Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
30 JULI 2018. - Wet betreffende de bescherming van bedrijfsgeheimen
Titre
30 JUILLET 2018. - Loi relative à la protection des secrets d'affaires
Dokumentinformationen
Numac: 2018031595
Datum: 2018-07-30
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018031595
Date: 2018-07-30
Moniteur: Voir
Tekst (52)
Texte (52)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
  Zij voorziet in de omzetting van richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
  Elle a pour objet la transposition de la directive (UE) 2016/943 du Parlement européen et du Conseil du 8 juin 2016 sur la protection des savoir-faire et des informations commerciales non divulgués (secrets d'affaires) contre l'obtention, l'utilisation et la divulgation illicites.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aangebracht aan het Wetboek van economisch recht
CHAPITRE 2. - Modifications apportées au Code de droit économique
Afdeling 1. - Wijziging aangebracht aan Boek I van het Wetboek van economisch recht
Section 1re. - Modification apportée au Livre Ier du Code de droit économique
Art. 2. In het Wetboek van economisch recht wordt in boek I, titel 2, hoofdstuk 9, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, een artikel I.17/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. I.17/1. Voor de toepassing van boek XI, titels 8/1, 9/1 en 10, hoofdstuk 4/1, gelden de volgende definities:
  1° bedrijfsgeheim: informatie die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:
  a) ze is geheim in die zin dat zij, in haar geheel dan wel in de juiste samenstelling en ordening van haar bestanddelen, niet algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk is voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie;
  b) ze bezit handelswaarde omdat zij geheim is;
  c) ze is door de persoon die rechtmatig daarover beschikt onderworpen aan redelijke maatregelen, gezien de omstandigheden, om deze geheim te houden;
  2° houder van het bedrijfsgeheim: iedere natuurlijke of rechtspersoon die rechtmatig over een bedrijfsgeheim beschikt;
  3° inbreukmaker: iedere natuurlijke of rechtspersoon die een bedrijfsgeheim onrechtmatig heeft verkregen, gebruikt of openbaar gemaakt;
  4° inbreukmakende goederen: goederen waarvan het ontwerp, de kenmerken, de werking, het productieproces of het in de handel brengen aanzienlijk baat hebben bij bedrijfsgeheimen die onrechtmatig zijn verkregen, gebruikt of openbaar gemaakt.".
Art. 2. Dans le livre Ier, titre 2, chapitre 9, du Code de droit économique, inséré par la loi du 19 avril 2014, il est inséré un article I.17/1, rédigé comme suit:
  "Art. I.17/1. Les définitions suivantes sont applicables au livre XI, titres 8/1, 9/1 et 10, chapitre 4/1:
  1° secret d'affaires: information qui répond à toutes les conditions suivantes:
  a) elle est secrète en ce sens que, dans sa globalité ou dans la configuration et l'assemblage exacts de ses éléments, elle n'est pas généralement connue des personnes appartenant aux milieux qui s'occupent normalement du genre d'information en question, ou ne leur est pas aisément accessible;
  b) elle a une valeur commerciale parce qu'elle est secrète;
  c) elle a fait l'objet, de la part de la personne qui en a le contrôle de façon licite, de dispositions raisonnables, compte tenu des circonstances, destinées à la garder secrète;
  2° détenteur du secret d'affaires: toute personne physique ou morale qui a le contrôle d'un secret d'affaires de façon licite;
  3° contrevenant: toute personne physique ou morale qui a obtenu, utilisé ou divulgué un secret d'affaires de façon illicite;
  4° biens en infraction: des biens dont le dessin ou modèle, les caractéristiques, le fonctionnement, le procédé de production ou la commercialisation bénéficient de manière significative de secrets d'affaires obtenus, utilisés ou divulgués de façon illicite.".
Afdeling 2. - Wijzigingen aangebracht aan Boek XI van het Wetboek van economisch recht
Section 2. - Modifications apportées au Livre XI du Code de droit économique
Art. 3. In het Wetboek van economisch recht wordt het opschrift van boek XI, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, aangevuld met de woorden "en bedrijfsgeheimen".
Art. 3. Dans le Code de droit économique, l'intitulé du livre XI, inséré par la loi du 19 avril 2014, est complété par les mots "et secrets d'affaires".
Art. 4. In hetzelfde boek XI wordt een titel 8/1 ingevoegd, luidende "Titel 8/1. - Bedrijfsgeheimen".
Art. 4. Dans le même livre XI, il est inséré un titre 8/1 intitulé "Titre 8/1. - Secrets d'affaires".
Art. 5. In titel 8/1, ingevoegd bij artikel 4, wordt een artikel XI.332/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. XI.332/1. Deze titel voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan.".
Art. 5. Dans le titre 8/1, inséré par l'article 4, il est inséré un article XI.332/1, rédigé comme suit:
  "Art. XI.332/1. Ce titre a pour objet la transposition partielle de la directive (UE) 2016/943 du Parlement européen et du Conseil du 8 juin 2016 sur la protection des savoir-faire et des informations commerciales non divulgués (secrets d'affaires) contre l'obtention, l'utilisation et la divulgation illicites.".
Art. 6. In dezelfde titel 8/1 wordt een artikel XI.332/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. XI.332/2. § 1. De bepalingen betreffende bedrijfsgeheimen laten onverlet:
  1° de uitoefening van de fundamentele rechten die zijn vervat in regels van inter- en supranationaal recht en in de Grondwet, in het bijzonder het recht op vrijheid van meningsuiting en van informatie, met inbegrip van de eerbiediging van de vrijheid en het pluralisme van de media;
  2° de toepassing van regels van het recht van de Europese Unie en van nationaal recht die houders van bedrijfsgeheimen voorschrijven informatie, waaronder bedrijfsgeheimen, om redenen van algemeen belang, openbaar te maken aan het publiek of aan administratieve of rechterlijke instanties voor de uitvoering van de taken van deze instanties;
  3° de toepassing van regels van het recht van de Europese Unie en van nationaal recht die instellingen en organen van de Europese Unie of nationale overheidsinstanties voorschrijven of toestaan de door bedrijven ingediende informatie waarover deze instellingen, organen of instanties beschikken krachtens, en in overeenstemming met, in het recht van de Europese Unie of het nationale recht omschreven verplichtingen en prerogatieven, openbaar te maken;
  4° de autonomie van de sociale partners en hun recht om collectieve overeenkomsten te sluiten in overeenstemming met het recht van de Europese Unie, het nationale recht en de nationale praktijken.
  § 2. De bepalingen betreffende bedrijfsgeheimen mogen niet worden opgevat als een grond om de mobiliteit van werknemers te beperken. In het bijzonder bieden deze bepalingen, met betrekking tot de uitoefening van deze mobiliteit, geen enkele grond om:
  1° werknemers te beperken in het gebruik van informatie die geen bedrijfsgeheim als omschreven in artikel I.17/1, 1°, vormt;
  2° werknemers te beperken in het gebruik van ervaringen en vaardigheden die zij op eerlijke wijze tijdens de normale uitoefening van hun functie hebben opgedaan;
  3° andere aanvullende beperkingen op te leggen aan werknemers in hun arbeidsovereenkomsten dan die welke zijn opgelegd in overeenstemming met het recht van de Europese Unie of het nationale recht.".
Art. 6. Dans le même titre 8/1, il est inséré un article XI.332/2, rédigé comme suit:
  "Art. XI.332/2. § 1er. Les dispositions relatives aux secrets d'affaires ne portent pas atteinte à:
  1° l'exercice des droits fondamentaux consacrés par les règles de droit international et supranational et la Constitution, notamment le droit à la liberté d'expression et d'information, y compris le respect de la liberté et du pluralisme des médias;
  2° l'application de règles du droit de l'Union européenne et du droit national exigeant des détenteurs de secrets d'affaires qu'ils révèlent, pour des motifs d'intérêt public, des informations, y compris des secrets d'affaires, au public ou aux autorités administratives ou judiciaires pour l'exercice des fonctions de ces autorités;
  3° l'application de règles du droit de l'Union européenne et du droit national obligeant ou autorisant les institutions et organes de l'Union européenne ou les autorités publiques nationales à divulguer des informations communiquées par des entreprises que ces institutions, organes ou autorités détiennent en vertu des obligations et prérogatives établies par le droit de l'Union européenne ou le droit national et conformément à celles-ci;
  4° l'autonomie des partenaires sociaux et leur droit de conclure des conventions collectives, conformément au droit de l'Union européenne, au droit national et aux pratiques nationales.
  § 2. Les dispositions relatives aux secrets d'affaires ne peuvent pas être interprétées comme permettant de restreindre la mobilité des travailleurs. En particulier, en ce qui concerne l'exercice de cette mobilité, ces dispositions ne permettent aucunement:
  1° de limiter l'utilisation par les travailleurs d'informations qui ne constituent pas un secret d'affaires tel que défini à l'article I.17/1, 1° ;
  2° de limiter l'utilisation par les travailleurs de l'expérience et des compétences acquises de manière honnête dans l'exercice normal de leurs fonctions;
  3° d'imposer aux travailleurs dans leur contrat de travail des restrictions supplémentaires autres que celles imposées conformément au droit de l'Union européenne ou au droit national.".
