Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
4 NOVEMBER 2018. - Koninklijk besluit tot goedkeuring van het reglement betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de nationale orden aan de gemeenschappelijke Ombudsman voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest en de gelijkstelling betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de nationale orden aan de personeelsleden van de gemeenschappelijke Ombudsdienst voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest
Titre
4 NOVEMBRE 2018. - Arrêté royal portant approbation du Règlement relatif à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux au Médiateur commun à la Communauté française et à la Région wallonne et à l'assimilation relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux aux membres du personnel du Service du Médiateur commun à la Communauté française et à la Région wallonne
Dokumentinformationen
Numac: 2018014760
Datum: 2018-11-04
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018014760
Date: 2018-11-04
Moniteur: Voir
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. Het reglement betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de gemeenschappelijke Ombudsman voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest, dat bijlage A van dit besluit vormt, wordt goedgekeurd.
Article 1er. Le règlement relatif à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux au Médiateur commun à la Communauté française et à la Région wallonne, constituant l'annexe A du présent arrêté, est approuvé.
Art. 2. De gelijkstelling betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de personeelsleden van de Gemeenschappelijke Ombudsdienst voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest, die bijlage B van dit besluit vormt, wordt goedgekeurd.
Art. 2. L'assimilation relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux aux membres du personnel du Service du Médiateur commun à la Communauté française et à la Région wallonne, constituant l'annexe B du présent arrêté, est approuvée.
Art. 3. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2012.
Art. 3. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2012.
Art. 4. De minister bevoegd voor Buitenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 4. Le ministre qui a les Affaires étrangères dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage A - Reglement betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de gemeenschappelijke Ombudsman voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest
  1. Dit reglement is van toepassing op de gemeenschappelijke Ombudsman voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest, hierna "Ombudsman" genoemd.
  2. Elke toekenning vindt plaats bij gelegenheid van de promotie die voorafgaat aan het ogenblik waarop de betrokken persoon werkelijk aan de voorwaarden zou voldoen om een onderscheiding te krijgen.
  3. Aan de Ombudsman mogen in geen andere hoedanigheid onderscheidingen in de Nationale Orden toegekend worden.
  Er wordt enkel een uitzondering gemaakt wat betreft:
  - eretekens wegens oorlogsfeiten;
  - reserveofficieren die mogen kiezen tussen het administratief reglement en het militair reglement; deze keuze is bindend voor de volledige duur van de inschrijving van de betrokkenen in het reservekader van het Leger;
  - mandaathouders die vallen onder punt 5b) van dit reglement.
  4. Afwezigheidsperiodes die beschouwd worden als periodes van non-activiteit komen niet in aanmerking voor de toekenning van een onderscheiding.
  5. De periode van 6 jaar heeft betrekking op ononderbroken mandaatjaren.
  a) In geval van vervroegd vertrek voor het einde van het mandaat of in geval van een mandaat met een kortere looptijd kan de mandaathouder een onderscheiding krijgen die onmiddellijk lager is in de gezamenlijke rangorde van de Nationale Orden, op voorwaarde echter dat hij de functie gedurende minstens 4 jaar heeft uitgeoefend.
  b) Iedere persoon, die mandaathouder is, en aan wie een eervolle onderscheiding zou worden toegekend die lager is dan die waarop hij recht zou hebben ingevolge zijn oorspronkelijk reglement (volgens zijn titel en zijn leeftijdsklasse), kan vragen dat hem deze hogere onderscheiding wordt toegekend. Voor het overige is hij, wanneer hij op het einde van zijn mandaat zijn vroegere functie weer opneemt, opnieuw onderworpen aan zijn oorspronkelijk reglement. In dit geval is artikel 7, § 1, van de wet van 1 mei 2006 betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden van toepassing.
  Tabel betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de Ombudsman
Art. N1. Annexe A - Règlement relatif à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux au Médiateur commun à la Communauté française et à la Région wallonne
  1. Le présent règlement s'applique au Médiateur commun à la Communauté française et à la Région wallonne, ci-après dénommé " Médiateur ".
