Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
7 JUNI 2018. - Ministerieel besluit houdende de nadere regels voor de projectoproep voor het jaar 2018 voor de uitvoering van archeologisch syntheseonderzoek
Titre
7 JUIN 2018. - Arrêté ministériel fixant les modalités de l'appel à projets pour l'année 2018 pour l'exécution de recherches de synthèse archéologiques
Dokumentinformationen
Numac: 2018040159
Datum: 2018-06-07
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018040159
Date: 2018-06-07
Moniteur: Voir
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. De projectoproep voor het jaar 2018 heeft archeologisch syntheseonderzoek als thema voor projectsubsidieaanvragen voor de module onderzoek.
  Het archeologisch syntheseonderzoek, vermeld in eerste lid, omvat uitwerkend onderzoek en syntheseonderzoek van archeologisch erfgoed dat in Vlaanderen onderzocht is via archeologische ingrepen in de bodem, namelijk via waarderend booronderzoek, proefsleuven en proefputten, opgravingen, werfbegeleiding of toevalsvondsten in het kader van preventief archeologisch onderzoek dat is uitgevoerd in toepassing van het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, naar de principes van het Europees verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed, opgemaakt in La Valletta op 16 januari 1992.
Article 1er. L'appel à projets pour l'année 2018 a pour thème la recherche de synthèse archéologique pour le module recherche.
  La recherche de synthèse archéologique visée à l'alinéa premier, comprend la recherche d'élaboration et la recherche de synthèse de patrimoine archéologique étudié en Flandre par le biais d'interventions archéologiques dans le sol, à savoir par le biais de la prospection d'évaluation, de tranchées et de puits de sondage, de fouilles, de la supervision de site ou des trouvailles accidentelles dans le cadre de la recherche archéologique préventive réalisée en application du décret du 30 juin 1993 portant protection du patrimoine archéologique et du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, selon les principes du Traité européen relatif à la protection du patrimoine archéologique, établi à La Valette le 16 janvier 1992.
Art. 2. Voor de projectoproep voor het jaar 2018 bedraagt de projectsubsidie 90% van de totale subsidieerbare projectkosten. Per project wordt maximaal 200.000 euro toegekend.
Art. 2. Pour l'appel à projet pour l'année 2018, la subvention de projet s'élève à 90% des frais de projet totaux qui peuvent être subventionnés. Un maximum de 200.000 euros sera accordé par projet.
Art. 3. Het project heeft een duur van maximaal 450 dagen. Het project wordt opgestart binnen negentig dagen nadat de projectsubsidie is toegekend.
Art. 3. Le projet aura une durée maximale de 450 jours. Le projet démarrera dans les 90 jours après l'octroi de la subvention de projet.
Art. 4. § 1. De criteria, vermeld in artikel 10.3.8, eerste lid, van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, worden als volgt verduidelijkt:
  1° het participatieve karakter van het project en de bijdrage van het project aan de vergroting van het maatschappelijke draagvlak voor de erfgoedzorg en de uitstraling bij de beoogde doelgroep(en):
  a) het project brengt samenwerkingsverbanden tot stand tussen de verschillende geledingen van de archeologische sector, zoals universiteiten, bedrijven, lokale overheden, bovenlokale overheden en vrijwilligers zoals metaaldetectoristen;
  b) het project omvat minstens één publieksgerichte communicatieactie over de onderzoeksresultaten, waarvan het bereik en de impact bij de doelgroep in de aanvraag worden aangetoond;
  2° de maatschappelijke relevantie van het project: het project laat toe om de maatschappelijke inbedding van archeologie te verduurzamen, onder meer door:
  a) voorstellen uit te werken om de kosten-batenbalans van archeologisch onderzoek in het kader van het archeologisch traject bij vergunningsplichtige ingrepen in de bodem te verbeteren;
  b) voorstellen uit te werken voor innovatieve spill-overs naar andere sectoren;
  c) een referentiekader of -collectie te verwezenlijken dat of die bruikbaar is voor archeologisch onderzoek of de ontsluiting van archeologische resultaten;
  3° het duurzame karakter en de voorbeeldfunctie van het project:
  a) de onderzoeksresultaten laten toe vervolgprojecten uit te voeren, zoals verder doorgedreven syntheseonderzoek of verdere communicatieacties;
  b) het project beantwoordt aan de codes van wetenschappelijke integriteit die door de Vlaamse Commissie Wetenschappelijke Integriteit onderschreven zijn, namelijk de Ethische code van het wetenschappelijk onderzoek in België en de Europese gedragscode voor wetenschappelijke integriteit;
  4° de projectstructuur:
  a) het projectteam is overzichtelijk georganiseerd;
  b) de taakverdeling is effectief en efficiënt;
  5° de financiële en organisatorische haalbaarheid van het project:
  a) de vooropgestelde resultaten staan in verhouding tot de geïnvesteerde inspanningen;
  b) het project is realistisch begroot op het vlak van personeelsinzet en middelen en is realiseerbaar binnen de gestelde tijd.
