Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
25 JUNI 1990. - Verdrag nr. 170 van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende de veiligheid bij het gebruik van chemische producten op het werk, aangenomen te Genève op 25 juni 1990
Titre
25 JUIN 1990. - Convention n° 170 de l'Organisation internationale du Travail concernant la sécurité dans l'utilisation des produits chimiques au travail, adoptée à Genève le 25 juin 1990
Tekst (36)
Texte (3)
DEEL I. - BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN TOEPASSINGSGEBIED
Article M.
Artikel 1. 1. Dit Verdrag is van toepassing op alle takken van economische bedrijvigheid waarin chemische producten worden gebruikt.
ANNEXE.
Art. 2. Voor de toepassing van dit Verdrag:
  a. wordt onder de term "chemische producten" verstaan: elementen en verbindingen en mengsels daarvan, zowel natuurlijke als synthetische;
  b. wordt onder de term "gevaarlijke chemische stof" mede begrepen:
  elke chemische stof die is geclassificeerd als gevaarlijk in overeenstemming met artikel 6 of waarover informatie bestaat die afdoende aangeeft dat de chemische stof gevaarlijk is;
  c. wordt onder de term "gebruik van chemische producten bij de arbeid" verstaan: elke arbeidsverrichting die een werknemer zou kunnen blootstellen aan een chemische stof, met inbegrip van:
  i. de productie van chemische producten;
  ii. de verwerking van chemische producten;
  iii. de opslag van chemische producten;
  iv. het vervoer van chemische producten;
  v. de afvoer en verwerking van chemische afvalproducten;
  vi. het vrijkomen van chemische producten als gevolg van arbeidsverrichtingen;
  vii. het onderhoud, herstel en schoonmaken van installaties en houders voor chemische producten;
  d. wordt onder de term "takken van economische bedrijvigheid" verstaan: alle takken waarin werknemers zijn tewerkgesteld, met inbegrip van de overheidsdienst;
  e. wordt onder de term "artikel" verstaan: een voorwerp dat bij zijn vervaardiging naar een bepaald model of ontwerp is gevormd of dat zijn natuurlijke gedaante heeft, en waarvan het gebruik in die vorm geheel of gedeeltelijk afhankelijk is van zijn model of ontwerp;
  f. wordt onder de term "werknemersvertegenwoordigers" verstaan:
  personen die als zodanig zijn erkend door de nationale wetgeving en praktijk, in overeenstemming met het Verdrag betreffende werknemersvertegenwoordigers, 1971.
Art. N. Etats Liés
-
Etats Date de consentement Type de consentement Date d'entrée en vigueur
ALLEMAGNE 23/11/2007 Ratification 23/11/2008
BELGIQUE 14/06/2017 Ratification 14/06/2018
BRESIL 23/12/1996 Ratification 23/12/1997
BURKINA FASO 15/09/1997 Ratification 15/09/1998
CHINE (REP.POPULAIRE) 11/01/1995 Ratification 11/01/1996
CHYPRE 02/08/2016 Ratification 02/08/2017
COLOMBIE 06/09/1994 Ratification 06/09/1995
COREE DU SUD 11/04/2003 Ratification 11/04/2004
DOMINICAINE (REPUBLIQUE) 03/01/2006 Ratification 03/01/2007
FINLANDE 21/01/2014 Ratification 21/01/2015
ITALIE 03/07/2002 Ratification 03/07/2003
LIBAN 26/04/2006 Ratification 26/04/2007
LUXEMBOURG 08/04/2008 Ratification 08/04/2009
MEXIQUE 17/09/1992 Ratification 04/11/1993
NORVEGE 26/11/1993 Ratification 26/11/1994
PAYS-BAS 08/06/2017 Ratification 08/06/2018
POLOGNE 19/05/2005 Ratification 19/05/2006
SUEDE 04/11/1992 Ratification 04/11/1993
SYRIE 14/06/2006 Ratification 14/06/2007
TANZANIE 15/03/1999 Ratification 15/03/2000
ZIMBABWE 27/08/1998 Ratification 27/08/1999
