Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 AUGUSTUS 2018. - Samenwerkingsakkoord van 23 augustus 2018 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de implementatie van het Verdrag van 's-Gravenhage van 19 oktober 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen en van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000
Titre
23 AOUT 2018. - Accord de coopération du 23 août 2018 entre l'Etat fédéral, la Communauté flamande, la Communauté française, la Communauté germanophone et la Commission communautaire commune visant à assurer la mise en oeuvre de la Convention de La Haye du 19 octobre 1996 concernant la compétence, la loi applicable, la reconnaissance, l'exécution et la coopération en matière de responsabilité parentale et de mesures de protection des enfants et du Règlement (CE) n° 2201/2003 du Conseil du 27 novembre 2003 relatif à la compétence, la reconnaissance et l'exécution des décisions en matière matrimoniale et en matière de responsabilité parentale abrogeant le Règlement (CE) n° 1347/2000
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (36)
Texte (36)
HOOFDSTUK I. - Definities en toepassingsgebied
CHAPITRE Ier. - Définitions et champ d'application
Artikel 1. In dit samenwerkingsakkoord wordt verstaan onder:
  1° "Verdrag van 's-Gravenhage": het Verdrag van 19 oktober 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen;
  2° "Verordening Brussel IIbis": Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000;
  3° "Belgische centrale autoriteit": de dienst Internationale Samenwerking in Burgerlijke Zaken van het directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele Rechten en Vrijheden van de Federale Overheidsdienst Justitie;
  4° "contactpunt":
  - voor de Franse Gemeenschap:
  l'Administration générale de l'aide à la jeunesse
  - voor de Vlaamse Gemeenschap:
  het Agentschap Jongerenwelzijn
  - voor de Duitstalige Gemeenschap:
  Fachbereich Jugendhilfe des Ministeriums der Deutschsprachigen Gemeinschaft
  - voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie: het contactpunt van de Vlaamse of de Franse Gemeenschap, aangewezen overeenkomstig hoofdstuk II, afdeling I of, in voorkomend geval, één van de diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in het geval bedoeld in artikel 3, § 2, vierde lid;
  5° "buitenlandse autoriteit": de buitenlandse autoriteit of centrale autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie, indien hij onderworpen is aan de bepalingen van Verordening Brussel IIbis, of de buitenlandse autoriteit of centrale autoriteit van een staat die partij is bij het Verdrag van 's-Gravenhage en bevoegd is overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag van 's-Gravenhage of van Verordening Brussel IIbis.
Article 1er. Pour l'application du présent accord de coopération, on entend par :
  1° " Convention de La Haye " : la Convention du 19 octobre 1996 concernant la compétence, la loi applicable, la reconnaissance, l'exécution et la coopération en matière de responsabilité parentale et de mesures de protection des enfants;
  2° " Règlement Bruxelles IIbis " : le Règlement (CE) n° 2201/2003 du Conseil du 27 novembre 2003 relatif à la compétence, la reconnaissance et l'exécution des décisions en matière matrimoniale et en matière de responsabilité parentale abrogeant le Règlement (CE) n° 1347/2000;
  3° " Autorité centrale belge " : le service de coopération internationale civile de la Direction générale de la Législation et des Libertés et Droits fondamentaux du Service public fédéral Justice;
  4° " point de contact " :
  - pour la Communauté française :
  l'Administration générale de l'aide à la jeunesse
  - pour la Communauté flamande :
  het Agentschap Jongerenwelzijn
  - pour la Communauté germanophone :
  Fachbereich Jugendhilfe des Ministeriums der Deutschsprachigen Gemeinschaft
  - pour la Commission communautaire commune : le point de contact de la Communauté française ou de la Communauté flamande désigné conformément au chapitre II, section 1ère ou, le cas échéant, l'un des services du Collège réuni de la Commission communautaire commune dans le cas visé à l'article 3, § 2, alinéa 4;
  5° " autorité étrangère " : l'autorité étrangère ou l'autorité centrale d'un Etat membre de l'Union européenne s'il est soumis aux dispositions du Règlement Bruxelles IIbis ou l'autorité étrangère ou l'autorité centrale d'un Etat partie à la Convention de La Haye, compétente en vertu des dispositions de la Convention de La Haye ou du Règlement Bruxelles IIbis.
