Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 APRIL 2014. - Koninklijk besluit houdende wijzigingen aan sommige bepalingen van de bijzondere loopbaan en van de bezoldigingsregeling van sommige ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Budget en Beheerscontrole
Titre
19 AVRIL 2014. - Arrêté royal modifiant certaines dispositions de la carrière particulière et du statut pécuniaire de certains agents du Service public fédéral Budget et Contrôle de la Gestion
Dokumentinformationen
Numac: 2014003202
Datum: 2014-04-19
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014003202
Date: 2014-04-19
Moniteur: Voir
Tekst (15)
Texte (15)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 22 november 2007 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Budget en Beheerscontrole
CHAPITRE Ier. - Modifications de l'arrêté royal du 22 novembre 2007 portant réforme de la carrière particulière de certains agents du Service public fédéral Budget et Contrôle de la Gestion
Artikel 1. In artikel 2, § 2 van het koninklijk besluit van 22 november 2007 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Budget en Beheerscontrole worden de woorden "of bij wege van mobiliteit" ingevoegd tussen de woorden "graad" en "toegekend".
Article 1er. Dans l'article 2, § 2 de l'arrêté royal du 22 novembre 2007 portant réforme de la carrière particulière de certains agents du Service public fédéral Budget et Contrôle de la Gestion, les mots " ou par mobilité " sont insérés entre les mots " grade " et ", conformément ".
Art. 2. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de woorden "of bij wege van mobiliteit" ingevoegd tussen de woorden "hoger niveau" en "toegekend".
Art. 2. Dans l'article 7 du même arrêté les mots " ou par mobilité " sont insérés entre les mots " niveau supérieur " et ", conformément ".
Art. 3. In hetzelfde besluit wordt artikel 26, opgeheven bij koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, hersteld als volgt:
  "Art. 26. § 1. De titularissen van de graad van financieel deskundige die door hun inschaling overeenkomstig artikel 25, zoals van toepassing op datum van 31 december 2009, een fictieve geldelijke anciënniteit toegekend kregen die kleiner is dan hun reële geldelijke anciënniteit krijgen telkens, op de datum waarop een tussentijdse verhoging in hun weddeschaal wordt toegekend na 31 december 2009, twee jaar bijkomende fictieve geldelijke anciënniteit, of 1 jaar vanaf 1 januari 2017.
  De toepassing van het eerste lid mag niet tot gevolg hebben dat de fictieve geldelijke anciënniteit de reële geldelijke anciënniteit overschrijdt. Indien het verschil tussen de reële geldelijke anciënniteit en de fictieve geldelijke anciënniteit minder bedraagt dan twee jaar, wordt de bijkomende fictieve geldelijke anciënniteit, bedoeld in het eerste lid, beperkt tot dit verschil.
  Met ingang van de datum waarop de reële geldelijke anciënniteit gelijk is aan de fictieve geldelijke anciënniteit wordt deze laatste opgeheven voor de ambtenaren bedoeld in het eerste lid.
  § 2. Onder voorbehoud van paragraaf 1, wordt de fictieve geldelijke anciënniteit opgeheven voor de ambtenaren die overeenkomstig artikel 25, zoals van toepassing op datum van 31 december 2009, een fictieve geldelijke anciënniteit toegekend kregen die kleiner is dan hun reële geldelijke anciënniteit, indien zij op grond van hun fictieve geldelijke anciënniteit bezoldigd worden in de maximumwedde van hun weddeschaal."
Art. 3. Dans le même arrêté, l'article 26, abrogé par l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 26. § 1er. Les titulaires du grade d'expert financier à qui, de par leur intégration conformément à l'article 25, tel qu'il était d'application à la date du 31 décembre 2009, une ancienneté pécuniaire fictive a été attribuée, qui est inférieure à leur ancienneté pécuniaire réelle, reçoivent à chaque fois, à la date à laquelle une augmentation intercalaire dans leur échelle de traitement est octroyée après le 31 décembre 2009, deux ans d'ancienneté pécuniaire fictive complémentaire, ou 1 an à partir du 1er janvier 2017.
  L'application de l'alinéa 1er ne peut pas avoir pour conséquence que l'ancienneté pécuniaire fictive dépasse l'ancienneté pécuniaire réelle. Si la différence entre l'ancienneté pécuniaire réelle et l'ancienneté pécuniaire fictive est de moins de deux ans, l'ancienneté pécuniaire fictive complémentaire visée à l'alinéa 1er, est limitée à cette différence.
  A partir de la date à laquelle l'ancienneté pécuniaire réelle est égale à l'ancienneté pécuniaire fictive, l'ancienneté pécuniaire fictive est supprimée pour les agents visés à l'alinéa 1er.
  § 2. Sous réserve du paragraphe 1er, l'ancienneté pécuniaire fictive est supprimée pour les agents à qui, conformément à l'article 25, tel qu'il était d'application à la date du 31 décembre 2009, une ancienneté pécuniaire fictive a été attribuée qui était inférieure à leur ancienneté pécuniaire réelle, si sur base de leur ancienneté pécuniaire fictive, ils sont rémunérés au traitement maximum de leur échelle de traitement. "
Art. 4. In hetzelfde besluit, wordt artikel 27, opgeheven bij koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, hersteld als volgt:
  "Art. 27. § 1. De titularissen van de graad van financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) die door hun inschaling overeenkomstig artikel 25 of artikel 28, § 2, zoals van toepassing op datum van 31 december 2011, een fictieve geldelijke anciënniteit toegekend kregen die kleiner is dan de reële geldelijke anciënniteit krijgen telkens, op de datum waarop een tussentijdse verhoging in hun weddeschaal wordt toegekend na 31 december 2011, twee jaar bijkomende fictieve geldelijke anciënniteit, of 1 jaar vanaf 1 januari 2017.
