Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 MEI 2013. - Koninklijk besluit houdende toekenning van een toelage aan het " Centre Hospitalier Régional de Namur " ter ondersteuning van een pilootproject betreffende " Crisiseenheden, met inbegrip van case management, voor personen met psychoactieve middelen gerelateerde stoornissen "
Titre
23 MAI 2013. - Arrêté royal octroyant un subside au " Centre hospitalier régional de Namur " à l'appui d'un projet pilote concernant " Unités de crise, comprenant la fonction case manager, spécifiques aux personnes présentant des troubles liés aux substances psychoactives "
Dokumentinformationen
Numac: 2013024231
Datum: 2013-05-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2013024231
Date: 2013-05-23
Moniteur: Voir
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. § 1. Een toelage van 257.723,64 euro, aan te rekenen ten laste van basisallocatie 51 42 31.32.01., van de begroting van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (FOD VVVL), begrotingsjaar 2013, wordt toegekend aan het " Centre Hospitalier Régional de Namur " vereniging van openbare overheden, avenue Albert Ier 185, te 5000 Namen (rek : BE66 0910 1176 7543, ondernemingsnummer : 0447 637 083) voor zijn opdracht beschreven in artikel 5.
  § 2. Dit bedrag heeft betrekking op de periode van 1 juni 2013 tot en met 31 januari 2014.
Article 1er. § 1er. Un subside de 257.723,64 euros, imputable à l'allocation de base 51 42 31.32.01., du budget du SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement (SPF SPSCAE), année budgétaire 2013, est alloué au Centre hospitalier régional de Namur association de pouvoirs publics, avenue Albert Ier 185, à 5000 Namur (CB : BE66 0910 1176 7543, n° d'entreprise 0447 637 083) pour sa mission décrite dans l'article 5.
  § 2. Ce montant porte sur la période du 1er juin 2013 au 31 janvier 2014 inclus.
Art. 2. § 1. De betaling zal gebeuren volgens de volgende modaliteiten :
  1° Met het oog op de betaling dient de begunstigde een in tweevoud ingediende gemotiveerde en ondertekende onkostenstaat, voorzien van de formule " voor waar en echt verklaard voor de som van ... ", en de nodige bewijsstukken te richten aan :
  FOD VVVL
  SD Budget & Beheerscontrole
  Eurostation, bloc 2
  Victor Horta Plein 40/10
  1060 Brussel
  en dit ten laatste op 15 februari 2014.
  2° het begeleidingscomité bedoeld in artikel 3 van oordeel is dat de bepalingen bedoeld in artikel 5 werden nageleefd en dat de operationele doelstellingen werden gerealiseerd;
  3° een definitief activiteitenrapport, in elektronische vorm, ten laatste op 15 februari 2014 werd bezorgd aan de contactpersoon pilootproject Crisiseenheden van de FOD VVVL. De inhoud van dit definitief activiteitenrapport wordt omschreven in artikel 5, 11°. De coördinaten van de contactpersoon, verder genoemd " contactpersoon pilootproject Crisiseenheden van de FOD VVVL ", voor dit project zijn :
  FOD VVVL,
  Directoraat-generaal Organisatie van de Gezondheidszorgvoorzieningen
  Christiaan Decoster
  Directeur-generaal
  Victor Hortaplein 40, bus 10
  1060 Brussel
  § 2. Indien de onkostenstaat en/of de bewijsstukken en/of het definitieve activiteitenrapport niet binnen de vastgelegde termijnen worden bezorgd aan de contactpersoon pilootproject Crisiseenheden van de FOD VVVL, of deze documenten niet worden goedgekeurd, dan moet het " Centre hospitalier régional de Namur " de ontvangen bedragen in het kader van dit besluit aan de Schatkist terugstorten.
  § 3. Bij niet naleving van de in dit besluit bepaalde voorwaarden betreffende personeelsomkadering, zoals bepaald in artikel 5, zal de FOD VVVL een gedeelte van het totale voorziene bedrag, zoals beschreven in artikel 1, niet uitbetalen en dit evenredig met het aantal afwijkende VTE van de voorgeschreven VTE per maand en gefinancierd door dit besluit.
