Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
21 APRIL 2017. - Decreet houdende wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, wat betreft de vermindering van het verkooprecht en de schenkbelasting voor beschermde monumenten
Titre
21 AVRIL 2017. - Décret portant modification du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 et du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, en ce qui concerne la diminution du droit de vente et de l'impôt de donation pour des monuments protégés
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
Art. 2. Aan hoofdstuk 10 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2016, wordt een afdeling 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
"Afdeling 5. - Fiscale stimulansen".
"Afdeling 5. - Fiscale stimulansen".
Art. 2. Le chapitre 10 du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, modifié par le décret du 15 juillet 2016, est complété par une section 5, rédigée comme suit :
" Section 5. - Incitants fiscaux ".
" Section 5. - Incitants fiscaux ".
Art. 3. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2016, wordt aan afdeling 5, toegevoegd bij artikel 2, een artikel 10.5.1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 10.5.1. Als voor een onroerend goed aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2.8.4.4.1, hetzij § 1, hetzij § 3, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, is voldaan, levert het agentschap een attest af aan de Vlaamse Belastingdienst met afschrift aan de begiftigden, met vermelding dat aan de voormelde voorwaarden is voldaan.
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan niet meer worden afgeleverd als het beschermde monument is vervreemd onder de levenden binnen vijf jaar na de datum van de schenkingsakte en voordat aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2.8.4.4.1, hetzij § 1, hetzij § 3, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, is voldaan. Die vervreemding wordt door de instrumenterende ambtenaar gemeld aan het agentschap.".
"Art. 10.5.1. Als voor een onroerend goed aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2.8.4.4.1, hetzij § 1, hetzij § 3, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, is voldaan, levert het agentschap een attest af aan de Vlaamse Belastingdienst met afschrift aan de begiftigden, met vermelding dat aan de voormelde voorwaarden is voldaan.
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan niet meer worden afgeleverd als het beschermde monument is vervreemd onder de levenden binnen vijf jaar na de datum van de schenkingsakte en voordat aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2.8.4.4.1, hetzij § 1, hetzij § 3, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, is voldaan. Die vervreemding wordt door de instrumenterende ambtenaar gemeld aan het agentschap.".
Art. 3. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 15 juillet 2016, la section 5, insérée par l'article 2, est complétée par un article 10.5.1, rédigé comme suit :
" Art. 10.5.1. Si les conditions visées à l'article 2.8.4.4.1, soit § 1er, soit § 3, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013 sont remplies pour un bien immobilier, l'agence délivre une attestation au Service flamand des Impôts avec une copie aux bénéficiaires, contenant la mention que les conditions précitées sont remplies.
L'attestation, visée à l'alinéa 1er, ne peut plus être délivrée si le monument protégé est aliéné entre vifs dans les cinq ans après la date de l'acte de donation et avant que les conditions, visées à l'article 2.8.4.4.1, soit § 1er, soit § 3, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, soient remplies. Cette aliénation est notifiée à l'agence par le fonctionnaire instrumentant. ".
" Art. 10.5.1. Si les conditions visées à l'article 2.8.4.4.1, soit § 1er, soit § 3, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013 sont remplies pour un bien immobilier, l'agence délivre une attestation au Service flamand des Impôts avec une copie aux bénéficiaires, contenant la mention que les conditions précitées sont remplies.
L'attestation, visée à l'alinéa 1er, ne peut plus être délivrée si le monument protégé est aliéné entre vifs dans les cinq ans après la date de l'acte de donation et avant que les conditions, visées à l'article 2.8.4.4.1, soit § 1er, soit § 3, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, soient remplies. Cette aliénation est notifiée à l'agence par le fonctionnaire instrumentant. ".
Art. 4. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2016, wordt aan dezelfde afdeling 5 een artikel 10.5.2 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 10.5.2. Het verschil tussen het verkooprecht, geheven met toepassing van artikel 2.9.4.2.10, § 1, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, en het verkooprecht, verschuldigd bij gebrek aan toepassing van hetzelfde artikel, wordt geacht als subsidie te zijn verleend.
De subsidie wordt geacht te zijn toegekend onder de voorwaarden, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 2, van het voormelde decreet.
Op straffe van verval van de subsidie bezorgen de verkrijgers uiterlijk zes maanden na het verstrijken van de termijn van vijf jaar, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 2, 1°, van het voormelde decreet, de facturen en andere gegevens aan het agentschap waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 2, van het voormelde decreet. Het agentschap stelt daarvoor een modelformulier ter beschikking op zijn website.
Elke vervreemding onder de levenden van het beschermde monument, die plaatsvindt voordat de verkrijgers van de subsidie hebben voldaan aan de voorwaarden, vereist voor het behoud van de subsidie, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 2, van het voormelde decreet, heeft tot gevolg dat de subsidie wordt teruggevorderd door het agentschap. Die vervreemding wordt door de instrumenterende ambtenaar gemeld aan het agentschap.
In geval van verval als vermeld in het derde lid of van een vervreemding als vermeld in het vierde lid, zijn de verkrijgers verplicht de verkregen subsidie, verhoogd met de wettelijke interest, terug te betalen. De interest wordt berekend vanaf de datum van het verlijden van de authentieke akte van verkrijging. Als de subsidie is verkregen door verschillende verkrijgers, zijn ze hoofdelijk gehouden tot de terugbetaling.".
"Art. 10.5.2. Het verschil tussen het verkooprecht, geheven met toepassing van artikel 2.9.4.2.10, § 1, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, en het verkooprecht, verschuldigd bij gebrek aan toepassing van hetzelfde artikel, wordt geacht als subsidie te zijn verleend.
