Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
9 OKTOBER 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het intersectorale zorgnetwerk en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, wat betreft de prioritair toe te wijzen hulpvragen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 17-11-2015 en tekstbijwerking tot 28-04-2020)
Titre
9 OCTOBRE 2015. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif au réseau intersectoriel d'aide et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, pour ce qui est des demandes d'aide à attribuer prioritairement(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 17-11-2015 et mise à jour au 28-04-2020)
Dokumentinformationen
Numac: 2015036408
Datum: 2015-10-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2015036408
Date: 2015-10-09
Moniteur: Voir
Tekst (33)
Texte (33)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° administrateur-generaal: het personeelslid, vermeld in artikel 1, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014;
  2° besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014: het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp;
  3° decreet van 12 juli 2013: het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
  4° intersectoraal zorgnetwerk: het samenwerkingsverband dat op basis van de oproep is gekozen, waarmee een overeenkomst is gesloten als vermeld in artikel 18;
  5° jongere: een minderjarige als vermeld in artikel 2, 36°, van het decreet van 12 juli 2013, of een persoon die daarmee wordt gelijkgesteld conform artikel 18, § 3, van het voormelde decreet;
  6° [1 ...]1
  7° regiocoördinator: de leidinggevende toegangspoort voor het team Indicatiestelling en Jeugdhulpregie, vermeld in artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014;
  8° oproep: de oproep, vermeld in artikel 15, met het oog op de toekenning van het kwaliteitslabel "intersectoraal zorgnetwerk";
  9° team Jeugdhulpregie: het team, vermeld in artikel 1, 26°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014.
  
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° administrateur général : le membre du personnel visé à l'article 1er, 3°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 ;
  2° arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ;
  3° décret du 12 juillet 2013 : le décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ;
  4° réseau intersectoriel d'aide : la structure de coopération choisie sur la base de l'appel, avec laquelle un accord a été conclu tel que visé à l'article 18 ;
  5° jeune : un mineur tel que visé à l'article 2, 36°, du décret du 12 juillet 2013, ou une personne y assimilée conformément à l'article 18, § 3, du décret précité ;
  6° [1 ...]1
  7° coordinateur de région : la porte d'entrée dirigeant l'équipe chargée de l'indication et l'équipe chargée de la régie de l'aide à la jeunesse, visée à l'article 17 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 ;
  8° appel : l'appel visé à l'article 15, en vue de l'octroi du label de qualité " réseau intersectoriel d'aide " ;
  9° équipe chargée de la régie de l'aide à la jeunesse : l'équipe visée à l'article 1er, 26°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014.
  
HOOFDSTUK 2. - Het intersectorale zorgnetwerk
CHAPITRE 2. - Le réseau intersectoriel d'aide
Afdeling 1. - Het intersectorale zorgnetwerk
Section 1re. - Le réseau intersectoriel d'aide
Art. 2. De administrateur-generaal kan subsidies toekennen aan een intersectoraal zorgnetwerk met het oog op een aanvullend geïndividualiseerd hulpaanbod aan een jongere volgens de bepalingen van dit hoofdstuk.
Art. 2. L'administrateur général peut accorder des subventions à un réseau intersectoriel d'aide en vue d'une offre d'aide individualisée complémentaire à un jeune conformément aux dispositions du présent chapitre.
Afdeling 2. - Procedure voor de toewijzing van een jongere aan een intersectoraal zorgnetwerk
Section 2. - Procédure d'affectation d'un jeune à un réseau intersectoriel d'aide
Art. 3. Het team Jeugdhulpregie kan een dossier aanmelden bij de regiocoördinator met de vraag naar onderzoek van de mogelijkheid om het intersectorale zorgnetwerk in te zetten als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° de maatregelen, vermeld in artikel 40 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014, bieden geen voldoende antwoord op de behoeften van de jongere en de inschakeling van een intersectoraal zorgnetwerk is noodzakelijk;
  2° het indicatiestellingsverslag, vermeld in artikel 21, eerste lid, 2°, van het decreet van 12 juli 2013, indiceert jeugdhulpverlening die wordt aangeboden met toepassing van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
  3° de betrokkene is een jongere.
