Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
7 MAART 2016. - Koninklijk besluit betreffende de beroepstitel en de kwalificatievereisten voor de uitoefening van het beroep van podoloog en houdende vaststelling van de technische prestaties en van de handelingen waarmee de podoloog door een arts kan worden belast
Titre
7 MARS 2016. - Arrêté royal relatif au titre professionnel et aux conditions de qualification requises pour l'exercice de la profession de podologue et portant fixation des prestations techniques et des actes dont le podologue peut être chargé par un médecin
Dokumentinformationen
Numac: 2016024064
Datum: 2016-03-07
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016024064
Date: 2016-03-07
Moniteur: Voir
Tekst (19)
Texte (19)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° niet-risicovoet : de voet zonder systeemaandoeningen;
  2° risicovoet : de voet met systeemaandoeningen zoals onder andere de diabetische, reumatische, neurologische of vasculair belaste voet;
  3° risicoklasse : een classificatie binnen een bepaalde systeemaandoening. Als basis voor de risicobepaling wordt de `St.-Vincent declaration' (The Saint Vincent Declaration on diabetes care and research in Europe. Acta diabetologia. 1989, 10 (Suppl) 143-144) gevolgd;
  4° voet met een functionele stoornis : de voet met statische en/of dynamische afwijkingen van de voet en/of van de aangelegen segmenten;
  5° posttraumatische voet : de voet die een trauma van de voet en/of de enkel heeft ondergaan;
  6° postchirurgische voet : de voet na een chirurgische ingreep ter hoogte van de enkel en/of de voet;
  7° chirurgische voet : de voet en/of de aangelegen segmenten tijdens een chirurgische ingreep ter hoogte van de voet en/of de aangelegen segmenten;
  8° instrumentele behandeling :
  a) verzorgen van huid en nagels; verwijderen van hyperkeratose, clavi;
  b) verzorging en behandeling van huid- en nagelafwijkingen;
  c) tamponnages (het aanbrengen van een wiek : protectief en/of curatief);
  9° podologische onderzoeksmethoden :
  a) anamnese;
  b) klinisch onderzoek en aanvullende testen;
  c) biomechanisch -en biometrisch onderzoek;
  10° biomechanisch en biometrisch onderzoek :
  a) meten van de posities en de amplitudo's van de voet in relatie tot de daarboven gelegen segmenten;
  b) kinetisch onderzoek van de voeten en/of de daarboven gelegen segmenten;
  c) kinematisch onderzoek van de voeten en/of de daarboven gelegen segmenten;
  11° podologische behandelingsmethoden (protectief en/of curatief) :
  a) taping;
  b) padding;
  c) strapping;
  d) orthoplastie;
  e) orthonyxie, onychonyxie en onychoplastie;
  f) instrumentele behandeling;
  12° podologische zolen : de zolen die aan volgende cumulatieve voorwaarden beantwoorden :
  a) individueel naar maat vervaardigd worden;
  b) de voorafgaande klinisch, biomechanisch en biometrisch onderzoeken werden uitgevoerd door een podoloog;
  c) niet moeten worden gecombineerd met orthopedische schoenen of deel uitmaken van een orthese of prothese;
  13° bio- en pathomechanica : het ontwerpen, vervaardigen en aanpassen van podologische zolen;
  14° assistentie en instrumentatie : begrip dat veronderstelt dat arts en podoloog samen handelingen verrichten bij een patiënt, waarbij er visueel en verbaal contact tussen hen bestaat;
  15° aseptische wondzorg : zorg van wonden die het dermis niet doorbreken;
  16° algemene wondzorg : zorg van wonden die het dermis doorbreken.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° pied à non-risque : le pied sans affections systémiques;
  2° pied à risque : le pied aux affections systémiques comme, entre autres, le pied diabétique, rhumatismal, neurologique ou avec problème vasculaire;
  3° classe de risque : une classification au sein d'une affection systémique. La " déclaration de St.-Vincent " (The Saint Vincent Declaration on diabetes care and research in Europe. Acta diabetologia. 1989, 10 (Suppl) 143-144) servira de base pour déterminer la classe de risque;
  4° pied au trouble fonctionnel : le pied avec des anomalies statiques et/ou dynamiques du pied et/ou des segments y attenant;
  5° pied post-traumatique : le pied qui a subi un traumatisme du pied et/ou de la cheville;
  6° pied post-chirurgical : le pied après une opération chirurgicale à la hauteur de la cheville et /ou du pied;
  7° pied chirurgical : le pied et/ou les segments y attenant pendant une opération chirurgicale à la hauteur du pied et/ou des segments y attenant;
  8° traitement instrumental :
  a) soins de la peau et des ongles; enlèvement de l'hyperkeratose, de cors;