Art. 7. In dezelfde titel 8/1 wordt een artikel XI.332/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. XI.332/3. § 1. De verkrijging van een bedrijfsgeheim wordt als rechtmatig beschouwd indien het bedrijfsgeheim wordt verkregen op een van de volgende manieren:
  1° een onafhankelijke ontdekking of onafhankelijk ontwerp;
  2° observatie, onderzoek, demontage of testen van een product of voorwerp dat ter beschikking van het publiek is gesteld of dat op een rechtmatige manier in het bezit is van de persoon die de informatie verwerft en die niet gebonden is aan een rechtsgeldige verplichting de verkrijging van het bedrijfsgeheim te beperken;
  3° uitoefening van het recht van werknemers of werknemersvertegenwoordigers op informatie en raadpleging overeenkomstig het recht van de Europese Unie, het nationale recht en de nationale praktijken;
  4° iedere andere praktijk die, gezien de omstandigheden, in overeenstemming is met de eerlijke handelspraktijken.
  § 2. Het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim wordt als rechtmatig beschouwd voor zover dit verkrijgen, gebruiken of openbaar maken door het recht van de Europese Unie of het nationale recht vereist of toegestaan is.".
Art. 7. Dans le même titre 8/1, il est inséré un article XI.332/3, rédigé comme suit:
  "Art. XI.332/3. § 1er. L'obtention d'un secret d'affaires est considérée comme licite lorsque le secret d'affaires est obtenu par l'un ou l'autre des moyens suivants:
  1° une découverte ou une création indépendante;
  2° l'observation, l'étude, le démontage ou le test d'un produit ou d'un objet qui a été mis à la disposition du public ou qui est de façon licite en possession de la personne qui obtient l'information et qui n'est pas liée par une obligation juridiquement valide de limiter l'obtention du secret d'affaires;
  3° l'exercice du droit des travailleurs ou des représentants des travailleurs à l'information et à la consultation, conformément au droit de l'Union européenne, au droit national et aux pratiques nationales;
  4° toute autre pratique qui, eu égard aux circonstances, est conforme aux usages honnêtes en matière commerciale.
  § 2. L'obtention, l'utilisation ou la divulgation d'un secret d'affaires est considérée comme licite dans la mesure où elle est requise ou autorisée par le droit de l'Union européenne ou le droit national.".
Art. 8. In dezelfde titel 8/1 wordt een artikel XI.332/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. XI.332/4. § 1. De verkrijging van een bedrijfsgeheim zonder de toestemming van de houder van het bedrijfsgeheim wordt als onrechtmatig beschouwd wanneer de verkrijging gebeurde door middel van:
  1° onbevoegde toegang tot of het zich onbevoegd toe-eigenen of kopiëren van documenten, voorwerpen, materialen, substanties of elektronische bestanden waarover de houder van het bedrijfsgeheim rechtmatig beschikt en die het bedrijfsgeheim bevatten of waaruit het bedrijfsgeheim kan worden afgeleid;
  2° andere gedragingen die, gezien de omstandigheden, worden beschouwd als strijdig met de eerlijke handelspraktijken.
  § 2. Het gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim wordt als onrechtmatig beschouwd wanneer dit, zonder de toestemming van de houder van het bedrijfsgeheim, wordt verricht door een persoon die aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
  1° hij heeft het bedrijfsgeheim op onrechtmatige manier verkregen;
  2° hij maakt een inbreuk op een geheimhoudingsovereenkomst of een andere verplichting tot het niet openbaar maken van het bedrijfsgeheim;
  3° hij maakt een inbreuk op een contractuele of andere verplichting tot beperking van het gebruik van het bedrijfsgeheim.
  § 3. Het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim wordt ook als onrechtmatig beschouwd wanneer een persoon op het moment van het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken wist of, gezien de omstandigheden, had moeten weten dat het bedrijfsgeheim direct of indirect werd verkregen van een andere persoon die het bedrijfsgeheim op een onrechtmatige manier gebruikte of openbaar maakte in de zin van paragraaf 2.
  § 4. Het produceren, aanbieden of in de handel brengen van inbreukmakende goederen, of de invoer, uitvoer of opslag van inbreukmakende goederen voor die doeleinden, wordt ook als een onrechtmatig gebruik van een bedrijfsgeheim beschouwd wanneer de persoon die dergelijke activiteiten uitvoert, wist of, gezien de omstandigheden, had moeten weten dat het bedrijfsgeheim onrechtmatig werd gebruikt in de zin van paragraaf 2.".
Art. 8. Dans le même titre 8/1, il est inséré un article XI.332/4, rédigé comme suit:
  "Art. XI.332/4. § 1er. L'obtention d'un secret d'affaires sans le consentement du détenteur du secret d'affaires est considérée comme illicite lorsqu'elle est réalisée par le biais:
  1° d'un accès non autorisé à tout document, objet, matériau, substance ou fichier électronique ou d'une appropriation ou copie non autorisée de ces éléments, que le détenteur du secret d'affaires contrôle de façon licite et qui contiennent ledit secret d'affaires ou dont ledit secret d'affaires peut être déduit;
  2° de tout autre comportement qui, eu égard aux circonstances, est considéré comme contraire aux usages honnêtes en matière commerciale.
  § 2. L'utilisation ou la divulgation d'un secret d'affaires est considérée comme illicite lorsqu'elle est réalisée, sans le consentement du détenteur du secret d'affaires, par une personne dont il est constaté qu'elle répond à l'une ou l'autre des conditions suivantes:
  1° elle a obtenu le secret d'affaires de façon illicite;
  2° elle agit en violation d'un accord de confidentialité ou de toute autre obligation de ne pas divulguer le secret d'affaires;
  3° elle agit en violation d'une obligation contractuelle ou de toute autre obligation limitant l'utilisation du secret d'affaires.
  § 3. L'obtention, l'utilisation ou la divulgation d'un secret d'affaires est aussi considérée comme illicite lorsque, au moment de l'obtention, de l'utilisation ou de la divulgation du secret d'affaires, une personne savait ou, eu égard aux circonstances, aurait dû savoir que ledit secret d'affaires avait été obtenu directement ou indirectement d'une autre personne qui l'utilisait ou le divulguait de façon illicite au sens du paragraphe 2.
  § 4. La production, l'offre ou la mise sur le marché, ou l'importation, l'exportation ou le stockage à ces fins de biens en infraction sont aussi considérés comme une utilisation illicite d'un secret d'affaires lorsque la personne qui exerce ces activités savait ou, eu égard aux circonstances, aurait dû savoir que le secret d'affaires était utilisé de façon illicite au sens du paragraphe 2.".
Art. 9. In dezelfde titel 8/1 wordt een artikel XI.332/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. XI.332/5. Een verzoek om de toepassing van de maatregelen, procedures en rechtsmiddelen inzake het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, wordt afgewezen wanneer het vermeende verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim in een van de volgende gevallen plaatsvond:
  1° het uitoefenen van het recht op vrijheid van meningsuiting en van informatie zoals neergelegd in de regels van inter- en supranationaal recht en in de Grondwet, met inbegrip van de eerbiediging van de vrijheid en het pluralisme van de media;
  2° het onthullen van wangedrag, fouten of illegale activiteiten, op voorwaarde dat de verweerder handelde met het oog op de bescherming van het algemeen openbaar belang;
  3° het openbaar maken van het bedrijfsgeheim door werknemers aan hun vertegenwoordigers in het kader van de rechtmatige uitoefening van hun vertegenwoordigende functies overeenkomstig het recht van de Europese Unie of het nationale recht, op voorwaarde dat deze openbaarmaking noodzakelijk was voor deze uitoefening;
  4° met het oog op de bescherming van een rechtmatig belang dat erkend is in het recht van de Europese Unie of het nationale recht.".
Art. 9. Dans le même titre 8/1, il est inséré un article XI.332/5, rédigé comme suit:
  "Art. XI.332/5. Une demande ayant pour objet l'application des mesures, procédures et réparations relatives à l'obtention, l'utilisation ou la divulgation illicite d'un secret d'affaires est rejetée lorsque l'obtention, l'utilisation ou la divulgation alléguée du secret d'affaires a eu lieu dans l'une ou l'autre des hypothèses suivantes:
  1° pour exercer le droit à la liberté d'expression et d'information établi dans les règles de droit international et supranational et la Constitution, y compris le respect de la liberté et du pluralisme des médias;
  2° pour révéler une faute, un acte répréhensible ou une activité illégale, à condition que le défendeur ait agi dans le but de protéger l'intérêt public général;
  3° la divulgation par des travailleurs à leurs représentants dans le cadre de l'exercice légitime par ces représentants de leur fonction conformément au droit de l'Union européenne ou au droit national, pour autant que cette divulgation ait été nécessaire à cet exercice;
  4° aux fins de la protection d'un intérêt légitime reconnu par le droit de l'Union européenne ou le droit national.".
Art. 10. In boek XI van het Wetboek van economisch recht wordt een titel 9/1 ingevoegd, luidende: "Titel 9/1. - Burgerrechtelijke aspecten van de bescherming van bedrijfsgeheimen".
Art. 10. Dans le livre XI du Code de droit économique, il est inséré un titre 9/1 intitulé "Titre 9/1. - Aspects civils de la protection des secrets d'affaires".
