Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
3 JULI 2015. - Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2015(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 15-07-2015 en tekstbijwerking tot 28-07-2025)
Titre
3 JUILLET 2015. - Décret contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2015(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 15-07-2015 et mise à jour au 28-07-2025)
Dokumentinformationen
Numac: 2015035896
Datum: 2015-07-03
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2015035896
Date: 2015-07-03
Moniteur: Voir
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemeen HOOFDSTUK 2. - Onderwijs Afdeling 1. - Expertisenetwerken Afdeling 2. - Centra voor leerlingenbegeleiding Afdeling 3. - Schoolinfrastructuur Afdeling 4. - Investeringskredieten voor univer... Afdeling 5. - Dienstverlening AKOV Afdeling 6. - Kinderbijslagen Hoger Onderwijs Afdeling 7. - Bijkomende financiering beursstud... Afdeling 8. - Aanpassing Mozaïekdecreet Afdeling 9. - Benoemingen Afdeling 10. - Benoeming overgedragen uren Afdeling 11. - Consortia volwassenenonderwijs HOOFDSTUK 3. - Financiën en Begroting Afdeling 1. - Fonds voor Economische Impulsprog... Afdeling 2. - Egalisatiefonds Responsabiliserin... Afdeling 3. - Spelen en weddenschappen Afdeling 4. - Erfbelasting Afdeling 5. - Schenkbelasting HOOFDSTUK 4. - Binnenlands bestuur Afdeling 1. - Planlastendecreet Afdeling 2. - Overdrachten onroerende domeingoe... HOOFDSTUK 5. - Leefmilieu, Natuur en Energie Afdeling 1. - Vlaams Dierenwelzijnsfonds Afdeling 2. - Energie Afdeling 3. - Leefmilieu en natuur HOOFDSTUK 6. - Mobiliteit en Openbare Werken HOOFDSTUK 7. - Welzijn, Volksgezondheid en Gezin HOOFDSTUK 8. - Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling 1. - Economisch ondersteuningsbeleid Afdeling 2. - Fonds voor Europese projecten en ... HOOFDSTUK 9. - Cultuur, Jeugd, Sport en Media Afdeling 1. - Topstukkendecreet Afdeling 2. - Pensioenen VRT Afdeling 3. - Vernieuwd jeugd- en kinderbeleid HOOFDSTUK 10. - Onroerend erfgoed Afdeling 1. - Meerjarige subsidiëringsovereenko... Afdeling 2. - Restauratie Van Peteghemorgel HOOFDSTUK 11. - Inwerkingtreding
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Généralités CHAPITRE 2. - Enseignement Section 1. - Réseaux d'expertise Section 2. - Centres d'encadrement des élèves Section 3. - Infrastructure scolaire Section 4. - Crédits d'investissement pour univ... Section 5. - Services AKOV Section 6. - Allocations familiales Enseignemen... Section 7. - Financement supplémentaire des bou... Section 8. - Adaptation Décret mosaïque Section 9. - Nominations Section 10. - Nomination heures transférées Section 11. - Consortiums éducation des adultes CHAPITRE 3. - Finances et Budget Section 1. - " Fonds voor Economische Impulspro... Section 2. - " Egalisatiefonds voor de Responsa... Section 3. - Jeux et paris Section 4. - Impôt sur la succession Section 5. - Impôt sur la donation CHAPITRE 4. - Administration intérieure Section 1. - Décret sur les charges du planning Section 2. - Transferts immeubles domaniaux CHAPITRE 5. - Environnement, Nature et Energie Section 1. - " Vlaams Dierenwelzijnsfonds " (Fo... Section 2. - Energie Section 3. - Environnement et Nature CHAPITRE 6. - Mobilité et Travaux publics CHAPITRE 7. - Bien-Etre, Santé publique et Famille CHAPITRE 8. - Economie, Science et Innovation Section 1. - Politique d'aide économique Section 2. - Fonds pour projets européens et mi... CHAPITRE 9. - Culture, Jeunesse, Sport et Médias Section 1. - Décret sur les pièces maîtresses Section 2. - Pensions VRT Section 3. - Politique rénovée des droits de l'... CHAPITRE 10. - Patrimoine immobilier Section 1. - Accords de subvention pluriannuels Section 2. - Restauration de l'orgue Van Peteghem CHAPITRE 11. - Entrée en vigueur
Tekst (100)
Texte (100)
HOOFDSTUK 1. - Algemeen
CHAPITRE 1er. - Généralités
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire et régionale.
HOOFDSTUK 2. - Onderwijs
CHAPITRE 2. - Enseignement
Afdeling 1. - Expertisenetwerken
Section 1. - Réseaux d'expertise
Art. 2. In artikel II.116 van de Codex Hoger Onderwijs, gecodificeerd op 11 oktober 2013, wordt de zinsnede "begrotingsjaar 2015 2.589.000 euro" vervangen door de zinsnede "begrotingsjaar 2015 1.589.000 euro".
Art. 2. Dans l'article II.116 du Code de l'Enseignement supérieur, codifié le 11 octobre 2013, le membre de phrase " année budgétaire 2015 2.589.000 euros " est remplacé par le membre de phrase " année budgétaire 2015 1.589.000 euros ".
Art. 3. In artikel 72 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs wordt de zinsnede "begrotingsjaar 2010 2.877.000 euro" vervangen door de zinsnede "begrotingsjaar 2015 1.589.000 euro".
Art. 3. Dans l'article 72 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, le membre de phrase " année budgétaire 2010 2.877.000 euros " est remplacé par le membre de phrase " année budgétaire 2015 1.589.000 euros ".
Afdeling 2. - Centra voor leerlingenbegeleiding
Section 2. - Centres d'encadrement des élèves
Art. 4. Artikel 71/1 van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt opgeheven.
Art. 4. L'article 71/1 du décret du 1er décembre 1998 relatif aux centres d'encadrement des élèves, inséré par le décret du 19 décembre 2014, est abrogé.
Afdeling 3. - Schoolinfrastructuur
Section 3. - Infrastructure scolaire
Art. 5. In artikel 41 van het decreet van 7 juli 2006 betreffende de inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "binnen de vier jaar na het afsluiten van de overeenkomst" opgeheven;
  2° in paragraaf 3 worden de woorden "derde, vierde jaar en vijfde" opgeheven.
Art. 5. A l'article 41 du décret du 7 juillet 2006 relatif au mouvement de rattrapage pour l'infrastructure scolaire sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " dans les quatre ans de la conclusion de la convention " sont abrogés ;
  2° dans le paragraphe 3, les mots " la troisième, quatrième et cinquième année " sont remplacés par les mots " l'année ".
Afdeling 4. - Investeringskredieten voor universiteiten
Section 4. - Crédits d'investissement pour universités
Art. 6. In artikel III.54 van de Codex Hoger Onderwijs, zoals gecodificeerd op 11 oktober 2013, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt :
  " § 3. Vanaf het begrotingsjaar 2015 wordt het basisbedrag van de investeringskredieten voor de universiteiten vastgesteld op 28.640.000 euro. Dit bedrag wordt als volgt verdeeld over de universiteiten :
  1° elke universiteit ontvangt, in euro, een forfaitair bedrag van :
Art. 6. Dans l'article III.54 du Code de l'Enseignement supérieur, tel que codifié le 11 octobre 2013, le paragraphe 3 est remplacé par les dispositions suivantes :
  " § 3. A partir de l'année budgétaire 2015, le montant de base des crédits d'investissement pour les universités est fixé à 28.640.000 euros. Ce montant est réparti comme suit entre les universités :
  1° chaque université reçoit, en euros, un montant forfaitaire de :
 a)Katholieke Universiteit Leuven 4 239 550
 b)Vrije Universiteit Brussel 1 372 700
 c)Universiteit Gent 2 909 900
 d) Universiteit Antwerpen 1 233 050
 e) Universiteit Hasselt 268 800
a)Katholieke Universiteit Leuven 4 239 550b)Vrije Universiteit Brussel 1 372 700c)Universiteit Gent 2 909 900d) Universiteit Antwerpen 1 233 050e) Universiteit Hasselt 268 800
;
  2° het resterende bedrag, zijnde het verschil tussen het basisbedrag en de som van de forfaitaire bedragen wordt verdeeld op basis van het aantal unieke studenten per universiteit.
  Voor de berekening van het aantal unieke studenten worden de unieke studenten in aanmerking genomen die in het academiejaar t-3/t-2 onder diplomacontract ingeschreven zijn in de desbetreffende universiteit in een initiële bachelor- of masteropleiding. De studenten ingeschreven in een initiële bachelor- of masteropleiding die met ingang van het academiejaar 2013-2014 geïntegreerd is in een universiteit worden daarbij niet in aanmerking genomen.
  Onder unieke studenten wordt begrepen de studenten die zich in een bepaald academiejaar inschrijven aan een universiteit, ongeacht het aantal inschrijvingen van de student aan die universiteit.
  De bedragen vermeld in deze paragraaf worden geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen vermeld in paragraaf 2.".
 a)Katholieke Universiteit Leuven 4 239 550
 b)Vrije Universiteit Brussel 1 372 700
 c)Universiteit Gent 2 909 900
 d) Universiteit Antwerpen 1 233 050
 e) Universiteit Hasselt 268 800
a)Katholieke Universiteit Leuven 4 239 550b)Vrije Universiteit Brussel 1 372 700c)Universiteit Gent 2 909 900d) Universiteit Antwerpen 1 233 050e) Universiteit Hasselt 268 800
;
  2° le montant restant, à savoir la différence entre le montant de base et la somme des montants forfaitaires, est réparti sur la base du nombre d'étudiants uniques par université.
  Pour le calcul du nombre d'étudiants uniques, les étudiants uniques sont pris en compte qui se sont inscrits sous contrat de diplôme, pendant l'année académique t-3/t-2, à une formation initiale de bachelor ou de master auprès de l'université en question. Les étudiants inscrits à une formation initiale de bachelor ou de master qui est intégrée, à partir de l'année académique 2013-2014, dans une université, ne sont pas pris en compte.
  Par étudiants uniques, on entend les étudiants qui s'inscrivent à une université pendant une année académique déterminée, quel que soit le nombre d'inscriptions de l'étudiant auprès de l'université en question.
  Les montants, mentionnés au présent paragraphe, sont liés à l'indice, conformément aux dispositions visées au paragraphe 2. ".
Afdeling 5. - Dienstverlening AKOV
Section 5. - Services AKOV
Art. 7. In artikel 26 van het decreet van 21 december 2012 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2013 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan paragraaf 3 wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "4° de inschrijvingsgelden van de Centrale Examencommissie zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 13 februari 2007 betreffende de examens over de ondernemersvaardigheden en het koninklijk besluit van 21 oktober 1998 tot uitvoering van hoofdstuk I van titel II van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap.";
  2° aan paragraaf 4 wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "4° de Centrale Examencommissie, zoals vermeld in paragraaf 3.".
Art. 7. A l'article 26 du décret du 21 décembre 2012 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2013, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le paragraphe 3 est complété par un point 4°, rédigé comme suit :
  " 4° les droits d'inscription du jury central, tel que visé à l'arrêté royal du 13 février 2007 relatif aux examens sur les capacités entrepreneuriales et à l'arrêté royal du 21 octobre 1998 portant exécution du chapitre Ier du titre II de la loi-programme du 10 février 1998 pour la promotion de l'entreprise indépendante. " ;
  2° le paragraphe 4 est complété par un point 4°, rédigé comme suit :
  " 4° le Jury central, tel que visé au paragraphe 3. ".