  b) soins et traitement de pathologies cutanées et unguéales;
  c) mèches (l'application d'une mèche : protective et/ou curative);
  9° méthodes d'examen podologique :
  a) anamnèse;
  b) examen clinique et tests complémentaires;
  c) examen biomécanique et biométrique;
  10° examen biomécanique et biométrique :
  a) mesurer les positions et les amplitudes du pied en relation avec les segments y attenant;
  b) examen dynamique des pieds et /ou des segments y attenant;
  c) examen cinématique des pieds et/ou des segments y attenant;
  11° méthodes de traitement podologique (protective et/ou curative) :
  a) taping;
  b) padding;
  c) strapping;
  d) orthoplastie;
  e) orthonyxie, onychonyxie et onychoplastie;
  f) traitement instrumental;
  12° semelles podologiques : les semelles répondant aux conditions cumulatives suivantes :
  a) être fabriquées individuellement sur mesure;
  b) les examens clinique, biomécanique et biométrique préliminaires ont été réalisés par un podologue;
  c) ne pas devoir être combinées avec des chaussures orthopédiques ou faire partie d'une orthèse ou prothèse;
  13° bio- et pathomécanique : la conception, la fabrication et l'adaptation de semelles podologiques;
  14° assistance et instrumentation : concept qui implique que le médecin et le podologue exécutent conjointement des actes chez un patient et qu'il existe entre eux un contact visuel et verbal direct;
  15° soins aseptiques de plaies : soins de plaies qui ne percent pas le derme;
  16° soins de plaies : soins de plaies qui percent le derme.
Art. 2. De uitoefening van "podologie" is een paramedisch beroep in de zin van artikel 69 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.
Art. 2. L'exercice de la "podologie" est une profession paramédicale au sens de l'article 69 de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé.
Art. 3. Het in artikel 2 bedoelde beroep wordt uitgeoefend onder de beroepstitel "podoloog".
Art. 3. La profession visée à l'article 2 est exercée sous le titre professionnel de "podologue".
Art. 4. Het beroep van podoloog mag slechts worden uitgeoefend door personen die voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° houder zijn van een diploma dat een opleiding bekroont, die overeenstemt met een opleiding in het kader van hoger onderwijs, overeenstemmend met minimum 180 ECTS studiepunten, waarvan het leerprogramma op zijn minst omvat :
  a) een theoretische opleiding in :
  i) algemene anatomie met inbegrip van topografische anatomie van de onderste ledematen;
  ii) chirurgie van de voet en de aangelegen segmenten;
  iii) algemene fysiologie;
  iv) bewegingsleer met inbegrip van fysiologie van de beweging, biomechanica en biometrie;
  v) algemene pathologie met inbegrip van microbiologie, orthopedie, traumatologie, pediatrie, dermatologie, neurologie, inwendige ziekteleer met inbegrip van vasculaire pathologie, systeemaandoeningen, metabole aandoeningen en geriatrie;
  vi) medische beeldvorming;
  vii) farmacologie;
  viii) scheikunde;
  ix) natuurkunde;
  x) fysiotechniek;
  xi) deontologie;
  xii) geschiedenis van de podologie;
  xiii) wetgeving met betrekking tot de gezondheidszorgberoepen;
  b) een theoretische en praktische opleiding in :
  i) podologische onderzoeksmethoden;
  ii) podologische behandelingsmethoden;
  iii) podologische zolen;
  iv) huid- en wondverzorging;
  v) hygiëne, sterilisatie en instrumentenleer;
  vi) bio- en pathomechanica;
  vii) orthesiologie van de voet en de enkel;
  viii) meettechnieken, materialenleer en werkplaatstechnologie;
  ix) gipstechnieken;
  x) assistentie en instrumentatie in de chirurgie van de onderste ledematen;
  xi) bewegingsanalyse met inbegrip van gang- en loopanalyse;
  c) het maken van een eindwerk dat in verband staat met de opleiding van podologie;
  2° met vrucht een stage doorlopen hebben van minstens 600 uren in podologische methoden en praktijken, ten bewijze waarvan de kandidaat een stageboek moet bijhouden;
  Deze stage dient ten minste uit volgende onderdelen te bestaan :
  a) polikliniek : heelkunde, orthopedie en traumatologie, neurologie, fysische geneeskunde, dermatologie en inwendige ziekten, voor zover deze betrekking hebben op vasculaire pathologie, systeemaandoeningen, metabole aandoeningen en geriatrie;
  b) operatiezaal; assistentie in de chirurgie van de onderste ledematen;
  c) technische stages in verband met het vervaardigen van technische hulpmiddelen;
  3° hun beroepskennis en -vaardigheden via permanente vorming onderhouden en bijwerken, om een beroepsuitoefening op een optimaal kwaliteitsniveau mogelijk te maken. De kandidaat dient dit te allen tijde te kunnen bewijzen.
