Artikel 1. Aan artikel I 2 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 maart 2015, wordt een punt 28° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"28° beveiligde zending : een van de volgende betekeningswijzen :
a) een aangetekende brief;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs."
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
27 JANUARI 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de dienstreizen en andere bepalingen
Titre
27 JANVIER 2017. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant le statut du personnel flamand du 13 janvier 2006, en ce qui concerne les voyages de service et autres dispositions
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (60)
Texte (60)
Article 1er. A l'article I 2 du statut du personnel flamand du 13 janvier 2006, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 mars 2015, il est ajouté un point 28° rédigé comme suit :
" 28° envoi sécurisé : un des modes de signification suivants :
a) une lettre recommandée ;
b) une remise contre récépissé. "
" 28° envoi sécurisé : un des modes de signification suivants :
a) une lettre recommandée ;
b) une remise contre récépissé. "
Art. 2. In artikel I 4, § 3, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014, wordt de datum "1 april 2017" vervangen door de datum "1 april 2018".
Art. 2. Dans l'article I 4, alinéa 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2014, la date " 1er avril 2017 " est remplacée par la date " 1er avril 2018 ".
Art. 3. In artikel I 4bis, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014, wordt de datum "31 december 2016" vervangen door de datum "31 december 2017".
Art. 3. Dans l'article I 4bis, alinéa 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2014, la date " 31 décembre 2016 " est remplacée par la date " 31 décembre 2017 ".
Art. 4. Aan artikel I 4 quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014, wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"De termijnen, vermeld in dit artikel, worden opgeschort in de maand augustus en tussen Kerstmis en Nieuwjaar.".
"De termijnen, vermeld in dit artikel, worden opgeschort in de maand augustus en tussen Kerstmis en Nieuwjaar.".
Art. 4. A l'article I 4quater du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2014, il est ajouté un alinéa 5 ainsi rédigé :
" Les délais fixés au présent article sont suspendus au mois d'août et entre Noël et le Nouvel An. ".
" Les délais fixés au présent article sont suspendus au mois d'août et entre Noël et le Nouvel An. ".
Art. 5. In artikel I 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, 23 mei 2008, 29 mei 2009, 4 december 2009, 29 april 2011, 1 juli 2011, 21 februari 2014, 14 maart 2014 en 24 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
"1° via de interne arbeidsmarkt, waarbij gekozen wordt voor horizontale mobiliteit en/of bevordering;"
2° in paragraaf 4, zevende lid, wordt het woord "Emancipatiezaken" vervangen door het woord "Diversiteitsbeleid";
3° aan paragraaf 4 wordt een achtste lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"In afwijking van paragraaf 2, negende lid, kan aan een contractueel personeelslid met een arbeidshandicap dat recht heeft op een langdurige loonkostensubsidie en dat tewerkgesteld is met een contract van bepaalde duur, toch een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur aangeboden worden als hij in dienst is genomen met een contract waarvoor conform artikel III 2, 2°, geen vergelijkende selectie met een objectief wervingssysteem vereist is.".
1° in paragraaf 1 wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
"1° via de interne arbeidsmarkt, waarbij gekozen wordt voor horizontale mobiliteit en/of bevordering;"
2° in paragraaf 4, zevende lid, wordt het woord "Emancipatiezaken" vervangen door het woord "Diversiteitsbeleid";
3° aan paragraaf 4 wordt een achtste lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"In afwijking van paragraaf 2, negende lid, kan aan een contractueel personeelslid met een arbeidshandicap dat recht heeft op een langdurige loonkostensubsidie en dat tewerkgesteld is met een contract van bepaalde duur, toch een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur aangeboden worden als hij in dienst is genomen met een contract waarvoor conform artikel III 2, 2°, geen vergelijkende selectie met een objectief wervingssysteem vereist is.".
Art. 5. A l'article I 5 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 mars 2007, 23 mai 2008, 29 mai 2009, 4 décembre 2009, 29 avril 2011, 1er juillet 2011, 21 février 2014, 14 mars 2014 et 24 juin 2016, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° en faisant appel au marché interne de l'emploi, tout en optant pour la mobilité horizontale et/ou la promotion ; "
2° au paragraphe 4, alinéa 7, les mots " le service d'Emancipation " sont remplacés par les mots " le Service de la Politique de diversité ".
3° au paragraphe 4, il est ajouté un alinéa 8 rédigé comme suit :
" Par dérogation au paragraphe 2, alinéa 9, un contrat de travail à durée indéterminée peut toutefois être proposé à un membre du personnel contractuel atteint d'un handicap à l'emploi qui a droit à une subvention salariale de longue durée et qui est occupé par un contrat à durée déterminée, lorsqu'il est engagé dans les liens d'un contrat pour lequel, conformément à l'article XIII 2, 2° une sélection comparative par un système de recrutement objectif n'est pas requise. ".
1° dans le paragraphe 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° en faisant appel au marché interne de l'emploi, tout en optant pour la mobilité horizontale et/ou la promotion ; "
2° au paragraphe 4, alinéa 7, les mots " le service d'Emancipation " sont remplacés par les mots " le Service de la Politique de diversité ".
3° au paragraphe 4, il est ajouté un alinéa 8 rédigé comme suit :
" Par dérogation au paragraphe 2, alinéa 9, un contrat de travail à durée indéterminée peut toutefois être proposé à un membre du personnel contractuel atteint d'un handicap à l'emploi qui a droit à une subvention salariale de longue durée et qui est occupé par un contrat à durée déterminée, lorsqu'il est engagé dans les liens d'un contrat pour lequel, conformément à l'article XIII 2, 2° une sélection comparative par un système de recrutement objectif n'est pas requise. ".
Art. 6. In artikel I 5bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2013 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt :
" § 1. De selector kan, na toestemming van de kandidaat, in overleg met de indienstnemende of benoemende overheid of de lijnmanager, en rekening houdend met de vergelijkbaarheid van de testen en testresultaten, beslissen om bepaalde competenties en/of andere vereisten die overeenkomstig het selectiereglement nodig zijn voor de functie, niet opnieuw te testen bij een kandidaat als uit een eerdere selectieprocedure die niet ouder is dan zeven jaar, resultaten beschikbaar zijn waardoor de kandidaat op die competenties of vereisten beoordeeld kan worden, ongeacht voor welke graad of functie en voor welke soort procedure de vorige test is afgenomen.
De selector bepaalt aan welke selectieonderdelen de kandidaat nog moet deelnemen om het geheel van de competenties en andere vereisten die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor de functie, te kunnen beoordelen.".
" § 1. De selector kan, na toestemming van de kandidaat, in overleg met de indienstnemende of benoemende overheid of de lijnmanager, en rekening houdend met de vergelijkbaarheid van de testen en testresultaten, beslissen om bepaalde competenties en/of andere vereisten die overeenkomstig het selectiereglement nodig zijn voor de functie, niet opnieuw te testen bij een kandidaat als uit een eerdere selectieprocedure die niet ouder is dan zeven jaar, resultaten beschikbaar zijn waardoor de kandidaat op die competenties of vereisten beoordeeld kan worden, ongeacht voor welke graad of functie en voor welke soort procedure de vorige test is afgenomen.
De selector bepaalt aan welke selectieonderdelen de kandidaat nog moet deelnemen om het geheel van de competenties en andere vereisten die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor de functie, te kunnen beoordelen.".
Art. 6. A l'article I 5bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er février 2013 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016, le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Moyennant le consentement du candidat, le sélecteur peut, de concert avec l'autorité de recrutement ou ayant pouvoir de nomination ou le manager de ligne, et tenant compte de la comparabilité des épreuves et des résultats d'épreuve, décider de ne pas soumettre un candidat à de nouvelles épreuves pour certaines compétences et/ou autres exigences requises pour la fonction conformément au règlement de sélection, s'il s'avère des résultats disponibles d'une procédure de sélection antérieure ne remontant pas à plus de sept ans par lesquels le candidat peut être évalué sur ces compétences ou ces exigences, quel que soit le grade ou la fonction et le type de procédure pour lequel l'épreuve précédente avait été passée.
Le sélecteur détermine les composantes de la sélection auxquelles le candidat doit encore participer pour pouvoir évaluer l'ensemble des compétences et autres exigences requises pour la fonction conformément à la description de fonction. ".
" § 1er. Moyennant le consentement du candidat, le sélecteur peut, de concert avec l'autorité de recrutement ou ayant pouvoir de nomination ou le manager de ligne, et tenant compte de la comparabilité des épreuves et des résultats d'épreuve, décider de ne pas soumettre un candidat à de nouvelles épreuves pour certaines compétences et/ou autres exigences requises pour la fonction conformément au règlement de sélection, s'il s'avère des résultats disponibles d'une procédure de sélection antérieure ne remontant pas à plus de sept ans par lesquels le candidat peut être évalué sur ces compétences ou ces exigences, quel que soit le grade ou la fonction et le type de procédure pour lequel l'épreuve précédente avait été passée.
Le sélecteur détermine les composantes de la sélection auxquelles le candidat doit encore participer pour pouvoir évaluer l'ensemble des compétences et autres exigences requises pour la fonction conformément à la description de fonction. ".
Art. 7. Artikel I 14septies, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014, wordt vervangen door wat volgt :
§ 1. De beroepscommissie Functieclassificatie stelt een huishoudelijk reglement vast, dat ten minste de procedureregels en de praktische werking bepaalt.
§ 2. Aan de voorzitters van de beroepscommissie Functieclassificatie wordt een presentiegeld van 150 euro per zitting van een halve dag toegekend. Dat presentiegeld volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.
§ 3. De voorzitters en de leden van de overheid en van de vakorganisaties ontvangen een reis- en maaltijdvergoeding overeenkomstig de regeling die van toepassing is voor de ambtenaar van de diensten van de Vlaamse overheid.
In afwijking van het eerste lid ontvangen de voorzitters als vergoeding voor hun reiskosten een treinbiljet eerste klasse heen en terug of de tegenwaarde ervan.
§ 4. De regeling voor de voorzitters, vermeld in paragraaf 2 en 3, geldt ook voor extra vergaderingen van de voorzitters met het oog op de operationalisering van de beroepscommissie Functieclassificatie.".
§ 1. De beroepscommissie Functieclassificatie stelt een huishoudelijk reglement vast, dat ten minste de procedureregels en de praktische werking bepaalt.
§ 2. Aan de voorzitters van de beroepscommissie Functieclassificatie wordt een presentiegeld van 150 euro per zitting van een halve dag toegekend. Dat presentiegeld volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.
§ 3. De voorzitters en de leden van de overheid en van de vakorganisaties ontvangen een reis- en maaltijdvergoeding overeenkomstig de regeling die van toepassing is voor de ambtenaar van de diensten van de Vlaamse overheid.
In afwijking van het eerste lid ontvangen de voorzitters als vergoeding voor hun reiskosten een treinbiljet eerste klasse heen en terug of de tegenwaarde ervan.
§ 4. De regeling voor de voorzitters, vermeld in paragraaf 2 en 3, geldt ook voor extra vergaderingen van de voorzitters met het oog op de operationalisering van de beroepscommissie Functieclassificatie.".
Art. 7. L'article I 14septies du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2014, est remplacé par ce qui suit :
§ 1er. La commission de recours Classification des Fonctions établit un règlement d'ordre intérieur, qui stipule au moins les règles de procédure et le fonctionnement pratique.
§ 2. Il est accordé aux présidents de la commission de recours Classification des Fonctions des jetons de présence de 150 euros par séance d'une demi-journée. Ces jetons de présence suivent l'évolution de l'indice de santé, conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, telle que modifiée par l'arrêté royal n° 178 du 30 décembre 1982 et sans préjudice de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays.
