Art. II.1. In artikel 7 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, gewijzigd bij het decreet van 10 juli 2003, worden paragraaf 2 en 3 vervangen door wat volgt:
" § 2. Het schoolbestuur bepaalt vrij de organisatie van zijn kleuteronderwijs en lager onderwijs. Het legt die organisatie vast in het schoolwerkplan.
§ 3. In scholen met lager onderwijs moet het lager onderwijs steeds volledig georganiseerd worden. In scholen met kleuteronderwijs moet het kleuteronderwijs steeds volledig georganiseerd worden. Deze verplichting geldt, voor wat het gewoon kleuteronderwijs betreft, vanaf het schooljaar 2016-2017.
In het gewoon basisonderwijs moet het kleuteronderwijs volledig georganiseerd zijn vanaf het derde bestaansjaar van dat onderwijsniveau in de school en het lager onderwijs volledig georganiseerd zijn vanaf het zesde bestaansjaar van dat onderwijsniveau in de school.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 JUNI 2015. - Decreet betreffende het onderwijs XXV
Titre
19 JUIN 2015. - Décret relatif à l'enseignement XXV
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen
Artikel I.1. Dit decreet regelt een gemeenschap...
HOOFDSTUK II. - Basisonderwijs
HOOFDSTUK III. - Secundair onderwijs
Afdeling I. - Codex Secundair Onderwijs
Afdeling II. - Leren en werken
Afdeling III. - Inwerkingtreding
HOOFDSTUK IV. - Hoger onderwijs
Afdeling I. - Technische aanvullingen van de Co...
Afdeling II. - Decreet betreffende het secundai...
Afdeling III. - Codex Hoger Onderwijs
Afdeling IV. - Inwerkingtreding
HOOFDSTUK V. - Decreten rechtspositie onderwijs...
Afdeling I. - Decreet betreffende de rechtsposi...
Afdeling II. - Decreet betreffende de rechtspos...
Afdeling III. - Decreet van 9 april 1992 betref...
Afdeling IV. - Regularisatie DAC-werknemers in ...
Afdeling V. - Inwerkingtreding.
HOOFDSTUK VI. - Volwassenenonderwijs
HOOFDSTUK VII. - Andere bepalingen
Afdeling I. - Deeltijds kunstonderwijs
Afdeling II. - Ouderkoepelverenigingen
Afdeling III. - Decreet betreffende de centra v...
Afdeling IV. - ICT-coördinatie
Afdeling V. - Decreet betreffende de studiefina...
Afdeling VI. - Regionale technologische centra
Afdeling VII. - Decreet kwaliteit van onderwijs
Afdeling VIII. - Inwerkingtreding
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Dispositions préliminaires
Article I.1. Le présent décret règle une matièr...
CHAPITRE II. - Enseignement fondamental
CHAPITRE III. - Enseignement secondaire
Section Ire. - Code de l'Enseignement secondaire
Section II. - Apprentissage et travail
Section III. - Entrée en vigueur
CHAPITRE IV. - Enseignement supérieur
Section Ire. - Compléments techniques au Code d...
Section II. - Décret relatif à l'enseignement s...
Section III. - Code de l'Enseignement supérieur
Section IV. - Entrée en vigueur
CHAPITRE V. - Décrets Statut du personnel ensei...
Section Ire. - Décret relatif au statut de cert...
Section II. - Décret relatif au statut de certa...
Section III. - Décret du 9 avril 1992 relatif à...
Section IV. - Régularisation des travailleurs T...
Section V. - Entrée en vigueur
CHAPITRE VI. - Education des adultes
CHAPITRE VII. - Autres dispositions
Section Ire. - Enseignement artistique à temps ...
Section II. - Associations coordinatrices de pa...
Section III. - Décret relatif aux centres d'enc...
Section IV. - Coordination TIC
Section V. - Décret relatif à l'aide financière...
Section VI. - Centres technologiques régionaux
Section VII. - Décret relatif à la qualité de l...
Section VIII. - Entrée en vigueur
Tekst (226)
Texte (226)
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions préliminaires
Artikel I.1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article I.1. Le présent décret règle une matière communautaire.
HOOFDSTUK II. - Basisonderwijs
CHAPITRE II. - Enseignement fondamental
Art. II.1. A l'article 7 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, modifié par le décret du 10 juillet 2003, les paragraphes 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
" § 2. L'autorité scolaire organise librement son enseignement maternel et primaire. Elle détermine cette organisation dans le plan de travail scolaire.
§ 3. Dans les écoles organisant un enseignement primaire, l'enseignement primaire doit toujours être organisé dans sa totalité. Dans les écoles organisant un enseignement maternel, l'enseignement maternel doit toujours être organisé dans sa totalité. Pour ce qui est de l'enseignement maternel, cette obligation vaut à partir de l'année scolaire 2016-2017.
Dans l'enseignement fondamental ordinaire, l'enseignement maternel doit être organisé dans sa totalité à partir de la troisième année d'existence de ce niveau d'enseignement dans l'école, tandis que l'enseignement primaire doit être organisé dans sa totalité à partir de la sixième année d'existence de ce niveau d'enseignement dans l'école. ".
" § 2. L'autorité scolaire organise librement son enseignement maternel et primaire. Elle détermine cette organisation dans le plan de travail scolaire.
§ 3. Dans les écoles organisant un enseignement primaire, l'enseignement primaire doit toujours être organisé dans sa totalité. Dans les écoles organisant un enseignement maternel, l'enseignement maternel doit toujours être organisé dans sa totalité. Pour ce qui est de l'enseignement maternel, cette obligation vaut à partir de l'année scolaire 2016-2017.
Dans l'enseignement fondamental ordinaire, l'enseignement maternel doit être organisé dans sa totalité à partir de la troisième année d'existence de ce niveau d'enseignement dans l'école, tandis que l'enseignement primaire doit être organisé dans sa totalité à partir de la sixième année d'existence de ce niveau d'enseignement dans l'école. ".
Art. II.2. In artikel 15 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2006 en vervangen door het decreet van 21 maart 2014, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt:
" § 3. Het verslag bestaat uit een attest en een protocol ter verantwoording. De regering bepaalt wat het attest moet inhouden. Het protocol ter verantwoording bevat de verantwoording van de elementen vermeld in paragraaf 1, 1° tot 5°, en, in voorkomend geval, in paragraaf 2.".
" § 3. Het verslag bestaat uit een attest en een protocol ter verantwoording. De regering bepaalt wat het attest moet inhouden. Het protocol ter verantwoording bevat de verantwoording van de elementen vermeld in paragraaf 1, 1° tot 5°, en, in voorkomend geval, in paragraaf 2.".
Art. II.2. A l'article 15 du même décret, modifié par le décret du 7 juillet 2006 et remplacé par le décret du 21 mars 2014, le paragraphe 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Le rapport comprend une attestation et un protocole justificatif. Le Gouvernement flamand détermine le contenu de l'attestation. Le protocole justificatif comprend la justification des éléments repris au paragraphe 1er, 1° à 5°, et, le cas échéant, au paragraphe 2. ".
" § 3. Le rapport comprend une attestation et un protocole justificatif. Le Gouvernement flamand détermine le contenu de l'attestation. Le protocole justificatif comprend la justification des éléments repris au paragraphe 1er, 1° à 5°, et, le cas échéant, au paragraphe 2. ".
Art. II.3. In artikel 16 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 7 mei 2004 en vervangen door het decreet van 21 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden tussen de woorden "onderwijs" en "een" de woorden "en om in aanmerking te komen voor aanvullende financiering of subsidiëring" ingevoegd;
2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
" § 3. Bij wijziging van het onderwijsniveau, van het type, van de aard van de integratie of van de aard en de ernst van de handicap, wordt een nieuw gemotiveerd verslag opgesteld.".
1° in paragraaf 1 worden tussen de woorden "onderwijs" en "een" de woorden "en om in aanmerking te komen voor aanvullende financiering of subsidiëring" ingevoegd;
2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
" § 3. Bij wijziging van het onderwijsniveau, van het type, van de aard van de integratie of van de aard en de ernst van de handicap, wordt een nieuw gemotiveerd verslag opgesteld.".
Art. II.3. A l'article 16 du même décret, modifié par le décret du 7 mai 2004 et remplacé par le décret du 21 mars 2014, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, les mots " est requis pour l'admission d'un élève à l'enseignement spécial " sont suivis par les mots " et pour être admissible au financement ou subventionnement complémentaire " ;
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Un nouveau rapport motivé est établi lors de la modification du niveau d'enseignement, du type, de la nature de l'intégration ou de la nature et la gravité du handicap. ".
1° au paragraphe 1er, les mots " est requis pour l'admission d'un élève à l'enseignement spécial " sont suivis par les mots " et pour être admissible au financement ou subventionnement complémentaire " ;
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Un nouveau rapport motivé est établi lors de la modification du niveau d'enseignement, du type, de la nature de l'intégration ou de la nature et la gravité du handicap. ".
Art. II.4. Aan artikel 31 van hetzelfde decreet wordt een punt 4° toegevoegd dat luidt als volgt:
"4° een verslag of een gemotiveerd verslag van een CLB in het kader van het decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften dient verplicht te worden overgedragen door de oude school aan de nieuwe school. Tevens zal het CLB dat verbonden was aan de oude school een verslag of een gemotiveerd verslag verplicht overdragen aan het CLB dat verbonden is met de nieuwe school. In het belang van de optimale begeleiding van de betrokken leerling en de organisatie van de school kunnen ouders zich tegen deze overdrachten niet verzetten.".
"4° een verslag of een gemotiveerd verslag van een CLB in het kader van het decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften dient verplicht te worden overgedragen door de oude school aan de nieuwe school. Tevens zal het CLB dat verbonden was aan de oude school een verslag of een gemotiveerd verslag verplicht overdragen aan het CLB dat verbonden is met de nieuwe school. In het belang van de optimale begeleiding van de betrokken leerling en de organisatie van de school kunnen ouders zich tegen deze overdrachten niet verzetten.".
Art. II.4. A l'article 31 du même décret, il est ajouté un point 4° rédigé comme suit :
" 4° un rapport ou un rapport motivé d'un CLB dans le cadre du décret relatif à des mesures pour les élèves à besoins éducatifs spécifiques doit obligatoirement être transmis par l'ancienne école à la nouvelle école. Le CLB étant rattaché à l'ancienne école devra également obligatoirement transmettre un rapport ou un rapport motivé au CLB rattaché à la nouvelle école. Dans l'intérêt d'un accompagnement optimal de l'élève intéressé et de l'organisation de l'école, les parents ne peuvent s'opposer à ces transferts. ".
" 4° un rapport ou un rapport motivé d'un CLB dans le cadre du décret relatif à des mesures pour les élèves à besoins éducatifs spécifiques doit obligatoirement être transmis par l'ancienne école à la nouvelle école. Le CLB étant rattaché à l'ancienne école devra également obligatoirement transmettre un rapport ou un rapport motivé au CLB rattaché à la nouvelle école. Dans l'intérêt d'un accompagnement optimal de l'élève intéressé et de l'organisation de l'école, les parents ne peuvent s'opposer à ces transferts. ".
Art. II.5. In artikel 37 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001, 2 april 2004, 20 maart 2009, 8 mei 2009, 1 juli 2011, 21 december 2012, 25 november 2011, 19 juli 2013 en 4 april 2014, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 2 wordt een punt 9° toegevoegd dat luidt als volgt:
"9° de vermelding dat bij schoolverandering leerlingengegevens worden overgedragen naar de nieuwe school tenzij, en voor zover de regelgeving de overdracht niet verplicht stelt, de ouders er zich expliciet tegen verzetten na op hun verzoek deze gegevens te hebben ingezien.";
2° aan paragraaf 3 wordt een punt 13° toegevoegd dat luidt als volgt:
"13° de vermelding dat bij schoolverandering leerlingengegevens worden overgedragen naar de nieuwe school tenzij, en voor zover de regelgeving de overdracht niet verplicht stelt, de ouders er zich expliciet tegen verzetten na op hun verzoek deze gegevens te hebben ingezien.".
1° aan paragraaf 2 wordt een punt 9° toegevoegd dat luidt als volgt:
"9° de vermelding dat bij schoolverandering leerlingengegevens worden overgedragen naar de nieuwe school tenzij, en voor zover de regelgeving de overdracht niet verplicht stelt, de ouders er zich expliciet tegen verzetten na op hun verzoek deze gegevens te hebben ingezien.";
2° aan paragraaf 3 wordt een punt 13° toegevoegd dat luidt als volgt:
"13° de vermelding dat bij schoolverandering leerlingengegevens worden overgedragen naar de nieuwe school tenzij, en voor zover de regelgeving de overdracht niet verplicht stelt, de ouders er zich expliciet tegen verzetten na op hun verzoek deze gegevens te hebben ingezien.".
Art. II.5. A l'article 37 du même décret, modifié par les décrets des 13 juillet 2001, 2 avril 2004, 20 mars 2009, 8 mai 2009, 1er juillet 2011, 21 décembre 2012, 25 novembre 2011, 19 juillet 2013 et 4 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 2, il est ajouté un point 9°, rédigé comme suit :
" 9° la mention qu'en cas de changement d'école, les données des élèves sont transmises à la nouvelle école, à moins que, et pour autant que la réglementation n'impose pas le transfert, les parents s'y opposent explicitement après avoir consulté ces données à leur demande. " ;
2° au paragraphe 3, il est ajouté un point 13°, rédigé comme suit :
" 13° la mention qu'en cas de changement d'école, les données des élèves sont transmises à la nouvelle école, à moins que, et pour autant que la réglementation n'impose pas le transfert, les parents s'y opposent explicitement après avoir consulté ces données à leur demande. ".
1° au paragraphe 2, il est ajouté un point 9°, rédigé comme suit :
" 9° la mention qu'en cas de changement d'école, les données des élèves sont transmises à la nouvelle école, à moins que, et pour autant que la réglementation n'impose pas le transfert, les parents s'y opposent explicitement après avoir consulté ces données à leur demande. " ;
2° au paragraphe 3, il est ajouté un point 13°, rédigé comme suit :
" 13° la mention qu'en cas de changement d'école, les données des élèves sont transmises à la nouvelle école, à moins que, et pour autant que la réglementation n'impose pas le transfert, les parents s'y opposent explicitement après avoir consulté ces données à leur demande. ".
Art. II.6. In paragraaf 2 van artikel 37undecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011 en vervangen door het decreet van 21 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Leerlingen die beschikken over een verslag als vermeld in artikel 15 worden door een school voor gewoon onderwijs onder ontbindende voorwaarde ingeschreven. Dit verslag maakt deel uit van de informatie die ouders bij een vraag tot inschrijving aan de school overmaken. Het ter beschikking stellen van het verslag door de ouders gaat samen met de verbintenis van de school tot het organiseren van overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, over de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in een gemeenschappelijk curriculum of om de leerling studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum.".
"Leerlingen die beschikken over een verslag als vermeld in artikel 15 worden door een school voor gewoon onderwijs onder ontbindende voorwaarde ingeschreven. Dit verslag maakt deel uit van de informatie die ouders bij een vraag tot inschrijving aan de school overmaken. Het ter beschikking stellen van het verslag door de ouders gaat samen met de verbintenis van de school tot het organiseren van overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, over de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in een gemeenschappelijk curriculum of om de leerling studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum.".
Art. II.6. Au paragraphe 2 de l'article 37undecies du même décret, inséré par le décret du 25 novembre 2011 et remplacé par le décret du 21 mars 2014, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" Les élèves qui disposent d'un rapport tel que visé à l'article 15, sont inscrits par une école d'enseignement ordinaire à condition résolutoire. Ce rapport fait partie des informations que les parents donnent à l'école lors de leur demande d'inscription. La mise à disposition du rapport par les parents va de pair avec l'engagement de l'école à organiser une concertation avec les parents, le conseil de classe et le centre d'encadrement des élèves au sujet des aménagements nécessaires pour que l'élève puisse suivre le programme d'études commun ou pour assurer la progression de ses études sur la base d'un programme adapté individuellement. ".
" Les élèves qui disposent d'un rapport tel que visé à l'article 15, sont inscrits par une école d'enseignement ordinaire à condition résolutoire. Ce rapport fait partie des informations que les parents donnent à l'école lors de leur demande d'inscription. La mise à disposition du rapport par les parents va de pair avec l'engagement de l'école à organiser une concertation avec les parents, le conseil de classe et le centre d'encadrement des élèves au sujet des aménagements nécessaires pour que l'élève puisse suivre le programme d'études commun ou pour assurer la progression de ses études sur la base d'un programme adapté individuellement. ".
Art. II.7. In artikel 37/2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 4 april 2014, wordt het paragraafteken " § 1" geschrapt.
Art. II.7. A l'article 37/2 du même décret, inséré par le décret du 4 avril 2014, le signe de paragraphe " § 1er " est supprimé.
Art. II.8. In artikel 56 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "een officiële en een vrije school" vervangen door "ten minste één officiële en ten minste één vrije school".
Art. II.8. A l'article 56 du même décret, le membre de phrase " une école officielle et une école libre " est remplacé par " au moins une école officielle et au moins une école libre ".
Art. II.9. In artikel 63 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° tussen de woorden "kent de erkenning" en de woorden "toe op advies" worden de woorden "van een school" ingevoegd;
2° er wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt:
"De erkenning van een vestigingsplaats gebeurt door middel van de meldingsprocedure, vermeld in artikel 35bis van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.".
1° tussen de woorden "kent de erkenning" en de woorden "toe op advies" worden de woorden "van een school" ingevoegd;
2° er wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt:
"De erkenning van een vestigingsplaats gebeurt door middel van de meldingsprocedure, vermeld in artikel 35bis van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.".
Art. II.9. A l'article 63 du même décret, remplacé par le décret du 8 mai 2009, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " d'une école " sont insérés entre les mots " attribue la reconnaissance " et les mots " sur avis " ;
2° il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" La reconnaissance d'une implantation se fait au moyen d'une procédure de notification, visée à l'article 35bis du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement. ".
1° les mots " d'une école " sont insérés entre les mots " attribue la reconnaissance " et les mots " sur avis " ;
2° il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" La reconnaissance d'une implantation se fait au moyen d'une procédure de notification, visée à l'article 35bis du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement. ".
Art. II.10. In artikel 108 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2006, worden de woorden "kan de regering toelating geven om leerlingen tijdelijk buiten de bestaande vestigingsplaatsen onder te brengen" vervangen door de woorden "kunnen leerlingen, overeenkomstig artikel 35bis van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, tijdelijk buiten de bestaande vestigingsplaats ondergebracht worden".
Art. II.10. A l'article 108 du même décret, modifié par le décret du 7 juillet 2006, les mots " Le gouvernement peut autoriser l'hébergement temporaire des élèves hors des lieux d'implantation existants " sont remplacés par les mots " Conformément à l'article 35bis du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, des élèves peuvent être hébergés temporairement hors de l'implantation existante ".
Art. II.11. Aan artikel 111, § 5, van hetzelfde decreet wordt het volgende lid toegevoegd:
"De oprichting van type 9 in het schooljaar 2015-2016 wordt niet beschouwd als een herstructurering.".
"De oprichting van type 9 in het schooljaar 2015-2016 wordt niet beschouwd als een herstructurering.".
Art. II.11. A l'article 111, § 5, du même décret, est ajouté l'alinéa suivant :
" La création du type 9 dans l'année scolaire 2015-2016 n'est pas considérée comme une restructuration. ".
" La création du type 9 dans l'année scolaire 2015-2016 n'est pas considérée comme une restructuration. ".
Art. II.12. In artikel 155, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 7 juli 2006 en gewijzigd bij de decreten van 4 juli 2008, 8 mei 2009, 19 juli 2013 en 21 maart 2014, wordt de zinsnede "voor het schooljaar 2014-2015" vervangen door de zinsnede "voor het schooljaar 2015-2016".
Art. II.12. A l'article 155, § 2, alinéa premier, du même décret, inséré par le décret du 7 juillet 2006 et modifié par les décrets des 4 juillet 2008, 8 mai 2009, 19 juillet 2013 et 21 mars 2014, le membre de phrase " pour l'année scolaire 2014-2015 " est remplacé par le membre de phrase " pour l'année scolaire 2015-2016 ".
Art. II.13. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2015.
Artikel II.2, II.3, II.6 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2015, voor inschrijvingen die betrekking hebben op het schooljaar 2015-2016.
Artikel II.2, II.3, II.6 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2015, voor inschrijvingen die betrekking hebben op het schooljaar 2015-2016.
Art. II.13. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2015.
Les articles II.2, II.3 et II.6 produisent leurs effets le 1er janvier 2015, pour ce qui est des inscriptions portant sur l'année scolaire 2015-2016.
Les articles II.2, II.3 et II.6 produisent leurs effets le 1er janvier 2015, pour ce qui est des inscriptions portant sur l'année scolaire 2015-2016.
HOOFDSTUK III. - Secundair onderwijs
CHAPITRE III. - Enseignement secondaire
Afdeling I. - Codex Secundair Onderwijs
Section Ire. - Code de l'Enseignement secondaire
Art. III.1. In artikel 2, § 1, 3°, van de Codex Secundair Onderwijs, gecodificeerd op 17 december 2010, gewijzigd bij het decreet van 4 april 2014, wordt het getal "123/1" vervangen door het getal "123/2".
Art. III.1. A l'article 2, § 1er, 3°, du Code de l'Enseignement secondaire, codifié le 17 décembre 2010, modifié par le décret du 4 avril 2014, le nombre " 123/1 " est remplacé par le nombre " 123/2 ".
Art. III.2. In artikel 14, § 4, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2012 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het tweede en het derde lid worden vervangen door wat volgt:
"Voor de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats gelden de bepalingen van artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
De melding van ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats maakt deel uit van de aanvraag vermeld in § 2, in het geval van een school die wordt opgericht zonder het gevolg te zijn van een herstructurering van bestaande scholen. In dat geval geldt de termijn, waarbinnen de melding moet ingediend worden, vermeld in artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, niet.";
2° het vierde en het vijfde lid worden opgeheven.
1° het tweede en het derde lid worden vervangen door wat volgt:
"Voor de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats gelden de bepalingen van artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
De melding van ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats maakt deel uit van de aanvraag vermeld in § 2, in het geval van een school die wordt opgericht zonder het gevolg te zijn van een herstructurering van bestaande scholen. In dat geval geldt de termijn, waarbinnen de melding moet ingediend worden, vermeld in artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, niet.";
2° het vierde en het vijfde lid worden opgeheven.
Art. III.2. A l'article 14, § 4, du même code, inséré par le décret du 21 décembre 2012 et modifié par le décret du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° les alinéas deux et trois sont remplacés par les dispositions suivantes :
" La mise en service d'une nouvelle implantation est régie par les dispositions de l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement.
La communication de la mise en service d'une nouvelle implantation fait partie de la demande visée au § 2, dans le cas d'une école créée sans être issue d'une restructuration d'écoles existantes. Dans ce cas, le délai dans lequel la communication visée à l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement doit être introduite, n'est pas d'application. " ;
2° les alinéas quatre et cinq sont abrogés.
1° les alinéas deux et trois sont remplacés par les dispositions suivantes :
" La mise en service d'une nouvelle implantation est régie par les dispositions de l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement.
La communication de la mise en service d'une nouvelle implantation fait partie de la demande visée au § 2, dans le cas d'une école créée sans être issue d'une restructuration d'écoles existantes. Dans ce cas, le délai dans lequel la communication visée à l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement doit être introduite, n'est pas d'application. " ;
2° les alinéas quatre et cinq sont abrogés.
Art. III.3. In artikel 15, § 4, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2012 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het tweede, het derde en het vierde lid worden vervangen door wat volgt:
"Voor de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats gelden de bepalingen van artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
De melding tot ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats maakt deel uit van de aanvraag vermeld in § 2, in het geval van een school die wordt opgericht zonder het gevolg te zijn van een herstructurering van bestaande scholen. In dat geval gelden de termijnen, vermeld in artikel 35ter en 35quater van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, niet.
De melding tot ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats wordt gevoegd bij de melding vermeld in artikel 175, § 6, voor het voltijds gewoon secundair onderwijs, en artikel 285/1 voor het buitengewoon secundair onderwijs, in het geval van een school die wordt opgericht als gevolg van een herstructurering van bestaande scholen. In dat geval geldt de termijn, waarbinnen de melding moet ingediend worden, vermeld in artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, niet.";
2° het vijfde lid wordt opgeheven.
1° het tweede, het derde en het vierde lid worden vervangen door wat volgt:
"Voor de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats gelden de bepalingen van artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
De melding tot ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats maakt deel uit van de aanvraag vermeld in § 2, in het geval van een school die wordt opgericht zonder het gevolg te zijn van een herstructurering van bestaande scholen. In dat geval gelden de termijnen, vermeld in artikel 35ter en 35quater van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, niet.
De melding tot ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats wordt gevoegd bij de melding vermeld in artikel 175, § 6, voor het voltijds gewoon secundair onderwijs, en artikel 285/1 voor het buitengewoon secundair onderwijs, in het geval van een school die wordt opgericht als gevolg van een herstructurering van bestaande scholen. In dat geval geldt de termijn, waarbinnen de melding moet ingediend worden, vermeld in artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, niet.";
2° het vijfde lid wordt opgeheven.
Art. III.3. A l'article 15, § 4, du même code, inséré par le décret du 21 décembre 2012 et modifié par le décret du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° les alinéas deux, trois et quatre sont remplacés par la disposition suivante :
" La mise en service d'une nouvelle implantation est régie par les dispositions de l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement.
La notification de la mise en service d'une nouvelle implantation fait partie de la demande visée au § 2, dans le cas d'une école créée sans être issue d'une restructuration d'écoles existantes. Dans ce cas, les délais visés aux articles 35ter et 35quater du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, ne sont pas d'application.
La notification de la mise en service d'une nouvelle implantation est jointe à la notification visée à l'article 175, § 6, pour ce qui est de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, et visée à l'article 285/1 pour ce qui est de l'enseignement secondaire spécial, dans le cas d'une école créée par suite d'une restructuration d'école existantes. Dans ce cas, le délai dans lequel la notification visée à l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement doit être introduite, n'est pas d'application. " ;
2° l'alinéa cinq est abrogé.
1° les alinéas deux, trois et quatre sont remplacés par la disposition suivante :
" La mise en service d'une nouvelle implantation est régie par les dispositions de l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement.
La notification de la mise en service d'une nouvelle implantation fait partie de la demande visée au § 2, dans le cas d'une école créée sans être issue d'une restructuration d'écoles existantes. Dans ce cas, les délais visés aux articles 35ter et 35quater du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, ne sont pas d'application.
La notification de la mise en service d'une nouvelle implantation est jointe à la notification visée à l'article 175, § 6, pour ce qui est de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, et visée à l'article 285/1 pour ce qui est de l'enseignement secondaire spécial, dans le cas d'une école créée par suite d'une restructuration d'école existantes. Dans ce cas, le délai dans lequel la notification visée à l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement doit être introduite, n'est pas d'application. " ;
2° l'alinéa cinq est abrogé.
Art. III.4. In artikel 110/11, § 2, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011 en vervangen door het decreet van 21 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Leerlingen die beschikken over een verslag als vermeld in artikel 294 worden door een school voor gewoon onderwijs onder ontbindende voorwaarde ingeschreven. Dit verslag maakt deel uit van de informatie die ouders bij een vraag tot inschrijving aan de school overmaken. Het ter beschikking stellen van het verslag door de ouders gaat samen met de verbintenis van de school tot het organiseren van overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, over de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in een gemeenschappelijk curriculum of om de leerling studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum.".
"Leerlingen die beschikken over een verslag als vermeld in artikel 294 worden door een school voor gewoon onderwijs onder ontbindende voorwaarde ingeschreven. Dit verslag maakt deel uit van de informatie die ouders bij een vraag tot inschrijving aan de school overmaken. Het ter beschikking stellen van het verslag door de ouders gaat samen met de verbintenis van de school tot het organiseren van overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, over de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in een gemeenschappelijk curriculum of om de leerling studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum.".
Art. III.4. A l'article 110/11, § 2, du même Code, inséré par le décret du 25 novembre 2011 et remplacé par le décret du 21 mars 2014, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" Les élèves qui disposent d'un rapport tel que visé à l'article 294, sont inscrits par une école d'enseignement ordinaire à condition résolutoire. Ce rapport fait partie des informations que les parents donnent à l'école lors de leur demande d'inscription. La mise à disposition du rapport par les parents va de pair avec l'engagement de l'école à organiser une concertation avec les parents, le conseil de classe et le centre d'encadrement des élèves au sujet des aménagements nécessaires pour que l'élève puisse suivre le programme d'études commun ou pour assurer la progression de ses études sur la base d'un programme adapté individuellement. ".
" Les élèves qui disposent d'un rapport tel que visé à l'article 294, sont inscrits par une école d'enseignement ordinaire à condition résolutoire. Ce rapport fait partie des informations que les parents donnent à l'école lors de leur demande d'inscription. La mise à disposition du rapport par les parents va de pair avec l'engagement de l'école à organiser une concertation avec les parents, le conseil de classe et le centre d'encadrement des élèves au sujet des aménagements nécessaires pour que l'élève puisse suivre le programme d'études commun ou pour assurer la progression de ses études sur la base d'un programme adapté individuellement. ".
Art. III.5. Artikel 123/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 21 maart 2014, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 123/1. Een verslag of een gemotiveerd verslag van een CLB in het kader van het decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften dient verplicht te worden overgedragen door de oude school aan de nieuwe school. Tevens zal het CLB dat verbonden was aan de oude school een verslag of een gemotiveerd verslag verplicht overdragen aan het CLB dat verbonden is met de nieuwe school. In het belang van de optimale begeleiding van de betrokken leerling en de organisatie van de school kunnen ouders zich tegen deze overdrachten niet verzetten.".
"Art. 123/1. Een verslag of een gemotiveerd verslag van een CLB in het kader van het decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften dient verplicht te worden overgedragen door de oude school aan de nieuwe school. Tevens zal het CLB dat verbonden was aan de oude school een verslag of een gemotiveerd verslag verplicht overdragen aan het CLB dat verbonden is met de nieuwe school. In het belang van de optimale begeleiding van de betrokken leerling en de organisatie van de school kunnen ouders zich tegen deze overdrachten niet verzetten.".
Art. III.5. L'article 123/1 du même Code, inséré par le décret du 21 mars 2014, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 123/1. Un rapport ou un rapport motivé d'un CLB dans le cadre du décret relatif à des mesures pour les élèves à besoins éducatifs spécifiques doit obligatoirement être transmis par l'ancienne école à la nouvelle école. Le CLB étant rattaché à l'ancienne école devra également obligatoirement transmettre un rapport ou un rapport motivé au CLB rattaché à la nouvelle école. Dans l'intérêt d'un accompagnement optimal de l'élève intéressé et de l'organisation de l'école, les parents ne peuvent s'opposer à ces transferts. ".
" Art. 123/1. Un rapport ou un rapport motivé d'un CLB dans le cadre du décret relatif à des mesures pour les élèves à besoins éducatifs spécifiques doit obligatoirement être transmis par l'ancienne école à la nouvelle école. Le CLB étant rattaché à l'ancienne école devra également obligatoirement transmettre un rapport ou un rapport motivé au CLB rattaché à la nouvelle école. Dans l'intérêt d'un accompagnement optimal de l'élève intéressé et de l'organisation de l'école, les parents ne peuvent s'opposer à ces transferts. ".
Art. III.6. Aan deel III, titel 2, van dezelfde codex wordt een hoofdstuk 9 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk 9. Leerlingenstages".
"Hoofdstuk 9. Leerlingenstages".
Art. III.6. A la partie III, titre 2, du même Code, il est ajouté un chapitre 9, rédigé comme suit :
" Chapitre 9. Stages d'élèves ".
" Chapitre 9. Stages d'élèves ".
Art. III.7. In dezelfde codex wordt aan hoofdstuk 9 een artikel 123/20 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 123/20. Een leerlingenstage is gebaseerd op een leerlingenstageovereenkomst gesloten tussen de school, de stagegever en de betrokken personen. De eindverantwoordelijkheid voor de keuze van de stagegever, de vaststelling van de stageactiviteiten evenals de begeleiding en beoordeling van de leerling-stagiair, ligt bij de school.
Elke leerlingenstage is onbezoldigd.
Indien de leerling-stagiair bij de uitvoering van zijn stage de stagegever of derden schade berokkent, is hij enkel aansprakelijk voor zijn bedrog en zijn zware schuld. Voor lichte schuld is de leerling-stagiair enkel aansprakelijk als die bij hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt.
De stagegever is aansprakelijk voor de schade die veroorzaakt wordt aan derden of aan de eigen onderneming door de lichte schuld van de leerling-stagiair maar waarvoor deze leerling-stagiair overeenkomstig het derde lid niet aansprakelijk is.
De Vlaamse Regering kan de praktische organisatie van en de minimale kwaliteitskenmerken voor leerlingenstages nader bepalen.".
"Art. 123/20. Een leerlingenstage is gebaseerd op een leerlingenstageovereenkomst gesloten tussen de school, de stagegever en de betrokken personen. De eindverantwoordelijkheid voor de keuze van de stagegever, de vaststelling van de stageactiviteiten evenals de begeleiding en beoordeling van de leerling-stagiair, ligt bij de school.
Elke leerlingenstage is onbezoldigd.
Indien de leerling-stagiair bij de uitvoering van zijn stage de stagegever of derden schade berokkent, is hij enkel aansprakelijk voor zijn bedrog en zijn zware schuld. Voor lichte schuld is de leerling-stagiair enkel aansprakelijk als die bij hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt.
De stagegever is aansprakelijk voor de schade die veroorzaakt wordt aan derden of aan de eigen onderneming door de lichte schuld van de leerling-stagiair maar waarvoor deze leerling-stagiair overeenkomstig het derde lid niet aansprakelijk is.
De Vlaamse Regering kan de praktische organisatie van en de minimale kwaliteitskenmerken voor leerlingenstages nader bepalen.".
Art. III.7. Dans le même Code, il est ajouté, au chapitre 9 un article 123/20, rédigé comme suit :
" Art. 123/20. Un stage d'élève est basé sur un contrat de stage d'élève conclu entre l'école, le donneur de stage et les personnes concernées. La responsabilité finale du choix du donneur de stage, de la détermination des activités de stage ainsi que de l'accompagnement et de l'évaluation de l'élève-stagiaire, incombe à l'école.
Tout stage d'élève est non rémunéré.
Si l'élève-stagiaire cause des dommages au donneur de stage ou à des tiers lors de l'exécution de son stage, il n'est responsable qu'en cas de fraude et de faute grave. En cas de faute légère, l'élève-stagiaire n'est responsable que si celle-ci revêt un caractère habituel plutôt qu'occasionnel.
Le donneur de stage est responsable pour les dommages causés à des tiers ou à sa propre entreprise par une faute légère de l'élève-stagiaire mais pour laquelle celui-ci n'est pas responsable conformément à l'alinéa trois.
Le Gouvernement flamand peut préciser l'organisation pratique et les caractéristiques de qualité minimales des stages d'élève. ".
" Art. 123/20. Un stage d'élève est basé sur un contrat de stage d'élève conclu entre l'école, le donneur de stage et les personnes concernées. La responsabilité finale du choix du donneur de stage, de la détermination des activités de stage ainsi que de l'accompagnement et de l'évaluation de l'élève-stagiaire, incombe à l'école.
Tout stage d'élève est non rémunéré.
Si l'élève-stagiaire cause des dommages au donneur de stage ou à des tiers lors de l'exécution de son stage, il n'est responsable qu'en cas de fraude et de faute grave. En cas de faute légère, l'élève-stagiaire n'est responsable que si celle-ci revêt un caractère habituel plutôt qu'occasionnel.
Le donneur de stage est responsable pour les dommages causés à des tiers ou à sa propre entreprise par une faute légère de l'élève-stagiaire mais pour laquelle celui-ci n'est pas responsable conformément à l'alinéa trois.
Le Gouvernement flamand peut préciser l'organisation pratique et les caractéristiques de qualité minimales des stages d'élève. ".
Art. III.8. Artikel 136/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 136/1. De bepaling van artikel 252, § 1, a), 2), voor wat het voltijds secundair onderwijs betreft, sluit niet uit dat een deel van de vorming van het leerjaar waarin de leerling is ingeschreven, wordt verstrekt door leraars van een andere school voor voltijds secundair onderwijs, dan de school waarin de leerling is ingeschreven voor voltijds secundair onderwijs of buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 4 en dit op een vestigingsplaats van die andere school. Indien van deze mogelijkheid tot samenwerking gebruik wordt gemaakt, dan zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
1° de regeling wordt in het schoolreglement van de school waar de leerling is ingeschreven opgenomen;
2° het schoolreglement van de school waar de leerling is ingeschreven, blijft onverkort van toepassing;
3° de regeling wordt voorafgaand onderhandeld in de lokale comités, bevoegd inzake arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden, van de betrokken scholen;
4° de leraars van de andere school die aan de leerling vorming geven:
a) maken stemgerechtigd deel uit van de bevoegde klassenraden in het geval het scholen betreft die tot hetzelfde schoolbestuur behoren;
b) maken raadgevend deel uit van de bevoegde klassenraden in het geval het scholen betreft die niet tot hetzelfde schoolbestuur behoren;
5° uitsluitend de school waar de leerling is ingeschreven, is bevoegd en verantwoordelijk voor evaluatie, studiebekrachtiging en kwaliteitszorg;
6° de samenwerking tussen de scholen wordt vastgelegd in een overeenkomst waarin alleszins volgende elementen worden opgenomen:
a) de samenwerkende scholen, met vermelding van de school van inschrijving;
b) de invulling van de samenwerking;
c) de looptijd van de samenwerking;
d) de afspraken over de evaluatie en kwaliteitszorg.
De samenwerkingsovereenkomst ligt steeds in de scholen ter inzage met het oog op administratieve controle en externe kwaliteitscontrole.".
"Art. 136/1. De bepaling van artikel 252, § 1, a), 2), voor wat het voltijds secundair onderwijs betreft, sluit niet uit dat een deel van de vorming van het leerjaar waarin de leerling is ingeschreven, wordt verstrekt door leraars van een andere school voor voltijds secundair onderwijs, dan de school waarin de leerling is ingeschreven voor voltijds secundair onderwijs of buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 4 en dit op een vestigingsplaats van die andere school. Indien van deze mogelijkheid tot samenwerking gebruik wordt gemaakt, dan zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
1° de regeling wordt in het schoolreglement van de school waar de leerling is ingeschreven opgenomen;
2° het schoolreglement van de school waar de leerling is ingeschreven, blijft onverkort van toepassing;
3° de regeling wordt voorafgaand onderhandeld in de lokale comités, bevoegd inzake arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden, van de betrokken scholen;
4° de leraars van de andere school die aan de leerling vorming geven:
a) maken stemgerechtigd deel uit van de bevoegde klassenraden in het geval het scholen betreft die tot hetzelfde schoolbestuur behoren;
b) maken raadgevend deel uit van de bevoegde klassenraden in het geval het scholen betreft die niet tot hetzelfde schoolbestuur behoren;
5° uitsluitend de school waar de leerling is ingeschreven, is bevoegd en verantwoordelijk voor evaluatie, studiebekrachtiging en kwaliteitszorg;
6° de samenwerking tussen de scholen wordt vastgelegd in een overeenkomst waarin alleszins volgende elementen worden opgenomen:
a) de samenwerkende scholen, met vermelding van de school van inschrijving;
b) de invulling van de samenwerking;
c) de looptijd van de samenwerking;
d) de afspraken over de evaluatie en kwaliteitszorg.
De samenwerkingsovereenkomst ligt steeds in de scholen ter inzage met het oog op administratieve controle en externe kwaliteitscontrole.".
Art. III.8. L'article 136/1 du même Code, inséré par le décret du 1er juillet 2011, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 136/1. Pour ce qui est de l'enseignement secondaire à temps plein, la disposition de l'article 252, § 1er, a), 2), n'exclut pas qu'une partie de la formation de l'année scolaire dans laquelle l'élève a été inscrit, est enseignée par des enseignants d'une école d'enseignement secondaire à temps plein autre que l'école dans laquelle l'élève est inscrit pour l'enseignement secondaire à temps plein ou l'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 4 et ce dans une implantation de cette autre école. S'il est fait usage de cette possibilité de coopération, les conditions suivantes s'appliquent :
1° les mesures sont reprises dans le règlement d'école de l'école où l'élève est inscrit ;
2° le règlement d'école de l'école où l'élève est inscrit continue à s'appliquer intégralement ;
3° les mesures sont négociées au préalable dans les comités locaux, compétents en matière de travail et d'affaires du personnel, des écoles concernées ;
4° les enseignants de l'autre école qui assurent la formation de l'élève :
a) font partie des conseils de classe compétents et y ont voix délibérative dans le cas où il s'agit d'écoles appartenant à la même autorité scolaire ;
b) font partie des conseils de classe compétents et y ont voix consultative dans le cas où il s'agit d'écoles n'appartenant pas à la même autorité scolaire ;
5° seule l'école où l'élève est inscrit détient la compétence et la responsabilité en matière d'évaluation, de validation des études et de gestion de la qualité ;
6° la coopération entre les écoles est formalisée dans un accord reprenant au moins les éléments suivants :
a) les écoles coopérantes, avec mention de l'école d'inscription ;
b) la concrétisation de la coopération ;
c) la durée de la coopération ;
d) les arrangements pris au sujet de l'évaluation et de la gestion de la qualité.
L'accord de coopération peut à tout moment être consulté dans les écoles, en vue du contrôle administratif et du contrôle qualitatif externe. ".
" Art. 136/1. Pour ce qui est de l'enseignement secondaire à temps plein, la disposition de l'article 252, § 1er, a), 2), n'exclut pas qu'une partie de la formation de l'année scolaire dans laquelle l'élève a été inscrit, est enseignée par des enseignants d'une école d'enseignement secondaire à temps plein autre que l'école dans laquelle l'élève est inscrit pour l'enseignement secondaire à temps plein ou l'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 4 et ce dans une implantation de cette autre école. S'il est fait usage de cette possibilité de coopération, les conditions suivantes s'appliquent :
1° les mesures sont reprises dans le règlement d'école de l'école où l'élève est inscrit ;
2° le règlement d'école de l'école où l'élève est inscrit continue à s'appliquer intégralement ;
3° les mesures sont négociées au préalable dans les comités locaux, compétents en matière de travail et d'affaires du personnel, des écoles concernées ;
4° les enseignants de l'autre école qui assurent la formation de l'élève :
a) font partie des conseils de classe compétents et y ont voix délibérative dans le cas où il s'agit d'écoles appartenant à la même autorité scolaire ;
b) font partie des conseils de classe compétents et y ont voix consultative dans le cas où il s'agit d'écoles n'appartenant pas à la même autorité scolaire ;
5° seule l'école où l'élève est inscrit détient la compétence et la responsabilité en matière d'évaluation, de validation des études et de gestion de la qualité ;
6° la coopération entre les écoles est formalisée dans un accord reprenant au moins les éléments suivants :
a) les écoles coopérantes, avec mention de l'école d'inscription ;
b) la concrétisation de la coopération ;
c) la durée de la coopération ;
d) les arrangements pris au sujet de l'évaluation et de la gestion de la qualité.