De subsidie wordt geacht te zijn toegekend onder de voorwaarden, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 2, van het voormelde decreet.
Op straffe van verval van de subsidie bezorgen de verkrijgers uiterlijk zes maanden na het verstrijken van de termijn van vijf jaar, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 2, 1°, van het voormelde decreet, de facturen en andere gegevens aan het agentschap waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 2, van het voormelde decreet. Het agentschap stelt daarvoor een modelformulier ter beschikking op zijn website.
Elke vervreemding onder de levenden van het beschermde monument, die plaatsvindt voordat de verkrijgers van de subsidie hebben voldaan aan de voorwaarden, vereist voor het behoud van de subsidie, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 2, van het voormelde decreet, heeft tot gevolg dat de subsidie wordt teruggevorderd door het agentschap. Die vervreemding wordt door de instrumenterende ambtenaar gemeld aan het agentschap.
In geval van verval als vermeld in het derde lid of van een vervreemding als vermeld in het vierde lid, zijn de verkrijgers verplicht de verkregen subsidie, verhoogd met de wettelijke interest, terug te betalen. De interest wordt berekend vanaf de datum van het verlijden van de authentieke akte van verkrijging. Als de subsidie is verkregen door verschillende verkrijgers, zijn ze hoofdelijk gehouden tot de terugbetaling.".
Art. 4. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 15 juillet 2016, la même section 5 est complétée par un article 10.5.2, rédigé comme suit :
" Art. 10.5.2. La différence entre le droit de vente, perçu en application de l'article 2.9.4.2.10, § 1er, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, et le droit de vente, dû à défaut d'application du même article, est censée avoir été octroyée comme subvention.
La subvention est censée être octroyée aux conditions visées à l'article 2.9.4.2.10, § 2, du décret précité.
Sous peine de déchéance de la subvention, les bénéficiaires transmettent à l'agence, au plus tard six mois après l'expiration du délai de cinq ans, visé à l'article 2.9.4.2.10, § 2, 1°, du décret précité, les factures et autres données démontrant que les conditions visées à l'article 2.9.4.2.10, § 2, du décret précité, sont remplies. A cet effet, l'agence met à disposition un formulaire modèle sur son site web.
Toute aliénation entre vifs du monument protégé qui a lieu avant que les bénéficiaires de la subvention aient rempli les conditions, requises pour le maintien de la subvention, visée à l'article 2.9.4.2.10, § 2, du décret précité, aboutit au recouvrement de la subvention par l'agence. Cette aliénation est notifiée à l'agence par le fonctionnaire instrumentant.
En cas de déchéance telle que visée à l'alinéa 3, ou d'une aliénation telle que visée à l'alinéa 4, les bénéficiaires sont tenus de rembourser la subvention obtenue, majorée de l'intérêt légal. L'intérêt est calculé à partir de la date de passation de l'acte authentique d'acquisition. Si la subvention est obtenue par plusieurs bénéficiaires, ils sont solidairement tenus au remboursement. ".
" Art. 10.5.2. La différence entre le droit de vente, perçu en application de l'article 2.9.4.2.10, § 1er, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, et le droit de vente, dû à défaut d'application du même article, est censée avoir été octroyée comme subvention.
La subvention est censée être octroyée aux conditions visées à l'article 2.9.4.2.10, § 2, du décret précité.
Sous peine de déchéance de la subvention, les bénéficiaires transmettent à l'agence, au plus tard six mois après l'expiration du délai de cinq ans, visé à l'article 2.9.4.2.10, § 2, 1°, du décret précité, les factures et autres données démontrant que les conditions visées à l'article 2.9.4.2.10, § 2, du décret précité, sont remplies. A cet effet, l'agence met à disposition un formulaire modèle sur son site web.
Toute aliénation entre vifs du monument protégé qui a lieu avant que les bénéficiaires de la subvention aient rempli les conditions, requises pour le maintien de la subvention, visée à l'article 2.9.4.2.10, § 2, du décret précité, aboutit au recouvrement de la subvention par l'agence. Cette aliénation est notifiée à l'agence par le fonctionnaire instrumentant.
En cas de déchéance telle que visée à l'alinéa 3, ou d'une aliénation telle que visée à l'alinéa 4, les bénéficiaires sont tenus de rembourser la subvention obtenue, majorée de l'intérêt légal. L'intérêt est calculé à partir de la date de passation de l'acte authentique d'acquisition. Si la subvention est obtenue par plusieurs bénéficiaires, ils sont solidairement tenus au remboursement. ".
Art. 5. Aan titel 2, hoofdstuk 8, afdeling 4, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij de decreten van 3 juli 2015, 17 juli 2015 en 18 december 2015, wordt een onderafdeling 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
"Onderafdeling 4. - Tarieven voor schenkingen van een beschermd monument waarvoor een investeringsverplichting geldt".
"Onderafdeling 4. - Tarieven voor schenkingen van een beschermd monument waarvoor een investeringsverplichting geldt".
Art. 5. Le titre 2, chapitre 8, section 4, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, inséré par le décret du 19 décembre 2014 et modifié par les décrets des 3 juillet 2015, 17 juillet 2015 et 18 décembre 2015, est complétée par une sous-section 4, rédigée comme suit :
" Sous-section 4. - Tarifs pour donations d'un monument protégé soumis à une obligation d'investissement ".
" Sous-section 4. - Tarifs pour donations d'un monument protégé soumis à une obligation d'investissement ".
