Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 DECEMBER 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelstel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode
Titre
23 DECEMBRE 2016. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (37)
Texte (37)
Artikel 1. In artikel 1, eerste lid, 15°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelstel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 oktober 2013, wordt de zin "Als het inkomen, in voorkomend geval na indexatie, kleiner is dan het leefloon, rekening houdend met de gezinssamenstelling van de referentiepersoon, zoals het van toepassing is in de maand juni van het jaar dat aan de vaststelling van het inkomen voorafgaat, wordt het inkomen gelijkgesteld met dat leefloon;" opgeheven.
Article 1er. A l'article 1er, alinéa premier, 15°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 2009 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 octobre 2013, la phrase " Si le revenu, le cas échéant après indexation, est inférieur au revenu d'intégration sociale, tenant compte de la composition du ménage de la personne de référence et tel qu'applicable au mois de juin qui précède la constatation du revenu, le revenu est assimilé à ce revenu d'intégration sociale ; " est abrogée.
Art. 2. In artikel 3, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009, 30 september 2011 en 4 oktober 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° hij heeft, samen met zijn gezinsleden, geen woning of perceel, bestemd voor woningbouw, volledig of gedeeltelijk in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik in binnen- of buitenland;";
2° in het eerste lid wordt een punt 3° bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"3° bis hij of een van zijn gezinsleden is geen zaakvoerder, bestuurder of aandeelhouder van een vennootschap waarin hij of een van zijn gezinsleden een woning of een perceel dat bestemd is voor woningbouw, heeft ingebracht;";
3° in het tweede lid worden punt 2° en 3° vervangen door wat volgt:
"2° hij heeft, samen met zijn gezinsleden, geen woning volledig of gedeeltelijk in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik gehad in de periode van tien jaar voor de inschrijvingsdatum;
3° hij heeft, samen met zijn gezinsleden, geen perceel, bestemd voor woningbouw, volledig of gedeeltelijk in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik;";
4° aan het tweede lid wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° hij of een van zijn gezinsleden is geen zaakvoerder, bestuurder of aandeelhouder van een vennootschap waarin hij of een van zijn gezinsleden een woning of een perceel dat bestemd is voor woningbouw, heeft ingebracht.";
5° tussen het derde en het vierde lid, wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"In afwijking van het eerste lid, 3°, en het tweede lid, 2° en 3°, kan een natuurlijk persoon zich toch laten inschrijven in de volgende gevallen:
1° het huwelijk van de persoon die zich wil inschrijven, is onherstelbaar ontwricht en hij heeft, samen met zijn echtgenoot, een woning of een perceel, bestemd voor woningbouw, volledig in volle eigendom;
2° hij heeft een woning of een perceel, bestemd voor woningbouw, kosteloos gedeeltelijk in volle eigendom verworven.";
6° in het bestaande zesde lid, dat het zevende lid wordt, wordt het woord "vijfde" vervangen door het woord "zesde".
1° in het eerste lid wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° hij heeft, samen met zijn gezinsleden, geen woning of perceel, bestemd voor woningbouw, volledig of gedeeltelijk in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik in binnen- of buitenland;";
2° in het eerste lid wordt een punt 3° bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"3° bis hij of een van zijn gezinsleden is geen zaakvoerder, bestuurder of aandeelhouder van een vennootschap waarin hij of een van zijn gezinsleden een woning of een perceel dat bestemd is voor woningbouw, heeft ingebracht;";
3° in het tweede lid worden punt 2° en 3° vervangen door wat volgt:
"2° hij heeft, samen met zijn gezinsleden, geen woning volledig of gedeeltelijk in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik gehad in de periode van tien jaar voor de inschrijvingsdatum;
3° hij heeft, samen met zijn gezinsleden, geen perceel, bestemd voor woningbouw, volledig of gedeeltelijk in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik;";
4° aan het tweede lid wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° hij of een van zijn gezinsleden is geen zaakvoerder, bestuurder of aandeelhouder van een vennootschap waarin hij of een van zijn gezinsleden een woning of een perceel dat bestemd is voor woningbouw, heeft ingebracht.";
5° tussen het derde en het vierde lid, wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"In afwijking van het eerste lid, 3°, en het tweede lid, 2° en 3°, kan een natuurlijk persoon zich toch laten inschrijven in de volgende gevallen:
1° het huwelijk van de persoon die zich wil inschrijven, is onherstelbaar ontwricht en hij heeft, samen met zijn echtgenoot, een woning of een perceel, bestemd voor woningbouw, volledig in volle eigendom;
2° hij heeft een woning of een perceel, bestemd voor woningbouw, kosteloos gedeeltelijk in volle eigendom verworven.";
6° in het bestaande zesde lid, dat het zevende lid wordt, wordt het woord "vijfde" vervangen door het woord "zesde".
Art. 2. A l'article 3, § 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 6 février 2009, 30 septembre 2011 et 4 octobre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa premier, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
3° ni elle, ni les membres de son ménage n'ont la totalité ou une partie en pleine propriété ou l'usufruit complet d'une habitation ou d'une parcelle destinée à la construction d'une habitation à l'intérieur ou à l'étranger;
2° dans l'alinéa premier, il est inséré un point 3° bis, rédigé comme suit :
"3° bis ni elle, ni un des membres de son ménage ne sont gérant, administrateur ou actionnaire d'une société dans laquelle elle ou un des membres de son ménage ont apporté une habitation ou une parcelle destinée à la construction d'habitations ;" ;
3° dans l'alinéa deux, les points 2° et 3° sont remplacés par ce qui suit :
"2° ni elle, ni les membres de son ménage n'ont eu totalité ou une partie en pleine propriété ou l'usufruit complet d'une habitation dans la période de dix ans avant la date d'inscription ;
3° ni elle, ni les membres de son ménage n'ont la totalité ou une partie en pleine propriété ou l'usufruit complet d'une parcelle destinée à la construction d'habitations ;" ;
4° à l'alinéa deux, il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
"4° ni elle, ni un des membres de son ménage ne sont gérant, administrateur ou actionnaire d'une société dans laquelle elle ou un des membres de son ménage ont apporté une habitation ou une parcelle destinée à la construction d'habitations ;" ;
5° entre les alinéas 3 et 4, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
"Par dérogation à l'alinéa premier, 3° et à l'alinéa deux, 2° et 3°, une personne physique peut toutefois se faire inscrire dans les cas suivants :
1° le mariage de la personne qui désire se faire inscrire est en passe d'une désunion irrémédiable et la personne a, ensemble avec son conjoint, la pleine propriété d'une habitation ou d'une parcelle, destinée à la construction d'habitations ;
2° elle a acquis une partie d'une habitation ou d'une parcelle, destinée à la construction d'habitations en pleine propriété à titre gratuit." ;
6° dans l'alinéa six existant, qui devient l'alinéa sept, le mot "cinq" est remplacé par le mot "six".
1° dans l'alinéa premier, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
3° ni elle, ni les membres de son ménage n'ont la totalité ou une partie en pleine propriété ou l'usufruit complet d'une habitation ou d'une parcelle destinée à la construction d'une habitation à l'intérieur ou à l'étranger;
2° dans l'alinéa premier, il est inséré un point 3° bis, rédigé comme suit :
"3° bis ni elle, ni un des membres de son ménage ne sont gérant, administrateur ou actionnaire d'une société dans laquelle elle ou un des membres de son ménage ont apporté une habitation ou une parcelle destinée à la construction d'habitations ;" ;
3° dans l'alinéa deux, les points 2° et 3° sont remplacés par ce qui suit :
"2° ni elle, ni les membres de son ménage n'ont eu totalité ou une partie en pleine propriété ou l'usufruit complet d'une habitation dans la période de dix ans avant la date d'inscription ;
3° ni elle, ni les membres de son ménage n'ont la totalité ou une partie en pleine propriété ou l'usufruit complet d'une parcelle destinée à la construction d'habitations ;" ;
4° à l'alinéa deux, il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
"4° ni elle, ni un des membres de son ménage ne sont gérant, administrateur ou actionnaire d'une société dans laquelle elle ou un des membres de son ménage ont apporté une habitation ou une parcelle destinée à la construction d'habitations ;" ;
5° entre les alinéas 3 et 4, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
"Par dérogation à l'alinéa premier, 3° et à l'alinéa deux, 2° et 3°, une personne physique peut toutefois se faire inscrire dans les cas suivants :
1° le mariage de la personne qui désire se faire inscrire est en passe d'une désunion irrémédiable et la personne a, ensemble avec son conjoint, la pleine propriété d'une habitation ou d'une parcelle, destinée à la construction d'habitations ;
2° elle a acquis une partie d'une habitation ou d'une parcelle, destinée à la construction d'habitations en pleine propriété à titre gratuit." ;
6° dans l'alinéa six existant, qui devient l'alinéa sept, le mot "cinq" est remplacé par le mot "six".
Art. 3. In artikel 8, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 oktober 2013, wordt de zinsnede "of in voorkomend geval, vermeld in artikel 29, § 2," opgeheven.
Art. 3. Dans l'article 8, alinéa premier, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 2009 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 octobre 2013, le membre de phrase " ou le cas échéant, visée à l'article 29, § 2 " est abrogé.
Art. 4. In artikel 11, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "tweede" vervangen door het woord "derde".
Art. 4. Dans l'article 11, alinéa deux, du même arrêté, le mot "deux" est remplacé par le mot "trois".
Art. 5. In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009, 30 september 2011 en 4 oktober 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt de zinsnede ", of in voorkomend geval, vermeld in artikel 29, § 2" opgeheven;
2° in paragraaf 2, 2°, wordt de zin "Zijn wettelijke of feitelijke partner krijgt een inschrijvingsnummer dat gevormd is door de datum waarop zijn wettelijke of feitelijke partner is ingeschreven in het inschrijvingsregister, vermeld in artikel 7, eerste lid, en het volgnummer dat aansluit bij het volgnummer van de laatste inschrijving van de dag waarop zijn wettelijke of feitelijke partner is ingeschreven." vervangen door de zin "De wettelijke of feitelijke partner van de toekomstige referentiehuurder krijgt een inschrijvingsnummer dat gevormd is door de datum waarop de wettelijke of feitelijke partner is ingeschreven in het inschrijvingsregister, vermeld in artikel 7, eerste lid, en het volgnummer dat aansluit bij het volgnummer van de laatste inschrijving van de dag waarop de wettelijke of feitelijke partner is ingeschreven.".
1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt de zinsnede ", of in voorkomend geval, vermeld in artikel 29, § 2" opgeheven;
2° in paragraaf 2, 2°, wordt de zin "Zijn wettelijke of feitelijke partner krijgt een inschrijvingsnummer dat gevormd is door de datum waarop zijn wettelijke of feitelijke partner is ingeschreven in het inschrijvingsregister, vermeld in artikel 7, eerste lid, en het volgnummer dat aansluit bij het volgnummer van de laatste inschrijving van de dag waarop zijn wettelijke of feitelijke partner is ingeschreven." vervangen door de zin "De wettelijke of feitelijke partner van de toekomstige referentiehuurder krijgt een inschrijvingsnummer dat gevormd is door de datum waarop de wettelijke of feitelijke partner is ingeschreven in het inschrijvingsregister, vermeld in artikel 7, eerste lid, en het volgnummer dat aansluit bij het volgnummer van de laatste inschrijving van de dag waarop de wettelijke of feitelijke partner is ingeschreven.".
Art. 5. Dans l'article 12 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 6 février 2009, 30 septembre 2011 et 4 octobre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, premier alinéa, 2°, le membre de phrase " ou, le cas échéant, visée à l'article 29, § 2 " est abrogé ;
2° au paragraphe 2, 2° la phrase " Son partenaire légal ou de fait obtient un numéro d'inscription qui est formé par la date à laquelle son partenaire légal ou de fait est inscrit au registre d'inscription, visé à l'article 7, alinéa premier, et par le numéro d'ordre qui correspond au numéro d'ordre de la dernière inscription du jour auquel est inscrit son partenaire légal ou de fait. " est remplacée par la phrase " Le partenaire légal ou de fait du locataire de référence futur obtient un numéro d'inscription qui est formé par la date à laquelle le partenaire légal ou de fait est inscrit au registre d'inscription, visé à l'article 7, alinéa premier, et le numéro d'ordre qui correspond au numéro d'ordre de la dernière inscription du jour auquel est inscrit son partenaire légal ou de fait. ".
1° au paragraphe 1er, premier alinéa, 2°, le membre de phrase " ou, le cas échéant, visée à l'article 29, § 2 " est abrogé ;
2° au paragraphe 2, 2° la phrase " Son partenaire légal ou de fait obtient un numéro d'inscription qui est formé par la date à laquelle son partenaire légal ou de fait est inscrit au registre d'inscription, visé à l'article 7, alinéa premier, et par le numéro d'ordre qui correspond au numéro d'ordre de la dernière inscription du jour auquel est inscrit son partenaire légal ou de fait. " est remplacée par la phrase " Le partenaire légal ou de fait du locataire de référence futur obtient un numéro d'inscription qui est formé par la date à laquelle le partenaire légal ou de fait est inscrit au registre d'inscription, visé à l'article 7, alinéa premier, et le numéro d'ordre qui correspond au numéro d'ordre de la dernière inscription du jour auquel est inscrit son partenaire légal ou de fait. ".
Art. 6. In artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 oktober 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"Voor de toepassing van de toelatingsvoorwaarden worden de volgende personen niet beschouwd als gezinsleden:
1° de echtgenoot van de kandidaat-huurder als er een vordering tot echtscheiding is ingesteld, of als er gegronde redenen worden aangevoerd voor het niet-instellen van een vordering tot echtscheiding en het huwelijk onherstelbaar is ontwricht;
2° de echtgenoot van de kandidaat-huurder als er een vermoeden van afwezigheid als vermeld in artikel 112 van het Burgerlijk Wetboek, is vastgesteld;
3° een of meer andere personen dan de persoon, vermeld in punt 1°, die op het ogenblik van de toewijzing samenwonen met de kandidaat-huurder, en die duidelijk de sociale huurwoning niet met die persoon gaan betrekken.";
2° tussen het tweede en het derde lid worden twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
"In afwijking van artikel 3, § 1, eerste lid, 3°, en tweede lid, 2° en 3°, wordt een kandidaat-huurder toch toegelaten tot een sociale huurwoning in de volgende gevallen:
1° hij heeft, samen met zijn echtgenoot, een woning of een perceel, bestemd voor woningbouw, volledig in volle eigendom en er is een vordering tot echtscheiding ingesteld, tenzij er gegronde redenen worden aangevoerd voor het niet-instellen van een vordering tot echtscheiding en het huwelijk onherstelbaar ontwricht is;
2° hij heeft een woning of een perceel, bestemd voor woningbouw, kosteloos gedeeltelijk in volle eigendom verworven.
De verhuurder beoordeelt de gegronde redenen, vermeld in het tweede lid, 1°, en derde lid, 1°, en neemt daarover een beslissing.";
3° in het bestaande derde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt tussen de woorden "de woning vervreemden" en de woorden "Als de huurder" de zin "Als het derde lid van toepassing is, moet de kandidaat-huurder uit onverdeeldheid treden binnen een jaar na de toewijzing van een sociale huurwoning." ingevoegd.
1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"Voor de toepassing van de toelatingsvoorwaarden worden de volgende personen niet beschouwd als gezinsleden:
1° de echtgenoot van de kandidaat-huurder als er een vordering tot echtscheiding is ingesteld, of als er gegronde redenen worden aangevoerd voor het niet-instellen van een vordering tot echtscheiding en het huwelijk onherstelbaar is ontwricht;
2° de echtgenoot van de kandidaat-huurder als er een vermoeden van afwezigheid als vermeld in artikel 112 van het Burgerlijk Wetboek, is vastgesteld;
3° een of meer andere personen dan de persoon, vermeld in punt 1°, die op het ogenblik van de toewijzing samenwonen met de kandidaat-huurder, en die duidelijk de sociale huurwoning niet met die persoon gaan betrekken.";
2° tussen het tweede en het derde lid worden twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
"In afwijking van artikel 3, § 1, eerste lid, 3°, en tweede lid, 2° en 3°, wordt een kandidaat-huurder toch toegelaten tot een sociale huurwoning in de volgende gevallen:
1° hij heeft, samen met zijn echtgenoot, een woning of een perceel, bestemd voor woningbouw, volledig in volle eigendom en er is een vordering tot echtscheiding ingesteld, tenzij er gegronde redenen worden aangevoerd voor het niet-instellen van een vordering tot echtscheiding en het huwelijk onherstelbaar ontwricht is;
2° hij heeft een woning of een perceel, bestemd voor woningbouw, kosteloos gedeeltelijk in volle eigendom verworven.
De verhuurder beoordeelt de gegronde redenen, vermeld in het tweede lid, 1°, en derde lid, 1°, en neemt daarover een beslissing.";
3° in het bestaande derde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt tussen de woorden "de woning vervreemden" en de woorden "Als de huurder" de zin "Als het derde lid van toepassing is, moet de kandidaat-huurder uit onverdeeldheid treden binnen een jaar na de toewijzing van een sociale huurwoning." ingevoegd.
Art. 6. A l'article 14 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 octobre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa deux est remplacé par les dispositions suivantes :
"Pour l'application des conditions d'admission, les personnes suivantes ne sont pas considérées comme étant des membres du ménage :
1° le conjoint du candidat-locataire lorsqu'une demande de divorce a été introduite ou si des motifs bien fondés sont utilisés pour justifier la non-introduction d'une demande de divorce et que le mariage est en passe d'une désunion irrémédiable ;
2° le conjoint du candidat-locataire lorsqu'une présomption d'absence, telle que visée à l'article 112 du Code Civil, a été constatée ;
3° une ou plusieurs personnes, autres que la personne visée au point 1°, qui cohabitent au moment de l'attribution avec le candidat-locataire, et qui de toute évidence ne co-occuperont pas l'habitation de location sociale, ensemble avec celui-ci." ;
2° entre les alinéas deux et trois deux alinéas sont insérés, rédigés comme suit :
"Par dérogation à l'article 3, § 1er, alinéa premier, 3° et alinéa deux, 2° et 3°, un candidat-locataire est toutefois admis à un logement locatif social dans les cas suivants :
1° il a, ensemble avec son conjoint, la propriété pleine d'une habitation ou d'une parcelle, destinée à la construction d'habitations, et une demande de divorce a été introduite, à moins que des motifs fondés ne soient présentés pour justifier la non-introduction d'une demande de divorce et que le mariage est en passe d'une désunion irrémédiable ;
2° il a acquis une partie d'une habitation ou d'une parcelle, destinée à la construction d'habitations en pleine propriété à titre gratuit." ;
Le bailleur évalue les motifs bien fondés, visés à l'alinéa deux, 1° et à l'alinéa trois, 1° et prend une décision à ce sujet. " ;
3° dans l'alinéa trois existant, qui devient l'alinéa cinq, la phrase " Si l'alinéa trois s'applique, le candidat-locataire doit sortir de l'indivision dans un an après l'attribution d'un logement locatif social. " est insérée entre les mots " l'attribution de l'habitation sociale de location " et les mots " Si le locataire ".
1° l'alinéa deux est remplacé par les dispositions suivantes :
"Pour l'application des conditions d'admission, les personnes suivantes ne sont pas considérées comme étant des membres du ménage :
1° le conjoint du candidat-locataire lorsqu'une demande de divorce a été introduite ou si des motifs bien fondés sont utilisés pour justifier la non-introduction d'une demande de divorce et que le mariage est en passe d'une désunion irrémédiable ;
2° le conjoint du candidat-locataire lorsqu'une présomption d'absence, telle que visée à l'article 112 du Code Civil, a été constatée ;
3° une ou plusieurs personnes, autres que la personne visée au point 1°, qui cohabitent au moment de l'attribution avec le candidat-locataire, et qui de toute évidence ne co-occuperont pas l'habitation de location sociale, ensemble avec celui-ci." ;
2° entre les alinéas deux et trois deux alinéas sont insérés, rédigés comme suit :
"Par dérogation à l'article 3, § 1er, alinéa premier, 3° et alinéa deux, 2° et 3°, un candidat-locataire est toutefois admis à un logement locatif social dans les cas suivants :
1° il a, ensemble avec son conjoint, la propriété pleine d'une habitation ou d'une parcelle, destinée à la construction d'habitations, et une demande de divorce a été introduite, à moins que des motifs fondés ne soient présentés pour justifier la non-introduction d'une demande de divorce et que le mariage est en passe d'une désunion irrémédiable ;
2° il a acquis une partie d'une habitation ou d'une parcelle, destinée à la construction d'habitations en pleine propriété à titre gratuit." ;
Le bailleur évalue les motifs bien fondés, visés à l'alinéa deux, 1° et à l'alinéa trois, 1° et prend une décision à ce sujet. " ;
3° dans l'alinéa trois existant, qui devient l'alinéa cinq, la phrase " Si l'alinéa trois s'applique, le candidat-locataire doit sortir de l'indivision dans un an après l'attribution d'un logement locatif social. " est insérée entre les mots " l'attribution de l'habitation sociale de location " et les mots " Si le locataire ".
Art. 7. In artikel 18, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede ", rekening houdend met het vooropgestelde aantal bewoners, vermeld in artikel 50" opgeheven.
Art. 7. A l'article 18, alinéa deux, du même arrêté, le membre de phrase ", compte tenu du nombre d'habitants envisagé, visé à l'article 50 " est abrogé.
Art. 8. In artikel 19, eerste lid, 1° quater, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 oktober 2013, wordt de zinsnede "artikel 30, vierde lid" vervangen door de zinsnede "artikel 30, § 1, vierde lid".
