Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder:
1° FOD : de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
2° Dienst Strategische Coördinatie van de Gezondheidszorgberoepen : de dienst Strategische Coördinatie van de Gezondheidszorgberoepen van het Directoraat-generaal Basisgezondheidszorg en Crisisbeheer van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (DG2), Victor Hortaplein 40, bus 10, te 1060 Brussel;
3° wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde : Domus Medica, St. Hubertusstraat 58, te 2600 Berchem en de Société scientifique de Médecine générale d'expression française (SSMG), Zwitserlandstraat 8, 1060 Brussel;
4° Begeleidingscomité : het Begeleidingscomité dat gemeenschappelijk is aan het Directoraat-generaal Basisgezondheidszorg en Crisisbeheer en het Directoraat-generaal Organisatie Gezondheidszorgvoorzieningen van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
30 JULI 2013. - Koninklijk besluit houdende een toelage aan bepaalde wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde teneinde de huisartsen in het kader van de uitvoering van het nationale plan 2010-2014 ter bestrijding van intrafamiliaal geweld wetenschappelijk te ondersteunen tijdens de periode van 1 januari 2013 tot 31 december 2013
Titre
30 JUILLET 2013. - Arrêté royal octroyant un subside à certaines organisations scientifiques de médecine générale en vue, pour la période du 1er janvier 2013 au 31 décembre 2013 inclus, d'un soutien scientifique aux médecins généralistes dans le cadre de la mise en oeuvre du plan national 2010-2014 de lutte contre les violences intrafamiliales
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Definities
HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK III. - De opdrachten
HOOFDSTUK IV. - De coördinator
HOOFDSTUK V. - De uitvoeringsmodaliteiten
HOOFDSTUK VI. - De voorwaarden voor de uitbetal...
HOOFDSTUK VII. - Het Begeleidingscomité
HOOFDSTUK VIII. - De financiële balans
HOOFDSTUK IX. - Het intellectuele eigendom
HOOFDSTUK X. - Eindbepalingen
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Définitions
CHAPITRE II. - Dispositions générales
CHAPITRE III. - Les missions
CHAPITRE IV. - Le coordinateur
CHAPITRE V. - Les modalités d'exécution
CHAPITRE VI. - Les conditions de libération du ...
CHAPITRE VII. -- Le Comité d'accompagnement
CHAPITRE VIII. - Le bilan financier
CHAPITRE IX. - La propriété intellectuelle
CHAPITRE X. - Dispositions finales
Tekst (34)
Texte (34)
HOOFDSTUK I. - Definities
CHAPITRE Ier. - Définitions
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté on entend par :
1° SPF : le Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement;
2° Service Coordination stratégique des Professions des Soins de Santé : le Service Coordination stratégique des Professions des Soins de Santé de la Direction générale Soins de Santé primaires et Gestion de Crise du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement (DG2) sis place Victor Horta 40, bte 10, à 1060 Bruxelles;
3° organisations scientifiques de médecine générale : Domus Medica, sis St. Hubertusstraat 58, à 2600 Berchem et la Société scientifique de Médecine générale d'expression française (SSMG) sise rue de Suisse 8, à 1060 Bruxelles;
4° Comité d'accompagnement : le Comité d'accompagnement commun à la Direction générale Soins de Santé primaires et Gestion de Crise et à la Direction générale Organisation des Etablissements de Soins du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement.
1° SPF : le Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement;
2° Service Coordination stratégique des Professions des Soins de Santé : le Service Coordination stratégique des Professions des Soins de Santé de la Direction générale Soins de Santé primaires et Gestion de Crise du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement (DG2) sis place Victor Horta 40, bte 10, à 1060 Bruxelles;
3° organisations scientifiques de médecine générale : Domus Medica, sis St. Hubertusstraat 58, à 2600 Berchem et la Société scientifique de Médecine générale d'expression française (SSMG) sise rue de Suisse 8, à 1060 Bruxelles;
4° Comité d'accompagnement : le Comité d'accompagnement commun à la Direction générale Soins de Santé primaires et Gestion de Crise et à la Direction générale Organisation des Etablissements de Soins du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement.
HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen
CHAPITRE II. - Dispositions générales
Art. 2. § 1. In het kader van de uitvoering van het nationale plan 2010-2014 ter bestrijding van partnergeweld, uitgebreid tot andere vormen van familiaal geweld, wordt een toelage van 104.000 euro toegekend aan de wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde.
§ 2. Deze toelage is een tussenkomst van de Staat in de werkings- en personeelskosten van deze verenigingen teneinde de opdrachten bedoeld in artikel 4 te realiseren.
§ 3. Deze toelage is aan te rekenen ten laste van artikel 11.3300.03, afdeling 52, van de begroting van de FOD, begrotingsjaar 2013.
§ 2. Deze toelage is een tussenkomst van de Staat in de werkings- en personeelskosten van deze verenigingen teneinde de opdrachten bedoeld in artikel 4 te realiseren.
§ 3. Deze toelage is aan te rekenen ten laste van artikel 11.3300.03, afdeling 52, van de begroting van de FOD, begrotingsjaar 2013.
Art. 2. § 1er. Dans le cadre de la mise en oeuvre du plan d'action national 2010-2014 en matière de lutte contre les violences entre partenaires, élargi à d'autres formes de violences familiales, un subside de 104.000 euros est alloué aux associations scientifiques de médecine générale.
§ 2. Ce subside est une intervention de l'Etat dans les frais de fonctionnement et de personnel de ces associations en vue de l'accomplissement des missions visées à l'article 4.
