Artikel 1. [1 De steun verleend met toepassing of ter uitvoering van dit besluit, wordt toegekend met in achtneming van de voorwaarden van art. 107, 2a) van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.]1
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
17 MEI 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de loopbaanbegeleiding(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-07-2013 en tekstbijwerking tot 29-10-2025)
Titre
17 MAI 2013. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'accompagnement de carrière(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-07-2013 et mise à jour au 29-10-2025)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen en definities
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied
HOOFDSTUK 3. - Loopbaanbegeleiding
HOOFDSTUK 4. - Voorwaarden
HOOFDSTUK 5. - Loopbaancheque
HOOFDSTUK 6. - Vergoeding
HOOFDSTUK 7. - Controle en sanctionering
HOOFDSTUK 8. - Evaluatie en klachtenprocedure
HOOFDSTUK 8/1. [1 Hoofdstuk 8/1. Bepalingen in...
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingsbepalingen
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives et d...
CHAPITRE 2. - Champ d'application
CHAPITRE 3. - Accompagnement de carrière
CHAPITRE 4. - Conditions
CHAPITRE 5. - Chèque-carrière
CHAPITRE 6. - Indemnité
CHAPITRE 7. - Contrôle et sanctions
CHAPITRE 8. - Evaluation et procédure de plainte
CHAPITRE 8/1. [1 Dispositions concernant le tra...
CHAPITRE 9. - Dispositions modificatives
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
ANNEXE.
Tekst (49)
Texte (49)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen en definities
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives et définitions
Article 1er. [1 Les aides octroyées en application ou en exécution du présent arrêté, sont octroyées dans le respect des conditions de l'art. 107, 2a) du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne.]1
Art. 2. In dit besluit wordt verstaan onder :
1° gemandateerde onderneming : de onderneming die door de minister wordt gemachtigd om loopbaanbegeleiding uit te oefenen;
2° [1 kansengroepen : de personen van vijftig jaar en ouder, allochtonen, personen met een arbeidshandicap, kortgeschoolden, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2013 tot vaststelling van de criteria, de voorwaarden en de nadere regels voor het verlenen van subsidies ter ondersteuning en uitvoering van het loopbaan- en diversiteitsbeleid;]1
3° [3 loopbaanbegeleiding: de professionele ondersteuning van de professioneel actieve persoon bij het nemen van loopbaankeuzen en -beslissingen tijdens een proces waarbij het ontdekken, het versterken of het ontwikkelen van de loopbaancompetenties die nodig zijn om de loopbaan zelf actiever te beheren, centraal staan zodat zijn arbeidsmarktpositionering kan worden versterkt. De loopbaanbegeleiding vertrekt vanuit de loopbaanvraag en is continu afgestemd op maat van de klant. De loopbaanbegeleiding resulteert in de opmaak van een persoonlijk ontwikkelingsplan en heeft een impact op de inzetbaarheid en flexibiliteit op de arbeidsmarkt. Het initiatief voor het aanvragen van de loopbaanbegeleiding met de loopbaancheque vertrekt altijd vanuit de professioneel actieve persoon. De loopbaanbegeleiding met de loopbaancheque maakt geen deel uit van een andere vorm van begeleiding, opleiding, outplacement of coaching, ook niet als voorbereiding of sluitstuk ervan.]3;
4° loopbaancheque : het elektronische betaalmiddel voor loopbaanbegeleiding;
5° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de professionele vorming;
6° persoonlijk ontwikkelingsplan : het begeleide proces dat tot doel heeft de arbeidsmarktgerichte persoonlijke ontwikkeling van het individu te bevorderen;
7° [2 professioneel actieve persoon:
a) de persoon, die op het ogenblik van de aanvraag van de loopbaancheque tewerkgesteld is krachtens een arbeidsovereenkomst, of die arbeid verricht onder het gezag van een ander persoon, en die in een van de volgende gevallen verkeert:
1) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
2) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER) en is tewerkgesteld op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
3) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van het Waalse Gewest, maakt gebruik van zijn recht op vrij verkeer van werknemers of van de vrijheid van vestiging, zoals gewaarborgd door artikel 45 en 49 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en is tewerkgesteld op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
b) de natuurlijke persoon, vermeld in artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen die in een van de volgende gevallen verkeert:
1) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
2) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER) en hij oefent zijn bedrijvigheid uit in een vestiging op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
3) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van het Waalse Gewest, maakt gebruik van zijn recht op vrij verkeer van werknemers of van de vrijheid van vestiging, zoals gewaarborgd door artikel 45 en 49 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en oefent zijn bedrijvigheid uit in een vestiging op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;]2
8° stimuleringsfinanciering : de bijkomende financiële ondersteuning voor een gemandateerde onderneming met het oog op een hoger bereik van kansengroepen;
9° [4 verstrekker: de onderneming die na mededinging wordt aangewezen, of bij gebrek daaraan de VDAB of een andere Vlaamse overheidsinstelling die door de raad van bestuur van de VDAB belast wordt met de uitgifte of de uitbetaling van de loopbaancheques]4;
10° VDAB : het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ";
11° vergoeding : een financiële compensatie voor de uitvoering van de loopbaanbegeleiding.
1° gemandateerde onderneming : de onderneming die door de minister wordt gemachtigd om loopbaanbegeleiding uit te oefenen;
2° [1 kansengroepen : de personen van vijftig jaar en ouder, allochtonen, personen met een arbeidshandicap, kortgeschoolden, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2013 tot vaststelling van de criteria, de voorwaarden en de nadere regels voor het verlenen van subsidies ter ondersteuning en uitvoering van het loopbaan- en diversiteitsbeleid;]1
3° [3 loopbaanbegeleiding: de professionele ondersteuning van de professioneel actieve persoon bij het nemen van loopbaankeuzen en -beslissingen tijdens een proces waarbij het ontdekken, het versterken of het ontwikkelen van de loopbaancompetenties die nodig zijn om de loopbaan zelf actiever te beheren, centraal staan zodat zijn arbeidsmarktpositionering kan worden versterkt. De loopbaanbegeleiding vertrekt vanuit de loopbaanvraag en is continu afgestemd op maat van de klant. De loopbaanbegeleiding resulteert in de opmaak van een persoonlijk ontwikkelingsplan en heeft een impact op de inzetbaarheid en flexibiliteit op de arbeidsmarkt. Het initiatief voor het aanvragen van de loopbaanbegeleiding met de loopbaancheque vertrekt altijd vanuit de professioneel actieve persoon. De loopbaanbegeleiding met de loopbaancheque maakt geen deel uit van een andere vorm van begeleiding, opleiding, outplacement of coaching, ook niet als voorbereiding of sluitstuk ervan.]3;
4° loopbaancheque : het elektronische betaalmiddel voor loopbaanbegeleiding;
5° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de professionele vorming;
6° persoonlijk ontwikkelingsplan : het begeleide proces dat tot doel heeft de arbeidsmarktgerichte persoonlijke ontwikkeling van het individu te bevorderen;
7° [2 professioneel actieve persoon:
a) de persoon, die op het ogenblik van de aanvraag van de loopbaancheque tewerkgesteld is krachtens een arbeidsovereenkomst, of die arbeid verricht onder het gezag van een ander persoon, en die in een van de volgende gevallen verkeert:
1) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
2) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER) en is tewerkgesteld op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
3) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van het Waalse Gewest, maakt gebruik van zijn recht op vrij verkeer van werknemers of van de vrijheid van vestiging, zoals gewaarborgd door artikel 45 en 49 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en is tewerkgesteld op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
b) de natuurlijke persoon, vermeld in artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen die in een van de volgende gevallen verkeert:
1) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
2) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER) en hij oefent zijn bedrijvigheid uit in een vestiging op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
3) hij heeft zijn woonplaats op het grondgebied van het Waalse Gewest, maakt gebruik van zijn recht op vrij verkeer van werknemers of van de vrijheid van vestiging, zoals gewaarborgd door artikel 45 en 49 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en oefent zijn bedrijvigheid uit in een vestiging op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;]2
8° stimuleringsfinanciering : de bijkomende financiële ondersteuning voor een gemandateerde onderneming met het oog op een hoger bereik van kansengroepen;
9° [4 verstrekker: de onderneming die na mededinging wordt aangewezen, of bij gebrek daaraan de VDAB of een andere Vlaamse overheidsinstelling die door de raad van bestuur van de VDAB belast wordt met de uitgifte of de uitbetaling van de loopbaancheques]4;
10° VDAB : het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ";
11° vergoeding : een financiële compensatie voor de uitvoering van de loopbaanbegeleiding.
Art. 2. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° entreprise mandatée : l'entreprise qui est autorisée par le Ministre à exercer l'accompagnement de carrière;
2° [1 groupes à potentiel : les personnes âgées de cinquante ans et plus, les étrangers, les personnes atteintes d'un handicap à l'emploi, les personnes peu scolarisées, visées à l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juin 2013 fixant les critères, les conditions et les modalités de l'octroi de subventions à l'appui et en exécution de la politique de carrière et de diversité;]1;
3° [3 accompagnement de carrière : le soutien professionnel à la personne professionnellement active lorsque celle-ci doit faire un choix de carrière et prendre des décisions dans un processus où un rôle primordial est dévolu à la découverte, au renforcement ou au développement des compétences professionnelles nécessaires à une gestion plus active de la carrière avec comme objectif d'améliorer sa position sur le marché de l'emploi. L'accompagnement de carrière se base sur la demande professionnelle et est axé en permanence sur le client. L'accompagnement de carrière aboutit à l'établissement d'un plan de développement personnel et a un impact sur la disponibilité et la flexibilité sur le marché de l'emploi. L'initiative de la demande d'un accompagnement de carrière à l'aide du chèque-carrière émane toujours de la personne professionnellement active. L'accompagnement de carrière à l'aide du chèque-carrière ne fait pas partie d'une autre forme d'accompagnement, de formation, d'outplacement ou de coaching, et n'en constitue pas non plus la préparation ou la conclusion.]3;
4° chèque-carrière : le moyen de paiement électronique pour l'accompagnement de carrière;
5° Ministre : le Ministre flamand ayant la formation professionnelle dans ses attributions;
6° plan de développement personnel : le processus guidé qui vise à promouvoir le développement personnel, orienté sur le marché de l'emploi, de l'individu;
7° [2 personne professionnellement active :
a) la personne qui, au moment de la demande du chèque-formation, est occupée en vertu d'un contrat de travail, ou qui travaille sous l'autorité d'une autre personne, et qui se trouve dans l'un des cas suivants :
1) elle est domiciliée sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
2) elle est domiciliée sur le territoire d'un des autres Etats membres de l'Union européenne (UE) ou de l'Espace économique européen (EEE) et occupée sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
3) elle est domiciliée sur le territoire de la Région wallonne et exerce son droit à la libre circulation des travailleurs ou au libre établissement, tel que garanti par les articles 45 et 49 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, et est occupée sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
b) la personne physique, visée à l'article 3 de l'arrêté royal no. 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, et qui se trouve dans l'un des cas suivants :
1) elle est domiciliée sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
2) elle est domiciliée sur le territoire d'un des autres Etats membres de l'Union européenne (UE) ou de l'Espace économique européen (EEE) et exerce son activité dans un établissement sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
3) elle est domiciliée sur le territoire de la Région wallonne et exerce son droit à la libre circulation des travailleurs ou au libre établissement, tel que garanti par les articles 45 et 49 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, et exerce son activité dans un établissement sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale;]2
8° financement d'encouragement : le soutien financier supplémentaire pour une entreprise mandatée en vue de mieux atteindre des groupes à potentiel;
9° [4 dispensateur : l'entreprise désignée après compétition ou, à défaut, le VDAB ou un autre organisme public flamand qui est chargé par le conseil d'administration du VDAB de l'émission et du paiement des chèques-carrière]4;
10° VDAB : l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", créée par l'article 3 du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ";
11° indemnité : une compensation financière pour la réalisation de l'accompagnement de carrière.
1° entreprise mandatée : l'entreprise qui est autorisée par le Ministre à exercer l'accompagnement de carrière;
2° [1 groupes à potentiel : les personnes âgées de cinquante ans et plus, les étrangers, les personnes atteintes d'un handicap à l'emploi, les personnes peu scolarisées, visées à l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juin 2013 fixant les critères, les conditions et les modalités de l'octroi de subventions à l'appui et en exécution de la politique de carrière et de diversité;]1;
3° [3 accompagnement de carrière : le soutien professionnel à la personne professionnellement active lorsque celle-ci doit faire un choix de carrière et prendre des décisions dans un processus où un rôle primordial est dévolu à la découverte, au renforcement ou au développement des compétences professionnelles nécessaires à une gestion plus active de la carrière avec comme objectif d'améliorer sa position sur le marché de l'emploi. L'accompagnement de carrière se base sur la demande professionnelle et est axé en permanence sur le client. L'accompagnement de carrière aboutit à l'établissement d'un plan de développement personnel et a un impact sur la disponibilité et la flexibilité sur le marché de l'emploi. L'initiative de la demande d'un accompagnement de carrière à l'aide du chèque-carrière émane toujours de la personne professionnellement active. L'accompagnement de carrière à l'aide du chèque-carrière ne fait pas partie d'une autre forme d'accompagnement, de formation, d'outplacement ou de coaching, et n'en constitue pas non plus la préparation ou la conclusion.]3;
4° chèque-carrière : le moyen de paiement électronique pour l'accompagnement de carrière;
5° Ministre : le Ministre flamand ayant la formation professionnelle dans ses attributions;
6° plan de développement personnel : le processus guidé qui vise à promouvoir le développement personnel, orienté sur le marché de l'emploi, de l'individu;
7° [2 personne professionnellement active :
a) la personne qui, au moment de la demande du chèque-formation, est occupée en vertu d'un contrat de travail, ou qui travaille sous l'autorité d'une autre personne, et qui se trouve dans l'un des cas suivants :
1) elle est domiciliée sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
2) elle est domiciliée sur le territoire d'un des autres Etats membres de l'Union européenne (UE) ou de l'Espace économique européen (EEE) et occupée sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
3) elle est domiciliée sur le territoire de la Région wallonne et exerce son droit à la libre circulation des travailleurs ou au libre établissement, tel que garanti par les articles 45 et 49 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, et est occupée sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
b) la personne physique, visée à l'article 3 de l'arrêté royal no. 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, et qui se trouve dans l'un des cas suivants :
1) elle est domiciliée sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
2) elle est domiciliée sur le territoire d'un des autres Etats membres de l'Union européenne (UE) ou de l'Espace économique européen (EEE) et exerce son activité dans un établissement sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
3) elle est domiciliée sur le territoire de la Région wallonne et exerce son droit à la libre circulation des travailleurs ou au libre établissement, tel que garanti par les articles 45 et 49 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, et exerce son activité dans un établissement sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale;]2
8° financement d'encouragement : le soutien financier supplémentaire pour une entreprise mandatée en vue de mieux atteindre des groupes à potentiel;
9° [4 dispensateur : l'entreprise désignée après compétition ou, à défaut, le VDAB ou un autre organisme public flamand qui est chargé par le conseil d'administration du VDAB de l'émission et du paiement des chèques-carrière]4;
10° VDAB : l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", créée par l'article 3 du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ";
11° indemnité : une compensation financière pour la réalisation de l'accompagnement de carrière.
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied
CHAPITRE 2. - Champ d'application
Art. 3. § 1. Binnen de perken van de jaarlijks goedgekeurde begrotingskredieten en volgens de voorwaarden, bepaald in dit besluit, komt de Vlaamse Regering tegemoet in de kosten van Nederlandstalige loopbaanbegeleiding voor professioneel actieve personen.
De professioneel actieve persoon voldoet aan de volgende voorwaarden :
1° hij vraagt op eigen verzoek en op eigen initiatief loopbaanbegeleiding aan;
2° hij is werkzaam op het ogenblik van zijn aanvraag van loopbaanbegeleiding;
3° [1 hij heeft werkervaring van minimaal 84 maanden opgebouwd. De individuele beroepsopleiding als werkzoekende, vermeld in titel III, hoofdstuk III, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, en de tewerkstelling krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2008 betreffende de werkervaring worden gelijkgesteld met de voormelde werkervaring. Werkervaring in het buitenland toont de professioneel actieve persoon aan met een attest van de werkgever of met een gelijkwaardig attest]1;
4° hij heeft geen loopbaanbegeleiding genoten die door het Vlaamse Gewest werd gesubsidieerd in een periode van zes jaar voor zijn aanvraag van de loopbaancheque;
§ 2. De professioneel actieve persoon kan beschikken over maximaal twee loopbaancheques gedurende een periode van zes jaar, die ingaat op de datum van de aanvang van de loopbaanbegeleiding. [1 De eerste loopbaancheque geeft recht op vier uur loopbaanbegeleiding, de tweede loopbaancheque geeft recht op drie uur loopbaanbegeleiding.]1
De professioneel actieve persoon voldoet aan de volgende voorwaarden :
1° hij vraagt op eigen verzoek en op eigen initiatief loopbaanbegeleiding aan;
2° hij is werkzaam op het ogenblik van zijn aanvraag van loopbaanbegeleiding;
3° [1 hij heeft werkervaring van minimaal 84 maanden opgebouwd. De individuele beroepsopleiding als werkzoekende, vermeld in titel III, hoofdstuk III, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, en de tewerkstelling krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2008 betreffende de werkervaring worden gelijkgesteld met de voormelde werkervaring. Werkervaring in het buitenland toont de professioneel actieve persoon aan met een attest van de werkgever of met een gelijkwaardig attest]1;
4° hij heeft geen loopbaanbegeleiding genoten die door het Vlaamse Gewest werd gesubsidieerd in een periode van zes jaar voor zijn aanvraag van de loopbaancheque;
§ 2. De professioneel actieve persoon kan beschikken over maximaal twee loopbaancheques gedurende een periode van zes jaar, die ingaat op de datum van de aanvang van de loopbaanbegeleiding. [1 De eerste loopbaancheque geeft recht op vier uur loopbaanbegeleiding, de tweede loopbaancheque geeft recht op drie uur loopbaanbegeleiding.]1
Art. 3. § 1er. Dans les limites des crédits budgétaires approuvés annuellement et selon les conditions, fixées dans le présent arrêté, le Gouvernement flamand intervient dans les frais de l'accompagnement de carrière en néerlandais pour des personnes professionnellement actives.
