Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
26 JUNI 2013. - INTERN AKKOORD TUSSEN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE, IN HET KADER VAN DE RAAD BIJEEN, BETREFFENDE DE FINANCIERING VAN DE STEUN VAN DE EUROPESE UNIE BINNEN HET MEERJARIG FINANCIEEL KADER VOOR DE PERIODE 2014-2020, OVEREENKOMSTIG DE ACS-EU-PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST, EN BETREFFENDE DE TOEWIJZING VAN FINANCI"LE BIJSTAND TEN BEHOEVE VAN DE LANDEN EN GEBIEDEN OVERZEE WAAROP DE BEPALINGEN VAN HET VIERDE DEEL VAN HET VERDRAG BETREFFENDE DE WERKING VAN DE EUROPESE UNIE VAN TOEPASSING ZIJN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE, IN HET KADER VAN DE RAAD BIJEEN,, gedaan te Luxemburg en te Brussel op 24, respectievelijk 26 juni 2013
Titre
26 JUIN 2013. - ACCORD INTERNE ENTRE LES REPRESENTANTS DES GOUVERNEMENTS DES ETATS MEMBRES DE L'UNION EUROPEENNE, REUNIS AU SEIN DU CONSEIL, RELATIF AU FINANCEMENT DE L'AIDE DE L'UNION EUROPEENNEAU TITRE DU CADRE FINANCIER PLURIANNUEL POUR LA PERIODE 2014-2020 CONFORMEMENT A L'ACCORD DE PARTENARIAT ACP-UE ET A L'AFFECTATION DES AIDES FINANCIERES DESTINEES AUX PAYS ET TERRITOIRES D'OUTRE-MER AUXQUELS S'APPLIQUENT LES DISPOSITIONS DE LA QUATRIEME PARTIE DU TRAITE SUR LE FONCTIONNEMENT DE L'UNION EUROPEENNE LES REPRESENTANTS DES GOUVERNEMENTS DES ETATS MEMBRES DE L'UNION EUROPEENNE, REUNIS AU SEIN DU CONSEIL, fait à Luxembourg et à Bruxelles, le 24 juin et le 26 juin 2013 respectivement
Tekst (19)
Texte (19)
HOOFDSTUK 1. - FINANCIELE MIDDELEN
CHAPITRE 1er. - RESSOURCES FINANCIERES
Article 1. Middelen van het elfde EOF
  1. De lidstaten stellen een elfde Europees Ontwikkelingsfonds in, hierna "het elfde EOF" genoemd.
  2. Het elfde EOF is als volgt samengesteld :
  a) Een bedrag van 30 506 miljoen EUR (in lopende prijzen), waaraan de lidstaten als volgt bijdragen :
Article 1er. Ressources du 11e FED
  1. Les Etats membres instituent un onzième Fonds européen de développement, ci-après dénommé le "11e FED".
  2. Le 11e FED est doté comme suit :
  a) un montant de 30 506 000 EUR (en prix courants), financé par les Etats membres selon les contributions suivantes :
LidstaatVerdeelsleutel (%)Bijdrage in EUR
België3,24927991 222 306
Bulgarije0,2185366 664 762
Tsjechië0,79745243 270 097
Denemarken1,98045604 156 077
Duitsland20,57986 278 073 788
Estland0,0863526 341 931
Ierland0,94006286 774 704
Griekenland1,50735459 832 191
Spanje7,932482 419 882 349
Frankrijk17,812695 433 939 212
Kroatië (*)0,2251868 693 411
Italië12,530093 822 429 255
Cyprus0,1116234 050 797
Letland0,1161235 423 567
Litouwen0,1807755 145 696
Luxemburg0,2550977 817 755
Hongarije0,61456187 477 674
Malta0,0380111 595 331
Nederland4,776781 457 204 507
Oostenrijk2,39757731 402 704
Polen2,00734612 359 140
Portugal1,19679365 092 757
Roemenië0,71815219 078 839
Slovenië0,2245268 492 071
Slowakije0,37616114 751 370
Finland1,50909460 362 995
Zweden2,93911896 604 897
Verenigd Koninkrijk14,678624 477 859 817
TOTAAL100,0000030 506 000 000
(*) Geraamd bedrag
LidstaatVerdeelsleutel (%)Bijdrage in EURBelgië3,24927991 222 306Bulgarije0,2185366 664 762Tsjechië0,79745243 270 097Denemarken1,98045604 156 077Duitsland20,57986 278 073 788Estland0,0863526 341 931Ierland0,94006286 774 704Griekenland1,50735459 832 191Spanje7,932482 419 882 349Frankrijk17,812695 433 939 212Kroatië (*)0,2251868 693 411Italië12,530093 822 429 255Cyprus0,1116234 050 797Letland0,1161235 423 567Litouwen0,1807755 145 696Luxemburg0,2550977 817 755Hongarije0,61456187 477 674Malta0,0380111 595 331Nederland4,776781 457 204 507Oostenrijk2,39757731 402 704Polen2,00734612 359 140Portugal1,19679365 092 757Roemenië0,71815219 078 839Slovenië0,2245268 492 071Slowakije0,37616114 751 370Finland1,50909460 362 995Zweden2,93911896 604 897Verenigd Koninkrijk14,678624 477 859 817TOTAAL100,0000030 506 000 000(*) Geraamd bedrag
Dit bedrag van 30 506 miljoen EUR is beschikbaar vanaf het moment van inwerkingtreding van het meerjarig financieel kader voor en wordt als volgt verdeeld :
  i) 29 089 miljoen EUR wordt toegekend aan de ACS-landen;
  ii) 364,5 miljoen EUR wordt toegekend aan de LGO;
  iii) 1 052,5 miljoen EUR voor de Commissie voor de in artikel 6 bedoelde ondersteunende uitgaven in verband met de programmering en uitvoering van het elfde EOF, waarvan ten minste 76,3 EUR wordt toegekend aan de Commissie voor maatregelen ter verbetering van het effect van EOF-programma's als bedoeld in artikel 6, lid 3.
  b) Met uitzondering van de leningen voor de financiering van rentesubsidies vallen de middelen waarnaar wordt verwezen in de bijlagen I en I ter bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en in de bijlagen II A en A bis van het LGO-besluit, en die zijn toegewezen in het kader van het negende en tiende EOF ter financiering van de middelen van de investeringsfaciliteit, niet onder Besluit 2005/446/EG (8) en bijlage I ter, punt 5, van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst tot vaststelling van de data waarna de middelen van het negende en tiende EOF niet langer mogen worden vastgelegd. Deze middelen worden overgedragen naar het elfde EOF en worden beheerd overeenkomstig de uitvoeringsregeling voor het elfde EOF, wat betreft de middelen bedoeld in de bijlagen I en I bis bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, vanaf de datum van inwerkingtreding van het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020 met betrekking tot de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en, wat betreft de middelen bedoeld in de bijlagen II A en II A bis bij het LGO-besluit, vanaf de datum van inwerkingtreding van de besluiten van de Raad inzake de financiële bijstand aan de LGO voor de periode 2014-2020.
  3. Na 31 december 2013, of na de datum van inwerkingtreding van het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020, indien deze datum later valt, worden de resterende middelen uit hoofde van het tiende EOF of uit eerdere EOF's niet langer vastgelegd, tenzij de Raad op voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen anders besluit, met uitzondering van saldi en middelen die na de relevante datum zijn vrijgemaakt uit hoofde van het stelsel voor de stabilisatie van de exportopbrengsten van landbouwgrondstoffen (STABEX) in het kader van EOF's voorafgaand aan het negende EOF, en met uitzondering van de in lid 2, onder b), bedoelde middelen.
  4. Middelen voor projecten in het kader van het tiende EOF of voorgaande EOF's die worden vrijgemaakt na 31 december 2013 of na de datum van inwerkingtreding van het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020, indien deze datum later valt, worden niet langer vastgelegd, tenzij de Raad op voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen anders besluit, met uitzondering van de middelen die na de relevante datum zijn vrijgemaakt uit hoofde van het stelsel voor de stabilisatie van de exportopbrengsten van landbouwgrondstoffen (STABEX) in het kader van EOF's voorafgaand aan het negende EOF, die automatisch worden overgedragen naar de respectieve nationale indicatieve programma's, bedoeld in artikel 2, onder a), i), en artikel 3, lid 1, en van de middelen ter financiering van de middelen van de investeringsfaciliteiten, bedoeld in lid 2, onder b), van dit artikel.
  5. Het totaalbedrag voor het elfde EOF is bestemd voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020. De middelen van het elfde EOF en, in het geval van de investeringsfaciliteit, de middelen afkomstig van gelden die terugvloeien, worden na 31 december 2020 niet verder vastgelegd, tenzij de Raad op voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen anders besluit. De middelen die door de lidstaten in het kader van het negende en het tiende EOF zijn geplaatst ter financiering van de investeringsfaciliteit, blijven echter na 31 december 2020 beschikbaar voor uitbetaling tot de datum die in het financieel reglement als bedoeld in artikel 10, lid 2, wordt vastgesteld.