Art. 4. La profession de podologue ne peut être exercée que par des personnes remplissant les conditions suivantes :
  1° être détenteur d'un diplôme sanctionnant une formation, répondant à une formation dans le cadre d'un enseignement supérieur, correspondant au minimum à 180 ECTS, dont le programme d'études comporte au moins :
  a) une formation théorique en :
  i) anatomie générale y compris anatomie topographique des membres inférieurs;
  ii) chirurgie du pied et des segments y attenant;
  iii) physiologie générale;
  iv) étude du mouvement y compris physiologie du mouvement, biomécanique et biométrie;
  v) pathologie générale y compris microbiologie, orthopédie, traumatologie, pédiatrie, dermatologie, neurologie, étude des maladies internes y compris pathologie vasculaire, affections systémiques, affections métaboliques et la gériatrie;
  vi) imagerie médicale;
  vii) pharmacologie;
  viii) chimie;
  ix) physique;
  x) physiotechnique;
  xi) déontologie;
  xii) histoire de la podologie;
  xiii) législation concernant les professions de soins de santé;
  b) une formation théorique et pratique en :
  i) méthodes d'investigation podologique;
  ii) méthodes de traitement podologique;
  iii) semelles podologiques;
  iv) soins cutanés et soins de plaies;
  v) hygiène, stérilisation et instrumentation;
  vi) bio- et pathomécanique;
  vii) orthésiologie du pied et de la cheville;
  viii) techniques de prise de mesures, connaissance des matériaux et technologie d'atelier;
  ix) techniques de plâtres;
  x) assistance et instrumentation en chirurgie des membres inférieurs;
  xi) analyse du mouvement y compris l'analyse de la marche et de la course;
  c) effectuer un travail de fin d'études en rapport avec la formation de podologie;
  2° avoir effectué avec fruit un stage d'au moins 600 heures en podologie théorique et pratique, attesté par un carnet de stage que le candidat doit tenir à jour;
  Ce stage doit se composer au moins des éléments suivants :
  a) polyclinique : chirurgie, orthopédie et traumatologie, neurologie, médecine physique, dermatologie et maladies internes, pour autant que celles-ci aient trait à la pathologie vasculaire, aux affections systémiques, aux affections métaboliques et à la gériatrie;
  b) salle d'opération; assistance en chirurgie des membres inférieurs;
  c) des stages techniques relatifs à la fabrication de dispositifs techniques;
  3° entretenir et mettre à jour leurs connaissances et compétences professionnelles par une formation permanente permettant un exercice de la profession d'un niveau de qualité optimal. Le candidat doit pouvoir en attester à tout moment.
Art. 5. § 1. De technische prestaties, bedoeld in artikel 71, § 1, eerste lid, van voormelde gecoördineerde wet van 10 mei 2015, die door een podoloog kunnen worden uitgevoerd, zijn opgenomen in bijlage 1, in bijlage 2 en in bijlage 3 van dit besluit.
  § 2. De technische prestaties bedoeld in bijlage 1 vereisen een voorschrift van een arts.
  De technische prestaties bedoeld in bijlage 2 vereisen een voorschrift van een geneesheer van één van de volgende specialiteiten :
  1° orthopedische heelkunde;
  2° fysische geneeskunde en revalidatie;
  3° reumatologie;
  4° neurologie;
  5° neurochirurgie;
  6° pediatrie;
  7° heelkunde;
  8° plastische, reconstructieve en esthetische heelkunde;
  9° dermatologie;
  10° medische oncologie;
  11° geriatrie;
  12° inwendige geneeskunde.
  De technische prestaties bedoeld in bijlage 3 vereisen niet noodzakelijk een voorschrift van een arts.
Art. 5. § 1er. Les prestations techniques, visées à l'article 71, § 1er, alinéa 1er, de la loi coordonnée du 10 mai 2015 précitée qui peuvent être exécutées par un podologue, figurent en annexe 1, en annexe 2 et en annexe 3 du présent arrêté.
  § 2. Les prestations techniques visées en annexe 1rerequièrent une prescription d'un médecin.
  Les prestations techniques visées en annexe 2 requièrent une prescription d'un médecin d'une des spécialités suivantes :
  1° chirurgie orthopédique;
  2° médecine physique et réadaptation;
  3° rhumatologie;
  4° neurologie;
  5° neurochirurgie;
  6° pédiatrie;
  7° chirurgie;
  8° chirurgie plastique, reconstructrice et esthétique;
  9° dermatologie;
  10° oncologie médicale;
  11° gériatrie;
  12° médecine interne.