§ 3. Ce subside est imputable à l'article 11.3300.03, division 52, du budget du SPF, année budgétaire 2013.
§ 2. Ce subside est une intervention de l'Etat dans les frais de fonctionnement et de personnel de ces associations en vue de l'accomplissement des missions visées à l'article 4.
§ 3. Ce subside est imputable à l'article 11.3300.03, division 52, du budget du SPF, année budgétaire 2013.
Art. 3. Deze toelage wordt op volgende wijze verdeeld :
1° DOMUS MEDICA, St. Hubertusstraat 58, 2600 Berchem, ondernemingsnummer 0410.872.303 (rek. : 733-0100945-95): 52.000 euro;
2° Société scientifique de Médecine générale d'expression française (SSMG), Zwitserlandstraat 8, 1060 Brussel, ondernemingsnummer 0410.639.602 (rek. : 001-3142233-91): 52.000 euro.
1° DOMUS MEDICA, St. Hubertusstraat 58, 2600 Berchem, ondernemingsnummer 0410.872.303 (rek. : 733-0100945-95): 52.000 euro;
2° Société scientifique de Médecine générale d'expression française (SSMG), Zwitserlandstraat 8, 1060 Brussel, ondernemingsnummer 0410.639.602 (rek. : 001-3142233-91): 52.000 euro.
Art. 3. Ce subside est réparti de la façon suivante :
1° Domus Medica, St. Hubertusstraat, 58, 2600 Berchem, numéro d'entreprise 0410.872.303 (C.B. : 733-0100945-95) : 52.000 euros;
2° Société scientifique de Médecine générale d'expression française (SSMG), rue de Suisse, 8, 1060 Bruxelles, numéro d'entreprise 0410.639.602 (C.B. : 001-3142233-91) : 52.000 euros.
1° Domus Medica, St. Hubertusstraat, 58, 2600 Berchem, numéro d'entreprise 0410.872.303 (C.B. : 733-0100945-95) : 52.000 euros;
2° Société scientifique de Médecine générale d'expression française (SSMG), rue de Suisse, 8, 1060 Bruxelles, numéro d'entreprise 0410.639.602 (C.B. : 001-3142233-91) : 52.000 euros.
HOOFDSTUK III. - De opdrachten
CHAPITRE III. - Les missions
Art. 4. Deze toelage is bedoeld om het verwezenlijken van de volgende opdrachten toevertrouwd aan de wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde, van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013, te ondersteunen:
1° de wetenschappelijke ondersteuning van de huisartsen via het opstellen en actualiseren van goede praktijkrichtlijnen betreffende de opsporing, de aanpak en de opvolging van familiaal geweld in het kader van de uitvoering van het nationaal actieplan 2010-2014 ter bestrijding van partnergeweld, uitgebreid tot andere vormen van familiaal geweld;
2° het sensibiliseren van huisartsen voor de problematiek van intrafamiliaal geweld, hen aanmoedigen om zich terzake bij te scholen en om de uitgewerkte aanbevelingen van goede praktijk te hanteren;
3° het uitwerken van modules voor voortgezette beroepsopleiding bedoeld voor de huisartsen, met betrekking tot de door de twee wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde uitgewerkte aanbevelingen, het organiseren van de implementatie en de evaluatie van die opleidingen.
1° de wetenschappelijke ondersteuning van de huisartsen via het opstellen en actualiseren van goede praktijkrichtlijnen betreffende de opsporing, de aanpak en de opvolging van familiaal geweld in het kader van de uitvoering van het nationaal actieplan 2010-2014 ter bestrijding van partnergeweld, uitgebreid tot andere vormen van familiaal geweld;
2° het sensibiliseren van huisartsen voor de problematiek van intrafamiliaal geweld, hen aanmoedigen om zich terzake bij te scholen en om de uitgewerkte aanbevelingen van goede praktijk te hanteren;
3° het uitwerken van modules voor voortgezette beroepsopleiding bedoeld voor de huisartsen, met betrekking tot de door de twee wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde uitgewerkte aanbevelingen, het organiseren van de implementatie en de evaluatie van die opleidingen.
Art. 4. Le présent subside vise à soutenir, pour une période allant du 1er janvier 2013 au 31 décembre 2013 inclus, la réalisation des missions suivantes, confiées aux organisations scientifiques de médecine générale :
1° apporter un soutien scientifique aux médecins généralistes par la rédaction et la mise à jour de recommandations de bonnes pratiques en matière de détection, de prise en charge et de suivi de la violence familiale, et ce, dans le cadre de la mise en oeuvre du plan d'action national 2010-2014 en matière de lutte contre les violences entre partenaires, élargi à d'autres formes de violences familiales;
2° sensibiliser les médecins généralistes à la problématique des violences intrafamiliales, les encourager à se former en la matière et à suivre les recommandations de bonnes pratiques;
3° élaborer des modules de formation professionnelle continue destinés aux médecins de famille, relatifs aux recommandations développées par les deux organisations scientifiques de médecine générale, organiser la mise en oeuvre ainsi que l'évaluation de ces formations.
1° apporter un soutien scientifique aux médecins généralistes par la rédaction et la mise à jour de recommandations de bonnes pratiques en matière de détection, de prise en charge et de suivi de la violence familiale, et ce, dans le cadre de la mise en oeuvre du plan d'action national 2010-2014 en matière de lutte contre les violences entre partenaires, élargi à d'autres formes de violences familiales;
2° sensibiliser les médecins généralistes à la problématique des violences intrafamiliales, les encourager à se former en la matière et à suivre les recommandations de bonnes pratiques;
3° élaborer des modules de formation professionnelle continue destinés aux médecins de famille, relatifs aux recommandations développées par les deux organisations scientifiques de médecine générale, organiser la mise en oeuvre ainsi que l'évaluation de ces formations.