Art. 11. In titel 9/1, ingevoegd bij artikel 10, wordt een hoofdstuk 1 ingevoegd, luidende "Hoofdstuk 1. - Algemeenheden".
Art. 11. Dans le titre 9/1, inséré par l'article 10, il est inséré un chapitre 1er intitulé "Chapitre 1er. - Généralités".
Art. 12. In hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 11, wordt een artikel XI.336/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. XI.336/1. Deze titel voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan.".
Art. 12. Dans le chapitre 1er, inséré par l'article 11, il est inséré un article XI.336/1, rédigé comme suit:
  "Art. XI.336/1. Ce titre a pour objet la transposition partielle de la directive (UE) 2016/943 du Parlement européen et du Conseil du 8 juin 2016 sur la protection des savoir-faire et des informations commerciales non divulgués (secrets d'affaires) contre l'obtention, l'utilisation et la divulgation illicites.".
Art. 13. In titel 9/1, ingevoegd bij artikel 10, wordt een hoofdstuk 2 ingevoegd, luidende: "Hoofdstuk 2. - Staking van de onrechtmatige praktijk en andere maatregelen".
Art. 13. Dans le titre 9/1, inséré par l'article 10, il est inséré un chapitre 2 intitulé "Chapitre 2. - Cessation de la pratique illicite et autres mesures".
Art. 14. In hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 13, wordt een artikel XI.336/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. XI.336/2. De houder van het bedrijfsgeheim heeft het recht te verzoeken om de toepassing van de maatregelen, procedures en rechtsmiddelen vastgesteld door de wet ter voorkoming van, of om schadeloosstelling te verkrijgen voor, het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van zijn bedrijfsgeheim.".
Art. 14. Dans le chapitre 2, inséré par l'article 13, il est inséré un article XI.336/2, rédigé comme suit:
  "Art. XI.336/2. Le détenteur du secret d'affaires a le droit de demander l'application des mesures, procédures et réparations prévues par la loi afin d'empêcher, ou d'obtenir réparation pour l'obtention, l'utilisation ou la divulgation illicite de son secret d'affaires.".
Art. 15. In hetzelfde hoofdstuk 2 wordt een artikel XI.336/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. XI.336/3. § 1. Wanneer de rechter vaststelt dat er sprake is van onrechtmatige verkrijging, onrechtmatig gebruik of onrechtmatige openbaarmaking van een bedrijfsgeheim, kan hij, op verzoek van de houder van het bedrijfsgeheim, jegens de inbreukmaker een of meer van de volgende maatregelen bevelen:
  1° de staking van, of, indien van toepassing, het verbod op de verkrijging, het gebruik of de openbaarmaking van het bedrijfsgeheim;
  2° het verbod om inbreukmakende goederen te produceren, aan te bieden, in de handel te brengen of te gebruiken, of om inbreukmakende goederen voor deze doeleinden in te voeren, uit te voeren of op te slaan;
  3° het terugroepen van de inbreukmakende goederen van de markt;
  4° het ontdoen van de inbreukmakende goederen van hun inbreukmakende hoedanigheid;
  5° de vernietiging van de inbreukmakende goederen of, indien van toepassing, het uit de handel nemen ervan, op voorwaarde dat het uit de handel nemen geen afbreuk doet aan de bescherming van het betrokken bedrijfsgeheim;
  6° de gehele of gedeeltelijke vernietiging van de documenten, voorwerpen, materialen, substanties of elektronische bestanden die het bedrijfsgeheim bevatten of belichamen, of, indien van toepassing, de gehele of gedeeltelijke overhandiging aan de houder van het bedrijfsgeheim van die documenten, voorwerpen, materialen, substanties of elektronische bestanden.
  § 2. Wanneer de rechter beveelt de inbreukmakende goederen uit de handel te nemen, kan hij op verzoek van de houder van het bedrijfsgeheim bevelen dat deze goederen aan de houder of aan een liefdadigheidsorganisatie worden overhandigd.
  § 3. De maatregelen bedoeld in paragraaf 1, 3° tot 6°, worden uitgevoerd op kosten van de inbreukmaker, tenzij bijzondere redenen dit beletten.
  § 4. De maatregelen bedoeld in dit artikel doen geen afbreuk aan enige schadevergoeding die aan de houder van het bedrijfsgeheim verschuldigd kan zijn vanwege het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim.".
Art. 15. Dans le même chapitre 2, il est inséré un article XI.336/3, rédigé comme suit:
  "Art. XI.336/3. § 1er. Lorsque le juge constate une obtention, utilisation ou divulgation illicite d'un secret d'affaires, il peut ordonner, à la demande du détenteur du secret d'affaires, à l'encontre du contrevenant l'une ou plusieurs des mesures suivantes:
  1° la cessation ou, selon le cas, l'interdiction de l'obtention, de l'utilisation ou de la divulgation du secret d'affaires;
  2° l'interdiction de produire, d'offrir, de mettre sur le marché ou d'utiliser des produits en infraction, ou d'importer, d'exporter ou de stocker des biens en infraction à ces fins;
  3° le rappel des biens en infraction se trouvant sur le marché;
  4° la suppression du caractère infractionnel du bien en infraction;
  5° la destruction des biens en infraction ou, selon le cas, leur retrait du marché, à condition que ce retrait ne nuise pas à la protection du secret d'affaires en question;
  6° la destruction de tout ou partie de tout document, objet, matériau, substance ou fichier électronique qui contient ou matérialise le secret d'affaires ou, selon le cas, la remise au détenteur du secret d'affaires de tout ou partie de ces documents, objets, matériaux, substances ou fichiers électroniques.
  § 2. Lorsque le juge ordonne de retirer du marché des biens en infraction, il peut, à la demande du détenteur du secret d'affaires, ordonner que ces biens soient remis audit détenteur ou à des organisations caritatives.
  § 3. Les mesures visées au paragraphe 1er, 3° à 6°, sont mises en oeuvre aux frais du contrevenant, à moins que des raisons particulières ne s'y opposent.
  § 4. Les mesures visées au présent article sont sans préjudice des éventuels dommages et intérêts dus au détenteur du secret d'affaires en raison de l'obtention, de l'utilisation ou de la divulgation illicite du secret d'affaires.".
Art. 16. In hetzelfde hoofdstuk 2 wordt een artikel XI.336/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. XI.336/4. § 1. Bij het beslissen over een eis tot vaststelling van rechterlijke bevelen en corrigerende maatregelen als bedoeld in artikel XI.336/3 en bij het beoordelen van de evenredigheid ervan, houdt de rechter rekening met de specifieke omstandigheden van het geval, met inbegrip van, in voorkomend geval:
  1° de waarde of andere specifieke kenmerken van het bedrijfsgeheim;
  2° de maatregelen die zijn genomen om het bedrijfsgeheim te beschermen;
  3° de handelwijze van de inbreukmaker bij het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim;
  4° de effecten van het onrechtmatig gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim;
  5° de rechtmatige belangen van de partijen en de mogelijke gevolgen van het bevelen of afwijzen van de maatregelen voor de partijen;
  6° de rechtmatige belangen van derden;
  7° het algemeen belang; en
  8° de bescherming van grondrechten.
  Wanneer de rechter de looptijd van de in artikel XI.336/3, § 1, 1° en 2°, bedoelde maatregelen beperkt, moet deze looptijd voldoende lang zijn om de handels- en economische voordelen teniet te doen die de inbreukmaker zou hebben kunnen halen uit het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim.
  § 2. De in artikel XI.336/3, § 1, 1° en 2°, bedoelde maatregelen worden, op verzoek van de persoon jegens wie deze maatregelen kunnen worden bevolen, herroepen of hebben op een andere wijze niet langer uitwerking, indien de desbetreffende informatie niet langer voldoet aan de vereisten van artikel I.17/1, 1°, op gronden die niet direct of indirect aan deze persoon kunnen worden toegerekend.
  § 3. Op verzoek van de persoon jegens wie de in artikel XI.336/3 bedoelde maatregelen kunnen worden bevolen, kan de rechter bevelen om in plaats van de toepassing van deze maatregelen een geldelijke schadeloosstelling te betalen aan de benadeelde partij, indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
  1° op het moment van het gebruiken of openbaar maken wist de betrokkene niet of had hij gezien de omstandigheden niet hoeven weten dat het bedrijfsgeheim werd verkregen van een andere persoon die het bedrijfsgeheim op een onrechtmatige manier gebruikte of openbaar maakte;
  2° de uitvoering van de betrokken maatregelen zou die persoon onevenredige schade toebrengen; en
  3° de geldelijke schadeloosstelling aan de benadeelde partij lijkt redelijkerwijs bevredigend.
  Wanneer geldelijke schadeloosstelling wordt bevolen in plaats van de in artikel XI.336/3, § 1, onder 1° en 2°, genoemde maatregelen, mag deze niet meer bedragen dan het bedrag van de royalty's of vergoedingen die verschuldigd waren geweest indien die persoon toestemming had gevraagd om het desbetreffende bedrijfsgeheim te gebruiken, voor de periode waarin het gebruik van het bedrijfsgeheim verboden had kunnen worden.".
