Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° de ordonnantie : de ordonnantie van 6 oktober 2016 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering;
2° de minister: de minister die bevoegd is voor stadsvernieuwing;
3° het bestuur : de directie van Gewestelijke Overheidsdienst belast met stadsvernieuwing;
4° transitwoning : de woning bedoeld in artikel 2, 22° van de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode;
5° solidaire woning : de woning bedoeld in artikel 2, 25° van de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode;
6° intergenerationele woning : het gebouw bedoeld in artikel 2, 26° van de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode;
7° Wijkbewoners : natuurlijke personen die hun woonplaats hebben in de in aanmerking komende perimeter of in de onmiddellijke omgeving ervan, evenals de vertegenwoordigers die door de rechtspersonen of verenigingen zijn aangesteld die hun maatschappelijke zetel of een exploitatiezetel hebben in deze perimeter of in de onmiddellijke omgeving ervan;
8° "studie" : de studie bedoeld in artikel 23, § 1 van de ordonnantie.
9° CAOG : Comité tot aankoop van onroerende goederen, de personeelsleden van Brussel Fiscaliteit bedoeld in artikel 4 van de ordonnantie van 23 juni 2016 betreffende de overname van de activiteiten van de Comités tot aankoop van onroerende goederen door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die de opdrachten uitvoeren bedoeld in artikelen 3 en 5 van deze ordonnantie;
10° Kostprijs : alle kosten met betrekking tot de te verhuren geconventioneerde woning die worden gedragen door een begunstigde of een investeerder, met inbegrip van de verwervingskosten, waarvan de realiteit kan worden gerechtvaardigd met bewijsstukken, met uitzondering van indirecte kosten;
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 NOVEMBER 2016. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de duurzame wijkcontracten(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-12-2016 en tekstbijwerking tot 30-03-2017)
Titre
24 NOVEMBRE 2016. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale relatif aux Contrats de quartier durable(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 05-12-2016 et mise à jour au 30-03-2017)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Handelingen, werken en acties di...
Afdeling 1. - Vastgoedoperaties bedoeld in arti...
Afdeling 2. - Vastgoedoperaties bedoeld in arti...
Afdeling 3. - Operaties betreffende de herwaard...
Afdeling 4. - Milieu-operaties bedoeld in artik...
Afdeling 5. - Acties van maatschappelijke en ec...
Afdeling 6. - Participatieve acties bedoeld in ...
Afdeling 7. - Coördinatie-, communicatie- en pa...
Afdeling 8. - Plafonnering van de subsidies voo...
HOOFDSTUK 3. - Participatie
Afdeling 1. - De wijkcommissie
Onderafdeling 1. - Samenstelling en werking
Onderafdeling 2. - Participatie in de opstellin...
Onderafdeling 3. - Participatie naar aanleiding...
Onderafdeling 4. - Participatie tijdens de uitv...
Onderafdeling 5. - Participatie tijdens de impl...
Afdeling 2. - De algemene wijkvergadering
Onderafdeling 1. - Participatie in de opstellin...
Onderafdeling 2. - Participatie naar aanleiding...
Onderafdeling 3. - Participatie tijdens de uitv...
Onderafdeling 4. - Participatie tijdens de impl...
Afdeling 3.-. Openbare onderzoeken
Afdeling 4. - Begeleidingscomités en Stuurcomités
HOOFDSTUK 4. - Subsidiëring en uitbetaling van ...
Afdeling 1. - Opstelling, wijziging en aanvulli...
Afdeling 2. - Valorisatie van de inbreng van on...
Afdeling 3. - Operaties bedoeld in artikel 21, ...
Onderafdeling 1. - Aan het bestuur te bezorgen ...
Onderafdeling 3. - Uitbetaling van de subsidies
Afdeling 4. - Operaties en acties bedoeld in ar...
Onderafdeling 1. - Aan het bestuur te bezorgen ...
Onderafdeling 2. - Uitbetaling van de subsidies
Afdeling 5. weigering van subsidiëring, hergebr...
HOOFDSTUK 5. - Verplichtingen ten laste van de ...
Afdeling 1. - Maatregelen voor het behoud van d...
Afdeling 2. - Voorwaarden betreffende de toegan...
Afdeling 3. - Overdracht van zakelijke rechten ...
Onderafdeling 1. - Overdrachten van de zakelijk...
Onderafdeling 2. - Voorwaarden betreffende de t...
Onderafdeling 3. - Voorwaarden betreffende de o...
Onderafdeling 4. - Voorwaarden voor toegang tot...
Afdeling 4. - Beheermaatregelen voor de buurtin...
HOOFDSTUK 6. - Periodieke rapporten
HOOFDSTUK 7. - Overgangs- en slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - Actes, travaux et actions pour le...
Section 1re. - Opérations immobilières visées à...
Section 2. - Opérations immobilières visées à l...
Section 3. - Opérations de requalification de l...
Section 4. - Opérations environnementales visée...
Section 5. - Actions de revitalisation sociétal...
Section 6. - Actions de participation visées à ...
Section 7. - Actions de coordination, de commun...
Section 8. - Plafonnement des subventionnements...
CHAPITRE 3. - Participation
Section 1. - La Commission de quartier
Sous-section 1. - Composition et mode de foncti...
Sous-section 2. Participation à l'occasion de l...
Sous-section 3. - Participation à l'occasion de...
Sous-section 4. - Participation pendant l'exécu...
Sous-section 5. - Participation pendant la mise...
Section 2. - L'assemblée générale de quartier
Sous-section 1. - Participation à l'occasion de...
Sous-section 2. - Participation à l'occasion de...
Sous-section 3. - Participation pendant l'exécu...
Sous-section 4. - Participation pendant la mise...
Section 3. - Enquêtes publiques
Section 4. - Comités d'Accompagnement et Comité...
CHAPITRE 4. - Subventionnement et Liquidation d...
Section 1re. - Elaboration, modification et com...
Section 2. Valorisation de l'apport d'immeubles...
Section 3. - Opérations visées à l'article 21, ...
Sous-section 1. - documents à transmettre à l'a...
Sous-section 3. - Liquidations des subventions
Section 4. - Opérations et actions visées à l'a...
Sous-section 1. - Documents à transmettre à l'a...
Sous-section 2. - Liquidation des subventions
Section 5. - Refus de subventionnement, réaffec...
CHAPITRE 5. - Obligations à charge des bénéfici...
Section 1. - Mesures de conservation des biens
Section 2. - Conditions d'accès et gestion des ...
Section 3. - Cession de droits réels à un inves...
Sous-section 1. - Cessions de droits réels à un...
Sous-section 2. - Conditions d'accès aux logeme...
Sous-section 3. - Conditions de cession et d'ac...
Sous-section 4. - Conditions d'accès et de gest...
Section 4. - Mesures de gestion pour les infras...
CHAPITRE 6. - Rapports périodiques
CHAPITRE 7. - Dispositions transitoires et finales
Tekst (98)
Texte (98)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, l'on entend par :
1° l'ordonnance : l'ordonnance organique du 6 octobre 2016 de la revitalisation urbaine;
2° le Ministre : le Ministre qui a la rénovation urbaine dans ses attributions;
3° l'Administration : la Direction du Service public régional en charge de la rénovation urbaine;
4° logement de transit : le logement visé à l'article 2, 22°, de l'ordonnance du 17 juillet 2003 portant le Code bruxellois du Logement;
5° Habitat solidaire : le logement visé à l'article 2, 25°, de l'ordonnance du 17 juillet 2003 portant le Code bruxellois du Logement;
6° Habitat intergénérationnel : l'habitat visé à l'article 2, 26° de l'ordonnance du 17 juillet 2003 portant le Code Bruxellois du Logement;
7° habitants du quartier : personnes physiques domiciliées dans le périmètre éligible ou à proximité directe de celui-ci, ainsi que les représentants désignés par les personnes morales ou associations qui ont leur siège social ou un siège d'exploitation dans ledit périmètre ou à proximité directe de celui-ci;
8° " Etude " : l'étude visée à l'article 23 § 1er de l'Ordonnance;
9° CAI : Comité d'acquisition d'immeubles, les agents de Bruxelles Fiscalité visés à l'article 4 de l'ordonnance du 23 juin 2016 relative à la reprise des activités des Comités d'acquisition d'immeubles par la Région de Bruxelles-Capitale, exerçant les missions visées aux articles 3 et 5 de ladite ordonnance;
10° Coût de revient : ensemble des coûts liés au logement conventionné à mettre en location, supportés par un bénéficiaire ou un investisseur, en ce compris les frais d'acquisition, dont la réalité peut être justifiée par des documents probants, à l'exclusion des frais indirects;
1° l'ordonnance : l'ordonnance organique du 6 octobre 2016 de la revitalisation urbaine;
2° le Ministre : le Ministre qui a la rénovation urbaine dans ses attributions;
3° l'Administration : la Direction du Service public régional en charge de la rénovation urbaine;
4° logement de transit : le logement visé à l'article 2, 22°, de l'ordonnance du 17 juillet 2003 portant le Code bruxellois du Logement;
5° Habitat solidaire : le logement visé à l'article 2, 25°, de l'ordonnance du 17 juillet 2003 portant le Code bruxellois du Logement;
6° Habitat intergénérationnel : l'habitat visé à l'article 2, 26° de l'ordonnance du 17 juillet 2003 portant le Code Bruxellois du Logement;
7° habitants du quartier : personnes physiques domiciliées dans le périmètre éligible ou à proximité directe de celui-ci, ainsi que les représentants désignés par les personnes morales ou associations qui ont leur siège social ou un siège d'exploitation dans ledit périmètre ou à proximité directe de celui-ci;
8° " Etude " : l'étude visée à l'article 23 § 1er de l'Ordonnance;
9° CAI : Comité d'acquisition d'immeubles, les agents de Bruxelles Fiscalité visés à l'article 4 de l'ordonnance du 23 juin 2016 relative à la reprise des activités des Comités d'acquisition d'immeubles par la Région de Bruxelles-Capitale, exerçant les missions visées aux articles 3 et 5 de ladite ordonnance;
10° Coût de revient : ensemble des coûts liés au logement conventionné à mettre en location, supportés par un bénéficiaire ou un investisseur, en ce compris les frais d'acquisition, dont la réalité peut être justifiée par des documents probants, à l'exclusion des frais indirects;
HOOFDSTUK 2. - Handelingen, werken en acties die door de Regering kunnen worden gesubsidieerd
CHAPITRE 2. - Actes, travaux et actions pour lesquels le Gouvernement peut allouer une subvention
Afdeling 1. - Vastgoedoperaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° van de ordonnantie
Section 1re. - Opérations immobilières visées à l'article 21, alinéa 1er, 1° de l'ordonnance
Art. 2. De vastgoedoperaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° van de ordonnantie hebben als voorwerp het oprichten, het behouden, het uitbreiden, het herinrichten, het saneren, het verwerven of het verbeteren, desgevallend in het kader van projecten met een gemengde bestemming, van de met een sociale woning gelijkgestelde woning, van de buurtinfrastructuur of van de commerciële en productieve ruimten, alsook van hun aanhorigheden, met eerbiediging van de ordonnantie.
§ 2. De woningen die met sociale huisvesting worden gelijkgesteld, kunnen onder meer woningen zijn bedoeld in artikel 2, § 1, 22°, 25° en 26° van de Brusselse Huisvestingscode, evenals conciërgewoningen of dienstwoningen.
De parkeerplaatsen buiten de openbare weg, al dan niet overdekt, die horen bij de met sociale huisvesting gelijkgestelde woningen en zijn opgelegd door de gewestelijke stedenbouwkundige verordening, komen in aanmerking onder dezelfde voorwaarden als de met sociale huisvesting gelijkgestelde woningen.
§ 3. De handelingen die het mogelijk maken om de vastgoedoperaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° van de ordonnantie uit te voeren, zijn :
1° de studies en de technische proeven;
2° de kosten voor de verwerving van zakelijke rechten op de onroerende goederen of delen van onroerende goederen, met inbegrip van de prijs van de verwerving, de wederbeleggingsvergoedingen in het kader van een onderhandse verwerving en alle door de rechter opgelegde vergoedingen en kosten in het geval van een verwerving via onteigening;
3° de bewarende of dringende handelingen en werken;
4° het bouwrijp maken, waaronder de sanering, met inbegrip van de afbraak, de behandeling van de verontreinigde bodems en de asbestverwijdering;
5° de werken voor de verbouwing, de renovatie, de nieuwbouw en de heropbouw van onroerende goederen en hun directe omgeving;
6° de kosten voor de herhuisvesting van de bewoners van de gebouwen bedoeld in artikel 9, § 3 van de ordonnantie;
7° de andere handelingen die nodig zijn voor de uitvoering van de vastgoedoperaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° van de ordonnantie, mits een met bijzondere redenen omklede beslissing van de regering in de kennisgeving bedoeld in artikel 23, § 2, lid 4 van de ordonnantie.
§ 4. De handelingen en werken bedoeld in § 1, 1°, 3° en 4° kunnen worden gesubsidieerd voor zover ze ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn werden besteld.
De verwervingen bedoeld in § 1, 2° kunnen worden gesubsidieerd op voorwaarde dat een authentieke verwervingsakte ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn werd ondertekend.
§ 2. De woningen die met sociale huisvesting worden gelijkgesteld, kunnen onder meer woningen zijn bedoeld in artikel 2, § 1, 22°, 25° en 26° van de Brusselse Huisvestingscode, evenals conciërgewoningen of dienstwoningen.
De parkeerplaatsen buiten de openbare weg, al dan niet overdekt, die horen bij de met sociale huisvesting gelijkgestelde woningen en zijn opgelegd door de gewestelijke stedenbouwkundige verordening, komen in aanmerking onder dezelfde voorwaarden als de met sociale huisvesting gelijkgestelde woningen.
§ 3. De handelingen die het mogelijk maken om de vastgoedoperaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° van de ordonnantie uit te voeren, zijn :
1° de studies en de technische proeven;
2° de kosten voor de verwerving van zakelijke rechten op de onroerende goederen of delen van onroerende goederen, met inbegrip van de prijs van de verwerving, de wederbeleggingsvergoedingen in het kader van een onderhandse verwerving en alle door de rechter opgelegde vergoedingen en kosten in het geval van een verwerving via onteigening;
3° de bewarende of dringende handelingen en werken;
4° het bouwrijp maken, waaronder de sanering, met inbegrip van de afbraak, de behandeling van de verontreinigde bodems en de asbestverwijdering;
5° de werken voor de verbouwing, de renovatie, de nieuwbouw en de heropbouw van onroerende goederen en hun directe omgeving;
6° de kosten voor de herhuisvesting van de bewoners van de gebouwen bedoeld in artikel 9, § 3 van de ordonnantie;
7° de andere handelingen die nodig zijn voor de uitvoering van de vastgoedoperaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° van de ordonnantie, mits een met bijzondere redenen omklede beslissing van de regering in de kennisgeving bedoeld in artikel 23, § 2, lid 4 van de ordonnantie.
§ 4. De handelingen en werken bedoeld in § 1, 1°, 3° en 4° kunnen worden gesubsidieerd voor zover ze ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn werden besteld.
De verwervingen bedoeld in § 1, 2° kunnen worden gesubsidieerd op voorwaarde dat een authentieke verwervingsakte ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn werd ondertekend.
Art. 2. § 1er. Les opérations immobilières visées à l'article 21, alinéa 1er, 1° de l'ordonnance ont pour objet de créer, maintenir, accroître, réhabiliter, assainir, acquérir ou améliorer, le cas échéant dans le cadre de projets à affectation mixte, le logement assimilé au logement social, les infrastructures de proximité ou les espaces commerciaux et productifs, ainsi que leurs accessoires immobiliers, dans le respect de l'ordonnance.
§ 2. Les logements assimilés aux logements sociaux peuvent notamment être des logements visés à l'article 2, § 1er, 22°, 25° et 26° du Code bruxellois du logement, ainsi que des logements de concierge ou des logements de fonction.
Les emplacements de stationnement hors voirie, couverts ou non, accessoires aux logements assimilés aux logements sociaux et imposés par le Règlement régional d'urbanisme sont éligibles dans les mêmes conditions que les logements assimilés aux logements sociaux.
§ 3. Les actes permettant la réalisation des opérations immobilières visées à l'article 21, alinéa 1er, 1° de l'ordonnance, sont :
1° les études ainsi que les essais techniques;
2° les frais d'acquisition de droits réels sur les biens immeubles ou parties de biens immeubles y compris le prix d'acquisition, les indemnités de remploi dans le cadre d'une acquisition de gré à gré et l'ensemble des indemnités et frais octroyés par le juge dans le cas d'une acquisition par expropriation;
3° les actes et travaux conservatoires ou urgents;
4° les travaux de viabilisation, dont l'assainissement, en ce compris la démolition, le traitement des sols pollués et le désamiantage;
5° les travaux de transformation, de réhabilitation, de construction et de reconstruction de biens immeubles et de leurs abords;
6° Les frais de relogement des occupants des immeubles visés à l'article 9 § 3 de l'ordonnance;
7° Les autres actes nécessaires à la réalisation des opérations immobilières visées à l'article 21, alinéa 1er, 1° de l'ordonnance, moyennant une décision spécialement motivée du Gouvernement dans la notification visée à l'article 23, § 2, alinéa 4 de l'ordonnance.
§ 4. Les actes et travaux visés au § 1er, 1°, 3° et 4° peuvent être subventionnés pour autant qu'ils aient été commandés au plus tôt un an avant le délai visé à l'article 27 § 1er de l'Ordonnance.
Les acquisitions visées au § 1er, 2° peuvent être subventionnées pour autant qu'un acte d'acquisition authentique ait été signé au plus tôt un an avant le délai visé à l'article 27 § 1er de l'Ordonnance.
§ 2. Les logements assimilés aux logements sociaux peuvent notamment être des logements visés à l'article 2, § 1er, 22°, 25° et 26° du Code bruxellois du logement, ainsi que des logements de concierge ou des logements de fonction.
Les emplacements de stationnement hors voirie, couverts ou non, accessoires aux logements assimilés aux logements sociaux et imposés par le Règlement régional d'urbanisme sont éligibles dans les mêmes conditions que les logements assimilés aux logements sociaux.
§ 3. Les actes permettant la réalisation des opérations immobilières visées à l'article 21, alinéa 1er, 1° de l'ordonnance, sont :
1° les études ainsi que les essais techniques;
2° les frais d'acquisition de droits réels sur les biens immeubles ou parties de biens immeubles y compris le prix d'acquisition, les indemnités de remploi dans le cadre d'une acquisition de gré à gré et l'ensemble des indemnités et frais octroyés par le juge dans le cas d'une acquisition par expropriation;
3° les actes et travaux conservatoires ou urgents;
4° les travaux de viabilisation, dont l'assainissement, en ce compris la démolition, le traitement des sols pollués et le désamiantage;
5° les travaux de transformation, de réhabilitation, de construction et de reconstruction de biens immeubles et de leurs abords;
6° Les frais de relogement des occupants des immeubles visés à l'article 9 § 3 de l'ordonnance;
7° Les autres actes nécessaires à la réalisation des opérations immobilières visées à l'article 21, alinéa 1er, 1° de l'ordonnance, moyennant une décision spécialement motivée du Gouvernement dans la notification visée à l'article 23, § 2, alinéa 4 de l'ordonnance.
§ 4. Les actes et travaux visés au § 1er, 1°, 3° et 4° peuvent être subventionnés pour autant qu'ils aient été commandés au plus tôt un an avant le délai visé à l'article 27 § 1er de l'Ordonnance.
Les acquisitions visées au § 1er, 2° peuvent être subventionnées pour autant qu'un acte d'acquisition authentique ait été signé au plus tôt un an avant le délai visé à l'article 27 § 1er de l'Ordonnance.
Afdeling 2. - Vastgoedoperaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2° van de ordonnantie
Section 2. - Opérations immobilières visées à l'article 21, alinéa 1er, 2° de l'ordonnance
Art. 3. § 1 De geconventioneerde woningen bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2° van de ordonnantie kunnen onder meer solidaire of intergenerationele woningen zijn.
§ 2. De handelingen die het mogelijk maken om de operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2° van de ordonnantie uit te voeren, zijn :
1° de studies en de technische proeven;
2° de kosten voor de verwerving van zakelijke rechten op de onroerende goederen of delen van onroerende goederen, met inbegrip van de prijs van de verwerving, de wederbeleggingsvergoedingen in het kader van een onderhandse verwerving en alle door de rechter opgelegde vergoedingen en kosten in het geval van een verwerving via onteigening;
3° de bewarende of dringende handelingen en werken;
4° het bouwrijp maken en de renovatie, waaronder de sanering, met inbegrip van de afbraak, de behandeling van de verontreinigde bodems en de asbestverwijdering.
5° de kosten voor het herhuisvesten van de bewoners van de gebouwen bedoeld in artikel 9 § 3 van de ordonnantie.
§ 3. De handelingen en werken bedoeld in § 1, 1°, 3° en 4° kunnen worden gesubsidieerd voor zover ze ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn werden besteld.
De verwervingen bedoeld in § 1, 2° kunnen worden gesubsidieerd op voorwaarde dat een authentieke verwervingsakte ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn werd ondertekend.
§ 2. De handelingen die het mogelijk maken om de operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2° van de ordonnantie uit te voeren, zijn :
1° de studies en de technische proeven;
2° de kosten voor de verwerving van zakelijke rechten op de onroerende goederen of delen van onroerende goederen, met inbegrip van de prijs van de verwerving, de wederbeleggingsvergoedingen in het kader van een onderhandse verwerving en alle door de rechter opgelegde vergoedingen en kosten in het geval van een verwerving via onteigening;
3° de bewarende of dringende handelingen en werken;
4° het bouwrijp maken en de renovatie, waaronder de sanering, met inbegrip van de afbraak, de behandeling van de verontreinigde bodems en de asbestverwijdering.
5° de kosten voor het herhuisvesten van de bewoners van de gebouwen bedoeld in artikel 9 § 3 van de ordonnantie.
§ 3. De handelingen en werken bedoeld in § 1, 1°, 3° en 4° kunnen worden gesubsidieerd voor zover ze ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn werden besteld.
De verwervingen bedoeld in § 1, 2° kunnen worden gesubsidieerd op voorwaarde dat een authentieke verwervingsakte ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn werd ondertekend.
Art. 3. § 1er Les logements conventionnés visés à l'article 21, alinéa 1er, 2°, de l'ordonnance peuvent notamment être de l'habitat solidaire ou de l'habitat intergénérationel.
§ 2 Les actes permettant la réalisation des opérations visées à l'article 21, alinéa 1er, 2° de l'Ordonnance, sont :
1° les études ainsi que les essais techniques;
2° les frais d'acquisition de droits réels sur les biens immeubles ou parties de biens immeubles y compris le prix d'acquisition, les indemnités de remploi dans le cadre d'une acquisition de gré à gré et l'ensemble des indemnités et frais octroyés par le juge dans le cas d'une acquisition par expropriation;
3° les actes et travaux conservatoires ou urgents;
4° les travaux de viabilisation et de réhabilitation, dont l'assainissement en ce compris la démolition, le traitement des sols pollués et le désamiantage ;
5° les frais de relogement des occupants des immeubles visés à l'article 9 § 3 de l'ordonnance.
§ 3 : Les actes et travaux visés au § 1er, 1°, 3° et 4° peuvent être subventionnés pour autant qu'ils aient été commandés au plus tôt un an avant le délai visé à l'article 27 § 1er de l'Ordonnance.
Les acquisitions visées au § 1er, 2° peuvent être subventionnées pour autant qu'un acte authentique d'acquisition ait été signé au plus tôt un an avant le délai visé à l'article 27 § 1er de l'Ordonnance.
§ 2 Les actes permettant la réalisation des opérations visées à l'article 21, alinéa 1er, 2° de l'Ordonnance, sont :
1° les études ainsi que les essais techniques;
2° les frais d'acquisition de droits réels sur les biens immeubles ou parties de biens immeubles y compris le prix d'acquisition, les indemnités de remploi dans le cadre d'une acquisition de gré à gré et l'ensemble des indemnités et frais octroyés par le juge dans le cas d'une acquisition par expropriation;
3° les actes et travaux conservatoires ou urgents;
4° les travaux de viabilisation et de réhabilitation, dont l'assainissement en ce compris la démolition, le traitement des sols pollués et le désamiantage ;
5° les frais de relogement des occupants des immeubles visés à l'article 9 § 3 de l'ordonnance.
§ 3 : Les actes et travaux visés au § 1er, 1°, 3° et 4° peuvent être subventionnés pour autant qu'ils aient été commandés au plus tôt un an avant le délai visé à l'article 27 § 1er de l'Ordonnance.
Les acquisitions visées au § 1er, 2° peuvent être subventionnées pour autant qu'un acte authentique d'acquisition ait été signé au plus tôt un an avant le délai visé à l'article 27 § 1er de l'Ordonnance.
Afdeling 3. - Operaties betreffende de herwaardering van de openbare ruimte en het stedelijk netwerk bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3° van de ordonnantie
Section 3. - Opérations de requalification de l'espace public et du maillage urbain visées à l'article 21, alinéa 1er, 3° de l'ordonnance
Art. 4. § 1. De herwaardering van de openbare ruimten en het stedelijk netwerk gebeurt via de volgende operaties :
1° de inrichtingen ter bevordering van de leefbaarheid van de openbare ruimte;
2° de inrichtingen en de handelingen om de druk van het autoverkeer te verminderen en de mobiliteit van fietsers en voetgangers te verbeteren en te beschermen;
3° de inrichtingen ter verbetering van de milieukwaliteit van de openbare ruimte;
4° de aanleg van groene ruimten, de groenvoorziening in de binnenhuizenblokken en de implementatie van openbare buitenvoorzieningen;
5° de aanleg van speel- en ontspanningsruimten;
6° de verfraaiing van de gevels in de omgeving van de betrokken openbare ruimten;
7° de functionele verbetering van de openbare toegangen tot deze woongebouwen;
8° het aanleggen, herinrichten of wijzigen van de wegen, met inbegrip van de verfraaiing ervan;
9° de aanleg of de wijziging van parkeerplaatsen buiten de openbare weg, wanneer ze voortvloeien uit de compensatie van parkeerplaatsen op de openbare weg die werden geschrapt in toepassing van § 1, 2°.
§ 2. De handelingen die het mogelijk maken om de operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3° van de ordonnantie uit te voeren, zijn :
1° de studies en de technische proeven;
2° de kosten voor de verwerving van zakelijke rechten op de onroerende goederen of delen van onroerende goederen, met inbegrip van de prijs van de verwerving, de wederbeleggingsvergoedingen in het kader van een onderhandse verwerving en alle door de rechter opgelegde vergoedingen en kosten in het geval van een verwerving via onteigening;
3° de bewarende of dringende handelingen en werken;
4° het bouwrijp maken, met inbegrip van de behandeling van de verontreinigde bodems, de afbraak en de asbestverwijdering;
5° de werken voor het herstellen of het aanleggen van openbare ruimten, met inbegrip van de ruilverkaveling van percelen op het binnenterrein van huizenblokken, hun uitrusting en de beplantingen;
6° de maatregelen inzake privé- of openbare goederen met betrekking tot de groenvoorziening, de gevelverfraaiing en de functionele verbetering van de toegang tot deze woongebouwen; deze maatregelen kunnen de vorm aannemen van investeringen of aanmoedigingspremies toegekend aan personen;
7° de verwerving van zakelijke rechten voor een duur van minimaal negen jaar voor de eenvoudige groenaanplanting en de verfraaiing van de gevels en de openbare ruimte, en voor een duur van minimaal vijftien jaar voor de andere handelingen.
§ 3. De handelingen en werken bedoeld in § 2, 1°, 3° en 4° kunnen worden gesubsidieerd voor zover ze ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn werden besteld.
De verwervingen bedoeld in § 2, 2° kunnen worden gesubsidieerd op voorwaarde dat een authentieke verwervingsakte ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn werd ondertekend.
1° de inrichtingen ter bevordering van de leefbaarheid van de openbare ruimte;
2° de inrichtingen en de handelingen om de druk van het autoverkeer te verminderen en de mobiliteit van fietsers en voetgangers te verbeteren en te beschermen;
3° de inrichtingen ter verbetering van de milieukwaliteit van de openbare ruimte;
4° de aanleg van groene ruimten, de groenvoorziening in de binnenhuizenblokken en de implementatie van openbare buitenvoorzieningen;
5° de aanleg van speel- en ontspanningsruimten;
6° de verfraaiing van de gevels in de omgeving van de betrokken openbare ruimten;
7° de functionele verbetering van de openbare toegangen tot deze woongebouwen;
8° het aanleggen, herinrichten of wijzigen van de wegen, met inbegrip van de verfraaiing ervan;
9° de aanleg of de wijziging van parkeerplaatsen buiten de openbare weg, wanneer ze voortvloeien uit de compensatie van parkeerplaatsen op de openbare weg die werden geschrapt in toepassing van § 1, 2°.
§ 2. De handelingen die het mogelijk maken om de operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3° van de ordonnantie uit te voeren, zijn :
1° de studies en de technische proeven;
2° de kosten voor de verwerving van zakelijke rechten op de onroerende goederen of delen van onroerende goederen, met inbegrip van de prijs van de verwerving, de wederbeleggingsvergoedingen in het kader van een onderhandse verwerving en alle door de rechter opgelegde vergoedingen en kosten in het geval van een verwerving via onteigening;
3° de bewarende of dringende handelingen en werken;
4° het bouwrijp maken, met inbegrip van de behandeling van de verontreinigde bodems, de afbraak en de asbestverwijdering;
5° de werken voor het herstellen of het aanleggen van openbare ruimten, met inbegrip van de ruilverkaveling van percelen op het binnenterrein van huizenblokken, hun uitrusting en de beplantingen;
6° de maatregelen inzake privé- of openbare goederen met betrekking tot de groenvoorziening, de gevelverfraaiing en de functionele verbetering van de toegang tot deze woongebouwen; deze maatregelen kunnen de vorm aannemen van investeringen of aanmoedigingspremies toegekend aan personen;
7° de verwerving van zakelijke rechten voor een duur van minimaal negen jaar voor de eenvoudige groenaanplanting en de verfraaiing van de gevels en de openbare ruimte, en voor een duur van minimaal vijftien jaar voor de andere handelingen.
