Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 FEBRUARI 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 betreffende de opleidingscheques voor werknemers en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding
Titre
13 FEVRIER 2015. - Arrêté du Gouvernement modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2003 relatif aux chèques-formation pour travailleurs et l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2013 relatif à l'accompagnement de carrière
Dokumentinformationen
Numac: 2015035263
Datum: 2015-02-13
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2015035263
Date: 2015-02-13
Moniteur: Voir
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 betreffende de opleidingscheques voor werknemers, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 november 2006, 23 juli 2010 en 17 mei 2013, wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
  "4° werknemer: de persoon die op het ogenblik van de aanvraag van de opleidingscheque in de private of publieke sector tewerkgesteld is krachtens een arbeidsovereenkomst of die arbeid verricht onder het gezag van een ander persoon, en die in een van de volgende gevallen verkeert:
  a) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
  b) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER) en is tewerkgesteld op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
  c) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van het Waalse Gewest, heeft gebruikgemaakt van zijn recht op vrij verkeer van werknemers, zoals gewaarborgd door artikel 45 en 49 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en is tewerkgesteld op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;".
Article 1er. Dans l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2003 relatif aux chèques-formation pour travailleurs, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 10 novembre 2006, 23 juillet 2010 et 17 mai 2013, le point 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° travailleur : la personne qui, au moment de la demande du chèque-formation, est occupée dans le secteur privé ou public en vertu d'un contrat de travail, ou qui travaille sous l'autorité d'une autre personne, et qui se trouve dans l'un des cas suivants :
  a) elle est domiciliée sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
  b) elle est domiciliée sur le territoire d'un des autres Etats membres de l'Union européenne (UE) ou de l'Espace économique européen (EEE) et occupée sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
  c) elle est domiciliée sur le territoire de la Région wallonne et a exercé son droit à la libre circulation des travailleurs, tel que garanti par les articles 45 et 49 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, et est occupée sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ; ".
Art. 2. Aan artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 november 2006, 23 juli 2010 en 17 mei 2013, wordt een punt 15° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "15° hooggeschoold: ten minste een diploma van hogere studies.".
Art. 2. A l'article 1er du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 10 novembre 2006, 23 juillet 2010 et 17 mai 2013, il est ajouté un point 15°, énoncé comme suit :
  " 15° de haute scolarisation : au moins un diplôme d'études supérieures. ".
Art. 3. Artikel 7 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 2010 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 7. § 1. De opleidingscheque mag door kort- en middengeschoolde werknemers alleen gebruikt worden om de directe kosten van arbeidsmarktgerichte opleidingen te betalen.
  In het eerste lid wordt verstaan onder arbeidsmarktgerichte opleidingen:
  1° de opleidingen die in aanmerking komen voor het betaald educatief verlof, vermeld in artikel 109 van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, met uitzondering van de opleidingen vermeld in artikel 109, § 2, van de voormelde wet;
  2° opleidingen die gevolgd worden in het kader van loopbaanbegeleiding als vermeld in artikel 4, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding, en die vastgelegd zijn in een persoonlijk ontwikkelingsplan.
  § 2. De opleidingscheque mag door hooggeschoolde werknemers alleen gebruikt worden om de directe kosten te betalen van opleidingen die gevolgd worden in het kader van loopbaanbegeleiding als vermeld in artikel 4, § 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding, en die vastgelegd zijn in een persoonlijk ontwikkelingsplan.".
Art. 3. L'article 7 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 juillet 2010 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2013, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 7. § 1er. Les chèques-formation ne peuvent être utilisés par les travailleurs de courte et de moyenne scolarisation que pour payer les frais directs des formations préparatoires à l'emploi.
  A l'alinéa premier, il y a lieu d'entendre par formation préparatoire à l'emploi :
  1° les formations éligibles au congé-éducation payé, visées à l'article 109 de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, à l'exception des formations visées à l'article 109, § 2, de la loi précitée ;
  2° les formations suivies dans le cadre de l'accompagnement de carrière telles que visées à l'article 4, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2013 relatif à l'accompagnement de carrière, et fixées dans un plan de développement personnel.
  § 2. Les chèques-formation ne peuvent être utilisés par les travailleurs de haute scolarisation que pour payer les frais directs des formations suivies dans le cadre de l'accompagnement de carrière telles que visées à l'article 4, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2013 relatif à l'accompagnement de carrière, et fixées dans un plan de développement personnel. ".
Art. 4. Aan artikel 8, § 4, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 juli 2010 en 17 mei 2013, worden een punt 5° en een punt 6° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "5° in geval dat de werknemer niet meer in aanmerking komt voor opleidingscheques;
  6° in geval dat de opleiding niet meer in aanmerking komt voor opleidingscheques.".
