Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
14 MAART 2017. - Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 11 maart 2008 betreffende de opleidingen tot energiedeskundige type A en type B, wat betreft het instellen van een verplichting tot het volgen van een permanente vorming voor energiedeskundigen type A
Titre
14 MARS 2017. - Arrêté ministériel portant modification de l'arrêté ministériel du 11 mars 2008 relatif aux formations pour expert énergétique type A et type B, en ce qui concerne l'instauration d'une obligation de suivre une formation permanente d'expert énergétique de type A
Dokumentinformationen
Numac: 2017011566
Datum: 2017-03-14
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2017011566
Date: 2017-03-14
Moniteur: Voir
Tekst (9)
Texte (9)
HOOFDSTUK I. - Inwerkingtreding van artikel 33 en artikel 34 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 houdende wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft diverse bepalingen inzake energie-efficiëntie
CHAPITRE I. - Entrée en vigueur des articles 33 et 34 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 modifiant l'arrêté relatif à l'Energie du 19 novembre 2010, en ce qui concerne diverses dispositions en matière d'efficacité énergétique
Artikel 1. Artikel 33 en artikel 34 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 houdende wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft diverse bepalingen inzake energie-efficiëntie treedt in werking.
Article 1er. Les articles 33 et 34 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 modifiant l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, en ce qui concerne diverses dispositions en matière d'efficacité énergétique, entrent en vigueur.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan het ministerieel besluit van 11 maart 2008 betreffende de opleidingen tot energiedeskundige type A en type B
CHAPITRE II. - Modifications à l'arrêté ministériel du 11 mars 2008 relatif aux formations pour expert énergétique type A et type B
Art. 2. Het opschrift van Hoofdstuk II van het ministerieel besluit van 11 maart 2008 betreffende de opleidingen tot energiedeskundige type A en type B wordt als volgt gewijzigd: Erkenning van de opleidingsinstellingen voor de opleiding energiedeskundige type A
Art. 2. L'intitulé du Chapitre II de l'arrêté ministériel du 11 mars 2008 relatif aux formations pour expert énergétique type A et type B est modifié comme suit : Agrément des instituts de formation pour la formation d'experts énergétiques de type A
Art. 3. Aan hoofdstuk II van het ministerieel besluit van 11 maart 2008 betreffende de opleidingen tot energiedeskundige type A en type B worden een artikel 2/1 en een artikel 2/2 toegevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 2/1. Om door het Vlaams Energieagentschap te worden erkend als opleidingsinstelling voor een opleiding tot energiedeskundige type A, moet de opleidingsinstelling minstens voldoen aan de volgende voorwaarden:
  1° beschikken over lesgevers die belast worden met het theoretische en praktische onderricht en die kennis hebben over het lesdomein in kwestie om de cursisten te onderrichten;
  2° aangeven hoe ze omgaan met het behandelen van klachten en hoe het opleidingstraject zal worden geëvalueerd;
  3° beschikken over een plan van aanpak voor het inrichten van een opleidingstraject energiedeskundige type A.
  Als de opleidingsinstelling over een of meerdere systemen, vermeld in het eerste lid, 2°, beschikt, geeft het in de aanvraag een korte omschrijving en informatie over de aanpak weer.
  Art. 2/2. Minstens de verantwoordelijke voor het opleidingstraject tot energiedeskundige type A of minstens één van de lesgevers van de opleidingsinstelling, zoals opgegeven in de aanvraag, neemt op vraag van het Vlaams Energieagentschap deel aan een specifiek overleg met betrekking tot de opleiding.
  Jaarlijks volgen alle lesgevers de train-de-trainersessies van de permanente vorming met verplichte inhoud of ze volgen de voor hen relevante delen van de permanente vorming met verplichte inhoud voor energiedeskundigen type A, zoals vastgelegd in artikel 8.1.1/2 van het Energiebesluit van 19 november 2010."
Art. 3. Au chapitre II de l'arrêté ministériel du 11 mars 2008 relatif aux formations pour expert énergétique type A et type B, sont insérés les articles 2/1 et 2/2, rédigés comme suit :
  " Art. 2/1. Afin d'être agréé par la " Vlaams Energieagentschap " (Agence flamande de l'Energie) comme centre de formation pour une formation d'expert énergétique de type A, le centre de formation doit au moins satisfaire aux conditions suivantes :
  1° disposer de formateurs qui sont chargés de l'enseignement théorique et pratique et qui possèdent les connaissances dans la branche en question pour l'enseigner aux élèves ;
  2° indiquer la manière dont ils traitent les plaintes et le mode d'évaluation du trajet de formation ;
  3° disposer d'un plan d'approche pour l'établissement d'un parcours de formation pour expert énergétique de type A.