  De toepassing van het eerste lid mag niet tot gevolg hebben dat de fictieve geldelijke anciënniteit de reële geldelijke anciënniteit overschrijdt. Indien het verschil tussen de reële geldelijke anciënniteit en de fictieve geldelijke anciënniteit minder bedraagt dan twee jaar, wordt de bijkomende fictieve geldelijke anciënniteit, bedoeld in het eerste lid, beperkt tot dit verschil.
  Met ingang van de datum waarop de reële geldelijke anciënniteit gelijk is aan de fictieve geldelijke anciënniteit wordt deze laatste opgeheven voor de ambtenaren bedoeld in het eerste lid.
  § 2. Onder voorbehoud van paragraaf 1, wordt de fictieve geldelijke anciënniteit opgeheven voor de ambtenaren die overeenkomstig artikel 25 of artikel 28, § 2, zoals van toepassing op datum van 31 december 2011, een fictieve geldelijke anciënniteit toegekend kregen die kleiner is dan hun reële geldelijke anciënniteit, indien zij op grond van hun fictieve geldelijke anciënniteit bezoldigd worden in de maximumwedde van hun weddeschaal."
Art. 4. Dans le même arrêté, l'article 27, abrogé par l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 27. § 1. Les titulaires du grade d'expert financier et administratif (grade supprimé) à qui, de par leur intégration conformément aux articles 25 ou 28, § 2, tel qu'ils étaient d'application à la date du 31 décembre 2011, une ancienneté pécuniaire fictive a été attribuée qui est inférieure à l'ancienneté pécuniaire réelle reçoivent à chaque fois, à la date à laquelle une augmentation intercalaire dans leur échelle de traitement est octroyée après le 31 décembre 2011, deux ans d'ancienneté pécuniaire fictive complémentaire, ou 1 an à partir du 1er janvier 2017.
  L'application de l'alinéa 1er ne peut pas avoir pour conséquence que l'ancienneté pécuniaire fictive dépasse l'ancienneté pécuniaire réelle. Si la différence entre l'ancienneté pécuniaire réelle et l'ancienneté pécuniaire fictive est de moins de deux ans, l'ancienneté pécuniaire fictive complémentaire visée à l'alinéa 1er, est limitée à cette différence.
  A partir de la date à laquelle l'ancienneté pécuniaire réelle est égale à l'ancienneté pécuniaire fictive, l'ancienneté pécuniaire fictive est supprimée pour les agents visés à l'alinéa 1er.
  § 2. Sous réserve du paragraphe 1er, l'ancienneté pécuniaire fictive est supprimée pour les agents à qui, conformément aux articles 25 ou 28, § 2, tel qu'ils étaient d'application à la date du 31 décembre 2011, une ancienneté pécuniaire fictive a été attribuée qui était inférieur à leur ancienneté pécuniaire réelle, si sur base de leur ancienneté pécuniaire fictive ils sont rémunérés au traitement maximum de leur échelle de traitement. "
Art. 5. In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk V, dat de artikelen 30 tot 32 omvat, opgeheven bij koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, hersteld als volgt:
  "HOOFDSTUK V. - Ambtshalve benoeming in de gemene loopbaan van de ambtenaren van het niveau A die titularis zijn van een bijzondere titel en toekenning aan de personeelsleden van niveau A van een functie opgenomen in de bijlage van het koninklijk besluit van 20 december 2007 houdende de classificatie van de functies van niveau A
  Art. 30. § 1. De ambtenaren die op de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk drager zijn van een titel hierna opgenomen in kolom 1, benoemd in de klasse vermeld in kolom 2 en bezoldigd in de weddeschaal vermeld in kolom 3 worden ambtshalve drager van de titel vermeld in kolom 4, benoemd in de klasse vermeld in kolom 5 en bezoldigd in de weddeschaal vermeld in kolom 6:
Art. 5. Dans le même arrêté, le chapitre V, comportant les articles 30 à 32, abrogé par l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " CHAPITRE V. - Nominations d'office dans la carrière commune des agents du niveau A qui sont titulaires d'un titre particulier et attribution aux membres du personnel du niveau A d'une fonction reprise à l'annexe de l'arrêté royal du 20 décembre 2007 portant la classification des fonctions de niveau A
  Art. 30. § 1er. Les agents qui, à la date d'entrée en vigueur du présent chapitre, sont porteurs d'un titre repris à la colonne 1, nommés dans la classe mentionnée à la colonne 2 et rémunérés dans l'échelle de traitement mentionnée à la colonne 3 sont d'office porteurs du titre repris à la colonne 4, nommés dans la classe mentionnée à la colonne 5 et rémunérés dans l'échelle de traitement mentionnée à la colonne 6 :
1 2 3 4 5 6
1° Attaché van financiën/Attaché des finances A1 A11 Attaché A1 A11
2° Attaché van financiën/Attaché des finances A1 A12 Attaché A1 A12
3° Attaché van financiën/Attaché des finances A2 A21 Attaché A2 A21
4° Attaché van financiën/Attaché des finances A2 A22 Attaché A2 A22
5° Eerste attaché van financiën/Premier attaché des finances A2 A21 Attaché A2 A21
6° Eerste attaché van financiën/Premier attaché des finances A2 A22 Adviseur/Conseiller A3 A31
7° Eerste attaché van financiën/Premier attaché des finances A2 A23 Adviseur/Conseiller A3 A32
8° Directeur A3 A31 Adviseur/Conseiller A3 A32