§ 3. Les présidents et membres de l'autorité et des organisations syndicales bénéficient d'une indemnité pour les frais de parcours et de repas conformément au régime applicable aux fonctionnaires des services des autorités flamandes.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les présidents reçoivent comme indemnité pour frais de parcours un billet de train gratuit, en première classe, aller-retour ou sa contrevaleur.
§ 4. La règlementation pour les présidents visés aux paragraphes 2 et 3 est également applicable aux réunions supplémentaires des présidents en vue de l'opérationnalisation de la commission de recours Classification des Fonctions. ".
§ 1er. La commission de recours Classification des Fonctions établit un règlement d'ordre intérieur, qui stipule au moins les règles de procédure et le fonctionnement pratique.
§ 2. Il est accordé aux présidents de la commission de recours Classification des Fonctions des jetons de présence de 150 euros par séance d'une demi-journée. Ces jetons de présence suivent l'évolution de l'indice de santé, conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, telle que modifiée par l'arrêté royal n° 178 du 30 décembre 1982 et sans préjudice de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays.
§ 3. Les présidents et membres de l'autorité et des organisations syndicales bénéficient d'une indemnité pour les frais de parcours et de repas conformément au régime applicable aux fonctionnaires des services des autorités flamandes.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les présidents reçoivent comme indemnité pour frais de parcours un billet de train gratuit, en première classe, aller-retour ou sa contrevaleur.
§ 4. La règlementation pour les présidents visés aux paragraphes 2 et 3 est également applicable aux réunions supplémentaires des présidents en vue de l'opérationnalisation de la commission de recours Classification des Fonctions. ".
Art. 8. In artikel III 1, § 1 van hetzelfde besluit wordt punt 3° opgeheven.
Art. 8. Dans l'article III 1, § 1er du même arrêté, le point 3° est abrogé.
Art. 9. In artikel V 13, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste en tweede lid worden de woorden "de beheersovereenkomst of de managementovereenkomst" vervangen door de woorden "het ondernemingsplan";
2° in het tweede lid wordt tussen de woorden "op rust gesteld worden" en de zinsnede ", worden met hun akkoord" de zinsnede "of waarvan het mandaat eindigt door de redenen, vermeld in artikel V 14, 2° tot en met 6° " ingevoegd.
1° in het eerste en tweede lid worden de woorden "de beheersovereenkomst of de managementovereenkomst" vervangen door de woorden "het ondernemingsplan";
2° in het tweede lid wordt tussen de woorden "op rust gesteld worden" en de zinsnede ", worden met hun akkoord" de zinsnede "of waarvan het mandaat eindigt door de redenen, vermeld in artikel V 14, 2° tot en met 6° " ingevoegd.
Art. 9. A l'article V 13, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2014, sont apportées les modifications suivantes :
1° aux alinéas 1er et 2, les mots " du contrat de gestion ou du contrat de management " sont remplacés par les mots " du plan d'entreprise " ;
2° dans l'alinéa 2, le membre de phrase " ou dont le mandat prend fin pour les raisons visées à l'article V 14, 2° à 6° " est inséré entre les mots " ou sont mis à la retraite " et le membre de phrase " , sont encore évalués avec leur accord ".
1° aux alinéas 1er et 2, les mots " du contrat de gestion ou du contrat de management " sont remplacés par les mots " du plan d'entreprise " ;
2° dans l'alinéa 2, le membre de phrase " ou dont le mandat prend fin pour les raisons visées à l'article V 14, 2° à 6° " est inséré entre les mots " ou sont mis à la retraite " et le membre de phrase " , sont encore évalués avec leur accord ".
Art. 10. In artikel V 42, § 4, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014 en 24 juni 2016, wordt de zinsnede "die over de competenties voor de functie van N-1 niveau beschikken" vervangen door de zinsnede "die met toepassing van artikel V 53 over een vrijstelling beschikken voor de externe potentieelinschatting of de eindbeoordeling van de generieke competenties voor een N-1 functie, of die minder dan zeven jaar geleden geslaagd zijn voor de externe potentieelinschatting voor een N-1 functie".
Art. 10. Dans l'article V 42, § 4, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006 et modifié par les arrêtes du Gouvernement flamand des 3 octobre 2014 et 24 juin 2016, le membre de phrase " disposant des compétences requises pour la fonction du niveau N-1 " est remplacé par le membre de phrase " disposant, par application de l'article V 53, d'une dispense de l'appréciation externe du potentiel ou de l'évaluation finale des compétences génériques pour une fonction du niveau N-1, ou qui ont réussi il y a moins de sept ans, l'appréciation externe du potentiel pour une fonction du niveau N-1 ".
Art. 11. In artikel V 48 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 24 juni 2016, worden de woorden "op (datum goedkeuring wijziging artikel)" telkens vervangen door de woorden "op 30 juni 2016".
Art. 11. A l'article V 48 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016, les mots " au (date d'approbation de la modification de l'article) " sont remplacés par les mots " au 30 juin 2016 ".
Art. 12. In artikel V 52 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 24 juni 2016, worden de woorden "op (datum goedkeuring wijziging artikel)" telkens vervangen door de woorden "op 30 juni 2016".
Art. 12. A l'article V 52 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016, les mots " au (date d'approbation de la modification de l'article) " sont remplacés par les mots " au 30 juin 2016 ".
Art. 13. In artikel V 53 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 24 juni 2016, worden de woorden "op (datum goedkeuring wijziging artikel)" telkens vervangen door de woorden "op 30 juni 2016".
Art. 13. A l'article V 53 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016, les mots " au (date d'approbation de la modification de l'article) " sont remplacés par les mots " au 30 juin 2016 ".
Art. 14. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016, worden een artikel V 56septies en V 56octies ingevoegd, die luiden als volgt :
"Art. 5.56septies. Voor het personeelslid dat op 31 juli 2016 bij de entiteit Audit Vlaanderen als contractuele manager-auditor was tewerkgesteld, en na 1 augustus 2016 wordt aangesteld in de graad van afdelingshoofd, wordt de periode als contractuele manager-auditor aangerekend op de schaalanciënniteit.
Art. 5.56octies. Voor de ambtenaar die op 31 juli 2016 was aangewezen in een IT-mandaat van rang A2A, en na 1 augustus 2016 wordt aangesteld in de graad van afdelingshoofd, wordt de periode als IT-mandaathouder van rang A2A aangerekend op de schaalanciënniteit.".
"Art. 5.56septies. Voor het personeelslid dat op 31 juli 2016 bij de entiteit Audit Vlaanderen als contractuele manager-auditor was tewerkgesteld, en na 1 augustus 2016 wordt aangesteld in de graad van afdelingshoofd, wordt de periode als contractuele manager-auditor aangerekend op de schaalanciënniteit.
Art. 5.56octies. Voor de ambtenaar die op 31 juli 2016 was aangewezen in een IT-mandaat van rang A2A, en na 1 augustus 2016 wordt aangesteld in de graad van afdelingshoofd, wordt de periode als IT-mandaathouder van rang A2A aangerekend op de schaalanciënniteit.".
Art. 14. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016, sont insérés les articles V 56septies et V 56octies ainsi rédigés :
" Art. 5.56septies. Pour le membre du personnel, qui, au 31 juillet 2016, était occupé dans l'entité Audit Flandre comme manager-auditeur contractuel, et qui, après le 1er août 2016, est désigné au grade de chef de division, la période de manager-auditeur contractuel est imputée sur l'ancienneté barémique.
Art. 5.56octies. Pour le fonctionnaire qui, au 31 juillet 2016, était désigné à un mandat TI du rang A2A, et qui, après le 1er août 2016, est désigné au grade de chef de division, la période comme titulaire du mandat TI du rang A2A est imputée sur l'ancienneté barémique. ".
" Art. 5.56septies. Pour le membre du personnel, qui, au 31 juillet 2016, était occupé dans l'entité Audit Flandre comme manager-auditeur contractuel, et qui, après le 1er août 2016, est désigné au grade de chef de division, la période de manager-auditeur contractuel est imputée sur l'ancienneté barémique.
Art. 5.56octies. Pour le fonctionnaire qui, au 31 juillet 2016, était désigné à un mandat TI du rang A2A, et qui, après le 1er août 2016, est désigné au grade de chef de division, la période comme titulaire du mandat TI du rang A2A est imputée sur l'ancienneté barémique. ".
Art. 15. In artikel VI 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016, wordt de zinsnede "VI 18, § 4," vervangen door de zinsnede "VI 18, § 2,".
Art. 15. Dans l'article VI 1, alinéa 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016, le membre de phrase " VI 18, § 4, " est remplacé par le membre de phrase " VI 18, § 2, ".
Art. 16. In artikel VI 17 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009, worden de woorden "of deel VI, titel 5, hoofdstuk 4" geschrapt.
Art. 16. A l'article VI 17 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 mai 2009, les mots " ou la partie VI, titre 5, chapitre 4 " sont supprimés.
Art. 17. In artikel VI 27 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009, worden de woorden "in het andere niveau" en "of deel VI, titel 5, hoofdstuk 4" geschrapt.
Art. 17. A l'article VI 27 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 mai 2009, les mots " au niveau supérieur " et " ou la Partie VI, Titre 5, Chapitre 4 " sont supprimés.
Art. 18. In artikel VI 37 ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 2015, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 18. A l'article VI 37 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 juillet 2015, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 19. Aan artikel VI 73, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Artikel V 42, § 2, is van toepassing op de houder van een IT-mandaat van rang A2A.".
"Artikel V 42, § 2, is van toepassing op de houder van een IT-mandaat van rang A2A.".
Art. 19. A l'article VI 73, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, il est ajouté un alinéa 2 ainsi rédigé :
" L'article V 42, § 2, est d'application au titulaire d'un mandat TI du rang A2A. ".
" L'article V 42, § 2, est d'application au titulaire d'un mandat TI du rang A2A. ".
Art. 20. Aan artikel VI 91 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 januari 2014, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Artikel V 42, § 2, is van toepassing op de houder van een mandaat van preventieadviseur-coördinator.".
"Artikel V 42, § 2, is van toepassing op de houder van een mandaat van preventieadviseur-coördinator.".
Art. 20. A l'article VI 91 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 janvier 2014, il est ajouté un alinéa 2 ainsi rédigé :
" L'article V 42, § 2, est d'application au titulaire d'un mandat de conseiller en prévention-coordinateur. ".
" L'article V 42, § 2, est d'application au titulaire d'un mandat de conseiller en prévention-coordinateur. ".
Art. 21. In artikel VI 103, § 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
Art. 21. Dans l'article VI 103, § 3, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, les mots " par lettre recommandée, " sont remplacés par les mots " par envoi sécurisé ".
Art. 22. In artikel VI 129, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt de zinsnede ", op voorwaarde dat hij slaagt voor de eerstvolgende test met betrekking tot de potentieelinschatting" opgeheven.
Art. 22. Dans l'article VI 129, alinéa 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, le syntagme " , à condition qu'il réussisse le test prochain quant à l'appréciation du potentiel. " est abrogé.
Art. 23. In artikel VI 149 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 december 2011 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt de zin "Het voordeel van het slagen voor het overgangsexamen naar niveau A blijft alleen behouden als de ambtenaar slaagt voor de eerstvolgende potentieelinschatting niveau A." opgeheven;
2° in paragraaf 2 wordt de zin "Het voordeel van het slagen voor het overgangsexamen naar niveau A blijft alleen behouden als de ambtenaar slaagt voor de eerstvolgende potentieelinschatting niveau A." opgeheven.
