Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 APRIL 2017. - Koninklijk besluit tot goedkeuring van het Reglement betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de nationale orden aan operationeel personeel van de hulpverleningszones
Titre
23 AVRIL 2017. - Arrêté royal portant approbation du Règlement relatif à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux au personnel opérationnel des zones de secours
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. Het reglement betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan operationeel personeel van de hulpverleningszones, dat bijlage van dit besluit vormt, wordt goedgekeurd.
Article 1er. Le règlement relatif à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux au personnel opérationnel des zones de secours, constituant l'annexe du présent arrêté, est approuvé.
Art. 2. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2015.
Art. 2. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2015.
Art. 3. De minister bevoegd voor Buitenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 3. Le ministre qui a les Affaires étrangères dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Reglement betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan het operationeel personeel van de hulpverleningszones.
1. Dit reglement is van toepassing op het operationeel personeel van de hulpverleningszones.
2. In dit reglement wordt de minimumleeftijd voor de opname in de Nationale Orden vastgesteld op 40 jaar.
3. Een tijdspanne van 10 jaar geldt tussen twee onderscheidingen in de Nationale Orden ten gunste van eenzelfde persoon, behalve wanneer het gaat om eretekens die toegekend worden voor oorlogsfeiten.
Die termijn kan zo nodig ingekort worden, zonder evenwel te kunnen worden teruggebracht tot minder dan 5 jaar, wanneer de vorige onderscheiding later werd toegekend dan op de minimumleeftijd die in die leeftijdsklasse voorzien is.
4. In elke leeftijdsklasse, van 40 tot 50, van 50 tot 60 en van 60 tot 65 jaar, mag niemand meer dan eenmaal onderscheiden worden, onverminderd de uitzondering vermeld in het eerste lid van voorgaand artikel.
5. Voor de graden van Kolonel, Majoor, Kapitein, Luitenant en Adjudant van de zone zijn 10 jaar dienstanciënniteit en minstens 2 jaar dienstanciënniteit in de graad vereist om aanspraak te kunnen maken op de voorziene onderscheiding.
6. Voor de graden van Sergeant, Korporaal en Brandweerman van de zone is minstens 20 jaar anciënniteit vereist om aanspraak te kunnen maken op de eerste onderscheiding.
7. Voor de toepassing van dit reglement wordt geen rekening gehouden met de tijdelijke waarneming van functies die tot een hogere hiërarchische rang behoren dan de rang van het werkelijk beklede ambt.
8. Aan het operationeel personeel van de hulpverleningszones mogen in geen andere hoedanigheid onderscheidingen in de Nationale Orden toegekend worden.
Er wordt enkel een uitzondering gemaakt wat betreft:
1° eretekens wegens oorlogsfeiten;
2° reserveofficieren die mogen kiezen tussen het administratief reglement en het militair reglement; deze keuze is bindend voor de volledige duur van de inschrijving van de betrokkenen in het reservekader van het Leger.
9. Voor de toekenning van een onderscheiding door een andere Minister dan de Minister tot wiens bestuur het personeelslid behoort, is de voorafgaande instemming van deze laatste vereist.
Van deze regel wordt slechts afgeweken ingeval de betrokken persoon zich, in oorlogstijd, eventueel bij het Leger bevindt.
10. De tijd die gedurende de administratieve loopbaan onder de wapens wordt doorgebracht, wordt er niet van afgetrokken.
11. Indien iemand met toepassing van artikel 7, § 1, van de wet van 1 mei 2006 betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden ten minste het ereteken bezit dat voor zijn positie is voorzien, wordt hem geen ereteken toegekend.
Van deze regel wordt slechts afgeweken indien het gaat om eretekens verworven voor oorlogsfeiten. In dit geval mag de betrokken persoon de onderscheiding ontvangen die, in de gezamenlijke rangorde van de drie Orden, onmiddellijk hoger is dan die welke hem (haar) werd toegekend. Iedere eventualiteit buiten dit geval geeft aanleiding tot de toepassing van artikel 17.
12. Niemand mag worden onderscheiden indien de eindvermelding van de evaluatie "onvoldoende" of "te verbeteren" is. In dat geval wordt de onderscheiding toegekend bij gelegenheid van de eerstvolgende promotie na een evaluatie waarvan de eindvermelding "voldoende" is.