  2. Tout octroi a lieu dans le mouvement qui précède le moment où la personne intéressée serait exactement en condition d'être décorée.
  3. Le Médiateur ne peut être décoré dans les Ordres nationaux à un autre titre.
  Exception n'est faite qu'en ce qui regarde :
  - les décorations pour faits de guerre;
  - les officiers de réserve, lesquels ont la faculté de choisir entre le règlement administratif et le règlement militaire; ce choix vaut obligatoirement pour toute la durée de l'inscription des intéressés dans le cadre de réserve de l'Armée ;
  - les mandataires visés au point 5b) de ce règlement.
  4. Les périodes d'absence qui sont considérées comme des périodes de non-activité de service n'entrent pas en ligne de compte pour l'octroi d'une décoration.
  5. Les 6 ans visent des années de mandat non interrompues.
  a) En cas de départ anticipé avant la fin du mandat ou en cas de mandat d'une durée inférieure, le mandataire peut être décoré d'une distinction immédiatement inférieure dans la hiérarchie combinée des Ordres nationaux à condition toutefois d'avoir exercé la fonction pendant au moins 4 ans.
  b) Toute personne, titulaire d'un mandat, qui se verrait octroyer une distinction honorifique inférieure à celle à laquelle elle pourrait prétendre conformément à son règlement initial (en fonction de son titre et de sa classe d'âge) peut demander que lui soit décernée cette décoration supérieure. Par ailleurs, à la fin de son mandat, quand elle réintègre ses fonctions antérieures, elle ressort à nouveau à son règlement initial. Dans ce cas, l'article 7, § 1er, de la loi du 1er mai 2006 relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux s'applique.
  Tableau d'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux au Médiateur
TITEL Na 4 jaar in de functie 4 jaar na de 1ste onderscheiding of op het einde van het 1ste mandaat (indien niet hernieuwd) Na 12 jaar in de functie
Ombudsman Commandeur in de Leopoldsorde Grootofficier in de Kroonorde Grootofficier in de Leopoldsorde
TITEL Na 4 jaar in de functie 4 jaar na de 1ste onderscheiding of op het einde van het 1ste mandaat (indien niet hernieuwd) Na 12 jaar in de functieOmbudsman Commandeur in de Leopoldsorde Grootofficier in de Kroonorde Grootofficier in de Leopoldsorde
TITRE Après 4 ans dans la fonction 4 ans après la 1re décoration ou à la fin du 1er mandat (si non renouvelé) Après 12 ans dans la fonction
Médiateur Commandeur de l'Ordre de Léopold Grand Officier de l'Ordre de la Couronne Grand Officier de l'Ordre de Léopold
TITRE Après 4 ans dans la fonction 4 ans après la 1re décoration ou à la fin du 1er mandat (si non renouvelé) Après 12 ans dans la fonctionMédiateur Commandeur de l'Ordre de Léopold Grand Officier de l'Ordre de la Couronne Grand Officier de l'Ordre de Léopold
Art. N2. Bijlage B - Gelijkstelling betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de personeelsleden van de gemeenschappelijke Ombudsdienst voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest
  1. Deze gelijkstelling is van toepassing op de personeelsleden van de gemeenschappelijke Ombudsdienst voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest. De anciënniteit verkregen in de vroegere Ombudsdiensten van het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de vereiste dienstanciënniteit.
  2. In deze gelijkstelling wordt de minimumleeftijd voor de opname in de Nationale Orden vastgesteld op 40 jaar.
  3. Een tijdspanne van 10 jaar geldt tussen twee onderscheidingen in de Nationale Orden ten gunste van eenzelfde persoon, behalve wanneer het gaat om eretekens die toegekend worden voor oorlogsfeiten.
  Die termijn kan zo nodig ingekort worden, zonder evenwel te kunnen worden teruggebracht tot minder dan 5 jaar, wanneer de vorige onderscheiding later werd toegekend dan op de minimumleeftijd die in die leeftijdsklasse voorzien is.
