Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 JULI 2016. - Wet tot uitvoering en aanvulling van de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, houdende invoeging van titel 2 in boek XII "Recht van de elektronische economie" van het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan titel 2 van boek XII en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan titel 2 van boek XII, in de boeken I, XV en XVII van het Wetboek van economisch recht
Titre
21 JUILLET 2016. - Loi mettant en oeuvre et complétant le règlement (UE) n° 910/2014 du parlement européen et du conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE, portant insertion du titre 2 dans le livre XII " Droit de l'économie électronique " du Code de droit économique et portant insertion des définitions propres au titre 2 du livre XII et des dispositions d'application de la loi propres au titre 2 du livre XII, dans les livres I, XV et XVII du Code de droit économique
Dokumentinformationen
Numac: 2016009485
Datum: 2016-07-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016009485
Date: 2016-07-21
Moniteur: Voir
Tekst (58)
Texte (58)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht
CHAPITRE 2. - Modifications du Code de droit économique
Art. 2. Artikel I.18 van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd door de wet van 15 december 2013, wordt aangevuld met de bepalingen onder 14° tot 18°, luidende :
  "14° verordening 910/2014 : de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG;
  15° certificaathouder : een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vertrouwensdienstverlener respectievelijk een certificaat voor elektronische handtekeningen of een certificaat voor elektronische zegels heeft afgegeven;
  16° Toezichthoudend orgaan : het orgaan bedoeld in artikel 17, paragraaf 1, van verordening 910/2014, opgericht binnen de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie dat is samengesteld uit de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren en belast is met het toezicht op de in België gevestigde verleners van vertrouwensdiensten, met inbegrip van de elektronische archiveringsdiensten;
  17° elektronische archiveringsdienst : vertrouwensdienst ter aanvulling van de diensten bedoeld in artikel 3, paragraaf 16, van verordening 910/2014, die bestaat in het bewaren van elektronische gegevens of het digitaliseren van papieren documenten en die aangeboden wordt door een vertrouwensdienstverlener in de zin van artikel 3, paragraaf 19, van verordening 910/2014 of die voor eigen rekening wordt uitgebaat door een openbare instantie of een natuurlijke persoon of rechtspersoon;
  18° gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst : elektronische archiveringsdienst verleend door een gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener in de zin van artikel 3, paragraaf 20, van verordening 910/2014 die zich houdt aan de bepalingen van titel 2 en van bijlage I van boek XII of die voor eigen rekening wordt uitgebaat door een openbare instantie of een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zich houdt aan de bepalingen van dezelfde titel en dezelfde bijlage met uitzondering van de bepalingen onder e), i), j) en k).".
Art. 2. L'article I.18 du Code de droit économique, inséré par la loi du 15 décembre 2013, est complété par les 14° à 18°, rédigés comme suit :
  "14° règlement 910/2014 : le règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE;
  15° titulaire de certificat: une personne physique ou morale à laquelle un prestataire de service de confiance a délivré respectivement un certificat de signature électronique ou un certificat de cachet électronique;
  16° Organe de contrôle : l'organe visé à l'article 17, paragraphe 1, du règlement 910/2014, créé au sein du Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie, composé des agents visés à l'article XV.2 et chargé des tâches de contrôle des prestataires établis en Belgique de services de confiance, y compris de services d'archivage électronique;
  17° service d'archivage électronique : service de confiance supplémentaire à ceux visés par l'article 3, paragraphe 16, du règlement 910/2014, qui consiste en la conservation de données électroniques ou la numérisation de documents papiers, et qui est fourni par un prestataire de services de confiance au sens de l'article 3, paragraphe 19, du règlement 910/2014 ou qui est exploité pour son propre compte par un organisme du secteur public ou une personne physique ou morale;
  18° service d'archivage électronique qualifié : service d'archivage électronique fourni par un prestataire de services de confiance qualifié au sens de l'article 3, paragraphe 20, du règlement 910/2014 se conformant aux dispositions du titre 2 et de l'annexe I du livre XII ou exploité pour son propre compte par un organisme du secteur public ou une personne physique ou morale et se conformant aux dispositions du même titre et de la même annexe, à l'exception des e), i), j) et k).".
Art. 3. In boek XII van hetzelfde Wetboek wordt een titel 2 ingevoegd, luidende :
  "Titel 2. Bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor vertrouwensdiensten".
Art. 3. Dans le livre XII du même Code, il est inséré un titre 2 intitulé :
  "Titre 2. Certaines règles relatives au cadre juridique pour les services de confiance".
Art. 4. In titel 2, ingevoegd bij artikel 3, wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:
  "Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied".
Art. 4. Dans le titre 2 inséré par l'article 3, il est inséré un chapitre 1er intitulé :
  "Chapitre 1er. Champ d'application".
Art. 5. In hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 4, wordt een artikel XII.24 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.24. § 1. Deze titel voert de verordening 910/2014 uit.
  § 2. Deze titel legt bepaalde regels vast ter aanvulling van verordening 910/2014 in verband met het juridisch kader voor diensten van elektronische handtekening, elektronisch zegel, elektronische archivering, elektronische aangetekende zending en elektronische tijdstempel, verleend door een vertrouwensdienstverlener die in België gevestigd is, of voor een elektronische archiveringsdienst die voor eigen rekening door een openbare instantie of een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in België gevestigd is, wordt uitgebaat.
  De bepalingen van deze titel gelden onverminderd de bepalingen van de archiefwet van 24 juni 1955.
  § 3. Bij toepassing van artikel 2, paragraaf 2, van verordening 910/2014 worden alle componenten die gebruikt worden voor elektronische handtekeningen, elektronische aangetekende zendingen, elektronische tijdstempel en elektronische archivering, die gratis of tegen betaling worden geleverd door een administratieve overheid in de zin van artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, in uitvoering van de opdrachten die hen zijn toevertrouwd door of krachtens een wet, uitgesloten van het toepassingsgebied van verordening 910/2014, van deze titel en van zijn bijlagen.
  Echter, de artikelen 25, paragraaf 1, 41, paragraaf 1, en 43, paragraaf 1, van verordening 910/2014, zijn van toepassing op de componenten gebruikt voor elektronische handtekeningen, elektronische aangetekende zendingen en elektronische tijdstempel, als bedoeld in het eerste lid.".
Art. 5. Dans le chapitre 1er inséré par l'article 4, il est inséré un article XII.24 rédigé comme suit :
  "Art. XII.24. § 1er. Le présent titre met en oeuvre le règlement 910/2014.
  § 2. Le présent titre fixe certaines règles complémentaires au règlement 910/2014 relatives au cadre juridique pour les services de signature électronique, de cachet électronique, d'archivage électronique, d'envoi recommandé électronique et d'horodatage électronique offerts par un prestataire de services de confiance établi en Belgique ou pour un service d'archivage électronique exploité pour son propre compte par un organisme du secteur public ou une personne physique ou morale établi en Belgique.
  Les dispositions du présent titre ne portent pas préjudice aux dispositions de la loi du 24 juin 1955 relative aux archives.
  § 3. En application de l'article 2, paragraphe 2, du règlement 910/2014, tous les composants utilisés pour les signatures électroniques, les envois recommandés électroniques, l'horodatage électronique et l'archivage électronique, fournis gratuitement ou contre paiement par une autorité administrative au sens de l'article 14 des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, en exécution des missions qui lui sont confiées par ou en vertu d'une loi, sont exclus du champ d'application du règlement 910/2014, du présent titre et de ses annexes.
  Néanmoins, les articles 25, paragraphe 1er, 41, paragraphe 1er, et 43, paragraphe 1er, du règlement 910/2014 sont applicables aux composants utilisés pour les signatures électroniques, les envois recommandés électroniques et l'horodatage électronique visés à l'alinéa premier.".
Art. 6. In titel 2, ingevoegd bij artikel 3, wordt een hoofdstuk 2 ingevoegd, luidende :
  "Hoofdstuk 2. Algemene principes".
Art. 6. Dans le titre 2 inséré par l'article 3, il est inséré un chapitre 2 intitulé :
  "Chapitre 2. Principes généraux".
Art. 7. In hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 6, wordt een artikel XII.25 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.25. § 1. Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen kan niemand verplicht worden rechtshandelingen te stellen via elektronische weg.
  § 2. De begrippen die in deze titel voorkomen en die niet in artikel I.18. worden vermeld, worden begrepen in de zin van de definities van artikel 3 van verordening 910/2014.
  § 3. Onverminderd de artikelen 1323 en volgende van het Burgerlijk Wetboek en de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de vertegenwoordiging van rechtspersonen, wordt een gekwalificeerd elektronisch zegel, aangewend in het kader van juridische akten die enkel door of tussen fysieke en/of rechtspersonen plaatsvinden die in België zijn gedomicilieerd of gevestigd, gelijkgesteld met de handgeschreven handtekening van de natuurlijke persoon die de rechtspersoon die het zegel heeft aangemaakt, vertegenwoordigt.
  § 4. Het rechtsgevolg van een elektronisch archief en de toelaatbaarheid ervan in juridische procedures als bewijsmiddel mag niet worden ontkend op grond van het enkele feit dat het archief elektronisch is of niet aan de eisen voor een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst voldoet.
  § 5. Onder voorbehoud van de toepassing van bijzondere wettelijke of reglementaire eisen wordt, wanneer in een wettelijke of reglementaire tekst, uitdrukkelijk of stilzwijgend, een verplichting tot het bewaren van gegevens of documenten wordt opgelegd, aan deze verplichting geacht te zijn voldaan door gebruik te maken van een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst.
  Onder voorbehoud van de toepassing van bijzondere wettelijke of reglementaire eisen worden de elektronische gegevens die door middel van een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst worden bewaard, geacht zo te zijn bewaard dat ze gevrijwaard worden tegen elke wijziging, behoudens wijzigingen betreffende de drager of het elektronische formaat ervan.
