Artikel 1. In artikel 2 van het ministerieel besluit van 31 maart 1971 betreffende de samenstelling en de werking van de bevorderingscomités, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, 2°, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 5 november 2002, worden de woorden "zijn ambt in een ander land dan België, Frankrijk, Groot-Brittannië, het Groothertogdom Luxemburg, Nederland, de Bondsrepubliek Duitsland uitoefent of" opgeheven;
2° in paragraaf 1, wordt de bepaling onder 8°, vervangen bij het ministerieel besluit van 7 september 2007 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 27 december 2013, vervangen als volgt :
"8° gedetacheerd of ter beschikking gesteld is overeenkomstig de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht;";
3° in paragraaf 1, wordt de bepaling onder 9°, opgeheven bij het ministerieel besluit van 7 september 2007, hersteld als volgt:
"9° niet in de personeelsenveloppe begrepen is overeenkomstig artikel 3, 1° tot 3°, van de wet van 25 mei 2000 betreffende de personeelsenveloppe van militairen;";
4° paragraaf 2, opgeheven bij het ministerieel besluit van 27 december 2013, wordt hersteld als volgt :
" § 2. De uitsluitingsvoorwaarde bedoeld in § 1, 2°, is evenwel niet van toepassing op de opperofficieren die hun ambt uitoefenen, in België, in een functie buiten de organen en onderafdelingen bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 21 december 2001 tot bepaling van de algemene structuur van het ministerie van Landsverdediging en tot vastlegging van de bevoegdheden van bepaalde autoriteiten.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
17 MEI 2017. - Ministerieel besluit tot wijziging van verschillende bepalingen betreffende het statuut van de militairen
Titre
17 MAI 2017. - Arrêté ministériel modifiant diverses dispositions relatives au statut des militaires
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (41)
Texte (41)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijziging van het ministerieel besluit van 31 maart 1971 betreffende de samenstelling en de werking van de bevorderingscomites
Section 1ère. - Modification de l'arrêté ministériel du 31 mars 1971 relatif à la composition et au fonctionnement des comités d'avancement
Article 1er. A l'article 2 de l'arrêté ministériel du 31 mars 1971 relatif à la composition et au fonctionnement des comités d'avancement, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, 2°, modifié par l'arrêté ministériel du 5 novembre 2002, les mots "exerce ses fonctions dans un pays autre que la Belgique, la France, la Grande-Bretagne, le Grand-Duché de Luxembourg, les Pays-Bas, la République fédérale d'Allemagne ou" sont abrogés;
2° dans le paragraphe 1er, le 8°, remplacé par l'arrêté ministériel du 7 septembre 2007 et modifié par l'arrêté ministériel du 27 décembre 2013, est remplacé par ce qui suit :
"8° est détaché ou mis à la disposition conformément à la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées;";
3° dans le paragraphe 1er, le 9°, abrogé par l'arrêté ministériel du 7 septembre 2007, est rétabli dans la rédaction suivante :
"9° n'est pas compris dans l'enveloppe en personnel conformément à l'article 3, 1° à 3°, de la loi du 25 mai 2000 relative à l'enveloppe en personnel militaire;";
4° le paragraphe 2, abrogé par l'arrêté ministériel du 27 décembre 2013, est rétabli dans la rédaction suivante :
" § 2. Toutefois, la condition d'exclusion visée au § 1er, 2°, n'est pas d'application pour les officiers généraux qui exercent leur emploi, en Belgique, dans une fonction en dehors des organes et subdivisions visés à l'article 1er de l'arrêté royal du 21 décembre 2001 déterminant la structure générale du ministère de la Défense et fixant les attributions de certaines autorités.".
1° dans le paragraphe 1er, 2°, modifié par l'arrêté ministériel du 5 novembre 2002, les mots "exerce ses fonctions dans un pays autre que la Belgique, la France, la Grande-Bretagne, le Grand-Duché de Luxembourg, les Pays-Bas, la République fédérale d'Allemagne ou" sont abrogés;
2° dans le paragraphe 1er, le 8°, remplacé par l'arrêté ministériel du 7 septembre 2007 et modifié par l'arrêté ministériel du 27 décembre 2013, est remplacé par ce qui suit :
"8° est détaché ou mis à la disposition conformément à la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées;";
3° dans le paragraphe 1er, le 9°, abrogé par l'arrêté ministériel du 7 septembre 2007, est rétabli dans la rédaction suivante :
"9° n'est pas compris dans l'enveloppe en personnel conformément à l'article 3, 1° à 3°, de la loi du 25 mai 2000 relative à l'enveloppe en personnel militaire;";
4° le paragraphe 2, abrogé par l'arrêté ministériel du 27 décembre 2013, est rétabli dans la rédaction suivante :
" § 2. Toutefois, la condition d'exclusion visée au § 1er, 2°, n'est pas d'application pour les officiers généraux qui exercent leur emploi, en Belgique, dans une fonction en dehors des organes et subdivisions visés à l'article 1er de l'arrêté royal du 21 décembre 2001 déterminant la structure générale du ministère de la Défense et fixant les attributions de certaines autorités.".
Art. 2. In artikel 4 van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 5 november 2002 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 23 september 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden ", de vice-chef defensie" worden opgeheven;
2° het woord "intermachtencomité" wordt vervangen door de woorden "comité van de Krijgsmacht,".
1° de woorden ", de vice-chef defensie" worden opgeheven;
2° het woord "intermachtencomité" wordt vervangen door de woorden "comité van de Krijgsmacht,".
Art. 2. A l'article 4 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 5 novembre 2002 et modifié par l'arrêté ministériel du 23 septembre 2004, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots ", le vice-chef de la défense" sont abrogés;
2° le mot "interforces" est remplacé par les mots "des Forces armées,".
1° les mots ", le vice-chef de la défense" sont abrogés;
2° le mot "interforces" est remplacé par les mots "des Forces armées,".
Art. 3. In artikel 6 van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 5 november 2002 en gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 23 september 2004 en 27 december 2013, wordt het woord "intermachtencomité" vervangen door de woorden "comité van de Krijgsmacht".
Art. 3. Dans l'article 6 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 5 novembre 2002 et modifié par les arrêtés ministériels des 23 septembre 2004 et 27 décembre 2013, le mot "interforces" est remplacé par les mots "des Forces armées".
Art. 4. In artikel 7 van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 5 november 2002, wordt het woord "intermachtencomités" vervangen door de woorden "comités van de Krijgsmacht".
Art. 4. Dans l'article 7 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 5 novembre 2002, le mot "interforces" est remplacé par les mots "des Forces armées".
Art. 5. Artikel 9 van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 5 november 2002 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 7 september 2007, wordt vervangen als volgt :
"Art. 9. De comités per militaire vakrichting per krijgsmachtdeel of voor het geheel van de krijgsmachtdelen en de comités per groepen van militaire vakrichtingen van twee of meer militaire vakrichtingen van een krijgsmachtdeel zijn samengesteld uit vaste leden alsook uit tijdelijke leden of hun plaatsvervangers.
De comités per groepen van militaire vakrichtingen voor het geheel van de militaire vakrichtingen van een krijgsmachtdeel, het intervakrichtingencomité voor het geheel van de militaire vakrichtingen en de intervakrichtingencomités in de domeinen van de operaties en van het management zijn uitsluitend samengesteld uit vaste leden.
Bij ontstentenis van officieren die voldoen aan de voorwaarden om als tijdelijk lid zitting te hebben, houdt het comité op geldige wijze zitting wanneer het voorgeschreven aantal leden bedoeld in artikel 3, vijfde lid, 2°, van het koninklijk besluit van 7 april 1959 betreffende de stand en de bevordering van de beroepsofficieren, wordt bereikt.".
"Art. 9. De comités per militaire vakrichting per krijgsmachtdeel of voor het geheel van de krijgsmachtdelen en de comités per groepen van militaire vakrichtingen van twee of meer militaire vakrichtingen van een krijgsmachtdeel zijn samengesteld uit vaste leden alsook uit tijdelijke leden of hun plaatsvervangers.
De comités per groepen van militaire vakrichtingen voor het geheel van de militaire vakrichtingen van een krijgsmachtdeel, het intervakrichtingencomité voor het geheel van de militaire vakrichtingen en de intervakrichtingencomités in de domeinen van de operaties en van het management zijn uitsluitend samengesteld uit vaste leden.
Bij ontstentenis van officieren die voldoen aan de voorwaarden om als tijdelijk lid zitting te hebben, houdt het comité op geldige wijze zitting wanneer het voorgeschreven aantal leden bedoeld in artikel 3, vijfde lid, 2°, van het koninklijk besluit van 7 april 1959 betreffende de stand en de bevordering van de beroepsofficieren, wordt bereikt.".
Art. 5. L'article 9 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 5 novembre 2002 et modifié par l'arrêté ministériel du 7 septembre 2007, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 9. Les comités par filière de métiers militaire par force ou pour l'ensemble des forces et les comités par groupes de filières de métiers militaires de deux ou plusieurs filières de métiers militaires d'une force comprennent des membres permanents ainsi que des membres temporaires ou leurs suppléants.
Les comités par groupes de filières de métiers militaires pour l'ensemble des filières de métiers militaires d'une force, le comité interfilières de métiers pour l'ensemble des filières de métiers militaires et les comités interfilières de métiers dans les domaines des opérations et du management ne comprennent que des membres permanents.
A défaut d'officiers répondant aux conditions pour siéger comme membre temporaire, le comité siège valablement lorsque le nombre de membres prévu visé à l'article 3, alinéa 5, 2°, de l'arrêté royal du 7 avril 1959 relatif à la position et à l'avancement des officiers de carrière, est atteint.".
"Art. 9. Les comités par filière de métiers militaire par force ou pour l'ensemble des forces et les comités par groupes de filières de métiers militaires de deux ou plusieurs filières de métiers militaires d'une force comprennent des membres permanents ainsi que des membres temporaires ou leurs suppléants.
Les comités par groupes de filières de métiers militaires pour l'ensemble des filières de métiers militaires d'une force, le comité interfilières de métiers pour l'ensemble des filières de métiers militaires et les comités interfilières de métiers dans les domaines des opérations et du management ne comprennent que des membres permanents.
A défaut d'officiers répondant aux conditions pour siéger comme membre temporaire, le comité siège valablement lorsque le nombre de membres prévu visé à l'article 3, alinéa 5, 2°, de l'arrêté royal du 7 avril 1959 relatif à la position et à l'avancement des officiers de carrière, est atteint.".
Art. 6. Artikel 10 van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 5 november 2002 en gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 27 oktober 1976, 22 juli 1996, 7 september 2007 en 27 december 2013, wordt vervangen als volgt :
"Art. 10. Worden opgeroepen om zitting te nemen in de comités per militaire vakrichting per krijgsmachtdeel die de kandidaturen voor de graden van hoofdofficieren van de militaire vakrichting van het betrokken krijgsmachtdeel onderzoeken :
1° als vaste leden :
a) de chef defensie;
b) de directeur-generaal human resources;
c) de opperofficieren van het betrokken krijgsmachtdeel;
d) de commandant van de component, behorend tot het betrokken krijgsmachtdeel;
2° als tijdelijke leden, behorend tot dezelfde militaire vakrichting en hetzelfde krijgsmachtdeel als de officieren wier kandidatuur wordt onderzocht:
a) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van kolonel onderzoekt, twee officieren benoemd tot de graad van kolonel;
b) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van luitenant-kolonel onderzoekt, twee officieren benoemd tot de graad van kolonel en twee officieren benoemd tot de graad van luitenant-kolonel;
c) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van majoor onderzoekt, een officier benoemd tot de graad van kolonel, een officier benoemd tot de graad van luitenant-kolonel en twee officieren benoemd tot de graad van majoor.