  4. In elke leeftijdsklasse, van 40 tot 50, van 50 tot 60 en van 60 tot 65 jaar, mag niemand meer dan eenmaal onderscheiden worden, onverminderd de uitzondering vermeld in het eerste lid van voorgaand artikel.
  5. De personeelsleden van de rangen 15 tot en met 26 moeten over 10 jaar dienstanciënniteit beschikken en gedurende minstens twee jaar hun functie uitgeoefend hebben om aanspraak te kunnen maken op de voorziene onderscheiding. Bovendien is voor het toekennen van de laatste in de tabel voorkomende onderscheiding aan de personeelsleden van niveau A een niveauanciënniteit van 25 jaar vereist. Wanneer die anciënniteit niet zou zijn bereikt, kan een lager onderscheiding van een graad in de gezamenlijke rangorde van de drie Orden toegekend worden.
  6. De personeelsleden van de rangen 20 tot 30 moeten een administratieve loopbaan van minstens 20 jaar doorlopen hebben om aanspraak te kunnen maken op de eerste onderscheiding.
  7. Voor de toepassing van deze gelijkstelling wordt geen rekening gehouden met de tijdelijke waarneming van functies die tot een hogere hiërarchische rang behoren dan de rang van het werkelijk beklede ambt.
  8. Aan de personeelsleden van de gemeenschappelijke Ombudsdienst voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest mogen in geen andere hoedanigheid onderscheidingen in de Nationale Orden toegekend worden.
  Er wordt enkel een uitzondering gemaakt wat betreft:
  1° eretekens wegens oorlogsfeiten;
  2° reserveofficieren die mogen kiezen tussen het administratief reglement en het militair reglement; deze keuze is bindend voor de volledige duur van de inschrijving van de betrokkenen in het reservekader van het Leger.
  9. Voor de toekenning van een onderscheiding door een andere Minister dan de Minister tot wiens bestuur het personeelslid behoort, is de voorafgaande instemming van deze laatste vereist.
  Van deze regel wordt slechts afgeweken ingeval de betrokken persoon zich, in oorlogstijd, eventueel bij het Leger bevindt.
  10. Niet-statutaire personeelsleden worden niet onderscheiden. Nadat zij benoemd zijn, wordt echter de tijd die zij aldus hebben doorgebracht, aangerekend als tijd doorgebracht in een definitieve betrekking.
  11. De tijd die gedurende de administratieve loopbaan onder de wapens wordt doorgebracht, wordt er niet van afgetrokken.
  12. Indien iemand met toepassing van artikel 7, § 1, van de wet van 1 mei 2006 betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden ten minste het ereteken bezit dat voor zijn positie is voorzien, wordt hem geen ereteken toegekend.
  Van deze regel wordt slechts afgeweken indien het gaat om eretekens verworven voor oorlogsfeiten. In dit geval mag de betrokken persoon de onderscheiding ontvangen die, in de gezamenlijke rangorde van de drie Orden, onmiddellijk hoger is dan die welke hem (haar) werd toegekend. Iedere eventualiteit buiten dit geval geeft aanleiding tot de toepassing van artikel 18 van deze gelijkstelling.
  13. Niemand mag worden onderscheiden indien de eindvermelding van de evaluatie "met voorbehoud" is. In dat geval wordt de onderscheiding toegekend bij gelegenheid van de eerstvolgende promotie na een evaluatie waarvan de eindvermelding tenminste "positief" is.
  14. Elke toekenning vindt plaats bij gelegenheid van de promotie die voorafgaat aan het ogenblik waarop de betrokken persoon werkelijk aan de voorwaarden zou voldoen om een onderscheiding te krijgen.
  15. Geen enkele termijn is vereist tussen de toekenning van een onderscheiding in de Nationale Orden en de toekenning van een ereteken van een andere aard.