Art. 6. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, wordt aan onderafdeling 4, ingevoegd bij artikel 5, een artikel 2.8.4.4.1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 2.8.4.4.1. § 1. In afwijking van artikel 2.8.4.1.1, § 1, wordt de schenkbelasting voor schenkingen van de geheelheid eigendom van onroerende goederen in het Vlaamse Gewest berekend volgens het tarief, vermeld in de tabellen, vermeld in artikel 2.8.4.3.1, § 1, eerste lid, op voorwaarde dat:
1° binnen vijf jaar vanaf de datum van de schenkingsakte het bedrag dat overeenstemt met het verschil tussen de schenkbelasting, geheven conform artikel 2.8.4.1.1, § 1, en de schenkbelasting, verschuldigd bij gebrek aan toepassing van hetzelfde artikel, geïnvesteerd wordt in beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten die noodzakelijk zijn voor het behoud of de herwaardering van de erfgoedkenmerken en -elementen van het beschermde monument, vermeld in artikel 2.1, 16°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. De voormelde beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten dienen opgenomen te zijn in een goedgekeurd beheersplan als vermeld in punt 2°, dat geldig is bij de aanvang van de voormelde beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten;
2° voor het beschermde monument, vermeld in artikel 2.1, 16°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, een beheersplan is opgemaakt conform hoofdstuk 8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en hoofdstuk 8 van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014. Het beheersplan is goedgekeurd door het agentschap, vermeld in artikel 2.1, 2°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
Het verschil tussen de schenkbelasting, berekend conform de tabellen van artikel 2.8.4.1.1, § 1, en de schenkbelasting, berekend conform de tabellen, vermeld in het eerste lid, wordt teruggegeven conform artikel 3.6.0.0.6, § 1/3. Het abattement, toegepast conform artikel 2.8.3.0.4, en de vermindering, verleend conform artikel 2.8.5.0.1, blijven in dat geval behouden.
§ 2. Het bedrag, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, is exclusief btw.
§ 3. In afwijking van artikel 2.8.4.1.1, § 3, bedraagt het tarief van de schenkbelasting 3% voor een schenking van een onroerend goed in het Vlaamse Gewest als de begiftigde voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid.
Het verschil tussen de schenkbelasting, berekend conform artikel 2.8.4.1.1, § 3, en de schenkbelasting, berekend conform het eerste lid, wordt teruggegeven conform de bepalingen van artikel 3.6.0.0.6, § 1/3.
§ 4. Als in dezelfde akte of in een andere akte van dezelfde datum naast het goed waarvoor de teruggave, vermeld in paragraaf 1, wordt gevraagd, nog andere onroerende goederen zijn geschonken, wordt de schenking van het goed waarop de teruggave betrekking heeft, geacht vóór de schenking van de andere goederen geregistreerd te zijn of verplicht registreerbaar te zijn geworden.
§ 5. Bij een schenking die onderworpen is aan een opschortende voorwaarde, wordt voor de toepassing van dit artikel de datum van de vervulling van de voorwaarde in de plaats gesteld van de datum van de akte.
§ 6. Het voordeel van de toepassing van paragraaf 1 of 3 kan niet gecombineerd worden met de premies, vermeld in artikel 10.2.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 als de voormelde premies betrekking hebben op dezelfde beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten als de beheersmaatregelen, de werkzaamheden of de diensten, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°. ".
"Art. 2.8.4.4.1. § 1. In afwijking van artikel 2.8.4.1.1, § 1, wordt de schenkbelasting voor schenkingen van de geheelheid eigendom van onroerende goederen in het Vlaamse Gewest berekend volgens het tarief, vermeld in de tabellen, vermeld in artikel 2.8.4.3.1, § 1, eerste lid, op voorwaarde dat:
1° binnen vijf jaar vanaf de datum van de schenkingsakte het bedrag dat overeenstemt met het verschil tussen de schenkbelasting, geheven conform artikel 2.8.4.1.1, § 1, en de schenkbelasting, verschuldigd bij gebrek aan toepassing van hetzelfde artikel, geïnvesteerd wordt in beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten die noodzakelijk zijn voor het behoud of de herwaardering van de erfgoedkenmerken en -elementen van het beschermde monument, vermeld in artikel 2.1, 16°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. De voormelde beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten dienen opgenomen te zijn in een goedgekeurd beheersplan als vermeld in punt 2°, dat geldig is bij de aanvang van de voormelde beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten;
2° voor het beschermde monument, vermeld in artikel 2.1, 16°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, een beheersplan is opgemaakt conform hoofdstuk 8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en hoofdstuk 8 van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014. Het beheersplan is goedgekeurd door het agentschap, vermeld in artikel 2.1, 2°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
Het verschil tussen de schenkbelasting, berekend conform de tabellen van artikel 2.8.4.1.1, § 1, en de schenkbelasting, berekend conform de tabellen, vermeld in het eerste lid, wordt teruggegeven conform artikel 3.6.0.0.6, § 1/3. Het abattement, toegepast conform artikel 2.8.3.0.4, en de vermindering, verleend conform artikel 2.8.5.0.1, blijven in dat geval behouden.
§ 2. Het bedrag, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, is exclusief btw.
§ 3. In afwijking van artikel 2.8.4.1.1, § 3, bedraagt het tarief van de schenkbelasting 3% voor een schenking van een onroerend goed in het Vlaamse Gewest als de begiftigde voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid.
Het verschil tussen de schenkbelasting, berekend conform artikel 2.8.4.1.1, § 3, en de schenkbelasting, berekend conform het eerste lid, wordt teruggegeven conform de bepalingen van artikel 3.6.0.0.6, § 1/3.