L'accord de coopération peut à tout moment être consulté dans les écoles, en vue du contrôle administratif et du contrôle qualitatif externe. ".
Art. III.9. In artikel 157, § 6, van dezelfde codex, ingevoegd door het decreet van 19 juli 2013 en gewijzigd door het decreet van 25 april 2014, worden het derde, het vierde en het zesde lid opgeheven.
Art. III.9. A l'article 157, § 6, du même Code, inséré par le décret du 19 juillet 2013 et remplacé par le décret du 25 avril 2014, les alinéas trois, quatre et six sont abrogés.
Art. III.10. In artikel 196 van dezelfde codex wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
" § 2. De rationalisatienormen vermeld in § 1 zijn niet vereist indien de school de enige is die in het betrokken onderwijsnet zeevisserijonderwijs en, eventueel, inhoudelijk naar zeevisserijonderwijs gerichte structuuronderdelen "wetenschappen" (tweede graad aso) en "wetenschappen-wiskunde" (derde graad aso) organiseert.".
" § 2. De rationalisatienormen vermeld in § 1 zijn niet vereist indien de school de enige is die in het betrokken onderwijsnet zeevisserijonderwijs en, eventueel, inhoudelijk naar zeevisserijonderwijs gerichte structuuronderdelen "wetenschappen" (tweede graad aso) en "wetenschappen-wiskunde" (derde graad aso) organiseert.".
Art. III.10. A l'article 196 du même Code, le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Les normes de rationalisation visées au § 1er ne sont pas requises si l'école est la seule à organiser dans le réseau d'enseignement concerné un enseignement de la pêche maritime et, éventuellement, des subdivisions structurelles " wetenschappen " (deuxième degré ESG) et " wetenschappen-wiskunde " (troisième degré ESG), axées sur l'enseignement de la pêche maritime. ".
" § 2. Les normes de rationalisation visées au § 1er ne sont pas requises si l'école est la seule à organiser dans le réseau d'enseignement concerné un enseignement de la pêche maritime et, éventuellement, des subdivisions structurelles " wetenschappen " (deuxième degré ESG) et " wetenschappen-wiskunde " (troisième degré ESG), axées sur l'enseignement de la pêche maritime. ".
Art. III.11. In artikel 252/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2013, wordt in het tweede lid een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° andere dan in 2° vermelde structuuronderdelen die door de Vlaamse Regering kunnen worden vastgelegd en voor zover het betrokken schoolbestuur beslist om in een of meer van zijn scholen onderhavige bepaling voor alle leerlingen van het betrokken structuuronderdeel toe te passen.".
"3° andere dan in 2° vermelde structuuronderdelen die door de Vlaamse Regering kunnen worden vastgelegd en voor zover het betrokken schoolbestuur beslist om in een of meer van zijn scholen onderhavige bepaling voor alle leerlingen van het betrokken structuuronderdeel toe te passen.".
Art. III.11. A l'article 252/1 du même Code, inséré par le décret du 19 juillet 2013, il est ajouté un deuxième alinéa dans le point 3°, rédigé comme suit :
" 3° à d'autres subdivisions structurelles que celles visées au 2° pouvant être fixées par le Gouvernement flamand et pour autant que l'autorité scolaire décide d'appliquer la présente disposition à tous ses élèves de la subdivision structurelle concernée dans une ou plusieurs de ses écoles. ".
" 3° à d'autres subdivisions structurelles que celles visées au 2° pouvant être fixées par le Gouvernement flamand et pour autant que l'autorité scolaire décide d'appliquer la présente disposition à tous ses élèves de la subdivision structurelle concernée dans une ou plusieurs de ses écoles. ".
Art. III.12. Aan artikel 290/1, § 3, van dezelfde codex wordt het volgende lid toegevoegd:
"De oprichting van een type in het schooljaar 2015-2016 wordt niet beschouwd als een herstructurering.".
"De oprichting van een type in het schooljaar 2015-2016 wordt niet beschouwd als een herstructurering.".
Art. III.12. L'article 290/1, § 3, du même Code, est complété par l'alinéa suivant :
" La création d'un type dans l'année scolaire 2015-2016 n'est pas considérée comme une restructuration. ".
" La création d'un type dans l'année scolaire 2015-2016 n'est pas considérée comme une restructuration. ".
Art. III.13. In artikel 299 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 21 maart 2014, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° types basisaanbod, 2, 3, 4, 6, 7 en 9 het aantal regelmatig ingeschreven leerlingen op 1 februari van het voorafgaande schooljaar.
In afwijking hiervan wordt 1 oktober van het lopende schooljaar de teldatum:
- voor nieuwe scholen die worden opgenomen in de financiering of de subsidiëring;
- voor bestaande scholen die bij een herstructurering betrokken zijn, hetzij door een fusie, hetzij door de opname in de financiering of de subsidiëring of de afschaffing of de omvorming van een opleidingsvorm.
Bij de opname in de financiering of de subsidiëring is de teldatum 1 oktober van het lopende schooljaar en van de twee daaropvolgende schooljaren.
In geval van oprichting van een nieuw type, met uitzondering van het schooljaar 2015-2016, alsook in geval van fusie, afschaffing van een opleidingsvorm of omvorming is de teldatum 1 oktober van het lopende schooljaar.
Deze teldatum geldt telkens voor de school in kwestie in haar geheel.".
"1° types basisaanbod, 2, 3, 4, 6, 7 en 9 het aantal regelmatig ingeschreven leerlingen op 1 februari van het voorafgaande schooljaar.
In afwijking hiervan wordt 1 oktober van het lopende schooljaar de teldatum:
- voor nieuwe scholen die worden opgenomen in de financiering of de subsidiëring;
- voor bestaande scholen die bij een herstructurering betrokken zijn, hetzij door een fusie, hetzij door de opname in de financiering of de subsidiëring of de afschaffing of de omvorming van een opleidingsvorm.
Bij de opname in de financiering of de subsidiëring is de teldatum 1 oktober van het lopende schooljaar en van de twee daaropvolgende schooljaren.
In geval van oprichting van een nieuw type, met uitzondering van het schooljaar 2015-2016, alsook in geval van fusie, afschaffing van een opleidingsvorm of omvorming is de teldatum 1 oktober van het lopende schooljaar.
Deze teldatum geldt telkens voor de school in kwestie in haar geheel.".
Art. III.13. A l'article 299 du même Code, modifié par le décret du 21 mars 2014, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° dans les types offre de base, 2, 3, 4, 6, 7 et 9, le nombre d'élèves régulièrement inscrits au 1er février de l'année scolaire précédente.
Par dérogation à ce qui précède, le 1er octobre de l'année scolaire en cours devient la date de comptage :
- pour les nouvelles écoles qui sont reprises dans le financement ou le subventionnement ;
- pour les écoles existantes qui sont impliquées dans une restructuration, ou bien par une fusion, ou bien par la reprise dans le financement ou le subventionnement ou la suppression ou la transformation d'une forme d'enseignement.
Lors de la reprise dans le financement ou le subventionnement, la date de comptage est le 1er octobre de l'année scolaire en cours et des deux années scolaires suivantes.
Dans le cas d'une création d'un nouveau type, à l'exception de l'année scolaire 2015-2016, ainsi que dans le cas d'une fusion, suppression d'une forme d'enseignement ou transformation, la date de comptage est le 1er octobre de l'année scolaire en cours.
Cette date de comptage est chaque fois applicable à l'ensemble de l'école en question. ".
" 1° dans les types offre de base, 2, 3, 4, 6, 7 et 9, le nombre d'élèves régulièrement inscrits au 1er février de l'année scolaire précédente.
Par dérogation à ce qui précède, le 1er octobre de l'année scolaire en cours devient la date de comptage :
- pour les nouvelles écoles qui sont reprises dans le financement ou le subventionnement ;
- pour les écoles existantes qui sont impliquées dans une restructuration, ou bien par une fusion, ou bien par la reprise dans le financement ou le subventionnement ou la suppression ou la transformation d'une forme d'enseignement.
Lors de la reprise dans le financement ou le subventionnement, la date de comptage est le 1er octobre de l'année scolaire en cours et des deux années scolaires suivantes.
Dans le cas d'une création d'un nouveau type, à l'exception de l'année scolaire 2015-2016, ainsi que dans le cas d'une fusion, suppression d'une forme d'enseignement ou transformation, la date de comptage est le 1er octobre de l'année scolaire en cours.
Cette date de comptage est chaque fois applicable à l'ensemble de l'école en question. ".
Art. III.14. In paragraaf 1 van artikel 314/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011 en gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° de zinsnede "en 2014-2015" wordt vervangen door de zinsnede ", 2014-2015 en 2015-2016";
2° de zinsnede "artikel 305, § 2," wordt vervangen door de zinsnede "artikel 20,".
1° de zinsnede "en 2014-2015" wordt vervangen door de zinsnede ", 2014-2015 en 2015-2016";
2° de zinsnede "artikel 305, § 2," wordt vervangen door de zinsnede "artikel 20,".
Art. III.14. Au paragraphe 1er de l'article 314/1 du même Code, inséré par le décret du 1er juillet 2011 et modifié par le décret du 19 juillet 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° le membre de phrase " et 2014-2015 " est remplacé par le membre de phrase " , 2014-2015 et 2015-2016 " ;
2° le membre de phrase " article 305, § 2, " est remplacé par le membre de phrase " article 20, ".
1° le membre de phrase " et 2014-2015 " est remplacé par le membre de phrase " , 2014-2015 et 2015-2016 " ;
2° le membre de phrase " article 305, § 2, " est remplacé par le membre de phrase " article 20, ".
Art. III.15. In paragraaf 2 van artikel 314/2 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011 en gewijzigd bij het decreet van 29 juni 2012, wordt het getal "18" vervangen door het getal "24".
Art. III.15. Au paragraphe 2 de l'article 314/2 du même Code, inséré par le décret du 1er juillet 2011 et modifié par le décret du 29 juin 2012, le nombre " 18 " est remplacé par le nombre " 24 ".
Art. III.16. In artikel 314/4 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011 en gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013, wordt het jaartal "2015" vervangen door het jaartal "2016".
Art. III.16. A l'article 314/4 du même Code, inséré par le décret du 1er juillet 2011 et modifié par le décret du 19 juillet 2013, l'année " 2015 " est remplacée par l'année " 2016 ".
Art. III.17. In artikel 294 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 3 wordt de zinsnede " § 1, 1°, a) en b) en § 1, 2°, a) en b)" vervangen door de zinsnede " § 2, 1°, a) en b), en § 2, 2°, a) en b)";
2° aan paragraaf 4 wordt de volgende zin toegevoegd:
"Het protocol ter verantwoording bevat de verantwoording van de elementen vermeld in paragraaf 2 en, in voorkomend geval, in paragraaf 3.";
3° in paragraaf 6 wordt de zinsnede "paragraaf 1" vervangen door de zinsnede "paragraaf 2";
4° in paragraaf 7 wordt de zinsnede " § 1, 1°, b) en c), of § 1, 2°, b), c) en d)" vervangen door de zinsnede " § 2, 1°, b) en c), of § 2, 2°, b), c) en d)".
1° in paragraaf 3 wordt de zinsnede " § 1, 1°, a) en b) en § 1, 2°, a) en b)" vervangen door de zinsnede " § 2, 1°, a) en b), en § 2, 2°, a) en b)";
2° aan paragraaf 4 wordt de volgende zin toegevoegd:
"Het protocol ter verantwoording bevat de verantwoording van de elementen vermeld in paragraaf 2 en, in voorkomend geval, in paragraaf 3.";
3° in paragraaf 6 wordt de zinsnede "paragraaf 1" vervangen door de zinsnede "paragraaf 2";
4° in paragraaf 7 wordt de zinsnede " § 1, 1°, b) en c), of § 1, 2°, b), c) en d)" vervangen door de zinsnede " § 2, 1°, b) en c), of § 2, 2°, b), c) en d)".
Art. III.17. A l'article 294 du même Code, remplacé par le décret du 21 mars 2014, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 3, le membre de phrase " § 1er, 1°, a) et b) et § 1er, 2°, a) et b) " est remplacé par le membre de phrase " § 2, 1°, a) et b), et § 2, 2°, a) et b) " ;
2° au paragraphe 4, la phrase suivante est ajoutée :
" Le protocole justificatif comprend la justification des éléments visés au paragraphe 2 et, le cas échéant, au paragraphe 3. " ;
3° au paragraphe 6, le membre de phrase " paragraphe 1er " est remplacé par le membre de phrase " paragraphe 2 " ;
4° au paragraphe 7, le membre de phrase " § 1er, 1°, b) et c), ou § 1er, 2°, b), c) et d) " est remplacé par le membre de phrase " § 2, 1°, b) et c), ou § 2, 2°, b), c) et d) ".
1° au paragraphe 3, le membre de phrase " § 1er, 1°, a) et b) et § 1er, 2°, a) et b) " est remplacé par le membre de phrase " § 2, 1°, a) et b), et § 2, 2°, a) et b) " ;
2° au paragraphe 4, la phrase suivante est ajoutée :
" Le protocole justificatif comprend la justification des éléments visés au paragraphe 2 et, le cas échéant, au paragraphe 3. " ;
3° au paragraphe 6, le membre de phrase " paragraphe 1er " est remplacé par le membre de phrase " paragraphe 2 " ;
4° au paragraphe 7, le membre de phrase " § 1er, 1°, b) et c), ou § 1er, 2°, b), c) et d) " est remplacé par le membre de phrase " § 2, 1°, b) et c), ou § 2, 2°, b), c) et d) ".
Art. III.18. In artikel 304, § 4, eerste lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij decreet van 21 maart 2014, wordt de zinsnede "voor het schooljaar 2014-2015" vervangen door de zinsnede "voor het schooljaar 2015-2016".
Art. III.18. Dans l'article 304, § 4, alinéa premier, du même Code, modifié par le décret du 21 mars 2014, le membre de phrase " pour l'année scolaire 2014-2015 " est remplacé par le membre de phrase " pour l'année scolaire 2015-2016 ".
Art. III.19. In artikel 312, § 4, eerste lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij decreet van 21 maart 2014, wordt de zinsnede "voor het schooljaar 2014-2015" vervangen door de zinsnede "voor het schooljaar 2015-2016".
Art. III.19. Dans l'article 312, § 4, alinéa premier, du même Code, modifié par le décret du 21 mars 2014, le membre de phrase " pour l'année scolaire 2014-2015 " est remplacé par le membre de phrase " pour l'année scolaire 2015-2016 ".
Art. III.20. In artikel 352 van dezelfde codex, vervangen door het decreet van 21 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden tussen de woorden "onderwijs" en "is" de woorden "en om in aanmerking te komen voor aanvullende financiering of subsidiëring" ingevoegd;
2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
" § 3. Bij de wijziging van de aard van de integratie, de aard en de ernst van de handicap of het onderwijsniveau, wordt een nieuw gemotiveerd verslag opgesteld.".
1° in paragraaf 1 worden tussen de woorden "onderwijs" en "is" de woorden "en om in aanmerking te komen voor aanvullende financiering of subsidiëring" ingevoegd;
2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
" § 3. Bij de wijziging van de aard van de integratie, de aard en de ernst van de handicap of het onderwijsniveau, wordt een nieuw gemotiveerd verslag opgesteld.".
Art. III.20. A l'article 352 du même Code, remplacé par le décret du 21 mars 2014, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, les mots " et pour être admissible au financement ou subventionnement complémentaire " sont insérés entre les mots " à l'enseignement secondaire intégré " et les mots " , il doit être satisfait " ;
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Un nouveau rapport motivé est établi lors de la modification de la nature de l'intégration, la nature et la gravité du handicap ou le niveau d'enseignement. ".
1° au paragraphe 1er, les mots " et pour être admissible au financement ou subventionnement complémentaire " sont insérés entre les mots " à l'enseignement secondaire intégré " et les mots " , il doit être satisfait " ;
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Un nouveau rapport motivé est établi lors de la modification de la nature de l'intégration, la nature et la gravité du handicap ou le niveau d'enseignement. ".
Afdeling II. - Leren en werken
Section II. - Apprentissage et travail
Art. III.21. In artikel 10, § 4, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009, 9 juli 2010, 21 december 2012 en 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het tweede, het derde en het vierde lid worden vervangen door wat volgt:
"Voor de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats gelden de bepalingen van artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
De melding tot ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats maakt deel uit van de aanvraag vermeld in artikel 8, § 3, in het geval van een centrum dat wordt opgericht zonder het gevolg te zijn van een splitsing van een bestaand centrum. In dat geval geldt de termijn, waarbinnen de melding moet ingediend worden, vermeld in artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, niet.
De melding tot ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats wordt gevoegd bij de melding vermeld in artikel 8, § 3, in het geval van een centrum dat wordt opgericht als gevolg van een splitsing van een bestaand centrum. In dat geval geldt de termijn, waarbinnen de melding moet ingediend worden, vermeld in artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, niet.";
2° het vijfde lid wordt opgeheven.
1° het tweede, het derde en het vierde lid worden vervangen door wat volgt:
"Voor de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats gelden de bepalingen van artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
De melding tot ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats maakt deel uit van de aanvraag vermeld in artikel 8, § 3, in het geval van een centrum dat wordt opgericht zonder het gevolg te zijn van een splitsing van een bestaand centrum. In dat geval geldt de termijn, waarbinnen de melding moet ingediend worden, vermeld in artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, niet.
De melding tot ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats wordt gevoegd bij de melding vermeld in artikel 8, § 3, in het geval van een centrum dat wordt opgericht als gevolg van een splitsing van een bestaand centrum. In dat geval geldt de termijn, waarbinnen de melding moet ingediend worden, vermeld in artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, niet.";
2° het vijfde lid wordt opgeheven.
Art. III.21. A l'article 10, § 4, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande, modifié par les décrets des 8 mai 2009, 9 juillet 2010, 21 décembre 2012 et 25 avril 2014, sont apportées les modifications suivantes :
1° les alinéas deux, trois et quatre sont remplacés par la disposition suivante :
" La mise en service d'une nouvelle implantation est régie par les dispositions de l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement.
La communication de mise en service d'une nouvelle implantation fait partie de la demande visée à l'article 8, § 3, dans le cas d'un centre créé sans être issu d'une scission d'un centre existant. Dans ce cas, le délai dans lequel la communication visée à l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement doit être introduite, n'est pas d'application.
La communication de mise en service d'une nouvelle implantation est jointe à la communication visée à l'article 8, § 3, dans le cas d'un centre créé suite à une scission d'un centre existant. Dans ce cas, le délai dans lequel la communication visée à l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement doit être introduite, n'est pas d'application. " ;
2° l'alinéa cinq est abrogé.
1° les alinéas deux, trois et quatre sont remplacés par la disposition suivante :
" La mise en service d'une nouvelle implantation est régie par les dispositions de l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement.
La communication de mise en service d'une nouvelle implantation fait partie de la demande visée à l'article 8, § 3, dans le cas d'un centre créé sans être issu d'une scission d'un centre existant. Dans ce cas, le délai dans lequel la communication visée à l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement doit être introduite, n'est pas d'application.
La communication de mise en service d'une nouvelle implantation est jointe à la communication visée à l'article 8, § 3, dans le cas d'un centre créé suite à une scission d'un centre existant. Dans ce cas, le délai dans lequel la communication visée à l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement doit être introduite, n'est pas d'application. " ;
2° l'alinéa cinq est abrogé.
Art. III.22. In artikel 11, § 4, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 9 juli 2010, 21 december 2012 en 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het tweede, het derde en het vierde lid worden vervangen door wat volgt:
"Voor de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats gelden de bepalingen van artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
De melding tot ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats maakt deel uit van de aanvraag vermeld in artikel 8, § 3, in het geval van een centrum dat wordt opgericht zonder het gevolg te zijn van een splitsing van een bestaand centrum. In dat geval geldt de termijn, waarbinnen de melding moet ingediend worden, vermeld in artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, niet.
De melding tot ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats wordt gevoegd bij de melding vermeld in artikel 8, § 3, in het geval van een centrum dat wordt opgericht als gevolg van een splitsing van een bestaand centrum. In dat geval geldt de termijn, waarbinnen de melding moet ingediend worden, vermeld in artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, niet.";
2° het vijfde lid wordt opgeheven.
1° het tweede, het derde en het vierde lid worden vervangen door wat volgt:
"Voor de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats gelden de bepalingen van artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
De melding tot ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats maakt deel uit van de aanvraag vermeld in artikel 8, § 3, in het geval van een centrum dat wordt opgericht zonder het gevolg te zijn van een splitsing van een bestaand centrum. In dat geval geldt de termijn, waarbinnen de melding moet ingediend worden, vermeld in artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, niet.
De melding tot ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats wordt gevoegd bij de melding vermeld in artikel 8, § 3, in het geval van een centrum dat wordt opgericht als gevolg van een splitsing van een bestaand centrum. In dat geval geldt de termijn, waarbinnen de melding moet ingediend worden, vermeld in artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, niet.";
2° het vijfde lid wordt opgeheven.
Art. III.22. A l'article 11, § 4, du même décret, modifié par les décrets des 9 juillet 2010, 21 décembre 2012 et 25 avril 2014, sont apportées les modifications suivantes :
1° les alinéas deux, trois et quatre sont remplacés par la disposition suivante :
" La mise en service d'une nouvelle implantation est régie par les dispositions de l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement.
La communication de mise en service d'une nouvelle implantation fait partie de la demande visée à l'article 8, § 3, dans le cas d'un centre créé sans être issu d'une scission d'un centre existant. Dans ce cas, le délai dans lequel la communication visée à l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement doit être introduite, n'est pas d'application.
La communication de mise en service d'une nouvelle implantation est jointe à la communication visée à l'article 8, § 3, dans le cas d'un centre créé suite à une scission d'un centre existant. Dans ce cas, le délai dans lequel la communication visée à l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement doit être introduite, n'est pas d'application. " ;
2° l'alinéa cinq est abrogé.
1° les alinéas deux, trois et quatre sont remplacés par la disposition suivante :
" La mise en service d'une nouvelle implantation est régie par les dispositions de l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement.
La communication de mise en service d'une nouvelle implantation fait partie de la demande visée à l'article 8, § 3, dans le cas d'un centre créé sans être issu d'une scission d'un centre existant. Dans ce cas, le délai dans lequel la communication visée à l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement doit être introduite, n'est pas d'application.
La communication de mise en service d'une nouvelle implantation est jointe à la communication visée à l'article 8, § 3, dans le cas d'un centre créé suite à une scission d'un centre existant. Dans ce cas, le délai dans lequel la communication visée à l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement doit être introduite, n'est pas d'application. " ;
2° l'alinéa cinq est abrogé.
Art. III.23. In artikel 19 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009, 9 juli 2010 en 21 december 2012, wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 1/1. Voor de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats gelden de bepalingen van artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
De melding tot ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats maakt deel uit van het aanvraagdossier vermeld in artikel 17, § 1, in het geval van een centrum dat wordt opgericht. In dat geval geldt de termijn, waarbinnen de melding moet ingediend worden, vermeld in artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, niet.".
" § 1/1. Voor de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats gelden de bepalingen van artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
De melding tot ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats maakt deel uit van het aanvraagdossier vermeld in artikel 17, § 1, in het geval van een centrum dat wordt opgericht. In dat geval geldt de termijn, waarbinnen de melding moet ingediend worden, vermeld in artikel 35ter van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, niet.".
Art. III.23. Dans l'article 19 du même décret, modifié par les décrets des 8 mai 2009, 9 juillet 2010 et 21 décembre 2012, est inséré un paragraphe 1/1, rédigé comme suit :
" § 1er/1. La mise en service d'une nouvelle implantation est régie par les dispositions de l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement.
La communication de mise en service d'une nouvelle implantation fait partie du dossier de demande visé à l'article 17, § 1er, dans le cas d'un centre qui est créé. Dans ce cas, le délai dans lequel la communication visée à l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement doit être introduite, n'est pas d'application. ".
" § 1er/1. La mise en service d'une nouvelle implantation est régie par les dispositions de l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement.
La communication de mise en service d'une nouvelle implantation fait partie du dossier de demande visé à l'article 17, § 1er, dans le cas d'un centre qui est créé. Dans ce cas, le délai dans lequel la communication visée à l'article 35ter du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement doit être introduite, n'est pas d'application. ".
Art. III.24. Artikel 68 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. III.24. L'article 68 du même décret est abrogé.
Art. III.25. Artikel 79 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. III.25. L'article 79 du même décret est abrogé.
Art. III.26. In artikel 95 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 8 juli 2011 en gewijzigd bij de decreten van 23 december 2011 en 21 december 2012, wordt in paragraaf 1, het punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° werkingsgebied regionaal overlegplatform Brussel:
Groep Intro: 51.054,20;".
"3° werkingsgebied regionaal overlegplatform Brussel:
Groep Intro: 51.054,20;".
Art. III.26. Au paragraphe 1er de l'article 95 du même décret, remplacé par le décret du 8 juillet 2011 et modifié par les décrets des 23 décembre 2011 et 22 décembre 2006, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° zone d'action de la plate-forme régionale de concertation Bruxelles :
Groep Intro: 51.054,20 ; ".
" 3° zone d'action de la plate-forme régionale de concertation Bruxelles :
Groep Intro: 51.054,20 ; ".
Afdeling III. - Inwerkingtreding
Section III. - Entrée en vigueur
Art. III.27. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2015.
Artikel III.4, III.17, III.20 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2015, voor inschrijvingen die betrekking hebben op het schooljaar 2015-2016.
Artikel III.24, III.25 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2014.
Artikel III.4, III.17, III.20 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2015, voor inschrijvingen die betrekking hebben op het schooljaar 2015-2016.
Artikel III.24, III.25 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2014.
Art. III.27. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2015.
Les articles III.4, III.17, III.20 produisent leurs effets le 1er janvier 2015 pour ce qui est des inscriptions portant sur l'année scolaire 2015-2016.
Les articles III.24 et III.25 produisent leurs effets le 1er septembre 2014.
Les articles III.4, III.17, III.20 produisent leurs effets le 1er janvier 2015 pour ce qui est des inscriptions portant sur l'année scolaire 2015-2016.
Les articles III.24 et III.25 produisent leurs effets le 1er septembre 2014.
HOOFDSTUK IV. - Hoger onderwijs
CHAPITRE IV. - Enseignement supérieur
Afdeling I. - Technische aanvullingen van de Codex Hoger Onderwijs
Section Ire. - Compléments techniques au Code de l'Enseignement supérieur
Art. IV.1. In artikel 7 van het decreet van 22 december 1995 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot de Universiteit Antwerpen, vervangen bij het decreet van 4 april 2003 en gewijzigd bij de decreten van 19 maart 2004 en 13 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 8°, wordt de zinsnede "artikel II.61 van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de participatie in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "artikel II.327 van de Codex Hoger Onderwijs";
2° in paragraaf 8, 1°, 2° en 3°, wordt de zinsnede "bedoeld in artikel 171decies van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel V.209 van de Codex Hoger Onderwijs".
1° in paragraaf 1, 8°, wordt de zinsnede "artikel II.61 van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de participatie in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "artikel II.327 van de Codex Hoger Onderwijs";
2° in paragraaf 8, 1°, 2° en 3°, wordt de zinsnede "bedoeld in artikel 171decies van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel V.209 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.1. A l'article 7 du décret du 22 décembre 1995 portant modification de divers décrets relatifs à l'Universiteit Antwerpen, remplacé par le décret du 4 avril 2003 et modifié par les décrets des 19 mars 2004 et 13 juillet 2012, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, 8°, le membre de phrase " l'article II.61 du décret du 19 mars 2004 relatif au statut de l'étudiant, à la participation dans l'enseignement supérieur, à l'intégration de certaines sections de l'enseignement supérieur de promotion sociale dans les instituts supérieurs et à l'accompagnement de la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.327 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
2° au paragraphe 8, 1°, 2° et 3°, le membre de phrase " visé à l'article 171decies du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article V.209 du Code de l'Enseignement supérieur ".
1° au paragraphe 1er, 8°, le membre de phrase " l'article II.61 du décret du 19 mars 2004 relatif au statut de l'étudiant, à la participation dans l'enseignement supérieur, à l'intégration de certaines sections de l'enseignement supérieur de promotion sociale dans les instituts supérieurs et à l'accompagnement de la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.327 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
2° au paragraphe 8, 1°, 2° et 3°, le membre de phrase " visé à l'article 171decies du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article V.209 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.2. In artikel 10, tweede lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 4 april 2003, wordt de zinsnede "artikel 100 van het universiteitsdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel V.39 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.2. A l'article 10, alinéa deux, du même décret, remplacé par le décret du 4 avril 2003, le membre de phrase " l'article 100 du Décret-universités " est remplacé par le membre de phrase " l'article V.39 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.3. In artikel 14, § 3, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 maart 2004, wordt de zinsnede "artikel II.51, § 2, eerste lid, 1°, juncto II.93, § 2, van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de participatie in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "artikel II.317, § 2, eerste lid, 1°, en artikel II.355, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.3. A l'article 14, § 3, du même décret, inséré par le décret du 19 mars 2004, le membre de phrase " de l'article II.51, § 2, premier alinéa, 1°, combiné avec l'article II.93, § 2, du décret du 19 mars 2004 relatif au statut de l'étudiant, à la participation dans l'enseignement supérieur, à l'intégration de certaines sections de l'enseignement supérieur de promotion sociale dans les instituts supérieurs et à l'accompagnement de la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " de l'article II.317, § 2, alinéa premier, 1°, et de l'article II.355, § 2, du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.4. In artikel 19, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 4 april 2003, wordt de zinsnede "hoofdstuk IV en V van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap" vervangen door de zinsnede "deel 5, titel 1, van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.4. A l'article 19, § 1er, alinéa deux, du même décret, remplacé par le décret du 4 avril 2003, le membre de phrase " des chapitres IV et V du décret du 12 juin 1991 relatif aux universités dans la Communauté flamande " est remplacé par le membre de phrase " de la partie 5, titre 1er, du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.5. In artikel X.32 van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 3° wordt de zinsnede "bedoeld in artikel 85 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel II.252 van de Codex Hoger Onderwijs";
2° in punt 5° wordt de zinsnede "artikel 17, § 1 en § 2, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "artikel II.62, § 1 en § 2, van de Codex Hoger Onderwijs".
1° in punt 3° wordt de zinsnede "bedoeld in artikel 85 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel II.252 van de Codex Hoger Onderwijs";
2° in punt 5° wordt de zinsnede "artikel 17, § 1 en § 2, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "artikel II.62, § 1 en § 2, van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.5. A l'article X.32 du décret du 14 février 2003 relatif à l'enseignement XIV, modifié par le décret du 7 juillet 2006, sont apportées les modifications suivantes :
1° au point 3°, le membre de phrase " visé à l'article 85 du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article II.252 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
2° au point 5°, le membre de phrase " l'article 17, §§ 1er et 2, du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article II.62, §§ 1er et 2, du Code de l'Enseignement supérieur ".
1° au point 3°, le membre de phrase " visé à l'article 85 du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article II.252 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
2° au point 5°, le membre de phrase " l'article 17, §§ 1er et 2, du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article II.62, §§ 1er et 2, du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.6. In artikel 9, § 3, van het decreet van 4 april 2003 houdende bepalingen tot de oprichting van een Universiteit Antwerpen en tot wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot de Universiteit Antwerpen, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het derde lid wordt de zinsnede "beschreven in artikelen 177, 178 en 179 van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel IV.102, IV.103 en IV.104 van de Codex Hoger Onderwijs";
2° in het vierde lid wordt de zinsnede "beschreven in artikel 180 van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel IV.105 van de Codex Hoger Onderwijs".
1° in het derde lid wordt de zinsnede "beschreven in artikelen 177, 178 en 179 van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel IV.102, IV.103 en IV.104 van de Codex Hoger Onderwijs";
2° in het vierde lid wordt de zinsnede "beschreven in artikel 180 van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel IV.105 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.6. A l'article 9, § 3, du décret du 4 avril 2003 portant dispositions visant à créer une Universiteit Antwerpen et à modifier le décret du 22 décembre 1995 portant modification de divers décrets relatifs à l'Universiteit Antwerpen, inséré par le décret du 7 mai 2004, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa trois, le membre de phrase " tel que décrit aux articles 177, 178 et 179 du décret du 12 juin 1991 relatifs aux universités de la Communauté flamande " est remplacé par le membre de phrase " visé aux articles IV.102, IV.103 en IV.104 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
2° à l'alinéa quatre, le membre de phrase " telles que décrites à l'article 180 du décret du 12 juin 1991 relatif aux universités de la Communauté flamande " est remplacé par le membre de phrase " visées à l'article IV.105 du Code de l'Enseignement supérieur ".
1° à l'alinéa trois, le membre de phrase " tel que décrit aux articles 177, 178 et 179 du décret du 12 juin 1991 relatifs aux universités de la Communauté flamande " est remplacé par le membre de phrase " visé aux articles IV.102, IV.103 en IV.104 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
2° à l'alinéa quatre, le membre de phrase " telles que décrites à l'article 180 du décret du 12 juin 1991 relatif aux universités de la Communauté flamande " est remplacé par le membre de phrase " visées à l'article IV.105 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.7. In artikel 5 van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij de decreten van 4 juli 2008, 9 juli 2010, 17 december 2010 en 21 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 3° wordt opgeheven;
2° in punt 4° wordt de zinsnede "artikel 7 van het structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.1 van de Codex Hoger Onderwijs";
3° in punt 9° wordt de zinsnede "artikel 2, 11°, van het flexibiliseringsdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel I.3, 20°, van de Codex Hoger Onderwijs";
4° punt 14° wordt opgeheven;
5° in punt 16/1°, a), wordt de zinsnede "zoals bepaald in artikel 12 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel II.58 van de Codex Hoger Onderwijs";
6° in punt 29° wordt de zinsnede "artikel 2, 18°, van het flexibiliseringsdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel I.3, 49°, van de Codex Hoger Onderwijs";
7° in punt 31° wordt de zinsnede "artikel 2, 19°, van het flexibiliseringsdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel I.3, 56°, van de Codex Hoger Onderwijs";
8° punt 37° wordt opgeheven;
9° in punt 43° wordt de zinsnede "artikel 2, 26°, van het flexibiliseringsdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel I.3, 76°, van de Codex Hoger Onderwijs".
1° punt 3° wordt opgeheven;
2° in punt 4° wordt de zinsnede "artikel 7 van het structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.1 van de Codex Hoger Onderwijs";
3° in punt 9° wordt de zinsnede "artikel 2, 11°, van het flexibiliseringsdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel I.3, 20°, van de Codex Hoger Onderwijs";
4° punt 14° wordt opgeheven;
5° in punt 16/1°, a), wordt de zinsnede "zoals bepaald in artikel 12 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel II.58 van de Codex Hoger Onderwijs";
6° in punt 29° wordt de zinsnede "artikel 2, 18°, van het flexibiliseringsdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel I.3, 49°, van de Codex Hoger Onderwijs";
7° in punt 31° wordt de zinsnede "artikel 2, 19°, van het flexibiliseringsdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel I.3, 56°, van de Codex Hoger Onderwijs";
8° punt 37° wordt opgeheven;
9° in punt 43° wordt de zinsnede "artikel 2, 26°, van het flexibiliseringsdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel I.3, 76°, van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.7. A l'article 5 du décret du 8 juin 2007 relatif à l'aide financière aux études de la Communauté flamande, modifié par les décrets des 4 juillet 2008, 9 juillet 2010, 17 décembre 2010 et 21 décembre 2012, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 3° est abrogé ;
2° au point 4°, le membre de phrase " article 7 du décret-restructuration " est remplacé par le membre de phrase " article II.1 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
3° au point 9°, le membre de phrase " article 2, 11°, du décret de flexibilisation " est remplacé par le membre de phrase " article I.3, 20°, du Code de l'Enseignement supérieur " ;
4° le point 14° est abrogé ;
5° au point 16/1°, a), le membre de phrase " telles que visées à l'article 12 du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " telles que visées à l'article II.58 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
6° au point 29°, le membre de phrase " article 2, 18°, du décret de flexibilisation " est remplacé par le membre de phrase " article I.3, 49°, du Code de l'Enseignement supérieur " ;
7° au point 31°, le membre de phrase " article 2, 19°, du décret de flexibilisation " est remplacé par le membre de phrase " article I.3, 56°, du Code de l'Enseignement supérieur " ;
8° le point 37° est abrogé ;
9° au point 43°, le membre de phrase " article 2, 26°, du décret de flexibilisation " est remplacé par le membre de phrase " article I.3, 76°, du Code de l'Enseignement supérieur ".
1° le point 3° est abrogé ;
2° au point 4°, le membre de phrase " article 7 du décret-restructuration " est remplacé par le membre de phrase " article II.1 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
3° au point 9°, le membre de phrase " article 2, 11°, du décret de flexibilisation " est remplacé par le membre de phrase " article I.3, 20°, du Code de l'Enseignement supérieur " ;
4° le point 14° est abrogé ;
5° au point 16/1°, a), le membre de phrase " telles que visées à l'article 12 du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " telles que visées à l'article II.58 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
6° au point 29°, le membre de phrase " article 2, 18°, du décret de flexibilisation " est remplacé par le membre de phrase " article I.3, 49°, du Code de l'Enseignement supérieur " ;
7° au point 31°, le membre de phrase " article 2, 19°, du décret de flexibilisation " est remplacé par le membre de phrase " article I.3, 56°, du Code de l'Enseignement supérieur " ;
8° le point 37° est abrogé ;
9° au point 43°, le membre de phrase " article 2, 26°, du décret de flexibilisation " est remplacé par le membre de phrase " article I.3, 76°, du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.8. In artikel 20 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, 1°, wordt de zinsnede "artikel 56, § 2, van het structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.133, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs";
2° in paragraaf 1, tweede lid, 2°, wordt de zinsnede "artikel 86 of artikel 94 van het structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.171 of II.172 van de Codex Hoger Onderwijs".
1° in paragraaf 1, tweede lid, 1°, wordt de zinsnede "artikel 56, § 2, van het structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.133, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs";
2° in paragraaf 1, tweede lid, 2°, wordt de zinsnede "artikel 86 of artikel 94 van het structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.171 of II.172 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.8. A l'article 20 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, alinéa deux, 1°, le membre de phrase " article 56, § 2, du décret-restructuration " est remplacé par le membre de phrase " article II.133, § 2, du Code de l'Enseignement supérieur " ;
2° au paragraphe 1er, alinéa deux, 2°, le membre de phrase " article 86 ou l'article 94 du décret-restructuration " est remplacé par le membre de phrase " article II.171 ou II.172 du Code de l'Enseignement supérieur ".
1° au paragraphe 1er, alinéa deux, 1°, le membre de phrase " article 56, § 2, du décret-restructuration " est remplacé par le membre de phrase " article II.133, § 2, du Code de l'Enseignement supérieur " ;
2° au paragraphe 1er, alinéa deux, 2°, le membre de phrase " article 86 ou l'article 94 du décret-restructuration " est remplacé par le membre de phrase " article II.171 ou II.172 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.9. In artikel 27, § 1, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 4 juli 2008, wordt de zinsnede "artikel 25 van het Flexibiliseringsdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.199 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.9. A l'article 27, § 1er, alinéa premier, 1°, du même décret, remplacé par le décret du 4 juillet 2008, le membre de phrase " l'article 25 du décret de flexibilisation " est remplacée par le membre de phrase " l'article II.199 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.10. In artikel 30, § 2, 2°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 9 juli 2010 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt de zinsnede "artikel 9 van het Structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.23 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.10. A l'article 30, § 2, 2°, du même décret, inséré par le décret du 9 juillet 2010 et modifié par le décret du 25 avril 2014, le membre de phrase " l'article 9 du décret-restructuration " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.23 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.11. In artikel 2, 43°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs wordt de zinsnede "zoals vermeld in artikel 2, 22°, van het decreet van 30 april 2004 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen" vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel I.3, 67°, van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.11. A l'article 2, 43°, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, le membre de phrase " telle que visée à l'article 2, point 22°, du décret du 30 avril 2004 relatif à la flexibilisation de l'enseignement supérieur en Flandre et portant des mesures urgentes en matière d'enseignement supérieur " est remplacé par le membre de phrase " telle que visée à l'article I.3, 67°, du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.12. In artikel 8 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 12 juli 2013, wordt de zinsnede "artikel 23, § 1, van het decreet van 4 april 2003, betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "artikel II.71, § 1, van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.12. A l'article 8 du même décret, remplacé par le décret du 12 juillet 2013, le membre de phrase " l'article 23, § 1er, du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.71, § 1er, du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.13. In artikel 54 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 1 juli 2011, wordt de zinsnede "Artikel 93 en artikel 93bis van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "Artikel II.122 en II.125 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.13. A l'article 54 du même décret, remplacé par le décret du 1er juillet 2011, le membre de phrase " Les articles 93 et 93bis du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " Les articles II.122 et II.125 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.14. In artikel 64, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 23 december 2011, wordt de zinsnede "artikel 93 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "artikel II.122 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.14. A l'article 64, § 2, alinéa deux, du même décret, remplacé par le décret du 23 décembre 2011, le membre de phrase " l'article 93 du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.122 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.15. In artikel 97bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 12 juli 2013, wordt de zinsnede "als vermeld in artikel 57ter, 63/1 en artikel 129, § 6, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel II.138, II.155 en II.378, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.15. A l'article 97bis du même décret, inséré par le décret du 12 juillet 2013, le membre de phrase " tel que visé aux articles 57ter, 63/1 et 129, § 6, du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " tel que visé aux articles II.138, II.155 et II.378, § 2, du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.16. In artikel 2 van het decreet van 20 juni 2008 houdende het statuut van de Universiteit Hasselt en de Hoge Raad voor het Hoger Onderwijs in Limburg worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 1° wordt opgeheven;
2° in punt 2° wordt de zinsnede "bedoeld in artikelen 64 en 65 van het Universiteitendecreet" vervangen door de zinsnede "vermeld in de artikelen V.3 en V.4 van de Codex Hoger Onderwijs";
3° in punt 3° wordt de zinsnede "bedoeld in artikel 64 en artikelen 66 tot en met 69, van het Universiteitendecreet" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel V.3 en artikel V.5 tot en met V.8, van de Codex Hoger Onderwijs";
4° in punt 4° wordt de zinsnede "artikel 107 en volgende van het Universiteitendecreet" vervangen door de zinsnede "artikel V.47 tot en met V.63, van de Codex Hoger Onderwijs".
