Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° agentschap: het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming;
2° besluit van 30 november 2018: het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
7 DECEMBER 2018. - Ministerieel besluit betreffende de uitvoering van de Vlaamse sociale bescherming, wat de mobiliteitshulpmiddelen betreft(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-12-2018 en tekstbijwerking tot 09-01-2026)
Titre
7 DECEMBRE 2018. - Arrêté ministériel portant exécution de la protection sociale flamande, en ce qui concerne les aides à la mobilité(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 28-12-2018 et mise à jour au 09-01-2026)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Definities
HOOFDSTUK 2. - Algemeen
HOOFDSTUK 3. - Aankoop
Afdeling 1. - Buiten de productlijst - bijkomen...
Afdeling 2. - Forfaitaire tegemoetkomingen
Afdeling 3. - Uitzonderlijke situaties
HOOFDSTUK 4. - Toekenning van tegemoetkomingen ...
HOOFDSTUK 5. - Indicatiestelling
HOOFDSTUK 6. - Verstrekkers van mobiliteitshulp...
HOOFDSTUK 7. - Controles
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
Afdeling 1. - Overgangsbepalingen
Afdeling 2. - Inwerkingtredingsbepaling
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Définitions
CHAPITRE 2. - Généralités
CHAPITRE 3. - Achat
Section 1re. - En dehors de la liste des produi...
Section 2. - Interventions forfaitaires
Section 3. - Situations exceptionnelles
CHAPITRE 4. - Octroi d'interventions - facturation
CHAPITRE 5. - Indication
CHAPITRE 6. - Fournisseurs d'aides à la mobilité
CHAPITRE 7. - Contrôles
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Section 1re. - Dispositions transitoires
Section 2. - Disposition d'entrée en vigueur
ANNEXE.
Tekst (31)
Texte (31)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° agence : l'" Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming " (Agence pour la protection sociale flamande), telle que visée à l'article 9 du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande ;
2° arrêté du 30 novembre 2018 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande ;
1° agence : l'" Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming " (Agence pour la protection sociale flamande), telle que visée à l'article 9 du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande ;
2° arrêté du 30 novembre 2018 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande ;
HOOFDSTUK 2. - Algemeen
CHAPITRE 2. - Généralités
Art. 2. De prestatielijst wordt vastgesteld in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 2. La liste des prestations est établie à l'annexe 1re au présent arrêté.
Art. 3. De omvang van de tegemoetkomingen voor mobiliteitshulpmiddelen is vastgelegd in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
De omvang van de tegemoetkomingen, vermeld in artikel 308 van het besluit van 30 november 2018, wordt forfaitair bepaald op basis van het mobiliteitshulpmiddel waarvoor de gebruiker in aanmerking komt.
De omvang van de tegemoetkoming voor het opstellen van een testrapport bij de aankoop van een elektronische rolstoel, vermeld in artikel 311, § 3, van het besluit van 30 november 2018, is vastgelegd in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
De omvang van de administratieve tegemoetkoming bij overlijden van de gebruiker tussen de goedkeuring van de aangevraagde tegemoetkoming en de aflevering van het mobiliteitshulpmiddel bij huur, vermeld in artikel 340, § 3, van het besluit van 30 november 2018, is vastgelegd in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
De omvang van de tegemoetkomingen, vermeld in artikel 308 van het besluit van 30 november 2018, wordt forfaitair bepaald op basis van het mobiliteitshulpmiddel waarvoor de gebruiker in aanmerking komt.
De omvang van de tegemoetkoming voor het opstellen van een testrapport bij de aankoop van een elektronische rolstoel, vermeld in artikel 311, § 3, van het besluit van 30 november 2018, is vastgelegd in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
De omvang van de administratieve tegemoetkoming bij overlijden van de gebruiker tussen de goedkeuring van de aangevraagde tegemoetkoming en de aflevering van het mobiliteitshulpmiddel bij huur, vermeld in artikel 340, § 3, van het besluit van 30 november 2018, is vastgelegd in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 3. L'ampleur des interventions pour aides à la mobilité est établie à l'annexe 2 au présent arrêté.