§ 4. Als in dezelfde akte of in een andere akte van dezelfde datum naast het goed waarvoor de teruggave, vermeld in paragraaf 1, wordt gevraagd, nog andere onroerende goederen zijn geschonken, wordt de schenking van het goed waarop de teruggave betrekking heeft, geacht vóór de schenking van de andere goederen geregistreerd te zijn of verplicht registreerbaar te zijn geworden.
§ 5. Bij een schenking die onderworpen is aan een opschortende voorwaarde, wordt voor de toepassing van dit artikel de datum van de vervulling van de voorwaarde in de plaats gesteld van de datum van de akte.
§ 6. Het voordeel van de toepassing van paragraaf 1 of 3 kan niet gecombineerd worden met de premies, vermeld in artikel 10.2.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 als de voormelde premies betrekking hebben op dezelfde beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten als de beheersmaatregelen, de werkzaamheden of de diensten, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°. ".
Art. 6. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 23 décembre 2016, la sous-section 4, insérée par l'article 5, est complétée par un article 2.8.4.4.1, rédigé comme suit :
" Art. 2.8.4.4.1. § 1er. Par dérogation à l'article 2.8.4.1.1, § 1er, l'impôt de donation pour les donations de la totalité de propriété de biens immobiliers situés en Région flamande est calculé selon le tarif, visé aux tableaux visés à l'article 2.8.4.3.1, § 1er, alinéa 1er, à condition que :
1° dans les cinq années à partir de la date de l'acte de donation, le montant correspondant à la différence entre l'impôt de donation, perçu conformément à l'article 2.8.4.1.1, § 1er, et l'impôt de donation, dû à défaut d'application du même article, soit investi dans des mesures de gestion, des travaux ou services nécessaires au maintien ou à la revalorisation des caractéristiques et éléments patrimoniaux du monument protégé, visé à l'article 2.1, 16°, du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. Les mesures de gestion, travaux ou services précités doivent être repris dans un plan de gestion approuvé tel que visé au point 2°, qui est valable au début des mesures de gestion, travaux ou services précités ;
2° pour le monument protégé, visé à l'article 2.1, 16°, du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, un plan de gestion soit établi conformément au chapitre 8 du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 et au chapitre 8 de l'Arrêté sur le Patrimoine immobilier du 16 mai 2014. Le plan de gestion est approuvé par l'agence, visée à l'article 2.1, 2°, du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013.
La différence entre l'impôt de donation, calculé conformément aux tableaux de l'article 2.8.4.1.1, § 1er, et l'impôt de donation, calculé conformément aux tableaux visés à l'alinéa 1er, est restituée conformément à l'article 3.6.0.0.6, § 1/3. L'abattement appliqué conformément à l'article 2.8.3.0.4 et la réduction octroyée conformément à l'article 2.8.5.0.1 resteront maintenus dans ce cas.
§ 2. Le montant visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, est hors T.V.A..
§ 3. Par dérogation à l'article 2.8.4.1.1, § 3, le tarif de l'impôt de donation s'élève à 3% pour une donation d'un bien immobilier situé en Région flamande si le bénéficiaire répond aux conditions, visées au paragraphe 1er, alinéa 1er.
La différence entre l'impôt de donation, calculé conformément à l'article 2.8.4.1.1, § 3, et l'impôt de donation, calculé conformément à l'alinéa premier, est restituée conformément aux dispositions de l'article 3.6.0.0.6, § 1/3.
§ 4. Si le même acte ou un autre acte de la même date concerne également la donation d'autres biens immobiliers, outre celle du bien pour lequel la restitution est demandée conformément au paragraphe 1er, la donation du bien auquel la restitution a trait, est censée être enregistrée ou devenue obligatoirement enregistrable avant la donation des autres biens.
§ 5. En cas d'une donation soumise à une condition suspensive, la date du respect de la condition est substituée à la date de l'acte pour l'application du présent article.
§ 6. L'avantage de l'application du paragraphe 1er ou 3 ne peut pas être combiné avec les primes, visées à l'article 10.2.1 du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 si les primes précitées concernent les mêmes mesures de gestion, travaux ou services que ceux visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°. ".
" Art. 2.8.4.4.1. § 1er. Par dérogation à l'article 2.8.4.1.1, § 1er, l'impôt de donation pour les donations de la totalité de propriété de biens immobiliers situés en Région flamande est calculé selon le tarif, visé aux tableaux visés à l'article 2.8.4.3.1, § 1er, alinéa 1er, à condition que :
1° dans les cinq années à partir de la date de l'acte de donation, le montant correspondant à la différence entre l'impôt de donation, perçu conformément à l'article 2.8.4.1.1, § 1er, et l'impôt de donation, dû à défaut d'application du même article, soit investi dans des mesures de gestion, des travaux ou services nécessaires au maintien ou à la revalorisation des caractéristiques et éléments patrimoniaux du monument protégé, visé à l'article 2.1, 16°, du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. Les mesures de gestion, travaux ou services précités doivent être repris dans un plan de gestion approuvé tel que visé au point 2°, qui est valable au début des mesures de gestion, travaux ou services précités ;
2° pour le monument protégé, visé à l'article 2.1, 16°, du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, un plan de gestion soit établi conformément au chapitre 8 du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 et au chapitre 8 de l'Arrêté sur le Patrimoine immobilier du 16 mai 2014. Le plan de gestion est approuvé par l'agence, visée à l'article 2.1, 2°, du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013.
La différence entre l'impôt de donation, calculé conformément aux tableaux de l'article 2.8.4.1.1, § 1er, et l'impôt de donation, calculé conformément aux tableaux visés à l'alinéa 1er, est restituée conformément à l'article 3.6.0.0.6, § 1/3. L'abattement appliqué conformément à l'article 2.8.3.0.4 et la réduction octroyée conformément à l'article 2.8.5.0.1 resteront maintenus dans ce cas.
