Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 DECEMBER 2016. - Decreet houdende diverse fiscale bepalingen en bepalingen omtrent de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen
Titre
23 DECEMBRE 2016. - Décret portant des dispositions fiscales diverses et des dispositions relatives au recouvrement de créances non fiscales
Dokumentinformationen
Numac: 2016036770
Datum: 2016-12-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016036770
Date: 2016-12-23
Moniteur: Voir
Tekst (69)
Texte (69)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Hoofdstuk 2, 3, 5, 6 en 8 van dit decreet regelen een gewestaangelegenheid.
  Hoofdstuk 4 van dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
  Hoofdstuk 7 en 9 van dit decreet regelen een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Article 1er. Les chapitres 2, 3, 5, 6 et 8 du présent décret règlent une matière régionale.
  Le chapitre 4 du présent décret règle une matière communautaire.
  Les chapitres 7 et 9 du présent décret règlent une matière communautaire et régionale.
HOOFDSTUK 2. - Verrekenbaarheid met opcentiemen in geval van federale fiscale regularisatie
CHAPITRE 2. - Imputation sur les centimes additionnels en cas de régularisation fiscale fédérale
Art. 2. Op de geregulariseerde inkomsten die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 2 van de wet van 21 juli 2016 tot invoering van een permanent systeem inzake fiscale en sociale regularisatie, worden opcentiemen geheven overeenkomstig artikel 5/1, § 1, 1°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten.
Art. 2. Des centimes additionnels sont perçus conformément à l'article 5/1, § 1er, 1°, de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et des Régions sur les revenus régularisés qui font l'objet d'une déclaration de régularisation conformément aux dispositions du chapitre 2 de la loi du 21 juillet 2016 visant à instaurer un système permanent de régularisation fiscale et sociale.
Art. 3. Voor de geregulariseerde inkomsten die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 2 van de wet van 21 juli 2016 tot invoering van een permanent systeem inzake fiscale en sociale regularisatie, wordt geen rekening gehouden met enige belastingvermindering, belastingkrediet of korting.
Art. 3. Pour les revenus régularisés qui font l'objet d'une déclaration de régularisation conformément aux dispositions du chapitre 2 de la loi du 21 juillet 2016 visant à instaurer un système permanent de régularisation fiscale et sociale, il n'est pas tenu compte des réductions d'impôt, crédits d'impôt ou diminutions de toutes sortes.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992
CHAPITRE 3. - Modifications du Code des impôts sur les revenus 1992
Art. 4. In artikel 14537 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
  "Een hypothecaire lening als vermeld in het eerste lid, eerste streepje, wordt voor de toepassing van dit artikel en artikel 14538 geacht specifiek te zijn aangegaan voor het verwerven of behouden van de andere woning, vermeld in punt 1°, als cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° de woning, waarvoor de hypothecaire lening, vermeld in het eerste lid, oorspronkelijk en specifiek is aangegaan, is bij authentieke akte, verleden vanaf 1 januari 2016, vervreemd om een andere woning te verwerven of te behouden;
  2° de hypothecaire inschrijving van de hypothecaire lening, vermeld in het eerste lid, wordt overgedragen naar een ander onroerend goed;
  3° de hypothecaire lening, vermeld in het eerste lid, blijft behouden;
  4° de woning, vermeld in punt 1°, was de eigen woning alvorens de andere woning, vermeld in punt 1°, de eigen woning van de belastingplichtige is geworden;
  5° de belastingplichtige houdt de akte van hypotheekoverdracht ter beschikking van de bevoegde federale administratie.";
  2° in paragraaf 1 wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als het derde lid wordt toegepast, wordt de datum waarop de hypothecaire lening, vermeld in het eerste lid, is aangegaan, niet geacht te zijn gewijzigd ten gevolge van de hypotheekoverdracht.".
Art. 4. A l'article 14537 du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié en dernier lieu par le décret du 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Pour l'application du présent article et de l'article 14538, un emprunt hypothécaire tel que visé à l'alinéa 1er, premier tiret, est réputé avoir été contracté spécifiquement en vue d'acquérir ou de conserver l'autre habitation visée au point 1°, si les conditions suivantes sont cumulativement remplies :
  1° l'habitation pour laquelle l'emprunt hypothécaire visé à l'alinéa 1er a été contracté initialement et spécifiquement a été aliénée par acte authentique passé à partir du 1er janvier 2016 en vue d'acquérir ou de conserver une autre habitation ;
  2° l'inscription hypothécaire de l'emprunt hypothécaire visé à l'alinéa 1er est transférée à un autre bien immeuble ;
  3° l'emprunt hypothécaire visé à l'alinéa 1er est conservé ;
  4° l'habitation visée au point 1° était l'habitation propre avant que l'autre l'habitation visée au point 1° ne devienne l'habitation propre du contribuable ;
  5° le contribuable tient l'acte de transfert d'hypothèque à la disposition de l'administration fédérale compétente. " ;
  2° au paragraphe 1er, il est inséré entre les alinéas 3 et 4, un alinéa libellé comme suit :
  " Si l'alinéa 3 est appliqué, la date à laquelle l'emprunt hypothécaire visé à l'alinéa 1er a été contracté n'est pas réputée modifiée par suite du transfert d'hypothèque. ".
Art. 5. In artikel 14538, § 1, van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het vijfde lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Als de belastingplichtige voor de uitgaven die met toepassing van artikel 14537, § 1, derde lid, of artikel 14537, § 1, vijfde lid, in aanmerking komen voor de belastingvermindering, vermeld in artikel 14537, § 1, eerste lid, de toepassing vraagt van een van de belastingvoordelen, vermeld in artikel 14, 1451, 2° en 3°, en artikel 539, wordt de belastingvermindering, vermeld in artikel 14537, § 1, eerste lid, voor die uitgaven niet toegepast.";
  2° er worden een zesde en een zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De keuze, vermeld in het vijfde lid, is definitief, onherroepelijk en bindend voor de belastingplichtige.
  Als een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, maken beide belastingplichtigen dezelfde keuze.".
Art. 5. A l'article 14538, § 1er, du même code, modifié par le décret du 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
  " Si le contribuable demande pour les dépenses qui, en application de l'article 14537, § 1er, alinéa 3, ou de l'article 14537, § 1er, alinéa 5, sont admises à la réduction d'impôt visée à l'article 14537, § 1er, alinéa 1er, l'application de l'un des avantages fiscaux visés à l'article 14, à l'article 1451, 2° et 3°, et à l'article 539, la réduction d'impôt visée à l'article 14537, § 1er, alinéa 1er, n'est pas appliquée à ces dépenses. " ;
  2° un alinéa 6 et un alinéa 7 sont ajoutés, qui sont libellés comme suit :
  " Le choix visé à l'alinéa 5 est définitif, irrévocable et contraignant pour le contribuable.
  Lorsqu'une imposition commune est établie, les deux contribuables font le même choix. ".
Art. 6. In artikel 14538/1 van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 2°, worden de woorden "om in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn eigen woning te verwerven of te behouden" vervangen door de zinsnede "voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden dat dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van de lening, vermeld in punt 1° ";
  2° in het eerste lid, 2°, wordt punt e) vervangen door wat volgt:
  "e) de voordelen van het contract bij overlijden bedongen zijn:
  1) ten belope van het verzekerde kapitaal dat dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van de lening, ten gunste van de personen die ingevolge het overlijden van de verzekerde de volle eigendom of het vruchtgebruik van dat onroerend goed verkrijgen;
  2) ten belope van het verzekerde kapitaal dat niet dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van de lening, ten gunste van de echtgenoot of van bloedverwanten tot de tweede graad van de belastingplichtige;";
  3° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Een hypothecaire lening als vermeld in het eerste lid, 1°, wordt voor de toepassing van dit artikel en artikel 14538/2 geacht specifiek te zijn aangegaan voor het verwerven of behouden van de andere woning, vermeld in punt 1°, als cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° de woning, waarvoor de hypothecaire lening, vermeld in het eerste lid, 1°, oorspronkelijk en specifiek is aangegaan, is bij authentieke akte vervreemd om een andere woning te verwerven of te behouden;
  2° de hypothecaire inschrijving van de hypothecaire lening, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt overgedragen naar een ander onroerend goed;
  3° de hypothecaire lening, vermeld in het eerste lid, 1°, blijft behouden;
  4° de woning, vermeld in punt 1°, was de eigen woning alvorens de andere woning, vermeld in punt 1°, de eigen woning van de belastingplichtige is geworden;
  5° de belastingplichtige houdt de akte van hypotheekoverdracht ter beschikking van de bevoegde federale administratie.";
  4° tussen het vierde en het vijfde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als het vierde lid wordt toegepast, wordt de datum waarop de hypothecaire lening, vermeld in het eerste lid, 1°, is aangegaan, niet geacht te zijn gewijzigd ten gevolge van de hypotheekoverdracht.".
Art. 6. A l'article 14538/1 du même code, inséré par le décret du 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, 2°, les mots " afin d'acquérir ou de maintenir sa propre habitation dans un Etat membre de l'Espace économique européen " sont remplacés par le membre de phrase " pour l'établissement d'une rente ou d'un capital en cas de vie ou de décès qui sert à la reconstitution ou à la garantie de l'emprunt visé au point 1° " ;
  2° à l'alinéa 1er, 2°, le point e) est remplacé par ce qui suit :
  " e) les avantages du contrat en cas de décès ont été stipulés :
  1) à concurrence du capital assuré qui sert à la reconstitution ou à la garantie de l'emprunt, au bénéfice des personnes qui par suite du décès de l'assuré acquièrent la pleine propriété ou l'usufruit de ce bien immeuble ;
  2) à concurrence du capital assuré qui ne sert pas à la reconstitution ou à la garantie de l'emprunt, au bénéfice du conjoint ou des parents jusqu'au deuxième degré du contribuable ; " ;
  3° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  " Pour l'application du présent article et de l'article 14538/2, un emprunt hypothécaire tel que visé à l'alinéa 1er, 1°, est réputé avoir été contracté spécifiquement en vue d'acquérir ou de conserver l'autre habitation visée au point 1°, si les conditions suivantes sont cumulativement remplies :
  1° l'habitation pour laquelle l'emprunt hypothécaire visé à l'alinéa 1er, 1°, a été contracté initialement et spécifiquement a été aliénée par acte authentique en vue d'acquérir ou de conserver une autre habitation ;
  2° l'inscription hypothécaire de l'emprunt hypothécaire visé à l'alinéa 1er, 1°, est transférée à un autre bien immeuble ;
  3° l'emprunt hypothécaire visé à l'alinéa 1er, 1°, est conservé ;
  4° l'habitation visée au point 1° était l'habitation propre avant que l'autre l'habitation visée au point 1° ne devienne l'habitation propre du contribuable ;
  5° le contribuable tient l'acte de transfert d'hypothèque à la disposition de l'administration fédérale compétente. " ;
  4° il est inséré entre les alinéas 4 et 5, un alinéa libellé comme suit :
  " Si l'alinéa 4 est appliqué, la date à laquelle l'emprunt hypothécaire visé à l'alinéa 1er, 1°, a été contracté n'est pas réputée modifiée par suite du transfert d'hypothèque. ".
Art. 7. In artikel 14538/2 van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Als de belastingplichtige voor de uitgaven die met toepassing van het vijfde lid of artikel 14538/1, vierde lid, in aanmerking komen voor de belastingvermindering, vermeld in het eerste lid, de toepassing vraagt van een van de belastingvoordelen, vermeld in artikel 14 en 1451, 2° en 3°, wordt de belastingvermindering, vermeld in het eerste lid, voor die uitgaven niet toegepast.";
  2° in paragraaf 1 worden tussen het tweede en het derde lid twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
  "De keuze, vermeld in het tweede lid, is definitief, onherroepelijk en bindend voor de belastingplichtige.
  Als een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, maken beide belastingplichtigen dezelfde keuze.";
  3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "de enige woning is" vervangen door de woorden "de enige woning van de belastingplichtige is";
  4° in paragraaf 2, zesde lid, worden de woorden "wordt van de andere woning" vervangen door de woorden "is van een andere woning";
  5° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 4. Om van de belastingvermindering, vermeld in paragraaf 1, te kunnen genieten, houdt de belastingplichtige een attest ter beschikking, uitgereikt door de instelling die de lening heeft toegestaan of door de verzekeraar bij wie de levensverzekering is aangegaan.".