Etats Date de consentement Type de consentement Date d'entrée en vigueurALLEMAGNE 23/11/2007 Ratification 23/11/2008BELGIQUE 14/06/2017 Ratification 14/06/2018BRESIL 23/12/1996 Ratification 23/12/1997BURKINA FASO 15/09/1997 Ratification 15/09/1998CHINE (REP.POPULAIRE) 11/01/1995 Ratification 11/01/1996CHYPRE 02/08/2016 Ratification 02/08/2017COLOMBIE 06/09/1994 Ratification 06/09/1995COREE DU SUD 11/04/2003 Ratification 11/04/2004DOMINICAINE (REPUBLIQUE) 03/01/2006 Ratification 03/01/2007FINLANDE 21/01/2014 Ratification 21/01/2015ITALIE 03/07/2002 Ratification 03/07/2003LIBAN 26/04/2006 Ratification 26/04/2007LUXEMBOURG 08/04/2008 Ratification 08/04/2009MEXIQUE 17/09/1992 Ratification 04/11/1993NORVEGE 26/11/1993 Ratification 26/11/1994PAYS-BAS 08/06/2017 Ratification 08/06/2018POLOGNE 19/05/2005 Ratification 19/05/2006SUEDE 04/11/1992 Ratification 04/11/1993SYRIE 14/06/2006 Ratification 14/06/2007TANZANIE 15/03/1999 Ratification 15/03/2000ZIMBABWE 27/08/1998 Ratification 27/08/1999
DEEL II. - ALGEMENE BEGINSELEN
-
Art. 3. De meest betrokken representatieve organisaties van werkgevers en werknemers dienen te worden geraadpleegd over de ter uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag te nemen maatregelen.
-
Art. 4. Rekening houdend met de nationale omstandigheden en praktijk en in overleg met de meest representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, dient elk Lid een samenhangend beleid inzake veiligheid bij het gebruik van chemische producten bij de arbeid te formuleren, tot uitvoering te brengen, en op geregelde tijden te herzien.
-
Art. 5. De bevoegde autoriteit dient de bevoegdheid te hebben om, indien dat gerechtvaardigd is om redenen van veiligheid en gezondheid, het gebruik van bepaalde gevaarlijke chemische producten te verbieden ofte beperken, of voorafgaande kennisgeving en vergunning te verlangen voor die chemische producten worden gebruikt.
-
DEEL III. - CLASSIFICATIE EN DAAROP BETREKKING HEBBENDE MAATREGELEN
-
Art. 6. Classificatiesystemen
  1. Geëigende systemen en specifieke criteria voor de classificatie van alle chemische producten naar soort en mate van de eraan verbonden fysieke gevaren en gevaren voor de gezondheid, alsmede voor het beoordelen van de juistheid van de informatie die nodig is om vast te stellen of een chemische stof gevaarlijk is, dienen te worden vastgesteld door de bevoegde autoriteit of door een door de bevoegde autoriteit goedgekeurde of erkende instantie, in overeenstemming met nationale en internationale normen.
  2. De gevaarlijke eigenschappen van mengsels samengesteld uit twee of meer chemische producten kunnen worden vastgesteld door beoordelingen gebaseerd op de gevaren verbonden aan de chemische producten waaruit zij zijn samengesteld.
  3. Wat betreft het vervoer dienen deze systemen en criteria rekening te houden met de aanbevelingen van de Verenigde Naties over het vervoer van gevaarlijke producten.
  4. De classificatiesystemen en hun toepassing dienen geleidelijk te worden uitgebreid.
-
Art. 7. Etiketteren en merken
  1. Alle chemische producten dienen zodanig te worden gemerkt dat zij kunnen worden geïdentificeerd.
  2. Gevaarlijke chemische producten dienen bovendien van een voor de werknemers gemakkelijk te begrijpen etiket te worden voorzien, teneinde wezenlijke informatie te verschaffen over hun classificatie, over de gevaren die zij met zich mee brengen en over de voorzorgsmaatregelen
  die met het oog op de veiligheid in acht dienen te worden genomen.
  3. (1) De eisen waaraan het merken en etiketteren van chemische producten, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, moeten voldoen, dienen te worden vastgesteld door de bevoegde autoriteit of door een door de bevoegde autoriteit goedgekeurde en erkende instantie, in overeenstemming met nationale en internationale normen.
  (2) Wat betreft het vervoer dienen deze eisen rekening te houden met de Aanbevelingen van de Verenigde Naties over het vervoer van gevaarlijke producten.