1° in paragraaf 1 wordt de zin "Het voordeel van het slagen voor het overgangsexamen naar niveau A blijft alleen behouden als de ambtenaar slaagt voor de eerstvolgende potentieelinschatting niveau A." opgeheven;
2° in paragraaf 2 wordt de zin "Het voordeel van het slagen voor het overgangsexamen naar niveau A blijft alleen behouden als de ambtenaar slaagt voor de eerstvolgende potentieelinschatting niveau A." opgeheven.
Art. 23. A l'article VI 149 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 décembre 2011 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, la phrase " Le bénéfice de la réussite du concours d'accession au niveau A ne reste conservé que lorsque le fonctionnaire réussit la prochaine évaluation du potentiel niveau A. " est supprimée ;
2° au paragraphe 2, la phrase " Le bénéfice de la réussite du concours d'accession au niveau A ne reste conservé que lorsque le fonctionnaire réussit la prochaine évaluation du potentiel niveau A. " est supprimée.
1° au paragraphe 1er, la phrase " Le bénéfice de la réussite du concours d'accession au niveau A ne reste conservé que lorsque le fonctionnaire réussit la prochaine évaluation du potentiel niveau A. " est supprimée ;
2° au paragraphe 2, la phrase " Le bénéfice de la réussite du concours d'accession au niveau A ne reste conservé que lorsque le fonctionnaire réussit la prochaine évaluation du potentiel niveau A. " est supprimée.
Art. 24. In artikel VI 149bis, § 1 en § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2015, wordt de zin "Het voordeel van het slagen voor het overgangsexamen naar niveau A blijft alleen behouden als de ambtenaar slaagt voor de eerstvolgende potentieelinschatting niveau A bij de Vlaamse overheid tenzij de ambtenaar bij de federale overheid minder dan zeven jaar geleden slaagde voor de generieke screening niveau A van Selor in het kader van een bevorderingsprocedure." opgeheven.
Art. 24. Dans l'article VI 149bis, § § 1er et 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 2015, la phrase " Le bénéfice de la réussite du concours d'accession au niveau A ne reste conservé que lorsque le fonctionnaire réussit la prochaine évaluation du potentiel niveau A auprès de l'Autorité flamande, à moins que le fonctionnaire n'ait réussi auprès de l'autorité fédérale, il y a moins de sept ans, un screening générique de niveau A de SELOR dans le cadre d'une procédure de promotion. " est supprimée.
Art. 25. Aan artikel VI 160 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016, worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "voor 1 juli 2016" worden telkens vervangen door de woorden "op 30 juni 2016";
2° een vierde lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Wie meedingt naar een betrekking via een procedure als vermeld in deel VI van dit besluit, wordt, als hij geslaagd was voor een overgangsexamen naar het hogere niveau op 30 juni 2016 of op een latere datum in toepassing van de artikelen VI 129, VI 149 of VI 149bis, niet getest voor de competenties die getest zijn in het generieke gedeelte van het overgangsexamen. De vrijstelling geldt voor de resterende duur van de geldigheid van de werfreserve, behalve bij een onvoldoende.".
1° de woorden "voor 1 juli 2016" worden telkens vervangen door de woorden "op 30 juni 2016";
2° een vierde lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Wie meedingt naar een betrekking via een procedure als vermeld in deel VI van dit besluit, wordt, als hij geslaagd was voor een overgangsexamen naar het hogere niveau op 30 juni 2016 of op een latere datum in toepassing van de artikelen VI 129, VI 149 of VI 149bis, niet getest voor de competenties die getest zijn in het generieke gedeelte van het overgangsexamen. De vrijstelling geldt voor de resterende duur van de geldigheid van de werfreserve, behalve bij een onvoldoende.".
Art. 25. A l'article VI 160 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " au 1er juillet 2016 " sont chaque fois remplacés par les mots " au 30 juin 2016 " ;
2° il est ajouté un alinéa 4 rédigé comme suit :
" La personne qui sollicite un emploi via une procédure telle que visée à la partie VI du présent arrêté, ne doit pas subir, lorsqu'elle était lauréate d'un concours d'accession au niveau supérieur au 30 juin 2016 ou à une date ultérieure en application des articles VI 129, VI 149 ou VI 149bis, une épreuve de validation des compétences ayant déjà fait l'objet d'une épreuve dans la partie générique du concours d'accession au niveau supérieur. La dispense vaut pour la durée restante de la validité de la réserve de recrutement, sauf en cas d'une note insuffisante. ".
1° les mots " au 1er juillet 2016 " sont chaque fois remplacés par les mots " au 30 juin 2016 " ;
2° il est ajouté un alinéa 4 rédigé comme suit :
" La personne qui sollicite un emploi via une procédure telle que visée à la partie VI du présent arrêté, ne doit pas subir, lorsqu'elle était lauréate d'un concours d'accession au niveau supérieur au 30 juin 2016 ou à une date ultérieure en application des articles VI 129, VI 149 ou VI 149bis, une épreuve de validation des compétences ayant déjà fait l'objet d'une épreuve dans la partie générique du concours d'accession au niveau supérieur. La dispense vaut pour la durée restante de la validité de la réserve de recrutement, sauf en cas d'une note insuffisante. ".
Art. 26. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016, wordt een artikel VI 163 ingevoegd dat luidt als volgt :
"Art. 6.163. Langdurige verloven die voor 1 februari 2017 toegekend werden aan de houder van een IT-mandaat van rang A2A of de houder van een mandaat van preventieadviseur-coördinator, blijven verder lopen tot aan de goedgekeurde einddatum."
"Art. 6.163. Langdurige verloven die voor 1 februari 2017 toegekend werden aan de houder van een IT-mandaat van rang A2A of de houder van een mandaat van preventieadviseur-coördinator, blijven verder lopen tot aan de goedgekeurde einddatum."
Art. 26. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016, il est inséré un article VI 163 qui s'énonce comme suit :
" Art. 6.163. Les congés de longue durée accordés avant le 1er février 2017 au titulaire d'un mandat IT du rang A2A ou au titulaire d'un mandat de conseiller en prévention-coordinateur, continuent à courir jusqu'à la date de fin approuvée. "
" Art. 6.163. Les congés de longue durée accordés avant le 1er février 2017 au titulaire d'un mandat IT du rang A2A ou au titulaire d'un mandat de conseiller en prévention-coordinateur, continuent à courir jusqu'à la date de fin approuvée. "
Art. 27. In artikel VII 2, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 27. Dans l'article VII 2, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 28. In artikel VII 8, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt de zinsnede "dat als bediende in dienst werd genomen en zijn proeftijd vervult, en voor een contractueel personeelslid" opgeheven.
Art. 28. Dans l'article VII 8, alinéa 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, le membre de phrase " ayant été engagé comme employé et accomplissant son stage, et pour le membre du personnel contractuel " sont abrogés.
Art. 29. In artikel VII 11 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. Als bij de indiensttreding niet onmiddellijk het juiste maandsalaris kan worden betaald, wordt als voorschot het beginsalaris betaald. Als het personeelslid op de laatste werkdag van de maand van de indiensttreding nog geen voorschot ontvangen heeft, ontvangt hij van rechtswege nalatigheidsintresten, berekend op het beginsalaris met ingang van het tijdstip waarop het eisbaar wordt.";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "de toelage voor het uitoefenen van een hoger ambt" vervangen door de woorden "de toelage voor tijdelijke functieverzwaring".
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. Als bij de indiensttreding niet onmiddellijk het juiste maandsalaris kan worden betaald, wordt als voorschot het beginsalaris betaald. Als het personeelslid op de laatste werkdag van de maand van de indiensttreding nog geen voorschot ontvangen heeft, ontvangt hij van rechtswege nalatigheidsintresten, berekend op het beginsalaris met ingang van het tijdstip waarop het eisbaar wordt.";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "de toelage voor het uitoefenen van een hoger ambt" vervangen door de woorden "de toelage voor tijdelijke functieverzwaring".
Art. 29. A l'article VII 11 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2008, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Lorsqu'au moment de l'entrée en service, il s'avère impossible de verser immédiatement le traitement mensuel exact, le traitement initial est payé comme avance. Lorsqu'au dernier jour ouvrable du mois d'entrée en service, le membre du personnel n'a toujours pas reçu d'avance, il touche d'office des intérêts de retard calculés sur le traitement initial à compter de la date à laquelle le paiement devient exigible. " ;
2° au paragraphe 3, les mots " l'allocation pour l'exercice de fonctions supérieures " sont remplacés par les mots " l'allocation en compensation d'une surcharge temporaire de la fonction ".
1° le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Lorsqu'au moment de l'entrée en service, il s'avère impossible de verser immédiatement le traitement mensuel exact, le traitement initial est payé comme avance. Lorsqu'au dernier jour ouvrable du mois d'entrée en service, le membre du personnel n'a toujours pas reçu d'avance, il touche d'office des intérêts de retard calculés sur le traitement initial à compter de la date à laquelle le paiement devient exigible. " ;
2° au paragraphe 3, les mots " l'allocation pour l'exercice de fonctions supérieures " sont remplacés par les mots " l'allocation en compensation d'une surcharge temporaire de la fonction ".
Art. 30. In de tabel van artikel VII 31 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016, wordt de zinsnede "de toelage hoger ambt," geschrapt.
Art. 30. Au tableau de l'article VII 31 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016, le membre de phrase " de l'allocation pour exercice de fonctions supérieures, " est supprimé.
Art. 31. In artikel VII 39 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008 en 29 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2 worden de woorden "de toelage voor het waarnemen van een hoger ambt" vervangen door de woorden "de toelage voor tijdelijke functieverzwaring";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "na de opruststelling of vrijwillige uitdiensttreding" opgeheven en wordt de zinsnede "V 13" vervangen door de zinsnede "V 13, § 1,".
1° in paragraaf 2 worden de woorden "de toelage voor het waarnemen van een hoger ambt" vervangen door de woorden "de toelage voor tijdelijke functieverzwaring";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "na de opruststelling of vrijwillige uitdiensttreding" opgeheven en wordt de zinsnede "V 13" vervangen door de zinsnede "V 13, § 1,".
Art. 31. A l'article VII 39 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 mai 2008 et 29 mai 2009, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 2, les mots " l'allocation pour l'exercice de fonctions supérieures " sont remplacés par les mots " l'allocation en compensation d'une surcharge temporaire de la fonction " ;
2° au paragraphe 3, les mots " après la mise à la retraite ou le départ volontaire " sont supprimés et le membre de phrase " tel que fixé aux articles IV 1, V 13 " est remplacé par le membre de phrase " telle que fixée aux articles IV 1, V 13, § 1er, ".
1° au paragraphe 2, les mots " l'allocation pour l'exercice de fonctions supérieures " sont remplacés par les mots " l'allocation en compensation d'une surcharge temporaire de la fonction " ;
2° au paragraphe 3, les mots " après la mise à la retraite ou le départ volontaire " sont supprimés et le membre de phrase " tel que fixé aux articles IV 1, V 13 " est remplacé par le membre de phrase " telle que fixée aux articles IV 1, V 13, § 1er, ".
Art. 32. In artikel VII 69, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden "aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
Art. 32. Dans l'article VII 69, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, les mots " par lettre recommandée, " sont remplacés par les mots " par envoi sécurisé ".