  Onder voorbehoud van de toepassing van bijzondere wettelijke of reglementaire eisen wordt, wanneer in een wettelijke of reglementaire tekst, uitdrukkelijk een verplichting tot het bewaren van gegevens of documenten wordt opgelegd, gebruik gemaakt van een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst, als de gebruiker van de dienst opteert voor de elektronische weg.
  § 6. Onder voorbehoud van de toepassing van bijzondere wettelijke of reglementaire eisen wordt een digitaal afschrift, gemaakt van een document op papieren drager, geacht een getrouw en duurzaam afschrift te zijn wanneer het gerealiseerd en bewaard wordt door middel van een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst. In dat geval is de vernietiging van het papieren origineel toegelaten, onder voorbehoud van de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de bewaring en verwijdering van archieven van de openbare sector, in het bijzonder van artikel 5 van de archiefwet van 24 juni 1955.
  § 7. Onder voorbehoud van de toepassing van bijzondere wettelijke of reglementaire eisen wordt, wanneer in een wettelijke of reglementaire tekst, uitdrukkelijk of stilzwijgend, een aangetekende zending wordt opgelegd, geacht aan deze verplichting te zijn voldaan door gebruik te maken van een dienst van gekwalificeerde elektronische aangetekende zending.
  Onder voorbehoud van de toepassing van bijzondere wettelijke of reglementaire eisen wordt, wanneer in een wettelijke of reglementaire tekst, uitdrukkelijk een aangetekende zending wordt opgelegd, gebruik gemaakt van een gekwalificeerde dienst van elektronische aangetekende zending, als de gebruiker van de dienst opteert voor de elektronische weg.
  § 8. Onder voorbehoud van de toepassing van bijzondere wettelijke of reglementaire eisen wordt, wanneer in een wettelijke of reglementaire tekst, uitdrukkelijk of stilzwijgend, een verplichting tot datering van gegevens of documenten wordt opgelegd, geacht aan deze verplichting te zijn voldaan door gebruik te maken van een gekwalificeerde dienst van elektronische tijdstempel.
  Onder voorbehoud van de toepassing van bijzondere wettelijke of reglementaire eisen wordt, wanneer in een wettelijke of reglementaire tekst, uitdrukkelijk een verplichting tot datering van gegevens of documenten wordt opgelegd, gebruik gemaakt van een gekwalificeerde dienst van elektronische tijdstempel, als de gebruiker van de dienst opteert voor de elektronische weg.
  § 9. Een vertrouwensdienstverlener kan op geen enkel moment rechtstreeks of onrechtstreeks laten verstaan dat hij een gekwalificeerde vertrouwensdienst verleent als hij zich niet houdt aan de bepalingen van verordening 910/2014, de bepalingen van deze titel en deze van zijn bijlagen, met betrekking tot deze diensten.
  § 10. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 1328 van het Burgerlijk Wetboek mag een verlener van een dienst van gekwalificeerde of niet gekwalificeerde elektronische tijdstempel op geen enkel moment, rechtstreeks of onrechtstreeks, laten verstaan dat zijn dienst een vaste dagtekening verleent.
  § 11. De elektronische handtekening van de certificaathouder kan worden gematerialiseerd in een equivalent dat voldoet aan de eisen van artikel 26 van verordening 910/2014.
  § 12. Het elektronische zegel van de certificaathouder kan worden gematerialiseerd in een equivalent dat voldoet aan de eisen van artikel 36 van verordening 910/2014.".
Art. 7. Dans le chapitre 2 inséré par l'article 6, il est inséré un article XII.25 rédigé comme suit :
  "Art. XII.25. § 1er. A défaut de dispositions légales contraires, nul ne peut être contraint de poser un acte juridique par voie électronique.
  § 2. Les termes du présent titre non définis à l'article I.18. s'entendent conformément aux définitions de l'article 3 du règlement 910/2014.
  § 3. Sans préjudice des articles 1323 et suivants du Code civil et des dispositions légales et réglementaires concernant la représentation des personnes morales, un cachet électronique qualifié utilisé dans le cadre d'actes juridiques passés exclusivement par ou entre des personnes physiques et/ou morales domiciliées ou établies en Belgique est assimilé à la signature manuscrite de la personne physique qui représente la personne morale qui a créé ce cachet.
  § 4. L'effet juridique et la recevabilité d'un archivage électronique comme preuve en justice ne peuvent être refusés au seul motif que cet archivage se présente sous une forme électronique ou qu'il ne satisfait pas aux exigences du service d'archivage électronique qualifié.
  § 5. Sous réserve de l'application d'exigences légales ou réglementaires particulières, lorsqu'une obligation de conservation de données ou de documents est imposée, de manière expresse ou tacite, par un texte légal ou réglementaire, cette obligation est présumée satisfaite par le recours à un service d'archivage électronique qualifié.
  Sous réserve de l'application d'exigences légales ou réglementaires particulières, les données électroniques conservées au moyen d'un service d'archivage électronique qualifié sont présumées avoir été conservées de manière à les préserver de toute modification, sous réserve des modifications relatives à leur support ou leur format électronique.
  Sous réserve de l'application d'exigences légales ou réglementaires particulières, lorsqu'une obligation de conservation de données ou de documents est imposée de manière expresse par un texte légal ou réglementaire, il est recouru à un service d'archivage électronique qualifié si l'utilisateur du service opte pour la voie électronique.
  § 6. Sous réserve de l'application d'exigences légales ou réglementaires particulières, une copie numérique effectuée à partir d'un document sur support papier est présumée en être une copie fidèle et durable lorsqu'elle est réalisée et conservée au moyen d'un service d'archivage électronique qualifié. Dans ce cas, la destruction de l'original papier est autorisée, sous réserve de l'application des dispositions légales et réglementaires relatives à la préservation et à l'élimination des archives du secteur public, en particulier de l'article 5 de la loi du 24 juin 1955 relative aux archives.
  § 7. Sous réserve de l'application d'exigences légales ou réglementaires particulières, lorsqu'un envoi recommandé est imposé, de manière expresse ou tacite, par un texte légal ou réglementaire, cette obligation est présumée satisfaite par le recours à un service d'envoi recommandé électronique qualifié.
  Sous réserve de l'application d'exigences légales ou réglementaires particulières, lorsqu'un envoi recommandé est imposé de manière expresse par un texte légal ou réglementaire, il est recouru à un service d'envoi recommandé électronique qualifié si l'utilisateur du service opte pour la voie électronique.
  § 8. Sous réserve de l'application d'exigences légales ou réglementaires particulières, lorsqu'une obligation de datation de données ou de documents est imposée, de manière expresse ou tacite, par un texte légal ou réglementaire, cette obligation est présumée satisfaite par le recours à un horodatage électronique qualifié.
  Sous réserve de l'application d'exigences légales ou réglementaires particulières, lorsqu'une obligation de datation de données ou de documents est imposée de manière expresse par un texte légal ou réglementaire, il est recouru à un horodatage électronique qualifié si l'utilisateur du service opte pour la voie électronique.
  § 9. Un prestataire de service de confiance ne peut à aucun moment laisser entendre, directement ou indirectement, qu'il offre un service de confiance qualifié s'il ne se conforme pas aux dispositions du règlement 910/2014, du présent titre et de ses annexes, relatives à ces services.
  § 10. Sous réserve de l'application de l'article 1328 du Code civil, un prestataire de service d'horodatage électronique qualifié ou non qualifié ne peut à aucun moment laisser entendre, directement ou indirectement, que son service confère date certaine.
  § 11. La signature électronique du titulaire de certificat peut être matérialisée par un équivalent satisfaisant aux exigences visées à l'article 26 du règlement 910/2014.
  § 12. Le cachet électronique du titulaire de certificat peut être matérialisé par un équivalent satisfaisant aux exigences visées à l'article 36 du règlement 910/2014.".
Art. 8. In hetzelfde hoofdstuk 2 wordt een artikel XII.26 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.26. Onverminderd andere wettelijke of reglementaire bepalingen is de vertrouwensdienstverlener die het certificaat van elektronische handtekening heeft afgegeven ertoe gehouden, wanneer de houder van het certificaat een pseudoniem gebruikt, de gegevens betreffende de identiteit van de titularis waarover hij beschikt en die nodig zijn voor het opsporen en vaststellen van inbreuken, mee te delen aan de bevoegde administratieve of gerechtelijke overheden, wanneer zij daarom verzoeken.
  Een in België gevestigde houder van het gekwalificeerde certificaat voor elektronisch zegel stelt de noodzakelijke maatregelen in werking om de naam, de hoedanigheid en de volmachten van de natuurlijke persoon die de rechtspersoon vertegenwoordigt en die praktisch gebruik maakt van het gekwalificeerde elektronische zegel, te kunnen weergeven zodanig dat telkens dat zegel gebruikt wordt, de titularis en, desgevallend, de bevoegde administratieve of gerechtelijke overheden die in het kader van het opsporen en vaststellen van inbreuken optreden, de identiteit en de vertegenwoordigingsvolmachten van de natuurlijke persoon kunnen vaststellen.".
Art. 8. Dans le même chapitre 2, il est inséré un article XII.26 rédigé comme suit :
  "Art. XII.26. Sans préjudice d'autres dispositions légales ou réglementaires, lorsque le titulaire d'un certificat de signature électronique utilise un pseudonyme, le prestataire de services de confiance ayant délivré le certificat est tenu de communiquer aux autorités administratives ou judiciaires compétentes, à leur demande, les informations relative à l'identité du titulaire dont il dispose et nécessaires à la recherche et à la constatation d'infractions.
