Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
3 FEBRUARI 2014. - Wet houdende diverse bepalingen betreffende postdiensten
Titre
3 FEVRIER 2014. - Loi portant des dispositions diverses relatives aux services postaux
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (12)
Texte (12)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art. 2. Deze wet strekt inzonderheid tot gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst, zoals gewijzigd door Richtlijn 2002/39/EG en Richtlijn 2008/06/EG.
Art. 2. La présente loi a notamment pour objet la transposition partielle de la Directive 97/67/CE du Parlement européen et du Conseil du 15 décembre 1997 concernant les règles communes pour le développement du marché intérieur des services postaux de la Communauté et l'amélioration de la qualité du service, telle que modifiée par la Directive 2002/39/CE et la Directive 2008/06/CE.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques
Art. 3. In artikel 142 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, vervangen bij het koninklijk besluit van 9 juni 1999 bekrachtigd bij de wet van 12 augustus 2000 en gewijzigd bij de wet van 1 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 4 worden de woorden "onder wie de aanbieder van de universele dienst ressorteert" vervangen door de woorden "die bevoegd is voor de aanbieding van de universele dienst";
2° een paragraaf 5 wordt ingevoegd, luidende :
"De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, met betrekking tot de hiernavermelde onderwerpen, nadere regels bepalen voor de zendingen die tot de universele dienst behoren :
- de nadere regels met betrekking tot afmetingen en normalisatie van postzendingen;
- de nadere regels inzake de uitreiking van postzendingen met inbegrip van de behandeling van onbestelbare postzendingen en onvoldoende gefrankeerde postzendingen;
- de nadere regels inzake frankering, de verkoop van postzegels en andere postwaarden en inzake de goedkeuring en het gebruik van frankeermachines;
- de nadere regels inzake de verzameling en de behandeling van adresveranderingen en de nazending van postzendingen ingevolge een adresverandering.".
1° in paragraaf 4 worden de woorden "onder wie de aanbieder van de universele dienst ressorteert" vervangen door de woorden "die bevoegd is voor de aanbieding van de universele dienst";
2° een paragraaf 5 wordt ingevoegd, luidende :
"De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, met betrekking tot de hiernavermelde onderwerpen, nadere regels bepalen voor de zendingen die tot de universele dienst behoren :
- de nadere regels met betrekking tot afmetingen en normalisatie van postzendingen;
- de nadere regels inzake de uitreiking van postzendingen met inbegrip van de behandeling van onbestelbare postzendingen en onvoldoende gefrankeerde postzendingen;
- de nadere regels inzake frankering, de verkoop van postzegels en andere postwaarden en inzake de goedkeuring en het gebruik van frankeermachines;
- de nadere regels inzake de verzameling en de behandeling van adresveranderingen en de nazending van postzendingen ingevolge een adresverandering.".
Art. 3. Dans l'article 142 de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, remplacé par l'arrêté royal du 9 juin 1999 confirmé par la loi du 12 août 2000 et modifié par la loi du 1er avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 4 les mots "ayant le prestataire du service universel dans ses attributions" sont remplacées par les mots "ayant la prestation du service universel dans ses attributions";
2° il est inséré un paragraphe 5 rédigé comme suit :
"En ce qui concerne les points repris ci-dessous, le Roi peut par arrêté délibéré en Conseil des ministres, définir des modalités pour les envois faisant partie du service universel :
- les modalités relatives aux dimensions et normalisation des envois postaux;
- les modalités relatives à la distribution des envois postaux y compris le traitement d'envois postaux non distribuables et d'envois postaux insuffisamment affranchis;
- les modalités relatives à l'affranchissement, à la vente de timbres-poste et d'autres valeurs postales et à l'approbation et l'utilisation des machines à affranchir;
- les modalités relatives à la collecte et au traitement des changements d'adresse et à la réexpédition d'envois postaux suite à un changement d'adresse.".
