Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
17 JULI 2015. - Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-08-2015 en tekstbijwerking tot 29-12-2015)
Titre
17 JUILLET 2015. - Décret modifiant le Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-08-2015 et mise à jour au 29-12-2015)
Dokumentinformationen
Numac: 2015036040
Datum: 2015-07-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2015036040
Date: 2015-07-17
Moniteur: Voir
Tekst (41)
Texte (41)
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
Art. 2. In artikel 1.1.0.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, vervangen bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het zesde lid, 5°, wordt punt d) vervangen door wat volgt :
  "d) een verkrijging door een persoon die met de overledene of de schenker een verwantschapsband had of heeft die voortkomt uit gewone adoptie, maar uitsluitend als daarvoor de nodige bewijsstukken worden aangebracht en als :
  1) het adoptiekind een kind is van de partner van de adoptant;
  2) het adoptiekind op het ogenblik van de adoptie onder de voogdij was van de openbare onderstand of van een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of van een vergelijkbare instelling binnen de Europese Economische Ruimte, of wees was van een voor het vaderland gestorven vader of moeder;
  3) het adoptiekind, vóór de leeftijd van eenentwintig jaar, gedurende drie achtereenvolgende jaren hoofdzakelijk van de adoptant, of van de adoptant en zijn partner samen, de hulp en verzorging heeft gekregen die kinderen normaal van hun ouders krijgen;
  4) het kind geadopteerd is door een persoon van wie al de afstammelingen voor het vaderland gestorven zijn;";
  2° aan het achtste lid, 2°, wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  "De aanhorigheden, vermeld in het twaalfde lid, 2°, worden in voorkomend geval geacht deel uit te maken van de gezinswoning.";
  3° aan het twaalfde lid wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "7° bouwgrond : een perceel grond dat stedenbouwkundig bestemd is tot woningbouw of een onroerend goed dat ermee wordt gelijkgesteld. Het geheel of het gedeelte van een gebouw dat, pas na de uitvoering van andere werken dan normale herstellings- of onderhoudswerken, kan dienen tot huisvesting van een gezin of een persoon, met in voorkomend geval de aanhorigheden die tegelijk met het gebouw worden verkregen, wordt met een bouwgrond gelijkgesteld.".
Art. 2. Dans l'article 1.1.0.0.2 du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, remplacé par le décret du 19 décembre 2014, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le sixième alinéa, 5°, le point d) est remplacé par ce qui suit :
  " d) une acquisition par une personne ayant avec le défunt ou le donateur un lien de parenté suite à une adoption simple mais exclusivement moyennant la présentation des justifications nécessaires et si :
  1) l'enfant adoptif est un enfant du partenaire de l'adoptant ;
  2) lorsque, au moment de l'adoption, l'enfant adoptif était sous la tutelle de l'assistance publique ou d'un Centre Public d'Aide Sociale, ou d'une institution comparable établie dans l'Espace économique européen, ou était orphelin d'un père ou d'une mère mort(e) pour la patrie ;
  3) lorsque l'enfant adoptif a, avant d'avoir atteint l'âge de vingt-et-un ans et pendant 3 années consécutives, reçu essentiellement de l'adoptant ou de l'adoptant et de son conjoint, les secours et les soins que les enfants reçoivent normalement de leurs parents ;
  4) lorsque l'enfant est adopté par une personne dont tous les descendants sont morts pour la patrie ; " ;
  2° le huitième alinéa, 2°, est complété par une phrase ainsi rédigée :
  " Les dépendances, visées au douzième alinéa, 2°, sont, le cas échéant, censées faire partie de l'habitation familiale. " ;
  3° le douzième alinéa est complété par un point 7°, rédigé comme suit :
  " 7° terrain à bâtir : [" 7° terrain à bâtir : une parcelle de terrain destinée à la construction d'habitations selon les prescriptions d'urbanisme ou un bien immeuble assimilé. Le bâtiment ou partie de bâtiment, ne pouvant servir qu'après des travaux autres que des travaux normaux de réparation ou d'entretien, de logement d'une famille ou d'une personne seule, avec, le cas échéant, les dépendances acquises en même temps que le bâtiment, est assimilé à un terrain à bâtir.". ERRATUM, voir M.B. 12-09-2017, p. 83324)
Art. 4. In artikel 2.3.4.2.1, § 3, van hetzelfde decreet, wordt het vijfde lid vervangen door wat volgt :
  "In afwijking van het vierde lid bedraagt de belasting 61,50 euro voor :
  1° de luchtvaartuigen en boten die tien jaar of ouder zijn;
  2° de zelfbouwvliegtuigen, met uitzondering van de zelfbouwvliegtuigen die worden geacht in het verkeer te zijn gesteld door vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten;
  3° de paramotoren, met uitzondering van de paramotoren die worden geacht in het verkeer te zijn gesteld door vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten.".
Art. 4. Dans l'article 2.3.4.2.1, § 3, du même décret, le cinquième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " Par dérogation au quatrième alinéa, l'impôt s'élève à 61,50 euros pour :
  1° les aéronefs et bateaux de dix ans ou plus ;
  2° les avions de construction amateur, à l'exception d'avions de construction amateur qui sont censés être mis en circulation par des sociétés, des entreprises publiques autonomes et des associations sans but lucratif, pratiquant des activités de leasing ;
  3° les paramoteurs, à l'exception des paramoteurs qui sont censés être mis en circulation par des sociétés, des entreprises publiques autonomes et des associations sans but lucratif, pratiquant des activités de leasing. ".
Art. 5. In artikel 2.5.6.0.2, § 1, van hetzelfde decreet wordt punt 2° opgeheven.
Art. 5. Dans l'article 2.5.6.0.2, § 1er du même décret, le point 2° est abrogé.
Art. 6. In artikel 2.7.3.2.2 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "vermeld in artikel 2.7.3.3.1, tweede lid" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 2.7.3.4.1, tweede lid.".
Art. 6. Dans l'article 2.7.3.2.2 du même arrêté, le membre de phrase " mentionnées à l'article 2.7.3.3.1, deuxième alinéa " est remplacé par le membre de phrase " mentionnées à l'article 2.7.3.4.1, deuxième alinéa. ".
Art. 7. Artikel 2.7.3.4.2 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 2.7.3.4.2. De schulden van de erflater die op de dag van het overlijden bestaan, worden forfaitair bepaald op 1500 euro.
  In afwijking van het eerste lid wordt het forfait voor de schulden van de gemeenschap bepaald op 3000 euro als de erflater gehuwd was onder een stelsel van gemeenschap. Hiervan kan de helft in het passief van de nalatenschap worden opgenomen.
  Het forfait, vermeld in het eerste lid, en het forfait, vermeld in het tweede lid, kunnen niet gecombineerd, noch gecumuleerd worden.
  De schulden die specifiek zijn aangegaan om onroerende goederen te verwerven of te behouden, zijn uitgesloten uit het forfaitaire bedrag, vermeld in het eerste en tweede lid.
  Het bedrag van de begrafeniskosten wordt forfaitair bepaald op 6000 euro. Deze bepaling geldt niet als de erflater een uitvaartverzekering heeft afgesloten.
  De bedragen, vermeld in het eerste, tweede en vijfde lid, zijn gekoppeld aan de schommelingen van het algemene indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk. De bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van een coëfficiënt die verkregen wordt door het gemiddelde van de maandelijkse indexcijfers van het jaar dat voorafgaat aan het jaar, te delen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar 2014. Na de toepassing van die coëfficiënt worden de bedragen afgerond op de cent.
  De aangevers kunnen, in afwijking van het eerste, tweede en vijfde lid, ervoor kiezen om de werkelijke schulden of werkelijke begrafeniskosten te bewijzen met een verklaring in de aangifte van nalatenschap.".