  Un titulaire de certificat qualifié de cachet électronique établi en Belgique met en oeuvre les mesures nécessaires afin de pouvoir établir le nom, la qualité et les pouvoirs de la personne physique qui représente la personne morale et qui fait pratiquement usage du cachet électronique qualifié, de telle manière qu'à chaque utilisation de ce cachet, le titulaire et, le cas échéant, les autorités administratives ou judiciaires compétentes qui agissent dans le cadre de la recherche et de la constatation d'infractions, puissent établir l'identité et les pouvoirs de représentation de la personne physique.".
Art. 9. In titel 2, ingevoegd bij artikel 3, wordt een hoofdstuk 3 ingevoegd, luidende :
  "Hoofdstuk 3. Eisen voor elektronische archiveringsdiensten".
Art. 9. Dans le titre 2 inséré par l'article 3, il est inséré un chapitre 3 intitulé :
  "Chapitre 3. Des exigences relatives au service d'archivage électronique".
Art. 10. In hoofdstuk 3, ingevoegd bij artikel 9, wordt een artikel XII.27 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.27. Een verlener van elektronische archiveringsdiensten voldoet aan de bepalingen van verordening 910/2014 die van toepassing zijn op de niet-gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten.".
Art. 10. Dans le chapitre 3 inséré par l'article 9, il est inséré un article XII.27 rédigé comme suit :
  "Art. XII.27. Un prestataire de service d'archivage électronique satisfait aux dispositions du règlement 910/2014 applicables au prestataire de services de confiance non qualifié.".
Art. 11. In hetzelfde hoofdstuk 3 wordt een artikel XII.28 ingevoegd, luidende:
  "Art. XII.28. § 1. Een gekwalificeerde verlener van elektronische archiveringsdiensten en een openbare instantie of een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die voor eigen rekening een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst uitbaat, voldoen aan de bepalingen van verordening 910/2014 die van toepassing zijn op de gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten en aan de eisen bedoeld in deze titel en in zijn bijlage I.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt een openbare instantie of een natuurlijke persoon of rechtspersoon die voor eigen rekening een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst uitbaat, vrijgesteld van de eisen bedoeld in de artikelen 20, paragraaf 1, 21 en 24, paragraaf 2, a), d) en i) van verordening 910/2014, evenals van de eisen bedoeld in de bepalingen onder e), i), j) en k) van bijlage I van deze titel. Wel moet aan het toezichthoudend orgaan, alvorens met de uitbating van de dienst begonnen wordt, volgende informatie worden verstrekt :
  1° naam of firmanaam;
  2° geografisch adres waar de dienst gevestigd of gedomicilieerd is;
  3° contactgegevens waarmee hij snel kan worden gecontacteerd, met inbegrip van het elektronische postadres;
  4° ondernemingsnummer;
  5° een evaluatieverslag opgemaakt op eigen kosten door een conformiteitsbeoordelingsinstantie, waarin wordt bevestigd dat aan de eisen van verordening 910/2014, van deze titel en van bijlage I is voldaan.
  Het toezichthoudend orgaan levert een ontvangstbewijs af binnen de vijf werkdagen nadat de informatie ontvangen werd. Als hij zulks nuttig acht, kan het toezichthoudend orgaan op basis van het evaluatieverslag overgaan tot een controle.
  § 3. Onverminderd artikel 34, paragraaf 2, van verordening 910/2014, kan de Koning de referentienummers vaststellen voor normen inzake de gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst. Indien de gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst aan die normen voldoen, wordt aangenomen dat er overeenstemming is met alle of een deel van de in deze titel en in zijn bijlage I vastgestelde eisen. Desgevallend specifieert de Koning de eisen waarvan wordt aangenomen dat ze voldoen.".
Art. 11. Dans le même chapitre 3, il est inséré un article XII.28 rédigé comme suit :
  "Art. XII.28. § 1er. Un prestataire de service d'archivage électronique qualifié et un organisme du secteur public ou une personne physique ou morale qui exploite pour son propre compte un service d'archivage électronique qualifié satisfont aux dispositions du règlement 910/2014 applicables au prestataire de services de confiance qualifié et aux exigences visées par le présent titre et son annexe I.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, un organisme du secteur public ou une personne physique ou morale qui exploite pour son propre compte un service d'archivage électronique qualifié est dispensé des exigences visées aux articles 20, paragraphe 1, 21 et 24, paragraphe 2, a), d) et i) du règlement 910/2014 ainsi que de celles visées aux e), i), j) et k) de l'annexe I du présent titre. Néanmoins, il est tenu de communiquer à l'Organe de contrôle, avant le début de l'exploitation du service, les informations suivantes:
  1° son nom ou dénomination sociale;
  2° l'adresse géographique où il est établi ou domicilié;
  3° les coordonnées permettant de le contacter rapidement, y compris son adresse de courrier électronique;
  4° son numéro d'entreprise;
  5° un rapport d'évaluation, effectué à ses frais, par un organisme d'évaluation de la conformité, confirmant le respect des exigences du règlement 910/2014, du présent titre et de son annexe I.
  L'Organe de contrôle lui délivre un récépissé dans les cinq jours ouvrables suivant la réception des informations. L'Organe de contrôle peut, s'il le juge utile notamment sur la base du rapport d'évaluation, procéder à un contrôle.
  § 3. Sans préjudice de l'article 34, paragraphe 2, du règlement 910/2014, le Roi peut déterminer les numéros de référence des normes applicables au service d'archivage électronique qualifié. Le service d'archivage électronique qualifié qui respecte ces normes est présumé satisfaire à tout ou partie des exigences du présent titre et de son annexe I. Le cas échéant, le Roi spécifie les exigences présumées satisfaites.".
Art. 12. In hetzelfde hoofdstuk 3 wordt een artikel XII.29 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.29. Artikel 13 van verordening 910/2014 is van toepassing op de verlener van gekwalificeerde en van niet gekwalificeerde elektronische archiveringsdiensten omwille van een tekortkoming aan de verplichtingen bepaald in verordening 910/2014, in deze titel en in zijn bijlage I.".
Art. 12. Dans le même chapitre 3, il est inséré un article XII.29 rédigé comme suit :
  "Art. XII.29. L'article 13 du règlement 910/2014 s'applique au prestataire de service d'archivage électronique qualifié ou non en raison d'un manquement aux obligations prévues par le règlement 910/2014, le présent titre et son annexe I.".
Art. 13. In titel 2, ingevoegd bij artikel 3, wordt een hoofdstuk 4 ingevoegd, luidende :
  "Hoofdstuk 4. Eisen betreffende de diensten van gekwalificeerde elektronische aangetekende zending".
Art. 13. Dans le titre 2 inséré par l'article 3, il est inséré un chapitre 4 intitulé :
  "Chapitre 4. Des exigences relatives au service d'envoi recommandé électronique qualifié".
Art. 14. In hoofdstuk 4, ingevoegd bij artikel 13, wordt een artikel XII.30 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.30. Onverminderd de bepalingen van verordening 910/2014 van toepassing op de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten en op de gekwalificeerde dienst van elektronische aangetekende zending, voldoet de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten die een dienst van elektronische aangetekende zending aanbiedt, aan de eisen van bijlage II van deze titel.
  Onverminderd de normen die eventueel worden vastgesteld door de Commissie in overeenkomst met het artikel 44, paragraaf 2, van verordening 910/2014, kan de Koning bijkomende eisen aan deze bedoeld in bijlage II opleggen en de referentienummers vaststellen voor de normen inzake de gekwalificeerde dienst van elektronische aangetekende zending. Als de gekwalificeerde dienst van elektronische aangetekende zending aan deze normen voldoet, wordt aangenomen dat er overeenstemming is met alle of een deel van de in deze titel en in zijn bijlage II vastgestelde eisen. Desgevallend specifieert de Koning de eisen waarvan wordt aangenomen dat ze voldoen.".
Art. 14. Dans le chapitre 4 inséré par l'article 13, il est inséré un article XII.30 rédigé comme suit :
  "Art. XII.30. Sans préjudice des dispositions du règlement 910/2014 applicables au prestataire de services de confiance qualifié et au service d'envoi recommandé électronique qualifié, le prestataire de services de confiance qualifié qui offre un service d'envoi recommandé électronique qualifié satisfait aux exigences visées à l'annexe II du présent titre.
  Sans préjudice des normes éventuelles déterminées par la Commission conformément à l'article 44, paragraphe 2, du règlement 910/2014, le Roi peut fixer des exigences supplémentaires à celles visées à l'annexe II et déterminer les numéros de référence des normes applicables au service d'envoi recommandé électronique qualifié. Le service d'envoi recommandé électronique qualifié qui respecte ces normes est présumé satisfaire à tout ou partie des exigences du présent titre et de son annexe II. Le cas échéant, le Roi spécifie les exigences présumées satisfaites.".
Art. 15. In titel 2, ingevoegd bij artikel 3, wordt een hoofdstuk 5 ingevoegd, luidende :
  "Hoofdstuk 5. Intrekking, schorsing en verval van de gekwalificeerde certificaten van elektronische handtekening en van elektronisch zegel".
Art. 15. Dans le titre 2 inséré par l'article 3, il est inséré un chapitre 5 intitulé :
  "Chapitre 5. De la révocation, de la suspension et de l'expiration des certificats qualifiés de signature électronique et de cachet électronique".
Art. 16. In hoofdstuk 5, ingevoegd bij artikel 15, wordt een artikel XII.31 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.31. Onverminderd de artikelen 24, paragraaf 3, 24, paragraaf 4, 28, paragraaf 4 en 38, paragraaf 4, van verordening 910/2014 trekt een gekwalificeerd vertrouwensdienstverlener die gekwalificeerde certificaten aflevert, een gekwalificeerd certificaat in indien :
  1° de titularis van het certificaat, die op voorhand wordt geïdentificeerd, dat vraagt;
  2° er ernstige redenen bestaan om aan te nemen dat het certificaat werd afgegeven op basis van foutieve of vervalste gegevens, dat de in het certificaat opgenomen informatie niet meer met de werkelijkheid overeenstemt of dat de vertrouwelijkheid van de gegevens voor het aanmaken van een elektronische handtekening of een elektronisch zegel werd geschonden;
  3° de rechtbanken de maatregelen hebben bevolen bepaald in artikel XV.26, § 4;
  4° de gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener zijn activiteiten stopzet zonder dat deze in hun totaliteit worden overgenomen door een andere gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener die een gelijkwaardig kwaliteits- en veiligheidsniveau waarborgt;
  5° de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten op de hoogte gebracht wordt van het overlijden van de natuurlijke persoon of van de ontbinding van de rechtspersoon die certificaathouder is, na de juistheid van die informatie te hebben geverifieerd.