Art. 5. § 1. Voor de gestelde periode worden de opdrachten bepaald in artikel 4 verder geconcretiseerd via de activiteiten die opgenomen zijn in het globale werkplan bedoeld in artikel 9.
§ 2. Teneinde omtrent intrafamiliaal geweld informatie uit te wisselen met andere landen en voordeel te halen uit internationale ervaringen, nemen de wetenschappelijke verenigingen zoals voorzien in de definities actief deel aan één of meerdere nationale en internationale bijeenkomsten om de initiatieven die in België ontwikkeld worden, bekend te maken. Die activiteiten worden, voor elke wetenschappelijke vereniging van huisartsgeneeskunde, opgenomen in het globaal werkplan en in het definitieve activiteitenverslag zoals bedoeld in artikel 9.
§ 3. Alle activiteiten vermeld in § 1 evenals de inhoud van de presentaties bedoeld in § 2 worden vooraf aan de coördinator van de andere taalrol en aan de Dienst Strategische Coördinatie van de Gezondheidszorgberoepen bij voorkeur per mail meegedeeld.
§ 2. Teneinde omtrent intrafamiliaal geweld informatie uit te wisselen met andere landen en voordeel te halen uit internationale ervaringen, nemen de wetenschappelijke verenigingen zoals voorzien in de definities actief deel aan één of meerdere nationale en internationale bijeenkomsten om de initiatieven die in België ontwikkeld worden, bekend te maken. Die activiteiten worden, voor elke wetenschappelijke vereniging van huisartsgeneeskunde, opgenomen in het globaal werkplan en in het definitieve activiteitenverslag zoals bedoeld in artikel 9.
§ 3. Alle activiteiten vermeld in § 1 evenals de inhoud van de presentaties bedoeld in § 2 worden vooraf aan de coördinator van de andere taalrol en aan de Dienst Strategische Coördinatie van de Gezondheidszorgberoepen bij voorkeur per mail meegedeeld.
Art. 5. § 1er. Pour la période visée, les missions reprises à l'article 4 se matérialisent plus particulièrement par la réalisation d'activités reprises dans le plan de travail global visé à l'article 9.
§ 2. Afin d'échanger des bonnes pratiques avec d'autres pays en matière de violences intrafamiliales et de bénéficier des expériences internationales, les organisations scientifiques de médecine générale mentionnées dans les définitions participent activement à une ou plusieurs rencontres nationales et internationales pour faire connaître les initiatives développées en Belgique. Ces activités sont reprises, pour chaque organisation scientifique de médecine générale, dans le plan de travail global et le rapport final d'activités visés à l'article 9.
§ 3. Toutes les activités visées au § 1er ainsi que le contenu des présentations visées au § 2 sont préalablement communiqués au coordinateur de l'autre rôle linguistique et au Service Coordination stratégique des Professions des Soins de Santé en privilégiant la voie électronique (adresse mail).
§ 2. Afin d'échanger des bonnes pratiques avec d'autres pays en matière de violences intrafamiliales et de bénéficier des expériences internationales, les organisations scientifiques de médecine générale mentionnées dans les définitions participent activement à une ou plusieurs rencontres nationales et internationales pour faire connaître les initiatives développées en Belgique. Ces activités sont reprises, pour chaque organisation scientifique de médecine générale, dans le plan de travail global et le rapport final d'activités visés à l'article 9.
§ 3. Toutes les activités visées au § 1er ainsi que le contenu des présentations visées au § 2 sont préalablement communiqués au coordinateur de l'autre rôle linguistique et au Service Coordination stratégique des Professions des Soins de Santé en privilégiant la voie électronique (adresse mail).
HOOFDSTUK IV. - De coördinator
CHAPITRE IV. - Le coordinateur
Art. 6. § 1. Er wordt een coördinator aangeduid binnen elk van de wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde.
§ 2. De coördinatoren worden voorgesteld aan het Begeleidingscomité.
§ 2. De coördinatoren worden voorgesteld aan het Begeleidingscomité.
Art. 6. § 1er. Un coordinateur est désigné au sein de chacune des organisations scientifiques de médecine générale.
§ 2. Les coordinateurs sont proposés au Comité d'accompagnement.
§ 2. Les coordinateurs sont proposés au Comité d'accompagnement.
Art. 7. De coördinatoren vormen voor elke vereniging het unieke aanspreekpunt van de Dienst Strategische Coördinatie van de Gezondheidszorgberoepen.
Art. 7. Les coordinateurs représentent pour chaque association l'interface unique avec le Service Coordination stratégique des Professions des Soins de Santé.
Art. 8. De coördinatoren zijn voor hun respectieve vereniging belast met de volgende taken:
1° het globale werkplan bedoeld in artikel 9 binnen de termijn indienen;
2° het beheren en plannen van en het toezicht op de activiteiten bedoeld in artikel 4; zich vergewissen van de goede uitvoering ervan in het kader van de voorziene termijnen en begroting;
3° de identificatie en de opvolging van de risico's verbonden aan het verwezenlijken van de opdrachten en activiteiten bedoeld in artikel 4; en ernaar verwijzen in het Begeleidingscomité;
4° de voorbereiding van, de deelname aan en het opstellen van het verslag van de vergaderingen van het Begeleidingscomité voor wat betreft onderhavige subsidie;
5° het definitieve activiteitenverslag bedoeld in artikel 9 binnen de termijn indienen.
