Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
18 MAART 2018. - Wet houdende wijzigingen van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen en aan het Gerechtelijk Wetboek inzake de sociale verkiezingen voor bepaalde organen van sociale dialoog van de Belgische
Titre
18 MARS 2018. - Loi portant modification de la loi du 23 juillet 1926 relative à la SNCB et au personnel des Chemins de fer belges et du Code judiciaire en matière d'élections sociales pour certains organes de dialogue social des Chemins de fer belges
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (54)
Texte (54)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 23 juillet 1926 relative à la SNCB et au personnel des Chemins de fer belges
Art. 2. In artikel 114/1 van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen, ingevoegd bij de wet van 3 augustus 2016 houdende diverse bepalingen inzake spoorwegen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° Een vierde lid wordt ingevoegd, luidende :
"Binnen de Belgische Spoorwegen nemen de representatieve of erkende syndicale organisaties en de aangenomen syndicale organisaties deel aan :
1° de procedure van aanzegging en overleg naar aanleiding van sociale conflicten overeenkomstig het syndicaal statuut van de Belgische Spoorwegen;
2° de sociale verkiezingen bedoeld in de artikelen 126/2, 145, § 2, en 146."
2° Een vijfde lid wordt toegevoegd, luidende :
"Onder "aangenomen syndicale organisatie" wordt verstaan, iedere vakorganisatie die de beroepsbelangen van personeelsleden van de Belgische Spoorwegen behartigt. Een organisatie die haar kandidatuur indient om het statuut van aangenomen organisatie te bekomen, zal bij de algemeen directeur van HR Rail twee exemplaren van haar statuten neerleggen en daarbij de namen van haar verantwoordelijke leiders en van haar gemachtigde afgevaardigden - allen deel uitmakend van het personeel van de Belgische Spoorwegen - opgeven."
3° Een zesde lid wordt toegevoegd, luidende :
"Onder "de organen van sociale dialoog die worden samengesteld op basis van sociale verkiezingen" wordt verstaan : de gewestelijke paritaire commissies, het Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk van elke vennootschap en de Comités voor preventie en bescherming op het werk van elke vennootschap, met inbegrip van de lokale comités en subcomités."
1° Een vierde lid wordt ingevoegd, luidende :
"Binnen de Belgische Spoorwegen nemen de representatieve of erkende syndicale organisaties en de aangenomen syndicale organisaties deel aan :
1° de procedure van aanzegging en overleg naar aanleiding van sociale conflicten overeenkomstig het syndicaal statuut van de Belgische Spoorwegen;
2° de sociale verkiezingen bedoeld in de artikelen 126/2, 145, § 2, en 146."
2° Een vijfde lid wordt toegevoegd, luidende :
"Onder "aangenomen syndicale organisatie" wordt verstaan, iedere vakorganisatie die de beroepsbelangen van personeelsleden van de Belgische Spoorwegen behartigt. Een organisatie die haar kandidatuur indient om het statuut van aangenomen organisatie te bekomen, zal bij de algemeen directeur van HR Rail twee exemplaren van haar statuten neerleggen en daarbij de namen van haar verantwoordelijke leiders en van haar gemachtigde afgevaardigden - allen deel uitmakend van het personeel van de Belgische Spoorwegen - opgeven."
3° Een zesde lid wordt toegevoegd, luidende :
"Onder "de organen van sociale dialoog die worden samengesteld op basis van sociale verkiezingen" wordt verstaan : de gewestelijke paritaire commissies, het Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk van elke vennootschap en de Comités voor preventie en bescherming op het werk van elke vennootschap, met inbegrip van de lokale comités en subcomités."
Art. 2. A l'article 114/1 de la loi du 23 juillet 1926 relative à la SNCB et au personnel des Chemins de fer belges, inséré par la loi du 3 août 2016 portant des dispositions diverses en matière ferroviaire, les modifications suivantes sont apportées :
1° Il est inséré un alinéa 4, rédigé comme suit :
"Au sein des Chemins de fer belges, les organisations syndicales représentatives ou reconnues et les organisations syndicales agréées prennent part :
1° à la procédure de préavis et de concertation à l'occasion de conflits sociaux conformément au statut syndical des Chemins de fer belges;
2° aux élections sociales visées aux articles 126/2, 145, § 2 et 146."
2° Il est ajouté un alinéa 5, rédigé comme suit :
"Par "organisation syndicale agréée" est entendue toute organisation syndicale qui défend les intérêts professionnels des membres du personnel des Chemins de fer belges. Une organisation qui introduit sa candidature auprès du directeur général de HR Rail afin d'obtenir le statut d'organisation agréée doit déposer deux exemplaires de ses statuts et spécifier les noms de ses dirigeants responsables et de ses délégués attitrés - tous faisant partie du personnel des Chemins de fer belges."
3° Il est ajouté un alinéa 6 rédigé comme suit :
"Par "organes de dialogue social qui sont composés sur la base d'élections sociales", il est entendu : les commissions paritaires régionales, le Comité d'entreprise pour la prévention et la protection au travail de chaque société et les Comités pour la prévention et la protection au travail de chaque société, en ce compris les comités locaux et sous-comités."
1° Il est inséré un alinéa 4, rédigé comme suit :
"Au sein des Chemins de fer belges, les organisations syndicales représentatives ou reconnues et les organisations syndicales agréées prennent part :
1° à la procédure de préavis et de concertation à l'occasion de conflits sociaux conformément au statut syndical des Chemins de fer belges;
2° aux élections sociales visées aux articles 126/2, 145, § 2 et 146."
2° Il est ajouté un alinéa 5, rédigé comme suit :
"Par "organisation syndicale agréée" est entendue toute organisation syndicale qui défend les intérêts professionnels des membres du personnel des Chemins de fer belges. Une organisation qui introduit sa candidature auprès du directeur général de HR Rail afin d'obtenir le statut d'organisation agréée doit déposer deux exemplaires de ses statuts et spécifier les noms de ses dirigeants responsables et de ses délégués attitrés - tous faisant partie du personnel des Chemins de fer belges."
3° Il est ajouté un alinéa 6 rédigé comme suit :
"Par "organes de dialogue social qui sont composés sur la base d'élections sociales", il est entendu : les commissions paritaires régionales, le Comité d'entreprise pour la prévention et la protection au travail de chaque société et les Comités pour la prévention et la protection au travail de chaque société, en ce compris les comités locaux et sous-comités."
Art. 3. Artikel 118 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 11 december 2013, wordt aangevuld met de volgende bepalingen :
"17° het verrichten van al haar werkzaamheden inzake de sociale verkiezingen, zoals omschreven in het algemeen reglement voor de syndicale betrekkingen;
18° het doen van uitspraken over het al dan niet bestaan van de economische of technische redenen ter rechtvaardiging van een ontslag van een syndicaal afgevaardigde of een kandidaat-syndicaal afgevaardigde, volgens de voorwaarden zoals bepaald bij artikel 164."
"17° het verrichten van al haar werkzaamheden inzake de sociale verkiezingen, zoals omschreven in het algemeen reglement voor de syndicale betrekkingen;
18° het doen van uitspraken over het al dan niet bestaan van de economische of technische redenen ter rechtvaardiging van een ontslag van een syndicaal afgevaardigde of een kandidaat-syndicaal afgevaardigde, volgens de voorwaarden zoals bepaald bij artikel 164."
Art. 3. L'article 118 de la même loi, inséré par l'arrêté royal du 11 décembre 2013, est complété comme suit :
"17° accomplir toutes ses missions en matière d'élections sociales, tels que prévues dans le règlement général des relations syndicales;
18° décider de l'existence ou non de raisons d'ordre économique ou technique justifiant le licenciement d'un délégué syndical ou d'un candidat-délégué syndical, suivant les conditions prévues à l'article 164."
"17° accomplir toutes ses missions en matière d'élections sociales, tels que prévues dans le règlement général des relations syndicales;
18° décider de l'existence ou non de raisons d'ordre économique ou technique justifiant le licenciement d'un délégué syndical ou d'un candidat-délégué syndical, suivant les conditions prévues à l'article 164."
Art. 4. In boek 2, titel 3, van dezelfde wet wordt een hoofdstuk 12 ingevoegd, luidende "Hoofdstuk 12. - Sociale verkiezingen".
Art. 4. Dans le livre 2, titre 3, de la même loi, il est inséré un chapitre 12 intitulé "Chapitre 12. - Elections sociales".
Art. 5. In hoofdstuk 12, ingevoegd bij artikel 4, wordt een afdeling 1 ingevoegd, luidende "Afdeling 1. - Algemene bepalingen".
Art. 5. Dans le chapitre 12, inséré par l'article 4, il est inséré une section 1re intitulée "Section 1re. - Dispositions générales".
Art. 6. In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 5 wordt een artikel 154 ingevoegd, luidende :
"Art. 154. § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de instelling en de vernieuwing van de gewestelijke paritaire commissies, de Bedrijfscomités voor preventie en bescherming op het werk en de Comités voor preventie en bescherming op het werk van de vennootschappen van de Belgische Spoorwegen, zoals bedoeld bij artikel 114/1.
§ 2. De syndicale organisaties die een kandidatenlijst neerleggen, zoals bedoeld in artikelen 126/2, 145, § 2 en 146, moeten uiterlijk zes maanden vóór de datum die voorzien is voor de neerlegging van de kandidatenlijsten, hun kandidatuur bij de algemeen directeur van HR Rail hebben ingediend om het statuut van representatieve, erkende of aangenomen syndicale organisatie te bekomen."
"Art. 154. § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de instelling en de vernieuwing van de gewestelijke paritaire commissies, de Bedrijfscomités voor preventie en bescherming op het werk en de Comités voor preventie en bescherming op het werk van de vennootschappen van de Belgische Spoorwegen, zoals bedoeld bij artikel 114/1.
§ 2. De syndicale organisaties die een kandidatenlijst neerleggen, zoals bedoeld in artikelen 126/2, 145, § 2 en 146, moeten uiterlijk zes maanden vóór de datum die voorzien is voor de neerlegging van de kandidatenlijsten, hun kandidatuur bij de algemeen directeur van HR Rail hebben ingediend om het statuut van representatieve, erkende of aangenomen syndicale organisatie te bekomen."
Art. 6. Dans la section 1re insérée par l'article 5, il est inséré un article 154 rédigé comme suit :
"Art. 154. § 1er. Ce chapitre est applicable à l'institution et au renouvellement des commissions paritaires régionales, des Comités d'entreprise pour la prévention et la protection au travail, et des Comités pour la prévention et la protection au travail des sociétés des Chemins de fer belges, tels que visés à l'article 114/1.
§ 2. Les organisations syndicales qui déposent une liste de candidats en vue des élections sociales visées aux articles 126/2, 145, § 2 et 146, doivent avoir introduit leur candidature auprès du directeur général de HR Rail afin d'obtenir le statut d'organisation syndicale représentative, reconnue ou agréée au moins six mois avant la date prévue pour le dépôt des listes de candidats."
"Art. 154. § 1er. Ce chapitre est applicable à l'institution et au renouvellement des commissions paritaires régionales, des Comités d'entreprise pour la prévention et la protection au travail, et des Comités pour la prévention et la protection au travail des sociétés des Chemins de fer belges, tels que visés à l'article 114/1.
§ 2. Les organisations syndicales qui déposent une liste de candidats en vue des élections sociales visées aux articles 126/2, 145, § 2 et 146, doivent avoir introduit leur candidature auprès du directeur général de HR Rail afin d'obtenir le statut d'organisation syndicale représentative, reconnue ou agréée au moins six mois avant la date prévue pour le dépôt des listes de candidats."
Art. 7. In hoofdstuk 12, ingevoegd bij artikel 4, wordt een afdeling 2 ingevoegd, luidende "Afdeling 2. - De gerechtelijke beroepen".
Art. 7. Dans le chapitre 12, inséré par l'article 4, il est inséré une section 2 intitulée "Section 2. - Les recours judiciaires".
Art. 8. In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 7, wordt een onderafdeling 1 ingevoegd, luidende "Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen".
Art. 8. Dans la section 2 insérée par l'article 7, il est inséré une sous-section 1re intitulée "Sous-section 1re. - Dispositions générales".
Art. 9. In onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 8, wordt een artikel 155 ingevoegd, luidende :
"Art. 155. De verkiezingsprocedure, de handelingen die de verkiezingsprocedure voorafgaan en het aantal beschikbare mandaten worden na afloop van de onderhandelingsprocedure in de Nationale Paritaire Commissie opgenomen in het algemeen reglement voor de syndicale betrekkingen van de Belgische Spoorwegen. Indien in de Nationale Paritaire Commissie de tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen niet wordt bereikt uiterlijk tegen 31 maart 2018, zal de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de verkiezingsprocedure, de daaraan voorafgaande handelingen en het aantal beschikbare mandaten bepalen."
"Art. 155. De verkiezingsprocedure, de handelingen die de verkiezingsprocedure voorafgaan en het aantal beschikbare mandaten worden na afloop van de onderhandelingsprocedure in de Nationale Paritaire Commissie opgenomen in het algemeen reglement voor de syndicale betrekkingen van de Belgische Spoorwegen. Indien in de Nationale Paritaire Commissie de tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen niet wordt bereikt uiterlijk tegen 31 maart 2018, zal de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de verkiezingsprocedure, de daaraan voorafgaande handelingen en het aantal beschikbare mandaten bepalen."
Art. 9. Dans la sous-section 1re insérée par l'article 8, il est inséré un article 155, rédigé comme suit :
"Art. 155. La procédure électorale, les opérations préliminaires à la procédure électorale et le nombre de mandats disponibles sont repris dans le règlement général des relations syndicales des Chemins de fer belges après clôture de la procédure de négociation au sein de la Commission paritaire nationale. Si la majorité des deux tiers des voix exprimées n'est pas atteinte au sein de la Commission paritaire nationale au plus tard le 31 mars 2018, le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, la procédure électorale, les opérations préliminaires à celle-ci et le nombre de mandats disponibles."
"Art. 155. La procédure électorale, les opérations préliminaires à la procédure électorale et le nombre de mandats disponibles sont repris dans le règlement général des relations syndicales des Chemins de fer belges après clôture de la procédure de négociation au sein de la Commission paritaire nationale. Si la majorité des deux tiers des voix exprimées n'est pas atteinte au sein de la Commission paritaire nationale au plus tard le 31 mars 2018, le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, la procédure électorale, les opérations préliminaires à celle-ci et le nombre de mandats disponibles."
Art. 10. In dezelfde onderafdeling 1 wordt een artikel 156 ingevoegd, luidende :
"Art. 156. § 1. De personeelsleden, HR Rail, Infrabel en de NMBS en de syndicale organisaties kunnen - na uitputting van de in het algemeen reglement voor de syndicale betrekkingen opgenomen interne beroepsprocedure - een vordering instellen tot beslechting van de geschillen zoals opgenomen onder de onderafdelingen 2 tot 4.
§ 2. De in § 1 bedoelde vorderingen zijn onderworpen aan de volgende procedureregels :
1° De vorderingen worden ingeleid bij verzoekschrift, verzonden bij aangetekende brief aan of ingediend bij de griffie van het bevoegd gerecht;
2° De termijnen om de vorderingen in te stellen zijn onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 52 en 53 van het Gerechtelijk Wetboek; de dag van verzending van de aangetekende [brief] of van de indiening van het verzoekschrift ter griffie moet uiterlijk met de laatste dag van deze termijnen samenvallen;
3° De eisende partij is ertoe gehouden, in limine litis, de griffie van het arbeidsgerecht waarbij de zaak aanhangig is, de identiteit en het volledig adres van de betrokken partijen mee te delen; onder volledig adres wordt verstaan, de woonplaats of de voornaamste verblijfplaats of de gewone plaats van tewerkstelling;
4° Het arbeidsgerecht waarbij de zaak aanhangig is, doet uitspraak zonder voorafgaande verzoening, na de betrokken partijen te hebben gehoord of behoorlijk te hebben opgeroepen;
5° De vonnissen en arresten worden bij gerechtsbrief ter kennis gebracht aan HR Rail, aan de betrokken personeelsleden en aan de betrokken syndicale organisaties en aan de personen uitdrukkelijk bepaald door deze wet;
6° De syndicale organisaties mogen zich voor de arbeidsgerechten laten vertegenwoordigen door een afgevaardigde, houder van een geschreven volmacht; deze kan namens de organisatie waartoe hij behoort alle handelingen verrichten die bij deze vertegenwoordiging behoren, een verzoekschrift indienen, pleiten, en alle mededelingen ontvangen betreffende de inleiding, de behandeling en de berechting van het geschil.
Voor de toepassing van het eerste lid moet onder betrokken partij worden verstaan, elke persoon, elke organisatie die in het kader van de procedure in het geding wordt betrokken."
"Art. 156. § 1. De personeelsleden, HR Rail, Infrabel en de NMBS en de syndicale organisaties kunnen - na uitputting van de in het algemeen reglement voor de syndicale betrekkingen opgenomen interne beroepsprocedure - een vordering instellen tot beslechting van de geschillen zoals opgenomen onder de onderafdelingen 2 tot 4.