1° punt 1° wordt opgeheven;
2° in punt 2° wordt de zinsnede "bedoeld in artikelen 64 en 65 van het Universiteitendecreet" vervangen door de zinsnede "vermeld in de artikelen V.3 en V.4 van de Codex Hoger Onderwijs";
3° in punt 3° wordt de zinsnede "bedoeld in artikel 64 en artikelen 66 tot en met 69, van het Universiteitendecreet" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel V.3 en artikel V.5 tot en met V.8, van de Codex Hoger Onderwijs";
4° in punt 4° wordt de zinsnede "artikel 107 en volgende van het Universiteitendecreet" vervangen door de zinsnede "artikel V.47 tot en met V.63, van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.16. A l'article 2 du décret du 20 juin 2008 portant le statut de l'Universiteit Hasselt et du " Hoge Raad voor het Hoger Onderwijs in Limburg " (Conseil supérieur de l'Enseignement supérieur au Limbourg) sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 1° est abrogé ;
2° au point 2°, le membre de phrase " visés aux articles 64 et 65 du Décret-universités " est remplacé par le membre de phrase " visés aux articles V.3 et V.4 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
3° au point 3°, le membre de phrase " visés à l'article 64 et aux articles 66 à 69 inclus du Décret-universités " est remplacé par le membre de phrase " visés à l'article V.3 et aux articles V.5 à V.8 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
4° au point 4°, le membre de phrase " visés à l'article 107 et suivants du Décret-universités " est remplacé par le membre de phrase " visés aux articles V.47 à V.63 du Code de l'Enseignement supérieur ".
1° le point 1° est abrogé ;
2° au point 2°, le membre de phrase " visés aux articles 64 et 65 du Décret-universités " est remplacé par le membre de phrase " visés aux articles V.3 et V.4 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
3° au point 3°, le membre de phrase " visés à l'article 64 et aux articles 66 à 69 inclus du Décret-universités " est remplacé par le membre de phrase " visés à l'article V.3 et aux articles V.5 à V.8 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
4° au point 4°, le membre de phrase " visés à l'article 107 et suivants du Décret-universités " est remplacé par le membre de phrase " visés aux articles V.47 à V.63 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.17. In artikel 7 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2012 en 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het derde lid wordt de zinsnede "artikel II.61 van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de participatie in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "artikel II.327 van de Codex Hoger Onderwijs";
2° in het vierde lid, 1°, 2° en 3°, wordt de zinsnede "bedoeld in artikel 171decies van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel V.209 van de Codex Hoger Onderwijs".
1° in het derde lid wordt de zinsnede "artikel II.61 van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de participatie in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "artikel II.327 van de Codex Hoger Onderwijs";
2° in het vierde lid, 1°, 2° en 3°, wordt de zinsnede "bedoeld in artikel 171decies van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel V.209 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.17. A l'article 7 du même décret, modifié par les décrets des 13 juillet 2012 et 25 avril 2014, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le troisième alinéa, le membre de phrase " l'article II.61 du décret du 19 mars 2004 relatif au statut de l'étudiant, à la participation dans l'enseignement supérieur, l'intégration de certaines sections de l'enseignement supérieur de promotion sociale dans les instituts supérieurs et l'accompagnement de la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.327 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
2° à l'alinéa quatre, 1°, 2° et 3°, le membre de phrase " visé à l'article 171decies du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article V.209 du Code de l'Enseignement supérieur ".
1° dans le troisième alinéa, le membre de phrase " l'article II.61 du décret du 19 mars 2004 relatif au statut de l'étudiant, à la participation dans l'enseignement supérieur, l'intégration de certaines sections de l'enseignement supérieur de promotion sociale dans les instituts supérieurs et l'accompagnement de la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.327 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
2° à l'alinéa quatre, 1°, 2° et 3°, le membre de phrase " visé à l'article 171decies du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article V.209 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.18. In artikel 10, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "artikel II.51, § 2, eerste lid, 1°, juncto artikel II.93, § 2, van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de participatie in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "artikel II.317, § 2, eerste lid, 1°, en artikel II.355, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.18. A l'article 10, alinéa deux, du même décret, le membre de phrase " l'article II.51, § 2, premier alinéa, 1°, combiné avec l'article II.93, § 2, du décret du 19 mars 2004 relatif au statut de l'étudiant, à la participation dans l'enseignement supérieur, l'intégration de certaines sections de l'enseignement supérieur de promotion sociale dans les instituts supérieurs et l'accompagnement de la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.317, § 2, alinéa premier, 1° et l'article II.355, § 2, du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.19. In artikel 25, 29 en 34, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "artikel 100 van het Universiteitendecreet" vervangen door de zinsnede "artikel V.39 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.19. Aux articles 25, 29 et 34, alinéa premier, du même décret, le membre de phrase " l'article 100 du Décret-universités " est remplacé par le membre de phrase " l'article V.39 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.20. In artikel 2, § 3, van het decreet van 20 februari 2009 betreffende de Hogere Zeevaartschool, gewijzigd bij de decreten van 18 december 2009, 1 juni 2012 en 21 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "vermeld in artikel 9, § 5, van het decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en universiteiten in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel III.5, § 9, van de Codex Hoger Onderwijs";
2° in het derde lid wordt de zinsnede "vermeld in artikel 9, § 5, tweede lid, van het decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel III.5, § 9, tweede lid, van de Codex Hoger Onderwijs".
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "vermeld in artikel 9, § 5, van het decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en universiteiten in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel III.5, § 9, van de Codex Hoger Onderwijs";
2° in het derde lid wordt de zinsnede "vermeld in artikel 9, § 5, tweede lid, van het decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel III.5, § 9, tweede lid, van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.20. A l'article 2, § 3, du décret du 20 février 2009 relatif à la Hogere Zeevaartschool, modifié par les décrets des 18 décembre 2009, 1er juin 2012 et 21 décembre 2012, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le troisième alinéa, le membre de phrase " visée à l'article 9, § 5, du décret du 14 mars 2008 relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " visée à l'article III.5, § 9, du Code de l'Enseignement supérieur " ;
2° dans le troisième alinéa, le membre de phrase " visée à l'article 9, § 5, alinéa deux, du décret du 14 mars 2008 relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " visée à l'article III.5, § 9, alinéa deux, du Code de l'Enseignement supérieur ".
1° dans le troisième alinéa, le membre de phrase " visée à l'article 9, § 5, du décret du 14 mars 2008 relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " visée à l'article III.5, § 9, du Code de l'Enseignement supérieur " ;
2° dans le troisième alinéa, le membre de phrase " visée à l'article 9, § 5, alinéa deux, du décret du 14 mars 2008 relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " visée à l'article III.5, § 9, alinéa deux, du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.21. In artikel 3, § 3, derde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2009, wordt de zinsnede "het eerste of het tweede lid van artikel 31, § 4, van het decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en universiteiten in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "artikel III.24, § 4, eerste en tweede lid, van de Codex Hoger Onderwijs" en wordt de zinsnede "het eerste lid van artikel 31, § 4, van het decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en universiteiten in Vlaanderen" vervangen door de woorden "artikel III.24, § 4, eerste lid, van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.21. A l'article 3, § 3, alinéa trois, du même décret, inséré par le décret du 18 décembre 2009, le membre de phrase " du premier ou du deuxième alinéa de l'article 31, § 4, du décret du 14 mars 2008 relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " de l'article III.24, § 4, alinéa premier et deux, du Code de l'Enseignement supérieur " et le membre de phrase " au premier alinéa de l'article 31, § 4, du décret du 14 mars 2008 relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " à l'article III.24, § 4, alinéa premier, du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.22. In artikel 2 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2012 en 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 2° wordt opgeheven;
2° in punt 4° wordt de zinsnede "als vermeld in artikel 4 van het Structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel II.2 van de Codex Hoger Onderwijs";
3° in punt 5° wordt de zinsnede "als vermeld in artikel 5 van het Structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel II.3 van de Codex Hoger Onderwijs";
4° in punt 6° wordt de zinsnede "artikel 97 van het Structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.8 van de Codex Hoger Onderwijs";
5° in punt 7° wordt de zinsnede "artikel 7 of 8 van het Structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.1 of II.6 van de Codex Hoger Onderwijs";
6° in punt 8° wordt de zinsnede "artikel 2 van het decreet van 18 mei 1999 betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor post initieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening" vervangen door de zinsnede "artikel III.115 van de Codex Hoger Onderwijs".
1° punt 2° wordt opgeheven;
2° in punt 4° wordt de zinsnede "als vermeld in artikel 4 van het Structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel II.2 van de Codex Hoger Onderwijs";
3° in punt 5° wordt de zinsnede "als vermeld in artikel 5 van het Structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel II.3 van de Codex Hoger Onderwijs";
4° in punt 6° wordt de zinsnede "artikel 97 van het Structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.8 van de Codex Hoger Onderwijs";
5° in punt 7° wordt de zinsnede "artikel 7 of 8 van het Structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.1 of II.6 van de Codex Hoger Onderwijs";
6° in punt 8° wordt de zinsnede "artikel 2 van het decreet van 18 mei 1999 betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor post initieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening" vervangen door de zinsnede "artikel III.115 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.22. A l'article 2 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'organisation et au financement de la politique en matière de sciences et d'innovation, modifié par les décrets des 21 décembre 2012 et 25 avril 2014, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 2° est abrogé ;
2° au point 4°, le membre de phrase " telle que visée à l'article 4 du Décret de restructuration " est remplacé par le membre de phrase " telle que visée à l'article II.2 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
3° au point 5°, le membre de phrase " telle que visée à l'article 5 du Décret de restructuration " est remplacé par le membre de phrase " telle que visée à l'article II.3 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
4° au point 6°, le membre de phrase " l'article 97 du décret-restructuration " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.8 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
5° au point 7°, le membre de phrase " l'article 7 ou 8 du décret-restructuration " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.1 ou II.6 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
6° au point 8°, le membre de phrase " l'article 2 du décret du 18 mai 1999 relatif à certains établissements d'intérêt public pour l'enseignement post-initial, la recherche et les services scientifiques " est remplacé par le membre de phrase " l'article III.115 du Code de l'Enseignement supérieur ".
1° le point 2° est abrogé ;
2° au point 4°, le membre de phrase " telle que visée à l'article 4 du Décret de restructuration " est remplacé par le membre de phrase " telle que visée à l'article II.2 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
3° au point 5°, le membre de phrase " telle que visée à l'article 5 du Décret de restructuration " est remplacé par le membre de phrase " telle que visée à l'article II.3 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
4° au point 6°, le membre de phrase " l'article 97 du décret-restructuration " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.8 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
5° au point 7°, le membre de phrase " l'article 7 ou 8 du décret-restructuration " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.1 ou II.6 du Code de l'Enseignement supérieur " ;
6° au point 8°, le membre de phrase " l'article 2 du décret du 18 mai 1999 relatif à certains établissements d'intérêt public pour l'enseignement post-initial, la recherche et les services scientifiques " est remplacé par le membre de phrase " l'article III.115 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.23. In artikel 22/1, § 1, eerste lid, 2°, a), 2), van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, wordt de zinsnede "artikel 169quater van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap" vervangen door de zinsnede "artikel II.5 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.23. A l'article 22/1, § 1er, alinéa premier, 2°, a), 2), du même décret, inséré par le décret du 25 avril 2014, le membre de phrase " l'article 169quater du décret du 12 juin 1991 relatif aux universités dans la Communauté flamande " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.5 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.24. In artikel 58, eerste lid, van hetzelfde decreet, wordt de zinsnede "artikel 101bis van het Structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.12 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.24. A l'article 58, alinéa premier, du même décret, le membre de phrase " l'article 101bis du décret-restructuration " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.12 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.25. In artikel 63/1, § 4, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2012, wordt de zinsnede "zoals vermeld in hoofdstuk II, artikelen 5 en 6, van het decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel III.1, eerste lid, en III.2 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.25. A l'article 63/1, § 4, alinéa premier, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2012, le membre de phrase " visée au chapitre II, articles 5 et 6 du décret du 14 mars 2008 relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " visée aux articles III.1, alinéa premier, et III.2, du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.26. In artikel 63/2, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2012, wordt de zinsnede "8ter, § 3, 7°, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "artikel II.375, eerste lid, 7°, van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.26. A l'article 63/2, alinéa deux, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2012, le membre de phrase " l'article 8ter, § 3, 7°, du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.375, alinéa premier, 7°, du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.27. In artikel 2, 9°, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur wordt de zinsnede "zoals vermeld in de artikelen 7 en 8 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel II.1 en II.6 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.27. A l'article 2, 9°, du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications, le membre de phrase " telles que visées aux articles 7 et 8 du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " telles que visées aux articles II.1 et II.6, du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.28. In artikel 6, § 2, van hetzelfde decreet, wordt de zinsnede "artikel 58, § 2, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering in het hoger onderwijs" vervangen door de zinsnede "artikel II.141 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.28. A l'article 6, § 2, du même décret, le membre de phrase " l'article 58, § 2, du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.141 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.29. In artikel 15/1, § 3, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 12 juli 2013, wordt de zinsnede "zoals vermeld in artikel 9 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel II.23 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.29. A l'article 15/1, § 3, du même décret, inséré par le décret du 12 juillet 2013, le membre de phrase " telle que mentionnée à l'article 9 du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " telle que mentionnée à l'article II.23 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.30. In artikel 16 van hetzelfde decreet, wordt de zinsnede "artikel 5bis van het decreet van 30 april 2004 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen" vervangen door de zinsnede "artikel II.68 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.30. A l'article 16 du même décret, le membre de phrase " l'article 5bis du décret du 30 avril 2004 relatif à la flexibilisation de l'enseignement supérieur en Flandre et portant des mesures urgentes en matière d'enseignement supérieur " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.68 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.31. In artikel 17, derde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 9 juli 2010, wordt de zinsnede "van artikel 58, § 2, 4°, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel II.141, 4°, van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.31. A l'article 17, alinéa trois, du même décret, inséré par le décret du 9 juillet 2010, le membre de phrase " à l'article 58, § 2, 4°, du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " à l'article II.141, 4°, du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.32. In artikel 26 van het decreet van 21 december 2012 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2013, gewijzigd bij het decreet van 5 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 3, 1°, wordt de zinsnede "zoals vermeld in artikel 68, § 3, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel II.187, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs";
2° in paragraaf 3, 3°, wordt de zinsnede "artikel 88 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, gewijzigd bij de decreten van 19 maart 2004 en 1 juli 2011" vervangen door de zinsnede "artikel II.256 van de Codex Hoger Onderwijs".
1° in paragraaf 3, 1°, wordt de zinsnede "zoals vermeld in artikel 68, § 3, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel II.187, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs";
2° in paragraaf 3, 3°, wordt de zinsnede "artikel 88 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, gewijzigd bij de decreten van 19 maart 2004 en 1 juli 2011" vervangen door de zinsnede "artikel II.256 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.32. A l'article 26 du décret du 21 décembre 2012 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2013, modifié par le décret du 5 juillet 2013, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 3, 1°, le membre de phrase " tel que visé à l'article 68, § 3, du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article II.187, § 2, du Code de l'Enseignement supérieur " ;
2° au paragraphe 3, 3°, le membre de phrase " l'article 88 du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre, modifiés par les décrets des 19 mars 2004 et 1er juillet 2011 " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.256 du Code de l'Enseignement supérieur ".
1° au paragraphe 3, 1°, le membre de phrase " tel que visé à l'article 68, § 3, du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article II.187, § 2, du Code de l'Enseignement supérieur " ;
2° au paragraphe 3, 3°, le membre de phrase " l'article 88 du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre, modifiés par les décrets des 19 mars 2004 et 1er juillet 2011 " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.256 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Afdeling II. - Decreet betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs
Section II. - Décret relatif à l'enseignement secondaire après secondaire et l'enseignement supérieur professionnel hbo5
Art. IV.33. In artikel 3 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, gewijzigd bij de decreten van 17 december 2010, 1 juli 2011 en 12 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° er wordt een punt 1° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"1° /1 afstudeerrichting: een differentiatie in een opleidingsprofiel met een studieomvang die ten minste een zesde en maximum de helft van de totale studieomvang van de opleiding bedraagt. De differentiatie is gebaseerd op de erkende beroepskwalificaties die behoren tot de onderwijskwalificatie;";
2° er wordt een punt 3° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"3° /1 creditbewijs: de erkenning van het feit dat een cursist volgens een examen de competenties, verbonden aan een opleidingsonderdeel, heeft verworven. Deze erkenning wordt vastgelegd in een document of een registratie. De verworven studiepunten, verbonden aan het betrokken opleidingsonderdeel, worden aangeduid als ``credits;";
3° in punt 4° wordt de zinsnede "titel I, hoofdstuk I, afdeling 5, onderafdeling 1, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "vermeld in deel 2, titel 2, hoofdstuk 1, van de Codex Hoger Onderwijs";
4° in punt 6° wordt de zinsnede "artikel II.1, 15°, van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de medezeggenschap in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "artikel I.3, 59°, van de Codex Hoger Onderwijs";
5° punt 13° wordt vervangen door wat volgt:
"13° module: een onderdeel van een modulaire opleiding, dat overeenstemt met een bepaalde inhoud en omvang. Een module omvat één of meerdere domeinspecifieke leerresultaten en wordt samenwerkingsverband overstijgend vastgelegd, waardoor automatische uitwisselbaarheid op moduleniveau tussen de samenwerkingsverbanden gegarandeerd is. Een samenwerkingsverband verdeelt een module in één of meer opleidingsonderdelen. Een module wordt bekrachtigd met een modulebewijs. Een module telt minimaal 3 studiepunten en maximaal 20 studiepunten, met uitzondering van een module werkplekleren/integratie die meer studiepunten kan tellen;";
6° er wordt een punt 13° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"13° /1 modulebewijs: een van rechtswege erkend studiebewijs, door de betrokken partners van het samenwerkingsverband uitgereikt aan een cursist die een module van een opleiding van het hoger beroepsonderwijs met goed gevolg heeft beëindigd;";
7° er wordt een punt 16° /1 en een punt 16° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
"16° /1 opleidingsonderdeel: een afgebakend geheel van onderwijs-, leer- en evaluatieactiviteiten dat gericht is op het verwerven van welomschreven competenties op het gebied van kennis, vaardigheden en attitudes. De studieomvang van een opleidingsonderdeel bedraagt ten minste 3 studiepunten;
16° /2 opleidingsprofiel: een in modules geordende opsomming van de competenties van een onderwijskwalificatie binnen een opleiding;";
8° punt 17° wordt vervangen door wat volgt:
"17° studieomvang: het aantal studiepunten, toegekend aan een opleidingsonderdeel, een module of aan een opleiding. Voor wat echter de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs betreft, wordt de studieomvang in een andere eenheid dan in studiepunten uitgedrukt;";
9° punt 18° wordt vervangen door wat volgt:
"18° studiepunt: een binnen de Vlaamse Gemeenschap aanvaarde internationale eenheid die overeenstemt met ten minste 25 en ten hoogste 30 uren voorgeschreven onderwijs-, leer- en evaluatieactiviteiten en waarmee de studieomvang van elke opleiding, elke module of elk opleidingsonderdeel, met uitzondering van de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs, wordt uitgedrukt;";
10° er wordt een punt 19° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"19° /1 volgtijdelijkheid: de in het opleidingsprofiel of het opleidingsprogramma bepaalde regels betreffende het gevolgd hebben van of het geslaagd zijn voor een module of opleidingsonderdeel, vooraleer een cursist examen kan doen over of zich kan inschrijven voor een andere module of een ander opleidingsonderdeel;";
11° punt 20° wordt vervangen door wat volgt:
"20° werkplekleren: leeractiviteiten die gericht zijn op het verwerven van algemene en/of beroepsgerichte competenties, waarbij de arbeidssituatie de leeromgeving is. Het werkplekleren vormt een relevant aandeel van elke hbo5-opleiding. Als minimale norm geldt een derde van de studieomvang;".
1° er wordt een punt 1° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"1° /1 afstudeerrichting: een differentiatie in een opleidingsprofiel met een studieomvang die ten minste een zesde en maximum de helft van de totale studieomvang van de opleiding bedraagt. De differentiatie is gebaseerd op de erkende beroepskwalificaties die behoren tot de onderwijskwalificatie;";
2° er wordt een punt 3° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"3° /1 creditbewijs: de erkenning van het feit dat een cursist volgens een examen de competenties, verbonden aan een opleidingsonderdeel, heeft verworven. Deze erkenning wordt vastgelegd in een document of een registratie. De verworven studiepunten, verbonden aan het betrokken opleidingsonderdeel, worden aangeduid als ``credits;";
3° in punt 4° wordt de zinsnede "titel I, hoofdstuk I, afdeling 5, onderafdeling 1, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "vermeld in deel 2, titel 2, hoofdstuk 1, van de Codex Hoger Onderwijs";
4° in punt 6° wordt de zinsnede "artikel II.1, 15°, van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de medezeggenschap in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "artikel I.3, 59°, van de Codex Hoger Onderwijs";
5° punt 13° wordt vervangen door wat volgt:
"13° module: een onderdeel van een modulaire opleiding, dat overeenstemt met een bepaalde inhoud en omvang. Een module omvat één of meerdere domeinspecifieke leerresultaten en wordt samenwerkingsverband overstijgend vastgelegd, waardoor automatische uitwisselbaarheid op moduleniveau tussen de samenwerkingsverbanden gegarandeerd is. Een samenwerkingsverband verdeelt een module in één of meer opleidingsonderdelen. Een module wordt bekrachtigd met een modulebewijs. Een module telt minimaal 3 studiepunten en maximaal 20 studiepunten, met uitzondering van een module werkplekleren/integratie die meer studiepunten kan tellen;";
6° er wordt een punt 13° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"13° /1 modulebewijs: een van rechtswege erkend studiebewijs, door de betrokken partners van het samenwerkingsverband uitgereikt aan een cursist die een module van een opleiding van het hoger beroepsonderwijs met goed gevolg heeft beëindigd;";
7° er wordt een punt 16° /1 en een punt 16° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
"16° /1 opleidingsonderdeel: een afgebakend geheel van onderwijs-, leer- en evaluatieactiviteiten dat gericht is op het verwerven van welomschreven competenties op het gebied van kennis, vaardigheden en attitudes. De studieomvang van een opleidingsonderdeel bedraagt ten minste 3 studiepunten;
16° /2 opleidingsprofiel: een in modules geordende opsomming van de competenties van een onderwijskwalificatie binnen een opleiding;";
8° punt 17° wordt vervangen door wat volgt:
"17° studieomvang: het aantal studiepunten, toegekend aan een opleidingsonderdeel, een module of aan een opleiding. Voor wat echter de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs betreft, wordt de studieomvang in een andere eenheid dan in studiepunten uitgedrukt;";
9° punt 18° wordt vervangen door wat volgt:
"18° studiepunt: een binnen de Vlaamse Gemeenschap aanvaarde internationale eenheid die overeenstemt met ten minste 25 en ten hoogste 30 uren voorgeschreven onderwijs-, leer- en evaluatieactiviteiten en waarmee de studieomvang van elke opleiding, elke module of elk opleidingsonderdeel, met uitzondering van de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs, wordt uitgedrukt;";
10° er wordt een punt 19° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"19° /1 volgtijdelijkheid: de in het opleidingsprofiel of het opleidingsprogramma bepaalde regels betreffende het gevolgd hebben van of het geslaagd zijn voor een module of opleidingsonderdeel, vooraleer een cursist examen kan doen over of zich kan inschrijven voor een andere module of een ander opleidingsonderdeel;";
11° punt 20° wordt vervangen door wat volgt:
"20° werkplekleren: leeractiviteiten die gericht zijn op het verwerven van algemene en/of beroepsgerichte competenties, waarbij de arbeidssituatie de leeromgeving is. Het werkplekleren vormt een relevant aandeel van elke hbo5-opleiding. Als minimale norm geldt een derde van de studieomvang;".
Art. IV.33. A l'article 3 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'enseignement secondaire après secondaire et l'enseignement supérieur professionnel hbo5, modifié par les décrets des 17 décembre 2010, 1er juillet 2011 et 12 juillet 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° il est inséré un point 1° /1 rédigé comme suit :
" 1° /1 orientation diplômante : une différentiation dans un profil de formation ayant un volume des études égal à 1/6 au minimum et la moitié au maximum du volume total des études de la formation. La différentiation est basée sur les qualifications professionnelles reconnues appartenant à la qualification d'enseignement ; " ;
2° il est inséré un point 3° /1 rédigé comme suit :
" 3° /1 attestation de crédits : la reconnaissance du fait, qu'un apprenant a acquis, moyennant un examen, les compétences liées à une subdivision de formation. Cette reconnaissance est fixée dans un document ou un enregistrement. Les unités d'études acquises liées à la subdivision de formation concernée sont qualifiées de " crédits " ;
3° au point 4°, le membre de phrase " telle que visée au titre Ier, chapitre Ier, section 5, sous-section 1re du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " visée à la partie 2, titre 2, chapitre 1er, du Code de l'Enseignement supérieur " ;
4° au point 6, le membre de phrase " l'article II.1, 15°, du décret du 19 mars 2004 relatif au statut de l'étudiant, à la participation dans l'enseignement supérieur, l'intégration de certaines sections de l'enseignement supérieur de promotion sociale dans les instituts supérieurs et l'accompagnement de la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " l'article I.3, 59°, du Code de l'Enseignement supérieur " ;
5° le point 13° est remplacé par ce qui suit :
" 13° module : une subdivision d'une formation modulaire, correspondant à un contenu et un volume déterminés. Un module comprend un ou plusieurs acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine et est déterminé au-delà des structures de coopération, garantissant une l'interchangeabilité automatique au niveau des modules entre les structures de coopération. Une structure de coopération divise un module en une ou plusieurs subdivisions de formation. Un module est sanctionné par un certificat de module. Un module compte au moins 3 unités d'études et 20 unités d'études au maximum, à l'exception d'un module " werkplekleren/integratie " (apprentissage sur le lieu de travail/intégration), qui peut compter plus d'unités d'études ; " ;
6° il est inséré un point 13° /1 rédigé comme suit :
" 13° /1 certificat de module : un titre reconnu de plein droit délivré par les partenaires intéressés de la structure de coopération à un apprenant ayant accompli avec succès un module d'une formation de l'enseignement supérieur professionnel hbo5 ; " ;
7° un point 16° /1 et un point 16° /2 sont insérés, qui s'énoncent comme suit :
" 16° /1 subdivision de formation : un ensemble délimité d'activités d'enseignement, d'apprentissage et d'évaluation axé sur l'acquisition de compétences bien précisées en matière de connaissances, aptitudes et attitudes. Le volume des études d'une subdivision de formation s'élève à 3 unités d'études au moins ;
16° /2 profil de formation : une énumération ordonnée en modules de compétences d'une qualification d'enseignement au sein d'une formation ; " ;
8° le point 17° est remplacé par ce qui suit :
" 17° volume des études : le nombre d'unités d'études attribué à une subdivision de formation, un module ou une formation. Cependant, pour ce qui est de la formation de nursing de l'enseignement supérieur professionnel hbo5, le volume des études est exprimé dans une unité autre que des unités d'études ; " ;
9° le point 18° est remplacé par ce qui suit :
" 18° unité d'études : une unité internationale acceptée au sein de la Communauté flamande correspondant à au moins 25 et au maximum 30 heures d'activités d'enseignement, d'apprentissage et d'évaluation prescrites et par laquelle est exprimé le volume des études de toute formation, tout module ou toute subdivision de formation, à l'exception de la formation de nursing de l'enseignement supérieur professionnel hbo5 ; " ;
10° il est inséré un point 19° /1 rédigé comme suit :
" 19° /1 succession dans le temps : les règles définies dans le profil de formation ou le programme de formation concernant le fait d'avoir suivi ou d'avoir passé avec succès un module ou une subdivision de formation, avant que l'apprenant puisse passer un examen sur un autre module ou une autre subdivision de formation ; " ;
11° le point 20° est remplacé par ce qui suit :
" 20° apprentissage sur le lieu de travail : des activités d'apprentissage visant l'acquisition de compétences générales et/ou professionnelles, la situation de travail étant l'environnement d'apprentissage. L'apprentissage sur le lieu du travail constitue une part pertinente de toute formation hbo5. Un tiers du volume des études vaut comme norme minimale ; ".
1° il est inséré un point 1° /1 rédigé comme suit :
" 1° /1 orientation diplômante : une différentiation dans un profil de formation ayant un volume des études égal à 1/6 au minimum et la moitié au maximum du volume total des études de la formation. La différentiation est basée sur les qualifications professionnelles reconnues appartenant à la qualification d'enseignement ; " ;
2° il est inséré un point 3° /1 rédigé comme suit :
" 3° /1 attestation de crédits : la reconnaissance du fait, qu'un apprenant a acquis, moyennant un examen, les compétences liées à une subdivision de formation. Cette reconnaissance est fixée dans un document ou un enregistrement. Les unités d'études acquises liées à la subdivision de formation concernée sont qualifiées de " crédits " ;
3° au point 4°, le membre de phrase " telle que visée au titre Ier, chapitre Ier, section 5, sous-section 1re du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " visée à la partie 2, titre 2, chapitre 1er, du Code de l'Enseignement supérieur " ;
4° au point 6, le membre de phrase " l'article II.1, 15°, du décret du 19 mars 2004 relatif au statut de l'étudiant, à la participation dans l'enseignement supérieur, l'intégration de certaines sections de l'enseignement supérieur de promotion sociale dans les instituts supérieurs et l'accompagnement de la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " l'article I.3, 59°, du Code de l'Enseignement supérieur " ;
5° le point 13° est remplacé par ce qui suit :
" 13° module : une subdivision d'une formation modulaire, correspondant à un contenu et un volume déterminés. Un module comprend un ou plusieurs acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine et est déterminé au-delà des structures de coopération, garantissant une l'interchangeabilité automatique au niveau des modules entre les structures de coopération. Une structure de coopération divise un module en une ou plusieurs subdivisions de formation. Un module est sanctionné par un certificat de module. Un module compte au moins 3 unités d'études et 20 unités d'études au maximum, à l'exception d'un module " werkplekleren/integratie " (apprentissage sur le lieu de travail/intégration), qui peut compter plus d'unités d'études ; " ;
6° il est inséré un point 13° /1 rédigé comme suit :
" 13° /1 certificat de module : un titre reconnu de plein droit délivré par les partenaires intéressés de la structure de coopération à un apprenant ayant accompli avec succès un module d'une formation de l'enseignement supérieur professionnel hbo5 ; " ;
7° un point 16° /1 et un point 16° /2 sont insérés, qui s'énoncent comme suit :
" 16° /1 subdivision de formation : un ensemble délimité d'activités d'enseignement, d'apprentissage et d'évaluation axé sur l'acquisition de compétences bien précisées en matière de connaissances, aptitudes et attitudes. Le volume des études d'une subdivision de formation s'élève à 3 unités d'études au moins ;
16° /2 profil de formation : une énumération ordonnée en modules de compétences d'une qualification d'enseignement au sein d'une formation ; " ;
8° le point 17° est remplacé par ce qui suit :
" 17° volume des études : le nombre d'unités d'études attribué à une subdivision de formation, un module ou une formation. Cependant, pour ce qui est de la formation de nursing de l'enseignement supérieur professionnel hbo5, le volume des études est exprimé dans une unité autre que des unités d'études ; " ;
9° le point 18° est remplacé par ce qui suit :
" 18° unité d'études : une unité internationale acceptée au sein de la Communauté flamande correspondant à au moins 25 et au maximum 30 heures d'activités d'enseignement, d'apprentissage et d'évaluation prescrites et par laquelle est exprimé le volume des études de toute formation, tout module ou toute subdivision de formation, à l'exception de la formation de nursing de l'enseignement supérieur professionnel hbo5 ; " ;
10° il est inséré un point 19° /1 rédigé comme suit :
" 19° /1 succession dans le temps : les règles définies dans le profil de formation ou le programme de formation concernant le fait d'avoir suivi ou d'avoir passé avec succès un module ou une subdivision de formation, avant que l'apprenant puisse passer un examen sur un autre module ou une autre subdivision de formation ; " ;
11° le point 20° est remplacé par ce qui suit :
" 20° apprentissage sur le lieu de travail : des activités d'apprentissage visant l'acquisition de compétences générales et/ou professionnelles, la situation de travail étant l'environnement d'apprentissage. L'apprentissage sur le lieu du travail constitue une part pertinente de toute formation hbo5. Un tiers du volume des études vaut comme norme minimale ; ".
Art. IV.34. In artikel 21/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 12 juli 2013, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt:
" § 1. Samenwerkingsverbanden die een hbo5-opleiding willen inrichten op basis van een onderwijskwalificatie waarvoor de verwantschap of de macrodoelmatigheid bepaald is, zoals vermeld in artikel 20 en 21, dienen samen een opleidingsprofiel uit te werken voor die hbo5-opleiding. Het opleidingsprofiel omvat ten minste:
1° een verwijzing naar het referentiekader, namelijk de erkende onderwijskwalificatie van niveau 5, en naar de descriptorelementen context, autonomie en verantwoordelijkheid;
2° het aantal modules;
3° het aantal studiepunten per module;
4° de verdeling van de competenties van de erkende onderwijskwalificatie over de domeinspecifieke leerresultaten en de verdeling van de domeinspecifieke leerresultaten over de modules binnen de opleiding;
5° als de modules in sequentieel verband dienen te staan, de volgtijdelijkheid van de modules.
Het aantal studiepunten per module als vermeld in het eerste lid, 3°, is steeds een geheel getal en bedraagt minstens drie.".
" § 1. Samenwerkingsverbanden die een hbo5-opleiding willen inrichten op basis van een onderwijskwalificatie waarvoor de verwantschap of de macrodoelmatigheid bepaald is, zoals vermeld in artikel 20 en 21, dienen samen een opleidingsprofiel uit te werken voor die hbo5-opleiding. Het opleidingsprofiel omvat ten minste:
1° een verwijzing naar het referentiekader, namelijk de erkende onderwijskwalificatie van niveau 5, en naar de descriptorelementen context, autonomie en verantwoordelijkheid;
2° het aantal modules;
3° het aantal studiepunten per module;
4° de verdeling van de competenties van de erkende onderwijskwalificatie over de domeinspecifieke leerresultaten en de verdeling van de domeinspecifieke leerresultaten over de modules binnen de opleiding;
5° als de modules in sequentieel verband dienen te staan, de volgtijdelijkheid van de modules.
Het aantal studiepunten per module als vermeld in het eerste lid, 3°, is steeds een geheel getal en bedraagt minstens drie.".
Art. IV.34. A l'article 21/1 du même décret, inséré par le décret du 12 juillet 2013, le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Des structures de coopération désireuses d'organiser une formation hbo5 sur la base d'une qualification d'enseignement pour laquelle a été définie la parenté ou la macro-efficacité, telle que prévue aux articles 20 et 21, doivent concourir à l'élaboration d'un profil de formation pour cette formation hbo5. Le profil de formation comprend au moins :
1° un renvoi au cadre de référence, à savoir la qualification d'enseignement reconnue de niveau 5 et aux éléments de descripteur contexte, autonomie et responsabilité ;
2° le nombre de modules ;
3° le nombre d'unités d'études par module ;
4° la répartition des compétences de la qualification d'enseignement reconnue parmi les acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine et la répartition des acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine parmi les modules au sein de la formation ;
5° si les modules doivent être organisés de façon séquentielle, la succession dans le temps des modules.
Le nombre d'unités d'études par module tel que visé à l'alinéa premier, 3°, est toujours un nombre entier et s'élève à au moins trois. ".
" § 1er. Des structures de coopération désireuses d'organiser une formation hbo5 sur la base d'une qualification d'enseignement pour laquelle a été définie la parenté ou la macro-efficacité, telle que prévue aux articles 20 et 21, doivent concourir à l'élaboration d'un profil de formation pour cette formation hbo5. Le profil de formation comprend au moins :
1° un renvoi au cadre de référence, à savoir la qualification d'enseignement reconnue de niveau 5 et aux éléments de descripteur contexte, autonomie et responsabilité ;
2° le nombre de modules ;
3° le nombre d'unités d'études par module ;
4° la répartition des compétences de la qualification d'enseignement reconnue parmi les acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine et la répartition des acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine parmi les modules au sein de la formation ;
5° si les modules doivent être organisés de façon séquentielle, la succession dans le temps des modules.
Le nombre d'unités d'études par module tel que visé à l'alinéa premier, 3°, est toujours un nombre entier et s'élève à au moins trois. ".
Art. IV.35. In artikel 51 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 12 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 5° wordt vervangen door wat volgt:
"5° het indienen van het dossier voor de omvorming van de opleidingen, vermeld in artikel 160 van dit decreet. Indien er binnen het samenwerkingsverband meerdere onderwijsinstellingen de onderwijsbevoegdheid hebben voor dezelfde opleiding, en indien deze opleiding verwant is bepaald met meerdere onderwijskwalificaties van niveau 5, zoals omschreven in artikel 20, wordt in het omvormingsdossier gemotiveerd welke bestaande opleiding wordt omgevormd naar welke nieuwe opleiding;";
2° punt 8° wordt vervangen door wat volgt:
"8° de opdeling van de modules van het opleidingsprofiel in opleidingsonderdelen en het vastleggen van het aantal lestijden en studiepunten per opleidingsonderdeel;";
3° in het punt 17° wordt de zinsnede "artikel 15ter van het decreet van 30 april 2004 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen" vervangen door de zinsnede "artikel II.177 van de Codex Hoger Onderwijs".
1° punt 5° wordt vervangen door wat volgt:
"5° het indienen van het dossier voor de omvorming van de opleidingen, vermeld in artikel 160 van dit decreet. Indien er binnen het samenwerkingsverband meerdere onderwijsinstellingen de onderwijsbevoegdheid hebben voor dezelfde opleiding, en indien deze opleiding verwant is bepaald met meerdere onderwijskwalificaties van niveau 5, zoals omschreven in artikel 20, wordt in het omvormingsdossier gemotiveerd welke bestaande opleiding wordt omgevormd naar welke nieuwe opleiding;";
2° punt 8° wordt vervangen door wat volgt:
"8° de opdeling van de modules van het opleidingsprofiel in opleidingsonderdelen en het vastleggen van het aantal lestijden en studiepunten per opleidingsonderdeel;";
3° in het punt 17° wordt de zinsnede "artikel 15ter van het decreet van 30 april 2004 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen" vervangen door de zinsnede "artikel II.177 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.35. A l'article 51 du même décret, remplacé par le décret du 12 juillet 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 5° est remplacé par ce qui suit :
" 5° le dépôt du dossier pour la transformation des formations visées à l'article 160 du présent décret. Si plusieurs établissements d'enseignement au sein de la structure de coopération ont la compétence d'enseignement pour la même formation, et si cette formation et apparentée à plusieurs qualifications d'enseignement de niveau 5, tel que décrit à l'article 20, il est motivé dans le dossier de transformation quelle formation existante est transformée en quelle nouvelle formation ; " ;
2° le point 8° est remplacé par ce qui suit :
" 8° la répartition des modules du profil de formation en subdivisions de formation et la détermination du nombre de périodes de cours et d'unités d'études par subdivision de formation ; " ;
3° au point 17°, le membre de phrase " l'article 15ter du décret du 30 avril 2004 relatif à la flexibilisation de l'enseignement supérieur en Flandre et portant des mesures urgentes en matière d'enseignement supérieur " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.177 du Code de l'Enseignement supérieur ".
1° le point 5° est remplacé par ce qui suit :
" 5° le dépôt du dossier pour la transformation des formations visées à l'article 160 du présent décret. Si plusieurs établissements d'enseignement au sein de la structure de coopération ont la compétence d'enseignement pour la même formation, et si cette formation et apparentée à plusieurs qualifications d'enseignement de niveau 5, tel que décrit à l'article 20, il est motivé dans le dossier de transformation quelle formation existante est transformée en quelle nouvelle formation ; " ;
2° le point 8° est remplacé par ce qui suit :
" 8° la répartition des modules du profil de formation en subdivisions de formation et la détermination du nombre de périodes de cours et d'unités d'études par subdivision de formation ; " ;
3° au point 17°, le membre de phrase " l'article 15ter du décret du 30 avril 2004 relatif à la flexibilisation de l'enseignement supérieur en Flandre et portant des mesures urgentes en matière d'enseignement supérieur " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.177 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Art. IV.36. Aan artikel 53 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juli 2013, wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De betrekking die een school van het voltijds secundair onderwijs inricht met uren-leraar of die een Centrum voor Volwassenenonderwijs inricht met leraars-uren, als vermeld in dit artikel, komt niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur of het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid in deze betrekking affecteren, muteren of vast benoemen.".
"De betrekking die een school van het voltijds secundair onderwijs inricht met uren-leraar of die een Centrum voor Volwassenenonderwijs inricht met leraars-uren, als vermeld in dit artikel, komt niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur of het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid in deze betrekking affecteren, muteren of vast benoemen.".
Art. IV.36. L'article 53 du même décret, remplacé par le décret du 13 juillet 2013, est complété par un alinéa six, rédigé comme suit :
" L'emploi créé par une école de l'enseignement secondaire à temps plein au moyen de périodes-professeur ou créé par un Centre d'éducation des adultes au moyen de périodes/enseignant, telles que visées au présent article, n'entre pas en ligne de compte pour une déclaration de vacance et l'autorité scolaire ou l'autorité du centre ne peut en aucun cas affecter, muter ou nommer un membre du personnel à titre définitif dans cet emploi. ".
" L'emploi créé par une école de l'enseignement secondaire à temps plein au moyen de périodes-professeur ou créé par un Centre d'éducation des adultes au moyen de périodes/enseignant, telles que visées au présent article, n'entre pas en ligne de compte pour une déclaration de vacance et l'autorité scolaire ou l'autorité du centre ne peut en aucun cas affecter, muter ou nommer un membre du personnel à titre définitif dans cet emploi. ".
Art. IV.37. In artikel 161/2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 12 juli 2013, wordt de zinsnede "artikel 9/1 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen" vervangen door de zinsnede "artikel II.24 van de Codex Hoger Onderwijs".
Art. IV.37. A l'article 161/2 du même décret, inséré par le décret du 12 juillet 2013, le membre de phrase " l'article 9/1 du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre " est remplacé par le membre de phrase " l'article II.24 du Code de l'Enseignement supérieur ".
Afdeling III. - Codex Hoger Onderwijs
Section III. - Code de l'Enseignement supérieur
Art. IV.38. In artikel I.2, § 5, van de Codex Hoger Onderwijs, gecodificeerd op 11 oktober 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de zinsnede "deel 3, titel 1, hoofdstuk 2, afdeling 2, artikel III.45," wordt vervangen door de zinsnede "artikel III.34 tot en met III.36, artikel III.39 tot en met III.43,";
2° aan het eerste lid, laatste zin, wordt de zinsnede ", artikel III.38, III.44 en III.45" toegevoegd.
1° de zinsnede "deel 3, titel 1, hoofdstuk 2, afdeling 2, artikel III.45," wordt vervangen door de zinsnede "artikel III.34 tot en met III.36, artikel III.39 tot en met III.43,";
2° aan het eerste lid, laatste zin, wordt de zinsnede ", artikel III.38, III.44 en III.45" toegevoegd.