9° Directeur A3 A32 Adviseur/Conseiller A3 A33
10° Directeur A3 A33 Adviseur/Conseiller A3 A33
11° Auditeur-generaal van Financiën/Auditeur général des finances A4 A42 Adviseur-generaal/
  Conseiller general
A4 A42
12° Auditeur-generaal van Financiën/Auditeur général des finances A4 A43 Adviseur-generaal/Conseiller general A4 A43
1 2 3 4 5 6 1° Attaché van financiën/Attaché des finances A1 A11 Attaché A1 A11 2° Attaché van financiën/Attaché des finances A1 A12 Attaché A1 A12 3° Attaché van financiën/Attaché des finances A2 A21 Attaché A2 A21 4° Attaché van financiën/Attaché des finances A2 A22 Attaché A2 A22 5° Eerste attaché van financiën/Premier attaché des finances A2 A21 Attaché A2 A21 6° Eerste attaché van financiën/Premier attaché des finances A2 A22 Adviseur/Conseiller A3 A31 7° Eerste attaché van financiën/Premier attaché des finances A2 A23 Adviseur/Conseiller A3 A32 8° Directeur A3 A31 Adviseur/Conseiller A3 A32 9° Directeur A3 A32 Adviseur/Conseiller A3 A33 10° Directeur A3 A33 Adviseur/Conseiller A3 A33 11° Auditeur-generaal van Financiën/Auditeur général des finances A4 A42 Adviseur-generaal/
  Conseiller general A4 A42 12° Auditeur-generaal van Financiën/Auditeur général des finances A4 A43 Adviseur-generaal/Conseiller general A4 A43
§ 2. Op de in paragraaf 1 bedoelde benoemingen zijn de volgende bepalingen van toepassing:
  1° artikel 27, § 1, van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van de federale overheidsdiensten, zoals van toepassing op 1 september 2013;
  2° artikel 25, zoals van toepassing op datum van 1 september 2013.
  § 3. De klasseanciënniteit van de ambtenaren die overeenkomstig paragraaf 1 ambtshalve worden benoemd in de hogere klasse vangt aan op de datum van deze benoeming.
  § 4. Onverminderd de artikelen 36 en 37 behouden de ambtenaren, bedoeld in de paragraaf 1, die geslaagd zijn voor een gecertificeerde opleiding de hieraan verbonden premie voor competentieontwikkeling voor de nog lopende geldigheidsduur en, in voorkomend geval, het hieraan oorspronkelijk verbonden recht op bevordering in de hogere weddeschaal onder de voorwaarden bepaald voor het Rijkspersoneel van het Federaal Openbaar Ambt."
  Art. 31. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder een functie: een functie opgenomen in de bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 20 december 2007 houdende de classificatie van de functies van niveau A.
  Art. 32. Indien nog geen functie werd toegekend aan statutaire of contractuele personeelsleden van het niveau A, kent de Voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde hen een functie toe die werd geclassificeerd in de klasse waarin zij benoemd zijn of in dienst werden genomen."
1 2 3 4 5 6
1° Attaché van financiën/Attaché des finances A1 A11 Attaché A1 A11
2° Attaché van financiën/Attaché des finances A1 A12 Attaché A1 A12
3° Attaché van financiën/Attaché des finances A2 A21 Attaché A2 A21
4° Attaché van financiën/Attaché des finances A2 A22 Attaché A2 A22
5° Eerste attaché van financiën/Premier attaché des finances A2 A21 Attaché A2 A21
6° Eerste attaché van financiën/Premier attaché des finances A2 A22 Adviseur/Conseiller A3 A31
7° Eerste attaché van financiën/Premier attaché des finances A2 A23 Adviseur/Conseiller A3 A32
8° Directeur A3 A31 Adviseur/Conseiller A3 A32
9° Directeur A3 A32 Adviseur/Conseiller A3 A33
10° Directeur A3 A33 Adviseur/Conseiller A3 A33
11° Auditeur-generaal van Financiën/Auditeur général des finances A4 A42 Adviseur-generaal/
  Conseiller general
A4 A42
12° Auditeur-generaal van Financiën/Auditeur général des finances A4 A43 Adviseur-generaal/Conseiller general A4 A43
1 2 3 4 5 6 1° Attaché van financiën/Attaché des finances A1 A11 Attaché A1 A11 2° Attaché van financiën/Attaché des finances A1 A12 Attaché A1 A12 3° Attaché van financiën/Attaché des finances A2 A21 Attaché A2 A21 4° Attaché van financiën/Attaché des finances A2 A22 Attaché A2 A22 5° Eerste attaché van financiën/Premier attaché des finances A2 A21 Attaché A2 A21 6° Eerste attaché van financiën/Premier attaché des finances A2 A22 Adviseur/Conseiller A3 A31 7° Eerste attaché van financiën/Premier attaché des finances A2 A23 Adviseur/Conseiller A3 A32 8° Directeur A3 A31 Adviseur/Conseiller A3 A32 9° Directeur A3 A32 Adviseur/Conseiller A3 A33 10° Directeur A3 A33 Adviseur/Conseiller A3 A33 11° Auditeur-generaal van Financiën/Auditeur général des finances A4 A42 Adviseur-generaal/
  Conseiller general A4 A42 12° Auditeur-generaal van Financiën/Auditeur général des finances A4 A43 Adviseur-generaal/Conseiller general A4 A43
§ 2. Pour les nominations visées au paragraphe 1er, les dispositions suivantes sont d'application :
  1° l'article 27, § 1er, de l'arrêté royal du 29 juin 1973 portant statut pécuniaire du personnel des services publics fédéraux, tel qu'il était d'application le 1er septembre 2013;
  2° l'article 25, tel qu'il était d'application à la date du 1er septembre 2013.
  § 3. L'ancienneté de classe des agents qui, conformément au paragraphe 1er, sont nommés d'office dans la classe supérieure prend cours à la date de cette nomination.