Afdeling 6. - Kinderbijslagen Hoger Onderwijs
Section 6. - Allocations familiales Enseignement supérieur
Art. 8. In artikel III.34, § 1, van de Codex Hoger Onderwijs, zoals gecodificeerd op 11 oktober 2013, wordt punt 3° opgeheven.
Art. 8. Dans l'article III.34, § 1er, du Code de l'Enseignement supérieur, tel que codifié le 11 octobre 2013, le point 3° est abrogé.
Afdeling 7. - Bijkomende financiering beursstudenten
Section 7. - Financement supplémentaire des boursiers
Art. 9. In deel 3, titel 1, afdeling 2, van de Codex Hoger Onderwijs wordt een artikel III.41bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. III.41bis. Vanaf het begrotingsjaar 2015 wordt in een bijkomende financiering voorzien voor de ingeschreven beursstudenten aan de hogescholen. Die bijkomende financiering bedraagt 1.161.000 euro. Dit bedrag is op indexniveau 2015 en wordt vanaf het begrotingsjaar 2016 geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in artikel III.5, § 9.
  Het bedrag, vermeld in deze paragraaf, wordt verdeeld over de hogescholen naar rato van het aantal financieringspunten gegeneerd door beursstudenten, berekend overeenkomstig artikel III.11.".
Art. 9. Dans la partie 3, titre 1er, section 2, du Code de l'Enseignement supérieur, il est inséré un article III.41bis, rédigé comme suit :
  " Art. III.41bis. A partir de l'année budgétaire 2015, un financement supplémentaire est prévu pour les boursiers inscrits aux instituts supérieurs. Ce financement supplémentaire s'élève à 1.161.000 euros. Ce montant se trouve au niveau de l'indice 2015 et est indexé, à partir de l'année budgétaire 2016, au moyen de la formule d'indexation mentionnée à l'article III.5, § 9.
  Le montant, visé au présent paragraphe, est réparti entre les instituts supérieurs au prorata du nombre d'unités de financement générées par les boursiers, calculé conformément à l'article III.11. ".
Afdeling 8. - Aanpassing Mozaïekdecreet
Section 8. - Adaptation Décret mosaïque
Art. 10. Aan artikel XI.1 van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs XIII-Mozaïek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt punt 3° opgeheven;
  2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van artikel XI.3 voor wat betreft de vervoerskosten en fietsvergoedingen gemaakt vanaf het kalenderjaar 2015.".
Art. 10. A l'article XI.1 du décret du 13 juillet 2001 relatif à l'enseignement XXIII - Mosaïque, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1, le point 3° est abrogé ;
  2° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Les dispositions du présent chapitre s'appliquent aux membres du personnel des instituts supérieurs en Communauté flamande, à l'exception de l'article XI.3 en ce qui concerne les frais de transport et les allocations vélo exposés à partir de l'année calendaire 2015. ".
Afdeling 9. - Benoemingen
Section 9. - Nominations
Art. 11. In artikel 36, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 1° wordt de laatste zin opgeheven;
  2° in punt 3° wordt de zinsnede "op 31 december voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld." vervangen door de zinsnede "met het oog op een vaste benoeming op 1 juli op 30 juni voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld of met het oog op een vaste benoeming op 1 oktober op 30 september voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.";
  3° in punt 3° wordt de zinsnede "Is het personeelslid op 31 december voor doorlopende duur aangesteld in het ambt van leraar" vervangen door de zinsnede "Is het personeelslid op 30 juni of op 30 september voor doorlopende duur aangesteld in het ambt van leraar".
Art. 11. A l'article 36, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, modifié en dernier lieu par le décret du 25 avril 2014, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le point 1°, la dernière phrase est abrogée ;
  2° dans le point 3°, le membre de phrase " est désigné pour une durée ininterrompue, le 31 décembre précédant la nomination définitive, dans l'emploi pour lequel il a déposé sa candidature " est remplacé par le membre de phrase " , en vue d'une nomination définitive le 1er juillet, est désigné pour une durée ininterrompue le 30 juin précédant la nomination définitive, dans l'emploi pour lequel il a déposé sa candidature ou, en vue d'une nomination définitive le 1er octobre, est désigné pour une durée ininterrompue le 30 septembre précédant la nomination définitive, dans l'emploi pour lequel il a déposé sa candidature. " ;
  3° dans le point 3°, le membre de phrase " Si le membre du personnel est désigné le 31 décembre dans la fonction d'enseignant pour une durée ininterrompue " est remplacé par le membre de phrase " Si le membre du personnel est désigné le 30 juin ou le 30 septembre dans la fonction d'enseignant pour une durée ininterrompue ".
Art. 12. In artikel 37, § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 1 juli 2011 en 25 april 2014, wordt de zinsnede "op 1 januari" vervangen door de zinsnede "op 1 juli of op 1 oktober".
Art. 12. Dans l'article 37, § 3, du même décret, modifié par les décrets des 1er juillet 2011 et 25 avril 2014, le membre de phrase " le 1er janvier " est remplacé par le membre de phrase " le 1er juillet ou le 1er octobre ".
Art. 13. In artikel 40ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1997 en gewijzigd bij de decreten van 2 maart 1999 en 8 juni 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "vanaf 1 februari" vervangen door de zinsnede "vanaf 1 oktober" en wordt de zinsnede "1 januari" vervangen door de zinsnede "1 juli of 1 oktober";
  2° in paragraaf 3 wordt de zinsnede "1 januari" vervangen door de zinsnede "1 juli of 1 oktober".
Art. 13. A l'article 40ter du même décret, inséré par le décret du 14 juillet 1997 et modifié par les décrets des 2 mars 1999 et 8 juin 2000, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 2, le membre de phrase " à partir du 1er février " est remplacé par le membre de phrase " à partir du 1er octobre ", et le membre de phrase " 1er janvier " est remplacé par le membre de phrase " 1er juillet ou 1er octobre " ;
  2° dans le paragraphe 3, le membre de phrase " 1er janvier " est remplacé par le membre de phrase " 1er juillet ou 1er octobre ".
Art. 14. In hetzelfde decreet wordt een artikel 100duodecies ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 100duodecies. Met ingang van 1 juli 2015 heeft een nieuwe vaste benoeming voor een personeelslid dat is aangesteld in een ambt van een opvangcentrum, geen uitwerking ten aanzien van de overheid.".
Art. 14. Dans le même décret, il est inséré un article 100duodecies, rédigé comme suit :
  " Art. 100duodecies. A partir du 1er juillet 2015, une nouvelle nomination définitive pour un membre du personnel désigné dans une fonction d'un centre d'accueil, ne produit pas d'effet vis-à-vis de l'autorité. ".
Art. 15. In artikel 31, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 4 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 1° wordt de zin "Voor het administratief personeel, de administratief medewerker in het basisonderwijs en het secundair onderwijs en de personeelsleden van de CLB's moeten de bedoelde 720 dagen dienstanciënniteit bereikt zijn op 31 augustus voorafgaand aan de datum waarop de benoeming ingaat." opgeheven;
  2° in punt 3° wordt de zinsnede "op 31 december voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld." vervangen door de zinsnede "met het oog op een vaste benoeming op 1 juli op 30 juni voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld of met het oog op een vaste benoeming op 1 oktober op 30 september voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.";
  3° in punt 3° wordt de zinsnede "Is het personeelslid op 31 december voor doorlopende duur aangesteld in het ambt van leraar" vervangen door de zinsnede "Is het personeelslid op 30 juni of op 30 september voor doorlopende duur aangesteld in het ambt van leraar".
Art. 15. A l'article 31, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné, modifié en dernier lieu par le décret du 4 juillet 2008, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le point 1°, la phrase " Pour ce qui est des personnels administratifs, du collaborateur administratif dans l'enseignement fondamental et secondaire et des personnels des CLB, les 720 jours d'ancienneté de service visés doivent être atteints le 31 août précédant la date de l'entrée en vigueur de la nomination. " est abrogée ;
  2° dans le point 3°, le membre de phrase " est désigné pour une durée ininterrompue, le 31 décembre précédant la nomination définitive, dans l'emploi pour lequel il a déposé sa candidature " est remplacé par le membre de phrase " , en vue d'une nomination définitive le 1er juillet, est désigné pour une durée ininterrompue le 30 juin précédant la nomination définitive, dans l'emploi pour lequel il a déposé sa candidature ou, en vue d'une nomination définitive le 1er octobre, est désigné pour une durée ininterrompue le 30 septembre précédant la nomination définitive, dans l'emploi pour lequel il a déposé sa candidature. " ;
  3° dans le point 3°, le membre de phrase " Si le membre du personnel est désigné le 31 décembre dans la fonction d'enseignant pour une durée ininterrompue " est remplacé par le membre de phrase " Si le membre du personnel est désigné le 30 juin ou le 30 septembre dans la fonction d'enseignant pour une durée ininterrompue ".
Art. 16. In artikel 33, § 1, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt de zin "De vaste benoeming gaat in op 1 januari van het volgend schooljaar en kan enkel geschieden voor zover de betrekkingen bedoeld in het eerste lid op die datum nog vacant zijn." vervangen door de zin "De vaste benoeming gaat in op 1 juli van hetzelfde schooljaar of op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar, voor zover de betrekkingen bedoeld in deze paragraaf op die datum nog vacant zijn.".
Art. 16. Dans l'article 33, § 1er, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 25 avril 2014, la phrase " La nomination à titre définitif prend cours le 1er janvier de l'année scolaire suivante et ne peut se faire que si les emplois visés à l'alinéa premier sont encore vacants à cette date. " est remplacée par la phrase " La nomination à titre définitif prend cours le 1er juillet de la même année scolaire ou le 1er octobre de l'année scolaire suivante, dans la mesure où les emplois visés au présent paragraphe sont encore vacants à cette date. ".
Art. 17. In artikel 35bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998 en gewijzigd bij de decreten van 1 december 1998, 2 maart 1999 en 8 juni 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "vanaf 1 februari" vervangen door de zinsnede "vanaf 1 oktober" en wordt de zinsnede "1 januari" vervangen door de zinsnede "1 juli of 1 oktober";
  2° in paragraaf 3 wordt de zinsnede "1 januari" vervangen door de zinsnede "1 juli of 1 oktober".
Art. 17. A l'article 35bis du même décret, inséré par le décret du 14 juillet 1998 et modifié par les décrets des 1er décembre 1998, 2 mars 1999 et 8 juin 2000, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 2, le membre de phrase " à partir du 1er février " est remplacé par le membre de phrase " à partir du 1er octobre ", et le membre de phrase " 1er janvier " est remplacé par le membre de phrase " 1er juillet ou 1er octobre " ;
  2° dans le paragraphe 3, le membre de phrase " 1er janvier " est remplacé par le membre de phrase " 1er juillet ou 1er octobre ".