§ 3. De handelingen en werken bedoeld in § 2, 1°, 3° en 4° kunnen worden gesubsidieerd voor zover ze ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn werden besteld.
De verwervingen bedoeld in § 2, 2° kunnen worden gesubsidieerd op voorwaarde dat een authentieke verwervingsakte ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn werd ondertekend.
Art. 4. § 1er. La requalification des espaces publics et du maillage urbain a lieu au moyen des opérations suivantes :
1° les aménagements favorisant la convivialité de l'espace public;
2° les aménagements et les opérations visant à réduire la pression automobile, à améliorer et à protéger la mobilité des cyclistes et des piétons;
3° les aménagements améliorant les qualités environnementales de l'espace public;
4° la création d'espaces verts, la verdurisation des intérieurs d'îlots et la mise en oeuvre d'équipements publics d'extérieur;
5° la création d'espaces de jeux et récréatifs;
6° l'embellissement des façades aux abords des espaces publics concernés;
7° l'amélioration fonctionnelle des accès publics aux biens immeubles bâtis;
8° La création, le réaménagement ou la modification de la voirie, en ce compris son embellissement;
9° La création ou la modification de places de stationnement hors voirie, lorsqu'elles résultent de la compensation de places de stationnement en voirie qui ont été supprimées en application du § 1er, 2°.
§ 2 : Les actes permettant la réalisation des opérations visées à l'article 21, alinéa 1er 3° de l'Ordonnance, sont :
1° les études ainsi que les essais techniques;
2° les frais d'acquisition de droits réels sur les biens immeubles ou parties de biens immeubles y compris le prix d'acquisition, les indemnités de remploi dans le cadre d'une acquisition de gré à gré et l'ensemble des indemnités et frais octroyés par le juge dans le cas d'une acquisition par expropriation;
3° les actes et travaux conservatoires ou urgents;
4° les travaux de viabilisation, en ce compris le traitement des sols pollués, la démolition et le désamiantage;
5° les travaux de restauration ou de création d'espaces publics, en ce compris par le remembrement de parcelles en intérieur d'îlot, leur équipement et les plantations;
6° les mesures, concernant des biens privés ou publics, visant la verdurisation, l'embellissement des façades et l'amélioration fonctionnelle de l'accès aux immeubles de logements; ces mesures peuvent prendre la forme d'investissements ou d'incitants accordés aux personnes;
7° l'acquisition de droits personnels d'une durée minimale de neuf ans pour la verdurisation simple et l'embellissement des façades et de l'espace public, et d'une durée minimale de quinze ans pour les autres actes.
§ 3 : Les actes et travaux visés au § 2, 1°, 3° et 4° peuvent être subventionnés pour autant qu'ils aient été commandés au plus tôt un an avant le délai visé à l'article 27 § 1er de l'Ordonnance.
Les acquisitions visées au § 2, 2° peuvent être subventionnées pour autant qu'un acte authentique d'acquisition ait été signé au plus tôt un an avant le délai visé à l'article 27 § 1er de l'Ordonnance.
1° les aménagements favorisant la convivialité de l'espace public;
2° les aménagements et les opérations visant à réduire la pression automobile, à améliorer et à protéger la mobilité des cyclistes et des piétons;
3° les aménagements améliorant les qualités environnementales de l'espace public;
4° la création d'espaces verts, la verdurisation des intérieurs d'îlots et la mise en oeuvre d'équipements publics d'extérieur;
5° la création d'espaces de jeux et récréatifs;
6° l'embellissement des façades aux abords des espaces publics concernés;
7° l'amélioration fonctionnelle des accès publics aux biens immeubles bâtis;
8° La création, le réaménagement ou la modification de la voirie, en ce compris son embellissement;
9° La création ou la modification de places de stationnement hors voirie, lorsqu'elles résultent de la compensation de places de stationnement en voirie qui ont été supprimées en application du § 1er, 2°.
§ 2 : Les actes permettant la réalisation des opérations visées à l'article 21, alinéa 1er 3° de l'Ordonnance, sont :
1° les études ainsi que les essais techniques;
2° les frais d'acquisition de droits réels sur les biens immeubles ou parties de biens immeubles y compris le prix d'acquisition, les indemnités de remploi dans le cadre d'une acquisition de gré à gré et l'ensemble des indemnités et frais octroyés par le juge dans le cas d'une acquisition par expropriation;
3° les actes et travaux conservatoires ou urgents;
4° les travaux de viabilisation, en ce compris le traitement des sols pollués, la démolition et le désamiantage;
5° les travaux de restauration ou de création d'espaces publics, en ce compris par le remembrement de parcelles en intérieur d'îlot, leur équipement et les plantations;
6° les mesures, concernant des biens privés ou publics, visant la verdurisation, l'embellissement des façades et l'amélioration fonctionnelle de l'accès aux immeubles de logements; ces mesures peuvent prendre la forme d'investissements ou d'incitants accordés aux personnes;
7° l'acquisition de droits personnels d'une durée minimale de neuf ans pour la verdurisation simple et l'embellissement des façades et de l'espace public, et d'une durée minimale de quinze ans pour les autres actes.
§ 3 : Les actes et travaux visés au § 2, 1°, 3° et 4° peuvent être subventionnés pour autant qu'ils aient été commandés au plus tôt un an avant le délai visé à l'article 27 § 1er de l'Ordonnance.
Les acquisitions visées au § 2, 2° peuvent être subventionnées pour autant qu'un acte authentique d'acquisition ait été signé au plus tôt un an avant le délai visé à l'article 27 § 1er de l'Ordonnance.
Afdeling 4. - Milieu-operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 4° van de ordonnantie
Section 4. - Opérations environnementales visées à l'article 21, alinéa 1er, 4° de l'ordonnance
Art. 5. De handelingen die het mogelijk maken om de operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 4° van de ordonnantie uit te voeren, zijn :
1° de operaties om de energie- en milieuprestaties van de bouwwerken in de hele of een deel van de betrokken perimeter van het duurzaam wijkcontract te verbeteren;
2° de operaties om de sanitaire en comfortomstandigheden in de perimeter te verbeteren, er de algemene ecologische voetafdruk van de gebruikers te verminderen en de hinder, vooral de geluidshinder, te beperken;
3° de operaties om het waterbeheer in de perimeter te verbeteren, met name door de bodem doorlaatbaar te maken en het regenwater te laten insijpelen;
4° de operaties om de preventie en het beheer van afval te verbeteren;
5° de operaties om de biodiversiteit in de perimeter te verbeteren;
6° de operaties om gedeelde tuinen, gemeenschappelijke moestuinen en groendaken te ontwikkelen;
7° de operaties die de wijkbewoners aanzetten tot het onderhouden en renoveren van hun woning en de omgeving ervan.
1° de operaties om de energie- en milieuprestaties van de bouwwerken in de hele of een deel van de betrokken perimeter van het duurzaam wijkcontract te verbeteren;
2° de operaties om de sanitaire en comfortomstandigheden in de perimeter te verbeteren, er de algemene ecologische voetafdruk van de gebruikers te verminderen en de hinder, vooral de geluidshinder, te beperken;
3° de operaties om het waterbeheer in de perimeter te verbeteren, met name door de bodem doorlaatbaar te maken en het regenwater te laten insijpelen;
4° de operaties om de preventie en het beheer van afval te verbeteren;
5° de operaties om de biodiversiteit in de perimeter te verbeteren;
6° de operaties om gedeelde tuinen, gemeenschappelijke moestuinen en groendaken te ontwikkelen;
7° de operaties die de wijkbewoners aanzetten tot het onderhouden en renoveren van hun woning en de omgeving ervan.
Art. 5. Les actes permettant la réalisation des opérations visées à l'article 21, alinéa premier, 4° de l'Ordonnance, sont :
1° les opérations visant à augmenter la performance énergétique et environnementale des constructions de tout ou partie du périmètre concerné par le contrat de quartier durable;
2° les opérations visant à améliorer les conditions sanitaires et de confort dans le périmètre, y réduire l'empreinte écologique générale de ses usagers et y limiter les nuisances environnementales, notamment sonores;
3° les opérations visant à améliorer la gestion de l'eau dans le périmètre, notamment par la perméabilisation des sols et l'infiltration des eaux pluviales;
4° les opérations visant à améliorer la prévention et la gestion des déchets;
5° les opérations visant à augmenter la biodiversité dans le périmètre;
6° les opérations visant à mettre en place des jardins partagés, des potagers collectifs et des toitures verdurisées;
7° les opérations qui encouragent les habitants du quartier à entretenir et rénover leur logement et ses abords.
1° les opérations visant à augmenter la performance énergétique et environnementale des constructions de tout ou partie du périmètre concerné par le contrat de quartier durable;
2° les opérations visant à améliorer les conditions sanitaires et de confort dans le périmètre, y réduire l'empreinte écologique générale de ses usagers et y limiter les nuisances environnementales, notamment sonores;
3° les opérations visant à améliorer la gestion de l'eau dans le périmètre, notamment par la perméabilisation des sols et l'infiltration des eaux pluviales;
4° les opérations visant à améliorer la prévention et la gestion des déchets;
5° les opérations visant à augmenter la biodiversité dans le périmètre;
6° les opérations visant à mettre en place des jardins partagés, des potagers collectifs et des toitures verdurisées;
7° les opérations qui encouragent les habitants du quartier à entretenir et rénover leur logement et ses abords.
Afdeling 5. - Acties van maatschappelijke en economische herwaardering, bedoeld in artikel 21, eerste lid, 5° van de ordonnantie
Section 5. - Actions de revitalisation sociétale et économique visées à l'article 21, alinéa 1er, 5° de l'ordonnance
Art. 6. De handelingen die het mogelijk maken om de acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 5° van de ordonnantie uit te voeren, zijn :
1° de acties die de maatschappelijke en economische ontwikkeling van de wijken verzekeren in partnerschap met de private of de publieke plaatselijke socio-economische actoren en, in het bijzonder, de sociale herinschakeling verzekeren, de werkzoekenden opleiden en opnieuw aan werk helpen en jobs voor laaggeschoolden of ongeschoolden creëren;
2° de acties die het mogelijk maken om de wijkbewoners te informeren over en te oriënteren bij de evolutie van de levenswijzen die verband houdt met de uitdagingen van de duurzame ontwikkeling;
3° de acties die de wijkbewoners aanzetten tot het onderhouden en renoveren van hun woning en de omgeving ervan;
4° de sociale herwaarderingsacties op lokaal niveau, en onder meer de sport- en culturele acties die maatschappelijke verbondenheid creëren;
5° de culturele projecten met een origineel karakter die een meerwaarde bieden op het vlak van sociale verbondenheid en de identiteit van de wijk;
6° de acties om de preventie en het beheer van afval te verbeteren;
7° de acties om gedeelde tuinen, gemeenschappelijke moestuinen en groendaken te ontwikkelen;
8° de acties die bedoeld zijn om de door de regering of haar gemachtigde aanvaarde doelstellingen op het vlak van positieve discriminatie te verwezenlijken.
1° de acties die de maatschappelijke en economische ontwikkeling van de wijken verzekeren in partnerschap met de private of de publieke plaatselijke socio-economische actoren en, in het bijzonder, de sociale herinschakeling verzekeren, de werkzoekenden opleiden en opnieuw aan werk helpen en jobs voor laaggeschoolden of ongeschoolden creëren;
2° de acties die het mogelijk maken om de wijkbewoners te informeren over en te oriënteren bij de evolutie van de levenswijzen die verband houdt met de uitdagingen van de duurzame ontwikkeling;
3° de acties die de wijkbewoners aanzetten tot het onderhouden en renoveren van hun woning en de omgeving ervan;
4° de sociale herwaarderingsacties op lokaal niveau, en onder meer de sport- en culturele acties die maatschappelijke verbondenheid creëren;
5° de culturele projecten met een origineel karakter die een meerwaarde bieden op het vlak van sociale verbondenheid en de identiteit van de wijk;
6° de acties om de preventie en het beheer van afval te verbeteren;
7° de acties om gedeelde tuinen, gemeenschappelijke moestuinen en groendaken te ontwikkelen;
8° de acties die bedoeld zijn om de door de regering of haar gemachtigde aanvaarde doelstellingen op het vlak van positieve discriminatie te verwezenlijken.
Art. 6. Les actes permettant la réalisation des actions visées à l'article 21, alinéa 1er, 5° de l'ordonnance, sont :
1° les actions qui assurent le développement sociétal et économique des quartiers en partenariat avec des acteurs socio-économiques locaux publics ou privés, et en particulier à assurer la réinsertion sociale, la formation, la remise au travail des demandeurs d'emploi, et la création d'emplois peu ou pas qualifiés;
2° les actions qui permettent d'informer et guider les habitants du quartier concerné dans l'évolution des modes de vie associée aux enjeux du développement durable;
3° les actions qui encouragent les habitants du quartier à entretenir et rénover leur logement et ses abords;
4° les actions de revitalisation sociale au niveau local et notamment les actions sportives et culturelles porteuses de cohésion sociétale;
5° Les projets culturels qui présentent un caractère original et une plus-value en termes de cohésion sociétale et d'identité du quartier;
6° les actions visant à améliorer la prévention et la gestion des déchets;
7° les actions visant à mettre en place des jardins partagés, des potagers collectifs et des toitures verdurisées;
8° les actions visant à réaliser les objectifs de discrimination positive acceptés par le Gouvernement ou son délégué.
1° les actions qui assurent le développement sociétal et économique des quartiers en partenariat avec des acteurs socio-économiques locaux publics ou privés, et en particulier à assurer la réinsertion sociale, la formation, la remise au travail des demandeurs d'emploi, et la création d'emplois peu ou pas qualifiés;
2° les actions qui permettent d'informer et guider les habitants du quartier concerné dans l'évolution des modes de vie associée aux enjeux du développement durable;
3° les actions qui encouragent les habitants du quartier à entretenir et rénover leur logement et ses abords;
4° les actions de revitalisation sociale au niveau local et notamment les actions sportives et culturelles porteuses de cohésion sociétale;
5° Les projets culturels qui présentent un caractère original et une plus-value en termes de cohésion sociétale et d'identité du quartier;
6° les actions visant à améliorer la prévention et la gestion des déchets;
7° les actions visant à mettre en place des jardins partagés, des potagers collectifs et des toitures verdurisées;
8° les actions visant à réaliser les objectifs de discrimination positive acceptés par le Gouvernement ou son délégué.
Afdeling 6. - Participatieve acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 6° van de ordonnantie
Section 6. - Actions de participation visées à l'article 21, alinéa 1er, 6° de l'ordonnance
Art. 7. De participatieve acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 6° van de ordonnantie, zijn :
1° de acties die de wijkbewoners aanzetten en vormen tot deelname aan het beheer en de animatie van de gemeenschapsvoorzieningen, van de gemeenschappelijke ruimten en van de openbare ruimten van de wijk;
2° de door collectieven gecoördineerde acties voor door de wijkbewoners zelfgemaakte stadsinrichtingen;
3° de acties die het mogelijk maken voor de wijkbewoners om zichzelf te organiseren;
4° de acties van het type burgercafé of de burgerinitiatieven die het mogelijk maken om een lokaal duurzaam engagement op gang te brengen;
5° de acties voor kinderen om hen actief te laten bijdragen aan de opstelling, de uitvoering en/of de implementatie van het duurzaam wijkcontract;
6° de participatieve acties rond stadskunst in samenwerking met wijkbewoners en verenigingen van de wijk.
1° de acties die de wijkbewoners aanzetten en vormen tot deelname aan het beheer en de animatie van de gemeenschapsvoorzieningen, van de gemeenschappelijke ruimten en van de openbare ruimten van de wijk;
2° de door collectieven gecoördineerde acties voor door de wijkbewoners zelfgemaakte stadsinrichtingen;
3° de acties die het mogelijk maken voor de wijkbewoners om zichzelf te organiseren;
4° de acties van het type burgercafé of de burgerinitiatieven die het mogelijk maken om een lokaal duurzaam engagement op gang te brengen;
5° de acties voor kinderen om hen actief te laten bijdragen aan de opstelling, de uitvoering en/of de implementatie van het duurzaam wijkcontract;
6° de participatieve acties rond stadskunst in samenwerking met wijkbewoners en verenigingen van de wijk.
Art. 7. Les actions de participation visées à l'article 21, alinéa 1er, 6° de l'ordonnance, sont :
1° les actions qui encouragent et forment les habitants du quartier à participer à la gestion et à l'animation des équipements communautaires, des espaces communs et des espaces publics du quartier;
2° les actions coordonnées par des collectifs pour des aménagements urbains réalisés par les habitants du quartier eux-mêmes;
3° les actions permettant aux habitants du quartier de s'auto-organiser;
4° les actions de type café citoyen ou les actions d'initiative citoyenne permettant l'émergence d'un engagement durable local;
5° les actions à destination des enfants permettant une participation active de ces derniers à l'élaboration, l'exécution et/ou la mise en oeuvre du contrat de quartier durable;
6° les actions d'art urbain fonctionnant sur un mode participatif avec la collaboration des habitants du quartier et des associations du quartier.
1° les actions qui encouragent et forment les habitants du quartier à participer à la gestion et à l'animation des équipements communautaires, des espaces communs et des espaces publics du quartier;
2° les actions coordonnées par des collectifs pour des aménagements urbains réalisés par les habitants du quartier eux-mêmes;
3° les actions permettant aux habitants du quartier de s'auto-organiser;
4° les actions de type café citoyen ou les actions d'initiative citoyenne permettant l'émergence d'un engagement durable local;
5° les actions à destination des enfants permettant une participation active de ces derniers à l'élaboration, l'exécution et/ou la mise en oeuvre du contrat de quartier durable;
6° les actions d'art urbain fonctionnant sur un mode participatif avec la collaboration des habitants du quartier et des associations du quartier.
Afdeling 7. - Coördinatie-, communicatie- en participatieve acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 7° van de ordonnantie
Section 7. - Actions de coordination, de communication et de participation visées à l'article 21, alinéa 1er, 7° de l'ordonnance
Art. 8. De in artikel 21, eerste lid, 7° van de ordonnantie bedoelde coördinatie-, communicatie- en participatieve acties zijn de personeels-, werkings-, activiteits- en leveringskosten bedoeld in deze afdeling.
Art. 8. Les actions de coordination, de communication et de participation visées à l'article 21, alinéa 1er, 7° de l'Ordonnance sont les frais de personnel, de fonctionnement, d'activités et de fournitures visés à la présente section.
Art. 9. § 1. De gemeente stelt een projectleider aan die wordt belast met de coördinatie van de operaties beschreven in punten 1° tot 6° van artikel 21 van de ordonnantie.
§ 2. Naast de projectleider bedoeld in § 1 komen de volgende profielen in aanmerking voor een subsidie :
1° een technische coördinator die belast is met de overheidsopdrachten en de werken in het kader van de operaties beschreven in punten 1° tot 3° van artikel 21 van de ordonnantie;
2° een coördinator voor de communicatie en participatie betreffende de operaties beschreven in punten 1° tot 6° van artikel 21 van de ordonnantie;
3° een administratieve en financiële coördinator voor de operaties beschreven in punten 1° tot 7° van artikel 21 van de ordonnantie;
4° een coördinator voor de socio-economische en milieu-operaties in het kader van de operaties beschreven in artikel 21, eerste lid, 4° en 5°, evenals voor de opvolging van de montage en de implementatie van de vastgoedoperaties van het type "buurtinfrastructuur" beschreven in artikel 21, 1° van de ordonnantie.
§ 3. De kosten betreffende de in § 1 bedoelde post komen in aanmerking :
1° gedurende de opstellingsperiode van het basisdossier, zoals bepaald in artikel 23 van de ordonnantie, met inbegrip, in voorkomend geval, in geval van een verlenging van deze termijn, zonder dat de in artikel 27, § 4, derde lid van de ordonnantie vastgestelde limiet overschreden mag worden;
2° gedurende de hele uitvoeringsperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1 van de ordonnantie, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;
3° gedurende de hele implementatieperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2 van de ordonnantie, met inbegrip van de in dit artikel vastgelegde verantwoordingstermijn.
§ 4. De kosten betreffende de in § 2, 1° bedoelde post komen in aanmerking :
1° vanaf de 19de uitvoeringsmaand van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1 van de ordonnantie, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;
2° gedurende de hele implementatieperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2 van de ordonnantie, met inbegrip van de in dit artikel vastgelegde verantwoordingstermijn.
§ 5. De kosten betreffende de in § 2, 2° bedoelde post komen in aanmerking :
1° gedurende de opstellingsperiode van het basisdossier, zoals bepaald in artikel 23 van de ordonnantie, met inbegrip, in voorkomend geval, in geval van een verlenging van deze termijn, zonder dat de in artikel 27, § 4, derde lid van de ordonnantie vastgestelde limieten overschreden mogen worden;
2° gedurende de hele uitvoeringsperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1 van de ordonnantie, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;
3° gedurende de eerste 6 maanden van de implementatie van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2 van de ordonnantie.
§ 6. De kosten betreffende de in § 2, 3° bedoelde post komen in aanmerking :
1° gedurende de hele uitvoeringsperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1 van de ordonnantie, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;
2° gedurende de hele implementatieperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2 van de ordonnantie, met inbegrip van de in dit artikel vastgelegde verantwoordingstermijn;
§ 7. De kosten betreffende de in § 2, 4° bedoelde post komen in aanmerking :
1° gedurende de hele uitvoeringsperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1 van de ordonnantie, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;
2° gedurende de eerste 6 maanden van de implementatie van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2 van de ordonnantie.
§ 2. Naast de projectleider bedoeld in § 1 komen de volgende profielen in aanmerking voor een subsidie :
1° een technische coördinator die belast is met de overheidsopdrachten en de werken in het kader van de operaties beschreven in punten 1° tot 3° van artikel 21 van de ordonnantie;
2° een coördinator voor de communicatie en participatie betreffende de operaties beschreven in punten 1° tot 6° van artikel 21 van de ordonnantie;
3° een administratieve en financiële coördinator voor de operaties beschreven in punten 1° tot 7° van artikel 21 van de ordonnantie;
4° een coördinator voor de socio-economische en milieu-operaties in het kader van de operaties beschreven in artikel 21, eerste lid, 4° en 5°, evenals voor de opvolging van de montage en de implementatie van de vastgoedoperaties van het type "buurtinfrastructuur" beschreven in artikel 21, 1° van de ordonnantie.
§ 3. De kosten betreffende de in § 1 bedoelde post komen in aanmerking :
1° gedurende de opstellingsperiode van het basisdossier, zoals bepaald in artikel 23 van de ordonnantie, met inbegrip, in voorkomend geval, in geval van een verlenging van deze termijn, zonder dat de in artikel 27, § 4, derde lid van de ordonnantie vastgestelde limiet overschreden mag worden;
2° gedurende de hele uitvoeringsperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1 van de ordonnantie, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;
3° gedurende de hele implementatieperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2 van de ordonnantie, met inbegrip van de in dit artikel vastgelegde verantwoordingstermijn.
§ 4. De kosten betreffende de in § 2, 1° bedoelde post komen in aanmerking :
1° vanaf de 19de uitvoeringsmaand van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1 van de ordonnantie, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;
2° gedurende de hele implementatieperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2 van de ordonnantie, met inbegrip van de in dit artikel vastgelegde verantwoordingstermijn.
§ 5. De kosten betreffende de in § 2, 2° bedoelde post komen in aanmerking :
1° gedurende de opstellingsperiode van het basisdossier, zoals bepaald in artikel 23 van de ordonnantie, met inbegrip, in voorkomend geval, in geval van een verlenging van deze termijn, zonder dat de in artikel 27, § 4, derde lid van de ordonnantie vastgestelde limieten overschreden mogen worden;
2° gedurende de hele uitvoeringsperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1 van de ordonnantie, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;
3° gedurende de eerste 6 maanden van de implementatie van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2 van de ordonnantie.
§ 6. De kosten betreffende de in § 2, 3° bedoelde post komen in aanmerking :
1° gedurende de hele uitvoeringsperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1 van de ordonnantie, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;
2° gedurende de hele implementatieperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2 van de ordonnantie, met inbegrip van de in dit artikel vastgelegde verantwoordingstermijn;
§ 7. De kosten betreffende de in § 2, 4° bedoelde post komen in aanmerking :
1° gedurende de hele uitvoeringsperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1 van de ordonnantie, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;
2° gedurende de eerste 6 maanden van de implementatie van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2 van de ordonnantie.
Art. 9. § 1er. La Commune désigne un chef de projet, en charge pour celle-ci de la coordination des opérations décrites aux 1° à 6° de l'article 21 de l'ordonnance.
§ 2. Outre le chef de projet visé au § 1er, les profils suivants sont éligibles à la subvention :
1° un coordinateur technique en charge des marchés publics et des chantiers liés aux opérations décrites aux 1° à 3° de l'article 21 de l'ordonnance;
2° un coordinateur communication et participation liées aux opérations décrites aux 1° à 6° de l'article 21 de l'Ordonnance;
3° un coordinateur administratif et financier liées aux opérations décrites aux 1° à 7° de l'article 21 de l'Ordonnance;
4° un coordinateur des opérations socio-économiques et environ-nementales liées aux opérations décrites à l'article 21, alinéa 1er, 4° et 5° ainsi que du suivi du montage et de la mise en oeuvre des opérations immobilières de type " infrastructures de proximité " décrites à l'article 21, 1° de l'ordonnance.
§ 3. Les frais liés au poste visé au § 1er sont éligibles :
1° durant la période d'élaboration du dossier de base telle que définie à l'article 23 de l'ordonnance, en ce compris, le cas échéant, en cas de prolongation de ce délai, sans pouvoir dépasser la limite fixée par l'article 27, § 4, alinéa 3 de l'ordonnance;
2° durant toute la période d'exécution du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 1er de l'ordonnance, y compris les délais complémentaires éventuels prévus à cet article;
3° durant toute la période de mise en oeuvre du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 2 de l'ordonnance, y compris le délai de justification prévu à cet article;
§ 4. Les frais liés au poste visé au § 2, 1° sont éligibles :
1° à partir du 19e mois d'exécution du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 1er de l'ordonnance, y compris les délais complémentaires éventuels prévus à cet article;
2° durant toute la période de mise en oeuvre du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 2 de l'ordonnance, y compris le délai de justification prévu à cet article.
§ 5. Les frais liés au poste visé au § 2, 2° sont éligibles :
1° durant la période d'élaboration du dossier de base telle que définie à l'article 23 de l'ordonnance, en ce compris, le cas échéant, en cas de prolongation de ce délai, sans pouvoir dépasser les limites fixées par l'article 27, § 4, alinéa 3 de l'ordonnance;
2° durant toute la période d'exécution du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 1er de l'ordonnance, y compris les délais complémentaires éventuels prévus à cet article;
3° durant les 6 premiers mois de la mise en oeuvre du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 2 de l'ordonnance.
§ 6. Les frais liés au poste visé au § 2, 3° sont éligibles :
1° durant toute la période d'exécution du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 1er de l'ordonnance, y compris les délais complémentaires éventuels prévus à cet article;
2° durant toute la période de mise en oeuvre du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 2 de l'ordonnance, y compris le délai de justification prévu à cet article.
§ 7. Les frais liés au poste visé au § 2, 4° sont éligibles, ° :
1° durant toute la période d'exécution du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 1er de l'ordonnance, y compris les délais complémentaires éventuels prévus à cet article;
2° durant les 6 premiers mois de la mise en oeuvre du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 2 de l'ordonnance.
§ 2. Outre le chef de projet visé au § 1er, les profils suivants sont éligibles à la subvention :
1° un coordinateur technique en charge des marchés publics et des chantiers liés aux opérations décrites aux 1° à 3° de l'article 21 de l'ordonnance;
2° un coordinateur communication et participation liées aux opérations décrites aux 1° à 6° de l'article 21 de l'Ordonnance;
3° un coordinateur administratif et financier liées aux opérations décrites aux 1° à 7° de l'article 21 de l'Ordonnance;
4° un coordinateur des opérations socio-économiques et environ-nementales liées aux opérations décrites à l'article 21, alinéa 1er, 4° et 5° ainsi que du suivi du montage et de la mise en oeuvre des opérations immobilières de type " infrastructures de proximité " décrites à l'article 21, 1° de l'ordonnance.
§ 3. Les frais liés au poste visé au § 1er sont éligibles :
1° durant la période d'élaboration du dossier de base telle que définie à l'article 23 de l'ordonnance, en ce compris, le cas échéant, en cas de prolongation de ce délai, sans pouvoir dépasser la limite fixée par l'article 27, § 4, alinéa 3 de l'ordonnance;
2° durant toute la période d'exécution du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 1er de l'ordonnance, y compris les délais complémentaires éventuels prévus à cet article;
3° durant toute la période de mise en oeuvre du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 2 de l'ordonnance, y compris le délai de justification prévu à cet article;
§ 4. Les frais liés au poste visé au § 2, 1° sont éligibles :
1° à partir du 19e mois d'exécution du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 1er de l'ordonnance, y compris les délais complémentaires éventuels prévus à cet article;
2° durant toute la période de mise en oeuvre du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 2 de l'ordonnance, y compris le délai de justification prévu à cet article.
§ 5. Les frais liés au poste visé au § 2, 2° sont éligibles :
1° durant la période d'élaboration du dossier de base telle que définie à l'article 23 de l'ordonnance, en ce compris, le cas échéant, en cas de prolongation de ce délai, sans pouvoir dépasser les limites fixées par l'article 27, § 4, alinéa 3 de l'ordonnance;
2° durant toute la période d'exécution du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 1er de l'ordonnance, y compris les délais complémentaires éventuels prévus à cet article;
3° durant les 6 premiers mois de la mise en oeuvre du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 2 de l'ordonnance.
§ 6. Les frais liés au poste visé au § 2, 3° sont éligibles :
1° durant toute la période d'exécution du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 1er de l'ordonnance, y compris les délais complémentaires éventuels prévus à cet article;
2° durant toute la période de mise en oeuvre du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 2 de l'ordonnance, y compris le délai de justification prévu à cet article.