§ 2. De in § 1 bedoelde vorderingen zijn onderworpen aan de volgende procedureregels :
1° De vorderingen worden ingeleid bij verzoekschrift, verzonden bij aangetekende brief aan of ingediend bij de griffie van het bevoegd gerecht;
2° De termijnen om de vorderingen in te stellen zijn onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 52 en 53 van het Gerechtelijk Wetboek; de dag van verzending van de aangetekende [brief] of van de indiening van het verzoekschrift ter griffie moet uiterlijk met de laatste dag van deze termijnen samenvallen;
3° De eisende partij is ertoe gehouden, in limine litis, de griffie van het arbeidsgerecht waarbij de zaak aanhangig is, de identiteit en het volledig adres van de betrokken partijen mee te delen; onder volledig adres wordt verstaan, de woonplaats of de voornaamste verblijfplaats of de gewone plaats van tewerkstelling;
4° Het arbeidsgerecht waarbij de zaak aanhangig is, doet uitspraak zonder voorafgaande verzoening, na de betrokken partijen te hebben gehoord of behoorlijk te hebben opgeroepen;
5° De vonnissen en arresten worden bij gerechtsbrief ter kennis gebracht aan HR Rail, aan de betrokken personeelsleden en aan de betrokken syndicale organisaties en aan de personen uitdrukkelijk bepaald door deze wet;
6° De syndicale organisaties mogen zich voor de arbeidsgerechten laten vertegenwoordigen door een afgevaardigde, houder van een geschreven volmacht; deze kan namens de organisatie waartoe hij behoort alle handelingen verrichten die bij deze vertegenwoordiging behoren, een verzoekschrift indienen, pleiten, en alle mededelingen ontvangen betreffende de inleiding, de behandeling en de berechting van het geschil.
Voor de toepassing van het eerste lid moet onder betrokken partij worden verstaan, elke persoon, elke organisatie die in het kader van de procedure in het geding wordt betrokken."
Art. 10. Dans la même sous-section 1re, il est inséré un article 156, rédigé comme suit :
"Art. 156. § 1er. Les membres du personnel, HR Rail, Infrabel et la SNCB et les organisations syndicales peuvent - après avoir épuisé la procédure interne de recours reprise dans le règlement général des relations syndicales - introduire une action tendant à trancher tout différend tel que prévu aux sous-sections 2 à 4.
§ 2. Les règles de procédure suivantes s'appliquent aux actions visées au § 1er :
1° Les actions sont introduites par requête adressée, envoyée par lettre recommandée à ou déposée au greffe de la juridiction compétente;
2° Les délais pour introduire les actions sont soumis aux dispositions des articles 52 et 53 du Code judiciaire; le jour d'envoi de la lettre recommandée ou du dépôt de la requête au greffe doit coïncider au plus tard avec le dernier jour de ces délais;
3° La partie demanderesse est tenue de communiquer in limine litis, au greffe de la juridiction du travail saisie, l'identité et l'adresse complète des parties intéressées; il faut entendre par adresse complète, le lieu du domicile ou de la résidence principale ou le lieu habituel du travail;
4° La juridiction du travail saisie statue, sans préliminaire de conciliation, après avoir entendu ou dûment appelé les parties intéressées;
5° Les jugements et arrêts sont notifiés par pli judiciaire à HR Rail, aux membres du personnel intéressés, aux organisations syndicales intéressées ainsi qu'aux personnes expressément déterminées par la présente loi;
6° Les organisations syndicales peuvent se faire représenter devant les juridictions du travail par un délégué, titulaire d'une procuration écrite; celui-ci peut accomplir au nom de l'organisation à laquelle il appartient les diligences que cette représentation comporte, introduire une requête, plaider et, recevoir toutes communications relatives à l'introduction, l'instruction et au jugement du litige.
Pour l'application de l'alinéa 1er, il faut entendre par partie intéressée, toute personne ou organisation syndicale appelée à la cause dans le cadre de la procédure."
"Art. 156. § 1er. Les membres du personnel, HR Rail, Infrabel et la SNCB et les organisations syndicales peuvent - après avoir épuisé la procédure interne de recours reprise dans le règlement général des relations syndicales - introduire une action tendant à trancher tout différend tel que prévu aux sous-sections 2 à 4.
§ 2. Les règles de procédure suivantes s'appliquent aux actions visées au § 1er :
1° Les actions sont introduites par requête adressée, envoyée par lettre recommandée à ou déposée au greffe de la juridiction compétente;
2° Les délais pour introduire les actions sont soumis aux dispositions des articles 52 et 53 du Code judiciaire; le jour d'envoi de la lettre recommandée ou du dépôt de la requête au greffe doit coïncider au plus tard avec le dernier jour de ces délais;
3° La partie demanderesse est tenue de communiquer in limine litis, au greffe de la juridiction du travail saisie, l'identité et l'adresse complète des parties intéressées; il faut entendre par adresse complète, le lieu du domicile ou de la résidence principale ou le lieu habituel du travail;
4° La juridiction du travail saisie statue, sans préliminaire de conciliation, après avoir entendu ou dûment appelé les parties intéressées;
5° Les jugements et arrêts sont notifiés par pli judiciaire à HR Rail, aux membres du personnel intéressés, aux organisations syndicales intéressées ainsi qu'aux personnes expressément déterminées par la présente loi;
6° Les organisations syndicales peuvent se faire représenter devant les juridictions du travail par un délégué, titulaire d'une procuration écrite; celui-ci peut accomplir au nom de l'organisation à laquelle il appartient les diligences que cette représentation comporte, introduire une requête, plaider et, recevoir toutes communications relatives à l'introduction, l'instruction et au jugement du litige.
Pour l'application de l'alinéa 1er, il faut entendre par partie intéressée, toute personne ou organisation syndicale appelée à la cause dans le cadre de la procédure."
Art. 11. In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 7, wordt een onderafdeling 2 ingevoegd, luidende "Onderafdeling 2. - Beroep tegen de kiezerslijsten".
Art. 11. Dans la section 2, insérée par l'article 7, il est inséré une sous-section 2 intitulée "Sous-section 2. - Recours contre les listes électorales".
Art. 12. In onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 11, wordt een artikel 157 ingevoegd, luidende :
"Art. 157. § 1. Binnen zeven dagen na de uitspraak van het intern beroepsorgaan, zoals bepaald in het algemeen reglement voor de syndicale betrekkingen of bij ontstentenis van een uitspraak, na het verstrijken van de termijn waarbinnen het intern beroepsorgaan uitspraak had moeten doen, kunnen de betrokken personeelsleden en de syndicale organisaties tegen deze beslissing of de ontstentenis ervan beroep aantekenen bij de arbeidsrechtbank.
§ 2. De gevatte arbeidsrechtbank doet uitspraak binnen de zeven dagen die volgen op de dag van ontvangst van het beroep. Deze uitspraak is niet vatbaar voor hoger beroep, noch voor verzet.
De beslissing van de rechtbank maakt, indien nodig, het voorwerp uit van een rechtzetting van de aanplakking, door HR Rail, van de kiezerslijsten."
"Art. 157. § 1. Binnen zeven dagen na de uitspraak van het intern beroepsorgaan, zoals bepaald in het algemeen reglement voor de syndicale betrekkingen of bij ontstentenis van een uitspraak, na het verstrijken van de termijn waarbinnen het intern beroepsorgaan uitspraak had moeten doen, kunnen de betrokken personeelsleden en de syndicale organisaties tegen deze beslissing of de ontstentenis ervan beroep aantekenen bij de arbeidsrechtbank.
§ 2. De gevatte arbeidsrechtbank doet uitspraak binnen de zeven dagen die volgen op de dag van ontvangst van het beroep. Deze uitspraak is niet vatbaar voor hoger beroep, noch voor verzet.
De beslissing van de rechtbank maakt, indien nodig, het voorwerp uit van een rechtzetting van de aanplakking, door HR Rail, van de kiezerslijsten."
Art. 12. Dans la sous-section 2 insérée par l'article 11, il est inséré un article 157 rédigé comme suit :
"Art. 157. § 1er. Dans les sept jours qui suivent la décision de l'organe de recours interne, tel que prévu dans le règlement général des relations syndicales, ou en cas d'absence de décision, après l'échéance du délai dans lequel l'organe de recours interne aurait dû se prononcer, les membres du personnel intéressés ainsi que les organisations syndicales peuvent introduire un recours contre cette décision ou contre l'absence de décision auprès du tribunal du travail.
§ 2. Le tribunal du travail saisi statue dans les sept jours qui suivent la réception du recours. Ce jugement n'est susceptible ni d'appel, ni d'opposition.
La décision du tribunal fait l'objet, si nécessaire, d'une rectification de l'affichage, par HR Rail, des listes électorales."
"Art. 157. § 1er. Dans les sept jours qui suivent la décision de l'organe de recours interne, tel que prévu dans le règlement général des relations syndicales, ou en cas d'absence de décision, après l'échéance du délai dans lequel l'organe de recours interne aurait dû se prononcer, les membres du personnel intéressés ainsi que les organisations syndicales peuvent introduire un recours contre cette décision ou contre l'absence de décision auprès du tribunal du travail.
§ 2. Le tribunal du travail saisi statue dans les sept jours qui suivent la réception du recours. Ce jugement n'est susceptible ni d'appel, ni d'opposition.
La décision du tribunal fait l'objet, si nécessaire, d'une rectification de l'affichage, par HR Rail, des listes électorales."
Art. 13. In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 7, wordt een onderafdeling 3 ingevoegd, luidende "Onderafdeling 3. - Beroep tegen de kandidatenlijsten".
Art. 13. Dans la section 2, insérée par l'article 7, il est inséré une sous-section 3 intitulée "Sous-section 3. - Recours contre les listes de candidats".
Art. 14. In onderafdeling 3, ingevoegd bij artikel 13, wordt een artikel 158 ingevoegd, luidende :
"Art. 158. Binnen de vijf dagen die volgen op het verstrijken van de termijn vastgesteld voor de aanplakking, door HR Rail, van de al dan niet gewijzigde kandidatenlijsten, kunnen de betrokken personeelsleden en de syndicale organisaties bij de arbeidsrechtbank beroep aanteken tegen de voordracht van de kandidaten die tot een interne klacht, zoals bepaald bij het algemeen reglement voor de syndicale betrekkingen, aanleiding heeft gegeven.
HR Rail kan eenzelfde beroep aantekenen tegen de voordracht van kandidaten, wanneer de kandidaten of de kandidatenlijsten niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van het algemeen reglement voor de syndicale betrekkingen, zelfs indien er geen klacht werd ingediend.
Ingeval er geen klacht werd ingediend moet het beroep van HR Rail worden aangetekend binnen de twaalf dagen na het verstrijken van de termijn voorgeschreven voor de aanplakking, door HR Rail, van het bericht met vermelding van de ingediende kandidatenlijsten.
De arbeidsrechtbank doet uitspraak binnen veertien dagen die volgen op de dag van ontvangst van het beroep. Deze uitspraak is niet vatbaar voor hoger beroep, noch voor verzet.
De kandidaten van wie de rechtbank oordeelt dat ze niet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden voldoen, mogen niet vervangen worden wanneer ze geen deel uitmaakten van het personeel van de onderneming op de dertigste dag voorafgaand aan de dag van de aanplakking, door HR Rail, van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt.
Binnen dertien dagen die de dag van de verkiezingen voorafgaan, mogen de kandidatenlijsten niet meer worden gewijzigd."
"Art. 158. Binnen de vijf dagen die volgen op het verstrijken van de termijn vastgesteld voor de aanplakking, door HR Rail, van de al dan niet gewijzigde kandidatenlijsten, kunnen de betrokken personeelsleden en de syndicale organisaties bij de arbeidsrechtbank beroep aanteken tegen de voordracht van de kandidaten die tot een interne klacht, zoals bepaald bij het algemeen reglement voor de syndicale betrekkingen, aanleiding heeft gegeven.
HR Rail kan eenzelfde beroep aantekenen tegen de voordracht van kandidaten, wanneer de kandidaten of de kandidatenlijsten niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van het algemeen reglement voor de syndicale betrekkingen, zelfs indien er geen klacht werd ingediend.
Ingeval er geen klacht werd ingediend moet het beroep van HR Rail worden aangetekend binnen de twaalf dagen na het verstrijken van de termijn voorgeschreven voor de aanplakking, door HR Rail, van het bericht met vermelding van de ingediende kandidatenlijsten.
De arbeidsrechtbank doet uitspraak binnen veertien dagen die volgen op de dag van ontvangst van het beroep. Deze uitspraak is niet vatbaar voor hoger beroep, noch voor verzet.
De kandidaten van wie de rechtbank oordeelt dat ze niet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden voldoen, mogen niet vervangen worden wanneer ze geen deel uitmaakten van het personeel van de onderneming op de dertigste dag voorafgaand aan de dag van de aanplakking, door HR Rail, van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt.
Binnen dertien dagen die de dag van de verkiezingen voorafgaan, mogen de kandidatenlijsten niet meer worden gewijzigd."
Art. 14. Dans la sous-section 3 insérée par l'article 13, il est inséré un article 158 rédigé comme suit :
"Art. 158. Dans les cinq jours qui suivent l'échéance du délai fixé pour l'affichage, par HR Rail, des listes de candidats modifiées ou non, les membres du personnel intéressés et les organisations syndicales peuvent introduire un recours auprès du tribunal du travail contre la présentation des candidats qui a donné lieu à la réclamation interne tel que prévu dans le règlement général des relations syndicales.
HR Rail dispose du même recours contre la présentation des candidats, même si aucune réclamation n'a été introduite, lorsque les candidats ou les listes de candidats ne sont pas conformes aux dispositions du règlement général des relations syndicales.
Dans le cas où aucune réclamation n'a été introduite, le recours de HR Rail doit être introduit dans les douze jours qui suivent le délai prévu pour l'affichage, par HR Rail, de l'avis qui mentionne les listes de candidats introduites.
Le tribunal du travail statue dans les quatorze jours qui suivent le jour de la réception du recours. Ce jugement n'est susceptible ni d'appel, ni d'opposition.
Les candidats dont le tribunal estime qu'ils ne remplissent pas les conditions d'éligibilité ne peuvent être remplacés s'ils ne faisaient pas partie du personnel de l'entreprise le trentième jour qui précède le jour de l'affichage, par HR Rail, de l'avis annonçant la date des élections.
Aucune modification aux listes de candidats ne peut plus être apportée dans les treize jours qui précèdent le jour des élections."
"Art. 158. Dans les cinq jours qui suivent l'échéance du délai fixé pour l'affichage, par HR Rail, des listes de candidats modifiées ou non, les membres du personnel intéressés et les organisations syndicales peuvent introduire un recours auprès du tribunal du travail contre la présentation des candidats qui a donné lieu à la réclamation interne tel que prévu dans le règlement général des relations syndicales.
HR Rail dispose du même recours contre la présentation des candidats, même si aucune réclamation n'a été introduite, lorsque les candidats ou les listes de candidats ne sont pas conformes aux dispositions du règlement général des relations syndicales.
Dans le cas où aucune réclamation n'a été introduite, le recours de HR Rail doit être introduit dans les douze jours qui suivent le délai prévu pour l'affichage, par HR Rail, de l'avis qui mentionne les listes de candidats introduites.
Le tribunal du travail statue dans les quatorze jours qui suivent le jour de la réception du recours. Ce jugement n'est susceptible ni d'appel, ni d'opposition.
Les candidats dont le tribunal estime qu'ils ne remplissent pas les conditions d'éligibilité ne peuvent être remplacés s'ils ne faisaient pas partie du personnel de l'entreprise le trentième jour qui précède le jour de l'affichage, par HR Rail, de l'avis annonçant la date des élections.
Aucune modification aux listes de candidats ne peut plus être apportée dans les treize jours qui précèdent le jour des élections."
Art. 15. In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 7, wordt een onderafdeling 4 ingevoegd, luidende "Onderafdeling 4. - Beroep tot nietigverklaring van de verkiezing, tot verbetering van de verkiezingsuitslag, of beroep tegen de beslissing tot stopzetting van de procedure".
Art. 15. Dans la section 2, insérée par l'article 7, il est inséré une sous-section 4 intitulée "Sous-section 4. - Recours tendant à l'annulation de l'élection, à la rectification des résultats de l'élection ou recours contre la décision d'arrêter la procédure".
Art. 16. In onderafdeling 4, ingevoegd bij artikel 15, wordt een artikel 159 ingevoegd, luidende :
"Art. 159. De arbeidsrechtbank doet uitspraak over de beroepen die binnen dertien dagen na de aanplakking, door HR Rail, van de uitslag van de stemming zijn ingesteld door HR Rail, de betrokken personeelsleden of de syndicale organisaties en die betrekking hebben op een verzoek tot gehele of gedeeltelijke nietigverklaring van de verkiezingen of van de beslissing tot stopzetting van de procedure, of op een verzoek tot verbetering van de verkiezingsuitslag.
De arbeidsrechtbank doet uitspraak uiterlijk binnen zevenenzestig dagen na aanplakking, door HR Rail, van de uitslag van de stemming. Zij kan inzage eisen van de processen-verbaal en van de stembiljetten.
Het vonnis wordt onmiddellijk ter kennis gebracht aan HR Rail, aan ieder der gewone en plaatsvervangende verkozenen, en aan de betrokken syndicale organisaties."
"Art. 159. De arbeidsrechtbank doet uitspraak over de beroepen die binnen dertien dagen na de aanplakking, door HR Rail, van de uitslag van de stemming zijn ingesteld door HR Rail, de betrokken personeelsleden of de syndicale organisaties en die betrekking hebben op een verzoek tot gehele of gedeeltelijke nietigverklaring van de verkiezingen of van de beslissing tot stopzetting van de procedure, of op een verzoek tot verbetering van de verkiezingsuitslag.
