Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
18 APRIL 2017. - Wet houdende diverse bepalingen inzake economie
Titre
18 AVRIL 2017. - Loi portant dispositions diverses en matière d'économie
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van ...
Afdeling 1. - Wijziging van Boek II van het Wet...
Afdeling 1bis. - Wijziging van Boek III van het...
Afdeling 1ter. - Wijziging van Boek IV van het ...
Afdeling 2. - Wijziging van Boek VI van het Wet...
Afdeling 3. - Wijzigingen van Boek VII van het ...
Afdeling 4. - Wijzigingen van Boek IX van het W...
Afdeling 5. - Wijzigingen van Boek XV van het W...
Afdeling 6. - Wijzigingen van Boek XVI van het ...
Afdeling 7. - Wijzigingen van Boek XVII van het...
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 21 maar...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 2 aug...
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 17 janu...
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de wet van 22 maar...
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 13 no...
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van de wet van 21 dece...
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van de wet van 4 apr...
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van de wet van 22 apr...
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van de wet van 29 jun...
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van de wet van 15 jul...
HOOFDSTUK 13. - Oprichting van de administratie...
HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van de wet van 31 a...
HOOFDSTUK 15. - Opheffingsbepaling
HOOFDSTUK 16. - Inwerkingtreding
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
CHAPITRE 2. - Modifications du Code de droit éc...
Section 1re. - Modification du Livre II du Code...
Section 1bis. - Modification du Livre III du Co...
Section 1ter. - Modification du Livre IV du Cod...
Section 2. - Modification du Livre VI du Code d...
Section 3. - Modifications du Livre VII du Code...
Section 4. - Modifications du Livre IX du Code ...
Section 5. - Modifications du Livre XV du Code ...
Section 6. - Modifications du Livre XVI du Code...
Section 7. - Modifications du Livre XVII du Cod...
CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 21 mars...
CHAPITRE 4. - Modifications de la loi du 2 août...
CHAPITRE 5. - Modification de la loi du 17 janv...
CHAPITRE 6. - Modification de la loi du 22 mars...
CHAPITRE 7. - Modifications de la loi du 13 nov...
CHAPITRE 8. - Modification de la loi du 21 déce...
CHAPITRE 9. - Modifications de la loi du 4 avri...
CHAPITRE 10. - Modification de la loi du 22 avr...
CHAPITRE 11. - Modification de la loi du 29 jui...
CHAPITRE 12. - Modification de la loi du 15 jui...
CHAPITRE 13. - Création du service administrati...
CHAPITRE 14. - Modifications de la loi du 31 ao...
CHAPITRE 15. - Disposition abrogatoire
CHAPITRE 16. - Entrée en vigueur
Tekst (140)
Texte (140)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet behandelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht
CHAPITRE 2. - Modifications du Code de droit économique
Afdeling 1. - Wijziging van Boek II van het Wetboek van economisch recht
Section 1re. - Modification du Livre II du Code de droit économique
Art. 2. In boek II van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 28 februari 2013, wordt een titel 4 ingevoegd, luidende:
"Titel 4. Raadplegingen.".
"Titel 4. Raadplegingen.".
Art. 2. Dans le livre II du Code de droit économique, inséré par la loi du 28 février 2013, il est inséré un titre 4, intitulé:
"Titre 4. Consultations.".
"Titre 4. Consultations.".
Art. 3. In de titel 4 van boek II van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 2, wordt een artikel II.5 ingevoegd, luidende:
"Art. II.5. Voor besluiten die een loutere omzetting zijn van harmonisatiemaatregelen genomen op Europees vlak, zijn de raadplegingen van adviesorganen voorzien door dit Wetboek, niet verplicht, maar volstaat een kennisgeving aan deze adviesorganen.
Ontwerpen van besluiten die invulling geven aan een door de maatregel voorziene beleidsmarge of die andere elementen bevatten die de omzetting van de maatregel als zodanig te buiten gaan, dienen echter wel ter advies te worden voorgelegd.".
"Art. II.5. Voor besluiten die een loutere omzetting zijn van harmonisatiemaatregelen genomen op Europees vlak, zijn de raadplegingen van adviesorganen voorzien door dit Wetboek, niet verplicht, maar volstaat een kennisgeving aan deze adviesorganen.
Ontwerpen van besluiten die invulling geven aan een door de maatregel voorziene beleidsmarge of die andere elementen bevatten die de omzetting van de maatregel als zodanig te buiten gaan, dienen echter wel ter advies te worden voorgelegd.".
Art. 3. Dans le titre 4 du livre II du même Code, inséré par l'article 2, il est inséré un article II.5, rédigé comme suit:
"Art. II.5. Pour les arrêtés résultant d'une simple transposition de mesures d'harmonisation sur le plan européen, les consultations des organes d'avis prévues par le présent Code, ne sont pas obligatoires, mais ceux-ci seront portées à la connaissance de ces organes d'avis.
Les projets d'arrêté qui concrétisent la marge politique prévue par la mesure ou qui contiennent d'autres éléments qui dépassent la transposition de la mesure en tant que telle, doivent cependant être soumis pour avis.".
"Art. II.5. Pour les arrêtés résultant d'une simple transposition de mesures d'harmonisation sur le plan européen, les consultations des organes d'avis prévues par le présent Code, ne sont pas obligatoires, mais ceux-ci seront portées à la connaissance de ces organes d'avis.
Les projets d'arrêté qui concrétisent la marge politique prévue par la mesure ou qui contiennent d'autres éléments qui dépassent la transposition de la mesure en tant que telle, doivent cependant être soumis pour avis.".
Afdeling 1bis. - Wijziging van Boek III van het Wetboek van economisch recht
Section 1bis. - Modification du Livre III du Code de droit économique
Art. 4. In artikel III.93, § 1, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013 en gewijzigd bij de wet van 12 december 2016, wordt een alinea toegevoegd luidende:
"De commissie voor Boekhoudkundige Normen is een autonome instelling met rechtspersoonlijkheid.".
"De commissie voor Boekhoudkundige Normen is een autonome instelling met rechtspersoonlijkheid.".
Art. 4. L'article III.93, § 1er, du Code de Droit économique inséré par la loi du 17 juillet 2013 et modifié par la loi du 12 décembre 2016, est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"La Commission des normes comptables est une institution autonome dotée de la personnalité juridique.
"La Commission des normes comptables est une institution autonome dotée de la personnalité juridique.
Afdeling 1ter. - Wijziging van Boek IV van het Wetboek van economisch recht
Section 1ter. - Modification du Livre IV du Code de droit économique
Art. 5. In artikel IV.16 van het Wetboek van economisch recht worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de paragrafen 4 en 5 worden vervangen als volgt:
" § 4. De Koning bepaalt welke logistieke en materiële middelen de federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, ter beschikking van de Belgische Mededingingsautoriteit stelt. Daartoe wordt een dienstverleningsovereenkomst overeengekomen tussen de Belgische Mededingingsautoriteit en de federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
§ 5. De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad het administratief en geldelijk statuut van de voorzitter, de assessor-ondervoorzitter en assessoren die zetelen in het Mededingingscollege, de auditeur-generaal, de directeur van de juridische studies en de directeur van de economische studies van de Belgische Mededingingsautoriteit.";
2° het artikel wordt aangevuld met vier paragrafen, luidende:
" § 6. De personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit worden ter beschikking gesteld door de federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. De Koning stelt, na advies van het directiecomité van de Belgische Mededingingsautoriteit, de regels van deze terbeschikkingstelling vast, alsmede de voorwaarden.
§ 7. De Koning bepaalt de wijze waarop het personeelsplan van de Belgische Mededingingsautoriteit wordt aangenomen.
§ 8. De minister oefent volgens de nadere regels die door de Koning worden vastgesteld, een recht van controle uit op de besluiten van de Belgische Mededingingsautoriteit die een financiële en budgettaire weerslag hebben.
§ 9. Het begrotingsontwerp van de Belgische Mededingingsautoriteit wordt door het directiecomité opgemaakt en goedgekeurd door de minister.
De begroting wordt aan de Kamer van volksvertegenwoordigers medegedeeld.
De rekeningen van de Belgische Mededingingsautoriteit worden door het directiecomité opgemaakt en goedgekeurd.
Voor 31 mei van het jaar volgend op het betrokken boekjaar, deelt het directiecomité de jaarrekening van de Belgische Mededingingsautoriteit vergezeld van het activiteitenverslag voor controle mee aan het Rekenhof. Het Rekenhof kan zijn controle ter plaatse uitvoeren."
1° de paragrafen 4 en 5 worden vervangen als volgt:
" § 4. De Koning bepaalt welke logistieke en materiële middelen de federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, ter beschikking van de Belgische Mededingingsautoriteit stelt. Daartoe wordt een dienstverleningsovereenkomst overeengekomen tussen de Belgische Mededingingsautoriteit en de federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
§ 5. De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad het administratief en geldelijk statuut van de voorzitter, de assessor-ondervoorzitter en assessoren die zetelen in het Mededingingscollege, de auditeur-generaal, de directeur van de juridische studies en de directeur van de economische studies van de Belgische Mededingingsautoriteit.";
2° het artikel wordt aangevuld met vier paragrafen, luidende:
" § 6. De personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit worden ter beschikking gesteld door de federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. De Koning stelt, na advies van het directiecomité van de Belgische Mededingingsautoriteit, de regels van deze terbeschikkingstelling vast, alsmede de voorwaarden.
§ 7. De Koning bepaalt de wijze waarop het personeelsplan van de Belgische Mededingingsautoriteit wordt aangenomen.
§ 8. De minister oefent volgens de nadere regels die door de Koning worden vastgesteld, een recht van controle uit op de besluiten van de Belgische Mededingingsautoriteit die een financiële en budgettaire weerslag hebben.
§ 9. Het begrotingsontwerp van de Belgische Mededingingsautoriteit wordt door het directiecomité opgemaakt en goedgekeurd door de minister.
De begroting wordt aan de Kamer van volksvertegenwoordigers medegedeeld.
De rekeningen van de Belgische Mededingingsautoriteit worden door het directiecomité opgemaakt en goedgekeurd.
Voor 31 mei van het jaar volgend op het betrokken boekjaar, deelt het directiecomité de jaarrekening van de Belgische Mededingingsautoriteit vergezeld van het activiteitenverslag voor controle mee aan het Rekenhof. Het Rekenhof kan zijn controle ter plaatse uitvoeren."
Art. 5. Dans l'article IV.16 du Code de droit économique, les modifications suivantes sont apportées:
1° les paragraphes 4 et 5 sont remplacés par ce qui suit:
" § 4. Le Roi détermine quels moyens logistiques et matériels le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie met à la disposition de l'Autorité belge de la Concurrence. A cette fin, un contrat de prestation de services sera conclu entre l'Autorité belge de la concurrence et le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie.
§ 5. Le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, détermine le statut administratif et pécuniaire du président, de l'assesseur vice-président et des assesseurs qui siègent au Collège de la concurrence, de l'auditeur général, du directeur des études juridiques et du directeur des études économiques de l'Autorité belge de la concurrence.";
2° l'article est complété par quatre paragraphes rédigés comme suit:
" § 6. Les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence sont mis à disposition par le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie. Après avis du comité de direction de l'Autorité belge de la concurrence, le Roi fixe les règles de cette mise à disposition, ainsi que les conditions.
§ 7. Le Roi détermine la manière dont le plan du personnel de l'Autorité belge de la concurrence est adopté.
§ 8. Le ministre exerce, selon les modalités fixées par le Roi, un pouvoir de contrôle sur les décisions de l'Autorité belge de la concurrence qui ont une incidence financière et budgétaire.
§ 9. Le projet de budget de l'Autorité belge de la concurrence est élaboré par le comité de direction et est approuvé par le ministre.
Le budget est communiqué à la Chambre des représentants.
Les comptes de l'Autorité belge de la concurrence sont élaborés et approuvés par le comité de direction.
Avant le 31 mai de l'année suivant l'exercice concerné, le comité de direction communique les comptes annuels de l'Autorité belge de la concurrence accompagnés du rapport d'activités à la Cour des comptes pour vérification. La Cour des comptes peut exercer son contrôle sur place."
1° les paragraphes 4 et 5 sont remplacés par ce qui suit:
" § 4. Le Roi détermine quels moyens logistiques et matériels le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie met à la disposition de l'Autorité belge de la Concurrence. A cette fin, un contrat de prestation de services sera conclu entre l'Autorité belge de la concurrence et le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie.
§ 5. Le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, détermine le statut administratif et pécuniaire du président, de l'assesseur vice-président et des assesseurs qui siègent au Collège de la concurrence, de l'auditeur général, du directeur des études juridiques et du directeur des études économiques de l'Autorité belge de la concurrence.";
2° l'article est complété par quatre paragraphes rédigés comme suit:
" § 6. Les membres du personnel de l'Autorité belge de la concurrence sont mis à disposition par le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie. Après avis du comité de direction de l'Autorité belge de la concurrence, le Roi fixe les règles de cette mise à disposition, ainsi que les conditions.
§ 7. Le Roi détermine la manière dont le plan du personnel de l'Autorité belge de la concurrence est adopté.
§ 8. Le ministre exerce, selon les modalités fixées par le Roi, un pouvoir de contrôle sur les décisions de l'Autorité belge de la concurrence qui ont une incidence financière et budgétaire.
§ 9. Le projet de budget de l'Autorité belge de la concurrence est élaboré par le comité de direction et est approuvé par le ministre.
Le budget est communiqué à la Chambre des représentants.
Les comptes de l'Autorité belge de la concurrence sont élaborés et approuvés par le comité de direction.
Avant le 31 mai de l'année suivant l'exercice concerné, le comité de direction communique les comptes annuels de l'Autorité belge de la concurrence accompagnés du rapport d'activités à la Cour des comptes pour vérification. La Cour des comptes peut exercer son contrôle sur place."
Afdeling 2. - Wijziging van Boek VI van het Wetboek van economisch recht
Section 2. - Modification du Livre VI du Code de droit économique
Art. 6. In artikel VI.92 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden"Deze afdeling" vervangen door de woorden "Dit hoofdstuk".
Art. 6. A l'article VI.92 du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 2013, les mots "La présente section" sont remplacés par les mots "Le présent chapitre".
Afdeling 3. - Wijzigingen van Boek VII van het Wetboek van economisch recht
Section 3. - Modifications du Livre VII du Code de droit économique
Art. 7. In artikel VII.2, § 4, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "de artikelen VII.69, VII.75 en VII.77" vervangen door de woorden "de artikelen VII.69, VII.75, VII.77, VII.126, VII.127, § 1, VII.131 en VII.133".
Art. 7. Dans l'article VII.2, § 4, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots "articles VII.69, VII.75 et VII.77" sont remplacés par les mots "articles VII.69, VII.75, VII.77, VII.126, VII.127, § 1er, VII.131 et VII.133".
Art. 8. In artikel VII.77, § 2, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "en/of een hypothecair krediet met een roerende bestemming" ingevoegd tussen de woorden "een consumentenkrediet" en de woorden "die niet werd afgelost".
Art. 8. Dans l'article VII.77, § 2, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots "et/ou un crédit hypothécaire avec une destination mobilière" sont insérés entre les mots "crédit à la consommation" et les mots "qui n'a(ont) pas été remboursé(s)".
Art. 9. In artikel VII.78, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 oktober 2015 en gewijzigd bij de wet van 21 juli 2016, wordt het 2e gedachtestreepje vervangen als volgt:
"- of door een andere elektronische handtekening die de identiteit van de partijen, hun instemming met de inhoud van de kredietovereenkomst en het behoud van de integriteit van deze overeenkomst verzekert. De Koning kan hiertoe criteria bepalen. In geval van betwisting is het aan de kredietgever om aan te tonen dat deze elektronische handtekening daadwerkelijk deze functies verzekert.".
"- of door een andere elektronische handtekening die de identiteit van de partijen, hun instemming met de inhoud van de kredietovereenkomst en het behoud van de integriteit van deze overeenkomst verzekert. De Koning kan hiertoe criteria bepalen. In geval van betwisting is het aan de kredietgever om aan te tonen dat deze elektronische handtekening daadwerkelijk deze functies verzekert.".
Art. 9. Dans l'article VII.78, § 1er, alinéa 4, du même Code, inséré par la loi du 26 octobre 2015 et modifié par la loi du 21 juillet 2016, le 2e tiret est remplacé comme suit:
"- ou par une autre signature électronique qui garantit l'identité des parties, leur consentement sur le contenu du contrat de crédit et le maintien de l'intégrité de ce contrat. Le Roi peut fixer des critères à cette fin. En cas de contestation, il incombe au prêteur de démontrer que cette signature électronique garantit effectivement ces fonctions.".
"- ou par une autre signature électronique qui garantit l'identité des parties, leur consentement sur le contenu du contrat de crédit et le maintien de l'intégrité de ce contrat. Le Roi peut fixer des critères à cette fin. En cas de contestation, il incombe au prêteur de démontrer que cette signature électronique garantit effectivement ces fonctions.".
Art. 10. In artikel VII.116 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "opgesomd in deze afdeling" vervangen door de woorden "opgesomd in deze onderafdeling".
Art. 10. Dans l'article VII.116 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots "au sein de la présente section" sont remplacés par les mots "au sein de la présente sous-section".
Art. 11. In artikel VII.134, § 1, 2de lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 april 2016 houdende wijziging en invoeging van bepalingen inzake consumentenkrediet en hypothecair krediet in verschillende boeken van het Wetboek van economisch recht, worden het eerste en tweede gedachtestreepje vervangen als volgt:
"- door een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG;
- of door een andere elektronische handtekening, die de identiteit van de partijen, hun instemming met de inhoud van de kredietovereenkomst en het behoud van de integriteit van deze overeenkomst verzekert. De Koning kan hiertoe criteria bepalen. In geval van betwisting is het aan de kredietgever om aan te tonen dat deze elektronische handtekening daadwerkelijk deze functies verzekert.".
"- door een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG;
- of door een andere elektronische handtekening, die de identiteit van de partijen, hun instemming met de inhoud van de kredietovereenkomst en het behoud van de integriteit van deze overeenkomst verzekert. De Koning kan hiertoe criteria bepalen. In geval van betwisting is het aan de kredietgever om aan te tonen dat deze elektronische handtekening daadwerkelijk deze functies verzekert.".
Art. 11. Dans l'article VII.134, § 1er, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 22 avril 2016 portant modification et insertion de dispositions en matière de crédit à la consommation et de crédit hypothécaire dans plusieurs livres du Code de droit économique, le premier et le deuxième tiret sont remplacé comme suit:
"- par une signature électronique qualifiée ou un cachet électronique qualifié, visé respectivement à l'article 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE;
- ou par une autre signature électronique qui garantit l'identité des parties, leur consentement sur le contenu du contrat de crédit et le maintien de l'intégrité de ce contrat. Le Roi peut fixer des critères à cette fin. En cas de contestation, il incombe au prêteur de démontrer que cette signature électronique garantit effectivement ces fonctions.".
"- par une signature électronique qualifiée ou un cachet électronique qualifié, visé respectivement à l'article 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE;
- ou par une autre signature électronique qui garantit l'identité des parties, leur consentement sur le contenu du contrat de crédit et le maintien de l'intégrité de ce contrat. Le Roi peut fixer des critères à cette fin. En cas de contestation, il incombe au prêteur de démontrer que cette signature électronique garantit effectivement ces fonctions.".
Art. 12. In artikel VII.143, § 3, 3°, tweede lid van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 april 2016, worden de woorden "en van de FSMA nadat deze de Commissie voor Verzekeringen geraadpleegd heeft" opgeheven.
Art. 12. Dans l'article VII.143, § 3, 3°, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 22 avril 2016, les mots "et de la FSMA après consultation, par ce dernier, de la Commission des Assurances" sont abrogés.
Art. 13. In artikel VII.147/32 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 april 2016, worden de woorden "opgesomd in deze afdeling" vervangen door de woorden "opgesomd in deze onderafdeling".
Art. 13. Dans l'article VII.147/32 du même Code, inséré par la loi du 22 avril 2016, les mots "au sein de la présente section" sont remplacés par les mots "au sein de la présente sous-section".
Art. 14. In artikel VII.159 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende:
" § 2/1. De Koning kan voor de kredietgevers die geen kredieten meer toestaan maar enkel bestaande kredieten beheren en afwikkelen, afwijkingen op de vergunnings- en bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden vaststellen.".
" § 2/1. De Koning kan voor de kredietgevers die geen kredieten meer toestaan maar enkel bestaande kredieten beheren en afwikkelen, afwijkingen op de vergunnings- en bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden vaststellen.".
Art. 14. A l'article VII.159 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, il est inséré un paragraphe 2/1 rédigé comme suit:
" § 2/1. Le Roi peut, pour les prêteurs qui n'octroient plus de crédits mais se bornent à gérer et liquider des crédits existants, prévoir des dérogations aux conditions d'agrément et d'exercice.".
" § 2/1. Le Roi peut, pour les prêteurs qui n'octroient plus de crédits mais se bornent à gérer et liquider des crédits existants, prévoir des dérogations aux conditions d'agrément et d'exercice.".
Art. 15. In artikel VII.160 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 22 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 4 wordt aangevuld met twee leden, luidende:
"De FOD Economie doet uitspraak over de voorgelegde modelkredietovereenkomsten binnen een termijn van vier maanden na de dag waarop alle documenten en gegevens zijn ontvangen.
Voor de kredietgevers bedoeld in artikel 54, §§ 4 en 5, van de wet van 19 april 2014 houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere bepalingen, volstaat het bewijs dat de modelkredietovereenkomsten, met inbegrip van de aflossingstabellen, ter goedkeuring werden voorgelegd aan de FOD Economie, onverminderd de toepassing van paragraaf 5, tweede lid.";
2° in paragraaf 5 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
"Wanneer de FOD Economie aan de FSMA bij gemotiveerde kennisgeving meedeelt, na betrokkene te hebben gehoord, dat de modelcontracten van een kredietgever bedoeld in paragraaf 4, vijfde lid, werden afgekeurd, is artikel XV.67/1, § 5, overeenkomstig van toepassing.".
1° paragraaf 4 wordt aangevuld met twee leden, luidende:
"De FOD Economie doet uitspraak over de voorgelegde modelkredietovereenkomsten binnen een termijn van vier maanden na de dag waarop alle documenten en gegevens zijn ontvangen.
Voor de kredietgevers bedoeld in artikel 54, §§ 4 en 5, van de wet van 19 april 2014 houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere bepalingen, volstaat het bewijs dat de modelkredietovereenkomsten, met inbegrip van de aflossingstabellen, ter goedkeuring werden voorgelegd aan de FOD Economie, onverminderd de toepassing van paragraaf 5, tweede lid.";
2° in paragraaf 5 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
"Wanneer de FOD Economie aan de FSMA bij gemotiveerde kennisgeving meedeelt, na betrokkene te hebben gehoord, dat de modelcontracten van een kredietgever bedoeld in paragraaf 4, vijfde lid, werden afgekeurd, is artikel XV.67/1, § 5, overeenkomstig van toepassing.".