1° au paragraphe 4 les mots "ayant le prestataire du service universel dans ses attributions" sont remplacées par les mots "ayant la prestation du service universel dans ses attributions";
2° il est inséré un paragraphe 5 rédigé comme suit :
"En ce qui concerne les points repris ci-dessous, le Roi peut par arrêté délibéré en Conseil des ministres, définir des modalités pour les envois faisant partie du service universel :
- les modalités relatives aux dimensions et normalisation des envois postaux;
- les modalités relatives à la distribution des envois postaux y compris le traitement d'envois postaux non distribuables et d'envois postaux insuffisamment affranchis;
- les modalités relatives à l'affranchissement, à la vente de timbres-poste et d'autres valeurs postales et à l'approbation et l'utilisation des machines à affranchir;
- les modalités relatives à la collecte et au traitement des changements d'adresse et à la réexpédition d'envois postaux suite à un changement d'adresse.".
Art. 4. Artikel 144 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 1 april 2007 en gewijzigd bij de wet van 13 december 2010, wordt vervangen als volgt :
"Art. 144. § 1. Het gebruikershandvest van de aanbieder van de universele dienst wordt met weglating van de informatie opgenomen in paragraaf 2, punt d) ter beschikking gesteld van de gebruikers in de kantoren van de aanbieder van de universele dienst en wordt integraal gepubliceerd op diens website en in het Belgisch Staatsblad.
De datum van inwerkingtreding van de bepalingen van het gebruikershandvest wordt bepaald in het gebruikershandvest zelf.
De wijzigingen aan het gebruikershandvest worden eveneens bekendgemaakt door de aanbieder van de universele dienst op de wijze vermeld in het eerste lid en worden voorafgaandelijk aan het Instituut meegedeeld.
§ 2. Het gebruikershandvest bevat minimaal :
a) de algemene en bijzondere voorwaarden inzake het aanbod en de levering van de diensten die tot de universele dienst behoren;
b) de enkelstukstarieven van de diensten die tot de universele dienst behoren;
c) inzake de verminderde openbare tarieven van de diensten die tot de universele dienst behoren :
- de tarieven;
- de technische kenmerken;
- de leveringsvoorwaarden, onder meer inzake volume en postvoorbereiding;
d) het tariefmodel voor de conventionele tarieven van de diensten die tot de universele dienst behoren dat minstens volgende informatie bevat :
- de basistarieven van toepassing op de conventionele tarieven en de wijzen van betaling;
- de eventuele verschillende klassen en formules;
- de contractduur en de opzeggings- en verlengingsmodaliteiten;
- de nadere regels voor de prijsherziening.
Voormeld tariefmodel met de hierboven opgesomde componenten is met uitzondering van de basistarieven, minimum 1 jaar geldig te rekenen vanaf de datum aangegeven in het gebruikershandvest.".
"Art. 144. § 1. Het gebruikershandvest van de aanbieder van de universele dienst wordt met weglating van de informatie opgenomen in paragraaf 2, punt d) ter beschikking gesteld van de gebruikers in de kantoren van de aanbieder van de universele dienst en wordt integraal gepubliceerd op diens website en in het Belgisch Staatsblad.
De datum van inwerkingtreding van de bepalingen van het gebruikershandvest wordt bepaald in het gebruikershandvest zelf.
De wijzigingen aan het gebruikershandvest worden eveneens bekendgemaakt door de aanbieder van de universele dienst op de wijze vermeld in het eerste lid en worden voorafgaandelijk aan het Instituut meegedeeld.
§ 2. Het gebruikershandvest bevat minimaal :
a) de algemene en bijzondere voorwaarden inzake het aanbod en de levering van de diensten die tot de universele dienst behoren;
b) de enkelstukstarieven van de diensten die tot de universele dienst behoren;
c) inzake de verminderde openbare tarieven van de diensten die tot de universele dienst behoren :
- de tarieven;
- de technische kenmerken;
- de leveringsvoorwaarden, onder meer inzake volume en postvoorbereiding;
d) het tariefmodel voor de conventionele tarieven van de diensten die tot de universele dienst behoren dat minstens volgende informatie bevat :
- de basistarieven van toepassing op de conventionele tarieven en de wijzen van betaling;
- de eventuele verschillende klassen en formules;
- de contractduur en de opzeggings- en verlengingsmodaliteiten;
- de nadere regels voor de prijsherziening.
Voormeld tariefmodel met de hierboven opgesomde componenten is met uitzondering van de basistarieven, minimum 1 jaar geldig te rekenen vanaf de datum aangegeven in het gebruikershandvest.".