  De gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten brengt de certificaathouder op de hoogte van de intrekking en motiveert zijn beslissing, behalve indien deze plaatsvond op verzoek van de certificaathouder of bij zijn overlijden of ontbinding.".
Art. 16. Dans le chapitre 5 inséré par l'article 15, il est inséré un article XII.31 rédigé comme suit :
  "Art. XII.31. Sans préjudice des articles 24, paragraphe 3, 24, paragraphe 4, 28, paragraphe 4, et 38, paragraphe 4, du règlement 910/2014, un prestataire de services de confiance qualifié qui délivre des certificats qualifiés, révoque un certificat qualifié lorsque:
  1° le titulaire du certificat, préalablement identifié, le demande;
  2° il existe des raisons sérieuses pour admettre que le certificat a été délivré sur la base d'informations erronées ou falsifiées, que les informations contenues dans le certificat ne sont plus conformes à la réalité ou que la confidentialité des données de création de signature électronique ou de cachet électronique a été violée;
  3° les tribunaux ont ordonné les mesures prévues à l'article XV.26, § 4;
  4° le prestataire de services de confiance qualifié arrête ses activités sans qu'il n'y ait reprise de la totalité de celles-ci par un autre prestataire de services de confiance qualifié garantissant un niveau de qualité et de sécurité équivalent;
  5° le prestataire de services de confiance qualifié est informé du décès de la personne physique ou de la dissolution de la personne morale qui en est le titulaire, après avoir vérifié l'exactitude de cette information.
  Le prestataire de services de confiance qualifié informe le titulaire de certificat de la révocation et motive sa décision, sauf en cas de demande, de décès ou de dissolution du titulaire de certificat.".
Art. 17. In hetzelfde hoofdstuk 5 wordt een artikel XII.32 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.32. Wanneer er ernstige twijfels bestaan over het behoud van de vertrouwelijkheid van de gegevens voor het aanmaken van een elektronische handtekening of elektronisch zegel of wanneer de in het certificaat opgenomen gegevens niet meer met de werkelijkheid overeenstemmen, dient de houder het certificaat in te trekken.
  Wanneer een certificaat van elektronische handtekening of van elektronisch zegel vervalt of ingetrokken wordt, mag de houder na de vervaldatum van het certificaat of na intrekking geen gebruik meer maken van de overeenkomstige gegevens voor het aanmaken van een elektronische handtekening of een elektronisch zegel of om deze gegevens te ondertekenen of te laten certificeren door een andere vertrouwensdienstverlener.
  Een maand voor het verval van een gekwalificeerd certificaat brengt de gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener de certificaathouder hiervan op de hoogte.".
Art. 17. Dans le même chapitre 5, il est inséré un article XII.32 rédigé comme suit :
  "Art. XII.32. En cas de doutes sérieux quant au maintien de la confidentialité des données de création de signature électronique ou de cachet électronique ou de perte de conformité à la réalité des informations contenues dans le certificat, le titulaire est tenu de faire révoquer le certificat.
  Lorsqu'un certificat de signature électronique ou de cachet électronique est arrivé à échéance ou a été révoqué, le titulaire de celui-ci ne peut, après l'expiration du certificat ou après révocation, utiliser les données de création de signature électronique ou de cachet électronique correspondantes pour créer une signature électronique ou un cachet électronique ou faire certifier ces données par un autre prestataire de service de confiance.
  Un mois avant l'expiration d'un certificat qualifié, le prestataire de service de confiance qualifié informe son titulaire de celle-ci.".
Art. 18. In hetzelfde hoofdstuk 5 wordt een artikel XII.33 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.33. Onder voorbehoud van de eisen van de artikelen 28, paragraaf 5 en 38, paragraaf 5, van verordening 910/2014, kan een gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener die gekwalificeerde certificaten aflevert een procedure invoeren voor tijdelijke schorsing van de certificaten die hij aflevert.".
Art. 18. Dans le même chapitre 5, il est inséré un article XII.33 rédigé comme suit :
  "Art. XII.33. Sous réserve des exigences des articles 28, paragraphe 5, et 38, paragraphe 5, du règlement 910/2014, un prestataire de services de confiance qualifié qui délivre des certificats qualifiés peut mettre en place une procédure de suspension temporaire des certificats qu'il délivre.".
Art. 19. In titel 2, ingevoegd bij artikel 3, wordt een hoofdstuk 6 ingevoegd, luidende :
  "Hoofdstuk 6. De vertrouwende partijen van een gekwalificeerde elektronische handtekening of van een gekwalificeerd elektronisch zegel".
Art. 19. Dans le titre 2 inséré par l'article 3, il est inséré un chapitre 6 intitulé
  "Chapitre 6. De la partie utilisatrice d'une signature électronique qualifiée ou d'un cachet électronique qualifié".
Art. 20. In hoofdstuk 6, ingevoegd bij artikel 19, wordt een artikel XII.34 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.34. De vertrouwende partij van een gekwalificeerde elektronische handtekening geniet van het vermoeden van geldigheid van deze handtekening in de zin van de artikelen 32 en 33 van verordening 910/2014 indien ze, alvorens te vertrouwen op een gekwalificeerde elektronische handtekening, ze verifieert aan de hand van een gekwalificeerde validatiedienst, in overeenkomst met deze artikelen 32 en 33.".
Art. 20. Dans le chapitre 6 inséré par l'article 19, il est inséré un article XII.34 rédigé comme suit :
  "Art. XII.34. La partie utilisatrice d'une signature électronique qualifiée bénéficie d'une présomption de validité de cette signature au sens des articles 32 et 33 du règlement 910/2014 si, avant de se fier à cette signature, elle la vérifie au moyen d'un service de validation qualifié conforme à ces articles 32 et 33.".
Art. 21. In hetzelfde hoofdstuk 6 wordt een artikel XII.35 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.35. De vertrouwende partij van een gekwalificeerd elektronisch zegel geniet van het vermoeden van geldigheid van dit zegel in de zin van artikel 40 van verordening 910/2014 indien hij, alvorens te vertrouwen op een gekwalificeerd elektronisch zegel, het verifieert aan de hand van een gekwalificeerde validatiedienst, in overeenkomst met dit artikel 40 van verordening 910/2014.".
Art. 21. Dans le même chapitre 6, il est inséré un article XII.35 rédigé comme suit :
  "Art. XII.35. La partie utilisatrice d'un cachet électronique qualifié bénéficie d'une présomption de validité de ce cachet au sens de l'article 40 du règlement 910/2014 si, avant de se fier à ce cachet, elle le vérifie au moyen d'un service de validation qualifié conforme à cet article 40.".
Art. 22. In titel 2, ingevoegd bij artikel 3, wordt een hoofdstuk 7 ingevoegd, luidende :
  "Hoofdstuk 7. Stopzetting van de activiteiten van een gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener die een of meer gekwalificeerde vertrouwensdiensten verleent".
Art. 22. Dans le titre 2 inséré par l'article 3, il est inséré un chapitre 7 intitulé :
  "Chapitre 7. De l'arrêt des activités d'un prestataire de services de confiance qualifié offrant un ou plusieurs services de confiance qualifiés".
Art. 23. In hoofdstuk 7, ingevoegd bij artikel 22, wordt een artikel XII.36 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.36. Onverminderd de artikelen 17, paragraaf 4, punt i) en 24, paragraaf 2, punten h) en i) van verordening 910/2014 moet een gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener die een of meer gekwalificeerde vertrouwensdiensten verleent, het Toezichthoudend orgaan binnen een redelijke termijn op de hoogte brengen van zijn bedoeling om ten minste één van zijn activiteiten stop te zetten alsook van elke maatregel die of elk feit dat de stopzetting van ten minste één van zijn activiteiten tot gevolg kan hebben. In dat geval dient hij de overname ervan te betrachten door een andere gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener.
  Wanneer de overname van de activiteiten die bestaan in het afleveren van gekwalificeerde certificaten niet mogelijk is, trekt de dienstverlener de certificaten in twee maanden na de houders erover te hebben ingelicht en brengt hij hen op de hoogte van de maatregelen om te voldoen aan de verplichting bepaald in artikel 24, paragraaf 2, punt h) van verordening 910/2014.
  Wanneer de overname van de activiteiten bestaande uit een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst niet mogelijk is, licht de dienstverlener onverwijld de gebruikers van zijn dienst in over de datum van stopzetting van de activiteiten alsook van de maatregelen om te voldoen aan de verplichting bepaald in artikel 24, paragraaf 2, punt h) van verordening 910/2014 en biedt hen de mogelijkheid de gegevensbestanden binnen de drie maanden en zonder bijkomende kosten over te dragen naar een andere gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener, dan wel zich de gegevens in overeenstemming met artikel XII.38. te laten terugbezorgen.
  Wanneer de overname van de activiteiten bestaande uit een dienst van gekwalificeerde elektronische aangetekende zending niet mogelijk is, licht de dienstverlener onverwijld de gebruikers van zijn dienst in over de datum van stopzetting van de activiteiten, alsook over de maatregelen genomen om te voldoen aan de verplichting bedoeld in artikel 24, paragraaf 2, punt h) van verordening 910/2014 en zorgt hij ervoor dat alle verzendingen die voor deze stopzetting werden uitgevoerd, worden doorgestuurd naar de bestemmelingen van de dienst.