Art. 15. A l'article VII.160 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié par la loi du 22 avril 2016, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 4 est complété par deux alinéas rédigés comme suit:
"Le SPF Economie se prononce sur les modèles de contrat de crédit soumis dans un délai de quatre mois à dater du jour de la réception de tous les documents et données.
Pour les prêteurs visés à l'article 54, §§ 4 et 5, de la loi du 19 avril 2014 portant insertion du livre VII "Services de paiement et de crédit" dans le Code de droit économique, portant insertion des définitions propres au livre VII et des peines relatives aux infractions au livre VII, dans les livres I et XV du Code de droit économique, et portant diverses autres dispositions, sans préjudice de l'application du paragraphe 5, alinéa 2, la preuve que les modèles de contrats de crédit en ce compris les tableaux d'amortissement sont soumis pour approbation au SPF Economie, suffit.";
2° au paragraphe 5, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2:
"Lorsque le SPF Economie fait savoir à la FSMA par une notification motivée, après avoir entendu l'intéressé, que les modèles de contrat d'un prêteur visé au paragraphe 4, alinéa 5, ont été refusés, l'article XV.67/1, § 5, s'applique par analogie.".
1° le paragraphe 4 est complété par deux alinéas rédigés comme suit:
"Le SPF Economie se prononce sur les modèles de contrat de crédit soumis dans un délai de quatre mois à dater du jour de la réception de tous les documents et données.
Pour les prêteurs visés à l'article 54, §§ 4 et 5, de la loi du 19 avril 2014 portant insertion du livre VII "Services de paiement et de crédit" dans le Code de droit économique, portant insertion des définitions propres au livre VII et des peines relatives aux infractions au livre VII, dans les livres I et XV du Code de droit économique, et portant diverses autres dispositions, sans préjudice de l'application du paragraphe 5, alinéa 2, la preuve que les modèles de contrats de crédit en ce compris les tableaux d'amortissement sont soumis pour approbation au SPF Economie, suffit.";
2° au paragraphe 5, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2:
"Lorsque le SPF Economie fait savoir à la FSMA par une notification motivée, après avoir entendu l'intéressé, que les modèles de contrat d'un prêteur visé au paragraphe 4, alinéa 5, ont été refusés, l'article XV.67/1, § 5, s'applique par analogie.".
Art. 16. In artikel VII.172 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wetten van 26 oktober 2015 en 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, punt 1°, van de lijst van de kredietgevers inzake hypothecair krediet, wordt de bepaling onder f) vervangen als volgt:
"f. Kredietgevers die geen kredieten meer toestaan maar enkel bestaande kredieten beheren en afwikkelen (artikel VII.159, § 2/1);";
2° in het eerste lid wordt punt 1° van de lijst van de kredietgevers inzake hypothecair krediet aangevuld met de bepalingen onder g) en h), luidende:
"g. Overnemers van schuldvorderingen uit een hypothecair krediet met een onroerende bestemming (artikel VII.159, § 3, tweede lid);
h. Andere kredietgevers.";
3° in het eerste lid, punt 2° van de lijst van de kredietgevers inzake hypothecair krediet, wordt de bepaling onder f) vervangen als volgt:
"f. Kredietgevers die geen kredieten meer toestaan maar enkel bestaande kredieten beheren en afwikkelen (artikel VII.159, § 2/1);";
4° in het eerste lid wordt punt 2° van de lijst van de kredietgevers inzake hypothecair krediet aangevuld met de bepalingen onder g) en h), luidende:
"g. Overnemers van schuldvorderingen uit een hypothecair krediet met een onroerende bestemming (artikel VII.159, § 3, tweede lid);
h. Andere kredietgevers inzake hypothecair krediet naar buitenlands recht.";
5° in het eerste lid, punt 1° van de lijst van de kredietgevers inzake consumentenkrediet, wordt de bepaling onder f) vervangen als volgt:
"f. Kredietgevers die geen kredieten meer toestaan maar enkel bestaande kredieten beheren en afwikkelen (artikel VII.159, § 2/1);";
6° in het eerste lid wordt punt 1° van de lijst van de kredietgevers inzake consumentenkrediet aangevuld met de bepaling onder g), luidende:
"g. Andere kredietgevers.";
7° in het eerste lid, punt 2° van de lijst van de kredietgevers inzake consumentenkrediet, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt:
"b. Kredietgevers die geen kredieten meer toestaan maar enkel bestaande kredieten beheren en afwikkelen (artikel VII.159, § 2/1);";
8° in het eerste lid wordt punt 2° van de lijst van de kredietgever inzake consumentenkrediet aangevuld met de bepaling onder c), luidende:
"c. Andere kredietgevers inzake consumentenkrediet naar buitenlands recht.";
9° het tweede lid wordt aangevuld met een streepje, luidende :
"- alle andere informatie die de FSMA nuttig acht voor een correcte informatieverstrekking aan het publiek.".
1° in het eerste lid, punt 1°, van de lijst van de kredietgevers inzake hypothecair krediet, wordt de bepaling onder f) vervangen als volgt:
"f. Kredietgevers die geen kredieten meer toestaan maar enkel bestaande kredieten beheren en afwikkelen (artikel VII.159, § 2/1);";
2° in het eerste lid wordt punt 1° van de lijst van de kredietgevers inzake hypothecair krediet aangevuld met de bepalingen onder g) en h), luidende:
"g. Overnemers van schuldvorderingen uit een hypothecair krediet met een onroerende bestemming (artikel VII.159, § 3, tweede lid);
h. Andere kredietgevers.";
3° in het eerste lid, punt 2° van de lijst van de kredietgevers inzake hypothecair krediet, wordt de bepaling onder f) vervangen als volgt:
"f. Kredietgevers die geen kredieten meer toestaan maar enkel bestaande kredieten beheren en afwikkelen (artikel VII.159, § 2/1);";
4° in het eerste lid wordt punt 2° van de lijst van de kredietgevers inzake hypothecair krediet aangevuld met de bepalingen onder g) en h), luidende:
"g. Overnemers van schuldvorderingen uit een hypothecair krediet met een onroerende bestemming (artikel VII.159, § 3, tweede lid);
h. Andere kredietgevers inzake hypothecair krediet naar buitenlands recht.";
5° in het eerste lid, punt 1° van de lijst van de kredietgevers inzake consumentenkrediet, wordt de bepaling onder f) vervangen als volgt:
"f. Kredietgevers die geen kredieten meer toestaan maar enkel bestaande kredieten beheren en afwikkelen (artikel VII.159, § 2/1);";
6° in het eerste lid wordt punt 1° van de lijst van de kredietgevers inzake consumentenkrediet aangevuld met de bepaling onder g), luidende:
"g. Andere kredietgevers.";
7° in het eerste lid, punt 2° van de lijst van de kredietgevers inzake consumentenkrediet, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt:
"b. Kredietgevers die geen kredieten meer toestaan maar enkel bestaande kredieten beheren en afwikkelen (artikel VII.159, § 2/1);";
8° in het eerste lid wordt punt 2° van de lijst van de kredietgever inzake consumentenkrediet aangevuld met de bepaling onder c), luidende:
"c. Andere kredietgevers inzake consumentenkrediet naar buitenlands recht.";
9° het tweede lid wordt aangevuld met een streepje, luidende :
"- alle andere informatie die de FSMA nuttig acht voor een correcte informatieverstrekking aan het publiek.".
Art. 16. A l'article VII.172 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié par les lois des 26 octobre 2015 et 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées:
1° à l'alinéa 1er, point 1°, de la liste des prêteurs en crédit hypothécaire, le f) est remplacé par ce qui suit:
"f. Prêteurs qui n'octroient plus de crédits mais se bornent à gérer et liquider des crédits existants (article VII.159, § 2/1);";
2° à l'alinéa 1er, le point 1° de la liste des prêteurs en crédit hypothécaire est complété par les g) et h) rédigés comme suit:
"g. Cessionnaires de créances résultant d'un crédit hypothécaire avec une destination immobilière (article VII.159, § 3, alinéa 2);
h. Autres prêteurs.";
3° à l'alinéa 1er, point 2° de la liste des prêteurs en crédit hypothécaire, le f) est remplacé par ce qui suit:
"f. Prêteurs qui n'octroient plus de crédits mais se bornent à gérer et liquider des crédits existants (article VII.159, § 2/1);";
4° à l'alinéa 1er, le point 2° de la liste des prêteurs en crédit hypothécaire est complété par les g) et h) rédigés comme suit:
"g. Cessionnaires de créances résultant d'un crédit hypothécaire avec une destination immobilière (article VII.159, § 3, alinéa 2);
h. Autres prêteurs en crédit hypothécaire de droit étranger.";
5° à l'alinéa 1er, point 1° de la liste des prêteurs en crédit à la consommation, le f) est remplacé par ce qui suit:
"f. Prêteurs qui n'octroient plus de crédits mais se bornent à gérer et liquider des crédits existants (article VII.159, § 2/1);";
6° à l'alinéa 1er, le point 1° de la liste des prêteurs en crédit à la consommation est complété par un g) rédigé comme suit:
"g. Autres prêteurs.";
7° à l'alinéa 1er, point 2° de la liste des prêteurs en crédit à la consommation, le b) est remplacé par ce qui suit:
"b. Prêteurs qui n'octroient plus de crédits mais se bornent à gérer et liquider des crédits existants (article VII.159, § 2/1);";
8° à l'alinéa 1er, le point 2° de la liste des prêteurs en crédit à la consommation est complété par un c) rédigé comme suit:
"c. Autres prêteurs en crédit à la consommation de droit étranger.";
9° l'alinéa 2 est complété par un tiret rédigé comme suit:
"- toute autre information que la FSMA estime utile pour une information correcte du public." .
1° à l'alinéa 1er, point 1°, de la liste des prêteurs en crédit hypothécaire, le f) est remplacé par ce qui suit:
"f. Prêteurs qui n'octroient plus de crédits mais se bornent à gérer et liquider des crédits existants (article VII.159, § 2/1);";
2° à l'alinéa 1er, le point 1° de la liste des prêteurs en crédit hypothécaire est complété par les g) et h) rédigés comme suit:
"g. Cessionnaires de créances résultant d'un crédit hypothécaire avec une destination immobilière (article VII.159, § 3, alinéa 2);
h. Autres prêteurs.";
3° à l'alinéa 1er, point 2° de la liste des prêteurs en crédit hypothécaire, le f) est remplacé par ce qui suit:
"f. Prêteurs qui n'octroient plus de crédits mais se bornent à gérer et liquider des crédits existants (article VII.159, § 2/1);";
4° à l'alinéa 1er, le point 2° de la liste des prêteurs en crédit hypothécaire est complété par les g) et h) rédigés comme suit:
"g. Cessionnaires de créances résultant d'un crédit hypothécaire avec une destination immobilière (article VII.159, § 3, alinéa 2);
h. Autres prêteurs en crédit hypothécaire de droit étranger.";
5° à l'alinéa 1er, point 1° de la liste des prêteurs en crédit à la consommation, le f) est remplacé par ce qui suit:
"f. Prêteurs qui n'octroient plus de crédits mais se bornent à gérer et liquider des crédits existants (article VII.159, § 2/1);";
6° à l'alinéa 1er, le point 1° de la liste des prêteurs en crédit à la consommation est complété par un g) rédigé comme suit:
"g. Autres prêteurs.";
7° à l'alinéa 1er, point 2° de la liste des prêteurs en crédit à la consommation, le b) est remplacé par ce qui suit:
"b. Prêteurs qui n'octroient plus de crédits mais se bornent à gérer et liquider des crédits existants (article VII.159, § 2/1);";
8° à l'alinéa 1er, le point 2° de la liste des prêteurs en crédit à la consommation est complété par un c) rédigé comme suit:
"c. Autres prêteurs en crédit à la consommation de droit étranger.";
9° l'alinéa 2 est complété par un tiret rédigé comme suit:
"- toute autre information que la FSMA estime utile pour une information correcte du public." .
Art. 17. In artikel VII.174 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt paragraaf 4 vervangen als volgt:
" § 4. De FOD Economie doet uitspraak over de voorgelegde modelkredietovereenkomsten binnen een termijn van vier maanden na de dag waarop alle documenten en gegevens zijn ontvangen.
Als de modelovereenkomsten door de FOD Economie worden goedgekeurd, registreert de FSMA de betrokken instelling als kredietgever en stelt zij die instelling daarvan in kennis, waarbij zij een kopie van deze kennisgeving aan de Bank richt.
Voor de reeds geregistreerde kredietgevers bedoeld in artikel 54, § 6, van de wet van 19 april 2014 houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere bepalingen volstaat het dat de modelkredietovereenkomsten ter goedkeuring worden voorgelegd aan de FOD Economie, onverminderd de toepassing van paragraaf 6.".
" § 4. De FOD Economie doet uitspraak over de voorgelegde modelkredietovereenkomsten binnen een termijn van vier maanden na de dag waarop alle documenten en gegevens zijn ontvangen.
Als de modelovereenkomsten door de FOD Economie worden goedgekeurd, registreert de FSMA de betrokken instelling als kredietgever en stelt zij die instelling daarvan in kennis, waarbij zij een kopie van deze kennisgeving aan de Bank richt.
Voor de reeds geregistreerde kredietgevers bedoeld in artikel 54, § 6, van de wet van 19 april 2014 houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere bepalingen volstaat het dat de modelkredietovereenkomsten ter goedkeuring worden voorgelegd aan de FOD Economie, onverminderd de toepassing van paragraaf 6.".
Art. 17. Dans l'article VII.174, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit:
" § 4. Le SPF Economie se prononce sur les modèles de contrat de crédit soumis dans un délai de quatre mois à dater du jour de la réception de tous les documents et données.
Si les modèles de contrat emportent l'accord du SPF Economie, la FSMA procède à l'enregistrement de l'établissement comme prêteur et le notifie à l'établissement, une copie de cette notification étant adressée à la Banque.
Pour les prêteurs déjà enregistrés, visés à l'article 54, § 6, de la loi du 19 avril 2014 portant insertion du livre VII "Services de paiement et de crédit" dans le Code de droit économique, portant insertion des définitions propres au livre VII et des peines relatives aux infractions au livre VII, dans les livres I et XV du Code de droit économique, et portant diverses autres dispositions, sans préjudice de l'application du paragraphe 6, la preuve que les modèles de contrats de crédit sont soumis pour approbation au SPF Economie, suffit.".
" § 4. Le SPF Economie se prononce sur les modèles de contrat de crédit soumis dans un délai de quatre mois à dater du jour de la réception de tous les documents et données.
Si les modèles de contrat emportent l'accord du SPF Economie, la FSMA procède à l'enregistrement de l'établissement comme prêteur et le notifie à l'établissement, une copie de cette notification étant adressée à la Banque.
Pour les prêteurs déjà enregistrés, visés à l'article 54, § 6, de la loi du 19 avril 2014 portant insertion du livre VII "Services de paiement et de crédit" dans le Code de droit économique, portant insertion des définitions propres au livre VII et des peines relatives aux infractions au livre VII, dans les livres I et XV du Code de droit économique, et portant diverses autres dispositions, sans préjudice de l'application du paragraphe 6, la preuve que les modèles de contrats de crédit sont soumis pour approbation au SPF Economie, suffit.".
Art. 18. In artikel VII.181 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, worden de woorden "noch failliet zijn verklaard" vervangen door de woorden "noch failliet zijn verklaard minder dan 10 jaar geleden";
2° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt de laatste zin, die aanvangt met de woorden "Voor de toepassing van dit artikel" en eindigt met de woorden "om de failliet verklaarde vennootschap te beheren", opgeheven;
3° in paragraaf 2, 1°, worden de woorden "noch failliet zijn verklaard" vervangen door de woorden "noch failliet zijn verklaard minder dan 10 jaar geleden";
4° in paragraaf 2, 1°, wordt de laatste zin, die aanvangt met de woorden "Voor de toepassing van dit artikel" en eindigt met de woorden "om de failliet verklaarde vennootschap te beheren", opgeheven.
1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, worden de woorden "noch failliet zijn verklaard" vervangen door de woorden "noch failliet zijn verklaard minder dan 10 jaar geleden";
2° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt de laatste zin, die aanvangt met de woorden "Voor de toepassing van dit artikel" en eindigt met de woorden "om de failliet verklaarde vennootschap te beheren", opgeheven;
3° in paragraaf 2, 1°, worden de woorden "noch failliet zijn verklaard" vervangen door de woorden "noch failliet zijn verklaard minder dan 10 jaar geleden";
4° in paragraaf 2, 1°, wordt de laatste zin, die aanvangt met de woorden "Voor de toepassing van dit artikel" en eindigt met de woorden "om de failliet verklaarde vennootschap te beheren", opgeheven.
Art. 18. A l'article VII.181 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié par la loi du 26 octobre 2015, les modifications suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, les mots "ni avoir été déclarés en faillite" sont remplacés par les mots "ni avoir été déclarés en faillite moins de dix ans auparavant";
2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, la dernière phrase, commençant par les mots "Pour l'application du présent article" et finissant par les mots "de gérer la société déclarée en état de faillite" est abrogée;
3° au paragraphe 2, 1°, les mots "ni avoir été déclarés en faillite" sont remplacés par les mots "ni avoir été déclarés en faillite moins de dix ans auparavant";
4° au paragraphe 2, 1°, la dernière phrase commençant par les mots "Pour l'application du présent article" et finissant par les mots "de gérer la société déclarée en état de faillite" est abrogée.
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, les mots "ni avoir été déclarés en faillite" sont remplacés par les mots "ni avoir été déclarés en faillite moins de dix ans auparavant";
2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, la dernière phrase, commençant par les mots "Pour l'application du présent article" et finissant par les mots "de gérer la société déclarée en état de faillite" est abrogée;
3° au paragraphe 2, 1°, les mots "ni avoir été déclarés en faillite" sont remplacés par les mots "ni avoir été déclarés en faillite moins de dix ans auparavant";
4° au paragraphe 2, 1°, la dernière phrase commençant par les mots "Pour l'application du présent article" et finissant par les mots "de gérer la société déclarée en état de faillite" est abrogée.
Art. 19. In de Nederlandse tekst van het ESIS-model opgenomen in deel A van bijlage 3 bij boek VII van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 april 2016, wordt rubriek 2 aangevuld met het woord "vergoeding".
Art. 19. Dans le texte néerlandais du modèle d'ESIS, incorporé dans la partie A de l'annexe 3 au livre VII du même Code, inséré par la loi du 22 avril 2016, la rubrique 2 est complété avec le mot "vergoeding".
Art. 20. In de Nederlandse tekst van deel B van bijlage 3 bij boek VII van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 april 2014, worden de rubrieken na rubriek 15, gaande van rubriek 1 tot 15, opgeheven.
Art. 20. Dans le texte néerlandais de la partie B de l'annexe 3 au livre VII du même Code, inséré par la loi du 22 avril 2014, les rubriques 1 à 15, après la rubrique 15, sont abrogées.
Afdeling 4. - Wijzigingen van Boek IX van het Wetboek van economisch recht
Section 4. - Modifications du Livre IX du Code de droit économique
Art. 21. In artikel IX.4 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 april 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 worden de woorden "De minister of zijn gemachtigde raadpleegt" vervangen door de woorden "Tenzij de maatregel de omzetting of het gevolg is van een maatregel die op Europees vlak is genomen, raadpleegt de minister of zijn gemachtigde";
2° paragraaf 4 wordt opgeheven.
1° in paragraaf 2 worden de woorden "De minister of zijn gemachtigde raadpleegt" vervangen door de woorden "Tenzij de maatregel de omzetting of het gevolg is van een maatregel die op Europees vlak is genomen, raadpleegt de minister of zijn gemachtigde";
2° paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art. 21. A l'article IX.4 du même Code, inséré par la loi du 25 avril 2013, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 2, les mots "Le ministre ou son délégué consulte" sont remplacés par les mots "Sauf pour la mesure qui transpose une mesure prise au niveau européen, ou qui en découle, le ministre ou son délégué consulte";
2° le paragraphe 4 est abrogé.
1° dans le paragraphe 2, les mots "Le ministre ou son délégué consulte" sont remplacés par les mots "Sauf pour la mesure qui transpose une mesure prise au niveau européen, ou qui en découle, le ministre ou son délégué consulte";
2° le paragraphe 4 est abrogé.
Afdeling 5. - Wijzigingen van Boek XV van het Wetboek van economisch recht
Section 5. - Modifications du Livre XV du Code de droit économique
Art. 22. In boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, wordt een artikel XV.6/1 ingevoegd, luidende:
"Art. XV.6/1. § 1. De in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren zijn gebonden door het beroepsgeheim en mogen de vertrouwelijke informatie waarvan zij kennis hebben gekregen bij de uitoefening van hun taken, niet onthullen, aan welke persoon of autoriteit ook.
In afwijking van het eerste lid mogen deze ambtenaren vertrouwelijke informatie meedelen:
1° in beknopte of samengevoegde vorm, op voorwaarde dat individuele natuurlijke of rechtspersonen niet kunnen worden geïdentificeerd;
2° ingeval de mededeling van dergelijke informatie wordt voorgeschreven of toegestaan door of krachtens dit Wetboek;
3° tijdens een getuigenis in rechte in strafzaken;
4° voor de aangifte van andere strafrechtelijke misdrijven dan deze bedoeld in dit Wetboek en haar uitvoeringsbesluiten, bij de gerechtelijke autoriteiten;
5° aan andere overheidsdiensten en -instellingen, indien dit kadert in het opsporen, vervolgen en sanctioneren van inbreuken op de wetgevingen die tot hun bevoegdheden behoort.
§ 2. De inbreuken op paragraaf 1 worden gestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek.".
"Art. XV.6/1. § 1. De in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren zijn gebonden door het beroepsgeheim en mogen de vertrouwelijke informatie waarvan zij kennis hebben gekregen bij de uitoefening van hun taken, niet onthullen, aan welke persoon of autoriteit ook.
In afwijking van het eerste lid mogen deze ambtenaren vertrouwelijke informatie meedelen:
1° in beknopte of samengevoegde vorm, op voorwaarde dat individuele natuurlijke of rechtspersonen niet kunnen worden geïdentificeerd;
2° ingeval de mededeling van dergelijke informatie wordt voorgeschreven of toegestaan door of krachtens dit Wetboek;
3° tijdens een getuigenis in rechte in strafzaken;
4° voor de aangifte van andere strafrechtelijke misdrijven dan deze bedoeld in dit Wetboek en haar uitvoeringsbesluiten, bij de gerechtelijke autoriteiten;
5° aan andere overheidsdiensten en -instellingen, indien dit kadert in het opsporen, vervolgen en sanctioneren van inbreuken op de wetgevingen die tot hun bevoegdheden behoort.
§ 2. De inbreuken op paragraaf 1 worden gestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek.".
