Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 MAART 2014. - Wet tot wijziging van de wet van 19 december 1950 tot instelling van Orde der Dierenartsen
Titre
19 MARS 2014. - Loi modifiant la loi du 19 décembre 1950 créant l'Ordre des Médecins Vétérinaires
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (24)
Texte (24)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art. 2. Artikel 2 van de wet van 19 december 1950 tot instelling van de Orde der Dierenartsen, wordt vervangen als volgt:
"Art. 2. § 1. De Orde van Dierenartsen bestaat uit :
1° ieder natuurlijk persoon die een diploma, certificaat of andere titel bezit die toelaat om op het grondgebied de diergeneeskunde uit te oefenen, hierna te noemen de dierenarts, die er de diergeneeskunde wil uitoefenen en die een inschrijving heeft bekomen op een van de in artikel 5 bedoelde lijsten van de dierenartsen;
2° ieder diergeneeskundig rechtspersoon die een inschrijving heeft bekomen op een van de in artikel 5 bedoelde lijsten van de diergeneeskundige rechtspersonen.
De diergeneeskundige rechtspersoon is de rechtspersoon die beschikt over rechtspersoonlijkheid, met een maatschappelijke zetel en bij ontstentenis ervan met een uitbatingszetel in België en die geregistreerd is bij de Kruispuntbank van Ondernemingen met een ondernemingsnummer en die aan volgende voorwaarden voldoet:
1° alle zaakvoerders, bestuurders, leden van het directiecomité zijn natuurlijke personen die ertoe gemachtigd werden het beroep van dierenarts uit te oefenen overeenkomstig artikel 4 van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde;
2° zijn doel en activiteit zijn beperkt tot het verlenen van diensten die behoren tot de uitoefening van het beroep van dierenarts en mogen hiermee niet onverenigbaar zijn;
3° indien hij is opgericht in de vorm van een naamloze vennootschap of een commanditaire vennootschap op aandelen, zijn zijn aandelen op naam;
4° de aandelen of deelbewijzen alsook de stemrechten zijn rechtstreeks of onrechtstreeks in het bezit van dierenartsen die de diergeneeskunde uitoefenen binnen de diergeneeskundige rechtspersoon. Nochtans kan 33 % van de aandelen en deelbewijzen in het bezit zijn van rechthebbenden van dierenartsen-vennoten, van andere dierenartsen of van diergeneeskundige rechtspersonen;
5° de diergeneeskundige rechtspersoon mag geen aandelen bezitten in andere vennootschappen of rechtspersonen waarvan het maatschappelijk doel of de activiteiten onverenigbaar kunnen zijn met de uitoefening van de diergeneeskunde.
Als de rechtspersoon niet meer voldoet aan de vereiste voorwaarden om zijn inschrijving op de lijst van de Orde te behouden, beschikt hij over een termijn van zes maanden om zich in regel te stellen met die voorwaarden. Deze termijn kan verlengd worden door de bevoegde gewestelijke raad.
§ 2. De dierenartsen verkrijgen voorafgaand aan de effectieve uitoefening van de diergeneeskunde hun inschrijving op een van de in artikel 5 bedoelde lijsten van de dierenartsen. Ze vragen hun inschrijving aan de bevoegde gewestelijke raad in functie van hun administratieve beroepsverblijfplaats. De administratieve beroepsverblijfplaats van een natuurlijk persoon is de uitbatingszetel van zijn diergeneeskundige beroepsactiviteit in België die kan hetzelfde zijn als zijn wettelijke verblijfplaats. Alle dierenartsen die hun inschrijving op een van de lijsten van de Orde vragen, delen terzelfdertijd het adres van hun wettelijke verblijfplaats mee.
De dierenartsen die wettelijk gevestigd zijn in een andere lidstaat van de Europese Unie voor het uitoefenen van de diergeneeskunde en die tijdelijk of occasioneel willen uitoefenen in België vragen hun inschrijving in het in artikel 5 bedoelde speciale register onder de voorwaarden en volgens de door de Koning vastgelegde nadere regels.
§ 3. De diergeneeskundige rechtspersonen verkrijgen voorafgaand aan de effectieve uitoefening hun inschrijving op een van de in artikel 5 bedoelde lijsten van de diergeneeskundige rechtspersonen. Ze vragen hun inschrijving aan de bevoegde gewestelijke raad in functie van hun maatschappelijke zetel of bij gebrek daaraan van hun uitbatingszetel in België.
§ 4. De bevoegde gewestelijke raad van de Orde kan een inschrijving op een van de lijsten van de Orde enkel weigeren indien de aanvrager op het ogenblik van zijn aanvraag tijdelijk of definitief het verbod in België of in het land van oorsprong opgelegd gekregen heeft om de diergeneeskunde uit te oefenen.
De aanvrager die bij zijn aanvraag blijft, kan eisen in persoon door de raad van de Orde te worden gehoord. Hij heeft het recht zich door een of meer raadslieden te doen bijstaan. De raad van de Orde wijst een met redenen omklede uitspraak. De in deze wet bepaalde regels van territoriale bevoegdheid, die met betrekking tot het taalgebruik alsmede die in zake hoger beroep en voorziening in cassatie, worden eveneens in acht genomen.".
"Art. 2. § 1. De Orde van Dierenartsen bestaat uit :
1° ieder natuurlijk persoon die een diploma, certificaat of andere titel bezit die toelaat om op het grondgebied de diergeneeskunde uit te oefenen, hierna te noemen de dierenarts, die er de diergeneeskunde wil uitoefenen en die een inschrijving heeft bekomen op een van de in artikel 5 bedoelde lijsten van de dierenartsen;
2° ieder diergeneeskundig rechtspersoon die een inschrijving heeft bekomen op een van de in artikel 5 bedoelde lijsten van de diergeneeskundige rechtspersonen.
De diergeneeskundige rechtspersoon is de rechtspersoon die beschikt over rechtspersoonlijkheid, met een maatschappelijke zetel en bij ontstentenis ervan met een uitbatingszetel in België en die geregistreerd is bij de Kruispuntbank van Ondernemingen met een ondernemingsnummer en die aan volgende voorwaarden voldoet:
1° alle zaakvoerders, bestuurders, leden van het directiecomité zijn natuurlijke personen die ertoe gemachtigd werden het beroep van dierenarts uit te oefenen overeenkomstig artikel 4 van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde;
2° zijn doel en activiteit zijn beperkt tot het verlenen van diensten die behoren tot de uitoefening van het beroep van dierenarts en mogen hiermee niet onverenigbaar zijn;
3° indien hij is opgericht in de vorm van een naamloze vennootschap of een commanditaire vennootschap op aandelen, zijn zijn aandelen op naam;
4° de aandelen of deelbewijzen alsook de stemrechten zijn rechtstreeks of onrechtstreeks in het bezit van dierenartsen die de diergeneeskunde uitoefenen binnen de diergeneeskundige rechtspersoon. Nochtans kan 33 % van de aandelen en deelbewijzen in het bezit zijn van rechthebbenden van dierenartsen-vennoten, van andere dierenartsen of van diergeneeskundige rechtspersonen;
5° de diergeneeskundige rechtspersoon mag geen aandelen bezitten in andere vennootschappen of rechtspersonen waarvan het maatschappelijk doel of de activiteiten onverenigbaar kunnen zijn met de uitoefening van de diergeneeskunde.
Als de rechtspersoon niet meer voldoet aan de vereiste voorwaarden om zijn inschrijving op de lijst van de Orde te behouden, beschikt hij over een termijn van zes maanden om zich in regel te stellen met die voorwaarden. Deze termijn kan verlengd worden door de bevoegde gewestelijke raad.
§ 2. De dierenartsen verkrijgen voorafgaand aan de effectieve uitoefening van de diergeneeskunde hun inschrijving op een van de in artikel 5 bedoelde lijsten van de dierenartsen. Ze vragen hun inschrijving aan de bevoegde gewestelijke raad in functie van hun administratieve beroepsverblijfplaats. De administratieve beroepsverblijfplaats van een natuurlijk persoon is de uitbatingszetel van zijn diergeneeskundige beroepsactiviteit in België die kan hetzelfde zijn als zijn wettelijke verblijfplaats. Alle dierenartsen die hun inschrijving op een van de lijsten van de Orde vragen, delen terzelfdertijd het adres van hun wettelijke verblijfplaats mee.
De dierenartsen die wettelijk gevestigd zijn in een andere lidstaat van de Europese Unie voor het uitoefenen van de diergeneeskunde en die tijdelijk of occasioneel willen uitoefenen in België vragen hun inschrijving in het in artikel 5 bedoelde speciale register onder de voorwaarden en volgens de door de Koning vastgelegde nadere regels.
§ 3. De diergeneeskundige rechtspersonen verkrijgen voorafgaand aan de effectieve uitoefening hun inschrijving op een van de in artikel 5 bedoelde lijsten van de diergeneeskundige rechtspersonen. Ze vragen hun inschrijving aan de bevoegde gewestelijke raad in functie van hun maatschappelijke zetel of bij gebrek daaraan van hun uitbatingszetel in België.