Art. 2. Dit akkoord is van toepassing op de verzoeken van de buitenlandse autoriteiten, de Federale Staat, de gemeenschappen of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie:
  1° met betrekking tot de overdracht van bevoegdheden zoals vermeld in de artikelen 8 en 9 van het Verdrag van 's-Gravenhage en artikel 15 van Verordening Brussel IIbis;
  2° met betrekking tot de verwezenlijking van de doelstellingen zoals opgenomen in de artikelen 30 tot 32 van het Verdrag van 's-Gravenhage en de artikelen 54 en 55 van Verordening Brussel IIbis;
  3° met betrekking tot de nadere regels voor de tenuitvoerlegging van de plaatsing van kinderen in het buitenland, zoals bedoeld in de artikelen 33 van het Verdrag van 's-Gravenhage en 56 van Verordening Brussel IIbis;
  4° met betrekking tot de nadere regels voor de samenwerking, zoals omschreven in de artikelen 34 tot 36 van het Verdrag van 's-Gravenhage.
Art. 2. Le présent accord s'applique aux demandes des autorités étrangères, de l'Etat fédéral, des Communautés ou de la Commission communautaire commune :
  1° relatives au transfert de compétences mentionné aux articles 8 et 9 de la Convention de La Haye et à l'article 15 du Règlement Bruxelles IIbis;
  2° relatives à la satisfaction des objectifs repris aux articles 30 à 32 de la Convention de La Haye et aux articles 54 et 55 du Règlement Bruxelles IIbis;
  3° relatives aux modalités de mise en oeuvre des placements d'enfant dans des pays étrangers visés aux articles 33 de la Convention de La Haye et 56 du Règlement Bruxelles IIbis;
  4° relatives aux modalités de coopération prévues aux articles 34 à 36 de la Convention de La Haye.
HOOFDSTUK II. - De nadere regels voor de samenwerking tussen de Federale Staat, de Gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie
CHAPITRE II. - Les modalités de la coopération entre l'Etat fédéral, les Communautés et la Commission communautaire commune
Afdeling I. - Aanwijzing van het bevoegde contactpunt wanneer het verzoek de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreft
Section Ière. - Désignation du point de contact compétent lorsque la demande concerne la Commission communautaire commune
Art. 3. § 1. Wanneer het verzoek de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreft, fungeert het contactpunt van de Vlaamse Gemeenschap of van de Franse Gemeenschap, bedoeld in artikel 1, aangewezen overeenkomstig § 2, als contactpunt dat bevoegd is om de in artikel 2 bedoelde verzoeken van buitenlandse autoriteiten te ontvangen of te behandelen of om soortgelijke verzoeken over te zenden aan de buitenlandse autoriteiten overeenkomstig de afdelingen I en II.
  § 2. Wanneer het verzoek past in het kader van een gerechtelijke procedure met betrekking tot een van de aangelegenheden bedoeld in artikel 3 van het Verdrag van `s-Gravenhage of in artikel 1, § 2, van Verordening Brussel IIbis, wordt het contactpunt bepaald volgens de taal van de procedure. Indien de procedure wordt gevoerd in het Frans, is het contactpunt van de Franse Gemeenschap bevoegd. Indien de procedure wordt gevoerd in het Nederlands, is het contactpunt van de Vlaamse Gemeenschap bevoegd.
  Wanneer het verzoek past in het kader van een plaatsing van het kind in een instelling, wordt het contactpunt bepaald volgens de autoriteit die de instelling heeft erkend. Indien de Franse Gemeenschap die instelling heeft erkend, is het contactpunt van de Franse Gemeenschap bevoegd. Indien de Vlaamse Gemeenschap de instelling heeft erkend, is het contactpunt van de Vlaamse Gemeenschap bevoegd.