La personne professionnellement active remplit les conditions suivantes :
1° elle demande l'accompagnement de carrière à sa propre demande et à sa propre initiative;
2° elle travaille au moment de sa demande d'accompagnement de carrière;
3° [1 elle a acquis une expérience professionnelle d'au moins 84 mois. La formation professionnelle individuelle en tant que demandeur d'emploi, visée au titre III, chapitre III, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle, et l'emploi en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juillet 2008 relatif à l'expérience du travail, sont assimilés à l'expérience professionnelle. L'expérience professionnelle à l'étranger est démontrée par la personne professionnellement active à l'aide d'une attestation de l'employeur ou d'une attestation équivalente]1;
4° elle n'a pas bénéficié d'un accompagnement de carrière qui a été subventionné par la Région flamande pendant une période de six ans précédant sa demande du chèque-carrière;
§ 2. La personne professionnellement active peut disposer d'au maximum deux chèques-carrière pendant une période de six ans, qui commence à la date du début de l'accompagnement de carrière. [1 Le premier chèque-carrière donne droit à quatre heures d'accompagnement de carrière, le deuxième chèque-carrière donne droit à trois heures d'accompagnement de carrière.]1
La personne professionnellement active remplit les conditions suivantes :
1° elle demande l'accompagnement de carrière à sa propre demande et à sa propre initiative;
2° elle travaille au moment de sa demande d'accompagnement de carrière;
3° [1 elle a acquis une expérience professionnelle d'au moins 84 mois. La formation professionnelle individuelle en tant que demandeur d'emploi, visée au titre III, chapitre III, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle, et l'emploi en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juillet 2008 relatif à l'expérience du travail, sont assimilés à l'expérience professionnelle. L'expérience professionnelle à l'étranger est démontrée par la personne professionnellement active à l'aide d'une attestation de l'employeur ou d'une attestation équivalente]1;
4° elle n'a pas bénéficié d'un accompagnement de carrière qui a été subventionné par la Région flamande pendant une période de six ans précédant sa demande du chèque-carrière;
§ 2. La personne professionnellement active peut disposer d'au maximum deux chèques-carrière pendant une période de six ans, qui commence à la date du début de l'accompagnement de carrière. [1 Le premier chèque-carrière donne droit à quatre heures d'accompagnement de carrière, le deuxième chèque-carrière donne droit à trois heures d'accompagnement de carrière.]1
HOOFDSTUK 3. - Loopbaanbegeleiding
CHAPITRE 3. - Accompagnement de carrière
Art. 4. § 1. De gemandateerde onderneming moet per aangeboden loopbaancheque :
1° een pakket loopbaanbegeleiding aanbieden, dat minimaal bestaat uit :
a) het uitvoeren van loopbaanbegeleiding op maat van de professioneel actieve persoon gedurende vier uur [4 voor de eerste loopbaancheque en gedurende drie uur voor de tweede loopbaancheque]4. De loopbaanbegeleiding vindt hoofdzakelijk individueel plaats en is verspreid over minimaal twee dagen;
b) het uitvoeren van de verschillende stappen loopbaanbegeleiding, vermeld in artikel 102, derde lid, a) tot en met d), van het decreet van 19 december 2003 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004, die resulteren in de opmaak van een persoonlijk ontwikkelingsplan. Het persoonlijk ontwikkelingsplan stelt de reflecties over de loopbaan, de competenties en het benoemen van een loopbaandoel centraal en kan resulteren in de opmaak van een actieplan;
c) duidelijke informatieverstrekking over de aanvang, de procedure, de inhoud en het verloop van de loopbaanbegeleiding;
d) [2 het verstrekken van nazorg aan een professioneel actieve persoon die daarom verzoekt. Onder nazorg wordt verstaan, de behandeling van aanvullende vragen bij de bestaande loopbaanvraag en de al genoten begeleiding met het oog op de versterking van de realisatiegraad van het persoonlijk ontwikkelingsplan. De nazorg is niet begrepen in het contingent uren, vermeld in punt 1°, a), en wordt door de gemandateerde onderneming verstrekt tot een jaar na de beëindiging van het afsluitende gesprek. De nazorg omvat maximaal dertig minuten per begonnen pakket of maximaal 1 uur per acht uur begeleiding. De gemandateerde onderneming kan de vorm van nazorg vrij kiezen]2;
e) het uitvoeren van loopbaanbegeleiding op maat van de kansengroepen, als de gemandateerde onderneming een beroep doet op de stimuleringsfinanciering, vermeld in artikel 15;
2° toegankelijke, beschikbare en bereikbare dienstverlening in het kader van de loopbaanbegeleiding waarborgen;
3° over de voorwaarden van de loopbaanbegeleiding een schriftelijke overeenkomst sluiten met de professioneel actieve persoon, na afloop van het intakegesprek.
De minister kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, verder specificeren.
§ 2. [3 De gemandateerde onderneming bezorgt de professioneel actieve persoon een gepersonaliseerd attest als in zijn persoonlijk ontwikkelingsplan de noodzakelijke behoefte is opgenomen aan een opleiding als vermeld in artikel 7, § 1, tweede lid, 2°, en § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 betreffende de opleidingscheques voor werknemers of als vermeld in artikel 109, § 3, van de herstelwet van 25 januari 1985 houdende diverse bepalingen. Dat attest vermeldt ten minste de opleiding die past in het kader van het persoonlijk ontwikkelingsplan. Dit attest heeft een geldigheidsduur van zes jaar, vanaf het beëindigen van de loopbaanbegeleiding.]3
1° een pakket loopbaanbegeleiding aanbieden, dat minimaal bestaat uit :
a) het uitvoeren van loopbaanbegeleiding op maat van de professioneel actieve persoon gedurende vier uur [4 voor de eerste loopbaancheque en gedurende drie uur voor de tweede loopbaancheque]4. De loopbaanbegeleiding vindt hoofdzakelijk individueel plaats en is verspreid over minimaal twee dagen;
b) het uitvoeren van de verschillende stappen loopbaanbegeleiding, vermeld in artikel 102, derde lid, a) tot en met d), van het decreet van 19 december 2003 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004, die resulteren in de opmaak van een persoonlijk ontwikkelingsplan. Het persoonlijk ontwikkelingsplan stelt de reflecties over de loopbaan, de competenties en het benoemen van een loopbaandoel centraal en kan resulteren in de opmaak van een actieplan;
c) duidelijke informatieverstrekking over de aanvang, de procedure, de inhoud en het verloop van de loopbaanbegeleiding;
d) [2 het verstrekken van nazorg aan een professioneel actieve persoon die daarom verzoekt. Onder nazorg wordt verstaan, de behandeling van aanvullende vragen bij de bestaande loopbaanvraag en de al genoten begeleiding met het oog op de versterking van de realisatiegraad van het persoonlijk ontwikkelingsplan. De nazorg is niet begrepen in het contingent uren, vermeld in punt 1°, a), en wordt door de gemandateerde onderneming verstrekt tot een jaar na de beëindiging van het afsluitende gesprek. De nazorg omvat maximaal dertig minuten per begonnen pakket of maximaal 1 uur per acht uur begeleiding. De gemandateerde onderneming kan de vorm van nazorg vrij kiezen]2;
e) het uitvoeren van loopbaanbegeleiding op maat van de kansengroepen, als de gemandateerde onderneming een beroep doet op de stimuleringsfinanciering, vermeld in artikel 15;
2° toegankelijke, beschikbare en bereikbare dienstverlening in het kader van de loopbaanbegeleiding waarborgen;
3° over de voorwaarden van de loopbaanbegeleiding een schriftelijke overeenkomst sluiten met de professioneel actieve persoon, na afloop van het intakegesprek.
De minister kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, verder specificeren.
§ 2. [3 De gemandateerde onderneming bezorgt de professioneel actieve persoon een gepersonaliseerd attest als in zijn persoonlijk ontwikkelingsplan de noodzakelijke behoefte is opgenomen aan een opleiding als vermeld in artikel 7, § 1, tweede lid, 2°, en § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 betreffende de opleidingscheques voor werknemers of als vermeld in artikel 109, § 3, van de herstelwet van 25 januari 1985 houdende diverse bepalingen. Dat attest vermeldt ten minste de opleiding die past in het kader van het persoonlijk ontwikkelingsplan. Dit attest heeft een geldigheidsduur van zes jaar, vanaf het beëindigen van de loopbaanbegeleiding.]3
Art. 4. § 1er. Par chèque-carrière offert, l'entreprise mandatée doit :
1° offrir un paquet d'accompagnement de carrière, comprenant au moins :
a) la réalisation de l'accompagnement de carrière à la mesure de la personne professionnellement active pendant quatre heures [4 pour le premier chèque-carrière et pendant trois heures pour le deuxième chèque-carrière]4. L'accompagnement de carrière est organisé essentiellement de manière individuelle, et est étalé sur au moins deux jours;
b) la réalisation des différentes étapes de l'accompagnement de carrière, visées à l'article 102, alinéa trois, a) à d) inclus, du décret du 19 décembre 2003 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2004, qui aboutissent à l'établissement d'un plan de développement personnel. Le plan de développement personnel donne la primauté aux réflexions sur la carrière, les compétences et la formulation d'un objectif de carrière, et peut aboutir à l'établissement d'un plan d'action;
c) la fourniture d'informations claires concernant le début, la procédure, le contenu et le déroulement de l'accompagnement de carrière;
d) [2 la dispensation de soins continués à une personne professionnellement active qui en fait la demande. Par soins continués, on entend le traitement de questions complémentaires à la demande professionnelle existante et l'accompagnement déjà reçu en vue du renforcement du degré de réalisation du plan de développement personnel. Les soins continués ne sont pas compris dans le contingent d'heures, visé au point 1°, a), et sont dispensés par l'entreprise mandatée jusqu'à un an après la fin de l'entretien conclusif. Les soins continués comprennent au maximum trente minutes par paquet entamé ou au maximum 1 heure par huit heures d'accompagnement. L'entreprise mandatée peut choisir librement la forme des soins continués]2;
e) la réalisation de l'accompagnement de carrière à la mesure des groupes à potentiel, si l'entreprise mandatée fait appel au financement d'encouragement, visé à l'article 15;
2° garantir des services accessibles, disponibles et joignables dans le cadre de l'accompagnement de carrière;
3° conclure une convention écrite relative aux conditions de l'accompagnement de carrière, avec la personne professionnellement active, à l'issue de l'entretien d'entrée.
Le Ministre peut spécifier les conditions, visées à l'alinéa premier, 1° à 3° inclus.
§ 2. [3 L'entreprise mandatée transmet à la personne professionnellement active une attestation personnalisée si son plan de développement personnel reprend le besoin nécessaire d'une formation telle que visée à l'article 7, § 1er, alinéa deux, 2°, et § 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2003 relatif aux chèques-formation pour travailleurs ou telle que visée à l'article 109, § 3, de la loi de redressement du 25 janvier 1985 portant des dispositions diverses. Cette attestation mentionne au moins la formation s'inscrivant dans le plan de développement personnel. Cette attestation a une validité de six ans, à compter de la fin de l'accompagnement de carrière.]3
1° offrir un paquet d'accompagnement de carrière, comprenant au moins :
a) la réalisation de l'accompagnement de carrière à la mesure de la personne professionnellement active pendant quatre heures [4 pour le premier chèque-carrière et pendant trois heures pour le deuxième chèque-carrière]4. L'accompagnement de carrière est organisé essentiellement de manière individuelle, et est étalé sur au moins deux jours;
b) la réalisation des différentes étapes de l'accompagnement de carrière, visées à l'article 102, alinéa trois, a) à d) inclus, du décret du 19 décembre 2003 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2004, qui aboutissent à l'établissement d'un plan de développement personnel. Le plan de développement personnel donne la primauté aux réflexions sur la carrière, les compétences et la formulation d'un objectif de carrière, et peut aboutir à l'établissement d'un plan d'action;
c) la fourniture d'informations claires concernant le début, la procédure, le contenu et le déroulement de l'accompagnement de carrière;
d) [2 la dispensation de soins continués à une personne professionnellement active qui en fait la demande. Par soins continués, on entend le traitement de questions complémentaires à la demande professionnelle existante et l'accompagnement déjà reçu en vue du renforcement du degré de réalisation du plan de développement personnel. Les soins continués ne sont pas compris dans le contingent d'heures, visé au point 1°, a), et sont dispensés par l'entreprise mandatée jusqu'à un an après la fin de l'entretien conclusif. Les soins continués comprennent au maximum trente minutes par paquet entamé ou au maximum 1 heure par huit heures d'accompagnement. L'entreprise mandatée peut choisir librement la forme des soins continués]2;
e) la réalisation de l'accompagnement de carrière à la mesure des groupes à potentiel, si l'entreprise mandatée fait appel au financement d'encouragement, visé à l'article 15;
2° garantir des services accessibles, disponibles et joignables dans le cadre de l'accompagnement de carrière;
3° conclure une convention écrite relative aux conditions de l'accompagnement de carrière, avec la personne professionnellement active, à l'issue de l'entretien d'entrée.
Le Ministre peut spécifier les conditions, visées à l'alinéa premier, 1° à 3° inclus.
§ 2. [3 L'entreprise mandatée transmet à la personne professionnellement active une attestation personnalisée si son plan de développement personnel reprend le besoin nécessaire d'une formation telle que visée à l'article 7, § 1er, alinéa deux, 2°, et § 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2003 relatif aux chèques-formation pour travailleurs ou telle que visée à l'article 109, § 3, de la loi de redressement du 25 janvier 1985 portant des dispositions diverses. Cette attestation mentionne au moins la formation s'inscrivant dans le plan de développement personnel. Cette attestation a une validité de six ans, à compter de la fin de l'accompagnement de carrière.]3
HOOFDSTUK 4. - Voorwaarden
CHAPITRE 4. - Conditions
Art. 5. § 1. De onderneming die loopbaanbegeleiding als vermeld in dit besluit wil verrichten, dient een mandaataanvraag in bij de VDAB.
De onderneming toont daarbij aan dat ze aan de volgende voorwaarden voldoet :
1° de onderneming heeft een van de volgende statuten :
a) het statuut van rechtspersoon, opgericht volgens de rechtsregels van de lidstaat van vestiging;
b) het statuut van natuurlijke persoon die beschikt over burgerrechten en politieke rechten;
2° de onderneming verkeert niet in staat van faillissement of in staat van kennelijk onvermogen, noch maakt ze het voorwerp uit van een procedure tot faillietverklaring of een gelijkaardige wetgeving in de lidstaat van vestiging;
3° de onderneming is geen achterstallige belastingen, boeten of intresten verschuldigd, noch socialezekerheidsbijdragen, met sociale zekerheid gelijkgestelde bijdragen, boeten of intresten, verschuldigd aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
4° [3 de onderneming is geregistreerd als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie;]3
5° [1 de onderneming toont haar professionele deskundigheid op het vlak van loopbaanbegeleiding aan. Ze voldoet daarvoor aan al de volgende voorwaarden:
a) de zaakvoerder, exploitant of verantwoordelijke van de onderneming of haar aangestelden of lasthebbers beschikken over een beroepservaring van ten minste drie jaar in de sector van loopbaanbegeleiding, loopbaanoriëntatie of -coaching, outplacement of werkzoekendenbegeleiding [5 en beschikken over een beroepskwalificatie van loopbaanbegeleider]5;
b) de onderneming legt een visie voor over hoe loopbaanbegeleiding strookt met de beleidsdoelstelling en past die toe; de onderneming waarborgt dat de visie van de onderaannemers ook strookt met de beleidsdoelstellingen en dat de onderaannemers die ook toepassen;
c) de onderneming licht toe hoe ze de expertise over loopbaanbegeleiding, alsook de kennis van de aanpak en methodiek van haar eigen personeelsleden en van onderaannemers systematisch waarborgt]1;
[5 d) de eigen personeelsleden, de personeelsleden van onderaannemers en de zelfstandig ondernemers die de dienstverlening uitvoeren, beschikken over een beroepskwalificatie van loopbaanbegeleider;]5
6° de onderneming onderschrijft de bepalingen van de gedragscode, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is toegevoegd [1 en de praktische onderrichtingen, uitgevaardigd door de VDAB]1;
[ 7° [4 ...]4
[1 8° de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers, of andere personen die bevoegd zijn om de onderneming te verbinden of te vertegenwoordigen, of de hoofdaandeelhouders van de onderneming, in zoverre zij in de feiten de bevoegdheden van bestuurder uitoefenen, werden tijdens een periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van mandaataanvraag niet :
a) veroordeeld wegens faillissement, bedrieglijk onvermogen, valsheid in geschrifte, misbruik van vertrouwen, oplichting, omkoping of bedrog;
b) aansprakelijk gesteld voor de verbintenissen of de schulden van een gefailleerde vennootschap met toepassing van artikelen 229, 5°, 265, 315, 456, 4°, en 530, van het Wetboek van Vennootschappen of een gelijkaardige wetgeving in de lidstaat van vestiging of hebben meermaals een functie van zaakvoerder of gemachtigde uitgeoefend in een gefailleerde vennootschap;
c) herhaaldelijk in overtreding gesteld op het gebied van de fiscale, sociale verplichtingen of van de wettelijke en reglementaire bepalingen;
d) onderworpen aan een exploitatieverbod met bedrijfssluiting, of aan een beroepsverbod met bedrijfssluiting;
e) ontheven van hun burgerrechten en politieke rechten;]1
[2 9° als de onderneming een rechtspersoon is, toont ze aan dat loopbaanbegeleiding past binnen de activiteiten die vermeld zijn in haar statuten of haar wettelijke of decretale opdrachten.]2
In het tweede lid wordt verstaan onder :
1° lidstaat van vestiging : een lidstaat van de Europese Economische Ruimte op het grondgebied waarvan de zetel van de dienstverrichter is gevestigd;
2° sociale partners : de representatieve organisaties van de werknemers, de werkgevers, de middenstand en de landbouw die zijn vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, als vermeld in het decreet van 7 mei 2004 inzake de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen.
De voorwaarde, vermeld in het tweede lid, 1°, a), geldt niet voor de sociale partners.
[3 ...]3
§ 2. De VDAB gaat na of de onderneming voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid.
[1 De raad van bestuur van de VDAB verleent aan de onderneming een mandaat tot uitvoering van de loopbaanbegeleiding met een looptijd van zes jaar]1.
§ 3. [1 De VDAB]1 brengt de onderneming schriftelijk op de hoogte van de toekenningsvoorwaarden van het mandaat, in het bijzonder :
1° de looptijd van het mandaat;
2° de omschrijving van de openbare diensttaken in het kader van de loopbaanbegeleiding;
3° een beschrijving van het compensatiemechanisme en de parameters voor berekening, monitoring en herziening van de compensatie;
4° de regelingen om eventuele overcompensatie te vermijden en terug te vorderen;
5° de opgave van de wettelijke rechtsgrondslag voor het mandaat;
6° de niet-overdraagbaarheid van het mandaat;
[1 7° de praktische onderrichtingen, uitgevaardigd door de VDAB.]1
De minister bepaalt de nadere voorwaarden voor de indiening en behandeling van de aanvraag.
De onderneming toont daarbij aan dat ze aan de volgende voorwaarden voldoet :
1° de onderneming heeft een van de volgende statuten :
a) het statuut van rechtspersoon, opgericht volgens de rechtsregels van de lidstaat van vestiging;
b) het statuut van natuurlijke persoon die beschikt over burgerrechten en politieke rechten;
2° de onderneming verkeert niet in staat van faillissement of in staat van kennelijk onvermogen, noch maakt ze het voorwerp uit van een procedure tot faillietverklaring of een gelijkaardige wetgeving in de lidstaat van vestiging;
3° de onderneming is geen achterstallige belastingen, boeten of intresten verschuldigd, noch socialezekerheidsbijdragen, met sociale zekerheid gelijkgestelde bijdragen, boeten of intresten, verschuldigd aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
4° [3 de onderneming is geregistreerd als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie;]3
5° [1 de onderneming toont haar professionele deskundigheid op het vlak van loopbaanbegeleiding aan. Ze voldoet daarvoor aan al de volgende voorwaarden:
a) de zaakvoerder, exploitant of verantwoordelijke van de onderneming of haar aangestelden of lasthebbers beschikken over een beroepservaring van ten minste drie jaar in de sector van loopbaanbegeleiding, loopbaanoriëntatie of -coaching, outplacement of werkzoekendenbegeleiding [5 en beschikken over een beroepskwalificatie van loopbaanbegeleider]5;
b) de onderneming legt een visie voor over hoe loopbaanbegeleiding strookt met de beleidsdoelstelling en past die toe; de onderneming waarborgt dat de visie van de onderaannemers ook strookt met de beleidsdoelstellingen en dat de onderaannemers die ook toepassen;
c) de onderneming licht toe hoe ze de expertise over loopbaanbegeleiding, alsook de kennis van de aanpak en methodiek van haar eigen personeelsleden en van onderaannemers systematisch waarborgt]1;
[5 d) de eigen personeelsleden, de personeelsleden van onderaannemers en de zelfstandig ondernemers die de dienstverlening uitvoeren, beschikken over een beroepskwalificatie van loopbaanbegeleider;]5
6° de onderneming onderschrijft de bepalingen van de gedragscode, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is toegevoegd [1 en de praktische onderrichtingen, uitgevaardigd door de VDAB]1;
[ 7° [4 ...]4
[1 8° de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers, of andere personen die bevoegd zijn om de onderneming te verbinden of te vertegenwoordigen, of de hoofdaandeelhouders van de onderneming, in zoverre zij in de feiten de bevoegdheden van bestuurder uitoefenen, werden tijdens een periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van mandaataanvraag niet :
a) veroordeeld wegens faillissement, bedrieglijk onvermogen, valsheid in geschrifte, misbruik van vertrouwen, oplichting, omkoping of bedrog;
b) aansprakelijk gesteld voor de verbintenissen of de schulden van een gefailleerde vennootschap met toepassing van artikelen 229, 5°, 265, 315, 456, 4°, en 530, van het Wetboek van Vennootschappen of een gelijkaardige wetgeving in de lidstaat van vestiging of hebben meermaals een functie van zaakvoerder of gemachtigde uitgeoefend in een gefailleerde vennootschap;
c) herhaaldelijk in overtreding gesteld op het gebied van de fiscale, sociale verplichtingen of van de wettelijke en reglementaire bepalingen;
d) onderworpen aan een exploitatieverbod met bedrijfssluiting, of aan een beroepsverbod met bedrijfssluiting;
e) ontheven van hun burgerrechten en politieke rechten;]1
[2 9° als de onderneming een rechtspersoon is, toont ze aan dat loopbaanbegeleiding past binnen de activiteiten die vermeld zijn in haar statuten of haar wettelijke of decretale opdrachten.]2
In het tweede lid wordt verstaan onder :
1° lidstaat van vestiging : een lidstaat van de Europese Economische Ruimte op het grondgebied waarvan de zetel van de dienstverrichter is gevestigd;
2° sociale partners : de representatieve organisaties van de werknemers, de werkgevers, de middenstand en de landbouw die zijn vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, als vermeld in het decreet van 7 mei 2004 inzake de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen.