Art. 33. Aan deel VII, titel 2, hoofdstuk 3, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014, wordt een afdeling 22, die bestaat uit artikel VII 70 septies, toegevoegd, die luidt als volgt :
"Afdeling 22. - Risicotoelage voor personeelsleden van het team Mobiele Eenheid van het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht van de afdeling Justitiehuizen van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Art. 7.70septies. Aan personeelsleden van het team Mobiele Eenheid van het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht van de afdeling Justitiehuizen van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin wordt een toelage van 1150 euro (100%) per jaar toegekend.".
"Afdeling 22. - Risicotoelage voor personeelsleden van het team Mobiele Eenheid van het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht van de afdeling Justitiehuizen van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Art. 7.70septies. Aan personeelsleden van het team Mobiele Eenheid van het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht van de afdeling Justitiehuizen van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin wordt een toelage van 1150 euro (100%) per jaar toegekend.".
Art. 33. La partie VII, titre 2, chapitre 3, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2014, est complétée par une section 22, comprenant l'article VII 70septies ainsi rédigé :
" Section 22. - Prime de risque accordée aux personnels de l'équipe Unité mobile du Centre flamand de surveillance électronique de la Division des Maisons de Justice du Département du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille
Art. 7.70septies. Aux membres du personnel de l'équipe Unité mobile du Centre flamand de surveillance électronique de la Division des Maisons de Justice du Département du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille, il est octroyé une prime de 1150 euros (100%) par an. ".
" Section 22. - Prime de risque accordée aux personnels de l'équipe Unité mobile du Centre flamand de surveillance électronique de la Division des Maisons de Justice du Département du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille
Art. 7.70septies. Aux membres du personnel de l'équipe Unité mobile du Centre flamand de surveillance électronique de la Division des Maisons de Justice du Département du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille, il est octroyé une prime de 1150 euros (100%) par an. ".
Art. 34. In deel VII, titel 3, van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 2, dat bestaat uit artikel VII 75 tot en met VII 84, vervangen door wat volgt :
"Hoofdstuk 2. Vergoedingen voor binnenlandse dienstreizen
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 7.75. De kosten die een personeelslid heeft gemaakt in het kader van een binnenlandse dienstreis, worden terugbetaald onder de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk.
Art. 7.76. Een dienstreis is de verplaatsing van de woonplaats of de standplaats naar een bestemming die niet de vaste plaats van tewerkstelling is, en die het personeelslid maakt in opdracht van de lijnmanager.
De verplaatsing die een personeelslid maakt voor een medisch onderzoek, een vormingsactiviteit, voor het inkijken van zijn personeelsdossier indien de te consulteren documenten niet elektronisch kunnen geraadpleegd worden, voor het afleggen van een proef of examen of naar aanleiding van een arbeids(weg)ongeval, wordt gelijkgesteld met een dienstreis.
Art. 7.77. De lijnmanager beslist welk vervoermiddel functioneel en financieel het meest verantwoord is.
Art. 7.78. Het personeelslid dient binnen een termijn van vier maanden een kostenstaat in bij de lijnmanager.
Een volledig ingevulde kostenstaat, ingediend binnen een termijn van drie maanden, en die drie maand na de indiening nog niet werd betaald, wordt vanaf de vierde maand verhoogd met een intrest van 3% (op jaarbasis).
Art. 7.79. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de loodsen voor de prestaties die recht geven op de vergoeding, vermeld in artikel VII 88, noch op het scheepspersoneel voor de prestaties die recht geven op zeegeld als vermeld in artikel VII 65.
Afdeling 2. - Reiskosten
Art. 7.80. § 1. De lijnmanager kent de volgende forfaitaire vergoeding toe voor een dienstreis met eigen voertuig :
"Hoofdstuk 2. Vergoedingen voor binnenlandse dienstreizen
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 7.75. De kosten die een personeelslid heeft gemaakt in het kader van een binnenlandse dienstreis, worden terugbetaald onder de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk.
Art. 7.76. Een dienstreis is de verplaatsing van de woonplaats of de standplaats naar een bestemming die niet de vaste plaats van tewerkstelling is, en die het personeelslid maakt in opdracht van de lijnmanager.
De verplaatsing die een personeelslid maakt voor een medisch onderzoek, een vormingsactiviteit, voor het inkijken van zijn personeelsdossier indien de te consulteren documenten niet elektronisch kunnen geraadpleegd worden, voor het afleggen van een proef of examen of naar aanleiding van een arbeids(weg)ongeval, wordt gelijkgesteld met een dienstreis.
Art. 7.77. De lijnmanager beslist welk vervoermiddel functioneel en financieel het meest verantwoord is.
Art. 7.78. Het personeelslid dient binnen een termijn van vier maanden een kostenstaat in bij de lijnmanager.
Een volledig ingevulde kostenstaat, ingediend binnen een termijn van drie maanden, en die drie maand na de indiening nog niet werd betaald, wordt vanaf de vierde maand verhoogd met een intrest van 3% (op jaarbasis).
Art. 7.79. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de loodsen voor de prestaties die recht geven op de vergoeding, vermeld in artikel VII 88, noch op het scheepspersoneel voor de prestaties die recht geven op zeegeld als vermeld in artikel VII 65.
Afdeling 2. - Reiskosten
Art. 7.80. § 1. De lijnmanager kent de volgende forfaitaire vergoeding toe voor een dienstreis met eigen voertuig :
Art. 34. Dans la partie VII, titre 3, du même arrêté, le chapitre 2, comprenant les articles VII 75 à VII 84 est remplacé par les dispositions suivantes :
" Chapitre 2. - Indemnités octroyées pour des voyages de service à l'intérieur du pays
Section 1re. - Dispositions générales
Art. 7.75. Les frais encourus par un membre du personnel dans le cadre d'un voyage de service à l'intérieur du pays sont remboursés aux conditions visées au présent chapitre.
Art. 7.76. Un voyage de service est le déplacement que le membre du personnel effectue du domicile ou de la résidence administrative à une destination qui n'est pas le lieu de travail fixe et qu'il effectue sur l'ordre du manager de ligne.
Le déplacement que le membre du personnel effectue pour un examen médical, une activité de formation, la lecture de son dossier du personnel si les documents à consulter ne peuvent pas être lus électroniquement, pour passer une épreuve ou un examen ou à l'occasion d'un accident (survenu sur le chemin) du travail est assimilé à un voyage de service.
Art. 7.77. Le manager de ligne décide sur le moyen de transport le plus justifié du point de vue fonctionnel et financier.
Art. 7.78. Dans un délai de quatre mois, le membre du personnel soumet un état de frais au manager de ligne.
Un état de frais dûment complété et introduit dans un délai de trois mois, et n'étant pas encore payé 3 mois après son introduction, est majoré d'un intérêt de 3 % (sur base annuelle) à partir du quatrième mois de l'introduction.
Art. 7.79. Le présent chapitre ne s'applique pas aux pilotes pour les prestations donnant droit à une indemnité visée à l'article VII 88, ni au personnel naval pour les prestations donnant droit à une prime de mer telle que visée à l'article VII 65.
Section 2. - Frais de parcours
Art. 7.80. § 1er. Le manager de ligne accorde l'indemnité forfaitaire suivante à un voyage de service avec le véhicule personnel :
" Chapitre 2. - Indemnités octroyées pour des voyages de service à l'intérieur du pays
Section 1re. - Dispositions générales
Art. 7.75. Les frais encourus par un membre du personnel dans le cadre d'un voyage de service à l'intérieur du pays sont remboursés aux conditions visées au présent chapitre.
Art. 7.76. Un voyage de service est le déplacement que le membre du personnel effectue du domicile ou de la résidence administrative à une destination qui n'est pas le lieu de travail fixe et qu'il effectue sur l'ordre du manager de ligne.
Le déplacement que le membre du personnel effectue pour un examen médical, une activité de formation, la lecture de son dossier du personnel si les documents à consulter ne peuvent pas être lus électroniquement, pour passer une épreuve ou un examen ou à l'occasion d'un accident (survenu sur le chemin) du travail est assimilé à un voyage de service.
Art. 7.77. Le manager de ligne décide sur le moyen de transport le plus justifié du point de vue fonctionnel et financier.
Art. 7.78. Dans un délai de quatre mois, le membre du personnel soumet un état de frais au manager de ligne.
Un état de frais dûment complété et introduit dans un délai de trois mois, et n'étant pas encore payé 3 mois après son introduction, est majoré d'un intérêt de 3 % (sur base annuelle) à partir du quatrième mois de l'introduction.
Art. 7.79. Le présent chapitre ne s'applique pas aux pilotes pour les prestations donnant droit à une indemnité visée à l'article VII 88, ni au personnel naval pour les prestations donnant droit à une prime de mer telle que visée à l'article VII 65.
Section 2. - Frais de parcours
Art. 7.80. § 1er. Le manager de ligne accorde l'indemnité forfaitaire suivante à un voyage de service avec le véhicule personnel :
| bedrag per kilometer | |
| motorvoertuig | 0,3412 euro (vanaf 1 juli 2015). Het geactualiseerde bedrag vanaf 1 juli 2015 is vermeld in de dienstmededeling KB/VO 2015/1. |
| fiets | 0,21 euro |
§ 2. Noodzakelijke parkeerkosten worden terugbetaald op voorlegging van de bewijsstukken.
§ 3. De kilometervergoeding voor motorvoertuigen wordt jaarlijks op 1 juli herzien na beslissing van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken.
Bij een ongewijzigde federale berekeningswijze van de kilometervergoeding deelt de administrateur-generaal van het Agentschap Overheidspersoneel jaarlijks het bedrag van de kilometervergoeding mee.
Art. 7.81. § 1. Voor een dienstreis met het openbaar vervoer stelt de werkgever het personeelslid een vervoersbewijs ter beschikking.
Als de werkgever het personeelslid vooraf geen vervoersbewijs ter beschikking stelt, worden de door het personeelslid gemaakte kosten voor een dienstreis met het openbaar vervoer terugbetaald op voorlegging van de bewijsstukken.
§ 2. Het personeelslid dat een dienstreis maakt met het openbaar vervoer, reist in tweede klasse of economy class.
§ 3. Eventuele taxikosten worden uitzonderlijk terugbetaald op voorlegging van de bewijsstukken.
Afdeling 3. - Maaltijdvergoeding
Art. 7.82. § 1. De maaltijdvergoeding bedraagt 9,50 euro (tegen 100%) en wordt toegekend onder de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk :
| montant par kilomètre | |
| véhicule automobile | 0,3412 euros (à partir du 1er janvier 2015). Le montant actualisé à partir du 1er juillet 2015 est mentionné dans la circulaire KB/VO 2015/1. |
| bicyclette | 0,21 euros |
§ 2. Les frais de parking nécessaires sont remboursés sur présentation des pièces justificatives.
§ 3. Chaque année au 1er juillet, l'indemnité kilométrique applicable aux véhicules automobiles est revue après décision du Ministre flamand chargé des affaires administratives.
Lorsque le mode de calcul fédéral de l'indemnité kilométrique ne change pas, l'administrateur général de l'" Agentschap voor Overheidspersoneel " (Agence de la Fonction publique) communique chaque année le montant de l'indemnité kilométrique.
Art. 7.81. § 1er. Le membre du personnel qui se déplace en transport en commun dans le cadre d'un voyage de service reçoit de l'employeur un titre de transport.
Si l'employeur omet de délivrer au préalable un titre de transport au membre du personnel, les frais encourus par ce dernier dans le cadre d'un voyage de service en transport en commun sont remboursables sur présentation des pièces justificatives.
§ 2. Le membre du personnel qui utilise le transport en commun pour son voyage de service, voyage en " deuxième classe " ou en " classe économique ".