Art. 7. A l'article 14538/2 du même code, inséré par le décret du 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Si le contribuable demande pour les dépenses qui, en application de l'alinéa 5 ou de l'article 14538/1, alinéa 4, sont admises à la réduction d'impôt visée à l'alinéa 1er, l'application de l'un des avantages fiscaux visés à l'article 14 et à l'article 1451, 2° et 3°, la réduction d'impôt visée à l'alinéa 1er n'est pas appliquée à ces dépenses. " ;
  2° au paragraphe 1er, il est inséré entre les alinéas 2 et 3, deux alinéas libellés comme suit :
  " Le choix visé à l'alinéa 2 est définitif, irrévocable et contraignant pour le contribuable.
  Lorsqu'une imposition commune est établie, les deux contribuables font le même choix. " ;
  3° au paragraphe 2, alinéa 2, les mots " est la seule habitation " sont remplacés par les mots " est la seule habitation du contribuable " ;
  4° au paragraphe 2, alinéa 6, les mots " devient le propriétaire, possesseur, emphytéote, superficiaire ou usufruitier de l'autre habitation " sont remplacés par les mots " est le propriétaire, possesseur, emphytéote, superficiaire ou usufruitier d'une autre habitation " ;
  5° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Afin de pouvoir bénéficier de la réduction d'impôt visée au paragraphe 1er, le contribuable tient à disposition une attestation délivrée par l'organisme qui a accordé l'emprunt ou par l'assureur auprès duquel l'assurance vie a été contractée. ".
Art. 8. In artikel 14544, § 1, b), van hetzelfde wetboek wordt tussen de zinsnede "vanaf 1 januari 2005" en de woorden "terwijl voor dezelfde woning" de zinsnede "en vóór 1 januari 2016" ingevoegd.
Art. 8. A l'article 14544, § 1er, b), du même code, le membre de phrase " et avant le 1er janvier 2016 " est inséré entre le membre de phrase " à partir du 1er janvier 2005 " et les mots " , alors que pour la même habitation ".
Art. 9. In artikel 14546 van hetzelfde wetboek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Voor de toepassing van het eerste lid, is de lening die in aanmerking komt voor de toepassing van artikel 14543, de lening aangegaan om de woning, vermeld in deze paragraaf, te verwerven of te behouden en aangegaan:
  1° vóór 1 januari 2005;
  2° vanaf 1 januari 2005 terwijl voor dezelfde woning nog een lening als vermeld in punt 1°, in aanmerking kwam voor de vermindering van interesten van leningen of de aftrek van interesten van leningen.";
  2° paragraaf 2/1 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 2/1. Als een belastingplichtige voor een lening die is aangegaan vanaf 1 januari 2016, of voor de levensverzekering die die lening waarborgt of wedersamenstelt, de toepassing vraagt van de belastingvermindering, vermeld in artikel 14538/2, worden artikel 14537 en 14539 tot en met 14545 niet langer toegepast voor de uitgaven met betrekking tot de voorheen aangegane schulden en leningen, en evenmin voor de levensverzekeringen die die leningen waarborgen.";
  3° in paragraaf 2, eerste liggend streepje, wordt de zinsnede "artikelen 14541, § 1, tweede lid, 3°, 14542, § 1, tweede lid, 2°, " vervangen door de zinsnede "artikelen 14541, tweede lid, 3°, 14542, tweede lid, 2°, ".
Art. 9. A l'article 14546 du même code, modifié pour la dernière fois par le décret du 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, il est ajouté un alinéa 2 libellé comme suit :
  " Pour l'application de l'alinéa 1er, l'emprunt qui entre en ligne de compte pour l'application de l'article 14543 est l'emprunt contracté pour acquérir ou conserver l'habitation visée dans le présent paragraphe et contracté :
  1° avant le 1er janvier 2005 ;
  2° à partir du 1er janvier 2005, alors que pour la même habitation, un emprunt tel que visé au point 1° entrait encore en ligne de compte pour la réduction pour intérêts d'emprunts ou la déduction d'intérêts d'emprunts. " ;
  2° le paragraphe 2/1 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2/1. Lorsqu'un contribuable demande, pour un emprunt contracté à partir du 1er janvier 2016 ou pour l'assurance vie qui garantit ou reconstitue cet emprunt, l'application de la réduction d'impôt visée à l'article 14538/2, l'article 14537 et les articles 14539 à 14545 ne sont plus appliqués aux dépenses relatives aux dettes et emprunts contractés antérieurement ni davantage aux assurances vie garantissant ces emprunts. " ;
  3° au paragraphe 2, premier tiret, le membre de phrase " des articles 14541, § 1er, alinéa 2, 3°, 14542, § 1er, alinéa 2, 2°, " est remplacé par le membre de phrase " des articles 14541, alinéa 2, 3°, 14542, alinéa 2, 2°, ".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren
CHAPITRE 4. - Modification du décret du 22 février 1995 fixant les règles relatives au recouvrement des créances non fiscales pour la Communauté flamande et les organismes qui en relèvent
Art. 10. Aan artikel 2 van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2006, wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De Vlaamse Regering kan:
  1° de wijze regelen van de onrechtstreekse vervolging en van de bijhorende onderzoeksbevoegdheden;
  2° de regels in verband met de vervolgingskosten bepalen.".
Art. 10. A l'article 2 du décret du 22 février 1995 fixant les règles relatives au recouvrement des créances non fiscales pour la Communauté flamande et les organismes qui en relèvent, modifié par le décret du 16 juin 2006, il est ajouté un alinéa 5 libellé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand peut :
  1° régler les modalités de la poursuite indirecte et des compétences d'enquête y afférentes ;
  2° fixer les règles relatives aux frais de la poursuite. ".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren
CHAPITRE 5. - Modification du décret du 22 février 1995 fixant les règles relatives au recouvrement des créances non fiscales pour la Région flamande et les organismes qui en relèvent
Art. 11. Aan artikel 2 van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2006, wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De Vlaamse Regering kan:
  1° de wijze regelen van de onrechtstreekse vervolging en van de bijhorende onderzoeksbevoegdheden;
  2° de regels in verband met de vervolgingskosten bepalen.".
Art. 11. A l'article 2 du décret du 22 février 1995 fixant les règles relatives au recouvrement des créances non fiscales pour la Région flamande et les organismes qui en relèvent, modifié par le décret du 16 juin 2006, il est ajouté un alinéa 5 libellé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand peut :
  1° régler les modalités de la poursuite indirecte et des compétences d'enquête y afférentes ;
  2° fixer les règles relatives aux frais de la poursuite. ".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
CHAPITRE 6. - Modifications du décret du 22 décembre 1995 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1996
Art. 12. In hoofdstuk VIII van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, wordt afdeling 2, die bestaat uit artikel 24 tot en met 44bis, vervangen door wat volgt:
  "Afdeling 2. Register van verwaarloosde woningen en gebouwen en inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen
  Onderafdeling 1. - Begrippen
  Art. 24. Voor de toepassing van deze afdeling worden de hierna volgende begrippen gebruikt:
  1° de inventarisbeheerder: de gewestelijke entiteit die door de Vlaamse Regering belast wordt met het beheer van de inventaris, vermeld in artikel 26;
  2° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitzondering van de bebouwde onroerende goederen die vallen onder de toepassing van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
  3° gewestelijk ambtenaar: de ambtenaar die met toepassing van de regels, vastgesteld door de Vlaamse Regering wordt aangewezen en die binnen zijn ambtsgebied belast is met opdrachten inzake kwaliteitsbewaking als vermeld in titel III van de Vlaamse Wooncode;
  4° sociale woonorganisaties: de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, de erkende sociale huisvestingsmaatschappijen, vermeld in het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen;
  5° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
  6° inventarisatiedatum: datum waarop de woning voor de eerste maal in de inventaris wordt opgenomen of, zolang de woning niet uit de inventaris is geschrapt, het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van de eerste inschrijving;
  7° Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode;
  8° inventaris: de inventaris, vermeld in artikel 26;
  9° houder van het zakelijk recht: de persoon, vermeld in artikel 2.5.2.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.
  Onderafdeling 2. - Register van verwaarloosde gebouwen en woningen
  Art. 25. § 1. Gemeenten kunnen een register van verwaarloosde gebouwen en woningen bijhouden. Een gemeentelijke verordening kan nadere materiële en procedurele regelen bepalen.
  De opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van verwaarloosde gebouwen en woningen kunnen ook toevertrouwd worden aan een intergemeentelijke administratieve eenheid met rechtspersoonlijkheid of, met uitzondering van de beroepsprocedure, aan een intergemeentelijke administratieve eenheid zonder rechtspersoonlijkheid.
  § 2. Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.
  § 3. Een gebouw of een woning wordt geschrapt uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen als de houder van het zakelijk recht bewijst dat de zichtbare en storende gebreken en de tekenen van verval, vermeld in paragraaf 2, werden hersteld of verwijderd.
  De zichtbare en storende gebreken en de tekenen van verval, vermeld in het eerste lid, zijn in geval van sloop pas verwijderd als alle puin geruimd is.
  § 4. Een gebouw dat of een woning die in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een verwaarloosd gebouw of als een verwaarloosde woning beschouwd.
  De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als verwaarloosde gebouwen of woningen in de zin van deze onderafdeling beschouwd.
  § 5. Een gebouw dat of een woning die door de gemeente geïnventariseerd is als leegstaand, kan eveneens opgenomen worden in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, en omgekeerd.
  Woningen die door het Vlaamse Gewest geïnventariseerd zijn als ongeschikt of onbewoonbaar, kunnen eveneens worden opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, en omgekeerd.
  § 6. De door het college van burgemeester en schepenen of het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
  Onderafdeling 3. - Inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen
  Art. 26. § 1. Overeenkomstig de bepalingen die door de Vlaamse Regering worden vastgesteld, maakt de inventarisbeheerder een inventaris met afzonderlijke lijsten van:
  1° woningen die ongeschikt of onbewoonbaar zijn verklaard overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 16quater van de Vlaamse Wooncode;
  2° woningen die onbewoonbaar zijn verklaard overeenkomstig artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet.
  § 2. Elke gemeente ontvangt een uittreksel van de in de inventaris geregistreerde woningen die zich op haar grondgebied bevinden.
  De gemeente moet aan elkeen die erom verzoekt inzage verlenen in de lijst met de in de inventaris geregistreerde woningen en de gegevens van de kadastrale legger die op deze woningen betrekking hebben.
  Art. 27. De woningen, vermeld in artikel 26, § 1, 1°, worden ingeschreven op de inventarislijst op de datum van het besluit van de burgemeester, vermeld in artikel 15 van de Vlaamse Wooncode, of, in het geval van een beslissing tot ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring in beroep, op de datum van het besluit, vermeld in artikel 16bis, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode.
  De woningen, vermeld in artikel 26, § 1, 2°, worden ingeschreven op de inventarislijst op datum van het besluit van de burgemeester.
  De bepalingen van dit artikel gelden ook voor de afsplitsbare woningen en voor de bedrijfsruimten waarvan de woning van de eigenaar als verblijfplaats wordt benut en een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
  Art. 28. § 1. Door een registratieattest wordt de opname in de inventaris door de inventarisbeheerder betekend aan de houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen van het geïnventariseerde goed. De Vlaamse Regering bepaalt hiervoor de voorwaarden.
  § 2. Voor de woningen, vermeld in artikel 26, § 1, 1°, geldt een besluit als vermeld in artikel 27, eerste lid, als registratieattest. De opname in de inventaris wordt vermeld in het besluit. Tegen dat besluit en de registratie kan bij de Vlaamse Regering beroep aangetekend worden overeenkomstig artikel 15, § 2, van de Vlaamse Wooncode.
  § 3. Voor de woningen, vermeld in artikel 26, § 1, 2°, bezorgt de inventarisbeheerder het registratieattest binnen vijftien dagen na de ontvangst van het besluit tot onbewoonbaarverklaring aan de houder van het zakelijk recht.
  Als de houder van het zakelijk recht aantoont dat hij tegen het besluit tot onbewoonbaarverklaring een klacht heeft ingediend bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 254 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, dan wordt de opname op de lijst, vermeld in artikel 26, geschorst tot de procedure overeenkomstig artikel 255 tot 258 van het Gemeentedecreet volledig is afgerond.
  De gemeenteoverheid brengt de inventarisbeheerder op de hoogte van het gemotiveerde besluit of van het definitieve antwoord van de toezichthoudende overheid als vermeld in artikel 258 van het Gemeentedecreet.
  Binnen dertig dagen nadat de indiener van de klacht het definitieve antwoord van de toezichthoudende overheid heeft ontvangen overeenkomstig artikel 258 van het Gemeentedecreet, kan hij tegen de registratie beroep indienen bij de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering neemt een beslissing binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift. Bij ontstentenis van een beslissing binnen die termijn, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.