L'ampleur des interventions visées à l'article 308 du décret du 30 novembre 2018 est déterminée forfaitairement en fonction de l'aide à la mobilité pour laquelle l'usager entre en ligne de compte.
L'ampleur de l'intervention pour l'établissement d'un rapport d'essai lors de l'achat d'une chaise roulante électronique, visé à l'article 311, § 3, de l'arrêté du 30 novembre 2018 est fixée à l'annexe 2 au présent arrêté.
L'ampleur de l'intervention administrative en cas de décès de l'usager entre l'approbation de l'intervention demandée et la livraison de l'aide à la mobilité en location, visée à l'article 340, § 3, de l'arrêté du 30 novembre 2018, est fixée à l'annexe 2 au présent arrêté.
L'ampleur des interventions visées à l'article 308 du décret du 30 novembre 2018 est déterminée forfaitairement en fonction de l'aide à la mobilité pour laquelle l'usager entre en ligne de compte.
L'ampleur de l'intervention pour l'établissement d'un rapport d'essai lors de l'achat d'une chaise roulante électronique, visé à l'article 311, § 3, de l'arrêté du 30 novembre 2018 est fixée à l'annexe 2 au présent arrêté.
L'ampleur de l'intervention administrative en cas de décès de l'usager entre l'approbation de l'intervention demandée et la livraison de l'aide à la mobilité en location, visée à l'article 340, § 3, de l'arrêté du 30 novembre 2018, est fixée à l'annexe 2 au présent arrêté.
HOOFDSTUK 3. - Aankoop
CHAPITRE 3. - Achat
Afdeling 1. - Buiten de productlijst - bijkomende tegemoetkoming
Section 1re. - En dehors de la liste des produits - intervention supplémentaire
Art. 4. Het bestek, vermeld in artikel 293 van het besluit van 30 november 2018, bevat minstens de volgende gegevens:
1° het KBO-nummer van de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen of, in voorkomend geval, van de onderneming in opdracht waarvan de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen werkt;
2° de naam en de handtekening van de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen;
3° de naam en de handtekening van de gebruiker;
4° de datum en de geldigheidsduur van het bestek;
5° de gegevens over het aangevraagde mobiliteitshulpmiddel, ten minste:
a) de fabrikant;
b) het merk;
c) het type;
d) de prijs, inclusief btw;
e) het toepasselijke btw-tarief.
1° het KBO-nummer van de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen of, in voorkomend geval, van de onderneming in opdracht waarvan de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen werkt;
2° de naam en de handtekening van de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen;
3° de naam en de handtekening van de gebruiker;
4° de datum en de geldigheidsduur van het bestek;
5° de gegevens over het aangevraagde mobiliteitshulpmiddel, ten minste:
a) de fabrikant;
b) het merk;
c) het type;
d) de prijs, inclusief btw;
e) het toepasselijke btw-tarief.
Art. 4. Le cahier des charges au sens de l'article 293 du décret du 30 novembre 2018 contient au moins les données suivantes :
1° le numéro BCE du fournisseur d'aides à la mobilité ou, le cas échéant, de l'entreprise pour le compte de laquelle le fournisseur d'aides à la mobilité travaille ;
2° le nom et la signature du fournisseur d'aides à la mobilité ;
3° le nom et la signature de l'usager ;
4° la date et la durée de validité du cahier des charges ;
5° les données sur de l'aide à la mobilité demandée, au moins :
a) le fabricant ;
b) la marque ;
c) le type ;
d) le prix T.V.A. incluse ;
e) le taux de T.V.A. applicable.
1° le numéro BCE du fournisseur d'aides à la mobilité ou, le cas échéant, de l'entreprise pour le compte de laquelle le fournisseur d'aides à la mobilité travaille ;
2° le nom et la signature du fournisseur d'aides à la mobilité ;
3° le nom et la signature de l'usager ;
4° la date et la durée de validité du cahier des charges ;
5° les données sur de l'aide à la mobilité demandée, au moins :
a) le fabricant ;
b) la marque ;
c) le type ;
d) le prix T.V.A. incluse ;
e) le taux de T.V.A. applicable.
