Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
7 DECEMBER 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de nadere regels voor het verkrijgen van een zorgtoeslag(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-12-2018 en tekstbijwerking tot 09-12-2025)
Titre
7 DECEMBRE 2018. - Arrêté du Gouvernement flamand concernant les modalités d'obtention d'une allocation de soins(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 21-12-2018 et mise à jour au 09-12-2025)
Dokumentinformationen
Numac: 2018015480
Datum: 2018-12-07
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018015480
Date: 2018-12-07
Moniteur: Voir
Tekst (93)
Texte (93)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  [3 1° agentschap Opgroeien: het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Opgroeien, vermeld in artikel 1, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Opgroeien;]3
  [3 1° /1]3 besluit van 21 februari 2014: het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp;
  2°[2 ...]2
  [4 2° /1 evaluatieteam: het team dat belast is met de beoordeling van de gevolgen van de aandoening, vermeld in artikel 16, § 1, eerste lid van het Groeipakketdecreet van 2018. Het is samengesteld uit een evaluerend arts, en een of meer verpleegkundigen en, als de aard van de aandoening van het kind dat vereist, andere zorgprofessionals uit de gereglementeerde beroepen in de gezondheidszorg met een expertise die relevant is voor de opdracht. Voormelde verpleegkundigen en zorgprofessionals zijn in dienst van het agentschap Opgroeien regie;]4
  3° [2 evaluerend arts]2: [3 een arts in dienst van het agentschap Opgroeien of het agentschap Opgroeien regie of]3 een arts erkend door [1 het agentschap Opgroeien regie]1 om de gevolgen van een aandoening waaruit een specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit vast te stellen;
  4° koninklijk besluit van 28 maart 2003: het koninklijk besluit van 28 maart 2003 tot uitvoering van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van artikel 88 van de programmawet (I) van 24 december 2002;
  5° MDT-arts: een arts die binnen een multidisciplinair team werkt en die de gevolgen van een aandoening waaruit een specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit vaststelt;
  6° minister: de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen;
  7° multidisciplinair team: een erkend multidisciplinair team als vermeld in artikel 1, 12°, van het besluit van 21 februari 2014.
  
Article 1er. Dans le présent arrêté, il faut entendre par :
  [3 1° agence Grandir : l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique Grandir, figurant à l'article 1er, 1° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008 portant création de l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique Grandir ;]3
  [3 1°/1 ]3arrêté du 21 février2014 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ;
  2°[2 ...]2;
  [4 2° /1 équipe d'évaluation : l'équipe chargée d'évaluer les conséquences de l'affection, visée à l'article 16, § 1er, alinéa 1er, du Décret relatif au Panier de croissance de 2018. Elle est composée d'un médecin évaluateur, d'un ou plusieurs infirmiers et, si la nature de l'affection de l'enfant l'exige, d'autres professionnels de santé issus des professions de santé réglementées et possédant une expertise pertinente pour la mission. Les infirmiers et les professionnels de soins susmentionnés sont employés par l'agence Grandir régie ;]4
  3° médecin évaluateur : [3 un médecin employé par l'agence Grandir ou l'agence Grandir régie ou un]3 médecin agréé [1 l'agence Grandir régie]1 pour constater les conséquences d'une affection dont résulte un besoin de soutien spécifique ;
  4° arrêté royal du 28 mars 2003 : l'arrêté royal du 28 mars 2003 portant exécution des articles 47, 56septies et 63 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés et de l'article 88 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002 ;
  5° médecin de l'EMD : médecin qui travaille au sein d'une équipe multidisciplinaire et qui constate les conséquences d'une affection dont résulte un besoin de soutien spécifique ;
  6° Ministre : le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions ;
  7° équipe multidisciplinaire : une équipe multidisciplinaire agréée telle que visée à l'article 1er, 12°, de l'arrêté du 21 février 2014.
  
HOOFDSTUK 2. - Wezentoeslag
CHAPITRE 2. - Allocation d'orphelin
Art. 2. De afstamming op basis waarvan een wezentoeslag als vermeld in artikel 14 van [1 het Groeipakketdecreet van 2018]1 kan worden vastgesteld, wordt op een van de volgende wijzen bewezen:
  1° op basis van gegevens uit het Rijksregister;
  2° met een geboorteakte;
  3° door een gerechtelijke erkenning van het kind na het overlijden van de betrokken ouder.
  
Art. 2. La filiation, sur la base de laquelle une allocation d'orphelin telle que visée à l'article 14 du [1 décret relatif au Panier de croissance de 2018 ]1 peut être fixée, est établie de l'une des manières suivantes :
  1° sur la base des données du Registre national ;
  2° au moyen d'un acte de naissance ;
  3° par une reconnaissance judiciaire de l'enfant postérieure au décès du parent concerné.
  
Art. 3. Het overlijden van een ouder vermeld in artikel 14 en 15 van [1 het Groeipakketdecreet van 2018]1, wordt op een van de volgende wijzen bewezen:
  1° op basis van gegevens uit het Rijksregister;
  2° aan de hand van een overlijdensakte;
  3° door een vonnis van verklaring van overlijden, als vermeld in artikel 126 van het Burgerlijk Wetboek.
  Het vermoeden van afwezigheid van minstens een van de ouders, vermeld in artikel 14 en 15 van [1 het Groeipakketdecreet van 2018]1, wordt bewezen met het vonnis tot vaststelling van het vermoeden van afwezigheid, vermeld in artikel 112 van het Burgerlijk Wetboek.
  
Art. 3. Le décès d'un parent visé aux articles 14 et 15 du [1 décret relatif au Panier de croissance de 2018 ]1 est établi de l'une des manières suivantes :
  1° sur la base des données du Registre national ;
  2° au moyen d'un acte de décès ;
  3° par un jugement déclaratif de décès tel que visé à l'article 126 du Code civil.
  La présomption d'absence d'au moins un des parents, visée aux articles 14 et 15 [1 décret relatif au Panier de croissance de 2018 ]1, est établie par le jugement constatant la présomption d'absence, visé à l'article 112 du Code civil.
  
Art. 4. Het recht op wezentoeslag op grond van een vonnis tot vaststelling van het vermoeden van afwezigheid als vermeld in artikel 15, § 1, eerste lid, 2° en § 2, eerste lid, 4° van [1 het Groeipakketdecreet van 2018]1, ontstaat op de datum waarop de afwezigheid wordt vastgesteld in het vonnis, of, bij gebrek daaraan, op de datum van het vonnis zelf.
  
Art. 4. Le droit à l'allocation d'orphelin sur la base d'un jugement constatant la présomption d'absence tel que visé à l'article 15, § 1er, alinéa 1er, 2°, et § 2, alinéa 1er, 4°, [1 décret relatif au Panier de croissance de 2018 ]1, s'ouvre à la date à laquelle l'absence est constatée dans le jugement ou, à défaut, à la date du jugement même.
  
Art. 5. Het recht op wezentoeslag eindigt:
  1° bij de terugkeer van de vermoedelijk afwezige ouder, vermeld in artikel 112 van het Burgerlijk Wetboek, de afwezig verklaarde ouder, vermeld in artikel 118 van het Burgerlijk Wetboek of de gerechtelijke overleden verklaarde ouder, vermeld in artikel 126 van het Burgerlijk Wetboek.
  Voor de terugkeer van de afwezige ouder of overleden verklaarde ouder wordt rekening gehouden met de datum van inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van die ouder tenzij de datum van terugkeer die in het proces-verbaal van de gezinsinspecteur is vermeld daarvan afwijkt;
  2° op de datum van het vonnis waarin een einde wordt gemaakt aan het mandaat van gerechtelijke bewindvoerder conform artikel 117 van het Burgerlijk Wetboek.
Art. 5. Le droit à l'allocation d'orphelin prend fin :
  1° en cas de réapparition du parent présumé absent, visé à l'article 112 du Code civil, du parent déclaré absent, visé à l'article 118 du Code civil, ou du parent judiciairement déclaré décédé, visé à l'article 126 du Code civil.
  Il est tenu compte, pour la réapparition du parent absent ou du parent déclaré décédé, de la date d'inscription dudit parent dans les registres de l'état-civil, à moins que la date de réapparition mentionnée dans le procès-verbal de l'inspecteur familial ne soit différente ;
  2° à la date du jugement dans lequel il est mis fin au mandat d'administrateur judiciaire conformément à l'article 117 du Code civil.
HOOFDSTUK 3. - Zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte
CHAPITRE 3. - Allocation de soins pour les enfants ayant un besoin de soutien spécifique
Afdeling 1. - Gevolgen van de aandoening waaruit een specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit
Section 1ère. - Conséquences de l'affection dont résulte un besoin de soutien spécifique
Art. 6. § 1. De gevolgen van de aandoening waaruit de specifieke ondersteuningsbehoefte, vermeld in artikel 16, § 1, eerste lid van [1 het Groeipakketdecreet van 2018]1, voortvloeit, bestaan uit de volgende pijlers:
  1° pijler 1 behelst de gevolgen van de aandoening op het vlak van de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van het kind;
  2° pijler 2 behelst de gevolgen van de aandoening op het vlak van de activiteit en de participatie van het kind;
  3° pijler 3 behelst de gevolgen van de aandoening voor de familiale omgeving van het kind.
  De gevolgen vermeld in het eerste lid worden vastgesteld aan de hand van de medisch-sociale schaal die opgenomen is in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
  § 2. In pijler 1 worden, naargelang het percentage lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van het kind, vastgesteld conform artikel 7, op de volgende wijze punten toegekend :
  1° 0 % tot 24 % : 0 punten;
  2° 25 % tot 49 % : 1 punt;
  3° 50 % tot 65 % : 2 punten;
  4° 66 % tot 79 % : 4 punten;
  5° 80 % tot 100 % : 6 punten.
  § 3. Pijler 2 bestaat uit de volgende functionele categorieën, die onderverdeeld zijn in subcategorieën en waaraan punten worden toegekend volgens graduele criteria:
  1° leren, opleiding en sociale integratie;
  2° communicatie;
  3° mobiliteit en verplaatsing;
  4° zelfverzorging.
  Om het totaal van de punten in pijler 2 te bepalen, wordt het hoogste aantal punten dat toegekend is binnen elk van de vier functionele categorieën, vermeld in het eerste lid, samengeteld. Voor deze pijler bedraagt het maximumaantal punten 12.
  § 4. Pijler 3 bestaat uit de volgende categorieën, die onderverdeeld zijn in subcategorieën en waaraan punten worden toegekend volgens graduele criteria:
  1° opvolging van de behandeling thuis;
  2° verplaatsing voor medisch toezicht en behandeling;
  3° aanpassing van het leefmilieu en leefwijze.
  Om het totaal van de punten in pijler 3 te bepalen, wordt het hoogste aantal punten dat toegekend is binnen elk van de drie categorieën, vermeld in het eerste lid, samengeteld en wordt het aldus berekende aantal punten vermenigvuldigd met twee. Voor deze pijler bedraagt het maximumaantal punten, na vermenigvuldiging met twee, 18.
  § 5. Het eindresultaat van de vaststelling van de gevolgen van de aandoening wordt verkregen door het totale aantal punten van pijler 1 tot en met 3 op te tellen. Het bedraagt maximaal 36 punten.
  § 6. Voor de toepassing van artikel 16, § 1, eerste lid, van [1 het Groeipakketdecreet van 2018]1, worden de gevolgen van de aandoening waaruit de specifieke ondersteuningsbehoefte van het kind voortvloeit, in aanmerking genomen als het kind als eindresultaat, als vermeld in paragraaf 5, minimaal 6 punten behaalt of als het kind in pijler 1, als vermeld in paragraaf 2, minimaal 4 punten behaalt.
  
Art. 6. § 1er. Les conséquences de l'affection dont résulte le besoin de soutien spécifique, visées à l'article 16, § 1er, alinéa 1er, [1 décret relatif au Panier de croissance de 2018 ]1, se composent des piliers suivants :
  1° le pilier 1 a trait aux conséquences de l'affection sur le plan de l'incapacité physique ou mentale de l'enfant ;
  2° le pilier 2 a trait aux conséquences de l'affection sur le plan de l'activité et la participation de l'enfant ;
  3° le pilier 3 a trait aux conséquences de l'affection pour l'entourage familial de l'enfant.
  Les conséquences visées à l'alinéa 1er sont constatées à l'aide de l'échelle médicosociale reprise à l'annexe 1ère jointe au présent arrêté.
  § 2. Pour le pilier 1, des points sont attribués de la manière suivante en fonction du pourcentage d'incapacité physique ou mentale de l'enfant, constatée conformément à l'article 7 :
  1° 0 % à 24 % : 0 point ;
  2° 25 % à 49 % : 1 point ;
  3° 50 % à 65 % : 2 points ;
  4° 66 % à 79 % : 4 points ;
  5° 80 % à 100 % : 6 points.
  § 3. Le pilier 2 comprend les catégories fonctionnelles suivantes qui sont subdivisées en sous-catégories et dont les points sont attribués en fonction de critères gradués :
  1° apprentissage, éducation et intégration sociale ;
  2° communication ;
  3° mobilité et déplacement ;
  4° soins corporels.
  Pour déterminer le total des points du pilier 2, le nombre de points le plus élevé, attribué dans chacune des quatre catégories fonctionnelles visées à l'alinéa 1er, est totalisé. Pour le pilier précité, le nombre maximum de points s'élève à 12.
  § 4. Le pilier 3 comprend les catégories suivantes qui sont subdivisées en sous-catégories et dont les points sont attribués en fonction de critères gradués :
  1° traitement dispensé à domicile ;
  2° déplacement pour surveillance médicale et traitement ;
  3° adaptation du milieu de vie et des habitudes de vie.
  Pour déterminer le total des points du pilier 3, le nombre de points le plus élevé, attribué dans chacune des trois catégories visées à l'alinéa 1er, est totalisé et le nombre de points ainsi obtenu est multiplié par deux. Pour le pilier précité, le nombre maximum de points, après multiplication par deux, s'élève à 18.
  § 5. Le résultat final de la constatation des conséquences de l'affection s'obtient en additionnant le nombre total de points des piliers 1 à 3. Il s'élève à 36 points maximum.
  § 6. Pour l'application de l'article 16, § 1er, alinéa 1er, [1 décret relatif au Panier de croissance de 2018 ]1, les conséquences de l'affection dont résulte le besoin de soutien spécifique de l'enfant sont prises en considération lorsque l'enfant obtient comme résultat final, tel que visé au paragraphe 5, 6 points au minimum ou lorsque l'enfant obtient pour le pilier 1, tel que visé au paragraphe 2, 4 points au minimum.
  