  6. De rentebaten uit verrichtingen die zijn gefinancierd met vastleggingen in vroegere EOF's en van middelen van het elfde EOF die door de Commissie worden beheerd, worden gecrediteerd op een of verschillende ten name van de Commissie geopende rekeningen en aangewend overeenkomstig de bepalingen van artikel 6. In het kader van het in artikel 10, lid 2, bedoelde financieel reglement wordt bepaald hoe de rentebaten uit de door de EIB beheerde middelen zullen worden gebruikt.
  7. In geval van toetreding van een staat tot de Unie wordt de in lid 2, onder a), bedoelde verdeelsleutel gewijzigd bij een door de Raad op basis van een voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen genomen besluit.
  8. De financiële middelen kunnen voorts worden aangepast bij een door de Raad met eenparigheid van stemmen genomen besluit, met name overeenkomstig artikel 62, lid 2, van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst.
  9. Iedere lidstaat kan, onverminderd de besluitvormingsvoorschriften en -procedures van artikel 8, vrijwillige bijdragen ter beschikking van de Commissie of de EIB stellen ter ondersteuning van de doelstellingen van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst. De lidstaten mogen ook projecten of programma's medefinancieren, bijvoorbeeld in het kader van specifieke initiatieven die door de Commissie of de EIB worden beheerd. De eigen verantwoordelijkheid voor dergelijke initiatieven van de ACS-staten op nationaal niveau wordt gegarandeerd.
  De uitvoeringsverordening en het financieel reglement bedoeld in artikel 10 bevatten de nodige bepalingen voor medefinanciering door het elfde EOF en voor medefinancieringsactiviteiten die door de lidstaten worden uitgevoerd. De lidstaten stellen de Raad vooraf in kennis van hun vrijwillige bijdragen.
  10. De Unie en haar lidstaten voeren een prestatie-evaluatie uit, waarbij wordt nagegaan in welke mate de vastleggingen en betalingen zijn gerealiseerd en wat het resultaat en het effect zijn van de steun. Deze evaluatie wordt verricht op basis van een voorstel van de Commissie.
Etat membreClé de contribution (%)Contribution en EUR
Belgique3,24927991 222 306
Bulgarie0,2185366 664 762
République tchèque0,79745243 270 097
Danemark1,98045604 156 077
Allemagne20,57986 278 073 788
Estonie0,0863526 341 931
Irlande0,94006286 774 704
Grèce1,50735459 832 191
Espagne7,932482 419 882 349
France17,812695 433 939 212
Croatie (*)0,2251868 693 411
Italie12,530093 822 429 255
Chypre0,1116234 050 797
Lettonie0,1161235 423 567
Lituanie0,1807755 145 696
Luxembourg0,2550977 817 755
Hongrie0,61456187 477 674
Malte0,0380111 595 331
Pays-Bas4,776781 457 204 507
Autriche2,39757731 402 704
Pologne2,00734612 359 140
Portugal1,19679365 092 757
Roumanie0,71815219 078 839
Slovénie0,2245268 492 071
Slovaquie0,37616114 751 370
Finlande1,50909460 362 995
Suède2,93911896 604 897
Royaume-Uni14,678624 477 859 817
TOTAL100,0000030 506 000 000
(*) Montant estimé.
Etat membreClé de contribution (%)Contribution en EURBelgique3,24927991 222 306Bulgarie0,2185366 664 762République tchèque0,79745243 270 097Danemark1,98045604 156 077Allemagne20,57986 278 073 788Estonie0,0863526 341 931Irlande0,94006286 774 704Grèce1,50735459 832 191Espagne7,932482 419 882 349France17,812695 433 939 212Croatie (*)0,2251868 693 411Italie12,530093 822 429 255Chypre0,1116234 050 797Lettonie0,1161235 423 567Lituanie0,1807755 145 696Luxembourg0,2550977 817 755Hongrie0,61456187 477 674Malte0,0380111 595 331Pays-Bas4,776781 457 204 507Autriche2,39757731 402 704Pologne2,00734612 359 140Portugal1,19679365 092 757Roumanie0,71815219 078 839Slovénie0,2245268 492 071Slovaquie0,37616114 751 370Finlande1,50909460 362 995Suède2,93911896 604 897Royaume-Uni14,678624 477 859 817TOTAL100,0000030 506 000 000(*) Montant estimé.
Le montant de 30 506 millions d'euros est mis à disposition à compter de l'entrée en vigueur du cadre financier pluriannuel pour la période 2014-2020. Sur cette somme :
  i) 29 089 millions d'euros sont alloués aux Etats ACP;
  ii) 364,5 millions d'euros sont alloués aux PTOM;
  iii) 1 052 millions d'euros sont alloués à la Commission pour financer les dépenses d'aide visées à l'article 6, liées à la programmation et à la mise en oeuvre du 11e FED; dont au moins 76.3 millions d'euros sont à allouer à la Commission pour les mesures visant à renforcer l'impact des programmes du FED visés à l'article 6, paragraphe 3;
  b) à l'exception des subventions destinées au financement des bonifications d'intérêt, les fonds visés aux annexes I et Ib de l'accord de partenariat ACP-UE et aux annexes IIA et IIAa de la décision d'association outre-mer et alloués au titre des 9e et 10e FED pour financer les ressources des Facilités d'investissement ne sont pas concernés par la Décision 2005/446/CE (8) ni par le paragraphe 5 de l'annexe Ib de l'accord de partenariat ACP-UE précisant les dates au-delà desquelles les fonds des 9e et 10e FED ne peuvent plus être engagés. Ces fonds sont transférés au 11e FED et gérés selon les modalités d'exécution de ce dernier à compter, en ce qui concerne les fonds visés aux annexes I et Ib de l'accord de partenariat ACP-UE, de la date d'entrée en vigueur du cadre financier pluriannuel pour la période 2014-2020 au titre de l'accord de partenariat ACP-UE, et, en ce qui concerne les fonds visés aux annexes II A et II Aa de la décision d'association outre-mer, de la date d'entrée en vigueur des décisions du Conseil relatives à l'aide financière aux PTOM pour la période 2014-2020.
  3. Les reliquats du 10e FED ou des FED précédents ne sont plus engagés au-delà du 31 décembre 2013 ou de la date d'entrée en vigueur du cadre financier pluriannuel pour la période 2014-2020 si cette date est ultérieure, à moins que le Conseil statuant à l'unanimité, sur proposition de la Commission, n'en décide autrement, à l'exception des reliquats et des fonds désengagés après la date pertinente et issus du système visant à garantir la stabilisation des recettes d'exportation de produits de base agricoles (STABEX) au titre des FED antérieurs au 9e FED et des fonds visés au paragraphe 2, point b).
  4. Les fonds désengagés de projets au titre du 10e FED ou des FED précédents ne sont plus engagés après le 31 décembre 2013 ou après la date d'entrée en vigueur du cadre financier pluriannuel pour la période 2014-2020 si cette date est ultérieure, à moins que le Conseil statuant à l'unanimité, sur proposition de la Commission, n'en décide autrement, à l'exception des fonds désengagés après la date pertinente et issus du système visant à garantir la stabilisation des recettes d'exportation de produits de base agricoles (STABEX) au titre des FED antérieurs au 9e FED, lesquels sont transférés automatiquement aux programmes indicatifs nationaux correspondants visés à l'article 2, point a) sous i), et à l'article 3, paragraphe 1, et à l'exception des fonds destinés à financer les ressources des Facilités d'investissement, visés au paragraphe 2, point b), du présent article.
  5. Le montant total des ressources du 11e FED couvre la période allant du 1er janvier 2014 au 31 décembre 2020. Les fonds du 11e FED et, dans le cas de la Facilité d'investissement, les fonds provenant de remboursements, ne sont plus engagés au-delà du 31 décembre 2020, à moins que le Conseil statuant à l'unanimité, sur proposition de la Commission, n'en décide autrement. Toutefois, les fonds souscrits par les Etats membres au titre des 9e, 10e et 11e FED pour financer la Facilité d'investissement restent disponibles après le 31 décembre 2020, jusqu'à une date à fixer dans le règlement financier visé à l'article 10, paragraphe 2.
  6. Les recettes provenant des intérêts produits par les opérations financées en vertu des engagements pris dans le cadre des FED précédents et sur les fonds du 11éme FED, qui sont gérés par la Commission, sont créditées sur un ou plusieurs comptes en banque ouverts au nom de la Commission et sont utilisées conformément aux dispositions de l'article 6. L'utilisation des recettes provenant des intérêts produits par les fonds qui sont gérés par la BEI est déterminée dans le cadre du règlement financier visé à l'article 10, paragraphe 2.
  7. Si un Etat adhère à l'Union, les montants et clés de contribution visés au paragraphe 2, point a), sont modifiés par décision du Conseil statuant à l'unanimité sur proposition de la Commission.
  8. Un ajustement des ressources financières peut s'opérer par décision du Conseil statuant à l'unanimité, notamment pour agir conformément à l'article 62, paragraphe 2, de l'accord de partenariat ACP-UE.