Art. 8. Dans l'article 19, alinéa premier, 1° quater, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 octobre 2013, le membre de phrase " l'article 30, alinéa quatre, " est remplacé par le membre de phrase " l'article 30, § 1er, alinéa quatre ".
Art. 9. In artikel 20, § 1, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 worden de woorden "van onbepaalde duur" opgeheven.
Art. 9. A l'article 20, § 1er, alinéa premier, 2°, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 2009, les mots " de durée indéterminée " sont abrogés.
Art. 10. In artikel 29 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009, 30 september 2011 en 4 oktober 2013, wordt paragraaf 2 opgeheven.
Art. 10. A l'article 29 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 6 février 2009, 30 septembre 2011 et 4 octobre 2013, le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 11. In artikel 30 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 september 2011, 4 mei 2012 en 4 oktober 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, 2°, wordt het woord "vijfde" vervangen door het woord "zesde";
2° in het vijfde lid, 1°, wordt het woord "vijfde" vervangen door het woord "zesde";
3° aan de bestaande tekst die paragraaf 1 zal vormen, worden een paragraaf 2 en een paragraaf 3 toegevoegd, die luiden als volgt:
" § 2. Overeenkomstig artikel 97bis, § 4, derde lid, en § 5, van de Vlaamse Wooncode kan de huurder de verhuurder verzoeken om de opzegging, vermeld in artikel 97bis, § 3, vierde en vijfde lid, en artikel 97bis, § 4, eerste lid, in te trekken. De opzeggingsbrief vermeldt die mogelijkheid, de vorm waarin en de termijn waarbinnen het verzoek moet worden ingediend.
Het verzoekschrift wordt op straffe van onontvankelijkheid met een aangetekende brief ingesteld binnen een vervaltermijn van zestig dagen vanaf de datum waarop de opzeggingstermijn ingaat. De datum van de afgifte op de post van het verzoekschrift geldt als datum van indiening van het verzoek.
De verhuurder beslist over het verzoekschrift en verzendt zijn beslissing met een aangetekende brief aan de huurder binnen een vervaltermijn van dertig dagen vanaf de derde werkdag die volgt op de datum van de afgifte op de post van het verzoekschrift. Als de beslissing negatief is, vermeldt de brief op straffe van nietigheid de mogelijkheid, de vorm waarin en de termijn waarbinnen de huurder een gemotiveerd beroep kan instellen bij de toezichthouder tegen de beslissing van de verhuurder.
Als de beslissing niet is verzonden binnen de gestelde termijn, wordt het verzoek geacht te zijn ingewilligd. De datum van de afgifte op de post van de beslissing geldt als datum van verzending.
§ 3. De huurder kan binnen een vervaltermijn van dertig dagen vanaf de derde werkdag die volgt op de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, vermeld in paragraaf 2, derde lid, een gemotiveerd beroep instellen bij de toezichthouder tegen de beslissing van de verhuurder, vermeld in het paragraaf 2, derde lid. De datum van de afgifte op de post van het beroepschrift geldt als datum van indiening van het verzoek.
Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld met een aangetekende brief. In het beroepschrift kan de huurder vragen om mondeling gehoord te worden. De huurder kan zich, in voorkomend geval, op de hoorzitting laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman of een huurdersbond of vertrouwenspersoon. In geval van een vertegenwoordiging door een huurdersbond of vertrouwenspersoon is een schriftelijk mandaat van de huurder nodig.
De opzeggingstermijn wordt geschorst vanaf de datum van indiening van het beroep tot de derde werkdag die volgt op de datum van de afgifte op de post van de beslissing van de toezichthouder die het beroep onontvankelijk of ontvankelijk maar ongegrond verklaart.
De toezichthouder verzendt zijn beslissing met een aangetekende brief gelijktijdig aan de huurder en verhuurder binnen een vervaltermijn van dertig dagen vanaf de derde werkdag die volgt op de datum van de afgifte op de post van het aangetekende beroepschrift. Die vervaltermijn wordt verlengd tot zestig dagen als er op verzoek van de huurder een hoorzitting gehouden wordt.
Met een aangetekende brief, gelijktijdig gericht aan de huurder en de verhuurder, kan de toezichthouder de voormelde termijnen eenmalig verlengen met dertig dagen.
Als de beslissing niet is verzonden binnen de gestelde termijn, wordt het beroep geacht ingewilligd te zijn. De datum van de afgifte op de post van de beslissing geldt als datum van verzending.".
1° in het eerste lid, 2°, wordt het woord "vijfde" vervangen door het woord "zesde";
2° in het vijfde lid, 1°, wordt het woord "vijfde" vervangen door het woord "zesde";
3° aan de bestaande tekst die paragraaf 1 zal vormen, worden een paragraaf 2 en een paragraaf 3 toegevoegd, die luiden als volgt:
" § 2. Overeenkomstig artikel 97bis, § 4, derde lid, en § 5, van de Vlaamse Wooncode kan de huurder de verhuurder verzoeken om de opzegging, vermeld in artikel 97bis, § 3, vierde en vijfde lid, en artikel 97bis, § 4, eerste lid, in te trekken. De opzeggingsbrief vermeldt die mogelijkheid, de vorm waarin en de termijn waarbinnen het verzoek moet worden ingediend.
Het verzoekschrift wordt op straffe van onontvankelijkheid met een aangetekende brief ingesteld binnen een vervaltermijn van zestig dagen vanaf de datum waarop de opzeggingstermijn ingaat. De datum van de afgifte op de post van het verzoekschrift geldt als datum van indiening van het verzoek.
De verhuurder beslist over het verzoekschrift en verzendt zijn beslissing met een aangetekende brief aan de huurder binnen een vervaltermijn van dertig dagen vanaf de derde werkdag die volgt op de datum van de afgifte op de post van het verzoekschrift. Als de beslissing negatief is, vermeldt de brief op straffe van nietigheid de mogelijkheid, de vorm waarin en de termijn waarbinnen de huurder een gemotiveerd beroep kan instellen bij de toezichthouder tegen de beslissing van de verhuurder.
Als de beslissing niet is verzonden binnen de gestelde termijn, wordt het verzoek geacht te zijn ingewilligd. De datum van de afgifte op de post van de beslissing geldt als datum van verzending.
§ 3. De huurder kan binnen een vervaltermijn van dertig dagen vanaf de derde werkdag die volgt op de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, vermeld in paragraaf 2, derde lid, een gemotiveerd beroep instellen bij de toezichthouder tegen de beslissing van de verhuurder, vermeld in het paragraaf 2, derde lid. De datum van de afgifte op de post van het beroepschrift geldt als datum van indiening van het verzoek.
Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld met een aangetekende brief. In het beroepschrift kan de huurder vragen om mondeling gehoord te worden. De huurder kan zich, in voorkomend geval, op de hoorzitting laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman of een huurdersbond of vertrouwenspersoon. In geval van een vertegenwoordiging door een huurdersbond of vertrouwenspersoon is een schriftelijk mandaat van de huurder nodig.
De opzeggingstermijn wordt geschorst vanaf de datum van indiening van het beroep tot de derde werkdag die volgt op de datum van de afgifte op de post van de beslissing van de toezichthouder die het beroep onontvankelijk of ontvankelijk maar ongegrond verklaart.
De toezichthouder verzendt zijn beslissing met een aangetekende brief gelijktijdig aan de huurder en verhuurder binnen een vervaltermijn van dertig dagen vanaf de derde werkdag die volgt op de datum van de afgifte op de post van het aangetekende beroepschrift. Die vervaltermijn wordt verlengd tot zestig dagen als er op verzoek van de huurder een hoorzitting gehouden wordt.
Met een aangetekende brief, gelijktijdig gericht aan de huurder en de verhuurder, kan de toezichthouder de voormelde termijnen eenmalig verlengen met dertig dagen.
Als de beslissing niet is verzonden binnen de gestelde termijn, wordt het beroep geacht ingewilligd te zijn. De datum van de afgifte op de post van de beslissing geldt als datum van verzending.".
Art. 11. A l'article 30 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 2009 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 septembre 2011, 4 mai 2012 et 4 octobre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa premier, 2°, le mot " cinq" est remplacé par le mot " six" ;
2° à l'alinéa cinq, 1°, le mot " cinq" est remplacé par le mot " six" ;
3° au texte actuel qui formera le paragraphe 1er, il est ajouté un paragraphe 2 et un paragraphe 3, rédigés comme suit :
" § 2. Conformément à l'article 97bis, § 4, alinéa trois et § 5 du Code flamand du Logement, le locataire peut demander au bailleur de retirer la résiliation, visée à l'article 97bis, § 3, alinéas quatre et cinq et à l'article 97bis, § 4, alinéa premier. La lettre de préavis fait mention de cette possibilité, de la forme dans laquelle et du délai endéans lequel la demande doit être introduite.
Sous peine d'irrecevabilité, la demande est introduite par lettre recommandée dans une échéance de soixante jours à partir de la date à laquelle le délai de préavis prend cours. La date de remise de la demande à la poste est assimilée à la date d'introduction de la demande.
Le bailleur prend une décision quant à la demande et envoie sa décision au locataire par lettre recommandée dans un délai de trente jours à compter du troisième jour ouvrable suivant la date de remise de la demande à la poste. Si la décision est négative, la lettre mentionne, sous peine de nullité, la possibilité, la forme dans laquelle et le délai endéans lequel le locataire peut former un recours motivé contre la décision du bailleur auprès de l'autorité de contrôle.
Lorsque la décision n'a pas été envoyée dans le délai imparti, la demande est réputée être acceptée. La date de remise de la demande à la poste est assimilée à la date d'envoi de la demande.
§ 3. Le locataire peut former un recours motivé contre la décision du bailleur, visée au paragraphe 2, alinéa trois, dans un délai de trente jours à partir du troisième jour ouvrable suivant la date de remise de la lettre recommandée à la poste, visée au paragraphe 2, alinéa trois. La date de remise de la demande à la poste est assimilée à la date d'introduction de la demande.
Le recours est introduit, sous peine d'irrecevabilité, par lettre recommandée. Le locataire peut demander dans le recours d'être entendu oralement. Le locataire peut, le cas échéant, se faire assister ou se faire représenter à l'audition par un conseil ou une union des locataires ou par une personne de confiance. Dans le cas d'une représentation par une union de locataires ou par un personne de confiance, un mandat écrit du locataire est nécessaire.
Le délai de préavis est suspendu à partir de la date d'introduction du recours jusqu'au troisième jour ouvrable suivant la date de remise à la poste de la décision du contrôleur qui déclare le recours soit irrecevable soit recevable mais non fondé.
Le contrôleur envoie sa décision par lettre recommandée à la fois au locataire et au bailleur dans un délai de trente jours à compter du troisième jour ouvrable suivant la date de remise à la poste du recours recommandé. Ce délai est prolongé à soixante jours si une audition est tenue à la demande du locataire.
Le contrôleur peut une seule fois prolonger les délais précités de trente jours au moyen d'une lettre recommandée, à la fois adressée au locataire et au bailleur.
Lorsque la décision n'a pas été envoyée dans le délai imparti, le recours est réputé être accepté. La date de remise de la décision à la poste est assimilée à la date d'envoi.`
1° à l'alinéa premier, 2°, le mot " cinq" est remplacé par le mot " six" ;
2° à l'alinéa cinq, 1°, le mot " cinq" est remplacé par le mot " six" ;
3° au texte actuel qui formera le paragraphe 1er, il est ajouté un paragraphe 2 et un paragraphe 3, rédigés comme suit :
" § 2. Conformément à l'article 97bis, § 4, alinéa trois et § 5 du Code flamand du Logement, le locataire peut demander au bailleur de retirer la résiliation, visée à l'article 97bis, § 3, alinéas quatre et cinq et à l'article 97bis, § 4, alinéa premier. La lettre de préavis fait mention de cette possibilité, de la forme dans laquelle et du délai endéans lequel la demande doit être introduite.
Sous peine d'irrecevabilité, la demande est introduite par lettre recommandée dans une échéance de soixante jours à partir de la date à laquelle le délai de préavis prend cours. La date de remise de la demande à la poste est assimilée à la date d'introduction de la demande.
Le bailleur prend une décision quant à la demande et envoie sa décision au locataire par lettre recommandée dans un délai de trente jours à compter du troisième jour ouvrable suivant la date de remise de la demande à la poste. Si la décision est négative, la lettre mentionne, sous peine de nullité, la possibilité, la forme dans laquelle et le délai endéans lequel le locataire peut former un recours motivé contre la décision du bailleur auprès de l'autorité de contrôle.
Lorsque la décision n'a pas été envoyée dans le délai imparti, la demande est réputée être acceptée. La date de remise de la demande à la poste est assimilée à la date d'envoi de la demande.
§ 3. Le locataire peut former un recours motivé contre la décision du bailleur, visée au paragraphe 2, alinéa trois, dans un délai de trente jours à partir du troisième jour ouvrable suivant la date de remise de la lettre recommandée à la poste, visée au paragraphe 2, alinéa trois. La date de remise de la demande à la poste est assimilée à la date d'introduction de la demande.
Le recours est introduit, sous peine d'irrecevabilité, par lettre recommandée. Le locataire peut demander dans le recours d'être entendu oralement. Le locataire peut, le cas échéant, se faire assister ou se faire représenter à l'audition par un conseil ou une union des locataires ou par une personne de confiance. Dans le cas d'une représentation par une union de locataires ou par un personne de confiance, un mandat écrit du locataire est nécessaire.
Le délai de préavis est suspendu à partir de la date d'introduction du recours jusqu'au troisième jour ouvrable suivant la date de remise à la poste de la décision du contrôleur qui déclare le recours soit irrecevable soit recevable mais non fondé.
Le contrôleur envoie sa décision par lettre recommandée à la fois au locataire et au bailleur dans un délai de trente jours à compter du troisième jour ouvrable suivant la date de remise à la poste du recours recommandé. Ce délai est prolongé à soixante jours si une audition est tenue à la demande du locataire.
Le contrôleur peut une seule fois prolonger les délais précités de trente jours au moyen d'une lettre recommandée, à la fois adressée au locataire et au bailleur.
Lorsque la décision n'a pas été envoyée dans le délai imparti, le recours est réputé être accepté. La date de remise de la décision à la poste est assimilée à la date d'envoi.`
Art. 12. In artikel 31 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 en 4 oktober 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt tussen de zinsnede "bijlage I," en de zinsnede "en II" de zinsnede "Ibis" ingevoegd;
2° tussen het eerste en het tweede lid worden twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
"Ter uitvoering van artikel 97bis, § 2, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode hebben de huurovereenkomsten die gesloten worden vanaf 1 maart 2017 een duur van negen jaar.
De huurder behoudt zijn huurderscategorie als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34° van de Vlaamse Wooncode als de huurovereenkomst een vorige huurovereenkomst met dezelfde verhuurder opvolgt en als volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° een huurder als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a) of b) van de Vlaamse Wooncode verhuist mee;
2° de verhuis gebeurt met toepassing van de voorrangsregels, vermeld in artikel 19, eerste lid, 21, § 2 en § 3, en 24, of van artikel 37bis of 37ter.".
1° in het eerste lid wordt tussen de zinsnede "bijlage I," en de zinsnede "en II" de zinsnede "Ibis" ingevoegd;
2° tussen het eerste en het tweede lid worden twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
"Ter uitvoering van artikel 97bis, § 2, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode hebben de huurovereenkomsten die gesloten worden vanaf 1 maart 2017 een duur van negen jaar.
De huurder behoudt zijn huurderscategorie als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34° van de Vlaamse Wooncode als de huurovereenkomst een vorige huurovereenkomst met dezelfde verhuurder opvolgt en als volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° een huurder als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a) of b) van de Vlaamse Wooncode verhuist mee;
2° de verhuis gebeurt met toepassing van de voorrangsregels, vermeld in artikel 19, eerste lid, 21, § 2 en § 3, en 24, of van artikel 37bis of 37ter.".
Art. 12. A l'article 31 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 6 février 2009 et 4 octobre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa premier, le membre de phrase " , Ibis " est inséré entre le membre de phrase " annexes Ire " et le membre de phrase " II ";
2° entre le premier et le deuxième alinéa, deux alinéas sont insérés, rédigés comme suit :
"En exécution de l'article 97bis, § 2, alinéa premier du Code flamand du Logement, les baux conclus à partir du 1 mars 2017 ont une durée de neuf ans.
Le locataire conserve sa catégorie de location, telle que visée à l'article 2, § 1er, alinéa premier, 34° du Code flamand du Logement si le bail succède à un bail précédent et que les conditions suivantes sont satisfaites :
1° un locataire tel que visé à l'article 2, § 1er, alinéa premier, 34°, a) ou b) du Code flamand du Logement déménage ensemble avec le locataire ;
2° le déménagement s'effectue en application des règles de priorité, visées à l'article 19, premier alinéa, à l'article 21, § 2 et § 3, et à l'article 24 ou à l'article 37bis ou 37ter.".
1° à l'alinéa premier, le membre de phrase " , Ibis " est inséré entre le membre de phrase " annexes Ire " et le membre de phrase " II ";
2° entre le premier et le deuxième alinéa, deux alinéas sont insérés, rédigés comme suit :
"En exécution de l'article 97bis, § 2, alinéa premier du Code flamand du Logement, les baux conclus à partir du 1 mars 2017 ont une durée de neuf ans.
Le locataire conserve sa catégorie de location, telle que visée à l'article 2, § 1er, alinéa premier, 34° du Code flamand du Logement si le bail succède à un bail précédent et que les conditions suivantes sont satisfaites :
1° un locataire tel que visé à l'article 2, § 1er, alinéa premier, 34°, a) ou b) du Code flamand du Logement déménage ensemble avec le locataire ;
2° le déménagement s'effectue en application des règles de priorité, visées à l'article 19, premier alinéa, à l'article 21, § 2 et § 3, et à l'article 24 ou à l'article 37bis ou 37ter.".
Art. 13. In artikel 33 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 en 4 oktober 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Ter uitvoering van artikel 96, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode zegt de verhuurder de huurovereenkomst op in de volgende gevallen:
1° de referentiehuurder of zijn wettelijke of feitelijke partner heeft een woning volledig of gedeeltelijk in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik verworven;
2° de referentiehuurder of zijn wettelijke of feitelijke partner heeft een perceel, bestemd voor woningbouw, volledig of gedeeltelijk in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik verworven;
3° de referentiehuurder of zijn wettelijke of feitelijke partner is een zaakvoerder, bestuurder of aandeelhouder van een vennootschap waarin hij of zijn wettelijke of feitelijke partner een woning of een perceel dat bestemd is voor woningbouw, heeft ingebracht.";
2° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Als de gevallen, vermeld in het eerste lid, 1° en 3°, van toepassing zijn, bedraagt de opzegtermijn zes maanden. Als het geval, vermeld in het eerste lid, 2°, van toepassing is, bedraagt de opzegtermijn zes maanden, die ingaat vijf jaar na de verwerving van het perceel, bestemd voor woningbouw.";
3° paragraaf 2 wordt opgeheven.
1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Ter uitvoering van artikel 96, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode zegt de verhuurder de huurovereenkomst op in de volgende gevallen:
1° de referentiehuurder of zijn wettelijke of feitelijke partner heeft een woning volledig of gedeeltelijk in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik verworven;
2° de referentiehuurder of zijn wettelijke of feitelijke partner heeft een perceel, bestemd voor woningbouw, volledig of gedeeltelijk in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik verworven;
3° de referentiehuurder of zijn wettelijke of feitelijke partner is een zaakvoerder, bestuurder of aandeelhouder van een vennootschap waarin hij of zijn wettelijke of feitelijke partner een woning of een perceel dat bestemd is voor woningbouw, heeft ingebracht.";
2° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Als de gevallen, vermeld in het eerste lid, 1° en 3°, van toepassing zijn, bedraagt de opzegtermijn zes maanden. Als het geval, vermeld in het eerste lid, 2°, van toepassing is, bedraagt de opzegtermijn zes maanden, die ingaat vijf jaar na de verwerving van het perceel, bestemd voor woningbouw.";
3° paragraaf 2 wordt opgeheven.
Art. 13. A l'article 33 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 6 février 2009 et 4 octobre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, l'alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
"En exécution de l'article 96, § 1er, alinéa premier du Code flamand du Logement, le bailleur résilie le bail dans les cas suivants :
1° lorsque le locataire de référence ou son partenaire légal ou de fait ont acquis la totalité ou une partie en pleine propriété d'une habitation ou sont usufruitiers de la totalité d'une habitation ;
2° lorsque le locataire de référence ou son partenaire légal ou de fait ont acquis la totalité ou une partie en pleine propriété d'une parcelle, destinée à la construction d'habitations, ou sont usufruitiers de la totalité d'une telle parcelle ;
3° lorsque le locataire de référence ou son partenaire légal ou de fait est gérant, administrateur ou actionnaire d'une société dans laquelle lui ou son partenaire légal ou de fait a apporté une habitation ou une parcelle destinée à la construction d'habitations. " ;
2° au paragraphe 1er, l'alinéa trois est remplacé par ce qui suit :
Si le cas, visé à l'alinéa premier, 1° ou 3°, s'applique, le délai de préavis est de six mois. Si le cas, visé à l'alinéa premier, 2°, s'applique, le délai de préavis est de six mois, qui prend cours cinq ans après l'acquisition de la parcelle, destinée à la construction d'habitations. " ;
3° le paragraphe 2 est abrogé.