Art. 4. A l'article 8, § 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 juillet 2010 et 17 mai 2013, un point 5° et un point 6° sont ajoutés et énoncés comme suit :
  " 5° lorsque le travailleur n'entre plus en considération pour les chèques-formation ;
  6° lorsque la formation n'entre plus en considération pour les chèques-formation. ".
Art. 5. Aan artikel 12, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013, worden de volgende zinnen toegevoegd:
  "De erkende verstrekker bewaart het gepersonaliseerd attest, vermeld in artikel 4, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding. Een kopie van het gepersonaliseerde attest kan worden opgevraagd door de VDAB.".
Art. 5. A l'article 12, § 1er du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2013, sont ajoutées les phrases suivantes :
  " L'opérateur agréé conserve l'attestation personnalisée, visée à l'article 4, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2013 relatif à l'accompagnement de carrière. Une copie de l'attestation personnalisée peut être obtenue auprès du VDAB. ".
Art. 6. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2013, wordt punt 7° vervangen door wat volgt:
  "7° professioneel actieve persoon:
  a) de persoon, die op het ogenblik van de aanvraag van de loopbaancheque tewerkgesteld is krachtens een arbeidsovereenkomst, of die arbeid verricht onder het gezag van een ander persoon, en die in een van de volgende gevallen verkeert:
  1) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
  2) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER) en is tewerkgesteld op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
  3) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van het Waalse Gewest, maakt gebruik van zijn recht op vrij verkeer van werknemers of van de vrijheid van vestiging, zoals gewaarborgd door artikel 45 en 49 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en is tewerkgesteld op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
  b) de natuurlijke persoon, vermeld in artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen die in een van de volgende gevallen verkeert:
  1) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
  2) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER) en hij oefent zijn bedrijvigheid uit in een vestiging op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
  3) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van het Waalse Gewest, maakt gebruik van zijn recht op vrij verkeer van werknemers of van de vrijheid van vestiging, zoals gewaarborgd door artikel 45 en 49 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en oefent zijn bedrijvigheid uit in een vestiging op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;".
Art. 6. Dans l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2013 relatif à l'accompagnement de carrière, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juin 2013, le point 7° est remplacé par ce qui suit :
  " 7° personne professionnellement active :
  a) la personne qui, au moment de la demande du chèque-formation, est occupée en vertu d'un contrat de travail, ou qui travaille sous l'autorité d'une autre personne, et qui se trouve dans l'un des cas suivants :
  1) elle est domiciliée sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
  2) elle est domiciliée sur le territoire d'un des autres Etats membres de l'Union européenne (UE) ou de l'Espace économique européen (EEE) et occupée sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
  3) elle est domiciliée sur le territoire de la Région wallonne et exerce son droit à la libre circulation des travailleurs ou au libre établissement, tel que garanti par les articles 45 et 49 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, et est occupée sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
  b) la personne physique, visée à l'article 3 de l'arrêté royal no. 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, et qui se trouve dans l'un des cas suivants :
  1) elle est domiciliée sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
  2) elle est domiciliée sur le territoire d'un des autres Etats membres de l'Union européenne (UE) ou de l'Espace économique européen (EEE) et exerce son activité dans un établissement sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
  3) elle est domiciliée sur le territoire de la Région wallonne et exerce son droit à la libre circulation des travailleurs ou au libre établissement, tel que garanti par les articles 45 et 49 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, et exerce son activité dans un établissement sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ; ".
Art. 7. In artikel 4 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 2. De gemandateerde onderneming bezorgt aan de professioneel actieve persoon een gepersonaliseerd attest als in zijn persoonlijk ontwikkelingsplan de noodzakelijke behoefte is opgenomen aan een opleiding als vermeld in artikel 7, § 1, tweede lid, 2°, en § 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 betreffende de opleidingscheques voor werknemers. Dat attest vermeldt ten minste de opleiding die past in het kader van het persoonlijk ontwikkelingsplan.".
Art. 7. Dans l'article 4 du même arrêté, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. L'entreprise mandatée transmet à la personne professionnellement active une attestation personnalisée si son plan de développement personnel reprend le besoin nécessaire d'une formation telle que visée à l'article 7, § 1er, alinéa deux, 2°, et 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2003 relatif aux chèques-formation pour travailleurs. Cette attestation mentionne au moins la formation s'inscrivant dans le plan de développement personnel. ".
Art. 8. Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2015.
Art. 8. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er mars 2015.
Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor de professionele vorming, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 9. Le Ministre flamand ayant la formation professionnelle dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.