Indien het voorgeschreven aantal leden, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, 2°, van het koninklijk besluit van 7 april 1959 betreffende de stand en de bevordering van de beroepsofficieren, niet wordt bereikt, wordt het comité, bedoeld in het eerste lid, evenwel vervolledigd met één of meerdere officieren van een andere militaire vakrichting van hetzelfde krijgsmachtdeel, bij loting bepaald.".
"Art. 10. Worden opgeroepen om zitting te nemen in de comités per militaire vakrichting per krijgsmachtdeel die de kandidaturen voor de graden van hoofdofficieren van de militaire vakrichting van het betrokken krijgsmachtdeel onderzoeken :
1° als vaste leden :
a) de chef defensie;
b) de directeur-generaal human resources;
c) de opperofficieren van het betrokken krijgsmachtdeel;
d) de commandant van de component, behorend tot het betrokken krijgsmachtdeel;
2° als tijdelijke leden, behorend tot dezelfde militaire vakrichting en hetzelfde krijgsmachtdeel als de officieren wier kandidatuur wordt onderzocht:
a) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van kolonel onderzoekt, twee officieren benoemd tot de graad van kolonel;
b) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van luitenant-kolonel onderzoekt, twee officieren benoemd tot de graad van kolonel en twee officieren benoemd tot de graad van luitenant-kolonel;
c) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van majoor onderzoekt, een officier benoemd tot de graad van kolonel, een officier benoemd tot de graad van luitenant-kolonel en twee officieren benoemd tot de graad van majoor.
Indien het voorgeschreven aantal leden, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, 2°, van het koninklijk besluit van 7 april 1959 betreffende de stand en de bevordering van de beroepsofficieren, niet wordt bereikt, wordt het comité, bedoeld in het eerste lid, evenwel vervolledigd met één of meerdere officieren van een andere militaire vakrichting van hetzelfde krijgsmachtdeel, bij loting bepaald.".
Art. 6. L'article 10 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 5 novembre 2002 et modifié par les arrêtés ministériels des 27 octobre 1976, 22 juillet 1996, 7 septembre 2007 et 27 décembre 2013, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 10. Sont appelés à siéger dans les comités par filière de métiers militaire par force qui examinent les candidatures aux grades d'officiers supérieurs de la filière de métiers militaire de la force concernée :
1° comme membres permanents :
a) le chef de la défense;
b) le directeur général human resources;
c) les officiers généraux de la force concernée;
d) le commandant de la composante, appartenant à la force concernée;
2° comme membres temporaires, appartenant à la même filière de métiers militaire et à la même force que celle des officiers dont la candidature est examinée :
a) lorsque le comité examine les candidatures au grade de colonel, deux officiers nommés au grade de colonel;
b) lorsque le comité examine les candidatures au grade de lieutenant-colonel, deux officiers nommés au grade de colonel et deux officiers nommés au grade de lieutenant-colonel;
c) lorsque le comité examine les candidatures au grade de major, un officier nommé au grade de colonel, un officier nommé au grade de lieutenant-colonel et deux officiers nommés au grade de major.
Toutefois, si le nombre de membres prévu visé à l'article 3, alinéa 5, 2°, de l'arrêté royal du 7 avril 1959 relatif à la position et à l'avancement des officiers de carrière, ne peut être atteint, le comité visé à l'alinéa 1er est complété par un ou plusieurs officiers d'une autre filière de métiers militaire de la même force déterminée par tirage au sort.".
"Art. 10. Sont appelés à siéger dans les comités par filière de métiers militaire par force qui examinent les candidatures aux grades d'officiers supérieurs de la filière de métiers militaire de la force concernée :
1° comme membres permanents :
a) le chef de la défense;
b) le directeur général human resources;
c) les officiers généraux de la force concernée;
d) le commandant de la composante, appartenant à la force concernée;
2° comme membres temporaires, appartenant à la même filière de métiers militaire et à la même force que celle des officiers dont la candidature est examinée :
a) lorsque le comité examine les candidatures au grade de colonel, deux officiers nommés au grade de colonel;
b) lorsque le comité examine les candidatures au grade de lieutenant-colonel, deux officiers nommés au grade de colonel et deux officiers nommés au grade de lieutenant-colonel;
c) lorsque le comité examine les candidatures au grade de major, un officier nommé au grade de colonel, un officier nommé au grade de lieutenant-colonel et deux officiers nommés au grade de major.
Toutefois, si le nombre de membres prévu visé à l'article 3, alinéa 5, 2°, de l'arrêté royal du 7 avril 1959 relatif à la position et à l'avancement des officiers de carrière, ne peut être atteint, le comité visé à l'alinéa 1er est complété par un ou plusieurs officiers d'une autre filière de métiers militaire de la même force déterminée par tirage au sort.".
Art. 7. Artikel 10bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 22 juli 1996, vervangen bij het ministerieel van 5 november 2002 en gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 7 september 2007 en 27 december 2013, wordt vervangen als volgt :
"Art. 10bis. Worden opgeroepen om zitting te nemen in de comités per militaire vakrichting voor het geheel van de krijgsmachtdelen die de kandidaturen voor de graden van hoofdofficieren van de betrokken militaire vakrichting onderzoeken :
1° als vaste leden :
a) de chef defensie;
b) de directeur-generaal human resources;
c) de opperofficieren van de betrokken krijgsmachtdelen;
d) de commandanten van de componenten, behorend tot de betrokken krijgsmachtdelen;
2° als tijdelijke leden, behorend tot dezelfde militaire vakrichting als de officieren wier kandidatuur wordt onderzocht :
a) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van kolonel onderzoekt, één officier benoemd tot de graad van kolonel van elk betrokken krijgsmachtdeel;
b) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van luitenant-kolonel onderzoekt, twee officieren benoemd tot de graad van kolonel en twee officieren benoemd tot de graad van luitenant-kolonel;
c) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van majoor onderzoekt, een officier benoemd tot de graad van kolonel, een officier benoemd tot de graad van luitenant-kolonel en twee officieren benoemd tot de graad van majoor.
Wanneer drie of vier krijgsmachtdelen door de comités per militaire vakrichting voor het geheel van de krijgsmachtdelen betrokken zijn, worden de tijdelijke leden bedoeld in het eerste lid, 2°, b) en c), zodanig aangewezen dat elk krijgsmachtdeel ten minste één maal vertegenwoordigd wordt.
Wanneer enkel twee krijgsmachtdelen door de comités per militaire vakrichting voor het geheel van de krijgsmachtdelen betrokken zijn, worden de tijdelijke leden bedoeld in het eerste lid, 2°, b) en c), zodanig aangewezen dat er niet meer dan twee officieren van dezelfde graad behorend tot hetzelfde krijgsmachtdeel kunnen zijn.".
"Art. 10bis. Worden opgeroepen om zitting te nemen in de comités per militaire vakrichting voor het geheel van de krijgsmachtdelen die de kandidaturen voor de graden van hoofdofficieren van de betrokken militaire vakrichting onderzoeken :
1° als vaste leden :
a) de chef defensie;
b) de directeur-generaal human resources;
c) de opperofficieren van de betrokken krijgsmachtdelen;
d) de commandanten van de componenten, behorend tot de betrokken krijgsmachtdelen;
2° als tijdelijke leden, behorend tot dezelfde militaire vakrichting als de officieren wier kandidatuur wordt onderzocht :
a) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van kolonel onderzoekt, één officier benoemd tot de graad van kolonel van elk betrokken krijgsmachtdeel;
b) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van luitenant-kolonel onderzoekt, twee officieren benoemd tot de graad van kolonel en twee officieren benoemd tot de graad van luitenant-kolonel;
c) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van majoor onderzoekt, een officier benoemd tot de graad van kolonel, een officier benoemd tot de graad van luitenant-kolonel en twee officieren benoemd tot de graad van majoor.
Wanneer drie of vier krijgsmachtdelen door de comités per militaire vakrichting voor het geheel van de krijgsmachtdelen betrokken zijn, worden de tijdelijke leden bedoeld in het eerste lid, 2°, b) en c), zodanig aangewezen dat elk krijgsmachtdeel ten minste één maal vertegenwoordigd wordt.
Wanneer enkel twee krijgsmachtdelen door de comités per militaire vakrichting voor het geheel van de krijgsmachtdelen betrokken zijn, worden de tijdelijke leden bedoeld in het eerste lid, 2°, b) en c), zodanig aangewezen dat er niet meer dan twee officieren van dezelfde graad behorend tot hetzelfde krijgsmachtdeel kunnen zijn.".
Art. 7. L'article 10bis du même arrêté, inséré par l'arrêté ministériel du 22 juillet 1996, remplacé par l'arrêté ministériel du 5 novembre 2002 et modifié par les arrêtés ministériels des 7 septembre 2007 et 27 décembre 2013, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 10bis. Sont appelés à siéger dans les comités par filière de métiers militaire pour l'ensemble des forces qui examinent les candidatures aux grades d'officiers supérieurs de la filière de métiers militaire concernée :
1° comme membres permanents :
a) le chef de la défense;
b) le directeur général human resources;
c) les officiers généraux des forces concernées;
d) les commandants des composantes, appartenant aux forces concernées;
2° comme membres temporaires, appartenant à la même filière de métiers militaire que celle des officiers dont la candidature est examinée :
a) lorsque le comité examine les candidatures au grade de colonel, un officier nommé au grade de colonel de chaque force concernée;
b) lorsque le comité examine les candidatures au grade de lieutenant-colonel, deux officiers nommés au grade de colonel et deux officiers nommés au grade de lieutenant-colonel;
c) lorsque le comité examine les candidatures au grade de major, un officier nommé au grade de colonel, un officier nommé au grade de lieutenant-colonel et deux officiers nommé au grade de major.
Lorsque trois ou quatre forces sont concernées par les comités par filière de métiers militaire pour l'ensemble des forces, les membres temporaires visés à l'alinéa 1er, 2°, b) et c), sont désignés de telle sorte que chaque force soit représentée au minimum une fois.
Lorsque seules deux forces sont concernées par les comités par filière de métiers militaire pour l'ensemble des forces, les membres temporaires visés à l'alinéa 1er, 2°, b) et c) sont désignés de telle sorte qu'il ne peut y avoir deux officiers du même grade appartenant à la même force.".
"Art. 10bis. Sont appelés à siéger dans les comités par filière de métiers militaire pour l'ensemble des forces qui examinent les candidatures aux grades d'officiers supérieurs de la filière de métiers militaire concernée :
1° comme membres permanents :
a) le chef de la défense;
b) le directeur général human resources;
c) les officiers généraux des forces concernées;
d) les commandants des composantes, appartenant aux forces concernées;
2° comme membres temporaires, appartenant à la même filière de métiers militaire que celle des officiers dont la candidature est examinée :
a) lorsque le comité examine les candidatures au grade de colonel, un officier nommé au grade de colonel de chaque force concernée;
b) lorsque le comité examine les candidatures au grade de lieutenant-colonel, deux officiers nommés au grade de colonel et deux officiers nommés au grade de lieutenant-colonel;
c) lorsque le comité examine les candidatures au grade de major, un officier nommé au grade de colonel, un officier nommé au grade de lieutenant-colonel et deux officiers nommé au grade de major.
Lorsque trois ou quatre forces sont concernées par les comités par filière de métiers militaire pour l'ensemble des forces, les membres temporaires visés à l'alinéa 1er, 2°, b) et c), sont désignés de telle sorte que chaque force soit représentée au minimum une fois.
Lorsque seules deux forces sont concernées par les comités par filière de métiers militaire pour l'ensemble des forces, les membres temporaires visés à l'alinéa 1er, 2°, b) et c) sont désignés de telle sorte qu'il ne peut y avoir deux officiers du même grade appartenant à la même force.".