De voorwaarde, vermeld in het tweede lid, 1°, a), geldt niet voor de sociale partners.
[3 ...]3
§ 2. De VDAB gaat na of de onderneming voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid.
[1 De raad van bestuur van de VDAB verleent aan de onderneming een mandaat tot uitvoering van de loopbaanbegeleiding met een looptijd van zes jaar]1.
§ 3. [1 De VDAB]1 brengt de onderneming schriftelijk op de hoogte van de toekenningsvoorwaarden van het mandaat, in het bijzonder :
1° de looptijd van het mandaat;
2° de omschrijving van de openbare diensttaken in het kader van de loopbaanbegeleiding;
3° een beschrijving van het compensatiemechanisme en de parameters voor berekening, monitoring en herziening van de compensatie;
4° de regelingen om eventuele overcompensatie te vermijden en terug te vorderen;
5° de opgave van de wettelijke rechtsgrondslag voor het mandaat;
6° de niet-overdraagbaarheid van het mandaat;
[1 7° de praktische onderrichtingen, uitgevaardigd door de VDAB.]1
De minister bepaalt de nadere voorwaarden voor de indiening en behandeling van de aanvraag.
Änderungen
Art. 5. § 1er. L'entreprise qui souhaite effectuer l'accompagnement de carrière tel que visé au présent arrêté, introduit une demande de mandat auprès du VDAB.
L'entreprise démontre qu'elle répond aux conditions suivantes :
1° l'entreprise a un des statuts suivants :
a) le statut de personne morale, créée conformément aux règles de droit de l'Etat membre d'établissement;
b) le statut de personne physique qui dispose des droits civils et politiques;
2° l'entreprise ne se trouve pas en état de faillite ou d'insolvabilité notoire, ni fait l'objet d'une procédure de déclaration de faillite ou d'une législation similaire dans l'Etat membre d'établissement;
3° l'entreprise ne doit pas verser des arriérés d'impôts, des amendes ou des intérêts, ni des cotisations de sécurité sociale, des cotisations, amendes ou intérêts assimilés à la sécurité sociale, dus à l'Office national de Sécurité sociale;
4° [3 l'entreprise est enregistrée en tant que prestataire de services conformément à l'article 4 du décret du 29 mars 2019 relatif au modèle de qualité et d'enregistrement des prestataires de services dans le domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale ;]3
5° [1 l'entreprise démontre son expertise professionnelle dans le domaine de l'accompagnement de carrière. A cette fin, elle satisfait aux conditions cumulatives suivantes :
a) le gérant, l'exploitant ou le responsable de l'entreprise ou ses préposés ou mandataires disposent d'une expérience professionnelle d'au moins trois ans dans le secteur de l'accompagnement de carrière, de l'orientation ou du coaching de carrière, de l'outplacement ou de l'accompagnement des demandeurs d'emploi [5 et disposent d'une qualification professionnelle d'accompagnateur de carrière ]5 ;
b) l'entreprise présente une vision sur la manière dont l'accompagnement de carrière correspond à l'objectif politique, et applique cette vision ; l'entreprise garantit que la vision des sous-traitants correspond également aux objectifs politiques et que les sous-traitants l'appliquent également ;
c) l'entreprise explique la manière dont elle garantit systématiquement l'expertise sur l'accompagnement de carrière, ainsi que la connaissance de l'approche et de la méthodologie de ses propres membres du personnel et des sous-traitants]1;
[5 d) les propres membres du personnel, les membres du personnel de sous-traitants et les entrepreneurs indépendants qui effectuent les services, disposent d'une qualification professionnelle d'accompagnateur de carrière ; ]5
6° l'entreprise souscrit aux dispositions du code déontologique, repris en annexe jointe au présent arrêté [1 et aux instructions pratiques émanant du VDAB]1.
7° [4 ...]4
[1 8° les administrateurs, gérants, mandataires ou autres personnes habilitées à engager ou représenter l'entreprise, ou les actionnaires principaux de l'entreprise, dans la mesure où ces derniers exercent dans les faits les compétences d'administrateur, n'ont pas été, pendant une période de cinq ans précédant la date de la demande de mandat :
a) condamnés en raison de faillite, d'insolvabilité frauduleuse, de faux en écriture, d'abus de confiance, d'escroquerie, de corruption ou de fraude ;
b) tenus responsables des engagements ou des dettes d'une société tombée en faillite en application des articles 229, 5°, 265, 315, 456, 4°, et 530, du Code des Sociétés ou d'une législation similaire dans l'Etat membre d'établissement ou ont exercé à plusieurs reprises les fonctions de gérant ou de mandataire dans une société tombée en faillite ;
c) manqué à plusieurs reprises à leurs obligations fiscales, à leurs obligations sociales ou aux dispositions légales et réglementaires ;
d) soumis à une interdiction d'exploitation avec fermeture de l'entreprise, ou à une interdiction d'exercer la profession avec fermeture de l'entreprise ;
e) été privés de leurs droits civils et politiques;]1
[2 9° si l'entreprise est une personne morale, elle doit démontrer que l'accompagnement de carrière s'inscrit dans les activités mentionnées dans ses statuts ou dans ses missions légales ou statutaires.]2
Dans l'alinéa premier, on entend par :
1° Etat membre d'établissement : un Etat membre de l'Espace économique européen sur le territoire duquel est établi le siège du prestataire de services;
2° partenaires sociaux : les organisations représentatives des travailleurs, des employeurs, des classes moyennes et de l'agriculture, qui sont représentées au Conseil socio-économique de la Flandre, telles que visées au décret du 7 mai 2004 relatif au " Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen " (Conseil socio-économique de la Flandre).
La condition, visée à l'alinéa deux, 1°, a), ne s'applique pas aux partenaires sociaux.
[3 ...]3
§ 2. Le VDAB vérifie si l'entreprise répond aux conditions, visées au paragraphe 1er, alinéa deux.
[1 Le conseil d'administration du VDAB accorde à l'entreprise un mandat d'exécution de l'accompagnement de carrière, avec une durée de six ans]1.
§ 3. [1 Le VDAB]1 informe l'entreprise par écrit des conditions d'octroi du mandat, en particulier :
1° la durée du mandat;
2° la description des tâches de service public dans le cadre de l'accompagnement de carrière;
3° une description du mécanisme de compensation et des paramètres pour le calcul, le monitoring et la révision de la compensation;
4° les règlements en vue d'éviter la surcompensation et de la récupérer;
5° la mention de la base légale pour le mandat;
6° l'incessibilité du mandat;
[1 7° les instructions pratiques émanant du VDAB.]1
Le Ministre établit les modalités pour l'introduction et le traitement de la demande.
L'entreprise démontre qu'elle répond aux conditions suivantes :
1° l'entreprise a un des statuts suivants :
a) le statut de personne morale, créée conformément aux règles de droit de l'Etat membre d'établissement;
b) le statut de personne physique qui dispose des droits civils et politiques;
2° l'entreprise ne se trouve pas en état de faillite ou d'insolvabilité notoire, ni fait l'objet d'une procédure de déclaration de faillite ou d'une législation similaire dans l'Etat membre d'établissement;
3° l'entreprise ne doit pas verser des arriérés d'impôts, des amendes ou des intérêts, ni des cotisations de sécurité sociale, des cotisations, amendes ou intérêts assimilés à la sécurité sociale, dus à l'Office national de Sécurité sociale;
4° [3 l'entreprise est enregistrée en tant que prestataire de services conformément à l'article 4 du décret du 29 mars 2019 relatif au modèle de qualité et d'enregistrement des prestataires de services dans le domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale ;]3
5° [1 l'entreprise démontre son expertise professionnelle dans le domaine de l'accompagnement de carrière. A cette fin, elle satisfait aux conditions cumulatives suivantes :
a) le gérant, l'exploitant ou le responsable de l'entreprise ou ses préposés ou mandataires disposent d'une expérience professionnelle d'au moins trois ans dans le secteur de l'accompagnement de carrière, de l'orientation ou du coaching de carrière, de l'outplacement ou de l'accompagnement des demandeurs d'emploi [5 et disposent d'une qualification professionnelle d'accompagnateur de carrière ]5 ;
b) l'entreprise présente une vision sur la manière dont l'accompagnement de carrière correspond à l'objectif politique, et applique cette vision ; l'entreprise garantit que la vision des sous-traitants correspond également aux objectifs politiques et que les sous-traitants l'appliquent également ;
c) l'entreprise explique la manière dont elle garantit systématiquement l'expertise sur l'accompagnement de carrière, ainsi que la connaissance de l'approche et de la méthodologie de ses propres membres du personnel et des sous-traitants]1;
[5 d) les propres membres du personnel, les membres du personnel de sous-traitants et les entrepreneurs indépendants qui effectuent les services, disposent d'une qualification professionnelle d'accompagnateur de carrière ; ]5
6° l'entreprise souscrit aux dispositions du code déontologique, repris en annexe jointe au présent arrêté [1 et aux instructions pratiques émanant du VDAB]1.
7° [4 ...]4
[1 8° les administrateurs, gérants, mandataires ou autres personnes habilitées à engager ou représenter l'entreprise, ou les actionnaires principaux de l'entreprise, dans la mesure où ces derniers exercent dans les faits les compétences d'administrateur, n'ont pas été, pendant une période de cinq ans précédant la date de la demande de mandat :
a) condamnés en raison de faillite, d'insolvabilité frauduleuse, de faux en écriture, d'abus de confiance, d'escroquerie, de corruption ou de fraude ;
b) tenus responsables des engagements ou des dettes d'une société tombée en faillite en application des articles 229, 5°, 265, 315, 456, 4°, et 530, du Code des Sociétés ou d'une législation similaire dans l'Etat membre d'établissement ou ont exercé à plusieurs reprises les fonctions de gérant ou de mandataire dans une société tombée en faillite ;
c) manqué à plusieurs reprises à leurs obligations fiscales, à leurs obligations sociales ou aux dispositions légales et réglementaires ;
d) soumis à une interdiction d'exploitation avec fermeture de l'entreprise, ou à une interdiction d'exercer la profession avec fermeture de l'entreprise ;
e) été privés de leurs droits civils et politiques;]1
[2 9° si l'entreprise est une personne morale, elle doit démontrer que l'accompagnement de carrière s'inscrit dans les activités mentionnées dans ses statuts ou dans ses missions légales ou statutaires.]2
Dans l'alinéa premier, on entend par :
1° Etat membre d'établissement : un Etat membre de l'Espace économique européen sur le territoire duquel est établi le siège du prestataire de services;
2° partenaires sociaux : les organisations représentatives des travailleurs, des employeurs, des classes moyennes et de l'agriculture, qui sont représentées au Conseil socio-économique de la Flandre, telles que visées au décret du 7 mai 2004 relatif au " Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen " (Conseil socio-économique de la Flandre).
La condition, visée à l'alinéa deux, 1°, a), ne s'applique pas aux partenaires sociaux.
[3 ...]3
§ 2. Le VDAB vérifie si l'entreprise répond aux conditions, visées au paragraphe 1er, alinéa deux.
[1 Le conseil d'administration du VDAB accorde à l'entreprise un mandat d'exécution de l'accompagnement de carrière, avec une durée de six ans]1.
§ 3. [1 Le VDAB]1 informe l'entreprise par écrit des conditions d'octroi du mandat, en particulier :
1° la durée du mandat;
2° la description des tâches de service public dans le cadre de l'accompagnement de carrière;
3° une description du mécanisme de compensation et des paramètres pour le calcul, le monitoring et la révision de la compensation;
4° les règlements en vue d'éviter la surcompensation et de la récupérer;
5° la mention de la base légale pour le mandat;
6° l'incessibilité du mandat;
[1 7° les instructions pratiques émanant du VDAB.]1
Le Ministre établit les modalités pour l'introduction et le traitement de la demande.
Änderungen
Art. 6. Met behoud van de toepassing van de voorwaarden, vermeld in artikel 5, § 1, tweede lid, voldoet de gemandateerde onderneming tijdens de looptijd van het mandaat aan de volgende voorwaarden :
1° de gemandateerde onderneming handelt op een objectieve, respectvolle en niet-discriminerende wijze conform de bepalingen van het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt;
2° de gemandateerde onderneming eerbiedigt de persoonlijke levenssfeer en verwerkt persoonsgegevens conform de [2 verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)]2;
3° De gemandateerde organisatie kan voor het uitvoeren van deze dienstverlening een beroep doen op onderaannemers. De gemandateerde onderneming controleert of de onderaannemers voldoen aan de voorwaarden vermeld in artikel 5, § 1, tweede lid [1 met uitzondering van punt 5°, a]1. Voor de voorwaarde vermeld in artikel 5, § 1, tweede lid, 4°, volstaat het dat de onderaannemers zich beroepen op [3 de registratie]3 van de gemandateerde organisatie.
4° de gemandateerde onderneming hanteert een boekhouding die inkomsten en uitgaven die verband houden met de loopbaanbegeleiding of de stimuleringsfinanciering, alsook de parameters, vermeld in artikel 11, tweede lid, en in artikel 15, § 3, voor de toerekening van de kosten en inkomsten, transparant afzondert;
5° de gemandateerde onderneming registreert minimaal de volgende gegevens in databank van de VDAB :
a) de identificatiegegevens van de begeleide persoon;
b) de verschillende contactmomenten;
c) de stappen, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, b);
d) het persoonlijk ontwikkelingsplan;
6° de gemandateerde onderneming bezorgt op verzoek van de VDAB de informatiegegevens die de VDAB nodig acht om de controle uit te oefenen [1 of geeft de VDAB toestemming om deze ter plaatse in te kijken]1.
De VDAB kan naast de bepalingen, vermeld in het eerste lid, 5°, aanvullende richtlijnen uitvaardigen op het vlak van de te hanteren boekhouding met het oog op de rechtmatigheidscontrole van kosten en inkomsten en naast de verplichtingen, vermeld in het eerste lid, 6°, bijkomende registratieverplichtingen bepalen.
1° de gemandateerde onderneming handelt op een objectieve, respectvolle en niet-discriminerende wijze conform de bepalingen van het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt;
2° de gemandateerde onderneming eerbiedigt de persoonlijke levenssfeer en verwerkt persoonsgegevens conform de [2 verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)]2;
3° De gemandateerde organisatie kan voor het uitvoeren van deze dienstverlening een beroep doen op onderaannemers. De gemandateerde onderneming controleert of de onderaannemers voldoen aan de voorwaarden vermeld in artikel 5, § 1, tweede lid [1 met uitzondering van punt 5°, a]1. Voor de voorwaarde vermeld in artikel 5, § 1, tweede lid, 4°, volstaat het dat de onderaannemers zich beroepen op [3 de registratie]3 van de gemandateerde organisatie.
4° de gemandateerde onderneming hanteert een boekhouding die inkomsten en uitgaven die verband houden met de loopbaanbegeleiding of de stimuleringsfinanciering, alsook de parameters, vermeld in artikel 11, tweede lid, en in artikel 15, § 3, voor de toerekening van de kosten en inkomsten, transparant afzondert;
5° de gemandateerde onderneming registreert minimaal de volgende gegevens in databank van de VDAB :
a) de identificatiegegevens van de begeleide persoon;
b) de verschillende contactmomenten;
c) de stappen, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, b);
d) het persoonlijk ontwikkelingsplan;
6° de gemandateerde onderneming bezorgt op verzoek van de VDAB de informatiegegevens die de VDAB nodig acht om de controle uit te oefenen [1 of geeft de VDAB toestemming om deze ter plaatse in te kijken]1.
De VDAB kan naast de bepalingen, vermeld in het eerste lid, 5°, aanvullende richtlijnen uitvaardigen op het vlak van de te hanteren boekhouding met het oog op de rechtmatigheidscontrole van kosten en inkomsten en naast de verplichtingen, vermeld in het eerste lid, 6°, bijkomende registratieverplichtingen bepalen.
Art. 6. Sans préjudice de l'application des conditions, visées à l'article 5, § 1er, alinéa deux, l'entreprise mandatée répond, lors de la durée du mandat, aux conditions suivantes :
1° l'entreprise mandatée agit de manière objective, respectueuse et non discriminatoire, conformément aux dispositions du décret du 8 mai 2002 portant participation proportionnelle sur le marché de l'emploi;
2° l'entreprise mandatée respecte la vie privée et traite les données à caractère personnel conformément [2 au règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données)]2;
3° L'organisation mandatée peut faire appel à des sous-traitants pour la réalisation de ces services. L'entreprise mandatée contrôle si les sous-traitants répondent aux conditions visées à l'article 5, § 1er, alinéa deux [1 à l'exception du point 5°, a]1. En ce qui concerne la condition visée à l'article 5, § 1er, alinéa deux, 4°, il suffit que les sous-traitants invoquent [3 l'enregistrement]3 de l'organisation mandatée.
4° l'entreprise mandatée utilise une comptabilité qui sépare de manière transparente, les revenus et dépenses liés à l'accompagnement de carrière ou au financement d'encouragement, ainsi que les paramètres, visés à l'article 11, alinéa deux, et à l'article 15, § 3, pour l'imputation des frais et revenus;
5° l'entreprise mandatée enregistre au moins les données suivantes dans la base de données du VDAB :
a) les données d'identification de la personne accompagnée;
b) les différents moments de contact;
c) les démarches, visées à l'article 4, § 1er, alinéa premier, 1°, b);
d) le plan de développement personnel;
6° à la demande du VDAB, l'entreprise mandatée transmet les informations que le VDAB juge nécessaires pour effectuer le contrôle [1 ou autorise le VDAB à les consulter sur place]1.
Outre les dispositions, visées à l'alinéa premier, 5°, le VDAB peut promulguer des directives complémentaires au niveau de la comptabilité à utiliser en vue du contrôle de légitimité des frais et revenus, et outre les obligations visées à l'alinéa premier, 6°, il peut arrêter des obligations d'enregistrement supplémentaires.
1° l'entreprise mandatée agit de manière objective, respectueuse et non discriminatoire, conformément aux dispositions du décret du 8 mai 2002 portant participation proportionnelle sur le marché de l'emploi;
2° l'entreprise mandatée respecte la vie privée et traite les données à caractère personnel conformément [2 au règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données)]2;
3° L'organisation mandatée peut faire appel à des sous-traitants pour la réalisation de ces services. L'entreprise mandatée contrôle si les sous-traitants répondent aux conditions visées à l'article 5, § 1er, alinéa deux [1 à l'exception du point 5°, a]1. En ce qui concerne la condition visée à l'article 5, § 1er, alinéa deux, 4°, il suffit que les sous-traitants invoquent [3 l'enregistrement]3 de l'organisation mandatée.
4° l'entreprise mandatée utilise une comptabilité qui sépare de manière transparente, les revenus et dépenses liés à l'accompagnement de carrière ou au financement d'encouragement, ainsi que les paramètres, visés à l'article 11, alinéa deux, et à l'article 15, § 3, pour l'imputation des frais et revenus;
5° l'entreprise mandatée enregistre au moins les données suivantes dans la base de données du VDAB :
a) les données d'identification de la personne accompagnée;
b) les différents moments de contact;
c) les démarches, visées à l'article 4, § 1er, alinéa premier, 1°, b);
d) le plan de développement personnel;
6° à la demande du VDAB, l'entreprise mandatée transmet les informations que le VDAB juge nécessaires pour effectuer le contrôle [1 ou autorise le VDAB à les consulter sur place]1.
Outre les dispositions, visées à l'alinéa premier, 5°, le VDAB peut promulguer des directives complémentaires au niveau de la comptabilité à utiliser en vue du contrôle de légitimité des frais et revenus, et outre les obligations visées à l'alinéa premier, 6°, il peut arrêter des obligations d'enregistrement supplémentaires.
HOOFDSTUK 5. - Loopbaancheque
CHAPITRE 5. - Chèque-carrière
Art. 7. De professioneel actieve persoon vraagt een loopbaancheque aan bij de VDAB.
De VDAB onderzoekt of de persoon voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1, tweede lid. De VDAB brengt [1 de verstrekker]1 op de hoogte van rechtmatige aanvragen. [1 De verstrekker] 1 onderzoekt of de professioneel actieve persoon de tegemoetkoming, vermeld in artikel 8, heeft betaald en kent in voorkomend geval de loopbaancheque toe.
De minister kan nadere voorwaarden bepalen op het vlak van de wijze van aanvraag, kennisgeving en toekenning van de loopbaancheque.