§ 3. Les frais de taxi éventuels sont remboursables exceptionnellement sur présentation des pièces justificatives.
Section 3. - Indemnité de repas
Art. 7.82. § 1er. L'indemnité de repas s'élève à 9,50 euros (à 100 %) et est payée aux conditions mentionnées dans le présent chapitre :
| middagmaal | dienstreis van minimaal zes uur |
| avondmaal | dienstreis van minimaal zes uur die begint om 14 uur of later |
Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt na indexatie verminderd met de werkgeversbijdrage in een maaltijdcheque, vermeld in artikel VII 109ter.
§ 2. De vergoeding voor middagmaal en de vergoeding voor avondmaal kunnen worden gecumuleerd voor dienstreizen die minstens twaalf uur duren.
§ 3. Er wordt geen maaltijdvergoeding toegekend voor dienstreizen binnen een straal van 5 kilometer vanaf de stand- of woonplaats, of binnen een straal van 25 kilometer als het personeelslid zich verplaatst met een motorvoertuig. Voor het bepalen van de afstand, zo ook de 5- en 25 kilometergrens, wordt de werkelijke afstand in aanmerking genomen.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, kan op het principe, vermeld in het eerste lid, tijdelijk en individueel een uitzondering verlenen waardoor het betrokken personeelslid toch een maaltijdvergoeding ontvangt.
Afdeling 4. - Binnenlandse dienstreis met overnachting
Art. 7.83. De hotelkosten die het personeelslid maakt in het kader van een binnenlandse dienstreis met overnachting, worden op voorlegging van de bewijsstukken vergoed binnen de grenzen van de maximale logementsvergoeding, die is vastgesteld met toepassing van artikel VII 85.
Afdeling 5. - Reizende functies
Art. 7.84. § 1. Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling wijst de personeelsleden aan die een reizende functie uitoefenen.
Om een reizende functie te kunnen uitoefenen als vermeld in het eerste lid, moet het personeelslid jaarlijks gemiddeld ten minste 3000 kilometer met zijn eigen motorvoertuig afleggen en zestig dienstreizen per jaar maken.
§ 2. Voor de reizende functies kan een maandelijkse forfaitaire kilometervergoeding voor motorvoertuigen worden toegekend, alsook een forfaitaire maaltijdvergoeding (tegen 100%).".
| déjeuner | voyage de service d'au moins six heures |
| dîner | voyage de service d'au moins six heures commençant au plus tôt à 14h |
Le montant visé à l'alinéa 1er est réduit, après indexation, de l'intervention de l'employeur dans un chèque-repas au sens de l'article VII 109ter.
§ 2. L'indemnité pour le déjeuner et l'indemnité pour le dîner peuvent être cumulées pour des voyages de service d'une durée supérieure à douze heures.
§ 3. Il n'est pas octroyé d'indemnité de repas pour des voyages de service dans un rayon de 5 km à partir de la résidence administrative ou du domicile, ou dans un rayon de 25 km si le membre du personnel se déplace en véhicule automobile. Pour déterminer la distance ainsi que la limite des 5 et 25 kilomètres, la distance réelle est prise en considération.
Au principe visé à l'alinéa 1er, le Ministre flamand chargé des affaires administratives peut faire une exception - temporaire et individuelle - par laquelle le membre du personnel concerné recevra toutefois une indemnité de repas.
Section 4. - Voyage de service à l'intérieur du pays comportant une nuitée
Art. 7.83. Sur présentation des pièces justificatives, les frais d'hôtel encourus par le membre du personnel dans le cadre d'un voyage de service à l'intérieur du pays comportant une nuitée sont remboursables dans les limites de l'indemnité maximale de logement prévue par l'article VII 85.
Section 5. - Fonctions itinérantes
Art. 7.84. § 1er. L'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement désigne les membres du personnel exerçant des fonctions itinérantes.
Pour exercer une fonction itinérante telle que visée à l'alinéa 1er, le membre du personnel doit parcourir en moyenne au moins 3.000 km par an avec son véhicule automobile personnel et faire soixante voyages de service par an.
§ 2. Pour les fonctions itinérantes, une indemnité kilométrique forfaitaire mensuelle peut être octroyée pour des véhicules automobiles ainsi qu'une indemnité forfaitaire de repas (à 100 %). ".
Art. 35. In artikel VII 92, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009, worden de woorden "de toelage hoger ambt" vervangen door de woorden "de toelage voor tijdelijke functieverzwaring".
Art. 35. Dans l'article VII 92, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 mai 2009, les mots " l'allocation pour fonction supérieure " sont remplacés par les mots " l'allocation en compensation d'une surcharge temporaire de la fonction ".
Art. 36. In artikel VII 109bis, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 2° worden de woorden "het BLOSO" vervangen door de woorden "het IVA Sport Vlaanderen";
2° in punt 3° worden de woorden "of tewerkgesteld in de Brakke Grond in Amsterdam" opgeheven.
1° in punt 2° worden de woorden "het BLOSO" vervangen door de woorden "het IVA Sport Vlaanderen";
2° in punt 3° worden de woorden "of tewerkgesteld in de Brakke Grond in Amsterdam" opgeheven.
Art. 36. A l'article VII 109bis, alinéa 2, du même arrête, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er février 2013, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le point 2°, les mots " auprès du BLOSO " sont remplacés par les mots " auprès de l'agence autonomisée interne Sport Flandre " ;
2° dans le point 3°, les mots " , ou occupés chez de Brakke Grond à Amsterdam " sont supprimés.
1° dans le point 2°, les mots " auprès du BLOSO " sont remplacés par les mots " auprès de l'agence autonomisée interne Sport Flandre " ;
2° dans le point 3°, les mots " , ou occupés chez de Brakke Grond à Amsterdam " sont supprimés.
Art. 37. Aan art. VII 170 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Voor de toepassing van artikel VII 11, § 3, artikel VII 31, artikel VII 39, § 2 en artikel VII 92, § 1 wordt de in het eerste en tweede lid vermelde toelage in aanmerking genomen.".
"Voor de toepassing van artikel VII 11, § 3, artikel VII 31, artikel VII 39, § 2 en artikel VII 92, § 1 wordt de in het eerste en tweede lid vermelde toelage in aanmerking genomen.".
Art. 37. L'article VII 170 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014, est complété par un alinéa 3 ainsi rédigé :
" Pour l'application des articles VII 11, § 3, VII 31, VII 39, § 2 et VII 92, § 1er, l'indemnité visée aux alinéas 1er et 2 est prise en considération. ".
" Pour l'application des articles VII 11, § 3, VII 31, VII 39, § 2 et VII 92, § 1er, l'indemnité visée aux alinéas 1er et 2 est prise en considération. ".
Art. 38. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016, wordt een artikel VII 197 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 7.197. De personeelsleden die op 1 januari 1983 statutair in dienst waren bij de Nationale Landmaatschappij, behouden ook na hun pensionering het recht op een hospitalisatieverzekering, vermeld in artikel VII 106.".
"Art. 7.197. De personeelsleden die op 1 januari 1983 statutair in dienst waren bij de Nationale Landmaatschappij, behouden ook na hun pensionering het recht op een hospitalisatieverzekering, vermeld in artikel VII 106.".
Art. 38. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016, il est inséré un article VII 197 qui s'énonce comme suit :
" Art. 7.197. Les membres du personnel engagés comme statutaires par la Société nationale terrienne en service au 1er janvier 1983 conservent après leur mise à la retraite le droit à une assurance hospitalisation visée à l'article VII 106. ".
" Art. 7.197. Les membres du personnel engagés comme statutaires par la Société nationale terrienne en service au 1er janvier 1983 conservent après leur mise à la retraite le droit à une assurance hospitalisation visée à l'article VII 106. ".
Art. 39. In artikel VIII 10, § 1, artikel VIII 12 en VIII 13 van hetzelfde besluit worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
Art. 39. Dans les articles VIII 10, § 1er, VIII 12 et VIII 13 du même arrêté, les mots " lettre recommandée " sont remplacés par les mots " envoi sécurisé ".
Art. 40. In artikel VIII 11, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "bij aangetekend schrijven" worden vervangen door de woorden "met een beveiligde zending";
2° de woorden "het aangetekend schrijven" worden telkens vervangen door de woorden "de beveiligde zending".
1° de woorden "bij aangetekend schrijven" worden vervangen door de woorden "met een beveiligde zending";
2° de woorden "het aangetekend schrijven" worden telkens vervangen door de woorden "de beveiligde zending".
Art. 40. A l'article VIII 11, alinéa 2, du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " par lettre recommandée " sont remplacés par les mots " par envoi sécurisé " ;
2° les mots " de la lettre recommandée " sont chaque fois remplacés par les mots " de l'envoi sécurisé ".
1° les mots " par lettre recommandée " sont remplacés par les mots " par envoi sécurisé " ;
2° les mots " de la lettre recommandée " sont chaque fois remplacés par les mots " de l'envoi sécurisé ".
Art. 41. In artikel VIII 16, derde lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "aangetekend" vervangen door de woorden "met een beveiligde zending".
Art. 41. Dans l'article VIII 16, alinéa 3, du même arrêté, les mots " par lettre recommandée " sont remplacés par les mots " par envoi sécurisé ".
Art. 42. In artikel IX 5 van hetzelfde besluit worden de woorden "het aanbieden bij de post van de aangetekende brief" vervangen door de woorden "de datum van de beveiligde zending".
Art. 42. Dans l'article IX 5 du même arrêté, les mots " présentation de la lettre recommandée par laquelle " sont remplacés par les mots " la date de l'envoi sécurisé ".
Art. 43. In artikel X 6 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. Het arbeidsreglement stelt de nadere regelingen vast voor de aanvraag- en opzeggingstermijnen en de mogelijkheid tot opzegging van de verloven.".
" § 2. Het arbeidsreglement stelt de nadere regelingen vast voor de aanvraag- en opzeggingstermijnen en de mogelijkheid tot opzegging van de verloven.".
Art. 43. Dans l'article X 6 du même arrêté, le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Le règlement de travail détermine les modalités relatives aux délais de demande et d'annulation ainsi que la possibilité d'annuler les congés. ".
" § 2. Le règlement de travail détermine les modalités relatives aux délais de demande et d'annulation ainsi que la possibilité d'annuler les congés. ".
Art. 44. In artikel X 20, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "het in artikel X 18 bedoelde geneeskundig controleorgaan een voorstel formuleren aan" vervangen door de woorden "de lijnmanager de ambtenaar doorverwijzen voor onderzoek naar".
Art. 44. Dans l'article X 20, alinéa 1er, du même arrêté, le membre de phrase " l'organe de contrôle médical, visé à l'article X 18, peut proposer au " sont remplacés par les mots " le manager de ligne peut le renvoyer pour un examen au ".
Art. 45. In artikel X 22, § 2 van hetzelfde besluit wordt de zin "De aanrekening op het aantal dagen vermeld in de artikelen X 20 en XI 7 gebeurt pro rata" gewijzigd in de zin "De aanrekening op het aantal dagen vermeld in artikel X 20 gebeurt pro rata."
Art. 45. Dans l'article X 22, § 2 du même arrêté, la phrase " Les jours sont déduits proportionnellement du nombre de jours visés aux articles X 20 et XI 7. " est remplacée par la phrase " Les jours sont déduits proportionnellement du nombre de jours visés à l'article X 20. "
Art. 46. In artikel X 23, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "op de contingenten vermeld in de artikelen X 20, XI 7 en XI 13, "vervangen door de zinsnede "op het contingent vermeld in artikel X 20,".