  Wanneer het verzoek past in het kader van een plaatsing van het kind in een pleeggezin, wordt het contactpunt bepaald volgens de taalkeuze van de persoon of personen bij wie het kind is geplaatst. Indien gekozen is voor het Frans, is het contactpunt van de Franse Gemeenschap bevoegd. Indien gekozen is voor het Nederlands, is het contactpunt van de Vlaamse Gemeenschap bevoegd. De FOD Justitie neemt akte van die keuze.
  Wanneer het verzoek niet past in het kader van een van de gevallen bedoeld in het eerste tot derde lid, fungeert een van de diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie als contactpunt.
Art. 3. § 1er. Lorsque la demande concerne la Commission communautaire commune, le point de contact compétent pour recevoir ou traiter les demandes des autorités étrangères visées à l'article 2, ou pour adresser semblables demandes aux autorités étrangères conformément aux sections II et III est le point de contact de la Communauté française ou de la Communauté flamande visé à l'article 1er, désigné conformément au § 2.
  § 2. Lorsque la demande s'insère dans le cadre d'une procédure judiciaire concernant une des matières visées à l'article 3 de la Convention de La Haye ou à l'article 1er, § 2, du Règlement Bruxelles IIbis, le point de contact est déterminé par la langue de la procédure. Si la procédure a lieu en français, le point de contact est celui de la Communauté française. Si elle a lieu en néerlandais, il est celui de la Communauté flamande.
  Lorsque la demande s'insère dans le cadre d'un placement d'enfant en institution, le point de contact est déterminé par l'autorité qui a agréé l'institution. Si cette institution a été agréée par la Communauté française, le point de contact est celui de cette Communauté. Si elle a été agréée par la Communauté flamande, il est celui de cette Communauté.
  Lorsque la demande s'insère dans le cadre d'un placement d'un enfant en famille d'accueil, le point de contact est déterminé par le choix de la langue effectué par la ou les personnes chez qui celui-ci est placé. Si la langue choisie est le français, le point de contact est celui de la Communauté française. Si la langue choisie est le néerlandais, il est celui de la Communauté flamande. Ce choix sera acté par le SPF Justice.
  Lorsque la demande ne s'insère pas dans une des hypothèses visées aux alinéas 1er à 3, le point de contact est l'un des services du Collège réuni de la Commission communautaire commune.
Afdeling II. - Verzoeken van een buitenlandse autoriteit gericht aan België
Section II. - Demandes adressées par une autorité étrangère à la Belgique
Onderafdeling I. - Ontvangst van de verzoeken van de buitenlandse autoriteit
Sous-section Ière. - Réception des demandes adressées par l'autorité étrangère
Art. 4. Onder voorbehoud van artikel 5, tweede lid, ontvangt de Belgische centrale autoriteit in elk geval de in artikel 2 bedoelde verzoeken van de buitenlandse autoriteiten, zelfs indien deze een gemeenschapsmaterie betreffen en er reeds uitwisselingen zijn geweest tussen de buitenlandse autoriteiten en de autoriteiten van de gemeenschappen in het kader van een van deze aanvragen.
Art. 4. Sous réserve de l'article 5, alinéa 2, l'autorité centrale belge réceptionne les demandes des autorités étrangères fondées sur l'article 2, même si celles-ci relèvent d'une matière communautaire et que les autorités étrangères et communautaires ont déjà eu des échanges dans le cadre d'une de ces demandes.
Art. 5. Indien het verzoek, bedoeld in artikel 2, een gemeenschapsmaterie betreft, zendt de Belgische centrale autoriteit het dossier onmiddellijk toe aan het contactpunt van de bevoegde gemeenschap of, in voorkomend geval, van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
  De Belgische centrale autoriteit stelt de buitenlandse autoriteit die het verzoek indiende op de hoogte van de overdracht en verstrekt haar de contactgegevens van het contactpunt van de bevoegde gemeenschap of, in voorkomend geval, van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Uitwisselingen kunnen vervolgens rechtstreeks via dit contactpunt verlopen.
