Art. 1. Draagwijdte
1. De bepalingen van dit akkoord zijn van toepassing op het internationale wegvervoer van goederen en reizigers voor rekening van derden of voor eigen rekening, tussen de grondgebieden van de Overeenkomstsluitende Partijen, in doorvoer over hun grondgebieden en van en naar derde landen, verricht door vervoerders die op het grondgebied van één der Overeenkomstsluitende Partijen gevestigd zijn.
2. De Overeenkomstsluitende Partijen aanvaarden de rechten en verplichtingen voortspruitend uit de akkoorden gesloten tussen de Europese Unie en de Republiek Albanië en uit andere internationale akkoorden die door beide Partijen ondertekend werden.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
25 APRIL 2006. - Akkoord tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Republiek Albanië betreffende het internationaal wegvervoer, ondertekend te Tirana, op 25 april 2006
Titre
25 AVRIL 2006. - Accord entre le Gouvernement du Royaume de Belgique et le Gouvernement de la République d'Albanie sur le transport routier international, signé à Tirana, le 25 avril 2006
Dokumentinformationen
Numac: 2013A15024
Datum: 2006-04-25
Info du document
Numac: 2013A15024
Date: 2006-04-25
Inhoud
Tekst (19)
Texte (19)
DEEL I. - ALGEMENE BEPALINGEN
Ire PARTIE. - DISPOSITIONS GENERALES
Article 1er. Portée
1. Les dispositions du présent accord s'appliquent au transport routier international de marchandises et de voyageurs pour compte de tiers ou pour compte propre entre les territoires des Parties Contractantes, en transit à travers leurs territoires et vers ou au départ de pays tiers, effectué par des transporteurs établis sur le territoire d'une des Parties Contractantes.
2. Les Parties Contractantes assumeront les droits et obligations qui résultent des accords conclus entre l'Union européenne et la République d'Albanie ou d'autres accords internationaux signés par les deux Parties.
1. Les dispositions du présent accord s'appliquent au transport routier international de marchandises et de voyageurs pour compte de tiers ou pour compte propre entre les territoires des Parties Contractantes, en transit à travers leurs territoires et vers ou au départ de pays tiers, effectué par des transporteurs établis sur le territoire d'une des Parties Contractantes.
2. Les Parties Contractantes assumeront les droits et obligations qui résultent des accords conclus entre l'Union européenne et la République d'Albanie ou d'autres accords internationaux signés par les deux Parties.
Art. 2. Begripsomschrijvingen
In dit akkoord betekent :
1. het woord " vervoerder ", een persoon (een rechtspersoon inbegrepen) die op het grondgebied van één der Overeenkomstsluitende Partijen geregistreerd is en die reglementair toegang heeft in het land van registratie tot de markt van het internationaal wegvervoer van goederen en reizigers voor rekening van derden of voor eigen rekening overeenkomstig de relevante nationale wetten en reglementeringen.
2. het woord " voertuig ", een motorvoertuig dat op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen ingeschreven is of een samenstel van voertuigen waarvan ten minste het motorvoertuig op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij ingeschreven is en dat uitsluitend gebruikt en uitgerust is voor het vervoer van goederen of reizigers.
3. het woord " autobus ", een voertuig dat bestemd is voor het vervoer van reizigers en dat volgens zijn bouwtype en zijn uitrusting geschikt is om meer dan negen personen, de bestuurder inbegrepen, te vervoeren.
4. het woord " vervoer ", de verplaatsing over de weg van een beladen of leeg voertuig, zelfs indien voor een gedeelte van de reis, het voertuig, de aanhangwagen of de oplegger van het spoor of van een waterweg gebruik maakt.
5. het woord " geregeld vervoer ", elk vervoer van reizigers met een bepaalde regelmaat en langs een bepaalde reisweg, waarbij op vooraf vastgestelde stopplaatsen reizigers worden opgenomen of afgezet. Een geregeld busvervoer kan onderworpen zijn aan de verplichting om vooraf vastgestelde uurroosters en tarieven na te leven. Geregeld vervoer is voor iedereen toegankelijk, ongeacht, in voorkomend geval, de verplichting om de reis te boeken.
6. het woord " bijzonder geregeld vervoer " elk vervoer van een specifieke categorie van reizigers, met uitsluiting van andere reizigers, door gelijk wie georganiseerd, voorzover dergelijk vervoer uitgevoerd wordt onder de voorwaarden opgenomen onder punt 5.
Bijzonder geregeld vervoer omvat :
- het vervoer van werknemers tussen woonplaats en werkplaats;
- het vervoer van leerlingen en studenten van en naar het opleidingsinstituut.
Het feit dat een bijzonder geregeld vervoer kan variëren naar-gelang de behoeften van de gebruikers beïnvloedt geenszins zijn classificatie als geregeld vervoer.
7. het woord " pendelvervoer ", het vervoer van groepen reizigers in verscheidene heen- en terugreizen van dezelfde plaats van vertrek naar dezelfde plaats van bestemming. Deze groepen, bestaande uit reizigers die de heenreis hebben afgelegd, worden nadien weer naar de plaats van vertrek gebracht door dezelfde vervoerder. Onder " plaats van vertrek " en " plaats van bestemming " wordt respectievelijk verstaan de plaats waar de reis aanvangt en de plaats waar de reis eindigt alsmede, in beide gevallen, de plaatsen die gelegen zijn in een straal van 50 km.
Bij een pendelvervoer mogen geen reizigers opgenomen of afgezet worden tijdens de reis.
De eerste terugreis en de laatste heenreis in een reeks van pendels zal leeg worden uitgevoerd.
" Pendelvervoer met logies " is pendelvervoer waarbij, bovenop het vervoer, op de plaats van bestemming, en indien noodzakelijk tijdens de reis logies met of zonder maaltijden wordt geboden aan ten minste 80 pct. van de reizigers.
De verblijfsduur van de reizigers op de plaats van bestemming bedraagt ten minste twee nachten.
Pendelvervoer met logies kan geëxploiteerd worden door een groep vervoerders die voor rekening van dezelfde opdrachtgever werken en de reizigers kunnen :
- hun terugreis maken met een andere vervoerder van dezelfde groep dan die van de heenreis; of
- onderweg overstappen in een voertuig van een andere vervoerder van dezelfde groep.
8. het woord " ongeregeld vervoer ", elk vervoer tussen de grondgebieden van de Overeenkomstsluitende Partijen dat noch aan de definitie van geregeld vervoer of bijzonder geregeld vervoer, noch aan die van pendelvervoer beantwoordt. Een dergelijk vervoer kan uitgevoerd worden met een bepaalde frequentie zonder daarbij zijn karakter van ongeregeld vervoer te verliezen.
Het ongeregeld vervoer omvat :
a) Rondritten met gesloten deuren, dit wil zeggen vervoer waarbij met hetzelfde voertuig dezelfde groep reizigers wordt vervoerd gedurende de gehele reis en wordt teruggebracht naar de plaats van vertrek, welke het land is waar het voertuig is geregistreerd.
b) Vervoer, waarbij de heenrit geladen en de terugrit leeg wordt uitgevoerd.
c) Vervoer, waarbij de heenrit leeg wordt uitgevoerd en de terugrit geladen met reizigers die opgestapt zijn op dezelfde plaats in een land waar het voertuig niet geregistreerd is, op voorwaarde dat de reizigers :
- een vooraf samengestelde groep vormen onder een vervoerovereenkomst, die afgesloten werd vóór hun aankomst op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waar zij opgestapt zijn, of
- vooraf door dezelfde vervoerder, onder de voorwaarden van punt b, gebracht werden en op voorwaarde dat zij opnieuw opgehaald worden en teruggebracht naar het grondgebied van het land van vestiging van de vervoerondernemer,
- werden uitgenodigd om te reizen naar het grondgebied van het land van vestiging van de vervoerder, waarbij de vervoerkost wordt gedragen door de persoon die de uitnodiging heeft gedaan. Dergelijke reizigers moeten een homogene groep vormen, die uitsluitend voor deze reis werd samengesteld.
d) Vervoer georganiseerd voor specifieke gebeurtenissen, zoals conferenties, seminaries of sportieve en culturele manifestaties, dat niet overeenstemt met de bepalingen van de punten a), b) en c).
9) Het woord " vervoer voor eigen rekening " :
a) In het geval van reizigersvervoer, het feit dat het vervoer is verricht door de vervoerder voor niet-commerciële doeleinden en zonder winstoogmerk en voor zover :
- de vervoeractiviteit slechts een bijkomende activiteit voor de vervoerder uitmaakt;
- de aangewende voertuigen de eigendom zijn van de vervoerder of hem ter beschikking zijn gesteld krachtens een huur- of leasingovereenkomst en bestuurd worden door een personeelslid van de vervoerder of door de vervoerder zelf;
b) In het geval van goederenvervoer, het feit dat de vervoerde goederen eigendom zijn van de vervoerder of door hem zijn verkocht, gekocht, gehuurd of verhuurd, voortgebracht, gedolven, bewerkt of hersteld. Het doel van het vervoer is de goederen van of naar de installaties van de vervoerder te brengen of van ze te verplaatsen binnen of buiten deze installaties, voor de eigen behoeftes. De voertuigen die worden aangewend voor het vervoer moeten bestuurd worden door personeel van de vervoerder of door de vervoerder zelf en moeten eigendom zijn van deze laatste of hem ter beschikking zijn gesteld krachtens een huur- of leasingovereenkomst. Het vervoer moet een bijkomstige activiteit voor de vervoerder uitmaken.