Art. 16. Dans le même chapitre 2, il est inséré un article XI.336/4, rédigé comme suit:
  "Art. XI.336/4. § 1er. Lorsqu'il examine une demande ayant pour objet l'adoption des injonctions et mesures correctives prévues à l'article XI.336/3 et qu'il évalue leur caractère proportionné, le juge prend en considération les circonstances particulières de l'espèce, y compris, s'il y a lieu:
  1° la valeur ou d'autres caractéristiques spécifiques du secret d'affaires;
  2° les mesures prises pour protéger le secret d'affaires;
  3° le comportement du contrevenant lors de l'obtention, de l'utilisation ou de la divulgation du secret d'affaires;
  4° l'incidence de l'utilisation ou de la divulgation illicite du secret d'affaires;
  5° les intérêts légitimes des parties et l'incidence que l'octroi ou le refus de ces mesures pourrait avoir sur les parties;
  6° les intérêts légitimes des tiers;
  7° l'intérêt public; et
  8° la sauvegarde des droits fondamentaux.
  Lorsque le juge limite la durée des mesures visées à l'article XI.336/3, § 1er, 1° et 2°, cette durée doit être suffisante pour éliminer tout avantage commercial ou économique que le contrevenant aurait pu tirer de l'obtention, de l'utilisation ou de la divulgation illicite du secret d'affaires.
  § 2. Les mesures visées à l'article XI.336/3, § 1er, 1° et 2°, sont révoquées ou cessent autrement de produire leurs effets, à la demande de la personne passible de ces mesures, si les informations en question ne répondent plus aux exigences de l'article I.17/1, 1°, pour des raisons qui ne dépendent pas directement ou indirectement de cette personne.
  § 3. A la requête de la personne passible des mesures prévues à l'article XI.336/3, le juge peut ordonner le versement d'une compensation financière à la partie lésée en lieu et place de l'application desdites mesures si l'ensemble des conditions suivantes sont remplies:
  1° la personne concernée au moment de l'utilisation ou de la divulgation du secret d'affaires ne savait pas ni, eu égard aux circonstances, n'aurait dû savoir que le secret d'affaires avait été obtenu d'une autre personne qui l'utilisait ou le divulguait de façon illicite;
  2° l'exécution des mesures en question causerait à cette personne un dommage disproportionné; et
  3° le versement d'une compensation financière à la partie lésée paraît raisonnablement satisfaisant.
  Lorsqu'une compensation financière est ordonnée en lieu et place des mesures visées à l'article XI.336/3, § 1er, 1° et 2°, cette compensation financière ne dépasse pas le montant des redevances ou droits qui auraient été dus si la personne concernée avait demandé l'autorisation d'utiliser ledit secret d'affaires pour la période pendant laquelle l'utilisation du secret d'affaires aurait pu être interdite.".
Art. 17. In titel 9/1, ingevoegd bij artikel 10, wordt een hoofdstuk 3 ingevoegd, luidende: "Hoofdstuk 3. - Vergoeding van de schade geleden door het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim".
Art. 17. Dans le titre 9/1, inséré par l'article 10, il est inséré un chapitre 3 intitulé "Chapitre 3. - Réparation du préjudice subi du fait de l'obtention, l'utilisation ou la divulgation illicite d'un secret d'affaires".
Art. 18. In hoofdstuk 3, ingevoegd bij artikel 17, wordt een artikel XI.336/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. XI.336/5. § 1. De houder van het bedrijfsgeheim heeft recht op de vergoeding van elke schade die hij door het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim lijdt.
  § 2. Wanneer de omvang van de schade op geen andere wijze kan bepaald worden, kan de rechter de schadevergoeding in redelijkheid en billijkheid vaststellen op een forfaitair bedrag.
  § 3. De rechter kan, op verzoek van de houder van het bedrijfsgeheim, bij wijze van schadevergoeding, de afgifte bevelen aan de houder van het bedrijfsgeheim van de inbreukmakende goederen, alsmede, in passende gevallen, van de materialen en werktuigen die voornamelijk bij de schepping of vervaardiging van die goederen zijn gebruikt, en die nog in het bezit van de verweerder zijn. Indien de waarde van die goederen, materialen en werktuigen de omvang van de werkelijke schade overschrijdt, bepaalt de rechter de door de houder van het bedrijfsgeheim te betalen opleg.".
Art. 18. Dans le chapitre 3, inséré par l'article 17, il est inséré un article XI.336/5, rédigé comme suit:
  "Art. XI.336/5. § 1er. Le détenteur du secret d'affaires a droit à la réparation de tout préjudice qu'il subit du fait de l'obtention, l'utilisation ou la divulgation illicite du secret d'affaires.
  § 2. Lorsque l'étendue du préjudice ne peut être déterminée d'aucune autre manière, le juge peut, de manière raisonnable et équitable, fixer un montant forfaitaire à titre de dommages et intérêts.
  § 3. A la requête du détenteur du secret d'affaires, le juge peut, à titre de dommages et intérêts, ordonner la délivrance au détenteur du secret d'affaires des biens en infraction, ainsi que, dans les cas appropriés, des matériaux et instruments ayant principalement servi à la création ou à la fabrication de ces biens, et qui sont encore en possession du défendeur. Si la valeur de ces biens, matériaux et instruments dépasse l'étendue du dommage réel, le juge fixe la soulte à payer par le détenteur du secret d'affaires.".
Art. 19. In boek XI van het Wetboek van economisch recht wordt titel 10, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, aangevuld met de woorden "en bedrijfsgeheimen".
Art. 19. Dans le livre XI du Code de droit économique, l'intitulé du titre 10, inséré par la loi du 19 avril 2014, est complété par les mots "et des secrets d'affaires".
Art. 20. In dezelfde titel 10 wordt een hoofdstuk 4/1 ingevoegd, luidende: "Hoofdstuk 4/1. - Bevoegdheid en procedurele bepalingen inzake bedrijfsgeheimen".
Art. 20. Dans le même titre 10, il est inséré un chapitre 4/1, intitulé "Chapitre 4/1. - Compétence et dispositions procédurales en matière de secrets d'affaires".
Art. 21. In hoofdstuk 4/1, ingevoegd bij artikel 20, wordt een artikel XI.342/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. XI.342/1. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de arbeidsrechtbank, neemt de rechtbank van koophandel, zelfs wanneer de partijen geen ondernemingen zijn, kennis van alle vorderingen inzake het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, ongeacht het bedrag van de vordering.
  § 2. Tot kennisneming van de vordering bedoeld in paragraaf 1 is alleen bevoegd:
  1° de rechtbank die is gevestigd waar het hof van beroep zijn zetel heeft in het rechtsgebied waarin het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim plaatsvond of, naar keuze van de eiser, de rechtbank die is gevestigd waar het hof van beroep zijn zetel heeft, in het rechtsgebied waarin de verweerder of een van de verweerders zijn woon- of verblijfplaats heeft;
  2° de rechtbank die is gevestigd waar het hof van beroep zijn zetel heeft, in het rechtsgebied waarin de eiser zijn woon- of verblijfplaats heeft, ingeval de verweerder, of een van de verweerders, in het Rijk geen woon- of verblijfplaats heeft.
  § 3. Is van rechtswege nietig elke met de bepalingen van de paragrafen 1 en 2 strijdige overeenkomst.
  De bepalingen van dit artikel staan nochtans niet in de weg dat de geschillen betreffende het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, voor de scheidsgerechten gebracht worden.".
Art. 21. Dans le chapitre 4/1, inséré par l'article 20, il est inséré un article XI.342/1, rédigé comme suit:
  "Art. XI.342/1. § 1er. Sans préjudice des compétences du tribunal du travail, le tribunal de commerce connait, même lorsque les parties ne sont pas des entreprises, de toutes les demandes relatives à l'obtention, l'utilisation ou la divulgation illicite d'un secret d'affaires, quel que soit le montant de la demande.
  § 2. Est seul compétent pour connaître de la demande visée au paragraphe 1er:
  1° le tribunal établi au siège de la cour d'appel dans le ressort de laquelle l'obtention, l'utilisation ou la divulgation illicite a eu lieu ou, au choix du demandeur, le tribunal établi au siège de la cour d'appel dans le ressort de laquelle le défendeur ou un des défendeurs a son domicile ou sa résidence;
  2° le tribunal établi au siège de la cour d'appel dans le ressort de laquelle le demandeur a son domicile ou sa résidence, lorsque le défendeur, ou un des défendeurs, n'a pas de domicile ou de résidence dans le Royaume.
  § 3. Est nulle de plein droit toute convention contraire aux dispositions des paragraphes 1er et 2.
  Les dispositions du présent article ne font toutefois pas obstacle à ce que les litiges relatifs à l'obtention, l'utilisation ou la divulgation illicite d'un secret d'affaires soient portés devant les tribunaux arbitraux.".
Art. 22. In hetzelfde hoofdstuk 4/1 wordt een artikel XI.342/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. XI.342/2. Onverminderd artikel 15 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en artikel XVII.5, verjaren vorderingen die betrekking hebben op bedrijfsgeheimen na verloop van 5 jaar.
  Deze verjaringstermijn begint te lopen vanaf de dag die volgt op de dag waarop de eiser kennis heeft van:
  1° de gedraging en het feit dat deze gedraging een onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim vormt; en
  2° de identiteit van de inbreukmaker.