Afdeling 10. - Benoeming overgedragen uren
Section 10. - Nomination heures transférées
Art. 18. In het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een artikel 100terdecies ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 100terdecies. Met het oog op een vaste benoeming op 1 juli 2015 moet de raad van bestuur de volgende betrekkingen in afwijking van de geldende regelgeving in aanmerking nemen voor een vaste benoeming :
  1° betrekkingen in het gewoon secundair onderwijs die de school inricht met uren-leraar die de school in toepassing van artikel 21 van de Codex Secundair Onderwijs of van artikel 90, § 1, 9°, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap tijdens het schooljaar 2013-2014 heeft overgedragen;
  2° betrekkingen in het buitengewoon secundair onderwijs die de school inricht met lesuren die de school in toepassing van artikel 21 van de Codex Secundair Onderwijs tijdens het schooljaar 2013-2014 heeft overgedragen;
  3° betrekkingen die een school voor gewoon secundair onderwijs inricht met uren-leraar die ze heeft ontvangen van een andere school van hetzelfde schoolbestuur of van een ander schoolbestuur binnen hetzelfde net volgens artikel 19 of volgens artikel 20 van de Codex Secundair Onderwijs;
  4° betrekkingen die een school voor buitengewoon secundair onderwijs inricht met lesuren die ze heeft ontvangen van een andere school van hetzelfde schoolbestuur of van een ander schoolbestuur binnen hetzelfde net volgens artikel 19 of volgens artikel 20 van de Codex Secundair Onderwijs.".
Art. 18. Dans le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, modifié en dernier lieu par le décret du 19 décembre 2014, il est inséré un article 100terdecies, rédigé comme suit :
  " Art. 100terdecies. En vue d'une nomination à titre définitif le 1er juillet 2015, le conseil d'administration doit prendre en compte les emplois suivants pour une nomination à titre définitif, par dérogation à la réglementation en vigueur :
  1° emplois dans l'enseignement secondaire ordinaire que l'école organise à l'aide de périodes-professeur que l'école a transférées en application de l'article 21 du Code de l'Enseignement secondaire ou de l'article 90, § 1er, 9°, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande pendant l'année scolaire 2013-2014 ;
  2° emplois dans l'enseignement secondaire spécial que l'école organise à l'aide d'heures de cours que l'école a transférées en application de l'article 21 du Code de l'Enseignement secondaire pendant l'année scolaire 2013-2014 ;
  3° emplois qu'une école d'enseignement secondaire ordinaire organise à l'aide d'heures-professeur qu'elle a reçues d'une autre école de la même autorité scolaire ou d'une autre autorité scolaire du même réseau selon l'article 19 ou 20 du Code de l'Enseignement secondaire ;
  4° emplois qu'une école d'enseignement secondaire spécial organise à l'aide d'heures-professeur qu'elle a reçues d'une autre école de la même autorité scolaire ou d'une autre autorité scolaire du même réseau selon l'article 19 ou 20 du Code de l'Enseignement secondaire. ".
Art. 19. In het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een artikel 84undevicies ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 84undevicies. Met het oog op een vaste benoeming op 1 juli 2015 moet een inrichtende macht de volgende betrekkingen in afwijking van de geldende regelgeving in aanmerking nemen voor een vaste benoeming :
  1° betrekkingen in het gewoon secundair onderwijs die de school inricht met uren-leraar die de school in toepassing van artikel 21 van de Codex Secundair Onderwijs of van artikel 90, § 1, 9°, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap tijdens het schooljaar 2013-2014 heeft overgedragen;
  2° betrekkingen in het buitengewoon secundair onderwijs die de school inricht met lesuren die de school in toepassing van artikel 21 van de Codex Secundair Onderwijs tijdens het schooljaar 2013-2014 heeft overgedragen;
  3° betrekkingen die een school voor gewoon secundair onderwijs inricht met uren-leraar die ze heeft ontvangen van een andere school van hetzelfde schoolbestuur of van een ander schoolbestuur binnen hetzelfde net volgens artikel 19 of volgens artikel 20 van de Codex Secundair Onderwijs;
  4° betrekkingen die een school voor buitengewoon secundair onderwijs inricht met lesuren die ze heeft ontvangen van een andere school van hetzelfde schoolbestuur of van een ander schoolbestuur binnen hetzelfde net volgens artikel 19 of volgens artikel 20 van de Codex Secundair Onderwijs.".
Art. 19. Dans le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné, modifié en dernier lieu par le décret du 19 décembre 2014, il est inséré un article 84undevicies, rédigé comme suit :
  " Art. 84undevicies. En vue d'une nomination à titre définitif le 1er juillet 2015, un pouvoir organisateur doit prendre en compte les emplois suivants pour une nomination à titre définitif, par dérogation à la réglementation en vigueur :
  1° emplois dans l'enseignement secondaire ordinaire que l'école organise à l'aide de périodes-professeur que l'école a transférées en application de l'article 21 du Code de l'Enseignement secondaire ou de l'article 90, § 1er, 9°, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande pendant l'année scolaire 2013-2014 ;
  2° emplois dans l'enseignement secondaire spécial que l'école organise à l'aide d'heures de cours que l'école a transférées en application de l'article 21 du Code de l'Enseignement secondaire pendant l'année scolaire 2013-2014 ;
  3° emplois qu'une école d'enseignement secondaire ordinaire organise à l'aide d'heures-professeur qu'elle a reçues d'une autre école de la même autorité scolaire ou d'une autre autorité scolaire du même réseau selon l'article 19 ou 20 du Code de l'Enseignement secondaire ;
  4° emplois qu'une école d'enseignement secondaire spécial organise à l'aide d'heures-professeur qu'elle a reçues d'une autre école de la même autorité scolaire ou d'une autre autorité scolaire du même réseau selon l'article 19 ou 20 du Code de l'Enseignement secondaire. ".
Afdeling 11. - Consortia volwassenenonderwijs
Section 11. - Consortiums éducation des adultes
Art. 20. In artikel 28 van het decreet van 19 december 2014 houdende diverse bepalingen onderwijs wordt het bedrag "900.000 euro" vervangen door de zinsnede "maximum 469.000 euro".
Art. 20. Dans l'article 28 du décret du 19 décembre 2014 portant diverses dispositions en matière d'enseignement, le montant " 900.000 euros " est remplacé par le membre de phrase " 469.000 euros au maximum ".
HOOFDSTUK 3. - Financiën en Begroting
CHAPITRE 3. - Finances et Budget
Afdeling 1. - Fonds voor Economische Impulsprogramma's
Section 1. - " Fonds voor Economische Impulsprogramma's " (Fonds des programmes d'impulsion économique)
Art. 21. Het Fonds voor Economische Impulsprogramma's, opgericht bij artikel 74 van het decreet van 20 december 1996 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1997, gewijzigd bij het decreet van 20 december 2002 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2003, artikel 52 en artikel 53, wordt opgeheven. De saldi beschikbaar op 31 december 2014 op basisallocaties 1CC008 (cofinanciering EFRO-projecten) en 1CC016 (voor eenmalige investeringen) van het begrotingsartikel CB0-1CEB4AB-WT (werking en toelagen - actief risicomanagement) worden gedesaffecteerd naar de algemene middelen.
Art. 21. Le " Fonds voor Economische Impulsprogramma's " (Fonds des programmes d'impulsion économique), établi par l'article 74 du décret du 20 décembre 1996 contenant des mesures d'accompagnement du budget 1997, modifié par le décret du 20 décembre 2002 contenant des mesures d'accompagnement du budget 2003, articles 52 et 53, est abrogé. Les soldes disponibles le 31 décembre 2014 aux allocations de base 1CC008 (cofinancement de projets FEDER) et 1CC016 (relatifs à des investissements uniques) de l'article budgétaire CB0-1CEB4AB-WT (fonctionnement et allocations - gestion active de risques) sont désaffectés aux ressources générales.
Afdeling 2. - Egalisatiefonds Responsabiliseringsbijdrage van de Vlaamse Gemeenschap
Section 2. - " Egalisatiefonds voor de Responsabiliseringsbijdrage van de Vlaamse Gemeenschap " (Fonds de Péréquation relatif à la Contribution de Responsabilisation de la Communauté flamande)
Art. 22. In geval van ontbinding van het Egalisatiefonds Responsabiliseringsbijdrage van de Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Pensioenfonds vzw, wordt het actief, na aanzuivering van het passief, overgedragen aan de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 22. En cas de dissolution du " Egalisatiefonds Responsabiliseringsbijdrage van de Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Pensioenfonds vzw ", l'actif, après apurement du passif, est transféré à la Communauté flamande.
Afdeling 3. - Spelen en weddenschappen
Section 3. - Jeux et paris
Art. 23. Artikel 44 van het Wetboek van de met de Inkomstenbelastingen Gelijgestelde Belastingen, vervangen bij het decreet van 23 december 2010, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 44. In afwijking van artikel 43 wordt de belasting betreffende weddenschappen op paardenwedrennen, hondenwedstrijden en sportevenementen, die zowel in België als in het buitenland plaatsvinden, vastgesteld op 15 pct. van de werkelijke brutomarge die ter gelegenheid van de weddenschap wordt bereikt.".
Art. 23. L'article 44 du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, remplacé par le décret du 23 décembre 2010, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 44. Par dérogation à l'article 43, la taxe relative aux paris sur les courses de chevaux, les courses de chiens et les évènements sportifs, qui ont lieu tant en Belgique qu'à l'étranger, est établie à 15% de la marge brute réelle qui est atteinte à l'occasion du pari. ".
Afdeling 4. - Erfbelasting
Section 4. - Impôt sur la succession
Art. 24. In artikel 2.7.1.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de woorden "op voorwaarde van overleving" opgeheven.
Art. 24. Dans l'article 2.7.1.0.4 du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, inséré par le décret du 19 décembre 2014, les mots " sous condition de survie " sont abrogés.
Afdeling 5. - Schenkbelasting
Section 5. - Impôt sur la donation
Art. 25. In titel 2, hoofdstuk 8, afdeling 3, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een artikel 2.8.3.0.4 toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 2.8.3.0.4. Op hetgeen aan een gehandicapte persoon of een gehandicapt kind geschonken wordt, wordt een abattement toegepast aan de voet van de belastbare grondslag, voor de som die verkregen is door toepassing van de volgende formule :
  1° (3000 euro) x (cijfer, aangeduid in artikel 2.7.3.3.2, eerste lid, 5°, volgens de leeftijd van de verkrijger) als de schenking onderworpen is aan het tarief voor verkrijgingen in de rechte lijn en tussen partners, vermeld in artikel 2.8.4.1.1, § 1, of artikel 2.8.4.2.1;
  2° (1000 euro) x (cijfer, aangeduid in artikel 2.7.3.3.2, eerste lid, 5°, volgens de leeftijd van de verkrijger) als de schenking onderworpen is aan het tarief voor verkrijgingen tussen alle andere personen, vermeld in artikel 2.8.4.1.1, § 1, of artikel 2.8.4.2.1.
  Het abattement, vermeld in het eerste lid, wordt slechts toegepast als tussen de schenker en de begiftigde nog geen schenkingen zijn voorgekomen waarbij van deze vermindering van belastbare grondslag werd genoten.".
Art. 25. Dans le titre 2, chapitre 8, section 3, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, il est inséré un article 2.8.3.0.4, rédigé comme suit :
  " Art. 2.8.3.0.4. Toute donation à une personne handicapée ou un enfant handicapé fait l'objet d'un abattement au taux de la base imposable, à concurrence de la somme obtenue en application de la formule suivante :
  1° (3000 euros) x (chiffre, indiqué à l'article 2.7.3.3.2, alinéa premier, 5°, selon l'âge de l'acquéreur) si la donation est soumise au tarif d'acquisitions en ligne directe et entre partenaires, visé à l'article 2.8.4.1.1, § 1er, ou à l'article 2.8.4.2.1 ;
  2° (1000 euros) x (chiffre, indiqué à l'article 2.7.3.3.2, alinéa premier, 5°, selon l'âge de l'acquéreur) si la donation est soumise au tarif d'acquisitions entre toutes les autres personnes, visé à l'article 2.8.4.1.1, § 1er, ou à l'article 2.8.4.2.1.