Afdeling 2. - Forfaitaire tegemoetkomingen
Section 2. - Interventions forfaitaires
Art. 5. Een forfaitaire tegemoetkoming als vermeld in artikel 308 van het besluit van 30 november 2018, kan niet worden aangevuld met een tegemoetkoming voor supplementen, aanpassingen of maatwerk.
Art. 5. Une intervention forfaitaire telle que visée à l'article 308 de l'arrêté du 30 novembre 2018 ne peut être complétée par une intervention pour suppléments, aménagements ou produits sur mesure.
Art. 6. Een forfaitaire tegemoetkoming kan niet worden toegekend voor de aankoop van een tweede rolstoel.
Een forfaitaire tegemoetkoming kan niet worden toegekend voor de aankoop van een mobiliteitshulpmiddel dat, conform artikel 241, § 2, van het besluit van 30 november 2018, gecumuleerd wordt met een ander mobiliteitshulpmiddel waarvoor al een forfaitaire tegemoetkoming is toegekend.
Een forfaitaire tegemoetkoming kan niet worden toegekend voor de aankoop van een mobiliteitshulpmiddel dat, conform artikel 241, § 2, van het besluit van 30 november 2018, gecumuleerd wordt met een ander mobiliteitshulpmiddel waarvoor al een forfaitaire tegemoetkoming is toegekend.
Art. 6. Une intervention forfaitaire ne peut être accordée pour l'achat d'une deuxième chaise roulante.
Une intervention forfaitaire ne peut être accordée pour l'achat d'une aide à la mobilité qui, conformément à l'article 241, § 2, de l'arrêté du 30 novembre 2018 est cumulée avec une autre aide à la mobilité pour laquelle une intervention forfaitaire est déjà octroyée.
Une intervention forfaitaire ne peut être accordée pour l'achat d'une aide à la mobilité qui, conformément à l'article 241, § 2, de l'arrêté du 30 novembre 2018 est cumulée avec une autre aide à la mobilité pour laquelle une intervention forfaitaire est déjà octroyée.
Afdeling 3. - Uitzonderlijke situaties
Section 3. - Situations exceptionnelles
Art. 7. Bij een aanvraag die ingediend wordt conform artikel 331, § 1, eerste lid, van het besluit van 30 november 2018, worden de volgende documenten gevoegd:
1° het aanvraagformulier;
2° een medisch voorschrift of rolstoeladviesrapport;
3° een motiveringsrapport;
4° een bestek.
Het agentschap kan oordelen dat een medisch voorschrift voor de betreffende aanvraag niet volstaat en dat hoe dan ook een rolstoeladviesrapport vereist is.
1° het aanvraagformulier;
2° een medisch voorschrift of rolstoeladviesrapport;
3° een motiveringsrapport;
4° een bestek.
Het agentschap kan oordelen dat een medisch voorschrift voor de betreffende aanvraag niet volstaat en dat hoe dan ook een rolstoeladviesrapport vereist is.
Art. 7. Une demande présentée conformément à l'article 331, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté du 30 novembre 2018 doit être accompagnée des documents suivants :
1° le formulaire de demande ;
2° une prescription médicale ou un rapport d'avis concernant la chaise roulante ;
3° un rapport de motivation ;
4° un cahier des charges.
L'agence peut juger qu'une prescription médicale pour la demande concernée ne suffit pas et qu'en tout état de cause, un rapport d'avis concernant la chaise roulante est requis.
1° le formulaire de demande ;
2° une prescription médicale ou un rapport d'avis concernant la chaise roulante ;
3° un rapport de motivation ;
4° un cahier des charges.
L'agence peut juger qu'une prescription médicale pour la demande concernée ne suffit pas et qu'en tout état de cause, un rapport d'avis concernant la chaise roulante est requis.