§ 7. Les frais liés au poste visé au § 2, 4° sont éligibles, ° :
1° durant toute la période d'exécution du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 1er de l'ordonnance, y compris les délais complémentaires éventuels prévus à cet article;
2° durant les 6 premiers mois de la mise en oeuvre du contrat de quartier durable telle que définie à l'article 27 § 2 de l'ordonnance.
Art. 10. De communicatie- en participatieve acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 7° van de ordonnantie zijn :
1° de informatie en de sensibilisering van de wijkbewoners over de goedkeuring, de wijziging, de uitvoering en de implementatie van het duurzaam wijkcontract, mede door de oprichting van een wijkantenne in de perimeter ;
2° de kosten voor de implementatie van de partnerschappen met private of publieke partners, met het oog op de uitvoering van het wijkcontract;
3° de operaties die de wijkbewoners informeren en mobiliseren in verband met de uitvoering van het duurzaam wijkcontract.
De kosten van de communicatieacties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 7° van de ordonnantie die ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 bedoelde termijn zijn uitgevoerd, kunnen ook worden gesubsidieerd.
1° de informatie en de sensibilisering van de wijkbewoners over de goedkeuring, de wijziging, de uitvoering en de implementatie van het duurzaam wijkcontract, mede door de oprichting van een wijkantenne in de perimeter ;
2° de kosten voor de implementatie van de partnerschappen met private of publieke partners, met het oog op de uitvoering van het wijkcontract;
3° de operaties die de wijkbewoners informeren en mobiliseren in verband met de uitvoering van het duurzaam wijkcontract.
De kosten van de communicatieacties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 7° van de ordonnantie die ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 bedoelde termijn zijn uitgevoerd, kunnen ook worden gesubsidieerd.
Art. 10. Les actions de communication et de participation visées à l'article 21, alinéa 1er, 7° de l'Ordonnance sont :
1° l'information et la sensibilisation des habitants du quartier sur l'adoption, la modification, l'exécution et la mise en oeuvre du contrat de quartier durable, en ce compris par la création d'une antenne de quartier dans le périmètre;
2° les frais de mise en oeuvre de partenariats avec des partenaires privés ou publics, en vue de l'exécution du contrat de quartier;
3° les opérations qui informent et mobilisent les habitants du quartier sur l'exécution du contrat de quartier durable.
Les frais des actions de communication visés à l'article 21 alinéa 1er, 7° de l'ordonnance et accomplies au plus tôt un an avant le délai visé à l'article 27 § 1er de l'ordonnance peuvent également être subsidiées.
1° l'information et la sensibilisation des habitants du quartier sur l'adoption, la modification, l'exécution et la mise en oeuvre du contrat de quartier durable, en ce compris par la création d'une antenne de quartier dans le périmètre;
2° les frais de mise en oeuvre de partenariats avec des partenaires privés ou publics, en vue de l'exécution du contrat de quartier;
3° les opérations qui informent et mobilisent les habitants du quartier sur l'exécution du contrat de quartier durable.
Les frais des actions de communication visés à l'article 21 alinéa 1er, 7° de l'ordonnance et accomplies au plus tôt un an avant le délai visé à l'article 27 § 1er de l'ordonnance peuvent également être subsidiées.
Afdeling 8. - Plafonnering van de subsidies voor de in artikel 21, eerste lid, 4° tot 7° van de ordonnantie bedoelde operaties
Section 8. - Plafonnement des subventionnements pour les opérations visées à l'article 21 alinéa 1er, 4° à 7° de l'ordonnance
Art. 11. § 1. Alle kosten bedoeld in de artikelen 5, 6 en 7 mogen niet meer dan twintig procent van de in aanmerking komende totale kostprijs bedragen.
§ 2. Alle kosten bedoeld in de artikelen 8 tot 10 mogen niet meer dan tien procent van de in aanmerking komende totale kostprijs bedragen.
De personeelskosten bedoeld in artikelen 8 tot 10 kunnen enkel in aanmerking komen ten belope van maximaal drie gelijktijdige voltijdse equivalenten.
§ 2. Alle kosten bedoeld in de artikelen 8 tot 10 mogen niet meer dan tien procent van de in aanmerking komende totale kostprijs bedragen.
De personeelskosten bedoeld in artikelen 8 tot 10 kunnen enkel in aanmerking komen ten belope van maximaal drie gelijktijdige voltijdse equivalenten.
Art. 11. § 1er. L'ensemble des frais visés aux articles 5, 6 et 7, ne pourront représenter plus de vingt pour cent du coût total éligible.
§ 2. L'ensemble des frais visés aux articles 8 à 10 ne pourront représenter plus de dix pour cent du coût total éligible.
Les frais de personnel visés aux articles 8 à 10 ne sont éligibles qu'à concurrence de trois équivalents temps plein simultanés, au maximum.
§ 2. L'ensemble des frais visés aux articles 8 à 10 ne pourront représenter plus de dix pour cent du coût total éligible.
Les frais de personnel visés aux articles 8 à 10 ne sont éligibles qu'à concurrence de trois équivalents temps plein simultanés, au maximum.
HOOFDSTUK 3. - Participatie
CHAPITRE 3. - Participation
Afdeling 1. - De wijkcommissie
Section 1. - La Commission de quartier
Onderafdeling 1. - Samenstelling en werking
Sous-section 1. - Composition et mode de fonctionnement
Art. 12. Na de eerste bijeenkomst van de algemene wijkvergadering duidt de gemeenteraad onder de personen die hun kandidatuur hebben ingediend de effectieve en plaatsvervangende leden van de wijkcommissie aan, bedoeld in artikel 26, § 2, 2° tot 4° van de ordonnantie.
De wijkcommissie wordt voorgezeten door een van de leden die de gemeente vertegenwoordigen. Bij afwezigheid van de vertegenwoordigers van de gemeente, wordt het voorzitterschap waargenomen door een van de leden van het coördinatieteam, zoals bepaald in artikel 9. In dat geval neemt de voorzitter niet deel aan de opstelling van het advies.
De leden van de wijkcommissie worden minstens 8 dagen vóór de vergadering bijeengeroepen bij gewoon schrijven of, voor degene die uitdrukkelijk hebben ingestemd met deze convocatiewijze, via e-mail op initiatief van de voorzitter of de gemeente. In de convocatiebrief is de agenda van de vergadering opgenomen.
De nuttige documenten voor de bespreking van de agendapunten kunnen tot de dag vóór de vergadering worden geraadpleegd op het gemeentehuis.
De wijkcommissie kan beslissen om werkgroepen op te richten die bestaan uit een aantal van haar leden en worden voorgezeten door een van de leden die bij meerderheid van de stemmen wordt verkozen door de leden van de werkgroep. Bij afwezigheid van de vertegenwoordigers van de gemeente, wordt het voorzitterschap waargenomen door een van de leden van het coördinatieteam, zoals bepaald in artikel 9. In dat geval neemt de voorzitter niet deel aan de opstelling van de verslagen. De werkgroepen brengen aan de wijkcommissie verslag uit over hun activiteiten.
Het secretariaat van de wijkcommissie wordt waargenomen door een van de personen bedoeld in artikel 9.
Ten minste zeven leden, waarvan minstens één lid van elke in artikel 26, § 2, 2° en 3° van de ordonnantie opgesomde categorie, moeten aanwezig zijn, opdat de wijkcommissie op geldige wijze een advies kan uitbrengen. De leden kunnen zich laten bijstaan door deskundigen die niet deelnemen aan de opstelling van de adviezen.
De adviezen van de wijkcommissie worden uitgebracht bij meerderheid van de tijdens de vergadering aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. De leden van de minderheid kunnen vragen om een nota met hun standpunt bij het advies te laten voegen.
De secretaris stelt binnen vijftien werkdagen na de vergadering het verslag op.
De wijkcommissie wordt voorgezeten door een van de leden die de gemeente vertegenwoordigen. Bij afwezigheid van de vertegenwoordigers van de gemeente, wordt het voorzitterschap waargenomen door een van de leden van het coördinatieteam, zoals bepaald in artikel 9. In dat geval neemt de voorzitter niet deel aan de opstelling van het advies.
De leden van de wijkcommissie worden minstens 8 dagen vóór de vergadering bijeengeroepen bij gewoon schrijven of, voor degene die uitdrukkelijk hebben ingestemd met deze convocatiewijze, via e-mail op initiatief van de voorzitter of de gemeente. In de convocatiebrief is de agenda van de vergadering opgenomen.
De nuttige documenten voor de bespreking van de agendapunten kunnen tot de dag vóór de vergadering worden geraadpleegd op het gemeentehuis.
De wijkcommissie kan beslissen om werkgroepen op te richten die bestaan uit een aantal van haar leden en worden voorgezeten door een van de leden die bij meerderheid van de stemmen wordt verkozen door de leden van de werkgroep. Bij afwezigheid van de vertegenwoordigers van de gemeente, wordt het voorzitterschap waargenomen door een van de leden van het coördinatieteam, zoals bepaald in artikel 9. In dat geval neemt de voorzitter niet deel aan de opstelling van de verslagen. De werkgroepen brengen aan de wijkcommissie verslag uit over hun activiteiten.
Het secretariaat van de wijkcommissie wordt waargenomen door een van de personen bedoeld in artikel 9.
Ten minste zeven leden, waarvan minstens één lid van elke in artikel 26, § 2, 2° en 3° van de ordonnantie opgesomde categorie, moeten aanwezig zijn, opdat de wijkcommissie op geldige wijze een advies kan uitbrengen. De leden kunnen zich laten bijstaan door deskundigen die niet deelnemen aan de opstelling van de adviezen.
De adviezen van de wijkcommissie worden uitgebracht bij meerderheid van de tijdens de vergadering aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. De leden van de minderheid kunnen vragen om een nota met hun standpunt bij het advies te laten voegen.
De secretaris stelt binnen vijftien werkdagen na de vergadering het verslag op.
Art. 12. A l'issue de la première réunion de l'assemblée générale de quartier, le conseil communal désigne les membres effectifs et suppléants de la commission de quartier désignés à l'article 26 § 2, 2° à 4° de l'Ordonnance parmi les personnes qui ont déposé leur candidature.
La commission de quartier est présidée par l'un des membres représentant la commune. En cas d'absence des représentants de la commune, la présidence est exercée par un des membres de l'équipe de coordination telle que définie à l'article 9. Dans ce cas, le président ne participe pas à l'élaboration de l'avis.
Les membres de la Commission de quartier sont convoqués par courrier simple ou, pour ceux qui ont expressément marqué leur accord sur ce mode de convocation, par courrier électronique à l'initiative du président ou de la commune, au moins huit jours avant la tenue d'une réunion. La convocation mentionne l'ordre du jour de la réunion.
Les documents utiles pour la discussion des points de l'ordre du jour sont consultables à la maison communale jusqu'à la veille de la réunion.
La Commission de quartier peut décider de la création en son sein de groupes de travail, constitué de certains de ses membres, et présidés par l'un des membres élus à la majorité par les membres du groupe de travail. En cas d'absence des représentants de la commune, la présidence est exercée par un des membres de l'équipe de coordination telle que définie à l'article 9. Dans ce cas, le président ne participe pas à l'élaboration des comptes-rendu. Les groupes de travail rendent compte de leurs activités à la commission de quartier.
Le secrétariat de la Commission de quartier est assuré par une des personnes visées à l'article 9.
Au moins sept membres, dont au moins un membre de chaque catégorie énumérée à l'article 26, § 2, 2° et 3° de l'ordonnance, doivent être présents pour que la commission de quartier puisse valablement émettre un avis. Les membres peuvent se faire assister par des experts qui ne participent pas à la rédaction des avis.
Les avis de la Commission de quartier sont donnés à la majorité des membres présents lors de la séance, le président ayant une voix prépondérante en cas de parité. Les membres de la minorité peuvent demander qu'une note contenant leur position soit annexée à l'avis.
Le secrétaire en rédige le compte-rendu dans les quinze jours ouvrables de la tenue de la réunion.
La commission de quartier est présidée par l'un des membres représentant la commune. En cas d'absence des représentants de la commune, la présidence est exercée par un des membres de l'équipe de coordination telle que définie à l'article 9. Dans ce cas, le président ne participe pas à l'élaboration de l'avis.
Les membres de la Commission de quartier sont convoqués par courrier simple ou, pour ceux qui ont expressément marqué leur accord sur ce mode de convocation, par courrier électronique à l'initiative du président ou de la commune, au moins huit jours avant la tenue d'une réunion. La convocation mentionne l'ordre du jour de la réunion.
Les documents utiles pour la discussion des points de l'ordre du jour sont consultables à la maison communale jusqu'à la veille de la réunion.
La Commission de quartier peut décider de la création en son sein de groupes de travail, constitué de certains de ses membres, et présidés par l'un des membres élus à la majorité par les membres du groupe de travail. En cas d'absence des représentants de la commune, la présidence est exercée par un des membres de l'équipe de coordination telle que définie à l'article 9. Dans ce cas, le président ne participe pas à l'élaboration des comptes-rendu. Les groupes de travail rendent compte de leurs activités à la commission de quartier.
Le secrétariat de la Commission de quartier est assuré par une des personnes visées à l'article 9.
Au moins sept membres, dont au moins un membre de chaque catégorie énumérée à l'article 26, § 2, 2° et 3° de l'ordonnance, doivent être présents pour que la commission de quartier puisse valablement émettre un avis. Les membres peuvent se faire assister par des experts qui ne participent pas à la rédaction des avis.
Les avis de la Commission de quartier sont donnés à la majorité des membres présents lors de la séance, le président ayant une voix prépondérante en cas de parité. Les membres de la minorité peuvent demander qu'une note contenant leur position soit annexée à l'avis.
Le secrétaire en rédige le compte-rendu dans les quinze jours ouvrables de la tenue de la réunion.
Onderafdeling 2. - Participatie in de opstelling van het programma
Sous-section 2. Participation à l'occasion de l'élaboration du programme
Art. 13. Behalve in de gevallen bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de ordonnantie, roept de gemeente tijdens de opstelling van het programma van het duurzaam wijkcontract de wijkcommissie samen om haar advies te vragen over :
1. de identificatie van de feitelijke toestand, bedoeld in artikel 23, § 1, eerste lid van de ordonnantie;
2. de definitie van de doelstellingen en prioriteiten van het duurzaam wijkcontract;
3. het ontwerp van duurzaam wijkcontract, bedoeld in artikel 23, § 1, tweede lid van de ordonnantie.
1. de identificatie van de feitelijke toestand, bedoeld in artikel 23, § 1, eerste lid van de ordonnantie;
2. de definitie van de doelstellingen en prioriteiten van het duurzaam wijkcontract;
3. het ontwerp van duurzaam wijkcontract, bedoeld in artikel 23, § 1, tweede lid van de ordonnantie.
Art. 13. Lors de l'élaboration du programme du contrat de quartier durable, outre les hypothèses visées aux articles 24 et 25 de l'ordonnance, la commune convoque la commission de quartier pour solliciter son avis sur :
1. l'identification de la situation de fait visée à l'article 23 § 1er alinéa 1er de l'ordonnance;
2. la définition des objectifs et priorités du contrat de quartier durable;
3. le projet de contrat de quartier durable visé à l'article 23 § 1er, alinéa 2 de l'ordonnance.
1. l'identification de la situation de fait visée à l'article 23 § 1er alinéa 1er de l'ordonnance;
2. la définition des objectifs et priorités du contrat de quartier durable;
3. le projet de contrat de quartier durable visé à l'article 23 § 1er, alinéa 2 de l'ordonnance.
Onderafdeling 3. - Participatie naar aanleiding van de wijziging of aanvulling van het programma
Sous-section 3. - Participation à l'occasion de la modification ou du complément de programme
Art. 14. Tijdens de wijziging of aanvulling van het programma van het duurzaam wijkcontract roept de gemeente de wijkcommissie samen om haar advies te vragen over het gewijzigde of aangevulde ontwerpprogramma van duurzaam wijkcontract.
Art. 14. Lors de la modification ou du complément de programme du contrat de quartier durable, la commune convoque la commission de quartier pour solliciter son avis sur le projet de programme modifié ou complété de contrat de quartier durable.
Onderafdeling 4. - Participatie tijdens de uitvoering van het programma
Sous-section 4. - Participation pendant l'exécution du programme
Art. 15. § 1.De gemeente roept de wijkcommissie minstens twee keer per periode van twaalf maanden samen vanaf de inwerkingtreding van de uitvoeringstermijn, en minstens twaalf keer gedurende de volledige looptijd van de uitvoering van het programma.
Ze kan onder meer worden geraadpleegd over :
1° de voorontwerpen en de uitvoeringsdossiers van de operaties die strekken tot de realisatie van woningen, buurtinfrastructuur, commerciële- en productieve ruimten, evenals van de operaties die strekken tot de herwaardering van de openbare ruimte of van stadsnetwerkinfrastructuur;
2° de financiële verslagen en de activiteitenverslagen bedoeld in de artikelen 36 en 38.
§ 2. Na afloop van de uitvoeringstermijn bedoeld in artikel 27, § 1 van de ordonnantie roept de gemeente de wijkcommissie samen om haar advies in te winnen over de financiële verslagen en de activiteitenverslagen.
§ 3. De gemeente kan de wijkcommissie ook samenroepen telkens wanneer ze dit nodig acht.
Ze kan onder meer worden geraadpleegd over :
1° de voorontwerpen en de uitvoeringsdossiers van de operaties die strekken tot de realisatie van woningen, buurtinfrastructuur, commerciële- en productieve ruimten, evenals van de operaties die strekken tot de herwaardering van de openbare ruimte of van stadsnetwerkinfrastructuur;
2° de financiële verslagen en de activiteitenverslagen bedoeld in de artikelen 36 en 38.
§ 2. Na afloop van de uitvoeringstermijn bedoeld in artikel 27, § 1 van de ordonnantie roept de gemeente de wijkcommissie samen om haar advies in te winnen over de financiële verslagen en de activiteitenverslagen.
§ 3. De gemeente kan de wijkcommissie ook samenroepen telkens wanneer ze dit nodig acht.
Art. 15. § 1er. La commune convoque la commission de quartier au minimum deux fois par période de douze mois à dater de la prise de cours du délai d'exécution, et au minimum douze fois sur la totalité de la durée d'exécution du programme.
Elle peut notamment être consultée sur :
1. les avant-projets et dossiers d'exécution des opérations visant la réalisation de logements, infrastructures de proximité, d'espaces commerciaux et productifs ainsi que des opérations destinées à requalifier l'espace public ou d'infrastructures de maillage urbain;
2. les rapports financiers et des rapports d'activités visés aux articles 36 et 38.
§ 2. A l'issue du délai d'exécution visé à l'article 27 § 1er de l'ordonnance, la commune convoque une commission de quartier afin de la consulter sur les rapports financiers et les rapports d'activités.
§ 3. La commune peut également convoquer la commission de quartier chaque fois qu'elle l'estime utile.
Elle peut notamment être consultée sur :
1. les avant-projets et dossiers d'exécution des opérations visant la réalisation de logements, infrastructures de proximité, d'espaces commerciaux et productifs ainsi que des opérations destinées à requalifier l'espace public ou d'infrastructures de maillage urbain;
2. les rapports financiers et des rapports d'activités visés aux articles 36 et 38.
§ 2. A l'issue du délai d'exécution visé à l'article 27 § 1er de l'ordonnance, la commune convoque une commission de quartier afin de la consulter sur les rapports financiers et les rapports d'activités.
§ 3. La commune peut également convoquer la commission de quartier chaque fois qu'elle l'estime utile.
Onderafdeling 5. - Participatie tijdens de implementatie van het programma
Sous-section 5. - Participation pendant la mise en oeuvre du programme
Art. 16. § 1. Tijdens de implementatie van het programma roept de gemeente de wijkcommissie minstens één keer per periode van twaalf maanden samen vanaf het begin van de implementatie.
Ze kan onder meer worden geraadpleegd over :
1° de financiële verslagen en de activiteitenverslagen bedoeld in de artikelen 36 en 38 van het laatste uitvoeringsjaar van deze activiteiten;
2° de evolutie van de werken in het kader van de operaties bedoeld in de artikelen 2 tot 5;
3° de opstelling en de uitvoering van plannen betreffende het beheer van de buurtinfrastructuur.
§ 2. De gemeente kan de wijkcommissie ook samenroepen telkens wanneer ze dit nodig acht.
Ze kan onder meer worden geraadpleegd over :
1° de financiële verslagen en de activiteitenverslagen bedoeld in de artikelen 36 en 38 van het laatste uitvoeringsjaar van deze activiteiten;
2° de evolutie van de werken in het kader van de operaties bedoeld in de artikelen 2 tot 5;
3° de opstelling en de uitvoering van plannen betreffende het beheer van de buurtinfrastructuur.
§ 2. De gemeente kan de wijkcommissie ook samenroepen telkens wanneer ze dit nodig acht.
Art. 16. § 1er. Lors de la mise en oeuvre du programme, la commune convoque la commission de quartier au minimum une fois par période de douze mois à dater du début de la mise en oeuvre.
Elle peut notamment être consultée sur :
1° les rapports financiers et des rapports d'activités visés aux articles 36 et 38 de la dernière année d'exécution de ces activités;
2° l'évolution des chantiers des opérations visées aux articles 2 à 5;
3° l'établissement et la mise en place des plans de gestions des infrastructures de proximité.
§ 2 La commune peut également convoquer la commission de quartier chaque fois qu'elle l'estime utile.
Elle peut notamment être consultée sur :
1° les rapports financiers et des rapports d'activités visés aux articles 36 et 38 de la dernière année d'exécution de ces activités;
2° l'évolution des chantiers des opérations visées aux articles 2 à 5;
3° l'établissement et la mise en place des plans de gestions des infrastructures de proximité.
§ 2 La commune peut également convoquer la commission de quartier chaque fois qu'elle l'estime utile.
Afdeling 2. - De algemene wijkvergadering
Section 2. - L'assemblée générale de quartier
Onderafdeling 1. - Participatie in de opstelling van het programma
Sous-section 1. - Participation à l'occasion de l'élaboration du programme
Art. 17. Behalve in het geval bepaald door artikel 26, § 3 van de ordonnantie, roept de gemeente de algemene wijkvergadering samen om haar kennis te laten nemen van :
1° de identificatie van de feitelijke toestand, bedoeld in artikel 23, § 1 van de ordonnantie;
2° het ontwerp van wijkcontract, zoals voorgelegd voor openbaar onderzoek, overeenkomstig de artikelen 24 en 25 van de ordonnantie.
1° de identificatie van de feitelijke toestand, bedoeld in artikel 23, § 1 van de ordonnantie;
2° het ontwerp van wijkcontract, zoals voorgelegd voor openbaar onderzoek, overeenkomstig de artikelen 24 en 25 van de ordonnantie.
Art. 17. Outre l'hypothèse prévue par l'article 26 § 3 de l'ordonnance, la commune convoque l'assemblée générale de quartier pour lui présenter :
1° l'identification de la situation de fait visée à l'article 23 § 1er de l'Ordonnance;
2° le projet de contrat de quartier tel que présenté à l'enquête publique conformément aux articles 24 et 25 de l'ordonnance.
1° l'identification de la situation de fait visée à l'article 23 § 1er de l'Ordonnance;
2° le projet de contrat de quartier tel que présenté à l'enquête publique conformément aux articles 24 et 25 de l'ordonnance.
Onderafdeling 2. - Participatie naar aanleiding van de wijziging of aanvulling van het programma
Sous-section 2. - Participation à l'occasion de la modification ou du complément de programme
Art. 18. De gemeente roept de algemene vergadering samen om haar het gewijzigde of aangevulde programma van duurzaam wijkcontract voor te leggen.
Art. 18. La commune convoque l'assemblée générale de quartier pour lui présenter le programme modifié ou complété de contrat de quartier durable.
Onderafdeling 3. - Participatie tijdens de uitvoering van het programma
Sous-section 3. - Participation pendant l'exécution du programme
Art. 19. Tijdens de uitvoering van het programma roept de gemeente de algemene wijkvergadering minstens één keer per periode van twaalf maanden samen vanaf de inwerkingtreding van de uitvoeringstermijn en minstens zes keer lopende de ganse uitvoeringstermijn, om haar op de hoogte te houden over de vorderingen in de uitvoering van het programma.
Art. 19. Lors de l'exécution du programme, la commune convoque l'assemblée générale de quartier au minimum une fois par période de douze mois à dater de la prise de cours de la durée d'exécution et au minimum six fois sur la totalité de la durée d'exécution, afin de la tenir informée des avancées dans l'exécution du programme.
Onderafdeling 4. - Participatie tijdens de implementatie van het programma
Sous-section 4. - Participation pendant la mise en oeuvre du programme
Art. 20. Tijdens de implementatie van het programma roept de gemeente de algemene wijkvergadering minstens twee keer in de ganse implementatietermijn samen, om haar op de hoogte te houden over :
1° de vorderingen in de implementatie van het programma;
2° de toegangs- en beheervoorwaarden van de in het kader van het duurzaam wijkcontract gecreëerde woningen;
3° de toegangs- en beheervoorwaarden van de andere vastgoedoperaties.
1° de vorderingen in de implementatie van het programma;
2° de toegangs- en beheervoorwaarden van de in het kader van het duurzaam wijkcontract gecreëerde woningen;
3° de toegangs- en beheervoorwaarden van de andere vastgoedoperaties.
Art. 20. Lors de la mise en oeuvre du programme, la commune convoque l'assemblée générale de quartier au minimum deux fois sur la totalité de la durée de mise en oeuvre, afin de la tenir informée :
1° des avancées dans la mise en oeuvre du programme;
2° des conditions d'accès et de gestions des logements créés dans la cadre du contrat de quartier durable;
3° des conditions d'accès et de gestion des autres opérations immobilières.
1° des avancées dans la mise en oeuvre du programme;
2° des conditions d'accès et de gestions des logements créés dans la cadre du contrat de quartier durable;
3° des conditions d'accès et de gestion des autres opérations immobilières.
Afdeling 3.-. Openbare onderzoeken
Section 3. - Enquêtes publiques
Art. 21. § 1. Het openbaar onderzoek bedoeld in artikelen 24 en 25 van de ordonnantie wordt bekendgemaakt via de aanplakking van affiches op het gemeentehuis en het betrokken grondgebied, evenals op de website van de gemeente.
Het openbaar onderzoek wordt bekendgemaakt via aanplakking van affiches die ten laatste achtenveertig uur voor de datum van zijn aanvang en tijdens zijn ganse duur worden aangebracht.
Het aantal affiches dat wordt uitgehangen op het betrokken grondgebied, moet volstaan om de openbaarmaking van het openbaar onderzoek te garanderen.
De affiches zijn leesbaar en moeten in een leesbare toestand worden gehouden gedurende de volledige duur van het onderzoek.
De affiches dienen zodanig te zijn aangeplakt dat ze goed leesbaar zijn, op een hoogte van 1,50 m, zo nodig op een omheining of op een bord met paal.
De Minister kan de inhoud van de affiches verduidelijken.
Tijdens de dertig dagen van het openbaar onderzoek kan het volledig dossier op het gemeentebestuur geraadpleegd worden en dit elke werkdag tussen 9 en 12 uur.
Ten minste een halve dag per week kan iedereen technische uitleg krijgen over het dossier dat het voorwerp is van een onderzoek. Men kan het dossier één dag in de week tot 20 uur `s avonds raadplegen maar in dit geval wordt de technische uitleg slechts na afspraak gegeven.
Het recht om mondeling opmerkingen en bezwaren te maken, wordt uitgeoefend bij de ambtenaren of de personen die aangewezen zijn door de overheid belast met het onderzoek. Deze stellen een proces-verbaal op van de gemaakte opmerkingen dat ter ondertekening aan de betrokken persoon voorgelegd wordt en waarvan hem onmiddellijk een afschrift afgeleverd wordt. Dit recht moet ten minste een halve dag per week mogelijk zijn.
De geschreven en de in lid 3 bedoelde opmerkingen en bezwaren worden bij het proces-verbaal van sluiting van het onderzoek gevoegd.
De gemeente stelt de ambtenaren aan die belast zullen zijn met het geven van de technische uitleg aan het publiek.
Binnen acht dagen na de afronding wordt een proces-verbaal van sluiting van het openbaar onderzoek opgesteld waarin de opmerkingen worden vermeld.
Het openbaar onderzoek wordt bekendgemaakt via aanplakking van affiches die ten laatste achtenveertig uur voor de datum van zijn aanvang en tijdens zijn ganse duur worden aangebracht.
Het aantal affiches dat wordt uitgehangen op het betrokken grondgebied, moet volstaan om de openbaarmaking van het openbaar onderzoek te garanderen.
De affiches zijn leesbaar en moeten in een leesbare toestand worden gehouden gedurende de volledige duur van het onderzoek.
De affiches dienen zodanig te zijn aangeplakt dat ze goed leesbaar zijn, op een hoogte van 1,50 m, zo nodig op een omheining of op een bord met paal.
De Minister kan de inhoud van de affiches verduidelijken.
Tijdens de dertig dagen van het openbaar onderzoek kan het volledig dossier op het gemeentebestuur geraadpleegd worden en dit elke werkdag tussen 9 en 12 uur.
Ten minste een halve dag per week kan iedereen technische uitleg krijgen over het dossier dat het voorwerp is van een onderzoek. Men kan het dossier één dag in de week tot 20 uur `s avonds raadplegen maar in dit geval wordt de technische uitleg slechts na afspraak gegeven.
Het recht om mondeling opmerkingen en bezwaren te maken, wordt uitgeoefend bij de ambtenaren of de personen die aangewezen zijn door de overheid belast met het onderzoek. Deze stellen een proces-verbaal op van de gemaakte opmerkingen dat ter ondertekening aan de betrokken persoon voorgelegd wordt en waarvan hem onmiddellijk een afschrift afgeleverd wordt. Dit recht moet ten minste een halve dag per week mogelijk zijn.