  Art. 29. De instrumenterende ambtenaar die belast is met de overdracht van het zakelijk recht, vermeld in artikel 2.5.2.0.1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, moet de verkrijger van het zakelijk recht uiterlijk op het ogenblik van de overdracht van het zakelijk recht op de hoogte brengen van de kennisgeving van de vaststelling tot ongeschiktheid of onbewoonbaarheid ervan of van de opname van de woning in de inventaris.
  Een door beide partijen ingevuld en ondertekend formulier wordt door de notaris of een partij uiterlijk zeven dagen na de overdracht van het zakelijk recht aan de inventarisbeheerder en aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie gezonden.
  Art. 30. § 1. De inventarisbeheerder schrapt een woning uit de lijst, vermeld in artikel 26, § 1, 1°, op aangetekend verzoek van de houder van het zakelijk recht of zijn rechtsopvolger zodra hij bewijst dat de woning weer voldoet aan de vereisten en normen, vastgesteld met toepassing van artikel 5 van de Vlaamse Wooncode.
  Als de woning gesloopt is of een andere bestemming heeft gekregen, schrapt de inventarisbeheerder de woning op basis van het besluit van de burgemeester tot opheffing van de ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring.
  Met behoud van de toepassing van artikel 20bis, § 6, derde lid, van de Vlaamse Wooncode, wordt het bewijs als vermeld in het eerste lid geleverd overeenkomstig artikel 7 van hetzelfde decreet.
  § 2. De inventarisbeheerder schrapt een woning uit de lijst, vermeld in artikel 26, § 1, 2°, op aangetekend verzoek van de houder van het zakelijk recht of zijn rechtsopvolger zodra hij bewijst dat de burgemeester het onbewoonbaarheidsbesluit heeft opgeheven of het bewijs als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, levert.
  § 3. De inventarisbeheerder geeft de houder van het zakelijk recht, of desgevallend zijn rechtsopvolger binnen drie maanden na het verzoek tot schrapping kennis van de beslissing daaromtrent.
  Als de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het verzoek tot schrapping geacht te zijn ingewilligd.
  § 4. In de gevallen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, vermeldt de inventarisbeheerder als datum van schrapping de eerste dag waarop de woning weer voldoet aan de vereisten en normen, vastgesteld met toepassing van artikel 5 van de Vlaamse Wooncode.
  In de gevallen, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, vermeldt de inventarisbeheerder als datum van schrapping de eerste dag van de sloop of herbestemming.
  In de gevallen, vermeld in paragraaf 2, vermeldt de inventarisbeheerder als datum van schrapping de datum van het opheffingsbesluit van de burgemeester of de eerste dag waarop de woning voldoet aan de vereisten en normen, vastgesteld met toepassing van artikel 5 van de Vlaamse Wooncode.
  Als de kennisgeving, vermeld in paragraaf 3, niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt de datum van herstel die de houder van het zakelijk recht in het verzoek tot schrapping aangeeft, als datum van schrapping vermeld.".
Art. 12. Au chapitre VIII du décret du 22 décembre 1995 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1996, modifié pour la dernière fois par le décret du 19 décembre 2014, la section 2, qui se compose des articles 24 à 44bis, est remplacée par ce qui suit :
  " Section 2. - Registre des habitations et bâtiments abandonnés et inventaire des habitations inadaptées et insalubres
  Sous-section 1re. - Définitions
  Art. 24. Pour l'application de la présente section, les définitions suivantes sont utilisées :
  1° le gestionnaire de l'inventaire : l'entité régionale chargée par le Gouvernement flamand de la gestion de l'inventaire visé à l'article 26 ;
  2° bâtiment : tout bien immeuble bâti, comprenant aussi bien le bâtiment principal que les annexes, à l'exception des biens immeubles bâtis tombant sous le coup du décret du 19 avril 1995 portant des mesures visant à lutter contre et à prévenir la désaffectation et l'abandon de sites d'activité économique ;
  3° fonctionnaire régional : le fonctionnaire désigné en application des règles fixées par le Gouvernement flamand et chargé, au sein de son ressort, de missions relatives au contrôle de la qualité, tel que visé au titre III du Code flamand du Logement ;
  4° organisations de logement social : la Société flamande du Logement social, les sociétés de logement social agréées visées au décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement et le Fonds flamand du Logement des Familles nombreuses ;
  5° habitation : tout bien immeuble ou toute partie de celui-ci destinés principalement au logement d'un ménage ou d'un isolé ;
  6° date d'inscription à l'inventaire : date à laquelle l'habitation est reprise pour la première fois dans l'inventaire ou, tant que l'habitation n'est pas radiée de l'inventaire, la date d'expiration de chaque nouvelle période de douze mois à compter de la première inscription ;
  7° Code flamand du Logement : le décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement ;
  8° inventaire : l'inventaire visé à l'article 26 ;
  9° détenteur du droit réel : la personne visée à l'article 2.5.2.0.1 du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013.
  Sous-section 2. - Registre des bâtiments et habitations abandonnés
  Art. 25. § 1er. Les communes peuvent tenir un registre des bâtiments et habitations abandonnés. Un règlement communal peut définir les modalités matérielles et de procédure.
  L'établissement, la structure, la gestion et l'actualisation du registre des bâtiments et habitations abandonnés peuvent également être confiés à une entité administrative intercommunale dotée de la personnalité juridique ou, à l'exception de la procédure de recours, à une entité administrative intercommunale sans personnalité juridique.
  § 2. Un bâtiment, qu'il serve ou non d'habitation, est considéré comme abandonné lorsqu'il présente des vices apparents et incommodants graves ou des marques de délabrement aux murs extérieurs, joints, cheminées, toitures, combles, menuiseries extérieures, corniches ou gouttières.
  § 3. Un bâtiment ou une habitation est radié(e) du registre des bâtiments et habitations abandonnés si le détenteur du droit réel apporte la preuve que les vices apparents et incommodants et les marques de délabrement visés au paragraphe 2 ont été réparés ou éliminés.
  Les vices apparents et incommodants et les marques de délabrement visés à l'alinéa 1er ne sont éliminés en cas de démolition que lorsque tous les gravats ont été évacués.
  § 4. Un bâtiment ou une habitation entrant en ligne de compte pour inventaire au sens du chapitre II du décret du 19 avril 1995 portant des mesures visant à lutter contre et à prévenir la désaffectation et l'abandon de sites d'activité économique n'est jamais considéré comme un bâtiment ou une habitation abandonné(e).
  Les sites d'activité économique qui, en vertu de l'article 2, 1°, du décret du 19 avril 1995 portant des mesures visant à lutter contre et à prévenir la désaffectation et l'abandon de sites d'activité économique, sont exclus de l'application du décret précité ne sont pas non plus considérés, dans les conditions y visées, comme des bâtiments ou habitations abandonnés au sens de la présente sous-section.
  § 5. Un bâtiment ou une habitation répertorié(e) par la commune comme étant inoccupé(e) peut également être repris(e) au registre des bâtiments et habitations abandonnés, et inversement.
  Les habitations répertoriées par la Région Flamande comme inadaptées ou insalubres peuvent également être reprises au registre des bâtiments et habitations abandonnés, et inversement.
  § 6. Les membres du personnel chargés par le collège des bourgmestre et échevins ou l'organe de décision de l'entité administrative intercommunale de repérer les bâtiments et habitations abandonnés disposent des compétences d'examen, de contrôle et de constatation visées à l'article 6 du décret du 30 mai 2008 relatif à l'établissement, au recouvrement et à la procédure contentieuse des taxes provinciales et communales.
  Sous-section 3. - Inventaire des habitations inadaptées et insalubres
  Art. 26. § 1er. Conformément aux dispositions fixées par le Gouvernement flamand, le gestionnaire de l'inventaire dresse un inventaire comportant des listes séparées de :
  1° habitations déclarées inadaptées ou insalubres conformément aux articles 15 à 16quater inclus du Code flamand du Logement ;
  2° habitations déclarées insalubres conformément à l'article 135 de la nouvelle loi communale.
  § 2. Chaque commune reçoit un extrait des habitations enregistrées dans l'inventaire qui sont situées sur son territoire.
  La commune est tenue de donner communication, à quiconque en fait la demande, de la liste des habitations enregistrées dans l'inventaire et des données de la matrice cadastrale relatives à ces habitations.
  Art. 27. Les habitations visées à l'article 26, § 1er, 1°, sont inscrites sur la liste d'inventaire à la date de l'arrêté pris par le bourgmestre, tel que visé à l'article 15 du Code flamand du Logement, ou dans le cas d'une décision de déclaration d'inadéquation ou d'insalubrité en appel, à la date de la décision visée à l'article 16bis, alinéa 1er, du Code flamand du Logement.
  Les habitations visées à l'article 26, § 1er, 2°, sont inscrites sur la liste d'inventaire à la date de l'arrêté pris par le bourgmestre.
  Les dispositions du présent article s'appliquent également aux habitations dissociables et aux sites d'activité économique dont l'habitation du propriétaire est utilisée comme résidence et en constitue une partie indissociable au sens de l'article 2, 1°, du décret du 19 avril 1995 portant des mesures visant à lutter contre et à prévenir la désaffectation et l'abandon de sites d'activité économique.
  Art. 28. § 1er. L'insertion dans l'inventaire est notifiée, au moyen d'une attestation d'enregistrement, par le gestionnaire de l'inventaire aux détenteurs du droit réel sur le bien inscrit à l'inventaire tels qu'ils sont connus auprès de l'Administration du cadastre, de l'enregistrement et des domaines. Le Gouvernement flamand fixe les conditions à cet effet.
  § 2. Pour les habitations visées à l'article 26, § 1er, 1°, un arrêté au sens de l'article 27, alinéa 1er, tient lieu d'attestation d'enregistrement. L'insertion dans l'inventaire est mentionnée dans l'arrêté. Un recours contre cette décision et contre l'enregistrement peut être formé par recommandé auprès du Gouvernement flamand conformément à l'article 15, § 2 du Code flamand du Logement.
  § 3. Pour les habitations visées à l'article 26, § 1er, 2°, le gestionnaire de l'inventaire transmet l'attestation d'enregistrement dans les quinze jours de la réception de la décision de déclaration d'insalubrité au détenteur du droit réel.
  Si le détenteur du droit réel établit qu'il a déposé une plainte contre la décision de déclaration d'insalubrité auprès de l'autorité de tutelle conformément à l'article 254 du décret communal du 15 juillet 2005, l'insertion dans la liste visée à l'article 26 est suspendue jusqu'à ce que la procédure soit entièrement achevée conformément aux articles 255 à 258 du décret communal.
  L'autorité communale informe le gestionnaire de l'inventaire de la décision motivée ou de la réponse définitive de l'autorité de tutelle, comme prévu à l'article 258 du décret communal.
  Dans les trente jours de la réception de la réponse définitive de l'autorité de tutelle conformément à l'article 258 du décret communal, le plaignant peut former un recours contre l'enregistrement auprès du Gouvernement flamand. Le Gouvernement flamand prend une décision dans les trois mois de la réception du recours. A défaut de décision dans ce délai, le recours est réputé accueilli.
  Art. 29. Le fonctionnaire instrumentant, chargé du transfert du droit réel visé à l'article 2.5.2.0.1, alinéa 1er, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, doit informer le cessionnaire du droit réel, au plus tard au moment du transfert du droit réel, de la notification de la constatation d'inadéquation ou d'insalubrité ou de l'insertion du logement dans l'inventaire.
  Un formulaire rempli et signé par les deux parties est envoyé par le notaire ou par une partie, au plus tard sept jours après le transfert du droit réel, au gestionnaire de l'inventaire et à l'entité compétente de l'administration flamande.
  Art. 30. § 1er. Le gestionnaire de l'inventaire radie une habitation de la liste visée à l'article 26, § 1er, 1°, à la demande notifiée par recommandé du détenteur du droit réel ou de son ayant cause dès que celui-ci apporte la preuve que l'habitation répond à nouveau aux exigences et normes fixées en application de l'article 5 du Code flamand du Logement.
  Si l'habitation a été démolie ou a reçu une autre destination, le gestionnaire de l'inventaire radie l'habitation sur la base de l'arrêté du bourgmestre abrogeant la déclaration d'inadéquation ou d'insalubrité.
  Sans préjudice de l'application de l'article 20bis, § 6, alinéa 3, du Code flamand du Logement, la preuve visée à l'alinéa 1er est apportée conformément à l'article 7 du même décret.
  § 2. Le gestionnaire de l'inventaire radie une habitation de la liste visée à l'article 26, § 1er, 2°, à la demande notifiée par recommandé du détenteur du droit réel ou de son ayant cause dès que celui-ci apporte la preuve que le bourgmestre a abrogé l'arrêté d'insalubrité ou la preuve visée au paragraphe 1er, alinéa 1er.