  9. Tout Etat membre peut, sans préjudice des règles et procédures de prise de décision établies à l'article 8, fournir à la Commission ou à la BEI des contributions volontaires à l'appui des objectifs fixés dans l'accord de partenariat ACP-UE. Les Etats membres peuvent également cofinancer des projets ou des programmes, par exemple dans le cadre d'initiatives spécifiques gérées par la Commission ou la BEI. L'appropriation de ces initiatives par les Etats ACP au niveau national est garantie.
  Le règlement d'application et le règlement financier visés à l'article 10 comportent les dispositions nécessaires concernant le cofinancement par le 11e FED, ainsi que concernant les activités de cofinancement mises en oeuvre par les Etats membres. Les Etats membres informent au préalable le Conseil de leurs contributions volontaires.
  10. L'Union et ses Etats membres procèdent à une estimation des résultats, en évaluant le degré de réalisation des engagements et des décaissements ainsi que les résultats et les conséquences de l'aide apportée. Cette estimation est effectuée sur la base d'une proposition de la Commission.
Art. 2. Middelen voor de ACS-landen
  Het in artikel 1, lid 2, onder a), i), vermelde bedrag van 29 089 miljoen EUR wordt als volgt over de samenwerkingsinstrumenten verdeeld :
  a) het bedrag van 24 365 miljoen EUR voor de financiering van de nationale en regionale indicatieve programma's. Dit bedrag zal worden gebruikt voor de financiering van :
  i) de nationale indicatieve programma's van de ACS-landen, overeenkomstig de artikelen 1 tot en met 5 van bijlage IV bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst;
  ii) de regionale indicatieve programma's ter ondersteuning van de regionale en interregionale samenwerking en integratie van de ACS-landen, overeenkomstig de artikelen 6 tot en met 11 van bijlage IV bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst;
  b) het bedrag van 3 590 miljoen EUR ter financiering van intra-ACS- en interregionale samenwerking met veel of alle ACS-landen, overeenkomstig de artikelen 12 tot en met 14 van bijlage IV bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst. Deze enveloppe kan structurele steun omvatten voor instellingen en organen ingesteld op grond van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst. Dit bedrag omvat tevens financiering van de huishoudelijke uitgaven van het in de punten 1 en 2 van protocol 1 bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst bedoelde ACS-secretariaat;
  c) een deel van de middelen als bedoeld onder a) en b) kan worden gebruikt ter dekking van onvoorziene behoeften en voor het verhelpen van negatieve kortetermijngevolgen van exogene schokken, overeenkomstig de artikelen 60, 66, 68, 72, 72 bis en 73 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en de artikelen 3 en 9 van bijlage IV bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, eventueel met inbegrip van aanvullende kortetermijnsteun voor humanitaire hulp en noodhulp, waar dergelijke steun niet door de begroting van de Unie kan worden gefinancierd;
  d) het bedrag van 1 134 miljoen EUR toegewezen aan de EIB voor de financiering van de investeringsfaciliteit overeenkomstig de voorwaarden van bijlage II ("Financieringsvoorwaarden") bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, waaronder een aanvullende bijdrage van 500 miljoen EUR aan de Investeringsfaciliteit in de vorm van een revolverend fonds en van 634 miljoen EUR in de vorm van subsidies voor de financiering van de rentesubsidies en van projectgerelateerde technische bijstand als bedoeld in de artikelen 1, 2 en 4 van bijlage II bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, over de periode van het elfde EOF.
Art. 2. Ressources allouées aux Etats ACP
  L'enveloppe de 29 089 millions d'euros, visée à l'article 1er, paragraphe 2, point a) i), est répartie entre les différents instruments de coopération comme suit :
  a) le montant de 24 365 millions d'euros pour le financement de programmes indicatifs nationaux et régionaux. Cette enveloppe doit servir à financer :
  i) les programmes indicatifs nationaux des Etats ACP, conformément aux articles 1er à 5 de l'annexe IV de l'accord de partenariat ACP-UE;
  ii) les programmes indicatifs régionaux d'appui à la coopération et à l'intégration régionales et interrégionales des Etats ACP, conformément aux articles 6 à 11 de l'annexe IV de l'accord de partenariat ACP-UE;
  b) le montant de 3 590 millions d'euros pour financer la coopération intra-ACP et interrégionale associant de nombreux Etats ACP ou la totalité d'entre eux, conformément aux articles 12 à 14 de l'annexe IV de l'accord de partenariat ACP-UE. Cette enveloppe peut comprendre l'appui structurel aux institutions et organes créés en vertu de l'accord de partenariat ACP-UE. Cette enveloppe couvre l'aide aux dépenses de fonctionnement du secrétariat ACP visées aux points 1 et 2 du protocole 1 annexé à l'accord de partenariat ACP-UE;
  c) une partie des ressources visées aux points a) et b) peuvent servir à couvrir des besoins imprévus et à atténuer les conséquences négatives à court terme des chocs exogènes, conformément aux articles 60, 66, 68, 72, 72 bis et 73 de l'accord de partenariat ACP-UE et aux articles 3 et 9 de l'annexe IV dudit accord, notamment, le cas échéant, pour couvrir une aide humanitaire et d'urgence à court terme complémentaire, lorsque cet appui ne peut pas être pris en charge par le budget de l'Union;
  d) le montant de 1 134 millions d'euros alloués à la BEI pour financer la Facilité d'investissement, conformément aux modes et conditions de financement énoncés à l'annexe II de l'accord de partenariat ACP-UE. Ce montant comprend une contribution de 500 millions d'euros venant s'ajouter aux ressources de la Facilité d'investissement, gérée comme un fonds de roulement, et 634 millions d'euros, sous la forme d'aides non remboursables destinées à financer les bonifications d'intérêts et l'assistance technique relative au projet prévues aux articles 1er, 2 et 4 de l'annexe II de l'accord de partenariat ACP-UE sur la période couverte par le 11eFED.
Art. 3. Middelen voor de LGO
  1. Het in artikel 1, lid 2, onder a), ii), vermelde bedrag van 364,5 miljoen EUR wordt toegewezen volgens een voor 31 december 2013 door de Raad vast te stellen nieuw LGO-besluit, waarvan 359,5 miljoen EUR zal worden toegekend voor de financiering van territoriale en regionale programma's en 5 miljoen EUR in de vorm van een toewijzing aan de EIB voor de financiering van rentesubsidies en technische bijstand overeenkomstig het nieuwe LGO-besluit.
  2. Indien een LGO onafhankelijk wordt en tot de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst toetreedt, wordt het in lid 1 vermelde bedrag van 364,5 miljoen EUR verlaagd en worden de in artikel 2, onder a), i), genoemde bedragen dienovereenkomstig verhoogd bij een door de Raad op basis van een voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen genomen besluit.
Art. 3. Ressources allouées aux PTOM
  1. Le montant de 364,5 millions d'euros visé à l'article 1er, paragraphe 2, point a) ii), est alloué sur la base d'une nouvelle décision d'association outre-mer qui sera prise par le Conseil avant le 31 décembre 2013. Sur ce montant, 359,5 millions d'euros servent à financer des programmes territoriaux et régionaux et 5 millions d'euros sont alloués à la BEI pour financer les bonifications d'intérêts et l'assistance technique, conformément à la nouvelle décision d'association outre-mer.
  2. Si un PTOM devient indépendant et adhère à l'accord de partenariat ACP-UE, le montant visé au paragraphe 1, à savoir 364,5 millions d'euros, est diminué et les montants indiqués à l'article 2, point a) i), sont augmentés corrélativement, par décision du Conseil statuant à l'unanimité sur proposition de la Commission.
Art. 4. Leningen uit de eigen middelen van de EIB
  1. Aan het in artikel 1, lid 2, onder b), bedoelde bedrag voor de investeringsfaciliteit in het kader van het negende, tiende en elfde EOF en het in artikel 2, onder d), bedoelde bedrag wordt een indicatief bedrag van maximaal 2 600 miljoen EUR toegevoegd in de vorm van leningen van de EIB uit eigen middelen. Daarvan wordt voor de doeleinden als vervat in bijlage II bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst een bedrag verstrekt van maximaal 2 500 miljoen EUR dat halverwege de termijn kan worden verhoogd na een besluit van de bestuurlijke instanties van de EIB, en een bedrag van maximaal 100 miljoen EUR voor de doeleinden als vervat in het LGO-besluit, overeenkomstig de voorwaarden zoals vastgelegd in de statuten en de desbetreffende voorwaarden voor de financiering van investeringen, zoals die zijn vastgesteld in bijlage II bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en het LGO-besluit.
  2. Naar rato van hun intekening op het kapitaal van de EIB verplichten de lidstaten zich ertoe zich tegenover de EIB borg te stellen, onder afstand van het voorrecht van uitwinning, voor alle financiële verplichtingen die voor de leningnemers van de EIB voortvloeien uit de door de EIB uit eigen middelen op grond van artikel 1, lid 1, van bijlage II bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en de overeenkomstige bepalingen van het LGO-besluit verstrekte leningen.
