Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 JULI 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is, van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater
Titre
15 JUILLET 2016. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 portant détermination des actes qui ne requièrent pas d'autorisation urbanistique, diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 relatif aux actes soumis à l'obligation de déclaration en exécution du Code flamand de l'Aménagement du Territoire et modifiant l'article 10 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juillet 2013 établissant un règlement urbanistique régional concernant les citernes d'eaux pluviales, les systèmes d'infiltration, les systèmes tampons et l'évacuation séparée des eaux usées et pluviales
Dokumentinformationen
Numac: 2016036341
Datum: 2016-07-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016036341
Date: 2016-07-15
Moniteur: Voir
Tekst (47)
Texte (47)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 portant détermination des actes qui ne requièrent pas d'autorisation urbanistique
Artikel 1. In artikel 1.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° een punt 2° /1 wordt ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "2° /1. afgebakend zeehavengebied: gebied binnen de grenzen van de zeehavens van Oostende, Zeebrugge, Gent en Antwerpen, zoals afgebakend in een ruimtelijk uitvoeringsplan of bij gebrek daaraan, afgebakend conform artikel 3 van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens;";
  2° een punt 3° /1 wordt ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° /1. erosiegevoelig gebied: gebied met zeer hoge of hoge erosiegevoeligheid, zoals bepaald met toepassing van artikel 59 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;";
  3° in punt 7° wordt tussen de zinsnede "openbaar nut," en de woorden "met telkens" de zinsnede "de onbevaarbare waterlopen," ingevoegd;
  4° een punt 8° /1 wordt ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "8° /1. overstromingsgevoelig gebied: gebied opgenomen in bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;".
Article 1er. Dans l'article 1.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 portant détermination des actes qui ne requièrent pas d'autorisation urbanistique, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré un point 2° /1, rédigé comme suit :
  " 2° /1. zone délimitée d'un port maritime : zone dans les limites des ports maritimes d'Ostende, de Zeebruges, de Gand et d'Anvers, telle que délimitée dans un plan d'exécution spatial ou, par défaut, délimitée conformément à l'article 3 du décret du 2 mars 1999 portant sur la politique et la gestion des ports maritimes ; " ;
  2° il est inséré un point 3° /1, rédigé comme suit :
  " 3° /1. zone sensible à l'érosion : zone à une sensibilité à l'érosion très haute ou haute, telle que visée en application de l'article 59 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2014 fixant les règles relatives aux paiements directs en faveur des agriculteurs au titre des régimes de soutien relevant de la politique agricole commune ; " ;
  3° dans le point 7°, le membre de phrase " les cours d'eau non navigables " est inséré entre le membre de phrase " d'intérêt public, " et les mots " ainsi qu'à chaque fois " ;
  4° il est inséré un point 8° /1, rédigé comme suit :
  " 8° /1 zone sensible aux inondations : zone reprise à l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006 fixant les modalités d'application de l'évaluation aquatique, portant désignation des instances consultatives et définissant les modalités de la procédure d'avis pour l'évaluation aquatique, visée à l'article 8 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau ; ".
Art. 2. In artikel 1.3 van hetzelfde besluit wordt tussen de woorden "de voorschriften van" en de woorden "stedenbouwkundige verordeningen" de woorden "gewestelijke, provinciale of gemeentelijke" ingevoegd.
Art. 2. Dans l'article 1.3 du même arrêté, les mots " régionaux, provinciaux ou communaux " sont insérés entre les mots " aux prescriptions de " et le mot " urbanistiques ".
Art. 3. In artikel 1.4 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede ", algemene plannen van aanleg" opgeheven en wordt het woord "verkavelingsvergunningen" vervangen door het woord "verkavelingen".
Art. 3. Dans l'article 1.4 du même arrêté, le membre de phrase " de plans généraux d'aménagement " est abrogé et les mots " permis de lotir " sont remplacés par le mot " lotissements ".
Art. 4. Aan hoofdstuk 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij besluiten van de Vlaamse Regering van 17 januari 2014 en 4 december 2015, wordt een artikel 1.5 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 1.5. Overeenkomstig artikel 4.2.3. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zijn de bepalingen van dit besluit niet van toepassing op handelingen waarvoor een milieueffectenrapport, een passende beoordeling of een mobiliteitsstudie moet worden opgemaakt.".
Art. 4. Au chapitre 1er du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 janvier 2014 et 4 décembre 2015, il est ajouté un article 1.5, rédigé comme suit :
  " Art. 1.5. Conformément à l'article 4.2.3, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, les dispositions du présent arrêté ne s'appliquent pas aux actes pour lesquels une évaluation sur les incidences sur l'environnement, une évaluation adéquate ou une étude de mobilité doit être établie. ".
Art. 5. Aan hoofdstuk 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij besluiten van de Vlaamse Regering van 17 januari 2014 en 4 december 2015, wordt een artikel 1.6 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 1.6. De bepalingen van dit besluit zijn niet van toepassing op handelingen gelegen in:
  1° een vijf meter brede strook, te rekenen vanaf de bovenste rand van het talud van ingedeelde onbevaarbare en bevaarbare waterlopen;
  2° de erfdienstbaarheidszone langs grachten van algemeen belang, opgelegd in toepassing van artikel 32quaterdecies, § 2, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging;
  3° een afgebakende oeverzone als vermeld in artikel 3, § 2, 43°, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid.
  De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op handelingen, uitgevoerd door of in opdracht van de beheerder van de waterloop of gracht.".
Art. 5. Au chapitre 1er du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 janvier 2014 et 4 décembre 2015, il est ajouté un article 1.6, rédigé comme suit :
  " Art. 1.6. Les dispositions du présent arrêté ne s'appliquent pas aux actes situés :
  1° dans une bande large d'une largeur de cinq mètres, à compter à partir du bord supérieur du talud des cours d'eau classés non-navigables et navigables ;
  2° dans une zone de servitudes le long de fossés d'intérêt général, imposée en application de l'article 32quaterdecies, § 2, de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution ;
  3° une zone de rive délimitée telle que visée à l'article 3, § 2, 43°, du décret 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau.
  Les dispositions de l'alinéa premier ne s'appliquent pas aux actes, effectués par ou par ordre du gestionnaire du cours d'eau ou du fossé. ".
Art. 6. In artikel 2.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 6° wordt vervangen door wat volgt:
  "6° toegangspoorten en open afsluitingen tot een hoogte van twee meter;";
  2° punt 8° wordt vervangen door wat volgt:
  "8° de plaatsing van niet-overdekte constructies in zijtuin en achtertuin, ingeplant tot op 1 meter van de perceelsgrens of tot tegen een bestaande scheidingsmuur, voor zover de gezamenlijke oppervlakte van dergelijke constructies, met inbegrip van alle bestaande niet-overdekte constructies in zijtuin en achtertuin, 80 vierkante meter niet overschrijdt;";
  3° er worden een punt 14°, 15° en 16° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "14° gebruikelijke constructies zoals ventilatiebuizen, airco's, schoorsteenpijpen, schoorstenen, dakgoten en hemelwaterafvoerbuizen aan of op een woning, op voorwaarde dat ze niet meer dan drie meter boven de nok van de woning uitsteken;
  15° de plaatsing van elektrische laadpalen;
  16° de plaatsing van glasbollen, kledingcontainers en andere boven- of ondergrondse houders voor de selectieve verzameling en ophaling van afval, voor zover de gezamenlijke oppervlakte kleiner is dan tien vierkante meter.".
Art. 6. Dans l'article 2.1 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 janvier 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 6° est remplacé par ce qui suit :
  " 6° des portes d'accès et des clôtures ouvertes jusqu'à une hauteur de deux mètres ; " ;
  2° le point 8° est remplacé par ce qui suit :
  " 8° la pose de constructions non couvertes dans le jardin latéral et le jardin derrière la maison, construites jusqu'à 1 mètre des limites de la parcelle ou contre un mur de séparation existant, pour autant que la superficie commune de telles constructions, y compris toutes les constructions existantes non couvertes dans le jardin latéral et le jardin derrière la maison, ne dépasse pas les 80 mètres carrés ; " ;
  3° les points 14°, 15° et 16° sont ajoutés, rédigés comme suit :
  " 14° les constructions courantes telles que des tuyaux de ventilation, systèmes de climatisation, tuyaux de cheminée, cheminées, gouttières et conduites d'eaux de pluie à ou sur une habitation, à condition qu'ils ne dépassent pas le faite de l'habitation de plus de trois mètres ;
  15° la pose de bornes de recharge électriques ;
  16° la pose de conteneurs à verre, à vêtements et d'autres conteneurs de surface et souterrains en vue d'une collection sélective de déchets, pour autant que la superficie commune est inférieure à dix mètres carrés. ".
Art. 7. In artikel 2.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 januari 2014 en 27 februari 2015, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° de handelingen, vermeld in artikel 2.1, 1° tot 5°, 8°, 9°, 11° tot 14° en 16°, worden volledig uitgevoerd binnen een straal van 30 meter van een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte residentiële woning of bedrijfswoning;";
  2° punt 4° wordt opgeheven.