  Wanneer de overname van de activiteiten bestaande uit een gekwalificeerde dienst van elektronische tijdstempel niet mogelijk is, licht de dienstverlener onverwijld de gebruikers van zijn dienst in over de datum van stopzetting van de activiteiten alsook van de maatregelen genomen om te voldoen aan de verplichting bedoeld in artikel 24, paragraaf 2, punt h) van verordening 910/2014.".
Art. 23. Dans le chapitre 7 inséré par l'article 22, il est inséré un article XII.36 rédigé comme suit :
  "Art. XII.36. Sans préjudice des articles 17, paragraphe 4, point i) et 24, paragraphe 2, points h) et i) du règlement 910/2014, un prestataire de services de confiance qualifié qui offre un ou plusieurs services de confiance qualifiés, informe l'Organe de contrôle dans un délai raisonnable de son intention de mettre fin à au moins une de ses activités ainsi que de toute action ou fait qui pourrait conduire à la cessation d'au moins une de ses activités. Dans ce cas, il doit tenter la reprise de celles-ci par un autre prestataire de services de confiance qualifié.
  Lorsque la reprise des activités consistant en la délivrance de certificats qualifiés n'est pas possible, le prestataire révoque les certificats deux mois après en avoir averti les titulaires et informe ces derniers des mesures prises pour satisfaire à l'obligation visée à l'article 24, paragraphe 2, point h) du règlement 910/2014.
  Lorsque la reprise des activités consistant en un service d'archivage électronique qualifié n'est pas possible, le prestataire informe sans délai les utilisateurs de son service de la date d'arrêt des activités ainsi que des mesures prises pour satisfaire à l'obligation visée à l'article 24, paragraphe 2, point h) du règlement 910/2014 et leur offre la possibilité de transférer les données dans les trois mois et sans frais supplémentaires vers un autre prestataire de services de confiance qualifié ou de se faire restituer les données conformément à l'article XII.38.
  Lorsque la reprise des activités consistant en un service d'envoi recommandé électronique qualifié n'est pas possible, le prestataire informe sans délai les utilisateurs de son service de la date d'arrêt des activités ainsi que des mesures prises pour satisfaire à l'obligation visée à l'article 24, paragraphe 2, point h) du règlement 910/2014 et veille à transmettre aux destinataires tous les envois effectués avant cet arrêt.
  Lorsque la reprise des activités consistant en un service d'horodatage électronique qualifié n'est pas possible, le prestataire informe sans délai les utilisateurs de son service de la date d'arrêt des activités ainsi que des mesures prises pour satisfaire à l'obligation visée à l'article 24, paragraphe 2, point h) du règlement 910/2014.".
Art. 24. In hetzelfde hoofdstuk 7 wordt een artikel XII.37 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.37. Een gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener die zijn activiteiten stopzet om redenen buiten zijn wil of in geval van faillissement, brengt het Toezichthoudend orgaan daarvan onmiddellijk op de hoogte. Hij licht de gebruikers van de diensten in over de maatregelen genomen om te voldoen aan de in artikel 24, paragraaf 2, punt h) van verordening 910/2014 bepaalde verplichting en gaat desgevallend over tot de intrekking van de gekwalificeerde certificaten.".
Art. 24. Dans le même chapitre 7, il est inséré un article XII.37 rédigé comme suit :
  "Art. XII.37. Un prestataire de services de confiance qualifié qui arrête ses activités pour des raisons indépendantes de sa volonté ou en cas de faillite en informe immédiatement l'Organe de contrôle. Il informe les utilisateurs des services des mesures prises pour satisfaire à l'obligation visée à l'article 24, paragraphe 2, point h) du règlement 910/2014 et procède, le cas échéant, à la révocation des certificats qualifiés.".
Art. 25. In hetzelfde hoofdstuk 7 wordt een artikel XII.38 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.38. § 1. Bij de beëindiging van het contract betreffende de gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst, om welke reden ook, kan de verlener van een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst tegenover de gebruiker van de dienst geen retentierecht op de gegevens aanvoeren.
  § 2. Bij de beëindiging van het contract betreffende de gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst, om welke reden ook, vraagt de verlener van een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst in een aangetekende zending, gericht aan de gebruiker van de dienst, wat er dient te gebeuren met de gegevens die hem werden toevertrouwd.
  Bij gebreke van antwoord van de gebruiker van de dienst binnen de drie maanden na de in het eerste lid bedoelde vraag, kan de dienstverlener overgaan tot vernietiging van de gegevens, behoudens uitdrukkelijk verbod van een gerechtelijke overheid of een bevoegd bestuur en onder voorbehoud van de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de bewaring en verwijdering van archieven van de openbare sector, in het bijzonder van artikel 5 van de archiefwet van 24 juni 1955.
  Wanneer de gebruiker van de dienst vraagt om de gegevens terug te bezorgen of over te dragen naar een andere dienstverlener, bezorgt de dienstverlener de gegevens alsook de informatie bedoeld in artikel 24, paragraaf 2, punt h) van verordening 910/2014 desgevallend terug aan de gebruiker van de dienst of draagt ze over naar de andere aangewezen dienstverlener, binnen een redelijke termijn en in een leesbare en bruikbare vorm, overeengekomen met de gebruiker van de dienst of met de nieuwe dienstverlener, met instemming van de gebruiker van de dienst.".
Art. 25. Dans le même chapitre 7, il est inséré un article XII.38 rédigé comme suit :
  "Art. XII.38. § 1er. Lorsque le contrat relatif au service d'archivage électronique qualifié prend fin, pour quelque motif que ce soit, le prestataire de service d'archivage électronique qualifié ne peut opposer à l'utilisateur du service un quelconque droit de rétention des données.
  § 2. Lorsque le contrat de service d'archivage électronique qualifié prend fin, pour quelque motif que ce soit, le prestataire de service d'archivage électronique qualifié demande par envoi recommandé à l'utilisateur du service quel est le sort à réserver aux données qu'il lui a confiées.
  En l'absence de réponse de l'utilisateur dans les trois mois de la demande visée à l'alinéa 1er, le prestataire peut procéder à la destruction des données, sauf interdiction expresse d'une autorité judiciaire ou administrative compétente et sous réserve de l'application des dispositions légales et réglementaires relatives à la préservation et à l'élimination des archives du secteur public, en particulier de l'article 5 de la loi du 24 juin 1955 relative aux archives.
  Lorsque l'utilisateur de service demande la restitution des données ou un transfert vers un autre prestataire, le prestataire restitue les données et, le cas échéant, les informations visées à l'article 24, paragraphe 2, point h) du règlement 910/2014 à l'utilisateur du service ou les transfère vers l'autre prestataire désigné dans un délai raisonnable et sous une forme lisible et exploitable convenue avec l'utilisateur du service ou avec le nouveau prestataire, en accord avec l'utilisateur du service.".
Art. 26. In boek XV, titel 1, hoofdstuk 2, van het Wetboek van economisch recht, wordt een afdeling 5 ingevoegd, luidende :
  "Afdeling 5. De bijzondere bevoegdheden inzake opsporing en vaststelling van inbreuken op boek XII".
Art. 26. Dans le livre XV, titre 1er, chapitre 2, du Code de droit économique, il est inséré une section 5, intitulée :
  "Section 5. Les compétences particulières en matière de recherche et de constatation des infractions au livre XII".
Art. 27. In afdeling 5, ingevoegd bij artikel 26, wordt een artikel XV.26 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.26. § 1. Onverminderd de bepalingen in titel 1, hoofdstukken 1 en 3, en in verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, zijn de volgende bepalingen van toepassing op de controle van de in België gevestigde vertrouwensdienstverleners bedoeld in verordening 910/2014 en in boek XII, titel 2.
  § 2. Het Toezichthoudend orgaan is belast met de controle van de vertrouwensdienstverleners bedoeld in de eerste paragraaf.
  Het Toezichthoudend orgaan kan een beroep doen op de diensten van een of meer deskundigen om het te helpen in zijn controleopdracht. De aangewezen deskundigen moeten financieel en organisationeel onafhankelijk zijn van de vertrouwensdienstverleners.
  § 3. Wanneer het Toezichthoudend orgaan vaststelt dat een in België gevestigde vertrouwensdienstverlener zich niet houdt aan de eisen van verordening 910/2014, van boek XII, titel 2, of van zijn bijlagen, stelt het hem in gebreke en stelt het een redelijke termijn vast in functie van de aard en de ernst van de tekortkoming, tijdens welke de vertrouwensdienstverlener alle nodige maatregelen dient te hebben getroffen om die tekortkomingen te verhelpen.
  § 4. Indien na afloop van die termijn de nodige maatregelen niet werden getroffen, kan de minister of zijn afgevaardigde:
  a) de gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener verbieden verder gekwalificeerde vertrouwensdiensten te verlenen en
  b) de gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener gelasten onmiddellijk de gebruikers van zijn diensten op de hoogte te brengen van het verlies van hun gekwalificeerde status, of
  c) de niet-gekwalificeerde vertrouwensdienstververlener verbieden, bij toepassing van artikel 17, paragraaf 3, punt b) van verordening 910/2014, verder niet-gekwalificeerde vertrouwensdiensten te verlenen .".
Art. 27. Dans la section 5 insérée par l'article 26, il est inséré un article XV.26 rédigé comme suit :
  "Art. XV.26. § 1er. Sans préjudice des dispositions prévues au titre 1er, chapitres 1er et 3 et au règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE, les dispositions suivantes s'appliquent pour le contrôle des prestataires de services de confiance établis en Belgique visés au règlement 910/2014 et au livre XII, titre 2.
  § 2. L'Organe de contrôle est chargé du contrôle des prestataires de services de confiance visés au paragraphe premier.