Art. 4. L'article 144 de la même loi, remplacé par la loi du 1er avril 2007 et modifié par la loi du 13 décembre 2010, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 144. § 1er. La charte du consommateur du prestataire du service universel est mise à la disposition des utilisateurs dans les bureaux du prestataire du service universel à l'exception de l'information prévue au paragraphe 2 point d) et est intégralement publiée sur le site internet de ce dernier et au Moniteur belge.
La date d'entrée en vigueur des dispositions de la charte du consommateur est fixée dans la charte en question.
Les amendements à la charte du consommateur sont également publiés par le prestataire du service universel de la manière fixée à l'alinéa 1er et sont communiqués préalablement à l'Institut.
§ 2. La charte du consommateur comprend au minimum :
a) les conditions générales et particulières concernant l'offre et la prestation des services faisant partie du service universel;
b) les tarifs égrenés des services faisant partie du service universel;
c) concernant les tarifs publics réduits des services faisant partie du service universel :
- les tarifs;
- les caractéristiques techniques;
- les conditions de fourniture, notamment en matière de volume et de préparation postale;
d) le modèle tarifaire pour les tarifs conventionnels des services faisant partie du service universel, comprenant au minimum les informations suivantes :
- les tarifs de base d'application aux tarifs conventionnels et les modalités de paiement;
- les différentes classes et formules éventuelles;
- la durée du contrat et les modalités de résiliation et de reconduction;
- les modalités concernant la révision des prix.
A l'exception des tarifs de base, le modèle tarifaire susmentionné contenant les composantes précitées, reste valable pendant minimum 1 an à partir de la date indiquée dans la charte du consommateur.".
"Art. 144. § 1er. La charte du consommateur du prestataire du service universel est mise à la disposition des utilisateurs dans les bureaux du prestataire du service universel à l'exception de l'information prévue au paragraphe 2 point d) et est intégralement publiée sur le site internet de ce dernier et au Moniteur belge.
La date d'entrée en vigueur des dispositions de la charte du consommateur est fixée dans la charte en question.
Les amendements à la charte du consommateur sont également publiés par le prestataire du service universel de la manière fixée à l'alinéa 1er et sont communiqués préalablement à l'Institut.
§ 2. La charte du consommateur comprend au minimum :
a) les conditions générales et particulières concernant l'offre et la prestation des services faisant partie du service universel;
b) les tarifs égrenés des services faisant partie du service universel;
c) concernant les tarifs publics réduits des services faisant partie du service universel :
- les tarifs;
- les caractéristiques techniques;
- les conditions de fourniture, notamment en matière de volume et de préparation postale;
d) le modèle tarifaire pour les tarifs conventionnels des services faisant partie du service universel, comprenant au minimum les informations suivantes :
- les tarifs de base d'application aux tarifs conventionnels et les modalités de paiement;
- les différentes classes et formules éventuelles;
- la durée du contrat et les modalités de résiliation et de reconduction;
- les modalités concernant la révision des prix.
A l'exception des tarifs de base, le modèle tarifaire susmentionné contenant les composantes précitées, reste valable pendant minimum 1 an à partir de la date indiquée dans la charte du consommateur.".
Art. 5. Artikel 144ter, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 juni 1999, bekrachtigd bij de wet van 12 augustus 2000, en vervangen bij de wet van 13 december 2010, wordt aangevuld met een lid luidende :
"Het Instituut heeft vanaf de dag van ontvangst van de aanvraag tot tariefverhogingen een maand tijd om zijn opmerkingen mee te delen. Ingeval het Instituut van mening is dat het dossier onvolledig is, dient het mee te delen binnen de tien werkdagen na ontvangst welke informatie ontbreekt.
Als werkdag wordt beschouwd iedere kalenderdag andere dan een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag.
De termijn van een maand wordt opgeschort tot op het ogenblik van de ontvangst van de ontbrekende informatie in het dossier.".
"Het Instituut heeft vanaf de dag van ontvangst van de aanvraag tot tariefverhogingen een maand tijd om zijn opmerkingen mee te delen. Ingeval het Instituut van mening is dat het dossier onvolledig is, dient het mee te delen binnen de tien werkdagen na ontvangst welke informatie ontbreekt.
Als werkdag wordt beschouwd iedere kalenderdag andere dan een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag.