De geschreven en de in lid 3 bedoelde opmerkingen en bezwaren worden bij het proces-verbaal van sluiting van het onderzoek gevoegd.
De gemeente stelt de ambtenaren aan die belast zullen zijn met het geven van de technische uitleg aan het publiek.
Binnen acht dagen na de afronding wordt een proces-verbaal van sluiting van het openbaar onderzoek opgesteld waarin de opmerkingen worden vermeld.
Art. 21. § 1er. L'enquête publique visée aux articles 24 et 25 de l'ordonnance est annoncée par l'apposition d'affiches sur la maison communale et sur le territoire concerné, ainsi que sur le site internet de la commune.
L'enquête publique est annoncée par voie d'affiches, apposées au plus tard quarante-huit heures avant la date de son ouverture et pendant toute sa durée.
Le nombre d'affiches disposées sur le territoire concerné doit être suffisant pour assurer la publicité de l'enquête publique.
Les affiches sont lisibles et maintenues en état de lisibilité pendant toute la durée de l'enquête.
Les affiches sont disposées de façon à pouvoir être lues aisément, à une hauteur de 1,50 mètre, au besoin sur une palissade ou un panneau sur piquet.
Le Ministre peut préciser le contenu des affiches.
§ 2. Pendant les trente jours de l'enquête publique, le dossier complet peut être consulté à l'administration communale chaque jour ouvrable entre 9 heures et 12 heures.
Au moins une demi-journée par semaine, quiconque doit pouvoir obtenir des explications techniques à propos du dossier à l'enquête. Le dossier peut être consulté un jour par semaine en soirée jusque 20 heures mais les explications techniques ne sont données que sur rendez-vous.
La faculté d'exprimer oralement ses observations et réclamations s'exerce auprès des agents ou personnes désignés par l'autorité publique chargée de l'enquête. Ceux-ci dressent un procès-verbal des remarques émises que la personne est invitée à signer. Il lui en est remis une copie sur-le-champ. Cette faculté doit être rendue possible au moins une demi-journée par semaine.
Les observations et réclamations écrites et exprimées oralement conformément à l'alinéa 3 sont jointes au procès-verbal de clôture de l'enquête.
La commune désigne les agents chargés de donner les explications techniques au public.
Un procès-verbal de clôture d'enquête publique reprenant les observations formulées est rédigé dans les huit jours de sa clôture.
L'enquête publique est annoncée par voie d'affiches, apposées au plus tard quarante-huit heures avant la date de son ouverture et pendant toute sa durée.
Le nombre d'affiches disposées sur le territoire concerné doit être suffisant pour assurer la publicité de l'enquête publique.
Les affiches sont lisibles et maintenues en état de lisibilité pendant toute la durée de l'enquête.
Les affiches sont disposées de façon à pouvoir être lues aisément, à une hauteur de 1,50 mètre, au besoin sur une palissade ou un panneau sur piquet.
Le Ministre peut préciser le contenu des affiches.
§ 2. Pendant les trente jours de l'enquête publique, le dossier complet peut être consulté à l'administration communale chaque jour ouvrable entre 9 heures et 12 heures.
Au moins une demi-journée par semaine, quiconque doit pouvoir obtenir des explications techniques à propos du dossier à l'enquête. Le dossier peut être consulté un jour par semaine en soirée jusque 20 heures mais les explications techniques ne sont données que sur rendez-vous.
La faculté d'exprimer oralement ses observations et réclamations s'exerce auprès des agents ou personnes désignés par l'autorité publique chargée de l'enquête. Ceux-ci dressent un procès-verbal des remarques émises que la personne est invitée à signer. Il lui en est remis une copie sur-le-champ. Cette faculté doit être rendue possible au moins une demi-journée par semaine.
Les observations et réclamations écrites et exprimées oralement conformément à l'alinéa 3 sont jointes au procès-verbal de clôture de l'enquête.
La commune désigne les agents chargés de donner les explications techniques au public.
Un procès-verbal de clôture d'enquête publique reprenant les observations formulées est rédigé dans les huit jours de sa clôture.
Afdeling 4. - Begeleidingscomités en Stuurcomités
Section 4. - Comités d'Accompagnement et Comités de Pilotage
Art. 22. § 1 Overeenkomstig artikel 22 § 3 van de ordonnantie, kan de Minister of diens afgevaardigde telkens hij het nuttig acht het Begeleidingscomité met de begunstigde(n) van het Duurzame Wijkcontract bijeenroepen, met het oog op de opvolging van het duurzaam wijkcontractprogramma.
§ 2. Overeenkomstig artikel 26 § 4 van de ordonnantie kan de Gemeente de publiek- of privaatrechtelijke personen die betrokken zijn bij de desbetreffende operatie of actie van het duurzame wijkcontract, uitnodigen op een stuurcomité, dat bijeenkomt telkens de gemeente het nuttig acht.
§ 2. Overeenkomstig artikel 26 § 4 van de ordonnantie kan de Gemeente de publiek- of privaatrechtelijke personen die betrokken zijn bij de desbetreffende operatie of actie van het duurzame wijkcontract, uitnodigen op een stuurcomité, dat bijeenkomt telkens de gemeente het nuttig acht.
Art. 22. § 1er Conformément à l'article 22 § 3 de l'ordonnance, le Ministre ou son délégué peut réunir, chaque fois qu'il le juge utile, un Comité d'accompagnement avec le ou les bénéficiaires du Contrat de Quartier Durable, afin d'assurer le suivi de ce programme de contrat de quartier durable.
§ 2. Conformément à l'article 26 § 4 de l'ordonnance, la Commune peut convier les personnes publiques ou privées intéressées par l'opération ou l'action concernée du Contrat de Quartier Durable à participer à un comité de pilotage, qui se réunit chaque fois que la Commune le juge utile.
§ 2. Conformément à l'article 26 § 4 de l'ordonnance, la Commune peut convier les personnes publiques ou privées intéressées par l'opération ou l'action concernée du Contrat de Quartier Durable à participer à un comité de pilotage, qui se réunit chaque fois que la Commune le juge utile.
HOOFDSTUK 4. - Subsidiëring en uitbetaling van de subsidies
CHAPITRE 4. - Subventionnement et Liquidation des subventions
Afdeling 1. - Opstelling, wijziging en aanvulling van het duurzaam wijkcontract
Section 1re. - Elaboration, modification et complément du contrat de quartier durable
Art. 23. § 1. De beslissing van de Regering om op het grondgebied van een gemeente, overeenkomstig artikel 20 van de ordonnantie, een perimeter in te stellen die in aanmerking komt voor subsidiëring, wordt door de Minister bekendgemaakt aan de gemeente.
De perimeter die zich geheel of gedeeltelijk uitstrekt over de perimeter van een lopend duurzame wijkcontract, kan overeenkomstig artikel 20 van de ordonnantie slechts in aanmerking komen voor subsidies voor de uitwerking van duurzame wijkcontracten na het einde van de implementatie van het lopende duurzame wijkcontract.
§ 2. Om een subsidie te bekomen voor de vergoeding van de in artikel 31 van de ordonnantie beschreven prestaties die door de gemeente werden uitbesteed, bezorgt de gemeente aan de minister of zijn gemachtigde een dossier. Dit dossier omvat :
1° de verslagen van de opening van de offerteaanvragen;
2° de ingediende offertes;
3° de analyseverslagen van de offertes;
4° de beraadslagingen over de aanstelling van de dienstverlener(s).
§ 3. Overeenkomstig artikel 23, § 1, tweede lid, 8° van de ordonnantie stelt de begunstigde een ontwerp van beheersplan op voor iedere buurtinfrastructuur die in het ontwerp van duurzaam wijkcontract wordt voorgesteld.
De perimeter die zich geheel of gedeeltelijk uitstrekt over de perimeter van een lopend duurzame wijkcontract, kan overeenkomstig artikel 20 van de ordonnantie slechts in aanmerking komen voor subsidies voor de uitwerking van duurzame wijkcontracten na het einde van de implementatie van het lopende duurzame wijkcontract.
§ 2. Om een subsidie te bekomen voor de vergoeding van de in artikel 31 van de ordonnantie beschreven prestaties die door de gemeente werden uitbesteed, bezorgt de gemeente aan de minister of zijn gemachtigde een dossier. Dit dossier omvat :
1° de verslagen van de opening van de offerteaanvragen;
2° de ingediende offertes;
3° de analyseverslagen van de offertes;
4° de beraadslagingen over de aanstelling van de dienstverlener(s).
§ 3. Overeenkomstig artikel 23, § 1, tweede lid, 8° van de ordonnantie stelt de begunstigde een ontwerp van beheersplan op voor iedere buurtinfrastructuur die in het ontwerp van duurzaam wijkcontract wordt voorgesteld.
Art. 23. § 1er. La décision du Gouvernement d'inscription d'un périmètre éligible sur le territoire d'une commune, conformément à l'article 20 de l'ordonnance, est notifiée à la commune par le Ministre.
Le périmètre qui s'étend, en tout ou partie, sur le périmètre d'un Contrat de Quartier Durable en cours, ne peut être déclaré, conformément à l'article 20 de l'ordonnance, éligible au subventionnement pour l'élaboration de Contrats de Quartier Durable, qu'au terme de la mise en oeuvre du Contrat de Quartier Durable en cours.
§ 2. En vue d'obtenir la subvention couvrant les prestations externalisées par la commune décrites à l'article 31 de l'ordonnance, la commune soumet au Ministre ou à son délégué, un dossier comportant :
1° les procès-verbaux d'ouverture des offres;
2° les offres déposées;
3° les rapports d'analyse des offres;
4° les délibérations désignant le ou les prestataires.
§ 3. Conformément à l'article 23, § 1er, alinéa 2, 8° de l'ordonnance, le bénéficiaire établit un projet de plan de gestion pour chaque infrastructure de proximité proposée dans le projet de contrat de quartier durable.
Le périmètre qui s'étend, en tout ou partie, sur le périmètre d'un Contrat de Quartier Durable en cours, ne peut être déclaré, conformément à l'article 20 de l'ordonnance, éligible au subventionnement pour l'élaboration de Contrats de Quartier Durable, qu'au terme de la mise en oeuvre du Contrat de Quartier Durable en cours.
§ 2. En vue d'obtenir la subvention couvrant les prestations externalisées par la commune décrites à l'article 31 de l'ordonnance, la commune soumet au Ministre ou à son délégué, un dossier comportant :
1° les procès-verbaux d'ouverture des offres;
2° les offres déposées;
3° les rapports d'analyse des offres;
4° les délibérations désignant le ou les prestataires.
§ 3. Conformément à l'article 23, § 1er, alinéa 2, 8° de l'ordonnance, le bénéficiaire établit un projet de plan de gestion pour chaque infrastructure de proximité proposée dans le projet de contrat de quartier durable.
Art. 24. § 1. De subsidies met betrekking tot de externe prestaties betreffende de opstelling van het duurzaam wijkcontract, worden volgens de volgende modaliteiten uitbetaald :
1° er wordt een voorschot betaald ten belope van zeventig procent van het bedrag van de tegemoetkoming van het Gewest na goedkeuring van de aanwijzing van de dienstverlener door de minister of zijn gemachtigde;
2° het saldo wordt uitbetaald na goedkeuring van het duurzaam wijkcontract door de regering.
§ 2. De subsidies met betrekking tot de externe prestaties betreffende de wijzigingen of aanvullingen van het duurzaam wijkcontract worden uitbetaald nadat ze zijn goedgekeurd.
§ 3. De Minister weigert een deel of het volledige bedrag van de subsidies uit te betalen, wanneer een begunstigde zonder gegronde reden beslist om volledig of deels af te zien van de uitwerking van een ontwerp van duurzame wijkcontract of de wijzigingen en aanvullingen ervan, in de zin van artikel 13 van de ordonnantie.
Daartoe richt het bestuur aan de Minister een voorafgaand verslag waarin het vaststelt welke delen door de begunstigde niet zijn geimplementeerd en welke redenen daaraan ten grondslag liggen.
1° er wordt een voorschot betaald ten belope van zeventig procent van het bedrag van de tegemoetkoming van het Gewest na goedkeuring van de aanwijzing van de dienstverlener door de minister of zijn gemachtigde;
2° het saldo wordt uitbetaald na goedkeuring van het duurzaam wijkcontract door de regering.
§ 2. De subsidies met betrekking tot de externe prestaties betreffende de wijzigingen of aanvullingen van het duurzaam wijkcontract worden uitbetaald nadat ze zijn goedgekeurd.
§ 3. De Minister weigert een deel of het volledige bedrag van de subsidies uit te betalen, wanneer een begunstigde zonder gegronde reden beslist om volledig of deels af te zien van de uitwerking van een ontwerp van duurzame wijkcontract of de wijzigingen en aanvullingen ervan, in de zin van artikel 13 van de ordonnantie.
Daartoe richt het bestuur aan de Minister een voorafgaand verslag waarin het vaststelt welke delen door de begunstigde niet zijn geimplementeerd en welke redenen daaraan ten grondslag liggen.
Art. 24. § 1er. Les subventions relatives aux prestations externes concernant l'élaboration du contrat de quartier durable sont liquidées selon les modalités suivantes :
1° un acompte est liquidé, à concurrence de septante pour cent du montant de l'intervention régionale, sur approbation du Ministre ou de son délégué, de la désignation du prestataire;
2° le solde est liquidé après l'approbation du contrat de quartier durable par le Gouvernement.
§ 2. Les subventions relatives aux prestations externes concernant les modifications ou les compléments de contrat de quartier durable sont liquidées après leur approbation.
§ 3. Le Ministre refuse la liquidation de tout ou partie des subventions, lorsqu'un bénéficiaire décide, de ne pas procéder, en tout ou en partie, à l'élaboration d'un projet de contrat de quartier durable ou de ses modifications et compléments, et ce sans juste motifs, au sens de l'article 13 de l'ordonnance.
A cette fin, l'administration adresse au Ministre un rapport préalable dans laquelle elle identifie les parties qui n'ont pas été mises en oeuvre par le bénéficiaire et les motifs qui en sont la cause
1° un acompte est liquidé, à concurrence de septante pour cent du montant de l'intervention régionale, sur approbation du Ministre ou de son délégué, de la désignation du prestataire;
2° le solde est liquidé après l'approbation du contrat de quartier durable par le Gouvernement.
§ 2. Les subventions relatives aux prestations externes concernant les modifications ou les compléments de contrat de quartier durable sont liquidées après leur approbation.
§ 3. Le Ministre refuse la liquidation de tout ou partie des subventions, lorsqu'un bénéficiaire décide, de ne pas procéder, en tout ou en partie, à l'élaboration d'un projet de contrat de quartier durable ou de ses modifications et compléments, et ce sans juste motifs, au sens de l'article 13 de l'ordonnance.
A cette fin, l'administration adresse au Ministre un rapport préalable dans laquelle elle identifie les parties qui n'ont pas été mises en oeuvre par le bénéficiaire et les motifs qui en sont la cause
Art. 25. De Minister spreekt zich uit over de door de hoofdbegunstigde ingediende aanvragen om het duurzame wijkcontract te wijzigen of aan te vullen, overeenkomstig artikel 28 van de ordonnantie.
De minister spreekt zich uit over de verzoeken tot verlenging van de termijn bedoeld in de artikelen 23, § 2, tweede lid, en 27, § 1, tweede lid, van de ordonnantie.
De minister spreekt zich uit over de verzoeken tot verlenging van de termijn bedoeld in de artikelen 23, § 2, tweede lid, en 27, § 1, tweede lid, van de ordonnantie.
Art. 25. Le Ministre statue sur les demandes de modifications ou de compléments du contrat de quartier durable introduit par le bénéficiaire principal, conformément à l'article 28 de l'ordonnance.
Le Ministre statue sur les demandes de prolongation de délais visés aux articles 23, § 2, alinéa 2, et 27, § 1er, alinéa 2, de l'ordonnance.
Le Ministre statue sur les demandes de prolongation de délais visés aux articles 23, § 2, alinéa 2, et 27, § 1er, alinéa 2, de l'ordonnance.
Afdeling 2. - Valorisatie van de inbreng van onroerende goederen door de gemeente
Section 2. Valorisation de l'apport d'immeubles par la Commune
Art. 26. Voor de raming van de waarde van de door de gemeente ingebrachte onroerende goederen, overeenkomstig artikel 32 § 3 van de ordonnantie, legt de gemeente een verslag voor van het CAOG.
Als het CAOG zijn verslag niet binnen zestig werkdagen na de aanvraag heeft overgemaakt, kan de gemeente het goed laten ramen door een notaris, een landmeter-deskundige opgenomen in de tabel opgesteld door de Federale Raad van landmeters-experten, of bij een vastgoedmakelaar ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar.
Het verslag wordt opgesteld op basis van relevante objectieve gegevens, onder meer de eventuele kosten voor de behandeling van de verontreinigde bodems die zouden moeten worden gedragen om aan het goed de bestemming te geven die het in het kader van het wijkcontract zal hebben.
Het verslag waarin de gedwongen verkoopwaarde van het gebouw wordt beschreven dat de gemeente wil inbrengen, moet ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27 § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn zijn opgesteld.
Als het CAOG zijn verslag niet binnen zestig werkdagen na de aanvraag heeft overgemaakt, kan de gemeente het goed laten ramen door een notaris, een landmeter-deskundige opgenomen in de tabel opgesteld door de Federale Raad van landmeters-experten, of bij een vastgoedmakelaar ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar.
Het verslag wordt opgesteld op basis van relevante objectieve gegevens, onder meer de eventuele kosten voor de behandeling van de verontreinigde bodems die zouden moeten worden gedragen om aan het goed de bestemming te geven die het in het kader van het wijkcontract zal hebben.
Het verslag waarin de gedwongen verkoopwaarde van het gebouw wordt beschreven dat de gemeente wil inbrengen, moet ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27 § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn zijn opgesteld.
Art. 26. Pour l'évaluation de la valeur des immeubles apportés par la commune conformément à l'article 32 § 3 de l'ordonnance, la commune produit un rapport du CAI.
Si le CAI n'a pas rendu son rapport dans les soixante jours ouvrables de la demande, la commune peut faire évaluer le bien par un notaire, un géomètre-expert immobilier inscrit au tableau tenu par le Conseil fédéral des géomètres-experts, ou auprès d'un agent immobilier inscrit au tableau visé à la loi du 11 février 2013 organisant la profession d'agent immobilier.
Le rapport est établi sur la base de données objectives pertinentes, notamment les éventuels frais de traitement des sols pollués qui devraient être exposés pour donner au bien la destination qu'il aura dans le cadre du contrat de quartier.
Le rapport décrivant la valeur en vente forcée de l'immeuble que la commune entend apporter doit avoir été établi au plus tôt un an avant le délai visé à l'article 27 § 1er de l'ordonnance.
Si le CAI n'a pas rendu son rapport dans les soixante jours ouvrables de la demande, la commune peut faire évaluer le bien par un notaire, un géomètre-expert immobilier inscrit au tableau tenu par le Conseil fédéral des géomètres-experts, ou auprès d'un agent immobilier inscrit au tableau visé à la loi du 11 février 2013 organisant la profession d'agent immobilier.
Le rapport est établi sur la base de données objectives pertinentes, notamment les éventuels frais de traitement des sols pollués qui devraient être exposés pour donner au bien la destination qu'il aura dans le cadre du contrat de quartier.
Le rapport décrivant la valeur en vente forcée de l'immeuble que la commune entend apporter doit avoir été établi au plus tôt un an avant le délai visé à l'article 27 § 1er de l'ordonnance.
Afdeling 3. - Operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° tot 3° van de ordonnantie
Section 3. - Opérations visées à l'article 21, alinéa 1er, 1° à 3° de l'ordonnance
Onderafdeling 1. - Aan het bestuur te bezorgen documenten
Sous-section 1. - documents à transmettre à l'administration
Art. 27. § 1. De begunstigde bezorgt het bestuur een volledig dossier, de ontwerpen tot verwerving of vestiging van zakelijke rechten voor elke vastgoedoperatie of tot herwaardering van openbare ruimten of stadsnetwerkinfrastructuur van het duurzaam wijkcontract.
Dit dossier bevat :
1° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het ontwerp tot verwerving of vestiging van zakelijke rechten en tot vaststelling van de verwervingsvoorwaarden;
2° een kopie van de raming van het CAOG of, bij het uitblijven van een antwoord van deze laatste binnen zestig werkdagen na de aanvraag, minstens een raming opgesteld door een notaris, een landmeter-deskundige opgenomen in de tabel opgesteld door de Federale Raad van landmeters-experten of bij een vastgoedmakelaar ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar;
3° in voorkomend geval, een kopie van het ontwerp van onderhandse akte.
De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidies in aanmerking komen van de uitgave.
Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
§ 2. De begunstigde bezorgt de minister of zijn gemachtigde een dossier betreffende de verwerving of vestiging van zakelijke rechten voor elk van de verwervingen of vestigingen van zakelijke rechten bedoeld in § 1.
Dit dossier bevat :
1° een kopie van de akte tot verwerving of vestiging van zakelijke rechten of van de in het kader van een onteigening uitgesproken vonnissen;
2° in voorkomend geval, de afrekening van de registratie- en notariskosten;
3° in voorkomend geval, de afrekening van de afbakenings- en verkavelingskosten;
4° in voorkomend geval, de afrekening van de wederbeleggingsvergoedingen in het kader van een onderhandse verwerving en alle door de rechter opgelegde vergoedingen en kosten in het geval van een verwerving via onteigening;
5° in voorkomend geval, de andere door de minister of zijn gemachtigde vereiste documenten.
§ 3. Voor elke operatie bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2° van de ordonnantie bezorgt de begunstigde aan het bestuur een volledig dossier van de ontwerpen tot overdracht van zakelijke rechten of van overheidsopdrachten of van concessie van werken.
Dit dossier bevat :
1° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het ontwerp tot overdracht van zakelijke rechten en tot vaststelling van de verkoopvoorwaarden of desgevallend het bestek van de opdracht bedoeld in het eerste lid;
2° een kopie van de raming van het CAOG tot bijwerking van de waarde van het goed na de door de begunstigde uitgevoerde werken bedoeld in artikel 3 of, bij het uitblijven van een antwoord van deze laatste binnen zestig werkdagen na de aanvraag, minstens een raming opgesteld door een notaris, een landmeter-deskundige opgenomen in de tabel opgesteld door de Federale Raad van landmeters-experten of bij een vastgoedmakelaar ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar.
De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Bij ontstentenis van een beslissing binnen de - desgevallend verlengde - termijn wordt het dossier geacht te zijn goedgekeurd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidies in aanmerking komen van de uitgave.
Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
§ 4. Voor elke operatie bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2° van de ordonnantie bezorgt de begunstigde aan het bestuur een volledig dossier inzake de toewijzing van de overdracht van zakelijke rechten of van de overheidsopdracht of de concessie van werken.
Dit dossier bevat :
1° het verslag van de opening van de offertes;
2° de ingediende offertes;
3° het analyseverslag;
4° de met redenen omklede beslissing van de bevoegde overheid houdende de aanduiding van de gekozen offerte.
De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Bij ontstentenis van een beslissing binnen de - desgevallend verlengde - termijn wordt het dossier geacht te zijn goedgekeurd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidies in aanmerking komen van de uitgave.
Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
Dit dossier bevat :
1° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het ontwerp tot verwerving of vestiging van zakelijke rechten en tot vaststelling van de verwervingsvoorwaarden;
2° een kopie van de raming van het CAOG of, bij het uitblijven van een antwoord van deze laatste binnen zestig werkdagen na de aanvraag, minstens een raming opgesteld door een notaris, een landmeter-deskundige opgenomen in de tabel opgesteld door de Federale Raad van landmeters-experten of bij een vastgoedmakelaar ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar;
3° in voorkomend geval, een kopie van het ontwerp van onderhandse akte.
De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidies in aanmerking komen van de uitgave.
Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
§ 2. De begunstigde bezorgt de minister of zijn gemachtigde een dossier betreffende de verwerving of vestiging van zakelijke rechten voor elk van de verwervingen of vestigingen van zakelijke rechten bedoeld in § 1.
Dit dossier bevat :
1° een kopie van de akte tot verwerving of vestiging van zakelijke rechten of van de in het kader van een onteigening uitgesproken vonnissen;
2° in voorkomend geval, de afrekening van de registratie- en notariskosten;
3° in voorkomend geval, de afrekening van de afbakenings- en verkavelingskosten;
4° in voorkomend geval, de afrekening van de wederbeleggingsvergoedingen in het kader van een onderhandse verwerving en alle door de rechter opgelegde vergoedingen en kosten in het geval van een verwerving via onteigening;
5° in voorkomend geval, de andere door de minister of zijn gemachtigde vereiste documenten.
§ 3. Voor elke operatie bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2° van de ordonnantie bezorgt de begunstigde aan het bestuur een volledig dossier van de ontwerpen tot overdracht van zakelijke rechten of van overheidsopdrachten of van concessie van werken.
Dit dossier bevat :
1° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het ontwerp tot overdracht van zakelijke rechten en tot vaststelling van de verkoopvoorwaarden of desgevallend het bestek van de opdracht bedoeld in het eerste lid;
2° een kopie van de raming van het CAOG tot bijwerking van de waarde van het goed na de door de begunstigde uitgevoerde werken bedoeld in artikel 3 of, bij het uitblijven van een antwoord van deze laatste binnen zestig werkdagen na de aanvraag, minstens een raming opgesteld door een notaris, een landmeter-deskundige opgenomen in de tabel opgesteld door de Federale Raad van landmeters-experten of bij een vastgoedmakelaar ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar.
De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Bij ontstentenis van een beslissing binnen de - desgevallend verlengde - termijn wordt het dossier geacht te zijn goedgekeurd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidies in aanmerking komen van de uitgave.
Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
§ 4. Voor elke operatie bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2° van de ordonnantie bezorgt de begunstigde aan het bestuur een volledig dossier inzake de toewijzing van de overdracht van zakelijke rechten of van de overheidsopdracht of de concessie van werken.
Dit dossier bevat :
1° het verslag van de opening van de offertes;
2° de ingediende offertes;
3° het analyseverslag;
4° de met redenen omklede beslissing van de bevoegde overheid houdende de aanduiding van de gekozen offerte.
De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Bij ontstentenis van een beslissing binnen de - desgevallend verlengde - termijn wordt het dossier geacht te zijn goedgekeurd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidies in aanmerking komen van de uitgave.
Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
Art. 27. § 1er. Le bénéficiaire transmet à l'Administration un dossier complet, des projets d'acquisition ou de constitution de droits réels de chaque opération immobilière, ou de requalification d'espaces publics ou d'infrastructures de maillage urbain du contrat de quartier durable.
Ce dossier comprend :
1° La délibération des autorités compétentes approuvant le projet d'acquisition ou de constitution de droits réels et fixant les conditions d'acquisition;
2° la copie de l'estimation du CAI ou à défaut d'une réponse de celui-ci dans les soixante jours ouvrables de la demande, d'au moins une estimation rédigée par un notaire, un géomètre-expert immobilier inscrit au tableau tenu par le Conseil fédéral des géomètres-experts, ou auprès d'un agent immobilier inscrit au tableau visé à la loi du 11 février 2013 organisant la profession d'agent immobilier;
3° le cas échéant, la copie du projet d'acte sous seing privé.
Le Ministre ou son délégué vérifie la conformité du dossier par rapport au programme approuvé, le cas échéant modifié ou complété, et aux obligations contenues dans l'ordonnance et ses arrêtés d'exécution.
Le Ministre ou son délégué dispose d'un délai de trente jours pour procéder à la vérification, à dater de la réception du dossier par l'Administration. Ce délai peut être prolongé de trente jours. Si dans ce délai de trente jours, le cas échéant prolongé, le Ministre ou son délégué constate une ou plusieurs non-conformités dans le dossier, il le notifie au bénéficiaire et émet, le cas échéant, des réserves sur l'éligibilité de la dépense aux subventions.
L'absence de réaction dans le délai visé à l'alinéa 4, éventuellement prolongé, n'emporte pas de décision quant à l'éligibilité des dépenses prévues.
§ 2 Le bénéficiaire transmet au Ministre ou à son délégué, un dossier d'acquisition ou de constitution de droits réels relatif à chacune des acquisitions ou constitutions de droits réels visées au § 1er.
Ce dossier comporte :
1° la copie de l'acte d'acquisition ou de constitution des droits réels ou des jugements rendus dans le cadre d'une expropriation;
2° le cas échéant, le décompte des frais d'enregistrement et notariaux;
3° le cas échéant, le décompte des frais de bornage et de lotissement;
4° le cas échéant, le décompte des indemnités de remploi lors d'une acquisition de gré à gré et de l'ensemble des indemnités et frais octroyés par le juge dans le cas d'une acquisition par expropriation;
5° le cas échéant, les autres documents exigés par le Ministre ou son délégué.
§ 3. Pour chaque opération visée à l'article 21, alinéa 1er, 2° de l'ordonnance, le bénéficiaire transmet à l'Administration un dossier complet des projets de cession de droits réels ou de marchés publics ou de concession de travaux.
Ce dossier comprend :
1° la délibération des autorités compétentes approuvant le projet de cession de droits réels et fixant les conditions de vente ou le cas échéant le cahier des charges du marché visé à l'alinéa 1er;
2° la copie de l'estimation du CAI actualisant la valeur du bien après travaux réalisés par le bénéficiaire visés à l'article 3 ou à défaut d'une réponse de celui-ci dans les soixante jours ouvrables de la demande, d'au moins une estimation rédigée par un notaire, un géomètre-expert immobilier inscrit au tableau tenu par le Conseil fédéral des géomètres-experts, ou auprès d'un agent immobilier inscrit au tableau visé à la loi du 11 février 2013 organisant la profession d'agent immobilier.
Le Ministre ou son délégué vérifie la conformité du dossier par rapport au programme approuvé, le cas échéant modifié ou complété, et aux obligations contenues dans l'ordonnance et ses arrêtés d'exécution.