Art. IV.38. A l'article I.2, § 5, du Code de l'Enseignement supérieur, codifié le 11 octobre 2013, sont apportées les modifications suivantes :
1° le membre de phrase " partie 3, titre 1er, chapitre 2, section 2, de l'article III.45, " est remplacé par le membre de phrase " des articles III.34 à III.36, des articles III.39 à III.43, " ;
2° la dernière phrase de l'alinéa premier est complétée par le membre de phrase " , l'article III.38, l'article III.44 et l'article III.45 ".
1° le membre de phrase " partie 3, titre 1er, chapitre 2, section 2, de l'article III.45, " est remplacé par le membre de phrase " des articles III.34 à III.36, des articles III.39 à III.43, " ;
2° la dernière phrase de l'alinéa premier est complétée par le membre de phrase " , l'article III.38, l'article III.44 et l'article III.45 ".
Art. IV.39. In artikel II.3 van dezelfde codex wordt punt 4° opgeheven.
Art. IV.39. A l'article II.3 du même Code, le point 4° est abrogé.
Art. IV.40. Artikel II.48 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:
"Art. II.48. De hogescholen, bedoeld in artikel II.3, richten onder de benaming Vlaamse Hogescholenraad, afgekort VLHORA, een stichting van openbaar nut op waarvan de statuten voldoen aan de voorwaarden bepaald in dit hoofdstuk.".
"Art. II.48. De hogescholen, bedoeld in artikel II.3, richten onder de benaming Vlaamse Hogescholenraad, afgekort VLHORA, een stichting van openbaar nut op waarvan de statuten voldoen aan de voorwaarden bepaald in dit hoofdstuk.".
Art. IV.40. L'article II.48 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. II.48. Par les instituts supérieurs visés à l'article II.3, il est créé une fondation d'utilité publique dénommée Vlaamse Hogescholenraad (Conseil des Instituts supérieurs flamands) en abrégé VLHORA, dont les statuts répondent aux conditions fixées dans le présent chapitre. ".
" Art. II.48. Par les instituts supérieurs visés à l'article II.3, il est créé une fondation d'utilité publique dénommée Vlaamse Hogescholenraad (Conseil des Instituts supérieurs flamands) en abrégé VLHORA, dont les statuts répondent aux conditions fixées dans le présent chapitre. ".
Art. IV.41. Artikel II.50 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:
"Art. II.50. § 1. De raad van bestuur van de VLHORA bestaat uit de algemeen directeurs van alle in artikel II.48 bedoelde hogescholen, tenzij het hogeschoolbestuur tot een andere vaste afvaardiging beslist.
§ 2. De raad van bestuur bepaalt in de statuten de wijze van aanduiding en de duur van de mandaten van de voorzitter en de ondervoorzitter.
§ 3. Afgevaardigden van de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, en van de Vlaamse minister, bevoegd voor wetenschap en innovatie, kunnen de vergaderingen van de raad van bestuur bijwonen.".
"Art. II.50. § 1. De raad van bestuur van de VLHORA bestaat uit de algemeen directeurs van alle in artikel II.48 bedoelde hogescholen, tenzij het hogeschoolbestuur tot een andere vaste afvaardiging beslist.
§ 2. De raad van bestuur bepaalt in de statuten de wijze van aanduiding en de duur van de mandaten van de voorzitter en de ondervoorzitter.
§ 3. Afgevaardigden van de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, en van de Vlaamse minister, bevoegd voor wetenschap en innovatie, kunnen de vergaderingen van de raad van bestuur bijwonen.".
Art. IV.41. L'article II.50 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. II.50. § 1er. Le conseil d'administration du VLHORA se compose des directeurs généraux de tous les instituts supérieurs visés à l'article II.48, à moins que la direction de l'institut supérieur ne décide de déléguer un autre représentant permanent.
§ 2. Le conseil d'administration fixe dans les statuts le mode de désignation et la durée des mandats du président et du vice-président.
§ 3. Des délégués du Ministre flamand compétent pour l'enseignement et du Ministre flamand compétent pour les sciences et l'innovation peuvent assister aux séances du conseil d'administration. ".
" Art. II.50. § 1er. Le conseil d'administration du VLHORA se compose des directeurs généraux de tous les instituts supérieurs visés à l'article II.48, à moins que la direction de l'institut supérieur ne décide de déléguer un autre représentant permanent.
§ 2. Le conseil d'administration fixe dans les statuts le mode de désignation et la durée des mandats du président et du vice-président.
§ 3. Des délégués du Ministre flamand compétent pour l'enseignement et du Ministre flamand compétent pour les sciences et l'innovation peuvent assister aux séances du conseil d'administration. ".
Art. IV.42. Artikel II.51 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:
"Art. II.51. De raad van bestuur kan slechts geldig beslissen indien ten minste de helft plus 1 van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
Bij besluitvorming wordt gestreefd naar consensus. Op vraag van een lid kan worden gestemd, waarbij beslissingen worden genomen met een meerderheid gevormd door 3/4 van het aantal stemmen van de aanwezige en de vertegenwoordigde leden. Aan voorstellen van de VLHORA kunnen minderheidsnota's worden toegevoegd.".
"Art. II.51. De raad van bestuur kan slechts geldig beslissen indien ten minste de helft plus 1 van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
Bij besluitvorming wordt gestreefd naar consensus. Op vraag van een lid kan worden gestemd, waarbij beslissingen worden genomen met een meerderheid gevormd door 3/4 van het aantal stemmen van de aanwezige en de vertegenwoordigde leden. Aan voorstellen van de VLHORA kunnen minderheidsnota's worden toegevoegd.".
Art. IV.42. L'article II.51 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. II.51. Le conseil d'administration ne peut décider valablement que si au moins la moitié plus 1 des membres sont présents ou représentés.
Le consensus est recherché pour toute prise de décision. Il peut être procédé au vote à la demande d'un membre ; les décisions sont prises à la majorité de 3/4 des voix des membres présents et représentés. Aux propositions du VLHORA des notes de la minorité peuvent être ajoutées. ".
" Art. II.51. Le conseil d'administration ne peut décider valablement que si au moins la moitié plus 1 des membres sont présents ou représentés.
Le consensus est recherché pour toute prise de décision. Il peut être procédé au vote à la demande d'un membre ; les décisions sont prises à la majorité de 3/4 des voix des membres présents et représentés. Aux propositions du VLHORA des notes de la minorité peuvent être ajoutées. ".
Art. IV.43. Artikel II.52 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:
"Art. II.52. De VLHORA stelt zijn statuten op en bepaalt zijn vestigingsplaats. De Vlaamse Regering keurt de statuten goed.".
"Art. II.52. De VLHORA stelt zijn statuten op en bepaalt zijn vestigingsplaats. De Vlaamse Regering keurt de statuten goed.".
Art. IV.43. L'article II.52 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. II.52. Le VLHORA établit ses statuts et fixe son lieu d'établissement. Le Gouvernement flamand approuve les statuts. ".
" Art. II.52. Le VLHORA établit ses statuts et fixe son lieu d'établissement. Le Gouvernement flamand approuve les statuts. ".
Art. IV.44. Artikel II.53 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:
"Art. II.53. § 1. De VLHORA betrekt zijn werkingsmiddelen rechtstreeks of onrechtstreeks uit de jaarlijkse bijdragen van de hogescholen. De bijdragen zijn proportioneel aan de jaarlijkse werkingsuitkeringen die de Vlaamse Gemeenschap aan de hogescholen verleent.
§ 2. De werkingsmiddelen van de VLHORA kunnen verhoogd worden door toelagen vanwege de overheid, door schenkingen of giften en door inkomsten voortkomend uit zijn werking of zijn patrimonium.".
"Art. II.53. § 1. De VLHORA betrekt zijn werkingsmiddelen rechtstreeks of onrechtstreeks uit de jaarlijkse bijdragen van de hogescholen. De bijdragen zijn proportioneel aan de jaarlijkse werkingsuitkeringen die de Vlaamse Gemeenschap aan de hogescholen verleent.
§ 2. De werkingsmiddelen van de VLHORA kunnen verhoogd worden door toelagen vanwege de overheid, door schenkingen of giften en door inkomsten voortkomend uit zijn werking of zijn patrimonium.".
Art. IV.44. L'article II.53 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. II.53. § 1er. Le VLHORA puise, directement ou indirectement, ses moyens de fonctionnement dans les contributions annuelles des instituts supérieurs. Ces contributions sont proportionnelles aux allocations de fonctionnement accordées annuellement aux instituts supérieurs par la Communauté flamande.
§ 2. Les moyens de fonctionnement du VLHORA peuvent être augmentés par des subventions des autorités, par des legs et donations, ainsi que par toutes les recettes provenant de son fonctionnement ou de son patrimoine. ".
" Art. II.53. § 1er. Le VLHORA puise, directement ou indirectement, ses moyens de fonctionnement dans les contributions annuelles des instituts supérieurs. Ces contributions sont proportionnelles aux allocations de fonctionnement accordées annuellement aux instituts supérieurs par la Communauté flamande.
§ 2. Les moyens de fonctionnement du VLHORA peuvent être augmentés par des subventions des autorités, par des legs et donations, ainsi que par toutes les recettes provenant de son fonctionnement ou de son patrimoine. ".
Art. IV.45. Artikel II.86 van dezelfde codex wordt opgeheven.
Art. IV.45. L'article II.86 du même Code est abrogé.
Art. IV.46. In artikel II.102, § 4, van dezelfde codex, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 2° worden de woorden "Artesis Hogeschool Antwerpen" vervangen door de woorden "Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen";
2° in punt 3° worden de woorden "Plantijn Hogeschool van de provincie Antwerpen" vervangen door de woorden "Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen".
1° in punt 2° worden de woorden "Artesis Hogeschool Antwerpen" vervangen door de woorden "Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen";
2° in punt 3° worden de woorden "Plantijn Hogeschool van de provincie Antwerpen" vervangen door de woorden "Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen".
Art. IV.46. A l'article II.102, § 4, du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 2°, les mots " l'Artesis Hogeschool Antwerpen " sont remplacés par les mots " l'Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen " ;
2° au point 3°, les mots " Plantijn-Hogeschool de la province d'Anvers " sont remplacés par les mots " Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen ".
1° au point 2°, les mots " l'Artesis Hogeschool Antwerpen " sont remplacés par les mots " l'Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen " ;
2° au point 3°, les mots " Plantijn-Hogeschool de la province d'Anvers " sont remplacés par les mots " Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen ".
Art. IV.47. In artikel II.110, § 3, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° het woord "godsdienst," wordt opgeheven;
2° tussen de zinsnede "burotica of informatica," en het woord "Latijn," wordt de zinsnede "islamitische godsdienst, katholieke godsdienst" ingevoegd.
1° het woord "godsdienst," wordt opgeheven;
2° tussen de zinsnede "burotica of informatica," en het woord "Latijn," wordt de zinsnede "islamitische godsdienst, katholieke godsdienst" ingevoegd.
Art. IV.47. A l'article II.110, § 3, du même Code, modifié par le décret du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° le mot " religion " est abrogé ;
2° le membre de phrase " religion islamique, religion catholique " est inséré entre le membre de phrase " bureautique ou informatique " et le mot " latin ".
1° le mot " religion " est abrogé ;
2° le membre de phrase " religion islamique, religion catholique " est inséré entre le membre de phrase " bureautique ou informatique " et le mot " latin ".
Art. IV.48. In artikel II.110 van dezelfde codex, gecodificeerd op 11 oktober 2013, wordt paragraaf 5 vervangen door wat volgt:
" § 5. Een student die reeds beschikt over het diploma van een geïntegreerde lerarenopleiding, of van een specifieke lerarenopleiding in combinatie met een bachelor- of masterdiploma, kan, in afwijking van paragraaf 3 en paragraaf 4, een diploma van de geïntegreerde lerarenopleiding secundair onderwijs behalen met slechts 1 onderwijsvak.".
" § 5. Een student die reeds beschikt over het diploma van een geïntegreerde lerarenopleiding, of van een specifieke lerarenopleiding in combinatie met een bachelor- of masterdiploma, kan, in afwijking van paragraaf 3 en paragraaf 4, een diploma van de geïntegreerde lerarenopleiding secundair onderwijs behalen met slechts 1 onderwijsvak.".
Art. IV.48. Dans l'article II.110 du même Code, codifié le 11 octobre 2013, le paragraphe 5 est remplacé par la disposition suivante :
" § 5. Un étudiant qui possède déjà un diplôme d'une formation intégrée des enseignants, ou d'une formation spécifique des enseignants en combinaison avec un diplôme de bachelor ou de master, peut obtenir, par dérogation au paragraphe 3 et au paragraphe 4, un diplôme de la formation intégrée des enseignants 'enseignement secondaire' avec 1 seul cours d'enseignement. ".
" § 5. Un étudiant qui possède déjà un diplôme d'une formation intégrée des enseignants, ou d'une formation spécifique des enseignants en combinaison avec un diplôme de bachelor ou de master, peut obtenir, par dérogation au paragraphe 3 et au paragraphe 4, un diplôme de la formation intégrée des enseignants 'enseignement secondaire' avec 1 seul cours d'enseignement. ".
Art. IV.49. In artikel II.117 van dezelfde codex wordt de tweede zin vervangen door wat volgt:
"Het is bedoeld om studenten met een functiebeperking die al geïntegreerd secundair onderwijs of buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 4 volgden, ook binnen een hogeschool de lessen en activiteiten te laten volgen met hulp vanuit een school voor buitengewoon onderwijs, die daartoe aanvullende lestijden of lesuren of aanvullende uren en via de werkingsmiddelen een integratietoelage of -krediet krijgt.".
"Het is bedoeld om studenten met een functiebeperking die al geïntegreerd secundair onderwijs of buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 4 volgden, ook binnen een hogeschool de lessen en activiteiten te laten volgen met hulp vanuit een school voor buitengewoon onderwijs, die daartoe aanvullende lestijden of lesuren of aanvullende uren en via de werkingsmiddelen een integratietoelage of -krediet krijgt.".
Art. IV.49. Dans l'article II.117 du même Code, la deuxième phrase est remplacée par la disposition suivante :
" Ce type d'enseignement s'adresse aux élèves ayant des limitations fonctionnelles qui suivaient déjà un enseignement secondaire intégré ou un enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 4, et vise à leur permettre d'assister aux cours ou aux activités auprès d'un institut supérieur, moyennant une aide apportée par une école d'enseignement spécial, qui reçoit à cet effet des périodes ou heures de cours complémentaires ou des heures complémentaires, ainsi qu'une subvention ou un crédit d'intégration à charge des moyens de fonctionnement. ".
" Ce type d'enseignement s'adresse aux élèves ayant des limitations fonctionnelles qui suivaient déjà un enseignement secondaire intégré ou un enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 4, et vise à leur permettre d'assister aux cours ou aux activités auprès d'un institut supérieur, moyennant une aide apportée par une école d'enseignement spécial, qui reçoit à cet effet des périodes ou heures de cours complémentaires ou des heures complémentaires, ainsi qu'une subvention ou un crédit d'intégration à charge des moyens de fonctionnement. ".
Art. IV.50. In artikel II.118 van dezelfde codex worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt:
"2° de student moet beschikken over een gemotiveerd verslag, waaruit blijkt:
a) dat de student reeds geïntegreerd secundair onderwijs of buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 4 heeft gevolgd en waarin een analyse gemaakt wordt van de remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen en andere redelijke aanpassingen, nodig om de student met functiebeperkingen toe te laten een hoger onderwijscurriculum te doorlopen;
b) dat de student voldoet aan de criteria van een van de punten van artikel 259 van de Codex Secundair Onderwijs, § 1, 3° tot 8°, met uitzondering van 5°.
In afwijking van punt 2° blijft een student die reeds toegelaten werd tot het geïntegreerd hoger onderwijs op basis van een inschrijvingsverslag ertoe toegelaten. Voor een student die reeds toegelaten werd tot het geïntegreerd hoger onderwijs op basis van een inschrijvingsverslag wordt slechts een gemotiveerd verslag opgemaakt bij wijziging van aard en ernst van de functiebeperking.
Bij wijze van overgangsmaatregel kan bij ontstentenis van een gemotiveerd verslag, in academiejaar 2015-2016, een leerling die geïntegreerd secundair onderwijs of buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 4 heeft gevolgd, op basis van een inschrijvingsverslag toegelaten worden tot het geïntegreerd hoger onderwijs, op voorwaarde dat hij aan de in artikel II.118, 1°, vernoemde toelatingsvoorwaarde beantwoordt.
De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud en de specifieke modaliteiten voor de opmaak van het gemotiveerd verslag in het hoger onderwijs. De studentenbegeleidingsdiensten zijn bevoegd voor het opmaken van deze gemotiveerde verslagen;";
2° punt 3° wordt opgeheven.
1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt:
"2° de student moet beschikken over een gemotiveerd verslag, waaruit blijkt:
a) dat de student reeds geïntegreerd secundair onderwijs of buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 4 heeft gevolgd en waarin een analyse gemaakt wordt van de remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen en andere redelijke aanpassingen, nodig om de student met functiebeperkingen toe te laten een hoger onderwijscurriculum te doorlopen;
b) dat de student voldoet aan de criteria van een van de punten van artikel 259 van de Codex Secundair Onderwijs, § 1, 3° tot 8°, met uitzondering van 5°.
In afwijking van punt 2° blijft een student die reeds toegelaten werd tot het geïntegreerd hoger onderwijs op basis van een inschrijvingsverslag ertoe toegelaten. Voor een student die reeds toegelaten werd tot het geïntegreerd hoger onderwijs op basis van een inschrijvingsverslag wordt slechts een gemotiveerd verslag opgemaakt bij wijziging van aard en ernst van de functiebeperking.
Bij wijze van overgangsmaatregel kan bij ontstentenis van een gemotiveerd verslag, in academiejaar 2015-2016, een leerling die geïntegreerd secundair onderwijs of buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 4 heeft gevolgd, op basis van een inschrijvingsverslag toegelaten worden tot het geïntegreerd hoger onderwijs, op voorwaarde dat hij aan de in artikel II.118, 1°, vernoemde toelatingsvoorwaarde beantwoordt.
De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud en de specifieke modaliteiten voor de opmaak van het gemotiveerd verslag in het hoger onderwijs. De studentenbegeleidingsdiensten zijn bevoegd voor het opmaken van deze gemotiveerde verslagen;";
2° punt 3° wordt opgeheven.
Art. IV.50. A l'article II.118 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° l'étudiant doit disposer d'un rapport motivé, dont il ressort :
a) que l'étudiant a déjà suivi un enseignement secondaire intégré ou un enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 4 et dans lequel une analyse est faite des mesures correctrices, différenciantes, compensatoires ou dispensatoires et d'autres aménagements raisonnables, nécessaires pour que l'étudiant ayant des limitations fonctionnelles puisse parcourir un programme d'enseignement supérieur ;
b) que l'étudiant satisfait aux critères d'un des points de l'article 259 du Code de l'Enseignement secondaire, § 1er, 3° à 8°, à l'exception de 5°.
Par dérogation au point 2°, l'étudiant ayant déjà été admis à l'enseignement supérieur intégré y reste admis sur la base d'un rapport d'inscription. Pour un étudiant ayant déjà été admis à l'enseignement supérieur intégré sur la base d'un rapport d'inscription, un rapport motivé n'est établi qu'en cas de changement de la nature et de la gravité de la limitation fonctionnelle.
A titre de mesure transitoire, un élève ayant suivi un enseignement secondaire intégré ou un enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 4 peut, à défaut d'un rapport motivé, dans l'année académique 2015-2016, être admis à l'enseignement supérieur intégré sur la base d'un rapport d'inscription, à condition qu'il remplisse la condition d'admission visée à l'article II.118, 1°.
Le Gouvernement flamand détermine le contenu et les modalités spécifiques pour l'établissement du rapport motivé dans l'enseignement supérieur. Les services d'encadrement des étudiants sont compétents pour l'établissement de ces rapports motivés ; " ;
2° le point 3° est abrogé.
1° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° l'étudiant doit disposer d'un rapport motivé, dont il ressort :
a) que l'étudiant a déjà suivi un enseignement secondaire intégré ou un enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 4 et dans lequel une analyse est faite des mesures correctrices, différenciantes, compensatoires ou dispensatoires et d'autres aménagements raisonnables, nécessaires pour que l'étudiant ayant des limitations fonctionnelles puisse parcourir un programme d'enseignement supérieur ;
b) que l'étudiant satisfait aux critères d'un des points de l'article 259 du Code de l'Enseignement secondaire, § 1er, 3° à 8°, à l'exception de 5°.
Par dérogation au point 2°, l'étudiant ayant déjà été admis à l'enseignement supérieur intégré y reste admis sur la base d'un rapport d'inscription. Pour un étudiant ayant déjà été admis à l'enseignement supérieur intégré sur la base d'un rapport d'inscription, un rapport motivé n'est établi qu'en cas de changement de la nature et de la gravité de la limitation fonctionnelle.
A titre de mesure transitoire, un élève ayant suivi un enseignement secondaire intégré ou un enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 4 peut, à défaut d'un rapport motivé, dans l'année académique 2015-2016, être admis à l'enseignement supérieur intégré sur la base d'un rapport d'inscription, à condition qu'il remplisse la condition d'admission visée à l'article II.118, 1°.
Le Gouvernement flamand détermine le contenu et les modalités spécifiques pour l'établissement du rapport motivé dans l'enseignement supérieur. Les services d'encadrement des étudiants sont compétents pour l'établissement de ces rapports motivés ; " ;
2° le point 3° est abrogé.
Art. IV.51. In artikel II.119 van dezelfde codex wordt het woord "handicap" vervangen door het woord "functiebeperking".
Art. IV.51. A l'article II.119 du même Code, le mot " handicap " est remplacé par les mots " limitation fonctionnelle ".
Art. IV.52. In artikel II.136, tweede lid, van dezelfde codex wordt de zinsnede "artikel II.140 en 141" vervangen door de zinsnede "artikel II.140 en II.141".
Art. IV.52. A l'article II.136, alinéa deux, du même Code, le membre de phrase " aux articles II.140 et 141 " est remplacé par le membre de phrase " aux articles II.140 et II.141 ".
Art. IV.53. In artikel II.153 van dezelfde codex worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zinsnede "paragraaf 6, tweede lid" vervangen door de zinsnede "paragraaf 6, derde lid";
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "artikel II.154, eerste lid" vervangen door de zinsnede "artikel II.152, eerste lid";
3° aan paragraaf 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In afwijking van het eerste lid kunnen de hogescholen en universiteiten in 2015 en 2016 geen aanvragen indienen bij de Commissie Hoger Onderwijs voor initiële bachelor- en masteropleidingen, met uitzondering:
1° van de Universiteit Hasselt voor de opleiding master in de handelswetenschappen;
2° voor opleidingen die gezamenlijk aangeboden worden met één of meer buitenlandse instellingen en die daarbij een gezamenlijk diploma uitreiken en de betreffende graad van bachelor of master verlenen aan de student die met succes de gezamenlijke opleiding heeft voltooid.".
1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zinsnede "paragraaf 6, tweede lid" vervangen door de zinsnede "paragraaf 6, derde lid";
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "artikel II.154, eerste lid" vervangen door de zinsnede "artikel II.152, eerste lid";
3° aan paragraaf 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In afwijking van het eerste lid kunnen de hogescholen en universiteiten in 2015 en 2016 geen aanvragen indienen bij de Commissie Hoger Onderwijs voor initiële bachelor- en masteropleidingen, met uitzondering:
1° van de Universiteit Hasselt voor de opleiding master in de handelswetenschappen;
2° voor opleidingen die gezamenlijk aangeboden worden met één of meer buitenlandse instellingen en die daarbij een gezamenlijk diploma uitreiken en de betreffende graad van bachelor of master verlenen aan de student die met succes de gezamenlijke opleiding heeft voltooid.".
Art. IV.53. A l'article II.153 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, alinéa deux, le membre de phrase " paragraphe 6, deuxième alinéa " est remplacé par le membre de phrase " paragraphe 6, troisième alinéa " ;
2° au paragraphe 2, alinéa premier, le membre de phrase " article II.154, premier alinéa " est remplacé par le membre de phrase " article II.152, premier alinéa " ;
3° au paragraphe 2, il est inséré un alinéa trois qui s'énonce comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa premier, les instituts supérieurs et universités ne peuvent plus introduire, en 2015 et 2016, de demandes de formations initiales de bachelor et de master auprès de la " Commissie Hoger Onderwijs ", à l'exception :
1° de l'Universiteit Hasselt pour la formation de " master in de handelswetenschappen " ;
2° pour les formations dispensées conjointement avec une ou plusieurs institutions étrangères et qui délivrent à l'issue un diplôme commun et confèrent le grade afférent de bachelor ou de master à l'étudiant qui a complété avec succès la formation commune. ".
1° au paragraphe 1er, alinéa deux, le membre de phrase " paragraphe 6, deuxième alinéa " est remplacé par le membre de phrase " paragraphe 6, troisième alinéa " ;
2° au paragraphe 2, alinéa premier, le membre de phrase " article II.154, premier alinéa " est remplacé par le membre de phrase " article II.152, premier alinéa " ;
3° au paragraphe 2, il est inséré un alinéa trois qui s'énonce comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa premier, les instituts supérieurs et universités ne peuvent plus introduire, en 2015 et 2016, de demandes de formations initiales de bachelor et de master auprès de la " Commissie Hoger Onderwijs ", à l'exception :
1° de l'Universiteit Hasselt pour la formation de " master in de handelswetenschappen " ;
2° pour les formations dispensées conjointement avec une ou plusieurs institutions étrangères et qui délivrent à l'issue un diplôme commun et confèrent le grade afférent de bachelor ou de master à l'étudiant qui a complété avec succès la formation commune. ".
Art. IV.54. Aan artikel II.160 van dezelfde codex wordt een paragraaf 8 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 8. De studieomvang van de master in de huisartsgeneeskunde en van de master in de specialistische geneeskunde wordt uitgebreid tot 180 studiepunten. Deze uitgebreide studieomvang geldt voor alle studenten die zich voor de eerste keer inschrijven in deze masteropleidingen vanaf het academiejaar 2018-2019 na het voltooien van een masteropleiding in de geneeskunde met een studieomvang van 180 studiepunten.".
" § 8. De studieomvang van de master in de huisartsgeneeskunde en van de master in de specialistische geneeskunde wordt uitgebreid tot 180 studiepunten. Deze uitgebreide studieomvang geldt voor alle studenten die zich voor de eerste keer inschrijven in deze masteropleidingen vanaf het academiejaar 2018-2019 na het voltooien van een masteropleiding in de geneeskunde met een studieomvang van 180 studiepunten.".
Art. IV.54. L'article II.160 du même Code est complété par un paragraphe 8, rédigé comme suit :
" § 8. Le volume des études du master en médecine générale et de master en médecine spécialisée est étendu à 180 unités d'études. Ce volume des études étendu vaut pour tous les étudiants qui s'inscrivent pour la première fois à une de ces formations de master à partir de l'année académique 2018-2019 après l'accomplissement d'une formation de master en médicine comprenant un volume des études de 180 unités d'études. ".
" § 8. Le volume des études du master en médecine générale et de master en médecine spécialisée est étendu à 180 unités d'études. Ce volume des études étendu vaut pour tous les étudiants qui s'inscrivent pour la première fois à une de ces formations de master à partir de l'année académique 2018-2019 après l'accomplissement d'une formation de master en médicine comprenant un volume des études de 180 unités d'études. ".
Art. IV.55. In artikel II.171 van dezelfde codex wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 3/1. De vereiste met betrekking tot de onderwijsbevoegdheid, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, is niet van toepassing als het gaat om een opleiding die door alle hogescholen respectievelijk alle universiteiten gezamenlijk wordt aangeboden als vermeld in die paragrafen.
Individuele hogescholen of universiteiten kunnen uit de uitzondering, vermeld in het eerste lid, geen rechten met betrekking tot onderwijsbevoegdheid putten voor bestaande of nieuwe opleidingen die niet voldoen aan de voorwaarde dat zij door alle hogescholen respectievelijk alle universiteiten gezamenlijk worden aangeboden.".
" § 3/1. De vereiste met betrekking tot de onderwijsbevoegdheid, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, is niet van toepassing als het gaat om een opleiding die door alle hogescholen respectievelijk alle universiteiten gezamenlijk wordt aangeboden als vermeld in die paragrafen.
Individuele hogescholen of universiteiten kunnen uit de uitzondering, vermeld in het eerste lid, geen rechten met betrekking tot onderwijsbevoegdheid putten voor bestaande of nieuwe opleidingen die niet voldoen aan de voorwaarde dat zij door alle hogescholen respectievelijk alle universiteiten gezamenlijk worden aangeboden.".
Art. IV.55. Dans l'article II.171 du même Code, il est inséré un paragraphe 3/1, rédigé comme suit :
" § 3/1. L'exigence concernant la compétence d'enseignement visée au paragraphe 1er à 3, n'est pas d'application s'il s'agit d'une formation offerte conjointement par tous les instituts ou universités telle que visée aux dits paragraphes.
Des instituts supérieurs ou universités individuels ne peuvent faire valoir, à l'exception visée à l'alinéa premier, aucun droit relatif à la compétence d'enseignement pour ce qui est de formations existantes ou nouvelles ne remplissant pas la condition d'être offertes conjointement par tous les instituts supérieurs ou toutes les universités. ".
" § 3/1. L'exigence concernant la compétence d'enseignement visée au paragraphe 1er à 3, n'est pas d'application s'il s'agit d'une formation offerte conjointement par tous les instituts ou universités telle que visée aux dits paragraphes.
Des instituts supérieurs ou universités individuels ne peuvent faire valoir, à l'exception visée à l'alinéa premier, aucun droit relatif à la compétence d'enseignement pour ce qui est de formations existantes ou nouvelles ne remplissant pas la condition d'être offertes conjointement par tous les instituts supérieurs ou toutes les universités. ".
Art. IV.56. In artikel II.173, § 1; artikel IV.56, eerste lid; artikel IV.59, § 1, eerste en tweede lid; artikel IV.65, § 1, 2° en 3° ; artikel IV.67, § 3 en § 4; artikel IV.71; artikel IV.76; artikel V.80, 22° ; artikel V.123; artikel V.241, 14° ; artikel V.244, § 1, derde lid, 17° ; artikel V.250, 14° ; en artikel V.263, § 1, tweede lid, van dezelfde codex, worden telkens de woorden "projectmatig wetenschappelijk onderzoek" vervangen door de woorden "praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek".
Art. IV.56. A l'article II.173, § 1er, l'article IV.56, alinéa premier, l'article IV.59, § 1er, alinéa premier et deux, l'article IV.65, § 1er, 2° et 3°, l'article IV.67, §§ 3 et 4, l'article IV.71, l'article IV.76, l'article V.80, 22°, l'article V.123, l'article V.241, 14°, l'article V.244, § 1er, alinéa trois, 17°, l'article V.250, 14°, et l'article V.263, § 1er, alinéa deux, du même Code, les mots " recherches scientifiques thématiques " sont chaque fois remplacés par les mots " recherche scientifique appliquée à la pratique ".
Art. IV.57. In artikel II.246 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de paragrafen 1 en 2 worden vervangen door een nieuwe paragraaf 1 die luidt als volgt:
" § 1. Het instellingsbestuur kan maatregelen van studievoortgangsbewaking nemen:
1° indien een student geen 60% van de ingeschreven studiepunten verworven heeft een vorig academiejaar kan bij een nieuwe inschrijving aan eenzelfde of andere instelling een bindende voorwaarde opgelegd worden.
Deze bindende voorwaarden betreffen in beginsel geen evaluatie- en/of deliberatiecriteria die strenger zijn dan de regels die in de instelling algemeen gelden.
Het instellingsbestuur kan de studievoortgang van de student wel afhankelijk maken van een deliberatie door het orgaan of de persoon die verantwoordelijk is voor de bepaling van de studievoortgang.
Bij het niet naleven van deze bindende voorwaarde kan de student een volgend academiejaar geweigerd worden in dezelfde instelling waar de bindende voorwaarde is opgelegd;
2° indien uit de gegevens van het dossier blijkt dat een volgende inschrijving in het hoger onderwijs geen positief resultaat zal opleveren kan de inschrijving van de student geweigerd worden.";
2° paragraaf 3 wordt hernummerd tot paragraaf 2.
1° de paragrafen 1 en 2 worden vervangen door een nieuwe paragraaf 1 die luidt als volgt:
" § 1. Het instellingsbestuur kan maatregelen van studievoortgangsbewaking nemen:
1° indien een student geen 60% van de ingeschreven studiepunten verworven heeft een vorig academiejaar kan bij een nieuwe inschrijving aan eenzelfde of andere instelling een bindende voorwaarde opgelegd worden.
Deze bindende voorwaarden betreffen in beginsel geen evaluatie- en/of deliberatiecriteria die strenger zijn dan de regels die in de instelling algemeen gelden.
Het instellingsbestuur kan de studievoortgang van de student wel afhankelijk maken van een deliberatie door het orgaan of de persoon die verantwoordelijk is voor de bepaling van de studievoortgang.
Bij het niet naleven van deze bindende voorwaarde kan de student een volgend academiejaar geweigerd worden in dezelfde instelling waar de bindende voorwaarde is opgelegd;
2° indien uit de gegevens van het dossier blijkt dat een volgende inschrijving in het hoger onderwijs geen positief resultaat zal opleveren kan de inschrijving van de student geweigerd worden.";
2° paragraaf 3 wordt hernummerd tot paragraaf 2.
Art. IV.57. A l'article II.246 du même Code sont apportées les modifications suivantes :
1° les paragraphes 1er et 2 sont remplacés par un nouveau paragraphe 1er rédigé comme suit :
" § 1er. La direction de l'institution peut prendre des mesures en guise de suivi des études :
1° si un étudiant n'a pas acquis 60% des unités d'études pour lesquelles il était inscrit dans une année académique précédente, une condition contraignante peut lui être imposée lors d'une nouvelle inscription à la même institution ou à une autre institution.
En principe, ces conditions contraignantes ne concernent pas les critères d'évaluation et/ou de délibération étant plus sévères que les règles d'application générale dans l'institution.
La direction de l'institution peut toutefois subordonner la progression des études de l'étudiant à une délibération par l'organisme ou la personne qui est responsable pour la détermination de la progression des études.
Au cas où l'étudiant ne remplit pas la condition contraignante, il pourra être refusé une année académique suivante par la même institution qui lui a imposé la condition contraignante ;
2° l'inscription de l'étudiant peut être refusée s'il ressort des données du dossier, qu'une inscription suivante dans l'enseignement supérieur ne sortira aucun résultat positif. " ;
2° le paragraphe 3 est renuméroté en paragraphe 2.
1° les paragraphes 1er et 2 sont remplacés par un nouveau paragraphe 1er rédigé comme suit :
" § 1er. La direction de l'institution peut prendre des mesures en guise de suivi des études :
1° si un étudiant n'a pas acquis 60% des unités d'études pour lesquelles il était inscrit dans une année académique précédente, une condition contraignante peut lui être imposée lors d'une nouvelle inscription à la même institution ou à une autre institution.
En principe, ces conditions contraignantes ne concernent pas les critères d'évaluation et/ou de délibération étant plus sévères que les règles d'application générale dans l'institution.
La direction de l'institution peut toutefois subordonner la progression des études de l'étudiant à une délibération par l'organisme ou la personne qui est responsable pour la détermination de la progression des études.
Au cas où l'étudiant ne remplit pas la condition contraignante, il pourra être refusé une année académique suivante par la même institution qui lui a imposé la condition contraignante ;
2° l'inscription de l'étudiant peut être refusée s'il ressort des données du dossier, qu'une inscription suivante dans l'enseignement supérieur ne sortira aucun résultat positif. " ;
2° le paragraphe 3 est renuméroté en paragraphe 2.
Art. IV.58. In deel 2, titel 8, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt in het opschrift van hoofdstuk 4, het woord "onderwijstaal" vervangen door het woord "taalregeling".
Art. IV.58. Dans l'intitulé du chapitre 4 du titre 8 de la partie 2, titre 8, du même Code, modifié par le décret du 25 avril 2014, les mots " à la langue d'enseignement " sont remplacés par les mots " au régime linguistique ".
Art. IV.59. In artikel II.346 van dezelfde codex wordt het tweede lid geschrapt.
Art. IV.59. A l'article II.346 du même code, l'alinéa deux est supprimé.
Art. IV.60. In artikel II.353 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
"4° het feit of de student behoort tot een of meer ondervertegenwoordigde groepen in het hoger onderwijs. Hieronder worden onder meer begrepen de beursstudenten vermeld in artikel I.3, 13°, de studenten met een functiebeperking vermeld in artikel I.3, 62°, en de werkstudenten vermeld in artikel I.3, 78° ;";
2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. Ten minste 25% van de mobiliteitsbeurzen wordt toegekend aan studenten uit ondervertegenwoordigde groepen, bedoeld in 4° van de vorige paragraaf.".
1° in paragraaf 1 wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
"4° het feit of de student behoort tot een of meer ondervertegenwoordigde groepen in het hoger onderwijs. Hieronder worden onder meer begrepen de beursstudenten vermeld in artikel I.3, 13°, de studenten met een functiebeperking vermeld in artikel I.3, 62°, en de werkstudenten vermeld in artikel I.3, 78° ;";
2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. Ten minste 25% van de mobiliteitsbeurzen wordt toegekend aan studenten uit ondervertegenwoordigde groepen, bedoeld in 4° van de vorige paragraaf.".
Art. IV.60. A l'article II.353 du même code, remplacé par le décret du 25 avril 2014, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° le fait que l'étudiant relève d'un ou de plusieurs groupes sous-représentés dans l'enseignement supérieur. Par là il faut entre autres entendre les boursiers visés à l'article I.3, 13°, les étudiants souffrant d'une limitation fonctionnelle visés à l'article I.3, 62°, et les étudiants-travailleurs visés à l'article I.3, 78° ; " ;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Au moins 25% des bourses de mobilité sont accordés à des étudiants provenant de groupes sous-représentés tels que visés au 4° du paragraphe précédent. ".
1° au paragraphe 1er, le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° le fait que l'étudiant relève d'un ou de plusieurs groupes sous-représentés dans l'enseignement supérieur. Par là il faut entre autres entendre les boursiers visés à l'article I.3, 13°, les étudiants souffrant d'une limitation fonctionnelle visés à l'article I.3, 62°, et les étudiants-travailleurs visés à l'article I.3, 78° ; " ;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Au moins 25% des bourses de mobilité sont accordés à des étudiants provenant de groupes sous-représentés tels que visés au 4° du paragraphe précédent. ".
Art. IV.61. In artikel III.46, § 1, tweede lid, van dezelfde codex, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° bij de UC Leuven wordt het bedrag van "953.896" vervangen door het bedrag "1.483.747";
2° de volgende rij wordt opgeheven:
"UC Leuven Comenius Lerarenopleidingen: 529.851".
1° bij de UC Leuven wordt het bedrag van "953.896" vervangen door het bedrag "1.483.747";
2° de volgende rij wordt opgeheven:
"UC Leuven Comenius Lerarenopleidingen: 529.851".
Art. IV.61. A l'article III.46, § 1er, alinéa deux, du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
1° pour la UC Leuven, le montant " 953.896 " est remplacé par le montant " 1.483.747 " ;
2° la rangée suivante est abrogée :
" UC Leuven Comenius Lerarenopleidingen : 529 851 ".
1° pour la UC Leuven, le montant " 953.896 " est remplacé par le montant " 1.483.747 " ;
2° la rangée suivante est abrogée :
" UC Leuven Comenius Lerarenopleidingen : 529 851 ".
Art. IV.62. In artikel III.19, § 4, 1°, a), b) en c), en 2°, a), b), c) en d), van dezelfde codex, wordt de zinsnede "artikel III.13, § 3" vervangen door de zinsnede "artikel III.13, § 4".
Art. IV.62. A l'article III.19, § 4, 1°, a), b) et c), et 2°, a), b), c) et d), du même Code, le membre de phrase " article III.13, § 3" est remplacé par le membre de phrase " article III.13, § 4 ".
Art. IV.63. In artikel III.116, eerste lid, 2°, derde alinea, van dezelfde codex, worden de woorden "projectmatig onderzoek" vervangen door de woorden "praktijkgericht onderzoek".
Art. IV.63. A l'article III.116, premier alinéa, 2°, alinéa trois, du même Code, les mots " recherche thématique " sont remplacés par les mots " recherche appliquée à la pratique ".
Art. IV.64. Artikel IV.12 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:
"Art. IV.12. Ieder jaar vóór 1 oktober deelt de Vlaamse Regering aan elke universiteit mee:
1° het bedrag van de werkingsuitkering dat de universiteit krachtens deel 3, titel 1, hoofdstuk 1, kan verwachten;
2° het bedrag van de sociale toelage dat de universiteit krachtens deel 3, titel 2, hoofdstuk 1, kan verwachten;
3° het bedrag van de aanvullende middelen dat de universiteit krachtens deel 3, titel 1, hoofdstuk 2, mag verwachten.
De Vlaamse Regering deelt ook mee op welke wijze de bedragen werden berekend.
Ieder jaar vóór 1 juli deelt de Vlaamse Regering aan elke universiteit een raming mee van de in het eerste lid genoemde bedragen met het oog op het opmaken van de begroting, bedoeld in artikel IV.13.".
"Art. IV.12. Ieder jaar vóór 1 oktober deelt de Vlaamse Regering aan elke universiteit mee:
1° het bedrag van de werkingsuitkering dat de universiteit krachtens deel 3, titel 1, hoofdstuk 1, kan verwachten;
2° het bedrag van de sociale toelage dat de universiteit krachtens deel 3, titel 2, hoofdstuk 1, kan verwachten;
3° het bedrag van de aanvullende middelen dat de universiteit krachtens deel 3, titel 1, hoofdstuk 2, mag verwachten.
De Vlaamse Regering deelt ook mee op welke wijze de bedragen werden berekend.
Ieder jaar vóór 1 juli deelt de Vlaamse Regering aan elke universiteit een raming mee van de in het eerste lid genoemde bedragen met het oog op het opmaken van de begroting, bedoeld in artikel IV.13.".
Art. IV.64. L'article IV.12 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. IV.12. Chaque année, le Gouvernement flamand informe chaque université, avant le 1er octobre :
1° du montant de l'allocation de fonctionnement auquel l'université peut s'attendre en vertu de la partie 3, titre 1er, chapitre 1er ;
2° du montant de l'allocation sociale auquel l'université peut s'attendre en vertu de la partie 3, titre 2, chapitre 1er ;
3° du montant des moyens supplémentaires auquel l'université peut s'attendre en vertu de la partie 3, titre 1er, chapitre 2 ;
Le Gouvernement flamand communique également de quelle façon les montants ont été calculés.
Chaque année avant le 1er juillet, le Gouvernement flamand communique à chaque université une estimation des montants visés à l'alinéa premier, en vue du dressement du budget visé à l'article IV.13. ".