De arbeidsrechtbank doet uitspraak uiterlijk binnen zevenenzestig dagen na aanplakking, door HR Rail, van de uitslag van de stemming. Zij kan inzage eisen van de processen-verbaal en van de stembiljetten.
Het vonnis wordt onmiddellijk ter kennis gebracht aan HR Rail, aan ieder der gewone en plaatsvervangende verkozenen, en aan de betrokken syndicale organisaties."
Art. 16. Dans la sous-section 4, insérée par l'article 15, il est inséré un article 159 rédigé comme suit :
"Art. 159. Le tribunal du travail statue sur les recours introduits dans les treize jours suivant l'affichage, par HR Rail, du résultat du vote, par HR Rail, les membres du personnel intéressés ou les organisations syndicales et qui concernent une demande d'annulation totale ou partielle des élections ou de la décision d'arrêter la procédure, ou une demande de rectification des résultats des élections.
Le tribunal du travail saisi statue dans les soixante-sept jours qui suivent l'affichage, par HR Rail, du résultat du vote. Il peut exiger la communication des procès-verbaux et des bulletins de vote.
Le jugement est notifié immédiatement à HR Rail, à chacun des élus effectifs et suppléants, et aux organisations syndicales intéressées."
"Art. 159. Le tribunal du travail statue sur les recours introduits dans les treize jours suivant l'affichage, par HR Rail, du résultat du vote, par HR Rail, les membres du personnel intéressés ou les organisations syndicales et qui concernent une demande d'annulation totale ou partielle des élections ou de la décision d'arrêter la procédure, ou une demande de rectification des résultats des élections.
Le tribunal du travail saisi statue dans les soixante-sept jours qui suivent l'affichage, par HR Rail, du résultat du vote. Il peut exiger la communication des procès-verbaux et des bulletins de vote.
Le jugement est notifié immédiatement à HR Rail, à chacun des élus effectifs et suppléants, et aux organisations syndicales intéressées."
Art. 17. In dezelfde onderafdeling 4 wordt een artikel 160 ingevoegd, luidende :
"Art. 160. Het arbeidshof neemt kennis van het hoger beroep tegen beslissingen in eerste aanleg van de arbeidsrechtbanken betreffende een verzoek tot gehele of gedeeltelijke nietigverklaring van de verkiezingen of van de beslissing tot stopzetting van de procedure, of een verzoek tot verbetering van de verkiezingsuitslagen.
De termijn van hoger beroep is vijftien dagen, te rekenen van de kennisgeving van het vonnis.
Het arbeidshof doet uitspraak binnen vijfenzeventig dagen die volgen op het uitspreken van het vonnis door de arbeidsrechtbank.
De arresten worden ter kennis gebracht aan de in artikel 159, derde lid, bedoelde personen en instanties."
"Art. 160. Het arbeidshof neemt kennis van het hoger beroep tegen beslissingen in eerste aanleg van de arbeidsrechtbanken betreffende een verzoek tot gehele of gedeeltelijke nietigverklaring van de verkiezingen of van de beslissing tot stopzetting van de procedure, of een verzoek tot verbetering van de verkiezingsuitslagen.
De termijn van hoger beroep is vijftien dagen, te rekenen van de kennisgeving van het vonnis.
Het arbeidshof doet uitspraak binnen vijfenzeventig dagen die volgen op het uitspreken van het vonnis door de arbeidsrechtbank.
De arresten worden ter kennis gebracht aan de in artikel 159, derde lid, bedoelde personen en instanties."
Art. 17. Dans la même sous-section 4, il est inséré un article 160 rédigé comme suit :
"Art. 160. La cour du travail connaît de l'appel des décisions rendues en premier ressort par les tribunaux du travail concernant une demande d'annulation totale ou partielle des élections ou de la décision d'arrêter la procédure, ou une demande de rectification des résultats des élections.
Le délai pour interjeter appel est de quinze jours à partir de la notification du jugement.
La cour du travail statue dans les septante-cinq jours qui suivent le prononcé du jugement du tribunal du travail.
Les arrêts sont notifiés aux personnes et organisations visées à l'article 159, alinéa 3."
"Art. 160. La cour du travail connaît de l'appel des décisions rendues en premier ressort par les tribunaux du travail concernant une demande d'annulation totale ou partielle des élections ou de la décision d'arrêter la procédure, ou une demande de rectification des résultats des élections.
Le délai pour interjeter appel est de quinze jours à partir de la notification du jugement.
La cour du travail statue dans les septante-cinq jours qui suivent le prononcé du jugement du tribunal du travail.
Les arrêts sont notifiés aux personnes et organisations visées à l'article 159, alinéa 3."
Art. 18. In dezelfde onderafdeling 4 wordt een artikel 161 ingevoegd, luidende :
"Art. 161. De nieuwe verkiezingsperiode vangt aan binnen drie maanden die volgen op de definitieve beslissing van de nietigverklaring."
"Art. 161. De nieuwe verkiezingsperiode vangt aan binnen drie maanden die volgen op de definitieve beslissing van de nietigverklaring."
Art. 18. Dans la même sous-section 4, il est inséré un article 161 rédigé comme suit :
"Art. 161. La nouvelle procédure électorale débute dans les trois mois qui suivent la décision d'annulation définitive."
"Art. 161. La nouvelle procédure électorale débute dans les trois mois qui suivent la décision d'annulation définitive."
Art. 19. In boek 2, titel 3, van dezelfde wet wordt een hoofdstuk 13 ingevoegd, luidende "Hoofdstuk 13. - Bijzondere ontslagregeling voor de contractuele syndicaal afgevaardigden en kandidaat-syndicaal afgevaardigden".
Art. 19. Dans le livre 2, titre 3, de la même loi, il est inséré un chapitre 13, intitulé "Chapitre 13. - Régime de licenciement particulier des délégués syndicaux et des candidats-délégués syndicaux contractuels".
Art. 20. In hoofdstuk 13, ingevoegd bij artikel 19, wordt een afdeling 1 ingevoegd, luidende "Afdeling 1. - Algemene bepalingen".
Art. 20. Dans le chapitre 13, inséré par l'article 19, il est inséré une section 1re intitulée "Section 1re. - Dispositions générales".
Art. 21. In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 20, wordt een artikel 162 ingevoegd, luidende :
"Art. 162. § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op :
1° de contractuele personeelsleden die als gewoon of plaatsvervangend lid het personeel van de Belgische Spoorwegen vertegenwoordigen binnen de gewestelijke paritaire commissies, de Bedrijfscomités voor preventie en bescherming op het werk en de Comités voor preventie en bescherming op het werk;
2° de contractuele personeelsleden die kandidaat zijn voor de verkiezingen van de vertegenwoordigers van het personeel in diezelfde organen;
3° HR Rail in haar hoedanigheid zoals omschreven bij artikel 66.
§ 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder :
1° syndicaal afgevaardigde : het gewoon of plaatsvervangend lid als bedoeld in § 1, 1° ;
2° kandidaat-syndicaal afgevaardigde : de kandidaat als bedoeld in § 1, 2° ;
3° de organen van sociale dialoog : de gewestelijke paritaire commissies, de Bedrijfscomités voor preventie en bescherming op het werk en de Comités voor preventie en bescherming op het werk, zoals bedoeld bij artikel 114/1;
4° aangetekende zending : een dienst die op forfaitaire basis tegen de risico's van verlies, diefstal of beschadiging waarborgt, waarbij de afzender, in voorkomend geval op zijn verzoek, een bewijs ontvangt van de datum van afgifte of van de bestelling van de postzending aan de geadresseerde, evenals een gekwalificeerde dienst van elektronisch aangetekende zending overeenkomstig verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG en overeenkomstig boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht, en de bijlagen ervan."
"Art. 162. § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op :
1° de contractuele personeelsleden die als gewoon of plaatsvervangend lid het personeel van de Belgische Spoorwegen vertegenwoordigen binnen de gewestelijke paritaire commissies, de Bedrijfscomités voor preventie en bescherming op het werk en de Comités voor preventie en bescherming op het werk;
2° de contractuele personeelsleden die kandidaat zijn voor de verkiezingen van de vertegenwoordigers van het personeel in diezelfde organen;
3° HR Rail in haar hoedanigheid zoals omschreven bij artikel 66.
§ 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder :
1° syndicaal afgevaardigde : het gewoon of plaatsvervangend lid als bedoeld in § 1, 1° ;
2° kandidaat-syndicaal afgevaardigde : de kandidaat als bedoeld in § 1, 2° ;
3° de organen van sociale dialoog : de gewestelijke paritaire commissies, de Bedrijfscomités voor preventie en bescherming op het werk en de Comités voor preventie en bescherming op het werk, zoals bedoeld bij artikel 114/1;
4° aangetekende zending : een dienst die op forfaitaire basis tegen de risico's van verlies, diefstal of beschadiging waarborgt, waarbij de afzender, in voorkomend geval op zijn verzoek, een bewijs ontvangt van de datum van afgifte of van de bestelling van de postzending aan de geadresseerde, evenals een gekwalificeerde dienst van elektronisch aangetekende zending overeenkomstig verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG en overeenkomstig boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht, en de bijlagen ervan."
Art. 21. Dans la section 1re insérée par l'article 20, il est inséré un article 162 rédigé comme suit :
"Art. 162. § 1er. Le présent chapitre s'applique :
1° aux membres du personnel contractuels qui, comme membres effectifs ou suppléants, représentent le personnel des Chemins de fer belges au sein des commissions paritaires régionales, des Comités d'entreprise pour la prévention et la protection au travail et des Comités pour la prévention et la protection au travail;
2° aux membres du personnel contractuels qui sont candidats aux élections des représentants du personnel dans ces mêmes organes;
3° à HR Rail en sa qualité telle que décrite à l'article 66.
§ 2. Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par :
1° délégué syndical : le membre effectif ou suppléant visé au § 1er, 1° ;
2° candidat-délégué syndical : le candidat visé au § 1er, 2° ;
3° organes de concertation : les commissions paritaires régionales, les Comités d'entreprise pour la prévention et la protection au travail et les Comités pour la prévention et la protection au travail visés à l'article 114/1;
4° envoi recommandé : un service garantissant forfaitairement contre les risques de perte, vol ou détérioration et fournissant à l'expéditeur, le cas échéant à sa demande, une preuve de la date du dépôt de l'envoi postal et/ou de sa remise au destinataire, de même qu'un service d'envoi recommandé électronique qualifié conforme au règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement Européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE et au livre XII, titre 2 et ses annexes, du Code de droit économique."
"Art. 162. § 1er. Le présent chapitre s'applique :
1° aux membres du personnel contractuels qui, comme membres effectifs ou suppléants, représentent le personnel des Chemins de fer belges au sein des commissions paritaires régionales, des Comités d'entreprise pour la prévention et la protection au travail et des Comités pour la prévention et la protection au travail;
2° aux membres du personnel contractuels qui sont candidats aux élections des représentants du personnel dans ces mêmes organes;
3° à HR Rail en sa qualité telle que décrite à l'article 66.
§ 2. Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par :
1° délégué syndical : le membre effectif ou suppléant visé au § 1er, 1° ;
2° candidat-délégué syndical : le candidat visé au § 1er, 2° ;
3° organes de concertation : les commissions paritaires régionales, les Comités d'entreprise pour la prévention et la protection au travail et les Comités pour la prévention et la protection au travail visés à l'article 114/1;
4° envoi recommandé : un service garantissant forfaitairement contre les risques de perte, vol ou détérioration et fournissant à l'expéditeur, le cas échéant à sa demande, une preuve de la date du dépôt de l'envoi postal et/ou de sa remise au destinataire, de même qu'un service d'envoi recommandé électronique qualifié conforme au règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement Européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE et au livre XII, titre 2 et ses annexes, du Code de droit économique."
Art. 22. In dezelfde afdeling 1 wordt een artikel 163 ingevoegd, luidende :
"Art. 163. § 1. De syndicaal afgevaardigden en de kandidaat-syndicaal afgevaardigden kunnen slechts worden ontslagen om een dringende reden die vooraf door het arbeidsgerecht aangenomen werd, of om economische of technische redenen die vooraf door de Nationale Paritaire Commissie bij tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen werden erkend.
Voor de toepassing van dit artikel geldt als ontslag :
1° elke beëindiging van de arbeidsovereenkomst door HR Rail, gedaan met of zonder vergoeding, al dan niet met naleving van een opzegging, die ter kennis wordt gebracht gedurende de periode bedoeld in de §§ 2 of 3;
2° elke beëindiging van de arbeidsovereenkomst door het personeelslid wegens feiten die een reden uitmaken ten laste van HR Rail;
3° het niet in acht nemen door HR Rail van de beschikking van de voorzitter van de arbeidsrechtbank, genomen met toepassing van artikel 166 en waarin besloten wordt tot de voortzetting van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst tijdens de procedure voor de arbeidsgerechten.
§ 2. De syndicaal afgevaardigden genieten het voordeel van de bepalingen van § 1 gedurende een periode die loopt vanaf de dertigste dag voorafgaand aan de aanplakking, door HR Rail, van het bericht dat de verkiezingsdatum vaststelt, tot de datum waarop de bij de volgende verkiezingen verkozen kandidaten worden aangesteld.
§ 3. De kandidaat-syndicaal afgevaardigden die bij de verkiezingen van de vertegenwoordigers van het personeel voor de overlegorganen worden voorgedragen en aan de voorwaarden van verkiesbaarheid voldoen, genieten het voordeel van de bepalingen van de §§ 1 en 2 zo het hun eerste kandidatuur betreft.
De kandidaat-syndicaal afgevaardigden als bedoeld in het eerste lid genieten het voordeel van de bepalingen van de §§ 1 en 2 gedurende een periode die loopt vanaf de dertigste dag voorafgaand aan de aanplakking, door HR Rail, van het bericht dat de datum van de verkiezingen vastlegt, en een einde neemt twee jaar na de aanplakking, door HR Rail,van de uitslag der verkiezingen zo zij reeds kandidaat waren en niet werden verkozen bij de vorige verkiezingen.
Het voordeel van de bepalingen van deze paragraaf wordt eveneens toegekend aan de kandidaten voorgedragen bij verkiezingen die nietig werden verklaard.
§ 4. Het mandaat van de syndicaal afgevaardigde, of de hoedanigheid van kandidaat-syndicaal afgevaardigde mag voor de betrokkene noch nadelen, noch bijzondere voordelen tot gevolg hebben.
§ 5. De syndicaal afgevaardigden en de kandidaat-syndicaal afgevaardigden mogen niet worden overgeplaatst van de ene werkzetel naar een andere werkzetel, tenzij zij schriftelijk hun instemming betuigen op het ogenblik dat de beslissing wordt genomen of indien er economische of technische redenen aanwezig zijn die vooraf door de Nationale Paritaire Commissie werden erkend.
§ 6. Geen enkele andere wijze van beëindiging van de arbeidsovereenkomst dan die bepaald in § 1, mag ingeroepen worden, met uitzondering van :
- de afloop van de termijn;
- de voltooiing van het werk waarvoor de overeenkomst werd gesloten;
- de eenzijdige beëindiging van de overeenkomst door het personeelslid;
- het overlijden van het personeelslid;
- overmacht;
- het akkoord tussen HR Rail en het personeelslid."
"Art. 163. § 1. De syndicaal afgevaardigden en de kandidaat-syndicaal afgevaardigden kunnen slechts worden ontslagen om een dringende reden die vooraf door het arbeidsgerecht aangenomen werd, of om economische of technische redenen die vooraf door de Nationale Paritaire Commissie bij tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen werden erkend.
Voor de toepassing van dit artikel geldt als ontslag :
1° elke beëindiging van de arbeidsovereenkomst door HR Rail, gedaan met of zonder vergoeding, al dan niet met naleving van een opzegging, die ter kennis wordt gebracht gedurende de periode bedoeld in de §§ 2 of 3;
2° elke beëindiging van de arbeidsovereenkomst door het personeelslid wegens feiten die een reden uitmaken ten laste van HR Rail;
3° het niet in acht nemen door HR Rail van de beschikking van de voorzitter van de arbeidsrechtbank, genomen met toepassing van artikel 166 en waarin besloten wordt tot de voortzetting van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst tijdens de procedure voor de arbeidsgerechten.
§ 2. De syndicaal afgevaardigden genieten het voordeel van de bepalingen van § 1 gedurende een periode die loopt vanaf de dertigste dag voorafgaand aan de aanplakking, door HR Rail, van het bericht dat de verkiezingsdatum vaststelt, tot de datum waarop de bij de volgende verkiezingen verkozen kandidaten worden aangesteld.
§ 3. De kandidaat-syndicaal afgevaardigden die bij de verkiezingen van de vertegenwoordigers van het personeel voor de overlegorganen worden voorgedragen en aan de voorwaarden van verkiesbaarheid voldoen, genieten het voordeel van de bepalingen van de §§ 1 en 2 zo het hun eerste kandidatuur betreft.
