Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
9 MEI 2017. - Koninklijk besluit betreffende de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding in het kader van de bestrijding van varroase
Titre
9 MAI 2017. - Arrêté royal relatif à la guidance vétérinaire dans le cadre de la lutte contre la varroase
Dokumentinformationen
Numac: 2017011984
Datum: 2017-05-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2017011984
Date: 2017-05-09
Moniteur: Voir
Tekst (20)
Texte (20)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit besluit legt de regels vast voor de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding in het kader van de bestrijding van varroase.
Article 1er. Le présent arrêté fixe les règles relatives à la guidance vétérinaire dans le cadre de la lutte contre la varroase.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder :
  1° imker : imker zoals bepaald in het koninklijk besluit van 7 maart 2007 betreffende de bestrijding van de besmettelijke ziekten van de bijen;
  2° wet : tenzij anders aangeven de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde;
  3° bijenbestand : het geheel van kolonies gehouden door een imker;
  4° inrichting : een plaats die kan geïdentificeerd worden door een adres waar een activiteit als imker wordt uitgeoefend en die het geheel van de infrastructuur en de uitrusting omvat noodzakelijk voor het uitoefenen van deze activiteit;
  5° Agentschap : het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;
  6° dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding : de erkende dierenarts of de erkende diergeneeskundige rechtspersoon die belast is met de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding in het kader van de bestrijding van varroase;
  7° koninklijk besluit van 16 januari 2006 : het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;
  8° infosessie : een fysieke samenkomst tussen de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding en de imker of imkers met wie er een overeenkomst voor de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding in het kader van de bestrijding van varroase getekend werd. De samenkomst heeft als doel om informatie over de sanitaire toestand van het bijenbestand uit te wisselen om een optimale diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding in het kader van de bestrijding van varroase te waarborgen;
  9° LCE : Lokale Controle Eenheid van het Agentschap.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° apiculteur : apiculteur tel que défini dans l'arrêté royal du 7 mars 2007 relatif à la lutte contre les maladies contagieuses des abeilles;
  2° loi : sauf indications contraires, la loi du 28 août 1991 relatif à l'exercice de la médecine vétérinaire;
  3° cheptel apicole : la totalité des colonies détenues par un apiculteur;
  4° établissement : lieu, identifiable par une adresse, où une activité d'apiculteur est exercée et qui comprend l'ensemble de l'infrastructure et de l'équipement nécessaires à l'exercice de cette activité;
  5° Agence : l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire;
  6° vétérinaire de guidance apicole : le médecin vétérinaire agréé ou la personne morale vétérinaire agréée qui est en charge de la guidance vétérinaire dans le cadre de la lutte contre la varroase;
  7° arrêté royal du 16 janvier 2006 : l'arrêté royal du 16 janvier 2006 fixant les modalités des agréments, des autorisations et des enregistrements préalables délivrés par l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire;
  8° infosession : une réunion physique entre le vétérinaire de guidance apicole et l'apiculteur ou les apiculteurs avec qui une convention de guidance vétérinaire dans le cadre de la lutte contre la varroase a été signée. La réunion a comme objectif d'échanger de l'information sur la situation sanitaire du cheptel apicole afin de garantir une guidance vétérinaire optimale dans le cadre de la lutte contre la varroase;
  9° ULC : Unité locale de Contrôle de l'Agence.
HOOFDSTUK 2. - Administratieve bepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions administratives
Art. 3. § 1. Elke imker kan een erkende dierenarts of een erkende diergeneeskundige rechtspersoon aanwijzen als dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding. De erkende dierenarts of de diergeneeskundige rechtspersoon kan deze aanwijzing weigeren.
  De imker en de dierenarts of de diergeneeskundige rechtspersoon, die deze opdracht aanvaardt, stellen in twee exemplaren een overeenkomst voor de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding tegen varroase op, volgens model 1 van bijlage 1 en die een overeenkomst tussen de twee partijen inhoudt. Per bijenbestand kan slechts één overeenkomst worden opgesteld.
  Beide partijen ondertekenen beide exemplaren van de overeenkomst voor de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding tegen varroase en bewaren elk een exemplaar.