  L'abattement, visé à l'alinéa premier, n'est appliqué que si, entre le donateur et le bénéficiaire, aucune donation ne s'est pas encore produite lors de laquelle on a bénéficié de cette réduction de la base imposable. ".
Art. 26. In artikel 2.8.4.1.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt :
  " § 1. De schenkbelasting voor de schenkingen van onroerende goederen wordt berekend volgens het tarief, vermeld in de onderstaande tabellen :
  TABEL I
Art. 26. Dans l'article 2.8.4.1.1 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. L'impôt de donation pour les donations de biens immeubles est calculé selon le tarif, visé aux tableaux suivants :
  TABLEAU I
verkrijging in rechte lijn en tussen partners
gedeelte van de schenking
A
  schijf in euro
tarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in % totaalbedrag van de belasting over de voorgaan- de gedeelten, in euro
Vanaf tot en met  
0,01 150.000 3-
150.000,01 250.000 9 4500
250.000,01 450.000 18 13.500
450.000,01 27 49.500
verkrijging in rechte lijn en tussen partners gedeelte van de schenkingA
  schijf in eurotarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in % totaalbedrag van de belasting over de voorgaan- de gedeelten, in euroVanaf tot en met0,01 150.000 3-150.000,01 250.000 9 4500250.000,01 450.000 18 13.500450.000,01 27 49.500
TABEL II
tarif en ligne directe et entre partenaires
tranche de la donation
A tranche en eurostarif applicable à la tranche correspondante figurant dans la colonne A, en % montant total de la taxe sur les tranches précédentes, en euros
A partir de à  
0,01 150 000 3 -
150 000,01 250 000 9 4500
250 000,01 450 000 18 13 500
450 000,01 27 49 500
tarif en ligne directe et entre partenaires tranche de la donationA tranche en eurostarif applicable à la tranche correspondante figurant dans la colonne A, en % montant total de la taxe sur les tranches précédentes, en eurosA partir de à0,01 150 000 3 -150 000,01 250 000 9 4500250 000,01 450 000 18 13 500 450 000,01 27 49 500
TABLEAU II
tarief tussen alle andere personen
gedeelte van de schenking
A schijf in euro tarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in % totaalbedrag van de belasting over de voorgaan- de gedeelten, in euro
Vanaf tot en met  
0,01 150.000 10 -
150.000,01 250.000 20 15.000
250.000,01 450.000 30 35.000
450.000,01 40 95.000
tarief tussen alle andere personen gedeelte van de schenkingA schijf in euro tarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in % totaalbedrag van de belasting over de voorgaan- de gedeelten, in euroVanaf tot en met0,01 150.000 10 -150.000,01 250.000 20 15.000250.000,01 450.000 30 35.000450.000,01 40 95.000
".
tarif entre toutes les autres personnes
tranche de la donation
A tranche en euros tarif applicable à la tranche correspondante figurant dans la colonne A, en % montant total de la taxe sur les tranches précédentes, en euros
A partir de à  
0,01 150 000 10 -
150 000,01 250 000 20 15 000
250 000,01 450 000 30 35 000
450 000,01 40 95 000
tarif entre toutes les autres personnes tranche de la donationA tranche en euros tarif applicable à la tranche correspondante figurant dans la colonne A, en % montant total de la taxe sur les tranches précédentes, en eurosA partir de à0,01 150 000 10 -150 000,01 250 000 20 15 000250 000,01 450 000 30 35 000 450 000,01 40 95 000
".
Art. 27. Aan titel 2, hoofdstuk 8, afdeling 4, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een onderafdeling 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
  "Onderafdeling 3. - Tarieven voor schenkingen van gebouwen onderworpen aan een energetische renovatie of van gebouwen met conformiteitsattest die verhuurd worden".
Art. 27. Dans le titre 2, chapitre 8, section 4, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, il est inséré une sous-section 3, rédigée comme suit :
  " Sous-section 3. - Tarifs pour donations d'immeubles soumis à une rénovation énergétique ou d'immeubles disposant d'une attestation de conformité qui sont loués. ".
Art. 28. In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling 3, toegevoegd bij artikel 27, een artikel 2.8.4.3.1 toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 2.8.4.3.1. § 1. In afwijking van artikel 2.8.4.1.1, § 1, wordt de schenkbelasting voor schenkingen van onroerende goederen gelegen in het Vlaamse Gewest berekend volgens het tarief, vermeld in de onderstaande tabellen, op voorwaarde dat :
  1° de begiftigden, of een van hen, binnen vijf jaar vanaf de datum van de akte van schenking renovatiewerken laat uitvoeren voor een totaal bedrag van minstens 10.000 euro, exclusief de belasting op de toegevoegde waarde, zoals blijkt uit facturen uitgereikt door aannemers van werken;
  2° de aannemer, vermeld in punt 1°, attesteert dat de facturen voor de renovatiewerken, vermeld in punt 1°, betrekking hebben op werken vermeld in de artikelen 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/1/2 of 6.4.1/5, § 1, van het Energiebesluit van 19 november 2010.
  TABEL I
Art. 28. Dans le même décret, la sous-section 3, ajoutée par l'article 27, est complétée par un article 2.8.4.3.1, rédigé comme suit :
  " Art. 2.8.4.3.1. § 1er. Par dérogation à l'article 2.8.4.1.1, § 1er, l'impôt de donation pour les donations de biens immeubles situés en Région flamande est calculé selon le tarif, visé aux tableaux suivants, à condition que :
  1° les bénéficiaires, ou l'un d'entre eux, laissent effectuer des travaux de rénovation, dans les cinq années à partir de la date de l'acte de donation, à concurrence d'un montant total d'au moins 10.000 euros, hors la taxe sur la valeur ajoutée, tel qu'il ressort des factures délivrées par des entrepreneurs de travaux ;
  2° l'entrepreneur de travaux, visé au point 1°, atteste que les factures pour les travaux de rénovation, visées au point 1°, concernent des travaux visés aux articles 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/1/2 ou 6.4.1/5, § 1er, de l'Arrêté relatif à l'Energie du 19 novembre 2010.
  TABLEAU I
verkrijging in rechte lijn en tussen partners
gedeelte van de schenking
A schijf in euro tarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in % totaalbedrag van de belasting over de voorgaan- de gedeelten, in euro
Vanaf tot en met  
0,01 150.000 3 -
150.000,01 250.000 6 4500
250.000,01 450.000 12 10.500
450.000,0118 34.500
verkrijging in rechte lijn en tussen partners gedeelte van de schenkingA schijf in euro tarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in % totaalbedrag van de belasting over de voorgaan- de gedeelten, in euroVanaf tot en met0,01 150.000 3 -150.000,01 250.000 6 4500250.000,01 450.000 12 10.500450.000,0118 34.500
TABEL II
tarif en ligne directe et entre partenaires
tranche de la donation
A tranche en eurostarif applicable à la tranche correspondante figurant dans la colonne A, en % montant total de la taxe sur les tranches précédentes, en euros
A partir de à  
0,01 150 000 3 -
150 000,01 250 000 6 4500
250 000,01 450 000 12 10 500
450 000,01 18 34 500
tarif en ligne directe et entre partenaires tranche de la donationA tranche en eurostarif applicable à la tranche correspondante figurant dans la colonne A, en % montant total de la taxe sur les tranches précédentes, en eurosA partir de à0,01 150 000 3 -150 000,01 250 000 6 4500250 000,01 450 000 12 10 500 450 000,01 18 34 500
TABLEAU II
verkrijging tussen alle andere personen
gedeelte van de schenking
A schijf in euro tarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in % totaalbedrag van de belasting over de voorgaan- de gedeelten, in euro
Vanaf tot en met  
0,01 150.000 9 -
150.000,01 250.000 17 13.500
250.000,01 450.000 24 30.500
450.000,01 31 78.500
verkrijging tussen alle andere personen gedeelte van de schenkingA schijf in euro tarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in % totaalbedrag van de belasting over de voorgaan- de gedeelten, in euroVanaf tot en met0,01 150.000 9 -150.000,01 250.000 17 13.500250.000,01 450.000 24 30.500450.000,01 31 78.500
Het verschil tussen de schenkbelasting, berekend overeenkomstig de tabellen van artikel 2.8.4.1.1, § 1, en de schenkbelasting, berekend overeenkomstig de tabellen van het eerste lid, wordt teruggegeven overeenkomstig de bepalingen van artikel 3.6.0.0.6, § 1/1. Het abattement toegepast overeenkomstig artikel 2.8.3.0.4 en de vermindering verleend overeenkomstig artikel 2.8.5.0.1 blijft in dat geval behouden.
  § 2. In afwijking van artikel 2.8.4.1.1, § 1, wordt de schenkbelasting voor schenkingen van onroerende goederen gelegen in het Vlaamse Gewest berekend volgens het tarief, vermeld in paragraaf 1, op voorwaarde dat de begiftigden of een van hen, binnen een termijn van drie jaar vanaf de datum van de akte van schenking het conformiteitsattest, vermeld in titel III, hoofdstuk II, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, en een geregistreerde huurovereenkomst voor het geschonken goed met een minimumduur van negen jaar, beiden daterend van na de datum van de akte van schenking, voorlegt.
  Het verschil tussen de schenkbelasting, berekend overeenkomstig de tabellen van artikel 2.8.4.1.1, § 1, en de schenkbelasting, berekend overeenkomstig het eerste lid, wordt teruggegeven overeenkomstig de bepalingen van artikel 3.6.0.0.6, § 1/2. Het abattement toegepast overeenkomstig artikel 2.8.3.0.4 en de vermindering verleend overeenkomstig artikel 2.8.5.0.1 blijft in dat geval behouden.
  Het teruggegeven bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt teruggevorderd als de begiftigden geen effectieve verhuring van negen jaar kunnen aantonen. De begiftigden moeten de voortijdige beëindiging van de geregistreerde huurovereenkomst melden bij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie. Om de terugvordering te vermijden, moeten de begiftigden bovendien binnen een termijn van zes maanden na deze beëindiging een nieuwe geregistreerde huurovereenkomst, alsmede een conformiteitsattest, voor het geschonken goed voorleggen.
  Bij niet-nakoming van de verbintenissen, vermeld in het derde lid, zijn de begiftigden elk gehouden tot betaling van de teruggegeven schenkbelasting over hun eigen aandeel in de schenking. De teruggegeven schenkbelasting is niet verschuldigd als de niet-nakoming van de aangegane verbintenis het gevolg is van overmacht.
  § 3. In afwijking van artikel 2.8.4.1.1, § 3, bedraagt het tarief van de schenkbelasting 3% voor een schenking van een onroerend goed gelegen in het Vlaamse Gewest als de begiftigde voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid van hetzij paragraaf 1, hetzij paragraaf 2.
  Het verschil tussen de schenkbelasting, berekend overeenkomstig het artikel 2.8.4.1.1, § 3, en de schenkbelasting, berekend overeenkomstig het eerste lid, wordt teruggegeven overeenkomstig de bepalingen van artikel 3.6.0.0.6, § 1/1, of § 1/2.
  § 4. Als in dezelfde akte of in een andere akte van dezelfde datum naast het goed waarvoor de teruggave overeenkomstig paragraaf 1 of paragraaf 2 wordt gevraagd, nog andere onroerende goederen werden geschonken, wordt de schenking van het goed waarop de teruggave betrekking heeft, geacht vóór de schenking van de andere goederen geregistreerd te zijn of verplicht registreerbaar te zijn geworden.