  § 4. Sans préjudice des articles 36 et 37, les agents visés au paragraphe 1er qui sont lauréats d'une formation certifiée maintiennent la prime de développement des compétences qui y est liée pour la durée de validité restant à courir et, le cas échéant, le droit initial à la promotion par avancement barémique qui y est lié aux conditions fixées pour les agents de l'Etat de la fonction publique fédérale. "
  Art. 31. Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par fonction : une fonction mentionnée à l'annexe 1 de l'arrêté royal du 20 décembre 2007 portant la classification des fonctions de niveau A.
  Art. 32. Si aucune fonction n'a encore été attribuée à des membres du personnel statutaire ou contractuel du niveau A, le Président du Comité de direction ou son délégué leur attribue une fonction de la classe dans laquelle ils sont nommés ou engagés. "
Art. 6. In hetzelfde besluit worden de artikelen 35 tot 42, opgeheven bij koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, hersteld als volgt:
  "Art. 35. De ambtenaren bedoeld in artikel 30, § 1, die, op de datum dat zij ambtshalve drager worden van de titel van attaché, gerechtigd zijn op een complement behouden dit ten persoonlijke titel in de klassen A1 en A2.
  Art. 36. De ambtenaren bedoeld in artikel 30, § 1, eerste lid, 6°, die als titularis van de weddeschaal A22 geslaagd zijn of zullen slagen voor een gecertificeerde opleiding waarvan de geldigheidsduur aanvangt voor de inwerkingtreding van dit besluit, behouden het voordeel van hun slagen en worden bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de gecertificeerde opleiding bevorderd in de weddeschaal A32 onder de voorwaarden bepaald voor het Rijkspersoneel van het Federaal Openbaar Ambt.
  Art. 37. Onverminderd artikel 36, de ambtenaren bedoeld in artikel 30, § 1, eerste lid, 8°, die als titularis van de weddeschaal A31 geslaagd zijn of zullen slagen voor een gecertificeerde opleiding waarvan de geldigheidsduur aanvangt voor de inwerkingtreding van dit besluit, behouden het voordeel van hun slagen en worden bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de gecertificeerde opleiding bevorderd in de weddeschaal A33 onder de voorwaarden bepaald voor het Rijkspersoneel van het Federaal Openbaar Ambt.
  Art. 38. De ambtenaren bedoeld in artikel 30, § 1, eerste lid, 8° en 9°, kunnen als adviseur nooit een lagere bezoldiging hebben dan deze die zij zouden hebben genoten als directeur.
  Voor de toepassing van het eerste lid dient te worden verstaan onder bezoldiging: de wedde, het complement en de premie voor competentieontwikkeling.
  De premie voor competentieontwikkeling kan slechts worden uitbetaald onder de voorwaarden bepaald voor het Rijkspersoneel van het Federaal Openbaar Ambt.
  Art. 39. De ambtenaren bedoeld in artikel 30, § 1, 10° behouden hun complement ten persoonlijke titel voor de duur dat zij benoemd blijven in de klasse A3.
  Art. 40. De ambtenaren bedoeld in artikel 30, § 1, die op de datum dat zij ambtshalve drager worden van de titel van adviseur-generaal, gerechtigd zijn op een complement behouden dit ten persoonlijke titel voor de duur dat zij benoemd blijven in de klasse A4.
  Art. 41. De ambtenaren die als titularis van een titel vermeld in kolom 1 van de tabel, bedoeld in artikel 30, § 1, werden bevorderd in een titel bedoeld in kolom 4 krijgen minimaal de bezoldiging die zij zouden hebben gehad, in uitvoering van hetzelfde artikel, mochten zij niet bevorderd zijn geweest in deze laatste titel.
  Voor de toepassing van het eerste lid dient te worden verstaan onder bezoldiging, deze zoals gedefinieerd in artikel 38, tweede lid."
Art. 6. Dans le même arrêté les articles 35 à 42, abrogés par l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale, sont rétablis dans la rédaction suivante :
  " Art. 35. Les agents visés à l'article 30, § 1er, qui sont titulaires d'un complément à la date à laquelle ils deviennent d'office porteur du titre d'attaché, conservent ce complément, à titre personnel, dans les classes A1 et A2.
  Art. 36. Les agents visés à l'article 30, § 1er, alinéa 1er, 6°, qui en tant que titulaires de l'échelle de traitement A22 sont ou seront lauréats d'une formation certifiée dont la durée de validité débute avant l'entrée en vigueur du présent arrêté conservent le bénéfice de leur réussite et sont promus dans l'échelle de traitement A32 au terme de la durée de validité de la formation certifiée aux conditions fixées pour les agents de l'Etat de la fonction publique fédérale.
  Art. 37. Sans préjudice de l'article 36, les agents visés à l'article 30, § 1er, alinéa 1er, 8°, qui en tant que titulaires de l'échelle de traitement A31 sont ou seront lauréats d'une formation certifiée dont la durée de validité débute avant l'entrée en vigueur du présent arrêté conservent le bénéfice de leur réussite et sont promus dans l'échelle de traitement A33 au terme de la durée de validité de la formation certifiée aux conditions fixées pour les agents de l'Etat de la fonction publique fédérale.
  Art. 38. Les agents visés à l'article 30, § 1er, alinéa 1er, 8° et 9°, ne peuvent à aucun moment percevoir, en tant que conseiller, une rémunération inférieure à celle dont ils auraient bénéficié en tant que directeur.
  Pour l'application de l'alinéa 1er, l'on entend par rémunération : le traitement, le complément et la prime de développement des compétences.
  La prime de développement des compétences ne peut être payée qu'aux conditions fixées pour les agents de l'Etat de la fonction publique fédérale.