De VDAB onderzoekt of de persoon voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1, tweede lid. De VDAB brengt [1 de verstrekker]1 op de hoogte van rechtmatige aanvragen. [1 De verstrekker] 1 onderzoekt of de professioneel actieve persoon de tegemoetkoming, vermeld in artikel 8, heeft betaald en kent in voorkomend geval de loopbaancheque toe.
De minister kan nadere voorwaarden bepalen op het vlak van de wijze van aanvraag, kennisgeving en toekenning van de loopbaancheque.
Art. 7. La personne professionnellement active demande un chèque-carrière auprès du VDAB.
Le VDAB examine si la personne répond aux conditions visées à l'article 3, § 1er, alinéa deux. Le VDAB informe la société émettrice de demandes légitimes. [1 Le dispensateur ]1 examine si la personne professionnellement active a payé l'intervention, visée à l'article 8, et octroie, le cas échéant, le chèque-carrière.
Le Ministre peut arrêter des modalités relatives au mode de demande, de notification et d'octroi du chèque-carrière.
Le VDAB examine si la personne répond aux conditions visées à l'article 3, § 1er, alinéa deux. Le VDAB informe la société émettrice de demandes légitimes. [1 Le dispensateur ]1 examine si la personne professionnellement active a payé l'intervention, visée à l'article 8, et octroie, le cas échéant, le chèque-carrière.
Le Ministre peut arrêter des modalités relatives au mode de demande, de notification et d'octroi du chèque-carrière.
Art. 8. De professioneel actieve persoon, of een door hem aangestelde derde, betaalt een tegemoetkoming in de kosten van zijn loopbegeleiding van [1 vijfenveertig euro]1 per loopbaancheque.
Art. 8. La personne professionnellement active, ou un tiers désigné par elle, paie une intervention dans les frais de son accompagnement de carrière de [1 quarante-cinq euros ]1 par chèque-carrière.
Art. 9. De loopbaancheque vermeldt de naam van de titularis, is niet overdraagbaar en heeft een geldigheidsduur van maximaal drie maanden vanaf de datum van uitgifte. [2 De loopbaanbegeleiding wordt uiterlijk zes maanden na de datum van de uitgifte van de loopbaancheque afgerond.]2
Bij verval van de geldigheidsduur van de loopbaancheque betaalt [1 de verstrekker]1 de eigen bijdrage van de professioneel actieve persoon, vermeld in artikel 8, terug. Een vervallen loopbaancheque ontzegt de niet-begeleide professioneel actieve persoon niet de mogelijkheid om een nieuwe loopbaancheque aan te vragen overeenkomstig de voorwaarden van dit besluit.
Bij verval van de geldigheidsduur van de loopbaancheque betaalt [1 de verstrekker]1 de eigen bijdrage van de professioneel actieve persoon, vermeld in artikel 8, terug. Een vervallen loopbaancheque ontzegt de niet-begeleide professioneel actieve persoon niet de mogelijkheid om een nieuwe loopbaancheque aan te vragen overeenkomstig de voorwaarden van dit besluit.
Art. 9. Le chèque-carrière mentionne le nom du titulaire, n'est pas transférable et a une durée de validité d'au maximum trois mois à partir de la date d'émission. [2 L'accompagnement de carrière est terminé au plus tard six mois après la date d'émission du chèque-carrière. ]2
A l'échéance de la durée de validité du chèque-carrière, la société [1 le dispensateur]1 rembourse la contribution propre de la personne professionnellement active, visée à l'article 8. Un chèque-carrière échu n'interdit pas à la personne professionnellement active non accompagnée de demander un nouveau chèque-carrière conformément aux conditions du présent arrêté.
A l'échéance de la durée de validité du chèque-carrière, la société [1 le dispensateur]1 rembourse la contribution propre de la personne professionnellement active, visée à l'article 8. Un chèque-carrière échu n'interdit pas à la personne professionnellement active non accompagnée de demander un nouveau chèque-carrière conformément aux conditions du présent arrêté.
Art. 10. Na registratie van de geleverde loopbaanbegeleiding bezorgt de gemandateerde onderneming de loopbaancheque ter betaling aan [1 de verstrekker]1.
De loopbaancheque wordt door de gemandateerde onderneming uiterlijk negen maanden na de datum van uitgifte ter betaling aangeboden.
De loopbaancheque wordt door de gemandateerde onderneming uiterlijk negen maanden na de datum van uitgifte ter betaling aangeboden.
Art. 10. Après l'enregistrement de l'accompagnement de carrière fourni, l'entreprise mandatée transmet le chèque-carrière [1 au dispensateur]1 pour le paiement.
Le chèque-carrière est offert par l'entreprise mandatée pour paiement au plus tard neuf mois après la date d'émission.
Le chèque-carrière est offert par l'entreprise mandatée pour paiement au plus tard neuf mois après la date d'émission.
HOOFDSTUK 6. - Vergoeding
CHAPITRE 6. - Indemnité
Art. 11. Binnen de perken van de goedgekeurde jaarlijkse begroting en volgens de voorwaarden, vermeld in dit besluit, krijgt de gemandateerde onderneming een vergoeding voor de loopbaanbegeleiding, verstrekt aan de professioneel actieve persoon.
[2 De vergoeding per uur loopbaanbegeleiding bedraagt [3 150,07 euro]3 exclusief btw en vertegenwoordigt:]2
1° de personeelskosten van de loopbaanbegeleider voor de loopbaanbegeleiding, vermeld in artikel 4;
2° werkingskosten die maximaal 25 procent van de personeelskosten bedragen;
3° een winstaandeel van maximaal 6 procent van de loon- en werkingskosten.
[1 In het tweede lid, 1°, wordt onder personeelskosten ook verstaan, het geheel van vergoedingen van de onderaannemer of de zelfstandige ondernemer, die overeenkomen met de personeelskosten van de loopbaanbegeleider alsof die persoon in dienst zou zijn van het loopbaancentrum.]1
In het tweede lid, 2°, wordt verstaan onder werkingskosten :
a) de uitgaven die rechtstreeks betrekking hebben op de planning, uitvoering, monitoring en evaluatie van de loopbaandienstverlening;
b) de uitgaven die als overhead betrekking hebben op de organisatie van de onderneming.
[1 Als de gemandateerde onderneming een beroep doet op onderaannemers of zelfstandige ondernemers, worden de werkingskosten, vermeld in het derde lid, van elke partij samengeteld.]1
[2 De vergoeding per uur loopbaanbegeleiding bedraagt [3 150,07 euro]3 exclusief btw en vertegenwoordigt:]2
1° de personeelskosten van de loopbaanbegeleider voor de loopbaanbegeleiding, vermeld in artikel 4;
2° werkingskosten die maximaal 25 procent van de personeelskosten bedragen;
3° een winstaandeel van maximaal 6 procent van de loon- en werkingskosten.
[1 In het tweede lid, 1°, wordt onder personeelskosten ook verstaan, het geheel van vergoedingen van de onderaannemer of de zelfstandige ondernemer, die overeenkomen met de personeelskosten van de loopbaanbegeleider alsof die persoon in dienst zou zijn van het loopbaancentrum.]1
In het tweede lid, 2°, wordt verstaan onder werkingskosten :
a) de uitgaven die rechtstreeks betrekking hebben op de planning, uitvoering, monitoring en evaluatie van de loopbaandienstverlening;
b) de uitgaven die als overhead betrekking hebben op de organisatie van de onderneming.
[1 Als de gemandateerde onderneming een beroep doet op onderaannemers of zelfstandige ondernemers, worden de werkingskosten, vermeld in het derde lid, van elke partij samengeteld.]1
Art. 11. Dans les limites du budget annuel approuvé et aux conditions, visées au présent arrêté, l'entreprise mandatée reçoit une indemnité pour l'accompagnement de carrière, fourni à la personne professionnellement active.
[2 L'indemnité par heure d'accompagnement de carrière s'élève à [3 150,07 euros]3 euros, hors T.V.A. et représente :]2
1° les frais de personnel de l'accompagnateur de carrière pour l'accompagnement de carrière, visé à l'article 4;
2° les frais de fonctionnement, qui s'élèvent à au maximum 25 pour cent des frais de personnel;
3° une part de bénéfice d'au maximum 6 pour cent des frais salariaux et de fonctionnement.
[1 A l'alinéa 2, 1°, on entend également par frais de personnel : l'ensemble des indemnités payées au sous-traitant ou à l'entrepreneur indépendant, qui correspondent aux frais de personnel de l'accompagnateur de carrière comme si cette personne était un employé du centre de carrière.]1
Dans l'alinéa deux, 2°, on entend par frais de fonctionnement :
a) les dépenses ayant directement trait au planning, à l'exécution, au monitoring et à l'évaluation des services carrière;
b) les dépenses ayant trait, comme frais généraux, à l'organisation de l'entreprise.
[1 Lorsque l'entreprise mandatée fait appel à des sous-traitants ou des entrepreneurs indépendants, les frais de fonctionnement, visés à l'alinéa 3, de chaque partie sont agrégés.]1
[2 L'indemnité par heure d'accompagnement de carrière s'élève à [3 150,07 euros]3 euros, hors T.V.A. et représente :]2
1° les frais de personnel de l'accompagnateur de carrière pour l'accompagnement de carrière, visé à l'article 4;
2° les frais de fonctionnement, qui s'élèvent à au maximum 25 pour cent des frais de personnel;
3° une part de bénéfice d'au maximum 6 pour cent des frais salariaux et de fonctionnement.
[1 A l'alinéa 2, 1°, on entend également par frais de personnel : l'ensemble des indemnités payées au sous-traitant ou à l'entrepreneur indépendant, qui correspondent aux frais de personnel de l'accompagnateur de carrière comme si cette personne était un employé du centre de carrière.]1
Dans l'alinéa deux, 2°, on entend par frais de fonctionnement :
a) les dépenses ayant directement trait au planning, à l'exécution, au monitoring et à l'évaluation des services carrière;
b) les dépenses ayant trait, comme frais généraux, à l'organisation de l'entreprise.
[1 Lorsque l'entreprise mandatée fait appel à des sous-traitants ou des entrepreneurs indépendants, les frais de fonctionnement, visés à l'alinéa 3, de chaque partie sont agrégés.]1
Art. 12. De vergoeding, vermeld in artikel 11, wordt verrekend naar rato van de prestaties die de gemandateerde onderneming conform dit besluit effectief geleverd heeft op het vlak van de loopbaanbegeleiding.
Art. 12. L'indemnité, visée à l'article 11, est réglée au prorata des prestations que l'entreprise mandatée a effectivement effectuée dans le domaine de l'accompagnement de carrière, conformément au présent arrêté.
Art. 13. De vergoeding, vermeld in artikel 11, kan niet gecumuleerd worden met andere subsidies voor dezelfde kosten of kosten die elkaar geheel of gedeeltelijk overlappen, van werknemers die de gemandateerde onderneming in dienst heeft voor de uitvoering van de loopbaanbegeleiding.
Art. 13. L'indemnité, visée à l'article 11, ne peut pas être cumulée avec d'autres subventions pour les mêmes frais ou les frais qui se recouvrent en tout ou en partie, de travailleurs occupés par l'entreprise mandatée pour l'exécution de l'accompagnement de carrière.
Art. 14. De gemandateerde onderneming kan voor de professioneel actieve persoon geen enkele andere vergoeding voor loopbaandienstbegeleiding ontvangen dan de vergoeding vermeld in dit besluit.
De gemandateerde onderneming kan geen schadevergoeding eisen van de professioneel actieve persoon die beslist om de loopbaanbegeleiding vroegtijdig stop te zetten.
De gemandateerde onderneming kan geen loopbaanbegeleiding aanbieden aan eigen werknemers [1 , aan onderaannemers of werknemers van onderaannemers]1.
De vergoeding, vermeld in artikel 11, kan door de gemandateerde onderneming niet aangewend worden ter financiering van een derdebetalersregeling van de eigen bijdrage van de professioneel actieve persoon.
De gemandateerde onderneming kan geen schadevergoeding eisen van de professioneel actieve persoon die beslist om de loopbaanbegeleiding vroegtijdig stop te zetten.
De gemandateerde onderneming kan geen loopbaanbegeleiding aanbieden aan eigen werknemers [1 , aan onderaannemers of werknemers van onderaannemers]1.
De vergoeding, vermeld in artikel 11, kan door de gemandateerde onderneming niet aangewend worden ter financiering van een derdebetalersregeling van de eigen bijdrage van de professioneel actieve persoon.
Art. 14. L'entreprise mandatée ne peut bénéficier d'aucune autre indemnité pour services d'accompagnement de carrière pour la personne professionnellement active que l'indemnité visée au présent arrêté.
L'entreprise mandatée ne peut réclamer quelque indemnisation que ce soit de la personne professionnellement active qui décide d'arrêter prématurément l'accompagnement de carrière.
L'entreprise mandatée ne peut pas offrir l'accompagnement de carrière à ses propres travailleurs [1 , à des sous-traitants ou à des employés des sous-traitants]1.
L'indemnité, visée à l'article 11, ne peut pas être utilisée par l'entreprise mandatée pour le financement d'un régime du tiers payant de la propre contribution de la personne professionnellement active.
L'entreprise mandatée ne peut réclamer quelque indemnisation que ce soit de la personne professionnellement active qui décide d'arrêter prématurément l'accompagnement de carrière.
L'entreprise mandatée ne peut pas offrir l'accompagnement de carrière à ses propres travailleurs [1 , à des sous-traitants ou à des employés des sous-traitants]1.
L'indemnité, visée à l'article 11, ne peut pas être utilisée par l'entreprise mandatée pour le financement d'un régime du tiers payant de la propre contribution de la personne professionnellement active.
Art. 15. § 1. Binnen de grenzen van de goedgekeurde jaarlijkse begrotingskredieten en volgens de voorwaarden, vermeld in dit besluit, verkrijgt de gemandateerde onderneming stimuleringsfinanciering voor de loopbaanbegeleiding van professioneel actieve personen die behoren tot de kansengroepen als :
1° de gemandateerde onderneming over minimaal twee jaar ervaring beschikt op het vlak van het werken met kansengroepen;
2° het jaarlijkse aandeel van de professioneel actieve personen die de onderneming begeleidt en die behoren tot de kansengroepen, op het totaal aantal begeleide personen minimaal 30 procent bedraagt;
[1 3° er minimaal twintig actieve personen per jaar begeleid worden.]1
De gemandateerde onderneming levert bij de aanvraag van mandaat of bij de aanvang van werkingsjaar het bewijs van de ervaring, vermeld in het eerste lid, 1°.
§ 2. De gemandateerde onderneming ontvangt een forfaitaire vergoeding volgens de formule :
S = JBA x BP x 150/100, waarbij
1° S : stimuleringsfinanciering, die bestaat uit een vergoeding uitgedrukt in euro;
2° JBA : het jaarlijks bereikt aandeel, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, dat gelijk is aan :
a) 30 : bij een bereik van 30 procent tot en met 40 procent;
b) 40 : bij een bereik van 41 procent tot en met 50 procent;
c) 50 : bij een bereik van 51 procent tot en met 60 procent;
d) 60 : bij een bereik van 61procent tot en met 100 procent.
3° BP : het totale aantal daadwerkelijk begeleide personen;
4° 150 : honderd vijftig euro.
§ 3. De vergoeding van honderdvijftig euro, vermeld in paragraaf 2, 4°, vertegenwoordigt :
1° de personeelskosten om promotie te voeren bij kansengroepen;
2° de personeelskosten om de methodiek en instrumenten op maat van kansengroepen te ontwikkelen en aan te passen;
3° werkingsmiddelen.
§ 4. De stimuleringsfinanciering wordt jaarlijks door de VDAB berekend en toegekend.
1° de gemandateerde onderneming over minimaal twee jaar ervaring beschikt op het vlak van het werken met kansengroepen;
2° het jaarlijkse aandeel van de professioneel actieve personen die de onderneming begeleidt en die behoren tot de kansengroepen, op het totaal aantal begeleide personen minimaal 30 procent bedraagt;
[1 3° er minimaal twintig actieve personen per jaar begeleid worden.]1
De gemandateerde onderneming levert bij de aanvraag van mandaat of bij de aanvang van werkingsjaar het bewijs van de ervaring, vermeld in het eerste lid, 1°.
§ 2. De gemandateerde onderneming ontvangt een forfaitaire vergoeding volgens de formule :
S = JBA x BP x 150/100, waarbij
1° S : stimuleringsfinanciering, die bestaat uit een vergoeding uitgedrukt in euro;
2° JBA : het jaarlijks bereikt aandeel, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, dat gelijk is aan :
a) 30 : bij een bereik van 30 procent tot en met 40 procent;
b) 40 : bij een bereik van 41 procent tot en met 50 procent;
c) 50 : bij een bereik van 51 procent tot en met 60 procent;
d) 60 : bij een bereik van 61procent tot en met 100 procent.
3° BP : het totale aantal daadwerkelijk begeleide personen;
4° 150 : honderd vijftig euro.
§ 3. De vergoeding van honderdvijftig euro, vermeld in paragraaf 2, 4°, vertegenwoordigt :
1° de personeelskosten om promotie te voeren bij kansengroepen;
2° de personeelskosten om de methodiek en instrumenten op maat van kansengroepen te ontwikkelen en aan te passen;
3° werkingsmiddelen.
§ 4. De stimuleringsfinanciering wordt jaarlijks door de VDAB berekend en toegekend.
Art. 15. § 1er. Dans les limites des crédits budgétaires annuels approuvés et selon les conditions, visées au présent arrêté, l'entreprise mandatée obtient un financement d'encouragement pour l'accompagnement de carrière de personnes professionnellement actives qui appartiennent aux groupes à potentiel si :
1° l'entreprise mandatée dispose d'au moins deux années d'expérience quant au travail avec des groupes à potentiel;
2° la part annuelle de personnes professionnellement actives accompagnées par l'entreprise et appartenant aux groupes à potentiel, dans le nombre total de personnes accompagnées s'élève au minimum à 30 pour cent;
[1 3° au moins vingt personnes actives sont accompagnées par an.]1
Lors de la demande de mandat ou au début de l'année d'activité, l'entreprise mandatée fournit la preuve de l'expérience, visée à l'alinéa premier, 1°.
§ 2. L'entreprise mandatée reçoit une indemnité forfaitaire selon la formule :
S =JBA x BP x 150/100, où :
1° S : financement d'encouragement, qui se compose d'une indemnité exprimée en euros;
2° JBA : la part annuelle atteinte, visée au paragraphe 1er, alinéa premier, 2°, qui égale :
a) 30 : si entre 30 pour cent et 40 pour cent inclus sont atteints;
b) 40 : si entre 41 pour cent et 50 pour cent inclus sont atteints;
c) 50 : si entre 51 pour cent et 60 pour cent sont atteints;
d) 60 : si entre 61 pour cent et 100 pour cent sont atteints.
3° BP : le nombre total de personnes effectivement accompagnées;
4° 150 : cent cinquante euros.
§ 3. L'indemnité de cent cinquante euros, visée au paragraphe 2, 4°, représente :
1° les frais de personnel pour organiser la promotion auprès des groupes à potentiel;
2° les frais de personnel pour développer et adapter la méthodologie et les instruments à la mesure des groupes à potentiel;
3° les moyens de fonctionnement.
§ 4. Le financement d'encouragement est calculé et octroyé annuellement par le VDAB.
1° l'entreprise mandatée dispose d'au moins deux années d'expérience quant au travail avec des groupes à potentiel;
2° la part annuelle de personnes professionnellement actives accompagnées par l'entreprise et appartenant aux groupes à potentiel, dans le nombre total de personnes accompagnées s'élève au minimum à 30 pour cent;
[1 3° au moins vingt personnes actives sont accompagnées par an.]1
Lors de la demande de mandat ou au début de l'année d'activité, l'entreprise mandatée fournit la preuve de l'expérience, visée à l'alinéa premier, 1°.
§ 2. L'entreprise mandatée reçoit une indemnité forfaitaire selon la formule :
S =JBA x BP x 150/100, où :
1° S : financement d'encouragement, qui se compose d'une indemnité exprimée en euros;
2° JBA : la part annuelle atteinte, visée au paragraphe 1er, alinéa premier, 2°, qui égale :
a) 30 : si entre 30 pour cent et 40 pour cent inclus sont atteints;
b) 40 : si entre 41 pour cent et 50 pour cent inclus sont atteints;
c) 50 : si entre 51 pour cent et 60 pour cent sont atteints;
d) 60 : si entre 61 pour cent et 100 pour cent sont atteints.
3° BP : le nombre total de personnes effectivement accompagnées;
4° 150 : cent cinquante euros.