  § 5. In geval van een aan een opschortende voorwaarde onderworpen schenking wordt voor de toepassing van dit artikel de datum van de vervulling van de voorwaarde in de plaats gesteld van de datum van de akte.".
acquisition entre toutes les autres personnes
tranche de la donation
A tranche en euros tarif applicable à la tranche correspondante figurant dans la colonne A, en % montant total de la taxe sur les tranches précédentes, en euros
A partir de à  
0,01 150 000 9 -
150 000,01 250 000 17 13 500
250 000,01 450 000 24 30 500
450 000,01 31 78 500
acquisition entre toutes les autres personnestranche de la donationA tranche en euros tarif applicable à la tranche correspondante figurant dans la colonne A, en % montant total de la taxe sur les tranches précédentes, en eurosA partir de à0,01 150 000 9 -150 000,01 250 000 17 13 500250 000,01 450 000 24 30 500 450 000,01 31 78 500
La différence entre l'impôt de donation, calculé conformément aux tableaux de l'article 2.8.4.1.1, § 1er, et l'impôt de donation, calculé conformément aux tableaux de l'alinéa premier, est restituée conformément aux dispositions de l'article 3.6.0.0.6, § 1/1. L'abattement appliqué conformément à l'article 2.8.3.0.4 et la réduction octroyée conformément à l'article 2.8.5.0.1 resteront maintenus dans ce cas.
  § 2. Par dérogation à l'article 2.8.4.1.1, § 1er, l'impôt de donation pour les donations de biens immeubles situés en Région flamande, est calculé selon le tarif, visé au paragraphe 1er, à condition que les bénéficiaires ou l'un d'entre eux, dans un délai de trois ans à partir de la date de l'acte de donation, présente l'attestation de conformité, visée au titre III, chapitre II, du décret du 15 juillet 1997 contenant le code flamand du Logement, ainsi qu'un contrat de location enregistré pour le bien donné d'une durée minimale de neuf années, les deux datant d'après la date de l'acte de donation.
  La différence entre l'impôt de donation, calculé conformément aux tableaux de l'article 2.8.4.1.1, § 1er, et l'impôt de donation, calculé conformément à l'alinéa premier, est restituée conformément aux dispositions de l'article 3.6.0.0.6, § 1/2. L'abattement appliqué conformément à l'article 2.8.3.0.4 et la réduction octroyée conformément à l'article 2.8.5.0.1 resteront maintenus dans ce cas.
  Le montant restitué, visé à l'alinéa deux, est recouvré si les bénéficiaires ne peuvent pas démontrer une location effective de neuf années. Les bénéficiaires doivent notifier la cessation prématurée du contrat de location enregistré auprès de l'entité compétente de l'administration flamande. Pour éviter le recouvrement, les bénéficiaires doivent en outre présenter, dans un délai de six mois après cette cessation, un nouveau contrat de location enregistré, ainsi qu'une attestation de conformité, pour le bien donné.
  En cas de non-respect des engagements, visés à l'alinéa trois, les bénéficiaires sont chacun tenus au paiement de l'impôt de donation restitué sur leur propre part de la donation. L'impôt de donation restitué n'est pas dû si le non-respect de l'engagement contracté résulte d'un cas de force majeure.
  § 3. Par dérogation à l'article 2.8.4.1.1, § 3, le tarif de l'impôt de donation s'élève à 3% pour une donation d'un bien immeuble situé en Région flamande si le bénéficiaire répond aux conditions, visées à l'alinéa premier soit du paragraphe 1er, soit du paragraphe 2.
  La différence entre l'impôt de donation, calculé conformément à l'article 2.8.4.1.1, § 3, et l'impôt de donation, calculé conformément à l'alinéa premier, est restituée conformément aux dispositions de l'article 3.6.0.0.6, § 1/1 ou § 1/2.
  § 4. Si le même acte ou un autre acte de la même date concerne également la donation d'autres biens immeubles, outre celle du bien pour lequel la restitution est demandée conformément au paragraphe 1er ou au paragraphe 2, la donation du bien auquel la restitution a trait, est censée être enregistrée ou devenue obligatoirement enregistrable avant la donation des autres biens.
  § 5. En cas d'une donation soumise à une condition suspensive, la date du respect des conditions est substituée à la date de l'acte pour l'application du présent article. ".
Art. 29. In artikel 3.6.0.0.6 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 1/1. Wat de registratiebelasting betreft, verleent het bevoegde personeelslid ook ontheffing van het geheven bedrag dat hoger is dan de schenkbelasting, vermeld in artikel 2.8.4.3.1, hetzij § 1, hetzij § 3, op voorwaarde dat de bewijsstukken, vermeld in artikel 2.8.4.3.1, § 1, worden ingediend uiterlijk zes maanden na het verstrijken van het vijfde jaar na de datum van de akte van schenking.".
Art. 29. Dans l'article 3.6.0.0.6 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, il est inséré un paragraphe 1/1, rédigé comme suit :
  " § 1/1. En ce qui concerne l'impôt d'enregistrement, le membre du personnel compétent accorde également l'exonération du montant perçu qui est supérieur à l'impôt de donation, visé à l'article 2.8.4.3.1, soit § 1er, soit § 3, à condition que les pièces justificatives, visées à l'article 2.8.4.3.1, § 1er, sont introduites au plus tard six mois après l'expiration de la cinquième année après la date de l'acte de donation. ".
Art. 30. In artikel 3.6.0.0.6 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een paragraaf 1/2 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 1/2. Wat de registratiebelasting betreft, verleent het bevoegde personeelslid ook ontheffing van het geheven bedrag dat hoger is dan de schenkbelasting, vermeld in artikel 2.8.4.3.1, hetzij § 2, hetzij § 3, op voorwaarde dat de bewijsstukken vermeld in artikel 2.8.4.3.1, § 2, worden ingediend uiterlijk zes maanden na het verstrijken van het derde jaar na de datum van de akte van schenking.".
Art. 30. Dans l'article 3.6.0.0.6 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, il est inséré un paragraphe 1/2, rédigé comme suit :
  " § 1/2. En ce qui concerne l'impôt d'enregistrement, le membre du personnel compétent accorde également l'exonération du montant perçu qui est supérieur à l'impôt de donation, visé à l'article 2.8.4.3.1, soit § 2, soit § 3, à condition que les pièces justificatives, visées à l'article 2.8.4.3.1, § 2, sont introduites au plus tard six mois après l'expiration de la cinquième année après la date de l'acte de donation. ".
Art. 31. In artikel 3.12.3.0.1, § 1, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden tussen de woorden "het abattement van" en de woorden "hetzij artikel", de woorden "hetzij artikel 2.8.3.0.4," toegevoegd.
Art. 31. Dans l'article 3.12.3.0.1, § 1er, alinéa premier, 1°, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, les mots " soit de l'article 2.8.3.0.4, " sont insérés entre les mots " l'abattement " et les mots " soit de l'article ".
Art. 32. In artikel 3.18.0.0.11, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een punt 4° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "4° /1 elk van de begiftigden die de verbintenis, vermeld in artikel 2.8.4.3.1, § 2, derde lid, niet is nagekomen;".
Art. 32. Dans l'article 3.18.0.0.11, alinéa premier, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, il est inséré un point 4° /1, rédigé comme suit :
  " 4° /1 chacun des bénéficiaires qui n'a pas respecté l'engagement, visé à l'article 2.8.4.3.1, § 2, alinéa trois ; ".
HOOFDSTUK 4. - Binnenlands bestuur
CHAPITRE 4. - Administration intérieure
Afdeling 1. - Planlastendecreet
Section 1. - Décret sur les charges du planning
Art. 33. Aan artikel 12/1 van het decreet van 15 juli 2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd, ingevoegd bij het decreet van 20 december 2013 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2014, wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "8° de subsidies toegekend krachtens artikel 25, § 2, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid.".
Art. 33. L'article 12/1 du décret du 15 juillet 2011 fixant les règles générales auxquelles dans la Communauté flamande et la Région flamande des obligations de planning et de rapportage périodiques peuvent être imposées à des administrations locales, inséré par le décret du 20 décembre 2013 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2014, est complété par un point 8°, rédigé comme suit :
  " 8° les subventions octroyées en vertu de l'article 25, § 2, du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique. ".
Afdeling 2. - Overdrachten onroerende domeingoederen
Section 2. - Transferts immeubles domaniaux
Art. 34. In afwijking van de wet van 31 mei 1923 betreffende de vervreemding van onroerende domeingoederen, gewijzigd bij de wetten van 2 juli 1969 en 6 juli 1989 en van overeenkomstige toepassing verklaard op de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bij artikel 22 van het decreet van 20 december 1989 houdende bepalingen tot uitvoering van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap, wordt de Vlaamse Regering ertoe gemachtigd onroerende domeingoederen, ongeacht de geschatte waarde ervan, uit de hand of bij wijze van ruiling te vervreemden of er zakelijke rechten op te vestigen. Deze afwijking blijft van toepassing op de beslissingen tot vervreemding van onroerende domeingoederen die gedurende het jaar 2015 zijn getroffen en die op 31 december 2015 nog niet zijn uitgevoerd.
  De voorwaarden tot overdracht worden bepaald door de Vlaamse Regering.
Art. 34. Par dérogation à la loi du 31 mai 1923 relative à l'aliénation d'immeubles domaniaux, modifiée en dernier lieu par les lois des 2 juillet 1969 et 6 juillet 1989 et déclarée applicable par analogie à la Communauté flamande et à la Région flamande par l'article 22 du décret du 20 décembre 1989 contenant des dispositions d'exécution du budget de la Communauté flamande, le Gouvernement flamand est autorisé à aliéner, de gré à gré ou par voie d'échange, des immeubles domaniaux, quelle qu'en soit la valeur, et constituer des droits réels sur ces biens. Cette dérogation reste d'application sur les décisions d'aliénation d'immeubles domaniaux qui sont prises au cours de l'année 2015 et qui ne sont pas encore effectuées le 31 décembre 2015.
  Les conditions de transfert sont définies par le Gouvernement flamand.
HOOFDSTUK 5. - Leefmilieu, Natuur en Energie
CHAPITRE 5. - Environnement, Nature et Energie
Afdeling 1. - Vlaams Dierenwelzijnsfonds
Section 1. - " Vlaams Dierenwelzijnsfonds " (Fonds flamand du bien-être des animaux)
Art. 35. In artikel 107 van het decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2. Het fonds wordt gespijsd met :
  1° de opbrengsten voortvloeiend uit de bepalingen van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, met name :
  -de retributie voor de aanvragen tot erkenning bedoeld in artikel 3bis, § 2, 3°, b), tweede lid;
  -de retributie voor de aanvragen tot erkenning bedoeld in artikel 5, § 3, tweede lid;
  -de bijdrage voor de identificatie en registratie van honden en katten bedoeld in artikel 7;
  -de administratieve boetes bedoeld in artikel 41bis;
  2° schenkingen, legaten en sponsoring.".
  2° aan paragraaf 3 wordt de zinsnede ", alsook het verlenen van subsidies voor het dekken van de kosten voortvloeiend uit het gesubsidieerd wetenschappelijk onderzoek in het kader van dierenwelzijn toegekend voor 1 juli 2014 door de FOD Volksgezondheid." toegevoegd.