Art. 7. § 1. In dit artikel wordt verstaan onder:
  1° lijst: de lijst van pediatrische aandoeningen, opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd;
  2° schaal: de Officiële Belgische Schaal ter Bepaling van de Graad van Invaliditeit, goedgekeurd bij het Regentbesluit van 12 februari 1946, met uitzondering van het voorwoord.
  § 2. De lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van het kind, vermeld in artikel 6, § 1, eerste lid, 1°, wordt vastgesteld aan de hand van:
  1° de lijst;
  2° de schaal.
  De lijst bevat een limitatieve opsomming van aandoeningen. De minister kan deze opsomming aanvullen.
  De schaal wordt aangewend voor alle aandoeningen of functies die niet in de lijst zijn opgenomen, alsook voor die aandoeningen van de lijst die verwijzen naar een artikel van de schaal.
  Bij de evaluatie heeft de lijst voorrang op het gebruik van de schaal. Dit betekent dat de criteria en de ongeschiktheidspercentages die sommige nummers van de lijst vermelden, imperatief worden opgevolgd.
  § 2. Voor de toepassing van de lijst en de schaal gelden de volgende regels:
  1° in geval van meervoudige ongeschiktheid wordt het totale ongeschiktheidspercentage berekend op de volgende wijze: als geen enkele van de gedeeltelijke aandoeningen een totale ongeschiktheid met zich meebrengt, wordt het ongeschiktheidspercentage volledig toegekend voor de zwaarste aandoening en wordt het voor elk van de bijkomende aandoeningen proportioneel berekend volgens de overblijvende geschiktheid. De verschillende aandoeningen worden daarvoor gerangschikt in dalende orde van het werkelijk ongeschiktheidspercentage. Die berekeningswijze wordt alleen toegepast als de gedeeltelijke aandoening verschillende ledematen of functies aantast;
  2° een rationele ramingswijze wordt toegepast als één lichaamsdeel of functie aangetast is door verschillende ongeschiktheden en als de berekening vermeld in punt 1°, tot een hoger percentage leidt dan het totale verlies van het lichaamsdeel of de functie in kwestie: het ongeschiktheidspercentage kan nooit hoger zijn dan het percentage dat voor het totale verlies van het desbetreffende lidmaat of de desbetreffende functie is vastgesteld;
  3° de lijst en de schaal zijn bindend of indicatief naargelang ze een vast percentage aanduiden dan wel ruimte laten bij de evaluatie. Ze blijven in dat laatste geval echter bindend voor de minimale en maximale percentages.
Art. 7. § 1er. Dans le présent article, il faut entendre par :
  1° liste : la liste des affections pédiatriques reprise à l'annexe 2 jointe au présent arrêté ;
  2° barème : le Barème officiel belge des invalidités approuvé par l'Arrêté du Régent du 12 février 1946, à l'exception de la préface.
  § 2. L'incapacité physique ou mentale de l'enfant, visée à l'article 6, § 1er, alinéa 1er, est établie sur la base :
  1° de la liste ;
  2° du barème.
  La liste contient une énumération limitative d'affections. Le ministre peut la compléter.
  Le barème est utilisé pour toutes les affections ou fonctions qui ne figurent pas dans la liste, ainsi que pour les affections de la liste qui font référence à un article du barème.
  Lors de l'évaluation, la liste doit être utilisée en priorité par rapport au barème. Cela signifie que les critères et pourcentages d'incapacité mentionnant certains numéros de la liste doivent être appliqués impérativement.
  § 2. L'application de la liste et du barème est subordonnée aux règles suivantes :
  1° en cas d'incapacités multiples, le pourcentage global d'incapacité est calculé de la manière suivante : si aucune des affections partielles n'entraîne une incapacité totale, le pourcentage d'incapacité est attribué entièrement pour l'affection la plus grave et, pour chacune des affections supplémentaires, il est calculé proportionnellement à la validité restante. A cet effet, les diverses affections seront classées dans l'ordre décroissant de leur pourcentage réel d'incapacité. Ce mode de calcul n'est appliqué que lorsque l'affection partielle touche différents membres ou fonctions ;
  2° un mode d'évaluation rationnelle est utilisé dans le cas où un seul membre ou fonction est atteint par des lésions multiples et lorsque le calcul visé au point 1° conduit à un pourcentage plus élevé que la perte totale du membre ou de la fonction en question : le pourcentage d'incapacité ne peut jamais dépasser le pourcentage fixé pour la perte totale du membre ou de la fonction en question ;
  3° la liste et le barème sont contraignants ou indicatifs suivant qu'ils indiquent un pourcentage fixe ou qu'ils laissent une marge dans l'évaluation. Toutefois, dans ce dernier cas, ils restent contraignants pour les pourcentages minimaux et les pourcentages maximaux.
Art. 8. Voor het kind bij wie de gevolgen van de aandoening waaruit de specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit, in aanmerking kunnen worden genomen conform artikel 6, § 6, wordt het basisbedrag, vermeld in artikel 13 van [2 het Groeipakketdecreet van 2018]2, verhoogd met een van de bedragen, vermeld in artikel 16, § 1, tweede lid van [2 het Groeipakketdecreet van 2018]2, onder de volgende voorwaarden:
  1° het kind voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 16, § 1, van het decreet van 27 april 2018;
  2° de specifieke ondersteuningsbehoefte, vermeld in artikel 16, § 1 van het decreet van 27 april 2018, is begonnen toen het kind nog rechtgevend was op gezinsbijslagen als vermeld in artikel 8, § 2, van het decreet van 27 april 2018;
  3° het kind oefent geen winstgevende activiteit uit met uitzondering van de winstgevende activiteit die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 tot vaststelling van de diverse hoedanigheden van het rechtgevende kind en betreffende de vrijstellingen van de toekenningsvoorwaarden voor de gezinsbijslagen en de startbedragen geboorte en adoptie en de universele participatietoeslagen.
  4° het kind ontvangt geen sociale uitkering [1 of een inkomensvervangende tegemoetkoming of integratietegemoetkoming als vermeld in artikel 14, § 2, tweede lid,]1 van het voormelde besluit.
  [2 Als het kind, vermeld in het eerste lid, voldoet aan de toekenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 8, § 2, eerste lid, 1°, van het Groeipakketdecreet van 2018, hoeft het niet te voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°.]2
  
Art. 8. Pour l'enfant chez lequel les conséquences de l'affection dont résulte le besoin de soutien spécifique peuvent être prises en considération conformément à l'article 6, § 6, le montant de base visé à l'article 13 du décret du 27 avril 2018 est majoré de l'un des montants visés à l'article 16, § 1er, alinéa 2, [2 décret relatif au Panier de croissance de 2018]2, aux conditions suivantes :
  1° l'enfant remplit les conditions visées à l'article 16, § 1er, du décret du 27 avril 2018 ;
  2° le besoin de soutien spécifique visé à l'article 16, § 1er, du décret du 27 avril 2018 est apparu alors que l'enfant était encore bénéficiaire d'allocations familiales telles que visées à l'article 8, § 2, du décret du 27 avril 2018 ;
  3° l'enfant n'exerce pas d'activité lucrative à l'exception de l'activité lucrative qui satisfait aux conditions visées à l'article 14 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 octobre 2018 établissant les diverses qualités de l'enfant bénéficiaire et concernant les dispenses des conditions d'octroi pour les allocations familiales, les montants initiaux naissance et adoption et les allocations de participation universelles ;
  4° l'enfant ne reçoit pas de prestation sociale [1 ou une allocation de remplacement de revenus ou une allocation d'intégration telles que visées à l'article 14, § 2, alinéa 2,]1 de l'arrêté précité.
  [2 Si l'enfant visé à l'alinéa 1er répond à la condition d'octroi visée à l'article 8, § 2, alinéa 1er, 1°, du décret relatif au Panier de croissance de 2018, il ne doit pas répondre aux conditions visées à l'alinéa 1er, 3° et 4°.]2
  
Art. 9. De zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte, wordt overeenkomstig artikel 16, § 1, tweede lid, van [1 "het Groeipakketdecreet van 2018]1, door de uitbetalingsactor toegekend naargelang de ernst van de specifieke ondersteuningsbehoefte.
  Als het kind 4 punten behaalt in pijler 1 als vermeld in artikel 6, § 2, 4°, en geen 6 punten als eindresultaat als vermeld in artikel 6, § 5, behaalt, wordt het bedrag van 80,75 euro toegekend.
  Als het kind 4 of 6 punten behaalt in pijler 1 als vermeld in artikel 6, § 2, 4° of 5°, en minimaal 6 punten en maximaal 11 punten als eindresultaat als vermeld in artikel 6, § 5, wordt het bedrag van 414,28 euro toegekend.
  Als het kind minder dan 4 punten behaalt in pijler 1 als vermeld in artikel 6, § 2, 1°, 2° of 3°, en minimaal 6 punten en maximaal 8 punten als eindresultaat als vermeld in artikel 6, § 5, wordt het bedrag van 107,55 euro toegekend. Het bedrag bedraagt 250,97 euro als het kind als eindresultaat als vermeld in artikel 6, § 5, minimaal 9 punten en maximaal 11 punten behaalt.
  Als het kind als eindresultaat als vermeld in artikel 6, § 5, minimaal 12 punten behaalt, worden de volgende bedragen toegekend:
  1° 414,28 euro als het kind minimaal 12 punten en maximaal 14 punten behaalt;
  2° 471,07 euro als het kind minimaal 15 punten en maximaal 17 punten behaalt;
  3° 504,71 euro als het kind minimaal 18 punten en maximaal 20 punten behaalt;
  4° 538,36 euro als het kind meer dan 20 punten behaalt.
  
Art. 9. Conformément à l'article 16, § 1er, alinéa 2, [1 décret relatif au Panier de croissance de 2018 ]1, l'allocation de soins pour les enfants ayant un besoin de soutien spécifique est octroyée par l'acteur de paiement selon la gravité du besoin de soutien spécifique.
  Lorsque l'enfant obtient 4 points pour le pilier 1 tel que visé à l'article 6, § 2, 4°, et n'obtient pas 6 points comme résultat final tel que visé à l'article 6, § 5, le montant de 80,75 euros est octroyé.
  Lorsque l'enfant obtient 4 ou 6 points pour le pilier 1 tel que visé à l'article 6, § 2, 4° ou 5°, et obtient 6 points au minimum et 11 points au maximum comme résultat final tel que visé à l'article 6, § 5, le montant de 414,28 euros est octroyé.
  Lorsque l'enfant obtient moins de 4 points pour le pilier 1 tel que visé à l'article 6, § 2, 1°, 2° ou 3°, et obtient 6 points au minimum et 8 points au maximum comme résultat final tel que visé à l'article 6, § 5, le montant de 107,55 euros est octroyé. Le montant s'élève à 250,97 euros lorsque l'enfant obtient 9 points au minimum et 11 points au maximum comme résultat final tel que visé à l'article 6, § 5.
  Lorsque l'enfant obtient 12 points au minimum comme résultat final tel que visé à l'article 6, § 5, les montants suivants sont octroyés :
  1° 414,28 euros lorsque l'enfant obtient 12 points au minimum et 14 points au maximum ;
  2° 471,07 euros lorsque l'enfant obtient 15 points au minimum et 17 points au maximum ;
  3° 504,71 euros lorsque l'enfant obtient 18 points au minimum et 20 points au maximum ;
  4° 538,36 euros lorsque l'enfant obtient plus de 20 points.
  
Afdeling 2. - Vaststelling van de gevolgen van de aandoening waaruit een specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit
Section 2. - Constatation des conséquences de l'affection dont résulte un besoin de soutien spécifique
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Sous-section 1ère. - Dispositions générales
Art. 10. De gevolgen van de aandoening waaruit een specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit, worden vastgesteld [4 door een evaluatieteam]4]]3.
  [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 is belast met het toezicht [4 op het evaluatieteam]4 voor wat de door hen toegekende punten, vermeld in artikel 6, betreft.
  [4 Het evaluatieteam leeft]4 de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt na bij de uitvoering van de onderzoeken om het aantal verkregen punten vast te stellen.
  [2 ...]2
  
Art. 10. Les conséquences de l'affection dont résulte un besoin de soutien spécifique sont constatées [4 par une équipe d'évaluation ]4-3.
  [1 L'agence Grandir régie]1 est chargé du contrôle [4 de l'équipe d'évaluation "]4 en ce qui concerne les points visés à l'article 6, attribués par eux.
  [4 L'équipe d'évaluation respecte]4 la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient lors des examens pratiqués afin de déterminer le nombre de points acquis.
  [2 ...]2
  
Onderafdeling 2. [1 [2 door een evaluatieteam]2]1
Sous-section 2. [1 par une équipe d'évaluation ]1
Art. 11. De aanvragen om de gevolgen van de aandoening waaruit een specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit, te laten vaststellen [3 door een evaluatieteam]3]2 worden [4 ingediend bij het agentschap Opgroeien regie]4 door [2 de begunstigden]2. [4 ...]4]1.
  