  Si l'institut de formation dispose d'un ou plusieurs systèmes visés à l'alinéa premier, 2°, il présente dans la demande une courte description et des informations à propos de son approche.
  Art. 2/2. A la demande de la " Vlaams Energieagentschap ", au moins le responsable du trajet de formation d'expert énergétique de type A ou au moins l'un des formateurs de l'institut de formation, tel qu'indiqué dans la demande, participe à une concertation spécifique concernant la formation.
  Chaque année, tous les formateurs suivent les sessions " train-the-trainer " (formation de formateur) de la formation permanente à contenu obligatoire ou ils suivent les modules pertinents de la formation permanente à contenu obligatoire pour les experts énergétiques de type A, tels qu'indiqués à l'article 8.1.1/2 de l'arrêté relatif à l'Energie du 19 novembre 2010. "
Art. 4. In hetzelfde ministerieel besluit worden een hoofdstuk III/1 en een hoofdstuk III/2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "HOOFDSTUK III/1. - Permanente vorming voor energiedeskundigen type A
  Art. 3/1. De energiedeskundige type A volgt per kalenderjaar een totaalpakket van minstens 6 uur permanente vorming. Het totaalpakket omvat een aantal uren vorming met verplichte inhoud, zoals vermeld in het tweede lid, en een aantal uren vrij in te vullen permanente vorming, zoals vermeld in het derde lid. De minister bepaalt per kalenderjaar het aantal uren vorming met verplichte inhoud en het aantal uren vrij in te vullen permanente vorming.
  De vorming met verplichte inhoud is afgestemd op de belangrijkste wijzigingen in de energieprestatiecertificatenregelgeving, het inspectieprotocol residentieel en de certificatiesoftware residentieel. De inhoud wordt vastgelegd door de minister.
  De inhoud van de vrij in te vullen permanente vorming wordt ingevuld door vakgebieden opgesomd in het ministerieel besluit betreffende de opleidingen tot energiedeskundige type A en type B en/of vormingen die bijdragen tot een versterking en groei van de kennis en inzichten van de energiedeskundige type A over de energieprestatie van gebouwen en het binnenklimaat in de ruime zin.
  De energiedeskundige type A is vrijgesteld van het volgen van permanente vorming in het kalenderjaar waarin hij het getuigschrift tot energiedeskundige type A heeft behaald.
  Art. 3/2. Als permanente vorming komen, voor de looptijd van een kalenderjaar, de volgende activiteiten in aanmerking:
  1° het volgen van een vorming, studiedag of seminarie bij een erkende vormingsinstelling, over vaktechnische en beroepsondersteunende materies die direct en specifiek verband houden met de kerntaken van de energiedeskundige, vermeld in artikel 3/1, derde lid;
  2° het volgen van informatiesessies voor energiedeskundigen, georganiseerd door of namens het Vlaams Energieagentschap;
  3° het deelnemen aan een werkgroep, georganiseerd door een erkende vormingsinstelling, waarbij kennisuitwisseling over inhoud zoals beschreven in artikel 3/1, derde lid, centraal staat. Enkel de uren die gewijd worden aan de bespreking van de thema's die aansluiten bij de inhoud zoals beschreven in artikel 3/1, derde lid, komen in aanmerking. Een werkgroep is hierbij een interactieve onderwijsvorm waaraan per sessie maximaal 20 energiedeskundigen actief deelnemen;
  4° het volgen van een vorming op afstand via e-learning, georganiseerd door een erkende vormingsinstelling, waarbij aantoonbaar is dat de opleiding volledig is gevolgd en de deelnemers uniek identificeerbaar zijn via hun Rijksregisternummer.
  De activiteit telt mee als permanente vorming voor het aantal uren gevolgde les of kennisuitwisseling.
  Om in aanmerking te komen als permanente vorming mag de energiedeskundige meerdere vormingen volgen over een zelfde thema, mits het gaat om verschillende, unieke vormingen. De vorming mag ook in aanmerking komen voor de permanente vorming van architect of andere beroepen.