Art. 3. L'équipe chargée de la régie de l'aide à la jeunesse peut notifier un dossier au coordinateur de région, demandant un examen de la possibilité de faire appel au réseau intersectoriel d'aide si les conditions suivantes sont remplies :
  1° les mesures visées à l'article 40 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014, ne répondent pas suffisamment aux besoins du jeune et l'intégration d'un réseau intersectoriel d'aide est nécessaire ;
  2° le rapport d'indication visé à l'article 21, alinéa premier, 2°, du décret du 12 juillet 2013, fait état des services d'aide à la jeunesse qui sont proposés par application du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (Agence flamande pour les Personnes handicapées);
  3° l'intéressé est un jeune.
Art. 4. Op basis van de aanmelding door het team Jeugdhulpregie wordt een advies gegeven aan de administrateur-generaal om de jongere door het intersectorale zorgnetwerk van die regio te laten begeleiden. Dat advies wordt gegeven:
  1° door de regiocoördinator van de toegangspoort Antwerpen voor dossiers die aangemeld zijn door het team Jeugdhulpregie binnen de toegangspoort Antwerpen;
  2° gezamenlijk door de regiocoördinatoren van de toegangspoort Gent en Brugge voor dossiers die aangemeld zijn door het team Jeugdhulpregie binnen de toegangspoort Gent of Brugge;
  3° gezamenlijk door de regiocoördinatoren van de toegangspoort Leuven en Hasselt voor dossiers die aangemeld zijn door het team Jeugdhulpregio binnen de toegangspoort Leuven of Hasselt.
  In afwijking van het eerste lid wordt het advies gegeven door het overleg van de regiocoördinatoren van alle toegangspoorten als een jongere zou worden begeleid door een intersectoraal zorgnetwerk dat in dat jaar al zeven jongeren voltijds, of een equivalent daarvan, begeleidt.
  Het advies, vermeld in het eerste of het tweede lid, wordt voldoende gemotiveerd en bevat minstens de volgende elementen:
  1° een zorgzwaarteomschrijving en -inschaling, maximaal gestaafd door diagnostiek;
  2° de wijze waarop de cliëntparticipatie is gerealiseerd en hoe die zich verhoudt tot het geformuleerde advies;
  3° in geval van de toepassing van het tweede lid, het voorstel van de toewijzing aan een specifiek intersectoraal zorgnetwerk met aandacht voor:
  a) de behoeften van de jongere;
  b) de maximale evenredige verdeling van het aantal jongeren over de verschillende intersectorale zorgnetwerken.
Art. 4. Sur la base de la notification par l'équipe chargée de la régie de l'aide à la jeunesse, un avis est formulé à l'attention de l'administrateur général, afin de laisser accompagner le jeune par le réseau intersectoriel d'aide de la région en question. Cet avis est donné :
  1° par le coordinateur de région de la porte d'entrée Antwerpen pour les dossiers notifiés par l'équipe chargée de la régie de l'aide à la jeunesse au sein de la porte d'entrée Antwerpen ;
  2° conjointement par les coordinateurs de région des portes d'entrée Gent et Brugge pour les dossiers notifiés par l'équipe chargée de la régie de l'aide à la jeunesse au sein de la porte d'entrée Gent ou Brugge ;
  3° conjointement par les coordinateurs de région des portes d'entrée Leuven et Hasselt pour les dossiers notifiés par l'équipe chargée de la régie de l'aide à la jeunesse au sein de la porte d'entrée Leuven ou Hasselt.
  Par dérogation à l'alinéa premier, l'avis est donné par la concertation entre les coordinateurs de région de toutes les portes d'entrée lorsqu'un jeune serait accompagné par un réseau intersectoriel d'aide accompagnant déjà pendant cette année-là sept jeunes à temps plein, ou leur équivalent.