" Art. IV.12. Chaque année, le Gouvernement flamand informe chaque université, avant le 1er octobre :
1° du montant de l'allocation de fonctionnement auquel l'université peut s'attendre en vertu de la partie 3, titre 1er, chapitre 1er ;
2° du montant de l'allocation sociale auquel l'université peut s'attendre en vertu de la partie 3, titre 2, chapitre 1er ;
3° du montant des moyens supplémentaires auquel l'université peut s'attendre en vertu de la partie 3, titre 1er, chapitre 2 ;
Le Gouvernement flamand communique également de quelle façon les montants ont été calculés.
Chaque année avant le 1er juillet, le Gouvernement flamand communique à chaque université une estimation des montants visés à l'alinéa premier, en vue du dressement du budget visé à l'article IV.13. ".
Art. IV.65. In artikel IV.16 van dezelfde codex wordt in de eerste zin de zinsnede "met uitzondering van de maand december waarvoor de betaling gebeurt tegen uiterlijk 10 januari van het volgend jaar" geschrapt.
Art. IV.65. A l'article IV.16 du même Code, le membre de phrase dans la première phrase " à l'exception du mois de décembre, pour lequel le paiement s'effectue au plus tard pour le 10 janvier de l'année suivante " est supprimé.
Art. IV.66. Artikel IV.20 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:
"Art. IV.20. Ieder jaar vóór 1 oktober deelt de Vlaamse Regering aan elke hogeschool mee:
1° het bedrag van de werkingsuitkering dat de hogeschool krachtens deel 3, titel 1, hoofdstuk 1, kan verwachten;
2° het bedrag van de sociale toelage dat de hogeschool krachtens deel 3, titel 2, hoofdstuk 1, kan verwachten;
3° het bedrag van de aanvullende middelen dat de hogeschool krachtens deel 3, titel 1, hoofdstuk 2, mag verwachten.
De Vlaamse Regering deelt ook mee op welke wijze de bedragen werden berekend.
Ieder jaar vóór 1 juli deelt de Vlaamse Regering aan elke hogeschool een raming mee van de in het eerste lid genoemde bedragen met het oog op het opmaken van de begroting, bedoeld in artikel IV.21.".
"Art. IV.20. Ieder jaar vóór 1 oktober deelt de Vlaamse Regering aan elke hogeschool mee:
1° het bedrag van de werkingsuitkering dat de hogeschool krachtens deel 3, titel 1, hoofdstuk 1, kan verwachten;
2° het bedrag van de sociale toelage dat de hogeschool krachtens deel 3, titel 2, hoofdstuk 1, kan verwachten;
3° het bedrag van de aanvullende middelen dat de hogeschool krachtens deel 3, titel 1, hoofdstuk 2, mag verwachten.
De Vlaamse Regering deelt ook mee op welke wijze de bedragen werden berekend.
Ieder jaar vóór 1 juli deelt de Vlaamse Regering aan elke hogeschool een raming mee van de in het eerste lid genoemde bedragen met het oog op het opmaken van de begroting, bedoeld in artikel IV.21.".
Art. IV.66. L'article IV.20 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. IV.20. Chaque année, le Gouvernement flamand informe chaque institut supérieur, avant le 1er octobre :
1° du montant de l'allocation de fonctionnement auquel l'université peut s'attendre en vertu de la partie 3, titre 1er, chapitre 1er ;
2° du montant de l'allocation sociale auquel l'université peut s'attendre en vertu de la partie 3, titre 2, chapitre 1er ;
3° du montant des moyens supplémentaires auquel l'institut supérieur peut s'attendre en vertu de la partie 3, titre 1er, chapitre 2 ;
Le Gouvernement flamand communique également de quelle façon les montants ont été calculés.
Chaque année avant le 1er juillet, le Gouvernement flamand communique à chaque institut supérieur une estimation des montants visés à l'alinéa premier, en vue du dressement du budget visé à l'article IV.21. ".
" Art. IV.20. Chaque année, le Gouvernement flamand informe chaque institut supérieur, avant le 1er octobre :
1° du montant de l'allocation de fonctionnement auquel l'université peut s'attendre en vertu de la partie 3, titre 1er, chapitre 1er ;
2° du montant de l'allocation sociale auquel l'université peut s'attendre en vertu de la partie 3, titre 2, chapitre 1er ;
3° du montant des moyens supplémentaires auquel l'institut supérieur peut s'attendre en vertu de la partie 3, titre 1er, chapitre 2 ;
Le Gouvernement flamand communique également de quelle façon les montants ont été calculés.
Chaque année avant le 1er juillet, le Gouvernement flamand communique à chaque institut supérieur une estimation des montants visés à l'alinéa premier, en vue du dressement du budget visé à l'article IV.21. ".
Art. IV.67. In artikel IV.58, eerste lid, van dezelfde codex wordt de zinsnede "deel 3, titel 2, hoofdstuk 6" vervangen door de zinsnede "titel IV, hoofdstuk VI, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie van het wetenschaps- en innovatiebeleid".
Art. IV.67. A l'article IV.58, alinéa premier, du même Code, le membre de phrase " à la partie 3, titre 2, chapitre 6 " est remplacé par le membre de phrase " au titre IV, chapitre VI, du décret du 30 avril 2009 relatif à l'organisation et au financement de la politique en matière de sciences et d'innovation ".
Art. IV.68. In artikel IV.68, eerste lid, van dezelfde codex wordt de zinsnede "zoals vermeld in deel 3, titel 2, hoofdstuk 6" vervangen door de zinsnede "vermeld in titel IV, hoofdstuk VI, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie van het wetenschaps- en innovatiebeleid".
Art. IV.68. A l'article IV.68, alinéa premier, du même Code, le membre de phrase " tel que mentionné à la partie 3, titre 2, chapitre 6 " est remplacé par le membre de phrase " mentionné au titre IV, chapitre VI, du décret du 30 avril 2009 relatif à l'organisation et au financement de la politique en matière de sciences et d'innovation ".
Art. IV.69. In artikel IV.108 van dezelfde codex, gecodificeerd op 11 oktober 2013, wordt in de laatste zin van paragraaf 1 de zinsnede ", hoger instituut voor schone kunsten, instelling voor excellente kunstopleidingen," vervangen door "of" en worden de woorden "of vzw voor het beheer van de sociale voorzieningen" geschrapt.
Art. IV.69. A l'article IV.108 du même Code, codifié le 11 octobre 2013, le membre de phrase " , d'un institut supérieur de beaux-arts, d'une institution organisant d'excellentes formations artistiques, " repris dans la dernière phrase du paragraphe 1er, est remplacé par " ou " et les mots " ou d'une a.s.b.l. pour la gestion des structures sociales " sont supprimés.
Art. IV.70. Artikel V.3, eerste lid, van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:
"Bij het zelfstandig academisch personeel bestaan de volgende graden: docent, hoofddocent, hoogleraar en gewoon hoogleraar.".
"Bij het zelfstandig academisch personeel bestaan de volgende graden: docent, hoofddocent, hoogleraar en gewoon hoogleraar.".
Art. IV.70. L'article V.3, alinéa premier, du même Code est remplacé par la disposition suivante :
" Le personnel académique autonome comporte les grades suivants : chargé de cours, chargé de cours principal, professeur et professeur ordinaire. ".
" Le personnel académique autonome comporte les grades suivants : chargé de cours, chargé de cours principal, professeur et professeur ordinaire. ".
Art. IV.71. In artikel V.21 van dezelfde codex worden in het eerste en tweede lid na de woorden "tot assistent" de woorden "of praktijkassistent" ingevoegd.
Art. IV.71. Aux alinéas premier et deux de l'article V.21 du même Code, les mots " ou assistant chargé d'exercices " sont insérés après les mots " comme assistant ".
Art. IV.72. In artikel V.24 van dezelfde codex worden de woorden ", gewoon hoogleraar en buitengewoon hoogleraar" vervangen door de woorden "en gewoon hoogleraar".
Art. IV.72. A l'article V.24 du même Code, les mots " , professeur ordinaire ou professeur extraordinaire " sont remplacés par les mots " et professeur ordinaire ".
Art. IV.73. In artikel V.144, § 1, van dezelfde codex worden tussen de woorden "zoals bedoeld in" en de zinsnede "artikel V.121, eerste lid" de zinsnede "artikel V.120, § 1, eerste lid, en" ingevoegd.
Art. IV.73. A l'article V.144, § 1er, du même Code, le membre de phrase " l'article V.120, § 1er, alinéa premier, et " est inséré entre les mots " visés à " et le membre de phrase " l'article V.121, alinéa premier ".
Art. IV.74. In dezelfde codex worden de artikelen 173, 174, 175 en 176 vernummerd tot de artikelen V.173, V.174, V.175 en V.176.
Art. IV.74. Dans le même Code, les articles 173, 174, 175 et 176 sont renumérotés en les articles V.173, V.174, V.175 et V.176.
Art. IV.75. Artikel V.305 van dezelfde codex wordt opgeheven.
Art. IV.75. L'article V.305 du même Code est abrogé.
Afdeling IV. - Inwerkingtreding
Section IV. - Entrée en vigueur
Art. IV.76. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2015.
Artikel IV.36 heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2015.
Artikel IV.38, IV.69 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2013.
Artikel IV.46, IV.52, IV.53, 1° en 2°, IV.56, IV.62, IV.63, IV.71, IV.74 hebben uitwerking met ingang van 1 oktober 2013.
Artikel IV.49, IV.50, IV.51, IV.53, 3°, IV.60 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2015.
Artikel IV.64, IV.66 hebben uitwerking met ingang van 1 juli 2015.
Artikel IV.39, IV.61, IV.65 treden in werking op 1 januari 2016.
Artikel IV.36 heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2015.
Artikel IV.38, IV.69 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2013.
Artikel IV.46, IV.52, IV.53, 1° en 2°, IV.56, IV.62, IV.63, IV.71, IV.74 hebben uitwerking met ingang van 1 oktober 2013.
Artikel IV.49, IV.50, IV.51, IV.53, 3°, IV.60 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2015.
Artikel IV.64, IV.66 hebben uitwerking met ingang van 1 juli 2015.
Artikel IV.39, IV.61, IV.65 treden in werking op 1 januari 2016.
Art. IV.76. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2015.
L'article IV.36 produit ses effets le 1er mars 2015.
Les articles IV.38, IV.69 produisent leurs effets le 1er janvier 2013.
Les articles IV.46, IV.52, IV.53, 1° et 2°, IV.56, IV.62, IV.63, IV.71, IV.74 produisent leurs effets le 1er octobre 2013.
Les articles IV.49, IV.50, IV.51, IV.53, 3°, IV.60 produisent leurs effets le 1er janvier 2015.
Les articles IV.64, IV.66 produisent leurs effets le 1er juillet 2015.
Les articles IV.39, IV.61, IV.65 entrent en vigueur le 1er janvier 2016.
L'article IV.36 produit ses effets le 1er mars 2015.
Les articles IV.38, IV.69 produisent leurs effets le 1er janvier 2013.
Les articles IV.46, IV.52, IV.53, 1° et 2°, IV.56, IV.62, IV.63, IV.71, IV.74 produisent leurs effets le 1er octobre 2013.
Les articles IV.49, IV.50, IV.51, IV.53, 3°, IV.60 produisent leurs effets le 1er janvier 2015.
Les articles IV.64, IV.66 produisent leurs effets le 1er juillet 2015.
Les articles IV.39, IV.61, IV.65 entrent en vigueur le 1er janvier 2016.
HOOFDSTUK V. - Decreten rechtspositie onderwijspersoneel
CHAPITRE V. - Décrets Statut du personnel enseignant
Afdeling I. - Decreet betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs
Section Ire. - Décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire
Art. V.1. In artikel 12bis van het decreet 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011, worden de volgende wijzingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede ", met uitzondering van het personeel van de pedagogische begeleidingsdiensten" opgeheven;
2° in paragraaf 2 worden de woorden "voor het vormingscentrum" telkens vervangen door de woorden "voor het vormingscentrum en de pedagogische begeleidingsdienst.".
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede ", met uitzondering van het personeel van de pedagogische begeleidingsdiensten" opgeheven;
2° in paragraaf 2 worden de woorden "voor het vormingscentrum" telkens vervangen door de woorden "voor het vormingscentrum en de pedagogische begeleidingsdienst.".
Art. V.1. A l'article 12bis du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, inséré par le décret du 1er juillet 2011, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, le membre de phrase " , à l'exception des membres du personnel des services d'encadrement pédagogique " est abrogé ;
2° au paragraphe 2, les mots " pour le centre de formation " sont chaque fois remplacés par les mots " pour le centre de formation et le service d'encadrement pédagogique. ".
1° au paragraphe 1er, le membre de phrase " , à l'exception des membres du personnel des services d'encadrement pédagogique " est abrogé ;
2° au paragraphe 2, les mots " pour le centre de formation " sont chaque fois remplacés par les mots " pour le centre de formation et le service d'encadrement pédagogique. ".
Art. V.2. In artikel 21, § 5, van hetzelfde decreet, vervangen door de decreten van 14 februari 2003 en 2 juli 2008 en gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2007, wordt de zinsnede "uiterlijk op 31 augustus van het schooljaar waarin hij het recht inroept" overal vervangen door de zinsnede "uiterlijk op 1 september van het schooljaar waarin hij het recht wil laten gelden".
Art. V.2. A l'article 21, § 5, du même décret, remplacé par les décrets des 14 février 2003 et 2 juillet 2008 et modifié par le décret du 15 juin 2007, le membre de phrase " au plus tard le 31 août de l'année scolaire dans laquelle il invoque le droit " est partout remplacé par le membre de phrase " au plus tard le 1er septembre de l'année scolaire dans laquelle il veut faire valoir le droit ".
Art. V.3. In artikel 21bis, § 5, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 mei 1999 en vervangen bij de decreten van 14 februari 2003 en 4 juli 2008, wordt de zinsnede "uiterlijk op 31 augustus van het schooljaar waarin hij het recht inroept" overal vervangen door de zinsnede "uiterlijk op 1 september van het schooljaar waarin hij het recht wil laten gelden".
Art. V.3. A l'article 21bis, § 5, du même décret, inséré par le décret du 18 mai 1999 et remplacé par les décrets des 14 février 2003 et 4 juillet 2008, le membre de phrase " au plus tard le 31 août de l'année scolaire dans laquelle il invoque le droit " est partout remplacé par le membre de phrase " au plus tard le 1er septembre de l'année scolaire dans laquelle il veut faire valoir le droit ".
Art. V.4. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk VI, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, voor het artikel 56 een artikel 55vicies/8 ingevoegd, dat luidt als volgt:
``Art. 55vicies/8. § 1. De personeelsleden van een instelling van een scholengroep van het Gemeenschapsonderwijs die door een andere scholengroep wordt overgenomen, krijgen de hoedanigheid van personeelslid van de scholengroep die de instelling overneemt.
§ 2. De personeelsleden bedoeld in paragraaf 1, die vast benoemd zijn of tot de proeftijd zijn toegelaten in de instelling die wordt overgenomen, gaan over als vast benoemd personeelslid, respectievelijk tot de proeftijd toegelaten personeelslid naar de scholengroep die de instelling overneemt.
De personeelsleden bedoeld in paragraaf 1 die als tijdelijk personeelslid in dienst zijn op de laatste effectieve lesdag van de instelling die wordt overgenomen en voor hun prestaties door het Ministerie van Onderwijs en Vorming worden bezoldigd, gaan over als tijdelijk personeelslid naar de scholengroep die de instelling overneemt.
§ 3. De diensten die het personeelslid volgens de bepalingen van dit decreet heeft gepresteerd in een ambt, betrekking, opleiding, module, vak of specialiteit in de instelling die wordt overgenomen, worden geacht gepresteerd te zijn in hetzelfde ambt, dezelfde betrekking, dezelfde opleiding, dezelfde module, hetzelfde vak of dezelfde specialiteit in de scholengroep die de instelling overneemt.
§ 4. Een kandidaatstelling voor een tijdelijke aanstelling, een toelating tot de proeftijd of een vaste benoeming die is ingediend bij de raad van bestuur van de scholengroep die de instelling overlaat, wordt geacht gedaan te zijn bij de raad van bestuur van de scholengroep die de instelling overneemt.
Een kandidaatstelling voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur die is ingediend bij de raad van bestuur van de scholengroep die de instelling overlaat, wordt geacht ook gedaan te zijn bij de raad van bestuur van de scholengroep die de instelling overneemt.
De mededeling door de raad van bestuur van de scholengroep van de vacante betrekkingen met het oog op een vaste benoeming in de instelling die wordt overgenomen, wordt geacht gedaan te zijn door de raad van bestuur van de scholengroep die de instelling overneemt.
§ 5. Personeelsleden die in de instelling die wordt overgenomen op het ogenblik van de overname recht hadden op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, zoals bedoeld in artikel 21, § 3, of 21bis, § 3, behouden dit recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in de scholengroep die de instelling overneemt.''.
``Art. 55vicies/8. § 1. De personeelsleden van een instelling van een scholengroep van het Gemeenschapsonderwijs die door een andere scholengroep wordt overgenomen, krijgen de hoedanigheid van personeelslid van de scholengroep die de instelling overneemt.
§ 2. De personeelsleden bedoeld in paragraaf 1, die vast benoemd zijn of tot de proeftijd zijn toegelaten in de instelling die wordt overgenomen, gaan over als vast benoemd personeelslid, respectievelijk tot de proeftijd toegelaten personeelslid naar de scholengroep die de instelling overneemt.
De personeelsleden bedoeld in paragraaf 1 die als tijdelijk personeelslid in dienst zijn op de laatste effectieve lesdag van de instelling die wordt overgenomen en voor hun prestaties door het Ministerie van Onderwijs en Vorming worden bezoldigd, gaan over als tijdelijk personeelslid naar de scholengroep die de instelling overneemt.
§ 3. De diensten die het personeelslid volgens de bepalingen van dit decreet heeft gepresteerd in een ambt, betrekking, opleiding, module, vak of specialiteit in de instelling die wordt overgenomen, worden geacht gepresteerd te zijn in hetzelfde ambt, dezelfde betrekking, dezelfde opleiding, dezelfde module, hetzelfde vak of dezelfde specialiteit in de scholengroep die de instelling overneemt.
§ 4. Een kandidaatstelling voor een tijdelijke aanstelling, een toelating tot de proeftijd of een vaste benoeming die is ingediend bij de raad van bestuur van de scholengroep die de instelling overlaat, wordt geacht gedaan te zijn bij de raad van bestuur van de scholengroep die de instelling overneemt.
Een kandidaatstelling voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur die is ingediend bij de raad van bestuur van de scholengroep die de instelling overlaat, wordt geacht ook gedaan te zijn bij de raad van bestuur van de scholengroep die de instelling overneemt.
De mededeling door de raad van bestuur van de scholengroep van de vacante betrekkingen met het oog op een vaste benoeming in de instelling die wordt overgenomen, wordt geacht gedaan te zijn door de raad van bestuur van de scholengroep die de instelling overneemt.
§ 5. Personeelsleden die in de instelling die wordt overgenomen op het ogenblik van de overname recht hadden op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, zoals bedoeld in artikel 21, § 3, of 21bis, § 3, behouden dit recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in de scholengroep die de instelling overneemt.''.
Art. V.4. Dans le chapitre VI du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 25 avril 2014, il est inséré, avant l'article 56, un article 55vicies/8, rédigé comme suit :
" Art. 55vicies/8. § 1er. Les membres du personnel d'un établissement d'un groupe d'écoles de l'enseignement communautaire qui est repris par un autre groupe d'écoles, obtiennent la qualité de membre du personnel du groupe d'écoles qui reprend l'établissement.
§ 2. Les membres du personnel visés au paragraphe 1er étant nommés à titre définitif ou étant admis au stage dans l'établissement qui est repris, sont transférés au groupe d'écoles reprenant l'établissement, respectivement comme membre du personnel nommé à titre définitif ou comme membre du personnel admis au stage.
Les membres du personnel visés au paragraphe 1er qui sont en service comme membre du personnel temporaire au dernier jour de classe effectif de l'établissement étant repris et qui sont rémunérés pour leurs prestations par le Ministère de l'Enseignement et de la Formation, sont transférés comme membre du personnel temporaire au groupe d'écoles reprenant l'établissement.
§ 3. Les services rendus par le membre du personnel selon les dispositions du présent décret dans une fonction, un emploi, une formation, un module, une branche ou une spécialité auprès de l'établissement qui est repris, sont censés être rendus dans la même fonction, le même emploi, la même formation, le même module, la même branche ou la même spécialité dans le groupe d'écoles reprenant l'établissement.
§ 4. Un dépôt de candidature à une désignation temporaire, une admission au stage ou une nomination à titre définitif introduit auprès du conseil d'administration du groupe d'écoles qui cède l'établissement, est censé être fait auprès du conseil d'administration du groupe d'écoles reprenant l'établissement.
Un dépôt de candidature à une désignation temporaire à durée ininterrompue introduit auprès du conseil d'administration du groupe d'écoles qui cède l'établissement, est censé être également fait auprès du conseil d'administration du groupe d'écoles reprenant l'établissement.
La communication par le conseil d'administration du groupe d'écoles des vacances d'emploi en vue d'une nomination à titre définitif dans l'établissement qui est repris, est censée être faite par le conseil d'administration du groupe d'écoles reprenant l'établissement.
§ 5. Les membres du personnel qui, dans l'établissement étant repris, avaient au moment de la reprise droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue, telle que visée à l'article 21, § 3, ou 21 bis, § 3, conservent ce droit à une désignation à durée ininterrompue dans le groupe d'écoles reprenant l'établissement. ".
" Art. 55vicies/8. § 1er. Les membres du personnel d'un établissement d'un groupe d'écoles de l'enseignement communautaire qui est repris par un autre groupe d'écoles, obtiennent la qualité de membre du personnel du groupe d'écoles qui reprend l'établissement.
§ 2. Les membres du personnel visés au paragraphe 1er étant nommés à titre définitif ou étant admis au stage dans l'établissement qui est repris, sont transférés au groupe d'écoles reprenant l'établissement, respectivement comme membre du personnel nommé à titre définitif ou comme membre du personnel admis au stage.
Les membres du personnel visés au paragraphe 1er qui sont en service comme membre du personnel temporaire au dernier jour de classe effectif de l'établissement étant repris et qui sont rémunérés pour leurs prestations par le Ministère de l'Enseignement et de la Formation, sont transférés comme membre du personnel temporaire au groupe d'écoles reprenant l'établissement.
§ 3. Les services rendus par le membre du personnel selon les dispositions du présent décret dans une fonction, un emploi, une formation, un module, une branche ou une spécialité auprès de l'établissement qui est repris, sont censés être rendus dans la même fonction, le même emploi, la même formation, le même module, la même branche ou la même spécialité dans le groupe d'écoles reprenant l'établissement.
§ 4. Un dépôt de candidature à une désignation temporaire, une admission au stage ou une nomination à titre définitif introduit auprès du conseil d'administration du groupe d'écoles qui cède l'établissement, est censé être fait auprès du conseil d'administration du groupe d'écoles reprenant l'établissement.
Un dépôt de candidature à une désignation temporaire à durée ininterrompue introduit auprès du conseil d'administration du groupe d'écoles qui cède l'établissement, est censé être également fait auprès du conseil d'administration du groupe d'écoles reprenant l'établissement.
La communication par le conseil d'administration du groupe d'écoles des vacances d'emploi en vue d'une nomination à titre définitif dans l'établissement qui est repris, est censée être faite par le conseil d'administration du groupe d'écoles reprenant l'établissement.
§ 5. Les membres du personnel qui, dans l'établissement étant repris, avaient au moment de la reprise droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue, telle que visée à l'article 21, § 3, ou 21 bis, § 3, conservent ce droit à une désignation à durée ininterrompue dans le groupe d'écoles reprenant l'établissement. ".
Art. V.5. In artikel 77ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2003, wordt de zinsnede "titel IV van het decreet van 16 april 1996 betreffende de lerarenopleiding en de nascholing" vervangen door de zinsnede "titel II, hoofdstuk II, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs".
Art. V.5. A l'article 77ter du même décret, inséré par le décret du 14 février 2003, le membre de phrase " titre IV du décret du 16 avril 1996 relatif à la formation des enseignants et à la formation continuée " est remplacé par le membre de phrase " titre II, chapitre II, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement ".
Art. V.6. Aan hoofdstuk IX, afdeling II, van hetzelfde decreet wordt een artikel 77septies toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 77septies. § 1. Dit artikel is van toepassing op de personeelsleden die gebruik maken van een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen.
§ 2. In afwijking van de bepalingen betreffende tijdelijke aanstelling kan een personeelslid vermeld in paragraaf 1, tijdens de duur van zijn langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen zijn tijdelijke aanstelling niet uitbreiden in vergelijking tot het volume van zijn tijdelijke aanstelling op de vooravond van het verlof. De toepassing van artikel 21 en artikel 21bis is eveneens beperkt tot het volume van zijn tijdelijke aanstelling op de vooravond van het verlof.
§ 3. Met behoud van de toepassing van de voorwaarden betreffende vaste benoeming, kan een personeelslid dat op de vooravond van het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen deeltijds vast benoemd is, zijn vaste benoeming slechts uitbreiden tot een volume dat maximaal gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het verlof goedgekeurd werd.
§ 4. Het deel van de vast benoemde opdracht waarvoor het personeelslid het verlof vermeld in paragraaf 1 neemt, wordt na een periode van 24 maanden van voormeld verlof een vacante betrekking.
§ 5. Het personeelslid wiens betrekking volgens paragraaf 4 als vacant wordt beschouwd, blijft na de vacantwording van die betrekking in de administratieve en geldelijke toestand die verbonden is aan zijn verlof.".
"Art. 77septies. § 1. Dit artikel is van toepassing op de personeelsleden die gebruik maken van een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen.
§ 2. In afwijking van de bepalingen betreffende tijdelijke aanstelling kan een personeelslid vermeld in paragraaf 1, tijdens de duur van zijn langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen zijn tijdelijke aanstelling niet uitbreiden in vergelijking tot het volume van zijn tijdelijke aanstelling op de vooravond van het verlof. De toepassing van artikel 21 en artikel 21bis is eveneens beperkt tot het volume van zijn tijdelijke aanstelling op de vooravond van het verlof.
§ 3. Met behoud van de toepassing van de voorwaarden betreffende vaste benoeming, kan een personeelslid dat op de vooravond van het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen deeltijds vast benoemd is, zijn vaste benoeming slechts uitbreiden tot een volume dat maximaal gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het verlof goedgekeurd werd.
§ 4. Het deel van de vast benoemde opdracht waarvoor het personeelslid het verlof vermeld in paragraaf 1 neemt, wordt na een periode van 24 maanden van voormeld verlof een vacante betrekking.
§ 5. Het personeelslid wiens betrekking volgens paragraaf 4 als vacant wordt beschouwd, blijft na de vacantwording van die betrekking in de administratieve en geldelijke toestand die verbonden is aan zijn verlof.".
Art. V.6. Au chapitre IX, section II, du même décret, il est ajouté un article 77septies, rédigé comme suit :
" Art. 77septies. § 1er. Le présent article s'applique aux membres du personnel qui bénéficient d'un congé prolongé pour prestations réduites justifié par des raisons médicales.
§ 2. Par dérogation aux dispositions relatives à une désignation temporaire, un membre du personnel visé au paragraphe 1er ne peut pas, pendant la durée de son congé prolongé pour prestations réduites justifié par des raisons médicales, étendre la portée de sa désignation temporaire en comparaison au volume de sa désignation temporaire à la veille du congé. L'application des articles 21 et 21bis est également limitée au volume de sa désignation temporaire à la veille du congé.
§ 3. Sans préjudice de l'application des conditions relatives à la nomination à titre définitif, un membre du personnel qui, à la veille du congé prolongé pour prestations réduites justifié par des raisons médicales, est nommé à temps partiel à titre définitif, ne peut étendre sa nomination à titre définitif que jusqu'à un volume qui soit tout au plus égal au volume de reprise de travail ayant été approuvé dans la décision au sujet du congé.
§ 4. La partie de la charge assumée en qualité de nommé à titre définitif pour laquelle le membre du personnel prend le congé visé au paragraphe 1er, devient un emploi vacant après une période de 24 mois du congé précité.
§ 5. Le membre du personnel dont l'emploi est considéré vacant par application du paragraphe 4, conserve, après la déclaration de vacance dudit emploi, les positions administrative et pécuniaire liées à son congé. ".
" Art. 77septies. § 1er. Le présent article s'applique aux membres du personnel qui bénéficient d'un congé prolongé pour prestations réduites justifié par des raisons médicales.
§ 2. Par dérogation aux dispositions relatives à une désignation temporaire, un membre du personnel visé au paragraphe 1er ne peut pas, pendant la durée de son congé prolongé pour prestations réduites justifié par des raisons médicales, étendre la portée de sa désignation temporaire en comparaison au volume de sa désignation temporaire à la veille du congé. L'application des articles 21 et 21bis est également limitée au volume de sa désignation temporaire à la veille du congé.
§ 3. Sans préjudice de l'application des conditions relatives à la nomination à titre définitif, un membre du personnel qui, à la veille du congé prolongé pour prestations réduites justifié par des raisons médicales, est nommé à temps partiel à titre définitif, ne peut étendre sa nomination à titre définitif que jusqu'à un volume qui soit tout au plus égal au volume de reprise de travail ayant été approuvé dans la décision au sujet du congé.
§ 4. La partie de la charge assumée en qualité de nommé à titre définitif pour laquelle le membre du personnel prend le congé visé au paragraphe 1er, devient un emploi vacant après une période de 24 mois du congé précité.
§ 5. Le membre du personnel dont l'emploi est considéré vacant par application du paragraphe 4, conserve, après la déclaration de vacance dudit emploi, les positions administrative et pécuniaire liées à son congé. ".
Art. V.7. In artikel 87 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007, worden de woorden "artikel 88, 3° of 5° " vervangen door de woorden "artikel 88, 3° ".
Art. V.7. A l'article 87 du même décret, remplacé par le décret du 13 juillet 2007, les mots " article 88, 3° ou 5° " sont remplacés par les mots " article 88, 3° ".
Art. V.8. In artikel 88bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007 en gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, worden de woorden "artikel 88, 3° of 5° " vervangen door de woorden "artikel 88, 3° ".
Art. V.8. A l'article 88bis du même décret, inséré par le décret du 14 juillet 1998, remplacé par le décret du 13 juillet 2007 et modifié par le décret du 8 mai 2009, les mots " article 88, 3° ou 5° "sont remplacés par les mots " article 88, 3° ".
Art. V.9. In hoofdstuk XI van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013, wordt een artikel 103decies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 103decies. In afwijking van artikel 21, § 3, en artikel 21bis, § 3, kan een personeelslid zijn recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur doen gelden in een internaat dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, zoals bedoeld in artikel 29 van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III, van een andere scholengroep die voor 1 september 2015 geen internaat had dat de opvang verzekerde van leerlingen tijdens de schoolvrije dagen, op voorwaarde dat dit personeelslid:
- uiterlijk op 1 september 2015 het recht zou hebben verworven op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in een internaat dat de opvang verzekert van leerlingen tijdens de schoolvrije dagen
en
- geen personeelslid is bedoeld in artikel 9, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2014 betreffende verblijf en begeleiding tijdens de schoolvrije dagen in de internaten van het gemeenschapsonderwijs tijdens de transitiefase.
Vanaf het ogenblik dat het personeelslid effectief een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur toegewezen krijgt in toepassing van de bepalingen van het eerste lid, kan hij deze bepalingen niet meer inroepen in een andere scholengroep.
Een personeelslid kan gedurende een periode van maximum vijf opeenvolgende schooljaren beroep doen op dit artikel. Deze periode vangt aan met ingang van 1 september 2015.".
"Art. 103decies. In afwijking van artikel 21, § 3, en artikel 21bis, § 3, kan een personeelslid zijn recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur doen gelden in een internaat dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, zoals bedoeld in artikel 29 van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III, van een andere scholengroep die voor 1 september 2015 geen internaat had dat de opvang verzekerde van leerlingen tijdens de schoolvrije dagen, op voorwaarde dat dit personeelslid:
- uiterlijk op 1 september 2015 het recht zou hebben verworven op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in een internaat dat de opvang verzekert van leerlingen tijdens de schoolvrije dagen
en
- geen personeelslid is bedoeld in artikel 9, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2014 betreffende verblijf en begeleiding tijdens de schoolvrije dagen in de internaten van het gemeenschapsonderwijs tijdens de transitiefase.
Vanaf het ogenblik dat het personeelslid effectief een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur toegewezen krijgt in toepassing van de bepalingen van het eerste lid, kan hij deze bepalingen niet meer inroepen in een andere scholengroep.
Een personeelslid kan gedurende een periode van maximum vijf opeenvolgende schooljaren beroep doen op dit artikel. Deze periode vangt aan met ingang van 1 september 2015.".
Art. V.9. Dans le chapitre XI du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 19 juillet 2013, il est inséré un article 103decies, qui s'énonce comme suit :
" Art. 103decies. Par dérogation à l'article 21, § 3, et à l'article 21bis, § 3, un membre du personnel peut faire valoir son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue dans un internat qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas de cours, tel que visé à l'article 29 du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, d'un autre groupe d'écoles qui, avant le 1er septembre 2015, n'avait pas d'internat qui assurait l'accueil d'élèves pendant les jours où il n'y a pas de cours, à condition que ce membre du personnel :
- ait acquis, au plus tard le 1er septembre 2015, le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue dans un internat assurant l'accueil d'élèves pendant les jours où il n'y a pas de cours
et
- ne soit pas un membre du personnel tel que visé à l'article 9, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2014 relatif à l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas de cours dans les internats de l'enseignement communautaire pendant la transition.
A partir du moment où le membre du personnel se voit effectivement attribuer une désignation temporaire à durée ininterrompue par application des dispositions de l'alinéa premier, il ne peut plus invoquer ces dispositions auprès d'un autre groupe d'écoles.
Un membre du personnel peut faire appel au présent article pendant une période de cinq années scolaires au maximum. Cette période prend cours au 1er septembre 2015. ".
" Art. 103decies. Par dérogation à l'article 21, § 3, et à l'article 21bis, § 3, un membre du personnel peut faire valoir son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue dans un internat qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas de cours, tel que visé à l'article 29 du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, d'un autre groupe d'écoles qui, avant le 1er septembre 2015, n'avait pas d'internat qui assurait l'accueil d'élèves pendant les jours où il n'y a pas de cours, à condition que ce membre du personnel :
- ait acquis, au plus tard le 1er septembre 2015, le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue dans un internat assurant l'accueil d'élèves pendant les jours où il n'y a pas de cours
et
- ne soit pas un membre du personnel tel que visé à l'article 9, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2014 relatif à l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas de cours dans les internats de l'enseignement communautaire pendant la transition.
A partir du moment où le membre du personnel se voit effectivement attribuer une désignation temporaire à durée ininterrompue par application des dispositions de l'alinéa premier, il ne peut plus invoquer ces dispositions auprès d'un autre groupe d'écoles.
Un membre du personnel peut faire appel au présent article pendant une période de cinq années scolaires au maximum. Cette période prend cours au 1er septembre 2015. ".
Afdeling II. - Decreet betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding
Section II. - Décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres d'encadrement des élèves subventionnés
Art. V.10. In artikel 17bis, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de zinsnede ", met uitzondering van het personeel van de pedagogische begeleidingsdiensten" wordt opgeheven;
2° er wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de toepassing van dit artikel moet voor de personeelsleden van een pedagogische begeleidingsdienst de inrichtende macht gelezen worden als de pedagogische begeleidingsdienst.".
1° de zinsnede ", met uitzondering van het personeel van de pedagogische begeleidingsdiensten" wordt opgeheven;
2° er wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de toepassing van dit artikel moet voor de personeelsleden van een pedagogische begeleidingsdienst de inrichtende macht gelezen worden als de pedagogische begeleidingsdienst.".
Art. V.10. A l'article 17bis, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, inséré par le décret du 1er juillet 2011, sont apportées les modifications suivantes :
1° le membre de phrase " , à l'exception des membres du personnel des services d'encadrement pédagogique " est abrogé ;
2° il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
" Pour l'application du présent article, le pouvoir organisateur doit être lu comme le service d'encadrement pédagogique pour ce qui est des membres du personnel d'un service d'encadrement pédagogique. ".
1° le membre de phrase " , à l'exception des membres du personnel des services d'encadrement pédagogique " est abrogé ;
2° il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
" Pour l'application du présent article, le pouvoir organisateur doit être lu comme le service d'encadrement pédagogique pour ce qui est des membres du personnel d'un service d'encadrement pédagogique. ".
Art. V.11. In artikel 23, § 5, van hetzelfde decreet, vervangen door de decreten van 14 februari 2003 en 2 juli 2008 en gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2007, wordt de zinsnede "uiterlijk op 31 augustus van het schooljaar waarin hij het recht inroept" overal vervangen door de zinsnede "uiterlijk op 1 september van het schooljaar waarin hij het recht wil laten gelden".
Art. V.11. A l'article 23, § 5, du même décret, remplacé par les décrets des 14 février 2003 et 2 juillet 2008 et modifié par le décret du 15 juin 2007, le membre de phrase " au plus tard le 31 août de l'année scolaire dans laquelle il invoque le droit " est partout remplacé par le membre de phrase " au plus tard le 1er septembre de l'année scolaire dans laquelle il veut faire valoir le droit ".
Art. V.12. In artikel 23bis, § 5, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juni 1998 en vervangen bij de decreten van 14 februari 2003 en 4 juli 2008, wordt de zinsnede "uiterlijk op 31 augustus van het schooljaar waarin hij het recht inroept" overal vervangen door de zinsnede "uiterlijk op 1 september van het schooljaar waarin hij het recht wil laten gelden".
Art. V.12. A l'article 23bis, § 5, du même décret, inséré par le décret du 14 juin 1998 et remplacé par les décrets des 14 février 2003 et 4 juillet 2008, le membre de phrase " au plus tard le 31 août de l'année scolaire dans laquelle il invoque le droit " est partout remplacé par le membre de phrase " au plus tard le 1er septembre de l'année scolaire dans laquelle il veut faire valoir le droit ".
Art. V.13. In artikel 51ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2003, wordt de zinsnede "titel IV van het decreet van 16 april 1996 betreffende de lerarenopleiding en de nascholing" vervangen door de zinsnede "titel II, hoofdstuk II, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs".
Art. V.13. A l'article 51ter du même décret, inséré par le décret du 14 février 2003, le membre de phrase " au titre IV du décret du 16 avril 1996 relatif à la formation des enseignants et à la formation continuée " est remplacé par le membre de phrase " au titre II, chapitre II, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement ".
Art. V.14. In hetzelfde decreet wordt een artikel 51septies toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 51septies. § 1. Dit artikel is van toepassing op de personeelsleden die gebruik maken van een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen.
§ 2. In afwijking van de bepalingen betreffende tijdelijke aanstelling kan een personeelslid vermeld in paragraaf 1, tijdens de duur van zijn langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen zijn tijdelijke aanstelling niet uitbreiden in vergelijking tot het volume van zijn tijdelijke aanstelling op de vooravond van het verlof. De toepassing van artikel 23 en artikel 23bis is eveneens beperkt tot het volume van zijn tijdelijke aanstelling op de vooravond van het verlof.
§ 3. Met behoud van de toepassing van de voorwaarden betreffende vaste benoeming, kan een personeelslid dat op de vooravond van het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen deeltijds vast benoemd is, zijn vaste benoeming slechts uitbreiden tot een volume dat maximaal gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het verlof goedgekeurd werd.
§ 4. Het deel van de vast benoemde opdracht waarvoor het personeelslid het verlof vermeld in paragraaf 1 neemt, wordt na een periode van 24 maanden van voormeld verlof een vacante betrekking.
§ 5. Het personeelslid wiens betrekking volgens paragraaf 4 als vacant wordt beschouwd, blijft na de vacantwording van die betrekking in de administratieve en geldelijke toestand die verbonden is aan zijn verlof.".
"Art. 51septies. § 1. Dit artikel is van toepassing op de personeelsleden die gebruik maken van een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen.
§ 2. In afwijking van de bepalingen betreffende tijdelijke aanstelling kan een personeelslid vermeld in paragraaf 1, tijdens de duur van zijn langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen zijn tijdelijke aanstelling niet uitbreiden in vergelijking tot het volume van zijn tijdelijke aanstelling op de vooravond van het verlof. De toepassing van artikel 23 en artikel 23bis is eveneens beperkt tot het volume van zijn tijdelijke aanstelling op de vooravond van het verlof.
§ 3. Met behoud van de toepassing van de voorwaarden betreffende vaste benoeming, kan een personeelslid dat op de vooravond van het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen deeltijds vast benoemd is, zijn vaste benoeming slechts uitbreiden tot een volume dat maximaal gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het verlof goedgekeurd werd.
§ 4. Het deel van de vast benoemde opdracht waarvoor het personeelslid het verlof vermeld in paragraaf 1 neemt, wordt na een periode van 24 maanden van voormeld verlof een vacante betrekking.
§ 5. Het personeelslid wiens betrekking volgens paragraaf 4 als vacant wordt beschouwd, blijft na de vacantwording van die betrekking in de administratieve en geldelijke toestand die verbonden is aan zijn verlof.".
Art. V.14. Dans le même décret, il est inséré un article 51septies, rédigé comme suit :
" Art. 51septies. § 1er. Le présent article s'applique aux membres du personnel qui bénéficient d'un congé prolongé pour prestations réduites justifié par des raisons médicales.
§ 2. Par dérogation aux dispositions relatives à une désignation temporaire, un membre du personnel visé au paragraphe 1er ne peut pas, pendant la durée de son congé prolongé pour prestations réduites justifié par des raisons médicales, étendre la portée de sa désignation temporaire en comparaison au volume de sa désignation temporaire à la veille du congé. L'application des articles 23 et 23bis est également limitée au volume de sa désignation temporaire à la veille du congé.
§ 3. Sans préjudice de l'application des conditions relatives à la nomination à titre définitif, un membre du personnel qui, à la veille du congé prolongé pour prestations réduites justifié par des raisons médicales, est nommé à temps partiel à titre définitif, ne peut étendre sa nomination à titre définitif que jusqu'à un volume qui soit tout au plus égal au volume de reprise de travail ayant été approuvé dans la décision au sujet du congé.
§ 4. La partie de la charge assumée en qualité de nommé à titre définitif pour laquelle le membre du personnel prend le congé visé au paragraphe 1er, devient un emploi vacant après une période de 24 mois du congé précité.
§ 5. Le membre du personnel dont l'emploi est considéré vacant par application du paragraphe 4, conserve, après la déclaration de vacance dudit emploi, les positions administrative et pécuniaire liées à son congé. ".
" Art. 51septies. § 1er. Le présent article s'applique aux membres du personnel qui bénéficient d'un congé prolongé pour prestations réduites justifié par des raisons médicales.