Art. 7. Dans l'article 2.2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 janvier 2014 et 27 février 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° les actes, visés aux articles 2.1, 1° à 5°, 8°, 9°, 11° à 14° et 16°, sont entièrement effectués dans un rayon de 30 mètres d'une habitation résidentielle ou d'une habitation de l'entreprise principalement autorisée ou censé autorisée ; " ;
  2° le point 4° est abrogé.
Art. 8. In artikel 3.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 6° wordt vervangen door wat volgt:
  "6° toegangspoorten en open afsluitingen tot een hoogte van twee meter;";
  2° een punt 7° /1 wordt ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "7° /1. open afsluitingen en toegangspoorten tot een hoogte van drie meter in een afgebakend zeehavengebied;";
  3° een punt 10°, 11°, 12° en 13° worden toegevoegd, die luiden als volgt:
  "10° gebruikelijke constructies zoals ventilatiebuizen, airco's, schoorsteenpijpen, schoorstenen, dakgoten en hemelwaterafvoerbuizen aan of op een gebouw, op voorwaarde dat ze niet meer dan drie meter boven de nok van het gebouw uitsteken;
  11° de plaatsing van allerhande kleine tuinconstructies zoals tuinornamenten, brievenbussen en barbecues;
  12° de voorlopige opslag van afvalstoffen op hun plaats van productie, indien dit gebeurt in functie van een georganiseerde regelmatige afvoer van de afvalstoffen;
  13° de plaatsing van glasbollen, kledingcontainers en andere boven- of ondergrondse houders voor de selectieve verzameling en ophaling van afval, voor zover de gezamenlijke oppervlakte kleiner is dan twintig vierkante meter;
  14° de plaatsing van elektrische laadpalen.".
Art. 8. Dans l'article 3.1 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 6° est remplacé par ce qui suit :
  " 6° des portes d'accès et des clôtures ouvertes jusqu'à une hauteur de deux mètres ; " ;
  2° il est inséré un point 7° /1, rédigé comme suit :
  " 7° /1 des clôtures ouvertes et des portes d'accès jusqu'à une hauteur de trois mètres dans une zone délimitée d'un port maritime ; " ;
  3° les points 10°, 11°, 12° et 13° sont ajoutés, rédigés comme suit :
  " 10° les constructions courantes telles que des tuyaux de ventilation, systèmes de climatisation, tuyaux de cheminée, cheminées, gouttières et conduites d'eaux de pluie à ou sur un bâtiment, à condition qu'ils ne dépassent pas le faite du bâtiment de plus de trois mètres ;
  11° l'installation de toutes sortes de petites constructions de jardin, telles que des ornements de jardin, des boîtes aux lettres et des barbecues ;
  12° le stockage provisoire de déchets sur leur site de production, si cela se fait en fonction d'une évacuation organisée, régulière de déchets ;
  13° la pose de conteneurs à verre, à vêtements et d'autres conteneurs de surface et souterrains en vue d'une collection sélective de déchets, pour autant que la superficie commune est inférieure à vingt mètres carrés ;
  14° la pose de bornes de recharge électriques ;
Art. 9. In artikel 3.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 februari 2015, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° de handelingen, vermeld in artikel 3.1, 1° tot 5° en 8° tot 13°, worden volledig uitgevoerd binnen een straal van 30 meter van een hoofdzakelijk vergund of vergund geacht gebouw;";
  2° punt 3° wordt opgeheven.
Art. 9. Dans l'article 3.2 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 février 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° les actes visés à l'art. 3.1, 1° à 5° et 8° à 13°, sont exécutés entièrement dans un rayon de 30 mètres d'un bâtiment principalement autorisé ou censé autorisé ; " ;
  2° le point 3° est abrogé.
Art. 10. Artikel 4.1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 4.1. Een stedenbouwkundige vergunning is niet nodig voor de plaatsing van constructies als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
  1° het betreft geen gebouwen of verhardingen;
  2° de constructies staan in functie van de bestaande industrie en bedrijvigheid;
  3° de constructies worden opgericht binnen een straal van:
  a) vijftig meter van een hoofdzakelijk vergund of vergund geacht gebouw of hoofdzakelijk vergund of vergund geachte verharding als ze liggen binnen een afgebakend zeehavengebied;
  b) dertig meter van een hoofdzakelijk vergund of vergund geacht gebouw in overige gebieden;
  4° de constructies zijn niet hoger dan:
  a) twintig meter als ze liggen binnen een afgebakend zeehavengebied;
  b) tien meter in overige gebieden;
  5° de van vergunning vrijgestelde constructies zijn niet groter dan 200 vierkante meter;
  6° de constructies liggen op minstens:
  a) dertig meter van een woongebied in de ruime zin en van een ruimtelijk kwetsbaar gebied, niet zijnde parkgebied;
  b) vijf meter van alle perceelsgrenzen;
  7° de bereikbaarheid voor hulpdienstvoertuigen met inbegrip van brandweerwagens mag niet verminderd worden;
  8° er is voldaan aan de bepalingen van artikel 4.4.".
Art. 10. L'article 4.1 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 4.1. Une autorisation urbanistique n'est pas requise pour la pose de constructions lorsqu'il est satisfait à toutes les exigences suivantes :
  1° il ne s'agit pas de bâtiments ou de revêtements ;
  2° les constructions sont en fonction de l'industrie et activité existantes ;
  3° les constructions sont érigées dans un rayon de :
  a) cinquante mètres d'un bâtiment principalement autorisé ou censé autorisé ou d'un revêtement principalement autorisé ou censé autorisé lorsqu'ils sont situés dans une zone délimitée d'un port maritime ;
  b) trente mètres d'un bâtiment principalement autorisé ou censé autorisé dans d'autres zones ;
  4° la hauteur des constructions ne dépasse pas :
  a) vingt mètres lorsqu'elles sont situées dans une zone délimitée d'un port maritime ;
  b) dix mètres dans les autres zones ;
  5° les constructions exemptées de l'obligation d'autorisation ne dépassent pas 200 mètres carrés ;
  6° les constructions sont situées à au moins :
  a) trente mètres d'une zone d'habitat au sens large et d'une zone vulnérable d'un point de vue spatial, à l'exception des zones de parc ;
  b) cinq mètres de toutes les limites de la parcelle ;
  7° l'accessibilité pour les véhicules des services de secours y compris les véhicules de pompiers ne peut pas être limitée ;
  8° il est répondu aux dispositions de l'article 4.4. ".
Art. 11. Artikel 4.2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 4.2. Een stedenbouwkundige vergunning of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor het aanleggen van verhardingen als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
  1° de verhardingen staan in functie van de bestaande industrie en bedrijvigheid;
  2° voor de plaats waar de verhardingen worden aangelegd bestaat een bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan;
  3° de verhardingen worden aangelegd binnen een straal van:
  a) vijftig meter van een hoofdzakelijk vergund of vergund geacht gebouw of hoofdzakelijk vergund of vergund geachte verharding als ze liggen binnen een afgebakend zeehavengebied;
  b) dertig meter van een hoofdzakelijk vergund of vergund geacht gebouw in overige gebieden;
  4° de grondoppervlakte van de van vergunning vrijgestelde verharding is beperkt tot maximaal 200 vierkante meter en maximaal 100 percent van de reeds vergunde grondoppervlakte van de verharding;
  5° de verhardingen liggen op minstens:
  a) tien meter van een woongebied in de ruime zin en van een ruimtelijk kwetsbaar gebied, niet zijnde parkgebied;
  b) drie meter van alle perceelsgrenzen;.
  6° er is voldaan aan de bepalingen van artikel 4.4.".
Art. 11. L'article 4.2 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 4.2. Une autorisation urbanistique ou un permis d'environnement pour les actes urbanistiques n'est pas requis pour la construction de revêtements lorsqu'il est satisfait à toutes les conditions suivantes :
  1° les constructions sont en fonction de l'industrie et l'activité existantes ;
  2° il existe un plan particulier d'aménagement ou un plan d'exécution spatial pour le site où les revêtements sont construits ;
  3° les revêtements sont construits dans un rayon de :
  a) cinquante mètres d'un bâtiment principalement autorisé ou censé autorisé ou d'un revêtement principalement autorisé ou censé autorisé lorsqu'ils sont situés dans une zone délimitée d'un port maritime ;
  b) trente mètres d'un bâtiment principalement autorisé ou censé autorisé dans d'autres zones ;
  4° la surface au sol du revêtement exempté d'autorisation est limitée à 200 mètres carrés au maximum et à 100 pour cent au maximum de la surface au sol du revêtement déjà autorisée ;
  5° les revêtements sont situés à au moins :
  a) dix mètres d'une zone d'habitat au sens large et d'une zone vulnérable d'un point de vue spatial, à l'exception des zones de parc ;
  b) trois mètres de toutes les limites de la parcelle ;
  6° il est répondu aux dispositions de l'article 4.4. ".