  Art. 3/3{. Tijdens het kalenderjaar 2017 volgt de energiedeskundige minstens 6 uur permanente vorming met verplichte inhoud over de wijzigingen aan het toepassingsgebied voor het EPC voor de verkoop en verhuur van bestaande woongebouwen en de wijzigingen 2017 aan het inspectieprotocol residentieel en certificatiesoftware residentieel.
  Tijdens het kalenderjaar 2017 is er geen vrij in te vullen vorming verplicht.
  De wijzigingen aan het inspectieprotocol worden vooraf door het Vlaams Energieagentschap toegelicht via een overleg waaraan erkende vormingsinstellingen verplicht deelnemen. De energiedeskundige moet de wijzigingen aan het inspectieprotocol kunnen toepassen op praktijkvoorbeelden.
  Art. 3/4. Voor energiedeskundigen type A die opleidingen of vorming geven bij een erkende opleidings- of vormingsinstelling komen volgende activiteiten in aanmerking voor permanente vorming:
  1° het volgen van een train-the-trainer-sessie, vermeld in artikel 2/2, om in aanmerking te komen om de permanente vorming met verplichte inhoud, vermeld in artikel 3/1, tweede lid, te doceren. De train-the-trainer-sessie vervangt in dat geval de permanente vorming met verplichte inhoud vermeld in artikel 3/1;
  2° het doceren van opleidingsonderdelen van de basisopleiding tot energiedeskundige type A, zoals beschreven in het ministerieel besluit betreffende de opleidingen tot energiedeskundige type A en type B, of van een train-de-trainer-sessie om in aanmerking te komen om de vorming met verplichte inhoud, vermeld in artikel 3/1, tweede lid, te doceren of van andere vormingen georganiseerd door erkende opleidingsinstellingen voor artikel 3/2, 1° of 3°.
  Het doceren en/of volgen van een train-the-trainer-sessie komt per unieke les éénmalig in aanmerking als permanente vorming.
  Art. 3/5. De energiedeskundige type A mag een overschot aan uren vrij in te vullen permanente vorming éénmalig overdragen naar het eerstvolgende kalenderjaar voor wat betreft de uren vrij in te vullen permanente vorming.
  HOOFDSTUK III/2. - Erkenning van de vormingsinstelling voor permanente vorming
  Art. 3/6. Om door het Vlaams Energieagentschap te worden erkend als vormingsinstelling voor permanente vorming, moet de vormingsinstelling minstens voldoen aan de volgende voorwaarden:
  1° beschikken over lesgevers die kennis hebben over energieprestatiecertificatenregelgeving en die belast worden met het inhoudelijk vorm geven van de permanente vorming;
  2° beschikken over een systeem voor het behandelen van klachten en een systeem voor het evalueren van de permanente vorming. De aanvraag geeft een korte omschrijving en informatie over de aanpak weer;
  3° beschikken over een plan van aanpak wat betreft het inrichten van een aanbod permanente vorming voor energiedeskundigen.
  Art. 3/7. Minstens de verantwoordelijke voor de permanente vorming overeenkomstig artikel 3/2, 1°, 3° en 4°, artikel 3/1, tweede lid, of een van de lesgevers van de vormingsinstelling, zoals opgegeven in de aanvraag, neemt op vraag van het Vlaams Energieagentschap deel aan een specifiek overleg met betrekking tot permanente vorming.
  Jaarlijks volgen alle lesgevers de train-de-trainersessies van de permanente vorming met verplichte inhoud of ze volgen de voor hen relevante delen van de permanente vorming met verplichte inhoud voor energiedeskundigen type A, zoals vastgelegd in artikel 8.1.1/2 van het Energiebesluit van 19 november 2010."
  Art. 3/8. De vormingsinstelling voor permanente vorming moet zich onafhankelijk opstellen van fabrikanten en installateurs. Dit houdt minstens het volgende in:
  1° de vormingsinstelling is niet actief als producent, verdeler of installateur van materialen, producten of technieken die impact hebben op de (berekening van de) energieprestatie en het binnenklimaat van een gebouw;
  2° de vormingsinstelling onthoudt zich van het inrichten van permanente vorming die zich louter richt op het promoten van merken en doet geen commerciële voorstellen met betrekking tot de energieprestatie van het gebouw en het binnenklimaat van gebouwen.