1° au paragraphe 1er, l'alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
"En exécution de l'article 96, § 1er, alinéa premier du Code flamand du Logement, le bailleur résilie le bail dans les cas suivants :
1° lorsque le locataire de référence ou son partenaire légal ou de fait ont acquis la totalité ou une partie en pleine propriété d'une habitation ou sont usufruitiers de la totalité d'une habitation ;
2° lorsque le locataire de référence ou son partenaire légal ou de fait ont acquis la totalité ou une partie en pleine propriété d'une parcelle, destinée à la construction d'habitations, ou sont usufruitiers de la totalité d'une telle parcelle ;
3° lorsque le locataire de référence ou son partenaire légal ou de fait est gérant, administrateur ou actionnaire d'une société dans laquelle lui ou son partenaire légal ou de fait a apporté une habitation ou une parcelle destinée à la construction d'habitations. " ;
2° au paragraphe 1er, l'alinéa trois est remplacé par ce qui suit :
Si le cas, visé à l'alinéa premier, 1° ou 3°, s'applique, le délai de préavis est de six mois. Si le cas, visé à l'alinéa premier, 2°, s'applique, le délai de préavis est de six mois, qui prend cours cinq ans après l'acquisition de la parcelle, destinée à la construction d'habitations. " ;
3° le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 14. In artikel 34, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 oktober 2013, wordt de zinsnede "de typehuurovereenkomst, opgenomen in bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd" vervangen door de zinsnede "de typehuurovereenkomsten, opgenomen in bijlage I en Ibis, die bij dit besluit zijn gevoegd".
Art. 14. A l'article 34, § 1er, alinéa premier, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 octobre 2013, le membre de phrase " le contrat de location type repris à l'annexe Ire jointe au présent arrêté " est remplacé par le membre de phrase " les contrats de location type repris aux annexes Ire et Ibis, jointes au présent arrêté.".
Art. 15. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014, wordt het opschrift van hoofdstuk VIIbis vervangen door wat volgt:
"HOOFDSTUK VIIbis. - Bepalingen van toepassing als de sociale huurwoning gesloopt, aangepast of gerenoveerd wordt".
"HOOFDSTUK VIIbis. - Bepalingen van toepassing als de sociale huurwoning gesloopt, aangepast of gerenoveerd wordt".
Art. 15. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 avril 2014, l'intitulé du chapitre VIIbis est remplacé par ce qui suit :
" CHAPITRE VIIbis. - Dispositions applicables en cas de démolition, de transformation ou de rénovation de l'habitation de location sociale".
" CHAPITRE VIIbis. - Dispositions applicables en cas de démolition, de transformation ou de rénovation de l'habitation de location sociale".
Art. 16. In artikel 37bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 oktober 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "renovatiewerkzaamheden" vervangen door de zinsnede "sloop-, renovatie- of aanpassingswerkzaamheden";
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "renovatie- of aanpassingswerkzaamheden" vervangen door de zinsnede "sloop-, renovatie- of aanpassingswerkzaamheden";
3° in paragraaf 2, tweede lid, wordt het woord "renovatieproject" vervangen door het woord "project";
4° in paragraaf 2, derde lid, en vierde lid, wordt de zin "In de nieuwe huurovereenkomst worden de huurderscategorieën overgenomen die vastgesteld waren in de vorige huurovereenkomst." opgeheven.
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "renovatiewerkzaamheden" vervangen door de zinsnede "sloop-, renovatie- of aanpassingswerkzaamheden";
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "renovatie- of aanpassingswerkzaamheden" vervangen door de zinsnede "sloop-, renovatie- of aanpassingswerkzaamheden";
3° in paragraaf 2, tweede lid, wordt het woord "renovatieproject" vervangen door het woord "project";
4° in paragraaf 2, derde lid, en vierde lid, wordt de zin "In de nieuwe huurovereenkomst worden de huurderscategorieën overgenomen die vastgesteld waren in de vorige huurovereenkomst." opgeheven.
Art. 16. A l'article 37bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 octobre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, alinéa premier, les mots " travaux de rénovation " sont remplacés par les mots " travaux de démolition, de rénovation ou de transformation " ;
2° au paragraphe 2, alinéa premier, les mots " travaux de rénovation ou d'adaptation " sont remplacés par les mots " travaux de démolition, de rénovation ou de transformation " ;
3° au paragraphe 2, alinéa deux, les mots " projet de rénovation " sont remplacés par le mot " projet " ;
4° au paragraphe 2, alinéa trois et alinéa quatre, la phrase " Dans le nouveau contrat de location, des catégories de locataires sont reprises qui étaient déjà fixées dans le contrat de location précédent. " est abrogée.
1° au paragraphe 1er, alinéa premier, les mots " travaux de rénovation " sont remplacés par les mots " travaux de démolition, de rénovation ou de transformation " ;
2° au paragraphe 2, alinéa premier, les mots " travaux de rénovation ou d'adaptation " sont remplacés par les mots " travaux de démolition, de rénovation ou de transformation " ;
3° au paragraphe 2, alinéa deux, les mots " projet de rénovation " sont remplacés par le mot " projet " ;
4° au paragraphe 2, alinéa trois et alinéa quatre, la phrase " Dans le nouveau contrat de location, des catégories de locataires sont reprises qui étaient déjà fixées dans le contrat de location précédent. " est abrogée.
Art. 17. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014, wordt een hoofdstuk VIIter, dat bestaat uit artikel 37ter, ingevoegd, dat luidt als volgt:
"HOOFDSTUK VIIter. - Bepalingen van toepassing als de sociale huurwoning onderbezet is
Art. 37ter. § 1. Voor de huurders die een huurovereenkomst hebben gesloten die werd opgesteld volgens de typehuurovereenkomst, gevoegd als bijlage Ibis bij dit besluit, geldt de volgende regeling.
Ter uitvoering van artikel 97bis, § 4, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode wordt een woning als onderbezet beschouwd als het verschil tussen enerzijds het aantal slaapkamers van de woning en anderzijds de som van het aantal huurders, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, van de Vlaamse Wooncode, het aantal minderjarige kinderen en het aantal gemelde personen met toepassing van artikel 92, § 3, tweede lid, van de Vlaamse Wooncode in die woning, groter is dan 1.
De huurder wordt op het moment van herhuisvesting niet getoetst aan de inkomensvoorwaarde, vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 2°.
Voor de toewijzing van een woning kan de verhuurder afwijken van de toewijzingsregels, vermeld in artikel 18 tot en met 29.
De woning die wordt aangeboden, moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° de woning zou niet onderbezet zijn als de huurder met zijn gezinsleden de woning zou betrekken;
2° de woning ligt in een straal van vijf kilometer van de onderbezette woning;
3° de reële huurprijs, verhoogd met de huurlasten, vermeld in artikel 1, § 1, eerste lid, 2° tot en met 8°, van bijlage III, ligt niet hoger dan de reële huurprijs van de onderbezette woning, verhoogd met de huurlasten, vermeld in artikel 1, § 1, eerste lid, van bijlage III.
Tussen de eerste weigering en het volgende aanbod van een ander woning moet een periode verlopen zijn van ten minste drie maanden.
De verhuurder kan ook een woning aanbieden die niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het vijfde lid, 2° en 3°. De weigering van het aanbod zal dan geen aanleiding geven tot de toepassing van artikel 97bis, § 4, van de Vlaamse Wooncode. De verhuurder vermeldt dat in de aanbiedingsbrief.
De verhuurder vermeldt in zijn intern huurreglement op welke wijze hij de huurders van een onderbezette woning als vermeld in het tweede lid, zal begeleiden naar een woning die niet onderbezet zou zijn als de huurder met zijn gezinsleden de woning zou betrekken.
§ 2. Voor de huurders die een huurovereenkomst hebben gesloten die werd opgesteld volgens de typehuurovereenkomst, gevoegd als bijlage I bij dit besluit, geldt de volgende regeling.
Als een huurder een onderbezette woning als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, bewoont, betaalt hij na de tweede weigering van een aangeboden woning die voldoet aan de vereisten, vermeld in paragraaf 1, vijfde lid, een maandelijkse vergoeding die aan de reële huurprijs, vermeld in artikel 38, wordt toegevoegd. De maandelijkse vergoeding bedraagt 25 euro per slaapkamer die volgens de definitie van onderbezette woning, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, het toegelaten aantal slaapkamers overschrijdt.
Paragraaf 1, derde, vierde, zesde en achtste lid, zijn van toepassing.
De verhuurder kan ook een woning aanbieden die niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, vijfde lid, 2° en 3°. De weigering van het aanbod zal dan geen aanleiding geven tot de aanrekening van de maandelijkse vergoeding, vermeld in het tweede lid. De verhuurder vermeldt dat in de aanbiedingsbrief.".
"HOOFDSTUK VIIter. - Bepalingen van toepassing als de sociale huurwoning onderbezet is
Art. 37ter. § 1. Voor de huurders die een huurovereenkomst hebben gesloten die werd opgesteld volgens de typehuurovereenkomst, gevoegd als bijlage Ibis bij dit besluit, geldt de volgende regeling.
Ter uitvoering van artikel 97bis, § 4, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode wordt een woning als onderbezet beschouwd als het verschil tussen enerzijds het aantal slaapkamers van de woning en anderzijds de som van het aantal huurders, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, van de Vlaamse Wooncode, het aantal minderjarige kinderen en het aantal gemelde personen met toepassing van artikel 92, § 3, tweede lid, van de Vlaamse Wooncode in die woning, groter is dan 1.
De huurder wordt op het moment van herhuisvesting niet getoetst aan de inkomensvoorwaarde, vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 2°.
Voor de toewijzing van een woning kan de verhuurder afwijken van de toewijzingsregels, vermeld in artikel 18 tot en met 29.
De woning die wordt aangeboden, moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° de woning zou niet onderbezet zijn als de huurder met zijn gezinsleden de woning zou betrekken;
2° de woning ligt in een straal van vijf kilometer van de onderbezette woning;
3° de reële huurprijs, verhoogd met de huurlasten, vermeld in artikel 1, § 1, eerste lid, 2° tot en met 8°, van bijlage III, ligt niet hoger dan de reële huurprijs van de onderbezette woning, verhoogd met de huurlasten, vermeld in artikel 1, § 1, eerste lid, van bijlage III.
Tussen de eerste weigering en het volgende aanbod van een ander woning moet een periode verlopen zijn van ten minste drie maanden.
De verhuurder kan ook een woning aanbieden die niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het vijfde lid, 2° en 3°. De weigering van het aanbod zal dan geen aanleiding geven tot de toepassing van artikel 97bis, § 4, van de Vlaamse Wooncode. De verhuurder vermeldt dat in de aanbiedingsbrief.
De verhuurder vermeldt in zijn intern huurreglement op welke wijze hij de huurders van een onderbezette woning als vermeld in het tweede lid, zal begeleiden naar een woning die niet onderbezet zou zijn als de huurder met zijn gezinsleden de woning zou betrekken.
§ 2. Voor de huurders die een huurovereenkomst hebben gesloten die werd opgesteld volgens de typehuurovereenkomst, gevoegd als bijlage I bij dit besluit, geldt de volgende regeling.
Als een huurder een onderbezette woning als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, bewoont, betaalt hij na de tweede weigering van een aangeboden woning die voldoet aan de vereisten, vermeld in paragraaf 1, vijfde lid, een maandelijkse vergoeding die aan de reële huurprijs, vermeld in artikel 38, wordt toegevoegd. De maandelijkse vergoeding bedraagt 25 euro per slaapkamer die volgens de definitie van onderbezette woning, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, het toegelaten aantal slaapkamers overschrijdt.
Paragraaf 1, derde, vierde, zesde en achtste lid, zijn van toepassing.
De verhuurder kan ook een woning aanbieden die niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, vijfde lid, 2° en 3°. De weigering van het aanbod zal dan geen aanleiding geven tot de aanrekening van de maandelijkse vergoeding, vermeld in het tweede lid. De verhuurder vermeldt dat in de aanbiedingsbrief.".
Art. 17. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 avril 2014, il est inséré un chapitre VIIter, constitué de l'article 37ter, rédigé comme suit :
"CHAPITRE VIIter. - Dispositions applicables en cas de sous-occupation de l'habitation de location sociale
Art. 37ter. § 1er. Pour les locataires qui ont conclu un bail, qui a été établi conformément au contrat de location type, joint comme annexe Ibis au présent arrêté, les règles suivantes s'appliquent.
En exécution de l'article 97bis, § 4, alinéa premier du Code flamand du Logement, une habitation est considérée comme étant sous-occupée si la différence entre le nombre des chambres à coucher de l'habitation d'une part et la somme du nombre de locataires, visés à l'article 2, § 1er, alinéa premier, 34° du Code flamand du Logement, le nombre d'enfants mineurs et le nombre de personnes enregistrées en application de l'article 92, § 3, alinéa deux du Code flamand du Logement dans cette habitation, est supérieure à 1.
Lors du relogement, le locataire ne doit pas répondre à la condition de revenus visée à l'article 3, § 1er, alinéa premier, 2°.
Le bailleur peut déroger aux règles d'attribution visées aux articles 18 à 29 pour l'attribution d'une habitation.
L'habitation offerte répond aux conditions suivantes :
1° l'habitation ne serait pas sous-occupée si le locataire et les membres de sa famille déménagent dans l'habitation ;
2° l'habitation se trouve dans un rayon de cinq kilomètres de l'habitation sous-occupée ;
3° le loyer réel, majoré des charges locatives, visées à l'article 1er, § 1er, alinéa premier, 2° à 8° de l'annexe III, n'est pas supérieur au loyer réel de l'habitation sous-occupée, majorée des charges locatives, visées à l'article 1er, § 1er, alinéa premier, de l'annexe III.
Une période d'au moins trois mois s'est écoulée entre le premier refus et l'offre suivante d'une autre habitation.
Le bailleur peut également offrir une habitation qui ne répond pas aux conditions visées à l'alinéa cinq, 2° et 3°. Le refus de l'offre n'entraîne alors pas l'application de l'article 97bis, § 4 du Code flamand du Logement. Le bailleur en fait mention dans sa lettre d'offre.
Le bailleur mentionne dans son règlement interne de location la façon dont il accompagnera les locataires d'une habitation sous-occupée, telle que visée à l'alinéa deux, vers une habitation qui ne serait pas sous-occupée si le locataire y déménage avec les membres de sa famille.
§ 2. Pour les locataires qui ont conclu un bail, qui a été établi conformément au contrat de location type, joint comme annexe Ire au présent arrêté, les règles suivantes s'appliquent.
Le locataire qui habite une habitation sous-occupée, telle que visée au paragraphe 1er, alinéa deux et qui à deux reprises refuse une habitation offerte, qui répond aux exigences visées au paragraphe 1er, alinéa cinq, paie une allocation mensuelle qui est ajoutée au loyer réel, visé à l'article 38. L'allocation mensuelle est de 25 euros par chambre à coucher dépassant le nombre admis de chambres à coucher selon la définition d'habitation sous-occupée, visée au paragraphe 1er, alinéa deux.
Le paragraphe 1er, alinéas trois, quatre, six et huit sont d'application.
Le bailleur peut également offrir une habitation qui ne répond pas aux conditions visées au paragraphe 1er, alinéa cinq, 2° et 3°. Dans ce cas, le refus de l'offre n'entraînera pas l'imputation de l'allocation mensuelle visée à l'alinéa deux. Le bailleur en fait mention dans sa lettre d'offre. ".
"CHAPITRE VIIter. - Dispositions applicables en cas de sous-occupation de l'habitation de location sociale
Art. 37ter. § 1er. Pour les locataires qui ont conclu un bail, qui a été établi conformément au contrat de location type, joint comme annexe Ibis au présent arrêté, les règles suivantes s'appliquent.
En exécution de l'article 97bis, § 4, alinéa premier du Code flamand du Logement, une habitation est considérée comme étant sous-occupée si la différence entre le nombre des chambres à coucher de l'habitation d'une part et la somme du nombre de locataires, visés à l'article 2, § 1er, alinéa premier, 34° du Code flamand du Logement, le nombre d'enfants mineurs et le nombre de personnes enregistrées en application de l'article 92, § 3, alinéa deux du Code flamand du Logement dans cette habitation, est supérieure à 1.
Lors du relogement, le locataire ne doit pas répondre à la condition de revenus visée à l'article 3, § 1er, alinéa premier, 2°.
Le bailleur peut déroger aux règles d'attribution visées aux articles 18 à 29 pour l'attribution d'une habitation.
L'habitation offerte répond aux conditions suivantes :
1° l'habitation ne serait pas sous-occupée si le locataire et les membres de sa famille déménagent dans l'habitation ;
2° l'habitation se trouve dans un rayon de cinq kilomètres de l'habitation sous-occupée ;
3° le loyer réel, majoré des charges locatives, visées à l'article 1er, § 1er, alinéa premier, 2° à 8° de l'annexe III, n'est pas supérieur au loyer réel de l'habitation sous-occupée, majorée des charges locatives, visées à l'article 1er, § 1er, alinéa premier, de l'annexe III.
Une période d'au moins trois mois s'est écoulée entre le premier refus et l'offre suivante d'une autre habitation.
Le bailleur peut également offrir une habitation qui ne répond pas aux conditions visées à l'alinéa cinq, 2° et 3°. Le refus de l'offre n'entraîne alors pas l'application de l'article 97bis, § 4 du Code flamand du Logement. Le bailleur en fait mention dans sa lettre d'offre.
Le bailleur mentionne dans son règlement interne de location la façon dont il accompagnera les locataires d'une habitation sous-occupée, telle que visée à l'alinéa deux, vers une habitation qui ne serait pas sous-occupée si le locataire y déménage avec les membres de sa famille.
§ 2. Pour les locataires qui ont conclu un bail, qui a été établi conformément au contrat de location type, joint comme annexe Ire au présent arrêté, les règles suivantes s'appliquent.
Le locataire qui habite une habitation sous-occupée, telle que visée au paragraphe 1er, alinéa deux et qui à deux reprises refuse une habitation offerte, qui répond aux exigences visées au paragraphe 1er, alinéa cinq, paie une allocation mensuelle qui est ajoutée au loyer réel, visé à l'article 38. L'allocation mensuelle est de 25 euros par chambre à coucher dépassant le nombre admis de chambres à coucher selon la définition d'habitation sous-occupée, visée au paragraphe 1er, alinéa deux.
Le paragraphe 1er, alinéas trois, quatre, six et huit sont d'application.
Le bailleur peut également offrir une habitation qui ne répond pas aux conditions visées au paragraphe 1er, alinéa cinq, 2° et 3°. Dans ce cas, le refus de l'offre n'entraînera pas l'imputation de l'allocation mensuelle visée à l'alinéa deux. Le bailleur en fait mention dans sa lettre d'offre. ".
Art. 18. In artikel 40 van hetzelfde besluit wordt het woord "negen" vervangen door het woord "elf" en het woord "negenjarige" vervangen door het woord "elfjarige".
Art. 18. A l'article 40 du même arrêté, le mot " neuf " est remplacé par le mot " onze " et les mots " délai de neuf ans " sont remplacés par les mots " délai de onze ans".
Art. 19. In artikel 46 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "artikel 1, 15° " vervangen door de zinsnede "artikel 1, eerste lid, 15° ";
2° er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Als het inkomen lager is dan het leefloon, rekening houdend met de gezinssamenstelling van de referentiepersoon, zoals het van toepassing is in de maand juni van het jaar dat aan de vaststelling van het inkomen voorafgaat, wordt het inkomen gelijkgesteld met dat leefloon.".
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "artikel 1, 15° " vervangen door de zinsnede "artikel 1, eerste lid, 15° ";
2° er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Als het inkomen lager is dan het leefloon, rekening houdend met de gezinssamenstelling van de referentiepersoon, zoals het van toepassing is in de maand juni van het jaar dat aan de vaststelling van het inkomen voorafgaat, wordt het inkomen gelijkgesteld met dat leefloon.".
Art. 19. A l'article 46 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le premier alinéa, le membre de phrase " l'article 1er, 15° " est remplacé par le membre de phrase " l'article 1er, alinéa premier, 15° " ;
2° il est ajouté un alinéa quatre, rédigé comme suit :
"Si le revenu est inférieur au revenu d'intégration sociale, tenant compte de la composition du ménage de la personne de référence, tel qu'il est applicable au mois de juin de l'année qui précède la constatation du revenu, celui-ci est assimilé à ce revenu d'intégration sociale.".
1° dans le premier alinéa, le membre de phrase " l'article 1er, 15° " est remplacé par le membre de phrase " l'article 1er, alinéa premier, 15° " ;
2° il est ajouté un alinéa quatre, rédigé comme suit :
"Si le revenu est inférieur au revenu d'intégration sociale, tenant compte de la composition du ménage de la personne de référence, tel qu'il est applicable au mois de juin de l'année qui précède la constatation du revenu, celui-ci est assimilé à ce revenu d'intégration sociale.".
Art. 20. In artikel 47, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden "als hoofd van een groot gezin" opgeheven.
Art. 20. A l'article 47, alinéa premier, 2° du même arrêté, les mots " en tant que chef d'une famille nombreuse " sont abrogés.
Art. 21. Artikel 50 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009, wordt opgeheven.
Art. 21. L'article 50 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 2009, est abrogé.
Art. 22. In artikel 52 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 oktober 2013, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt:
" § 3. Als een huurder een woning of perceel, bestemd voor woningbouw, volledig of gedeeltelijk in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik verwerft, moet hij dat onmiddellijk melden aan de verhuurder.".
" § 3. Als een huurder een woning of perceel, bestemd voor woningbouw, volledig of gedeeltelijk in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik verwerft, moet hij dat onmiddellijk melden aan de verhuurder.".