  L'Organe de contrôle peut faire appel aux services d'un ou de plusieurs experts afin de l'aider dans sa mission de contrôle. Les experts désignés doivent être indépendants, financièrement et organisationnellement, par rapport aux prestataires de services de confiance.
  § 3. Lorsque l'Organe de contrôle constate qu'un prestataire de services de confiance établi en Belgique n'observe pas les exigences du règlement 910/2014, du livre XII, titre 2 ou de ses annexes, il le met en demeure et fixe un délai raisonnable, apprécié au regard de la nature et de la gravité du manquement, endéans lequel le prestataire de services de confiance doit avoir pris les mesures nécessaires afin de remédier à ces manquements.
  § 4. Si après l'expiration de ce délai, les mesures nécessaires n'ont pas été prises, le ministre ou son délégué peut :
  a) défendre au prestataire de services de confiance qualifié de continuer à offrir des services de confiance qualifiés et
  b) enjoindre au prestataire de services de confiance qualifiés d'informer immédiatement les utilisateurs de ses services de la perte du statut qualifié ou
  c) défendre, en application de l'article 17, paragraphe 3, point b) du règlement 910/2014, au prestataire de services de confiance non qualifié de continuer à offrir des services de confiance non qualifiés.".
Art. 28. In boek XV, titel 3, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, wordt afdeling 9 als volgt aangevuld :
  "Art. XV.123. Met een sanctie van niveau 5 wordt gestraft, wie zich de hoedanigheid aanmatigt van gekwalificeerd vertrouwensdienstverlener zonder te zijn opgenomen in de vertrouwenslijst bedoeld in artikel 22 van verordening 910/2014 of wie rechtstreeks of onrechtstreeks te verstaan heeft gegeven dat hij een gekwalificeerde vertrouwensdienst aanbiedt in overtreding van artikel XII.25, § 9, of wie rechtstreeks of onrechtstreeks te verstaan heeft gegeven dat zijn dienst een vaste dagtekening verleent in overtreding van artikel XII.25, § 10, of wie een inbreuk heeft gepleegd op de bepalingen van artikel XII.26.tweede lid.".
Art. 28. Dans le livre XV, titre 3, chapitre 2, du même Code, la section 9 est complétée comme suit :
  "Art. XV.123. Est puni d'une sanction du niveau 5, quiconque aura usurpé la qualité de prestataire de services de confiance qualifié sans être inscrit sur la liste de confiance visée à l'article 22 du règlement 910/2014 ou quiconque aura laissé entendre, directement ou indirectement, qu'il offre un service de confiance qualifié en violation de l'article XII.25, § 9, ou quiconque aura laissé entendre, directement ou indirectement, que son service confère date certaine en violation de l'article XII.25, § 10 ou quiconque aura commis une infraction aux dispositions de l'article XII.26, alinéa 2.".
Art. 29. In artikel VII.78, § 1, lid 4, eerste streepje, van het Wetboek van economisch recht worden de woorden "geavanceerde elektronische handtekening, gerealiseerd op basis van een gekwalificeerd certificaat en aangemaakt door een veilig middel voor het aanmaken van een elektronische handtekening, bedoeld in artikel 4, § 4, van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten" vervangen door de woorden "gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.".
Art. 29. Dans l'article VII.78, § 1er, alinéa 4, premier tiret, du Code de droit économique, les mots "avancée réalisée sur la base d'un certificat qualifié et conçue au moyen d'un dispositif sécurisé de création de signature électronique, visée à l'article 4, § 4, de la loi du 9 juillet 2001 fixant certaines règles relatives au cadre juridique pour les signatures électroniques et les services de certification" sont remplacés par les mots "qualifiée ou un cachet électronique qualifié, visé respectivement à l'article 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE.".
Art. 30. In artikel XII.15, § 2, tweede streepje van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de woorden "ofwel van artikel 4, § 4, van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten" vervangen door de woorden "ofwel van artikel 3.12. van verordening 910/2014".
Art. 30. Dans l'article XII.15, § 2, second tiret, du même Code, modifié par la loi du 26 octobre 2015, les mots "soit à l'article 4, § 4, de la loi du 9 juillet 2001 fixant certaines règles relatives au cadre juridique pour les signatures électroniques et les services de certification" sont remplacés par les mots "soit à l'article 3.12. du règlement 910/2014".
Art. 31. Het artikel XVII.22. van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "De vordering gegrond op artikel XVII.1 kan ook worden ingesteld op verzoek van het Toezichthoudend orgaan bedoeld in artikel I.18, 16°. ".
Art. 31. L'article XVII.22, du même Code, est remplacé par ce qui suit: "L'action fondée sur l'article XVII.1er peut également être formée à la demande de l'Organe de contrôle visé à l'article I.18, 16°. ".
HOOFDSTUK 3. - Opheffings-, intrekkings- en wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions d'abrogation, de retrait et de modification
Art. 32. Worden opgeheven :
  1° de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten, gewijzigd bij de wet van 15 februari 2012;
  2° het koninklijk besluit van 6 december 2002 houdende organisatie van de controle en de accreditatie van de certificatiedienstverleners die gekwalificeerde certificaten afleveren.
Art. 32. Sont abrogés :
  1° la loi du 9 juillet 2001 fixant certaines règles relatives au cadre juridique pour les signatures électroniques et les services de certification, modifiée par la loi du 15 février 2012;
  2° l'arrêté royal du 6 décembre 2002 organisant le contrôle et l'accréditation des prestataires de service de certification qui délivrent des certificats qualifiés.
Art. 33. De wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor bepaalde verleners van vertrouwensdiensten, gewijzigd bij de wet van 13 december 2010, wordt ingetrokken.
Art. 33. La loi du 15 mai 2007 fixant un cadre juridique pour certains prestataires de services de confiance, modifiée par la loi du 13 décembre 2010, est rapportée.
Art. 34. Artikel 1334 van het Burgerlijk Wetboek wordt aangevuld met een lid luidend als volgt:
  "Wanneer de oorspronkelijke titel niet meer bestaat, heeft een digitale kopie hiervan dezelfde bewijskracht als de onderhandse akte waarvan ze, behoudens bewijs van het tegendeel, verondersteld wordt een getrouwe en duurzame kopie te zijn indien ze uitgevoerd werd door middel van een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst conform boek XII, titel 2, tot vaststelling van bepaalde regels in verband met de vertrouwensdiensten van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 34. L'article 1334 du Code civil est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "Lorsque le titre original n'existe plus, une copie numérique effectuée à partir de celui-ci a la même valeur probante que l'écrit sous seing privé, dont elle est présumée, sauf preuve contraire, être une copie fidèle et durable si elle a été réalisée au moyen d'un service d'archivage électronique qualifié conforme au livre XII, titre 2, fixant certaines règles relatives au cadre juridique pour les services de confiance du Code de droit économique.".
Art. 35. In artikel 3bis, laatste lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, ingevoegd bij de wet van 3 juni 2007 worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door de woorden "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".
Art. 35. Dans l'article 3bis, dernier alinéa, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, inséré par la loi du 3 juin 2007, les mots "liés à l'archivage électronique qui sont établies en vertu de la loi du 15 mai 2007 fixant un cadre juridique pour certains prestataires de services de confiance" sont remplacés par les mots "d'archivage électronique qualifié qui sont établies par le livre XII, titre 2, du Code de droit économique".
Art. 36. In artikel 3ter, § 3, laatste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 3 juni 2007, worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door de woorden "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".
Art. 36. Dans l'article 3ter, § 3, dernier alinéa, de la même loi, inséré par la loi du 3 juin 2007, les mots "liés à l'archivage électronique qui sont établies en vertu de la loi du 15 mai 2007 fixant un cadre juridique pour certains prestataires de services de confiance" sont remplacés par les mots "d'archivage électronique qualifié qui sont établies par le livre XII, titre 2, du Code de droit économique".
Art. 37. In artikel 3bis, laatste lid, van de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars, ingevoegd bij de wet van 3 juni 2007, worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door de woorden "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".
Art. 37. Dans l'article 3bis, dernier alinéa, de la loi du 24 février 1978 relative au contrat de travail du sportif rémunéré, inséré par la loi du 3 juin 2007, les mots "liés à l'archivage électronique qui sont établies en vertu de la loi du 15 mai 2007 fixant un cadre juridique pour certains prestataires de services de confiance" sont remplacés par les mots "d'archivage électronique qualifié qui sont établies par le livre XII, titre 2, du Code de droit économique".
Art. 38. In artikel 4, § 2, laatste lid, van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid, en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, ingevoegd bij de wet van 3 juni 2007, worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".
Art. 38. Dans l'article 4, § 2, dernier alinéa, de la loi 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs, inséré par la loi du 3 juin 2007, les mots "liés à l'archivage électronique qui sont établies en vertu de la loi du 15 mai 2007 fixant un cadre juridique pour certains prestataires de services de confiance" sont remplacés par "d'archivage électronique qualifié qui sont établies par le livre XII, titre 2, du Code de droit économique".
Art. 39. In artikel 8, § 2, laatste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 3 juni 2007, worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door de woorden "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".
Art. 39. Dans l'article 8, § 2, dernier alinéa, de la même loi, inséré par la loi du 3 juin 2007, les mots "liés à l'archivage électronique qui sont établies en vertu de la loi du 15 mai 2007 fixant un cadre juridique pour certains prestataires de services de confiance" sont remplacés par les mots "d'archivage électronique qualifié qui sont établies par le livre XII, titre 2, du Code de droit économique".
Art. 40. In artikel 4, § 2, laatste lid, van de wet van 7 april 1999 betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst, ingevoegd bij de wet van 3 juni 2007, worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door de woorden "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".