De kandidaat-syndicaal afgevaardigden als bedoeld in het eerste lid genieten het voordeel van de bepalingen van de §§ 1 en 2 gedurende een periode die loopt vanaf de dertigste dag voorafgaand aan de aanplakking, door HR Rail, van het bericht dat de datum van de verkiezingen vastlegt, en een einde neemt twee jaar na de aanplakking, door HR Rail,van de uitslag der verkiezingen zo zij reeds kandidaat waren en niet werden verkozen bij de vorige verkiezingen.
Het voordeel van de bepalingen van deze paragraaf wordt eveneens toegekend aan de kandidaten voorgedragen bij verkiezingen die nietig werden verklaard.
§ 4. Het mandaat van de syndicaal afgevaardigde, of de hoedanigheid van kandidaat-syndicaal afgevaardigde mag voor de betrokkene noch nadelen, noch bijzondere voordelen tot gevolg hebben.
§ 5. De syndicaal afgevaardigden en de kandidaat-syndicaal afgevaardigden mogen niet worden overgeplaatst van de ene werkzetel naar een andere werkzetel, tenzij zij schriftelijk hun instemming betuigen op het ogenblik dat de beslissing wordt genomen of indien er economische of technische redenen aanwezig zijn die vooraf door de Nationale Paritaire Commissie werden erkend.
§ 6. Geen enkele andere wijze van beëindiging van de arbeidsovereenkomst dan die bepaald in § 1, mag ingeroepen worden, met uitzondering van :
- de afloop van de termijn;
- de voltooiing van het werk waarvoor de overeenkomst werd gesloten;
- de eenzijdige beëindiging van de overeenkomst door het personeelslid;
- het overlijden van het personeelslid;
- overmacht;
- het akkoord tussen HR Rail en het personeelslid."
Art. 22. Dans la même section 1re, il est inséré un article 163 rédigé comme suit :
"Art. 163. § 1er. Les délégués syndicaux et les candidats-délégués syndicaux ne peuvent être licenciés que pour un motif grave préalablement admis par la juridiction du travail ou pour des raisons d'ordre économique ou technique préalablement reconnues par la Commission paritaire nationale à la majorité des deux tiers des voix exprimées.
Pour l'application du présent article, est considéré comme licenciement :
1° toute rupture du contrat de travail par HR Rail, avec ou sans indemnité, avec ou sans respect d'un préavis, notifiée pendant la période visée aux §§ 2 ou 3;
2° toute rupture du contrat de travail par le membre du personnel en raison de faits qui constituent un motif imputable à HR Rail;
3° le non-respect par HR Rail de l'ordonnance du président du tribunal du travail prise en application de l'article 166, décidant de la poursuite de l'exécution du contrat de travail pendant la procédure en cours devant les juridictions du travail.
§ 2. Les délégués syndicaux bénéficient des dispositions du § 1er pendant une période allant du trentième jour précédant l'affichage, par HR Rail, de l'avis fixant la date des élections, jusqu'à la date d'installation des candidats élus lors des élections suivantes.
§ 3. Les candidats-délégués syndicaux, présentés lors des élections des représentants du personnel dans les organes de concertation, qui réunissent les conditions d'éligibilité, bénéficient des dispositions des §§ 1er et 2 lorsqu'il s'agit de leur première candidature.
Les candidats-délégués syndicaux au sens de l'alinéa 1er bénéficient des dispositions des §§ 1er et 2 pendant une période allant du trentième jour précédant l'affichage, par HR Rail, de l'avis fixant la date des élections et se terminant deux ans après l'affichage, par HR Rail, du résultat des élections lorsqu'ils ont déjà été candidats et qu'ils n'ont pas été élus à l'occasion des élections précédentes.
Le bénéfice des dispositions du présent paragraphe est également accordé aux candidats présentés lors d'élections qui ont été annulées.
§ 4. Le mandat de délégué syndical ou la qualité de candidat-délégué syndical ne peut entraîner ni préjudices ni avantages spéciaux pour l'intéressé.
§ 5. Les délégués syndicaux et les candidats-délégués syndicaux ne peuvent être transférés d'un siège d'exploitation à un autre siège d'exploitation qu'en cas d'accord écrit de leur part au moment de la décision ou pour des raisons d'ordre économique ou technique préalablement reconnues par la Commission paritaire nationale.
§ 6. Aucun autre mode de rupture du contrat de travail que ceux visés au § 1er ne peut être invoqué, à l'exception :
- de l'expiration du terme;
- de l'achèvement du travail en vue duquel le contrat a été conclu;
- de la rupture unilatérale du contrat par le membre du personnel;
- du décès du membre du personnel;
- de la force majeure;
- de l'accord entre HR Rail et le membre du personnel."
"Art. 163. § 1er. Les délégués syndicaux et les candidats-délégués syndicaux ne peuvent être licenciés que pour un motif grave préalablement admis par la juridiction du travail ou pour des raisons d'ordre économique ou technique préalablement reconnues par la Commission paritaire nationale à la majorité des deux tiers des voix exprimées.
Pour l'application du présent article, est considéré comme licenciement :
1° toute rupture du contrat de travail par HR Rail, avec ou sans indemnité, avec ou sans respect d'un préavis, notifiée pendant la période visée aux §§ 2 ou 3;
2° toute rupture du contrat de travail par le membre du personnel en raison de faits qui constituent un motif imputable à HR Rail;
3° le non-respect par HR Rail de l'ordonnance du président du tribunal du travail prise en application de l'article 166, décidant de la poursuite de l'exécution du contrat de travail pendant la procédure en cours devant les juridictions du travail.
§ 2. Les délégués syndicaux bénéficient des dispositions du § 1er pendant une période allant du trentième jour précédant l'affichage, par HR Rail, de l'avis fixant la date des élections, jusqu'à la date d'installation des candidats élus lors des élections suivantes.
§ 3. Les candidats-délégués syndicaux, présentés lors des élections des représentants du personnel dans les organes de concertation, qui réunissent les conditions d'éligibilité, bénéficient des dispositions des §§ 1er et 2 lorsqu'il s'agit de leur première candidature.
Les candidats-délégués syndicaux au sens de l'alinéa 1er bénéficient des dispositions des §§ 1er et 2 pendant une période allant du trentième jour précédant l'affichage, par HR Rail, de l'avis fixant la date des élections et se terminant deux ans après l'affichage, par HR Rail, du résultat des élections lorsqu'ils ont déjà été candidats et qu'ils n'ont pas été élus à l'occasion des élections précédentes.
Le bénéfice des dispositions du présent paragraphe est également accordé aux candidats présentés lors d'élections qui ont été annulées.
§ 4. Le mandat de délégué syndical ou la qualité de candidat-délégué syndical ne peut entraîner ni préjudices ni avantages spéciaux pour l'intéressé.
§ 5. Les délégués syndicaux et les candidats-délégués syndicaux ne peuvent être transférés d'un siège d'exploitation à un autre siège d'exploitation qu'en cas d'accord écrit de leur part au moment de la décision ou pour des raisons d'ordre économique ou technique préalablement reconnues par la Commission paritaire nationale.
§ 6. Aucun autre mode de rupture du contrat de travail que ceux visés au § 1er ne peut être invoqué, à l'exception :
- de l'expiration du terme;
- de l'achèvement du travail en vue duquel le contrat a été conclu;
- de la rupture unilatérale du contrat par le membre du personnel;
- du décès du membre du personnel;
- de la force majeure;
- de l'accord entre HR Rail et le membre du personnel."
Art. 23. In hoofdstuk 13, ingevoegd bij artikel 19, wordt een afdeling 2 ingevoegd, luidende "Afdeling 2. - Ontslag om economische of technische redenen".
Art. 23. Dans le chapitre 13, inséré par l'article 19, il est inséré une section 2 intitulée "Section 2. - Licenciement pour des raisons d'ordre économique ou technique".
Art. 24. In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 23, wordt een artikel 164 ingevoegd, luidende :
"Art. 164. § 1. Indien HR Rail een syndicaal afgevaardigde of een kandidaat-syndicaal afgevaardigde overweegt te ontslaan om economische of technische redenen, moet zij vooraf de zaak per aangetekende zending aanhangig maken bij de Nationale Paritaire Commissie.
De Nationale Paritaire Commissie moet zich bij tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen uitspreken over het al dan niet bestaan van economische of technische redenen binnen twee maanden vanaf de datum van de aanvraag die hiertoe door HR Rail werd gedaan.
Bij ontstentenis van beslissing van de Nationale Paritaire Commissie binnen de termijn vastgesteld in het vorige lid, kan HR Rail de syndicaal afgevaardigde of de kandidaat-syndicaal afgevaardigde enkel ontslaan in geval van sluiting van een vennootschap of van een afdeling van een vennootschap of in geval van het ontslag van een welbepaalde personeelsgroep.
Behalve in het geval van sluiting van een vennootschap of van een afdeling hiervan, kan HR Rail niet tot ontslag overgaan alvorens de arbeidsgerechten het bestaan van de economische of technische redenen erkend hebben. Om deze erkenning te verkrijgen, moet HR Rail, bij dagvaarding, een verzoek tot erkenning van de economische of technische redenen die het ontslag van een syndicaal afgevaardigde of van een kandidaat-syndicaal afgevaardigde rechtvaardigt, bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank aanhangig maken. De procedure wordt geregeld door de bepalingen die zijn vastgesteld bij de artikelen 169, 171 en 172. Zij kan, ingeval het vonnis de economische of technische redenen erkent, het ontslag enkel ter kennis brengen vanaf de derde werkdag na het verstrijken van de termijn van hoger beroep of, indien er hoger beroep is aangetekend, de derde werkdag na de kennisgeving van het arrest dat de economische of technische redenen erkent.
§ 2. Het feit dat het personeelslid een syndicaal afgevaardigde of een kandidaat-syndicaal afgevaardigde is of dat zijn kandidatuur ingediend is door een welbepaalde syndicale organisatie, mag in geen geval de beslissing van HR Rail om hem te ontslaan beïnvloeden.
§ 3. HR Rail behoort het bewijs te leveren van de voor het ontslag ingeroepen technische en economische redenen evenals van het feit dat het ontslag niet indruist tegen het bepaalde in § 2."
"Art. 164. § 1. Indien HR Rail een syndicaal afgevaardigde of een kandidaat-syndicaal afgevaardigde overweegt te ontslaan om economische of technische redenen, moet zij vooraf de zaak per aangetekende zending aanhangig maken bij de Nationale Paritaire Commissie.
De Nationale Paritaire Commissie moet zich bij tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen uitspreken over het al dan niet bestaan van economische of technische redenen binnen twee maanden vanaf de datum van de aanvraag die hiertoe door HR Rail werd gedaan.
Bij ontstentenis van beslissing van de Nationale Paritaire Commissie binnen de termijn vastgesteld in het vorige lid, kan HR Rail de syndicaal afgevaardigde of de kandidaat-syndicaal afgevaardigde enkel ontslaan in geval van sluiting van een vennootschap of van een afdeling van een vennootschap of in geval van het ontslag van een welbepaalde personeelsgroep.
Behalve in het geval van sluiting van een vennootschap of van een afdeling hiervan, kan HR Rail niet tot ontslag overgaan alvorens de arbeidsgerechten het bestaan van de economische of technische redenen erkend hebben. Om deze erkenning te verkrijgen, moet HR Rail, bij dagvaarding, een verzoek tot erkenning van de economische of technische redenen die het ontslag van een syndicaal afgevaardigde of van een kandidaat-syndicaal afgevaardigde rechtvaardigt, bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank aanhangig maken. De procedure wordt geregeld door de bepalingen die zijn vastgesteld bij de artikelen 169, 171 en 172. Zij kan, ingeval het vonnis de economische of technische redenen erkent, het ontslag enkel ter kennis brengen vanaf de derde werkdag na het verstrijken van de termijn van hoger beroep of, indien er hoger beroep is aangetekend, de derde werkdag na de kennisgeving van het arrest dat de economische of technische redenen erkent.
§ 2. Het feit dat het personeelslid een syndicaal afgevaardigde of een kandidaat-syndicaal afgevaardigde is of dat zijn kandidatuur ingediend is door een welbepaalde syndicale organisatie, mag in geen geval de beslissing van HR Rail om hem te ontslaan beïnvloeden.
§ 3. HR Rail behoort het bewijs te leveren van de voor het ontslag ingeroepen technische en economische redenen evenals van het feit dat het ontslag niet indruist tegen het bepaalde in § 2."
Art. 24. Dans la section 2 insérée par l'article 23, il est inséré un article 164 rédigé comme suit :
"Art. 164. § 1er. Si HR Rail envisage de licencier un délégué syndical ou un candidat- délégué syndical pour des raisons d'ordre économique ou technique, elle doit saisir préalablement la Commission paritaire nationale par envoi recommandé.
La Commission paritaire nationale est tenue de se prononcer à la majorité des deux tiers des voix exprimées au sujet de l'existence ou de l'absence de raisons d'ordre économique ou technique dans les deux mois à compter de la date de la demande qui en est faite par HR Rail.
A défaut de décision de la Commission paritaire nationale dans le délai fixé à l'alinéa précédent, HR Rail ne peut licencier le délégué syndical ou le candidat-délégué syndical qu'en cas de fermeture d'une société ou d'une division de la société ou en cas de licenciement d'une catégorie déterminée du personnel.
Sauf en cas de fermeture d'une société ou d'une division de celle-ci, HR Rail ne peut procéder au licenciement avant que les juridictions du travail n'aient reconnu l'existence des raisons d'ordre économique ou technique. Pour obtenir cette reconnaissance, HR Rail est tenue de saisir, par citation, le président du tribunal du travail d'une demande de reconnaissance des raisons d'ordre économique ou technique justifiant le licenciement du délégué syndical ou du candidat-délégué syndical. La procédure est régie par les règles fixées aux articles 169, 171 et 172. Lorsque le jugement reconnaît les raisons d'ordre économique ou technique, elle ne peut notifier le congé qu'à partir du troisième jour ouvrable qui suit l'échéance du délai d'appel ou, s'il y a eu appel, du troisième jour ouvrable qui suit la notification de l'arrêt reconnaissant les raisons d'ordre économique ou technique.
§ 2. En aucun cas, ni le fait que le membre du personnel ait la qualité de délégué syndical ou de candidat-délégué syndical, ni le fait que sa candidature a été introduite par une organisation syndicale déterminée ne peut avoir une incidence sur la décision de HR Rail de le licencier.
§ 3. La charge de la preuve des raisons d'ordre économique ou technique invoquées pour justifier le licenciement, et du fait que le licenciement ne va pas à l'encontre de la disposition du § 2, incombe à HR Rail."
"Art. 164. § 1er. Si HR Rail envisage de licencier un délégué syndical ou un candidat- délégué syndical pour des raisons d'ordre économique ou technique, elle doit saisir préalablement la Commission paritaire nationale par envoi recommandé.
La Commission paritaire nationale est tenue de se prononcer à la majorité des deux tiers des voix exprimées au sujet de l'existence ou de l'absence de raisons d'ordre économique ou technique dans les deux mois à compter de la date de la demande qui en est faite par HR Rail.
A défaut de décision de la Commission paritaire nationale dans le délai fixé à l'alinéa précédent, HR Rail ne peut licencier le délégué syndical ou le candidat-délégué syndical qu'en cas de fermeture d'une société ou d'une division de la société ou en cas de licenciement d'une catégorie déterminée du personnel.
Sauf en cas de fermeture d'une société ou d'une division de celle-ci, HR Rail ne peut procéder au licenciement avant que les juridictions du travail n'aient reconnu l'existence des raisons d'ordre économique ou technique. Pour obtenir cette reconnaissance, HR Rail est tenue de saisir, par citation, le président du tribunal du travail d'une demande de reconnaissance des raisons d'ordre économique ou technique justifiant le licenciement du délégué syndical ou du candidat-délégué syndical. La procédure est régie par les règles fixées aux articles 169, 171 et 172. Lorsque le jugement reconnaît les raisons d'ordre économique ou technique, elle ne peut notifier le congé qu'à partir du troisième jour ouvrable qui suit l'échéance du délai d'appel ou, s'il y a eu appel, du troisième jour ouvrable qui suit la notification de l'arrêt reconnaissant les raisons d'ordre économique ou technique.
§ 2. En aucun cas, ni le fait que le membre du personnel ait la qualité de délégué syndical ou de candidat-délégué syndical, ni le fait que sa candidature a été introduite par une organisation syndicale déterminée ne peut avoir une incidence sur la décision de HR Rail de le licencier.
§ 3. La charge de la preuve des raisons d'ordre économique ou technique invoquées pour justifier le licenciement, et du fait que le licenciement ne va pas à l'encontre de la disposition du § 2, incombe à HR Rail."
Art. 25. In hoofdstuk 13, ingevoegd bij artikel 19, wordt een afdeling 3 ingevoegd, luidende "Afdeling 3. - Ontslag om een dringende reden".
Art. 25. Dans le chapitre 13 inséré par l'article 19, il est inséré une section 3 intitulée "Section 3. - Licenciement pour motif grave".
Art. 26. In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 25, wordt een artikel 165 ingevoegd, luidende :
"Art. 165. § 1. Wanneer HR Rail overweegt een syndicaal afgevaardigde of kandidaat-syndicaal afgevaardigde om een dringende reden te ontslaan, moet zij hem en de organisatie die hem heeft voorgedragen hierover inlichten per aangetekende zending, die verstuurd wordt binnen drie werkdagen volgend op de dag gedurende welke hij kennis heeft gekregen van het feit dat het ontslag zou rechtvaardigen. HR Rail moet eveneens, binnen dezelfde termijn, bij verzoekschrift de zaak aanhangig maken bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank.