§ 2. Par dérogation aux dispositions relatives à une désignation temporaire, un membre du personnel visé au paragraphe 1er ne peut pas, pendant la durée de son congé prolongé pour prestations réduites justifié par des raisons médicales, étendre la portée de sa désignation temporaire en comparaison au volume de sa désignation temporaire à la veille du congé. L'application des articles 23 et 23bis est également limitée au volume de sa désignation temporaire à la veille du congé.
§ 3. Sans préjudice de l'application des conditions relatives à la nomination à titre définitif, un membre du personnel qui, à la veille du congé prolongé pour prestations réduites justifié par des raisons médicales, est nommé à temps partiel à titre définitif, ne peut étendre sa nomination à titre définitif que jusqu'à un volume qui soit tout au plus égal au volume de reprise de travail ayant été approuvé dans la décision au sujet du congé.
§ 4. La partie de la charge assumée en qualité de nommé à titre définitif pour laquelle le membre du personnel prend le congé visé au paragraphe 1er, devient un emploi vacant après une période de 24 mois du congé précité.
§ 5. Le membre du personnel dont l'emploi est considéré vacant par application du paragraphe 4, conserve, après la déclaration de vacance dudit emploi, les positions administrative et pécuniaire liées à son congé. ".
Afdeling III. - Decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III
Section III. - Décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III
Art. V.15. Aan artikel 29/2 van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In afwijking van het eerste lid heeft een vaste benoeming voor een personeelslid van een internaat dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, wel uitwerking ten aanzien van de overheid als het gaat om een personeelslid dat vóór 1 september 2015 werd toegelaten tot de proeftijd in het ambt van hoofdopvoeder in een opvangcentrum en is opgenomen op de nominatieve lijst die op 30 april 2015 door de herplaatsingscommissie is vastgelegd. In afwijking van artikel 48, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs moet het betrokken personeelslid tijdens zijn proeftijd effectief presteren in het ambt van hoofdopvoeder in een opvangcentrum of in een internaat dat in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen voorziet voor het volume waarin het werd toegelaten tot de proeftijd.".
"In afwijking van het eerste lid heeft een vaste benoeming voor een personeelslid van een internaat dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, wel uitwerking ten aanzien van de overheid als het gaat om een personeelslid dat vóór 1 september 2015 werd toegelaten tot de proeftijd in het ambt van hoofdopvoeder in een opvangcentrum en is opgenomen op de nominatieve lijst die op 30 april 2015 door de herplaatsingscommissie is vastgelegd. In afwijking van artikel 48, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs moet het betrokken personeelslid tijdens zijn proeftijd effectief presteren in het ambt van hoofdopvoeder in een opvangcentrum of in een internaat dat in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen voorziet voor het volume waarin het werd toegelaten tot de proeftijd.".
Art. V.15. L'article 29/2 du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, inséré par le décret du 25 avril 2014, est complété par un quatrième alinéa, rédigé comme suit :
Par dérogation à l'alinéa premier, une nomination à titre définitif pour un membre du personnel d'un internat qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas de cours produit toutefois ses effets vis-à-vis de l'autorité s'il s'agit d'un membre du personnel ayant été admis, avant le 1er septembre 2015, au stage dans la fonction de chef éducateur dans un centre d'accueil et figurant sur la liste nominative fixée le 30 avril 2015 par la commission de réaffectation. Par dérogation à l'article 48, § 1er, du décret relatif au statut des membres du personnel communautaire, le membre du personnel concerné doit, durant son stage, rendre effectivement des prestations dans la fonction de chef éducateur dans un centre d'accueil ou dans un internat qui pourvoit en un séjour et accompagnement durant les jours où il n'y a pas de cours pour le volume dans lequel il a été admis au stage. ".
Par dérogation à l'alinéa premier, une nomination à titre définitif pour un membre du personnel d'un internat qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas de cours produit toutefois ses effets vis-à-vis de l'autorité s'il s'agit d'un membre du personnel ayant été admis, avant le 1er septembre 2015, au stage dans la fonction de chef éducateur dans un centre d'accueil et figurant sur la liste nominative fixée le 30 avril 2015 par la commission de réaffectation. Par dérogation à l'article 48, § 1er, du décret relatif au statut des membres du personnel communautaire, le membre du personnel concerné doit, durant son stage, rendre effectivement des prestations dans la fonction de chef éducateur dans un centre d'accueil ou dans un internat qui pourvoit en un séjour et accompagnement durant les jours où il n'y a pas de cours pour le volume dans lequel il a été admis au stage. ".
Afdeling IV. - Regularisatie DAC-werknemers in internaten
Section IV. - Régularisation des travailleurs TCT dans les internats
Art. V.16. Aan artikel 32 van hoofdstuk VI van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 3. De Vlaamse Regering legt een regeling vast om de bestaande DAC-arbeidsplaatsen in de gesubsidieerde vrije internaten te regulariseren.".
" § 3. De Vlaamse Regering legt een regeling vast om de bestaande DAC-arbeidsplaatsen in de gesubsidieerde vrije internaten te regulariseren.".
Art. V.16. A l'article 32 du chapitre VI de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement, modifié en dernier lieu par le décret du 25 avril 2014, il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Le Gouvernement flamand fixe un règlement pour la régularisation des emplois TCT existants dans les internats libres subventionnés. ".
" § 3. Le Gouvernement flamand fixe un règlement pour la régularisation des emplois TCT existants dans les internats libres subventionnés. ".
Afdeling V. - Inwerkingtreding.
Section V. - Entrée en vigueur
Art. V.17. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2015.
De artikelen V.2, V.3, V.11 en V.12 hebben uitwerking met ingang van 1 juni 2015.
Artikel V.15, V.16 treden in werking op 1 januari 2016.
De artikelen V.2, V.3, V.11 en V.12 hebben uitwerking met ingang van 1 juni 2015.
Artikel V.15, V.16 treden in werking op 1 januari 2016.
Art. V.17. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2015.
Les articles V.2, V.3, V.11 et V.12 produisent leurs effets le 1er juin 2015.
Les articles V.15, V.16 entrent en vigueur le 1er janvier 2016.
Les articles V.2, V.3, V.11 et V.12 produisent leurs effets le 1er juin 2015.
Les articles V.15, V.16 entrent en vigueur le 1er janvier 2016.
HOOFDSTUK VI. - Volwassenenonderwijs
CHAPITRE VI. - Education des adultes
Art. VI.1. In artikel 2, gewijzigd bij de decreten van 4 juli 2008, 30 april 2009, 8 mei 2009, 9 juli 2010, 1 juli 2011 en 19 december 2014, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het punt 11° wordt vervangen door wat volgt:
"11° deelcertificaat: een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die een module in de basiseducatie, het secundair volwassenenonderwijs of de specifieke lerarenopleidingen met goed gevolg heeft beëindigd;";
2° het punt 29° wordt vervangen door wat volgt:
"29° module: het kleinste te certificeren deel van een opleiding, met uitzondering van deze in het hoger beroepsonderwijs waar modules verder worden onderverdeeld in opleidingsonderdelen, dat overeenstemt met een bepaalde inhoud, omvang en een bepaald niveau;";
3° het punt 42° wordt opgeheven.
1° het punt 11° wordt vervangen door wat volgt:
"11° deelcertificaat: een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die een module in de basiseducatie, het secundair volwassenenonderwijs of de specifieke lerarenopleidingen met goed gevolg heeft beëindigd;";
2° het punt 29° wordt vervangen door wat volgt:
"29° module: het kleinste te certificeren deel van een opleiding, met uitzondering van deze in het hoger beroepsonderwijs waar modules verder worden onderverdeeld in opleidingsonderdelen, dat overeenstemt met een bepaalde inhoud, omvang en een bepaald niveau;";
3° het punt 42° wordt opgeheven.
Art. VI.1. A l'article 2 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, modifié par les décrets des 4 juillet 2008, 30 avril 2009, 8 mai 2009, 9 juillet 2010, 1er juillet 2011 et 19 décembre 2014, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 11° est remplacé par ce qui suit :
" 11° certificat partiel : un titre reconnu d'office, délivré par la direction du centre à un apprenant qui a achevé avec fruit un module dans l'éducation de base, l'enseignement secondaire des adultes ou les formations spécifiques des enseignants ; " ;
2° le point 29° est remplacé par ce qui suit :
" 29° module : la plus petite unité à certifier d'une formation, à l'exception de celles dans l'enseignement supérieur professionnel hbo5 où les modules sont sous-divisés en subdivisions de formations, correspondant à un contenu, un volume et un niveau déterminés ; " ;
3° le point 42° est abrogé.
1° le point 11° est remplacé par ce qui suit :
" 11° certificat partiel : un titre reconnu d'office, délivré par la direction du centre à un apprenant qui a achevé avec fruit un module dans l'éducation de base, l'enseignement secondaire des adultes ou les formations spécifiques des enseignants ; " ;
2° le point 29° est remplacé par ce qui suit :
" 29° module : la plus petite unité à certifier d'une formation, à l'exception de celles dans l'enseignement supérieur professionnel hbo5 où les modules sont sous-divisés en subdivisions de formations, correspondant à un contenu, un volume et un niveau déterminés ; " ;
3° le point 42° est abrogé.
Art. VI.2. In hetzelfde decreet worden in artikel 10, eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, de woorden "de stuurgroep" vervangen door de woorden "het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten die een subsidie ontvangen op basis van artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs".
Art. VI.2. A l'article 10, alinéa premier, du même décret, modifié par le décret du 8 mai 2009, les mots " du comité directeur " sont remplacés par les mots " du Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs ", visé à l'article 43, et des services d'encadrement pédagogique qui reçoivent une subvention en vertu de l'article 28 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement ".
Art. VI.3. In hetzelfde decreet worden in artikel 24, § 1, eerste lid, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009 en 1 juli 2001, de woorden "de stuurgroep" vervangen door de woorden "het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten die een subsidie ontvangen op basis van artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs".
Art. VI.3. A l'article 24, alinéa premier, du même décret, modifié par les décrets des 30 avril 2009 et 1er juillet 2001, les mots " du comité directeur " sont remplacés par les mots " du Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs ", visé à l'article 43, et des services d'encadrement pédagogique qui reçoivent une subvention en vertu de l'article 28 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement ".
Art. VI.4. Artikel 24bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009 en gewijzigd bij het decreet van 12 juli 2013, wordt opgeheven.
Art. VI.4. L'article 24bis du même décret, inséré par le décret du 30 avril 2009 et modifié par le décret du 12 juillet 2013, est abrogé.
Art. VI.5. In artikel 25 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, worden de woorden "of artikel 24bis" geschrapt.
Art. VI.5. Dans l'article 25 du même décret, modifié par le décret du 30 avril 2009, les mots " ou l'article 24bis " sont supprimés.
Art. VI.6. In artikel 25bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009 en vervangen bij het decreet van 21 december 2012, wordt het punt 1° van paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
"1° in de leergebieden wiskunde, Nederlands en alfabetisering Nederlands tweede taal van de basiseducatie. De open module wiskunde omvat uitsluitend eindtermen of basiscompetenties uit het leergebied wiskunde. De open module Nederlands omvat uitsluitend eindtermen uit het leergebied Nederlands. De open module alfabetisering Nederlands tweede taal omvat uitsluitend basiscompetenties uit het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal;".
"1° in de leergebieden wiskunde, Nederlands en alfabetisering Nederlands tweede taal van de basiseducatie. De open module wiskunde omvat uitsluitend eindtermen of basiscompetenties uit het leergebied wiskunde. De open module Nederlands omvat uitsluitend eindtermen uit het leergebied Nederlands. De open module alfabetisering Nederlands tweede taal omvat uitsluitend basiscompetenties uit het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal;".
Art. VI.6. A l'article 25bis du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009 et remplacé par le décret du 21 décembre 2012, le point 1° du paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
" 1° dans les domaines d'apprentissage 'wiskunde' (mathématiques), 'Nederlands' (néerlandais) et 'alfabetisering Nederlands tweede taal' (alphabétisation néerlandais deuxième langue) de l'éducation de base. Le module ouvert 'wiskunde' comprend uniquement des objectifs finaux ou des compétences de base du domaine d'apprentissage 'wiskunde'. Le module ouvert 'Nederlands' comprend uniquement des objectifs finaux du domaine d'apprentissage 'Nederlands'. Le module ouvert 'alfabetisering Nederlands tweede taal' comprend uniquement des compétences de base du domaine d'apprentissage 'alfabetisering Nederlands tweede taal' ; ".
" 1° dans les domaines d'apprentissage 'wiskunde' (mathématiques), 'Nederlands' (néerlandais) et 'alfabetisering Nederlands tweede taal' (alphabétisation néerlandais deuxième langue) de l'éducation de base. Le module ouvert 'wiskunde' comprend uniquement des objectifs finaux ou des compétences de base du domaine d'apprentissage 'wiskunde'. Le module ouvert 'Nederlands' comprend uniquement des objectifs finaux du domaine d'apprentissage 'Nederlands'. Le module ouvert 'alfabetisering Nederlands tweede taal' comprend uniquement des compétences de base du domaine d'apprentissage 'alfabetisering Nederlands tweede taal' ; ".
Art. VI.7. In artikel 26, § 4, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 4 juli 2008, 30 april 2009 en 1 juli 2011, worden telkens de woorden "vermeld in artikelen 24 en 24bis" vervangen door "vermeld in artikel 24".
Art. VI.7. Dans l'article 26, § 4, du même décret, modifié par les décrets des 4 juillet 2008, 30 avril 2009 et 1er juillet 2011, les mots " visés aux articles 24 et 24bis " sont chaque fois remplacés par " visés à l'article 24 ".
Art. VI.8. In artikel 35, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 4 juli 2008, 8 mei 2009, 9 juli 2010 en 25 april 2014, wordt in het eerste punt tussen de woorden "het deelcertificaat" en het woord "van" de zinsnede "of modulebewijs" ingevoegd.
Art. VI.8. Au premier point de l'article 35, § 2, du même décret, modifié par les décrets des 4 juillet 2008, 8 mai 2009, 9 juillet 2010 et 25 avril 2014, le membre de phrase " ou du certificat de module " est inséré entre les mots " certificat partiel " et les mots " d'un module ".
Art. VI.9. Artikel 38, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Een evaluatie is een deskundige beoordeling van de mate waarin de cursist de doelstellingen uit het goedgekeurde leerplan of het opleidingsprofiel heeft bereikt.
Een evaluatie kan georganiseerd worden in de vorm van een permanente evaluatie of in de vorm van een afsluitende evaluatie.
Het centrum organiseert voor elke module en in het hoger beroepsonderwijs ook voor elk opleidingsonderdeel een evaluatie.".
" § 1. Een evaluatie is een deskundige beoordeling van de mate waarin de cursist de doelstellingen uit het goedgekeurde leerplan of het opleidingsprofiel heeft bereikt.
Een evaluatie kan georganiseerd worden in de vorm van een permanente evaluatie of in de vorm van een afsluitende evaluatie.
Het centrum organiseert voor elke module en in het hoger beroepsonderwijs ook voor elk opleidingsonderdeel een evaluatie.".
Art. VI.9. L'article 38, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 30 avril 2009, est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Une évaluation est une appréciation expérimentée de la mesure dans laquelle l'apprenant a atteint les objectifs du programme d'études ou du profil de formation approuvé.
Une évaluation peut être organisée sous forme d'une évaluation permanente ou sous forme d'une évaluation conclusive.
Le centre organise une évaluation pour chaque module et dans l'enseignement supérieur professionnel hbo5 également pour chaque subdivision de formation. ".
" § 1er. Une évaluation est une appréciation expérimentée de la mesure dans laquelle l'apprenant a atteint les objectifs du programme d'études ou du profil de formation approuvé.
Une évaluation peut être organisée sous forme d'une évaluation permanente ou sous forme d'une évaluation conclusive.
Le centre organise une évaluation pour chaque module et dans l'enseignement supérieur professionnel hbo5 également pour chaque subdivision de formation. ".
Art. VI.10. Aan artikel 40 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 21 december 2012, wordt een paragraaf 3 toegevoegd die luidt als volgt:
" § 3. Een centrumbestuur dat onderwijsbevoegdheid bezit voor een opleiding waarvan andere opleidingen integraal deel uitmaken, is ertoe gemachtigd om een certificaat van een onderliggende opleiding uit te reiken aan de cursist die aantoonbaar de competenties van de onderliggende opleiding in voldoende mate heeft bereikt.".
" § 3. Een centrumbestuur dat onderwijsbevoegdheid bezit voor een opleiding waarvan andere opleidingen integraal deel uitmaken, is ertoe gemachtigd om een certificaat van een onderliggende opleiding uit te reiken aan de cursist die aantoonbaar de competenties van de onderliggende opleiding in voldoende mate heeft bereikt.".
Art. VI.10. Un paragraphe 3, qui s'énonce comme suit, est ajouté à l'article 40 du même décret, modifié par le décret du 21 décembre 2012 :
" § 3. Une autorité du centre qui a compétence d'enseignement pour une formation dont d'autres formations font partie intégrante est autorisée à délivrer un certificat d'une formation sous-jacente à l'apprenant ayant manifestement suffisamment atteint les compétences de la formation sous-jacente. ".
" § 3. Une autorité du centre qui a compétence d'enseignement pour une formation dont d'autres formations font partie intégrante est autorisée à délivrer un certificat d'une formation sous-jacente à l'apprenant ayant manifestement suffisamment atteint les compétences de la formation sous-jacente. ".
Art. VI.11. In artikel 41, eerste paragraaf, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 8 mei 2009, 1 juli 2011 en 12 juli 2013, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Een deelcertificaat bekrachtigt een module. In het hoger beroepsonderwijs wordt een module bekrachtigd met een modulebewijs.".
"Een deelcertificaat bekrachtigt een module. In het hoger beroepsonderwijs wordt een module bekrachtigd met een modulebewijs.".
Art. VI.11. A l'article 41, paragraphe 1er, du même décret, modifié par les décrets des 30 avril 2009, 8 mai 2009, 1er juillet 2011 et 12 juillet 2013, le premier alinéa est remplacé par ce qui suit :
" Un certificat partiel sanctionne un module. Dans l'enseignement supérieur professionnel hbo5, un module est sanctionné par un certificat de module. ".
" Un certificat partiel sanctionne un module. Dans l'enseignement supérieur professionnel hbo5, un module est sanctionné par un certificat de module. ".
Art. VI.12. Artikel 45 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 45. Aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs worden volgende opdrachten toegekend:
1° de begeleiding van de centra voor basiseducatie en de centra voor volwassenenonderwijs:
a) ondersteunen bij de realisatie van hun eigen agogisch project;
b) ondersteunen bij het bevorderen van hun onderwijskwaliteit en bij hun ontwikkeling tot professionele lerende organisatie door:
1) netwerkvorming te bevorderen en netwerken te ondersteunen;
2) leidinggevenden te ondersteunen of te vormen;
3) de beroepsbekwaamheid van de personeelsleden te ondersteunen binnen een centrum en centrumoverstijgend met bijzondere aandacht voor beginnende personeelsleden, personeelsleden met specifieke opdrachten;
4) het beleidsvoerend vermogen van centra te versterken;
5) de kwaliteitszorg van centra te ondersteunen;
c) op verzoek van het centrumbestuur het centrum ondersteunen en begeleiden bij de uitwerking van de aangegeven actiepunten na een doorlichting;
d) onderwijsinnovaties aanreiken, stimuleren en ondersteunen;
e) aanbodgerichte nascholingsactiviteiten aanreiken en aansturen met inbegrip van de nascholing van directies;
f) met verscheidene onderwijsactoren op verschillende niveaus overleggen over onderwijskwaliteit;
g) participeren aan de aansturing of opvolging van ondersteuningsinitiatieven georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Regering die als doelstelling het ondersteunen van centra of hun leerkrachten of begeleiders hebben;
2° samen met de pedagogische begeleidingsdiensten de opdrachten geformuleerd in artikel 49 uitvoeren.".
"Art. 45. Aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs worden volgende opdrachten toegekend:
1° de begeleiding van de centra voor basiseducatie en de centra voor volwassenenonderwijs:
a) ondersteunen bij de realisatie van hun eigen agogisch project;
b) ondersteunen bij het bevorderen van hun onderwijskwaliteit en bij hun ontwikkeling tot professionele lerende organisatie door:
1) netwerkvorming te bevorderen en netwerken te ondersteunen;
2) leidinggevenden te ondersteunen of te vormen;
3) de beroepsbekwaamheid van de personeelsleden te ondersteunen binnen een centrum en centrumoverstijgend met bijzondere aandacht voor beginnende personeelsleden, personeelsleden met specifieke opdrachten;
4) het beleidsvoerend vermogen van centra te versterken;
5) de kwaliteitszorg van centra te ondersteunen;
c) op verzoek van het centrumbestuur het centrum ondersteunen en begeleiden bij de uitwerking van de aangegeven actiepunten na een doorlichting;
d) onderwijsinnovaties aanreiken, stimuleren en ondersteunen;
e) aanbodgerichte nascholingsactiviteiten aanreiken en aansturen met inbegrip van de nascholing van directies;
f) met verscheidene onderwijsactoren op verschillende niveaus overleggen over onderwijskwaliteit;
g) participeren aan de aansturing of opvolging van ondersteuningsinitiatieven georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Regering die als doelstelling het ondersteunen van centra of hun leerkrachten of begeleiders hebben;
2° samen met de pedagogische begeleidingsdiensten de opdrachten geformuleerd in artikel 49 uitvoeren.".
Art. VI.12. L'article 45 du même décret, modifié par le décret du 30 avril 2009, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 45. Les missions suivantes sont conférées au " Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs " :
1° l'accompagnement des centres d'éducation de base et des centres d'éducation des adultes :
a) les soutenir dans la réalisation du propre projet socio-éducatif ;
b) les soutenir dans la promotion de leur qualité d'enseignement et lors de leur développement en une organisation apprenante professionnelle en :
1) facilitant le réseautage et le soutien aux réseaux ;
2) soutenant ou formant des dirigeants ;
3) soutenant la compétence professionnelle des membres du personnel au sein d'un centre et au-delà du centre avec une attention particulière pour les membres du personnel débutants et les membres du personnel chargés de missions spécifiques ;
4) renforçant la capacité gestionnaire des centres ;
5) soutenant l'assurance de la qualité des centres ;
c) à la demande de l'autorité du centre, soutenir et accompagner le centre lors de l'élaboration des points d'action signalés par un audit ;
d) fournir, stimuler et soutenir des innovations de l'enseignement ;
e) fournir et gérer des activités de formation continuée gérées par l'offre, y compris la formation continuée des directions ;
f) se concerter avec plusieurs acteurs de l'enseignement à différents niveaux sur la qualité de l'enseignement ;
g) participer au pilotage ou au suivi des initiatives de soutien organisées ou subventionnées par le Gouvernement flamand qui ont pour but de soutenir des centres, leurs enseignants ou accompagnateurs ;
2° la réalisation, ensemble aux services d'encadrement pédagogique, des missions formulées à l'article 49. ".
" Art. 45. Les missions suivantes sont conférées au " Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs " :
1° l'accompagnement des centres d'éducation de base et des centres d'éducation des adultes :
a) les soutenir dans la réalisation du propre projet socio-éducatif ;
b) les soutenir dans la promotion de leur qualité d'enseignement et lors de leur développement en une organisation apprenante professionnelle en :
1) facilitant le réseautage et le soutien aux réseaux ;
2) soutenant ou formant des dirigeants ;
3) soutenant la compétence professionnelle des membres du personnel au sein d'un centre et au-delà du centre avec une attention particulière pour les membres du personnel débutants et les membres du personnel chargés de missions spécifiques ;
4) renforçant la capacité gestionnaire des centres ;
5) soutenant l'assurance de la qualité des centres ;
c) à la demande de l'autorité du centre, soutenir et accompagner le centre lors de l'élaboration des points d'action signalés par un audit ;
d) fournir, stimuler et soutenir des innovations de l'enseignement ;
e) fournir et gérer des activités de formation continuée gérées par l'offre, y compris la formation continuée des directions ;
f) se concerter avec plusieurs acteurs de l'enseignement à différents niveaux sur la qualité de l'enseignement ;
g) participer au pilotage ou au suivi des initiatives de soutien organisées ou subventionnées par le Gouvernement flamand qui ont pour but de soutenir des centres, leurs enseignants ou accompagnateurs ;
2° la réalisation, ensemble aux services d'encadrement pédagogique, des missions formulées à l'article 49. ".
Art. VI.13. In artikel 49, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 8 mei 2009, 9 juli 2010 en 12 juli 2013, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° de inleidende zin wordt vervangen door wat volgt:
"Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs en de pedagogische begeleidingsdiensten moeten de subsidie toegekend op basis van respectievelijk artikel 47, § 1, van dit decreet en artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs ook aanwenden voor de gezamenlijke uitvoering van volgende opdrachten.";
2° de punten 1°, 2°, 4°, 5°, 7°, 8° en 9° worden opgeheven.
1° de inleidende zin wordt vervangen door wat volgt:
"Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs en de pedagogische begeleidingsdiensten moeten de subsidie toegekend op basis van respectievelijk artikel 47, § 1, van dit decreet en artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs ook aanwenden voor de gezamenlijke uitvoering van volgende opdrachten.";
2° de punten 1°, 2°, 4°, 5°, 7°, 8° en 9° worden opgeheven.
Art. VI.13. A l'article 49, alinéa premier, du même décret, modifié par les décrets des 30 avril 2009, 8 mai 2009, 9 juillet 2010 et 12 juillet 2013, sont apportées les modifications suivantes :
1° la phrase introductive est remplacée par ce qui suit :
" Le " Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs " et les services d'encadrement pédagogique doivent affecter la subvention accordée respectivement sur la base de l'article 47, § 1er, du présent décret, et de l'article 28 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement également à l'accomplissement conjointe des missions suivantes. " ;
2° les points 1°, 2°, 4°, 5°, 7°, 8° et 9° sont abrogés.
1° la phrase introductive est remplacée par ce qui suit :
" Le " Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs " et les services d'encadrement pédagogique doivent affecter la subvention accordée respectivement sur la base de l'article 47, § 1er, du présent décret, et de l'article 28 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement également à l'accomplissement conjointe des missions suivantes. " ;
2° les points 1°, 2°, 4°, 5°, 7°, 8° et 9° sont abrogés.
Art. VI.14. In artikel 50, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, worden de punten 2° tot en met 5° opgeheven.
Art. VI.14. A l'article 50, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 1er juillet 2011, les points 2° à 5° sont abrogés.
Art. VI.15. In artikel 63 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 8 mei 2009, 9 juli 2010, 29 juni 2012, 19 juli 2013 en 25 april 2014, wordt een paragraaf 2bis ingevoegd die luidt als volgt:
" § 2bis. Een centrum dat onderwijsbevoegdheid bezit voor een opleiding waarvan andere opleidingen integraal deel uitmaken, beschikt over de onderwijsbevoegdheid voor de onderliggende opleidingen.".
" § 2bis. Een centrum dat onderwijsbevoegdheid bezit voor een opleiding waarvan andere opleidingen integraal deel uitmaken, beschikt over de onderwijsbevoegdheid voor de onderliggende opleidingen.".
Art. VI.15. Dans l'article 63 du même décret, modifié par les décrets des 30 avril 2009, 8 mai 2009, 9 juillet 2010, 29 juin 2012, 19 juillet 2013 et 25 avril 2014, il est inséré un paragraphe 2bis, rédigé comme suit :
" § 2bis. Un centre qui a compétence d'enseignement pour une formation dont d'autres formations font partie intégrante, détient compétence d'enseignement pour les formations sous-jacentes. ".
" § 2bis. Un centre qui a compétence d'enseignement pour une formation dont d'autres formations font partie intégrante, détient compétence d'enseignement pour les formations sous-jacentes. ".
Art. VI.16. Aan artikel 64, § 1, van hetzelfde decreet wordt een zin toegevoegd die luidt als volgt:
"De Vlaamse Regering zal, voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen.".
"De Vlaamse Regering zal, voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen.".
Art. VI.16. A l'article 64, § 1er, du même décret, il est ajouté une phrase, rédigée comme suit :
" Préalablement à la prise d'une décision, le Gouvernement flamand prendra l'avis du " Vlaamse Onderwijsraad ". ".
" Préalablement à la prise d'une décision, le Gouvernement flamand prendra l'avis du " Vlaamse Onderwijsraad ". ".
Art. VI.17. Aan artikel 68, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt een zin toegevoegd die luidt als volgt:
"De Vlaamse Regering zal, voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen.".
"De Vlaamse Regering zal, voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen.".
Art. VI.17. L'article 68, § 2, alinéa premier, du même décret, est complété par une phrase, rédigée comme suit :
" Préalablement à la prise d'une décision, le Gouvernement flamand prendra l'avis du " Vlaamse Onderwijsraad ". ".
" Préalablement à la prise d'une décision, le Gouvernement flamand prendra l'avis du " Vlaamse Onderwijsraad ". ".
Art. VI.18. In hetzelfde decreet wordt in artikel 72sexies, eerste lid, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009 en gewijzigd bij de decreten van 1 juli 2011 en 19 december 2014, worden de woorden "de stuurgroep" vervangen door de woorden "het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten die een subsidie ontvangen op basis van artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs".
Art. VI.18. A l'article 72sexies, alinéa premier, du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009 et modifié par les décrets des 1er juillet 2011 et 19 décembre 2014, les mots " le comité directeur " sont remplacés par les mots " le " Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs ", visé à l'article 43, et les services d'encadrement pédagogique qui reçoivent une subvention en vertu de l'article 28 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement ".
Art. VI.19. In artikel 86, § 1, 2°, en § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt de datum "30 april" vervangen door de datum "31 mei".
Art. VI.19. A l'article 86, § 1er, 2°, et § 2, alinéa premier, du même décret, modifié par le décret du 1er juillet 2011, la date du " 30 avril " est remplacé par la date du " 31 mai ".
Art. VI.20. In artikel 87, § 5, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt de datum "30 april" vervangen door de datum "31 mei".
Art. VI.20. A l'article 87, § 5, du même décret, modifié par le décret du 1er juillet 2011, la date du " 30 avril " est remplacée par la date du " 31 mai ".
Art. VI.21. In artikel 103, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt de datum "30 april" vervangen door de datum "31 mei".
Art. VI.21. A l'article 103, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 1er juillet 2011, la date du " 30 avril " est remplacée par la date du " 31 mai ".
Art. VI.22. In artikel 104, § 1, 2°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt de datum "30 april" vervangen door de datum "31 mei".
Art. VI.22. A l'article 104, § 1er, 2°, du même décret, modifié par le décret du 1er juillet 2011, la date du " 30 avril " est remplacée par la date du " 31 mai ".
Art. VI.23. In artikel 109 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 4 juli 2008, 8 mei 2009, 9 juli 2010, 1 juli 2011, 23 december 2011, 29 juni 2012, 13 juli 2012, 21 december 2012, 19 juli 2013 en 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt tussen de woorden "een module" en "te vermenigvuldigen" de zinsnede "of voor het hoger beroepsonderwijs het opleidingsonderdeel" ingevoegd;
2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt het inschrijvingsgeld begrensd op 300 euro per opleiding per semester. Een semester is een periode van 1 september tot en met 31 december of een periode van 1 januari tot en met 31 augustus.".
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt tussen de woorden "een module" en "te vermenigvuldigen" de zinsnede "of voor het hoger beroepsonderwijs het opleidingsonderdeel" ingevoegd;
2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt het inschrijvingsgeld begrensd op 300 euro per opleiding per semester. Een semester is een periode van 1 september tot en met 31 december of een periode van 1 januari tot en met 31 augustus.".
Art. VI.23. A l'article 109 du même décret, modifié par les décrets des 4 juillet 2008, 8 mai 2009, 9 juillet 2010, 1er juillet 2011, 23 décembre 2011, 29 juin 2012, 13 juillet 2012, 21 décembre 2012, 19 juillet 2013 et 19 décembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, alinéa premier, le membre de phrase " ou, pour l'enseignement supérieur professionnel hbo5, d'une subdivision de formation " est inséré entre les mots " d'un module " et les mots " par 1,50 euro " ;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le droit d'inscription est limité à 300 euros par formation par semestre. Un semestre est la période du 1er septembre au 31 décembre inclus ou la période du 1er janvier au 31 août inclus. ".
1° au paragraphe 1er, alinéa premier, le membre de phrase " ou, pour l'enseignement supérieur professionnel hbo5, d'une subdivision de formation " est inséré entre les mots " d'un module " et les mots " par 1,50 euro " ;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le droit d'inscription est limité à 300 euros par formation par semestre. Un semestre est la période du 1er septembre au 31 décembre inclus ou la période du 1er janvier au 31 août inclus. ".
Art. VI.24. In artikel 121, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt tussen de woorden "de module" en het woord "worden" de zinsnede "of in het hoger beroepsonderwijs het opleidingsonderdeel" ingevoegd.
Art. VI.24. A l'article 121, alinéa premier, du même décret, le membre de phrase " ou, dans l'enseignement supérieur professionnel hbo5, la subdivision de formation " est inséré entre les mots " le module " et les mots " et qu'elle impute ".
Art. VI.25. Artikel 179ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, wordt opgeheven.
Art. VI.25. L'article 179ter du même décret, inséré par le décret du 30 avril 2009, est abrogé.
Art. VI.26. In hetzelfde decreet wordt een artikel 194bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 194bis. In afwijking van artikel 109, § 2, wordt het inschrijvingsgeld van een lineair georganiseerde opleiding van het hoger beroepsonderwijs begrensd op 600 euro per schooljaar.".
"Art. 194bis. In afwijking van artikel 109, § 2, wordt het inschrijvingsgeld van een lineair georganiseerde opleiding van het hoger beroepsonderwijs begrensd op 600 euro per schooljaar.".
Art. VI.26. Dans le même décret, il est inséré un article 194bis, rédigé comme suit :
" Art. 194bis. Par dérogation à l'article 109, § 2, le droit d'inscription d'une formation organisée de façon linéaire de l'enseignement supérieur professionnel hbo5 est limité à 600 euros par année scolaire. ".
" Art. 194bis. Par dérogation à l'article 109, § 2, le droit d'inscription d'une formation organisée de façon linéaire de l'enseignement supérieur professionnel hbo5 est limité à 600 euros par année scolaire. ".
Art. VI.27. Dit hoofdstuk treedt in werking met ingang van 1 september 2015.
Art. VI.27. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2015.
HOOFDSTUK VII. - Andere bepalingen
CHAPITRE VII. - Autres dispositions
Afdeling I. - Deeltijds kunstonderwijs
Section Ire. - Enseignement artistique à temps partiel
Art. VII.1. In artikel 96ter van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, ingevoegd bij het decreet van 4 juli 2008, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt:
" § 1. De overdracht van uren-leraar tijdens een bepaald schooljaar, vermeld in artikel 96bis, is slechts mogelijk indien de betrokken inrichtende macht van de onderwijsinstelling op eer verklaart dat zij tijdens dat schooljaar in de betrokken onderwijsinstelling overeenkomstig de geldende reglementering geen nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel dient uit te spreken of als de leden van het onderwijzend personeel die nieuw of bijkomend ter beschikking werden gesteld wegens ontstentenis van betrekking, kunnen worden gereaffecteerd of weder tewerk gesteld in een vacante of niet-vacante organieke betrekking in een instelling van de inrichtende macht en dit voor de hele verdere duur van het schooljaar.".
" § 1. De overdracht van uren-leraar tijdens een bepaald schooljaar, vermeld in artikel 96bis, is slechts mogelijk indien de betrokken inrichtende macht van de onderwijsinstelling op eer verklaart dat zij tijdens dat schooljaar in de betrokken onderwijsinstelling overeenkomstig de geldende reglementering geen nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel dient uit te spreken of als de leden van het onderwijzend personeel die nieuw of bijkomend ter beschikking werden gesteld wegens ontstentenis van betrekking, kunnen worden gereaffecteerd of weder tewerk gesteld in een vacante of niet-vacante organieke betrekking in een instelling van de inrichtende macht en dit voor de hele verdere duur van het schooljaar.".
Art. VII.1. A l'article 96ter du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement-II, inséré par le décret du 4 juillet 2008, le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Le transfert de périodes-professeur pendant une année scolaire déterminée, visé a l'article 96bis, n'est possible que si le pouvoir organisateur intéressé de l'établissement d'enseignement déclare sur l'honneur que, conformément à la réglementation en vigueur il ne doit pas procéder à des mises en disponibilité par défaut d'emploi nouvelles ou supplémentaires dans la catégorie du personnel enseignant ou si les membres du personnel enseignant ayant été nouvellement ou supplémentairement mis en disponibilité par défaut d'emploi peuvent être réafffectés ou remis à l'emploi dans un emploi organique vacant ou non vacant dans un établissement du pouvoir organisateur et ce pour toute la durée de l'année scolaire. ".
" § 1er. Le transfert de périodes-professeur pendant une année scolaire déterminée, visé a l'article 96bis, n'est possible que si le pouvoir organisateur intéressé de l'établissement d'enseignement déclare sur l'honneur que, conformément à la réglementation en vigueur il ne doit pas procéder à des mises en disponibilité par défaut d'emploi nouvelles ou supplémentaires dans la catégorie du personnel enseignant ou si les membres du personnel enseignant ayant été nouvellement ou supplémentairement mis en disponibilité par défaut d'emploi peuvent être réafffectés ou remis à l'emploi dans un emploi organique vacant ou non vacant dans un établissement du pouvoir organisateur et ce pour toute la durée de l'année scolaire. ".
Art. VII.2. In artikel 34 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014 tot wijziging van diverse besluiten betreffende het deeltijds kunstonderwijs met het oog op een aantal maatregelen voor de inhoudelijke vernieuwing worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de datum "31 augustus 2015" vervangen door de datum "31 augustus 2016";
2° in het tweede lid worden de woorden "vanaf het schooljaar 2015-2016" vervangen door de woorden "vanaf het schooljaar 2016-2017".
1° in het eerste lid wordt de datum "31 augustus 2015" vervangen door de datum "31 augustus 2016";
2° in het tweede lid worden de woorden "vanaf het schooljaar 2015-2016" vervangen door de woorden "vanaf het schooljaar 2016-2017".
Art. VII.2. A l'article 34 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2014 modifiant divers arrêtés relatifs à l'enseignement artistique à temps partiel en vue d'un certain nombre de mesures pour l'innovation au niveau du contenu sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa premier, la date du " 31 août 2015 " est remplacée par la date du " 31 août 2016 " ;
2° à l'alinéa deux, les mots " A partir de l'année scolaire 2015-2016 " sont remplacés par les mots " A partir de l'année scolaire 2016-2017 ".
1° dans l'alinéa premier, la date du " 31 août 2015 " est remplacée par la date du " 31 août 2016 " ;
2° à l'alinéa deux, les mots " A partir de l'année scolaire 2015-2016 " sont remplacés par les mots " A partir de l'année scolaire 2016-2017 ".
Art. VII.3. In artikel 2, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichting ``Beeldende Kunst'' worden tussen de woorden "artikel 7, § 4bis,'' en ", of die conform artikel 1, § 4ter, een aangepast curriculum volgt" de woorden "of artikel 7, § 4quater" ingevoegd.
Art. VII.3. A l'article 2, 7°, de l'arrêté du Gouvernement du 31 juillet 1990 portant organisation de l'enseignement artistique à temps partiel, orientation " Arts plastiques ", les mots " ou de l'article 7, § 4quater " sont insérés entre les mots " l'article 7, § 4bis, " et " ou qui, conformément à l'article 1er, § 4ter, suit un programme adapté individuellement ".
Art. VII.4. In artikel 7 van hetzelfde besluit wordt een paragraaf 4quater ingevoegd die luidt als volgt:
" § 4quater. Een instelling kan voor een leerling die beschikt over een verslag als vermeld in artikel 16 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 of een verslag als vermeld in artikel 352 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 of voor een leerling die ingeschreven is in het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, na overleg met de leerling of zijn ouders, binnen het gemeenschappelijk curriculum afwijken van de volgende bepalingen:
1° de bepalingen over lessenroosters, vermeld in artikel 7 en artikel 9;
2° de bepalingen over groeperingsvoorwaarden, vermeld in artikel 10;
3° de bepalingen over evaluatie, proeven en bekrachtiging van de studies in artikel 19 tot en met 26.
De directeur en leerkrachten motiveren de afwijkingen in functie van de leerwinst met het oog op het behalen van het attest, eindattest, getuigschrift of kwalificatiegetuigschrift. De inspectie en de verificatie kunnen de motivering op elk moment inkijken in de instelling.".
" § 4quater. Een instelling kan voor een leerling die beschikt over een verslag als vermeld in artikel 16 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 of een verslag als vermeld in artikel 352 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 of voor een leerling die ingeschreven is in het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, na overleg met de leerling of zijn ouders, binnen het gemeenschappelijk curriculum afwijken van de volgende bepalingen:
1° de bepalingen over lessenroosters, vermeld in artikel 7 en artikel 9;
2° de bepalingen over groeperingsvoorwaarden, vermeld in artikel 10;
3° de bepalingen over evaluatie, proeven en bekrachtiging van de studies in artikel 19 tot en met 26.
De directeur en leerkrachten motiveren de afwijkingen in functie van de leerwinst met het oog op het behalen van het attest, eindattest, getuigschrift of kwalificatiegetuigschrift. De inspectie en de verificatie kunnen de motivering op elk moment inkijken in de instelling.".
Art. VII.4. Dans l'article 7 du même arrêté, il est inséré un paragraphe 4quater, rédigé comme suit :
" § 4quater. Pour un élève qui dispose d'un rapport tel que visé à l'article 16 du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 ou d'un rapport tel que visé à l'article 352 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, ou pour un élève qui est inscrit à la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap "(Agence flamande pour les Personnes handicapées), un établissement peut déroger, au sein du programme d'études commun, aux dispositions suivantes, après concertation avec l'élève ou ses parents :
1° les dispositions concernant les horaires des cours, visées aux articles 7 et 9 ;
2° les dispositions concernant les conditions de groupement, visées à l'article 10 ;
3° les dispositions concernant l'évaluation, les examens et l'entérinement des études, visées aux articles 19 à 26 inclus.
Le directeur et les enseignants motivent les dérogations en fonction du gain d'apprentissage en vue de l'obtention de l'attestation, de l'attestation finale, du certificat ou du certificat de qualification. L'inspection et la vérification peuvent consulter la motivation auprès de l'établissement à tout moment. ".
" § 4quater. Pour un élève qui dispose d'un rapport tel que visé à l'article 16 du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 ou d'un rapport tel que visé à l'article 352 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, ou pour un élève qui est inscrit à la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap "(Agence flamande pour les Personnes handicapées), un établissement peut déroger, au sein du programme d'études commun, aux dispositions suivantes, après concertation avec l'élève ou ses parents :
1° les dispositions concernant les horaires des cours, visées aux articles 7 et 9 ;
2° les dispositions concernant les conditions de groupement, visées à l'article 10 ;
3° les dispositions concernant l'évaluation, les examens et l'entérinement des études, visées aux articles 19 à 26 inclus.
