Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
8 DECEMBER 2017. - Decreet houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken
Titre
8 DECEMBRE 2017. - Décret portant des dispositions réglant le recouvrement de créances non fiscales pour la Communauté flamande et pour la Région flamande et les organismes qui en relèvent, des dispositions fiscales diverses et la reprise du service de la taxe sur les jeux et paris, sur les appareils automatiques de divertissement et de la taxe d'ouverture de débits de boissons fermentées
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (38)
Texte (38)
HOOFDSTUK 1. - Algemeen
CHAPITRE 1er. - Généralités
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire et régionale.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren
CHAPITRE 2. - Modifications du décret du 22 février 1995 fixant les règles relatives au recouvrement des créances non fiscales pour la Communauté flamande et les organismes qui en relèvent
Art. 2. In het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren, gewijzigd bij de decreten van 16 juni 2006 en 23 december 2016, wordt een artikel 1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 1/1. In dit decreet wordt verstaan onder toebehoren: interesten, invorderingskosten, rechtsplegingsvergoedingen, gerechtskosten en betekeningskosten.".
"Art. 1/1. In dit decreet wordt verstaan onder toebehoren: interesten, invorderingskosten, rechtsplegingsvergoedingen, gerechtskosten en betekeningskosten.".
Art. 2. Dans le décret du 22 février 1995 fixant les règles relatives au recouvrement des créances non fiscales pour la Communauté flamande et les organismes qui en relèvent, modifié par les décrets des 16 juin 2006 et 23 décembre 2016, il est inséré un article 1/1, rédigé comme suit :
" Art. 1/1. Dans le présent décret, on entend par accessoires : les intérêts, frais de recouvrement, indemnités de procédure, frais de justice et frais de signification. "
" Art. 1/1. Dans le présent décret, on entend par accessoires : les intérêts, frais de recouvrement, indemnités de procédure, frais de justice et frais de signification. "
Art. 3. In artikel 2 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 16 juni 2006 en 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het woord "ambtenaren" wordt telkens vervangen door het woord "personeelsleden";
2° in het eerste lid wordt tussen het woord "schuldvorderingen" en het woord "in" de zinsnede ", met de invordering van de administratieve geldboeten en met de invordering van de toebehoren" ingevoegd;
3° in het tweede lid wordt tussen het woord "schuldvorderingen" en het woord "invorderen" de zinsnede ", administratieve geldboeten en toebehoren" ingevoegd;
4° in het vierde lid worden de woorden "de daartoe door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaar" vervangen door de woorden "het daartoe door de Vlaamse Regering aangewezen personeelslid";
5° er wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De personeelsleden van de Vlaamse Belastingdienst kunnen gebruikmaken van het identificatienummer, vermeld in artikel III.17 van het Wetboek van Economisch Recht, als het gaat om een rechtspersoon, en het rijksregisternummer of, bij gebrek daaraan, het identificatienummer, vermeld in artikel 8 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, als het gaat om een natuurlijk persoon, om de schuldenaar te identificeren.".
1° het woord "ambtenaren" wordt telkens vervangen door het woord "personeelsleden";
2° in het eerste lid wordt tussen het woord "schuldvorderingen" en het woord "in" de zinsnede ", met de invordering van de administratieve geldboeten en met de invordering van de toebehoren" ingevoegd;
3° in het tweede lid wordt tussen het woord "schuldvorderingen" en het woord "invorderen" de zinsnede ", administratieve geldboeten en toebehoren" ingevoegd;
4° in het vierde lid worden de woorden "de daartoe door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaar" vervangen door de woorden "het daartoe door de Vlaamse Regering aangewezen personeelslid";
5° er wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De personeelsleden van de Vlaamse Belastingdienst kunnen gebruikmaken van het identificatienummer, vermeld in artikel III.17 van het Wetboek van Economisch Recht, als het gaat om een rechtspersoon, en het rijksregisternummer of, bij gebrek daaraan, het identificatienummer, vermeld in artikel 8 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, als het gaat om een natuurlijk persoon, om de schuldenaar te identificeren.".
Art. 3. Dans l'article 2 du même décret, modifié par les décrets des 16 juin 2006 et 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° le mot " fonctionnaires " est chaque fois remplacé par les mots " membres du personnel " ;
2° dans l'alinéa premier, le membre de phrase " des créances non fiscales incontestées et exigibles relatives aux matières communautaires indiquées par lui " est remplacé par le membre de phrase " des créances, d'amendes administratives et d'accessoires non-fiscaux incontestés et exigibles relatifs aux matières communautaires indiquées par lui " ;
3° dans l'alinéa deux, le membre de phrase " des créances non fiscales dont question " est remplacé par le membre de phrase " des créances, amendes administratives et accessoires non fiscaux dont question " ;
4° dans l'alinéa quatre, les mots " par le fonctionnaire " sont remplacés par les mots " par le membre du personnel " ;
5° il est ajouté un alinéa six, rédigé comme suit :
" Les membres du personnel du ' Vlaamse Belastingsdienst ' peuvent se servir du numéro d'identification, visé à l'article III.17 du Code de droit économique, dans le cas de l'identification d'une personne morale, et du numéro de registre national ou, à défaut de celui-ci, du numéro d'identification, visé à l'article 8 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale, dans le cas de l'identification d'une personne physique en tant que débiteur. ".
1° le mot " fonctionnaires " est chaque fois remplacé par les mots " membres du personnel " ;
2° dans l'alinéa premier, le membre de phrase " des créances non fiscales incontestées et exigibles relatives aux matières communautaires indiquées par lui " est remplacé par le membre de phrase " des créances, d'amendes administratives et d'accessoires non-fiscaux incontestés et exigibles relatifs aux matières communautaires indiquées par lui " ;
3° dans l'alinéa deux, le membre de phrase " des créances non fiscales dont question " est remplacé par le membre de phrase " des créances, amendes administratives et accessoires non fiscaux dont question " ;
4° dans l'alinéa quatre, les mots " par le fonctionnaire " sont remplacés par les mots " par le membre du personnel " ;
5° il est ajouté un alinéa six, rédigé comme suit :
" Les membres du personnel du ' Vlaamse Belastingsdienst ' peuvent se servir du numéro d'identification, visé à l'article III.17 du Code de droit économique, dans le cas de l'identification d'une personne morale, et du numéro de registre national ou, à défaut de celui-ci, du numéro d'identification, visé à l'article 8 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale, dans le cas de l'identification d'une personne physique en tant que débiteur. ".
Art. 4. In artikel 3 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt het woord "ambtenaren" vervangen door het woord "personeelsleden";
2° in het eerste lid wordt tussen het woord "schuldvorderingen" en het woord "die" de zinsnede ", van administratieve geldboeten en van toebehoren" ingevoegd;
3° in het tweede lid wordt de zinsnede "De op grond van artikel 2, vierde lid aangewezen ambtenaar" vervangen door de zinsnede "Het op grond van artikel 2, vierde lid, aangewezen personeelslid".
1° in het eerste lid wordt het woord "ambtenaren" vervangen door het woord "personeelsleden";
2° in het eerste lid wordt tussen het woord "schuldvorderingen" en het woord "die" de zinsnede ", van administratieve geldboeten en van toebehoren" ingevoegd;
3° in het tweede lid wordt de zinsnede "De op grond van artikel 2, vierde lid aangewezen ambtenaar" vervangen door de zinsnede "Het op grond van artikel 2, vierde lid, aangewezen personeelslid".
Art. 4. Dans l'article 3 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa premier, le mot " fonctionnaires " est remplacé par les mots " membres du personnel " ;
2° dans l'alinéa premier, le membre de phrase " de créances non fiscales incontestées et exigibles " est remplacé par le membre de phrase " de créances, d'amendes administratives et d'accessoires non-fiscaux incontestés et exigibles " ;
3° dans l'alinéa deux, le membre de phrase " Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 2, alinéa 4 " est remplacé par le membre de phrase " Le membre du personnel désigné en vertu de l'article 2, alinéa quatre ".
1° dans l'alinéa premier, le mot " fonctionnaires " est remplacé par les mots " membres du personnel " ;
2° dans l'alinéa premier, le membre de phrase " de créances non fiscales incontestées et exigibles " est remplacé par le membre de phrase " de créances, d'amendes administratives et d'accessoires non-fiscaux incontestés et exigibles " ;
3° dans l'alinéa deux, le membre de phrase " Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 2, alinéa 4 " est remplacé par le membre de phrase " Le membre du personnel désigné en vertu de l'article 2, alinéa quatre ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren
CHAPITRE 3. - Modifications du décret du 22 février 1995 fixant les règles relatives au recouvrement des créances non fiscales pour la Région flamande et les organismes qui en relèvent
Art. 5. In het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, gewijzigd bij de decreten van 16 juni 2006 en 23 december 2016, wordt een artikel 1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 1/1. In dit decreet wordt verstaan onder toebehoren: interesten, invorderingskosten, rechtsplegingsvergoedingen, gerechtskosten en betekeningskosten.".
"Art. 1/1. In dit decreet wordt verstaan onder toebehoren: interesten, invorderingskosten, rechtsplegingsvergoedingen, gerechtskosten en betekeningskosten.".
Art. 5. Dans le décret du 22 février 1995 fixant les règles relatives au recouvrement des créances non fiscales pour la Région flamande et les organismes qui en relèvent, modifié par les décrets des 16 juin 2006 et 23 décembre 2016, il est inséré un article 1/1, rédigé comme suit :
" Art. 1/1. Dans le présent décret, on entend par accessoires : les intérêts, frais de recouvrement, indemnités de procédure, frais de justice et frais de signification. ".
" Art. 1/1. Dans le présent décret, on entend par accessoires : les intérêts, frais de recouvrement, indemnités de procédure, frais de justice et frais de signification. ".
Art. 6. In artikel 2 van het hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 16 juni 2006 en 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het woord "ambtenaren" wordt telkens vervangen door het woord "personeelsleden";
2° in het eerste lid wordt tussen het woord "schuldvorderingen" en het woord "in" de zinsnede ", met de invordering van administratieve geldboeten en met de invordering van toebehoren" ingevoegd;
3° in het tweede lid wordt tussen het woord "schuldvorderingen" en het woord "invorderen" de zinsnede ", administratieve geldboeten en toebehoren" ingevoegd;
4° in het vierde lid worden de woorden "de daartoe door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaar" vervangen door de woorden "het daartoe door de Vlaamse Regering aangewezen personeelslid";
5° er wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De personeelsleden van de Vlaamse Belastingdienst kunnen gebruikmaken van het identificatienummer, vermeld in artikel III.17 van het Wetboek van Economisch Recht, als het gaat om een rechtspersoon, en het rijksregisternummer of, bij gebrek daaraan, het identificatienummer, vermeld in artikel 8 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, als het gaat om een natuurlijk persoon, om de schuldenaar te identificeren.".