Art. 22. Dans le livre XV, titre 1er, chapitre 1er du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013, il est inséré un article XV.6/1, rédigé comme suit:
"Art. XV.6/1. § 1er. Les agents visés à l'article XV.2 sont tenus au secret professionnel et ne peuvent divulguer à quelque personne ou autorité que ce soit les informations confidentielles dont ils ont eu connaissance en raison de leurs fonctions.
Par dérogation à l'alinéa 1er, ces agents peuvent communiquer des informations confidentielles:
1° sous une forme sommaire ou agrégée, à condition que des personnes physiques ou morales individuelles ne puissent pas être identifiées;
2° dans les cas où la communication de telles informations est prévue ou autorisée par ou en vertu du présent Code;
3° lors d'un témoignage en justice en matière pénale;
4° pour dénoncer aux autorités judiciaires d'autres infractions pénales que celles visées par le présent Code et ses arrêtés d'exécution;
5° à d'autres services et institutions publics si cela s'intègre dans le cadre de la recherche, la poursuite et la sanction des infractions aux législations relevant de leurs compétences.
§ 2. Les infractions au paragraphe 1er sont punies des peines prévues à l'article 458 du Code pénal.".
"Art. XV.6/1. § 1er. Les agents visés à l'article XV.2 sont tenus au secret professionnel et ne peuvent divulguer à quelque personne ou autorité que ce soit les informations confidentielles dont ils ont eu connaissance en raison de leurs fonctions.
Par dérogation à l'alinéa 1er, ces agents peuvent communiquer des informations confidentielles:
1° sous une forme sommaire ou agrégée, à condition que des personnes physiques ou morales individuelles ne puissent pas être identifiées;
2° dans les cas où la communication de telles informations est prévue ou autorisée par ou en vertu du présent Code;
3° lors d'un témoignage en justice en matière pénale;
4° pour dénoncer aux autorités judiciaires d'autres infractions pénales que celles visées par le présent Code et ses arrêtés d'exécution;
5° à d'autres services et institutions publics si cela s'intègre dans le cadre de la recherche, la poursuite et la sanction des infractions aux législations relevant de leurs compétences.
§ 2. Les infractions au paragraphe 1er sont punies des peines prévues à l'article 458 du Code pénal.".
Art. 23. In boek XV, titel 1, hoofdstuk 2, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, wordt een afdeling 9 ingevoegd, luidende:
"Afdeling 9. Andere bijzondere bevoegdheden".
"Afdeling 9. Andere bijzondere bevoegdheden".
Art. 23. Dans le livre XV, titre 1er, chapitre 2, du Code de droit économique, inséré par la loi du 21 décembre 2013, il est inséré une section 9, intitulée comme suit:
"Section 9. Autres compétences particulières".
"Section 9. Autres compétences particulières".
Art. 24. In Afdeling 9 van boek XV, titel 1, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door artikel 21, wordt een artikel XV.30/2 ingevoegd, luidende:
"Art. XV.30/2. De door de minister aangestelde ambtenaren zijn bevoegd de controleurs van de Europese Commissie de nodige bijstand te verlenen, zoals bedoeld in artikel 9 van de Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraude en andere onregelmatigheden.
De in het eerste lid bedoelde ambtenaren beschikken daarbij over de bevoegdheden voorzien in titel 1, hoofdstuk 1.".
"Art. XV.30/2. De door de minister aangestelde ambtenaren zijn bevoegd de controleurs van de Europese Commissie de nodige bijstand te verlenen, zoals bedoeld in artikel 9 van de Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraude en andere onregelmatigheden.
De in het eerste lid bedoelde ambtenaren beschikken daarbij over de bevoegdheden voorzien in titel 1, hoofdstuk 1.".
Art. 24. Dans la section 9 du livre XV, titre 1er, chapitre 2, du même Code, insérée par l'article 21, il est inséré un article XV.30/2, rédigé comme suit:
"XV.30/2. Les agents désignés par le ministre sont compétents pour prêter l'assistance nécessaire aux contrôleurs de la Commission européenne, conformément à l'article 9 du règlement (Euratom, CE) n° 2185/96 du Conseil du 11 novembre 1996 relatif aux contrôles et vérifications sur place effectués par la Commission pour la protection des intérêts financiers des Communautés européennes contre les fraudes et autres irrégularités.
Les agents visés à l'alinéa 1er disposent pour cela des compétences prévues au titre 1er, chapitre 1er.".
"XV.30/2. Les agents désignés par le ministre sont compétents pour prêter l'assistance nécessaire aux contrôleurs de la Commission européenne, conformément à l'article 9 du règlement (Euratom, CE) n° 2185/96 du Conseil du 11 novembre 1996 relatif aux contrôles et vérifications sur place effectués par la Commission pour la protection des intérêts financiers des Communautés européennes contre les fraudes et autres irrégularités.
Les agents visés à l'alinéa 1er disposent pour cela des compétences prévues au titre 1er, chapitre 1er.".
Art. 25. In artikel XV.61, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013 en gewijzigd bij de wet van 29 juni 2016, worden de woorden "Wanneer zij inbreuken" vervangen door de woorden "Wanneer de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren inbreuken".
Art. 25. Dans l'article XV.61, § 1er, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013 et modifié par la loi du 29 juin 2016, les mots "Lorsqu'ils constatent" sont remplacés par les mots "Lorsque les agents visés à l'article XV.2 constatent".
Art. 26. In artikel XV.82 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het cijfer "V.10," wordt ingevoegd tussen de woorden "de artikelen V.4, V.5," en de woorden "V.11, V.12 en";
2° de vermelding " § 3," wordt opgeheven;
3° het artikel wordt aangevuld met de woorden "of de besluiten genomen in uitvoering van de artikelen V.10, V.11, V.12 en V.14.".
1° het cijfer "V.10," wordt ingevoegd tussen de woorden "de artikelen V.4, V.5," en de woorden "V.11, V.12 en";
2° de vermelding " § 3," wordt opgeheven;
3° het artikel wordt aangevuld met de woorden "of de besluiten genomen in uitvoering van de artikelen V.10, V.11, V.12 en V.14.".
Art. 26. A l'article XV.82 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
1° le chiffre "V.10," est inséré entre les mots "des articles V.4, V.5," et les mots "V.11 et V.12 et";
2° la mention " § 3," est supprimée;
3° l'article est complété par les mots "ou des arrêtés pris en vertu des articles V.10, V.11, V.12 et V.14.".
1° le chiffre "V.10," est inséré entre les mots "des articles V.4, V.5," et les mots "V.11 et V.12 et";
2° la mention " § 3," est supprimée;
3° l'article est complété par les mots "ou des arrêtés pris en vertu des articles V.10, V.11, V.12 et V.14.".
Art. 27. In artikel XV.90, 16°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 22 april 2016, worden de woorden "eerste lid," opgeheven.
Art. 27. Dans l'article XV.90, 16°, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié par la loi du 22 avril 2016, les mots "alinéa 1er," sont supprimés.
Art. 28. In artikel XV.125, van hetzelfde Wetboek, vroeger artikel 127, ingevoegd door de wet van 4 april 2014, vernummerd door de wet van 26 oktober 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° In paragraaf 1 worden de woorden "artikelen XVI.2 tot XVI.4, §§ 1 en 2" vervangen door de woorden "artikelen XVI.2 tot XVI.4, §§ 1 tot 3, XVI.17, § 2, laatste lid, en XVI.27, § 2";
2° In paragraaf 2 worden de woorden "artikelen XVI.2 tot XVI.4, §§ 1 en 2" vervangen door de woorden "artikelen XVI.2 tot XVI.4, §§ 1 tot 3, XVI.17, § 2, laatste lid, en XVI.27, § 2".
1° In paragraaf 1 worden de woorden "artikelen XVI.2 tot XVI.4, §§ 1 en 2" vervangen door de woorden "artikelen XVI.2 tot XVI.4, §§ 1 tot 3, XVI.17, § 2, laatste lid, en XVI.27, § 2";
2° In paragraaf 2 worden de woorden "artikelen XVI.2 tot XVI.4, §§ 1 en 2" vervangen door de woorden "artikelen XVI.2 tot XVI.4, §§ 1 tot 3, XVI.17, § 2, laatste lid, en XVI.27, § 2".
Art. 28. Dans l'article XV.125, du même Code, ancien article 127, inséré par la loi du 4 avril 2014, renuméroté par la loi du 26 octobre 2015, les modifications suivantes sont apportées:
1° Au paragraphe 1er les mots "articles XVI.2 à XVI.4, §§ 1er et 2" sont remplacés par les mots "articles XVI.2 à XVI.4, §§ 1er à 3, XVI.17, § 2, dernier alinéa, et XVI.27, § 2";
2° Au paragraphe 2, les mots "articles XVI.2 à XVI.4, §§ 1er et 2" sont remplacés par les mots "articles XVI.2 à XVI.4, §§ 1er à 3, XVI.17, § 2, dernier alinéa, et XVI.27, § 2".
1° Au paragraphe 1er les mots "articles XVI.2 à XVI.4, §§ 1er et 2" sont remplacés par les mots "articles XVI.2 à XVI.4, §§ 1er à 3, XVI.17, § 2, dernier alinéa, et XVI.27, § 2";
2° Au paragraphe 2, les mots "articles XVI.2 à XVI.4, §§ 1er et 2" sont remplacés par les mots "articles XVI.2 à XVI.4, §§ 1er à 3, XVI.17, § 2, dernier alinéa, et XVI.27, § 2".
Art. 29. In boek XV, titel 3, hoofdstuk 2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, wordt een afdeling 11/3 ingevoegd, luidende:
"Afdeling 11/3. - De straffen voor inbreuken op verordeningen van de Europese Unie".
"Afdeling 11/3. - De straffen voor inbreuken op verordeningen van de Europese Unie".
Art. 29. Dans le livre XV, titre 3, chapitre 2 du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013, il est inséré une section 11/3, intitulée:
"Section 11/3. - Les peines relatives aux infractions aux règlements de l'Union européenne".
"Section 11/3. - Les peines relatives aux infractions aux règlements de l'Union européenne".
Art. 30. In Afdeling 11/3 van boek XV, titel 3, hoofdstuk 2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door artikel 27, wordt een artikel XV.125/3 ingevoegd, luidende:
"Art. XV.125/3. Met een sanctie van niveau 2 worden bestraft zij die artikel 14 van Verordening (EU) Nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en richtlijn 2009/22/EG overtreden.".
"Art. XV.125/3. Met een sanctie van niveau 2 worden bestraft zij die artikel 14 van Verordening (EU) Nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en richtlijn 2009/22/EG overtreden.".
Art. 30. Dans la section 11/3 du livre XV, titre 3, chapitre 2 du même Code, insérée par l'article 27, il est inséré un article XV.125/3, rédigé comme suit:
"Art. XV.125/3. Sont punis d'une sanction de niveau 2 ceux qui commettent une infraction à l'article 14 du règlement (UE) n° 524/2013 du Parlement européen et du Conseil du 21 mai 2013 relatif au règlement en ligne des litiges de consommation et modifiant le règlement (CE) n° 2006/2004 et la directive 2009/22/CE.".
"Art. XV.125/3. Sont punis d'une sanction de niveau 2 ceux qui commettent une infraction à l'article 14 du règlement (UE) n° 524/2013 du Parlement européen et du Conseil du 21 mai 2013 relatif au règlement en ligne des litiges de consommation et modifiant le règlement (CE) n° 2006/2004 et la directive 2009/22/CE.".
Art. 31. In artikel XV.126, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, worden de woorden "artikel XV.2." vervangen door de woorden "de artikelen XV.2 en XV.30/2".
Art. 31. Dans l'article XV.126, premier alinéa, du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013, les mots "à l'article XV. 2" sont remplacés par les mots "aux articles XV.2 et XV.30/2".
Afdeling 6. - Wijzigingen van Boek XVI van het Wetboek van economisch recht
Section 6. - Modifications du Livre XVI du Code de droit économique
Art. 32. In artikel XVI.4, § 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 april 2014, worden de woorden "XVI.2 tot XVI.4, §§ 1 en 2" vervangen door de woorden "XVI.2 tot XVI.4, §§ 1 tot 3, en in artikel 14 van de Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG".
Art. 32. Dans l'article XVI.4, § 4, du même Code, inséré par la loi du 4 avril 2014, les mots "articles XVI.2 à XVI.4, §§ 1er et 2" sont remplacés par les mots "articles XVI.2 à XVI.4, §§ 1er à 3, et à l'article 14 du Règlement (UE) n° 524/2013 du Parlement européen et du Conseil du 21 mai 2013 relatif au règlement en ligne des litiges de consommation et modifiant le règlement (CE) n° 2006/2004 et la directive 2009/22/CE".
Art. 33. Artikel XVI.7 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 april 2014, wordt vervangen als volgt:
"Art. XVI.7. De Consumentenombudsdienst verstrekt aan de minister, op zijn vraag, alle inlichtingen in verband met zijn werking en de vervulling van zijn opdrachten.
De Consumentenombudsdienst verstrekt aan de minister bevoegd voor Begroting, op zijn vraag, alle inlichtingen in verband met de financiering en de besteding van de werkingsmiddelen.
Wanneer hij de gevraagde inlichtingen verstrekt, waakt de Consumentenombudsdienst erover dat de vertrouwelijkheid van de aanvragen tot buitengerechtelijke regeling van een consumentengeschil wordt nageleefd.".
"Art. XVI.7. De Consumentenombudsdienst verstrekt aan de minister, op zijn vraag, alle inlichtingen in verband met zijn werking en de vervulling van zijn opdrachten.
De Consumentenombudsdienst verstrekt aan de minister bevoegd voor Begroting, op zijn vraag, alle inlichtingen in verband met de financiering en de besteding van de werkingsmiddelen.
Wanneer hij de gevraagde inlichtingen verstrekt, waakt de Consumentenombudsdienst erover dat de vertrouwelijkheid van de aanvragen tot buitengerechtelijke regeling van een consumentengeschil wordt nageleefd.".
Art. 33. L'article XVI.7 du même Code, inséré par la loi du 4 avril 2014, est remplacé par ce qui suit:
"Art. XVI.7. Le Service de médiation pour le consommateur fournit au ministre, à la demande de celui-ci, toute information relative à son fonctionnement et à l'accomplissement de ses missions.
Le Service de médiation pour le consommateur fournit au ministre ayant le Budget dans ses attributions, à la demande de celui-ci, toute information relative au financement et à l'utilisation des moyens de fonctionnement.
Lorsqu'il fournit les informations demandées, le Service de médiation pour le consommateur veille à ce que la confidentialité des demandes de règlement extrajudiciaire d'un litige de consommation soit respectée.".
"Art. XVI.7. Le Service de médiation pour le consommateur fournit au ministre, à la demande de celui-ci, toute information relative à son fonctionnement et à l'accomplissement de ses missions.
Le Service de médiation pour le consommateur fournit au ministre ayant le Budget dans ses attributions, à la demande de celui-ci, toute information relative au financement et à l'utilisation des moyens de fonctionnement.
Lorsqu'il fournit les informations demandées, le Service de médiation pour le consommateur veille à ce que la confidentialité des demandes de règlement extrajudiciaire d'un litige de consommation soit respectée.".
Art. 34. In artikel XVI.8 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"De minister en de minister bevoegd voor Begroting kunnen elk een vertegenwoordiger aanwijzen. Deze vertegenwoordigers zetelen in het Directiecomité met een raadgevende stem voor alle agendapunten die geen verband houden met de aanvragen tot buitengerechtelijke regeling van een consumentengeschil.";
2° in paragraaf 1 wordt een derde lid ingevoegd, luidende:
"De vertegenwoordigers van de ministers ontvangen alle stukken zoals de leden van het Directiecomité, met uitzondering van deze die slaan op de aanvragen tot buitengerechtelijke regeling van een consumentengeschil.";
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "Het Directiecomité duidt" vervangen door de woorden "Na advies van het Directiecomité duidt de minister";
4° in paragraaf 2, derde lid, wordt de eerste zin opgeheven.
1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"De minister en de minister bevoegd voor Begroting kunnen elk een vertegenwoordiger aanwijzen. Deze vertegenwoordigers zetelen in het Directiecomité met een raadgevende stem voor alle agendapunten die geen verband houden met de aanvragen tot buitengerechtelijke regeling van een consumentengeschil.";
2° in paragraaf 1 wordt een derde lid ingevoegd, luidende:
"De vertegenwoordigers van de ministers ontvangen alle stukken zoals de leden van het Directiecomité, met uitzondering van deze die slaan op de aanvragen tot buitengerechtelijke regeling van een consumentengeschil.";
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "Het Directiecomité duidt" vervangen door de woorden "Na advies van het Directiecomité duidt de minister";
4° in paragraaf 2, derde lid, wordt de eerste zin opgeheven.
Art. 34. Dans l'article XVI.8 du même Code, inséré par la loi du 4 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Le ministre et le ministre qui a le Budget dans ses attributions peuvent chacun désigner un représentant. Ces représentants siègent au Comité de direction avec voix consultative pour tous les points de l'agenda qui n'ont pas trait à des demandes de règlement extrajudiciaire d'un litige de consommation.";
2° au paragraphe 1er, il est inséré un alinéa 3, rédigé comme suit:
"Les représentants des ministres reçoivent toutes le pièces comme les membres du Comité de direction, à l'exception de celles qui se rapportent à des demandes de règlement extrajudiciaire d'un litige de consommation.";
3° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "Le Comité de direction désigne" sont remplacés par les mots "Après avis du Comité de direction, le ministre désigne";
4° au paragraphe 2, alinéa 3, la première phrase est abrogée.
1° dans le paragraphe 1er l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Le ministre et le ministre qui a le Budget dans ses attributions peuvent chacun désigner un représentant. Ces représentants siègent au Comité de direction avec voix consultative pour tous les points de l'agenda qui n'ont pas trait à des demandes de règlement extrajudiciaire d'un litige de consommation.";
2° au paragraphe 1er, il est inséré un alinéa 3, rédigé comme suit:
"Les représentants des ministres reçoivent toutes le pièces comme les membres du Comité de direction, à l'exception de celles qui se rapportent à des demandes de règlement extrajudiciaire d'un litige de consommation.";
3° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "Le Comité de direction désigne" sont remplacés par les mots "Après avis du Comité de direction, le ministre désigne";
4° au paragraphe 2, alinéa 3, la première phrase est abrogée.
Art. 35. Artikel XVI.11 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 april 2014, wordt vervangen als volgt:
"Art. XVI.11. § 1. Ter vervulling van zijn opdrachten bedoeld in artikel XVI.6 wordt de Consumentenombudsdienst gefinancierd door:
1° een subsidie ten laste van de algemene uitgavenbegroting;
2° bijdragen door de ondernemingen die betrokken zijn bij de buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen bedoeld in artikel XVI.6, 3°, en die geen betrekking hebben op aanvragen voor buitengerechtelijke regeling van een consumentengeschil die onmiskenbaar ongegrond zijn;
3° een gedeelte van de "ombudsbijdragen" die worden geheven ter financiering van de ombudsdiensten bedoeld in artikel XVI.8, § 1.
§ 2. De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de bijdragen bedoeld in paragraaf 1, 2° en 3°. Bij de bepaling van de bijdragen van de ombudsdiensten, zoals bedoeld in paragraaf 1, 3°, houdt hij onder meer rekening met de besparingen en synergievoordelen die ze hebben gerealiseerd of nog zullen realiseren als gevolg van de gezamenlijke huisvesting en hun samenwerking.".
"Art. XVI.11. § 1. Ter vervulling van zijn opdrachten bedoeld in artikel XVI.6 wordt de Consumentenombudsdienst gefinancierd door:
1° een subsidie ten laste van de algemene uitgavenbegroting;
2° bijdragen door de ondernemingen die betrokken zijn bij de buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen bedoeld in artikel XVI.6, 3°, en die geen betrekking hebben op aanvragen voor buitengerechtelijke regeling van een consumentengeschil die onmiskenbaar ongegrond zijn;
3° een gedeelte van de "ombudsbijdragen" die worden geheven ter financiering van de ombudsdiensten bedoeld in artikel XVI.8, § 1.
§ 2. De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de bijdragen bedoeld in paragraaf 1, 2° en 3°. Bij de bepaling van de bijdragen van de ombudsdiensten, zoals bedoeld in paragraaf 1, 3°, houdt hij onder meer rekening met de besparingen en synergievoordelen die ze hebben gerealiseerd of nog zullen realiseren als gevolg van de gezamenlijke huisvesting en hun samenwerking.".
Art. 35. L'article XVI.11 du même Code, inséré par la loi du 4 avril 2014, est remplacé par ce qui suit:
"Art. XVI.11. § 1er. En vue de l'accomplissement de ses missions visées à l'article XVI.6, le Service de médiation pour le consommateur est financé par:
1° une subvention à charge du budget général des dépenses;
2° des contributions par les entreprises qui sont concernées par le règlement extrajudiciaire de litiges de consommation visés à l'article XVI.6, 3°, et qui ne sont pas visées par des demandes de règlement extrajudiciaire d'un litige de consommation manifestement non fondées;
3° une partie des "contributions aux frais de médiation" qui sont prélevées afin de financer les médiateurs visés à l'article XVI.8, § 1er.
§ 2. Le Roi détermine, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, les contributions visées au paragraphe 1er, 2° et 3°. Pour la fixation des contributions des services de médiation, conformément au paragraphe 1er, 3°, il tient notamment compte des économies et des synergies qu'ils ont réalisés ou qu'ils réaliseront suite au logement commun et à leur collaboration.".
"Art. XVI.11. § 1er. En vue de l'accomplissement de ses missions visées à l'article XVI.6, le Service de médiation pour le consommateur est financé par:
1° une subvention à charge du budget général des dépenses;
2° des contributions par les entreprises qui sont concernées par le règlement extrajudiciaire de litiges de consommation visés à l'article XVI.6, 3°, et qui ne sont pas visées par des demandes de règlement extrajudiciaire d'un litige de consommation manifestement non fondées;
3° une partie des "contributions aux frais de médiation" qui sont prélevées afin de financer les médiateurs visés à l'article XVI.8, § 1er.
§ 2. Le Roi détermine, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, les contributions visées au paragraphe 1er, 2° et 3°. Pour la fixation des contributions des services de médiation, conformément au paragraphe 1er, 3°, il tient notamment compte des économies et des synergies qu'ils ont réalisés ou qu'ils réaliseront suite au logement commun et à leur collaboration.".
Afdeling 7. - Wijzigingen van Boek XVII van het Wetboek van economisch recht
Section 7. - Modifications du Livre XVII du Code de droit économique
Art. 36. In Boek XVII, titel 2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door de wet van 28 maart 2014, wordt in de plaats van artikel XVII.39, vernietigd bij arrest nr. 41/2016 van het Grondwettelijk Hof, het als volgt luidende artikel XVII.39 ingevoegd:
"Art. XVII.39. De groep kan slechts worden vertegenwoordigd door een enkele groepsvertegenwoordiger.