  3. De in lid 2 bedoelde borgstelling blijft beperkt tot 75 % van het totale bedrag van de door de EIB uit hoofde van alle leningsovereenkomsten geopende kredieten, en geldt ter dekking van alle risico's van de openbare sector. Voor projecten uit de particuliere sector dekt de borgstelling alle politieke risico's, maar zal de EIB alle commerciële risico's op zich nemen.
  4. De uit lid 2 voortvloeiende verplichtingen van de lidstaten worden vastgelegd in borgstellingsovereenkomsten tussen elk der lidstaten en de EIB.
Art. 4. Prêts consentis par la BEI sur ses ressources propres
  1. Au montant alloué à la Facilité d'investissement au titre des 9e, 10e et 11e FED visé à l'article 1er, paragraphe 2, point b), et au montant visé à l'article 2, point d), s'ajoute une somme indicative maximale de 2 600 millions d'euros sous la forme de prêts octroyés par la BEI sur ses ressources propres. Ces ressources sont allouées aux fins exposées dans l'annexe II de l'accord de partenariat ACP-UE à concurrence d'un montant de 2 500 millions d'euros pouvant être augmenté à mi-parcours par une décision à prendre par les organes directeurs de la BEI et à concurrence de 100 millions d'euros aux fins exposées dans la décision d'association outre-mer, conformément aux conditions prévues dans ses statuts et aux modes et conditions de financement de l'investissement applicables établis à l'annexe II de l'accord de partenariat ACP-UE et dans la décision d'association outre-mer.
  2. Les Etats membres s'engagent à se porter caution envers la BEI, au prorata de leur souscription à son capital, en renonçant au bénéfice de discussion, pour tous les engagements financiers découlant pour ses emprunteurs des contrats de prêt conclus par la BEI sur ses ressources propres en application de l'article 1er, paragraphe 1, de l'annexe II de l'accord de partenariat ACP-UE et des dispositions correspondantes de la décision d'association outre-mer.
  3.Le cautionnement visé au paragraphe 2 est limité à 75 % du montant total des crédits ouverts par la BEI au titre de l'ensemble des contrats de prêt et couvre tous les risques liés aux projets du secteur public. Pour les projets du secteur privé, le cautionnement couvre l'ensemble des risques politiques, mais la BEI assume l'intégralité du risque commercial.
  4. Les engagements visés au paragraphe 2 font l'objet de contrats de cautionnement entre chacun des Etats membres et la BEI.
Art. 5. Door de EIB beheerde operaties
  1. De bedragen die aan de EIB worden betaald uit hoofde van aan de ACS-landen, de LGO en de Franse overzeese departementen verstrekte speciale leningen, alsmede de opbrengsten en inkomsten uit operaties met risicodragend kapitaal die krachtens aan het negende EOF voorafgaande EOF's hebben plaatsgevonden, komen aan de lidstaten toe naar rato van hun bijdragen aan het EOF waaruit deze middelen afkomstig zijn, tenzij de Raad op voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen besluit deze bedragen te reserveren of aan andere maatregelen toe te wijzen.
  2. De provisies die voor het beheer van de in lid 1 bedoelde leningen en verrichtingen aan de EIB verschuldigd zijn, worden vooraf in mindering gebracht op de aan de lidstaten toekomende bedragen.
  3. Opbrengsten en inkomsten die door de EIB worden ontvangen uit operaties in het kader van de investeringsfaciliteit uit hoofde van het negende, het tiende en het elfde EOF, worden door de EIB aangewend voor andere operaties in het kader van de investeringsfaciliteit, overeenkomstig artikel 3 van bijlage II bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, na aftrek van uitzonderlijke uitgaven en verplichtingen die zijn ontstaan in verband met de investeringsfaciliteit.
  4. De kosten van de EIB voor het beheer van de in lid 3 bedoelde verrichtingen in het kader van de investeringsfaciliteit worden volledig vergoed, overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder a), van bijlage II bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en de overeenkomende bepalingen van het LGO-besluit.
Art. 5. Opérations gérées par la BEI
  1. Les paiements effectués à la BEI dans le cadre des prêts spéciaux accordés aux Etats ACP, aux PTOM et aux départements français d'outre-mer, ainsi que les produits et recettes des opérations de capitaux à risque, au titre des FED antérieurs au 9e FED, reviennent aux Etats membres au prorata de leur contribution au FED dont ces sommes proviennent, à moins que le Conseil ne décide à l'unanimité, sur proposition de la Commission, de les mettre en réserve ou de les affecter à d'autres opérations.
  2. Les commissions dues à la BEI pour la gestion des prêts et opérations visés au paragraphe 1 sont préalablement déduites des sommes à allouer aux Etats membres.
  3. Les produits et recettes perçus par la BEI sur les opérations effectuées dans le cadre de la Facilité d'investissement des 9e, 10e et 11e FED sont affectés à d'autres opérations exécutées au titre de la Facilité d'investissement, conformément à l'article 3 de l'annexe II de l'accord de partenariat ACP-UE et après déduction des dépenses et charges exceptionnelles qu'entraîne la Facilité d'investissement.
  4. La BEI est rémunérée, selon une formule de couverture intégrale des coûts, pour la gestion des opérations effectuées dans le cadre de la Facilité d'investissement visées au paragraphe 3, conformément à l'article 3, paragraphe 1, point a), de l'annexe II de l'accord de partenariat ACP-UE et aux dispositions pertinentes de la décision d'association outre-mer.
Art. 6. Middelen voor ondersteunende uitgaven van de Commissie in verband met het EOF
  1. De middelen van het EOF dienen ter dekking van de kosten voor ondersteunende uitgaven. De middelen bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a), iii), en in artikel 1, lid 6, dekken kosten in verband met de programmering en uitvoering van het EOF die niet noodzakelijkerwijs worden gedekt door de nationale strategiedocumenten en de meerjarige indicatieve programma's als bedoeld in de in artikel 10, lid 1, van dit Akkoord genoemde uitvoeringsverordening. De Commissie verstrekt om de twee jaar informatie over de besteding van deze middelen en over de verdere inspanningen die worden geleverd om besparingen en winsten op het gebied van rendement te realiseren. De Commissie informeert de lidstaten van tevoren over alle bijkomende bedragen die uit de begroting van de EU aan de uitvoering van het EOF worden besteed.
  2. De middelen voor de ondersteunende uitgaven kunnen betrekking hebben op de uitgaven van de Commissie in verband met :
  a) voorbereiding, follow-up, toezicht, boekhouding, financiële controle en evaluatie, inclusief rapportage over resultaten, die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de programmering en uitvoering van de EOF-middelen;
  b) het bereiken van de EOF-doelstellingen, door onderzoeksactiviteiten voor het ontwikkelingsbeleid, studies, vergaderingen, voorlichting, bewustmaking, opleidingen en publicaties, met inbegrip van voorlichting en communicatie waarbij onder meer wordt gerapporteerd over de resultaten van de EOF-programma's. Middelen die voor communicatie in het kader van dit Akkoord worden toegewezen, bestrijken ook de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie in verband met het EOF; en
  c) computernetwerken voor informatie-uitwisseling en andere uitgaven voor bestuurlijke of technische bijstand in verband met de programmering en de uitvoering van het EOF.
  Onder de middelen bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a), iii) en artikel 1, lid 6, vallen ook de kosten voor de administratieve ondersteuning bij de hoofdzetel van de Commissie en bij de delegaties van de Unie in verband met de programmering en het beheer van operaties die worden gefinancierd in het kader van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en het LGO-besluit.
  De middelen bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a), iii) en artikel 1, lid 6, worden niet aangewend voor de kerntaken van het Europese openbare bestuur.
  3. De middelen voor ondersteunende uitgaven ter verbetering van het effect van EOF-programma's, genoemd in artikel 1, lid 2, onder a), iii), omvatten uitgaven van de Commissie die te maken hebben met het opzetten van een algemeen kader voor resultaten en een versterkte monitoring en evaluatie van EOF-programma's vanaf 2014. De middelen zijn ook een ondersteuning voor de inspanningen die de Commissie doet om door middel van geregelde voortgangsverslagen het financieel beheer en de prognoses van het EOF te verbeteren.
Art. 6. Ressources réservées aux dépenses d'aide de la Commission liées au FED
  1. Les ressources du 11e FED couvrent les coûts des mesures d'aide. Les ressources visées à l'article 1er, paragraphe 2, point a) iii), ainsi qu'à l'article 1er, paragraphe 6, concernent les coûts liés à la programmation et à la mise en oeuvre du FED, qui ne sont pas toujours couverts par les documents stratégiques et les programmes indicatifs pluriannuels visés dans le règlement d'application à adopter en vertu de l'article 10, paragraphe 1, du présent accord. La Commission fournit tous les deux ans des informations sur la manière dont ces ressources sont dépensées et sur des efforts supplémentaires à déployer pour obtenir des économies et des gains en termes de rendement. La Commission informe préalablement les Etats membres de tous montants supplémentaires provenant du budget de l'Union pour mettre en oeuvre le FED.