1° het woord "ambtenaren" wordt telkens vervangen door het woord "personeelsleden";
2° in het eerste lid wordt tussen het woord "schuldvorderingen" en het woord "in" de zinsnede ", met de invordering van administratieve geldboeten en met de invordering van toebehoren" ingevoegd;
3° in het tweede lid wordt tussen het woord "schuldvorderingen" en het woord "invorderen" de zinsnede ", administratieve geldboeten en toebehoren" ingevoegd;
4° in het vierde lid worden de woorden "de daartoe door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaar" vervangen door de woorden "het daartoe door de Vlaamse Regering aangewezen personeelslid";
5° er wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De personeelsleden van de Vlaamse Belastingdienst kunnen gebruikmaken van het identificatienummer, vermeld in artikel III.17 van het Wetboek van Economisch Recht, als het gaat om een rechtspersoon, en het rijksregisternummer of, bij gebrek daaraan, het identificatienummer, vermeld in artikel 8 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, als het gaat om een natuurlijk persoon, om de schuldenaar te identificeren.".
Art. 6. Dans l'article 2 du même décret, modifié par les décrets du 16 juin 2006 et du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° le mot " fonctionnaires " est chaque fois remplacé par les mots " membres du personnel " ;
2° dans le premier alinéa le membre de phrase " du recouvrement des créances non fiscales incontestées et exigibles relatives " est remplacé par le membre de phrase " du recouvrement des créances, du recouvrement d'amendes administratives et du recouvrement d'accessoires non-fiscaux incontestés et exigibles relatifs " ;
3° dans l'alinéa deux, le membre de phrase " des créances non fiscales " est remplacé par les mots " des créances, amendes administratives et accessoires non fiscaux " ;
4° dans l'alinéa quatre, les mots " par le fonctionnaire " sont remplacés par les mots " par le membre du personnel " ;
5° il est ajouté un alinéa six, rédigé comme suit :
" Les membres du personnel du ' Vlaamse Belastingsdienst ' peuvent se servir du numéro d'identification, visé à l'article III.17 du Code de droit économique, dans le cas de l'identification d'une personne morale, et du numéro de registre national ou, à défaut de celui-ci, du numéro d'identification, visé à l'article 8 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale, dans le cas de l'identification d'une personne physique en tant que débiteur. ".
1° le mot " fonctionnaires " est chaque fois remplacé par les mots " membres du personnel " ;
2° dans le premier alinéa le membre de phrase " du recouvrement des créances non fiscales incontestées et exigibles relatives " est remplacé par le membre de phrase " du recouvrement des créances, du recouvrement d'amendes administratives et du recouvrement d'accessoires non-fiscaux incontestés et exigibles relatifs " ;
3° dans l'alinéa deux, le membre de phrase " des créances non fiscales " est remplacé par les mots " des créances, amendes administratives et accessoires non fiscaux " ;
4° dans l'alinéa quatre, les mots " par le fonctionnaire " sont remplacés par les mots " par le membre du personnel " ;
5° il est ajouté un alinéa six, rédigé comme suit :
" Les membres du personnel du ' Vlaamse Belastingsdienst ' peuvent se servir du numéro d'identification, visé à l'article III.17 du Code de droit économique, dans le cas de l'identification d'une personne morale, et du numéro de registre national ou, à défaut de celui-ci, du numéro d'identification, visé à l'article 8 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale, dans le cas de l'identification d'une personne physique en tant que débiteur. ".
Art. 7. In artikel 3 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt het woord "ambtenaren" vervangen door het woord "personeelsleden";
2° in het eerste lid wordt tussen het woord "schuldvorderingen" en het woord "die" de zinsnede ", van administratieve geldboeten en van toebehoren" ingevoegd;
3° in het tweede lid wordt de zinsnede "De op grond van artikel 2, vierde lid, aangewezen ambtenaar" vervangen door de zinsnede "Het op grond van artikel 2, vierde lid, aangewezen personeelslid".
1° in het eerste lid wordt het woord "ambtenaren" vervangen door het woord "personeelsleden";
2° in het eerste lid wordt tussen het woord "schuldvorderingen" en het woord "die" de zinsnede ", van administratieve geldboeten en van toebehoren" ingevoegd;
3° in het tweede lid wordt de zinsnede "De op grond van artikel 2, vierde lid, aangewezen ambtenaar" vervangen door de zinsnede "Het op grond van artikel 2, vierde lid, aangewezen personeelslid".
Art. 7. Dans l'article 3 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa premier, le mot " fonctionnaires " est remplacé par les mots " membres du personnel " ;
2° dans l'alinéa premier, le membre de phrase " de créances non fiscales incontestées et exigibles " est remplacé par le membre de phrase " de créances, d'amendes administratives et d'accessoires non-fiscaux incontestés et exigibles " ;
3° dans l'alinéa deux, le membre de phrase " Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 2, alinéa 4 " est remplacé par le membre de phrase " Le membre du personnel désigné en vertu de l'article 2, alinéa quatre ".
1° dans l'alinéa premier, le mot " fonctionnaires " est remplacé par les mots " membres du personnel " ;
2° dans l'alinéa premier, le membre de phrase " de créances non fiscales incontestées et exigibles " est remplacé par le membre de phrase " de créances, d'amendes administratives et d'accessoires non-fiscaux incontestés et exigibles " ;
3° dans l'alinéa deux, le membre de phrase " Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 2, alinéa 4 " est remplacé par le membre de phrase " Le membre du personnel désigné en vertu de l'article 2, alinéa quatre ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013
CHAPITRE 4. - Modifications du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013
Art. 8. In artikel 1.1.0.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt een punt 18° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"18° /1 schatter-expert: natuurlijk persoon die beroepsmatig schattingen en waarderingen van onroerende goederen uitvoert en daarvoor beschikt over de beroepskwalificatie, vermeld in artikel 3.3.1.0.9/1, § 2, 2° ;";
2° in het derde lid, 2°, worden de woorden "de maximaal toegelaten massa" vervangen door de woorden "het maximaal toegestane totaalgewicht";
3° in het zesde lid wordt een punt 1° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"1° /1 bouwgrond: een perceel grond dat stedenbouwkundig bestemd is tot woningbouw of een onroerend goed dat ermee wordt gelijkgesteld. Het geheel of het gedeelte van een gebouw dat, pas na de uitvoering van andere werken dan normale herstellings- of onderhoudswerken, kan dienen tot huisvesting van een gezin of een persoon, met in voorkomend geval de aanhorigheden die tegelijk met het gebouw worden verkregen, wordt met een bouwgrond gelijkgesteld;".
1° in het eerste lid wordt een punt 18° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"18° /1 schatter-expert: natuurlijk persoon die beroepsmatig schattingen en waarderingen van onroerende goederen uitvoert en daarvoor beschikt over de beroepskwalificatie, vermeld in artikel 3.3.1.0.9/1, § 2, 2° ;";
2° in het derde lid, 2°, worden de woorden "de maximaal toegelaten massa" vervangen door de woorden "het maximaal toegestane totaalgewicht";
3° in het zesde lid wordt een punt 1° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"1° /1 bouwgrond: een perceel grond dat stedenbouwkundig bestemd is tot woningbouw of een onroerend goed dat ermee wordt gelijkgesteld. Het geheel of het gedeelte van een gebouw dat, pas na de uitvoering van andere werken dan normale herstellings- of onderhoudswerken, kan dienen tot huisvesting van een gezin of een persoon, met in voorkomend geval de aanhorigheden die tegelijk met het gebouw worden verkregen, wordt met een bouwgrond gelijkgesteld;".
Art. 8. A l'article 1.1.0.0.2 du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, modifié en dernier lieu par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa premier, il est inséré un point 18/1°, rédigé comme suit :
" 18° /1 taxateur-expert : personne physique effectuant des estimations et taxations de biens immobiliers à titre professionnel et disposant à cette fin de la qualification professionnelle visée à l'article 3.3.1.0.9/1, § 2, 2° ;" ;
2° à l'alinéa trois, 2°, les mots " la masse maximale autorisée " sont remplacés par les mots " le poids total en charge autorisé " ;
3° dans l'alinéa six, il est inséré un point 1° /1, rédigé comme suit :
" 1° terrain à bâtir : une parcelle de terrain destinée à la construction d'habitations selon les prescriptions d'urbanisme ou un bien immeuble assimilé. L'ensemble ou la partie du bâtiment qui n'est propre au logement d'une famille ou d'une personne isolée qu'après exécution de travaux autres que les travaux normaux de réparation ou d'entretien, est assimilé, le cas échéant avec les dépendances acquises en même temps que le bâtiment, à un terrain à bâtir ; ".
1° dans l'alinéa premier, il est inséré un point 18/1°, rédigé comme suit :
" 18° /1 taxateur-expert : personne physique effectuant des estimations et taxations de biens immobiliers à titre professionnel et disposant à cette fin de la qualification professionnelle visée à l'article 3.3.1.0.9/1, § 2, 2° ;" ;
2° à l'alinéa trois, 2°, les mots " la masse maximale autorisée " sont remplacés par les mots " le poids total en charge autorisé " ;
3° dans l'alinéa six, il est inséré un point 1° /1, rédigé comme suit :
" 1° terrain à bâtir : une parcelle de terrain destinée à la construction d'habitations selon les prescriptions d'urbanisme ou un bien immeuble assimilé. L'ensemble ou la partie du bâtiment qui n'est propre au logement d'une famille ou d'une personne isolée qu'après exécution de travaux autres que les travaux normaux de réparation ou d'entretien, est assimilé, le cas échéant avec les dépendances acquises en même temps que le bâtiment, à un terrain à bâtir ; ".
Art. 9. In artikel 2.2.2.0.1, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, worden de woorden "een maximaal toegelaten massa" vervangen door de woorden "een maximaal toegestane totaalgewicht".
Art. 9. Dans l'article 2.2.2.0.1, § 2, alinéa premier, du même décret, modifié par le décret du 19 décembre 2014, les mots " une masse maximale autorisée " sont remplacés par les mots " un poids total autorisé en charge ".
Art. 10. In artikel 2.2.3.0.1 van hetzelfde decreet worden de woorden "de maximaal toegelaten massa" vervangen door de woorden "het maximaal toegestane totaalgewicht".
Art. 10. Dans l'article 2.2.3.0.1 du même décret, les mots " la masse maximale autorisée " sont remplacés par les mots " le poids total autorisé en charge ".
Art. 11. In artikel 2.2.4.0.1 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2014, 18 december 2015 en 3 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 3 worden de woorden "de maximaal toegelaten massa" vervangen door de woorden "het maximaal toegestane totaalgewicht" en worden de woorden "500 kg maximaal toegelaten massa" vervangen door de woorden "500 kg maximaal toegestane totaalgewicht";
2° in paragraaf 7 worden de woorden "de maximaal toegelaten massa" vervangen door de woorden "het maximaal toegestane totaalgewicht";
3° in de tabel van paragraaf 8 wordt de afkorting "MTM" vervangen door de afkorting "MTT".
1° in paragraaf 3 worden de woorden "de maximaal toegelaten massa" vervangen door de woorden "het maximaal toegestane totaalgewicht" en worden de woorden "500 kg maximaal toegelaten massa" vervangen door de woorden "500 kg maximaal toegestane totaalgewicht";
2° in paragraaf 7 worden de woorden "de maximaal toegelaten massa" vervangen door de woorden "het maximaal toegestane totaalgewicht";
3° in de tabel van paragraaf 8 wordt de afkorting "MTM" vervangen door de afkorting "MTT".