  § 4. De betaling van de verschuldigde bedragen, of delen hiervan, gebeurt uitsluitend op voorwaarde dat aan de vereisten van dit besluit voldaan wordt. Indien niet voldaan kan worden aan de vereisten van dit besluit, dan moet de vraag om afwijking rechtstreeks en onmiddellijk aan de FOD VVVL gericht worden, die deze aanvraag vervolgens zal onderzoeken.
  § 5. Overeenkomstig het artikel 123 van de wet van 22 mei 2003 betreffende de algemene organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale staat, zal in het kader van het hierboven vermelde project het niet benutte gedeelte door het " Centre hospitalier régional de Namur " worden terugbetaald aan de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, op het bankrekeningnummer 679-2005917-54 of IBAN rekening BE42 6792 0059 1754 geopend bij de Bank van de Post (BIC/SWIFT : PCHQBEBB) op naam van " Diverse Ontvangsten ".
Art. 2. § 1er. Le paiement s'effectuera selon les modalités suivantes :
  1° Pour ce paiement, le bénéficiaire dépose un état de frais motivé et signé, en deux exemplaires, pourvu de la formule " certifié sincère et conforme pour la somme de ... ", accompagné par les pièces justificatives nécessaires au :
  SPF SPSCAE,
  SE Budget et Contrôle de Gestion
  Eurostation, bloc 2
  Place Victor Horta 40/10
  1060 Bruxelles
  et ceci au plus tard le 15 février 2014.
  2° après que le comité d'accompagnement visé à l'article 3 ait jugé que les dispositions énumérées à l'article 5 ont été respectées et que les objectifs opérationnels ont été réalisés;
  3° après qu'un rapport d'activités définitif ait été fourni, sous forme électronique, au plus tard le 15 février 2014, à la personne de contact pour le projet pilote Unités de crise du SPF SPSCAE. Le contenu de ce rapport d'activités définitif est décrit à l'article 5, 11°. Les coordonnées de la personne de contact pour ce projet, dénommée ci-après " personne de contact pour le projet pilote Unités de crise du SPF SPSCAE ", sont :
  SPF SPSCAE,
  Direction générale Organisation des établissements de soins
  Christiaan Decoster
  Directeur général
  Place Victor Horta 40, bte 10
  1060 Bruxelles.
  § 2. Si l'état de frais et/ou les pièces justificatives et/ou le rapport d'activités définitif ne sont pas fournis dans les délais fixés à la personne de contact du projet pilote Unités de crise du SPF SPSCAE, ou si ces documents ne sont pas approuvés, le Centre hospitalier régional de Namur devra rembourser au Trésor les montants reçus dans le cadre de cet arrêté.
  § 3. En cas de non-respect des conditions de cet arrêté concernant l'encadrement du personnel, comme décrit dans l'article 5, le SPF SPSCAE retiendra une partie du montant total, tel que décrit dans l'article 1er, proportionnelle avec le nombre d'ETP par mois ne correspondant pas au nombre d'ETP prescrit et financé par cet arrêté.
  § 4. Le paiement des montants dus, ou de parties de ceux-ci, est effectué exclusivement à la condition qu'il soit satisfait aux exigences du présent arrêté. S'il ne peut être satisfait aux exigences de cet arrêté, la demande de dérogation doit alors être adressée directement et immédiatement au SPF SPSCAE, qui examinera ensuite cette demande.
  § 5. En vertu de l'article 123 de la loi du 22 mai 2003 portant sur l'organisation générale du budget et de la comptabilité de l'état fédéral, le Centre hospitalier régional de Namur remboursera au Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement, dans le cadre du projet mentionné ci-dessus la partie non exploitée sur le numéro de compte bancaire 679-2005917-54 ou sur le compte IBAN BE42 6792 0059 1754 ouvert à la Banque de la Poste (BIC/SWIFT : PCHQBEBB) au nom des " Diverses Recettes ".
Art. 3. § 1. Het begeleidingscomité is samengesteld uit de leden van de dienst psychosociale gezondheidszorg van de FOD VVVL, en in het bijzonder de Cel Drugs, en de projectverantwoordelijken van het pilootproject Crisiseenheden van de FOD VVVL
  § 2. Het " Centre hospitalier régional de Namur " verbindt zich ertoe een projectverantwoordelijke aan te wijzen. Deze heeft onder andere tot opdracht actief deel te nemen aan de vergaderingen, die worden georganiseerd door het begeleidingscomité.