§ 2. Het verzoekschrift wordt gericht aan de griffie per aangetekende brief en bevat :
1° de aanduiding van de dag, maand en jaar;
2° de aanduiding van de benaming, de juridische aard en maatschappelijke zetel van HR Rail;
3° de naam, voornaam, woonplaats en hoedanigheid van de op te roepen personen;
4° de handtekening van de persoon die bevoegd is om namens de verzoeker in rechte op te treden of van de advocaat van HR Rail.
HR Rail voegt bij het verzoek een afschrift van de aangetekende zendingen bedoeld in § 1.
§ 3. In de bij § 1 bedoelde aangetekende zendingen moet HR Rail alle feiten vermelden die naar haar oordeel elke professionele samenwerking definitief onmogelijk maken vanaf het ogenblik waarop zij door de arbeidsgerechten als juist en voldoende zwaarwichtig zouden beoordeeld worden. In geen geval mogen deze feiten verband houden met de uitoefening van het mandaat van syndicaal afgevaardigde.
§ 4. De modaliteiten, de termijnen van kennisgeving en de vermeldingen die dit artikel oplegt, zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid."
"Art. 165. § 1. Wanneer HR Rail overweegt een syndicaal afgevaardigde of kandidaat-syndicaal afgevaardigde om een dringende reden te ontslaan, moet zij hem en de organisatie die hem heeft voorgedragen hierover inlichten per aangetekende zending, die verstuurd wordt binnen drie werkdagen volgend op de dag gedurende welke hij kennis heeft gekregen van het feit dat het ontslag zou rechtvaardigen. HR Rail moet eveneens, binnen dezelfde termijn, bij verzoekschrift de zaak aanhangig maken bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank.
§ 2. Het verzoekschrift wordt gericht aan de griffie per aangetekende brief en bevat :
1° de aanduiding van de dag, maand en jaar;
2° de aanduiding van de benaming, de juridische aard en maatschappelijke zetel van HR Rail;
3° de naam, voornaam, woonplaats en hoedanigheid van de op te roepen personen;
4° de handtekening van de persoon die bevoegd is om namens de verzoeker in rechte op te treden of van de advocaat van HR Rail.
HR Rail voegt bij het verzoek een afschrift van de aangetekende zendingen bedoeld in § 1.
§ 3. In de bij § 1 bedoelde aangetekende zendingen moet HR Rail alle feiten vermelden die naar haar oordeel elke professionele samenwerking definitief onmogelijk maken vanaf het ogenblik waarop zij door de arbeidsgerechten als juist en voldoende zwaarwichtig zouden beoordeeld worden. In geen geval mogen deze feiten verband houden met de uitoefening van het mandaat van syndicaal afgevaardigde.
§ 4. De modaliteiten, de termijnen van kennisgeving en de vermeldingen die dit artikel oplegt, zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid."
Art. 26. Dans la section 3, insérée par l'article 25, il est inséré un article 165, rédigé comme suit :
"Art. 165. § 1er. Lorsque HR Rail envisage de licencier un délégué syndical ou un candidat- délégué syndical pour motif grave, elle doit en informer l'intéressé et l'organisation qui l'a présenté par envoi recommandé envoyé dans les trois jours ouvrables qui suivent le jour au cours duquel elle a eu connaissance du fait qui justifierait le licenciement. HR Rail doit également, dans le même délai, saisir, par requête, le président du tribunal du travail.
§ 2. La requête est adressée au greffe par lettre recommandée et contient :
1° l'indication des jour, mois et an;
2° l'indication de la dénomination, de la nature juridique et du siège social de HR Rail;
3° les nom, prénom, domicile et qualité des personnes à convoquer;
4° la signature de la personne compétente pour agir en justice au nom du requérant ou de l'avocat de HR Rail.
HR Rail joint à la requête une copie des envois recommandés visés au § 1er.
§ 3. HR Rail doit faire mention, dans les envois recommandés visés au § 1er, de tous les faits dont elle estime qu'ils rendraient toute collaboration professionnelle définitivement impossible à partir du moment où ils auraient été reconnus exacts et suffisamment graves par les juridictions du travail. En aucun cas, il ne peut s'agir de faits liés à l'exercice du mandat du délégué syndical.
§ 4. Les modalités et les délais de notification ainsi que les mentions imposées par le présent article sont prévus à peine de nullité."
"Art. 165. § 1er. Lorsque HR Rail envisage de licencier un délégué syndical ou un candidat- délégué syndical pour motif grave, elle doit en informer l'intéressé et l'organisation qui l'a présenté par envoi recommandé envoyé dans les trois jours ouvrables qui suivent le jour au cours duquel elle a eu connaissance du fait qui justifierait le licenciement. HR Rail doit également, dans le même délai, saisir, par requête, le président du tribunal du travail.
§ 2. La requête est adressée au greffe par lettre recommandée et contient :
1° l'indication des jour, mois et an;
2° l'indication de la dénomination, de la nature juridique et du siège social de HR Rail;
3° les nom, prénom, domicile et qualité des personnes à convoquer;
4° la signature de la personne compétente pour agir en justice au nom du requérant ou de l'avocat de HR Rail.
HR Rail joint à la requête une copie des envois recommandés visés au § 1er.
§ 3. HR Rail doit faire mention, dans les envois recommandés visés au § 1er, de tous les faits dont elle estime qu'ils rendraient toute collaboration professionnelle définitivement impossible à partir du moment où ils auraient été reconnus exacts et suffisamment graves par les juridictions du travail. En aucun cas, il ne peut s'agir de faits liés à l'exercice du mandat du délégué syndical.
§ 4. Les modalités et les délais de notification ainsi que les mentions imposées par le présent article sont prévus à peine de nullité."
Art. 27. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 166 ingevoegd, luidende :
"Art. 166. § 1. Een onderhandelingsperiode van vijf werkdagen begint de derde werkdag na de dag waarop de bij artikel 165 bedoelde aangetekende zendingen werden verzonden.
Het personeelslid en de organisatie die hem heeft voorgedragen, nemen contact op met HR Rail om hem in kennis te stellen van hun standpunt over de ingeroepen feiten.
§ 2. De partijen worden opgeroepen door de griffier om afzonderlijk en in persoon te verschijnen voor de voorzitter van de arbeidsrechtbank, teneinde ingelicht te worden over de draagwijdte van de te volgen procedure, op een rechtsdag die wordt vastgesteld tijdens de periode bedoeld in § 1. Een afschrift van het verzoekschrift wordt bij de oproeping gevoegd.
§ 3. De voorzitter legt een nieuwe rechtsdag vast die onmiddellijk na de onderhandelingsperiode valt en waarop hij de partijen tracht te verzoenen.
Indien een akkoord bereikt wordt, legt de voorzitter de bepalingen hiervan vast in het proces-verbaal dat hij opmaakt en de uitgifte wordt bekleed met de formule van uitvoerbaarheid.
Indien de partijen niet kunnen verzoend worden, maakt de voorzitter hiervan melding in de beschikking die hij dezelfde dag neemt en waarbij hij zich uitspreekt over de eventuele schorsing van de arbeidsovereenkomst van de syndicaal afgevaardigde tijdens de duur van de procedure betreffende de erkenning van de dringende reden.
De beslissing wordt gestoeld op de overweging dat de ingeroepen redenen vreemd zijn aan de hoedanigheid van syndicaal afgevaardigde en aan vakbondsactiviteiten en heeft gevolg vanaf de datum van de aanhangigmaking bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank door HR Rail met toepassing van artikel 167. Zij is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet. Zij wordt aan de partijen ter kennis gebracht bij gerechtsbrief uiterlijk de derde werkdag na de uitspraak.
§ 4. De schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst houdt tevens de schorsing in van de uitoefening van het mandaat van syndicaal afgevaardigde.
§ 5. Voor de kandidaat-syndicaal afgevaardigde, beslist HR Rail zelf of de arbeidsovereenkomst tijdens de gerechtelijke procedure zal worden geschorst. Deze schorsing kan geen aanvang nemen voor de datum van de dagvaarding bedoeld in artikel 167.
§ 6. Onder partijen wordt verstaan HR Rail, het personeelslid en de organisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen."
"Art. 166. § 1. Een onderhandelingsperiode van vijf werkdagen begint de derde werkdag na de dag waarop de bij artikel 165 bedoelde aangetekende zendingen werden verzonden.
Het personeelslid en de organisatie die hem heeft voorgedragen, nemen contact op met HR Rail om hem in kennis te stellen van hun standpunt over de ingeroepen feiten.
§ 2. De partijen worden opgeroepen door de griffier om afzonderlijk en in persoon te verschijnen voor de voorzitter van de arbeidsrechtbank, teneinde ingelicht te worden over de draagwijdte van de te volgen procedure, op een rechtsdag die wordt vastgesteld tijdens de periode bedoeld in § 1. Een afschrift van het verzoekschrift wordt bij de oproeping gevoegd.
§ 3. De voorzitter legt een nieuwe rechtsdag vast die onmiddellijk na de onderhandelingsperiode valt en waarop hij de partijen tracht te verzoenen.
Indien een akkoord bereikt wordt, legt de voorzitter de bepalingen hiervan vast in het proces-verbaal dat hij opmaakt en de uitgifte wordt bekleed met de formule van uitvoerbaarheid.
Indien de partijen niet kunnen verzoend worden, maakt de voorzitter hiervan melding in de beschikking die hij dezelfde dag neemt en waarbij hij zich uitspreekt over de eventuele schorsing van de arbeidsovereenkomst van de syndicaal afgevaardigde tijdens de duur van de procedure betreffende de erkenning van de dringende reden.
De beslissing wordt gestoeld op de overweging dat de ingeroepen redenen vreemd zijn aan de hoedanigheid van syndicaal afgevaardigde en aan vakbondsactiviteiten en heeft gevolg vanaf de datum van de aanhangigmaking bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank door HR Rail met toepassing van artikel 167. Zij is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet. Zij wordt aan de partijen ter kennis gebracht bij gerechtsbrief uiterlijk de derde werkdag na de uitspraak.
§ 4. De schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst houdt tevens de schorsing in van de uitoefening van het mandaat van syndicaal afgevaardigde.
§ 5. Voor de kandidaat-syndicaal afgevaardigde, beslist HR Rail zelf of de arbeidsovereenkomst tijdens de gerechtelijke procedure zal worden geschorst. Deze schorsing kan geen aanvang nemen voor de datum van de dagvaarding bedoeld in artikel 167.
§ 6. Onder partijen wordt verstaan HR Rail, het personeelslid en de organisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen."
Art. 27. Dans la même section 3, il est inséré un article 166, rédigé comme suit :
"Art. 166. § 1er. Une période de négociation de cinq jours ouvrables débute le troisième jour ouvrable qui suit le jour de l'envoi des envois recommandés visés à l'article 165.
Le membre du personnel et l'organisation qui l'a présenté prennent contact avec HR Rail pour lui faire connaître leur point de vue sur les faits invoqués.
§ 2. Les parties sont convoquées par le greffier pour comparaître séparément et personnellement devant le président du tribunal du travail, afin d'être informées de la portée de la procédure à suivre, à une audience fixée pendant la période visée au § 1er. Une copie de la requête est annexée à la convocation.
§ 3. Le président fixe une nouvelle audience se situant immédiatement après la période de négociation et au cours de laquelle il tente de concilier les parties.
Si un accord intervient, le président en constate les termes dans le procès-verbal qu'il dresse et l'expédition est revêtue de la formule exécutoire.
Si les parties ne peuvent être conciliées, le président en fait mention dans l'ordonnance qu'il prend le même jour et par laquelle il se prononce sur la suspension éventuelle du contrat de travail du délégué syndical pendant la durée de la procédure relative à la reconnaissance du motif grave.
La décision se fonde sur la considération que les motifs invoqués sont étrangers à la qualité de délégué syndical et aux activités syndicales et prend effet à la date de la saisine du président du tribunal du travail par HR Rail en application de l'article 167. Elle n'est susceptible ni d'appel ni d'opposition. Elle est notifiée aux parties par pli judiciaire au plus tard le troisième jour ouvrable qui suit le prononcé.
§ 4. La suspension de l'exécution du contrat de travail implique également la suspension de l'exercice du mandat de délégué syndical.
§ 5. En ce qui concerne le candidat-délégué syndical, HR Rail décide elle-même si le contrat de travail sera suspendu pendant la procédure judiciaire. Cette suspension ne peut débuter avant la date de la citation visée à l'article 167.
§ 6. Par parties, il y a lieu d'entendre HR Rail, le membre du personnel et l'organisation qui a présenté sa candidature."
"Art. 166. § 1er. Une période de négociation de cinq jours ouvrables débute le troisième jour ouvrable qui suit le jour de l'envoi des envois recommandés visés à l'article 165.
Le membre du personnel et l'organisation qui l'a présenté prennent contact avec HR Rail pour lui faire connaître leur point de vue sur les faits invoqués.
§ 2. Les parties sont convoquées par le greffier pour comparaître séparément et personnellement devant le président du tribunal du travail, afin d'être informées de la portée de la procédure à suivre, à une audience fixée pendant la période visée au § 1er. Une copie de la requête est annexée à la convocation.
§ 3. Le président fixe une nouvelle audience se situant immédiatement après la période de négociation et au cours de laquelle il tente de concilier les parties.
Si un accord intervient, le président en constate les termes dans le procès-verbal qu'il dresse et l'expédition est revêtue de la formule exécutoire.
Si les parties ne peuvent être conciliées, le président en fait mention dans l'ordonnance qu'il prend le même jour et par laquelle il se prononce sur la suspension éventuelle du contrat de travail du délégué syndical pendant la durée de la procédure relative à la reconnaissance du motif grave.
La décision se fonde sur la considération que les motifs invoqués sont étrangers à la qualité de délégué syndical et aux activités syndicales et prend effet à la date de la saisine du président du tribunal du travail par HR Rail en application de l'article 167. Elle n'est susceptible ni d'appel ni d'opposition. Elle est notifiée aux parties par pli judiciaire au plus tard le troisième jour ouvrable qui suit le prononcé.
§ 4. La suspension de l'exécution du contrat de travail implique également la suspension de l'exercice du mandat de délégué syndical.
§ 5. En ce qui concerne le candidat-délégué syndical, HR Rail décide elle-même si le contrat de travail sera suspendu pendant la procédure judiciaire. Cette suspension ne peut débuter avant la date de la citation visée à l'article 167.
§ 6. Par parties, il y a lieu d'entendre HR Rail, le membre du personnel et l'organisation qui a présenté sa candidature."
Art. 28. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 167 ingevoegd, luidende :
"Art. 167. Indien HR Rail na verloop van de bij artikel 166, § 1, vastgestelde onderhandelingsperiode bij haar voornemen blijft om te ontslaan, moet zij de zaak bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank volgens de vormen van het kort geding aanhangig maken binnen drie werkdagen na verloop van de onderhandelingsperiode zo het om een kandidaat-syndicaal afgevaardigde gaat en binnen drie werkdagen na de dag waarop de beslissing van de voorzitter van de arbeidsrechtbank, bedoeld in artikel 166, § 3, door de griffie ter kennis is gebracht, zo het om een syndicaal afgevaardigde gaat."
"Art. 167. Indien HR Rail na verloop van de bij artikel 166, § 1, vastgestelde onderhandelingsperiode bij haar voornemen blijft om te ontslaan, moet zij de zaak bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank volgens de vormen van het kort geding aanhangig maken binnen drie werkdagen na verloop van de onderhandelingsperiode zo het om een kandidaat-syndicaal afgevaardigde gaat en binnen drie werkdagen na de dag waarop de beslissing van de voorzitter van de arbeidsrechtbank, bedoeld in artikel 166, § 3, door de griffie ter kennis is gebracht, zo het om een syndicaal afgevaardigde gaat."
Art. 28. Dans la même section 3, il est inséré un article 167, rédigé comme suit :
"Art. 167. Si, à l'expiration de la période de négociation prévue à l'article 166, § 1er, HR Rail maintient son intention de licencier, elle doit saisir, selon les formes du référé, le président du tribunal du travail dans les trois jours ouvrables qui suivent l'échéance de la période de négociation s'il s'agit d'un candidat-délégué syndical et dans les trois jours ouvrables qui suivent le jour où la décision du président du tribunal du travail visée à l'article 166, § 3, a été notifiée par le greffe, s'il s'agit d'un délégué syndical."
"Art. 167. Si, à l'expiration de la période de négociation prévue à l'article 166, § 1er, HR Rail maintient son intention de licencier, elle doit saisir, selon les formes du référé, le président du tribunal du travail dans les trois jours ouvrables qui suivent l'échéance de la période de négociation s'il s'agit d'un candidat-délégué syndical et dans les trois jours ouvrables qui suivent le jour où la décision du président du tribunal du travail visée à l'article 166, § 3, a été notifiée par le greffe, s'il s'agit d'un délégué syndical."
Art. 29. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 168 ingevoegd, luidende :
"Art. 168. De dagvaarding vermeldt de dringende reden die het verzoek rechtvaardigt. De ingeroepen feiten mogen niet verschillen van die welke met toepassing van artikel 165, § 1 ter kennis werden gebracht. Tijdens de procedure mag geen enkele andere reden aan het arbeidsgerecht worden voorgelegd. Een afschrift van de aangetekende zending die, zoals geregeld in artikel 165, § 1, moet worden verstuurd naar het personeelslid en de organisatie die hem heeft voorgedragen, moet bij het dossier worden gevoegd."