Art. 8. Artikel 11 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het ministerieel besluit van 5 november 2002, wordt hersteld als volgt :
"Art. 11. Worden opgeroepen om zitting te nemen in de comités per groepen van militaire vakrichtingen voor het geheel van de militaire vakrichtingen van een krijgsmachtdeel die de kandidaturen voor de graden van hoofdofficieren van het betrokken krijgsmachtdeel onderzoeken :
1° de chef defensie;
2° de directeur-generaal human resources;
3° de opperofficieren van het betrokken krijgsmachtdeel;
4° de commandant van de component, behorend tot het betrokken krijgsmachtdeel.
Om het voorgeschreven aantal leden bedoeld in artikel 3, vijfde lid, 2°, van het koninklijk besluit van 7 april 1959 betreffende de stand en de bevordering van de beroepsofficieren, te bereiken, wordt, in voorkomend geval, een beroep gedaan op de oudste officieren van het betrokken krijgsmachtdeel benoemd tot de graad van kolonel.".
"Art. 11. Worden opgeroepen om zitting te nemen in de comités per groepen van militaire vakrichtingen voor het geheel van de militaire vakrichtingen van een krijgsmachtdeel die de kandidaturen voor de graden van hoofdofficieren van het betrokken krijgsmachtdeel onderzoeken :
1° de chef defensie;
2° de directeur-generaal human resources;
3° de opperofficieren van het betrokken krijgsmachtdeel;
4° de commandant van de component, behorend tot het betrokken krijgsmachtdeel.
Om het voorgeschreven aantal leden bedoeld in artikel 3, vijfde lid, 2°, van het koninklijk besluit van 7 april 1959 betreffende de stand en de bevordering van de beroepsofficieren, te bereiken, wordt, in voorkomend geval, een beroep gedaan op de oudste officieren van het betrokken krijgsmachtdeel benoemd tot de graad van kolonel.".
Art. 8. L'article 11 du même arrêté, abrogé par l'arrêté ministériel du 5 novembre 2002, est rétabli dans la rédaction suivante :
"Art. 11. Sont appelés à siéger dans les comités par groupes de filières de métiers militaires de l'ensemble des filières de métiers militaires d'une force, qui examinent les candidatures aux grades d'officiers supérieurs de la force concernée :
1° le chef de la défense;
2° le directeur général human resources;
3° les officiers généraux de la force concernée;
4° le commandant de la composante, appartenant à la force concernée.
Pour atteindre le nombre de membres prévu visé à l'article 3, alinéa 5, 2°, de l'arrêté royal du 7 avril 1959 relatif à la position et à l'avancement des officiers de carrière, il est fait appel, le cas échéant, aux plus anciens officiers nommés au grade de colonel de la force concernée.".
"Art. 11. Sont appelés à siéger dans les comités par groupes de filières de métiers militaires de l'ensemble des filières de métiers militaires d'une force, qui examinent les candidatures aux grades d'officiers supérieurs de la force concernée :
1° le chef de la défense;
2° le directeur général human resources;
3° les officiers généraux de la force concernée;
4° le commandant de la composante, appartenant à la force concernée.
Pour atteindre le nombre de membres prévu visé à l'article 3, alinéa 5, 2°, de l'arrêté royal du 7 avril 1959 relatif à la position et à l'avancement des officiers de carrière, il est fait appel, le cas échéant, aux plus anciens officiers nommés au grade de colonel de la force concernée.".
Art. 9. Artikel 12 van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 5 november 2002 en gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 7 september 2007 en 27 december 2013, wordt vervangen als volgt :
"Art. 12. Worden opgeroepen om zitting te nemen in de comités per groepen van militaire vakrichtingen van twee of meer militaire vakrichtingen van eenzelfde krijgsmachtdeel die de kandidaturen voor de graden van hoofdofficieren van de groepen van de militaire vakrichtingen van het betrokken krijgsmachtdeel onderzoeken :
1° als vaste leden :
a) de chef defensie;
b) de directeur-generaal human resources;
c) de opperofficieren van het betrokken krijgsmachtdeel;
d) de commandant van de component, behorend tot het betrokken krijgsmachtdeel;
2° als tijdelijke leden, behorend tot hetzelfde krijgsmachtdeel als de officieren wier kandidatuur wordt onderzocht:
a) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van kolonel onderzoekt, vier officieren benoemd tot de graad van kolonel;
b) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van luitenant-kolonel onderzoekt, twee officieren benoemd tot de graad van kolonel en twee officieren benoemd tot de graad van luitenant-kolonel;
c) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van majoor onderzoekt, een officier benoemd tot de graad van kolonel, een officier benoemd tot de graad van luitenant-kolonel en twee officieren benoemd tot de graad van majoor.
Wanneer de groep van militaire vakrichtingen uit twee militaire vakrichtingen is samengesteld, worden de tijdelijke leden bedoeld in het eerste lid, 2°, zodanig aangewezen dat elke militaire vakrichting van de groep van militaire vakrichtingen, twee maal en, in voorkomend geval, in verschillende graden wordt vertegenwoordigd.
Wanneer de groep van militaire vakrichtingen uit drie of vier militaire vakrichtingen is samengesteld, worden de tijdelijke leden bedoeld in eerste lid, 2°, zodanig aangewezen dat elke militaire vakrichting van de groep van militaire vakrichtingen ten minste één maal en, in voorkomend geval, in verschillende graden wordt vertegenwoordigd.
Wanneer de groep van militaire vakrichtingen uit meer dan vier militaire vakrichtingen is samengesteld, worden de tijdelijke leden bedoeld in eerste lid, 2°, zodanig aangewezen dat ze tot verschillende militaire vakrichtingen behoren.
Wanneer er evenwel geen kandidaat is behorend tot één of meerdere militaire vakrichtingen van de betrokken groep van militaire vakrichtingen, worden de militaire vakrichtingen zonder kandidaat niet in aanmerking genomen voor de aanwijzing van de leden bedoeld in de leden 2 tot 4.".
"Art. 12. Worden opgeroepen om zitting te nemen in de comités per groepen van militaire vakrichtingen van twee of meer militaire vakrichtingen van eenzelfde krijgsmachtdeel die de kandidaturen voor de graden van hoofdofficieren van de groepen van de militaire vakrichtingen van het betrokken krijgsmachtdeel onderzoeken :
1° als vaste leden :
a) de chef defensie;
b) de directeur-generaal human resources;
c) de opperofficieren van het betrokken krijgsmachtdeel;
d) de commandant van de component, behorend tot het betrokken krijgsmachtdeel;
2° als tijdelijke leden, behorend tot hetzelfde krijgsmachtdeel als de officieren wier kandidatuur wordt onderzocht:
a) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van kolonel onderzoekt, vier officieren benoemd tot de graad van kolonel;
b) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van luitenant-kolonel onderzoekt, twee officieren benoemd tot de graad van kolonel en twee officieren benoemd tot de graad van luitenant-kolonel;
c) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van majoor onderzoekt, een officier benoemd tot de graad van kolonel, een officier benoemd tot de graad van luitenant-kolonel en twee officieren benoemd tot de graad van majoor.
Wanneer de groep van militaire vakrichtingen uit twee militaire vakrichtingen is samengesteld, worden de tijdelijke leden bedoeld in het eerste lid, 2°, zodanig aangewezen dat elke militaire vakrichting van de groep van militaire vakrichtingen, twee maal en, in voorkomend geval, in verschillende graden wordt vertegenwoordigd.
Wanneer de groep van militaire vakrichtingen uit drie of vier militaire vakrichtingen is samengesteld, worden de tijdelijke leden bedoeld in eerste lid, 2°, zodanig aangewezen dat elke militaire vakrichting van de groep van militaire vakrichtingen ten minste één maal en, in voorkomend geval, in verschillende graden wordt vertegenwoordigd.
Wanneer de groep van militaire vakrichtingen uit meer dan vier militaire vakrichtingen is samengesteld, worden de tijdelijke leden bedoeld in eerste lid, 2°, zodanig aangewezen dat ze tot verschillende militaire vakrichtingen behoren.
Wanneer er evenwel geen kandidaat is behorend tot één of meerdere militaire vakrichtingen van de betrokken groep van militaire vakrichtingen, worden de militaire vakrichtingen zonder kandidaat niet in aanmerking genomen voor de aanwijzing van de leden bedoeld in de leden 2 tot 4.".
Art. 9. L'article 12 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 5 novembre 2002 et modifié par les arrêtés ministériels des 7 septembre 2007 et 27 décembre 2013, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 12. Sont appelés à siéger dans les comités par groupes de filières de métiers militaires de deux ou plusieurs filières de métiers militaires d'une même force, qui examinent les candidatures aux grades d'officiers supérieurs des groupes de filières de métiers militaires de la force concernée :
1° comme membres permanents :
a) le chef de la défense;
b) le directeur général human resources;
c) les officiers généraux de la force concernée;
d) le commandant de la composante, appartenant à la force concernée;
2° comme membres temporaires, appartenant à la même force que celle des officiers dont la candidature est examinée :
a) lorsque le comité examine les candidatures au grade de colonel, quatre officiers nommés au grade de colonel;
b) lorsque le comité examine les candidatures au grade de lieutenant-colonel, deux officiers nommés au grade de colonel et deux officiers nommés au grade de lieutenant-colonel;
c) lorsque le comité examine les candidatures au grade de major, un officier nommé au grade de colonel, un officier nommé au grade de lieutenant-colonel et deux officiers nommés au grade de major.
Lorsque le groupe de filières de métiers militaires est composé de deux filières de métiers militaires, les membres temporaires visés à l'alinéa 1er, 2°, sont désignés de telle sorte que chaque filière de métiers militaire du groupe de filières de métiers militaires soit représentée deux fois et, le cas échéant, dans des grades différents.
Lorsque le groupe de filières de métiers militaires est composé de trois ou quatre filières de métiers militaires, les membres temporaires visés à l'alinéa 1er, 2°, sont désignés de telle sorte que chaque filière de métiers militaire du groupe de filières de métiers militaires soit représentée au minimum une fois et, le cas échéant, dans des grades différents.
Lorsque le groupe de filières de métiers militaires est composé de plus de quatre filières de métiers militaires, les membres temporaires visés à l'alinéa 1er, 2°, sont désignés de telle sorte qu'ils appartiennent à des filières de métiers militaires différentes.
Toutefois, lorsqu'il n'y a pas de candidat appartenant à l'une ou plusieurs filières de métiers militaires du groupe de filières de métiers militaires concerné, les filières de métiers militaires sans candidat ne sont pas prises en compte pour la désignation des membres visés aux alinéas 2 à 4.".
"Art. 12. Sont appelés à siéger dans les comités par groupes de filières de métiers militaires de deux ou plusieurs filières de métiers militaires d'une même force, qui examinent les candidatures aux grades d'officiers supérieurs des groupes de filières de métiers militaires de la force concernée :
1° comme membres permanents :
a) le chef de la défense;
b) le directeur général human resources;
c) les officiers généraux de la force concernée;
d) le commandant de la composante, appartenant à la force concernée;
2° comme membres temporaires, appartenant à la même force que celle des officiers dont la candidature est examinée :
a) lorsque le comité examine les candidatures au grade de colonel, quatre officiers nommés au grade de colonel;
b) lorsque le comité examine les candidatures au grade de lieutenant-colonel, deux officiers nommés au grade de colonel et deux officiers nommés au grade de lieutenant-colonel;
c) lorsque le comité examine les candidatures au grade de major, un officier nommé au grade de colonel, un officier nommé au grade de lieutenant-colonel et deux officiers nommés au grade de major.
Lorsque le groupe de filières de métiers militaires est composé de deux filières de métiers militaires, les membres temporaires visés à l'alinéa 1er, 2°, sont désignés de telle sorte que chaque filière de métiers militaire du groupe de filières de métiers militaires soit représentée deux fois et, le cas échéant, dans des grades différents.