13. Elke toekenning vindt plaats bij gelegenheid van de promotie die voorafgaat aan het ogenblik waarop de betrokken persoon werkelijk aan de voorwaarden zou voldoen om een onderscheiding te krijgen.
14. Geen enkele termijn is vereist tussen de toekenning van een onderscheiding in de Nationale Orden en de toekenning van een ereteken van een andere aard.
15. a) De dienstanciënniteit omvat alle periodes berekend per volledige maand, tijdens dewelke het personeelslid deel uitmaakte van het operationeel personeel van een hulpverleningszone of van een openbare brandweerdienst.
b) Afwezigheidsperiodes die beschouwd worden als periodes van non-activiteit komen niet in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit.
16. Tuchtstraffen.
De volgende tuchtstraffen leiden tot vertraging waarvan de duur hieronder is vermeld:
- terechtwijzing: 6 maanden
- blaam: 9 maanden
- inhouding van wedde: 12 maanden
- tuchtschorsing: 24 maanden
- terugzetting in graad: 36 maanden.
Deze termijnen vangen aan op de dag dat de straf werd uitgesproken. In die gevallen wordt de onderscheiding toegekend bij gelegenheid van de eerstvolgende promotie na de bovenvermelde termijn.
17. Elke afwijking van dit reglement dient het voorwerp uit te maken van de procedure vermeld in de artikelen 6 en 13 van de wet van 1 mei 2006 betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden.
1. Dit reglement is van toepassing op het operationeel personeel van de hulpverleningszones.
2. In dit reglement wordt de minimumleeftijd voor de opname in de Nationale Orden vastgesteld op 40 jaar.
3. Een tijdspanne van 10 jaar geldt tussen twee onderscheidingen in de Nationale Orden ten gunste van eenzelfde persoon, behalve wanneer het gaat om eretekens die toegekend worden voor oorlogsfeiten.
Die termijn kan zo nodig ingekort worden, zonder evenwel te kunnen worden teruggebracht tot minder dan 5 jaar, wanneer de vorige onderscheiding later werd toegekend dan op de minimumleeftijd die in die leeftijdsklasse voorzien is.
4. In elke leeftijdsklasse, van 40 tot 50, van 50 tot 60 en van 60 tot 65 jaar, mag niemand meer dan eenmaal onderscheiden worden, onverminderd de uitzondering vermeld in het eerste lid van voorgaand artikel.
5. Voor de graden van Kolonel, Majoor, Kapitein, Luitenant en Adjudant van de zone zijn 10 jaar dienstanciënniteit en minstens 2 jaar dienstanciënniteit in de graad vereist om aanspraak te kunnen maken op de voorziene onderscheiding.
6. Voor de graden van Sergeant, Korporaal en Brandweerman van de zone is minstens 20 jaar anciënniteit vereist om aanspraak te kunnen maken op de eerste onderscheiding.
7. Voor de toepassing van dit reglement wordt geen rekening gehouden met de tijdelijke waarneming van functies die tot een hogere hiërarchische rang behoren dan de rang van het werkelijk beklede ambt.
8. Aan het operationeel personeel van de hulpverleningszones mogen in geen andere hoedanigheid onderscheidingen in de Nationale Orden toegekend worden.
Er wordt enkel een uitzondering gemaakt wat betreft:
1° eretekens wegens oorlogsfeiten;
2° reserveofficieren die mogen kiezen tussen het administratief reglement en het militair reglement; deze keuze is bindend voor de volledige duur van de inschrijving van de betrokkenen in het reservekader van het Leger.
9. Voor de toekenning van een onderscheiding door een andere Minister dan de Minister tot wiens bestuur het personeelslid behoort, is de voorafgaande instemming van deze laatste vereist.
Van deze regel wordt slechts afgeweken ingeval de betrokken persoon zich, in oorlogstijd, eventueel bij het Leger bevindt.
10. De tijd die gedurende de administratieve loopbaan onder de wapens wordt doorgebracht, wordt er niet van afgetrokken.
11. Indien iemand met toepassing van artikel 7, § 1, van de wet van 1 mei 2006 betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden ten minste het ereteken bezit dat voor zijn positie is voorzien, wordt hem geen ereteken toegekend.