Le directeur et les enseignants motivent les dérogations en fonction du gain d'apprentissage en vue de l'obtention de l'attestation, de l'attestation finale, du certificat ou du certificat de qualification. L'inspection et la vérification peuvent consulter la motivation auprès de l'établissement à tout moment. ".
Art. VII.5. § 1. In artikel 2, 8°, b), van hetzelfde besluit worden tussen de woorden "artikel 26bis,'' en ", of die conform artikel 26ter een aangepast curriculum volgt" de woorden "of artikel 26quater" ingevoegd.
§ 2. In artikel 2, 11°, van hetzelfde besluit worden aan het vijfde lid van de opsomming de woorden "of artikel 26quater" toegevoegd.
§ 2. In artikel 2, 11°, van hetzelfde besluit worden aan het vijfde lid van de opsomming de woorden "of artikel 26quater" toegevoegd.
Art. VII.5. § 1er. A l'article 2, 8°, b), du même arrêté, les mots " ou de l'article 26quater " sont insérés entre les mots " de l'article 26bis, " et " ou qui suit un programme adapté individuellement conformément à l'article 26ter ".
§ 2. A l'article 2, 11°, du même arrêté, les mots " ou de l'article 26quater " sont ajoutés à l'alinéa cinq de l'énumération.
§ 2. A l'article 2, 11°, du même arrêté, les mots " ou de l'article 26quater " sont ajoutés à l'alinéa cinq de l'énumération.
Art. VII.6. In hetzelfde besluit wordt een artikel 26quater ingevoegd dat luidt als volgt:
"Art. 26quater. Een instelling kan voor een leerling die beschikt over een verslag als vermeld in artikel 16 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 of een verslag als vermeld in artikel 352 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 of voor een leerling die ingeschreven is in het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, na overleg met de leerling of zijn ouders, binnen het gemeenschappelijk curriculum afwijken van de volgende bepalingen:
1° de bepalingen over lessenroosters, vermeld in artikel 7 tot en met 10;
2° de bepalingen over groeperingsvoorwaarden, vermeld in artikel 11;
3° de bepalingen over evaluatie, proeven en bekrachtiging van de studies in artikel 29 tot en met 39.
De directeur en leerkrachten motiveren de afwijkingen in functie van de leerwinst met het oog op het behalen van het attest, eindattest of getuigschrift. De inspectie en de verificatie kunnen de motivering op elk moment inkijken in de instelling.".
"Art. 26quater. Een instelling kan voor een leerling die beschikt over een verslag als vermeld in artikel 16 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 of een verslag als vermeld in artikel 352 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 of voor een leerling die ingeschreven is in het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, na overleg met de leerling of zijn ouders, binnen het gemeenschappelijk curriculum afwijken van de volgende bepalingen:
1° de bepalingen over lessenroosters, vermeld in artikel 7 tot en met 10;
2° de bepalingen over groeperingsvoorwaarden, vermeld in artikel 11;
3° de bepalingen over evaluatie, proeven en bekrachtiging van de studies in artikel 29 tot en met 39.
De directeur en leerkrachten motiveren de afwijkingen in functie van de leerwinst met het oog op het behalen van het attest, eindattest of getuigschrift. De inspectie en de verificatie kunnen de motivering op elk moment inkijken in de instelling.".
Art. VII.6. Dans le même arrêté, il est inséré un article 26quater, rédigé comme suit :
" Art. 26quater. Pour un élève qui dispose d'un rapport tel que visé à l'article 16 du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 ou d'un rapport tel que visé à l'article 352 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, ou pour un élève qui est inscrit à la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", un établissement peut déroger, au sein du programme d'études commun, aux dispositions suivantes, après concertation avec l'élève ou ses parents :
1° les dispositions concernant les horaires des cours, visées aux articles 7 à 10 inclus ;
2° les dispositions concernant les conditions de groupement, visées à l'article 11 ;
3° les dispositions concernant l'évaluation, les examens et l'entérinement des études, visées aux articles 29 à 39 inclus.
Le directeur et les enseignants motivent les dérogations en fonction du gain d'apprentissage en vue de l'obtention de l'attestation, de l'attestation finale, du certificat ou du certificat de qualification. L'inspection et la vérification peuvent consulter la motivation auprès de l'établissement à tout moment. ".
" Art. 26quater. Pour un élève qui dispose d'un rapport tel que visé à l'article 16 du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 ou d'un rapport tel que visé à l'article 352 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, ou pour un élève qui est inscrit à la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", un établissement peut déroger, au sein du programme d'études commun, aux dispositions suivantes, après concertation avec l'élève ou ses parents :
1° les dispositions concernant les horaires des cours, visées aux articles 7 à 10 inclus ;
2° les dispositions concernant les conditions de groupement, visées à l'article 11 ;
3° les dispositions concernant l'évaluation, les examens et l'entérinement des études, visées aux articles 29 à 39 inclus.
Le directeur et les enseignants motivent les dérogations en fonction du gain d'apprentissage en vue de l'obtention de l'attestation, de l'attestation finale, du certificat ou du certificat de qualification. L'inspection et la vérification peuvent consulter la motivation auprès de l'établissement à tout moment. ".
Art. VII.7. § 1. Artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2002 betreffende de bepaling van het aanwendingspercentage van het aantal uren-leraar in het deeltijds kunstonderwijs wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 1. Voor wat het aantal uren-leraar van de vrijgestelden van een vak in de studierichting Beeldende Kunst betreft, mogen de instellingen vanaf het schooljaar 2011-2012 ten hoogste 85% aanwenden tenzij de leerling hetzij een individueel aangepast curriculum volgt conform artikel 7, § 4ter, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichting ``Beeldende Kunst'' hetzij een aangepast lessenrooster volgt conform artikel 7, § 4quater, van hetzelfde besluit. Elk vak waarvoor de leerling is vrijgesteld wordt hierbij in rekening gebracht.".
§ 2. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 2. Voor wat het aantal uren-leraar van de vrijgestelden van een vak in de studierichtingen Muziek, Woordkunst of Dans betreft, mogen de instellingen vanaf het schooljaar 2011-2012 ten hoogste 70% aanwenden tenzij de leerling hetzij een individueel aangepast curriculum volgt conform artikel 26ter van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen ``Muziek'',
``Woordkunst'' en ``Dans'' hetzij een aangepast lessenrooster volgt conform artikel 26quater van hetzelfde besluit. Elk vak waarvoor de leerling is vrijgesteld wordt hierbij in rekening gebracht.".
"Art. 1. Voor wat het aantal uren-leraar van de vrijgestelden van een vak in de studierichting Beeldende Kunst betreft, mogen de instellingen vanaf het schooljaar 2011-2012 ten hoogste 85% aanwenden tenzij de leerling hetzij een individueel aangepast curriculum volgt conform artikel 7, § 4ter, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichting ``Beeldende Kunst'' hetzij een aangepast lessenrooster volgt conform artikel 7, § 4quater, van hetzelfde besluit. Elk vak waarvoor de leerling is vrijgesteld wordt hierbij in rekening gebracht.".
§ 2. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 2. Voor wat het aantal uren-leraar van de vrijgestelden van een vak in de studierichtingen Muziek, Woordkunst of Dans betreft, mogen de instellingen vanaf het schooljaar 2011-2012 ten hoogste 70% aanwenden tenzij de leerling hetzij een individueel aangepast curriculum volgt conform artikel 26ter van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen ``Muziek'',
``Woordkunst'' en ``Dans'' hetzij een aangepast lessenrooster volgt conform artikel 26quater van hetzelfde besluit. Elk vak waarvoor de leerling is vrijgesteld wordt hierbij in rekening gebracht.".
Art. VII.7. § 1er. L'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2002 définissant le pourcentage d'utilisation du nombre de périodes-professeur dans l'enseignement artistique à temps partiel est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 1er. A partir de l'année scolaire 2011-2012, les établissements ne peuvent utiliser que 85 % au maximum du nombre de périodes-professeur au profit des élèves dispensés de suivre un cours dans l'orientation arts plastiques à moins que l'élève suive soit un programme adapté individuellement conformément à l'article 7, § 4ter, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 portant organisation de l'enseignement artistique à temps partiel, orientation " Arts plastiques ", soit un horaire des cours adapté conformément à l'article 7, § 4quater, du même arrêté.
Chaque cours pour lequel l'élève est dispensé, est pris en compte. ".
§ 2. L'article 2 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 2. A partir de l'année scolaire 2011-2012, les établissements ne peuvent utiliser que 70% au maximum du nombre de périodes-professeur au profit des élèves dispensés de suivre un cours dans les orientations musique, arts de la parole ou danse, à moins que l'élève suive soit un programme adapté individuellement conformément à l'article 26ter de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 portant organisation de l'enseignement artistique à temps partiel, orientations " Musique ", " Arts de la parole " et " Danse " soit un horaire des cours adapté conformément à l'article 26quater du même arrêté. Chaque cours pour lequel l'élève est dispensé, est pris en compte. ".
" Art. 1er. A partir de l'année scolaire 2011-2012, les établissements ne peuvent utiliser que 85 % au maximum du nombre de périodes-professeur au profit des élèves dispensés de suivre un cours dans l'orientation arts plastiques à moins que l'élève suive soit un programme adapté individuellement conformément à l'article 7, § 4ter, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 portant organisation de l'enseignement artistique à temps partiel, orientation " Arts plastiques ", soit un horaire des cours adapté conformément à l'article 7, § 4quater, du même arrêté.
Chaque cours pour lequel l'élève est dispensé, est pris en compte. ".
§ 2. L'article 2 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 2. A partir de l'année scolaire 2011-2012, les établissements ne peuvent utiliser que 70% au maximum du nombre de périodes-professeur au profit des élèves dispensés de suivre un cours dans les orientations musique, arts de la parole ou danse, à moins que l'élève suive soit un programme adapté individuellement conformément à l'article 26ter de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 portant organisation de l'enseignement artistique à temps partiel, orientations " Musique ", " Arts de la parole " et " Danse " soit un horaire des cours adapté conformément à l'article 26quater du même arrêté. Chaque cours pour lequel l'élève est dispensé, est pris en compte. ".
Afdeling II. - Ouderkoepelverenigingen
Section II. - Associations coordinatrices de parents
Art. VII.8. Aan artikel 4 van het decreet van 20 juni 1996 betreffende de subsidiëring van ouderkoepelverenigingen wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De subsidie-enveloppes die zijn toegekend voor de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014 worden, binnen de beschikbare begrotingskredieten, verlengd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2015. Voor die periode stellen de ouderkoepelverenigingen een werkingsprogramma op, dat wordt goedgekeurd door de Vlaamse Regering.".
"De subsidie-enveloppes die zijn toegekend voor de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014 worden, binnen de beschikbare begrotingskredieten, verlengd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2015. Voor die periode stellen de ouderkoepelverenigingen een werkingsprogramma op, dat wordt goedgekeurd door de Vlaamse Regering.".
Art. VII.8. L'article 4 du décret du 20 juin 1996 relatif au subventionnement d'associations coordinatrices de parents est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Les enveloppes subventionnelles attribuées pour la période du 1er janvier 2012 au 31 décembre 2014 inclus sont prolongées, dans les limites des crédits budgétaires, pour la période du 1er janvier au 31 décembre 2015 inclus. Les associations coordinatrices de parents établissent pour cette période un programme d'activités qui est approuvé par le Gouvernement flamand. ".
" Les enveloppes subventionnelles attribuées pour la période du 1er janvier 2012 au 31 décembre 2014 inclus sont prolongées, dans les limites des crédits budgétaires, pour la période du 1er janvier au 31 décembre 2015 inclus. Les associations coordinatrices de parents établissent pour cette période un programme d'activités qui est approuvé par le Gouvernement flamand. ".
Art. VII.9. Aan artikel 8 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Elke ouderkoepelvereniging legt voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2015 een werkingsverslag voor waaruit blijkt dat de activiteiten zoals bepaald in het werkingsprogramma werden gerealiseerd.".
"Elke ouderkoepelvereniging legt voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2015 een werkingsverslag voor waaruit blijkt dat de activiteiten zoals bepaald in het werkingsprogramma werden gerealiseerd.".
Art. VII.9. L'article 8 du même décret est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Chaque association coordinatrice de parents produit pour cette période du 1er janvier au 31 décembre 2015 un rapport d'activité, prouvant que les activités telles que fixées dans le programme d'activités ont été réalisées. ".
" Chaque association coordinatrice de parents produit pour cette période du 1er janvier au 31 décembre 2015 un rapport d'activité, prouvant que les activités telles que fixées dans le programme d'activités ont été réalisées. ".
Art. VII.10. In het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2006 betreffende de subsidiëring van ouderkoepelverenigingen wordt een artikel 8/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 8/1. In aansluiting op de bepalingen van artikel 4 en 8 van het decreet worden met betrekking tot de verlenging voor periode 1 januari tot en met 31 december 2015 bij elke beheersovereenkomst 2012-2014 via een addendum de doelstellingen en het werkingsprogramma 2015 gevoegd. De verdeling van de beschikbare begrotingskredieten voor 2015 gebeurt op basis van de bepalingen van artikel 4 van dit besluit, met uitzondering van de teldatum die op 3 februari 2014 wordt vastgesteld.".
"Art. 8/1. In aansluiting op de bepalingen van artikel 4 en 8 van het decreet worden met betrekking tot de verlenging voor periode 1 januari tot en met 31 december 2015 bij elke beheersovereenkomst 2012-2014 via een addendum de doelstellingen en het werkingsprogramma 2015 gevoegd. De verdeling van de beschikbare begrotingskredieten voor 2015 gebeurt op basis van de bepalingen van artikel 4 van dit besluit, met uitzondering van de teldatum die op 3 februari 2014 wordt vastgesteld.".
Art. VII.10. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 septembre 2006 relatif au subventionnement d'associations coordinatrices de parents il est inséré un article 8/1, rédigé comme suit :
" Art. 8/1. Suite aux dispositions des articles 4 et 8 du décret et pour ce qui est de la prolongation pour la période du 1er janvier au 31 décembre 2015 inclus, chaque contrat de gestion 2012-2014 est assorti d'un avenant contenant les objectifs et le programme d'activités 2015. La répartition des crédits budgétaires disponibles pour 2015 se fait sur la base des dispositions de l'article 4 du présent arrêté, à l'exception de la date de comptage, qui est fixée au 3 février 2014. ".
" Art. 8/1. Suite aux dispositions des articles 4 et 8 du décret et pour ce qui est de la prolongation pour la période du 1er janvier au 31 décembre 2015 inclus, chaque contrat de gestion 2012-2014 est assorti d'un avenant contenant les objectifs et le programme d'activités 2015. La répartition des crédits budgétaires disponibles pour 2015 se fait sur la base des dispositions de l'article 4 du présent arrêté, à l'exception de la date de comptage, qui est fixée au 3 février 2014. ".
Afdeling III. - Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding
Section III. - Décret relatif aux centres d'encadrement des élèves
Art. VII.11. In artikel 2 van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, gewijzigd bij de decreten van 4 juli 2008, 8 mei 2009, 1 juli 2011 en 21 maart 2014, wordt het punt 4° opgeheven.
Art. VII.11. A l'article 2 du décret du 1er décembre 1998 relatif aux centres d'encadrement des élèves, modifié par les décrets des 4 juillet 2008, 8 mai 2009, 1er juillet 2011 et 21 mars 2014, le point 4° est abrogé.
Art. VII.12. In hetzelfde decreet wordt artikel 9, § 1, derde lid, opgeheven.
Art. VII.12. Dans le même décret, l'article 9, § 1er, troisième alinéa, est abrogé.
Art. VII.13. In hetzelfde decreet wordt in artikel 18, 1°, het woord ", bijzondere" opgeheven.
Art. VII.13. A l'article 18, 1°, du même décret, le mot " , spéciales " est abrogé.
Art. VII.14. Aan artikel 86, § 2, van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De toewijzing van omkaderingsgewichten vermeld in paragraaf 1 mag er niet toe leiden dat een of meer personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking, tenzij de terbeschikkinggestelde personeelsleden voor de hele verdere duur van het schooljaar in een centrum van hetzelfde bestuur overeenkomstig de geldende reglementering kunnen worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.".
"De toewijzing van omkaderingsgewichten vermeld in paragraaf 1 mag er niet toe leiden dat een of meer personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking, tenzij de terbeschikkinggestelde personeelsleden voor de hele verdere duur van het schooljaar in een centrum van hetzelfde bestuur overeenkomstig de geldende reglementering kunnen worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.".
Art. VII.14. L'article 86, § 2, du même décret, est complété par un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" L'affectation de pondérations d'encadrement visée au paragraphe 1er ne peut entraîner la mise en disponibilité de membres du personnel par défaut d'emploi, à moins que les membres du personnel mis en disponibilité puissent être réaffectés ou remis au travail pour toute la durée ultérieure de l'année scolaire dans un centre de la même autorité, conformément à la réglementation en vigueur. ".
" L'affectation de pondérations d'encadrement visée au paragraphe 1er ne peut entraîner la mise en disponibilité de membres du personnel par défaut d'emploi, à moins que les membres du personnel mis en disponibilité puissent être réaffectés ou remis au travail pour toute la durée ultérieure de l'année scolaire dans un centre de la même autorité, conformément à la réglementation en vigueur. ".
Art. VII.15. Aan artikel 88, § 2, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 14 februari 2003 en gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2011, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De overdracht van omkaderingsgewichten mag er ook niet toe leiden dat een of meer personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking, tenzij de terbeschikkinggestelde personeelsleden voor de hele verdere duur van het schooljaar in een centrum van hetzelfde bestuur overeenkomstig de geldende reglementering kunnen worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.".
"De overdracht van omkaderingsgewichten mag er ook niet toe leiden dat een of meer personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking, tenzij de terbeschikkinggestelde personeelsleden voor de hele verdere duur van het schooljaar in een centrum van hetzelfde bestuur overeenkomstig de geldende reglementering kunnen worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.".
Art. VII.15. L'article 88, § 2, du même décret, remplacé par le décret du 14 février 2003 et modifié par le décret du 17 juin 2011, est complété par un quatrième alinéa, rédigé comme suit :
" Le transfert de pondérations d'encadrement ne peut entraîner la mise en disponibilité de membres du personnel par défaut d'emploi, à moins que les membres du personnel mis en disponibilité puissent être réaffectés ou remis au travail pour toute la durée ultérieure de l'année scolaire dans un centre de la même autorité, conformément à la réglementation en vigueur. ".
" Le transfert de pondérations d'encadrement ne peut entraîner la mise en disponibilité de membres du personnel par défaut d'emploi, à moins que les membres du personnel mis en disponibilité puissent être réaffectés ou remis au travail pour toute la durée ultérieure de l'année scolaire dans un centre de la même autorité, conformément à la réglementation en vigueur. ".
Art. VII.16. Aan artikel 90, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 7 juli 2006 en 17 juni 2011, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De overdracht van omkaderingsgewichten mag er ook niet toe leiden dat een of meer personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking, tenzij de terbeschikkinggestelde personeelsleden voor de hele verdere duur van het schooljaar in een centrum van hetzelfde bestuur overeenkomstig de geldende reglementering kunnen worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.".
"De overdracht van omkaderingsgewichten mag er ook niet toe leiden dat een of meer personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking, tenzij de terbeschikkinggestelde personeelsleden voor de hele verdere duur van het schooljaar in een centrum van hetzelfde bestuur overeenkomstig de geldende reglementering kunnen worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.".
Art. VII.16. A l'article 90, § 2, du même décret, modifié par les décrets des 7 juillet 2006 et 17 juin 2011, il est ajouté un deuxième alinéa ainsi rédigé :
" Le transfert de pondérations d'encadrement ne peut entraîner la mise en disponibilité de membres du personnel par défaut d'emploi, à moins que les membres du personnel mis en disponibilité puissent être réaffectés ou remis au travail pour toute la durée ultérieure de l'année scolaire dans un centre de la même autorité, conformément à la réglementation en vigueur. ".
" Le transfert de pondérations d'encadrement ne peut entraîner la mise en disponibilité de membres du personnel par défaut d'emploi, à moins que les membres du personnel mis en disponibilité puissent être réaffectés ou remis au travail pour toute la durée ultérieure de l'année scolaire dans un centre de la même autorité, conformément à la réglementation en vigueur. ".
Art. VII.17. Aan artikel 92, § 3, van hetzelfde decreet, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De overdracht van omkaderingsgewichten mag er ook niet toe leiden dat een of meer personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking, tenzij de terbeschikkinggestelde personeelsleden voor de hele verdere duur van het schooljaar in een centrum van hetzelfde bestuur overeenkomstig de geldende reglementering kunnen worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.".
"De overdracht van omkaderingsgewichten mag er ook niet toe leiden dat een of meer personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking, tenzij de terbeschikkinggestelde personeelsleden voor de hele verdere duur van het schooljaar in een centrum van hetzelfde bestuur overeenkomstig de geldende reglementering kunnen worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.".
Art. VII.17. L'article 92, § 3, du même décret, est complété par un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" Le transfert de pondérations d'encadrement ne peut entraîner la mise en disponibilité de membres du personnel par défaut d'emploi, à moins que les membres du personnel mis en disponibilité puissent être réaffectés ou remis au travail pour toute la durée ultérieure de l'année scolaire dans un centre de la même autorité, conformément à la réglementation en vigueur. ".
" Le transfert de pondérations d'encadrement ne peut entraîner la mise en disponibilité de membres du personnel par défaut d'emploi, à moins que les membres du personnel mis en disponibilité puissent être réaffectés ou remis au travail pour toute la durée ultérieure de l'année scolaire dans un centre de la même autorité, conformément à la réglementation en vigueur. ".
Afdeling IV. - ICT-coördinatie
Section IV. - Coordination TIC
Art. VII.18. In artikel X.53 van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, gewijzigd bij de decreten van 7 mei 2004, 4 juli 2008, 17 juni 2011, 1 juli 2011 en 21 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt punt 2° bis opgeheven;
2° in paragraaf 1, 3°, wordt het zevende gedachtestreepje opgeheven;
3° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord "het consortium" opgeheven;
4° in paragraaf 2, 3°, wordt de tweede zin vervangen door wat volgt:
"Tijdens de betrokken periode kan deze overeenkomst worden gewijzigd ten gevolge van toepassing van artikel 125quinquies, § 4, van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs of van artikel 51, derde lid, van de Codex Secundair Onderwijs.";
5° in paragraaf 2, 3°, worden in de derde zin de woorden "en/of een consortium volwassenenonderwijs" opgeheven.
1° in paragraaf 1 wordt punt 2° bis opgeheven;
2° in paragraaf 1, 3°, wordt het zevende gedachtestreepje opgeheven;
3° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord "het consortium" opgeheven;
4° in paragraaf 2, 3°, wordt de tweede zin vervangen door wat volgt:
"Tijdens de betrokken periode kan deze overeenkomst worden gewijzigd ten gevolge van toepassing van artikel 125quinquies, § 4, van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs of van artikel 51, derde lid, van de Codex Secundair Onderwijs.";
5° in paragraaf 2, 3°, worden in de derde zin de woorden "en/of een consortium volwassenenonderwijs" opgeheven.
Art. VII.18. A l'article X.53 du décret du 14 février 2003 relatif à l'enseignement XIV, modifié par les décrets des 7 mai 2004, 4 juillet 2008, 17 juin 2011, 1er juillet 2011 et 21 décembre 2011, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, le point 2° bis est abrogé ;
2° au paragraphe 1er, 3°, le septième tiret est abrogé ;
3° au paragraphe 1er, deuxième alinéa, le mot " le consortium " est abrogé ;
4° au paragraphe 2, 3°, la deuxième phrase est remplacée par ce qui suit :
" Pendant la période précitée, cet accord peut être modifié a cause de l'application de l'article 125quinquies, § 4, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental ou de l'article 51, troisième alinéa, du Code de l'Enseignement secondaire. " ;
5° dans la troisième phrase du paragraphe 2, 3°, les mots " et/ou un consortium éducation des adultes " sont abrogés.
1° au paragraphe 1er, le point 2° bis est abrogé ;
2° au paragraphe 1er, 3°, le septième tiret est abrogé ;
3° au paragraphe 1er, deuxième alinéa, le mot " le consortium " est abrogé ;
4° au paragraphe 2, 3°, la deuxième phrase est remplacée par ce qui suit :
" Pendant la période précitée, cet accord peut être modifié a cause de l'application de l'article 125quinquies, § 4, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental ou de l'article 51, troisième alinéa, du Code de l'Enseignement secondaire. " ;
5° dans la troisième phrase du paragraphe 2, 3°, les mots " et/ou un consortium éducation des adultes " sont abrogés.
Afdeling V. - Decreet betreffende de studiefinanciering
Section V. - Décret relatif à l'aide financière aux études
Art. VII.19. In artikel 33 van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij de decreten van 29 juni 2012 en 25 april 2014, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"In afwijking van het eerste lid heeft een pleegkind of pleeggast als vermeld in artikel 2, 8° en 10°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg recht op een volledige toelage op voorwaarde dat het pleegkind of de pleeggast langer dan één jaar onafgebroken bij hetzelfde pleeggezin verblijft.".
"In afwijking van het eerste lid heeft een pleegkind of pleeggast als vermeld in artikel 2, 8° en 10°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg recht op een volledige toelage op voorwaarde dat het pleegkind of de pleeggast langer dan één jaar onafgebroken bij hetzelfde pleeggezin verblijft.".
Art. VII.19. A l'article 33 du décret du 8 juin 2007 relatif à l'aide financière aux études de la Communauté flamande, modifié par les décrets des 29 juin 2012 et 25 avril 2014, l'alinéa deux est remplacé par la disposition suivante :
" Par dérogation à l'alinéa premier, un enfant placé ou un adulte placé tel que visé à l'article 2, 8° et 10°, du décret du 29 juin 2012 portant organisation du placement familial, a droit à l'allocation totale à condition que l'enfant placé ou l'adulte placé séjourne pendant plus d'un an sans interruption auprès de la même famille d'accueil. ".
" Par dérogation à l'alinéa premier, un enfant placé ou un adulte placé tel que visé à l'article 2, 8° et 10°, du décret du 29 juin 2012 portant organisation du placement familial, a droit à l'allocation totale à condition que l'enfant placé ou l'adulte placé séjourne pendant plus d'un an sans interruption auprès de la même famille d'accueil. ".
Afdeling VI. - Regionale technologische centra
Section VI. - Centres technologiques régionaux
Art. VII.20. In artikel 4 van het decreet van 14 december 2007 houdende de organisatie en werking van de regionale technologische centra, gewijzigd bij het decreet van 13 mei 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Elk RTC sluit met de Vlaamse Regering telkens voor een periode van maximum vijf schooljaren een beheersovereenkomst. Mits onderling akkoord tussen de Vlaamse Regering en het betrokken RTC kan de looptijd van de beheersovereenkomst worden gewijzigd zonder echter de globale termijn van vijf schooljaren te overschrijden. De looptijd van de diverse beheersovereenkomsten is steeds identiek.
De beheersovereenkomst behandelt de bijzondere regels en voorwaarden waaronder het RTC zijn taken vervult. Het is een sturings- en voortgangsbewakingsinstrument, in het bijzonder gericht op een doelmatige uitvoering of dienstverlening, voortgangsbewaking en evaluatie.";
2° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "vijf werkingsjaren" vervangen door de woorden "de volledige looptijd van de beheersovereenkomst".
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Elk RTC sluit met de Vlaamse Regering telkens voor een periode van maximum vijf schooljaren een beheersovereenkomst. Mits onderling akkoord tussen de Vlaamse Regering en het betrokken RTC kan de looptijd van de beheersovereenkomst worden gewijzigd zonder echter de globale termijn van vijf schooljaren te overschrijden. De looptijd van de diverse beheersovereenkomsten is steeds identiek.
De beheersovereenkomst behandelt de bijzondere regels en voorwaarden waaronder het RTC zijn taken vervult. Het is een sturings- en voortgangsbewakingsinstrument, in het bijzonder gericht op een doelmatige uitvoering of dienstverlening, voortgangsbewaking en evaluatie.";
2° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "vijf werkingsjaren" vervangen door de woorden "de volledige looptijd van de beheersovereenkomst".
Art. VII.20. A l'article 4 du décret du 14 décembre 2007 portant organisation et fonctionnement des centres technologiques régionaux, modifié par le décret du 13 mai 2011, sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Chaque CTR conclut un contrat de gestion avec le Gouvernement flamand, chaque fois pour une période de cinq années scolaires au maximum.
Moyennant un accord entre le Gouvernement flamand et le CTR intéressé, la durée du contrat de gestion peut être modifiée sans toutefois dépasser le délai global de cinq années scolaires. La durée des divers contrats de gestion est toujours identique.
Le contrat de gestion traite les modalités et conditions auxquelles le CTR accomplit ses tâches. Il s'agit d'un instrument de direction et de suivi, particulièrement axé sur une exécution ou un service, un suivi et une évaluation efficaces. " ;
2° au paragraphe 2, alinéa trois, les mots " cinq années d'activité " sont remplacés par les mots " la durée complète du contrat de gestion ".
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Chaque CTR conclut un contrat de gestion avec le Gouvernement flamand, chaque fois pour une période de cinq années scolaires au maximum.
Moyennant un accord entre le Gouvernement flamand et le CTR intéressé, la durée du contrat de gestion peut être modifiée sans toutefois dépasser le délai global de cinq années scolaires. La durée des divers contrats de gestion est toujours identique.
Le contrat de gestion traite les modalités et conditions auxquelles le CTR accomplit ses tâches. Il s'agit d'un instrument de direction et de suivi, particulièrement axé sur une exécution ou un service, un suivi et une évaluation efficaces. " ;
2° au paragraphe 2, alinéa trois, les mots " cinq années d'activité " sont remplacés par les mots " la durée complète du contrat de gestion ".
Art. VII.21. Artikel 6 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 mei 2011, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 6. § 1. Een RTC heeft door het afsluiten van een beheersovereenkomst met de Vlaamse Regering recht op werkingstoelagen met in acht name van de beschikbare begrotingskredieten. De werkingstoelagen worden geïndexeerd.
§ 2. De werkingstoelagen worden per schooljaar als volgt per RTC bepaald:
1° een forfaitair bedrag dat is vastgesteld op:
a) 100.000 euro voor het kalenderjaar 2015;
b) 125.000 euro vanaf het kalenderjaar 2016;
2° een variabel bedrag per RTC naar rato van het aantal regelmatige leerlingen in het werkingsgebied van het betrokken RTC, geteld op 1 februari van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het betrokken schooljaar. Voor de toepassing van deze bepaling worden de leerlingen van de derde graad van het voltijds gewoon technisch onderwijs en het beroepssecundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd in aanmerking genomen.
§ 3. De toekenning van de werkingstoelagen per RTC gebeurt als volgt:
1° voor de periode van 1 september tot en met 31 december:
a) een voorschot van 80 percent wordt uitbetaald uiterlijk 31 oktober van die periode;
b) het saldo van 20 percent wordt uitbetaald na de indiening en de goedkeuring van het werkings- en activiteitenverslag over het betrokken schooljaar;
2° voor de periode van 1 januari tot en met 31 augustus:
a) een voorschot van 80 percent wordt uitbetaald uiterlijk 28 februari van die periode;
b) het saldo van 20 percent wordt uitbetaald na de indiening en de goedkeuring van het werkings- en activiteitenverslag over het betrokken schooljaar.".
"Art. 6. § 1. Een RTC heeft door het afsluiten van een beheersovereenkomst met de Vlaamse Regering recht op werkingstoelagen met in acht name van de beschikbare begrotingskredieten. De werkingstoelagen worden geïndexeerd.
§ 2. De werkingstoelagen worden per schooljaar als volgt per RTC bepaald:
1° een forfaitair bedrag dat is vastgesteld op:
a) 100.000 euro voor het kalenderjaar 2015;
b) 125.000 euro vanaf het kalenderjaar 2016;
2° een variabel bedrag per RTC naar rato van het aantal regelmatige leerlingen in het werkingsgebied van het betrokken RTC, geteld op 1 februari van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het betrokken schooljaar. Voor de toepassing van deze bepaling worden de leerlingen van de derde graad van het voltijds gewoon technisch onderwijs en het beroepssecundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd in aanmerking genomen.
§ 3. De toekenning van de werkingstoelagen per RTC gebeurt als volgt:
1° voor de periode van 1 september tot en met 31 december:
a) een voorschot van 80 percent wordt uitbetaald uiterlijk 31 oktober van die periode;
b) het saldo van 20 percent wordt uitbetaald na de indiening en de goedkeuring van het werkings- en activiteitenverslag over het betrokken schooljaar;
2° voor de periode van 1 januari tot en met 31 augustus:
a) een voorschot van 80 percent wordt uitbetaald uiterlijk 28 februari van die periode;
b) het saldo van 20 percent wordt uitbetaald na de indiening en de goedkeuring van het werkings- en activiteitenverslag over het betrokken schooljaar.".
Art. VII.21. L'article 6 du même décret, modifié par le décret du 13 mai 2011, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 6. § 1er. Un CTR a droit à des allocations de fonctionnement, tout en tenant compte des crédits budgétaires disponibles, grâce à la conclusion d'un contrat de gestion avec le Gouvernement flamand. Les allocations de fonctionnement sont indexées.
§ 2. Par année scolaire, les allocations de fonctionnement sont fixées comme suit par CTR :
1° un montant forfaitaire fixé à :
a) 100.000 euros pour l'année calendaire 2015 ;
b) 125.000 euros à partir de l'année calendaire 2016 ;
2° un montant variable par CTR au prorata du nombre d'élèves réguliers dans la zone d'action du CTR intéressé, comptés au 1er février de l'année calendaire précédant l'année scolaire concernée. Pour l'application de cette disposition, les élèves du troisième degré de l'enseignement secondaire technique ordinaire à temps plein et de l'enseignement secondaire professionnel, de l'enseignement secondaire spécial, de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel et de l'apprentissage sont pris en considération.
§ 3. L'attribution des allocations de fonctionnement par CTR se fait comme suit :
1° pour la période du 1er septembre au 31 décembre inclus :
a) un acompte de 80 pour cent est versé au plus tard le 31 octobre de cette période ;
b) le solde de 20 pour cent est versé après l'introduction et l'approbation du rapport de fonctionnement et d'activités de l'année scolaire en question ;
2° pour la période du 1er janvier au 31 août inclus :
a) un acompte de 80 pour cent est versé au plus tard le 28 février de cette période ;
b) le solde de 20 pour cent est versé après l'introduction et l'approbation du rapport de fonctionnement et d'activités de l'année scolaire en question. ".
" Art. 6. § 1er. Un CTR a droit à des allocations de fonctionnement, tout en tenant compte des crédits budgétaires disponibles, grâce à la conclusion d'un contrat de gestion avec le Gouvernement flamand. Les allocations de fonctionnement sont indexées.
§ 2. Par année scolaire, les allocations de fonctionnement sont fixées comme suit par CTR :
1° un montant forfaitaire fixé à :
a) 100.000 euros pour l'année calendaire 2015 ;
b) 125.000 euros à partir de l'année calendaire 2016 ;
2° un montant variable par CTR au prorata du nombre d'élèves réguliers dans la zone d'action du CTR intéressé, comptés au 1er février de l'année calendaire précédant l'année scolaire concernée. Pour l'application de cette disposition, les élèves du troisième degré de l'enseignement secondaire technique ordinaire à temps plein et de l'enseignement secondaire professionnel, de l'enseignement secondaire spécial, de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel et de l'apprentissage sont pris en considération.
§ 3. L'attribution des allocations de fonctionnement par CTR se fait comme suit :
1° pour la période du 1er septembre au 31 décembre inclus :
a) un acompte de 80 pour cent est versé au plus tard le 31 octobre de cette période ;
b) le solde de 20 pour cent est versé après l'introduction et l'approbation du rapport de fonctionnement et d'activités de l'année scolaire en question ;
2° pour la période du 1er janvier au 31 août inclus :
a) un acompte de 80 pour cent est versé au plus tard le 28 février de cette période ;
b) le solde de 20 pour cent est versé après l'introduction et l'approbation du rapport de fonctionnement et d'activités de l'année scolaire en question. ".
Art. VII.22. In artikel 10 van hetzelfde decreet worden de woorden "ten laatste op 30 april" vervangen door de woorden "ten laatste op 15 november".
Art. VII.22. Dans l'article 10 du même décret, les mots " le 30 avril "sont remplacés par les mots " le 15 novembre ".
Art. VII.23. In het hoofdstuk VIII van hetzelfde decreet, wordt een artikel 12, opgeheven bij het decreet van 13 mei 2011, terug ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 12. De beheersovereenkomsten die zijn afgesloten voor de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2015 worden vroegtijdig beëindigd op 31 augustus 2015.".
"Art. 12. De beheersovereenkomsten die zijn afgesloten voor de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2015 worden vroegtijdig beëindigd op 31 augustus 2015.".
Art. VII.23. Dans le chapitre VIII du même décret, l'article 12, abrogé par le décret du 13 mai 2011, est réinséré, libellé comme suit :
" Art. 12. Les contrats de gestion conclus pour la période du 1er janvier 2011 au 31 décembre 2015 inclus sont résiliés prématurément au 31 août 2015. ".
" Art. 12. Les contrats de gestion conclus pour la période du 1er janvier 2011 au 31 décembre 2015 inclus sont résiliés prématurément au 31 août 2015. ".
Art. VII.24. In het hoofdstuk VIII van hetzelfde decreet wordt een artikel 12/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 12/1. Toepassing van de bepalingen van artikel 6 kan er nooit toe leiden dat de, per kalenderjaar begrote, globale werkingstoelagen voor de RTC's worden overschreden.".
"Art. 12/1. Toepassing van de bepalingen van artikel 6 kan er nooit toe leiden dat de, per kalenderjaar begrote, globale werkingstoelagen voor de RTC's worden overschreden.".
Art. VII.24. Dans le chapitre VIII du même décret, il est inséré un article 12/1, rédigé comme suit :
" Art. 12/1. L'application des dispositions de l'article 6 ne peut jamais donner lieu au dépassement des allocations de subventionnement globales budgétisées par année calendaire pour les CTR. ".
" Art. 12/1. L'application des dispositions de l'article 6 ne peut jamais donner lieu au dépassement des allocations de subventionnement globales budgétisées par année calendaire pour les CTR. ".
Afdeling VII. - Decreet kwaliteit van onderwijs
Section VII. - Décret relatif à la qualité de l'enseignement
Art. VII.25. Aan deel II, titel II, hoofdstuk II, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs wordt een afdeling IV toegevoegd, die luidt als volgt:
"Afdeling IV. Databank Beleidsinformatie Onderwijs en Vorming".
"Afdeling IV. Databank Beleidsinformatie Onderwijs en Vorming".
Art. VII.25. A la partie II, titre II, chapitre II, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, il est inséré une section IV, rédigée comme suit :
" Section IV. Base de Données " Beleidsinformatie Onderwijs en Vorming " (Informations politiques Enseignement et Formation).
" Section IV. Base de Données " Beleidsinformatie Onderwijs en Vorming " (Informations politiques Enseignement et Formation).
Art. VII.26. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling IV een artikel 12/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 12/1. Deze afdeling is ook van toepassing op de universiteiten en hogescholen.".
"Art. 12/1. Deze afdeling is ook van toepassing op de universiteiten en hogescholen.".
Art. VII.26. A la section IV du même décret, il est ajouté un article 12/1, rédigé comme suit :
" Art. 12/1. La présente section s'applique également aux universités et aux instituts supérieurs. ".
" Art. 12/1. La présente section s'applique également aux universités et aux instituts supérieurs. ".
Art. VII.27. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling IV een artikel 12/2 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 12/2. De Vlaamse Regering regelt de uitbouw en het beheer van een databank Beleidsinformatie Onderwijs en Vorming, met informatie rond onderwijs en vorming in Vlaanderen.
Die databank heeft de volgende doelstellingen:
1° het ondersteunen van de voorbereiding en evaluatie van het Vlaamse onderwijsbeleid;
2° het ondersteunen van het beleidsvoerend vermogen en de interne en externe kwaliteitszorg van en over de onderwijsinstellingen door een aanbod van informatierijke omgevingen;
3° het aanleveren van data voor wetenschappelijk onderzoek rond onderwijs en vorming;
4° het beantwoorden van informatievragen van derden rond onderwijs en vorming;
5° het genereren van officiële onderwijsstatistieken voor historische en beleidsdoeleinden.
Om de doelstellingen, vermeld in het eerste lid, te bereiken, worden in de databank Beleidsinformatie Onderwijs en Vorming de volgende categorieën van gegevens verzameld over het Vlaamse onderwijsbeleid:
1° gegevens over de instroom, doorstroom en uitstroom van lerenden, hun socio-economische situatie en hun prestaties, met inbegrip van hun identificatiegegevens, financiële bijzonderheden, persoonlijke kenmerken, gezinssamenstelling, opleiding en vorming, beroep en betrekking;
2° gegevens over de instroom, doorstroom en uitstroom van personeelsleden en hun prestaties, met inbegrip van hun identificatiegegevens, financiële bijzonderheden, persoonlijke kenmerken, gezinssamenstelling, opleiding en vorming, beroep en betrekking;
3° gegevens over de werking en organisatie van de instellingen.
De entiteiten van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming en de onderwijsinspectie verstrekken daarvoor de voor het Vlaamse onderwijsbeleid noodzakelijke gegevens waarover ze beschikken, op voorwaarde van machtiging van de mededeling van persoonsgegevens op basis van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens of van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer. De entiteit die door de Vlaamse Regering wordt belast met de voorbereiding van het Vlaamse onderwijsbeleid is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens.
De gecodeerde persoonsgegevens kunnen onder contractuele voorwaarden ook doorgegeven worden met het oog op wetenschappelijk onderzoek.
Met het oog op statistische verwerkingen die de tijdsevolutie van het onderwijs in Vlaanderen weergeven, worden een aantal gegevens permanent bewaard, maar gegevens die niet langer nuttig zijn voor de doeleinden worden verwijderd.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden voor de raadpleging, het gebruik en de verkrijging van de verwerkte gegevens bepalen. Ze kan ook de algemene organisatorische en technische maatregelen bepalen die genomen moeten worden om de kwaliteit, de vertrouwelijkheid en de veiligheid van de gegevens te garanderen.".
"Art. 12/2. De Vlaamse Regering regelt de uitbouw en het beheer van een databank Beleidsinformatie Onderwijs en Vorming, met informatie rond onderwijs en vorming in Vlaanderen.
Die databank heeft de volgende doelstellingen:
1° het ondersteunen van de voorbereiding en evaluatie van het Vlaamse onderwijsbeleid;
2° het ondersteunen van het beleidsvoerend vermogen en de interne en externe kwaliteitszorg van en over de onderwijsinstellingen door een aanbod van informatierijke omgevingen;
3° het aanleveren van data voor wetenschappelijk onderzoek rond onderwijs en vorming;
4° het beantwoorden van informatievragen van derden rond onderwijs en vorming;
5° het genereren van officiële onderwijsstatistieken voor historische en beleidsdoeleinden.