Art. 11. Les demandes visant à faire constater [3 par une équipe d'évaluation ]3 les conséquences de l'affection dont résulte un besoin de soutien spécifique sont introduites [4 auprès de l'agence Grandir régie]4]2. [4 ...]4]1.
  
Art. 12. [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 bezorgt onmiddellijk na de ontvangst van de aanvraag, vermeld in artikel 11, een inlichtingenformulier aan [2 de begunstigden]2.
  [2 De begunstigden]2 bezorgen het ingevulde inlichtingenformulier aan [1 het agentschap Opgroeien regie]1. Ze kunnen medische of sociale verslagen bij het inlichtingenformulier voegen. [2 ...]2
  
Art. 12. Dès réception de la demande visée à l'article 11, [1 l'agence Grandir régie]1 transmet un formulaire de renseignements [2 aux bénéficiaires]2.
  [2 Les bénéficiaires ]2 transmet(tent) le formulaire de renseignements complété à [1 l'agence Grandir régie]1. [2 Ils peuvent ]2 y joindre des rapports médicaux ou sociaux.[2 ...]2
  
Art. 13. [1 § 1. Het agentschap Opgroeien regie verzamelt de nodige medische informatie of sociale en andere verslagen om de gevolgen vast te stellen van de aandoening waaruit de specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit.
   Als de begunstigden de informatie en gegevens die het agentschap Opgroeien regie aan hen vraagt, niet bezorgen binnen vijfenveertig dagen nadat het agentschap Opgroeien regie het inlichtingenformulier heeft verzonden, stuurt het agentschap Opgroeien regie een herinnering. Als de begunstigden niet reageren op de voormelde herinnering binnen vijfenzeventig dagen nadat het agentschap Opgroeien regie de herinnering heeft verzonden, sluit het agentschap Opgroeien regie het dossier af. Het agentschap Opgroeien regie deelt de begunstigden en de uitbetalingsactor mee dat het dossier zonder gevolg is afgesloten.
   § 2. [2 Het evaluatieteam]2 verricht de vaststelling, vermeld in artikel 10, op grond van de bezorgde informatie.
   § 3. [2 ...]2
   § 4. Als [2 het evaluatieteam]2 niet over voldoende elementen beschikt om een vaststelling vermeld in artikel 10, te kunnen doen, [2 deelt het team dat mee]2 aan het agentschap Opgroeien regie. Op basis van de voormelde mededeling deelt de uitbetalingsactor aan de begunstigden de beslissing mee dat ze geen recht hebben op de zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte.]1

  
Art. 13. [1 § 1er. L'agence Grandir régie rassemble les informations médicales ou les rapports sociaux et autres pour constater les conséquences de l'affection dont résulte le besoin de soutien spécifique.
   Si les bénéficiaires ne transmettent pas les informations et données demandées par l'agence Grandir régie dans les quarante-cinq jours de l'envoi du formulaire de renseignements par l'agence Grandir régie, celle-ci envoie un rappel. Si les bénéficiaires ne donnent pas suite au rappel précité dans les septante-cinq jours de l'envoi du rappel par l'agence Grandir régie, celle-ci clôture le dossier. L'agence Grandir régie informe les bénéficiaires et l'acteur de paiement que le dossier est clôturé sans suite.
   § 2. [2 L'équipe d'évaluation ]2 procède à la constatation visée à l'article 10, sur la base des informations fournies.
   § 3.[2 ...]2
   § 4. Si [2 l'équipe d'évaluation]2ne dispose pas d'éléments suffisants pour pouvoir procéder à une constatation telle que visée à l'article 10, [2 elle en informe]2 l'agence Grandir régie. Sur la base de la notification précité, l'acteur de paiement communique aux bénéficiaires la décision selon laquelle ils n'ont pas droit à l'allocation de soins pour des enfants ayant un besoin de soutien spécifique.]1

  
Art. 14. [2 Het agentschap Opgroeien regie wijst via een digitale toepassing waarin het agentschap Opgroeien regie voorziet, [3 aan het evaluatieteam]3 een opdracht toe om de gevolgen van de aandoening waaruit de specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit, vast te stellen. [3 Het evaluatieteam]3 deelt het resultaat van de vaststelling, vermeld in artikel 6, § 5, mee aan het agentschap Opgroeien regie. Het agentschap Opgroeien regie bezorgt dat resultaat aan de uitbetalingsactor.]2.
  Op basis van de vaststelling van de gevolgen van de aandoening waaruit de specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit, vermeld in het eerste lid, beslist de uitbetalingsactor of er recht is op de zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte, vermeld in artikel 16, § 1, van [2 het Groeipakketdecreet van 2018 ]2. Hij begroot die toeslag conform artikel 9. De uitbetalingsactor deelt de beslissing tot toekenning of weigering van de zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte, alsook de periode en het bedrag van de toeslag mee [2 aan de begunstigden]2.
  
Art. 14. [2 L'agence Grandir régie confie [3 à l'équipe d'évaluation]3, via une application numérique qu'elle fournit, la mission de constater les conséquences de l'affection dont résulte le besoin de soutien spécifique. [3 L'équipe d'évaluation ]3 transmet le résultat de la constatation visé à l'article 6, § 5, à l'agence Grandir régie. L'agence Grandir régie transmet ce résultat à l'acteur de paiement]2.
  Sur la base de la constatation des conséquences de l'affection dont résulte le besoin de soutien spécifique visée à l'alinéa 1er, l'acteur de paiement décide s'il existe un droit à l'allocation de soins pour des enfants ayant un besoin de soutien spécifique visée à l'article 16, § 1er, du [2 décret relatif au Panier de croissance de 2018]2 Il taxe ladite allocation conformément à l'article 9. L'acteur de paiement communique [2 aux bénéficiaires ]2 la décision d'octroi ou de refus de l'allocation de soins pour des enfants ayant un besoin de soutien spécifique ainsi que la période et le montant de l'allocation.
  
Art. 16. Het feit dat een rechtgevend kind door weigering van behandeling aanleiding zou kunnen geven tot de toekenning van een, eventueel hogere, zorgtoeslag voor een kind met een specifieke ondersteuningsbehoefte, wordt vastgesteld [3 door het evaluatieteam]3. [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 bezorgt die vaststelling aan de uitbetalingsactor. Op basis van die vaststelling weigert de uitbetalingsactor de zorgtoeslag voor die kinderen.
  
Art. 16. Le fait qu'un enfant bénéficiaire puisse donner lieu, à la suite d'un refus de traitement, à l'octroi d'une allocation de soins éventuellement plus élevée pour un enfant ayant un besoin de soutien spécifique est constaté [2 par l'équipe d'évaluation]2. [1 L'agence Grandir régie]1 transmet ladite constatation à l'acteur de paiement. Sur la base de cette constatation, l'acteur de paiement refuse l'allocation de soins pour les enfants en question.
  
Onderafdeling 3. [1 Advies door een multidisciplinair team ]1
Sous-section 3. [1 Avis d'une équipe multidisciplinaire ]1
Art. 17. [1 Een multidisciplinair team kan over de gevolgen van de aandoening waaruit de specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit, vermeld in artikel 16, § 1, eerste lid, van het Groeipakketdecreet van 2018, advies verlenen aan het agentschap Opgroeien regie.
   Het multidisciplinair team bezorgt het advies, vermeld in het eerste lid, aan het agentschap Opgroeien regie. Het multidisciplinair team bezorgt ook alle relevante informatie over de gevolgen van de aandoening waaruit de specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit van het kind aan het agentschap Opgroeien regie.
   Op basis van het advies en de aangeleverde informatie van het multidisciplinair team stelt het evaluatieteam van het agentschap Opgroeien regie de gevolgen van de aandoening waaruit een specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit vast conform artikel 6, 7, 13, § 2, en § 4, artikel 14 en 16.
   De datum waarop het advies wordt bezorgd aan het agentschap Opgroeien regie, geldt als de datum waarop een rechtsvordering, in de zin van artikel 95, eerste lid, van het Groeipakketdecreet van 2018, moet worden ingesteld ]1
.
  
Art. 17. [1 Une équipe multidisciplinaire peut rendre un avis à l'agence Grandir régie concernant les conséquences de l'affection dont résulte le besoin de soutien spécifique, visé à l'article 16, § 1er, alinéa 1er, du Décret relatif au Panier de croissance de 2018.
   L'équipe multidisciplinaire transmet l'avis visé à l'alinéa 1er à l'agence Grandir régie. L'équipe multidisciplinaire transmet également toutes les informations pertinentes au sujet des conséquences de l'affection dont résulte le besoin de soutien spécifique de l'enfant à l'agence Grandir régie.
   Sur la base de l'avis et des informations fournies par l'équipe multidisciplinaire, l'équipe d'évaluation de l'agence Grandir régie constate les conséquences de l'affection dont résulte un besoin de soutien spécifique conformément aux articles 6, 7, 13, § 2 et § 4, 14 et 16.
   La date à laquelle l'avis est rendu à l'agence Grandir régie est considérée comme la date à laquelle une action en justice, au sens de l'article 95, alinéa 1er, du Décret relatif au Panier de croissance de 2018, doit être intentée ]1
.
  
Onderafdeling 4. - Duur en herziening van de vaststelling van de gevolgen van de aandoening waaruit een specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit
Sous-section 4. - Durée et révision de la constatation des conséquences de l'affection dont résulte un besoin de soutien spécifique
Art. 19. § 1. De vaststelling van de gevolgen van de aandoening waaruit de specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit, [6 ...]6-4 geldt tot de leeftijd van zes jaar, twaalf jaar of achttien jaar. Op dat moment worden de gevolgen ambtshalve herzien. In afwijking van wat voorafgaat, geldt een vaststelling die wordt gedaan in het jaar voor het kind zes, twaalf of achttien jaar wordt, tot de leeftijd van respectievelijk twaalf, achttien of eenentwintig jaar
  [6 Het evaluatieteam kan op gemotiveerde wijze afwijken van de tijdstippen, vermeld in het eerste lid.]6]4. Die geeft dan het tijdstip op van de ambtshalve herziening.
  [2 Het agentschap Opgroeien regie]2 stuurt zes maanden voor de tijdstippen, vermeld in het eerste of het tweede lid, bereikt zijn, een brief met informatie over de ambtshalve herziening [3 naar de begunstigden]3. De ambtshalve herziening vermeld in het eerste en tweede lid, verloopt conform artikel 12 tot en met 16.
  [3 Met behoud van de toepassing van de periode, vermeld in het eerste of het tweede lid, kan de ambtshalve herziening ook betrekking hebben op de periode die voorafgaat aan het tijdstip van de ambtshalve herziening en dit binnen de verjaringstermijn, vermeld in artikel 95 van het decreet]3.
  [3 Als er door de ambtshalve herziening een hoger bedrag kan worden toegekend voor de periode die voorafgaat aan het tijdstip van de ambtshalve herziening, betaalt de uitbetalingsactor het verschil [6 voor de periode die het evaluatieteam bepaalt]6]4 bepaalt. Als de nieuwe vaststelling tot een lager bedrag leidt, heeft die nieuwe vaststelling pas uitwerking vanaf de eerste dag van de maand na de einddatum van de geldigheid van de vorige beslissing.]3
  [1 Als op de einddatum van de geldigheid van de vorige beslissing geen ambtshalve herziening plaatsvindt en de begunstigden een ingevuld inlichtingenformulier hebben bezorgd aan het agentschap Opgroeien regie, wordt de vorige beslissing verlengd tot de datum waarop de beslissing die voortvloeit uit de ambtshalve herziening wordt genomen.
   [3 [5 ...]5.
   Als met toepassing van de beslissing die voortvloeit uit de ambtshalve herziening die plaatsvindt na een verlenging als vermeld [3 in het zesde lid]3
, een hoger bedrag kan worden toegekend voor de periode vóór de ambtshalve herziening na een verlenging als vermeld [3 in het zesde lid]3, betaalt de uitbetalingsactor het verschil. Als de beslissing die voortvloeit uit de voormelde ambtshalve herziening tot een lager bedrag leidt, heeft die beslissing pas uitwerking vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin die beslissing is genomen.]1

  § 2. Als wordt vastgesteld dat er een materiële fout is begaan [3 bij het nemen of]3 in de verwerking van de beslissing, wordt die rechtgezet door [6 het evaluatieteam]6]4. [6 Het evaluatieteam]6]4 bezorgt de vaststelling aan [2 het agentschap Opgroeien regie]2. [2 het agentschap Opgroeien regie]2 bezorgt die vaststelling aan de uitbetalingsactor.
  Als door de rechtzetting, vermeld in het eerste lid, een hoger bedrag kan worden toegekend, betaalt de uitbetalingsactor het verschil, voor de periode die [6 het evaluatieteam]6]4 bepaalt. Als de nieuwe beslissing tot een lager bedrag leidt, heeft die beslissing pas uitwerking vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de evaluerende arts [4 , de MDT-arts of het agentschap Opgroeien regie]4 de vaststelling heeft meegedeeld aan [2 het agentschap Opgroeien regie]2.
  