  Art. 3/9. Een erkende vormingsinstelling voor activiteiten van permanente vorming:
  1° bezorgt ten laatste veertien dagen voor de start van de activiteit van permanente vorming overeenkomstig artikel 3/2, 1° en artikel 3/1, tweede lid, de volgende gegevens aan het Vlaams Energieagentschap:
  a) het gedetailleerde programma van de geplande vorming;
  b) de identiteit van de lesgever(s);
  c) plaats en datum van de geplande vorming;
  d) het effectief aantal uren dat aan vorming wordt besteed;
  2° bezorgt ten laatste veertien dagen voor de start van de activiteit van permanente vorming overeenkomstig artikel 3/2, 3°, de volgende gegevens aan het Vlaams Energieagentschap:
  a) de onderwerpen die op de werkgroepen zullen worden besproken;
  b) de identiteit van de begeleider(s);
  c) plaats en datum van de geplande vorming;
  d) het effectief aantal uren dat aan vorming wordt besteed;
  3° bezorgt ten laatste veertien dagen voor de start van de activiteit van permanente vorming overeenkomstig artikel 3/2, tweede lid, 4°, de volgende gegevens aan het Vlaams Energieagentschap:
  a) het gedetailleerde programma van de geplande vorming;
  b) de identiteit van de lesgever(s) die het lesmateriaal opstelde(n);
  c) het systeem van digitale leeromgeving;
  d) het effectief aantal uren dat de e-learning duurt;
  4° bezorgt binnen de veertien kalenderdagen na de activiteit van permanente vorming de gegevens van de aanwezige deelnemers (naam, EP-code, Rijksregisternummer) en de lesgevers (naam, Rijksregisternummer en EP-code als de lesgever ook energiedeskundige is) en het effectief aantal gevolgde vormingsuren aan het Vlaams Energieagentschap, waarbij de wijze van doorsturen wordt bepaald bij besluit van het hoofd van het agentschap;
  5° bezorgt elke drie maand aan het Vlaams Energieagentschap de verslagen van de werkgroepen;
  6° laat een medewerker van het Vlaams Energieagentschap kosteloos toe tot elke activiteit van permanente vorming;
  7° bevraagt minstens jaarlijks haar deelnemers over welke onderwerpen meest relevant zijn voor toekomstige bijscholing, vermeld in artikel 3/2, 1° , 3° en 4° ;
  8° bezorgt op vraag van het Vlaams Energieagentschap inzage en informatie over de expertise van de lesgevers en begeleiders en een digitaal of analoog exemplaar van het lesmateriaal gebruikt voor vormingen overeenkomstig artikel 3/2, eerste lid, 1°, 3° en 4° en artikel 3/1, tweede lid;
  9° volgt de instructies vanwege het Vlaams Energieagentschap met betrekking tot de permanente vorming (lesmateriaal, lesgevers, begeleiders, aanpak werkgroepen ...) op en past, indien gevraagd, de lesgevers, de inhoud en de vorm van de vorming, de werkgroepen of de begeleiding aan.".
Art. 4. Au même arrêté ministériel, il est inséré un chapitre III/1 et un chapitre III/2, rédigés comme suit :
  "CHAPITRE III/1. - Formation permanente d'experts énergétiques de type A
  Art. 3/1. L'expert énergétique de type A suit par année calendaire un ensemble de minimum 6 heures de formation permanente. L'ensemble comprend un nombre d'heures de formation à contenu obligatoire, tel que mentionné dans l'alinéa deux, et un nombre d'heures de formation permanente à réaliser librement, tel que mentionné à l'alinéa trois. Le ministre détermine par année calendaire le nombre d'heures de formation à contenu obligatoire et le nombre d'heures de formation permanente à réaliser librement.
  La formation à contenu obligatoire est basée sur les modifications les plus importantes apportées à la réglementation sur les certificats de performance énergétique, au protocole d'inspection bâtiments résidentiels et au logiciel de certification bâtiments résidentiels. Le contenu est fixé par le ministre.
  Le contenu de la formation permanente à réaliser librement est constitué des domaines énumérés dans l'arrêté ministériel relatif aux formations pour expert énergétique de type A et B et/ou de formations qui contribuent au renforcement et au développement des connaissances et des conceptions de l'expert énergétique de type A en ce qui concerne la prestation énergétique des bâtiments et le climat interne au sens large.