Art. 5. Si la demande, fondée sur l'article 2, relève d'une matière communautaire, l'autorité centrale belge communique immédiatement le dossier au point de contact de la Communauté compétente ou, s' il échet, de la Commission communautaire commune.
  L'autorité centrale belge notifie le transfert à l'autorité étrangère à l'origine de la demande et lui communique les coordonnées du point de contact de la Communauté compétente ou, s'il échet, de la Commission communautaire commune. Par la suite, les échanges relatifs à ce dossier peuvent s'effectuer directement via ce point de contact.
Art. 6. Indien de buitenlandse autoriteit, in afwijking van artikel 4, rechtstreeks een verzoek bedoeld in artikel 2 richt aan het contactpunt van een van de gemeenschappen of van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, stelt de aangeschreven autoriteit van de gemeenschap de Belgische centrale autoriteit daarvan onmiddellijk op de hoogte. Indien het verzoek onder haar bevoegdheid valt, wordt het behandeld overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 10 tot 12.
  Indien het verzoek onder de bevoegdheid van de Federale Staat valt, zendt de aangeschreven autoriteit van de gemeenschap het dossier onmiddellijk door naar de Belgische centrale autoriteit.
  Indien het verzoek onder de bevoegdheid van een andere gemeenschap of van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie valt, zendt de aangeschreven autoriteit het dossier binnen dezelfde termijn door naar het betreffende contactpunt.
Art. 6. Par dérogation à l'article 4, si l'autorité étrangère adresse directement une demande fondée sur l'article 2 au point de contact d'une des Communautés ou de la Commission communautaire commune, l'autorité communautaire saisie en informe immédiatement l'autorité centrale belge. Si la demande relève de sa compétence, la demande est alors traitée conformément aux dispositions des articles 10 à 12.
  Si la demande relève de la compétence de l'Etat fédéral, l'autorité communautaire saisie transmet immédiatement le dossier à l'autorité centrale belge.
  Si la demande relève de la compétence d'une autre Communauté ou de la Commission communautaire commune, l'autorité communautaire saisie transmet dans les mêmes délais le dossier au point de contact concerné.
Onderafdeling II. - Behandeling van de verzoeken door de Federale Staat
Sous-section II. - Traitement des demandes par l'Etat fédéral
Art. 7. Indien het verzoek bedoeld in artikel 2 onder de bevoegdheid van de Federale Staat valt, kan de Belgische centrale autoriteit advies vragen aan een of meer autoriteiten van de gemeenschappen of aan enige andere autoriteit of instelling die zij nuttig acht te raadplegen en alle informatie of documenten verzamelen die voor de behandeling ervan noodzakelijk zijn.
Art. 7. Si la demande, fondée sur l'article 2, relève de la compétence de l'Etat fédéral, l'autorité centrale belge peut demander un avis d'une ou plusieurs autorités communautaires ou de toute autre autorité ou organisme qu'elle juge utile de consulter et recueille toute information ou document nécessaire à son traitement.
Art. 8. § 1. Indien het verzoek betrekking heeft op de verstrekking van zorg door middel van kafala of een overeenkomstig rechtsinstituut, bedoeld in artikel 33 van het Verdrag van 's-Gravenhage, zendt de Belgische centrale autoriteit het dossier toe aan de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Justitie die het verzoek behandelt. Daartoe verzamelt deze dienst alle voor de behandeling van het verzoek noodzakelijke informatie of documenten. Indien de behandeling het vereist, kan hij een politieonderzoek laten verrichten.
  Na alle in het eerste lid bedoelde informatie en documenten te hebben verzameld, zendt de dienst het verzoek en het dossier voor advies door aan de betreffende gemeenschap. Hij kan, in het hoger belang van het kind, om het advies verzoeken van enige autoriteit of instelling die hij nuttig acht te raadplegen. De adviezen moeten binnen een redelijke termijn worden gegeven.