Art. 11. A l'article 2.2.4.0.1 du même décret, modifié par les décrets des 19 décembre 2014, 18 décembre 2015 et 3 juillet 2015, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 3, les mots " la masse maximale autorisée " sont remplacés par les mots " le poids total autorisé en charge " et les mots " 500 kg de masse maximale autorisée " sont remplacés par les mots " 500 kg de poids total autorisé en charge " ;
2° au paragraphe 7, les mots " la masse maximale autorisée " sont remplacés par les mots " le poids total autorisé en charge " ;
3° au tableau du paragraphe 8, l'abréviation " MMA " est remplacée par l'abréviation " PTAC ".
1° au paragraphe 3, les mots " la masse maximale autorisée " sont remplacés par les mots " le poids total autorisé en charge " et les mots " 500 kg de masse maximale autorisée " sont remplacés par les mots " 500 kg de poids total autorisé en charge " ;
2° au paragraphe 7, les mots " la masse maximale autorisée " sont remplacés par les mots " le poids total autorisé en charge " ;
3° au tableau du paragraphe 8, l'abréviation " MMA " est remplacée par l'abréviation " PTAC ".
Art. 12. In artikel 2.2.6.0.1, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "een maximaal toegelaten massa" telkens vervangen door de woorden "het maximaal toegestane totaalgewicht".
Art. 12. Dans l'article 2.2.6.0.1, § 1er, alinéa premier, et § 2, alinéa premier du même décret, les mots " une masse maximale autorisée " sont chaque fois remplacés par les mots " un poids total autorisé en charge ".
Art. 13. Aan artikel 2.7.2.0.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt de zinsnede "of, in voorkomend geval, de onbeheerde nalatenschap" toegevoegd.
Art. 13. A l'article 2.7.2.0.1 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, le membre de phrase " ou, le cas échéant, la succession vacante " est ajouté.
Art. 14. Aan titel 2, hoofdstuk 7, afdeling 3, onderafdeling 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een artikel 2.7.3.2.14 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 2.7.3.2.14. Voor de inning van het successierecht worden andere schuldvorderingen dan de schuldvorderingen, vermeld in artikel 2.7.3.2.7, die voortkomen uit de toepassing van een beding in een huwelijksovereenkomst dat door de erflater en zijn partner is overeengekomen en dat betrekking heeft op de vereffening van hun huwelijksvermogensstelsel, niet in aanmerking genomen.".
"Art. 2.7.3.2.14. Voor de inning van het successierecht worden andere schuldvorderingen dan de schuldvorderingen, vermeld in artikel 2.7.3.2.7, die voortkomen uit de toepassing van een beding in een huwelijksovereenkomst dat door de erflater en zijn partner is overeengekomen en dat betrekking heeft op de vereffening van hun huwelijksvermogensstelsel, niet in aanmerking genomen.".
Art. 14. Dans le titre 2, chapitre 7, section 3, sous-section 2, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, il est inséré un article 2.7.3.2.14, rédigé comme suit :
" Art. 2.7.3.2.14. Pour le recouvrement du droit de succession, les créances autres que les créances visées à l'article 2.7.3.2.7, découlant de l'application d'une stipulation dans un contrat de mariage conclu entre le défunt et son partenaire et se rapportant à la liquidation de leur régime matrimonial, ne sont pas prises en considération. ".
" Art. 2.7.3.2.14. Pour le recouvrement du droit de succession, les créances autres que les créances visées à l'article 2.7.3.2.7, découlant de l'application d'une stipulation dans un contrat de mariage conclu entre le défunt et son partenaire et se rapportant à la liquidation de leur régime matrimonial, ne sont pas prises en considération. ".
Art. 15. In artikel 2.7.3.4.1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° de schulden van de erflater die op de dag van zijn overlijden bestaan. Andere schulden dan de schulden, vermeld in artikel 2.7.3.2.7, die voortkomen uit de toepassing van een beding in een huwelijksovereenkomst dat door de erflater en zijn partner is overeengekomen en dat betrekking heeft op de vereffening van hun huwelijksvermogensstelsel worden niet beschouwd als schulden van de erflater die op de dag van zijn overlijden bestaan;".
"1° de schulden van de erflater die op de dag van zijn overlijden bestaan. Andere schulden dan de schulden, vermeld in artikel 2.7.3.2.7, die voortkomen uit de toepassing van een beding in een huwelijksovereenkomst dat door de erflater en zijn partner is overeengekomen en dat betrekking heeft op de vereffening van hun huwelijksvermogensstelsel worden niet beschouwd als schulden van de erflater die op de dag van zijn overlijden bestaan;".
Art. 15. Dans l'article 2.7.3.4.1, alinéa premier, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° aux dettes du défunt existantes au moment du décès. Les dettes autres que les dettes, visées à l'article 2.7.3.2.7, découlant de l'application d'une stipulation dans un contrat de mariage conclu entre le défunt et son partenaire et se rapportant à la liquidation de leur régime matrimonial, ne sont pas prises en considération comme des dettes du défunt existantes au moment du décès ; ".
" 1° aux dettes du défunt existantes au moment du décès. Les dettes autres que les dettes, visées à l'article 2.7.3.2.7, découlant de l'application d'une stipulation dans un contrat de mariage conclu entre le défunt et son partenaire et se rapportant à la liquidation de leur régime matrimonial, ne sont pas prises en considération comme des dettes du défunt existantes au moment du décès ; ".
Art. 16. Artikel 2.7.7.0.3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt opgeheven.
Art. 16. L'article 2.7.7.0.3 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, est abrogé.
Art. 17. In artikel 2.8.3.0.3, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt de zinsnede "en vóór die datum geregistreerd zijn of verplicht registreerbaar geworden zijn," opgeheven.
Art. 17. Dans l'article 2.8.3.0.3, § 1er, alinéa premier, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, le membre de phrase " et qui ont été enregistrées ou dont l'enregistrement est devenu obligatoire avant cette date " est abrogé.
Art. 18. In artikel 2.8.4.3.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 3 juli 2015 en gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° de begiftigden, een van hen of de schenker die zich het vruchtgebruik heeft voorbehouden, binnen vijf jaar vanaf de datum van de akte van schenking renovatiewerken laten uitvoeren aan het geschonken onroerend goed voor een totaalbedrag van minstens 10.000 euro, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, zoals blijkt uit facturen die uitgereikt zijn door aannemers van werken;";
2° aan paragraaf 2, eerste lid, wordt de volgende zin toegevoegd:
"Noch de schenker, noch de begiftigden of een van hen mogen in de geregistreerde huurovereenkomst als huurder optreden.";
3° aan paragraaf 2, derde lid, tweede zin, worden de woorden "binnen een termijn van vier maanden vanaf de beëindiging" toegevoegd.
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° de begiftigden, een van hen of de schenker die zich het vruchtgebruik heeft voorbehouden, binnen vijf jaar vanaf de datum van de akte van schenking renovatiewerken laten uitvoeren aan het geschonken onroerend goed voor een totaalbedrag van minstens 10.000 euro, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, zoals blijkt uit facturen die uitgereikt zijn door aannemers van werken;";
2° aan paragraaf 2, eerste lid, wordt de volgende zin toegevoegd:
"Noch de schenker, noch de begiftigden of een van hen mogen in de geregistreerde huurovereenkomst als huurder optreden.";
3° aan paragraaf 2, derde lid, tweede zin, worden de woorden "binnen een termijn van vier maanden vanaf de beëindiging" toegevoegd.
Art. 18. Dans l'article 2.8.4.3.1 du même décret, inséré par le décret du 3 juillet 2015 et modifié par le décret du 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, alinéa premier, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° les bénéficiaires ou l'un d'entre eux ou le donateur qui s'est réservé l'usufruit, fassent effectuer dans les cinq ans à partir de la date de l'acte de donation, des travaux de rénovation au bien immobilier faisant l'objet de la donation pour un montant total d'au moins 10.000 euros, hors la taxe sur la valeur ajoutée, tel qu'il ressort des factures délivrées par des entrepreneurs de travaux ; " ;
2° le paragraphe 2, alinéa 1er, est complété par la phrase suivante :
" Ni le donateur ni les bénéficiaires ni un de ceux-ci ne peuvent agir en tant que locataires dans le contrat de location enregistré. " ;
3° au paragraphe 2, alinéa trois, à la deuxième phrase, les mots " dans un délai de quatre mois à partir de la cessation " sont ajoutés.
1° au paragraphe 1er, alinéa premier, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° les bénéficiaires ou l'un d'entre eux ou le donateur qui s'est réservé l'usufruit, fassent effectuer dans les cinq ans à partir de la date de l'acte de donation, des travaux de rénovation au bien immobilier faisant l'objet de la donation pour un montant total d'au moins 10.000 euros, hors la taxe sur la valeur ajoutée, tel qu'il ressort des factures délivrées par des entrepreneurs de travaux ; " ;
2° le paragraphe 2, alinéa 1er, est complété par la phrase suivante :
" Ni le donateur ni les bénéficiaires ni un de ceux-ci ne peuvent agir en tant que locataires dans le contrat de location enregistré. " ;
3° au paragraphe 2, alinéa trois, à la deuxième phrase, les mots " dans un délai de quatre mois à partir de la cessation " sont ajoutés.
Art. 19. Aan artikel 2.8.4.4.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 april 2017, wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 7. Voor de toepassing van dit artikel moet voldaan zijn aan de verplichtingen van artikel 3.12.3.0.1, § 1, 5°, en § 3, vijfde lid.".
" § 7. Voor de toepassing van dit artikel moet voldaan zijn aan de verplichtingen van artikel 3.12.3.0.1, § 1, 5°, en § 3, vijfde lid.".
Art. 19. L'article 2.8.4.4.1 du même décret, inséré par le décret du 21 avril 2017, est complété par un paragraphe 7, rédigé comme suit :
" § 7. Pour l'application du présent article, il doit être satisfait aux obligations de l'article 3.12.3.0.1, § 1er, 5°, et § 3, alinéa cinq.".
" § 7. Pour l'application du présent article, il doit être satisfait aux obligations de l'article 3.12.3.0.1, § 1er, 5°, et § 3, alinéa cinq.".
Art. 20. In artikel 2.9.6.0.2, eerste lid, 9°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, worden tussen de woorden "voornoemde wet" en de woorden "opgerichte verenigingen" de woorden "of decreet" ingevoegd.
Art. 20. Dans l'article 2.9.6.0.2, alinéa premier, 9° du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014 et modifié par le décret du 23 décembre 2016, les mots " en vertu de la loi précitée " sont remplacés par les mots " en vertu de la loi ou du décret précités ".
Art. 21. Artikel 2.10.3.0.2 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 21. L'article 2.10.3.0.2 du même décret est abrogé.
Art. 22. Aan artikel 3.3.1.0.8, § 1, eerste lid, 8°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt de volgende zin toegevoegd:
"Als de erfgenamen, algemene legatarissen en begiftigden en iedereen die ertoe gehouden is een aangifte van nalatenschap in te dienen met toepassing van artikel 3.3.1.0.9/1, een schatter-expert aanstellen om een schatting te maken van het geheel of een deel van de onroerende goederen die zich in België bevinden en die voor hun verkoopwaarde moeten of kunnen worden aangegeven, wordt het deskundige schattingsverslag bij de aangifte van nalatenschap gevoegd;".