  L'expert énergétique de type A est exempté de la formation permanente pour l'année calendaire au cours de laquelle il a obtenu le certificat d'expert énergétique de type A.
  Art. 3/2. Les activités suivantes sont éligibles comme formation permanente pour la durée d'une année calendaire :
  1° suivre une formation, une journée d'étude ou un séminaire auprès d'un institut de formation agréé, concernant des matières spécialisées et d'assistance professionnelle qui sont directement et spécifiquement liées aux tâches fondamentales de l'expert énergétique, visées à l'alinéa de l'article 3/1 ;
  2° suivre des sessions d'information pour experts énergétiques, organisées par ou au nom de la" Vlaams Energieagentschap " ;
  3° la participation à un groupe de travail, organisé par un institut de formation agréé, où l'échange de connaissances sur le contenu tel que décrit à l'alinéa trois de l'article 3/1 occupe une position centrale. Seules les heures dédiées à la discussion des thèmes qui s'alignent sur le contenu tel que décrit à l'article 3/1, alinéa 3, entrent en ligne de compte. A cet égard, un groupe de travail est une forme d'enseignement interactive qui comprend la participation active d'au maximum 20 experts énergétiques par session ;
  4° suivre une formation à distance par le biais de l'e-learning, organisée par un institut de formation agréé, dont il peut être démontré que la formation a été complètement suivie, et que les participants peuvent être identifiés de manière unique à l'aide de leur numéro de registre national.
  L'activité compte comme formation permanente pour le nombre d'heures de cours suivis ou d'échange de connaissances.
  Pour être éligible en tant que formation permanente, l'expert énergétique peut suivre plusieurs formations sur le même thème, à condition qu'il s'agisse de formations différentes et uniques. La formation peut également être prise en compte pour la formation permanente d'architecte ou d'autres professions.
  Art. 3/3. Pendant l'année calendaire 2017, l'expert énergétique suit au minimum 6 heures de formation permanente à contenu obligatoire relative aux modifications apportées au champs d'application des PEB pour ce qui est de l'achat et de la vente de résidences existantes et des modifications apportées au protocole d'inspection bâtiments résidentiels et au logiciel de certification bâtiments résidentiels.
  Au cours de l'année 2017, la formation à réaliser librement n'est pas obligatoire.
  Les modifications apportées au protocole d'inspection sont expliquées au préalable par la " Vlaams Energieagentschap " par le biais d'une concertation à laquelle participent obligatoirement les instituts de formation agréés. L'expert énergétique doit être en mesure d'appliquer les modifications du protocole d'inspection à des exemples de pratiques. ".
  Art. 3/4. Pour les experts énergétiques de type A qui donnent des formations dans un institut de formation agréé, les activités suivantes entrent en ligne de compte pour la formation permanente :
  1° suivre une session " train-the-trainer ", visée à l'article 2/2, pour être admissible à l'enseignement de d'enseigner la formation permanente à contenu obligatoire, visée à l'article 3/1, alinéa 2. La session " train-the-trainer " remplace dans ce cas la formation permanente à contenu obligatoire visée à l'article 3/1 ;
  2° l'enseignement de subdivisions d'apprentissage dans la formation de base d'expert énergétique de type A, telle que décrite dans l'arrêté ministériel relatif aux formations pour expert énergétique de type A et B, ou d'une session de " train-the-trainer " afin d'être admissible à l'enseignement de la formation à contenu obligatoire, visée a l'article 3/1, alinéa deux, ou d'autres formations organisées par des instituts de formation agréés pour l'article 3/2, 1° ou 3°.
  Enseigner et/ou suivre une session " train-the-trainer " n'entre qu'une seule fois par cours unique en ligne de compte comme formation permanente.
  Art. 3/5. L'expert énergétique de type A a le droit de reporter une seule fois son surplus d'heures de formation permanente à réaliser librement sur l'année calendaire suivante pour ce qui est des heures de formation permanente l à réaliser librement.
  CHAPITRE III/2. - Agrément des instituts de formation pour la formation permanente
  Art. 3/6. Pour être agréé par la " Vlaams Energieagentschap " comme institut de formation pour la formation permanente, ledit institut de formation doit répondre au moins aux conditions suivantes :
  1° disposer de formateurs qui possèdent une connaissance de la réglementation en matière de certificat de performance énergétique et qui sont chargés de la concrétisation du contenu de la formation permanente ;
  2° disposer d'un système de traitement des plaintes et d'un système d'évaluation de la formation permanente. La demande intègre une description et des informations succinctes concernant l'approche ;
  3° disposer d'un plan d'approche en ce qui concerne l'organisation d'une offre de formation permanente pour experts énergétiques.