In dit akkoord betekent :
1. het woord " vervoerder ", een persoon (een rechtspersoon inbegrepen) die op het grondgebied van één der Overeenkomstsluitende Partijen geregistreerd is en die reglementair toegang heeft in het land van registratie tot de markt van het internationaal wegvervoer van goederen en reizigers voor rekening van derden of voor eigen rekening overeenkomstig de relevante nationale wetten en reglementeringen.
2. het woord " voertuig ", een motorvoertuig dat op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen ingeschreven is of een samenstel van voertuigen waarvan ten minste het motorvoertuig op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij ingeschreven is en dat uitsluitend gebruikt en uitgerust is voor het vervoer van goederen of reizigers.
3. het woord " autobus ", een voertuig dat bestemd is voor het vervoer van reizigers en dat volgens zijn bouwtype en zijn uitrusting geschikt is om meer dan negen personen, de bestuurder inbegrepen, te vervoeren.
4. het woord " vervoer ", de verplaatsing over de weg van een beladen of leeg voertuig, zelfs indien voor een gedeelte van de reis, het voertuig, de aanhangwagen of de oplegger van het spoor of van een waterweg gebruik maakt.
5. het woord " geregeld vervoer ", elk vervoer van reizigers met een bepaalde regelmaat en langs een bepaalde reisweg, waarbij op vooraf vastgestelde stopplaatsen reizigers worden opgenomen of afgezet. Een geregeld busvervoer kan onderworpen zijn aan de verplichting om vooraf vastgestelde uurroosters en tarieven na te leven. Geregeld vervoer is voor iedereen toegankelijk, ongeacht, in voorkomend geval, de verplichting om de reis te boeken.
6. het woord " bijzonder geregeld vervoer " elk vervoer van een specifieke categorie van reizigers, met uitsluiting van andere reizigers, door gelijk wie georganiseerd, voorzover dergelijk vervoer uitgevoerd wordt onder de voorwaarden opgenomen onder punt 5.
Bijzonder geregeld vervoer omvat :
- het vervoer van werknemers tussen woonplaats en werkplaats;
- het vervoer van leerlingen en studenten van en naar het opleidingsinstituut.
Het feit dat een bijzonder geregeld vervoer kan variëren naar-gelang de behoeften van de gebruikers beïnvloedt geenszins zijn classificatie als geregeld vervoer.
7. het woord " pendelvervoer ", het vervoer van groepen reizigers in verscheidene heen- en terugreizen van dezelfde plaats van vertrek naar dezelfde plaats van bestemming. Deze groepen, bestaande uit reizigers die de heenreis hebben afgelegd, worden nadien weer naar de plaats van vertrek gebracht door dezelfde vervoerder. Onder " plaats van vertrek " en " plaats van bestemming " wordt respectievelijk verstaan de plaats waar de reis aanvangt en de plaats waar de reis eindigt alsmede, in beide gevallen, de plaatsen die gelegen zijn in een straal van 50 km.
Bij een pendelvervoer mogen geen reizigers opgenomen of afgezet worden tijdens de reis.
De eerste terugreis en de laatste heenreis in een reeks van pendels zal leeg worden uitgevoerd.
" Pendelvervoer met logies " is pendelvervoer waarbij, bovenop het vervoer, op de plaats van bestemming, en indien noodzakelijk tijdens de reis logies met of zonder maaltijden wordt geboden aan ten minste 80 pct. van de reizigers.
De verblijfsduur van de reizigers op de plaats van bestemming bedraagt ten minste twee nachten.
Pendelvervoer met logies kan geëxploiteerd worden door een groep vervoerders die voor rekening van dezelfde opdrachtgever werken en de reizigers kunnen :
- hun terugreis maken met een andere vervoerder van dezelfde groep dan die van de heenreis; of
- onderweg overstappen in een voertuig van een andere vervoerder van dezelfde groep.
8. het woord " ongeregeld vervoer ", elk vervoer tussen de grondgebieden van de Overeenkomstsluitende Partijen dat noch aan de definitie van geregeld vervoer of bijzonder geregeld vervoer, noch aan die van pendelvervoer beantwoordt. Een dergelijk vervoer kan uitgevoerd worden met een bepaalde frequentie zonder daarbij zijn karakter van ongeregeld vervoer te verliezen.
Het ongeregeld vervoer omvat :
a) Rondritten met gesloten deuren, dit wil zeggen vervoer waarbij met hetzelfde voertuig dezelfde groep reizigers wordt vervoerd gedurende de gehele reis en wordt teruggebracht naar de plaats van vertrek, welke het land is waar het voertuig is geregistreerd.
b) Vervoer, waarbij de heenrit geladen en de terugrit leeg wordt uitgevoerd.
c) Vervoer, waarbij de heenrit leeg wordt uitgevoerd en de terugrit geladen met reizigers die opgestapt zijn op dezelfde plaats in een land waar het voertuig niet geregistreerd is, op voorwaarde dat de reizigers :
- een vooraf samengestelde groep vormen onder een vervoerovereenkomst, die afgesloten werd vóór hun aankomst op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waar zij opgestapt zijn, of
- vooraf door dezelfde vervoerder, onder de voorwaarden van punt b, gebracht werden en op voorwaarde dat zij opnieuw opgehaald worden en teruggebracht naar het grondgebied van het land van vestiging van de vervoerondernemer,
- werden uitgenodigd om te reizen naar het grondgebied van het land van vestiging van de vervoerder, waarbij de vervoerkost wordt gedragen door de persoon die de uitnodiging heeft gedaan. Dergelijke reizigers moeten een homogene groep vormen, die uitsluitend voor deze reis werd samengesteld.
d) Vervoer georganiseerd voor specifieke gebeurtenissen, zoals conferenties, seminaries of sportieve en culturele manifestaties, dat niet overeenstemt met de bepalingen van de punten a), b) en c).
9) Het woord " vervoer voor eigen rekening " :
a) In het geval van reizigersvervoer, het feit dat het vervoer is verricht door de vervoerder voor niet-commerciële doeleinden en zonder winstoogmerk en voor zover :
- de vervoeractiviteit slechts een bijkomende activiteit voor de vervoerder uitmaakt;
- de aangewende voertuigen de eigendom zijn van de vervoerder of hem ter beschikking zijn gesteld krachtens een huur- of leasingovereenkomst en bestuurd worden door een personeelslid van de vervoerder of door de vervoerder zelf;
b) In het geval van goederenvervoer, het feit dat de vervoerde goederen eigendom zijn van de vervoerder of door hem zijn verkocht, gekocht, gehuurd of verhuurd, voortgebracht, gedolven, bewerkt of hersteld. Het doel van het vervoer is de goederen van of naar de installaties van de vervoerder te brengen of van ze te verplaatsen binnen of buiten deze installaties, voor de eigen behoeftes. De voertuigen die worden aangewend voor het vervoer moeten bestuurd worden door personeel van de vervoerder of door de vervoerder zelf en moeten eigendom zijn van deze laatste of hem ter beschikking zijn gesteld krachtens een huur- of leasingovereenkomst. Het vervoer moet een bijkomstige activiteit voor de vervoerder uitmaken.
Art. 2. Définitions
Au sens de cet accord :
1. Le terme " transporteur " désigne toute personne (y compris morale) qui est domiciliée dans le territoire d'une Partie Contractante et qui y est autorisée à effectuer du transport international routier de marchandises ou de voyageurs pour compte de tiers ou pour compte propre, en conformité aux législations ou réglementations nationales en vigueur dans cet Etat.
2. Le terme " véhicule " désigne un véhicule à moteur immatriculé dans le territoire d'une Partie Contractante ou une combinaison de véhicules dont au moins le véhicule à moteur est immatriculé dans le territoire d'une Partie Contractante, et qui est utilisé et équipé exclusivement pour le transport de marchandises ou de voyageurs.
3. Le terme " autobus " désigne un véhicule destiné à transporter des voyageurs et qui d'après son type de construction et son équipement, est apte à transporter plus de neuf personnes, y compris le conducteur.
4. Le terme " transport " désigne le déplacement par la route d'un véhicule en charge ou à vide, même si pour une partie du voyage le véhicule, la remorque ou la semi-remorque utilise le rail ou les voies navigables.
5. Le terme " service régulier " désigne un service d'autobus qui assure le transport de voyageurs selon une fréquence et sur un trajet déterminés, les voyageurs pouvant être pris en charge et déposés à des arrêts préalable- ment fixés. Un service régulier peut être sujet à l'obligation de respecter des horaires et des tarifs préalablement fixés. Un service régulier doit être accessible à tout le monde, nonobstant, le cas échéant, l'obligation de réserver.
6. Le terme " service régulier spécialisé " désigne un service d'autobus qui assure le transport d'une catégorie déterminée de voyageurs, à l'exclusion d'autres voyageurs, dans la mesure où ce service est effectué aux conditions indiquées au point 5.
Les services réguliers spécialisés comprennent :
- le transport " domicile - travail " des travailleurs;
- le transport " domicile - établissement d'enseignement " des scolaires et des étudiants.
Le caractère régulier des services spécialisés n'est pas affecté par le fait que l'organisation du transport est adaptée aux besoins variables des utilisateurs.
7. Le terme " service de navette " désigne un service d'autobus qui au moyen de plusieurs voyages aller et retour transporte des groupes de voyageurs préalablement constitués d'un même lieu de départ à un même lieu de destination. Chaque groupe, composé de voyageurs ayant accompli le voyage aller, est ramené, par le même transporteur, au lieu de départ au cours d'un voyage ultérieur. Par lieu de départ et lieu de destination, on entend l'endroit de départ du voyage et l'endroit ou le voyage se termine, ainsi que, dans chaque cas, les localités environnantes situées dans un rayon de 50 kilomètres.