Le Ministre ou son délégué dispose d'un délai de trente jours pour procéder à la vérification, à dater de la réception du dossier par l'Administration. Ce délai peut être prolongé de 30 jours. A défaut de décision dans le délai, le cas échéant prolongé, le dossier est réputé approuvé. Si dans ce délai de trente jours, éventuellement prolongé, le Ministre ou son délégué constate une ou plusieurs non-conformités dans le dossier, il le notifie au bénéficiaire et émet, le cas échéant, des réserves sur l'éligibilité de la dépense aux subventions.
L'absence de réaction dans le délai visé à l'alinéa 4, éventuellement prolongé, n'emporte pas de décision quant à l'éligibilité des dépenses prévues.
§ 4. Pour chaque opération visée à l'article 21, alinéa 1er, 2° de l'ordonnance, le bénéficiaire transmet à l'Administration un dossier complet d'attribution de la cession de droits réels ou du marché public ou de la concession de travaux
Ce dossier comprend :
1° le procès-verbal d'ouverture des offres;
2° Les offres déposées ;
3° le rapport d'analyse;
4° la décision motivée de l'autorité compétente désignant l'offre retenue.
Le Ministre ou son délégué vérifie la conformité du dossier par rapport au programme approuvé, le cas échéant modifié ou complété, et aux obligations contenues dans l'ordonnance et ses arrêtés d'exécution.
Le Ministre ou son délégué dispose d'un délai de trente jours pour procéder à la vérification, à dater de la réception du dossier par l'Administration. Ce délai peut être prolongé de 30 jours. A défaut de décision dans le délai de trente jours, le cas échéant prolongé, le dossier est réputé approuvé. Si dans ce délai de trente jours, éventuellement prolongé le Ministre ou son délégué constate une ou plusieurs non-conformités dans le dossier, il le notifie au bénéficiaire et émet, le cas échéant, des réserves sur l'éligibilité de la dépense aux subventions.
L'absence de réaction dans le délai visé à l'alinéa 4, éventuellement prolongé, n'emporte pas de décision quant à l'éligibilité des dépenses prévues.
Ce dossier comprend :
1° La délibération des autorités compétentes approuvant le projet d'acquisition ou de constitution de droits réels et fixant les conditions d'acquisition;
2° la copie de l'estimation du CAI ou à défaut d'une réponse de celui-ci dans les soixante jours ouvrables de la demande, d'au moins une estimation rédigée par un notaire, un géomètre-expert immobilier inscrit au tableau tenu par le Conseil fédéral des géomètres-experts, ou auprès d'un agent immobilier inscrit au tableau visé à la loi du 11 février 2013 organisant la profession d'agent immobilier;
3° le cas échéant, la copie du projet d'acte sous seing privé.
Le Ministre ou son délégué vérifie la conformité du dossier par rapport au programme approuvé, le cas échéant modifié ou complété, et aux obligations contenues dans l'ordonnance et ses arrêtés d'exécution.
Le Ministre ou son délégué dispose d'un délai de trente jours pour procéder à la vérification, à dater de la réception du dossier par l'Administration. Ce délai peut être prolongé de trente jours. Si dans ce délai de trente jours, le cas échéant prolongé, le Ministre ou son délégué constate une ou plusieurs non-conformités dans le dossier, il le notifie au bénéficiaire et émet, le cas échéant, des réserves sur l'éligibilité de la dépense aux subventions.
L'absence de réaction dans le délai visé à l'alinéa 4, éventuellement prolongé, n'emporte pas de décision quant à l'éligibilité des dépenses prévues.
§ 2 Le bénéficiaire transmet au Ministre ou à son délégué, un dossier d'acquisition ou de constitution de droits réels relatif à chacune des acquisitions ou constitutions de droits réels visées au § 1er.
Ce dossier comporte :
1° la copie de l'acte d'acquisition ou de constitution des droits réels ou des jugements rendus dans le cadre d'une expropriation;
2° le cas échéant, le décompte des frais d'enregistrement et notariaux;
3° le cas échéant, le décompte des frais de bornage et de lotissement;
4° le cas échéant, le décompte des indemnités de remploi lors d'une acquisition de gré à gré et de l'ensemble des indemnités et frais octroyés par le juge dans le cas d'une acquisition par expropriation;
5° le cas échéant, les autres documents exigés par le Ministre ou son délégué.
§ 3. Pour chaque opération visée à l'article 21, alinéa 1er, 2° de l'ordonnance, le bénéficiaire transmet à l'Administration un dossier complet des projets de cession de droits réels ou de marchés publics ou de concession de travaux.
Ce dossier comprend :
1° la délibération des autorités compétentes approuvant le projet de cession de droits réels et fixant les conditions de vente ou le cas échéant le cahier des charges du marché visé à l'alinéa 1er;
2° la copie de l'estimation du CAI actualisant la valeur du bien après travaux réalisés par le bénéficiaire visés à l'article 3 ou à défaut d'une réponse de celui-ci dans les soixante jours ouvrables de la demande, d'au moins une estimation rédigée par un notaire, un géomètre-expert immobilier inscrit au tableau tenu par le Conseil fédéral des géomètres-experts, ou auprès d'un agent immobilier inscrit au tableau visé à la loi du 11 février 2013 organisant la profession d'agent immobilier.
Le Ministre ou son délégué vérifie la conformité du dossier par rapport au programme approuvé, le cas échéant modifié ou complété, et aux obligations contenues dans l'ordonnance et ses arrêtés d'exécution.
Le Ministre ou son délégué dispose d'un délai de trente jours pour procéder à la vérification, à dater de la réception du dossier par l'Administration. Ce délai peut être prolongé de 30 jours. A défaut de décision dans le délai, le cas échéant prolongé, le dossier est réputé approuvé. Si dans ce délai de trente jours, éventuellement prolongé, le Ministre ou son délégué constate une ou plusieurs non-conformités dans le dossier, il le notifie au bénéficiaire et émet, le cas échéant, des réserves sur l'éligibilité de la dépense aux subventions.
L'absence de réaction dans le délai visé à l'alinéa 4, éventuellement prolongé, n'emporte pas de décision quant à l'éligibilité des dépenses prévues.
§ 4. Pour chaque opération visée à l'article 21, alinéa 1er, 2° de l'ordonnance, le bénéficiaire transmet à l'Administration un dossier complet d'attribution de la cession de droits réels ou du marché public ou de la concession de travaux
Ce dossier comprend :
1° le procès-verbal d'ouverture des offres;
2° Les offres déposées ;
3° le rapport d'analyse;
4° la décision motivée de l'autorité compétente désignant l'offre retenue.
Le Ministre ou son délégué vérifie la conformité du dossier par rapport au programme approuvé, le cas échéant modifié ou complété, et aux obligations contenues dans l'ordonnance et ses arrêtés d'exécution.
Le Ministre ou son délégué dispose d'un délai de trente jours pour procéder à la vérification, à dater de la réception du dossier par l'Administration. Ce délai peut être prolongé de 30 jours. A défaut de décision dans le délai de trente jours, le cas échéant prolongé, le dossier est réputé approuvé. Si dans ce délai de trente jours, éventuellement prolongé le Ministre ou son délégué constate une ou plusieurs non-conformités dans le dossier, il le notifie au bénéficiaire et émet, le cas échéant, des réserves sur l'éligibilité de la dépense aux subventions.
L'absence de réaction dans le délai visé à l'alinéa 4, éventuellement prolongé, n'emporte pas de décision quant à l'éligibilité des dépenses prévues.
Art. 28. § 1. De begunstigde bezorgt het bestuur een dossier met de documenten van de dienstenopdrachten voor elke vastgoedoperatie of voor de herwaardering van openbare ruimten of stadsnetwerkinfrastructuur van het duurzaam wijkcontract.
Dit dossier bevat :
1° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het ontwerp en tot vaststelling van de voorwaarden en van de gunningswijze van de opdrachten;
2° het bestek;
3° de lijst van de te raadplegen inschrijvers bij een beperkte of onderhandelingsprocedure.
§ 2. De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven.
Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 2 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
§ 3. De begunstigde bezorgt het bestuur een gunningsdossier voor elk van de in § 1 bedoelde opdrachten.
Dit dossier bevat :
1° het proces-verbaal van de opening van de offertes;
2° de ingediende offertes;
3° het analyseverslag van de offertes;
4° de met redenen omklede beslissing van de bevoegde overheid houdende de aanstelling van de opdrachtnemer.
De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven.
Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
Dit dossier bevat :
1° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het ontwerp en tot vaststelling van de voorwaarden en van de gunningswijze van de opdrachten;
2° het bestek;
3° de lijst van de te raadplegen inschrijvers bij een beperkte of onderhandelingsprocedure.
§ 2. De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven.
Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 2 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
§ 3. De begunstigde bezorgt het bestuur een gunningsdossier voor elk van de in § 1 bedoelde opdrachten.
Dit dossier bevat :
1° het proces-verbaal van de opening van de offertes;
2° de ingediende offertes;
3° het analyseverslag van de offertes;
4° de met redenen omklede beslissing van de bevoegde overheid houdende de aanstelling van de opdrachtnemer.
De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven.
Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
Art. 28. § 1er. Le bénéficiaire transmet à l'Administration un dossier contenant les documents des marchés de service de chaque opération immobilière ou de requalification d'espaces publics ou d'infrastructures de maillage urbain du contrat de quartier durable.
Ce dossier comprend :
1° la délibération des autorités compétentes approuvant le projet de cahier des charges et fixant les conditions et le mode de passation des marchés;
2° le cahier des charges;
3° la liste des soumissionnaires à consulter, en cas de procédure restreinte ou négociée.
§ 2. Le Ministre ou son délégué vérifie la conformité du dossier par rapport au programme approuvé, le cas échéant modifié ou complété, et aux obligations contenues dans l'ordonnance et ses arrêtés d'exécution.
Le Ministre ou son délégué dispose d'un délai de trente jours pour procéder à la vérification, à dater de la réception du dossier par l'Administration. Ce délai peut être prolongé de trente jours. Si dans ce délai de trente jours, le cas échéant prolongé, le Ministre ou son délégué constate une ou plusieurs non-conformités dans le dossier, il le notifie au bénéficiaire et émet, le cas échéant, des réserves sur l'éligibilité des dépenses à la subvention.
L'absence de réaction dans le délai visé à l'alinéa 2, éventuellement prolongé, n'emporte pas de décision quant à l'éligibilité des dépenses prévues.
§ 3. Le bénéficiaire transmet à l'administration, un dossier d'attribution relatif à chacun des marchés visés au § 1er.
Ce dossier comporte :
1° le procès-verbal d'ouverture des offres;
2° les offres déposées;
3° le rapport d'analyse des offres;
4° la décision motivée de l'autorité compétente désignant l'adjudicataire.
Le Ministre ou son délégué vérifie la conformité du dossier par rapport au programme approuvé, le cas échéant modifié ou complété, et aux obligations contenues dans l'ordonnance et ses arrêtés d'exécution.
Le Ministre ou son délégué dispose d'un délai de trente jours pour procéder à la vérification, à dater de la réception du dossier par l'Administration. Ce délai peut être prolongé de trente jours. Si dans ce délai de trente jours, le cas échéant prolongé, le Ministre ou son délégué constate une ou plusieurs non-conformités dans le dossier, il le notifie au bénéficiaire et émet, le cas échéant, des réserves sur l'éligibilité des dépenses à la subvention.
L'absence de réaction dans le délai visé à l'alinéa 4, éventuellement prolongé, n'emporte pas de décision quant à l'éligibilité des dépenses prévues.
Ce dossier comprend :
1° la délibération des autorités compétentes approuvant le projet de cahier des charges et fixant les conditions et le mode de passation des marchés;
2° le cahier des charges;
3° la liste des soumissionnaires à consulter, en cas de procédure restreinte ou négociée.
§ 2. Le Ministre ou son délégué vérifie la conformité du dossier par rapport au programme approuvé, le cas échéant modifié ou complété, et aux obligations contenues dans l'ordonnance et ses arrêtés d'exécution.
Le Ministre ou son délégué dispose d'un délai de trente jours pour procéder à la vérification, à dater de la réception du dossier par l'Administration. Ce délai peut être prolongé de trente jours. Si dans ce délai de trente jours, le cas échéant prolongé, le Ministre ou son délégué constate une ou plusieurs non-conformités dans le dossier, il le notifie au bénéficiaire et émet, le cas échéant, des réserves sur l'éligibilité des dépenses à la subvention.
L'absence de réaction dans le délai visé à l'alinéa 2, éventuellement prolongé, n'emporte pas de décision quant à l'éligibilité des dépenses prévues.
§ 3. Le bénéficiaire transmet à l'administration, un dossier d'attribution relatif à chacun des marchés visés au § 1er.
Ce dossier comporte :
1° le procès-verbal d'ouverture des offres;
2° les offres déposées;
3° le rapport d'analyse des offres;
4° la décision motivée de l'autorité compétente désignant l'adjudicataire.
Le Ministre ou son délégué vérifie la conformité du dossier par rapport au programme approuvé, le cas échéant modifié ou complété, et aux obligations contenues dans l'ordonnance et ses arrêtés d'exécution.
Le Ministre ou son délégué dispose d'un délai de trente jours pour procéder à la vérification, à dater de la réception du dossier par l'Administration. Ce délai peut être prolongé de trente jours. Si dans ce délai de trente jours, le cas échéant prolongé, le Ministre ou son délégué constate une ou plusieurs non-conformités dans le dossier, il le notifie au bénéficiaire et émet, le cas échéant, des réserves sur l'éligibilité des dépenses à la subvention.
L'absence de réaction dans le délai visé à l'alinéa 4, éventuellement prolongé, n'emporte pas de décision quant à l'éligibilité des dépenses prévues.
Art. 29. § 1. De begunstigde bezorgt het bestuur een dossier betreffende het voorontwerp van werken voor elke vastgoedoperatie of voor de herwaardering van openbare ruimten of stadsnetwerkinfrastructuur van het duurzaam wijkcontract.
Dit dossier bevat :
1° het voorontwerpdossier;
2° een overzicht van de bestaande toestand;
3° een technische beschrijving van de bestaande toestand van elk betrokken goed;
4° een beschrijving van de geplande werken en projecten;
5° een raming van de kosten van de werken;
6° het advies van de wijkcommissie.
§ 2. De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven.
Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 2 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
Dit dossier bevat :
1° het voorontwerpdossier;
2° een overzicht van de bestaande toestand;
3° een technische beschrijving van de bestaande toestand van elk betrokken goed;
4° een beschrijving van de geplande werken en projecten;
5° een raming van de kosten van de werken;
6° het advies van de wijkcommissie.
§ 2. De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven.
Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 2 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
Art. 29. § 1er Le bénéficiaire transmet à l'Administration, un dossier relatif à l'avant-projet des travaux de chaque opération immobilière ou de requalification d'espaces publics ou d'infrastructures de maillage urbain du contrat de quartier durable.
Ce dossier comprend :
1° le dossier d'avant-projet;
2° un relevé de la situation existante;
3° un descriptif de l'état technique existant de chacun des biens concernés;
4° un descriptif des travaux envisagés et les plans projetés;
5° l'estimation des coûts des travaux;
6° l'avis de la Commission de quartier.
§ 2. Le Ministre ou son délégué vérifie la conformité du dossier par rapport au programme approuvé, le cas échéant modifié ou complété, et aux obligations contenues dans l'ordonnance et ses arrêtés d'exécution.
Le Ministre ou son délégué dispose d'un délai de trente jours pour procéder à la vérification, à dater de la réception du dossier par l'Administration. Ce délai peut être prolongé de trente jours. Si dans ce délai de trente jours, le cas échéant prolongé, le Ministre ou son délégué constate une ou plusieurs non-conformités dans le dossier, il le notifie au bénéficiaire et émet, le cas échéant, des réserves sur l'éligibilité des dépenses à la subvention.
L'absence de réaction dans le délai visé à l'alinéa 2, éventuellement prolongé, n'emporte pas de décision quant à l'éligibilité des dépenses prévues.
Ce dossier comprend :
1° le dossier d'avant-projet;
2° un relevé de la situation existante;
3° un descriptif de l'état technique existant de chacun des biens concernés;
4° un descriptif des travaux envisagés et les plans projetés;
5° l'estimation des coûts des travaux;
6° l'avis de la Commission de quartier.
§ 2. Le Ministre ou son délégué vérifie la conformité du dossier par rapport au programme approuvé, le cas échéant modifié ou complété, et aux obligations contenues dans l'ordonnance et ses arrêtés d'exécution.
Le Ministre ou son délégué dispose d'un délai de trente jours pour procéder à la vérification, à dater de la réception du dossier par l'Administration. Ce délai peut être prolongé de trente jours. Si dans ce délai de trente jours, le cas échéant prolongé, le Ministre ou son délégué constate une ou plusieurs non-conformités dans le dossier, il le notifie au bénéficiaire et émet, le cas échéant, des réserves sur l'éligibilité des dépenses à la subvention.
L'absence de réaction dans le délai visé à l'alinéa 2, éventuellement prolongé, n'emporte pas de décision quant à l'éligibilité des dépenses prévues.
Art. 30. § 1. De begunstigde bezorgt het bestuur een dossier met de documenten van elke opdracht van werken voor elke vastgoedoperatie of voor de herwaardering van openbare ruimten of stadsnetwerkinfrastructuur van het duurzaam wijkcontract.
Dit dossier bevat :
1° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het ontwerp en tot vaststelling van de voorwaarden en van de gunningswijze van de opdrachten;
2° de kostenraming;
3° de plannen;
4° het bestek;
5° de beschrijvende en samenvattende opmetingsstaat;
6° [1 het EPB-voorstel, de haalbaarheidsstudie of de geïntegreerde haalbaarheidsstudie, zoals bedoeld in de artikelen 2.2.5 en 2.2.7 van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing]1;
7° de lijst van de te raadplegen inschrijvers bij een beperkte of onderhandelingsprocedure.
De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven.
Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
§ 2. De begunstigde bezorgt de minister of zijn gemachtigde een gunningsdossier voor elk van de opdrachten.
Dit dossier bevat :
1° het verslag van de opening van de offertes;
2° de ingediende offertes;
3° het analyseverslag van de offertes;
4° de met redenen omklede beslissing van de bevoegde overheid houdende de aanstelling van de opdrachtnemer.
De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven.
Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
Dit dossier bevat :
1° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het ontwerp en tot vaststelling van de voorwaarden en van de gunningswijze van de opdrachten;
2° de kostenraming;
3° de plannen;
4° het bestek;
5° de beschrijvende en samenvattende opmetingsstaat;
6° [1 het EPB-voorstel, de haalbaarheidsstudie of de geïntegreerde haalbaarheidsstudie, zoals bedoeld in de artikelen 2.2.5 en 2.2.7 van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing]1;
7° de lijst van de te raadplegen inschrijvers bij een beperkte of onderhandelingsprocedure.
De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven.
Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
§ 2. De begunstigde bezorgt de minister of zijn gemachtigde een gunningsdossier voor elk van de opdrachten.
Dit dossier bevat :
1° het verslag van de opening van de offertes;
2° de ingediende offertes;
3° het analyseverslag van de offertes;
4° de met redenen omklede beslissing van de bevoegde overheid houdende de aanstelling van de opdrachtnemer.
De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven.
Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
Art. 30. § 1er. Le bénéficiaire transmet à l'Administration un dossier comprenant les documents de chaque marché de travaux de chaque opération immobilière ou de requalification d'espaces publics ou d'infrastructures de maillage urbain du contrat de quartier durable.
Ce dossier comprend :
1° la délibération des autorités compétentes approuvant le projet et fixant les conditions et le mode de passation des marchés;
2° le devis estimatif;
3° les plans;
4° le cahier des charges;
5° le métré descriptif et récapitulatif;
6° [1 la proposition PEB, l'étude de faisabilité ou l'étude de faisabilité intégrée, telles que visées aux articles 2.2.5 et 2.2.7 de l'ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maîtrise de l'Energie]1;
7° la liste des entreprises à consulter, en cas de procédure restreinte ou négociée.
Le Ministre ou son délégué vérifie la conformité du dossier par rapport au programme approuvé, le cas échéant modifié ou complété, et aux obligations contenues dans l'ordonnance et ses arrêtés d'exécution.
Le Ministre ou son délégué dispose d'un délai de trente jours pour procéder à la vérification, à dater de la réception du dossier par l'Administration. Ce délai peut être prolongé de trente jours. Si dans ce délai de trente jours, le cas échéant prolongé, le Ministre ou son délégué constate une ou plusieurs non-conformités dans le dossier, il le notifie au bénéficiaire et émet, le cas échéant, des réserves sur l'éligibilité des dépenses à la subvention.
L'absence de réaction dans le délai visé à l'alinéa 4, éventuellement prolongé, n'emporte pas de décision quant à l'éligibilité des dépenses prévues.
§ 2. Le bénéficiaire transmet au Ministre ou à son délégué, un dossier d'attribution relatif à chacun des marchés.
Ce dossier comporte :
1° le procès-verbal d'ouverture des offres;
2° Les offres déposées;
3° le rapport d'analyse des offres;
4° la décision motivée de l'autorité compétente désignant l'adjudicataire.
Le Ministre ou son délégué vérifie la conformité du dossier par rapport au programme approuvé, le cas échéant modifié ou complété, et aux obligations contenues dans l'ordonnance et ses arrêtés d'exécution.
Le Ministre ou son délégué dispose d'un délai de trente jours pour procéder à la vérification, à dater de la réception du dossier par l'Administration. Ce délai peut être prolongé de trente jours. Si dans ce délai de trente jours, le cas échéant prolongé, le Ministre ou son délégué constate une ou plusieurs non-conformités dans le dossier, il le notifie au bénéficiaire et émet, le cas échéant, des réserves sur l'éligibilité des dépenses à la subvention.
L'absence de réaction dans le délai visé à l'alinéa 4, éventuellement prolongé, n'emporte pas de décision quant à l'éligibilité des dépenses prévues.
Ce dossier comprend :
1° la délibération des autorités compétentes approuvant le projet et fixant les conditions et le mode de passation des marchés;
2° le devis estimatif;
3° les plans;
4° le cahier des charges;
5° le métré descriptif et récapitulatif;
6° [1 la proposition PEB, l'étude de faisabilité ou l'étude de faisabilité intégrée, telles que visées aux articles 2.2.5 et 2.2.7 de l'ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maîtrise de l'Energie]1;
7° la liste des entreprises à consulter, en cas de procédure restreinte ou négociée.
Le Ministre ou son délégué vérifie la conformité du dossier par rapport au programme approuvé, le cas échéant modifié ou complété, et aux obligations contenues dans l'ordonnance et ses arrêtés d'exécution.
Le Ministre ou son délégué dispose d'un délai de trente jours pour procéder à la vérification, à dater de la réception du dossier par l'Administration. Ce délai peut être prolongé de trente jours. Si dans ce délai de trente jours, le cas échéant prolongé, le Ministre ou son délégué constate une ou plusieurs non-conformités dans le dossier, il le notifie au bénéficiaire et émet, le cas échéant, des réserves sur l'éligibilité des dépenses à la subvention.
L'absence de réaction dans le délai visé à l'alinéa 4, éventuellement prolongé, n'emporte pas de décision quant à l'éligibilité des dépenses prévues.
§ 2. Le bénéficiaire transmet au Ministre ou à son délégué, un dossier d'attribution relatif à chacun des marchés.
Ce dossier comporte :
1° le procès-verbal d'ouverture des offres;
2° Les offres déposées;
3° le rapport d'analyse des offres;
4° la décision motivée de l'autorité compétente désignant l'adjudicataire.
Le Ministre ou son délégué vérifie la conformité du dossier par rapport au programme approuvé, le cas échéant modifié ou complété, et aux obligations contenues dans l'ordonnance et ses arrêtés d'exécution.
Le Ministre ou son délégué dispose d'un délai de trente jours pour procéder à la vérification, à dater de la réception du dossier par l'Administration. Ce délai peut être prolongé de trente jours. Si dans ce délai de trente jours, le cas échéant prolongé, le Ministre ou son délégué constate une ou plusieurs non-conformités dans le dossier, il le notifie au bénéficiaire et émet, le cas échéant, des réserves sur l'éligibilité des dépenses à la subvention.
L'absence de réaction dans le délai visé à l'alinéa 4, éventuellement prolongé, n'emporte pas de décision quant à l'éligibilité des dépenses prévues.
Art. 31. § 1. De begunstigde levert aan het bestuur voor elk van de gegunde overheidsopdrachten :
1° de kennisgeving van afsluiting van de opdracht of van de concessie van werken;
2° voor opdrachten voor aannemingen van werken of de concessies van werken, het bevel om de werken aan te vatten.
§ 2. Wanneer de begunstigde een overheidsopdracht of een concessie van werken organiseert die zowel betrekking heeft op het ontwerp als de uitvoering van de werken, zijn de artikelen 28 en 29 niet van toepassing.
1° de kennisgeving van afsluiting van de opdracht of van de concessie van werken;
2° voor opdrachten voor aannemingen van werken of de concessies van werken, het bevel om de werken aan te vatten.
§ 2. Wanneer de begunstigde een overheidsopdracht of een concessie van werken organiseert die zowel betrekking heeft op het ontwerp als de uitvoering van de werken, zijn de artikelen 28 en 29 niet van toepassing.
Art. 31. § 1er. Le bénéficiaire transmet à l'Administration, pour chacun des marchés publics passés :
1° la notification de la conclusion du marché ou de la concession de travaux;
2° pour les marchés de travaux ou les concessions de travaux, l'ordre de commencer les travaux.
§ 2. Lorsque le bénéficiaire organise un marché public ou une concession de travaux comprenant conjointement la conception et l'exécution des travaux, les articles 28 et 29 ne s'appliquent pas.
1° la notification de la conclusion du marché ou de la concession de travaux;
2° pour les marchés de travaux ou les concessions de travaux, l'ordre de commencer les travaux.
§ 2. Lorsque le bénéficiaire organise un marché public ou une concession de travaux comprenant conjointement la conception et l'exécution des travaux, les articles 28 et 29 ne s'appliquent pas.
Art. 32. § 1. De begunstigde bezorgt het bestuur een dossier betreffende de opleveringen van de verschillende opdrachten voor elke vastgoedoperatie of voor de openbare ruimten van het duurzaam wijkcontract.
Dit dossier bevat :
1° het proces-verbaal van voorlopige oplevering of van weigering van voorlopige oplevering, zoals bepaald in de wet en de koninklijke besluiten betreffende de overheidsopdrachten;
2° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het proces-verbaal van voorlopige oplevering of van weigering van voorlopige oplevering;
3° in voorkomend geval, de plaatsbeschrijving zoals bepaald in de wet en de koninklijke besluiten betreffende de overheidsopdrachten voor de volledige of gedeeltelijke inbezitneming van het bouwwerk door de aanbestedende overheid;
4° het proces-verbaal van definitieve oplevering of van weigering van definitieve oplevering, zoals bepaald in de wet en de koninklijke besluiten betreffende de overheidsopdrachten;
5° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het proces-verbaal van definitieve oplevering of van weigering van definitieve oplevering;
6° de eindafrekening van de opdracht;
7° de afrekening van de boetes, ambtshalve maatregelen en inhoudingen die van toepassing zijn op de opdracht.
§ 2. De begunstigde bezorgt het bestuur eveneens een dossier met :
1° de ontwerpen van bezettings- of huurovereenkomsten voor de vastgoedoperaties van het type buurtinfrastructuur, commerciële- en productieve ruimten;
2° de globale eindafrekening van de operatie, met inbegrip van de kosten betreffende de financieringen afkomstig van andere overheidssubsidies of aanvullende private financiering.
Dit dossier bevat :
1° het proces-verbaal van voorlopige oplevering of van weigering van voorlopige oplevering, zoals bepaald in de wet en de koninklijke besluiten betreffende de overheidsopdrachten;
2° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het proces-verbaal van voorlopige oplevering of van weigering van voorlopige oplevering;
3° in voorkomend geval, de plaatsbeschrijving zoals bepaald in de wet en de koninklijke besluiten betreffende de overheidsopdrachten voor de volledige of gedeeltelijke inbezitneming van het bouwwerk door de aanbestedende overheid;
4° het proces-verbaal van definitieve oplevering of van weigering van definitieve oplevering, zoals bepaald in de wet en de koninklijke besluiten betreffende de overheidsopdrachten;
5° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het proces-verbaal van definitieve oplevering of van weigering van definitieve oplevering;
6° de eindafrekening van de opdracht;
7° de afrekening van de boetes, ambtshalve maatregelen en inhoudingen die van toepassing zijn op de opdracht.
§ 2. De begunstigde bezorgt het bestuur eveneens een dossier met :
1° de ontwerpen van bezettings- of huurovereenkomsten voor de vastgoedoperaties van het type buurtinfrastructuur, commerciële- en productieve ruimten;
2° de globale eindafrekening van de operatie, met inbegrip van de kosten betreffende de financieringen afkomstig van andere overheidssubsidies of aanvullende private financiering.
Art. 32. § 1er Le bénéficiaire transmet, à l'Administration un dossier relatif aux réceptions des différents marchés de chaque opération immobilière ou d'espaces publics du contrat de quartier durable.
Ce dossier comprend :
1° le procès-verbal de réception provisoire ou de refus de réception provisoire tel que prévu dans la loi et arrêtés royaux relatifs aux marchés publics;
2° la délibération des autorités compétentes approuvant le procès-verbal de réception provisoire ou le refus de réception provisoire;
3° le cas échéant, l'état des lieux tel que prévu dans la loi et arrêtés royaux relatifs aux marchés publics pour prise de possession totale ou partielle de l'ouvrage par le pouvoir adjudicateur;
4° le procès-verbal de réception définitive ou de refus de réception définitive tel que prévu dans la loi et arrêtés royaux relatifs aux marchés publics;
5° la délibération des autorités compétentes approuvant le procès-verbal de réception définitive ou le refus de réception définitive;
6° le décompte final du marché;
7° le décompte des amendes, mesures d'offices et retenues appliquées au marché.
§ 2. Le bénéficiaire transmet également à l'administration un dossier comprenant :
1° les projets de conventions d'occupation ou de bail pour les opérations immobilières de type infrastructures de proximité, espaces commerciaux et productifs;
2° le décompte final global de l'opération, y compris les frais correspondant à des financements issus d'autres subventionnements publics ou des apports financiers privés complémentaires.
