Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
17 JULI 2015. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de inventarismethodologie voor de inventaris van archeologische zones
Titre
17 JUILLET 2015. - Arrêté ministériel fixant la méthodologie d'inventaire pour l'inventaire des zones archeologiques (TRADUCTION)
Dokumentinformationen
Numac: 2015035969
Datum: 2015-07-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Inhoud
Inhoud
Tekst (3)
Texte (1)
Artikel 1. Enig artikel. De inventarismethodologie, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, wordt als inventarismethodologie voor de inventaris van archeologische zones vastgesteld.
Article M. (NOTE : pas de version française, voir version néerlandaise)
BIJLAGE.
-
Art. N. Inventarismethodologie voor de inventaris van archeologische zones
  Deze inventarismethodologie geeft uitvoering aan artikel 4.1.5 van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 betreffende de uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. Artikel 4.1.6 bepaalt bovendien dat de vaststelling van een inventaris van onroerend erfgoed alleen kan nadat de minister, na mededeling aan de Vlaamse Regering, een inventarismethodologie heeft vastgesteld.
  Deze inventarisatiemethodologie voor de inventaris van archeologische zones bevat naast deze inleiding:
  1. een korte beschrijving van de inventaris;
  2. de wijze van beschrijving van de erfgoedwaarde;
  3. het afwegingskader dat gehanteerd wordt om het onroerend erfgoed te waarderen.
  1. Een korte beschrijving van de inventaris
  In de inventaris van archeologische zones worden de zones in het Vlaamse Gewest opgenomen waarvan op basis van waarnemingen en wetenschappelijke argumenten onderbouwd kan worden dat ze met hoge waarschijnlijkheid archeologische waarde hebben. Voor een archeologische zone geldt dus dat ze opgenomen kan worden in de inventaris van archeologische zones als ze beantwoordt aan de definitie van archeologische zone. Voor opname in het vastgestelde onderdeel van de inventaris moet ze bovendien waarschijnlijk voldoende goed bewaard zijn (artikel 4.1.3 van het Onroerenderfgoedbesluit) en moet een reële kenniswinst verwacht worden. Er gelden geen andere voorwaarden om opgenomen te worden in de inventaris van archeologische zones.
  De inventaris is gebaseerd op de huidige kennis en inzichten, opgebouwd met bekende waarnemingen en wetenschappelijke argumenten. De afgebakende archeologische zones vertegenwoordigen slechts een (bekend) deel van het archeologisch bodemarchief. Ze bieden zeker geen exhaustieve afbakening van `hét archeologisch erfgoed' in Vlaanderen. Door nieuw onderzoek komen er voortdurend zones bij. Bestaande zones of delen ervan uit de vastgestelde inventaris worden geschrapt als het archeologisch erfgoed er bijvoorbeeld door opgravingen of natuurlijke processen (zoals erosie) verdwenen is of met zekerheid niet voldoende goed bewaard is (artikel 4.1.4 van het Onroerenderfgoedbesluit). Nieuwe inzichten kunnen er ook toe leiden dat een archeologische zone ruimer of nauwer wordt afgebakend en bijgevolg opnieuw wordt vastgesteld.
  Het vastgestelde onderdeel van de inventaris van de archeologische zones is bedoeld als instrument voor de zorg van het in situ bewaard gebleven archeologisch erfgoed.
  2. De wijze van beschrijving van de erfgoedwaarde
  De archeologische waarde van een archeologische zone wordt beschreven in een archeologische nota die een stand van zaken biedt van de huidige kennis. Die beschrijving is gebaseerd op archeologische waarnemingen en het archeologisch, historisch of natuurwetenschappelijk onderzoek dat in en voor de archeologische zone is uitgevoerd. De beschrijving wordt onderbouwd met relevante informatie uit verschillende soorten bronnen die daarvoor gebruikelijk geraadpleegd worden: de Centrale Archeologische Inventaris en andere (erfgoed)inventarissen of databanken, literatuur, cartografische bronnen zoals historische kaarten, de bodemkaart en het digitaal hoogtemodel, luchtfoto's, archivalische bronnen en iconografische bronnen en waarnemingen op het terrein.
  De archeologische nota geeft op die manier een overzichtelijke beschrijving van de gedocumenteerde archeologische waarnemingen in of nabij de zone en een wetenschappelijk onderbouwde prognose van het archeologisch erfgoed in de archeologische zone. De synthese van de archeologische waarde en de afbakening van een archeologische zone gebeuren op basis van expertise, wat in dit geval betekent: de wetenschappelijk onderbouwde en expliciet beargumenteerde inschatting van de aard en omvang van het archeologisch bodemarchief door de erfgoedonderzoeker op basis van zijn expertise. In de archeologische nota wordt ook de reëel te verwachten kenniswinst ingeschat bij nieuw archeologisch onderzoek. Bij deze beoordeling wordt steeds een relevantie voor Vlaanderen voor ogen gehouden.