Durant un service de navette aucun passager ne peut être pris en charge ou déposé en cours de route.
Le premier voyage retour et le dernier voyage aller dans une série de navettes seront effectués à vide.
Les " services de navette avec hébergement " assurent, outre le transport, l'hébergement avec ou sans repas, au lieu de destination et, en cas de besoin durant le voyage, d'au moins 80 % des voyageurs.
La durée du séjour des voyageurs au lieu de destination doit être d'au moins deux nuits.
Les services de navette avec hébergement peuvent être exploités par un groupe de transporteurs agissant pour le compte du même donneur d'ordre, et les voyageurs peuvent :
- soit effectuer le voyage retour avec un autre transporteur, du même groupe, qu'à l'aller;
- soit prendre une correspondance en cours de route avec un autre transporteur du même groupe.
8. Le terme " service occasionnel " désigne un service d'autobus effectué entre les territoires des Parties Contractantes et qui ne répond pas à la définition du service régulier ou du service régulier spécialisé ni du service de navette. Un tel service ne perd pas le caractère de service occasionnel par le fait qu'il est effectuée avec une certaine fréquence.
Les services occasionnels comprennent :
a) Les circuits à portes fermées, c'est-à-dire les services d'autobus dans lesquels le même véhicule est utilisé pour transporter sur tout le trajet un même groupe de voyageurs et ou chaque groupe est ramené à son lieu de départ, qui est le pays d'immatriculation du véhicule.
b) Les transports comportant le voyage aller en charge et le voyage retour à vide.
c) Les transports dont le voyage aller s'effectue à vide et le voyage retour en charge avec des voyageurs qui sont montés dans un autre pays que celui où le véhicule est immatriculé, à condition que les voyageurs :
- forment un groupe préalablement constitué sur la base d'un contrat de transport qui avait été conclu avant leur arrivée sur le territoire de la Partie Contractante où ils sont montés, ou
- aient d'abord été amenés par le même transporteur, selon les critères du point b), et qu'ensuite ils aient été regroupés puis ramenés dans le pays d'établissement du transporteur,
- aient été invités à se rendre dans le pays d'établissement du transporteur, pays où la personne qui a fait l'invitation a pris en charge le coût du transport. De tels voyageurs doivent former un groupe homogène, composé uniquement pour ce voyage.
d) Les transports qui sont organisés à l'occasion d'événements spéciaux, tels que des conférences, des séminaires ou des manifestations culturelles et sportives, et qui ne répondent pas aux définitions des points a), b) et c).
9. Le terme " transport pour compte propre " désigne :
a) Dans le cas de transport de voyageurs, le fait que le transport est effectué par le transporteur à des fins non lucratives et non commerciales, et pour autant que :
- l'activité de transport ne constitue qu'une activité accessoire pour le transporteur;
- les véhicules utilisés soient la propriété du transporteur ou soient mis à sa disposition en vertu d'un contrat de location ou de leasing et soient conduits par un membre du personnel du transporteur ou par le transporteur lui-même;
b) Dans le cas de transport de marchandises, le fait que les marchandises transportées soient la propriété du transporteur ou aient été vendues, achetées, louées ou données en location, produites, extraites, transformées ou réparées par le transporteur. Le but du transport est de transporter les marchandises de ou vers les installations du transporteur ou de les déplacer à l'intérieur ou à l'extérieur de celles-ci pour ses propres besoins. Le véhicule à moteur utilisé pour un tel transport doit être conduit par le personnel du transporteur ou par le transporteur lui-même et doit être la propriété de ce dernier ou mis à sa disposition en vertu d'un contrat de location ou de leasing. Le transport doit constituer une activité accessoire du transporteur.
Au sens de cet accord :
1. Le terme " transporteur " désigne toute personne (y compris morale) qui est domiciliée dans le territoire d'une Partie Contractante et qui y est autorisée à effectuer du transport international routier de marchandises ou de voyageurs pour compte de tiers ou pour compte propre, en conformité aux législations ou réglementations nationales en vigueur dans cet Etat.
2. Le terme " véhicule " désigne un véhicule à moteur immatriculé dans le territoire d'une Partie Contractante ou une combinaison de véhicules dont au moins le véhicule à moteur est immatriculé dans le territoire d'une Partie Contractante, et qui est utilisé et équipé exclusivement pour le transport de marchandises ou de voyageurs.
3. Le terme " autobus " désigne un véhicule destiné à transporter des voyageurs et qui d'après son type de construction et son équipement, est apte à transporter plus de neuf personnes, y compris le conducteur.
4. Le terme " transport " désigne le déplacement par la route d'un véhicule en charge ou à vide, même si pour une partie du voyage le véhicule, la remorque ou la semi-remorque utilise le rail ou les voies navigables.
5. Le terme " service régulier " désigne un service d'autobus qui assure le transport de voyageurs selon une fréquence et sur un trajet déterminés, les voyageurs pouvant être pris en charge et déposés à des arrêts préalable- ment fixés. Un service régulier peut être sujet à l'obligation de respecter des horaires et des tarifs préalablement fixés. Un service régulier doit être accessible à tout le monde, nonobstant, le cas échéant, l'obligation de réserver.
6. Le terme " service régulier spécialisé " désigne un service d'autobus qui assure le transport d'une catégorie déterminée de voyageurs, à l'exclusion d'autres voyageurs, dans la mesure où ce service est effectué aux conditions indiquées au point 5.
Les services réguliers spécialisés comprennent :
- le transport " domicile - travail " des travailleurs;
- le transport " domicile - établissement d'enseignement " des scolaires et des étudiants.
Le caractère régulier des services spécialisés n'est pas affecté par le fait que l'organisation du transport est adaptée aux besoins variables des utilisateurs.
7. Le terme " service de navette " désigne un service d'autobus qui au moyen de plusieurs voyages aller et retour transporte des groupes de voyageurs préalablement constitués d'un même lieu de départ à un même lieu de destination. Chaque groupe, composé de voyageurs ayant accompli le voyage aller, est ramené, par le même transporteur, au lieu de départ au cours d'un voyage ultérieur. Par lieu de départ et lieu de destination, on entend l'endroit de départ du voyage et l'endroit ou le voyage se termine, ainsi que, dans chaque cas, les localités environnantes situées dans un rayon de 50 kilomètres.
Durant un service de navette aucun passager ne peut être pris en charge ou déposé en cours de route.
Le premier voyage retour et le dernier voyage aller dans une série de navettes seront effectués à vide.
Les " services de navette avec hébergement " assurent, outre le transport, l'hébergement avec ou sans repas, au lieu de destination et, en cas de besoin durant le voyage, d'au moins 80 % des voyageurs.
La durée du séjour des voyageurs au lieu de destination doit être d'au moins deux nuits.
Les services de navette avec hébergement peuvent être exploités par un groupe de transporteurs agissant pour le compte du même donneur d'ordre, et les voyageurs peuvent :
- soit effectuer le voyage retour avec un autre transporteur, du même groupe, qu'à l'aller;
- soit prendre une correspondance en cours de route avec un autre transporteur du même groupe.
8. Le terme " service occasionnel " désigne un service d'autobus effectué entre les territoires des Parties Contractantes et qui ne répond pas à la définition du service régulier ou du service régulier spécialisé ni du service de navette. Un tel service ne perd pas le caractère de service occasionnel par le fait qu'il est effectuée avec une certaine fréquence.
Les services occasionnels comprennent :
a) Les circuits à portes fermées, c'est-à-dire les services d'autobus dans lesquels le même véhicule est utilisé pour transporter sur tout le trajet un même groupe de voyageurs et ou chaque groupe est ramené à son lieu de départ, qui est le pays d'immatriculation du véhicule.
b) Les transports comportant le voyage aller en charge et le voyage retour à vide.
c) Les transports dont le voyage aller s'effectue à vide et le voyage retour en charge avec des voyageurs qui sont montés dans un autre pays que celui où le véhicule est immatriculé, à condition que les voyageurs :
- forment un groupe préalablement constitué sur la base d'un contrat de transport qui avait été conclu avant leur arrivée sur le territoire de la Partie Contractante où ils sont montés, ou
- aient d'abord été amenés par le même transporteur, selon les critères du point b), et qu'ensuite ils aient été regroupés puis ramenés dans le pays d'établissement du transporteur,
- aient été invités à se rendre dans le pays d'établissement du transporteur, pays où la personne qui a fait l'invitation a pris en charge le coût du transport. De tels voyageurs doivent former un groupe homogène, composé uniquement pour ce voyage.
d) Les transports qui sont organisés à l'occasion d'événements spéciaux, tels que des conférences, des séminaires ou des manifestations culturelles et sportives, et qui ne répondent pas aux définitions des points a), b) et c).
9. Le terme " transport pour compte propre " désigne :
a) Dans le cas de transport de voyageurs, le fait que le transport est effectué par le transporteur à des fins non lucratives et non commerciales, et pour autant que :
- l'activité de transport ne constitue qu'une activité accessoire pour le transporteur;
- les véhicules utilisés soient la propriété du transporteur ou soient mis à sa disposition en vertu d'un contrat de location ou de leasing et soient conduits par un membre du personnel du transporteur ou par le transporteur lui-même;
b) Dans le cas de transport de marchandises, le fait que les marchandises transportées soient la propriété du transporteur ou aient été vendues, achetées, louées ou données en location, produites, extraites, transformées ou réparées par le transporteur. Le but du transport est de transporter les marchandises de ou vers les installations du transporteur ou de les déplacer à l'intérieur ou à l'extérieur de celles-ci pour ses propres besoins. Le véhicule à moteur utilisé pour un tel transport doit être conduit par le personnel du transporteur ou par le transporteur lui-même et doit être la propriété de ce dernier ou mis à sa disposition en vertu d'un contrat de location ou de leasing. Le transport doit constituer une activité accessoire du transporteur.