  § 3. Dans les trois mois suivant la demande de radiation, le gestionnaire de l'inventaire notifie la décision à ce sujet au détenteur du droit réel, ou le cas échéant, à son ayant cause.
  Si la notification visée à l'alinéa 1er n'a pas eu lieu dans le délai prévu, la demande de radiation est réputée accueillie.
  § 4. Dans les cas visés au paragraphe 1er, le gestionnaire de l'inventaire mentionne comme date de radiation le premier jour où l'habitation répond à nouveau aux exigences et normes fixées en application de l'article 5 du Code flamand du Logement.
  Dans les cas visés au paragraphe 1er, alinéa 2, le gestionnaire de l'inventaire mentionne comme date de radiation le premier jour de la démolition ou de la réaffectation.
  Dans les cas visés au paragraphe 2, le gestionnaire de l'inventaire mentionne comme date de radiation la date de l'arrêté d'abrogation pris par le bourgmestre ou le premier jour où l'habitation répond aux exigences et normes fixées en application de l'article 5 du Code flamand du Logement.
  Si la notification visée au paragraphe 3 n'a pas eu lieu dans le délai prévu, la date de réparation que le détenteur du droit réel mentionne dans la demande de radiation est mentionnée comme date de radiation. ".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het decreet van 21 juni 2013 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen
CHAPITRE 7. - Modifications du décret du 21 juin 2013 relatif à la coopération administrative dans le domaine fiscal
Art. 13. Aan artikel 2 van het decreet van 21 juni 2013 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen wordt de volgende zinsnede toegevoegd: ", in de omzetting van richtlijn 2014/107/EU van de Raad van 9 december 2014 tot wijziging van richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied en van richtlijn (EU) 2015/2376 van de Raad van 8 december 2015 tot wijziging van richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied.".
Art. 13. A l'article 2 du décret du 21 juin 2013 relatif à la coopération administrative dans le domaine fiscal, le membre de phrase suivant est ajouté : " , la transposition de la directive 2014/107/UE du Conseil du 9 décembre 2014 modifiant la directive 2011/16/UE en ce qui concerne l'échange automatique et obligatoire d'informations dans le domaine fiscal et de la directive (UE) 2015/2376 du Conseil du 8 décembre 2015 modifiant la directive 2011/16/UE en ce qui concerne l'échange automatique et obligatoire d'informations dans le domaine fiscal. ".
Art. 14. In artikel 5 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "Voor de toepassing van dit artikel" vervangen door de woorden "In dit decreet";
  2° in punt 11° worden de woorden "over ingezetenen van andere lidstaten aan de betrokken lidstaat van verblijf" vervangen door de woorden "aan een lidstaat";
  3° er worden een punt 15° en 16° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "15° voorafgaande grensoverschrijdende ruling: een akkoord, een mededeling dan wel een ander instrument of een andere handeling met soortgelijk effect, ook als ze worden afgegeven, gewijzigd of hernieuwd, in het kader van een belastingcontrole, die aan elk van de volgende voorwaarden voldoen:
  a) ze zijn afgegeven, gewijzigd of hernieuwd door of namens de regering of een bevoegd personeelslid of de belastingautoriteit van een lidstaat, of een territoriaal of staatkundig onderdeel van die lidstaat, met inbegrip van de lokale overheden, ongeacht of er effectief gebruik van wordt gemaakt;
  b) ze zijn afgegeven, gewijzigd of hernieuwd ten aanzien van een welbepaalde persoon of groep van personen, en die personen kunnen zich erop beroepen;
  c) ze hebben betrekking op de interpretatie of toepassing van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling ter toepassing of handhaving van de belastingwetgeving voor de belastingen, vermeld in artikel 4, eerste lid, 1° ;
  d) ze hebben betrekking op een grensoverschrijdende transactie of op de vraag of er op grond van de activiteiten van een persoon in een lidstaat al dan niet sprake is van een vaste inrichting;
  e) ze zijn tot stand gekomen voorafgaand aan de transacties of activiteiten in een lidstaat op grond waarvan mogelijk sprake is van een vaste inrichting, of voorafgaand aan de indiening van een belastingaangifte voor het tijdvak waarin de transactie of reeks transacties dan wel de activiteiten hebben plaatsgevonden;
  16° grensoverschrijdende transactie: een transactie of een reeks van transacties die betrekking kan hebben op, maar niet beperkt is tot het doen van investeringen, het leveren van goederen, het verrichten van diensten, het financieren of het gebruiken van materiële of immateriële activa, waarbij de persoon die de voorafgaande grensoverschrijdende ruling heeft gekregen, niet rechtstreeks betrokken hoeft te zijn, en die voldoet aan een of meer van de volgende voorwaarden:
  a) niet alle partijen bij de transactie of reeks van transacties hebben hun fiscale woonplaats in de lidstaat die de voorafgaande grensoverschrijdende ruling afgeeft, wijzigt of hernieuwt;
  b) een of meer van de partijen bij de transactie of reeks van transacties hebben hun fiscale woonplaats tegelijkertijd in een of meer lidstaten, waaronder ook België;
  c) een van de partijen bij de transactie of reeks van transacties oefent haar bedrijf uit in een lidstaat via een vaste inrichting en de transactie of reeks van transacties maakt alle of een deel van de activiteiten van de vaste inrichting uit. Een grensoverschrijdende transactie of reeks van transacties omvat ook de regelingen die worden getroffen door een persoon ten aanzien van de bedrijfsactiviteiten die hij in een lidstaat via een vaste inrichting uitoefent;
  d) de transactie of reeks van transacties heeft een grensoverschrijdend effect.".
Art. 14. A l'article 5 du même décret, modifié par le décret du 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " Pour l'application du présent article " sont remplacés par les mots " Dans le présent décret " ;
  2° au point 11°, les mots " concernant des personnes résidant dans d'autres Etats membres à l'Etat membre de résidence concerné " sont remplacés par les mots " à un Etat membre " ;
  3° un point 15° et un point 16° sont ajoutés, qui sont libellés comme suit :
  " 15° décision fiscale anticipée en matière transfrontière : un accord, une communication ou bien un autre instrument ou une autre action ayant des effets similaires, même émis, modifiés ou renouvelés dans le cadre d'un contrôle fiscal, qui remplissent chacune des conditions suivantes :
  a) ils sont émis, modifiés ou renouvelés par le gouvernement, un membre du personnel compétent, l'administration fiscale d'un Etat membre ou les entités territoriales ou administratives de cet Etat membre, y compris les autorités locales, ou pour leur compte, qu'ils soient effectivement utilisés ou non ;
  b) ils sont émis, modifiés ou renouvelés à l'intention d'une personne spécifique ou d'un groupe de personnes, et ces personnes peuvent s'en prévaloir ;
  c) ils portent sur l'interprétation ou l'application d'une disposition législative ou administrative concernant l'administration ou l'application de la législation relative aux taxes et impôts visée à l'article 4, alinéa 1er, 1° ;
  d) ils se rapportent à une opération transfrontière ou à la question de savoir si les activités exercées par une personne dans un Etat membre créent ou non un établissement stable ;
  e) ils sont établis préalablement aux opérations ou aux activités menées dans un Etat membre susceptibles de créer un établissement stable, ou préalablement au dépôt d'une déclaration fiscale couvrant la période au cours de laquelle l'opération, la série d'opérations ou les activités ont eu lieu ;
  16° opération transfrontière : une opération ou une série d'opérations qui peut inclure, sans s'y limiter, la réalisation d'investissements, la fourniture de biens, services et financements ou l'utilisation d'actifs corporels ou incorporels, qui ne doit pas nécessairement faire intervenir directement la personne destinataire de la décision fiscale anticipée en matière transfrontière et qui remplit une ou plusieurs des conditions suivantes :
  a) les parties à l'opération ou à la série d'opérations ne sont pas toutes résidentes fiscales sur le territoire de l'Etat membre ayant émis, modifié ou renouvelé la décision fiscale anticipée en matière transfrontière ;
  b) une ou plusieurs des parties à l'opération ou à la série d'opérations sont résidentes fiscales dans un ou plusieurs Etats membres simultanément, dont la Belgique également ;
  c) l'une des parties à l'opération ou à la série d'opérations exerce son activité dans un Etat membre par l'intermédiaire d'un établissement stable, l'opération ou la série d'opérations constituant une partie ou la totalité de l'activité de l'établissement stable. Une opération transfrontière ou une série d'opérations transfrontières comprend également les dispositions prises par une personne en ce qui concerne les activités commerciales qu'elle exerce dans un Etat membre par l'intermédiaire d'un établissement stable ;
  d) l'opération ou la série d'opérations a une incidence transfrontière. ".
Art. 15. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt een artikel 11/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 11/1. § 1. De bevoegde autoriteit die na 31 december 2016 een voorafgaande grensoverschrijdende ruling afgeeft of maakt, wijzigt of hernieuwt, verstrekt de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten en de Europese Commissie automatisch inlichtingen daarover, met behoud van de toepassing van de beperkingen, vermeld in paragraaf 6, en conform artikel 28 en 29.
  § 2. De bevoegde autoriteit verstrekt ook conform artikel 28 en 29 de buitenlandse autoriteiten van alle lidstaten, alsook de Europese Commissie, de inlichtingen over voorafgaande grensoverschrijdende rulings die zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd binnen een periode van vijf jaar vóór 1 januari 2017, met uitzondering van de inlichtingen, vermeld in paragraaf 5, 1° en 2°.
  Als voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd tussen 1 januari 2012 en 31 december 2013, worden de inlichtingen verstrekt op voorwaarde dat de voorafgaande grensoverschrijdende rulings nog geldig waren op 1 januari 2014.
  Als voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd tussen 1 januari 2014 en 31 december 2016, worden de inlichtingen verstrekt ongeacht of de voorafgaande grensoverschrijdende rulings nog geldig zijn.
  In afwijking van het eerste tot en met het derde lid is de bevoegde autoriteit niet verplicht om inlichtingen uit te wisselen als het een voorafgaande grensoverschrijdende ruling betreft die cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoet:
  1° hij is vóór 1 april 2016 afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd;
  2° hij is gericht tot een bepaalde persoon of groep van personen, met een jaarlijkse netto-omzet als vermeld in artikel 2, punt 5, van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad, van minder dan 40.000.000 euro in het boekjaar dat voorafgaat aan de datum waarop de grensoverschrijdende ruling is afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd;
  3° hij is niet gericht tot een bepaalde persoon of groep personen die hoofdzakelijk financiële of investeringsactiviteiten verricht.
  § 3. Paragraaf 1 en 2 zijn niet van toepassing als een voorafgaande grensoverschrijdende ruling uitsluitend betrekking heeft op de belastingzaken van een of meer natuurlijke personen.
  § 4. De inlichtingen, vermeld in paragraaf 1 en 2, worden door de bevoegde autoriteit verstrekt binnen de volgende termijnen:
  1° voor de inlichtingen die conform paragraaf 1 zijn uitgewisseld: binnen drie maanden na het einde van het eerste halfjaar van het kalenderjaar waarin de voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd;
  2° voor de inlichtingen die conform paragraaf 2 zijn uitgewisseld: vóór 1 januari 2018.
  § 5. De inlichtingen die conform paragraaf 1 en 2 door de bevoegde autoriteit worden verstrekt, omvatten onder meer de volgende gegevens:
  1° de identificatiegegevens van de andere persoon dan een natuurlijke persoon en, in voorkomend geval, van de groep personen waartoe die persoon behoort;
  2° een samenvatting van de inhoud van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, met onder meer een omschrijving van de relevante zakelijke activiteiten of transacties of reeks van transacties, in algemene bewoordingen gesteld, die niet mag leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of van inlichtingen die in strijd zouden zijn met de openbare orde;
  3° de data waarop de voorafgaande grensoverschrijdende ruling is afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd;
  4° de aanvangsdatum van de geldigheidsperiode van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, als die vermeld is;
  5° de einddatum van de geldigheidsperiode van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, als die vermeld is;
  6° het type voorafgaande grensoverschrijdende ruling;
  7° het bedrag van de transactie of reeks van transacties van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, als die vermeld is in de voorafgaande grensoverschrijdende ruling;
  8° de andere lidstaten, als die er zijn, waarop de voorafgaande grensoverschrijdende ruling naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn;
  9° andere personen dan natuurlijke personen in de andere lidstaten, als die er zijn, op wie de voorafgaande grensoverschrijdende ruling naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn, waarbij vermeld wordt met welke lidstaten de personen in kwestie verbonden zijn;
  10° de vermelding of de meegedeelde inlichtingen gebaseerd zijn op de voorafgaande grensoverschrijdende ruling.