Kunnen optreden als groepsvertegenwoordiger:
1° een vereniging ter verdediging van de consumentenbelangen die rechtspersoonlijkheid bezit en voor zover zij in de Raad voor het Verbruik vertegenwoordigd is of door de minister, volgens criteria vast te stellen bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, erkend is;
2° een vereniging met rechtspersoonlijkheid die door de minister erkend is, waarvan het maatschappelijk doel in rechtstreeks verband staat met de collectieve schade die door de groep is geleden en die niet op een duurzame wijze een economisch doel nastreeft. Deze vereniging bezit, op de dag waarop zij de rechtsvordering tot collectief herstel instelt, sedert ten minste drie jaar rechtspersoonlijkheid. Door de voorlegging van haar activiteitenverslagen of van enig ander stuk, bewijst zij dat er een werkelijke bedrijvigheid is die overeenstemt met haar maatschappelijk doel en dat die bedrijvigheid betrekking heeft op het collectief belang dat zij beoogt te beschermen;
3° de autonome openbare dienst als bedoeld in artikel XVI.5 van dit Wetboek, enkel met het oog op het vertegenwoordigen van de groep in de fase van de onderhandeling van een akkoord tot collectief herstel overeenkomstig de artikelen XVII.45 tot XVII.51;
4° een representatieve instantie, erkend door een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte om als vertegenwoordiger op te treden en die beantwoordt aan de voorwaarden van punt 4 van aanbeveling 2013/396/EU van de Commissie van 11 juni 2013 over gemeenschappelijke beginselen voor mechanismen voor collectieve vorderingen tot staking en tot schadevergoeding in de lidstaten betreffende schendingen van aan het EU-recht ontleende rechten.".
"Art. XVII.39. De groep kan slechts worden vertegenwoordigd door een enkele groepsvertegenwoordiger.
Kunnen optreden als groepsvertegenwoordiger:
1° een vereniging ter verdediging van de consumentenbelangen die rechtspersoonlijkheid bezit en voor zover zij in de Raad voor het Verbruik vertegenwoordigd is of door de minister, volgens criteria vast te stellen bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, erkend is;
2° een vereniging met rechtspersoonlijkheid die door de minister erkend is, waarvan het maatschappelijk doel in rechtstreeks verband staat met de collectieve schade die door de groep is geleden en die niet op een duurzame wijze een economisch doel nastreeft. Deze vereniging bezit, op de dag waarop zij de rechtsvordering tot collectief herstel instelt, sedert ten minste drie jaar rechtspersoonlijkheid. Door de voorlegging van haar activiteitenverslagen of van enig ander stuk, bewijst zij dat er een werkelijke bedrijvigheid is die overeenstemt met haar maatschappelijk doel en dat die bedrijvigheid betrekking heeft op het collectief belang dat zij beoogt te beschermen;
3° de autonome openbare dienst als bedoeld in artikel XVI.5 van dit Wetboek, enkel met het oog op het vertegenwoordigen van de groep in de fase van de onderhandeling van een akkoord tot collectief herstel overeenkomstig de artikelen XVII.45 tot XVII.51;
4° een representatieve instantie, erkend door een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte om als vertegenwoordiger op te treden en die beantwoordt aan de voorwaarden van punt 4 van aanbeveling 2013/396/EU van de Commissie van 11 juni 2013 over gemeenschappelijke beginselen voor mechanismen voor collectieve vorderingen tot staking en tot schadevergoeding in de lidstaten betreffende schendingen van aan het EU-recht ontleende rechten.".
Art. 36. Dans le livre XVII, titre 2, du même Code, inséré par la loi du 28 mars 2014, à la place de l'article XVII.39, annulé par l'arrêt n° 41/2016 de la Cour constitutionnelle, il est inséré un article XVII.39 rédigé comme suit:
"Art.XVII.39. Le groupe ne peut être représenté que par un seul représentant du groupe.
Peuvent agir en qualité de représentant:
1° une association de défense des intérêts des consommateurs dotée de la personnalité juridique pour autant qu'elle siège au Conseil de la Consommation ou qu'elle soit agréée par le ministre sur base des critères à déterminer par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres;
2° une association dotée de la personnalité juridique, agréée par le ministre, dont l'objet social est en relation directe avec le préjudice collectif subi par le groupe et qui ne poursuit pas de manière durable un but économique. Cette association dispose, au jour où elle introduit l'action en réparation collective, de la personnalité juridique depuis au moins trois ans. Elle fournit la preuve, par la présentation de ses rapports d'activités ou de toute autre pièce, que son activité effective correspond à son objet social et que cette activité est en relation avec l'intérêt collectif dont elle vise la protection;
3° le service public autonome visé à l'article XVI.5 du présent Code, uniquement en vue de représenter le groupe dans la phase de négociation d'un accord de réparation collective conformément aux articles XVII.45 à XVII.51;
4° une entité représentative agréée par un Etat membre de l'Union européenne ou de l'Espace économique européen pour agir en représentation et qui répond aux conditions du point 4 de la recommandation 2013/396/UE de la Commission du 11 juin 2013 relative à des principes communs applicables aux mécanismes de recours collectif en cessation et en réparation dans les Etats membres en cas de violation de droits conférés par le droit de l'Union.".
"Art.XVII.39. Le groupe ne peut être représenté que par un seul représentant du groupe.
Peuvent agir en qualité de représentant:
1° une association de défense des intérêts des consommateurs dotée de la personnalité juridique pour autant qu'elle siège au Conseil de la Consommation ou qu'elle soit agréée par le ministre sur base des critères à déterminer par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres;
2° une association dotée de la personnalité juridique, agréée par le ministre, dont l'objet social est en relation directe avec le préjudice collectif subi par le groupe et qui ne poursuit pas de manière durable un but économique. Cette association dispose, au jour où elle introduit l'action en réparation collective, de la personnalité juridique depuis au moins trois ans. Elle fournit la preuve, par la présentation de ses rapports d'activités ou de toute autre pièce, que son activité effective correspond à son objet social et que cette activité est en relation avec l'intérêt collectif dont elle vise la protection;
3° le service public autonome visé à l'article XVI.5 du présent Code, uniquement en vue de représenter le groupe dans la phase de négociation d'un accord de réparation collective conformément aux articles XVII.45 à XVII.51;
4° une entité représentative agréée par un Etat membre de l'Union européenne ou de l'Espace économique européen pour agir en représentation et qui répond aux conditions du point 4 de la recommandation 2013/396/UE de la Commission du 11 juin 2013 relative à des principes communs applicables aux mécanismes de recours collectif en cessation et en réparation dans les Etats membres en cas de violation de droits conférés par le droit de l'Union.".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven
CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques
Art. 37. In artikel 141, § 1bis, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, wordt het tweede lid aangevuld als volgt:
", waarvan de uitvoering eventueel gecontroleerd zal worden door een autoriteit aangeduid door een koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad.".
", waarvan de uitvoering eventueel gecontroleerd zal worden door een autoriteit aangeduid door een koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad.".
Art. 37. A l'article 141, § 1erbis, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, le deuxième alinéa est complétée comme suit:
", dont l'exécution est, le cas échéant, contrôlée par l'autorité désignée par un arrêté royal, délibéré en Conseil des ministres.".
", dont l'exécution est, le cas échéant, contrôlée par l'autorité désignée par un arrêté royal, délibéré en Conseil des ministres.".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
CHAPITRE 4. - Modifications de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers
Art. 38. In artikel 2, eerste lid, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, laatst gewijzigd door de wet van 25 oktober 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder "49° ", ingevoegd bij de wet van 25 oktober 2016, wordt vernummerd tot een "50° ";
2° de bepalingen onder 51° en 52° woorden ingevoegd, luidende:
"51° "verordening 1286/2014": verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP's);
52° "PRIIP": een product zoals gedefinieerd in artikel 4.3 van de verordening 1286/2014.".".
1° de bepaling onder "49° ", ingevoegd bij de wet van 25 oktober 2016, wordt vernummerd tot een "50° ";
2° de bepalingen onder 51° en 52° woorden ingevoegd, luidende:
"51° "verordening 1286/2014": verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP's);
52° "PRIIP": een product zoals gedefinieerd in artikel 4.3 van de verordening 1286/2014.".".
Art. 38. A l'article 2, alinéa 1er, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, modifié en dernier lieu par la loi du 25 octobre 2016 , les modifications suivantes sont apportées:
1° le "49° ", inséré par la loi du 25 octobre 2016, est renuméroté "50° ";
2° des 51 ° et 52° sont ajoutés, rédigés comme suit:
"51° "le règlement 1286/2014": le règlement (UE) n° 1286/2014 du Parlement européen et du Conseil du 26 novembre 2014 sur les documents d'informations clés relatifs aux produits d'investissement packagés de détail et fondés sur l'assurance;
52° "PRIIP": un produit tel que défini à l'article 4.3 du règlement 1286/2014."."
1° le "49° ", inséré par la loi du 25 octobre 2016, est renuméroté "50° ";
2° des 51 ° et 52° sont ajoutés, rédigés comme suit:
"51° "le règlement 1286/2014": le règlement (UE) n° 1286/2014 du Parlement européen et du Conseil du 26 novembre 2014 sur les documents d'informations clés relatifs aux produits d'investissement packagés de détail et fondés sur l'assurance;
52° "PRIIP": un produit tel que défini à l'article 4.3 du règlement 1286/2014."."
Art. 39. In artikel 36 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en bij de wetten van 30 juli 2013, 4 april 2014 en 27 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het vierde lid vervangen als volgt:
"De FSMA kan de persoon aan wie zij een bevel richt met toepassing van het eerste lid, bovendien verbieden om een financieel product op het Belgisch grondgebied te commercialiseren of te commercialiseren onder bepaalde vormen, of kan de persoon bevelen om de commercialisering of bepaalde vormen van de commercialisering van het betrokken financieel product op het Belgisch grondgebied op te schorten zolang de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen niet zijn nageleefd. Het verbod of bevel tot opschorting van de commercialisering kan zich uitstrekken tot de commercialisering via alle of een deel van de personen op wie de persoon, aan wie de FSMA het bevel richt, een beroep doet voor de commercialisering. De persoon aan wie het bevel is gericht, moet dit verbod of deze opschorting van de commercialisering onmiddellijk meedelen aan alle personen op wie hij een beroep doet voor de commercialisering van het betrokken financieel product op het Belgisch grondgebied en tot wie het verbod of de opschorting van de commercialisering zich uitstrekt. In het belang van de afnemers van financiële producten en diensten kan de FSMA deze beslissing openbaar maken. Het verbod of de opschorting van de commercialisering wordt door de FSMA opgeheven wanneer vaststaat dat de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen zijn nageleefd.";
2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid aangevuld met de bepaling onder 5°, luidende:
"5° in geval van een inbreuk op de verordening 1286/2014 of de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering ervan of op artikel 37sexies, §§ 2 en 3, of de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering ervan: voor natuurlijke personen, 700.000 euro, en, voor rechtspersonen, 5.000.000 euro of, indien dit hoger is, drie procent van de totale jaaromzet. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het tweevoud van het bedrag van deze winst of dit verlies.";
3° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Wanneer de FSMA een of meerdere bestuursrechtelijke sancties of maatregelen heeft opgelegd in geval van een inbreuk op de artikelen van de verordening 1286/2014 of de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering ervan of op artikel 37sexies, §§ 2 en 3, of de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering ervan, kan zij tot de betrokken retailbelegger een directe mededeling richten waarin hem informatie over de bestuursrechtelijke sanctie of maatregel wordt gegeven en hem wordt meegedeeld waar klachten of schadevorderingen kunnen worden ingediend, dan wel de persoon die het PRIIP ontwikkelt, verkoopt of er advies over geeft, ertoe verplichten om die directe mededeling tot de betrokken retailbelegger te richten.".
1° in paragraaf 1 wordt het vierde lid vervangen als volgt:
"De FSMA kan de persoon aan wie zij een bevel richt met toepassing van het eerste lid, bovendien verbieden om een financieel product op het Belgisch grondgebied te commercialiseren of te commercialiseren onder bepaalde vormen, of kan de persoon bevelen om de commercialisering of bepaalde vormen van de commercialisering van het betrokken financieel product op het Belgisch grondgebied op te schorten zolang de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen niet zijn nageleefd. Het verbod of bevel tot opschorting van de commercialisering kan zich uitstrekken tot de commercialisering via alle of een deel van de personen op wie de persoon, aan wie de FSMA het bevel richt, een beroep doet voor de commercialisering. De persoon aan wie het bevel is gericht, moet dit verbod of deze opschorting van de commercialisering onmiddellijk meedelen aan alle personen op wie hij een beroep doet voor de commercialisering van het betrokken financieel product op het Belgisch grondgebied en tot wie het verbod of de opschorting van de commercialisering zich uitstrekt. In het belang van de afnemers van financiële producten en diensten kan de FSMA deze beslissing openbaar maken. Het verbod of de opschorting van de commercialisering wordt door de FSMA opgeheven wanneer vaststaat dat de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen zijn nageleefd.";
2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid aangevuld met de bepaling onder 5°, luidende:
"5° in geval van een inbreuk op de verordening 1286/2014 of de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering ervan of op artikel 37sexies, §§ 2 en 3, of de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering ervan: voor natuurlijke personen, 700.000 euro, en, voor rechtspersonen, 5.000.000 euro of, indien dit hoger is, drie procent van de totale jaaromzet. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het tweevoud van het bedrag van deze winst of dit verlies.";
3° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Wanneer de FSMA een of meerdere bestuursrechtelijke sancties of maatregelen heeft opgelegd in geval van een inbreuk op de artikelen van de verordening 1286/2014 of de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering ervan of op artikel 37sexies, §§ 2 en 3, of de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering ervan, kan zij tot de betrokken retailbelegger een directe mededeling richten waarin hem informatie over de bestuursrechtelijke sanctie of maatregel wordt gegeven en hem wordt meegedeeld waar klachten of schadevorderingen kunnen worden ingediend, dan wel de persoon die het PRIIP ontwikkelt, verkoopt of er advies over geeft, ertoe verplichten om die directe mededeling tot de betrokken retailbelegger te richten.".
Art. 39. A l'article 36 de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 3 mars 2011 et par les lois des 30 juillet 2013, 4 avril 2014 et 27 juin 2016, les modifications suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit:
"La FSMA peut en outre interdire à la personne à laquelle elle adresse une injonction en application de l'alinéa 1er de commercialiser un produit financier ou de le commercialiser sous certaines formes sur le territoire belge ou enjoindre à cette personne de suspendre la commercialisation ou certaines formes de commercialisation du produit financier concerné sur le territoire belge aussi longtemps que les dispositions légales ou réglementaires en question ne sont pas respectées. L'interdiction ou l'injonction de suspension de la commercialisation peut s'étendre à la commercialisation via l'ensemble ou une partie des personnes auxquelles la personne à laquelle l'injonction de la FSMA est adressée, fait appel en vue de la commercialisation. La personne à laquelle l'injonction est adressée, a l'obligation de communiquer immédiatement cette interdiction ou suspension de la commercialisation à toutes les personnes auxquelles elle fait appel en vue de la commercialisation du produit financier en question sur le territoire belge et auxquelles l'interdiction ou la suspension de la commercialisation s'étend. Dans l'intérêt des utilisateurs de produits et services financiers, la FSMA peut rendre cette décision publique. L'interdiction ou la suspension de la commercialisation est levée par la FSMA lorsqu'il est établi que les dispositions légales ou réglementaires concernées sont désormais respectées.";
2° au paragraphe 2, l'alinéa 2 est complété par un 5° rédigé comme suit:
"5° en cas d'infraction au règlement 1286/2014 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ses articles ou en cas d'infraction à l'article 37sexies, §§ 2 et 3 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces paragraphes: s'agissant de personnes physiques, 700.000 euros et, s'agissant de personnes morales, 5.000.000 euros ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, trois pour cent du chiffre d'affaires annuel total. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte.";
3° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Lorsqu'elle a imposé une ou plusieurs sanctions ou mesures administratives en cas d'infraction aux articles du règlement 1286/2014 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ses articles ou en cas d'infraction à l'article 37sexies, §§ 2 et 3 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces paragraphes, la FSMA peut adresser à l'investisseur de détail concerné, ou lui faire adresser par l'initiateur du PRIIP ou par la personne qui fournit des conseils au sujet de ce produit ou qui le vend, une communication directe contenant des informations sur la sanction ou mesure administrative et indiquant où l'investisseur peut introduire une réclamation ou une demande de réparation.".
1° au paragraphe 1er, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit:
"La FSMA peut en outre interdire à la personne à laquelle elle adresse une injonction en application de l'alinéa 1er de commercialiser un produit financier ou de le commercialiser sous certaines formes sur le territoire belge ou enjoindre à cette personne de suspendre la commercialisation ou certaines formes de commercialisation du produit financier concerné sur le territoire belge aussi longtemps que les dispositions légales ou réglementaires en question ne sont pas respectées. L'interdiction ou l'injonction de suspension de la commercialisation peut s'étendre à la commercialisation via l'ensemble ou une partie des personnes auxquelles la personne à laquelle l'injonction de la FSMA est adressée, fait appel en vue de la commercialisation. La personne à laquelle l'injonction est adressée, a l'obligation de communiquer immédiatement cette interdiction ou suspension de la commercialisation à toutes les personnes auxquelles elle fait appel en vue de la commercialisation du produit financier en question sur le territoire belge et auxquelles l'interdiction ou la suspension de la commercialisation s'étend. Dans l'intérêt des utilisateurs de produits et services financiers, la FSMA peut rendre cette décision publique. L'interdiction ou la suspension de la commercialisation est levée par la FSMA lorsqu'il est établi que les dispositions légales ou réglementaires concernées sont désormais respectées.";
2° au paragraphe 2, l'alinéa 2 est complété par un 5° rédigé comme suit:
"5° en cas d'infraction au règlement 1286/2014 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ses articles ou en cas d'infraction à l'article 37sexies, §§ 2 et 3 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces paragraphes: s'agissant de personnes physiques, 700.000 euros et, s'agissant de personnes morales, 5.000.000 euros ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, trois pour cent du chiffre d'affaires annuel total. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte.";
3° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Lorsqu'elle a imposé une ou plusieurs sanctions ou mesures administratives en cas d'infraction aux articles du règlement 1286/2014 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ses articles ou en cas d'infraction à l'article 37sexies, §§ 2 et 3 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces paragraphes, la FSMA peut adresser à l'investisseur de détail concerné, ou lui faire adresser par l'initiateur du PRIIP ou par la personne qui fournit des conseils au sujet de ce produit ou qui le vend, une communication directe contenant des informations sur la sanction ou mesure administrative et indiquant où l'investisseur peut introduire une réclamation ou une demande de réparation.".
Art. 40. In dezelfde wet wordt een artikel 37sexies ingevoerd, luidende:
"Art. 37sexies. § 1. De FSMA staat in voor de taken als bevoegde autoriteit waarvan sprake in de verordening 1286/2014 en ziet toe op de naleving van deze verordening en van de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering van deze verordening.
§ 2. Ingeval de PRIIP wordt verhandeld in België, verstrekt de PRIIP-ontwikkelaar of de persoon die de PRIIP verkoopt, het essentiële-informatiedocument vooraf aan de FSMA. De Koning kan, op advies van de FSMA, regels vaststellen die ertoe strekken om te verduidelijken wie verplicht is om tot die verstrekking over te gaan, met name wanneer de verplichting om het essentiële-informatiedocument te verstrekken op verschillende personen kan rusten, alsook binnen welke termijn en volgens welke modaliteiten dat dient te gebeuren. De Koning kan in het bijzonder een specifieke termijn voorzien voor de PRIIP's waarvan de verhandeling in België lopende is op de datum waarop de verordening 1286/2014 van toepassing wordt.
De verplichting opgenomen in het eerste lid is niet van toepassing indien de verhandeling betrekking heeft op:
1° een financieel instrument als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, d), e), f), g), h), i) of j), dat toegelaten is tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit;
2° een beleggingsinstrument als bedoeld in artikel 4 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, dat niet openbaar wordt aangeboden als bedoeld in artikel 3, §§ 2 tot en met 5 van de voormelde wet;
3° een beleggingsinstrument als bedoeld in artikel 4 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, dat door de werkgever of een met hem verbonden onderneming aan de voormalige of huidige bestuurders of werknemers openbaar wordt aangeboden als bedoeld in artikel 3 van voormelde wet;
4° een effect als bedoeld in artikel 5, § 1, van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, dat enkel vanaf de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit openbaar wordt aangeboden in België in de zin van artikel 3 van voormelde wet.
Op advies van de FSMA kan de Koning bijkomende uitzonderingen bepalen waarin de verplichting opgenomen in het eerste lid niet moet nageleefd worden, rekening houdend met de evolutie van de financiële markten, de evolutie van de internationale regelgeving of de verworven ervaring bij de tenuitvoerlegging van de verordening 1286/2014.
§ 3. Om de transparantie van de financiële producten te bevorderen, kan de Koning, op advies van de FSMA, een soortgelijke regeling als de door verordening 1286/2014 en dit artikel ingevoerde regeling vaststellen voor financiële producten die niet door die verordening worden bedoeld, met name met betrekking tot de aard, de kenmerken, de risico's, de prestaties, en de kosten en lasten van de financiële producten.
§ 4. Voor het toezicht op de naleving van de bepalingen van of bedoeld in de paragrafen 1 tot en met 3 kan de FSMA:
1° de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 34, § 1, en 35 uitoefenen ten aanzien van iedere natuurlijke en rechtspersoon;
2° de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 79, 80, 81, 82, 1° en 2°, 83 en 84 uitoefenen overeenkomstig de in die artikelen voorziene modaliteiten.
De artikelen 36, 36bis en 37 zijn van toepassing bij inbreuken op de in de eerste paragraaf vermelde verordening, de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering van deze verordening of op maatregelen genomen door de FSMA krachtens deze verordening of haar uitvoeringsbepalingen. Zij zijn ook van toepassing bij inbreuken op paragrafen 2 en 3 en op de maatregelen genomen op basis of ter uitvoering van deze paragrafen.".
"Art. 37sexies. § 1. De FSMA staat in voor de taken als bevoegde autoriteit waarvan sprake in de verordening 1286/2014 en ziet toe op de naleving van deze verordening en van de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering van deze verordening.
§ 2. Ingeval de PRIIP wordt verhandeld in België, verstrekt de PRIIP-ontwikkelaar of de persoon die de PRIIP verkoopt, het essentiële-informatiedocument vooraf aan de FSMA. De Koning kan, op advies van de FSMA, regels vaststellen die ertoe strekken om te verduidelijken wie verplicht is om tot die verstrekking over te gaan, met name wanneer de verplichting om het essentiële-informatiedocument te verstrekken op verschillende personen kan rusten, alsook binnen welke termijn en volgens welke modaliteiten dat dient te gebeuren. De Koning kan in het bijzonder een specifieke termijn voorzien voor de PRIIP's waarvan de verhandeling in België lopende is op de datum waarop de verordening 1286/2014 van toepassing wordt.