  De dienst bezorgt het dossier voor advies ook aan de Dienst Vreemdelingenzaken indien de verstrekking van zorg door middel van kafala aanleiding geeft tot een vraag betreffende verblijf of toegang tot het grondgebied. Dat advies wordt uitgebracht binnen een maand na de ontvangst van het verzoek. Zo niet wordt het advies geacht gunstig te zijn.
  § 2. Bij de beslissing worden de informatie en adviezen bedoeld in paragraaf 1 in aanmerking genomen.
  Wanneer de dienst niet voornemens is het advies van een van de in § 1, tweede en derde lid, bedoelde autoriteiten te volgen, stelt de dienst bedoeld in § 1, eerste lid, haar in kennis van de redenen daarvoor. De dienst belegt een vergadering met de in § 1, tweede en derde lid, bedoelde autoriteiten waarvan het advies werd gevraagd in een poging de verschillende standpunten te verzoenen.
  De autoriteiten bedoeld in paragraaf 1, tweede en derde lid, worden in kennis gesteld van de beslissing.
Art. 8. § 1er. Si la demande concerne un recueil légal par kafala ou par une institution analogue, visé à l'article 33 de la Convention de La Haye, l'autorité centrale belge communique le dossier au service compétent du Service public fédéral Justice qui instruit la demande. A cette fin, ce service recueille toute information ou document nécessaire au traitement de la demande. Si le traitement l'exige, il peut faire procéder à une enquête de police.
  Après avoir collecté l'ensemble des informations et documents visés à l'alinéa 1er, le service transmet la demande et le dossier à la Communauté concernée pour avis. Il peut, dans l'intérêt supérieur de l'enfant, requérir l'avis de toute autorité ou organisme qu'il juge utile de consulter. Les avis doivent être rendus dans un délai raisonnable.
  Le service transmet également le dossier à l'Office des Etrangers pour avis si le recueil légal par kafala soulève une question de séjour ou d'accès au territoire. Cet avis est rendu dans le mois à dater de la réception de la demande. A défaut, il est réputé favorable.
  § 2. La décision rendue prend en considération les informations et avis visés au § 1er.
  Lorsque le service n'a pas l'intention de suivre l'avis d'une des autorités visées au § 1er, alinéas 2 et 3, le service visé au § 1er, alinéa 1er, lui en communique les motifs. Le service organise une réunion avec les autorités visées au § 1er, alinéas 2 et 3, dont l'avis a été sollicité pour tenter une conciliation des différents points de vue.
  Les autorités visées au § 1er, alinéas 2 et 3, sont informées de la décision.
Art. 9. De Belgische centrale autoriteit stelt de contactpunten van elke gemeenschap en van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in kennis van een probleem met de interpretatie en de toepassing van het Verdrag van 's-Gravenhage of Verordening Brussel IIbis.
Art. 9. L'autorité centrale belge avertit les points de contact de chaque Communauté et de la Commission communautaire commune de l'existence d'un problème d'interprétation et d'application de la Convention de La Haye ou du Règlement Bruxelles IIbis.
Onderafdeling III. - Behandeling van de verzoeken door een autoriteit van de Gemeenschappen
Sous-section III. - Traitement des demandes par une autorité communautaire
Art. 10. De autoriteit van de gemeenschap die het dossier van een in artikel 5 bedoeld verzoek behandelt, kan om advies vragen aan de Belgische centrale autoriteit of een of meer autoriteiten van de gemeenschappen of aan enige andere autoriteit of instelling die zij nuttig acht te raadplegen en alle informatie of documenten verzamelen die voor de behandeling ervan noodzakelijk zijn.
Art. 10. L'autorité communautaire qui traite le dossier d'une demande visée à l'article 5 peut demander l'avis de l'autorité centrale belge ou d'une ou plusieurs autorités communautaires ou de toute autre autorité ou organisme qu'elle juge utile de consulter et recueille toute information ou document nécessaire à son traitement.