  Les prestations techniques visées en annexe 3 ne requièrent pas obligatoirement une prescription d'un médecin.
Art. 6. § 1. De technische prestaties bedoeld in bijlage 1 en in bijlage 2 worden verricht indien er een geschreven, eventueel elektronisch of via telefax, omstandig geneeskundig voorschrift voorhanden is.
  § 2. Bij het geschreven geneeskundig voorschrift houdt de arts rekening met de volgende regels :
  1° het voorschrift wordt voluit geschreven : enkel gestandaardiseerde afkortingen mogen worden gebruikt;
  2° het voorschrift wordt duidelijk leesbaar neergeschreven op het daartoe bestemde document, dat deel uitmaakt van het medisch dossier;
  3° bij verwijzing naar een staand order of een procedure, wordt de overeengekomen benaming of nummering ervan vermeld;
  4° het voorschrift bevat de naam en voornaam van de patiënt, de naam, de datum en de handtekening van de arts, alsook zijn RIZIV-nummer;
  5° bij het voorschrijven van geneesmiddelen worden volgende aanduidingen vermeld :
  a) de naam van de specialiteit (algemene internationale benaming en/of de commerciële benaming); het magistraal voorschrift; het voorschrift op stofnaam;
  b) de hoeveelheid en de posologie;
  c) de eventuele concentratie in de oplossing;
  d) de toedieningswijze;
  e) de toedieningsperiode of de frequentie.
  § 3. De voorgeschreven technische prestaties moeten behoren tot de normale kennis en bekwaamheid van de podoloog.
  § 4. De technische prestaties bedoeld in bijlage 1 en bedoeld in bijlage 2 vereisen steeds de opstelling en de verzending door de podoloog aan de voorschrijvende arts van :
  1° een definitief verslag en
  2° een tussentijds verslag wanneer de risicoklasse van de voet is gewijzigd.
Art. 6. § 1er. Les prestations techniques visées en annexe 1reet en annexe 2 sont accomplies moyennant une prescription médicale circonstanciée écrite, éventuellement sous forme électronique ou par téléfax.
  § 2. Lors de la prescription médicale écrite, le médecin tient compte des règles suivantes :
  1° la prescription est écrite en toutes lettres : seules les abréviations standardisées peuvent être employées;
  2° la prescription doit être écrite lisiblement sur un document destiné à cette fin; elle fait partie du dossier médical;
  3° lorsqu'il se réfère à un ordre permanent ou à une procédure, il est fait mention de leur dénomination convenue ou de leur numération;
  4° la prescription contient les nom et prénom du patient, le nom, la date et la signature du médecin ainsi que le numéro INAMI de celui-ci;
  5° lors de la prescription de médicaments, les indications suivantes sont mentionnées :
  a) le nom de la spécialité (la dénomination commune internationale et/ou le nom commercial); la prescription magistrale; la prescription de la matière première;
  b) la quantité et la posologie;
  c) la concentration éventuelle dans la solution;
  d) le mode d'administration;
  e) la période ou la fréquence d'administration.
  § 3. Les prestations techniques prescrites doivent relever des connaissances et des aptitudes normales du podologue.
  § 4. Les prestations techniques visées en annexe 1reet visées en annexe 2 requièrent toujours la rédaction et l'envoi par le podologue au médecin prescripteur :
  1° d'un rapport définitif et
  2° d'un rapport intermédiaire lorsque la classe de risque du pied a changé.
Art. 7. § 1. De handelingen die met toepassing van artikel 23, § 1, eerste lid, van voormelde gecoördineerde wet van 10 mei 2015 aan een podoloog kunnen worden toevertrouwd, zijn opgenomen in bijlage 4, bijlage 5 en in bijlage 6.
  § 2. De handelingen bedoeld in bijlage 4 worden aan een podoloog door een arts toevertrouwd.
  De handelingen bedoeld in bijlage 5 mogen uitsluitend aan een podoloog worden toevertrouwd door een geneesheer van één van de volgende specialiteiten :
  1° orthopedische heelkunde;
  2° fysische geneeskunde en revalidatie;
  3° reumatologie;
  4° neurologie;
  5° neurochirurgie;
  6° pediatrie;
  7° heelkunde;
  8° plastische, reconstructieve en esthetische heelkunde;
  9° dermatologie;
  10° medische oncologie;
  11° geriatrie;
  12° inwendige geneeskunde.