Art. 12. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 februari 2015, wordt een artikel 4.3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.3. Een stedenbouwkundige vergunning of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor het oprichten van gebouwen als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
  1° het gebouw heeft de functie industrie en bedrijvigheid, staat in relatie tot de bestaande industrie en bedrijvigheid en betreft geen bedrijfswoning;
  2° voor de plaats waar het gebouw wordt opgericht bestaat een bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan;
  3° het gebouw wordt opgericht binnen een straal van:
  a) vijftig meter van een hoofdzakelijk vergund of vergund geacht gebouw als het ligt binnen een afgebakend zeehavengebied;
  b) dertig meter van een hoofdzakelijk vergund of vergund geacht gebouw in overige gebieden;
  4° in het geval het gebouw aangebouwd wordt aan een bestaand, vergund geacht of vergund gebouw, blijven de voorwaarden met betrekking tot brandcompartimentering van toepassing; zoniet bedraagt de afstand tussen het gebouw en andere gebouwen minstens vijf meter;
  5° de grondoppervlakte van de van vergunning vrijgestelde gebouwen is beperkt tot maximaal 100 vierkante meter en maximaal 100 percent van de reeds vergunde grondoppervlakte van de gebouwen;
  6° het gebouw ligt op minstens:
  a) dertig meter van een woongebied in de ruime zin en van een ruimtelijk kwetsbaar gebied, niet zijnde parkgebied;
  b) vijf meter van alle perceelsgrenzen;
  7° het gebouw is niet hoger dan:
  a) één bouwlaag en twintig meter als het ligt binnen een afgebakend zeehavengebied;
  b) één bouwlaag en tien meter in overige gebieden;
  8° de bereikbaarheid voor hulpdienstvoertuigen met inbegrip van brandweerwagens mag niet verminderd worden;
  9° de brandbelasting van het gebouw bedraagt minder dan 350 MJ/m2;
  10° er is voldaan aan de bepalingen van artikel 4.4.".
Art. 12. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 février 2015, il est inséré un article 4.3, rédigé comme suit :
  " Art. 4.3. Une autorisation urbanistique ou un permis d'environnement pour les actes urbanistiques n'est pas requis pour la construction de bâtiments lorsqu'il est satisfait à toutes les conditions suivantes :
  1° le bâtiment a la fonction `industrie et activité', a trait à l'industrie et l'activité existantes et il ne s'agit pas d'un bâtiment d'exploitation ;
  2° il existe un plan particulier d'aménagement ou un plan d'exécution spatial pour le site où le bâtiment est construit ;
  3° le bâtiment est construit dans un rayon de :
  a) cinquante mètres d'un bâtiment principalement autorisé ou censé autorisé lorsqu'il est situé dans une zone délimitée d'un port maritime ;
  b) trente mètres d'un bâtiment principalement autorisé ou censé autorisé dans d'autres zones ;
  4° au cas où le bâtiment est construit contre un bâtiment existant, censé autorisé ou autorisé, les conditions relatives au compartimentage coupe-feu restent d'application ; sinon, la distance entre le bâtiment et les autres bâtiments s'élève à au moins cinq mètres ;
  5° la surface au sol des bâtiments exemptés d'autorisation est limitée à 100 mètres carrés au maximum et à 100 pour cent au maximum de la surface au sol des bâtiments déjà autorisée ;
  6° le bâtiment est situé au moins à :
  a) trente mètres d'une zone d'habitat au sens large et d'une zone vulnérable d'un point de vue spatial, à l'exception des zones de parc ;
  b) cinq mètres de toutes les limites de la parcelle ;
  7° la hauteur du bâtiment n'est pas supérieur à :
  a) un niveau de construction et vingt mètres lorsqu'il est situé dans une zone délimitée d'un port maritime ;
  b) un niveau de construction et dix mètres dans les autres zones ;
  8° l'accessibilité pour les véhicules des services de secours y compris les véhicules de pompiers ne peut pas être limitée ;
  9° la charge d'incendie du bâtiment s'élève à moins de 350 MJ/m2 ;
  10° il est répondu aux dispositions de l'article 4.4. ".
Art. 13. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 februari 2015, wordt een artikel 4.4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.4. De vrijstellingen, vermeld in de artikelen 4.1, 4.2, en 4.3, gelden alleen als de handelingen voldoen aan al de volgende voorwaarden:
  1° ze zijn gelegen in een industriegebied in de ruime zin;
  2° ze liggen niet voor de rooilijn;
  3° ze liggen niet in een zone uit het netwerk voor ecologische infrastructuur zoals aangeduid in een managementplan of soortenbeschermingsprogramma opgesteld ter uitvoering van de artikelen 50septies of 51 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
  4° ze gaan niet gepaard met een ontbossing;
  5° ze zijn niet strijdig met stedenbouwkundige voorschriften.".
Art. 13. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 février 2015, il est inséré un article 4.4, rédigé comme suit :
  " Art. 4.4. Les dispenses, visées aux articles 4.1, 4.2 et 4.3, ne valent que lorsque les actes remplissent toutes les conditions suivantes :
  1° ils sont situés dans une zone industrielle au sens large du terme ;
  2° ils ne sont pas désalignés ;
  3° ils ne sont pas situés dans une zone du réseau d'infrastructure écologique telle qu'indiquée sur un plan de gestion ou un programme de protection des espèces établi en exécution des articles 50septies ou 51 du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel ;
  4° ils ne vont pas de pair avec un déboisement ;
  5° ils ne sont pas contraires aux prescriptions urbanistiques. ".
Art. 14. Aan artikel 5.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° een punt 1/1° wordt ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "1/1° constructies, met uitzondering van hagelkanonnen, glasconstructies en gebouwen, met een maximale hoogte van 3,5 meter of tot maximaal 1,5 meter boven de teelt, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
  a) ze dienen voor de teelt of bescherming van landbouwgewassen;
  b) het hemelwater wordt opgevangen en hergebruikt of kan op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem infiltreren;
  c) de constructies zijn niet gelegen in ruimtelijk kwetsbaar, erosiegevoelig of effectief overstromingsgevoelig gebied;";
  2° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
  "3° schuilhokken voor weidedieren. De schuilhokken hebben houten wanden, een maximale hoogte van drie meter en minstens één volledig open zijde. De totale oppervlakte is beperkt tot veertig vierkante meter per aaneengesloten groep van percelen in één eigendom;";
  3° er wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "4° het aanleggen van een dam uit plantaardige materialen langs de stroomafwaartse perceelsgrens van een erosiegevoelig perceel, op voorwaarde dat de hoogte van de dam beperkt is tot een meter boven het maaiveld.".
Art. 14. Dans l'article 5.1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 janvier 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré un point 1/1°, rédigé comme suit :
  " 1/1° constructions, à l'exception de canon à plombs, constructions en verre et bâtiments, d'une hauteur maximale de 3,5 mètres ou de maximum 1,5 mètres au- dessus de la culture, lorsque toutes les conditions suivantes sont remplies :
  a) elles servent à la culture ou à la protection de plantes agricoles ;
  b) les eaux pluviales sont recueillies et réutilisées ou peuvent infiltrer de façon naturelle dans le sol du propre terrain ;
  c) les constructions ne sont pas situées dans des zones vulnérables d'un point de vue spatial, des zones sensibles à l'érosion ou des zones effectivement sensibles aux inondations ; " ;
  2° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° abris pour animaux de pâturage. Les abris ont des parois en bois, une hauteur maximale de trois mètres et au moins un côté entièrement ouvert. La superficie totale est limitée à quarante mètre carrés par groupe de parcelles ininterrompu dans une seule propriété ; " ;
  3° il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
  " 4° la construction d'une digue de matériaux végétaux le long de la limite en aval de la parcelle sensible à l'érosion à condition que la hauteur de la digue soit limitée à un mètre au-dessus du niveau du sol. ".
Art. 15. Aan artikel 5.2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2°, b), 3) wordt het woord "overstromingsgebied" vervangen door de woorden "effectief overstromingsgevoelig gebied";
  2° punten 6° en 7° worden toegevoegd, die luiden als volgt:
  "6° sleufsilo's op voorwaarde dat ze worden opgericht binnen een straal van vijftig meter van het gebouwencomplex van het landbouwbedrijf en er geen afvoer wordt voorzien naar de openbare riolering;
  7° de seizoensgebonden opslag van met folie afgedekte groenvoeders op velden buiten ruimtelijk kwetsbaar gebied.".
Art. 15. Dans l'article 5.2 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 janvier 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point 2°, b), 3), les mots " les zones d'inondation " sont remplacés par les mots " les zones effectivement sensibles aux inondations " ;
  2° il est ajouté les points 6° et 7°, rédigés comme suit :
  " 6° silos tranchés à condition qu'ils soient construits dans un rayon de cinquante mètres du complexe de bâtiments de l'exploitation agricole à condition qu'aucune évacuation vers le réseau d'égouts publics ne soit prévue ;
  7° le stockage saisonnier de fourrages verts couverts de feuilles sur des champs en dehors de zones vulnérables d'un point de vue spatial. ".