Art. 7. L'article 2.7.3.4.2 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 2.7.3.4.2. Les dettes du testateur existantes au jour du décès sont fixées forfaitairement à 1.500 euros.
  Par dérogation au premier alinéa, le forfait pour les dettes de la communauté est fixé à 3000 euros lorsque le testateur était marié sous le régime de la communauté de biens. La moitié de cela peut être incluse dans le passif successoral.
  Le forfait, visé au premier alinéa, et le forfait, visé au deuxième alinéa, ne peuvent être ni combinés, ni cumulés.
  Les dettes spécialement contractées pour acquérir ou conserver des biens immeubles sont exclues du montant forfaitaire, visé aux premier et deuxième alinéas.
  Le montant des frais funéraires est forfaitairement fixé à 6.000 euros. Cette disposition ne s'applique pas si le testateur avait souscrit une assurance obsèques.
  Les montants visés aux premier, deuxième et cinquième alinéas sont liés aux fluctuations de l'indice général des prix à la consommation du Royaume. Les montants sont adaptés chaque année au 1er janvier sur la base d'un coefficient obtenu en divisant la moyenne des indices mensuels de l'année qui précède l'année par la moyenne des indices mensuels de l'année 2014. Après application de ce coefficient, les montants sont arrondis au centime.
  Les déclarants peuvent, dans la déclaration de succession, et par dérogation aux premier, deuxième et cinquième alinéas, choisir de déclarer sur la base de documents justificatifs les dettes réelles ou les frais funéraires réels. ".
Art. 8. Artikel 2.7.3.5.2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 2.7.3.5.2. Voor de toepassing van artikel 2.7.4.1.1 worden niet-specifieke schulden en begrafeniskosten eerst aangerekend op de goederen, vermeld in artikel 2.7.4.2.2, vervolgens op de roerende goederen en ten slotte op de onroerende goederen.
  De schulden, waarvan wordt bewezen dat ze specifiek werden aangegaan om bepaalde goederen te verwerven of te behouden, worden aangerekend op de desbetreffende categorie van goederen, vermeld in artikel 2.7.4.1.1, § 2, en artikel 2.7.4.2.2, § 1. Wanneer een bepaalde categorie van goederen ontoereikend is voor de volledige aanrekening van een specifieke schuld, wordt het overblijvende gedeelte van de schuld aangerekend zoals een niet-specifieke schuld.
  Als de langstlevende partner een deel verkrijgt in de gezinswoning, wordt zijn aandeel in de schulden van de nalatenschap, die specifiek zijn aangegaan om de gezinswoning te verwerven of te behouden, eerst aangerekend op de waarde van zijn deel in de gezinswoning. Wanneer zijn deel in de gezinswoning ontoereikend is voor de aanrekening van de volledige schuld, wordt het overblijvende gedeelte aangerekend zoals een specifiek onroerende schuld. Alle andere schulden van de langstlevende partner volgen, naargelang het geval, de toerekening voorzien in het eerste lid of het tweede lid, en worden pas in laatste instantie aangerekend op de waarde van zijn deel in de gezinswoning.".
Art. 8. L'article 2.7.3.5.2 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 2.7.3.5.2. Pour l'application de l'article 2.7.4.1.1, les dettes non spécifiques et les frais funéraires sont imputés prioritairement sur les biens, visés à l'article 2.7.4.2.2, ensuite sur les biens meubles et finalement sur les biens immeubles.
  Les dettes dont il est prouvé qu'elles étaient contractées spécifiquement pour acquérir ou conserver certains biens sont imputées sur la catégorie concernée de biens visés à l'article 2.7.4.1.1, § 2, et à l'article 2.7.4.2.2, § 1er. Lorsqu'une certaine catégorie de biens est insuffisante pour l'imputation intégrale d'une dette spécifique, la partie restante de la dette est imputée comme une dette non spécifique.
  Si le partenaire survivant acquiert une part dans l'habitation familiale, sa part dans les dettes de la succession spécifiquement contractées pour acquérir ou conserver cette habitation familiale est imputée par priorité sur la valeur de sa part dans l'habitation familiale. Lorsque sa part dans l'habitation familiale est insuffisante pour l'imputation de la dette totale, la partie résiduelle de la dette est imputée comme une dette immeuble spécifique. Le solde des dettes du partenaire survivant suivent, le cas échéant, l'imputation visée au premier alinéa ou au deuxième alinéa, et ne sont imputées qu'en dernière instance sur la valeur de sa part dans l'habitation familiale. ".
Art. 9. In artikel 2.7.4.2.2, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt punt 4° vervangen door wat volgt :
  "4° familie van de erflater of de aandeelhouder als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2° :
  a) de partner van de erflater of aandeelhouder, waarbij het begrip partner voor de aandeelhouder op een gelijkaardige wijze moet worden geïnterpreteerd als dat het geval is voor de erflater;
  b) de verwanten in rechte lijn van de erflater of aandeelhouder, alsook hun partners, waarbij het begrip partner op een gelijkaardige wijze moet worden geïnterpreteerd als dat het geval is voor de erflater;
  c) de zijverwanten van de erflater of aandeelhouder tot en met de tweede graad en hun partners, waarbij het begrip partner op een gelijkaardige wijze moet worden geïnterpreteerd als dat het geval is voor de erflater;
  d) de kinderen van broers en zussen van de erflater of aandeelhouder.".
Art. 9. Dans l'article 2.7.4.2.2, § 2, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
  " 4° famille du testateur ou de l'actionnaire, dont il est question au paragraphe 1er, premier alinéa, 2° :
  a) le partenaire du testateur ou de l'actionnaire, la notion de partenaire pour l'actionnaire devant être interprétée de manière analogue que lorsqu'il s'agit du testateur ;
  b) les parents en ligne directe du testateur ou de l'actionnaire de même que leurs partenaires, la notion de partenaire devant être interprétée de manière analogue que lorsqu'il s'agit du testateur ;
  b) les collatéraux du testateur ou de l'actionnaire jusqu'au deuxième degré de même que leurs partenaires, la notion de partenaire devant être interprétée de manière analogue que lorsqu'il s'agit du testateur ;
  d) les enfants de frères et soeurs du testateur ou de l'actionnaire. ".
Art. 10. In artikel 2.8.4.1.1, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 1° wordt het woord "schenkingen" vervangen door de woorden "een verkrijging";
  2° in punt 2° worden de woorden "schenkingen aan" vervangen door de woorden "een verkrijging door".
Art. 10. Dans l'article 2.8.4.1.1, § 2, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au point 1°, les mots " les donations " sont remplacés par les mots " une acquisition " ;
  2° au point 2°, les mots " les donations à " sont remplacés par les mots " une acquisition par ".
Art. 11. In artikel 2.8.4.2.1, tabel I, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de woorden "tarief in rechte lijn en tussen partners" vervangen door de woorden "verkrijging in rechte lijn en tussen partners".
Art. 11. Dans l'article 2.8.4.2.1, tableau I, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, les mots " tarif en ligne directe et entre partenaires " sont remplacés par les mots " acquisition en ligne directe et entre partenaires ".
Art. 12. In artikel 2.8.5.0.1, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 12. Dans l'article 2.8.5.0.1, § 2, du même décret, remplacé par le décret du 19 décembre 2014, le deuxième alinéa est abrogé.
Art. 13. In artikel 2.8.6.0.3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, inleidende zin, worden de woorden "het schenkingsrecht" vervangen door de woorden "de schenkbelasting";
  2° in paragraaf 2 wordt punt 4° vervangen door wat volgt :
  "4° familie van de schenker of de aandeelhouder als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2° :
  a) de partner van de schenker of aandeelhouder, waarbij het begrip partner voor de aandeelhouder op een gelijkaardige wijze moet worden geïnterpreteerd als dat het geval is voor de schenker;
  b) de verwanten in rechte lijn van de schenker of aandeelhouder, alsook hun partners, waarbij het begrip partner op een gelijkaardige wijze moet worden geïnterpreteerd als dat het geval is voor de schenker;
  c) de zijverwanten van de schenker of aandeelhouder tot en met de tweede graad en hun partners, waarbij het begrip partner op een gelijkaardige wijze moet worden geïnterpreteerd als dat het geval is voor de schenker;
  d) de kinderen van broers en zussen van de schenker of aandeelhouder.".