Art. 22. A l'article 52 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 octobre 2013, le paragraphe 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Si un locataire acquiert la totalité ou une partie en pleine propriété d'une habitation ou d'une parcelle, destinée à la construction d'habitations, ou est usufruitier de la totalité d'une habitation ou d'une telle parcelle, il le notifie au bailleur sans délai.".
" § 3. Si un locataire acquiert la totalité ou une partie en pleine propriété d'une habitation ou d'une parcelle, destinée à la construction d'habitations, ou est usufruitier de la totalité d'une habitation ou d'une telle parcelle, il le notifie au bailleur sans délai.".
Art. 23. In artikel 54 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden het tweede, derde en vierde lid opgeheven;
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° de vermelding van de huurdersverplichtingen die niet zijn nagekomen;";
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden punt 5° en 6° vervangen door wat volgt:
"5° de vermelding van de mogelijkheid om de administratieve geldboete te betwisten en om te verzoeken om een kwijtschelding, vermindering of uitstel van betaling als vermeld in artikel 102bis, § 5, van de Vlaamse Wooncode, en de melding dat de huurder schriftelijk om een hoorzitting kan verzoeken als vermeld in artikel 102bis, § 4, van de Vlaamse Wooncode;
6° de melding dat de huurder zich, in voorkomend geval, op de hoorzitting kan laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman of een huurdersbond of vertrouwenspersoon. In geval van een vertegenwoordiging door een huurdersbond of vertrouwenspersoon is een schriftelijk mandaat van de huurder nodig.";
4° in paragraaf 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De toezichthouder bepaalt, in voorkomend geval, de dag waarop de overtreder uitgenodigd wordt om zijn zaak mondeling te verdedigen. De toezichthouder maakt een verslag van de hoorzitting.";
5° in paragraaf 2 worden in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, de woorden "om de administratieve geldboete na een betwisting als" vervangen door de zinsnede "over het verzoek,";
6° in paragraaf 2 worden in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, de woorden "te behouden" opgeheven;
7° in paragraaf 2 wordt in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° de vermelding van de huurdersverplichtingen die niet zijn nagekomen;";
8° in paragraaf 2 wordt in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° de beoordeling van de verweermiddelen van de huurder;";
9° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "Het verzoek tot kwijtschelding, vermindering of uitstel van betaling van de administratieve geldboete, vermeld in artikel 102bis, § 4," vervangen door de zinsnede "Het verzoekschrift om de administratieve geldboete te betwisten en om kwijtschelding, vermindering of uitstel van betaling van de administratieve geldboete te vragen, vermeld in artikel 102bis, § 5,";
10° in paragraaf 5 worden het eerste en het tweede lid opgeheven;
11° in paragraaf 5 wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"De toezichthouder verklaart het verzoekschrift onontvankelijk als:
1° er geen verweermiddelen in het verzoekschrift worden vermeld;
2° de naam en het adres van de indiener niet zijn meegedeeld.".
1° in paragraaf 1 worden het tweede, derde en vierde lid opgeheven;
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° de vermelding van de huurdersverplichtingen die niet zijn nagekomen;";
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden punt 5° en 6° vervangen door wat volgt:
"5° de vermelding van de mogelijkheid om de administratieve geldboete te betwisten en om te verzoeken om een kwijtschelding, vermindering of uitstel van betaling als vermeld in artikel 102bis, § 5, van de Vlaamse Wooncode, en de melding dat de huurder schriftelijk om een hoorzitting kan verzoeken als vermeld in artikel 102bis, § 4, van de Vlaamse Wooncode;
6° de melding dat de huurder zich, in voorkomend geval, op de hoorzitting kan laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman of een huurdersbond of vertrouwenspersoon. In geval van een vertegenwoordiging door een huurdersbond of vertrouwenspersoon is een schriftelijk mandaat van de huurder nodig.";
4° in paragraaf 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De toezichthouder bepaalt, in voorkomend geval, de dag waarop de overtreder uitgenodigd wordt om zijn zaak mondeling te verdedigen. De toezichthouder maakt een verslag van de hoorzitting.";
5° in paragraaf 2 worden in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, de woorden "om de administratieve geldboete na een betwisting als" vervangen door de zinsnede "over het verzoek,";
6° in paragraaf 2 worden in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, de woorden "te behouden" opgeheven;
7° in paragraaf 2 wordt in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° de vermelding van de huurdersverplichtingen die niet zijn nagekomen;";
8° in paragraaf 2 wordt in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° de beoordeling van de verweermiddelen van de huurder;";
9° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "Het verzoek tot kwijtschelding, vermindering of uitstel van betaling van de administratieve geldboete, vermeld in artikel 102bis, § 4," vervangen door de zinsnede "Het verzoekschrift om de administratieve geldboete te betwisten en om kwijtschelding, vermindering of uitstel van betaling van de administratieve geldboete te vragen, vermeld in artikel 102bis, § 5,";
10° in paragraaf 5 worden het eerste en het tweede lid opgeheven;
11° in paragraaf 5 wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"De toezichthouder verklaart het verzoekschrift onontvankelijk als:
1° er geen verweermiddelen in het verzoekschrift worden vermeld;
2° de naam en het adres van de indiener niet zijn meegedeeld.".
Art. 23. A l'article 54 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, les alinéas deux, trois et quatre sont abrogés ;
2° au paragraphe 2, alinéa 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
"1° la mention des obligations du locataire qui n'ont pas été respectées ;" ;
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les points 5° et 6° sont remplacés par ce qui suit :
"5° la mention de la possibilité d'opposer l'amende administrative et de demander une remise, une réduction ou un report de paiement, tels que visés à l'article 102bis, § 5 du Code flamand du Logement. et la mention que le locataire peut demander une audition, telle que visée à l'article 102bis, § 4 du Code flamand du Logement par écrit.
6° la mention que le locataire peut, le cas échéant, se faire assister ou se faire représenter à l'audition par un conseil ou une union des locataires ou par une personne de confiance. Dans le cas d'une représentation par une union de locataires ou par une personne de confiance, un mandat écrit du locataire est nécessaire." ;
4° au paragraphe 2, il est inséré un nouvel alinéa entre les alinéas premier et deux, rédigé comme suit :
"Le contrôleur fixe, le cas échéant, le jour auquel le contrevenant est invité à défendre son cas oralement. Le contrôleur établit un rapport de l'audition." ;
5° au paragraphe 2, dans l'alinéa deux existant, qui devient l'alinéa trois, les mots " de maintenir l'amende administrative après un litige " sont remplacés par le membre de phrase " relative à la demande, " ;
6° au paragraphe 2 dans l'alinéa deux existant, qui devient l'alinéa trois, les mots " de maintenir " sont abrogés ;
7° au paragraphe 2, le point 1° de l'alinéa deux existant, qui devient l'alinéa trois, est remplacé par ce qui suit :
"1° la mention des obligations du locataire qui n'ont pas été respectées ;" ;
8° au paragraphe 2, le point 3° de l'alinéa deux existant, qui devient l'alinéa trois, est remplacé par ce qui suit :
"3° l'évaluation des moyens de défense du locataire ;" ;
9° au paragraphe 4, le membre de phrase " La demande de remise, de réduction ou de report de paiement de l'amende administrative, visée à l'article 102bis, § 4 " est remplacé par le membre de phrase "La demande d'opposer l'amende administrative et de solliciter une remise, une réduction ou un report de paiement de l'amende administrative, visée à l'article 102bis, § 5," ;
10° dans le paragraphe 5, les alinéas premier et deux sont abrogés.
11° au paragraphe 5, l'alinéa trois est remplacé par ce qui suit :
"Le contrôleur déclare que la demande est irrecevable lorsque :
1° aucuns moyens de défense ne sont mentionnés dans la demande ;
2° le nom et l'adresse de l'auteur n'ont pas été communiqués.".
1° au paragraphe 1er, les alinéas deux, trois et quatre sont abrogés ;
2° au paragraphe 2, alinéa 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
"1° la mention des obligations du locataire qui n'ont pas été respectées ;" ;
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les points 5° et 6° sont remplacés par ce qui suit :
"5° la mention de la possibilité d'opposer l'amende administrative et de demander une remise, une réduction ou un report de paiement, tels que visés à l'article 102bis, § 5 du Code flamand du Logement. et la mention que le locataire peut demander une audition, telle que visée à l'article 102bis, § 4 du Code flamand du Logement par écrit.
6° la mention que le locataire peut, le cas échéant, se faire assister ou se faire représenter à l'audition par un conseil ou une union des locataires ou par une personne de confiance. Dans le cas d'une représentation par une union de locataires ou par une personne de confiance, un mandat écrit du locataire est nécessaire." ;
4° au paragraphe 2, il est inséré un nouvel alinéa entre les alinéas premier et deux, rédigé comme suit :
"Le contrôleur fixe, le cas échéant, le jour auquel le contrevenant est invité à défendre son cas oralement. Le contrôleur établit un rapport de l'audition." ;
5° au paragraphe 2, dans l'alinéa deux existant, qui devient l'alinéa trois, les mots " de maintenir l'amende administrative après un litige " sont remplacés par le membre de phrase " relative à la demande, " ;
6° au paragraphe 2 dans l'alinéa deux existant, qui devient l'alinéa trois, les mots " de maintenir " sont abrogés ;
7° au paragraphe 2, le point 1° de l'alinéa deux existant, qui devient l'alinéa trois, est remplacé par ce qui suit :
"1° la mention des obligations du locataire qui n'ont pas été respectées ;" ;
8° au paragraphe 2, le point 3° de l'alinéa deux existant, qui devient l'alinéa trois, est remplacé par ce qui suit :
"3° l'évaluation des moyens de défense du locataire ;" ;
9° au paragraphe 4, le membre de phrase " La demande de remise, de réduction ou de report de paiement de l'amende administrative, visée à l'article 102bis, § 4 " est remplacé par le membre de phrase "La demande d'opposer l'amende administrative et de solliciter une remise, une réduction ou un report de paiement de l'amende administrative, visée à l'article 102bis, § 5," ;
10° dans le paragraphe 5, les alinéas premier et deux sont abrogés.
11° au paragraphe 5, l'alinéa trois est remplacé par ce qui suit :
"Le contrôleur déclare que la demande est irrecevable lorsque :
1° aucuns moyens de défense ne sont mentionnés dans la demande ;
2° le nom et l'adresse de l'auteur n'ont pas été communiqués.".
Art. 24. In artikel 55quater, § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 oktober 2013, wordt de zinsnede "en, in voorkomend geval, in artikel 29," opgeheven.
Art. 24. A l'article 55quater, § 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 octobre 2013, le membre de phrase " et, le cas échéant, à l'article 29, " est abrogé.
Art. 25. In artikel 73 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 oktober 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de kandidaat-huurders die zijn ingeschreven vóór de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelstel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode met toepassing van de verhoogde inkomensgrenzen, vermeld in artikel 29, § 2, van dit besluit, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelstel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode, blijven, in afwijking van artikel 8, 12, en 14 van dit besluit, de verhoogde inkomensgrenzen, vermeld in artikel 29, § 2, van dit besluit, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelstel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode, gelden.";
2° aan paragraaf 1 worden twee leden toegevoegd, die luiden als volgt:
"Voor de kandidaat-huurder die is ingeschreven voor een sociale assistentiewoning vóór de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelstel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse, geldt wat de onroerende eigendomsvoorwaarde betreft voor de toelating tot een sociale huurwoning, het volgende:
1° hij heeft, samen met zijn gezinsleden, geen woning volledig in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik gehad in de periode van tien jaar voor de inschrijvingsdatum;
2° hij heeft, samen met zijn gezinsleden, geen perceel bestemd voor woningbouw volledig in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik;
3° hij of een van zijn gezinsleden is geen zaakvoerder, bestuurder of aandeelhouder van een vennootschap waarin hij of een van zijn gezinsleden een woning of een perceel dat bestemd is voor woningbouw, heeft ingebracht.
Het inkomen van de kandidaat-huurders die zijn ingeschreven vóór de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelstel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode, dat met toepassing van artikel 1, eerste lid, 15°, van dit besluit, gelijkgesteld was aan het leefloon, wordt opnieuw berekend met toepassing van artikel 1, eerste lid, 15°, van dit besluit, zoals van kracht na de inwerkingtreding van het voormelde besluit.";
3° aan paragraaf 2 worden twee leden toegevoegd, die luiden als volgt:
"De referentiehuurder of zijn wettelijke of feitelijke partner die op de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelstel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode een sociale huurwoning huurt, en die een woning of een perceel, bestemd voor woningbouw, gedeeltelijk in volle eigendom heeft, moet uit onverdeeldheid treden binnen een jaar na de inwerkingtreding van het voormelde besluit. Als de referentiehuurder of zijn wettelijke of feitelijke partner op de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelstel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode een zaakvoerder, bestuurder of aandeelhouder van een vennootschap is waarin hij of zijn wettelijke of feitelijke partner een woning of een perceel, bestemd voor woningbouw, heeft ingebracht, moet hij binnen een jaar na de inwerkingtreding van het voormelde besluit voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 3° bis, van dit besluit.
Als de huurder daarvoor gegronde redenen aanvoert, kan hij de verhuurder verzoeken om de termijn van een jaar, vermeld in het vijfde lid, te verlengen.".
1° in paragraaf 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de kandidaat-huurders die zijn ingeschreven vóór de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelstel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode met toepassing van de verhoogde inkomensgrenzen, vermeld in artikel 29, § 2, van dit besluit, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelstel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode, blijven, in afwijking van artikel 8, 12, en 14 van dit besluit, de verhoogde inkomensgrenzen, vermeld in artikel 29, § 2, van dit besluit, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelstel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode, gelden.";
2° aan paragraaf 1 worden twee leden toegevoegd, die luiden als volgt:
"Voor de kandidaat-huurder die is ingeschreven voor een sociale assistentiewoning vóór de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelstel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse, geldt wat de onroerende eigendomsvoorwaarde betreft voor de toelating tot een sociale huurwoning, het volgende:
1° hij heeft, samen met zijn gezinsleden, geen woning volledig in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik gehad in de periode van tien jaar voor de inschrijvingsdatum;
2° hij heeft, samen met zijn gezinsleden, geen perceel bestemd voor woningbouw volledig in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik;
3° hij of een van zijn gezinsleden is geen zaakvoerder, bestuurder of aandeelhouder van een vennootschap waarin hij of een van zijn gezinsleden een woning of een perceel dat bestemd is voor woningbouw, heeft ingebracht.
Het inkomen van de kandidaat-huurders die zijn ingeschreven vóór de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelstel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode, dat met toepassing van artikel 1, eerste lid, 15°, van dit besluit, gelijkgesteld was aan het leefloon, wordt opnieuw berekend met toepassing van artikel 1, eerste lid, 15°, van dit besluit, zoals van kracht na de inwerkingtreding van het voormelde besluit.";
3° aan paragraaf 2 worden twee leden toegevoegd, die luiden als volgt:
"De referentiehuurder of zijn wettelijke of feitelijke partner die op de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelstel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode een sociale huurwoning huurt, en die een woning of een perceel, bestemd voor woningbouw, gedeeltelijk in volle eigendom heeft, moet uit onverdeeldheid treden binnen een jaar na de inwerkingtreding van het voormelde besluit. Als de referentiehuurder of zijn wettelijke of feitelijke partner op de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelstel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode een zaakvoerder, bestuurder of aandeelhouder van een vennootschap is waarin hij of zijn wettelijke of feitelijke partner een woning of een perceel, bestemd voor woningbouw, heeft ingebracht, moet hij binnen een jaar na de inwerkingtreding van het voormelde besluit voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 3° bis, van dit besluit.
Als de huurder daarvoor gegronde redenen aanvoert, kan hij de verhuurder verzoeken om de termijn van een jaar, vermeld in het vijfde lid, te verlengen.".
Art. 25. A l'article 73 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 2009 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 octobre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, il est inséré un nouvel alinéa entre les alinéas premier et deux, rédigé comme suit :
"Pour les candidats-locataires qui ont été inscrits avant la date d'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016 modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement, avec application des plafonds de revenus relevés, visés à l'article 29, § 2, du présent arrêté, tels qu'ils étaient d'application avant l'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016 modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement, les plafonds de revenus relevés, visés à l'article 29, § 2 du présent arrêté, tels qu'ils s'appliquaient avant l'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016 modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement, restent en vigueur, par dérogation aux articles 8, 12 et 14 du présent arrêté." ;
2° le paragraphe 1er est complété de deux alinéas, rédigés comme suit :
"Pour le candidat-locataire enregistré en vue de l'obtention d'un logement social à assistance avant la date d'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016 modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement, les dispositions suivantes s'appliquent pour l'accès à un logement locatif social, pour ce qui est de la condition relative à la propriété immobilière :
"1° ni individuellement, ni conjointement avec les membres de son ménage, il n'a eu la totalité en pleine propriété d'une habitation ni a-t-il été usufruitier de la totalité d'une habitation dans la période de dix ans avant la date d'inscription ;
2° ni individuellement, ni conjointement avec les membres de son ménage, il n'a la totalité en pleine propriété d'une parcelle destinée à la construction d'habitations ni est-il l'usufruitier de la totalité d'une parcelle destinée à la construction d'habitations ;
"3° ni lui, ni un des membres de son ménage ne sont gérant, administrateur ou actionnaire d'une société dans laquelle il ou un des membres de son ménage ont apporté une habitation ou une parcelle destinée à la construction d'habitations.
Le revenu des candidats-locataires qui ont été inscrits avant la date d'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016 modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement, qui, en application de l'article 1er, alinéa premier, 15° du présent arrêté, était assimilé au revenu d'intégration sociale, est recalculé avec application de l'article 1er, alinéa premier, 15° du présent arrêté, tel qu'il s'applique après l'entrée en vigueur de l'arrêté précité." ;
3° le paragraphe 2 est complété de deux alinéas, rédigés comme suit :
"Le locataire de référence ou son partenaire légal ou de fait qui, à la date d'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016 modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement, loue un logement locatif social et qui a une partie en pleine propriété d'une habitation ou d'une parcelle, destinée à la construction d'habitations, sort de l'indivision dans un an après l'entrée en vigueur de l'arrêté susvisé. Si, à la date d'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016 modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement, le locataire de référence ou son partenaire légal ou de fait est gérant, administrateur ou actionnaire d'une société dans laquelle lui-même ou son partenaire légal ou de fait a apporté une habitation ou une parcelle, destinée à la construction d'habitations, il doit répondre à la condition visée à l'article 3, § 1er, alinéa premier, 3° bis, du présent arrêté dans un an après l'entrée en vigueur de l'arrêté susvisé.
Si le locataire invoque des raisons légitimes dans ce contexte, il peut demander au bailleur de prolonger le délai d'un an, visé à l'alinéa cinq." .
1° au paragraphe 1er, il est inséré un nouvel alinéa entre les alinéas premier et deux, rédigé comme suit :
"Pour les candidats-locataires qui ont été inscrits avant la date d'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016 modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement, avec application des plafonds de revenus relevés, visés à l'article 29, § 2, du présent arrêté, tels qu'ils étaient d'application avant l'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016 modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement, les plafonds de revenus relevés, visés à l'article 29, § 2 du présent arrêté, tels qu'ils s'appliquaient avant l'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016 modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement, restent en vigueur, par dérogation aux articles 8, 12 et 14 du présent arrêté." ;
2° le paragraphe 1er est complété de deux alinéas, rédigés comme suit :
"Pour le candidat-locataire enregistré en vue de l'obtention d'un logement social à assistance avant la date d'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016 modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement, les dispositions suivantes s'appliquent pour l'accès à un logement locatif social, pour ce qui est de la condition relative à la propriété immobilière :
"1° ni individuellement, ni conjointement avec les membres de son ménage, il n'a eu la totalité en pleine propriété d'une habitation ni a-t-il été usufruitier de la totalité d'une habitation dans la période de dix ans avant la date d'inscription ;
2° ni individuellement, ni conjointement avec les membres de son ménage, il n'a la totalité en pleine propriété d'une parcelle destinée à la construction d'habitations ni est-il l'usufruitier de la totalité d'une parcelle destinée à la construction d'habitations ;
"3° ni lui, ni un des membres de son ménage ne sont gérant, administrateur ou actionnaire d'une société dans laquelle il ou un des membres de son ménage ont apporté une habitation ou une parcelle destinée à la construction d'habitations.
Le revenu des candidats-locataires qui ont été inscrits avant la date d'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016 modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement, qui, en application de l'article 1er, alinéa premier, 15° du présent arrêté, était assimilé au revenu d'intégration sociale, est recalculé avec application de l'article 1er, alinéa premier, 15° du présent arrêté, tel qu'il s'applique après l'entrée en vigueur de l'arrêté précité." ;
3° le paragraphe 2 est complété de deux alinéas, rédigés comme suit :
"Le locataire de référence ou son partenaire légal ou de fait qui, à la date d'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016 modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement, loue un logement locatif social et qui a une partie en pleine propriété d'une habitation ou d'une parcelle, destinée à la construction d'habitations, sort de l'indivision dans un an après l'entrée en vigueur de l'arrêté susvisé. Si, à la date d'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016 modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement, le locataire de référence ou son partenaire légal ou de fait est gérant, administrateur ou actionnaire d'une société dans laquelle lui-même ou son partenaire légal ou de fait a apporté une habitation ou une parcelle, destinée à la construction d'habitations, il doit répondre à la condition visée à l'article 3, § 1er, alinéa premier, 3° bis, du présent arrêté dans un an après l'entrée en vigueur de l'arrêté susvisé.