Lorsque le groupe de filières de métiers militaires est composé de trois ou quatre filières de métiers militaires, les membres temporaires visés à l'alinéa 1er, 2°, sont désignés de telle sorte que chaque filière de métiers militaire du groupe de filières de métiers militaires soit représentée au minimum une fois et, le cas échéant, dans des grades différents.
Lorsque le groupe de filières de métiers militaires est composé de plus de quatre filières de métiers militaires, les membres temporaires visés à l'alinéa 1er, 2°, sont désignés de telle sorte qu'ils appartiennent à des filières de métiers militaires différentes.
Toutefois, lorsqu'il n'y a pas de candidat appartenant à l'une ou plusieurs filières de métiers militaires du groupe de filières de métiers militaires concerné, les filières de métiers militaires sans candidat ne sont pas prises en compte pour la désignation des membres visés aux alinéas 2 à 4.".
Art. 10. Artikel 13 van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 5 november 2002 en gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 7 september 2007, 12 april 2010 en 27 december 2013, wordt vervangen als volgt :
"Art. 13. Worden opgeroepen om zitting te nemen in het intervakrichtingencomité voor het geheel van de militaire vakrichtingen of in de intervakrichtingencomités in de domeinen van de operaties en van het management die de kandidaturen voor de graden van hoofdofficieren onderzoeken :
1° de chef defensie;
2° de directeur-generaal human resources;
3° de opperofficieren;
4° de onderstafchefs van de stafdepartementen;
5° de directeur-generaals van de andere algemene directies;
6° de commandanten van de componenten.".
"Art. 13. Worden opgeroepen om zitting te nemen in het intervakrichtingencomité voor het geheel van de militaire vakrichtingen of in de intervakrichtingencomités in de domeinen van de operaties en van het management die de kandidaturen voor de graden van hoofdofficieren onderzoeken :
1° de chef defensie;
2° de directeur-generaal human resources;
3° de opperofficieren;
4° de onderstafchefs van de stafdepartementen;
5° de directeur-generaals van de andere algemene directies;
6° de commandanten van de componenten.".
Art. 10. L'article 13 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 5 novembre 2002 et modifié par les arrêtés ministériels des 7 septembre 2007, 12 avril 2010 et 27 décembre 2013, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 13. Sont appelés à siéger dans le comité interfilières de métiers pour l'ensemble des filières de métiers militaires ou dans les comités interfilières de métiers dans les domaines des opérations et du management, qui examinent les candidatures aux grades d'officiers supérieurs :
1° le chef de la défense;
2° le directeur général human resources;
3° les officiers généraux;
4° les sous-chefs d'état-major des départements d'état-major;
5° les directeurs généraux des autres directions générales;
6° les commandants des composantes.".
"Art. 13. Sont appelés à siéger dans le comité interfilières de métiers pour l'ensemble des filières de métiers militaires ou dans les comités interfilières de métiers dans les domaines des opérations et du management, qui examinent les candidatures aux grades d'officiers supérieurs :
1° le chef de la défense;
2° le directeur général human resources;
3° les officiers généraux;
4° les sous-chefs d'état-major des départements d'état-major;
5° les directeurs généraux des autres directions générales;
6° les commandants des composantes.".
Art. 11. In artikel 15, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "een van de leden en zijn plaatsvervanger" en de woorden "het andere lid en zijn plaatsvervanger" respectievelijk vervangen door de woorden "de helft van de leden en hun plaatsvervangers" en de woorden "de andere helft van de leden en hun plaatsvervangers";
2° in paragraaf 3, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 28 juli 1995, 5 november 2002 en 7 september 2007, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
"Voorafgaand aan de aanwijzing van de tijdelijke leden van de comités per groep van militaire vakrichtingen samengesteld uit meer dan vier militaire vakrichtingen bedoeld in artikel 12, vierde lid, grijpt een loting plaats van vier militaire vakrichtingen onder de militaire vakrichtingen die in de betrokken groep worden vertegenwoordigd.";
3° in paragraaf 3, wordt het vroegere tweede lid, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 7 september 2007, dat het derde lid wordt, vervangen als volgt :
"In functie van het ingestelde comité grijpt de loting plaats onder alle officieren die de vereiste graden bekleden, behorend tot, naargelang het geval, het betrokken krijgsmachtdeel, de betrokken militaire vakrichting en/of de groep van betrokken militaire vakrichtingen.";
4° in paragraaf 4 worden de woorden ", alsook de militaire vakrichtingen bedoeld in § 3, tweede lid," ingevoegd tussen de woorden " de namen van de officieren" en de woorden "die bij loting werden aangeduid".
1° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "een van de leden en zijn plaatsvervanger" en de woorden "het andere lid en zijn plaatsvervanger" respectievelijk vervangen door de woorden "de helft van de leden en hun plaatsvervangers" en de woorden "de andere helft van de leden en hun plaatsvervangers";
2° in paragraaf 3, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 28 juli 1995, 5 november 2002 en 7 september 2007, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
"Voorafgaand aan de aanwijzing van de tijdelijke leden van de comités per groep van militaire vakrichtingen samengesteld uit meer dan vier militaire vakrichtingen bedoeld in artikel 12, vierde lid, grijpt een loting plaats van vier militaire vakrichtingen onder de militaire vakrichtingen die in de betrokken groep worden vertegenwoordigd.";
3° in paragraaf 3, wordt het vroegere tweede lid, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 7 september 2007, dat het derde lid wordt, vervangen als volgt :
"In functie van het ingestelde comité grijpt de loting plaats onder alle officieren die de vereiste graden bekleden, behorend tot, naargelang het geval, het betrokken krijgsmachtdeel, de betrokken militaire vakrichting en/of de groep van betrokken militaire vakrichtingen.";
4° in paragraaf 4 worden de woorden ", alsook de militaire vakrichtingen bedoeld in § 3, tweede lid," ingevoegd tussen de woorden " de namen van de officieren" en de woorden "die bij loting werden aangeduid".
Art. 11. A l'article 15, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "l'un des membres et son suppléant" et les mots "l'autre membre et son suppléant" sont respectivement remplacés par les mots "la moitié des membres et leurs suppléants" et les mots "l'autre moitié des membres et leurs suppléants";
2° dans le paragraphe 3, modifié par les arrêtés ministériels des 28 juillet 1995, 5 novembre 2002 et 7 septembre 2007, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
"Préalablement à la désignation des membres temporaires des comités par groupe de filières de métiers militaires composés de plus de quatre filières de métiers militaires visés à l'article 12, alinéa 4, il est procédé au tirage au sort de quatre filières de métiers militaires qui seront représentées parmi les filières de métiers militaires du groupe concerné.";
3° dans le paragraphe 3, l'alinéa 2 ancien, modifié par l'arrêté ministériel du 7 septembre 2007, devenant l'alinéa 3, est remplacé par ce qui suit :
"En fonction du type de comité institué, le tirage au sort est effectué parmi tous les officiers revêtus des grades requis, appartenant, selon le cas, à la force concernée, à la filière de métiers militaire concernée et/ou au groupe de filières de métiers militaires concernés.";
4° le paragraphe 4 est complété par les mots ", ainsi que des filières de métiers militaires visées au § 3, alinéa 2".
1° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "l'un des membres et son suppléant" et les mots "l'autre membre et son suppléant" sont respectivement remplacés par les mots "la moitié des membres et leurs suppléants" et les mots "l'autre moitié des membres et leurs suppléants";
2° dans le paragraphe 3, modifié par les arrêtés ministériels des 28 juillet 1995, 5 novembre 2002 et 7 septembre 2007, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
"Préalablement à la désignation des membres temporaires des comités par groupe de filières de métiers militaires composés de plus de quatre filières de métiers militaires visés à l'article 12, alinéa 4, il est procédé au tirage au sort de quatre filières de métiers militaires qui seront représentées parmi les filières de métiers militaires du groupe concerné.";
3° dans le paragraphe 3, l'alinéa 2 ancien, modifié par l'arrêté ministériel du 7 septembre 2007, devenant l'alinéa 3, est remplacé par ce qui suit :
"En fonction du type de comité institué, le tirage au sort est effectué parmi tous les officiers revêtus des grades requis, appartenant, selon le cas, à la force concernée, à la filière de métiers militaire concernée et/ou au groupe de filières de métiers militaires concernés.";
4° le paragraphe 4 est complété par les mots ", ainsi que des filières de métiers militaires visées au § 3, alinéa 2".
Art. 12. In artikel 17, eerste lid van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 27 oktober 1976 en 28 juli 1995, worden de woorden "hun korps" vervangen door de woorden "hun militaire vakrichting" en worden de woorden "alle korpsen" vervangen door de woorden "alle vakrichtingen".
Art. 12. Dans l'article 17, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels des 27 octobre 1976 et 28 juillet 1995, les mots "leur corps" sont remplacés par les mots "leur filière de métiers militaire" et le mot "intercorps" est remplacé par les mots "interfilières de métiers".
Art. 13. In artikel 22, vijfde lid, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de bepaling onder 1°, vervangen bij het ministerieel besluit van 25 juni 1991, worden de woorden "het kader van de beroepsofficieren of uit het aanvullingskader" vervangen door de woorden "de categorie van de beroepsofficieren";
2° in de bepaling onder 3°, vervangen bij het ministerieel besluit van 25 juni 1991 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 23 september 2004, worden de woorden "die uit de categorie van de dienstplichtigen komt of" opgeheven.
1° in de bepaling onder 1°, vervangen bij het ministerieel besluit van 25 juni 1991, worden de woorden "het kader van de beroepsofficieren of uit het aanvullingskader" vervangen door de woorden "de categorie van de beroepsofficieren";
2° in de bepaling onder 3°, vervangen bij het ministerieel besluit van 25 juni 1991 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 23 september 2004, worden de woorden "die uit de categorie van de dienstplichtigen komt of" opgeheven.
Art. 13. A l'article 22, alinéa 5, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le 1°, remplacé par l'arrêté ministériel du 25 juin 1991, les mots "du cadre des officiers de carrière ou du cadre des officiers de complément" sont remplacés par les mots "de la catégorie des officiers de carrière";
2° dans le 3°, remplacé par l'arrêté ministériel du 25 juin 1991 et modifié par l'arrêté ministériel du 23 septembre 2004, les mots "issu des miliciens ou" sont abrogés.
1° dans le 1°, remplacé par l'arrêté ministériel du 25 juin 1991, les mots "du cadre des officiers de carrière ou du cadre des officiers de complément" sont remplacés par les mots "de la catégorie des officiers de carrière";
2° dans le 3°, remplacé par l'arrêté ministériel du 25 juin 1991 et modifié par l'arrêté ministériel du 23 septembre 2004, les mots "issu des miliciens ou" sont abrogés.
Art. 14. In hetzelfde besluit worden de volgenden bepalingen opgeheven :
1° artikel 14, vervangen bij het ministerieel besluit van 7 september 2007 en gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 12 april 2010 en 27 december 2013;
2° artikel 14bis, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 7 september 2007 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 27 december 2013;
3° in artikel 22, vijfde lid, de bepaling onder 4°, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 28 juli 1995;
4° in artikel 22, vijfde lid, de bepaling onder 5°, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 28 juli 1995 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 23 september 2004;
5° artikel 24bis, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 25 juni 1991 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 5 november 2002.
1° artikel 14, vervangen bij het ministerieel besluit van 7 september 2007 en gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 12 april 2010 en 27 december 2013;
2° artikel 14bis, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 7 september 2007 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 27 december 2013;
3° in artikel 22, vijfde lid, de bepaling onder 4°, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 28 juli 1995;
4° in artikel 22, vijfde lid, de bepaling onder 5°, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 28 juli 1995 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 23 september 2004;
5° artikel 24bis, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 25 juni 1991 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 5 november 2002.