Art. 11. § 1. Indien het verzoek bedoeld in artikel 2 een plaatsing van een kind betreft in de zin van de artikelen 33 van het Verdrag van 's-Gravenhage of 56 van Verordening Brussel IIbis, niet bedoeld in artikel 8, eerste lid, verzamelt de aangeschreven autoriteit van de gemeenschap alle voor de behandeling van het verzoek noodzakelijke informatie en documenten.
  Na alle in paragraaf 1, eerste lid bedoelde informatie en documenten te hebben verzameld, kan de autoriteit van de gemeenschap, in het hoger belang van het kind, om het advies verzoeken van enige autoriteit of instelling die zij nuttig acht te raadplegen. De adviezen moeten binnen een redelijke termijn worden gegeven.
  De autoriteit bezorgt het dossier voor advies ook aan de Dienst Vreemdelingenzaken indien de plaatsing aanleiding geeft tot een vraag betreffende verblijf of toegang tot het grondgebied. Dat advies wordt uitgebracht binnen een maand na de ontvangst van het verzoek. Zo niet wordt het advies geacht gunstig te zijn.
  § 2. De autoriteit van de gemeenschap neemt de in paragraaf 1 bedoelde informatie en adviezen in aanmerking wanneer zij een beslissing neemt inzake de plaatsing van het kind.
  Wanneer de autoriteit van de gemeenschap niet voornemens is het advies van een van de in § 1, tweede en derde lid, bedoelde autoriteiten te volgen, stelt de bevoegde autoriteit haar in kennis van de redenen daarvoor. De autoriteit van de gemeenschap belegt een vergadering met de in § 1, tweede en derde lid, bedoelde autoriteiten waarvan het advies werd gevraagd in een poging de verschillende standpunten te verzoenen.
  De autoriteiten bedoeld in paragraaf 1, tweede en derde lid, worden in kennis gesteld van de beslissing.
Art. 11. § 1er. Si la demande, fondée sur l'article 2, concerne un placement d'un enfant au sens des articles 33 de la Convention de La Haye ou 56 du Règlement Bruxelles IIbis, non visé à l'article 8, alinéa 1er, l'autorité communautaire saisie recueille toute information ou document nécessaire au traitement de la demande.
  Après avoir collecté l'ensemble des informations et documents visés au § 1er, alinéa 1er, l'autorité communautaire peut, dans l'intérêt supérieur de l'enfant, requérir l'avis de toute autorité ou organisme qu'elle juge utile de consulter. Les avis doivent être rendus dans un délai raisonnable.
  L'autorité transmet également le dossier à l'Office des Etrangers pour avis si le placement soulève une question de séjour ou d'accès au territoire. Cet avis est rendu dans le mois à dater de la réception de la demande. A défaut, il est réputé favorable.
  § 2. L'autorité communautaire prend en considération les informations et avis visés au § 1er, lorsqu'elle rend sa décision sur le placement de l'enfant.
  Lorsque l'autorité communautaire n'a pas l'intention de suivre l'avis d'une des autorités viséess au § 1er, alinéas 2 et 3, l'autorité compétente lui en communique les motifs. L'autorité communautaire organise une réunion avec les autorités visées au § 1er, alinéas 2 et 3, dont l'avis a été sollicité pour tenter une conciliation des différents points de vue.
  Les autorités visées au § 1er, alinéas 2 et 3, sont informées de la décision.
Art. 12. De aangeschreven autoriteit van de gemeenschap stelt de Belgische centrale autoriteit en de contactpunten van de andere gemeenschappen en van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in kennis van een probleem met de interpretatie of de toepassing van het Verdrag van 's-Gravenhage of Verordening Brussel IIbis.
  Zij stelt ook de Belgische centrale autoriteit op de hoogte van de sluiting van een dossier inzake een verzoek van een buitenlandse autoriteit op grond van artikel 2.
Art. 12. L'autorité communautaire saisie avertit l'autorité centrale belge et les points de contact des autres Communautés et de la Commission communautaire commune de l'existence d'un problème d'interprétation ou d'application de la Convention de La Haye ou du Règlement Bruxelles IIbis.