Art. 16. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 februari 2015, wordt een artikel 5.3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 5.3. Een stedenbouwkundige vergunning of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor de plaatsing van constructies, in agrarisch gebied in de ruime zin als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
  1° de constructies staan in functie van de professionele teelt van landbouwgewassen of van de professionele veeteelt;
  2° het betreft geen gebouwen of verhardingen;
  3° de constructies worden opgericht binnen een straal van dertig meter van een hoofdzakelijk vergund of vergund geacht landbouwbedrijfsgebouw;
  4° de van vergunning vrijgestelde constructies zijn niet groter dan 100 vierkante meter per goed;
  5° de constructies liggen op minstens vijf meter van de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen;
  6° de constructies zijn niet hoger dan tien meter;
  7° de constructies liggen niet voor de rooilijn;
  8° de handelingen gaan niet gepaard met een ontbossing;
  9° de handelingen zijn niet strijdig met stedenbouwkundige voorschriften.".
Art. 16. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 février 2015, il est inséré un article 5.3, rédigé comme suit :
  " Art. 5.3. Une autorisation urbanistique ou un permis d'environnement pour les actes urbanistiques ne sont pas requis pour la pose de constructions dans une zone agricole au sens large lorsqu'il est satisfait à toutes les conditions suivantes :
  1° les constructions sont en fonction de la culture professionnelle de cultures agricoles ou de l'élevage professionnel ;
  2° il ne s'agit pas de bâtiments ou de revêtements ;
  3° les constructions sont réalisées dans un rayon de trente mètres autour d'une exploitation agricole principalement autorisée ou censé autorisée ;
  4° les constructions exemptées de l'obligation d'autorisation ne dépassent pas 100 mètres carrés par bien ;
  5° les constructions sont situées à au moins cinq mètres des limites latérales et arrières de la parcelle ;
  6° la hauteur des constructions ne dépasse pas dix mètres ;
  7° les constructions ne sont pas désalignées ;
  8° les actes ne vont pas de pair avec un déboisement ;
  9° les actes ne sont pas contraires aux prescriptions urbanistiques. ".
Art. 17. In artikel 6.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2° worden de woorden "het agentschap voor Natuur en Bos" vervangen door de woorden "de burgemeester";
  2° een punt 4° tot en met 7° worden toegevoegd, die luiden als volgt:
  "4° het vellen van hoogstammige bomen die deel uitmaken van systemen voor grondgebruik waarbij de teelt van bomen wordt gecombineerd met landbouw op dezelfde grond, toegepast op een perceel landbouwgrond als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid en waarvan de aanmelding via de verzamelaanvraag en het aanplanten van de bomen is gedaan na 1 juni 2012;
  5° het vellen van hoogstammige bomen die geen deel uitmaken van een bos, door of op verzoek van de leidingbeheerder:
  a) in de beschermde of voorbehouden zone aan weerszijden van bestaande ondergrondse vervoersinstallaties voor gas of vloeistof;
  b) in de veiligheidsstrook van 25 meter aan weerszijden van bestaande bovengrondse hoogspanningslijnen;
  c) in de veiligheidsstrook van vijf meter aan weerszijden van bestaande ondergrondse hoogspanningslijnen;
  6° het vellen van hoogstammige bomen die geen deel uitmaken van een bos, door of op verzoek van de spoorwegbeheerder, in toepassing van artikel 2 en 4 van de wet van 15 april 1843 op de politie der spoorwegen, als aan een van volgende voorwaarden is voldaan:
  a) de hoogstammige bomen zijn gelegen binnen een ruimte van twintig meter van de vrije rand van de bestaande spoorweg;
  b) de hoogstammige bomen zijn hoger dan de afstand tussen de voet van de boom en de vrije rand van de bestaande spoorweg;
  7° het vellen van hoogstammige bomen die geen deel uitmaken van een bos, op openbaar domein, mits in de onmiddellijke omgeving in het eerstvolgende plantseizoen een heraanplanting gebeurt.".
Art. 17. Dans l'article 6.1 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point 2°, les mots " l'Agence de la Nature et des Forêts " sont remplacés par les mots " le bourgmestre " ;
  1° il est ajouté les points 4° à 7° inclus, ainsi rédigés :
  " 4° l'abattage d'arbres à haute tige faisant partie de systèmes d'utilisation des terres par laquelle la culture d'arbres est combinée avec l'agriculture à la même terre agricole, appliquée à une parcelle de terre agricole telle que visée à l'article 2, 12°, du décret du 22 décembre 2006 portant création d'une identification commune d'agriculteurs, d'exploitations et de terres agricoles dans le cadre de la politique relative aux engrais et de la politique de l'agriculture et dont la notification par le biais de la demande unique et la plantation d'arbres est faite après le 1er juin 2012 ;
  5° l'abattage d'arbres à haute tige ne faisant pas partie d'une forêt, par ou sur demande du gestionnaire de canalisations :
  a) dans la zone protégée ou réservée de part et d'autre des installations de transport souterraines existantes pour gaz ou liquides ;
  b) dans la bande de sécurité de 25 mètres de part et d'autre de lignes électriques aériennes à haute tension existantes ;
  c) dans la bande de sécurité de cinq mètres de part et d'autre de lignes électriques souterraines à haute tension existantes ;
  6° l'abattage d'arbres à haute tige ne faisant pas partie d'une forêt, par ou sur demande du gestionnaire des chemins de fer, en application des articles 2 et 4 de la loi du 15 avril 1843 sur la police des chemins de fer, lorsqu'il est répondu à l'une des conditions suivantes :
  a) les arbres à haute tige sont situés dans un espace de vingt mètres du bord libre de la voie ferrée existante ;
  b) les arbres à haute tige sont plus hauts que la distance entre la base de l'arbre et le bord libre de la voie ferrée existante ;
  7° l'abattage d'arbres à haute tige ne faisant pas partie d'une forêt, sur le domaine public, à condition qu'un reboisement s'effectue dans l'environnement immédiat dans la première saison des plantations suivantes. ".
Art. 18. Artikel 6.2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 6.2. Een stedenbouwkundige vergunning is niet nodig voor volgende handelingen:
  1° het aanleggen of herinrichten van perceelsopritten en perceelsovergangen, inclusief de eventueel hiervoor strikt noodzakelijke inbuizing van grachten;
  2° het aanleggen, inbuizen, openleggen, herprofileren of geheel of gedeeltelijk dempen van grachten voor de detailontwatering van een gebied, voor zover de bodem van de aan te leggen grachten niet dieper is dan 1,5 meter, gemeten vanaf het maaiveld;
  3° het uitvoeren van reliëfwijzigingen van minder dan een meter die de aard en de functie van het terrein niet wijzigen;
  4° het plaatsen of herinrichten van kleinschalige toeristisch-recreatieve infrastructuur zoals zitbanken, picknicktafels, vuilbakken, fietsenrekken, speeltoestellen, infopanelen en infokiosken;
  5° het plaatsen of herinrichten van kleinschalige faunavoorzieningen;
  6° het aanleggen of herinrichten van infiltratie- of buffervoorzieningen met een maximale oppervlakte van 100 vierkante meter;
  7° het aanleggen of herinrichten van poelen in functie van natuur- of landschapsbeheer met een maximale oppervlakte van 100 vierkante meter.
  De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, geldt alleen voor handelingen ter uitvoering van:
  1° een ingesteld landinrichtingsproject als vermeld in artikel 3.1.1 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting;
  2° een ingesteld natuurinrichtingsproject als vermeld in artikel 47 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
  3° een vastgestelde inrichtingsnota als vermeld in artikel 4.2.1 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting;
  4° een project als vermeld in artikel 7.2.5 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting;
  5° een nuttig verklaarde ruilverkaveling met toepassing van artikel 11 van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet;
  6° een ingestelde gebruiksruil of daarop volgende ruilverkaveling met toepassing van artikel 2 van de wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken;
  7° een nuttig verklaarde ruilverkaveling met toepassing van artikel 14 van de wet van 10 januari 1978 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen in der minne;
  8° een goedgekeurd beheersplan op basis van artikel 43 van het Bosdecreet van 13 juni 1990;
  9° een goedgekeurd beheersplan op basis van artikel 34 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
  10° een goedgekeurd beheersplan zoals bedoeld in artikel 8.1.1. of artikel 8.1.3. van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.".
Art. 18. L'article 6.2 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6.2. Une autorisation urbanistique n'est pas requise pour les actes suivants :
  1° l'aménagement ou le réaménagement d'accès et de passages de parcelles, y compris la canalisation de fossés, éventuellement strictement indispensable à ce sujet ;
  2° l'aménagement, la canalisation, l'ouverture, le reprofilage ou le comblement partiel ou entier de fossés en vue du drainage en détail d'une zone, pour autant que le fond des fossés à aménager n'est pas plus profond que 1,50 m à compter à partir du niveau du sol ;
  3° effectuer des modifications du relief de moins d'un mètre qui ne sont pas de nature à modifier la nature et la fonction du terrain ;
  4° la pose ou le réaménagement d'infrastructure touristico-récréative à petite échelle telle que des bancs, tables de pique-nique, poubelles, râteliers à vélos, stations de jeux, panneaux et kiosques d'information ;
  5° la pose ou le réaménagement d'équipements pour la petite faune ;
  6° l'aménagement ou le réaménagement de systèmes d'infiltration ou tampons ayant une superficie d'au maximum 100 mètres carrés ;
  7° l'aménagement ou le réaménagement de mares en fonction de la gestion de la nature ou du paysage, ayant une superficie d'au maximum 100 mètres carrés.
