Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 DECEMBER 2016. - Decreet betreffende de wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, wat betreft de terugbetaling van de verkeersbelasting voor gecombineerd vervoer
Titre
23 DECEMBRE 2016. - Décret modifiant le Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, pour ce qui concerne le remboursement de la taxe de circulation pour le transport combiné
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
Art. 2. In artikel 2.2.6.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De terugbetaling (T), vermeld in het eerste lid, wordt op forfaitaire wijze berekend volgens de volgende formule: T = t * n/220, waarbij:
1° t = het bedrag van de verschuldigde verkeersbelasting voor het voertuig;
2° n = het aantal overslagverrichtingen tijdens de belastbare periode waarbij de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20 voet en meer overschakelt van vervoer per spoor, via zeetraject of via de binnenwateren naar vervoer over de weg of omgekeerd. De parameter n mag niet meer dan 220 bedragen.";
2° er worden een derde, vierde en vijfde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"In het tweede lid wordt verstaan onder:
1° overslagverrichting: het verplaatsen van intermodale transporteenheden van de ene vervoersmodus, namelijk per spoor, via zeetraject of via de binnenwateren, naar de andere vervoersmodus, namelijk vervoer over de weg, of omgekeerd, waarbij de verplaatsing plaatsvindt tussen minstens twee staten van de Europese Economische Ruimte en waarbij de overslagverrichting in België gebeurt;
2° wissellaadbak: een vrachtvervoereenheid die aan de afmetingen van wegvoertuigen is aangepast en die voorzien is van inrichtingen voor goederenoverslag tussen verschillende vervoerswijzen, zoals van weg naar spoor.
De minimumbelasting, vermeld in artikel 2.2.4.0.2, § 2, is niet van toepassing.
De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van de aanvraag van de terugbetaling, vermeld in het eerste lid.".
1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De terugbetaling (T), vermeld in het eerste lid, wordt op forfaitaire wijze berekend volgens de volgende formule: T = t * n/220, waarbij:
1° t = het bedrag van de verschuldigde verkeersbelasting voor het voertuig;
2° n = het aantal overslagverrichtingen tijdens de belastbare periode waarbij de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20 voet en meer overschakelt van vervoer per spoor, via zeetraject of via de binnenwateren naar vervoer over de weg of omgekeerd. De parameter n mag niet meer dan 220 bedragen.";
2° er worden een derde, vierde en vijfde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"In het tweede lid wordt verstaan onder:
1° overslagverrichting: het verplaatsen van intermodale transporteenheden van de ene vervoersmodus, namelijk per spoor, via zeetraject of via de binnenwateren, naar de andere vervoersmodus, namelijk vervoer over de weg, of omgekeerd, waarbij de verplaatsing plaatsvindt tussen minstens twee staten van de Europese Economische Ruimte en waarbij de overslagverrichting in België gebeurt;
2° wissellaadbak: een vrachtvervoereenheid die aan de afmetingen van wegvoertuigen is aangepast en die voorzien is van inrichtingen voor goederenoverslag tussen verschillende vervoerswijzen, zoals van weg naar spoor.
De minimumbelasting, vermeld in artikel 2.2.4.0.2, § 2, is niet van toepassing.
De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van de aanvraag van de terugbetaling, vermeld in het eerste lid.".
Art. 2. A l'article 2.2.6.0.4 du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Le remboursement (T), visé à l'alinéa 1er, est calculé de manière forfaitaire selon la formule suivante : T = t * n/220, où :
1° t = le montant de la taxe de circulation due pour le véhicule ;
2° n = le nombre de transbordements pendant la période imposable entre le transport ferroviaire, maritime ou par voie de navigation intérieure, d'une part, et le transport routier, d'autre part, du camion, de la remorque, de la semi-remorque avec ou sans tracteur, de la caisse mobile ou du conteneur de 20 pieds ou plus. Le paramètre n ne peut pas dépasser 220. " ;
2° il est inséré un alinéa 3 à 5, ainsi rédigés :
" Dans l'alinéa 2, il faut entendre par :
1° transbordement : le transfert effectué en Belgique d'unités de transport intermodal d'un mode de transport, à savoir le transport ferroviaire, maritime ou par voie de navigation intérieure, à l'autre, à savoir le transport routier, ou vice versa, entre au moins deux Etats de l'Espace économique européen ;
2° caisse mobile : une unité de transport de fret adaptée aux dimensions de véhicules routiers et équipée d'installations de transbordement entre différents modes de transport, p.ex. du transport routier au transport ferroviaire.
La taxe minimale, visée à l'article 2.2.4.0.2, § 2, n'est pas d'application.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités de demande du remboursement, visé à l'article 1er. ".
1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Le remboursement (T), visé à l'alinéa 1er, est calculé de manière forfaitaire selon la formule suivante : T = t * n/220, où :
1° t = le montant de la taxe de circulation due pour le véhicule ;
2° n = le nombre de transbordements pendant la période imposable entre le transport ferroviaire, maritime ou par voie de navigation intérieure, d'une part, et le transport routier, d'autre part, du camion, de la remorque, de la semi-remorque avec ou sans tracteur, de la caisse mobile ou du conteneur de 20 pieds ou plus. Le paramètre n ne peut pas dépasser 220. " ;
2° il est inséré un alinéa 3 à 5, ainsi rédigés :
" Dans l'alinéa 2, il faut entendre par :
1° transbordement : le transfert effectué en Belgique d'unités de transport intermodal d'un mode de transport, à savoir le transport ferroviaire, maritime ou par voie de navigation intérieure, à l'autre, à savoir le transport routier, ou vice versa, entre au moins deux Etats de l'Espace économique européen ;
2° caisse mobile : une unité de transport de fret adaptée aux dimensions de véhicules routiers et équipée d'installations de transbordement entre différents modes de transport, p.ex. du transport routier au transport ferroviaire.
La taxe minimale, visée à l'article 2.2.4.0.2, § 2, n'est pas d'application.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités de demande du remboursement, visé à l'article 1er. ".
Art. 3. Dit decreet treedt in werking met ingang van aanslagjaar 2016.
Art. 3. Le présent décret entre en vigueur à partir de l'année d'imposition 2016.