§ 4. De bevoegde gewestelijke raad van de Orde kan een inschrijving op een van de lijsten van de Orde enkel weigeren indien de aanvrager op het ogenblik van zijn aanvraag tijdelijk of definitief het verbod in België of in het land van oorsprong opgelegd gekregen heeft om de diergeneeskunde uit te oefenen.
De aanvrager die bij zijn aanvraag blijft, kan eisen in persoon door de raad van de Orde te worden gehoord. Hij heeft het recht zich door een of meer raadslieden te doen bijstaan. De raad van de Orde wijst een met redenen omklede uitspraak. De in deze wet bepaalde regels van territoriale bevoegdheid, die met betrekking tot het taalgebruik alsmede die in zake hoger beroep en voorziening in cassatie, worden eveneens in acht genomen.".
Art. 2. L'article 2 de la loi du 19 décembre 1950 créant l'Ordre des Médecins vétérinaires est remplacé par ce qui suit :
"Art. 2. § 1er. L'Ordre des Médecins Vétérinaires comprend :
1° toute personne physique qui détient un diplôme, certificat ou autre titre permettant d'exercer la médecine vétérinaire sur le territoire, dénommée ci-après médecin vétérinaire, qui désire y exercer la médecine vétérinaire et qui a obtenu son inscription à l'un des tableaux des médecins vétérinaires visés à l'article 5;
2° toute personne morale vétérinaire qui a obtenu son inscription à l'un des tableaux des personnes morales vétérinaires visés à l'article 5.
La personne morale vétérinaire est la personne morale disposant d'une personnalité juridique, ayant un siège social ou à défaut un siège d'exploitation en Belgique, enregistrée avec un numéro d'entreprise auprès de la Banque-Carrefour des Entreprises et répondant aux conditions suivantes :
1° tous les gérants, administrateurs, membres du comité de direction sont des personnes physiques autorisées à exercer la profession de médecin vétérinaire conformément à l'article 4 de la loi du 28 août 1991 sur l'exercice de la médecine vétérinaire;
2° son objet et son activité sont limités à la prestation de services relevant de l'exercice de la profession de vétérinaire et ne peuvent pas être incompatibles avec celle-ci;
3° si elle est constituée sous la forme d'une société anonyme ou d'une société en commandite par actions, ses actions sont nominatives;
4° les parts ou actions ainsi que les droits de vote sont détenus directement ou indirectement par des médecins vétérinaires exerçant la médecine vétérinaire au sein de la personne morale vétérinaire. Cependant, 33 % des parts ou actions peuvent être détenues par des ayants droits des médecins vétérinaires sociétaires, par d'autres médecins vétérinaires ou par des personnes morales vétérinaires;
5° la personne morale vétérinaire ne peut détenir de participations dans d'autres sociétés ou personnes morales dont l'objet social ou les activités peuvent être incompatibles avec l'exercice de la médecine vétérinaire.
Si la personne morale ne répond plus aux conditions requises pour conserver son inscription au tableau de l'Ordre, elle dispose d'un délai de six mois pour se mettre en conformité avec ces conditions. Ce délai peut être prolongé par le conseil régional compétent.
§ 2. Les médecins vétérinaires obtiennent préalablement à l'exercice effectif de la médecine vétérinaire leur inscription à l'un des tableaux des médecins vétérinaires visés à l'article 5. Ils demandent leur inscription au conseil régional compétent à raison de leur domicile professionnel administratif. Le domicile professionnel administratif d'une personne physique est le siège d'exploitation de son activité professionnelle vétérinaire en Belgique qui peut être confondu avec son domicile légal. Tous les médecins vétérinaires qui demandent leur inscription à l'un des tableaux de l'Ordre communiquent en même temps l'adresse de leur domicile légal.
Les médecins vétérinaires qui sont légalement établis dans un autre Etat membre de l'Union européenne pour y exercer la médecine vétérinaire et qui désirent l'exercer de façon temporaire et occasionnelle en Belgique demandent leur inscription dans le registre spécial visé à l'article 5 aux conditions et selon les modalités fixées par le Roi.
§ 3. Les personnes morales vétérinaires obtiennent préalablement à l'exercice effectif de la médecine vétérinaire leur inscription à l'un des tableaux des personnes morales vétérinaires visés à l'article 5. Elles demandent leur inscription au conseil régional compétent à raison de leur siège social ou à défaut de leur siège d'exploitation en Belgique.
§ 4. Le conseil régional de l'Ordre compétent ne peut refuser une inscription à un des tableaux de l'Ordre que si le demandeur est interdit temporairement ou définitivement d'exercice de la médecine vétérinaire en Belgique ou dans le pays d'origine au moment de sa demande.
Le demandeur qui persiste dans sa demande peut exiger d'être entendu en personne devant le conseil de l'Ordre. Il a le droit d'être assisté d'un ou de plusieurs conseils. Le conseil de l'Ordre rend une sentence motivée. Les règles de la compétence territoriale tracées dans la présente loi, celles relatives à l'emploi des langues, comme aussi celles ayant trait à l'appel et au recours en cassation, sont pareillement respectées.".
"Art. 2. § 1er. L'Ordre des Médecins Vétérinaires comprend :
1° toute personne physique qui détient un diplôme, certificat ou autre titre permettant d'exercer la médecine vétérinaire sur le territoire, dénommée ci-après médecin vétérinaire, qui désire y exercer la médecine vétérinaire et qui a obtenu son inscription à l'un des tableaux des médecins vétérinaires visés à l'article 5;
2° toute personne morale vétérinaire qui a obtenu son inscription à l'un des tableaux des personnes morales vétérinaires visés à l'article 5.
La personne morale vétérinaire est la personne morale disposant d'une personnalité juridique, ayant un siège social ou à défaut un siège d'exploitation en Belgique, enregistrée avec un numéro d'entreprise auprès de la Banque-Carrefour des Entreprises et répondant aux conditions suivantes :
1° tous les gérants, administrateurs, membres du comité de direction sont des personnes physiques autorisées à exercer la profession de médecin vétérinaire conformément à l'article 4 de la loi du 28 août 1991 sur l'exercice de la médecine vétérinaire;
2° son objet et son activité sont limités à la prestation de services relevant de l'exercice de la profession de vétérinaire et ne peuvent pas être incompatibles avec celle-ci;
3° si elle est constituée sous la forme d'une société anonyme ou d'une société en commandite par actions, ses actions sont nominatives;
4° les parts ou actions ainsi que les droits de vote sont détenus directement ou indirectement par des médecins vétérinaires exerçant la médecine vétérinaire au sein de la personne morale vétérinaire. Cependant, 33 % des parts ou actions peuvent être détenues par des ayants droits des médecins vétérinaires sociétaires, par d'autres médecins vétérinaires ou par des personnes morales vétérinaires;
5° la personne morale vétérinaire ne peut détenir de participations dans d'autres sociétés ou personnes morales dont l'objet social ou les activités peuvent être incompatibles avec l'exercice de la médecine vétérinaire.
Si la personne morale ne répond plus aux conditions requises pour conserver son inscription au tableau de l'Ordre, elle dispose d'un délai de six mois pour se mettre en conformité avec ces conditions. Ce délai peut être prolongé par le conseil régional compétent.
§ 2. Les médecins vétérinaires obtiennent préalablement à l'exercice effectif de la médecine vétérinaire leur inscription à l'un des tableaux des médecins vétérinaires visés à l'article 5. Ils demandent leur inscription au conseil régional compétent à raison de leur domicile professionnel administratif. Le domicile professionnel administratif d'une personne physique est le siège d'exploitation de son activité professionnelle vétérinaire en Belgique qui peut être confondu avec son domicile légal. Tous les médecins vétérinaires qui demandent leur inscription à l'un des tableaux de l'Ordre communiquent en même temps l'adresse de leur domicile légal.
Les médecins vétérinaires qui sont légalement établis dans un autre Etat membre de l'Union européenne pour y exercer la médecine vétérinaire et qui désirent l'exercer de façon temporaire et occasionnelle en Belgique demandent leur inscription dans le registre spécial visé à l'article 5 aux conditions et selon les modalités fixées par le Roi.
§ 3. Les personnes morales vétérinaires obtiennent préalablement à l'exercice effectif de la médecine vétérinaire leur inscription à l'un des tableaux des personnes morales vétérinaires visés à l'article 5. Elles demandent leur inscription au conseil régional compétent à raison de leur siège social ou à défaut de leur siège d'exploitation en Belgique.
§ 4. Le conseil régional de l'Ordre compétent ne peut refuser une inscription à un des tableaux de l'Ordre que si le demandeur est interdit temporairement ou définitivement d'exercice de la médecine vétérinaire en Belgique ou dans le pays d'origine au moment de sa demande.
Le demandeur qui persiste dans sa demande peut exiger d'être entendu en personne devant le conseil de l'Ordre. Il a le droit d'être assisté d'un ou de plusieurs conseils. Le conseil de l'Ordre rend une sentence motivée. Les règles de la compétence territoriale tracées dans la présente loi, celles relatives à l'emploi des langues, comme aussi celles ayant trait à l'appel et au recours en cassation, sont pareillement respectées.".