Art. 3. Toegang tot de markt
Elke Overeenkomstsluitende Partij machtigt elke op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij geregistreerde vervoerder tot het verrichten van alle goederen- en reizigersvervoer :
a) tussen ieder punt van haar grondgebied en ieder punt buiten dat grondgebied, en
b) in doorvoer over haar grondgebied,
onderworpen aan vergunning of machtiging, die afgegeven worden door de bevoegde overheid van iedere Overeenkomstsluitende Partij.
Elke Overeenkomstsluitende Partij machtigt elke op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij geregistreerde vervoerder tot het verrichten van alle goederen- en reizigersvervoer :
a) tussen ieder punt van haar grondgebied en ieder punt buiten dat grondgebied, en
b) in doorvoer over haar grondgebied,
onderworpen aan vergunning of machtiging, die afgegeven worden door de bevoegde overheid van iedere Overeenkomstsluitende Partij.
Art. 3. Accès au marché
Chaque Partie Contractante permettra tout transporteur enregistré sur le territoire de l'autre Partie Contractante à effectuer tout transport de marchandises ou de voyageurs :
a) entre tout point de son territoire et tout point en dehors de ce dernier, et
b) en transit par son territoire,
pour autant que le transport soit couvert par une licence ou une autorisation délivrée par les autorités compétentes de chaque Partie Contractante.
Chaque Partie Contractante permettra tout transporteur enregistré sur le territoire de l'autre Partie Contractante à effectuer tout transport de marchandises ou de voyageurs :
a) entre tout point de son territoire et tout point en dehors de ce dernier, et
b) en transit par son territoire,
pour autant que le transport soit couvert par une licence ou une autorisation délivrée par les autorités compétentes de chaque Partie Contractante.
Art. 4. Massa's en afmetingen
1. De massa's en afmetingen moeten overeenstemmen met de officieel geregistreerde karakteristieken van het voertuig en mogen de in het land van ontvangst vastgestelde limieten niet overschrijden.
2. Een speciale vergunning afgegeven door een bevoegde overheid is vereist indien de massa en/of de afmetingen van een beladen of leeg voertuig dat een vervoer uitvoert dat onder de toepassing van dit akkoord valt, de toegelaten maxima op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij overschrijden.
1. De massa's en afmetingen moeten overeenstemmen met de officieel geregistreerde karakteristieken van het voertuig en mogen de in het land van ontvangst vastgestelde limieten niet overschrijden.
2. Een speciale vergunning afgegeven door een bevoegde overheid is vereist indien de massa en/of de afmetingen van een beladen of leeg voertuig dat een vervoer uitvoert dat onder de toepassing van dit akkoord valt, de toegelaten maxima op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij overschrijden.
Art. 4. Masses et dimensions
1. Les masses et dimensions doivent être conformes aux caractéristiques officiellement enregistrées du véhicule et ne peuvent dépasser les limites en vigueur dans le pays d'accueil.
2. Une autorisation spéciale, délivrée par une autorité compétente, est requise si la masse et/ou les dimensions d'un véhicule en charge ou à vide, effectuant un transport tombant sous les dispositions de cet accord, excèdent les maxima autorisés sur le territoire de l'autre Partie Contractante.
1. Les masses et dimensions doivent être conformes aux caractéristiques officiellement enregistrées du véhicule et ne peuvent dépasser les limites en vigueur dans le pays d'accueil.
2. Une autorisation spéciale, délivrée par une autorité compétente, est requise si la masse et/ou les dimensions d'un véhicule en charge ou à vide, effectuant un transport tombant sous les dispositions de cet accord, excèdent les maxima autorisés sur le territoire de l'autre Partie Contractante.
Art. 5. Naleving van de nationale wetgevingen
De vervoerders van een Overeenkomstsluitende Partij alsook de bemanningen van hun voertuigen moeten, op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, de in die Staat in voege zijnde wetten en reglementen eerbiedigen.
De vervoerders van een Overeenkomstsluitende Partij alsook de bemanningen van hun voertuigen moeten, op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, de in die Staat in voege zijnde wetten en reglementen eerbiedigen.
Art. 5. Respect des législations nationales
Les transporteurs d'une Partie Contractante ainsi que les équipages de leurs véhicules doivent, sur le territoire de l'autre Partie Contractante, respecter les lois et les réglementations en vigueur dans cet Etat.
Les transporteurs d'une Partie Contractante ainsi que les équipages de leurs véhicules doivent, sur le territoire de l'autre Partie Contractante, respecter les lois et les réglementations en vigueur dans cet Etat.
Art. 6. Overtredingen
Bij overtreding van de bepalingen van dit akkoord door een vervoerder van een Overeenkomstsluitende Partij kan de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied de overtreding werd begaan, onverminderd haar eigen wettelijke procedures, de overtreding betekenen aan de andere Overeenkomstsluitende Partij die de door haar nationale wetgeving vastgestelde maatregelen treft, met inbegrip van de intrekking van de vergunning of machtiging of het verbod vervoer op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij te verrichten. De Over-eenkomstsluitende Partijen lichten mekaar in over de genomen sancties.
Bij overtreding van de bepalingen van dit akkoord door een vervoerder van een Overeenkomstsluitende Partij kan de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied de overtreding werd begaan, onverminderd haar eigen wettelijke procedures, de overtreding betekenen aan de andere Overeenkomstsluitende Partij die de door haar nationale wetgeving vastgestelde maatregelen treft, met inbegrip van de intrekking van de vergunning of machtiging of het verbod vervoer op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij te verrichten. De Over-eenkomstsluitende Partijen lichten mekaar in over de genomen sancties.
Art. 6. Infractions
En cas d'infraction aux clauses de cet accord par un transporteur d'une Partie Contractante, l'autorité compétente de la Partie Contractante, sur le territoire de laquelle l'infraction a été commise, peut, sans préjudice de ses propres procédures légales, le notifier à l'autre Partie Contractante qui prendra les mesures prévues par ses propres lois nationales y compris le retrait de l'autorisation ou l'interdiction d'effectuer des transports sur le territoire de l'autre Partie Contractante. Les Parties Contractantes s'informent mutuellement des mesures qui ont été prises.
En cas d'infraction aux clauses de cet accord par un transporteur d'une Partie Contractante, l'autorité compétente de la Partie Contractante, sur le territoire de laquelle l'infraction a été commise, peut, sans préjudice de ses propres procédures légales, le notifier à l'autre Partie Contractante qui prendra les mesures prévues par ses propres lois nationales y compris le retrait de l'autorisation ou l'interdiction d'effectuer des transports sur le territoire de l'autre Partie Contractante. Les Parties Contractantes s'informent mutuellement des mesures qui ont été prises.
Art. 7. Fiscale bepalingen
1. De voertuigen,inclusief hun wisselstukken, die aangewend worden voor vervoer dat in overeenstemming is met de bepalingen van dit akkoord, zullen wederzijds vrijgesteld worden van alle belastingen en lasten geheven op het bezit en de in verkeerstelling van voertuigen.
2. De belastingen en lasten op brandstoffen, de belasting op de toegevoegde waarde (BTW) op vervoerdiensten, de tolgelden en gebruiksrechten evenals de taksen voor de afgifte van de in artikel 4 bedoelde speciale vergunningen, zijn niet vrijgesteld.
3. De brandstof in de normale ingebouwde tanks van het voertuig en bedoeld voor de werking van het voertuig of van installaties voor temperatuurgeleiding alsmede de smeermiddelen in de voertuigen, die uitsluitend voor hun werking zijn bedoeld, zijn wederzijds van douanerechten en alle andere belastingen en betalingen vrijgesteld.
4. Wisselstukken, noodzakelijk voor de herstelling van een reeds ingevoerd voertuig, zullen tijdelijk worden toegelaten onder dekking van een tijdelijke invoertitel zonder betaling van invoerrechten of andere taksen, en vrij van invoerverboden of -beperkingen. De vervangen stukken zullen worden uitgeklaard, heruitgevoerd of vernietigd onder controle en toezicht van de douane.
1. De voertuigen,inclusief hun wisselstukken, die aangewend worden voor vervoer dat in overeenstemming is met de bepalingen van dit akkoord, zullen wederzijds vrijgesteld worden van alle belastingen en lasten geheven op het bezit en de in verkeerstelling van voertuigen.
2. De belastingen en lasten op brandstoffen, de belasting op de toegevoegde waarde (BTW) op vervoerdiensten, de tolgelden en gebruiksrechten evenals de taksen voor de afgifte van de in artikel 4 bedoelde speciale vergunningen, zijn niet vrijgesteld.
3. De brandstof in de normale ingebouwde tanks van het voertuig en bedoeld voor de werking van het voertuig of van installaties voor temperatuurgeleiding alsmede de smeermiddelen in de voertuigen, die uitsluitend voor hun werking zijn bedoeld, zijn wederzijds van douanerechten en alle andere belastingen en betalingen vrijgesteld.
4. Wisselstukken, noodzakelijk voor de herstelling van een reeds ingevoerd voertuig, zullen tijdelijk worden toegelaten onder dekking van een tijdelijke invoertitel zonder betaling van invoerrechten of andere taksen, en vrij van invoerverboden of -beperkingen. De vervangen stukken zullen worden uitgeklaard, heruitgevoerd of vernietigd onder controle en toezicht van de douane.