  De in het eerste lid vermelde vorderingen verjaren in ieder geval door verloop van twintig jaar vanaf de dag volgend op die waarop het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken zich heeft voorgedaan.".
Art. 22. Dans le même chapitre 4/1, il est inséré un article XI.342/2, rédigé comme suit:
  "Art. XI.342/2. Sans préjudice de l'article 15 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail et de l'article XVII.5, les demandes concernant les secrets d'affaires se prescrivent par 5 ans.
  Ce délai de prescription commence à courir à partir du jour qui suit celui où le demandeur a connaissance:
  1° du comportement et du fait que ce comportement constitue une obtention, une utilisation ou une divulgation illicite d'un secret d'affaires; et
  2° de l'identité du contrevenant.
  Les demandes visées au premier alinéa se prescrivent en tout cas par vingt ans à partir du jour qui suit celui où s'est produite l'obtention, l'utilisation ou la divulgation illicite.".
Art. 23. In hetzelfde hoofdstuk 4/1 wordt een artikel XI.342/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. XI.342/3. § 1. De rechter kan in het kader van gerechtelijke procedures wegens het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, op verzoek van de eiser, bevelen dat zijn beslissing of de samenvatting die hij opstelt wordt aangeplakt tijdens de door hem bepaalde termijn, zowel buiten als binnen de inrichtingen van de inbreukmaker en dat zijn vonnis of de samenvatting ervan in kranten of op enige andere wijze wordt bekendgemaakt, dit alles op kosten van de inbreukmaker.
  De in het eerste lid bedoelde maatregelen nemen de bepalingen betreffende de vertrouwelijkheid van bedrijfsgeheimen in acht, zoals bepaald in artikel 871bis van het Gerechtelijk Wetboek.
  § 2. De rechter houdt, bij de beslissing over een bevel tot een in paragraaf 1 bedoelde maatregel en bij de beoordeling van de evenredigheid ervan, in voorkomend geval rekening met de waarde van het bedrijfsgeheim, de handelswijze van de inbreukmaker bij het verkrijgen, het gebruiken of het openbaar maken van het bedrijfsgeheim, de effecten van het onrechtmatig gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim, alsmede met de kans dat de inbreukmaker het bedrijfsgeheim op een onrechtmatige manier blijft gebruiken of openbaar maken.
  De rechter houdt tevens rekening met de vraag of de informatie over de inbreukmaker kan leiden tot het identificeren van een natuurlijk persoon en, indien dit het geval is, of de bekendmaking van deze informatie gerechtvaardigd is, met name in het licht van de mogelijke schade die een dergelijke maatregel kan veroorzaken voor de persoonlijke levenssfeer en reputatie van de inbreukmaker.".
Art. 23. Dans le même chapitre 4/1, il est inséré un article XI.342/3, rédigé comme suit:
  "Art. XI.342/3. § 1er. Dans le cadre de procédures judiciaires engagées en raison de l'obtention, l'utilisation ou la divulgation illicite d'un secret d'affaires, le juge peut, sur requête du demandeur, prescrire l'affichage de sa décision ou du résumé qu'il en rédige, pendant le délai qu'il détermine, aussi bien à l'extérieur qu'à l'intérieur des établissements du contrevenant et ordonner la publication de son jugement ou du résumé par la voie de journaux ou de toute autre manière, le tout aux frais du contrevenant.
  Les mesures visées au premier alinéa respectent les dispositions relatives au caractère confidentiel des secrets d'affaires, comme le prévoit l'article 871bis du Code judiciaire.
  § 2. Lorsqu'il décide d'ordonner ou non une mesure visée au paragraphe 1er et qu'il évalue son caractère proportionné, le juge prend en considération, le cas échéant, la valeur du secret d'affaires, le comportement du contrevenant lors de l'obtention, de l'utilisation ou de la divulgation du secret d'affaires, l'incidence de l'utilisation ou de la divulgation illicite du secret d'affaires ainsi que la probabilité que le contrevenant continue à utiliser ou divulguer de façon illicite le secret d'affaires.
  Le juge prend également en considération le fait que les informations relatives au contrevenant seraient ou non de nature à permettre l'identification d'une personne physique et, dans l'affirmative, le fait que la publication de ces informations serait ou non justifiée, notamment au regard du préjudice éventuel que cette mesure pourrait causer à la vie privée et la réputation du contrevenant.".
Afdeling 3. - Wijzigingen aangebracht aan boek XVII van het Wetboek van economisch recht
Section 3. - Modifications apportées au livre XVII du Code de droit économique
Art. 24. In boek XVII, titel 1, hoofdstuk 4, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wetten van 26 december 2013 en 19 april 2014, wordt een afdeling 3 ingevoegd, luidende: "Afdeling 3. - Vordering tot staking in geval van het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim".
Art. 24. Dans le livre XVII, titre 1er, chapitre 4, du Code de droit économique, inséré par les lois du 26 décembre 2013 et du 19 avril 2014, il est inséré une section 3 intitulée "Section 3. - Action en cessation en cas d'obtention, d'utilisation ou de divulgation illicite d'un secret d'affaires".
Art. 25. In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 24, wordt een artikel XVII.21/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. XVII.21/1. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de arbeidsrechtbank, stelt de voorzitter van de rechtbank van koophandel het bestaan vast en beveelt hij de staking van elk onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim in de zin van artikel XI.332/4, of, indien van toepassing, verbiedt hij het onrechtmatige gebruik of de onrechtmatige openbaarmaking van het bedrijfsgeheim in de zin van dat artikel.
  § 2. Tot kennisneming van de vordering bedoeld in paragraaf 1 is alleen bevoegd:
  1° de voorzitter van de rechtbank die is gevestigd waar het hof van beroep zijn zetel heeft in het rechtsgebied waarin het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim plaatsvond of, naar keuze van de eiser, de voorzitter van de rechtbank die is gevestigd waar het hof van beroep zijn zetel heeft, in het rechtsgebied waarin de verweerder of een van de verweerders zijn woon- of verblijfplaats heeft;
  2° de voorzitter van de rechtbank die is gevestigd waar het hof van beroep zijn zetel heeft, in het rechtsgebied waarin de eiser zijn woon- of verblijfplaats heeft, ingeval de verweerder, of een van de verweerders, in het Rijk geen woon- of verblijfplaats heeft.
  § 3. Elke vordering tot staking van het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, bedoeld in paragraaf 1, die ook de staking tot voorwerp heeft van een handeling bedoeld in artikel XVII.1 wordt uitsluitend voor de voorzitter van de krachtens paragrafen 1 en 2 bevoegde rechtbank gebracht.".
Art. 25. Dans la section 3, insérée par l'article 24, il est inséré un article XVII.21/1, rédigé comme suit:
  "Art. XVII.21/1. § 1er. Sans préjudice des compétences du tribunal du travail, le président du tribunal de commerce constate l'existence et ordonne la cessation de toute obtention, utilisation ou divulgation illicite d'un secret d'affaires au sens de l'article XI.332/4, ou, le cas échéant, il interdit l'utilisation ou la divulgation illicite du secret d'affaires au sens de cet article.
  § 2. Est seul compétent pour connaître de la demande visée au paragraphe 1er:
  1° le président du tribunal établi au siège de la cour d'appel dans le ressort de laquelle l'obtention, l'utilisation ou la divulgation illicite du secret d'affaires a eu lieu ou, au choix du demandeur, le président du tribunal établi au siège de la cour d'appel dans le ressort de laquelle le défendeur ou un des défendeurs a son domicile ou sa résidence;
  2° le président du tribunal établi au siège de la cour d'appel dans le ressort de laquelle le demandeur a son domicile ou sa résidence, lorsque le défendeur, ou un des défendeurs, n'a pas de domicile ou de résidence dans le Royaume.
  § 3. Toute action en cessation de l'obtention, l'utilisation ou la divulgation illicite d'un secret d'affaires, visée au paragraphe 1er, qui a également pour objet la cessation d'un acte visé à l'article XVII.1 est portée exclusivement devant le président du tribunal compétent en vertu des paragraphes 1er et 2 .".
Art. 26. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel XVII.21/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. XVII.21/2. De voorzitter kan, wanneer hij de staking beveelt, maatregelen bevelen zoals bepaald in artikel XI.336/3, § 1, 2° tot 6°, §§ 2 en 3, voor zover deze maatregelen kunnen bijdragen tot de stopzetting van het onrechtmatig gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim of van de gevolgen ervan, met uitsluiting van de maatregelen tot herstel van de schade die door deze inbreuk wordt berokkend.
  Artikel XI.336/4, §§ 1 en 2, is van overeenkomstige toepassing.".
Art. 26. Dans la même section 3, il est inséré un article XVII.21/2, rédigé comme suit:
  "Art. XVII.21/2. Lorsqu'il ordonne la cessation, le président peut ordonner les mesures prévues à l'article XI.336/3, § 1er, 2° à 6°, §§ 2 et 3, pour autant que ces mesures soient de nature à contribuer à la cessation de l'utilisation ou de la divulgation illicite du secret d'affaires ou de leurs effets, à l'exclusion des mesures de réparation du préjudice causé par cette atteinte.
  L'article XI.336/4, §§ 1er et 2, s'applique par analogie.".
Art. 27. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel XVII.21/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. XVII.21/3. De vordering wordt ingesteld en behandeld zoals in kort geding.