Si le locataire invoque des raisons légitimes dans ce contexte, il peut demander au bailleur de prolonger le délai d'un an, visé à l'alinéa cinq." .
Art. 26. In artikel 1 van bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 oktober 2013, wordt tussen de woorden "meerderjarige personen" en de woorden "die later" de zinsnede "met uitzondering van de inwonende kinderen die meerderjarig worden tijdens de duur van de huurovereenkomst," ingevoegd.
Art. 26. A l'article 1er de l'annexe Ire au même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 octobre 2013, le membre de phrase "à l'exception des enfants cohabitants atteignant la majorité au cours du bail," est inséré entre les mots "qui occuperont l'habitation de location sociale au début du contrat de location" et les mots "doivent être mentionnées".
Art. 27. In artikel 14 van bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 oktober 2013, wordt het woord "renovatiewerkzaamheden" vervangen door de zinsnede "renovatie-, sloop, of aanpassingswerkzaamheden".
Art. 27. A l'article 14 de l'annexe Ire au même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 octobre 2013, les mots " travaux de rénovation " sont remplacés par le membre de phrase " travaux de rénovation, de démolition ou de transformation ".
Art. 28. In artikel 24, derde lid, van bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 oktober 2013, worden de woorden "renovatie- of aanpassingswerkzaamheden" vervangen door de woorden "renovatie-, sloop- of aanpassingswerkzaamheden".
Art. 28. A l'article 24, alinéa trois, de l'annexe Ire au même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 octobre 2013, les mots " travaux de rénovation ou d'adaptation " sont remplacés par les mots " travaux de rénovation, de démolition ou de transformation ".
Art. 29. In artikel 31 van bijlage I bij hetzelfde besluit wordt tussen de woorden "vermeld in" en de woorden "het besluit" de zinsnede "artikel 98, § 3 van de Vlaamse Wooncode en" ingevoegd.
Art. 29. A l'article 31 de l'annexe Ire au même arrêté, le membre de phrase " l'article 98, § 3 du Code flamand du Logement et à " est inséré entre les mots "visés à " et les mots " l'arrêté ".
Art. 30. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014, wordt een bijlage Ibis ingevoegd, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 30. Au même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 avril 2014, il est inséré une annexe Ibis, jointe au présent arrêté.
Art. 31. In artikel 1 van bijlage II bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 oktober 2013, wordt tussen de woorden "meerderjarige personen" en de woorden "die later" de zinsnede "met uitzondering van de inwonende kinderen die meerderjarig worden tijdens de duur van de huurovereenkomst," ingevoegd.
Art. 31. A l'article 1er de l'annexe II au même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 octobre 2013, le membre de phrase "à l'exception des enfants cohabitants atteignant la majorité au cours du bail," est inséré entre les mots "qui occuperont l'habitation de location sociale au début du contrat de sous-location" et les mots "doivent être mentionnées".
Art. 32. In artikel 33 van bijlage II bij hetzelfde besluit wordt tussen de woorden "vermeld in" en de woorden "het besluit" de zinsnede "artikel 98, § 3 van de Vlaamse Wooncode en" ingevoegd.
Art. 32. A l'article 33 de l'annexe II au même arrêté, le membre de phrase "l'article 98, § 3 du Code flamand du Logement et à " est inséré entre les mots "visés à " et les mots " l'arrêté".
Art. 33. In artikel 1, § 1, tweede lid, van bijlage III bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 oktober 2013, wordt de zinsnede "of artikel 37bis" vervangen door de zinsnede "artikel 37bis, of artikel 37ter".
Art. 33. A l'article 1er, § 1er, alinéa deux, de l'annexe III au même arrêté, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 octobre 2013, le membre de phrase " ou l'article 37bis " est remplacé par le membre de phrase " l'article 37bis, ou l'article 37ter ".
Art. 34. Artikel 6, 2°, en 3°, artikel 39 tot en met 42 en 44 van het decreet van 14 oktober 2016 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen en dit besluit treden in werking op 1 maart 2017, met uitzondering van artikel 18 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2017.
Art. 34. L'article 6, 2° et 3°, l'article 39 à 42 et l'article 44 du décret du 14 octobre 2016 portant modification de divers décrets relatifs au logement et le présent décret entrent en vigueur le 1er mars 2017, à l'exception de l'article 18, qui produit ses effets à partir du 1er janvier 2017.
Art. 35. De Vlaamse minister, bevoegd voor Wonen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 35. Le Ministre flamand ayant le Logement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage Ibis bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode
Bijlage Ibis. - Typehuurovereenkomst voor de verhuring van sociale huurwoningen door de sociale huisvestingsmaatschappijen, de VMSW, het OCMW, de gemeente of het Vlaams Woningfonds met toepassing van artikel 97bis van de Vlaamse Wooncode
Bijlage Ibis. - Typehuurovereenkomst voor de verhuring van sociale huurwoningen door de sociale huisvestingsmaatschappijen, de VMSW, het OCMW, de gemeente of het Vlaams Woningfonds met toepassing van artikel 97bis van de Vlaamse Wooncode
Art. N. Annexe Ibis de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement
Annexe Ibis. - Contrat de location type pour la location de logements locatifs sociaux par les sociétés de logement social, la VMSW (Société flamande du Logement social), le CPAS, la commune ou le "Vlaams Woningfonds", en application de l'article 97bis du Code flamand du Logement
Annexe Ibis. - Contrat de location type pour la location de logements locatifs sociaux par les sociétés de logement social, la VMSW (Société flamande du Logement social), le CPAS, la commune ou le "Vlaams Woningfonds", en application de l'article 97bis du Code flamand du Logement
TER INFORMATIE: KENMERKEN VAN DE SOCIALE VERHURING
A TITRE D'INFORMATION : CARACTERISTIQUES DE LA LOCATION SOCIALE
Titel VII van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode (hierna titel VII van de Vlaamse Wooncode te noemen) en de besluiten die genomen zijn ter uitvoering van die titel, stellen de voorwaarden vast voor de verhuring van sociale huurwoningen. De voorwaarden betreffen onder meer de huurprijsberekening, de huurlasten, de huurdersverplichtingen, de waarborg, de opzegmogelijkheden en de voorwaarden waaraan de huurder blijvend moet voldoen. De sociale verhuring komt tot stand in een strikt reglementair kader. Het is eigen aan reglementaire bepalingen dat ze door de overheid eenzijdig gewijzigd of aangevuld kunnen worden als het algemeen belang dat vereist. Als de regelgeving wijzigt, kan dat dus ook gevolgen hebben voor deze huurovereenkomst. Er wordt in deze huurovereenkomst dan ook vaak verwezen naar de reglementering. Een nadere toelichting bij de verwijzingen naar de reglementering wordt als bijlage bij deze overeenkomst gevoegd.
Voor de aspecten die niet geregeld zijn in titel VII van de Vlaamse Wooncode of in de uitvoeringsbesluiten ervan, gelden de bepalingen van afdeling 1 (Algemene bepalingen betreffende de huur van onroerende goederen) en 2 (Regels betreffende de huurovereenkomsten m.b.t. de hoofdverblijfplaats van de huurder in het bijzonder) van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, van het Burgerlijk Wetboek, als ze niet afwijken van de voormelde regelingen of in strijd zijn met de geest ervan.
Voor de aspecten die niet geregeld zijn in titel VII van de Vlaamse Wooncode of in de uitvoeringsbesluiten ervan, gelden de bepalingen van afdeling 1 (Algemene bepalingen betreffende de huur van onroerende goederen) en 2 (Regels betreffende de huurovereenkomsten m.b.t. de hoofdverblijfplaats van de huurder in het bijzonder) van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, van het Burgerlijk Wetboek, als ze niet afwijken van de voormelde regelingen of in strijd zijn met de geest ervan.
TITRE VII. du décret du 15 juillet 1997 portant le Code flamand de Logement (ci-après désigné par titre VII du Code flamand du Logement) et les arrêtés pris en exécution de ce titre, fixent les conditions pour la location de logements locatifs sociaux. Les conditions portent sur, entre autres, le calcul du loyer, les charges locatives, les obligations des locataires, la garantie, les possibilités de résiliation et les conditions auxquelles le locataire doit répondre en permanence. La location sociale se réalise dans un cadre strictement réglementaire. Les dispositions réglementaires sont caractérisées par le fait qu'elles sont susceptibles d'être modifiées ou complétées unilatéralement par les pouvoirs publics lorsque l'intérêt général l'exige. Toute modification de la réglementation peut alors également avoir des incidences sur le présent contrat de location. Il s'ensuit qu'il est souvent fait référence à la réglementation dans le présent contrat de location. Un détail des références à la réglementation est jointe comme annexe à cette convention.
Pour les aspects qui ne sont pas réglés au titre VII du Code flamand du Logement ou dans ses arrêtés d'exécution, les dispositions de la section 1re (Dispositions générales relatives à la location de biens immobiliers) et 2 (Règles relatives aux contrats de location relatives à la résidence principale du locataire en particulier) du livre III, titre VIII, chapitre II du Code Civil sont d'application, si elles ne dérogent pas aux règlements précités ou qu'elles ne sont pas contraires à l'esprit de ceux-ci.
Pour les aspects qui ne sont pas réglés au titre VII du Code flamand du Logement ou dans ses arrêtés d'exécution, les dispositions de la section 1re (Dispositions générales relatives à la location de biens immobiliers) et 2 (Règles relatives aux contrats de location relatives à la résidence principale du locataire en particulier) du livre III, titre VIII, chapitre II du Code Civil sont d'application, si elles ne dérogent pas aux règlements précités ou qu'elles ne sont pas contraires à l'esprit de ceux-ci.
IDENTIFICATIE VAN DE HUURDER EN VERHUURDER
DENTIFICATION DU LOCATAIRE ET DU BAILLEUR
Artikel 1. De ondergetekenden:
(Streep door wat niet van toepassing is.)
a) De sociale huisvestingsmaatschappij CV/NV . . . . . met maatschappelijke zetel in . . . . ., ingeschreven in het rechtspersonenregister in . . . . ., en hier vertegenwoordigd door . . . . . ;
b) het OCMW of de vereniging, . . . . . (adres, gemeente), vermeld in artikel 118 van de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn,
vertegenwoordigd door . . . . . ;
c) de gemeente . . . . . (naam) of het intergemeentelijk samenwerkingsverband . . . . . (naam),
vertegenwoordigd door . . . . . ;
d) het Vlaams Woningfonds, vertegenwoordigd door . . . . . ;
hierna de verhuurder te noemen, enerzijds, en
de heer/mevrouw . . . . .
de heer/mevrouw . . . . .
de heer/mevrouw . . . . .
de heer/mevrouw . . . . .
met als adres . . . . .
hierna de huurder te noemen, anderzijds, zijn overeengekomen wat volgt:
(Alle meerderjarige personen die de sociale huurwoning bij de aanvang van de huurovereenkomst gaan bewonen, moeten hier worden vermeld en moeten de huurovereenkomst mee ondertekenen. De meerderjarige personen met uitzondering van de inwonende kinderen die meerderjarig worden tijdens de duur van de huurovereenkomst, die later tot de huurovereenkomst toetreden, worden opgenomen in een bijlage te voegen bij deze huurovereenkomst en ondertekenen deze huurovereenkomst en worden ook onder `de huurder' begrepen.).
(Streep door wat niet van toepassing is.)
a) De sociale huisvestingsmaatschappij CV/NV . . . . . met maatschappelijke zetel in . . . . ., ingeschreven in het rechtspersonenregister in . . . . ., en hier vertegenwoordigd door . . . . . ;
b) het OCMW of de vereniging, . . . . . (adres, gemeente), vermeld in artikel 118 van de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn,
vertegenwoordigd door . . . . . ;
c) de gemeente . . . . . (naam) of het intergemeentelijk samenwerkingsverband . . . . . (naam),
vertegenwoordigd door . . . . . ;
d) het Vlaams Woningfonds, vertegenwoordigd door . . . . . ;
hierna de verhuurder te noemen, enerzijds, en
de heer/mevrouw . . . . .
de heer/mevrouw . . . . .
de heer/mevrouw . . . . .
de heer/mevrouw . . . . .
met als adres . . . . .
hierna de huurder te noemen, anderzijds, zijn overeengekomen wat volgt:
(Alle meerderjarige personen die de sociale huurwoning bij de aanvang van de huurovereenkomst gaan bewonen, moeten hier worden vermeld en moeten de huurovereenkomst mee ondertekenen. De meerderjarige personen met uitzondering van de inwonende kinderen die meerderjarig worden tijdens de duur van de huurovereenkomst, die later tot de huurovereenkomst toetreden, worden opgenomen in een bijlage te voegen bij deze huurovereenkomst en ondertekenen deze huurovereenkomst en worden ook onder `de huurder' begrepen.).
Article 1er. Les soussignés :
(Biffez les mentions inutiles.)
a) La société de logement social SV/SA . . . . . ayant son siège social à . . . . ., enregistrée au registre des personnes morales à . . . . ., et représentée dans la présente par . . . . . ;
b) le CPAS ou l'association, . . . . . (adresse, commune), telle que visée à l'article 118 de la loi organique des centres publics d'action sociale,
représenté(e) par . . . . . ;
c) la commune . . . . . (nom) ou le partenariat intercommunal . . . . . (nom),
représenté(e) par . . . . . ;
d) le " Vlaams Woningsfonds ", représenté par . . . . . ;
à appeler ci-après le bailleur, d'une part, et
Monsieur/Madame . . . . .
Monsieur/Madame . . . . .
Monsieur/Madame . . . . .
Monsieur/Madame . . . . .
ayant comme adresse . . . . .
ci-après désigné par le locataire, d'autre part, ont convenu de ce qui suit :
(Toutes les personnes majeures qui occuperont l'habitation de location sociale au début du contrat de location, doivent être mentionnées ici et sont tenues de signer le contrat de location. Les personnes majeures, à l'exception des enfants cohabitants atteignant la majorité au cours du contrat de location, qui sont concernées par le contrat de location dans un stade ultérieur sont reprises dans une annexe à joindre au présent contrat de location et signent le présent contrat de location et sont également désignées par le terme 'le locataire'.)
(Biffez les mentions inutiles.)
a) La société de logement social SV/SA . . . . . ayant son siège social à . . . . ., enregistrée au registre des personnes morales à . . . . ., et représentée dans la présente par . . . . . ;
b) le CPAS ou l'association, . . . . . (adresse, commune), telle que visée à l'article 118 de la loi organique des centres publics d'action sociale,
représenté(e) par . . . . . ;
c) la commune . . . . . (nom) ou le partenariat intercommunal . . . . . (nom),
représenté(e) par . . . . . ;
d) le " Vlaams Woningsfonds ", représenté par . . . . . ;
à appeler ci-après le bailleur, d'une part, et
Monsieur/Madame . . . . .
Monsieur/Madame . . . . .
Monsieur/Madame . . . . .
Monsieur/Madame . . . . .
ayant comme adresse . . . . .
ci-après désigné par le locataire, d'autre part, ont convenu de ce qui suit :
(Toutes les personnes majeures qui occuperont l'habitation de location sociale au début du contrat de location, doivent être mentionnées ici et sont tenues de signer le contrat de location. Les personnes majeures, à l'exception des enfants cohabitants atteignant la majorité au cours du contrat de location, qui sont concernées par le contrat de location dans un stade ultérieur sont reprises dans une annexe à joindre au présent contrat de location et signent le présent contrat de location et sont également désignées par le terme 'le locataire'.)
VOORWERP VAN DE HUUR
OBJET DE LA LOCATION
Art. 2. De verhuurder geeft in huur aan de huurder een woning met als adres . . . . .
. . . . .
Een omstandige tegensprekelijke schriftelijke plaatsbeschrijving van de staat van de woning wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 97 van de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode (hierna het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 te noemen). De plaatsbeschrijving wordt bij de huurovereenkomst gevoegd.
Art. 3. De woning mag alleen duurzaam betrokken worden door de huurder, vermeld in artikel 1, door de inwonende minderjarige kinderen en de huurders die later toetreden tot de huurovereenkomst.
De huurder mag in geen geval de woning, of een deel ervan, onderverhuren of de huur overdragen.
. . . . .
Een omstandige tegensprekelijke schriftelijke plaatsbeschrijving van de staat van de woning wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 97 van de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode (hierna het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 te noemen). De plaatsbeschrijving wordt bij de huurovereenkomst gevoegd.
Art. 3. De woning mag alleen duurzaam betrokken worden door de huurder, vermeld in artikel 1, door de inwonende minderjarige kinderen en de huurders die later toetreden tot de huurovereenkomst.
De huurder mag in geen geval de woning, of een deel ervan, onderverhuren of de huur overdragen.
Art. 2. Le bailleur donne en location au locataire une habitation située . . . . .
. . . . .
Un état des lieux circonstancié et contradictoire écrit de l'état de l'habitation est établi, conformément à l'article 97 du Code flamand du Logement et de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement (ci-après désigné par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007). L'état des lieux est joint au contrat de location.
Art. 3. L'habitation ne peut être occupée que de façon durable par le locataire, visé à l'article 1er, et par les enfants mineurs cohabitants et les locataires ultérieurement concernés par le contrat de location.
Le locataire ne peut en aucun cas sous-louer ou transférer la location de l'habitation ou de l'une des ses parties.
. . . . .
Un état des lieux circonstancié et contradictoire écrit de l'état de l'habitation est établi, conformément à l'article 97 du Code flamand du Logement et de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement (ci-après désigné par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007). L'état des lieux est joint au contrat de location.
Art. 3. L'habitation ne peut être occupée que de façon durable par le locataire, visé à l'article 1er, et par les enfants mineurs cohabitants et les locataires ultérieurement concernés par le contrat de location.
Le locataire ne peut en aucun cas sous-louer ou transférer la location de l'habitation ou de l'une des ses parties.
DUUR VAN DE HUUR EN PROEFPERIODE
DUREE DE LA LOCATION ET PERIODE D'ESSAI
Art. 4. § 1. Deze overeenkomst is gesloten voor een duur van negen jaar, die ingaat op dd/mm/jjjj.
Onder de voorwaarden, vermeld in artikel 97bis van de Vlaamse Wooncode, wordt de huurovereenkomst automatisch verlengd voor een duur van telkens drie jaar.
§ 2. Aan deze huurovereenkomst is een proefperiode van twee jaar gekoppeld. De proefperiode heeft als doel de huurder te evalueren, nauwgezet te volgen en eventueel bij te sturen.
Voor de personen die na de aanvang van de huurovereenkomst toetreden, gaat de proefperiode van twee jaar in op de datum van de ondertekening van deze huurovereenkomst.
Voor de minderjarige kinderen die meerderjarig worden, geldt de proefperiode niet.
(Als deze huurovereenkomst een huurovereenkomst met dezelfde verhuurder van een duur van negen jaar die eventueel verlengd is, opvolgt, mag de duur van deze huurovereenkomst niet langer zijn dan negen jaar of negen jaar, vermeerderd met de aangevatte verlengperiode, met dien verstande dat de huurovereenkomst minimaal een duur van drie jaar bedraagt. Als er slechts een gedeelte van de proefperiode is doorlopen in de vorige huurovereenkomst, zal de duur van de proefperiode in deze huurovereenkomst gelijk zijn aan het resterende deel. Artikel 4 aan de situatie aanpassen.)
Onder de voorwaarden, vermeld in artikel 97bis van de Vlaamse Wooncode, wordt de huurovereenkomst automatisch verlengd voor een duur van telkens drie jaar.
§ 2. Aan deze huurovereenkomst is een proefperiode van twee jaar gekoppeld. De proefperiode heeft als doel de huurder te evalueren, nauwgezet te volgen en eventueel bij te sturen.
Voor de personen die na de aanvang van de huurovereenkomst toetreden, gaat de proefperiode van twee jaar in op de datum van de ondertekening van deze huurovereenkomst.
Voor de minderjarige kinderen die meerderjarig worden, geldt de proefperiode niet.
(Als deze huurovereenkomst een huurovereenkomst met dezelfde verhuurder van een duur van negen jaar die eventueel verlengd is, opvolgt, mag de duur van deze huurovereenkomst niet langer zijn dan negen jaar of negen jaar, vermeerderd met de aangevatte verlengperiode, met dien verstande dat de huurovereenkomst minimaal een duur van drie jaar bedraagt. Als er slechts een gedeelte van de proefperiode is doorlopen in de vorige huurovereenkomst, zal de duur van de proefperiode in deze huurovereenkomst gelijk zijn aan het resterende deel. Artikel 4 aan de situatie aanpassen.)
Art. 4. § 1er. Le présent contrat est conclu pour une durée de neuf ans, prenant cours le jj/mm/aaaa.
Le contrat de location est automatiquement prolongé pour des périodes de trois ans sous les conditions visées à l'article 97bis du Code flamand du Logement.
§ 2. Le contrat de location est assorti d'une période d'essai de deux ans. La période d'essai a pour but d'évaluer le locataire, de le suivre de près et d'éventuellement ajuster ses attitudes.
Pour les personnes concernées par le contrat de location après que le contrat de location a pris cours, la période d'essai de deux ans prend cours à la date de signature du présent contrat de location.
La période d'essai n'est pas applicable aux enfants mineurs atteignant la majorité.
(Si le présent contrat de location succède à un contrat de location conclu avec le même bailleur, d'une durée de neuf ans, éventuellement prolongée, la durée de ce contrat ne dépasse pas neuf ans, ou neuf ans, majorés de la période de prolongation débutée, à condition que le contrat de location ait une durée minimale de trois ans. Si seulement une partie de la période d'essai a été parcourue lors du contrat de location précédent, la durée de la période d'essai dans le présent contrat de location sera égale à la partie restante. Ajuster l'article 4 à la situation.)