Art. 46. Dans l'article X 23, § 1er, alinéa 2, du même arrêté, le membre de phrase " des contingents visés aux articles X 20, XI 7 et XI 13, " est remplacé par le membre de phrase " du contingent visé à l'article X 20. ".
Art. 47. Aan artikel X 89, § 5, van hetzelfde besluit, gewijzigd door het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2015, worden een derde tot en met vijfde lid toegevoegd, die luiden als volgt :
"Op het ziektecontingent vermeld in artikel XI 7 wordt voor wat betreft de ambtenaar die vanaf 1 juli 2016 in het kader van een staatshervorming wordt overgeheveld het ziekteverlof en de disponibiliteit wegens ziekte aangerekend dat zich sinds de 62ste verjaardag van de ambtenaar voordeed.
Op het ziektecontingent vermeld in artikel XI 7 wordt voor wat betreft de ambtenaar die vanaf 1 januari 2017 in het kader van een staatshervorming wordt overgeheveld het ziekteverlof en de disponibiliteit wegens ziekte aangerekend dat zich sinds de 62,5de verjaardag van de ambtenaar voordeed.
Op het ziektecontingent vermeld in artikel XI 7 wordt voor wat betreft de ambtenaar die vanaf 1 januari 2018 in het kader van een staatshervorming wordt overgeheveld het ziekteverlof en de disponibiliteit wegens ziekte aangerekend dat zich sinds de 63ste verjaardag van de ambtenaar voordeed."
"Op het ziektecontingent vermeld in artikel XI 7 wordt voor wat betreft de ambtenaar die vanaf 1 juli 2016 in het kader van een staatshervorming wordt overgeheveld het ziekteverlof en de disponibiliteit wegens ziekte aangerekend dat zich sinds de 62ste verjaardag van de ambtenaar voordeed.
Op het ziektecontingent vermeld in artikel XI 7 wordt voor wat betreft de ambtenaar die vanaf 1 januari 2017 in het kader van een staatshervorming wordt overgeheveld het ziekteverlof en de disponibiliteit wegens ziekte aangerekend dat zich sinds de 62,5de verjaardag van de ambtenaar voordeed.
Op het ziektecontingent vermeld in artikel XI 7 wordt voor wat betreft de ambtenaar die vanaf 1 januari 2018 in het kader van een staatshervorming wordt overgeheveld het ziekteverlof en de disponibiliteit wegens ziekte aangerekend dat zich sinds de 63ste verjaardag van de ambtenaar voordeed."
Art. 47. L'article X 89, § 5, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 2015, est complété par des alinéas 3 à 5 ainsi rédigés :
" Pour ce qui est du fonctionnaire transféré à partir du 1er juillet 2016 dans le cadre d'une réforme de l'Etat, le congé de maladie et la disponibilité pour cause de maladie qu'il totalise depuis son 62e anniversaire sont imputables sur le contingent de jours de maladie visé à l'article XI 7.
Pour ce qui est du fonctionnaire transféré à partir du 1er janvier 2017 dans le cadre d'une réforme de l'Etat, le congé de maladie et la disponibilité pour cause de maladie qu'il totalise depuis son 62,5e anniversaire sont imputables sur le contingent de jours de maladie visé à l'article XI 7.
Pour ce qui est du fonctionnaire transféré à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre d'une réforme de l'Etat, le congé de maladie et la disponibilité pour cause de maladie qu'il totalise depuis son 63e anniversaire sont imputables sur le contingent de jours de maladie visé à l'article XI 7. ".
" Pour ce qui est du fonctionnaire transféré à partir du 1er juillet 2016 dans le cadre d'une réforme de l'Etat, le congé de maladie et la disponibilité pour cause de maladie qu'il totalise depuis son 62e anniversaire sont imputables sur le contingent de jours de maladie visé à l'article XI 7.
Pour ce qui est du fonctionnaire transféré à partir du 1er janvier 2017 dans le cadre d'une réforme de l'Etat, le congé de maladie et la disponibilité pour cause de maladie qu'il totalise depuis son 62,5e anniversaire sont imputables sur le contingent de jours de maladie visé à l'article XI 7.
Pour ce qui est du fonctionnaire transféré à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre d'une réforme de l'Etat, le congé de maladie et la disponibilité pour cause de maladie qu'il totalise depuis son 63e anniversaire sont imputables sur le contingent de jours de maladie visé à l'article XI 7. ".
Art. 48. In artikel XI 3, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014, wordt de zinsnede ", die niet meer aan de dienstplichtwetten voldoet" opgeheven.
Art. 48. Dans l'article XI 3, alinéa 1er, 2°, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2014, le membre de phrase " qui ne satisfait plus aux lois de la milice, " est abrogé.
Art. 49. Artikel XI 7 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 11.7. De ambtenaar die de leeftijd van 62 jaar heeft bereikt, wordt op rust gesteld op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin hij, zonder definitief ongeschikt te zijn bevonden, sedert zijn tweeënzestigste verjaardag komt tot een totaal van 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte.
De leeftijd van 62 jaar en de tweeënzestigste verjaardag, vermeld in het eerste lid, worden opgetrokken tot 62 jaar en zes maanden vanaf 1 januari 2017 en tot 63 jaar vanaf 1 januari 2018.
De afwezigheden met toepassing van artikel X 22 § 1, en artikel X 23, § 1, eerste lid, 1°, 2° en 4°, worden niet toegerekend op het contingent van 365 kalenderdagen als vermeld in het eerste lid.
Als de ambtenaar de vakantieverlofdagen niet heeft kunnen opnemen vóór de datum van opruststelling, wordt artikel VII 11, § 2, toegepast.".
"Art. 11.7. De ambtenaar die de leeftijd van 62 jaar heeft bereikt, wordt op rust gesteld op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin hij, zonder definitief ongeschikt te zijn bevonden, sedert zijn tweeënzestigste verjaardag komt tot een totaal van 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte.
De leeftijd van 62 jaar en de tweeënzestigste verjaardag, vermeld in het eerste lid, worden opgetrokken tot 62 jaar en zes maanden vanaf 1 januari 2017 en tot 63 jaar vanaf 1 januari 2018.
De afwezigheden met toepassing van artikel X 22 § 1, en artikel X 23, § 1, eerste lid, 1°, 2° en 4°, worden niet toegerekend op het contingent van 365 kalenderdagen als vermeld in het eerste lid.
Als de ambtenaar de vakantieverlofdagen niet heeft kunnen opnemen vóór de datum van opruststelling, wordt artikel VII 11, § 2, toegepast.".
Art. 49. L'article XI 7 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2008, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 11.7. Le fonctionnaire qui a atteint l'âge de 62 ans est mis à la retraite le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel, sans avoir été déclaré définitivement inapte, il totalise, depuis son soixante-deuxième anniversaire, 365 jours calendaires d'absence pour maladie.
L'âge de 62 ans et le soixante-deuxième anniversaire visés à l'alinéa 1er sont portés progressivement à 62 ans et six mois à partir du 1er janvier 2017 et à 63 ans à partir du 1er janvier 2018.
Les absences en application de l'article X 22, § 1er, et de l'article X 23, § 1er, alinéa 1er, 1°, 2° et 4° ne sont pas imputables sur le quota de 365 jours calendaires tel que visé à l'alinéa 1er.
Si le fonctionnaire n'a pas pu prendre les jours de congé de vacances avant la date de mise à la retraite, l'article VII 11, § 2, s'applique. ".
" Art. 11.7. Le fonctionnaire qui a atteint l'âge de 62 ans est mis à la retraite le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel, sans avoir été déclaré définitivement inapte, il totalise, depuis son soixante-deuxième anniversaire, 365 jours calendaires d'absence pour maladie.
L'âge de 62 ans et le soixante-deuxième anniversaire visés à l'alinéa 1er sont portés progressivement à 62 ans et six mois à partir du 1er janvier 2017 et à 63 ans à partir du 1er janvier 2018.
Les absences en application de l'article X 22, § 1er, et de l'article X 23, § 1er, alinéa 1er, 1°, 2° et 4° ne sont pas imputables sur le quota de 365 jours calendaires tel que visé à l'alinéa 1er.
Si le fonctionnaire n'a pas pu prendre les jours de congé de vacances avant la date de mise à la retraite, l'article VII 11, § 2, s'applique. ".
Art. 50. In artikel XI 8, § 3, vierde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
Art. 50. Dans l'article XI 8, § 3, alinéa 4, du même arrêté, les mots " lettre recommandée " sont remplacés par les mots " envoi sécurisé ".
Art. 51. Artikel XI 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 11.12. Voor de ambtenaar die op datum van 30 juni 2016 62 jaar of ouder is, worden de ziektedagen die hem vanaf de leeftijd van 62 jaar werden toegekend krachtens de reglementering van kracht vóór eerstvermelde datum, aangerekend op de 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte vermeld in artikel XI 7.
Voor de ambtenaar die op datum van 1 januari 2017 62 jaar en zes maanden of ouder is, worden de ziektedagen die hem vanaf de leeftijd van 62 jaar en zes maanden werden toegekend krachtens de reglementering van kracht vóór eerstvermelde datum, aangerekend op de 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte vermeld in artikel XI 7.
Voor de ambtenaar die op datum van 1 januari 2018 63 jaar of ouder is, worden de ziektedagen die hem vanaf de leeftijd van 63 jaar werden toegekend krachtens de reglementering van kracht vóór eerstvermelde datum, aangerekend op de 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte vermeld in artikel XI 7."
"Art. 11.12. Voor de ambtenaar die op datum van 30 juni 2016 62 jaar of ouder is, worden de ziektedagen die hem vanaf de leeftijd van 62 jaar werden toegekend krachtens de reglementering van kracht vóór eerstvermelde datum, aangerekend op de 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte vermeld in artikel XI 7.
Voor de ambtenaar die op datum van 1 januari 2017 62 jaar en zes maanden of ouder is, worden de ziektedagen die hem vanaf de leeftijd van 62 jaar en zes maanden werden toegekend krachtens de reglementering van kracht vóór eerstvermelde datum, aangerekend op de 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte vermeld in artikel XI 7.
Voor de ambtenaar die op datum van 1 januari 2018 63 jaar of ouder is, worden de ziektedagen die hem vanaf de leeftijd van 63 jaar werden toegekend krachtens de reglementering van kracht vóór eerstvermelde datum, aangerekend op de 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte vermeld in artikel XI 7."
Art. 51. L'article XI 12 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 11.12. Pour ce qui concerne le fonctionnaire âgé de 62 ans ou plus au 30 juin 2016, les jours de maladie qui lui ont été accordés à partir de l'âge de 62 ans en vertu de la réglementation en vigueur avant la date précitée, sont imputables sur les 365 jours calendaires d'absence pour cause de maladie mentionnés à l'article XI 7.
Pour ce qui concerne le fonctionnaire âgé de 62 ans et six mois ou plus au 1er janvier 2017, les jours de maladie qui lui ont été accordés à partir de l'âge de 62 ans et six mois en vertu de la réglementation en vigueur avant la date précitée, sont imputables sur les 365 jours calendaires d'absence pour cause de maladie mentionnés à l'article XI 7.
Pour ce qui concerne le fonctionnaire âgé de 63 ans ou plus au 1er janvier 2018, les jours de maladie qui lui ont été accordés à partir de l'âge de 63 ans en vertu de la réglementation en vigueur avant la date précitée, sont imputables sur les 365 jours calendaires d'absence pour cause de maladie mentionnés à l'article XI 7. "
" Art. 11.12. Pour ce qui concerne le fonctionnaire âgé de 62 ans ou plus au 30 juin 2016, les jours de maladie qui lui ont été accordés à partir de l'âge de 62 ans en vertu de la réglementation en vigueur avant la date précitée, sont imputables sur les 365 jours calendaires d'absence pour cause de maladie mentionnés à l'article XI 7.