Om de doelstellingen, vermeld in het eerste lid, te bereiken, worden in de databank Beleidsinformatie Onderwijs en Vorming de volgende categorieën van gegevens verzameld over het Vlaamse onderwijsbeleid:
1° gegevens over de instroom, doorstroom en uitstroom van lerenden, hun socio-economische situatie en hun prestaties, met inbegrip van hun identificatiegegevens, financiële bijzonderheden, persoonlijke kenmerken, gezinssamenstelling, opleiding en vorming, beroep en betrekking;
2° gegevens over de instroom, doorstroom en uitstroom van personeelsleden en hun prestaties, met inbegrip van hun identificatiegegevens, financiële bijzonderheden, persoonlijke kenmerken, gezinssamenstelling, opleiding en vorming, beroep en betrekking;
3° gegevens over de werking en organisatie van de instellingen.
De entiteiten van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming en de onderwijsinspectie verstrekken daarvoor de voor het Vlaamse onderwijsbeleid noodzakelijke gegevens waarover ze beschikken, op voorwaarde van machtiging van de mededeling van persoonsgegevens op basis van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens of van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer. De entiteit die door de Vlaamse Regering wordt belast met de voorbereiding van het Vlaamse onderwijsbeleid is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens.
De gecodeerde persoonsgegevens kunnen onder contractuele voorwaarden ook doorgegeven worden met het oog op wetenschappelijk onderzoek.
Met het oog op statistische verwerkingen die de tijdsevolutie van het onderwijs in Vlaanderen weergeven, worden een aantal gegevens permanent bewaard, maar gegevens die niet langer nuttig zijn voor de doeleinden worden verwijderd.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden voor de raadpleging, het gebruik en de verkrijging van de verwerkte gegevens bepalen. Ze kan ook de algemene organisatorische en technische maatregelen bepalen die genomen moeten worden om de kwaliteit, de vertrouwelijkheid en de veiligheid van de gegevens te garanderen.".
Art. VII.27. A la section IV du même décret, il est ajouté un article 12/2, rédigé comme suit :
" Art. 12/2. Le Gouvernement flamand règle le développement et la gestion d'une base de données " Beleidsinformatie Onderwijs en Vorming ", qui contient des informations relatives à l'enseignement et la formation en Flandre.
Cette base de données a les objectifs suivants :
1° soutenir la préparation et l'évaluation de la politique flamande en matière d'enseignement ;
2° soutenir le pouvoir gestionnel et la gestion de la qualité interne et externe des établissements d'enseignement par une offre d'environnements riches en informations ;
3° fournir des données pour des recherches scientifiques dans le domaine de l'enseignement et de la formation ;
4° répondre à des demandes d'information de tiers en matière d'enseignement et de formation ;
5° générer des statistiques officielles en matière d'enseignement pour des objectifs historiques et de politique.
Afin d'atteindre les objectifs visés à l'alinéa premier, les catégories de données suivantes sur la politique flamande en matière d'enseignement sont recueillies dans la base de données " Beleidsinformatie Onderwijs en Vorming " :
1° des données relatives à l'entrée, la transition et la sortie d'apprenants, leur situation socioéconomique et leurs prestations, y compris leurs données d'identification, particularités financières, caractéristiques personnelles, composition familiale, éducation et formation, profession et emploi ;
2° des données relatives à l'entrée, la transition et la sortie de membres du personnel et à leurs prestations, y compris leurs données d'identification, particularités financières, caractéristiques personnelles, composition familiale, éducation et formation, profession et emploi ;
3° des données sur le fonctionnement et l'organisation des établissements d'enseignement.
Les entités du domaine politique de l'Enseignement et de la Formation et l'Inspection de l'Enseignement fournissent à cet effet les données nécessaires pour la politique flamande en matière d'enseignement dont ils disposent, à condition d'avoir l'autorisation de communication de données à caractère personnel sur la base de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel ou du décret du 18 juillet 2008 relatif à l'échange électronique de données administratives. L'entité chargée par le Gouvernement flamand de la préparation de la politique flamande en matière d'enseignement est responsable du traitement des données.
A des conditions contractuelles, les données personnelles codifiées peuvent être fournies en vue de recherches scientifiques.
En vue de traitements de statistique représentant l'évolution dans le temps de l'enseignement en Flandre, un nombre de données sont conservées en permanence ; cependant, les données n'étant plus utiles pour les objectifs sont éliminées.
Le Gouvernement flamand peut fixer les conditions de la consultation, de l'utilisation et de l'obtention des données traitées. Il peut en même temps définir les mesures organisationnelles et techniques générales qui doivent être prises afin de garantir la qualité, la confidentialité et la sécurité des données. ".
" Art. 12/2. Le Gouvernement flamand règle le développement et la gestion d'une base de données " Beleidsinformatie Onderwijs en Vorming ", qui contient des informations relatives à l'enseignement et la formation en Flandre.
Cette base de données a les objectifs suivants :
1° soutenir la préparation et l'évaluation de la politique flamande en matière d'enseignement ;
2° soutenir le pouvoir gestionnel et la gestion de la qualité interne et externe des établissements d'enseignement par une offre d'environnements riches en informations ;
3° fournir des données pour des recherches scientifiques dans le domaine de l'enseignement et de la formation ;
4° répondre à des demandes d'information de tiers en matière d'enseignement et de formation ;
5° générer des statistiques officielles en matière d'enseignement pour des objectifs historiques et de politique.
Afin d'atteindre les objectifs visés à l'alinéa premier, les catégories de données suivantes sur la politique flamande en matière d'enseignement sont recueillies dans la base de données " Beleidsinformatie Onderwijs en Vorming " :
1° des données relatives à l'entrée, la transition et la sortie d'apprenants, leur situation socioéconomique et leurs prestations, y compris leurs données d'identification, particularités financières, caractéristiques personnelles, composition familiale, éducation et formation, profession et emploi ;
2° des données relatives à l'entrée, la transition et la sortie de membres du personnel et à leurs prestations, y compris leurs données d'identification, particularités financières, caractéristiques personnelles, composition familiale, éducation et formation, profession et emploi ;
3° des données sur le fonctionnement et l'organisation des établissements d'enseignement.
Les entités du domaine politique de l'Enseignement et de la Formation et l'Inspection de l'Enseignement fournissent à cet effet les données nécessaires pour la politique flamande en matière d'enseignement dont ils disposent, à condition d'avoir l'autorisation de communication de données à caractère personnel sur la base de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel ou du décret du 18 juillet 2008 relatif à l'échange électronique de données administratives. L'entité chargée par le Gouvernement flamand de la préparation de la politique flamande en matière d'enseignement est responsable du traitement des données.
A des conditions contractuelles, les données personnelles codifiées peuvent être fournies en vue de recherches scientifiques.
En vue de traitements de statistique représentant l'évolution dans le temps de l'enseignement en Flandre, un nombre de données sont conservées en permanence ; cependant, les données n'étant plus utiles pour les objectifs sont éliminées.
Le Gouvernement flamand peut fixer les conditions de la consultation, de l'utilisation et de l'obtention des données traitées. Il peut en même temps définir les mesures organisationnelles et techniques générales qui doivent être prises afin de garantir la qualité, la confidentialité et la sécurité des données. ".
Art. VII.28. In artikel 16 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
" § 2. Per 350 organieke betrekkingen in een van de niveaus, vermeld in § 1, heeft een pedagogische begeleidingsdienst recht op een halftijdse betrekking van pedagogisch adviseur.
Per pedagogische begeleidingsdienst die overeenkomstig het eerste lid over een personeelsformatie beschikt, wordt in een halftijdse betrekking van pedagogisch adviseur voor de centra voor leerlingenbegeleiding voorzien.".
" § 2. Per 350 organieke betrekkingen in een van de niveaus, vermeld in § 1, heeft een pedagogische begeleidingsdienst recht op een halftijdse betrekking van pedagogisch adviseur.
Per pedagogische begeleidingsdienst die overeenkomstig het eerste lid over een personeelsformatie beschikt, wordt in een halftijdse betrekking van pedagogisch adviseur voor de centra voor leerlingenbegeleiding voorzien.".
Art. VII.28. A l'article 16 du même décret, modifié par le décret du 9 juillet 2010, le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Par 350 emplois organiques à un des niveaux visés au § 1er, un service d'encadrement pédagogique a droit à un emploi à mi-temps de conseiller pédagogique.
Par service d'encadrement pédagogique qui dispose d'un cadre organique conformément à l'alinéa premier, il est prévu un emploi à mi-temps de conseiller pédagogique pour les centres d'encadrement des élèves. ".
" § 2. Par 350 emplois organiques à un des niveaux visés au § 1er, un service d'encadrement pédagogique a droit à un emploi à mi-temps de conseiller pédagogique.
Par service d'encadrement pédagogique qui dispose d'un cadre organique conformément à l'alinéa premier, il est prévu un emploi à mi-temps de conseiller pédagogique pour les centres d'encadrement des élèves. ".
Art. VII.29. Artikel 21/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd door het decreet van 19 december 2014, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 21/1. De pedagogische begeleidingsdiensten die beschikken over een personeelsformatie als vermeld in artikel 16, ontvangen jaarlijks 5.731.000 euro aan aanvullende werkingsmiddelen.
De werkingsmiddelen, vermeld in het eerste lid, worden verdeeld over deze pedagogische begeleidingsdiensten naar rato van het aantal organieke betrekkingen in de instellingen verbonden aan de pedagogische begeleidingsdienst.".
"Art. 21/1. De pedagogische begeleidingsdiensten die beschikken over een personeelsformatie als vermeld in artikel 16, ontvangen jaarlijks 5.731.000 euro aan aanvullende werkingsmiddelen.
De werkingsmiddelen, vermeld in het eerste lid, worden verdeeld over deze pedagogische begeleidingsdiensten naar rato van het aantal organieke betrekkingen in de instellingen verbonden aan de pedagogische begeleidingsdienst.".
Art. VII.29. L'article 21/1 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 21/1. Les services d'encadrement pédagogique qui disposent d'un cadre organique tel que visé à l'article 16, reçoivent annuellement 5.731.000 euros comme moyens complémentaires de fonctionnement.
Les moyens de fonctionnement visés à l'alinéa premier sont répartis sur les services d'encadrement pédagogique au prorata du nombre d'emplois organiques dans les établissements rattachés au service d'encadrement pédagogique. ".
" Art. 21/1. Les services d'encadrement pédagogique qui disposent d'un cadre organique tel que visé à l'article 16, reçoivent annuellement 5.731.000 euros comme moyens complémentaires de fonctionnement.
Les moyens de fonctionnement visés à l'alinéa premier sont répartis sur les services d'encadrement pédagogique au prorata du nombre d'emplois organiques dans les établissements rattachés au service d'encadrement pédagogique. ".
Art. VII.30. In hetzelfde decreet wordt het hoofdstuk V/1, ingevoegd bij decreet van 21 december 2012, vervangen door een hoofdstuk V/1, bestaande uit artikel 27/1 tot en met 27/3, dat luidt als volgt:
Hoofdstuk V/1. Extra ondersteuning voor de Nederlandstalige scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad
Art. 27/1. Binnen de door de Vlaamse Gemeenschap vastgelegde begrotingskredieten wordt jaarlijks in een krediet voorzien van 609.000 euro voor de werkingskosten van de entiteit Onderwijscentrum Brussel van de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor de uitvoering van volgende opdrachten ten aanzien van de scholen en de centra van het basisonderwijs en secundair onderwijs die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap en gelegen zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad:
1° het taalvaardigheidsonderwijs van het Nederlands en het talenbeleid verbreden en verdiepen;
2° de toepassing van het Brede Schoolconcept ondersteunen.
Art. 27/2. De pedagogische begeleidingsdiensten die beschikken over een personeelsformatie als vermeld in artikel 16, ontvangen jaarlijks 609.000 euro aan aanvullende werkingsmiddelen voor de uitvoering van volgende opdrachten:
1° de competentieontwikkeling ondersteunen voor de implementatie van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in een hoofdstedelijke context ten aanzien van de scholen van het basisonderwijs en secundair onderwijs die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap en gelegen zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
2° een transfer voorzien van de inzichten opgedaan onder 1° naar het Vlaamse onderwijs en de ontsluiting van de kennis op het gebied van taalvaardigheidsonderwijs met prioriteit naar de scholen van de Vlaamse Rand realiseren.
De pedagogische begeleidingsdiensten werken nauw samen met het Onderwijscentrum Brussel van de Vlaamse Gemeenschapscommissie teneinde deze opdrachten te kunnen vervullen. Een protocol tussen deze actoren teneinde vorm te geven aan deze samenwerking wordt afgesloten. In hun regulier werkingsverslag/jaarverslag rapporteren de pedagogische begeleidingsdiensten en het Onderwijscentrum Brussel van de Vlaamse Gemeenschapscommissie op welke wijze invulling wordt gegeven aan de opdrachten, welke goede voorbeelden evenals andere multiplicatoreffecten gerealiseerd werden.
De werkingsmiddelen, vermeld in het eerste lid, worden verdeeld over deze pedagogische begeleidingsdiensten naar rato van het aantal organieke betrekkingen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel in de instellingen verbonden aan de pedagogische begeleidingsdiensten.
Art. 27/3. De bedragen vermeld in dit hoofdstuk hebben betrekking op begrotingsjaar 2015. Vanaf begrotingsjaar 2016 worden deze bedragen aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.".
Hoofdstuk V/1. Extra ondersteuning voor de Nederlandstalige scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad
Art. 27/1. Binnen de door de Vlaamse Gemeenschap vastgelegde begrotingskredieten wordt jaarlijks in een krediet voorzien van 609.000 euro voor de werkingskosten van de entiteit Onderwijscentrum Brussel van de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor de uitvoering van volgende opdrachten ten aanzien van de scholen en de centra van het basisonderwijs en secundair onderwijs die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap en gelegen zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad:
1° het taalvaardigheidsonderwijs van het Nederlands en het talenbeleid verbreden en verdiepen;
2° de toepassing van het Brede Schoolconcept ondersteunen.
Art. 27/2. De pedagogische begeleidingsdiensten die beschikken over een personeelsformatie als vermeld in artikel 16, ontvangen jaarlijks 609.000 euro aan aanvullende werkingsmiddelen voor de uitvoering van volgende opdrachten:
1° de competentieontwikkeling ondersteunen voor de implementatie van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in een hoofdstedelijke context ten aanzien van de scholen van het basisonderwijs en secundair onderwijs die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap en gelegen zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
2° een transfer voorzien van de inzichten opgedaan onder 1° naar het Vlaamse onderwijs en de ontsluiting van de kennis op het gebied van taalvaardigheidsonderwijs met prioriteit naar de scholen van de Vlaamse Rand realiseren.
De pedagogische begeleidingsdiensten werken nauw samen met het Onderwijscentrum Brussel van de Vlaamse Gemeenschapscommissie teneinde deze opdrachten te kunnen vervullen. Een protocol tussen deze actoren teneinde vorm te geven aan deze samenwerking wordt afgesloten. In hun regulier werkingsverslag/jaarverslag rapporteren de pedagogische begeleidingsdiensten en het Onderwijscentrum Brussel van de Vlaamse Gemeenschapscommissie op welke wijze invulling wordt gegeven aan de opdrachten, welke goede voorbeelden evenals andere multiplicatoreffecten gerealiseerd werden.
De werkingsmiddelen, vermeld in het eerste lid, worden verdeeld over deze pedagogische begeleidingsdiensten naar rato van het aantal organieke betrekkingen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel in de instellingen verbonden aan de pedagogische begeleidingsdiensten.
Art. 27/3. De bedragen vermeld in dit hoofdstuk hebben betrekking op begrotingsjaar 2015. Vanaf begrotingsjaar 2016 worden deze bedragen aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.".
Art. VII.30. Dans le même décret, le chapitre V/1, inséré par le décret du 21 décembre 2012, est remplacé par un chapitre V/1, comprenant les articles 27/1 à 27/3 inclus, rédigé comme suit :
" Chapitre V/1. Appui supplémentaire aux écoles néerlandophones situées dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale
Art. 27/1. Dans les limites des crédits budgétaires fixés par la Communauté flamande, il est prévu chaque année un crédit de 609.000 euros pour les frais de fonctionnement de l'entité " Onderwijscentrum Brussel " de la Commission communautaire flamande en vue de l'exécution des missions suivantes à l'égard des écoles et centres de l'enseignement fondamental et secondaire agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande et situés dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale :
1° élargir et approfondir l'enseignement d'aptitudes linguistiques de néerlandais et la politique linguistique ;
2° appuyer l'application du " Brede Schoolconcept " (concept d'Ecole élargie).
Art. 27/2. Les services d'encadrement pédagogique qui disposent d'un cadre organique tel que visé à l'article 16, reçoivent annuellement 609.000 euros comme moyens complémentaires de fonctionnement pour l'exécution des missions suivantes :
1° appuyer le développement des compétences pour la mise en oeuvre du décret du 21 mars 2014 relatif à des mesures pour les élèves à besoins éducatifs spécifiques dans le contexte de Bruxelles-Capitale à l'égard des écoles de l'enseignement fondamental et secondaire agréées, financées ou subventionnées par la Communauté flamande et situées dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale ;
2° prévoir un transfert des connaissances acquises sous 1° vers l'enseignement flamand et réaliser une meilleure accessibilité aux savoirs au niveau de l'enseignement d'aptitudes linguistiques de néerlandais, en donnant la priorité aux écoles de la Périphérie flamande de Bruxelles.
Les services d'encadrement pédagogique collaborent étroitement avec le Onderwijscentrum Brussel de la Commission communautaire flamande afin de pouvoir accomplir ces missions. Il est conclu un protocole entre ces acteurs, afin de concrétiser cette coopération. Dans leur rapport de fonctionnement/rapport annuel régulier, les services d'encadrement pédagogique et le Onderwijscentrum Brussel de la Commission communautaire flamande expliquent de quelle façon les missions sont accomplies et quels bons exemples et autres effets multiplicateurs ont été réalisés.
Les moyens de fonctionnement visés à l'alinéa premier sont répartis sur les services d'encadrement pédagogique au prorata du nombre d'emplois organiques dans l'enseignement néerlandophone à Bruxelles auprès des établissements rattachés au service d'encadrement pédagogique.
Art. 27/3. Les montants visés dans le présent chapitre portent sur l'année budgétaire 2015. A partir de l'année budgétaire 2016, ces montants sont adaptés à l'évolution de l'indice santé. ".
" Chapitre V/1. Appui supplémentaire aux écoles néerlandophones situées dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale
Art. 27/1. Dans les limites des crédits budgétaires fixés par la Communauté flamande, il est prévu chaque année un crédit de 609.000 euros pour les frais de fonctionnement de l'entité " Onderwijscentrum Brussel " de la Commission communautaire flamande en vue de l'exécution des missions suivantes à l'égard des écoles et centres de l'enseignement fondamental et secondaire agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande et situés dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale :
1° élargir et approfondir l'enseignement d'aptitudes linguistiques de néerlandais et la politique linguistique ;
2° appuyer l'application du " Brede Schoolconcept " (concept d'Ecole élargie).
Art. 27/2. Les services d'encadrement pédagogique qui disposent d'un cadre organique tel que visé à l'article 16, reçoivent annuellement 609.000 euros comme moyens complémentaires de fonctionnement pour l'exécution des missions suivantes :
1° appuyer le développement des compétences pour la mise en oeuvre du décret du 21 mars 2014 relatif à des mesures pour les élèves à besoins éducatifs spécifiques dans le contexte de Bruxelles-Capitale à l'égard des écoles de l'enseignement fondamental et secondaire agréées, financées ou subventionnées par la Communauté flamande et situées dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale ;
2° prévoir un transfert des connaissances acquises sous 1° vers l'enseignement flamand et réaliser une meilleure accessibilité aux savoirs au niveau de l'enseignement d'aptitudes linguistiques de néerlandais, en donnant la priorité aux écoles de la Périphérie flamande de Bruxelles.
Les services d'encadrement pédagogique collaborent étroitement avec le Onderwijscentrum Brussel de la Commission communautaire flamande afin de pouvoir accomplir ces missions. Il est conclu un protocole entre ces acteurs, afin de concrétiser cette coopération. Dans leur rapport de fonctionnement/rapport annuel régulier, les services d'encadrement pédagogique et le Onderwijscentrum Brussel de la Commission communautaire flamande expliquent de quelle façon les missions sont accomplies et quels bons exemples et autres effets multiplicateurs ont été réalisés.
Les moyens de fonctionnement visés à l'alinéa premier sont répartis sur les services d'encadrement pédagogique au prorata du nombre d'emplois organiques dans l'enseignement néerlandophone à Bruxelles auprès des établissements rattachés au service d'encadrement pédagogique.
Art. 27/3. Les montants visés dans le présent chapitre portent sur l'année budgétaire 2015. A partir de l'année budgétaire 2016, ces montants sont adaptés à l'évolution de l'indice santé. ".
Art. VII.31. In artikel 28 hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 december 2009, 21 december 2012 en 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het punt 1° van paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
"1° de begeleiding van de centra voor volwassenenonderwijs:
a) ondersteunen bij de realisatie van hun eigen agogisch project;
b) ondersteunen bij het bevorderen van hun onderwijskwaliteit en bij hun ontwikkeling tot professionele lerende organisatie door:
1) netwerkvorming te bevorderen en netwerken te ondersteunen;
2) leidinggevenden te ondersteunen of te vormen;
3) de beroepsbekwaamheid van de personeelsleden te ondersteunen binnen een centrum en centrumoverstijgend met bijzondere aandacht voor beginnende personeelsleden, personeelsleden met specifieke opdrachten;
4) het beleidsvoerend vermogen van centra te versterken;
5) de kwaliteitszorg van centra te ondersteunen;
c) op verzoek van het centrumbestuur het centrum ondersteunen en begeleiden bij de uitwerking van de aangegeven actiepunten na een doorlichting;
d) onderwijsinnovaties aanreiken, stimuleren en ondersteunen;
e) aanbodgerichte nascholingsactiviteiten aanreiken en aansturen met inbegrip van de nascholing van directies;
f) met verscheidene onderwijsactoren op verschillende niveaus overleggen over onderwijskwaliteit;
g) participeren aan de aansturing of opvolging van ondersteuningsinitiatieven georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Regering die als doelstelling het ondersteunen van centra of hun leerkrachten of begeleiders hebben;";
2° in paragraaf 2 worden in de tweede zin van het eerste lid tussen de woorden "ter beschikking gesteld van de afzonderlijke begeleidingsdiensten" en de woorden "en verdeeld naar rato van de organieke betrekkingen" de woorden "die beschikken over een personeelsformatie als vermeld in artikel 16" ingevoegd.
1° het punt 1° van paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
"1° de begeleiding van de centra voor volwassenenonderwijs:
a) ondersteunen bij de realisatie van hun eigen agogisch project;
b) ondersteunen bij het bevorderen van hun onderwijskwaliteit en bij hun ontwikkeling tot professionele lerende organisatie door:
1) netwerkvorming te bevorderen en netwerken te ondersteunen;
2) leidinggevenden te ondersteunen of te vormen;
3) de beroepsbekwaamheid van de personeelsleden te ondersteunen binnen een centrum en centrumoverstijgend met bijzondere aandacht voor beginnende personeelsleden, personeelsleden met specifieke opdrachten;
4) het beleidsvoerend vermogen van centra te versterken;
5) de kwaliteitszorg van centra te ondersteunen;
c) op verzoek van het centrumbestuur het centrum ondersteunen en begeleiden bij de uitwerking van de aangegeven actiepunten na een doorlichting;
d) onderwijsinnovaties aanreiken, stimuleren en ondersteunen;
e) aanbodgerichte nascholingsactiviteiten aanreiken en aansturen met inbegrip van de nascholing van directies;
f) met verscheidene onderwijsactoren op verschillende niveaus overleggen over onderwijskwaliteit;
g) participeren aan de aansturing of opvolging van ondersteuningsinitiatieven georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Regering die als doelstelling het ondersteunen van centra of hun leerkrachten of begeleiders hebben;";
2° in paragraaf 2 worden in de tweede zin van het eerste lid tussen de woorden "ter beschikking gesteld van de afzonderlijke begeleidingsdiensten" en de woorden "en verdeeld naar rato van de organieke betrekkingen" de woorden "die beschikken over een personeelsformatie als vermeld in artikel 16" ingevoegd.
Art. VII.31. A l'article 28 du même décret, modifié par les décrets des 18 décembre 2009, 21 décembre 2012 et 19 décembre 2014, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 1° du paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" 1° l'encadrement des centres d'éducation des adultes :
a) les soutenir dans la réalisation du propre projet socio-éducatif ;
b) les soutenir dans la promotion de leur qualité d'enseignement et lors de leur développement en une organisation apprenante professionnelle en :
1) facilitant le réseautage et le soutien aux réseaux ;
2) soutenant ou formant des dirigeants ;
3) soutenant la compétence professionnelle des membres du personnel au sein d'un centre et au-delà du centre avec une attention particulière pour les membres du personnel débutants et les membres du personnel chargés de missions spécifiques ;
4) renforçant la capacité gestionnaire des centres ;
5) soutenant l'assurance de la qualité des centres ;
c) à la demande de l'autorité du centre, soutenir et accompagner le centre lors de l'élaboration des points d'action signalés par un audit ;
d) fournir, stimuler et soutenir des innovations de l'enseignement ;
e) fournir et gérer des activités de formation continuée gérées par l'offre, y compris la formation continuée des directions ;
f) se concerter avec plusieurs acteurs de l'enseignement à différents niveaux sur la qualité de l'enseignement ;
g) participer au pilotage ou au suivi des initiatives de soutien organisées ou subventionnées par le Gouvernement flamand qui ont pour but de soutenir des centres, leurs enseignants ou accompagnateurs ;
2° dans la deuxième phrase de l'alinéa premier du paragraphe 2, les mots " qui disposent d'un cadre organique tel que visé à l'article 16 " sont insérés entre les mots " Il est mis à disposition des services séparés d'encadrement " et les mots " et réparti au prorata des emplois organiques ".
1° le point 1° du paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" 1° l'encadrement des centres d'éducation des adultes :
a) les soutenir dans la réalisation du propre projet socio-éducatif ;
b) les soutenir dans la promotion de leur qualité d'enseignement et lors de leur développement en une organisation apprenante professionnelle en :
1) facilitant le réseautage et le soutien aux réseaux ;
2) soutenant ou formant des dirigeants ;
3) soutenant la compétence professionnelle des membres du personnel au sein d'un centre et au-delà du centre avec une attention particulière pour les membres du personnel débutants et les membres du personnel chargés de missions spécifiques ;
4) renforçant la capacité gestionnaire des centres ;
5) soutenant l'assurance de la qualité des centres ;
c) à la demande de l'autorité du centre, soutenir et accompagner le centre lors de l'élaboration des points d'action signalés par un audit ;
d) fournir, stimuler et soutenir des innovations de l'enseignement ;
e) fournir et gérer des activités de formation continuée gérées par l'offre, y compris la formation continuée des directions ;
f) se concerter avec plusieurs acteurs de l'enseignement à différents niveaux sur la qualité de l'enseignement ;
g) participer au pilotage ou au suivi des initiatives de soutien organisées ou subventionnées par le Gouvernement flamand qui ont pour but de soutenir des centres, leurs enseignants ou accompagnateurs ;
2° dans la deuxième phrase de l'alinéa premier du paragraphe 2, les mots " qui disposent d'un cadre organique tel que visé à l'article 16 " sont insérés entre les mots " Il est mis à disposition des services séparés d'encadrement " et les mots " et réparti au prorata des emplois organiques ".
Art. VII.32. In deel II, titel IV, hoofdstuk I, van hetzelfde decreet wordt een artikel 31/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 31/1. In titel IV wordt verstaan onder kalenderdag: elke dag van het jaar, uitgezonderd de dagen tijdens de herfst-, de kerst-, de krokus-, de paas- en de zomervakantie.".
"Art. 31/1. In titel IV wordt verstaan onder kalenderdag: elke dag van het jaar, uitgezonderd de dagen tijdens de herfst-, de kerst-, de krokus-, de paas- en de zomervakantie.".
Art. VII.32. Dans la partie II, titre IV, chapitre Ier, du même décret, il est inséré un article 31/1, rédigé comme suit :
" Art. 31/1. Dans le titre IV, il y a lieu d'entendre par jour calendaire : chaque jour de l'année, à l'exception des jours pendant les vacances d'automne, de Noël, de Carnaval, de Pâques et d'été. ".
" Art. 31/1. Dans le titre IV, il y a lieu d'entendre par jour calendaire : chaque jour de l'année, à l'exception des jours pendant les vacances d'automne, de Noël, de Carnaval, de Pâques et d'été. ".
Art. VII.33. In hoofdstuk II van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling IIbis, ingevoegd door het decreet van 21 december 2012, vervangen door wat volgt:
"Ingebruikname van nieuwe vestigingsplaatsen door al erkende instellingen in het basis- en secundair onderwijs".
"Ingebruikname van nieuwe vestigingsplaatsen door al erkende instellingen in het basis- en secundair onderwijs".
Art. VII.33. Dans le chapitre II du même décret, l'intitulé de la section IIbis, insérée par le décret du 21 décembre 2012, est remplacé par l'intitulé suivant :
" Mise en service de nouvelles implantations par des établissements d'enseignement fondamental et secondaire déjà agréés ".
" Mise en service de nouvelles implantations par des établissements d'enseignement fondamental et secondaire déjà agréés ".
Art. VII.34. Artikel 35bis van hetzelfde decreet, ingevoegd door het decreet van 21 december 2012, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 35bis. § 1. Een instelling die een nieuwe, al dan niet tijdelijke, vestigingsplaats als vermeld in artikel 3, 56°, en artikel 108 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, in gebruik wil nemen, doet hiervan melding bij de bevoegde dienst, aangewezen door de Vlaamse Regering.
De melding, vermeld in het eerste lid, wordt uiterlijk op het tijdstip van ingebruikname ingediend bij de bevoegde dienst, aangewezen door de Vlaamse Regering. In de melding wordt verklaard dat:
1° de vestigingsplaats beantwoordt aan de voorwaarden betreffende hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid zoals is bepaald in artikel 62, § 1, 2°, van het decreet basisonderwijs;
2° de instelling, indien zij een vestigingsplaats in gebruik neemt waar een andere instelling gevestigd is of voordien was, kennis heeft van aanbevelingen of tekorten die de onderwijsinspectie in het meest recente doorlichtingsverslag heeft geformuleerd met betrekking tot de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van de betreffende gebouwen. De instelling vermeldt in dat geval eveneens of het advies van de onderwijsinspectie met betrekking tot de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van de nieuwe vestigingsplaats gunstig, beperkt gunstig of ongunstig was.
§ 2. De Vlaamse Regering, legt het model van het meldingsformulier vast. De melding wordt digitaal ingediend.".
"Art. 35bis. § 1. Een instelling die een nieuwe, al dan niet tijdelijke, vestigingsplaats als vermeld in artikel 3, 56°, en artikel 108 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, in gebruik wil nemen, doet hiervan melding bij de bevoegde dienst, aangewezen door de Vlaamse Regering.
De melding, vermeld in het eerste lid, wordt uiterlijk op het tijdstip van ingebruikname ingediend bij de bevoegde dienst, aangewezen door de Vlaamse Regering. In de melding wordt verklaard dat:
1° de vestigingsplaats beantwoordt aan de voorwaarden betreffende hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid zoals is bepaald in artikel 62, § 1, 2°, van het decreet basisonderwijs;
2° de instelling, indien zij een vestigingsplaats in gebruik neemt waar een andere instelling gevestigd is of voordien was, kennis heeft van aanbevelingen of tekorten die de onderwijsinspectie in het meest recente doorlichtingsverslag heeft geformuleerd met betrekking tot de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van de betreffende gebouwen. De instelling vermeldt in dat geval eveneens of het advies van de onderwijsinspectie met betrekking tot de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van de nieuwe vestigingsplaats gunstig, beperkt gunstig of ongunstig was.
§ 2. De Vlaamse Regering, legt het model van het meldingsformulier vast. De melding wordt digitaal ingediend.".
Art. VII.34. L'article 35bis du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2012, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 35bis. § 1er. Un établissement désirant mettre en service une nouvelle implantation, temporaire ou non, telle que visée à l'article 3, 56°, et à l'article 108 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, doit en aviser le service compétent désigné par le Gouvernement flamand.
La communication visée à l'alinéa premier est introduite auprès du service compétent désigné par le Gouvernement flamand, au plus tard au moment de la mise en service. Dans la communication, il est déclaré que :
1° l'implantation remplit les conditions en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité telles que fixées à l'article 62, § 1er, 2°, du décret relatif à l'enseignement fondamental ;
2° l'établissement, s'il met en service une implantation où un autre établissement est situé ou était situé auparavant, connaît les recommandations ou défauts formulés par l'Inspection de l'Enseignement dans son dernier rapport d'audit en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité des bâtiments en question. Dans ce cas, l'établissement mentionne également si l'avis de l'Inspection de l'Enseignement en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité de la nouvelle implantation était favorable, favorable avec réserves ou défavorable.
§ 2. Le Gouvernement flamand fixe le modèle du formulaire de notification. La notification est introduite par voie électronique. ".
" Art. 35bis. § 1er. Un établissement désirant mettre en service une nouvelle implantation, temporaire ou non, telle que visée à l'article 3, 56°, et à l'article 108 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, doit en aviser le service compétent désigné par le Gouvernement flamand.
La communication visée à l'alinéa premier est introduite auprès du service compétent désigné par le Gouvernement flamand, au plus tard au moment de la mise en service. Dans la communication, il est déclaré que :
1° l'implantation remplit les conditions en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité telles que fixées à l'article 62, § 1er, 2°, du décret relatif à l'enseignement fondamental ;
2° l'établissement, s'il met en service une implantation où un autre établissement est situé ou était situé auparavant, connaît les recommandations ou défauts formulés par l'Inspection de l'Enseignement dans son dernier rapport d'audit en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité des bâtiments en question. Dans ce cas, l'établissement mentionne également si l'avis de l'Inspection de l'Enseignement en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité de la nouvelle implantation était favorable, favorable avec réserves ou défavorable.
§ 2. Le Gouvernement flamand fixe le modèle du formulaire de notification. La notification est introduite par voie électronique. ".
Art. VII.35. Artikel 35ter van hetzelfde decreet, ingevoegd door het decreet van 21 december 2012, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 35ter. § 1. Een instelling die een nieuwe vestigingsplaats als vermeld in de artikelen 14, § 4, en 15, § 4, van de Codex Secundair Onderwijs, respectievelijk de artikelen 10, § 4, 11, § 4, en 19, § 1/1, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, in gebruik wil nemen, doet hiervan melding bij de bevoegde dienst, aangewezen door de Vlaamse Regering.
De melding, vermeld in het eerste lid, wordt uiterlijk op het tijdstip van de ingebruikname ingediend bij de bevoegde dienst, aangewezen door de Vlaamse Regering. In de melding wordt verklaard dat:
1° de vestigingsplaats beantwoordt aan de voorwaarden betreffende hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid zoals bepaald is in dezelfde codex, respectievelijk hetzelfde decreet;
2° de instelling, indien zij een vestigingsplaats in gebruik neemt waar een andere instelling gevestigd is of voordien was, kennis heeft van aanbevelingen of tekorten die de onderwijsinspectie in het meest recente doorlichtingsverslag heeft geformuleerd met betrekking tot de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van de betreffende gebouwen. De instelling vermeldt in dat geval eveneens of het advies van de onderwijsinspectie met betrekking tot de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van de nieuwe vestigingsplaats gunstig, beperkt gunstig of ongunstig was.
§ 2. De Vlaamse Regering legt het model van het meldingsformulier vast. De melding wordt digitaal ingediend.".
"Art. 35ter. § 1. Een instelling die een nieuwe vestigingsplaats als vermeld in de artikelen 14, § 4, en 15, § 4, van de Codex Secundair Onderwijs, respectievelijk de artikelen 10, § 4, 11, § 4, en 19, § 1/1, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, in gebruik wil nemen, doet hiervan melding bij de bevoegde dienst, aangewezen door de Vlaamse Regering.
De melding, vermeld in het eerste lid, wordt uiterlijk op het tijdstip van de ingebruikname ingediend bij de bevoegde dienst, aangewezen door de Vlaamse Regering. In de melding wordt verklaard dat:
1° de vestigingsplaats beantwoordt aan de voorwaarden betreffende hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid zoals bepaald is in dezelfde codex, respectievelijk hetzelfde decreet;
2° de instelling, indien zij een vestigingsplaats in gebruik neemt waar een andere instelling gevestigd is of voordien was, kennis heeft van aanbevelingen of tekorten die de onderwijsinspectie in het meest recente doorlichtingsverslag heeft geformuleerd met betrekking tot de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van de betreffende gebouwen. De instelling vermeldt in dat geval eveneens of het advies van de onderwijsinspectie met betrekking tot de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van de nieuwe vestigingsplaats gunstig, beperkt gunstig of ongunstig was.
§ 2. De Vlaamse Regering legt het model van het meldingsformulier vast. De melding wordt digitaal ingediend.".
Art. VII.35. L'article 35ter du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2012, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 35ter. § 1er. Un établissement désirant mettre en service une nouvelle implantation telle que visée aux articles 14, § 4, et 15, § 4, du Code de l'Enseignement secondaire, respectivement aux articles 10, § 4, 11, § 4, et 19, § 1/1, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande, en avise le service compétent désigné par le Gouvernement flamand.
La notification visée à l'alinéa premier est introduite auprès du service compétent désigné par le Gouvernement flamand, au plus tard au moment de la mise en service. Dans la notification, il est déclaré que :
1° l'implantation remplit les conditions en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité telles que fixées dans le même Code, respectivement le même décret ;
2° l'établissement, s'il met en service une implantation où un autre établissement est situé ou était situé auparavant, connaît les recommandations ou défauts formulés par l'Inspection de l'Enseignement dans son dernier rapport d'audit en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité des bâtiments en question. Dans ce cas, l'établissement mentionne également si l'avis de l'Inspection de l'Enseignement en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité de la nouvelle implantation était favorable, favorable avec réserves ou défavorable.
§ 2. Le Gouvernement flamand fixe le modèle du formulaire de notification. La notification est introduite par voie électronique. ".
" Art. 35ter. § 1er. Un établissement désirant mettre en service une nouvelle implantation telle que visée aux articles 14, § 4, et 15, § 4, du Code de l'Enseignement secondaire, respectivement aux articles 10, § 4, 11, § 4, et 19, § 1/1, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande, en avise le service compétent désigné par le Gouvernement flamand.
La notification visée à l'alinéa premier est introduite auprès du service compétent désigné par le Gouvernement flamand, au plus tard au moment de la mise en service. Dans la notification, il est déclaré que :
1° l'implantation remplit les conditions en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité telles que fixées dans le même Code, respectivement le même décret ;
2° l'établissement, s'il met en service une implantation où un autre établissement est situé ou était situé auparavant, connaît les recommandations ou défauts formulés par l'Inspection de l'Enseignement dans son dernier rapport d'audit en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité des bâtiments en question. Dans ce cas, l'établissement mentionne également si l'avis de l'Inspection de l'Enseignement en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité de la nouvelle implantation était favorable, favorable avec réserves ou défavorable.
§ 2. Le Gouvernement flamand fixe le modèle du formulaire de notification. La notification est introduite par voie électronique. ".
Art. VII.36. Artikel 35quater van hetzelfde decreet, ingevoegd door het decreet van 21 december 2012 en vervangen door het decreet van 5 april 2014, wordt opgeheven.
Art. VII.36. L'article 35quater du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2012 et remplacé par le décret du 5 avril 2014, est abrogé.
Art. VII.37. In artikel 45 van hetzelfde decreet wordt de tweede zin vervangen door wat volgt:
"De onderwijsinspectie kan voor de uitoefening van haar opdracht beschikken over de leden van de onderwijsinspectie, ondersteunende personeelsleden van de diensten van de Vlaamse Regering en middelen ingeschreven in de Vlaamse begroting.
De Vlaamse Regering kan personeelsleden van het Agentschap Kwaliteit in Onderwijs en Vorming overdragen naar de onderwijsinspectie.".
"De onderwijsinspectie kan voor de uitoefening van haar opdracht beschikken over de leden van de onderwijsinspectie, ondersteunende personeelsleden van de diensten van de Vlaamse Regering en middelen ingeschreven in de Vlaamse begroting.
De Vlaamse Regering kan personeelsleden van het Agentschap Kwaliteit in Onderwijs en Vorming overdragen naar de onderwijsinspectie.".
Art. VII.37. A l'article 45 du même décret, la deuxième phrase est remplacée par la disposition suivante :
" Pour l'exécution de sa mission, l'Inspection de l'Enseignement peut avoir à sa disposition les membres de l'Inspection de l'Enseignement, des membres du personnel d'appui des services du Gouvernement flamand et des moyens inscrits au budget flamand.
Le Gouvernement flamand peut transférer des membres du personnel de l'" Agentschap Kwaliteit in Onderwijs en Vorming " (Agence pour la Gestion de la Qualité dans l'Enseignement et de la Formation) à l'Inspection de l'Enseignement. ".
" Pour l'exécution de sa mission, l'Inspection de l'Enseignement peut avoir à sa disposition les membres de l'Inspection de l'Enseignement, des membres du personnel d'appui des services du Gouvernement flamand et des moyens inscrits au budget flamand.
Le Gouvernement flamand peut transférer des membres du personnel de l'" Agentschap Kwaliteit in Onderwijs en Vorming " (Agence pour la Gestion de la Qualité dans l'Enseignement et de la Formation) à l'Inspection de l'Enseignement. ".
Afdeling VIII. - Inwerkingtreding
Section VIII. - Entrée en vigueur
Art. VII.38. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2015.
Artikel VII.14 tot en met VII.17 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2014.
Artikel VII.8, VII.9, VII.10, VII.20 tot en met VII.24, en VII.29 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2015.
Artikel VII.37 treedt in werking op 1 juli 2015.
Artikel VII.2 treedt in werking op 31 augustus 2015.
Artikel VII.14 tot en met VII.17 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2014.
Artikel VII.8, VII.9, VII.10, VII.20 tot en met VII.24, en VII.29 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2015.
Artikel VII.37 treedt in werking op 1 juli 2015.
Artikel VII.2 treedt in werking op 31 augustus 2015.
Art. VII.38. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2015.
Les articles VII.14 à VII.17 produisent leurs effets le 1er septembre 2014.
Les articles VII.8, VII.9, VII.10, VII.20 à VII.24, et VII.29 produisent leurs effets le 1er janvier 2015.
L'article VII.37 entre en vigueur le 1er juillet 2015.
L'article VII.2 entre en vigueur le 31 août 2015.
Les articles VII.14 à VII.17 produisent leurs effets le 1er septembre 2014.
Les articles VII.8, VII.9, VII.10, VII.20 à VII.24, et VII.29 produisent leurs effets le 1er janvier 2015.
L'article VII.37 entre en vigueur le 1er juillet 2015.
L'article VII.2 entre en vigueur le 31 août 2015.