  De taak van het begeleidingscomité bestaat erin om :
  - de relaties en de overdracht van de gegevens tussen de verschillende diensten van de FOD VVVL en de crisiseenheid te vergemakkelijken;
  - over de stand van de werkzaamheden te waken;
  - het ondernomen onderzoek te coördineren met elk ander onderzoek betreffende een gelijkaardig en/of complementair onderwerp.
  Met dat doel worden er regelmatig vergaderingen met het overlegcomité georganiseerd.
  Het overlegcomité is samengesteld uit de leden van het begeleidingscomité en een afvaardiging (d.i. minstens de projectverantwoordelijke) van elke crisiseenheid. Dit overlegcomité kan worden aangevuld met experts ter zake.
Art. 3. § 1er. Le comité d'accompagnement est composé de membres du service des soins de santé psychosociaux du SPF SPSCAE, et particulièrement la Cellule Drogues et les responsables du projet pilote Unités de crise du SPF SPSCAE.
  § 2. Le Centre hospitalier régional de Namur s'engage à désigner un responsable de projet. Il aura pour mission, entre autres, de participer activement aux réunions organisées par le comité d'accompagnement.
  Le rôle du comité d'accompagnement consiste à :
  - faciliter les relations et la transmission des renseignements entre les différents services du SPF SPSCAE et l'unité de crise;
  - surveiller l'état des travaux;
  - coordonner l'étude entreprise avec toute autre étude reprenant un sujet similaire et/ou complémentaire.
  Dans ce but, des réunions seront régulièrement organisées avec le comité de concertation.
  Le comité de concertation est constitué des membres du comité d'accompagnement et d'une délégation (c'est-à-dire au moins le responsable de projet) de chaque unité de crise. Ce comité de concertation peut être complété par des experts en la matière.
Art. 4. § 1. Het " Centre hospitalier régional de Namur " moet de fysieke en logistieke beveiliging van de hem meegedeelde gegevens waarborgen.
  § 2. Het " Centre hospitalier régional de Namur " staat alle eigendomsvermogens op de onderzoeksresultaten, programma's en software af aan de Belgische Staat.
Art. 4. § 1er Le Centre hospitalier régional de Namur est tenu d'assurer la sécurité physique et logistique des données qui lui seront communiquées.
  § 2. Le Centre hospitalier régional de Namur cède tous les droits patrimoniaux sur les résultats de recherche, les programmes et logiciels à l'Etat belge.
Art. 5. Specificaties van het pilootproject zijn :
  1° Naast de controle van de acute somatische situatie in de observatie-eenheid bestaat het finaal doel van dit specifieke zorgaanbod erin een behandeling van korte duur aan te bieden waarbij de crisissituatie, die plaatsvond naar aanleiding van een psychoactieve middelen gerelateerde stoornis, kan worden bijgestuurd teneinde een genezingsproces op gang te brengen. De voornaamste doelstellingen van de gespecialiseerde behandeling bestaan er in om, na een beperkte periode van intensieve behandeling van maximum vijf dagen (met de mogelijkheid tot maximum zes dagen, indien het verblijf een weekend of een officiële vakantiedag inhoudt) :
  a) de patiënt op zijn minst te stabiliseren,
  b) de patiënt, op basis van een overleg dat wordt georganiseerd door de case manager tijdens het verblijf van de patiënt in de eenheid, door te verwijzen naar ambulante of residentiële diensten na zijn vertrek uit de eenheid. De doelstelling van de case manager is dus de zorgcontinuïteit voor de patiënt te verzekeren, door de doorverwijzing van de patiënt voor te bereiden en zijn zorgtraject uit te tekenen.
  2° Dit project richt zich op patiënten die symptomen vertonen die het gevolg zijn van het gebruik van een psychoactief middel en die zich in een crisissituatie bevinden.
  3° Het project sluit de opname uit van patiënten die zich in een crisissituatie bevinden die niet veroorzaakt is door het gebruik van een psychoactief middel.
  4° De crisiseenheid zal volledig geïntegreerd worden in het regionaal netwerk voor personen met een middelengerelateerde stoornis.