Art. 3. In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de eerste zin wordt vervangen als volgt :
" § 1. De lijsten van de Orde bestaan uit :
- de lijst van de dierenartsen;
- de lijst van de diergeneeskundige rechtspersonen;
- het speciaal register.
§ 2. De gewestelijke raden van de Orde stellen hun lijsten op en actualiseren een lijst van de dierenartsen, een lijst van de diergeneeskundige rechtspersonen en het speciaal register. De in artikel 2, § 2, tweede lid, bedoelde dierenarts kiest de gewestelijke raad waar hij van afhangt op het moment van zijn vraag tot inschrijving in het speciaal register";
2° in het tweede lid, waarvan de bestaande tekst § 2, tweede lid, zal vormen worden de woorden "Zij zorgen" vervangen door de woorden "De gewestelijke raden zorgen";
3° de bestaande tekst van het derde lid zal § 2, derde lid, vormen;
4° het vierde en het vijfde lid worden opgeheven.
1° de eerste zin wordt vervangen als volgt :
" § 1. De lijsten van de Orde bestaan uit :
- de lijst van de dierenartsen;
- de lijst van de diergeneeskundige rechtspersonen;
- het speciaal register.
§ 2. De gewestelijke raden van de Orde stellen hun lijsten op en actualiseren een lijst van de dierenartsen, een lijst van de diergeneeskundige rechtspersonen en het speciaal register. De in artikel 2, § 2, tweede lid, bedoelde dierenarts kiest de gewestelijke raad waar hij van afhangt op het moment van zijn vraag tot inschrijving in het speciaal register";
2° in het tweede lid, waarvan de bestaande tekst § 2, tweede lid, zal vormen worden de woorden "Zij zorgen" vervangen door de woorden "De gewestelijke raden zorgen";
3° de bestaande tekst van het derde lid zal § 2, derde lid, vormen;
4° het vierde en het vijfde lid worden opgeheven.
Art. 3. A l'article 5 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° la première phrase est remplacée par ce qui suit :
" § 1er. Les tableaux de l'Ordre sont constitués par :
- le tableau des médecins vétérinaires;
- le tableau des personnes morales vétérinaires;
- le registre spécial.
§ 2. Les conseils régionaux de l'Ordre dressent leurs tableaux et tiennent à jour un tableau des médecins vétérinaires, un tableau des personnes morales vétérinaires et le registre spécial. Le médecin vétérinaire visé à l'article 2, § 2, alinéa 2, choisit le conseil régional dont il dépend au moment de sa demande d'inscription au registre spécial.";
2° dans l'alinéa 2, dont le texte actuel formera le § 2, alinéa 2, les mots "Ils assurent" sont remplacés par les mots "Les conseils régionaux assurent";
3° le texte actuel de l'alinéa 3 formera le § 2, alinéa 3;
4° les alinéas 4 et 5 sont abrogés.
1° la première phrase est remplacée par ce qui suit :
" § 1er. Les tableaux de l'Ordre sont constitués par :
- le tableau des médecins vétérinaires;
- le tableau des personnes morales vétérinaires;
- le registre spécial.
§ 2. Les conseils régionaux de l'Ordre dressent leurs tableaux et tiennent à jour un tableau des médecins vétérinaires, un tableau des personnes morales vétérinaires et le registre spécial. Le médecin vétérinaire visé à l'article 2, § 2, alinéa 2, choisit le conseil régional dont il dépend au moment de sa demande d'inscription au registre spécial.";
2° dans l'alinéa 2, dont le texte actuel formera le § 2, alinéa 2, les mots "Ils assurent" sont remplacés par les mots "Les conseils régionaux assurent";
3° le texte actuel de l'alinéa 3 formera le § 2, alinéa 3;
4° les alinéas 4 et 5 sont abrogés.
Art. 4. Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
"Art. 6. Onverminderd de wetgeving antidiscriminatie, is elke inmenging door de Orde op het gebied van de beroepsorganisatie verboden.".
"Art. 6. Onverminderd de wetgeving antidiscriminatie, is elke inmenging door de Orde op het gebied van de beroepsorganisatie verboden.".
Art. 4. L'article 6 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
"Art. 6. Sans préjudice des législations anti-discrimination, toute ingérence de l'Ordre dans les matières d'associations professionnelles est interdite.".
"Art. 6. Sans préjudice des législations anti-discrimination, toute ingérence de l'Ordre dans les matières d'associations professionnelles est interdite.".
Art. 5. In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
"De gewestelijke raden zijn samengesteld uit effectieve en plaatsvervangende leden, ingeschreven op de lijst van de natuurlijke personen en verkozen door de op deze lijst ingeschreven dierenartsen.";
2° in het vijfde lid worden de woorden ", met uitzondering van de schorsing en het definitief verbod de veeartsenijkunde uit te oefenen" opgeheven;
3° in het zesde lid wordt het woord ", ontzetting" ingevoegd tussen de woorden "ontslag" en "of overlijden";
4° in het zesde lid worden de woorden "werkelijk lid" vervangen door de woorden "effectief lid".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
"De gewestelijke raden zijn samengesteld uit effectieve en plaatsvervangende leden, ingeschreven op de lijst van de natuurlijke personen en verkozen door de op deze lijst ingeschreven dierenartsen.";
2° in het vijfde lid worden de woorden ", met uitzondering van de schorsing en het definitief verbod de veeartsenijkunde uit te oefenen" opgeheven;
3° in het zesde lid wordt het woord ", ontzetting" ingevoegd tussen de woorden "ontslag" en "of overlijden";
4° in het zesde lid worden de woorden "werkelijk lid" vervangen door de woorden "effectief lid".
Art. 5. A l'article 7 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
"Les conseils régionaux sont composés de membres effectifs et de membres suppléants inscrits au tableau des personnes physiques et élus par les vétérinaires inscrits à ce même tableau.";
2° dans l'alinéa 5, les mots ", hormis la suspension et l'interdiction définitive d'exercer la médecine vétérinaire" sont abrogés;
3° dans l'alinéa 6, les mots ", de déchéance" sont insérés entre les mots "démission" et "ou de décès";
4° dans le texte néerlandais de l'alinéa 6, les mots "werkelijk lid" sont remplacés par les mots "effectief lid".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
"Les conseils régionaux sont composés de membres effectifs et de membres suppléants inscrits au tableau des personnes physiques et élus par les vétérinaires inscrits à ce même tableau.";
2° dans l'alinéa 5, les mots ", hormis la suspension et l'interdiction définitive d'exercer la médecine vétérinaire" sont abrogés;
3° dans l'alinéa 6, les mots ", de déchéance" sont insérés entre les mots "démission" et "ou de décès";
4° dans le texte néerlandais de l'alinéa 6, les mots "werkelijk lid" sont remplacés par les mots "effectief lid".
Art. 6. Artikel 8 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
"Art. 8. De effectieve en plaatsvervangende leden van de gewestelijke raden worden voor zes jaar verkozen onder de dierenartsen, die sedert ten minste vijf jaar op een van de lijsten van de Orde ingeschreven zijn.
De gewestelijke raden worden om de drie jaar met de helft vernieuwd volgens de door de Koning vastgestelde nadere regels.
De effectieve leden van de gewestelijke raden zijn niet onmiddellijk herkiesbaar voor deze raden".
"Art. 8. De effectieve en plaatsvervangende leden van de gewestelijke raden worden voor zes jaar verkozen onder de dierenartsen, die sedert ten minste vijf jaar op een van de lijsten van de Orde ingeschreven zijn.
De gewestelijke raden worden om de drie jaar met de helft vernieuwd volgens de door de Koning vastgestelde nadere regels.
De effectieve leden van de gewestelijke raden zijn niet onmiddellijk herkiesbaar voor deze raden".
Art. 6. L'article 8 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
"Art. 8. Les membres des conseils régionaux, effectifs et suppléants, sont élus pour six ans parmi les vétérinaires, inscrits depuis cinq ans au moins à l'un des tableaux de l'Ordre.
Les conseils régionaux se renouvellent par moitié tous les trois ans selon les modalités qui sont fixées par le Roi.
Les membres effectifs des conseils régionaux ne sont pas immédiatement rééligibles au sein de ceux-ci.".
"Art. 8. Les membres des conseils régionaux, effectifs et suppléants, sont élus pour six ans parmi les vétérinaires, inscrits depuis cinq ans au moins à l'un des tableaux de l'Ordre.
Les conseils régionaux se renouvellent par moitié tous les trois ans selon les modalités qui sont fixées par le Roi.
Les membres effectifs des conseils régionaux ne sont pas immédiatement rééligibles au sein de ceux-ci.".
Art. 7. Artikel 9 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
"Art. 9. Elk lid van een raad van de Orde, dat behoorlijk opgeroepen, zonder wettige reden, drie achtereenvolgende vergaderingen niet bijwoont, is strafbaar met waarschuwing of berisping.