  Overeenkomstig artikel 17, § 2, eerste lid, van de wet, legt de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding een kopie van zijn exemplaar aan de Gewestelijke Raad van de Orde der Dierenartsen voor ter goedkeuring. De Gewestelijke Raad van de Orde der Dierenartsen wordt door de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding op de hoogte gebracht van elke wijziging of van het einde van de overeenkomst.
  § 2. De ondertekenende partijen kunnen de in de paragraaf 1 bedoelde overeenkomst voor de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding tegen varroase beëindigen met een aangetekend schrijven, geadresseerd aan de andere partij. De overeenkomst eindigt vanaf het bericht van ontvangst door de opgezegde partij. Voor zover de imker wil beschikken over een geneesmiddelenreserve wijst hij, binnen de vijftien dagen na het opzeggen van de overeenkomst voor de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding tegen varroase, een nieuwe dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding aan. Deze laatste maakt een inventaris op van de geneesmiddelenvoorraad van de imker.
  De dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding beëindigt de overeenkomst van zodra hij een sanctie ondergaat die hem onbeschikbaar maakt voor meer dan zes maanden.
  § 3. In gemeenschappelijk overleg kunnen de twee partijen een plaatsvervangende dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding aanduiden, belast met het vervangen van de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding in geval van onbeschikbaarheid. De plaatsvervangende dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding komt tussen op directe vraag van de imker enkel nadat hij de onbeschikbaarheid van de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding heeft nagegaan.
  Tijdens de periode van onbeschikbaarheid van de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding, verzekert de plaatsvervangende dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding bij de imker de verplichtingen als dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding zoals bedoeld in dit besluit.
  Vanaf het einde van de periode van onbeschikbaarheid zal de plaatsvervangende dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding moeten verwittigen van alle vervulde prestaties in het kader van de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding tegen varroase.
  De imker, de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding en de plaatsvervangende dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding die deze opdracht aanvaardt, stellen in drie exemplaren een overeenkomst voor aanduiding van de plaatsvervangende dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding op, volgens model 2 van bijlage 1.
  Een overeenkomst met een plaatsvervangend dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding kan enkel maar afgesloten worden indien een geldige overeenkomst met een dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding zoals voorzien in paragraaf 1, tweede lid, is afgesloten. De ondertekenende plaatsvervangende dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding stuurt zonder uitstel een kopie van zijn exemplaar aan de Gewestelijke Raad van de Orde der Dierenartsen.
  De Gewestelijke Raad van de Orde der Dierenartsen wordt door de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding op de hoogte gebracht van elke wijziging of van het einde van overeenkomst van plaatsvervanging.
  Als de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding een erkende diergeneeskundige rechtspersoon is, kan de plaatsvervanging ook verzekerd worden, volgens dezelfde modaliteiten als hierboven, door deze rechtspersoon voor zover het aantal dierenartsen belast met de bijenbestandbegeleidingen die in naam of voor rekening van deze rechtspersoon kunnen tussenkomen minimaal twee is en dat de verantwoordelijke akkoord gaat met deze aanwijzing. In dat geval zijn de bepalingen betreffende de verificatie van de onbeschikbaarheid niet van toepassing.
  § 4. De ondertekenende partijen kunnen de in de paragraaf 3 bedoelde overeenkomst voor de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding tegen varroase beëindigen met een aangetekend schrijven, geadresseerd aan de andere partij. De overeenkomst eindigt vanaf het bericht van ontvangst door de opgezegde partij.
  De plaatsvervangende dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding beëindigt de overeenkomst van zodra hij een sanctie ondergaat die hem onbeschikbaar maakt voor meer dan zes maanden.
  De overeenkomst voor de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding tegen varroase van de plaatsvervangende dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding wordt automatisch en zonder formaliteit beëindigt als de overeenkomst voor de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding tegen varroase eindigt.
Art. 3. § 1er. Tout apiculteur peut désigner un vétérinaire agréé ou une personne morale vétérinaire agréée comme vétérinaire de guidance apicole. Le vétérinaire agréé ou la personne morale vétérinaire agréée peut refuser cette désignation.
  L'apiculteur et le vétérinaire agréé ou la personne morale vétérinaire agréée ainsi désignée qui accepte cette mission, établissent en deux exemplaires une convention de guidance vétérinaire contre la varroase, selon le modèle 1 joint en annexe 1re et qui tient lieu de convention entre les deux parties. Pour un même cheptel apicole, une seule convention est établie.