1° het globale werkplan bedoeld in artikel 9 binnen de termijn indienen;
2° het beheren en plannen van en het toezicht op de activiteiten bedoeld in artikel 4; zich vergewissen van de goede uitvoering ervan in het kader van de voorziene termijnen en begroting;
3° de identificatie en de opvolging van de risico's verbonden aan het verwezenlijken van de opdrachten en activiteiten bedoeld in artikel 4; en ernaar verwijzen in het Begeleidingscomité;
4° de voorbereiding van, de deelname aan en het opstellen van het verslag van de vergaderingen van het Begeleidingscomité voor wat betreft onderhavige subsidie;
5° het definitieve activiteitenverslag bedoeld in artikel 9 binnen de termijn indienen.
Art. 8. Les coordinateurs sont chargés, pour leur association respective, des missions suivantes :
1° remettre dans les délais le plan de travail global visé à l'article 9;
2° gérer, planifier, superviser les activités visées à l'article 4, et s'assurer de la bonne réalisation de celles-ci dans les délais et le budget prévus;
3° identifier et suivre les risques liés à la réalisation des missions et activités visées à l'article 4 et en référer au Comité d'accompagnement;
4° préparer, participer assidument aux réunions du Comité d'accompagnement et en rédiger le procès-verbal pour ce qui concerne le présent subside;
5° remettre dans les délais le rapport d'activités final visé à l'article 9.
1° remettre dans les délais le plan de travail global visé à l'article 9;
2° gérer, planifier, superviser les activités visées à l'article 4, et s'assurer de la bonne réalisation de celles-ci dans les délais et le budget prévus;
3° identifier et suivre les risques liés à la réalisation des missions et activités visées à l'article 4 et en référer au Comité d'accompagnement;
4° préparer, participer assidument aux réunions du Comité d'accompagnement et en rédiger le procès-verbal pour ce qui concerne le présent subside;
5° remettre dans les délais le rapport d'activités final visé à l'article 9.
HOOFDSTUK V. - De uitvoeringsmodaliteiten
CHAPITRE V. - Les modalités d'exécution
Art. 9. In het kader van de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 4 dienen de wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde in samenwerking met de coördinatoren de volgende documenten op te stellen:
1° Het globaal werkplan voor deze toelage.
De wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde bezorgen aan de FOD en aan het Begeleidingscomité bij voorkeur per mail een werkplan voor deze toelage.
Het werkplan van elke wetenschappelijke vereniging van huisartsgeneeskunde omvat:
1° de opdrachten;
2° de verwachte resultaten;
3° de termijnen;
4° het bijbehorende budget voor elke uit te voeren resultaten en opdracht.
Het werkplan dient in een formaat dat door de administratie wordt bepaald uiterlijk tegen 30 april 2013 aan de Dienst Strategische Coördinatie van de Gezondheidszorgberoepen bij voorkeur per mail te worden bezorgd.
Het globale werkplan dient te worden goedgekeurd door het Begeleidingscomité.
2° het definitieve activiteitenverslag :
Uiterlijk tegen 1 februari 2014 dienen de wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde aan de FOD en aan het Begeleidingscomité een definitief activiteitenverslag, waarin de uitvoering van de in artikel 4 gedefinieerde doelstellingen wordt beschreven, bij voorkeur per mail te bezorgen.
Het definitieve activiteitenverslag moet een samenvattende tabel omvatten met de volgende elementen:
1° De jaardoelstellingen opgenomen in het werkplan;
2° De daadwerkelijk geconcretiseerde verwezenlijkingen;
3° De spreiding van de toelagen die werden aangewend voor het verwezenlijken van de uitgevoerde opdrachten;
4° De in het werkplan voorziene opdrachten die niet werden uitgevoerd alsook de bedragen betreffende deze opdrachten.
3° er dient een voorstel van globaal werkplan voor de toelage 2014 uiterlijk tegen 1 februari 2014 volgens de in 1° bepaalde modaliteiten te worden bezorgd.
4° Indien aan de in 1°, 2° en 3° beschreven modaliteiten niet voldaan wordt, wordt de volledige subsidie terugbetaald aan de Staat.
1° Het globaal werkplan voor deze toelage.
De wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde bezorgen aan de FOD en aan het Begeleidingscomité bij voorkeur per mail een werkplan voor deze toelage.
Het werkplan van elke wetenschappelijke vereniging van huisartsgeneeskunde omvat:
1° de opdrachten;
2° de verwachte resultaten;
3° de termijnen;
4° het bijbehorende budget voor elke uit te voeren resultaten en opdracht.
Het werkplan dient in een formaat dat door de administratie wordt bepaald uiterlijk tegen 30 april 2013 aan de Dienst Strategische Coördinatie van de Gezondheidszorgberoepen bij voorkeur per mail te worden bezorgd.
Het globale werkplan dient te worden goedgekeurd door het Begeleidingscomité.
2° het definitieve activiteitenverslag :
Uiterlijk tegen 1 februari 2014 dienen de wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde aan de FOD en aan het Begeleidingscomité een definitief activiteitenverslag, waarin de uitvoering van de in artikel 4 gedefinieerde doelstellingen wordt beschreven, bij voorkeur per mail te bezorgen.
Het definitieve activiteitenverslag moet een samenvattende tabel omvatten met de volgende elementen:
1° De jaardoelstellingen opgenomen in het werkplan;
2° De daadwerkelijk geconcretiseerde verwezenlijkingen;
3° De spreiding van de toelagen die werden aangewend voor het verwezenlijken van de uitgevoerde opdrachten;
4° De in het werkplan voorziene opdrachten die niet werden uitgevoerd alsook de bedragen betreffende deze opdrachten.