De verplichting opgenomen in het eerste lid is niet van toepassing indien de verhandeling betrekking heeft op:
1° een financieel instrument als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, d), e), f), g), h), i) of j), dat toegelaten is tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit;
2° een beleggingsinstrument als bedoeld in artikel 4 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, dat niet openbaar wordt aangeboden als bedoeld in artikel 3, §§ 2 tot en met 5 van de voormelde wet;
3° een beleggingsinstrument als bedoeld in artikel 4 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, dat door de werkgever of een met hem verbonden onderneming aan de voormalige of huidige bestuurders of werknemers openbaar wordt aangeboden als bedoeld in artikel 3 van voormelde wet;
4° een effect als bedoeld in artikel 5, § 1, van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, dat enkel vanaf de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit openbaar wordt aangeboden in België in de zin van artikel 3 van voormelde wet.
Op advies van de FSMA kan de Koning bijkomende uitzonderingen bepalen waarin de verplichting opgenomen in het eerste lid niet moet nageleefd worden, rekening houdend met de evolutie van de financiële markten, de evolutie van de internationale regelgeving of de verworven ervaring bij de tenuitvoerlegging van de verordening 1286/2014.
§ 3. Om de transparantie van de financiële producten te bevorderen, kan de Koning, op advies van de FSMA, een soortgelijke regeling als de door verordening 1286/2014 en dit artikel ingevoerde regeling vaststellen voor financiële producten die niet door die verordening worden bedoeld, met name met betrekking tot de aard, de kenmerken, de risico's, de prestaties, en de kosten en lasten van de financiële producten.
§ 4. Voor het toezicht op de naleving van de bepalingen van of bedoeld in de paragrafen 1 tot en met 3 kan de FSMA:
1° de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 34, § 1, en 35 uitoefenen ten aanzien van iedere natuurlijke en rechtspersoon;
2° de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 79, 80, 81, 82, 1° en 2°, 83 en 84 uitoefenen overeenkomstig de in die artikelen voorziene modaliteiten.
De artikelen 36, 36bis en 37 zijn van toepassing bij inbreuken op de in de eerste paragraaf vermelde verordening, de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering van deze verordening of op maatregelen genomen door de FSMA krachtens deze verordening of haar uitvoeringsbepalingen. Zij zijn ook van toepassing bij inbreuken op paragrafen 2 en 3 en op de maatregelen genomen op basis of ter uitvoering van deze paragrafen.".
Art. 40. Dans la même loi, il est inséré un article 37sexies rédigé comme suit:
"Art. 37sexies. § 1er. La FSMA assume les missions dévolues à l'autorité compétente par le règlement 1286/2014 et veille au respect de ce règlement et des dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement.
§ 2. Dans le cas où le PRIIP est commercialisé en Belgique, l'initiateur de ce produit ou la personne qui vend ce produit notifie préalablement le document d'informations clés à la FSMA. Le Roi peut, sur avis de la FSMA, prévoir des règles visant à préciser sur qui repose l'obligation de notification notamment lorsque l'obligation de notifier le document d'informations clés est susceptible de reposer sur plusieurs personnes, ainsi que le délai et les modalités selon lesquelles cette notification doit être réalisée. Le Roi peut notamment prévoir un délai spécifique pour les PRIIP's dont la commercialisation en Belgique est en cours à la date à partir de laquelle le règlement 1286/2014 sera applicable.
L'obligation prévue à l'alinéa 1er n'est pas applicable si la commercialisation porte sur:
1° un instrument financier visé à l'article 2, alinéa 1er, 1°, d), e), f), g), h), i) ou j), qui est admis à la négociation sur un marché réglementé ou un système multilatéral de négociation;
2° un instrument de placement visé à l'article 4 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, dont l'offre ne revêt pas un caractère public en application de l'article 3, §§ 2 à 5, de la loi précitée;
3° un instrument de placement visé à l'article 4 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, qui est offert publiquement aux administrateurs ou aux salariés anciens ou existants soit par leur employeur, soit par une société liée, en application de l'article 3 de la loi précitée;
4° une valeur mobilière visée à l'article 5, § 1er, de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, qui fait l'objet d'une offre publique en Belgique en application de l'article 3 de la loi précitée uniquement à partir de son admission à la négociation sur un marché réglementé ou un système multilatéral de négociation.
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, prévoir des exceptions supplémentaires au respect de l'obligation prévue à l'alinéa 1er, en tenant compte de l'évolution des marchés financiers ou de l'évolution de la réglementation internationale ou de l'expérience acquise dans la mise en oeuvre du règlement 1286/2014.
§ 3. Afin de promouvoir la transparence des produits financiers, le Roi peut, sur avis de la FSMA, fixer un régime analogue à celui mis en oeuvre par le règlement 1286/2014 et le présent article pour des produits financiers non visés par le même règlement, notamment en ce qui concerne la nature, les caractéristiques, les risques, les performances, ainsi que les coûts et frais du produit financier.
§ 4. Aux fins d'assurer le contrôle du respect des dispositions prévues par ou visées aux paragraphes 1er à 3, la FSMA peut:
1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34, § 1er, et 35 à l'égard de toute personne physique ou morale;
2° exercer les pouvoirs visés aux articles 79, 80, 81, 82, 1° et 2°, 83 et 84 selon les modalités prévues par ces articles.
Les articles 36, 36bis et 37 sont applicables en cas d'infraction au règlement visé au paragraphe 1er, aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement ou aux mesures prises par la FSMA en vertu de ce règlement ou de ses dispositions d'exécution. Ils sont également applicables en cas d'infraction aux paragraphes 2 et 3 ainsi qu'aux mesures prises sur la base ou en exécution de ces paragraphes.".
"Art. 37sexies. § 1er. La FSMA assume les missions dévolues à l'autorité compétente par le règlement 1286/2014 et veille au respect de ce règlement et des dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement.
§ 2. Dans le cas où le PRIIP est commercialisé en Belgique, l'initiateur de ce produit ou la personne qui vend ce produit notifie préalablement le document d'informations clés à la FSMA. Le Roi peut, sur avis de la FSMA, prévoir des règles visant à préciser sur qui repose l'obligation de notification notamment lorsque l'obligation de notifier le document d'informations clés est susceptible de reposer sur plusieurs personnes, ainsi que le délai et les modalités selon lesquelles cette notification doit être réalisée. Le Roi peut notamment prévoir un délai spécifique pour les PRIIP's dont la commercialisation en Belgique est en cours à la date à partir de laquelle le règlement 1286/2014 sera applicable.
L'obligation prévue à l'alinéa 1er n'est pas applicable si la commercialisation porte sur:
1° un instrument financier visé à l'article 2, alinéa 1er, 1°, d), e), f), g), h), i) ou j), qui est admis à la négociation sur un marché réglementé ou un système multilatéral de négociation;
2° un instrument de placement visé à l'article 4 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, dont l'offre ne revêt pas un caractère public en application de l'article 3, §§ 2 à 5, de la loi précitée;
3° un instrument de placement visé à l'article 4 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, qui est offert publiquement aux administrateurs ou aux salariés anciens ou existants soit par leur employeur, soit par une société liée, en application de l'article 3 de la loi précitée;
4° une valeur mobilière visée à l'article 5, § 1er, de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, qui fait l'objet d'une offre publique en Belgique en application de l'article 3 de la loi précitée uniquement à partir de son admission à la négociation sur un marché réglementé ou un système multilatéral de négociation.
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, prévoir des exceptions supplémentaires au respect de l'obligation prévue à l'alinéa 1er, en tenant compte de l'évolution des marchés financiers ou de l'évolution de la réglementation internationale ou de l'expérience acquise dans la mise en oeuvre du règlement 1286/2014.
§ 3. Afin de promouvoir la transparence des produits financiers, le Roi peut, sur avis de la FSMA, fixer un régime analogue à celui mis en oeuvre par le règlement 1286/2014 et le présent article pour des produits financiers non visés par le même règlement, notamment en ce qui concerne la nature, les caractéristiques, les risques, les performances, ainsi que les coûts et frais du produit financier.
§ 4. Aux fins d'assurer le contrôle du respect des dispositions prévues par ou visées aux paragraphes 1er à 3, la FSMA peut:
1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34, § 1er, et 35 à l'égard de toute personne physique ou morale;
2° exercer les pouvoirs visés aux articles 79, 80, 81, 82, 1° et 2°, 83 et 84 selon les modalités prévues par ces articles.
Les articles 36, 36bis et 37 sont applicables en cas d'infraction au règlement visé au paragraphe 1er, aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement ou aux mesures prises par la FSMA en vertu de ce règlement ou de ses dispositions d'exécution. Ils sont également applicables en cas d'infraction aux paragraphes 2 et 3 ainsi qu'aux mesures prises sur la base ou en exécution de ces paragraphes.".
Art. 41. In artikel 72, § 3, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 2 juli 2010 en gewijzigd bij de wetten van 30 juli 2013, 25 april 2014, 27 juni 2016 en 7 december 2016, wordt het eerste lid aangevuld met de bepaling onder 9°, luidende:
"9° de impact van de inbreuk op de belangen van de retailbeleggers.".
"9° de impact van de inbreuk op de belangen van de retailbeleggers.".
Art. 41. A l'article 72, § 3, de la même loi, remplacé par la loi du 2 juillet 2010 et modifié par les lois des 30 juillet 2013, 25 avril 2014, 27 juin 2016 et 7 décembre 2016, l'alinéa 1er est complété par un 9° rédigé comme suit:
"9° des incidences de l'infraction sur les intérêts des investisseurs de détail.".
"9° des incidences de l'infraction sur les intérêts des investisseurs de détail.".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector
CHAPITRE 5. - Modification de la loi du 17 janvier 2003 relatif au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges
Art. 42. In artikel 14, § 1, 6°, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, ingevoegd bij de wet van 13 december 2010, wordt de eerste zin aangevuld als volgt:
", onder voorbehoud van de opdrachten van openbare dienst toegekend in het kader van artikel 141, § 1bis, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.".
", onder voorbehoud van de opdrachten van openbare dienst toegekend in het kader van artikel 141, § 1bis, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.".
Art. 42. A l'article 14, § 1er, 6°, de la loi du 17 janvier 2003 relatif au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges, inséré par la loi du 13 décembre 2010, la première phrase est complétée comme suit:
", sous réserve des missions de service publics attribué dans le cadre d'article 141, § 1erbis, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.".
", sous réserve des missions de service publics attribué dans le cadre d'article 141, § 1erbis, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.".
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten
CHAPITRE 6. - Modification de la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers
Art. 43. In artikel 7, § 2, tweede zin, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" opgeheven.
Art. 43. A l'article 7, § 2, deuxième phrase, de la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers, les mots "par lettre recommandée à la poste" sont supprimés.
Art. 44. In dezelfde wet wordt een artikel 17/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 17/1. Bij beslissing die met een aangetekende zending of tegen ontvangstbewijs ter kennis wordt gebracht, schrapt de FSMA de inschrijving van de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten die hun activiteiten die overeenstemmen met de verleende inschrijving niet binnen zes maanden na hun inschrijving hebben aangevat, die hiervan afstand doen of die hun activiteiten hebben stopgezet.".
"Art. 17/1. Bij beslissing die met een aangetekende zending of tegen ontvangstbewijs ter kennis wordt gebracht, schrapt de FSMA de inschrijving van de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten die hun activiteiten die overeenstemmen met de verleende inschrijving niet binnen zes maanden na hun inschrijving hebben aangevat, die hiervan afstand doen of die hun activiteiten hebben stopgezet.".
Art. 44. Dans la même loi, il est inséré un article 17/1 rédigé comme suit:
"Art. 17/1. La FSMA radie par décision notifiée par envoi recommandé ou avec accusé de réception, l'inscription des intermédiaires en services bancaires et d'investissement qui n'ont pas entamé leurs activités correspondant à l'inscription obtenue dans les six mois de l'inscription, qui y renoncent ou qui ont cessé d'exercer leurs activités.".
"Art. 17/1. La FSMA radie par décision notifiée par envoi recommandé ou avec accusé de réception, l'inscription des intermédiaires en services bancaires et d'investissement qui n'ont pas entamé leurs activités correspondant à l'inscription obtenue dans les six mois de l'inscription, qui y renoncent ou qui ont cessé d'exercer leurs activités.".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 13 november 2011 betreffende de vergoeding van de lichamelijke en morele schade ingevolge een technologisch ongeval
CHAPITRE 7. - Modifications de la loi du 13 novembre 2011 relative à l'indemnisation des dommages corporels et moraux découlant d'un accident technologique
Art. 45. In artikel 14, § 3, van de wet van 13 november 2011 betreffende de vergoeding van de lichamelijke en morele schade ingevolge een technologisch ongeval, worden de woorden "de Nationale Kas voor Rampenschade" vervangen door "de Belgische Staat".
Art. 45. A l'article 14, § 3, de la loi du 13 novembre 2011 relative à l'indemnisation des dommages corporels et moraux découlant d'un accident technologique, les mots "la Caisse nationale des calamités" sont remplacés par les mots "l'Etat belge".
Art. 46. In artikel 15 van dezelfde wet, worden de woorden "de Nationale Kas voor Rampenschade" vervangen door de woorden "de Belgische Staat".
Art. 46. A l'article 15, de la même loi, les mots "la Caisse nationale des calamités" sont remplacés par les mots "l'Etat belge".
Art. 47. In artikel 18 van dezelfde wet, worden de woorden "de Nationale Kas voor Rampenschade" vervangen door de woorden "de Belgische Staat".
Art. 47. A l'article 18, de la même loi, les mots "la Caisse nationale des calamités" sont remplacés par les mots "l'Etat belge".
Art. 48. In artikel 20, eerste en tweede lid van dezelfde wet, worden de woorden "de Nationale Kas voor Rampenschade" vervangen door de woorden "de Belgische Staat".
Art. 48. A l'article 20, alinéa 1er et 2, de la même loi, les mots "la Caisse nationale des calamités" sont remplacés par les mots "l'Etat belge".
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van de wet van 21 december 2013 tot uitvoering van de Verordening (EU) Nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad, en tot opheffing van diverse bepalingen
CHAPITRE 8. - Modification de la loi du 21 décembre 2013 portant exécution du Règlement (UE) N° 305/2011 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2011 établissant des conditions harmonisées de commercialisation pour les produits de construction et abrogeant la Directive 89/106/CEE du Conseil, et abrogeant diverses dispositions
Art. 49. Artikel 3 van de wet van 21 december 2013 tot uitvoering van de Verordening (EU) Nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad, en tot opheffing van diverse bepalingen, wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
" § 6. Alvorens maatregelen te treffen, kan de controleur een proces-verbaal van waarschuwing opstellen gericht aan de betrokken marktdeelnemer. Dit wordt binnen 30 werkdagen verzonden.
Indien de marktdeelnemer binnen de opgelegde termijn geen positief gevolg geeft aan de waarschuwing, wordt het proces-verbaal van vaststelling van de inbreuk door de controleur binnen een termijn van 30 werkdagen naar het openbaar ministerie toegezonden of, wanneer de minnelijke regeling wordt toegepast, naar de aangestelde ambtenaar, in overeenstemming met artikel 7.".
" § 6. Alvorens maatregelen te treffen, kan de controleur een proces-verbaal van waarschuwing opstellen gericht aan de betrokken marktdeelnemer. Dit wordt binnen 30 werkdagen verzonden.
Indien de marktdeelnemer binnen de opgelegde termijn geen positief gevolg geeft aan de waarschuwing, wordt het proces-verbaal van vaststelling van de inbreuk door de controleur binnen een termijn van 30 werkdagen naar het openbaar ministerie toegezonden of, wanneer de minnelijke regeling wordt toegepast, naar de aangestelde ambtenaar, in overeenstemming met artikel 7.".
Art. 49. L'article 3 de la loi du 21 décembre 2013 portant exécution du Règlement (UE) N° 305/2011 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2011 établissant des conditions harmonisées de commercialisation pour les produits de construction et abrogeant la Directive 89/106/CEE du Conseil, et abrogeant diverses dispositions, est complété par un paragraphe 6 rédigé comme suit:
" § 6. Avant de prendre des mesures, le contrôleur peut établir un procès-verbal d'avertissement, à destination de l'opérateur économique concerné. Il est envoyé endéans les 30 jours ouvrables.
Si l'opérateur économique ne donne pas une suite positive à l'avertissement dans le délai imparti, le procès-verbal établissant l'infraction est envoyé par le contrôleur dans un délai de 30 jours ouvrables au ministère public ou au fonctionnaire désigné pour proposer la procédure du règlement transactionnel, conformément à l'article 7.".
" § 6. Avant de prendre des mesures, le contrôleur peut établir un procès-verbal d'avertissement, à destination de l'opérateur économique concerné. Il est envoyé endéans les 30 jours ouvrables.
Si l'opérateur économique ne donne pas une suite positive à l'avertissement dans le délai imparti, le procès-verbal établissant l'infraction est envoyé par le contrôleur dans un délai de 30 jours ouvrables au ministère public ou au fonctionnaire désigné pour proposer la procédure du règlement transactionnel, conformément à l'article 7.".
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen
CHAPITRE 9. - Modifications de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances
Art. 50. In artikel 5 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, gewijzigd bij de wetten van 26 oktober 2015, 13 maart 2016 en 29 juni 2016, worden de bepalingen onder 53° en 54° opgeheven.
Art. 50. A l'article 5 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, modifié par les lois du 26 octobre 2015, 13 mars 2016 et 29 juin 2016, les 53° et 54° sont abrogés.
Art. 51. Artikel 20 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 51. L'article 20 de la même loi est abrogé.
Art. 52. In artikel 30 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 29 juni 2016, wordt de tweede paragraaf opgeheven.
Art. 52. A l'article 30 de la même loi, modifié par la loi du 29 juin 2016, le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 53. In artikel 129, § 3, eerste lid, van dezelfde wet worden tussen de woorden "dekking te verlenen tegen de overstroming" en "als hij een gebouw", de woorden "en tegen overlopen en opstuwen van de openbare riolen" ingevoegd.
Art. 53. A L'article 129, § 3, alinéa 1er, de la même loi, les mots "et contre les débordements et refoulement d'égouts publics" sont insérés entre les mots "une couverture contre l'inondation" et les mots "lorsqu'il couvre un bâtiment".
Art. 54. Artikel 204, § 3, van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende twee leden:
"Met het oog op de berekening van de specifieke indexcijfers bedoeld in het eerste lid delen de verzekeringsondernemingen de bruto-schadelast per waarborg en per leeftijdsklasse voor de ziektekostenverzekering andere dan beroepsgebonden ziektekostenverzekering, mee. Deze gegevens hebben betrekking op de facturen vóór april voor de schadegevallen die zich hebben voorgedaan in de periode tussen 1 oktober van het tweede jaar voorafgaand aan deze rapportering en 30 september van het jaar voorafgaand aan deze rapportering.
De Koning kan de elementen waarop de gegevens, bedoeld in het vorige lid, betrekking hebben, verder uitwerken."
"Met het oog op de berekening van de specifieke indexcijfers bedoeld in het eerste lid delen de verzekeringsondernemingen de bruto-schadelast per waarborg en per leeftijdsklasse voor de ziektekostenverzekering andere dan beroepsgebonden ziektekostenverzekering, mee. Deze gegevens hebben betrekking op de facturen vóór april voor de schadegevallen die zich hebben voorgedaan in de periode tussen 1 oktober van het tweede jaar voorafgaand aan deze rapportering en 30 september van het jaar voorafgaand aan deze rapportering.
De Koning kan de elementen waarop de gegevens, bedoeld in het vorige lid, betrekking hebben, verder uitwerken."
Art. 54. L'article 204, § 3, de la même loi est complété par deux alinéas rédigés comme suit:
"Pour le calcul des indices spécifiques visés à l'alinéa 1er, les entreprises d'assurance communiquent la charge brute des sinistres par garantie et par classe d'âge pour toute assurance soins de santé autre que l'assurance soins de santé liée à l'activité professionnelle. Ces données concernent les factures avant avril pour des sinistres qui se sont produits entre le 1er octobre de la deuxième année précédant le rapportage et le 30 septembre de l'année précédant ce rapportage.
Le Roi peut préciser les éléments auxquels se rapportent les données visées à l'alinéa précédent."
"Pour le calcul des indices spécifiques visés à l'alinéa 1er, les entreprises d'assurance communiquent la charge brute des sinistres par garantie et par classe d'âge pour toute assurance soins de santé autre que l'assurance soins de santé liée à l'activité professionnelle. Ces données concernent les factures avant avril pour des sinistres qui se sont produits entre le 1er octobre de la deuxième année précédant le rapportage et le 30 septembre de l'année précédant ce rapportage.
Le Roi peut préciser les éléments auxquels se rapportent les données visées à l'alinéa précédent."
Art. 55. In artikel 267, § 1, vijfde lid, tweede zin, van dezelfde wet worden de woorden "bij een aangetekende brief" opgeheven.
Art. 55. A l'article 267, § 1er, alinéa 5, deuxième phrase, de la même loi, les mots "par lettre recommandée" sont supprimés.
Art. 56. In artikel 268, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "evenmin failliet zijn verklaard" worden vervangen door de woorden "evenmin failliet zijn verklaard minder dan tien jaar geleden";
2° de tweede zin, die aanvangt met de woorden "Voor de toepassing van deze bepaling" en eindigt met de woorden "om de failliet verklaarde vennootschap te beheren", wordt opgeheven.
1° de woorden "evenmin failliet zijn verklaard" worden vervangen door de woorden "evenmin failliet zijn verklaard minder dan tien jaar geleden";
2° de tweede zin, die aanvangt met de woorden "Voor de toepassing van deze bepaling" en eindigt met de woorden "om de failliet verklaarde vennootschap te beheren", wordt opgeheven.
Art. 56. A l'article 268, § 2, alinéa 2, de la même loi, inséré par la loi du 26 octobre 2015, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "avoir été déclaré en faillite" sont remplacés par les mots "avoir été déclaré en faillite moins de dix ans auparavant";
2° la deuxième phrase commençant par les mots "Pour l'application de la présente disposition" et finissant par les mots "de gérer la société déclarée en état de faillite" est abrogée.
1° les mots "avoir été déclaré en faillite" sont remplacés par les mots "avoir été déclaré en faillite moins de dix ans auparavant";
2° la deuxième phrase commençant par les mots "Pour l'application de la présente disposition" et finissant par les mots "de gérer la société déclarée en état de faillite" est abrogée.
Art. 57. In artikel 269, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "evenmin failliet zijn verklaard" worden vervangen door de woorden "evenmin failliet zijn verklaard minder dan 10 jaar geleden";
2° de tweede zin, die aanvangt met de woorden "Voor de toepassing van deze bepaling" en eindigt met de woorden "om de failliet verklaarde vennootschap te beheren", wordt opgeheven.