Pour ce qui concerne le fonctionnaire âgé de 62 ans et six mois ou plus au 1er janvier 2017, les jours de maladie qui lui ont été accordés à partir de l'âge de 62 ans et six mois en vertu de la réglementation en vigueur avant la date précitée, sont imputables sur les 365 jours calendaires d'absence pour cause de maladie mentionnés à l'article XI 7.
Pour ce qui concerne le fonctionnaire âgé de 63 ans ou plus au 1er janvier 2018, les jours de maladie qui lui ont été accordés à partir de l'âge de 63 ans en vertu de la réglementation en vigueur avant la date précitée, sont imputables sur les 365 jours calendaires d'absence pour cause de maladie mentionnés à l'article XI 7. "
Art. 52. Artikel XI 13 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 11.13. De ambtenaar ouder dan 60 jaar die na een afwezigheid van 222 werkdagen wegens ziekte een uitstel kreeg van zijn opruststelling met 6 maanden of een veelvoud ervan, krijgt na afloop van de termijn van het toegekende uitstel een ambtshalve verlenging van het uitstel tot aan de eerste datum waarop hij voldoet aan de voorwaarden voor het vervroegd pensioen wegens leeftijd of ziekte. "
"Art. 11.13. De ambtenaar ouder dan 60 jaar die na een afwezigheid van 222 werkdagen wegens ziekte een uitstel kreeg van zijn opruststelling met 6 maanden of een veelvoud ervan, krijgt na afloop van de termijn van het toegekende uitstel een ambtshalve verlenging van het uitstel tot aan de eerste datum waarop hij voldoet aan de voorwaarden voor het vervroegd pensioen wegens leeftijd of ziekte. "
Art. 52. L'article XI 13 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 11.13. Le fonctionnaire de plus de 60 ans qui, après une absence de 222 jours ouvrables pour cause de maladie, a obtenu un report de 6 mois ou un multiple de ce chiffre de sa mise à la retraite, obtient à l'issue du délai du report accordé une prolongation d'office de ce report jusqu'à la première date à laquelle il satisfait aux conditions de la mise à la retraite anticipée pour cause d'âge ou de maladie. "
" Art. 11.13. Le fonctionnaire de plus de 60 ans qui, après une absence de 222 jours ouvrables pour cause de maladie, a obtenu un report de 6 mois ou un multiple de ce chiffre de sa mise à la retraite, obtient à l'issue du délai du report accordé une prolongation d'office de ce report jusqu'à la première date à laquelle il satisfait aux conditions de la mise à la retraite anticipée pour cause d'âge ou de maladie. "
Art. 53. In bijlage 2 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008, 29 mei 2009, 2 december 2011, 1 februari 2013, 3 oktober 2014 en 24 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1 worden de diplomavoorwaarden onder niveau A vervangen door wat volgt :
"Niveau A
a) de graad van master, uitgereikt door :
- een ambtshalve geregistreerde instelling;
- een geregistreerde instelling voor hoger onderwijs;
- de Koninklijke Militaire School;
b) de grade académique de master van de Franse Gemeenschap van België, in voorkomend geval Diplom Master van de Duitstalige Gemeenschap van België, het diplôme de master van het Groothertogdom Luxemburg en het getuigschrift master van het Koninkrijk der Nederlanden die aan elk van de voorwaarden voldoen, bepaald in de Beneluxbeschikking van het Comité van Ministers betreffende de automatische wederzijdse generieke niveauerkenning van diploma's hoger onderwijs van 18 mei 2015;
c) de graad van doctor, uitgereikt door een ambtshalve geregistreerde instelling;
d) de Nederlandse graad van doctor die door een Nederlandse universiteit is verleend na de openbare verdediging van een proefschrift, waarvan de houder de titel van doctor mag voeren;
e) het diploma Master in Comparative, European and International Law, het diploma Doctor of History and Civilization, het diploma Doctor of Economics, het diploma Doctor of Laws en het diploma Doctor of Political and Social Science, uitgereikt door het European University Institute in Firenze (Italië).";
2° aan punt 1 wordt onder niveau A (overgangsmaatregel) een punt h) toegevoegd, dat luidt als volgt :
"h) diploma's van gediplomeerde in de aanvullende studiën en van gediplomeerde in de gespecialiseerde studiën die de universiteiten, de erkende faculteiten voor protestantse godgeleerdheid, de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap of de Examencommissies van de Staat voor het universitair onderwijs hebben verleend;";
3° aan punt 1 wordt onder niveau A (overgangsmaatregel) een punt i) toegevoegd, dat luidt als volgt :
"i) het diploma van een afdeling van het hoger kunst- of technisch onderwijs van de derde graad, verleend vóór het academiejaar 2004-2005.";
4° in punt 1 worden de diplomavoorwaarden onder niveau B vervangen door wat volgt :
"Niveau B
a) de graad van bachelor, uitgereikt door :
- een ambtshalve geregistreerde instelling;
- een geregistreerde instelling voor hoger onderwijs;
- de Koninklijke Militaire School;
b) de grade académique de bachelier van de Franse Gemeenschap van België, het Diplom Bachelor van de Duitstalige Gemeenschap van België, het diplôme de bachelor van het Groothertogdom Luxemburg en het getuigschrift bachelor van het Koninkrijk der Nederlanden die aan elk van de voorwaarden voldoen, bepaald in de Beneluxbeschikking van het Comité van Ministers betreffende de automatische wederzijdse generieke niveauerkenning van diploma's hoger onderwijs van 18 mei 2015;
c) het diploma van gegradueerde van het hoger beroepsonderwijs (en het diploma L'Enseignement de promotion sociale), uitgereikt door een instelling die erkend is door een van de gemeenschappen van België, met uitzondering van het diploma van gegradueerde in de verpleegkunde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs;
d) het diploma van leraar, uitgereikt door een instelling die erkend is door de Vlaamse Gemeenschap.";
5° in punt 1 wordt onder niveau B (overgangsmaatregel) punt i) gewijzigd door wat volgt :
"i) diploma van hoger kunst- of technisch onderwijs van de 2e of 1e graad, uitgereikt door een instelling die opgericht, gesubsidieerd of erkend is door de Staat of door een van de Gemeenschappen;".
1° in punt 1 worden de diplomavoorwaarden onder niveau A vervangen door wat volgt :
"Niveau A
a) de graad van master, uitgereikt door :
- een ambtshalve geregistreerde instelling;
- een geregistreerde instelling voor hoger onderwijs;
- de Koninklijke Militaire School;
b) de grade académique de master van de Franse Gemeenschap van België, in voorkomend geval Diplom Master van de Duitstalige Gemeenschap van België, het diplôme de master van het Groothertogdom Luxemburg en het getuigschrift master van het Koninkrijk der Nederlanden die aan elk van de voorwaarden voldoen, bepaald in de Beneluxbeschikking van het Comité van Ministers betreffende de automatische wederzijdse generieke niveauerkenning van diploma's hoger onderwijs van 18 mei 2015;
c) de graad van doctor, uitgereikt door een ambtshalve geregistreerde instelling;
d) de Nederlandse graad van doctor die door een Nederlandse universiteit is verleend na de openbare verdediging van een proefschrift, waarvan de houder de titel van doctor mag voeren;
e) het diploma Master in Comparative, European and International Law, het diploma Doctor of History and Civilization, het diploma Doctor of Economics, het diploma Doctor of Laws en het diploma Doctor of Political and Social Science, uitgereikt door het European University Institute in Firenze (Italië).";
2° aan punt 1 wordt onder niveau A (overgangsmaatregel) een punt h) toegevoegd, dat luidt als volgt :
"h) diploma's van gediplomeerde in de aanvullende studiën en van gediplomeerde in de gespecialiseerde studiën die de universiteiten, de erkende faculteiten voor protestantse godgeleerdheid, de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap of de Examencommissies van de Staat voor het universitair onderwijs hebben verleend;";
3° aan punt 1 wordt onder niveau A (overgangsmaatregel) een punt i) toegevoegd, dat luidt als volgt :
"i) het diploma van een afdeling van het hoger kunst- of technisch onderwijs van de derde graad, verleend vóór het academiejaar 2004-2005.";
4° in punt 1 worden de diplomavoorwaarden onder niveau B vervangen door wat volgt :
"Niveau B
a) de graad van bachelor, uitgereikt door :
- een ambtshalve geregistreerde instelling;
- een geregistreerde instelling voor hoger onderwijs;
- de Koninklijke Militaire School;
b) de grade académique de bachelier van de Franse Gemeenschap van België, het Diplom Bachelor van de Duitstalige Gemeenschap van België, het diplôme de bachelor van het Groothertogdom Luxemburg en het getuigschrift bachelor van het Koninkrijk der Nederlanden die aan elk van de voorwaarden voldoen, bepaald in de Beneluxbeschikking van het Comité van Ministers betreffende de automatische wederzijdse generieke niveauerkenning van diploma's hoger onderwijs van 18 mei 2015;
c) het diploma van gegradueerde van het hoger beroepsonderwijs (en het diploma L'Enseignement de promotion sociale), uitgereikt door een instelling die erkend is door een van de gemeenschappen van België, met uitzondering van het diploma van gegradueerde in de verpleegkunde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs;
d) het diploma van leraar, uitgereikt door een instelling die erkend is door de Vlaamse Gemeenschap.";
5° in punt 1 wordt onder niveau B (overgangsmaatregel) punt i) gewijzigd door wat volgt :
"i) diploma van hoger kunst- of technisch onderwijs van de 2e of 1e graad, uitgereikt door een instelling die opgericht, gesubsidieerd of erkend is door de Staat of door een van de Gemeenschappen;".
Art. 53. A l'annexe 2 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 mai 2008, 29 mai 2009, 2 décembre 2011, 1er février 2013, 3 octobre 2014 et 24 juin 2016, sont apportées les modifications suivantes :
1° les conditions de diplôme sous le niveau A figurant au point 1 sont remplacées par ce qui suit :
" Niveau A
a) le grade de master délivré par :
- une institution enregistrée d'office ;
- une institution enregistrée d'enseignement supérieur ;
- l'Ecole royale militaire ;
b) le grade académique de master de la Communauté française de Belgique, le cas échéant, le Diplom Master de la Communauté germanophone de Belgique, le diplôme de master du Grand-Duché de Luxembourg et le getuigschrift master du Royaume des Pays-Bas qui satisfont à toutes les conditions telles que visées à la Décision du Comité de Ministres Benelux du 18 mai 2015 relative à la reconnaissance mutuelle automatique générique de niveau des diplômes de l'enseignement supérieur ;
c) le grade de docteur, conféré par une institution enregistrée d'office ;
d) le grade néerlandais de docteur, conféré par une université néerlandaise après la soutenance publique d'une thèse, permettant au titulaire de porter le titre de docteur ;
e) le diplôme de Master in Comparative, European and International Law, le diplôme de Doctor of History and Civilization, le diplôme de Doctor of Economics, le diplôme de Doctor of Laws et le diplôme de Doctor of Political and Social Science, délivrés par l'European University Institute à Florence (Italie). " ;
2° au point 1, sous le niveau A (mesure transitoire), il est ajouté un point h) rédigé comme suit :
" h) les diplômes de diplômé en études complémentaires et de diplômé en études spécialisées, délivrés par les universités, les facultés agréées de religion protestante, le jury de la Communauté flamande ou les jurys de l'Etat pour l'enseignement universitaire ; " ;
3° au point 1, sous le niveau A (mesure transitoire), il est ajouté un point i) rédigé comme suit :
" i) le diplôme d'une section classée dans l'enseignement artistique ou technique supérieur du troisième degré délivré avant l'année académique 2004-2005. " ;
4° les conditions de diplôme sous le niveau B figurant au point 1 sont remplacées par ce qui suit :
" Niveau B
a) le grade de bachelor délivré par :
- une institution enregistrée d'office ;
- une institution enregistrée d'enseignement supérieur ;
- l'Ecole royale militaire ;
b) le grade académique de bachelier de la Communauté française de Belgique, le Diplom Bachelor de la Communauté germanophone de Belgique, le diplôme de bachelor du Grand-Duché de Luxembourg et le getuigschrift bachelor du Royaume des Pays-Bas qui satisfont à toutes les conditions telles que visées à la Décision du Comité de Ministres Benelux du 18 mai 2015 relative à la reconnaissance mutuelle automatique générique de niveau des diplômes de l'enseignement supérieur ;
c) le diplôme de gradué de l'enseignement supérieur professionnel (et le diplôme de L'Enseignement de promotion sociale), délivré par un établissement agréé par une des communautés de Belgique, à l'exception du diplôme de gradué en nursing délivré dans l'enseignement supérieur professionnel ;
d) le diplôme d'enseignant, délivré par une institution qui est agréée par la Communauté flamande. " ;
5° dans le point 1, sous le niveau B (mesure transitoire), le point i) est remplacé par ce qui suit :
" i) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique ou technique du 2e ou 1er degré délivré par un établissement créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par l'une des Communautés ; ".