Art. 13. A l'article 2.8.6.0.3 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 1er, phrase introductive, les mots " droit de donation " sont remplacés par les mots " impôt de donation " ;
  2° dans le paragraphe 2, le point 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° famille du donateur ou de l'actionnaire, dont il est question au paragraphe 1er, premier alinéa, 2° :
  a) le partenaire du donateur ou de l'actionnaire, la notion de partenaire pour l'actionnaire devant être interprétée de manière analogue que lorsqu'il s'agit du donateur ;
  b) les parents en ligne directe du donateur ou de l'actionnaire ainsi que leurs partenaires, la notion de partenaire devant être interprétée de manière analogue que lorsqu'il s'agit du donateur ;
  b) les collatéraux du donateur ou de l'actionnaire jusqu'au deuxième degré ainsi que leurs partenaires, la notion de partenaire devant être interprétée de manière analogue que lorsqu'il s'agit du donateur ;
  d) les enfants de frères et soeurs du donateur ou de l'actionnaire. ".
Art. 14. In artikel 2.8.6.0.4, 2°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt de zinsnede "in artikel 3.12.3.0.1, § 1, 4°, en § 5, eerste lid," vervangen door de zinsnede "in artikel 3.12.3.0.1, § 1, 4°, en § 5,".
Art. 14. Dans l'article 2.8.6.0.4, 2° du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, le membre de phrase " à l'article 3.12.3.0.1, § 1er, 4°, et § 5, alinéa premier, " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 3.12.3.0.1, § 1er, 4°, et § 5, ".
Art. 15. In artikel 2.9.1.0.4, tweede lid, 2°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt het woord "hij" vervangen door het woord "laatstgenoemde".
Art. 15. Dans l'article 2.9.1.0.4, deuxième alinéa, 2° du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, les mots " par celle-ci. " sont remplacés par les mots " par ce dernier ".
Art. 16. In artikel 2.9.3.0.2, § 1, derde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de woorden "perceel grond dat stedenbouwkundig tot woningbouw is bestemd" vervangen door het woord "bouwgrond".
Art. 16. Dans l'article 2.9.3.0.2, § 1er, troisième alinéa, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, les mots " terrain devant servir d'emplacement à une habitation conformément au règlement d'urbanisme " sont remplacés par les mots " terrain à bâtir ".
Art. 17. In artikel 2.9.4.2.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt punt 4° vervangen door wat volgt :
  "4° de verkrijger van een woning of een gedeelte daarvan of zijn echtgenoot mag niet voor de geheelheid volle of blote eigenaar zijn van een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning wordt aangewend of bestemd is. Er wordt evenwel geen rekening gehouden met de onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk tot bewoning worden aangewend of bestemd zijn en die door de verkrijger of zijn echtgenoot uit de nalatenschap van een bloedverwant in de opgaande lijn zijn verkregen;";
  2° in paragraaf 3 wordt tussen de woorden "de" en "akte van verkrijging" telkens het woord "authentieke" ingevoegd.
Art. 17. A l'article 2.9.4.2.1 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 2, le point 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° l'acquéreur d'une habitation ou d'une partie de celle-ci, pas plus que son conjoint n'est déjà, pour sa totalité, pleinement propriétaire ou nu-propriétaire d'un bien immeuble qui est totalement ou partiellement affecté ou destiné au logement. Il n'est cependant pas tenu compte des biens immeubles qui sont totalement ou partiellement affectés ou destinés au logement et qui ont été recueillis par l'acquéreur ou son conjoint dans la succession d'un ascendant ; " ;
  2° au paragraphe 3, est à chaque fois inséré le mot " authentique " entre les mots " l'acte " et les mots " d'acquisition ".
Art. 18. In artikel 2.9.4.2.4, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de woorden "verkopen uit de hand en bij authentieke akte" vervangen door de zinsnede "overdrachten ten bezwarende titel, uit de hand en bij authentieke akte, met uitsluiting van de inbrengen, vermeld in artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten".
Art. 18. Dans l'article 2.9.4.2.4, § 1er du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, les mots " les ventes faites de gré à gré et par acte authentique " sont remplacés par le membre de phrase " les cessions à titre onéreux, faits de gré à gré et par acte authentique, à l'exception des apports visés à l'article 115bis du Code fédéral des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe ".
Art. 19. In artikel 2.9.4.2.5 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het derde lid wordt het woord "grootte" vervangen door het woord "omvang";
  b) aan het vierde lid wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  "Een overdracht onder bezwarende titel die aan het verdeelrecht is onderworpen, wordt niet beschouwd als een overdracht onder bezwarende titel als vermeld in het eerste lid.";
  2° in paragraaf 2, tweede zin, worden de woorden "op het kantoor in het gebied waar de goederen liggen" vervangen door de woorden "bij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie".
Art. 19. A l'article 2.9.4.2.5 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées :
  a) au troisième alinéa, les mots " de la contenance " sont remplacé par les mots " du volume " ;
  b) le quatrième alinéa est complété par une phrase, rédigée comme suit :
  " Une cession à titre onéreux qui est soumise au droit de partage n'est pas considérée comme une cession à titre onéreux telle que visée au premier alinéa. " ;
  2° au paragraphe 2, deuxième phrase, les mots " au bureau du ressort où se trouvent les biens " sont remplacés par les mots " à l'entité compétente de l'Administration flamande ".
Art. 20. In artikel 2.9.5.0.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, eerste zin, wordt de zinsnede "op voorwaarde dat de nieuwe aankoop een vaste datum heeft gekregen binnen twee jaar vanaf de datum van de registratie van de akte of het geschrift dat aanleiding heeft gegeven tot een van de volgende handelingen :" vervangen door de zinsnede "op voorwaarde dat de authentieke akte van de nieuwe aankoop is verleden binnen twee jaar na de datum van het verlijden van de authentieke akte die aanleiding heeft gegeven of geeft tot een van de volgende handelingen :";
  2° aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  "Als de authentieke akte van vervreemding geen aanleiding geeft tot een van de voormelde handelingen omdat de vervreemding onderworpen is aan een niet-vervulde opschortende voorwaarde, wordt de termijn van twee jaar gerekend vanaf de datum van de registratie van de authentieke akte of het geschrift dat aanleiding heeft gegeven of geeft tot een van de handelingen, vermeld in 1° of 2°. ".
Art. 20. A l'article 2.9.5.0.1 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au premier alinéa, première phrase, le membre de phrase " pour autant que la nouvelle acquisition ait obtenu date certaine dans les deux ans de la date de l'enregistrement du document ayant donné lieu : " est remplacé par le membre de phase " à condition que l'acte authentique de la nouvelle acquisition est passé dans les deux ans après la date de la passation de l'acte authentique ayant donné lieu à une des opérations suivantes : " ;
  2° le premier alinéa est complété par une phrase, rédigée comme suit :
  " Si l'acte acte authentique d'aliénation n'a pas donné lieu à une des actions précitées parce que l'aliénation est soumise à une condition suspensive non réalisée, le terme de deux ans est compté à partir de la date de l'enregistrement de l'acte authentique ou du document ayant donné lieu à une des opérations, visées au 1° ou au 2°. ".
Art. 21. In artikel 2.9.6.0.1, zevende lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt de zinsnede "artikel 3.12.3.0.1, § 1, 4°, en § 5, tweede lid" vervangen door de zinsnede "artikel 3.12.3.0.1, § 1, 4°, en § 5, vierde lid".