  5° De programma's en de organisatie strekken ertoe de levenskwaliteit van zowel de patiënten als de werknemers te verbeteren. Bovendien zal de crisiseenheid moeten toezien op een meer efficiënte en snellere doorverwijzing van de patiënt binnen een netwerk dat aangepast is aan zijn problematiek.
  6° Het " Centre hospitalier régional de Namur " verbindt zich ertoe om samen te werken met de instellingen waarmee samenwerkingsakkoorden werden afgesloten. Van dit samenwerkingsverband kunnen de hiernavolgende instellingen en diensten deel uitmaken : de algemene ziekenhuizen die over een dienst neuropsychiatrie beschikken, de psychiatrische ziekenhuizen, de psychiatrische verzorgingstehuizen, de diensten of centra voor geestelijke gezondheidszorg en de diensten beschut wonen. Het " Centre hospitalier régional de Namur " zal eveneens samenwerken met voorzieningen met een RIZIV-conventie, die tot opdracht hebben een aanbod binnen de geestelijke gezondheidszorg te organiseren, meer specifiek een instelling die zorg verstrekt aan patiënten met middelengerelateerde stoornissen.
  7° Tevens zal er overleg gepleegd worden met andere hulpverleners dan deze van de instellingen en diensten die relevant zijn voor deze doelgroep, met name :
  de vertegenwoordigers van erkende en geïntegreerde diensten voor thuiszorg, ziekenfondsen, patiëntenorganisaties met rechtspersoonlijkheid en organisaties met rechtspersoonlijkheid voor familieleden van patiënten.
  8° De instelling zal streven naar een maximale bezetting van de bedden. De bezettingsgraad moet minstens 75 % bedragen. Er moeten, op jaarbasis, minimum 200 patiënten, met minimaal één overnachting, opgenomen worden.
  Op architectonisch vlak moet de crisiseenheid :
  a. een eenheid zijn van exact vier bedden (afkomstig van voorheen erkende en bestaande A of D-bedden) waarbij voor elke patiënt in een individuele kamer wordt voorzien;
  b. afgescheiden zijn, maar tevens niet te ver gelokaliseerd zijn van het observatielokaal dat deel uitmaakt van de functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " zoals beschreven in het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " moet voldoen om erkend te worden. Dit moet toelaten in noodzakelijke gevallen op deze dienst beroep te kunnen doen;
  c. beschikken over een ontvangst- en raadpleginglokaal, over voldoende sanitaire uitrusting en een intern systeem voor veiligheid, alarm en monitoring. De eventuele bouw- en inrichtingskosten zijn niet ten laste van dit project.
  9° De opvang in de crisiseenheid zal zolang duren als nodig om de vooropgestelde doelstellingen te verwezenlijken, maar moet zich beperken tot maximaal vijf dagen (met de mogelijkheid tot maximaal zes dagen indien het verblijf een weekend of een officiële vakantiedag inhoudt).
  1/ De organisatie van de crisiseenheid moet opgevat worden als een behandelingsprogramma van beperkte duur met als doel de patiënt door te verwijzen naar andere ambulante of residentiële diensten (om de zorgcontinuïteit te waarborgen).
  2/ De zorgcontinuïteit voor de patiënt wordt verzekerd op basis van een overleg, dat wordt georganiseerd door de case manager. De doelstelling van deze case manager is de voorbereiding van de doorverwijzing van de patiënt en het uitwerken van zijn zorgtraject. De case manager zal waken over de zorgcontinuïteit voor een zo groot mogelijk aantal patiënten, desgevallend in de eerste plaats voor deze patiënten die de grootste behoefte hebben aan een voorbereiding van een doorverwijzing naar residentiële of ambulante diensten na het vertrek uit de crisiseenheid.
  3/ De patiënt betaalt geen enkel bijkomend ereloon.
  4/ Wat de omkadering voor de bedden betreft :
  a. De personeelsequipe van de crisiseenheid zal zowel de psychologische en psychiatrische ondersteuning van de patiënten verzekeren alsook een permanente en flexibele functie (24 u./24) binnen de crisiseenheid.
  b. De crisiseenheid van vier bedden moet worden omkaderd door exact 11 VTE :
  - 2 VTE psychologen;
  - 9 VTE niveau A1 waarvan minimum 1 VTE case manager. De voor deze functie aangeworven persoon beschikt over een voldoende ervaring (minstens drie jaar) wat betreft de hulpverlening aan personen met een psychoactieve middelen gerelateerde stoornis. De resterende VTE A1 staan in voor de permanentie binnen de eenheid.