  § 6. De inlichtingen, vermeld in paragraaf 5, 1°, 2° en 9°, worden niet meegedeeld aan de Europese Commissie.
  § 7. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor het kenbaar maken van de ontvangst van de inlichtingen door de bevoegde autoriteit.
  § 8. Het bevoegde personeelslid kan conform artikel 8, eerste lid, met behoud van de toepassing van artikel 29, om aanvullende inlichtingen verzoeken, met inbegrip van de volledige tekst van een voorafgaande grensoverschrijdende ruling.".
Art. 15. Dans le même décret, modifié par le décret du 18 décembre 2015, il est inséré un article 11/1 libellé comme suit :
  " Art. 11/1. § 1er. Lorsqu'une décision fiscale anticipée en matière transfrontière a été émise, modifiée ou renouvelée après le 31 décembre 2016, l'autorité compétente communique, par échange automatique, des informations à ce sujet aux autorités compétentes de tous les autres Etats membres ainsi qu'à la Commission européenne, sans préjudice de l'application des limitations visées au paragraphe 6, et conformément aux articles 28 et 29.
  § 2. Conformément aux articles 28 et 29, l'autorité compétente communique également aux autorités étrangères de tous les autres Etats membres ainsi qu'à la Commission européenne des informations sur les décisions fiscales anticipées en matière transfrontière émises, modifiées ou renouvelées au cours d'une période commençant cinq ans avant le 1er janvier 2017, à l'exception des informations visées au paragraphe 5, 1° et 2°,
  Si des décisions fiscales anticipées en matière transfrontière sont émises, modifiées ou renouvelées entre le 1er janvier 2012 et le 31 décembre 2013, cette communication est effectuée à condition que ces décisions fussent toujours valables au 1er janvier 2014.
  Si des décisions fiscales anticipées en matière transfrontière sont émises, modifiées ou renouvelées entre le 1er janvier 2014 et le 31 décembre 2016, cette communication est effectuée, que ces décisions soient toujours valables ou non.
  Par dérogation aux alinéas 1er à 3, l'autorité compétente n'est pas tenue d'échanger des informations s'il s'agit d'une décision fiscale anticipée en matière transfrontière remplissant cumulativement les conditions suivantes :
  1° elle a été émise, modifiée ou renouvelée avant le 1er avril 2016 ;
  2° elle s'adresse à une personne spécifique ou à un groupe de personnes dont le chiffre d'affaires net annuel, au sens de l'article 2, point 5), de la directive 2013/34/UE du Parlement européen et du Conseil, est inférieur à 40 000 000 EUR au cours de l'exercice fiscal précédant la date d'émission, de modification ou de renouvellement de la décision fiscale en matière transfrontière ;
  3° elle s'adresse à une personne spécifique ou à un groupe de personnes qui se livrent essentiellement à des activités financières ou d'investissement.
  § 3. Les paragraphes 1er et 2 ne s'appliquent pas dans le cas où une décision fiscale anticipée en matière transfrontière concerne exclusivement les affaires fiscales d'une ou de plusieurs personnes physiques.
  § 4. Les informations visées aux paragraphes 1er et 2 sont fournies par l'autorité compétente dans les délais suivants :
  1° pour les informations échangées conformément au paragraphe 1er : dans les trois mois suivant la fin du semestre de l'année civile au cours duquel les décisions fiscales anticipées en matière transfrontière ont été émises, modifiées ou renouvelées ;
  2° pour les informations échangées conformément au paragraphe 2 : avant le 1er janvier 2018.
  § 5. Les informations communiquées par l'autorité compétente conformément aux paragraphes 1er et 2 comprennent notamment les éléments suivants :
  1° l'identification de la personne, autre qu'une personne physique, et, le cas échéant, du groupe de personnes auquel celle-ci appartient ;
  2° un résumé du contenu de la décision fiscale anticipée en matière transfrontière, y compris une description des activités commerciales, des opérations ou de la série d'opérations concernées, présenté en termes généraux, sans donner lieu à la divulgation d'un secret commercial, industriel ou professionnel, d'un procédé commercial ou d'informations dont la divulgation serait contraire à l'ordre public ;
  3° les dates de l'émission, de la modification ou du renouvellement de la décision fiscale anticipée en matière transfrontière ;
  4° la date de début de la période de validité de la décision fiscale anticipée en matière transfrontière si elle est spécifiée ;
  5° la date de fin de la période de validité de la décision fiscale anticipée en matière transfrontière si elle est spécifiée ;
  6° le type de décision fiscale anticipée en matière transfrontière ;
  7° le montant de l'opération ou de la série d'opérations sur laquelle porte la décision fiscale anticipée en matière transfrontière, si ce montant est visé dans la décision fiscale anticipée en matière transfrontière ;
  8° l'identification des autres Etats membres, le cas échéant, susceptibles d'être concernés par la décision fiscale anticipée en matière transfrontière ;
  9° l'identification, dans les autres Etats membres, le cas échéant, de toute personne, autre qu'une personne physique, susceptible d'être concernée par la décision fiscale anticipée en matière transfrontière, en indiquant à quels Etats membres les personnes concernées sont liées ;
  10° une mention précisant si les informations communiquées sont basées sur la décision fiscale anticipée en matière transfrontière.
  § 6. Les informations visées au paragraphe 5, 1°, 2° et 9°, ne sont pas communiquées à la Commission européenne.
  § 7. Le Gouvernement flamand fixe les règles en matière de signification de la réception des informations par l'autorité compétente.
  § 8. Le membre du personnel compétent peut demander, conformément à l'article 8, alinéa 1er, sans préjudice de l'application de l'article 29, des informations complémentaires, y compris le texte intégral d'une décision fiscale anticipée en matière transfrontière. ".
Art. 16. Artikel 27 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 27. Als dat mogelijk is, gebruikt het bevoegde personeelslid het toepasselijke standaardformulier, vastgesteld door de Commissie, of het geautomatiseerde formaat. De Vlaamse Regering bepaalt naargelang het geval welk formulier of geautomatiseerde formaat gebruikt moet worden en welke informatie vermeld kan of moet worden.
  Het standaardformulier of het geautomatiseerde formaat kan vergezeld gaan van verslagen, verklaringen en andere bescheiden of van voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan.".
Art. 16. L'article 27 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 27. Dans la mesure du possible, le membre du personnel compétent utilise le formulaire standard applicable, défini par la Commission, ou le format automatisé. Le Gouvernement flamand mentionne, selon le cas, le formulaire ou le format automatisé à utiliser, ainsi que les informations pouvant ou devant y être mentionnées.
  Le formulaire standard ou le format automatisé peut être accompagné de rapports, déclarations et autres documents, ou de copies ou extraits déclarés conformes de ces documents. ".
Art. 17. Artikel 28 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 28. De te verstrekken inlichtingen worden, als dat mogelijk is, op elektronische wijze verstrekt. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten.".
Art. 17. L'article 28 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 28. Les renseignements à fournir sont, dans la mesure du possible, fournis par la voie électronique. Le Gouvernement flamand arrête les modalités à cet égard. ".
Art. 18. Artikel 28/1 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 28/1. Als de uitwisseling van de gegevens, vermeld in dit decreet, afbreuk kan doen aan de bescherming van de persoonsgegevens of persoonlijke levenssfeer, dan rapporteert de bevoegde autoriteit dit overeenkomstig artikel 33 en 34 van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.".
Art. 18. L'article 28/1 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 28/1. Si l'échange des données visées au présent décret peut porter atteinte à la protection des données personnelles ou de la vie privée, l'autorité compétente notifie cette atteinte, conformément aux articles 33 et 34 du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE. ".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013
CHAPITRE 8. - Modifications du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013
Art. 19. In artikel 1.1.0.0.2, eerste lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2014 en 3 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° een punt 10° /1 wordt ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "10° /1 heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen: de belasting die geheven wordt conform de bepalingen van titel 2, hoofdstuk 5, van deze codex;";
  2° punt 25° wordt opgeheven.
Art. 19. A l'article 1.1.0.0.2, alinéa premier, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, modifié par les décrets du 19 décembre 2014 et du 3 juillet 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré un point 10° /1, libellé comme suit :
  " 10° /1 taxe sur les habitations inadaptées ou insalubres : la taxe prélevée conformément aux dispositions du titre 2, chapitre 5, du présent Code ; " ;
  2° le point 25° est abrogé.
Art. 20. In artikel 2.1.5.0.2, § 2, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 wordt het laatste lid opgeheven.
Art. 20. A l'article 2.1.5.0.2, § 2, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, le dernier alinéa est supprimé.
Art. 21. in artikel 2.1.6.0.2 van hetzelfde decreet wordt het laatste lid vervangen door wat volgt:
  "De volgende goederen komen in aanmerking voor de toepassing van het eerste lid, 2° : de onroerende goederen die opgenomen zijn in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, vermeld in artikel 25, § 1, van het decreet van 22 december 1995, of in de inventaris van ongeschikte of onbewoonbare woningen, vermeld in artikel 26, § 1, van het voornoemde decreet.".
Art. 21. A l'article 2.1.6.0.2 du même décret, le dernier alinéa est remplacé par le texte suivant :
  " Les biens suivants entrent en ligne de compte pour l'application de l'alinéa premier, 2° : les biens immobiliers repris dans l'inventaire des bâtiments ou habitations laissés à l'abandon, visés à l'article 25, § 1 er, du décret du 22 décembre 1995, ou dans l'inventaire des habitations inadaptées ou insalubres, visées à l'article 26, § 1er, du décret précité. ".
Art. 22. Aan artikel 2.3.6.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 3. Er wordt een vrijstelling van de belasting verleend voor de op afstand bestuurde luchtvaartuigsystemen.
  In het eerste lid wordt verstaan onder op afstand bestuurde luchtvaartuigsystemen, afgekort als `RPAS': luchtvaartuigsystemen als vermeld in artikel 1, eerste lid, 5°, van het koninklijk besluit van 10 april 2016 met betrekking tot het gebruik van op afstand bestuurde luchtvaartuigen in het Belgisch luchtruim.".
Art. 22. A l'article 2.3.6.0.1 du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, il est inséré un paragraphe 3, libellé comme suit :
  " § 3. Une exonération de la taxe est accordée pour les aéronefs télépilotés.
  A l'alinéa premier, on entend par aéronefs télépilotés, en abrégé "RPAS" : les aéronefs tels que visés à l'article 1er, alinéa premier, 5°, de l'arrêté royal du 10 avril 2016 relatif à l'utilisation des aéronefs télépilotés dans l'espace aérien belge. ".
Art. 23. In artikel 2.4.4.0.2 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 3 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het derde lid, 2°, worden de woorden "de hogere of lagere eurocent naargelang het cijfer van het duizendste al dan niet vijf bereikt" vervangen door de woorden "het hogere of lagere tiende van een eurocent naargelang het cijfer van het honderdste van de eurocent al dan niet vijf bereikt";
  2° er wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Voor de toepassing van dit artikel worden de voertuigen die uitsluitend aangedreven worden door een elektrische motor of waterstof, beschouwd als behorend tot de EURO-emissieklasse 6.".
Art. 23. A l'article 2.4.4.0.2 du même décret, remplacé par le décret du 3 juillet 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa trois, 2°, les mots " le centime d'euro supérieur ou inférieur selon que le chiffre des millièmes atteint ou non cinq " sont remplacés par les mots " le dixième supérieur ou inférieur d'un centime d'euro selon que le chiffre des centièmes du centime d'euro atteint ou non cinq " ;
  2° il est ajouté un cinquième alinéa, libellé comme suit :
  " Pour l'application du présent article, les véhicules exclusivement actionnés par un moteur électrique ou par l'hydrogène sont considérés comme faisant partie de la classe d'émission EURO 6. ".
Art. 24. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 maart 2016, wordt een artikel 2.4.4.0.5 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 2.4.4.0.5. In dit artikel wordt verstaan onder de niet voor de weg bestemde mobiele machines: de voertuigen, vermeld in artikel 1, 1°, van het koninklijk besluit van 5 december 2004 houdende vaststelling van productnormen voor inwendige verbrandingsmotoren in niet voor de weg bestemde mobiele machines.
  Als de EURO-emissieklasse van het voertuig niet bekend is, wordt die parameter voor de toepassing van artikel 2.4.4.0.2, eerste lid, 8°, bepaald overeenkomstig de volgende bepalingen:
  1° voor de niet voor de weg bestemde mobiele machines:
  a) als de emissienorm, uitgedrukt in `Fase' of in `Tier', is vermeld op de boorddocumenten van het voertuig, conform de volgende tabel:
Art. 24. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 25 mars 2016, il est inséré un article 2.4.4.0.5, libellé comme suit :
  " Art. 2.4.4.0.5. Dans le présent article, on entend par engins mobiles non routiers les véhicules visés à l'article 1er, 1°, de l'arrêté royal du 5 décembre 2004 concernant l'établissement des normes de produits pour des moteurs à combustion interne aux engins mobiles non routiers.