  L'avis visé à l'alinéa premier ou deux est suffisamment motivé et comprend ou moins les éléments suivants :
  1° une description et une estimation de la lourdeur de l'aide, appuyées au maximum par un diagnostic ;
  2° la façon dont la participation par le client a été réalisée et la part de celle-ci dans l'avis formulé ;
  3° dans le cas de l'application de l'alinéa deux, la proposition d'attribution à un réseau intersectoriel spécifique d'aide, en prêtant attention :
  a) aux besoins du jeune ;
  b) à la répartition proportionnelle maximale du nombre de jeunes entre les différents réseaux intersectoriels d'aide.
Art. 5. De administrateur-generaal beslist over de toewijzing van een jongere aan een specifiek intersectoraal zorgnetwerk en bepaalt de termijn van de begeleiding. Die termijn kan maximaal één jaar duren en kan worden verlengd als de totale duur zeven jaar niet overschrijdt.
Art. 5. L'administrateur général décide sur l'attribution d'un jeune à un réseau intersectoriel spécifique d'aide et fixe le délai de l'accompagnement. Ce délai peut être une année au maximum et peut être prolongé sans que la durée totale ne dépasse sept années.
Art. 6. Voor de verlenging geldt dezelfde procedure als voor de opstart van de begeleiding, met uitzondering van de aanmelding door het team Jeugdhulpregie, vermeld in artikel 3. Het intersectorale zorgnetwerk dat de jongere begeleidt, adviseert over de noodzaak en de duur van de verlenging.
Art. 6. Une prolongation est assujettie à la même procédure que le démarrage de l'accompagnement, à l'exception de la notification par l'équipe chargée de la régie de l'aide à la jeunesse, visée à l'article 3. Le réseau intersectoriel d'aide qui accompagne le jeune émet un avis quant au besoin et à la durée de la prolongation.
Afdeling 3. - Taken van het intersectorale zorgnetwerk
Section 3. - Missions du réseau intersectoriel d'aide
Art. 7. Het intersectorale zorgnetwerk verbindt zich ertoe om:
  1° gedurende de duur van het kwaliteitslabel, vermeld in artikel 16, op jaarbasis voltijds tien jongeren, of een equivalent daarvan, te begeleiden conform de beslissing van de administrateur-generaal, vermeld in artikel 5;
  2° de continuïteit van de jeugdhulpverlening te verzekeren door de opgestarte dossiers af te werken en te garanderen dat de jongere kan doorstromen binnen of buiten het intersectorale zorgnetwerk;
  3° de opgestarte begeleidingen ook voort te zetten na afloop van de duur van het kwaliteitslabel, vermeld in artikel 16, zolang het noodzakelijk is om de begeleiding te continueren.
  Het intersectorale zorgnetwerk garandeert dat iedere jongere die aan het intersectorale zorgnetwerk is toevertrouwd door de administrateur-generaal met toepassing van artikel 5, begeleid wordt. Het intersectorale zorgnetwerk kan geen jongere weigeren. Het intersectorale zorgnetwerk kan de begeleiding niet eenzijdig stopzetten.
Art. 7. Le réseau intersectoriel d'aide s'engage à :
  1° accompagner dix jeunes, ou un équivalent, pendant la durée du label de qualité visé à l'article 16, sur la base d'une année, conformément à la décision de l'administrateur général, visée à l'article 5 ;
  2° assurer la continuité de l'aide à la jeunesse en achevant les dossiers entamés et en garantissant que le jeune puisse transiter au sein ou en dehors du réseau intersectoriel d'aide ;
  3° continuer les accompagnements entamés après la fin de la durée du label de qualité visé à l'article 16, aussi longtemps qu'il est nécessaire de continuer l'accompagnement.
  Le réseau intersectoriel d'aide garantit que chaque jeune étant confié au réseau intersectoriel d'aide est accompagné par l'administrateur général par application de l'article 5. Le réseau intersectoriel d'aide ne peut refuser aucun jeune. Le réseau intersectoriel d'aide ne peut arrêter unilatéralement l'accompagnement.