De termijn van een maand wordt opgeschort tot op het ogenblik van de ontvangst van de ontbrekende informatie in het dossier.".
Art. 5. L'article 144ter, § 2, de la même loi, inséré par l'arrêté royal du 9 juin 1999 confirmé par la loi du 12 août 2000, et remplacé par la loi du 13 décembre 2010, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"L'lnstitut dispose d'un mois à partir du jour de la réception de la demande des augmentations tarifaires pour communiquer ses observations. Au cas où l'Institut est d'avis que le dossier est incomplet, il doit faire savoir dans les dix jours ouvrables de la réception quelles informations manquent.
Est considéré comme jour ouvrable chaque jour civil autre qu'un samedi, dimanche ou jour férié légal.
Le délai d'un mois est suspendu jusqu'au moment de la réception des informations manquantes dans le dossier.".
"L'lnstitut dispose d'un mois à partir du jour de la réception de la demande des augmentations tarifaires pour communiquer ses observations. Au cas où l'Institut est d'avis que le dossier est incomplet, il doit faire savoir dans les dix jours ouvrables de la réception quelles informations manquent.
Est considéré comme jour ouvrable chaque jour civil autre qu'un samedi, dimanche ou jour férié légal.
Le délai d'un mois est suspendu jusqu'au moment de la réception des informations manquantes dans le dossier.".
Art. 6. Artikel 144quinquies van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 juni 1999 bekrachtigd bij de wet van 12 augustus 2000, en vervangen bij de wet van 13 december 2010, wordt vervangen als volgt :
"Art. 144quinquies. § 1. De aanbieder van de universele dienst houdt in zijn interne boekhouding gescheiden rekeningen voor :
1. elk van de diensten die deel uitmaken van de universele dienst;
2. de niet-universele postdiensten;
3. de hem eventueel toevertrouwde diensten die taken van openbare dienst zijn.
Deze interne boekhouding steunt op de samenhangende toepassing van de principes van de analytische boekhouding, die objectief gerechtvaardigd kunnen worden.
§ 2. De aanbieder van de universele dienst legt jaarlijks aan het Instituut ter goedkeuring de categorie voor waartoe elk van de door hem aangeboden diensten behoort. De aanbieder van de universele dienst deelt alle voorgestelde wijzigingen gezamenlijk aan het Instituut ter goedkeuring mee in het jaar voorafgaand aan de invoering.".
"Art. 144quinquies. § 1. De aanbieder van de universele dienst houdt in zijn interne boekhouding gescheiden rekeningen voor :
1. elk van de diensten die deel uitmaken van de universele dienst;
2. de niet-universele postdiensten;
3. de hem eventueel toevertrouwde diensten die taken van openbare dienst zijn.
Deze interne boekhouding steunt op de samenhangende toepassing van de principes van de analytische boekhouding, die objectief gerechtvaardigd kunnen worden.
§ 2. De aanbieder van de universele dienst legt jaarlijks aan het Instituut ter goedkeuring de categorie voor waartoe elk van de door hem aangeboden diensten behoort. De aanbieder van de universele dienst deelt alle voorgestelde wijzigingen gezamenlijk aan het Instituut ter goedkeuring mee in het jaar voorafgaand aan de invoering.".
Art. 6. L'article 144quinquies de la même loi, inséré par l'arrêté royal du 9 juin 1999, confirmé par la loi du 12 août 2000, et remplacé par la loi du 13 décembre 2010, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 144quinquies. § 1er. Le prestataire du service universel tient dans sa comptabilité interne des comptes séparés pour :
1. chacun des services compris dans le service universel;
2. les services postaux non universels;
3. le cas échéant, les services constituant des missions de service public qui lui auraient été confiées.
Cette comptabilité interne se fonde sur l'application cohérente des principes de la comptabilité analytique, qui peuvent être objectivement justifiés.
§ 2. Le prestataire du service universel soumet chaque année à l'approbation de l'Institut la catégorie à laquelle appartient chacun des services qu'il propose. Le prestataire du service universel soumet conjointement à l'approbation de l'Institut toutes les propositions de modification dans l'année qui précède l'introduction.".