  16. a) Dienst- en niveauanciënniteit worden berekend volgens de principes van het statuut van het personeel van de gemeenschappelijke Ombudsdienst voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest.
  b) Afwezigheidsperiodes die beschouwd worden als periodes van non-activiteit komen niet in aanmerking voor de toekenning van een onderscheiding.
  17. Tuchtstraffen.
  De volgende tuchtstraffen leiden tot vertraging waarvan de duur hieronder is vermeld:
  - terechtwijzing: 6 maanden
  - blaam: 9 maanden
  - inhouding van wedde: 12 maanden
  - tuchtschorsing: 24 maanden
  - terugzetting in graad: 36 maanden.
  Deze termijnen vangen aan op de dag dat de straf werd uitgesproken. In die gevallen wordt de onderscheiding toegekend bij gelegenheid van de eerstvolgende promotie na de bovenvermelde termijn.
  18. Elke afwijking van deze gelijkstelling dient het voorwerp uit te maken van de procedure vermeld in de artikelen 6 en 13 van de wet van 1 mei 2006 betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden.
  Tabel betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de personeelsleden
  van de gemeenschappelijke Ombudsdienst voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest
Art. N2. Annexe B - Assimilation relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux aux membres du personnel du Service du Médiateur commun à la Communauté française et à la Région wallonne
  1. La présente assimilation s'applique aux membres du personnel du Service du Médiateur commun à la Communauté française et à la Région wallonne. Les années d'ancienneté acquises dans les anciens Services du Médiateur de la Région wallonne et du Médiateur de la Communauté française sont prises en compte pour le calcul de l'ancienneté de service requise.
  2. Dans la présente assimilation, l'âge minimum d'admission dans les Ordres nationaux est fixé à 40 ans.
  3. Un intervalle de 10 ans entre deux octrois dans les Ordres nationaux en faveur de la même personne est requis, sauf s'il s'agit de décorations décernées pour faits de guerre.
  Ce délai peut, le cas échéant, être réduit, sans toutefois être inférieur à 5 ans, lorsque la distinction précédente a été octroyée postérieurement à l'âge minimal prévu par la classe d'âge.
  4. Dans chaque classe d'âge, de 40 à 50, de 50 à 60, et de 60 à 65 ans, nul ne peut être décoré plus d'une fois, sans préjudice de l'exception prévue au premier alinéa de l'article précédent.
  5. Pour les membres du personnel des rangs 15 à 26 inclus, 10 ans d'ancienneté de service et un exercice de 2 années au moins de la fonction sont requis pour permettre l'octroi de la distinction prévue. En outre, pour les agents du niveau A, l'octroi de la dernière distinction prévue par le tableau est subordonné à une ancienneté de niveau de 25 ans. Dans le cas où cette ancienneté n'est pas atteinte, une distinction inférieure d'un degré dans la hiérarchie combinée des trois Ordres pourra être octroyée.
  6. Pour les membres du personnel des rangs 20 à 30, l'accomplissement d'une carrière de 20 années au moins dans l'Administration est requis pour permettre le premier octroi.
  7. Il n'est pas tenu compte, pour l'application de la présente assimilation, d'un exercice temporaire de fonctions supérieures à celles de la position hiérarchique effective.
  8. Les membres du personnel du Service de médiation commun à la Communauté française et à la Région wallonne ne peuvent être décorés dans les Ordres nationaux à un autre titre.
  Exception n'est faite qu'en ce qui regarde :
  1° les décorations pour faits de guerre ;
  2° les officiers de réserve, lesquels ont la faculté de choisir entre le règlement administratif et le règlement militaire; ce choix vaut obligatoirement pour toute la durée de l'inscription des intéressés dans le cadre de réserve de l'Armée.
  9. L'octroi d'une décoration par un Ministre dont ne dépend pas la personne en cause est subordonné à l'autorisation préalable du Ministre de tutelle.
  Il n'est fait exception à cette règle que dans le cas d'une éventuelle présence de l'intéressé dans les rangs de l'Armée, en temps de guerre.