  Lorsque la classe d'émission EURO du véhicule n'est pas connue, ce paramètre est déterminé, pour l'application de l'article 2.4.4.0.2, alinéa premier, 8°, conformément aux dispositions suivantes :
  1° pour les engins mobiles non routiers :
  a) lorsque la norme d'émission, exprimée en " Stage " ou en " Tier ", est mentionnée dans les documents de bord du véhicule, conformément au tableau suivant :
emissienorm op boorddocumenten emissienorm op boorddocumenten EURO-emissieklasse voor de kilometerheffing
Fase I  Euro I
Fase II  Euro II
Fase IIIa Tier 3 Euro III
Fase IIIb Tier 4i Euro V
Fase IV Tier 4 Euro VI
emissienorm op boorddocumenten emissienorm op boorddocumenten EURO-emissieklasse voor de kilometerheffingFase I Euro IFase II Euro IIFase IIIa Tier 3 Euro IIIFase IIIb Tier 4i Euro VFase IV Tier 4 Euro VI
b) als er geen emissienorm, uitgedrukt in `Fase' of in `Tier', is vermeld op de boorddocumenten van het voertuig, conform de volgende tabel:
norme d'émission dans documents de bord norme d'émission dans documents de bord classe d'émission EURO pour le prélèvement kilométrique
Stage I  Euro I
Stage II  Euro II
Stage IIIa Tier 3 Euro III
Stage IIIb Tier 4i Euro V
Stage IV Tier 4 Euro VI
norme d'émission dans documents de bord norme d'émission dans documents de bord classe d'émission EURO pour le prélèvement kilométriqueStage I Euro IStage II Euro IIStage IIIa Tier 3 Euro IIIStage IIIb Tier 4i Euro VStage IV Tier 4 Euro VI
b) lorsqu'aucune norme d'émission, exprimée en " Stage " ou en " Tier ", n'est mentionnée dans les documents de bord du véhicule, conformément au tableau suivant :
datum van eerste inschrijving van het voertuig in het binnen- of buitenland EURO-emissieklasse voor de kilometerheffing
vanaf 1 januari 1999 tot en met 31 december 2001 Euro I
vanaf 1 januari 2002 tot en met 31 december 2005 Euro II
vanaf 1 januari 2006 tot en met 31 december 2010 Euro III
vanaf 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013 Euro V
vanaf 1 januari 2014 Euro VI
datum van eerste inschrijving van het voertuig in het binnen- of buitenland EURO-emissieklasse voor de kilometerheffingvanaf 1 januari 1999 tot en met 31 december 2001 Euro Ivanaf 1 januari 2002 tot en met 31 december 2005 Euro IIvanaf 1 januari 2006 tot en met 31 december 2010 Euro IIIvanaf 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013 Euro Vvanaf 1 januari 2014 Euro VI
voor vrachtwagens en andere voertuigen dan de voertuigen, vermeld in punt 1°, als er geen emissienorm is vermeld op de boorddocumenten van het voertuig:
date de première immatriculation du véhicule dans le pays ou à l'étranger classe d'émission EURO pour le prélèvement kilométrique
du 1er janvier 1999 au 31 décembre 2001 inclus Euro I
du 1er janvier 2002 au 31 décembre 2005 inclus Euro II
du 1er janvier 2006 au 31 décembre 2010 inclus Euro III
du 1er janvier 2011 au 31 décembre 2013 inclus Euro V
à partir du 1er janvier 2014 Euro VI
date de première immatriculation du véhicule dans le pays ou à l'étranger classe d'émission EURO pour le prélèvement kilométriquedu 1er janvier 1999 au 31 décembre 2001 inclus Euro Idu 1er janvier 2002 au 31 décembre 2005 inclus Euro IIdu 1er janvier 2006 au 31 décembre 2010 inclus Euro IIIdu 1er janvier 2011 au 31 décembre 2013 inclus Euro Và partir du 1er janvier 2014 Euro VI
pour les camions et les véhicules autres que les véhicules visés au 1°, lorsqu'aucune norme d'émission n'est mentionnée dans les documents de bord du véhicule :
datum van eerste inschrijving van het voertuig in het binnen- of buitenland EURO-emissieklasse voor de kilometerheffing
vanaf 1 oktober 1993 tot en met 30 september 1996 Euro I
vanaf 1 oktober 1996 tot en met 30 september 2001 Euro II
vanaf 1 oktober 2001 tot en met 30 september 2006 Euro III
vanaf 1 oktober 2006 tot en met 30 september 2009 Euro IV
vanaf 1 oktober 2009 tot en met 31 december 2013 Euro V
vanaf 1 januari 2014 Euro VI
datum van eerste inschrijving van het voertuig in het binnen- of buitenland EURO-emissieklasse voor de kilometerheffingvanaf 1 oktober 1993 tot en met 30 september 1996 Euro Ivanaf 1 oktober 1996 tot en met 30 september 2001 Euro IIvanaf 1 oktober 2001 tot en met 30 september 2006 Euro IIIvanaf 1 oktober 2006 tot en met 30 september 2009 Euro IVvanaf 1 oktober 2009 tot en met 31 december 2013 Euro Vvanaf 1 januari 2014 Euro VI
.".
date de première immatriculation du véhicule dans le pays ou à l'étranger classe d'émission EURO pour le prélèvement kilométrique
du 1er octobre 1993 au 30 septembre 1996 inclus Euro I
du 1er octobre 1996 au 30 septembre 2001 inclus Euro II
du 1er octobre 2001 au 30 septembre 2006 inclus Euro III
du 1er octobre 2006 au 30 septembre 2009 inclus Euro IV
du 1er octobre 2009 au 31 décembre 2013 inclus Euro V
à partir du 1er janvier 2014 Euro VI
date de première immatriculation du véhicule dans le pays ou à l'étranger classe d'émission EURO pour le prélèvement kilométriquedu 1er octobre 1993 au 30 septembre 1996 inclus Euro Idu 1er octobre 1996 au 30 septembre 2001 inclus Euro IIdu 1er octobre 2001 au 30 septembre 2006 inclus Euro IIIdu 1er octobre 2006 au 30 septembre 2009 inclus Euro IVdu 1er octobre 2009 au 31 décembre 2013 inclus Euro Và partir du 1er janvier 2014 Euro VI
".
Art. 25. In hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk 5 vervangen door wat volgt:
  "HOOFDSTUK 5. - Heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen".
Art. 25. Dans le même décret, l'intitulé du chapitre 5 est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre 5. Taxe sur les habitations inadaptées et inhabitables ".
Art. 26. Artikel 2.5.1.0.1 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Artikel 2.5.1.0.1. § 1. De gemeenten zijn gemachtigd tot het heffen van een gemeentelijke heffing op ongeschikte en/of onbewoonbare woningen die opgenomen zijn in de inventaris, rekening houdend met het minimale voorschrift dat de minimumaanslag bedraagt:
  a) 500 euro voor een kamer als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 10° bis, van de Vlaamse Wooncode;
  b) 990 euro voor elke andere woning dan deze, vermeld in a).
  § 2. De gemeente geeft vóór 31 maart van het aanslagjaar aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kennis over de heffing, vermeld in paragraaf 1, aan de hand van een voor eensluidend verklaard afschrift van het gemeenteraadsbesluit.
  § 3. Er wordt een gewestelijke heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen geheven op ongeschikte en onbewoonbare woningen die opgenomen zijn in de inventaris. Als de gemeente een eigen heffingsreglement heeft dat minstens één van de minima voorziet vermeld in paragraaf 1, dan wordt in die gemeente de gewestelijke heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen niet geheven.".
Art. 26. L'article 2.5.1.0.1 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Article 2.5.1.0.1. § 1er. Les communes sont autorisées à lever une taxe communale sur les habitations inadaptées et/ou inhabitables reprises dans l'inventaire, compte tenu de la condition de redevance minimale, qui est égale à :
  a) 500 euros pour une pièce telle que visée à l'article 2, § 1er, alinéa premier, 10° bis, du Code flamand du logement ;
  b) 990 euros pour toute habitation autre que celles visées au point a).
  § 2. Avant le 31 mars de l'année d'imposition, la commune informe l'autorité compétente de l'administration flamande du prélèvement visé au paragraphe premier, au moyen d'une copie déclarée conforme de la décision du conseil communal.
  § 3. Il est prélevé une taxe sur les habitations inadaptées et insalubres qui sont reprises dans l'inventaire. Lorsque la commune applique un propre règlement-taxe prévoyant au moins un des minima visés au paragraphe 1er, la taxe régionale sur les habitations inadaptées et insalubres n'est pas prélevée dans cette commune. ".
Art. 27. In artikel 2.5.2.0.1 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "een gebouw of" opgeheven;
  2° in het derde lid wordt de zinsnede "artikel 27, § 3," vervangen door de zinsnede "artikel 29".
Art. 27. A l'article 2.5.2.0.1 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa premier, les mots " à un bâtiment ou " sont abrogés.
  2° à l'alinéa trois, le membre de phrase " article 27, § 3, " est remplacé par le membre de phrase " article 29 ".
Art. 28. In artikel 2.5.3.0.1, 2.5.6.0.1, 2.5.7.0.1, eerste en tweede lid, en artikel 2.5.7.0.2, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet worden de woorden "het gebouw of" telkens opgeheven.
Art. 28. Aux articles 2.5.3.0.1, 2.5.6.0.1, 2.5.7.0.1, premier et deuxième alinéas, et à l'article 2.5.7.0.2, alinéa premier, 1°, du même décret, les mots " le bâtiment ou " sont chaque fois abrogés.
Art. 29. In artikel 2.5.4.0.1 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid, 1°, worden de woorden "het geïnventariseerde gebouw of" opgeheven;
  2° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 29. A l'article 2.5.4.0.1 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa deux, les mots " du bâtiment ou " sont abrogés.
  2° l'alinéa trois est abrogé.
Art. 30. In artikel 2.5.4.0.2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de woorden "verkrottingsheffing woningen en gebouwen" vervangen door de woorden "heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen".
Art. 30. A l'article 2.5.4.0.2 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, les mots " taxe sur le délabrement d'habitations et de bâtiments " sont remplacés par les mots " taxe sur les habitations inadaptées et insalubres ".
Art. 31. In artikel 2.5.6.0.2, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "de gebouwen of" telkens opgeheven;
  2° in het tweede lid worden de woorden "het gebouw of" telkens opgeheven.
Art. 31. A l'article 2.5.6.0.2, § 1er, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa premier, les mots " les bâtiments situés ou " sont chaque fois abrogés ;
  2° à l'alinéa deux, les mots " le bâtiment ou " sont chaque fois abrogés.
Art. 32. In artikel 2.5.6.0.2, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "of het gebouw" opgeheven.
Art. 32. A l'article 2.5.6.0.2, § 2, alinéa premier, du même décret, les mots " ou le bâtiment " sont abrogés.
Art. 33. In artikel 2.5.7.0.3 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "de administratieve akte, vermeld in artikel 32 van het decreet van 22 december 1995," vervangen door de zinsnede "het besluit tot ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring, vermeld in artikel 27 van het decreet van 22 december 1995,";
  2° in het eerste lid wordt de zinsnede "de administratieve akte," vervangen door de zinsnede "het besluit tot ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring,";
  3° in het eerste lid en tweede lid, 1°, worden de woorden "het gebouw of" telkens opgeheven;
  4° in het tweede lid, 4°, wordt het woord "gebouwdelen" vervangen door de woorden "delen van de woning".
Art. 33. A l'article 2.5.7.0.3 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa premier, le membre de phrase " l'acte administratif, visé à l'article 32 du décret du 22 décembre 1995, " est remplacé par le membre de phrase " la décision d'inadaptation ou d'inhabitabilité visée à l'article 27 du décret du 22 décembre 1995, " ;
  2° à l'alinéa premier, le membre de phrase " l'acte administratif " est remplacé par le membre de phrase " la décision d'inadaptation ou d'inhabitabilité, " ;
  3° aux alinéas premier et deux, 1°, les mots " le bâtiment ou " sont chaque fois abrogés ;
  4° à l'alinéa deux, 4°, les mots " parties du bâtiment " sont remplacés par les mots " parties de l'habitation ".
