Artikel 1. Artikel 2.4.2.0.1 van het besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit van 20 december 2013 wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 2.4.2.0.1. Als conform artikel 2.4.2.0.1, § 2, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 een derde wordt aangewezen als houder van het voertuig, moet daarvan een schriftelijke verklaring worden voorgelegd aan de dienstverlener, vermeld in artikel 1.1.0.0.2, eerste lid, 7° /1, van dezelfde codex. De voormelde verklaring moet ondertekend zijn door de houder van het voertuig en door de derde die is aangewezen als houder van het voertuig.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
17 JULI 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit van 20 december 2013, wat betreft de invoering van de kilometerheffing
Titre
17 JUILLET 2015. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté relatif au Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, en ce qui concerne l'introduction du système de prélèvement kilométrique
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Article 1er. L'article 2.4.2.0.1 de l'arrêté relatif au Code flamand de la Fiscalité du 20 décembre 2013 est remplacé par ce qui suit :
" Art. 2.4.2.0.1. Lorsque, conformément à l'article 2.4.2.0.1, § 2, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, un tiers est désigné comme détenteur du véhicule, il faut en présenter une déclaration écrite au prestataire de services, visé à l'article 1.1.0.0.2, alinéa premier, 7° /1, du même Code. La déclaration précitée doit être signée par le détenteur du véhicule et par le tiers qui a été désigné comme détenteur du véhicule. ".
" Art. 2.4.2.0.1. Lorsque, conformément à l'article 2.4.2.0.1, § 2, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, un tiers est désigné comme détenteur du véhicule, il faut en présenter une déclaration écrite au prestataire de services, visé à l'article 1.1.0.0.2, alinéa premier, 7° /1, du même Code. La déclaration précitée doit être signée par le détenteur du véhicule et par le tiers qui a été désigné comme détenteur du véhicule. ".
Art. 2. Aan titel 3, hoofdstuk 3, afdeling 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014, wordt een artikel 3.3.1.0.4 toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 3.3.1.0.4. De dienstverlener geeft, waar nodig, conform artikel 3.3.1.0.13, § 4, derde lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, instructies aan de bestuurder van het voertuig waarbij die laatste een van de twee volgende acties onderneemt :
1° hij begeeft zich binnen drie uur na die instructie naar een dienstverleningspunt naar keuze;
2° hij verschaft opnieuw een gegarandeerd betaalmiddel of laat het verschaffen door de houder van het voertuig.".
"Art. 3.3.1.0.4. De dienstverlener geeft, waar nodig, conform artikel 3.3.1.0.13, § 4, derde lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, instructies aan de bestuurder van het voertuig waarbij die laatste een van de twee volgende acties onderneemt :
1° hij begeeft zich binnen drie uur na die instructie naar een dienstverleningspunt naar keuze;
2° hij verschaft opnieuw een gegarandeerd betaalmiddel of laat het verschaffen door de houder van het voertuig.".
Art. 2. Le titre 3, chapitre 3, section 1re, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 2014, est complété par un article 3.3.1.0.4, rédigé comme suit :
" Art. 3.3.1.0.4. Le prestataire de services donne, au besoin, conformément à l'article 3.3.1.0.13, § 4, alinéa trois, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, des instructions au conducteur du véhicule où ce dernier entreprend une des deux actions suivantes :
1° il se rend dans les trois heures après cette instruction à un point de service de son choix ;
2° il fournit de nouveau un moyen de paiement garanti ou le fait fournir par le détenteur du véhicule. ".
" Art. 3.3.1.0.4. Le prestataire de services donne, au besoin, conformément à l'article 3.3.1.0.13, § 4, alinéa trois, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, des instructions au conducteur du véhicule où ce dernier entreprend une des deux actions suivantes :
1° il se rend dans les trois heures après cette instruction à un point de service de son choix ;
2° il fournit de nouveau un moyen de paiement garanti ou le fait fournir par le détenteur du véhicule. ".
Art. 3. Artikel 3.4.3.0.1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 3.4.3.0.1. De belastingen en toebehoren worden betaald op een van de volgende wijzen :
1° door storting of overschrijving op de rekening van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie;
2° door een elektronische betaling met een debetkaart, verricht aan een betaalterminal in de kantoren van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie die over een betaalterminal beschikken.
In afwijking van het eerste lid moet de betaling van de niet-betaalde belasting en de boete samen met de interesten en kosten conform artikel 3.13.2.0.4, § 1, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 op het ogenblik van de vaststelling van de overtreding worden betaald aan het bevoegde personeelslid door een elektronische betaling met een debetkaart.