Art. 21. A l'article 2.9.6.0.1, septième alinéa, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, le membre de phrase " l'article 3.12.3.0.1, § 1er, 4°, et § 5, deuxième alinéa " est remplacé par le membre de phrase " l'article 3.12.3.0.1, § 1er, 4°, et § 5, quatrième alinéa ".
Art. 22. Aan artikel 2.10.3.0.2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een zevende lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Dit artikel is alleen van toepassing als de verdeling of afstand is overeengekomen uiterlijk op 31 december 2014.".
Art. 22. A l'article 2.10.3.0.2 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, il est ajouté un septième alinéa, rédigé comme suit :
  " Le présent article ne s'applique que si le partage ou la cession a été convenu le 31 décembre 2014 au plus tard. ".
Art. 23. In artikel 2.10.4.0.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt het vierde lid opgeheven.
Art. 23. Dans l'article 2.10.4.0.1 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, le quatrième alinéa est abrogé.
Art. 24. In artikel 3.3.1.0.5 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt het derde lid opgeheven;
  2° aan paragraaf 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van het eerste lid is de termijn voor de indiening van de aangifte, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, ingeval van verval van de nalatenschap aan de Staat overeenkomstig artikel 768 van het Burgerlijk Wetboek, vier maanden vanaf de inbezitstelling, vermeld in artikel 770 van hetzelfde wetboek.".
Art. 24. A l'article 3.3.1.0.5 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 1er, le troisième alinéa est abrogé ;
  2° au paragraphe 2, il est ajouté un troisième alinéa ainsi rédigé :
  " Par dérogation au premier alinéa, le délai de dépôt de la déclaration, visé au paragraphe 1er, premier alinéa, dans le cas où la succession est acquise à l'Etat conformément à l'article 768 du Code civil, est de quatre mois à partir de l'envoi en possession, visé à l'article 770 du même Code. ".
Art. 25. In artikel 3.3.1.0.6, laatste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt de zinsnede "vermeld in het eerste lid, 4° " vervangen door de zinsnede "vermeld in het eerste lid, 5° ".
Art. 25. A l'article 3.3.1.0.6, dernier alinéa du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, le membre de phrase " visé à l'alinéa premier, 4° " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'alinéa premier, 5° ".
Art. 26. Aan artikel 3.3.1.0.8, § 1, 14°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een punt j) toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "j) de vrijstelling, vermeld in artikel 2.7.4.1.1, § 2, derde lid.".
Art. 26. A l'article 3.3.1.0.8, § 1er, 14°, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, il est ajouté un point j) rédigé comme suit :
  " j) la dérogation, visée à l'article 2.7.4.1.1, § 2, troisième alinéa. ".
Art. 27. In artikel 3.6.0.0.6 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan paragraaf 1 worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt :
  "De ontheffing, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt toegestaan met voorbehoud van 10 euro op de ontbonden overeenkomst.
  Wat de registratiebelasting betreft, verleent het bevoegde personeelslid ook ontheffing van het bedrag aan registratiebelasting dat te veel is geheven overeenkomstig artikel 2.8.5.0.1, § 1, derde lid, op voorwaarde dat een verzoek is ingediend binnen een termijn van vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin het kind geboren is.";
  2° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2/1. Wat de registratiebelasting betreft, verleent het bevoegde personeelslid ook ontheffing van het bedrag aan registratiebelasting dat meer bedraagt dan het verkooprecht, vermeld in artikel 2.9.4.2.1, § 1, op voorwaarde dat een verzoek is ingediend binnen een termijn van vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin het recht tot teruggave is ontstaan. In het verzoek tot teruggave moet worden aangetoond dat de woning die de toepassing van het verlaagde tarief van artikel 2.9.4.2.1, § 1, heeft verhinderd, uiterlijk een jaar na de datum van de authentieke akte van verkrijging van de andere woning volledig en ten bezwarende titel is vervreemd, en dat er een causaal verband bestaat tussen die vervreemding en de verkrijging. Bovendien moet in het verzoek tot teruggave worden voldaan aan de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1 en § 3, derde lid.";
  3° in paragraaf 3, eerste lid, tweede zin, wordt de zinsnede "op voorwaarde dat de verkoop of de verdeling vaste datum heeft gekregen uiterlijk twee jaar, of vijf jaar in geval van aankoop van een bouwgrond, na de datum van de authentieke akte van de nieuwe aankoop" vervangen door de zinsnede "op voorwaarde dat de authentieke akte van de verkoop of de verdeling is verleden binnen twee jaar, of vijf jaar in geval van de aankoop van een bouwgrond, na de datum van het verlijden van de authentieke akte van de nieuwe aankoop";
  4° aan paragraaf 3, zesde lid, 1°, worden de woorden "of in een afzonderlijk verzoek tot teruggave" toegevoegd;
  5° in paragraaf 3 wordt het zevende lid opgeheven;
  6° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 5. Wat de registratiebelasting betreft, verleent het bevoegde personeelslid ook ontheffing van het geheven bedrag dat hoger is dan het verkooprecht, vermeld in artikel 2.9.4.2.1, op voorwaarde dat een verklaring, ondertekend door de verkrijger, waarin de bepalingen, vermeld in artikel 3.12.3.0.1 en vereist voor het bekomen van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.1, § 1, voorkomen, is ingediend binnen een termijn van vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de belasting opeisbaar werd.";
  7° in paragraaf 6, 1°, wordt de tweede zin opgeheven.
Art. 27. A l'article 3.6.0.0.6 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le paragraphe 1er est complété par un deuxième alinéa et un troisième alinéa ainsi rédigés :
  " Le dégrèvement, visé au premier alinéa, 2° est accordé sous réserve de 10 euros sur la convention résiliée.
  Pour ce qui concerne l'impôt d'enregistrement, le membre du personnel compétent accorde également le dégrèvement du montant de l'impôt d'enregistrement perçu en trop conformément à l'article 2.8.5.0.1, § 1er, troisième alinéa, à condition qu'une demande soit déposée dans un délai de cinq ans à compter du 1er janvier de l'année dans laquelle l'enfant est né. " ;
  2° il est inséré un paragraphe 2/1, rédigé comme suit :
  " § 2/1. Pour ce qui concerne l'impôt d'enregistrement, le membre du personnel compétent accorde également le dégrèvement du montant de l'impôt d'enregistrement qui est supérieur au droit de vente visé à l'article 2.9.4.2.1, § 1er, à condition qu'une demande soit déposée dans un délai de cinq ans à compter du 1er janvier de l'année dans laquelle le droit de restitution est né. La demande de restitution doit prouver que l'habitation ayant empêché l'application du tarif réduit de l'article 2.9.4.2.1, § 1er est aliénée totalement et à titre onéreux au plus tard un an après la date de l'acte authentique d'acquisition de l'autre habitation et qu'il existe un rapport causal entre cette aliénation et l'acquisition. En outre, il doit être satisfait dans la demande de restitution à l'obligation visée à l'article 3.12.3.0.1, § 1er et § 3, troisième alinéa. " ;
  3° dans le paragraphe 3, premier alinéa, deuxième phrase, le membre de phrase " à condition que la vente ou le partage ait reçu date fixe au plus tard deux ans, ou cinq ans dans le cas de l'achat d'un terrain à bâtir, après la date de l'acte authentique du nouvel achat. " est remplacé par le membre de phrase " à condition que l'acte authentique de la vente ou du partage est passé au plus tard deux ans, ou cinq ans dans le cas de l'achat d'un terrain à bâtir, après la date de passation de l'acte authentique du nouvel achat. " ;
  4° au paragraphe 3, sixième alinéa, 1°, les mots " ou dans une demande de restitution séparée " sont ajoutés ;
  5° au paragraphe 3, le septième alinéa est abrogé ;
  6° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
  " § 5. Pour ce qui est de l'impôt d'enregistrement, le membre du personnel compétent accorde également le dégrèvement du montant perçu supérieur au droit de vente visé à l'article 2.9.4.2.1, à condition qu'une déclaration signée par l'acquéreur dans laquelle figurent les dispositions, mentionnées à l'article 3.12.3.0.1 et requises pour l'obtention du tarif réduit, visé à l'article 2.9.4.2.1, § 1er, soit déposée dans un délai de cinq ans à compter du 1er janvier de l'année dans laquelle l'impôt est devenu exigible. " ;
  7° au paragraphe 6, 1° la deuxième phrase est abrogée.