"Art. 168. De dagvaarding vermeldt de dringende reden die het verzoek rechtvaardigt. De ingeroepen feiten mogen niet verschillen van die welke met toepassing van artikel 165, § 1 ter kennis werden gebracht. Tijdens de procedure mag geen enkele andere reden aan het arbeidsgerecht worden voorgelegd. Een afschrift van de aangetekende zending die, zoals geregeld in artikel 165, § 1, moet worden verstuurd naar het personeelslid en de organisatie die hem heeft voorgedragen, moet bij het dossier worden gevoegd."
Art. 29. Dans la même section 3, il est inséré un article 168, rédigé comme suit :
"Art. 168. La citation mentionne le motif grave qui justifie la requête. Les faits invoqués ne peuvent être différents de ceux qui ont été notifiés en application de l'article 165, § 1er. Aucun autre motif ne pourra, dans la suite de la procédure, être soumis à la juridiction du travail. Une copie de l'envoi recommandé adressé au membre du personnel et à l'organisation qui l'a présenté, comme prévu à l'article 165, § 1er, doit être jointe au dossier."
"Art. 168. La citation mentionne le motif grave qui justifie la requête. Les faits invoqués ne peuvent être différents de ceux qui ont été notifiés en application de l'article 165, § 1er. Aucun autre motif ne pourra, dans la suite de la procédure, être soumis à la juridiction du travail. Une copie de l'envoi recommandé adressé au membre du personnel et à l'organisation qui l'a présenté, comme prévu à l'article 165, § 1er, doit être jointe au dossier."
Art. 30. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 169 ingevoegd, luidende :
"Art. 169. De zaak wordt bij de eerstvolgende nuttige zitting ingeleid en in behandeling genomen teneinde de partijen te verzoenen.
Indien de partijen niet verzoend kunnen worden, maakt de voorzitter hiervan melding in de beschikking die hij diezelfde dag neemt en waarbij hij de zaak naar een kamer van de rechtbank verwijst. Deze beschikking wordt ter kennis gebracht van de partijen uiterlijk de derde werkdag na de uitspraak en is niet vatbaar voor hoger beroep of voor verzet.
De terechtzitting van de arbeidsrechtbank tijdens welke de zaak wordt gepleit, vindt plaats binnen een termijn van dertig werkdagen. De rechter kan deze termijn nochtans verlengen tot vijfenveertig dagen met de instemming van de partijen.
Hij bepaalt eveneens de termijnen voor het neerleggen van de stukken en de conclusies.
Deze beslissingen van de voorzitter worden aan de partijen ter kennis gebracht bij gerechtsbrief uiterlijk de derde werkdag na de uitspraak. Zij zijn niet vatbaar voor hoger beroep of voor verzet."
"Art. 169. De zaak wordt bij de eerstvolgende nuttige zitting ingeleid en in behandeling genomen teneinde de partijen te verzoenen.
Indien de partijen niet verzoend kunnen worden, maakt de voorzitter hiervan melding in de beschikking die hij diezelfde dag neemt en waarbij hij de zaak naar een kamer van de rechtbank verwijst. Deze beschikking wordt ter kennis gebracht van de partijen uiterlijk de derde werkdag na de uitspraak en is niet vatbaar voor hoger beroep of voor verzet.
De terechtzitting van de arbeidsrechtbank tijdens welke de zaak wordt gepleit, vindt plaats binnen een termijn van dertig werkdagen. De rechter kan deze termijn nochtans verlengen tot vijfenveertig dagen met de instemming van de partijen.
Hij bepaalt eveneens de termijnen voor het neerleggen van de stukken en de conclusies.
Deze beslissingen van de voorzitter worden aan de partijen ter kennis gebracht bij gerechtsbrief uiterlijk de derde werkdag na de uitspraak. Zij zijn niet vatbaar voor hoger beroep of voor verzet."
Art. 30. Dans la même section 3, il est inséré un article 169 rédigé comme suit :
"Art. 169. L'affaire est introduite à la plus proche audience utile et y est retenue aux fins de conciliation des parties.
Si les parties ne peuvent être conciliées, le président en fait mention dans l'ordonnance qu'il prend le même jour et par laquelle il renvoie l'affaire à une chambre du tribunal. Cette ordonnance est notifiée aux parties au plus tard le troisième jour ouvrable qui suit le prononcé et n'est susceptible ni d'appel ni d'opposition.
L'audience du tribunal du travail à laquelle la cause est plaidée a lieu dans un délai de trente jours ouvrables. Toutefois, le juge peut proroger ce délai jusqu'à quarante-cinq jours ouvrables avec l'accord des parties.
Il fixe également les délais dans lesquels les pièces et les conclusions doivent être déposées.
Ces décisions du président sont notifiées aux parties, par pli judiciaire, au plus tard le troisième jour ouvrable qui suit le prononcé. Elles ne sont susceptibles ni d'appel ni d'opposition."
"Art. 169. L'affaire est introduite à la plus proche audience utile et y est retenue aux fins de conciliation des parties.
Si les parties ne peuvent être conciliées, le président en fait mention dans l'ordonnance qu'il prend le même jour et par laquelle il renvoie l'affaire à une chambre du tribunal. Cette ordonnance est notifiée aux parties au plus tard le troisième jour ouvrable qui suit le prononcé et n'est susceptible ni d'appel ni d'opposition.
L'audience du tribunal du travail à laquelle la cause est plaidée a lieu dans un délai de trente jours ouvrables. Toutefois, le juge peut proroger ce délai jusqu'à quarante-cinq jours ouvrables avec l'accord des parties.
Il fixe également les délais dans lesquels les pièces et les conclusions doivent être déposées.
Ces décisions du président sont notifiées aux parties, par pli judiciaire, au plus tard le troisième jour ouvrable qui suit le prononcé. Elles ne sont susceptibles ni d'appel ni d'opposition."
Art. 31. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 170 ingevoegd, luidende :
"Art. 170. Indien de voorzitter van de arbeidsrechtbank bij wijze van voorlopige maatregel voor een syndicaal afgevaardigde beslist of indien HR Rail voor een kandidaat-syndicaal afgevaardigde beslist dat de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geschorst moet blijven tot hem de in kracht van gewijsde gegane uitspraak over de ernst van de door HR Rail ingeroepen redenen wordt betekend of, indien er geen hoger beroep geweest is, tot bij het verstrijken van de termijn voor hoger beroep moet HR Rail op het einde van elke gewone betaalperiode een vergoeding bovenop de werkloosheidsuitkeringen betalen, waardoor aan de syndicaal afgevaardigde of aan de kandidaat-syndicaal afgevaardigde een inkomen wordt gewaarborgd dat gelijk is aan zijn nettoloon.
De Koning bepaalt de wijze van berekening van deze bijkomende vergoeding. Het referteloon dat als basis dient voor de berekening van de bijkomende vergoeding is gebonden aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de formule die normaal van toepassing is op het loon van dit personeelslid.
De bepalingen van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers zijn van toepassing op de betaling door HR Rail van de bij dit artikel bedoelde bijkomende vergoeding.
De bijkomende vergoeding bedoeld in het eerste lid blijft verworven voor de syndicaal afgevaardigde en aan de kandidaat-syndicaal afgevaardigde, ongeacht de beslissing van het arbeidsgerecht over de door HR Rail ingeroepen redenen."
"Art. 170. Indien de voorzitter van de arbeidsrechtbank bij wijze van voorlopige maatregel voor een syndicaal afgevaardigde beslist of indien HR Rail voor een kandidaat-syndicaal afgevaardigde beslist dat de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geschorst moet blijven tot hem de in kracht van gewijsde gegane uitspraak over de ernst van de door HR Rail ingeroepen redenen wordt betekend of, indien er geen hoger beroep geweest is, tot bij het verstrijken van de termijn voor hoger beroep moet HR Rail op het einde van elke gewone betaalperiode een vergoeding bovenop de werkloosheidsuitkeringen betalen, waardoor aan de syndicaal afgevaardigde of aan de kandidaat-syndicaal afgevaardigde een inkomen wordt gewaarborgd dat gelijk is aan zijn nettoloon.
De Koning bepaalt de wijze van berekening van deze bijkomende vergoeding. Het referteloon dat als basis dient voor de berekening van de bijkomende vergoeding is gebonden aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de formule die normaal van toepassing is op het loon van dit personeelslid.
De bepalingen van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers zijn van toepassing op de betaling door HR Rail van de bij dit artikel bedoelde bijkomende vergoeding.
De bijkomende vergoeding bedoeld in het eerste lid blijft verworven voor de syndicaal afgevaardigde en aan de kandidaat-syndicaal afgevaardigde, ongeacht de beslissing van het arbeidsgerecht over de door HR Rail ingeroepen redenen."
Art. 31. Dans la même section 3, il est inséré un article 170, rédigé comme suit :
"Art. 170. Si le président du tribunal du travail a décidé, à titre de mesure provisoire, pour un délégué syndical ou si HR Rail a décidé pour un candidat-délégué syndical que l'exécution du contrat de travail doit être suspendue jusqu'à ce que soit signifiée une décision passée en force de chose jugée sur la gravité des motifs invoqués par HR Rail ou, s'il n `y a pas eu appel, jusqu'à l'échéance du délai d'appel, HR Rail est tenue de payer, à l'échéance de chaque période normale de paie, une indemnité complémentaire aux allocations de chômage assurant au délégué syndical ou au candidat-délégué syndical un revenu égal à sa rémunération nette.
Le Roi détermine le mode de calcul de cette indemnité complémentaire. La rémunération de référence servant de base au calcul de l'indemnité complémentaire est liée à l'évolution de l'indice des prix à la consommation selon la formule applicable normalement à la rémunération de ce membre du personnel.
Les dispositions de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs sont applicables au paiement par HR Rail de l'indemnité complémentaire prévue au présent article.
L'indemnité complémentaire prévue à l'alinéa 1er reste acquise au délégué syndical et au candidat-délégué syndical, quelle que soit la décision de la juridiction du travail sur les motifs invoqués par HR Rail."
"Art. 170. Si le président du tribunal du travail a décidé, à titre de mesure provisoire, pour un délégué syndical ou si HR Rail a décidé pour un candidat-délégué syndical que l'exécution du contrat de travail doit être suspendue jusqu'à ce que soit signifiée une décision passée en force de chose jugée sur la gravité des motifs invoqués par HR Rail ou, s'il n `y a pas eu appel, jusqu'à l'échéance du délai d'appel, HR Rail est tenue de payer, à l'échéance de chaque période normale de paie, une indemnité complémentaire aux allocations de chômage assurant au délégué syndical ou au candidat-délégué syndical un revenu égal à sa rémunération nette.
Le Roi détermine le mode de calcul de cette indemnité complémentaire. La rémunération de référence servant de base au calcul de l'indemnité complémentaire est liée à l'évolution de l'indice des prix à la consommation selon la formule applicable normalement à la rémunération de ce membre du personnel.
Les dispositions de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs sont applicables au paiement par HR Rail de l'indemnité complémentaire prévue au présent article.
L'indemnité complémentaire prévue à l'alinéa 1er reste acquise au délégué syndical et au candidat-délégué syndical, quelle que soit la décision de la juridiction du travail sur les motifs invoqués par HR Rail."
Art. 32. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 171 ingevoegd, luidende :
"Art. 171. Nadat de rechter met toepassing van artikel 169, vijfde lid, zijn beslissing heeft gewezen, neemt HR Rail als eerste conclusie.
De beslissing wordt geacht op tegenspraak te zijn gewezen ten opzichte van de niet-verschenen partij of de partij die geen conclusies heeft genomen binnen de termijnen vastgesteld overeenkomstig artikel 169, vierde lid. Zij wordt uitgesproken binnen de acht dagen die volgen op de sluiting van de debatten.
Uitstel kan slechts één keer worden verleend. Het kan worden toegekend op grond van een met redenen omkleed verzoek en kan niet meer dan acht dagen bedragen.
Het door middel van conclusies geformuleerde verzoek om getuigenverhoor bevat de naam, voornamen, woonplaats of, bij ontstentenis daarvan, de plaats van tewerkstelling van de getuigen. Voor het overige gelden de desbetreffende bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek.
De rechter bepaalt bij tussenvonnis de termijnen waarbinnen de onderzoeksmaatregelen worden uitgevoerd. Hiertegen is geen hoger beroep mogelijk. Die termijnen gelden voor de partijen op straffe van verval.
De rechter doet uitspraak binnen acht dagen na de sluiting van de debatten.
Indien het openbaar ministerie kennis krijgt van de zaak, moet het zijn advies neerleggen binnen vijf dagen na het sluiten van de debatten. In dat geval wordt de beraadslagingstermijn met vijf dagen verlengd.
Alle vonnissen worden aan de partijen ter kennis gebracht bij gerechtsbrief uiterlijk de derde werkdag na de uitspraak. Ze zijn niet vatbaar voor verzet en, behalve het eindvonnis, zijn ze niet vatbaar voor hoger beroep."
"Art. 171. Nadat de rechter met toepassing van artikel 169, vijfde lid, zijn beslissing heeft gewezen, neemt HR Rail als eerste conclusie.
De beslissing wordt geacht op tegenspraak te zijn gewezen ten opzichte van de niet-verschenen partij of de partij die geen conclusies heeft genomen binnen de termijnen vastgesteld overeenkomstig artikel 169, vierde lid. Zij wordt uitgesproken binnen de acht dagen die volgen op de sluiting van de debatten.
Uitstel kan slechts één keer worden verleend. Het kan worden toegekend op grond van een met redenen omkleed verzoek en kan niet meer dan acht dagen bedragen.
Het door middel van conclusies geformuleerde verzoek om getuigenverhoor bevat de naam, voornamen, woonplaats of, bij ontstentenis daarvan, de plaats van tewerkstelling van de getuigen. Voor het overige gelden de desbetreffende bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek.
De rechter bepaalt bij tussenvonnis de termijnen waarbinnen de onderzoeksmaatregelen worden uitgevoerd. Hiertegen is geen hoger beroep mogelijk. Die termijnen gelden voor de partijen op straffe van verval.
De rechter doet uitspraak binnen acht dagen na de sluiting van de debatten.
Indien het openbaar ministerie kennis krijgt van de zaak, moet het zijn advies neerleggen binnen vijf dagen na het sluiten van de debatten. In dat geval wordt de beraadslagingstermijn met vijf dagen verlengd.
Alle vonnissen worden aan de partijen ter kennis gebracht bij gerechtsbrief uiterlijk de derde werkdag na de uitspraak. Ze zijn niet vatbaar voor verzet en, behalve het eindvonnis, zijn ze niet vatbaar voor hoger beroep."
Art. 32. Dans la même section 3, il est inséré un article 171, rédigé comme suit :
"Art. 171. Après que le juge ait rendu sa décision en application de l'article 169, alinéa 5, HR Rail conclut en premier.
La décision est réputée contradictoire à l'égard de la partie défaillante ou qui n'a pas conclu dans les délais fixés conformément à l'article 169, alinéa 4. Elle est prononcée dans les huit jours qui suivent la clôture des débats.
La remise ne peut être accordée qu'une seule fois. Elle peut l'être à la suite d'une demande motivée et ne peut dépasser huit jours.
La demande d'enquête formulée par voie de conclusions mentionne les nom, prénoms, domicile ou, à défaut, le lieu de travail des témoins. Pour le surplus, les dispositions du Code judiciaire relatives à la matière sont d'application.
Par jugement intermédiaire, le juge détermine les délais dans lesquels les mesures d'instruction sont exécutées. Ce jugement n'est pas susceptible d'appel. Ces délais sont prescrits pour les parties à peine de déchéance.
Le juge statue dans les huit jours qui suivent la clôture des débats.
Si le ministère public prend la cause en communication, il doit déposer son avis dans les cinq jours qui suivent la clôture des débats. Dans ce cas, le délai pour délibérer est prorogé de cinq jours.
Tous les jugements sont notifiés aux parties par pli judiciaire, au plus tard le troisième jour ouvrable qui suit le prononcé. Ils ne sont pas susceptibles d'opposition et, sauf le jugement définitif, ils ne sont pas susceptibles d'appel."
"Art. 171. Après que le juge ait rendu sa décision en application de l'article 169, alinéa 5, HR Rail conclut en premier.
La décision est réputée contradictoire à l'égard de la partie défaillante ou qui n'a pas conclu dans les délais fixés conformément à l'article 169, alinéa 4. Elle est prononcée dans les huit jours qui suivent la clôture des débats.
La remise ne peut être accordée qu'une seule fois. Elle peut l'être à la suite d'une demande motivée et ne peut dépasser huit jours.
La demande d'enquête formulée par voie de conclusions mentionne les nom, prénoms, domicile ou, à défaut, le lieu de travail des témoins. Pour le surplus, les dispositions du Code judiciaire relatives à la matière sont d'application.
Par jugement intermédiaire, le juge détermine les délais dans lesquels les mesures d'instruction sont exécutées. Ce jugement n'est pas susceptible d'appel. Ces délais sont prescrits pour les parties à peine de déchéance.
Le juge statue dans les huit jours qui suivent la clôture des débats.