  Op de vordering wordt uitspraak gedaan, niettegenstaande enige vervolging die voor de strafrechter wordt ingesteld wegens dezelfde feiten.
  Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande voorziening en zonder borgstelling, tenzij de voorzitter heeft bevolen dat een borg moet worden gesteld.".
Art. 27. Dans la même section 3, il est inséré un article XVII.21/3, rédigé comme suit:
  "Art. XVII.21/3. L'action est formée et instruite selon les formes du référé.
  Il est statué sur l'action nonobstant toute poursuite exercée en raison des mêmes faits devant une juridiction pénale.
  Le jugement est exécutoire par provision, nonobstant tout recours et sans caution, sauf si le président a ordonné qu'il en serait fourni une.".
Art. 28. In dezelfde afdeling 3, wordt een artikel XVII.21/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. XVII.21/4. De vordering op grond van artikel XVII.21/1, § 1, wordt ingesteld op verzoek van de personen die een vordering inzake het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim kunnen instellen overeenkomstig artikel XI.336/2.".
Art. 28. Dans la même section 3, il est inséré un article XVII.21/4, rédigé comme suit:
  "Art. XVII.21/4. L'action fondée sur l'article XVII.21/1, § 1er, est formée à la demande des personnes habilitées à agir contre l'obtention, l'utilisation ou la divulgation illicite d'un secret d'affaires, conformément à l'article XI.336/2.".
Art. 29. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel XVII.21/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. XVII.21/5. Onverminderd de toepassing van artikel XI.342/3, mogen de maatregelen van openbaarmaking evenwel slechts worden toegestaan indien zij er kunnen toe bijdragen dat de gewraakte daad of de uitwerking ervan ophouden.
  De voorzitter stelt het bedrag vast dat de partij aan wie een publicatiemaatregel overeenkomstig het eerste lid werd toegekend en die de maatregel heeft uitgevoerd niettegenstaande tijdig een rechtsmiddel tegen het vonnis werd ingesteld, zal verschuldigd zijn aan de partij in wiens nadeel de publicatiemaatregel werd uitgesproken, indien deze als gevolg van dat rechtsmiddel ongedaan wordt gemaakt.".
Art. 29. Dans la même section 3, il est inséré un article XVII.21/5, rédigé comme suit:
  "Art. XVII.21/5. Sans préjudice de l'application de l'article XI.342/3, les mesures de publicité ne peuvent toutefois être autorisées que si elles sont de nature à contribuer à la cessation de l'acte incriminé ou de ses effets.
  Le président fixe le montant que la partie à qui une mesure de publicité a été accordée conformément au premier alinéa et qui a exécuté la mesure malgré un recours introduit à temps contre le jugement, devra payer à la partie au détriment de laquelle la mesure de publicité a été prononcée, si celle-ci est annulée suite à ce recours.".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aangebracht aan het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 3. - Modifications apportées au Code judiciaire
Art. 30. Artikel 574 van het Gerechtelijk Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt aangevuld met een bepaling onder 22°, luidende:
  "22° van vorderingen betreffende het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van bedrijfsgeheimen, onverminderd de bevoegdheden van de arbeidsrechtbank.".
Art. 30. L'article 574 du Code judiciaire, modifié en dernier lieu par la loi du 15 avril 2018, est complété par un 22°, rédigé comme suit:
  "22° des demandes relatives à l'obtention, l'utilisation ou la divulgation illicite des secrets d'affaires, sans préjudice des compétences du tribunal du travail.".
Art. 31. In artikel 578, 1°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "het fabrieksgeheim" vervangen door de woorden "een bedrijfsgeheim".
Art. 31. Dans l'article 578, 1°, du même Code, les mots "des secrets de fabrication" sont remplacés par les mots "d'un secret d'affaires".
Art. 32. Artikel 584, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 21 mei 2015 wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende:
  "6° bevelen, in geval van het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim als bedoeld in artikel XI.332/4 van het Wetboek van economisch recht, en op verzoek van de houder van het bedrijfsgeheim, om ten bewarende titel beslag te leggen op de inbreukmakende goederen, met inbegrip van ingevoerde goederen, of om ze af te geven, om te vermijden dat ze in de handel worden gebracht of zich in het handelsverkeer bevinden.".
Art. 32. L'article 584, alinéa 5, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 21 mai 2015, est complété par un 6°, rédigé comme suit:
  "6° ordonner, dans le cas d'une obtention, utilisation ou divulgation illicite d'un secret d'affaires visé à l'article XI.332/4 du Code de droit économique, et à la demande du détenteur du secret d'affaires, la saisie à titre conservatoire des biens en infraction, y compris de produits importés, ou la remise de ces biens, de façon à empêcher leur entrée ou leur circulation sur le marché.".
Art. 33. Artikel 589 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, wordt aangevuld met een bepaling onder 20°, luidende:
  "20° in artikel XVII.21/1 van het Wetboek van economisch recht, onverminderd de bevoegdheden van de arbeidsrechtbank.".
Art. 33. L'article 589 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 26 octobre 2015, est complété par un 20°, rédigé comme suit:
  "20° à l'article XVII.21/1 du Code de droit économique, sans préjudice des compétences du tribunal du travail.".
Art. 34. In deel 3, titel III, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 30 maart 2018, wordt een artikel 633quinquies/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 633quinquies/1. § 1. Enkel de rechtbanken van koophandel die gevestigd zijn in de zetel van een hof van beroep zijn bevoegd om kennis te nemen van de in artikel 574, 22°, bedoelde vorderingen inzake het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim.
  § 2. Enkel de voorzitters van de rechtbanken van koophandel die gevestigd zijn in de zetel van een hof van beroep zijn bevoegd om kennis te nemen van vorderingen inzake het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim bedoeld in artikel 574, 22°, ingesteld op grond van artikel 584.
  § 3. Enkel de voorzitters van de rechtbanken van koophandel die gevestigd zijn in de zetel van een hof van beroep zijn bevoegd om kennis te nemen van een vordering als bedoeld in artikel 589, 20°, die het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim beoogt te staken of te verbieden.".
Art. 34. Dans la troisième partie, titre III du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 30 mars 2018, il est inséré un article 633quinquies/1, rédigé comme suit:
  "Art. 633quinquies/1. § 1er. Sont seuls compétents pour connaître des demandes relatives à l'obtention, l'utilisation ou la divulgation illicite d'un secret d'affaires visées à l'article 574, 22°, les tribunaux de commerce établis au siège d'une cour d'appel.
  § 2. Sont seuls compétents pour connaître des demandes relatives à l'obtention, l'utilisation ou la divulgation illicite des secrets d'affaires visées à l'article 574, 22°, introduites sur base de l'article 584, les présidents des tribunaux de commerce établis au siège d'une cour d'appel.
  § 3. Sont seuls compétents pour connaître d'une action visée à l'article 589, 20°, tendant à la cessation ou l'interdiction de l'obtention, de l'utilisation ou de la divulgation illicite d'un secret d'affaires, les présidents des tribunaux de commerce établis au siège d'une cour d'appel.".
Art. 35. In deel 4, boek II, titel III, hoofdstuk VIII, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 871bis ingevoegd, luidende:
  "Art. 871bis. § 1. De partijen, hun advocaten of andere vertegenwoordigers, magistraten en gerechtelijk personeel, getuigen, deskundigen en alle andere personen die door hun deelname aan een gerechtelijke procedure, of door hun toegang tot de documenten die deel uitmaken van deze procedure, kennis hebben gekregen van een bedrijfsgeheim of een vermeend bedrijfsgeheim in de zin van artikel I.17/1, 1°, van het Wetboek van economisch recht, dat de rechter, op een met redenen omkleed verzoek van een belanghebbende partij of op eigen initiatief, als vertrouwelijk heeft aangemerkt, mogen dit bedrijfsgeheim of vermeende bedrijfsgeheim niet gebruiken of openbaar maken.
  De in het eerste lid genoemde verplichting tot het bewaren van de vertrouwelijkheid blijft van kracht na beëindiging van de gerechtelijke procedure. Deze verplichting houdt evenwel op te bestaan in elk van de volgende situaties:
  1° wanneer bij beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan, is vastgesteld dat het vermeende bedrijfsgeheim niet voldoet aan de in artikel I.17/1, 1°, van het Wetboek van economisch recht bepaalde voorwaarden; of
  2° wanneer na verloop van tijd de desbetreffende informatie algemeen bekend wordt bij of gemakkelijk toegankelijk wordt voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie.
  § 2. De rechter kan bovendien, op een met redenen omkleed verzoek van een belanghebbende partij of op eigen initiatief, de volgende specifieke maatregelen nemen om de vertrouwelijkheid te bewaren van een bedrijfsgeheim of een vermeend bedrijfsgeheim dat tijdens een gerechtelijke procedure wordt gebruikt of genoemd:
  1° de toegang tot de documenten die bedrijfsgeheimen of vermeende bedrijfsgeheimen bevatten die de partijen of derden hebben ingediend, volledig of gedeeltelijk beperken tot de personen of categorieën van personen die hij uitdrukkelijk aanwijst;
  2° de toegang tot hoorzittingen waarin die bedrijfsgeheimen of vermeende bedrijfsgeheimen openbaar kunnen worden gemaakt, en tot de verslagen of afschriften van deze hoorzittingen, beperken tot de personen of categorieën van personen die hij uitdrukkelijk aanwijst;
  3° een niet-vertrouwelijke versie van rechterlijke uitspraken ter beschikking stellen aan anderen dan degenen die tot de uitdrukkelijk aangewezen personen of categorieën van personen bedoeld onder de bepalingen 1° en 2° behoren, waarin de delen die de bedrijfsgeheimen bevatten, zijn geschrapt of bewerkt.