Art. 14. Dans le même arrête, les dispositions suivantes sont abrogées :
1° l'article 14, remplacé par l'arrêté ministériel du 7 septembre 2007 et modifié par les arrêtés ministériels des 12 avril 2010 et 27 décembre 2013;
2° l'article 14bis, inséré par l'arrêté ministériel du 7 septembre 2007 et modifié par l'arrêté ministériel du 27 décembre 2013;
3° à l'article 22, alinéa 5, le 4°, inséré par l'arrêté ministériel du 28 juillet 1995;
4° à l'article 22, alinéa 5, le 5°, inséré par l'arrêté ministériel du 28 juillet 1995 et modifié par l'arrêté ministériel du 23 septembre 2004;
5° l'article 24bis, inséré par l'arrêté ministériel du 25 juin 1991 et modifié par l'arrêté ministériel du 5 novembre 2002.
1° l'article 14, remplacé par l'arrêté ministériel du 7 septembre 2007 et modifié par les arrêtés ministériels des 12 avril 2010 et 27 décembre 2013;
2° l'article 14bis, inséré par l'arrêté ministériel du 7 septembre 2007 et modifié par l'arrêté ministériel du 27 décembre 2013;
3° à l'article 22, alinéa 5, le 4°, inséré par l'arrêté ministériel du 28 juillet 1995;
4° à l'article 22, alinéa 5, le 5°, inséré par l'arrêté ministériel du 28 juillet 1995 et modifié par l'arrêté ministériel du 23 septembre 2004;
5° l'article 24bis, inséré par l'arrêté ministériel du 25 juin 1991 et modifié par l'arrêté ministériel du 5 novembre 2002.
Afdeling 2. - Wijziging van het ministerieel besluit van 23 september 1977 betreffende de adviezen over de kandidatuur voor de bevordering van de officieren
Section 2. - Modification de l'arrêté ministériel du 23 septembre 1977 relatif aux avis sur la candidature à l'avancement des officiers
Art. 15. In artikel 1, eerste lid, 1°, van het ministerieel besluit van 23 september 1977 betreffende de adviezen over de kandidatuur voor de bevordering van de officieren, vervangen bij het ministerieel van 28 juli 1995 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 23 september 2004, worden de woorden "de evaluatienota's" vervangen door de woorden "het persoonlijk dossier".
Art. 15. Dans l'article 1er, alinéa 1er, 1°, de l'arrêté ministériel du 23 septembre 1977 relatif aux avis sur la candidature à l'avancement des officiers, remplacé par l'arrêté ministériel du 28 juillet 1995 et modifié par l'arrêté ministériel du 23 septembre 2004, les mots "les notes d'évaluation" sont remplacés par les mots "le dossier personnel".
Art. 16. In artikel 4 van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 28 juli 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt :
"de beoordelingsgegevens die voorkomen in het persoonlijk dossier;";
b) de bepaling onder 2° wordt opgeheven.
a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt :
"de beoordelingsgegevens die voorkomen in het persoonlijk dossier;";
b) de bepaling onder 2° wordt opgeheven.
Art. 16. Dans l'article 4 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 28 juillet 1995, les modifications suivantes sont apportées :
a) le 1° est remplacé par ce qui suit :
"les données d'appréciation figurant dans le dossier personnel;";
b) le 2° est abrogé.
a) le 1° est remplacé par ce qui suit :
"les données d'appréciation figurant dans le dossier personnel;";
b) le 2° est abrogé.
Art. 17. In artikel 16, § 2, 1°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 28 juli 1995, worden de woorden "dat elke evaluatienota bevat" opgeheven.
Art. 17. Dans l'article 16, § 2, 1°, du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 28 juillet 1995, les mots "comprenant chaque note d'évaluation" sont abrogés.
Afdeling 3. - Wijziging van het ministerieel besluit van 13 december 1995 betreffende de adviezen over de kandidatuur voor de bevordering van de onderofficieren en betreffende de samenstelling en de werking van de bevorderingscomites
Section 3. - Modification de l'arrêté ministériel du 13 décembre 1995 relatif aux avis sur la candidature à l'avancement des sous-officiers et relatif à la composition et au fonctionnement des comités d'avancement
Art. 18. In artikel 2, eerste lid, 1°, van het ministerieel besluit van 13 december 1995 betreffende de adviezen over de kandidatuur voor de bevordering van de onderofficieren en betreffende de samenstelling en de werking van de bevorderingscomités, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, worden de woorden "de evaluatienota's" vervangen door de woorden "het persoonlijk dossier".
Art. 18. Dans l'article 2, alinéa 1er, 1°, de l'arrêté ministériel du 13 décembre 1995 relatif aux avis sur la candidature à l'avancement des sous-officiers et relatif à la composition et au fonctionnement des comités d'avancement, modifié par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003, les mots "les notes d'évaluation" sont remplacés par les mots "le dossier personnel".
Art. 19. In artikel 4, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, wordt het woord "personeel" vervangen door het woord "beheer".
Art. 19. Dans l'article 4, § 1er, alinéa 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003, le mot "personnel" est remplacé par le mot "gestion".
Art. 20. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt :
"de beoordelingsgegevens die voorkomen in het persoonlijk dossier;";
b) de bepaling onder 2° wordt opgeheven.
a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt :
"de beoordelingsgegevens die voorkomen in het persoonlijk dossier;";
b) de bepaling onder 2° wordt opgeheven.
Art. 20. Dans l'article 5 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
a) le 1° est remplacé par ce qui suit :
"les données d'appréciation figurant dans le dossier personnel;";
b) le 2° est abrogé.
a) le 1° est remplacé par ce qui suit :
"les données d'appréciation figurant dans le dossier personnel;";
b) le 2° est abrogé.
Art. 21. In artikel 10 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 21. Dans l'article 10 du même arrêté, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 22. In artikel 11, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "dat elke evaluatienota bevat" opgeheven;
b) de bepaling onder 3° wordt opgeheven.
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "dat elke evaluatienota bevat" opgeheven;
b) de bepaling onder 3° wordt opgeheven.
Art. 22. Dans l'article 11, alinéa 2, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
a) dans le 1°, les mots "comprenant chaque note d'évaluation" sont abrogés;
b) le 3° est abrogé.
a) dans le 1°, les mots "comprenant chaque note d'évaluation" sont abrogés;
b) le 3° est abrogé.
Art. 23. In artikel 12, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden "en, in voorkomend geval, zijn vliegeniersnotaboekje" en de woorden "of met de vermeldingen in het vliegeniersnotaboekje" opgeheven.
Art. 23. Dans l'article 12, alinéa 1er, du même arrêté, les mots "ainsi que, le cas échéant, sur son carnet de notes d'aviateur" et les mots "ou dans les mentions du carnet de notes d'aviateur" sont abrogés.
Art. 24. In artikel 13, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, worden de woorden "het vliegeniersnotaboekje en" opgeheven.
Art. 24. Dans l'article 13, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003, les mots "du carnet de notes d'aviateur et" sont abrogés.
Art. 25. In artikel 14, § 1, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de bepaling onder 2°, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, worden de woorden "zijn ambt in een ander land dan België, Frankrijk, Groot-Brittannië, het Groothertogdom Luxemburg, Nederland, de Bondsrepubliek Duitsland uitoefent of" opgeheven;
2° de bepaling onder 8°, vervangen bij het ministerieel besluit van 7 september 2007 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 27 december 2013, wordt vervangen als volgt :
"8° gedetacheerd of ter beschikking gesteld is overeenkomstig de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht;";
3° de bepaling onder 9°, opgeheven bij het ministerieel besluit van 7 september 2007, wordt hersteld als volgt :
"9° niet in de personeelsenveloppe begrepen is overeenkomstig artikel 3, 1° tot 3°, van de wet van 25 mei 2000 betreffende de personeelsenveloppe van militairen;".
1° in de bepaling onder 2°, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, worden de woorden "zijn ambt in een ander land dan België, Frankrijk, Groot-Brittannië, het Groothertogdom Luxemburg, Nederland, de Bondsrepubliek Duitsland uitoefent of" opgeheven;
2° de bepaling onder 8°, vervangen bij het ministerieel besluit van 7 september 2007 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 27 december 2013, wordt vervangen als volgt :
"8° gedetacheerd of ter beschikking gesteld is overeenkomstig de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht;";
3° de bepaling onder 9°, opgeheven bij het ministerieel besluit van 7 september 2007, wordt hersteld als volgt :
"9° niet in de personeelsenveloppe begrepen is overeenkomstig artikel 3, 1° tot 3°, van de wet van 25 mei 2000 betreffende de personeelsenveloppe van militairen;".
Art. 25. A l'article 14, § 1er, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le 2°, modifié par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003, les mots "exerce ses fonctions dans un pays autre que la Belgique, la France, la Grande-Bretagne, le Grand-Duché de Luxembourg, les Pays-Bas, la République fédérale d'Allemagne ou" sont abrogés;
2° le 8°, remplacé par l'arrêté ministériel du 7 septembre 2007 et modifié par l'arrêté ministériel du 27 décembre 2013, est remplacé par ce qui suit :
"8° est détaché ou mis à la disposition conformément à la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées;";
3° le 9°, abrogé par l'arrêté ministériel du 7 septembre 2007, est rétabli dans la rédaction suivante :
"9° n'est pas compris dans l'enveloppe en personnel conformément à l'article 3, 1° à 3°, de la loi du 25 mai 2000 relative à l'enveloppe en personnel militaire;".
1° dans le 2°, modifié par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003, les mots "exerce ses fonctions dans un pays autre que la Belgique, la France, la Grande-Bretagne, le Grand-Duché de Luxembourg, les Pays-Bas, la République fédérale d'Allemagne ou" sont abrogés;
2° le 8°, remplacé par l'arrêté ministériel du 7 septembre 2007 et modifié par l'arrêté ministériel du 27 décembre 2013, est remplacé par ce qui suit :
"8° est détaché ou mis à la disposition conformément à la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées;";
3° le 9°, abrogé par l'arrêté ministériel du 7 septembre 2007, est rétabli dans la rédaction suivante :
"9° n'est pas compris dans l'enveloppe en personnel conformément à l'article 3, 1° à 3°, de la loi du 25 mai 2000 relative à l'enveloppe en personnel militaire;".
Art. 26. Artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Het intervakrichtingencomité voor het geheel van de militaire vakrichtingen voor de onderofficieren is evenwel enkel samengesteld uit vaste leden of hun plaatsvervangers.".
"Het intervakrichtingencomité voor het geheel van de militaire vakrichtingen voor de onderofficieren is evenwel enkel samengesteld uit vaste leden of hun plaatsvervangers.".
Art. 26. L'article 15 du même arrêté, modifié par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Toutefois, le comité interfilières de métiers pour l'ensemble des filières de métiers militaires pour les sous-officiers est composé uniquement de membres permanents ou leurs suppléants.".
"Toutefois, le comité interfilières de métiers pour l'ensemble des filières de métiers militaires pour les sous-officiers est composé uniquement de membres permanents ou leurs suppléants.".
Art. 27. Artikel 16 van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, wordt vervangen als volgt :
"Art. 16. Behalve de voorzitter, worden opgeroepen om zitting te nemen in de comités per militaire vakrichting per krijgsmachtdeel die de kandidaturen voor de graden van hoofdonderofficieren van de militaire vakrichting van het betrokken krijgsmachtdeel onderzoeken :
1° als vaste leden, drie hoofdofficieren behorend tot hetzelfde krijgsmachtdeel als de onderzochte kandidaten;
2° als tijdelijke leden, behorend tot dezelfde militaire vakrichting en hetzelfde krijgsmachtdeel als de onderzochte kandidaten :
a) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van adjudant-majoor onderzoekt, één onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-majoor van elk taalstelsel;
b) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van adjudant-chef onderzoekt, één onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-majoor van elk taalstelsel en één onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-chef van elk taalstelsel.".