1° les conditions de diplôme sous le niveau A figurant au point 1 sont remplacées par ce qui suit :
" Niveau A
a) le grade de master délivré par :
- une institution enregistrée d'office ;
- une institution enregistrée d'enseignement supérieur ;
- l'Ecole royale militaire ;
b) le grade académique de master de la Communauté française de Belgique, le cas échéant, le Diplom Master de la Communauté germanophone de Belgique, le diplôme de master du Grand-Duché de Luxembourg et le getuigschrift master du Royaume des Pays-Bas qui satisfont à toutes les conditions telles que visées à la Décision du Comité de Ministres Benelux du 18 mai 2015 relative à la reconnaissance mutuelle automatique générique de niveau des diplômes de l'enseignement supérieur ;
c) le grade de docteur, conféré par une institution enregistrée d'office ;
d) le grade néerlandais de docteur, conféré par une université néerlandaise après la soutenance publique d'une thèse, permettant au titulaire de porter le titre de docteur ;
e) le diplôme de Master in Comparative, European and International Law, le diplôme de Doctor of History and Civilization, le diplôme de Doctor of Economics, le diplôme de Doctor of Laws et le diplôme de Doctor of Political and Social Science, délivrés par l'European University Institute à Florence (Italie). " ;
2° au point 1, sous le niveau A (mesure transitoire), il est ajouté un point h) rédigé comme suit :
" h) les diplômes de diplômé en études complémentaires et de diplômé en études spécialisées, délivrés par les universités, les facultés agréées de religion protestante, le jury de la Communauté flamande ou les jurys de l'Etat pour l'enseignement universitaire ; " ;
3° au point 1, sous le niveau A (mesure transitoire), il est ajouté un point i) rédigé comme suit :
" i) le diplôme d'une section classée dans l'enseignement artistique ou technique supérieur du troisième degré délivré avant l'année académique 2004-2005. " ;
4° les conditions de diplôme sous le niveau B figurant au point 1 sont remplacées par ce qui suit :
" Niveau B
a) le grade de bachelor délivré par :
- une institution enregistrée d'office ;
- une institution enregistrée d'enseignement supérieur ;
- l'Ecole royale militaire ;
b) le grade académique de bachelier de la Communauté française de Belgique, le Diplom Bachelor de la Communauté germanophone de Belgique, le diplôme de bachelor du Grand-Duché de Luxembourg et le getuigschrift bachelor du Royaume des Pays-Bas qui satisfont à toutes les conditions telles que visées à la Décision du Comité de Ministres Benelux du 18 mai 2015 relative à la reconnaissance mutuelle automatique générique de niveau des diplômes de l'enseignement supérieur ;
c) le diplôme de gradué de l'enseignement supérieur professionnel (et le diplôme de L'Enseignement de promotion sociale), délivré par un établissement agréé par une des communautés de Belgique, à l'exception du diplôme de gradué en nursing délivré dans l'enseignement supérieur professionnel ;
d) le diplôme d'enseignant, délivré par une institution qui est agréée par la Communauté flamande. " ;
5° dans le point 1, sous le niveau B (mesure transitoire), le point i) est remplacé par ce qui suit :
" i) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique ou technique du 2e ou 1er degré délivré par un établissement créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par l'une des Communautés ; ".
Art. 54. Bijlage 4 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014 en 24 juni 2016, wordt vervangen door de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 54. L'annexe 4 au même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 et modifiée par les arrêtés du Gouvernement flamand des 3 octobre 2014 et 24 juin 2016, est remplacée par l'annexe au présent arrêté.
Art. 55. In bijlage 14 bij hetzelfde besluit, toegevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° onder de rij
1° onder de rij
Art. 55. A l'annexe 14 du même arrêté, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 2015, les modifications suivantes sont apportées:
1° après le rang
1° après le rang
| A114 | A122 | Attaché | A2 | A23 |
wordt de volgende rij toegevoegd :
| A114 | A122 | Attaché | A2 | A23 |
est inséré le rang suivant :
| A168 | Attaché met weddecomplement, vermeld in artikel 26 (2503 euro) van het KB 3 maart 2005 | ; | ||||
2° onder de rij
| A168 | Attaché titulaire du complément de traitement visé à l'article 26 (2503 euros) de l'AR du 3 mars 2005 | ; | ||||
2° après le rang
| A113 | A121 | Attaché | A2 | A22 |
worden de volgende rijen toegevoegd :
| A113 | A121 | Attaché | A2 | A22 |
sont insérés les rangs suivants :
| A189 | Attaché met weddecomplement, vermeld in artikel 26 (1452 euro) van het KB 3 maart 2005 | |||
| A190 | Attaché met weddecomplement, vermeld in artikel 26 (1452 euro) en artikel 27 van het KB 3 maart 2005 |
| A189 | Attaché titulaire du complément de traitement visé à l'article 26 (1452 euros) de l'AR du 3 mars 2005 | |||
| A190 | Attaché titulaire du complément de traitement visé à l'article 26 (1452 euros) et à l'article 27 de l'AR du 3 mars 2005 |
Art. 56. In bijlage 15 bij hetzelfde besluit, toegevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° onder schaal C192 wordt de bepaling "1/2 x370" vervangen door de bepaling "1/2 x 500";
2° voor de schaal A190 wordt de schaal A189 toegevoegd, die luidt als volgt :
1° onder schaal C192 wordt de bepaling "1/2 x370" vervangen door de bepaling "1/2 x 500";
2° voor de schaal A190 wordt de schaal A189 toegevoegd, die luidt als volgt :
Art. 56. A l'annexe 15 du même arrêté, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 2015, les modifications suivantes sont apportées:
1° sous l'échelle C192, la disposition " 1/2 x370 " est remplacée par la disposition " 1/2 x 500 " ;
2° avant l'échelle A190 est ajoutée l'échelle A189 rédigée comme suit :
1° sous l'échelle C192, la disposition " 1/2 x370 " est remplacée par la disposition " 1/2 x 500 " ;
2° avant l'échelle A190 est ajoutée l'échelle A189 rédigée comme suit :
| A189 | ||
| 2/1 x 500 1/1 x 1200 2/3 x 1500 1/3 x 1400 1/3 x 1330 1/3 x 1500 1/3 x 1370 1/3 x 1400 | ||
| 28980 | ||
| 29480 | ||
| 29980 | ||
| 31180 | ||
| 31180 | ||
| 31180 | ||
| 32680 | ||
| 32680 | ||
| 32680 | ||
| 34180 | ||
| 34180 | ||
| 34180 | ||
| 35580 | ||
| 35580 | ||
| 35580 | ||
| 36910 | ||
| 36910 | ||
| 36910 | ||
| 38410 | ||
| 38410 | ||
| 38410 | ||
| 39780 | ||
| 39780 | ||
| 39780 | ||
| 41180 | .". | |
1/1 x 1200
2/3 x 1500
1/3 x 1400
1/3 x 1330
1/3 x 1500
1/3 x 1370
1/3 x 1400 28980 29480 29980 31180 31180 31180 32680 32680 32680 34180 34180 34180 35580 35580 35580 36910 36910 36910 38410 38410 38410 39780 39780 39780 41180 .".
| A189 | ||
| 2/1 x 500 1/1 x 1200 2/3 x 1500 1/3 x 1400 1/3 x 1330 1/3 x 1500 1/3 x 1370 1/3 x 1400 | ||
| 28980 | ||
| 29480 | ||
| 29980 | ||
| 31180 | ||
| 31180 | ||
| 31180 | ||
| 32680 | ||
| 32680 | ||
| 32680 | ||
| 34180 | ||
| 34180 | ||
| 34180 | ||
| 35580 | ||
| 35580 | ||
| 35580 | ||
| 36910 | ||
| 36910 | ||
| 36910 | ||
| 38410 | ||
| 38410 | ||
| 38410 | ||
| 39780 | ||
| 39780 | ||
| 39780 | ||
| 41180 | .". | |
1/1 x 1200
2/3 x 1500
1/3 x 1400
1/3 x 1330
1/3 x 1500
1/3 x 1370
1/3 x 1400 28980 29480 29980 31180 31180 31180 32680 32680 32680 34180 34180 34180 35580 35580 35580 36910 36910 36910 38410 38410 38410 39780 39780 39780 41180 .".
Art. 57. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van goedkeuring ervan.
Artikel 7, heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2016.
Artikel 14 heeft uitwerking met ingang van 1 augustus 2016.
Artikel 45, 46, 47, 49, 51 en 52 hebben uitwerking met ingang van 30 juni 2016.
Artikel 53, 2°, heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2016.
Artikel 7, heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2016.
Artikel 14 heeft uitwerking met ingang van 1 augustus 2016.
Artikel 45, 46, 47, 49, 51 en 52 hebben uitwerking met ingang van 30 juni 2016.
Artikel 53, 2°, heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2016.
Art. 57. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois qui suit la date de son approbation.
L'article 7 produit ses effets le 1er juin 2016.
L'article 14 produit ses effets le 1er août 2016.
Les articles 45, 46, 47, 49, 51 et 52 produisent leurs effets le 30 juin 2016.
L'article 53, 2°, produit ses effets le 1er mars 2016.
L'article 7 produit ses effets le 1er juin 2016.
L'article 14 produit ses effets le 1er août 2016.
Les articles 45, 46, 47, 49, 51 et 52 produisent leurs effets le 30 juin 2016.
L'article 53, 2°, produit ses effets le 1er mars 2016.
Art. 58. De Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling in de Vlaamse administratie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 58. Le Ministre flamand compétent pour la politique générale en matière de personnel et d'ingénierie d'organisation dans l'administration flamande est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Wijziging van de bijlage 4 bij het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006.
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 24-03-2017, p. 39421)
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 24-03-2017, p. 39421)
Art. N. Modification de l'annexe 4 au statut du personnel flamand du 13 janvier 2006
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 24-03-2017, p. 39449)
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 24-03-2017, p. 39449)