-
Art. 8. Informatiebladen over chemische producten
  1. Voor gevaarlijke chemische producten dienen aan de werkgevers informatiebladen over chemische producten te worden geleverd die uitvoerige essentiële informatie bevatten over hun identiteit, leverancier, classificatie, gevaren, voorzorgsmaatregelen en voorschriften bij noodgevallen.
  2. Criteria voor het opstellen van informatiebladen over chemische producten dienen te worden vastgesteld door de bevoegde autoriteit of door een door de bevoegde autoriteit goedgekeurde en erkende instantie, in overeenstemming met nationale en internationale normen.
  3. De chemische of gebruikelijke naam die wordt gebruikt om een chemische stofte identificeren op het informatieblad over chemische producten, dient dezelfde te zijn als die welke wordt gebruikt op het etiket.
-
Art. 9. Verantwoordelijkheden van de leveranciers
  1. Leveranciers van chemische producten, om het even of zij fabrikanten, importeurs of tussenhandelaars zijn, dienen er voor te zorgen dat:
  a. die chemische producten zijn geclassificeerd in overeenstemming met artikel 6 op basis van kennis van hun eigenschappen en van een onderzoek naar de beschikbare informatie of zijn beoordeeld in overeenstemming met het derde lid van dit artikel;
  b. die chemische producten zodanig zijn gemerkt dat zij kunnen worden geïdentificeerd in overeenstemming met artikel 7, eerste lid;
  c. gevaarlijke chemische producten die zij leveren zijn voorzien van een etiket in overeenstemming met artikel 7, tweede lid;
  d. informatiebladen over chemische producten worden opgesteld voor die gevaarlijke chemische producten, in overeenstemming met artikel 8, eerste lid, en dat zij aan de werkgevers worden geleverd.
  2. Leveranciers van gevaarlijke chemische producten dienen er voor te zorgen dat herziene etiketten en informatiebladen over chemische producten worden opgesteld en worden geleverd aan de werkgevers, volgens een methode die overeenstemt met de nationale wetgeving en praktijk, telkens wanneer nieuwe, ter zake doende informatie over veiligheid en gezondheid beschikbaar komt.
  3. Leveranciers van chemische producten die nog niet zijn geclassificeerd in overeenstemming met artikel 6, dienen de chemische producten die zij leveren te identificeren en de eigenschappen van deze chemische producten te beoordelen op basis van een onderzoek naar de beschikbare informatie om te bepalen of het gevaarlijke chemische producten zijn.
-
DEEL IV. - VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN DE WERKGEVERS
-
Art. 10. Identificatie
  1. De werkgevers dienen er voor te zorgen dat alle chemische producten die bij het werk worden gebruikt, geëtiketteerd of gemerkt zijn zoals voorzien in artikel 7 en dat de informatiebladen over chemische producten geleverd zijn zoals voorzien in artikel 8 en beschikbaar worden gesteld aan de werknemers en hun vertegenwoordigers.
  2 Werkgevers die chemische producten ontvangen die niet geëtiketteerd of gemerkt zijn zoals voorzien in artikel 7, of waarvoor geen informatiebladen over chemische producten zoals voorzien in artikel 8 zijn geleverd, dienen zich de desbetreffende informatie te verschaffen bij de leverancier of uit andere redelijk toegankelijke bronnen en mogen deze chemische producten niet gebruiken voordat die informatie is verkregen.
  3. De werkgevers dienen er voor te zorgen dat alleen chemische producten worden gebruikt die geclassificeerd zijn in overeenstemming met artikel 9, derde lid, en die geëtiketteerd of gemerkt zijn in overeenstemming met artikel 7 en dat alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen wanneer deze worden gebruikt.
  4. Werkgevers dienen een lijst bij te houden van gevaarlijke chemische producten die op de werkplek worden gebruikt, verwijzend naar de desbetreffende informatiebladen over chemische producten.
  Deze lijst dient toegankelijk te zijn voor alle betrokken werknemers en hun vertegenwoordigers.
-
Art. 11. Het overbrengen van chemische producten
  De werkgevers dienen er voor te zorgen dat, wanneer chemische producten worden overgebracht in andere houders of installaties, de inhoud zodanig wordt aangegeven dat de werknemers worden geïnformeerd over hun identiteit, over alle gevaren die het gebruik ervan met zich mee brengt en alle voorzorgsmaatregelen die met het oog op de veiligheid in acht dienen te worden genomen.
