce que les parties lui déclarent.
  L'officier ne peut non plus inclure dans l'acte des mentions autres que celles qui sont imposées par la loi.
  Dans la BAEC, il ne sera en principe pas possible d'inclure des données supplémentaires, étant donné que le système limite les données des actes aux données prévues par la loi.
  Aucune mention ne peut être inscrite en abréviation dans les actes de l'état civil.
  Les dates sont exprimées en chiffres.
  3.4.5. Devoir d'information des intéressés (art. 17 du Code civil)
  Les personnes concernées par l'acte ou participant à son élaboration doivent communiquer à l'OEC toutes les informations requises par la loi dont ce dernier a besoin pour établir l'acte.
  L'obligation d'informer ne se limite donc pas aux " parties " à l'acte. Il s'agit de toutes les personnes concernées par l'acte. Il pourrait donc s'agir par exemple du médecin qui établit un certificat médical.
  L'OEC ne peut pas connaître toutes les informations. Il appartient donc aux parties de lui communiquer les informations requises par la loi, pour autant qu'elles ne soient pas disponibles pour l'OEC dans une autre source authentique. S'il apparaît ultérieurement que l'acte n'a pas été établi correctement parce que l'OEC n'était pas en possession d'une information, ce dernier ne peut en être tenu pour responsable.
  Ainsi, il peut par exemple s'agir d'un demi-frère qui reconnaît devant l'OEC un enfant de sa demi-soeur étrangère. L'OEC ne peut en principe pas découvrir cela par lui-même. Les parties sont obligées d'en faire la déclaration à l'OEC afin qu'il puisse établir l'acte correctement.
  3.4.6. Signature des actes (art. 18 et 19 du Code civil)
  Un deuxième changement majeur concernant les actes de l'état civil porte sur le fait que les actes ne sont plus signés par les parties. Seul l'OEC ou son agent habilité signe encore l'acte, par voie électronique. Les parties ne signent plus l'acte.
  La loi donne toute confiance à la personne de l'OEC pour ce qui concerne l'établissement correct des actes. Si les intéressés ne sont pas d'accord avec les données figurant dans l'acte, il leur appartient de prouver qu'il y a eu une erreur et de demander une rectification de l'acte.
  Il est loisible à l'officier d'imprimer l'acte électronique provisoire avant la signature de l'acte, par exemple, et de le présenter aux parties pour vérification.
  Rien n'empêche l'officier de conserver provisoirement à la commune le document qui a été vérifié par les parties. Cela relève de la compétence autonome de l'officier. Il ne s'agit pas d'une obligation légale. De tels documents préparatoires ne peuvent pas non plus être enregistrés dans la banque de données en tant qu'annexe. Le but n'est pas, bien entendu, de créer des registres parallèles.
  Si, après l'établissement d'un acte de naissance, par exemple, les parents estiment que le nom de leur enfant a été mal orthographié dans l'acte, il appartient avant tout à ces derniers d'en apporter la preuve. L'on part en effet du principe que l'OEC a établi l'acte correctement. Lorsqu'un acte de naissance provisoire ou un document similaire a été signé par les parents, l'orthographe du nom peut être vérifiée sur le document signé.
  Les parties devront prouver qu'en sa qualité d'officier public chargé d'établir des actes authentiques, l'OEC a commis un faux en écriture en actant quelque chose qui n'a pas été déclaré ou communiqué par les parties.
  L'OEC peut établir dans un premier temps un acte provisoire dans la BAEC et ne le signer que par la suite, après quoi l'acte est définitif et ne peut plus être modifié.
  Aucun délai impératif n'est prévu pour signer l'acte. Cela ne signifie toutefois pas que l'OEC ou son agent habilité est autorisé à reporter la signature des actes à une date éloignée. Ainsi, la BAEC est dotée d'un dispositif de suivi qui permet de veiller à ce que les actes soient signés dans un délai raisonnable. L'acte n'est établi et définitif qu'après signature.
  Par ailleurs, les copies et extraits ne peuvent être délivrés et les registres de la population, actualisés, que lorsque l'acte a été signé définitivement. Les copies et extraits peuvent être délivrés sans délai après la signature.
  La déclaration de naissance doit être faite dans les quinze jours qui suivent celui de la naissance et l'acte de naissance doit être établi sans délai (art. 43 du Code civil). L'OEC, ou son agent habilité, doit donc également signer l'acte de naissance dans ce délai, même si la déclaration est faite le dernier jour de déclaration.
  Cela montre à nouveau l'intérêt de pouvoir désigner un(des) agent(s) habilité(s).
  L'acte de mariage doit en principe être signé le jour de la célébration du mariage. La date de la signature de l'acte par l'officier de l'état civil est la date de l'acte et, par conséquent, aussi la date du mariage. Si au moment de la célébration du mariage, des modifications doivent encore être apportées à l'acte établi provisoirement (par exemple, de nouveaux témoins), l'OEC devra d'abord effectuer ces adaptations avant de signer.
  Si l'OEC n'est pas en mesure de signer l'acte le jour même, il doit le faire aussi vite que possible. On vise en particulier les cas où on célèbre le mariage dans des lieux où il n'y a pas d'assistance technique possible le week-end, où l'OEC n'a pas emmené sa carte d'identité le jour du mariage,... Par conséquent, cela ne peut arriver que dans des circonstances très exceptionnelles et doit être évité autant que possible. Dans cette hypothèse, la date du mariage mentionnée dans l'acte de mariage ne correspond pas à la date de la signature par l'OEC.
  L'OEC signera les actes électroniques à l'aide d'une signature électronique qualifiée. Il s'agit en effet d'actes authentiques qui doivent garantir la sécurité juridique nécessaire.
  La signature s'effectue avec la carte d'identité électronique. L'officier déclare sur cette base que les données figurant dans l'acte sont correctes et que l'établissement de l'acte s'est produit régulièrement en présence des parties éventuellement concernées.
  3.4.7. Suppression des mentions marginales : liens entre actes - modifications directes d'actes
  Il ne sera plus apposé de mentions marginales sur les actes de l'état civil dans la BAEC. Les actes de l'état civil qui se rapporteront également à d'autres actes seront liés à ceux-ci ou alors les actes seront directement modifiés (cf. point 3.8.).
  Par la signature des actes établis et modifiés par lui, l'officier de l'état civil assure :
  - l'association correcte de ces actes avec les actes auxquels ils se rapportent, de la personne concernée ou, le cas échéant, de ses descendants jusqu'au premier degré, et
  - la modification correcte de ces actes.
  L'officier de l'état civil associe les actes et modifie les actes dans la BAEC (ou s'assure de l'exhaustivité des associations et modifications proposées par la BAEC) au moment où il signe l'acte établi ou modifié par lui.
  En cas de modification d'un acte, l'officier de l'état civil effectuera les modifications des actes dans la BAEC. Par exemple, lors de la rectification d'une erreur matérielle, l'officier de l'état civil établira un acte modifié et apportera également les modifications dans les autres actes auxquels la rectification se rapporte (cf. art. 31, § 2, du Code civil).
  Avant de signer l'acte, l'officier de l'état civil contrôle l'exhaustivité et l'exactitude des modifications. L'officier de l'état civil est responsable en la matière vu que des actes de l'état civil sont modifiés (comme c'est le cas pour les mentions marginales actuelles).
  Lors de la consultation d'un acte modifié dans la BAEC, il sera toujours possible de voir quels actes ont donné lieu à modification.
  3.4.8. Procuration (art. 21 du Code civil)
  Les parties intéressées peuvent se faire représenter pour tous les actes de l'état civil, à l'exception de l'acte de mariage.
  Le fait de donner procuration implique que le mandataire représente le mandant. Cela signifie dès lors également que le mandataire doit comparaître à la place du mandant.
  Il doit s'agir d'une procuration spéciale et authentique.
  La procuration est enregistrée dans la BAEC en tant qu'annexe à l'acte.
  Les parties peuvent également se faire représenter par procuration notamment lors d'une déclaration de mariage ou de reconnaissance. Dans ce cas, la procuration est enregistrée dans la BAEC en tant qu'annexe à l'acte de mariage ou de reconnaissance. La déclaration même n'est pas enregistrée en tant qu'annexe dans la BAEC.
  Dans ce cas, cette procuration spéciale et authentique n'est nécessaire que si un tiers vient effectuer la déclaration de mariage.
  Cette procuration spéciale et authentique doit être distinguée de la preuve écrite légalisée émanant du futur époux, dont il ressort qu'il consent à la déclaration de mariage (art. 164/2, § 2, 3°, du Code civil).
  3.4.9. Lecture de l'acte à voix haute (art. 22 du Code civil)
  L'officier de l'état civil n'est tenu de donner lecture de l'acte à voix haute qu'à la demande de l'un des comparants. Dans les autres cas, l'officier de l'état civil peut donner lecture de l'acte à voix haute lorsqu'il l'estime nécessaire. Tel peut, par exemple, être le cas lorsqu'une partie est aveugle ou analphabète.
  L'officier de l'état civil a l'obligation d'établir l'acte correctement et de s'assurer que les intéressés en ont bien compris tous les aspects.
  3.4.10. Numéros continus d'actes
  La BAEC utilise des numéros d'acte continus et donc plus de numéro d'acte par commune.
  Le numéro d'acte est généré par la BAEC, au niveau national et donc plus par chaque commune ou par sorte de registre.
  Un numéro d'acte dans la BAEC est constitué des éléments suivants : " AAAA-XXXX.XXXX-CC ".
  " AAAA " =
  a) pour les actes établis à partir du 31 mars 2019 (actes purement électroniques), l'année au cours de laquelle le projet d'acte a été créé dans la BAEC (donc pas nécessairement l'année de la signature de l'acte);
  b) [1 pour les actes papier migrés (établis avant le 31 mars 2019) : l'année provient de la date du fait de l'acte.]1
  Le numéro de la BAEC ne permet donc jamais de déduire de manière fiable l'année de l'acte.
  " XXXX.XXXX " = numérotation continue dans la BAEC.
  " CC " = le chiffre de contrôle sur la base de l'ensemble des chiffres qui précèdent.
  3.5. Valeur probante des actes de l'état civil (art. 23 à 25 du Code civil)
  L'article 23 du Code civil établit le principe selon lequel seuls les actes de l'état civil font preuve de l'état de la personne, à moins que la loi n'en dispose autrement.
  Un certain nombre de dispositions du Code civil (notamment l'article 25) prévoient en effet que certains éléments de l'état de la personne peuvent être établis par d'autres moyens. Le Code de la nationalité belge prévoit également parfois d'autres moyens de preuve.
  De même, seuls les procès-verbaux dressés dans des circonstances exceptionnelles (qui ont pour effet que, durant une longue période, aucun acte dématérialisé ou papier de l'état civil ne sera disponible, mais qu'il existe un procès-verbal établi par l'officier de l'état civil) ou établis en cas de naissance ou de décès sur un navire ou dans un avion font preuve de l'état de la personne, aussi longtemps qu'aucun acte de l'état civil n'est établi sur base de ceux-ci.
  En ce qui concerne la force probante, il convient d'opérer une distinction entre les (nouveaux) actes électroniques de l'état civil et les (anciens) actes papier.
  Les actes électroniques établis après le 31 mars 2019 font foi jusqu'à inscription de faux en écriture. Ils ont dès lors une valeur probante pleine et entière (art. 24 du Code civil).
  Les actes de l'état civil enregistrés dans la BAEC sous forme dématérialisée sur la base d'actes établis sur papier avant le 31 mars 2019 (actes papier migrés) font foi jusqu'à preuve du contraire (art. 25 du Code civil).
  Lorsque l'acte papier original ne correspond pas au scan ou aux métadonnées de l'acte enregistré dans la BAEC, l'acte papier est valable jusqu'à inscription de faux en écriture, pour ce qui concerne les données antérieures au 31 mars 2019. Les métadonnées ou le scan de l'acte dans la BAEC font foi jusqu'à preuve du contraire.
  Les données enregistrées ou modifiées après l'enregistrement de l'acte dans la BAEC font bien entendu foi jusqu'à inscription de faux en écriture.
  Ainsi, dans le cas d'un acte de mariage établi sur papier, par exemple, avec mention du divorce uniquement sous forme électronique (car postérieure au 31 mars 2019), le divorce fera foi jusqu'à inscription de faux en écriture.
  Lorsque la date de naissance d'un des époux mentionnée sur l'acte papier ne concorde pas avec la date de naissance enregistrée dans la BAEC sous forme de métadonnées, la date de naissance de l'acte papier aura une valeur probante plus élevée (sauf si elle a été rectifiée sur l'acte de mariage après le 31 mars 2019).
  En cas de discordance entre les données de l'acte original sur papier et celles de l'acte migré vers la BAEC, l'acte original sur papier a donc priorité sur l'acte migré pour les données qui datent d'avant l'entrée en vigueur de la BAEC. Les éventuelles métadonnées enregistrées erronément dans la BAEC peuvent alors être adaptées sur la base de l'acte papier.
  Il en va de même pour les actes de l'état civil enregistrés dans la BAEC sur la base de procès-verbaux établis sur papier (conformément aux articles 14, 47 et 57) : ces actes font foi jusqu'à preuve du contraire.
  Les procès-verbaux originaux sur papier font foi jusqu'à inscription de faux en écriture ( art. 25 du Code civil).
  Il importe dès lors de conserver soigneusement les registres papier de l'état civil ainsi que les procès-verbaux établis sur papier. Ces exemplaires papier ont une valeur probante supérieure à celle des actes migrés. Ils ont un statut de conservation permanent. Ils peuvent être conservés dans les archives, mais ne peuvent jamais être détruits.
  Naturellement, ce n'est pas parce que ces actes sont conservés que des mentions marginales peuvent encore être apposées dans les livres papier. Toutes les modifications doivent désormais se faire par voie électronique, via la BAEC. Les copies et extraits des actes de l'état civil ne sont désormais plus délivrés que via la BAEC. Les copies des registres papier ne sont plus autorisées.
  3.6. Actes perdus ou détruits (art. 26 et 27 du Code civil)
  Ces articles reprennent les anciens articles 46 et 47 du Code civil sous une forme adaptée.
  Les actes de l'état civil perdus ou détruits (ou n'ayant jamais existé) peuvent être remplacés.
  La preuve de la destruction ou de la perte et du contenu des actes peut être reçue par des écrits, d'autres sources authentiques ou par des témoins.
  La procédure prévue pour la rectification d'un acte devant le tribunal de la famille s'applique en l'espèce (cf. art. 35, § 1er, du Code civil).
  Cette possibilité s'applique également aux actes étrangers manquants, comme c'était déjà le cas dans la pratique.
  L'acte supplétif de l'état civil établi à la suite d'un acte détruit ou perdu, sur la base de l'article 26 du Code civil, peut être transmis à toute autorité requérante en remplacement de l'acte manquant, si l'intéressé prouve qu'il demeure impossible de se procurer l'acte de l'état civil et pour autant, bien entendu, que l'exactitude des données que cet acte supplétif contient ne soit pas réfutée (art. 27 du Code civil).
  Comme tout autre acte de l'état civil, l'acte supplétif sera établi (conformément aux dispositions du chapitre 2, section 2) en mentionnant le fait que l'acte a été établi sur la base d'une décision judiciaire, comme le prévoit l'article 41, § 1er, du Code civil.
  Par exemple, un acte supplétif d'acte de naissance sera donc établi de la même manière qu'un acte de naissance ordinaire, mais la base sur laquelle l'acte est établi mentionnera les données de la décision judiciaire.
  3.7. Copies et extraits (art. 28 du Code civil)
  L'article 28 du Code civil définit les notions de " copie " et d'" extrait ".
  Un extrait mentionne uniquement les données actuelles de l'acte sans l'historique de l'état de la personne que l'acte concerne.
  Ceci implique par conséquent que, si des modifications ont été apportées depuis l'établissement de l'acte de l'état civil, celles-ci ne sont pas visibles, et seule la dernière situation est mentionnée. Les modifications sont traitées et exécutées par la BAEC. Par exemple, un extrait de l'acte de naissance d'un enfant qui a été adopté plénièrement ne mentionnera pas l'adoption. Les parents adoptifs seront mentionnés comme " parents ".
  La distinction antérieure entre les extraits avec filiation et les extraits sans filiation disparaît.
  Une copie, en revanche, mentionne toujours les données d'origine de l'acte et les modifications apportées à l'état de la personne que l'acte concerne après l'établissement de l'acte.
  Dans l'exemple de l'acte de naissance de l'enfant adopté, l'adoption sera dès lors visible sur la copie.
  Une copie mentionne également l'historique de l'acte. L'historique est mentionné brièvement sous les données d'origine, de manière similaire aux anciennes mentions marginales.
  Le cas échéant, les copies mentionnent, également toujours la base sur laquelle l'acte est établi (comme le prévoit l'article 41, § 1er, 5° ). Les extraits ne mentionnent pas la base sur laquelle l'acte est établi en raison de la protection des données à caractère personnel de l'intéressé.
  3.7.1. Durée de validité
  Les copies et les extraits mentionnent toujours le délai pendant lequel le contrôle de l'authenticité d'extraits via un serveur peut être exercé ainsi que le lien internet ou autre moyen de vérification électronique permettant le contrôle. La durée de validité sera en principe de 3 mois à partir de leur délivrance. Il appartient à l'autorité réceptrice (généralement à l'étranger) de déterminer si elle souhaite encore accepter ce document au-delà de cette date même si le contrôle via ce lien n'est plus possible.
  Le délai de contrôle est limité, car l'extrait ou la copie délivrée ne reste disponible sur le serveur d'extraits que pendant cette période de validité.
  3.7.2. Publicité des actes de l'état civil (art. 29 du Code civil)
  L'article 29, § 1er, du Code civil reprend et adapte l'ancien article 45 du Code civil. Il détermine les hypothèses dans lesquelles les actes sont publics et à qui des extraits ou des copies peuvent être délivrés.
  La publicité implique que toute personne a droit à un extrait ou une copie.
  Les délais de publicité des actes de l'état civil sont adaptés. Le délai de 100 ans qui s'appliquait à tous les actes de l'état civil a été jugé trop long pour certains actes et compliquait les recherches généalogiques.
  C'est pourquoi des délais de publicité différenciés ont été prévus.
  Les actes suivants sont publics :
  - les actes de décès de plus de cinquante ans;
  - les actes de mariage de plus de septante-cinq ans;
  - les autres actes de plus de cent ans.
  3.7.3. A qui peut-on délivrer des copies et des extraits ?
  3.7.3.1. Actes publics
  Toute personne a droit à des copies ou extraits d'actes publics de l'état civil. Il s'agit donc des actes de décès de plus de cinquante ans, des actes de mariage de plus de septante-cinq ans et des autres actes de l'état civil de plus de cent ans.
  3.7.3.2. Actes non publics
  La délivrance de copies et d'extraits d'actes non publics est fortement limitée pour des raisons liées à la protection des données à caractère personnel.
  Les personnes qui ont droit à des copies ou des extraits sont limitées à l'entourage proche de l'intéressé. Il s'agit notamment :
  - de la personne que l'acte concerne;
  - de son époux ou épouse;
  - de son cohabitant légal;
  - de son représentant légal;
  - de ses descendants ou ascendants;
  - de ses héritiers;
  - de leur notaire;
  - de leur avocat.
  Il y a ici lieu d'interpréter la notion de "représentant légal" au sens large. Il s'agit par exemple également de l'administrateur d'une personne.
  Il s'agit des personnes qui pouvaient auparavant obtenir une copie ou un extrait avec filiation.
  Pour ce qui concerne les actes de personnes qui ont modifié l'enregistrement de leur sexe (application du Titre IV/1 ou de l'article 1385quaterdecies, § 3, du Code judiciaire), le droit à l'obtention d'une copie est encore plus limité. Le droit à l'obtention d'une copie de ces actes (autrement dit sur lesquels la modification de l'enregistrement du sexe est visible) est limité à la personne que l'acte concerne, à son représentant légal, à ses héritiers, à leur notaire et à leur avocat.
  Certaines personnes qui reçoivent aujourd'hui des extraits d'actes n'auront par conséquent plus droit à ces extraits à l'avenir. Tel est par exemple le cas des entrepreneurs de pompes funèbres, à moins qu'ils ne disposent d'une procuration sous seing privé des héritiers.
  Lorsque les connexions entre les différentes sources d'information se seront considérablement développées, la délivrance d'extraits se fera plus rare (cf. point 3.7.6.).
  Pour des raisons de protection des données à caractère personnel, il est en outre souhaitable qu'en principe, on ne puisse délivrer que des extraits. Une copie ne sera dès lors plus délivrée que sur demande expresse.
  L'officier de l'état civil ne peut toutefois pas vérifier si la demande est justifiée par la finalité pour laquelle la copie est demandée puisque cela constitue une immixtion dans la vie privée du citoyen.
  Il ne peut donc plus être question de délivrer des copies systématiquement. Cela arrivait certes fréquemment par le passé, car il s'avérait plus pratique de copier un acte papier que d'établir un extrait. Avec la BAEC, il n'y a plus aucune différence sur ce point et on ne pourra communiquer des données que dans la limite de ce qui est nécessaire. Des copies ne seront dès lors délivrées que si l'intéressé en fait la demande expresse.
  3.7.4. Copie via la BAEC - cachet électronique
  La délivrance de copies et extraits s'effectue toujours via la BAEC en ce sens que l'authentification lors de la délivrance est toujours effectuée par la BAEC sous la forme d'un cachet électronique et non par l'officier de l'état civil.
  Il demeure toutefois toujours possible de demander la remise de copies et d'extraits délivrés via la BAEC à l'officier de l'état civil, au guichet ou au guichet électronique. Dans ce cas aussi, la copie ou l'extrait porte seulement le cachet électronique de la BAEC.
  En outre, le citoyen, quel que soit l'endroit où il se trouve, pourra, dans le futur, également télécharger (à l'aide de son PC ou autre) un extrait ou une copie portant le cachet électronique de la BAEC directement depuis la BAEC.
  Les copies et extraits mentionnent également toujours la date de délivrance.
  3.7.5. Copies et extraits d'actes papier établis avant le 31 mars 2019
  La délivrance d'une copie sous la forme d'une copie des registres papier de l'état civil n'est plus autorisée.
  Des copies et des extraits des " anciens " actes papier de l'état civil qui ont été introduits dans la BAEC ne peuvent donc plus être délivrés que via la BAEC.
  En effet, les registres papier ne seront plus mis à jour après le 31 mars 2019.
  Les copies d'actes de l'état civil établis avant le 31 mars 2019 prennent toujours la forme d'une impression de l'acte original enregistré sous forme dématérialisée dans la BAEC avec les mentions marginales y apportées et les métadonnées des modifications de cet acte après l'entrée en vigueur de la BAEC.
  La forme dématérialisée de l'acte peut consister en :
  - une version numérisée de l'acte;
  - une collecte de métadonnées;
  - une combinaison des deux.
  Un extrait d'un " ancien " acte prend la même forme que celle d'un acte établi après l'entrée en vigueur de la BAEC.
  Pour pouvoir délivrer un extrait d'un acte papier via la BAEC, les métadonnées de l'acte ancien (qui sont mentionnées sur un extrait dans la nouvelle forme) doivent être enregistrées dans la BAEC. Sur cette base, des extraits peuvent être délivrés de la même manière que les nouveaux actes de l'état civil.
  Une disposition transitoire (article 109 de la Loi sur la modernisation de l'état civil) prévoit qu'un officier de l'état civil, un greffier ou un fonctionnaire compétent du SPF Justice qui constate qu'un acte antérieur au 31 mars 2019 qui doit lui être présenté n'a pas été enregistré dans la BAEC, ou dont les métadonnées sont manquantes, peut demander à l'officier de l'état civil titulaire du registre dans lequel l'acte se trouve d'enregistrer cet acte dans la BAEC.
  Cet officier de l'état civil est alors tenu d'enregistrer immédiatement dans la BAEC cet acte sous forme dématérialisée et accompagné des métadonnées correspondantes. Il peut également s'agir d'une demande visant à compléter les métadonnées lorsque, par exemple, la migration a eu lieu au niveau de la copie mais qu'un extrait de l'acte est demandé, ou à rectifier des fautes dans les métadonnées.
  Il est indiqué de suivre le même mode opératoire que celui de l'officier de l'état civil à qui il est demandé de délivrer une copie ou un extrait d'un tel acte.
  On ne précise pas de délai d'enregistrement à compter de la notification à l'officier détenteur de l'acte, mais il va de soi que cela doit se faire le plus vite possible et dans un délai raisonnable. A défaut, aucun extrait ou copie ne pourra en effet être délivré. Un délai maximal de 5 jours ouvrables devrait suffire. Dans des cas urgents, cela doit se faire immédiatement. Son collègue officier de l'état civil, le greffier ou le fonctionnaire compétent du Service public fédéral Justice doit en effet pouvoir poursuivre sa procédure dans les délais légaux.
  3.7.6. Principe " only once "
  En raison de l'application du principe " only-once " et de l'accès direct accordé à différentes autorités et institutions (cf. article 78 du Code civil), le nombre d'extraits et de copies demandés et délivrés va sensiblement diminuer.
  Ce principe implique que les documents qui ont été présentés par un citoyen à une autorité ou qui sont accessibles à une autorité, notamment via la BAEC, ne peuvent plus être demandés une nouvelle fois à ce citoyen par une autre autorité. L'autorité doit consulter elle-même la BAEC.
  Dès lors, les copies et extraits seront surtout demandés pour être produits à des entreprises privées (banques ou organismes assureurs), ou à l'étranger.
  3.7.7. Langue
  Conformément aux lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966, l'officier de l'état civil établit l'acte dans la langue de sa région.
  En principe, les copies et extraits d'actes de l'état civil établis après l'entrée en vigueur de la BAEC peuvent être délivrés dans l'une des trois langues nationales. On n'intègre pas des images (numérisation) de ces nouveaux actes mais uniquement des métadonnées : les données qui doivent apparaître dans un acte sont complétées dans des champs (par exemple un champ pour le nom, le prénom, la date du fait...). Les nouveaux actes ne dépendent donc pas de la langue étant donné qu'ils sont basés sur les métadonnées.
  Etant donné que les actes, les copies et les extraits sont uniformisés et standardisés dans la BAEC, les extraits et copies peuvent être consultés sur un modèle français, allemand, néerlandais ou multilingue, et délivrés dans ces mêmes langues.
  Par exemple, si un extrait d'un acte de l'état civil établi en français est demandé en Flandre, il pourra dès lors être délivré en néerlandais. On évite ainsi qu'un citoyen doive encore faire traduire l'extrait.
  Il en va de même pour les extraits des " anciens " actes papier, vu qu'ils sont enregistrés dans la BAEC avec les mêmes métadonnées que celles des " nouveaux " actes. Pour les copies des anciens actes, ce ne sera pas le cas. La copie d'un ancien acte est en effet basée sur une image de l'acte. La copie consistera donc en une impression de l'image de l'ancien acte, pour lequel aucune traduction ne peut bien entendu être fournie par la BAEC.
  3.7.8. Force probante des copies et extraits d'actes papier dans la BAEC
  La force probante des copies et extraits d'actes établis avant le 31 mars 2019 (enregistrés sous forme dématérialisée dans la BAEC) n'est pas la même que celle d'actes établis après le 31 mars 2019, vu que la valeur probante des actes auxquels se rapportent les copies et extraits n'est pas identique. Les actes électroniques établis après le 31 mars 2019 ont effectivement une valeur probante complète (à savoir jusqu'à preuve de faux en écriture), contrairement aux anciens actes papier enregistrés par la suite dans la BAEC, qui ne sont valables que jusqu'à preuve du contraire.
  Cependant, on ne peut pas renvoyer les personnes souhaitant obtenir des copies et extraits vers l'officier de l'état civil qui dispose de l'acte papier, vu que les mises à jour de cet acte effectuées par la suite dans la BAEC ne seront jamais mentionnées sur les actes papier. Cette copie ou cet extrait sera alors incomplet. On ne peut pas non plus conférer une valeur probante complète (jusqu'à inscription de faux en écriture) aux actes enregistrés sous forme dématérialisée dans la BAEC et établis avant l'entrée en vigueur de celle-ci. L'acte papier sera effectivement toujours l'original. Des fautes peuvent effectivement résulter de l'enregistrement de celui-ci sous forme dématérialisée dans la BAEC (p. ex., un mot effacé est tout de même visible sous l'effet de la numérisation).
  L'article 30, § 3, du Code civil prévoit à cet égard que lorsque l'extrait ou la copie délivrés sur la base d'un acte établi sur papier avant l'entrée en vigueur de la nouvelle loi, n'est pas accepté ou lorsqu'il est contesté pour l'usage auquel il est destiné, un extrait ou une copie est délivré sur la base du registre papier accompagné des mises à jour de l'acte dans la BAEC. Cette possibilité doit rester limitée à des circonstances très exceptionnelles, puisque l'objectif est que les copies et extraits soient systématiquement délivrés par voie électronique par la BAEC. Ce n'est qu'en cas de contestation ou, par exemple, de non-acceptation par une autorité étrangère pour des raisons spécifiques qu'une copie ou un extrait de l'acte original papier (mentionnant les mises à jour de cet acte enregistré dans la BAEC) devra être délivré par l'officier de l'état civil détenteur de l'acte dans ses registres papier.
  3.7.9. Forme de la copie d'un acte établi sur la base d'un acte étranger
  L'article 28, § 3, du Code civil détermine la forme d'une copie d'un acte établi sur la base d'un acte étranger (établi conformément au chapitre 2, section 15, cf. point 4.2.14.).
  Une telle copie comprend :
  1. les données originales de l'acte belge sur la base d'un acte étranger;
  2. les données de référence de l'acte étranger sur lequel elle se base;
  3. les métadonnées des modifications de cet acte (historique après établissement de l'acte belge).
  L'établissement des actes de l'état civil sur la base d'un acte étranger est possible par la présentation d'une copie ou d'un extrait de l'acte étranger.
  L'établissement d'un acte belge sur la base d'un extrait de l'acte étranger n'empêche pas que des modifications ultérieures puissent y être intégrées.
  Une copie mentionnera par conséquent également l'historique qui suit l'établissement de l'acte belge, sous la forme des métadonnées des modifications. C'est également le cas pour une copie d'un acte papier migré dans la BAEC sur laquelle des modifications ont été faites dans la BAEC après la migration.
  Concrètement, cet historique pourrait être par exemple le suivant : une reconnaissance, une déclaration de choix de nom, un changement de prénoms, une rectification par le tribunal... Il peut s'agir tant des actes ou décisions belges que des actes ou décisions étrangers reconnus en Belgique.
  Si l'intéressé doit, à l'avenir, présenter une copie ou un extrait de son acte étranger en Belgique, il pourra se servir d'une copie ou d'un extrait de l'acte belge établi sur la base de l'acte étranger. Il ne doit donc pas retourner devant l'autorité étrangère de délivrance.
  3.7.10. Recherches généalogiques
  L'article 79 du Code civil dispose que le Roi détermine la manière dont les actes de l'état civil peuvent être consultés à des fins généalogiques, historiques ou scientifiques.
  [1 Jusqu'à la date d'entrée en vigueur de l'arrêté royal relatif aux recherches généalogiques (prévu à l'article 79 du Code civil), l'officier de l'état civil peut délivrer des copies d'actes de l'état civil à des fins généalogiques, historiques ou scientifiques, à condition que le demandeur dispose du consentement écrit de toutes les personnes concernées par l'acte, pour autant qu'elles soient encore en vie. Si ces personnes sont décédées, le consentement d'un des proches suffit.
   L'officier de l'état civil délivre les copies à ces fins au moyen d'une copie des registres papier de l'état civil (et donc pas une copie délivrée à partir de la BAEC), et mentionne sur celles-ci : `délivré à des fins généalogiques, historiques ou scientifiques'.]1

