Artikel 1. Artikel 6318/9 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 6318/9. Overeenkomstig artikel 315, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, houden belastingplichtigen die de toepassing van artikel 14536 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vragen, een attest ter beschikking van de Federale Overheidsdienst Financiën. Dat attest wordt verleend door de entiteit die door de Vlaamse Regering belast is met de beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed en bevat minstens de volgende gegevens:
1° het jaar waarvoor het attest wordt verleend;
2° het bedrag aan uitgaven, exclusief btw, dat in aanmerking kan komen voor de belastingvermindering;
3° een verklaring van de voormelde entiteit dat de uitgaven in aanmerking kunnen komen voor de belastingvermindering;
4° de benaming en het adres van het beschermde goed, de kadastrale gegevens van het perceel of de percelen waarop de onroerende goederen zich bevinden, het rijksregisternummer of een ander identificatienummer van de belastingplichtige, het aandeel van de belastingplichtige in het eigendomsrecht, vruchtgebruik, recht van opstal of erfpacht in het onroerend goed waarvoor hij de uitgaven heeft gemaakt.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 NOVEMBER 2018. - Besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot oprichting van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed en het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, wat betreft de vermindering van de personenbelasting voor uitgaven voor beschermde goederen
Titre
23 NOVEMBRE 2018. - Arrêté portant modification de l'arrêté royal du 27 août 1993 d'exécution du Code des Impôts sur les Revenus 1992, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique " Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed " (Institut flamand du Patrimoine immobilier) et de l'Arrêté sur le Patrimoine immobilier du 16 mai 2014, en ce qui concerne la réduction des impôts des personnes physiques pour les dépenses pour les biens protégés
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Article 1er. L'article 6318/9 de l'arrêté royal du 27 août 1993 d'exécution du Code des Impôts sur les Revenus 1992, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 6318/9. Conformément à l'article 315, alinéa 1er, du Code des Impôts sur les Revenus 1992, les contribuables qui demandent l'application de l'article 14536 du Code des Impôts sur les Revenus 1992, tiennent une attestation à la disposition du Service public fédéral Finances. Cette attestation est délivrée par l'entité chargée par le Gouvernement flamand de l'exécution de la politique en matière de patrimoine immobilier, et comprend au moins les données suivantes :
1° l'année pour laquelle l'attestation est délivrée ;
2° le montant de dépenses, hors TVA, éligible à la réduction d'impôt ;
3° une déclaration de l'entité précitée que les dépenses peuvent être éligibles à la réduction d'impôt ;
4° la dénomination et l'adresse du bien protégé, les données cadastrales de la parcelle ou des parcelles sur lesquelles se trouvent les biens immobiliers, le numéro de registre national ou un autre numéro d'identification du contribuable, la part du contribuable dans le droit de propriété, l'usufruit, le droit de superficie ou le bail emphytéotique dans le bien immobilier pour lequel il a effectué les dépenses. ".
" Art. 6318/9. Conformément à l'article 315, alinéa 1er, du Code des Impôts sur les Revenus 1992, les contribuables qui demandent l'application de l'article 14536 du Code des Impôts sur les Revenus 1992, tiennent une attestation à la disposition du Service public fédéral Finances. Cette attestation est délivrée par l'entité chargée par le Gouvernement flamand de l'exécution de la politique en matière de patrimoine immobilier, et comprend au moins les données suivantes :
1° l'année pour laquelle l'attestation est délivrée ;
2° le montant de dépenses, hors TVA, éligible à la réduction d'impôt ;
3° une déclaration de l'entité précitée que les dépenses peuvent être éligibles à la réduction d'impôt ;
4° la dénomination et l'adresse du bien protégé, les données cadastrales de la parcelle ou des parcelles sur lesquelles se trouvent les biens immobiliers, le numéro de registre national ou un autre numéro d'identification du contribuable, la part du contribuable dans le droit de propriété, l'usufruit, le droit de superficie ou le bail emphytéotique dans le bien immobilier pour lequel il a effectué les dépenses. ".
Art. 2. In artikel 9/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot oprichting van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2011 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014, 4 december 2015 en 15 juli 2016, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° ter uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en ter uitvoering van artikel 10.5.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 advies verstrekken en attesten uitreiken in verband met de beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten voor het behoud of de herwaardering van de erfgoedkenmerken en de erfgoedelementen van beschermde onroerende goederen;".
"1° ter uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en ter uitvoering van artikel 10.5.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 advies verstrekken en attesten uitreiken in verband met de beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten voor het behoud of de herwaardering van de erfgoedkenmerken en de erfgoedelementen van beschermde onroerende goederen;".