HOOFDSTUK 4. - Toekenning van tegemoetkomingen - facturatie
CHAPITRE 4. - Octroi d'interventions - facturation
Art. 8. In het kader van de facturatie van tegemoetkomingen voor mobiliteitshulpmiddelen conform boek 2, deel 2, titel 6, hoofdstuk 1, van het besluit van 30 november 2018, bevat de factuur de volgende rubrieken:
1° de gegevens van de gebruiker;
2° de gegevens van de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen of, in voorkomend geval, van de onderneming in opdracht waarvan de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen werkt;
3° de gegevens van de zorgkas;
4° de datum van aflevering of, bij verhuur, de maand waarop het gefactureerde huurforfait betrekking heeft;
5° een overzicht van de aangerekende mobiliteitshulpmiddelen;
6° een overzicht van de aangerekende supplementen;
7° het bedrag van de tegemoetkoming voor de mobiliteitshulpmiddelen.
1° de gegevens van de gebruiker;
2° de gegevens van de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen of, in voorkomend geval, van de onderneming in opdracht waarvan de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen werkt;
3° de gegevens van de zorgkas;
4° de datum van aflevering of, bij verhuur, de maand waarop het gefactureerde huurforfait betrekking heeft;
5° een overzicht van de aangerekende mobiliteitshulpmiddelen;
6° een overzicht van de aangerekende supplementen;
7° het bedrag van de tegemoetkoming voor de mobiliteitshulpmiddelen.
Art. 8. Dans le cadre de la facturation des interventions pour des aides à la mobilité conformément au livre 2, partie 2, titre 6, chapitre 1er de l'arrêté du 30 novembre 2018, la facture comprend les rubriques suivantes :
1° les données de l'usager ;
2° les données du fournisseur d'aides à la mobilité ou, le cas échéant, de l'entreprise pour le compte de laquelle le fournisseur d'aides à la mobilité travaille ;
3° les données de la caisse d'assurance soins ;
4° la date de livraison ou, en cas de location, le mois auquel se rapporte le forfait de location facturé ;
5° un aperçu des aides à la mobilité facturées ;
6° un aperçu des suppléments facturés ;
7° le montant de l'intervention dans les aides à la mobilité.
1° les données de l'usager ;
2° les données du fournisseur d'aides à la mobilité ou, le cas échéant, de l'entreprise pour le compte de laquelle le fournisseur d'aides à la mobilité travaille ;
3° les données de la caisse d'assurance soins ;
4° la date de livraison ou, en cas de location, le mois auquel se rapporte le forfait de location facturé ;
5° un aperçu des aides à la mobilité facturées ;
6° un aperçu des suppléments facturés ;
7° le montant de l'intervention dans les aides à la mobilité.
Art. 9. Bundels facturen waarvan het aantal verworpen onderdelen meer dan 5 % bedraagt, worden in hun geheel geweigerd.
De instructies voor de digitale facturatie die betrekking hebben op de algemene procedure, de recordtekening en de beschrijving van de velden worden door het agentschap uitgeschreven in diverse instructies die online ter beschikking worden gesteld.
De instructies voor de digitale facturatie die betrekking hebben op de algemene procedure, de recordtekening en de beschrijving van de velden worden door het agentschap uitgeschreven in diverse instructies die online ter beschikking worden gesteld.
Art. 9. Les liasses de factures dont le nombre de pièces rejetées dépasse 5 % seront rejetées dans leur intégralité.
Les instructions de facturation numérique concernant la procédure générale, le dessin d'enregistrement et la description des champs sont précisées par l'agence dans diverses instructions mises à disposition en ligne.
Les instructions de facturation numérique concernant la procédure générale, le dessin d'enregistrement et la description des champs sont précisées par l'agence dans diverses instructions mises à disposition en ligne.
HOOFDSTUK 5. - Indicatiestelling
CHAPITRE 5. - Indication
Art. 10. Een lijst van alle verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen tot wie de gebruiker zich naar eigen keuze kan wenden als vermeld in artikel 353 van het besluit van 30 november 2018, wordt gepubliceerd op de website van het agentschap.
Art. 10. Une liste de tous les fournisseurs d'aides à la mobilité auxquels un usager peut s'adresser conformément à l'article 353 de l'arrêté du 30 novembre 2018 est publiée sur le site web de l'agence.