3° er dient een voorstel van globaal werkplan voor de toelage 2014 uiterlijk tegen 1 februari 2014 volgens de in 1° bepaalde modaliteiten te worden bezorgd.
4° Indien aan de in 1°, 2° en 3° beschreven modaliteiten niet voldaan wordt, wordt de volledige subsidie terugbetaald aan de Staat.
Art. 9. Dans le cadre de l'exécution des missions prévues à l'article 4, les organisations scientifiques de médecine générale, établiront, en collaboration avec les coordinateurs, les documents suivants :
1° le plan de travail global pour le présent subside.
Les organisations scientifiques de médecine générale transmettent au SPF et au Comité d'accompagnement, un plan de travail pour le présent subside en version électronique.
Le plan de travail de chaque organisation scientifique de médecine générale reprend :
1° les missions;
2° les livrables attendus;
3° les échéances;
4° le budget affecté à chaque mission et livrables à fournir.
Le plan de travail sera transmis sous format fixé par l'administration pour le 30 avril 2013 au plus tard au Service Coordination stratégique des professions des soins de santé, en version électronique.
Le plan de travail global sera approuvé par le Comité d'accompagnement.
2° le rapport final :
Pour le 1er février 2014 au plus tard, les organisations scientifiques de médecine générale transmettront, en privilégiant la voie électronique, au SPF et au Comité d'accompagnement, un rapport final d'activités décrivant la réalisation des objectifs définis à l'article 4.
Le rapport final doit comprendre un tableau récapitulatif reprenant :
1° les objectifs de l'année, repris dans le plan de travail;
2° les réalisations effectivement concrétisées;
3° la ventilation des subsides utilisés pour la réalisation des missions effectuées;
4° les missions prévues dans le plan de travail et non effectuées ainsi que les montants relatifs à ses missions.
3° une proposition de plan de travail global pour le subside 2014 est transmis pour le 1er février 2014 au plus tard selon les modalités prévues au 1°.
4° Si les modalités décrites aux 1°, 2° et 3° ne sont pas remplies, la totalité du subside est remboursée à l'Etat.
1° le plan de travail global pour le présent subside.
Les organisations scientifiques de médecine générale transmettent au SPF et au Comité d'accompagnement, un plan de travail pour le présent subside en version électronique.
Le plan de travail de chaque organisation scientifique de médecine générale reprend :
1° les missions;
2° les livrables attendus;
3° les échéances;
4° le budget affecté à chaque mission et livrables à fournir.
Le plan de travail sera transmis sous format fixé par l'administration pour le 30 avril 2013 au plus tard au Service Coordination stratégique des professions des soins de santé, en version électronique.
Le plan de travail global sera approuvé par le Comité d'accompagnement.
2° le rapport final :
Pour le 1er février 2014 au plus tard, les organisations scientifiques de médecine générale transmettront, en privilégiant la voie électronique, au SPF et au Comité d'accompagnement, un rapport final d'activités décrivant la réalisation des objectifs définis à l'article 4.
Le rapport final doit comprendre un tableau récapitulatif reprenant :
1° les objectifs de l'année, repris dans le plan de travail;
2° les réalisations effectivement concrétisées;
3° la ventilation des subsides utilisés pour la réalisation des missions effectuées;
4° les missions prévues dans le plan de travail et non effectuées ainsi que les montants relatifs à ses missions.
3° une proposition de plan de travail global pour le subside 2014 est transmis pour le 1er février 2014 au plus tard selon les modalités prévues au 1°.
4° Si les modalités décrites aux 1°, 2° et 3° ne sont pas remplies, la totalité du subside est remboursée à l'Etat.
HOOFDSTUK VI. - De voorwaarden voor de uitbetaling van de toelage
CHAPITRE VI. - Les conditions de libération du subside
Art. 10. Voor elk van de verenigingen kan er een voorschot van 75 % op de toegekende subsidie bedoeld in artikel 2 worden gestort zodra het werkplan door het Begeleidingscomité is goedgekeurd en nadat er een schuldvordering is ingediend.
Art. 10. Pour chacune des associations une avance de 75 % sur le subside alloué visé à l'article 2 peut être versée dès approbation du plan de travail par le Comité d'accompagnement et après introduction d'une déclaration de créance.
Art. 11. Voor elke wetenschappelijke vereniging van huisartsgeneeskunde zal het saldo van de toegekende toelage slechts worden uitbetaald nadat de volgende documenten bij de Dienst Strategische Coördinatie van de Gezondheidszorgberoepen werden ingediend:
1° uiterlijk tegen 1 februari 2014 het definitieve activiteitenverslag dat door het Begeleidingscomité moet worden goedgekeurd;
2° uiterlijk tegen 31 maart 2014:
de ontvangsten- en uitgavenrekening betreffende de artikelen 2 en 4;
een door de coördinator of een andere persoon die de vereniging gezagvol kan vertegenwoordigen ondertekende schuldvordering en bewijsstukken die betrekking hebben op de totale toelage.
1° uiterlijk tegen 1 februari 2014 het definitieve activiteitenverslag dat door het Begeleidingscomité moet worden goedgekeurd;
2° uiterlijk tegen 31 maart 2014:
de ontvangsten- en uitgavenrekening betreffende de artikelen 2 en 4;
een door de coördinator of een andere persoon die de vereniging gezagvol kan vertegenwoordigen ondertekende schuldvordering en bewijsstukken die betrekking hebben op de totale toelage.