"Art. 16. Behalve de voorzitter, worden opgeroepen om zitting te nemen in de comités per militaire vakrichting per krijgsmachtdeel die de kandidaturen voor de graden van hoofdonderofficieren van de militaire vakrichting van het betrokken krijgsmachtdeel onderzoeken :
1° als vaste leden, drie hoofdofficieren behorend tot hetzelfde krijgsmachtdeel als de onderzochte kandidaten;
2° als tijdelijke leden, behorend tot dezelfde militaire vakrichting en hetzelfde krijgsmachtdeel als de onderzochte kandidaten :
a) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van adjudant-majoor onderzoekt, één onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-majoor van elk taalstelsel;
b) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van adjudant-chef onderzoekt, één onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-majoor van elk taalstelsel en één onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-chef van elk taalstelsel.".
Art. 27. L'article 16 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 16. Outre le président, sont appelés à siéger dans les comités par filière de métiers militaire par force qui examinent les candidatures aux grades de sous-officiers supérieurs de la filière de métiers militaire de la force concernée :
1° comme membres permanents, trois officiers supérieurs appartenant à la même force que les candidats examinés ;
2° comme membres temporaires, appartenant à la même filière de métiers militaire et à la même force que les candidats examinés :
a) lorsque le comité examine les candidatures au grade d'adjudant-major, un sous-officier nommé au grade d'adjudant-major de chaque régime linguistique;
b) lorsque le comité examine les candidatures au grade d'adjudant-chef, un sous-officier nommé au grade d'adjudant-major de chaque régime linguistique et un sous-officier nommé au grade d'adjudant-chef de chaque régime linguistique.".
"Art. 16. Outre le président, sont appelés à siéger dans les comités par filière de métiers militaire par force qui examinent les candidatures aux grades de sous-officiers supérieurs de la filière de métiers militaire de la force concernée :
1° comme membres permanents, trois officiers supérieurs appartenant à la même force que les candidats examinés ;
2° comme membres temporaires, appartenant à la même filière de métiers militaire et à la même force que les candidats examinés :
a) lorsque le comité examine les candidatures au grade d'adjudant-major, un sous-officier nommé au grade d'adjudant-major de chaque régime linguistique;
b) lorsque le comité examine les candidatures au grade d'adjudant-chef, un sous-officier nommé au grade d'adjudant-major de chaque régime linguistique et un sous-officier nommé au grade d'adjudant-chef de chaque régime linguistique.".
Art. 28. Artikel 17 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, wordt hersteld als volgt :
"Art.17 Behalve de voorzitter, worden opgeroepen om zitting te nemen in de comités per militaire vakrichting voor het geheel van de krijgsmachtdelen die de kandidaturen voor de graden van hoofdonderofficieren van de betrokken militaire vakrichting onderzoeken :
1° als vaste leden, ten minste drie hoofdofficieren met een maximum van vier waarvan één vertegenwoordiger van elk betrokken krijgsmachtdeel;
2° als tijdelijke leden, behorend tot dezelfde militaire vakrichting als de onderzochte kandidaten :
a) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van adjudant-majoor onderzoekt, twee onderofficieren benoemd tot de graad van adjudant-majoor van elk taalstelsel en waarvan ten minste één vertegenwoordiger met een maximum van twee vertegenwoordigers van elk betrokken krijgsmachtdeel;
b) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van adjudant-chef onderzoekt, één onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-majoor van elk taalstelsel en één onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-chef van elk taalstelsel.
Wanneer drie of vier krijgsmachtdelen door de comités per militaire vakrichting voor het geheel van de krijgsmachtdelen betrokken zijn, worden de tijdelijke leden bedoeld in het eerste lid, 2°, b), zodanig aangewezen dat elk krijgsmachtdeel ten minste één maal vertegenwoordigd wordt.
Wanneer enkel twee krijgsmachtdelen door de comités per militaire vakrichting voor het geheel van de krijgsmachtdelen betrokken zijn, worden de tijdelijke leden bedoeld in het eerste lid, 2°, b), zodanig aangewezen dat er niet meer dan twee onderofficieren van dezelfde graad behorend tot hetzelfde krijgsmachtdeel kunnen zijn.".
"Art.17 Behalve de voorzitter, worden opgeroepen om zitting te nemen in de comités per militaire vakrichting voor het geheel van de krijgsmachtdelen die de kandidaturen voor de graden van hoofdonderofficieren van de betrokken militaire vakrichting onderzoeken :
1° als vaste leden, ten minste drie hoofdofficieren met een maximum van vier waarvan één vertegenwoordiger van elk betrokken krijgsmachtdeel;
2° als tijdelijke leden, behorend tot dezelfde militaire vakrichting als de onderzochte kandidaten :
a) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van adjudant-majoor onderzoekt, twee onderofficieren benoemd tot de graad van adjudant-majoor van elk taalstelsel en waarvan ten minste één vertegenwoordiger met een maximum van twee vertegenwoordigers van elk betrokken krijgsmachtdeel;
b) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van adjudant-chef onderzoekt, één onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-majoor van elk taalstelsel en één onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-chef van elk taalstelsel.
Wanneer drie of vier krijgsmachtdelen door de comités per militaire vakrichting voor het geheel van de krijgsmachtdelen betrokken zijn, worden de tijdelijke leden bedoeld in het eerste lid, 2°, b), zodanig aangewezen dat elk krijgsmachtdeel ten minste één maal vertegenwoordigd wordt.
Wanneer enkel twee krijgsmachtdelen door de comités per militaire vakrichting voor het geheel van de krijgsmachtdelen betrokken zijn, worden de tijdelijke leden bedoeld in het eerste lid, 2°, b), zodanig aangewezen dat er niet meer dan twee onderofficieren van dezelfde graad behorend tot hetzelfde krijgsmachtdeel kunnen zijn.".
Art. 28. L'article 17 du même arrêté, abrogé par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003, est rétabli dans la rédaction suivante :
"Art. 17 Outre le président, sont appelés à siéger dans les comités par filière de métiers militaire pour l'ensemble des forces qui examinent les candidatures aux grades de sous-officiers supérieurs de la filière de métiers militaire concernée :
1° comme membres permanents, au moins trois officiers supérieurs avec un maximum de quatre dont au minimum un représentant de chaque force concernée;
2° comme membres temporaires, appartenant à la même filière de métiers militaire que les candidats examinés :
a) lorsque le comité examine les candidatures au grade d'adjudant-major, deux sous-officiers nommés au grade d'adjudant-major de chaque régime linguistique dont au moins un représentant avec un maximum de deux représentants de chaque force concernée;
b) lorsque le comité examine les candidatures au grade d'adjudant-chef, un sous-officier nommé au grade d'adjudant-major de chaque régime linguistique et un sous-officier nommé au grade adjudant-chef de chaque régime linguistique.
Lorsque trois ou quatre forces sont concernées par les comités par filière de métiers militaire pour l'ensemble des forces, les membres temporaires visés à l'alinéa 1er, 2°, b), sont désignés de telle sorte que chaque force soit représentée au minimum une fois.
Lorsque seules deux forces sont concernées par les comités par filière de métiers militaire pour l'ensemble des forces, les membres temporaires visés à l'alinéa 1er, 2°, b), sont désignés de telle sorte qu'il ne peut y avoir deux sous-officiers du même grade appartenant à la même force.".
"Art. 17 Outre le président, sont appelés à siéger dans les comités par filière de métiers militaire pour l'ensemble des forces qui examinent les candidatures aux grades de sous-officiers supérieurs de la filière de métiers militaire concernée :
1° comme membres permanents, au moins trois officiers supérieurs avec un maximum de quatre dont au minimum un représentant de chaque force concernée;
2° comme membres temporaires, appartenant à la même filière de métiers militaire que les candidats examinés :
a) lorsque le comité examine les candidatures au grade d'adjudant-major, deux sous-officiers nommés au grade d'adjudant-major de chaque régime linguistique dont au moins un représentant avec un maximum de deux représentants de chaque force concernée;
b) lorsque le comité examine les candidatures au grade d'adjudant-chef, un sous-officier nommé au grade d'adjudant-major de chaque régime linguistique et un sous-officier nommé au grade adjudant-chef de chaque régime linguistique.
Lorsque trois ou quatre forces sont concernées par les comités par filière de métiers militaire pour l'ensemble des forces, les membres temporaires visés à l'alinéa 1er, 2°, b), sont désignés de telle sorte que chaque force soit représentée au minimum une fois.
Lorsque seules deux forces sont concernées par les comités par filière de métiers militaire pour l'ensemble des forces, les membres temporaires visés à l'alinéa 1er, 2°, b), sont désignés de telle sorte qu'il ne peut y avoir deux sous-officiers du même grade appartenant à la même force.".
Art. 29. Artikel 18 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, wordt hersteld als volgt:
"Art.18 Behalve de voorzitter, worden opgeroepen om zitting te nemen in de comités per groepen van militaire vakrichtingen voor het geheel van de militaire vakrichtingen van een krijgsmachtdeel die de kandidaturen voor de graden van hoofdonderofficieren van het betrokken krijgsmachtdeel onderzoeken :
1° als vaste leden, behorend tot hetzelfde krijgsmachtdeel als de onderzochte kandidaten :
a) drie hoofdofficieren;
b) de hoofdonderofficier die de functie van korpsadjudant uitoefent met de hoogste anciënniteit in de hoogste graad of, bij ontstentenis, de onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-majoor met de hoogste anciënniteit in de graad;
2° als tijdelijke leden, behorend tot hetzelfde krijgsmachtdeel als de onderzochte kandidaten :
a) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van adjudant-majoor onderzoekt, twee onderofficieren benoemd tot de graad van adjudant-majoor van elk taalstelsel, en van verschillende militaire vakrichtingen;
b) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van adjudant-chef onderzoekt, één onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-majoor van elk taalstelsel en één onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-chef van elk taalstelsel, en van verschillende militaire vakrichtingen.".
"Art.18 Behalve de voorzitter, worden opgeroepen om zitting te nemen in de comités per groepen van militaire vakrichtingen voor het geheel van de militaire vakrichtingen van een krijgsmachtdeel die de kandidaturen voor de graden van hoofdonderofficieren van het betrokken krijgsmachtdeel onderzoeken :
1° als vaste leden, behorend tot hetzelfde krijgsmachtdeel als de onderzochte kandidaten :
a) drie hoofdofficieren;
b) de hoofdonderofficier die de functie van korpsadjudant uitoefent met de hoogste anciënniteit in de hoogste graad of, bij ontstentenis, de onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-majoor met de hoogste anciënniteit in de graad;
2° als tijdelijke leden, behorend tot hetzelfde krijgsmachtdeel als de onderzochte kandidaten :
a) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van adjudant-majoor onderzoekt, twee onderofficieren benoemd tot de graad van adjudant-majoor van elk taalstelsel, en van verschillende militaire vakrichtingen;
b) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van adjudant-chef onderzoekt, één onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-majoor van elk taalstelsel en één onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-chef van elk taalstelsel, en van verschillende militaire vakrichtingen.".
Art. 29. L'article 18 du même arrêté, abrogé par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003, est rétabli dans la rédaction suivante :
"Art.18 Outre le président, sont appelés à siéger dans les comités par groupes de filières de métiers militaires de l'ensemble des filières de métiers militaires d'une force, qui examinent les candidatures aux grades de sous-officiers supérieurs de la force concernée :
1° comme membres permanents, appartenant à la même force que les candidats examinés :
a) trois officiers supérieurs;
b) le sous-officier supérieur exerçant la fonction d'adjudant de corps, le plus ancien dans le grade le plus élevé ou, à défaut, le sous-officier nommé au grade d'adjudant-major le plus ancien dans le grade;
2° comme membres temporaires, appartenant à la même force que les candidats examinés :
a) lorsque le comité examine les candidatures au grade d'adjudant-major, deux sous-officiers nommés au grade d'adjudant-major de chaque régime linguistique, et de filières de métiers militaires différentes;
b) lorsque le comité examine les candidatures au grade d'adjudant-chef, un sous-officier nommé au grade d'adjudant-major de chaque régime linguistique et un sous-officier nommé au grade adjudant-chef de chaque régime linguistique, et de filières de métiers militaires différentes.".