  Art. 39. Les agents visés à l'article 30, § 1er, 10°, conservent leur complément à titre personnel pendant la durée où ils restent nommés dans la classe A3.
  Art. 40. Les agents visés à l'article 30, § 1er, qui sont titulaires d'un complément à la date à laquelle ils deviennent d'office porteur du titre de conseiller général, conservent ce complément, à titre personnel, pendant la durée où ils restent nommés dans la classe A4.
  Art. 41. Les agents qui, en tant que titulaires d'un titre mentionné à la colonne 1 du tableau visé à l'article 30, § 1er, ont été promus dans un titre repris à la colonne 4 perçoivent au minimum la rémunération qu'ils auraient obtenue, en application de ce même article, s'ils n'avaient pas été promus dans ce dernier titre.
  Pour l'application de l'alinéa 1er, l'on entend par rémunération celle telle que définie à l'article 38, alinéa 2. "
Art. 7. In hetzelfde besluit wordt de bijlage 2 vervangen door de bijlage 2 die als bijlage is gevoegd bij dit besluit.
Art. 7. Dans le même arrêté, l'annexe 2 est remplacée par l'annexe 2 qui est jointe dans l'annexe du présent arrêté.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 22 november 2007 houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Budget en Beheerscontrole
CHAPITRE II. - Modifications de l'arrêté royal du 22 novembre 2007 portant les dispositions particulières concernant le statut pécuniaire du personnel du Service public fédéral Budget et Contrôle de la Gestion
Art. 8. In het koninklijk besluit van 22 november 2007 houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Budget en Beheerscontrole wordt artikel 3, eerste lid, 1° en 2° vervangen als volgt :
  "1° weddeschaal DF1
  14.400,00 - 19.582,48
  3/1 x 218,66
  4/2 x 259,00
  10/2 x 349,05
  (Kl. 18j. - N.D - G.A.)
  2° weddeschaal DF2
  15.400,00 - 20.582,48
  3/1 x 218,66
  4/2 x 259,00
  10/2 x 349,05
  (Kl. 18j. - N.D - G.A.)"
Art. 8. Dans l'arrêté royal du 22 novembre 2007 portant les dispositions particulières concernant le statut pécuniaire du personnel du Service public fédéral Budget et Contrôle de la Gestion, l'article 3, l'alinéa 1er, 1° et 2° est remplacé comme suit :
  " 1° l'échelle de traitement DF1
  14.400,00 - 19.582,48
  3/1 x 218,66
  4/2 x 259,00
  10/2 x 349,05
  (Cl. 18a. - N.D - G.A.)
  2° l'échelle de traitement DF2
  15.400,00 - 20.582,48
  3/1 x 218,66
  4/2 x 259,00
  10/2 x 349,05
  (Cl. 18a. - N.D - G.A.) "
Art. 9. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de woorden "vijf jaar" vervangen door de woorden "acht jaar".
Art. 9. Dans l'article 5 du même arrêté, les mots " cinq ans " sont remplacés par les mots " huit ans ".
Art. 10. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2013, met uitzondering van:
  1° de artikelen 1, 2 en 7 die uitwerking hebben met ingang van 31 december 2013;
  2° artikel 3 dat uitwerking heeft met ingang van 31 december 2009;
  3° artikel 4 dat uitwerking heeft met ingang van 31 december 2011;
  4° artikel 8 dat uitwerking heeft met ingang van 1 augustus 2010 en dat buiten werking treedt op 31 december 2013;
  5° artikel 9 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2007 en dat buiten werking treedt op 31 december 2013.
Art. 10. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2013, à l'exception :
  1° des articles 1er, 2 et 7 qui produisent leurs effets le 31 décembre 2013;
  2° de l'article 3 qui produit ses effets le 31 décembre 2009;
  3° de l'article 4 qui produit ses effets le 31 décembre 2011;
  4° de l'article 8 qui produit ses effets le 1er août 2010 et qui cessent d'être en vigueur le 31 décembre 2013;
  5° de l'article 9 qui produit ses effets le 1er janvier 2007 et qui cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2013.
Art. 11. De minister bevoegd voor Begroting is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 11. Le ministre qui a le Budget dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 22 november 2007 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Budget en Beheerscontrole
Art. N. Annexe 2 à l'arrêté royal du 22 novembre 2007 portant réforme de la carrière particulière de certains agents du Service public fédéral Budget et Contrôle de la Gestion
NIVEAU C  
Financieel assistent  
1.a) Verandering van graad : administratief assistent of adjunct-financieel assistent (afgeschafte graad) : laureaat van de proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot de graad van financieel assistent. A. De vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van financieel assistent bestaat slechts uit één proef bestaande uit één of meer delen met betrekking tot de specifieke competenties vereist voor de functie.
1.b) Overgang naar het hogere niveau : financieel medewerker laureaat van de vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van financieel assistent. B. De proef over de beroepsbekwaamheid toetst de specifieke competenties vereist voor de functie.
2. Mobiliteit: overeenkomstig het koninklijk besluit van 15 januari 2007 betreffende de mobiliteit van de statutaire ambtenaren in het federaal administratief openbaar ambt. C. De vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van financieel assistent en de proef over de beroepsbekwaamheid maken het voorwerp uit van één en dezelfde organisatie.
 Om te slagen moeten de kandidaten ten minste 60% van de punten behalen voor de volledige vergelijkende selectie of de proef over de beroepsbekwaamheid en zo zij uit meerdere gedeelten bestaat dient bijkomend op elk deel minstens 50 % van de punten te worden behaald.