Art. 19. § 1er. La constatation des conséquences de l'affection dont résulte le besoin de soutien spécifique [6 ...]6]4 est valable jusqu'à l'âge de six, douze ou dix-huit ans. Les conséquences sont alors revues d'office. Par dérogation à ce qui précède, une constatation faite l'année qui précède celle du sixième, du douzième ou du dix-huitième anniversaire de l'enfant est valable jusqu'à l'âge de respectivement douze, dix-huit ou vingt et un ans.
  [6 L'équipe d'évaluation]6]4 peut déroger de façon motivée aux dates visées à l'alinéa 1er. [6 Elle ]6 indique alors la date de la révision d'office.
  Six mois avant les dates visées à l'alinéa 1er ou à l'alinéa 2, [2 l'agence Grandir régie]2 envoie [3 aux bénéficiaires ]3 une lettre contenant des informations sur la révision d'office. La révision d'office visée aux alinéas 1er et 2 se déroule conformément aux articles 12 à 16.
  [3 Sans préjudice de l'application de la période visée à l'alinéa 1er ou 2, la révision d'office peut se rapporter à la période qui précède la date de la révision d'office, et ce dans le délai de prescription visé à l'article 95 du décret]3.
  [3 Si, par suite de la révision d'office, un montant plus élevé peut être octroyé pour la période qui précède la date de la révision d'office, l'acteur de paiement paie la différence [6 pour la période déterminée par l'équipe d'évaluation]6]4. Si la nouvelle constatation débouche sur un montant inférieur, cette nouvelle constatation ne produit ses effets qu'à partir du premier jour du mois qui suit la date de fin de validité de la décision précédente.]3
  [1 S'il n'y a pas de révision d'office à la date de fin de la validité de la décision précédente et si les bénéficiaires ont transmis une fiche de renseignements remplie à l'Agence Grandir régie, la décision précédente est prolongée jusqu'à la date à laquelle la décision résultant de la révision d'office est prise.
   [3 [5 ...]5.
   Si, en application de la décision résultant de la révision d'office qui a lieu après une prolongation telle que visée [3 à l'alinéa 6]3
, un montant plus élevé peut être accordé pour la période précédant la révision d'office après une prolongation telle que visée [3 à l'alinéa 6]3, l'acteur de paiement paie la différence. Si la décision résultant de la révision d'office précitée débouche sur un montant inférieur, ladite décision ne produit ses effets qu'à partir du premier jour du mois qui suit celui au cours duquel cette décision a été prise.]1

  § 2. S'il est constaté qu'une erreur matérielle a été commise [3 lors de la prise du ou ]3 dans le traitement de la décision, [6 l'équipe d'évaluation ]6]4 se charge de la rectifier. [6 L'équipe d'évaluation]6]4 transmet la constatation à [2 l'agence Grandir régie]2. [2 L'agence Grandir régie]2 transmet ladite constatation à l'acteur de paiement.
  Si, par suite de la rectification visée à l'alinéa 1er, un montant plus élevé peut être octroyé, l'acteur de paiement paie la différence pour la période déterminée par le médecin évaluateur [4 ,[6 l'équipe d'évaluation]6]4. Si la nouvelle décision débouche sur un montant inférieur, ladite décision ne produit ses effets qu'à partir du premier jour du mois qui suit celui au cours duquel le médecin évaluateur [4 , le médecin de l'EMD ou l'agence Grandir régie]4 a communiqué la constatation à [2 l'agence Grandir régie]2.
  
Art. 20. [2 In afwijking van artikel 19, § 1, kunnen de begunstigden]2 op basis van nieuwe inlichtingen [4 die effect hebben op de ondersteuningsbehoefte]4 een aanvraag tot herziening van de vaststelling van de gevolgen van de aandoening waaruit de specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit, [5 indienen bij het agentschap Opgroeien regie]5. De herziening verloopt conform artikel 11 tot en met 16.
  [2 Aan de herzieningsaanvragen die binnen zes maanden voor het tijdstip van de ambtshalve herziening, vermeld in artikel 19, § 1, derde lid, zijn ingediend, wordt geen gevolg gegeven. In voorkomend geval gaat de ambtshalve herziening door.]2
  Als door de herziening, vermeld in het eerste lid, een hoger bedrag kan worden toegekend, betaalt de uitbetalingsactor het verschil. Hij baseert zich daarvoor op de periode die [6 het evaluatieteam]6]3 bepaalt. Als de nieuwe vaststelling tot een lager bedrag leidt, [3 heeft]3 die nieuwe vaststelling pas uitwerking vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin]3 [6 het evaluatieteam]6 de vaststelling heeft meegedeeld aan [1 het agentschap Opgroeien regie]1.
  
Art. 20. Sur la base des nouveaux renseignements[4 qui ont un effet sur le besoin de soutien]4 [2 les bénéficiaires, peuvent, par dérogation à l'article 19, § 1er]2 introduire une demande de révision de la constatation des conséquences de l'affection dont résulte le besoin de soutien spécifique [5 auprès de l'agence Grandir régie]5. La révision se déroule conformément aux articles 11 à 16.
  [2 Aucune suite n'est donnée aux demandes de révision introduites dans les six mois qui précèdent la date de la révision d'office visée à l'article 19, § 1er, alinéa 3. Le cas échéant, la révision d'office se poursuit. ]2
  Si, par suite de la révision visée à l'alinéa 1er, un montant plus élevé peut être octroyé, l'acteur de paiement paie la différence. A cet effet, il se base sur la période déterminée par [6 l'équipe d'évaluation]6]3. Si la nouvelle constatation débouche sur un montant inférieur, cette nouvelle constatation ne produit ses effets qu'à partir du premier jour du mois suivant celui au cours duquel [6 l'équipe d'évaluation]6 ]3 a communiqué la constatation à [1 l'agence Grandir régie]1.
  
Onderafdeling 5. [1 Vermoeden van fraude ]1
Sous-section 5. [1 Suspicion de fraude ]1
Art.20/1 . [1 . Bij ernstige en eensluidende aanwijzingen, waardoor het agentschap Opgroeien regie een vermoeden heeft dat de stukken die de begunstigden hebben meegedeeld om een zorgtoeslagevaluatie te krijgen, of waar de begunstigden aan hebben meegewerkt, frauduleus, vals of opzettelijk onvolledig zijn, worden die stukken geweerd uit de procedure. De stukken worden geweerd uit de procedure tot de verdenking niet meer bestaat of tot de stukken worden vervangen door authentieke stukken waarop geen verdenking rust.
   Als er na de vaststelling van de gevolgen van de aandoening waaruit de specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit, ernstige en eensluidende aanwijzingen zijn waardoor het agentschap Opgroeien regie een vermoeden heeft dat de stukken die de begunstigden hebben meegedeeld om een zorgtoeslagevaluatie te krijgen, of waar de begunstigden aan hebben meegewerkt, frauduleus, vals of opzettelijk onvolledig zijn, doorloopt het agentschap Opgroeien regie de procedure opnieuw conform artikel 6, 7, 10, 11, 13, § 2 en § 4, artikel 14 en 16, en worden die stukken geweerd uit die procedure.
   De maatregelen, vermeld in het eerste en tweede lid, gelden met behoud van de toepassing van de terugvordering van de onverschuldigd betaalde toelagen in het kader van het gezinsbeleid, vermeld in artikel 103 van het Groeipakketdecreet van 2018, de handhaving ten aanzien van de burgers, vermeld in artikel 130 tot en met 171 van het voormelde decreet, en de strafbepalingen, vermeld in artikel 189 tot en met 191 van het voormelde decreet. ]1

  
Art.20/1. [1 En cas d'indices sérieux et concordants, conduisant l'agence Grandir régie à soupçonner que les pièces communiquées par les bénéficiaires pour obtenir une évaluation de l'allocation de soins, ou auxquelles ils ont collaboré, sont frauduleuses, fausses ou intentionnellement incomplètes, ces pièces sont exclues de la procédure. Les pièces sont exclues de la procédure jusqu'à ce que les soupçons disparaissent ou que les pièces soient remplacées par des pièces authentiques ne faisant l'objet d'aucun soupçon.
   Si, après la constatation des conséquences de l'affection dont résulte le besoin de soutien spécifique, des indices sérieux et concordants laissant l'agence Grandir régie soupçonner que les pièces communiquées par les bénéficiaires pour obtenir une évaluation de l'allocation de soins, ou auxquelles ils ont collaboré, sont frauduleuses, fausses ou intentionnellement incomplètes, l'agence Grandir régie recommence la procédure conformément aux articles 6, 7, 10, 11, 13, § 2 et § 4, 14 et 16, et ces pièces sont exclues de ladite procédure.
   Les mesures, visées aux alinéas 1er et 2, s'appliquent sans préjudice de l'application du recouvrement des allocations indûment payées dans le cadre de la politique familiale, visé à l'article 103 du Décret relatif au Panier de croissance de 2018, le maintien à l'égard des citoyens, visé aux articles 130 à 171 du décret précité, et des dispositions pénales, visées aux articles 189 à 191 du décret précité. ]1

  
HOOFDSTUK 4. [1 Evaluerend arts erkend door het agentschap Opgroeien regie om de gevolgen van een aandoening waaruit een specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit, vast te stellen ]1
CHAPITRE 4. [1 Médecin évaluateur agréé par l'agence Grandir régie pour constater les conséquences d'une affection entraînant un besoin de soutien spécifique ]1
Afdeling 1. Erkenning
Section 1ère. - Agrément
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Sous-section 1ère. Dispositions générales
Art. 21. [3 ...]3
  [3 "De erkenning van de evaluerend arts wordt van rechtswege verlengd, als er geen indicaties zijn dat de evaluerend arts de erkenningsvoorschriften en -voorwaarden, vermeld in artikel 22 en 23, niet naleeft. De minister bepaalt de einddatum van de erkenningen."]3
  
Art. 21. [2 ...]2
  [2 L'agrément du médecin évaluateur est prolongé de plein droit si rien n'indique qu'il ne respecte pas les prescriptions et conditions en matière d'agrément visées aux articles 22 et 23. Le ministre arrête la date de fin des agréments]2.
  
Onderafdeling 2. Erkenningsvoorwaarden
Sous-section 2. Conditions d'agrément
Art. 22. § 1. Om als [2 evaluerend arts]2 door [1 het agentschap Opgroeien regie]1 erkend te kunnen worden, moet de arts:
   1° beschikken over een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat niet ouder is dan een maand of, voor wie niet in België gedomicilieerd is, een gelijkwaardig document kunnen voorleggen dat niet ouder is dan een maand waaruit onberispelijk gedrag voor het optreden als [2 evaluerend arts]2 blijkt;
   2° beschikken over een goede algemene gezondheid voor de uit te voeren opdrachten. De betrokkene legt op verzoek van [1 het agentschap Opgroeien regie]1 een medisch attest voor dat is geschreven door een andere arts en dat zijn goede algemene gezondheidstoestand voor de uit te voeren opdrachten bevestigt;
   3° beschikken over een gevorderde en actieve kennis van het Nederlands;
   4° verklaren kennisgenomen te hebben van de opdracht in het kader van dit besluit en van de bepalingen van dit besluit die op hem van toepassing zijn, door een digitaal startpakket te doorlopen;
   5° niet het voorwerp geweest zijn van een opheffing [2 van een erkenning als evaluerend arts binnen vijf jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de aanvraag tot erkenning is ingediend]2.
   [2 6° beschikken over een diploma master in de geneeskunde of over een gelijkwaardigheidserkenning voor een buitenlands diploma;
   7° ingeschreven zijn op de lijst van de Orde der artsen van de provincie waar de arts zijn voornaamste medische activiteit uitoefent;
   8° beschikken over een RIZIV-nummer of dat aanvragen;
   9° voldoende verzekerd zijn voor burgerlijke aansprakelijkheid en beroepsaansprakelijkheid;
   10° de geschiktheid en integriteit hebben om op een rechtmatige manier, rekening houdend met de geldende normen en waarden, kwaliteitsvol op te treden als evaluerend arts.]2

   De minister bepaalt de nadere regels voor de gevorderde en actieve kennis van het Nederlands, [2 vermeld in het eerste lid, 3°]2, onder meer wat betreft het taalvaardigheidsniveau en de manier waarop dat bewezen kan worden.
   § 2. Een [2 evaluerend arts]2 kan pas zelfstandig medische vaststellingen in het kader van dit besluit uitvoeren nadat hij een aantal vaststellingen, bepaald door [1 het agentschap Opgroeien regie]1, [2 heeft bijgewoond en uitgevoerd]2 onder begeleiding van een mentorarts, als bedoeld in artikel 32.
   [3 Het agentschap Opgroeien regie bepaalt wanneer de mentorzittingen, vermeld in het eerste lid, georganiseerd worden.]3
   § 3. Om de erkenning als [2 evaluerend arts]2 te kunnen behouden of te verlengen moet de betrokkene:
   1° zijn opdrachten vervullen conform de wetenschappelijke aanbevelingen, met inachtneming van de code van de geneeskundige plichtenleer. [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 verstrekt de nodige informatie en aanbevelingen;
   2° in het eerste jaar van de erkenning een vormingstraject volgen, aangeboden door [1 het agentschap Opgroeien regie]1 en gebaseerd op wetenschappelijke bevindingen en aanbevelingen;
   3° de erkenningsvoorwaarden [2 , de erkenningsvoorschriften]2 en de bepalingen van dit besluit naleven;
   4° bij de uitvoering van zijn opdracht de inhoudelijke en methodische doelstellingen die [1 het agentschap Opgroeien regie]1 nastreeft, in acht nemen en zo mee vorm geven aan het kwaliteitskader van [1 het agentschap Opgroeien regie]1;
   5° [1 het agentschap Opgroeien regie]1 op de hoogte houden van elke wijziging in de gegevens die relevant zijn voor de erkenning.
  