Art. 28. In artikel 3.10.5.1.3, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt de zinsnede "bij de toepassing van artikel 2.9.4.2.4, § 4, artikel 2.9.4.2.5 en artikel 2.9.4.2.6" vervangen door de zinsnede "bij de toepassing van artikel 2.9.4.2.4, § 4, artikel 2.9.4.2.5, artikel 2.9.4.2.6 en artikel 3.18.0.0.11, eerste lid, 8° en 9° ".
Art. 28. Dans l'article 3.10.5.1.3, premier alinéa, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, le membre de phrase " en cas d'application de l'article 2.9.4.2.4, § 4, de l'article 2.9.4.2.5 et de l'article 2.9.4.2.6 " est remplacé par le membre de phrase " par application de l'article 2.9.4.2.4, § 4, de l'article 2.9.4.2.5, de l'article 2.9.4.2.6 et de l'article 3.18.0.0.11, premier alinéa, 8° en 9° ".
Art. 29. In artikel 3.12.3.0.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, 4°, wordt tussen de zinsnede "artikel 2.10.3.0.2," en de zinsnede "artikel 2.10.6.0.1," de zinsnede "artikel 2.10.4.0.1, tweede lid," ingevoegd;
  2° in paragraaf 3, eerste lid, 2°, worden tussen de woorden "de verkrijger" en de woorden "de onroerende goederen" de woorden "of zijn echtgenoot" ingevoegd;
  3° in paragraaf 3, eerste lid, 2°, worden de woorden "een redelijke termijn en uiterlijk" opgeheven;
  4° in paragraaf 3, eerste lid, 2°, wordt tussen de woorden "de" en "akte van verkrijging" het woord ``authentieke'' ingevoegd;
  5° in paragraaf 3, tweede lid, 2°, worden de woorden "een redelijke termijn en uiterlijk" opgeheven;
  6° in paragraaf 5, eerste lid, tweede zin, wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
  "2° in voorkomend geval, de voornaam en achternaam van de medeaandeelhouders van de schenker en hun graad van verwantschap met de schenker;".
Art. 29. A l'article 3.12.3.0.1 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, 4°, il est inséré entre le membre de phrase " de l'article 2.10.3.0.2, " et le membre de phrase " de l'article 2.10.6.0.1, " le membre de phrase " de l'article 2.10.4.0.1, deuxième alinéa, " ;
  2° au paragraphe 3, premier alinéa, 2°, les mots " ou son conjoint " sont insérés entre les mots " l'acquéreur " et le mot " aliénera " ;
  3° au paragraphe 3, premier alinéa, 2°, les mots " dans un délai raisonnable et au plus tard " sont abrogés ;
  4° au paragraphe 3, premier alinéa, 2°, est inséré le mot " authentique " entre les mots " l'acte " et les mots " d'acquisition ".
  5° au paragraphe 3, deuxième alinéa, 2°, les mots " dans un délai raisonnable et au plus tard " sont abrogés ;
  6° au paragraphe 5, premier alinéa, deuxième phrase, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° le cas échéant, du prénom et du nom des coactionnaires du donateur et de leur degré de parenté avec le donateur ; ".
Art. 30. In artikel 3.18.0.0.1, § 5, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 december 2014, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 30. Dans l'article 3.18.0.0.1, § 5 du même décret, remplacé par le décret du 19 décembre 2014, le deuxième alinéa est abrogé.
Art. 31. In artikel 3.18.0.0.2 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 31. Dans l'article 3.18.0.0.2 du même décret, le deuxième alinéa est abrogé.
Art. 32. Aan artikel 3.18.0.0.7 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "De belastingverhoging, vermeld in het eerste lid, wordt verminderd tot 10 % van de erdoor verschuldigde aanvullende rechten als een erfgenaam, legataris of begiftigde uit eigen beweging, en binnen tien maanden na hetzij het overlijden, hetzij de start van de aangiftetermijn zoals berekend overeenkomstig artikel 3.3.1.0.6, derde of vierde lid, een goed dat in afwijking van artikel 3.3.1.0.8 niet was opgenomen in de aangifte, alsnog aangeeft.".
Art. 32. A l'article 3.18.0.0.7 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
  " La majoration d'impôt, visée au premier alinéa, est réduite à 10 % des droits complémentaires dus si un héritier, un légataire ou un donataire de propre initiative et dans les dix mois soit après le décès soit après le début du délai de déclaration tel que calculé conformément à l'article 3.3.1.0.6, troisième ou quatrième alinéa, déclare un bien qui, par dérogation à l'article 3.3.1.0.8, n'était pas mentionné dans la déclaration. ".
Art. 33. Artikel 3.18.0.0.8 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt vervangen door wat volgt :
  "Artikel 3.18.0.0.8. Als wordt vastgesteld dat de aangegeven waarde van de aangegeven goederen te laag is, is een belastingverhoging verschuldigd, conform de onderstaande tabel :
Art. 33. L'article 3.18.0.0.8 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 3.18.0.0.8. S'il est constaté que la valeur déclarée des biens déclarés est trop faible, une majoration d'impôt est due conformément au tableau ci-dessous :
verhouding van het tekort in %
  ten opzichte van de aangegeven waarde van het goed
belastingverhoging in % van de aanvullende rechten
Vanaf tot
  
10 25 5
25 50 10
50 100 15
100  20
verhouding van het tekort in %
  ten opzichte van de aangegeven waarde van het goed belastingverhoging in % van de aanvullende rechtenVanaf tot
10 25 525 50 1050 100 15100 20
In afwijking van het eerste lid, wordt de belastingverhoging in voorkomend geval verminderd tot 10 % van de erdoor verschuldigde aanvullende rechten als een erfgenaam, legataris of begiftigde uit eigen beweging, en binnen tien maanden na hetzij het overlijden, hetzij de start van de aangiftetermijn zoals berekend overeenkomstig artikel 3.3.1.0.6, derde of vierde lid, voor een goed dat in afwijking van artikel 3.3.1.0.8 voor een te lage waarde was opgenomen in de aangifte, alsnog een hogere waarde aangeeft.".
rapport du manque en % par rapport à la valeur déclarée du bien majoration d'impôt en %
  des droits complémentaires
De à
  
10 25 5
25 50 10
50 100 15
100  20
rapport du manque en % par rapport à la valeur déclarée du bien majoration d'impôt en %
  des droits complémentairesDe à
10 25 525 50 1050 100 15100 20
Par dérogation au premier alinéa, la majoration d'impôt est réduite, le cas échéant, à 10 % des droits complémentaires dus si un héritier, un légataire ou un donataire de propre initiative et dans les dix mois soit après le décès soit après le début du délai de déclaration tel que calculé conformément à l'article 3.3.1.0.6, troisième ou quatrième alinéa, déclare une valeur plus élevée pour un bien pour lequel il avait indiqué, par dérogation à l'article 3.3.1.0.8, une valeur trop basse dans la déclaration. ".
Art. 34. In artikel 3.18.0.0.11, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een punt 7° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "7° /1 de verkrijger, als het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.1, § 1, vervalt bij gebrek aan vervreemding van het onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning wordt aangewend of is bestemd en waarmee voor de toepassing van artikel 2.9.4.2.1, § 2, 3° en 4°, geen rekening is gehouden binnen de termijn, vermeld in artikel 2.9.4.2.1, § 3, 1° ;".