  De Ethische code van het wetenschappelijk onderzoek in België en de Europese gedragscode voor wetenschappelijke integriteit, vermeld in het eerste lid, 3°, b), zijn beschikbaar op de website van het agentschap Onroerend Erfgoed.
  § 2. De criteria, vermeld in artikel 10.3.8, derde lid, van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, worden als volgt verduidelijkt:
  1° de wetenschappelijke relevantie van het project: het kaderstellende, innoverende of aanvullende karakter van het project blijkt uit de motivatie van de aanvraag of uit de onderzoeksvragen die zijn geformuleerd volgens het model van Clarke uit 1968;
  2° de verscheidenheid van de bronnen of sites: de verscheidenheid en kwaliteit van de gebruikte archeologische, geschreven, cartografische en geografische, bronnen waar nuttig en nodig;
  3° de wetenschappelijke omkadering van het project: de wetenschappelijke kwaliteiten, de kennis en ervaring van het projectteam en de wetenschappelijke begeleiding, de relevante elementen uit hun curriculum vitae en hun referenties voor hun bijdrage aan het project.
  Het model van Clarke, vermeld in het eerste lid, 1°, is beschikbaar op de website van het agentschap Onroerend Erfgoed.
Art. 4. § 1er. Les critères visés à l'article 10.3.8, alinéa premier, de l'arrêté relatif au patrimoine immobilier du 16 mai 2014, sont précisés comme suit :
  1° le caractère participatif du projet et la contribution du projet au développement du niveau de soutien social à la gestion du patrimoine ainsi que le rayonnement auprès du (des) groupe(s) cible(s) visé(s) :
  a) le projet crée des partenariats entre les différentes composantes du secteur archéologique, comme les universités, entreprises, pouvoirs locaux, pouvoirs supralocaux et bénévoles tels que les spécialistes en détection de métaux ;
  b) le projet comprend au moins une action de communication publique sur les résultats de la recherche dont la portée et l'impact auprès du groupe cible est démontrée dans la demande ;
  2° la pertinence sociale du projet : le projet pérennise l'ancrage archéologique, notamment par le biais suivant :
  a) élaborer des propositions d'amélioration du rapport coûts/avantages de la recherche archéologique dans le cadre du parcours archéologique lors d'interventions dans le sol soumises à l'obligation d'autorisation ;
  b) formuler des propositions d'effets de contagion novateurs à d'autres secteurs ;
  c) créer un cadre ou une collection de référence utilisable pour la recherche archéologique ou la révélation des résultats archéologiques ;
  3° le caractère durable et la fonction exemplaire du projet :
  a) les résultats de la recherche permettent de mettre en oeuvre des projets de suivi, comme une recherche de synthèse plus élaborée ou d'autres actions de communication ;
  b) le projet répond aux codes d'intégrité scientifique auxquels a souscrit la " Vlaamse Commissie Wetenschappelijke Integriteit " (Commission flamande pour l'intégrité scientifique), à savoir le Code européen de l'intégrité scientifique ;
  4° la structure du projet :
  a) l'équipe de projet est clairement organisée ;
  b) la répartition des tâches est efficace et efficiente ;
  5° la faisabilité financière et organisationnelle du projet :
  a) les résultats fixés sont proportionnels aux efforts consentis ;
  b) le projet fait l'objet d'une estimation réaliste en termes de mobilisation de personnel et de moyens et est réalisable dans le délai imparti.
  Le code d'éthique de la recherche scientifique en Belgique et le Code européen d'intégrité scientifique, visés à l'alinéa premier, 3°, b), sont disponibles sur le site web de l'Agence du patrimoine immobilier.
  § 2. Les critères visés à l'article 10.3.8, troisième alinéa, de l'arrêté relatif au patrimoine immobilier du 16 mai 2014, sont précisés comme suit :
  1° la pertinence scientifique du projet : le caractère normatif, innovant ou complémentaire du projet ressort de la motivation de la demande ou des questions liées à la recherche, formulées selon le modèle de Clarke de 1968 ;
  2° la diversité des sources ou sites : la diversité et la qualité des sources archéologiques, écrites, cartographiques et géographiques utilisées le cas échéant ;
  3° l'encadrement scientifique du projet : les qualités scientifiques, les connaissances et l'expérience de l'équipe de projet ainsi que l'accompagnement scientifique, les éléments pertinents de leur curriculum vitae et les références de leur contribution au projet.
  Le modèle de Clarke, visé à l'alinéa premier, 1°, est disponible sur le site web de l'Agence du patrimoine immobilier.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op 7 juni 2018.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le 7 juin 2018.