"Art.18 Outre le président, sont appelés à siéger dans les comités par groupes de filières de métiers militaires de l'ensemble des filières de métiers militaires d'une force, qui examinent les candidatures aux grades de sous-officiers supérieurs de la force concernée :
1° comme membres permanents, appartenant à la même force que les candidats examinés :
a) trois officiers supérieurs;
b) le sous-officier supérieur exerçant la fonction d'adjudant de corps, le plus ancien dans le grade le plus élevé ou, à défaut, le sous-officier nommé au grade d'adjudant-major le plus ancien dans le grade;
2° comme membres temporaires, appartenant à la même force que les candidats examinés :
a) lorsque le comité examine les candidatures au grade d'adjudant-major, deux sous-officiers nommés au grade d'adjudant-major de chaque régime linguistique, et de filières de métiers militaires différentes;
b) lorsque le comité examine les candidatures au grade d'adjudant-chef, un sous-officier nommé au grade d'adjudant-major de chaque régime linguistique et un sous-officier nommé au grade adjudant-chef de chaque régime linguistique, et de filières de métiers militaires différentes.".
Art. 30. Artikel 19 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, wordt hersteld als volgt :
"Art. 19. Behalve de voorzitter, worden opgeroepen om zitting te nemen in de comités per groepen van militaire vakrichtingen van twee of meer militaire vakrichtingen van eenzelfde krijgsmachtdeel die de kandidaturen voor de graden van hoofdonderofficieren van de groepen van de militaire vakrichtingen van het betrokken krijgsmachtdeel onderzoeken :
1° als vaste leden, behorend tot hetzelfde krijgsmachtdeel als de onderzochte kandidaten : drie hoofdofficieren;
2° als tijdelijke leden, behorend tot hetzelfde krijgsmachtdeel als de onderzochte kandidaten :
a) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van adjudant-majoor onderzoekt, twee onderofficieren benoemd tot de graad van adjudant-majoor van elk taalstelstel;
b) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van adjudant-chef onderzoekt, één onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-majoor van elk taalstelsel en één onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-chef van elk taalstelsel.
Wanneer de groep van militaire vakrichtingen uit twee militaire vakrichtingen samengesteld is, worden de tijdelijke leden aangeduid, naargelang het geval, bedoeld in :
1° het eerste lid, 2°, a), zodanig dat elke militaire vakrichting van de groep van militaire vakrichtingen een maal in elk taalstelsel wordt vertegenwoordigd;
2° het eerste lid, 2°, b), zodanig dat elke militaire vakrichting van de groep van militaire vakrichtingen twee maal in verschillende graden en taalstelsels wordt vertegenwoordigd.
Wanneer de groep van militaire vakrichtingen uit drie of vier militaire vakrichtingen samengesteld is, worden de tijdelijke leden bedoeld in het eerste lid, 2°, zodanig aangewezen dat elke militaire vakrichting van de groep van militaire vakrichtingen ten minste een maal en, in voorkomend geval, in verschillende graden, wordt vertegenwoordigd.
Wanneer de groep van militaire vakrichtingen uit meer dan vier militaire vakrichtingen samengesteld is, worden de tijdelijke leden bedoeld in het eerste lid, 2°, zodanig aangeduid dat ze tot verschillende militaire vakrichtingen behoren.
Wanneer er evenwel geen kandidaat is behorend tot één of meerdere militaire vakrichtingen van de betrokken groep van militaire vakrichtingen, worden de militaire vakrichtingen zonder kandidaat niet in aanmerking genomen voor de aanwijzing van de leden bedoeld in de leden 2 tot 4.".
"Art. 19. Behalve de voorzitter, worden opgeroepen om zitting te nemen in de comités per groepen van militaire vakrichtingen van twee of meer militaire vakrichtingen van eenzelfde krijgsmachtdeel die de kandidaturen voor de graden van hoofdonderofficieren van de groepen van de militaire vakrichtingen van het betrokken krijgsmachtdeel onderzoeken :
1° als vaste leden, behorend tot hetzelfde krijgsmachtdeel als de onderzochte kandidaten : drie hoofdofficieren;
2° als tijdelijke leden, behorend tot hetzelfde krijgsmachtdeel als de onderzochte kandidaten :
a) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van adjudant-majoor onderzoekt, twee onderofficieren benoemd tot de graad van adjudant-majoor van elk taalstelstel;
b) wanneer het comité kandidaturen voor de graad van adjudant-chef onderzoekt, één onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-majoor van elk taalstelsel en één onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-chef van elk taalstelsel.
Wanneer de groep van militaire vakrichtingen uit twee militaire vakrichtingen samengesteld is, worden de tijdelijke leden aangeduid, naargelang het geval, bedoeld in :
1° het eerste lid, 2°, a), zodanig dat elke militaire vakrichting van de groep van militaire vakrichtingen een maal in elk taalstelsel wordt vertegenwoordigd;
2° het eerste lid, 2°, b), zodanig dat elke militaire vakrichting van de groep van militaire vakrichtingen twee maal in verschillende graden en taalstelsels wordt vertegenwoordigd.
Wanneer de groep van militaire vakrichtingen uit drie of vier militaire vakrichtingen samengesteld is, worden de tijdelijke leden bedoeld in het eerste lid, 2°, zodanig aangewezen dat elke militaire vakrichting van de groep van militaire vakrichtingen ten minste een maal en, in voorkomend geval, in verschillende graden, wordt vertegenwoordigd.
Wanneer de groep van militaire vakrichtingen uit meer dan vier militaire vakrichtingen samengesteld is, worden de tijdelijke leden bedoeld in het eerste lid, 2°, zodanig aangeduid dat ze tot verschillende militaire vakrichtingen behoren.
Wanneer er evenwel geen kandidaat is behorend tot één of meerdere militaire vakrichtingen van de betrokken groep van militaire vakrichtingen, worden de militaire vakrichtingen zonder kandidaat niet in aanmerking genomen voor de aanwijzing van de leden bedoeld in de leden 2 tot 4.".
Art. 30. L'article 19 du même arrêté, abrogé par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003, est rétabli dans la rédaction suivante :
"Art. 19. Outre le président, sont appelés à siéger dans les comités par groupes de filières de métiers militaires de deux ou plusieurs filières de métiers militaires d'une même force, qui examinent les candidatures aux grades de sous-officiers supérieurs des groupes de filières de métiers militaires de la force concernée :
1° comme membres permanents, appartenant à la même force que les candidats examinés : trois officiers supérieurs;
2° comme membres temporaires, appartenant à la même force que les candidats examinés :
a) lorsque le comité examine les candidatures au grade d'adjudant-major, deux sous-officiers nommés au grade d'adjudant-major de chaque régime linguistique;
b) lorsque le comité examine les candidatures au grade d'adjudant-chef, un sous-officier nommé au grade d'adjudant-major de chaque régime linguistique et un sous-officier nommé au grade adjudant-chef de chaque régime linguistique.
Lorsque le groupe de filières de métiers militaires est composé de deux filières de métiers militaires, sont désignés les membres temporaires, selon le cas, visés à :
1° l'alinéa 1er, 2°, a), de telle sorte que chaque filière de métiers militaire du groupe de filières de métiers militaires soit représentée une fois dans chaque régime linguistique;
2° l'alinéa 1er, 2°, b), de telle sorte que chaque filière de métiers militaire du groupe de filières de métiers militaires soit représentée deux fois dans des grades et régimes linguistiques différents.
Lorsque le groupe de filières de métiers militaires est composé de trois ou quatre filières de métiers militaires, les membres temporaires visés à l'alinéa 1er, 2°, sont désignés de telle sorte que chaque filière de métiers militaire du groupe de filières de métiers militaires soit représentée au minimum une fois et le cas échéant, dans des grades différents.
Lorsque le groupe de filières de métiers militaires est composé de plus de quatre filières de métiers militaires, les membres temporaires visés à l'alinéa 1er, 2°, sont désignés de telle sorte qu'ils appartiennent à des filières de métiers militaires différentes.
Toutefois, lorsqu'il n'y a pas de candidat appartenant à l'une ou plusieurs filières de métiers militaires du groupe de filières de métiers militaires concerné, les filières de métiers militaires sans candidat ne sont pas prises en compte pour la désignation des membres visés aux alinéas 2 à 4.".
"Art. 19. Outre le président, sont appelés à siéger dans les comités par groupes de filières de métiers militaires de deux ou plusieurs filières de métiers militaires d'une même force, qui examinent les candidatures aux grades de sous-officiers supérieurs des groupes de filières de métiers militaires de la force concernée :
1° comme membres permanents, appartenant à la même force que les candidats examinés : trois officiers supérieurs;
2° comme membres temporaires, appartenant à la même force que les candidats examinés :
a) lorsque le comité examine les candidatures au grade d'adjudant-major, deux sous-officiers nommés au grade d'adjudant-major de chaque régime linguistique;
b) lorsque le comité examine les candidatures au grade d'adjudant-chef, un sous-officier nommé au grade d'adjudant-major de chaque régime linguistique et un sous-officier nommé au grade adjudant-chef de chaque régime linguistique.
Lorsque le groupe de filières de métiers militaires est composé de deux filières de métiers militaires, sont désignés les membres temporaires, selon le cas, visés à :
1° l'alinéa 1er, 2°, a), de telle sorte que chaque filière de métiers militaire du groupe de filières de métiers militaires soit représentée une fois dans chaque régime linguistique;
2° l'alinéa 1er, 2°, b), de telle sorte que chaque filière de métiers militaire du groupe de filières de métiers militaires soit représentée deux fois dans des grades et régimes linguistiques différents.
Lorsque le groupe de filières de métiers militaires est composé de trois ou quatre filières de métiers militaires, les membres temporaires visés à l'alinéa 1er, 2°, sont désignés de telle sorte que chaque filière de métiers militaire du groupe de filières de métiers militaires soit représentée au minimum une fois et le cas échéant, dans des grades différents.
Lorsque le groupe de filières de métiers militaires est composé de plus de quatre filières de métiers militaires, les membres temporaires visés à l'alinéa 1er, 2°, sont désignés de telle sorte qu'ils appartiennent à des filières de métiers militaires différentes.
Toutefois, lorsqu'il n'y a pas de candidat appartenant à l'une ou plusieurs filières de métiers militaires du groupe de filières de métiers militaires concerné, les filières de métiers militaires sans candidat ne sont pas prises en compte pour la désignation des membres visés aux alinéas 2 à 4.".
Art. 31. In hetzelfde besluit wordt een artikel 19/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 19/1. Behalve de voorzitter, worden opgeroepen om zitting te nemen in het intervakrichtingencomité voor het geheel van de militaire vakrichtingen voor de onderofficieren die de kandidaturen voor de graden van hoofonderofficieren onderzoeken, als vaste leden :
1° één hoofdofficier van elk krijgsmachtdeel;
2° de hoofdonderofficier die de functie van korpsadjudant bij het kabinet van de chef defensie uitoefent;
3° de hoofdonderofficier van elk krijgsmachtdeel die de functie van korpsadjudant uitoefent met de meeste anciënniteit in de hoogste graad of, bij ontstentenis, de onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-majoor met de meeste anciënniteit.
Wanneer er evenwel geen kandidaat is behorend tot één of twee krijgsmachtdelen van het intervakrichtingencomité voor het geheel van de militaire vakrichtingen, worden het krijgsmachtdeel of de twee krijgsmachtdelen zonder kandidaat niet in aanmerking genomen voor de aanwijzing van de leden bedoeld in het eerste lid, 1° en 3°. ".