Van deze regel wordt slechts afgeweken indien het gaat om eretekens verworven voor oorlogsfeiten. In dit geval mag de betrokken persoon de onderscheiding ontvangen die, in de gezamenlijke rangorde van de drie Orden, onmiddellijk hoger is dan die welke hem (haar) werd toegekend. Iedere eventualiteit buiten dit geval geeft aanleiding tot de toepassing van artikel 17.
12. Niemand mag worden onderscheiden indien de eindvermelding van de evaluatie "onvoldoende" of "te verbeteren" is. In dat geval wordt de onderscheiding toegekend bij gelegenheid van de eerstvolgende promotie na een evaluatie waarvan de eindvermelding "voldoende" is.
13. Elke toekenning vindt plaats bij gelegenheid van de promotie die voorafgaat aan het ogenblik waarop de betrokken persoon werkelijk aan de voorwaarden zou voldoen om een onderscheiding te krijgen.
14. Geen enkele termijn is vereist tussen de toekenning van een onderscheiding in de Nationale Orden en de toekenning van een ereteken van een andere aard.
15. a) De dienstanciënniteit omvat alle periodes berekend per volledige maand, tijdens dewelke het personeelslid deel uitmaakte van het operationeel personeel van een hulpverleningszone of van een openbare brandweerdienst.
b) Afwezigheidsperiodes die beschouwd worden als periodes van non-activiteit komen niet in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit.
16. Tuchtstraffen.
De volgende tuchtstraffen leiden tot vertraging waarvan de duur hieronder is vermeld:
- terechtwijzing: 6 maanden
- blaam: 9 maanden
- inhouding van wedde: 12 maanden
- tuchtschorsing: 24 maanden
- terugzetting in graad: 36 maanden.
Deze termijnen vangen aan op de dag dat de straf werd uitgesproken. In die gevallen wordt de onderscheiding toegekend bij gelegenheid van de eerstvolgende promotie na de bovenvermelde termijn.
17. Elke afwijking van dit reglement dient het voorwerp uit te maken van de procedure vermeld in de artikelen 6 en 13 van de wet van 1 mei 2006 betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden.
Art. N. Règlement relatif à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux au personnel opérationnel des zones de secours.
1. Le présent règlement s'applique au personnel opérationnel des zones de secours.
2. Dans le présent règlement, l'âge minimum d'admission dans les Ordres nationaux est fixé à 40 ans.
3. Un intervalle de 10 ans entre deux octrois dans les Ordres nationaux en faveur de la même personne est requis, sauf s'il s'agit de décorations décernées pour faits de guerre.
Ce délai peut, le cas échéant, être réduit, sans toutefois être inférieur à 5 ans, lorsque la distinction précédente a été octroyée postérieurement à l'âge minimal prévu par la classe d'âge.
4. Dans chaque classe d'âge, de 40 à 50, de 50 à 60, et de 60 à 65 ans, nul ne peut être décoré plus d'une fois, sans préjudice de l'exception prévue au premier alinéa de l'article précédent.
5. Pour les grades de Colonel, Major, Capitaine, Lieutenant et Adjudant de la zone, 10 ans d'ancienneté de service et une ancienneté de service de 2 années au moins dans le grade sont requis pour permettre l'octroi de la distinction prévue.
6. Pour les grades de Sergent, Caporal et Sapeur-Pompier de la zone, une ancienneté de 20 années au moins est requise pour permettre le premier octroi.
7. Il n'est pas tenu compte, pour l'application du présent règlement, d'un exercice temporaire de fonctions supérieures à celles de la position hiérarchique effective.
8. Le personnel opérationnel des zones de secours ne peut être décoré dans les Ordres nationaux à un autre titre.
Exception n'est faite qu'en ce qui regarde :
1° les décorations pour faits de guerre;
2° les officiers de réserve, lesquels ont la faculté de choisir entre le règlement administratif et le règlement militaire; ce choix vaut obligatoirement pour toute la durée de l'inscription des intéressés dans le cadre de réserve de l'Armée.