 D. De rangschikking van de kandidaten bedoeld in kolom 1, sub 1.a) en 1.b) gebeurt als volgt :
 1 de laureaat van de vergelijkende selectie voor overgang die toegang verleent tot de graad van financieel assistent of de proef over de beroepsbekwaamheid waarvan het proces-verbaal op de verst afgelegen datum werd afgesloten;
 2 onder laureaten van een vergelijkende selectie of proef over de beroepsbekwaamheid die werd afgesloten op dezelfde datum, de laureaat die de meeste punten behaalde voor het geheel van de verschillende delen;
 3 onder laureaten die hetzelfde aantal punten behaalden :
 a) de ambtenaar met de grootste gecumuleerde niveauanciënniteit in de niveaus C, 2, D en 3;
 b) bij gelijkheid tussen de ambtenaren bedoeld in a) de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;
 c) bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar.
 E. Bij wege van overgangsbepaling wordt de administratief assistent of adjunct-financieel assistent (afgeschafte graad), laureaat van een examen voor bevordering tot een graad van rang 34 of examen voor verhoging tot de weddenschaal 30S2 of een examen voor verhoging tot de graad van sectiechef bij financiën, geacht geslaagd te zijn voor de proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot de graad van financieel assistent.
 Voor de toepassing van het vorige lid wordt geen rekening gehouden met de examens voor verhoging in de graden van hoofdoperateur-mechanograaf 1e klasse of hoofdoperateur-mechanograaf 2e klasse.
 Om te kunnen worden benoemd tot financieel assistent dient hij een vacante betrekking te solliciteren, hij kan zijn rechten op verandering van graad ten vroegste doen gelden bij de benoemingsprocedure waaraan de laureaten deelnemen van de eerste selectie voor overgang naar de graad van financieel assistent of de eerste proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot deze graad en georganiseerd werd voor de behoeften van de entiteit waar de betrekking te begeven is.
 Voor hun rangschikking overeenkomstig sub D worden de datum en de punten in aanmerking genomen van het examen waarop zij zich kunnen beroepen.
 F. De laureaten van de proef over de beroepsbekwaamheid of de vergelijkende selectie voor overgang die toegang verleent tot de graad van financieel assistent behouden onbeperkt het voordeel van hun uitslag.
NIVEAU C Financieel assistent 1.a) Verandering van graad : administratief assistent of adjunct-financieel assistent (afgeschafte graad) : laureaat van de proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot de graad van financieel assistent. A. De vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van financieel assistent bestaat slechts uit één proef bestaande uit één of meer delen met betrekking tot de specifieke competenties vereist voor de functie. 1.b) Overgang naar het hogere niveau : financieel medewerker laureaat van de vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van financieel assistent. B. De proef over de beroepsbekwaamheid toetst de specifieke competenties vereist voor de functie. 2. Mobiliteit: overeenkomstig het koninklijk besluit van 15 januari 2007 betreffende de mobiliteit van de statutaire ambtenaren in het federaal administratief openbaar ambt. C. De vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van financieel assistent en de proef over de beroepsbekwaamheid maken het voorwerp uit van één en dezelfde organisatie. Om te slagen moeten de kandidaten ten minste 60% van de punten behalen voor de volledige vergelijkende selectie of de proef over de beroepsbekwaamheid en zo zij uit meerdere gedeelten bestaat dient bijkomend op elk deel minstens 50 % van de punten te worden behaald. D. De rangschikking van de kandidaten bedoeld in kolom 1, sub 1.a) en 1.b) gebeurt als volgt : 1 de laureaat van de vergelijkende selectie voor overgang die toegang verleent tot de graad van financieel assistent of de proef over de beroepsbekwaamheid waarvan het proces-verbaal op de verst afgelegen datum werd afgesloten; 2 onder laureaten van een vergelijkende selectie of proef over de beroepsbekwaamheid die werd afgesloten op dezelfde datum, de laureaat die de meeste punten behaalde voor het geheel van de verschillende delen; 3 onder laureaten die hetzelfde aantal punten behaalden : a) de ambtenaar met de grootste gecumuleerde niveauanciënniteit in de niveaus C, 2, D en 3; b) bij gelijkheid tussen de ambtenaren bedoeld in a) de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit; c) bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar.E. Bij wege van overgangsbepaling wordt de administratief assistent of adjunct-financieel assistent (afgeschafte graad), laureaat van een examen voor bevordering tot een graad van rang 34 of examen voor verhoging tot de weddenschaal 30S2 of een examen voor verhoging tot de graad van sectiechef bij financiën, geacht geslaagd te zijn voor de proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot de graad van financieel assistent. Voor de toepassing van het vorige lid wordt geen rekening gehouden met de examens voor verhoging in de graden van hoofdoperateur-mechanograaf 1e klasse of hoofdoperateur-mechanograaf 2e klasse. Om te kunnen worden benoemd tot financieel assistent dient hij een vacante betrekking te solliciteren, hij kan zijn rechten op verandering van graad ten vroegste doen gelden bij de benoemingsprocedure waaraan de laureaten deelnemen van de eerste selectie voor overgang naar de graad van financieel assistent of de eerste proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot deze graad en georganiseerd werd voor de behoeften van de entiteit waar de betrekking te begeven is. Voor hun rangschikking overeenkomstig sub D worden de datum en de punten in aanmerking genomen van het examen waarop zij zich kunnen beroepen. F. De laureaten van de proef over de beroepsbekwaamheid of de vergelijkende selectie voor overgang die toegang verleent tot de graad van financieel assistent behouden onbeperkt het voordeel van hun uitslag.
NIVEAU C  
Assistant financier  
1.a) Changement de grade : assistant administratif ou assistant financier adjoint (grade supprimé) : lauréat de l'épreuve de qualification professionnelle qui donne accès au grade d'assistant financier. A. La sélection comparative d'accession au grade d'assistant financier consiste en une seule épreuve composée d'une ou plusieurs parties portant sur les compétences spécifiques requises pour la fonction.