Art. 8. Voor elke jongere die met toepassing van artikel 5 aan het intersectorale zorgnetwerk wordt toegewezen, maakt het intersectorale zorgnetwerk uiterlijk één maand na de start van de begeleiding een afsprakenkader voor de begeleiding op.
  Het afsprakenkader voor de begeleiding bevat minstens de volgende elementen:
  1° de jeugdhulpverlening die aan de jongere zal worden verleend;
  2° de taakomschrijving en -afbakening van de partners in het samenwerkingsverband;
  3° de afspraken over zorgcoördinatie;
  4° de afspraken over continuïteit;
  5° de afspraken over time-out;
  6° de afspraken over cliëntparticipatie;
  7° als dat van toepassing is, de afspraken met de betrokken jeugdrechter of het jeugdparket.
  Het intersectorale zorgnetwerk evalueert minstens halfjaarlijks samen met de jongere het afsprakenkader voor de begeleiding.
Art. 8. Pour chaque jeune étant attribué au réseau intersectoriel d'aide par application de l'article 5, le réseau intersectoriel d'aide établit, au plus tard un mois après le démarrage de l'accompagnement, un cadre d'accords pour l'accompagnement.
  Le cadre d'accords pour l'accompagnement comprend au moins les éléments suivants :
  1° l'aide à la jeunesse qui sera accordée au jeune ;
  2° la description et la délimitation des tâches des partenaires dans la structure de coopération ;
  3° les accords sur la coordination de l'aide ;
  4° les accords sur la continuité ;
  5° les accords sur le " time-out " ;
  6° les accords sur la participation du client ;
  7° si d'application, les accords avec le juge de la jeunesse ou le parquet de la jeunesse.
  Le réseau intersectoriel d'aide évalue au moins tous les six mois ensemble avec le jeune le cadre d'accords pour l'accompagnement.
Art. 9. Het intersectorale zorgnetwerk neemt de zorgcoördinatie op zich. Dat houdt minstens in dat voor elke jongere een natuurlijk persoon uit het samenwerkingsverband wordt aangewezen die het aanspreekpunt is voor de jongere, zijn omgeving en elke actor in de begeleiding en dat deze persoon:
  1° het mandaat heeft om het afsprakenkader voor de begeleiding van de jongere te coördineren, elke partner in het samenwerkingsverband hierbij op te volgen, duiding te geven bij vastgelegde afspraken en bij problemen desnoods beroep doet op het team Jeugdhulpregie ter ondersteuning;
  2° oog heeft voor de ondersteuningsnoden van de ouders van de jongere en opvoedingsverantwoordelijken;
  3° de participatie van de jongere aan het eigen zorgproces stimuleert, de rechten van de jongere en van de ouders of opvoedingsverantwoordelijke mee bewaakt;
  4° het mandaat krijgt binnen zijn eigen organisatie om deze taak zorgvuldig op te nemen.
Art. 9. Le réseau intersectoriel d'aide se charge de la coordination de l'aide. Cela implique au moins qu'à chaque jeune est attribuée une personne physique de la structure de coopération qui sert de point de contact pour le jeune, son entourage et chaque acteur dans l'accompagnement et que cette personne :
  1° est mandatée à coordonner le cadre d'accords pour l'accompagnement du jeune, à assurer le suivi de chaque partenaire dans la structure de coopération et à faire appel, s'il le faut, en cas de problèmes à l'équipe chargée de la régie de l'aide à la jeunesse pour l'appui nécessaire ;
  2° se soucie des besoins de soutien des parents du jeune et des responsables de l'éducation ;
  3° stimule la participation du jeune au propre processus d'aide, et veille aux droits du jeune et de ses parents ou son responsable de l'éducation ;
  4° reçoit le mandat au sein de sa propre organisation pour assumer cette tâche consciencieusement.