  Elke VTE mag maximum verdeeld worden over twee personen, waarbij men geen personeel voor minder dan 50 % VTE tewerkstelt in het kader van dit project.
  De 11 VTE worden gefinancierd op volgende wijze :
  - 8,8 VTE, in geval van A-bedden, of 9,3 VTE, in geval van D-bedden, worden gefinancierd door dit besluit.
  - 2,2 VTE worden gefinancierd in het kader van de bestaande erkenning van 4 A-bedden of 1,7 VTE worden gefinancierd in het kader van de bestaande erkenning van 4 D-bedden.
  c. Voorts doet men een beroep op een psychiater verbonden aan de A-dienst van de instelling.
  d. Om de sociale problemen van de patiënten op te lossen, zal er beroep gedaan worden op de sociale dienst van de instelling.
  e. De programma's en de organisatie van de crisiseenheid moeten het personeel een voldoende geruststellend kader aanbieden opdat een therapeutische relatie tot stand kan worden gebracht en het personeel op lange termijn in de crisiseenheid kan blijven werken.
  f. De verbetering van de deskundigheid en de intervisie van het personeel zijn waarborgen voor welslagen. Het aangeworven personeel moet deskundig en opgeleid zijn om de patiënten van de doelgroep te kunnen opvangen. De opleidingskosten voor het personeel vallen niet ten laste van dit project.
  10° Een kritische evaluatie van de activiteiten en de resultaten zal regelmatig worden uitgevoerd door enerzijds een wetenschappelijk evaluatieteam, afgevaardigd door de Cel Drugs, Dienst Psychosociale Gezondheidszorg, FOD VVVL, en anderzijds het begeleidingscomité, desgevallend aangevuld met deskundigen die hiervoor zullen aangesteld worden. De instelling neemt actief deel aan het evaluatieprotocol van het evaluatieteam van de Cel Drugs en ondersteunt haar werkzaamheden. Het evaluatieteam kan steeds een beroep doen op de instelling voor het verkrijgen van bijkomende gegevens.
  11° Het definitief activiteitenrapport omvat minstens de volgende punten (eventueel te wijzigen door het Directoraat-generaal Organisatie van de Gezondheidszorgvoorzieningen, FOD VVVL) :
  a. een beschrijving van de filosofie en de doelstellingen van het project, en een beschrijving en argumentering van eventuele wijzingen hiervan in de loop van het project;
  b. een beschrijving en auto-evaluatie van de opvangprocedures (behandelingsprotocollen) die werden gehanteerd, en een beschrijving en argumentering van de eventuele wijzigingen die hierin werden aangebracht in de loop van het project;
  c. een beschrijving en auto-evaluatie van de werkmethodiek van de case manager, en een beschrijving en argumentering van de eventuele wijzigingen die hierin werden aangebracht in de loop van het project;
  d. een overzicht van bijgewoonde congressen, vormingen, opleidingen,...;
  e. een beschrijving van de manier waarop de eenheid zich intern (in de instelling) en eventueel extern (onder andere naar andere instellingen) bekend maakt;
  f. een gedetailleerde beschrijving van het aan de crisiseenheid verbonden personeel, met minstens volgende punten :
  - opleiding
  - soort overeenkomst
  - anciënniteit
  - relevante kwalificaties;
  g. een financiële balans : personeels- en andere kosten gedaan in het kader van dit project;
  h. beleidsaanbevelingen;
  i. een samenvatting van bovenstaande punten;
  j. het definitieve activiteitenrapport, en de resultaten mogen niet worden gepubliceerd of verspreid;
  k. nadat de bevoegde dienst kennis heeft genomen van het rapport kan er eventueel toestemming worden gegeven voor een gehele of gedeeltelijke publicatie of verspreiding.