§ 3. L'indemnité de cent cinquante euros, visée au paragraphe 2, 4°, représente :
1° les frais de personnel pour organiser la promotion auprès des groupes à potentiel;
2° les frais de personnel pour développer et adapter la méthodologie et les instruments à la mesure des groupes à potentiel;
3° les moyens de fonctionnement.
§ 4. Le financement d'encouragement est calculé et octroyé annuellement par le VDAB.
HOOFDSTUK 7. - Controle en sanctionering
CHAPITRE 7. - Contrôle et sanctions
Art. 16. De VDAB voert op regelmatige basis [1 ...]1 controles uit die gericht zijn op de naleving van de bepalingen van dit besluit [1 en]1 om de omvang van de vergoedingen voor de loopbaanbegeleiding te bepalen.
Art. 16. Sur une base régulière, [1 ...]1 le VDAB effectue des contrôles qui sont axés sur le respect des dispositions du présent arrêté [1 et]1 afin de déterminer l'ampleur des indemnités pour l'accompagnement de carrière.
Art. 17. Informatiegegevens die betrekking hebben op de naleving van de voorwaarden van dit besluit worden door de gemandateerde onderneming bewaard gedurende minimaal tien jaar, na afloop van haar mandaat.
Art. 17. Les informations concernant le respect des conditions du présent arrêté sont conservées par l'entreprise mandatée pendant au moins dix ans, à l'issue de son mandat.
Art. 18. § 1. [1 [3 De raad van bestuur van de VDAB kan het mandaat, na voorstel van de VDAB, intrekken als wordt vastgesteld dat]3
1° de gemandateerde onderneming de bepalingen van dit besluit niet naleeft;
2° de zaakvoerder, exploitant of verantwoordelijke van de gemandateerde onderneming of haar aangestelden of lasthebbers, het toezicht en de controle, vermeld in artikel 16 verhinderen;
3° de gemandateerde onderneming haar activiteiten stopzet;
4° de gemandateerde onderneming haar mandaat heeft verkregen op basis van valse, onvolledige of onjuiste verklaringen;
5° de gemandateerde onderneming de inlichtingen die het ter uitvoering van de bepalingen van dit besluit moet leveren, vervalst;
[1 6° de gemandateerde onderneming langer dan een jaar geen loopbaanbegeleiding met loopbaancheque heeft uitgevoerd, het opstartjaar buiten beschouwing gelaten;]1
[1 7° de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers, of andere personen die bevoegd zijn om de gemandateerde onderneming te verbinden of te vertegenwoordigen, of de hoofdaandeelhouders van de gemandateerde onderneming, in zoverre zij in de feiten de bevoegdheden van bestuurder uitoefenen, werden tijdens een periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvang van de activiteit van loopbaanbegeleiding of tijdens de uitoefening van het lopende mandaat inzake loopbaanbegeleidingsactiviteiten:
a) veroordeeld wegens faillissement, bedrieglijk onvermogen, valsheid in geschrifte, misbruik van vertrouwen, oplichting, omkoping of bedrog;
b) aansprakelijk gesteld voor de verbintenissen of de schulden van een gefailleerde vennootschap met toepassing van artikelen 229, 5°, 265, 315, 456, 4°, en 530, van het Wetboek van Vennootschappen of een gelijkaardige wetgeving in de lidstaat van vestiging of hebben meermaals een functie van zaakvoerder of gemachtigde uitgeoefend in een gefailleerde vennootschap;
c) herhaaldelijk in overtreding gesteld op het gebied van de fiscale, sociale verplichtingen of van de wettelijke en reglementaire bepalingen;
d) onderworpen aan een exploitatieverbod met bedrijfssluiting, of aan een beroepsverbod met bedrijfssluiting;
e) ontheven van hun burgerrechten en politieke rechten]1.
§ 2. [3 sing tot intrekking van het mandaat is definitief nadat de gemandateerde onderneming de mogelijkheid heeft gekregen om haar verweermiddelen mee te delen binnen een vervaltermijn van dertig dagen. De voormelde termijn begint op de derde dag nadat het voornemen tot intrekking van het mandaat aan de gemandateerde onderneming ter kennisgeving is bezorgd met een aangetekende brief]3.
§ 3. Bij de beslissing tot intrekking van het mandaat deelt [1 de raad van bestuur van de VDAB]1 mee binnen welke termijn de gemandateerde onderneming [1 of de zaakvoerder]1 opnieuw een mandaat mag aanvragen. [2 De raad van bestuur van de VDAB kan aan de gemandateerde onderneming of aan de zaakvoerder voorwaarden opleggen om de kwaliteit van de loopbaanbegeleiding te waarborgen.]2
[2 Als de gemandateerde onderneming of de zaakvoerder zelf zijn mandaat stopzet voor de raad van bestuur van de VDAB een beslissing tot intrekking heeft genomen, deelt de raad van bestuur van de VDAB mee binnen welke termijn de gemandateerde onderneming of de zaakvoerder opnieuw een mandaat mag aanvragen. De raad van bestuur van de VDAB kan aan de gemandateerde onderneming of de zaakvoerder voorwaarden opleggen om de kwaliteit van de loopbaanbegeleiding te waarborgen.]2
[3 §4. In de volgende gevallen kan de VDAB beslissen om het mandaat van een gemandateerde onderneming te schorsen:
1° een onderzoek als gevolg van de niet-naleving van de bepalingen van dit besluit door de gemandateerde onderneming vereist dat om de belangen van de professioneel actieve persoon te vrijwaren. De schorsing loopt maximaal dertig dagen;
2° er loopt een procedure tot intrekking van het mandaat. De schorsing duurt tot de raad van bestuur van de VDAB beslist heeft om het mandaat al of niet in te trekken;
3° er wordt vastgesteld dat de gemandateerde onderneming niet meer voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 5 of 6. In afwijking van de termijn, vermeld in punt 1°, blijft het mandaat geschorst tot de gemandateerde onderneming aantoont dat ze opnieuw aan alle voorwaarden voldoet. Als de schorsing langer dan zes maanden duurt, zet de raad van bestuur van VDAB de schorsing automatisch om in een intrekking. De raad van bestuur van de VDAB deelt mee binnen welke termijn de gemandateerde onderneming of de zaakvoerder opnieuw een mandaat mag aanvragen. De raad van bestuur van de VDAB kan aan de gemandateerde onderneming of de zaakvoerder voorwaarden opleggen om de kwaliteit van de loopbaanbegeleiding te waarborgen.
De beslissing, vermeld in het eerste lid, heeft de volgende gevolgen:
1° de gemandateerde onderneming wordt verwijderd uit de zoekrobot op de VDAB-website;
2° de gemandateerde onderneming kan zich niet meer profileren als een loopbaancentrum dat door de VDAB gemandateerd is;
3° de gemandateerde onderneming kan niet meer registreren als vermeld in artikel 10;
4° de gemandateerde onderneming kan geen nieuwe begeleidingen starten die worden vergoed met de loopbaancheques;
5° lopende begeleidingen kunnen worden voortgezet na het akkoord van de VDAB. De registratie die leidt tot uitbetaling, gebeurt dan door de VDAB, na controle.
De beslissing, vermeld in het eerste lid, is definitief nadat de gemandateerde onderneming de mogelijkheid heeft gekregen om haar verweermiddelen mee te delen binnen een vervaltermijn van zeven dagen. De voormelde termijn begint op de derde dag nadat het voornemen tot schorsing van het mandaat van een gemandateerde onderneming aan de gemandateerde onderneming ter kennisgeving is bezorgd met een aangetekende brief.]3
1° de gemandateerde onderneming de bepalingen van dit besluit niet naleeft;
2° de zaakvoerder, exploitant of verantwoordelijke van de gemandateerde onderneming of haar aangestelden of lasthebbers, het toezicht en de controle, vermeld in artikel 16 verhinderen;
3° de gemandateerde onderneming haar activiteiten stopzet;
4° de gemandateerde onderneming haar mandaat heeft verkregen op basis van valse, onvolledige of onjuiste verklaringen;
5° de gemandateerde onderneming de inlichtingen die het ter uitvoering van de bepalingen van dit besluit moet leveren, vervalst;
[1 6° de gemandateerde onderneming langer dan een jaar geen loopbaanbegeleiding met loopbaancheque heeft uitgevoerd, het opstartjaar buiten beschouwing gelaten;]1
[1 7° de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers, of andere personen die bevoegd zijn om de gemandateerde onderneming te verbinden of te vertegenwoordigen, of de hoofdaandeelhouders van de gemandateerde onderneming, in zoverre zij in de feiten de bevoegdheden van bestuurder uitoefenen, werden tijdens een periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvang van de activiteit van loopbaanbegeleiding of tijdens de uitoefening van het lopende mandaat inzake loopbaanbegeleidingsactiviteiten:
a) veroordeeld wegens faillissement, bedrieglijk onvermogen, valsheid in geschrifte, misbruik van vertrouwen, oplichting, omkoping of bedrog;
b) aansprakelijk gesteld voor de verbintenissen of de schulden van een gefailleerde vennootschap met toepassing van artikelen 229, 5°, 265, 315, 456, 4°, en 530, van het Wetboek van Vennootschappen of een gelijkaardige wetgeving in de lidstaat van vestiging of hebben meermaals een functie van zaakvoerder of gemachtigde uitgeoefend in een gefailleerde vennootschap;
c) herhaaldelijk in overtreding gesteld op het gebied van de fiscale, sociale verplichtingen of van de wettelijke en reglementaire bepalingen;
d) onderworpen aan een exploitatieverbod met bedrijfssluiting, of aan een beroepsverbod met bedrijfssluiting;
e) ontheven van hun burgerrechten en politieke rechten]1.
§ 2. [3 sing tot intrekking van het mandaat is definitief nadat de gemandateerde onderneming de mogelijkheid heeft gekregen om haar verweermiddelen mee te delen binnen een vervaltermijn van dertig dagen. De voormelde termijn begint op de derde dag nadat het voornemen tot intrekking van het mandaat aan de gemandateerde onderneming ter kennisgeving is bezorgd met een aangetekende brief]3.
§ 3. Bij de beslissing tot intrekking van het mandaat deelt [1 de raad van bestuur van de VDAB]1 mee binnen welke termijn de gemandateerde onderneming [1 of de zaakvoerder]1 opnieuw een mandaat mag aanvragen. [2 De raad van bestuur van de VDAB kan aan de gemandateerde onderneming of aan de zaakvoerder voorwaarden opleggen om de kwaliteit van de loopbaanbegeleiding te waarborgen.]2
[2 Als de gemandateerde onderneming of de zaakvoerder zelf zijn mandaat stopzet voor de raad van bestuur van de VDAB een beslissing tot intrekking heeft genomen, deelt de raad van bestuur van de VDAB mee binnen welke termijn de gemandateerde onderneming of de zaakvoerder opnieuw een mandaat mag aanvragen. De raad van bestuur van de VDAB kan aan de gemandateerde onderneming of de zaakvoerder voorwaarden opleggen om de kwaliteit van de loopbaanbegeleiding te waarborgen.]2
[3 §4. In de volgende gevallen kan de VDAB beslissen om het mandaat van een gemandateerde onderneming te schorsen:
1° een onderzoek als gevolg van de niet-naleving van de bepalingen van dit besluit door de gemandateerde onderneming vereist dat om de belangen van de professioneel actieve persoon te vrijwaren. De schorsing loopt maximaal dertig dagen;
2° er loopt een procedure tot intrekking van het mandaat. De schorsing duurt tot de raad van bestuur van de VDAB beslist heeft om het mandaat al of niet in te trekken;
3° er wordt vastgesteld dat de gemandateerde onderneming niet meer voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 5 of 6. In afwijking van de termijn, vermeld in punt 1°, blijft het mandaat geschorst tot de gemandateerde onderneming aantoont dat ze opnieuw aan alle voorwaarden voldoet. Als de schorsing langer dan zes maanden duurt, zet de raad van bestuur van VDAB de schorsing automatisch om in een intrekking. De raad van bestuur van de VDAB deelt mee binnen welke termijn de gemandateerde onderneming of de zaakvoerder opnieuw een mandaat mag aanvragen. De raad van bestuur van de VDAB kan aan de gemandateerde onderneming of de zaakvoerder voorwaarden opleggen om de kwaliteit van de loopbaanbegeleiding te waarborgen.
De beslissing, vermeld in het eerste lid, heeft de volgende gevolgen:
1° de gemandateerde onderneming wordt verwijderd uit de zoekrobot op de VDAB-website;
2° de gemandateerde onderneming kan zich niet meer profileren als een loopbaancentrum dat door de VDAB gemandateerd is;
3° de gemandateerde onderneming kan niet meer registreren als vermeld in artikel 10;
4° de gemandateerde onderneming kan geen nieuwe begeleidingen starten die worden vergoed met de loopbaancheques;
5° lopende begeleidingen kunnen worden voortgezet na het akkoord van de VDAB. De registratie die leidt tot uitbetaling, gebeurt dan door de VDAB, na controle.
De beslissing, vermeld in het eerste lid, is definitief nadat de gemandateerde onderneming de mogelijkheid heeft gekregen om haar verweermiddelen mee te delen binnen een vervaltermijn van zeven dagen. De voormelde termijn begint op de derde dag nadat het voornemen tot schorsing van het mandaat van een gemandateerde onderneming aan de gemandateerde onderneming ter kennisgeving is bezorgd met een aangetekende brief.]3
Art. 18. § 1er. [1 [3 Le conseil d'administration du VDAB peut retirer le mandat, après proposition du VDAB, s'il est constaté que]3
1° l'entreprise mandatée ne respecte pas les dispositions du présent arrêté;
2° le gérant, l'exploitant ou le responsable de l'entreprise mandatée ou ses préposés ou mandataires, empêchent la surveillance et le contrôle, visés à l'article 16;
3° l'entreprise mandatée arrête ses activités;
4° l'entreprise mandatée a obtenu son mandat sur la base de déclarations fausses, incomplètes ou inexactes;
5° l'entreprise mandatée falsifie les informations qu'elle est tenue de fournir en exécution des dispositions du présent arrêté;
[1 6° l'entreprise mandatée n'a pas effectué un accompagnement de carrière à l'aide du chèque-carrière pendant plus d'un an, à l'exclusion de l'année de démarrage;]1
[1 7° les administrateurs, gérants, mandataires ou autres personnes habilitées à engager ou représenter l'entreprise mandatée, ou les actionnaires principaux de l'entreprise mandatée, dans la mesure où ces derniers exercent dans les faits les compétences d'administrateur, n'ont pas été, pendant une période de cinq ans précédant le début de l'activité d'accompagnement de carrière ou pendant l'exercice du mandat en cours en matière d'activités d'accompagnement de carrière :
a) condamnés en raison de faillite, d'insolvabilité frauduleuse, de faux en écriture, d'abus de confiance, d'escroquerie, de corruption ou de fraude ;
b) tenus responsables des engagements ou des dettes d'une société tombée en faillite en application des articles 229, 5°, 265, 315, 456, 4°, et 530, du Code des Sociétés ou d'une législation similaire dans l'Etat membre d'établissement ou ont exercé à plusieurs reprises les fonctions de gérant ou de mandataire dans une société tombée en faillite ;
c) manqué à plusieurs reprises à leurs obligations fiscales, à leurs obligations sociales ou aux dispositions légales et réglementaires ;
d) soumis à une interdiction d'exploitation avec fermeture de l'entreprise, ou à une interdiction d'exercer la profession avec fermeture de l'entreprise ;
e) été privés de leurs droits civils et politiques.]1
§ 2. [3 La décision de retrait du mandat est définitive après que l'entreprise mandatée a eu la possibilité de communiquer ses moyens de défense dans un délai de forclusion de trente jours. Le délai précité commence le troisième jour après que l'intention de retirer le mandat a été transmise à titre d'information à l'entreprise mandatée par lettre recommandée]3.
§ 3. Lors de la décision de retrait du mandat, [1 le conseil d'administration du VDAB]1 communique le délai dans lequel l'entreprise mandatée [1 ou le gérant]1 peut à nouveau demander un mandat. [2 Le conseil d'administration du VDAB peut imposer à l'entreprise mandatée ou au gérant des conditions pour garantir la qualité de l'accompagnement de carrière.]2
[2 Si l'entreprise mandatée ou le gérant arrêtent eux-même leur mandat avant que le conseil d'administration du VDAB n'ait pris de décision de retrait, le conseil d'administration du VDAB communique le délai dans lequel l'entreprise mandatée ou le gérant peut à nouveau demander un mandat. Le conseil d'administration du VDAB peut imposer à l'entreprise mandatée ou au gérant des conditions pour garantir la qualité de l'accompagnement de carrière.]2
[3 . § 4. Dans les cas suivants, le VDAB peut décider de suspendre le mandat d'une entreprise mandatée :
1° une enquête résultant du non-respect par l'entreprise mandatée des dispositions du présent arrêté l'exige pour sauvegarder les intérêts de la personne professionnellement active. La suspension se poursuit pendant un maximum de trente jours ;
2° une procédure de retrait du mandat est en cours. La suspension dure jusqu'à ce que le conseil d'administration du VDAB décide de retirer ou non le mandat ;
3° il est constaté que l'entreprise mandatée ne répond plus aux conditions visées aux articles 5 ou 6. Par dérogation au délai visé au point 1°, le mandat reste suspendu jusqu'à ce que l'entreprise mandatée démontre qu'elle remplit à nouveau toutes les conditions. Si la suspension dure plus de six mois, le conseil d'administration du VDAB la transforme automatiquement en retrait. Le conseil d'administration du VDAB communique le délai dans lequel l'entreprise mandatée ou le gérant peut à nouveau demander un mandat. Le conseil d'administration du VDAB peut imposer à l'entreprise mandatée ou au gérant des conditions pour garantir la qualité de l'accompagnement de carrière.
La décision visée à l'alinéa 1er, a les conséquences suivantes :
1° l'entreprise mandatée est retirée du moteur de recherche du site web du VDAB :
2° l'entreprise mandatée ne peut plus se positionner comme un centre de carrière mandaté par le VDAB ;
3° l'entreprise mandatée ne peut plus enregistrer comme indiqué à l'article 10 ;
4° l'entreprise mandatée ne peut pas lancer de nouveaux accompagnements remboursés par les chèques-carrière ;
5° les accompagnements en cours peuvent se poursuivre après l'accord du VDAB. L'enregistrement donnant lieu au paiement est ensuite effectué par le VDAB, après vérification.
La décision, visée à l'alinéa 1er, est définitive après que l'entreprise mandatée a eu la possibilité de communiquer ses moyens de défense dans un délai de forclusion de sept jours. Le délai précité commence le troisième jour après que l'intention de suspendre le mandat d'une entreprise mandatée a été transmise à titre d'information à l'entreprise mandatée par lettre recommandée. ]3
1° l'entreprise mandatée ne respecte pas les dispositions du présent arrêté;
2° le gérant, l'exploitant ou le responsable de l'entreprise mandatée ou ses préposés ou mandataires, empêchent la surveillance et le contrôle, visés à l'article 16;
3° l'entreprise mandatée arrête ses activités;
4° l'entreprise mandatée a obtenu son mandat sur la base de déclarations fausses, incomplètes ou inexactes;
5° l'entreprise mandatée falsifie les informations qu'elle est tenue de fournir en exécution des dispositions du présent arrêté;
[1 6° l'entreprise mandatée n'a pas effectué un accompagnement de carrière à l'aide du chèque-carrière pendant plus d'un an, à l'exclusion de l'année de démarrage;]1
[1 7° les administrateurs, gérants, mandataires ou autres personnes habilitées à engager ou représenter l'entreprise mandatée, ou les actionnaires principaux de l'entreprise mandatée, dans la mesure où ces derniers exercent dans les faits les compétences d'administrateur, n'ont pas été, pendant une période de cinq ans précédant le début de l'activité d'accompagnement de carrière ou pendant l'exercice du mandat en cours en matière d'activités d'accompagnement de carrière :
a) condamnés en raison de faillite, d'insolvabilité frauduleuse, de faux en écriture, d'abus de confiance, d'escroquerie, de corruption ou de fraude ;
b) tenus responsables des engagements ou des dettes d'une société tombée en faillite en application des articles 229, 5°, 265, 315, 456, 4°, et 530, du Code des Sociétés ou d'une législation similaire dans l'Etat membre d'établissement ou ont exercé à plusieurs reprises les fonctions de gérant ou de mandataire dans une société tombée en faillite ;
c) manqué à plusieurs reprises à leurs obligations fiscales, à leurs obligations sociales ou aux dispositions légales et réglementaires ;
d) soumis à une interdiction d'exploitation avec fermeture de l'entreprise, ou à une interdiction d'exercer la profession avec fermeture de l'entreprise ;
e) été privés de leurs droits civils et politiques.]1
§ 2. [3 La décision de retrait du mandat est définitive après que l'entreprise mandatée a eu la possibilité de communiquer ses moyens de défense dans un délai de forclusion de trente jours. Le délai précité commence le troisième jour après que l'intention de retirer le mandat a été transmise à titre d'information à l'entreprise mandatée par lettre recommandée]3.