  Art. 3/7. Au moins le responsable de la formation permanente, conformément à l'article 3/2, 1°, 3° et 4° et à l'article 3/1, alinéa deux, ou un des formateurs de l'institut de formation, tel que mentionné dans la demande, participe, à la demande de la " Vlaams Energieagentschap ", à une concertation spécifique relative à la formation permanente.
  Chaque année, tous les formateurs suivent les sessions train-the-trainer de la formation permanente à contenu obligatoire ou ils suivent les parties pertinentes de la formation permanente à contenu obligatoire pour les experts énergétiques de type A, comme indiqué à l'article 8.1.1/2 de l'arrêté relatif à l'Energie du 19 novembre 2010. "
  Art. 3/8. L'institut de formation pour la formation permanente doit adopter une position indépendante par rapport aux fabricants et aux installateurs. Concrètement, cela implique au moins ce qui suit :
  1° l'institut de formation n'est pas actif en tant que producteur, distributeur ou installateur de matériaux, de produits ou de techniques qui ont un impact sur (le calcul de) la performance énergétique et le climat intérieur d'un bâtiment ;
  2° l'institut de formation s'abstient de l'organisation d'une formation permanente qui est uniquement axée sur la promotion de marques et ne formule pas de propositions commerciales relatives à la performance énergétique et au climat intérieur de bâtiments.
  Art. 3/9. Un institut de formation agréé pour des activités de formation permanente :
  1° transmet, au plus tard quatorze jours avant le début de l'activité de formation permanente conformément à l'article 3/2, 1°, et à l'article 3/1, alinéa deux, les données suivantes à la " Vlaams Energieagentschap " :
  a) le programme détaillé de la formation prévue ;
  b) l'identité du (des) formateur(s) ;
  c) le lieu et la date de la formation prévue ;
  d) le nombre d'heures effectivement consacrées à la formation ;
  2° transmet, au plus tard quatorze jours avant le début de l'activité de formation permanente conformément à l'article 3/2, 3°, les données suivantes à la " Vlaams Energieagentschap " :
  a) les sujets qui seront discutés par les groupes de travail ;
  b) l'identité de l'accompagnateur (des accompagnateurs) ;
  c) le lieu et la date de la formation prévue ;
  d) le nombre d'heures effectivement consacrées à la formation ;
  3° transmet, au plus tard quatorze jours avant le début de l'activité de formation permanente conformément à l'article 3/2, alinéa deux, 4°, les données suivantes à la " Vlaams Energieagentschap " :
  a) le programme détaillé de la formation prévue ;
  b) l'identité du (des) formateur(s) ayant établi le matériel didactique ;
  c) le système d'environnement d'éducation numérique ;
  d) le nombre d'heures effectivement consacrées à l'e-learning ;
  4° transmet, dans les 14 jours calendaires suivant l'activité de formation permanente, les données des participants présents (nom, code PE, numéro de registre national) et des formateurs (nom, numéro de registre national et code PE si le formateur est également l'expert énergétique) et le nombre d'heures de formation effectivement suivies auprès de la " Vlaams Energieagentschap ", le mode de transmission étant déterminé par arrêté du chef de l'agence ;
  5° transmet les rapports des groupes de travail à la " Vlaams Energieagentschap " tous les trois mois ;
  6° admet un collaborateur de la " Vlaams Energieagentschap " gratuitement à chaque activité de formation permanente ;
  7° sonde ses participants au moins sur base annuelle sur les sujets les plus pertinents pour le recyclage futur, visé à l'article 3/2, 1°, 3° et 4° ;
  8° fournit, à la demande de la " Vlaams Energieagentschap ", l'accès à et des informations sur l'expertise des formateurs et accompagnateurs, ainsi qu'un exemplaire numérique ou analogue du matériel didactique utilisé pour formations conformément à l'article 3/2, alinéa premier, 1°, 3° et 4°, et à l'article 3/1 ;
  9° suit les instructions de la part de la " Vlaams Energieagentschap " en ce qui concerne la formation permanente (matériel didactique, formateurs, accompagnateurs, approche des groupes de travail, ...) et adapte, si nécessaire, les formateurs, le contenu et la forme de la formation, les groupes de travail ou l'accompagnement. ".