"Art. 144quinquies. § 1er. Le prestataire du service universel tient dans sa comptabilité interne des comptes séparés pour :
1. chacun des services compris dans le service universel;
2. les services postaux non universels;
3. le cas échéant, les services constituant des missions de service public qui lui auraient été confiées.
Cette comptabilité interne se fonde sur l'application cohérente des principes de la comptabilité analytique, qui peuvent être objectivement justifiés.
§ 2. Le prestataire du service universel soumet chaque année à l'approbation de l'Institut la catégorie à laquelle appartient chacun des services qu'il propose. Le prestataire du service universel soumet conjointement à l'approbation de l'Institut toutes les propositions de modification dans l'année qui précède l'introduction.".
Art. 7. In artikel 144sexies van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 juni 1999, bekrachtigd bij de wet van 12 augustus 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 2 wordt opgeheven;
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
" § 3. De verdeling van de kosten wordt gedaan door de aanbieder van de universele dienst overeenkomstig de principes bedoeld in § 1. Dit gebeurt volgens de methode van de volledige kostentoewijzing, bekend onder de naam "FDC - Fully Distributed Cost" (of "Fully Allocated Cost") waarbij gebruik wordt gemaakt van het principe "ABC-Activity Based Costing" dat de kosten aan de producten toerekent op grond van de activiteiten.";
3° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 4 en 5 luidende :
" § 4. Andere systemen van analytische boekhouding mogen slechts worden toegepast als ze compatibel zijn met de bepalingen van artikel 144quinquies en nadat zij door het Instituut zijn goedgekeurd. De Europese Commissie wordt over het nieuwe systeem van analytische boekhouding door het Instituut ingelicht vóór de toepassing ervan.
§ 5. De aanbieder van de universele dienst houdt een document bij omtrent zijn analytische boekhouding dat voldoende gedetailleerde gegevens bevat in verband met de systemen voor analytische boekhouding die hij gebruikt en waarin de door deze systemen gegenereerde gedetailleerde boekhoudgegevens zijn opgenomen. Dat document bevat onder andere de vertrouwelijke boekhoudgegevens waarvan de lijst en de inhoud door de Koning worden bepaald. De aanbieder van de universele dienst zendt dat document op aanvraag toe aan de Europese Commissie, het Instituut en de bevoegde instelling bedoeld in artikel 144septies. De Koning bepaalt de nadere regels voor het toezenden van dat document.
De aanbieder van de universele dienst bezorgt op eigen initiatief aan het Instituut een versie van het in het eerste lid bedoelde document, waaruit de vertrouwelijke boekhoudgegevens weggelaten zijn, op de wijze bepaald door de Koning. Na de goedkeuring ervan door het Instituut wordt het document gepubliceerd overeenkomstig de modaliteiten bepaald door de Koning.".
1° paragraaf 2 wordt opgeheven;
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
" § 3. De verdeling van de kosten wordt gedaan door de aanbieder van de universele dienst overeenkomstig de principes bedoeld in § 1. Dit gebeurt volgens de methode van de volledige kostentoewijzing, bekend onder de naam "FDC - Fully Distributed Cost" (of "Fully Allocated Cost") waarbij gebruik wordt gemaakt van het principe "ABC-Activity Based Costing" dat de kosten aan de producten toerekent op grond van de activiteiten.";
3° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 4 en 5 luidende :
" § 4. Andere systemen van analytische boekhouding mogen slechts worden toegepast als ze compatibel zijn met de bepalingen van artikel 144quinquies en nadat zij door het Instituut zijn goedgekeurd. De Europese Commissie wordt over het nieuwe systeem van analytische boekhouding door het Instituut ingelicht vóór de toepassing ervan.
§ 5. De aanbieder van de universele dienst houdt een document bij omtrent zijn analytische boekhouding dat voldoende gedetailleerde gegevens bevat in verband met de systemen voor analytische boekhouding die hij gebruikt en waarin de door deze systemen gegenereerde gedetailleerde boekhoudgegevens zijn opgenomen. Dat document bevat onder andere de vertrouwelijke boekhoudgegevens waarvan de lijst en de inhoud door de Koning worden bepaald. De aanbieder van de universele dienst zendt dat document op aanvraag toe aan de Europese Commissie, het Instituut en de bevoegde instelling bedoeld in artikel 144septies. De Koning bepaalt de nadere regels voor het toezenden van dat document.