9. L'octroi d'une décoration par un Ministre dont ne dépend pas la personne en cause est subordonné à l'autorisation préalable du Ministre de tutelle.
Il n'est fait exception à cette règle que dans le cas d'une éventuelle présence de l'intéressé dans les rangs de l'Armée, en temps de guerre.
10. Le temps passé sous les drapeaux durant la carrière administrative n'est pas déduit de celle-ci.
11. En application de l'article 7, § 1er, de la loi du 1er mai 2006 relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux, si quelqu'un possède au moins la décoration prévue pour sa situation, il n'est pas décoré.
Exception à cette règle n'est faite qu'à propos des décorations possédées pour faits de guerre; en ce cas, la personne intéressée peut recevoir, dans la hiérarchie combinée des trois Ordres, la distinction immédiatement supérieure à celle qui lui a été conférée à ce titre; toute éventualité étrangère à ce cas entraîne l'application de l'article 17.
12. Nul ne peut être décoré s'il a obtenu une évaluation dont la mention est "insatisfaisant" ou " à améliorer ". Dans ce cas, la distinction est octroyée lors du mouvement suivant immédiatement une évaluation dont la mention est " satisfaisant ".
13. Tout octroi a lieu dans le mouvement qui précède le moment où la personne intéressée serait exactement en condition d'être décorée.
14. Aucun délai n'est imposé entre un octroi dans les Ordres nationaux et l'attribution d'une distinction d'une autre nature.
15. a) L'ancienneté de service comprend toutes les périodes calculées par mois entiers, pendant lesquelles le membre du personnel a été membre du personnel opérationnel d'une zone de secours ou d'un service public d'incendie .
b) Les périodes d'absence qui sont considérées comme des périodes de non-activité n'entrent pas en ligne de compte pour le calcul de l'ancienneté de service.
16. Peines disciplinaires.
Des retards de la durée ci-dessous indiquée, sont entraînés par les peines disciplinaires désignées ci-après:
- réprimande : 6 mois
- blâme : 9 mois
- retenue de traitement : 12 mois
- suspension disciplinaire : 24 mois
- rétrogradation : 36 mois.
Ces délais prennent cours à la date à laquelle la peine a été prononcée. Dans ces cas, l'octroi d'une distinction a lieu lors du mouvement qui suit immédiatement le délai précité.
17. Toute dérogation au présent règlement fait l'objet de la procédure prévue aux articles 6 et 13 de la loi du 1er mai 2006 relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux.
1. Le présent règlement s'applique au personnel opérationnel des zones de secours.
2. Dans le présent règlement, l'âge minimum d'admission dans les Ordres nationaux est fixé à 40 ans.
3. Un intervalle de 10 ans entre deux octrois dans les Ordres nationaux en faveur de la même personne est requis, sauf s'il s'agit de décorations décernées pour faits de guerre.
Ce délai peut, le cas échéant, être réduit, sans toutefois être inférieur à 5 ans, lorsque la distinction précédente a été octroyée postérieurement à l'âge minimal prévu par la classe d'âge.
4. Dans chaque classe d'âge, de 40 à 50, de 50 à 60, et de 60 à 65 ans, nul ne peut être décoré plus d'une fois, sans préjudice de l'exception prévue au premier alinéa de l'article précédent.
5. Pour les grades de Colonel, Major, Capitaine, Lieutenant et Adjudant de la zone, 10 ans d'ancienneté de service et une ancienneté de service de 2 années au moins dans le grade sont requis pour permettre l'octroi de la distinction prévue.
6. Pour les grades de Sergent, Caporal et Sapeur-Pompier de la zone, une ancienneté de 20 années au moins est requise pour permettre le premier octroi.
7. Il n'est pas tenu compte, pour l'application du présent règlement, d'un exercice temporaire de fonctions supérieures à celles de la position hiérarchique effective.
8. Le personnel opérationnel des zones de secours ne peut être décoré dans les Ordres nationaux à un autre titre.
Exception n'est faite qu'en ce qui regarde :
1° les décorations pour faits de guerre;
2° les officiers de réserve, lesquels ont la faculté de choisir entre le règlement administratif et le règlement militaire; ce choix vaut obligatoirement pour toute la durée de l'inscription des intéressés dans le cadre de réserve de l'Armée.