  2. Les ressources affectées aux mesures d'aide peuvent couvrir les dépenses de la Commission afférentes :
  a) aux activités de préparation, de suivi, de contrôle, de tenue des comptes, d'audit et d'évaluation, notamment à l'élaboration des rapports sur les résultats, directement nécessaires à la programmation et à la mise en oeuvre des ressources du FED;
  b) à la réalisation des objectifs du FED, au moyen d'activités de recherche en matière de politique de développement, d'études, de réunions, d'actions d'information, de sensibilisation, de formation et de publication, y compris des actions d'information et de communication qui rendent notamment compte des résultats des programmes du FED. Le budget alloué à la communication au titre de l'accord couvre aussi la communication interne des priorités politiques de l'Union relatives au FED; et
  c) aux réseaux informatiques visant l'échange d'informations, ainsi que toute autre dépense d'assistance administrative ou technique servant à la programmation et à la mise en oeuvre du FED.
  Les ressources visées à l'article 1er, paragraphe 2, point a) sous iii), et à l'article 1er, paragraphe 6, comprennent également les dépenses d'appui administratif au siège et dans les délégations de l'Union engendrées par la programmation et la gestion des actions financées dans le cadre de l'accord de partenariat ACP-UE et de la décision d'association outre-mer.
  Les ressources visées à l'article 1er, paragraphe 2, point a) sous iii), et à l'article 1er, paragraphe 6, ne sont pas affectées aux tâches fondamentales du service public européen.
  3. Les ressources affectées aux mesures d'aide destinées à renforcer l'impact des programmes du FED visées à l'article 1er, paragraphe 2, point a), iii), incluent les dépenses de la Commission afférentes à la mise en oeuvre d'un cadre global axé sur les résultats ainsi que d'un suivi et d'une évaluation renforcés des programmes du FED à compter de 2014. Ces ressources appuient également les efforts déployés par la Commission pour améliorer la gestion et la programmation financière du FED par l'établissement de rapports périodiques concernant les progrès accomplis.
HOOFDSTUK II. - UITVOERING EN SLOTBEPALINGEN
CHAPITRE II. - MISE EN OEUVRE ET DISPOSITIONS FINALES
Art. 7. Bijdragen aan het elfde EOF
  1. Rekening houdend met de verwachtingen van de EIB betreffende het beheer en de verrichtingen van de investeringsfaciliteit, stelt de Commissie jaarlijks de staat vast van de vastleggingen, de betalingen en het jaarlijkse bedrag van het afroepen van de bijdragen voor het lopende en de volgende twee begrotingsjaren, en stelt zij de Raad hiervan vóór 20 oktober in kennis. Bij deze bedragen wordt uitgegaan van het vermogen om de voorgestelde middelen daadwerkelijk te besteden.
  2. Op een voorstel van de Commissie waarin wordt gespecificeerd welk deel voor de Commissie is bestemd en welk deel voor de EIB, stelt de Raad met een overeenkomstig artikel 8 bepaalde gekwalificeerde meerderheid van stemmen het maximum vast voor het jaarlijkse bedrag van de bijdrage voor het tweede jaar volgend op het voorstel van de Commissie (n+2) en, met inachtneming van het maximum van het voorgaande jaar, het jaarlijkse bedrag van het verzoek om een bijdrage voor het eerste jaar volgend op het voorstel van de Commissie (n+1).
  3. Als de overeenkomstig lid 2 vastgestelde bijdragen afwijken van de werkelijke behoeften van het elfde EOF gedurende het betrokken begrotingsjaar, dient de Commissie bij de Raad voorstellen in tot wijziging van de omvang van de bijdragen, met inachtneming van het in lid 2 bedoelde maximum. De Raad neemt hierover met een overeenkomstig artikel 8 bepaalde gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit.
  4. De verzoeken om een bijdrage mogen het in lid 2 bedoelde maximum niet overschrijden en het maximum mag niet worden verhoogd, behalve wanneer de Raad hiertoe met een overeenkomstig artikel 8 bepaalde gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit in geval van speciale behoeften ten gevolge van uitzonderlijke of niet voorziene omstandigheden zoals situaties na een crisis. De Commissie en de Raad zien er in dit geval op toe dat de bijdragen overeenkomen met de verwachte betalingen.
  5. Rekening houdend met de verwachtingen van de EIB deelt de Commissie de Raad jaarlijks vóór 20 oktober haar ramingen van de vastleggingen, betalingen en bijdragen mee voor elk van de drie volgende begrotingsjaren.
  6. Wat betreft middelen die uit eerdere EOF's zijn overgedragen naar het elfde EOF overeenkomstig artikel 1, lid 2, onder b), worden de bijdragen van iedere lidstaat berekend naar rato van de bijdrage van elke lidstaat aan het betreffende EOF.
  Wat betreft middelen van het tiende EOF en eerdere EOF's die niet worden overgeboekt naar het elfde EOF, wordt het effect daarvan op de bijdrage van iedere lidstaat berekend naar rato van de bijdrage van elke lidstaat aan het tiende EOF.
  7. De wijze van storting van de bijdragen door de lidstaten wordt vastgesteld bij het in artikel 10, lid 2, bedoelde financieel reglement.
Art. 7. Contributions au 11e FED
  1. La Commission arrête et communique au Conseil, pour le 20 octobre de chaque année au plus tard, l'état des engagements et des paiements ainsi que le montant annuel des appels de contributions pour l'exercice en cours et les deux suivants, en tenant compte des prévisions de la BEI concernant la gestion et le fonctionnement de la Facilité d'investissement. Ces montants dépendent de la capacité à débourser réellement les ressources proposées.
  2. Sur proposition de la Commission, précisant les parts respectives de la Commission et de la BEI, le Conseil se prononce, à la majorité qualifiée prévue à l'article 8, sur le plafond de la contribution annuelle pour le deuxième exercice suivant la proposition de la Commission (n+2) et, dans la limite du plafond arrêté l'année précédente, sur le montant annuel des appels de contributions relatifs au premier exercice suivant la proposition de la Commission (n+1).
  3. S'il apparaît que les contributions arrêtées conformément au paragraphe 2 s'écartent des véritables besoins du 11e FED pour l'exercice en question, la Commission propose au Conseil une modification des contributions, dans la limite du plafond visé au paragraphe 2. A cet égard, le Conseil statue alors à la majorité qualifiée prévue à l'article 8.
  4. Les appels de contributions ne peuvent dépasser le plafond visé au paragraphe 2; de même, le plafond ne peut être augmenté, à moins que le Conseil, statuant à la majorité qualifiée prévue à l'article 8, ne le décide en cas de besoins spéciaux dus à des circonstances exceptionnelles ou imprévues, par exemple au lendemain de crises. Dans ce cas, la Commission et le Conseil veillent à ce que les contributions correspondent aux paiements prévus.
  5. La Commission communique au Conseil, pour le 20 octobre de chaque année au plus tard, ses estimations des engagements, décaissements et contributions pour chacun des trois exercices suivants, en tenant compte des prévisions de la BEI.
  6. Pour les fonds transférés des FED précédents au 11e FED conformément à l'article 1er, paragraphe 2, point b), les contributions de chaque Etat membre sont calculées au prorata de sa contribution au FED concerné.
  En ce qui concerne les fonds du 10e FED et des FED précédents non transférés au 11e FED, les conséquences pour la contribution de chaque Etat membre sont calculées au prorata de sa contribution au 10eFED.
  7. Les modalités de versement des contributions des Etats membres sont déterminées par le règlement financier visé à l'article 10, paragraphe 2.
Art. 8. Het comité van het Europees Ontwikkelingsfonds
  1. Voor de door de Commissie beheerde middelen van het elfde EOF wordt bij de Commissie een comité ingesteld ("het comité van het EOF"), dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten. Het comité van het EOF staat onder voorzitterschap van een vertegenwoordiger van de Commissie. Het secretariaat wordt gevoerd door de Commissie. Een waarnemer van de EIB neemt deel aan de werkzaamheden van het comité wat betreft kwesties die betrekking hebben op de EIB.
  2. De stemmen van de lidstaten in het comité van het EOF worden als volgt gewogen :
Art. 8. Le comité du Fonds européen de développement
  1. Il est institué auprès de la Commission, pour les ressources du 11e FED qu'elle gère, un comité (ci-après dénommé "comité du FED") composé de représentants des gouvernements des Etats membres. Le comité du FED est présidé par un représentant de la Commission; son secrétariat est assuré par la Commission. Un observateur de la BEI participe aux travaux du comité pour les questions qui concernent la BEI.
  2. Les voix des Etats membres au sein du comité du FED sont affectées de la pondération suivante :
LidstaatAantal stemmen
België33
Bulgarije2
Tsjechië8
Denemarken20
Duitsland206
Estland1
Ierland9
Griekenland15
Spanje79
Frankrijk178
Kroatië (*)[2]
Italië125
Cyprus1
Letland1
Litouwen2
Luxemburg3
Hongarije6
Malta1
Nederland48
Oostenrijk24
Polen20
Portugal12
Roemenië7
Slovenië2
Slowakije4
Finland15
Zweden29
Verenigd Koninkrijk147
Totaal EU 27998
Totaal EU 28 (*)[1 000]
(*) Geraamd aantal stemmen.