Si le ministère public prend la cause en communication, il doit déposer son avis dans les cinq jours qui suivent la clôture des débats. Dans ce cas, le délai pour délibérer est prorogé de cinq jours.
Tous les jugements sont notifiés aux parties par pli judiciaire, au plus tard le troisième jour ouvrable qui suit le prononcé. Ils ne sont pas susceptibles d'opposition et, sauf le jugement définitif, ils ne sont pas susceptibles d'appel."
Art. 33. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 172 ingevoegd, luidende :
"Art. 172. § 1.Tegen het eindvonnis van de arbeidsrechtbank kan met een verzoekschrift hoger beroep aangetekend worden binnen tien werkdagen vanaf de betekening. Dit verzoekschrift wordt ingediend per aangetekende brief en wordt door de griffie aan alle partijen toegezonden. De zaak wordt geacht aanhangig te zijn gemaakt bij het arbeidshof de dag dat de aangetekende brief werd ingediend.
In afwijking van artikel 1057 van het Gerechtelijk Wetboek, vermeldt het verzoekschrift de opgave van de middelen in hoger beroep; enkel de middelen in het verzoekschrift zijn ontvankelijk.
Het volledige dossier van de eiser in hoger beroep moet bij de griffie neergelegd worden binnen drie werkdagen na de verzending van het verzoekschrift.
§ 2. De eerste voorzitter van het arbeidshof die in een enkele zitting zetelt, neemt een beschikking waarbij de zaak toebedeeld wordt aan een kamer van het arbeidshof die hij aanwijst. Deze beschikking wordt ter kennis gebracht van de partijen ten laatste de derde werkdag na de uitspraak en is niet vatbaar voor hoger beroep noch voor verzet.
De terechtzitting van het arbeidshof tijdens welke de zaak wordt gepleit, vindt plaats binnen een termijn van maximum dertig werkdagen vanaf de dag van de uitspraak van de in het vorig lid bedoelde beschikking. Deze termijn kan nochtans verlengd worden tot vijfenveertig werkdagen met instemming van de partijen.
De rechter bepaalt eveneens de termijnen voor het neerleggen van de stukken en de conclusies.
De beslissing van het hof wordt aan de partijen ter kennis gebracht bij gerechtsbrief uiterlijk de derde werkdag na de uitspraak.
Uitstel kan slechts één keer worden toegekend. Het wordt toegekend op grond van een met redenen omkleed verzoek en kan niet meer dan acht dagen bedragen.
Het hof bepaalt bij tussenarrest de termijnen waarbinnen de onderzoeksmaatregelen worden uitgevoerd. Hiertegen staat geen voorziening in cassatie open. Die termijnen gelden voor de partijen op straffe van verval.
§ 3. Het hof doet uitspraak binnen acht dagen na de sluiting van de debatten.
Als de partijen de termijnen voor de neerlegging van de conclusies en de stukken vastgesteld door de eerste voorzitter met toepassing van § 2 niet naleven, wordt een arrest bij verstek gewezen dat geacht wordt op tegenspraak te zijn gewezen.
Indien het openbaar ministerie kennis krijgt van de zaak, moet het zijn advies geven binnen vijf dagen na het sluiten van de debatten. In dat geval wordt de beraadslagingstermijn met vijf dagen verlengd.
Alle arresten worden aan de partijen ter kennis gebracht bij gerechtsbrief uiterlijk de derde werkdag na de uitspraak. Ze zijn niet vatbaar voor verzet."
"Art. 172. § 1.Tegen het eindvonnis van de arbeidsrechtbank kan met een verzoekschrift hoger beroep aangetekend worden binnen tien werkdagen vanaf de betekening. Dit verzoekschrift wordt ingediend per aangetekende brief en wordt door de griffie aan alle partijen toegezonden. De zaak wordt geacht aanhangig te zijn gemaakt bij het arbeidshof de dag dat de aangetekende brief werd ingediend.
In afwijking van artikel 1057 van het Gerechtelijk Wetboek, vermeldt het verzoekschrift de opgave van de middelen in hoger beroep; enkel de middelen in het verzoekschrift zijn ontvankelijk.
Het volledige dossier van de eiser in hoger beroep moet bij de griffie neergelegd worden binnen drie werkdagen na de verzending van het verzoekschrift.
§ 2. De eerste voorzitter van het arbeidshof die in een enkele zitting zetelt, neemt een beschikking waarbij de zaak toebedeeld wordt aan een kamer van het arbeidshof die hij aanwijst. Deze beschikking wordt ter kennis gebracht van de partijen ten laatste de derde werkdag na de uitspraak en is niet vatbaar voor hoger beroep noch voor verzet.
De terechtzitting van het arbeidshof tijdens welke de zaak wordt gepleit, vindt plaats binnen een termijn van maximum dertig werkdagen vanaf de dag van de uitspraak van de in het vorig lid bedoelde beschikking. Deze termijn kan nochtans verlengd worden tot vijfenveertig werkdagen met instemming van de partijen.
De rechter bepaalt eveneens de termijnen voor het neerleggen van de stukken en de conclusies.
De beslissing van het hof wordt aan de partijen ter kennis gebracht bij gerechtsbrief uiterlijk de derde werkdag na de uitspraak.
Uitstel kan slechts één keer worden toegekend. Het wordt toegekend op grond van een met redenen omkleed verzoek en kan niet meer dan acht dagen bedragen.
Het hof bepaalt bij tussenarrest de termijnen waarbinnen de onderzoeksmaatregelen worden uitgevoerd. Hiertegen staat geen voorziening in cassatie open. Die termijnen gelden voor de partijen op straffe van verval.
§ 3. Het hof doet uitspraak binnen acht dagen na de sluiting van de debatten.
Als de partijen de termijnen voor de neerlegging van de conclusies en de stukken vastgesteld door de eerste voorzitter met toepassing van § 2 niet naleven, wordt een arrest bij verstek gewezen dat geacht wordt op tegenspraak te zijn gewezen.
Indien het openbaar ministerie kennis krijgt van de zaak, moet het zijn advies geven binnen vijf dagen na het sluiten van de debatten. In dat geval wordt de beraadslagingstermijn met vijf dagen verlengd.
Alle arresten worden aan de partijen ter kennis gebracht bij gerechtsbrief uiterlijk de derde werkdag na de uitspraak. Ze zijn niet vatbaar voor verzet."
Art. 33. Dans la même section 3, il est inséré un article 172, rédigé comme suit :
"Art. 172. § 1er. Il peut être interjeté appel contre le jugement définitif rendu par le tribunal du travail, par voie de requête, dans les dix jours ouvrables de la signification. Cette requête est introduite par lettre recommandée et est envoyée par le greffe à toutes les parties. La cour du travail est censée être saisie le jour du dépôt de la lettre recommandée.
Par dérogation à l'article 1057 du Code judiciaire, la requête contient l'exposé des moyens de l'appel; seuls les moyens formulés dans la requête sont recevables.
Le dossier complet de l'appelant doit être déposé au greffe dans les trois jours ouvrables qui suivent l'envoi de la requête.
§ 2. Le premier président de la cour du travail qui siège en une seule audience, rend une ordonnance renvoyant l'affaire à une chambre de la cour du travail qu'il détermine. Cette ordonnance est notifiée aux parties au plus tard le troisième jour ouvrable qui suit le prononcé et n'est susceptible ni d'appel ni d'opposition.
L'audience de la cour du travail a lieu dans un délai maximum de trente jours ouvrables à compter du jour où l'ordonnance visée à l'alinéa précédent a été rendue. Toutefois, ce délai peut être prolongé jusqu'à quarante-cinq jours ouvrables avec l'accord des parties.
Le juge fixe également les délais dans lesquels les pièces et les conclusions doivent être déposées.
La décision de la cour est notifiée aux parties par pli judiciaire au plus tard le troisième jour ouvrable qui suit le prononcé.
La remise ne peut être accordée qu'une seule fois. Elle fait suite à une demande motivée et ne peut dépasser huit jours.
La cour fixe par arrêt intermédiaire les délais dans lesquels il est procédé aux mesures d'instruction. Cet arrêt n'est pas susceptible de pourvoi en cassation. Ces délais sont prescrits pour les parties à peine de déchéance.
§ 3. La cour statue dans les huit jours qui suivent la clôture des débats.
En cas d'inobservation par les parties des délais pour le dépôt des conclusions et des pièces, fixés par le premier président en application du § 2, un arrêt rendu par défaut est réputé contradictoire.
Si le ministère public prend la cause en communication, il doit rendre son avis dans les cinq jours qui suivent la clôture des débats. Dans ce cas, le délai pour délibérer est prorogé de cinq jours.
Tous les arrêts sont notifiés aux parties par pli judiciaire au plus tard le troisième jour ouvrable qui suit le prononcé. Ils ne sont pas susceptibles d'opposition."
"Art. 172. § 1er. Il peut être interjeté appel contre le jugement définitif rendu par le tribunal du travail, par voie de requête, dans les dix jours ouvrables de la signification. Cette requête est introduite par lettre recommandée et est envoyée par le greffe à toutes les parties. La cour du travail est censée être saisie le jour du dépôt de la lettre recommandée.
Par dérogation à l'article 1057 du Code judiciaire, la requête contient l'exposé des moyens de l'appel; seuls les moyens formulés dans la requête sont recevables.
Le dossier complet de l'appelant doit être déposé au greffe dans les trois jours ouvrables qui suivent l'envoi de la requête.
§ 2. Le premier président de la cour du travail qui siège en une seule audience, rend une ordonnance renvoyant l'affaire à une chambre de la cour du travail qu'il détermine. Cette ordonnance est notifiée aux parties au plus tard le troisième jour ouvrable qui suit le prononcé et n'est susceptible ni d'appel ni d'opposition.
L'audience de la cour du travail a lieu dans un délai maximum de trente jours ouvrables à compter du jour où l'ordonnance visée à l'alinéa précédent a été rendue. Toutefois, ce délai peut être prolongé jusqu'à quarante-cinq jours ouvrables avec l'accord des parties.
Le juge fixe également les délais dans lesquels les pièces et les conclusions doivent être déposées.
La décision de la cour est notifiée aux parties par pli judiciaire au plus tard le troisième jour ouvrable qui suit le prononcé.
La remise ne peut être accordée qu'une seule fois. Elle fait suite à une demande motivée et ne peut dépasser huit jours.
La cour fixe par arrêt intermédiaire les délais dans lesquels il est procédé aux mesures d'instruction. Cet arrêt n'est pas susceptible de pourvoi en cassation. Ces délais sont prescrits pour les parties à peine de déchéance.
§ 3. La cour statue dans les huit jours qui suivent la clôture des débats.
En cas d'inobservation par les parties des délais pour le dépôt des conclusions et des pièces, fixés par le premier président en application du § 2, un arrêt rendu par défaut est réputé contradictoire.
Si le ministère public prend la cause en communication, il doit rendre son avis dans les cinq jours qui suivent la clôture des débats. Dans ce cas, le délai pour délibérer est prorogé de cinq jours.
Tous les arrêts sont notifiés aux parties par pli judiciaire au plus tard le troisième jour ouvrable qui suit le prononcé. Ils ne sont pas susceptibles d'opposition."
Art. 34. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 173 ingevoegd, luidende :
"Art. 173. Wanneer de arbeidsrechtbank of het arbeidshof de dringende reden erkent, gaat de termijn van drie werkdagen bepaald in artikel 35, derde lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, in op de derde werkdag na het verstrijken van de termijn van hoger beroep of, indien er hoger beroep is ingesteld, de derde werkdag na de kennisgeving van het arrest."
"Art. 173. Wanneer de arbeidsrechtbank of het arbeidshof de dringende reden erkent, gaat de termijn van drie werkdagen bepaald in artikel 35, derde lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, in op de derde werkdag na het verstrijken van de termijn van hoger beroep of, indien er hoger beroep is ingesteld, de derde werkdag na de kennisgeving van het arrest."
Art. 34. Dans la même section 3, il est inséré un article 173, rédigé comme suit :
"Art. 173. Lorsque le tribunal ou la cour du travail reconnaît le motif grave, le délai de trois jours ouvrables prévu à l'article 35, alinéa 3, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, court à partir du troisième jour ouvrable qui suit l'échéance du délai d'appel ou, si appel a été interjeté, du troisième jour ouvrable qui suit la notification de l'arrêt."
"Art. 173. Lorsque le tribunal ou la cour du travail reconnaît le motif grave, le délai de trois jours ouvrables prévu à l'article 35, alinéa 3, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, court à partir du troisième jour ouvrable qui suit l'échéance du délai d'appel ou, si appel a été interjeté, du troisième jour ouvrable qui suit la notification de l'arrêt."
Art. 35. In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 174 ingevoegd, luidende :
"Art. 174. Het personeelslid van wie de uitvoering van arbeidsovereenkomst is geschorst tijdens de duur van het geding betreffende de erkenning van de dringende reden, kan aan de overeenkomst een einde maken zonder opzeggingstermijn of -vergoeding.
Wanneer de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst niet geschorst is, moet hij de wettelijke opzeggingstermijn in acht nemen."
"Art. 174. Het personeelslid van wie de uitvoering van arbeidsovereenkomst is geschorst tijdens de duur van het geding betreffende de erkenning van de dringende reden, kan aan de overeenkomst een einde maken zonder opzeggingstermijn of -vergoeding.
Wanneer de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst niet geschorst is, moet hij de wettelijke opzeggingstermijn in acht nemen."
Art. 35. Dans la même section 3, il est inséré un article 174, rédigé comme suit :
"Art. 174. Le membre du personnel dont l'exécution du contrat de travail est suspendue pendant la durée de l'instance relative à la reconnaissance du motif grave, peut mettre fin au contrat sans préavis ni indemnité de préavis.
Lorsque l'exécution de son contrat de travail n'est pas suspendue, il est tenu de respecter le délai de préavis légal."
"Art. 174. Le membre du personnel dont l'exécution du contrat de travail est suspendue pendant la durée de l'instance relative à la reconnaissance du motif grave, peut mettre fin au contrat sans préavis ni indemnité de préavis.
Lorsque l'exécution de son contrat de travail n'est pas suspendue, il est tenu de respecter le délai de préavis légal."
Art. 36. In hoofdstuk 13, ingevoegd bij artikel 19, wordt een afdeling 4 ingevoegd, luidende "Afdeling 4. Gemeenschappelijke bepalingen".
Art. 36. Dans le chapitre 13 inséré par l'article 19, il est inséré une section 4 intitulée "Section 4. - Dispositions communes".
Art. 37. In afdeling 4, ingevoegd bij artikel 36, wordt een artikel 175 ingevoegd, luidende :
"Art. 175. Wanneer HR Rail een einde maakt aan de arbeidsovereenkomst zonder de bij afdeling 2 en afdeling 3 bedoelde voorwaarden en procedure na te leven, kan het personeelslid of de organisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen zijn reïntegratie in de onderneming aanvragen onder dezelfde voorwaarden als die welke hij voor de beëindiging van zijn overeenkomst genoot, op voorwaarde dat per aangetekende zending hiertoe een aanvraag wordt ingediend binnen dertig dagen volgend op :
- de datum van de betekening van de opzegging of de datum van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zonder opzegging;
- of de dag van de voordracht van de kandidaturen zo deze na de datum van de betekening van de opzegging of de datum van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zonder opzegging geschiedt."
"Art. 175. Wanneer HR Rail een einde maakt aan de arbeidsovereenkomst zonder de bij afdeling 2 en afdeling 3 bedoelde voorwaarden en procedure na te leven, kan het personeelslid of de organisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen zijn reïntegratie in de onderneming aanvragen onder dezelfde voorwaarden als die welke hij voor de beëindiging van zijn overeenkomst genoot, op voorwaarde dat per aangetekende zending hiertoe een aanvraag wordt ingediend binnen dertig dagen volgend op :
- de datum van de betekening van de opzegging of de datum van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zonder opzegging;
- of de dag van de voordracht van de kandidaturen zo deze na de datum van de betekening van de opzegging of de datum van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zonder opzegging geschiedt."
Art. 37. Dans la section 4 insérée par l'article 36, il est inséré un article 175, rédigé comme suit :
"Art. 175. Lorsque HR Rail met fin au contrat de travail sans respecter les conditions et les procédures visées aux sections 2 et 3, le membre du personnel ou l'organisation qui a présenté sa candidature peut demander sa réintégration dans l'entreprise aux mêmes conditions que celles dont il bénéficiait avant la rupture du contrat, à condition d'en faire la demande, par envoi recommandé dans les trente jours qui suivent :
- la date de la notification du préavis ou la date de rupture du contrat de travail sans préavis;
- ou le jour de la présentation des candidatures si celle-ci intervient après la date de la notification du préavis ou la date de rupture du contrat de travail sans préavis."
"Art. 175. Lorsque HR Rail met fin au contrat de travail sans respecter les conditions et les procédures visées aux sections 2 et 3, le membre du personnel ou l'organisation qui a présenté sa candidature peut demander sa réintégration dans l'entreprise aux mêmes conditions que celles dont il bénéficiait avant la rupture du contrat, à condition d'en faire la demande, par envoi recommandé dans les trente jours qui suivent :
- la date de la notification du préavis ou la date de rupture du contrat de travail sans préavis;
- ou le jour de la présentation des candidatures si celle-ci intervient après la date de la notification du préavis ou la date de rupture du contrat de travail sans préavis."