Ce dossier comprend :
1° le procès-verbal de réception provisoire ou de refus de réception provisoire tel que prévu dans la loi et arrêtés royaux relatifs aux marchés publics;
2° la délibération des autorités compétentes approuvant le procès-verbal de réception provisoire ou le refus de réception provisoire;
3° le cas échéant, l'état des lieux tel que prévu dans la loi et arrêtés royaux relatifs aux marchés publics pour prise de possession totale ou partielle de l'ouvrage par le pouvoir adjudicateur;
4° le procès-verbal de réception définitive ou de refus de réception définitive tel que prévu dans la loi et arrêtés royaux relatifs aux marchés publics;
5° la délibération des autorités compétentes approuvant le procès-verbal de réception définitive ou le refus de réception définitive;
6° le décompte final du marché;
7° le décompte des amendes, mesures d'offices et retenues appliquées au marché.
§ 2. Le bénéficiaire transmet également à l'administration un dossier comprenant :
1° les projets de conventions d'occupation ou de bail pour les opérations immobilières de type infrastructures de proximité, espaces commerciaux et productifs;
2° le décompte final global de l'opération, y compris les frais correspondant à des financements issus d'autres subventionnements publics ou des apports financiers privés complémentaires.
Art. 33. Wanneer de begunstigde overweegt om onderhands of in openbare verkoop afstand te doen van de zakelijke rechten op de gesubsidieerde goederen, moet hij zijn beslissing om de zakelijke rechten op het goed af te staan openbaar maken, met name door het aanplakken van een bekendmaking, voor een duur van minstens dertig dagen, in de onmiddellijke omgeving van het bedoelde goed en op het gemeentehuis. Dit bericht maakt de overdrachtvoorwaarden bekend evenals de offertevoorwaarden, hun geldigheidsvoorwaarden en de plaats waar de ontwerpakten die de overdracht van zakelijke rechten, met uitzondering van de erfdienstbaarheden regelen, kan worden geraadpleegd. De affiches worden in het zwart gedrukt op rood papier van DIN-A2-formaat en het gebruikte lettertype is minstens 14 didotpunten groot. Deze affiches worden zodanig opgehangen dat ze makkelijk leesbaar zijn, op een hoogte van 1,50 meter, zo nodig op een omheining of op een bord met paal.
Art. 33. Lorsque le bénéficiaire envisage de céder des droits réels sur les biens subventionnés de gré à gré ou en vente publique, il est tenu de rendre publique sa décision de céder les droits réels sur le bien, notamment par l'affichage pendant une durée minimale de trente jours d'un avis aux abords du bien concerné et à la maison communale; cet avis annonce les modalités de la cession ainsi que les modalités de dépôt des offres, leurs conditions de validité ainsi que le lieu de consultation du projet d'actes opérant la cession de droits réels, à l'exception des servitudes. Les affiches sont imprimées en noir sur papier de couleur rouge de format DIN A2 et la police de caractères d'impression utilisée est d'au moins 14 points didot. Ces affiches sont disposées de façon à pouvoir être lues aisément, à une hauteur de 1,50 mètre, au besoin sur une palissade ou un panneau sur piquet.
Art. 34. Wanneer een operatie bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2° van de ordonnantie kadert in een overheidsopdracht of een concessie voor werken, bevat het bestek minstens :
1° de beschrijving van de uit te voeren werken en hun prijs;
2° de verplichting van de promotor om voor de betreffende investering een afzonderlijke boekhouding bij te houden;
3° de voltooiingstermijn van de werken en het bedrag dat als waarborg of borgstelling voor de naleving van deze termijn moet worden neergelegd;
4° de verplichting van de begunstigde om voor de duur van de werken en dit voor een periode van maximaal veertig jaar, een maximum van vijfenzeventig procent van de afgewerkte woningen in erfpacht te nemen; waarbij het erfpachtrecht als volgt betaalbaar is :
a) de betaling van de hoofdsom aan het einde van de werken;
b) en de gedeeltelijke en geïndexeerde betalingen in overeenstemming met de huurwaarden met aftrek van de beheerskosten.
1° de beschrijving van de uit te voeren werken en hun prijs;
2° de verplichting van de promotor om voor de betreffende investering een afzonderlijke boekhouding bij te houden;
3° de voltooiingstermijn van de werken en het bedrag dat als waarborg of borgstelling voor de naleving van deze termijn moet worden neergelegd;
4° de verplichting van de begunstigde om voor de duur van de werken en dit voor een periode van maximaal veertig jaar, een maximum van vijfenzeventig procent van de afgewerkte woningen in erfpacht te nemen; waarbij het erfpachtrecht als volgt betaalbaar is :
a) de betaling van de hoofdsom aan het einde van de werken;
b) en de gedeeltelijke en geïndexeerde betalingen in overeenstemming met de huurwaarden met aftrek van de beheerskosten.
Art. 34. Lorsqu'une opération visée à l'article 21 alinéa 1er, 2°, de l'ordonnance s'inscrit dans le cadre d'un marché public ou d'une concession de travaux, le cahier des charges contient au minimum :
1° la description des travaux à réaliser et leurs coûts;
2° l'engagement du promoteur de tenir pour l'investissement considéré une comptabilité distincte;
3° le délai d'achèvement des travaux et le montant de la somme à déposer ou cautionner en garantie du respect de ce délai;
4° l'engagement du bénéficiaire de prendre en emphytéose au terme des travaux et pour une durée maximale de quarante ans, un maximum de septante-cinq pour cent des logements réalisés, le canon étant payable comme suit :
a) un paiement principal à la fin des travaux;
b) et des paiements fractionnés et indexés correspondant aux valeurs locatives déduction faite des frais de gestion.
1° la description des travaux à réaliser et leurs coûts;
2° l'engagement du promoteur de tenir pour l'investissement considéré une comptabilité distincte;
3° le délai d'achèvement des travaux et le montant de la somme à déposer ou cautionner en garantie du respect de ce délai;
4° l'engagement du bénéficiaire de prendre en emphytéose au terme des travaux et pour une durée maximale de quarante ans, un maximum de septante-cinq pour cent des logements réalisés, le canon étant payable comme suit :
a) un paiement principal à la fin des travaux;
b) et des paiements fractionnés et indexés correspondant aux valeurs locatives déduction faite des frais de gestion.
Art. 35. Het recht van voorkoop bedoeld in artikel 15 van de ordonnantie is niet van toepassing op de overdrachten van zakelijke rechten van de begunstigde aan de investeerder, noch op de overdrachten van zakelijke rechten van de investeerder aan de eerste koper.
In afwijking van het eerste lid is het recht van voorkoop van toepassing op elke overdracht van zakelijke rechten van de investeerder aan de eerste koper wanneer de investeerder de geconventioneerde woning zelf bewoonde.
Het recht van voorkoop is van toepassing op de opeenvolgende overdrachten van zakelijke rechten door de eerste koper en zijn rechthebbenden, gedurende een periode van vijftien jaar vanaf de verwervingsdatum van het goed door de investeerder.
Het recht van voorkoop ten gunste van het gewest bedoeld in artikel 15 van de ordonnantie wordt uitgevoerd overeenkomstig de in artikelen 263, 265 tot 269 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening beschreven procedure.
In afwijking van het eerste lid is het recht van voorkoop van toepassing op elke overdracht van zakelijke rechten van de investeerder aan de eerste koper wanneer de investeerder de geconventioneerde woning zelf bewoonde.
Het recht van voorkoop is van toepassing op de opeenvolgende overdrachten van zakelijke rechten door de eerste koper en zijn rechthebbenden, gedurende een periode van vijftien jaar vanaf de verwervingsdatum van het goed door de investeerder.
Het recht van voorkoop ten gunste van het gewest bedoeld in artikel 15 van de ordonnantie wordt uitgevoerd overeenkomstig de in artikelen 263, 265 tot 269 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening beschreven procedure.
Art. 35. Le droit de préemption prévu à l'article 15 de l'ordonnance ne s'applique pas aux cessions de droits réels du bénéficiaire à l'investisseur, ni aux cessions de droits réels de l'investisseur au premier acquéreur.
Par dérogation à l'alinéa premier, le droit de préemption s'applique à la cession de droits réels de l'investisseur au premier acquéreur lorsque l'investisseur occupait personnellement le logement conventionné.
Le droit de préemption s'applique aux cessions de droits réels successives par le premier acquéreur et ses ayant-droit, pendant une durée de quinze ans à dater de la date d'acquisition du bien par l'investisseur.
Le droit de préemption au profit de la Région visé à l'article 15 de l'ordonnance est mis en oeuvre conformément à la procédure visée aux articles 263, 265 à 269 du Code Bruxellois de l'Aménagement du territoire.
Par dérogation à l'alinéa premier, le droit de préemption s'applique à la cession de droits réels de l'investisseur au premier acquéreur lorsque l'investisseur occupait personnellement le logement conventionné.
Le droit de préemption s'applique aux cessions de droits réels successives par le premier acquéreur et ses ayant-droit, pendant une durée de quinze ans à dater de la date d'acquisition du bien par l'investisseur.
Le droit de préemption au profit de la Région visé à l'article 15 de l'ordonnance est mis en oeuvre conformément à la procédure visée aux articles 263, 265 à 269 du Code Bruxellois de l'Aménagement du territoire.
Onderafdeling 3. - Uitbetaling van de subsidies
Sous-section 3. - Liquidations des subventions
Art. 36. § 1. Voor de operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° tot 3° van de ordonnantie worden de subsidies uitbetaald volgens de manier die wordt beschreven in paragrafen 2 en 3.
§ 2. Wanneer de begunstigde een in artikel 33, § 1, tweede lid van de ordonnantie bepaalde betaling ontvangt, kan de begunstigde maximaal twee keer per jaar, uiterlijk op 31 mei en 15 september van elk jaar, de betaling van bijkomende schijven vragen.
De aanvraag tot betaling van een bijkomende schijf wordt vergezeld van een volledige afrekening die in één keer wordt ingediend en waarin een overzicht wordt gegeven van de in aanmerking komende uitgavenstaten van de projecten waarop de betalingsaanvraag betrekking heeft, evenals van alle verantwoordingsstukken betreffende de gesubsidieerde operaties. Deze verantwoordingsstukken worden ter controle voorgelegd aan het bestuur.
De betalingen van de als in aanmerking komende geachte kosten worden gedaan, na goedkeuring van de minister of zijn gemachtigde, op basis van een schuldvorderingsaangifte die is opgesteld door de begunstigde en waarop het bedrag van de als in aanmerking komende geachte kosten wordt vermeld. De betaling van bijkomende schijven houdt geen rekening met de betaling bedoeld in artikel 33, § 1, tweede lid van de ordonnantie, totdat de begunstigde de betaling van zeventig procent van de in aanmerking komende totale kostprijs heeft ontvangen.
Wanneer de begunstigde, in toepassing van het derde lid, de betaling van zeventig procent van de in aanmerking komende totale kostprijs heeft ontvangen :
1° bezorgt de begunstigde aan het bestuur een tussentijds activiteitenverslag, dat aantoont dat de uitvoering van het programma is gevorderd overeenkomstig de reeds uitbetaalde subsidies;
2° De bijkomende schijven worden betaald volgens de procedure bedoeld in het eerste tot derde lid. Er wordt evenwel rekening gehouden met de vrijgave van de betaling bedoeld in het eerste lid. Bovendien worden de bedragen die aan de begunstigde worden betaald, verlaagd met het bedrag dat wordt betaald in uitvoering van artikel 33, § 1, tweede lid van de ordonnantie.
§ 3. Bij het uitblijven van de uitbetaling bedoeld in artikel 33, § 1, tweede lid van de ordonnantie kan de begunstigde de betaling van een voorschot van twintig procent van de voor de operatie vastgelegde subsidie vragen vanaf de ondertekening van de verkoopovereenkomst of de overeenkomst van verwerving van zakelijke rechten, de voorlopige uitspraak in geval van een onteigening of de ondertekening van de bestelbon van de opdracht voor architectuurdiensten of de opdracht van werken. In dat geval bezorgt de begunstigde het bestuur een kopie van de verkoopovereenkomst of de overeenkomst van verwerving van zakelijke rechten, het vonnis tot vastlegging van het bedrag van de provisionele en voorlopige vergoeding in geval van een onteigening of de bestelbon van de opdracht voor architectuurdiensten of de opdracht van werken.
De betalingen worden uitgevoerd na goedkeuring van het bedrag van de in aanmerking komende kosten door de minister of zijn gemachtigde, op basis van een schuldvorderingsaangifte die is opgesteld door de begunstigde en waarop het bedrag van de als in aanmerking komende geachte kosten wordt vermeld.
De begunstigde kan maximaal twee keer per jaar, uiterlijk op 31 mei en 15 september van elk jaar, de betaling van bijkomende schijven vragen voor de operatie die het voorwerp heeft uitgemaakt van de betaling bedoeld in het eerste lid.
De aanvraag tot betaling van een bijkomende schijf wordt vergezeld van een volledige afrekening die in één keer wordt ingediend en waarin een overzicht wordt gegeven van de in aanmerking komende uitgavenstaten van de projecten waarop de betalingsaanvraag betrekking heeft, evenals van alle verantwoordingsstukken betreffende de gesubsidieerde operaties. Deze verantwoordingsstukken worden ter controle voorgelegd aan het bestuur.
De uitbetalingen van de als in aanmerking komende geachte kosten worden gedaan na goedkeuring van de minister of zijn gemachtigde, op basis van een schuldvorderingsaangifte die is opgesteld door de begunstigde en waarop het bedrag van de als in aanmerking komende geachte kosten wordt vermeld. De uitbetaling van bijkomende schijven houdt geen rekening met de betaling, bedoeld in het eerste lid, totdat de begunstigde de betaling van zeventig procent van de subsidie heeft ontvangen die kan worden toegekend voor de operatie.
Wanneer de begunstigde zeventig procent van het totaalbedrag van de subsidies voor de operatie heeft ontvangen :
1° bezorgt de begunstigde aan het bestuur een tussentijds activiteitenverslag, dat aantoont dat de uitvoering van de operatie is gevorderd overeenkomstig de reeds uitbetaalde subsidies;
2° De bijkomende schijven worden betaald volgens de procedure bedoeld in het derde tot vijfde lid. Er wordt evenwel rekening gehouden met de vrijgave van de betaling bedoeld in het eerste lid. Bovendien worden de bedragen die aan de begunstigde worden betaald, verlaagd met het bedrag bedoeld in het eerste lid.
§ 4. In geval van onderhandse verwerving van zakelijke rechten wordt het bedrag van de subsidie berekend op basis van de prijs van de vaststellingsovereenkomst. Het bedrag van de subsidie mag in geen geval hoger zijn dan de raming van het CAOG of, desgevallend, bij het uitblijven van een antwoord van deze laatste binnen zestig werkdagen na de aanvraag, minstens een raming opgesteld door een notaris, een landmeter-deskundige opgenomen in de tabel opgesteld door de Federale Raad van landmeters-experten, of bij een vastgoedmakelaar ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar, vermeerderd met de registratiekosten, en desgevallend, met het ereloon van de notaris en de wederbeleggingsvergoedingen.
In geval van een onteigening wordt het bedrag van de subsidie berekend op basis van de kostprijs ervan, vermeerderd met de kosten van de gerechtelijke procedure, evenals met de door de rechter opgelegde vergoedingen en kosten in geval van een verwerving via onteigening.
§ 2. Wanneer de begunstigde een in artikel 33, § 1, tweede lid van de ordonnantie bepaalde betaling ontvangt, kan de begunstigde maximaal twee keer per jaar, uiterlijk op 31 mei en 15 september van elk jaar, de betaling van bijkomende schijven vragen.
De aanvraag tot betaling van een bijkomende schijf wordt vergezeld van een volledige afrekening die in één keer wordt ingediend en waarin een overzicht wordt gegeven van de in aanmerking komende uitgavenstaten van de projecten waarop de betalingsaanvraag betrekking heeft, evenals van alle verantwoordingsstukken betreffende de gesubsidieerde operaties. Deze verantwoordingsstukken worden ter controle voorgelegd aan het bestuur.
De betalingen van de als in aanmerking komende geachte kosten worden gedaan, na goedkeuring van de minister of zijn gemachtigde, op basis van een schuldvorderingsaangifte die is opgesteld door de begunstigde en waarop het bedrag van de als in aanmerking komende geachte kosten wordt vermeld. De betaling van bijkomende schijven houdt geen rekening met de betaling bedoeld in artikel 33, § 1, tweede lid van de ordonnantie, totdat de begunstigde de betaling van zeventig procent van de in aanmerking komende totale kostprijs heeft ontvangen.
Wanneer de begunstigde, in toepassing van het derde lid, de betaling van zeventig procent van de in aanmerking komende totale kostprijs heeft ontvangen :
1° bezorgt de begunstigde aan het bestuur een tussentijds activiteitenverslag, dat aantoont dat de uitvoering van het programma is gevorderd overeenkomstig de reeds uitbetaalde subsidies;
2° De bijkomende schijven worden betaald volgens de procedure bedoeld in het eerste tot derde lid. Er wordt evenwel rekening gehouden met de vrijgave van de betaling bedoeld in het eerste lid. Bovendien worden de bedragen die aan de begunstigde worden betaald, verlaagd met het bedrag dat wordt betaald in uitvoering van artikel 33, § 1, tweede lid van de ordonnantie.
§ 3. Bij het uitblijven van de uitbetaling bedoeld in artikel 33, § 1, tweede lid van de ordonnantie kan de begunstigde de betaling van een voorschot van twintig procent van de voor de operatie vastgelegde subsidie vragen vanaf de ondertekening van de verkoopovereenkomst of de overeenkomst van verwerving van zakelijke rechten, de voorlopige uitspraak in geval van een onteigening of de ondertekening van de bestelbon van de opdracht voor architectuurdiensten of de opdracht van werken. In dat geval bezorgt de begunstigde het bestuur een kopie van de verkoopovereenkomst of de overeenkomst van verwerving van zakelijke rechten, het vonnis tot vastlegging van het bedrag van de provisionele en voorlopige vergoeding in geval van een onteigening of de bestelbon van de opdracht voor architectuurdiensten of de opdracht van werken.
De betalingen worden uitgevoerd na goedkeuring van het bedrag van de in aanmerking komende kosten door de minister of zijn gemachtigde, op basis van een schuldvorderingsaangifte die is opgesteld door de begunstigde en waarop het bedrag van de als in aanmerking komende geachte kosten wordt vermeld.
De begunstigde kan maximaal twee keer per jaar, uiterlijk op 31 mei en 15 september van elk jaar, de betaling van bijkomende schijven vragen voor de operatie die het voorwerp heeft uitgemaakt van de betaling bedoeld in het eerste lid.
De aanvraag tot betaling van een bijkomende schijf wordt vergezeld van een volledige afrekening die in één keer wordt ingediend en waarin een overzicht wordt gegeven van de in aanmerking komende uitgavenstaten van de projecten waarop de betalingsaanvraag betrekking heeft, evenals van alle verantwoordingsstukken betreffende de gesubsidieerde operaties. Deze verantwoordingsstukken worden ter controle voorgelegd aan het bestuur.
De uitbetalingen van de als in aanmerking komende geachte kosten worden gedaan na goedkeuring van de minister of zijn gemachtigde, op basis van een schuldvorderingsaangifte die is opgesteld door de begunstigde en waarop het bedrag van de als in aanmerking komende geachte kosten wordt vermeld. De uitbetaling van bijkomende schijven houdt geen rekening met de betaling, bedoeld in het eerste lid, totdat de begunstigde de betaling van zeventig procent van de subsidie heeft ontvangen die kan worden toegekend voor de operatie.
Wanneer de begunstigde zeventig procent van het totaalbedrag van de subsidies voor de operatie heeft ontvangen :
1° bezorgt de begunstigde aan het bestuur een tussentijds activiteitenverslag, dat aantoont dat de uitvoering van de operatie is gevorderd overeenkomstig de reeds uitbetaalde subsidies;
2° De bijkomende schijven worden betaald volgens de procedure bedoeld in het derde tot vijfde lid. Er wordt evenwel rekening gehouden met de vrijgave van de betaling bedoeld in het eerste lid. Bovendien worden de bedragen die aan de begunstigde worden betaald, verlaagd met het bedrag bedoeld in het eerste lid.
§ 4. In geval van onderhandse verwerving van zakelijke rechten wordt het bedrag van de subsidie berekend op basis van de prijs van de vaststellingsovereenkomst. Het bedrag van de subsidie mag in geen geval hoger zijn dan de raming van het CAOG of, desgevallend, bij het uitblijven van een antwoord van deze laatste binnen zestig werkdagen na de aanvraag, minstens een raming opgesteld door een notaris, een landmeter-deskundige opgenomen in de tabel opgesteld door de Federale Raad van landmeters-experten, of bij een vastgoedmakelaar ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar, vermeerderd met de registratiekosten, en desgevallend, met het ereloon van de notaris en de wederbeleggingsvergoedingen.
In geval van een onteigening wordt het bedrag van de subsidie berekend op basis van de kostprijs ervan, vermeerderd met de kosten van de gerechtelijke procedure, evenals met de door de rechter opgelegde vergoedingen en kosten in geval van een verwerving via onteigening.
Art. 36. § 1er. Pour les opérations visées aux articles 21, alinéa 1er, 1° à 3° de l'ordonnance, la liquidation des subventions s'effectue de la manière prévue aux paragraphes 2 et 3.
§ 2. Lorsque le bénéficiaire reçoit un paiement prévu à l'article 33 § 1er, alinéa 2 de l'ordonnance, le bénéficiaire peut demander le paiement de tranches complémentaires, au maximum deux fois par an, au plus tard les 31 mai et 15 septembre de chaque année.
La demande de paiement d'une tranche complémentaire est accompagnée d'un décompte complet introduit en une seule fois, reprenant les états de dépenses éligibles des projets sur lesquels porte la demande de paiement ainsi que toutes les pièces justificatives relatives aux opérations subventionnées. Ces justificatifs sont transmis à l'Administration pour vérification.
Les paiements des frais jugés éligibles sont exécutés, après approbation du Ministre ou de son délégué, sur la base d'une déclaration de créance établie par le bénéficiaire et reprenant le montant de frais jugés éligibles. Le paiement des tranches complémentaires ne tient pas compte du paiement visé à l'article 33 § 1er alinéa 2 de l'ordonnance jusqu'à ce que le bénéficiaire ait obtenu le paiement de septante pour cent du coût éligible total.
Lorsque le bénéficiaire a obtenu, en application de l'alinéa 3, le paiement des paiements à concurrence de septante pour cent du coût total éligible :
1° le bénéficiaire transmet à l'Administration un rapport d'activité intermédiaire, qui démontre un avancement de l'exécution du programme conforme aux subventions déjà liquidées;
2° Le paiement des tranches complémentaires intervient selon la procédure visée aux alinéas 1 à 3. Il est cependant tenu compte de la libération du paiement visée à l'alinéa premier et les montants qui sont payés au bénéficiaire sont réduits à concurrence du montant payé en exécution de l'article 33 § 1er, alinéa 2 de l'ordonnance.
§ 3. En l'absence de liquidation du paiement prévu à l'article 33 § 1er alinéa 2 de l'ordonnance, le bénéficiaire peut demander le paiement d'un acompte équivalent à vingt pour cent de la subvention prévue pour l'opération dès la signature du compromis de vente ou d'acquisition de droits réels, l'obtention du jugement provisoire en cas d'expropriation ou de la signature du bon de commande du marché de service d'architecture ou du marché de travaux. Dans ce cas, le bénéficiaire fournit à l'Administration la copie du compromis de vente ou d'acquisition de droits réels, du jugement fixant l'indemnité provisionnelle ou provisoire en cas d'expropriation ou du bon de commande du marché de service d'architecture ou du marché de travaux.
Les paiements sont exécutés, après approbation du montant des frais éligibles par le Ministre ou son délégué, sur la base d'une déclaration de créance établie par le bénéficiaire et reprenant le montant des frais jugés éligibles.
Le bénéficiaire peut demander le paiement de tranches complémentaires pour l'opération ayant fait l'objet du paiement visé à l'alinéa premier, au maximum deux fois par an, au plus tard les 31 mai et 15 septembre de chaque année.
La demande de paiement d'une tranche complémentaire est accompagnée d'un décompte complet introduit en une seule fois, reprenant les états de dépenses éligibles des projets sur lesquels porte la demande de paiement ainsi que toutes les pièces justificatives relatives aux opérations subventionnées. Ces justificatifs sont transmis à l'Administration pour vérification.
Les paiements des frais jugés éligibles sont exécutés, après approbation du Ministre ou de son délégué, sur la base d'une déclaration de créance établie par le bénéficiaire et reprenant le montant de frais jugés éligibles. Le paiement des tranches complémentaires ne tient pas compte du paiement visé à l'alinéa premier jusqu'à ce que le bénéficiaire ait obtenu des paiements jusqu'à concurrence de septante pour cent de la subvention pouvant être allouée à l'opération.
Lorsque le bénéficiaire a obtenu le paiement de septante pour cent du montant total des subventions de l'opération :
1° le bénéficiaire transmet à l'Administration un rapport d'activité intermédiaire, qui démontre un avancement de l'exécution de l'opération conforme aux subventions déjà liquidées;
2° Le paiement des tranches complémentaires intervient selon la procédure visée aux alinéas 3 à 5. Il est cependant tenu compte de la libération du paiement visée à l'alinéa premier et les montants qui sont payés au bénéficiaire sont réduits à concurrence du montant visé à l'alinéa premier.
§ 4. En cas d'acquisition de droits réels en gré à gré, le montant de la subvention est calculé sur base du prix de la transaction. Le montant de la subvention ne peut en aucun cas être supérieur à l'estimation du CAI, ou, le cas échéant à défaut d'une réponse de celui-ci dans les soixante jours ouvrables de la demande, d'au moins une estimation rédigée par un notaire, un géomètre-expert immobilier inscrit au tableau tenu par le Conseil fédéral des géomètres-experts, ou auprès d'un agent immobilier inscrit au tableau visé à la loi du 11 février 2013 organisant la profession d'agent immobilier, majoré des frais d'enregistrement et, le cas échéant, des honoraires du notaire ainsi que des indemnités de remploi.
En cas d'expropriation, le montant de la subvention est calculé sur la base du coût de celle-ci majoré des frais de la procédure judiciaire ainsi que l'ensemble des indemnités et frais octroyés par le juge dans le cas d'une acquisition par expropriation.
§ 2. Lorsque le bénéficiaire reçoit un paiement prévu à l'article 33 § 1er, alinéa 2 de l'ordonnance, le bénéficiaire peut demander le paiement de tranches complémentaires, au maximum deux fois par an, au plus tard les 31 mai et 15 septembre de chaque année.
La demande de paiement d'une tranche complémentaire est accompagnée d'un décompte complet introduit en une seule fois, reprenant les états de dépenses éligibles des projets sur lesquels porte la demande de paiement ainsi que toutes les pièces justificatives relatives aux opérations subventionnées. Ces justificatifs sont transmis à l'Administration pour vérification.
Les paiements des frais jugés éligibles sont exécutés, après approbation du Ministre ou de son délégué, sur la base d'une déclaration de créance établie par le bénéficiaire et reprenant le montant de frais jugés éligibles. Le paiement des tranches complémentaires ne tient pas compte du paiement visé à l'article 33 § 1er alinéa 2 de l'ordonnance jusqu'à ce que le bénéficiaire ait obtenu le paiement de septante pour cent du coût éligible total.
Lorsque le bénéficiaire a obtenu, en application de l'alinéa 3, le paiement des paiements à concurrence de septante pour cent du coût total éligible :
1° le bénéficiaire transmet à l'Administration un rapport d'activité intermédiaire, qui démontre un avancement de l'exécution du programme conforme aux subventions déjà liquidées;
2° Le paiement des tranches complémentaires intervient selon la procédure visée aux alinéas 1 à 3. Il est cependant tenu compte de la libération du paiement visée à l'alinéa premier et les montants qui sont payés au bénéficiaire sont réduits à concurrence du montant payé en exécution de l'article 33 § 1er, alinéa 2 de l'ordonnance.
§ 3. En l'absence de liquidation du paiement prévu à l'article 33 § 1er alinéa 2 de l'ordonnance, le bénéficiaire peut demander le paiement d'un acompte équivalent à vingt pour cent de la subvention prévue pour l'opération dès la signature du compromis de vente ou d'acquisition de droits réels, l'obtention du jugement provisoire en cas d'expropriation ou de la signature du bon de commande du marché de service d'architecture ou du marché de travaux. Dans ce cas, le bénéficiaire fournit à l'Administration la copie du compromis de vente ou d'acquisition de droits réels, du jugement fixant l'indemnité provisionnelle ou provisoire en cas d'expropriation ou du bon de commande du marché de service d'architecture ou du marché de travaux.
Les paiements sont exécutés, après approbation du montant des frais éligibles par le Ministre ou son délégué, sur la base d'une déclaration de créance établie par le bénéficiaire et reprenant le montant des frais jugés éligibles.
Le bénéficiaire peut demander le paiement de tranches complémentaires pour l'opération ayant fait l'objet du paiement visé à l'alinéa premier, au maximum deux fois par an, au plus tard les 31 mai et 15 septembre de chaque année.
La demande de paiement d'une tranche complémentaire est accompagnée d'un décompte complet introduit en une seule fois, reprenant les états de dépenses éligibles des projets sur lesquels porte la demande de paiement ainsi que toutes les pièces justificatives relatives aux opérations subventionnées. Ces justificatifs sont transmis à l'Administration pour vérification.
Les paiements des frais jugés éligibles sont exécutés, après approbation du Ministre ou de son délégué, sur la base d'une déclaration de créance établie par le bénéficiaire et reprenant le montant de frais jugés éligibles. Le paiement des tranches complémentaires ne tient pas compte du paiement visé à l'alinéa premier jusqu'à ce que le bénéficiaire ait obtenu des paiements jusqu'à concurrence de septante pour cent de la subvention pouvant être allouée à l'opération.