"Als de erfgenamen, algemene legatarissen en begiftigden en iedereen die ertoe gehouden is een aangifte van nalatenschap in te dienen met toepassing van artikel 3.3.1.0.9/1, een schatter-expert aanstellen om een schatting te maken van het geheel of een deel van de onroerende goederen die zich in België bevinden en die voor hun verkoopwaarde moeten of kunnen worden aangegeven, wordt het deskundige schattingsverslag bij de aangifte van nalatenschap gevoegd;".
Art. 22. Dans l'article 3.3.1.0.8, § 1er, alinéa premier, 8°, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, la phrase suivante est ajoutée :
" Si les héritiers, légataires et bénéficiaires généraux et quiconque est tenu d'introduire une déclaration de succession en application de l'article 3.3.1.0.9/1 désignent un taxateur-expert pour faire une estimation de l'ensemble ou d'une partie des biens immobiliers qui se trouvent en Belgique et qui doivent ou peuvent être déclarés à concurrence de leur valeur vénale, le rapport d'expertise est joint à la déclaration de succession ; ".
" Si les héritiers, légataires et bénéficiaires généraux et quiconque est tenu d'introduire une déclaration de succession en application de l'article 3.3.1.0.9/1 désignent un taxateur-expert pour faire une estimation de l'ensemble ou d'une partie des biens immobiliers qui se trouvent en Belgique et qui doivent ou peuvent être déclarés à concurrence de leur valeur vénale, le rapport d'expertise est joint à la déclaration de succession ; ".
Art. 23. In hetzelfde decreet wordt een artikel 3.3.1.0.9/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 3.3.1.0.9/1. § 1. De erfgenamen, algemene legatarissen en begiftigden en iedereen die ertoe gehouden is een aangifte van nalatenschap in te dienen, kunnen een schatter-expert aanstellen om een schatting te maken van het geheel of een deel van de onroerende goederen die zich in België bevinden en die voor hun verkoopwaarde moeten of kunnen worden aangegeven.
De schatting is alleen bindend voor de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie als:
1° de schatter-expert op het moment van de schatting is opgenomen op de lijst van aan te stellen erkende schatters-experten, vermeld in paragraaf 2, na naleving van de voorwaarden daarvoor;
2° de schatting deugdelijk wordt gemotiveerd in een deskundig schattingsverslag dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 3;
3° het deskundige schattingsverslag wordt gevoegd bij de aangifte van nalatenschap, vermeld in artikel 3.3.1.0.5, binnen de termijnen, bepaald in dat artikel.
Na de ontvangst van de schriftelijke aanvraag bevestigt de schatter-expert schriftelijk dat hij de aanvraag heeft ontvangen en meldt hij of hij de opdracht al dan niet aanvaardt. Hij werkt zijn opdracht af binnen een termijn die wordt bepaald in onderling overleg met de opdrachtgever, zonder dat daaraan rechten ontleend kunnen worden voor de verlenging van de aangiftetermijn, vermeld in artikel 3.3.1.0.5.
§ 2. De schatter-expert die opgenomen wil worden op een lijst van aan te stellen schatters-experten als vermeld in paragraaf 1, dient daarvoor een aanvraag in door een modelovereenkomst te ondertekenen die de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie ter beschikking stelt, waarbij de nodige bewijsstukken zijn gevoegd die aantonen dat:
1° de aanvrager beroepsmatig schattingen en waarderingen van onroerende goederen uitvoert;
2° de aanvrager over de beroepskwalificatie daarvoor beschikt door de opleiding die hij gevolgd heeft, en door permanente bijscholing.
Om te voldoen aan het eerste lid, 2°, bezorgt hij een afschrift van relevante diploma's, getuigschriften of attesten.
Het bevoegde personeelslid beoordeelt binnen een termijn van dertig werkdagen of aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, is voldaan. Als dat het geval is, kent het bevoegde personeelslid aan de schatter-expert een uniek identificatienummer toe en voegt hij de schatter-expert toe aan de lijst.
Als aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, niet is voldaan, deelt het bevoegde personeelslid de beslissing van weigering tot opname op de lijst en de redenen daarvoor mee aan de aanvrager. Tegen die beslissing kan de aanvrager, op straffe van verval, binnen een maand na de weigering tot opname een gemotiveerd schriftelijk beroep instellen bij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie. Het beroep wordt onderzocht door een besluitvormingsorgaan dat is samengesteld uit het afdelingshoofd van de afdeling van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, bevoegd voor de taxatie van de erf- en registratiebelastingen, en het afdelingshoofd van de afdeling Vastgoedtransacties. Ze beslissen over het beroep bij consensus en brengen de aanvrager schriftelijk op de hoogte van de gemotiveerde beslissing over het beroep.
Als er geen beslissing wordt genomen over de aanvraag binnen de dertig werkdagen na de ontvangst van de aanvraag en de bijbehorende bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, of van het beroep tegen de weigering tot opname, wordt de aanvrager voor een periode van maximaal zes maanden opgenomen op de lijst. Als binnen die periode een beslissing wordt genomen over de aanvraag, geldt die beslissing vanaf het ogenblik van de kennisgeving ervan. Als dan nog geen beslissing is genomen, vervalt de tijdelijke opname en moet een nieuwe aanvraag worden ingediend.
Personeelsleden van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kunnen niet optreden als schatter-expert.
De bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie publiceert de lijst, vermeld in het eerste lid, minstens maandelijks op haar publiek toegankelijke website als er schatters-experten toegevoegd of geschrapt worden. Op de lijst worden de voor- en achternaam van de schatter-expert opgenomen, het KBO-nummer waaronder zijn beroepsactiviteit is geregistreerd, het adres van de plaats van vestiging en, in voorkomend geval, de commerciële benaming waaronder de activiteiten worden uitgevoerd, de datum van opname op de lijst en de eventuele periodes van tijdelijke schorsing.
§ 3. Het schattingsverslag wordt opgebouwd als een uitgebreid deskundig rapport en bestaat uit:
1° een inleidend gedeelte, dat de volgende elementen omvat:
a) de datum waarop het schattingsverslag is opgemaakt of het laatst is gewijzigd;
b) de identificatie van de schatter-expert, namelijk voor- en achternaam, beroepstitel en het door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie toegekende identificatienummer voor schatters-experten;
c) de identificatie van de opdrachtgever, namelijk voor- en achternaam of benaming, rijksregister- of ondernemingsnummer, adres en, in voorkomend geval, de wettelijke vertegenwoordiger van de opdrachtgevende overheidsinstantie;
d) het doel van de schatting, namelijk de volgende vermelding: "Dit schattingsverslag is opgemaakt met naleving van het kwaliteitscharter van de Vlaamse Belastingdienst voor schatters-experten en dient als waardering bij de aangifte van nalatenschap.";
e) de referentiedatum van de schatting, namelijk de datum van overlijden van de erflater;
f) de datum van het plaatsbezoek;
g) de identificatie van het te schatten goed, namelijk:
1) het postnummer en de gemeente, het dorp of gehucht, de straat en eventueel het huisnummer, en eventueel de CRAB-gegevens van het onroerend goed;
2) de kadastrale gegevens, namelijk de kadastrale afdeling, de sectie, het perceelnummer en het partitienummer, de kadastrale oppervlakte, het kadastraal inkomen en, in voorkomend geval, de kadastrale detailidentificatie van een privatieve eigendom;
3) de eigendomstoestand van het onroerend goed, met een beschrijving van de rechten van elke houder van een zakelijk recht, alsook van zijn aandeel in de volledige eigendomssituatie. Voor onroerende goederen in mede-eigendom worden de aandelen in het hele onroerend goed meegedeeld;
2° de beschrijving van het te schatten goed, die de volgende elementen omvat, in voorkomend geval toegevoegd als bijlage:
a) een algemene beschrijving, namelijk:
1) de ligging in de straat en de ruimere omgeving, de toestand en uitrusting van de straat, de openbare nutsvoorzieningen;
2) de voorzieningen in een ruimere omgeving, zoals scholen, zorgvoorzieningen, administratieve gebouwen en ontspanningsmogelijkheden;
3) de bereikbaarheid met openbaar of privévervoer;
4) zowel voor het terrein als de gebouwen: de bestemming en de aanwending;
5) alleen voor het terrein: de volledige grondoppervlakte, de vorm, de breedte aan de straat, de rooilijnbreedte, de relatieve hoogteligging ten opzichte van de straat of omgeving, de oriëntatie en de bodemoccupatie;
6) alleen voor de gebouwen: de bouwwijze, het aantal verdiepingen en bijgebouwen, de gevelbreedte, de plaatsing op het terrein, de bebouwde oppervlakte, de nuttige oppervlakte en de algemene toestand op het vlak van onderhoud, afwerking en comfort;
b) een bijzondere beschrijving van de gebouwen, namelijk:
1) het bouwjaar, de constructiewijze, de kwaliteit van de constructie en de gebruikte materialen voor gevels, vloeren, muren, plafonds, daken en schrijnwerk, en de algemene staat van onderhoud;
2) de indeling en, volgens de indeling van de gebouwen, de afwerking, de uitrusting en voorzieningen op het vlak van comfort;
c) de stedenbouwkundige ligging en voorschriften, de toestand op het vlak van onroerend erfgoed, van voorkooprecht en van de watertoets;
d) de gegevens over de zakelijke rechten en de overeenkomstige datum en wijze van verwerving. Als het onroerend goed verhuurd is, wordt het type contract, de duurtijd ervan en de overeengekomen huurprijs weergegeven;
e) de liggingsplannen en per verdieping schetsen van de indeling, waarbij een foto van de voorgevel is gevoegd, en, in voorkomend geval, bijkomende foto's als die noodzakelijk zijn om de waarde van het onroerend goed te bepalen en om de situatie op de datum van het plaatsbezoek vast te leggen;
3° de beschrijving van de gebruikte vergelijkingspunten, vermeld in punt 4°, die telkens de volgende elementen omvat:
a) algemene gegevens over de ligging en de kadastrale gegevens van het vergelijkingspunt, namelijk:
1) het postnummer en de gemeente, het dorp of gehucht, de straat en, in voorkomend geval, het huisnummer;
2) de kadastrale gegevens van het vergelijkingspunt, namelijk de kadastrale afdeling, de sectie, het perceelnummer, het partitienummer, de kadastrale oppervlakte, het kadastraal inkomen en, in voorkomend geval, de kadastrale detailidentificatie van een privé-eigendom;
3) in voorkomend geval het bouwjaar van het vergelijkingspunt;
b) de gegevens van de overdracht die aan de basis liggen van de opname als vergelijkingspunt: de aard en datum van de overdracht, en de belastbare grondslag ervan;
c) bijzondere gegevens over de ligging, bestemming en eventuele bebouwing;
4° de analyse die leidt tot de geschatte waarde. De analyse wordt in principe uitgevoerd aan de hand van een afweging ten opzichte van vergelijkingspunten. Uitzonderlijk en voor specifieke eigendommen waarvoor geen vergelijkingspunten beschikbaar zijn, geeft de schatter-expert weer hoe de waarde dan wel wordt bepaald. De schatter-expert motiveert die afwijking in zijn verslag;
5° het besluit, dat de hoofdkenmerken van de analyse herneemt, de referentiedatum voor de waardebepaling en als finale conclusie de geschatte waarde;
6° de eedformule "Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten getrouw heb vervuld", de dagtekening en de ondertekening.