Art. 22. § 1er. Pour pouvoir être agréé en tant que médecin évaluateur par [1 l'agence Grandir régie]1-, le médecin doit :
   1° disposer d'un extrait du casier judiciaire, tel que visé à l'article 596, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle, datant de moins d'un mois ou, pour toute personne non domiciliée en Belgique, pouvoir produire un document analogue datant de moins d'un mois, attestant d'une conduite irréprochable pour intervenir en tant que médecin évaluateur ;
   2° jouir d'un bon état de santé général afin d'accomplir ses missions. A la demande de [1 l'agence Grandir régie]1, l'intéressé produit un certificat médical rédigé par un autre médecin certifiant son bon état de santé général pour les missions à accomplir ;
   3° disposer d'une connaissance avancée et active du néerlandais ;
   4° déclarer avoir pris connaissance de la mission dans le cadre du présent arrêté et des dispositions du présent arrêté qui s'appliquent à lui en parcourant un pack de démarrage numérique ;
   5° ne pas avoir fait l'objet d'une suppression [2 d'un agrément en tant que médecin évaluateur dans les cinq ans qui précèdent l'année à laquelle la demande d'agrément est introduite]2.
   [2 6° être titulaire d'un diplôme de master en médecine ou d'une équivalence pour un diplôme étranger ;
   7° être inscrit sur la liste de l'Ordre des médecins de la province dans laquelle le médecin exerce son activité médicale principale ;
   8° être titulaire d'un numéro INAMI ou en faire la demande ;
   9° avoir suffisamment assuré sa responsabilité civile et sa responsabilité professionnelle ;
   10° avoir l'aptitude et l'intégrité requises pour intervenir en tant que médecin évaluateur dans un souci de qualité et dans le respect de la législation et des normes et valeurs en vigueur. ]2

   Le ministre détermine les modalités pour la connaissance avancée et active du néerlandais [2 visé à l'alinéa 1er, 3°, ]2, notamment en ce qui concerne le niveau d'aptitude linguistique et la façon dont il peut être prouvé.
   § 2. Un médecin évaluateur ne peut effectuer de façon autonome des constatations médicales dans le cadre du présent arrêté qu'après avoir assisté à un certain nombre de constatations défini par [1 l'agence Grandir régie]1 ou en avoir effectué sous la direction d'un médecin tuteur tel que visé à l'article 32.
   [3 L'agence Grandir régie détermine le moment auquel les séances de tutorat visées à l'alinéa 1er, sont organisées.]3
   § 3. Pour pouvoir conserver ou prolonger l'agrément en tant que médecin évaluateur, l'intéressé doit :
   1° remplir ses missions conformément aux recommandations scientifiques, compte tenu du Code de déontologie médicale. [1 L'agence Grandir régie]1 fournit les informations et recommandations nécessaires ;
   2° la première année de l'agrément, suivre un trajet de formation proposé par [1 l'agence Grandir régie]1 et basé sur des conclusions et recommandations scientifiques ;
   3° respecter les conditions d'agrément [2 , les prescriptions en matière d'agrément ]2 et les dispositions du présent arrêté ;
   4° lors de l'exécution de sa mission, tenir compte des objectifs de fond et méthodiques poursuivis par [1 l'agence Grandir régie]1 et contribuer de la sorte à la concrétisation du cadre de qualité de [1 l'agence Grandir régie]1 ;
   5° informer [1 l'agence Grandir régie]1 de toute modification des données pertinentes pour l'agrément.
  
Onderafdeling 3. Erkenningsvoorschriften
Sous-section 3. Prescriptions en matière d'agrément
Art. 23. Bij de uitvoering van de opdrachten in het kader van dit besluit voldoet de [2 evaluerend arts]2 aan de volgende vereisten. De [2 evaluerend arts]2:
   1° verricht zijn opdrachten voor [1 het agentschap Opgroeien regie-1 op zelfstandige basis;
   2° voert de opdrachten uit zonder te discrimineren op basis van geslacht, nationaliteit, taal, vermogen, geloofs-, ideologische, filosofische en politieke overtuiging, culturele, maatschappelijk of sociale afkomst;
   3° maakt gebruik van het geïntegreerd elektronisch dossier waarin [1 het agentschap Opgroeien regie]1
voorziet;
   4° communiceert correct, volledig en gericht [2 op de behoeften van het kind en de begunstigden]2;
   5° werkt voor de uitvoering van zijn opdrachten samen met de medewerkers van [1 het agentschap Opgroeien regie]1 [2 volgens de richtlijnen die het agentschap Opgroeien regie opstelt]2;
   6° schoolt zich bij in relevante onderwerpen in het kader van dit besluit;
   7° werkt alleen mee aan wetenschappelijk onderzoek bij de uitvoering van zijn opdracht in het kader van dit besluit na toestemming van [1 het agentschap Opgroeien regie]1.
   [2 8° respecteert de fysieke en de psychische integriteit van elk kind.]2
  
Art. 23. Lors de l'exécution des missions dans le cadre du présent arrêté, le médecin évaluateur répond aux exigences suivantes. Le médecin évaluateur :
   1° accomplit ses missions pour [1 l'agence Grandir régie]1 de façon autonome ;
   2° exécute les missions sans discrimination fondée sur le sexe, la nationalité, la langue, la fortune, les convictions religieuses, idéologiques, philosophiques et politiques, l'origine culturelle ou sociale ;
   3° utilise le dossier électronique intégré fourni par [1 l'agence Grandir régie]1 ;
   4° communique de façon correcte, complète et ciblée [2 sur les besoins de l'enfant et des bénéficiaires]2 ;
   5° collabore, pour l'exécution de ses missions, avec les collaborateurs de [1 l'agence Grandir régie [2 selon les directives que l'agence Grandir régie établit]2]1 ;
   6° se recycle dans les matières pertinentes dans le cadre du présent arrêté ;
   7° ne collabore à la recherche scientifique lors de l'exécution de sa mission dans le cadre du présent arrêté qu'après autorisation de [1 l'agence Grandir régie]1.
   [2 8° respecte l'intégrité physique et psychique de chaque enfant.]2
  
Art. 23/1. [1 Het agentschap Opgroeien regie maakt op basis van de ontvangen aanvragen, vermeld in artikel 11, bundels op van aanvragen die ter beschikking worden gesteld aan de evaluerend arts in de digitale toepassing waarin het agentschap Opgroeien regie voorziet.
   De evaluerend arts kiest zelf welke volume hij opneemt. Indien meerdere beschikbare evaluerend artsen in aanmerking komen voor een bundel krijgt de evaluerend arts voorrang die:
   1° regelmaat en continuïteit biedt;
   2° over specifieke competenties beschikt;
   3° geen indicaties heeft dat hij de erkenningsvoorschriften en -voorwaarden, vermeld in artikels 22 tot en met 24, niet naleeft, of die niet in een proces tot schorsing of opheffing van zijn erkenning zit als vermeld in artikel 34 tot en met 36.
   De minister kan de nadere regels bepalen voor de toepassing van het tweede lid. Waaronder de invulling van de criteria die de rangorde bepalen en de procedure om tot de rangorde te komen.
   Als er niet voldoende evaluerend artsen in aanmerking komen op basis van de rangorde uit het tweede lid, kan de minister de wijze bepalen waarop een rangorde wordt gemaakt tussen de erkende, niet-opgeleide evaluerend artsen.]1

  
Art. 23/1. [1 L'agence Grandir régie crée, sur la base des demandes reçues, visées à l'article 11, des lots de demandes qui sont mis à la disposition du médecin évaluateur dans l'application numérique fournie par l'agence Grandir régie.
   Le médecin évaluateur choisit le volume à inclure. Si plusieurs médecins évaluateurs disponibles entrent en considération pour un lot, la priorité est donnée au médecin évaluateur qui :
   1° garantit régularité et continuité ;
   2° dispose de compétences spécifiques ;
   3° ne présente aucun signe de non-respect des conditions d'agrément et des prescriptions en matière d'agrément, visées aux articles 22 à 24, ou n'est pas engagé dans un processus de suspension ou de suppression de son agrément tel que visé aux articles 34 à 36.
   Le ministre peut préciser les modalités d'application de l'alinéa 2, y compris les modalités relatives à l'application des critères qui déterminent l'ordre de préséance et sa procédure d'établissement.
   Si le nombre de médecins évaluateurs qui entrent en considération sur la base de l'ordre de préséance de l'alinéa 2 est insuffisant, le ministre peut déterminer la manière dont un ordre de préséance est établi parmi les médecins évaluateurs agréés et non formés. ]1

  
Onderafdeling 4. Vergoeding
Sous-section 4. Indemnité
Art. 25. De [2 evaluerend arts]2 krijgt maandelijks een vergoeding van [1 het agentschap Opgroeien regie]1 voor:
   1° de opdrachten die hij in de afgelopen maand in het kader van dit besluit heeft uitgevoerd;
   2° de opleidingen die hij heeft gevolgd en waarvan [1 het agentschap Opgroeien regie]1 heeft bepaald dat het die vergoedt.
   De [2 evaluerend arts]2 beheert zijn opdrachten, opleidingen en vergoedingen in [2 de digitale toepassing, vermeld in artikel 14, eerste lid,]2. De [2 evaluerend arts]2 kan tot tien dagen na het einde van elke maand rechtzettingen doorgeven op de opdrachten en opleidingen van de afgelopen maand die [2 in de voormelde digitale toepassing]2 geregistreerd zijn.
   De minister stelt de vergoedingen vast voor de opdrachten die de [2 evaluerend arts]2 heeft uitgevoerd en de opleidingen die hij heeft gevolgd. De minister kan ook een vergoeding bepalen voor de tegenwerpelijke medische expertise als de [2 evaluerend arts]2gevorderd wordt door de arbeidsrechtbank. [1 De minister kan het agentschap Opgroeien regie belasten met de evaluatie van de regels over de vergoedingen van de [2 evaluerend arts]2.]1
  
Art. 25. Le médecin évaluateur reçoit une indemnité mensuelle de [1 l'agence Grandir régie]1 pour :
   1° les missions qu'il a exécutées au cours du mois écoulé dans le cadre du présent arrêté ;
   2° les formations qu'il a suivies et que [1 l'agence Grandir régie]1 a décidé de rembourser.
   Le médecin évaluateur gère ses missions, formations et indemnités sur -[2 l'application numérique visée à l'article 14, alinéa 1er, ]2. Le médecin évaluateur peut transmettre jusqu'à dix jours après la fin de chaque mois des rectificatifs aux missions et formations du mois écoulé qui ont été enregistrées [2 dans l'application numérique précitée]2.
   Le ministre fixe les indemnités pour les missions exécutées par le médecin évaluateur et les formations qu'il a suivies. Le ministre peut également fixer une indemnité pour l'expertise médicale contradictoire lorsque le médecin évaluateur est requis par le tribunal du travail. [1 Le ministre peut demander à l'agence Grandir régie de revoir les règles relatives aux honoraires des médecins évaluateurs.]1
  
Onderafdeling 5. Klachtenbehandeling
Sous-section 5. Traitement des plaintes
Art. 26. [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 behandelt samen met de [2 evaluerend arts]2 de klachten die het over de [2 evaluerend arts]2 krijgt.
  
Art. 26. [1 l'agence Grandir régie]1 traite conjointement avec le médecin évaluateur les plaintes qu'il reçoit au sujet du médecin évaluateur.
  
Afdeling 2. - Procedure
Section 2. - Procédure
Onderafdeling 1.
Sous-section 1ère.
Onderafdeling 2.
Sous-section 2.
Onderafdeling 3. [1 Oproep om op te treden als mentorarts en uitvoering van andere opdrachten ]1
Sous-section 3. [1 Appel à intervenir en tant que médecin tuteur et exécution d'autres missions ]1
Art. 32. § 1. [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 kan een oproep doen bij de erkende [2 evaluerend artsen]2, om op te treden als mentorarts. De oproep bevat minstens de volgende gegevens:
   1° de periode waarin de aanvraag kan ingediend worden;
   2° de vergelijkende procedure en het beslissingskader dat in de vergelijkende procedure wordt toegepast om de rangorde tussen de verschillende kandidaten vast te stellen;
   3° de vereiste criteria en de competenties waaraan de [2 evaluerend artsen]2 moet voldoen om te kunnen optreden als mentorarts;
   4° de beslissingstermijn;
   5° een aanvraagformulier.
   De oproep vermeld in het eerste lid, wordt via de elektronische communicatiekanalen van [1 het agentschap Opgroeien regie-]1 kenbaar gemaakt.
   § 2. De geïnteresseerde [2 evaluerend artsen]2 dienen de aanvraag elektronisch in bij [1 het agentschap Opgroeien regie]1 binnen de indieningstermijn, vermeld in de oproep, met het aanvraagformulier dat [1 het agentschap Opgroeien regie]1 ter beschikking stelt.
   [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 neemt binnen de termijn, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 4°, een beslissing conform de vergelijkende procedure en het beslissingskader, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°. [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 bezorgt elke aanvrager elektronisch de beslissing over zijn aanvraag.
   [3 § 3. Een arts die in dienst is bij het agentschap Opgroeien of het agentschap Opgroeien regie, kan door het agentschap Opgroeien regie aangewezen worden als mentorarts in het kader van dit besluit]3
  
Art. 32. § 1er. [1 L'agence Grandir régie]1 peut lancer un appel auprès des médecins évaluateurs agréés à intervenir en qualité de médecin tuteur. L'appel contient au moins les informations suivantes :
   1° la période durant laquelle la demande peut être introduite ;
   2° la procédure comparative et le cadre de décision appliqué dans la procédure comparative pour fixer l'ordre de préséance entre les différents candidats ;
   3° les critères requis et les compétences auxquelles le médecin évaluateur doit satisfaire pour pouvoir intervenir en tant que médecin tuteur ;
   4° le délai de décision ;
   5° un formulaire de demande.
   L'appel visé à l'alinéa 1er est annoncé via les canaux de communication électronique de [1 l'agence Grandir régie]1.
   § 2. Les médecins évaluateurs intéressés introduisent la demande par voie électronique auprès de [1 l'agence Grandir régie]1, dans le délai d'introduction visé dans l'appel, au moyen du formulaire de demande mis à disposition par [1 l'agence Grandir régie]1.
   Dans le délai visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 4°, [1 l'agence Grandir régie]1 prend une décision conformément à la procédure comparative et au cadre de décision visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°. [1 L'agence Grandir régie]1 transmet à chaque demandeur, par voie électronique, la décision relative à sa demande.
   [3 § 3. Un médecin employé par l'agence Grandir ou l'agence Grandir régie peut être désigné par l'agence Grandir régie comme médecin tuteur dans le cadre du présent arrêté. ]3
  