  De handelingen bedoeld in bijlage 6 mogen uitsluitend aan een podoloog worden toevertrouwd door een geneesheer van één van de volgende specialiteiten :
  1° orthopedische heelkunde;
  2° neurochirurgie;
  3° heelkunde;
  4° plastische, reconstructieve en esthetische heelkunde.
Art. 7. § 1er. Les actes qui, en application de l'article 23, § 1er, alinéa 1er de la loi coordonnée du 10 mai 2015 précitée, peuvent être confiés à un podologue, sont visés à l'annexe 4, à l'annexe 5 et à l'annexe 6.
  § 2. Les actes visés à l'annexe 4 sont confiés à un podologue par un médecin.
  Les actes visés en annexe 5 peuvent exclusivement être confiés à un podologue par un médecin d'une des spécialités suivantes :
  1° chirurgie orthopédique;
  2° médecine physique et réadaptation;
  3° rhumatologie;
  4° neurologie;
  5° neurochirurgie;
  6° pédiatrie;
  7° chirurgie;
  8° chirurgie plastique, reconstructrice et esthétique;
  9° dermatologie;
  10° oncologie médicale;
  11° gériatrie;
  12° médecine interne.
  Les actes visés en annexe 6 peuvent exclusivement être confiés à un podologue par un médecin d'une des spécialités suivantes :
  1° chirurgie orthopédique;
  2° neurochirurgie;
  3° chirurgie;
  4° chirurgie plastique, reconstructrice et esthétique.
Art. 8. § 1. De toevertrouwde handelingen worden opgedragen door middel van :
  1° een geschreven, eventueel elektronisch of via telefax, omstandig geneeskundig voorschrift of
  2° een mondeling geformuleerd omstandig geneeskundig voorschrift, eventueel telefonisch, radiofonisch of via webcam meegedeeld.
  § 2. Bij het geschreven geneeskundig voorschrift houdt de arts rekening met de volgende regels :
  1° het voorschrift wordt voluit geschreven : enkel gestandaardiseerde afkortingen mogen worden gebruikt;
  2° het voorschrift wordt duidelijk leesbaar neergeschreven op het daartoe bestemde document, dat deel uitmaakt van het medisch dossier;
  3° bij verwijzing naar een staand order of een procedure, wordt de overeengekomen benaming of nummering ervan vermeld;
  4° het voorschrift bevat de naam en voornaam van de patiënt, de naam, de datum en de handtekening van de arts, alsook zijn RIZIV-nummer;
  5° bij het voorschrijven van geneesmiddelen worden volgende aanduidingen vermeld :
  a) de naam van de specialiteit (algemene internationale benaming en/of de commerciële benaming); het magistraal voorschrift; het voorschrift op stofnaam;
  b) de hoeveelheid en de posologie;
  c) de eventuele concentratie in de oplossing;
  d) de toedieningswijze;
  e) de toedieningsperiode of de frequentie.
  § 3. Bij het voorschrift door de arts aan de podoloog mondeling medegedeeld en in aanwezigheid van de arts uit te voeren, herhaalt de podoloog het voorschrift en verwittigt hij de arts wanneer hij het uitvoert. De arts bevestigt zo spoedig mogelijk schriftelijk het voorschrift.
  § 4. De toevertrouwde handelingen moeten behoren tot de normale kennis en bekwaamheid van de podoloog.
  § 5. De toevertrouwde handelingen bedoeld in bijlage 2. a), in bijlage 2. b) en bijlage 2. c) vereisen steeds de opstelling en de verzending door de podoloog aan de voorschrijvende arts van :
  1° een definitief verslag en
  2° een tussentijds verslag wanneer de risicoklasse van de voet is gewijzigd.
Art. 8. § 1er. Les actes confiés sont délégués au moyen :
  1° d'une prescription médicale circonstanciée écrite, éventuellement sous forme électronique ou par telefax ou
  2° d'une prescription médicale circonstanciée formulée oralement, éventuellement communiquée par téléphone, radiophonie ou webcam.
  § 2. Lors de la prescription médicale écrite, le médecin tient compte des règles suivantes :
  1° la prescription est écrite en toutes lettres : seules les abréviations standardisées peuvent être employées;
  2° la prescription doit être écrite lisiblement sur un document destiné à cette fin. Elle fait partie du dossier médical;
  3° lorsqu'il se réfère à un ordre permanent ou à une procédure, il est fait mention de leur dénomination convenue ou de leur numération;
  4° la prescription contient les nom et prénom du patient, le nom, la date et la signature du médecin ainsi que le numéro INAMI de celui-ci;
  5° lors de la prescription de médicaments, les indications suivantes sont mentionnées :
  a) le nom de la spécialité (la dénomination commune internationale et/ou le nom commercial); la prescription magistrale; la prescription de la matière première;
  b) la quantité et la posologie;
  c) la concentration éventuelle dans la solution;
  d) le mode d'administration;
  e) la période ou la fréquence d'administration.