§ 3. Lors de la décision de retrait du mandat, [1 le conseil d'administration du VDAB]1 communique le délai dans lequel l'entreprise mandatée [1 ou le gérant]1 peut à nouveau demander un mandat. [2 Le conseil d'administration du VDAB peut imposer à l'entreprise mandatée ou au gérant des conditions pour garantir la qualité de l'accompagnement de carrière.]2
[2 Si l'entreprise mandatée ou le gérant arrêtent eux-même leur mandat avant que le conseil d'administration du VDAB n'ait pris de décision de retrait, le conseil d'administration du VDAB communique le délai dans lequel l'entreprise mandatée ou le gérant peut à nouveau demander un mandat. Le conseil d'administration du VDAB peut imposer à l'entreprise mandatée ou au gérant des conditions pour garantir la qualité de l'accompagnement de carrière.]2
[3 . § 4. Dans les cas suivants, le VDAB peut décider de suspendre le mandat d'une entreprise mandatée :
1° une enquête résultant du non-respect par l'entreprise mandatée des dispositions du présent arrêté l'exige pour sauvegarder les intérêts de la personne professionnellement active. La suspension se poursuit pendant un maximum de trente jours ;
2° une procédure de retrait du mandat est en cours. La suspension dure jusqu'à ce que le conseil d'administration du VDAB décide de retirer ou non le mandat ;
3° il est constaté que l'entreprise mandatée ne répond plus aux conditions visées aux articles 5 ou 6. Par dérogation au délai visé au point 1°, le mandat reste suspendu jusqu'à ce que l'entreprise mandatée démontre qu'elle remplit à nouveau toutes les conditions. Si la suspension dure plus de six mois, le conseil d'administration du VDAB la transforme automatiquement en retrait. Le conseil d'administration du VDAB communique le délai dans lequel l'entreprise mandatée ou le gérant peut à nouveau demander un mandat. Le conseil d'administration du VDAB peut imposer à l'entreprise mandatée ou au gérant des conditions pour garantir la qualité de l'accompagnement de carrière.
La décision visée à l'alinéa 1er, a les conséquences suivantes :
1° l'entreprise mandatée est retirée du moteur de recherche du site web du VDAB :
2° l'entreprise mandatée ne peut plus se positionner comme un centre de carrière mandaté par le VDAB ;
3° l'entreprise mandatée ne peut plus enregistrer comme indiqué à l'article 10 ;
4° l'entreprise mandatée ne peut pas lancer de nouveaux accompagnements remboursés par les chèques-carrière ;
5° les accompagnements en cours peuvent se poursuivre après l'accord du VDAB. L'enregistrement donnant lieu au paiement est ensuite effectué par le VDAB, après vérification.
La décision, visée à l'alinéa 1er, est définitive après que l'entreprise mandatée a eu la possibilité de communiquer ses moyens de défense dans un délai de forclusion de sept jours. Le délai précité commence le troisième jour après que l'intention de suspendre le mandat d'une entreprise mandatée a été transmise à titre d'information à l'entreprise mandatée par lettre recommandée. ]3
Art. 19. § 1. Met behoud van de toepassing van [2 artikel 182, kan de loopbaanvergoeding worden verminderd of teruggevorderd door de VDAB als :
1° de gemandateerde onderneming de bepalingen van dit besluit niet naleeft;
2° de gemandateerde onderneming nog vergoedingen ontvangt nadat haar mandaat geschorst of ingetrokken is;
3° [1 ...]1.
§ 2. De beslissing is definitief nadat de gemandateerde onderneming de mogelijkheid heeft gekregen om haar verweermiddelen mee te delen binnen een vervaltermijn van vijftien dagen, behalve als ze haar verweermiddelen al heeft kunnen voorleggen met toepassing van artikel 18.
De termijn, vermeld in het eerste lid, [2 begint op de derde dag]2 nadat het voornemen aan de gemandateerde onderneming ter kennisgeving is verzonden per aangetekende brief.
1° de gemandateerde onderneming de bepalingen van dit besluit niet naleeft;
2° de gemandateerde onderneming nog vergoedingen ontvangt nadat haar mandaat geschorst of ingetrokken is;
3° [1 ...]1.
§ 2. De beslissing is definitief nadat de gemandateerde onderneming de mogelijkheid heeft gekregen om haar verweermiddelen mee te delen binnen een vervaltermijn van vijftien dagen, behalve als ze haar verweermiddelen al heeft kunnen voorleggen met toepassing van artikel 18.
De termijn, vermeld in het eerste lid, [2 begint op de derde dag]2 nadat het voornemen aan de gemandateerde onderneming ter kennisgeving is verzonden per aangetekende brief.
Art. 19. § 1er. Sans préjudice de l'application de [2 l'article 18]2 l'indemnité de carrière peut être diminuée ou recouvrée par le VDAB si :
1° l'entreprise mandatée ne respecte pas les dispositions du présent arrêté;
2° l'entreprise mandatée reçoit encore des indemnités après la suspension ou le retrait de son mandat;
3° [1 ...]1.
§ 2. La décision est définitive après que l'entreprise mandatée a eu la possibilité de communiquer ses moyens de défense dans un délai de quinze jours, sauf si elle a déjà pu présenter ses moyens de défense en application de l'article 18.
Le délai, visé à l'alinéa premier, [2 commence le troisième jour]2 suivant l'envoi, par lettre recommandée, de la notification de l'intention à l'entreprise mandatée.
1° l'entreprise mandatée ne respecte pas les dispositions du présent arrêté;
2° l'entreprise mandatée reçoit encore des indemnités après la suspension ou le retrait de son mandat;
3° [1 ...]1.
§ 2. La décision est définitive après que l'entreprise mandatée a eu la possibilité de communiquer ses moyens de défense dans un délai de quinze jours, sauf si elle a déjà pu présenter ses moyens de défense en application de l'article 18.
Le délai, visé à l'alinéa premier, [2 commence le troisième jour]2 suivant l'envoi, par lettre recommandée, de la notification de l'intention à l'entreprise mandatée.
HOOFDSTUK 8. - Evaluatie en klachtenprocedure
CHAPITRE 8. - Evaluation et procédure de plainte
Art. 20. De VDAB monitort de dienstverlening op het vlak van de loopbaanbegeleiding, inclusief het bereik van kansengroepen en dit per kansengroep.
Uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van dit besluit evalueert de VDAB dit besluit. De VDAB bezorgt zijn rapport aan de minister. De minister deelt de evaluatie mee aan de Vlaamse Regering.
Uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van dit besluit evalueert de VDAB dit besluit. De VDAB bezorgt zijn rapport aan de minister. De minister deelt de evaluatie mee aan de Vlaamse Regering.
Art. 20. Le VDAB assure le monitoring des services au niveau de l'accompagnement de carrière, y compris la mesure dans laquelle les groupes à potentiel sont atteints, et ceci par groupe à potentiel.
Le VDAB évalue le présent arrêté, au plus tard deux ans après son entrée en vigueur. Le VDAB transmet son rapport au Ministre. Le Ministre communique l'évaluation au Gouvernement flamand.
Le VDAB évalue le présent arrêté, au plus tard deux ans après son entrée en vigueur. Le VDAB transmet son rapport au Ministre. Le Ministre communique l'évaluation au Gouvernement flamand.
Art. 21. Klachten over de loopbaanbegeleiding kunnen schriftelijk, telefonisch of via elektronische post worden ingediend zowel bij de gemandateerde onderneming als bij de VDAB.
Art. 21. Des plaintes relatives à l'accompagnement de carrière peuvent être introduites par écrit, par téléphone ou par courrier électronique, tant auprès de l'entreprise mandatée qu'auprès du VDAB.
HOOFDSTUK 8/1. [1 Hoofdstuk 8/1. Bepalingen inzake de verwerking van persoonsgegevens ]1
CHAPITRE 8/1. [1 Dispositions concernant le traitement des données à caractère personnel ]1
Art.21/1. [1 De rechtvaardigheidsgrond voor de verwerking van persoonsgegevens is een taak van algemeen belang volgens artikel 6 van de algemene verordening gegevensbescherming, meer specifiek artikel 4, 1° van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.
De verwerkingsverantwoordelijken zijn de gemandateerde organisatie en de VDAB, elk voor de gegevens die zij verwerken.
De volgende categorieën persoonsgegevens worden verwerkt: contact- en identificatiegegevens, loopbaangegevens, overeenkomsten, bewijzen van aanwezigheid, POP's naar aanleiding van de begeleiding.
De VDAB en de gemandateerde organisatie hebben toegang tot de betreffende persoonsgegevens. ]1
De verwerkingsverantwoordelijken zijn de gemandateerde organisatie en de VDAB, elk voor de gegevens die zij verwerken.
De volgende categorieën persoonsgegevens worden verwerkt: contact- en identificatiegegevens, loopbaangegevens, overeenkomsten, bewijzen van aanwezigheid, POP's naar aanleiding van de begeleiding.
De VDAB en de gemandateerde organisatie hebben toegang tot de betreffende persoonsgegevens. ]1
Art. 21/1. [1 La cause de justification pour le traitement de données à caractère personnel est une tâche d'intérêt public dans le sens de l'article 6 du règlement général sur la protection des données, plus spécifiquement l'article 4, 1°, du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle).
Les responsables du traitement sont l'organisation mandatée et le VDAB, chacun pour les données qu'ils traitent.
Les catégories suivantes de données à caractère personnel sont traitées : données de contact et d'identification, données de carrière, conventions, certificats de présence, plans de développement personnel résultant de l'accompagnement.
Le VDAB et l'organisation mandatée ont accès aux données à caractère personnel en question. ]1
Les responsables du traitement sont l'organisation mandatée et le VDAB, chacun pour les données qu'ils traitent.
Les catégories suivantes de données à caractère personnel sont traitées : données de contact et d'identification, données de carrière, conventions, certificats de présence, plans de développement personnel résultant de l'accompagnement.
Le VDAB et l'organisation mandatée ont accès aux données à caractère personnel en question. ]1
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 9. - Dispositions modificatives
Art. 22. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 betreffende de opleidings- en begeleidingscheques voor werknemers, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 27 augustus 2004, 10 november 2006 en 23 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het opschrift wordt de zinsnede " opleidings- en begeleidingscheques " vervangen door het woord " opleidingscheques ";
2° in punt 3° wordt de zinsnede " opleidings- en begeleidingscheques " vervangen door het woord " opleidingscheques ";
3° in punt 4° wordt de zinsnede " opleidings- en of begeleidingscheque " vervangen door het woord " opleidingscheque ";
4° in punt 5° worden de woorden " en begeleidingen " opgeheven;
5° punt 6° wordt vervangen door wat volgt :
" 6° opleidingscheque : betaalmiddel waarmee directe opleidingskosten kunnen worden betaald die een erkende verstrekker factureert aan een werknemer. De minister bepaalt de vormvereisten van de opleidingscheque. De opleidingscheques kunnen alleen gebruikt worden voor opleidingen die niet gebeuren in opdracht van de werkgever en die worden gevolgd buiten de normale werkuren of tijdens periodes van wettige schorsing van de arbeidsovereenkomst plaatsvinden; ";
6° in punt 7° wordt de zinsnede " opleidings- en begeleidingskosten " vervangen door het woord " opleidingskosten ";
7° punt 9° wordt opgeheven.
1° in het opschrift wordt de zinsnede " opleidings- en begeleidingscheques " vervangen door het woord " opleidingscheques ";
2° in punt 3° wordt de zinsnede " opleidings- en begeleidingscheques " vervangen door het woord " opleidingscheques ";
3° in punt 4° wordt de zinsnede " opleidings- en of begeleidingscheque " vervangen door het woord " opleidingscheque ";
4° in punt 5° worden de woorden " en begeleidingen " opgeheven;
5° punt 6° wordt vervangen door wat volgt :
" 6° opleidingscheque : betaalmiddel waarmee directe opleidingskosten kunnen worden betaald die een erkende verstrekker factureert aan een werknemer. De minister bepaalt de vormvereisten van de opleidingscheque. De opleidingscheques kunnen alleen gebruikt worden voor opleidingen die niet gebeuren in opdracht van de werkgever en die worden gevolgd buiten de normale werkuren of tijdens periodes van wettige schorsing van de arbeidsovereenkomst plaatsvinden; ";
6° in punt 7° wordt de zinsnede " opleidings- en begeleidingskosten " vervangen door het woord " opleidingskosten ";
7° punt 9° wordt opgeheven.
Art. 22. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2003 relatif aux chèques-formation et chèques-accompagnement pour travailleurs, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 27 août 2004, 10 novembre 2006 et 23 juillet 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'intitulé, les mots " chèques-formation et chèques-accompagnement " sont remplacés par les mots " chèques-formation ";
2° dans le point 3°, le membre de phrase " chèques-formation et chèques-accompagnement " sont remplacés par les mots " chèques-formation ";
3° dans le point 4°, le membre de phrase " chèques-formation et chèques-accompagnement " sont remplacés par les mots " chèques-formation ";
4° dans le point 5° les mots " et accompagnements " sont abrogés;
5° le point 6° est remplacé par les dispositions suivantes :
" 6° chèque-formation : un moyen de paiement servant à payer les frais de formation directs facturés par un dispensateur agréé à un travailleur. Le Ministre détermine les conditions de forme du chèque-formation. Les chèques-formation ne peuvent être utilisés que pour des formations qui ne s'effectuent pas sur ordre de l'employeur et qui sont suivis en dehors des heures de travail normales ou pendant des périodes de suspension légale du contrat de travail; ";
6° dans le point 7°, le membre de phrase " chèques-formation et chèques-accompagnement " sont remplacés par les mots " chèques-formation ";
7° le point 9° est abrogé.
1° dans l'intitulé, les mots " chèques-formation et chèques-accompagnement " sont remplacés par les mots " chèques-formation ";
2° dans le point 3°, le membre de phrase " chèques-formation et chèques-accompagnement " sont remplacés par les mots " chèques-formation ";
3° dans le point 4°, le membre de phrase " chèques-formation et chèques-accompagnement " sont remplacés par les mots " chèques-formation ";
4° dans le point 5° les mots " et accompagnements " sont abrogés;
5° le point 6° est remplacé par les dispositions suivantes :
" 6° chèque-formation : un moyen de paiement servant à payer les frais de formation directs facturés par un dispensateur agréé à un travailleur. Le Ministre détermine les conditions de forme du chèque-formation. Les chèques-formation ne peuvent être utilisés que pour des formations qui ne s'effectuent pas sur ordre de l'employeur et qui sont suivis en dehors des heures de travail normales ou pendant des périodes de suspension légale du contrat de travail; ";
6° dans le point 7°, le membre de phrase " chèques-formation et chèques-accompagnement " sont remplacés par les mots " chèques-formation ";
7° le point 9° est abrogé.
Art. 23. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 27 augustus 2004, 23 september 2005, 10 november 2006, 4 juni 2010 en 23 juli 2010, wordt het opschrift van hoofdstuk II vervangen door wat volgt :
" HOOFDSTUK II. - De opleiding ".
" HOOFDSTUK II. - De opleiding ".
Art. 23. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 27 août 2004, 23 septembre 2005, 10 novembre 2006, 4 juin 2010 et 23 juillet 2010, l'intitulé du chapitre II est remplacé par la disposition suivante :
" CHAPITRE II. - La formation ".
" CHAPITRE II. - La formation ".
Art. 24. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 en paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede " opleiding en/of begeleiding " telkens vervangen door het woord " opleiding ";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden " opleiding of begeleiding " vervangen door het woord " opleiding ".
1° in paragraaf 1 en paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede " opleiding en/of begeleiding " telkens vervangen door het woord " opleiding ";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden " opleiding of begeleiding " vervangen door het woord " opleiding ".
Art. 24. A l'article 2 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2006, sont apportées les modifications suivantes :
1° aux paragraphes 1 et 2, premier alinéa, le membre de phrase " formation et/ou accompagnement " est chaque fois remplacé par le mot " formation ";
2° au paragraphe 2, alinéa premier, les mots " formation ou accompagnement " sont remplacés par le mot " formation ".
1° aux paragraphes 1 et 2, premier alinéa, le membre de phrase " formation et/ou accompagnement " est chaque fois remplacé par le mot " formation ";
2° au paragraphe 2, alinéa premier, les mots " formation ou accompagnement " sont remplacés par le mot " formation ".
Art. 25. In hoofdstuk III van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 27 augustus 2004, 23 september 2005, 10 november 2006, 4 juni 2010 en 23 juli 2010 wordt afdeling 2, die bestaat uit artikel 4, opgeheven.
Art. 25. Dans le chapitre III du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 27 août 2004, 23 septembre 2005, 10 novembre 2006, 4 juin 2010 et 23 juillet 2010, la section 2, comprenant l'article 4, est abrogée.
Art. 26. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 27 augustus 2004 en 4 juni 2010, wordt het derde lid opgeheven.
Art. 26. A l'article 5 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 27 août 2004 et 4 juin 2010, l'alinéa trois est abrogé.
Art. 27. In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 augustus 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt de zinsnede " opleidings- en begeleidingscheque " vervangen door het woord " opleidingscheque ";
2° in het tweede lid wordt de zinsnede " opleidings- of begeleidingstrajecten " vervangen door het woord " opleidingstrajecten ".
1° in het eerste lid wordt de zinsnede " opleidings- en begeleidingscheque " vervangen door het woord " opleidingscheque ";
2° in het tweede lid wordt de zinsnede " opleidings- of begeleidingstrajecten " vervangen door het woord " opleidingstrajecten ".
Art. 27. A l'article 6 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 août 2004, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa premier, le membre de phrase " chèque-formation et chèque-accompagnement " est remplacé par les mots " chèque-formation ";
2° dans l'alinéa deux, le membre de phrase " des parcours de formation ou d'accompagnement " est remplacé par les mots " des parcours de formation ".
1° dans l'alinéa premier, le membre de phrase " chèque-formation et chèque-accompagnement " est remplacé par les mots " chèque-formation ";
2° dans l'alinéa deux, le membre de phrase " des parcours de formation ou d'accompagnement " est remplacé par les mots " des parcours de formation ".
Art. 28. In artikel 7, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de zinsnede " opleidings- en begeleidingscheque " wordt vervangen door het woord " opleidingscheque ";
2° de woorden " en begeleidingskosten " worden opgeheven.
1° de zinsnede " opleidings- en begeleidingscheque " wordt vervangen door het woord " opleidingscheque ";
2° de woorden " en begeleidingskosten " worden opgeheven.
Art. 28. A l'article 7, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 juillet 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° le membre de phrase " Les chèques-formation et chèques-accompagnement " est remplacé par les mots " Les chèques-formation ";
2° les mots " et frais d'accompagnement " sont abrogés.
1° le membre de phrase " Les chèques-formation et chèques-accompagnement " est remplacé par les mots " Les chèques-formation ";
2° les mots " et frais d'accompagnement " sont abrogés.
Art. 29. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede " opleidings- en begeleidingscheque " vervangen door het woord " opleidingscheque ";
2° in paragraaf 1, 2 en 4 wordt de zinsnede " opleiding en/of begeleiding " vervangen door het woord " opleiding ";
3° in paragraaf 2, 4°, worden de woorden " opleiding of begeleiding " vervangen door het woord " opleiding ".
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede " opleidings- en begeleidingscheque " vervangen door het woord " opleidingscheque ";
2° in paragraaf 1, 2 en 4 wordt de zinsnede " opleiding en/of begeleiding " vervangen door het woord " opleiding ";
3° in paragraaf 2, 4°, worden de woorden " opleiding of begeleiding " vervangen door het woord " opleiding ".
Art. 29. A l'article 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 juillet 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe premier, le membre de phrase " du chèque-formation ou du chèque-accompagnement " est remplacé par les mots " du chèque-formation ";
2° dans les paragraphes 1er, 2 et 4, le membre de phrase " une formation et/ou un accompagnement " est chaque fois remplacé par le mot " une formation ";
3° dans le paragraphe 2, 4° les mots " la formation ou l'accompagnement " sont remplacés par les mots " la formation ".