Art. 35. A l'article 107 du décret du 19 décembre 2014 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2015, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le paragraphe 2 est remplacé par les dispositions suivantes :
  " § 2. Le Fonds est alimenté par :
  1° les produits découlant des dispositions de la loi du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux, notamment :
  -la rétribution pour les demandes d'agrément visée à l'article 3bis, § 2, 3°, b), alinéa deux ;
  -la rétribution pour les demandes d'agrément visée à l'article 5, § 3, alinéa deux ;
  -la contribution pour l'identification et l'enregistrement de chiens et de chats visée à l'article 7 ;
  -les amendes administratives visées à l'article 41bis ;
  2° donations, legs et sponsoring. ".
  2° le paragraphe 3 est complété par le membre de phrase " , ainsi que l'octroi de subventions pour couvrir les frais résultant de la recherche scientifique subventionnée dans le cadre du bien-être des animaux accordée avant le 1er juillet 2014 par le SPF Santé publique. ".
Afdeling 2. - Energie
Section 2. - Energie
Art. 36. Artikel 99 van het decreet van 18 december 2009 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2010, alsook het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 houdende de vaststelling van de voorwaarden waaronder een waarborg kan worden verleend voor de terugbetaling van de leningen, toegestaan door het Fonds ter reductie van de globale energiekost en het besluit van de Vlaamse Regering van 23 maart 2012 houdende verlening van de waarborg van het Vlaamse Gewest voor de leningen die door het Fonds ter reductie van de globale energiekost worden toegestaan aan diverse Lokale Entiteiten, worden opgeheven.
Art. 36. L'article 99 du décret du 18 décembre 2009 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2010, ainsi que l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant les conditions auxquelles une garantie peut être accordée assurant le remboursement d'emprunts, accordés par le Fonds de réduction du coût global de l'énergie, et l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mars 2012 octroyant une garantie de la Région flamande pour les emprunts accordés à diverses Entités locales par le Fonds de réduction du coût global de l'énergie, sont abrogés.
Art. 37. Aan artikel 8.2.2 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, worden een paragraaf 2 en 3 toegevoegd, die luiden als volgt :
  " § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de lokale entiteiten, vermeld in § 1, eerste lid, 1°, dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke lokale entiteit wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse Regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de lokale entiteiten.
  § 3. De Vlaamse Regering kan op voorstel van de Vlaamse minister bevoegd voor Energie schulden die door een lokale entiteit ten aanzien van het Vlaamse Gewest in het kader van de uitvoering van dit artikel werden gemaakt geheel of gedeeltelijk kwijtschelden. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels met betrekking tot de modaliteiten en de voorwaarden waaronder deze kwijtschelding kan geschieden.".
Art. 37. L'article 8.2.2 du Décret du 8 mai 2009 relatif à l'Energie, inséré par le décret du 19 décembre 2014, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2 et un paragraphe 3, rédigés comme suit :
  " § 2. Le Gouvernement flamand arrête les conditions minimales auxquelles les entités locales, visées au § 1er, alinéa premier, 1°, doivent répondre. La Région flamande et chaque entité locale concluent un accord de coopération. Le Gouvernement flamand peut accorder une intervention dans les frais de personnel et les frais de fonctionnement des entités locales.
  § 3. Sur la proposition du Ministre flamand ayant l'énergie dans ses attributions, le Gouvernement flamand peut donner quittance en tout ou en partie des dettes encourues par une entité locale à l'égard de la Région flamande dans le cadre de l'exécution du présent article. Le Gouvernement flamand arrête les modalités et les conditions auxquelles cette quittance peut se faire. ".
Art. 38. Artikel 14.1.2 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 14.1.2. Het tarief van de heffing bedraagt per afnamepunt per maand dat de afnemer in het heffingsjaar is aangesloten geweest op een van de netten, vermeld in artikel 14.1.1, § 1 :
  - van 1 januari tot en met 30 juni 2015 : 15 eurocent;
  - van 1 juli 2015 tot en met 31 december 2015 : 34 eurocent;
  - vanaf 1 januari 2016 : 25 eurocent.".
Art. 38. L'article 14.1.2 du même décret est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Art. 14.1.2. Le taux de la redevance s'élève, par point de prélèvement par mois que le preneur a été raccordé pendant l'année de redevance à un des réseaux, visés au à l'article 14.1.1, § 1er, à :
  - du 1er janvier au 30 septembre 2015 inclus : 0,15 euro ;
  - du 1er juillet 2015 au 31 décembre 2015 inclus : 0,34 euro ;
  - à partir du 1 janvier 2016 : 0,25 euro. ".
Afdeling 3. - Leefmilieu en natuur
Section 3. - Environnement et Nature
Art. 39. § 1. Op het eigen vermogen van de beheersorganismen, zoals bedoeld in artikel 3.2.2.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, in het kader van de aanvaardingsplicht voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, overeenkomstig onderafdeling 3.4.4 van hetzelfde besluit, zoals dat blijkt uit de balans van de jaarrekening voor het jaar 2013, wordt een heffing van 3% doorgevoerd voor de begrotingsjaren 2015 tot en met 2019. Deze heffing wordt uiterlijk op 30 september van ieder jaar aan het Vlaamse Gewest betaald.
  [1 In afwijking van het eerste lid wordt de heffing in het jaar 2015 voor 15 december betaald.]1
  § 2. Deze heffing mag niet worden doorgerekend in de milieubijdrage, zoals bedoeld in artikel 3.2.2.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
  § 3. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast met betrekking tot de aangifte, betaling en inning van de heffing en wijst de ambtenaren en contractuele personeelsleden aan die belast zijn met de inning en de invordering van de heffing en met de controle op de naleving van de verplichtingen inzake de heffing, en stelt de nadere regels met betrekking tot hun bevoegdheden vast.
  
Art. 39. § 1er. Sur le propre patrimoine des organismes de gestion, tels que visés à l'article 3.2.2.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets, dans le cadre de l'obligation d'acceptation d'appareils électriques et électroniques mis au rebut, conformément à la sous-section 3.4.4 du même arrêté, tel qu'il paraît du bilan des comptes annuels pour l'année 2013, une redevance de 3% est effectuée pour les années budgétaires 2015 à 2019 incluse. Cette redevance est payée à la Région flamande au plus tard le 30 septembre de chaque année.
  [1 Par dérogation au premier alinéa, la redevance de l'année 2015 est versée pour le 15 décembre.]1
  § 2. Cette redevance ne peut pas être répercutée sur la cotisation environnementale, telle que visée à l'article 3.2.2.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets.
  § 3. Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives à la déclaration, au paiement et à la perception de la redevance et désigne les fonctionnaires et membres du personnel contractuels chargés de la perception et du recouvrement de la redevance et du contrôle du respect des obligations relatives à la redevance, et détermine les modalités relatives à leurs compétences.
  
(NOTA : bij arrest nr 58/2017 van 18-05-2017 (B.St. 30-06-2017, p. 69370) heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n° 58/2017 du 18-05-2017 (M.B. 30-06-2017, p. 69372) la Cour constitutionnelle a annulé le présent article)
Art. 40. § 1. Op het eigen vermogen van de beheersorganismen, zoals bedoeld in artikel 3.2.2.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, in het kader van de aanvaardingsplicht voor afgedankte batterijen en accu's, overeenkomstig onderafdeling 3.4.5 van hetzelfde besluit, zoals dat blijkt uit de balans van de jaarrekening voor het jaar 2013, wordt een heffing van 3% doorgevoerd voor de begrotingsjaren 2015 tot en met 2019. Deze heffing wordt uiterlijk op 30 september van ieder jaar aan het Vlaamse Gewest betaald.
  § 2. Deze heffing mag niet worden doorgerekend in de milieubijdrage, zoals bedoeld in artikel 3.2.2.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
  § 3. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast met betrekking tot de aangifte, betaling en inning van de heffing en wijst de ambtenaren en contractuele personeelsleden aan die belast zijn met de inning en de invordering van de heffing en met de controle op de naleving van de verplichtingen inzake de heffing, en stelt de nadere regels met betrekking tot hun bevoegdheden vast.
Art. 40. § 1er. Sur le propre patrimoine des organismes de gestion, tels que visés à l'article 3.2.2.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets, dans le cadre de l'obligation d'acceptation de piles et accumulateurs usagés, conformément à la sous-section 3.4.5 du même arrêté, tel qu'il paraît du bilan des comptes annuels pour l'année 2013, une redevance de 3% est effectuée pour les années budgétaires 2015 à 2019 incluse. Cette redevance est payée à la Région flamande au plus tard le 30 septembre de chaque année.
  § 2. Cette redevance ne peut pas être répercutée sur la cotisation environnementale, telle que visée à l'article 3.2.2.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets.
  § 3. Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives à la déclaration, au paiement et à la perception de la redevance et désigne les fonctionnaires et membres du personnel contractuels chargés de la perception et du recouvrement de la redevance et du contrôle du respect des obligations relatives à la redevance, et détermine les modalités relatives à leurs compétences.
(NOTA : bij arrest nr 58/2017 van 18-05-2017 (B.St. 30-06-2017, p. 69370) heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n° 58/2017 du 18-05-2017 (M.B. 30-06-2017, p. 69372) la Cour constitutionnelle a annulé le présent article)
Art. 41. In artikel 46 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen wordt paragraaf 6 vervangen door wat volgt :
  " § 6. De bedragen van de milieuheffing, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3° tot en met 19°, en paragraaf 2, eerste lid, worden vanaf 2007 tot en met het tweede kwartaal van 2015 vermenigvuldigd met 0,70 voor de heffingsplichtigen die overeenkomstig artikel 179 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting.
  De bedragen van de milieuheffing, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 19°, en paragraaf 2, eerste lid, worden vanaf 1 juli 2015 vermenigvuldigd met 1,5.".
Art. 41. Dans l'article 46 du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets, le paragraphe 6 est remplacé par les dispositions suivantes :
  " § 6. Les montants de la redevance écologique, visés au paragraphe 1er, alinéa premier, 3° à 19° inclus, et au paragraphe 2, alinéa premier, sont multipliés par le coefficient 0,70 à partir de 2007 jusqu'au deuxième trimestre de 2015 inclus pour les redevables assujettis aux impôts des sociétés conformément à l'article 179 du Code des Impôts sur les Revenus 1992.
  Les montants de la redevance écologique, visés au paragraphe 1er, alinéa premier, 1° à 19° inclus, et au paragraphe 2, alinéa premier, sont multipliés par 1,5 à partir du 1er juillet 2015. ".
HOOFDSTUK 6. - Mobiliteit en Openbare Werken
CHAPITRE 6. - Mobilité et Travaux publics
Art. 42. § 1. Er wordt een Verkeersveiligheidsfonds opgericht, hierna genoemd `het fonds'.
  § 2. Het fonds is een begrotingsfonds [7 als vermeld in artikel 15, § 2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019]7.