Art. 34. In artikel 2.7.1.0.6 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. De sommen, renten of waarden die kosteloos aan een persoon kunnen toekomen bij het overlijden van de erflater, ingevolge een contract dat een door de erflater of door een derde in het voordeel van die persoon gemaakt beding bevat, worden geacht als legaat te zijn verkregen door die persoon.
  Ook de sommen, renten of waarden die kosteloos aan een persoon zijn toegekomen, binnen drie jaar vóór het overlijden van de erflater, ingevolge een contract dat een door de erflater in het voordeel van die persoon gemaakt beding bevat, worden geacht als legaat te zijn verkregen door die persoon.
  Als de erflater een contract had afgesloten op grond waarvan er pas een uitkering kan gebeuren na het overlijden van de erflater, worden de sommen, renten of waarden geacht kosteloos te worden verkregen, en geacht als legaat te zijn verkregen, naar gelang van het geval:
  1° door de persoon die het levensverzekeringscontract afkoopt na het overlijden van de erflater, op het tijdstip van de afkoop;
  2° door de persoon die de sommen, renten of waarden effectief verkrijgt na het overlijden van de erflater, op het tijdstip dat er een uitkering gebeurt.
  Wanneer een overledene gehuwd was onder een stelsel van gemeenschap, gelden de bepalingen van het eerste, het tweede en het derde lid ook voor de sommen, renten of waarden die kosteloos aan de langstlevende echtgenoot toekomen ingevolge een levensverzekeringscontract of een contract met vestiging van rente dat door die langstlevende echtgenoot is gesloten.";
  2° aan paragraaf 2, tweede lid, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Dit tegenbewijs kan niet worden geleverd door aan te tonen dat het contract werd geschonken aan deze persoon.".
Art. 34. A l'article 2.7.1.0.6 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Les sommes, rentes ou valeurs qu'une personne peut être appelée à recevoir à titre gratuit au décès du testateur en vertu d'une stipulation faite à son profit dans un contrat conclu par le défunt ou par un tiers au profit de cette personne sont considérées comme recueillies à titre de legs par cette personne.
  Sont de même considérées comme recueillies à titre de legs les sommes, rentes ou valeurs qu'une personne a été appelée à recevoir à titre gratuit dans les trois ans précédant le décès du défunt, en vertu d'une stipulation faite à son profit dans un contrat conclu par le défunt.
  Si le défunt avait conclu un contrat en vertu duquel une indemnité ne peut être versée qu'après le décès du défunt, les sommes, rentes ou valeurs sont supposées avoir été reçues à titre gratuit et à titre de legs, selon le cas :
  1° par la personne qui rachète le contrat d'assurance-vie après le décès du défunt, au moment du rachat ;
  2° par la personne qui reçoit réellement les sommes, rentes ou valeurs après le décès du défunt, au moment où une indemnité est versée.
  Lorsque le défunt était marié sous un régime de communauté, les dispositions des premier, second et troisième alinéas s'appliquent également aux sommes, rentes ou valeurs que le conjoint survivant est appelé à recevoir à titre gratuit en vertu d'un contrat d'assurance-vie ou d'un contrat avec établissement d'une rente conclu par le conjoint survivant. " ;
  2° le paragraphe 2, alinéa deux, est complété par la phrase suivante :
  " Cette preuve du contraire ne peut être fournie en démontrant qu'il a été fait don du contrat à cette personne. ".
Art. 35. Aan artikel 2.7.3.2.8 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2. In het geval van een levensverzekeringscontract wordt de belastbare grondslag van de sommen, renten of waarden, die aan de persoon, vermeld in artikel 2.7.1.0.6, kunnen toekomen, verminderd met het bedrag dat als belastbare grondslag heeft gediend voor de heffing van de schenkbelasting indien het contract door de erflater aan die persoon werd geschonken.".
Art. 35. A l'article 2.7.3.2.8 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, dont le texte existant constituera le paragraphe premier, il est ajouté un paragraphe 2, libellé comme suit :
  " § 2. Dans le cas d'un contrat d'assurance-vie, la base imposable des sommes, rentes ou valeurs pouvant revenir à la personne visée à l'article 2.7.1.0.6 sont diminuées du montant ayant servi de base imposable pour le prélèvement des droits de donation si le contrat a fait l'objet d'une donation à cette personne par le défunt. ".
Art. 36. In artikel 2.7.3.4.2, zesde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 juli 2015, wordt tussen de zinsnede "van het jaar 2014" en de woorden "Na de toepassing van" de zin "Het gemiddelde van de maandelijkse indexcijfers wordt afgerond op het hogere of lagere honderdste naargelang het cijfer van de duizendsten al of niet vijf bereikt, en de coëfficiënt wordt afgerond op het hogere of lagere tienduizendste naargelang het cijfer van de honderdduizendsten al of niet vijf bereikt." ingevoegd.
Art. 36. A l'article 2.7.3.4.2, alinéa six, du même décret, inséré par le décret du 17 juillet 2015, il est inséré entre le membre de phrase " de l'année 2014 " et les mots " Après l'application du " la phrase " La moyenne des indices mensuels est arrondie au centième supérieur ou inférieur selon que le chiffre des millièmes s'élève à cinq ou non, et le coefficient est arrondi au dix millième supérieur ou inférieur selon que le chiffre des cent millièmes s'élève à cinq ou non. ".
Art. 37. In artikel 2.8.3.0.1, § 3, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "Voor de toepassing van paragraaf 2" vervangen door de zinsnede "Voor de toepassing van paragraaf 1".
Art. 37. A l'article 2.8.3.0.1, § 3, du même décret, le membre de phrase " Pour l'application du paragraphe 2 " est remplacé par le membre de phrase " Pour l'application du paragraphe 1er ".
Art. 38. Aan artikel 2.8.3.0.3, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het eerste lid is niet van toepassing op de onroerende goederen die deel uitmaken van een vrijgestelde schenking van activa als vermeld in artikel 2.8.6.0.3, § 1, 1°. ".
Art. 38. A l'article 2.8.3.0.3, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, un deuxième alinéa est ajouté, libellé comme suit :
  " L'alinéa premier ne s'applique pas aux biens qui font partie d'une donation d'actifs exonérée telle que visée à l'article 2.8.6.0.3, § 1er, 1°. ".
Art. 39. In artikel 2.8.6.0.1, vierde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt de zin "De schenkbelasting is alsnog verschuldigd door de verkrijger van de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, 4°, als binnen de periode, vermeld in artikel 5 van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, geen brownfieldconvenant voor het project wordt gesloten, of als het brownfieldproject niet tijdig wordt gestart of gerealiseerd conform de voorwaarden, vermeld in het brownfieldconvenant." vervangen door de zin "De schenkbelasting is alsnog verschuldigd door de verkrijger van de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, 4°, als de Vlaamse Regering beslist tot stopzetting van de onderhandelingen als vermeld in artikel 8, § 3, vierde lid, van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, of als het brownfieldproject niet tijdig wordt gestart of gerealiseerd conform de voorwaarden, vermeld in het brownfieldconvenant.".
Art. 39. A l'article 2.8.6.0.1, alinéa quatre, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, la phrase " Le droit de donation devient payable par l'acquéreur des biens immobiliers visés à l'alinéa premier, 4°, lorsque, pendant la période mentionnée dans l'article 5 du décret du 30 mars 2007 relatif aux conventions Brownfield, aucune convention Brownfield concernant le projet n'est conclue ou lorsque le projet Brownfield n'est pas entamé à temps ou réalisé conformément aux conditions reprises dans la convention Brownfield. " est remplacée par la phrase " Le droit de donation devient payable par l'acquéreur des biens immobiliers, visés à l'alinéa premier, 4°, lorsque le Gouvernement flamand décide d'interrompre les négociations visées à l'article 8, § 3, alinéa quatre, du décret du 30 mars 2007 relatif aux conventions Brownfield, ou lorsque le projet Brownfield n'est pas entamé à temps ou réalisé conformément aux conditions reprises dans la convention Brownfield. ".
Art. 40. In artikel 2.9.3.0.3, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt punt c) vervangen door wat volgt:
  "c) het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, vermeld in artikel 25, § 1, van het decreet van 22 december 1995, of de inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, vermeld in artikel 26, § 1, van het voornoemde decreet;".
Art. 40. A article 2.9.3.0.3, § 2, alinéa premier, du même décret, le point c) est remplacé par la disposition suivante :
  " c) le registre des bâtiments et habitations laissés à l'abandon visé à l'article 25, § 1er, du décret du 22 décembre 1995, ou l'inventaire des habitations inadaptées et insalubres, visé à l'article 26, § 1er, du décret précité ; ".
Art. 41. In artikel 2.9.6.0.1, eerste lid, 2°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de woorden "een hoger verkooprecht dan het verkooprecht dat" vervangen door de woorden "een hogere registratiebelasting dan de registratiebelasting die".
Art. 41. A l'article 2.9.6.0.1, alinéa premier, 2°, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, les mots "un droit de vente supérieur à celui qui " sont remplacés par les mots " une taxe d'enregistrement supérieure à celle qui ".
Art. 42. In artikel 2.9.6.0.2, eerste lid, 9°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "of de inbreng in" worden telkens opgeheven;
  2° de zinsnede ", evenals akten houdende verdeling, na ontbinding of splitsing van een bovenbedoelde vereniging" wordt opgeheven.
Art. 42. A l'article 2.9.6.0.2, alinéa premier, 9°, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " ou l'apport de " sont abrogés ;
  2° le membre de phrase " , ou portent partage, après dissolution ou division d'une association susvisée " est abrogé.
Art. 43. In artikel 2.9.6.0.3, vijfde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt de zin "Het verkooprecht is alsnog verschuldigd door de verkrijger van de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, 12°, als binnen de periode, vermeld in artikel 5 van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, geen brownfieldconvenant voor het project wordt gesloten, of als het brownfieldproject niet tijdig wordt gestart of gerealiseerd conform de voorwaarden, vermeld in het brownfieldconvenant." vervangen door de zin "Het verkooprecht is alsnog verschuldigd door de verkrijger van de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, 12°, als de Vlaamse Regering beslist tot stopzetting van de onderhandelingen als vermeld in artikel 8, § 3, vierde lid, van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, of als het brownfieldproject niet tijdig wordt gestart of gerealiseerd conform de voorwaarden, vermeld in het brownfieldconvenant.".
Art. 43. A l'article 2.9.6.0.3, alinéa cinq, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, la phrase " Le droit de vente devient payable par l'acquéreur des biens immobiliers visés à l'alinéa premier, 12°, lorsque, pendant la période mentionnée dans l'article 5 du décret du 30 mars 2007 relatif aux conventions Brownfield, aucune convention Brownfield concernant le projet n'est conclue ou lorsque le projet Brownfield n'est pas entamé à temps ou réalisé conformément aux conditions reprises dans la convention Brownfield. " est remplacée par la phrase " Le droit de vente devient payable par l'acquéreur des biens immobiliers, visés à l'alinéa premier, 12°, lorsque le Gouvernement flamand décide d'interrompre les négociations visées à l'article 8, § 3, alinéa quatre, du décret du 30 mars 2007 relatif aux conventions Brownfield, ou lorsque le projet Brownfield n'est pas entamé à temps ou réalisé conformément aux conditions reprises dans la convention Brownfield. ".
Art. 44. Aan artikel 2.10.6.0.1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° de akten die met toepassing van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn of het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, verrichtingen vaststellen als vermeld in artikel 2.10.1.0.1, hetzij ten bate van openbare centra voor maatschappelijk welzijn hetzij ten bate van op grond van de voormelde wet opgerichte verenigingen, alsook akten houdende verrichtingen als vermeld in artikel 2.10.1.0.1, na ontbinding of splitsing van een voormelde vereniging.".
Art. 44. A l'article 2.10.6.0.1, alinéa premier, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, il est ajouté un point 3, libellé comme suit :
  " 3° les actes qui, en application de la loi organique du 8 juillet 1976 relative aux centres publics d'aide sociale ou du décret du 19 décembre 2008 relatif à l'organisation des centres publics d'aide sociale, constatent des opérations telles que visées à l'article 2.10.1.0.1, soit au profit de centres publics d'aide sociale, soit au profit d'associations créées en vertu de la loi précitée, de même que les actes portant des opérations telles que visées à l'article 2.10.1.0.1, après dissolution ou division d'une association précitée. ".