Art. 11. Pour chaque organisation scientifique de médecine générale,le solde du subside octroyé ne sera liquidé qu'après l'introduction auprès du Service Coordination stratégique des professions des soins de santé, des documents suivants :
1° pour le 1er février 2014 au plus tard, le rapport final d'activités qui doit obtenir la validation du Comité d'accompagnement;
2° pour le 31 mars 2014 au plus tard :
le compte de recettes et de dépenses relatives aux articles 2 et 4;
une déclaration de créance et des pièces justificatives afférentes à l'ensemble du subside signées par le coordinateur ou une autre personne qui peut représenter pleinement l'organisation.
1° pour le 1er février 2014 au plus tard, le rapport final d'activités qui doit obtenir la validation du Comité d'accompagnement;
2° pour le 31 mars 2014 au plus tard :
le compte de recettes et de dépenses relatives aux articles 2 et 4;
une déclaration de créance et des pièces justificatives afférentes à l'ensemble du subside signées par le coordinateur ou une autre personne qui peut représenter pleinement l'organisation.
Art. 12. Indien het bedrag dat gerechtvaardigd is door de bewijsstukken kleiner is dan het toegekende voorschot, wordt het verschil onverwijld terugbetaald door de wetenschappelijke vereniging van huisartsgeneeskunde aan de Staat.
In geval van terugbetaling zal dit gebeuren op de IBAN rekening BE42 6792 0059 1754 geopend bij de Bank van de Post (BIC/SWIFT : PCHQBEBB) op naam van " diverse ontvangsten ".
In geval van terugbetaling zal dit gebeuren op de IBAN rekening BE42 6792 0059 1754 geopend bij de Bank van de Post (BIC/SWIFT : PCHQBEBB) op naam van " diverse ontvangsten ".
Art. 12. Si le montant justifié par les pièces justificatives est inférieur à l'avance consentie, la différence est remboursée sans délai par l'association scientifique de médecine générale concernée à l'Etat.
En cas de remboursement celui-ci se fera sur le compte bancaire IBAN BE42 6792 0059 1754 ouvert auprès de la banque de la Poste (BIC/SWIFT : PCHQBEBB) au nom de " réceptions diverses ".
En cas de remboursement celui-ci se fera sur le compte bancaire IBAN BE42 6792 0059 1754 ouvert auprès de la banque de la Poste (BIC/SWIFT : PCHQBEBB) au nom de " réceptions diverses ".
Art. 13. Het niet-verwezenlijken van de opdrachten bedoeld in het globaal werkplan wordt verantwoord door de betrokken vereniging, die de aan die posten toegewezen bedragen terugbetaalt.
Art. 13. La non réalisation des missions prévues dans le plan de travail global est justifiée par l'association concernée, qui rembourse les montants affectés à ces postes.
HOOFDSTUK VII. - Het Begeleidingscomité
CHAPITRE VII. -- Le Comité d'accompagnement
Art. 14. § 1. Er wordt een Begeleidingscomité opgericht bij de FOD.
§ 2. Het Begeleidingscomité heeft als doel de werkzaamheden van de wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde en de uitvoering door deze laatsten van de opdrachten bedoeld in artikel 4 te evalueren.
§ 2. Het Begeleidingscomité heeft als doel de werkzaamheden van de wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde en de uitvoering door deze laatsten van de opdrachten bedoeld in artikel 4 te evalueren.
Art. 14. § 1er. Un Comité d'accompagnement est constitué auprès du SPF.
§ 2. Il a pour objectif l'évaluation des travaux effectués par les organisations scientifiques de médecine générale et la réalisation par celles-ci, des missions visées à l'article 4.
§ 2. Il a pour objectif l'évaluation des travaux effectués par les organisations scientifiques de médecine générale et la réalisation par celles-ci, des missions visées à l'article 4.
Art. 15. § 1. Dit Comité bestaat uit de volgende leden:
1° een vertegenwoordiger van de minister bevoegd voor Volksgezondheid;
2° twee vertegenwoordigers van het Directoraat-generaal Basisgezondheidszorg en Crisisbeheer van de FOD;
3° een vertegenwoordiger van het Directoraat-generaal Organisatie van de Gezondheidszorgvoorzieningen van de FOD;
4° twee projectcoördinatoren die elk een vereniging bedoeld in artikel 2 vertegenwoordigen;
5° een vertegenwoordiger van het RIZIV;
6° een vertegenwoordiger van de GAMS Belgique (Groupe pour l'Abolition des Mutilations sexuelles féminines);
7° een vertegenwoordiger van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding;
8° twee experts terzake.
§ 2. Het Comité bedoeld in § 1 kan eventueel experten van buiten het Comité uitnodigen.
1° een vertegenwoordiger van de minister bevoegd voor Volksgezondheid;
2° twee vertegenwoordigers van het Directoraat-generaal Basisgezondheidszorg en Crisisbeheer van de FOD;
3° een vertegenwoordiger van het Directoraat-generaal Organisatie van de Gezondheidszorgvoorzieningen van de FOD;
4° twee projectcoördinatoren die elk een vereniging bedoeld in artikel 2 vertegenwoordigen;
5° een vertegenwoordiger van het RIZIV;
6° een vertegenwoordiger van de GAMS Belgique (Groupe pour l'Abolition des Mutilations sexuelles féminines);
7° een vertegenwoordiger van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding;
8° twee experts terzake.
§ 2. Het Comité bedoeld in § 1 kan eventueel experten van buiten het Comité uitnodigen.