§ 4. De bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie organiseert het toezicht en de controle op de naleving van de bepalingen, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3. Daarbij kan informatie uitgewisseld worden met beroepsverenigingen waarbij de schatter-expert is aangesloten.
Bij vastgestelde inbreuken kan het bevoegde personeelslid beslissen tot schrapping van de schatter-expert van de lijst van schatters-experten. Die beslissing tot schrapping en de redenen daarvoor worden aan de schatter-expert meegedeeld. Tegen die beslissing kan de aanvrager, op straffe van verval, binnen een maand na de beslissing gemotiveerd schriftelijk beroep instellen bij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie.
Het beroep wordt onderzocht door een besluitvormingsorgaan dat is samengesteld uit het afdelingshoofd van de afdeling van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, bevoegd voor de taxatie van de erf- en registratiebelastingen, en het afdelingshoofd van de afdeling Vastgoedtransacties. Ze beslissen binnen de dertig werkdagen over het beroep bij consensus en brengen de aanvrager schriftelijk op de hoogte van de gemotiveerde beslissing over het beroep. Een gebrek aan consensus staat gelijk aan het uitblijven van een beslissing.
Als er geen beslissing wordt genomen over het beroep binnen de dertig werkdagen na de ontvangst van het beroep, vermeld in het tweede lid, wordt de aanvrager voor een periode van maximaal zes maanden terug opgenomen op de lijst. Als binnen die periode een beslissing wordt genomen over het beroep, geldt die beslissing vanaf het ogenblik van de kennisgeving ervan. Als dan nog geen beslissing is genomen, blijft de aanvrager opgenomen op de lijst.".
"Art. 3.3.1.0.9/1. § 1. De erfgenamen, algemene legatarissen en begiftigden en iedereen die ertoe gehouden is een aangifte van nalatenschap in te dienen, kunnen een schatter-expert aanstellen om een schatting te maken van het geheel of een deel van de onroerende goederen die zich in België bevinden en die voor hun verkoopwaarde moeten of kunnen worden aangegeven.
De schatting is alleen bindend voor de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie als:
1° de schatter-expert op het moment van de schatting is opgenomen op de lijst van aan te stellen erkende schatters-experten, vermeld in paragraaf 2, na naleving van de voorwaarden daarvoor;
2° de schatting deugdelijk wordt gemotiveerd in een deskundig schattingsverslag dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 3;
3° het deskundige schattingsverslag wordt gevoegd bij de aangifte van nalatenschap, vermeld in artikel 3.3.1.0.5, binnen de termijnen, bepaald in dat artikel.
Na de ontvangst van de schriftelijke aanvraag bevestigt de schatter-expert schriftelijk dat hij de aanvraag heeft ontvangen en meldt hij of hij de opdracht al dan niet aanvaardt. Hij werkt zijn opdracht af binnen een termijn die wordt bepaald in onderling overleg met de opdrachtgever, zonder dat daaraan rechten ontleend kunnen worden voor de verlenging van de aangiftetermijn, vermeld in artikel 3.3.1.0.5.
§ 2. De schatter-expert die opgenomen wil worden op een lijst van aan te stellen schatters-experten als vermeld in paragraaf 1, dient daarvoor een aanvraag in door een modelovereenkomst te ondertekenen die de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie ter beschikking stelt, waarbij de nodige bewijsstukken zijn gevoegd die aantonen dat:
1° de aanvrager beroepsmatig schattingen en waarderingen van onroerende goederen uitvoert;
2° de aanvrager over de beroepskwalificatie daarvoor beschikt door de opleiding die hij gevolgd heeft, en door permanente bijscholing.
Om te voldoen aan het eerste lid, 2°, bezorgt hij een afschrift van relevante diploma's, getuigschriften of attesten.
Het bevoegde personeelslid beoordeelt binnen een termijn van dertig werkdagen of aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, is voldaan. Als dat het geval is, kent het bevoegde personeelslid aan de schatter-expert een uniek identificatienummer toe en voegt hij de schatter-expert toe aan de lijst.
Als aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, niet is voldaan, deelt het bevoegde personeelslid de beslissing van weigering tot opname op de lijst en de redenen daarvoor mee aan de aanvrager. Tegen die beslissing kan de aanvrager, op straffe van verval, binnen een maand na de weigering tot opname een gemotiveerd schriftelijk beroep instellen bij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie. Het beroep wordt onderzocht door een besluitvormingsorgaan dat is samengesteld uit het afdelingshoofd van de afdeling van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, bevoegd voor de taxatie van de erf- en registratiebelastingen, en het afdelingshoofd van de afdeling Vastgoedtransacties. Ze beslissen over het beroep bij consensus en brengen de aanvrager schriftelijk op de hoogte van de gemotiveerde beslissing over het beroep.
Als er geen beslissing wordt genomen over de aanvraag binnen de dertig werkdagen na de ontvangst van de aanvraag en de bijbehorende bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, of van het beroep tegen de weigering tot opname, wordt de aanvrager voor een periode van maximaal zes maanden opgenomen op de lijst. Als binnen die periode een beslissing wordt genomen over de aanvraag, geldt die beslissing vanaf het ogenblik van de kennisgeving ervan. Als dan nog geen beslissing is genomen, vervalt de tijdelijke opname en moet een nieuwe aanvraag worden ingediend.
Personeelsleden van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kunnen niet optreden als schatter-expert.
De bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie publiceert de lijst, vermeld in het eerste lid, minstens maandelijks op haar publiek toegankelijke website als er schatters-experten toegevoegd of geschrapt worden. Op de lijst worden de voor- en achternaam van de schatter-expert opgenomen, het KBO-nummer waaronder zijn beroepsactiviteit is geregistreerd, het adres van de plaats van vestiging en, in voorkomend geval, de commerciële benaming waaronder de activiteiten worden uitgevoerd, de datum van opname op de lijst en de eventuele periodes van tijdelijke schorsing.
§ 3. Het schattingsverslag wordt opgebouwd als een uitgebreid deskundig rapport en bestaat uit:
1° een inleidend gedeelte, dat de volgende elementen omvat:
a) de datum waarop het schattingsverslag is opgemaakt of het laatst is gewijzigd;
b) de identificatie van de schatter-expert, namelijk voor- en achternaam, beroepstitel en het door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie toegekende identificatienummer voor schatters-experten;
c) de identificatie van de opdrachtgever, namelijk voor- en achternaam of benaming, rijksregister- of ondernemingsnummer, adres en, in voorkomend geval, de wettelijke vertegenwoordiger van de opdrachtgevende overheidsinstantie;
d) het doel van de schatting, namelijk de volgende vermelding: "Dit schattingsverslag is opgemaakt met naleving van het kwaliteitscharter van de Vlaamse Belastingdienst voor schatters-experten en dient als waardering bij de aangifte van nalatenschap.";
e) de referentiedatum van de schatting, namelijk de datum van overlijden van de erflater;
f) de datum van het plaatsbezoek;
g) de identificatie van het te schatten goed, namelijk:
1) het postnummer en de gemeente, het dorp of gehucht, de straat en eventueel het huisnummer, en eventueel de CRAB-gegevens van het onroerend goed;
2) de kadastrale gegevens, namelijk de kadastrale afdeling, de sectie, het perceelnummer en het partitienummer, de kadastrale oppervlakte, het kadastraal inkomen en, in voorkomend geval, de kadastrale detailidentificatie van een privatieve eigendom;
3) de eigendomstoestand van het onroerend goed, met een beschrijving van de rechten van elke houder van een zakelijk recht, alsook van zijn aandeel in de volledige eigendomssituatie. Voor onroerende goederen in mede-eigendom worden de aandelen in het hele onroerend goed meegedeeld;
2° de beschrijving van het te schatten goed, die de volgende elementen omvat, in voorkomend geval toegevoegd als bijlage:
a) een algemene beschrijving, namelijk:
1) de ligging in de straat en de ruimere omgeving, de toestand en uitrusting van de straat, de openbare nutsvoorzieningen;
2) de voorzieningen in een ruimere omgeving, zoals scholen, zorgvoorzieningen, administratieve gebouwen en ontspanningsmogelijkheden;
3) de bereikbaarheid met openbaar of privévervoer;
4) zowel voor het terrein als de gebouwen: de bestemming en de aanwending;
5) alleen voor het terrein: de volledige grondoppervlakte, de vorm, de breedte aan de straat, de rooilijnbreedte, de relatieve hoogteligging ten opzichte van de straat of omgeving, de oriëntatie en de bodemoccupatie;
6) alleen voor de gebouwen: de bouwwijze, het aantal verdiepingen en bijgebouwen, de gevelbreedte, de plaatsing op het terrein, de bebouwde oppervlakte, de nuttige oppervlakte en de algemene toestand op het vlak van onderhoud, afwerking en comfort;
b) een bijzondere beschrijving van de gebouwen, namelijk:
1) het bouwjaar, de constructiewijze, de kwaliteit van de constructie en de gebruikte materialen voor gevels, vloeren, muren, plafonds, daken en schrijnwerk, en de algemene staat van onderhoud;
2) de indeling en, volgens de indeling van de gebouwen, de afwerking, de uitrusting en voorzieningen op het vlak van comfort;
c) de stedenbouwkundige ligging en voorschriften, de toestand op het vlak van onroerend erfgoed, van voorkooprecht en van de watertoets;
d) de gegevens over de zakelijke rechten en de overeenkomstige datum en wijze van verwerving. Als het onroerend goed verhuurd is, wordt het type contract, de duurtijd ervan en de overeengekomen huurprijs weergegeven;
e) de liggingsplannen en per verdieping schetsen van de indeling, waarbij een foto van de voorgevel is gevoegd, en, in voorkomend geval, bijkomende foto's als die noodzakelijk zijn om de waarde van het onroerend goed te bepalen en om de situatie op de datum van het plaatsbezoek vast te leggen;
3° de beschrijving van de gebruikte vergelijkingspunten, vermeld in punt 4°, die telkens de volgende elementen omvat:
a) algemene gegevens over de ligging en de kadastrale gegevens van het vergelijkingspunt, namelijk:
1) het postnummer en de gemeente, het dorp of gehucht, de straat en, in voorkomend geval, het huisnummer;
2) de kadastrale gegevens van het vergelijkingspunt, namelijk de kadastrale afdeling, de sectie, het perceelnummer, het partitienummer, de kadastrale oppervlakte, het kadastraal inkomen en, in voorkomend geval, de kadastrale detailidentificatie van een privé-eigendom;
3) in voorkomend geval het bouwjaar van het vergelijkingspunt;
b) de gegevens van de overdracht die aan de basis liggen van de opname als vergelijkingspunt: de aard en datum van de overdracht, en de belastbare grondslag ervan;
c) bijzondere gegevens over de ligging, bestemming en eventuele bebouwing;
4° de analyse die leidt tot de geschatte waarde. De analyse wordt in principe uitgevoerd aan de hand van een afweging ten opzichte van vergelijkingspunten. Uitzonderlijk en voor specifieke eigendommen waarvoor geen vergelijkingspunten beschikbaar zijn, geeft de schatter-expert weer hoe de waarde dan wel wordt bepaald. De schatter-expert motiveert die afwijking in zijn verslag;
5° het besluit, dat de hoofdkenmerken van de analyse herneemt, de referentiedatum voor de waardebepaling en als finale conclusie de geschatte waarde;
6° de eedformule "Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten getrouw heb vervuld", de dagtekening en de ondertekening.