  Les deux parties signent les deux exemplaires de la convention de guidance vétérinaire contre la varroase et en conservent chacune un exemplaire.
  Conformément à l'article 17, § 2, alinéa 1er, de la loi, le vétérinaire de guidance apicole signataire soumet une copie de son exemplaire au Conseil régional de l'Ordre des Médecins vétérinaires pour approbation. Le vétérinaire de guidance apicole informe le Conseil régional de l'Ordre des Médecins vétérinaires de toute modification ou fin de convention.
  § 2. Les parties contractantes peuvent mettre fin à la convention de guidance vétérinaire contre la varroase visée au paragraphe 1er par lettre recommandée à la poste adressée à l'autre partie. La convention prend fin dès accusé de réception par la partie dénoncée. Pour autant que l'apiculteur veuille disposer d'une réserve de médicaments, il désigne un nouveau vétérinaire de guidance apicole dans les quinze jours qui suivent la résiliation de la convention de guidance vétérinaire contre la varroase. Ce dernier dresse un inventaire de la réserve de médicaments de l'apiculteur.
  Le vétérinaire de guidance apicole met fin à la convention dès qu'il subit une sanction le rendant indisponible pour plus de six mois.
  § 3. De commun accord, les deux parties peuvent désigner un vétérinaire de guidance apicole suppléant chargé de remplacer le vétérinaire de guidance apicole en cas d'indisponibilité. Le vétérinaire de guidance apicole suppléant n'intervient à la demande directe de l'apiculteur qu'après avoir vérifié l'indisponibilité du vétérinaire de guidance apicole.
  Pendant la période d'indisponibilité du vétérinaire de guidance apicole, le vétérinaire de guidance apicole suppléant assure auprès de l'apiculteur les obligations du vétérinaire de guidance apicole, prévues par le présent arrêté.
  Dès la fin de la période d'indisponibilité, ce vétérinaire de guidance apicole suppléant devra avertir le vétérinaire de guidance apicole de toutes les prestations accomplies dans le cadre de la guidance vétérinaire contre la varroase.
  L'apiculteur, le vétérinaire de guidance apicole et le vétérinaire de guidance apicole suppléant qui accepte cette mission, établissent en trois exemplaires une convention de désignation du vétérinaire de guidance apicole suppléant, selon le modèle 2 joint en annexe 1.
  Une convention avec un vétérinaire de guidance apicole suppléant ne peut être conclue que si une convention valide avec un vétérinaire de guidance apicole telle que prévue dans le paragraphe 1er, alinéa 2, a été conclue. Le vétérinaire de guidance apicole suppléant envoie sans délai une copie de son exemplaire au Conseil régional de l'Ordre des Médecins vétérinaires.
  Le vétérinaire de guidance apicole informe le Conseil régional de l'Ordre des Médecins vétérinaires de toute modification ou fin de convention de suppléance.
  Si le vétérinaire de guidance apicole est une personne morale vétérinaire agréée, la suppléance peut aussi être assurée, selon les mêmes modalités que ci-dessus, par cette personne morale pour autant que le nombre de vétérinaires de guidance apicole qui peuvent intervenir au nom ou pour le compte de cette personne morale soit au minimum de deux et que le responsable donne son accord sur cette désignation. Dans ce cas, les dispositions concernant la vérification de l'indisponibilité ne sont pas d'application.
  § 4. Les parties contractantes peuvent mettre fin à la convention de suppléance de guidance vétérinaire contre la varroase visée au paragraphe 3 par lettre recommandée à la poste adressée à l'autre partie. La convention prend fin dès accusé de réception par la partie dénoncée.
  Le vétérinaire de guidance apicole suppléant met fin à la convention dès qu'il subit une sanction le rendant indisponible pour plus de six mois.
  La convention de guidance vétérinaire contre la varroase du vétérinaire suppléant de guidance apicole prend fin automatiquement et sans formalités lorsque la convention de guidance vétérinaire contre la varroase prend fin.
HOOFDSTUK 3. - Rechten en plichten voor de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding
CHAPITRE 3. - Droits et devoirs du vétérinaire de guidance apicole
Art. 4. § 1. De dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding verstrekt aan de imker alle noodzakelijke inlichtingen en adviezen, nodig voor het optimaliseren en de instandhouding van de gezondheidstoestand ter preventie en bestrijding van varroase bij bijen.