  L'exemption, visée à l'alinéa premier, s'applique uniquement aux actes en exécution :
  1° d'un projet de rénovation rurale tel que visé à l'article 3.1.1 du décret du 28 mars 2014 relatif à la rénovation rurale ;
  2° d'un projet d'aménagement de la nature en cours tel que visé à l'article 47 du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel ;
  3° d'une note d'aménagement élaborée telle que visée à l'article 4.2, 1° du décret du 28 mars 2014 relatif à la rénovation rurale ;
  4° d'un projet tel que visé à l'article 7.2.5 du décret du 28 mars 2014 relatif à la rénovation rurale ;
  5° d'un remembrement d'intérêt public en application de l'article 11 de la loi du 22 juillet 1970 relative au remembrement légal de biens ruraux ;
  6° d'un échange d'exploitation instauré ou un remembrement suivant en application de l'article 2 de la loi du 12 juillet 1976 portant des mesures particulières en matière de remembrement légal de biens ruraux lors de l'exécution de grands travaux d'infrastructure ;
  7° d'un remembrement d'intérêt public en application de l'article 14 de la loi du 10 janvier 1978 portant des mesures particulières en matière de remembrement à l'amiable de biens ruraux ;
  8° d'un plan de gestion approuvé sur la base de l'article 43 du Décret forestier du 13 juin 1990 ;
  9° d'un plan de gestion approuvé sur la base de l'article 34 du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel ;
  10° d'un plan de gestion approuvé tel que visé à l'article 8.1.1. ou 8.1.3 du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. ".
Art. 19. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 februari 2015, wordt een artikel 6.3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 6.3 Een stedenbouwkundige vergunning of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor het louter door uitgraving aanleggen van een veedrinkpoel met een maximale oppervlakte van 100 vierkante meter.".
Art. 19. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 février 2015, il est inséré un article 6.3, rédigé comme suit :
  " Art. 6.3 Une autorisation urbanistique ou un permis d'environnement pour les actes urbanistes ne sont pas requis pour l'aménagement par excavation d'une mare ayant une superficie de 100 mètres carrés au maximum. ".
Art. 20. In artikel 7.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan de bestaande zin worden de volgende woorden toegevoegd: "of als die handelingen plaatsvinden op openbaar domein";
  2° een tweede lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Een stedenbouwkundige vergunning of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor de tijdelijke plaatsing van verplaatsbare constructies tijdens de uitvoering van vergunde verbouwingen of herbouwingen van gebouwen als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° de constructies worden gebruikt om functies in onder te brengen die door de uitvoering van de werken niet meer kunnen plaatsvinden in de te verbouwen of herbouwen gebouwen;
  2° de constructies worden niet langer dan twee jaar geplaatst;
  3° de maximale hoogte is beperkt tot 3,5 meter;
  4° de constructies worden verwijderd binnen dertig dagen nadat de vergunde verbouwde of herbouwde gebouwen in gebruik zijn genomen.".
Art. 20. Dans l'article 7.1 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° la phrase existante est complétée par les mots suivants : " ou lorsque ces actes se situent sur le domaine public " ;
  2° il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
  " Une autorisation urbanistique ou un permis d'environnement pour les actes urbanistiques ne sont pas requis pour la pose temporaire de constructions mobiles lors de l'exécution de transformations ou de reconstructions autorisées de bâtiments lorsqu'il est satisfait à toutes les conditions suivantes :
  1° les constructions sont utilisées pour y héberger des fonctions qui ne peuvent plus avoir lieu dans les bâtiments à transformer ou à reconstruire à cause de l'exécution des travaux ;
  2° les constructions sont posées pour une durée de deux ans au maximum ;
  3° la hauteur maximale est limitée à 3,5 mètres ;
  4° les constructions sont enlevées dans les trente jours après la mise en service des bâtiments autorisés transformés ou reconstruits. ".
Art. 21. In artikel 7.2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 januari 2014, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° op hetzelfde goed wordt een maximale duur van vier periodes van dertig aaneengesloten dagen per kalenderjaar niet overschreden. Op de eerste dag van de plaatsing van de constructie begint de periode van dertig dagen te lopen, ongeacht of de constructie de volle dertig dagen geplaatst blijft. De periodes van dertig dagen kunnen aaneengesloten zijn, maar overlappen elkaar niet;".
Art. 21. Dans l'article 7.2 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 janvier 2014, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° sur le même bien, une durée maximale de quatre périodes de trente jours consécutifs par année calendaire n'est pas dépassée. La période de trente jours prend cours au premier jour de l'installation de la construction, que la construction reste installée pendant la période entière de trente jours ou non. Les périodes de trente jours peuvent être ininterrompues, mais elles ne se chevauchent pas ; ".
Art. 22. Artikel 7.3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 7.3. Een stedenbouwkundige vergunning is niet nodig voor een tijdelijke wijziging van de hoofdfunctie van een bestaand, hoofdzakelijk vergund of vergund geacht gebouw, als de tijdelijke functiewijziging een maximale duur van vier periodes van dertig aaneengesloten dagen per kalenderjaar niet overschrijdt. Op de eerste dag van de functiewijziging begint de periode van dertig dagen te lopen, ongeacht of de functiewijziging de volle dertig dagen gebeurt. De periodes van dertig dagen kunnen aaneengesloten zijn, maar overlappen elkaar niet.
  Een stedenbouwkundige vergunning is niet nodig voor een tijdelijke wijziging van de hoofdfunctie van een bestaand, hoofdzakelijk vergund of vergund geacht gebouw, waar op regelmatige basis aan jeugdwerk wordt gedaan, naar tijdelijke overnachtingsplaats voor jeugd, als aan al volgende voorwaarden is voldaan:
  1° het jeugdwerk wordt georganiseerd door een lokaal jeugdwerkinitiatief als bedoeld in artikel 9, § 3, tweede lid, van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid;
  2° het lokaal jeugdwerkinitiatief is aangesloten bij een landelijk georganiseerde jeugdvereniging, erkend met toepassing van artikel 9, § 2, van het voormelde decreet;
  3° het jeugdwerk wordt voornamelijk georganiseerd voor jongeren tot en met zestien jaar.".
Art. 22. L'article 7.3 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 7.3. Une autorisation urbanistique n'est pas requise pour une modification temporaire de la fonction principale d'un bâtiment existant, principalement autorisé ou censé autorisé, lorsqu'une durée maximale de quatre périodes de trente jours consécutifs par année calendaire par an n'est pas dépassée suite à la modification de fonction temporaire. La période de trente jours prend cours au premier jour de la modification de fonction, que la modification de fonction ait lieu pendant la période entière de trente jours ou non. Les périodes de trente jours peuvent être ininterrompues, mais elles ne se chevauchent pas.
  Une autorisation urbanistique n'est pas requise pour une modification temporaire de la fonction principale d'un bâtiment existant, principalement autorisé ou censé autorisé, où l'animation des jeunes est organisée de façon régulière, vers un établissement d'hébergement temporaire pour la jeunesse, lorsqu'il est satisfait à toutes les conditions suivantes :
  1° l'animation des jeunes est organisée par une initiative locale d'animation des jeunes telle que visée à l'article 9, § 3, alinéa deux, du décret du 20 janvier 2012 relatif à une politique rénovée des droits de l'enfant et de la jeunesse ;
  2° l'initiative locale d'animation des jeunes est affiliée à une association de jeunes régionale, agréée en application de l'article 9, § 2, du décret précité ;
  3° l'animation des jeunes est principalement organisée pour des jeunes jusqu'à l'âge de seize ans. ".
Art. 23. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 februari 2015, wordt een artikel 7.5 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 7.5. Een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor het tijdelijk gebruiken van een terrein om op te kamperen in het kader van een evenement of door georganiseerde groepen kampeerders die onder toezicht van een of meer begeleiders staan als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° een maximale duur van vier periodes van dertig aaneengesloten dagen per kalenderjaar wordt niet overschreden. Op de eerste dag van het gebruik begint de periode van dertig dagen te lopen, ongeacht of het gebruik de volle dertig dagen gebeurt. De periodes van dertig dagen kunnen aaneengesloten zijn, maar overlappen elkaar niet;
  2° het terrein ligt niet in een ruimtelijk kwetsbaar gebied, niet zijnde parkgebied;
  3° het gebruik brengt de verwezenlijking van de algemene bestemming van het gebied niet in het gedrang;
  4° het gebruik gaat niet gepaard met een ontbossing, een wijziging van vegetatie of kleine landschapselementen, een aanmerkelijke reliëfwijziging of een wijziging van waterlichamen.".