1° de woorden "evenmin failliet zijn verklaard" worden vervangen door de woorden "evenmin failliet zijn verklaard minder dan 10 jaar geleden";
2° de tweede zin, die aanvangt met de woorden "Voor de toepassing van deze bepaling" en eindigt met de woorden "om de failliet verklaarde vennootschap te beheren", wordt opgeheven.
Art. 57. A l'article 269, alinéa 2, de la même loi, inséré par la loi du 26 octobre 2015, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "avoir été déclarées en faillite" sont remplacés par les mots "avoir été déclarées en faillite moins de dix ans auparavant";
2° la deuxième phrase commençant par les mots "Pour l'application de la présente disposition" et finissant par les mots "de gérer la société déclarée en état de faillite" est abrogé.
1° les mots "avoir été déclarées en faillite" sont remplacés par les mots "avoir été déclarées en faillite moins de dix ans auparavant";
2° la deuxième phrase commençant par les mots "Pour l'application de la présente disposition" et finissant par les mots "de gérer la société déclarée en état de faillite" est abrogé.
Art. 58. In dezelfde wet wordt een artikel 292/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 292/1. Bij beslissing die met een aangetekende zending of tegen ontvangstbewijs ter kennis wordt gebracht, schrapt de FSMA de inschrijving van de verzekeringstussenpersonen en herverzekeringstussenpersonen die hun activiteiten die overeenstemmen met de verleende inschrijving niet binnen zes maanden na hun inschrijving hebben aangevat, die hiervan afstand doen of die hun activiteiten hebben stopgezet.".
"Art. 292/1. Bij beslissing die met een aangetekende zending of tegen ontvangstbewijs ter kennis wordt gebracht, schrapt de FSMA de inschrijving van de verzekeringstussenpersonen en herverzekeringstussenpersonen die hun activiteiten die overeenstemmen met de verleende inschrijving niet binnen zes maanden na hun inschrijving hebben aangevat, die hiervan afstand doen of die hun activiteiten hebben stopgezet.".
Art. 58. Dans la même loi, il est inséré un article 292/1 rédigé comme suit:
"Art. 292/1. La FSMA radie par décision notifiée par envoi recommandé ou avec accusé de réception, l'inscription des intermédiaires d'assurances et de réassurances qui n'ont pas entamé leurs activités correspondant à l'inscription obtenue dans les six mois de l'inscription, qui y renoncent ou qui ont cessé d'exercer leurs activités.".
"Art. 292/1. La FSMA radie par décision notifiée par envoi recommandé ou avec accusé de réception, l'inscription des intermédiaires d'assurances et de réassurances qui n'ont pas entamé leurs activités correspondant à l'inscription obtenue dans les six mois de l'inscription, qui y renoncent ou qui ont cessé d'exercer leurs activités.".
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van de wet van 22 april 2016 houdende wijziging en invoeging van bepalingen inzake consumentenkrediet en hypothecair krediet in verschillende boeken van het Wetboek van economisch recht
CHAPITRE 10. - Modification de la loi du 22 avril 2016 portant modification et insertion de dispositions en matière de crédit à la consommation et de crédit hypothécaire dans plusieurs livres du Code de droit économique
Art. 59. In artikel 41, § 5, van de wet van 22 april 2016 houdende wijziging en invoeging van bepalingen inzake consumentenkrediet en hypothecair krediet in verschillende boeken van het Wetboek van economisch recht, worden de woorden "artikelen VII.160, § 5, tweede lid" vervangen door de woorden "artikelen VII.160, § 5, derde lid,".
Art. 59. Dans l'article 41, § 5, de la loi du 22 avril 2016 portant modification et insertion de dispositions en matière de crédit à la consommation et de crédit hypothécaire dans plusieurs livres du Code de droit économique, les mots "articles VII.160, § 5, alinéa 2" sont remplacés par les mots "articles VII.160, § 5, alinéa 3,".
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van de wet van 29 juni 2016 houdende diverse bepalingen inzake Economie
CHAPITRE 11. - Modification de la loi du 29 juin 2016 portant dispositions diverses en matière d'Economie
Art. 60. In artikel 94, § 2, van de wet van 29 juni 2016 houdende diverse bepalingen inzake Economie, worden de woorden "of beperkt," ingevoegd tussen de woorden "zoals gewijzigd" en de woorden "door het Europees Octrooibureau".
Art. 60. Dans l'article 94, § 2, de la loi du 29 juin 2016 portant dispositions diverses en matière d'Economie, les mots "ou limités" sont insérés entre les mots "tels que modifiés" et les mots ", par l'Office européen des brevets".
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van de wet van 15 juli 2016 tot uitvoering van de verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven
CHAPITRE 12. - Modification de la loi du 15 juillet 2016 portant exécution du règlement (UE) n° 98/2013 du Parlement européen et du Conseil du 15 janvier 2013 sur la commercialisation et l'utilisation de précurseurs d'explosifs
Art. 61. Artikel 8 van de wet van 15 juli 2016 tot uitvoering van de Verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven wordt vervangen als volgt:
"Art. 8. § 1. Bij de uitvoering van hun taak inzake opsporing en vaststelling van de in deze wet bedoelde inbreuken, zijn de ambtenaren bedoeld in artikel 6, met uitzondering van de ambtenaren van de Algemene administratie van de douane en accijnzen, onderworpen aan het toezicht van, naargelang het geval, de bevoegde procureur-generaal of de federale procureur, onverminderd hun ondergeschiktheid aan de meerderen in de administratie.
§ 2. De ambtenaren van de Algemene administratie van de douane en accijnzen treden, voor wat betreft de inbreuken bedoeld in artikel 10, § 2, op volgens de bepalingen van de Algemene Wet inzake douane en accijnzen.".
"Art. 8. § 1. Bij de uitvoering van hun taak inzake opsporing en vaststelling van de in deze wet bedoelde inbreuken, zijn de ambtenaren bedoeld in artikel 6, met uitzondering van de ambtenaren van de Algemene administratie van de douane en accijnzen, onderworpen aan het toezicht van, naargelang het geval, de bevoegde procureur-generaal of de federale procureur, onverminderd hun ondergeschiktheid aan de meerderen in de administratie.
§ 2. De ambtenaren van de Algemene administratie van de douane en accijnzen treden, voor wat betreft de inbreuken bedoeld in artikel 10, § 2, op volgens de bepalingen van de Algemene Wet inzake douane en accijnzen.".
Art. 61. L'article 8 de la loi du 15 juillet 2016 portant exécution du Règlement (UE) n° 98/2013 du Parlement européen et du Conseil du 15 janvier 2013 sur la commercialisation et l'utilisation de précurseurs d'explosifs est remplacé par ce qui suit:
"Art. 8. § 1er. Dans l'exercice de leur mission de recherche et de constatation des infractions visées par la présente loi, les fonctionnaires visés à l'article 6, à l'exception des fonctionnaires de l'Administration générale des douanes et accises, sont soumis, selon le cas, à la surveillance du procureur général compétent ou du procureur fédéral, sans préjudice de leur subordination à leurs supérieurs au sein de l'administration.
§ 2. Les fonctionnaires de l'Administration générale des douanes et accises agissent, en ce qui concerne les infractions visées à l'article 10, § 2, conformément aux dispositions de la Loi générale sur les douanes et accises.".
"Art. 8. § 1er. Dans l'exercice de leur mission de recherche et de constatation des infractions visées par la présente loi, les fonctionnaires visés à l'article 6, à l'exception des fonctionnaires de l'Administration générale des douanes et accises, sont soumis, selon le cas, à la surveillance du procureur général compétent ou du procureur fédéral, sans préjudice de leur subordination à leurs supérieurs au sein de l'administration.
§ 2. Les fonctionnaires de l'Administration générale des douanes et accises agissent, en ce qui concerne les infractions visées à l'article 10, § 2, conformément aux dispositions de la Loi générale sur les douanes et accises.".
HOOFDSTUK 13. - Oprichting van de administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie genaamd "Belgisch Commissariaat-generaal voor de Internationale Tentoonstellingen"
CHAPITRE 13. - Création du service administratif à comptabilité autonome sous la dénomination "Commissariat général belge pour les Expositions internationales"
Art. 62. Binnen de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, hierna "de FOD Economie" genoemd, wordt overeenkomstig titel III, hoofdstuk II, van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat, een administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie opgericht, met als naam "Belgisch Commissariaat-generaal voor de Internationale Tentoonstellingen" (B.C.G.I.T./C.G.B.E.I.), hierna genoemd "Commissariaat-generaal".
Het Commissariaat-generaal wordt belast met het ontwerp, de voorbereiding, de organisatie en de vereffening van de Belgische deelname aan internationale tentoonstellingen georganiseerd door het Internationaal Bureau voor Tentoonstellingen opgericht bij de Conventie betreffende de Internationale Tentoonstellingen van 22 november 1928.
Er wordt een beheerscomité opgericht voor het beheer en het toezicht op de werking van Commissariaat-generaal.
Er wordt een Commissaris-generaal aangesteld belast met het dagelijks beheer en de praktische organisatie van de tentoonstellingen conform artikel 13 van de gemelde conventie, hiertoe bijgestaan door een adjunct-Commissaris-generaal.
Het Commissariaat-generaal wordt belast met het ontwerp, de voorbereiding, de organisatie en de vereffening van de Belgische deelname aan internationale tentoonstellingen georganiseerd door het Internationaal Bureau voor Tentoonstellingen opgericht bij de Conventie betreffende de Internationale Tentoonstellingen van 22 november 1928.
Er wordt een beheerscomité opgericht voor het beheer en het toezicht op de werking van Commissariaat-generaal.
Er wordt een Commissaris-generaal aangesteld belast met het dagelijks beheer en de praktische organisatie van de tentoonstellingen conform artikel 13 van de gemelde conventie, hiertoe bijgestaan door een adjunct-Commissaris-generaal.
Art. 62. Conformément au titre III, chapitre II de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral, un service administratif à comptabilité autonome, portant le nom de "Commissariat général belge pour les Expositions internationales" (B.C.G.I.T./C.G.B.E.I.), dénommé ci-après "Commissariat général", est créé au sein du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie, dénommé ci-après "SPF Economie".
Le Commissariat général est chargé de concevoir, de préparer, d'organiser et de régler la participation belge aux expositions internationales organisées par le Bureau International des Expositions, créé par la Convention concernant les expositions internationales du 22 novembre 1928.
Un comité de gestion est constitué afin de gérer et de contrôler le fonctionnement du Commissariat général.
Un Commissaire général est nommé, chargé de la gestion quotidienne et l'organisation pratique des expositions conformément à l'article 13 de ladite convention, assisté à cette fin par un Commissaire général adjoint.
Le Commissariat général est chargé de concevoir, de préparer, d'organiser et de régler la participation belge aux expositions internationales organisées par le Bureau International des Expositions, créé par la Convention concernant les expositions internationales du 22 novembre 1928.
Un comité de gestion est constitué afin de gérer et de contrôler le fonctionnement du Commissariat général.
Un Commissaire général est nommé, chargé de la gestion quotidienne et l'organisation pratique des expositions conformément à l'article 13 de ladite convention, assisté à cette fin par un Commissaire général adjoint.
Art. 63. In toepassing van artikel 138, § 1, van voornoemde wet van 22 mei 2003, voert het Commissariaat-generaal een volledige dubbele boekhouding overeenkomstig het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningstelsel.
De dienst zal zijn begroting en rekening van uitvoering van de begroting ter goedkeuring voorleggen aan de minister van Economie die deze indient bij de minister van Begroting. Het Commissariaat-generaal is vrijgesteld van het principe van de gelijktijdige registratie van de verrichtingen in de algemene boekhouding en in de rekeningen van de begrotingsklassen.
De dienst zal zijn begroting en rekening van uitvoering van de begroting ter goedkeuring voorleggen aan de minister van Economie die deze indient bij de minister van Begroting. Het Commissariaat-generaal is vrijgesteld van het principe van de gelijktijdige registratie van de verrichtingen in de algemene boekhouding en in de rekeningen van de begrotingsklassen.
Art. 63. En application de l'art. 138, § 1er de la loi précitée du 22 mai 2003, le Commissariat général tient une comptabilité complète en partie double conformément à l'arrêté royal du 12 septembre 1983 déterminant la teneur et la présentation d'un plan comptable minimum normalisé.
Le service soumettra son budget et son compte d'exécution du budget pour approbation au ministre de l'Economie, qui le remettra au ministre du Budget. Le Commissariat général est exonéré du principe d'enregistrement simultané des opérations budgétaires dans les comptes de la comptabilité générale et dans le comptes des classes budgétaires.
Le service soumettra son budget et son compte d'exécution du budget pour approbation au ministre de l'Economie, qui le remettra au ministre du Budget. Le Commissariat général est exonéré du principe d'enregistrement simultané des opérations budgétaires dans les comptes de la comptabilité générale et dans le comptes des classes budgétaires.
Art. 64. Het beschikbare saldo op rekening van de bestaande ad hoc-structuur "Commissariaat generaal van de Internationale Tentoonstellingen" alsook de rechten en plichten toe te rekenen en verbonden aan het begrotingsfonds nr. 32-8 zijnde het Fonds voor de Organisatie van Internationale Tentoonstellingen worden overgedragen aan het Commissariaat-generaal.
Art. 64. Le solde disponible sur le compte de la structure existante ad hoc "Commissariat général des Expositions internationales" ainsi que les droits et obligations à imputer et liés au fonds budgétaire n° 32-8, à savoir le Fonds pour l'organisation des expositions internationales, sont transférés au Commissariat général.
Art. 65. De beschikbare financiële middelen op het einde van elke begrotingsjaar worden ambtshalve overgedragen naar het volgende begrotingsjaar en kunnen aangewend worden voor de uitgaven die rechtstreeks verband houden met het activiteitenniveau van het Commissariaat-generaal.
Art. 65. Les moyens financiers disponibles à la fin de chaque année budgétaire sont transférés d'office à l'année budgétaire suivante et peuvent être utilisés pour les dépenses directement liées au niveau d'activités du Commissariat général.
Art. 66. De administratieve, begrotings- en beheerscontrole wordt uitgeoefend door middel van de aanstelling van twee regeringscommissarissen.
De controle op de financiële toestand, op de jaarrekening en op de regelmatigheid van de in de jaarrekening weergegeven verrichtingen wordt opgedragen aan een revisor, lid van het Instituut voor Bedrijfsrevisoren.
Het Commissariaat-generaal is onderworpen aan de bepalingen betreffende de interne audit zoals deze van toepassing zijn op de FOD Economie.
De controle op de financiële toestand, op de jaarrekening en op de regelmatigheid van de in de jaarrekening weergegeven verrichtingen wordt opgedragen aan een revisor, lid van het Instituut voor Bedrijfsrevisoren.
Het Commissariaat-generaal is onderworpen aan de bepalingen betreffende de interne audit zoals deze van toepassing zijn op de FOD Economie.
Art. 66. Le contrôle administratif, budgétaire et de gestion est exercé par deux commissaires du gouvernement.
Le contrôle de la situation financière, des comptes annuels et de la régularité des opérations à constater dans les comptes annuels, est confiée à un réviseur, membre de l'Institut des Réviseurs d'Entreprises.
Le Commissariat général est soumis aux dispositions relatives à l'audit interne telles qu'applicables au SPF Economie.
Le contrôle de la situation financière, des comptes annuels et de la régularité des opérations à constater dans les comptes annuels, est confiée à un réviseur, membre de l'Institut des Réviseurs d'Entreprises.
Le Commissariat général est soumis aux dispositions relatives à l'audit interne telles qu'applicables au SPF Economie.
Art. 67. Alle rechten en plichten, rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden aan Belgische deelnames aan de internationale tentoonstellingen georganiseerd door het Internationaal Bureau voor Tentoonstellingen zoals bepaald in de Conventie betreffende de Internationale Tentoonstellingen, ondertekend te Parijs op 22 november 1928 en goedgekeurd bij wet van 16 februari 1931 houdende goedkeuring van de Conventie betreffende de Internationale Tentoonstellingen, worden overgenomen door het Commissariaat-generaal.
Art. 67. Tous les droits et obligations liés directement ou indirectement aux participations belges aux expositions internationales organisées par le Bureau international des Expositions tels que définis dans la Convention concernant les Expositions internationales, signée à Paris le 22 novembre 1928 et approuvée par la loi du 16 février 1931 portant approbation de la Convention concernant les Expositions internationales, sont repris par le Commissariat général.
Art. 68. De Koning bepaalt bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad:
1° het administratief en geldelijk statuut van het personeel van het Commissariaat-generaal;
2° de samenstelling van het beheerscomité;
3° de regels betreffende de organisatie en werking van het Commissariaat-generaal alsook van de controle hierop;
4° de regels betreffende de organisatie van de boekhouding, de begroting en het financieel beheer alsook van de controle hierop;
5° de modaliteiten van de aanstelling van de Commissaris-generaal en de adjunct-Commissaris-generaal die elk tot een andere taalrol moeten behoren.
1° het administratief en geldelijk statuut van het personeel van het Commissariaat-generaal;
2° de samenstelling van het beheerscomité;
3° de regels betreffende de organisatie en werking van het Commissariaat-generaal alsook van de controle hierop;
4° de regels betreffende de organisatie van de boekhouding, de begroting en het financieel beheer alsook van de controle hierop;
5° de modaliteiten van de aanstelling van de Commissaris-generaal en de adjunct-Commissaris-generaal die elk tot een andere taalrol moeten behoren.
Art. 68. Le Roi détermine par un arrêté délibéré en Conseil des ministres:
1° le statut administratif et pécuniaire du personnel du Commissariat général;
2° la composition du comité de gestion;
3° les règles relatives à l'organisation et au fonctionnement du Commissariat général, ainsi qu'à leur contrôle;
4° les règles relatives à l'organisation de la comptabilité, du budget et de la gestion financière, ainsi qu'à leur contrôle;
5° les modalités de la désignation du Commissaire général et du Commissaire général adjoint appartenant chacun à un autre rôle linguistique.
1° le statut administratif et pécuniaire du personnel du Commissariat général;
2° la composition du comité de gestion;
3° les règles relatives à l'organisation et au fonctionnement du Commissariat général, ainsi qu'à leur contrôle;
4° les règles relatives à l'organisation de la comptabilité, du budget et de la gestion financière, ainsi qu'à leur contrôle;
5° les modalités de la désignation du Commissaire général et du Commissaire général adjoint appartenant chacun à un autre rôle linguistique.
HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van de wet van 31 augustus 1939 op de Nationale Delcrederedienst
CHAPITRE 14. - Modifications de la loi du 31 août 1939 sur l'Office national du Ducroire
Art. 69. Het opschrift van de wet van 31 augustus 1939 op de Nationale Delcrederedienst wordt vervangen als volgt: "Wet betreffende Delcredere".
Art. 69. L'intitulé de la loi du 31 août 1939 sur l'Office national du Ducroire est remplacé par ce qui suit: "Loi sur le Ducroire".
Art. 70. In artikel 1 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. Delcredere is een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid. Delcredere kan, op beslissing van zijn raad van bestuur, bepaalde activiteiten ontplooien en bepaalde diensten aanbieden onder specifieke merken of groepsnamen.";
2° paragraaf 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt:
"Delcredere vervult een opdracht van commerciële en financiële aard die erin bestaat de internationale economische betrekkingen te bevorderen, hoofdzakelijk door de acceptatie van risico's op het gebied van uitvoer, invoer en investeringen in het buitenland.".
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. Delcredere is een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid. Delcredere kan, op beslissing van zijn raad van bestuur, bepaalde activiteiten ontplooien en bepaalde diensten aanbieden onder specifieke merken of groepsnamen.";
2° paragraaf 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt:
"Delcredere vervult een opdracht van commerciële en financiële aard die erin bestaat de internationale economische betrekkingen te bevorderen, hoofdzakelijk door de acceptatie van risico's op het gebied van uitvoer, invoer en investeringen in het buitenland.".
Art. 70. Dans l'article 1er de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1. Le Ducroire est un établissement public jouissant de la personnalité juridique. Le Ducroire peut, sur décision de son conseil d'administration, développer certaines activités et offrir certains services sous toute marque ou nom de groupe spécifique.";
2° le paragraphe 2, alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Le Ducroire remplit une mission de nature commerciale et financière, laquelle consiste à favoriser les relations économiques internationales, principalement par l'acceptation de risques dans le domaine de l'exportation, de l'importation et des investissements à l'étranger.".
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1. Le Ducroire est un établissement public jouissant de la personnalité juridique. Le Ducroire peut, sur décision de son conseil d'administration, développer certaines activités et offrir certains services sous toute marque ou nom de groupe spécifique.";
2° le paragraphe 2, alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Le Ducroire remplit une mission de nature commerciale et financière, laquelle consiste à favoriser les relations économiques internationales, principalement par l'acceptation de risques dans le domaine de l'exportation, de l'importation et des investissements à l'étranger.".
Art. 71. Artikel 2 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 2. De Koning kan de inrichting- en de werkingsregels van Delcredere verder uitwerken.".
"Art. 2. De Koning kan de inrichting- en de werkingsregels van Delcredere verder uitwerken.".
Art. 71. L'article 2 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 2. Le Roi peut préciser les règles d'organisation et de fonctionnement du Ducroire.".
"Art. 2. Le Roi peut préciser les règles d'organisation et de fonctionnement du Ducroire.".
Art. 72. Artikel 4bis van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 5.
Art. 72. L'article 4bis de la même loi est renuméroté article 5.
Art. 73. In artikel 4bis, van dezelfde wet, door artikel 72 vernummerd tot artikel 5, wordt het derde lid opgeheven.
Art. 73. Dans l'article 4bis, renuméroté article 5 par l'article 72, l'alinéa 3 est supprimé.
Art. 74. Artikel 5 van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 6.
Art. 74. L'article 5 de la même loi est renuméroté article 6.
Art. 75. In artikel 5 van dezelfde wet, door artikel 74 vernummerd tot artikel 6, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "zeshonderd vijftig miljoen frank" worden vervangen door de woorden "16.113.079,11 euro (zestien miljoen honderddertienduizend negenenzeventig euro elf cent)";
2° de woorden "acht miljard driehonderd vijftig miljoen frank" worden vervangen door de woorden "206.991.093,19 euro (tweehonderdenzes miljoen negenhonderdeenennegentigduizend drieënnegentig euro en negentien cent)";
3° de woorden "vijf miljard frank" worden vervangen door de woorden "123.946.762,39 euro (honderddrieëntwintig miljoen negenhonderdzesenveertigduizend zevenhonderdtweeënzestig euro negenendertigcent)";
4° de woorden "één miljard frank" worden vervangen door de woorden "24.789.352,48 euro (vierentwintig miljoen zevenhonderdnegenentachtigduizend driehonderdtweeënvijftig euro achtenveertig cent)".