  De dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding licht de imker in over de diagnose die hij stelt en over alle behandelingen die hij instelt tegen varroase.
  § 2. Op vraag van de imker, zoals voorzien in artikel 8 bezoekt de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding het bijenbestand. Ter gelegenheid van dit bijenbestandbezoek viseert de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding het geneesmiddelenregister zoals bedoeld in artikel 55 van het koninklijk besluit van 21 juli 2016 betreffende de voorwaarden voor het gebruik van geneesmiddelen door de dierenartsen en door de verantwoordelijken van de dieren en wordt een evaluatie van de situatie ten aanzien van varroase van het bijenbestand gemaakt door een evaluatierapport, volgens het model 1 en 3 van bijlage 2. Dit rapport wordt in tweevoud opgesteld, medeondertekend en bewaard door elke contracterende partij gedurende minstens zes jaar. Deze gegevens kunnen eveneens elektronisch verwerkt en opgeslagen worden op voorwaarde dat de duurzaamheid en de beschikbaarheid ervan verzekerd blijven.
  De dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding legt samen met de imker een protocol voor de opvolging van de varroa vast volgens model 2 van bijlage 2. Het wordt opgesteld op basis van tellingen van dode varroa's die natuurlijk gestorven zijn en deze die gestorven zijn na de behandeling. Op basis hiervan kan de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding een onderzoek uitvoeren en de aanwezigheid van de klinische symptomen en de mate van besmetting van de volwassen bijen en/of broed evalueren volgens model 2 van bijlage 2.
Art. 4. § 1er. Le vétérinaire de guidance apicole fournit à l'apiculteur tous les renseignements et conseils nécessaires pour optimaliser et maintenir l'état sanitaire pour la prévention et la lutte contre la varroase des abeilles.
  Le vétérinaire de guidance apicole informe l'apiculteur des diagnostics qu'il pose et de tous les traitements qu'il met en oeuvre contre la varroase.
  § 2. A la demande de l'apiculteur, le vétérinaire de guidance apicole visite le cheptel apicole conformément aux dispositions de l'article 8. A l'issue de cette visite du cheptel apicole, le vétérinaire de guidance apicole vise le registre des médicaments tel que visé dans l'article 55 de l'arrêté royal du 21 juillet 2016 relatif aux conditions d'utilisation des médicaments par les médecins vétérinaires et par les responsables des animaux et une évaluation de situation concernant la varroase du cheptel apicole est effectuée sous forme d'un rapport d'évaluation, selon les modèles 1 et 3 joints en annexe 2. Ce rapport est rédigé en double exemplaire, cosigné et conservé par chaque partie contractante pendant une période minimum de six ans. Ces données peuvent également être traitées et archivées électroniquement, à condition que leur pérennité et leur accessibilité restent garanties.
  Le vétérinaire de guidance apicole définit un protocole de suivi du varroa avec l'apiculteur selon le modèle 2 en annexe 2. Il sera basé sur les comptages des varroas morts naturellement et de ceux morts suite au traitement. Sur cette base, le vétérinaire de guidance apicole pourra réaliser un examen en évaluant la présence de signes cliniques et le niveau d'infestation des abeilles adultes et/ou du couvain selon le modèle 2 en annexe 2.
Art. 5. De dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding verzekert zich ervan dat het volume geneesmiddelen dat zich in de voorraad bevindt, rekening houdend met de grootte van het bijenbestand niet groter is dan het benodigde volume voor een periode van maximaal zes maanden, zij het voor de zomer- of winterbehandeling.
Art. 5. Le vétérinaire de guidance apicole s'assure que le volume des médicaments qui se trouvent dans la réserve tient compte de la taille du cheptel apicole et n'est pas supérieur au volume nécessaire pour une période maximale de six mois, soit pour le traitement d'été ou d'hiver.
Art. 6. Naast het evaluatiebezoek organiseert de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding minstens twee infosessies per jaar voor de imkers met wie hij een overeenkomst voor de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding tegen varroase getekend heeft.