Art. 40. Dans l'article 4, § 2, dernier alinéa de la loi du 7 avril 1999 relative au contrat de travail ALE, inséré par la loi du 3 juin 2007, les mots "liés à l'archivage électronique qui sont établies en vertu de la loi du 15 mai 2007 fixant un cadre juridique pour certains prestataires de services de confiance" sont remplacés par les mots "d'archivage électronique qualifié qui sont établies par le livre XII, titre 2, du Code de droit économique".
Art. 41. In artikel 105, § 2, laatste lid, van de programmawet van 2 augustus 2002, ingevoegd bij de wet van 3 juni 2007, worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door de woorden "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".
Art. 41. Dans l'article 105, § 2, dernier alinéa de la loi-programme du 2 août 2002, inséré par la loi du 3 juin 2007, les mots "liés à l'archivage électronique qui sont établies en vertu de la loi du 15 mai 2007 fixant un cadre juridique pour certains prestataires de services de confiance" sont remplacés par les mots "d'archivage électronique qualifié qui sont établies par le livre XII, titre 2, du Code de droit économique".
Art. 42. In artikel 9, § 1, laatste lid, van de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser, ingevoegd bij de wet van 3 juni 2007, worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door de woorden "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".
Art. 42. Dans l'article 9, § 1er, dernier alinéa, de la loi du 3 mai 2003 portant réglementation du contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et améliorant le statut social du marin pêcheur, inséré par la loi du 3 juin 2007, les mots "liés à l'archivage électronique qui sont établies en vertu de la loi du 15 mai 2007 fixant un cadre juridique pour certains prestataires de services de confiance" sont remplacés par les mots "d'archivage électronique qualifié qui sont établies par le livre XII, titre 2 du Code de droit économique".
Art. 43. In artikel 16, § 3, laatste lid, van de wet van 3 juni 2007 houdende diverse arbeidsbepalingen worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door de woorden "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".
Art. 43. Dans l'article 16, § 3, dernier alinéa, de la loi du 3 juin 2007 portant des dispositions diverses relatives au travail, les mots "liés à l'archivage électronique qui sont établies en vertu de la loi du 15 mai 2007 fixant un cadre juridique pour certains prestataires de services de confiance" sont remplacés par les mots "d'archivage électronique qualifié qui sont établies par le livre XII, titre 2, du Code de droit économique".
Art. 44. In artikel 35, laatste lid, van dezelfde wet worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door de woorden "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".
Art. 44. Dans l'article 35, dernier alinéa de la même loi, les mots "liés à l'archivage électronique qui sont établies en vertu de la loi du 15 mai 2007 fixant un cadre juridique pour certains prestataires de services de confiance" sont remplacés par les mots "d'archivage électronique qualifié qui sont établies par le livre XII, titre 2, du Code de droit économique".
Art. 45. In artikel 135, § 2, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, vervangen bij de wet van 13 december 2010 worden de woorden "elektronisch aangetekende zending overeenkomstig de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen, de elektronisch aangetekende zending en certificatiediensten" vervangen door de woorden "gekwalificeerde dienst van elektronisch aangetekende zending overeenkomstig verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG en overeenkomstig boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht, en de bijlagen ervan".
Art. 45. Dans l'article 135, § 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, remplacé par la loi du 13 décembre 2010, les mots "envoi recommandé électronique conformément à la loi du 9 juillet 2001 fixant certaines règles relatives au cadre juridique pour les signatures électroniques, le recommandé électronique et les services de certification" sont remplacés par les mots "service d'envoi recommandé électronique qualifié conforme au règlement (UE) n° 910/2014 du parlement européen et du conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE et au livre XII, titre 2 et ses annexes, du Code de droit économique".
Art. 46. In artikel 36/1, § 1, 1°, van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen, ingevoegd bij de wet van 19 maart 2013, worden de woorden "van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten" vervangen door de woorden "van de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG en aan boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".
Art. 46. Dans l'article 36/1, § 1, 1°, de la loi du 21 août 2008 relative à l'institution et à l'organisation de la plate-forme eHealth et portant diverses dispositions, inséré par la loi du 19 mars 2013, les mots "de la loi du 9 juillet 2001 fixant certaines règles relatives au cadre juridique pour les signatures électroniques et les services de certification" sont remplacés par les mots "du règlement (UE) n° 910/2014 du parlement européen et du conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE et au livre XII, titre 2, du Code de droit économique".
HOOFDSTUK 4. - Bevoegdheidstoewijzing
CHAPITRE 4. - Attribution de compétences
Art. 47. De bestaande wetten en koninklijke besluiten die verwijzen naar de wet bedoeld in artikel 32, 1°, worden geacht te verwijzen naar de overeenkomstige bepalingen van verordening (EU) nr.910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG en naar de ermee overeenstemmende bepalingen van boek XII, titel 2 van het Wetboek van economisch recht, zoals ingevoegd bij deze wet.
Art. 47. Les lois ou arrêtés royaux existants qui font référence à la loi visée à l'article 32, 1°, sont présumées faire référence aux dispositions équivalentes du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE et aux dispositions équivalentes du livre XII, titre 2, du Code de droit économique telles qu'insérées par la présente loi.
Art. 48. De Koning kan de verwijzingen in bestaande wetten en koninklijke besluiten naar de wet bedoeld in artikel 32, 1°, vervangen door verwijzingen naar de ermee overeenstemmende bepalingen van verordening (EU) nr.910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG of van het Wetboek van economisch recht, zoals ingevoegd bij deze wet.
Art. 48. Le Roi peut remplacer les références dans les lois ou arrêtés existants à la loi visée à l'article 32, 1°, par des références aux dispositions équivalentes du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE ou du Code de droit économique, telles qu'insérées par la présente loi.
Art. 49. De Koning kan de bepalingen van het Wetboek van economisch recht, zoals ingevoegd bij deze wet, coördineren met de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie.
  Daartoe kan Hij :
  1° de volgorde en de nummering van de te coördineren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen;
  2° de verwijzingen die voorkomen in de te coördineren bepalingen met de nieuwe nummering doen overeenstemmen;
  3° zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in de te coördineren bepalingen vervat zijn, de redactie ervan wijzigen om ze onderling te doen overeenstemmen en eenheid in de terminologie te brengen.
Art. 49. Le Roi peut coordonner les dispositions du Code de droit économique, telles qu'insérées par la présente loi, avec les dispositions qui les auraient expressément ou implicitement modifiées au moment où la coordination sera établie.
  A cette fin, Il peut:
  1° modifier l'ordre, la numérotation et, en général, la présentation des dispositions à coordonner;
  2° modifier les références qui seraient contenues dans les dispositions à coordonner en vue de les mettre en concordance avec la numérotation nouvelle;
  3° modifier la rédaction des dispositions à coordonner en vue d'assurer leur concordance et d'en unifier la terminologie sans qu'il puisse être porté atteinte aux principes inscrits dans ces dispositions.
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 5. - Entrée en vigueur
Art. 50. De Koning bepaalt de inwerkingtreding van elke bepaling van deze wet en/of elke bepaling ingevoegd door deze wet in het Wetboek Economisch Recht.
Art. 50. Le Roi fixe l'entrée en vigueur de chacune des dispositions de la présente loi et/ou chacune des dispositions insérées par la présente loi dans le Code de droit économique.
(NOTE : Entrée en vigueur fixée au 28-09-2016, à l'exception des articles XII.25, § 5, alinéa 3, § 7, alinéa 2, § 8, alinéa 2, XII.34 et XII.35 du Code de droit économique, insérés par les articles 7, 20 et 21 de la présente loi, par AR 2016-09-14/06, art. 1. Voir également l'erratum publié au M.B. 06-10-2016, p. 68540)
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1 van Titel II van Boek XII Wetboek Economisch Recht
  Art. XII.N1. BIJLAGE I
  Eisen betreffende gekwalificeerde elektronische archiveringsdiensten
  Onverminderd de bepalingen van verordening 910/2014 die van toepassing zijn op de gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener, moet de in België gevestigde gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener die een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst aanbiedt :
  a) zich, in voorkomend geval, houden aan de artikelen 34 en 40 van verordening 910/2014;
  b) zich ervan weerhouden om gegevens die hem zijn toevertrouwd voor andere gevallen te gebruiken dan deze opgesomd onder de punten b), c), d) en e) van artikel 5 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
  c) de noodzakelijke maatregelen treffen, rekening houdend met de stand van de techniek, voor het leesbaar houden van de gegevens tenminste tijdens de wettelijk of reglementair opgelegde dan wel de contractueel overeengekomen duur;
  d) de noodzakelijke middelen aanwenden, rekening houdend met de stand van de techniek om de integriteit en authenticiteit van de bewaarde elektronische gegevens te bewaren en om iedere verandering van de bewaarde elektronische gegevens tijdens de bewaring, het consulteren of het overbrengen te vermijden, onder voorbehoud van de veranderingen betreffende de drager of het elektronische formaat van de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van hun dienst;
  e) op verzoek van de afnemer van de dienst binnen een redelijke termijn de hem door de gebruiker van de dienst opgegeven gegevens aan deze laatste terug te geven in een leesbare en bruikbare vorm, overeengekomen met de afnemer;
  f) ervoor zorgen dat het proces van vrijwillige vernietiging van de bewaarde gegevens het niet mogelijk maakt om ze volledig of gedeeltelijk te herstellen;
  g) gebruik maken van een gekwalificeerde elektronische tijdstempel telkens wanneer de datum en/of het uur moet worden vastgesteld;
  h) bij het inscannen van papieren originelen :
  1° gebruik maken van een systeem, materiaal en procedures die een getrouwe, duurzame en volledige reproductie van het papieren document garanderen,
  2° tijdens de inscanningsprocedure de kwaliteit en de getrouwheid van de digitale kopieën stipt en regelmatig toetsen aan het papieren origineel,
  3° overgaan tot een systematische en volledige registratie en klassering van de gegevens,
  4° een systeem van beschrijving van de gescande dossiers en documenten gebruiken waarbij minstens volgende inlichtingen zijn vermeld:
  - de naam van het dossier of van het document,
  - de identificatiecode,
  - de auteur,
  - de beschrijving,
  - de datum,
  - de bewaartermijn,
  - de definitieve bestemming, namelijk de permanente bewaring of de vernietiging,
  - het formaat van het document.