LidstaatAantal stemmenBelgië33Bulgarije2Tsjechië8Denemarken20Duitsland206Estland1Ierland9Griekenland15Spanje79Frankrijk178Kroatië (*)[2]Italië125Cyprus1Letland1Litouwen2Luxemburg3Hongarije6Malta1Nederland48Oostenrijk24Polen20Portugal12Roemenië7Slovenië2Slowakije4Finland15Zweden29Verenigd Koninkrijk147Totaal EU 27998Totaal EU 28 (*)[1 000](*) Geraamd aantal stemmen.
3. Het comité van het EOF spreekt zich uit met een gekwalificeerde meerderheid van 720 stemmen op 998 stemmen, waarbij ten minste 14 lidstaten vóór moeten stemmen. De blokkerende minderheid bedraagt 279 stemmen.
  4. In geval van toetreding van een staat tot de Unie kunnen de in lid 2 genoemde weging, alsmede de in lid 3 vermelde gekwalificeerde meerderheid van stemmen bij een met eenparigheid van stemmen genomen besluit van de Raad worden gewijzigd.
  5. De Raad stelt het reglement van orde van het comité van het EOF vast bij een door de Raad op basis van een voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen genomen besluit.
Etat membreVoix
Belgique33
Bulgarie2
République tchèque8
Danemark20
Allemagne206
Estonie1
Irlande9
Grèce15
Espagne79
France178
Croatie (*)[2]
Italie125
Chypre1
Lettonie1
Lituanie2
Luxembourg3
Hongrie6
Malte1
Pays-Bas48
Autriche24
Pologne20
Portugal12
Roumanie7
Slovénie2
Slovaquie4
Finlande15
Suède29
Royaume-Uni147
Total UE 27998
Total UE 28 (*)[1 000]
(*) Vote estimé.
Etat membreVoixBelgique33Bulgarie2République tchèque8Danemark20Allemagne206Estonie1Irlande9Grèce15Espagne79France178Croatie (*)[2]Italie125Chypre1Lettonie1Lituanie2Luxembourg3Hongrie6Malte1Pays-Bas48Autriche24Pologne20Portugal12Roumanie7Slovénie2Slovaquie4Finlande15Suède29Royaume-Uni147Total UE 27998Total UE 28 (*)[1 000](*) Vote estimé.
3. Le comité du FED statue à la majorité qualifiée de 720 voix sur 998, exprimant le vote favorable d'au moins quatorze Etats membres. La minorité de blocage est de 279 voix.
  4. Dans le cas où un Etat adhérerait à l'Union, la pondération prévue au paragraphe 2 et la majorité qualifiée visée au paragraphe 3 seraient modifiées par décision du Conseil, statuant à l'unanimité.
  5. Le Conseil, statuant à l'unanimité sur proposition de la Commission, adopte le règlement intérieur du comité du FED.
Art. 9. Het comité van de investeringsfaciliteit
  1. Onder auspiciën van de EIB wordt een comité ("het comité van de investeringsfaciliteit") ingesteld, dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten en een vertegenwoordiger van de Commissie. De EIB draagt zorg voor het secretariaat en de ondersteunende dienstverlening van het comité. De voorzitter van het comité van de investeringsfaciliteit wordt gekozen door en onder de leden van het comité van de investeringsfaciliteit.
  2. De Raad stelt met eenparigheid van stemmen het reglement van orde van het comité van de investeringsfaciliteit vast. Het comité van de investeringsfaciliteit besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
  3. De stemmen worden gewogen zoals bepaald in artikel 8, leden 2 en 3.
Art. 9. Le comité de la Facilité d'investissement
  1. Un comité (ci-après dénommé "comité de la Facilité d'investissement"), composé de représentants des gouvernements des Etats membres et d'un représentant de la Commission, est créé sous l'égide de la BEI. La BEI assure le secrétariat du comité et met à sa disposition des services d'appui. Le président du comité de la Facilité d'investissement est élu par et parmi les membres du comité.
  2. Le Conseil, statuant à l'unanimité, adopte le règlement intérieur du comité de la Facilité d'investissement.
  3. Le comité de la Facilité d'investissement statue à la majorité qualifiée, conformément à l'article 8, paragraphes 2 et 3.
Art. 10. Uitvoeringsbepalingen
  1. Onverminderd artikel 8 van dit Akkoord en het op grond daarvan bepaalde stemrecht van de lidstaten blijven alle relevante bepalingen van Verordening (EG) nr. 617/2007 van de Raad van 14 mei 2007 inzake de uitvoering van het tiende Europees Ontwikkelingsfonds uit hoofde van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst (9) en van Verordening (EG) nr. 2304/2002 van de Commissie van 20 december 2002 houdende uitvoering van Besluit 2001/822/EG van de Raad (10) betreffende de associatie van de LGO van kracht, zolang de Raad geen verordening heeft vastgesteld voor de uitvoering van het elfde EOF ("de uitvoeringsverordening van het elfde EOF") en de uitvoeringsvoorschriften van het LGO-besluit door de Raad niet zijn vastgesteld. De uitvoeringsverordening voor het elfde EOF wordt op basis van een voorstel van de Commissie en na raadpleging van de EIB met eenparigheid van stemmen vastgesteld. De uitvoeringsvoorschriften voor de financiële steun van de Unie aan de LGO worden vastgesteld na vaststelling van het nieuwe LGO-besluit door de Raad met eenparigheid van stemmen en na raadpleging van het Europees Parlement.
  De uitvoeringsverordening van het elfde EOF en de uitvoeringsvoorschriften van het LGO-besluit bevatten passende aanpassingen en verbeteringen van de programmerings- en besluitvormingsprocedures, teneinde de procedures van de EU en het EOF zo veel mogelijk verder op elkaar af te stemmen. De uitvoeringsverordening van het elfde EOF handhaaft voorts bijzondere beheersprocedures voor de vredesfaciliteit. Aangezien de financiële en technische steun voor de uitvoering van artikel 11ter van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst zal worden gefinancierd uit andere specifieke instrumenten dan de voor de financiering van de ACS-EU-samenwerking bestemde instrumenten, moeten volgens deze bepalingen ontwikkelde activiteiten op grond van vooraf gespecificeerde begrotingsbeheersprocedures worden goedgekeurd.
  De uitvoeringsverordening van het elfde EOF behelst passende maatregelen om de gezamenlijke financiering mogelijk te maken van kredieten uit het elfde EOF en uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, ten behoeve van projecten voor samenwerking tussen de ultraperifere gebieden van de Unie en de ACS-staten, alsmede de LGO's in het Caribisch gebied, West-Afrika en de Indische Oceaan, meer bepaald vereenvoudigde mechanismen voor gezamenlijk projectbeheer.
  2. De Raad stelt met een overeenkomstig artikel 8 bepaalde gekwalificeerde meerderheid een financieel reglement vast op basis van een voorstel van de Commissie en na advies van de EIB inzake de voor haar relevante bepalingen en een advies van de Rekenkamer.
  3. De in de leden 1 en 2 bedoelde voorstellen voor verordeningen van de Commissie voorzien in de mogelijkheid om onder meer uitvoeringstaken te delegeren aan derden.
Art. 10. Dispositions d'application
  1. Sans préjudice de l'article 8 du présent accord et des droits de vote des Etats membres qui y sont visés, toutes les dispositions pertinentes du Règlement (CE) n° 617/2007 du Conseil du 14 mai 2007 relatif à la mise en oeuvre du 10eFonds européen de développement dans le cadre de l'accord de partenariat ACP-CE (9) et du Règlement (CE) n° 2304/2002 de la Commission du 20 décembre 2002 portant application de la Décision 2001/822/CE du Conseil (10), concernant l'assistance aux PTOM, restent en vigueur dans l'attente de l'adoption, par le Conseil, d'un règlement portant application du 11e FED (ci-après dénommé "règlement portant application du 11e FED") et de modalités d'application de la décision d'association outre-mer. Le règlement portant application du 11e FED est adopté à l'unanimité, sur proposition de la Commission et après consultation de la BEI. Les modalités d'application relatives à l'assistance financière de l'Union aux PTOM sont adoptées à la suite de l'adoption d'une nouvelle décision d'association outre-mer par le Conseil, statuant à l'unanimité et en concertation avec le Parlement européen.
  Le règlement portant application du 11e FED et les modalités d'application de la décision d'association outre-mer contiennent les modifications et améliorations nécessaires aux procédures de programmation et de décision, assurant, autant que possible, une harmonisation accrue des procédures de l'Union et du 11e FED. Le règlement portant application du 11e FED maintient, en outre, des procédures de gestion particulières pour l'instrument financier pourla paix en Afrique. Etant donné que l'aide financière et l'assistance technique pour la mise en oeuvre de l'article 11 ter de l'accord de partenariat ACP-UE seront financées par des instruments spécifiques autres que ceux prévus pour le financement de la coopération ACP-UE, les activités menées en vertu de ces dispositions doivent être approuvées au moyen de procédures de gestion budgétaire arrêtées à l'avance.