De aanbieder van de universele dienst bezorgt op eigen initiatief aan het Instituut een versie van het in het eerste lid bedoelde document, waaruit de vertrouwelijke boekhoudgegevens weggelaten zijn, op de wijze bepaald door de Koning. Na de goedkeuring ervan door het Instituut wordt het document gepubliceerd overeenkomstig de modaliteiten bepaald door de Koning.".
Art. 7. A l'article 144sexies de la même loi, inséré par l'arrêté royal du 9 juin 1999 confirmé par la loi du 12 août 2000, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 2 est abrogé;
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. La répartition des coûts est réalisée par le prestataire du service universel conformément aux principes visés au § 1er. Cela se fait selon la méthode d'allocation complète des coûts, mieux connue sous l'appellation "FDC - Fully Distributed Cost" (ou "Fully Allocated Cost") pour laquelle le principe "ABC-Activity Based Costing", qui impute les coûts aux produits sur la base des activités, est appliqué.";
3° l'article est complété par les paragraphes 4 et 5, rédigés comme suit :
" § 4. D'autres systèmes de comptabilité analytique ne peuvent être appliqués que s'ils sont compatibles avec les dispositions de l'article 144quinquies et qu'après avoir été approuvés par l'Institut. La Commission européenne est informée du nouveau système de comptabilité analytique par l'Institut avant sa mise en application.
§ 5. Le prestataire du service universel tient à jour un document relatif à sa compatibilité analytique, contenant des informations suffisamment détaillées sur les systèmes de comptabilité analytique qu'il utilise ainsi que les informations comptables détaillées découlant de ces systèmes. Ce document contient notamment les informations comptables confidentielles dont la liste et le contenu sont fixés par le Roi. Le prestataire du service universel transmet ce document, sur demande, à la Commission européenne, à l'Institut et à l'organisme compétent visé à l'article 144septies. Le Roi fixe les modalités de la transmission de ce document.
Le prestataire du service universel fournit d'initiative à l'Institut une version du document visé à l'alinéa 1er, expurgée des informations comptables confidentielles qu'il contient, selon les modalités fixées par le Roi. Après son approbation par l'Institut, ce document est publié selon les modalités fixées par le Roi.".
1° le paragraphe 2 est abrogé;
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. La répartition des coûts est réalisée par le prestataire du service universel conformément aux principes visés au § 1er. Cela se fait selon la méthode d'allocation complète des coûts, mieux connue sous l'appellation "FDC - Fully Distributed Cost" (ou "Fully Allocated Cost") pour laquelle le principe "ABC-Activity Based Costing", qui impute les coûts aux produits sur la base des activités, est appliqué.";
3° l'article est complété par les paragraphes 4 et 5, rédigés comme suit :
" § 4. D'autres systèmes de comptabilité analytique ne peuvent être appliqués que s'ils sont compatibles avec les dispositions de l'article 144quinquies et qu'après avoir été approuvés par l'Institut. La Commission européenne est informée du nouveau système de comptabilité analytique par l'Institut avant sa mise en application.
§ 5. Le prestataire du service universel tient à jour un document relatif à sa compatibilité analytique, contenant des informations suffisamment détaillées sur les systèmes de comptabilité analytique qu'il utilise ainsi que les informations comptables détaillées découlant de ces systèmes. Ce document contient notamment les informations comptables confidentielles dont la liste et le contenu sont fixés par le Roi. Le prestataire du service universel transmet ce document, sur demande, à la Commission européenne, à l'Institut et à l'organisme compétent visé à l'article 144septies. Le Roi fixe les modalités de la transmission de ce document.
Le prestataire du service universel fournit d'initiative à l'Institut une version du document visé à l'alinéa 1er, expurgée des informations comptables confidentielles qu'il contient, selon les modalités fixées par le Roi. Après son approbation par l'Institut, ce document est publié selon les modalités fixées par le Roi.".