  De in het eerste lid, 1° en 2°, bedoelde uitdrukkelijk aangewezen personen of personen die behoren tot uitdrukkelijk aangewezen categorieën van personen mogen niet talrijker zijn dan nodig is om ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan het recht voor de partijen bij de gerechtelijke procedure op een doeltreffende voorziening in rechte en op een eerlijk proces, en onder die personen bevindt zich ten minste één natuurlijk persoon van elke partij alsmede de respectieve advocaten of andere vertegenwoordigers van deze partijen bij de gerechtelijke procedure.
  § 3. Bij zijn beslissing over de in paragraaf 2 bedoelde maatregelen beoordeelt de rechter de evenredigheid ervan. Hij neemt hierbij in het bijzonder het waarborgen van het recht op een doeltreffende voorziening en op een eerlijk proces in acht, alsmede de rechtmatige belangen van de partijen en, indien van toepassing, van derden, alsook de mogelijke schade voor een van de partijen en, indien van toepassing, voor derden, als gevolg van het bevelen of afwijzen van dergelijke maatregelen.
  § 4. De persoon die de in paragraaf 1 bedoelde verplichting of de overeenkomstig paragraaf 2 genomen maatregel niet naleeft, kan worden veroordeeld tot een geldboete van 500 tot 25 000 euro, onverminderd de schadevergoeding die gevorderd zou worden.
  In dat geval wordt in dezelfde beslissing daarover uitspraak gedaan voor zover schadevergoeding wordt gevorderd en toegekend wegens niet-naleving van de in paragraaf 1 bedoelde verplichting of de overeenkomstig paragraaf 2 bedoelde maatregel. Indien dit niet het geval is, worden de partijen verzocht toelichting te geven overeenkomstig artikel 775.
  De Koning duidt het bestuursorgaan aan dat instaat voor de inning van de boete met aanwending van alle middelen van recht. De Koning kan het minimum- en maximumbedrag van de boete om de vijf jaar aanpassen aan de kosten van het levensonderhoud.
  § 5. Het verwerken van persoonsgegevens krachtens dit artikel vindt plaats in overeenstemming met de regelgeving betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens.".
Art. 35. Dans la quatrième partie, livre II, titre III, chapitre VIII, section 1re, du même Code, il est inséré un article 871bis, rédigé comme suit:
  "Art. 871bis. § 1er. Les parties, leurs avocats ou autres représentants, les magistrats et le personnel judiciaire, les témoins, les experts et toute autre personne qui ont eu, en raison de leur participation à une procédure judiciaire, ou de leur accès à des documents faisant partie d'une telle procédure judiciaire, connaissance d'un secret d'affaires ou d'un secret d'affaires allégué au sens de l'article I.17/1, 1°, du Code de droit économique, que le juge a, en réponse à la demande dûment motivée d'une partie intéressée ou d'office, qualifié de confidentiel, ne sont pas autorisés à utiliser ou divulguer ce secret d'affaires ou secret d'affaires allégué.
  L'obligation de confidentialité visée au premier alinéa perdure après la fin de la procédure judiciaire. Toutefois, elle cesse d'exister dans chacune des circonstances suivantes:
  1° lorsqu'il est constaté, dans une décision qui est coulée en force de chose jugée, que le secret d'affaires allégué ne remplit pas les conditions prévues à l'article I.17/1, 1°, du Code de droit économique; ou
  2° lorsque les informations en cause sont devenues, au fil du temps, généralement connues des personnes appartenant aux milieux qui s'occupent normalement de ce genre d'informations, ou sont devenues aisément accessibles à ces personnes.
  § 2. Le juge peut en outre, à la demande dûment motivée d'une partie intéressée ou d'office, prendre les mesures particulières suivantes pour protéger le caractère confidentiel de tout secret d'affaires ou secret d'affaires allégué utilisé ou mentionné au cours d'une procédure judiciaire:
  1° restreindre aux personnes ou catégories de personnes qu'il désigne expressément l'accès à tout ou partie des documents contenant des secrets d'affaires ou des secrets d'affaires allégués produits par les parties ou par des tiers;
  2° restreindre aux personnes ou catégories de personnes qu'il désigne expressément l'accès aux audiences, lorsque des secrets d'affaires ou des secrets d'affaires allégués sont susceptibles d'y être divulgués, ainsi qu'aux procès-verbaux ou notes d'audience;
  3° mettre à la disposition de toute personne autre que celles faisant partie des personnes ou catégories de personnes visées aux 1° et 2°, une version non confidentielle de toute décision judiciaire dans laquelle les passages contenant des secrets d'affaires ont été supprimés ou biffés.
  Le nombre de personnes expressément désignées ou appartenant aux catégories de personnes expressément désignées visées à l'alinéa 1er, 1° et 2°, ne peut pas être supérieur à ce qui est nécessaire pour garantir aux parties à la procédure judiciaire le respect de leur droit à un recours effectif et à accéder à un tribunal impartial et il comprend, au moins, une personne physique pour chaque partie et l'avocat de chaque partie ou d'autres représentants de ces parties à la procédure judiciaire.
  § 3. Lorsqu'il se prononce sur les mesures visées au paragraphe 2, le juge évalue leur caractère proportionné. A cet effet, le juge prend en considération la nécessité de garantir le droit à un recours effectif et à accéder à un tribunal impartial, les intérêts légitimes des parties et, le cas échéant, des tiers, ainsi que tout dommage que l'octroi ou le refus de ces mesures pourrait causer à l'une ou l'autre des parties et, le cas échéant, à des tiers.
  § 4. La personne qui ne respecte pas l'obligation prévue au paragraphe 1er ou la mesure prise en vertu du paragraphe 2 peut être condamnée à une amende de 500 à 25 000 euros, sans préjudice des dommages et intérêts qui seraient réclamés.
  En ce cas, il y sera statué par la même décision dans la mesure où il est fait droit à une demande de dommages et intérêts pour non-respect de l'obligation prévue au paragraphe 1er ou de la mesure prise en vertu du paragraphe 2. Si tel n'est pas le cas, les parties seront invitées à s'expliquer conformément à l'article 775.
  Le Roi désigne l'organe administratif chargé du recouvrement de l'amende poursuivi par toutes voies de droit. Tous les cinq ans, le Roi peut adapter les sommes minimales et maximales de l'amende au coût de la vie.
  § 5. Tout traitement de données à caractère personnel en vertu de cet article est effectué conformément à la réglementation relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel.".
Art. 36. In deel 4, boek IV, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 25 december 2017, wordt het opschrift van de titel van Hoofdstuk XIXbis aangevuld met de woorden "en bedrijfsgeheimen".
Art. 36. Dans la quatrième partie, livre IV, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 25 décembre 2017, l'intitulé du chapitre XIXbis, inséré par la loi du 10 mai 2007, est complété par les mots "et de secrets d'affaires".
Art. 37. In deel 4, Boek IV, hoofdstuk XIXbis, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 mei 2007 en gewijzigd bij de wet van 8 juni 2017 en bij artikel 36, wordt een afdeling 3 ingevoegd, luidende: "Afdeling 3. Voorlopige maatregelen toepasselijk op bedrijfsgeheimen".
Art. 37. Dans la quatrième partie, livre IV, chapitre XIXbis, du même Code, inséré par la loi du 10 mai 2007 et modifié par la loi du 8 juin 2017 et par l'article 36, il est inséré une section 3, intitulée "Section 3. Des mesures provisoires appliquées aux secrets d'affaires".
Art. 38. In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 37, wordt een artikel 1369quater ingevoegd, luidende:
  "Art. 1369quater. De voorzitter van de rechtbank van koophandel die bij voorraad uitspraak doet in het geval van het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van bedrijfsgeheimen als bedoeld in artikel XI.332/4 van het Wetboek van economisch recht, houdt bij zijn beslissing over het inwilligen of verwerpen van de vordering, en bij het beoordelen van de evenredigheid ervan, rekening met de specifieke omstandigheden van het geval, met inbegrip van, in voorkomend geval:
  1° de waarde en andere specifieke kenmerken van het bedrijfsgeheim;
  2° de maatregelen die zijn genomen om het bedrijfsgeheim te beschermen;
  3° de handelswijze van de verweerder bij het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim;
  4° de effecten van het onrechtmatig gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim;
  5° de rechtmatige belangen van de partijen en de mogelijke effecten van het bevelen of afwijzen van de maatregelen voor de partijen;
  6° de rechtmatige belangen van derden;
  7° het algemeen belang;
  8° de bescherming van grondrechten.".