Le contrat de location est automatiquement prolongé pour des périodes de trois ans sous les conditions visées à l'article 97bis du Code flamand du Logement.
§ 2. Le contrat de location est assorti d'une période d'essai de deux ans. La période d'essai a pour but d'évaluer le locataire, de le suivre de près et d'éventuellement ajuster ses attitudes.
Pour les personnes concernées par le contrat de location après que le contrat de location a pris cours, la période d'essai de deux ans prend cours à la date de signature du présent contrat de location.
La période d'essai n'est pas applicable aux enfants mineurs atteignant la majorité.
(Si le présent contrat de location succède à un contrat de location conclu avec le même bailleur, d'une durée de neuf ans, éventuellement prolongée, la durée de ce contrat ne dépasse pas neuf ans, ou neuf ans, majorés de la période de prolongation débutée, à condition que le contrat de location ait une durée minimale de trois ans. Si seulement une partie de la période d'essai a été parcourue lors du contrat de location précédent, la durée de la période d'essai dans le présent contrat de location sera égale à la partie restante. Ajuster l'article 4 à la situation.)
HUURPRIJS, KOSTEN EN LASTEN
LOYER, FRAIS ET CHARGES
* (Afhankelijk van de toe te passen regelgeving wordt een van de drie onderstaande versies van artikel 5 gebruikt.)
* (Als artikel 38 tot en met 50 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 van toepassing zijn, wordt het volgende artikel 5 gebruikt.)
Art. 5. De huurprijs wordt berekend overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007. De basishuurprijs wordt bepaald op .............. euro.
De te betalen huurprijs, die aangepast is aan het inkomen van de huurder, aan zijn gezinssamenstelling, en aan de kwaliteit van de woning bedraagt voor de eerste maand ................ euro.
De verhuurder zal de huurder met een gewone brief op de hoogte brengen van elke wijziging van de basishuurprijs of van de te betalen huurprijs, alsook van de datum waarop de nieuwe te betalen huurprijs ingaat.
* (Als artikel 78, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 van toepassing is (huurprijsberekening overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 1994,) wordt het volgende artikel 5 gebruikt.)
Art. 5. De huurprijs wordt berekend overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 1994 tot reglementering van het sociale huurstelsel voor de woningen die door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij of door lokale sociale huisvestingsmaatschappijen, erkend door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, verhuurd worden met toepassing van artikel 80ter van de Huisvestingscode. De basishuurprijs wordt bepaald op ............. euro.
De te betalen huurprijs, die aangepast is aan het inkomen van de huurder en aan zijn gezinssamenstelling, rekening houdend met eventuele kortingen of toelagen, bedraagt voor de eerste maand ................ euro.
De verhuurder zal de huurder met een gewone brief op de hoogte brengen van elke wijziging van de basishuurprijs of van de te betalen huurprijs, alsook van de datum waarop de nieuwe te betalen huurprijs ingaat.
(Als artikel 78, § 1, tweede lid, derde lid en vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 van toepassing is (tweede lid: huurprijsberekening autonoom door de verhuurder bepaald/derde lid: huurprijsberekening door Vlaams Woningfonds/vierde lid: huurprijsberekening overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 1987 (1) of van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 1990 (2)) wordt het volgende artikel 5 gebruikt.)
Art. 5. De huurprijs bedraagt ................. euro per maand. (indexatieformule toevoegen als dat gebruikelijk is)
Art. 6. De kosten en lasten die verbonden zijn aan de eigendom van de woning, zijn voor rekening van de verhuurder en zijn opgesomd in bijlage III bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007. De onroerende voorheffing is ten laste van de verhuurder. Als de huurder recht heeft op een vermindering van onroerende voorheffing, wordt de aanvraag daarvoor door de verhuurder ingevuld en bij de bevoegde dienst ingediend. De vermindering van de onroerende voorheffing wordt in de huurprijs verrekend overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007.
Art. 7. De kosten en lasten die verbonden zijn aan het gebruik en het genot van de woning en de bewoning, zijn voor rekening van de huurder en zijn opgesomd in bijlage III bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007.
De aanrekening van de kosten en lasten, met inbegrip van de jaarlijkse afrekening, gebeurt overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007.
Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst bedraagt de maandelijkse betaling voor de kosten en lasten ................. euro.
Art. 8. De huurder betaalt de huurprijs samen met de kosten en lasten voor de tiende dag van de maand waarop de huurprijs betrekking heeft, op rekeningnummer ........................................ van de verhuurder.
* (Als artikel 38 tot en met 50 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 van toepassing zijn, wordt het volgende artikel 5 gebruikt.)
Art. 5. De huurprijs wordt berekend overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007. De basishuurprijs wordt bepaald op .............. euro.
De te betalen huurprijs, die aangepast is aan het inkomen van de huurder, aan zijn gezinssamenstelling, en aan de kwaliteit van de woning bedraagt voor de eerste maand ................ euro.
De verhuurder zal de huurder met een gewone brief op de hoogte brengen van elke wijziging van de basishuurprijs of van de te betalen huurprijs, alsook van de datum waarop de nieuwe te betalen huurprijs ingaat.
* (Als artikel 78, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 van toepassing is (huurprijsberekening overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 1994,) wordt het volgende artikel 5 gebruikt.)
Art. 5. De huurprijs wordt berekend overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 1994 tot reglementering van het sociale huurstelsel voor de woningen die door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij of door lokale sociale huisvestingsmaatschappijen, erkend door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, verhuurd worden met toepassing van artikel 80ter van de Huisvestingscode. De basishuurprijs wordt bepaald op ............. euro.
De te betalen huurprijs, die aangepast is aan het inkomen van de huurder en aan zijn gezinssamenstelling, rekening houdend met eventuele kortingen of toelagen, bedraagt voor de eerste maand ................ euro.
De verhuurder zal de huurder met een gewone brief op de hoogte brengen van elke wijziging van de basishuurprijs of van de te betalen huurprijs, alsook van de datum waarop de nieuwe te betalen huurprijs ingaat.
(Als artikel 78, § 1, tweede lid, derde lid en vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 van toepassing is (tweede lid: huurprijsberekening autonoom door de verhuurder bepaald/derde lid: huurprijsberekening door Vlaams Woningfonds/vierde lid: huurprijsberekening overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 1987 (1) of van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 1990 (2)) wordt het volgende artikel 5 gebruikt.)
Art. 5. De huurprijs bedraagt ................. euro per maand. (indexatieformule toevoegen als dat gebruikelijk is)
Art. 6. De kosten en lasten die verbonden zijn aan de eigendom van de woning, zijn voor rekening van de verhuurder en zijn opgesomd in bijlage III bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007. De onroerende voorheffing is ten laste van de verhuurder. Als de huurder recht heeft op een vermindering van onroerende voorheffing, wordt de aanvraag daarvoor door de verhuurder ingevuld en bij de bevoegde dienst ingediend. De vermindering van de onroerende voorheffing wordt in de huurprijs verrekend overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007.
Art. 7. De kosten en lasten die verbonden zijn aan het gebruik en het genot van de woning en de bewoning, zijn voor rekening van de huurder en zijn opgesomd in bijlage III bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007.
De aanrekening van de kosten en lasten, met inbegrip van de jaarlijkse afrekening, gebeurt overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007.
Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst bedraagt de maandelijkse betaling voor de kosten en lasten ................. euro.
Art. 8. De huurder betaalt de huurprijs samen met de kosten en lasten voor de tiende dag van de maand waarop de huurprijs betrekking heeft, op rekeningnummer ........................................ van de verhuurder.
* (En fonction de la réglementation à appliquer, une des trois versions de l'article 5 reprises ci-dessous, est utilisée.)
* (Si les articles 38 à 50 de l'arrête du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 sont d'application, l'article 5 suivant est utilisé.)
Art. 5. Le loyer est calculé conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007. Le loyer de base est fixé à ................ euros.
Le loyer payable, adapté au revenu du locataire et à la composition de son ménage, et à la qualité du logement, est de ................. euros le premier mois.
Le bailleur notifiera, par lettre ordinaire, toute modification du loyer de base ou du loyer payable ainsi que la date d'entrée en vigueur du nouveau loyer payable.
* (Si l'article 78, § 1er, alinéa premier, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 est applicable (calcul du loyer conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 septembre 1994) l'article 5 suivant est utilisé.)
Art. 5. Le loyer est calculé conformément à l'arrêté du 29 septembre 1994 réglementant le régime de location sociale pour les habitations louées par la ` Vlaamse Huisvestingsmaatschappij ` ou par des sociétés locales de logement social reconnues par la Société flamande du Logement, en application de l'article 80ter du Code du Logement. Le loyer de base est fixé à ................. euros.
Le loyer à payer, qui est fonction du revenu du locataire et de la composition de son ménage, réductions ou allocations éventuelles déduites, s'élève pour le premier mois à ................... euros.
Le bailleur informera le locataire par lettre ordinaire de toute modification du loyer de base ou du loyer à payer ainsi que de la date d'entrée en vigueur du nouveau loyer à payer.
(Si l'article 78, § 1er, alinéas deux, trois et quatre de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 s'applique (alinéa deux : calcul du loyer à fixer autonomement par le bailleur/alinéa trois : calcul du loyer par le ' Vlaams Woningfonds '/alinéa quatre : calcul du loyer conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 mai 1987 (1) ou de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 avril 1990 (2)) l'article 5 suivant est utilisé.)
Art. 5. Le loyer s'élève à ............... euros par mois. (veuillez ajouter la formule d'indexation si d'usage)
Art. 6. Les frais et charges liés à la propriété de l'habitation sont pour le compte du bailleur et sont repris à l'annexe III de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007. Le précompte immobilier est à charge du bailleur. Si le locataire à droit à une réduction du précompte immobilier, la demande y afférente est remplie par le bailleur et introduite auprès du service compétent. La réduction du précompte immobilier est imputée sur le loyer conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007.
Art. 7. Les frais et charges liés à l'utilisation et à la jouissance de l'habitation et de son occupation, sont portés par le locataire et sont repris à l'annexe III de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007.
L'imputation des frais et charges, y compris le décompte annuel, s'effectue conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007.
A l'entrée en vigueur du présent contrat, le paiement mensuel pour les frais et charges s'élève à ....... euros.
Art. 8. Le locataire paie le loyer ensemble avec les frais et charges avant le dixième jour du mois auquel le loyer se rapporte, au numéro de compte . . . . . du bailleur.
* (Si les articles 38 à 50 de l'arrête du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 sont d'application, l'article 5 suivant est utilisé.)
Art. 5. Le loyer est calculé conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007. Le loyer de base est fixé à ................ euros.
Le loyer payable, adapté au revenu du locataire et à la composition de son ménage, et à la qualité du logement, est de ................. euros le premier mois.
Le bailleur notifiera, par lettre ordinaire, toute modification du loyer de base ou du loyer payable ainsi que la date d'entrée en vigueur du nouveau loyer payable.
* (Si l'article 78, § 1er, alinéa premier, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 est applicable (calcul du loyer conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 septembre 1994) l'article 5 suivant est utilisé.)
Art. 5. Le loyer est calculé conformément à l'arrêté du 29 septembre 1994 réglementant le régime de location sociale pour les habitations louées par la ` Vlaamse Huisvestingsmaatschappij ` ou par des sociétés locales de logement social reconnues par la Société flamande du Logement, en application de l'article 80ter du Code du Logement. Le loyer de base est fixé à ................. euros.
Le loyer à payer, qui est fonction du revenu du locataire et de la composition de son ménage, réductions ou allocations éventuelles déduites, s'élève pour le premier mois à ................... euros.
Le bailleur informera le locataire par lettre ordinaire de toute modification du loyer de base ou du loyer à payer ainsi que de la date d'entrée en vigueur du nouveau loyer à payer.
(Si l'article 78, § 1er, alinéas deux, trois et quatre de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 s'applique (alinéa deux : calcul du loyer à fixer autonomement par le bailleur/alinéa trois : calcul du loyer par le ' Vlaams Woningfonds '/alinéa quatre : calcul du loyer conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 mai 1987 (1) ou de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 avril 1990 (2)) l'article 5 suivant est utilisé.)
Art. 5. Le loyer s'élève à ............... euros par mois. (veuillez ajouter la formule d'indexation si d'usage)
Art. 6. Les frais et charges liés à la propriété de l'habitation sont pour le compte du bailleur et sont repris à l'annexe III de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007. Le précompte immobilier est à charge du bailleur. Si le locataire à droit à une réduction du précompte immobilier, la demande y afférente est remplie par le bailleur et introduite auprès du service compétent. La réduction du précompte immobilier est imputée sur le loyer conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007.
Art. 7. Les frais et charges liés à l'utilisation et à la jouissance de l'habitation et de son occupation, sont portés par le locataire et sont repris à l'annexe III de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007.
L'imputation des frais et charges, y compris le décompte annuel, s'effectue conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007.
A l'entrée en vigueur du présent contrat, le paiement mensuel pour les frais et charges s'élève à ....... euros.
Art. 8. Le locataire paie le loyer ensemble avec les frais et charges avant le dixième jour du mois auquel le loyer se rapporte, au numéro de compte . . . . . du bailleur.
WAARBORG
GARANTIE
Art. 9. De waarborg strekt tot garantie van alle verplichtingen die voor de huurder gelden op basis van titel VII van de Vlaamse Wooncode en de uitvoeringsbesluiten ervan.
De waarborg wordt gesteld overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007.
Art. 10. De waarborg zal op het einde van de huurovereenkomst aan de huurder of, bij zijn overlijden, aan zijn erfgenamen worden terugbetaald, na verrekening van de openstaande schulden en na aftrekking van de vergoeding van eventuele schade. De waarborg wordt verrekend overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007.
De waarborg wordt gesteld overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007.
Art. 10. De waarborg zal op het einde van de huurovereenkomst aan de huurder of, bij zijn overlijden, aan zijn erfgenamen worden terugbetaald, na verrekening van de openstaande schulden en na aftrekking van de vergoeding van eventuele schade. De waarborg wordt verrekend overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007.
Art. 9. La garantie couvre toutes les obligations à respecter par le locataire sur la base du titre VII du Code flamand du Logement et de ses arrêtés d'exécution.
La garantie est établie conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007.
Art. 10. La garantie sera remboursée au locataire ou, à son décès, à ses héritiers, à la fin du contrat de location, après règlement des dettes en cours et après déduction de l'indemnisation des dommages éventuels. La garantie est calculée conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007.
La garantie est établie conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007.
Art. 10. La garantie sera remboursée au locataire ou, à son décès, à ses héritiers, à la fin du contrat de location, après règlement des dettes en cours et après déduction de l'indemnisation des dommages éventuels. La garantie est calculée conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007.
ACHTERSTALLIGE BETALING/ONVERSCHULDIGDE BETALING
ARRIERES/PAIEMENT INDU
Art. 11. Als de huurder de huurprijs, de kosten en lasten of de waarborg niet betaalt voor de tiende dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin de som verschuldigd is, kan de verhuurder op de achterstallige som een verhoging van 10% toepassen, tenzij er een loonafstand is betekend bij afzonderlijke akte. De achterstallige som kan in dat geval ook worden vermeerderd met de wettelijke interesten.
Art. 12. Als de huurder meer betaald heeft dan hij met toepassing van titel VII van de Vlaamse Wooncode en de uitvoeringsbesluiten ervan of deze overeenkomst verschuldigd is, moet hem het te veel betaalde op zijn verzoek worden terugbetaald. In afwijking van artikel 1728quater van het Burgerlijk Wetboek kan dat verzoek aan de verhuurder worden verzonden met een gewone brief. De teruggave kan alleen geëist worden voor de bedragen die vervallen zijn en betaald zijn tijdens de vijf jaar die aan dat verzoek voorafgaan. De vordering tot teruggave verjaart na verloop van een termijn van één jaar vanaf het verzoek tot terugbetaling.
Art. 12. Als de huurder meer betaald heeft dan hij met toepassing van titel VII van de Vlaamse Wooncode en de uitvoeringsbesluiten ervan of deze overeenkomst verschuldigd is, moet hem het te veel betaalde op zijn verzoek worden terugbetaald. In afwijking van artikel 1728quater van het Burgerlijk Wetboek kan dat verzoek aan de verhuurder worden verzonden met een gewone brief. De teruggave kan alleen geëist worden voor de bedragen die vervallen zijn en betaald zijn tijdens de vijf jaar die aan dat verzoek voorafgaan. De vordering tot teruggave verjaart na verloop van een termijn van één jaar vanaf het verzoek tot terugbetaling.
Art. 11. Lorsque le locataire ne paie pas le loyer, les frais et charges ou la garantie avant le dixième jour du deuxième mois suivant le mois dans lequel la somme est due et à défaut d'une cession de salaire notifiée par acte distinct, le bailleur peut augmenter le montant arriéré de 10%. Dans ce cas, le montant arriéré peut également être majoré des intérêts légaux.
Art. 12. Si le locataire a payé plus que le montant dont il est redevable en application du titre VII du Code flamand du Logement et de ses arrêtés d'exécution ou du présent contrat, la somme payée en trop doit lui être remboursée à sa demande. Par dérogation à l'article 1728quater du Code Civil, cette demande peut être envoyée au bailleur par lettre ordinaire. Le remboursement ne peut être exigé que pour les montants échus, payés au cours des cinq ans précédant cette demande. La demande de remboursement se prescrit après un an à compter de la demande de remboursement.
Art. 12. Si le locataire a payé plus que le montant dont il est redevable en application du titre VII du Code flamand du Logement et de ses arrêtés d'exécution ou du présent contrat, la somme payée en trop doit lui être remboursée à sa demande. Par dérogation à l'article 1728quater du Code Civil, cette demande peut être envoyée au bailleur par lettre ordinaire. Le remboursement ne peut être exigé que pour les montants échus, payés au cours des cinq ans précédant cette demande. La demande de remboursement se prescrit après un an à compter de la demande de remboursement.
VERPLICHTINGEN VAN DE VERHUURDER
OBLIGATIONS DU BAILLEUR
Art. 13. De verhuurder stelt de woning, die moet voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, vermeld in artikel 5 van de Vlaamse Wooncode, ter beschikking van de huurder. De verhuurder zorgt ervoor dat de woning tijdens de volledige duur van de huurovereenkomst blijft voldoen aan de bovenvermelde vereisten.
De verhuurder voert onverwijld de herstellingswerkzaamheden uit die overeenkomstig artikel 1720 van het Burgerlijk Wetboek en de plaatselijke gebruiken ten laste van hem vallen.
Art. 14. Als een sociaal woonproject renovatie-, sloop, of aanpassingswerkzaamheden omvat, informeert de verhuurder de bewoners op gepaste wijze over de aard van de werken, de timing, de te verwachten hinder, de invloed op de huurprijs en de waarborg en de eventuele noodzaak van tijdelijke verhuizing.
De verhuurder voert onverwijld de herstellingswerkzaamheden uit die overeenkomstig artikel 1720 van het Burgerlijk Wetboek en de plaatselijke gebruiken ten laste van hem vallen.
Art. 14. Als een sociaal woonproject renovatie-, sloop, of aanpassingswerkzaamheden omvat, informeert de verhuurder de bewoners op gepaste wijze over de aard van de werken, de timing, de te verwachten hinder, de invloed op de huurprijs en de waarborg en de eventuele noodzaak van tijdelijke verhuizing.
Art. 13. Le bailleur met l'habitation, qui remplit les conditions élémentaires de sécurité, de santé et de qualité, visées à l'article 5 du Code flamand du Logement, à la disposition du locataire. Le bailleur veille à ce que l'habitation continue à remplir les conditions précitées pendant toute la durée du contrat de location.
Le bailleur exécute sans délai les travaux de réparation qui lui incombent, conformément à l'article 1720 du Code Civil et aux us et coutumes locaux.
Art. 14. Si un projet de logement social comprend des travaux de rénovation, de démolition ou de transformation, le bailleur informe les habitants de manière appropriée de la nature des travaux, du calendrier, des nuisances attendues, de leur incidence sur le loyer et sur la garantie et de la nécessité éventuelle d'un déménagement temporaire.
Le bailleur exécute sans délai les travaux de réparation qui lui incombent, conformément à l'article 1720 du Code Civil et aux us et coutumes locaux.
Art. 14. Si un projet de logement social comprend des travaux de rénovation, de démolition ou de transformation, le bailleur informe les habitants de manière appropriée de la nature des travaux, du calendrier, des nuisances attendues, de leur incidence sur le loyer et sur la garantie et de la nécessité éventuelle d'un déménagement temporaire.
VERPLICHTINGEN VAN DE HUURDER
OBLIGATIONS DU LOCATAIRE
Art. 15. De huurder bestemt de woning tot zijn hoofdverblijfplaats en laat zich inschrijven in de bevolkingsregisters van de gemeente waar de woning ligt. Hij is ertoe gehouden om de woning, in voorkomend geval samen met zijn minderjarige kinderen, effectief te betrekken.
Iedere wijziging van de gezinssamenstelling moet binnen een maand aan de verhuurder schriftelijk worden meegedeeld. De huurder kan alleen toestaan dat extra personen hun hoofdverblijfplaats vestigen in de sociale huurwoning of er zich domiciliëren als dat in overeenstemming is met artikel 95, § 1, tweede lid, van de Vlaamse Wooncode.
Art. 16. De huurder is hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot betaling van de huurprijs, de waarborg, de huurlasten en de vergoeding voor de schade die vastgesteld wordt bij de beëindiging van de huurovereenkomst, die de waarborg overtreft.
Art. 17. De huurder is verplicht de elementen die nodig zijn voor de berekening van de te betalen huurprijs onmiddellijk mee te delen als de verhuurder daarom verzoekt.