§ 2. Le montant visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, est hors T.V.A..
§ 3. Par dérogation à l'article 2.8.4.1.1, § 3, le tarif de l'impôt de donation s'élève à 3% pour une donation d'un bien immobilier situé en Région flamande si le bénéficiaire répond aux conditions, visées au paragraphe 1er, alinéa 1er.
La différence entre l'impôt de donation, calculé conformément à l'article 2.8.4.1.1, § 3, et l'impôt de donation, calculé conformément à l'alinéa premier, est restituée conformément aux dispositions de l'article 3.6.0.0.6, § 1/3.
§ 4. Si le même acte ou un autre acte de la même date concerne également la donation d'autres biens immobiliers, outre celle du bien pour lequel la restitution est demandée conformément au paragraphe 1er, la donation du bien auquel la restitution a trait, est censée être enregistrée ou devenue obligatoirement enregistrable avant la donation des autres biens.
§ 5. En cas d'une donation soumise à une condition suspensive, la date du respect de la condition est substituée à la date de l'acte pour l'application du présent article.
§ 6. L'avantage de l'application du paragraphe 1er ou 3 ne peut pas être combiné avec les primes, visées à l'article 10.2.1 du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 si les primes précitées concernent les mêmes mesures de gestion, travaux ou services que ceux visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°. ".
Art. 7. Aan titel 2, hoofdstuk 9, afdeling 4, onderafdeling 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij het decreet van 17 juli 2015, wordt een artikel 2.9.4.2.10 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 2.9.4.2.10. § 1. Het tarief, vermeld in artikel 2.9.4.1.1 en 2.9.4.2.1, wordt gehalveerd voor verkrijgingen onder bezwarende titel bij authentieke akte van de geheelheid eigendom van een beschermd monument als vermeld in artikel 2.1, 16°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met uitzondering van ruilovereenkomsten die onder de toepassing vallen van artikel 2.9.7.0.2.
§ 2. Voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in paragraaf 1, moeten de volgende voorwaarden vervuld zijn:
1° de verkrijgers verbinden zich ertoe dat minstens het bedrag dat overeenkomt met het verschil tussen het verkooprecht, geheven met toepassing van paragraaf 1, en het verkooprecht, verschuldigd bij gebrek aan toepassing van hetzelfde artikel, binnen vijf jaar vanaf de datum van de authentieke akte van verkrijging geïnvesteerd wordt in beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten die noodzakelijk zijn voor het behoud of de herwaardering van erfgoedkenmerken en -elementen van het beschermde monument, vermeld in artikel 2.1, 16°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. De voormelde beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten dienen opgenomen te zijn in een goedgekeurd beheersplan als vermeld in punt 2°, dat geldig is bij de aanvang van de voormelde beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten;
2° voor het beschermde monument, vermeld in artikel 2.1, 16°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, is er een goedgekeurd beheersplan of zal een beheersplan opgemaakt worden conform hoofdstuk 8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en hoofdstuk 8 van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014. Het beheersplan is goedgekeurd of zal worden goedgekeurd door het agentschap, vermeld in artikel 2.1, 2°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
3° de verkrijgers voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1 en § 3, vijfde lid.
§ 3. Het bedrag, vermeld in paragraaf 2, 1°, is exclusief btw.
§ 4. Het voordeel van de toepassing van de tariefvermindering uit dit artikel kan niet gecombineerd worden met de toepassing van artikel 2.9.3.0.2 of 2.9.3.0.3, noch met de vermindering, vermeld in artikel 2.9.5.0.1, noch met de ontheffing, vermeld in artikel 3.6.0.0.6, § 3.
Het voordeel van de toepassing van de tariefvermindering uit dit artikel kan niet gecombineerd worden met de premies, vermeld in artikel 10.2.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, als die premies betrekking hebben op dezelfde beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten als de beheersmaatregelen, de werkzaamheden of de diensten, vermeld in paragraaf 2, 1°.
§ 5. Bij een rechtshandeling als vermeld in paragraaf 1 die onderworpen is aan een opschortende voorwaarde, wordt voor de toepassing van dit artikel de datum van de vervulling van de voorwaarde in de plaats gesteld van de datum van de akte.".
"Art. 2.9.4.2.10. § 1. Het tarief, vermeld in artikel 2.9.4.1.1 en 2.9.4.2.1, wordt gehalveerd voor verkrijgingen onder bezwarende titel bij authentieke akte van de geheelheid eigendom van een beschermd monument als vermeld in artikel 2.1, 16°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met uitzondering van ruilovereenkomsten die onder de toepassing vallen van artikel 2.9.7.0.2.
§ 2. Voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in paragraaf 1, moeten de volgende voorwaarden vervuld zijn:
1° de verkrijgers verbinden zich ertoe dat minstens het bedrag dat overeenkomt met het verschil tussen het verkooprecht, geheven met toepassing van paragraaf 1, en het verkooprecht, verschuldigd bij gebrek aan toepassing van hetzelfde artikel, binnen vijf jaar vanaf de datum van de authentieke akte van verkrijging geïnvesteerd wordt in beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten die noodzakelijk zijn voor het behoud of de herwaardering van erfgoedkenmerken en -elementen van het beschermde monument, vermeld in artikel 2.1, 16°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. De voormelde beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten dienen opgenomen te zijn in een goedgekeurd beheersplan als vermeld in punt 2°, dat geldig is bij de aanvang van de voormelde beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten;
2° voor het beschermde monument, vermeld in artikel 2.1, 16°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, is er een goedgekeurd beheersplan of zal een beheersplan opgemaakt worden conform hoofdstuk 8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en hoofdstuk 8 van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014. Het beheersplan is goedgekeurd of zal worden goedgekeurd door het agentschap, vermeld in artikel 2.1, 2°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
3° de verkrijgers voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1 en § 3, vijfde lid.