Zware inbreuken tegen wetten en reglementen betreffende de Orde van dierenartsen, tegen het procedurereglement, handelingen of uitspraken die de eerbaarheid of integriteit die de Orde moet genieten zouden kunnen aantasten, zijn handelingen die kunnen leiden tot de ontzetting uit het mandaat van effectief of plaatsvervangend lid. Deze beslissing daartoe behoort tot de bevoegdheid van de gemengde raad van beroep. Deze wordt gevat bij beslissing van de hoge raad.".
"Art. 9. Elk lid van een raad van de Orde, dat behoorlijk opgeroepen, zonder wettige reden, drie achtereenvolgende vergaderingen niet bijwoont, is strafbaar met waarschuwing of berisping.
Zware inbreuken tegen wetten en reglementen betreffende de Orde van dierenartsen, tegen het procedurereglement, handelingen of uitspraken die de eerbaarheid of integriteit die de Orde moet genieten zouden kunnen aantasten, zijn handelingen die kunnen leiden tot de ontzetting uit het mandaat van effectief of plaatsvervangend lid. Deze beslissing daartoe behoort tot de bevoegdheid van de gemengde raad van beroep. Deze wordt gevat bij beslissing van de hoge raad.".
Art. 7. L'article 9 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
"Art. 9. Tout membre d'un conseil de l'Ordre qui, dûment convoqué, s'est abstenu, sans motif légitime, d'assister à trois séances consécutives, est punissable de l'avertissement ou de la réprimande.
Les infractions graves aux lois et règlements régissant l'Ordre des médecins vétérinaires, au règlement de procédure, les agissements ou paroles qui pourraient entacher l'honorabilité ou la considération dont doit jouir l'Ordre, sont des actes qui peuvent conduire à la déchéance du mandat d'un membre effectif ou d'un membre suppléant. Cette décision relève de la compétence du conseil mixte d'appel. Celui-ci est saisi par décision du conseil supérieur.".
"Art. 9. Tout membre d'un conseil de l'Ordre qui, dûment convoqué, s'est abstenu, sans motif légitime, d'assister à trois séances consécutives, est punissable de l'avertissement ou de la réprimande.
Les infractions graves aux lois et règlements régissant l'Ordre des médecins vétérinaires, au règlement de procédure, les agissements ou paroles qui pourraient entacher l'honorabilité ou la considération dont doit jouir l'Ordre, sont des actes qui peuvent conduire à la déchéance du mandat d'un membre effectif ou d'un membre suppléant. Cette décision relève de la compétence du conseil mixte d'appel. Celui-ci est saisi par décision du conseil supérieur.".
Art. 8. Artikel 10 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
"Art. 10. De gewestelijke raad van de Orde verkiest in zijn schoot een voorzitter, een ondervoorzitter en een secretaris, die het bureau vormen.
Elke gewestelijke raad, het bureau van de gewestelijke raad en het onderzoekscollege zoals bepaald in artikel 13, worden bijgestaan door een magistraat van eerste aanleg, ofwel van het parket of van de zetel, effectief of ere-magistraat die door de Koning wordt aangewezen en die raadgevende stem heeft. De Koning wijst ook, onder dezelfde voorwaarden, een plaatsvervangende bijzitter aan".
"Art. 10. De gewestelijke raad van de Orde verkiest in zijn schoot een voorzitter, een ondervoorzitter en een secretaris, die het bureau vormen.
Elke gewestelijke raad, het bureau van de gewestelijke raad en het onderzoekscollege zoals bepaald in artikel 13, worden bijgestaan door een magistraat van eerste aanleg, ofwel van het parket of van de zetel, effectief of ere-magistraat die door de Koning wordt aangewezen en die raadgevende stem heeft. De Koning wijst ook, onder dezelfde voorwaarden, een plaatsvervangende bijzitter aan".
Art. 8. L'article 10 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
"Art. 10. Le conseil régional de l'Ordre élit dans son sein un président, un vice-président et un secrétaire qui constituent le bureau.
Chaque conseil régional, le bureau du conseil régional et le collège d'investigation tel que prévu à l'article 13, sont assistés par un magistrat de première instance, soit du parquet, soit du siège, effectif ou honoraire, qui est désigné par le Roi et ayant voix consultative. Le Roi désigne aussi, dans les mêmes conditions, un assesseur suppléant.".
"Art. 10. Le conseil régional de l'Ordre élit dans son sein un président, un vice-président et un secrétaire qui constituent le bureau.
Chaque conseil régional, le bureau du conseil régional et le collège d'investigation tel que prévu à l'article 13, sont assistés par un magistrat de première instance, soit du parquet, soit du siège, effectif ou honoraire, qui est désigné par le Roi et ayant voix consultative. Le Roi désigne aussi, dans les mêmes conditions, un assesseur suppléant.".
Art. 9. In artikel 11 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid wordt de eerste zin vervangen als volgt : " De Koning vult de hoge raad aan door in elk van de diergeneeskundige faculteiten van de universiteiten van Gent en Luik een titelvoerend afgevaardigde en een plaatsvervangend afgevaardigde aan te wijzen.";
2° het derde lid wordt aangevuld met de volgende zinnen :
"De afgevaardigde van de diergeneeskundige faculteit van de universiteit van Gent zetelt in de Nederlandstalige afdeling en de afgevaardigde van de diergeneeskundige faculteit van de universiteit van Luik zetelt in de Franstalige afdeling. De hoge raad wordt bijgestaan door de magistraten assessoren van de gewestelijke raden die een raadgevende stem hebben.";
3° in het vierde lid worden de woorden "voorzitters van Kamer" vervangen door het woord "Kamervoorzitters";
4° het zesde lid, 5°, wordt vervangen als volgt :
"5° De algemene bedrijvigheid van de gewestelijke raden te controleren en hun uitspraken samen te ordenen. Hij kan de gewestelijke raden gelasten een onderzoek in te stellen nopens alle zaken die tot hun bevoegdheid behoren;";
5° het zesde lid wordt aangevuld met de bepaling onder 6°, luidende :
"6° De door de gemengde raden van beroep gewezen uitspraken voor het Hof van Cassatie brengen.";
6° in het zevende lid, worden de woorden ", de gemengde raden van beroep" opgeheven.
1° in het tweede lid wordt de eerste zin vervangen als volgt : " De Koning vult de hoge raad aan door in elk van de diergeneeskundige faculteiten van de universiteiten van Gent en Luik een titelvoerend afgevaardigde en een plaatsvervangend afgevaardigde aan te wijzen.";
2° het derde lid wordt aangevuld met de volgende zinnen :
"De afgevaardigde van de diergeneeskundige faculteit van de universiteit van Gent zetelt in de Nederlandstalige afdeling en de afgevaardigde van de diergeneeskundige faculteit van de universiteit van Luik zetelt in de Franstalige afdeling. De hoge raad wordt bijgestaan door de magistraten assessoren van de gewestelijke raden die een raadgevende stem hebben.";
3° in het vierde lid worden de woorden "voorzitters van Kamer" vervangen door het woord "Kamervoorzitters";
4° het zesde lid, 5°, wordt vervangen als volgt :
"5° De algemene bedrijvigheid van de gewestelijke raden te controleren en hun uitspraken samen te ordenen. Hij kan de gewestelijke raden gelasten een onderzoek in te stellen nopens alle zaken die tot hun bevoegdheid behoren;";
5° het zesde lid wordt aangevuld met de bepaling onder 6°, luidende :
"6° De door de gemengde raden van beroep gewezen uitspraken voor het Hof van Cassatie brengen.";
6° in het zevende lid, worden de woorden ", de gemengde raden van beroep" opgeheven.
Art. 9. A l'article 11 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 2, la première phrase est remplacée par ce qui suit : "Le Roi complète le conseil supérieur en désignant dans chacune des facultés vétérinaires des universités de Gand et de Liège un délégué effectif et un délégué suppléant.";
2° l'alinéa 3 est complété par les phrases suivantes :
"Le délégué de la faculté vétérinaire de l'université de Gand siège dans la section d'expression néerlandaise et le délégué de la faculté vétérinaire de l'université de Liège siège dans la section d'expression française. Le conseil supérieur est assisté des magistrats assesseurs des conseils régionaux qui ont une voix consultative";
3° dans le texte néerlandais de l'alinéa 4, les mots "voorzitters van Kamer" sont remplacés par le mot "Kamervoorzitters";
4° l'alinéa 6, 5°, est remplacé par ce qui suit :
"5° De contrôler l'activité générale des conseils régionaux et colliger leurs sentences. II peut charger les conseils régionaux d'instruire toutes affaires de leur compétence";
5° l'alinéa 6 est complété par le 6°, rédigé comme suit :
"6° De porter devant la Cour de Cassation les sentences rendues par les conseils mixtes d'appel";
6° dans l'alinéa 7, les mots ", les conseils mixtes d'appel" sont supprimés.