"Art. 19/1. Behalve de voorzitter, worden opgeroepen om zitting te nemen in het intervakrichtingencomité voor het geheel van de militaire vakrichtingen voor de onderofficieren die de kandidaturen voor de graden van hoofonderofficieren onderzoeken, als vaste leden :
1° één hoofdofficier van elk krijgsmachtdeel;
2° de hoofdonderofficier die de functie van korpsadjudant bij het kabinet van de chef defensie uitoefent;
3° de hoofdonderofficier van elk krijgsmachtdeel die de functie van korpsadjudant uitoefent met de meeste anciënniteit in de hoogste graad of, bij ontstentenis, de onderofficier benoemd tot de graad van adjudant-majoor met de meeste anciënniteit.
Wanneer er evenwel geen kandidaat is behorend tot één of twee krijgsmachtdelen van het intervakrichtingencomité voor het geheel van de militaire vakrichtingen, worden het krijgsmachtdeel of de twee krijgsmachtdelen zonder kandidaat niet in aanmerking genomen voor de aanwijzing van de leden bedoeld in het eerste lid, 1° en 3°. ".
Art. 31. Dans le même arrêté, il est inséré un article 19/1 rédigé comme suit :
"Art. 19/1. Outre le président, sont appelés à siéger dans le comité interfilières de métiers pour l'ensemble des filières de métiers militaires pour les sous-officiers, qui examinent les candidatures aux grades de sous-officiers supérieurs, comme membres permanents :
1° un officier supérieur de chaque force;
2° le sous-officier supérieur exerçant la fonction d'adjudant de corps au cabinet du chef de la défense;
3° le sous-officier supérieur de chaque force exerçant la fonction d'adjudant de corps, le plus ancien dans le grade le plus élevé ou, à défaut, le sous-officier nommé au grade d'adjudant-major le plus ancien.
Toutefois, lorsqu'il n'y a pas de candidat appartenant à l'une ou deux forces du comité interfilières de métiers pour l'ensemble des filières de métiers militaires, la force ou les deux forces sans candidat ne sont pas prises en compte pour la désignation des membres visés à l'alinéa 1er, 1° et 3°. ".
"Art. 19/1. Outre le président, sont appelés à siéger dans le comité interfilières de métiers pour l'ensemble des filières de métiers militaires pour les sous-officiers, qui examinent les candidatures aux grades de sous-officiers supérieurs, comme membres permanents :
1° un officier supérieur de chaque force;
2° le sous-officier supérieur exerçant la fonction d'adjudant de corps au cabinet du chef de la défense;
3° le sous-officier supérieur de chaque force exerçant la fonction d'adjudant de corps, le plus ancien dans le grade le plus élevé ou, à défaut, le sous-officier nommé au grade d'adjudant-major le plus ancien.
Toutefois, lorsqu'il n'y a pas de candidat appartenant à l'une ou deux forces du comité interfilières de métiers pour l'ensemble des filières de métiers militaires, la force ou les deux forces sans candidat ne sont pas prises en compte pour la désignation des membres visés à l'alinéa 1er, 1° et 3°. ".
Art. 32. In artikel 20, § 1, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid, vervangen bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, wordt opgeheven;
2° het tweede lid, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, wordt vervangen als volgt :
"De vaste leden hoofdofficieren en hun plaatsvervangers worden aangewezen door de directeur-generaal human resources. ".
1° het eerste lid, vervangen bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, wordt opgeheven;
2° het tweede lid, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, wordt vervangen als volgt :
"De vaste leden hoofdofficieren en hun plaatsvervangers worden aangewezen door de directeur-generaal human resources. ".
Art. 32. A l'article 20, § 1er, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er, remplacé par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003 est abrogé;
2° l'alinéa 2, inséré par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003 est remplacé par ce qui suit :
"Les membres permanents officiers supérieurs et leurs suppléants sont désignés par le directeur général human resources.".
1° l'alinéa 1er, remplacé par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003 est abrogé;
2° l'alinéa 2, inséré par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003 est remplacé par ce qui suit :
"Les membres permanents officiers supérieurs et leurs suppléants sont désignés par le directeur général human resources.".
Art. 33. In artikel 21 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, eerste lid, vervangen bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, worden de woorden "tot hetzelfde krijgsmachtdeel, tot hetzelfde korps en, desgevallend, tot dezelfde specialiteit" vervangen door de woorden "naargelang het geval, tot hetzelfde krijgsmachtdeel, tot dezelfde militaire vakrichting of tot dezelfde groep van militaire vakrichtingen";
2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid, vervangen bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, vervangen als volgt:
"Het taalstelsel van de tijdelijke leden en hun plaatsvervangers wordt bepaald overeenkomstig artikel 8 van de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger.";
3° in paragraaf 1 wordt het derde lid, vervangen bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, opgeheven;
4° in paragraaf 2, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
"Voorafgaand aan de aanwijzing van de tijdelijke leden van de comités per groepen van militaire vakrichtingen samengesteld uit meer dan vier militaire vakrichtingen bedoeld in artikel 19, vierde lid, grijpt een loting plaats van vier militaire vakrichtingen onder de militaire vakrichtingen die in de betrokken groep worden vertegenwoordigd.";
5° in paragraaf 2, wordt het vroegere tweede lid, dat het derde lid worden de woorden "en de vier militaire vakrichtingen bedoeld in tweede lid", ingevoegd tussen de woorden "de namen van de leden" en de woorden "die bij de loting werden aangewezen".
1° in paragraaf 1, eerste lid, vervangen bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, worden de woorden "tot hetzelfde krijgsmachtdeel, tot hetzelfde korps en, desgevallend, tot dezelfde specialiteit" vervangen door de woorden "naargelang het geval, tot hetzelfde krijgsmachtdeel, tot dezelfde militaire vakrichting of tot dezelfde groep van militaire vakrichtingen";
2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid, vervangen bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, vervangen als volgt:
"Het taalstelsel van de tijdelijke leden en hun plaatsvervangers wordt bepaald overeenkomstig artikel 8 van de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger.";
3° in paragraaf 1 wordt het derde lid, vervangen bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, opgeheven;
4° in paragraaf 2, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
"Voorafgaand aan de aanwijzing van de tijdelijke leden van de comités per groepen van militaire vakrichtingen samengesteld uit meer dan vier militaire vakrichtingen bedoeld in artikel 19, vierde lid, grijpt een loting plaats van vier militaire vakrichtingen onder de militaire vakrichtingen die in de betrokken groep worden vertegenwoordigd.";
5° in paragraaf 2, wordt het vroegere tweede lid, dat het derde lid worden de woorden "en de vier militaire vakrichtingen bedoeld in tweede lid", ingevoegd tussen de woorden "de namen van de leden" en de woorden "die bij de loting werden aangewezen".
Art. 33. A l'article 21 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, remplacé par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003, les mots "à la même force, au même corps et, le cas échéant, à la même spécialité" sont remplacés par les mots ", selon le cas, à la même force, à la même filière de métiers militaire ou au même groupe de filières de métiers militaires";
2° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 2, remplacé par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003, est remplacé par ce qui suit :
"Le régime linguistique des membres temporaires et leurs suppléants est déterminé conformément à l'article 8 de la loi du 30 juillet 1938 concernant l'usage des langues à l'armée.";
3° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 3, remplacé par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003, est abrogé;
4° dans le paragraphe 2, modifié par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
"Préalablement à la désignation des membres temporaires des comités par groupes de filières de métiers militaires composés de plus de quatre filières de métiers militaires visés à l'article 19, alinéa 4, il est procédé au tirage au sort de quatre filières de métiers militaires qui seront représentées parmi les filières de métiers militaires du groupe concerné.";
5° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2 ancien, devenant l'alinéa 3, est complété par les mots "et les quatre filières de métiers militaires visées à l'alinéa 2".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, remplacé par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003, les mots "à la même force, au même corps et, le cas échéant, à la même spécialité" sont remplacés par les mots ", selon le cas, à la même force, à la même filière de métiers militaire ou au même groupe de filières de métiers militaires";
2° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 2, remplacé par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003, est remplacé par ce qui suit :
"Le régime linguistique des membres temporaires et leurs suppléants est déterminé conformément à l'article 8 de la loi du 30 juillet 1938 concernant l'usage des langues à l'armée.";
3° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 3, remplacé par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003, est abrogé;
4° dans le paragraphe 2, modifié par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
"Préalablement à la désignation des membres temporaires des comités par groupes de filières de métiers militaires composés de plus de quatre filières de métiers militaires visés à l'article 19, alinéa 4, il est procédé au tirage au sort de quatre filières de métiers militaires qui seront représentées parmi les filières de métiers militaires du groupe concerné.";
5° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2 ancien, devenant l'alinéa 3, est complété par les mots "et les quatre filières de métiers militaires visées à l'alinéa 2".
Art. 34. In artikel 27, vijfde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 23 september 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "het kader van de beroeps- of de aanvullingsonderofficieren" vervangen door de woorden "de categorie van de beroepsonderofficieren";
b) de bepalingen onder 2° en 3° worden opgeheven;
c) in de bepaling onder 4°, worden de woorden "komende uit het kader van de tijdelijke onderofficieren of" opgeheven.
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "het kader van de beroeps- of de aanvullingsonderofficieren" vervangen door de woorden "de categorie van de beroepsonderofficieren";
b) de bepalingen onder 2° en 3° worden opgeheven;
c) in de bepaling onder 4°, worden de woorden "komende uit het kader van de tijdelijke onderofficieren of" opgeheven.
Art. 34. Dans l'article 27, alinéa 5, du même arrêté, inséré par l'arrêté ministériel du 23 septembre 2004, les modifications suivantes sont apportées :
a) dans le 1°, les mots "du cadre des sous-officiers de carrière ou de complément" sont remplacés par les mots "de la catégorie des sous-officiers de carrière";
b) les 2° et 3° sont abrogés;
c) dans le 4°, les mots "issu du cadre des sous-officiers temporaires ou" sont abrogés.
a) dans le 1°, les mots "du cadre des sous-officiers de carrière ou de complément" sont remplacés par les mots "de la catégorie des sous-officiers de carrière";
b) les 2° et 3° sont abrogés;
c) dans le 4°, les mots "issu du cadre des sous-officiers temporaires ou" sont abrogés.
Art. 35. In artikel 36, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 8 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "behorende tot hetzelfde krijgsmachtdeel" vervangen door de woorden "en behorend, naargelang het geval, tot hetzelfde krijgsmachtdeel, tot dezelfde militaire vakrichting of tot dezelfde groep van militaire vakrichtingen,";
2° het tweede, derde en vijfde lid worden opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "behorende tot hetzelfde krijgsmachtdeel" vervangen door de woorden "en behorend, naargelang het geval, tot hetzelfde krijgsmachtdeel, tot dezelfde militaire vakrichting of tot dezelfde groep van militaire vakrichtingen,";
2° het tweede, derde en vijfde lid worden opgeheven.
Art. 35. A l'article 36, § 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 8 avril 2003, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots "appartenant à la même force" sont remplacés par les mots "et appartenant, selon le cas, à la même force, à la même filière de métiers militaire ou au même groupe de filières de métiers militaires,";
2° les alinéas 2, 3 et 5, sont abrogés.
1° dans l'alinéa 1er, les mots "appartenant à la même force" sont remplacés par les mots "et appartenant, selon le cas, à la même force, à la même filière de métiers militaire ou au même groupe de filières de métiers militaires,";
2° les alinéas 2, 3 et 5, sont abrogés.
HOOFDSTUK 2. - Slotbepaling
CHAPITRE 2. - Disposition finale
Art. 36. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017.
Art. 36. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2017.