§ 3. Het bedrag, vermeld in paragraaf 2, 1°, is exclusief btw.
§ 4. Het voordeel van de toepassing van de tariefvermindering uit dit artikel kan niet gecombineerd worden met de toepassing van artikel 2.9.3.0.2 of 2.9.3.0.3, noch met de vermindering, vermeld in artikel 2.9.5.0.1, noch met de ontheffing, vermeld in artikel 3.6.0.0.6, § 3.
Het voordeel van de toepassing van de tariefvermindering uit dit artikel kan niet gecombineerd worden met de premies, vermeld in artikel 10.2.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, als die premies betrekking hebben op dezelfde beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten als de beheersmaatregelen, de werkzaamheden of de diensten, vermeld in paragraaf 2, 1°.
§ 5. Bij een rechtshandeling als vermeld in paragraaf 1 die onderworpen is aan een opschortende voorwaarde, wordt voor de toepassing van dit artikel de datum van de vervulling van de voorwaarde in de plaats gesteld van de datum van de akte.".
Art. 7. Le titre 2, chapitre 9, section 4, sous-section 2, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014 et modifié par le décret du 17 juillet 2015, est complété par un article 2.9.4.2.10, rédigé comme suit :
" Art. 2.9.4.2.10. § 1er. Le tarif, visé à l'article 2.9.4.1.1 et 2.9.4.2.1, est réduit de moitié par des acquisitions à titre onéreux par acte authentique de la totalité de la propriété d'un monument protégé tel que visé à l'article 2.1, 16° du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, à l'exception des conventions d'échange relevant de l'application de l'article 2.9.7.0.2.
§ 2. Pour l'application du tarif réduit, visé au paragraphe 1er, les conditions suivantes doivent être remplies :
1° les bénéficiaires s'engagent à investir au moins le montant correspondant à la différence entre le droit de vente, perçu en application du paragraphe 1er, et le droit de vente, dû à défaut d'application du même article, dans des mesures de gestion, des travaux ou services nécessaires au maintien ou à la revalorisation des caractéristiques et éléments patrimoniaux du monument protégé, visé à l'article 2.1, 16°, du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, dans les cinq ans à partir de la date de l'acte authentique d'acquisition. Les mesures de gestion, travaux ou services précités doivent être repris dans un plan de gestion approuvé tel que visé au point 2°, qui est valable au début des mesures de gestion, travaux ou services précités ;
2° pour le monument protégé, visé à l'article 2.1, 16°, du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, il y a un plan de gestion approuvé ou un plan de gestion sera établi conformément au chapitre 8 du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 et au chapitre 8 de l'Arrêté sur le Patrimoine immobilier du 16 mai 2014. Le plan de gestion est ou sera approuvé par l'agence, visée à l'article 2.1, 2°, du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
3° les bénéficiaires répondent à l'obligation, visée à l'article 3.12.3.0.1, § 1er et § 3, alinéa 5.
§ 3. Le montant visé au paragraphe 2, 1°, est hors T.V.A..
§ 4. L'avantage de l'application de la réduction de tarif du présent article ne peut pas être combiné avec l'application de l'article 2.9.3.0.2 ou 2.9.3.0.3, ni avec la réduction visée à l'article 2.9.5.0.1, ni avec le dégrèvement visé à l'article 3.6.0.0.6, § 3.
L'avantage de l'application de la réduction de tarif du présent article ne peut pas être combiné avec les primes, visées à l'article 10.2.1 du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 si les primes précitées concernent les mêmes mesures de gestion, travaux ou services que ceux visés au paragraphe 2, 1°.
§ 5. En cas d'un acte juridique tel que visé au paragraphe 1er, qui est soumis à une condition suspensive, la date du respect de la condition est substituée à la date de l'acte pour l'application du présent article. ".
" Art. 2.9.4.2.10. § 1er. Le tarif, visé à l'article 2.9.4.1.1 et 2.9.4.2.1, est réduit de moitié par des acquisitions à titre onéreux par acte authentique de la totalité de la propriété d'un monument protégé tel que visé à l'article 2.1, 16° du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, à l'exception des conventions d'échange relevant de l'application de l'article 2.9.7.0.2.
§ 2. Pour l'application du tarif réduit, visé au paragraphe 1er, les conditions suivantes doivent être remplies :
1° les bénéficiaires s'engagent à investir au moins le montant correspondant à la différence entre le droit de vente, perçu en application du paragraphe 1er, et le droit de vente, dû à défaut d'application du même article, dans des mesures de gestion, des travaux ou services nécessaires au maintien ou à la revalorisation des caractéristiques et éléments patrimoniaux du monument protégé, visé à l'article 2.1, 16°, du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, dans les cinq ans à partir de la date de l'acte authentique d'acquisition. Les mesures de gestion, travaux ou services précités doivent être repris dans un plan de gestion approuvé tel que visé au point 2°, qui est valable au début des mesures de gestion, travaux ou services précités ;
2° pour le monument protégé, visé à l'article 2.1, 16°, du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, il y a un plan de gestion approuvé ou un plan de gestion sera établi conformément au chapitre 8 du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 et au chapitre 8 de l'Arrêté sur le Patrimoine immobilier du 16 mai 2014. Le plan de gestion est ou sera approuvé par l'agence, visée à l'article 2.1, 2°, du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
3° les bénéficiaires répondent à l'obligation, visée à l'article 3.12.3.0.1, § 1er et § 3, alinéa 5.