Art. 7. Matières fiscales
1. Les véhicules, y compris leurs pièces de rechange, effectuant des transports sous couvert de cet accord, seront mutuellement exemptés de toutes taxes et charges levées sur la circulation ou la possession des véhicules.
2. Les taxes et charges sur les carburants, la taxe sur la valeur ajoutée (TVA) sur les services de transport, les péages et droits d'usage ainsi que les taxes pour la délivrance des autorisations spéciales prévues à l'article 4 de cet accord, ne sont pas exemptés.
3. Le carburant contenu dans les réservoirs normaux montés sur le véhicule et destinés uniquement à l'opération du véhicule ou à l'opération des appareils à température contrôlée, ainsi que les lubrifiants contenus dans le véhicule dans le seul but de l'opération du véhicule, seront exemptés des droits de douane et de toute autre taxe ou paiement.
4. Les pièces de rechange nécessaires pour la réparation d'un véhicule déjà importé seront admises temporairement sous le couvert d'un titre d'importation temporaire, sans paiement de droits d'importation ou d'autres taxes, et libres d'interdictions ou restrictions d'importation. Les pièces remplacées seront dédouanées, exportées ou détruites sous contrôle et supervision de la douane.
1. Les véhicules, y compris leurs pièces de rechange, effectuant des transports sous couvert de cet accord, seront mutuellement exemptés de toutes taxes et charges levées sur la circulation ou la possession des véhicules.
2. Les taxes et charges sur les carburants, la taxe sur la valeur ajoutée (TVA) sur les services de transport, les péages et droits d'usage ainsi que les taxes pour la délivrance des autorisations spéciales prévues à l'article 4 de cet accord, ne sont pas exemptés.
3. Le carburant contenu dans les réservoirs normaux montés sur le véhicule et destinés uniquement à l'opération du véhicule ou à l'opération des appareils à température contrôlée, ainsi que les lubrifiants contenus dans le véhicule dans le seul but de l'opération du véhicule, seront exemptés des droits de douane et de toute autre taxe ou paiement.
4. Les pièces de rechange nécessaires pour la réparation d'un véhicule déjà importé seront admises temporairement sous le couvert d'un titre d'importation temporaire, sans paiement de droits d'importation ou d'autres taxes, et libres d'interdictions ou restrictions d'importation. Les pièces remplacées seront dédouanées, exportées ou détruites sous contrôle et supervision de la douane.
Art. 8. Gemengde Commissie
1. De bevoegde overheden van de Overeenkomstsluitende Partijen zullen alle vraagstukken met betrekking tot de implementatie en de toepassing van dit akkoord, regelen.
2. Te dien einde zullen de Overeenkomstsluitende Partijen een Gemengde Commissie oprichten.
3. De Gemengde Commissie zal regelmatig bijeenkomen, op verzoek van één van de Overeenkomstsluitende Partijen, beurtelings op het grondgebied van één van de Overeenkomstsluitende Partijen en is samengesteld uit vertegenwoordigers van de bevoegde overheden van de administratie van de Overeenkomstsluitende Partijen die vertegenwoordigers van de beroepsorganisaties van het wegvervoer kunnen uitnodigen.
4. De Gemengde Commissie stelt haar eigen regels en procedures vast. De vergadering wordt afgesloten met het opstellen van een protocol, dat dient te worden ondertekend door de delegatieleider van elke Overeenkomstsluitende Partij.
5. In uitvoering van artikel 3 zal de Gemengde Commissie het model en het aantal vergunningen of machtigingen vaststellen, alsook de voorwaarden van toegang tot de vervoermarkt. Onverminderd de bepalingen van artikel 12, paragraaf 2 van dit akkoord, kan de Gemengde Commissie de categorieën van vervoer waarvoor geen machtiging of vergunning vereist is uitbreiden.
6. De Gemengde Commissie zal bijzonder aandacht schenken aan de volgende aspecten;
- de harmonieuze ontwikkeling van het transport tussen de Overeenkomstsluitende Partijen rekening houdend, onder andere, met de betrokken milieuaspecten;
- de coördinatie van het beleid inzake wegvervoer, van de vervoerwetgevingen en hun toepassing door de Overeenkomstsluitende Partijen op nationaal en internationaal vlak;
- het streven naar mogelijke oplossingen door de respectieve nationale overheden ingeval problemen zouden rijzen, met name in materies inzake fiscaliteit, sociale wetgeving, douane en milieu met inbegrip van aangelegenheden van openbare orde voorzover deze van invloed zijn op de wegvervoeractiviteit;
- de uitwisseling van relevante informatie;
- de wijze van vaststelling van afmetingen en gewichten;
- de aanmoediging van de samenwerking tussen de vervoerbedrijven en de instellingen;
- de bevordering van het multimodale vervoer, met inbegrip van de vraagstukken in verband met de toegang tot de markt.
1. De bevoegde overheden van de Overeenkomstsluitende Partijen zullen alle vraagstukken met betrekking tot de implementatie en de toepassing van dit akkoord, regelen.
2. Te dien einde zullen de Overeenkomstsluitende Partijen een Gemengde Commissie oprichten.
3. De Gemengde Commissie zal regelmatig bijeenkomen, op verzoek van één van de Overeenkomstsluitende Partijen, beurtelings op het grondgebied van één van de Overeenkomstsluitende Partijen en is samengesteld uit vertegenwoordigers van de bevoegde overheden van de administratie van de Overeenkomstsluitende Partijen die vertegenwoordigers van de beroepsorganisaties van het wegvervoer kunnen uitnodigen.
4. De Gemengde Commissie stelt haar eigen regels en procedures vast. De vergadering wordt afgesloten met het opstellen van een protocol, dat dient te worden ondertekend door de delegatieleider van elke Overeenkomstsluitende Partij.
5. In uitvoering van artikel 3 zal de Gemengde Commissie het model en het aantal vergunningen of machtigingen vaststellen, alsook de voorwaarden van toegang tot de vervoermarkt. Onverminderd de bepalingen van artikel 12, paragraaf 2 van dit akkoord, kan de Gemengde Commissie de categorieën van vervoer waarvoor geen machtiging of vergunning vereist is uitbreiden.
6. De Gemengde Commissie zal bijzonder aandacht schenken aan de volgende aspecten;
- de harmonieuze ontwikkeling van het transport tussen de Overeenkomstsluitende Partijen rekening houdend, onder andere, met de betrokken milieuaspecten;
- de coördinatie van het beleid inzake wegvervoer, van de vervoerwetgevingen en hun toepassing door de Overeenkomstsluitende Partijen op nationaal en internationaal vlak;
- het streven naar mogelijke oplossingen door de respectieve nationale overheden ingeval problemen zouden rijzen, met name in materies inzake fiscaliteit, sociale wetgeving, douane en milieu met inbegrip van aangelegenheden van openbare orde voorzover deze van invloed zijn op de wegvervoeractiviteit;
- de uitwisseling van relevante informatie;
- de wijze van vaststelling van afmetingen en gewichten;
- de aanmoediging van de samenwerking tussen de vervoerbedrijven en de instellingen;
- de bevordering van het multimodale vervoer, met inbegrip van de vraagstukken in verband met de toegang tot de markt.
Art. 8. Commission mixte
1. Les autorités compétentes des Parties Contractantes règleront toutes les questions relatives à l'exécution et l'application de cet accord.
2. Dans ce but, les autorités compétentes des Parties Contractantes créeront une Commission mixte.
3. La Commission mixte se réunira régulièrement à la demande d'une des Parties Contractantes, alternativement sur le territoire d'une des Parties Contractantes, et se composera de représentants des autorités compétentes de l'administration des Parties Contractantes qui peuvent inviter des représentants des organisations professionnelles du transport routier.
4. La Commission mixte fixera ses propres règles et procédures. La réunion se conclut par la rédaction d'un procès-verbal qui sera signé par le chef de délégation de chaque Partie Contractante.
5. En exécution de l'article 3, la Commission mixte décidera du type et du nombre d'autorisations et des conditions d'accès au marché du transport. Nonobstant l'article 12, paragraphe 2 de cet accord, la Commission mixte peut étendre les catégories de transport pour lesquels aucune autorisation n'est requise.
6. La Commission mixte accordera une attention particulière aux aspects suivants;
- le développement harmonieux du transport entre les Parties Contractantes tenant compte, entre autre, des aspects environnementaux concernés;
- la coordination des politiques de transport routier, la législation de transport et son implémentation au niveau national et international par les Parties Contractantes;
- la recherche de solutions possibles par les autorités nationales respectives si des problèmes venaient à survenir, notamment en matières fiscale, sociale, douanière et environnementale, ainsi qu'en matière d'ordre public qui pourraient affecter les opérations de transport;
- l'échange d'informations pertinentes;
- le mode de fixation des masses et dimensions;
- la promotion de la coopération entre les entreprises de transport et les institutions de transport;
- la promotion du transport multimodal, y compris les questions se rapportant à l'accès au marché.
1. Les autorités compétentes des Parties Contractantes règleront toutes les questions relatives à l'exécution et l'application de cet accord.
2. Dans ce but, les autorités compétentes des Parties Contractantes créeront une Commission mixte.
3. La Commission mixte se réunira régulièrement à la demande d'une des Parties Contractantes, alternativement sur le territoire d'une des Parties Contractantes, et se composera de représentants des autorités compétentes de l'administration des Parties Contractantes qui peuvent inviter des représentants des organisations professionnelles du transport routier.