Art. 5. In hetzelfde ministerieel besluit wordt het hoofdstuk VII/1, bestaande uit artikel 7/1, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 9 september 2016, vernummerd als hoofdstuk VI/1.
Art. 5. Dans le même arrêté ministériel, le chapitre VII/1, comprenant l'article 7/1, inséré à l'arrêté ministériel du 9 septembre 2016, est numéroté comme le chapitre VI/1.
Art. 6. In hetzelfde ministerieel besluit wordt een hoofdstuk VII/1, bestaande uit artikel 8/1 en 8/2, ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "HOOFDSTUK VII/1. - Overgangsbepalingen
  Art. 8/1. In afwijking van hoofdstuk III/2 komen vormingen die gegeven zijn vanaf 1 januari 2017 maar alvorens de vormingsinstelling een erkenning vermeld in hoofdstuk III/2 verkreeg, in aanmerking als permanente vorming voor energiedeskundigen type A, vermeld in 3/2, eerste lid, 1°, 3° en 4° of artikel 3/3, op voorwaarde dat:
  1° deze vormingen voldoen aan de voorwaarden beschreven in hoofdstuk III/1;
  2° de vormingsinstelling op het moment van het geven van de opleiding voldeed aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3/6, 1° en artikel 3/8;
  3° de vormingsinstelling die de opleiding verstrekte uiterlijk tegen 1 juli 2017 een erkenning, bedoeld in artikel 3/6 heeft verkregen.
  Elke vormingsinstelling, vermeld in het eerste lid, bezorgt binnen de maand na de betekening van het Vlaams Energieagentschap houdende de verlening van de erkenning, de gegevens van de deelnemers die aanwezig waren op de opleidingen, vermeld in het eerste lid (naam, voornaam en Rijksregisternummer) en het effectief aantal gevolgde vormingsuren aan het Vlaams Energieagentschap, waarbij de wijze van het doorsturen wordt bepaald bij besluit van het hoofd van het agentschap.
  Art. 8/2. Onverminderd artikel 3/4 komt voor energiedeskundigen type A die opleidingen of vorming geven bij een erkende opleidingsinstelling een in 2016 gevolgde train-de-trainer-sessie in aanmerking voor de wat het kalenderjaar 2017 betreft te volgen permanente vorming met verplichte inhoud, vermeld in artikel 3/3, eerste lid.".
Art. 6. Dans le même arrêté ministériel, il est inséré un chapitre VII/1, comprenant l'article 8/1 et 8/2, rédigé comme suit :
  " CHAPITRE VII/1. - Dispositions transitoires
  Art. 8/1. Par dérogation au chapitre III/2, les formations qui sont données à partir du 1er janvier 2017 mais avant que l'institut de formation n'ait obtenu l'agrément visé au chapitre III/2, sont éligibles comme formation permanente pour expert énergétique de type A, visée à l'article 3/2, alinéa premier, 1°, 3° et 4°, ou à l'article 3/3, à condition que :
  1° ces formations répondent aux conditions décrites au chapitre III/1 ;
  2° l'institut de formation remplisse les conditions visées à l'article 3/6, 1° et à l'article 3/8, au moment de la formation ;
  3° l'institut de formation qui a fourni la formation ait obtenu au plus tard le 1er juillet 2017 un agrément visé à l'article 3/6.
  Chaque institut de formation visé à l'alinéa premier transmet, dans le mois suivant la notification de la " Vlaams energieagentschap " portant l'octroi de l'agrément, les données des participants qui étaient présents aux formations, visées à l'alinéa deux, (nom, prénom, numéro de registre national) et le nombre d'heures de formation effectivement suivies à la " Vlaams energieagentschap ", le mode de communication étant déterminé par arrêté du chef de l'agence.
  Art. 8/2. Sans préjudice de l'article 3/4 une session de train-the-trainer suivie en 2016 entre en ligne de compte pour les experts énergétiques de type A ayant donné des formations dans un institut de formation agréé, pour ce qui est de la formation permanente à contenu obligatoire à suivre relative à l'année calendaire 2017, visée à l'article 3/3, alinéa premier. ".
Art. 7. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de maand van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 7. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois suivant le mois de sa publication au Moniteur belge.