Art. 10. Het intersectorale zorgnetwerk brengt jaarlijks een financiële en inhoudelijke rapportage aan het [1 agentschap Opgroeien regie, vermeld in artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie]1.
  
Art. 10. Le réseau intersectoriel d'aide transmet chaque année un rapport financier et un rapport de fond [1 à l'Agence Grandir visée à l'article 3 du décret du 30 avril 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Opgroeien regie "]1.
  
Art. 11. Het intersectorale zorgnetwerk bereidt de jongere voor op de beëindiging van de begeleiding.
  De begeleiding van de jongere door een intersectoraal zorgnetwerk kan op de volgende manieren worden beëindigd:
  1° eenzijdig door de jongere, tenzij het gaat om gerechtelijke jeugdhulpverlening;
  2° in onderling akkoord tussen het intersectorale zorgnetwerk en de jongere, waarbij de jongere kan worden doorverwezen naar de reguliere jeugdhulpverlening of volwassenenhulpverlening;
  3° automatisch bij het bereiken van de leeftijd van 26 jaar of na begeleiding van het intersectorale zorgnetwerk voor een totale duur van zeven jaar, waarbij de zorgcoördinator van het intersectorale zorgnetwerk voorkomt dat er breuklijnen zijn in de hulpverlening.
Art. 11. Le réseau intersectoriel d'aide prépare le jeune à la fin de l'accompagnement.
  Il peut être mis fin à l'accompagnement du jeune par un réseau intersectoriel d'aide des manières suivantes :
  1° unilatéralement par le jeune, à moins qu'il ne s'agisse de services d'aide judiciaire à la jeunesse ;
  2° d'un commun accord entre le réseau intersectoriel d'aide et le jeune, où le jeune peut être renvoyé aux services réguliers d'aide à la jeunesse ou aux services d'aide aux adultes ;
  3° d'office lorsque le jeune atteint l'âge de 26 ans ou après un accompagnement par le réseau intersectoriel d'aide pour une durée totale de sept ans ; le coordinateur d'aide du réseau intersectoriel d'aide évite qu'il y ait des interruptions dans les services d'aide.
Art. 12. Een intersectoraal zorgnetwerk verliest zijn kwaliteitslabel en bijbehorende subsidies als het:
  1° niet voldoet aan de verplichtingen, opgelegd in deze afdeling;
  2° niet voldoet aan de verplichtingen, vermeld in artikel 17, 4°, 6°, en 7° ;
  3° geen aanbod meer heeft met betrekking tot de elementen, vermeld in artikel 17, 3°.
Art. 12. Un réseau intersectoriel d'aide perd son label de qualité et les subventions qui s'y rapportent :
  1° s'il ne remplit pas les obligations imposées par la présente section ;
  2° s'il ne remplit pas les obligations visées à l'article 17, 4°, 6° et 7° ;
  3° s'il n'a plus d'offre relative aux éléments visés à l'article 17, 3° ;
Afdeling 4. - Subsidiëring van het intersectorale zorgnetwerk
Section 4. - Subventionnement du réseau intersectoriel d'aide
Art. 13. Het intersectorale zorgnetwerk ontvangt 75.000 euro om een jongere voltijds te begeleiden gedurende één jaar.
  Van dat bedrag gaat maximaal 5% naar de penhouder, vermeld in artikel 17, 1°, en kan maximaal 15% besteed worden aan infrastructuur.
  Met behoud van de toepassing van het tweede lid mag de subsidie vrij besteed worden als:
  1° de uitgaven binnen de grenzen liggen van het bedrag, vermeld in het eerste lid;
  2° de uitgaven worden bewezen door een kopie van de boekhoudkundige uitgavenstukken voor te leggen;
  3° de uitgaven niet aangewend worden voor de aanleg van reserves.
  Als de begeleiding door het intersectorale zorgnetwerk voor een termijn van minder dan een jaar loopt of de begeleiding vroegtijdig wordt stopgezet, wordt het bedrag, vermeld in het eerste lid, proportioneel aangepast.