1° de woorden "zeshonderd vijftig miljoen frank" worden vervangen door de woorden "16.113.079,11 euro (zestien miljoen honderddertienduizend negenenzeventig euro elf cent)";
2° de woorden "acht miljard driehonderd vijftig miljoen frank" worden vervangen door de woorden "206.991.093,19 euro (tweehonderdenzes miljoen negenhonderdeenennegentigduizend drieënnegentig euro en negentien cent)";
3° de woorden "vijf miljard frank" worden vervangen door de woorden "123.946.762,39 euro (honderddrieëntwintig miljoen negenhonderdzesenveertigduizend zevenhonderdtweeënzestig euro negenendertigcent)";
4° de woorden "één miljard frank" worden vervangen door de woorden "24.789.352,48 euro (vierentwintig miljoen zevenhonderdnegenentachtigduizend driehonderdtweeënvijftig euro achtenveertig cent)".
Art. 75. Dans l'article 5 de la même loi, renuméroté article 6 par l'article 74, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "six cent cinquante millions de francs" sont remplacés par les mots "16.113.079,11 euros (seize millions cent treize mille septante-neuf euros onze cents)";
2° les mots "huit milliards trois cent cinquante millions de francs" sont remplacés par les mots "206.991.093,19 euros (deux cent six millions neuf cent nonante et un mille nonante-trois euros dix-neuf cents)";
3° les mots "cinq milliards de francs" sont remplacés par les mots "123.946.762,39 euros (cent vingt-trois millions neuf cent quarante-six mille sept cent soixante-deux euros trente-neuf cents)";
4° les mots "d'un milliard de francs" sont remplacés par les mots "de 24.789.352,48 euros (vingt-quatre millions sept cent quatre-vingt-neuf mille trois cent cinquante-deux euros quarante-huit cents)".
1° les mots "six cent cinquante millions de francs" sont remplacés par les mots "16.113.079,11 euros (seize millions cent treize mille septante-neuf euros onze cents)";
2° les mots "huit milliards trois cent cinquante millions de francs" sont remplacés par les mots "206.991.093,19 euros (deux cent six millions neuf cent nonante et un mille nonante-trois euros dix-neuf cents)";
3° les mots "cinq milliards de francs" sont remplacés par les mots "123.946.762,39 euros (cent vingt-trois millions neuf cent quarante-six mille sept cent soixante-deux euros trente-neuf cents)";
4° les mots "d'un milliard de francs" sont remplacés par les mots "de 24.789.352,48 euros (vingt-quatre millions sept cent quatre-vingt-neuf mille trois cent cinquante-deux euros quarante-huit cents)".
Art. 76. Artikel 6 van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 7.
Art. 76. L'article 6 de la même loi est renuméroté article 7.
Art. 77. Artikel 7 van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 8.
Art. 77. L'article 7 de la même loi est renuméroté article 8.
Art. 78. Artikel 7 van dezelfde wet, door artikel 77 vernummerd tot artikel 8, wordt gewijzigd als volgt:
1° in het eerste lid worden de woorden "650 miljoen frank" vervangen door de woorden "16.113.079,11 euro (zestien miljoen honderdendertienduizend negenenzeventig euro elf cent)";
2° in het tweede lid worden de woorden "artikel 18" vervangen door "artikel 21".
1° in het eerste lid worden de woorden "650 miljoen frank" vervangen door de woorden "16.113.079,11 euro (zestien miljoen honderdendertienduizend negenenzeventig euro elf cent)";
2° in het tweede lid worden de woorden "artikel 18" vervangen door "artikel 21".
Art. 78. Dans l'article 7 de la même loi, renuméroté article 8 par l'article 77, les modifications suivantes sont apportés:
1° à l'alinéa 1er, les mots "650 millions de francs" sont remplacés par les mots "16.113.079,11 euros (seize millions cent treize mille septante-neuf euros onze cents)";
2° à l'alinéa 2, les mots "article 18" sont remplacés par "article 21".
1° à l'alinéa 1er, les mots "650 millions de francs" sont remplacés par les mots "16.113.079,11 euros (seize millions cent treize mille septante-neuf euros onze cents)";
2° à l'alinéa 2, les mots "article 18" sont remplacés par "article 21".
Art. 79. Artikel 8 van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 9.
Art. 79. L'article 8 de la même loi est renuméroté article 9.
Art. 80. In Artikel 8 van dezelfde wet, door artikel 79 vernummerd tot artikel 9, worden de volgende wijzingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt in de bepaling onder 2° de eerste zin vervangen als volgt:
"voor de activiteit als bedoeld in artikel 3, 1° : 2.231.041.722,96 euro (twee miljard tweehonderdeenendertig miljoen eenenveertigduizend zevenhonderdtweeëntwintig euro zesennegentig cent).";
2° in het tweede lid worden de woorden "honderd miljard frank" vervangen door de woorden "2.478.935.247,73 euro (twee miljard vierhonderdachtenzeventig miljoen negenhonderdvijfendertigduizend tweehonderdzevenenveertig euro drieënzeventig cent)".
1° in het eerste lid wordt in de bepaling onder 2° de eerste zin vervangen als volgt:
"voor de activiteit als bedoeld in artikel 3, 1° : 2.231.041.722,96 euro (twee miljard tweehonderdeenendertig miljoen eenenveertigduizend zevenhonderdtweeëntwintig euro zesennegentig cent).";
2° in het tweede lid worden de woorden "honderd miljard frank" vervangen door de woorden "2.478.935.247,73 euro (twee miljard vierhonderdachtenzeventig miljoen negenhonderdvijfendertigduizend tweehonderdzevenenveertig euro drieënzeventig cent)".
Art. 80. Dans l'article 8, de la même loi, renuméroté article 9 par l'article 79, les modifications suivantes sont apportées:
1° à l'alinéa 1er, 2°, la première phrase est remplacée par ce qui suit:
"pour l'activité prévue à l'article 3, 1° : 2.231.041.722,96 euro (deux milliards deux cent trente-et-un millions quarante et un mille sept cent vingt-deux euros nonante six cents).";
2° à l'alinéa 2, les mots "cent milliards de francs" sont remplacés par les mots "2.478.935.247,73 euros (deux milliards quatre cent septante-huit millions neuf cent trente-cinq mille deux cent quarante-sept euros septante-trois cents)".
1° à l'alinéa 1er, 2°, la première phrase est remplacée par ce qui suit:
"pour l'activité prévue à l'article 3, 1° : 2.231.041.722,96 euro (deux milliards deux cent trente-et-un millions quarante et un mille sept cent vingt-deux euros nonante six cents).";
2° à l'alinéa 2, les mots "cent milliards de francs" sont remplacés par les mots "2.478.935.247,73 euros (deux milliards quatre cent septante-huit millions neuf cent trente-cinq mille deux cent quarante-sept euros septante-trois cents)".
Art. 81. Artikel 9 van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 10.
Art. 81. L'article 9 de la même loi est renuméroté article 10.
Art. 82. Artikel 10 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 17 juni 1991, wordt vernummerd tot artikel 11 en hersteld als volgt:
"Art. 11. De stukken die Delcredere ontvangt of produceert in het kader van zijn activiteiten ter uitvoering van de bij deze wet opgelegde opdracht van commerciële en financiële aard, worden niet beschouwd als een bestuursdocument in de zin van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur.
Op Delcredere rust een discretieplicht voor wat betreft de vertrouwelijke bedrijfsinformatie waarover hij beschikt.".
"Art. 11. De stukken die Delcredere ontvangt of produceert in het kader van zijn activiteiten ter uitvoering van de bij deze wet opgelegde opdracht van commerciële en financiële aard, worden niet beschouwd als een bestuursdocument in de zin van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur.
Op Delcredere rust een discretieplicht voor wat betreft de vertrouwelijke bedrijfsinformatie waarover hij beschikt.".
Art. 82. L'article 10 de la même loi, abrogé par la loi du 17 juin 1991, est renuméroté article 11 et rétabli dans la rédaction suivante:
"Art. 11. Les documents que le Ducroire reçoit ou produit dans le cadre de ses activités résultant de la mission de nature commerciale et financière qui lui est confiée par cette loi ne constituent pas des documents administratifs au sens de la loi du 11 avril 1994 relative à la publicité de l'administration.
Le Ducroire est tenu par un devoir de discrétion à l'égard des informations d'entreprise confidentielles dont il dispose.".
"Art. 11. Les documents que le Ducroire reçoit ou produit dans le cadre de ses activités résultant de la mission de nature commerciale et financière qui lui est confiée par cette loi ne constituent pas des documents administratifs au sens de la loi du 11 avril 1994 relative à la publicité de l'administration.
Le Ducroire est tenu par un devoir de discrétion à l'égard des informations d'entreprise confidentielles dont il dispose.".
(NOTA : bij arrest nr.167/2018 van 29-11-2018 (B.St. 28-12-2018, p. 105476), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n° 167/2018 du 29-11-2018 (M.B. 28-12-2018, p. 105476), la Cour constitutionnelle a annulé le présent article)
Art. 83. Artikel 11 van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 12.
Art. 83. L'article 11 de la même loi est renuméroté article 12.
Art. 84. Artikel 12 van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 13.
Art. 84. L'article 12 de la même loi est renuméroté article 13.
Art. 85. In artikel 12, § 3, van dezelfde wet, door artikel 84 vernummerd tot artikel 13, § 3, worden de volgende wijzingen aangebracht:
1° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"Het is de voorzitter, de ondervoorzitter of enig lid van de raad van bestuur niet toegelaten om een mandaat als bestuurder of zaakvoerder waar te nemen in, dan wel deel te nemen aan het bestuur of het beleid van een handelsvennootschap of een vennootschap met handelsvorm, een onderneming met een andere Belgische of buitenlandse rechtsvorm of een Belgische of buitenlandse openbare instelling die industriële, commerciële of financiële activiteiten uitoefent, in de mate dat de uitoefening van dit mandaat bij Delcredere een belangenconflict kan doen optreden. Een mandaat van voorzitter, ondervoorzitter of lid van de raad van bestuur kan in het bijzonder niet worden toegekend aan een persoon die een ambt uitoefent in een kredietinstelling die betrokken is bij de buitenlandse handel, in een verzekeringsonderneming die actief is in krediet- of borgtochtverzekering of in een handelsvennootschap of een vennootschap opgericht in de vorm van een handelsvennootschap die rechtstreeks of zijdelings een belang van meer dan 25 pct. in een zodanige kredietinstelling of verzekeringsonderneming bezit.
2° het derde lid wordt vervangen als volgt: "Het mandaat van lid van de raad van bestuur van de personen die een ambt uitoefenen bedoeld in het eerste of het tweede lid, houdt van rechtswege op bij de uitoefening van dit ambt.".
1° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"Het is de voorzitter, de ondervoorzitter of enig lid van de raad van bestuur niet toegelaten om een mandaat als bestuurder of zaakvoerder waar te nemen in, dan wel deel te nemen aan het bestuur of het beleid van een handelsvennootschap of een vennootschap met handelsvorm, een onderneming met een andere Belgische of buitenlandse rechtsvorm of een Belgische of buitenlandse openbare instelling die industriële, commerciële of financiële activiteiten uitoefent, in de mate dat de uitoefening van dit mandaat bij Delcredere een belangenconflict kan doen optreden. Een mandaat van voorzitter, ondervoorzitter of lid van de raad van bestuur kan in het bijzonder niet worden toegekend aan een persoon die een ambt uitoefent in een kredietinstelling die betrokken is bij de buitenlandse handel, in een verzekeringsonderneming die actief is in krediet- of borgtochtverzekering of in een handelsvennootschap of een vennootschap opgericht in de vorm van een handelsvennootschap die rechtstreeks of zijdelings een belang van meer dan 25 pct. in een zodanige kredietinstelling of verzekeringsonderneming bezit.
2° het derde lid wordt vervangen als volgt: "Het mandaat van lid van de raad van bestuur van de personen die een ambt uitoefenen bedoeld in het eerste of het tweede lid, houdt van rechtswege op bij de uitoefening van dit ambt.".
Art. 85. Dans l'article 12, § 3, de la même loi, renuméroté article 13, § 3, par l'article 84, les modifications suivantes sont apportées:
1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Le président, vice-président ou tout autre membre du conseil d'administration ne peuvent pas exercer de mandat comme administrateur ou gérant ou prendre part à l'administration ou à la gestion au sein d'une société commerciale ou à forme commerciale, d'une entreprise d'une autre forme de droit belge ou étranger ou d'une institution publique belge ou étrangère, ayant une activité industrielle, commerciale ou financière, dans la mesure où l'exercice d'un tel mandat peut faire naître un conflit d'intérêts pour le Ducroire. Il ne peut être attribué de mandat de président, de vice-président ou de membre du conseil d'administration en particulier à une personne exerçant une fonction dans un établissement de crédit concerné par le commerce extérieur, dans une entreprise d'assurance active dans le domaine de l'assurance-crédit ou de l'assurance caution ou dans une société commerciale ou une société constituée sous la forme d'une société commerciale qui détient, directement ou indirectement, un intérêt de plus de 25 % dans un tel établissement de crédit ou dans une telle entreprise d'assurance.
2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit: "Le mandat de membre du conseil d'administration des personnes exerçant une fonction visée au premier ou au second alinéa cesse de plein droit lors de l'exercice de ces fonctions.".
1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Le président, vice-président ou tout autre membre du conseil d'administration ne peuvent pas exercer de mandat comme administrateur ou gérant ou prendre part à l'administration ou à la gestion au sein d'une société commerciale ou à forme commerciale, d'une entreprise d'une autre forme de droit belge ou étranger ou d'une institution publique belge ou étrangère, ayant une activité industrielle, commerciale ou financière, dans la mesure où l'exercice d'un tel mandat peut faire naître un conflit d'intérêts pour le Ducroire. Il ne peut être attribué de mandat de président, de vice-président ou de membre du conseil d'administration en particulier à une personne exerçant une fonction dans un établissement de crédit concerné par le commerce extérieur, dans une entreprise d'assurance active dans le domaine de l'assurance-crédit ou de l'assurance caution ou dans une société commerciale ou une société constituée sous la forme d'une société commerciale qui détient, directement ou indirectement, un intérêt de plus de 25 % dans un tel établissement de crédit ou dans une telle entreprise d'assurance.
2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit: "Le mandat de membre du conseil d'administration des personnes exerçant une fonction visée au premier ou au second alinéa cesse de plein droit lors de l'exercice de ces fonctions.".
Art. 86. Artikel 13 van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 14.
Art. 86. L'article 13 de la même loi est renuméroté article 14.
Art. 87. In artikel 13 van dezelfde wet, door artikel 86 vernummerd tot artikel 14, worden de volgende wijzingen aangebracht:
1° in het tweede lid wordt de eerste zin vervangen als volgt:
"De raad van bestuur stelt het huishoudelijk reglement vast en wordt gelast met het uitvaardigen van reglementen met betrekking tot, onder andere, het invoeren en opvolgen van principes van deugdelijk bestuur bij Delcredere en in de door Delcredere gecontroleerde filialen";
2° in het tweede lid wordt de tweede zin opgeheven;
3° in het zevende lid worden de woorden "artikel 16" vervangen door de woorden "artikel 19".
1° in het tweede lid wordt de eerste zin vervangen als volgt:
"De raad van bestuur stelt het huishoudelijk reglement vast en wordt gelast met het uitvaardigen van reglementen met betrekking tot, onder andere, het invoeren en opvolgen van principes van deugdelijk bestuur bij Delcredere en in de door Delcredere gecontroleerde filialen";
2° in het tweede lid wordt de tweede zin opgeheven;
3° in het zevende lid worden de woorden "artikel 16" vervangen door de woorden "artikel 19".
Art. 87. Dans l'article 13 de la même loi, renuméroté article 14 par l'article 86, les modifications suivantes sont apportées:
1° à l'alinéa 2, la première phrase est remplacée par ce qui suit:
"Le conseil d'administration arrête le règlement d'ordre intérieur et est chargé d'adopter les règlements portant, entre autres, sur l'introduction et le suivi des principes de bonne gouvernance par le Ducroire et les filiales contrôlées par le Ducroire";
2° à l'alinéa 2, la seconde phrase est abrogée;
3° à l'alinéa 7, les mots "article 16" sont remplacés par les mots "article 19".
1° à l'alinéa 2, la première phrase est remplacée par ce qui suit:
"Le conseil d'administration arrête le règlement d'ordre intérieur et est chargé d'adopter les règlements portant, entre autres, sur l'introduction et le suivi des principes de bonne gouvernance par le Ducroire et les filiales contrôlées par le Ducroire";
2° à l'alinéa 2, la seconde phrase est abrogée;
3° à l'alinéa 7, les mots "article 16" sont remplacés par les mots "article 19".
Art. 88. Artikel 13bis van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 15.
Art. 88. L'article 13bis de la même loi est renuméroté article 15.
Art. 89. In artikel 13bis van dezelfde wet, door artikel 88 vernummerd tot artikel 15, worden de woorden "artikel 16" vervangen door de woorden "artikel 19".
Art. 89. Dans l'article 13bis, renuméroté article 15 par l'article 88, les mots "article 16" sont remplacés par les mots "article 19".
Art. 90. Artikel 14 van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 17.
Art. 90. L'article 14 de la même loi est renuméroté article 17.
Art. 91. In artikel 14 van dezelfde wet, door artikel 90 vernummerd tot artikel 17, wordt het vierde lid vervangen als volgt:
"Hij is bekleed met de bevoegdheden van bestuur en effectieve directie. Hij vertegenwoordigt Delcredere in openbare en onderhandse akten. De rechtsvorderingen worden op zijn vervolging en verzoek ingesteld en verdedigd. Hij mag mits toelating van de raad van bestuur zijn macht voor bepaalde handelingen overdragen. Het inrichtingsreglement bepaalt de handelingen die mede de handtekening moeten dragen van de voorzitter, de ondervoorzitter, van een lid van de raad van bestuur of van een door de raad gedelegeerd persoon.
Hij is rekening verschuldigd over de financiën en waarden.
Met goedkeuring van de raad mag hij de ondertekening delegeren van akten, brieven of bescheiden betreffende de beschikking over fondsen of waarden waaromtrent contant- of effectenrekeningen geopend ten name van Delcredere bestaan".
"Hij is bekleed met de bevoegdheden van bestuur en effectieve directie. Hij vertegenwoordigt Delcredere in openbare en onderhandse akten. De rechtsvorderingen worden op zijn vervolging en verzoek ingesteld en verdedigd. Hij mag mits toelating van de raad van bestuur zijn macht voor bepaalde handelingen overdragen. Het inrichtingsreglement bepaalt de handelingen die mede de handtekening moeten dragen van de voorzitter, de ondervoorzitter, van een lid van de raad van bestuur of van een door de raad gedelegeerd persoon.
Hij is rekening verschuldigd over de financiën en waarden.
Met goedkeuring van de raad mag hij de ondertekening delegeren van akten, brieven of bescheiden betreffende de beschikking over fondsen of waarden waaromtrent contant- of effectenrekeningen geopend ten name van Delcredere bestaan".
Art. 91. A l'article 14 de la même loi, renuméroté article 17 par l'article 90, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit:
"Il est investi des pouvoirs de gestion et de direction effective. Il représente le Ducroire dans les actes publics et sous seing privé. Les actions judiciaires sont intentées et défendues à sa poursuite et diligence. Il peut, avec l'accord du conseil d'administration, déléguer ses pouvoirs en vue d'actes déterminés. Le règlement d'organisation détermine les actes qui doivent porter le contreseing du président, du vice-président ou d'un membre du conseil d'administration ou d'une autre personne déléguée par le conseil.
Il est comptable des deniers et valeurs.
Il peut déléguer, avec l'accord du conseil, la signature des actes, lettres ou documents relatifs à la disposition des fonds ou valeurs faisant l'objet de comptes d'espèces et de titres ouverts au nom du Ducroire".
"Il est investi des pouvoirs de gestion et de direction effective. Il représente le Ducroire dans les actes publics et sous seing privé. Les actions judiciaires sont intentées et défendues à sa poursuite et diligence. Il peut, avec l'accord du conseil d'administration, déléguer ses pouvoirs en vue d'actes déterminés. Le règlement d'organisation détermine les actes qui doivent porter le contreseing du président, du vice-président ou d'un membre du conseil d'administration ou d'une autre personne déléguée par le conseil.
Il est comptable des deniers et valeurs.
Il peut déléguer, avec l'accord du conseil, la signature des actes, lettres ou documents relatifs à la disposition des fonds ou valeurs faisant l'objet de comptes d'espèces et de titres ouverts au nom du Ducroire".
Art. 92. Artikel 15 van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 18.
Art. 92. L'article 15 de la même loi est renuméroté article 18.
Art. 93. Artikel 16 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 16. De raad van bestuur van Delcredere vergadert na bijeenroeping door zijn voorzitter, zo vaak het beheer van Delcredere zulks vergt en ten minste eenmaal om de twee maanden.
Hij moet worden bijeengeroepen telkens wanneer twee van zijn leden of een van de ministeriële afgevaardigden daarom verzoeken.
De beraadslagingen zijn slechts geldig wanneer de meerderheid van de leden aanwezig is. De beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. Onder voorbehoud van de belangenconflictenregeling zoals hierin bepaald, mag geen enkel lid van de raad zich onthouden. Bij staking van stemmen wordt het voorstel verworpen.
Evenwel kan uitzonderlijk zonder formele vergadering van de raad worden beslist over spoedeisende waarborgaanvragen.
Wanneer de risico's betrekking hebben op een activiteit als bedoeld in artikel 3, 2° en 3°, kan de voorzitter samen met een ander lid van de raad beslissen. De beslissing wordt betekend aan de afgevaardigde van de minister van Economie en ter kennisname gezonden aan de overige ministeriële afgevaardigden. Zij is uitvoerbaar indien de afgevaardigde van de minister van Economie haar niet schorst binnen vierentwintig uur na de betekening ervan. In geval van schorsing doet de minister van Economie uitspraak binnen vijf werkdagen. Bij ontstentenis daarvan wordt de geschorste beslissing uitvoerbaar.
Wanneer de risico's betrekking hebben op een activiteit als bedoeld in artikel 3, 1° kan de voorzitter samen met de afgevaardigde van de minister van Financiën beslissen. Deze beslissing kan evenwel maar worden genomen ten vroegste vierentwintig uur nadat het voorstel ervan ter kennis van de overige ministeriële afgevaardigden is gebracht.
Elke overeenkomstig de bepalingen van de vorige leden uitgevoerde of geschorste beslissing wordt ter kennisgeving op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de raad geplaatst.
De ondervoorzitter vervangt de voorzitter wanneer deze afwezig of verhinderd is.
Wanneer het mandaat van de voorzitter, de ondervoorzitter of een lid van de raad voortijdig openvalt, wordt een vervanger benoemd overeenkomstig de bepalingen van artikel 13. De nieuw benoemde voorzitter, ondervoorzitter of het nieuw benoemde lid voleindigt het mandaat van degene die wordt vervangen.
Indien een lid van de raad rechtstreeks of onrechtstreeks belang heeft bij een aan de raad voorgelegde zaak, moet hij dit meedelen aan de andere leden van de raad vóór de raad een besluit neemt en moet hij deze mededeling laten opnemen in de notulen van de vergadering. Hij mag niet deelnemen aan de beraadslagingen en de stemming over deze zaak.