§ 3. Le montant visé au paragraphe 2, 1°, est hors T.V.A..
§ 4. L'avantage de l'application de la réduction de tarif du présent article ne peut pas être combiné avec l'application de l'article 2.9.3.0.2 ou 2.9.3.0.3, ni avec la réduction visée à l'article 2.9.5.0.1, ni avec le dégrèvement visé à l'article 3.6.0.0.6, § 3.
L'avantage de l'application de la réduction de tarif du présent article ne peut pas être combiné avec les primes, visées à l'article 10.2.1 du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 si les primes précitées concernent les mêmes mesures de gestion, travaux ou services que ceux visés au paragraphe 2, 1°.
§ 5. En cas d'un acte juridique tel que visé au paragraphe 1er, qui est soumis à une condition suspensive, la date du respect de la condition est substituée à la date de l'acte pour l'application du présent article. ".
Art. 8. In artikel 3.6.0.0.6 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij de decreten van 3 juli 2015 en 17 juli 2015, wordt een paragraaf 1/3 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 1/3. Wat de registratiebelasting betreft, verleent het bevoegde personeelslid ook ontheffing van het geheven bedrag dat hoger is dan de schenkbelasting, vermeld in artikel 2.8.4.4.1, hetzij § 1, hetzij § 3, op voorwaarde dat de begiftigden een verzoek tot teruggave indienen uiterlijk zes maanden na het verstrijken van het vijfde jaar na de datum van de schenkingsakte en een attest verkrijgen waaruit blijkt dat aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2.8.4.4.1, hetzij § 1, hetzij § 3, is voldaan. Het voormelde attest wordt door de bevoegde entiteit van de Vlaamse overheid verkregen van het agentschap, vermeld in artikel 2.1, 2°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
Het recht op ontheffing vervalt bij elke vervreemding onder de levenden van het beschermde monument binnen vijf jaar na de datum van de schenkingsakte en voordat de beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten die noodzakelijk zijn voor het behoud of de herwaardering van erfgoedkenmerken en -elementen van het beschermde monument, zijn beëindigd.".
" § 1/3. Wat de registratiebelasting betreft, verleent het bevoegde personeelslid ook ontheffing van het geheven bedrag dat hoger is dan de schenkbelasting, vermeld in artikel 2.8.4.4.1, hetzij § 1, hetzij § 3, op voorwaarde dat de begiftigden een verzoek tot teruggave indienen uiterlijk zes maanden na het verstrijken van het vijfde jaar na de datum van de schenkingsakte en een attest verkrijgen waaruit blijkt dat aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2.8.4.4.1, hetzij § 1, hetzij § 3, is voldaan. Het voormelde attest wordt door de bevoegde entiteit van de Vlaamse overheid verkregen van het agentschap, vermeld in artikel 2.1, 2°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
Het recht op ontheffing vervalt bij elke vervreemding onder de levenden van het beschermde monument binnen vijf jaar na de datum van de schenkingsakte en voordat de beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten die noodzakelijk zijn voor het behoud of de herwaardering van erfgoedkenmerken en -elementen van het beschermde monument, zijn beëindigd.".
Art. 8. Dans l'article 3.6.0.0.6 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014 et modifié par les décrets des 3 juillet 2015 et 17 juillet 2015, il est inséré un paragraphe 1/3, rédigé comme suit :
" § 1/3. En ce qui concerne l'impôt d'enregistrement, le membre du personnel compétent accorde également l'exonération du montant perçu qui est supérieur à l'impôt de donation, visé à l'article 2.8.4.4.1, soit § 1er, soit § 3, à condition que les bénéficiaires introduisent une demande de restitution au plus tard six mois après l'expiration de la cinquième année après la date de l'acte de donation et obtiennent une attestation qui démontre que les conditions, visées à l'article 2.8.4.4.1, soit § 1er, soit § 3, sont remplies. L'entité compétente de l'Autorité flamande obtient l'attestation précitée de l'agence, visée à l'article 2.1, 2°, du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013.
Le droit d'exonération échoit lors de toute aliénation entre vifs du monument protégé dans les cinq années après la date de l'acte de donation et avant la fin des mesures de gestion, travaux ou services nécessaires au maintien ou à la revalorisation des caractéristiques et éléments patrimoniaux du monument protégé. ".
" § 1/3. En ce qui concerne l'impôt d'enregistrement, le membre du personnel compétent accorde également l'exonération du montant perçu qui est supérieur à l'impôt de donation, visé à l'article 2.8.4.4.1, soit § 1er, soit § 3, à condition que les bénéficiaires introduisent une demande de restitution au plus tard six mois après l'expiration de la cinquième année après la date de l'acte de donation et obtiennent une attestation qui démontre que les conditions, visées à l'article 2.8.4.4.1, soit § 1er, soit § 3, sont remplies. L'entité compétente de l'Autorité flamande obtient l'attestation précitée de l'agence, visée à l'article 2.1, 2°, du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013.
Le droit d'exonération échoit lors de toute aliénation entre vifs du monument protégé dans les cinq années après la date de l'acte de donation et avant la fin des mesures de gestion, travaux ou services nécessaires au maintien ou à la revalorisation des caractéristiques et éléments patrimoniaux du monument protégé. ".