  3.7.11. Légalisation
  L'article 29, § 3, du Code civil reprend l'ancien article 45 du même Code qui prévoit que les extraits et les copies destinés à être utilisés à l'étranger sont, pour autant que cela soit exigé, légalisés par le ministre des Affaires étrangères ou le fonctionnaire délégué par lui. Ce sera donc le cachet électronique qui sera légalisé.
  Il importe ici aussi de renvoyer au règlement relatif aux documents publics (règlement (UE) n° 2016/1191 du Parlement européen et du Conseil du 6 juillet 2016 visant à favoriser la libre circulation des citoyens en simplifiant les conditions de présentation de certains documents publics dans l'Union européenne, et modifiant le règlement (UE) n° 1024/2012).
  Ce règlement s'applique en effet aux actes de l'état civil. Concernant les articles qui s'appliquent aux actes de l'état civil, ce règlement est entré en vigueur le 16 février 2019.
  Ce règlement supprime notamment l'exigence en matière de légalisation et d'apostille pour certains documents publics et simplifie les formalités liées aux copies certifiées conformes et aux traductions entre les Etats membres de l'UE.
  Le champ d'application du règlement s'étend à :
  - la naissance;
  - le fait d'être en vie;
  - le décès;
  - le nom;
  - le mariage, y compris la capacité à mariage et la situation matrimoniale;
  - le divorce, la séparation de corps et l'annulation du mariage;
  - le partenariat enregistré, y compris la capacité à conclure un partenariat enregistré et le statut de partenariat enregistré;
  - la dissolution du partenariat enregistré, la séparation de corps ou l'annulation d'un partenariat enregistré;
  - la filiation;
  - l'adoption;
  - le domicile et/ou la résidence;
  - la nationalité;
  - l'absence de casier judiciaire;
  - les documents publics qui doivent être présentés en vue de l'exercice du droit de vote ou d'éligibilité aux élections au Parlement européen ou aux élections municipales.
  Il faut souligner que le règlement porte uniquement sur l'authenticité du document public et non sur la reconnaissance du contenu ou les effets de celui-ci.
  Le règlement a pour effet que les autres Etats membres de l'UE ne peuvent plus demander la légalisation ou l'apostille des copies et des extraits d'actes de l'état civil qui relèvent de son champ d'application.
  3.7.12. Modèles des copies et des extraits
  L'arrêté royal du 3 février 2019 fixant les modèles d'extraits et des copies d'actes de l'état civil (M.B., 15 février 2019) établit les modèles des extraits et des copies des actes de l'état civil.
  Les modèles à cet effet figurent en annexe de l'arrêté royal et ont été intégrés dans la BAEC.
  Des extraits sont prévus pour les actes suivants :
  - l'acte de naissance;
  - l'acte de mariage;
  - l'acte de décès;
  - l'acte de reconnaissance;
  - l'acte de reconnaissance prénatale;
  - l'acte d'adoption;
  - l'acte d'un enfant sans vie;
  - l'acte d'absence;
  - l'acte de nationalité belge;
  Des copies sont prévues pour les actes suivants :
  - l'acte de naissance;
  - l'acte de mariage;
  - l'acte de décès;
  - l'acte de reconnaissance;
  - l'acte de reconnaissance prénatale;
  - l'acte d'adoption;
  - l'acte d'un enfant sans vie;
  - l'acte d'absence;
  - l'acte de nationalité belge;
  - l'acte de modification de l'enregistrement du sexe;
  - l'acte de divorce;
  - l'acte de changement de nom;
  - l'acte de changement de prénom;
  - l'acte de déclaration du choix de nom;
  - l'acte d'annulation;
  La base de l'établissement de l'acte peut être :
  - une décision judiciaire;
  - un procès-verbal;
  - un arrêté royal ou ministériel;
  - un acte étranger;
  - une décision administrative ou judiciaire étrangère.
  L'historique de l'état de la personne, se compose d'un aperçu chronologique, selon la date d'enregistrement dans la BAEC, des données modifiées de l'acte original, avec mention de la décision ou de l'acte qui est à la base de la modification.
  L'arrêté royal précise en plus que, dans les copies, les données originales de l'acte sont complétées par la base sur laquelle l'acte est établi et l'historique de l'état de la personne. En outre, il classifie les mentions qui correspondent à chaque base légale ou à chaque modification des données de l'acte original.
  La donnée " date de prise d'effet " est également prévue dans les modèles.
  Le modèle de données de la BAEC prévoit en effet, pour chaque acte, deux dates, à savoir la date du fait et la date de la rédaction de l'acte.
  La date du fait est en principe uniquement indiquée dans les actes de naissance, les actes de décès, les actes de mariage et les actes d'enfant sans vie (date d'accouchement). Dans ces cas, la date de prise d'effet sera la date d'établissement de l'acte.
  Dans les autres cas, la date de prise d'effet sera dans la BAEC la même date que celle de l'établissement de l'acte, à moins que, lors de l'établissement de l'acte, l'officier de l'état civil ait, sur la base d'une pièce annexée (une décision judiciaire ou administrative étrangère, un jugement ou un arrêt, un procès-verbal,...), indiqué une autre date qui peut être retrouvée dans les pièces annexées. La " date de prise d'effet " se rapportera, dans ces cas, à la date de prise d'effet de l'adoption, de la reconnaissance, du changement de nom, ...
  Les modèles des extraits et des copies sont établis de manière dynamique. Toutes ces mentions ne doivent pas en effet figurer dans chaque extrait ou copie.
  Les données qui sont reprises après le symbole " • " sont facultatives. Ces données ne sont mentionnées sur l'extrait ou la copie que si elles sont d'application.
  Pour les données qui figurent après le symbole "o", il faut indiquer au moins une des options. Seule l'option sélectionnée doit apparaître sur la copie ou l'extrait.
  3.8. Modifications d'actes de l'état civil
  Le système des mentions marginales d'actes de l'état civil est supprimé.
  Dans une banque de données numérique, il ne peut plus y avoir de mentions portées en marge d'un acte, dès lors que toutes les données sont enregistrées dans le système sous forme de métadonnées et associées aux actes correspondants par voie électronique.
  Dorénavant, les actes de l'état civil pourront être modifiés de manières suivantes :
  1° par la modification directe d'un acte (" deuxième version " de l'acte) (art. 31 du Code civil);
  2° par une mention automatique (art. 32 du Code civil);
  3° par l'établissement d'un acte de base.
  Ces manières de procéder remplacent donc les anciens actes de transcription de décisions judiciaires ou autres et la mention marginale y afférente sur d'autres actes de l'état civil.
  3.8.1. Modifications directes d'actes (actes modifiés)
  Plutôt que de porter une mention en marge d'un acte à la suite d'une décision judiciaire belge ou étrangère, l'acte existant même sera, dans certains cas, modifié. En d'autres termes, l'officier de l'état civil établira une " deuxième version " de l'acte.
  Ainsi, la filiation pourra par exemple être modifiée dans l'acte de naissance après une décision judiciaire établissant la filiation.
  Les modifications directes d'actes ne sont prévues que pour un nombre limité de cas, notamment en cas de :
  1° [1 Décision judiciaire (art. 31, § 1er, du Code civil) qui :
   - conteste ou établit la filiation ou annule une reconnaissance;
   - rectifie un acte;
   - autorise un changement de nom ou de prénoms.]1

  Il doit s'agir d'une décision passée en force de chose jugée qui a pour conséquence la modification d'un ou de plusieurs actes de l'état civil, et aucun acte de base ne doit pouvoir être établi.
  On entend par actes de base, les actes de l'état civil visés au livre Ier, titre 2, chapitre 2, du Code civil.
  Une décision qui modifie la filiation requiert une adaptation de l'acte, étant donné qu'aucun acte de base " acte de modification de filiation " n'existe et qu'aucune mention automatique ne peut être effectuée par la BAEC. L'intervention de l'OEC est nécessaire, dès lors qu'une appréciation du contenu des données de la décision judiciaire qui modifie l'état civil est requise. Dans ce cas, il peut également s'agir de décisions judiciaires étrangères.
  Il en va de même pour la rectification des actes de l'état civil par le tribunal de la famille. Seuls les tribunaux belges sont compétents en la matière; il ne peut donc s'agir que de décisions belges.
  [1 Il en va de même pour l'annulation de la reconnaissance. Dans ce cas, l'OEC établira les actes suivants ou apportera les modifications suivantes :
   1) dans le cas où la reconnaissance a fait l'objet d'un acte distinct :
   - l'établissement de l'acte d'annulation d'une reconnaissance par l'officier de l'état civil et
   - la modification de l'acte (des actes) de l'état civil de l'enfant et de ses descendants (en vertu de l'article 31 du Code civil) ;
   La filiation dans l'acte de naissance sera donc modifiée après l'annulation de la reconnaissance.
   2) dans le cas où la reconnaissance a été intégrée dans l'acte de naissance lui-même :
   - la modification de l'acte (des actes) de l'état civil de l'enfant et de ses descendants (en vertu de l'article 31 du Code civil)]1

  En ce qui concerne le changement de nom ou de prénoms, il s'agit des cas visés à l'article 370/9 du Code civil et, partant, des recours introduits devant le tribunal de la famille respectivement contre les refus du ministre de la Justice et de l'OEC d'autoriser un changement de nom ou de prénoms. Une décision judiciaire étrangère de changement de nom ou de prénoms qui peut être reconnue sur base de l'article 39 du Code de droit international privé sera traitée comme un acte de changement de (pré)nom.
  Si le tribunal de la famille autorise le changement, l'OEC modifie l'acte de naissance et l'associe aux autres actes du bénéficiaire et, en cas de changement de prénoms, aux actes de naissance de ses descendants jusqu'au premier degré.
  S'il s'agit d'une décision judiciaire belge, le greffier transmettra immédiatement à l'OEC compétent les données nécessaires à cette modification via la BAEC.
  [1 L'acte modifié mentionne les données (instance judiciaire, date du prononcé) ainsi que le contenu de la décision judiciaire (contestation/établissement d'un lien de filiation, annulation d'une reconnaissance, rectification d'un acte, changement de nom ou de prénoms). "
   * Aux modifications directes d'un acte sur la base de certaines décisions judiciaires et de la rectification d'une erreur matérielle, la loi ajoute à présent la possibilité de modifier directement un acte sur la base d'un autre acte ou d'une déclaration (par exemple, au moyen d'une attestation médicale ou d'une déclaration) (art. 31, § 2 du Code civil).]1
[1 ]1
  Toutes ces données sont enregistrées dans le système sous forme de métadonnées et associées à l'acte.
  Dès lors, les mentions de l'" acte modifié " sont les données qui sont mentionnées dans l'" historique " de cet acte et qui sont visibles lorsque l'acte est consulté ainsi que lorsqu'une copie est délivrée.
  2° Rectification d'une erreur matérielle par l'OEC (art. 31, § 2, du Code civil) (cf. point 3.9.1.)
  Dans ce cas, l'officier compétent établit le ou les actes modifiés à la suite de la rectification d'une erreur matérielle qui entraîne une modification d'un ou de plusieurs actes de l'état civil.
  L'acte modifié mentionne la rectification de l'acte. La rectification sera donc toujours visible lors de la consultation dans la BAEC ou lors de la délivrance d'une copie.
  L'officier de l'état civil compétent est l'officier généralement compétent ou l'officier du lieu de l'établissement de l'acte.
  La modification d'un acte induira, dans certains cas également, la modification automatique par la BAEC des autres actes de la personne concernée et, éventuellement, de ses descendants. L'OEC associe ces actes les uns aux autres.
  Lors de la consultation des actes dans la BAEC, les modifications par rapport à l'acte d'origine seront toujours clairement indiquées. De même, il sera toujours possible de consulter l'historique, avec la date et le motif de la modification.
  [1 3° Un autre acte ou une déclaration (p. ex. au moyen d'une attestation médicale ou d'une déclaration) (art. 31, § 2 du Code civil).
   L'ajout de cette nouvelle base légale pour les modifications directes d'actes par l'officier de l'état civil évite que de telles modifications apportées par l'officier de l'état civil soient résolues techniquement par une " erreur matérielle ".
   L'établissement d'un acte modifié sur la base d'un autre acte permet désormais de remplacer des données erronées ou incomplètes dans un acte existant par les données correctes ou complètes lorsque l'acte qui corrobore cette modification est présenté.
   En règle générale, il s'agira la plupart du temps de l'acte de naissance qui n'était pas disponible au moment de l'établissement de l'acte à modifier (autrement, l'acte modifié sur la base d'une erreur matérielle pourrait être utilisé, solution toujours préférable lorsque cela est possible).
   Il peut également s'agir d'une donnée qui ne répond pas à la définition de l'erreur matérielle comme, par exemple, le lieu ou le pays de naissance d'un parent sur l'acte de naissance ou d'un conjoint sur un acte de mariage, mais qui peut être rectifiée de cette manière.
   Un autre champ d'application est la mention de données à caractère personnel sur des actes d'étrangers, dans le pays desquels une distinction est établie entre les données figurant sur un passeport (servant de base pour l'inscription au registre des étrangers) et les actes de l'état civil qui établissent en fin de compte l'état de la personne. Ainsi, tous les passeports ne mentionnent pas tous les prénoms d'une personne. Il se peut également que le passeport ne mentionne pas le patronyme ou qu'il mentionne le prénom, le nom de famille ou d'autres mentions relatives au nom dans un autre ordre.
   Enfin, l'acte modificatif sur la base d'un autre acte peut également être utilisé lorsque l'état de la personne a été modifié dans un acte existant, mais qu'il n'existe aucune autre base légale pour établir un acte de base ou un acte modificatif : par exemple, la mère d'un enfant né dans une commune belge change de nom en se mariant ultérieurement à l'étranger. L'acte de mariage comportant le changement de nom ne peut être enregistré dans la BAEC, mais un acte modifié de l'acte de naissance de l'enfant peut être établi.
   Il importe de souligner que l'acte modifié sur la base d'un autre acte ne peut être utilisé pour rectifier une fraude à l'identité dans un acte ou pour éluder la compétence du tribunal de la famille en matière de rectification d'actes de l'état civil. Il ne s'agit donc pas de modifier complètement les données à caractère personnel, de modifier la filiation ou de modifier différentes données dans le même acte (voir point 3.9.2.) sur la seule présentation de l'acte de naissance. Il s'agit uniquement d'établir un acte modifié sur la base d'un autre acte lorsque l'acte originel comporte des erreurs ou des lacunes en raison d'un manque d'informations, mais qu'il n'existe aucun doute sur l'identité de la personne ou sur l'état de la personne stipulé dans cet acte. Il n'est pas non plus possible d'utiliser l'acte modifié sur la base d'un autre acte pour traiter la modification de l'état de la personne lorsqu'il est nécessaire d'établir un acte de base adéquat : par exemple, un acte étranger/une décision étrangère de changement de nom constitue, en règle générale, la base de l'établissement d'un acte de changement de nom, mais pas d'un acte modifié.
   Quelques exemples concrets permettent de rendre cela plus clair. L'acte modifié sur la base d'un autre acte peut être établi pour :
   - ajouter ou écrire en toutes lettres des prénoms et des noms en présence de prénoms abrégés ou non mentionnés ou de parties de noms : ex. un étranger inscrit au registre national sur la base de son passeport, dans lequel certains prénoms ont été abrégés, produit à présent son acte de naissance ; ex. en raison d'une erreur de l'officier de l'état civil, une personne figure sous un nom simple au lieu d'un nom double sur son acte de mariage datant d'avant le 31 mars 2019 alors que le double nom était mentionné sur l'acte de naissance : il y a certitude quant à l'identité ;
   - ajouter un patronyme ou un " middle name " : ex. une personne russe est inscrite au registre national sans patronyme parce que celui-ci ne figure pas en caractères latins sur le passeport russe, mais il figure bel et bien sur l'acte russe de naissance et d'autres actes russes de l'état civil ;
   - inscrire comme nom un nom matrimonial lorsque cette personne l'a déjà porté, mais figure encore sous son nom de jeune fille sur le premier acte parce que le nom matrimonial n'était pas encore enregistré au registre national, ce qui suppose la présentation d'un nouveau passeport ;
   - corriger une erreur dans le pays de naissance : ex. Congo au lieu de Zaïre ;
   - corriger une erreur dans le lieu de naissance d'une personne figurant dans l'acte : p. ex. toponyme mal orthographié ou problème de subdivision administrative. Ainsi, beaucoup de passeports (et donc le registre national) mentionnent l'Etat, la province ou même le pays, mais pas la commune de naissance proprement dite, laquelle figure généralement sur un acte de naissance ;
   - ajouter des prénoms ou un nom de famille lorsque ceux-ci n'ont pas été enregistrés auparavant, mais figurent bel et bien sur des actes de l'état civil : ex. 1 : de nombreux Irakiens sont inscrits uniquement sous leur propre prénom et celui de leur père et leur grand-père, sur la base d'un passeport produit antérieurement, mais il s'avère par la suite qu'ils ont bel et bien un nom de famille, lorsque leurs autorités leur délivrent un nouveau passeport et un acte de naissance à ce nom ; ex. 2 : sur d'anciens actes, les Congolais figurent souvent uniquement sous un nom de famille, comme cela se pratiquait à l'époque du Zaïre, mais ils produisent à présent des actes de naissance mentionnant des prénoms ;
   - distinguer les éléments constituant des prénoms ou des noms de famille lorsque cela n'apparaissait pas clairement auparavant (p. ex. " middle name ", postnom, chaînes de noms...) ;
   - des actes de naissance établis dans la BAEC avec un lieu de naissance inconnu ou sans date de naissance parce qu'ils n'apparaissaient pas sur la copie ou l'extrait d'un acte étranger ; les actes de naissance comportant les données manquantes de ces parents sont à présent produits.
   On peut également donner des exemples négatifs d'actes modifiés ne pouvant être établis sur la base d'un autre acte :
   - une personne est inscrite avec des données à caractère personnel sur déclaration, ces données à caractère personnel se retrouvent également sur les actes belges. Après régularisation, un passeport et un acte de naissance comportant d'autres données à caractère personnel sont produits et l'Office des étrangers a autorisé la modification des données à caractère personnel dans le registre national. Comme il peut s'agir d'une fraude à l'identité, la modification doit être demandée au tribunal de la famille ;
   - une personne déclare que les documents qu'elle a présentés antérieurement ou ses déclarations antérieures n'étaient pas corrects et présente de nouveaux documents : comme il existe un doute sur l'identité et, la plupart du temps, plusieurs autres éléments doivent également être modifiés conjointement, l'intervention du tribunal de la famille doit être demandée pour la modification des actes existants ;
   - un acte de naissance est établi avec une filiation maternelle ou une reconnaissance maternelle et l'acte de mariage est présenté ultérieurement : comme une modification de la filiation aurait lieu du fait de l'établissement d'un acte sur la base d'un autre acte, seul le tribunal de la famille est compétent.
   La modification directe d'un acte sur la base d'une déclaration était uniquement prévue pour l'ajout d'un nom de famille dans un acte d'un enfant sans vie (conformément au droit transitoire de la loi du 19 décembre 2018 modifiant diverses dispositions relatives à la réglementation concernant l'enfant sans vie - M.B. du 1er février 2019) et figure à présent dans la loi en tant que possibilité générale. De cette manière, la déclaration du sexe (avec attestation médicale) peut être traitée au moyen d'un acte modifié (art. 48 du Code civil).
   L'officier compétent établit immédiatement le ou les actes modifiés à la suite de l'autre acte ou de la déclaration qui est à l'origine de la modification et qui entraîne une modification d'un ou de plusieurs actes de l'état civil.
   L'acte modifié mentionne la modification de l'acte. La modification sera donc toujours visible lors de la consultation dans la BAEC ou lors de la délivrance d'une copie.
   L'officier de l'état civil compétent est l'officier généralement compétent ou l'officier du lieu de l'établissement de l'acte.
   La modification d'un acte induira, dans certains cas également, la modification automatique par la BAEC des autres actes de la personne concernée et, éventuellement, de ses descendants. La BAEC associe en effet ces actes les uns aux autres.
   Lors de la consultation des actes dans la BAEC, les modifications par rapport à l'acte d'origine seront toujours clairement indiquées. De même, il sera toujours possible de consulter l'historique, avec la date et le motif de la modification.
   La BAEC envoie une notification au procureur du Roi compétent à chaque recours à une rectification conformément à l'article 33 du Code civil (erreur matérielle) ou modification d'un acte sur la base d'un autre acte ou d'une déclaration. Le parquet a en effet une fonction générale de surveillance en matière d'état civil. Celui-ci peut alors, à des moments spécifiques, dresser par exemple une liste de toutes les rectifications dans le cadre de cette procédure et vérifier s'il n'y a pas eu d'abus.]1

  [1 4° Schéma
   Cela peut être représenté schématiquement comme suit :
   1. Décision judiciaire étrangère en matière de filiation => OEC => établissement de l'acte modifié
   2. Décision judiciaire belge (filiation, annulation reconnaissance, rectification, changement de nom ou de prénoms) => greffier => OEC => établissement de l'acte modifié
   3. Rectification d'une erreur matérielle => OEC => établissement de l'acte modifié
   4. Modification d'un acte sur la base d'un autre acte ou d'une déclaration => OEC => établissement de l'acte modifié.]1

  3.8.2. Mentions aux actes de l'état civil (art. 32 du Code civil)
  Pour un nombre limité de décisions judiciaires ou autres, rendues en Belgique, qui modifient l'état d'une personne, est instauré un nouveau mode de publicité des actes de l'état civil de l'intéressé, sans intervention de l'OEC.
  [1 C'est le cas dans les matières suivantes :
   1° le divorce (art. 1275, § 2, et 1303 du Code judiciaire);
   2° le changement de nom (art. 370/7 du Code civil);
   3° l'annulation d'un mariage (art. 193ter du Code civil, art. 391octies du Code pénal et art. 79quater, § 4, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers);
   4° l'annulation ou le retrait de l'autorisation de changement de nom (art. 370/8 du Code civil);
   5° la réapparition de l'intéressé qui a fait l'objet d'une déclaration d'absence (art. 122, alinéa 3, du Code civil) ou d'une déclaration judiciaire de décès (art. 134, alinéa 3, du Code civil).]1
[1 ]1
  Dans un premier temps une mention ne sera générée automatiquement que pour les divorces (1° ) et les changements de nom (2° )
  Il s'agit de décisions judiciaires ou d'autres décisions d'autorités belges qui ne nécessitent pas une appréciation du contenu des données d'actes ou de décisions à portée individuelle de la part des OEC. En effet, ces décisions ont déjà été signées valablement par l'autorité compétente pour ce faire (le Roi, le juge ou le fonctionnaire public compétent).
  Les données de ces décisions seront transmises à la BAEC par les greffiers et les fonctionnaires publics du service Changement de nom.
  Sur la base des données transmises, la BAEC effectuera ensuite une mention générée automatiquement. Cette e-mention sera reliée dans la BAEC aux actes de l'état civil auxquels elle se rapporte.
  L'OEC n'intervient donc pas sur ce plan. Les décisions et arrêtés précités modifient de manière totalement autonome l'état d'une personne. L'enregistrement de la mention dans la BAEC a pour unique but d'en assurer la publicité.
  L'inaltérabilité de ce lien est garantie par l'apposition d'un cachet électronique dans la BAEC.
  Ces mentions sont effectuées sous la responsabilité du comité de gestion de la BAEC (créée par l'article 73, § 1er, du Code civil) et sont reliées aux actes auxquels elles se rapportent.
  Ces liens électroniques seront, comme dans le cas des autres modifications, visibles lors de la consultation des actes dans la BAEC.
  La mention n'est donc pas une modification de l'acte au sens strict, mais l'état de la personne change par le lien avec l'acte.
  Dans l'exemple d'un jugement de divorce belge, les données du divorce seront visibles lors de la consultation de l'acte de mariage dans la BAEC ou sur un extrait de l'acte de mariage (comme c'était précédemment le cas avec une mention marginale).
  Les mentions contiennent toujours les données de la décision judiciaire ou de l'arrêté royal qui est à la base de la mention et le numéro d'acte de l'acte auquel la mention se rapporte.
  [1 En outre, dans les cas de divorce, d'autorisation de changement de nom et d'annulation, il est mentionné un certain nombre de données prévues dans l'acte de divorce (art. 64, 1° et 3°, du Code civil), dans l'acte de changement de nom (art. 63, 1°, 2° et 4°, du Code civil) et dans l'acte d'annulation (art. 66, du Code civil). ]1
  Le retrait d'un arrêté royal autorisant un changement de nom est possible en cas d'erreur dans l'arrêté et en cas de renonciation tardive.
  [1 Pour schématiser :
   1) Décision judiciaire belge
   1° de divorce ;
   2° d'annulation d'un mariage ;
   3° de réapparition de l'intéressé qui a fait l'objet d'une déclaration d'absence ou d'une déclaration judiciaire de décès ;
   4° d'annulation ou de retrait d'une autorisation de changement de nom;
   Le greffier envoie les données de la décision via la BAEC
   => la BAEC effectue la mention (cachet électronique BAEC) + la BAEC relie automatiquement avec d'autres actes si nécessaire.]1