Art. 13. Le réseau intersectoriel d'aide reçoit 75.000 euros pour accompagner un jeune à temps plein durant une année.
  Au maximum 5% de ce montant sont conférés au secrétaire visé à l'article 17, 1°, tandis que 15% au maximum peuvent être destinés à l'infrastructure.
  Sans préjudice de l'application du second alinéa, la subvention peut être employée librement :
  1° si les dépenses se situent dans les limites du montant visé à l'alinéa premier;
  2° si les dépenses sont prouvées par la production d'une copie des pièces comptables relatives aux dépenses ;
  3° si les dépenses ne sont pas utilisées pour la constitution de réserves.
  Le montant visé à l'alinéa premier est adapté proportionnellement, si l'accompagnement par le réseau intersectoriel d'aide court pour une période de moins d'une année ou s'il est prématurément mis fin à l'accompagnement.
Art. 14. Het intersectorale zorgnetwerk ontvangt de helft van het bedrag, vermeld in artikel 13, bij de start van de begeleiding van de jongere. Het intersectorale zorgnetwerk ontvangt de resterende helft bij het begin van de tweede helft van de begeleiding.
Art. 14. Le réseau intersectoriel d'aide reçoit la moitié du montant visé à l'article 13 au début de l'accompagnement du jeune. Le réseau intersectoriel d'aide reçoit l'autre moitié au commencement de la deuxième moitié de l'accompagnement.
Afdeling 5. - Oproep kwaliteitslabel "intersectoraal zorgnetwerk"
Section 5. - Appel label de qualité " réseau intersectoriel d'aide "
Art. 15. De administrateur-generaal lanceert in het Belgisch Staatsblad een oproep voor samenwerkingsverbanden om het kwaliteitslabel "intersectoraal zorgnetwerk" te krijgen.
  Er kunnen drie kandidaat-samenwerkingsverbanden een kwaliteitslabel krijgen:
  1° een intersectoraal zorgnetwerk voor dossiers binnen de toegangspoort Antwerpen;
  2° een intersectoraal zorgnetwerk voor dossiers binnen de toegangspoort Brugge en Gent;
  3° een intersectoraal zorgnetwerk voor dossiers binnen de toegangspoort Leuven en Hasselt.
  De oproep vermeldt:
  1° de termijn waarin de aanvraag kan worden ingediend;
  2° de wijze waarop de aanvraag moet worden ingediend;
  3° de ontvankelijkheidsvoorwaarden en de inhoudelijke criteria waaraan de aanvraag zal worden getoetst, rekening houdend met de criteria, vermeld in artikel 17;
  4° het gewicht van de inhoudelijke criteria;
  5° de maximale score die een aanvraag kan krijgen;
  6° de minimale score die de aanvraag per criterium en in het totaal moet halen.
  De aanvraag is ontvankelijk als de organisatie, binnen de indieningstermijn die in de oproep is vermeld, de aanvraag aangetekend, door afgifte tegen ontvangstbewijs of op een andere manier die de minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, kan bepalen, indient bij de administrateur-generaal, en als ze de volgende gegevens en stukken bevat:
  1° het aanvraagformulier dat door de administrateur-generaal ter beschikking wordt gesteld. Dat document wordt volledig ingevuld en wordt gedateerd en ondertekend door de verantwoordelijke(n) of gedelegeerde(n) van elke partner in het kandidaat-samenwerkingsverband;
  2° de statuten en eventuele wijzigingen ervan, alsook, als de statuten gewijzigd zijn, een gecoördineerde versie ervan van elke partner in het kandidaat-samenwerkingsverband;
  3° de rechtsgeldige beslissing van elke partner in het kandidaat-samenwerkingsverband om toe te treden tot het samenwerkingsverband met het oog op het verkrijgen van het kwaliteitslabel "intersectoraal zorgnetwerk";
  4° alle documenten die noodzakelijk zijn om de inhoudelijke criteria te beoordelen.