-
Art. 12. Blootstelling
  De werkgevers dienen:
  a. er voor te zorgen dat de werknemers niet worden blootgesteld aan chemische producten boven de limieten of andere blootstellingscriteria die voor de beoordeling van en het toezicht op de arbeidsomstandigheden zijn vastgesteld door de bevoegde autoriteit of door een door de bevoegde autoriteit goedgekeurde en erkende instantie, in overeenstemming met de nationale en internationale normen;
  b. de blootstelling van de werknemers aan gevaarlijke chemische producten te evalueren;
  c. de blootstelling van de werknemers aan gevaarlijke chemische producten te bewaken en te registreren wanneer dat noodzakelijk is om de veiligheid en gezondheid van de werknemers te waarborgen of wanneer de bevoegde autoriteit dat voorschrijft;
  d. er voor te zorgen dat de geregistreerde gegevens betreffende de bewaking van het fysieke arbeidsmilieu en van de blootstelling van de werknemers die gevaarlijke producten gebruiken, worden bewaard gedurende een periode voorgeschreven door de bevoegde autoriteit en toegankelijk zijn voor de werknemers en hun vertegenwoordigers.
-
Art. 13. Bedrijfsvoering
  1. De werkgevers dienen zich een oordeel te vormen van de risico's die voortvloeien uit het gebruik van chemische producten bij het werk, en dienen de werknemers tegen die risico's te beschermen met passende middelen, met name:
  a. door de keuze van chemische producten die het risico wegnemen of zo klein mogelijk maken;
  b. door de keuze van technieken die het risico wegnemen of zo klein mogelijk maken;
  c. door het toepassen van doeltreffende technische voorzorgsmaatregelen;
  d. door werkmethoden en -praktijken die het risico wegnemen of zo klein mogelijk maken in te voeren;
  e. door het toepassen van doeltreffende maatregelen die schoon werken bevorderen;
  f. door, wanneer de hiervoor genoemde maatregelen niet voldoende zijn, zonder kosten voor de werknemer uitrusting en kleding voor persoonlijke bescherming beschikbaar te stellen en volgens de regels te onderhouden en maatregelen om er voor te zorgen dat deze worden gebruikt, toe te passen.
  2. De werkgevers dienen:
  a. de blootstelling aan gevaarlijke chemische producten te beperken zodat de veiligheid en gezondheid van de werknemers worden beschermd;
  b. eerste hulp beschikbaar te stellen;
  c. voorzieningen te treffen om het hoofd te bieden aan noodsituaties.
-
Art. 14. Afval
  Gevaarlijke chemische producten die niet langer nodig zijn en houders die zijn leeggemaakt maar resten van gevaarlijke chemische producten kunnen bevatten, dienen op zodanige wijze te worden verwerkt of afgevoerd dat de risico's voor de veiligheid en gezondheid en het milieu worden weggenomen of zoveel mogelijk beperkt, in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijk.
-
Art. 15. Informatie en scholing
  De werkgevers dienen:
  a. de werknemers te informeren over de gevaren die verbonden zijn aan de blootstelling aan chemische producten die in gebruik zijn op de werkplek;
  b. de werknemers te leren hoe de informatie te verkrijgen en te gebruiken die wordt verschaft op etiketten en informatiebladen over chemische producten;
  c. de informatiebladen over chemische producten te gebruiken, evenals informatie die specifiek is voor de werkplek, als grondslag voor het opstellen van instructies, waar nodig schriftelijk, voor de werknemers;
  d. op een permanente basis de werknemers te scholen in werkwijzen en procedures die moeten worden gevolgd voor de veiligheid bij het gebruik van chemische producten bij de arbeid.
-
Art. 16. Samenwerking
  De werkgevers dienen bij het nakomen van hun verantwoordelijkheden zo nauw mogelijk samen te werken met de werknemers of hun vertegenwoordigers met betrekking tot de veiligheid bij het gebruik van chemische producten bij de arbeid.