4. La Commission mixte fixera ses propres règles et procédures. La réunion se conclut par la rédaction d'un procès-verbal qui sera signé par le chef de délégation de chaque Partie Contractante.
5. En exécution de l'article 3, la Commission mixte décidera du type et du nombre d'autorisations et des conditions d'accès au marché du transport. Nonobstant l'article 12, paragraphe 2 de cet accord, la Commission mixte peut étendre les catégories de transport pour lesquels aucune autorisation n'est requise.
6. La Commission mixte accordera une attention particulière aux aspects suivants;
- le développement harmonieux du transport entre les Parties Contractantes tenant compte, entre autre, des aspects environnementaux concernés;
- la coordination des politiques de transport routier, la législation de transport et son implémentation au niveau national et international par les Parties Contractantes;
- la recherche de solutions possibles par les autorités nationales respectives si des problèmes venaient à survenir, notamment en matières fiscale, sociale, douanière et environnementale, ainsi qu'en matière d'ordre public qui pourraient affecter les opérations de transport;
- l'échange d'informations pertinentes;
- le mode de fixation des masses et dimensions;
- la promotion de la coopération entre les entreprises de transport et les institutions de transport;
- la promotion du transport multimodal, y compris les questions se rapportant à l'accès au marché.
DEEL II. - BEPALINGEN BETREFFENDE HET VERVOER VAN REIZIGERS
IIe PARTIE. - DISPOSITIONS RELATIVES AUX TRANSPORTS DE VOYAGEURS
Art. 9. Geregeld vervoer
1. De machtigingaanvragen voor geregeld vervoer zullen aan de bevoegde overheid van de Staat op wier grondgebied het vertrekpunt gesitueerd is, worden voorgelegd.
2. De beslissing tot toekenning van de machtiging wordt gezamenlijk genomen door de overheden van de Overeenkomstsluitende Partijen. De machtigingen worden afgeleverd door de bevoegde overheid van beide Overeenkomstsluitende Partijen, elk voor haar eigen grondgebied.
3. De aanvraag tot machtiging kan worden afgewezen onder andere indien;
- de aanvrager niet in staat is het vervoer waarvoor hij een aanvraag heeft ingediend, te verrichten met het materieel waarover hij rechtstreeks beschikt;
- de aanvrager in het verleden niet heeft voldaan aan de nationale of internationale regels inzake het wegvervoer, meer bepaald aan de voorwaarden en vereisten betreffende de machtigingen voor internationaal personenvervoer over de weg of ernstige inbreuken heeft gepleegd op de reglementering inzake de verkeersveiligheid, onder meer ten aanzien van de normen voor de voertuigen en de rij- en rusttijden van de bestuurders;
- in het geval van een aanvraag voor verlenging van de machtiging, de voorwaarden van de vorige machtiging niet werden nageleefd.
4. De beslissing tot afgifte van de machtiging moet door de bevoegde overheid genomen worden binnen drie maanden na de datum van ontvangst van de volledige aanvraag.
5. Een machtiging wordt afgeleverd voor een duur van maximaal drie jaar; ze kan verlengd worden op aanvraag.
6. De machtiging of een voor echt verklaarde kopie ervan moet zich aan boord van het voertuig bevinden.
1. De machtigingaanvragen voor geregeld vervoer zullen aan de bevoegde overheid van de Staat op wier grondgebied het vertrekpunt gesitueerd is, worden voorgelegd.
2. De beslissing tot toekenning van de machtiging wordt gezamenlijk genomen door de overheden van de Overeenkomstsluitende Partijen. De machtigingen worden afgeleverd door de bevoegde overheid van beide Overeenkomstsluitende Partijen, elk voor haar eigen grondgebied.
3. De aanvraag tot machtiging kan worden afgewezen onder andere indien;
- de aanvrager niet in staat is het vervoer waarvoor hij een aanvraag heeft ingediend, te verrichten met het materieel waarover hij rechtstreeks beschikt;
- de aanvrager in het verleden niet heeft voldaan aan de nationale of internationale regels inzake het wegvervoer, meer bepaald aan de voorwaarden en vereisten betreffende de machtigingen voor internationaal personenvervoer over de weg of ernstige inbreuken heeft gepleegd op de reglementering inzake de verkeersveiligheid, onder meer ten aanzien van de normen voor de voertuigen en de rij- en rusttijden van de bestuurders;
- in het geval van een aanvraag voor verlenging van de machtiging, de voorwaarden van de vorige machtiging niet werden nageleefd.
4. De beslissing tot afgifte van de machtiging moet door de bevoegde overheid genomen worden binnen drie maanden na de datum van ontvangst van de volledige aanvraag.
5. Een machtiging wordt afgeleverd voor een duur van maximaal drie jaar; ze kan verlengd worden op aanvraag.
6. De machtiging of een voor echt verklaarde kopie ervan moet zich aan boord van het voertuig bevinden.
Art. 9. Services réguliers
1. Les demandes d'autorisations pour les services réguliers seront soumises aux autorités compétentes de l'Etat sur le territoire duquel se trouve le lieu de départ.
2. La décision d'accorder les autorisations sera prise conjointement par les autorités des Parties Contractantes. Elles sont délivrées par les autorités compétentes des deux Parties Contractantes, chacune pour son propre territoire.
3. Une demande d'autorisation peut être refusée, entre autres;
- si le demandeur n'est pas en mesure d'exécuter le service faisant l'objet de la demande avec du matériel dont il a la disposition directe;
- si, dans le passé, le demandeur n'a pas respecté les législations nationales ou internationales en matière de transports routiers et en particulier les conditions et exigences relatives aux autorisations de services de transports internationaux de voyageurs, ou a commis de graves infractions à la législation en matière de sécurité routière, particulièrement en ce qui concerne les normes applicables aux véhicules et les temps de conduite et de repos des conducteurs;
- si, dans le cas d'une demande de renouvellement d'autorisation, les conditions de l'autorisation délivrée précédemment n'ont pas été respectées.
4. La décision de délivrer une autorisation sera prise par les autorités compétentes dans les trois mois qui suivent la date de réception de la demande complète.
5. Une autorisation est délivrée pour une durée maximum de 3 ans; elle peut être prolongée à la demande.
6. L'autorisation ou une copie certifiée conforme doit se trouver à bord du véhicule.
1. Les demandes d'autorisations pour les services réguliers seront soumises aux autorités compétentes de l'Etat sur le territoire duquel se trouve le lieu de départ.
2. La décision d'accorder les autorisations sera prise conjointement par les autorités des Parties Contractantes. Elles sont délivrées par les autorités compétentes des deux Parties Contractantes, chacune pour son propre territoire.
3. Une demande d'autorisation peut être refusée, entre autres;
- si le demandeur n'est pas en mesure d'exécuter le service faisant l'objet de la demande avec du matériel dont il a la disposition directe;
- si, dans le passé, le demandeur n'a pas respecté les législations nationales ou internationales en matière de transports routiers et en particulier les conditions et exigences relatives aux autorisations de services de transports internationaux de voyageurs, ou a commis de graves infractions à la législation en matière de sécurité routière, particulièrement en ce qui concerne les normes applicables aux véhicules et les temps de conduite et de repos des conducteurs;
- si, dans le cas d'une demande de renouvellement d'autorisation, les conditions de l'autorisation délivrée précédemment n'ont pas été respectées.
4. La décision de délivrer une autorisation sera prise par les autorités compétentes dans les trois mois qui suivent la date de réception de la demande complète.
5. Une autorisation est délivrée pour une durée maximum de 3 ans; elle peut être prolongée à la demande.
6. L'autorisation ou une copie certifiée conforme doit se trouver à bord du véhicule.
Art. 10. Pendelvervoer
1. Geen enkele machtiging is vereist voor pendelvervoer met logies verricht door Albanese of Belgische vervoerders wanneer het vertrekpunt respectievelijk in Albanië of in België gesitueerd is.
2. Pendelvervoer zonder logies wordt behandeld zoals geregeld vervoer.
3. Voor het in punt 1 van dit artikel bedoelde pendelvervoer moet een behoorlijk ingevuld reisblad gebruikt worden.
1. Geen enkele machtiging is vereist voor pendelvervoer met logies verricht door Albanese of Belgische vervoerders wanneer het vertrekpunt respectievelijk in Albanië of in België gesitueerd is.
2. Pendelvervoer zonder logies wordt behandeld zoals geregeld vervoer.
3. Voor het in punt 1 van dit artikel bedoelde pendelvervoer moet een behoorlijk ingevuld reisblad gebruikt worden.
Art. 10. Services de navette
1. Aucune autorisation n'est requise pour les services de navette avec hébergement exécutés par des transporteurs albanais ou belges pour autant que ces services aient leur point de départ en Albanie ou en Belgique.
2. Les services de navette sans hébergement sont traités comme des services réguliers.
3. Lors de l'exécution de services de navette tels que visés au point 1er de cet article, une feuille de route dûment remplie sera utilisée.
1. Aucune autorisation n'est requise pour les services de navette avec hébergement exécutés par des transporteurs albanais ou belges pour autant que ces services aient leur point de départ en Albanie ou en Belgique.
2. Les services de navette sans hébergement sont traités comme des services réguliers.
3. Lors de l'exécution de services de navette tels que visés au point 1er de cet article, une feuille de route dûment remplie sera utilisée.
Art. 11. Ongeregeld vervoer
Geen enkele machtiging is vereist voor het ongeregeld vervoer bedoeld in artikel 2.8. a), b) en c), voorzover de voorwaarden vervuld zijn. Het vervoer bedoeld in artikel 2.8. d) is onderworpen aan machtiging.