1° dans le paragraphe premier, le membre de phrase " du chèque-formation ou du chèque-accompagnement " est remplacé par les mots " du chèque-formation ";
2° dans les paragraphes 1er, 2 et 4, le membre de phrase " une formation et/ou un accompagnement " est chaque fois remplacé par le mot " une formation ";
3° dans le paragraphe 2, 4° les mots " la formation ou l'accompagnement " sont remplacés par les mots " la formation ".
Art. 30. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de zinsnede " opleiding en/of begeleiding " wordt vervangen door het woord " opleiding ";
2° de zinsnede " opleidings- of begeleidingskosten " wordt vervangen door het woord " opleidingskosten ".
1° de zinsnede " opleiding en/of begeleiding " wordt vervangen door het woord " opleiding ";
2° de zinsnede " opleidings- of begeleidingskosten " wordt vervangen door het woord " opleidingskosten ".
Art. 30. A l'article 9 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° le membre de phrase " de la formation et/ou de l'accompagnement " est remplacé par les mots " de la formation ";
2° le membre de phrase " frais directs de formation et d'accompagnement " est remplacé par les mots " frais directs de formation ".
1° le membre de phrase " de la formation et/ou de l'accompagnement " est remplacé par les mots " de la formation ";
2° le membre de phrase " frais directs de formation et d'accompagnement " est remplacé par les mots " frais directs de formation ".
Art. 31. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden " opleiding of begeleiding " vervangen door het woord " opleiding ";
2° in paragraaf 1 en 2 wordt de zinsnede " opleidings- en begeleidingscheques " vervangen door het woord " opleidingscheques ".
1° in paragraaf 1 worden de woorden " opleiding of begeleiding " vervangen door het woord " opleiding ";
2° in paragraaf 1 en 2 wordt de zinsnede " opleidings- en begeleidingscheques " vervangen door het woord " opleidingscheques ".
Art. 31. A l'article 12 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 1er, les mots " une formation ou un accompagnement " sont remplacés par les mots " une formation ".
2° dans les paragraphes 1er et 2, le membre de phrase " Les chèques-formation et les chèques-accompagnement " est remplacé par les mots " Les chèques-formation ".
1° dans le paragraphe 1er, les mots " une formation ou un accompagnement " sont remplacés par les mots " une formation ".
2° dans les paragraphes 1er et 2, le membre de phrase " Les chèques-formation et les chèques-accompagnement " est remplacé par les mots " Les chèques-formation ".
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
Art. 32. Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 augustus 2004 betreffende de erkenning en subsidiëring van centra voor loopbaandienstverlening, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2007 en 4 juni 2010, wordt opgeheven.
Art. 32. L'arrêté du Gouvernement flamand du 27 août 2004 relatif à l'agrément et au subventionnement de centres de services carrière, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 5 octobre 2007 et 4 juin 2010 est abrogé.
Art. 33. De persoon die voor de inwerkintreding van dit besluit beschikt over een begeleidingscheque, of een aanvraag daarvoor heeft ingediend conform de bepalingen het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 betreffende de opleidings- en begeleidingscheques voor werknemers, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 27 augustus 2004, 10 november 2006 en 23 juli 2010, kan die cheque inwisselen voor een loopbaancheque overeenkomstig de bepalingen van dit besluit. De VDAB betaalt de eigen bijdrage terug aan de titularis van de begeleidingscheque.
Art. 33. La personne qui dispose, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, d'un chèque-accompagnement, ou a introduit une demande à cet effet conformément aux dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2003 relatif aux chèques-formation et chèques-accompagnement pour travailleurs, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 27 août 2004, 10 novembre 2006 et 23 juillet 2010, peut échanger ce chèque contre un chèque-carrière conformément aux dispositions du présent arrêté. Le VDAB rembourse la propre contribution au titulaire du chèque-accompagnement.
Art. 34. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2013, met uitzondering van artikel 5, dat in werking treedt op 1 mei 2013.
Art. 34. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er juillet 2013, à l'exception de l'article 5, qui entre en vigueur le 1er mai 2013.
Art. 35. De Vlaamse minister, bevoegd voor de professionele vorming, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 35. Le Ministre flamand ayant la Formation professionnelle dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Gedragscode voor deelnemers aan loopbaanbegeleiding die door gemandateerde dienstverleners toegepast moet worden bij de uitvoering van de opdracht als vermeld in artikel 5, § 1, tweede lid, 6°
Algemene bepalingen
De gedragscode is een inspanningsverbintenis van de gemandateerde en zijn medewerkers die diensten aan de werkende aanbieden. De gemandateerde organisatie maakt deze gedragscode aan de werkende.
1. de gemandateerde organisatie gaat het engagement aan om onder meer de volgende wetgeving voor de werkende in loopbaanbegeleiding strikt toe te passen en na te leven :
a) [1 de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);]1;
b) de wetgeving betreffende de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen voor de toegang tot een zelfstandig beroep;
c) de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden;
d) de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie.
2. De gemandateerde organisatie gaat het engagement aan om alles in het werk te stellen om een effectieve loopbaanbegeleiding te bieden met het oog op de opmaak van een persoonlijk ontwikkelingsplan voor de deelnemers. De loopbaanbegeleider streeft er naar de [4 uren begeleiding, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, a),]4 per pakket in te zetten op maat van de deelnemer. De loopbaanbegeleiding is in hoofdzaak een individueel proces (in dialoog - facetoface of e-coaching - tussen loopbaanbegeleider en klant).
3. De gemandateerde organisatie verbindt er zich toe de grootst mogelijke beroepsbekwaamheid, integriteit en vakkennis aan te bieden en op elk moment de hoogst mogelijke ethische normen in acht te nemen bij de uitvoering van haar opdrachten.
4. De gemandateerde organisatie zet alleen personeel in dat voldoende gekwalificeerd en opgeleid is voor de opdracht. Als het tegendeel blijkt, kan het mandaat geschorst of ingetrokken worden. Als dat aangewezen is, doet de organisatie een beroep op deskundig advies of verwijst ze de klant door naar een deskundige. De gemandateerde organisatie ziet erop toe dat de professionele competentie van haar loopbaanbegeleiders verder ontwikkeld wordt.
5. De gemandateerde organisatie vermengt geen professionele en niet-professionele activiteiten en garandeert een professionele afstand tot de deelnemer te bewaren.
6. De gemandateerde organisatie draagt er zorg voor dat haar loopbaanbegeleiders zich op geen enkele wijze laten leiden door de belangen of behoeften van de eigen organisatie of van andere organisaties.
7. De gemandateerde organisatie licht de werkende op voorhand in over de klachtenprocedures (minstens de eigen procedure, de procedure van de VDAB en de coördinaten van de Vlaamse Ombudsdienst) en brengt hem op de hoogte van de gedragscode.
8. De gemandateerde organisatie benadert de werkende met respect tijdens de loopbaanbegeleiding. Haar houding is gebaseerd op eerbied van de persoon en zijn levensbeschouwelijke overtuiging. Ze past het recht toe op gelijke behandeling en non-discriminatie op gebied van geslacht, seksuele geaardheid, nationale of etnische afkomst, geloof of levensbeschouwing, burgerlijke stand, fortuin, geboorte, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, handicap of fysieke eigenschap, zogenaamd ras, afstamming en huidskleur.
9. [2 ...]2
10. [3 ...]3
11. [3 ...]3
12. [3 ...]3
13. De loopbaanbegeleider legt een zekere terughoudendheid aan de dag. Hij dringt niet verder door in de persoonlijke levenssfeer van de klant dan noodzakelijk is om de opdracht te doen slagen.
14. De gemandateerde organisatie legt geen contacten met derden zonder de uitdrukkelijke toestemming van de werkende. De werkende kan die toestemming pas geven nadat het voor hem duidelijk is waarom dat contact met derden wordt gelegd en wat ervan wordt verwacht.
Specifieke bepalingen
Houding en rol van de loopbaanbegeleider
15. De klant staat centraal in het dienstverleningsproces : hij klaart zijn eigen (levensloop)baan uit en maakt zelf de keuzes. De dienstverlener ondersteunt de klant bij dat proces.
16. De loopbaanbegeleider gaat een inspanningsverbintenis aan ten opzichte van de klant. Hij gaat het engagement aan om alles in het werk te stellen zodat de loopbaanbegeleiding kwaliteitsvol verloopt. Er is geen garantie over het bereiken van een resultaat, maar wel op voldoende inspanningen om de doelstelling te kunnen bereiken. Deze doelstelling is om klanten een beter inzicht te geven in hun (levens)loopbaan zodat ze een meer concrete visie op hun toekomst krijgen. Bij de bijeenkomsten en tussentijdse opdrachten wordt dat doel op elk moment voor ogen gehouden.
17. Het gemandateerde centrum zorgt voor transparantie van de dienstverlening. De loopbaanbegeleider zorgt ervoor dat elke klant die gebruik maakt van de dienstverlening, van bij de start een duidelijk beeld heeft van de inhoud en afbakening of mogelijkheden en beperkingen van loopbaanbegeleiding.
Bij de aanvang van de dienstverlening zorgt de dienstverlener ervoor dat de klant een begrip heeft van :
* de doelstellingen van de loopbaanbegeleiding, met inbegrip van de eigen verantwoordelijkheid en autonomie in het beheer van de (levens)loopbaan
* de diensten die geleverd worden door de dienstverlener en de planning ervan;
* de financiële bijdrage die de klant moet betalen voor de dienstverlening;
* de betalingswijze, de mogelijkheid en de voorwaarden om loopbaancheques voor werknemers te gebruiken;
* de hoeveelheid tijd die de klant moet investeren om te komen tot een volwaardige loopbaanbegeleiding;
* de achtereenvolgende stappen van het dienstverleningsproces zelf;
* het feit dat eventuele infomomenten (en de toelichting van de gedragscode) geen deel uitmaken van pakket 1;
* het feit dat de klant recht heeft op nazorg na afloop van een traject loopbaanbegeleiding en dat tot maximaal een jaar na het afsluitende gesprek een vraag van de werkende over de uitvoering van zijn persoonlijk ontwikkelingsplan kort behandeld wordt, met als doelstelling de realisatiegraad van het persoonlijk ontwikkelingsplan van de werkende te versterken;
* het recht om de zes jaar gebruik te maken van de loopbaanbegeleiding;
* de methodieken die in het dienstverleningsproces worden gebruikt;
* het afrondingsmoment van de dienstverlening;
* het concept persoonlijk ontwikkelingsplan als eindresultaat van een loopbaanbegeleiding;
* de deontologische regels die de loopbaanbegeleider tijdens de dienstverlening moet volgen;
* de mogelijkheid om klachten te formuleren over de dienstverlening, de loopbaanbegeleider of het loopbaancentrum.
18. Een overeenkomst tussen de klant en gemandateerd centrum wordt ondertekend na de intake, dus bij het tweede contactmoment van het pakket. In de overeenkomst wordt melding gemaakt van de financiële bijdrage van de klant, en van het recht op loopbaanbegeleiding om de zes jaar. De gedragscode is bij de overeenkomst gevoegd. Deze overeenkomst wordt bij elk pakket opgemaakt en ondertekend door de klant en de loopbaanbegeleider.
19. Tijdens de loopbaanbegeleiding respecteert de loopbaanbegeleider de eigen verantwoordelijkheid, zelfsturing en autonomie van de klant. Dat uit zich als volgt :
* De loopbaanbegeleider beslist niet in de plaats van de klant en dringt geen keuzes op. Hij helpt de klant bij het zelf maken van keuzes die van belang zijn voor zijn verdere (levens)loopbaan. Bij het aanreiken van mogelijkheden van dienstverlening en opleiding treedt de loopbaanbegeleider strikt neutraal op. Daarbij is zijn enige doelstelling een traject te bepalen dat het beste aansluit bij de behoeften en aspiraties van de klant, rekening houdend met zijn gezins- en familiesituatie;
* De klant neemt vrijwillig deel aan de loopbaanbegeleiding. De zelfbeschikking van de klant komt tot uiting in het recht om de professionele relatie met de loopbaanbegeleider al dan niet aan te gaan, voort te zetten of te beëindigen. De loopbaanbegeleider laat de begeleiding niet langer duren dan nodig is voor de klant, rekening houdend met het feit dat de klant recht heeft op [4 vier uur voor het eerste pakket en drie uur voor het tweede pakket]4. Er wordt geen intensieve dienstverlening aangeboden als een korte, eenvoudige dienstverlening volstaat.
20. De loopbaanbegeleider erkent zijn professionele en persoonlijke grenzen beperkingen en verwijst de klant door indien nodig. Hij doet indien nodig een beroep op professioneel advies en ondersteuning. Hij hanteert alleen die methoden waarvoor hij de vereiste competenties heeft.
[4 Screenings- en testinstrumenten en methodieken zijn maar een ondersteuning van de aanpak die gehanteerd wordt in de loopbaandienstverlening en vormen geen doel op zich]4. De dienstverlener zorgt voor een voldoende balans tussen een aanbod dat ondersteunend en informatief is voor de deelnemer (informatie, schema's, processen, individueel of in groep) en een activerend aanbod (effectieve en actiegerichte begeleiding). [4 Als een aanpak niet bijdraagt tot de doelstellingen zoals die in de definitie van de loopbaanbegeleiding zijn beschreven, kan VDAB de aanpak verbieden in het kader van de dienstverlening met de loopbaancheques.]4
21. De loopbaanbegeleider laat zich bij doorverwijzingen (naar opleiding, arbeidsbemiddeling, hulpverlening enzovoort) op geen enkele wijze leiden door de belangen of behoeften van de eigen organisatie of van andere organisaties. Hij dringt geen keuze op. In het persoonlijk ontwikkelingsplan en de daaraan verbonden acties staat het belang van de klant voorop.
22. Bij onderaanneming onderschrijven de dienstverleners van loopbaanbegeleiding de gedragscode. Het gemandateerde centrum is ervoor verantwoordelijk dat de dienstverlening van dezelfde kwaliteit is.
Algemene bepalingen
De gedragscode is een inspanningsverbintenis van de gemandateerde en zijn medewerkers die diensten aan de werkende aanbieden. De gemandateerde organisatie maakt deze gedragscode aan de werkende.
1. de gemandateerde organisatie gaat het engagement aan om onder meer de volgende wetgeving voor de werkende in loopbaanbegeleiding strikt toe te passen en na te leven :
a) [1 de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);]1;
b) de wetgeving betreffende de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen voor de toegang tot een zelfstandig beroep;
c) de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden;
d) de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie.
2. De gemandateerde organisatie gaat het engagement aan om alles in het werk te stellen om een effectieve loopbaanbegeleiding te bieden met het oog op de opmaak van een persoonlijk ontwikkelingsplan voor de deelnemers. De loopbaanbegeleider streeft er naar de [4 uren begeleiding, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, a),]4 per pakket in te zetten op maat van de deelnemer. De loopbaanbegeleiding is in hoofdzaak een individueel proces (in dialoog - facetoface of e-coaching - tussen loopbaanbegeleider en klant).
3. De gemandateerde organisatie verbindt er zich toe de grootst mogelijke beroepsbekwaamheid, integriteit en vakkennis aan te bieden en op elk moment de hoogst mogelijke ethische normen in acht te nemen bij de uitvoering van haar opdrachten.
4. De gemandateerde organisatie zet alleen personeel in dat voldoende gekwalificeerd en opgeleid is voor de opdracht. Als het tegendeel blijkt, kan het mandaat geschorst of ingetrokken worden. Als dat aangewezen is, doet de organisatie een beroep op deskundig advies of verwijst ze de klant door naar een deskundige. De gemandateerde organisatie ziet erop toe dat de professionele competentie van haar loopbaanbegeleiders verder ontwikkeld wordt.
5. De gemandateerde organisatie vermengt geen professionele en niet-professionele activiteiten en garandeert een professionele afstand tot de deelnemer te bewaren.
6. De gemandateerde organisatie draagt er zorg voor dat haar loopbaanbegeleiders zich op geen enkele wijze laten leiden door de belangen of behoeften van de eigen organisatie of van andere organisaties.
7. De gemandateerde organisatie licht de werkende op voorhand in over de klachtenprocedures (minstens de eigen procedure, de procedure van de VDAB en de coördinaten van de Vlaamse Ombudsdienst) en brengt hem op de hoogte van de gedragscode.
8. De gemandateerde organisatie benadert de werkende met respect tijdens de loopbaanbegeleiding. Haar houding is gebaseerd op eerbied van de persoon en zijn levensbeschouwelijke overtuiging. Ze past het recht toe op gelijke behandeling en non-discriminatie op gebied van geslacht, seksuele geaardheid, nationale of etnische afkomst, geloof of levensbeschouwing, burgerlijke stand, fortuin, geboorte, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, handicap of fysieke eigenschap, zogenaamd ras, afstamming en huidskleur.
9. [2 ...]2
10. [3 ...]3
11. [3 ...]3
12. [3 ...]3
13. De loopbaanbegeleider legt een zekere terughoudendheid aan de dag. Hij dringt niet verder door in de persoonlijke levenssfeer van de klant dan noodzakelijk is om de opdracht te doen slagen.
14. De gemandateerde organisatie legt geen contacten met derden zonder de uitdrukkelijke toestemming van de werkende. De werkende kan die toestemming pas geven nadat het voor hem duidelijk is waarom dat contact met derden wordt gelegd en wat ervan wordt verwacht.
Specifieke bepalingen
Houding en rol van de loopbaanbegeleider
15. De klant staat centraal in het dienstverleningsproces : hij klaart zijn eigen (levensloop)baan uit en maakt zelf de keuzes. De dienstverlener ondersteunt de klant bij dat proces.
16. De loopbaanbegeleider gaat een inspanningsverbintenis aan ten opzichte van de klant. Hij gaat het engagement aan om alles in het werk te stellen zodat de loopbaanbegeleiding kwaliteitsvol verloopt. Er is geen garantie over het bereiken van een resultaat, maar wel op voldoende inspanningen om de doelstelling te kunnen bereiken. Deze doelstelling is om klanten een beter inzicht te geven in hun (levens)loopbaan zodat ze een meer concrete visie op hun toekomst krijgen. Bij de bijeenkomsten en tussentijdse opdrachten wordt dat doel op elk moment voor ogen gehouden.
17. Het gemandateerde centrum zorgt voor transparantie van de dienstverlening. De loopbaanbegeleider zorgt ervoor dat elke klant die gebruik maakt van de dienstverlening, van bij de start een duidelijk beeld heeft van de inhoud en afbakening of mogelijkheden en beperkingen van loopbaanbegeleiding.
Bij de aanvang van de dienstverlening zorgt de dienstverlener ervoor dat de klant een begrip heeft van :
* de doelstellingen van de loopbaanbegeleiding, met inbegrip van de eigen verantwoordelijkheid en autonomie in het beheer van de (levens)loopbaan
* de diensten die geleverd worden door de dienstverlener en de planning ervan;
* de financiële bijdrage die de klant moet betalen voor de dienstverlening;
* de betalingswijze, de mogelijkheid en de voorwaarden om loopbaancheques voor werknemers te gebruiken;
* de hoeveelheid tijd die de klant moet investeren om te komen tot een volwaardige loopbaanbegeleiding;
* de achtereenvolgende stappen van het dienstverleningsproces zelf;
* het feit dat eventuele infomomenten (en de toelichting van de gedragscode) geen deel uitmaken van pakket 1;
* het feit dat de klant recht heeft op nazorg na afloop van een traject loopbaanbegeleiding en dat tot maximaal een jaar na het afsluitende gesprek een vraag van de werkende over de uitvoering van zijn persoonlijk ontwikkelingsplan kort behandeld wordt, met als doelstelling de realisatiegraad van het persoonlijk ontwikkelingsplan van de werkende te versterken;
* het recht om de zes jaar gebruik te maken van de loopbaanbegeleiding;
* de methodieken die in het dienstverleningsproces worden gebruikt;
* het afrondingsmoment van de dienstverlening;
* het concept persoonlijk ontwikkelingsplan als eindresultaat van een loopbaanbegeleiding;
* de deontologische regels die de loopbaanbegeleider tijdens de dienstverlening moet volgen;
* de mogelijkheid om klachten te formuleren over de dienstverlening, de loopbaanbegeleider of het loopbaancentrum.
18. Een overeenkomst tussen de klant en gemandateerd centrum wordt ondertekend na de intake, dus bij het tweede contactmoment van het pakket. In de overeenkomst wordt melding gemaakt van de financiële bijdrage van de klant, en van het recht op loopbaanbegeleiding om de zes jaar. De gedragscode is bij de overeenkomst gevoegd. Deze overeenkomst wordt bij elk pakket opgemaakt en ondertekend door de klant en de loopbaanbegeleider.