-
DEEL V. - PLICHTEN VAN DE WERKNEMERS
-
Art. 17. 1. De werknemers dienen zo nauw mogelijk samen te werken met hun werkgevers bij het nakomen van hun verantwoordelijkheden en alle procedures en werkwijzen met betrekking tot de veiligheid bij het gebruik van chemische producten bij de arbeid na te leven.
  2. De werknemers dienen al het redelijke te doen om de risico's voor henzelf en anderen bij het gebruik van chemische producten bij de arbeid weg te nemen of zoveel mogelijk te beperken.
-
DEEL VI. - RECHTEN VAN DE WERKNEMERS EN HUN VERTEGENWOORDIGERS
-
Art. 18. 1. De werknemers dienen het recht te hebben zich te verwijderen van gevaar dat voortkomt uit het gebruik van chemische producten wanneer zij een redelijke grond hebben om aan te nemen dat er een ernstig gevaar dreigt voor hun veiligheid of gezondheid en dienen dit onmiddellijk aan hun chef te melden.
  2. Werknemers die zich verwijderen van gevaar in overeenstemming met de bepalingen van het voorgaande lid of die gebruik maken van enig ander recht op grond van dit Verdrag, dienen te worden beschermd tegen ongerechtvaardigde gevolgen.
  3. De betrokken werknemers en hun vertegenwoordigers dienen recht te hebben op:
  a. informatie over de identiteit van chemische producten die bij de arbeid worden gebruikt, de gevaarlijke eigenschappen van die chemische producten, de te treffen voorzorgsmaatregelen, de opleiding en de scholing;
  b. de informatie die voorkomt op etiketten en merken;
  c. de informatiebladen over chemische producten;
  d. alle andere informatie die op grond van dit Verdrag beschikbaar gehouden moet worden.
  4. Wanneer de bekendmaking van de specifieke identiteit van een bestanddeel van een chemisch mengsel aan een concurrent, schade aan het bedrijf van de werkgever zou kunnen berokkenen, mag de werkgever, bij het verschaffen van de informatie voorzien in het derde lid, die identiteit beschermen op een wijze die is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit in overeenstemming met artikel 1, tweede lid, letter b.
-
DEEL VII. - VERANTWOORDELIJKHEID VAN EXPORTERENDE LANDEN
-
Art. 19. Wanneer in een exporterende Lidstaat het gebruik van een gevaarlijke chemische stof geheel of gedeeltelijk is verboden om redenen van veiligheid en gezondheid bij de arbeid, dient dit feit alsmede de desbetreffende redenen door de Lidstaat ter kennis te worden gebracht van elk land waarnaar deze exporteert.
-
Art. 20. De formele bekrachtigingen van dit Verdrag worden aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau medegedeeld en door hem geregistreerd.
-
Art. 21. 1. Dit Verdrag is slechts verbindend voor de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie die hun bekrachtiging door de Directeur-Generaal hebben doen registreren.
  2. Het treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.
  3. Vervolgens treedt dit Verdrag voor ieder Lid in werking twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.
-
Art. 22. 1. Elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na afloop van een termijn van tien jaar na de datum waarop het Verdrag voor het eerst in werking is getreden, door middel van een aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau gerichte en door deze geregistreerde verklaring. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar na de datum waarop zij is geregistreerd.
  2. Elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en niet binnen eenjaar na afloop van de termijn van tien jaar als bedoeld in het vorige lid, gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging, voorzien in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaar gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na afloop van elke termijn van tien jaar op de voorwaarden, voorzien in dit artikel.
-
Art. 23. 1. De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau stelt alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie in kennis van de registratie van alle bekrachtigingen en opzeggingen, die hem door de leden van de Organisatie zijn medegedeeld.
  2. Bij kennisgeving aan de Leden van de Organisatie van de registratie van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging, vestigt de Directeur-Generaal de aandachtvan de Leden van de Organisatie op de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.
-
Art. 24. De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling, ter registratie in overeenstemming met het bepaalde in artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen en opzeggingen die hij overeenkomstig de bepalingen van de voorgaande artikelen heeft geregistreerd.
-
Art. 25. De Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau brengt, telkens wanneer deze dit noodzakelijk acht, aan de Algemene Conferentie verslag uit over de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt of het wenselijk is de gehele of gedeeltelijke herziening ervan op de agenda van de Conferentie te plaatsen.