  2) Changement de nom belge
  Le SPF Justice (service Changement de nom) envoie les données via la BAEC
  => la BAEC effectue la mention (cachet électronique BAEC) + la BAEC relie automatiquement avec d'autres actes si nécessaire.
  Une e-mention est générée uniquement s'il s'agit de décisions belges.
  Les jugements, arrêts et décisions étrangers seront toujours appréciés par l'OEC, comme aujourd'hui. Ils donnent lieu à l'établissement d'un acte belge sur la base de la décision étrangère (par exemple, un acte de divorce) ou à l'établissement d'un acte modifié dans les cas examinés ci-dessus (par exemple, la filiation).
  3.8.3. Etablissement d'un acte de base
  Enfin, l'établissement d'actes de base, fondés le cas échéant sur des actes étrangers, peut également avoir un impact sur d'autres actes de l'état civil. Dans ce cas, la " modification " des autres actes se fait par le lien entre l'acte de base et ces actes.
  Exemple : un acte de reconnaissance modifie l'acte de naissance. L'acte de reconnaissance est relié à l'acte de naissance, dans lequel la filiation paternelle sera ajoutée.
  Exemple : Un acte de reconnaissance français d'un enfant né en Belgique qui ne mentionne que la filiation maternelle. Un acte de reconnaissance belge est établi sur la base de l'acte de reconnaissance français (cf. point 4.2.14). Cet acte de reconnaissance belge est relié à l'acte de naissance, dans lequel la filiation paternelle sera ajoutée. L'acte de reconnaissance étranger sera joint en annexe à l'acte de reconnaissance belge dans la BAEC.
  Tout comme pour les mentions, il ne s'agit pas ici de modification de l'acte au sens strict, mais l'état de la personne change par le lien entre l'acte de base et l'autre acte.
  Pour un certain nombre de situations, il a également été créé dans ce but de nouveaux actes de base de l'état civil :
  - l'acte d'adoption (cf. point 4.2.11.);
  - l'acte de divorce (cf. point 4.2.10.);
  - l'acte de changement de nom (cf. point 4.2.9.);
  - l'acte de révocation ou de révision de l'adoption, de nouvelle modification de l'enregistrement du sexe ou d'annulation (cf. point 4.2.12.).
  Il s'agit principalement des situations suivantes :
  - des décisions judiciaires et d'une autre nature, rendues par des autorités belges, qui nécessitent une appréciation du contenu des données d'actes individuels ou de décisions qui modifient l'état civil (contrairement aux cas pour lesquels des mentions sont effectuées, cf. 3.8.2.) et dans le cadre desquelles l'acte ne peut pas être modifié directement (cf. point 3.8.1.) :
  Exemples :
  * un jugement de divorce lorsqu'il n'y a pas d'acte de mariage;
  * un arrêté royal de changement de nom lorsqu'il n'y a pas d'acte de naissance;
  * un jugement d'adoption en cas d'adoption plénière;
  - l'impossibilité de modifier directement un acte existant conformément à l'article 31 du Code civil parce qu'il s'agit d'un ajout dans un acte :
  Exemple : adoption simple -> ajout des adoptants par adoption simple sur l'acte de naissance comme donnée complémentaire;
  - décisions qui " annulent " des actes dans les faits : révocation/révision d'une adoption, nouvelle modification de l'enregistrement du sexe, annulation;
  - pour un certain nombre de décisions judiciaires et administratives étrangères;
  Exemples :
  * jugement de divorce étranger;
  * décision de changement de nom étrangère;
  * décision ou jugement d'adoption étranger, après reconnaissance par l'autorité centrale fédérale.
  Lorsque l'OEC établit un acte d'adoption, il le relie à l'acte de naissance. Les données de l'adoption sont visibles lors de la consultation de l'acte de naissance dans la BAEC ou sur une copie de l'acte de naissance (comme c'était précédemment le cas avec une mention marginale). Dans l'extrait de l'acte de naissance, les adoptants (par adoption plénière) seront mentionnés en tant que parents.
  Pour les divorces, la BAEC effectue en principe une mention (cf. point 3.8.2.).
  Toutefois, si l'OEC se voit contraint d'établir un acte de divorce, sur la base d'un jugement de divorce étranger ou d'une décision de divorce étrangère, l'acte de divorce sera relié à l'acte de mariage belge. En cas de délivrance d'une copie ou d'un extrait de l'acte de mariage, le divorce y figurera (cf. point 4.2.10.).
  Lorsque l'OEC établit un acte de divorce, parce que l'acte de mariage n'est pas disponible dans la BAEC, l'acte de divorce est isolé et n'a pas de lien.
  Pour les changements de nom, la BAEC effectue en principe une mention (cf. point 3.8.2.).
  Toutefois, si l'OEC se voit contraint d'établir un acte de changement de nom, sur la base d'un jugement étranger ou d'une décision étrangère, l'acte de changement de nom est relié à l'acte de naissance concerné.
  Lorsque l'OEC établit un acte de changement de nom, parce que l'acte de naissance n'est pas disponible dans la BAEC, l'acte de changement de nom est isolé et n'a pas de lien.
  Il va de soi que l'OEC qui établit un acte signera toujours celui-ci. Comme déjà expliqué ci-dessus, il garantit par sa signature :
  - l'association correcte de l'acte avec l'acte auquel il se rapporte, de la personne concernée et éventuellement de ses descendants;
  - les modifications d'autres actes de la personne concernée et éventuellement de ses descendants.
  [1 3.8.4. Mention marginale électronique
   La loi du 31 juillet 2020 a introduit une disposition transitoire dans la loi sur la modernisation de l'état civil (nouvel art. 116/3).
   Dans certains cas, un ancien acte de l'état civil papier ne comporte aucune mention marginale alors qu'une telle mention aurait dû y être apposée. C'est le cas par exemple lorsqu'aucun changement de nom n'a été mentionné en marge sur l'acte de mariage (mais bien sur l'acte de naissance, sur la base d'un arrêté royal de changement de nom).
   Dès lors qu'il est en tous les cas inenvisageable d'émarger encore les anciens actes papier mêmes pour les migrer par la suite, on prévoit dorénavant la possibilité d'ajouter une mention marginale électronique sur un acte papier migré dans la BAEC, de manière à ce que cet acte soit correct.
   Un officier de l'état civil, quel qu'il soit, qui constate l'absence d'une mention marginale, peut l'ajouter, via la BAEC, sur l'acte migré, pour autant qu'il dispose de ce qui est à la base de cet ajout (p. ex. une décision de divorce, un arrêté royal de changement de nom,...).
   La mention marginale électronique est signée par l'officier de l'état civil qui l'a ajoutée de la même façon qu'il signerait un acte (modifié) de l'état civil.
   Cette mention marginale figure alors dans l'historique de l'acte migré de la même manière que ce qui est prévu à l'annexe 4 de l'arrêté royal du 3 février 2019 fixant les modèles d'extraits et des copies d'actes de l'état civil, pris en exécution de l'article 29, § 4, du Code civil.
   La base de l'ajout de cette mention marginale doit figurer en annexe dans la BAEC. ".
   3.9. Rectification d'actes de l'état civil
   Le point 3.9. de la circulaire relative à la modernisation de l'état civil, est modifié en profondeur.
   La procédure de rectification d'une erreur matérielle par l'OEC a déjà été simplifiée par la loi sur la modernisation de l'état civil.
   Le concept d'erreur matérielle est encore adapté au contexte électronique afin de pouvoir réaliser rapidement un certain nombre de rectifications spécifiques pour lesquelles l'intervention d'un tribunal n'est pas souhaitable.
   Cela est également valable pour l'annulation d'actes de l'état civil qui ont été établis de manière erronée dans la phase initiale de la BAEC lors du passage d'un environnement papier vers un environnement électronique. L'officier de l'état civil aura également la possibilité à cet effet, sous certaines conditions, d'annuler lui-même les actes (" annulation d'office ").]1
  4. De verschillende akten van de burgerlijke stand
  4.1. Standaard gegevens akten burgerlijke stand
  Artikel 41 BW bepaalt de gegevens die in elke akte van de burgerlijke stand moeten staan.
  Het gaat om:
  1° de ambtelijke gegevens van de akte: de naam, voornamen en de handtekening van de ABS of zijn gemachtigde beambte;
  2° de datum opmaak akte;
  3° de plaats van de opmaak van de akte: zowel de gemeente als, in voorkomend geval, het district;
  4° het aktenummer (zie punt 3.4.10.);
  5° vermelding basis opmaak akte (voor zover van toepassing).
  Indien de ABS een akte opmaakt, moet hij steeds de basis of oorsprong van die akte vermelden.
  Het kan gaan om:
  a) Een rechterlijke beslissing:
  - de rechterlijke instantie;
  - de datum van de uitspraak;
  - de datum van het in kracht van gewijsde treden ervan;
  - het identificatienummer van de rechterlijke beslissing (rolnummer).
  Het beeld van de rechterlijke beslissing wordt als bijlage bij de akte in de DABS opgenomen.
  Het kan hier gaan om bv. een vervangende geboorteakte, waarin vermeld staat dat de geboorteakte is opgemaakt op basis van een rechterlijke beslissing tot vervanging.
  Het zou ook kunnen gaan om een akte opgemaakt op basis van artikel 463 van het Wetboek van strafvordering.
  Een ander voorbeeld is de opmaak van een overlijdensakte op basis van de rechterlijke beslissing tot verklaring van overlijden.
  b) Een proces-verbaal (zoals voorzien in de artikelen 14, vierde lid, 47, 55, § 2, of 57 BW).
  Het gaat hier om de proces-verbalen op basis waarvan (later) een akte van de burgerlijke stand wordt opgemaakt:
  - de processen-verbaal opgemaakt in uitzonderlijke omstandigheden (systeemfalen DABS);
  - het proces-verbaal van een vondeling;
  - het proces-verbaal van het overlijden van een onbekende;
  - het proces-verbaal in geval van geboorte of overlijden op een schip of op een luchtvaartuig.
  c) een koninklijk besluit tot vergunning van naamsverandering (zoals voorzien in artikel 370/4, § 1, of 370/8 BW):
  - de datum van het koninklijk besluit;
  - de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad (voor zover van toepassing).
  Dezelfde logica als bij de rechterlijke beslissingen wordt gevolgd. Een akte van naamsverandering (bv. in het geval van een erkende vluchteling) wordt opgemaakt op basis van het koninklijk besluit tot vergunning van naamsverandering.
  In zeer uitzonderlijke gevallen worden de koninklijke besluiten vrijgesteld van publicatie, (vandaar: voor zover van toepassing) (art. 370/6, derde lid, BW).
  d) een buitenlandse akte:
  - de autoriteit die de akte heeft opgemaakt;
  - de datum van opmaak van de akte.
  Dit is bv. het geval van de buitenlandse huwelijksakte die in België wordt erkend. In plaats van de vroegere `overschrijving' van deze buitenlandse akte zal de ambtenaar nu een Belgische huwelijksakte opmaken. Daarop zal de ambtenaar de basis hiervan vermelden: de buitenlandse akte, de autoriteit die de akte opmaakte (inclusief de plaats van deze autoriteit) en de datum van opmaak.
  e) de buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissing:
  - de buitenlandse autoriteit die de beslissing heeft genomen;
  - de datum van de beslissing;
  - de datum waarop de beslissing uitwerking heeft.
  Het kan hier bv. gaan om een buitenlandse beslissing tot echtscheiding, die in België wordt erkend. In de plaats van de vroegere randmelding (of overschrijving) van de buitenlandse echtscheidingsbeslissing, wordt er een akte van echtscheiding opgemaakt. Op die akte wordt vermeld dat deze werd opgemaakt op basis van een buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissing, de buitenlandse autoriteit (inclusief plaats autoriteit), de datum van de beslissing en de datum van uitwerking ervan.
  De akte of beslissing die als basis diende voor de opmaak van de akte wordt als bijlage in de DABS opgenomen, tenzij ze beschikbaar is in een andere authentieke bron (zoals bepaald in artikel 15 BW).
  De personen op wie de akte betrekking heeft worden geïdentificeerd op basis van het Rijksregisternummer (m.n. het identificatienummer toegekend in uitvoering van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen). Dit is ook zo voor personen die niet in het Rijksregister zijn opgenomen.
  De wet van 25 november 2018 houdende diverse bepalingen met betrekking tot het Rijksregister en de bevolkingsregisters heeft het namelijk mogelijk gemaakt om natuurlijke personen die vermeld worden in een akte van de burgerlijke stand, maar die niet het voorwerp uitmaken van een inschrijving of een vermelding in het Rijksregister van de natuurlijke personen in een andere hoedanigheid, te vermelden in het Rijksregister.
  De personen die als zodanig vermeld worden in het Rijksregister krijgen ook een Rijksregisternummer toegekend.
  Het is belangrijk erop te wijzen dat het Rijksregisternummer geen deel uitmaakt van de akte zelf (art. 41, § 2, tweede lid BW). Het gaat enkel om achterliggende informatiegegevens op basis waarvan personen worden geïdentificeerd, en de gegevens van de DABS en het Rijksregister met elkaar kunnen worden gekoppeld.
  De aanpassing van dit identificatienummer moet niet via de verbeteringsprocedures voorzien voor de verbetering van akten van de burgerlijke stand gebeuren (zie punt 3.8.). Het identificatienummer is immers een dynamisch gegeven dat kan gewijzigd worden overeenkomstig de bepalingen van wetgeving met betrekking tot het Rijksregister.
  Naast de hierboven vernoemde gegevens vermelden de akten van de burgerlijke stand de gegevens zoals voorzien voor de akten zelf.
  Artikel 16 BW bepaalt hierover verder dat de ABS geen andere gegevens mag vermelden in de akten dan deze die wettelijk zijn voorzien.
  4.2. De verschillende soorten akten van de burgerlijke stand
  Het Burgerlijk Wetboek voorziet nu voor elke soort akte van de burgerlijke stand een afzonderlijke afdeling.
  Per afdeling staat er (indien mogelijk) eerst de wijze waarop die akte tot stand komt en nadien de gegevens die deze akte moet vermelden.
  Hierna volgen de verschillende soorten akten, met vermelding van de eventuele wijziging in de procedure.
  4.2.1. De akten van geboorte
  De nieuwe regels in verband met de opmaak van de akten van geboorte, vervat in de artikelen 42 tot 49 BW, zijn van toepassing op kinderen waarvan aangifte wordt gedaan na 31 maart 2019. (art. 112 Wet Modernisering Burgerlijke Stand)
  4.2.1.1. Akte van geboorte
  Kennisgeving van geboorte (art. 42 BW)
  Door wie? De kennisgeving gebeurt door:
  - in geval van een geboorte in het ziekenhuis: de verantwoordelijke van de inrichting of zijn afgevaardigde;
  - in geval van een geboorte buiten het ziekenhuis: de arts, vroedvrouw, de andere personen die bij de geboorte aanwezig waren of de persoon bij wie de geboorte heeft plaatsgehad.
  Hoe? De kennisgeving gebeurt aan de hand van een medisch attest.
  Elektronische kennisgeving? Dit gebeurt al in verschillende gemeenten, vooral in Vlaanderen, via de eBirth applicatie. Er bestaat nog geen verplichting tot elektronische kennisgeving. De bestaande mogelijkheden van de elektronische kennisgeving van de geboorte worden niet ingeperkt. De kennisgevingen op papier of via fax kunnen nog steeds gebruikt worden.
  Model kennisgeving? Er worden geen specifieke modellen van kennisgeving van geboorte en overlijden uitgewerkt, gezien dit tot nutteloze bijkomende administratieve lasten voor deze doelgroep zou leiden.
  Aangifte (art. 43 BW)
  Door wie? De vader of de meemoeder, en de moeder, of één van hen. (zoals voorheen).
  Waar? ABS van de geboorteplaats (plaats feit).
  De gemeente kan wel kiezen hoe de geboorteaangifte praktisch plaatsvindt. Eén mogelijkheid is om de geboorteaangifte in de materniteit te laten plaatsvinden, na beslissing van het college van burgemeester en schepenen.
  Termijn? Binnen vijftien dagen na de geboorte. De termijn wordt verlengd indien de laatste dag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, tot de eerstvolgende werkdag.
  Geen (tijdige) geboorteaangifte door ouders?
  Indien er geen aangifte komt maakt de ABS de definitieve akte van geboorte op louter op basis van de kennisgeving. De verantwoordelijke van het ziekenhuis dient geen aangifte meer te doen, daar deze aangifte immers niets toevoegt aan wat er reeds in de kennisgeving stond.
  De bedoeling is dat er reeds zo veel mogelijk informatie wordt gegeven bij de kennisgeving, ook over de onzekere gegevens zoals de familienaam en de voornaam.
  Geen geboorteaangifte en onvoldoende gegevens in de kennisgeving?
  Indien de ouders geen geboorteaangifte doen en de kennisgeving geen gegevens bevat over de voornaam of de familienaam zal de ABS handelen zoals voorheen.
  Zo probeert de ABS bij het ontbreken van de voornaam in de eerste plaats iemand te contacteren die kennis heeft van de voornaam. Indien dit niet lukt, kan de ABS de voornaam van het kind bepalen ofwel de akte zonder voornaam opstellen. De akte kan dan later aangepast kunnen worden via een procedure van verbetering door de rechtbank. De verantwoordelijk ligt hierbij bij de ouders, die geen aangifte gedaan hebben.
  Indien de familienaam ontbreekt in de kennisgeving past de ABS de algemene regels voor de vaststelling familienaam toe, volgens het toepasselijk recht van het kind (art. 37 WIPR). Indien het Belgisch naamrecht wordt toegepast, wordt verwezen naar de omzendbrief van 22 december 2014 inzake de wet van 5 mei 2014 houdende de vaststelling van de afstamming van de meemoeder en de wet van 18 december 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van internationaal privaatrecht, het Consulair Wetboek, de wet van 5 mei 2014 houdende de vaststelling van de afstamming van de meemoeder en de wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde (B.S. 29 december 2014).
  Opmaak definitieve akte van geboorte. Na de geboorteaangifte of indien de geboorte niet werd aangeven binnen de 15 dagen maakt de ABS de definitieve geboorteakte onmiddellijk op.
  Elektronische geboorteaangifte? Het is nog niet mogelijk om een elektronische geboorteaangifte te doen. De aangifte gebeurt in persoon bij de ambtenaar, ook al moeten de ouders de geboorteakte niet meer ondertekenen.
  Artikel 43, § 3 BW legt wel de juridische basis om in de toekomst elektronische aangiftes mogelijk te maken. Het is aan de Koning om de verdere voorwaarden ervan te bepalen.
  Onduidelijk geslacht? Indien het geslacht van een kind onduidelijk is, kunnen de ouders of één van hen, aangifte doen van het geslacht binnen drie maanden na de geboorte, met voorlegging van een medisch attest. (art. 48 BW).
  [1 Er wordt op basis van de aangifte van het geslacht (met medisch attest) een gewijzigde akte opgemaakt (art. 31, § 2 BW)]1
  Gegevens geboorteakte (art. 44 BW)
  Enkel de essentiële gegevens worden vermeld. De geboorteakte bevat:
  - de gegevens over de geboorte van het kind: geboortedatum, geboorteplaats, geboorteuur, geslacht, naam en voornamen van het kind.
  - de gegevens van de moeder, en van de vader of meemoeder (voor zover de vaderlijke of meemoederlijke afstamming vaststaat): naam, voornamen, geboortedatum en geboorteplaats;
  - voor zover van toepassing, de gegevens van de prenatale erkenning of de erkenning in de akte van geboorte zelf door de vader of meemoeder met vermelding van de vereiste toestemmingen, nl. van de personen bedoeld in 329bis BW, de wettelijke vertegenwoordiger van het kind en/of de gegevens van de toestemming via rechterlijke beslissing verkregen);
  - voor zover van toepassing, de basis voor de opmaak van de akte (zie artikel 41, § 1, 5°, BW).
  Indien de kennisgeving onvolledig was of bij de geboorte van een vondeling kunnen de gegevens over de geboorte van het kind uiteraard maar ingevuld worden voor zover ze beschikbaar zijn.
  De vermelding van de basis voor de opmaak van de akte zal bv. nodig zijn in geval van :
  - de opmaak van een vervangende akte van geboorte op basis van een gerechtelijke beslissing tot vervanging, waarbij de akte van geboorte dan de gegevens van de rechterlijke beslissing moet bevatten,
  - in geval van geboorte op een schip/luchtvaartuig, waarbij de gegevens van het proces-verbaal als basis voor de opmaak van de akte in de geboorteakte komen.
  Indien een gemeenschappelijke verklaring werd afgelegd zoals bedoeld in artikel 316bis BW om het vermoeden van vaderschap of van meemoederschap toch toe te passen, wordt deze verklaring als bijlage opgenomen in de DABS.
  De beschikking van de vrederechter waarbij een onbekwaam verklaarde persoon alsnog gemachtigd wordt een kind te erkennen, dan wel in te stemmen met een erkenning, wordt, ingeval van erkenning in de akte van geboorte, als bijlage bij de akte van geboorte in de DABS opgenomen (art. 328, § 2 BW, 329bis, § 1/1 en § 2 BW).
  De geboorteakte bevat niet (meer):
  - de verklaring van naamskeuze afgelegd door de ouders (zie verder);
  - de gegevens van de aangevers.
  Sinds de inwerkingtreding van de Wet van 25 december 2016 moeten de ouders immers steeds een naamskeuze doen, of zal, in het geval van onenigheid of weigering van keuze, de naam van de ouders in alfabetische volgorde aan het kind gegeven worden. Het heeft dus geen zin de `naamskeuze' uitdrukkelijk te vermelden.
  In de akte moet het uiteraard wel duidelijk zijn of het om een dubbele naam (deelbaar) of een samengestelde naam (ondeelbaar) gaat. In geval het om een dubbele naam gaat, moet de akte duidelijk de twee delen van de naam te vermelden.
  De vermelding van de gegevens van de aangevers heeft weinig nut. In principe zijn dit de ouders zelf. Het ziekenhuis doet geen aangifte meer bij gebrek hieraan door de ouders.
  Gelet op de complexiteit van de materie (keuze toepasselijk recht, enz.), kunnen gemeenten ervoor kiezen om de naam te laten noteren in een door de aangevers ondertekend papieren document, om latere betwisting te voorkomen.
  4.2.1.2. Akte van geboorte van een vondeling
  De vroegere procedure voor de aangifte van een vondeling (oud artikel 58 BW) wordt licht aangepast in artikel 45 BW.
  Kennisgeving geboorte
  Door wie? Elke persoon die een pasgeboren kind gevonden heeft. De kennisgeving zal in de praktijk vaak gebeuren via de hulpdiensten.
  Waar? ABS van de plaats waar het kind gevonden werd.
  Hoe? De persoon deelt de ABS alle informatie mee over de tijd en de plaats waar hij het kind heeft gevonden.
  Taak ABS? De ABS maakt een proces-verbaal op met ook de vermelding van de vermoedelijke leeftijd van het kind en zijn geslacht, op basis van een medisch attest, de naam en de voornamen die aan het kind worden gegeven en de overheidsinstantie aan wie het wordt toevertrouwd.
  De ABS maakt dan een akte van geboorte op, met het proces-verbaal als bijlage (met de beschikbare gegevens op dit ogenblik, zie hoger). Het is niet langer het proces-verbaal dat in de registers wordt opgenomen.
  Het doel van de nieuwe procedure is om vondelingen een gewone geboorteakte te geven. Op die manier worden ze bij het opvragen van een afschrift van de geboorteakte niet steeds geconfronteerd met het feit dat ze te vondeling werden gelegd.
  Gegevens akte van geboorte vondeling
  De akte van geboorte van een vondeling kan niet alle vermeldingen bevatten die een gewone akte van geboorte vermeldt, daar de moeder/ouders onbekend zijn.
  De akte van geboorte van een vondeling vermeldt:
  - de (vermoedelijke) geboortedatum,
  - de geboorteplaats,
  - het (vermoedelijke) uur van geboorte,
  - het geslacht,
  - de naam en de voornamen van het kind.
  De geboorteakte vermeldt deze gegevens enkel voor zover ze beschikbaar zijn op het ogenblik van de opmaak van de akte.
  In het medisch attest wordt niet de datum van vinding van het kind, maar de vermoedelijke geboortedatum en uur van geboorte opgenomen. De ambtenaar kan de informatie over de geboortedatum uit het medisch attest halen.
  Onvolledige gegevens bij opmaak geboorteakte? Het is mogelijk de geboorteakte later, via een verbeteringsvonnis, aan te vullen met de verdere gegevens. Een uittreksel van de akte van geboorte zal er (na aanvulling) dus hetzelfde uitzien als deze van ieder kind.
  4.2.1.3. Akte van geboorte bij geboorte aan boord van een schip of een luchtvaartuig
  Artikel 47 BW uniformiseert en vereenvoudigt de procedure bij de geboorte op een schip (oud art. 59 en 60 oud BW) en tijdens een vlucht (oud art. 7 en 7ter van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 November 1919, betreffende de regeling der Luchtvaart - B.S. 26.07.1937).
  Procedure
  In geval van geboorte op een schip of tijdens een vlucht maakt de gezagvoerder een proces-verbaal op dat dezelfde gegevens bevat als de geboorteakte.
  Taak ABS?
  - Eerste aanleg- of landingsplaats in België.
  Van zodra hij aanlegt of landt bezorgt de gezagvoerder het proces-verbaal zo spoedig mogelijk aan de dichtstbijzijnde ABS, die onmiddellijk een akte van geboorte opmaakt op basis van dit proces-verbaal.
  Het proces-verbaal wordt als bijlage bij de akte van geboorte opgenomen.
  De ABS die de akte heeft opgemaakt bewaart het op papier opgemaakte proces-verbaal tot de overdracht ervan aan het Algemeen Rijksarchief.
  De akte van geboorte zal ook het proces-verbaal als basis voor de opmaak van de akte vermelden (art. 41, § 1, 5° BW).
  - Eerste aanleg- of landingsplaats in het buitenland.
  De gezagvoerder bezorgt zo spoedig mogelijk het proces-verbaal aan de consulaire beroepspost in wiens consulair ressort de haven of landingsplaats zich bevindt. Deze zal verder handelen volgens de bepalingen in het Consulair Wetboek.
  4.2.2. De akten van erkenning
  4.2.2.1. Akte van prenatale erkenning
  Gegevens akte van prenatale erkenning (art. 50 BW).
  De akte van prenatale erkenning vermeldt:
  1° de gegevens van de moeder: naam, voornamen, geboortedatum en geboorteplaats;
  2° de gegevens van de erkenner: naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en zijn hoedanigheid, nl. vader of meemoeder;
  3° de gegevens over de toestemming die de moeder heeft verleend tot de erkenning: de datum, plaats en autoriteit voor wie de toestemming werd gegeven, of de rechterlijke instantie, de datum en het identificatienummer van de in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing waarin de toestemming werd vastgesteld, en opname van de rechterlijke beslissing als bijlage in de DABS.
  4.2.2.2. Akte van erkenning
  Gegevens akte (art. 51 BW).
  De akte van erkenning vermeldt:
  1° de gegevens van het kind: de naam, de voornamen, de geboortedatum en de geboorteplaats van het kind;
  2° de gegevens van de persoon ten aanzien van wie de afstamming vaststaat: de naam, de voornamen, de geboortedatum, de geboorteplaats, en, in voorkomend geval de overlijdensdatum en de overlijdensplaats;
  3° de gegevens van de erkenner: de naam, de voornamen, de geboortedatum en de geboorteplaats en de hoedanigheid van de erkenner;
  4° voor zover van toepassing, de gegevens van de personen die in de erkenning hebben toegestemd of van wie de vervangende toestemming of de machtiging tot erkenning door de rechtbank werd vastgesteld, met vermelding van de datum, plaats en autoriteit voor wie de toestemming werd gegeven, of de rechterlijke instantie, de datum en het identificatienummer van de in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing waarin de vervangende toestemming of de machtiging tot erkenning werd vastgesteld.
  In het geval de moeder weigert in te stemmen, wordt er geen toestemming vastgesteld, maar kan er een machtiging tot erkenning worden verleend. In het geval van een verzoening stelt de rechtbank wel een vervangende toestemming tot erkenning vast.
  De rechterlijke beslissing als bijlage in de DABS wordt opgenomen (zolang niet beschikbaar in een andere authentieke bron, zoals bepaald in artikel 15 BW);
  5° de eventuele nieuwe naam en de verklaring van naamskeuze door de vader of de meemoeder en de moeder op basis van art. 335, § 3, 335ter, § 2, 335quater BW of artikel 12 van de Wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde (B.S. 26.05.2014);
  6° in voorkomend geval, de nieuwe voornaam van het kind. Dit is enkel mogelijk in geval van toepassing van buitenlands recht.
  Er is geen rechtstreekse voornaamsverandering mogelijk bij een erkenning op basis van Belgisch recht. Een verzoek tot voornaamsverandering kan evenwel ingediend worden bij de bevoegde ABS;
  7° in voorkomend geval, het feit dat de in artikel 329bis, § 3 BW bedoelde personen niet hebben toegestemd in de erkenning.
  De beschikking van de vrederechter waarbij een onbekwaam verklaarde persoon alsnog gemachtigd wordt een kind te erkennen, dan wel in te stemmen met een erkenning, wordt als bijlage bij de erkenningsakte in de DABS opgenomen (art. 328, § 2 BW, 329bis, §§ 1/1 en 2 BW).
  Verbinden akte. De akte van erkenning moet steeds verbonden worden met de akte van geboorte. Indien de voornaam en/of naam werd gewijzigd, dient deze ook verbonden te worden met alle overige akten van het kind.
  Procedure. Wat de erkenning betreft, is een belangrijke wijziging het feit dat, zoals hetgeen voortaan geldt voor de huwelijksaangifte, er geen akte van aangifte meer wordt opgemaakt. De `aangifte' vervangt de `akte van aangifte'. Een model van aangifte is vastgesteld in het koninklijk besluit van 30 januari 2019 tot vaststelling van het model van aangifte van huwelijk en het model van aangifte van erkenning, de wijze van verzending van documenten en de wijze waarop meldingen gebeuren (B.S. 15 februari 2019).
  Daarnaast wordt de aangifte en de wijze van het voorleggen van de vereiste documenten ook aangepast naar analogie met wat is bepaald voor de huwelijksaangifte (art. 327/1 en 327/2 j° 164/1 en 164/2 BW) Het only once-principe wordt ingeschreven en de mogelijkheid tot het verkrijgen van een akte van bekendheid wordt afgestemd op artikel 5 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit. (zie punt 4.2.5.)
  Een laatste belangrijke wijziging betreft de voor te leggen documenten voor een aangifte tot erkenning. De akte van geboorte van de persoon die het kind wil erkennen en, in voorkomend geval, van de persoon ten aanzien van wie de afstamming vaststaat, moet vanaf 31 maart 2019 niet meer verplicht worden voorgelegd. Het vereisen van de akte van geboorte kan een snelle vaststelling van de afstamming belemmeren, ook in de gevallen waar de ouders te goeder trouw zijn.
  Als de ABS echter van oordeel is dat de akte van geboorte van de erkenner en, in voorkomend geval, van de persoon ten aanzien van wie de afstamming vaststaat onontbeerlijk is om na te gaan of voldaan is aan de door de wet gestelde voorwaarden om een kind te erkennen, dan kan hij de voorlegging van deze akten vragen op grond van 327/2, § 2, 5° BW ("ieder ander authentiek stuk").
  De termijn van drie dagen waarbinnen van de erkenning kennis moet gegeven worden aan de echtgenoot of echtgenote (oud artikel 62, § 3 BW) is nu opgenomen in de artikelen 313, § 3, tweede lid, 319bis, tweede lid en 325/6, tweede lid BW.
  Het bewijs van de kennisgeving (een ter post aangetekende brief) van een erkenning aan de echtgenoot of echtgenote ingevolge de artikelen 313, § 3, 319bis of 325/6 BW wordt bewaard door de ABS. De vermelding van de datum van de kennisgeving of betekening in het zwart in de rand van de akte van erkenning, zoals voorzien in de omzendbrief van 7 mei 2007 betreffende de wet van 1 juli 2006 tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan, is immers niet meer mogelijk.
  4.2.3. Akte van verklaring van naamskeuze
  Gegevens akte. Artikel 52 BW bepaalt de vermeldingen in de akte van verklaring van naamskeuze, nl. vermeldt :
  - de gegevens van het kind of de kinderen op wie de verklaring betrekking heeft: de naam, de voornamen, de geboortedatum en de geboorteplaats;
  - de gegevens van de moeder en de vader of meemoeder: de naam, de voornamen, de geboortedatum, en de geboorteplaats;
  - de verklaring van naamskeuze door de ouders;
  - de nieuwe naam die aan het kind of de kinderen wordt gegeven;
  - de wettelijke basis van de verklaring op basis waarvan de akte werd opgesteld.
  Wanneer? De verklaring van naamskeuze kan worden afgelegd op basis van:
  - artikel 335, § 3, tweede lid, BW : na vaststelling van tweede afstammingsband;
  - artikel 335ter, § 2, tweede lid BW : na vaststelling van tweede afstammingsband (meemoeder);
  - artikel 335quater, eerste lid BW : na een verklaring van keuze van toepasselijk recht op grond van artikel 39, § 1 Wetboek Internationaal Privaatrecht;
  - artikel 12, § 1, van de Wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde.
  Verbinden akte? De akte van verklaring van naamskeuze moet verbonden worden met de akte van geboorte van het kind en met de akten van de burgerlijke stand waarop ze betrekking heeft.
  4.2.4. Akte van aanpassing van de registratie van het geslacht
  Gegevens akte. Artikel 53 BW bepaalt de vermeldingen in de akte van aanpassing van de registratie van het geslacht, nl.:
  - de gegevens over de betrokkene: naam, de voornamen, de geboortedatum en de geboorteplaats;
  - het nieuwe geslacht.
  Verbinden akte? De akte van aanpassing van de registratie van het geslacht moet verbonden worden met de andere akten van de burgerlijke stand van de betrokkene die zijn geslacht vermelden. In principe komt dit neer op de geboorteakte.
  Nieuwe aanpassing van de registratie van het geslacht. Indien de familierechtbank een nieuwe aanpassing van de registratie van het geslacht toestaat, moet er een geen akte van aanpassing van de registratie van het geslacht worden opgemaakt maar een akte van nieuwe aanpassing van de registratie van het geslacht (zie punt 4.2.12.).
  4.2.5. Akte van huwelijk
  [1 Gegevens akte. De huwelijksakte vermeldt (artikel 54 BW):
   - de gegevens van de echtgenoten: de naam, de voornamen, de geboortedatum en de geboorteplaats;
   - de huwelijksdatum en de huwelijksplaats;
   - eventueel de door de echtgenoot gekozen naam na huwelijk (op basis van zijn nationale wet) ;
   - voor zover van toepassing, de gegevens over de getuigen: de naam, voornamen, de geboortedatum en geboorteplaats.]1