HOOFDSTUK 6. - Verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen
CHAPITRE 6. - Fournisseurs d'aides à la mobilité
Art. 11. Om te kunnen voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 367, eerste lid, 1° en 2°, van het besluit van 30 november 2018, legt de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen een competentiedossier voor waaruit blijkt dat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, de onderneming in opdracht waarvan de verstrekker werkt of het samenwerkingsverband waarvan de verstrekker deel uitmaakt, is minimaal drie jaar actief in het verdelen van hulpmiddelen voor communicatie, computer- en omgevingsbediening;
2° de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, de onderneming in opdracht waarvan de verstrekker werkt of het samenwerkingsverband waarvan de verstrekker deel uitmaakt, toont aan dat hij of zij kennis heeft van alle aangeboden huurpakketten en kan instaan voor indienststelling, helpdesk en kleine herstellingen, aan de hand van een beschrijving van minimaal twintig gerealiseerde totaaloplossingen.
Om te kunnen voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 367, eerste lid, 3°, van het besluit van 30 november 2018, legt de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen een personeelsplan en een materiaalbeheersplan voor waaruit blijkt dat de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, de onderneming in opdracht waarvan de verstrekker werkt of het samenwerkingsverband waarvan de verstrekker deel uitmaakt, de afleveringstermijnen, vermeld in artikel 282, § 1, van het voormelde besluit, kan verzekeren.
1° de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, de onderneming in opdracht waarvan de verstrekker werkt of het samenwerkingsverband waarvan de verstrekker deel uitmaakt, is minimaal drie jaar actief in het verdelen van hulpmiddelen voor communicatie, computer- en omgevingsbediening;
2° de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, de onderneming in opdracht waarvan de verstrekker werkt of het samenwerkingsverband waarvan de verstrekker deel uitmaakt, toont aan dat hij of zij kennis heeft van alle aangeboden huurpakketten en kan instaan voor indienststelling, helpdesk en kleine herstellingen, aan de hand van een beschrijving van minimaal twintig gerealiseerde totaaloplossingen.
Om te kunnen voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 367, eerste lid, 3°, van het besluit van 30 november 2018, legt de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen een personeelsplan en een materiaalbeheersplan voor waaruit blijkt dat de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, de onderneming in opdracht waarvan de verstrekker werkt of het samenwerkingsverband waarvan de verstrekker deel uitmaakt, de afleveringstermijnen, vermeld in artikel 282, § 1, van het voormelde besluit, kan verzekeren.
Art. 11. Pour satisfaire aux conditions visées à l'article 367, alinéa 1er, 1° et 2° de l'arrêté du 30 novembre 2018, le fournisseur d'aides à la mobilité doit présenter un dossier de compétence attestant que chacune des conditions suivantes est remplie :
1° le fournisseur d'aides à la mobilité, l'entreprise pour le compte de laquelle le fournisseur travaille ou le partenariat dont le fournisseur fait partie, est actif depuis au moins trois ans dans la distribution d'aides à la communication, de dispositifs de commande informatique et de commande d'environnement ;
1° le fournisseur d'aides à la mobilité, l'entreprise pour le compte de laquelle le fournisseur travaille ou le partenariat dont le fournisseur fait partie, démontre qu'il ou elle dispose d'une connaissance de tous les packs de location proposés et peut prendre en charge la mise en service, le service d'assistance et les petites réparations, au moyen d'une description d'au moins vingt solutions globales réalisées.
Pour satisfaire à la condition visée à l'article 367, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté du 30 novembre 2018, le fournisseur d'aides à la mobilité présente un plan des personnels et un plan de gestion du matériel dont il ressort que le fournisseur d'aides à la mobilité, l'entreprise pour le compte de laquelle le fournisseur travaille ou le partenariat dont il fait partie, peut garantir les délais de livraison visés à l'article 282, § 1er, de l'arrêté précité.
1° le fournisseur d'aides à la mobilité, l'entreprise pour le compte de laquelle le fournisseur travaille ou le partenariat dont le fournisseur fait partie, est actif depuis au moins trois ans dans la distribution d'aides à la communication, de dispositifs de commande informatique et de commande d'environnement ;
1° le fournisseur d'aides à la mobilité, l'entreprise pour le compte de laquelle le fournisseur travaille ou le partenariat dont le fournisseur fait partie, démontre qu'il ou elle dispose d'une connaissance de tous les packs de location proposés et peut prendre en charge la mise en service, le service d'assistance et les petites réparations, au moyen d'une description d'au moins vingt solutions globales réalisées.