9. L'octroi d'une décoration par un Ministre dont ne dépend pas la personne en cause est subordonné à l'autorisation préalable du Ministre de tutelle.
Il n'est fait exception à cette règle que dans le cas d'une éventuelle présence de l'intéressé dans les rangs de l'Armée, en temps de guerre.
10. Le temps passé sous les drapeaux durant la carrière administrative n'est pas déduit de celle-ci.
11. En application de l'article 7, § 1er, de la loi du 1er mai 2006 relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux, si quelqu'un possède au moins la décoration prévue pour sa situation, il n'est pas décoré.
Exception à cette règle n'est faite qu'à propos des décorations possédées pour faits de guerre; en ce cas, la personne intéressée peut recevoir, dans la hiérarchie combinée des trois Ordres, la distinction immédiatement supérieure à celle qui lui a été conférée à ce titre; toute éventualité étrangère à ce cas entraîne l'application de l'article 17.
12. Nul ne peut être décoré s'il a obtenu une évaluation dont la mention est "insatisfaisant" ou " à améliorer ". Dans ce cas, la distinction est octroyée lors du mouvement suivant immédiatement une évaluation dont la mention est " satisfaisant ".
13. Tout octroi a lieu dans le mouvement qui précède le moment où la personne intéressée serait exactement en condition d'être décorée.
14. Aucun délai n'est imposé entre un octroi dans les Ordres nationaux et l'attribution d'une distinction d'une autre nature.
15. a) L'ancienneté de service comprend toutes les périodes calculées par mois entiers, pendant lesquelles le membre du personnel a été membre du personnel opérationnel d'une zone de secours ou d'un service public d'incendie .
b) Les périodes d'absence qui sont considérées comme des périodes de non-activité n'entrent pas en ligne de compte pour le calcul de l'ancienneté de service.
16. Peines disciplinaires.
Des retards de la durée ci-dessous indiquée, sont entraînés par les peines disciplinaires désignées ci-après:
- réprimande : 6 mois
- blâme : 9 mois
- retenue de traitement : 12 mois
- suspension disciplinaire : 24 mois
- rétrogradation : 36 mois.
Ces délais prennent cours à la date à laquelle la peine a été prononcée. Dans ces cas, l'octroi d'une distinction a lieu lors du mouvement qui suit immédiatement le délai précité.
17. Toute dérogation au présent règlement fait l'objet de la procédure prévue aux articles 6 et 13 de la loi du 1er mai 2006 relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux.
| BRANDWEERMANNEN - ZONES 1 | |||
| Graden | van 40 tot 50 jaar | van 50 tot 60 jaar | van 60 tot 65 jaar |
| Brandweerman | Zilveren Medaille der Kroonorde | Gouden Medaille der Orde van Leopold II | |
| Korporaal | |||
| Sergeant | Gouden Medaille der Kroonorde | Zilveren Palmen der Kroonorde | |
| Adjudant | Gouden Medaille der Kroonorde | Zilveren Palmen der Kroonorde | Gouden Palmen der Kroonorde |
| Luitenant | Zilveren Palmen der Kroonorde | Ridder in de Orde van Leopold II | Ridder in de Kroonorde |
| Kapitein | Gouden Palmen der Kroonorde | Ridder in de Kroonorde | Ridder in de Leopoldsorde |
| Majoor | Ridder in de Orde van Leopold II | Ridder in de Leopoldsorde | Officier in de Orde van Leopold II |
| Kolonel | |||