  Procedure
  Aangifte
  De huwelijksaangifte blijft behouden, maar in een aangepaste vorm. Er wordt geen akte van aangifte meer opgemaakt. De aangifte drukt enkel een voornemen uit om de burgerlijke staat te wijzigen. De `aangifte' vervangt de `akte van aangifte'. Een model van aangifte is vastgesteld in het Koninklijk besluit van 30 januari 2019 tot vaststelling van het model van aangifte van huwelijk en het model van aangifte van erkenning, de wijze van verzending van documenten en de wijze waarop meldingen gebeuren (B.S. 15 februari 2019).
  De aangifte wordt niet ondertekend door de aangevers.
  Wat het voorleggen van de documenten betreft voert artikel 164/2 BW het only once principe in. De ABS dient eerst zelf na te gaan in de DABS of de geboorteakten van de betrokkenen beschikbaar zijn. Indien dit niet het geval is dient hij na te gaan of ze beschikbaar zijn bij de ABS die de akte op papier heeft opgemaakt of overgeschreven (voor zover hij de plaats van overschrijving kent), en dient hij deze te verzoeken om de akte op te nemen in de DABS.
  De ABS controleert, zoals hij in alle gevallen moet doen, de identiteit van de echtgenoten op basis van het identiteitsbewijs zoals bedoeld in de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfs-documenten en hij gaat ook na of de echtgenoten ingeschreven zijn in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister.
  Een aantal documenten dienen de echtgenoten in elk geval zelf voor te leggen zoals het identiteitsbewijs, indien zij niet beschikken over een identiteitsbewijs zoals hierboven omschreven, het eventueel bewijs van de actuele verblijfplaats (voor zover dit afwijkt van de inschrijving in het Rijksregister), het eventuele bewijs van de instemming met de aangifte en elk ander stuk of bewijs waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden om een huwelijk aan te gaan.
  Voor zover de echtgenoot niet is ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister, dient hij ook andere documenten voor te leggen, met name het bewijs van nationaliteit en het bewijs van ongehuwde staat. Indien het gaat om personen die wel zijn ingeschreven kan de ABS deze informatie zelf opzoeken.
  Het identiteitsbewijs en nationaliteitsbewijs worden als bijlage bij de huwelijksakte in de DABS opgenomen.
  Het volstaat om een uittreksel (en geen afschrift) van de akte van geboorte voor te leggen (of beschikbaar te hebben in de DABS). Het is immers niet steeds noodzakelijk voor de ABS om alle gegevens die vermeld zijn op een afschrift ter beschikking te hebben om de nodige controles te kunnen uitvoeren.
  Omwille van het feit dat slechts een uittreksel van de geboorteakte moet worden voorgelegd, en niet langer een afschrift, wordt er in artikel 164/2, § 6, BW dat bepaalt dat indien de ABS zich onvoldoende ingelicht acht, hij de belanghebbende kan verzoeken om ieder ander bewijs tot staving van die gegevens over te leggen, uitdrukkelijk toegevoegd dat de ABS ook een afschrift van de desbetreffende akten van de burgerlijke stand kan opvragen (of in voorkomend geval zelf het afschrift raadplegen in de DABS).
  De oude artikelen 72 tot 72ter BW m.b.t. de akte van bekendheid en het afleggen van de beëdigde verklaring ter vervanging van de geboorteakte worden hernomen in de artikelen 164/3 tot 164/6.
  De beëdigde verklaring zelf wordt niet als bijlage in de DABS opgenomen, daar ze uit de huwelijksakte zelf blijkt.
  De mogelijkheid om de akte van geboorte te vervangen door een gelijkwaardig document of een akte van bekendheid wordt afgestemd op artikel 5 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit. Dit betekent dat de lijst van landen waarvoor de onmogelijkheid of zware moeilijkheden om de akte van geboorte te verschaffen, vastgesteld bij koninklijk besluit, ook bij de huwelijksaangifte geldt.
  De nieuwe regels in verband met de aangifte van huwelijk vervat in de artikelen 164/1 en 164/2 BW zijn toepassing op aangiftes van huwelijk gedaan na 31 maart 2019 (art. 114, eerste lid, Wet Modernisering Burgerlijke Stand).
  Op aangiftes van huwelijk gedaan voor 31 maart 2019, waarvoor nog geen akte van aangifte van huwelijk werd opgemaakt, wordt de aangifte opgemaakt overeenkomstig de artikelen 164/1 en 164/2 BW (art. 114, tweede lid Wet Modernisering Burgerlijke Stand)
  Voltrekking van het huwelijk
  Artikel 165/1 BW herneemt in aangepaste vorm het huidige artikel 75 BW. De formaliteiten bij de huwelijksvoltrekking worden licht versoepeld. Het is niet meer nodig te voorzien in een letterlijke voorlezing van de stukken, de formaliteiten van het huwelijk van de partijen, noch van het volledige hoofdstuk VI (wederzijdse rechten en verplichtingen der echtgenoten.) De ABS dient de partijen uiteraard wel in te lichten over de inhoud van dit hoofdstuk. Om de beurt verklaren de partijen dat zij elkaars echtgenoot willen zijn.
  De huwelijksakte wordt, zoals alle akten van de burgerlijke stand, enkel ondertekend door de ABS en niet meer door de partijen.
  De andere ceremoniële zaken blijven wel gehandhaafd, zoals het toelichten van de rechten en plichten en het in ontvangst nemen van de verklaring dat zij elkaar willen aannemen als echtgenoten.
  Daarna verklaart de ABS in naam van de wet dat zij door het huwelijk verbonden zijn. Hij maakt daarvan zonder vertraging de akte op in de DABS.
  Indien door omstandigheden - bv. een technisch probleem of het vergeten van de elektronische identiteitskaart - de huwelijksakte niet onmiddellijk getekend kan worden door de ABS op de dag van het afsluiten van het huwelijk, kan de akte later worden opgemaakt. Het verdient wel aanbeveling de akte diezelfde dag op te maken. De omstandigheden in een trouwzaal zijn op technisch vlak vaak anders dan in de eigenlijke lokalen van de administratie en daarom biedt de vermelding "zonder vertraging" een praktische oplossing.
  De ABS die het huwelijk voltrokken heeft moet in elk geval de akte van huwelijk tekenen. Elke dag verder uitstel is risicovol en dient zo veel als mogelijk vermeden te worden.
  De huwelijksdatum als gegeven in de huwelijksakte (nieuw art. 54 2° BW) dient steeds de datum van de verklaringen van de echtgenoten en de ABS te zijn.
  Technisch krijgt de elektronische handtekening van de ABS (nieuw art. 18 BW) steeds een time stamp (waaronder de datum) mee. Deze laatste datum zal echter niet de huwelijksdatum als gegeven in de huwelijksakte overschrijven of vervangen.
  Daarnaast voorziet artikel 14, derde lid BW in de mogelijkheid om, indien het door uitzonderlijke omstandigheden onmogelijk is om een elektronische akte op te maken, een proces-verbaal op te maken. Wanneer later de ABS de elektronische akte opmaakt, moet dan wel het proces-verbaal als bijlage in de DABS worden opgenomen.
  Iedere gemeente kan zelf de praktische invulling aan de huwelijksceremonie blijven geven. Zo hebben gemeenten de keuze om bv. een huwelijksboekjes af te leveren. De gemeente kan er ook voor kiezen om een papieren document op te stellen dat door iedereen getekend wordt en in de gemeente wordt bewaard.
  Huwelijken worden in principe voltrokken in het gemeentehuis. De gemeenteraad kan evenwel op het grondgebied van de gemeente andere openbare plaatsen met een neutraal karakter, waarvan de gemeente het uitsluitend gebruiksrecht heeft, aanwijzen om huwelijken te voltrekken.
  De partijen kiezen de dag waarop het huwelijk zal worden voltrokken. Er kunnen evenwel geen huwelijken worden voltrokken op zon- en feestdagen, tenzij de gemeenteraad dit toestaat .
  4.2.6. Akten van overlijden
  Verlof tot teraardebestelling
  Oud artikel 77 BW dat betrekking had op de afgifte van het verlof tot teraardebestelling werd opgeheven. De Gewesten regelen de afgifte van het verlof in hun regelgeving.
  Kennisgeving vrederechter
  Wanneer? Opmaak overlijdensakte van :
  - de enige ouder of adoptieve ouder van een minderjarige of van een persoon die optrad als voogd over een minderjarige;
  - een beschermde persoon of zijn bewindvoerder (op basis van artikel 492/1 BW).
  Welke vrederechter?
  De vrederechter bevoegd in geval van voogdij.
  De vrederechter bedoeld in artikel 628, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek .
  Termijn? Binnen de drie dagen na opmaak van de akte.
  De vervaldag is in de termijn inbegrepen. Is die dag echter een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag uitgesteld tot de eerstvolgende werkdag.
  4.2.6.1. Akte van overlijden
  De nieuwe regels in verband met de opmaak van de akte van overlijden vervat in de artikelen 55 en 56 BW zijn van toepassing op kennisgevingen van overlijden gedaan na 31 maart 2019. (art. 113 Wet Modernisering Burgerlijke Stand).
  Procedure?
  Kennisgeving (art. 55, eerste lid BW)
  De kennisgeving van het overlijden gebeurt zoals voorheen (oud art. 78 BW) door het overleggen van een overlijdensattest opgesteld door de arts die het overlijden heeft vastgesteld.
  Overlijden in ziekenhuis/gevangenis? De kennisgeving wordt gedaan door een persoon die de inlichtingen kan meedelen, dus in het geval van bv. overlijden in de gevangenis is het aan de gevangenisdirecteur of zijn afgevaardigde om dit te doen. Dit staat niet meer uitdrukkelijk in het Burgerlijk Wetboek, daar oud art. 80 BW werd geschrapt.
  Elektronische kennisgeving? De mogelijkheid voor een elektronische kennisgeving van overlijden in de toekomst wordt niet ingeperkt.
  Het is nodig een onderscheid te maken tussen de kennisgeving van het overlijden en de andere taken die de begrafenisondernemer uitoefent bij een overlijden.
  Bij een elektronische kennisgeving van het overlijden zouden de medische attesten elektronisch doorgestuurd kunnen worden naar de ambtenaar, waarna deze de overlijdensakte opstelt en het Rijksregister aangepast wordt. Nadien kunnen alle betrokken diensten (al dan niet automatisch) op de hoogte gebracht worden van het overlijden (bv. de pensioendiensten, mutualiteiten).
  De begrafenisondernemer oefent naast de kennisgeving natuurlijk nog andere taken uit, zoals het regelen van de crematie, de begrafenis en het vervoer. Hiertoe is een bezoek aan het gemeentehuis mogelijks wel nog nodig, rekening houdend met de regelgeving van de Gewesten inzake lijkbezorging.
  Aangifte
  Aangezien een aangifte niets extra kan toevoegen aan de inlichtingen meegedeeld in de kennisgeving, is er geen aangifte van overlijden meer voorzien.
  Opmaak akte
  De ABS van de plaats van overlijden maakt onmiddellijk een akte van overlijden op wanneer iemand hem een overlijdensattest voorlegt.
  Procedure overlijden onbekend persoon
  In geval van overlijden van een onbekend persoon maakt de ABS een proces-verbaal op met alle informatie die hij heeft kunnen inwinnen over de overledene (o.a. voornamen, de naam, de leeftijd, het beroep, de geboorteplaats en de woonplaats van de overledene), onder andere op basis van het proces-verbaal opgemaakt door een officier van politie.
  De ABS maakt daarna de akte van overlijden op, met de gegevens waarop hij op dat ogenblik beschikt.
  De ontbrekende gegevens in de akte van overlijden kunnen nadien aangevuld worden op basis van een verbeteringsvonnis.
  Het door de ABS opgemaakt proces-verbaal wordt als bijlage bij de akte van overlijden opgenomen.
  Gegevens akte van overlijden (art. 56 BW)
  De overlijdensakte vermeldt:
  - de gegevens van de overledene: de naam, de voornamen, de geboortedatum en geboorteplaats van de overledene;
  - de gegevens omtrent het overlijden of levenloos aantreffen: de plaats, de datum en het uur;
  - in voorkomend geval, de basis opmaak akte, vb. :
  * een gerechtelijke beslissing tot verklaring van overlijden;
  * een proces-verbaal in geval van overlijden op een schip op luchtvaartuig (zie volgende punt).
  Indien de basis voor de opmaak van de akte vermeld moet worden, vermeldt de akte ook de gegevens van de rechterlijke beslissing of het proces-verbaal, zoals voorzien in artikel 41, § 1, 5°, BW.
  Indien de overledene een onbekend persoon is, vermeldt de akte de gegevens van de overledene waarover de ABS beschikt.
  In tegenstelling tot vroeger staan nu dus zowel plaats, datum als uur van overlijden in de overlijdensakte.
  Wat is `levenloos aantreffen'? Hiermee wordt de hypothese bedoeld waar men iemand dood aantreft, zonder het ogenblik van het overlijden precies te kunnen vaststellen.
  De overlijdensakte bevat niet (meer):
  - de gegevens over de (al dan niet overleden) echtgenoot of echtgenote.
  - de aangevers.
  4.2.6.2. Akte van overlijden van een gerechtelijk overleden verklaard persoon
  Voortaan wordt er een akte van overlijden opgemaakt op basis van de rechterlijke beslissing tot verklaring van overlijden. Het is dus niet langer de gerechtelijke beslissing die "geldt als akte". De gegevens nodig voor de opmaak van de akte van overlijden worden door de griffier via de DABS aan de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand zijn doorgestuurd (artikelen 131 tot 134 BW).
  De bevoegde ABS is deze van de laatste plaats van inschrijving van de overledene in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister in België, of bij gebrek hieraan, deze van Brussel. Hij maakt de akte van overlijden ingevolge de rechterlijke beslissing onmiddellijk op. In geval van een collectief vonnis wordt er een akte van overlijden per betrokkene opgemaakt.
  Bij terugkeer van of bewijs van het bestaan van de gerechtelijk overleden verklaard persoon, kan de akte van overlijden verbeterd worden overeenkomstig artikel 35 BW (zie punt 3.8.2.). Ingeval van verbetering maakt de DABS een melding op en verbindt deze met de akte van afwezigheid (zie punt 3.8.2.). De akte van overlijden wordt door de verbetering (terugkeer van de betrokkene) in feite "geannuleerd". De melding zal zichtbaar zijn in de DABS bij de desbetreffende akte.
  4.2.6.3. Akte van overlijden in geval van een overlijden aan boord van een schip of een luchtvaartuig
  Eenzelfde procedure is nu voorzien voor het overlijden op een schip als voor de geboorte op een schip of tijdens een vlucht (zie punt 4.2.1.3.) (oude artikelen hierover: schip: artt. 86 en 87 BW; vlucht: opgeheven artt. 7bis, 7ter en 7quinquies van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919, betreffende de regeling der Luchtvaart - B.S. 26.07.1937)
  Procedure (art. 57 BW)
  De gezagvoerder maakt een proces-verbaal op in geval van overlijden op een schip of tijdens een vlucht, dat dezelfde gegevens bevat als de overlijdensakte.
  - Eerste aanleg- of landingsplaats in België.
  Van zodra hij aanlegt of landt bezorgt de gezagvoerder het proces-verbaal zo snel als mogelijk aan de dichtstbijzijnde ABS, die onmiddellijk een akte van overlijden opmaakt op basis van dit proces-verbaal.
  Het proces-verbaal wordt als bijlage bij de akte van overlijden opgenomen.
  De ABS die de akte heeft opgemaakt bewaart het op papier opgemaakte proces-verbaal tot de overdracht ervan aan het Rijksarchief (zoals voor de akten opgemaakt voor de inwerkingtreding van de DABS).
  Op basis van artikel 41, § 1, 5°, BW zal de akte van overlijden ook het proces-verbaal vermelden als basis van opmaak van de akte.
  - Eerste aanlegplaats of landingsplaats in het buitenland:
  De gezagvoerder bezorgt zo snel als mogelijk het proces-verbaal aan de consulaire beroepspost in wiens consulair ressort de haven of landingsplaats zich bevindt. Deze zal verder handelen volgens de bepalingen in het Consulair Wetboek.
  4.2.6.4. Akte van een levenloos kind
  Artikel 58 BW vervangt de procedure van aangifte van een levenloos kind (oud artikel 80bis BW)
  Procedure aangifte van een levenloos kind.
  Wanneer? Indien het kind overleden is op het ogenblik van de vaststelling van de bevalling door de arts of de vroedvrouw.
  Verplichte of facultatieve aangifte?
  - zwangerschapsduur van 140 tot 179 dagen: facultatief
  - zwangerschapsduur van 180 dagen vanaf de verwekking : verplicht
  Door wie?
  - zwangerschapsduur van 140 tot 179 dagen vanaf de verwekking : de moeder, de vader of de meemoeder
  - zwangerschapsduur van 180 dagen vanaf de verwekking : door een persoon die de inlichtingen kan meedelen welke vereist zijn voor het opmaken van de akte
  Hoe? Door voorlegging van een medisch attest
  Welke ABS? De ABS van de plaats waar de moeder bevallen is van het levenloos kind.
  Taak ABS? Opmaak akte van een levenloos kind (bij elke aangifte die aan de voorwaarden voldoet).
  Overgangsbepalingen
  1. Vermelding van de familienaam en/of de voornaam van het kind in de akte van een levenloos kind
  Wie ? De ouders van een levenloos kind waarvan de moeder bevallen is na een zwangerschapsduur van 180 dagen te rekenen van de verwekking en waarvan aangifte werd gedaan vóór 31 maart 2019.
  Hoe? Door het afleggen van een gemeenschappelijke verklaring (of bij verklaring van de langstlevende ouder, in geval van vooroverlijden van de andere ouder).
  Welke ABS? De ABS die de akte van een levenloos kind heeft opgemaakt.
  Taak ABS? De bevoegde ABS wijzigt onmiddellijk de akte van een levenloos kind ten gevolge van deze verklaring, naar analogie met het nieuwe artikel 31, §§ 2 en 3, BW.
  Termijn ? Tot 31 maart 2020.
  1. Opmaak van een akte van een levenloos kind
  Wie ? De ouders van een levenloos kind waarvan de moeder bevallen is vóór 31 maart 2019, na een zwangerschapsduur van 140 dagen tot en met 179 dagen te rekenen van de verwekking.
  Hoe? Door het afleggen van een gemeenschappelijke verklaring (of bij verklaring van de langstlevende ouder, in geval van vooroverlijden van de andere ouder) en het voorleggen van een medisch attest waaruit blijkt dat de zwangerschap een einde nam binnen de termijn bepaald in artikel 58, § 2.
  Welke ABS? De ABS van de gemeente van de plaats van de bevalling.
  Taak ABS? Opmaken van een akte van een levenloos kind, overeenkomstig de artikelen 58 en 59 BW.
  Termijn? Tot 31 maart 2020.
  Voor de overgangsbepalingen is er geen beperking in de tijd naar het verleden toe voor wat het ogenblik van de bevalling betreft.
  Gegevens akte van een levenloos kind (artikel 59 BW)
  De akte van een levenloos kind waarvan de moeder bevallen is na een zwangerschapsduur van 180 dagen, vermeldt:
  1° de gegevens over het kind : de datum, de plaats, het uur van de bevalling en het geslacht van het kind;
  2° de zwangerschapsduur;
  3° de gegevens van de moeder: de naam, de voornamen, de geboortedatum en de geboorteplaats van de moeder;
  4° de gegevens van de vader of de meemoeder: de naam, de voornamen, de geboortedatum en de geboorteplaats van de vader of de meemoeder, die gehuwd is met de moeder of die een prenatale erkenning heeft gedaan, of, op zijn of haar verzoek en met toestemming van de moeder, de naam, de voornamen, de geboortedatum en de geboorteplaats van de vader of de meemoeder die niet gehuwd is met de moeder noch het verwekt kind heeft erkend;
  5° op verzoek : de voornamen van het kind;
  6° op verzoek : de familienaam van het kind, in geval van een zwangerschapsduur van 180 dagen vanaf de verwekking.
  De akte van een levenloos kind waarvan de moeder bevallen is na een zwangerschapsduur van 140 dagen tot en met 179 dagen te rekenen van de verwekking vermeldt geen familienaam van het kind. Verder bevat de akte dezelfde gegevens als de akte van een levenloos kind waarvan de moeder bevallen is na een zwangerschapsduur van 180 dagen.
  Facultatieve vermelding familienaam. De ouders van een levenloos kind waarvan de moeder bevallen is na een zwangerschapsduur van 180 dagen te rekenen van de verwekking kunnen nu dus, naast een voornaam, ook een familienaam laten vermelden in de akte van levenloos kind, indien zij dat willen. De vermelding van de familienaam van het levenloos kind is niet verplicht.
  Wijze van vaststelling familienaam? De vermelding van de naam gebeurt op grond van een overeenkomstige toepassing van de regels voorzien in de artikelen 335 en 335ter van het Burgerlijk Wetboek.
  Zelfs indien het kind geboren is na 1 juni 2014, is artikel 335bis niet van toepassing. De naamkeuze en naam die vermeld wordt in de akte van een levenloos kind heeft geen invloed op naam van de kinderen wier afstamming later ten aanzien van dezelfde vader en moeder komt vast te staan, vermits er geen afstammingsband kan bestaan ten aanzien van een levenloos kind. Omgekeerd mogen ouders ook een andere naamkeuze maken voor hun levenloos kind dan deze die zij maakten voor hun eerdere gemeenschappelijke kinderen waar zij wel een afstammingsband mee hebben.
  Artikel 12 van de Wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde is niet van toepassing.
  Naamstoekenning: door wie? Daar de vermelding van de familienaam gebeurt zonder toekenning van enige juridische persoonlijkheid aan het levenloos kind en zonder rechtsgevolgen, kan de ABS hier soepel bij optreden.
  Voor het toekennen van deze naam komen dan ook de moeder, de vader of de meemoeder in aanmerking, inclusief de vader of meemoeder die niet gehuwd is met de moeder en die het verwerkt kind niet erkend heeft, evenwel mits toestemming van de moeder.
  De akte van levenloos kind bevat niet (meer) de gegevens omtrent de aangevers: dit zijn geen essentiële gegevens van de akte.
  4.2.7. Akte van afwezigheid (art. 61 BW)
  De `akte van afwezigheid' is een nieuwe basisakte van de burgerlijke stand, gelet op de schrapping van de akten van overschrijving (zie punt 3.7.3.).
  Voortaan wordt er een akte van de burgerlijke stand opgemaakt op basis van de rechterlijke beslissing tot verklaring van afwezigheid, nadat de gegevens nodig voor de opmaak van de akte van afwezigheid door de griffier via de DABS aan de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand zijn doorgestuurd.
  Gegevens akte van afwezigheid (art. 61 BW)
  De akte van afwezigheid vermeldt:
  - De gegevens van de afwezige: de naam, de voornamen, de geboortedatum en geboorteplaats van de afwezige.
  - Basis opmaak akte: gerechtelijke beslissing tot verklaring van afwezigheid, met de gegevens zoals voorzien in artikel 41, § 1 BW.
  Welke ABS ? De bevoegde ABS is deze van de laatste plaats van inschrijving van de afwezige in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister in België, of bij gebrek hieraan, deze van Brussel.
  Taak ABS ? De ABS maakt onmiddellijk de akte van afwezigheid ten gevolge van de rechterlijke beslissing op.
  Terugkeer afwezige. Bij terugkeer van of bewijs van het bestaan van afwezige, kan de akte verbeterd worden overeenkomstig artikel 35 BW. (zie punt 3.8.2.). Ingeval van verbetering maakt de DABS een melding op en verbindt deze met de akte van afwezigheid (zie punt 3.8.2.). De akte worden door de verbetering (terugkeer van de betrokkene) in feite "geannuleerd". De melding zal zichtbaar zijn in de DABS bij de desbetreffende akte.
  4.2.8. Akte van voornaamsverandering
  Gelet op de overdracht van de bevoegdheid voor de voornaamsverandering aan de ambtenaren van de burgerlijke stand sinds 1 augustus 2018 is er een nieuwe basisakte nodig ter vervanging van de overschrijving van het ministerieel besluit van voornaamsverandering: de akte van voornaamsverandering.
  Gegevens akte van voornaamsverandering (art. 62 BW)
  De inhoud van de akte van voornaamsverandering is gebaseerd op het vroegere ministerieel besluit. Net zoals de overige akten wordt de inhoud evenwel beperkt tot het strikt noodzakelijke.
  De akte van voornaamsverandering vermeldt:
  - de gegevens van de betrokkene: de naam, de voornaam of voornamen, de geboortedatum, de geboorteplaats;
  - de nieuwe voornaam of voornamen van de betrokkene.
  De ABS die een akte van voornaamsverandering opmaakt, verbindt deze met de akten van de burgerlijke stand die betrekking hebben op de begunstigde en de geboorteakten van diens afstammelingen tot de eerste graad. De voornaamsverandering heeft gevolg vanaf de datum van opmaak van de akte.
  De ABS kan voor ministeriële besluiten daterend van vóór 1 augustus 2018, indien deze niet vóór 31 maart 2019 werden overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand of gemeld op de kant van een akte van de burgerlijke stand, een akte van voornaamsverandering opmaken waarbij hij als basis voor de opmaak van de akte het ministerieel besluit mag vermelden. (art. 116/1 Wet Modernisering Burgerlijke Stand).
  4.2.9. Akte van naamsverandering (art. 63 BW)
  Een andere nieuwe basisakte is de akte van naamsverandering.
  De ABS zal de akte van naamsverandering echter slechts in uitzonderlijke gevallen moeten opmaken. Voor de meeste naamsveranderingen is het systeem van de meldingen van toepassing (zie punt 3.8.2.).
  [1 De akte van naamsverandering zal in principe dus enkel nodig zijn voor:
   - erkenningen van buitenlandse naamsveranderingen (Belgische akte van naamsverandering op basis van een buitenlandse akte/beslissing);
   - de gevallen waar er geen akte van de burgerlijke stand van de betrokkene in de DABS is opgenomen of kan worden gemigreerd en er een naamsverandering werd vergund bij koninklijk besluit: het gaat in principe om het geval van een erkende vluchteling of apatride die over geen enkele akte van de burgerlijke stand beschikt in de DABS.]1

  In dit tweede geval zal een koninklijk besluit tot naamsverandering aanleiding geven tot de opmaak van een akte van naamsverandering.
  [1 Gegevens akte van naamsverandering
   De akte van naamsverandering vermeldt:
   - in geval van een Belgische beslissing tot naamsverandering: de datum van het verzoek;
   - de naam en voornamen van de betrokkene;
   - de geboortedatum en geboorteplaats van de betrokkene;
   - de nieuwe naam van de betrokkene;
   - de basis opmaak akte, zoals voorzien in artikel 41 BW :
   * de gegevens van het Koninklijk besluit: de datum van het koninklijk besluit en, in voorkomend geval, de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad (art. 41, 5° c), BW);
   * de gegevens van de buitenlandse akte of rechterlijke of administratieve beslissing (art. 41, 5°, d) en e) BW).
   De datum van het verzoek wordt enkel (verplicht) vermeld bij de opmaak van een akte van naamsverandering op basis van een Belgische beslissing tot naamsverandering, aangezien deze datum gevolgen met zich meebrengt. Bij de opmaak van een akte van naamsverandering o.b.v. een buitenlandse akte of beslissing wordt dit niet vermeld, aangezien dit geen enkel nut heeft.]1

  Verbinden? De akte van naamsverandering moet steeds verbonden worden met de akten van de burgerlijke stand die betrekking hebben op:
  - de begunstigden;
  - op hun afstammelingen in de eerste graad geboren na de datum van het verzoek (cf. artikel 370/7, derde lid BW).
  Bijlage? Het koninklijk besluit tot vergunning van naamsverandering moet steeds in bijlage van de akte worden opgenomen. Het koninklijk besluit staat immers niet volledig in het Belgisch Staatsblad vermeld.
  Afzonderlijke akten. De ABS maakt een afzonderlijke akte van naamsverandering op per betrokkene die vergunning van naamsverandering heeft gekregen, ook al wordt de vergunning aan verschillende personen tegelijkertijd gegeven in één koninklijk besluit.
  Intrekking of vernietiging van een vergunning tot naamsverandering. De FOD Justitie stuurt de gegevens van de beslissing tot intrekking of het arrest tot vernietiging naar de DABS, die een melding opmaakt en deze met de akten die betrekking hebben op de begunstigden. De akte van naamsverandering wordt op die wijze in de DABS in feite `geannuleerd'. (zie punt 7.2.)
  4.2.10. Akte van echtscheiding
  Een andere nieuwe basisakte is de akte van echtscheiding.
  De akte van echtscheiding zal slechts in beperkte gevallen voorkomen, met name in geval van :
  - de erkenning van een buitenlandse beslissing tot echtscheiding;
  - in geval van een Belgische echtscheidingsbeslissing, voor zover de akte van huwelijk niet is opgenomen in de DABS, d.w.z. indien het huwelijk in het buitenland plaatsvond en de huwelijksakte niet op basis van artikel 68 BW in de DABS is opgenomen.
  De in België uitgesproken echtscheidingen zullen in principe aanleiding geven tot een melding en op die manier in de DABS komen (zie punt 3.8.2.).
  [1 Gegevens akte van echtscheiding (art. 64 BW)
   De akte van echtscheiding vermeldt:
   - het aktenummer van de Belgische akte van huwelijk of, in geval van een buitenlands huwelijk, de datum en plaats van huwelijk;
   - de naam en de voornamen van de personen die uit de echt gescheiden zijn;
   - de geboortedatum en geboorteplaats van de personen die uit de echt gescheiden zijn.
   - basis opmaak akte: de gegevens van de buitenlandse beslissing (zoals voorzien in artikel 41, § 1, BW).
   Indien er geen huwelijksakte in de DABS is opgenomen (en er dus geen DABS-aktenummer is), worden de datum en de plaats van het huwelijk in de akte van echtscheiding opgenomen, zodat het duidelijk is op welk huwelijk de echtscheiding betrekking heeft.
   De datum en plaats van het huwelijk kunnen immers verschillen van de gegevens van de huwelijksakte (in het buitenland).
   Verbinden? De akte van echtscheiding moet verbonden worden met de Belgische huwelijksakte (al dan niet op basis van een buitenlandse akte), indien deze zich in de DABS bevindt (of hierin gemigreerd kan worden).
   Via het aktenummer van de Belgische huwelijksakte kunnen de echtscheidingsakte en de huwelijksakte met elkaar verbonden worden.
   Wanneer de akte van echtscheiding werd opgemaakt op basis van een buitenlandse akte of buitenlandse beslissing, zonder dat er een akte van huwelijk in de DABS aanwezig is, is het van belang ook de gegevens van de buitenlandse huwelijksakte te hebben en de identificatiegegevens van de personen die uit de echt gescheiden zijn.
   Het is niet noodzakelijk om de buitenlandse huwelijksakte op te vragen en op te nemen in de DABS. De akten van echtscheiding op basis van een buitenlandse akte of beslissing kan op zich staan in de DABS, zonder verbinding met de huwelijksakte.]1

  4.2.11. Akte van adoptie
  Een andere nieuwe basisakte is de akte van adoptie, die wordt opgemaakt voor zowel binnenlandse als buitenlandse beslissingen inzake adoptie.
  De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt de akte van adoptie op, in het kader van een internationale adoptie, op basis van de informatie verstrekt door de Federale Centrale Autoriteit overeenkomstig het nieuwe artikel 367-2 van het Burgerlijk Wetboek.
  Wanneer de buitenlandse adoptiebeslissing erkend werd door de Federale Centrale Autoriteit vóór 31 maart 2019, en deze laatste en/of de akte van geboorte van de geadopteerde op deze datum nog niet het voorwerp waren van een overschrijving in de registers van de burgerlijke stand, zal de ambtenaar van de burgerlijke stand een akte van adoptie kunnen opmaken overeenkomstig het nieuwe artikel 367-2 van het Burgerlijk Wetboek, op basis van de informatie waarover hij beschikt in het bewijs van registratie van de adoptie. Indien deze informatie niet volledig is, kunnen de adoptanten een verzoek richten tot de Federale Centrale Autoriteit opdat deze laatste de informatie verstrekt (onder de vorm van een nieuw attest dat alle nuttige informatie bevat) op basis waarvan de ambtenaar van de burgerlijke stand de akte van adoptie zal kunnen opmaken.
  Naast de akte van adoptie, zal de ABS ook steeds de buitenlandse akte van geboorte opnemen in de DABS (ongeacht de nationaliteit van de geadopteerde), door de opmaak van een akte van geboorte op basis van de buitenlandse akte van geboorte. Zo kan de geadopteerde later steeds deze geboorteakte gebruiken indien hij deze nodig heeft. De ABS verbindt de akte van adoptie en de akte van geboorte aangezien deze immers niet automatisch door de DABS worden verbonden.
  [1 Omzetting adoptie. In geval van een beslissing tot omzetting van een gewone adoptie in een volle adoptie maakt de ABS een nieuwe akte van adoptie op die verbonden wordt met de eerste akte van adoptie (gewone adoptie) en met de akten van de burgerlijke stand van de geadopteerde en van zijn afstammelingen.]1
  Gegevens akte van adoptie (art. 65 BW)
  [1 De akte van adoptie vermeldt:
   - de gegevens van de adoptanten: de naam, voornamen, geboorteplaats en -datum van de adoptanten;
   - de gegevens van de geadopteerde: de nieuwe naam en, in voorkomend geval, de nieuwe voornaam van de geadopteerde na de adoptie;
   - de vorm van adoptie: gewone of volle adoptie;
   - indien van toepassing: de datum van de erkenning van de buitenlandse adoptie door de federale centrale autoriteit;
   - in geval van een in België uitgesproken adoptie (zoals geregeld in Titel VIII, hoofdstuk 1, Boek I, van het Burgerlijk Wetboek), de datum van het verzoekschrift-;
   - de basis opmaak akte (zoals voorzien in artikel 41, § 1, 5°, BW), nl. de gegevens van de Belgische rechterlijke beslissing of van de buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissing: de rechterlijke instantie of de buitenlandse autoriteit die de adoptie heeft uitgesproken, de datum van de uitspraak en de datum waarop de adoptie uitwerking heeft.
   De akte van adoptie moet de datum van het verzoekschrift enkel vermelden wanneer het gaat om een in België uitgesproken adoptie, zoals geregeld in Titel VIII, hoofdstuk I, van Boek I van het Burgerlijk Wetboek (`interne adoptie'). Deze datum bepaalt immers het ogenblik waarop de interne adoptie uitwerking heeft.
   Wanneer het gaat om een adoptie die werd erkend door de Federale centrale autoriteit, overeenkomstig Titel VIII, hoofdstuk II, van Boek I van hetzelfde Wetboek (`internationale adoptie'), is de datum van het verzoekschrift niet relevant. De datum van uitwerking van de adoptie is dan immers de datum toegekend door de Federale centrale autoriteit. De datum van het verzoekschrift moet dan niet vermeld worden in de akte van adoptie.]1

  De buitenlandse akte en buitenlandse beslissing worden als bijlage in de DABS opgenomen.
  Welke ABS ? De bevoegde ABS is deze van:
  - de plaats van inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen-, of wachtregister van de geadopteerde, of bij gebrek hieraan, van de adoptant, van de adoptanten of van één van hen;
  - of bij gebrek hieraan, van de actuele verblijfplaats in België van de geadopteerde of bij gebrek hieraan, van de adoptant, van de adoptanten of van één van hen;
  - of bij gebrek hieraan, van Brussel.
  Het betreft hier een cascadesysteem.
  Kennisgevingen. De griffier, via de DABS, (voor binnenlandse adopties en voor rechterlijke beslissingen inzake beroep tegen beslissingen van de Federale Centrale Autoriteit, art. 367-3, § 2, BW) of de Federale Centrale Autoriteit (voor internationale adopties) sturen de gegevens nodig voor de opmaak van de akte van adoptie en voor de akte van geboorte (op basis van de buitenlandse akte) naar de ABS.
  De gegevens voor de opmaak van de akte van geboorte op basis van de buitenlandse akte worden slechts voor zover mogelijk doorgestuurd en de geboorteakte wordt slechts voor zover mogelijk opgemaakt. Het ontbreken van deze gegevens mag de opmaak van de akte van adoptie niet blokkeren.
  De ABS brengt onmiddellijk de Federale Centrale Autoriteit, de partijen en de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op de hoogte van de opmaak van de akte van adoptie, en, in voorkomend geval, van de geboorteakte.
  Bewijs van de erkenning van de buitenlandse adoptie.
  De akte van adoptie zal vanaf 31 maart 2019 gelden als bewijs van de erkenning van de buitenlandse adoptie (zie art. 367-2 BW.).
  De registratie van de erkenning door de federale centrale autoriteit in België van een in een andere Staat gewezen adoptiebeslissing werd immers vervangen door de opmaak van de akte van adoptie. Een afschrift van de akte van adoptie geldt als bewijs van de erkenning van de buitenlandse beslissing door de centrale autoriteit.
  4.2.12. Akte van herroeping of herziening van adoptie, nieuwe aanpassing van de geslachtsregistratie of van nietigverklaring ( Art. 66 BW)
  Deze nieuwe basisakte is voorzien voor gerechtelijke beslissingen die in feite de `annulering' van een andere akte tot gevolg hebben.
  De akten die op deze wijze `geannuleerd' worden zijn respectievelijk de akte van adoptie, de akte van aanpassing van de registratie van het geslacht en alle andere akten die worden nietig verklaard.
  De nietigverklaring van het huwelijk en de nietigverklaring van de erkenning vallen hier niet onder. Voor die gevallen wordt een melding gemaakt (zie punt 3.8.2).
  [1 Gegevens akte van nietigverklaring (art. 66 BW)
   Deze akte vermeldt:
   - het aktenummer van de akte waarop de herroeping, herziening, nieuwe aanpassing of nietigverklaring betrekking heeft;
   - indien het een rechterlijke beslissing betreft: de aard van het beschikkend gedeelte van de rechterlijke beslissing:
   * herroeping van een adoptie;
   * de herziening van een adoptie;
   * een nieuwe aanpassing van de registratie van het geslacht;
   * de nietigverklaring van een aanpassing van de registratie van het geslacht;
   * de nietigverklaring van een volledige akte (al dan niet op basis van artikel 463 van het Wetboek van Strafvordering);
   - de basis opmaak akte (artikel 41, § 1, 5°, BW): de gegevens van de rechterlijke beslissing, m.n. de rechterlijke instantie, datum uitspraak, datum in kracht van gewijsde treden, identificatienummer.
   - in geval van een ambtshalve nietigverklaring door de ambtenaar van de burgerlijke stand (art. 34/1 BW, zie 3.9.1.2.): de reden van de nietigverklaring van de akte.
   Verbinden? De akten bedoeld in dit artikel moeten steeds verbonden worden met de akte die ze `annuleren'.
   De ABS moet verder zelf nagaan welke akten van de burgerlijke stand moeten gewijzigd worden ten gevolge van de nietigverklaring.]1