Art. 2. Dans l'article 9/1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique " Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed " (Institut flamand du Patrimoine immobilier), inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juin 2011 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 mai 2014, 4 décembre 2015 et 15 juillet 2016, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° émettre des avis et délivrer des attestations, en exécution du Code des Impôts sur les Revenus 1992 et en exécution de l'article 10.5.1 du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, en ce qui concerne les mesures de gestion, travaux ou services pour la préservation ou la revalorisation des caractéristiques patrimoniales ou éléments patrimoniaux de biens immobiliers protégés ; ".
" 1° émettre des avis et délivrer des attestations, en exécution du Code des Impôts sur les Revenus 1992 et en exécution de l'article 10.5.1 du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, en ce qui concerne les mesures de gestion, travaux ou services pour la préservation ou la revalorisation des caractéristiques patrimoniales ou éléments patrimoniaux de biens immobiliers protégés ; ".
Art. 3. Aan hoofdstuk 11 van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2017, wordt een afdeling 9, die bestaat uit artikel 11.9.1 tot en met 11.9.6, toegevoegd, die luidt als volgt:
"Afdeling 9. Vermindering personenbelasting
Onderafdeling 1. Voorwaarden waaraan beheersmaatregelen, werkzaamheden en diensten moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de belastingvermindering
Art. 11.9.1. De volgende uitgaven komen in aanmerking voor de belastingvermindering, vermeld in artikel 14536 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992:
1° de uitgaven voor beheersmaatregelen, werken of diensten die opgenomen zijn in een door de minister vastgestelde exhaustieve lijst met werkzaamheden;
2° de uitgaven voor beheersmaatregelen, werken of diensten die vermeld zijn in een goedgekeurd en op het ogenblik van de uitgaven geldig beheersplan;
3° de uitgaven voor noodzakelijk voorafgaand onderzoek in het kader van de beheersmaatregelen, werken of diensten, vermeld in punt 1° en 2°.
De beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten, vermeld in het eerste lid, moeten conform de regelgeving over het onroerend erfgoed zijn uitgevoerd.
Onderafdeling 2. Aanvragen en verlenen van het attest voor de belastingvermindering
Art. 11.9.2. De belastingplichtige dient de attestaanvraag voor de belastingvermindering, vermeld in artikel 14536 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in bij het agentschap.
Het aanvraagdossier bevat:
1° een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier dat ter beschikking wordt gesteld op de website van het agentschap;
2° een beschrijving van de uitgevoerde beheersmaatregelen, werken of diensten of van het voorafgaande onderzoek in het kader hiervan;
3° betalingsbewijzen die aantonen dat de uitgaven volledig betaald zijn;
4° een verklaring van de belastingplichtige dat de uitgaven, vermeld in artikel 11.9.1, voldoen aan de voorwaarden voor de toepassing van de belastingvermindering, vermeld in artikel 14536 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
De minister kan de nadere regels voor de inhoud van het aanvraagdossier bepalen.
Art. 11.9.3. De belastingplichtige dient de attestaanvraag in bij het agentschap vóór 15 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de uitgaven, vermeld in artikel 11.9.1, zijn gedaan.
Art. 11.9.4. Het agentschap verleent per belastingplichtige één attest per jaar waarin uitgaven zijn gedaan.
Als de belastingplichtige al een attest heeft gekregen, kan hij, in geval van gewijzigde omstandigheden, een wijziging van attest aanvragen bij het agentschap vóór 15 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de uitgaven, vermeld in artikel 11.9.1, zijn gedaan. Het gewijzigde attest vervangt het eerder verleende attest.
Art. 11.9.5. Als niet voldaan is aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een attest, ontvangt de aanvrager een weigering van het agentschap en, in voorkomend geval, opmerkingen over de wijze waarop de aanvraag moet worden aangepast om een attest te verkrijgen. Een aangepaste aanvraag komt tegemoet aan die opmerkingen en kan conform artikel 11.9.2 opnieuw worden ingediend.
Als de aanvrager de weigering ontvangt na 15 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de uitgaven, vermeld in artikel 11.9.1, zijn gedaan, wordt de nieuwe aanvraag opnieuw ingediend binnen vijftien dagen na de dag van de ontvangst van de weigering.
Art. 11.9.6. Het agentschap bezorgt het attest aan de aanvrager.".
"Afdeling 9. Vermindering personenbelasting
Onderafdeling 1. Voorwaarden waaraan beheersmaatregelen, werkzaamheden en diensten moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de belastingvermindering
Art. 11.9.1. De volgende uitgaven komen in aanmerking voor de belastingvermindering, vermeld in artikel 14536 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992:
1° de uitgaven voor beheersmaatregelen, werken of diensten die opgenomen zijn in een door de minister vastgestelde exhaustieve lijst met werkzaamheden;
2° de uitgaven voor beheersmaatregelen, werken of diensten die vermeld zijn in een goedgekeurd en op het ogenblik van de uitgaven geldig beheersplan;
3° de uitgaven voor noodzakelijk voorafgaand onderzoek in het kader van de beheersmaatregelen, werken of diensten, vermeld in punt 1° en 2°.
De beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten, vermeld in het eerste lid, moeten conform de regelgeving over het onroerend erfgoed zijn uitgevoerd.
Onderafdeling 2. Aanvragen en verlenen van het attest voor de belastingvermindering
Art. 11.9.2. De belastingplichtige dient de attestaanvraag voor de belastingvermindering, vermeld in artikel 14536 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in bij het agentschap.
Het aanvraagdossier bevat:
1° een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier dat ter beschikking wordt gesteld op de website van het agentschap;
2° een beschrijving van de uitgevoerde beheersmaatregelen, werken of diensten of van het voorafgaande onderzoek in het kader hiervan;
3° betalingsbewijzen die aantonen dat de uitgaven volledig betaald zijn;
4° een verklaring van de belastingplichtige dat de uitgaven, vermeld in artikel 11.9.1, voldoen aan de voorwaarden voor de toepassing van de belastingvermindering, vermeld in artikel 14536 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
De minister kan de nadere regels voor de inhoud van het aanvraagdossier bepalen.
Art. 11.9.3. De belastingplichtige dient de attestaanvraag in bij het agentschap vóór 15 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de uitgaven, vermeld in artikel 11.9.1, zijn gedaan.
Art. 11.9.4. Het agentschap verleent per belastingplichtige één attest per jaar waarin uitgaven zijn gedaan.
Als de belastingplichtige al een attest heeft gekregen, kan hij, in geval van gewijzigde omstandigheden, een wijziging van attest aanvragen bij het agentschap vóór 15 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de uitgaven, vermeld in artikel 11.9.1, zijn gedaan. Het gewijzigde attest vervangt het eerder verleende attest.
Art. 11.9.5. Als niet voldaan is aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een attest, ontvangt de aanvrager een weigering van het agentschap en, in voorkomend geval, opmerkingen over de wijze waarop de aanvraag moet worden aangepast om een attest te verkrijgen. Een aangepaste aanvraag komt tegemoet aan die opmerkingen en kan conform artikel 11.9.2 opnieuw worden ingediend.
Als de aanvrager de weigering ontvangt na 15 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de uitgaven, vermeld in artikel 11.9.1, zijn gedaan, wordt de nieuwe aanvraag opnieuw ingediend binnen vijftien dagen na de dag van de ontvangst van de weigering.
Art. 11.9.6. Het agentschap bezorgt het attest aan de aanvrager.".
Art. 3. Le chapitre 11 de l'Arrêté sur le Patrimoine immobilier du 16 mai 2014, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 septembre 2017, est complété par une section 9, comprenant les articles 11.9.1 à 11.9.6 inclus, rédigée comme suit :
" Section 9. Réduction de l'impôt des personnes physiques
Sous-section 1ère. Conditions auxquelles les mesures de gestion, travaux et services doivent répondre afin d'être éligibles à la réduction d'impôt
Art. 11.9.1. Les dépenses suivantes sont éligibles à la réduction d'impôt, visée à l'article 14536 du Code des Impôts sur les Revenus 1992 :
1° les dépenses pour les mesures de gestion, travaux ou services qui sont repris dans une liste exhaustive de travaux, établie par le Ministre ;
2° les dépenses pour les mesures de gestion, travaux ou services qui sont mentionnés dans un plan de gestion approuvé et valable au moment des dépenses ;
3° les dépenses pour un examen préliminaire nécessaire dans le cadre des mesures de gestion, travaux ou services, visés aux points 1° et 2°.
Les mesures de gestion, travaux ou services, visés à l'alinéa 1er, doivent être effectués conformément à la réglementation relative au patrimoine immobilier.
Sous-section 2. Demander et délivrer l'attestation pour la réduction d'impôt
Art. 11.9.2. Le contribuable introduit la demande d'attestation pour la réduction d'impôt, visée à l'article 14536 du Code des Impôts sur les Revenus 1992, auprès de l'agence.
Le dossier de demande comprend :
1° un formulaire de demande dûment rempli et signé, qui est mis à disposition sur le site web de l'agence ;
2° une description des mesures de gestion, travaux ou services effectués, ou de l'examen préliminaire nécessaire dans ce cadre ;
3° des preuves de paiement qui démontrent que les dépenses sont entièrement payées ;
4° une déclaration du contribuable que les dépenses, visées à l'article 11.9.1 répondent aux conditions pour l'application de la réduction d'impôt, visée à l'article 14536 du Code des Impôts sur les Revenus 1992.
Le Ministre peut arrêter les modalités du contenu du dossier de demande.