Art. 18. De huurder is verplicht de woning te onderhouden als een goede huisvader. Hij zal de woning op zodanige wijze bewonen dat geen overmatige hinder wordt veroorzaakt voor de buren en de naaste omgeving en dat de leefbaarheid niet in het gedrang komt.
Art. 19. (Als de taalbereidheidsvoorwaarde al vervuld is, kan dit artikel worden geschrapt.) De huurder is verplicht bereidheid te tonen om het Nederlands aan te leren.
Art. 20. (Als de inburgeringsbereidheidsvoorwaarde al vervuld is, of als de huurder niet moet voldoen aan die voorwaarde, kan dit artikel worden geschrapt.) De huurder is verplicht het inburgeringstraject te volgen.
Art. 21. (Dit artikel is alleen van toepassing als de toewijzing afhankelijk is gemaakt van het sluiten van een begeleidingsovereenkomst overeenkomstig titel VII van de Vlaamse Wooncode.) De huurder is verplicht de afspraken na te leven die opgenomen zijn in de begeleidingsovereenkomst die opgemaakt is als voorwaarde voor de toewijzing van de sociale huurwoning.
Art. 22. (Dit is alleen van toepassing als de woning een ADL-woning is of een woning die aangepast is aan de huisvesting van personen met een handicap.) De huurder is verplicht om in te stemmen met de verhuizing naar een andere sociale huurwoning als de woning aangepast is aan de fysieke mogelijkheden van personen met een handicap, en niet langer wordt bewoond door een persoon die daar behoefte aan heeft. De verhuurder kan een gemotiveerde afwijking toestaan.
(Dit is alleen van toepassing als de woning een sociale assistentiewoning is.) De huurder is verplicht om in te stemmen met de verhuizing naar een andere sociale huurwoning als de woning een sociale assistentiewoning is, en niet langer wordt bewoond door een persoon die minstens 65 jaar oud is. De verhuurder kan een gemotiveerde afwijking toestaan.
Art. 23. De huurder voert onverwijld de onderhouds- en herstellingswerkzaamheden uit die overeenkomstig artikel 1754 en volgende van het Burgerlijk Wetboek en de plaatselijke gebruiken ten laste van hem vallen.
De verhuurder kan, als de huurder daarmee akkoord gaat, de door de huurder aangegeven onderhouds- en herstellingswerkzaamheden die ten laste van hem vallen, uitvoeren tegen betaling van een bepaald bedrag per maand. Dat bedrag is gebaseerd op de reële kostprijs van die onderhouds- en herstellingswerken van een representatieve periode. Het bedrag wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex (basis 2004) naar het gezondheidsindexcijfer van de maand juni van het voorgaande jaar en met als basis het gezondheidsindexcijfer van ................ voor juni ............... (Het jaartal is het jaar waarin de huurovereenkomst wordt gesloten als de huurovereenkomst wordt gesloten na 30 juni en van het voorgaande jaar als de huurovereenkomst wordt gesloten voor 1 juli). Het resultaat wordt afgerond naar het eerstvolgende natuurlijke getal. Grotere aanpassingen van dat bedrag moeten ter goedkeuring aan de huurder worden voorgelegd. De verhuurder en de huurder kunnen bij elke jaarlijkse huurprijsaanpassing beslissen om de aangegeven onderhouds- of herstellingswerkzaamheden niet meer te laten uitvoeren door de verhuurder.
Als de huurder niet tijdig de onderhouds- en herstellingswerkzaamheden uitvoert, uitgezonderd die welke vermeld zijn in het tweede lid, heeft de verhuurder, na ingebrekestelling met een aangetekende brief, het recht om die werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren door een derde voor rekening van de huurder. De huurder moet aan de verhuurder binnen een maand na de facturatie de door hem uitgegeven sommen terugbetalen. De verhuurder kan een afbetalingsplan opstellen.
De huurder is verplicht om elke schade waarvan de herstelling ten laste van de verhuurder valt, onmiddellijk aan de verhuurder te melden. Als de huurder die verplichting niet naleeft, wordt hij aansprakelijk gesteld voor elke uitbreiding van de schade en moet hij de verhuurder daarvoor schadeloos stellen.
Op het einde van de huurovereenkomst is de huurder ertoe gehouden de woning achter te laten in de staat, zoals beschreven in de tegensprekelijke plaatsbeschrijving die is opgemaakt bij de aanvang van de overeenkomst, met uitzondering van de schade die ontstaan is door overmacht, slijtage of ouderdom.
Art. 24. Als er in de woning noodzakelijke of dringende herstellingen uitgevoerd moeten worden, die niet tot na de beëindiging van de huurovereenkomst kunnen worden uitgesteld, moet de huurder die zonder vergoeding laten uitvoeren, welke ongemakken hij daarvan ook ondervindt en al moet hij gedurende de herstellingen het genot van een gedeelte van de woning derven.
Als die werken langer dan veertig dagen duren, wordt de huurprijs verminderd naar evenredigheid van de tijd en van het gedeelte van het verhuurde goed waarvan hij het genot heeft moeten derven.
De huurder moet instemmen met een tijdelijke herhuisvesting als de verhuurder dat wegens renovatie-, sloop- of aanpassingswerkzaamheden aan het gehuurde goed noodzakelijk acht. De voorwaarden zijn opgenomen in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007.
Art. 25. De huurder mag alleen veranderingen aanbrengen aan de woning en de aanhorigheden ervan als de verhuurder daarvoor voorafgaandelijk schriftelijke toestemming heeft verleend, al dan niet onder voorbehoud van de herstelling in de oorspronkelijke staat van de woning op het einde van de huurovereenkomst. Een weigering moet worden gemotiveerd door de verhuurder.
Op het einde van de huurovereenkomst kan de verhuurder die veranderingen overnemen zonder vergoeding, tenzij het anders is overeengekomen.
Als de huurder zonder toestemming veranderingen aanbrengt aan het gehuurde goed, heeft de verhuurder het recht te eisen dat de woning en de aanhorigheden ervan onmiddellijk in de oorspronkelijke staat worden hersteld.
Art. 26. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de verhuurder mag de huurder niets plaatsen of bevestigen op het dak, aan de buitenmuren, noch op een ander deel van de woning of van het appartementsgebouw.
De verhuurder behoudt zich het recht voor de woning en de aanhorigheden ervan te bezoeken om er de goede uitvoering van de verplichtingen van de huurder, alsook de staat van het goed na te gaan. De verhuurder bepaalt samen met de huurder de bezoekdag en het bezoekuur binnen acht dagen na het verzoek.
Art. 27. Het is de huurder alleen toegestaan dieren te houden als de bepalingen nageleefd worden van het reglement van inwendige orde, dat uitsluitend ter zake rekening zal houden met overdreven burenhinder.
Art. 28. De huurder geeft zijn toestemming aan de verhuurder om het OCMW erbij te betrekken als er zich problemen voordoen bij het nakomen van de huurdersverplichtingen.
Iedere wijziging van de gezinssamenstelling moet binnen een maand aan de verhuurder schriftelijk worden meegedeeld. De huurder kan alleen toestaan dat extra personen hun hoofdverblijfplaats vestigen in de sociale huurwoning of er zich domiciliëren als dat in overeenstemming is met artikel 95, § 1, tweede lid, van de Vlaamse Wooncode.
Art. 16. De huurder is hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot betaling van de huurprijs, de waarborg, de huurlasten en de vergoeding voor de schade die vastgesteld wordt bij de beëindiging van de huurovereenkomst, die de waarborg overtreft.
Art. 17. De huurder is verplicht de elementen die nodig zijn voor de berekening van de te betalen huurprijs onmiddellijk mee te delen als de verhuurder daarom verzoekt.
Art. 18. De huurder is verplicht de woning te onderhouden als een goede huisvader. Hij zal de woning op zodanige wijze bewonen dat geen overmatige hinder wordt veroorzaakt voor de buren en de naaste omgeving en dat de leefbaarheid niet in het gedrang komt.
Art. 19. (Als de taalbereidheidsvoorwaarde al vervuld is, kan dit artikel worden geschrapt.) De huurder is verplicht bereidheid te tonen om het Nederlands aan te leren.
Art. 20. (Als de inburgeringsbereidheidsvoorwaarde al vervuld is, of als de huurder niet moet voldoen aan die voorwaarde, kan dit artikel worden geschrapt.) De huurder is verplicht het inburgeringstraject te volgen.
Art. 21. (Dit artikel is alleen van toepassing als de toewijzing afhankelijk is gemaakt van het sluiten van een begeleidingsovereenkomst overeenkomstig titel VII van de Vlaamse Wooncode.) De huurder is verplicht de afspraken na te leven die opgenomen zijn in de begeleidingsovereenkomst die opgemaakt is als voorwaarde voor de toewijzing van de sociale huurwoning.
Art. 22. (Dit is alleen van toepassing als de woning een ADL-woning is of een woning die aangepast is aan de huisvesting van personen met een handicap.) De huurder is verplicht om in te stemmen met de verhuizing naar een andere sociale huurwoning als de woning aangepast is aan de fysieke mogelijkheden van personen met een handicap, en niet langer wordt bewoond door een persoon die daar behoefte aan heeft. De verhuurder kan een gemotiveerde afwijking toestaan.
(Dit is alleen van toepassing als de woning een sociale assistentiewoning is.) De huurder is verplicht om in te stemmen met de verhuizing naar een andere sociale huurwoning als de woning een sociale assistentiewoning is, en niet langer wordt bewoond door een persoon die minstens 65 jaar oud is. De verhuurder kan een gemotiveerde afwijking toestaan.
Art. 23. De huurder voert onverwijld de onderhouds- en herstellingswerkzaamheden uit die overeenkomstig artikel 1754 en volgende van het Burgerlijk Wetboek en de plaatselijke gebruiken ten laste van hem vallen.
De verhuurder kan, als de huurder daarmee akkoord gaat, de door de huurder aangegeven onderhouds- en herstellingswerkzaamheden die ten laste van hem vallen, uitvoeren tegen betaling van een bepaald bedrag per maand. Dat bedrag is gebaseerd op de reële kostprijs van die onderhouds- en herstellingswerken van een representatieve periode. Het bedrag wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex (basis 2004) naar het gezondheidsindexcijfer van de maand juni van het voorgaande jaar en met als basis het gezondheidsindexcijfer van ................ voor juni ............... (Het jaartal is het jaar waarin de huurovereenkomst wordt gesloten als de huurovereenkomst wordt gesloten na 30 juni en van het voorgaande jaar als de huurovereenkomst wordt gesloten voor 1 juli). Het resultaat wordt afgerond naar het eerstvolgende natuurlijke getal. Grotere aanpassingen van dat bedrag moeten ter goedkeuring aan de huurder worden voorgelegd. De verhuurder en de huurder kunnen bij elke jaarlijkse huurprijsaanpassing beslissen om de aangegeven onderhouds- of herstellingswerkzaamheden niet meer te laten uitvoeren door de verhuurder.
Als de huurder niet tijdig de onderhouds- en herstellingswerkzaamheden uitvoert, uitgezonderd die welke vermeld zijn in het tweede lid, heeft de verhuurder, na ingebrekestelling met een aangetekende brief, het recht om die werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren door een derde voor rekening van de huurder. De huurder moet aan de verhuurder binnen een maand na de facturatie de door hem uitgegeven sommen terugbetalen. De verhuurder kan een afbetalingsplan opstellen.
De huurder is verplicht om elke schade waarvan de herstelling ten laste van de verhuurder valt, onmiddellijk aan de verhuurder te melden. Als de huurder die verplichting niet naleeft, wordt hij aansprakelijk gesteld voor elke uitbreiding van de schade en moet hij de verhuurder daarvoor schadeloos stellen.
Op het einde van de huurovereenkomst is de huurder ertoe gehouden de woning achter te laten in de staat, zoals beschreven in de tegensprekelijke plaatsbeschrijving die is opgemaakt bij de aanvang van de overeenkomst, met uitzondering van de schade die ontstaan is door overmacht, slijtage of ouderdom.
Art. 24. Als er in de woning noodzakelijke of dringende herstellingen uitgevoerd moeten worden, die niet tot na de beëindiging van de huurovereenkomst kunnen worden uitgesteld, moet de huurder die zonder vergoeding laten uitvoeren, welke ongemakken hij daarvan ook ondervindt en al moet hij gedurende de herstellingen het genot van een gedeelte van de woning derven.
Als die werken langer dan veertig dagen duren, wordt de huurprijs verminderd naar evenredigheid van de tijd en van het gedeelte van het verhuurde goed waarvan hij het genot heeft moeten derven.
De huurder moet instemmen met een tijdelijke herhuisvesting als de verhuurder dat wegens renovatie-, sloop- of aanpassingswerkzaamheden aan het gehuurde goed noodzakelijk acht. De voorwaarden zijn opgenomen in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007.
Art. 25. De huurder mag alleen veranderingen aanbrengen aan de woning en de aanhorigheden ervan als de verhuurder daarvoor voorafgaandelijk schriftelijke toestemming heeft verleend, al dan niet onder voorbehoud van de herstelling in de oorspronkelijke staat van de woning op het einde van de huurovereenkomst. Een weigering moet worden gemotiveerd door de verhuurder.
Op het einde van de huurovereenkomst kan de verhuurder die veranderingen overnemen zonder vergoeding, tenzij het anders is overeengekomen.
Als de huurder zonder toestemming veranderingen aanbrengt aan het gehuurde goed, heeft de verhuurder het recht te eisen dat de woning en de aanhorigheden ervan onmiddellijk in de oorspronkelijke staat worden hersteld.
Art. 26. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de verhuurder mag de huurder niets plaatsen of bevestigen op het dak, aan de buitenmuren, noch op een ander deel van de woning of van het appartementsgebouw.
De verhuurder behoudt zich het recht voor de woning en de aanhorigheden ervan te bezoeken om er de goede uitvoering van de verplichtingen van de huurder, alsook de staat van het goed na te gaan. De verhuurder bepaalt samen met de huurder de bezoekdag en het bezoekuur binnen acht dagen na het verzoek.
Art. 27. Het is de huurder alleen toegestaan dieren te houden als de bepalingen nageleefd worden van het reglement van inwendige orde, dat uitsluitend ter zake rekening zal houden met overdreven burenhinder.
Art. 28. De huurder geeft zijn toestemming aan de verhuurder om het OCMW erbij te betrekken als er zich problemen voordoen bij het nakomen van de huurdersverplichtingen.
Art. 15. Le locataire affecte l'habitation comme résidence principale et se fait inscrire dans les registres de la population de la commune où l'habitation est située. Il est tenu à occuper effectivement l'habitation, le cas échéant avec ses enfants mineurs.
Toute modification de la composition du ménage doit être notifiée par écrit au bailleur dans un mois. Le locataire peut uniquement autoriser que des personnes supplémentaires établissent leur résidence principale dans le logement locatif social ou qu'elles s'y domicilient lorsque ceci est conforme à l'article 95, § 1er, alinéa deux du Code flamand du Logement.
Art. 16. Le locataire est solidairement et indivisiblement tenu au paiement du loyer, de la garantie, des charges locatives et de l'indemnisation éventuelle des dommages constatés à l'expiration du contrat de location excédant la garantie.
Art. 17. Le locataire est tenu de communiquer sans délai les éléments nécessaires au calcul du loyer dû, si le bailleur en fait la demande.
Art. 18. Le locataire entretient l'habitation en bon père de famille. Il occupera l'habitation de manière à ce que les voisins et les alentours immédiats ne subissent aucune nuisance exagérée et que la viabilité ne soit pas compromise.
Art. 19. (S'il est déjà satisfait à la condition de disposition à apprendre la langue, le présent article peut être supprimé.) Le locataire est disposé à apprendre le néerlandais.
Art. 20. (s'il est déjà satisfait à la condition de disposition à l'intégration civique, ou si le locataire ne doit pas satisfaire à cette condition, le présent article peut être supprimé.) Le locataire est obligé de suivre le parcours d'intégration civique.
Art. 21. (Le présent article ne s'applique que si l'attribution est fonction de la conclusion d'un contrat d'accompagnement, conformément au titre VII du Code flamand du Logement.) Le locataire est obligé de respecter les dispositions reprises dans le contrat d'accompagnement établi comme condition à l'attribution du logement locatif social.
Art. 22. (Le présent article s'applique uniquement si l'habitation est une habitation AVJ ou une habitation adaptée au logement de personnes handicapées.) Le locataire est tenu de donner son consentement à un déménagement vers un autre logement locatif social, si l'habitation est adaptée aux capacités physiques de personnes handicapées, et qu'elle n'est plus occupée par une personne qui en a besoin. Le bailleur peut accorder une dérogation motivée.
(Ce qui suit s'applique uniquement lorsque le logement est un logement social à assistance.) Le locataire est tenu de donner son consentement à un déménagement vers un autre logement locatif social si le logement est un logement social à assistance, et qu'il n'est plus occupé par une personne âgée d'au moins 65 ans. Le bailleur peut accorder une dérogation motivée.
Art. 23. Le locataire exécute sans délai les travaux d'entretien et de réparation qui viennent à sa charge, conformément à l'article 1754 et suivants du Code Civil et aux us et coutumes locaux.
Le bailleur peut, si le locataire y consent, exécuter les travaux d'entretien et de réparation, désignés par le locataire et qui sont à sa charge, contre paiement d'un montant défini par mois. Ce montant est basé sur le coût réel de ces travaux d'entretien et de réparation effectués pendant une période représentative. Le montant est ajusté à l'évolution de l'indice de santé (base 2004), au 1er janvier de chaque année, vers l'indice de santé du mois de juin de l'année précédente et ayant comme base l'indice de santé de ... pour le mois de juin... (L'année est l'année dans laquelle le contrat de location est conclu si le contrat de location est conclu après le 30 juin et de l'année précédente si le contrat de location est conclu avant le 1er juillet). Le résultat est arrondi au premier nombre naturel suivant. Les ajustements plus importants de ce montant doivent être soumis à l'approbation du locataire. Le bailleur et le locataire peuvent décider à chaque ajustement du loyer annuel de ne plus faire exécuter les travaux d'entretien ou de réparation désignés par le bailleur.
Lorsque le locataire n'exécute pas à temps les travaux d'entretien et de réparation, hormis ceux visés à l'alinéa deux, le bailleur a le droit, après mise en demeure par lettre recommandée, d'exécuter ou de faire exécuter ces travaux par un tiers pour le compte du locataire. Le locataire doit rembourser le bailleur des sommes que celui-ci a dépensées dans le mois après la facturation. Le bailleur peut établir un plan de paiement.
Le locataire est tenu d'informer le bailleur sans tarder de tout dommage dont la réparation vient à charge du bailleur. Si le locataire ne remplit pas cette obligation, il est tenu responsable de toute aggravation du dommage dont il doit dédommager le bailleur.
A la fin du contrat de location, le locataire est tenu de restituer le logement en l'état tel que décrit dans l'état des lieux contradictoire qui a été établi au début du contrat, à l'exception des dommages survenus suite à des cas de force majeure, d'usure et d'âge.
Art. 24. Si le logement nécessite des réparations nécessaires ou urgentes qui ne peuvent être reportées à la cessation du contrat de location, le locataire doit les faire exécuter sans dédommagement, quels qu'en soient les inconvénients et même s'il sera privé de l'usage d'une partie de l'habitation pendant les réparations.
Au cas où les travaux dureraient plus de quarante jours, le loyer est réduit proportionnellement au temps et à la partie du bien loué de la jouissance de laquelle il est privé.
Le locataire doit consentir à un relogement temporaire si le bailleur le juge nécessaire pour cause de travaux de rénovation, de démolition ou de transformation au bien loué. Les conditions sont reprises dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007.
Art. 25. Le locataire peut seulement effectuer des transformations au logement et à ses dépendances moyennant le consentement écrit et préalable du bailleur, sous réserve ou non de la remise en l'état original du logement à la fin du contrat de location. Un refus doit être motivé par le bailleur.
A la fin du contrat de location, le bailleur peut reprendre ces transformations sans indemnisation, sauf convenu autrement.
Si le locataire effectue des transformations au bien loué sans consentement, le bailleur a le droit d'exiger que l'habitation et ses dépendances soient remises à l'état original sans délai.
Art. 26. Sans autorisation préalable et écrite du bailleur, le locataire ne peut rien installer ou fixer sur le toit, aux murs extérieurs ni à quelconque autre endroit de l'habitation ou de l'immeuble.
Le bailleur se réserve le droit de visiter l'habitation et ses dépendances pour y vérifier la bonne exécution des obligations du locataire et l'état du bien. Le bailleur fixe le jour et l'heure de la visite ensemble avec le locataire et ce dans les huit jours après la demande.
Art. 27. Le locataire peut uniquement tenir des animaux dans le respect des dispositions du règlement d'ordre intérieur qui tiendra exclusivement compte en la matière des nuisances exagérées pour les voisins.
Art. 28. Le locataire donne son consentement au bailleur pour faire appel au CPAS en cas de problèmes relatifs au respect des obligations locatives.
Toute modification de la composition du ménage doit être notifiée par écrit au bailleur dans un mois. Le locataire peut uniquement autoriser que des personnes supplémentaires établissent leur résidence principale dans le logement locatif social ou qu'elles s'y domicilient lorsque ceci est conforme à l'article 95, § 1er, alinéa deux du Code flamand du Logement.
Art. 16. Le locataire est solidairement et indivisiblement tenu au paiement du loyer, de la garantie, des charges locatives et de l'indemnisation éventuelle des dommages constatés à l'expiration du contrat de location excédant la garantie.