Lorsque le bénéficiaire a obtenu le paiement de septante pour cent du montant total des subventions de l'opération :
1° le bénéficiaire transmet à l'Administration un rapport d'activité intermédiaire, qui démontre un avancement de l'exécution de l'opération conforme aux subventions déjà liquidées;
2° Le paiement des tranches complémentaires intervient selon la procédure visée aux alinéas 3 à 5. Il est cependant tenu compte de la libération du paiement visée à l'alinéa premier et les montants qui sont payés au bénéficiaire sont réduits à concurrence du montant visé à l'alinéa premier.
§ 4. En cas d'acquisition de droits réels en gré à gré, le montant de la subvention est calculé sur base du prix de la transaction. Le montant de la subvention ne peut en aucun cas être supérieur à l'estimation du CAI, ou, le cas échéant à défaut d'une réponse de celui-ci dans les soixante jours ouvrables de la demande, d'au moins une estimation rédigée par un notaire, un géomètre-expert immobilier inscrit au tableau tenu par le Conseil fédéral des géomètres-experts, ou auprès d'un agent immobilier inscrit au tableau visé à la loi du 11 février 2013 organisant la profession d'agent immobilier, majoré des frais d'enregistrement et, le cas échéant, des honoraires du notaire ainsi que des indemnités de remploi.
En cas d'expropriation, le montant de la subvention est calculé sur la base du coût de celle-ci majoré des frais de la procédure judiciaire ainsi que l'ensemble des indemnités et frais octroyés par le juge dans le cas d'une acquisition par expropriation.
Art. 37. Wanneer het duurzame wijkcontract ten goede komt aan gemachtigde begunstigden, wordt de in artikel 29 § 2 van de ordonnantie bedoelde overeenkomst opgesteld en afgesloten door de Minister.
Art. 37. Lorsque le contrat de quartier durable profite à des bénéficiaires délégués, la convention visée à l'article 29 § 2 de l'ordonnance, est établie et conclue par le Ministre.
Afdeling 4. - Operaties en acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 4° tot 7° van de ordonnantie
Section 4. - Opérations et actions visées à l'article 21, alinéa 1er, 4° à 7° de l'ordonnance
Onderafdeling 1. - Aan het bestuur te bezorgen documenten
Sous-section 1. - Documents à transmettre à l'administration
Art. 38. Voor de operaties en acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 4° tot 7° van de ordonnantie bezorgt de begunstigde jaarlijks en uiterlijk op 31 mei van elk jaar de volgende documenten aan het bestuur :
1° een volledige afrekening die in één keer wordt ingediend en waarin een overzicht wordt gegeven van de in aanmerking komende uitgavenstaten van de projecten waarop de betalingsaanvraag betrekking heeft, evenals alle verantwoordingsstukken betreffende de gesubsidieerde operaties;
2° een financieel verslag over de desbetreffende operaties;
3° een activiteitenverslag over de desbetreffende operaties.
De minister kan de inhoud van de verslagen bedoeld in lid 1, 2° en 3° verduidelijken.
1° een volledige afrekening die in één keer wordt ingediend en waarin een overzicht wordt gegeven van de in aanmerking komende uitgavenstaten van de projecten waarop de betalingsaanvraag betrekking heeft, evenals alle verantwoordingsstukken betreffende de gesubsidieerde operaties;
2° een financieel verslag over de desbetreffende operaties;
3° een activiteitenverslag over de desbetreffende operaties.
De minister kan de inhoud van de verslagen bedoeld in lid 1, 2° en 3° verduidelijken.
Art. 38. Pour les opérations et actions visées aux articles 21, alinéa 1er, 4° à 7° de l'ordonnance, le bénéficiaire fournit annuellement et au plus tard pour le 31 mai de chaque année les documents suivants à l'administration :
1° un décompte complet introduit en une seule fois, reprenant les états de dépenses éligibles des projets sur lesquels porte la demande de paiement ainsi que toutes les pièces justificatives relatives aux opérations subventionnées;
2° un rapport financier relatif aux opérations concernées;
3° un rapport d'activités relatif aux opérations concernées.
Le Ministre peut préciser le contenu des rapports visés à l'alinéa 1er, 2° et 3°.
1° un décompte complet introduit en une seule fois, reprenant les états de dépenses éligibles des projets sur lesquels porte la demande de paiement ainsi que toutes les pièces justificatives relatives aux opérations subventionnées;
2° un rapport financier relatif aux opérations concernées;
3° un rapport d'activités relatif aux opérations concernées.
Le Ministre peut préciser le contenu des rapports visés à l'alinéa 1er, 2° et 3°.
Onderafdeling 2. - Uitbetaling van de subsidies
Sous-section 2. - Liquidation des subventions
Art. 39. Voor de operaties en acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 4° tot 7° van de ordonnantie worden de subsidies volgens de volgende modaliteiten uitbetaald :
1° er wordt jaarlijks een voorschot betaald ten belope van zeventig procent van het bedrag van de tussenkomst van het gewest, desgevallend op basis van de overeenkomsten bedoeld in artikel 29, § 2 van de ordonnantie, en voor zover de minister of zijn gemachtigde de rekeningen van het voorafgaande jaar heeft goedgekeurd
2° uitzonderlijk, op aanvraag van de begunstigde en op vertoon door deze laatste, uiterlijk op 15 september van elk jaar, van de bewijsstukken van de in aanmerking komende uitgaven die cumulatief minstens vijftig procent van het voor dat jaar in het financieel plan, bedoeld in artikel 23, eerste lid, lid 2, 5° van de ordonnantie, voorziene bedrag bereiken of overschrijden, kan een bijkomend voorschot ten belope van vijftig procent van de gewestelijke toelage uitbetaald worden;
3° het saldo van de subsidie wordt jaarlijks uitbetaald na goedkeuring door de minister of zijn afgevaardigde op vertoon van de in artikel 38, eerste lid, 1° en 2° opgesomde documenten.
Wanneer het duurzame wijkcontract ten goede komt aan gemachtigde begunstigden, wordt de in artikel 29 § 2 van de ordonnantie bedoelde overeenkomst opgesteld en afgesloten door de Minister.
1° er wordt jaarlijks een voorschot betaald ten belope van zeventig procent van het bedrag van de tussenkomst van het gewest, desgevallend op basis van de overeenkomsten bedoeld in artikel 29, § 2 van de ordonnantie, en voor zover de minister of zijn gemachtigde de rekeningen van het voorafgaande jaar heeft goedgekeurd
2° uitzonderlijk, op aanvraag van de begunstigde en op vertoon door deze laatste, uiterlijk op 15 september van elk jaar, van de bewijsstukken van de in aanmerking komende uitgaven die cumulatief minstens vijftig procent van het voor dat jaar in het financieel plan, bedoeld in artikel 23, eerste lid, lid 2, 5° van de ordonnantie, voorziene bedrag bereiken of overschrijden, kan een bijkomend voorschot ten belope van vijftig procent van de gewestelijke toelage uitbetaald worden;
3° het saldo van de subsidie wordt jaarlijks uitbetaald na goedkeuring door de minister of zijn afgevaardigde op vertoon van de in artikel 38, eerste lid, 1° en 2° opgesomde documenten.
Wanneer het duurzame wijkcontract ten goede komt aan gemachtigde begunstigden, wordt de in artikel 29 § 2 van de ordonnantie bedoelde overeenkomst opgesteld en afgesloten door de Minister.
Art. 39. Pour les opérations et actions visées aux articles 21, alinéa 1er, 4° à 7° de l'ordonnance, la liquidation des subventions s'effectue de la manière suivante :
1° un acompte est liquidé annuellement à concurrence de septante pour cent du montant de l'intervention régionale, le cas échéant sur base des conventions visées à l'article 29 § 2 de l'ordonnance, et pour autant que le Ministre ou son délégué ait approuvé les comptes de l'année précédente ;
2° à titre exceptionnel, pour autant que le bénéficiaire en fasse la demande et qu'il présente, au plus tard le 15 septembre de chaque année, des justificatifs de dépenses éligibles dont le montant cumulé atteint ou dépasse cinquante pour cent du montant prévu pour cette année au plan financier visé à l'article 23, alinéa 1er, alinéa 2, 5° de l'ordonnance, un acompte complémentaire à concurrence de vingt pour cent du montant de l'intervention régionale peut être liquidé;
3° le solde de la subvention est liquidé annuellement après approbation par le Ministre ou son délégué sur présentation des documents énumérés à l'article 38, alinéa 1er, 1° et 2°.
Lorsque le contrat de quartier durable profite à des bénéficiaires délégués, la convention visée à l'article 29 § 2 de l'ordonnance, est établie et conclue par le Ministre.
1° un acompte est liquidé annuellement à concurrence de septante pour cent du montant de l'intervention régionale, le cas échéant sur base des conventions visées à l'article 29 § 2 de l'ordonnance, et pour autant que le Ministre ou son délégué ait approuvé les comptes de l'année précédente ;
2° à titre exceptionnel, pour autant que le bénéficiaire en fasse la demande et qu'il présente, au plus tard le 15 septembre de chaque année, des justificatifs de dépenses éligibles dont le montant cumulé atteint ou dépasse cinquante pour cent du montant prévu pour cette année au plan financier visé à l'article 23, alinéa 1er, alinéa 2, 5° de l'ordonnance, un acompte complémentaire à concurrence de vingt pour cent du montant de l'intervention régionale peut être liquidé;
3° le solde de la subvention est liquidé annuellement après approbation par le Ministre ou son délégué sur présentation des documents énumérés à l'article 38, alinéa 1er, 1° et 2°.
Lorsque le contrat de quartier durable profite à des bénéficiaires délégués, la convention visée à l'article 29 § 2 de l'ordonnance, est établie et conclue par le Ministre.
Afdeling 5. weigering van subsidiëring, hergebruik en herinvestering
Section 5. - Refus de subventionnement, réaffectation et réinvestissement
Art. 40. § 1. De Minister weigert een deel of het volledige bedrag van de subsidies uit te betalen, wanneer een begunstigde zonder gegronde reden beslist een operatie of actie in het kader van een duurzame wijkcontract deels of volledig niet uit te voeren of te implementeren, overeenkomstig artikel 13 van de ordonnantie.
Daartoe richt het bestuur aan de Minister een voorafgaand verslag waarin het vaststelt welke delen van de operatie of actie door de begunstigde niet zijn geimplementeerd en welke redenen daaraan ten grondslag liggen.
§ 2. Wanneer een begunstigde de bedragen van de subsidie voor het duurzame wijkcontract niet volledig heeft aangewend, kan de Minister de toestemming geven om deze deels of volledig te hergebruiken voor andere operaties en acties die kaderen in het duurzame wijkcontract, conform artikel 33 van de ordonnantie.
§ 3. Wanneer de Regering de begunstigde van een operatie of actie in het kader van een duurzame wijkcontract overeenkomstig artikel 14, § 1, 2° van de ordonnantie toestemming verleent voor een overdracht van zakelijke rechten, een buitengebruikstelling of het wijzigen van de aard ervan, stelt de Minister de begunstigde in kennis van de herinvestering van alle of een deel van de opbrengsten van die buitengebruikstellingen of vervreemdingen in het kader van een operatie van een duurzaam wijkcontract. De beslissing van de Minister bepaalt het bedrag dat de begunstigde moet herinvesteren en het soort operatie of actie van een duurzaam wijkcontract waarin het bedrag geherinvesteerd moet worden.
Daartoe richt het bestuur aan de Minister een voorafgaand verslag waarin het vaststelt welke delen van de operatie of actie door de begunstigde niet zijn geimplementeerd en welke redenen daaraan ten grondslag liggen.
§ 2. Wanneer een begunstigde de bedragen van de subsidie voor het duurzame wijkcontract niet volledig heeft aangewend, kan de Minister de toestemming geven om deze deels of volledig te hergebruiken voor andere operaties en acties die kaderen in het duurzame wijkcontract, conform artikel 33 van de ordonnantie.
§ 3. Wanneer de Regering de begunstigde van een operatie of actie in het kader van een duurzame wijkcontract overeenkomstig artikel 14, § 1, 2° van de ordonnantie toestemming verleent voor een overdracht van zakelijke rechten, een buitengebruikstelling of het wijzigen van de aard ervan, stelt de Minister de begunstigde in kennis van de herinvestering van alle of een deel van de opbrengsten van die buitengebruikstellingen of vervreemdingen in het kader van een operatie van een duurzaam wijkcontract. De beslissing van de Minister bepaalt het bedrag dat de begunstigde moet herinvesteren en het soort operatie of actie van een duurzaam wijkcontract waarin het bedrag geherinvesteerd moet worden.
Art. 40. § 1er. Le Ministre refuse la liquidation de tout ou partie des subventions, lorsqu'un bénéficiaire décide, de ne pas exécuter ou de ne pas mettre en oeuvre, en tout ou en partie, une opération ou action du contrat de quartie durable, et ce sans juste motifs, conformément à l'article 13 de l'ordonnance.
A cette fin, l'administration adresse au Ministre un rapport préalable dans laquelle elle identifie les parties d'opération ou d'action qui n'ont pas été mises en oeuvre par le bénéficiaire et les motifs qui en sont la cause
§ 2. Lorsqu'un bénéficiaire n'a pas utilisé la totalité des montants de la subvention du contrat de quartier durable, le Ministre peut autoriser la réaffectation de tout ou partie de ceux-ci à d'autres opérations et actions du contrat de quartier durable conformément à l'article 33 de l'ordonnance.
§ 3. Lorsque le bénéficaire d'une opération ou action de contrat de quartier durable est autorisé par le Gouvernement, conformément à l'article 14, § 1er, 2° de l'ordonnance, à céder des droits réels sur celle-ci ou procéder à sa désaffectation ou modification de nature, le Ministre notifie au bénéficiaire le réinvestissement de tout ou partie du produit de ces désaffectations ou aliénations dans une opération de contrat de quartier durable. La décision du Ministre identifie le montant à réinvestir par le bénéficiaire ainsi que le type d'opération ou d'action de contrat de quartier durable dans lequel le montant doit être réinvesti.
A cette fin, l'administration adresse au Ministre un rapport préalable dans laquelle elle identifie les parties d'opération ou d'action qui n'ont pas été mises en oeuvre par le bénéficiaire et les motifs qui en sont la cause
§ 2. Lorsqu'un bénéficiaire n'a pas utilisé la totalité des montants de la subvention du contrat de quartier durable, le Ministre peut autoriser la réaffectation de tout ou partie de ceux-ci à d'autres opérations et actions du contrat de quartier durable conformément à l'article 33 de l'ordonnance.
§ 3. Lorsque le bénéficaire d'une opération ou action de contrat de quartier durable est autorisé par le Gouvernement, conformément à l'article 14, § 1er, 2° de l'ordonnance, à céder des droits réels sur celle-ci ou procéder à sa désaffectation ou modification de nature, le Ministre notifie au bénéficiaire le réinvestissement de tout ou partie du produit de ces désaffectations ou aliénations dans une opération de contrat de quartier durable. La décision du Ministre identifie le montant à réinvestir par le bénéficiaire ainsi que le type d'opération ou d'action de contrat de quartier durable dans lequel le montant doit être réinvesti.
HOOFDSTUK 5. - Verplichtingen ten laste van de begunstigden en de investeerders
CHAPITRE 5. - Obligations à charge des bénéficiaires et des investisseurs
Afdeling 1. - Maatregelen voor het behoud van de goederen
Section 1. - Mesures de conservation des biens
Art. 41. De begunstigden zijn verplicht om, in afwachting van de uitvoering van de geprogrammeerde operaties, al de maatregelen te treffen die nuttig zijn voor het goede behoud van de betreffende goederen.
Art. 41. Les bénéficiaires sont tenus de prendre, dans l'attente de la réalisation des opérations programmées, toutes les mesures utiles à la bonne conservation des biens concernés.
Afdeling 2. - Voorwaarden betreffende de toegang tot en het beheer van de met sociale huisvesting gelijkgestelde woningen
Section 2. - Conditions d'accès et gestion des logements assimilés aux logements sociaux
Art. 42. § 1. Wanneer de operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° en 2° van de ordonnantie de realisatie van met sociale huisvesting gelijkgestelde woningen beogen, zijn de volgende toegangsvoorwaarden van toepassing :
a) Met betrekking tot de toekenningsregels voor woningen:
1° op de dag van de toekenning van de woning, mag het gezamenlijk belastbaar inkomen van het gezin, in de zin van artikel 2, 18° van de ordonnantie, niet hoger zijn dan de bedragen bedoeld in [1 artikel 31]1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 1996 houdende de regeling van de verhuur van woningen die beheerd worden door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij of door de openbare vastgoedmaatschappijen, verhoogd met twintig procent.
Deze bedragen worden geïndexeerd op de verjaardag van de inwerkingtreding van dit besluit, op basis van de index van de consumptieprijzen die van kracht is op de maand voorafgaand aan de maand van de inwerkingtreding van dit besluit.
2° de gerenoveerde of gebouwde woningen worden bij voorkeur toegekend aan de personen die er vóór de uitvoering van de werken woonden, op voorwaarde dat zij aan de in 1° bepaalde inkomensvoorwaarden voldoen.
3° de verplichtingen die zijn opgenomen in artikelen 25 tot 32 van de Brusselse Huisvestingscode, zijn van toepassing.
b) [1 wat de berekening van de huurprijzen betreft, wordt de maximale huurprijs vastgelegd conform de tabel in artikel 16 § 1 en artikel 16 § 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 december 2015 houdende organisatie van de sociale verhuurkantoren en worden de bedragen geïndexeerd conform artikel 20 van hetzelfde besluit.]1
c) Met betrekking tot de duur van de ingebruikneming :
1° de huurovereenkomst wordt gesloten voor een duur van negen jaar en bevat de voorwaarde bedoeld punt a), 1° ;
2° in de loop van het eerste halfjaar van het derde en het zesde jaar van de huurovereenkomst wordt onderzocht of de huurder nog steeds voldoet aan de toegangsvoorwaarden bedoeld in punt a), 1°. Indien dit niet het geval is, kan de begunstigde de huurovereenkomst voortijdig beëindigen na het derde of zesde jaar, mits hij een opzeggingstermijn van zes maanden naleeft.
[1 3° na afloop van de huurovereenkomst wordt deze automatisch verlengd voor een periode van drie jaar :
i. indien het gezin nog steeds voldoet aan de toegangs-voorwaarden bedoeld in punt a), 1° ;
ii. Indien de huurder of één van de gezinsleden erkend is als gehandicapte in de zin van artikel 135, eerste lid, van het Wetboek van de inkomsten-belastingen of de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. In dat geval, indien het gezin niet langer voldoet aan de toegangs-voorwaarden bedoeld in punt a), 1°, is artikel 143 §§ 1 en 2 van de Brusselse Huisvestingscode op het gezin van toepassing.]1
d) Wat het toezicht op het beheer betreft, bezorgt de begunstigde de minister of zijn gemachtigde uiterlijk op 31 maart van elk jaar een verslag over de bewegingen van het voorgaande jaar met betrekking tot het kandidatenregister, de toewijzing van woningen, de gesloten huurovereenkomsten en de vastgelegde huurprijzen.
§ 2. Bij wijze van uitzondering en op met redenen omklede vraag van de begunstigde kan de minister, overeenkomstig artikel 9, § 2, zevende lid van de ordonnantie, afhankelijk van het geval, een afwijking toestaan van de regels betreffende de toekenning, de berekening en de duur bedoeld in § 1, om in de behoefte aan een dienst-, conciërge- of transitwoning te voorzien.
a) Met betrekking tot de toekenningsregels voor woningen:
1° op de dag van de toekenning van de woning, mag het gezamenlijk belastbaar inkomen van het gezin, in de zin van artikel 2, 18° van de ordonnantie, niet hoger zijn dan de bedragen bedoeld in [1 artikel 31]1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 1996 houdende de regeling van de verhuur van woningen die beheerd worden door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij of door de openbare vastgoedmaatschappijen, verhoogd met twintig procent.
Deze bedragen worden geïndexeerd op de verjaardag van de inwerkingtreding van dit besluit, op basis van de index van de consumptieprijzen die van kracht is op de maand voorafgaand aan de maand van de inwerkingtreding van dit besluit.
2° de gerenoveerde of gebouwde woningen worden bij voorkeur toegekend aan de personen die er vóór de uitvoering van de werken woonden, op voorwaarde dat zij aan de in 1° bepaalde inkomensvoorwaarden voldoen.
3° de verplichtingen die zijn opgenomen in artikelen 25 tot 32 van de Brusselse Huisvestingscode, zijn van toepassing.
b) [1 wat de berekening van de huurprijzen betreft, wordt de maximale huurprijs vastgelegd conform de tabel in artikel 16 § 1 en artikel 16 § 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 december 2015 houdende organisatie van de sociale verhuurkantoren en worden de bedragen geïndexeerd conform artikel 20 van hetzelfde besluit.]1
c) Met betrekking tot de duur van de ingebruikneming :
1° de huurovereenkomst wordt gesloten voor een duur van negen jaar en bevat de voorwaarde bedoeld punt a), 1° ;
2° in de loop van het eerste halfjaar van het derde en het zesde jaar van de huurovereenkomst wordt onderzocht of de huurder nog steeds voldoet aan de toegangsvoorwaarden bedoeld in punt a), 1°. Indien dit niet het geval is, kan de begunstigde de huurovereenkomst voortijdig beëindigen na het derde of zesde jaar, mits hij een opzeggingstermijn van zes maanden naleeft.
[1 3° na afloop van de huurovereenkomst wordt deze automatisch verlengd voor een periode van drie jaar :
i. indien het gezin nog steeds voldoet aan de toegangs-voorwaarden bedoeld in punt a), 1° ;
ii. Indien de huurder of één van de gezinsleden erkend is als gehandicapte in de zin van artikel 135, eerste lid, van het Wetboek van de inkomsten-belastingen of de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. In dat geval, indien het gezin niet langer voldoet aan de toegangs-voorwaarden bedoeld in punt a), 1°, is artikel 143 §§ 1 en 2 van de Brusselse Huisvestingscode op het gezin van toepassing.]1
d) Wat het toezicht op het beheer betreft, bezorgt de begunstigde de minister of zijn gemachtigde uiterlijk op 31 maart van elk jaar een verslag over de bewegingen van het voorgaande jaar met betrekking tot het kandidatenregister, de toewijzing van woningen, de gesloten huurovereenkomsten en de vastgelegde huurprijzen.
§ 2. Bij wijze van uitzondering en op met redenen omklede vraag van de begunstigde kan de minister, overeenkomstig artikel 9, § 2, zevende lid van de ordonnantie, afhankelijk van het geval, een afwijking toestaan van de regels betreffende de toekenning, de berekening en de duur bedoeld in § 1, om in de behoefte aan een dienst-, conciërge- of transitwoning te voorzien.
Art. 42. § 1er. Lorsque les opérations visées à l'article 21, alinéa 1er, 1° et 2° de l'ordonnance visent la production de logements assimilés à du logement social, les conditions d'accès suivantes s'appliquent :
a) En matière de règles d'attribution des logements :
1° à la date de l'attribution du logement, les revenus imposables globalement du ménage, au sens de l'article 2,18° de l'ordonnance, ne peuvent dépasser les montants visés à [1 l'article 31]1 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 26 septembre 1996 organisant la location des habitations gérées par la Société du Logement de la Région bruxelloise ou par les sociétés immobilières de service public, augmentés de vingt pour cent.
Ces montants sont indexés à la date anniversaire de l'entrée en vigueur du présent arrêté, en fonction de l'indice des prix à la consommation en vigueur le mois précédent celui de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
2° les logements réhabilités ou reconstruits sont attribués prioritairement aux personnes qui les occupaient avant la réalisation des travaux pourvu qu'ils répondent aux conditions de revenus fixées au 1°.
3° les obligations figurant aux articles 25 à 32 du Code bruxellois du Logement sont d'application.
b) [1 en matière de calcul des loyers, le montant maximum du loyer est fixé conformément au tableau de l'article 16 § 1er et à l'article 16 § 2 de l'Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 17 décembre 2015 organisant les agences immobilières sociales, les montants étant indexés conformément à l'article 20 du même arrêté]1.
c) En matière de durée d'occupation :
1° le bail est conclu pour une durée de neuf ans et intègre la condition visée au point a), 1° ;
2° au cours du premier semestre de la troisième et de la sixième année du bail, il est vérifié si le locataire satisfait toujours aux conditions d'accès visées au a), 1° ); dans la négative, le bénéficiaire peut mettre fin anticipativement au bail au terme de la troisième ou de la sixième année, moyennant le respect d'un préavis de six mois;
[1 3° au terme du bail, le bail se prolonge automatiquement pour une période de trois ans :
i. si le ménage satisfait toujours aux conditions d'accès visées au point a), 1° ;
ii. si le locataire ou l'un des membres du ménage est une personne reconnue handicapée au sens de l'article 135, 1er alinéa du Code des Impôts sur les revenus ou ayant atteint l'âge de 65 ans. Dans ce cas, si le ménage ne satisfait plus aux conditions d'accès visées au point a), 1°, l'article 143 §§ 1er et 2 du Code bruxellois du logement lui est applicable.]1
d) En matière de tutelle de gestion, chaque année et au plus tard au 31 mars, le bénéficiaire transmet au Ministre ou à son délégué un rapport sur les mouvements de l'année antérieure contenant le registre des candidatures, l'attribution des logements, les baux conclus et les loyers fixés.
§ 2. A titre exceptionnel et sur demande motivée du bénéficiaire, le Ministre peut, conformément à l'article 9 § 2 alinéa 7 de l'ordonnance, autoriser une dérogation aux règles d'attribution, de calcul et de durée visées au § 1er pour répondre à un besoin de logement de fonction, de concierge ou de transit.
a) En matière de règles d'attribution des logements :
1° à la date de l'attribution du logement, les revenus imposables globalement du ménage, au sens de l'article 2,18° de l'ordonnance, ne peuvent dépasser les montants visés à [1 l'article 31]1 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 26 septembre 1996 organisant la location des habitations gérées par la Société du Logement de la Région bruxelloise ou par les sociétés immobilières de service public, augmentés de vingt pour cent.
Ces montants sont indexés à la date anniversaire de l'entrée en vigueur du présent arrêté, en fonction de l'indice des prix à la consommation en vigueur le mois précédent celui de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
2° les logements réhabilités ou reconstruits sont attribués prioritairement aux personnes qui les occupaient avant la réalisation des travaux pourvu qu'ils répondent aux conditions de revenus fixées au 1°.
3° les obligations figurant aux articles 25 à 32 du Code bruxellois du Logement sont d'application.
b) [1 en matière de calcul des loyers, le montant maximum du loyer est fixé conformément au tableau de l'article 16 § 1er et à l'article 16 § 2 de l'Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 17 décembre 2015 organisant les agences immobilières sociales, les montants étant indexés conformément à l'article 20 du même arrêté]1.
c) En matière de durée d'occupation :
1° le bail est conclu pour une durée de neuf ans et intègre la condition visée au point a), 1° ;
2° au cours du premier semestre de la troisième et de la sixième année du bail, il est vérifié si le locataire satisfait toujours aux conditions d'accès visées au a), 1° ); dans la négative, le bénéficiaire peut mettre fin anticipativement au bail au terme de la troisième ou de la sixième année, moyennant le respect d'un préavis de six mois;
[1 3° au terme du bail, le bail se prolonge automatiquement pour une période de trois ans :
i. si le ménage satisfait toujours aux conditions d'accès visées au point a), 1° ;
ii. si le locataire ou l'un des membres du ménage est une personne reconnue handicapée au sens de l'article 135, 1er alinéa du Code des Impôts sur les revenus ou ayant atteint l'âge de 65 ans. Dans ce cas, si le ménage ne satisfait plus aux conditions d'accès visées au point a), 1°, l'article 143 §§ 1er et 2 du Code bruxellois du logement lui est applicable.]1
d) En matière de tutelle de gestion, chaque année et au plus tard au 31 mars, le bénéficiaire transmet au Ministre ou à son délégué un rapport sur les mouvements de l'année antérieure contenant le registre des candidatures, l'attribution des logements, les baux conclus et les loyers fixés.
§ 2. A titre exceptionnel et sur demande motivée du bénéficiaire, le Ministre peut, conformément à l'article 9 § 2 alinéa 7 de l'ordonnance, autoriser une dérogation aux règles d'attribution, de calcul et de durée visées au § 1er pour répondre à un besoin de logement de fonction, de concierge ou de transit.
Afdeling 3. - Overdracht van zakelijke rechten aan een investeerder en toegangsvoorwaarden voor geconventioneerde woningen
Section 3. - Cession de droits réels à un investisseur et conditions d'accès aux logements conventionnés
Onderafdeling 1. - Overdrachten van de zakelijke rechten aan een investeerder
Sous-section 1. - Cessions de droits réels à un investisseur
Art. 43. § 1. De prijs van de overdracht van zakelijke rechten van de begunstigde aan een investeerder mag niet lager zijn dan de kosten van de studies en werken die door de cedent werden uitgevoerd, overeenkomstig artikel 3, § 2, 1°, 3° en 4°, in voorkomend geval verhoogd met de verkoopwaarde van de delen van het gebouw die een andere bestemming hebben dan de woning, de commerciële- of productieve ruimte.
In geval van overdracht van erfpachtrechten mag de jaarlijkse erfpachtrente gedurende de eerste vijfentwintig jaar van de erfpachtovereenkomst niet minder dan één euro bedragen. Na het verstrijken van het vijfentwintigste jaar zal de jaarlijkse erfpachtrente worden herzien en op een bedrag worden gebracht dat ten minste 4 procent bedraagt van de waarde van het terrein berekend op basis van de marktprijs. Deze herziening zal na het verstrijken van iedere nieuwe periode van vijfentwintig jaar worden herhaald.
§ 2. Elke akte van overdracht van zakelijke rechten bevat de volgende minimale verplichtingen ten laste van de investeerder :
1° de bouw of renovatie moet voltooid zijn binnen een termijn van drie jaar vanaf de datum van de betekening van de afgifte van de stedenbouwkundige vergunning en uiterlijk binnen de termijn die is vastgelegd in artikel 10, lid 2 van de ordonnantie;
2° de naleving van de toegangsvoorwaarden tot de gecreëerde woningen, ongeacht of ze worden gehuurd of afgestaan, conform de voorwaarden bepaald in de artikelen 45 tot 48.