1° dans l'alinéa 2, la première phrase est remplacée par ce qui suit : "Le Roi complète le conseil supérieur en désignant dans chacune des facultés vétérinaires des universités de Gand et de Liège un délégué effectif et un délégué suppléant.";
2° l'alinéa 3 est complété par les phrases suivantes :
"Le délégué de la faculté vétérinaire de l'université de Gand siège dans la section d'expression néerlandaise et le délégué de la faculté vétérinaire de l'université de Liège siège dans la section d'expression française. Le conseil supérieur est assisté des magistrats assesseurs des conseils régionaux qui ont une voix consultative";
3° dans le texte néerlandais de l'alinéa 4, les mots "voorzitters van Kamer" sont remplacés par le mot "Kamervoorzitters";
4° l'alinéa 6, 5°, est remplacé par ce qui suit :
"5° De contrôler l'activité générale des conseils régionaux et colliger leurs sentences. II peut charger les conseils régionaux d'instruire toutes affaires de leur compétence";
5° l'alinéa 6 est complété par le 6°, rédigé comme suit :
"6° De porter devant la Cour de Cassation les sentences rendues par les conseils mixtes d'appel";
6° dans l'alinéa 7, les mots ", les conseils mixtes d'appel" sont supprimés.
Art. 10. In artikel 12 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 20 januari 1961 en 15 juli 1970, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "en uit drie dierenartsen door het lot aangewezen onder de leden van de gewestelijke raad der Orde wiens beslissing bestreden wordt, met uitsluiting van hen die ze gewezen hebben" vervangen door de woorden "en uit drie dierenartsen effectieve leden verkozen voor drie jaar uit de leden die tenminste vijf jaar zijn ingeschreven op de lijst van de Orde en die geen leden van de gewestelijke raad zijn. Na hun mandaat van drie jaar, zijn ze onmiddellijk opnieuw verkiesbaar voor de gemengde raad van beroep of verkiesbaar voor de gewestelijke raad";
2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
"De gemengde raad van beroep is gelast met het geheel van de zaak. De gemengde raad van beroep kan de sanctie verzwaren zelfs als alleen de betrokken dierenarts beroep heeft aangetekend. De door de gemengde raad van beroep gewezen eindbeslissingen, kunnen door de verschijnende partij of de Hoge Raad bij het Hof van Cassatie aangevochten worden wegens overtreding van de wet of schending van de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven pleegvormen.";
3° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
"In geval van cassatie, wordt de zaak teruggewezen naar de anders samengestelde gemengde raad van beroep. Dit rechtscollege voegt zich naar de uitspraak van het Hof van Cassatie wat de rechtsvragen betreft waarover dit Hof uitspraak heeft gedaan.".
1° in het eerste lid worden de woorden "en uit drie dierenartsen door het lot aangewezen onder de leden van de gewestelijke raad der Orde wiens beslissing bestreden wordt, met uitsluiting van hen die ze gewezen hebben" vervangen door de woorden "en uit drie dierenartsen effectieve leden verkozen voor drie jaar uit de leden die tenminste vijf jaar zijn ingeschreven op de lijst van de Orde en die geen leden van de gewestelijke raad zijn. Na hun mandaat van drie jaar, zijn ze onmiddellijk opnieuw verkiesbaar voor de gemengde raad van beroep of verkiesbaar voor de gewestelijke raad";
2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
"De gemengde raad van beroep is gelast met het geheel van de zaak. De gemengde raad van beroep kan de sanctie verzwaren zelfs als alleen de betrokken dierenarts beroep heeft aangetekend. De door de gemengde raad van beroep gewezen eindbeslissingen, kunnen door de verschijnende partij of de Hoge Raad bij het Hof van Cassatie aangevochten worden wegens overtreding van de wet of schending van de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven pleegvormen.";
3° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
"In geval van cassatie, wordt de zaak teruggewezen naar de anders samengestelde gemengde raad van beroep. Dit rechtscollege voegt zich naar de uitspraak van het Hof van Cassatie wat de rechtsvragen betreft waarover dit Hof uitspraak heeft gedaan.".
Art. 10. A l'article 12 de la même loi, modifié par les lois des 20 janvier 1961 et 15 juillet 1970, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots "et de trois vétérinaires désignés par le sort parmi les membres du conseil de l'Ordre régional dont la décision est en cause et à l'exclusion de ceux qui l'ont rendue" sont remplacés par les mots "et de trois vétérinaires membres effectifs élus pour trois ans parmi les médecins vétérinaires inscrits depuis cinq ans au moins au tableau de l'Ordre et qui ne sont pas membres du conseil régional. Après leur mandat de trois ans, ceux-ci sont immédiatement rééligibles au conseil mixte d'appel ou éligibles au conseil régional";
2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
"Le conseil mixte d'appel est saisi de la totalité de la cause. Le conseil mixte d'appel peut aggraver la sanction même sur le seul appel du vétérinaire concerné. Les décisions définitives prononcées par le conseil mixte d'appel sont susceptibles d'être déférées à la Cour de cassation par le comparant ou par le Conseil supérieur pour contravention à la loi ou pour violation des formes soit substantielles, soit prescrites à peine de nullité.";
3° le texte néerlandais de l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
"In geval van cassatie, wordt de zaak teruggewezen naar de anders samengestelde gemengde raad van beroep. Dit rechtscollege voegt zich naar de uitspraak van het Hof van Cassatie wat de rechtsvragen betreft waarover dit Hof uitspraak heeft gedaan".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "et de trois vétérinaires désignés par le sort parmi les membres du conseil de l'Ordre régional dont la décision est en cause et à l'exclusion de ceux qui l'ont rendue" sont remplacés par les mots "et de trois vétérinaires membres effectifs élus pour trois ans parmi les médecins vétérinaires inscrits depuis cinq ans au moins au tableau de l'Ordre et qui ne sont pas membres du conseil régional. Après leur mandat de trois ans, ceux-ci sont immédiatement rééligibles au conseil mixte d'appel ou éligibles au conseil régional";
2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
"Le conseil mixte d'appel est saisi de la totalité de la cause. Le conseil mixte d'appel peut aggraver la sanction même sur le seul appel du vétérinaire concerné. Les décisions définitives prononcées par le conseil mixte d'appel sont susceptibles d'être déférées à la Cour de cassation par le comparant ou par le Conseil supérieur pour contravention à la loi ou pour violation des formes soit substantielles, soit prescrites à peine de nullité.";
3° le texte néerlandais de l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
"In geval van cassatie, wordt de zaak teruggewezen naar de anders samengestelde gemengde raad van beroep. Dit rechtscollege voegt zich naar de uitspraak van het Hof van Cassatie wat de rechtsvragen betreft waarover dit Hof uitspraak heeft gedaan".
Art. 11. In artikel 13 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 26 januari 1999 en gewijzigd bij de wet van 10 november 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
"Het Bureau van de gewestelijke raad ontvangt de informatie, klachten, verklaringen, vragen en wijst, in voorkomend geval, onder zijn leden of deze van de Gewestelijke Raad, een dierenarts aan die de zaken zal onderzoeken waarvoor het Bureau bevoegd is.";
2° het vierde en het vijfde lid worden vervangen door de volgende leden :
"De voorzitter brengt verslag uit aan het bureau van de gewestelijke raad nadat het proces-verbaal van verzoening of niet-verzoening is opgesteld.
Eens het onderzoek is afgesloten brengt de onderzoeker verslag uit aan een onderzoekscollege samengesteld uit drie leden aangewezen door de gewestelijke raad onder zijn leden. Dit college kiest in zijn schoot een voorzitter. Deze wordt bijgestaan door de in artikel 10 bedoelde magistraat en kan een griffier aanwijzen. Het college beslist hetzij tot seponeren en vraagt alsdan eventueel aan de voorzitter van de gewestelijke raad om de betrokken dierenarts vaderlijk te vermanen, hetzij dat de dierenarts verschijnt voor de gewestelijke raad en formuleert alsdan de tenlasteleggingen.
Het lid of de leden van het bureau of van de raad die de onderzoeksopdracht hebben uitgevoerd of die zetelden in het onderzoekscollege, mogen niet deelnemen aan de beraadslagingen noch aan de uitspraak in tuchtzaken.".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
"Het Bureau van de gewestelijke raad ontvangt de informatie, klachten, verklaringen, vragen en wijst, in voorkomend geval, onder zijn leden of deze van de Gewestelijke Raad, een dierenarts aan die de zaken zal onderzoeken waarvoor het Bureau bevoegd is.";
2° het vierde en het vijfde lid worden vervangen door de volgende leden :
"De voorzitter brengt verslag uit aan het bureau van de gewestelijke raad nadat het proces-verbaal van verzoening of niet-verzoening is opgesteld.
Eens het onderzoek is afgesloten brengt de onderzoeker verslag uit aan een onderzoekscollege samengesteld uit drie leden aangewezen door de gewestelijke raad onder zijn leden. Dit college kiest in zijn schoot een voorzitter. Deze wordt bijgestaan door de in artikel 10 bedoelde magistraat en kan een griffier aanwijzen. Het college beslist hetzij tot seponeren en vraagt alsdan eventueel aan de voorzitter van de gewestelijke raad om de betrokken dierenarts vaderlijk te vermanen, hetzij dat de dierenarts verschijnt voor de gewestelijke raad en formuleert alsdan de tenlasteleggingen.