  § 3. Het fonds wordt gespijsd door de volgende ontvangsten :
  1° [1 de bijdragen van de instellingen belast met de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen zoals opgenomen in [8 artikel 1, § 1, derde lid, van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen]8, in de mate dat deze jaarlijkse ontvangsten het bedrag van 5.539.000 euro overschrijden;]1
  [5 2° de jaarlijkse ontvangsten vanaf 1 januari 2018 uit de onmiddellijke inningen, de minnelijke schikkingen en de strafrechtelijke boeten die verband houden met de inbreuken op de reglementering inzake verkeersveiligheid, die krachtens artikel 6, § 1, XII, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen tot de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest behoort, enerzijds tot en met het bedrag van [10 [11 17 051 300]11]10 euro en anderzijds alle jaarlijkse ontvangsten in de mate dat die het bedrag van 161.243.000 overschrijden;]5
  [3 3° de bijdrage en overschotten bedoeld in artikel 8 en 9 van het decreet van 8 juli 2016 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2016;]3
  [2 4° de middelen voortvloeiend uit de activa van het Fonds voor Voorziening en van Openbaar Nut voor de Inspectie van Automobielen, afgekort FIA, vereniging zonder winstoogmerk, opgericht op 7 juli 1970]2;
  [12 5° de vergoedingen van de erkende herstellers, vermeld in artikel 8 van het decreet van 1 maart 2024 over herkeuringen van voertuigen door erkende keurders bij erkende herstellers in het kader van een proefproject.]12
  § 4. Het fonds wordt aangewend ter financiering van uitgaven voor werking, subsidies en investeringen ten bate van verkeersveiligheid [4 met inbegrip van de regeling van de regularisatie van de exploitatievoorwaarden van de instellingen belast met de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen teneinde de organisatie van deze controle over het hele grondgebied te verzekeren.]4.
  § 5. De rekenplichtige die de ontvangsten gedaan heeft, beschikt rechtstreeks over de kredieten van het fonds.
  [6 § 6. Om de verkeersveiligheid te bevorderen, kan de Vlaamse Regering, binnen de perken van de begrotingskredieten, een subsidie verlenen aan de gemeenten voor projecten die de aanleg of de verbetering van de infrastructuur [9 aan schoolomgevingen langs gemeente- of gewestwegen of van schoolroutes langs gemeentewegen tot doel hebben, andere dan deze bedoeld in artikel 29 van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid]9.
   Enkel de uitvoering van de in de projectdossiers beschreven maatregelen en acties komen in aanmerking voor een subsidie. De voorbereidende werkzaamheden, zoals de opmaak van het projectdossier en eventuele bijkomende studies, onderzoeken of analyses komen niet in aanmerking voor een subsidie.
   Binnen de perken van de kredieten van het verkeersveiligheidsfonds wordt hiervoor een budgettaire enveloppe per jaar voorzien. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden op basis waarvan de projecten, vermeld in het eerste lid, subsidiabel zijn en bepaalt de procedure voor de aanvraag, beoordeling, toekenning en uitbetaling van de subsidie.]6

  
Art. 42. § 1er. Il est créé un Fonds de Sécurité routière, ci-après dénommé " le fonds ".
  § 2. Le Fonds est un fonds budgétaire [7 tel que visé à l'article 15, § 2, du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019]7.
  § 3. Le fonds est alimenté par les recettes suivantes :
  1° [1 les contributions des organismes chargés du contrôle des véhicules en circulation, telles que reprises [8 à l'article 1, § 1, troisième alinéa de la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses éléments ainsi que les accessoires de sécurité]8, dans la mesure où ces recettes annuelles dépassent le montant de 5.539.000 euros ;]1
  2° [5 les recettes annuelles à partir du 1er janvier 2018 des perceptions immédiates, des accords à l'amiable et des amendes pénales concernant les infractions à la réglementation en matière de sécurité routière, qui relève de la compétence de la Région flamande en vertu de l'article 6, § 1er, XII, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, d'une part jusqu'au montant de [10 [11 17 051 300]11]10 euros, et d'autre part dans la mesure où ces recettes annuelles dépassent le montant de 161.243.000 euros;]5
  [3 3° la contribution et les excédents visés aux articles 8 et 9 du décret du 8 juillet 2016 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2016 ;]3
  [2 4° les moyens découlant de l'actif du Fonds voor Voorziening en van Openbaar Nut voor de Inspectie van Automobielen, en abrégé FIA, association sans but lucratif, créé le 7 juillet 1970]2;
  [12 5° les indemnités des réparateurs agréés, visées à l'article 8 du décret du 1er mars 2024 relatif aux revisites de véhicules par des contrôleurs agréés auprès de réparateurs agréés dans le cadre d'un projet pilote.]12
  § 4. Le fonds est affecté au financement de dépenses relatives au fonctionnement, de subventions et d'investissements en faveur de la sécurité routière[4 y compris le règlement de la régularisation des conditions d'exploitation des organismes chargés du contrôle des véhicules mis en circulation afin d'assurer l'organisation de ce contrôle sur tout le territoire.]4
  § 5. L'agent comptable ayant perçu les recettes, dispose directement des crédits du fonds.
  [6 § 6. Pour promouvoir la sécurité routière, le Gouvernement flamand peut accorder une subvention, dans les limites des crédits budgétaires, aux communes pour des projets visant à réaliser l'aménagement ou l'amélioration de l'infrastructure [9 des environnements scolaires le long de routes communales ou régionales ou des itinéraires scolaires le long des routes communales, autres que ceux visés à l'article 29 du décret du 26 avril 2019 relatif à l'accessibilité de base]9.
   Seule l'exécution des mesures et des actions décrites aux dossiers de projet, est éligible à une subvention. Les activités préparatoires, telles que l'établissement du dossier de projet et les éventuelles études, recherches ou analyses additionnelles, ne sont pas éligibles à une subvention.
   Dans les limites des crédits du fonds de sécurité routière, une enveloppe budgétaire est annuellement prévue à cet effet. Le Gouvernement flamand arrête les modalités sur la base desquelles les projets, visés à l'alinéa 1er, sont subventionnables, et arrête la procédure de demande, d'évaluation, d'octroi et de paiement de la subvention.]6

  
HOOFDSTUK 7. - Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
CHAPITRE 7. - Bien-Etre, Santé publique et Famille
Art. 43. Artikel 7ter van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, ingevoegd bij het decreet van 2 juni 2006 en vervangen bij het decreet van 21 juni 2013, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 7ter. Het Fonds kan een investeringswaarborg verlenen aan aanvragers die een investering doen die past in de programmatie, waarbij voor die investering geen investeringssubsidies of alternatieve vormen van investeringssubsidies worden gevraagd aan het Fonds. De Vlaamse Regering bepaalt de extra voorwaarden. Die voorwaarden kunnen verschillend zijn naargelang de sector en kunnen onder meer elementen bevatten van zorgstrategische, financiële, bouwfysische en technische aard. De Vlaamse Regering kan beperkingen bepalen voor de investeringswaarborg. Tot dekking van de investeringswaarborg worden er bijdragen vastgesteld op de gewaarborgde sommen volgens de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering. Tot dekking van de investeringswaarborg kan het Fonds op elk moment een wettelijke hypotheek nemen of een hypothecair mandaat eisen voor de onroerende goederen die betrekking hebben op de investering, voor een bedrag dat vastgesteld wordt door het Fonds. De wettelijke hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van het Fonds.".
Art. 43. L'article 7ter du décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables, inséré par le décret du 2 juin 2006 et remplacé par le décret du 21 juin 2013, est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Art. 7ter. Le Fonds peut accorder une garantie d'investissement aux demandeurs réalisant un investissement qui s'inscrit dans la programmation et pour lequel aucune subvention d'investissement ni des formes alternatives de subventions d'investissement ne sont demandées auprès du Fonds. Le Gouvernement flamand arrête les modalités supplémentaires. Ces conditions peuvent être différentes selon le secteur et peuvent contenir notamment des éléments d'ordre stratégique en matière de soins, financiers, relatifs à la physique de construction et techniques. Le Gouvernement flamand peut imposer des restrictions en ce qui concerne la garantie d'investissement. A titre de couverture de la garantie d'investissement, des contributions sont fixées sur les montants garantis, aux conditions fixées par le Gouvernement flamand. A titre de couverture de la garantie d'investissement, le Fonds peut en tout temps prendre une hypothèque légale ou exiger un mandat hypothécaire pour les biens immeubles qui portent sur l'investissement, ce à concurrence d'un montant fixé par le Fonds. L'hypothèque légale est inscrite à la demande du Fonds.".
Art. 44. In artikel 2 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 december 1996, 16 maart 1999, 2 juni 2006 en 12 februari 2010, worden punt 9° en punt 11° opgeheven.
Art. 44. Dans l'article 2 du même décret, modifié par les décrets des 20 décembre 1996, 16 mars 1999, 2 juin 2006 et 12 février 2010, les points 9° et 11° sont abrogés.
Art. 45. In artikel 6 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt :
  " § 2. De investeringswaarborg kan enkel worden verleend als de aanvrager een subsidiebelofte heeft verkregen. De Regering bepaalt de bijkomende voorwaarden waaronder de investeringswaarborg wordt verleend en stelt de wijze van betaling vast van de bijdragen op de gewaarborgde sommen tot dekking van de investeringswaarborg.".
Art. 45. Dans l'article 6 du même décret, le paragraphe 2 est remplacé par les dispositions suivantes :
  " § 2. La garantie d'investissement ne peut être accordée que si le demandeur a obtenu une promesse de subvention. Le Gouvernement arrête les conditions supplémentaires d'octroi de la garantie d'investissement et arrête le mode de paiement des contributions sur les montants garantis visant à couvrir la garantie d'investissement. ".
Art. 46. In artikel 7bis, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 maart 2006, wordt de zinsnede "artikel 12, § 1, derde lid" vervangen door de zinsnede "artikel 12".
Art. 46. Dans l'article 7bis, § 2, du même décret, inséré par le décret du 17 mars 2006, le membre de phrase " article 12, § 1er, alinéa trois " est remplacé par le membre de phrase " article 12 ".
Art. 47. In artikel 8 van hetzelfde decreet, hersteld bij het decreet van 12 februari 2010 en gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2011 en 20 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "aan aanvragers uit de sector van de ouderenvoorzieningen en thuiszorgvoorzieningen, uit de sector van de verzorgingsinstellingen en uit de sector van de voorzieningen voor personen met een handicap die een investering volledig financieren" vervangen door de woorden "aan aanvragers die een investering volledig autofinancieren";
  2° in het eerste lid, 4°, wordt het woord "financiering" vervangen door het woord "autofinanciering";
  3° het tweede tot en met het vierde lid worden opgeheven.
Art. 47. A l'article 8 du même décret, rétabli par le décret du 12 février 2010 et modifié par les décrets des 15 juillet 2011 et 20 décembre 2013, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa premier, le membre de phrase " à des demandeurs en provenance du secteur des structures de soins aux personnes âgées et des structures de soins à domicile, du secteur des établissements de soins et du secteur des structures destinées à des personnes handicapées finançant la somme totale d'un investissement " est remplacé par les mots " à des demandeurs finançant la somme totale d'un investissement " ;
  2° dans l'alinéa premier, 4°, le mot " financement " est remplacé par les mots " autofinancement " ;
  3° les alinéas deux à quatre inclus sont abrogés.
Art. 48. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 december 1996, 16 maart 1999, 2 juni 2006 en 12 februari 2010, wordt een artikel 8/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 8/1. Het totale bedrag van de investeringswaarborgen die overeenkomstig artikel 7ter en artikel 8 kunnen worden toegekend, wordt jaarlijks bepaald in het decreet dat de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap vastlegt of aanpast.".
Art. 48. Dans le même décret, modifié par les décrets des 20 décembre 1996, 16 mars 1999, 2 juin 2006 et 12 février 2010, il est inséré un article 8/1, rédigé comme suit :
  " Art. 8.1. Le montant total des garanties d'investissement pouvant être accordées conformément aux articles 7ter et 8, est arrêté annuellement dans le décret fixant ou ajustant le budget général des dépenses de la Communauté flamande. ".