  10. Les membres du personnel non statutaire ne sont pas décorés. Après nomination, le temps passé comme tel leur est néanmoins compté comme accompli dans une situation définitive.
  11. Le temps passé sous les drapeaux durant la carrière administrative n'est pas déduit de celle-ci.
  12. En application de l'article 7, § 1er, de la loi du 1er mai 2006 relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux, si quelqu'un possède au moins la décoration prévue pour sa situation, il n'est pas décoré.
  Exception à cette règle n'est faite qu'à propos des décorations possédées pour faits de guerre; en ce cas, la personne intéressée peut recevoir, dans la hiérarchie combinée des trois Ordres, la distinction immédiatement supérieure à celle qui lui a été conférée à ce titre; toute éventualité étrangère à ce cas entraîne l'application de l'article 18 de la présente assimilation.
  13. Nul ne peut être décoré s'il a obtenu une évaluation "réservée". Dans ce cas, la distinction est octroyée lors du mouvement suivant immédiatement une évaluation dont la mention est au moins " positive ".
  14. Tout octroi a lieu dans le mouvement qui précède le moment où la personne intéressée serait exactement en condition d'être décorée.
  15. Aucun délai n'est imposé entre un octroi dans les Ordres nationaux et l'attribution d'une distinction d'une autre nature.
  16. a) Les anciennetés de service et de niveau sont calculées suivant les principes du statut du personnel du Service de médiation commun à la Communauté française et à la Région wallonne.
  b) Les périodes d'absence qui sont considérées comme des périodes de non-activité n'entrent pas en ligne de compte pour l'octroi d'une décoration.
  17. Peines disciplinaires.
  Des retards de la durée ci-dessous indiquée, sont entraînés par les peines disciplinaires désignées ci-après:
  - rappel à l'ordre : 6 mois
  - blâme : 9 mois
  - retenue de traitement : 12 mois
  - suspension disciplinaire : 24 mois
  - rétrogradation : 36 mois.
  Ces délais prennent cours à la date à laquelle la peine a été prononcée. Dans ces cas, l'octroi d'une distinction a lieu lors du mouvement qui suit immédiatement le délai précité.
  18. Toute dérogation à la présente assimilation fait l'objet de la procédure prévue aux articles 6 et 13 de la loi du 1er mai 2006 relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux.
  Tableau d'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux aux membres du personnel
  du Service du Médiateur commun à la Communauté française et à la Région wallonne
Graden Federale rangen Van 40 tot 50 jaar Van 50 tot 60 jaar Van 60 tot 65 jaar
Adviseur - Eerste adviseur 13/15 Officier in de Kroonorde Commandeur in de Orde van Leopold II Commandeur in de Leopoldsorde
Attaché - adjunct-adviseur 10/11 Ridder in de Leopoldsorde Officier in de Kroonorde Commandeur in de Orde van Leopold II
Assistent, eerste assistent, eerstaanwezend assistent, directieassistent, hoofddirectieassistent 26 Ridder in de Orde van Leopold II Ridder in de Kroonorde Ridder in de Leopoldsorde
- Opsteller, eerste opsteller, opsteller 1e klas, eerstaanwezend opsteller, hoofdopsteller
  - Secretaris, eerste secretaris, redactiesecretaris, directiesecretaris, hoofdsecretaris
20 - Ridder in de Orde van Leopold II Ridder in de Kroonorde
- Klerk, eerste klerk, klerk 1e klas, eerstaanwezend klerk, hoofdklerk