  Le règlement portant application oeuvre du 11e FED contient des mesures permettant de compléter le financement de crédits du 11e FED et du Fonds européen de développement régional en vue de financer des projets de coopération entre les régions ultrapériphériques de l'Union et les Etats ACP, ainsi qu'avec les PTOM, dans les Caraïbes, en Afrique de l'Ouest et dans l'océan Indien, notamment des mécanismes simplifiés pour la gestion conjointe de ces projets.
  2. Un règlement financier est adopté par le Conseil statuant à la majorité qualifiée prévue à l'article 8, sur proposition de la Commission et après avis de la BEI sur les dispositions qui la concernent, et de la Cour des comptes.
  3. La Commission établira ses propositions de règlements visés aux paragraphes 1 et 2 en prévoyant, entre autres, la possibilité de faire exécuter les tâches par des tiers.
Art. 11. Financiële uitvoering, boekhouding, controle en kwijting
  1. De Commissie draagt zorg voor de financiële tenuitvoerlegging van de middelen die zij beheert en meer bepaald voor de financiële uitvoering van de projecten en programma's overeenkomstig het financieel reglement als bedoeld in artikel 10, lid 2. De besluiten van de Commissie met betrekking tot de terugvordering van te veel betaalde bedragen vormen executoriale titel binnen het rechtsgebied bedoeld in artikel 299 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
  2. Namens de Unie beheert de EIB de investeringsfaciliteit en voert zij in dat kader verrichtingen uit, overeenkomstig het in artikel 10, lid 2, bedoelde financieel reglement. De EIB handelt hierbij voor risico van de lidstaten. Alle daaruit voortvloeiende rechten komen de lidstaten toe, met name in de hoedanigheid van schuldeiser of eigenaar.
  3. De EIB draagt overeenkomstig haar statuten en beste bankpraktijken zorg voor de financiële uitvoering van de verrichtingen in verband met de in artikel 4 bedoelde leningen uit eigen middelen, in voorkomend geval gecombineerd met rentesubsidies uit de subsidiemiddelen van het EOF.
  4. Voor elk begrotingsjaar stelt de Commissie de rekeningen van het EOF op, keurt deze goed en zendt deze aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.
  5. De EIB doet jaarlijks aan de Commissie en de Raad haar jaarverslag toekomen over de uitvoering van de verrichtingen die zijn gefinancierd uit de door de EIB beheerde middelen van het EOF.
  6. Overeenkomstig lid 9 van dit artikel oefent de Rekenkamer ten aanzien van de verrichtingen van het EOF haar bevoegdheden op grond van artikel 287 van het VWEU uit. De wijze waarop dit geschiedt, wordt bepaald in het in artikel 10, lid 2, bedoelde financieel reglement.
  7. Voor het financiële beheer van het EOF, met uitzondering van door de EIB beheerde verrichtingen, wordt de Commissie kwijting verleend door het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad, die daarover besluit met een overeenkomstig artikel 8 bepaalde gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
  8. Voor de uit de middelen van het EOF gefinancierde verrichtingen die door de EIB worden beheerd, gelden de controle- en kwijtingsprocedures zoals die voor alle verrichtingen van de EIB in haar statuten zijn vastgelegd.
Art. 11. Exécution financière, comptes, audit et décharge
  1. La Commission assure l'exécution financière des enveloppes qu'elle gère, et notamment celle des projets et programmes, conformément au règlement financier visé à l'article 10, paragraphe 2. Aux fins du recouvrement des montants indûment versés, les décisions de la Commission sont applicables conformément à l'article 299 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne (TFUE).
  2. La BEI gère la Facilité d'investissement et dirige les opérations s'inscrivant dans ce cadre pour le compte de l'Union, conformément aux modalités fixées par le règlement financier visé à l'article 10, paragraphe 2. Ce faisant, la BEI agit aux risques des Etats membres. Les droits découlant de ces opérations, notamment à titre de créancier ou propriétaire, sont exercés par les Etats membres.
  3. La BEI assure, conformément à ses statuts et à ses meilleures pratiques bancaires, l'exécution financière des opérations au moyen de prêts sur ses ressources propres visées à l'article 4, assortis le cas échéant de bonifications d'intérêts accordées sur les ressources du FED.
  4. Pour chaque exercice, la Commission établit et valide les comptes du FED et les envoie au Parlement européen, au Conseil et à la Cour des Comptes.
  5. La BEI adresse chaque année à la Commission et au Conseil son rapport annuel sur l'exécution des opérations financées par les ressources du FED dont elle assure la gestion.
  6. Sous réserve des dispositions du paragraphe 9 du présent article, la Cour des comptes exerce également les pouvoirs qui lui sont dévolus par l'article 287 du TFUE pour ce qui est des opérations du FED. Les conditions dans lesquelles la Cour des comptes exerce ses pouvoirs sont arrêtées dans le règlement financier visé à l'article 10, paragraphe 2.
  7. La décharge de la gestion financière du FED, à l'exclusion des opérations gérées par la BEI, est donnée à la Commission par le Parlement européen sur recommandation du Conseil, qui statue à la majorité qualifiée prévue à l'article 8.
  8. Les opérations financées sur les ressources du FED dont la BEI assure la gestion font l'objet des procédures de contrôle et de décharge prévues par les statuts de la BEI pour l'ensemble de ses opérations.
Art. 12. Herzieningsclausule
  Artikel 1, lid 3, en de artikelen van hoofdstuk II, met uitzondering van artikel 8, kunnen door de Raad met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie worden gewijzigd. De EIB sluit zich aan bij het voorstel van de Commissie betreffende aangelegenheden die verband houden met haar activiteiten en die van de investeringsfaciliteit.
Art. 12. Clause de révision
  L'article 1er, paragraphe 3, et les articles contenus dans le chapitre 2, à l'exception de l'article 8, peuvent être modifiés par le Conseil statuant à l'unanimité sur proposition de la Commission. La BEI est associée à la proposition de la Commission pour les questions relatives à ses activités et aux opérations de la Facilité d'investissement.
Art. 13. Europese Dienst voor extern optreden
  Dit Akkoord wordt toegepast in overeenstemming met Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese dienst voor extern optreden.
Art. 13. Service européen pour l'action extérieure
  L'application du présent accord doit être conforme à la Décision 2010/427/UE du Conseil du 26 juillet 2010 fixant l'organisation et le fonctionnement du service européen pour l'action extérieure.
Art. 14. Ratificatie, inwerkingtreding en looptijd
  1. Dit Akkoord wordt door elke lidstaat goedgekeurd overeenkomstig zijn eigen grondwettelijke voorschriften. De regering van elke lidstaat stelt het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie in kennis van de voltooiing van de procedures die voor de inwerkingtreding van dit Akkoord zijn vereist.
  2. Dit Akkoord treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de laatste lidstaat kennis geeft van goedkeuring van dit Akkoord.
  3. Dit Akkoord wordt gesloten voor dezelfde duur als het meerjarig financieel kader voor 2014-2020 dat is gehecht aan de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, en als het LGO-besluit (2014-2020). Onverminderd artikel 1, lid 4, blijft dit Akkoord echter van kracht voor zover dit nodig is voor de volledige uitvoering van alle uit hoofde van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en het LGO-besluit en binnen het genoemde meerjarig financieel kader gefinancierde verrichtingen.
Art. 14. Ratification, entrée en vigueur et durée
  1. Le présent accord est approuvé par chaque Etat membre conformément aux règles constitutionnelles qui lui sont propres. Le gouvernement de chaque Etat membre notifie au Secrétariat général du Conseil de l'Union européenne l'accomplissement des procédures requises pour l'entrée en vigueur du présent accord.
  2. Le présent accord entre en vigueur le premier jour du deuxième mois suivant la notification de son approbation par le dernier Etat membre.
  3. Le présent accord est conclu pour une durée identique à celle du cadre financier pluriannuel pour la période 2014-2020 annexé à l'accord de partenariat ACP-UE et à celle de la décision d'association outre-mer (2014-2020). Toutefois, sans préjudice de l'article 1er, paragraphe 4, il reste en vigueur dans la mesure nécessaire à l'exécution intégrale de toutes les opérations financées au titre de l'accord de partenariat ACP-UE, de la décision d'association outre-mer et du cadre financier pluriannuel.
Art. 15. Authentieke talen
  Dit Akkoord, opgesteld in een exemplaar in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt nedergelegd in het archief van het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie, dat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toezendt aan de regering van elk der ondertekenende lidstaten.
Art. 15. Langues faisant foi
  Le présent accord, rédigé en un exemplaire original unique en langues allemande, anglaise, bulgare, danoise, espagnole, estonienne, finnoise, française, grecque, hongroise, italienne, lettone, lituanienne, maltaise, néerlandaise, polonaise, portugaise, roumaine, slovaque, slovène, suédoise et tchèque, tous ces textes faisant également foi, est déposé dans les archives du Secrétariat général du Conseil de l'Union européenne, qui en remet une copie certifiée au gouvernement de chaque Etat signataire.
  Nota's
  (1) PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.