Een behoorlijk ingevuld reisblad moet zich aan boord van het voertuig bevinden.
Geen enkele machtiging is vereist voor het ongeregeld vervoer bedoeld in artikel 2.8. a), b) en c), voorzover de voorwaarden vervuld zijn. Het vervoer bedoeld in artikel 2.8. d) is onderworpen aan machtiging.
Een behoorlijk ingevuld reisblad moet zich aan boord van het voertuig bevinden.
Art. 11. Services occasionnels
Aucune autorisation n'est requise pour effectuer les services occasionnels tels que visés à l'article 2.8.a), b) et c), pour autant que les conditions soient respectées. Les services visés à l'article 2.8.d) sont soumis à autorisation.
Une feuille de route, dûment complétée, doit se trouver à bord du véhicule.
Aucune autorisation n'est requise pour effectuer les services occasionnels tels que visés à l'article 2.8.a), b) et c), pour autant que les conditions soient respectées. Les services visés à l'article 2.8.d) sont soumis à autorisation.
Une feuille de route, dûment complétée, doit se trouver à bord du véhicule.
DEEL III. - BEPALINGEN BETREFFENDE HET VERVOER VAN GOEDEREN
IIIe PARTIE. - DISPOSITIONS RELATIVES AUX TRANSPORTS DE MARCHANDISES
Art. 12. Vergunningsvoorwaarden
1. De vergunningen voor het vervoer van goederen zullen worden afgeleverd in het kader van een contingent vergunningen voor 1 (één) reis (heen en terug) of voor 1(één) jaar en zullen geldig zijn voor een duur van 13 maanden die ingaat op 1 januari van elk kalenderjaar. De vergunningen moeten zich aan boord van het voertuig bevinden.
2. De vergunningen zijn persoonlijk en mogen niet aan derden worden overgedragen.
3. De vergunningen kunnen slechts voor één voertuig tegelijkertijd worden gebruikt.
4. De Gemengde Commissie, waarvan sprake in artikel 8, bepaalt de contingenten, de soorten vergunningen (ritvergunnning en termijnvergunning) en iedere andere voorwaarde betreffende het gebruik van de vergunningen.
5. Geen enkele vergunning is vereist voor de volgende transporten of de lege verplaatsingen die daarmee gepaard gaan :
a) het vervoer van voertuigen waarvan de maximaal toegelaten massa (MTM), met inbegrip van dat van de aanhangwagens, niet meer dan 6 ton bedraagt of waarvan het toegestane laadvermogen, met inbegrip van dat van de aanhangwagens, niet meer dan 3,5 ton bedraagt;
b) het incidenteel vervoer van goederen van en naar de luchthavens ingeval van verlegging van de diensten;
c) het vervoer van beschadigde of onklare voertuigen en de verplaatsingen van depannagevoertuigen;
d) de verplaatsingen van een leeg voertuig voor goederenvervoer dat bestemd is om een voertuig te vervangen dat buiten dienst is gevallen in het buitenland, alsmede de terugkeer, na herstelling, van het onklaar geraakte voertuig;
e) het vervoer van levende dieren met voertuigen die zijn gebouwd of op permanente wijze speciaal zijn ingericht voor het vervoer van levende dieren en als dusdanig erkend door de betrokken autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen;
f) het vervoer van reserveonderdelen en producten bestemd voor de bevoorrading van zeeschepen en vliegtuigen;
g) het vervoer van medische hulpgoederen nodig voor eerste hulpverlening, met name in het geval van natuurrampen en in geval van humanitaire hulp;
h) het vervoer van kunstvoorwerpen en kunstwerken voor tentoonstellingen en beurzen voor niet-commerciële doeleinden;
i) het vervoer zonder winstoogmerk van materiaal, rekwisieten en dieren van of naar theatervoorstellingen, muziekuitvoeringen, filmvoorstellingen, sportmanifestaties, circusvoorstellingen, kermissen of beurzen alsmede ten behoeve van radio-, film- of televisieopnamen;
j) het vervoer van goederen voor eigen rekening;
k) het begrafenisvervoer;
l) het postvervoer, uitgevoerd in het kader van een openbare dienst.
6. De vergunning moet vóór het begin van elke reis volledig ingevuld worden. Het verslag moet afgestempeld worden door de douane op het ogenblik dat het voertuig het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij binnenrijdt. In geval het voertuig de grens overschrijdt op een plaats waar geen douane aanwezig is, moet de bestuurder de plaats, de datum en het uur van overschrijding van de grens, met inkt, inschrijven op de voor de douanestempel voorziene plaats op de vergunning.
7. De in artikel 4, paragraaf 2 bedoelde aanvraag voor een speciale vergunning voor voertuigen die goederen vervoeren waarvan de massa en de afmetingen de op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij van onthaal vastgestelde limieten overschrijden, moet melding maken van;
1. de naam en het adres van de vervoeronderneming;
2. het merk, het type en het inschrijvingsnummer van het voertuig;
3. het aantal assen en de afstand tussen de assen;
4. het gewicht en de afmetingen van het voertuig;
5. het laadvermogen;
6. de massa en de afmetingen van de goederen;
7. indien nodig, een schets van het voertuig,lading inbegrepen;
8. de belasting op elke as;
9. het adres van de laad- en losplaats;
10. de voorziene plaats van grensoverschrijding alsook de datum en de reisweg.
1. De vergunningen voor het vervoer van goederen zullen worden afgeleverd in het kader van een contingent vergunningen voor 1 (één) reis (heen en terug) of voor 1(één) jaar en zullen geldig zijn voor een duur van 13 maanden die ingaat op 1 januari van elk kalenderjaar. De vergunningen moeten zich aan boord van het voertuig bevinden.
2. De vergunningen zijn persoonlijk en mogen niet aan derden worden overgedragen.
3. De vergunningen kunnen slechts voor één voertuig tegelijkertijd worden gebruikt.
4. De Gemengde Commissie, waarvan sprake in artikel 8, bepaalt de contingenten, de soorten vergunningen (ritvergunnning en termijnvergunning) en iedere andere voorwaarde betreffende het gebruik van de vergunningen.
5. Geen enkele vergunning is vereist voor de volgende transporten of de lege verplaatsingen die daarmee gepaard gaan :
a) het vervoer van voertuigen waarvan de maximaal toegelaten massa (MTM), met inbegrip van dat van de aanhangwagens, niet meer dan 6 ton bedraagt of waarvan het toegestane laadvermogen, met inbegrip van dat van de aanhangwagens, niet meer dan 3,5 ton bedraagt;
b) het incidenteel vervoer van goederen van en naar de luchthavens ingeval van verlegging van de diensten;
c) het vervoer van beschadigde of onklare voertuigen en de verplaatsingen van depannagevoertuigen;
d) de verplaatsingen van een leeg voertuig voor goederenvervoer dat bestemd is om een voertuig te vervangen dat buiten dienst is gevallen in het buitenland, alsmede de terugkeer, na herstelling, van het onklaar geraakte voertuig;
e) het vervoer van levende dieren met voertuigen die zijn gebouwd of op permanente wijze speciaal zijn ingericht voor het vervoer van levende dieren en als dusdanig erkend door de betrokken autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen;
f) het vervoer van reserveonderdelen en producten bestemd voor de bevoorrading van zeeschepen en vliegtuigen;
g) het vervoer van medische hulpgoederen nodig voor eerste hulpverlening, met name in het geval van natuurrampen en in geval van humanitaire hulp;
h) het vervoer van kunstvoorwerpen en kunstwerken voor tentoonstellingen en beurzen voor niet-commerciële doeleinden;
i) het vervoer zonder winstoogmerk van materiaal, rekwisieten en dieren van of naar theatervoorstellingen, muziekuitvoeringen, filmvoorstellingen, sportmanifestaties, circusvoorstellingen, kermissen of beurzen alsmede ten behoeve van radio-, film- of televisieopnamen;
j) het vervoer van goederen voor eigen rekening;
k) het begrafenisvervoer;
l) het postvervoer, uitgevoerd in het kader van een openbare dienst.
6. De vergunning moet vóór het begin van elke reis volledig ingevuld worden. Het verslag moet afgestempeld worden door de douane op het ogenblik dat het voertuig het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij binnenrijdt. In geval het voertuig de grens overschrijdt op een plaats waar geen douane aanwezig is, moet de bestuurder de plaats, de datum en het uur van overschrijding van de grens, met inkt, inschrijven op de voor de douanestempel voorziene plaats op de vergunning.
7. De in artikel 4, paragraaf 2 bedoelde aanvraag voor een speciale vergunning voor voertuigen die goederen vervoeren waarvan de massa en de afmetingen de op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij van onthaal vastgestelde limieten overschrijden, moet melding maken van;
1. de naam en het adres van de vervoeronderneming;
2. het merk, het type en het inschrijvingsnummer van het voertuig;
3. het aantal assen en de afstand tussen de assen;
4. het gewicht en de afmetingen van het voertuig;
5. het laadvermogen;
6. de massa en de afmetingen van de goederen;
7. indien nodig, een schets van het voertuig,lading inbegrepen;
8. de belasting op elke as;
9. het adres van de laad- en losplaats;
10. de voorziene plaats van grensoverschrijding alsook de datum en de reisweg.
Art. 12. Conditions d'autorisation
1. Les autorisations pour le transport de marchandises seront émises dans les limites d'un contingent pour 1 (un) voyage (aller et retour) ou pour 1 (une) année et seront valables pour une période de 13 mois débutant le 1er janvier de chaque année calendrier. Les autorisations doivent se trouver à bord du véhicule.