§ 4. De bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie organiseert het toezicht en de controle op de naleving van de bepalingen, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3. Daarbij kan informatie uitgewisseld worden met beroepsverenigingen waarbij de schatter-expert is aangesloten.
Bij vastgestelde inbreuken kan het bevoegde personeelslid beslissen tot schrapping van de schatter-expert van de lijst van schatters-experten. Die beslissing tot schrapping en de redenen daarvoor worden aan de schatter-expert meegedeeld. Tegen die beslissing kan de aanvrager, op straffe van verval, binnen een maand na de beslissing gemotiveerd schriftelijk beroep instellen bij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie.
Het beroep wordt onderzocht door een besluitvormingsorgaan dat is samengesteld uit het afdelingshoofd van de afdeling van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, bevoegd voor de taxatie van de erf- en registratiebelastingen, en het afdelingshoofd van de afdeling Vastgoedtransacties. Ze beslissen binnen de dertig werkdagen over het beroep bij consensus en brengen de aanvrager schriftelijk op de hoogte van de gemotiveerde beslissing over het beroep. Een gebrek aan consensus staat gelijk aan het uitblijven van een beslissing.
Als er geen beslissing wordt genomen over het beroep binnen de dertig werkdagen na de ontvangst van het beroep, vermeld in het tweede lid, wordt de aanvrager voor een periode van maximaal zes maanden terug opgenomen op de lijst. Als binnen die periode een beslissing wordt genomen over het beroep, geldt die beslissing vanaf het ogenblik van de kennisgeving ervan. Als dan nog geen beslissing is genomen, blijft de aanvrager opgenomen op de lijst.".
Art. 23. Dans le même décret, il est inséré un article 3.3.1.0.9/1, rédigé comme suit :
" Art. 3.3.1.0.9/1. § 1er. Les héritiers, légataires et bénéficiaires généraux et quiconque est tenu d'introduire une déclaration de succession peuvent désigner un taxateur-expert pour faire une estimation de l'ensemble ou d'une partie des biens immobiliers qui se trouvent en Belgique et qui doivent ou peuvent être déclarés à concurrence de leur valeur vénale.
L'estimation est uniquement contraignante pour l'entité compétente de l'administration flamande si :
1° au moment de l'estimation, le taxateur-expert figure sur la liste des taxateurs-experts agréés à désigner, visés au paragraphe 2, après observation des conditions d'agrément ;
2° l'estimation est dûment motivée dans un rapport d'expertise professionnel qui satisfait aux conditions visées au paragraphe 3 ;
3° le rapport d'expertise professionnel est joint à la déclaration de succession, visée à l'article 3.3.1.0.5, dans les délais fixés dans cet article.
Après réception de la demande écrite, le taxateur-expert confirme par écrit avoir reçu la demande et déclare accepter ou refuser la mission. Il achève sa mission endéans un délai convenu en concertation mutuelle avec le donneur d'ordre, sans que des droits puissent en découler pour la prolongation du délai de déclaration, visé à l'article 3.3.1.0.5.
§ 2. Le taxateur-expert désireux d'être inscrit sur une liste de taxateurs-experts à désigner, telle que visée au paragraphe 1er, introduit une demande à cette fin en signant un contrat type mis à disposition par l'entité compétente de l'administration flamande et assorti des pièces justificatives nécessaires démontrant que :
1° le demandeur effectue des estimations et expertises de biens immobiliers à titre professionnel ;
2° le demandeur dispose de la qualification professionnelle y afférente via la formation qu'il a suivie et via un recyclage permanent.
Afin de satisfaire aux dispositions de l'alinéa premier, 2°, il rentre une copie des diplômes, certificats ou attestations pertinents.
Le membre du personnel compétent évalue dans un délai de trente jours ouvrables s'il a été satisfait aux conditions, visées à l'alinéa premier. Si tel est le cas, le membre du personnel compétent accorde un numéro d'identification unique au taxateur-expert qu'il ajoute à la liste.
S'il n'a pas été satisfait aux conditions, visées à l'alinéa premier, le membre du personnel compétent informe le demandeur de la décision de refus de son inscription sur la liste et les raisons de la non-inscription. Le demandeur peut, sous peine de déchéance, introduire un recours motivé et écrit contre cette décision auprès de l'entité compétente de l'administration flamande endéans le mois suivant le refus de l'inscription. Le recours est examiné par un organe de décision constitué du chef de division de la division de l'entité compétente de l'administration flamande, compétente pour la taxation des impôts de succession et d'enregistrement, et du chef de division de la division 'Vastgoedtransacties' (Transactions immobilières). Ils décident du recours par consensus et informent le demandeur de la décision motivée relative au recours par écrit.
Si aucune décision n'est prise au sujet de la demande dans les trente jours ouvrables après réception de la demande et des pièces justificatives y afférentes, visées à l'alinéa deux, ou après réception du recours contre le refus d'inscription, le demandeur est inscrit sur la liste pour une période d'au maximum six mois. Si une décision au sujet de la demande est prise endéans cette période, cette décision est valable à partir du moment de sa notification. A défaut d'une prise de décision à l'échéance de cette période, l'inscription temporaire échoit et une nouvelle demande doit être introduite.
Les membres du personnel de l'entité compétente de l'administration flamande ne peuvent pas agir comme taxateurs-experts.
L'entité compétente de l'administration flamande publie la liste, visée à l'alinéa premier, sur son site web accessible au public au moins mensuellement, lorsque des taxateurs-experts sont ajoutés ou supprimés. La liste reprend le prénom et nom du taxateur-expert, le numéro BCE sous lequel son activité professionnelle a été enregistré, l'adresse du lieu d'établissement et, le cas échéant, le nom commercial sous lequel les activités sont réalisées, la date d'inscription sur la liste et les éventuelles périodes de suspension temporaire.
§ 3. Le rapport d'expertise a la structure d'un rapport professionnel exhaustif et est constitué de :
1° une partie introductive, comprenant les éléments suivants :
a) la date de l'établissement ou de la dernière modification du rapport d'expertise ;
b) l'identification du taxateur-expert, à savoir le prénom et nom, le titre professionnel et le numéro d'identification pour taxateur-experts qui lui a été accordé par l'entité compétente de l'administration flamande ;
c) l'identification du donneur d'ordre, à savoir le prénom et nom ou nom commercial, le numéro de registre national ou le numéro d'entreprise, l'adresse et, le cas échéant, le représentant légal de l'instance publique qui a donné l'ordre ;
d) l'objectif de l'estimation, à savoir la mention suivante : Le présent rapport d'expertise a été établi conformément à la charte de qualité du 'Vlaamse Belastingdienst' et fait office d'estimation lors de la déclaration de succession ;
e) la date de référence de l'estimation, à savoir la date du décès du testateur ;
f) la date de la visite sur les lieux ;
g) l'identification du bien à estimer, à savoir :
1) le code postal et la commune, le village ou le hameau, la rue et éventuellement le numéro de maison, éventuellement assortis des données CRAB (du Fichier central d'Adresses de Référence) du bien immobilier ;
2) les données cadastrales, à savoir la division cadastrale, la section, le numéro de parcelle et le numéro de partition, la superficie cadastrale, le revenu cadastral et, le cas échéant, l'identification cadastrale détaillée d'une propriété privée ;
3) la propriété du bien immobilier, avec une description des droits de chaque détenteur d'un droit réel, ainsi que de sa part dans l'ensemble de la propriété. Pour les biens immobiliers en copropriété, les parts dans l'ensemble du bien immobilier sont communiquées ;
2° la description du bien qui fait l'objet d'une estimation, qui comprend les éléments suivants, le cas échéant joints comme annexe :
a) une description générale, à savoir :
1) la situation dans la rue et dans les environs plus larges, l'état et l'équipement de la rue, les équipements d'utilité publique ;
2) les équipements dans le contexte plus large, tels écoles, infrastructures de soins, bâtiments administratifs et opportunités de divertissement ;
3) l'accessibilité avec les transports publics ou privés ;
4) tant pour le terrain que pour les bâtiments : la destination et l'affectation ;
5) uniquement pour le terrain : la superficie totale au sol, la forme, la largeur côté rue, l'alignement, la hauteur relative par rapport à la rue ou les abords, l'orientation et l'occupation du sol ;
6) uniquement pour les bâtiments : le mode de construction, le nombre d'étages et de dépendances, la largeur de la façade, l'implantation sur le terrain, la superficie bâtie, la superficie utile et l'état général au niveau de l'entretien, de l'achèvement et du confort ;
b) une description spécifique des bâtiments, à savoir :
1) l'année de construction, le mode de construction, la qualité de la construction et les matériaux qui ont été utilisés pour les façades, sols, murs, plafonds, toitures et la menuiserie et l'état général d'entretien ;
2) l'aménagement, et en fonction de l'aménagement des bâtiments, la finition, les équipements et les interventions dans le domaine du confort ;
c) la situation et les prescriptions urbanistiques, la situation en ce qui concerne le patrimoine immobilier, le droit de préemption et l'évaluation aquatique ;
d) les données relatives aux droits réels et la date et le mode d'acquisition y afférents. Si le bien immobilier est mis en location, le type de contrat, sa durée et le loyer convenu sont mentionnés ;
e) les plans de situation et par étage, des esquisses de l'aménagement, assortis d'une photo de la façade avant et, le cas échéant, de photos supplémentaires si celles-ci sont nécessaires pour déterminer la valeur du bien immobilier et pour enregistrer la situation à la date de la visite sur les lieux ;
3° la description des points de comparaison utilisés, tels que visés au point 4°, qui comprend chaque fois les éléments suivants :
a) des données générales sur la situation et les données cadastrales du point de comparaison, à savoir :
1) le code postal et la commune, le village ou le hameau, la rue et, le cas échéant, le numéro de maison ;
2) Les données cadastrales du point de comparaison, à savoir la division cadastrale, la section, le numéro de parcelle, le numéro de partition, la superficie cadastrale, le revenu cadastral et, le cas échéant, l'identification cadastrale détaillée d'une propriété privée ;
3) le cas échéant, l'année de construction du point de comparaison ;
b) les données de la transmission sur lesquelles l'inscription comme point de comparaison est basée : la nature et la date de la transmission et la base imposable de celle-ci ;
c) des données spécifiques relatives à la situation, à la destination et à la construction éventuelle ;
4° l'analyse sur laquelle la valeur estimée est basée. L'analyse est en principe réalisée sur la base d'une pondération par rapport à des points de comparaison. A titre exceptionnel et pour des propriétés pour lesquelles des points de comparaison ne sont pas disponibles, le taxateur-expert indique la façon dont la valeur est déterminée. Le taxateur-expert motive cette dérogation dans son rapport ;
5° la conclusion, qui reprend les principales caractéristiques de l'analyse, la date de référence pour la détermination de la valeur et en tant que conclusion finale, la valeur estimée ;
6° la formule du serment je jure d'avoir rempli fidèlement, en âme et en conscience, ma mission, la date et la signature.