  
1.b) Accession au niveau supérieur : collaborateur financier lauréat de la sélection comparative d'accession au grade d'assistant financier. B. L'épreuve de qualification professionnelle évalue les compétences spécifiques requises pour la fonction.
  
2. Mobilité : conformément à l'arrêté royal du 15 janvier 2007 relatif à la mobilité des agents statutaires dans la fonction publique fédérale administrative. C. La sélection comparative d'accession au grade d'assistant financier et l'épreuve de qualification professionnelle font l'objet d'une seule et même organisation.
 Pour réussir, les candidats doivent au moins obtenir 60% des points sur l'ensemble de la sélection comparative ou de l'épreuve de qualification professionnelle et si elle comporte plusieurs parties, 50 % des points à chacune d'entre elles.
  
 D. Le classement des candidats visés à la colonne 1, sous 1.a et 1.b s'établit comme suit:
 1° le lauréat de la sélection comparative d'accession donnant accès au grade d'assistant financier ou de l'épreuve de qualification professionnelle dont le procès-verbal a été clôturé à la date la plus ancienne;
 2° entre lauréats d'une sélection comparative ou épreuve de qualification professionnelle clôturées à la même date, le lauréat qui a obtenu le plus de points au total des différentes parties;
 3° entre lauréats ayant obtenu le même nombre de points:
 a) l'agent comptant la plus grande ancienneté cumulée dans les niveaux C, 2, D et 3 ;
 b) à égalité entre les candidats repris sous a), l'agent comptant la plus grande ancienneté de service;
 c) à égalité d'ancienneté de service, l'agent le plus âgé.
  
 E. Par mesure transitoire, l'assistant administratif ou l'assistant financier adjoint (grade supprimé), lauréat d'un examen de promotion à un grade de rang 34 ou d'un examen d'avancement barémique à l'échelle 30S2 ou d'un examen d'avancement au grade de chef de section des finances est censé avoir réussi l'épreuve de qualification professionnelle donnant accès au grade d'assistant financier.
 Pour l'application de l'alinéa précédent, il n'est pas tenu compte des examens d'avancement aux grades de chef opérateur mécanographe 1ère classe ou de chef opérateur mécanographe 2e classe.
 Afin de pouvoir être nommé au grade d'assistant financier, il doit postuler un emploi vacant. Il ne peut faire valoir son droit au changement de grade qu'au plus tôt lors de la procédure de nomination à laquelle participent les lauréats de la première sélection comparative d'accession au grade d'assistant financier ou de la première épreuve de qualification professionnelle organisée pour les besoins de l'entité où l'emploi est à pourvoir.
 La date et les points de l'examen dont ils peuvent se prévaloir, sont pris en considération pour l'établissement de leur classement établi conformément au point D.
  
 F. Les lauréats d'une épreuve de qualification professionnelle ou d'une sélection comparative d'accession au grade d'assistant financier conservent de manière illimitée le bénéfice de leur résultat.
NIVEAU C Assistant financier 1.a) Changement de grade : assistant administratif ou assistant financier adjoint (grade supprimé) : lauréat de l'épreuve de qualification professionnelle qui donne accès au grade d'assistant financier. A. La sélection comparative d'accession au grade d'assistant financier consiste en une seule épreuve composée d'une ou plusieurs parties portant sur les compétences spécifiques requises pour la fonction. 1.b) Accession au niveau supérieur : collaborateur financier lauréat de la sélection comparative d'accession au grade d'assistant financier. B. L'épreuve de qualification professionnelle évalue les compétences spécifiques requises pour la fonction. 2. Mobilité : conformément à l'arrêté royal du 15 janvier 2007 relatif à la mobilité des agents statutaires dans la fonction publique fédérale administrative. C. La sélection comparative d'accession au grade d'assistant financier et l'épreuve de qualification professionnelle font l'objet d'une seule et même organisation. Pour réussir, les candidats doivent au moins obtenir 60% des points sur l'ensemble de la sélection comparative ou de l'épreuve de qualification professionnelle et si elle comporte plusieurs parties, 50 % des points à chacune d'entre elles. D. Le classement des candidats visés à la colonne 1, sous 1.a et 1.b s'établit comme suit: 1° le lauréat de la sélection comparative d'accession donnant accès au grade d'assistant financier ou de l'épreuve de qualification professionnelle dont le procès-verbal a été clôturé à la date la plus ancienne; 2° entre lauréats d'une sélection comparative ou épreuve de qualification professionnelle clôturées à la même date, le lauréat qui a obtenu le plus de points au total des différentes parties; 3° entre lauréats ayant obtenu le même nombre de points: a) l'agent comptant la plus grande ancienneté cumulée dans les niveaux C, 2, D et 3 ; b) à égalité entre les candidats repris sous a), l'agent comptant la plus grande ancienneté de service; c) à égalité d'ancienneté de service, l'agent le plus âgé. E. Par mesure transitoire, l'assistant administratif ou l'assistant financier adjoint (grade supprimé), lauréat d'un examen de promotion à un grade de rang 34 ou d'un examen d'avancement barémique à l'échelle 30S2 ou d'un examen d'avancement au grade de chef de section des finances est censé avoir réussi l'épreuve de qualification professionnelle donnant accès au grade d'assistant financier. Pour l'application de l'alinéa précédent, il n'est pas tenu compte des examens d'avancement aux grades de chef opérateur mécanographe 1ère classe ou de chef opérateur mécanographe 2e classe. Afin de pouvoir être nommé au grade d'assistant financier, il doit postuler un emploi vacant. Il ne peut faire valoir son droit au changement de grade qu'au plus tôt lors de la procédure de nomination à laquelle participent les lauréats de la première sélection comparative d'accession au grade d'assistant financier ou de la première épreuve de qualification professionnelle organisée pour les besoins de l'entité où l'emploi est à pourvoir. La date et les points de l'examen dont ils peuvent se prévaloir, sont pris en considération pour l'établissement de leur classement établi conformément au point D. F. Les lauréats d'une épreuve de qualification professionnelle ou d'une sélection comparative d'accession au grade d'assistant financier conservent de manière illimitée le bénéfice de leur résultat.