2. Les autorisations sont personnelles et ne peuvent être transmises à des tiers.
3. Les autorisations ne peuvent être utilisées que pour un seul véhicule à la fois.
4. La Commission mixte visée à l'article 8 fixe le contingent et les catégories d'autorisations (au voyage et à temps) ainsi que toutes autres conditions relatives à l'utilisation de celles-ci.
5. Aucune autorisation ne sera requise pour les transports mentionnés ci-après ou les voyages à vide exécutés en conjonction avec ces transports :
a) les transports de marchandises par des véhicules dont le Poids Total Autorisé en Charge (PTAC), y compris celui des remorques, ne dépasse pas 6 tonnes ou dont la charge utile autorisée, y compris celle des remorques, ne dépasse pas 3,5 tonnes;
b) les transports occasionnels de marchandises à destination ou en provenance des aéroports, en cas de déviation des services;
c) les transports de véhicules endommagés ou à dépanner et les déplacements de dépanneuses;
d) les déplacements à vide d'un véhicule affecté au transport de marchandises et destiné à remplacer un véhicule mis hors d'usage à l'étranger ainsi que le retour du véhicule tombé en panne après réparation;
e) les transports d'animaux vivants au moyen de véhicules construits ou aménagés spécialement d'une façon permanente pour assurer le transport d'animaux vivants et admis comme tels par les autorités compétentes;
f) les transports de pièces de rechange et de produits destinés à l'avitaillement des navires de mer et des avions;
g) les transports d'articles nécessaires aux soins médicaux en cas de secours d'urgence, notamment en cas de catastrophes naturelles et en cas d'aide humanitaire;
h) les transports, à des fins non commerciales, d'objets et d'oeuvres d'art destinés aux expositions et aux foires;
i) les transports, à des fins non commerciales, de matériel, d'accessoires et d'animaux à destination ou en provenance de manifestations théâtrales, musicales, cinématographiques, sportives, de cirques, de foires ou de kermesses, ainsi que ceux destinés aux enregistrements radiophoniques, aux prises de vues cinématographiques ou à la télévision;
j) les transports de marchandises pour compte propre;
k) les transports funéraires;
l) les transports postaux effectués dans le cadre d'un régime de service public.
6. L'autorisation doit être entièrement complétée avant le début du voyage. Le rapport de voyage doit être estampillé par la douane au moment de l'entrée du territoire de l'autre Partie Contractante. Avant le franchissement de la frontière en un point ou aucun représentant de la douane n'est disponible, le conducteur doit inscrire à l'encre, à l'endroit prévu pour l'estampille de la douane le lieu, la date et l'heure de franchissement de la frontière.
7. Conformément à l'article 4, paragraphe 2 du présent accord, la demande d'une autorisation spéciale pour les véhicules transportant des marchandises dont la masse ou les dimensions dépassent les limites autorisées dans le territoire de la Partie Contractante d'accueil, doit reprendre;
1. Le nom et l'adresse du transporteur;
2. La marque, le type et le numéro d'immatriculation du véhicule;
3. Le nombre d'essieux et l'empattement;
4. Le poids et les dimensions du véhicule;
5. La charge utile;
6. Le poids et les dimensions des marchandises;
7. Si nécessaire, un dessin du véhicule, marchandises comprises;
8. Le poids par essieu;
9. L'adresse des lieux de chargement et de déchargement;
10. Le lieu de passage de frontière prévu ainsi que la date du passage et la route empruntée.
1. Les autorisations pour le transport de marchandises seront émises dans les limites d'un contingent pour 1 (un) voyage (aller et retour) ou pour 1 (une) année et seront valables pour une période de 13 mois débutant le 1er janvier de chaque année calendrier. Les autorisations doivent se trouver à bord du véhicule.
2. Les autorisations sont personnelles et ne peuvent être transmises à des tiers.
3. Les autorisations ne peuvent être utilisées que pour un seul véhicule à la fois.
4. La Commission mixte visée à l'article 8 fixe le contingent et les catégories d'autorisations (au voyage et à temps) ainsi que toutes autres conditions relatives à l'utilisation de celles-ci.
5. Aucune autorisation ne sera requise pour les transports mentionnés ci-après ou les voyages à vide exécutés en conjonction avec ces transports :
a) les transports de marchandises par des véhicules dont le Poids Total Autorisé en Charge (PTAC), y compris celui des remorques, ne dépasse pas 6 tonnes ou dont la charge utile autorisée, y compris celle des remorques, ne dépasse pas 3,5 tonnes;
b) les transports occasionnels de marchandises à destination ou en provenance des aéroports, en cas de déviation des services;
c) les transports de véhicules endommagés ou à dépanner et les déplacements de dépanneuses;
d) les déplacements à vide d'un véhicule affecté au transport de marchandises et destiné à remplacer un véhicule mis hors d'usage à l'étranger ainsi que le retour du véhicule tombé en panne après réparation;
e) les transports d'animaux vivants au moyen de véhicules construits ou aménagés spécialement d'une façon permanente pour assurer le transport d'animaux vivants et admis comme tels par les autorités compétentes;
f) les transports de pièces de rechange et de produits destinés à l'avitaillement des navires de mer et des avions;
g) les transports d'articles nécessaires aux soins médicaux en cas de secours d'urgence, notamment en cas de catastrophes naturelles et en cas d'aide humanitaire;
h) les transports, à des fins non commerciales, d'objets et d'oeuvres d'art destinés aux expositions et aux foires;
i) les transports, à des fins non commerciales, de matériel, d'accessoires et d'animaux à destination ou en provenance de manifestations théâtrales, musicales, cinématographiques, sportives, de cirques, de foires ou de kermesses, ainsi que ceux destinés aux enregistrements radiophoniques, aux prises de vues cinématographiques ou à la télévision;
j) les transports de marchandises pour compte propre;
k) les transports funéraires;
l) les transports postaux effectués dans le cadre d'un régime de service public.
6. L'autorisation doit être entièrement complétée avant le début du voyage. Le rapport de voyage doit être estampillé par la douane au moment de l'entrée du territoire de l'autre Partie Contractante. Avant le franchissement de la frontière en un point ou aucun représentant de la douane n'est disponible, le conducteur doit inscrire à l'encre, à l'endroit prévu pour l'estampille de la douane le lieu, la date et l'heure de franchissement de la frontière.
7. Conformément à l'article 4, paragraphe 2 du présent accord, la demande d'une autorisation spéciale pour les véhicules transportant des marchandises dont la masse ou les dimensions dépassent les limites autorisées dans le territoire de la Partie Contractante d'accueil, doit reprendre;
1. Le nom et l'adresse du transporteur;
2. La marque, le type et le numéro d'immatriculation du véhicule;
3. Le nombre d'essieux et l'empattement;
4. Le poids et les dimensions du véhicule;
5. La charge utile;
6. Le poids et les dimensions des marchandises;
7. Si nécessaire, un dessin du véhicule, marchandises comprises;
8. Le poids par essieu;
9. L'adresse des lieux de chargement et de déchargement;
10. Le lieu de passage de frontière prévu ainsi que la date du passage et la route empruntée.
DEEL IV. - SLOTBEPALINGEN
IVe PARTIE. - DISPOSITIONS FINALES
Art. 13. Inwerkingtreding en geldigheidsduur
1. Dit akkoord zal in werking treden op de eerste dag van de tweede maand volgend op de ontvangst van de schriftelijke kennisgeving, via diplomatieke weg, waarbij de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar notifiëren dat de noodzakelijke interne wettelijke procedures met betrekking tot de inwerkingtreding van het akkoord in hun respectieve landen, nageleefd zijn.
2. De Overeenkomstsluitende Partijen kunnen dit akkoord op gelijk welk ogenblik beëindigen, mits het in acht nemen van een schriftelijke vooropzeg van 6 maanden aan de andere Overeenkomstsluitende Partij.
1. Dit akkoord zal in werking treden op de eerste dag van de tweede maand volgend op de ontvangst van de schriftelijke kennisgeving, via diplomatieke weg, waarbij de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar notifiëren dat de noodzakelijke interne wettelijke procedures met betrekking tot de inwerkingtreding van het akkoord in hun respectieve landen, nageleefd zijn.
2. De Overeenkomstsluitende Partijen kunnen dit akkoord op gelijk welk ogenblik beëindigen, mits het in acht nemen van een schriftelijke vooropzeg van 6 maanden aan de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Art. 13. Entrée en vigueur et durée
1. L'Accord entre en vigueur le premier jour du second mois qui suit la date à laquelle les Parties Contractantes se sont notifiées mutuellement par écrit, par voie diplomatique, que les procédures légales internes nécessaires pour l'entrée en vigueur de l'Accord dans leurs pays respectifs, ont été remplies.
2. Les Parties Contractantes peuvent mettre fin à cet accord à tout moment après un préavis écrit de six mois à l'autre Partie Contractante.
1. L'Accord entre en vigueur le premier jour du second mois qui suit la date à laquelle les Parties Contractantes se sont notifiées mutuellement par écrit, par voie diplomatique, que les procédures légales internes nécessaires pour l'entrée en vigueur de l'Accord dans leurs pays respectifs, ont été remplies.
2. Les Parties Contractantes peuvent mettre fin à cet accord à tout moment après un préavis écrit de six mois à l'autre Partie Contractante.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Datum inwerkingtreding : 01/02/2016.
Art. N. Date d'entrée en vigueur : 01/02/2016.