Het lid of de leden van het bureau of van de raad die de onderzoeksopdracht hebben uitgevoerd of die zetelden in het onderzoekscollege, mogen niet deelnemen aan de beraadslagingen noch aan de uitspraak in tuchtzaken.".
Art. 11. A l'article 13 de la même loi, remplacé par la loi du 26 janvier 1999 et modifié par la loi du 10 novembre 2000, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
"Le Bureau du conseil régional reçoit les informations, plaintes, déclarations, demandes et désigne, le cas échéant, parmi ses membres ou ceux du Conseil régional, un vétérinaire qui instruira les causes de la compétence du Bureau";
2° les alinéas 4 et 5 sont remplacés par les alinéas suivants :
"Le procès-verbal de conciliation ou de non-conciliation établi, le président fait rapport au bureau du conseil régional.
L'instruction terminée, l'instructeur fait rapport à un collège d'investigation composé de trois membres désignés dans et par le conseil régional. Ce collège élit en son sein un président. Celui-ci est assisté par le magistrat visé à l'article 10 et peut désigner un greffier. Le collège décide soit, du classement sans suite, et demande éventuellement au président du conseil régional d'adresser au médecin vétérinaire une admonestation paternelle, soit de la comparution du médecin vétérinaire devant le conseil régional et dresse les préventions.
Le membre ou les membres du bureau ou du conseil qui ont accompli la mission d'instruction ou qui ont siégé au sein du collège d'investigation ne peuvent prendre part aux délibérations ni à la décision rendue en matière disciplinaire.".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
"Le Bureau du conseil régional reçoit les informations, plaintes, déclarations, demandes et désigne, le cas échéant, parmi ses membres ou ceux du Conseil régional, un vétérinaire qui instruira les causes de la compétence du Bureau";
2° les alinéas 4 et 5 sont remplacés par les alinéas suivants :
"Le procès-verbal de conciliation ou de non-conciliation établi, le président fait rapport au bureau du conseil régional.
L'instruction terminée, l'instructeur fait rapport à un collège d'investigation composé de trois membres désignés dans et par le conseil régional. Ce collège élit en son sein un président. Celui-ci est assisté par le magistrat visé à l'article 10 et peut désigner un greffier. Le collège décide soit, du classement sans suite, et demande éventuellement au président du conseil régional d'adresser au médecin vétérinaire une admonestation paternelle, soit de la comparution du médecin vétérinaire devant le conseil régional et dresse les préventions.
Le membre ou les membres du bureau ou du conseil qui ont accompli la mission d'instruction ou qui ont siégé au sein du collège d'investigation ne peuvent prendre part aux délibérations ni à la décision rendue en matière disciplinaire.".
Art. 12. Artikel 14 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
"Art. 14. § 1. De raad van de Orde beschikt over de volgende strafmaatregelen : waarschuwing, berisping, schorsing van het recht om de diergeneeskunde uit te oefenen, gedurende een termijn die twee jaar niet mag overschrijden en schrapping van de lijsten van de Orde, met definitief verbod de diergeneeskunde in België uit te oefenen.
De tuchtstraffen zijn ook van toepassing op diergeneeskundige rechtspersonen.
Wanneer een tuchtstraf wordt opgelegd aan een rechtspersoon, kan er een ook tuchtstraf worden opgelegd aan de natuurlijke personen die ingeschreven zijn op de lijsten van de Orde wier interventie aan de basis ligt van de feiten waarvoor de rechtspersoon een tuchtstraf kreeg.
Morele sancties, met andere woorden de waarschuwing en de berisping, worden uitgewist na vijf jaar.
Een berovende sanctie, met andere woorden, de schorsing van het recht tot uitoefening van de diergeneeskunde, kan uitgewist worden op verzoek van de betrokken dierenarts gericht tot de gemengde raad van beroep. Dit verzoek kan slechts een enkele keer worden ingediend en dit ten minste tien jaar na het beëindigen van de schorsing.
De dierenartsen die bij in kracht van gewijsde getreden beslissing een schorsing hebben opgelopen, zijn definitief ontzet uit hun recht van verkiesbaarheid behalve in het geval de sanctie werd uitgewist, en, tijdens de termijn van de schorsing, uit hun recht deel te nemen aan de verkiezingen van de raad van de Orde.
De effectieve of plaatsvervangende leden van de raden van de Orde die bij in kracht van gewijsde getreden beslissing veroordeeld werden uit hoofde van een inbreuk inzake de uitoefening van de diergeneeskunde of degenen die enige tuchtstraf hebben opgelopen, zijn van rechtswege uit hun mandaat ontzet.
De inbreuken op de sancties van schrapping en schorsing kunnen het voorwerp uitmaken van vervolging wegens onwettige uitoefening van de diergeneeskunde .
§ 2. De hoge raad van de Orde kan, door een administratieve beslissing, het recht om de diergeneeskunde uit te oefenen, schorsen of het behoud ervan afhankelijk maken van de aanvaarding, door de betrokkene, van de opgelegde beperkingen, wanneer, op advies van geneesheren deskundigen aangewezen door de hoge raad van de Orde van dierenartsen, vastgesteld wordt dat een dierenarts niet meer voldoet aan de vereiste fysieke of psychische geschiktheden om, zonder risico's, de uitoefening van zijn beroep voort te zetten.
Die dierenarts heeft niet de vrijheid om zich aan het onderzoek door de deskundigen te onttrekken. In dat laatste geval kan de hoge raad van de Orde, bij eenparige beslissing, het recht om de diergeneeskunde uit te oefenen, schorsen of het behoud ervan afhankelijk maken van het feit dat de betrokkene de beperkingen aanvaardt die hem of haar worden opgelegd gedurende de periode die nodig is om het advies van de deskundigen in te winnen. Die periode mag nooit meer dan drie maanden, hernieuwbaar zo vaak als nodig, bedragen.
Wanneer zijn fysieke of psychische ongeschiktheid dusdanig is dat ernstige gevolgen voor zowel mensen als dieren kunnen worden gevreesd, kan de hoge raad van de Orde, bij eenparige beslissing, het recht om de diergeneeskunde uit te oefenen, schorsen of het behoud ervan afhankelijk maken van het feit dat de betrokkene de beperkingen aanvaardt die hem of haar worden opgelegd gedurende de periode die nodig is om het advies van de deskundigen in te winnen. Die periode kan nooit meer dan twee maanden, hernieuwbaar zo vaak als nodig, bedragen.
De schorsing of het voorwaardelijke behoud van het recht om de diergeneeskunde uit te oefenen, neemt een einde zodra de hoge raad van de Orde een definitieve uitspraak heeft gedaan.
De in deze paragraaf vermelde administratieve beslissingen zijn niet van toepassing op de diergeneeskundige rechtspersoon".
"Art. 14. § 1. De raad van de Orde beschikt over de volgende strafmaatregelen : waarschuwing, berisping, schorsing van het recht om de diergeneeskunde uit te oefenen, gedurende een termijn die twee jaar niet mag overschrijden en schrapping van de lijsten van de Orde, met definitief verbod de diergeneeskunde in België uit te oefenen.
De tuchtstraffen zijn ook van toepassing op diergeneeskundige rechtspersonen.
Wanneer een tuchtstraf wordt opgelegd aan een rechtspersoon, kan er een ook tuchtstraf worden opgelegd aan de natuurlijke personen die ingeschreven zijn op de lijsten van de Orde wier interventie aan de basis ligt van de feiten waarvoor de rechtspersoon een tuchtstraf kreeg.
Morele sancties, met andere woorden de waarschuwing en de berisping, worden uitgewist na vijf jaar.
Een berovende sanctie, met andere woorden, de schorsing van het recht tot uitoefening van de diergeneeskunde, kan uitgewist worden op verzoek van de betrokken dierenarts gericht tot de gemengde raad van beroep. Dit verzoek kan slechts een enkele keer worden ingediend en dit ten minste tien jaar na het beëindigen van de schorsing.
De dierenartsen die bij in kracht van gewijsde getreden beslissing een schorsing hebben opgelopen, zijn definitief ontzet uit hun recht van verkiesbaarheid behalve in het geval de sanctie werd uitgewist, en, tijdens de termijn van de schorsing, uit hun recht deel te nemen aan de verkiezingen van de raad van de Orde.
De effectieve of plaatsvervangende leden van de raden van de Orde die bij in kracht van gewijsde getreden beslissing veroordeeld werden uit hoofde van een inbreuk inzake de uitoefening van de diergeneeskunde of degenen die enige tuchtstraf hebben opgelopen, zijn van rechtswege uit hun mandaat ontzet.
De inbreuken op de sancties van schrapping en schorsing kunnen het voorwerp uitmaken van vervolging wegens onwettige uitoefening van de diergeneeskunde .