Art. 17. Le locataire est tenu de communiquer sans délai les éléments nécessaires au calcul du loyer dû, si le bailleur en fait la demande.
Art. 18. Le locataire entretient l'habitation en bon père de famille. Il occupera l'habitation de manière à ce que les voisins et les alentours immédiats ne subissent aucune nuisance exagérée et que la viabilité ne soit pas compromise.
Art. 19. (S'il est déjà satisfait à la condition de disposition à apprendre la langue, le présent article peut être supprimé.) Le locataire est disposé à apprendre le néerlandais.
Art. 20. (s'il est déjà satisfait à la condition de disposition à l'intégration civique, ou si le locataire ne doit pas satisfaire à cette condition, le présent article peut être supprimé.) Le locataire est obligé de suivre le parcours d'intégration civique.
Art. 21. (Le présent article ne s'applique que si l'attribution est fonction de la conclusion d'un contrat d'accompagnement, conformément au titre VII du Code flamand du Logement.) Le locataire est obligé de respecter les dispositions reprises dans le contrat d'accompagnement établi comme condition à l'attribution du logement locatif social.
Art. 22. (Le présent article s'applique uniquement si l'habitation est une habitation AVJ ou une habitation adaptée au logement de personnes handicapées.) Le locataire est tenu de donner son consentement à un déménagement vers un autre logement locatif social, si l'habitation est adaptée aux capacités physiques de personnes handicapées, et qu'elle n'est plus occupée par une personne qui en a besoin. Le bailleur peut accorder une dérogation motivée.
(Ce qui suit s'applique uniquement lorsque le logement est un logement social à assistance.) Le locataire est tenu de donner son consentement à un déménagement vers un autre logement locatif social si le logement est un logement social à assistance, et qu'il n'est plus occupé par une personne âgée d'au moins 65 ans. Le bailleur peut accorder une dérogation motivée.
Art. 23. Le locataire exécute sans délai les travaux d'entretien et de réparation qui viennent à sa charge, conformément à l'article 1754 et suivants du Code Civil et aux us et coutumes locaux.
Le bailleur peut, si le locataire y consent, exécuter les travaux d'entretien et de réparation, désignés par le locataire et qui sont à sa charge, contre paiement d'un montant défini par mois. Ce montant est basé sur le coût réel de ces travaux d'entretien et de réparation effectués pendant une période représentative. Le montant est ajusté à l'évolution de l'indice de santé (base 2004), au 1er janvier de chaque année, vers l'indice de santé du mois de juin de l'année précédente et ayant comme base l'indice de santé de ... pour le mois de juin... (L'année est l'année dans laquelle le contrat de location est conclu si le contrat de location est conclu après le 30 juin et de l'année précédente si le contrat de location est conclu avant le 1er juillet). Le résultat est arrondi au premier nombre naturel suivant. Les ajustements plus importants de ce montant doivent être soumis à l'approbation du locataire. Le bailleur et le locataire peuvent décider à chaque ajustement du loyer annuel de ne plus faire exécuter les travaux d'entretien ou de réparation désignés par le bailleur.
Lorsque le locataire n'exécute pas à temps les travaux d'entretien et de réparation, hormis ceux visés à l'alinéa deux, le bailleur a le droit, après mise en demeure par lettre recommandée, d'exécuter ou de faire exécuter ces travaux par un tiers pour le compte du locataire. Le locataire doit rembourser le bailleur des sommes que celui-ci a dépensées dans le mois après la facturation. Le bailleur peut établir un plan de paiement.
Le locataire est tenu d'informer le bailleur sans tarder de tout dommage dont la réparation vient à charge du bailleur. Si le locataire ne remplit pas cette obligation, il est tenu responsable de toute aggravation du dommage dont il doit dédommager le bailleur.
A la fin du contrat de location, le locataire est tenu de restituer le logement en l'état tel que décrit dans l'état des lieux contradictoire qui a été établi au début du contrat, à l'exception des dommages survenus suite à des cas de force majeure, d'usure et d'âge.
Art. 24. Si le logement nécessite des réparations nécessaires ou urgentes qui ne peuvent être reportées à la cessation du contrat de location, le locataire doit les faire exécuter sans dédommagement, quels qu'en soient les inconvénients et même s'il sera privé de l'usage d'une partie de l'habitation pendant les réparations.
Au cas où les travaux dureraient plus de quarante jours, le loyer est réduit proportionnellement au temps et à la partie du bien loué de la jouissance de laquelle il est privé.
Le locataire doit consentir à un relogement temporaire si le bailleur le juge nécessaire pour cause de travaux de rénovation, de démolition ou de transformation au bien loué. Les conditions sont reprises dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007.
Art. 25. Le locataire peut seulement effectuer des transformations au logement et à ses dépendances moyennant le consentement écrit et préalable du bailleur, sous réserve ou non de la remise en l'état original du logement à la fin du contrat de location. Un refus doit être motivé par le bailleur.
A la fin du contrat de location, le bailleur peut reprendre ces transformations sans indemnisation, sauf convenu autrement.
Si le locataire effectue des transformations au bien loué sans consentement, le bailleur a le droit d'exiger que l'habitation et ses dépendances soient remises à l'état original sans délai.
Art. 26. Sans autorisation préalable et écrite du bailleur, le locataire ne peut rien installer ou fixer sur le toit, aux murs extérieurs ni à quelconque autre endroit de l'habitation ou de l'immeuble.
Le bailleur se réserve le droit de visiter l'habitation et ses dépendances pour y vérifier la bonne exécution des obligations du locataire et l'état du bien. Le bailleur fixe le jour et l'heure de la visite ensemble avec le locataire et ce dans les huit jours après la demande.
Art. 27. Le locataire peut uniquement tenir des animaux dans le respect des dispositions du règlement d'ordre intérieur qui tiendra exclusivement compte en la matière des nuisances exagérées pour les voisins.
Art. 28. Le locataire donne son consentement au bailleur pour faire appel au CPAS en cas de problèmes relatifs au respect des obligations locatives.
VERZEKERING
ASSURANCE
Art. 29. De verhuurder sluit een brandverzekering af die een clausule van afstand van verhaal op de huurder bevat en waarin het verhaal van derden is uitgebreid ten voordele van de huurder.
De huurder verbindt er zich toe zijn inboedel te laten verzekeren.
De huurder verbindt er zich toe zijn inboedel te laten verzekeren.
Art. 29. Le bailleur conclut une assurance incendie qui contient une clause d'abandon de recours envers le locataire et dans laquelle le recours de tiers est étendu au profit du locataire.
Le locataire s'engage à faire assurer son mobilier.
Le locataire s'engage à faire assurer son mobilier.
EINDE VAN DE OVEREENKOMST
FIN DU CONTRAT
Art. 30. De huurder kan de huurovereenkomst op ieder moment opzeggen overeenkomstig artikel 98, § 2, van de Vlaamse Wooncode. De opzegging geldt alleen voor hem.
Er is geen opzegtermijn voor de huurder als er nog huurders in de woning blijven wonen die daartoe het recht hebben overeenkomstig titel VII van de Vlaamse Wooncode. Anders bedraagt de opzegtermijn drie maanden, tenzij de huurder opgenomen wordt in een woonzorgcentrum of in een voorziening met residentiële opvang van personen met een handicap. In dat geval bedraagt de opzegtermijn een maand. De opzegtermijn begint te lopen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de huurder met een aangetekende brief de huurovereenkomst heeft opgezegd.
Als een huurder de woning niet meer als hoofdverblijfplaats betrekt en als hij nalaat de huurovereenkomst op te zeggen, wordt de huurovereenkomst voor hem van rechtswege ontbonden overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 en wordt hij uit de huurovereenkomst geschrapt. Voor de gehuwde huurder moet bovendien worden aangetoond door de overblijvende huurder dat het huwelijk onherstelbaar ontwricht is.
Art. 31. De verhuurder zegt de huurovereenkomst op in de gevallen, vermeld in artikel 98, § 3, van de Vlaamse Wooncode.
De opzeg van de huurovereenkomst door de verhuurder geldt voor alle huurders.
Art. 32. De huurovereenkomst wordt van rechtswege ontbonden als de laatste huurder die overeenkomstig titel VII van de Vlaamse Wooncode een persoonlijk recht heeft om de woning te bewonen, overlijdt of de huurovereenkomst heeft opgezegd of de woning niet langer als hoofdverblijfplaats betrekt zonder de huurovereenkomst te hebben opgezegd. De nadere regels zijn bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007.
Art. 33. Gedurende de opzegtermijn of de ontbindingstermijn van de huurovereenkomst heeft de verhuurder het recht de woning gedurende twee dagen in de week en twee opeenvolgende uren per dag door kandidaat-huurders te laten bezichtigen. Elke partij bepaalt een van die twee dagen en uren. De verhuurder heeft ook het recht gedurende de opzegtermijn of de ontbindingstermijn van de huurovereenkomst een bericht aan de voorgevel van de woning aan te brengen op een goed zichtbare plaats.
Art. 34. Bij de beëindiging van de huurovereenkomst bezoekt een afgevaardigde van de verhuurder de woning en maakt een tegensprekelijke plaatsbeschrijving van uittreding op.
Die plaatsbeschrijving wordt ondertekend door een van de huurders of door zijn vertegenwoordiger, die over een geldige volmacht beschikt.
In onderling overleg bepalen de verhuurder en de huurder de datum en het tijdstip van de plaatsbeschrijving binnen een termijn van een maand na de beëindiging van de huurovereenkomst.
Als de huurder of zijn vertegenwoordiger niet aanwezig is op de overeengekomen datum en het overeengekomen tijdstip, erkennen alle huurders onvoorwaardelijk de juistheid van de plaatsbeschrijving, tenzij overmacht wordt bewezen.
Er is geen opzegtermijn voor de huurder als er nog huurders in de woning blijven wonen die daartoe het recht hebben overeenkomstig titel VII van de Vlaamse Wooncode. Anders bedraagt de opzegtermijn drie maanden, tenzij de huurder opgenomen wordt in een woonzorgcentrum of in een voorziening met residentiële opvang van personen met een handicap. In dat geval bedraagt de opzegtermijn een maand. De opzegtermijn begint te lopen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de huurder met een aangetekende brief de huurovereenkomst heeft opgezegd.
Als een huurder de woning niet meer als hoofdverblijfplaats betrekt en als hij nalaat de huurovereenkomst op te zeggen, wordt de huurovereenkomst voor hem van rechtswege ontbonden overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 en wordt hij uit de huurovereenkomst geschrapt. Voor de gehuwde huurder moet bovendien worden aangetoond door de overblijvende huurder dat het huwelijk onherstelbaar ontwricht is.
Art. 31. De verhuurder zegt de huurovereenkomst op in de gevallen, vermeld in artikel 98, § 3, van de Vlaamse Wooncode.
De opzeg van de huurovereenkomst door de verhuurder geldt voor alle huurders.
Art. 32. De huurovereenkomst wordt van rechtswege ontbonden als de laatste huurder die overeenkomstig titel VII van de Vlaamse Wooncode een persoonlijk recht heeft om de woning te bewonen, overlijdt of de huurovereenkomst heeft opgezegd of de woning niet langer als hoofdverblijfplaats betrekt zonder de huurovereenkomst te hebben opgezegd. De nadere regels zijn bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007.
Art. 33. Gedurende de opzegtermijn of de ontbindingstermijn van de huurovereenkomst heeft de verhuurder het recht de woning gedurende twee dagen in de week en twee opeenvolgende uren per dag door kandidaat-huurders te laten bezichtigen. Elke partij bepaalt een van die twee dagen en uren. De verhuurder heeft ook het recht gedurende de opzegtermijn of de ontbindingstermijn van de huurovereenkomst een bericht aan de voorgevel van de woning aan te brengen op een goed zichtbare plaats.
Art. 34. Bij de beëindiging van de huurovereenkomst bezoekt een afgevaardigde van de verhuurder de woning en maakt een tegensprekelijke plaatsbeschrijving van uittreding op.
Die plaatsbeschrijving wordt ondertekend door een van de huurders of door zijn vertegenwoordiger, die over een geldige volmacht beschikt.
In onderling overleg bepalen de verhuurder en de huurder de datum en het tijdstip van de plaatsbeschrijving binnen een termijn van een maand na de beëindiging van de huurovereenkomst.
Als de huurder of zijn vertegenwoordiger niet aanwezig is op de overeengekomen datum en het overeengekomen tijdstip, erkennen alle huurders onvoorwaardelijk de juistheid van de plaatsbeschrijving, tenzij overmacht wordt bewezen.
Art. 30. Le locataire peut résilier le contrat de location à tout moment, conformément à l'article 98, § 2, du Code flamand du Logement. La résiliation ne concerne que lui.
Il n'y a pas de délai de préavis pour le locataire si d'autres locataires continuent à occuper l'habitation, qui en ont le droit conformément au titre VII du Code flamand du Logement. Autrement, le délai de préavis est de trois mois, sauf si le locataire est admis dans un centre de soins résidentiels ou dans une structure d'accueil résidentiel de personnes handicapées. Dans ce cas le délai de préavis est d'un mois. Le délai de préavis prend cours à partir du premier jour du mois suivant le mois pendant lequel le locataire a résilié le contrat de location par lettre recommandée.
Si un locataire n'occupe plus l'habitation comme résidence principale et s'il néglige de résilier le contrat de location, le contrat de location est dissolu de plein droit conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 et il est radié du contrat de location. Dans le cas de locataires mariés, il doit en outre être prouvé par le locataire restant que le mariage est en passe d'une désunion irrémédiable.
Art. 31. Le bailleur résilie le contrat de location dans les cas visés à l'article 98, § 3 du Code flamand du Logement.
La résiliation du contrat de location par le bailleur concerne tous les locataires.
Art. 32. Le contrat de location est dissolu de plein droit si le dernier locataire qui jouit d'un droit personnel d'occuper l'habitation conformément au titre VII du Code flamand du Logement, décède ou a résilié le contrat de location ou n'occupe plus l'habitation comme résidence principale sans avoir résilié le contrat de location. Les modalités sont reprises à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007.
Art. 33. Pendant le délai de préavis ou le délai de dissolution du contrat de location, le bailleur a le droit de faire visiter le bien loué par les candidats-locataires durant deux jours par semaine et deux heures consécutives par jour. Chaque partie détermine l'un de ces deux jours et les heures. Le bailleur a également le droit d'apposer un avis sur la façade de l'habitation à un endroit bien visible pendant le préavis ou le délai de dissolution.
Art. 34. A la fin du contrat de location, un représentant du bailleur visite l'habitation et dresse un état des lieux de sortie contradictoire.
Cet état des lieux est signé par l'un des locataires ou par son représentant qui est muni d'une procuration valide.
Le bailleur et le locataire fixent la date et l'heure de l'établissement de l'état des lieux d'un commun accord et ce dans un délai d'un mois suivant la résiliation du contrat de location.
Lorsque le locataire ou son représentant n'est pas présent aux dates et heures fixées, tous les locataires reconnaissent l'exactitude de l'état des lieux de façon inconditionnelle, sauf preuve de force majeure.
Il n'y a pas de délai de préavis pour le locataire si d'autres locataires continuent à occuper l'habitation, qui en ont le droit conformément au titre VII du Code flamand du Logement. Autrement, le délai de préavis est de trois mois, sauf si le locataire est admis dans un centre de soins résidentiels ou dans une structure d'accueil résidentiel de personnes handicapées. Dans ce cas le délai de préavis est d'un mois. Le délai de préavis prend cours à partir du premier jour du mois suivant le mois pendant lequel le locataire a résilié le contrat de location par lettre recommandée.
Si un locataire n'occupe plus l'habitation comme résidence principale et s'il néglige de résilier le contrat de location, le contrat de location est dissolu de plein droit conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 et il est radié du contrat de location. Dans le cas de locataires mariés, il doit en outre être prouvé par le locataire restant que le mariage est en passe d'une désunion irrémédiable.
Art. 31. Le bailleur résilie le contrat de location dans les cas visés à l'article 98, § 3 du Code flamand du Logement.
La résiliation du contrat de location par le bailleur concerne tous les locataires.
Art. 32. Le contrat de location est dissolu de plein droit si le dernier locataire qui jouit d'un droit personnel d'occuper l'habitation conformément au titre VII du Code flamand du Logement, décède ou a résilié le contrat de location ou n'occupe plus l'habitation comme résidence principale sans avoir résilié le contrat de location. Les modalités sont reprises à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007.
Art. 33. Pendant le délai de préavis ou le délai de dissolution du contrat de location, le bailleur a le droit de faire visiter le bien loué par les candidats-locataires durant deux jours par semaine et deux heures consécutives par jour. Chaque partie détermine l'un de ces deux jours et les heures. Le bailleur a également le droit d'apposer un avis sur la façade de l'habitation à un endroit bien visible pendant le préavis ou le délai de dissolution.
Art. 34. A la fin du contrat de location, un représentant du bailleur visite l'habitation et dresse un état des lieux de sortie contradictoire.
Cet état des lieux est signé par l'un des locataires ou par son représentant qui est muni d'une procuration valide.
Le bailleur et le locataire fixent la date et l'heure de l'établissement de l'état des lieux d'un commun accord et ce dans un délai d'un mois suivant la résiliation du contrat de location.
Lorsque le locataire ou son représentant n'est pas présent aux dates et heures fixées, tous les locataires reconnaissent l'exactitude de l'état des lieux de façon inconditionnelle, sauf preuve de force majeure.
GESCHILLEN
LITIGES
Art. 35. Elk geschil over deze overeenkomst behoort tot de bevoegdheid van de rechtbanken in . . . . .
Art. 35. Tout litige relatif au présent contrat est du ressort des tribunaux de . . . . .
KEUZE VAN DOMICILIE
ELECTION DU DOMICILE
Art. 36. De huurder woont tot het einde van de huurtermijn in het gehuurde goed. Elke betekening gebeurt rechtsgeldig op dat adres, ook als de huurder de woning verlaten heeft zonder de verhuurder officieel op de hoogte te brengen van zijn nieuwe adres.
Art. 36. Le locataire élit domicile dans le bien loué jusqu'à la fin du délai de location. Toute notification se fait valablement à cette adresse, même si le locataire a abandonné le bien sans avoir officiellement averti le bailleur de sa nouvelle adresse.
REGLEMENT VAN INWENDIGE ORDE
REGLEMENT D'ORDRE INTERIEUR
Art. 37. (Dit artikel mag geschrapt worden als het niet van toepassing is.) Een reglement van inwendige orde wordt bij deze overeenkomst gevoegd en maakt er integraal deel van uit.
De daarin voorkomende bepalingen die strijdig zijn met titel VII van de Vlaamse Wooncode en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden als niet geschreven beschouwd.
De daarin voorkomende bepalingen die strijdig zijn met titel VII van de Vlaamse Wooncode en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden als niet geschreven beschouwd.
Art. 37. (Cet article peut être supprimé s'il n'est pas applicable.) Un règlement d'ordre intérieur est joint en annexe au présent contrat et en fait partie intégrante.
Les dispositions qui y figurent et qui seraient contraires au titre VII du Code flamand du Logement et de ses arrêtés d'exécution sont réputées non écrites.
Les dispositions qui y figurent et qui seraient contraires au titre VII du Code flamand du Logement et de ses arrêtés d'exécution sont réputées non écrites.
REGISTRATIE
ENREGISTREMENT
Art. 38. De verhuurder registreert deze overeenkomst.
De volgende bijlagen worden bij deze overeenkomst gevoegd:
. . . . .
Opgemaakt op . . . . ., in . . . . ., in evenveel exemplaren plus één als er partijen zijn.
Het laatste exemplaar is bestemd voor de registratie.
Elke partij verklaart één exemplaar te hebben ontvangen.
Handtekening Handtekening(en)
De verhuurder, De huurder(s),
(1) Besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 1987 tot instelling van een huurcompensatie.
(2) Besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 1990 tot aanmoediging van de bouw van sociale huurwoningen.
De volgende bijlagen worden bij deze overeenkomst gevoegd:
. . . . .
Opgemaakt op . . . . ., in . . . . ., in evenveel exemplaren plus één als er partijen zijn.
Het laatste exemplaar is bestemd voor de registratie.
Elke partij verklaart één exemplaar te hebben ontvangen.
Handtekening Handtekening(en)
De verhuurder, De huurder(s),
(1) Besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 1987 tot instelling van een huurcompensatie.
(2) Besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 1990 tot aanmoediging van de bouw van sociale huurwoningen.
Art. 38. Le bailleur fait enregistrer le présent contrat.
Les annexes suivantes sont jointes au présent contrat :
. . . . .
Fait à . . . . . , le . . . . . en autant d'exemplaires qu'il y a de parties, plus un.
Le dernier exemplaire est destiné à l'enregistrement.
Chaque partie déclare avoir reçu un exemplaire.
Signature Signature(s)
Le bailleur Le(s) locataire(s),
(1) Arrêté du Gouvernement flamand du 19 mai 1987 instaurant une compensation locative
(2) Arrêté du Gouvernement flamand du 4 avril 1990 visant l'encouragement de la construction de logements sociaux locatifs.
Les annexes suivantes sont jointes au présent contrat :
. . . . .
Fait à . . . . . , le . . . . . en autant d'exemplaires qu'il y a de parties, plus un.
Le dernier exemplaire est destiné à l'enregistrement.
Chaque partie déclare avoir reçu un exemplaire.
Signature Signature(s)
Le bailleur Le(s) locataire(s),
(1) Arrêté du Gouvernement flamand du 19 mai 1987 instaurant une compensation locative
(2) Arrêté du Gouvernement flamand du 4 avril 1990 visant l'encouragement de la construction de logements sociaux locatifs.