  Op basis van de archeologische nota worden ook de erfgoedkenmerken beschreven in een samenvattend onderdeel. Die kenmerken zijn decretaal bepaald in het Onroerenderfgoeddecreet (artikel 2.1, 24° ): "typologie, stijl, cultuur, datering, materiaal, biologische soort, thema of ander kenmerk".
  Elke afgebakende archeologische zone wordt vervolgens onderworpen aan een controle door experten met kennis ter zake. Zij geven vanuit hun achtergrond feedback op zowel de inhoud als de afbakening van de archeologische zone. Deze feedback wordt mee verwerkt in het finaal dossier dat in de inventaris terecht komt.
  3. Het afwegingskader dat gehanteerd wordt om het onroerend goed te waarderen
  Het verslag aan de Vlaamse Regering bij het Onroerenderfgoedbesluit stelt dat voor het waarderen van archeologische zones geen bijkomende selectiecriteria worden bepaald. De definities van archeologische zone en van archeologie in het decreet zijn voldoende sluitend en bevatten al criteria voor selectie op basis van de archeologische waarde. Een onroerend goed is archeologisch waardevol als het een betekenisvolle bron van informatie kan zijn voor de reconstructie van de bestaansgeschiedenis van de mensheid en haar relatie tot de natuurlijke omgeving.
  We verwijzen daarvoor naar het Onroerenderfgoeddecreet en het Onroerenderfgoedbesluit.
  Artikel 2.1, 4°, van het Onroerenderfgoeddecreet bepaalt wat er onder archeologie verstaan wordt: archeologie is het bestuderen van overblijfselen en voorwerpen of een ander spoor van menselijk bestaan in het verleden, alsook de bestaansomgeving van de mens, waarvan het behoud en bestudering bijdragen tot het reconstrueren van de bestaansgeschiedenis van de mensheid en haar relatie tot de natuurlijke omgeving en ten aanzien waarvan opgravingen, ontdekkingen en andere methoden van onderzoek betreffende de mensheid en haar omgeving betekenisvolle bronnen van informatie zijn.
  Artikel 2.1, 11°, van het Onroerenderfgoeddecreet bepaalt wat er onder archeologische zone wordt verstaan: een zone waar op basis van waarnemingen en wetenschappelijke argumenten onderbouwd kan worden dat ze met hoge waarschijnlijkheid archeologische waarde heeft.
  Een onroerend goed of geheel van onroerende goederen heeft bijgevolg archeologische waarde als het betekenisvol kan bijdragen tot de reconstructie van de bestaansgeschiedenis van de mensheid en haar relatie tot de omgeving door de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of sporen van de mens en zijn omgeving te behouden of ze met archeologische en natuurwetenschappelijke methoden te onderzoeken.
  Archeologische zones hebben in de eerste plaats die archeologische waarde en de waardering van de onroerende goederen wordt daaraan afgewogen: in welke mate draagt de archeologische zone vanuit haar archeologische waarde potentieel bij aan de kennis over de bestaansgeschiedenis van de mensheid en haar relatie tot de omgeving? De geografische en thematische context worden daarbij mee als afwegingskader gehanteerd om een archeologische zone al dan niet in de inventaris op te nemen.
  Naast archeologische waarde kunnen archeologische zones andere erfgoedwaarden bezitten, zoals culturele waarde, historische waarde, stedenbouwkundige waarde en architecturale waarde. De aanwezigheid van die bijkomende erfgoedwaarden kan evenwel nooit een voorwaarde vormen in de afweging voor opname in de inventaris van archeologische zones.
  Artikel 4.1.3 van het Onroerenderfgoedbesluit bepaalt bijkomend wel dat een archeologische zone alleen opgenomen kan worden in de vastgestelde inventaris van archeologische zones als ze waarschijnlijk voldoende goed bewaard is.
  Dat vergt voor het vastgestelde onderdeel van de inventaris van archeologische zones bijgevolg ook een inschatting van de mate van verstoring van de zone ten gevolge van natuurlijke (bijvoorbeeld watererosie) of menselijke (bijvoorbeeld modern landgebruik) processen. Het huidige grondgebruik, de begroeiing, de dikte van de bouwvoor, de diepteligging van de archeologische sporen, gegevens over het waterpeil enzovoort kunnen daarbij helpen. Als vroegere verstoringen gedocumenteerd zijn, worden daarvan ook de aard en de omvang beschreven. Als dat bekend is, wordt ook meegenomen in welke mate grondsporen, anorganische en organische resten bewaard kunnen zijn (conservering) en in welke mate de archeologische overblijfselen nog in de oorspronkelijke positie aanwezig kunnen zijn (gaafheid). Op basis daarvan wordt ingeschat welk areaal een reële kans heeft om in oorspronkelijke context bewaard archeologisch erfgoed te bevatten en wordt de afbakening van de archeologische zone voor opname in de vastgestelde inventaris van archeologische zones verder gemotiveerd.
-