Art. 38. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 176 ingevoegd, luidende :
"Art. 176. Bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 175, moet HR Rail, die het personeelslid reïntegreert, het gederfde loon uitbetalen en de uit hoofde van dat loon verschuldigde werkgevers- en werknemersbijdragen voor sociale zekerheid storten."
"Art. 176. Bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 175, moet HR Rail, die het personeelslid reïntegreert, het gederfde loon uitbetalen en de uit hoofde van dat loon verschuldigde werkgevers- en werknemersbijdragen voor sociale zekerheid storten."
Art. 38. Dans la même section 4, il est inséré un article 176, rédigé comme suit :
"Art. 176. En cas de rupture du contrat de travail visée à l'article 175, HR Rail, qui réintègre le membre du personnel, est tenue de payer la rémunération manquée et de verser la cotisation de sécurité sociale des employeurs et des travailleurs à payer sur cette rémunération."
"Art. 176. En cas de rupture du contrat de travail visée à l'article 175, HR Rail, qui réintègre le membre du personnel, est tenue de payer la rémunération manquée et de verser la cotisation de sécurité sociale des employeurs et des travailleurs à payer sur cette rémunération."
Art. 39. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 177 ingevoegd, luidende :
"Art. 177. Wanneer het personeelslid of de organisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen, zijn reïntegratie niet heeft aangevraagd binnen de bij artikel 175 vastgestelde termijnen, moet HR Rail hem, uitgezonderd in het geval dat de verbreking heeft plaatsgehad voor de indiening van de kandidaturen, onverminderd het recht op een hogere vergoeding, verschuldigd op grond van de individuele arbeidsovereenkomst of van de gebruiken en op elke andere schadevergoeding wegens materiële of morele schade, een vergoeding betalen gelijk aan het lopende loon dat overeenstemt met de duur van :
- twee jaar zo hij minder dan tien dienstjaren in de onderneming telt;
- drie jaar zo hij tien doch minder dan twintig dienstjaren in de onderneming telt;
- vier jaar zo hij twintig of meer dienstjaren in de onderneming telt."
"Art. 177. Wanneer het personeelslid of de organisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen, zijn reïntegratie niet heeft aangevraagd binnen de bij artikel 175 vastgestelde termijnen, moet HR Rail hem, uitgezonderd in het geval dat de verbreking heeft plaatsgehad voor de indiening van de kandidaturen, onverminderd het recht op een hogere vergoeding, verschuldigd op grond van de individuele arbeidsovereenkomst of van de gebruiken en op elke andere schadevergoeding wegens materiële of morele schade, een vergoeding betalen gelijk aan het lopende loon dat overeenstemt met de duur van :
- twee jaar zo hij minder dan tien dienstjaren in de onderneming telt;
- drie jaar zo hij tien doch minder dan twintig dienstjaren in de onderneming telt;
- vier jaar zo hij twintig of meer dienstjaren in de onderneming telt."
Art. 39. Dans la même section 4, il est inséré un article 177, rédigé comme suit :
"Art. 177. Lorsque le membre du personnel ou l'organisation qui a présenté sa candidature n'a pas demandé sa réintégration dans les délais fixés à l'article 175, HR Rail est tenue de lui payer, sauf dans le cas où la rupture a eu lieu avant le dépôt des candidatures, sans préjudice du droit à une indemnité plus élevée due en vertu du contrat individuel ou des usages, et à tous autres dommages et intérêts pour préjudice matériel ou moral, une indemnité égale à la rémunération en cours correspondant à la durée de :
- deux ans lorsqu'il compte moins de dix années de service dans l'entreprise;
- trois ans lorsqu'il compte de dix à moins de vingt années de service dans l'entreprise;
- quatre ans lorsqu'il compte vingt années de service ou plus dans l'entreprise."
"Art. 177. Lorsque le membre du personnel ou l'organisation qui a présenté sa candidature n'a pas demandé sa réintégration dans les délais fixés à l'article 175, HR Rail est tenue de lui payer, sauf dans le cas où la rupture a eu lieu avant le dépôt des candidatures, sans préjudice du droit à une indemnité plus élevée due en vertu du contrat individuel ou des usages, et à tous autres dommages et intérêts pour préjudice matériel ou moral, une indemnité égale à la rémunération en cours correspondant à la durée de :
- deux ans lorsqu'il compte moins de dix années de service dans l'entreprise;
- trois ans lorsqu'il compte de dix à moins de vingt années de service dans l'entreprise;
- quatre ans lorsqu'il compte vingt années de service ou plus dans l'entreprise."
Art. 40. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 178 ingevoegd, luidende :
"Art. 178. § 1. Wanneer het personeelslid of de organisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen zijn reïntegratie heeft aangevraagd en deze door HR Rail niet werd aanvaard binnen de dertig dagen na de dag waarop het verzoek hem per aangetekende zending werd verzonden, moet HR Rail aan het personeelslid de bij artikel 177 bedoelde vergoeding betalen, evenals het loon voor het nog resterende gedeelte van de periode tot aan het einde van het mandaat van de leden die het personeel vertegenwoordigen bij de verkiezingen waarvoor hij kandidaat is geweest.
§ 2. Ingeval van betwisting moet HR Rail het bewijs leveren dat zij de reïntegratie, die haar gevraagd werd, aanvaard heeft."
"Art. 178. § 1. Wanneer het personeelslid of de organisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen zijn reïntegratie heeft aangevraagd en deze door HR Rail niet werd aanvaard binnen de dertig dagen na de dag waarop het verzoek hem per aangetekende zending werd verzonden, moet HR Rail aan het personeelslid de bij artikel 177 bedoelde vergoeding betalen, evenals het loon voor het nog resterende gedeelte van de periode tot aan het einde van het mandaat van de leden die het personeel vertegenwoordigen bij de verkiezingen waarvoor hij kandidaat is geweest.
§ 2. Ingeval van betwisting moet HR Rail het bewijs leveren dat zij de reïntegratie, die haar gevraagd werd, aanvaard heeft."
Art. 40. Dans la même section 4, il est inséré un article 178, rédigé comme suit :
"Art. 178. § 1er. Lorsque le membre du personnel ou l'organisation qui a présenté sa candidature a demandé sa réintégration, et que celle-ci n'a pas été acceptée par HR Rail dans les trente jours qui suivent le jour où la demande lui a été envoyée par envoi recommandé, HR Rail est tenue de payer au membre du personnel l'indemnité prévue à l'article 177 ainsi que la rémunération pour la partie restante de la période jusqu'à la fin du mandat des membres représentant le personnel à l'élection desquels il a été candidat.
§ 2. En cas de contestation, HR Rail doit apporter la preuve qu'elle a accepté la réintégration qui lui a été demandée."
"Art. 178. § 1er. Lorsque le membre du personnel ou l'organisation qui a présenté sa candidature a demandé sa réintégration, et que celle-ci n'a pas été acceptée par HR Rail dans les trente jours qui suivent le jour où la demande lui a été envoyée par envoi recommandé, HR Rail est tenue de payer au membre du personnel l'indemnité prévue à l'article 177 ainsi que la rémunération pour la partie restante de la période jusqu'à la fin du mandat des membres représentant le personnel à l'élection desquels il a été candidat.
§ 2. En cas de contestation, HR Rail doit apporter la preuve qu'elle a accepté la réintégration qui lui a été demandée."
Art. 41. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 179 ingevoegd, luidende :
"Art. 179. Diezelfde vergoedingen zijn eveneens verschuldigd wanneer de arbeidsovereenkomst door het personeelslid werd beëindigd wegens feiten die een dringende reden uitmaken in hoofde van HR Rail of wanneer HR Rail de beschikking van de voorzitter van de arbeidsrechtbank, genomen met toepassing van artikel 166 en waarin besloten wordt tot de voortzetting van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst tijdens de procedure voor de arbeidsgerechten, niet in acht neemt."
"Art. 179. Diezelfde vergoedingen zijn eveneens verschuldigd wanneer de arbeidsovereenkomst door het personeelslid werd beëindigd wegens feiten die een dringende reden uitmaken in hoofde van HR Rail of wanneer HR Rail de beschikking van de voorzitter van de arbeidsrechtbank, genomen met toepassing van artikel 166 en waarin besloten wordt tot de voortzetting van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst tijdens de procedure voor de arbeidsgerechten, niet in acht neemt."
Art. 41. Dans la même section 4, il est inséré un article 179, rédigé comme suit :
"Art. 179. Les mêmes indemnités sont dues lorsque le contrat de travail a été rompu par le membre du personnel suite à des faits qui constituent un motif grave dans le chef de HR Rail ou lorsque HR Rail ne respecte pas l'ordonnance du président du tribunal du travail, rendue en application de l'article 166 et décidant de la poursuite de l'exécution du contrat de travail pendant la procédure en cours devant les juridictions du travail."
"Art. 179. Les mêmes indemnités sont dues lorsque le contrat de travail a été rompu par le membre du personnel suite à des faits qui constituent un motif grave dans le chef de HR Rail ou lorsque HR Rail ne respecte pas l'ordonnance du président du tribunal du travail, rendue en application de l'article 166 et décidant de la poursuite de l'exécution du contrat de travail pendant la procédure en cours devant les juridictions du travail."
Art. 42. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 180 ingevoegd, luidende :
"Art. 180. Het personeelslid dat ontslagen wordt in strijd met de bepalingen van deze wet en in de onderneming gereïntegreerd wordt, neemt zijn mandaat opnieuw op."
"Art. 180. Het personeelslid dat ontslagen wordt in strijd met de bepalingen van deze wet en in de onderneming gereïntegreerd wordt, neemt zijn mandaat opnieuw op."
Art. 42. Dans la même section 4, il est inséré un article 180, rédigé comme suit :
"Art. 180. Le membre du personnel qui est licencié en violation des dispositions de la présente loi et qui est réintégré dans l'entreprise reprend son mandat."
"Art. 180. Le membre du personnel qui est licencié en violation des dispositions de la présente loi et qui est réintégré dans l'entreprise reprend son mandat."
Art. 43. In boek 2, titel 3 van dezelfde wet, wordt een hoofdstuk 14 ingevoegd, luidende "Hoofdstuk 14. Evaluatie".
Art. 43. Dans le livre 2, titre 3, de la même loi, il est inséré un chapitre 14 intitulé "Chapitre 14. Evaluation".
Art. 44. In hoofdstuk 14, ingevoegd door artikel 43, wordt een artikel 181 ingevoegd, luidende :
"Art. 181. Om de organisatie en de werking van de sociale verkiezingen bedoeld in artikelen 126/2, 145, § 2 en 146 te verbeteren, gaat de Nationale Paritaire Commissie, minstens na elke sociale verkiezing, over tot de evaluatie van de implementatie van de wet van 18 maart 2018 houdende wijzigingen van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen en aan het Gerechtelijk Wetboek inzake de sociale verkiezingen voor bepaalde organen van sociale dialoog van de Belgische Spoorwegen en dit met het oog op eventuele aanpassingen."
"Art. 181. Om de organisatie en de werking van de sociale verkiezingen bedoeld in artikelen 126/2, 145, § 2 en 146 te verbeteren, gaat de Nationale Paritaire Commissie, minstens na elke sociale verkiezing, over tot de evaluatie van de implementatie van de wet van 18 maart 2018 houdende wijzigingen van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen en aan het Gerechtelijk Wetboek inzake de sociale verkiezingen voor bepaalde organen van sociale dialoog van de Belgische Spoorwegen en dit met het oog op eventuele aanpassingen."
Art. 44. Dans le chapitre 14 inséré par l'article 43, il est inséré un article 181, rédigé comme suit :
"Art. 181. Afin d'améliorer l'organisation et le fonctionnement des élections sociales visées aux articles 126/2, 145, § 2 et 146, la Commission paritaire nationale procède, à tout le moins après chaque élection sociale, à l'évaluation de la mise en oeuvre de la loi du 18 mars 2018 portant modification de la loi du 23 juillet 1926 relative à la SNCB et au personnel des Chemins de fer belges et du Code judiciaire en matière d'élections sociales pour certains organes de dialogue social des Chemins de fer belges, en vue d'éventuels aménagements."
"Art. 181. Afin d'améliorer l'organisation et le fonctionnement des élections sociales visées aux articles 126/2, 145, § 2 et 146, la Commission paritaire nationale procède, à tout le moins après chaque élection sociale, à l'évaluation de la mise en oeuvre de la loi du 18 mars 2018 portant modification de la loi du 23 juillet 1926 relative à la SNCB et au personnel des Chemins de fer belges et du Code judiciaire en matière d'élections sociales pour certains organes de dialogue social des Chemins de fer belges, en vue d'éventuels aménagements."
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 3. - Modifications du Code judiciaire
Art. 45. In artikel 582 van het Gerechtelijk Wetboek wordt een bepaling onder 15° ingevoegd, luidende :
"15° van geschillen betreffende de instelling en de werking van de organen van sociale dialoog, zoals bedoeld bij artikel 114/1 van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen."
"15° van geschillen betreffende de instelling en de werking van de organen van sociale dialoog, zoals bedoeld bij artikel 114/1 van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen."
Art. 45. A l'article 582 du Code judiciaire, il est inséré un 15° rédigé comme suit :
"15° des contestations relatives à l'institution et au fonctionnement des organes de dialogue social, tels que visés à l'article 114/1 de la loi du 23 juillet 1926 relative à la SNCB et au personnel des Chemins de fer belges ."
"15° des contestations relatives à l'institution et au fonctionnement des organes de dialogue social, tels que visés à l'article 114/1 de la loi du 23 juillet 1926 relative à la SNCB et au personnel des Chemins de fer belges ."
Art. 46. In artikel 587bis van hetzelfde Wetboek, zoals vervangen bij de wet van 10 mei 2007, wordt een bepaling onder 5° ingevoegd, luidende :
"5° de vorderingen krachtens de artikelen 165 en 166 §§ 3 en 4 van hoofdstuk 13 inzake de ontslagregeling van de contractuele syndicale afgevaardigden en kandidaat-syndicaal afgevaardigden, bedoeld in de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen."
"5° de vorderingen krachtens de artikelen 165 en 166 §§ 3 en 4 van hoofdstuk 13 inzake de ontslagregeling van de contractuele syndicale afgevaardigden en kandidaat-syndicaal afgevaardigden, bedoeld in de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen."
Art. 46. A l'article 587bis du même Code, tel que remplacé par la loi du 10 mai 2007, il est inséré un 5° rédigé comme suit :
"5° les demandes formées en vertu des articles 165 et 166, §§ 3 et 4 du chapitre 13 en matière de régime de licenciement des délégués syndicaux et candidats-délégués syndicaux contractuels visés par la loi du 23 juillet 1926 relative à la SNCB et au personnel des Chemins de fer belges;"
"5° les demandes formées en vertu des articles 165 et 166, §§ 3 et 4 du chapitre 13 en matière de régime de licenciement des délégués syndicaux et candidats-délégués syndicaux contractuels visés par la loi du 23 juillet 1926 relative à la SNCB et au personnel des Chemins de fer belges;"
Art. 47. In artikel 627, 9°, van hetzelfde Wetboek, zoals gewijzigd bij de wet van 6 juni 2010, worden de woorden "voor alle geschillen bedoeld in de artikelen 578 en 582, 3° en 4° " vervangen door de woorden "voor alle geschillen bedoeld in de artikelen 578 en 582, 3°, 4° en 15° ".
Art. 47. A l'article 627, 9°, du même Code, tel que modifié par la loi du 6 juin 2010, les mots "pour toutes les contestations prévues aux articles 578 et 582, 3° et 4° " sont remplacés par les mots "pour toutes les contestations prévues aux articles 578 et 582, 3°, 4° et 15° ".
HOOFDSTUK 4. - Opheffingsbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions abrogatoires
Art. 48. In de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen, worden de volgende bepalingen opgeheven :
- artikel 126/2, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 3 augustus 2016;
- artikel 145, § 2, tweede lid, vervangen bij de wet van 3 augustus 2016;
- artikel 146, § 1, derde lid, vervangen bij de wet van 3 augustus 2016.
- artikel 126/2, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 3 augustus 2016;
- artikel 145, § 2, tweede lid, vervangen bij de wet van 3 augustus 2016;
- artikel 146, § 1, derde lid, vervangen bij de wet van 3 augustus 2016.
Art. 48. Dans la loi du 23 juillet 1926 relative à la SNCB et au personnel des Chemins de fer belges, les dispositions suivantes sont abrogées :
- l'article 126/2, alinéa 2, inséré par la loi du 3 août 2016;
- l'article 145, § 2, alinéa 2, remplacé par la loi du 3 août 2016;
- l'article 146, § 1er, alinéa 3, remplacé par la loi du 3 août 2016.
- l'article 126/2, alinéa 2, inséré par la loi du 3 août 2016;
- l'article 145, § 2, alinéa 2, remplacé par la loi du 3 août 2016;
- l'article 146, § 1er, alinéa 3, remplacé par la loi du 3 août 2016.
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 5. - Entrée en vigueur
Art. 49. De bepalingen van deze wet treden in werking op de tiende dag na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van de artikelen 9 en 48 die uitwerking hebben vanaf 1 januari 2017.
Art. 49. Les dispositions de la présente loi entrent en vigueur le dixième jour suivant la publication au Moniteur belge, à l'exception des articles 9 et 48 qui produisent leurs effets le 1er janvier 2017.