Art. 32/1. [1 § 1. Het agentschap Opgroeien regie kan een oproep doen bij de erkende evaluerend artsen met de vraag om andere opdrachten uit te voeren.
   De oproep bevat minstens de volgende gegevens:
   1° een omschrijving van de uit te voeren opdracht;
   2° de periode waarin de aanvraag ingediend kan worden;
   3° de vergelijkende procedure en het beslissingskader dat in de vergelijkende procedure wordt toegepast om de rangorde tussen de verschillende kandidaten vast te stellen;
   4° de vereiste criteria en de competenties waaraan de evaluerend arts moet voldoen;
   5° de beslissingstermijn;
   6° een aanvraagformulier.
   Het agentschap Opgroeien regie maakt de oproep via de elektronische communicatiekanalen van het agentschap Opgroeien regie bekend.
   § 2. De geïnteresseerde evaluerend artsen dienen de aanvraag elektronisch in bij het agentschap Opgroeien regie binnen de indieningstermijn, vermeld in de oproep, met het aanvraagformulier dat het agentschap Opgroeien regie ter beschikking stelt.
   Het agentschap Opgroeien regie neemt binnen de termijn, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 5°, een beslissing conform de vergelijkende procedure en het beslissingskader, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 3°. Het agentschap Opgroeien regie bezorgt elke aanvrager elektronisch de beslissing over zijn aanvraag. ]1

  
Art. 32/1. [1 § 1er. L'agence Grandir régie peut lancer un appel à des médecins évaluateurs agréés en leur demandant d'exécuter d'autres missions.
   L'appel contient au moins les informations suivantes :
   1° une description de la mission à exécuter ;
   2° la période durant laquelle la demande peut être introduite ;
   3° la procédure comparative et le cadre de décision appliqué dans la procédure comparative pour fixer l'ordre de préséance entre les différents candidats ;
   4° les critères requis et les compétences auxquelles le médecin évaluateur doit satisfaire ;
   5° le délai de décision ;
   6° un formulaire de demande.
   L'agence Grandir régie annonce l'appel via les canaux de communication électronique de l'agence Grandir régie.
   § 2. Les médecins évaluateurs intéressés introduisent la demande par voie électronique auprès de l'agence Grandir régie, dans le délai d'introduction visé dans l'appel, au moyen du formulaire de demande mis à disposition par l'agence Grandir régie.
   Dans le délai visé au paragraphe 1er, alinéa deux, 5°, l'agence Grandir régie prend une décision conformément à la procédure comparative et au cadre de décision visé au paragraphe 1er, alinéa deux, 3°. L'agence Grandir régie transmet à chaque demandeur, par voie électronique, la décision relative à sa demande. ]1

  
Onderafdeling 4. Schorsing of opheffing van de erkenning
Sous-section 4. - Suspension ou suppression de l'agrément
Art. 33. [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 volgt de naleving van de erkenningsvoorwaarden en erkenningsvoorschriften, vermeld in de artikelen 22 tot en met 24, op en kan daarvoor de nodige stukken opvragen bij de [2 evaluerend arts]2.
  
Art. 33. [1 L'agence Grandir régie]1 surveille le respect des conditions d'agrément et des prescriptions en matière d'agrément visées aux articles 22 à 24 et peut demander, à cet effet, les pièces nécessaires auprès du médecin évaluateur.
  
Art. 34. Als wordt vastgesteld dat een [2 evaluerend arts]2 de erkenningsvoorwaarden en erkenningsvoorschriften, vermeld in de artikelen 22 tot en met 24, niet naleeft, of het onmogelijk of moeilijk maakt die naleving op te volgen, wordt, behalve bij dringende noodzakelijkheid, de evaluerende arts uitgenodigd voor een gesprek met [1 het agentschap Opgroeien regie]1.
   [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 geeft de evaluerende arts informatie over de bepalingen en voorschriften die de arts niet heeft nageleefd.
   [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 waarschuwt de evaluerende arts voor de mogelijke schorsing of opheffing van zijn erkenning bij blijvende niet-naleving.
  
Art. 34. S'il est constaté qu'un médecin évaluateur ne respecte pas les conditions d'agrément et les prescriptions en matière d'agrément visées aux articles 22 à 24 ou empêche ou entrave la surveillance dudit respect, le médecin évaluateur est, sauf urgence, convoqué à un entretien avec [1 l'agence Grandir régie]1.
   [1 L'agence Grandir régie]1 transmet au médecin évaluateur des informations relatives aux dispositions et prescriptions qu'il n'a pas respectées.
   [1 L'agence Grandir régie]1 avertit le médecin évaluateur de la possibilité de suspension ou de suppression de son agrément en cas de non-respect persistant.
  
Art. 35. Het agentschap Opgroeien regie]1 kan in de volgende gevallen beslissen om de erkenning te schorsen:
   1° als een inbreuk op de erkenningsvoorwaarden en -voorschriften op korte termijn weggewerkt kan worden;
   2° uit voorzorg, als er ernstige indicaties zijn dat er een inbreuk is op de erkenningsvoorwaarden en -voorschriften en dat daardoor de veiligheid en gezondheid van [2 de begunstigden]2 of rechtgevende kinderen in het gedrang komen, of bij dringende noodzakelijkheid;
   3° als de [2 evaluerend arts]2 de opvolging van de naleving van de erkenningsvoorwaarden en -voorschriften bemoeilijkt of verhindert.
   [2 4° als de evaluerend arts niet over de nodige kennis beschikt om zelfstandig de gevolgen van de aandoening waaruit de specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit, vast te stellen als vermeld in artikel 6 en 7 en op basis van de medisch-sociale schaal die opgenomen is in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.]2
   [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 brengt de [2 evaluerend arts]2 op de hoogte van de beslissing, vermeld in het eerste lid.
   [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 hoort zo snel mogelijk en uiterlijk binnen vijf werkdagen de [2 - evaluerend arts]2 en neemt op basis daarvan een beslissing over de erkenning. De beslissing heeft betrekking op:
   1° de opheffing van de schorsing, in voorkomend geval met naleving van de gemaakte afspraken met het oog op de naleving van de erkenningsvoorwaarden en -voorschriften;
   2° het voornemen tot opheffing van de erkenning, vermeld in artikel 36.
   [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 brengt de evaluerende arts [2 aan-getekend]2 op de hoogte van de beslissing, vermeld in het derde lid.
  
Art. 35. [1 L'agence Grandir régie]1 peut décider, dans les cas suivants, de suspendre l'agrément :
   1° lorsqu'il peut être remédié à court terme à une infraction aux conditions d'agrément et aux prescriptions en matière d'agrément ;
   2° par précaution, lorsque des éléments sérieux indiquent qu'il y a infraction aux conditions d'agrément et aux prescriptions en matière d'agrément et que la sécurité et la santé [2 des bénéficiaires ]2 ou des enfants bénéficiaires s'en trouvent compromises ou en cas d'urgence ;
   3° lorsque le médecin évaluateur entrave ou empêche la surveillance du respect des conditions d'agrément et des prescriptions en matière d'agrément.
   [2 4° si le médecin évaluateur ne dispose pas des connaissances nécessaires pour constater en toute indépendance les conséquences de l'affection dont résulte le besoin de soutien spécifique, tel que visé aux articles 6 et 7 et sur la base de l'échelle médico-sociale reprise à l'annexe 1 rejointe au présent arrêté. ]2
   [1 L'agence Grandir régie]1 informe le médecin évaluateur de la décision visée à l'alinéa 1er.
   [1 L'agence Grandir régie]1 entend le médecin évaluateur dans les plus brefs délais et au plus tard dans les cinq jours ouvrables, et prend, sur cette base, une décision en rapport avec l'agrément. La décision concerne :
   1° la levée de la suspension, le cas échéant moyennant observation des accords pris en vue du respect des conditions d'agrément et des prescriptions en matière d'agrément ;
   2° l'intention de suppression de l'agrément visée à l'article 36.
   [1 L'agence Grandir régie]1 informe le médecin évaluateur [2 par recommandé ]2 de la décision visée à l'alinéa 3.
  
Art. 36. [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 kan in de volgende gevallen beslissen om [2 een voornemen tot opheffing van de erkenning te formuleren]2:
   1° als een inbreuk op de erkenningsvoorwaarden en -voorschriften niet op korte termijn weggewerkt kan worden;
   2° als een inbreuk die aan de basis van een schorsing van de erkenning lag, niet weggewerkt is binnen de termijn die bepaald is in de beslissing tot die schorsing;
   3° als de evaluerende arts op basis van onjuiste gegevens een erkenning verkregen heeft.
   Het voornemen tot opheffing van de erkenning wordt met een aangetekende brief bezorgd aan de [2 evaluerend arts]2. De aangetekende brief bevat de informatie over de mogelijkheid, de voorwaarden en de procedure om een gemotiveerd bezwaarschrift in te dienen.
   § 2. Als de [2 evaluerend arts-]2 binnen de termijn, vermeld in artikel 38, geen bezwaarschrift indient, wordt, nadat die termijn verstreken is, het voornemen van [1 het agentschap Opgroeien regie]1 omgezet in een beslissing tot opheffing van de erkenning. De evaluerende arts wordt van de voormelde beslissing [2 aangetekend op de hoogte gebracht]2.
   Als de evaluerende arts een ontvankelijk bezwaarschrift heeft ingediend, conform de bezwaarprocedure, vermeld in artikel 37 tot en met 42, wordt de beslissing over de opheffing van de erkenning genomen nadat de bezwaarprocedure is doorlopen conform de regels die zijn vastgesteld bij of krachtens hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers, met dien verstande dat het bezwaarschrift, in afwijking van artikel 8, § 1, eerste lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers, wordt behandeld door de kamer van gezondheidsvoorzieningen.
  
Art. 36. [1 L'agence Grandir régie]1 peut décider, dans les cas suivants, de suspendre l'agrément :
   1° lorsqu'il peut être remédié à court terme à une infraction aux conditions d'agrément et aux prescriptions en matière d'agrément ;
   2° par précaution, lorsque des éléments sérieux indiquent qu'il y a infraction aux conditions d'agrément et aux prescriptions en matière d'agrément et que la sécurité et la santé [2 des bénéficiaires ]2 ou des enfants bénéficiaires s'en trouvent compromises ou en cas d'urgence ;
   3° lorsque le médecin évaluateur entrave ou empêche la surveillance du respect des conditions d'agrément et des prescriptions en matière d'agrément.
   [2 4° si le médecin évaluateur ne dispose pas des connaissances nécessaires pour constater en toute indépendance les conséquences de l'affection dont résulte le besoin de soutien spécifique, tel que visé aux articles 6 et 7 et sur la base de l'échelle médico-sociale reprise à l'annexe 1 rejointe au présent arrêté. ]2
   [1 L'agence Grandir régie]1 informe le médecin évaluateur de la décision visée à l'alinéa 1er.
   [1 L'agence Grandir régie]1 entend le médecin évaluateur dans les plus brefs délais et au plus tard dans les cinq jours ouvrables, et prend, sur cette base, une décision en rapport avec l'agrément. La décision concerne :
   1° la levée de la suspension, le cas échéant moyennant observation des accords pris en vue du respect des conditions d'agrément et des prescriptions en matière d'agrément ;
   2° l'intention de suppression de l'agrément visée à l'article 36.
   [1 L'agence Grandir régie]1 informe le médecin évaluateur -[2 par recommandé ]2 de la décision visée à l'alinéa 3.
  
Onderafdeling 5. - Bezwaarprocedure
Sous-section 5. Procédure de réclamation
Art. 37. De aanvrager of [2 evaluerend arts]2 kan bezwaar aantekenen bij [1 het agentschap Opgroeien regie]1 tegen het voornemen tot weigering, vermeld in artikel 30, en het voornemen tot opheffing van de erkenning, vermeld in artikel 36.
  
Art. 37. Le demandeur ou le médecin évaluateur peut introduire une réclamation auprès de [1 l'agence Grandir régie]1 contre l'intention de refus visée à l'article 30 et l'intention de suppression de l'agrément visée à l'article 36.
  
Art. 38. De aanvrager of [2 evaluerend arts]2 dient [2 aangetekend]2 een gemotiveerd bezwaarschrift in bij [1 het agentschap Opgroeien regie]1 in het geval, vermeld in artikel 37, op straffe van niet-ontvankelijkheid, uiterlijk dertig dagen na de kennisgeving van een voornemen tot een beslissing als vermeld in artikel 37.
  
Art. 38. A peine d'irrecevabilité, le demandeur ou le médecin évaluateur introduit une réclamation motivée [2 par recommandé]2 auprès de [1 l'agence Grandir régie]1 dans le cas visé à l'article 37, au plus tard dans les trente jours de la notification d'une intention de décision telle que visée à l'article 37.
  
Art. 39. Het bezwaarschrift, vermeld in artikel 38, bevat op straffe van niet-ontvankelijkheid al de volgende elementen:
  1° de naam en het adres van de aanvrager of de [1 evaluerend arts]1;
  2° het dossiernummer van het betwiste voornemen;
  3° een motivering van het bezwaar;
  [1 4° de datum van het bezwaar]1.
  
Art. 39.. La réclamation visée à l'article 38 contient, à peine d'irrecevabilité, tous les éléments suivants :
   1° le nom et l'adresse du demandeur ou du médecin évaluateur ;
   2° le numéro de dossier de l'intention contestée ;
   3° une motivation de la réclamation ;
   5° [1 la date de la réclamation ]1.
  