Art. 38. Dans la section 3, insérée par l'article 37, il est inséré un article 1369quater, rédigé comme suit:
  "Art. 1369quater. Le président du tribunal de commerce qui statue au provisoire dans le cas d'une obtention, utilisation ou divulgation illicite de secrets d'affaires visé à l'article XI.332/4 du Code de droit économique, prend en considération, lorsqu'il décide s'il est fait droit à la demande ou si celle-ci est rejetée, et qu'il évalue son caractère proportionné, les circonstances particulières de l'espèce, y compris, s'il y a lieu:
  1° la valeur ou d'autres caractéristiques spécifiques du secret d'affaires;
  2° les mesures prises pour protéger le secret d'affaires;
  3° le comportement du défendeur lors de l'obtention, de l'utilisation ou de la divulgation du secret d'affaires;
  4° l'incidence de l'utilisation ou de la divulgation illicite du secret d'affaires;
  5° les intérêts légitimes des parties et l'incidence que l'octroi ou le refus de ces mesures pourrait avoir sur les parties;
  6° les intérêts légitimes des tiers;
  7° l'intérêt public;
  8° la sauvegarde des droits fondamentaux.".
Art. 39. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 1369quinquies ingevoegd, luidende:
  "Art. 1369quinquies. Wanneer een persoon, die voor de rechtbank kan optreden om het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim als bedoeld in artikel XI.332/4 van het Wetboek van economisch recht te doen staken, het artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek toepast, worden de voorlopige maatregelen op verzoek van de verweerder herroepen of houden ze op gevolg te hebben, indien:
  1° de eiser niet binnen een redelijke termijn een procedure instelt die leidt tot een beslissing ten gronde bij een bevoegde rechterlijke instantie; deze termijn wordt bepaald door de rechterlijke instantie die de maatregelen gelast of, bij gebreke daarvan, binnen een termijn van ten hoogste twintig werkdagen of eenendertig kalenderdagen, naar gelang van welke van beide termijnen de langste is vanaf de betekening van de beschikking;
  2° de betreffende informatie niet langer voldoet aan de eisen om als bedrijfsgeheim gekwalificeerd te worden, bedoeld in artikel I.17/1, 1°, van het Wetboek van economisch recht, op gronden die niet aan de verweerder kunnen worden toegerekend.".
Art. 39. Dans la même section 3, il est inséré un article 1369quinquies, rédigé comme suit:
  "Art. 1369quinquies. Dans le cas où il est fait application de l'article 584 du Code judiciaire par une personne pouvant agir en justice pour faire cesser l'obtention, l'utilisation ou la divulgation illicite d'un secret d'affaires visée à l'article XI.332/4 du Code de droit économique, les mesures provisoires seront révoquées ou cesseront de produire leurs effets, à la demande du défendeur, si:
  1° le demandeur n'engage pas, dans un délai raisonnable, de procédure conduisant à une décision au fond devant une juridiction compétente; ce délai sera déterminé par l'autorité judiciaire ordonnant les mesures ou, en l'absence d'une telle détermination, dans un délai ne dépassant pas vingt jours ouvrables ou trente et un jours calendrier, selon le délai le plus long à compter de la signification de l'ordonnance;
  2° les informations en question ne répondent plus aux exigences, visées à l'article I.17/1, 1°, du Code de droit économique, pour être qualifiées comme secret d'affaires pour des raisons qui ne dépendent pas du défendeur.".
Art. 40. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 1369sexies ingevoegd, luidende:
  "Art. 1369sexies. § 1. Als alternatief voor de voorlopige maatregelen, kan de rechtbank aan de voortzetting van het vermeende onrechtmatige gebruik van een bedrijfsgeheim de voorwaarde verbinden dat een zekerheid wordt gesteld voor de schadeloosstelling van de houder van het bedrijfsgeheim. De rechtbank kan niet bevelen dat het bedrijfsgeheim openbaar gemaakt wordt in ruil voor het stellen van zekerheden.
  § 2. De rechtbank kan aan de voorlopige maatregelen de voorwaarde verbinden dat de eiser een passende zekerheid of een gelijkwaardige garantie stelt voor de eventuele schadeloosstelling van alle door de verweerder en, indien van toepassing, door andere personen voor wie de maatregelen gevolgen hebben, geleden schade, zoals bepaald in artikel 1369septies.".
Art. 40. Dans la même section 3, il est inséré un article 1369sexies, rédigé comme suit:
  "Art. 1369sexies. § 1er. Le tribunal peut, en lieu et place des mesures provisoires, subordonner la poursuite de l'utilisation illicite alléguée d'un secret d'affaires à la constitution d'une garantie destinée à assurer l'indemnisation du détenteur du secret d'affaires. Le tribunal ne peut pas ordonner la divulgation du secret d'affaires en échange de la constitution de garanties.
  § 2. Le tribunal peut subordonner les mesures provisoires à la constitution par le demandeur d'un cautionnement convenable ou d'une garantie équivalente adéquate destiné à assurer l'indemnisation éventuelle de tout préjudice subi par le défendeur et, le cas échéant, par toute autre personne touchée par les mesures, conformément à l'article 1369septies.".
Art. 41. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 1369septies ingevoegd, luidende:
  "Art. 1369septies. Indien de voorlopige maatregelen worden herroepen op grond van artikel 1369quinquies, 1°, of wanneer zij vervallen wegens enig handelen of nalaten van de eiser, of indien later wordt vastgesteld dat er geen sprake is van onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim of dreiging van dergelijk gedrag, kan de rechtbank, op verzoek van de verweerder of een benadeelde derde, de eiser gelasten de verweerder of de benadeelde derde op passende wijze schadeloos te stellen voor de door deze maatregelen toegebrachte schade.".
Art. 41. Dans la même section 3, il est inséré un article 1369septies, rédigé comme suit:
  "Art. 1369septies. Dans les cas où les mesures provisoires sont révoquées sur base de l'article 1369quinquies, 1°, ou cessent d'être applicables en raison de toute action ou omission du demandeur, ou dans les cas où il est constaté ultérieurement qu'il n'y a pas eu obtention, utilisation ou divulgation illicite du secret d'affaires ou menace d'un tel comportement, le tribunal peut ordonner au demandeur, sur demande du défendeur ou d'un tiers lésé, de verser un dédommagement approprié au défendeur ou au tiers lésé en réparation de tout dommage causé par ces mesures.".
Art. 42. In artikel 1385bis van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 31 januari 1980, worden de woorden "of als de bepalingen betreffende de vertrouwelijkheid van bedrijfsgeheimen, bedoeld in artikel 871bis, niet worden nageleefd" ingevoegd tussen de woorden "voor het geval dat aan de hoofdveroordeling niet wordt voldaan" en de woorden ", onverminderd het recht op schadevergoeding".
Art. 42. Dans l'article 1385bis du Code judiciaire, modifié par la loi du 31 janvier 1980, les mots "ou si les dispositions relatives au caractère confidentiel des secrets d'affaires au sens de l'article 871bis ne sont pas respectées" sont insérés entre les mots "pour le cas où il ne serait pas satisfait à la condamnation principale" et les mots ", au paiement d'une somme d'argent".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen aangebracht aan de wet van 3 juli 1978
CHAPITRE 4. - Modifications apportées à la loi du 3 juillet 1978
Art. 43. In artikel 17 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt:
  "3° zowel gedurende de overeenkomst als na het beëindigen daarvan, zich ervan te onthouden:
  a) een bedrijfsgeheim in de zin van artikel I.17/1, 1°, van het Wetboek van economisch recht, waarvan hij in de uitoefening van zijn beroepsarbeid kennis kan krijgen, op onrechtmatige wijze te verkrijgen, te gebruiken of openbaar te maken in de zin van artikel XI.332/4 van hetzelfde Wetboek, alsook geheimen in verband met persoonlijke of vertrouwelijke aangelegenheden, waarvan hij in de uitoefening van zijn beroepsarbeid kennis kan hebben, bekend te maken;
  b) daden van oneerlijke concurrentie te verrichten of daaraan mede te werken;".
Art. 43. Dans l'article 17 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, le 3° est remplacé par ce qui suit:
  "3° de s'abstenir, tant au cours du contrat qu'après la cessation de celui-ci:
  a) d'obtenir, d'utiliser ou de divulguer de manière illicite, au sens de l'article XI.332/4 du Code de droit économique, un secret d'affaires au sens de l'article I.17/1, 1°, du même Code, dont il peut avoir connaissance dans l'exercice de son activité professionnelle, ainsi que de divulguer le secret de toute affaire à caractère personnel ou confidentiel dont il aurait eu connaissance dans l'exercice de son activité professionnelle;
  b) de se livrer ou de coopérer à tout acte de concurrence déloyale;".
HOOFDSTUK 5. - Overgangsbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions transitoires
Art. 44. De bepalingen van deze wet zijn onmiddellijk van toepassing bij de inwerkingtreding ervan, met behoud evenwel van de rechten die bij de inwerkingtreding ervan zijn verworven.
  De gerechtelijke procedures die voor de inwerkingtreding van deze wet zijn ingesteld, worden afgehandeld volgens de bepalingen die ten tijde van het instellen van de procedure van toepassing waren.
Art. 44. Les dispositions de la présente loi s'appliquent immédiatement à partir de son entrée en vigueur, avec maintien toutefois des droits acquis au moment de son entrée en vigueur.
  Les procédures judiciaires entamées avant l'entrée en vigueur de la présente loi sont poursuivies conformément aux dispositions applicables au moment du début de la procédure.