Art. 15. L'administrateur général lance un appel dans le Moniteur belge adressé à des structures de coopération pour obtenir le label de qualité " réseau intersectoriel d'aide ".
  Trois structures de coopération candidates peuvent obtenir le label de qualité " réseau intersectoriel d'aide " :
  1° un réseau intersectoriel d'aide pour les dossiers au sein de la porte d'entrée Antwerpen ;
  2° un réseau intersectoriel d'aide pour les dossiers au sein de la porte d'entrée Brugge et Gent ;
  3° un réseau intersectoriel d'aide pour les dossiers au sein de la porte d'entrée Leuven et Hasselt.
  L'appel mentionne :
  1° le délai dans lequel une demande peut être introduite ;
  2° la manière dont la demande doit être introduite ;
  3° les conditions de recevabilité et les critères de fond à l'aide desquels la demande sera contrôlée, en tenant compte des critères visés à l'article 17 ;
  4° la pondération des critères de fond ;
  5° le score maximal que peut recevoir une demande ;
  6° le score minimal que la demande doit obtenir par critère et au total.
  La demande est recevable lorsque l'organisation introduit la demande auprès de l'administrateur général, dans le délai d'introduction visé à l'appel, par envoi recommandé, par remise contre récépissé ou d'une autre manière que fixe le Ministre chargé de l'assistance aux personnes, et lorsqu'elle comprend les données et documents suivants :
  1° le formulaire de demande mis à disposition par l'administrateur général. Ce document est dûment complété, daté et signé par le(s) responsable(s) ou le(s) délégué(s) de chaque partenaire dans la structure de coopération ;
  2° les statuts et leurs éventuelles modifications ainsi que, lorsque les statuts ont été modifiés, leur version coordonnée de chaque partenaire dans la structure de coopération ;
  3° la décision valable de chaque partenaire dans la structure de coopération candidate pour adhérer à la structure de coopération en vue d'obtenir le label de qualité " réseau intersectoriel d'aide " ;
  4° tous les documents requis pour juger les critères de fond.
Art. 16. Het kwaliteitslabel "intersectoraal zorgnetwerk" wordt toegekend voor een periode van zeven jaar.
Art. 16. Le label de qualité " réseau intersectoriel d'aide " est accordé pour une période de sept ans.
Art. 17. Een kandidaat-samenwerkingsverband dat inschrijft op de oproep voor het verkrijgen van het kwaliteitslabel "intersectoraal zorgnetwerk", voldoet minimaal aan volgende voorwaarden:
  1° het kandidaat-samenwerkingsverband wijst één rechtspersoon als penhouder aan. De penhouder is het aanspreekpunt voor de administratie voor de facturatie en de opvolging van de opdracht;
  2° het kandidaat-samenwerkingsverband beschrijft hoe het invulling zal geven aan de functie van zorgcoördinator, vermeld in artikel 9;
  3° het kandidaat-samenwerkingsverband toont deskundigheid en ervaring met jongeren aan met betrekking tot de volgende elementen:
  a) gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg, met inbegrip van verslavingsproblematieken;
  b) bijzondere jeugdzorg;
  c) de sector van personen met een handicap;
  4° het kandidaat-samenwerkingsverband heeft een aanbod van alternatieve dagbesteding of heeft een samenwerkingsafspraak met derden over dat aanbod;
  5° het kandidaat-samenwerkingsverband toont ervaring aan in het opzetten van en het werken in een intersectorale samenwerking;
  6° het kandidaat-samenwerkingsverband beschrijft de gedeelde visie tussen de partners in het samenwerkingsverband. Het gaat hierbij minstens op volgende elementen in:
  a) de doelgroep;
  b) de regio waarvoor wordt gekandideerd;
  c) het instroombeleid;
  d) hoe wordt omgegaan met agressie, seksueel overschrijdend gedrag en verslavingsproblematiek;
  e) de gedwongen opname en omgang met vrijheidsbeperking;
  f) de kennisdeling;
  7° de partners in het samenwerkingsverband kiezen vrij hoe het samenwerkingsverband vorm krijgt. Elke partner in het samenwerkingsverband moet wel zijn engagement aantonen.