Art. 23. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 février 2015, il est inséré un article 7.5, rédigé comme suit :
  " Art. 7.5. Une autorisation urbanistique ou un permis d'environnement pour les actes urbanistiques ne sont pas requis pour l'usage temporaire d'un terrain pour y camper dans le cadre d'un événement ou par des groupes organisés de campeurs qui sont soumis au contrôle d'un ou plusieurs accompagnateurs lorsqu'il est satisfait à toutes les conditions suivantes :
  1° une durée maximale de quatre périodes de trente jours consécutifs par année calendaire n'est pas dépassée. La période de trente jours prend cours au premier jour de l'usage, que le terrain soit utilisé pendant la période entière de trente jours ou non. Les périodes de trente jours peuvent être ininterrompues, mais elles ne se chevauchent pas ;
  2° le terrain n'est pas situé dans une zone vulnérable d'un point de vue spatial, à l'exception des zones de parc ;
  3° l'usage ne compromet pas la réalisation de l'affectation générale de la zone ;
  4° l'usage ne va pas de pair avec un déboisement, une modification de végétation ou d'autres éléments paysagers, une modification de relief significative ou une modification de masses d'eau. ".
Art. 24. In artikel 8.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de aanhef worden tussen de woorden "de volgende" en het woord "terreinen" de woorden "al dan niet omheinde" toegevoegd;
  2° in punt 7° worden tussen de woorden "terreinen met" en het woord "installaties" de woorden "ondergrondse of bovengrondse" toegevoegd;
  3° er wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "9° dienstenzones langs autosnelwegen.".
Art. 24. Dans l'article 8.1 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° Dans l'intitulé, les mots " entourés d'une clôture ou non " sont insérés entre les mots " des terrains suivants, " et le mot " lorsque " ;
  2° 1° dans le point 7° les mots " souterrains ou en surface " sont insérés entre le mot " terrains " et les mots " sur lesquels se situent " ;
  3° il est ajouté un point 9°, rédigé comme suit :
  " 9° les zones de service le long des autoroutes. ".
Art. 25. In artikel 8.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 januari 2014 en 27 februari 2015, worden punten 4°, 7° en 8° opgeheven.
Art. 25. Dans l'article 8.2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 janvier 2014 et 27 février 2015, les points 4°, 7° et 8° sont abrogés.
Art. 26. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de inleidende zin wordt vervangen door wat volgt:
  "Alleen voor de plaatsing van volgende publiciteitsinrichtingen is geen stedenbouwkundige vergunning nodig:";
  2° in punt 1° wordt het woord "uithangborden" vervangen door de woorden "zaakgebonden publiciteit".
Art. 26. Dans l'article 9 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° la phrase introductive est remplacée par :
  " L'exemption d'autorisation urbanistique vaut uniquement pour les aménagements publicitaires suivants : " ;
  2° 1° dans le point 1°, les mots " d'enseignes " sont remplacés par les mots " de publicité liée aux affaires ".
Art. 27. In artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 november 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan punt 4° wordt de volgende zinsnede toegevoegd:
  ", zoals installaties voor het transport of de distributie van drinkwater, afvalwater, elektriciteit, aardgas en andere nutsvoorzieningen;";
  2° er wordt een punt 12° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "12° de plaatsing van glasbollen, kledingcontainers en andere boven- of ondergrondse houders voor de selectieve verzameling en ophaling van afval, als de gezamenlijke oppervlakte kleiner is dan twintig vierkante meter.".
Art. 27. Dans l'article 10 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 novembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 4° est complété par le membre de phrase suivant :
  ", tels que les installations pour le transport ou la distribution d'eau potable, d'eaux usées, d'électricité, de gaz naturel et d'autres équipements utilitaires ; " ;
  2° il est ajouté un point 12°, rédigé comme suit :
  12° la pose de conteneurs à verre, à vêtements et autres conteneurs de surface et souterrains en vue d'une collection sélective de déchets, pour autant que la superficie commune est inférieure à vingt mètres carrés ;
Art. 28. In artikel 11.5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° en 2° worden vervangen door wat volgt:
  "1° het op dezelfde plaats geheel of gedeeltelijk vervangen van een vergunde pyloon of mast door een nieuwe pyloon of mast die even hoog is of lager, en die er kennelijk hetzelfde uitziet als de vergunde pyloon of mast;
  2° het op dezelfde plaats geheel of gedeeltelijk vervangen van een vergunde windturbine voor de productie van elektriciteit door een nieuwe windturbine die even hoog is of lager, en met wieken die even lang zijn of korter, en die er kennelijk hetzelfde uitziet als de vergunde windturbine;";
  2° in het punt 3° wordt het woord "technische" telkens opgeheven.
Art. 28. Dans l'article 11.5 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° les points 1° et 2° sont remplacés par ce qui suit :
  " 1° remplacer entièrement ou partiellement au même endroit un pylône ou un mât autorisé par un nouveau pylône ou mât d'une même hauteur ou moins haut, et dont l'apparence ressemble manifestement à celle du pylône ou du mât autorisé ;
  2° remplacer entièrement ou partiellement au même endroit une éolienne autorisée pour la production d'électricité autorisée par une nouvelle éolienne d'une même hauteur ou moins haute, ayant des ailes d'une même longueur ou plus courtes, et dont l'apparence ressemble manifestement à celle de l'éolienne autorisée ; " ;
  2° dans le point 3° le mot " technique " est chaque fois supprimé.
Art. 29. In artikel 12.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt:
  "2° de plaatsing van een installatie voor telecommunicatie aan de buitenkant van bestaande gebouwen of constructies, in de kleur van de gevel of de constructie, of in een neutrale, onopvallende kleur, als de installatie niet boven het gebouw of de constructie uitsteekt;";
  2° er wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "8° de plaatsing op de grond van installaties met een maximaal volume van 2,5 kubieke meter per openbare telecommunicatie-operator.".
Art. 29. Dans l'article 12.1 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° la pose d'une installation pour les télécommunications à l'extérieur de bâtiments ou de constructions existants, en la même couleur que celle de la façade ou en une couleur neutre, discrète, lorsque l'installation ne dépasse pas le faite du bâtiment ou de la construction ; " ;
  2° il est ajouté un point 8°, rédigé comme suit :
  " 8° la pose sur le sol d'installations ayant un volume maximum de 2,5 mètres cubes par opérateur public de télécommunications. ".
Art. 30. In artikel 12.3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "technische" wordt telkens opgeheven;
  2° tussen het woord "installatie" en de woorden "op elk punt kleiner is dan de afstand tot de dakrand" worden de woorden "boven de dakrand" ingevoegd.
Art. 30. Dans l'article 12.3 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le mot " technique " est chaque fois supprimé ;
  2° Les mots " dépassant la rive de toit " sont insérés entre le mot " technique " et les mots " est à chaque endroit inférieure à la distance par rapport à la rive de toit ".
Art. 31. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 februari 2015, wordt een artikel 12.4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 12.4. Een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor de plaatsing van communicatiekabels, leidingen en bijbehorende aanhorigheden zoals aansluitdozen aan de buitenkant van bestaande gebouwen, in de kleur van de gevel of in een neutrale, onopvallende kleur, als de installatie niet boven het gebouw of de constructie uitsteekt.".
Art. 31. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 février 2015, il est inséré un article 12.4, rédigé comme suit :
  " Art. 12.4. Une autorisation urbanistique ou un permis d'environnement pour les actes urbanistiques ne sont pas requis pour la pose de câbles, de canalisations et de dépendances y afférentes, telles que des boîtes de raccordement à l'extérieur de bâtiments existants, en la même couleur que celle de la façade ou en une couleur neutre, discrète, lorsque l'installation ne dépasse pas le faite du bâtiment ou de la construction. ".
Art. 32. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 februari 2015, wordt een hoofdstuk 12/1, dat bestaat uit artikel 12/1.1, ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk 12/1. Reliëfwijzigingen.
  Art. 12/1.1. Een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor reliëfwijzigingen als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° het terrein ligt niet in ruimtelijk kwetsbaar, erosiegevoelig of mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied;
  2° de aard of functie van het terrein wijzigt niet;
  3° het volume van de reliëfwijziging is kleiner dan dertig kubieke meter per goed;
  4° de hoogte of diepte van de reliëfwijziging is op elk punt kleiner dan een halve meter;
  5° de reliëfwijziging strekt niet tot het geheel of gedeeltelijk dempen van grachten of waterlopen.".
Art. 32. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 février 2015, il est inséré un chapitre 12/1, comprenant un article 12/1.1, rédigé comme suit :
  " Chapitre 12/1. Modifications du relief.
  Art. 12/1.1. Une autorisation urbanistique ou un permis d'environnement pour les actes urbanistiques ne sont pas requis pour les modifications du relief lorsqu'il est satisfait à toutes les conditions suivantes :
  1° le terrain n'est pas situé dans une zone vulnérable d'un point de vue spatial, une zone sensible à l'érosion ou une zone effectivement ou probablement sensible aux inondations ;
  2° la nature ou la fonction du terrain ne modifie pas ;
  3° le volume de la modification du relief est inférieure à trente mètres cubes par bien ;
  4° la hauteur ou la profondeur de la modification du relief est à chaque point inférieur à un demi-mètre ;
  5° la modification du relief ne vise pas le reprofilage ou le comblement partiel ou entier de fossés et cours d'eau. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 relatif aux actes soumis à l'obligation de déclaration en exécution du Code flamand de l'Aménagement du Territoire
Art. 33. Artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 5. § 1. Voor de plaatsing van constructies wordt de vergunningsplicht vervangen door een verplichte melding als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
  1° het betreft geen gebouwen of verhardingen;
  2° de constructies staan in functie van de bestaande industrie en bedrijvigheid;
  3° de constructies worden opgericht binnen een straal van vijftig meter van een hoofdzakelijk vergund of vergund geacht gebouw of hoofdzakelijk vergund of vergund geachte verharding;
  4° de constructies zijn niet hoger dan twintig meter;
  5° de van vergunning vrijgestelde en gemelde constructies samen zijn niet groter dan 300 vierkante meter;
  6° de constructies liggen op minstens:
  a) dertig meter van een woongebied in de ruime zin en van een ruimtelijk kwetsbaar gebied, niet zijnde parkgebied;
  b) vijf meter van alle perceelsgrenzen;
  7° de bereikbaarheid voor hulpdienstvoertuigen met inbegrip van brandweerwagens mag niet verminderd worden.