Art. 34. A l'article 3.18.0.0.11, premier alinéa, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, il est ajouté un point 7° /1, rédigé comme suit :
  " 7° /1 le cessionnaire, si le tarif réduit visé à l'article 2.9.4.2.1, § 1er, échoit à défaut d'aliénation d'un bien immeuble qui est affecté ou destiné partiellement ou totalement à l'habitation et duquel pour l'application de l'article 2.9.4.2.1, § 2, 3° et 4°, il n'est pas tenu compte dans le délai mentionné à l'article 2.9.4.2.1, § 3, 1° ; ".
Art. 35. Aan titel 3, hoofdstuk 18, van hetzelfde decreet wordt een artikel 3.18.0.0.17 toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 3.18.0.0.17. Zonder afbreuk te doen aan de geldigheid van de bestuurs- of gerechtelijke handelingen, verricht met het oog op de vestiging of de invordering van de belastingschuld, wordt de mogelijkheid om een administratieve geldboete of een belastingverhoging als vermeld in dit hoofdstuk, op te leggen of in te vorderen en het verloop van de verjaring van de vordering tot voldoening ervan geschorst als het Openbaar Ministerie de strafvordering overeenkomstig artikel 3.15.1.0.1 uitoefent. De aanhangigmaking bij de correctionele rechtbank maakt het opleggen van of het invorderen van een administratieve geldboete of een belastingverhoging definitief onmogelijk. Daarentegen maakt de beschikking van buitenvervolgingstelling een einde aan de schorsing.
  Zodra een administratieve geldboete of een belastingverhoging, opgelegd met toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk, definitief is geworden, vervalt de strafvordering.".
Art. 35. Le titre 3, chapitre 18, du même décret, est complété par un article 3.18.0.0.17, rédigé comme suit :
  " Art. 3.18.0.0.17. Sans préjudice de la validité des opérations administratives ou judiciaires accomplies en vue de l'établissement ou du recouvrement de la dette fiscale, la possibilité d'infliger ou de recouvrer une amende administrative ou une majoration d'impôt visée au présent chapitre et le cours de la prescription de l'action en recouvrement sont suspendus si le Ministère public exerce l'action publique conformément à l'article 3.15.1.0.1. La saisine du tribunal correctionnel rend l'imposition ou le recouvrement d'une amende administrative ou une majoration d'impôt définitivement impossible. Par contre, l'ordonnance de non-lieu met fin à la suspension.
  Dès qu'une amende administrative ou une majoration d'impôt infligée par application des dispositions du présent chapitre est devenu définitive, l'action publique échoit.
Art. 36. Aan titel 3 van hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk 22 toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Hoofdstuk 22. - Voorafgaande beslissingen over de materies en bepalingen vervat in deze codex".
Art. 36. Au titre 3 du même décret, il est ajouté un chapitre 22, rédigé comme suit :
  " Chapitre 22. - Décisions anticipées sur les matières et dispositions énoncées dans le présent code ".
Art. 37. Aan titel 3 van hetzelfde decreet worden aan hoofdstuk 22, toegevoegd bij artikel 36, een artikel 3.22.0.0.1 en 3.22.0.0.2 toegevoegd, die luiden als volgt :
  "Art. 3.22.0.0.1. § 1. De bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie spreekt zich bij voorafgaande beslissing uit over alle aanvragen die uitsluitend de toepassing van de bepalingen van deze codex betreffen.
  Onder voorafgaande beslissing wordt verstaan de juridische handeling waarbij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn, vaststelt hoe de bepaling van deze codex wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad.
  De voorafgaande beslissing mag geen vrijstelling of vermindering van de belasting tot gevolg hebben.
  § 2. De aanvraag van een voorafgaande beslissing als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt schriftelijk gericht aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie. Ze moet gemotiveerd zijn en volgende gegevens bevatten :
  1° de identiteit van de aanvrager en, in voorkomend geval, die van de betrokken partijen en derden;
  2° de volledige beschrijving van de bijzondere situatie of verrichting;
  3° de verwijzing naar de wettelijke of reglementaire bepalingen waarop de beslissing moet slaan.
  De aanvraag bevat, in voorkomend geval, een volledige kopie van de aanvragen die voor hetzelfde onderwerp zijn ingediend bij de fiscale overheden van de lidstaten van de Europese Unie of van derde staten waarmee België een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting heeft gesloten, en van de beslissingen over die aanvragen.
  Zolang er geen beslissing is genomen, moet de aanvraag worden aangevuld met elk nieuw element dat betrekking heeft op de voorgenomen situatie of verrichting.
  De aanvraag wordt onderzocht door een besluitvormingsorgaan dat als volgt is samengesteld :
  1° de leidend ambtenaar van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, die optreedt als voorzitter;
  2° het afdelingshoofd van de afdeling van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, bevoegd voor de taxatie van de erf- en registratiebelastingen;
  3° het afdelingshoofd van de afdeling van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, bevoegd voor de regelgeving inzake de erf- en registratiebelastingen;
  4° maximaal vier personeelsleden van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie met minstens de graad van adviseur of directeur;
  5° een personeelslid van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, dat optreedt als secretaris.
  Dit besluitvormingsorgaan kan alleen geldig beslissen als minstens vijf leden aanwezig zijn. Er wordt beslist bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. Als de leidend ambtenaar verhinderd is op te treden als voorzitter van een vergadering, kan het afdelingshoofd van de afdeling van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, bevoegd voor de regelgeving inzake de erf- en registratiebelastingen, hem vervangen als voorzitter van de vergadering.
  De voorafgaande beslissing, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt meegedeeld aan de aanvrager binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de indiening van de aanvraag. De bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie en de aanvrager kunnen in onderlinge overeenstemming deze termijn wijzigen.
  Uiterlijk binnen vijftien werkdagen vanaf het ogenblik dat de aanvraag, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, volledig is, licht de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie de aanvrager in over de vastgestelde antwoordtermijn.
  § 3. Een voorafgaande beslissing kan niet worden genomen als :
  1° de aanvraag betrekking heeft op situaties of verrichtingen die op fiscaal vlak al het voorwerp uitmaken van een administratieve bezwaarprocedure of van een gerechtelijke handeling tussen de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie en de aanvrager;
  2° het nemen van een voorafgaande beslissing niet aangewezen is of zonder uitwerking is op grond van de wettelijke of reglementaire bepalingen, die in de aanvraag aangevoerd zijn;
  Meer bepaald kan er geen voorafgaande beslissing worden genomen over :
  a) de belastingtarieven en de berekening van de belastingen;
  b) de bedragen en de percentages;
  c) de aangifte, het onderzoek en de controle, het gebruik van bewijsmiddelen, de aanslagprocedure, de rechtsmiddelen, de rechten en voorrechten van de Vlaamse schatkist, de termijnen, de verjaring, het beroepsgeheim, de inwerkingtreding, de aansprakelijkheid en de plichten van sommige openbare ambtenaren, andere personen of bepaalde instellingen;
  d) de bepalingen waarvoor een specifieke procedure inzake erkenning of beslissing is ingesteld;
  e) de bepalingen of gebruiken die overleg met of raadpleging van andere autoriteiten instellen en waarvoor de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie niet bevoegd is om zelf of unilateraal een standpunt in te nemen;
  f) de bepalingen die sancties, boetes, belastingverhogingen en -vermeerderingen instellen;
  g) de forfaitaire grondslagen van aanslag;
  3° de aanvraag betrekking heeft op de toepassing van de codex betreffende invordering en vervolgingen.
  § 4. Behoudens in de gevallen waarin het voorwerp van de aanvraag dat rechtvaardigt, wordt de beslissing getroffen voor een termijn die niet langer mag zijn dan vijf jaar.