  § 3. Lors de la prescription communiquée oralement par le médecin au podologue, à exécuter en présence du médecin, le podologue répète la prescription et avertit le médecin de son exécution. Le médecin confirme la prescription par écrit dans les meilleurs délais.
  § 4. Les actes confiés doivent relever des connaissances et aptitudes normales du podologue.
  § 5. Les actes confiés visés en annexe 2. a), en annexe 2. b) et en annexe 2. c) requièrent toujours la rédaction et l'envoi par le podologue au médecin prescripteur :
  1° d'un rapport définitif et
  2° d'un rapport intermédiaire lorsque la classe de risque du pied a changé.
Art. 9. Het koninklijk besluit van 15 oktober 2001 betreffende de beroepstitel en de kwalificatievereisten voor de uitoefening van het beroep van podoloog en houdende vaststelling van de lijst van de technische prestaties en van de lijst van handelingen waarmee de podoloog door een arts kan worden belast wordt opgeheven.
Art. 9. L'arrêté royal du 15 octobre 2001 relatif au titre professionnel et aux conditions de qualification requises pour l'exercice de la profession de podologue et portant fixation de la liste des prestations techniques et de la liste des actes dont le podologue peut être chargé par un médecin est abrogé.
Art. 10. De prestaties bedoeld in het enig artikel, 1°, b), d) of f), van bijlage 1, verricht ter opvolging van dezelfde prestatie eerder reeds verricht op basis van een geneeskundig voorschrift overeenkomstig artikel 5, § 2, eerste of tweede lid, mogen slechts uitgevoerd worden voor zover deze opvolging beperkt blijft tot een periode van maximum twaalf maanden na het laatste geneeskundig voorschrift of vanaf de risicoklasse van de voet wijzigt.
Art. 10. Les prestations visées à l'article unique, 1°, b), d) ou f), de l'annexe 1, exécutées pour le suivi de la même prestation déjà exécutée auparavant sur base d'une prescription médicale conformément à l'article 5, § 2, alinéa 1er ou 2, peuvent être exécutées pour autant que ce suivi reste limité à une période de maximum douze mois après la dernière prescription médicale ou dès que la classe de risque du pied change.
Art. 11. De prestaties bedoeld in het enig artikel, 1°, i), van bijlage 2, verricht ter opvolging van dezelfde prestatie eerder reeds verricht op basis van een geneeskundig voorschrift overeenkomstig artikel 5, § 2, eerste of tweede lid, mogen slechts uitgevoerd worden voor zover deze opvolging beperkt blijft tot een periode van maximum twaalf maanden na het laatste geneeskundig voorschrift of vanaf de risicoklasse van de voet wijzigt.
Art. 11. Les prestations visées à l'article unique, 1°, i), de l'annexe 2, exécutées pour le suivi de la même prestation déjà exécutée auparavant sur base d'une prescription médicale conformément à l'article 5, § 2, alinéa 1er ou 2, peuvent être exécutées pour autant que ce suivi reste limité à une période de maximum douze mois après la dernière prescription médicale ou dès que la classe de risque du pied change.
Art. 12. De minister bevoegd voor Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Le ministre qui a la Santé publique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1
  Technische prestaties 1
  Artikel 1. Enig artikel. Onderstaande technische prestaties mogen door podologen worden verricht met toepassing van artikel 71, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen :
  1° betreffende de risicovoet (voor wat betreft de diabetische voet tot en met risicoklasse 2a), de posttraumatische voet en de postchirurgische voet :
  a) screening, advies en educatie;
  b) basisconsultatie in functie van het podologisch bilan;
  c) podologische behandelingsmethoden waarvan orthonyxie, onychonyxie en onychoplastie voor zover er geen lokale topica op geneeskundig voorschrift vereist zijn;
  d) biomechanisch en biometrisch onderzoek; bewegingsanalyse met inbegrip van gang en loopanalyse;
  e) aseptische wondzorg.
Art. N1. Annexe 1
  Prestations techniques 1
  Article 1. Article unique. Les prestations techniques suivantes peuvent être accomplies par les podologues en application de l'article 71, § 1er, alinéa 1er, de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé :
  1° concernant le pied à risque (en ce qui concerne le pied diabétique jusqu'à la classe de risque 2a y comprise), le pied post-traumatique et le pied post-chirurgical :
  a) screening, avis et éducation;
  b) consultation de base en fonction d'un bilan podologique;
  c) méthodes de traitement podologique dont orthonyxie, onychonyxie et onychoplastie pour autant que des topiques locaux sur prescription médicale ne soient pas exigés;
  d) examen biomécanique et biométrique; analyse du mouvement, y compris l'analyse de la marche et de la course;
  e) soins aseptiques des plaies.