Wanneer een lid zich ingevolge de vorige bepaling heeft teruggetrokken, kan de raad slechts geldig beraadslagen indien de overige leden de bij dit artikel vereiste aanwezigheidsvoorwaarden vervullen.
De raad kan in zijn midden beperkte comités aanstellen en bepaalt eveneens de werkingsregels ervan.".
"Art. 16. De raad van bestuur van Delcredere vergadert na bijeenroeping door zijn voorzitter, zo vaak het beheer van Delcredere zulks vergt en ten minste eenmaal om de twee maanden.
Hij moet worden bijeengeroepen telkens wanneer twee van zijn leden of een van de ministeriële afgevaardigden daarom verzoeken.
De beraadslagingen zijn slechts geldig wanneer de meerderheid van de leden aanwezig is. De beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. Onder voorbehoud van de belangenconflictenregeling zoals hierin bepaald, mag geen enkel lid van de raad zich onthouden. Bij staking van stemmen wordt het voorstel verworpen.
Evenwel kan uitzonderlijk zonder formele vergadering van de raad worden beslist over spoedeisende waarborgaanvragen.
Wanneer de risico's betrekking hebben op een activiteit als bedoeld in artikel 3, 2° en 3°, kan de voorzitter samen met een ander lid van de raad beslissen. De beslissing wordt betekend aan de afgevaardigde van de minister van Economie en ter kennisname gezonden aan de overige ministeriële afgevaardigden. Zij is uitvoerbaar indien de afgevaardigde van de minister van Economie haar niet schorst binnen vierentwintig uur na de betekening ervan. In geval van schorsing doet de minister van Economie uitspraak binnen vijf werkdagen. Bij ontstentenis daarvan wordt de geschorste beslissing uitvoerbaar.
Wanneer de risico's betrekking hebben op een activiteit als bedoeld in artikel 3, 1° kan de voorzitter samen met de afgevaardigde van de minister van Financiën beslissen. Deze beslissing kan evenwel maar worden genomen ten vroegste vierentwintig uur nadat het voorstel ervan ter kennis van de overige ministeriële afgevaardigden is gebracht.
Elke overeenkomstig de bepalingen van de vorige leden uitgevoerde of geschorste beslissing wordt ter kennisgeving op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de raad geplaatst.
De ondervoorzitter vervangt de voorzitter wanneer deze afwezig of verhinderd is.
Wanneer het mandaat van de voorzitter, de ondervoorzitter of een lid van de raad voortijdig openvalt, wordt een vervanger benoemd overeenkomstig de bepalingen van artikel 13. De nieuw benoemde voorzitter, ondervoorzitter of het nieuw benoemde lid voleindigt het mandaat van degene die wordt vervangen.
Indien een lid van de raad rechtstreeks of onrechtstreeks belang heeft bij een aan de raad voorgelegde zaak, moet hij dit meedelen aan de andere leden van de raad vóór de raad een besluit neemt en moet hij deze mededeling laten opnemen in de notulen van de vergadering. Hij mag niet deelnemen aan de beraadslagingen en de stemming over deze zaak.
Wanneer een lid zich ingevolge de vorige bepaling heeft teruggetrokken, kan de raad slechts geldig beraadslagen indien de overige leden de bij dit artikel vereiste aanwezigheidsvoorwaarden vervullen.
De raad kan in zijn midden beperkte comités aanstellen en bepaalt eveneens de werkingsregels ervan.".
Art. 93. Dans la même loi, l'article 16 est remplacé par ce qui suit:
"Art. 16. Le conseil d'administration du Ducroire se réunit sur la convocation de son président, aussi souvent que la gestion du Ducroire l'exige et au moins une fois tous les deux mois.
Il doit être convoqué chaque fois que deux de ses membres ou l'un des délégués ministériels le demandent.
Les délibérations ne sont valables que si la majorité des membres sont présents. Les décisions sont prises à la majorité des voix des membres présents. Sous réserve des règles de conflit d'intérêts telles que déterminées ci-après, aucun membre du conseil ne peut s'abstenir. En cas de parité des voix, la proposition est rejetée.
Toutefois, il peut être exceptionnellement statué, sans réunion formelle du conseil, sur des demandes de garantie urgentes.
Lorsque les risques se rapportent à une activité visée à l'article 3, 2° et 3°, la décision appartient au président assisté d'un autre membre du conseil. La décision est notifiée au délégué du ministre de l'Economie et envoyée pour information aux autres délégués ministériels. Elle peut être exécutée si le délégué du ministre de l'Economie ne la suspend pas dans les vingt-quatre heures de sa notification. En cas de suspension, le ministre de l'Economie statue dans les cinq jours ouvrables. A défaut, la décision suspendue devient exécutoire.
Lorsque les risques se rapportent à une activité visée à l'article 3, 1°, la décision appartient au président et au délégué du ministre des Finances. Toutefois, cette décision ne peut intervenir au plus tôt que vingt-quatre heures après que le projet en ait été porté à la connaissance des autres délégués ministériels.
Toute décision exécutée ou suspendue conformément aux dispositions des alinéas ci-dessus est portée pour information à l'ordre du jour de la plus prochaine séance du conseil.
Le vice-président remplace le président en cas d'absence ou d'empêchement de celui-ci.
En cas de vacance anticipée du mandat de président, de vice-président ou d'un membre du conseil, il est procédé à la nomination d'un remplaçant conformément aux dispositions de l'article 13. Le président, le vice-président ou le membre nouvellement nommé achève le mandat de celui qu'il remplace.
Si un membre du conseil a directement ou indirectement un intérêt dans une opération soumise au conseil, il est tenu de prévenir les autres membres du conseil avant que le conseil ne prenne une décision et de faire mentionner cette déclaration au procès-verbal de la séance. Il ne peut prendre part aux délibérations et au vote relatifs à l'opération en question.
Si un membre s'est retiré par application de la disposition qui précède, le conseil ne peut valablement délibérer que si les autres membres réunissent les conditions de présence requises par cet article.
Le conseil peut mettre en place en son sein des comités restreints et en déterminer les règles de fonctionnement.".
"Art. 16. Le conseil d'administration du Ducroire se réunit sur la convocation de son président, aussi souvent que la gestion du Ducroire l'exige et au moins une fois tous les deux mois.
Il doit être convoqué chaque fois que deux de ses membres ou l'un des délégués ministériels le demandent.
Les délibérations ne sont valables que si la majorité des membres sont présents. Les décisions sont prises à la majorité des voix des membres présents. Sous réserve des règles de conflit d'intérêts telles que déterminées ci-après, aucun membre du conseil ne peut s'abstenir. En cas de parité des voix, la proposition est rejetée.
Toutefois, il peut être exceptionnellement statué, sans réunion formelle du conseil, sur des demandes de garantie urgentes.
Lorsque les risques se rapportent à une activité visée à l'article 3, 2° et 3°, la décision appartient au président assisté d'un autre membre du conseil. La décision est notifiée au délégué du ministre de l'Economie et envoyée pour information aux autres délégués ministériels. Elle peut être exécutée si le délégué du ministre de l'Economie ne la suspend pas dans les vingt-quatre heures de sa notification. En cas de suspension, le ministre de l'Economie statue dans les cinq jours ouvrables. A défaut, la décision suspendue devient exécutoire.
Lorsque les risques se rapportent à une activité visée à l'article 3, 1°, la décision appartient au président et au délégué du ministre des Finances. Toutefois, cette décision ne peut intervenir au plus tôt que vingt-quatre heures après que le projet en ait été porté à la connaissance des autres délégués ministériels.
Toute décision exécutée ou suspendue conformément aux dispositions des alinéas ci-dessus est portée pour information à l'ordre du jour de la plus prochaine séance du conseil.
Le vice-président remplace le président en cas d'absence ou d'empêchement de celui-ci.
En cas de vacance anticipée du mandat de président, de vice-président ou d'un membre du conseil, il est procédé à la nomination d'un remplaçant conformément aux dispositions de l'article 13. Le président, le vice-président ou le membre nouvellement nommé achève le mandat de celui qu'il remplace.
Si un membre du conseil a directement ou indirectement un intérêt dans une opération soumise au conseil, il est tenu de prévenir les autres membres du conseil avant que le conseil ne prenne une décision et de faire mentionner cette déclaration au procès-verbal de la séance. Il ne peut prendre part aux délibérations et au vote relatifs à l'opération en question.
Si un membre s'est retiré par application de la disposition qui précède, le conseil ne peut valablement délibérer que si les autres membres réunissent les conditions de présence requises par cet article.
Le conseil peut mettre en place en son sein des comités restreints et en déterminer les règles de fonctionnement.".
Art. 94. Artikel 17 van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 20.
Art. 94. L'article 17 de la même loi est renuméroté article 20.
Art. 95. Artikel 18 van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 21.
Art. 95. L'article 18 de la même loi est renuméroté article 21.
Art. 96. Artikel 19 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 25 juli 1960, wordt hersteld als volgt:
"Art. 19. De ministeriële afgevaardigden delen aan de raad van beheer de algemene lijnen van het door Delcredere te volgen beleid mee.
Bij de beraadslagingen van de raad van beheer kunnen zij de beslissingen schorsen welke zij met de wetten, met het inrichtingsreglement of met `s Rijks belangen strijdig achten. In dit geval brengt de ministeriële afgevaardigde die de beslissing heeft geschorst onmiddellijk verslag uit bij de minister welke hem heeft afgevaardigd. De minister doet uitspraak binnen vijf werkdagen na de schorsing. Indien de minister binnen de voorgeschreven termijn geen uitspraak heeft gedaan mag de geschorste beslissing worden uitgevoerd.".
"Art. 19. De ministeriële afgevaardigden delen aan de raad van beheer de algemene lijnen van het door Delcredere te volgen beleid mee.
Bij de beraadslagingen van de raad van beheer kunnen zij de beslissingen schorsen welke zij met de wetten, met het inrichtingsreglement of met `s Rijks belangen strijdig achten. In dit geval brengt de ministeriële afgevaardigde die de beslissing heeft geschorst onmiddellijk verslag uit bij de minister welke hem heeft afgevaardigd. De minister doet uitspraak binnen vijf werkdagen na de schorsing. Indien de minister binnen de voorgeschreven termijn geen uitspraak heeft gedaan mag de geschorste beslissing worden uitgevoerd.".
Art. 96. L'article 19 de la même loi, abrogé par la loi du 25 juillet 1960, est rétabli dans la rédaction suivante:
"Art. 19. Les délégués ministériels communiquent au conseil d'administration les lignes générales de la politique à suivre par le Ducroire.
Lors des délibérations du conseil d'administration, ils peuvent suspendre les décisions qu'ils jugeraient contraires aux lois, au règlement d'organisation ou aux intérêts de l'Etat. En ce cas, le délégué ministériel, qui a suspendu la décision, fait immédiatement rapport au ministre dont il tient son mandat. Le ministre statue dans les cinq jours ouvrables de la suspension. Si le ministre n'a pas statué dans le délai prescrit, la décision suspendue devient exécutoire.".
"Art. 19. Les délégués ministériels communiquent au conseil d'administration les lignes générales de la politique à suivre par le Ducroire.
Lors des délibérations du conseil d'administration, ils peuvent suspendre les décisions qu'ils jugeraient contraires aux lois, au règlement d'organisation ou aux intérêts de l'Etat. En ce cas, le délégué ministériel, qui a suspendu la décision, fait immédiatement rapport au ministre dont il tient son mandat. Le ministre statue dans les cinq jours ouvrables de la suspension. Si le ministre n'a pas statué dans le délai prescrit, la décision suspendue devient exécutoire.".
Art. 97. Artikel 20 van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 22.
Art. 97. L'article 20 de la même loi est renuméroté article 22.
Art. 98. Artikel 21 van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 23.
Art. 98. L'article 21 de la même loi est renuméroté article 23.
Art. 99. Artikel 22 van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 24.
Art. 99. L'article 22 de la même loi est renuméroté article 24.
Art. 100. Artikel 22 van dezelfde wet, door artikel 99 vernummerd tot artikel 24, wordt vervangen als volgt:
"Art. 24. De raad van bestuur sluit elk jaar op 31 december de rekeningen van Delcredere af en maakt een verslag op over het beheer tijdens het afgelopen jaar. De jaarrekeningen en het verslag over het beheer worden toegezonden aan de Ministers die een afgevaardigde in de raad hebben. Deze stukken worden via de bevoegde minister ook aan de Wetgevende Kamers overgelegd.
De rekeningen worden met de bewijsstukken aan de controle van het Rekenhof voorgelegd. De raad zendt elk kwartaal aan de in het vorige lid genoemde Ministers een korte opgave van het actief en het passief van Delcredere.".
"Art. 24. De raad van bestuur sluit elk jaar op 31 december de rekeningen van Delcredere af en maakt een verslag op over het beheer tijdens het afgelopen jaar. De jaarrekeningen en het verslag over het beheer worden toegezonden aan de Ministers die een afgevaardigde in de raad hebben. Deze stukken worden via de bevoegde minister ook aan de Wetgevende Kamers overgelegd.
De rekeningen worden met de bewijsstukken aan de controle van het Rekenhof voorgelegd. De raad zendt elk kwartaal aan de in het vorige lid genoemde Ministers een korte opgave van het actief en het passief van Delcredere.".
Art. 100. L'article 22 de la même loi, renuméroté article 24 par l'article 99, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 24. Le conseil d'administration arrête chaque année, au 31 décembre, les comptes du Ducroire et établit un rapport sur sa gestion pendant l'année écoulée. Les comptes annuels et le rapport de gestion sont transmis aux Ministres qui ont un délégué au conseil. Ces documents sont également transmis aux Chambres législatives par le ministre compétent.
Les comptes sont soumis avec les pièces justificatives au contrôle de la Cour des comptes. Le conseil adresse tous les trimestres, aux ministres visés à l'alinéa précédent, un état résumé de la situation active et passive du Ducroire.".
"Art. 24. Le conseil d'administration arrête chaque année, au 31 décembre, les comptes du Ducroire et établit un rapport sur sa gestion pendant l'année écoulée. Les comptes annuels et le rapport de gestion sont transmis aux Ministres qui ont un délégué au conseil. Ces documents sont également transmis aux Chambres législatives par le ministre compétent.
Les comptes sont soumis avec les pièces justificatives au contrôle de la Cour des comptes. Le conseil adresse tous les trimestres, aux ministres visés à l'alinéa précédent, un état résumé de la situation active et passive du Ducroire.".
Art. 101. Artikel 23 van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 25.
Art. 101. L'article 23 de la même loi est renuméroté article 25.
Art. 102. Artikel 24 van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 29.
Art. 102. L'article 24 de la même loi est renuméroté article 29.
Art. 103. Artikel 25 van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 30.
Art. 103. L'article 25 de la même loi est renuméroté article 30.
Art. 104. Artikel 26 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 26. De waarden van de dotatie worden in de rekeningen van Delcredere geboekt tegen de nominale waarde.
De door de Staat uitgegeven of gewaarborgde obligaties waarin de algemene reserve belegd is, worden tegen de aankoopprijs opgenomen, voor zover die prijs de aflossingswaarde niet overschrijdt.".
"Art. 26. De waarden van de dotatie worden in de rekeningen van Delcredere geboekt tegen de nominale waarde.
De door de Staat uitgegeven of gewaarborgde obligaties waarin de algemene reserve belegd is, worden tegen de aankoopprijs opgenomen, voor zover die prijs de aflossingswaarde niet overschrijdt.".
Art. 104. L'article 26 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 26. Les valeurs de la dotation sont portées dans les comptes du Ducroire à leur valeur nominale.
Les placements de la réserve générale en obligations émises par l'Etat ou garanties par lui sont portés à leur prix d'acquisition pour autant qu'il soit inférieur au taux de remboursement.".
"Art. 26. Les valeurs de la dotation sont portées dans les comptes du Ducroire à leur valeur nominale.
Les placements de la réserve générale en obligations émises par l'Etat ou garanties par lui sont portés à leur prix d'acquisition pour autant qu'il soit inférieur au taux de remboursement.".
Art. 105. In dezelfde wet wordt een artikel 27 ingevoegd, luidende:
"Art. 27. Voor de activiteiten als bedoeld in artikel 3, 2° stelt Delcredere middelen ter beschikking die ten minste gelijkwaardig zijn met die welke inzake kredietverzekering worden vereist door de Nationale Bank van België.".
"Art. 27. Voor de activiteiten als bedoeld in artikel 3, 2° stelt Delcredere middelen ter beschikking die ten minste gelijkwaardig zijn met die welke inzake kredietverzekering worden vereist door de Nationale Bank van België.".
Art. 105. Dans la même loi, il est inséré un article 27, rédigé comme suit:
"Art. 27. Le Ducroire affecte aux activités visées à l'article 3, 2° des moyens au moins équivalents à ceux exigés par la Banque nationale de Belgique en matière d'assurance-crédit.".
"Art. 27. Le Ducroire affecte aux activités visées à l'article 3, 2° des moyens au moins équivalents à ceux exigés par la Banque nationale de Belgique en matière d'assurance-crédit.".
Art. 106. In dezelfde wet wordt een artikel 28 ingevoegd, luidende:
"Art. 28. Ieder jaar stelt de raad uiterlijk in de maand december de begroting van de administratiekosten voor het volgende jaar vast en deelt ze mede aan de minister die Economie onder zijn bevoegdheid heeft. In voorkomend geval stelt hij in de loop van het boekjaar de nodig geachte aanvullende kredieten vast en geeft ervan kennis aan de minister die Economie onder zijn bevoegdheid heeft.".
"Art. 28. Ieder jaar stelt de raad uiterlijk in de maand december de begroting van de administratiekosten voor het volgende jaar vast en deelt ze mede aan de minister die Economie onder zijn bevoegdheid heeft. In voorkomend geval stelt hij in de loop van het boekjaar de nodig geachte aanvullende kredieten vast en geeft ervan kennis aan de minister die Economie onder zijn bevoegdheid heeft.".
Art. 106. Dans la même loi, il est inséré un article 28, rédigé comme suit:
"Art. 28. Le conseil arrête chaque année, dans le courant du mois de décembre au plus tard, le budget des dépenses d'administration de l'année suivante et le communique au ministre qui a l'Economie dans ses attributions. Le cas échéant, il fixe en cours d'exercice les crédits supplémentaires qui sont reconnus nécessaires et en informe le ministre qui a l'Economie dans ses attributions.".
"Art. 28. Le conseil arrête chaque année, dans le courant du mois de décembre au plus tard, le budget des dépenses d'administration de l'année suivante et le communique au ministre qui a l'Economie dans ses attributions. Le cas échéant, il fixe en cours d'exercice les crédits supplémentaires qui sont reconnus nécessaires et en informe le ministre qui a l'Economie dans ses attributions.".
Art. 107. In dezelfde wet wordt een artikel 31 ingevoegd, luidende:
"Art. 31. De Ministers van Economie, van Middenstand, van Financiën, van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel zijn belast, elk wat hem betreft, met de uitvoering van dit besluit.".
"Art. 31. De Ministers van Economie, van Middenstand, van Financiën, van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel zijn belast, elk wat hem betreft, met de uitvoering van dit besluit.".
Art. 107. Dans la même loi, il est inséré un article 31, rédigé comme suit:
"Art. 31. Les Ministres de l'économie, des Classes moyennes, des Finances, des Affaires étrangères et du Commerce extérieur sont chargés, chacun en ce qui les concerne, de l'exécution du présent arrêté.".
"Art. 31. Les Ministres de l'économie, des Classes moyennes, des Finances, des Affaires étrangères et du Commerce extérieur sont chargés, chacun en ce qui les concerne, de l'exécution du présent arrêté.".
Art. 108. In dezelfde wet worden de woorden "de Nationale Delcrederedienst" en "den Nationalen Delcrederedienst" telkens vervangen door het woord "Delcredere".
Art. 108. Dans le texte néerlandais de la même loi, les mots "de Nationale Delcrederedienst" et "den Nationalen Delcrederedienst" sont chaque fois remplacés par le mot "Delcredere".
Art. 109. In dezelfde wet worden de woorden "de Dienst" en "den Dienst" telkens vervangen door het woord "Delcredere".
Art. 109. Dans le texte néerlandais de la même loi, les mots "de Dienst" et "den Dienst" sont chaque fois remplacés par le mot "Delcredere".
Art. 110. In de Franse tekst van dezelfde wet worden de woorden "l'Office nationale du Ducroire", voor zover ze niet worden voorafgegaan door "de" of "à" vervangen door de woorden "le Ducroire".
Art. 110. Dans la même loi, les mots "l'Office national du Ducroire", dans la mesure où ils ne sont pas précédés par "de" ou "à" sont remplacés chaque fois par les mots "le Ducroire".
Art. 111. In de Franse tekst van dezelfde wet worden de woorden "de l'Office national du Ducroire" telkens vervangen door de woorden "du Ducroire".
Art. 111. Dans la même loi, les mots "de l'Office national du Ducroire" sont chaque fois remplacés par les mots "du Ducroire".
Art. 112. In de Franse tekst van dezelfde wet worden de woorden "à l'Office national du Duroire" telkens vervangen door de woorden "au Ducroire".
Art. 112. Dans la même loi, les mots "à l'Office national du Ducroire" sont chaque fois remplacés par les mots "au Ducroire".
Art. 113. In de Franse tekst van dezelfde wet worden de woorden "L'Office", in zover ze niet worden gevolgd door de woorden "national du Ducroire" vervangen door "Le Ducroire".
Art. 113. Dans la même loi, les mots "L'Office", dans la mesure où ils ne sont pas suivis par les mots "national du Ducroire", sont remplacés par les mots "Le Ducroire".
HOOFDSTUK 15. - Opheffingsbepaling
CHAPITRE 15. - Disposition abrogatoire
Art. 114. Het koninklijk besluit van 3 juli 1992 betreffende de organisatie van de Nationale Delcrederedienst wordt opgeheven.
Art. 114. L'arrêté royal du 3 juillet 1992 relatif à l'organisation de l'Office national du Ducroire est abrogé.
HOOFDSTUK 16. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 16. - Entrée en vigueur
Art. 115. Hoofdstuk 4 en de artikelen 50 en 52 treden in werking op de datum waarop verordening (EU) nr. 1286/2014 het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten van toepassing wordt.
Artikel 60 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017.
Hoofdstuk 13 treedt in werking op de dag waarop deze wet wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 60 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017.
Hoofdstuk 13 treedt in werking op de dag waarop deze wet wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 115. Le chapitre 4 et les articles 50 et 52 entrent en vigueur à la date à partir de laquelle le règlement (UE) n° 1286/2014 du Parlement européen et du Conseil du 26 novembre 2014 sur les documents d'informations clés relatifs aux produits d'investissement packagés de détail et fondés sur l'assurance sera applicable.
L'article 60 produit ses effets le 1er janvier 2017.
Le Chapitre 13 entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
L'article 60 produit ses effets le 1er janvier 2017.
Le Chapitre 13 entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.