  4.2.13. Akten van Belgische nationaliteit (art. 67 BW)
  De akten van Belgische nationaliteit staan nu ook uitdrukkelijk in het Burgerlijk Wetboek als akten van de burgerlijke stand.
  Ze worden opgemaakt overeenkomstig de procedure voorzien in het Wetboek van de Belgische nationaliteit.
  Gegevens akte van Belgische nationaliteit (Art. 67 BW)
  1° De akten van Belgische nationaliteit bedoeld in de artikelen 15 en 22, § 4, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit vermelden:
  - de gegevens van de persoon op wie de akte betrekking heeft: de naam, de voornamen, de geboortedatum en de geboorteplaats;
  - de wettelijke basis van de verklaring op basis waarvan de akte werd opgesteld;
  - in geval van nationaliteitstoekenning op basis van de artikelen 8, § 1, 2°, b), 9, 2°, b), en 11bis van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, de gegevens van de verklaarder(s): de naam, de voornamen, de geboortedatum en de geboorteplaats.
  2° De akte van vervallenverklaring van Belgische nationaliteit vermeldt:
  - de gegevens van de persoon op wie de akte betrekking heeft: de naam, de voornamen, de geboortedatum en de geboorteplaats;
  - de basis van opmaak van de akte (art. 41, § 1, 5°, BW): de gegevens van de gerechtelijke beslissing tot vervallenverklaring.
  Bijzondere opmerkingen met betrekking tot de uitwerking van de toekenning en de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit
  1° Met betrekking tot de toekenning van de Belgische nationaliteit op grond van de artikelen 8, § 1, 2°, b), 9, eerste lid, 2°, b), en 11bis van het Wetboek van de Belgische nationaliteit:
  In beginsel heeft de Belgische nationaliteit uitwerking vanaf de opmaak van de akte van nationaliteit.
  Artikel 9, eerste lid, 2°, b), van het Wetboek van de Belgische nationaliteit wijkt evenwel af van bovenvermelde regel. Het is immers op het moment dat de adoptie uitwerking heeft dat het kind de Belgische nationaliteit van zijn adoptieouders krijgt. Het spreekt voor zich dat de uitwerking van de Belgische nationaliteit op de datum van uitwerking van de adoptie enkel mogelijk zal zijn op voorwaarde dat de verklaring tot toekenning van de Belgische nationaliteit voorafgaandelijk werd afgelegd.
  2° Met betrekking tot de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit op grond van de artikelen 23, 23/1 en 23/2 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit:
  De vervallenverklaring heeft uitwerking vanaf de opmaak van de akte van vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit.
  4.2.14. Akte opgemaakt op basis van een buitenlandse akte (art. 68 en 69 BW)
  Voortaan kan de ABS `Belgische' akten van de burgerlijke stand opmaken op basis van buitenlandse akten van de burgerlijke stand.
  4.2.14.1 Op verzoek
  Art. 68, § 1, BW herneemt de ratio legis van het oude artikel 48 BW, namelijk het verzoek tot overschrijving van een buitenlandse akte van een Belg.
  Wat? De burger kan aan de ABS vragen om een `Belgische' akte van de burgerlijke stand op te maken op basis van een buitenlandse akte van de burgerlijke stand die op hem betrekking heeft.
  Wie kan dit vragen?
  - iedere Belg, of zijn wettelijke vertegenwoordiger;
  - de Procureur des Konings.
  Niet-Belgen kunnen niet zelf de opmaak van een Belgische akte op basis van een buitenlandse akte vragen. Buitenlandse akten van niet-Belgen kunnen in bepaalde gevallen toch in de DABS worden opgenomen (zie punt 4.2.12.2.).
  Bevoegde ABS? (art. 68, § 1, 2°, BW)
  De bevoegde ABS is deze van:
  - de plaats van inschrijving in de bevolkings-, vreemdelingen-, of wachtregisters, of bij gebrek hieraan;
  - de plaats van laatste inschrijving, of bij gebreke hieraan;
  - Brussel.
  4.2.14.2. Bij voorlegging van een buitenlandse akte aan ABS bij de opmaak of wijziging van een akte van de burgerlijke stand
  Artikel 68, § 2, BW verruimt oud artikel 48 BW.
  Verplichte opmaak Belgische akte.
  De ABS is nu verplicht om een akte van de burgerlijke stand op basis van een buitenlandse akte op te maken, wanneer een buitenlandse akte van de burgerlijke stand aan hem wordt voorgelegd bij de opmaak of wijziging van een andere akte van de burgerlijke stand.
  Deze opname in de DABS van de buitenlandse akten die in België worden voorgelegd (via de opmaak van de Belgische akten) biedt het voordeel aan de betrokkenen dat ze niet steeds opnieuw een afschrift van hun akte in het buitenland moeten opvragen wanneer hun akte wordt gevraagd.
  Wanneer Belgische akte opmaken?
  De ABS moet een Belgische akte opmaken op basis van een buitenlandse akte, indien een burger hem een buitenlandse akte voorlegt:
  - bij de opmaak van een andere Belgische akte van de burgerlijke stand:
  bv. een buitenlandse geboorteakte die wordt voorgelegd bij de aangifte van een huwelijk of in het kader van een nationaliteitsdossier.
  - bij de wijziging van een Belgische akte van de burgerlijke stand:
  bv. een buitenlandse erkenningsakte die wordt voorgelegd tot wijziging van een Belgische geboorteakte: van die buitenlandse erkenningsakte moet de ABS dan een Belgische erkenningsakte opmaken.
  Bevoegde ABS?
  De ABS aan wie de akte wordt voorgelegd, m.a.w. de ABS die de nieuwe akte van de burgerlijke stand opmaakt of de akte van de burgerlijke stand wijzigt. Dit is dus niet de op basis van artikel 13 BW algemeen bevoegde ABS.
  Wanneer opmaak Belgische akte: op het ogenblik van de aangifte of van de opmaak van de akte zelf?
  De wet bepaalt geen termijn waarbinnen de akte op basis van de buitenlandse akte moet worden opgemaakt.
  Voorbeeld: een buitenlandse akte van geboorte wordt voorgelegd bij de huwelijksaangifte. De ABS kan de Belgische akte onmiddellijk opmaken of wanneer hij de akte van huwelijk opmaakt.
  Moet de ABS een Belgische akte opmaken van elke buitenlandse akte die aan hem wordt voorgelegd?
  Indien een persoon meerdere buitenlandse akten voorlegt voorziet artikel 68, § 2 BW in principe dat van al deze akten een Belgische akte wordt opgemaakt.
  Voorbeeld : een persoon legt zowel een geboorteakte als een buitenlandse akte van naamsverandering voor. De ABS maakt een afzonderlijke Belgische akte op voor elk van beide akten en verbindt deze met elkaar.
  4.2.14.3. Gemeenschappelijke bepalingen
  Vorm Belgische akte.
  Het gaat dus om de opname van een buitenlandse akte in de DABS, in de vorm van een Belgische akte van de burgerlijke stand.
  De akten van de burgerlijke stand op basis van een buitenlandse akte worden op dezelfde wijze opgemaakt als de `Belgische' akten van de burgerlijke stand.
  De buitenlandse akten worden onder de vorm van metadata opgenomen, samen met een scan van de akte.
  Om het verschil duidelijk te maken met een `gewone' Belgische akte zal de ABS aan de akte steeds de basis van opmaak van de akte toevoegen, met name de gegevens van de buitenlandse akte (buitenlandse autoriteit, plaats en datum opmaak), zoals bepaald in artikel 41, § 1, 5°, d), BW worden vermeld als basis voor de opmaak van de akte.
  Op basis van afschrift of uittreksel buitenlandse akte?
  De opmaak van een Belgische akte op basis van een buitenlandse akte is mogelijk zowel op basis van een afschrift als van een uittreksel van de buitenlandse akte. Dit vloeit voort uit artikel 69, § 2, BW, dat bepaalt dat een afschrift of een uittreksel van de buitenlandse akte als bijlage in de DABS moet worden opgenomen.
  In vele gevallen moet de persoon immers enkel nog een uittreksel van een akte voorleggen en geen afschrift voor de opmaak van een akte van de burgerlijke stand (bv. bij de aangifte van een huwelijk) of bij gerechtelijke procedure (bv. echtscheiding).
  Datum afschrift of uittreksel
  De wet bepaalt niet hoe oud een afschrift of uittreksel van een akte mag zijn, en of dit eventueel uit een ander dossier (bv. vreemdelingendossier) of van de op de rechtbank neergelegde stukken mag komen. Het moet wel gaan om afschriften of uittreksels van akten van de burgerlijke stand en niet van akten op basis van een identiteitsbewijs.
  De ABS gaat hier best pragmatisch, maar ook kritisch, te werk. Hij moet ook blijk geven van de nodige soepelheid, rekening houdend met de moeilijkheidsgraad om bepaalde documenten te verkrijgen.
  Indien het afschrift of uittreksel vroeger reeds door de ABS werd gecontroleerd en erkend, kan het in principe opnieuw gebruikt worden, voor zover de ambtenaar geen twijfels heeft over het document en indien er geen ernstige aanwijzingen zijn dat de gegevens in het document niet meer actueel zijn.
  Indien de ambtenaar vermoedt dat er ondertussen nog wijzigingen geweest zijn aan de akte, kan hij de voorlegging van een recenter document vragen.
  Taal?
  De akte op basis van een buitenlandse akte wordt opgemaakt in de taal van het gebied waar de buitenlandse akte wordt voorgelegd. Het afschrift of uittreksel dat aan de basis van de Belgische akte ligt zal dus vertaald moeten zijn door een beëdigd vertaler naar de taal van het gebied, wanneer het een buitenlandse akte betreft die opgemaakt werd buiten de EU. Er geldt voor de formaliteiten inzake vertaling immers een uitzondering, die voorzien is in de Verordening Openbare documenten.
  [1 Erkenning van de buitenlandse akte : controle door de ABS
   De ABS kan de akte niet opmaken op basis van een buitenlandse akte zonder de controles uit te voeren die hij vroeger deed voor de overschrijving van een buitenlandse akte van de burgerlijke stand.
   De buitenlandse akte moet in de eerste plaats correct gelegaliseerd zijn.
   De opmaak van de Belgische akte op basis van een buitenlandse akte kan enkel voor zover de buitenlandse akte voldoet aan de voorwaarden van artikel 31 van het Wetboek internationaal privaatrecht (WIPR), en dus na onderzoek van de naleving van de voorwaarden vermeld in artikel 27, § 1, WIPR.
   De ABS controleert dus onder meer of:
   - de akte werd opgemaakt door de bevoegde buitenlandse overheid;
   - de grond- en vormvoorwaarden werden nageleefd;
   - er geen sprake is van wetsontduiking of een schending van de openbare orde.
   Sinds 31 maart 2019 kan de ABS of de houder van het bevolkings-, vreemdelingen-, of wachtregister, bij ernstige twijfel bij de beoordeling van de voorwaarden bedoeld in artikel 27, § 1, WIPR, de buitenlandse akte of buitenlandse beslissing voor advies overmaken aan de Centrale autoriteit burgerlijke stand (art. 31, § 3, WIPR).
   De Centrale autoriteit verstrekt dus adviezen over de conformiteit van de buitenlandse gerechtelijke beslissingen en akten inzake de burgerlijke stand ten aanzien van de toepasselijke rechtsregels (Belgisch of buitenlands recht).
   De Centrale autoriteit burgerlijke stand werd geleidelijk aan ingevoerd vanaf 31 maart 2019.
   Aangezien het personeel van de dienst nog gering is in aantal kan de Centrale autoriteit nog niet alle adviesaanvragen betreffende de erkenning van een buitenlandse akte of rechterlijke beslissing behandelen. De prioriteit zal uitgaan naar de erkenning van de buitenlandse vonnissen en akten die nodig zijn voor de opmaak van akten in België waarvoor geen strikte termijn geldt (bijvoorbeeld niet voor een geboorteaangifte binnen de 15 dagen).
   Het is niet nodig om voor elke buitenlandse akte advies te vragen aan de centrale autoriteit en deze is niet bevoegd om, in geval van twijfel over de intentie van de personen waarop de akte betrekking heeft, onderzoek uit te voeren. Het onderzoek naar de intentie van de partijen is altijd een zaak van openbare orde, die, zoals voorheen, wordt uitgeoefend door het parket. In dezelfde zin valt het onderzoek naar de echtheid van het document onder de bevoegdheid van de politiediensten.
   De ambtenaren van de burgerlijke stand moeten dus, in het kader van een huwelijk, erkenning of wettelijke samenwoning, een beroep doen op de bestaande procedures bedoeld in de artikelen 167, 330/2 en 1476quater van het Burgerlijk Wetboek, wanneer er een ernstig vermoeden bestaat dat dergelijke situaties strijdig zijn met de openbare orde (veinzing of fraude). In die gevallen is het ook mogelijk het advies van de procureur des Konings te verkrijgen (Zie in dat verband de omzendbrieven van het College van procureurs-generaal bij de hoven van beroep COL 10/2009 betreffende schijnhuwelijken en COL 13/2015 houdende richtlijnen met betrekking tot het advies van het openbaar ministerie in burgerrechtelijke materies krachtens de wet van 19 oktober 2015 tot wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen van Justitie.)
   Het Openbaar Ministerie behoudt immers de algemene bevoegdheid om de registers van de burgerlijke stand te controleren (art. 37 en 40 BW, art. 138bis van het Gerechtelijk Wetboek).
   Om zo snel mogelijk antwoord te krijgen, moeten de verzoeken om advies uitgaande van de gemeenten per brief worden verzonden naar de FOD Justitie, Centrale autoriteit burgerlijke stand, Waterloolaan 115, 1000 Brussel, of per e-mail naar volgend adres: etatcivil.burgstand@just.fgov.be.
   De dossiers moeten zo volledig mogelijk zijn ( kopieën van de akte, documenten in recto-verso, legalisaties en vertalingen). Indien het document moeilijk leesbaar is of indien er twijfel bestaat rond de aard ervan, kan de Centrale autoriteit burgerlijke stand verzoeken om de originele stukken over te zenden.
   Indien bekend, zal de gemeente ook het Rijksregisternummer van de betrokken personen doorgeven.
   De context waarin het verzoek om advies wordt gevraagd, moet worden toegelicht. Bijvoorbeeld: gezinshereniging, erkenning van kinderen, huwelijksproject in België, aanvraag van de nationaliteit, ...
   De Centrale autoriteit burgerlijke stand kan, voor zover nodig, het origineel van de buitenlandse akte of de buitenlandse beslissing opvragen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand of de houder van het bevolkings-, vreemdelingen-, of wachtregister die om het advies verzocht. Deze laatste maakt dit onmiddellijk over aan de Centrale autoriteit burgerlijke stand.
   De Centrale autoriteit brengt een advies uit, binnen een termijn van drie maanden vanaf de ontvangst van de adviesaanvraag, die verlengd kan worden met drie maanden door de Centrale autoriteit.]1

  Gedeeltelijke erkenning buitenlandse akte.
  Een belangrijke wijziging is dat voortaan enkel de gegevens van de buitenlandse akte die erkend kunnen worden overeenkomstig artikel 27 WIPR in de Belgische akte worden opgenomen.
  Voorheen kon de ABS enkel de akte weigeren te erkennen als ze niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 27 WIPR. Nu is dus een gedeeltelijke erkenning van de buitenlandse akten mogelijk.
  De ABS zal op die manier fouten in de toepassing van het toepasselijk recht (bv. een foutieve vaststelling afstamming of naam) kunnen verbeteren bij de opmaak van de akte op basis van een buitenlandse akte, door de gegevens van de akte in te vullen op basis van het resultaat van het onderzoek van de buitenlandse akte bedoeld in artikel 31 WIPR.
  Voorbeeld 1 : de ABS kan een buitenlandse akte van geboorte toch erkennen en in de DABS opnemen, zonder de eventueel foutief vastgestelde vaderlijke afstamming te moeten opnemen.
  Voorbeeld 2 : van een toekenningsverklaring van de Belgische nationaliteit (art. 8, § 1, 2°, b, WBN).
  De akte van geboorte bevat al de gegevens, maar de erkenning is gebeurd zonder toestemming van de moeder.
  Tot nu toe moest de erkenner in zo een geval een nieuwe erkenning in België doen, waarna de geboorteakte werd overgeschreven en gerandmeld met de nieuwe erkenning, waardoor de gegevens van de vader dubbel in de akte staan. De betrokkenen werden dan uitgenodigd om de akte te laten verbeteren via rechtbank, maar dit werd in de praktijk bijna nooit gedaan.
  Nu zal een akte van geboorte op basis van de buitenlandse akte van geboorte kunnen worden opgemaakt, die de gegevens van de vader niet vermeldt. De nieuwe akte van erkenning in België zal dan verbonden worden met de akte van geboorte.
  [1 Tegen een gedeeltelijke erkenning (en dus tegen de gedeeltelijke weigering tot erkenning) kan beroep worden ingesteld (art. 31, § 4, 2e lid WIPR).]1
  Verbetering materiële vergissing op buitenlandse akte.
  De ABS kan voortaan ook materiële vergissingen (zoals bedoeld in artikel 34 BW) op buitenlandse akten die aan hem worden voorgelegd verbeteren bij de opmaak van de akte op basis van een buitenlandse akte.
  Voorwaarden?
  1. Vaststelling materiële vergissing in de buitenlandse akte;
  2. De materiële vergissing wordt vastgesteld op basis van een in de DABS opgenomen akte;
  3. Het gaat om een louter materiële vergissing: een tikfout in naam of voornamen (vb. diakritische tekens) of geboortedatum of -plaats, of het niet vermelden van alle voornamen (zie punt 3.8.1.).
  Gevolg verbetering?
  De ABS maakt de Belgische akte op basis van de buitenlandse akte op, met vermelding van de door de ABS verbeterde of aangevulde gegevens van de buitenlandse akte.
  De voordelen van de gedeeltelijke erkenning van buitenlandse akten en de mogelijkheden tot verbetering van de buitenlandse akten, zijn :
  - de ABS kan pragmatisch werken;
  - de termijnen om een buitenlandse akte te erkennen blijven redelijk en houden de opmaak van nieuwe akten (bv. een erkenning, een huwelijk of een toekenningsverklaring) niet nodeloos tegen;
  - akten worden niet foutief in de DABS opgenomen;
  - transparantie, gelet op de opname van de scan van het origineel document in de DABS, die controle en rechtzetting toelaten;
  - er wordt vermeden dat de ABS de Belgische akte op basis van een buitenlandse akte helemaal niet opmaakt (en de buitenlandse akte dus niet in de DABS komt), omdat deze gedeeltelijk niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 31 WIPR en bijgevolg niet volledig kan worden erkend.
  Buitenlandse akten werden tot nu toe vaak overgeschreven met fouten, met het oog op een verbetering door de rechtbank nadien. De bedoeling is om deze bestaande praktijk om te draaien, omdat vaak niet werd overgegaan tot de verbetering van deze overgeschreven buitenlandse akten.
  Dit vermijdt dat andere overheden de in het register van de burgerlijke stand opgenomen buitenlandse akten niet erkennen. Dit kan vermijden dat er tegenstrijdige beslissingen worden genomen inzake de behandeling en erkenning van buitenlandse akten.
  Bijlage DABS?
  De ABS neemt steeds het afschrift of uittreksel van de buitenlandse akte als bijlage in de DABS op (en eventueel de beëdigde vertaling ervan en de legalisatie).
  De gegevens die voorkomen op de buitenlandse akte, maar niet worden opgenomen in de Belgische akte op basis van deze buitenlandse akte omdat ze niet voorzien zijn in de Belgische akte of werden verbeterd door de ABS, zijn dus wel steeds raadpleegbaar in de DABS.
  Verbinden? De Belgische akte op basis van een buitenlandse akte moet verbonden worden met de akten waarop ze betrekking heeft, zodat deze hieraan aangepast worden.
  Voorbeeld : een Belgische akte van naamsverandering op basis van een buitenlandse akte van naamsverandering wordt verbonden worden met de akten van de burgerlijke stand die betrekking hebben op de begunstigde.
  Vermeldingen (Belgische) akte op basis van een buitenlandse akte
  Vermeldingen akte? Artikel 69 BW bepaalt dat de akte van de burgerlijke stand op basis van een buitenlandse akte uitsluitend de gegevens vermeldt zoals voorzien voor de soort van Belgische akte die wordt opgemaakt (bv. huwelijksakte: de gegevens vermeld in artikel 54 BW).
  Enkel de gegevens die voorzien zijn in de Belgische akten van de burgerlijke stand worden vermeld. De gegevens in een buitenlandse akte, die een Belgische akte niet vermeldt, worden bijgevolg niet overgenomen.
  4.2.15. Belgische akte opgemaakt op basis van een buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissing
  De opmaak van een Belgische akte is niet enkel mogelijk op basis van een buitenlandse akte, maar ook op basis van een buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissing (art. 70 BW).
  Deze akten komen dus in de plaats van de vroegere (eventuele) akte van overschrijving van een buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissing die de staat van de persoon wijzigt of de randmelding daarvan, zoals bv. een echtscheidingsbeslissing.
  Verplichte opmaak Belgische akte.
  De ABS is verplicht Belgische akten op te maken van buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissingen die een wijziging van de staat van een persoon tot gevolg hebben (en voor zover deze erkend kunnen worden volgens het WIPR.)
  Doel?
  De bedoeling is om de staat van de persoon steeds actueel houden, en dus ook de akten van de burgerlijke stand in de DABS.
  De bevoegdheid van de ABS om buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissingen in de DABS op te nemen staat daarom uitdrukkelijk in het Burgerlijk Wetboek.
  Voorwaarden?
  1° De buitenlandse akte of buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissing wijzigt de staat van een persoon;
  2° De buitenlandse akte of buitenlandse rechterlijke is in kracht van gewijsde getreden of de buitenlandse administratieve beslissing is definitief;
  3° Het is niet mogelijk om een bestaande akte in de DABS rechtstreeks te wijzigen zoals bedoeld in punt 3.8.1.
  Vorm Belgische akte. Net als voor de Belgische akten opgemaakt op basis van buitenlandse akten hebben deze Belgische akten dezelfde vorm als de interne `Belgische' akten. De gegevens in de akte zijn ook dezelfde als deze voorzien voor de `Belgische' (gewijzigde) akten.
  De akte vermeldt ook steeds de basis van opmaak van de akte (met de vermeldingen voorzien in artikel 41, § 1, 5°, e) BW).
  Verbinden?
  De Belgische akte zal worden verbonden met de akten waarop deze betrekking heeft, op dezelfde wijze als het geval is voor de andere `Belgische' akten van de burgerlijke stand.
  Bijlage? De ABS neemt steeds een afschrift van de buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissing (en eventueel de beëdigde vertaling ervan en de legalisatie) als bijlage in de DABS op.
  Wijziging bestaande Belgische akte. In geval het gaat om een rechterlijke of administratieve beslissing voorzien in Boek I, Titel 2, Hoofdstuk 1, Afdeling 6, BW, die een bestaande Belgische akte in de DABS wijzigt, kan de ambtenaar hiervan een gewijzigde akte van de burgerlijke stand opmaken (zie punt 3.8.1.)
  Voorbeeld : een buitenlandse gerechtelijke beslissing die de afstamming wijzigt, een buitenlandse beslissing tot naamsverandering, een buitenlandse nietigverklaring of echtscheiding van een Belgisch huwelijk, .... De nationaliteit van de personen op wie de bestaande akten in de DABS betrekking had, speelt hierbij geen rol.
  3.9. [1 Rectification et annulation des actes de l'état civil]1
  La procédure de rectification d'une erreur matérielle par l'OEC est simplifiée et précisée.
  En outre, le tribunal de la famille reste compétent pour statuer sur des rectifications d'actes de l'état civil, par le biais d'un jugement rectificatif.
  Des rectifications d'actes de l'état civil entraînent l'établissement d'un acte modifié (nouvelle version de l'acte) (cf. point 3.9.1.).
  [1 3.9.1. Rectification et annulation d'office par l'OEC (art. 33-34/1 du Code civil)]1
  [1 3.9.1.1. Rectification d'une erreur matérielle]1
  Dans un nombre limité de cas, l'OEC peut dorénavant rectifier lui-même les actes, sans demander un avis au parquet.
  Dans l'ancienne procédure de rectification d'une erreur matérielle (anciens art. 99-101 du Code civil), une intervention du ministère public était nécessaire.
  De plus, la procédure était interprétée différemment en fonction du parquet appelé à se prononcer et souvent de manière très large. Même des erreurs plus conséquentes qu'une simple erreur matérielle (par exemple, une filiation erronée) étaient parfois rectifiées de cette manière, ce qui n'a jamais été l'intention du législateur. C'est au tribunal qu'il appartient de rectifier les grosses erreurs dans les actes de l'état civil.
  Aujourd'hui, l'article 33 du Code civil prévoit que l'OEC compétent qui constate une erreur matérielle dans un acte de l'état civil, sur la base d'un acte authentique ou d'une attestation officielle, peut rectifier lui-même cet acte de l'état civil.
  L'OEC compétent pour rectifier un acte au moyen de la procédure de l'erreur matérielle est soit l'OEC généralement compétent, soit l'OEC du lieu d'établissement de l'acte.
  L'OEC qui constate une erreur matérielle dans un acte qu'il a lui-même établi doit pouvoir la rectifier lui-même. Il n'est pas logique qu'il doive demander la rectification de sa propre erreur matérielle à un autre OEC (à savoir l'OEC généralement compétent).
  De plus, il est également nécessaire que l'OEC généralement compétent puisse rectifier l'acte, par exemple si l'erreur matérielle est constatée seulement des années après l'établissement de l'acte.
  [1 Une erreur matérielle implique que lors de l'établissement ou la modification d'un acte de l'état civil, un OEC a enregistré par erreur dans cet acte une donnée qui ne correspond pas entièrement à la mention de cette donnée sur les actes authentiques ou les attestations officielles dont il avait possession à ce moment-là (art. 34 du Code civil). ]1
  A cet égard, différents éléments sont importants, notamment :
  - l'erreur a eu lieu au moment de l'établissement de l'acte;
  - la donnée figurait correctement dans les actes authentiques ou les attestations officielles dont disposait l'OEC au moment de l'établissement de l'acte;
  - le fait que la donnée n'ait pas été correctement enregistrée est prouvé au moyen d'un acte authentique ou d'une attestation officielle.
  Il s'agit notamment des éléments suivants :
  a) Une faute d'orthographe ou une faute de frappe dans les noms et prénoms :
  Exemple : mention de Jozeph au lieu de Joseph sur un acte de naissance.
  [1 Sont non seulement considérés comme une erreur matérielle une faute d'orthographe ou de frappe dans les noms et prénoms mais également une confusion entre eux, à savoir le fait que le prénom a été enregistré en tant que nom et inversement.
   Il convient également de préciser encore ici jusqu'à quel ancêtre il peut être remonté dans les actes pour rectifier l'orthographe du nom. Il y a quelques limites en la matière :
   1. En vertu de l'article 34 du Code civil, lors de l'établissement d'un acte de l'état civil, l'officier de l'état civil doit avoir enregistré par erreur dans cet acte une donnée qui ne correspond pas entièrement à la mention de cette donnée sur les actes authentiques ou les attestations officielles dont il était en possession à ce moment-là.
   Pour savoir si l'OEC " était en possession " de l'acte ou de l'attestation, il faut poser la question de savoir si l'OEC aurait dû contrôler l'acte au moment de l'établissement de l'acte qui contenait l'erreur.
   Lors de l'établissement de l'acte de naissance, il s'agira donc de l'acte de naissance du père (ou de la mère en cas de filiation maternelle).
   L'OEC généralement compétent peut également en déduire que l'OEC qui a établi l'acte était en possession de ces actes. Si ces actes ne contiennent pas l'erreur, la rectification peut se faire via l'erreur matérielle.
   2. La Cour de cassation a limité la portée de la rectification de l'orthographe du nom aux descendants de la première génération (Cass. 30 janvier 1987, R.W., 1986-1987, col. 2357 ; Cass., 29 octobre 1976, Pas., 1977, I, p. 250), et donc pas aux descendants de la deuxième génération, par exemple. Cela s'applique à la fois aux rectifications judiciaires et aux rectifications d'erreurs matérielles. (Cette jurisprudence de la Cour de cassation est cependant contestée par les cours et tribunaux et la doctrine.)
   Selon cette jurisprudence, la rectification ne peut donc concerner que la première génération de descendants : seul le nom des enfants de (l'arrière) grand-père (Van der Schueren) devrait être rectifié par le biais de l'erreur matérielle (disposition transitoire).
   Dans le cas où l'intéressé veut voir rectifier son acte sur la base de l'orthographe du nom dans l'acte de naissance d'un autre ascendant que celui de son père, il pourra uniquement essayer de l'obtenir en passant par le tribunal. C'est alors au juge d'en décider. Si le tribunal suit la jurisprudence de la Cour de Cassation, la rectification de l'acte sera refusée.]1

  b) Une erreur relative à la date, au lieu ou à l'heure du fait juridique ou de l'acte juridique établi par l'acte.
  Exemple : une erreur dans la date du mariage, ou dans le lieu/la date/l'heure de la naissance ou du décès.
  Il peut s'agir d'erreurs au niveau de la notification de naissance ou de l'attestation médicale de décès.
  Il pourrait également s'agir d'une mention erronée du sexe dans l'acte de naissance, si celui-ci ne correspond pas à ce qui est indiqué dans la notification de la naissance.
  En outre, d'autres erreurs sont encore possibles dans les nouveaux actes de base de l'état civil, notamment une erreur dans la date d'un changement de nom.
  Il ne peut en principe s'agir, ici, d'erreurs dans la date ou le lieu d'établissement de l'acte, vu que ces mentions sont ajoutées électroniquement et ne peuvent, en principe, contenir aucune erreur.
  L'OEC n'est autorisé à rectifier l'acte de l'état civil que dans la mesure où ces conditions sont remplies.
  Il n'est ni requis, ni interdit, de rectifier des actes de personnes déjà décédées.
  Cette procédure d'" erreur matérielle " ne peut pas être utilisée pour rectifier le sexe dans l'acte de naissance (sauf si la mention du sexe dans l'acte de naissance ne concorde pas avec celle de la notification de la naissance).
  La définition prévue à l'article 34 du Code civil ne s'applique qu'aux actes de l'état civil établis après le 31 mars 2019.
  L'article 116 de la loi relative à la modernisation de l'état civil contient une disposition transitoire pour la rectification d'erreurs matérielles d'actes établis avant le 31 mars 2019.
  Pour ces cas, il y a lieu d'entendre par erreur matérielle :
  - une faute d'orthographe ou une faute de frappe dans les noms, les prénoms et les adresses;
  - une erreur relative à la date de la naissance ou du décès si une attestation de naissance ou de décès mentionne une autre date;
  - une erreur relative à la date de mariage;
  - une erreur relative à l'officier de l'état civil mentionné dans l'acte;
  - une erreur relative à la date à laquelle l'acte a été dressé.
  A présent, la loi introduit également le principe " only once " dans la procédure de rectification par l'OEC.
  Concrètement, l'OEC procède comme suit pour rectifier une erreur matérielle sur un acte :
  La rectification de l'erreur n'est possible que sur la base de l'acte authentique original ou de l'attestation officielle.
  L'OEC recherche dans la BAEC l'acte authentique ou l'attestation officielle qui prouve l'erreur matérielle.
  Si l'acte ou l'attestation ne sont pas encore disponibles dans la BAEC, il invite l'officier qui a établi ou transcrit l'acte à les y enregistrer.
  Lorsqu'il s'agit d'une attestation officielle qui prouve l'erreur matérielle et qu'il n'en dispose pas, l'OEC réclame ladite attestation auprès des instances ou institutions belges compétentes (par exemple, Office des Etrangers, dossier " étrangers " à la commune, etc.).
  L'intéressé ne doit présenter lui-même le document que lorsque l'OEC ne peut obtenir l'acte authentique ou l'attestation officielle de cette manière.
  Les justificatifs (l'acte authentique ou l'attestation officielle) sur la base desquels l'acte est rectifié, sont enregistrés en tant qu'annexe dans la BAEC.
  L'OEC établit l'acte modifié. Voir point 3.8.1.
  [1 c) Confusion des personnes mentionnées dans l'acte (nouvelle catégorie)
   Il s'agit des cas dans lesquels un " rôle " erroné est mentionné lors de l'établissement de l'acte. Cela signifie que les données du père, par exemple, se retrouvent chez la mère et inversement, ou qu'il y a eu échange entre un conjoint et un témoin (acte de mariage). C'est le résultat de l'indication de la mauvaise option dans une liste de sélection.
   d) Absence de prénoms ou de parties d'un nom dans un autre acte que le propre acte de naissance (nouvelle catégorie)
   La pratique montre également qu'il arrive parfois que des prénoms ou parties du nom d'une personne manquent dans un autre acte de l'état civil que le propre acte de naissance de l'intéressé, alors qu'ils figurent bel et bien dans son acte de naissance.
   Il est désormais possible d'ajouter les prénoms ou parties du nom de famille par le biais de l'erreur matérielle dans l'autre acte, car l'acte de naissance de l'intéressé est en tous les cas prioritaire.
   e) Signes diacritiques
   La rectification de signes diacritiques erronés dans l'acte était déjà prévue en tant qu'erreur matérielle dans la circulaire relative à la modernisation de l'état civil (sous la catégorie a), mais ne figurait pas encore littéralement dans la loi. Elle est à présent ajoutée dans la loi à des fins de clarification.
   Le point e) reprend les alinéas 2 à 4 du point a) actuel.
   f) Données des témoins sur l'acte de mariage (nouvelle catégorie)
   Relèvent également de l'erreur matérielle, (certaines) données relatives aux témoins figurant sur l'acte de mariage que l'officier de l'état civil a oublié de reprendre, ou les erreurs dans ces données. Etant donné que les témoins ont une valeur purement cérémonielle (car ils ne sont pas indispensables pour pouvoir se marier), ces données ne sont pas essentielles. Le législateur a dès lors considéré que la rectification par la voie du tribunal ne se justifiait pas.
   g) Reproduction erronée ou non-reproduction de données mentionnées dans des actes authentiques ou attestations officielles (nouvelle catégorie)
   L'officier de l'état civil enregistre parfois des données de manière erronée ou ne les enregistre pas dans un acte de l'état civil alors qu'elles sont effectivement mentionnées dans les actes authentiques ou attestations officielles ayant été produits lors de l'établissement de l'acte.
   Il peut s'agir, par exemple, de la date de force de chose jugée qui figure correctement dans le document judiciaire mais qui n'a pas été enregistrée correctement dans l'acte. Il pourrait par exemple également s'agir du lieu de naissance enregistré erronément dans l'acte belge sur la base de l'acte étranger alors que celui-ci est mentionné correctement dans l'acte de naissance étranger.
   Dans ce genre de cas, il est à présent possible de rectifier l'acte de l'état civil sans devoir passer par le tribunal.
   h) Erreurs dans les attestations médicales et les procès-verbaux
   Les cas d'erreurs matérielles précités peuvent également se produire dans les attestations médicales sur lesquelles se base l'officier de l'état civil pour établir un acte (notamment les actes de naissance ou de décès).
   Dans ce cas également, l'officier de l'état civil peut rectifier l'acte de l'état civil selon la procédure de l'erreur matérielle, sur la base de l'attestation médicale rectifiée par le médecin ou l'accoucheuse.
   Il en va de même pour les erreurs dans les procès-verbaux établis par l'officier de l'état civil, notamment en cas de non-fonctionnement de la BAEC ou en cas de naissance ou de décès à bord d'un navire ou d'un aéronef.
   L'attestation médicale rectifiée ou le procès-verbal rectifié constituent à des fins de contrôle une annexe prévue par la loi dans la BAEC.
   * Le point 3.9.1.1. est complété par ce qui suit :
   " Le recours par l'officier de l'état civil à la possibilité de rectifier par le biais de l'erreur matérielle ne peut conduire l'officier de l'état civil à se montrer négligent dans l'établissement des actes de l'état civil. Il importe toujours de vérifier minutieusement les actes avant leur signature. Les erreurs doivent être évitées dans la mesure du possible. L'extension des cas d'erreur matérielle a pour seul objectif de permettre la rectification de l'acte dans les plus brefs délais en cas d'erreur.
   C'est la raison pour laquelle la loi du 31 juillet 2020 prévoit l'envoi par la BAEC d'une notification au procureur du Roi compétent chaque fois qu'il est recouru à la rectification d'une erreur matérielle. Le parquet a en effet une fonction générale de surveillance en matière d'état civil. Celui-ci peut alors, à des moments spécifiques, dresser par exemple une liste de toutes les rectifications dans le cadre de cette procédure et vérifier s'il n'y a pas eu d'abus. "
   3.9.1.2. Annulation d'office par l'officier de l'état civil
   Un nouveau point 3.9.1.2. est inséré :
   " 3.9.1.2. Annulation d'office par l'officier de l'état civil
   La loi du 31 juillet 2020 introduit une nouvelle possibilité pour l'officier de l'état civil : dans certains cas, il peut désormais également annuler lui-même des actes de l'état civil (art. 34/1 du Code civil).
   A l'instar de la possibilité de rectifier soi-même certaines erreurs (erreur matérielle), il doit également être possible d'annuler des actes dans leur ensemble lorsque l'erreur concerne l'établissement même de l'acte. Les actes manifestement erronés doivent pouvoir être retirés le plus rapidement possible de la BAEC. Dans la pratique, il n'est pas réalisable de demander via le tribunal une rectification ou une annulation pour toutes ces " erreurs ". L'attente d'une décision du tribunal peut entraîner de nombreux blocages comme notamment la `collecte' dans le registre national.
   L'annulation d'office est possible dans les cas suivants :
   a) L'acte concerne un fait juridique ou un acte juridique qui n'a jamais eu lieu :
   Exemple : un officier de l'état civil souhaitant établir une version provisoire d'un acte de mariage en préparation du mariage la signe par erreur avant la célébration du mariage.
   Il pourrait également s'agir d'un acte de changement de nom, un acte de décès, un acte de reconnaissance, etc. établi pour une personne erronée en raison d'un numéro de registre national complété incorrectement (p. ex. 1 chiffre de différence) ou d'une forte ressemblance avec le nom et le prénom d'une autre personne sans que l'officier de l'état civil ne s'aperçoive de la différence.
   b) L'acte concerne une décision judiciaire ou administrative qui n'a jamais été prononcée :
   Exemple : établissement d'un acte de divorce avant qu'une décision judiciaire ne soit prononcée.
   c) L'acte a été établi sans satisfaire aux conditions légales requises :
   Exemples : l'acte de naissance a été établi sans attestation médicale, l'acte a été signé sans attendre le délai requis (par exemple, acte de changement de sexe, acte de nationalité), un acte modifié a été établi sur la base d'une décision judiciaire qui n'était pas passée en force de chose jugée.
   d) L'officier de l'état civil n'était pas compétent pour établir l'acte :
   Exemple : l'acte de décès a été établi par l'officier de l'état civil du domicile de l'intéressé au lieu de l'officier de l'état civil du lieu du décès.
   En ce qui concerne les cas a) et b) : en principe, ce type de cas ne se présente pratiquement jamais. Ces cas se sont surtout présentés au cours de la période de lancement de la BAEC, en raison de la grande réforme de l'état civil et du fait que les officiers et agents de l'état civil n'étaient pas familiarisés avec le système informatique de la BAEC. Il s'agissait de `validations trop rapides' ou d'un chiffre mal encodé (p. ex. le numéro de registre national) dans la BAEC sans que l'on s'en aperçoive.
   Si cela se produit quand même, l'officier de l'état civil doit pouvoir rectifier son erreur et annuler l'acte dans les plus brefs délais afin d'éviter les problèmes pour l'intéressé et de pouvoir établir l'acte correct. Une rectification judiciaire prendra beaucoup de temps et empêchera l'établissement de l'acte correct, ce qui est préjudiciable pour le citoyen.
   Comme pour la rectification via l'erreur matérielle, il est également prévu ici que les procès-verbaux établis dans ces circonstances peuvent être annulés d'office. L'annulation d'office peut être mentionnée directement sur le procès-verbal papier, pourvue d'une signature de l'officier de l'état civil.
   En cas d'annulation d'office, l'officier de l'état civil qui a dressé l'acte établit immédiatement l'acte d'annulation et l'associe ensuite à l'acte de l'état civil auquel l'annulation se rapporte. Le cas échéant, l'officier de l'état civil établit également l'acte ou les actes de l'état civil modifiés. Il est en effet possible qu'à la suite de l'annulation d'un acte, d'autres actes de l'état civil changent.
   Dans le cas, par exemple, d'une annulation d'un acte de reconnaissance, l'officier de l'état civil établira l'acte d'annulation, associera cet acte à l'acte de reconnaissance et établira en outre également un acte de naissance modifié.
   Les actes annulés restent toujours visibles dans la BAEC.
   La possibilité d'annulation d'office d'un acte est toutefois limitée de deux manières :
   - dans le temps, à savoir à un mois après l'établissement de l'acte (et donc pas des années après la date d'établissement) et uniquement pour autant qu'elle ne compromette pas le statut juridique des personnes concernées par l'acte. Lorsque l'acte a été établi à tort, mais que les faits et actes juridiques qu'il établit sont en soi corrects et sont déjà l'objet de constitution de droits, il ne peut plus être annulé d'office et, le cas échéant, le tribunal de la famille doit se prononcer sur la rectification ou l'annulation de l'acte ;
   - seul l'officier de l'état civil a cette compétence, comme pour les actes de mariage (article 9 du Code civil) (voir 3.2.2.). Un agent de l'état civil n'est donc pas habilité à le faire.
   Comme pour la rectification d'une erreur matérielle, la BAEC envoie une notification automatique au procureur du Roi chaque fois que l'officier de l'état civil annule un acte.
   Cela permet au parquet d'exercer un contrôle centralisé. Sur la base de ces notifications, le parquet peut vérifier s'il est recouru à cette possibilité de manière excessive ou abusive dans certaines communes. Si le parquet remarque des anomalies, il peut toujours exercer son droit de contrôle général de l'état civil et prendre des mesures à cet égard (art. 40 du Code civil).
   La possibilité d'annulation d'office d'un acte ne peut être source de négligence dans l'établissement des actes. L'application de l'annulation d'office doit rester limitée à des cas exceptionnels. Les irrégularités en la matière peuvent ainsi être sanctionnées.
   L'officier de l'état civil demeure responsable de l'établissement ou des modifications (corrects) des actes de l'état civil (voir art. 36 du Code civil).
   Il est en outre prévu que le comité de gestion de la BAEC dresse annuellement une liste du nombre d'actes annulés d'office. Il transmet cette liste au ministre de la Justice, qui la dépose à la Chambre des représentants.
   La Chambre des représentants peut ainsi participer au suivi des annulations d'office d'actes de l'état civil par les officiers de l'état civil et des éventuelles objections formulées par le Ministère public.
   Conséquemment à la possibilité d'annulation d'office des actes de l'état civil, la responsabilité de l'officier de l'état civil est logiquement étendue aux actes de l'état civil annulés d'office (voir 3.10.1.).
   L'article 33 de la loi du 31 juillet 2020 contient une disposition transitoire concernant l'annulation d'office. Cette disposition transitoire prévoit qu'un acte de l'état civil qui répond aux conditions énumérées dans l'article 34/1 du Code civil et qui a été établi entre le 31 mars 2019 et le 1er septembre 2020 peut être annulé d'office jusqu'au 30 septembre 2020.
   Si une requête en annulation a déjà été déposée via le tribunal, il appartient à l'OEC d'estimer si une procédure d'annulation existante via le tribunal doit être poursuivie ou - si les conditions légales sont remplies - s'il y a lieu d'établir une annulation d'office. Dans ce dernier cas, le tribunal de la famille doit en être informé et peut clôturer la procédure judiciaire devenue sans objet.]1