Art. 17. Une structure de coopération candidate qui s'inscrit à l'appel pour l'obtention du label de qualité " réseau intersectoriel d'aide " remplit au moins les conditions reprises ci-dessous :
  1° la structure de coopération candidate désigne une seule personne morale comme secrétaire. Le secrétaire est le point de contact pour l'administration pour ce qui est de la facturation et du suivi de la mission ;
  2° la structure de coopération candidate décrit comment elle remplira la fonction de coordinateur d'aide visé à l'article 9 ;
  3° la structure de coopération candidate fait preuve d'expertise et d'expérience avec les jeunes en ce qui concerne les éléments suivants :
  a) soins de santé mentale spécialisés, y compris les problèmes d'accoutumance ;
  b) assistance spéciale à la jeunesse ;
  c) le secteur des personnes handicapées ;
  4° la structure de coopération candidate dispose d'une offre d'activités quotidiennes alternatives ou a conclu un accord de coopération avec des tiers sur cette offre ;
  5° la structure de coopération candidate démontre son expérience dans le domaine de l'organisation d'une coopération intersectorielle et du fonctionnement au sein d'une telle coopération ;
  6° la structure de coopération candidate décrit la vision partagée entre les partenaires au sein de la structure de coopération. Au moins les éléments suivants sont abordés :
  a) le groupe cible ;
  b) la région pour laquelle la candidature a été introduite ;
  c) la politique de l'afflux ;
  d) la façon dont sont abordés l'agression, le comportement sexuel illicite et la problématique de l'accoutumance ;
  e) l'admission forcée et comment gérer une restriction de la liberté ;
  f) le partage des connaissances ;
  7° les partenaires de la structure de coopération décident librement sur la façon de donner forme à la structure de coopération. Chaque partenaire de la structure de coopération doit cependant démontrer son engagement.
Art. 18. De administrateur-generaal sluit, na goedkeuring door de Vlaamse Regering, een overeenkomst in de zin van artikel 4 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp met de gekozen kandidaat-samenwerkingsverbanden.
Art. 18. Après l'approbation par le Gouvernement flamand, l'administrateur général conclut un accord au sens de l'article 4 du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse avec les structures de coopération candidates.
Afdeling 6. - Managementcomité Integrale Jeugdhulp
Section 6. - Le " Managementcomité Integrale Jeugdhulp "
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions modificatives
Art. 21. Aan artikel 37, eerste lid, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 wordt de zinsnede ", als de inschakeling van een intersectoraal zorgnetwerk als vermeld in artikel 1, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 betreffende het intersectorale zorgnetwerk en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, wat betreft de prioritair toe te wijzen hulpvragen, niet noodzakelijk is" toegevoegd.
Art. 21. Le membre de phrase " , si l'intégration d'un réseau intersectoriel d'aide tel que visé à l'article 1er, 4°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015 relatif au réseau intersectoriel d'aide et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, pour ce qui est des demandes d'aide à attribuer prioritairement, n'est pas nécessaire " est ajouté à l'article 37, alinéa premier, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014.
Art. 22. In artikel 40, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit worden tussen de woorden "beslissing van de administrateur-generaal" en de woorden "kan worden afgeweken" de woorden "en na gemotiveerd advies van het team Jeugdhulpregie" ingevoegd.
Art. 22. Dans l'article 40, § 3, alinéa premier, du même arrêté, les mots " et sur avis motivé de l'équipe de régie de l'aide à la jeunesse " sont insérés entre les mots " décision de l'administrateur général " et les mots " , il peut être dérogé ".
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 23. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 23. Le Ministre flamand chargé de l'enseignement, le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes et le Ministre flamand chargé de la politique de santé sont chargés, chacun en ce qui le ou la concerne, de l'exécution du présent arrêté.