Art. 15. § 1er. Ce Comité est constitué comme suit :
1° un représentant du ministre qui a la Santé publique dans ses attributions;
2° deux représentants de la Direction générale Soins de santé primaires et Gestion de crise du SPF;
3° un représentant de la Direction générale Organisation des Etablissements de Soins du SPF;
4° deux coordinateurs représentant chacun une organisation visée à l'article 2;
5° un représentant de l'INAMI;
6° un représentant du Groupe pour l'Abolition des Mutilations sexuelles féminines (GAMS Belgique);
7° un représentant du Centre pour l'égalité des chances et la lutte contre le racisme;
8° deux experts de la matière.
§ 2. Le Comité visé au § 1er peut le cas échéant inviter des experts étrangers au Comité.
1° un représentant du ministre qui a la Santé publique dans ses attributions;
2° deux représentants de la Direction générale Soins de santé primaires et Gestion de crise du SPF;
3° un représentant de la Direction générale Organisation des Etablissements de Soins du SPF;
4° deux coordinateurs représentant chacun une organisation visée à l'article 2;
5° un représentant de l'INAMI;
6° un représentant du Groupe pour l'Abolition des Mutilations sexuelles féminines (GAMS Belgique);
7° un représentant du Centre pour l'égalité des chances et la lutte contre le racisme;
8° deux experts de la matière.
§ 2. Le Comité visé au § 1er peut le cas échéant inviter des experts étrangers au Comité.
Art. 16. Het Begeleidingscomité is belast met het evalueren en het goedkeuren voor elke wetenschappelijke vereniging van huisartsgeneeskunde van:
1° het globale werkplan;
2° het definitieve activiteitenverslag waarin de uitvoering van de opdrachten bedoeld in de artikelen 3 en 4 wordt aangetoond.
1° het globale werkplan;
2° het definitieve activiteitenverslag waarin de uitvoering van de opdrachten bedoeld in de artikelen 3 en 4 wordt aangetoond.
Art. 16. Pour chaque organisation scientifique de médecine générale,le Comité d'accompagnement est chargé d'évaluer et d'approuver :
1° le plan de travail global;
2° le rapport d'activités final démontrant l'exécution des missions visées aux articles 3 et 4.
1° le plan de travail global;
2° le rapport d'activités final démontrant l'exécution des missions visées aux articles 3 et 4.
HOOFDSTUK VIII. - De financiële balans
CHAPITRE VIII. - Le bilan financier
Art. 17. § 1. Enkel de kosten die een rechtstreekse link hebben met de opdrachten worden in aanmerking genomen in het kader van de huidige toelage:
xx de personeelskosten: onder meer de vergoedingen, lonen, wedden, sociale lasten.
Xx werkingskosten met een rechtstreekse betrekking op de opdrachten zoals onder andere de kosten van dienstverlening.
Xx Algemene kosten: onder meer de kleine bureaukosten.
§ 2. De werkingskosten worden geplafonneerd op 10 % van het totale bedrag van de toelage. De algemene kosten worden geplafonneerd op 10 % van de totale in rekening genomen personeelskosten maar dienen niet gerechtvaardigd te worden.
§ 3. Extralegale voordelen en cadeaus worden niet in aanmerking genomen.
xx de personeelskosten: onder meer de vergoedingen, lonen, wedden, sociale lasten.
Xx werkingskosten met een rechtstreekse betrekking op de opdrachten zoals onder andere de kosten van dienstverlening.
Xx Algemene kosten: onder meer de kleine bureaukosten.
§ 2. De werkingskosten worden geplafonneerd op 10 % van het totale bedrag van de toelage. De algemene kosten worden geplafonneerd op 10 % van de totale in rekening genomen personeelskosten maar dienen niet gerechtvaardigd te worden.
§ 3. Extralegale voordelen en cadeaus worden niet in aanmerking genomen.
Art. 17. § 1er. Seuls les frais qui ont un lien direct avec les missions sont, dans le cadre du présent subside, pris en considération :
xx les frais de personnel : entre autres les indemnités, traitements, salaires, charges sociales.
Xx les frais de fonctionnement, qui ont un lien direct avec les missions comme entre autres les frais de prestation de service.
Xx Les frais généraux : entre autres de petits frais de bureau.
§ 2. Les frais de fonctionnement sont plafonnés à 10 % du montant total du subside. Les frais généraux sont plafonnés à 10 % du montant total des frais de personnel pris en considération mais ne doivent pas être justifiés.
§ 3. Les avantages extra-légaux et les cadeaux ne sont pas pris en considération.
xx les frais de personnel : entre autres les indemnités, traitements, salaires, charges sociales.
Xx les frais de fonctionnement, qui ont un lien direct avec les missions comme entre autres les frais de prestation de service.
Xx Les frais généraux : entre autres de petits frais de bureau.
§ 2. Les frais de fonctionnement sont plafonnés à 10 % du montant total du subside. Les frais généraux sont plafonnés à 10 % du montant total des frais de personnel pris en considération mais ne doivent pas être justifiés.
§ 3. Les avantages extra-légaux et les cadeaux ne sont pas pris en considération.
Art. 18. § 1. In het geval de werktijd van bepaalde personeelsleden wordt verdeeld tussen verschillende beroepsbezigheden, zoals onder andere het onderwijs, onderzoek en de geneeskundepraktijk, wordt slechts dat gedeelte van hun wedde, dat in tienden wordt berekend, in aanmerking genomen dat overeenkomt met de tijd besteed aan de werkzaamheid die gesubsidieerd wordt krachtens dit besluit.
§ 2. Voor elk tewerkgesteld personeelslid dat gefinancierd wordt door deze subsidie, wordt een loonfiche voorgelegd.