In het eerste en tweede lid wordt verstaan onder debetkaart : de door een financiële instelling uitgegeven plastic kaart die het, aan de hand van de gegevens op de chip, mogelijk maakt via elektronische weg een betalingsverrichting ten gunste van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie uit te voeren.
Het bevoegde personeelslid kan in bijzondere omstandigheden andere wijzen van betaling toestaan.".
"Art. 3.4.3.0.1. De belastingen en toebehoren worden betaald op een van de volgende wijzen :
1° door storting of overschrijving op de rekening van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie;
2° door een elektronische betaling met een debetkaart, verricht aan een betaalterminal in de kantoren van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie die over een betaalterminal beschikken.
In afwijking van het eerste lid moet de betaling van de niet-betaalde belasting en de boete samen met de interesten en kosten conform artikel 3.13.2.0.4, § 1, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 op het ogenblik van de vaststelling van de overtreding worden betaald aan het bevoegde personeelslid door een elektronische betaling met een debetkaart.
In het eerste en tweede lid wordt verstaan onder debetkaart : de door een financiële instelling uitgegeven plastic kaart die het, aan de hand van de gegevens op de chip, mogelijk maakt via elektronische weg een betalingsverrichting ten gunste van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie uit te voeren.
Het bevoegde personeelslid kan in bijzondere omstandigheden andere wijzen van betaling toestaan.".
Art. 3. L'article 3.4.3.0.1 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 3.4.3.0.1. Les impôts et accessoires sont payés d'une des manières suivantes :
1° par versement ou virement sur le compte de l'entité compétente de l'administration flamande ;
2° par un paiement électronique au moyen d'une carte de débit, effectué à un terminal de paiement dans les bureaux de l'entité compétente de l'administration flamande disposant d'un terminal de paiement.
Par dérogation à l'alinéa premier, le paiement de l'impôt non payé et de l'amende avec les intérêts et frais conformément à l'article 3.13.2.0.4, § 1er, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, doit être effectué au moment de la constatation de l'infraction au membre du personnel compétent par un paiement électronique au moyen d'une carte de débit.
Dans les alinéas premier et deux, on entend par carte de débit : la carte en plastique émise par une institution financière qui, au moyen des données sur la puce, permet d'effectuer un paiement par voie électronique au profit de l'entité compétente de l'administration flamande.
Le membre du personnel compétent peut autoriser d'autres modes de paiement dans des circonstances particulières. ".
" Art. 3.4.3.0.1. Les impôts et accessoires sont payés d'une des manières suivantes :
1° par versement ou virement sur le compte de l'entité compétente de l'administration flamande ;
2° par un paiement électronique au moyen d'une carte de débit, effectué à un terminal de paiement dans les bureaux de l'entité compétente de l'administration flamande disposant d'un terminal de paiement.
Par dérogation à l'alinéa premier, le paiement de l'impôt non payé et de l'amende avec les intérêts et frais conformément à l'article 3.13.2.0.4, § 1er, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, doit être effectué au moment de la constatation de l'infraction au membre du personnel compétent par un paiement électronique au moyen d'une carte de débit.
Dans les alinéas premier et deux, on entend par carte de débit : la carte en plastique émise par une institution financière qui, au moyen des données sur la puce, permet d'effectuer un paiement par voie électronique au profit de l'entité compétente de l'administration flamande.
Le membre du personnel compétent peut autoriser d'autres modes de paiement dans des circonstances particulières. ".
Art. 4. De volgende regelgevende teksten treden in werking op 1 april 2016 :
1° het decreet van 3 juli 2015 tot invoering van de kilometerheffing en stopzetting van de heffing van het eurovignet en tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 in dat verband;
2° dit besluit.
1° het decreet van 3 juli 2015 tot invoering van de kilometerheffing en stopzetting van de heffing van het eurovignet en tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 in dat verband;
2° dit besluit.
Art. 4. Les textes réglementaires suivants entrent en vigueur le 1er avril 2016 :
1° le décret du 3 juillet 2015 instaurant le système de prélèvement kilométrique et d'arrêt du prélèvement de l'eurovignette et modifiant le Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013 dans ce contexte ;
2° le présent arrêté.
1° le décret du 3 juillet 2015 instaurant le système de prélèvement kilométrique et d'arrêt du prélèvement de l'eurovignette et modifiant le Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013 dans ce contexte ;
2° le présent arrêté.
Art. 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor financiën en begroting, de Vlaamse minister, bevoegd voor mobiliteit en openbare werken en de Vlaamse minister, bevoegd voor leefmilieu en natuur, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5. La Ministre flamande ayant les finances et le budget dans ses attributions, le Ministre flamand ayant la mobilité et les travaux publics dans ses attributions, et la Ministre flamande ayant l'environnement et la nature dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le ou la concerne, de l'exécution du présent arrêté.