  De voorafgaande beslissing bindt de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie voor de toekomst, behalve :
  1° als de voorwaarden waaraan de voorafgaande beslissing is onderworpen, niet vervuld zijn;
  2° als blijkt dat de situatie of de verrichtingen door de aanvrager onvolledig of onjuist omschreven zijn, of als essentiële elementen van de verrichtingen niet zijn verwezenlijkt op de wijze die de aanvrager omschreven heeft;
  3° ingeval van wijziging van bepalingen van de verdragen, van het unierecht of van het interne recht die van toepassing zijn op de door de voorafgaande beslissing beoogde situatie of verrichting;
  4° als blijkt dat de voorafgaande beslissing niet in overeenstemming is met de bepalingen van de verdragen, van het unierecht of van het interne recht;
  5° als de voornaamste gevolgen van de situatie of de verrichtingen gewijzigd zijn door toedoen van de aanvrager. In dat geval heeft de intrekking van de voorafgaande beslissing uitwerking vanaf de dag van de aan de aanvrager ten laste gelegde feiten.
  Elke aanvraag die ingediend is bij de fiscale overheden van een lidstaat van de Europese Unie of een derde staat als vermeld in paragraaf 2, tweede lid, tijdens de periode waarin de voorafgaande beslissing wordt toegepast, alsook elke beslissing die daarmee verband houdt, moeten onverwijld worden meegedeeld aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie met het oog op de toepassing van dit artikel.
  § 5. De voorafgaande beslissingen worden op anonieme wijze gepubliceerd op de website van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie.
  Art. 3.22.0.0.2. § 1. Met betrekking tot de toepassing van de bepalingen van deze codex, verstrekt de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie een bindend advies tot voorafgaande beslissing als vermeld in artikel 3.22.0.0.1, § 1, tweede lid, aan de federale Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken over alle aanvragen inzake situaties of verrichtingen, die deels onder haar bevoegdheid en deels onder de bevoegdheid van de federale Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken vallen.
  Het bindend advies tot voorafgaande beslissing, afgeleverd in toepassing van het eerste lid, heeft ten aanzien van de aanvrager dezelfde waarde als de voorafgaande beslissing, vermeld in artikel 3.22.0.0.1, § 1, tweede lid.
  Het bindend advies tot voorafgaande beslissing mag geen vrijstelling of vermindering van de belasting tot gevolg hebben.
  § 2. De aanvraag van een voorafgaande beslissing als vermeld in paragraaf 1 moet schriftelijk gericht worden aan hetzij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, hetzij de Federale Overheidsdienst Financiën overeenkomstig artikel 21 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.
  Het bindend advies, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt verstrekt door het besluitvormingsorgaan, vermeld in artikel 3.22.0.0.1, § 2, vierde lid, en op de wijze vermeld in dat lid.
  § 3. De bepalingen van artikel 3.22.0.0.1, § 3 tot en met § 5, zijn van overeenkomstige toepassing op dit artikel.
Art. 37. Au titre 3 du même décret, il est ajouté au chapitre 22, ajouté par l'article 36, des articles 3.22.0.0.1 et 3.22.0.0.2 ainsi rédigés :
  " Art. 3.22.0.0.1. § 1er. L'entité compétente de l'Administration flamande se prononce par décision anticipée sur toutes les demandes qui concernent exclusivement l'application des dispositions du présent code.
  Une décision anticipée peut être définie comme une opération juridique par laquelle l'entité compétente de l'Administration flamande constate conformément aux dispositions en vigueur comment la disposition de ce code est appliquée à une situation ou une opération particulière qui n'a pas encore eu d'effets au niveau fiscal.
  La décision anticipée ne peut pas entraîner une exonération ou réduction de l'impôt.
  § 2. La demande de décision anticipée comme prévue au paragraphe 1er, premier alinéa, est envoyée par écrit à l'entité compétente de l'Administration flamande. Elle doit être motivée et contenir les données suivantes :
  1° l'identité du demandeur et, le cas échéant, des parties et des tiers concernés ;
  2° la description complète de la situation ou de l'opération particulière ;
  3° la référence aux dispositions légales ou réglementaires sur lesquelles doit porter la décision anticipée.
  La demande contient, le cas échéant, une copie complète des demandes déposées pour le même objet auprès des autorités fiscales des Etats membres de l'Union européenne ou des états tiers avec lesquels la Belgique a conclu une convention préventive de la double imposition et des décisions prises sur ces demandes.
  Aussi longtemps qu'une décision n'est pas intervenue, la demande doit être complétée par tout élément nouveau relatif à la situation ou à l'opération envisagée.
  La demande est examinée par un organe de décision composé comme suit :
  1° le fonctionnaire dirigeant de l'entité compétente de l'Administration flamande, qui agit comme président ;
  2° le chef de division de la division de l'entité compétente de l'Administration flamande compétente pour la taxation des impôts de succession et d'enregistrement ;
  3° le chef de division de la division de l'entité compétente de l'Administration flamande compétente pour la réglementation en matière des impôts de succession et d'enregistrement ;
  4° au maximum quatre membres du personnel de l'entité compétente de l'Administration flamande ayant au moins le grade de conseiller ou de directeur ;
  5° un membre du personnel de l'entité compétente de l'Administration flamande, qui agit comme président.
  Cet organe de décision ne peut statuer valablement que lorsqu'au moins cinq membres ayant voix délibérative sont présents. Les décisions sont prises à la majorité des voix des membres présents. Si le fonctionnaire dirigeant est empêché d'agir en tant que président d'une réunion, le chef de division de la division de l'entité compétente de l'Administration flamande compétente pour la réglementation en matière des impôts de succession et d'enregistrement peut le remplacer en tant que président de la réunion.
  La décision anticipée, visée au paragraphe 1er, premier alinéa, est communiquée au demandeur dans un délai de trois mois à partir de la date de dépôt de la demande. L'entité compétente de l'Administration flamande et le demandeur peuvent changer ce délai de commun accord.
  Au plus tard quinze jours ouvrables à partir du moment où la demande, visée au paragraphe 1er, premier alinéa, est complète, l'entité compétente de l'Administration flamande informe le demandeur sur le délai de réponse fixé.
  § 3. La décision anticipée ne peut être prise lorsque :
  1° la demande a trait à des situations ou opérations ayant déjà fait l'objet d'un recours administratif ou d'une action judiciaire sur le plan fiscal entre l'entité compétente de l'Administration flamande et le demandeur ;
  2° l'octroi d'une décision anticipée serait inapproprié ou inopérant en raison de la nature des dispositions légales ou réglementaires invoquées dans la demande ;
  Aucune décision anticipée ne peut, en outre, être prise sur :
  a) les taux d'imposition et le calcul des impôts ;
  b) les montants et les pourcentages ;
  c) la déclaration, les investigations et le contrôle, l'utilisation des moyens de preuve, la procédure de taxation, les voies de recours, les droits et privilèges du Trésor flamand, les délais, la prescription, le secret professionnel, l'entrée en vigueur et les responsabilités et obligations de certains fonctionnaires publics, d'autres personnes ou de certaines institutions ;
  d) les dispositions pour lesquelles une procédure spécifique d'agrément ou de décision est organisée ;
  e) les dispositions ou usages organisant une concertation ou une consultation avec d'autres autorités et pour lesquelles l'entité compétente de l'Administration flamande n'est pas habilitée à se prononcer isolément ou unilatéralement ;
  f) les dispositions qui organisent les sanctions, amendes, majorations et accroissements d'impôt ;
  g) les bases forfaitaires de taxation ;
  3° la demande a trait à l'application du code relatif au recouvrement et aux poursuites.
  § 4. Sauf dans les cas où l'objet de la demande le justifie, la décision est rendue pour un terme qui ne peut excéder cinq ans.