  5° de volgende gegevens betreffende de digitaliseringsprocedure zolang als de digitale kopie zelf en met dezelfde garanties bewaren :
  - de identiteit van de verantwoordelijke van de digitalisering en van de uitvoerder ervan,
  - de aard en het voorwerp van de gedigitaliseerde documenten,
  - de datering van alle relevante verrichtingen,
  - de verslagen van de eventuele storingen vastgesteld tijdens de digitalisering,
  - de documenten met betrekking tot het digitaliseringsbeleid en de gebruikte systemen en materiaal;
  i) de gebruikers van hun dienst, alvorens het contract gesloten wordt en tijdens de ganse duur ervan, gemakkelijke en rechtstreekse toegang bieden tot de volgende informatie die duidelijk en begrijpelijk moet zijn geformuleerd :
  1° de precieze wijzen en voorwaarden voor het gebruik van zijn diensten,
  2° de werking en toegankelijkheid van hun diensten,
  3° de maatregelen die hij inzake beveiliging neemt,
  4° de kennisgevingsprocedure inzake incidenten, klachten en geschillenregeling,
  5° de garanties die hij biedt,
  6° de draagwijdte van zijn aansprakelijkheid en de eventuele limieten,
  7° in voorkomende geval, het bestaan van een verzekeringsdekking en de omvang ervan,
  8° de duur van het contract en de wijzen om het te beëindigen,
  9° de rechtsgevolgen die aan zijn dienst verbonden zijn;
  j) blijk geven van onpartijdigheid ten aanzien van de gebruikers van zijn dienst en van derden;
  k) over voldoende financiële middelen beschikken om de dienst conform de eisen gesteld in verordening 910/2014, in titel 2 van boek XII en in deze bijlage te kunnen aanbieden, in het bijzonder om de schadeverantwoordelijkheid aan te kunnen door bijvoorbeeld een geschikte verzekering af te sluiten.
  Een overheidsinstantie of een natuurlijke persoon of rechtspersoon die voor eigen rekening een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst uitbaat, houdt zich aan de bepalingen van deze bijlage met uitzondering van e), i), j) en k).
Art. N1. Annexe 1 au Titre II du Livre XII du Code de droit économique
  Art. XII.N1. ANNEXE I.
  Exigences concernant le service d'archivage électronique qualifié
  Sans préjudice des dispositions du règlement 910/2014 applicables au prestataire de services de confiance qualifié, le prestataire de services de confiance qualifié établi en Belgique qui offre un service d'archivage électronique qualifié:
  a) se conforme, le cas échéant, à l'article 34 et 40 du règlement 910/2014;
  b) ne traite pas les données qui lui sont confiées dans d'autres cas que ceux énumérés aux points b), c), d) et e) de l'article 5 de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel;
  c) prend les mesures nécessaires, compte tenu de l'état de la technique, pour conserver la lisibilité des données, au moins pendant la durée de conservation légale, réglementaire ou contractuelle;
  d) met en oeuvre les moyens nécessaires, compte tenu de l'état de la technique, pour préserver l'intégrité et l'authenticité des données électroniques conservées et pour éviter, durant la conservation, la consultation ou le transfert, des modifications des données électroniques conservées, sous réserve de modifications relatives à leur support ou leur format électronique nécessaires à l'accomplissement de leur service;
  e) répond dans un délai raisonnable à la demande de l'utilisateur du service en vue de restituer à ce dernier les données que ce dernier lui indique, sous une forme lisible et exploitable convenue avec celui-ci;
  f) veille à ce que le processus de destruction volontaire des données conservées ne permette pas de les reconstituer entièrement ou partiellement;
  g) recoure à un horodatage électronique qualifié chaque fois que la date et/ou l'heure doivent être déterminées;
  h) lorsqu'il procède à la numérisation d'un document papier:
  1° utilise un système, du matériel et des procédures qui garantissent une reproduction fidèle, durable et complète du document papier,
  2° procède ponctuellement et régulièrement lors de la procédure de numérisation à un contrôle de la qualité et de la fidélité des copies numériques par rapport à l'original papier,
  3° procède à l'enregistrement et au classement systématiques et complets des données,
  4° utilise un système de description des dossiers et des documents numérisés qui reprenne au moins les informations suivantes :
  - le nom du dossier ou du document,
  - son code d'identification,
  - son auteur,
  - sa description,
  - sa date,
  - son délai de conservation,
  - son sort final, à savoir sa conservation permanente ou son élimination,
  - le format du document.
  5° conserve les données suivantes, relatives à la procédure de numérisation, aussi longtemps que la copie numérique elle-même et avec les mêmes garanties :
  - l'identité du responsable de la numérisation ainsi que de celui qui l'a exécutée,
  - la nature et l'objet des documents numérisés,
  - la datation des toutes les opérations pertinentes,
  - les rapports de perturbations éventuelles qui ont été constatés pendant la numérisation,
  - les documents relatifs à la politique de numérisation et aux systèmes et matériel utilisés;
  i) fournit aux utilisateurs de son service, avant la conclusion du contrat et pendant toute la durée de celui-ci, un accès facile et direct aux informations suivantes formulées de manière claire et compréhensible :
  1° les modalités et conditions précises d'utilisation de son service,
  2° le fonctionnement et l'accessibilité de son service,
  3° les mesures qu'il adopte en matière de sécurité,
  4° les procédures de notification d'incidents, de réclamation et de règlement des litiges,
  5° les garanties qu'il apporte,
  6° l'étendue de sa responsabilité, et les limites éventuelles,
  7° le cas échéant, l'existence d'une couverture d'assurance et son étendue,
  8° la durée du contrat et les modalités pour y mettre fin,
  9° les effets juridiques attachés à son service;
  j) fait preuve d'impartialité vis-à-vis des utilisateurs de son service et des tiers;
  k) dispose des moyens financiers suffisants pour pouvoir offrir le service conformément aux exigences prévues par le règlement 910/2014, le titre 2 du livre XII et la présente annexe, en particulier pour endosser la responsabilité de dommages, en contractant, par exemple, une assurance appropriée.
  Un organisme du secteur public ou une personne physique ou morale qui exploite pour son propre compte un service d'archivage électronique qualifié se conforme aux dispositions de la présente annexe, à l'exception de e), i), j) et k).
Art. N2. Bijlage 2 van Titel II van Boek XII Wetboek Economisch Recht
  Art. XII.N2. BIJLAGE II
  Eisen betreffende de gekwalificeerde dienst van elektronische aangetekende zending.
  De hybride aangetekende zending.
  De gekwalificeerde verlener van een elektronische aangetekende zending kan op vraag van de afzender de aangetekende zending materialiseren in papiervorm en hem dan onder omslag steken.
  In voorkomend geval overhandigt de dienstverlener de gematerialiseerde elektronische zending aan een postdienstverlener, ten laatste op de werkdag volgend op de deponering van de gekwalificeerde elektronische aangetekende zending. De postdienstverlener is in het bezit van een vergunning toegekend door het BIPT op grond van de toepasselijke reglementaire bepalingen.
  De dienstverlener moet de afzender informeren over de datum waarop de verzending fysiek bij de postdienstverlener werd gedeponeerd.
  De datum op het bericht van de elektronische aangetekende zending, wordt gelijkgesteld met de datum van de deponering van het aangetekend schrijven bij de postdienstverlener voor zover de verzending niet meer door de verzender kan gewijzigd of geannuleerd worden. De datum op het bericht van de elektronische aangetekende zending, moet eveneens op of in de gematerialiseerde verzending voorkomen.
  De dienstverlener bewaart de bewijzen van de deponering van de verzendingen bij de postoperator gedurende vijf jaar.
  De verzender moet in de dienstvoorwaarden duidelijk worden ingelicht over de aansprakelijkheidsverdeling tussen de gekwalificeerde verlener van een dienst van elektronische aangetekende zending en de postdienstverlener.
Art. N2. Annexe 2 au Titre II du Livre XII du Code de droit économique
  Art. XII.N2. ANNEXE II
  Exigences concernant le services d'envoi recommandé électronique qualifié
  De l'envoi recommandé hybride.
  Le prestataire d'un service d'envoi recommandé électronique qualifié peut, à la demande de l'expéditeur, procéder à la matérialisation de l'envoi recommandé sous forme papier et à sa mise sous enveloppe.
  Le cas échéant, le prestataire remet l'envoi recommandé électronique matérialisé à un prestataire de services postaux, au plus tard le jour ouvrable suivant le dépôt par l'expéditeur de l'envoi recommandé électronique qualifié. Le prestataire de services postaux est en possession d'une licence attribuée par l'IBPT en vertu des dispositions règlementaires applicables.
  Le prestataire informe l'expéditeur de la date à laquelle l'envoi a été physiquement déposé auprès du prestataire de services postaux.
  La date figurant sur l'accusé d'envoi recommandé électronique est assimilée à la date du dépôt de l'envoi recommandé auprès d'un prestataire de services postaux, pour autant que l'envoi ne soit plus modifiable ni annulable par l'expéditeur. La date figurant sur l'accusé d'envoi recommandé électronique doit également figurer sur ou dans l'envoi matérialisé.
  Le prestataire conserve les preuves de dépôt des envois auprès de l'opérateur postal pendant cinq ans.
  Le partage des responsabilités entre le prestataire d'un service d'envoi recommandé électronique qualifié et le prestataire de services postaux doit être spécifié à l'expéditeur dans les conditions du service.