Sergeant Gouden Medaille der Kroonorde Zilveren Palmen der KroonordeAdjudant Gouden Medaille der Kroonorde Zilveren Palmen der Kroonorde Gouden Palmen der KroonordeLuitenant Zilveren Palmen der Kroonorde Ridder in de Orde van Leopold II Ridder in de KroonordeKapitein Gouden Palmen der Kroonorde Ridder in de Kroonorde Ridder in de LeopoldsordeMajoor Ridder in de Orde van Leopold II Ridder in de Leopoldsorde Officier in de Orde van Leopold IIKolonel
| POMPIERS - ZONES 1 | |||
| Grades | 40 à 50 ans | 50 à 60 ans | 60 à 65 ans |
| Sapeur-Pompier | Médaille d'argent de l'Ordre de la Couronne | Médaille d'or de l'Ordre de Léopold II | |
| Caporal | |||
| Sergent | Médaille d'or de l'Ordre de la Couronne | Palmes d'argent de l'Ordre de la Couronne | |
| Adjudant | Médaille d'or de l'Ordre de la Couronne | Palmes d'argent de l'Ordre de la Couronne | Palmes d'or de l'Ordre de la Couronne |
| Lieutenant | Palmes d'argent de l'Ordre de la Couronne | Chevalier de l'Ordre de Léopold II | Chevalier de l'Ordre de la Couronne |
| Capitaine | Palmes d'or de l'Ordre de la Couronne | Chevalier de l'Ordre de la Couronne | Chevalier de l'Ordre de Léopold |
| Major | Chevalier de l'Ordre de Léopold II | Chevalier de l'Ordre de Léopold | Officier de l'Ordre de Léopold II |
| Colonel | |||
Sergent Médaille d'or de l'Ordre de la Couronne Palmes d'argent de l'Ordre de la CouronneAdjudant Médaille d'or de l'Ordre de la Couronne Palmes d'argent de l'Ordre de la Couronne Palmes d'or de l'Ordre de la CouronneLieutenant Palmes d'argent de l'Ordre de la Couronne Chevalier de l'Ordre de Léopold II Chevalier de l'Ordre de la CouronneCapitaine Palmes d'or de l'Ordre de la Couronne Chevalier de l'Ordre de la Couronne Chevalier de l'Ordre de LéopoldMajor Chevalier de l'Ordre de Léopold II Chevalier de l'Ordre de Léopold Officier de l'Ordre de Léopold IIColonel
| BRANDWEERMANNEN - ZONES 2 | |||
| Graden | van 40 tot 50 jaar | van 50 tot 60 jaar | van 60 tot 65 jaar |
| Brandweerman | Gouden Medaille der Orde van Leopold II | Gouden Medaille der Kroonorde | |
| Korporaal | |||
| Sergeant | Zilveren Palmen der Kroonorde | Gouden Palmen der Kroonorde | |
| Adjudant | Zilveren Palmen der Kroonorde | Gouden Palmen der Kroonorde | Ridder in de Orde van Leopold II |
| Luitenant | Gouden Palmen der Kroonorde | Ridder in de Kroonorde | Ridder in de Leopoldsorde |
| Kapitein | Ridder in de Orde van Leopold II | Ridder in de Leopoldsorde | Officier in de Orde van Leopold II |
| Majoor | Ridder in de Kroonorde | Officier in de Orde van Leopold II | Officier in de Kroonorde |
| Kolonel | |||
Sergeant Zilveren Palmen der Kroonorde Gouden Palmen der KroonordeAdjudant Zilveren Palmen der Kroonorde Gouden Palmen der Kroonorde Ridder in de Orde van Leopold IILuitenant Gouden Palmen der Kroonorde Ridder in de Kroonorde Ridder in de LeopoldsordeKapitein Ridder in de Orde van Leopold II Ridder in de Leopoldsorde Officier in de Orde van Leopold IIMajoor Ridder in de Kroonorde Officier in de Orde van Leopold II Officier in de KroonordeKolonel
| POMPIERS - ZONES 2 | |||
| Grades | 40 à 50 ans | 50 à 60 ans | 60 à 65 ans |
| Sapeur-Pompier | Médaille d'or de l'Ordre de Léopold II | Médaille d'or de l'Ordre de la Couronne | |
| Caporal | |||
| Sergent | Palmes d'argent de l'Ordre de la Couronne | Palmes d'or de l'Ordre de la Couronne | |
| Adjudant | Palmes d'argent de l'Ordre de la Couronne | Palmes d'or de l'Ordre de la Couronne | Chevalier de l'Ordre de Léopold II |
| Lieutenant | Palmes d'or de l'Ordre de la Couronne | Chevalier de l'Ordre de la Couronne | Chevalier de l'Ordre de Léopold |