Art. 8. Artikel 144septies van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 juni 1999, bekrachtigd bij de wet van 12 augustus 2000, wordt vervangen als volgt :
"Artikel 144septies. Het Instituut ziet erop toe dat :
- de in de artikelen 144quinquies en 144sexies bedoelde interne analytische boekhouding wordt gecontroleerd door het College van Commissarissen of elke andere door het BIPT aangeduide bevoegde instelling die onafhankelijk is van de aanbieder van de universele dienst. De Koning stelt de modaliteiten van de controle op de naleving van de artikelen 144quinquies en 144sexies van de wet vast. De controlekosten worden ten laste genomen door de aanbieder van de universele dienst;
- jaarlijks een conformiteitsverklaring wordt gepubliceerd. De inhoud en de modaliteiten van deze publicatie worden vastgesteld door de Koning. De conformiteitsverklaring refereert niet aan en bevat geen vertrouwelijke informatie bepaald in artikel 144sexies, § 5.".
"Artikel 144septies. Het Instituut ziet erop toe dat :
- de in de artikelen 144quinquies en 144sexies bedoelde interne analytische boekhouding wordt gecontroleerd door het College van Commissarissen of elke andere door het BIPT aangeduide bevoegde instelling die onafhankelijk is van de aanbieder van de universele dienst. De Koning stelt de modaliteiten van de controle op de naleving van de artikelen 144quinquies en 144sexies van de wet vast. De controlekosten worden ten laste genomen door de aanbieder van de universele dienst;
- jaarlijks een conformiteitsverklaring wordt gepubliceerd. De inhoud en de modaliteiten van deze publicatie worden vastgesteld door de Koning. De conformiteitsverklaring refereert niet aan en bevat geen vertrouwelijke informatie bepaald in artikel 144sexies, § 5.".
Art. 8. L'article 144septies de la même loi, inséré par l'arrêté royal du 9 juin 1999 confirmé par la loi du 12 août 2000, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 144septies. L'Institut veille à ce que :
- la comptabilité analytique interne visée aux articles 144quinquies et 144sexies soit vérifiée par le Collège des Commissaires ou tout autre organisme compétent désigné par l'IBPT, indépendant du prestataire du service universel. Le Roi fixe les modalités du contrôle du respect des articles 144quinquies et 144sexies de la loi. Les coûts du contrôle sont supportés par le prestataire du service universel;
- une déclaration de conformité soit publiée chaque année. Le contenu et les modalités de cette publication sont fixés par le Roi. La déclaration de conformité ne peut contenir ni faire référence aux informations confidentielles visées à l'article 144sexies, § 5.".
"Art. 144septies. L'Institut veille à ce que :
- la comptabilité analytique interne visée aux articles 144quinquies et 144sexies soit vérifiée par le Collège des Commissaires ou tout autre organisme compétent désigné par l'IBPT, indépendant du prestataire du service universel. Le Roi fixe les modalités du contrôle du respect des articles 144quinquies et 144sexies de la loi. Les coûts du contrôle sont supportés par le prestataire du service universel;
- une déclaration de conformité soit publiée chaque année. Le contenu et les modalités de cette publication sont fixés par le Roi. La déclaration de conformité ne peut contenir ni faire référence aux informations confidentielles visées à l'article 144sexies, § 5.".
Art. 9. In artikel 144octies van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 juni 1999, bekrachtigd bij de wet van 12 augustus 2000, en vervangen bij de wet van 13 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2 worden de woorden "op voorstel" vervangen door de woorden "na advies";
2° er wordt een paragraaf 3 ingevoegd, luidende :
" § 3. Indien na afloop van het in § 2 bedoelde mechanisme geen enkele offerte in aanmerking is genomen, gaat de Koning, na advies van het Instituut, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, over tot een aanwijzing van ambtswege van één of meer aanbieders voor een periode van vijf jaar die worden gecompenseerd overeenkomstig de regels voor de berekening van de nettokost van de universele dienst-verplichtingen bepaald bij artikel 144undecies van de wet."
3° er wordt een paragraaf 4 ingevoegd, luidende :
" § 4. Wanneer een aanbieder die werd aangewezen conform § 2 of § 3 in gebreke blijft en dit door het Instituut wordt vastgesteld, wijst de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van het Instituut, een andere aanbieder aan ter vervanging van de in gebreke zijnde aanbieder en dit voor een periode van vijf jaar. Hij kan tevens bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de nadere regels en de procedures bepalen om tot de vaststelling van het in gebreke blijven van de aangewezen aanbieder te komen.".