§ 4. L'entité compétente de l'administration flamande organise la surveillance et le contrôle du respect des dispositions, visées aux paragraphes 1er à 3 inclus. De l'information peut dans ce contexte être échangée avec des associations professionnelles auxquelles le taxateur-expert est affilié.
Si des infractions sont constatées, le membre du personnel compétent peut décider de radier le taxateur-expert de la liste des taxateurs-experts. La décision de procéder à une radiation et les raisons de celle-ci sont communiquées au taxateur-expert. Le demandeur peut, sous peine de déchéance, introduire un recours motivé et écrit contre cette décision auprès de l'entité compétente de l'administration flamande endéans le mois suivant la décision.
Le recours est examiné par un organe de décision constitué du chef de division de la division de l'entité compétente de l'administration flamande, compétente pour la taxation des impôts de succession et d'enregistrement, et du chef de division de la division 'Vastgoedtransacties' (Transactions immobilières). Ils décident du recours par consensus et informent le demandeur de la décision motivée relative au recours par écrit dans les trente jours ouvrables. Un manque de consensus est assimilé à l'absence d'une décision.
Si aucune décision n'est prise au sujet du recours dans les trente jours ouvrables après réception du recours, visé à l'alinéa deux, le demandeur est réinscrit sur la liste pour une période d'au maximum six mois. Si une décision au sujet du recours est prise endéans cette période, cette décision est valable à partir du moment de sa notification. Si aucune décision n'a été prise à l'échéance de cette période, le demandeur reste inscrit sur la liste. ".
" Art. 3.3.1.0.9/1. § 1er. Les héritiers, légataires et bénéficiaires généraux et quiconque est tenu d'introduire une déclaration de succession peuvent désigner un taxateur-expert pour faire une estimation de l'ensemble ou d'une partie des biens immobiliers qui se trouvent en Belgique et qui doivent ou peuvent être déclarés à concurrence de leur valeur vénale.
L'estimation est uniquement contraignante pour l'entité compétente de l'administration flamande si :
1° au moment de l'estimation, le taxateur-expert figure sur la liste des taxateurs-experts agréés à désigner, visés au paragraphe 2, après observation des conditions d'agrément ;
2° l'estimation est dûment motivée dans un rapport d'expertise professionnel qui satisfait aux conditions visées au paragraphe 3 ;
3° le rapport d'expertise professionnel est joint à la déclaration de succession, visée à l'article 3.3.1.0.5, dans les délais fixés dans cet article.
Après réception de la demande écrite, le taxateur-expert confirme par écrit avoir reçu la demande et déclare accepter ou refuser la mission. Il achève sa mission endéans un délai convenu en concertation mutuelle avec le donneur d'ordre, sans que des droits puissent en découler pour la prolongation du délai de déclaration, visé à l'article 3.3.1.0.5.
§ 2. Le taxateur-expert désireux d'être inscrit sur une liste de taxateurs-experts à désigner, telle que visée au paragraphe 1er, introduit une demande à cette fin en signant un contrat type mis à disposition par l'entité compétente de l'administration flamande et assorti des pièces justificatives nécessaires démontrant que :
1° le demandeur effectue des estimations et expertises de biens immobiliers à titre professionnel ;
2° le demandeur dispose de la qualification professionnelle y afférente via la formation qu'il a suivie et via un recyclage permanent.
Afin de satisfaire aux dispositions de l'alinéa premier, 2°, il rentre une copie des diplômes, certificats ou attestations pertinents.
Le membre du personnel compétent évalue dans un délai de trente jours ouvrables s'il a été satisfait aux conditions, visées à l'alinéa premier. Si tel est le cas, le membre du personnel compétent accorde un numéro d'identification unique au taxateur-expert qu'il ajoute à la liste.
S'il n'a pas été satisfait aux conditions, visées à l'alinéa premier, le membre du personnel compétent informe le demandeur de la décision de refus de son inscription sur la liste et les raisons de la non-inscription. Le demandeur peut, sous peine de déchéance, introduire un recours motivé et écrit contre cette décision auprès de l'entité compétente de l'administration flamande endéans le mois suivant le refus de l'inscription. Le recours est examiné par un organe de décision constitué du chef de division de la division de l'entité compétente de l'administration flamande, compétente pour la taxation des impôts de succession et d'enregistrement, et du chef de division de la division 'Vastgoedtransacties' (Transactions immobilières). Ils décident du recours par consensus et informent le demandeur de la décision motivée relative au recours par écrit.
Si aucune décision n'est prise au sujet de la demande dans les trente jours ouvrables après réception de la demande et des pièces justificatives y afférentes, visées à l'alinéa deux, ou après réception du recours contre le refus d'inscription, le demandeur est inscrit sur la liste pour une période d'au maximum six mois. Si une décision au sujet de la demande est prise endéans cette période, cette décision est valable à partir du moment de sa notification. A défaut d'une prise de décision à l'échéance de cette période, l'inscription temporaire échoit et une nouvelle demande doit être introduite.
Les membres du personnel de l'entité compétente de l'administration flamande ne peuvent pas agir comme taxateurs-experts.
L'entité compétente de l'administration flamande publie la liste, visée à l'alinéa premier, sur son site web accessible au public au moins mensuellement, lorsque des taxateurs-experts sont ajoutés ou supprimés. La liste reprend le prénom et nom du taxateur-expert, le numéro BCE sous lequel son activité professionnelle a été enregistré, l'adresse du lieu d'établissement et, le cas échéant, le nom commercial sous lequel les activités sont réalisées, la date d'inscription sur la liste et les éventuelles périodes de suspension temporaire.
§ 3. Le rapport d'expertise a la structure d'un rapport professionnel exhaustif et est constitué de :
1° une partie introductive, comprenant les éléments suivants :
a) la date de l'établissement ou de la dernière modification du rapport d'expertise ;
b) l'identification du taxateur-expert, à savoir le prénom et nom, le titre professionnel et le numéro d'identification pour taxateur-experts qui lui a été accordé par l'entité compétente de l'administration flamande ;
c) l'identification du donneur d'ordre, à savoir le prénom et nom ou nom commercial, le numéro de registre national ou le numéro d'entreprise, l'adresse et, le cas échéant, le représentant légal de l'instance publique qui a donné l'ordre ;
d) l'objectif de l'estimation, à savoir la mention suivante : Le présent rapport d'expertise a été établi conformément à la charte de qualité du 'Vlaamse Belastingdienst' et fait office d'estimation lors de la déclaration de succession ;
e) la date de référence de l'estimation, à savoir la date du décès du testateur ;
f) la date de la visite sur les lieux ;
g) l'identification du bien à estimer, à savoir :
1) le code postal et la commune, le village ou le hameau, la rue et éventuellement le numéro de maison, éventuellement assortis des données CRAB (du Fichier central d'Adresses de Référence) du bien immobilier ;
2) les données cadastrales, à savoir la division cadastrale, la section, le numéro de parcelle et le numéro de partition, la superficie cadastrale, le revenu cadastral et, le cas échéant, l'identification cadastrale détaillée d'une propriété privée ;
3) la propriété du bien immobilier, avec une description des droits de chaque détenteur d'un droit réel, ainsi que de sa part dans l'ensemble de la propriété. Pour les biens immobiliers en copropriété, les parts dans l'ensemble du bien immobilier sont communiquées ;
2° la description du bien qui fait l'objet d'une estimation, qui comprend les éléments suivants, le cas échéant joints comme annexe :
a) une description générale, à savoir :
1) la situation dans la rue et dans les environs plus larges, l'état et l'équipement de la rue, les équipements d'utilité publique ;
2) les équipements dans le contexte plus large, tels écoles, infrastructures de soins, bâtiments administratifs et opportunités de divertissement ;
3) l'accessibilité avec les transports publics ou privés ;
4) tant pour le terrain que pour les bâtiments : la destination et l'affectation ;
5) uniquement pour le terrain : la superficie totale au sol, la forme, la largeur côté rue, l'alignement, la hauteur relative par rapport à la rue ou les abords, l'orientation et l'occupation du sol ;
6) uniquement pour les bâtiments : le mode de construction, le nombre d'étages et de dépendances, la largeur de la façade, l'implantation sur le terrain, la superficie bâtie, la superficie utile et l'état général au niveau de l'entretien, de l'achèvement et du confort ;
b) une description spécifique des bâtiments, à savoir :
1) l'année de construction, le mode de construction, la qualité de la construction et les matériaux qui ont été utilisés pour les façades, sols, murs, plafonds, toitures et la menuiserie et l'état général d'entretien ;
2) l'aménagement, et en fonction de l'aménagement des bâtiments, la finition, les équipements et les interventions dans le domaine du confort ;
c) la situation et les prescriptions urbanistiques, la situation en ce qui concerne le patrimoine immobilier, le droit de préemption et l'évaluation aquatique ;
d) les données relatives aux droits réels et la date et le mode d'acquisition y afférents. Si le bien immobilier est mis en location, le type de contrat, sa durée et le loyer convenu sont mentionnés ;
e) les plans de situation et par étage, des esquisses de l'aménagement, assortis d'une photo de la façade avant et, le cas échéant, de photos supplémentaires si celles-ci sont nécessaires pour déterminer la valeur du bien immobilier et pour enregistrer la situation à la date de la visite sur les lieux ;
3° la description des points de comparaison utilisés, tels que visés au point 4°, qui comprend chaque fois les éléments suivants :
a) des données générales sur la situation et les données cadastrales du point de comparaison, à savoir :
1) le code postal et la commune, le village ou le hameau, la rue et, le cas échéant, le numéro de maison ;
2) Les données cadastrales du point de comparaison, à savoir la division cadastrale, la section, le numéro de parcelle, le numéro de partition, la superficie cadastrale, le revenu cadastral et, le cas échéant, l'identification cadastrale détaillée d'une propriété privée ;
3) le cas échéant, l'année de construction du point de comparaison ;
b) les données de la transmission sur lesquelles l'inscription comme point de comparaison est basée : la nature et la date de la transmission et la base imposable de celle-ci ;
c) des données spécifiques relatives à la situation, à la destination et à la construction éventuelle ;
4° l'analyse sur laquelle la valeur estimée est basée. L'analyse est en principe réalisée sur la base d'une pondération par rapport à des points de comparaison. A titre exceptionnel et pour des propriétés pour lesquelles des points de comparaison ne sont pas disponibles, le taxateur-expert indique la façon dont la valeur est déterminée. Le taxateur-expert motive cette dérogation dans son rapport ;
5° la conclusion, qui reprend les principales caractéristiques de l'analyse, la date de référence pour la détermination de la valeur et en tant que conclusion finale, la valeur estimée ;
6° la formule du serment je jure d'avoir rempli fidèlement, en âme et en conscience, ma mission, la date et la signature.
§ 4. L'entité compétente de l'administration flamande organise la surveillance et le contrôle du respect des dispositions, visées aux paragraphes 1er à 3 inclus. De l'information peut dans ce contexte être échangée avec des associations professionnelles auxquelles le taxateur-expert est affilié.