Art. N2. Bijlage 2
  Technische prestaties 2
  Enig artikel. Onderstaande technische prestaties mogen door podologen worden verricht met toepassing van artikel 71, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen :
  1° betreffende de risicovoet (voor wat betreft de diabetische voet tot en met risicoklasse 2a), de posttraumatische voet en de postchirurgische voet :
  a) vervaardigen, afleveren en herstellen van podologische zolen;
  2° betreffende de diabetische voet vanaf risicoklasse 2b :
  a) screening, advies en educatie;
  b) basisconsultatie in functie van het podologisch bilan;
  c) podologische behandelingsmethoden waarvan orthonyxie, onychonyxie en onychoplastie voor zover er geen lokale topica op geneeskundig voorschrift vereist zijn;
  d) biomechanisch en biometrisch onderzoek; bewegingsanalyse met inbegrip van gang en loopanalyse;
  e) aseptische wondzorg;
  f) vervaardigen, afleveren en herstellen van podologische zolen.
Art. N2. Annexe 2
  Prestations techniques 2
  Article unique. Les prestations techniques suivantes peuvent être accomplies par les podologues, en application de l'article 71, § 1er, alinéa 1er, de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé :
  1° concernant le pied à risque (en ce qui concerne le pied diabétique jusqu'à la classe de risque 2a y comprise), le pied post-traumatique et le pied post-chirurgical :
  a) fabrication, délivrance et réparation de semelles podologiques;
  2° concernant le pied diabétique à partir de la classe de risque 2b :
  a) screening, avis et éducation;
  b) consultation de base en fonction d'un bilan podologique;
  c) méthodes de traitement podologique dont orthonyxie, onychonyxie et onychoplastie pour autant que des topiques locaux sur prescription médicale ne soient pas exigés;
  d) examen biomécanique et biométrique; analyse du mouvement, y compris l'analyse de la marche et de la course;
  e) soins aseptiques des plaies;
  f) fabrication, délivrance et réparation de semelles podologiques.
Art. N3. Bijlage 3
  Technische prestaties 3
  Enig artikel. Onderstaande technische prestaties mogen door podologen worden verricht met toepassing van artikel 71, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen :
  1° betreffende de niet-risicovoet en de voet met een functionele stoornis :
  a) screening, advies en educatie;
  b) basisconsultatie in functie van het podologisch bilan;
  c) podologische behandelingsmethoden waarvan orthonyxie, onychonyxie en onychoplastie voor zover er geen lokale topica op geneeskundig voorschrift vereist zijn;
  d) biomechanisch en biometrisch onderzoek; bewegingsanalyse met inbegrip van gang en loopanalyse;
  e) aseptische wondzorg;
  f) vervaardigen, afleveren en herstellen van podologische zolen.
Art. N3. Annexe 3
  Prestations techniques 3
  Article unique. Les prestations techniques suivantes peuvent être accomplies par des podologues, en application de l'article 71, § 1er, alinéa 1er, de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé :
  1° concernant le pied à non-risque et le pied au trouble fonctionnel :
  a) screening, avis et éducation;
  b) consultation de base en fonction d'un bilan podologique;
  c) méthodes de traitement podologique dont orthonyxie, onychonyxie et onychoplastie pour autant que des topiques locaux sur prescription médicale ne soient pas exigés;
  d) examen biomécanique et biométrique; analyse du mouvement, y compris l'analyse de la marche et de la course;
  e) soins aseptiques des plaies;
  f) fabrication, délivrance et réparation de semelles podologiques.
Art. N4. Bijlage 4
  Toevertrouwde handelingen 1
  Enig artikel. Onderstaande handelingen kunnen, met toepassing van artikel 23, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, worden toevertrouwd aan een podoloog :
  1° wanneer er een wonde en/of ontsteking aanwezig is bij de niet-risicovoet, de risicovoet (voor wat betreft de diabetische voet tot en met risicoklasse 2a), de voet met een functionele stoornis, de posttraumatische voet en de postchirurgische voet :
  a) instrumentele behandeling;
  b) onychonyxie; onychoplastie; orthonyxie waarbij lokale topica op geneeskundig voorschrift vereist zijn;
  c) toediening van topica en contactverdoving ter behandeling van een nagelafwijking;
  d) aseptische wondzorg.