In geval van overdracht van erfpachtrechten mag de jaarlijkse erfpachtrente gedurende de eerste vijfentwintig jaar van de erfpachtovereenkomst niet minder dan één euro bedragen. Na het verstrijken van het vijfentwintigste jaar zal de jaarlijkse erfpachtrente worden herzien en op een bedrag worden gebracht dat ten minste 4 procent bedraagt van de waarde van het terrein berekend op basis van de marktprijs. Deze herziening zal na het verstrijken van iedere nieuwe periode van vijfentwintig jaar worden herhaald.
§ 2. Elke akte van overdracht van zakelijke rechten bevat de volgende minimale verplichtingen ten laste van de investeerder :
1° de bouw of renovatie moet voltooid zijn binnen een termijn van drie jaar vanaf de datum van de betekening van de afgifte van de stedenbouwkundige vergunning en uiterlijk binnen de termijn die is vastgelegd in artikel 10, lid 2 van de ordonnantie;
2° de naleving van de toegangsvoorwaarden tot de gecreëerde woningen, ongeacht of ze worden gehuurd of afgestaan, conform de voorwaarden bepaald in de artikelen 45 tot 48.
Art. 43. § 1er. Le prix de la cession de droits réels du bénéficiaire à un investisseur, s'il y a lieu, ne pourra être inférieur au coût des études et travaux réalisés par le cédant conformément à l'article 3 § 2, 1°, 3° et 4°, augmenté, le cas échéant, de la valeur vénale des parties de l'immeuble qui ont une autre affectation que le logement, l'espace commercial ou l'espace productif.
En cas de cession de droits d'emphytéose, le canon annuel ne pourra, pendant les vingt-cinq premières années de l'emphytéose, être inférieur à un euro. Au terme de la vingt-cinquième année, le canon annuel sera révisé à un montant au moins égal à 4 pourcents de la valeur du terrain calculée sur base des prix du marché ; cette révision interviendra à l'échéance de toute nouvelle période de vingt-cinq ans.
§ 2. Tout acte de cession de droits réels comporte, les obligations minimales suivantes à charge de l'investisseur :
1° la construction ou la réhabilitation doit être achevée dans un délai de trois ans prenant cours à la date de la notification de l'octroi du permis d'urbanisme et au plus tard dans le délai prévu à l'article 10 alinéa 2 de l'ordonnance;
2° le respect des conditions d'accès aux logements produits, qu'ils soient mis en location ou cédés, conformément aux conditions fixées aux articles 45 à 48.
En cas de cession de droits d'emphytéose, le canon annuel ne pourra, pendant les vingt-cinq premières années de l'emphytéose, être inférieur à un euro. Au terme de la vingt-cinquième année, le canon annuel sera révisé à un montant au moins égal à 4 pourcents de la valeur du terrain calculée sur base des prix du marché ; cette révision interviendra à l'échéance de toute nouvelle période de vingt-cinq ans.
§ 2. Tout acte de cession de droits réels comporte, les obligations minimales suivantes à charge de l'investisseur :
1° la construction ou la réhabilitation doit être achevée dans un délai de trois ans prenant cours à la date de la notification de l'octroi du permis d'urbanisme et au plus tard dans le délai prévu à l'article 10 alinéa 2 de l'ordonnance;
2° le respect des conditions d'accès aux logements produits, qu'ils soient mis en location ou cédés, conformément aux conditions fixées aux articles 45 à 48.
Onderafdeling 2. - Voorwaarden betreffende de toegang tot geconventioneerde woningen die persoonlijk door de investeerder in gebruik zijn genomen
Sous-section 2. - Conditions d'accès aux logements conventionnés occupés personnellement par l'investisseur
Art. 44. Wanneer de investeerder het goed dat hij van plan is om te kopen van de begunstigde zelf in gebruik zal nemen, bezorgt hij op het moment dat hij zijn overnamebod aan het college van burgemeester en schepenen richt het bewijs dat hij voldoet aan de voorwaarden die zijn opgelegd betreffende de toegang tot geconventioneerde woningen bedoeld in artikel 45.
Art. 44. Lorsque l'investisseur occupera lui-même le bien qu'il projette d'acquérir du bénéficiaire, il fournit la preuve qu'il remplit les conditions imposées pour l'accès aux logements conventionnés visées à l'article 45 au moment où il adresse son offre d'acquisition au collège des bourgmestre et échevins.
Onderafdeling 3. - Voorwaarden betreffende de overdracht van en de toegang tot geconventioneerde woningen die het voorwerp uitmaken van een overdracht van zakelijke rechten door de investeerder
Sous-section 3. - Conditions de cession et d'accès aux logements conventionnés faisant l'objet d'une cession de droits réels par l'investisseur
Art. 45. § 1. In toepassing van artikel 9 § 2, tweede lid van de ordonnantie kunnen de zakelijke rechten op de geconventioneerde woningen gedurende een periode van vijftien jaar vanaf de eerste aankoopakte van het goed gesubsidieerd door de investeerder enkel worden overgedragen aan personen die :
1° minstens 18 jaar oud zijn op de datum van aankoop;
2° op de datum van aankoop geen eigenaar of vruchtgebruiker zijn, alleen of samen met hun echtgenoot/echtgenote of samenwonenden, van onroerende goederen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor bewoning;
3° op het moment van de aankoop in België onderworpen zijn aan de personenbelasting;
4° tijdens het referentiejaar, alleen of samen met hun echtgenoot/echtgenote of samenwonenden, geen gezamenlijk belastbaar inkomen hebben genoten dat hoger is dan de bedragen bedoeld in artikel 8, § 1, 4° van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2013 betreffende de uitvoering van de stadsvernieuwingsopdrachten van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
De overdrager van de zakelijke rechten bedoeld in het eerste lid bezorgt de investeerder vóór de overdracht alle documenten ter staving van de in het eerste lid vastgestelde voorwaarden, evenals in voorkomend geval een schriftelijke verklaring op erewoord dat hij voldoet aan de in het eerste lid, 2° vastgestelde voorwaarde. Hij verbindt er zich daarenboven toe de bestemming van het goed als geconventioneerde woning te behouden gedurende een periode van vijftien jaar vanaf de eerste aankoopakte van het goed gesubsidieerd door de investeerder.
§ 2. Voor de bepaling van het inkomen, waarvan hierboven sprake in § 1, 4°, zal slechts rekening worden gehouden met de helft van het gezamenlijk belastbaar inkomen van de echtgenoot of de samenwonende met het laagste belastbaar inkomen. Dezelfde regel is van toepassing als er meerdere samenwonenden zijn.
De bedragen bedoeld in § 1, 4°, zijn gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen die wordt gepubliceerd voor de maand december 2016. Ze worden jaarlijks aangepast in de maand januari op basis van de index van de consumptieprijzen van de maand december voorafgaand aan de aanpassing.
1° minstens 18 jaar oud zijn op de datum van aankoop;
2° op de datum van aankoop geen eigenaar of vruchtgebruiker zijn, alleen of samen met hun echtgenoot/echtgenote of samenwonenden, van onroerende goederen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor bewoning;
3° op het moment van de aankoop in België onderworpen zijn aan de personenbelasting;
4° tijdens het referentiejaar, alleen of samen met hun echtgenoot/echtgenote of samenwonenden, geen gezamenlijk belastbaar inkomen hebben genoten dat hoger is dan de bedragen bedoeld in artikel 8, § 1, 4° van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2013 betreffende de uitvoering van de stadsvernieuwingsopdrachten van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
De overdrager van de zakelijke rechten bedoeld in het eerste lid bezorgt de investeerder vóór de overdracht alle documenten ter staving van de in het eerste lid vastgestelde voorwaarden, evenals in voorkomend geval een schriftelijke verklaring op erewoord dat hij voldoet aan de in het eerste lid, 2° vastgestelde voorwaarde. Hij verbindt er zich daarenboven toe de bestemming van het goed als geconventioneerde woning te behouden gedurende een periode van vijftien jaar vanaf de eerste aankoopakte van het goed gesubsidieerd door de investeerder.
§ 2. Voor de bepaling van het inkomen, waarvan hierboven sprake in § 1, 4°, zal slechts rekening worden gehouden met de helft van het gezamenlijk belastbaar inkomen van de echtgenoot of de samenwonende met het laagste belastbaar inkomen. Dezelfde regel is van toepassing als er meerdere samenwonenden zijn.
De bedragen bedoeld in § 1, 4°, zijn gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen die wordt gepubliceerd voor de maand december 2016. Ze worden jaarlijks aangepast in de maand januari op basis van de index van de consumptieprijzen van de maand december voorafgaand aan de aanpassing.
Art. 45. § 1er En application de l'article 9 § 2, alinéa 2 de l'ordonnance, les droits réels sur les logements conventionnés ne peuvent, pendant une durée de quinze ans à dater du premier acte d'acquisition du bien subventionné par l'investisseur, être cédés qu'aux personnes qui :
1° sont âgées d'au moins 18 ans à la date de l'achat;
2° ne sont, à la date de l'achat, pas déjà propriétaire ou usufruitier, individuellement ou avec leurs conjoint ou cohabitants, de biens immobiliers affectés principalement au logement;
3° sont soumis, au moment de l'acquisition, à l'impôt des personnes physiques en Belgique;
4° n'ont pas bénéficié pour l'année de référence, seuls ou avec leurs conjoint ou cohabitants, d'un revenu imposable globalement supérieur aux montants visés à l'article 8 § 1er, 4° de l'Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 26 septembre 2013 relatif à l'exercice des missions de rénovation urbaine de la Société de Développement pour la Région de Bruxelles-Capitale.
Le cessionnaire des droits réels visés à l'alinéa 1er communique à l'investisseur, préalablement à la cession, tous documents justifiants des conditions fixées à l'alinéa 1er, ainsi que le cas échéant une déclaration écrite sur l'honneur qu'il respecte la condition fixée à l'alinéa 1er, 2°. Il s'engage par ailleurs à maintenir l'affectation du bien en logement conventionné, pendant une durée de quinze ans, à dater du premier acte d'acquisition du bien subventionné par l'investisseur.
§ 2. Pour la détermination du revenu dont il est question au § 1er, 4°, ci-dessus, il ne sera tenu compte que de la moitié du revenu imposable globalement du conjoint ou du cohabitant qui a le revenu imposable globalement le moins élevé. La même règle s'applique s'il y a plusieurs cohabitants.
Les montants visés au § 1er, 4°, sont rattachés à l'indice des prix à la consommation publié pour le mois de décembre 2016. Ils sont adaptés chaque année au mois de janvier sur la base de l'indice des prix à la consommation du mois de décembre précédant l'adaptation.
1° sont âgées d'au moins 18 ans à la date de l'achat;
2° ne sont, à la date de l'achat, pas déjà propriétaire ou usufruitier, individuellement ou avec leurs conjoint ou cohabitants, de biens immobiliers affectés principalement au logement;
3° sont soumis, au moment de l'acquisition, à l'impôt des personnes physiques en Belgique;
4° n'ont pas bénéficié pour l'année de référence, seuls ou avec leurs conjoint ou cohabitants, d'un revenu imposable globalement supérieur aux montants visés à l'article 8 § 1er, 4° de l'Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 26 septembre 2013 relatif à l'exercice des missions de rénovation urbaine de la Société de Développement pour la Région de Bruxelles-Capitale.
Le cessionnaire des droits réels visés à l'alinéa 1er communique à l'investisseur, préalablement à la cession, tous documents justifiants des conditions fixées à l'alinéa 1er, ainsi que le cas échéant une déclaration écrite sur l'honneur qu'il respecte la condition fixée à l'alinéa 1er, 2°. Il s'engage par ailleurs à maintenir l'affectation du bien en logement conventionné, pendant une durée de quinze ans, à dater du premier acte d'acquisition du bien subventionné par l'investisseur.
§ 2. Pour la détermination du revenu dont il est question au § 1er, 4°, ci-dessus, il ne sera tenu compte que de la moitié du revenu imposable globalement du conjoint ou du cohabitant qui a le revenu imposable globalement le moins élevé. La même règle s'applique s'il y a plusieurs cohabitants.
Les montants visés au § 1er, 4°, sont rattachés à l'indice des prix à la consommation publié pour le mois de décembre 2016. Ils sont adaptés chaque année au mois de janvier sur la base de l'indice des prix à la consommation du mois de décembre précédant l'adaptation.
Art. 46. § 1 Bij overdrachten van zakelijke rechten op de geconventioneerde woningen mag de prijs niet meer dan 1.850 euro exclusief belasting per bruto vierkante meter bedragen. Dit bedrag wordt op 1 januari van elk jaar aangepast aan de ABEX-index, waarbij die van december 2015 de basisindex is.
Onder bruto vierkante meter wordt verstaan de totale oppervlakte van de woning, met inbegrip van de muren en de quotiteiten in de gemeenschappelijke delen van het gebouw. De terrassen maken deel uit van de totale bruto-oppervlakte, ten belope van vijfentwintig procent van hun oppervlakte. De kelders zijn, met uitzondering van de ondergrondse parkings, inbegrepen in de totale bruto-oppervlakte, ten belope van vijftig procent van hun oppervlakte.
De al dan niet overdekte parkeerplaatsen zijn niet onderworpen aan de beperking bedoeld in het eerste lid.
De quotiteiten van de gezinnen in de gemeenschappelijke delen van het gebouw worden bepaald op basis van het reglement van mede-eigendom. Indien dit reglement niet bestaat, worden de quotiteiten van de gemeenschappelijke delen die bij elke woning horen, berekend in verhouding tot de bruto-oppervlakte van deze woning ten opzichte van de andere oppervlakten van de privatieve kavels.
§ 2 De begunstigde bezorgt het bestuur een kopie van de verkoopovereenkomst met de openbare of privé-investeerder.
Onder bruto vierkante meter wordt verstaan de totale oppervlakte van de woning, met inbegrip van de muren en de quotiteiten in de gemeenschappelijke delen van het gebouw. De terrassen maken deel uit van de totale bruto-oppervlakte, ten belope van vijfentwintig procent van hun oppervlakte. De kelders zijn, met uitzondering van de ondergrondse parkings, inbegrepen in de totale bruto-oppervlakte, ten belope van vijftig procent van hun oppervlakte.
De al dan niet overdekte parkeerplaatsen zijn niet onderworpen aan de beperking bedoeld in het eerste lid.
De quotiteiten van de gezinnen in de gemeenschappelijke delen van het gebouw worden bepaald op basis van het reglement van mede-eigendom. Indien dit reglement niet bestaat, worden de quotiteiten van de gemeenschappelijke delen die bij elke woning horen, berekend in verhouding tot de bruto-oppervlakte van deze woning ten opzichte van de andere oppervlakten van de privatieve kavels.
§ 2 De begunstigde bezorgt het bestuur een kopie van de verkoopovereenkomst met de openbare of privé-investeerder.
Art. 46. § 1er Lors des cessions de droits réels sur les logements conventionnés, le prix ne peut excéder 1.850 euros hors taxe, par mètre carré brut. Ce montant est adapté au premier janvier de chaque année en fonction de l'indice ABEX, l'indice de base étant celui de décembre 2015.
Par mètre carré brut, on entend la surface totale du logement, incluant les murs et les quotités détenues dans les parties communes de l'immeuble. Les terrasses sont inclues dans la surface totale brute, à concurrence de vingt-cinq pour cent de leur surface. Les caves sont, à l'exception des parkings souterrains, inclues dans la surface totale brute, à concurrence de cinquante pour cent de leur surface.
Les emplacements de parcage couverts ou non ne sont pas soumis à la limitation visée à l'alinéa 1er.
Les quotités détenues par le ménage dans les parties communes de l'immeuble sont déterminées sur base du règlement de copropriété. A défaut d'existence de ce dernier, les quotités des parties communes afférentes à chaque logement sont calculées proportionnellement à la surface brute dudit logement par rapport aux autres surfaces des lots privatifs.
§ 2. Le bénéficiaire transmet à l'Administration une copie de l'acte de cession à l'investisseur public ou privé.
Par mètre carré brut, on entend la surface totale du logement, incluant les murs et les quotités détenues dans les parties communes de l'immeuble. Les terrasses sont inclues dans la surface totale brute, à concurrence de vingt-cinq pour cent de leur surface. Les caves sont, à l'exception des parkings souterrains, inclues dans la surface totale brute, à concurrence de cinquante pour cent de leur surface.
Les emplacements de parcage couverts ou non ne sont pas soumis à la limitation visée à l'alinéa 1er.
Les quotités détenues par le ménage dans les parties communes de l'immeuble sont déterminées sur base du règlement de copropriété. A défaut d'existence de ce dernier, les quotités des parties communes afférentes à chaque logement sont calculées proportionnellement à la surface brute dudit logement par rapport aux autres surfaces des lots privatifs.
§ 2. Le bénéficiaire transmet à l'Administration une copie de l'acte de cession à l'investisseur public ou privé.
Onderafdeling 4. - Voorwaarden voor toegang tot en beheer van geconventioneerde woningen verhuurd door de investeerder
Sous-section 4. - Conditions d'accès et de gestion des logements conventionnés mis en location par l'investisseur
Art. 47. Geconventioneerde woningen mogen slechts verhuurd worden aan huurders die op het ogenblik van de ondertekening van de huurovereenkomst, die slechts plaats kan vinden na de ingenottreding, voldoen aan de inkomensvoorwaarden bedoeld in artikel 45, § 1, 4°.
Daarenboven mag de jaarlijkse basishuurprijs de 6,5 procent van de kostprijs van de geconventioneerde woning niet overschrijden.
Daarenboven mag de jaarlijkse basishuurprijs de 6,5 procent van de kostprijs van de geconventioneerde woning niet overschrijden.
Art. 47. Les logements conventionnés ne peuvent être mis en location qu'à des preneurs qui, au moment de la signature du bail, laquelle ne peut intervenir après l'entrée en jouissance, remplissent les conditions de revenus visées à l'article 45, § 1er, 4°.
En outre, le loyer annuel initial ne peut excéder 6,5 pour cent du coût de revient du logement conventionné.
En outre, le loyer annuel initial ne peut excéder 6,5 pour cent du coût de revient du logement conventionné.
Art. 48. De investeerder bewaart een kopie van de huurovereenkomsten en van de bewijsstukken inzake de naleving van de voorwaarden bedoeld in artikel 47 gedurende de ganse geldigheidsduur van de huurovereenkomsten en tot drie jaar na hun einde.
Onverminderd de controlemodaliteiten onder meer voorzien in de artikelen 13 en 14 van de ordonnantie, kan de begunstigde op elk ogenblik aan de investeerder de overlegging vragen van kopies van de huurovereenkomsten en van de bewijsstukken voorzien in het eerste lid.
De investeerder maakt de huurovereenkomsten en de bewijsstukken voorzien in het eerste lid over binnen de 15 dagen na ontvangst van de aanvraag van de begunstigde.
De begunstigde licht de ambtenaren bedoeld in artikel 14 van de ordonnantie in aangaande de onregelmatigheden die blijken uit de huurovereenkomsten en de bewijsstukken bedoeld in het eerste lid die hem zijn overgemaakt, alsook aangaande de afwezigheid of de onvolledigheid van het antwoord op een vraag om mededeling.
Onverminderd de controlemodaliteiten onder meer voorzien in de artikelen 13 en 14 van de ordonnantie, kan de begunstigde op elk ogenblik aan de investeerder de overlegging vragen van kopies van de huurovereenkomsten en van de bewijsstukken voorzien in het eerste lid.
De investeerder maakt de huurovereenkomsten en de bewijsstukken voorzien in het eerste lid over binnen de 15 dagen na ontvangst van de aanvraag van de begunstigde.
De begunstigde licht de ambtenaren bedoeld in artikel 14 van de ordonnantie in aangaande de onregelmatigheden die blijken uit de huurovereenkomsten en de bewijsstukken bedoeld in het eerste lid die hem zijn overgemaakt, alsook aangaande de afwezigheid of de onvolledigheid van het antwoord op een vraag om mededeling.
Art. 48. L'investisseur conserve une copie des baux et des preuves du respect des conditions visées à l'article 47 pendant toute la durée de validité des baux et jusqu'à trois ans à dater de leur terme.
Sans préjudice des modalités de contrôle prévues notamment aux articles 13 et 14 de l'ordonnance, le bénéficiaire peut, à tout moment, demander à l'investisseur la transmission des copies des baux et des preuves visées à l'alinéa 1er.
L'investisseur transmet les baux et preuves visés à l'alinéa 1er dans les 15 jours de la réception de la demande du bénéficiaire.
Le bénéficiaire informe les agents visés à l'article 14 de l'ordonnance des irrégularités qui ressortent des baux et des preuves visés à l'alinéa 1er qui lui sont transmis, ainsi que de l'absence ou du caractère incomplet de la réponse à une demande de transmission.
Sans préjudice des modalités de contrôle prévues notamment aux articles 13 et 14 de l'ordonnance, le bénéficiaire peut, à tout moment, demander à l'investisseur la transmission des copies des baux et des preuves visées à l'alinéa 1er.
L'investisseur transmet les baux et preuves visés à l'alinéa 1er dans les 15 jours de la réception de la demande du bénéficiaire.
Le bénéficiaire informe les agents visés à l'article 14 de l'ordonnance des irrégularités qui ressortent des baux et des preuves visés à l'alinéa 1er qui lui sont transmis, ainsi que de l'absence ou du caractère incomplet de la réponse à une demande de transmission.
Afdeling 4. - Beheermaatregelen voor de buurtinfrastructuur, de gemeenschapsvoorzieningen, de commerciële en productieve ruimten
Section 4. - Mesures de gestion pour les infrastructures de proximité, les équipements collectifs, les espaces commerciaux et productifs
Art. 49. De begunstigde of de investeerder legt een ontwerp van overeenkomst ter goedkeuring voor aan de minister of zijn afgevaardigde waarin de aan de specifieke kenmerken van de commerciële en productieve ruimten, buurtinfrastructuur of collectieve voorzieningen aangepaste voorwaarden betreffende het beheer ervan, overeenkomstig artikel 11, § 2 van de ordonnantie, zijn vastgelegd.
In de overeenkomsten betreffende de commerciële- en productieve ruimten zijn minstens de verplichtingen in termen van toegankelijkheid en de financiële voorwaarden van de ingebruikneming vastgelegd.
In de overeenkomsten betreffende de buurtinfrastructuur en gemeenschapsvoorzieningen zijn minstens de toegankelijkheidsregels vastgelegd.
In de overeenkomsten betreffende de commerciële- en productieve ruimten zijn minstens de verplichtingen in termen van toegankelijkheid en de financiële voorwaarden van de ingebruikneming vastgelegd.
In de overeenkomsten betreffende de buurtinfrastructuur en gemeenschapsvoorzieningen zijn minstens de toegankelijkheidsregels vastgelegd.
Art. 49. Le bénéficiaire ou l'investisseur soumet au Ministre ou à son délégué un projet de convention qui prévoit les conditions de gestion des espaces commerciaux et productifs, des infrastructures de proximité et des équipements collectifs, conformément à l'article 11 § 2 de l'ordonnance, adaptées aux spécificités de ces espaces, infrastructures ou équipements.
Les conventions relatives aux espaces commerciaux et productifs définissent à tout le moins les obligations en termes d'accessibilité et les conditions financières de l'occupation.
Les conventions relatives aux infrastructures de proximité et équipements collectifs définissent à tout le moins les règles d'accessibilité.
Les conventions relatives aux espaces commerciaux et productifs définissent à tout le moins les obligations en termes d'accessibilité et les conditions financières de l'occupation.
Les conventions relatives aux infrastructures de proximité et équipements collectifs définissent à tout le moins les règles d'accessibilité.
HOOFDSTUK 6. - Periodieke rapporten
CHAPITRE 6. - Rapports périodiques
Art. 50. In toepassing van artikel 17 van de ordonnantie, bezorgt de begunstigde van een duurzaam wijkcontract het bestuur:
1° binnen de zes maanden na het einde van de eventueel verlengde uitvoeringstermijn van het duurzaam wijkcontract, een tussentijds verslag waarin de evolutie van elke operatie en actie, alsook het deel van de bereikte doelstellingen en resultaten voor elk van deze operaties en acties omstandig worden beschreven.
2° binnen de zes maanden na het einde van de uitvoering van het duurzaam wijkcontract, een eindverslag waarin voor elke operatie en actie van het duurzaam wijkcontract de uitvoering en implementatie, het deel van de bereikte doelstellingen en resultaten en de perspectieven van voortzetting omstandig worden beschreven.
Binnen zes maanden na de ontvangst van elk van de verslagen bedoeld in het vorige lid bezorgt het bestuur de Regering een samenvattend verslag van de verslagen die de begunstigden van elk duurzaam wijkcontract haar hebben bezorgd.
1° binnen de zes maanden na het einde van de eventueel verlengde uitvoeringstermijn van het duurzaam wijkcontract, een tussentijds verslag waarin de evolutie van elke operatie en actie, alsook het deel van de bereikte doelstellingen en resultaten voor elk van deze operaties en acties omstandig worden beschreven.
2° binnen de zes maanden na het einde van de uitvoering van het duurzaam wijkcontract, een eindverslag waarin voor elke operatie en actie van het duurzaam wijkcontract de uitvoering en implementatie, het deel van de bereikte doelstellingen en resultaten en de perspectieven van voortzetting omstandig worden beschreven.
Binnen zes maanden na de ontvangst van elk van de verslagen bedoeld in het vorige lid bezorgt het bestuur de Regering een samenvattend verslag van de verslagen die de begunstigden van elk duurzaam wijkcontract haar hebben bezorgd.
Art. 50. En application de l'article 17 de l'ordonnance, le bénéficiaire d'un contrat de quartier durable transmet à l'administration :
1° dans les six mois de la fin du délai d'exécution, éventuellement prolongé, du contrat de quartier durable, un rapport intermédiaire présentant de manière circonstanciée, l'évolution de chacune des opérations et des actions ainsi que la part des objectifs et résultats atteints pour chacune de celles-ci.
2° dans les six mois de la fin du délai de mise en oeuvre du contrat de quartier durable, un rapport final présentant de manière circonstanciée, pour chaque opération et action du contrat de quartier durable, leurs exécution et mise en oeuvre, la part des objectifs et résultats atteints pour chacune d'entre elles et leurs perspectives de pérennisation.
Dans les six mois de la réception de chacun des rapports visés à l'alinéa précédent, l'administration transmet au Gouvernement un rapport synthétisant les rapports qui lui ont été transmis par les bénéficiaires de chaque contrat de quartier durable.
1° dans les six mois de la fin du délai d'exécution, éventuellement prolongé, du contrat de quartier durable, un rapport intermédiaire présentant de manière circonstanciée, l'évolution de chacune des opérations et des actions ainsi que la part des objectifs et résultats atteints pour chacune de celles-ci.
2° dans les six mois de la fin du délai de mise en oeuvre du contrat de quartier durable, un rapport final présentant de manière circonstanciée, pour chaque opération et action du contrat de quartier durable, leurs exécution et mise en oeuvre, la part des objectifs et résultats atteints pour chacune d'entre elles et leurs perspectives de pérennisation.
Dans les six mois de la réception de chacun des rapports visés à l'alinéa précédent, l'administration transmet au Gouvernement un rapport synthétisant les rapports qui lui ont été transmis par les bénéficiaires de chaque contrat de quartier durable.
HOOFDSTUK 7. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions transitoires et finales
Art. 51. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 mei 2010 tot uitvoering van de ordonnantie van 28 januari 2010 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering wordt opgeheven.
Overeenkomstig artikel 71 van de ordonnantie zijn de duurzame wijkcontracten die goedgekeurd zijn in toepassing van de ordonnantie van 28 januari 2010 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering onderworpen aan de artikelen 2 tot 11, 25, 26, 34, 40 § 2 en 41 tot 49 van dit besluit, onder de voorwaarden bepaald in artikel 71, tweede lid van de ordonnantie.
Overeenkomstig artikel 71 van de ordonnantie zijn de duurzame wijkcontracten die goedgekeurd zijn in toepassing van de ordonnantie van 28 januari 2010 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering onderworpen aan de artikelen 2 tot 11, 25, 26, 34, 40 § 2 en 41 tot 49 van dit besluit, onder de voorwaarden bepaald in artikel 71, tweede lid van de ordonnantie.
Art. 51. L'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 27 mai 2010 portant exécution de l'ordonnance du 28 janvier 2010 organique de la revitalisation urbaine est abrogé.
Conformément à l'article 71 de l'Ordonnance, les Contrats de Quartier Durables approuvés en application de l'ordonnance organique du 28 janvier 2010 de la revitalisation urbaine sont soumis aux articles 2 à 11, 25, 26, 34, 40 § 2 et 41 à 49 du présent arrêté, dans les conditions fixées par l'article 71 al. 2 de l'ordonnance
Conformément à l'article 71 de l'Ordonnance, les Contrats de Quartier Durables approuvés en application de l'ordonnance organique du 28 janvier 2010 de la revitalisation urbaine sont soumis aux articles 2 à 11, 25, 26, 34, 40 § 2 et 41 à 49 du présent arrêté, dans les conditions fixées par l'article 71 al. 2 de l'ordonnance
Art. 52. Hoofdstuk 2, afdelingen 1 en 2, alsook de artikelen 69 tot 70, 71 leden 1, 2, 3° en 3, 73 en 74 van hoofdstuk 3 van de ordonnantie van 6 oktober 2016 en dit besluit treden in werking op 16 december 2016.
Art. 52. Le chapitre 2, sections 1 et 2, ainsi que les articles 69 à 70, 71 alinéas 1er, 2, 3° et 3, 73 et 74 du chapitre 3 de l'ordonnance du 6 octobre 2016 et le présent arrêté entrent en vigueur le 16 décembre 2016.
Art. 53. De minister is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 53. Le Ministre est chargé de l'exécution du présent arrêté.