Pour satisfaire à la condition visée à l'article 367, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté du 30 novembre 2018, le fournisseur d'aides à la mobilité présente un plan des personnels et un plan de gestion du matériel dont il ressort que le fournisseur d'aides à la mobilité, l'entreprise pour le compte de laquelle le fournisseur travaille ou le partenariat dont il fait partie, peut garantir les délais de livraison visés à l'article 282, § 1er, de l'arrêté précité.
HOOFDSTUK 7. - Controles
CHAPITRE 7. - Contrôles
Art. 12. De mate waarin a priori of a posteriori controles worden uitgevoerd door de Zorgkassencommissie, conform artikel 253, § 3, artikel 391, § 3, en artikel 397, tweede lid, van het besluit van 30 november 2018, wordt bepaald door het agentschap.
Art. 12. La mesure dans laquelle les contrôles a priori ou a posteriori sont effectués par la " Zorgkassencommissie ", conformément aux articles 253, § 3, 391, § 3 et 397, alinéa 2, de l'arrêté du 30 novembre 2018, est déterminée par l'agence.
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Afdeling 1. - Overgangsbepalingen
Section 1re. - Dispositions transitoires
Art. 13. § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 268, tweede lid, van het besluit van 30 november 2018 hoeven de mobiliteitshulpmiddelen die voor 1 januari 2019 al opgenomen zijn op de lijst van voor vergoeding aangenomen producten bij het RIZIV en die aan gebruikers worden verkocht voor 1 januari 2020 of die al worden verhuurd aan gebruikers voor 1 januari 2020, niet te voldoen aan de technische vereisten die voor het mobiliteitshulpmiddel in kwestie opgenomen zijn in de prestatielijst, maar wel aan de technische vereisten die voor het mobiliteitshulpmiddel in kwestie opgenomen zijn in artikel 28, § 8, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, zoals van toepassing op 31 december 2018.
Voor de producten waarvan de productfiches uiterlijk op 30 juni 2019 niet in overeenstemming zijn met de technische vereisten, vermeld in de prestatielijst, wordt een beslissing tot schrapping genomen. De producten blijven in voorkomend geval vergoedbaar tot en met 31 december 2019.
§ 2. De mobiliteitshulpmiddelen waarvan vanaf 1 januari 2019 de opname gevraagd wordt op de productlijst, conform deel 2, titel 8, hoofdstuk 2, van het besluit van 30 november 2018, moeten voldoen aan de technische vereisten die voor het mobiliteitshulpmiddel in kwestie opgenomen zijn in de prestatielijst bij dit besluit.
Voor de producten waarvan de productfiches uiterlijk op 30 juni 2019 niet in overeenstemming zijn met de technische vereisten, vermeld in de prestatielijst, wordt een beslissing tot schrapping genomen. De producten blijven in voorkomend geval vergoedbaar tot en met 31 december 2019.
§ 2. De mobiliteitshulpmiddelen waarvan vanaf 1 januari 2019 de opname gevraagd wordt op de productlijst, conform deel 2, titel 8, hoofdstuk 2, van het besluit van 30 november 2018, moeten voldoen aan de technische vereisten die voor het mobiliteitshulpmiddel in kwestie opgenomen zijn in de prestatielijst bij dit besluit.
Art. 13. § 1er. Sans préjudice de l'application de l'article 268, alinéa 2, de l'arrêté du 30 novembre 2018, les aides à la mobilité déjà incluses dans la liste des produits admis au remboursement de l'INAMI avant le 1er janvier 2019 et vendues aux usagers avant le 1er janvier 2020 ou déjà louées aux usagers avant le 1er janvier 2020 ne doivent pas respecter les prescriptions techniques figurant sur la liste des prestations pour l'aide à la mobilité en question, mais doivent respecter les prescriptions techniques pour l'aide à la mobilité en question figurant à l'article 28, § 8, de l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, applicable au 31 décembre 2018.