Art. 40. [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 beslist uiterlijk tien dagen na de dag van de ontvangst van het bezwaarschrift over de ontvankelijkheid van het bezwaar en brengt de aanvrager of de [2 evaluerend arts]2 daarvan [2 onmiddellijk aangetekend op de hoogte]2.
  
Art. 40. [1 L'agence Grandir régie]1 statue, au plus tard dix jours après la réception de la réclamation, sur sa recevabilité et informe aussitôt le demandeur ou le médecin évaluateur de sa décision [2 par recommandé ]2.
  
Art. 41. Het bezwaar is schorsend.
  In afwijking van het eerste lid, kan [1 het agentschap Opgroeien regie]1 bij een bezwaar tegen het voornemen tot opheffing van de erkenning binnen tien dagen na de dag van de ontvangst van het bezwaarschrift beslissen dat het bezwaar geen schorsend karakter heeft. Die mogelijkheid wordt beperkt tot de gevallen waarbij een ernstig gevaar dreigt voor de veiligheid en de gezondheid van de rechtgevende kinderen en [2 de begunstigden]2.
  Als besloten wordt dat het bezwaar niet schorsend is, stuurt [1 het agentschap Opgroeien regie]1 de beslissing onmiddellijk [2 aangetekend naar de evaluerend arts]2.
  
Art. 41. La réclamation est suspensive.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, [1 l'agence Grandir régie]1 peut, en cas de réclamation contre l'intention de suppression de l'agrément, décider, dans les dix jours de la réception de la réclamation, que la réclamation n'est pas suspensive. La faculté précitée est limitée aux cas de risque grave pour la santé et la sécurité des enfants bénéficiaires et [2 des bénéficiaires]2.
   S'il est décidé que la réclamation n'est pas suspensive,[1 l'agence Grandir régie]1 transmet aussitôt la décision [2 au médecin évaluateur par recommandé ]2.
  
Art. 42. Het bezwaar wordt behandeld met inachtneming van de regels die zijn vastgesteld bij of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
Art. 42. La réclamation est traitée suivant la procédure conformément aux règles établies par ou en exécution du chapitre III du décret du 7 décembre 2007 portant création d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants.
Onderafdeling 6. - Vrijwillige stopzetting
Sous-section 6. Cessation volontaire
Art. 43. Een [2 evaluerend arts]2 die besluit zijn activiteiten in uitvoering van dit besluit stop te zetten, meldt dat zo snel mogelijk elektronisch aan [1 het agentschap Opgroeien regie]1. [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 zet de erkenning stop vanaf de opgegeven stopzettingsdatum.
  
Art. 43. Le médecin évaluateur qui décide de cesser ses activités en exécution du présent arrêté en avise [1 l'agence Grandir régie]1 dans les plus brefs délais par voie électronique. [1 L'agence Grandir régie]1 met fin à l'agrément à partir de la date de cessation indiquée.
  
HOOFDSTUK 5. - Pleegzorgtoeslag
CHAPITRE 5. - Allocation de placement familial
Art. 44. § 1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder plaatsing in een instelling: plaatsing in een instelling als vermeld in artikel 68, § 1, van [1 "het Groeipakketdecreet van 2018]1, alsook de situatie die een plaatsing in een instelling benadert, zijnde de situatie waarin het rechtgevend kind de toestemming heeft om afzonderlijk of op een autonome manier te wonen, maar onder permanent toezicht staat van en begeleid wordt door een instelling op basis van een beslissing tot hulp en bijstand van het kind die voorzien is door de toepasselijke reglementering en als de overheid of instelling belast is met het toezicht en de begeleiding van het kind.
  § 2. Voor de toepassing van artikel 17, eerste lid van [1 "het Groeipakketdecreet van 2018]1, wordt verstaan onder:
  1° openbare overheid: een openbare overheid van justitie en van volksgezondheid, hoven en rechtbanken, openbare centra voor maatschappelijk welzijn, federale, communautaire, gewestelijke, provinciale en gemeentelijke overheidsdiensten ter bescherming van de jeugd, voor openbare bijstand of ten behoeve van personen met een handicap. Dit kan een buitenlandse overheid zijn;
  2° door bemiddeling of ten laste van: de toestand waarin een openbare overheid overgaat tot plaatsing van een kind:
  a) door eenvoudige administratieve bemiddeling, zonder geldelijke tegemoetkoming,
  b) met geldelijke tegemoetkoming;
  c) zowel met administratieve als geldelijke tegemoetkoming;
  3° plaatsing in een pleeggezin: plaatsing bij pleegouders alsook de situatie die een plaatsing in een pleeggezin benadert, namelijk de situatie waarin het rechtgevende kind niet fysiek in een pleeggezin verblijft, maar op basis van een gerechtelijke beslissing of een beslissing tot hulp of bijzondere bijstand wordt toevertrouwd aan een pleeggezin, belast met het toezicht en de begeleiding van het kind.
  
Art. 44. § 1er. Dans le présent chapitre, on entend par placement dans une institution : le placement dans une institution tel que visé à l'article 68, § 1er, [1 décret relatif au Panier de croissance de 2018 ]1 ainsi que la situation proche d'un placement dans une institution, à savoir la situation dans laquelle l'enfant bénéficiaire est autorisé à habiter séparément ou de manière autonome, mais se trouve sous surveillance permanente et est supervisé par une institution en vertu d'une décision d'aide et d'assistance de l'enfant prévues par la réglementation applicable et lorsque l'autorité ou l'institution est chargée de la surveillance et de l'accompagnement de l'enfant.
  § 2. Pour l'application de l'article 17, alinéa 1er, [1 décret relatif au Panier de croissance de 2018 ]1, il faut entendre par :
  1° autorité publique : une autorité publique de justice et de santé publique, les cours et tribunaux, les centres publics d'action sociale, les services publics fédéraux, communautaires, régionaux, provinciaux et communaux de protection de la jeunesse, d'assistance publique ou en faveur des personnes handicapées. Il peut s'agir d'une autorité étrangère ;
  2° par l'intermédiaire ou à charge de : la situation dans laquelle une autorité publique procède au placement d'un enfant :
  a) par une simple médiation administrative, sans intervention pécuniaire,
  b) avec intervention pécuniaire ;
  c) avec intervention tant administrative que pécuniaire ;
  3° placement dans une famille d'accueil : le placement auprès de parents d'accueil ainsi que la situation proche d'un placement dans une famille d'accueil, à savoir la situation dans laquelle l'enfant bénéficiaire ne réside pas physiquement dans une famille d'accueil, mais est confié, en vertu d'une décision d'aide ou d'assistance spéciale, à une famille d'accueil chargée de la surveillance et de l'accompagnement de l'enfant.
  
Art. 45. De pleegzorgtoeslag is in de volgende gevallen niet verschuldigd aan de persoon of personen die voorafgaandelijk aan de plaatsing van het kind in het pleeggezin de gezinsbijslag ontvingen, vermeld in boek 2, deel 1 van [1 het Groeipakketdecreet van 2018]1:
  1° als de voormelde personen voor het kind alleen het startbedrag geboorte, vermeld in artikel 9 van [1 het Groeipakketdecreet van 2018]1, ontvingen;
  2° als het kind zelf begunstigde was conform [1 artikel 57]1, § 3, van [1 het Groeipakketdecreet van 2018]1;
  3° als de voormelde personen niet vastgesteld kunnen worden;
  4° als het kind in een instelling én in een pleeggezin wordt geplaatst en het saldo van de gezinsbijslag, vermeld in boek 2, deel 1 van [1 het Groeipakketdecreet van 2018]1, krachtens een gerechtelijke of administratieve beslissing tijdens die plaatsing, aan de voormelde personen toekomt;
  5° als het gezin van oorsprong en het onthaalgezin dezelfde zijn.
  
Art. 45. Dans les cas suivants, l'allocation de placement familial n'est pas due à la personne ou aux personnes qui, préalablement au placement de l'enfant dans la famille d'accueil, percevai(en)t les allocations familiales visées au livre 2, partie 1, [1 décret relatif au Panier de croissance de 2018 ]1 :
  1° lorsque les personnes précitées ne percevaient pour l'enfant que le montant initial naissance visé à l'article 9 [1 décret relatif au Panier de croissance de 2018 ]1 ;
  2° lorsque l'enfant même était bénéficiaire conformément à [1 l'article 57 ]1, § 3, [1 décret relatif au Panier de croissance de 2018 ]1 ;
  3° lorsque les personnes précitées ne peuvent pas être établies ;
  4° lorsque l'enfant est placé dans une institution et dans une famille d'accueil et que le solde des allocations familiales visées au livre 2, partie 1,[1 décret relatif au Panier de croissance de 2018 ]1 revient aux personnes précitées en vertu d'une décision judiciaire ou administrative durant ledit placement ;
  5° lorsque la famille d'origine et la famille d'accueil sont les mêmes.
  
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions modificatives
Art. 46. In artikel 26 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Naast de opdrachten, vermeld in het eerste lid, adviseert het team Indicatiestelling, in voorkomend geval, over de aanwending van het resterende bedrag van het derde van de gezinsbijslagen ter uitvoering van artikel 68, § 2, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid.".
Art. 46. A l'article 26 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Outre les missions visées à l'alinéa 1er, l'équipe chargée de l'indication rend un avis, le cas échéant, sur l'utilisation du solde du tiers des allocations familiales en exécution de l'article 68, § 2, du décret du 27 avril 2018 réglant les allocations dans le cadre de la politique familiale. ".
Art. 47. In artikel 37, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
  "3° de aanwending van het resterende bedrag van het derde van de gezinsbijslagen ter uitvoering van artikel 68, § 2, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid.".
Art. 47. A l'article 37, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° de l'utilisation du solde du tiers des allocations familiales en exécution de l'article 68, § 2, du décret du 27 avril 2018 réglant les allocations dans le cadre de la politique familiale. ".
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Afdeling 1. - Overgangsbepalingen
Section 1ère. - Dispositions transitoires
Onderafdeling 1. - Wezentoeslag
Sous-section 1ère. - Allocation d'orphelin
Art. 48. § 1. Het rechtgevende kind dat geboren is vóór 1 januari 2019, van wie een van de ouders is overleden en aan wie op grond van de kinderbijslagreglementering een gewone of verhoogde wezenbijslag is toegekend op 31 december 2018, kan als verlaten beschouwd worden als vermeld in artikel 214, § 2, achtste lid, van [1 het Groeipakketdecreet van 2018]1, als voldaan is aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
  1° het kind is ingeschreven op een ander adres dan de overlevende ouder in de zin van artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van het Rijksregister van de natuurlijke personen, met uitzondering van gevallen waarbij uit andere daarvoor overgelegde officiële documenten als vermeld in artikel 3, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2018 tot vaststelling van de nadere regels voor het toekennen van een sociale toeslag, blijkt dat het kind op een ander adres woont dan de overlevende ouder;
  2° de overlevende ouder heeft geen contact meer met het kind;
  3° er is geen of slechts een minieme geldelijke tegemoetkoming in de onderhoudskosten van het kind;
  4° de overlevende ouder vormt een gezin met een persoon die geen bloed- of aanverwant is tot en met de derde graad.
  In het eerste lid, 3°, wordt verstaan onder minieme geldelijke tegemoetkoming: een kleinere bijdrage dan het verschil tussen de kinderbijslag, vermeld in artikel 210 van [1 het Groeipakketdecreet van 2018]1, en de verhoogde kinderbijslag voor wezen, vermeld in artikel 214, § 1, van het voormelde decreet. Als er verschillende kinderen in het gezin aanwezig zijn, wordt het verschil per kind vergeleken tenzij een volledige vergelijking gunstiger is dan een vergelijking per kind. Het is niet van belang of de overlevende ouder die geldelijke bijdrage vrijwillig of ingevolge een rechterlijke beslissing verstrekt.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, 2°, vormen contacten per brief, telefoon, via sms of sociale media en louter protocollaire bezoeken geen beletsel om een kind als verlaten te beschouwen als vermeld in artikel 214, § 2, achtste lid, van [1 het Groeipakketdecreet van 2018]1, zolang die contacten niet deel uitmaken van een structurele relatie tussen de overlevende ouder en het kind.
  § 3. Als er niet meer voldaan is aan een van de cumulatieve voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, wordt het kind niet meer als verlaten wees beschouwd als vermeld in artikel 56bis, § 2, vierde lid, van de Algemene kinderbijslagwet, vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de voorwaarden niet langer vervuld zijn.
  Als het kind voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, wordt het als verlaten wees beschouwd vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin het kind opnieuw aan de voorwaarden voldoet.
  § 4. De minister kan nadere regels vaststellen voor de procedure voor de vaststelling van een verlaten wees als vermeld in artikel 214, § 2, achtste lid, van [1 het Groeipakketdecreet van 2018]1.
  