§ 2. Voor elk tewerkgesteld personeelslid dat gefinancierd wordt door deze subsidie, wordt een loonfiche voorgelegd.
Art. 18. § 1er. Au cas où certains membres du personnel partagent leur temps entre plusieurs activités professionnelles, à savoir, notamment, l'enseignement, la recherche, la pratique de la médecine, il n'est pris en compte qu'une fraction de leurs traitements, calculée en dixièmes et correspondant au temps consacré à l'activité subsidiée en vertu du présent arrêté.
§ 2. Une fiche de traitement est fournie concernant chaque emploi de membre du personnel financé par ce subside.
§ 2. Une fiche de traitement est fournie concernant chaque emploi de membre du personnel financé par ce subside.
Art. 19. De kosten van dienstverlening worden aangetoond door middel van een factuur en de voorlegging van een kostenbegroting, een offerte, een bestelbon of een voorafgaand contract.
Art. 19. Les frais de prestations de service sont établis par une facture et par la présentation d'un devis, d'une offre, d'un bon de commande ou d'un contrat préalable.
Art. 20. § 1. De investeringskosten worden niet terugbetaald.
§ 2. De onkosten voor de terugbetaling van een lening komen niet in aanmerking.
§ 2. De onkosten voor de terugbetaling van een lening komen niet in aanmerking.
Art. 20. § 1er. Les frais d'investissement ne sont pas remboursés.
§ 2. Les frais de remboursement d'emprunt ne sont pas pris en considération.
§ 2. Les frais de remboursement d'emprunt ne sont pas pris en considération.
HOOFDSTUK IX. - Het intellectuele eigendom
CHAPITRE IX. - La propriété intellectuelle
Art. 21. In het kader van deze toelage worden alle voorgelegde documenten en resultaten aan de Dienst Strategische Coördinatie van de gezondheidszorgberoepen bij voorkeur per mail bezorgd.
Art. 21. Dans le cadre du présent subside, tous les documents et résultats produits sont remis en version électronique au Service Coordination stratégique des Professions des Soins de Santé.
Art. 22. § 1. Alle documenten en resultaten die door de verenigingen bedoeld in artikel 2 in het kader van deze toelage worden voorgelegd, zijn eigendom van de Dienst Strategische Coördinatie van de gezondheidszorgberoepen.
§ 2. De wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde zien erop toe dat elk verslag, elke aanbeveling of elk document dat wordt opgesteld door geheel of gedeeltelijk gebruik te maken van deze toelagen, duidelijke aanwijzingen bevat die aantonen dat de FOD eigenaar of partner in het kader van deze werkzaamheden is.
§ 3. De wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde kunnen gebruik maken van de documenten en de resultaten die ze in het kader van deze toelage hebben voorgelegd voor zover dit gebruik geen winstoogmerk beoogt en ze hiervoor de schriftelijke toestemming van de FOD hebben gekregen.
§ 4. Dit gebruiksrecht kan op ieder ogenblik door de FOD worden ingetrokken.
§ 2. De wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde zien erop toe dat elk verslag, elke aanbeveling of elk document dat wordt opgesteld door geheel of gedeeltelijk gebruik te maken van deze toelagen, duidelijke aanwijzingen bevat die aantonen dat de FOD eigenaar of partner in het kader van deze werkzaamheden is.
§ 3. De wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde kunnen gebruik maken van de documenten en de resultaten die ze in het kader van deze toelage hebben voorgelegd voor zover dit gebruik geen winstoogmerk beoogt en ze hiervoor de schriftelijke toestemming van de FOD hebben gekregen.
§ 4. Dit gebruiksrecht kan op ieder ogenblik door de FOD worden ingetrokken.
Art. 22. § 1er. Tous les documents et résultats produits par les associations visées à l'article 2 dans le cadre du présent subside sont la propriété du Service Coordination stratégique des Professions des Soins de Santé.
§ 2. Les associations scientifiques de médecine générale veillent à ce que chaque rapport, recommandation, document produit en faisant entièrement ou partiellement usage des présents subsides porte des indications claires illustrant la participation du SPF comme propriétaire ou partenaire dans ces travaux.
§ 3. Les associations scientifiques de médecine générale peuvent faire usage des documents et résultats produits dans le cadre du présent subside, pour autant que cet usage soit dénué de tout but lucratif et après autorisation écrite du SPF.
§ 4. Ce droit d'usage peut être à tout moment retiré par le SPF.
§ 2. Les associations scientifiques de médecine générale veillent à ce que chaque rapport, recommandation, document produit en faisant entièrement ou partiellement usage des présents subsides porte des indications claires illustrant la participation du SPF comme propriétaire ou partenaire dans ces travaux.
§ 3. Les associations scientifiques de médecine générale peuvent faire usage des documents et résultats produits dans le cadre du présent subside, pour autant que cet usage soit dénué de tout but lucratif et après autorisation écrite du SPF.
§ 4. Ce droit d'usage peut être à tout moment retiré par le SPF.
HOOFDSTUK X. - Eindbepalingen
CHAPITRE X. - Dispositions finales
Art. 23. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2013.
Art. 23. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2013.
Art. 24. De minister bevoegd voor Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 24. Le ministre qui a la Santé publique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Brussel, 30 juli 2013.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
Bruxelles, le 30 juillet 2013.
PHILIPPE
Par le Roi :
La Ministre de la Santé publique,
Mme L. ONKELINX
PHILIPPE
Par le Roi :
La Ministre de la Santé publique,
Mme L. ONKELINX