  3.9.2. [1 De la rectification et de l'annulation par le tribunal de la famille]1
  La procédure de rectification devant le tribunal de la famille subsiste (jugement rectificatif). Toutefois, les anciens articles 1383 à 1385 du Code judiciaire sont repris dans le nouvel article 35 du Code civil sous une forme adaptée.
  Quand ? Cette procédure est possible dans tous les cas où une personne souhaite faire rectifier un acte de l'état civil, même si cet acte peut être rectifié sur la base d'une erreur matérielle.
  La procédure de rectification devant le tribunal de la famille est également applicable dans le cas où une personne souhaite faire remplacer un acte manquant conformément à l'article 27 du Code civil.
  Cette procédure de rectification s'applique également en cas de retour ou de preuve de l'existence d'une personne déclarée absente ou d'une personne dont le décès a été judiciairement déclaré.
  Outre la demande de rectification des erreurs matérielles, il peut donc, par exemple, s'agir d'erreurs qui entraînent une modification de la filiation, d'erreurs consécutives à une application erronée du droit étranger, à des disparités dans la translittération ou à des rectifications de différents éléments du même acte, etc.
  Le fait qu'une personne présente, après l'établissement de l'acte, d'autres documents différents de ceux présentés au moment de l'établissement de l'acte et qui font état d'une toute autre identité et d'un tout autre état civil pourrait indiquer une fraude à l'identité.
  Une modification de la filiation constitue également une modification fondamentale de l'état civil d'une personne.
  Il en va de même pour les translittérations, qui doivent être distinguées des signes diacritiques erronés (cf. point 3.9.1.).
  En définitive, il appartient au juge d'apprécier la rectification des fautes dans les actes (autres que les erreurs matérielles, qui peuvent être rectifiées par l'officier de l'état civil lui-même comme décrit ci-dessus).
  Qui peut demander la rectification ?
  1) Toute personne voulant faire rectifier un acte ou faire suppléer un acte manquant,
  2) L'OEC du lieu d'établissement de l'acte qui souhaite faire rectifier cet acte,
  3) Le procureur du Roi.
  L'OEC qui a établi un acte et constate par la suite qu'il a fait une faute lors de son établissement (ex. une mauvaise application du droit international privé) peut donc demander lui-même au tribunal de rectifier cet acte.
  Le procureur du Roi doit introduire une demande en rectification de l'acte lorsqu'il constate une faute dans un acte de l'état civil. Il a, selon l'article 40 du Code civil, notamment une fonction de surveillance en ce qui concerne l'application des dispositions de l'état civil. Il est essentiel et de l'intérêt général que les actes de l'état civil, qui concernent l'état des personnes, soient rectifiés s'ils contiennent des fautes, comme le prévoit l'article 6 du Code civil,.
  [1 Comment ? Le citoyen ou l'officier de l'état civil intente la procédure par requête. L'officier de l'état civil ou son agent habilité (voir 3.2.2.) peut signer lui-même la requête et comparaître lui-même devant le tribunal, et ne doit donc pas s'adresser à un avocat pour ce faire.]1[1 ]1
  Quel tribunal ? Le tribunal de la famille du lieu où l'acte a été dressé (compétent sur la base de l'article 627, 7°, du Code judiciaire).
  Méthode de travail ? Les données des décisions judiciaires coulées en force de chose jugée qui modifient des actes de l'état civil seront transmises directement via la BAEC (et donc plus par courrier ordinaire).
  Le greffier transfère immédiatement via la BAEC à l'OEC compétent les données de la décision judiciaire dont celui-ci a besoin pour modifier l'acte (les actes) de l'état civil à la suite de la rectification (ou pour établir l'acte supplétif).
  Concrètement, le greffier transmettra donc, via la BAEC, le jugement rectificatif dans les plus brefs délais à l'OEC compétent, qui en reçoit une notification.
  [1 - Sur la base de la décision, l'officier de l'état civil établit alors immédiatement l'acte ou les actes de l'état civil modifiés ou l'acte supplétif (dans le cas de l'article 26 du Code civil) et associe ceux-ci, le cas échéant, aux actes de l'état civil auxquels ils se rapportent. La décision judiciaire est annexée à l'acte modifié ou à l'acte supplétif dans la BAEC. ]1
  Comme expliqué plus haut, l'officier garantit, par la signature de l'acte, les associations correctes dans la BAEC (voir point 3.4.7.).
  Ces données ne sont transférées que s'il a été décidé de rectifier l'acte. En cas de décision négative, l'officier ne recevra aucune notification.
  Officier compétent ? L'officier généralement compétent tel que défini à l'article 13 du Code civil est compétent après une rectification par le tribunal.
  [1 Schématiquement
   1. Rectification :
   Erreur matérielle : OEC (sans avis du parquet)
   N'importe quelle autre erreur : tribunal de la famille
   2. Annulation :
   Annulation d'office : OEC
   Annulation judiciaire : tribunal de la famille
   3. Remplacement d'un acte manquant : tribunal de la famille]1

  3.10. Responsabilité et contrôle de l'officier de l'état civil
  3.10.1. Responsabilité de l'officier de l'état civil (art. 36, 38 et 39 du Code civil et art. 110 et 111 de la Loi sur la Modernisation de l'Etat Civil)
  La responsabilité de l'officier de l'état civil n'a en principe pas changé.
  L'officier de l'état civil est responsable :
  - des actes de l'état civil qu'il a établis, [1 rectifiés, modifiés ou annulés]1 lui-même (art. 36 du Code civil);
  - des actes perdus en raison de leur mauvaise conservation dans la BAEC (p. ex., acte mal enregistré) (relève de l'art. 36 du Code civil);
  - de la conservation des actes de l'état civil sous format papier qui ont été établis avant le 31 mars 2019 (ou des procès-verbaux établis sur papier), enregistrés ou non sous forme dématérialisée dans la BAEC, jusqu'au moment de leur transfert aux Archives générales du Royaume (art. 110, § 1er, alinéa 1er, et § 2, de la loi sur la modernisation de l'état civil);
  - de la disparition de documents du dépôt des registres de l'état civil (art. 110, § 1er, alinéa 2, de la Loi sur la modernisation de l'état civil, comme cela était prévu antérieurement par l'article 132 de la nouvelle loi communale).
  Cela a son importance notamment dans le cas où une commune autoriserait des personnes qui en font la demande à effectuer elles-mêmes des recherches généalogiques, historiques ou scientifiques dans le dépôt. La disparition de documents relève de la responsabilité de l'officier de l'état civil.
  Cela ne signifie pas que les registres de l'état civil sous format papier ne peuvent pas être déplacés au sein de la commune. Cela peut en effet s'avérer utile ou nécessaire dans le cadre des fusions de communes (art. 110, § 1er, alinéa 3, de la Loi sur la modernisation de l'état civil).
  Le déplacement nécessite :
  * une décision du collège des bourgmestre et échevins; et
  * l'autorisation du procureur du Roi.
  - de l'exactitude de l'acte dématérialisé et des métadonnées correspondantes reprises dans la BAEC lors de la migration d'un acte papier vers la BAEC au moment de l'enregistrement de l'acte dans la BAEC (art. 111 de la Loi sur la modernisation de l'état civil).
  Le fonctionnaire ne sera pas responsable en cas de défaillance ultérieure du système ou d'erreur du gestionnaire opérationnel (cf. infra).
  - du non-respect des prescriptions imposées dans le cadre de sa fonction (art. 38 du Code civil);
  Comme le prévoyait déjà l'ancien article 51 du Code civil, l'officier de l'état civil est civilement responsable du non-respect des prescriptions imposées dans le cadre de sa fonction, sauf si quelqu'un l'a empêché de respecter ces prescriptions (Dans ce dernier cas, l'officier de l'état civil peut exercer un recours contre ce dernier).
  - de toute altération illicite et de tout faux dans les actes de l'état civil (art. 39 du Code civil);
  Comme le prévoyait l'ancien article 52 du Code civil, toute altération illicite et tout faux dans les actes de l'état civil donnent lieu :
  * à des dommages-intérêts aux parties;
  * aux peines prévues dans le Code pénal.
  L'officier de l'état civil n'est pas responsable des aspects liés à la gestion de la BAEC ou au traitement des données personnelles (art. 38 du Code civil).
  Du fait de l'instauration de la BAEC, la responsabilité de l'officier est définie sous réserve de la responsabilité du gestionnaire opérationnel de la BAEC (SPF Intérieur) et du responsable du traitement des données personnelles (SPF Justice) (cf. chapitre 3).
  3.10.2. Contrôle par le procureur du Roi (art. 37 et 40 du Code civil)
  Le rôle du procureur du Roi en matière d'état civil a été adapté en raison de l'instauration d'une banque de données centrale et des besoins dans la pratique.
  Cette adaptation consiste à :
  - supprimer le contrôle annuel des registres;
  - introduire le principe de contrôle général de l'état civil;
  - donner une base légale explicite à la fonction d'avis du procureur du Roi;
  - prévoir la possibilité pour le Collège des procureurs généraux d'arrêter des directives;
  - clarifier le rôle en matière de rectification des actes de l'état civil.
  3.10.2.1. Suppression du contrôle annuel des registres
  La vérification annuelle de tous les registres de l'état civil par le procureur du Roi n'a plus d'utilité. Ce n'était d'ailleurs plus le cas dans la pratique actuelle.
  3.10.2.2. Contrôle général de l'état civil
  Le procureur du Roi doit veiller au respect des dispositions en matière d'état civil, notamment par le biais de contrôles ciblés via la BAEC. De tels contrôles ciblés n'étaient pas possibles avec les registres communaux sur papier.
  L'article 40 du Code civil confère clairement au procureur du Roi la compétence générale d'agir en matière d'état civil.
  L'officier de l'état civil est tenu d'informer sans délai le procureur du Roi de toute erreur ou irrégularité qu'il constate.
  Le procureur du Roi recherche et poursuit les infractions commises par l'officier de l'état civil dans l'exercice de ses fonctions.
  Quel procureur du Roi ? Le procureur du Roi compétent est celui du tribunal de première instance de l'arrondissement judiciaire auquel appartient la commune de l'officier de l'état civil qui a établi l'acte (art. 40, alinéa 1er, du Code civil).
  3.10.2.3. Fonction d'avis du parquet (art. 37 du Code civil)
  La loi prévoit désormais expressément la possibilité pour l'officier de l'état civil de demander l'avis du procureur du Roi en cas de doute sérieux quant à l'établissement d'un acte. Le procureur du Roi donne un avis à l'officier de l'état civil dans des cas individuels.
  Le rôle du procureur du Roi avant l'établissement d'un acte est en effet très important.
  En outre, l'établissement correct des actes par l'officier de l'état civil évite que le procureur du Roi ait à intervenir ultérieurement. Une éventuelle rectification des actes de l'état civil via la banque doit être évitée dans la mesure du possible eu égard à l'importance de l'état de la personne, au principe de l'immutabilité de l'état de la personne et aux conséquences pour le citoyen.
  Il s'agit, pour l'officier de l'état civil, d'une possibilité de demander un avis en cas de doute sérieux et non d'une obligation.
  " L'établissement " de l'acte visé à l'article 37 du Code civil doit être interprété largement en ce sens que l'avis ne peut pas seulement être demandé dans le cadre de son établissement, mais également dans le cadre des modifications, de l'annulation... des actes de l'état civil après l'établissement des actes.
  3.10.2.4. Rectification des actes de l'état civil
  L'intervention du procureur du Roi dans la procédure de rectification d'erreurs matérielles commises par l'officier de l'état civil a été supprimée. L'officier de l'état civil peut à présent les rectifier sans demander l'avis du procureur du Roi.
  Le rôle du procureur du Roi est toutefois encore utile en cas de rectification d'actes de l'état civil par le tribunal de la famille.
  Eu égard à sa fonction de surveillance visée à l'article 35, § 1er, alinéa 3, du Code civil, le procureur du Roi doit demander la rectification de l'acte lorsqu'il constate une erreur dans un acte de l'état civil.
  En outre, le ministère public devra rendre un avis en cas de demande de rectification par l'intéressé même ou par l'officier de l'état civil (art. 35, § 2, du Code civil).
  3.10.2.5. Directives du Collège des procureurs généraux (uniformité)
  Le collège des procureurs généraux peut arrêter, à l'intention des procureurs du Roi, des directives précisant les modalités du contrôle. Une possibilité de donner des instructions au procureur du Roi en matière de vérification des registres de l'état civil existait déjà dans le chef du procureur général (sur la base d'une circulaire ministérielle du 13 juillet 1847). Cette possibilité est à présent ancrée dans la loi.
  Ce sont des directives contraignantes pour tous les membres du ministère public. Les procureurs généraux près les cours d'appel veillent à l' exécution de ces directives au sein de leur ressort.
  Ces directives peuvent également porter sur l'utilisation de la BAEC en matière de contrôle.
  5. Opheffing van omzendbrieven
  De volgende omzendbrieven worden opgeheven:
  1° de Ministeriële omzendbrief van 23 juni 1857 betreffende de jaarlijkse tafels van de registers van de burgerlijke stand;
  2° de Ministeriële omzendbrief van 28 maart 1955 betreffende de akte van huwelijk en de toepassing van het advies van de Conseil d'Etat van 30 maart 1808 betreffende de verbetering van sommige vergissingen in de schrijfwijze der namen in de voorgelegde akten;
  3° de Ministeriële omzendbrief van 18 november 1959 betreffende de overschrijving, in de registers van de burgerlijke stand, van de koninklijke besluiten waarbij naamsveranderingen toegelaten worden;
  4° de Omzendbrief van 30 april 1984 betreffende de erkenning door de ambtenaren van de burgerlijke stand van vreemde beslissingen inzake de staat van de persoon.
  
  4. Les différents actes de l'état civil
  4.1. Données standard des actes de l'état civil
  L'article 41 du Code civil précise les données qui doivent figurer dans tout acte de l'état civil.
  Sont concernés :
  1° les données officielles de l'acte : le nom, les prénoms et la signature de l'OEC ou de son agent habilité;
  2° la date d'établissement de l'acte;
  3° le lieu de l'établissement de l'acte : tant la commune que, le cas échéant, le district;
  4° le numéro de l'acte (cf. point 3.4.10.);
  5° la mention de la base sur laquelle l'acte est établi (pour autant que d'application).
  Si l'OEC établit un acte, il doit toujours mentionner la base ou l'origine de cet acte.
  Cela peut concerner :
  a) une décision judiciaire :
  - l'instance judiciaire;
  - la date du prononcé;
  - la date à laquelle la décision est coulée en force de chose jugée;
  - le numéro d'identification de la décision judiciaire (numéro de rôle).
  L'image de la décision judiciaire est jointe à l'acte dans la BAEC.
  En l'occurrence, il peut, par exemple, s'agir d'un acte supplétif à l'acte de naissance, lequel indique que l'acte de naissance a été établi sur la base d'un jugement supplétif.
  Il pourrait également s'agir d'un acte établi sur la base de l'article 463 du Code d'instruction criminelle.
  Un autre exemple est l'établissement d'un acte de décès sur la base de la décision judiciaire déclarative de décès.
  b) un procès-verbal (visé aux articles 14, alinéa 4, 47, 55, § 2, ou 57 du Code civil).
  Il s'agit ici des procès-verbaux sur la base desquels un acte de l'état civil est établi (ultérieurement) :
  - les procès-verbaux établis dans des circonstances exceptionnelles (défaillance du système BAEC);
  - le procès-verbal relatif à un enfant abandonné;
  - le procès-verbal relatif au décès d'un inconnu;
  - le procès-verbal relatif à une naissance ou un décès à bord d'un navire ou dans un aéronef.
  c) un arrêté royal d'autorisation de changement de nom (visée à l'article 370/4, § 1er, ou 370/8 du Code civil) :
  - la date de l'arrêté royal;
  - la date de publication au Moniteur belge (pour autant que d'application).
  On suit la même logique qu'en ce qui concerne les décisions judiciaires. Un acte de changement de nom (p. ex. dans le cas d'un réfugié reconnu) est établi sur la base de l'arrêté royal d'autorisation de changement de nom.
  Dans des cas très exceptionnels, les arrêtés royaux sont dispensés de publication (de là : pour autant que d'application) (art. 370/6, alinéa 3, du Code civil).
  d) un acte étranger :
  - l'autorité qui a établi l'acte;
  - la date d'établissement de l'acte.
  C'est, par exemple, le cas de l'acte de mariage étranger reconnu en Belgique. Au lieu de l'ancienne " transcription " de cet acte étranger, l'officier établira désormais un acte de mariage belge. L'officier y mentionnera la base dudit acte : l'acte étranger, l'autorité qui a établi l'acte (y compris le lieu de cette autorité) et la date d'établissement.
  e) la décision étrangère judiciaire ou administrative;
  - l'autorité étrangère qui a pris la décision;
  - la date de la décision;
  - la date à laquelle la décision sort ses effets.
  Il peut, par exemple, s'agir ici d'une décision étrangère de divorce, reconnue en Belgique. Au lieu de l'ancienne mention marginale (ou transcription) de la décision de divorce étrangère, un acte de divorce est établi. Cet acte mentionne avoir été établi sur la base d'une décision judiciaire ou administrative étrangère. Il mentionne également l'autorité étrangère (y compris le lieu de cette autorité), la date de la décision et la date à laquelle celle-ci sort ses effets.
  L'acte ou la décision tenant lieu de base à l'établissement de l'acte est joint(e) en annexe dans la BAEC, sauf si cet acte ou cette décision est disponible dans une autre source authentique (comme prévu à l'article 15 du Code civil).
  Les personnes auxquelles l'acte se rapporte, sont identifiées à l'aide du numéro de registre national (à savoir le numéro d'identification attribué en application de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques). C'est aussi le cas pour les personnes qui ne figurent pas dans le registre national.
  En effet, la loi du 25 novembre 2018 portant des dispositions diverses concernant le Registre national et les registres de population permet également de mentionner dans le Registre national, les personnes physiques mentionnées dans un acte d'état civil, mais qui ne font pas l'objet d'une inscription ou d'une mention dans le Registre national des personnes physiques à un autre titre.
  Les personnes mentionnées en tant que telles dans le Registre national se voient elles aussi attribuer un numéro de registre national.
  Il importe de souligner que le numéro de registre national ne fait pas partie de l'acte à proprement parler (art. 41, § 2, alinéa 2, du Code civil). Il s'agit uniquement d'informations sous-jacentes permettant d'identifier les personnes et de relier entre elles les données de la BAEC et celles du Registre national.
  L'adaptation de ce numéro d'identification ne doit pas être effectuée par le biais des procédures en rectification prévues pour la rectification d'actes de l'état civil (cf. point 3.8.). Le numéro d'identification est en effet une donnée dynamique susceptible d'être modifiée conformément aux dispositions de la législation relative au Registre national.
  Outre les données précitées, les actes de l'état civil mentionnent les données qui sont propres aux actes.
  L'article 16 du Code civil dispose en outre à ce sujet que l'OEC ne peut mentionner dans les actes d'autres données que celles prévues par la loi.
  4.2. Les différents types d'actes de l'état civil
  Le Code civil prévoit dorénavant une section distincte pour chaque type d'acte de l'état civil.
  Chaque section mentionne d'abord (si possible) la façon dont l'acte est établi et ensuite les données que cet acte doit mentionner.
  Les différents types d'actes sont repris ci-après, avec mention des éventuels changements dans la procédure.
  4.2.1. Actes de naissance
  Les nouvelles dispositions relatives à l'établissement des actes de naissance prévues aux articles 42 à 49 du Code civil s'appliquent aux enfants déclarés après le 31 mars 2019 (art. 112 de la Loi sur la modernisation de l'état civil).
  4.2.1.1. Acte de naissance
  Notification de la naissance (article 42 du Code civil)
  Par qui ? La notification est faite par :
  - dans le cas d'une naissance à l'hôpital : le responsable de l'établissement ou son délégué;
  - dans le cas d'une naissance en dehors de l'hôpital : le médecin, l'accoucheuse ou les autres personnes qui ont assisté à l'accouchement ou chez qui l'accouchement a eu lieu.
  Comment ? La notification s'effectue au moyen d'une attestation médicale.
  Notification électronique ? La notification électronique est déjà appliquée dans différentes communes, principalement en Flandre, via l'application eBirth. Elle n'est pas encore obligatoire. Les possibilités existantes de notification électronique des naissances ne font pas l'objet de restrictions. Les notifications par voie papier ou par fax peuvent toujours être utilisées.
  Modèle de notification ? Aucun modèle propre à la notification d'une naissance ou d'un décès n'a été créé, car cela engendrerait des obligations administratives supplémentaires et inutiles pour ce groupe-cible.
  Déclaration (article 43 du Code civil)
  Par qui ? Le père ou la coparente, et la mère, ou l'un d'eux (comme auparavant).
  Où ? L'OEC du lieu de naissance (lieu du fait).
  La commune peut toutefois choisir la manière dont la déclaration de naissance doit être faite dans la pratique. Une de ces possibilités consisterait à procéder à la déclaration de naissance à la maternité, après décision du collège des bourgmestre et échevins.
  Délai ? Dans les quinze jours suivant la naissance. Lorsque le dernier jour de ce délai est un samedi, un dimanche, ou un jour férié légal, le délai est prolongé jusqu'au premier jour ouvrable qui suit.
  Pas de déclaration de naissance (dans les délais) par les parents ?
  Lorsqu'aucune déclaration n'a été faite, l'OEC établit l'acte de naissance définitif purement et simplement sur la base de la notification. Le responsable de l'hôpital ne doit plus faire de déclaration, étant donné que cette dernière n'ajoute rien à ce qui était déjà précisé dans la notification.
  Le but est de fournir un maximum d'informations via la notification, y compris sur les données incertaines telles que le nom de famille et le prénom.
  Pas de déclaration de naissance et données insuffisantes dans la notification ?
  Si les parents ne font pas de déclaration de naissance et si la notification ne contient pas de données sur le prénom ou le nom de famille, l'OEC agira comme auparavant.
  Ainsi, en l'absence de prénom, l'OEC tentera dans un premier temps de contacter quelqu'un qui connaît le prénom de l'enfant concerné. S'il n'y parvient pas, l'OEC peut déterminer lui-même le prénom de l'enfant ou établir l'acte sans mentionner de prénom. L'acte pourra alors être adapté ultérieurement via une procédure en rectification par le tribunal. La responsabilité incombe ici aux parents, qui se sont abstenus de faire une déclaration de naissance.
  Si le nom de famille de l'enfant est manquant dans la notification, l'OEC applique les règles générales de détermination du nom de famille, selon le droit applicable de l'enfant. Si le droit belge relatif au nom est appliqué, il est renvoyé à la circulaire du 22 décembre 2014 relative à la loi du 5 mai 2014 portant établissement de la filiation de la coparente et la loi du 18 décembre 2014 modifiant le Code civil, le Code de droit international privé, le Code consulaire, la loi du 5 mai 2014 portant établissement de la filiation de la coparente et la loi du 8 mai 2014 modifiant le Code civil en vue d'instaurer l'égalité de l'homme et de la femme dans le mode de transmission du nom à l'enfant et à l'adopté (M.B. du 29 décembre 2014).
  Etablissement d'un acte de naissance définitif. Après la déclaration de naissance ou si la naissance n'a pas été déclarée dans les 15 jours, l'OEC établit immédiatement l'acte de naissance définitif.
  Déclaration de naissance électronique ? Il n'est pas encore possible de faire une déclaration de naissance électronique. La déclaration est faite en personne à l'officier, même si les parents ne doivent plus signer l'acte de naissance.
  L'article 43, § 3, du Code civil définit toutefois la base juridique pour l'introduction des déclarations électroniques dans le futur. Il appartient au Roi de préciser les autres conditions à ce sujet.
  Sexe ambigu ? Si le sexe de l'enfant est ambigu, les parents ou l'un d'eux peuvent déclarer le sexe de l'enfant dans un délai de trois mois, moyennant une attestation médicale (art. 48 du Code civil).
  [1 Un acte modifié est établi sur la base de la déclaration du sexe (avec attestation médicale) (art. 31, § 2, du Code civil).]1
  Données de l'acte de naissance (article 44 du Code civil)
  L'acte ne mentionne que les données essentielles. L'acte de naissance contient :
  - les données relatives à la naissance de l'enfant : la date de naissance, le lieu de la naissance, l'heure de la naissance, le sexe, le nom et les prénoms de l'enfant;
  - les données de la mère et du père ou de la coparente (pour autant que la filiation paternelle ou comaternelle soit établie) : nom, prénoms, date de naissance et lieu de naissance;
  - pour autant que d'application, les données relatives à la reconnaissance prénatale ou à la reconnaissance, par le père ou la coparente, dans l'acte de naissance proprement dit, avec mention des autorisations requises, à savoir des personnes visées à l'article 329bis du Code civil, du représentant légal de l'enfant et/ou les données de l'autorisation obtenues par le biais d'une décision judiciaire;
  - pour autant que d'application, la base sur laquelle l'acte est établi (voir article 41, § 1er, 5°, du Code civil).
  En cas de notification incomplète ou lors de la naissance d'un enfant abandonné, les données relatives à la naissance de l'enfant ne peuvent bien entendu être complétées que pour autant qu'elles soient disponibles.
  La mention de la base sur laquelle l'acte est établi sera par exemple nécessaire :
  - lors de l'établissement d'un acte supplétif à l'acte de naissance sur la base d'un jugement supplétif, l'acte devant alors contenir les données de la décision judiciaire,
  - en cas de naissance à bord d'un navire/aéronef, les données du procès-verbal sur la base duquel l'acte a été établi figurant dans l'acte de naissance.
  Si une déclaration conjointe est faite comme prévu à l'article 316bis du Code civil en vue d'activer la présomption de paternité ou de comaternité, elle est enregistrée en tant qu'annexe dans la BAEC.
  L'ordonnance du juge de paix en vertu de laquelle une personne déclarée incapable a été autorisée à reconnaître un enfant ou à consentir à une reconnaissance est, en cas de reconnaissance dans l'acte de naissance, enregistrée en tant qu'annexe à l'acte de naissance dans la BAEC (art. 328, § 2, et 329bis, § 1er/1 et § 2, du Code civil).
  L'acte de naissance ne contient pas (plus) :
  - la déclaration de choix de nom par les parents (voir infra);
  - les données des déclarants.
  En effet, depuis l'entrée en vigueur de la loi du 25 décembre 2016, les parents doivent toujours faire un choix de nom. En cas de désaccord ou de refus concernant le choix, l'enfant se verra attribuer le double nom de famille dans l'ordre alphabétique. Il ne sert donc à rien de mentionner explicitement le `choix du nom'.
  L'acte doit certes bien préciser clairement s'il s'agit d'un double nom (sécable), ou d'un nom composé (insécable). Lorsqu'il s'agit d'un double nom, l'acte doit mentionner clairement les deux parties du nom.
  La mention des données des déclarants a peu d'utilité. Il s'agit en principe des parents. La déclaration n'est plus faite par l'hôpital lorsque les parents s'en abstiennent.
  Vu la complexité de la matière (choix de la loi applicable, etc.), les communes peuvent décider de faire inscrire le nom dans un document papier signé par les déclarants, afin d'éviter toute contestation ultérieure.
  4.2.1.2. Acte de naissance d'un enfant trouvé
  L'ancienne procédure relative à la déclaration d'un enfant abandonné (ancien article 58 du Code civil) est légèrement modifiée à l'article 45 du Code civil.
  Notification de la naissance
  Par qui ? Toute personne qui a trouvé un enfant nouveau-né. Dans la pratique, la notification sera souvent effectuée par les services de secours.
  Où ? OEC du lieu où l'enfant a été trouvé.
  Comment ? La personne communique à l'OEC toutes les informations sur le moment et le lieu où il a trouvé l'enfant.
  Tâche de l'OEC ? L'OEC dresse un procès-verbal, qui mentionne également l'âge apparent de l'enfant et son sexe, sur la base d'une attestation médicale, le nom et les prénoms qui lui sont donnés et l'autorité publique à laquelle il est confié.
  L'OEC établit un acte de naissance et joint le procès-verbal en tant qu'annexe (contenant les données disponibles à ce moment-là, voir supra). Ce n'est plus le procès-verbal qui est enregistré dans les registres.
  Le but de la nouvelle procédure est de donner un acte de naissance ordinaire aux enfants abandonnés. De cette manière, ils ne sont pas confrontés à leur situation d'enfant abandonné chaque fois qu'ils demandent une copie de leur acte de naissance.
  Données de l'acte de naissance d'un enfant trouvé
  L'acte de naissance d'un enfant trouvé ne peut pas mentionner toutes les données contenues dans un acte de naissance ordinaire, étant donné que la mère ou les parents sont inconnus.
  L'acte de naissance d'un enfant trouvé mentionne :
  - la date de naissance (présumée),
  - le lieu de naissance,
  - l'heure de naissance (présumée),
  - le sexe,
  - le nom et les prénoms de l'enfant.
  L'acte de naissance ne mentionne ces données que pour autant qu'elles soient disponibles au moment de son établissement.
  L'attestation médicale ne mentionne pas la date à laquelle l'enfant a été trouvé, mais bien la date et l'heure de naissance présumées. L'officier peut retrouver les informations relatives à la date de naissance dans l'attestation médicale.
  Données incomplètes lors de l'établissement de l'acte ? L'acte de naissance peut être complété ultérieurement, par le biais d'un jugement rectificatif. Aussi, l'extrait de l'acte de naissance sera, (après avoir été complété), désormais le même pour tous les enfants.
  4.2.1.3. Acte de naissance en cas de naissance à bord d'un navire ou d'un aéronef
  L'article 47 du Code civil uniformise et simplifie la procédure en cas de naissance à bord d'un navire (anciens art. 59 et 60 du Code civil) et pendant un vol (anciens art. 7 et 7ter de la loi du 27 juin 1937 portant révision de la loi du 16 novembre 1919 relative à la réglementation de la navigation aérienne, M.B., 26 juillet 1937).
  Procédure
  En cas de naissance à bord d'un navire ou d'un aéronef en vol, le commandant établit un procès-verbal qui mentionne les mêmes données que l'acte de naissance.
  Tâche de l'OEC ?
  - Premier accostage ou atterrissage en Belgique
  Dès qu'il accoste ou atterrit, le commandant remet le procès-verbal le plus rapidement possible à l'officier de l'état civil le plus proche qui établit immédiatement un acte de naissance sur la base du procès-verbal.
  Le procès-verbal est joint en annexe de l'acte de naissance.
  L'OEC qui a établi l'acte conserve le procès-verbal établi sur papier jusqu'au moment du transfert du procès-verbal aux Archives générales du Royaume.
  L'acte de naissance mentionnera également le procès-verbal comme base sur laquelle l'acte est établi (art. 41, § 1er, 5°, du Code civil).
  - Premier accostage ou atterrissage à l'étranger
  Le commandant transmet le plus rapidement possible le procès-verbal au poste consulaire de carrière de la circonscription consulaire dans laquelle se trouve le port ou le lieu d'atterrissage. Le poste consulaire agira ensuite conformément aux dispositions du Code consulaire.
  4.2.2. Les actes de reconnaissance
  4.2.2.1. Acte de reconnaissance prénatale
  Données de l'acte de reconnaissance prénatale (art. 50 du Code civil)
  L'acte de reconnaissance prénatale mentionne :
  1° les données de la mère : le nom, les prénoms, la date de naissance et le lieu de naissance;
  2° les données de l'auteur de la reconnaissance : le nom, les prénoms, la date de naissance, le lieu de naissance et la qualité, c'est-à-dire le père ou la coparente;
  3° les données du consentement de la mère à la reconnaissance : la date, le lieu et l'autorité devant laquelle le consentement a été donné, ou l'autorité judiciaire, la date et le numéro d'identification de la décision judiciaire passée en force de chose jugée dans laquelle le consentement a été constaté, et l'enregistrement de la décision judiciaire en annexe dans la BAEC.
  4.2.2.2. Acte de reconnaissance
  Données de l'acte (art. 51 du Code civil)
  L'acte de reconnaissance mentionne :
  1° les données de l'enfant : le nom, les prénoms, la date de naissance et le lieu de naissance de l'enfant;
  2° les données de la personne à l'égard de qui la filiation est établie : le nom, les prénoms, la date de naissance, le lieu de naissance et, le cas échéant, la date de décès et le lieu de décès;
  3° les données de l'auteur de la reconnaissance : le nom, les prénoms, la date de naissance, le lieu de naissance et la qualité de l'auteur de la reconnaissance;
  4° le cas échéant, les données des personnes qui ont consenti à la reconnaissance ou dont le consentement de substitution ou l'autorisation de reconnaissance a été constaté par un tribunal, en mentionnant la date, le lieu et l'autorité devant laquelle le consentement a été donné, ou l'autorité judiciaire, la date et le numéro d'identification de la décision judiciaire passée en force de chose jugée par laquelle le consentement de substitution ou l'autorisation de reconnaissance ont été constatés.
  Si la mère refuse de donner son consentement, aucun consentement n'est constaté, mais une autorisation de reconnaissance peut être accordée. En cas de conciliation, le tribunal établit toutefois une autorisation supplétive de reconnaissance.
  La décision judiciaire est jointe en annexe dans la BAEC (tant qu'elle n'est pas disponible dans une autre source authentique, conformément à l'article 15 du Code civil);
  5° le nouveau nom éventuel et la déclaration de choix de nom par le père ou la coparente et la mère sur la base des articles 335, § 3, 335ter, § 2, et 335quater du Code civil ou de l'article 12 de la loi du 8 mai 2014 modifiant le Code civil en vue d'instaurer l'égalité de l'homme et de la femme dans le mode de transmission du nom à l'enfant et à l'adopté, (M.B., 26 mai 2014);
  6° le cas échéant, le nouveau prénom de l'enfant. Ceci n'est possible qu'en application du droit étranger.
  Il n'y a pas de changement de prénom directement possible lors de la reconnaissance sur base du droit belge. Toutefois, une demande en changement de prénom peut être introduite auprès de l'OEC compétent;
  7° le cas échéant, le fait que les personnes visées à l'article 329bis, § 3, du Code civil n'ont pas consenti à la reconnaissance.
  L'ordonnance du juge de paix selon laquelle une personne déclarée incapable est autorisée à reconnaître un enfant ou à consentir à une reconnaissance est jointe en annexe à l'acte de reconnaissance dans la BAEC (art. 328, § 2, et 329bis, §§ 1er/1 et 2, du Code civil).
  Associer l'acte. L'acte de reconnaissance doit toujours être associé à l'acte de naissance. Si le prénom et/ou le nom a/ont été modifié(s), celui-ci/ceux-ci doi(ven)t également être associé(s) à tous les autres actes de l'enfant.
  Procédure Une modification importante de la reconnaissance réside dans le fait qu'à l'instar de ce qui s'applique désormais pour la déclaration de mariage, il n'est plus établi d'acte de déclaration. La " déclaration " remplace l'" acte de déclaration ". Un modèle de déclaration est établi dans l'arrêté royal du 30 janvier 2019 fixant le modèle de déclaration du mariage et le modèle de déclaration de reconnaissance, les modalités de l'expédition des documents et les modalités des mentions (M.B., 15 février 2019).
  En outre, la déclaration et les modalités de production des documents exigés sont également adaptées par analogie avec ce qui est prévu pour la déclaration de mariage (art. 327/1 et 327/2juncto 164/1 et 164/2 du Code civil). Le principe " only once " y est intégré et la possibilité d'obtenir un acte de notoriété est adaptée à l'article 5 du Code de la nationalité belge (cf. point 4.2.5.)
  Une dernière modification importante concerne les documents à produire pour une déclaration de reconnaissance. A dater du 31 mars 2019, l'acte de naissance de la personne qui veut reconnaître l'enfant et, le cas échéant, de la personne à l'égard de qui la filiation est établie ne doit plus être produit. Exiger l'acte de naissance peut entraver l'établissement rapide de la filiation, même lorsque les parents sont de bonne foi.
  Toutefois, si l'OEC estime que l'acte de naissance de l'auteur de la reconnaissance et, le cas échéant, de la personne à l'égard de qui la filiation est établie est indispensable pour vérifier si les conditions requises par la loi pour reconnaître un enfant sont remplies, il peut demander la production de ces actes sur la base de l'article 327/2, § 2, 5°, du Code civil (" toute autre pièce authentique ").
  Le délai de trois jours dans lequel la reconnaissance doit être portée à la connaissance de l'époux ou de l'épouse (ancien article 62, § 3, du Code civil) est désormais prévu aux articles 313, § 3, alinéa 2, 319bis, alinéa 2, et 325/6, alinéa 2, du Code civil).
  La preuve de la notification (une lettre recommandée à la poste) de la reconnaissance à l'époux ou à l'épouse en vertu des articles 313, § 3, 319bis ou 325/6 du Code civil est conservée par l'OEC. La mention de la date de la notification ou de la signification à l'encre noire en marge de l'acte de reconnaissance comme cela est prévu par la circulaire du 7 mai 2007 relative à la loi du 1er juillet 2006 modifiant les dispositions du Code civil relatives à l'établissement de la filiation et aux effets de celle-ci, n'est en tout cas plus possible.
  4.2.3. Acte de déclaration de choix de nom
  Données de l'acte. L'article 52 du Code civil définit les mentions de l'acte de déclaration de choix de nom, à savoir :
  - les données de l'enfant ou des enfants auxquels la déclaration se rapporte : le nom, les prénoms, la date de naissance et le lieu de naissance;
  - les données de la mère et du père ou de la coparente : le nom, les prénoms, la date de naissance et le lieu de naissance;
  - la déclaration de choix de nom par les parents;
  - le nouveau nom qui est donné à l'enfant ou aux enfants;
  - la base légale de la déclaration sur la base de laquelle l'acte est établi.
  Quand ? La déclaration de choix de nom peut être faite sur la base de :
  - l'article 335, § 3, alinéa 2, du Code civil : après établissement du second lien de filiation;
  - l'article 335ter, § 2, alinéa 2, du Code civil : après établissement du second lien de filiation (coparente);
  - l'article 335quater, alinéa 1er, du Code civil : après une déclaration de choix de la loi applicable visée à l'article 39, § 1er, du Code de droit international privé;
  - l'article 12, § 1er, de la loi du 8 mai 2014 modifiant le Code civil en vue d'instaurer l'égalité de l'homme et de la femme dans le mode de transmission du nom à l'enfant et à l'adopté.
  Associer l'acte ? L'acte de déclaration de choix de nom doit être associé à l'acte de naissance de l'enfant et aux actes de l'état civil auxquels il se rapporte.
  4.2.4. Acte de modification de l'enregistrement du sexe
  Données de l'acte. L'article 53 du Code civil définit les mentions de l'acte de modification de l'enregistrement du sexe, à savoir :
  - les données de l'intéressé : le nom, les prénoms, la date de naissance et le lieu de naissance;
  - le nouveau sexe.
  Associer l'acte ? L'acte de modification de l'enregistrement du sexe doit être associé aux autres actes de l'état civil de l'intéressé qui mentionnent son sexe. En principe, cela se limite à l'acte de naissance.
  Nouvelle modification de l'enregistrement du sexe. Si le tribunal de la famille autorise une nouvelle modification de l'enregistrement du sexe, il ne faut pas établir un acte de modification de l'enregistrement du sexe, mais bien un acte de nouvelle modification de l'enregistrement du sexe (cf. point 4.2.12.).
  4.2.5. Acte de mariage
  Données de l'acte. L'acte de mariage ne mentionne plus que les données [1 Données de l'acte. L'acte de mariage mentionne (article 54 Cc.) :
   - les données des époux : le nom, les prénoms, la date de naissance et le lieu de naissance ;
   - la date et le lieu du mariage ;
   - éventuellement le nom choisi par l'époux après le mariage (sur la base de son droit national) ;
   - pour autant que d'application, les données des témoins : le nom, les prénoms, la date de naissance et le lieu de naissance.]1