  § 2. Voor het aanleggen of uitbreiden van verhardingen wordt de vergunningsplicht vervangen door een verplichte melding als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
  1° de verhardingen staan in functie van de bestaande industrie en bedrijvigheid;
  2° voor de plaats waar de verhardingen worden aangelegd bestaat een bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan;
  3° de verhardingen worden opgericht binnen een straal van vijftig meter van een hoofdzakelijk vergund of vergund geacht gebouw of hoofdzakelijk vergund of vergund geachte verharding;
  4° de grondoppervlakte van de van vergunning vrijgestelde en gemelde verhardingen samen is niet groter dan 500 vierkante meter en maximaal 100 percent van de reeds vergunde grondoppervlakte van de verharding;
  5° de verhardingen liggen op minstens:
  a) tien meter van een woongebied in de ruime zin en van een ruimtelijk kwetsbaar gebied, niet zijnde parkgebied;
  b) drie meter van alle perceelsgrenzen.
  § 3. Voor het oprichten van gebouwen wordt de vergunningsplicht vervangen door een verplichte melding als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
  1° het gebouw heeft de functie industrie en bedrijvigheid, staat in relatie tot de bestaande industrie en bedrijvigheid en betreft geen bedrijfswoning;
  2° voor de plaats waar het gebouw wordt opgericht bestaat een bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan;
  3° het gebouw ligt binnen een straal van vijftig meter van een hoofdzakelijk vergund of vergund geacht gebouw;
  4° in het geval het gebouw aangebouwd wordt aan een bestaand, vergund geacht of vergund gebouw, blijven de voorwaarden met betrekking tot brandcompartimentering van toepassing; zoniet bedraagt de afstand tussen het gebouw en andere gebouwen minstens vijf meter;
  5° de grondoppervlakte van de vergunningsvrije en gemelde gebouwen samen is niet groter dan 500 vierkante meter en maximaal 100 percent van de reeds vergunde grondoppervlakte van de gebouwen;
  6° het gebouw ligt op minstens:
  a) dertig meter van een woongebied in de ruime zin en van een ruimtelijk kwetsbaar gebied, niet zijnde parkgebied;
  b) vijf meter van alle perceelsgrenzen;
  7° het gebouw is niet hoger dan één bouwlaag en dan twintig meter;
  8° de bereikbaarheid voor hulpdienstvoertuigen met inbegrip van brandweerwagens mag niet verminderd worden;
  9° de brandbelasting van het gebouw bedraagt minder dan 350 MJ/m2.
  § 4. De regeling, vermeld in de paragrafen 1, 2 en 3, geldt alleen als de handelingen voldoen aan al de volgende voorwaarden:
  1° ze liggen binnen de grenzen van de zeehavens van Oostende, Zeebrugge, Gent en Antwerpen, zoals afgebakend in een ruimtelijk uitvoeringsplan of bij gebrek daaraan, afgebakend conform artikel 3 van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens;
  2° ze liggen niet voor de rooilijn;
  3° ze gaan niet gepaard met een ontbossing;
  4° ze zijn niet strijdig met stedenbouwkundige voorschriften.".
Art. 33. L'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 relatif aux actes soumis à l'obligation de déclaration en exécution du Code flamand de l'Aménagement du Territoire est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5. § 1er. Pour la pose de constructions, l'obligation d'autorisation est remplacée par une déclaration obligatoire lorsqu'il est satisfait à toutes les conditions suivantes :
  1° il ne s'agit pas de bâtiments ou de revêtements ;
  2° les constructions sont en fonction de l'industrie et l'activité existantes ;
  3° les constructions sont réalisées dans un rayon de cinquante mètres d'un bâtiment principalement autorisé ou censé autorisé ou d'un revêtement principalement autorisé ou censé autorisé ;
  4° la hauteur des constructions est limitée à vingt mètres ;
  5° les constructions exemptées de l'obligation d'autorisation et les constructions déclarées ne dépassent pas 300 mètres carrés ;
  6° les constructions sont situées à au moins :
  a) trente mètres d'une zone d'habitat au sens large et d'une zone vulnérable d'un point de vue spatial, à l'exception des zones de parc ;
  b) cinq mètres de toutes les limites de la parcelle ;
  7° l'accessibilité pour les véhicules des services de secours y compris les véhicules de pompiers ne peut pas être limitée.
  § 2. Pour la construction ou l'extension de revêtements, l'obligation d'autorisation est remplacée par une déclaration obligatoire lorsqu'il est satisfait à toutes les conditions suivantes :
  1° les revêtements sont en fonction de l'industrie et l'activité existantes ;
  2° Il existe un plan particulier d'aménagement ou un plan d'exécution spatial pour l'endroit où les revêtements sont aménagés ;
  3° les revêtements sont réalisés dans un rayon de cinquante mètres d'un bâtiment principalement autorisé ou censé autorisé ou d'un revêtement principalement autorisé ou censé autorisé ;
  4° la surface au sol des revêtements exemptés d'autorisation et des revêtements déclarés ne dépasse pas 500 mètres carrés et au maximum 100 pour cent de la surface au sol du revêtement déjà autorisée ;
  5° les revêtements sont situés à au moins :
  a) dix mètres d'une zone d'habitat au sens large et d'une zone vulnérable d'un point de vue spatial, à l'exception des zones de parc ;
  b) trois mètres de toutes les limites de la parcelle.
  § 3. Pour la construction de bâtiments l'obligation de déclaration est remplacée par une déclaration obligatoire lorsqu'il est satisfait à toutes les conditions suivantes :
  1° le bâtiment a la fonction `industrie et activité', a trait à l'industrie et l'activité existantes et il ne s'agit pas d'une habitation de l'entreprise ;
  2° pour le site où le bâtiment est construit il existe un plan particulier d'aménagement ou un plan d'exécution spatial ;
  3° le bâtiment est situé dans un rayon de cinquante mètres d'un bâtiment principalement autorisé ou censé autorisé ;
  4° au cas où le bâtiment est construit contre un bâtiment existant, censé autorisé ou autorisé, les conditions relatives au compartimentage coupe-feu restent d'application ; sinon, la distance entre le bâtiment et les autres bâtiments est au moins cinq mètres ;
  5° la surface au sol des bâtiments exemptés d'autorisation et des bâtiments déclarés ne dépasse pas 500 mètres carrés et au maximum 100 pour cent de la surface au sol déjà autorisée des bâtiments ;
  6° le bâtiment est situé au moins à :
  a) trente mètres d'une zone d'habitat au sens large et d'une zone vulnérable d'un point de vue spatial, à l'exception des zones de parc ;
  b) cinq mètres de toutes les limites de la parcelle ;
  7° la hauteur du bâtiment est limité à un niveau de construction et à vingt mètres ;
  8° l'accessibilité pour les véhicules des services de secours y compris les véhicules de pompiers ne peut pas être limitée ;
  9° la charge d'incendie du bâtiment s'élève à moins de 350MJ/m2.
  § 4. Le règlement, visé aux paragraphes 1er, 2 et 3 vaut uniquement lorsque les actes remplissent toutes les conditions suivantes :
  1° ils sont situés dans les limites des ports maritimes d'Ostende, de Zeebruges, de Gand et d'Anvers, tels que délimités dans un plan d'exécution spatial ou, à défaut, délimités conformément à l'article 3 du décret du 2 mars 1999 portant sur la politique et la gestion des ports maritimes ;
  2° ils ne sont pas désalignés ;
  3° ils ne vont pas de pair avec un déboisement ;
  4° ils ne sont pas contraires aux prescriptions urbanistiques. ".