Pour les produits dont les fiches de produit ne sont pas conformes aux prescriptions techniques énoncées dans la liste des prestations au plus tard le 30 juin 2019, une décision de suppression de la liste sera prise. Le cas échéant, les produits restent remboursables jusqu'au 31 décembre 2019.
§ 2. Les aides à la mobilité dont une inscription sur la liste de produits à partir du 1er janvier 2019 est demandée conformément à la partie 2, titre 8, chapitre 2 de l'arrêté du 30 novembre 2018 doivent répondre aux prescriptions techniques qui sont inscrites pour l'aide à la mobilité en question sur la liste des prestations jointe au présent arrêté.
Pour les produits dont les fiches de produit ne sont pas conformes aux prescriptions techniques énoncées dans la liste des prestations au plus tard le 30 juin 2019, une décision de suppression de la liste sera prise. Le cas échéant, les produits restent remboursables jusqu'au 31 décembre 2019.
§ 2. Les aides à la mobilité dont une inscription sur la liste de produits à partir du 1er janvier 2019 est demandée conformément à la partie 2, titre 8, chapitre 2 de l'arrêté du 30 novembre 2018 doivent répondre aux prescriptions techniques qui sont inscrites pour l'aide à la mobilité en question sur la liste des prestations jointe au présent arrêté.
Art. 14. De dossiers, vermeld in artikel 650, 651 en 653 van het besluit van 30 november 2018, worden geacht volledig te zijn als voldaan is aan de vereisten die met het oog op volledigheid vervuld moeten zijn conform het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap en het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap, zoals van toepassing op 31 december 2018.
Bij de aanvragen die, door de toepassing van artikel 650, 651 en 653 van het besluit van 30 november 2018, niet meer kunnen worden behandeld door het VAPH en waarover het VAPH geen beslissing meer kan nemen, informeert het VAPH de betrokkene over de procedure die conform het besluit van 30 november 2018 moet worden gevolgd en de documenten die in dat kader bij de zorgkas moeten worden ingediend.
Bij de aanvragen die, door de toepassing van artikel 650, 651 en 653 van het besluit van 30 november 2018, niet meer kunnen worden behandeld door het VAPH en waarover het VAPH geen beslissing meer kan nemen, informeert het VAPH de betrokkene over de procedure die conform het besluit van 30 november 2018 moet worden gevolgd en de documenten die in dat kader bij de zorgkas moeten worden ingediend.
Art. 14. Les dossiers mentionnés aux articles 650, 651 et 653 de l'arrêté du 30 novembre 2018 sont réputés complets s'il est satisfait aux prescriptions qui, dans un souci d'exhaustivité, doivent être remplies conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et traitement de la demande de soutien auprès de la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " et à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées, applicables au 31 décembre 2018.
Pour les demandes qui, par application des articles 650, 651 et 653 de l'arrêté du 30 novembre 2018, ne peuvent plus être traitées par la VAPH et sur lesquelles la VAPH ne peut plus se prononcer, la VAPH informe l'intéressé de la procédure à suivre conformément à l'arrêté du 30 novembre 2018 et des documents à présenter à la caisse d'assurance soins dans ce cadre.
Pour les demandes qui, par application des articles 650, 651 et 653 de l'arrêté du 30 novembre 2018, ne peuvent plus être traitées par la VAPH et sur lesquelles la VAPH ne peut plus se prononcer, la VAPH informe l'intéressé de la procédure à suivre conformément à l'arrêté du 30 novembre 2018 et des documents à présenter à la caisse d'assurance soins dans ce cadre.
Art. 15. De afwijking, vermeld in artikel 652, § 2, eerste lid, geldt tot en met 31 december 2020.
Art. 15. La dérogation visée à l'article 652, § 2, alinéa 1er, s'applique jusqu'au 31 décembre 2020.
Afdeling 2. - Inwerkingtredingsbepaling
Section 2. - Disposition d'entrée en vigueur
Art. 16. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2019.
Art. 16. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2019.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-09-2019, p. 85965)
Art. N. (NOTE : pas de version française, voir version néerlandaise)
Gewijzigd door:
-
-