NIVEAU D  
Financieel medewerker  
1. Verandering van graad : administratief medewerker laureaat van de proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot de graad van financieel medewerker. A. De proef over de beroepsbekwaamheid toetst de specifieke competenties vereist voor de functie.
2. Mobiliteit: overeenkomstig het koninklijk besluit van 15 januari 2007 betreffende de mobiliteit van de statutaire ambtenaren in het federaal administratief openbaar ambt. B. Om te slagen moeten de kandidaten ten minste 60 % van de punten behalen.
 C. De rangschikking van de kandidaten bedoeld in kolom 1, sub 1, gebeurt als volgt:
 1° de laureaat van de proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot de graad van financieel medewerker waarvan het proces-verbaal op de verst afgelegen datum werd afgesloten;
 2° onder laureaten van een proef over de beroepsbekwaamheid die werd afgesloten op dezelfde datum, de laureaat die de meeste punten behaalde;
 3° onder laureaten die hetzelfde aantal punten behaalden, de ambtenaar met de grootste graadanciënniteit;
 4° bij gelijke graadanciënniteit, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;
 5° bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar.
 D. De laureaten van de proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot de graad van financieel medewerker behouden onbeperkt het voordeel van hun uitslag.
NIVEAU D Financieel medewerker 1. Verandering van graad : administratief medewerker laureaat van de proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot de graad van financieel medewerker. A. De proef over de beroepsbekwaamheid toetst de specifieke competenties vereist voor de functie. 2. Mobiliteit: overeenkomstig het koninklijk besluit van 15 januari 2007 betreffende de mobiliteit van de statutaire ambtenaren in het federaal administratief openbaar ambt. B. Om te slagen moeten de kandidaten ten minste 60 % van de punten behalen. C. De rangschikking van de kandidaten bedoeld in kolom 1, sub 1, gebeurt als volgt: 1° de laureaat van de proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot de graad van financieel medewerker waarvan het proces-verbaal op de verst afgelegen datum werd afgesloten; 2° onder laureaten van een proef over de beroepsbekwaamheid die werd afgesloten op dezelfde datum, de laureaat die de meeste punten behaalde; 3° onder laureaten die hetzelfde aantal punten behaalden, de ambtenaar met de grootste graadanciënniteit; 4° bij gelijke graadanciënniteit, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit; 5° bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar.D. De laureaten van de proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot de graad van financieel medewerker behouden onbeperkt het voordeel van hun uitslag.
NIVEAU D  
Collaborateur financier  
1. Changement de grade : collaborateur administratif lauréat de l'épreuve de qualification professionnelle donnant accès au grade de collaborateur financier A. L'épreuve de qualification professionnelle porte sur les compétences spécifiques requises pour la fonction.
2. Mobilité : conformément à l'arrêté royal du 15 janvier 2007 relatif à la mobilité des agents statutaires dans la fonction publique fédérale administrative. B. Les candidats doivent au moins obtenir 60% des points pour réussir
 C. Le classement des candidats visés à la colonne 1, sous 1, s'établit comme suit :
 1° le lauréat de l'épreuve de qualification professionnelle donnant accès au grade de collaborateur financier dont le procès-verbal a été clôturé à la date la plus ancienne ;
 2° entre lauréats d'une épreuve de qualification professionnelle clôturée à la même date, le lauréat qui a obtenu le plus grand nombre de points ;
 3° entre lauréats ayant obtenu le plus grand nombre de points, l'agent qui compte la plus grande ancienneté de grade.
 4° à égalité d'ancienneté de grade, l'agent qui compte la plus grande ancienneté de service ;
 5° à égalité d'ancienneté de service, l'agent le plus âgé.
 D. Les lauréats d'une épreuve de qualification professionnelle au grade de collaborateur financier conservent de manière illimitée le bénéfice de leur résultat.
NIVEAU D Collaborateur financier 1. Changement de grade : collaborateur administratif lauréat de l'épreuve de qualification professionnelle donnant accès au grade de collaborateur financier A. L'épreuve de qualification professionnelle porte sur les compétences spécifiques requises pour la fonction. 2. Mobilité : conformément à l'arrêté royal du 15 janvier 2007 relatif à la mobilité des agents statutaires dans la fonction publique fédérale administrative. B. Les candidats doivent au moins obtenir 60% des points pour réussir C. Le classement des candidats visés à la colonne 1, sous 1, s'établit comme suit : 1° le lauréat de l'épreuve de qualification professionnelle donnant accès au grade de collaborateur financier dont le procès-verbal a été clôturé à la date la plus ancienne ; 2° entre lauréats d'une épreuve de qualification professionnelle clôturée à la même date, le lauréat qui a obtenu le plus grand nombre de points ; 3° entre lauréats ayant obtenu le plus grand nombre de points, l'agent qui compte la plus grande ancienneté de grade. 4° à égalité d'ancienneté de grade, l'agent qui compte la plus grande ancienneté de service ; 5° à égalité d'ancienneté de service, l'agent le plus âgé. D. Les lauréats d'une épreuve de qualification professionnelle au grade de collaborateur financier conservent de manière illimitée le bénéfice de leur résultat.