  - Kamerbewaarder-chauffeur, eerste kamerbewaarder-chauffeur, kamerbewaarder-chauffeur 1e klas, eerstaanwezend kamerbewaarder-chauffeur, hoofdkamerbewaarder-chauffeur
32-30 - Gouden Palmen der Kroonorde Ridder in de Orde van Leopold II
Graden Federale rangen Van 40 tot 50 jaar Van 50 tot 60 jaar Van 60 tot 65 jaarAdviseur - Eerste adviseur 13/15 Officier in de Kroonorde Commandeur in de Orde van Leopold II Commandeur in de LeopoldsordeAttaché - adjunct-adviseur 10/11 Ridder in de Leopoldsorde Officier in de Kroonorde Commandeur in de Orde van Leopold IIAssistent, eerste assistent, eerstaanwezend assistent, directieassistent, hoofddirectieassistent 26 Ridder in de Orde van Leopold II Ridder in de Kroonorde Ridder in de Leopoldsorde- Opsteller, eerste opsteller, opsteller 1e klas, eerstaanwezend opsteller, hoofdopsteller
  - Secretaris, eerste secretaris, redactiesecretaris, directiesecretaris, hoofdsecretaris 20 - Ridder in de Orde van Leopold II Ridder in de Kroonorde- Klerk, eerste klerk, klerk 1e klas, eerstaanwezend klerk, hoofdklerk
  - Kamerbewaarder-chauffeur, eerste kamerbewaarder-chauffeur, kamerbewaarder-chauffeur 1e klas, eerstaanwezend kamerbewaarder-chauffeur, hoofdkamerbewaarder-chauffeur 32-30 - Gouden Palmen der Kroonorde Ridder in de Orde van Leopold II
Grades Rangs
  fédéraux
De 40 à 50 ans De 50 à 60 ans De 60 à 65 ans
Conseiller - 1er Conseiller 13/15 Officier de l'Ordre de la Couronne Commandeur de l'Ordre de Léopold II Commandeur de l'Ordre de Léopold
Attaché - Conseiller Adjoint 10/11 Chevalier de l'Ordre de Léopold Officier de l'Ordre de la Couronne Commandeur de l'Ordre de Léopold II
Assistant, Premier assistant, assistant principal, assistant de direction, chef assistant de direction 26 Chevalier de l'Ordre de Léopold II Chevalier de l'Ordre de la Couronne Chevalier de l'Ordre de Léopold
- Rédacteur, 1er rédacteur, rédacteur de 1ère classe, rédacteur principal, chef rédacteur
  - Secrétaire, 1er secrétaire, secrétaire de rédaction, secrétaire de direction, chef secrétaire
20 - Chevalier de l'Ordre de Léopold II Chevalier de l'Ordre de la Couronne
- Commis, 1er commis, commis de 1ère classe, commis principal, chef commis
  - Huissier-chauffeur, 1er huissier-chauffeur, huissier-chauffeur de 1ère classe, huissier-chauffeur principal, chef huissier-chauffeur
32-30 - Palmes d'Or de l'Ordre de la Couronne Chevalier de l'Ordre de Léopold II
Grades Rangs
  fédéraux De 40 à 50 ans De 50 à 60 ans De 60 à 65 ansConseiller - 1er Conseiller 13/15 Officier de l'Ordre de la Couronne Commandeur de l'Ordre de Léopold II Commandeur de l'Ordre de LéopoldAttaché - Conseiller Adjoint 10/11 Chevalier de l'Ordre de Léopold Officier de l'Ordre de la Couronne Commandeur de l'Ordre de Léopold IIAssistant, Premier assistant, assistant principal, assistant de direction, chef assistant de direction 26 Chevalier de l'Ordre de Léopold II Chevalier de l'Ordre de la Couronne Chevalier de l'Ordre de Léopold- Rédacteur, 1er rédacteur, rédacteur de 1ère classe, rédacteur principal, chef rédacteur
  - Secrétaire, 1er secrétaire, secrétaire de rédaction, secrétaire de direction, chef secrétaire 20 - Chevalier de l'Ordre de Léopold II Chevalier de l'Ordre de la Couronne- Commis, 1er commis, commis de 1ère classe, commis principal, chef commis
  - Huissier-chauffeur, 1er huissier-chauffeur, huissier-chauffeur de 1ère classe, huissier-chauffeur principal, chef huissier-chauffeur 32-30 - Palmes d'Or de l'Ordre de la Couronne Chevalier de l'Ordre de Léopold II