  Procédure
  Déclaration
  La déclaration de mariage est maintenue, mais sous une forme adaptée. On n'établit plus aucun acte de déclaration. La déclaration exprime uniquement une intention de modification de l'état civil. La " déclaration " remplace l'" acte de déclaration ". Un modèle de déclaration est établi dans l'arrêté royal du 30 janvier 2019 fixant le modèle de déclaration du mariage et le modèle de déclaration de reconnaissance, les modalités de l'expédition des documents et les modalités des mentions (M.B., 15 février 2019).
  La déclaration n'est pas signée par les déclarants.
  En ce qui concerne la production des documents, l'article 164/2 du Code civil introduit le principe " only once ". L'OEC doit d'abord vérifier lui-même dans la BAEC si les actes de naissance des intéressés sont disponibles. Si ce n'est pas le cas, il doit vérifier s'ils sont disponibles auprès de l'OEC qui a rédigé ou transcrit l'acte sur papier (pour autant qu'il connaisse le lieu de transcription), et doit demander à cet officier d'enregistrer l'acte dans la BAEC.
  L'OEC vérifie, comme il doit le faire dans tous les cas, l'identité des époux sur la base de la preuve d'identité visée par la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour, et il vérifie si les époux sont inscrits dans le registre de population, des étrangers ou d'attente.
  Les époux doivent produire eux-mêmes plusieurs documents, tels qu'une preuve d'identité, s'ils ne disposent pas d'une preuve d'identité comme décrit ci-dessus, l'éventuelle preuve de la résidence actuelle (pour autant que celle-ci soit différente de l'inscription au Registre national), la preuve éventuelle du consentement à la déclaration et tout autre document ou preuve dont il ressort que les conditions pour contracter un mariage sont respectées.
  Si l'époux n'est pas inscrit au registre de la population ou des étrangers, il doit également présenter d'autres documents, à savoir la preuve de nationalité et la preuve de célibat. S'il s'agit de personnes inscrites, l'OEC peut rechercher lui-même ces informations.
  La preuve d'identité et la preuve de nationalité sont jointes en annexe à l'acte de mariage dans la BAEC.
  Il suffit de présenter un extrait (et non une copie) de l'acte de naissance (ou de l'avoir à disposition dans la BAEC). En effet, il n'est pas toujours nécessaire pour l'OEC de disposer de toutes les données mentionnées sur une copie pour pouvoir procéder aux contrôles utiles.
  Dès lors que seul un extrait d'acte de naissance doit être produit, et non plus une copie, il a été expressément ajouté à l'article 164/2, § 6, du Code civil, qui dispose que s'il s'estime insuffisamment informé, l'OEC peut demander à l'intéressé de lui remettre toute autre preuve étayant ces données, que l'OEC peut également réclamer une copie des actes de l'état civil en question (ou, le cas échéant, consulter lui-même la copie dans la BAEC).
  Les anciens articles 72 à 72ter du Code civil relatifs à l'acte de notoriété et au dépôt de la déclaration sous serment en remplacement de l'acte de naissance sont repris aux articles 164/3 à 164/6.
  La déclaration sous serment elle-même n'est pas reprise en annexe dans la BAEC, dès lors qu'elle découle de l'acte de mariage même.
  La possibilité de remplacer l'acte de naissance par un document équivalent ou un acte de notoriété est alignée sur l'article 5 du Code de la nationalité belge. Cela signifie que la liste des pays pour lesquels l'impossibilité ou les difficultés sérieuses de se procurer un acte de naissance sont admises, fixée par arrêté royal, s'applique également à l'acte de mariage.
  Les nouvelles dispositions relatives à la déclaration de mariage prévues aux articles 164/1 et 164/2 du Code civil s'appliquent aux déclarations de mariage faites après le 31 mars 2019 (art. 114, alinéa 1er, de la Loi sur la modernisation de l'état civil).
  Pour les déclarations de mariage effectuées avant le 31 mars 2019 et n'ayant pas encore fait l'objet d'un acte de déclaration de mariage, un formulaire de déclaration est établi conformément aux articles 164/1 et 164/2 du Code civil (art. 114, alinéa 2, de la Loi sur la modernisation de l'état civil).
  De la célébration du mariage
  L'article 165/1 du Code civil reprend sous forme adaptée l'actuel article 75 du même Code. Les formalités de la célébration du mariage sont légèrement assouplies. Il n'est plus nécessaire de prévoir une lecture littérale ni des pièces, des formalités du mariage des parties ni du chapitre VI tout entier (des droits et devoirs respectifs des époux). L'OEC doit bien entendu informer les parties du contenu de ce chapitre. Les parties déclarent à tour de rôle qu'elles veulent se prendre pour époux.
  L'acte de mariage sera, comme tous les actes de l'état civil, uniquement signé par l'OEC et non plus par les parties.
  Les autres éléments de la cérémonie sont maintenus, comme l'information des droits et obligations et la réception d'une déclaration selon laquelle elles souhaitent se prendre pour époux.
  L'OEC déclare ensuite, au nom de la loi, qu'elles sont unies par le mariage. Il en établit l'acte sans délai dans la BAEC.
  Si en raison de circonstances - un problème technique ou l'oubli de la carte d'identité électronique par exemple -, l'OEC ne peut signer immédiatement l'acte de mariage, le jour où le mariage est conclu, l'acte peut être établi ultérieurement. Il est toutefois recommandé d'établir l'acte le même jour. Les conditions dans une salle de mariage sont souvent différentes des locaux propres à l'administration sur le plan technique. La mention " sans délai " apporte dès lors une solution pratique.
  L'OEC qui a célébré le mariage doit en tout cas signer l'acte de mariage. Chaque jour de report supplémentaire présente un risque et doit être évité autant que possible.
  La date de mariage en tant que donnée de l'acte de mariage (nouvel art. 54, 2° du Code civil) doit toujours correspondre à la date des déclarations des époux et de l'OEC.
  Techniquement, la signature électronique de l'OEC (nouvel art. 18 du Code civil) est toujours assortie d'une datation électronique (dont la date). Cette dernière date ne transcrira pas ou ne remplacera toutefois pas la date de mariage en tant que donnée de l'acte de mariage.
  Par ailleurs, l'article 14, alinéa 3, du Code civil prévoit la possibilité d'établir un procès-verbal si en raison de circonstances exceptionnelles, il est impossible d'établir un acte électronique. Lorsque l'OEC établit ultérieurement l'acte électronique, le procès-verbal doit être joint en annexe dans la BAEC.
  Chaque commune peut définir elle-même le déroulement pratique de la cérémonie de mariage. Ainsi, les communes ont le choix, par exemple, de délivrer des carnets de mariage. La commune peut également choisir de rédiger un document papier signé par chacune des parties et conservé à la commune.
  Les mariages sont en principe célébrés à la maison communale. Le conseil communal peut toutefois désigner, sur le territoire de la commune, d'autres lieux publics à caractère neutre, dont la commune a l'usage exclusif, pour célébrer les mariages.
  Les parties choisissent le jour de célébration du mariage. Toutefois, aucun mariage ne peut être célébré les dimanches et jours fériés, à moins que le conseil communal ne l'autorise.
  4.2.6. Des actes de décès
  Autorisation d'inhumer
  L'ancien article 77 du Code civil portant sur la délivrance de l'autorisation d'inhumer a été abrogé. La délivrance de l'autorisation est régie par les Régions.
  Notification au juge de paix
  Quand ? Etablissement de l'acte de décès :
  - du seul parent ou d'un parent adoptif d'un mineur ou d'une personne qui agissait comme tuteur sur un mineur;
  - d'une personne protégée ou de son administrateur (sur la base de l'article 492/1 du Code civil).
  Quel juge de paix ?
  Le juge de paix compétent en matière de tutelle.
  Le juge de paix visé à l'article 628, 3°, du Code judiciaire.
  Délai ? Dans les trois jours suivant l'établissement de l'acte.
  Le jour de l'échéance est compris dans le délai. Toutefois, lorsque ce jour est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le jour de l'échéance est reporté au plus prochain jour ouvrable.
  4.2.6.1. Acte de décès
  Les nouvelles dispositions relatives à l'établissement des actes de décès prévues aux articles 55 et 56 du Code civil s'appliquent aux déclarations de décès postérieures au 31 mars 2019 (art. 113 de la Loi sur la modernisation de l'état civil).
  Procédure ?
  Notification (art. 55, alinéa 1er , du Code civil)
  La notification du décès s'effectue, comme auparavant (ancien art. 78 du Code civil), par la présentation d'un certificat de décès rédigé par le médecin qui a constaté le décès.
  Décès à l'hôpital/en prison ? La notification est effectuée par une personne qui est en mesure de communiquer les informations. Ainsi, en cas de décès en prison, par exemple, il appartient au directeur de la prison ou à son délégué de le faire. Le Code civil ne le prévoit plus expressément, dès lors que l'ancien article 80 du même Code a été supprimé.
  Notification électronique ? La possibilité d'une notification électronique d'un décès dans le futur n'est pas limitée.
  Il est nécessaire d'établir la distinction entre la notification du décès et les autres tâches exercées par l'entrepreneur de pompes funèbres lors d'un décès.
  En cas de notification électronique du décès, les certificats médicaux pourront être envoyés électroniquement à l'officier, après quoi celui-ci rédigera l'acte de décès et le Registre national sera adapté. Ensuite, tous les services concernés pourront être informés du décès (automatiquement ou non) (p. ex., les services de pension, les mutualités).
  L'entrepreneur de pompes funèbres exerce bien entendu d'autres tâches, outre la notification, telles que l'organisation de la crémation, l'enterrement et le transport. A cet effet, une visite à la maison communale est peut-être encore nécessaire, eu égard à la réglementation des Régions en matière de sépulture.
  Déclaration
  Dès lors qu'une déclaration ne peut apporter aucun ajout aux informations communiquées dans la notification, on ne prévoit plus de déclaration de décès.
  Etablissement de l'acte
  L'OEC du lieu du décès établit sans délai un acte de décès lorsqu'une attestation de décès lui est soumise.
  Procédure en cas de décès d'une personne inconnue
  En cas de décès d'une personne inconnue, l'OEC établit un procès-verbal qui mentionne toutes les informations qu'il a pu recueillir au sujet de la personne décédée (notamment ses prénoms, le nom, l'âge, la profession, le lieu de naissance et le domicile de la personne décédée), entre autres, sur la base du procès-verbal rédigé par un officier de police.
  L'OEC établit ensuite l'acte de décès en reprenant les données dont il dispose à ce moment-là.
  Les données manquantes dans l'acte de décès peuvent être complétées par la suite sur la base d'un jugement rectificatif.
  Le procès-verbal rédigé par l'OEC est joint en annexe à l'acte de décès.
  Données de l'acte de décès (article 56 du Code civil)
  L'acte de décès mentionne :
  - les données du défunt : le nom, les prénoms, la date de naissance et le lieu de naissance de la personne décédée;
  - les données relatives au décès ou à la découverte du corps sans vie : le lieu, la date et l'heure;
  - le cas échéant, la base sur laquelle l'acte est établi, par exemple :
  * une décision judiciaire déclarative de décès;
  * un procès-verbal en cas de décès à bord d'un navire ou d'un aéronef (voir point suivant).
  Si la base sur laquelle l'acte a été établi doit être mentionnée, l'acte mentionne également les données de la décision judiciaire ou du procès-verbal, comme le prévoit l'article 41, § 1er, 5°, du Code civil.
  Si le défunt est une personne inconnue, l'acte mentionne les données du défunt dont l'OEC dispose.
  Contrairement au passé, tant le lieu, la date que l'heure du décès figurent dans l'acte de décès.
  Qu'est-ce qu'un " corps retrouvé sans vie " ? Il faut comprendre l'hypothèse où l'on retrouve une personne morte sans pouvoir définir précisément le moment du décès.
  L'acte de décès ne contient pas (plus) :
  - les données relatives à l'époux ou l'épouse (décédé[e] ou non).
  - les déclarants.
  4.2.6.2. Acte de décès d'une personne dont le décès a été judiciairement déclaré
  Désormais, un acte de décès est établi sur la base de la décision judiciaire déclarative de décès. Ce n'est donc plus la décision judiciaire qui " tient lieu d'acte ". Les données nécessaires à l'établissement de l'acte de décès sont envoyées par le greffier via la BAEC à l'officier de l'état civil compétent (articles 131 à 134 du Code civil).
  L'OEC compétent est celui du lieu d'inscription du défunt dans le registre de la population, le registre des étrangers ou le registre d'attente en Belgique ou, à défaut, celui de Bruxelles. Il établit immédiatement l'acte de décès suite à la décision judiciaire. En cas de jugement collectif, un acte de décès est établi pour chaque personne concernée.
  En cas de retour ou de preuve de l'existence de la personne dont le décès a été judiciairement déclaré, l'acte de décès peut être rectifié conformément à l'article 35 (voir le point 3.8.2.). En cas de rectification, la BAEC établit une mention et l'associe à l'acte de décès (voir le point 3.8.2.). L'acte de décès est en effet " annulé " par la rectification (retour de la personne concernée). La mention sera visible dans la BAEC auprès de l'acte concerné.
  4.2.6.3. Acte de décès en cas de décès à bord d'un navire ou d'un aéronef
  Désormais le décès à bord d'un navire est régi par la même procédure que pour la naissance à bord d'un navire ou pendant un vol (voir point 4.2.1.3) (anciens articles à ce sujet : navire : articles 86 et 87 du Code civil; vol : articles 7bis, 7ter et 7quinquies abrogés de la loi du 27 juin 1937 portant révision de la loi du 16 novembre 1919, relative à la réglementation de la navigation aérienne - M.B. du 26 juillet 1937).
  Procédure (article 57 du Code civil)
  En cas de décès à bord d'un navire ou pendant un vol, le commandant établit un procès-verbal qui contient les mêmes données que celles de l'acte de décès.
  - Premier lieu d'accostage ou d'atterrissage en Belgique
  Dès qu'il accoste ou atterrit, le commandant remet le procès-verbal le plus rapidement possible à l'OEC le plus proche, qui établit immédiatement un acte de décès sur la base du procès-verbal.
  Le procès-verbal est joint en annexe à l'acte de décès.
  L'OEC qui a établi l'acte conserve le procès-verbal établi sur papier jusqu'au moment du transfert de ce dernier aux Archives générales du Royaume (comme pour les actes établis avant l'entrée en vigueur de la BAEC).
  Sur la base de l'article 41, § 1er, 5°, du Code civil, l'acte de décès mentionnera également que cet acte a été établi sur la base d'un procès-verbal.
  - Premier lieu d'accostage ou d'atterrissage à l'étranger :
  Le commandant transmet le plus rapidement possible le procès-verbal au poste consulaire de carrière de la circonscription consulaire dans laquelle se trouve le port ou le lieu d'atterrissage. Le poste consulaire agira alors conformément aux dispositions du Code consulaire.
  4.2.6.4. Acte d'enfant sans vie
  L'article 58 du Code civil remplace la procédure de déclaration d'un enfant sans vie (ancien article 80bis du Code civil).
  Procédure relative à la déclaration d'un enfant sans vie
  Quand ? Lorsque l'enfant est décédé au moment de la constatation de l'accouchement par le médecin ou l'accoucheuse.
  Déclaration obligatoire ou facultative ?
  Grossesse de 140 à 179 jours : facultative.
  Grossesse de 180 jours à dater de la conception : obligatoire.
  Par qui ?
  Grossesse de 140 à 179 jours à dater de la conception : la mère, le père ou la coparente.
  Grossesse de 180 jours à dater de la conception : par une personne qui soit en mesure de communiquer les informations nécessaires à l'établissement de l'acte.
  Comment ? Sur la base de l'attestation médicale.
  Quel OEC ? L'OEC du lieu où la mère de l'enfant sans vie a accouché.
  Tâche de l'OEC ? Etablissement d'un acte d'enfant sans vie (pour toute déclaration remplissant les conditions).
  Dispositions transitoires
  1. Mention du nom de famille et/ou du prénom de l'enfant dans l'acte d'enfant sans vie
  Qui ? Les parents de l'enfant sans vie dont la mère a accouché après une grossesse de 180 jours à dater de la conception, et dont la déclaration a été faite avant le 31 mars 2019.
  Comment ? Par déclaration conjointe (ou par déclaration du parent survivant en cas de prédécès de l'autre parent).
  Quel OEC ? L'OEC qui a dressé l'acte d'enfant sans vie.
  Tâche de l'OEC ? L'OEC compétent modifie immédiatement l'acte d'enfant sans vie suite à cette déclaration, par analogie avec le nouvel article 31, §§ 2 et 3, du Code civil.
  Délai ? Jusqu'au 31 mars 2020.
  2. Etablissement d'un acte d'enfant sans vie
  Qui ? Les parents d'un enfant sans vie dont la mère a accouché avant le 31 mars 2019, après une grossesse de 140 à 179 jours à dater de la conception.
  Comment ? Par déclaration conjointe (ou par déclaration du parent survivant en cas de prédécès de l'autre parent) et sur la présentation d'un certificat médical dont il ressort que la grossesse a pris fin dans un délai déterminé à l'article 58, § 2.
  Quel OEC ? L'OEC de la commune du lieu de l'accouchement.
  Tâche de l'OEC ? Etablissement d'un acte d'enfant sans vie, conformément aux articles 58 et 59 du Code civil.
  Délai ? Jusqu'au 31 mars 2020.
  L'application des dispositions transitoires n'est pas liée à un critère de durée dans le passé pendant lequel l'accouchement doit avoir eu lieu.
  Données de l'acte d'enfant sans vie (article 59 du Code civil)
  L'acte d'enfant sans vie dont la mère a accouché après une grossesse de 180 jours mentionne :
  1° les données relatives à l'enfant : la date, le lieu, l'heure de l'accouchement ainsi que le sexe de l'enfant;
  2° la durée de la grossesse;
  3° les données de la mère : le nom, les prénoms, la date de naissance et le lieu de naissance de la mère;
  4° les données du père ou de la coparente : le nom, les prénoms, la date de naissance et le lieu de naissance du père ou de la coparente, qui est marié(e) avec la mère ou qui a fait une reconnaissance prénatale, ou, à sa demande, et avec l'autorisation de la mère, le nom, les prénoms, la date de naissance et le lieu de naissance du père ou de la coparente non marié(e) avec la mère et qui n'a pas reconnu l'enfant conçu;
  5° si leur mention est demandée : les prénoms de l'enfant;
  6° si sa mention est demandée : le nom de famille de l'enfant, dans le cas d'une grossesse de 180 jours à dater de la conception.
  L'acte d'enfant sans vie dont la mère a accouché après une grossesse de 140 à 179 jours à dater de la conception ne mentionne pas le nom de famille de l'enfant. Pour le reste, l'acte comporte les mêmes données que l'acte d'enfant sans vie dont la mère a accouché après une grossesse de 180 jours.
  Mention facultative du nom de famille. Désormais, s'ils le souhaitent, les parents d'un enfant sans vie dont la mère a accouché après une grossesse de 180 jours à dater de la conception, peuvent donc faire mentionner non seulement un prénom, mais également un nom de famille dans l'acte d'enfant sans vie. La mention du nom de famille de l'enfant mort-né n'est pas obligatoire.
  Mode de détermination du nom de famille ? La mention du nom se fonde sur une application par analogie des règles prévues aux articles 335 et 335ter du Code civil.
  Même si l'enfant est né après le 1er juin 2014, l'article 335bis n'est pas applicable. Le choix du nom et le nom qui est mentionné sur l'acte d'enfant sans vie n'ont aucune incidence sur le nom des enfants dont la filiation est établie par la suite à l'égard des mêmes père et mère puisqu'il ne peut exister aucun lien de filiation à l'égard de l'enfant mort-né. Inversement, les parents peuvent également choisir pour leur enfant mort-né un nom différent de celui qu'ils avaient choisi pour leurs enfants communs antérieurs avec lesquels ils ont bel et bien un lien de filiation.
  L'article 12 de la loi du 8 mai 2014 modifiant le Code civil en vue d'instaurer l'égalité de l'homme et de la femme dans le mode de transmission du nom à l'enfant et à l'adopté n'est pas d'application.
  Attribution du nom : par qui ? Etant donné que le nom de famille est mentionné sans l'octroi d'une quelconque personnalité juridique à l'enfant sans vie et sans aucun effet juridique, l'officier de l'état civil peut agir ici de manière souple.
  Pour l'octroi de ce nom, la mère, le père ou la coparente entre dès lors en ligne de compte, en ce compris le père ou la coparente qui n'est pas mariée avec la mère et qui n'a pas reconnu l'enfant né, moyennant également le consentement de la mère.
  L'acte de l'enfant sans vie ne comprend plus les données relatives aux déclarants : ce ne sont pas des données essentielles de l'acte.
  4.2.7. Acte d'absence (art. 61 du Code civil)
  " L'acte d'absence " est un nouvel acte de base de l'état civil, étant donné l'abandon des actes de transcription (voir point 3.7.3.).
  Désormais, un acte de l'état civil est établi sur la base de la décision judiciaire de déclaration d'absence, après avoir transféré à l'officier de l'état civil compétent, via la BAEC, les données nécessaires à l'établissement de l'acte d'absence par le greffier.
  Données reprises sur l'acte d'absence (art. 61 du Code civil)
  L'acte d'absence mentionne :
  - les données de l'absent : le nom, les prénoms, la date de naissance et le lieu de naissance de l'absent;
  - la base sur laquelle l'acte est établi : la décision judiciaire de déclaration d'absence, incluant les données telles que prévues à l'article 41, § 1er, Code civil.
  Quel officier de l'état civil ? L'officier de l'état civil compétent est celui qui est employé dans le dernier lieu d'inscription de l'absent dans le registre de la population, le registre des étrangers ou le registre d'attente en Belgique, ou à défaut, celui de Bruxelles.
  Tâche de l'officier de l'état civil ? L'officier de l'état civil établit immédiatement l'acte d'absence faisant suite à la décision judiciaire.
  Retour de l'absent. En cas de réapparition ou de preuve de l'existence de l'absent, l'acte peut être rectifié, conformément à l'article 35 du Code civil (voir point 3.8.2.). En cas de rectification, la BAEC insère une mention et l'associe à l'acte d'absence (voir point 3.8.2.). La rectification " annule " dans les faits l'acte (réapparition de la personne concernée). La mention sera visible dans la BAEC sur l'acte en question.
  4.2.8. Acte de changement de prénom
  Etant donné le transfert de la compétence du changement de prénom aux officiers de l'état civil depuis le 1er août 2018, un nouvel acte de base est nécessaire pour remplacer la transcription de l'arrêté ministériel du changement de prénom : l'acte de changement de prénom.
  Données reprises sur l'acte de changement de prénom (art. 62 du Code civil)
  Le contenu de l'acte de changement de prénom se fonde sur l'ancien arrêté ministériel. A l'instar de l'ensemble des actes, le contenu se limite toutefois au strict nécessaire.
  L'acte de changement de prénom mentionne :
  - les données de la personne concernée : le nom, le ou les prénoms, la date de naissance, le lieu de naissance;
  - le ou les nouveaux prénoms de la personne concernée.
  L'officier de l'état civil qui établit un acte de changement de prénom, l'associe aux actes de l'état civil portant sur le bénéficiaire et les actes de naissance de ses descendants jusqu'au premier degré. Le changement de prénom prend effet à compter de la date de l'établissement de l'acte.
  L'officier de l'état civil peut établir un acte de changement de prénom pour les arrêtés ministériels datant d'avant le 1er août 2018, si ceux-ci n'ont pas été transcrits avant le 31 mars 2019 dans les registres de l'état civil ou mentionnés en marge d'un acte de l'état civil, dans lequel il peut être fait mention que l'arrêté ministériel constitue la base pour l'établissement de l'acte (art. 116/1 de la Loi relative à la modernisation de l'état civil).
  4.2.9. Acte du changement de nom (art. 63 du Code civil)
  Un autre nouvel acte de base est l'acte de changement de nom.
  Néanmoins, l'officier de l'état civil devra établir l'acte de changement de nom uniquement dans des cas exceptionnels. Le système de mentions est d'application pour la majorité des changements de nom (voir point 3.8.2.).
  [1 L'acte de changement de nom sera donc en principe uniquement nécessaire pour :
   - les reconnaissances de changements de nom étrangers (acte belge de changement de nom sur la base d'un acte/une décision étrangère) ;
   - les cas où aucun acte de l'état civil de l'intéressé n'a été enregistré dans la BAEC ou ne peut y être migré, et où le changement de nom a été accordé par arrêté royal : il s'agit en principe du cas d'un réfugié ou d'un apatride reconnu qui ne dispose d'aucun acte de l'état civil dans la BAEC.]1

  Dans ce deuxième cas de figure, un arrêté royal de changement de nom donnera lieu à l'établissement d'un acte de changement de nom.
  [1 Données reprises sur l'acte de changement de nom
   Cet acte de changement de nom mentionne :
   - dans le cas d'une décision belge de changement de nom : la date de la demande ;
   - le nom et prénoms de la personne concernée ;
   - la date de naissance et le lieu de naissance de la personne concernée ;
   - le nouveau nom de la personne concernée ;
   - la base sur laquelle l'acte est établi, telle que prévue à l'article 41 du Code civil :
   * les données de l'arrêté royal : la date de l'arrêté royal et le cas échéant, la date de la publication au Moniteur belge (art. 41, 5°, c), Code civil) ;
   * les données de l'acte étranger ou de la décision judiciaire ou administrative (art. 41, 5°, d) et e) Code civil).
   La date de la requête est uniquement mentionnée (obligatoirement) lors de l'établissement d'un acte de changement de nom sur la base d'une décision belge de changement de nom puisque cette date produit des effets. Lors de l'établissement d'un acte de changement de nom sur la base d'une décision ou d'un acte étranger, cette donnée n'est pas mentionnée dès lors que cela n'a aucune utilité.]1