19. Tijdens de loopbaanbegeleiding respecteert de loopbaanbegeleider de eigen verantwoordelijkheid, zelfsturing en autonomie van de klant. Dat uit zich als volgt :
* De loopbaanbegeleider beslist niet in de plaats van de klant en dringt geen keuzes op. Hij helpt de klant bij het zelf maken van keuzes die van belang zijn voor zijn verdere (levens)loopbaan. Bij het aanreiken van mogelijkheden van dienstverlening en opleiding treedt de loopbaanbegeleider strikt neutraal op. Daarbij is zijn enige doelstelling een traject te bepalen dat het beste aansluit bij de behoeften en aspiraties van de klant, rekening houdend met zijn gezins- en familiesituatie;
* De klant neemt vrijwillig deel aan de loopbaanbegeleiding. De zelfbeschikking van de klant komt tot uiting in het recht om de professionele relatie met de loopbaanbegeleider al dan niet aan te gaan, voort te zetten of te beëindigen. De loopbaanbegeleider laat de begeleiding niet langer duren dan nodig is voor de klant, rekening houdend met het feit dat de klant recht heeft op [4 vier uur voor het eerste pakket en drie uur voor het tweede pakket]4. Er wordt geen intensieve dienstverlening aangeboden als een korte, eenvoudige dienstverlening volstaat.
20. De loopbaanbegeleider erkent zijn professionele en persoonlijke grenzen beperkingen en verwijst de klant door indien nodig. Hij doet indien nodig een beroep op professioneel advies en ondersteuning. Hij hanteert alleen die methoden waarvoor hij de vereiste competenties heeft.
[4 Screenings- en testinstrumenten en methodieken zijn maar een ondersteuning van de aanpak die gehanteerd wordt in de loopbaandienstverlening en vormen geen doel op zich]4. De dienstverlener zorgt voor een voldoende balans tussen een aanbod dat ondersteunend en informatief is voor de deelnemer (informatie, schema's, processen, individueel of in groep) en een activerend aanbod (effectieve en actiegerichte begeleiding). [4 Als een aanpak niet bijdraagt tot de doelstellingen zoals die in de definitie van de loopbaanbegeleiding zijn beschreven, kan VDAB de aanpak verbieden in het kader van de dienstverlening met de loopbaancheques.]4
21. De loopbaanbegeleider laat zich bij doorverwijzingen (naar opleiding, arbeidsbemiddeling, hulpverlening enzovoort) op geen enkele wijze leiden door de belangen of behoeften van de eigen organisatie of van andere organisaties. Hij dringt geen keuze op. In het persoonlijk ontwikkelingsplan en de daaraan verbonden acties staat het belang van de klant voorop.
22. Bij onderaanneming onderschrijven de dienstverleners van loopbaanbegeleiding de gedragscode. Het gemandateerde centrum is ervoor verantwoordelijk dat de dienstverlening van dezelfde kwaliteit is.
Art. N. Code déontologique pour les participants à l'accompagnement de carrière, qui doit être appliqué par les prestataires de services mandatés lors de l'exécution de la mission telle que visée à l'article 5, § 1er, alinéa deux, 6°
Dispositions générales
Le code déontologique est un engagement d'effort du mandaté et de ses collaborateurs qui offrent des services au travailleur. L'organisation mandatée transmet ce code déontologique au travailleur.
1. l'organisation mandatée s'engage à appliquer strictement et à respecter, entre autres, la législation suivante pour le travailleur en accompagnement de carrière :
a) [1 le règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données) ;]1
b) la législation relative à l'égalité de traitement des hommes et des femmes en ce qui concerne les conditions de travail, l'accès au processus du travail, la formation professionnelle et les possibilités de promotion pour l'accès à une profession indépendante;
c) la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme ou la xénophobie;
d) la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre certaines formes de discrimination.
2. L'organisation mandatée s'engage à mettre tout en oeuvre pour offrir un accompagnement de carrière effectif en vue de l'établissement d'un plan de développement personnel pour les participants. L'accompagnateur de carrière vise à utiliser les [4 heures d'accompagnement, visées à l'article 4, § 1er, alinéa 1er, 1°, a),]4 par paquet à la mesure du participant. L'accompagnement de carrière est essentiellement un processus individuel (en dialogue - face-to-face ou e-coaching - entre l'accompagnateur de carrière et le client).
3. L'organisation mandatée s'engage à offrir un professionnalisme, un intégrité et des connaissances professionnelles maximaux et à tenir compte de tout temps des meilleures normes éthiques possibles dans l'exercice de ses missions.
4. L'organisation mandatée engage uniquement du personnel suffisamment qualifié et formé pour la mission. Dans le cas contraire, le mandat peut être suspendu ou retiré. S'il est indiqué, l'organisation fait appel à des avis compétents ou elle renvoie le client à un expert. L'organisation mandatée veille au développement continu de la compétence professionnelle de ses accompagnateurs de carrière.
5. L'organisation mandatée ne mélange pas les activités professionnelles et non-professionnelles et garantit de garder une distance professionnelle par rapport au participant.
6. L'organisation mandatée veille à ce que ses accompagnateurs de carrière ne se laisseront guider d'aucune façon par les intérêts ou besoins de leur organisation ou d'autres organisations.
7. L'organisation mandatée informe le travailleur au préalable des procédures de plainte (au moins de la propre procédure, de celle du VDAB et des coordonnées du " Vlaamse Ombudsdienst ") ainsi que du code déontologique.
8. L'organisation mandatée adopte une approche respectueuse à l'égard du travailleur pendant l'accompagnement de carrière. Son attitude est basée sur le respect de la personne et de sa conviction philosophique. Elle applique le droit d'égalité de traitement et de non-discrimination fondée sur le sexe, l'orientation sexuelle, l'origine nationale ou ethnique, la conviction religieuse ou philosophique, l'état civil, la fortune, l'état de santé actuel ou futur, un handicap ou une caractéristique physique, une prétendue race, l'ascendance et la couleur de la peau.
9. [2 L'organisation mandatée signe une convention contenant les dispositions relatives au traitement de données à caractère personnel que le VDAB lui soumet.]2
10. [3 ...]3
11. [3 ...]3
12. [3 ...]3
13. L'accompagnateur de carrière adopte une attitude plutôt réservée. Il ne pénètre dans la vie privée du client que dans la mesure où c'est nécessaire pour la réussite de la mission.
14. L'organisation mandatée s'abstient de prendre contact avec des tiers sans l'autorisation expresse du travailleur. Le travailleur ne peut donner cette autorisation que lorsqu'il sait pourquoi ce contact avec des tiers est établi et ce qu'on en attend.
Dispositions spécifiques
Attitude et rôle de l'accompagnateur de carrière
15. Le client occupe une position centrale dans le processus de prestation de services : il prend conscience de sa trajectoire de vie et fait ses propres choix. Le prestataire de services assiste le client dans ce processus.
16. L'accompagnateur de carrière souscrit à un engagement d'efforts vis-à-vis du client. Il s'engage à mettre tout en oeuvre pour que l'accompagnement de carrière se déroule de manière qualitative. Il n'y a pas de garantie d'obtenir un résultat, mais bien de fournir suffisamment d'efforts afin de pouvoir atteindre l'objectif. Cet objectif est d'améliorer la prise de conscience de leurs clients quant à leur trajectoire de vie, de sorte qu'ils acquièrent une vision plus concrète de leur avenir. Lors des réunions et des tâches intérimaires, on garde toujours cet objectif à l'esprit.
17. Le centre mandaté assure la transparence de la prestation de services. L'accompagnateur de carrière veille à ce que chaque client qui fait appel aux services ait dès le départ une idée claire du contenu et de la délimitation, ou des possibilités et des limites de l'accompagnement de carrière.
Dès le début de la prestation de services, le prestataire de services veille à ce que le client puisse avoir une compréhension :
* des objectifs de l'accompagnement de carrière, y compris la propre responsabilité et l'autonomie dans la gestion du trajectoire de vie;
* des services offerts par le prestataire de services et du planning de ces services;
* de la contribution financière que client doit payer pour les services;
* du mode de paiement, de la possibilité et des conditions de l'usage de chèques-carrière pour travailleurs;
* du temps que le client doit investir pour arriver à un accompagnement de carrière complet;
* des étapes successives du processus des services carrière proprement dit;
* du fait que des moments d'information éventuels (et l'explication du code déontologique) ne font pas partie du paquet 1;
* du fait que le client a droit au suivi à l'issue d'une trajectoire d'accompagnement de carrière, et qu'une question du travailleur sur l'exécution de son plan de développement personnel est brièvement traitée, au maximum jusqu'à un an après l'entretien conclusif, dans le but de renforcer le degré de réalisation du plan de développement personnel du travailleur;
* du droit de fair appel à l'accompagnement de carrière tous les six ans;
* des méthodiques appliquées dans le processus des services carrière;
* du moment de finalisation des services;
* du concept du plan de développement personnel comme résultat final de l'accompagnement de carrière;
* des règles déontologiques que l'accompagnateur de carrière est tenu d'observer au cours de la prestation de services;
* de la possibilité de formuler des plaintes relatives à la prestation de services, à l'accompagnateur de carrière ou au centre de carrière.
18. Une convention entre le client et le centre mandaté est signée après l'entretien d'entrée, donc lors du deuxième moment de contact du paquet. La convention fait mention de la contribution financière du client, et du droit à l'accompagnement de carrière tous les six ans. Le code déontologique est annexé à la convention. Cette convention est établie pour chaque paquet, et est signée par le client et l'accompagnateur de carrière.
19. Au cours de l'accompagnement de carrière, l'accompagnateur de carrière respecte la responsabilité, l'autopilotage et l'autonomie du client. Cela se traduit comme suit :
* L'accompagnateur de carrière ne décide pas à la place du client et n'impose pas ses choix. Il aide le client à faire les choix qui importent pour sa trajectoire de vie. En proposant des possibilités en matière de services carrière et de formation, l'accompagnateur de carrière observe la stricte neutralité. Son seul objectif est d'établir un parcours qui répond le mieux aux besoins et aspirations du client, compte tenu de sa situation familiale.
* Le client participe volontairement à l'accompagnement de carrière. L'autodétermination du client se manifeste par le droit d'entamer ou non, de continuer ou non, ou de terminer la relation professionnelle avec l'accompagnateur de carrière. L'accompagnateur veille à ce que l'accompagnement ne dure pas plus que nécessaire pour le client, compte tenu du fait que le client a droit à [4 quatre heures pour le premier paquet et à trois heures pour le deuxième paquet]4. Il n'offrira pas de services intensifs alors qu'une prestation de services simple et de courte durée suffit.
20. L'accompagnateur de carrière reconnaît ses limites professionnelles et personnelles et renvoie le client si nécessaire. Au besoin, il fait appel au conseil et support professionnel. Il n'applique que les méthodes pour lesquelles il a les compétences requises.
[4 Des instruments de screening et de test et des méthodologies ne sont qu'un soutien de l'approche utilisée lors des services d'accompagnement de carrière et ne constituent pas d'objectif en soi]4. Le prestataire de services assure un équilibre suffisant entre une offre d'appui et d'information pour le participant (information, schémas, processus, individuel ou en groupe) et une offre d'activation (accompagnement effectif et axée sur l'action). [4 Si une approche ne contribue pas aux objectifs tels que décrits dans la définition de l'accompagnement de carrière, le VDAB peut interdire l'approche dans le cadre des services à l'aide des chèques-carrière.]4
21. Lors de l'orientation (à une formation, un placement, une aide, etc.), l'accompagnateur de carrière ne se laissera guider d'aucune façon par les intérêts ou besoins de son organisation ou d'autres organisations. Il n'impose pas ses choix. Dans le plan de développement personnel et les actions y afférentes, l'intérêt du client joue un rôle primordial.
22. En cas de sous-traitance, les prestataires de services de l'accompagnement de carrière souscrivent au code déontologique. Le centre mandaté est responsable de la qualité uniforme de la prestation de services.
Dispositions générales
Le code déontologique est un engagement d'effort du mandaté et de ses collaborateurs qui offrent des services au travailleur. L'organisation mandatée transmet ce code déontologique au travailleur.
1. l'organisation mandatée s'engage à appliquer strictement et à respecter, entre autres, la législation suivante pour le travailleur en accompagnement de carrière :
a) [1 le règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données) ;]1
b) la législation relative à l'égalité de traitement des hommes et des femmes en ce qui concerne les conditions de travail, l'accès au processus du travail, la formation professionnelle et les possibilités de promotion pour l'accès à une profession indépendante;
c) la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme ou la xénophobie;
d) la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre certaines formes de discrimination.
2. L'organisation mandatée s'engage à mettre tout en oeuvre pour offrir un accompagnement de carrière effectif en vue de l'établissement d'un plan de développement personnel pour les participants. L'accompagnateur de carrière vise à utiliser les [4 heures d'accompagnement, visées à l'article 4, § 1er, alinéa 1er, 1°, a),]4 par paquet à la mesure du participant. L'accompagnement de carrière est essentiellement un processus individuel (en dialogue - face-to-face ou e-coaching - entre l'accompagnateur de carrière et le client).
3. L'organisation mandatée s'engage à offrir un professionnalisme, un intégrité et des connaissances professionnelles maximaux et à tenir compte de tout temps des meilleures normes éthiques possibles dans l'exercice de ses missions.
4. L'organisation mandatée engage uniquement du personnel suffisamment qualifié et formé pour la mission. Dans le cas contraire, le mandat peut être suspendu ou retiré. S'il est indiqué, l'organisation fait appel à des avis compétents ou elle renvoie le client à un expert. L'organisation mandatée veille au développement continu de la compétence professionnelle de ses accompagnateurs de carrière.
5. L'organisation mandatée ne mélange pas les activités professionnelles et non-professionnelles et garantit de garder une distance professionnelle par rapport au participant.
6. L'organisation mandatée veille à ce que ses accompagnateurs de carrière ne se laisseront guider d'aucune façon par les intérêts ou besoins de leur organisation ou d'autres organisations.
7. L'organisation mandatée informe le travailleur au préalable des procédures de plainte (au moins de la propre procédure, de celle du VDAB et des coordonnées du " Vlaamse Ombudsdienst ") ainsi que du code déontologique.
8. L'organisation mandatée adopte une approche respectueuse à l'égard du travailleur pendant l'accompagnement de carrière. Son attitude est basée sur le respect de la personne et de sa conviction philosophique. Elle applique le droit d'égalité de traitement et de non-discrimination fondée sur le sexe, l'orientation sexuelle, l'origine nationale ou ethnique, la conviction religieuse ou philosophique, l'état civil, la fortune, l'état de santé actuel ou futur, un handicap ou une caractéristique physique, une prétendue race, l'ascendance et la couleur de la peau.
9. [2 L'organisation mandatée signe une convention contenant les dispositions relatives au traitement de données à caractère personnel que le VDAB lui soumet.]2
10. [3 ...]3
11. [3 ...]3
12. [3 ...]3
13. L'accompagnateur de carrière adopte une attitude plutôt réservée. Il ne pénètre dans la vie privée du client que dans la mesure où c'est nécessaire pour la réussite de la mission.
14. L'organisation mandatée s'abstient de prendre contact avec des tiers sans l'autorisation expresse du travailleur. Le travailleur ne peut donner cette autorisation que lorsqu'il sait pourquoi ce contact avec des tiers est établi et ce qu'on en attend.
Dispositions spécifiques
Attitude et rôle de l'accompagnateur de carrière
15. Le client occupe une position centrale dans le processus de prestation de services : il prend conscience de sa trajectoire de vie et fait ses propres choix. Le prestataire de services assiste le client dans ce processus.
16. L'accompagnateur de carrière souscrit à un engagement d'efforts vis-à-vis du client. Il s'engage à mettre tout en oeuvre pour que l'accompagnement de carrière se déroule de manière qualitative. Il n'y a pas de garantie d'obtenir un résultat, mais bien de fournir suffisamment d'efforts afin de pouvoir atteindre l'objectif. Cet objectif est d'améliorer la prise de conscience de leurs clients quant à leur trajectoire de vie, de sorte qu'ils acquièrent une vision plus concrète de leur avenir. Lors des réunions et des tâches intérimaires, on garde toujours cet objectif à l'esprit.
17. Le centre mandaté assure la transparence de la prestation de services. L'accompagnateur de carrière veille à ce que chaque client qui fait appel aux services ait dès le départ une idée claire du contenu et de la délimitation, ou des possibilités et des limites de l'accompagnement de carrière.
Dès le début de la prestation de services, le prestataire de services veille à ce que le client puisse avoir une compréhension :
* des objectifs de l'accompagnement de carrière, y compris la propre responsabilité et l'autonomie dans la gestion du trajectoire de vie;
* des services offerts par le prestataire de services et du planning de ces services;
* de la contribution financière que client doit payer pour les services;
* du mode de paiement, de la possibilité et des conditions de l'usage de chèques-carrière pour travailleurs;
* du temps que le client doit investir pour arriver à un accompagnement de carrière complet;
* des étapes successives du processus des services carrière proprement dit;
* du fait que des moments d'information éventuels (et l'explication du code déontologique) ne font pas partie du paquet 1;
* du fait que le client a droit au suivi à l'issue d'une trajectoire d'accompagnement de carrière, et qu'une question du travailleur sur l'exécution de son plan de développement personnel est brièvement traitée, au maximum jusqu'à un an après l'entretien conclusif, dans le but de renforcer le degré de réalisation du plan de développement personnel du travailleur;
* du droit de fair appel à l'accompagnement de carrière tous les six ans;
* des méthodiques appliquées dans le processus des services carrière;
* du moment de finalisation des services;
* du concept du plan de développement personnel comme résultat final de l'accompagnement de carrière;
* des règles déontologiques que l'accompagnateur de carrière est tenu d'observer au cours de la prestation de services;
* de la possibilité de formuler des plaintes relatives à la prestation de services, à l'accompagnateur de carrière ou au centre de carrière.
18. Une convention entre le client et le centre mandaté est signée après l'entretien d'entrée, donc lors du deuxième moment de contact du paquet. La convention fait mention de la contribution financière du client, et du droit à l'accompagnement de carrière tous les six ans. Le code déontologique est annexé à la convention. Cette convention est établie pour chaque paquet, et est signée par le client et l'accompagnateur de carrière.
19. Au cours de l'accompagnement de carrière, l'accompagnateur de carrière respecte la responsabilité, l'autopilotage et l'autonomie du client. Cela se traduit comme suit :
* L'accompagnateur de carrière ne décide pas à la place du client et n'impose pas ses choix. Il aide le client à faire les choix qui importent pour sa trajectoire de vie. En proposant des possibilités en matière de services carrière et de formation, l'accompagnateur de carrière observe la stricte neutralité. Son seul objectif est d'établir un parcours qui répond le mieux aux besoins et aspirations du client, compte tenu de sa situation familiale.
* Le client participe volontairement à l'accompagnement de carrière. L'autodétermination du client se manifeste par le droit d'entamer ou non, de continuer ou non, ou de terminer la relation professionnelle avec l'accompagnateur de carrière. L'accompagnateur veille à ce que l'accompagnement ne dure pas plus que nécessaire pour le client, compte tenu du fait que le client a droit à [4 quatre heures pour le premier paquet et à trois heures pour le deuxième paquet]4. Il n'offrira pas de services intensifs alors qu'une prestation de services simple et de courte durée suffit.
20. L'accompagnateur de carrière reconnaît ses limites professionnelles et personnelles et renvoie le client si nécessaire. Au besoin, il fait appel au conseil et support professionnel. Il n'applique que les méthodes pour lesquelles il a les compétences requises.
[4 Des instruments de screening et de test et des méthodologies ne sont qu'un soutien de l'approche utilisée lors des services d'accompagnement de carrière et ne constituent pas d'objectif en soi]4. Le prestataire de services assure un équilibre suffisant entre une offre d'appui et d'information pour le participant (information, schémas, processus, individuel ou en groupe) et une offre d'activation (accompagnement effectif et axée sur l'action). [4 Si une approche ne contribue pas aux objectifs tels que décrits dans la définition de l'accompagnement de carrière, le VDAB peut interdire l'approche dans le cadre des services à l'aide des chèques-carrière.]4
21. Lors de l'orientation (à une formation, un placement, une aide, etc.), l'accompagnateur de carrière ne se laissera guider d'aucune façon par les intérêts ou besoins de son organisation ou d'autres organisations. Il n'impose pas ses choix. Dans le plan de développement personnel et les actions y afférentes, l'intérêt du client joue un rôle primordial.
22. En cas de sous-traitance, les prestataires de services de l'accompagnement de carrière souscrivent au code déontologique. Le centre mandaté est responsable de la qualité uniforme de la prestation de services.