Art. 5. Les spécifications du projet pilote sont :
  1° Après le contrôle de la situation somatique aigüe dans l'unité d'observation, l'objectif final de cette offre spécifique de soins est de pouvoir offrir un traitement de courte durée durant lequel la situation de crise apparue suite à une problématique liée aux substances psychoactives, puisse être travaillée pour enclencher un processus de guérison. Les objectifs principaux du traitement spécialisé sont que suite à une période limitée de traitement intensif de cinq jours maximum (avec la possibilité de rester six jours si le séjour comprend un week-end ou un jour férié) :
  a) le patient soit au minimum stabilisé,
  b) il soit, sur base d'une concertation organisée par le case manager pendant le séjour du patient dans l'unité de crise, référé à d'autres services ambulatoires ou résidentiels après son départ de l'unité de crise. L'objectif du case manager est donc d'assurer la continuité des soins du patient, ceci par la préparation de l'orientation du patient et par l'élaboration de son trajet de soin.
  2° Le projet s'adresse à des patients ayant manifesté des symptômes clairement déterminés suite à l'utilisation d'une substance psychoactive et se trouvant en situation de crise.
  3° Le projet exclut toute prise en charge des patients présentant une crise qui ne serait pas liée à un abus de substances psychoactives.
  4° Cette Unité de crise sera complètement intégrée dans le réseau de soins régional pour personnes ayant une problématique liée aux substances psychoactives.
  5° Les programmes et l'organisation viseront à améliorer la qualité de vie tant des patients que des travailleurs. En outre, l'unité de crise devra veiller à orienter le patient d'une manière plus efficace et rapide au sein d'un réseau de soins adapté à la problématique du patient.
  6° Le Centre hospitalier régional de Namur s'engage à collaborer avec les institutions avec lesquelles des accords de collaboration ont été signés. Les établissements et les services suivants peuvent faire partie de cette association : les hôpitaux généraux qui disposent d'un service de neuropsychiatrie, les hôpitaux psychiatriques, les maisons de soins psychiatriques, les services ou les centres de soins de santé mentale et les services d'habitation protégée. Le Centre hospitalier régional de Namur pourra également collaborer avec des institutions, ayant conclu une convention INAMI, qui ont pour mission d'organiser une offre spécifique dans le cadre des soins de santé mentale, plus spécifiquement des institutions qui dispensent des soins aux patients présentant des troubles liés aux substances.
  7° Une concertation aura également lieu avec d'autres intervenants que ceux des institutions et des services qui sont pertinents pour ce groupe cible, à savoir :
  les représentants des services de soins à domicile agréés et intégrés, des mutualités, des organisations de patients ayant une personnalité juridique et des organisations pour les membres de la famille des patients ayant une personnalité juridique.
  8° L'institution veillera à assurer un taux maximal d'occupation des lits. Le taux d'occupation doit s'élever à 75 % au minimum. L'institution doit, par an, accueillir au minimum 200 patients qui restent chacun au minimum une nuit.
  Sur le plan architectural, l'Unité de crise :
  a. sera une unité d'exactement quatre lits (provenant de lits A ou D, agréés et existant précédemment) dans laquelle est prévue une chambre individuelle pour chaque patient;
  b. sera distincte, mais localisée non loin du local pour l'observation qui fait partie de la fonction " soins urgents spécialisés " telle que décrite par l'arrêté royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles une fonction " soins urgents spécialisés " doit répondre pour être agréée, de sorte que, en cas de nécessité, on puisse faire appel à ce service;
  c. disposera d'un local d'accueil et de consultation, d'équipements sanitaires en suffisance et d'un système interne de sécurité, d'alarme et de monitoring. Les frais d'aménagement et de construction éventuels ne sont pas à charge de ce projet.
  9° La prise en charge dans cette Unité de crise durera le temps strictement nécessaire pour accomplir les objectifs fixés, sans toutefois excéder les cinq jours (avec la possibilité de rester six jours si le séjour comprend un week-end ou un jour férié).
  1/ Les programmes et l'organisation de l'unité de crise doivent être conçus comme des programmes à durée limitée dans le but de référer le patient à d'autres services ambulatoires ou résidentiels (pour garantir la continuité des soins).
  2/ La continuité des soins du patient est assurée sur base d'une concertation, organisée par le case manager. L'objectif du case manager est la préparation de l'orientation du patient et l'élaboration de son trajet de soin. Le case manager veillera à la continuité des soins du plus grand nombre de patients, et le cas échéant, en premier lieu des patients qui nécessitent le plus une préparation pour les référer à d'autres services ambulatoires ou résidentiels après leur départ de l'unité de crise.