Art. 34. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013, 16 mei 2014 en 27 februari 2015 en bij ministerieel besluit van 6 januari 2016, wordt een artikel 5/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Artikel 5/1. § 1. Voor het opsplitsen van een woning of voor het wijzigen in een gebouw van het aantal woongelegenheden die hoofdzakelijk bestemd zijn voor de huisvesting van een gezin of een alleenstaande, ongeacht of het gaat om een eengezinswoning, een etagewoning, een flatgebouw, een studio of een al dan niet gemeubileerde kamer, wordt de vergunningsplicht vervangen door een verplichte melding als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
  1° in een bestaande woning wordt één ondergeschikte wooneenheid gecreëerd;
  2° de ondergeschikte wooneenheid vormt één fysiek geheel met de hoofdwooneenheid;
  3° de ondergeschikte wooneenheid, daaronder niet begrepen de met de hoofdwooneenheid gedeelde ruimten, maakt maximaal één derde uit van het bouwvolume van de volledige woning;
  4° de creatie van de ondergeschikte wooneenheid gebeurt met het oog op het huisvesten van:
  a) hetzij asielzoekers en vluchtelingen die op grond van artikel 6, § 1, vierde lid, en artikel 8, § 1, van de wet betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen van 12 januari 2007 de opvang van Fedasil moeten verlaten;
  b) hetzij burgers wiens woning onbewoonbaar is geworden door onvoorziene omstandigheden;
  5° de huisvesting is tijdelijk voor een totale duur van maximaal drie jaar per goed;
  6° de eigendom, of ten minste de blote eigendom, op de hoofd- en de ondergeschikte wooneenheid berust bij dezelfde titularis of titularissen.
  § 2. Het beëindigen van het opsplitsen van een woning of het wijzigen in een gebouw van het aantal woongelegenheden, bedoeld in paragraaf 1, is eveneens meldingsplichtig.".
Art. 34. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 12 juillet 2013, 16 mai 2014 et 27 février 2015 et par l'arrêté ministériel du 6 janvier 2016, il est inséré un article 5/1, rédigé comme suit :
  " Article 5/1. § 1er. Pour la subdivision d'une habitation ou pour la modification du nombre de logements dans un bâtiment qui sont principalement destinés au logement d'une famille ou d'une personne isolée, qu'il s'agit d'une maison unifamiliale, une habitation à étages, un appartement, un studio ou une chambre meublée ou non, l'obligation d'autorisation est remplacée par une déclaration obligatoire lorsqu'il est satisfait à toutes les conditions suivantes :
  1° une unité de logement subordonnée est créée dans une habitation existante ;
  2° l'unité de logement subordonnée constitue un ensemble physique avec l'unité de logement principale ;
  3° l'unité de logement subordonnée, les espaces partagés avec l'unité de logement principale non compris, constitue au maximum un tiers du volume bâti de l'habitation entière ;
  4° la création d'une unité de logement subordonnée se fait en vue du logement :
  a) soit de demandeurs d'asile et de réfugiés qui doivent quitter l'accueil de Fedasil en vertu de l'article 6, § 1er, alinéa quatre, et l'article 8, § 1er, de la loi du 12 janvier 2007 sur l'accueil des demandeurs d'asile et de certaines autres catégories d'étrangers ;
  b) soit de citoyens dont l'habitation est devenue inhabitable en raison de circonstances imprévues ;
  5° le logement est temporaire pour une durée totale de trois ans par bien au maximum ;
  6° la propriété, ou au moins la nue-propriété, des unités de logement principales et subordonnées, est détenue par le même titulaire ou les mêmes titulaires.
  § 2. La fin de la subdivision d'une habitation ou la modification dans une habitation du nombre d'unités de logement, visée au paragraphe 1er, est également soumise à l'obligation de déclaration. ".
Art. 35. In hetzelfde besluit wordt een artikel 5/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 5/2. Voor het tijdelijk plaatsen van verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt en voor het tijdelijk plaatsen van verplaatsbare constructies die aan deze bewoning aanverwante functies herbergen, wordt de vergunningsplicht vervangen door een verplichte melding als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° de plaatsing gebeurt door of in opdracht van de overheid met het oog op het huisvesten van:
  a) hetzij asielzoekers en vluchtelingen die op grond van artikel 6, § 1, vierde lid, en artikel 8, § 1, van de wet betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen van 12 januari 2007 de opvang van Fedasil moeten verlaten;
  b) hetzij burgers wiens woning onbewoonbaar is geworden door onvoorziene omstandigheden;
  2° de plaatsing is tijdelijk voor een totale duur van maximaal:
  a) drie jaar per goed als het goed bestemd is als militair domein of als gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen;
  b) twee jaar per goed in alle andere gevallen;
  3° de verplaatsbare constructies hebben een gezamenlijke maximale oppervlakte van:
  c) 1000 vierkante meter per goed als het goed bestemd is als militair domein of als gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen;
  d) 500 vierkante meter per goed in alle andere gevallen;
  4° de plaatsing gebeurt niet in ruimtelijk kwetsbaar, erosiegevoelig of effectief overstromingsgevoelig gebied;
  5° de afstand tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal tien meter.".
Art. 35. Dans le même arrêté, il est inséré un article 5/2, rédigé comme suit :
  " Art. 5/2. Pour la pose temporaire de constructions mobiles qui peuvent être utilisées pour le logement et pour la pose temporaire de constructions mobiles hébergeant des fonctions connexes à ce logement, l'obligation d'autorisation est remplacée par une déclaration obligatoire lorsqu'il est satisfait à toutes les conditions suivantes :
  1° la pose se fait par ou par ordre des autorités en vue du logement :
  a) soit de demandeurs d'asile et de réfugiés qui doivent quitter l'accueil de Fedasil en vertu de l'article 6, § 1er, alinéa quatre, et l'article 8, § 1er, de la loi du 12 janvier 2007 sur l'accueil des demandeurs d'asile et de certaines autres catégories d'étrangers ;
  b) soit de citoyens dont l'habitation est devenue inhabitable en raison de circonstances imprévues ;
  2° la pose est temporaire pour une durée d'au maximum :
  a) trois ans lorsque le bien est répertorié comme domaine militaire ou comme zone d'équipements collectifs et services d'utilité publique ;
  b) deux ans par bien dans tous les autres cas ;
  3° les constructions mobiles ont une superficie commune maximale de :
  c) 1000 mètres carrés par bien lorsque le bien est répertorié comme domaine militaire ou comme zone d'équipements collectifs et services d'utilité publique ;
  d) 500 mètres carrés par bien dans tous les autres cas ;
  4° la pose ne se fait pas dans des zones vulnérables d'un point de vue spatial, des zones sensibles à l'érosion ou des zones effectivement sensibles aux inondations ;
  5° la distance aux limites de la parcelles est au moins dix mètres. ".
Art. 36. In artikel 7, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 en op te heffen bij besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "De melding, bedoeld in artikel 5/1 en artikel 5/2, wordt gedaan met het formulier, gevoegd als bijlage III bij dit besluit.".
Art. 36. Dans l'article 7, § 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 avril 2014 et à abroger par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015, il est inséré un alinéa entres les deuxième et troisième alinéas, rédigé comme suit :
  " La déclaration visée aux articles 5/1 et 5/2 se fait à l'aide du formulaire, joint en annexe III au présent arrêté. ".
Art. 37. Bijlage II bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage II, die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd.
  Bij hetzelfde besluit wordt een bijlage III gevoegd, die als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 37. L'annexe II au même arrêté est remplacée par l'annexe II, jointe en annexe 1re au présent arrêté.
  Dans le même arrêté, il est inséré une annexe III, jointe en annexe 2 au présent arrêté.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juillet 2013 établissant un règlement urbanistique régional concernant les citernes d'eaux pluviales, les systèmes d'infiltration, les systèmes tampons et l'évacuation séparée des eaux usées et pluviales
Art. 38. Artikel 10, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Als handelingen, vermeld in artikel 3, en niet bedoeld in artikel 4, verricht worden, moet voorzien worden in de plaatsing van een infiltratievoorziening volgens de bepalingen van dit besluit behalve als het goed kleiner is dan 250 vierkante meter.".
Art. 38. L'article 10, § 1er, de l'arrête du Gouvernement flamand du 5 juillet 2013 établissant un règlement urbanistique régional concernant les citernes d'eaux pluviales, les systèmes d'infiltration, les systèmes tampons et l'évacuation séparée des eaux usées et pluviales est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Lorsque des actes visés à l'article 3 en non visés à l'article 4, sont effectués, il faut prévoir l'installation d'un système d'infiltration conformément aux dispositions du présent arrêté, sauf si le bien est inférieur à 250 mètres carrés. ".
HOOFDSTUK 4. - Inwerkingtredingsbepaling
CHAPITRE 4. - Disposition d'entrée en vigueur
Art. 39. Dit besluit treedt in werking tien dagen na de publicatie in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 23, dat in werking treedt op de datum die door de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, wordt bepaald.
Art. 39. Le présent arrêté entre en vigueur dix jours après la publication au Moniteur belge, à l'exception de l'article 23, qui entre en vigueur à une date à fixer par le Ministre flamand, ayant l'aménagement du territoire du territoire dans ses attributions.
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 23 fixée au 01-04-2017 par AGF 2017-03-17/10, art. 37,3°)
Art. 40. De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 40. Le Ministre flamand ayant l'aménagement du territoire dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage II. - Melding van handelingen in zeehavengebied met toepassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 19-09-2016, p. 62830-62833)
Art. N1. Annexe II. - Déclaration d'actes accomplis en zone de port maritime en application du Code Flamand de l'Aménagement du Territoire
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 19-09-2016, p. 62847-62850
Art. N2. Bijlage III. - Melding inzake tijdelijk wonen
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 19-09-2016, p. 62834-62837)
Art. N2. Annexe III. - Déclaration relative au logement temporaire
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 19-09-2016, p. 62851-62854)