§ 2. De hoge raad van de Orde kan, door een administratieve beslissing, het recht om de diergeneeskunde uit te oefenen, schorsen of het behoud ervan afhankelijk maken van de aanvaarding, door de betrokkene, van de opgelegde beperkingen, wanneer, op advies van geneesheren deskundigen aangewezen door de hoge raad van de Orde van dierenartsen, vastgesteld wordt dat een dierenarts niet meer voldoet aan de vereiste fysieke of psychische geschiktheden om, zonder risico's, de uitoefening van zijn beroep voort te zetten.
Die dierenarts heeft niet de vrijheid om zich aan het onderzoek door de deskundigen te onttrekken. In dat laatste geval kan de hoge raad van de Orde, bij eenparige beslissing, het recht om de diergeneeskunde uit te oefenen, schorsen of het behoud ervan afhankelijk maken van het feit dat de betrokkene de beperkingen aanvaardt die hem of haar worden opgelegd gedurende de periode die nodig is om het advies van de deskundigen in te winnen. Die periode mag nooit meer dan drie maanden, hernieuwbaar zo vaak als nodig, bedragen.
Wanneer zijn fysieke of psychische ongeschiktheid dusdanig is dat ernstige gevolgen voor zowel mensen als dieren kunnen worden gevreesd, kan de hoge raad van de Orde, bij eenparige beslissing, het recht om de diergeneeskunde uit te oefenen, schorsen of het behoud ervan afhankelijk maken van het feit dat de betrokkene de beperkingen aanvaardt die hem of haar worden opgelegd gedurende de periode die nodig is om het advies van de deskundigen in te winnen. Die periode kan nooit meer dan twee maanden, hernieuwbaar zo vaak als nodig, bedragen.
De schorsing of het voorwaardelijke behoud van het recht om de diergeneeskunde uit te oefenen, neemt een einde zodra de hoge raad van de Orde een definitieve uitspraak heeft gedaan.
De in deze paragraaf vermelde administratieve beslissingen zijn niet van toepassing op de diergeneeskundige rechtspersoon".
Art. 12. L'article 14 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
"Art. 14. § 1er. Les sanctions dont dispose le conseil de l'Ordre sont : l'avertissement, la réprimande, la suspension du droit d'exercer la médecine vétérinaire pendant un terme qui ne peut excéder deux années et la radiation des tableaux de l'Ordre, entraînant l'interdiction définitive de pratiquer la médecine vétérinaire en Belgique.
Les sanctions disciplinaires sont aussi applicables aux personnes morales vétérinaires.
Lorsqu'une sanction disciplinaire est infligée à une personne morale vétérinaire, une peine disciplinaire peut également être appliquée aux personnes physiques inscrites aux tableaux de l'Ordre dont l'intervention est à l'origine des faits pour lesquels la personne morale est sanctionnée disciplinairement.
Les sanctions morales, c'est-à-dire l'avertissement et la réprimande, font l'objet d'un effacement après un délai de cinq ans.
La sanction privative, c'est-à-dire la suspension du droit d'exercer la médecine vétérinaire, peut faire l'objet d'un effacement sur demande du médecin vétérinaire concerné auprès du conseil mixte d'appel. Cette demande ne peut être introduite qu'une seule fois et après une période de dix ans après la fin de la suspension.
Les médecins vétérinaires frappés par décision coulée en force de chose jugée de la suspension sont privés définitivement du droit d'éligibilité sauf en cas d'effacement et, pendant le délai de suspension, du droit de prendre part aux élections du conseil de l'Ordre.
Les membres effectifs ou suppléants des conseils de l'Ordre condamnés par décision coulée en force de chose jugée du chef d'une infraction relative à l'exercice de la médecine vétérinaire ou frappés d'une peine disciplinaire quelconque, sont déchus de plein droit de leur mandat.
Les infractions aux sanctions de la radiation et de la suspension peuvent faire l'objet de poursuites du chef d'exercice illégal de la médecine vétérinaire.
§ 2. Le conseil supérieur de l'Ordre peut, par décision de nature administrative, suspendre le droit d'exercer la médecine vétérinaire ou subordonner son maintien à l'acceptation par l'intéressé de limitations qu'elle lui impose, lorsqu'il est établi à l'avis d'experts médecins désignés par le conseil supérieur de l'Ordre des médecins vétérinaires, qu'un médecin vétérinaire ne réunit plus les aptitudes physiques ou psychiques pour poursuivre sans risque l'exercice de sa profession.
Ce médecin vétérinaire n'est pas libre de se soustraire délibérément à l'examen des experts. Dans ce dernier cas, le conseil supérieur de l'Ordre peut, par décision unanime, suspendre le droit d'exercer la médecine vétérinaire ou subordonner son maintien à l'acceptation par l'intéressé des limitations qu'il lui impose pendant la période nécessaire à l'obtention de l'avis des experts. Cette période ne peut jamais être supérieure à trois mois, renouvelable autant de fois que nécessaire.
Lorsque son inaptitude physique ou psychique est telle qu'elle fait craindre des conséquences graves tant pour les humains que pour les animaux, le conseil supérieur de l'Ordre peut, par décision unanime, suspendre le droit d'exercer la médecine vétérinaire ou subordonner son maintien à l'acceptation par l'intéressé des limitations qu'il lui impose, pendant une période nécessaire à l'obtention de l'avis des experts. Cette période ne peut jamais être supérieure à deux mois, renouvelable autant de fois que nécessaire.
La suspension ou le maintien conditionnel du droit d'exercer la médecine vétérinaire prend fin dès que le conseil supérieur de l'Ordre a statué définitivement.
Les décisions administratives visées au présent paragraphe ne s'appliquent pas à la personne morale vétérinaire".
"Art. 14. § 1er. Les sanctions dont dispose le conseil de l'Ordre sont : l'avertissement, la réprimande, la suspension du droit d'exercer la médecine vétérinaire pendant un terme qui ne peut excéder deux années et la radiation des tableaux de l'Ordre, entraînant l'interdiction définitive de pratiquer la médecine vétérinaire en Belgique.
Les sanctions disciplinaires sont aussi applicables aux personnes morales vétérinaires.
Lorsqu'une sanction disciplinaire est infligée à une personne morale vétérinaire, une peine disciplinaire peut également être appliquée aux personnes physiques inscrites aux tableaux de l'Ordre dont l'intervention est à l'origine des faits pour lesquels la personne morale est sanctionnée disciplinairement.
Les sanctions morales, c'est-à-dire l'avertissement et la réprimande, font l'objet d'un effacement après un délai de cinq ans.
La sanction privative, c'est-à-dire la suspension du droit d'exercer la médecine vétérinaire, peut faire l'objet d'un effacement sur demande du médecin vétérinaire concerné auprès du conseil mixte d'appel. Cette demande ne peut être introduite qu'une seule fois et après une période de dix ans après la fin de la suspension.
Les médecins vétérinaires frappés par décision coulée en force de chose jugée de la suspension sont privés définitivement du droit d'éligibilité sauf en cas d'effacement et, pendant le délai de suspension, du droit de prendre part aux élections du conseil de l'Ordre.
Les membres effectifs ou suppléants des conseils de l'Ordre condamnés par décision coulée en force de chose jugée du chef d'une infraction relative à l'exercice de la médecine vétérinaire ou frappés d'une peine disciplinaire quelconque, sont déchus de plein droit de leur mandat.
Les infractions aux sanctions de la radiation et de la suspension peuvent faire l'objet de poursuites du chef d'exercice illégal de la médecine vétérinaire.
§ 2. Le conseil supérieur de l'Ordre peut, par décision de nature administrative, suspendre le droit d'exercer la médecine vétérinaire ou subordonner son maintien à l'acceptation par l'intéressé de limitations qu'elle lui impose, lorsqu'il est établi à l'avis d'experts médecins désignés par le conseil supérieur de l'Ordre des médecins vétérinaires, qu'un médecin vétérinaire ne réunit plus les aptitudes physiques ou psychiques pour poursuivre sans risque l'exercice de sa profession.
Ce médecin vétérinaire n'est pas libre de se soustraire délibérément à l'examen des experts. Dans ce dernier cas, le conseil supérieur de l'Ordre peut, par décision unanime, suspendre le droit d'exercer la médecine vétérinaire ou subordonner son maintien à l'acceptation par l'intéressé des limitations qu'il lui impose pendant la période nécessaire à l'obtention de l'avis des experts. Cette période ne peut jamais être supérieure à trois mois, renouvelable autant de fois que nécessaire.
Lorsque son inaptitude physique ou psychique est telle qu'elle fait craindre des conséquences graves tant pour les humains que pour les animaux, le conseil supérieur de l'Ordre peut, par décision unanime, suspendre le droit d'exercer la médecine vétérinaire ou subordonner son maintien à l'acceptation par l'intéressé des limitations qu'il lui impose, pendant une période nécessaire à l'obtention de l'avis des experts. Cette période ne peut jamais être supérieure à deux mois, renouvelable autant de fois que nécessaire.
La suspension ou le maintien conditionnel du droit d'exercer la médecine vétérinaire prend fin dès que le conseil supérieur de l'Ordre a statué définitivement.