  (2) PB L 287 van 28.10.2005, blz. 4.
  (3) PB L 287 van 4.11.2010, blz. 3.
  (4) PB L 247 van 9.9.2006, blz. 32.
  (5) PB L 314 van 30.11.2001, blz. 1.
  (6) PB C 46 van 24.2.2006, blz. 1.
  (7) PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30.
  (8) Besluit 2005/446/EG van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen op 30 mei 2005 tot vaststelling van de uiterste datum waarop betalingsverplichtingen uit hoofde van het negende Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) kunnen worden aangegaan (PB L 156 van 18.6.2005, blz. 19).
  (9) PB L 152 van 13.6.2007, blz. 1.
  (10) PB L 348 van 21.12.2002, blz. 82.
  Notes
  (1) JO L 317 du 15.12.2000, p. 3.
  (2) JO L 287 du 28.10.2005, p. 4.
  (3) JO L 287 du 4.11.2010, p. 3.
  (4) JO L 247 du 9.9.2006, p. 32.
  (5) JO L 314 du 30.11.2001, p. 1.
  (6) JO C 46 du 24.2.2006, p. 1.
  (7) JO L 201 du 3.8.2010, p. 30.
  (8) Décision des représentants des gouvernements des Etats membres, réunis au sein du Conseil, du 30 mai 2005 fixant la date limite d'engagement des fonds du 9e Fonds européen de développement (FED) (JO L 156 du 18.6.2002, p. 19).
  (9) JO L 152 du 13.6.2007, p. 1.
  (10) JO L 348 du 21.12.2002, p. 82.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. LidStaten
Art. N. Etats liés
Staten/Organisaties Datum Authentificatie Type instemming Datum instemming Datum interne inwerkingtreding
BULGARIJE 26/06/2013 Kennisgeving 13/11/2013  
België 24/06/2013 Kennisgeving 06/06/2014 
CYPRUS 24/06/2013 Kennisgeving 26/11/2013  
DENEMARKEN 24/06/2013 Kennisgeving 08/10/2013  
DUITSLAND 24/06/2013 Kennisgeving   
ESTLAND 24/06/2013 Kennisgeving 10/06/2014 
FINLAND 24/06/2013 Kennisgeving   
FRANKRIJK 24/06/2013 Kennisgeving   
GRIEKENLAND 24/06/2013 Kennisgeving   
HONGARIJE 24/06/2013 Kennisgeving 20/06/2014 
IERLAND 24/06/2013 Kennisgeving   
ITALIE 24/06/2013Kennisgeving   
KROATIE  Toetreding 01/07/2013  
LETLAND 24/06/2013 Kennisgeving 09/04/2014  
LITOUWEN 24/06/2013 Kennisgeving 23/05/2014  
LUXEMBURG 24/06/2013 Kennisgeving 02/06/2014  
MALTA 24/06/2013 Kennisgeving 05/05/2014  
NEDERLAND 24/06/2013 Kennisgeving   
OOSTENRIJK 24/06/2013 Kennisgeving 11/06/2014 
POLEN 24/06/2013 Kennisgeving 15/07/2014 
PORTUGAL 24/06/2013 Kennisgeving   
ROEMENIE 24/06/2013 Kennisgeving 06/05/2014  
SLOVAKIJE 24/06/2013 Kennisgeving 10/04/2014  
SLOVENIE 24/06/2013 Kennisgeving 20/03/2014  
SPANJE 24/06/2013 Kennisgeving 06/12/2013  
TSJECHISCHE REP. 24/06/2013 Kennisgeving 21/01/2014  
VERENIGD KONINKRIJK 24/06/2013 Kennisgeving 13/05/2014  
ZWEDEN 24/06/2013 Kennisgeving 03/02/2014
Staten/Organisaties Datum Authentificatie Type instemming Datum instemming Datum interne inwerkingtredingBULGARIJE 26/06/2013 Kennisgeving 13/11/2013 België 24/06/2013 Kennisgeving 06/06/2014CYPRUS 24/06/2013 Kennisgeving 26/11/2013 DENEMARKEN 24/06/2013 Kennisgeving 08/10/2013 DUITSLAND 24/06/2013 Kennisgeving ESTLAND 24/06/2013 Kennisgeving 10/06/2014FINLAND 24/06/2013 Kennisgeving FRANKRIJK 24/06/2013 Kennisgeving GRIEKENLAND 24/06/2013 Kennisgeving HONGARIJE 24/06/2013 Kennisgeving 20/06/2014IERLAND 24/06/2013 Kennisgeving ITALIE 24/06/2013Kennisgeving KROATIE Toetreding 01/07/2013 LETLAND 24/06/2013 Kennisgeving 09/04/2014 LITOUWEN 24/06/2013 Kennisgeving 23/05/2014 LUXEMBURG 24/06/2013 Kennisgeving 02/06/2014 MALTA 24/06/2013 Kennisgeving 05/05/2014 NEDERLAND 24/06/2013 Kennisgeving OOSTENRIJK 24/06/2013 Kennisgeving 11/06/2014POLEN 24/06/2013 Kennisgeving 15/07/2014PORTUGAL 24/06/2013 Kennisgeving ROEMENIE 24/06/2013 Kennisgeving 06/05/2014 SLOVAKIJE 24/06/2013 Kennisgeving 10/04/2014 SLOVENIE 24/06/2013 Kennisgeving 20/03/2014 SPANJE 24/06/2013 Kennisgeving 06/12/2013 TSJECHISCHE REP. 24/06/2013 Kennisgeving 21/01/2014 VERENIGD KONINKRIJK 24/06/2013 Kennisgeving 13/05/2014 ZWEDEN 24/06/2013 Kennisgeving 03/02/2014
Etats / Organisations Date Authentification Type de consentement Date Consentement Entrée Vigueur locale
ALLEMAGNE 24/06/2013 Notification   
AUTRICHE 24/06/2013 Notification 11/06/2014 
BELGIQUE 24/06/2013 Notification 06/06/2014 
BULGARIE 26/06/2013 Notification 13/11/2013  
CHYPRE 24/06/2013 Notification 26/11/2013  
CROATIE  Adhésion 01/07/2013  
DANEMARK 24/06/2013 Notification 08/10/2013  
ESPAGNE 24/06/2013 Notification 06/12/2013  
ESTONIE 24/06/2013 Notification 10/06/2014 
FINLANDE 24/06/2013 Notification   
FRANCE 24/06/2013 Notification   
GRECE 24/06/2013 Notification   
HONGRIE 24/06/2013 Notification 20/06/2014 
IRLANDE 24/06/2013 Notification   
ITALIE 24/06/2013 Notification   
LETTONIE 24/06/2013 Notification 09/04/2014  
LITUANIE 24/06/2013 Notification 23/05/2014  
LUXEMBOURG 24/06/2013 Notification 02/06/2014  
MALTE 24/06/2013 Notification 05/05/2014  
PAYS-BAS 24/06/2013 Notification   
POLOGNE 24/06/2013 Notification 15/07/2014 
PORTUGAL 24/06/2013 Notification   
ROUMANIE 24/06/2013 Notification 06/05/2014  
ROYAUME-UNI 24/06/2013 Notification 13/05/2014  
SLOVAQUIE 24/06/2013 Notification 10/04/2014  
SLOVENIE 24/06/2013 Notification 20/03/2014  
SUEDE 24/06/2013 Notification 03/02/2014  
TCHEQUE REP. 24/06/2013 Notification 21/01/2014
Etats / Organisations Date Authentification Type de consentement Date Consentement Entrée Vigueur localeALLEMAGNE 24/06/2013 Notification AUTRICHE 24/06/2013 Notification 11/06/2014BELGIQUE 24/06/2013 Notification 06/06/2014BULGARIE 26/06/2013 Notification 13/11/2013 CHYPRE 24/06/2013 Notification 26/11/2013 CROATIE Adhésion 01/07/2013 DANEMARK 24/06/2013 Notification 08/10/2013 ESPAGNE 24/06/2013 Notification 06/12/2013 ESTONIE 24/06/2013 Notification 10/06/2014FINLANDE 24/06/2013 Notification FRANCE 24/06/2013 Notification GRECE 24/06/2013 Notification HONGRIE 24/06/2013 Notification 20/06/2014IRLANDE 24/06/2013 Notification ITALIE 24/06/2013 Notification LETTONIE 24/06/2013 Notification 09/04/2014 LITUANIE 24/06/2013 Notification 23/05/2014 LUXEMBOURG 24/06/2013 Notification 02/06/2014 MALTE 24/06/2013 Notification 05/05/2014 PAYS-BAS 24/06/2013 Notification POLOGNE 24/06/2013 Notification 15/07/2014PORTUGAL 24/06/2013 Notification ROUMANIE 24/06/2013 Notification 06/05/2014 ROYAUME-UNI 24/06/2013 Notification 13/05/2014 SLOVAQUIE 24/06/2013 Notification 10/04/2014 SLOVENIE 24/06/2013 Notification 20/03/2014 SUEDE 24/06/2013 Notification 03/02/2014 TCHEQUE REP. 24/06/2013 Notification 21/01/2014