Art. 11.9.3. Le contribuable introduit la demande d'attestation auprès de l'agence avant le 15 janvier de l'année qui suit l'année à laquelle les dépenses, visées à l'article 11.9.1 sont effectuées.
Art. 11.9.4. L'agence délivre une attestation par contribuable par année à laquelle les dépenses sont effectuées.
Si le contribuable a déjà obtenu une attestation, il peut, en cas de circonstances modifiées, demander une modification d'attestation auprès de l'agence avant le 15 janvier de l'année qui suit l'année à laquelle les dépenses, visées à l'article 11.9.1, sont effectuées. L'attestation modifiée remplace l'attestation délivrée antérieurement.
Art. 11.9.5. Si les conditions d'obtention d'une attestation ne sont pas remplies, le demandeur reçoit un refus de l'agence et, le cas échéant, des remarques relatives à la manière dont la demande doit être adaptée afin d'obtenir une attestation. Une demande adaptée doit répondre à ces remarques et peut, conformément à l'article 11.9.2, être introduite à nouveau.
Si le demandeur reçoit le refus après le 15 janvier de l'année qui suit l'année à laquelle les dépenses, visées à l'article 11.9.1, sont effectuées, la nouvelle demande est introduite à nouveau dans les quinze jours après le jour de la réception du refus.
Art. 11.9.6. L'agence transmet l'attestation au demandeur. ".
" Section 9. Réduction de l'impôt des personnes physiques
Sous-section 1ère. Conditions auxquelles les mesures de gestion, travaux et services doivent répondre afin d'être éligibles à la réduction d'impôt
Art. 11.9.1. Les dépenses suivantes sont éligibles à la réduction d'impôt, visée à l'article 14536 du Code des Impôts sur les Revenus 1992 :
1° les dépenses pour les mesures de gestion, travaux ou services qui sont repris dans une liste exhaustive de travaux, établie par le Ministre ;
2° les dépenses pour les mesures de gestion, travaux ou services qui sont mentionnés dans un plan de gestion approuvé et valable au moment des dépenses ;
3° les dépenses pour un examen préliminaire nécessaire dans le cadre des mesures de gestion, travaux ou services, visés aux points 1° et 2°.
Les mesures de gestion, travaux ou services, visés à l'alinéa 1er, doivent être effectués conformément à la réglementation relative au patrimoine immobilier.
Sous-section 2. Demander et délivrer l'attestation pour la réduction d'impôt
Art. 11.9.2. Le contribuable introduit la demande d'attestation pour la réduction d'impôt, visée à l'article 14536 du Code des Impôts sur les Revenus 1992, auprès de l'agence.
Le dossier de demande comprend :
1° un formulaire de demande dûment rempli et signé, qui est mis à disposition sur le site web de l'agence ;
2° une description des mesures de gestion, travaux ou services effectués, ou de l'examen préliminaire nécessaire dans ce cadre ;
3° des preuves de paiement qui démontrent que les dépenses sont entièrement payées ;
4° une déclaration du contribuable que les dépenses, visées à l'article 11.9.1 répondent aux conditions pour l'application de la réduction d'impôt, visée à l'article 14536 du Code des Impôts sur les Revenus 1992.
Le Ministre peut arrêter les modalités du contenu du dossier de demande.
Art. 11.9.3. Le contribuable introduit la demande d'attestation auprès de l'agence avant le 15 janvier de l'année qui suit l'année à laquelle les dépenses, visées à l'article 11.9.1 sont effectuées.
Art. 11.9.4. L'agence délivre une attestation par contribuable par année à laquelle les dépenses sont effectuées.
Si le contribuable a déjà obtenu une attestation, il peut, en cas de circonstances modifiées, demander une modification d'attestation auprès de l'agence avant le 15 janvier de l'année qui suit l'année à laquelle les dépenses, visées à l'article 11.9.1, sont effectuées. L'attestation modifiée remplace l'attestation délivrée antérieurement.
Art. 11.9.5. Si les conditions d'obtention d'une attestation ne sont pas remplies, le demandeur reçoit un refus de l'agence et, le cas échéant, des remarques relatives à la manière dont la demande doit être adaptée afin d'obtenir une attestation. Une demande adaptée doit répondre à ces remarques et peut, conformément à l'article 11.9.2, être introduite à nouveau.
Si le demandeur reçoit le refus après le 15 janvier de l'année qui suit l'année à laquelle les dépenses, visées à l'article 11.9.1, sont effectuées, la nouvelle demande est introduite à nouveau dans les quinze jours après le jour de la réception du refus.
Art. 11.9.6. L'agence transmet l'attestation au demandeur. ".
Art. 4. Dit besluit treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2019.
Art. 4. Le présent décret entre en vigueur à partir de l'année d'imposition 2019.
Art. 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onroerend erfgoed, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5. Le Ministre flamand ayant le patrimoine immobilier dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.