Les décisions administratives visées au présent paragraphe ne s'appliquent pas à la personne morale vétérinaire".
Art. 13. In artikel 15, tweede lid, van dezelfde wet, worden de woorden "de artikelen 44 tot en met 47 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering" vervangen door de woorden "het Gerechtelijk Wetboek".
Art. 13. Dans l'article 15, alinéa 2, de la même loi, les mots "des articles 44 à 47 du Code de procédure civile" sont remplacés par les mots "du Code judiciaire".
Art. 14. In artikel 16 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, wordt het woord "gewestelijke" tussen de woorden "van de" en "raad" ingevoegd;
2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
"De hoge raad van de Orde kan enkel geldig beraadslagen indien twee derden van zijn leden, voorgezeten door de magistraat aangewezen als voorzitter overeenkomstig artikel 11, aanwezig zijn";
3° in het vierde lid wordt het woord "getroffen" vervangen door het woord "genomen".
1° in het eerste lid, wordt het woord "gewestelijke" tussen de woorden "van de" en "raad" ingevoegd;
2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
"De hoge raad van de Orde kan enkel geldig beraadslagen indien twee derden van zijn leden, voorgezeten door de magistraat aangewezen als voorzitter overeenkomstig artikel 11, aanwezig zijn";
3° in het vierde lid wordt het woord "getroffen" vervangen door het woord "genomen".
Art. 14. A l'article 16 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, le mot "régional" est inséré entre les mots "conseil" et "de l'Ordre";
2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
"Le conseil supérieur de l'Ordre ne délibère valablement que si les deux tiers de ses membres, présidés par le magistrat désigné comme président en conformité de l'article 11, sont présents.";
3° dans le texte néerlandais de l'alinéa 4, le mot "getroffen" est remplacé par le mot "genomen".
1° dans l'alinéa 1er, le mot "régional" est inséré entre les mots "conseil" et "de l'Ordre";
2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
"Le conseil supérieur de l'Ordre ne délibère valablement que si les deux tiers de ses membres, présidés par le magistrat désigné comme président en conformité de l'article 11, sont présents.";
3° dans le texte néerlandais de l'alinéa 4, le mot "getroffen" est remplacé par le mot "genomen".
Art. 15. In artikel 17, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 1 maart 2007, wordt het woord "gewestelijke" tussen de woorden "van de" en "raad" ingevoegd.
Art. 15. Dans l'article 17, alinéa 1er, de la même loi, remplacé par la loi du 1er mars 2007, le mot "régional" est inséré entre les mots "conseil" et "dans les trente jours".
Art. 16. In artikel 20, eerste lid, van dezelfde wet, wordt het woord "gewestelijke" tussen de woorden "van de" en "raden" ingevoegd.
Art. 16. Dans l'article 20 alinéa 1er, de la même loi, le mot "régionaux" est inséré entre les mots "conseils" et "de l'Ordre".
Art. 17. In artikel 21 van dezelfde wet worden de woorden "De leden van de raden der Orde, van de hoge raad en van de gemengde raden van beroep zijn" vervangen door de woorden " Onverminderd de toepassing van de in artikel 458 van het Strafwetboek voorziene strafbepalingen, zijn de leden van de gewestelijke raden van de Orde, van de hoge raad en van de gemengde raden van beroep".
Art. 17. Dans l'article 21 de la même loi, les mots "Les membres des conseils de l'Ordre" sont remplacés par les mots "Sans préjudice des dispositions pénales prévues à l'article 458 du Code pénal, les membres des conseils régionaux de l'Ordre".
Art. 18. Artikel 22 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
"Art. 22. Alleen de hoge raad treedt in rechte op. Hij kan zich laten vertegenwoordigen door een van zijn leden.".
"Art. 22. Alleen de hoge raad treedt in rechte op. Hij kan zich laten vertegenwoordigen door een van zijn leden.".
Art. 18. L'article 22 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
"Art. 22. Seul le conseil supérieur agit en justice. Il peut mandater un de ses membres.".
"Art. 22. Seul le conseil supérieur agit en justice. Il peut mandater un de ses membres.".
Art. 19. In artikel 23 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
"De hoge raad en de gewestelijke raden mogen, in eigendom of anders, geen gebouwen bezitten dan die welke voor hun werking nodig zijn.";
2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
"De hoge raad van de Orde stelt het bedrag van de bijdragen van de dierenartsen en de diergeneeskundige rechtspersonen vast die nodig zijn voor de werking van de organen van de Orde. De gewestelijke raden innen de bijdragen van de op hun respectievelijke lijsten ingeschreven leden."
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
"De hoge raad en de gewestelijke raden mogen, in eigendom of anders, geen gebouwen bezitten dan die welke voor hun werking nodig zijn.";
2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
"De hoge raad van de Orde stelt het bedrag van de bijdragen van de dierenartsen en de diergeneeskundige rechtspersonen vast die nodig zijn voor de werking van de organen van de Orde. De gewestelijke raden innen de bijdragen van de op hun respectievelijke lijsten ingeschreven leden."
Art. 19. A l'article 23 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
"Le conseil supérieur et les conseils régionaux ne peuvent posséder en propriété ou autrement d'autres immeubles que ceux nécessaires à leur fonctionnement.";
2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
"Le conseil supérieur de l'Ordre fixe le montant des cotisations des médecins vétérinaires et des personnes morales vétérinaires nécessaires au fonctionnement des organes de l'Ordre. Les conseils régionaux perçoivent les cotisations auprès des membres de leur tableau respectif."
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
"Le conseil supérieur et les conseils régionaux ne peuvent posséder en propriété ou autrement d'autres immeubles que ceux nécessaires à leur fonctionnement.";
2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
"Le conseil supérieur de l'Ordre fixe le montant des cotisations des médecins vétérinaires et des personnes morales vétérinaires nécessaires au fonctionnement des organes de l'Ordre. Les conseils régionaux perçoivent les cotisations auprès des membres de leur tableau respectif."
Art. 20. Artikel 24 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
"Art. 24. De Koning bepaalt na raadpleging van de Hoge Raad van de Orde van Dierenartsen :
- het aantal effectieve en plaatsvervangende leden die voor elke raad van de Orde dienen aangewezen te worden;
- de voorwaarden en de nadere regels van de verkiezingen : de vormen en termijnen van beroep tegen de verkiezingen, alsmede de overheid die gelast wordt uitspraak te doen over deze beroepen".
"Art. 24. De Koning bepaalt na raadpleging van de Hoge Raad van de Orde van Dierenartsen :
- het aantal effectieve en plaatsvervangende leden die voor elke raad van de Orde dienen aangewezen te worden;
- de voorwaarden en de nadere regels van de verkiezingen : de vormen en termijnen van beroep tegen de verkiezingen, alsmede de overheid die gelast wordt uitspraak te doen over deze beroepen".
Art. 20. L'article 24 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
"Art. 24. Le Roi fixe après consultation du Conseil supérieur de l'Ordre des Médecins Vétérinaires :
- le nombre des membres effectifs et suppléants à désigner pour chaque conseil de l'Ordre;
- les conditions et modalités des élections : les formes et délais de recours contre les élections et l'autorité chargée de statuer sur ces recours.".
"Art. 24. Le Roi fixe après consultation du Conseil supérieur de l'Ordre des Médecins Vétérinaires :
- le nombre des membres effectifs et suppléants à désigner pour chaque conseil de l'Ordre;
- les conditions et modalités des élections : les formes et délais de recours contre les élections et l'autorité chargée de statuer sur ces recours.".
Art. 21. In de artikelen 1, 3, 4, 5, 7, derde lid, 11, 16, 20 en 21 van dezelfde wet, wordt het woord "der" telkens vervangen door de woorden "van de".
Art. 21. Dans les articles 1er, 3, 4, 5, 7, alinéa 3, 11, 16, 20 et 21 de la même loi, le mot "der" est chaque fois remplacé par les mots "van de" dans le texte néerlandais.
Art. 22. In de artikelen 5, 11, 16 en 18 van dezelfde wet, worden de woorden "veeartsenijkundig" en "veeartsenijkunde" telkens respectievelijk vervangen door de woorden "diergeneeskundig" en "diergeneeskunde".
Art. 22. Dans le texte néerlandais des articles 5, 11, 16 et 18 de la même loi, les mots "veeartsenijkundig" et "veeartsenijkunde" sont chaque fois remplacés respectivement par les mots "diergeneeskundig" et "diergeneeskunde".
Art. 23. In de artikelen 11 en 12 van dezelfde wet, wordt het woord "regelen" telkens vervangen door het woord "regels".
Art. 23. Dans les articles 11 et 12 de la même loi, le mot "regelen" est chaque fois remplacé par le mot "regels" dans le texte néerlandais.
Art. 24. In de artikelen 11, 12 en 19 van dezelfde wet, wordt het woord "verbreking" telkens vervangen door het woord "cassatie".
Art. 24. Dans les articles 11, 12 et 19 de la même loi, le mot "verbreking" est chaque fois remplacé par le mot "cassatie" dans le texte néerlandais.