1° in paragraaf 2 worden de woorden "op voorstel" vervangen door de woorden "na advies";
2° er wordt een paragraaf 3 ingevoegd, luidende :
" § 3. Indien na afloop van het in § 2 bedoelde mechanisme geen enkele offerte in aanmerking is genomen, gaat de Koning, na advies van het Instituut, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, over tot een aanwijzing van ambtswege van één of meer aanbieders voor een periode van vijf jaar die worden gecompenseerd overeenkomstig de regels voor de berekening van de nettokost van de universele dienst-verplichtingen bepaald bij artikel 144undecies van de wet."
3° er wordt een paragraaf 4 ingevoegd, luidende :
" § 4. Wanneer een aanbieder die werd aangewezen conform § 2 of § 3 in gebreke blijft en dit door het Instituut wordt vastgesteld, wijst de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van het Instituut, een andere aanbieder aan ter vervanging van de in gebreke zijnde aanbieder en dit voor een periode van vijf jaar. Hij kan tevens bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de nadere regels en de procedures bepalen om tot de vaststelling van het in gebreke blijven van de aangewezen aanbieder te komen.".
Art. 9. Dans l'article 144octies de la même loi, inséré par l'arrêté royal du 9 juin 1999 confirmé par la loi du 12 août 2000, et remplacé par la loi du 13 décembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 2, les mots "sur proposition" sont remplacés par les mots "après avis";
2° il est inséré un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Si, au terme du mécanisme visé au § 2, aucune offre n'a été retenue, le Roi procède, après avis de l'Institut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, à une désignation d'office d'un ou plusieurs prestataires pour une période de cinq ans qui sont compensés conformément aux règles pour le calcul du coût net des obligations de service universel prévues à l'article 144undecies de la loi."
3° il est inséré un paragraphe 4, rédigé comme suit :
" § 4. En cas de défaillance d'un prestataire désigné conformément au § 2 ou au § 3 et lorsque cette défaillance a été constatée par l'Institut, le Roi, procède, par arrêté délibéré en Conseil des ministres sur proposition de l'Institut, à la désignation d'un autre prestataire en remplacement du prestataire défaillant pour une période de cinq ans. Il peut également par arrêté délibéré en Conseil des ministres déterminer les modalités et les procédures amenant à constater une défaillance du prestataire désigné.".
1° au paragraphe 2, les mots "sur proposition" sont remplacés par les mots "après avis";
2° il est inséré un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Si, au terme du mécanisme visé au § 2, aucune offre n'a été retenue, le Roi procède, après avis de l'Institut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, à une désignation d'office d'un ou plusieurs prestataires pour une période de cinq ans qui sont compensés conformément aux règles pour le calcul du coût net des obligations de service universel prévues à l'article 144undecies de la loi."
3° il est inséré un paragraphe 4, rédigé comme suit :
" § 4. En cas de défaillance d'un prestataire désigné conformément au § 2 ou au § 3 et lorsque cette défaillance a été constatée par l'Institut, le Roi, procède, par arrêté délibéré en Conseil des ministres sur proposition de l'Institut, à la désignation d'un autre prestataire en remplacement du prestataire défaillant pour une période de cinq ans. Il peut également par arrêté délibéré en Conseil des ministres déterminer les modalités et les procédures amenant à constater une défaillance du prestataire désigné.".
Art. 10. In artikel 148bis van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 juni 1999, bekrachtigd bij de wet van 12 augustus 2000, vervangen bij de wet van 13 december 2010 en gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, wordt een paragraaf 5 ingevoegd, luidende als volgt :
" § 5. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels met betrekking tot de definiëring van brieven, drukwerk en briefkaarten bepalen.".
" § 5. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels met betrekking tot de definiëring van brieven, drukwerk en briefkaarten bepalen.".
Art. 10. Dans l'article 148bis de la même loi, inséré par l'arrêté royal du 9 juin 1999 confirmé par la loi du 12 août 2000, remplacé par la loi du 13 décembre 2010 et modifié par la loi du 10 juillet 2012, il est inséré un paragraphe 5, rédigé comme suit :
" § 5. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, définir les modalités relatives à la définition de lettres, imprimés et cartes postales.".
" § 5. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, définir les modalités relatives à la définition de lettres, imprimés et cartes postales.".