  Elle informe aussi l'autorité centrale belge de la clôture d'un dossier de demande d'une autorité étrangère fondée sur l'article 2.
Afdeling III. - Verzoeken van België aan een buitenlandse autoriteit
Section III. - Demandes adressées par la Belgique à une autorité étrangère
Art. 13. Onder voorbehoud van artikel 14, tweede lid, worden de in artikel 2 bedoelde verzoeken uitgaande van de Belgische centrale autoriteit in het kader van de uitoefening van haar bevoegdheden, gericht aan de buitenlandse autoriteit, zelfs indien deze een gemeenschapsmaterie betreffen en er reeds uitwisselingen zijn geweest tussen de buitenlandse autoriteiten en de autoriteiten van de gemeenschappen in het kader van een van deze aanvragen.
  De artikelen 7 en 8 zijn van toepassing.
Art. 13. Sous réserve de l'application de l'article 14, alinéa 2, les demandes visées à l'article 2 formées par l'autorité centrale belge, dans l'exercice de ses compétences, sont adressées à l'autorité étrangère, même si celles-ci relèvent d'une matière communautaire et que les autorités étrangères et communautaires ont déjà eu des échanges dans le cadre d'une de ces demandes.
  Les articles 7 et 8 sont d'application.
Art. 14. De in artikel 2 bedoelde verzoeken uitgaande van een autoriteit van de gemeenschap in het kader van de uitoefening van haar bevoegdheden, worden via haar contactpunt gericht aan de Belgische centrale autoriteit.
  De Belgische centrale autoriteit zendt het dossier door aan de buitenlandse autoriteit waaraan het verzoek is gericht. Tegelijkertijd verstrekt de Belgische centrale autoriteit haar de contactgegevens van het contactpunt van de betreffende gemeenschap of, in voorkomend geval, van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Uitwisselingen met betrekking tot dit dossier kunnen vervolgens rechtstreeks via dit contactpunt verlopen.
  De artikelen 10 en 11 zijn van toepassing.
Art. 14. Les demandes visées à l'article 2 formées par une autorité communautaire, dans l'exercice de ses compétences, sont adressées à l'autorité centrale belge via son point de contact.
  L'autorité centrale belge transmet le dossier à l'autorité étrangère à qui la demande est adressée. En même temps, l'autorité centrale belge lui notifie les coordonnées du point de contact de la Communauté concernée ou, s'il échet, de la Commission communautaire commune. Par la suite, les échanges relatifs à ce dossier peuvent s'effectuer directement via ce point de contact.
  Les articles 10 et 11 sont d'application.
Afdeling IV. - Vertrouwelijkheid van de uitgewisselde informatie
Section IV. - Confidentialité des informations échangées
Art. 15. De betreffende partijen nemen het vertrouwelijke karakter in acht van de informatie die zij onder elkaar en met de buitenlandse autoriteiten uitwisselen. Zij kan slechts worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor zij werd verzameld of doorgezonden.
Art. 15. Les parties concernées respectent le caractère confidentiel des informations qu'elles échangent entre elles, avec les autorités étrangères. Elles ne peuvent être utilisées à d'autres fins que celles pour lesquelles elles ont été collectées ou transmises.
HOOFDSTUK III. - Vertaling en tenlasteneming van de kosten
CHAPITRE III. . - Traduction et prise en charge des frais
Afdeling I. - Vertaling van de doorgezonden documenten en verzoeken
Section Ière. - Traduction des documents et des demandes transmis
Art. 16. Onverminderd de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken en indien het om een verzoek op grond van het Verdrag van 's-Gravenhage gaat, komt het aan de Belgische centrale autoriteit of de autoriteit van de gemeenschap die het verzoek behandelt, toe om de vertaling te verzekeren van de documenten en van een in artikel 2 bedoeld verzoek in een van de landstalen van de staat waarvan de centrale autoriteit of de bevoegde buitenlandse autoriteit deel uitmaakt, of eventueel in het Frans of het Engels. Deze autoriteiten dragen ook de kosten van deze vertaling.