  La décision anticipée lie l'entité compétente de l'Administration flamande pour l'avenir, sauf :
  1° lorsque les conditions auxquelles la décision anticipée est subordonnée ne sont pas remplies ;
  2° lorsqu'il apparaît que la situation et les opérations décrites par le demandeur l'ont été de manière incomplète ou inexacte, ou lorsque des éléments essentiels des opérations n'ont pas été réalisés de la manière présentée par le demandeur ;
  3° en cas de modification des dispositions des traités, du droit communautaire ou du droit interne qui sont applicables à la situation ou à l'opération visée par la décision anticipée ;
  4° lorsqu'il s'avère que la décision anticipée n'est pas conforme aux dispositions des traités, du droit communautaire ou du droit interne ;
  5° lorsque les effets essentiels de la situation ou des opérations sont modifiés par l'intervention du demandeur. Dans ce cas, le retrait de la décision anticipée produit ses effets à partir du jour du fait imputable au demandeur.
  Toute demande déposée auprès des autorités fiscales d'un Etat membre de l'Union européenne ou d'un état tiers, tel que visé à paragraphe 2, deuxième alinéa, pendant la période au cours de laquelle la décision anticipée est appliquée, ainsi que toute décision qui s'y rapporte, doivent être communiquées immédiatement à l'entité compétente de l'Administration flamande en vue de l'application du présent article.
  § 5. Les décisions anticipées sont publiées de manière anonyme, sur le site web de l'entité compétente de l'Administration flamande.
  Art. 3.22.0.0.2. § 1er. Par rapport à l'application des dispositions du présent code, l'entité compétente de l'Administration flamande émet un avis contraignant sur la décision anticipée telle que visée à l'article 3.22.0.0.1, § 1er, deuxième alinéa, au Service fédéral des Décisions Anticipées en matière fiscale sur toutes les demandes en matière de situations ou opérations qui relèvent en partie de sa compétence et en partie de la compétence du Service fédéral des Décisions Anticipées en matière fiscale.
  L'avis contraignant sur la décision anticipée, délivrée en application du premier alinéa, a la même valeur vis-à-vis du demandeur que la décision anticipée, visée à l'article 3.22.0.0.1, § 1er, deuxième alinéa.
  L'avis contraignant sur la décision anticipée ne peut pas entraîner une exemption ou réduction de l'impôt.
  § 2. La demande de décision anticipée visée au paragraphe 1er doit être adressée par écrit soit à l'entité compétente de l'Administration flamande, soit au Service Public Fédéral Finances conformément à l'article 21 de la loi du 24 décembre 2002 modifiant le régime des sociétés en matière d'impôts sur les revenus et instituant un système de décision anticipée en matière fiscale.
  L'avis contraignant visé au paragraphe 1er, premier alinéa est émis par l'organe de décision visé à l'article 3.22.0.0.1, § 2, quatrième alinéa, et de la façon mentionnée dans cet alinéa.
  § 3. Les dispositions de l'article 3.22.0.0.1, § 3 à § 5 s'appliquent par analogie au présent article.
Art. 38. In punt 5° van artikel 5.0.0.0.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt de zinsnede "artikel 35, eerste lid (als het geen betrekking heeft op de registratiebelasting), tweede, derde en vijfde lid" vervangen door de zinsnede "artikel 35, eerste en vijfde lid (als die leden geen betrekking hebben op de registratiebelasting), artikel 35, tweede en derde lid".
Art. 38. Au point 5° de l'article 5.0.0.0.1 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, le membre de phrase " de l'article 35, premier alinéa (s'il ne s'agit pas de la taxe d'enregistrement), deuxième, troisième et cinquième alinéa, " est remplacé par le membre de phrase " de l'article 35, premier et cinquième alinéas (si ces alinéas ne se rapportent pas à l'impôt d'enregistrement), de l'article 35, deuxième et troisième alinéas ".
Art. 39. In bijlage 1, concordantietabel 1, tabel 18, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 december 2014, wordt de rij
  ``
Art. 39. Dans l'annexe 1re, tableau de concordance 1, tableau 18 du même décret, remplacé par le décret du 19 décembre 2014, le rang
  "
Art. 631, tweede en derde lid Art. 3.12.3.0.1, § 1, 2°, en § 3, derde lid
Art. 631, tweede en derde lid Art. 3.12.3.0.1, § 1, 2°, en § 3, derde lid
"
  vervangen door de rijen
  ``
Art. 631, deuxième et troisième alinéas Art. 3.12.3.0.1, § 1er, 2°, et § 3, troisième alinéa
Art. 631, deuxième et troisième alinéas Art. 3.12.3.0.1, § 1er, 2°, et § 3, troisième alinéa
"
  est remplacé par les rangs
  "
Art. 631, tweede lid Art. 3.12.3.0.1, § 1, 2°, en § 3, derde lid
Art. 631, derde lid Opgeheven
Art. 631, tweede lid Art. 3.12.3.0.1, § 1, 2°, en § 3, derde lidArt. 631, derde lid Opgeheven
".
Art. 631, deuxième alinéa Art. 3.12.3.0.1, § 1er, 2° et § 3, troisième alinéa
Art. 631, troisième alinéa Abrogé
Art. 631, deuxième alinéa Art. 3.12.3.0.1, § 1er, 2° et § 3, troisième alinéaArt. 631, troisième alinéa Abrogé
".
Art. 40. In bijlage 1, concordantietabel 2, tabel 18, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 december 2014, wordt de rij
  ``
Art. 40. Dans l'annexe 1re, tableau de concordance 2, tableau 18 du même décret, remplacé par le décret du 19 décembre 2014, le rang
  "
Art. 3.12.3.0.1, § 3, derde en vierde lid Art. 631, tweede en derde lid, en art. 72
Art. 3.12.3.0.1, § 3, derde en vierde lid Art. 631, tweede en derde lid, en art. 72
"
  vervangen door de rij
  ``
Art. 3.12.3.0.1, § 3, troisième et quatrième alinéas Art. 631, deuxième et troisième alinéas, et Art. 72
Art. 3.12.3.0.1, § 3, troisième et quatrième alinéas Art. 631, deuxième et troisième alinéas, et Art. 72
"
  est remplacé par le rang
  "
Art. 3.12.3.0.1, § 3, derde en vierde lid Art. 631, tweede lid en art. 72.
Art. 3.12.3.0.1, § 3, derde en vierde lid Art. 631, tweede lid en art. 72.
".
Art. 3.12.3.0.1, § 3, troisième et quatrième alinéas Art. 631, deuxième alinéa et Art. 72.
Art. 3.12.3.0.1, § 3, troisième et quatrième alinéas Art. 631, deuxième alinéa et Art. 72.
".
Art. 41. Dit decreet treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van :
  1° artikel 3, dat in werking treedt vanaf aanslagjaar 2016;
  2° artikel 4, dat in werking treedt vanaf aanslagjaar 2015;
  3° artikel 5, dat in werking treedt op 1 januari 2016;
  4° artikel 37, voor wat betreft het toegevoegde artikel 3.22.0.0.2, dat in werking treedt op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.
Art. 41. Le présent décret entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge, à l'exception :
  1° de l'article 3, qui entre en vigueur à partir de l'année d'imposition 2016 ;
  2° de l'article 4, qui entre en vigueur à partir de l'année d'imposition 2015 ;
  3° de l'article 5, qui entre en vigueur le 1er janvier 2016 ;
  4° de l'article 37, pour ce qui est de l'article 3.22.0.0.2 ajouté qui entre en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand.
(NOTE : Entrée en vigueur de l'art. 37 fixée au 15-09-2015 - pour ce qui concerne l'article ajouté 3.22.0.0.2 et pour autant qu'il a trait aux taxes, visées à l'article 3, alinéa premier, 4° et 6 ° à 8° inclus de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et des Régions - par AGF 2015-09-18/13, art. 2)