Art. 48. § 1er. L'enfant bénéficiaire né avant le 1er janvier 2019, dont l'un des parents est décédé et auquel une allocation d'orphelin simple ou majorée a été octroyée au 31 décembre 2018 en vertu de la réglementation des allocations familiales, peut être considéré comme abandonné comme prévu à l'article 214, § 2, alinéa 8, [1 décret relatif au Panier de croissance de 2018]1, lorsque les conditions cumulatives suivantes sont remplies :
  1° l'enfant a été inscrit à une adresse différente de celle du parent survivant au sens de l'article 3, alinéa 1er, 5°, de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques, exception faite des cas dans lesquels il ressort d'autres documents officiels produits à cet effet, tels que visés à l'article 3, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 septembre 2018 fixant les modalités en vue de l'attribution d'un supplément social, que l'enfant vit à une adresse différente de celle du parent survivant ;
  2° le parent survivant n'a plus de contacts avec l'enfant ;
  3° l'intervention pécuniaire dans les frais de l'enfant est inexistante ou minime ;
  4° le parent survivant forme un ménage avec une personne qui n'est ni parente, ni alliée jusqu'au troisième degré inclus.
  A l'alinéa 1er, 3°, il faut entendre par intervention pécuniaire minime : une contribution inférieure à la différence entre les allocations familiales visées à l'article 210 [1 décret relatif au Panier de croissance de 2018]1 et les allocations familiales majorées pour orphelins visées à l'article 214, § 1er, du décret précité. Si le ménage compte plusieurs enfants, la différence est comparée par enfant à moins qu'une comparaison globale ne soit plus favorable qu'une comparaison par enfant. Que le parent survivant fournisse la contribution pécuniaire sur une base volontaire ou en vertu d'une décision judiciaire est sans importance.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, les contacts par lettre, téléphone, SMS ou médias sociaux et les visites purement protocolaires n'empêchent pas de considérer un enfant comme abandonné comme prévu à l'article 214, § 2, alinéa 8, [1 décret relatif au Panier de croissance de 2018]1, tant que lesdits contacts ne font pas partie d'une relation structurelle entre le parent survivant et l'enfant.
  § 3. S'il n'est plus satisfait à l'une des conditions cumulatives visées au paragraphe 1er, l'enfant n'est plus considéré comme orphelin abandonné comme prévu à l'article 56bis, § 2, alinéa 4, de la loi générale relative aux allocations familiales, à partir du premier jour du mois suivant celui au cours duquel les conditions ne sont plus remplies.
  Si l'enfant répond aux conditions visées au paragraphe 1er, il est considéré comme orphelin abandonné à partir du premier jour du mois suivant celui au cours duquel il remplit à nouveau les conditions.
  § 4. Le ministre peut préciser les modalités de la procédure de constatation d'un orphelin abandonné comme prévu à l'article 214, § 2, alinéa 8, décret relatif au Panier de croissance de 2018[1 ]1.
  
Onderafdeling 2. - Zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte
Sous-section 2. - Allocation de soins pour les enfants ayant un besoin de soutien spécifique
Art. 49. § 1. Het kind voor wie een beslissing is genomen op basis van het koninklijk besluit van 28 maart 2003, en dat ten gevolge van die beslissing bij de uitbetalingsactor een recht opent op een maandelijkse zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte als vermeld in artikel 16, § 1, van [2 het Groeipakketdecreet van 2018]2, blijft gerechtigd op de zorgtoeslag zolang die beslissing onverminderd van toepassing blijft omdat er geen herziening plaatsvond op aanvraag of ambtshalve en op voorwaarde dat het kind de leeftijd van 21 jaar niet bereikt heeft.
  Voor het kind, vermeld in het eerste lid, voor wie vanaf 1 januari 2019 een herziening op aanvraag of een ambtshalve herziening plaatsvindt en waarbij uit de nieuwe beslissing blijkt dat het kind een specifieke ondersteuningsbehoefte heeft die gevolgen heeft als vermeld in artikel 6, wordt een zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte uitgekeerd als vermeld in artikel 16, § 1, van [2 het Groeipakketdecreet van 2018]2.
  De beslissing tot toekenning of weigering van de zorgtoeslag voor een kind met een specifieke ondersteuning die voortvloeit uit een ambtshalve herziening, heeft uitwerking vanaf de eerste dag van de maand na de einddatum van de geldigheid van de vorige beslissing.
  Als ten gevolge van de herziening op aanvraag een hoger bedrag kan worden toegekend, betaalt de uitbetalingsactor het verschil voor de periode die de [3 evaluerend arts]3 bepaalt. Als de nieuwe beslissing tot een lager bedrag leidt, heeft die nieuwe beslissing pas uitwerking vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de [3 evaluerend arts]3 de beslissing heeft meegedeeld aan [1 het agentschap Opgroeien regie]1.
  § 2. Het kind voor wie een lichamelijke en geestelijke ongeschiktheid en een graad van zelfredzaamheid is vastgesteld conform artikel 2 van het koninklijk besluit van 28 maart 2003 en dat door die beslissing recht heeft op een bijslag van 414,28 euro, 453,49 euro of 484,78 euro als vermeld in artikel 47, § 1, van de Algemene Kinderbijslagwet en afhankelijk van zijn graad van zelfredzaamheid, blijft zijn recht op die bijslag behouden zolang de beslissing niet herzien wordt.
  
Art. 49. § 1er. L'enfant pour lequel une décision a été prise sur la base de l'arrêté royal du 28 mars 2003 et qui, par suite de ladite décision ouvre, auprès de l'acteur de paiement, un droit à une allocation mensuelle de soins pour des enfants ayant un besoin de soutien spécifique telle que visée à l'article 16, § 1er, [2 décret relatif au Panier de croissance de 2018]2, conserve le droit à l'allocation de soins tant que ladite décision reste entièrement applicable parce qu'il n'y a pas eu de révision sur demande ou d'office, et à condition que l'enfant n'ait pas atteint l'âge de 21 ans.
  En ce qui concerne l'enfant visé à l'alinéa 1er, pour lequel a lieu une révision sur demande ou d'office à partir du 1er janvier 2019 dont la nouvelle décision fait apparaître que l'enfant a un besoin de soutien spécifique qui a des conséquences telles que visées à l'article 6, une allocation de soins pour des enfants ayant un besoin de soutien spécifique telle que visée à l'article 16, § 1er, [2 décret relatif au Panier de croissance de 2018]2, est octroyée.
  La décision d'octroi ou de refus de l'allocation de soins pour un enfant ayant un besoin de soutien spécifique, qui résulte d'une révision d'office, produit ses effets à partir du premier jour du mois qui suit la date de fin de validité de la décision précédente.
  Si, par suite de la révision sur demande, un montant plus élevé peut être octroyé, l'acteur de paiement paie la différence pour la période déterminée par le médecin évaluateur. Si la nouvelle décision débouche sur un montant inférieur, la nouvelle décision en question ne produit ses effets qu'à partir du premier jour du mois qui suit celui au cours duquel le médecin évaluateur a communiqué la décision à [1 l'agence Grandir régie]1.
  § 2. L'enfant pour lequel une incapacité physique et mentale et un degré d'autonomie ont été établis conformément à l'article 2 de l'arrêté royal du 28 mars 2003 et qui, par la décision en question, a droit à une allocation de 414,28 euros, de 453,49 euros ou de 484,78 euros, telle que visée à l'article 47, § 1er, de la loi générale relative aux allocations familiales, en fonction de son degré d'autonomie, conserve son droit à cette allocation tant que ladite décision n'est pas revue.
  
Art. 50. Zolang de inschaling voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte vanaf 1 januari 2019 conform het driepijlersysteem, vermeld in artikel 6 en 7 van het koninklijk besluit van 28 maart 2003, wordt uitgevoerd onder de bevoegdheid van het Waalse Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Duitstalige Gemeenschap, worden de beslissingen die daaruit voortvloeien automatisch overgenomen door de Vlaamse Gemeenschap, als het betrokken kind onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap komt te vallen. Die beslissing geldt voor de termijn die daarvoor bepaald is door de betrokken deelentiteiten en valt onder de toepassing van artikel 19 en 20 van dit besluit.
  [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 beoordeelt of de inschaling, vermeld in het eerste lid, die gevoerd wordt onder de bevoegdheid van het Waalse Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of de Duitstalige Gemeenschap, blijvend conform het driepijlersysteem, vermeld in het eerste lid, wordt uitgevoerd.
  
Art. 50. Tant que la classification pour les enfants ayant un besoin de soutien spécifique s'effectue, à partir du 1er janvier 2019, conformément au système des trois piliers visé aux articles 6 et 7 de l'arrêté royal du 28 mars 2003, sous la compétence de la Région wallonne, de la Commission communautaire commune et de la Communauté germanophone, les décisions qui en découlent sont reprises automatiquement par la Communauté flamande si l'enfant concerné relève de la compétence de la Communauté flamande. La décision précitée est valable pour le délai fixé à cet effet par les entités fédérées concernées et entre dans le champ d'application des articles 19 et 20 du présent arrêté.
  [1 L'agence Grandir régie]1 examine si la classification visée à l'alinéa 1er effectuée sous la compétence de la Région wallonne, de la Commission communautaire commune ou de la Communauté germanophone est constamment effectuée conformément au système des trois piliers visé à l'alinéa 1er.
  
Onderafdeling 3.
Sous-section 3.
Onderafdeling 4. - Pleegzorgtoeslag
Sous-section 4. - Allocation de placement familial
Art. 52. § 1. In dit artikel wordt verstaan onder plaatsende overheid: een openbare overheid van justitie en van volksgezondheid, hoven en rechtbanken, openbare centra voor maatschappelijk welzijn, federale, communautaire, gewestelijke, provinciale en gemeentelijke overheidsdiensten ter bescherming van de jeugd, voor openbare bijstand of ten behoeve van personen met een handicap. De plaatsende overheid kan een buitenlandse overheid zijn.
  § 2. De forfaitaire pleegzorgbijslag, vermeld in artikel 219, eerste lid, van [1 het Groeipakketdecreet van 2018]1 is verschuldigd aan de bijslagtrekkende die de kinderbijslag voor het geplaatste kind ontving onmiddellijk voor de plaatsing, zolang die regelmatig contact onderhoudt met of belangstelling toont voor het kind.
  § 3. De uitbetalingsactor beslist de forfaitaire pleegzorgbijslag niet langer toe te kennen als de plaatsende overheid, hem laat weten dat de bijslagtrekkende geen regelmatig contact meer onderhoudt met het kind of geen belangstelling toont voor het kind.
  In het geval, vermeld in het eerste lid, wordt de betaling van de forfaitaire pleegzorgbijslag, vermeld in artikel 219, eerste lid, van [1 het Groeipakketdecreet van 2018]1, stopgezet vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de uitbetalingsactor de desbetreffende beslissing van de plaatsende overheid heeft ontvangen.
  § 4. Als de uitbetalingsactor kennisneemt van feiten of verklaringen waaruit blijkt dat er geen regelmatig contact meer is tussen het geplaatste kind en de bijslagtrekkende van de forfaitaire pleegzorgbijslag of dat er een gebrek is aan belangstelling van de bijslagtrekkende voor het kind, geeft de uitbetalingsactor die informatie door aan de plaatsende overheid. De betaling van de pleegzorgtoeslag wordt voortgezet zolang er geen bericht van de plaatsende overheid, vermeld in paragraaf 3, wordt ontvangen.
  § 5. Als de bijslagtrekkende van de forfaitaire pleegzorgbijslag ontzet wordt uit de ouderlijke macht, is die bijslag niet langer verschuldigd. In dat geval wordt de betaling van de forfaitaire pleegzorgbijslag, vermeld in artikel 219, eerste lid, van [1 het Groeipakketdecreet van 2018]1, stopgezet vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de uitbetalingsactor de desbetreffende gerechtelijke beslissing tot de ontzetting uit de ouderlijke macht heeft ontvangen.
  
Art. 52. § 1er. Dans le présent article, on entend par autorité responsable du placement : une autorité publique de justice et de santé publique, les cours et tribunaux, les centres publics d'action sociale, les services publics fédéraux, communautaires, régionaux, provinciaux et communaux de protection de la jeunesse, d'assistance publique ou en faveur des personnes handicapées. L'autorité responsable du placement peut être une autorité étrangère.
  § 2. L'allocation forfaitaire de placement familial visée à l'article 219, alinéa 1er, [1 décret relatif au Panier de croissance de 2018]1, est due à l'allocataire qui percevait les allocations familiales pour l'enfant placé immédiatement avant le placement aussi longtemps qu'il entretient des contacts réguliers avec l'enfant ou lui manifeste de l'intérêt.
  § 3. L'acteur de paiement décide de ne plus octroyer l'allocation forfaitaire de placement familial si l'autorité responsable du placement l'informe que l'allocataire n'entretient plus de contacts réguliers avec l'enfant ou ne lui manifeste pas d'intérêt.
  Dans le cas visé à l'alinéa 1er, le paiement de l'allocation forfaitaire de placement familial visée à l'article 219, alinéa 1er, [1 décret relatif au Panier de croissance de 2018]1, cesse à partir du premier jour du mois qui suit celui au cours duquel l'acteur de paiement a reçu la décision en question de l'autorité responsable du placement.
  § 4. Si l'acteur de paiement a connaissance de faits ou de déclarations démontrant qu'il n'y a plus de contacts réguliers entre l'enfant placé et l'allocataire de l'allocation forfaitaire de placement familial, ou que l'allocataire ne manifeste pas d'intérêt pour l'enfant, il transmet cette information à l'autorité responsable du placement. Le paiement de l'allocation de placement familial se poursuit aussi longtemps qu'aucun avis de l'autorité responsable du placement visée au paragraphe 3 n'est reçu.
  § 5. Si l'allocataire de l'allocation forfaitaire de placement familial est déchu de l'autorité parentale, l'allocation en question n'est plus due. Dans ce cas, le paiement de l'allocation forfaitaire de placement familial visée à l'article 219, alinéa 1er,[1 décret relatif au Panier de croissance de 2018]1 cesse à partir du premier jour du mois qui suit celui au cours duquel l'acteur de paiement a reçu la décision judiciaire de déchéance de l'autorité parentale en question.
  
Afdeling 2. - Uitvoeringsbepaling en inwerkingtredingsbepaling
Section 2. - Disposition d'exécution et disposition d'entrée en vigueur
Art. 53. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2019.
Art. 53. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2019.
Art. 54. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 54. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. opgeheven door :
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 21-12-2018, p. 101787)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 21-12-2018, p. 101830)
  annexe 3 abrogée par