Art. 16. Sans préjudice de la loi du 18 juillet 1966 sur l'emploi des langues en matière administrative, il incombe à l'autorité centrale belge ou à l'autorité communautaire qui traite la demande d'assurer la traduction des documents et d'une demande visée à l'article 2 dans l'une des langues officielles de l'Etat dont dépend l'autorité centrale ou l'autorité compétente étrangère ou éventuellement en français ou en anglais, s'il s'agit d'une demande fondée sur la Convention de La Haye. Ces autorités devront assumer les frais de cette traduction.
Afdeling II. - Tenlasteneming van de kosten
Section II. - Prise en charge des frais
Art. 17. Onverminderd artikel 16, dragen de Belgische centrale autoriteit en de autoriteiten van de gemeenschappen hun eigen kosten overeenkomstig hun optreden bij de behandeling van een in artikel 2 bedoeld verzoek.
Art. 17. Sans préjudice de l'article 16, l'autorité centrale belge et les autorités communautaires assument leurs propres frais, selon leur intervention dans le traitement d'une demande visée à l'article 2.
HOOFDSTUK IV. - Tenuitvoerlegging van dit akkoord
CHAPITRE IV. . - Mise en oeuvre du présent accord
Art. 18. De ondertekenende partijen nemen in onderling akkoord alle noodzakelijke maatregelen met het oog op de tenuitvoerlegging en uitwerking van dit akkoord.
Art. 18. Les parties signataires prennent, de commun accord, toutes les mesures nécessaires aux fins de mettre en oeuvre et exécuter le présent accord.
Art. 19. Op eigen vraag of op vraag van een van de ondertekenende partijen van dit akkoord, van een contactpunt van een van de gemeenschappen of van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, roept de Belgische centrale autoriteit jaarlijks een vergadering bijeen:
  1° teneinde een harmonieuze tenuitvoerlegging van dit samenwerkingsakkoord en van de wetten van 10 mei 2007, 27 november 2013 en 21 december 2013 betreffende de implementatie van het Verdrag van 's-Gravenhage en van de verordening Brussel IIbis te bevorderen;
  2° teneinde een aantal vastgestelde problemen inzake de interpretatie en de toepassing van het Verdrag van 's-Gravenhage of Verordening Brussel IIbis te bespreken.
Art. 19. A sa propre demande ou à la demande d'une des parties signataires du présent accord, d'un point de contact d'une des Communautés ou de la Commission communautaire commune, l'autorité centrale belge convoque une réunion annuelle :
  1° en vue de favoriser une mise en oeuvre harmonieuse du présent accord de coopération et des lois du 10 mai 2007, du 27 novembre 2013 et du 21 décembre 2013 visant à assurer la mise en oeuvre de la Convention de La Haye et du Règlement Bruxelles IIbis;
  2° en vue de débattre de certains problèmes d'interprétation et d'application de la Convention de La Haye ou du Règlement Bruxelles IIbis rencontrés.
Art. 20. De Belgische centrale autoriteit stelt in samenwerking met de autoriteiten van de gemeenschappen en op vraag van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht of de Europese Commissie, de statistieken of evaluatieverslagen op.
Art. 20. L'autorité centrale belge établit, en collaboration avec les autorités communautaires, les statistiques ou rapports d'évaluation demandés par la Conférence de La Haye de droit international privé ou la Commission européenne.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen
CHAPITRE V. - Dispositions finales
Art. 21. Dit akkoord wordt gesloten voor onbepaalde duur. Elke ondertekenende partij kan het akkoord opzeggen door middel van een opzeggingstermijn van 6 maanden.
Art. 21. Le présent accord est conclu pour une durée indéterminée. Chaque partie signataire peut dénoncer l'accord moyennant un préavis de 6 mois.
Art. 22. Dit samenwerkingsakkoord treedt in werking op de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad van de laatste van de instemmingsdaden van de contracterende partijen.
Art. 22. Le présent accord entrera en vigueur au moment de la publication au Moniteur belge du dernier des actes d'assentiment des parties contractantes.