Art. 45. In artikel 2.10.6.0.3, vierde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt de zin "Het verdeelrecht is alsnog verschuldigd door de verkrijger van de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, als binnen de periode, vermeld in artikel 5 van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, geen brownfieldconvenant over het project wordt gesloten, of als het brownfieldproject niet tijdig wordt gestart of gerealiseerd conform de voorwaarden, vermeld in het brownfieldconvenant." vervangen door de zin "Het verdeelrecht is alsnog verschuldigd door de verkrijger van de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, als de Vlaamse Regering beslist tot stopzetting van de onderhandelingen als vermeld in artikel 8, § 3, vierde lid, van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, of als het brownfieldproject niet tijdig wordt gestart of gerealiseerd conform de voorwaarden, vermeld in het brownfieldconvenant.".
Art. 45. A l'article 2.10.6.0.3, alinéa quatre, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, la phrase " Le droit de partage est donc dû par l'acquéreur des biens immeubles, visé à l'alinéa premier, si, dans la période mentionnée à l'article 5 du décret du 30 mars 2007 relatif aux conventions Brownfield, aucune convention Brownfield n'est contractée à propos du projet ou si le projet Brownfield n'est pas entrepris ou réalisé dans les délais conformément aux conditions stipulées dans la convention Brownfield. " est remplacée par la phrase " Le droit de partage est dû par l'acquéreur des biens immobiliers, visés à l'alinéa premier, lorsque le Gouvernement flamand décide d'interrompre les négociations visées à l'article 8, § 3, alinéa quatre, du décret du 30 mars 2007 relatif aux conventions Brownfield, ou lorsque le projet Brownfield n'est pas entamé à temps ou réalisé conformément aux conditions reprises dans la convention Brownfield. ".
Art. 46. In artikel 3.1.0.0.5 en artikel 3.3.2.0.1, tweede lid, 5°, van hetzelfde decreet worden de woorden "verkrottingsheffing woningen en gebouwen" vervangen door de woorden "heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen".
Art. 46. A l'article 3.1.0.0.5 et à l'article 3.3.2.0.1, alinéa deux, 5°, du même décret, les mots " taxe sur le délabrement d'habitations et de bâtiments " sont remplacés par les mots " taxe sur les habitations inadaptées et insalubres ".
Art. 47. Aan artikel 3.3.1.0.5, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij het decreet van 17 juli 2015, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid is de termijn voor de indiening van de aangifte, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, in geval van een onbeheerde nalatenschap als vermeld in artikel 811 van het Burgerlijk Wetboek, vier maanden vanaf de aanstelling van de curator, vermeld in artikel 813 van het Burgerlijk Wetboek.".
Art. 47. A l'article 3.3.1.0.5, § 2, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014 et modifié par le décret du 17 juillet 2015, il est ajouté un alinéa 4, libellé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa premier, le délai d'introduction de la déclaration visée au paragraphe premier, alinéa premier, en cas de succession vacante telle que visée à l'article 811 du Code civil, est de quatre mois à compter de la désignation du curateur, visé à l'article 813 du Code civil. ".
Art. 48. In artikel 3.3.1.0.6 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij het decreet van 17 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan het eerste lid wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "6° in het geval van artikel 2.7.1.0.6, § 1, derde lid, als, naar gelang van het geval, het levensverzekeringscontract wordt afgekocht of er op grond van het contract een uitkering gebeurt.";
  2° een zevende lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In het geval vermeld in het eerste lid, 6°, moet de aangifte worden ingediend, naar gelang van het geval, door de persoon die het levensverzekeringscontract afkoopt of door de persoon die de uitkering op grond van het contract verkrijgt.".
Art. 48. A l'article 3.3.1.0.6 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014 et modifié par le décret du 17 juillet 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa premier, il est ajouté un 6°, libellé comme suit :
  " 6° dans le cas de l'article 2.7.1.0.6, § 1er, alinéa trois, lorsque, selon le cas, le contrat d'assurance est racheté ou qu'une indemnité est versée en vertu du contrat. " ;
  2° il est ajouté un alinéa sept, libellé comme suit :
  " Dans le cas visé à l'alinéa premier, 6°, la déclaration doit être introduite, selon le cas, par la personne qui rachète le contrat d'assurance ou par la personne qui reçoit l'indemnité en vertu du contrat. ".
Art. 49. In artikel 3.3.2.0.1 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 6°, worden de woorden "verkrottingsheffing woningen en gebouwen" vervangen door de woorden "heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen";
  2° in het tweede lid, 5°, worden de woorden "verkrottingsheffing woningen en gebouwen" vervangen door de woorden "heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen" en wordt de zinsnede "artikel 24, 7°, " vervangen door de zinsnede "artikel 24, 6°, ".
Art. 49. A l'article 3.3.2.0.1 du même décret, modifié par le décret du 19 décembre 2014, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa premier, 6°, les mots " taxe sur le délabrement d'habitations et de bâtiments " sont remplacés par les mots " taxe sur les habitations inadaptées et insalubres " ;
  2° à l'alinéa deux, 5°, les mots " taxe sur le délabrement d'habitations et de bâtiments " sont remplacés par les mots " taxe sur les habitations inadaptées et insalubres " et le membre de phrase " article 24, 7°, " est remplacé par le membre de phrase " article 24, 6°, ".
Art. 50. In artikel 3.3.3.0.1, § 4, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "verkrottingsheffing woningen en gebouwen" vervangen door de woorden "heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen";
  2° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 50. A l'article 3.3.3.0.1, § 4, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa premier, les mots " taxe sur le délabrement d'habitations et de bâtiments " sont remplacés par les mots " taxe sur les habitations inadaptées et insalubres " ;
  2° l'alinéa trois est abrogé.
Art. 51. In artikel 3.4.2.0.1, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, wordt tussen het woord "belasting" en het woord "moet" de zinsnede "of de administratieve geldboete, vermeld in artikel 3.18.0.0.1," ingevoegd.
Art. 51. A l'article 3.4.2.0.1, alinéa premier, du même décret, modifié par le décret du 19 décembre 2014, le segment de phrase " ou l'amende administrative, visée à l'article 3.18.0.0.1, " est inséré entre le mot " taxe " et le mot " doit ".
Art. 52. In artikel 3.10.3.1.1, § 2, tweede lid, en 3.10.4.1.2, §§ 5 en 6, van hetzelfde decreet worden de woorden "verkrottingsheffing woningen en gebouwen" vervangen door de woorden "heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen".
Art. 52. A l'article 3.10.3.1.1, § 2, alinéa deux, et à l'article 3.10.4.1.2, §§ 5 et 6, du même décret, les mots " taxe sur le délabrement d'habitations et de bâtiments " sont remplacés par les mots " taxe sur les habitations inadaptées et insalubres ".
Art. 53. In artikel 3.12.3.0.6 van het zelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Deze registratiebelasting wordt geacht betaald te zijn als de akten of geschriften, vermeld in het eerste lid, voorafgaandelijk of uiterlijk samen met de akte van de notaris of het exploot of proces-verbaal van de gerechtsdeurwaarder ter registratie worden aangeboden.".
Art. 53. A l'article 3.12.3.0.6 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, il est inséré entre l'alinéa premier et l'alinéa deux un alinéa libellé comme suit :
  " Cette taxe d'enregistrement est supposée avoir été payée lorsque les actes ou les écrits visés à l'alinéa premier sont présentés à l'enregistrement préalablement à ou au plus tard en même temps que l'acte du notaire ou l'exploit de procès-verbal de l'huissier de justice. ".
Art. 54. In artikel 3.18.0.0.1, § 5, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij het decreet van 17 juli 2015, wordt tussen de zinsnede "paragraaf 4," en de woorden "worden ingevorderd" de zinsnede "eerste lid," ingevoegd.
Art. 54. A l'article 3.18.0.0.1, § 5, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014 et modifié par le décret du 17 juillet 2015, le membre de phrase " alinéa premier " est inséré entre le membre de phrase " paragraphe 4 " et les mots " sont récupérés ".
Art. 55. In artikel 3.18.0.0.2 wordt de zinsnede "titel 2, hoofdstuk 4" vervangen door de woorden "het eurovignet".
Art. 55. A l'article 3.18.0.0.2, le membre de phrase " titre 2, chapitre 4 " est remplacé par les mots " l'eurovignette ".
Art. 56. In artikel 5.0.0.0.1, 5°, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen de zinsnede "artikel 88," en de zinsnede "artikel 94" wordt de zinsnede "artikel 921 (als het geen betrekking heeft op het recht van hypotheekvestiging), artikel 922," ingevoegd;
  2° de zinsnede "artikel 160, artikel 161, 1° bis, 3° (als het geen betrekking heeft op verkooprecht), 4° (als het geen betrekking heeft op verkooprecht), 5°, 10°, 12° en 13°, " wordt vervangen door de zinsnede "artikel 160, artikel 161, 1° (als het geen betrekking heeft op verkooprecht of verdeelrecht), 1° bis, 3° (als het geen betrekking heeft op verkooprecht), 4° (als het geen betrekking heeft op registratiebelasting), 5°, 10°, 12° en 13°, ".
Art. 56. A l'article 5.0.0.0.1, 5°, du même décret, modifié pour la dernière fois par le décret du 3 juillet 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le membre de phrase " l'article 921 (s'il ne porte pas sur le droit d'établissement d'une hypothèque), l'article 922, " est inséré entre le membre de phrase " l'article 88, " et le membre de phrase " l'article 94 " ;
  2° le membre de phrase " l'article 160, l'article 161, 1° bis, 3° (s'il ne porte pas sur le droit de vente), 4° (s'il ne porte pas sur le droit de vente), 5°, 10°, 12° et 13°, " est remplacé par le membre de phrase " l'article 160, l'article 161, 1° (s'il ne porte pas sur le droit de vente ou le droit de partage), 1° bis, 3° (s'il ne porte pas sur le droit de vente), 4° (s'il ne porte pas sur la taxe d'enregistrement), 5°, 10°, 12° et 13°, ".
Art. 57. In bijlage 1, concordantietabel 1, tabel 9, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 december 2014, en in het opschrift ervan, worden de woorden "en gebouwen" telkens opgeheven.
Art. 57. A l'annexe 1re, tableau de concordance 1er, tableau 9, du même décret, remplacé par le décret du 19 décembre 2014, et dans son intitulé, les mots " et les bâtiments " sont chaque fois abrogés.
Art. 58. In bijlage 1, concordantietabel 1, tabel 18, van hetzelfde decreet, vervangen bij decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij het decreet van 17 juli 2015, wordt de rij
  "
Art. 58. A l'annexe 1re, tableau de concordance 1er, tableau 18, du même décret, remplacé par le décret du 19 décembre 2014 et modifié par le décret du 17 juillet 2015, la ligne
  "
Art. 922 opgeheven
Art. 922opgeheven
"
  opgeheven.
Art. 922 abrogé
Art. 922abrogé
"
  est supprimée.
Art. 59. In de bijlage 1, concordantietabel 2, tabel 9, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 december 2014, en in het opschrift ervan, worden de woorden "en gebouwen" telkens opgeheven.
Art. 59. A l'annexe 1re, tableau de concordance 2, tableau 9, du même décret, remplacé par le décret du 19 décembre 2014, et dans son intitulé, les mots " et les bâtiments " sont chaque fois abrogés.
HOOFDSTUK 9. - Slotbepaling
CHAPITRE 9. - Disposition finale
Art. 60. Dit decreet treedt in werking 10 dagen na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van:
  1° artikel 4 tot en met 9, 19, 21, 25 tot en met 33, 46, 49, 50, 52, 57 en 59, die in werking treden vanaf aanslagjaar 2017;
  2° artikel 10, 11, 12 en 13 tot en met 18, die in werking treden op 1 januari 2017.
  Artikel 2 en 3 hebben uitwerking met ingang van 1 augustus 2016.
  Artikel 22 heeft uitwerking vanaf aanslagjaar 2016.
  Artikel 23, 24, 54 en 55 hebben uitwerking met ingang van 1 april 2016.
  Artikel 34 en 48 hebben uitwerking voor overlijdens vanaf 1 januari 2017.
  Artikel 56 en 58 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2015.
Art. 60. Le présent décret entre en vigueur 10 jours après la date de sa publication au Moniteur belge, à l'exception :
  1° des articles 4 à 9 inclus, 19, 21, 25 à 33 inclus, 46, 49, 50, 52, 57 et 59, qui entrent en vigueur à partir de l'année d'imposition 2017 ;
  2° des articles 10, 11, 12 et 13 à 18 inclus, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2017.
  Les articles 2 et 3 produisent leurs effets à partir du 1er août 2016.
  L'article 22 produit ses effets à partir de l'année d'imposition 2016.
  Les articles 23, 24, 54 et 55 produisent leurs effets à partir du 1er avril 2016.
  Les articles 34 et 48 produisent leurs effets pour ce qui concerne les décès survenus à partir du 1er janvier 2017.
  Les articles 56 et 58 produisent leurs effets à partir du 1er janvier 2015.