Art. 6. Outre la visite d'évaluation, le vétérinaire de guidance apicole organise au moins deux infosessions par an pour les apiculteurs avec qui il a signé une convention de guidance vétérinaire contre la varroase.
HOOFDSTUK 4. - Rechten en plichten voor de imker
CHAPITRE 4. - Droits et devoirs de l'apiculteur
Art. 7. De imker deelt regelmatig, aan de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding de inlichtingen en de waarnemingen mee die van belang zijn voor of invloed hebben op de evaluatie van de sanitaire toestand van zijn bijenbestand ten aanzien van varroase.
Art. 7. L'apiculteur communique régulièrement au vétérinaire de guidance apicole les renseignements et les observations qui ont une importance ou une incidence sur l'évaluation de l'état sanitaire de son cheptel apicole à l'égard de la varroase.
Art. 8. De imker verzekert zich één maal per vier jaar van de aanwezigheid op het bijenbestand van de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding.
Art. 8. Une fois tous les quatre ans, l'apiculteur s'assure de la présence du vétérinaire de guidance apicole pour la visite de son cheptel apicole.
Art. 9. De voorraad geneesmiddelen tegen varroase is ondeelbaar en bevindt zich op de inrichting. De imker bewaart deze geneesmiddelen overeenkomstig de instructies van de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding in een lokaal dat afgescheiden is van de bijen.
Art. 9. La réserve de médicaments contre la varroase est indivisible et se trouve dans l'établissement. L'apiculteur conserve ces médicaments conformément aux instructions du vétérinaire de guidance apicole dans un local séparé des abeilles.
Art. 10. Naast het evaluatiebezoek neemt de imker deel aan de infosessies ten aanzien van varroase die aangeboden worden door de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding. Tijdens deze infosessies dient de imker alle nuttige informatie ten aanzien van varroase betreffende zijn bijenbestand aan de dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding te verstrekken, volgens model 2 van bijlage 2.
  Indien de imker niet heeft deelgenomen aan een infosessie, neemt hij contact op met zijn dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding om de mogelijkheid van het inhalen van een infosessie op een ander tijdstip te bepalen of de infosessie te vervangen door een bezoek aan het bijenbestand.
Art. 10. Outre la visite d'évaluation, l'apiculteur participe aux infosessions à l'égard de la varroase qui sont proposées par le vétérinaire de guidance apicole. Lors de ces infosessions, l'apiculteur fournit au vétérinaire de guidance apicole toutes les informations utiles à l'égard de la varroase concernant son cheptel apicole, selon le modèle 2 en annexe 2.
  Si l'apiculteur n'a pu participer à une infosession, il contacte son vétérinaire de guidance apicole pour déterminer la possibilité de rattraper une infosession à un autre moment ou pour remplacer l'infosession par une visite au cheptel apicole.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 11. De dierenarts belast met de bijenbestandbegeleiding kan geen overeenkomst voor de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding in het kader van de bestrijding van varroase afsluiten met een imker, waarvan het Agentschap heeft vastgesteld dat hij in de loop van het afgelopen jaar de bepalingen van dit besluit heeft overtreden.
Art. 11. Le vétérinaire de guidance apicole ne peut pas conclure une convention de guidance vétérinaire dans le cadre de la lutte contre la varroase avec un apiculteur pour lequel l'Agence a constaté qu'il a enfreint les dispositions du présent arrêté au cours de l'année écoulée.
Art. 12. In artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 10 april 2000 houdende bepalingen betreffende de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding, wordt voor het eerste lid een lid toegevoegd, luidende :
  " Dit besluit is niet van toepassing op de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding in het kader van de bestrijding van varroase. ".
Art. 12. Dans l'article 3, § 1er, de l'arrêté royal du 10 avril 2000 portant des dispositions relatives à la guidance vétérinaire, un alinéa rédigé comme suit est inséré avant l'alinéa 1er :
  " Le présent arrêté n'est pas d'application pour la guidance vétérinaire dans le cadre de la lutte contre la varroase. ".
Art. 13. De minister bevoegd voor Volksgezondheid en de minister bevoegd voor Landbouw zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Le ministre qui a la Santé publique dans ses attributions et le ministre qui a l'Agriculture dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. Bijlagen 1 en 2.
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-05-2017, p. 56344)
Art. N. Annexes 1 et 2.
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 12-05-2017, p. 56330)