-
Art. 26. 1. Indien de Conferentie een nieuw verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van dit Verdrag zal, tenzij het nieuwe verdrag anders bepaalt:
  a. bekrachtiging door een Lid van het nieuwe verdrag, houdende herziening, van rechtswege onmiddellijke opzegging van dit verdrag ten gevolge hebben, niettegenstaande het bepaalde in artikel 22 hierboven, onder voorbehoud evenwel dat het nieuwe verdrag, houdende herziening, in werking is getreden.
  b. met ingang van de datum waarop het nieuwe verdrag, houdende herziening, in werking is getreden, dit Verdrag niet langer door de Leden kunnen worden bekrachtigd.
  2. Dit Verdrag blijft echter in elk geval naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden die het hebben bekrachtigd en die het nieuwe verdrag, houdende herziening, niet hebben bekrachtigd.
-
Art. 27. De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.
-
BIJLAGE.
-
Art. N. Gebonden Staten
-
Staten Instemmingsdatum Type instemming Inwerkingtreding
BRAZILIE 23/12/1996 Bekrachtiging 23/12/1997
BURKINA FASO 15/09/1997 Bekrachtiging 15/09/1998
België 14/06/2017 Bekrachtiging 14/06/2018
CHINA (VOLKSREPUBLIEK) 11/01/1995 Bekrachtiging 11/01/1996
COLOMBIA 06/09/1994 Bekrachtiging 06/09/1995
CYPRUS 02/08/2016 Bekrachtiging 02/08/2017
DOMINICAANSE REPUBLIEK 03/01/2006 Bekrachtiging 03/01/2007
DUITSLAND 23/11/2007 Bekrachtiging 23/11/2008
FINLAND 21/01/2014 Bekrachtiging 21/01/2015
ITALIE 03/07/2002 Bekrachtiging 03/07/2003
KOREA (ZUID) 11/04/2003 Bekrachtiging 11/04/2004
LIBANON 26/04/2006 Bekrachtiging 26/04/2007
LUXEMBURG 08/04/2008 Bekrachtiging 08/04/2009
MEXICO 17/09/1992 Bekrachtiging 04/11/1993
NEDERLAND 08/06/2017 Bekrachtiging 08/06/2018
NOORWEGEN 26/11/1993 Bekrachtiging 26/11/1994
POLEN 19/05/2005 Bekrachtiging 19/05/2006
SYRIE 14/06/2006 Bekrachtiging 14/06/2007
TANZANIA 15/03/1999 Bekrachtiging 15/03/2000
ZIMBABWE 27/08/1998 Bekrachtiging 27/08/1999
ZWEDEN 04/11/1992 Bekrachtiging 04/11/1993
Staten Instemmingsdatum Type instemming InwerkingtredingBRAZILIE 23/12/1996 Bekrachtiging 23/12/1997BURKINA FASO 15/09/1997 Bekrachtiging 15/09/1998België 14/06/2017 Bekrachtiging 14/06/2018CHINA (VOLKSREPUBLIEK) 11/01/1995 Bekrachtiging 11/01/1996COLOMBIA 06/09/1994 Bekrachtiging 06/09/1995CYPRUS 02/08/2016 Bekrachtiging 02/08/2017DOMINICAANSE REPUBLIEK 03/01/2006 Bekrachtiging 03/01/2007DUITSLAND 23/11/2007 Bekrachtiging 23/11/2008FINLAND 21/01/2014 Bekrachtiging 21/01/2015ITALIE 03/07/2002 Bekrachtiging 03/07/2003KOREA (ZUID) 11/04/2003 Bekrachtiging 11/04/2004LIBANON 26/04/2006 Bekrachtiging 26/04/2007LUXEMBURG 08/04/2008 Bekrachtiging 08/04/2009MEXICO 17/09/1992 Bekrachtiging 04/11/1993NEDERLAND 08/06/2017 Bekrachtiging 08/06/2018NOORWEGEN 26/11/1993 Bekrachtiging 26/11/1994POLEN 19/05/2005 Bekrachtiging 19/05/2006SYRIE 14/06/2006 Bekrachtiging 14/06/2007TANZANIA 15/03/1999 Bekrachtiging 15/03/2000ZIMBABWE 27/08/1998 Bekrachtiging 27/08/1999ZWEDEN 04/11/1992 Bekrachtiging 04/11/1993
-