Art. N4. Annexe 4
  Actes confiés 1
  Article unique. Les actes suivants peuvent, en application de l'article 23, § 1er, alinéa 1er, de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé, être confiés à un podologue :
  1° lorsqu'une plaie ou inflammation est présente sur le pied à non-risque, le pied à risque (en ce qui concerne le pied diabétique jusqu'à la classe de risque 2a y comprise), le pied au trouble fonctionnel, le pied post-traumatique et le pied post-chirurgical :
  a) traitement instrumental;
  b) onychoplastie; onychonyxie; orthonyxie pour laquelle des topiques locaux sur prescription médicale sont exigés;
  c) administration de topiques et d'une anesthésie de contact en vue du traitement d'une déformation unguéale;
  d) soins aseptiques des plaies.
Art. N5. Bijlage 5
  Toevertrouwde handelingen 2
  Enig artikel. Onderstaande handelingen kunnen, met toepassing van artikel 23, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, worden toevertrouwd aan een podoloog :
  1° wanneer er een wonde en/of ontsteking aanwezig is bij de niet-risicovoet, de voet met een functionele stoornis en de risicovoet (voor wat betreft de diabetische voet tot en met risicoklasse 2a) :
  a) algemene wondzorg;
  b) verwijderen en/of terug aanleggen van een gips of gipsvervangend materiaal of verbanden;
  c) verwijderen en/of terug aanleggen van spalken;
  2° wanneer er een wonde en/of ontsteking aanwezig is bij de diabetische voet vanaf risicoklasse 2b :
  a) instrumentele behandeling;
  b) algemene wondzorg;
  c) onychonyxie; onychoplastie; orthonyxie waarbij lokale topica op geneeskundig voorschrift vereist zijn;
  d) toediening van topica en contactverdoving ter behandeling van een nagelafwijking;
  e) verwijderen en/of terug aanleggen van een gips of gipsvervangend materiaal of verbanden;
  f) verwijderen en/of terug aanleggen van spalken;
  3° wanneer er een wonde en/of ontsteking aanwezig is bij de posttraumatische voet en de postchirurgische voet :
  a) algemene wondzorg;
  b) verwijderen van percutaan osteosynthese materiaal;
  c) verwijderen en/of terug aanleggen van een gips of gipsvervangend materiaal of verbanden;
  d) verwijderen en/of terug aanleggen van spalken.
Art. N5. Annexe 5
  Actes confiés 2
  Article unique. Les actes suivants peuvent, en application de l'article 23, § 1er, alinéa 1er, de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé, être confiés à un podologue :
  1° lorsqu'une plaie et/ou inflammation est présente sur le pied à non-risque et le pied au trouble fonctionnel et le pied à risque (en ce qui concerne le pied diabétique jusqu'à la classe de risque 2a y comprise) :
  a) soins généraux des plaies;
  b) enlèvement et/ou la remise en place de plâtres ou de matériel remplaçant le plâtre ou de bandages;
  c) enlèvement et/ou remise en place d'attelles;
  2° lorsqu'une plaie et/ou inflammation est présente sur le pied diabétique à partir de classe de risque 2b :
  a) traitement instrumental;
  b) soins généraux des plaies;
  c) onychonyxie; onychoplastie; orthonyxie pour laquelle des topiques locaux sur prescription médicale sont exigés;
  d) administration de topiques et d'une anesthésie de contact en vue du traitement d'une déformation unguéale;
  e) enlèvement et/ou la remise en place de plâtres ou de matériel remplaçant le plâtre ou de bandages;
  f) enlèvement et/ou remise en place d'attelles;
  3° lorsqu'une plaie et/ou inflammation est présente sur le pied post-traumatique et le pied post-chirurgical :
  a) soins généraux des plaies;
  b) enlèvement du matériel d'osteosynthèse percutané;
  c) enlèvement et/ou la remise en place de plâtres ou de matériel remplaçant le plâtre ou de bandages;
  d) enlèvement et/ou remise en place d'attelles.
Art. N6. Bijlage 6
  Toevertrouwde handelingen 3
  Enig artikel. Onderstaande handelingen kunnen, met toepassing van artikel 23, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, worden toevertrouwd aan een podoloog :
  1° betreffende de chirurgische voet :
  a) assistentie en instrumentatie in de chirurgie;
  b) aanleggen van een gips of gipsvervangend materiaal of verbanden;
  c) aanleggen van spalken.
Art. N6. Annexe 6
  Actes confiés 3
  Article unique. Les actes suivants peuvent, en application de l'article 23, § 1er, alinéa 1er, de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé, être confiés à un podologue :
  1° concernant le pied chirurgical :
  a) assistance et instrumentation en chirurgie;
  b) mise en place de plâtres ou de matériel remplaçant le plâtre ou de bandages;
  c) mise en place d'attelles.