  3/ Le patient ne paiera aucun frais d'honoraires complémentaire.
  4/ Du point de vue de l'encadrement pour les lits :
  a. L'équipe assignée à cette unité de crise assurera, entre autres, l'assistance psychiatrique et psychologique ainsi qu'une fonction permanente et flexible (24 h/24) à l'intérieur de l'unité de crise créée.
  b. Une unité de crise de quatre lits doit être encadrée par exactement 11 ETP :
  - 2 ETP psychologues;
  - 9 ETP A1 dont minimum 1 ETP case manager. La personne engagée pour cette fonction bénéficiera d'une solide expérience (au moins trois ans) dans l'aide aux personnes présentant des troubles liés aux substances psychoactives. Les autres ETP A1 garantissent la permanence dans l'unité.
  Chaque ETP peut être assuré par au maximum deux personnes. Dans le cadre de ce projet, tout membre du personnel doit donc travailler au minimum à mi-temps.
  Les 11 ETP seront financés comme suit :
  - 8,8 ETP en cas de lits A, ou 9,3 ETP, en cas de lits D, seront financés par cet arrêté.
  - 2,2 ETP seront financés dans le cadre de l'agrément de quatre lits A ou 1,7 ETP dans le cadre de l'agrément de quatre lits D.
  c. Il sera également fait appel à un psychiatre lié au service A de l'établissement.
  d. Afin de résoudre les problèmes sociaux des patients, il sera fait appel au service social de l'établissement.
  e. Les programmes et l'organisation de l'unité de crise devront offrir au personnel un cadre suffisamment sécurisant pour qu'une relation thérapeutique puisse s'établir et que le personnel puisse continuer à travailler à long terme dans cette unité.
  f. L'amélioration des compétences et l'intervision du personnel sont des gages de réussite. Le personnel engagé devra être compétent et formé pour prendre en charge les patients du groupe cible. Les frais de formation de ce personnel ne sont pas à charge de ce projet.
  10° Une évaluation critique des activités et des résultats sera régulièrement effectuée par, d'une part, une équipe scientifique d'évaluation, représentée par la Cellule Drogues, Service des Soins de Santé Psychosociaux du SPF SPSCAE et d'autre part, le comité d'accompagnement complété le cas échéant par des experts qui y seront nommés. L'institution prend part activement au protocole d'évaluation de l'équipe d'évaluation de la Cellule Drogues et soutient ses activités. L'équipe d'évaluation peut toujours faire appel à l'institution pour obtenir des données supplémentaires.
  11° Le rapport d'activités définitif contiendra au minimum les points suivants (qui pourront éventuellement être modifiés par la Direction générale Organisation des établissements de soins, SPF SPSCAE) :
  a. une description de la philosophie et des objectifs du projet et une description et une argumentation des éventuelles modifications qui y ont été apportées en cours de projet;
  b. une description et une auto-évaluation des procédures d'accueil (protocoles de traitement) qui ont été suivies, et une description et une argumentation des éventuelles modifications qui y ont été apportées en cours de projet;
  c. une description et une auto-évaluation de la méthodologie de travail du case manager, et une description et une argumentation des éventuelles modifications qui y ont été apportées en cours de projet;
  d. un aperçu de la présence aux congrès, formations,...;
  e. une description de la manière dont l'unité se fait connaître sur le plan interne (au sein de l'institution) et éventuellement sur le plan externe (notamment vis-à-vis d'autres institutions);
  f. une description détaillée du personnel affecté à l'unité, reprenant au moins les points suivants :
  - formation
  - type de contrat
  - ancienneté
  - qualifications pertinentes;
  g. un bilan financier : frais de personnel et autres engagés dans le cadre de ce projet;
  h. des recommandations stratégiques;
  i. un résumé des points ci-dessus;
  j. le rapport d'activités définitif ainsi que les résultats, ne peuvent être publiés ni diffusés;
  k. après que le service compétent ait pris connaissance du rapport, une autorisation pourra éventuellement être accordée en vue d'une publication ou diffusion totale ou partielle.
Art. 6. De minister bevoegd voor Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Le ministre qui a la Santé publique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Gegeven te Brussel, 23 mei 2013.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
  Mevr. L. ONKELINX
  Donné à Bruxelles, le 23 mai 2013.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
  Mme L. ONKELINX