Art. 49. Artikel 12 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 16 maart 1999, 12 februari 2010 en 20 december 2013, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 12. De aanvrager moet minstens over een genotsrecht beschikken op het project waarvoor de aanvraag voor een investeringssubsidie wordt gedaan, voor een periode die voor onroerende goederen in elk geval minstens vijfentwintig jaar bedraagt en voor roerende goederen in elk geval minstens vijf jaar bedraagt. De Vlaamse Regering kan een langere periode bepalen. Als de aanvrager en de eigenaar of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop een project wordt voorzien, twee verschillende personen zijn, mag er geen ongeoorloofde verwantschap bestaan tussen hen. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder er sprake is van een ongeoorloofde verwantschap.".
Art. 49. L'article 12 du même décret, modifié par les décrets des 16 mars 1999, 12 février 2010 et 20 décembre 2013, est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Art. 12. Le demandeur doit disposer au moins d'un droit de jouissance sur le projet en faveur duquel la demande d'une subvention d'investissement est introduite, pendant une période égalant en tout cas au moins vingt-cinq ans pour des biens immobiliers, et en tout cas au moins cinq ans pour des biens mobiliers. Le Gouvernement flamand peut arrêter une période plus longue. Lorsque le demandeur et le propriétaire ou le détenteur des droits réels du terrain sur lequel un projet est prévu sont deux personnes différentes, il ne peut y avoir de parenté illégitime mutuelle. Le Gouvernement flamand arrête les conditions auxquelles il est question d'une parenté illégitime. ".
Art. 50. In artikel 14 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 2 juni 2006 en 23 juni 2006, worden de woorden "en subsidiebeslissingen" opgeheven.
Art. 50. Dans l'article 14 du même décret, modifié par les décrets des 2 juin 2006 et 23 juin 2006, les mots " et décisions de subvention " sont abrogés.
Art. 51. Voor de dossiers waarvoor een subsidiebelofte werd verleend voor de datum van inwerkingtreding van de desbetreffende bepalingen van artikel 43 tot en met 50 gelden de bepalingen van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden die van toepassing waren voor de datum van inwerkingtreding van de desbetreffende bepalingen van artikel 43 tot en met 50.
Art. 51. Pour les dossiers pour lesquels une promesse de subvention a été octroyée avant la date d'entrée en vigueur des dispositions concernées des articles 43 à 50 inclus, les dispositions du décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables s'appliquent qui étaient d'application avant la date d'entrée en vigueur des dispositions concernées des articles 43 à 50 inclus.
HOOFDSTUK 8. - Economie, Wetenschap en Innovatie
CHAPITRE 8. - Economie, Science et Innovation
Afdeling 1. - Economisch ondersteuningsbeleid
Section 1. - Politique d'aide économique
Art. 52. In het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid wordt een hoofdstuk 12/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Hoofdstuk 12/1 - Steun aan Europees gecofinancierde projecten".
Art. 52. Dans le décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique, il est inséré un chapitre 12/1, rédigé comme suit :
  " Chapitre 12/1 - Aide à des projets à cofinancement européen "
Art. 53. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk 12/1, ingevoegd bij artikel 52, een artikel 37/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 37/1. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan ondernemingen onder de voorwaarden, vermeld in verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (de `gemeenschappelijke structuurfondsenverordening').".
Art. 53. Dans le même décret, dans le chapitre 12/1, inséré par l'article 52, il est inséré un article 37/1, rédigé comme suit :
  " Art. 37/1. Le Gouvernement flamand peut accorder des aides à des entreprises aux conditions, visées au Règlement (UE) n° 1303/2013 du Parlement européen et du Conseil du 17 décembre 2013 portant dispositions communes relatives au Fonds européen de développement régional, au Fonds social européen, au Fonds de cohésion, au Fonds européen agricole pour le développement rural et au Fonds européen pour les affaires maritimes et la pêche, portant dispositions générales applicables au Fonds européen de développement régional, au Fonds social européen, au Fonds de cohésion et au Fonds européen pour les affaires maritimes et la pêche, et abrogeant le règlement (CE) n° 1083/2006 du Conseil (le " règlement portant dispositions communes relatives aux fonds structurels "). ".
Art. 54. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk 12/1, ingevoegd bij artikel 52, een artikel 37/2 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 37/2. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om in uitvoering van de gemeenschappelijke structuurfondsenverordening, het toezichtscomité op te richten en de samenstelling en de werking ervan te bepalen.".
Art. 54. Dans le même décret, dans le chapitre 12/1, inséré par l'article 52, il est inséré un article 37/2, rédigé comme suit :
  " Art. 37/2. Le Gouvernement flamand est autorisé à établir le comité de surveillance et en déterminer le fonctionnement, en exécution du règlement portant dispositions communes relatives aux fonds structurels. ".
Afdeling 2. - Fonds voor Europese projecten en bijzondere opdrachten van het Agentschap Ondernemen
Section 2. - Fonds pour projets européens et missions spéciales de l'" Agentschap Ondernemen "
Art. 55. Aan artikel 92bis van het decreet van 19 december 2008 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2009 wordt een paragraaf vier toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 4. Het fonds kan worden aangewend voor de ontvangst van middelen en het uitvoeren van betalingen die kaderen in de overdracht van bevoegdheden aan het Agentschap Ondernemen in het kader de zesde staatshervorming, alsmede voor niet courante taken en opdrachten van het agentschap, met inzonderheid de activiteiten van Design Vlaanderen.".
Art. 55. L'article 92bis du décret du 19 décembre 2008 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2009, est complété par un paragraphe quatre, rédigé comme suit :
  " § 4. Le fonds est affecté à la recette de moyens et à l'exécution de paiements dans le cadre du transfert de compétences à l'" Agentschap Ondernemen " dans le cadre de la sixième réforme de l'Etat, ainsi qu'à des tâches et missions non courantes de l'agence, notamment les activités de " Design Vlaanderen. ".
HOOFDSTUK 9. - Cultuur, Jeugd, Sport en Media
CHAPITRE 9. - Culture, Jeunesse, Sport et Médias
Afdeling 1. - Topstukkendecreet
Section 1. - Décret sur les pièces maîtresses
Art. 56. Aan artikel 19, § 3, eerste lid, van het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "8° inkomsten uit sponsoring.".
Art. 56. L'article 19, § 3, alinéa premier, du décret du 24 janvier 2003 portant protection du patrimoine culturel mobilier présentant un intérêt exceptionnel, modifié par le décret du 30 avril 2009, est complété par un point 8°, rédigé comme suit :
  " 8° les recettes de sponsoring. ".
Afdeling 2. - Pensioenen VRT
Section 2. - Pensions VRT
Art. 57. In artikel 29 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de rustpensioenen, toegekend aan de vastbenoemde personeelsleden van de Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie en betreffende de overlevingspensioenen, toegekend aan de rechtverkrijgenden van die personeelsleden, wordt in het tweede lid, 2°, eerste zin, het woord "tot" opgeheven.
Art. 57. Dans l'article 29 du décret du 25 avril 2014 relatif aux pensions de retraite allouées aux membres du personnel statutaires de la " Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie " (Organisation de Radiodiffusion et télévision flamande) et aux pensions de survie allouées aux ayants droit de ces membres du personnel, dans l'alinéa deux, 2°, première phrase, le mot " jusqu' " est abrogé.
Afdeling 3. - Vernieuwd jeugd- en kinderbeleid
Section 3. - Politique rénovée des droits de l'enfant et de la jeunesse
Art. 58. In artikel 17, § 5, van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt het getal "22,5" vervangen door het getal "17,5";
  2° in het tweede lid wordt het getal "12.375" vervangen door het getal "9625".
Art. 58. A l'article 17, § 5, du décret du 20 janvier 2012 relatif à une politique rénovée des droits de l'enfant et de la jeunesse, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa premier, le nombre " 22,5 " est remplacé par le nombre " 17,5 " ;
  2° dans l'alinéa deux le nombre " 12 375 " est remplacé par le nombre " 9625 ".
HOOFDSTUK 10. - Onroerend erfgoed
CHAPITRE 10. - Patrimoine immobilier
Afdeling 1. - Meerjarige subsidiëringsovereenkomsten
Section 1. - Accords de subvention pluriannuels
Art. 59. In hoofdstuk 12, afdeling 3, onderafdeling 3, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 wordt een artikel 12.3.12/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 12.3.12/1. Meerjarige subsidiëringsovereenkomsten als vermeld in artikel 11, § 8, tweede lid, van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten en gesloten uiterlijk op 31 december 2014 overeenkomstig afdeling VI/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001 houdende vaststelling van het premiestelsel voor restauratiewerkzaamheden aan beschermde monumenten, kunnen in onderlinge overeenstemming gewijzigd worden door middel van addenda en dit overeenkomstig de regels die golden voor de inwerkingtreding van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.".
Art. 59. Dans le chapitre 12, section 3, sous-section 3, du décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, il est inséré un article 12.3.12/1, rédigé comme suit :
  " Art. 12.3.12/1. Les accords de subvention pluriannuels tels que visés à l'article 11, § 8, alinéa deux, du décret du 3 mars 1976 réglant la protection des monuments et des sites urbains et ruraux, et conclus le 31 décembre 2014 au plus tard conformément à la section VI/1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001 instaurant un régime de primes pour les travaux de restauration aux monuments protégés, peuvent être modifiés de commun accord à l'aide d'addenda, conformément aux règles applicables avant l'entrée en vigueur du décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. ".
Afdeling 2. - Restauratie Van Peteghemorgel
Section 2. - Restauration de l'orgue Van Peteghem
Art. 60. Het saldo, groot 64.211,40 euro, van de aan de kerkfabriek Sint-Martinus Gijzegem, Gijzegem-Dorp 18 te 9308 Gijzegem, op 15 april 2009 toegekende restauratiepremie voor de restauratie van het Van Peteghemorgel in de Sint-Martinuskerk te Gijzegem wordt uitbetaald.
Art. 60. Le solde, 64.211,40 euros, de la prime de restauration accordée le 15 avril 2009 à la fabrique d'église Sint-Martinus Gijzegem, Gijzegem-Dorp 18 à 9308 Gijzegem, pour la restauration de l'orgue Van Peteghem est payé.
HOOFDSTUK 11. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 11. - Entrée en vigueur
Art. 61. Dit decreet treedt in werking vanaf de tiende dag na de publicatie in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van :
  1° de artikelen 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 42, 52, 53, 54, 55 en 59, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2015;
  2° de artikelen 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18 en 19, die uitwerking hebben met ingang van 1 mei 2015;
  3° artikel 22, dat uitwerking heeft met ingang van 30 juni 2015;
  4° de artikelen 24, 25 tot en met 32, 38, 39, 40 en 41, die uitwerking hebben met ingang van 1 juli 2015;
  5° artikel 57, dat uitwerking heeft met ingang van 1 augustus 2014.
Art. 61. Le présent décret entre en vigueur à partir du dixième jour après sa publication au Moniteur belge, à l'exception :
  1° des articles 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 42, 52, 53, 54, 55 et 59, qui produisent leurs effets le 1er janvier 2015 ;
  2° des articles 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18 et 19, qui produisent leurs effets le 1er mai 2015 ;
  3° de l'article 22, qui produit ses effets le 30 juin 2015 ;
  4° des articles 24, 25 à 32 inclus, 38, 39, 40 et 41, qui produisent leurs effets le 1er juillet 2015 ;
  5° de l'article 57, qui produit ses effets le 1er août 2014.