| Capitaine | Chevalier de l'Ordre de Léopold II | Chevalier de l'Ordre de Léopold | Officier de l'Ordre de Léopold II |
| Major | Chevalier de l'Ordre de la Couronne | Officier de l'Ordre de Léopold II | Officier de l'Ordre de la Couronne |
| Colonel | |||
Sergent Palmes d'argent de l'Ordre de la Couronne Palmes d'or de l'Ordre de la CouronneAdjudant Palmes d'argent de l'Ordre de la Couronne Palmes d'or de l'Ordre de la Couronne Chevalier de l'Ordre de Léopold IILieutenant Palmes d'or de l'Ordre de la Couronne Chevalier de l'Ordre de la Couronne Chevalier de l'Ordre de LéopoldCapitaine Chevalier de l'Ordre de Léopold II Chevalier de l'Ordre de Léopold Officier de l'Ordre de Léopold IIMajor Chevalier de l'Ordre de la Couronne Officier de l'Ordre de Léopold II Officier de l'Ordre de la CouronneColonel
| BRANDWEERMANNEN - ZONES 3, 4 EN DBDMH | |||
| Graden | van 40 tot 50 jaar | van 50 tot 60 jaar | van 60 tot 65 jaar |
| Brandweerman | Gouden Medaille der Kroonorde | Zilveren Palmen der Kroonorde | |
| Korporaal | |||
| Sergeant | Gouden Palmen der Kroonorde | Ridder in de Orde van Leopold II | |
| Adjudant | Gouden Palmen der Kroonorde | Ridder in de Orde van Leopold II | Ridder in de Kroonorde |
| Luitenant | Ridder in de Orde van Leopold II | Ridder in de Leopoldsorde | Officier in de Orde van Leopold II |
| Kapitein | Ridder in de Kroonorde | Officier in de Orde van Leopold II | Officier in de Kroonorde |
| Majoor | Ridder in de Leopoldsorde | Officier in de Kroonorde | Officier in de Leopoldsorde |
| Kolonel | |||
Sergeant Gouden Palmen der Kroonorde Ridder in de Orde van Leopold IIAdjudant Gouden Palmen der Kroonorde Ridder in de Orde van Leopold II Ridder in de KroonordeLuitenant Ridder in de Orde van Leopold II Ridder in de Leopoldsorde Officier in de Orde van Leopold IIKapitein Ridder in de Kroonorde Officier in de Orde van Leopold II Officier in de KroonordeMajoor Ridder in de Leopoldsorde Officier in de Kroonorde Officier in de LeopoldsordeKolonel
| POMPIERS - ZONES 3, 4 ET SIAMU | |||
| Grades | 40 à 50 ans | 50 à 60 ans | 60 à 65 ans |
| Sapeur-Pompier | Médaille d'or de l'Ordre de la Couronne | Palmes d'argent de l'Ordre de la Couronne | |
| Caporal | |||
| Sergent | Palmes d'or de l'Ordre de la Couronne | Chevalier de l'Ordre de Léopold II | |
| Adjudant | Palmes d'or de l'Ordre de la Couronne | Chevalier de l'Ordre de Léopold II | Chevalier de l'Ordre de la Couronne |
| Lieutenant | Chevalier de l'Ordre de Léopold II | Chevalier de l'Ordre de Léopold | Officier de l'Ordre de Léopold II |
| Capitaine | Chevalier de l'Ordre de la Couronne | Officier de l'Ordre de Léopold II | Officier de l'Ordre de la Couronne |
| Major | Chevalier de l'Ordre de Léopold | Officier de l'Ordre de la Couronne | Officier de l'Ordre de Léopold |
| Colonel | |||
Sergent Palmes d'or de l'Ordre de la Couronne Chevalier de l'Ordre de Léopold IIAdjudant Palmes d'or de l'Ordre de la Couronne Chevalier de l'Ordre de Léopold II Chevalier de l'Ordre de la CouronneLieutenant Chevalier de l'Ordre de Léopold II Chevalier de l'Ordre de Léopold Officier de l'Ordre de Léopold IICapitaine Chevalier de l'Ordre de la Couronne Officier de l'Ordre de Léopold II Officier de l'Ordre de la CouronneMajor Chevalier de l'Ordre de Léopold Officier de l'Ordre de la Couronne Officier de l'Ordre de LéopoldColonel