Si des infractions sont constatées, le membre du personnel compétent peut décider de radier le taxateur-expert de la liste des taxateurs-experts. La décision de procéder à une radiation et les raisons de celle-ci sont communiquées au taxateur-expert. Le demandeur peut, sous peine de déchéance, introduire un recours motivé et écrit contre cette décision auprès de l'entité compétente de l'administration flamande endéans le mois suivant la décision.
Le recours est examiné par un organe de décision constitué du chef de division de la division de l'entité compétente de l'administration flamande, compétente pour la taxation des impôts de succession et d'enregistrement, et du chef de division de la division 'Vastgoedtransacties' (Transactions immobilières). Ils décident du recours par consensus et informent le demandeur de la décision motivée relative au recours par écrit dans les trente jours ouvrables. Un manque de consensus est assimilé à l'absence d'une décision.
Si aucune décision n'est prise au sujet du recours dans les trente jours ouvrables après réception du recours, visé à l'alinéa deux, le demandeur est réinscrit sur la liste pour une période d'au maximum six mois. Si une décision au sujet du recours est prise endéans cette période, cette décision est valable à partir du moment de sa notification. Si aucune décision n'a été prise à l'échéance de cette période, le demandeur reste inscrit sur la liste. ".
Art. 24. Aan artikel 3.4.2.0.5 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Het eerste lid is niet van toepassing op de aanvullende rechten op het verkooprecht, vermeld in artikel 2.9.3.0.2, § 2, tweede lid, artikel 2.9.3.0.3, § 2, tweede lid, artikel 2.9.4.2.1, § 6, artikel 2.9.4.2.3, tweede lid, en artikel 2.9.5.0.3, tweede lid, en de daaraan verbonden belastingverhogingen, vermeld in artikel 3.18.0.0.11 en artikel 3.18.0.0.12.".
"Het eerste lid is niet van toepassing op de aanvullende rechten op het verkooprecht, vermeld in artikel 2.9.3.0.2, § 2, tweede lid, artikel 2.9.3.0.3, § 2, tweede lid, artikel 2.9.4.2.1, § 6, artikel 2.9.4.2.3, tweede lid, en artikel 2.9.5.0.3, tweede lid, en de daaraan verbonden belastingverhogingen, vermeld in artikel 3.18.0.0.11 en artikel 3.18.0.0.12.".
Art. 24. A l'article 3.4.2.0.5 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
" L'alinéa premier ne s'applique pas aux droits complémentaires sur le droit de vente, visé à l'article 2.9.3.0.2, § 2, alinéa deux, à l'article 2.9.3.0.3, § 2, alinéa deux, à l'article 2.9.4.2.1, § 6, à l'article 2.9.4.2.3, alinéa deux, et à l'article 2.9.5.0.3, alinéa deux, et aux majorations d'impôt y afférentes, telles que visées aux articles 3.18.0.0.11 et 3.18.0.0.12. ".
" L'alinéa premier ne s'applique pas aux droits complémentaires sur le droit de vente, visé à l'article 2.9.3.0.2, § 2, alinéa deux, à l'article 2.9.3.0.3, § 2, alinéa deux, à l'article 2.9.4.2.1, § 6, à l'article 2.9.4.2.3, alinéa deux, et à l'article 2.9.5.0.3, alinéa deux, et aux majorations d'impôt y afférentes, telles que visées aux articles 3.18.0.0.11 et 3.18.0.0.12. ".
Art. 25. In artikel 3.5.3.0.4 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "een bezwaar kon indienen met toepassing van artikel 32 van het decreet van 22 december 1995, of beroep kon aantekenen met toepassing van artikel 34bis van het voormelde decreet" vervangen door de zinsnede "beroep kon aantekenen met toepassing van artikel 28 van het decreet van 22 december 1995".
Art. 25. Dans l'article 3.5.3.0.4 du même décret, le membre de phrase " pouvait introduire une réclamation en application de l'article 32 du décret du 22 décembre 1995, ou former un recours en application de l'article 34bis du décret précité " est remplacé par le membre de phrase " pouvait introduire un recours en application de l'article 28 du décret du 22 décembre 1995 ".
Art. 26. In artikel 3.9.2.0.1, tweede lid, van hetzelfde decreet worden tussen de woorden "interest wordt" en het woord "per" de woorden "voor elke aanslag" ingevoegd.
Art. 26. Dans l'article 3.9.2.0.1, alinéa deux, du même décret, les mots " pour chaque imposition " sont insérés entre les mots " Cet intérêt est calculé " les mots " par mois calendaire ".
Art. 27. Artikel 3.10.3.1.6 en artikel 3.10.3.1.7 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden opgeheven.
Art. 27. L'article 3.10.3.1.6 et l'article 3.10.3.1.7 du même décret, insérés par le décret du 19 décembre 2014, sont abrogés.
Art. 28. Aan artikel 3.10.4.4.4 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden een tweede en derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"De aanvullende rechten inzake de registratiebelasting zijn in de volgende gevallen verschuldigd door elk van de contracterende partijen die aan de overtreding hebben deelgenomen:
1° in geval van bewimpeling over de prijs en de lasten of de overeengekomen waarde;
2° als de overeenkomst, vastgesteld in een akte, niet de overeenkomst is die door de partijen is gesloten, of als de akte betreffende een overeenkomst, vermeld in artikel 19, eerste lid, 2° of 5°, van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, onvolledig of onjuist is, met dien verstande dat ze al de bestanddelen van de overeenkomst niet weergeeft.
In de gevallen, vermeld in het tweede lid, zijn de partijen die aan de overtreding hebben deelgenomen, hoofdelijk gehouden tot de betaling van de aanvullende rechten.".
"De aanvullende rechten inzake de registratiebelasting zijn in de volgende gevallen verschuldigd door elk van de contracterende partijen die aan de overtreding hebben deelgenomen:
1° in geval van bewimpeling over de prijs en de lasten of de overeengekomen waarde;
2° als de overeenkomst, vastgesteld in een akte, niet de overeenkomst is die door de partijen is gesloten, of als de akte betreffende een overeenkomst, vermeld in artikel 19, eerste lid, 2° of 5°, van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, onvolledig of onjuist is, met dien verstande dat ze al de bestanddelen van de overeenkomst niet weergeeft.
In de gevallen, vermeld in het tweede lid, zijn de partijen die aan de overtreding hebben deelgenomen, hoofdelijk gehouden tot de betaling van de aanvullende rechten.".
Art. 28. Dans l'article 3.10.4.4.4 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, il est inséré des alinéas deux et trois, rédigés comme suit :
" Les droits complémentaires en matière d'impôt d'enregistrement sont dans les cas suivants dus par chacune des parties contractantes qui ont participé à l'infraction :
1° en cas de dissimulation du prix et des charges ou de la valeur convenue ;
2° si le contrat, établi dans un acte, n'est pas celui conclu par les parties, ou si l'acte relatif à un accord, mentionné à l'article 19, premier alinéa, 2° ou 5°, du Code fédéral des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, est incomplet ou incorrect, étant entendu qu'il n'illustre pas tous les composants de l'accord.
Pour les cas mentionnés à l'alinéa deux, les parties qui ont participé à l'infraction, sont principalement tenues au paiement des droits complémentaires. ".
" Les droits complémentaires en matière d'impôt d'enregistrement sont dans les cas suivants dus par chacune des parties contractantes qui ont participé à l'infraction :
1° en cas de dissimulation du prix et des charges ou de la valeur convenue ;
2° si le contrat, établi dans un acte, n'est pas celui conclu par les parties, ou si l'acte relatif à un accord, mentionné à l'article 19, premier alinéa, 2° ou 5°, du Code fédéral des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, est incomplet ou incorrect, étant entendu qu'il n'illustre pas tous les composants de l'accord.
Pour les cas mentionnés à l'alinéa deux, les parties qui ont participé à l'infraction, sont principalement tenues au paiement des droits complémentaires. ".
Art. 29. In artikel 3.12.1.0.6, § 2, tweede lid, en artikel 3.12.1.0.13, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen" telkens vervangen door de zinsnede "artikel III.17 van het Wetboek van Economisch Recht".
Art. 29. Dans l'article 3.12.1.0.6, § 2, alinéa deux, et dans l'article 3.12.1.0.13, § 2, alinéa deux, du même décret, le membre de phrase " dans l'article 5 de la loi du 16 janvier 2003 portant création d'une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, création de guichets-entreprises agréés et portant diverses dispositions " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " dans l'article III.17 du Code de droit économique ".
Art. 30. In artikel 3.18.0.0.14 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan het eerste lid, eerste zin, worden de woorden "die aan de overtreding hebben deelgenomen" toegevoegd;
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"In de gevallen, vermeld in het eerste lid, zijn de partijen die aan de overtreding hebben deelgenomen, hoofdelijk gehouden tot de betaling van de belastingverhoging.".
1° aan het eerste lid, eerste zin, worden de woorden "die aan de overtreding hebben deelgenomen" toegevoegd;
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"In de gevallen, vermeld in het eerste lid, zijn de partijen die aan de overtreding hebben deelgenomen, hoofdelijk gehouden tot de betaling van de belastingverhoging.".
Art. 30. Dans l'article 3.18.0.0.14 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa premier, à la première phrase, les mots " qui ont participé à l'infraction " sont ajoutés ;
2° l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
Pour les cas mentionnés à l'alinéa premier, les parties qui ont participé à l'infraction, sont principalement tenues au paiement de la majoration d'impôts. ".
1° à l'alinéa premier, à la première phrase, les mots " qui ont participé à l'infraction " sont ajoutés ;
2° l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
Pour les cas mentionnés à l'alinéa premier, les parties qui ont participé à l'infraction, sont principalement tenues au paiement de la majoration d'impôts. ".
HOOFDSTUK 5. - Overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken
CHAPITRE 5. - Reprise du service de la taxe sur les jeux et paris, de la taxe sur les appareils automatiques de divertissement et de la taxe d'ouverture de débits de boissons fermentées
Art. 31. Het Vlaamse Gewest verzekert vanaf 1 januari 2019 de dienst van de belastingen, vermeld in artikel 3, eerste lid, 1°, 2° en 3°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, overeenkomstig artikel 5, § 3, van dezelfde bijzondere wet.
Art. 31. La Région flamande assure à partir du 1er janvier 2019 le service des impôts, visés à l'article 3, alinéa premier, 1°, 2° et 3°, de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et des Régions, conformément à l'article 5, § 3, de la même loi spéciale.
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 32. Dit decreet treedt in werking tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 31, dat in werking treedt op 1 december 2017.
Artikel 8, 1°, artikel 22 en artikel 23 treden buiten werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.
Artikel 8, 1°, artikel 22 en artikel 23 treden buiten werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.
Art. 32. Le présent décret entre en vigueur le dixième jour de sa publication au Moniteur belge, à l'exception de l'article 31, qui entre en vigueur le 1er décembre 2017.
L'article 8, 1°, l'article 22 et l'article 23 cessent de produire leurs effets à une date à fixer par le Gouvernement flamand.
L'article 8, 1°, l'article 22 et l'article 23 cessent de produire leurs effets à une date à fixer par le Gouvernement flamand.