  Association ? L'acte de changement de nom doit toujours être associé aux actes de l'état civil qui portent sur :
  - les bénéficiaires;
  - leurs descendants au premier degré nés après la date de la demande (cf. article 370/7, alinéa 3 du Code civil).
  Annexe ? L'arrêté royal relatif à l'autorisation de changement de nom doit toujours est joint en annexe de l'acte. En effet, l'arrêté royal n'est pas entièrement mentionné dans le Moniteur belge.
  Actes distincts. L'officier de l'état civil établit un acte distinct de changement de nom par personne concernée qui a obtenu l'autorisation de changer de nom, même si l'autorisation est octroyée simultanément à différentes personnes dans un seul arrêté royal.
  Retrait ou annulation d'une autorisation de changement de nom. Le SPF Justice envoie les données de la décision de retrait ou l'arrêt d'annulation à la BAEC qui crée une mention et la joint aux actes portant sur les bénéficiaires. De cette manière, l'acte de changement de nom " s'annule " dans les faits dans la BAEC (voir point 7.2.)
  4.2.10. Acte de divorce
  Un autre nouvel acte de base est l'acte de divorce.
  L'acte de divorce ne sera utilisé que dans certains cas, à savoir en cas de :
  - reconnaissance d'une décision étrangère de divorce;
  - décision belge de divorce, pour autant que l'acte de mariage ne figure pas dans la BAEC, c'est-à-dire si le mariage a eu lieu à l'étranger et si l'acte de mariage ne figure pas dans la BAEC sur la base de l'article 68 du Code civil.
  Les divorces prononcés en Belgique donneront en principe lieu à une mention et figurent dès lors dans la BAEC (voir point 3.8.2.).
  [1 Données reprises sur l'acte de divorce (art. 64 du Code civil)
   L'acte de divorce mentionne :
   - le numéro de l'acte belge de mariage ou, dans le cas d'un mariage étranger, la date et le lieu du mariage;
   - le nom et les prénoms des personnes qui divorcent ;
   - la date de naissance et le lieu de naissance des personnes qui divorcent ;
   - la base sur laquelle l'acte est établi : les données de la décision étrangère (telles que prévues à l'article 41, § 1er, du Code civil).
   S'il n'y a pas d'acte de mariage enregistré dans la BAEC (et s'il n'y a dès lors pas de numéro d'acte " BAEC "), la date et le lieu du mariage sont mentionnés dans l'acte de divorce afin d'indiquer clairement le mariage auquel le divorce se rapporte.
   La date et le lieu du mariage peuvent en effet différer des données de l'acte de mariage (à l'étranger).
   Associer ? L'acte de divorce doit être associé à un acte belge de mariage (sur la base ou non d'un acte étranger), si ce dernier se trouve dans la BAEC (ou peut y être migré).
   Par le biais du numéro de l'acte belge de mariage, l'acte de divorce et l'acte de mariage peuvent être associés l'un à l'autre.
   Lorsque l'acte de divorce a été établi sur la base d'un acte étranger ou d'une décision étrangère, sans que l'acte de mariage ne soit disponible dans la BAEC, il importe d'avoir également les données de l'acte étranger de mariage et les données d'identification des personnes qui ont divorcé.
   Il n'est pas nécessaire de demander et d'enregistrer l'acte étranger de mariage dans la BAEC. L'acte de divorce établi sur la base d'une décision ou d'un acte étranger peut être enregistré de manière isolée dans la BAEC, sans lien avec l'acte de mariage.]1

  4.2.11. Acte d'adoption
  Un autre nouvel acte de base est celui de l'adoption, qui est établi pour les décisions tant nationales qu'étrangères rendues en matière d'adoption.
  L'officier de l'état civil dresse l'acte d'adoption, dans le cadre d'une adoption internationale, sur la base des informations délivrées par l'Autorité Centrale Fédérale conformément à l'article 367-2 nouveau du Code civil.
  Lorsque la décision étrangère d'adoption a été reconnue par l'Autorité Centrale Fédérale avant le 31 mars 2019 et que cette dernière et/ ou l'acte de naissance de l'adopté n'ont pas fait l'objet à cette date d'une transcription dans les registres de l'état civil, l'officier de l'état civil pourra dresser un acte d'adoption conformément à l'article 367-2 nouveau du Code civil, sur la base des informations dont il dispose à partir de l'attestation d'enregistrement de l'adoption. Si les informations ne sont pas complètes, les adoptants peuvent adresser une demande auprès de l'Autorité Centrale Fédérale afin que cette dernière délivre les informations (sous la forme d'une nouvelle attestation reprenant toutes les informations utiles) sur la base desquelles l'officier de l'état civil pourra rédiger l'acte d'adoption.
  Outre l'acte d'adoption, l'officier de l'état civil enregistrera toujours l'acte étranger de naissance dans la BAEC (quelle que soit la nationalité de la personne adoptée), en établissant un acte de naissance sur la base de l'acte étranger de naissance. Ainsi, la personne adoptée pourra toujours utiliser cet acte de naissance ultérieurement en cas de besoin. L'OEC associe l'acte d'adoption et l'acte de naissance puisque ceux-ci ne sont pas associés automatiquement par la BAEC.
  [1 Conversion d'adoption. En cas de décision portant conversion d'une adoption simple en adoption plénière, l'OEC établit un nouvel acte d'adoption, qui est associé au premier acte d'adoption (adoption simple) ainsi qu'aux actes de l'état civil de l'adopté et de ses descendants.]1
  [1 Données reprises sur l'acte d'adoption (art. 65 du Code civil)
   L'acte d'adoption mentionne :
   - les données des adoptants : le nom, les prénoms, le lieu et la date de naissance des adoptants ;
   - les données des personnes adoptées : le nouveau nom et le cas échéant, le nouveau prénom de la personne adoptée après l'adoption ;
   - la forme d'adoption : adoption simple ou plénière ;
   - pour autant que d'application : la date de reconnaissance de l'adoption étrangère par l'Autorité centrale fédérale ;
   - dans le cas d'une adoption prononcée en Belgique (telle que réglée par le Titre VIII, chapitre 1er, Livre I, du Code civil), la date de la requête ;
   - la base sur laquelle l'acte est établi (tel que prévu à l'article 41, § 1er, 5°, Code civil), à savoir les données de la décision judiciaire belge ou de la décision administrative ou judiciaire étrangère : l'instance judiciaire ou l'autorité étrangère qui a prononcé l'adoption, la date du jugement et la date d'exécution de l'adoption.
   L'acte d'adoption ne doit mentionner la date de la requête que lorsqu'il s'agit d'une adoption prononcée en Belgique, telle que réglée par le Titre VIII, chapitre 1er, Livre Ier, du Code civil (" adoption interne "). En effet, cette date détermine le moment auquel l'adoption interne prend effet.
   Lorsqu'il s'agit d'une adoption reconnue par l'Autorité Centrale fédérale, conformément au Titre VIII, chapitre II, du Livre Ier du même Code (" adoption internationale "), la date de la requête n'est pas pertinente. La date de prise d'effet de l'adoption est alors en effet la date attribuée par l'Autorité Centrale fédérale. La date de la requête ne doit alors pas être mentionnée dans l'acte d'adoption.]1

  L'acte étranger et la décision étrangère sont joints en annexe dans la BAEC.
  Quel officier de l'état civil ? L'officier de l'état civil compétent est celui :
  - qui est employé dans le dernier lieu d'inscription dans le registre de la population, le registre des étrangers ou le registre d'attente de la personne adoptée, ou à défaut, de l'adoptant, des adoptants ou l'un d'entre eux;
  - ou à défaut, du lieu de résidence actuel en Belgique de la personne adoptée ou à défaut, de l'adoptant, des adoptants ou de l'un d'entre eux;
  - ou à défaut, de Bruxelles.
  Il s'agit ici d'un système en cascade.
  Notifications. Le greffier, par la biais de la BAEC, (pour les adoptions internes et pour les décisions judiciaires sur recours contre des décisions prises par l'Autorité centrale fédérale, art. 367-3, § 2, Code civil), ou l'Autorité centrale fédérale (pour les adoptions internationales) envoient à l'officier de l'état civil, les données nécessaires à l'établissement de l'acte d'adoption et de l'acte de naissance (sur la base de l'acte étranger).
  Les données en vue de l'établissement de l'acte de naissance sur la base de l'acte étranger sont transmises uniquement dans la mesure du possible et l'acte de naissance est établi uniquement dans la mesure du possible. L'absence de ces données ne peut pas entraver l'établissement de l'acte d'adoption.
  L'officier de l'état civil informe immédiatement l'Autorité centrale fédérale, les parties et le procureur du Roi du tribunal de première instance de Bruxelles de l'établissement de l'acte d'adoption et le cas échéant, de l'acte de naissance.
  Preuve de la reconnaissance de l'adoption étrangère.
  A partir du 31 mars 2019, l'acte d'adoption vaudra comme preuve de la reconnaissance de l'adoption étrangère (voir art. 367-2 du Code civil).
  L'enregistrement de la reconnaissance par l'Autorité centrale fédérale en Belgique d'une décision d'adoption prise dans un autre Etat a effectivement été remplacé par l'établissement de l'acte d'adoption. Une copie de l'acte d'adoption fait office de preuve de la reconnaissance de la décision étrangère par l'Autorité centrale.
  4.2.12. Acte de révocation ou de révision d'adoption, nouvelle modification de l'enregistrement du sexe ou de l'annulation (art. 66 du Code civil)
  Ce nouvel acte de base est prévu pour les décisions judiciaires qui donnent lieu dans les faits à " l'annulation " d'un autre acte.
  Les actes " annulés " de cette manière sont respectivement l'acte d'adoption, l'acte de modification de l'enregistrement du sexe et tous les autres actes qui sont annulés.
  Ce n'est pas le cas pour l'annulation du mariage et l'annulation de la reconnaissance. Pour ces cas de figure, une mention est effectuée (voir point 3.8.2.).
  [1 Données reprises sur l'acte d'annulation (art. 66 du Code civil)
   Cet acte mentionne :
   - le numéro de l'acte concerné par la révocation, la révision, la nouvelle modification ou l'annulation ;
   - s'il s'agit une décision judiciaire : la nature du dispositif de la décision judiciaire :
   * la révocation d'une adoption ;
   * la révision d'une adoption ;
   * une nouvelle modification d'enregistrement du sexe ;
   * l'annulation d'une modification de l'enregistrement du sexe ;
   * l'annulation d'un acte complet (sur la base ou non de l'article 463 du Code d'instruction criminelle) ;
   - la base sur laquelle l'acte est établi (article 41, § 1er, 5°, Code civil) : les données de la décision judiciaire, à savoir l'instance judiciaire, la date du prononcé, la date à laquelle le jugement a force de la chose jugée, le numéro d'identification.
   - dans le cas d'une annulation d'office par l'officier de l'état civil (article 34/1 du Code civil, voir 3.9.1.2.) : le motif de l'annulation de l'acte.
   Associer ? Les actes visés dans cet article doivent toujours être associés à l'acte qu'ils " annulent ".
   En outre, l'OEC doit également vérifier lui-même quels actes de l'état civil doivent être modifiés à la suite de l'annulation.]1

  4.2.13. Actes de nationalité belge (art. 67 du Code civil)
  Les actes de nationalité belge sont à présent également expressément repris dans le Code civil en tant qu'actes d'état civil.
  Ils sont établis conformément aux procédures prévues dans le Code de la Nationalité belge.
  Mentions contenues dans les actes de nationalité (art. 67 du Code civil)
  1° Les actes de nationalité visés aux articles 15 et 22, § 4, du Code de la Nationalité belge, mentionnent :
  - les données de la personne à laquelle l'acte se rapporte : le nom, les prénoms, la date de naissance et le lieu de naissance;
  - la base légale de la déclaration sur la base de laquelle l'acte est établi;
  - en cas d'attribution de nationalité sur la base des articles 8, § 1er, 2°, b), 9, 2°, b), et 11bis du Code de la Nationalité belge, les données du ou des déclarant : le nom, les prénoms, la date de naissance et le lieu de naissance.
  2° L'acte de déchéance de la nationalité belge mentionne :
  - les données de la personne à laquelle l'acte se rapporte : le nom, les prénoms, la date de naissance et le lieu de naissance;
  - la base sur laquelle l'acte est établi (art. 41, § 1er, 5° du Code civil) : les données de la décision judiciaire de déchéance;
  Remarques particulières concernant la prise d'effet des attributions et déchéance de la nationalité belge
  1° En ce qui concerne les attributions de nationalité sur la base des articles 8, § 1er, 2°, b), 9, alinéa 1er, 2°, b) et 11bis du Code de la Nationalité belge :
  En principe, la nationalité belge prend effet à compter de l'établissement de l'acte de nationalité.
  L'article 9, alinéa 1er, 2°, b) du Code de la Nationalité belge déroge cependant à la règle précitée. C'est en effet au moment où l'adoption produit ses effets que l'enfant se voit attribuer la nationalité belge de son ou ses parents adoptifs. Il va de soi que la prise d'effet de la nationalité belge à la date de la prise d'effet de l'adoption ne sera possible qu'à la condition que la déclaration attributive de nationalité belge ait été préalablement effectuée.
  2° En ce qui concerne les déchéances de nationalité belge sur la base des articles 23, 23/1 et 23/2 du Code de la Nationalité belge :
  La déchéance prend effet à compter de l'établissement de l'acte de déchéance de la nationalité belge.
  4.2.14. Acte établi sur la base d'un acte étranger (art. 68 et 69 du Code civil)
  Désormais, l'officier de l'état civil peut établir des actes " belges " de l'état civil sur la base d'actes étrangers de l'état civil.
  4.2.14.1 Sur demande
  L'article 68, § 1er, du Code civil reprend le ratio legis de l'ancien article 48 du Code civil, à savoir la demande de transcription d'un acte étranger d'un Belge.
  De quoi il s'agit ? Le citoyen peut demander à l'officier de l'état civil d'établir un acte " belge " de l'état civil sur la base d'un acte étranger de l'état civil auquel il se rapporte.
  Qui peut en faire la demande ?
  - Tout belge, ou son représentant légal;
  - le procureur du Roi.
  Les non-Belges ne peuvent pas demander eux-mêmes l'établissement d'un acte belge sur la base d'un acte étranger. Dans certains cas, les actes étrangers des non-Belges peuvent malgré tout figurer dans la BAEC (cf. point 4.2.12.2.).
  Officier de l'état civil compétent ? (art. 68, § 1er, 2° du Code civil)
  L'officier de l'état civil compétent est celui :
  - du lieu d'inscription dans le registre de la population, le registre des étrangers ou les registres d'attente ou à défaut;
  - du lieu de la dernière inscription, ou à défaut;
  - de Bruxelles.
  4.2.14.2 En cas de présentation d'un acte étranger à l'officier de l'état civil lors de l'établissement ou de la modification d'un acte d'état civil belge.
  L'article 68, § 2 du Code civil étend la portée de l'ancien article 48 du Code civil.
  Etablissement obligatoire d'un acte belge.
  L'officier de l'état civil est désormais tenu d'établir un acte de l'état civil sur la base d'un acte étranger, lorsqu'un acte étranger de l'état civil lui est présenté lors de l'établissement ou la modification d'un autre d'acte de l'état civil.
  Cet enregistrement dans la BAEC des actes étrangers qui sont présentés en Belgique (via l'établissement des actes belges) offre l'avantage aux personnes concernées de ne pas toujours devoir demander une copie de leur acte à l'étranger lorsque ce dernier leur est réclamé.
  Quand établir un acte belge ?
  L'officier de l'état civil est tenu d'établir un acte belge sur la base d'un acte étranger, si un citoyen lui présente un acte étranger :
  - Lors de l'établissement d'un autre acte de l'état civil belge :
  Par exemple, un acte étranger de naissance qui est présenté lors de la déclaration d'un mariage ou dans le cadre d'un dossier de nationalité.
  - Lors de la modification d'un acte de l'état civil belge :
  Par exemple, un acte étranger de reconnaissance qui est présenté en vue de faire modifier un acte belge de naissance : l'officier de l'état civil est dès lors tenu de faire de cet acte étranger un acte belge de reconnaissance.
  Officier de l'état civil compétent ?
  L'officier de l'état civil à qui l'acte est présenté, en d'autres termes, l'officier de l'état civil qui établit le nouvel acte de l'état civil ou qui modifie l'acte de l'état civil. Il ne s'agit donc pas de l'officier de l'état civil généralement compétent sur la base de l'article 13 du Code civil.
  Quand établir un acte belge : au moment de la déclaration ou au moment de l'établissement de l'acte en lui-même ?
  La loi ne prévoit aucun délai dans lequel il convient d'établir l'acte sur la base de l'acte étranger.
  Exemple : un acte étranger de naissance est présenté lors de la déclaration de mariage. L'officier de l'état civil peut établir immédiatement l'acte belge ou le faire lorsqu'il établit l'acte de mariage.
  L'officier de l'état civil est-il tenu d'établir un acte belge pour tout acte étranger qui lui est présenté ?
  Si une personne présente plusieurs actes étrangers, l'article 68, § 2 du Code civil prévoit en principe qu'un acte belge est établi de l'ensemble de ces actes.
  Exemple : une personne présente un acte de naissance ainsi qu'un acte étranger de changement de nom. L'officier de l'état civil établit un acte belge pour chacun de ces actes et les associe.
  4.2.14.3. Dispositions communes
  Forme de l'acte belge.
  Il s'agit donc de l'inscription d'un acte étranger dans la BAEC sous la forme d'un acte belge de l'état civil.
  Les actes de l'état civil sur la base d'un acte étranger sont établis de la même manière que les actes " belges " de l'état civil.
  Les actes étrangers sont repris sous forme de métadonnées, jointes à un scan de l'acte.
  Afin de clarifier la différence avec un acte belge " ordinaire ", l'officier de l'état civil joindra toujours à l'acte la base de l'établissement de l'acte, à savoir que les données de l'acte étranger (autorité étrangère, lieu et date de l'établissement), telles que prévues à l'article 41, § 1er, 5°, d, du Code civil sont mentionnées comme base pour l'établissement de l'acte.
  Sur la base d'une copie ou d'un extrait de l'acte étranger ?
  L'établissement d'un acte belge sur la base d'un acte étranger est possible tant sur la base d'une copie que d'un extrait de l'acte étranger. Cela découle de l'article 69, § 2 du Code civil qui prévoit qu'une copie ou qu'un extrait de l'acte étranger doit être repris en annexe dans la BAEC.
  Dans de nombreux cas, la personne ne doit effectivement encore présenter que l'extrait d'un acte et pas une copie pour l'établissement d'un acte de l'état civil (ex : lors de la déclaration d'un mariage) ou en cas de procédure judiciaire (ex : divorce).
  Date de la copie ou de l'extrait
  La loi ne détermine pas la durée autorisée d'une copie ou d'un extrait d'un acte, et s'il peut éventuellement être issu d'un autre dossier (ex : dossier d'étrangers) ou de pièces déposées au tribunal. Il doit néanmoins s'agir des copies ou des extraits d'actes d'état civil et pas d'actes sur la base d'une pièce d'identité ou de voyage.
  L'officier de l'état civil procèdera ici de manière pragmatique, mais également de manière critique. Il doit veiller à faire preuve de la souplesse nécessaire, compte tenu du degré de difficulté d'obtenir certains documents.
  Si l'officier de l'état civil a déjà contrôlé et reconnu préalablement la copie ou l'extrait, il peut en principe être réutilisé, pour autant que l'officier n'ait aucun doute sur le document et sur le fait qu'il n'existe pas des indices graves indiquant que les données reprises dans le document ne sont plus actuelles.
  Si l'officier suspecte que des modifications ont entre-temps été apportées à l'acte, il peut réclamer la présentation d'un document plus récent.
  Langue ?
  L'acte sur la base d'un acte étranger est établi dans la langue de la région dans laquelle l'acte étranger est présenté. Dès lors, la copie ou l'extrait qui est à la base de l'acte belge devra être traduit dans la langue de la région, par un traducteur juré lorsque l'acte étranger a été dressé en-dehors de l'UE. Il existe en effet une exception prévue par le Règlement " Documents publics ", pour les formalités de traduction.
  [1 Reconnaissance de l'acte étranger : contrôle par l'OEC
   L'officier de l'état civil ne peut pas établir l'acte sur la base d'un acte étranger sans effectuer les contrôles qu'il a précédemment menés pour la transcription d'un acte étranger de l'état civil.
   L'acte étranger doit d'abord être dûment légalisé.
   L'établissement de l'acte belge sur la base d'un acte étranger est uniquement possible pour autant que l'acte étranger réponde aux conditions de l'article 31 du Code de droit international privé (CDIP) et donc après enquête du respect des conditions reprises à l'article 27, § 1er, du CDIP.
   Dès lors, l'officier de l'état civil contrôle notamment si :
   - l'acte a été établi par les autorités étrangères compétentes;
   - les conditions de fond et de forme ont été respectées;
   - il n'est pas question de fraude à la loi ou d'une violation de l'ordre public.
   Depuis le 31 mars 2019, l'officier de l'état civil ou le détenteur du registre de la population, du registre des étrangers ou du registre d'attente peut, en cas de doute sérieux lors de l'appréciation des conditions reprises à l'article 27, § 1er, du CDIP, transmettre l'acte étranger ou la décision étrangère pour avis à l'Autorité Centrale de l'état civil (art. 31, § 3, CDIP).
   L'autorité centrale fourni des avis à propos de la conformité des décisions judiciaires et des actes étrangers qui concernent l'état civil en ce qui concerne les règles de droit applicable (droit belge ou étranger).
   L'Autorité Centrale de l'état civil s'est progressivement mise en place à partir du 31 mars 2019.
   Etant donné que le personnel du service est encore limité en nombre, l'Autorité Centrale ne peut pas encore traiter toutes les demandes d'avis relatives à la reconnaissance d'un acte ou d'une décision judiciaire étrangers. La priorité sera mise sur la reconnaissance des actes et jugements étrangers nécessaires à l'établissement d'actes en Belgique qui ne sont pas soumis à un délai strict (pas pour une déclaration de naissance dans les 15 jours par exemple).
   Il n'est pas nécessaire de demander un avis à l'Autorité Centrale pour chaque acte étranger et cette dernière n'est pas compétente pour mener une enquête en cas de doute sur l'intention des personnes concernées par l'acte. L'enquête sur l'intention des parties est toujours une affaire d'ordre public qui, comme auparavant, est effectuée par le parquet. En ce même sens, l'enquête sur l'authenticité du document relève donc de la compétence des services de police.
   Les officiers de l'état civil doivent donc recourir aux procédures existantes prévues aux articles 167, 330/2 et 1476quater du Code civil en matière de mariage, de reconnaissance ou de cohabitation légale lorsqu'il existe une présomption sérieuse que de telles situations sont contraires à l'ordre public (simulation ou fraude). Dans ces cas-ci, il est aussi possible de recueillir l'avis du procureur du Roi (A ce sujet, voir les circulaires du Collège des Procureurs généraux près les Cours d'appel COL 10/2009 sur les mariages simulés et COL 13/2015 fixant des directives relatives à l'avis du Ministère public en matière civile en application de la loi du 19 octobre 2015 modifiant le droit de la procédure civile et portant des dispositions diverses en matière de justice).
   En effet, le Ministère Public garde la compétence de contrôler la tenue des registres de l'état civil (articles 37 et 40 du Code civil, art. 138bis du Code judiciaire).
   Afin d'obtenir une réponse dans les meilleurs délais, les demandes d'avis émanant des communes doivent impérativement être transmises par courrier postal au SPF Justice, Autorité Centrale de l'état civil, Boulevard de Waterloo 115, 1000 Bruxelles ou par e-mail à l'adresse suivante etatcivil.burgstand@just.fgov.be
   Les dossiers doivent être les plus complets possibles (copies de l'acte, des recto-versos de documents, des légalisations et des traductions). En cas de mauvaise lisibilité ou de doute sur la nature du document, l'Autorité Centrale de l'état civil peut demander qu'on lui transmette les pièces originales.
   Si le numéro de Registre national des personnes concernées est connu, la commune le communiquera également.
   Le contexte dans lequel la demande d'avis est faite doit être expliqué. A titre d'exemple : regroupement familial, reconnaissance d'enfants, projet de mariage en Belgique, demande de nationalité, ...
   L'Autorité Centrale de l'état civil peut, si nécessaire, demander l'original de l'acte étranger ou de la décision judiciaire à l'officier de l'état civil ou au détenteur du registre de la population, du registre des étrangers ou du registre d'attente qui a demandé l'avis. Celui-ci le transmet sur-le-champ à l'Autorité Centrale de l'état civil.
   L'Autorité Centrale rend un avis dans un délai de trois mois à partir de la réception de la demande d'avis, prolongeable de trois mois par l'Autorité Centrale.]1

  Reconnaissance partielle d'un acte étranger.
  Une modification importante réside dans le fait que désormais, seules les données de l'acte étranger qui peuvent être reconnues conformément à l'article 27 du CDIP figurent dans l'acte belge.
  Auparavant, l'officier de l'état civil pouvait uniquement refuser de reconnaitre l'acte s'il ne répondait pas aux conditions reprises à l'article 27 du CDIP. A présent, une reconnaissance partielle des actes étrangers est donc possible.
  De cette manière, l'officier de l'état civil pourra rectifier des erreurs dans l'application du droit applicable (ex : un constat erroné de filiation ou de nom) lors de l'établissement de l'acte sur la base d'un acte étranger, en complétant les données de l'acte sur la base du résultat de l'enquête sur l'acte étranger, visée à l'article 31 du CDIP.
  Exemple 1er : l'officier de l'état civil peut malgré tout reconnaitre un acte étranger de naissance et l'enregistrer dans la BAEC, sans devoir reprendre la filiation paternelle, constatée éventuellement erronée.
  Exemple 2 : D'une déclaration d'octroi de la nationalité belge (art. 8, § 1er, 2°, b, CNB).
  L'acte de naissance contient déjà les données, mais la reconnaissance s'est faite sans consentement de la mère.
  Jusqu'à présent, l'auteur de la reconnaissance devait, dans un tel cas, procéder à une nouvelle reconnaissance en Belgique, à l'issue de laquelle l'acte de naissance était transcrit et émargé avec la nouvelle reconnaissance, ce qui inscrivait en double les données du père dans l'acte. Les personnes concernées étaient alors invitées à faire rectifier l'acte via le tribunal, mais ce n'était pratiquement jamais le cas dans la pratique.
  Désormais, un acte de naissance pourra être établi sur la base d'un acte étranger de naissance, qui ne mentionne pas les données du père. Dès lors, le nouvel acte de reconnaissance en Belgique sera associé à l'acte de naissance.
  [1 Un recours peut être introduit contre une reconnaissance partielle (et donc contre le refus partiel de reconnaissance) (art.31, § 4, alinéa 2 CDIP).]1
  Rectification de l'erreur matérielle sur l'acte étranger.
  Désormais, l'officier de l'état civil peut également rectifier les erreurs matérielles (visées à l'article 34 du Code civil) contenues dans des actes étrangers qui lui sont présentés lors de l'établissement de l'acte sur la base d'un acte étranger.
  Conditions ?
  1. Constat d'une erreur matérielle contenue dans l'acte étranger;
  2. L'erreur matérielle est constatée sur la base d'un acte figurant dans la BAEC;
  3. Il s'agit d'une erreur purement matérielle : une faute de frappe dans le nom ou les prénoms (ex : signes diacritiques) ou dans la date ou le lieu de naissance ou encore l'absence de mention de tous les prénoms (voir point 3.8.1.).
  Conséquence de la rectification ?
  L'officier de l'état civil établit l'acte belge sur la base de l'acte étranger, en mentionnant les données complétées ou rectifiées de l'acte étranger par l'officier de l'état civil.
  Les avantages de la reconnaissance partielle d'actes étrangers et les possibilités de rectification des actes étrangers sont les suivants :
  - l'officier de l'état civil peut travailler de manière pragmatique;
  - les délais de reconnaissance d'un acte étranger restent raisonnables et n'empêchent pas inutilement l'établissement de nouveaux actes (ex : une reconnaissance, un mariage ou une déclaration d'octroi);
  - les actes contenant des erreurs ne se retrouvent pas dans la BAEC;
  - la transparence, étant donné l'enregistrement du scan du document original dans la BAEC qui permet contrôle et rectification;
  - on évite que l'officier de l'état civil n'établisse pas du tout l'acte belge sur la base d'un acte étranger (et l'acte étranger ne figure donc pas dans la BAEC), car celui-ci ne répond pas partiellement aux conditions de l'article 31 du CDIP et par conséquent ne peut pas être reconnu dans sa totalité.
  Jusqu'à présent, les actes étrangers étaient souvent transcrits avec des fautes, en vue d'une rectification ultérieure par le tribunal. L'objectif est d'inverser cette pratique existante, dès lors qu'on omettait souvent de rectifier ces actes étrangers transcrits.
  On évitera ainsi que d'autres autorités refusent de reconnaître les actes étrangers figurant dans le registre de l'état civil. On préviendra aussi l'adoption de décisions contradictoires en matière de traitement et de reconnaissance des actes étrangers.
  Annexe dans la BAEC ?
  L'officier de l'état civil enregistre toujours la copie ou l'extrait de l'acte étranger en annexe dans la BAEC (et éventuellement la traduction jurée de celui-ci et la légalisation).
  Les données, qui figurent sur l'acte étranger mais qui ne sont pas reprises dans l'acte belge sur la base de cet acte étranger car elles ne sont pas prévues dans l'acte belge ou ont été rectifiées par l'officier de l'état civil, sont dès lors toujours consultables dans la BAEC.
  Associer ? L'acte belge sur la base d'un acte étranger doit être associé aux actes auxquels il se rapporte, de manière à les adapter en conséquence.
  Exemple : un acte belge de changement de nom sur la base d'un acte étranger de changement de nom doit être associé aux actes de l'état civil qui se rapportent au bénéficiaire.
  Mentions sur l'acte (belge) sur la base d'un acte étranger
  Mentions sur l'acte ? L'article 69 du Code civil stipule que l'acte de l'état civil sur la base d'un acte étranger mentionne exclusivement les données telles que prévues pour le type d'acte belge qui est établi (ex : acte de mariage : les données mentionnées à l'article 54 du Code civil).
  Seules les données prévues dans les actes belges de l'état civil sont mentionnées. Par conséquent, les données contenues dans un acte étranger, que ne mentionne pas un acte belge, ne sont pas reprises.
  4.2.15. Acte belge établi sur la base d'une décision judiciaire ou administrative étrangère
  L'établissement d'un acte belge n'est pas uniquement possible sur la base d'un acte étranger, mais également sur la base d'une décision judiciaire ou administrative étrangère (art. 70 du Code civil).
  Ces actes remplacent donc l'acte précédent (éventuel) de transcription d'une décision judiciaire ou administrative étrangère qui modifie l'état de la personne ou son émargement, comme par exemple une décision de divorce.
  Etablissement obligatoire de l'acte belge.
  L'officier de l'état civil est contraint d'établir des actes belges de décisions judiciaires ou administratives étrangères qui donnent lieu à une modification de l'état d'une personne (et pour autant que ceux-ci peuvent être reconnus selon le CDIP).
  Objectif ?
  L'objectif est de toujours garder à jour l'état de la personne, et ainsi les actes de l'état civil dans la BAEC.
  C'est la raison pour laquelle la compétence de l'officier de l'état civil visant à enregistrer les décisions judiciaires et administratives dans la BAEC figure explicitement dans le Code civil.
  Conditions ?
  1° L'acte étranger ou la décision judiciaire ou administrative étrangère modifie l'état d'une personne;
  2° L'acte étranger ou la décision judiciaire étrangère coulée en force de chose jugée ou la décision administrative étrangère est définitive;
  3° Il est impossible de modifier un acte existant directement dans la BAEC, tel que prévu dans le point 3.8.1.
  Forme de l'acte belge. A l'instar des actes belges établis sur la base d'actes étrangers, ces actes belges prennent la même forme que les actes " belges " internes. Les données contenues dans l'acte sont également identiques à celles prévues pour les actes " belges " (modifiés).
  L'acte mentionne toujours aussi la base de l'établissement de l'acte (avec les mentions prévues à l'article 41, § 1er, 5°, e), du Code civil).
  Associer ?
  L'acte belge sera associé aux actes auxquels il se rapporte, et de la même manière que pour les autres " actes " belges de l'état civil.
  Annexe ? L'officier de l'état civil joint toujours une copie de la décision judiciaire et administrative étrangère (et éventuellement la traduction jurée de celle-ci et la légalisation) en annexe dans la BAEC.
  Modification de l'acte belge existant. S'il s'agit d'une décision judiciaire ou administrative prévue au Livre Ier, Titre 2, Chapitre 1er, Section 6, du Code civil qui modifie un acte belge existant dans la BAEC, l'officier peut en établir un acte modifié de l'état civil (voir point 3.8.1.).
  Exemples : une décision judiciaire étrangère qui modifie la filiation, une décision étrangère de changement de nom, une annulation ou un divorce étrangers d'un mariage belge, etc. La nationalité des personnes auxquelles se rapportent les actes existants dans la BAEC n'y joue aucun rôle.
-
  5. Abrogation des circulaires
  Les circulaires suivantes sont abrogés:
  1° la circulaire ministérielle du 23 juin 1857 relative aux tables annuelles des registres de l'état civil;
  2° la circulaire ministérielle du 28 mars 1955 relative à l'acte de mariage et l'application de l'avis du Conseil d'état du 30 mars 1808 relatif à la rectification de certaines erreurs dans l'orthographe des noms dans les actes présentés;
  3° la Circulaire ministérielle du 18 novembre 1959 concernant la transcription dans les registres de l'état civil des arrêtés royaux autorisant les changements de noms;
  4° la Circulaire du 30 avril 1984 concernant la reconnaissance par les officiers de l'état civil des décisions étrangères relatives à l'état des personnes.