Art. 9. In artikel 3.12.3.0.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij de decreten van 3 juli 2015 en 17 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 4°, wordt tussen de zinsnede "artikel 2.8.6.0.3, artikel 2.9.3.0.2, artikel 2.9.3.0.3, artikel 2.9.4.2.1," en de zinsnede "artikel 2.9.5.0.1, artikel 2.9.6.0.1, eerste lid, 4° " de zinsnede "artikel 2.9.4.2.10," ingevoegd;
2° aan paragraaf 1 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° het geschonken onroerend goed een beschermd monument is en dat het voornemen bestaat toepassing te vragen van artikel 2.8.4.4.1.";
3° aan paragraaf 3 wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Als de partijen de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 1, van dit decreet, inroepen, is ook vereist dat in de verklaring, vermeld in paragraaf 1:
1° melding wordt gemaakt van het goedgekeurde beheersplan, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 2, 2°, van dit decreet, met opgave van de referentie, alsook de datum van de goedkeuring van het beheersplan door het agentschap, vermeld in artikel 2.1, 2°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. Als het beheersplan nog niet is opgemaakt en goedgekeurd op het moment van het verlijden van de authentieke akte van verkrijging, bestaat de verklaring in de melding dat er een beheersplan opgemaakt zal worden als vermeld in artikel 8.1.1 tot en met 8.1.3 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
2° de partijen melding maken van hun kennis van artikel 10.5.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.".
1° in paragraaf 1, 4°, wordt tussen de zinsnede "artikel 2.8.6.0.3, artikel 2.9.3.0.2, artikel 2.9.3.0.3, artikel 2.9.4.2.1," en de zinsnede "artikel 2.9.5.0.1, artikel 2.9.6.0.1, eerste lid, 4° " de zinsnede "artikel 2.9.4.2.10," ingevoegd;
2° aan paragraaf 1 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° het geschonken onroerend goed een beschermd monument is en dat het voornemen bestaat toepassing te vragen van artikel 2.8.4.4.1.";
3° aan paragraaf 3 wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Als de partijen de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 1, van dit decreet, inroepen, is ook vereist dat in de verklaring, vermeld in paragraaf 1:
1° melding wordt gemaakt van het goedgekeurde beheersplan, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 2, 2°, van dit decreet, met opgave van de referentie, alsook de datum van de goedkeuring van het beheersplan door het agentschap, vermeld in artikel 2.1, 2°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. Als het beheersplan nog niet is opgemaakt en goedgekeurd op het moment van het verlijden van de authentieke akte van verkrijging, bestaat de verklaring in de melding dat er een beheersplan opgemaakt zal worden als vermeld in artikel 8.1.1 tot en met 8.1.3 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
2° de partijen melding maken van hun kennis van artikel 10.5.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.".
Art. 9. A l'article 3.12.3.0.1 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014 et modifié par les décrets des 3 juillet 2015 et 17 juillet 2015, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, 4°, le membre de phrase " de l'article 2.9.4.2.10, " est inséré entre le membre de phrase " de l'article 2.8.6.0.3, de l'article 2.9.3.0.2, de l'article 2.9.3.0.3, de l'article 2.9.4.2.1, " et le membre de phrase " de l'article 2.9.5.0.1, de l'article 2.9.6.0.1, premier alinéa, 4°, " ;
2° le paragraphe 1er est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° le bien immobilier donné est un monument protégé et que l'intention existe de demander application de l'article 2.8.4.4.1. " ;
3° le paragraphe 3 est complété par un alinéa cinq, rédigé comme suit :
" Si les parties invoquent l'application du tarif réduit, visé à l'article 2.9.4.2.10, § 1er, du présent décret, la déclaration visée au paragraphe 1er doit également :
1° mentionner le plan de gestion approuvé, visé à l'article 2.9.4.2.10, § 2, 2°, du présent décret, avec mention de la référence ainsi que la date d'approbation du plan de gestion par l'agence, visée à l'article 2.1, 2°, du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. Si le plan de gestion n'est pas encore établi et approuvé au moment de la passation de l'acte authentique d'acquisition, la déclaration consiste en la mention qu'un plan de gestion sera établi tel que visé à l'article 8.1.1 à 8.1.3 du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
2° mentionne la connaissance des parties de l'article 10.5.2 du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. ".
1° dans le paragraphe 1er, 4°, le membre de phrase " de l'article 2.9.4.2.10, " est inséré entre le membre de phrase " de l'article 2.8.6.0.3, de l'article 2.9.3.0.2, de l'article 2.9.3.0.3, de l'article 2.9.4.2.1, " et le membre de phrase " de l'article 2.9.5.0.1, de l'article 2.9.6.0.1, premier alinéa, 4°, " ;
2° le paragraphe 1er est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° le bien immobilier donné est un monument protégé et que l'intention existe de demander application de l'article 2.8.4.4.1. " ;
3° le paragraphe 3 est complété par un alinéa cinq, rédigé comme suit :
" Si les parties invoquent l'application du tarif réduit, visé à l'article 2.9.4.2.10, § 1er, du présent décret, la déclaration visée au paragraphe 1er doit également :
1° mentionner le plan de gestion approuvé, visé à l'article 2.9.4.2.10, § 2, 2°, du présent décret, avec mention de la référence ainsi que la date d'approbation du plan de gestion par l'agence, visée à l'article 2.1, 2°, du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. Si le plan de gestion n'est pas encore établi et approuvé au moment de la passation de l'acte authentique d'acquisition, la déclaration consiste en la mention qu'un plan de gestion sera établi tel que visé à l'article 8.1.1 à 8.1.3 du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
2° mentionne la connaissance des parties de l'article 10.5.2 du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. ".