Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 FEBRUARI 2013. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 122 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen en tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de gelijkgestelde perioden
Titre
27 FEVRIER 2013. - Arrêté royal portant exécution de l'article 122 de la loi du 28 décembre 2011 portant des dispositions diverses et modifiant diverses dispositions en matière de périodes assimilées
Dokumentinformationen
Numac: 2013022110
Datum: 2013-02-27
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2013022110
Date: 2013-02-27
Moniteur: Voir
Tekst (12)
Texte (12)
Artikel 1. Artikel 24bis van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 november 2006, wordt aangevuld met de punten 6, 7, 8 en 9, luidende :
  " 6. Voor de toepassing van artikel 34, § 1, A, 1° wordt, in afwijking van punt 1, het fictief loon dat betrekking heeft op de derde vergoedingsperiode bedoeld bij artikel 1, 1° van het koninklijk besluit van 24 september 2012 tot uitvoering van artikel 123 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen beperkt tot het loon bedoeld bij artikel 8, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 23 december 1996.
  De in het vorige lid bedoelde beperking is niet van toepassing :
  1° als deze derde vergoedingsperiode betrekking heeft op personen die op 1 november 2012 de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt en zich op deze datum reeds in deze vergoedingsperiode bevinden;
  2° op het deel van de derde vergoedingsperiode gelegen na de 55e verjaardag, als de eerste vergoedingsperiode, gedefinieerd in de bijlage bij artikel 114, § 1, tweede lid van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, ten vroegste in het jaar van de 50e verjaardag begint.
  Dit punt 6 is van toepassing op de kalenderjaren na 31 december 2011.
  7. Voor de toepassing van artikel 34, § 1, A, 4° wordt, in afwijking van punt 1, het fictief loon dat betrekking heeft op perioden van brugpensioen of van werkloosheid met bedrijfstoeslag beperkt tot het loon bedoeld bij artikel 8, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 23 december 1996. Deze beperking geldt tot en met de maand van de 59e verjaardag van de begunstigde.
  De in het vorige lid bedoelde beperking is niet van toepassing op de perioden van brugpensioen of van werkloosheid met bedrijfstoeslag bedoeld in :
  1° het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen;
  2° hoofdstuk VII van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag;
  3° artikel 3, §§ 1, 3, 6 en 7 van het voormeld koninklijk besluit van 3 mei 2007.
  De in het eerste lid bedoelde beperking is evenmin van toepassing op de personen die vóór 28 november 2011 ontslagen werden om onder het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag te vallen en op de personen die zich, op 28 november 2011, al onder het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag bevonden.
  Dit punt 7 is van toepassing op de kalenderjaren na 31 december 2011.
  8. Voor de toepassing van artikel 34, § 1, A, 1° wordt, in afwijking van punt 1, het fictief loon dat betrekking heeft op de perioden tijdens dewelke aan de werknemer de aanvullende vergoedingen op sociale uitkeringen bedoeld in artikel 114, 3°, a) van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen worden uitbetaald, beperkt tot het loon bedoeld bij artikel 8, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 23 december 1996. Deze beperking geldt tot en met de maand van de 59e verjaardag van de begunstigde.
  Dit punt 8 is van toepassing op de kalenderjaren na 31 december 2011.
  9. Voor de toepassing van artikel 34, § 1, O, wordt, in afwijking van punt 1, het fictief loon beperkt tot het loon bedoeld bij artikel 8, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 23 december 1996.
  De in het vorige lid bedoelde beperking is niet van toepassing op :
  1° de gelijkgestelde dagen geregistreerd in tijdskrediet of loopbaanonderbreking voor de personen bedoeld in artikel 124, 2° en 3° van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen;
  2° de gelijkgestelde dagen gelegen in perioden van tijdskrediet toegekend in geval van een bedrijf in moeilijkheden of herstructurering zoals bedoeld in artikel 6, § 7 van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking;
  3° de gelijkgestelde dagen gelegen in perioden van tijdskrediet toegekend aan de werknemers die actief zijn geweest in een zwaar beroep zoals gedefinieerd in artikel 6, §§ 5 en 6, eerste lid, 1°, van het voormelde koninklijk besluit van 12 december 2001;
  4° de gelijkgestelde dagen gelegen in perioden van loopbaanonderbreking toegekend aan de werknemers die actief zijn geweest in een zwaar beroep zoals gedefinieerd in artikel 8, §§ 3 en 4, eerste lid, eerste streep van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen;
  5° 312 gelijkgestelde dagen in voorliggend geval verminderd met de gelijkgestelde dagen voor welke de werknemer, na 31 december 2011, van de bepalingen van artikel 4 § 3 van het voormeld koninklijk besluit van 12 december 2001 geniet;
  6° de gelijkgestelde dagen waarvan de werknemer nog kan genieten na toepassing van de beperkingsregels voorzien in artikel 34, § 1, N;
  7° de eerste 312 gelijkgestelde dagen die vallen onder de toepassing van artikel 34, § 1, O, en die volgen op de maand van de 60e verjaardag.
  Dit punt 9 is van toepassing op de kalenderjaren na 31 december 2011. " .
Article 1er. L'article 24bis de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 13 novembre 2006, est complété par les points 6, 7, 8 et 9, rédigés comme suit :
  " 6. Par dérogation au point 1, pour l'application de l'article 34, § 1er, A, 1°, le salaire fictif relatif à la troisième période d'indemnisation visée à l'article 1er, 1° de l'arrêté royal du 24 septembre 2012 portant exécution de l'article 123 de la loi du 28 décembre 2011 portant des dispositions diverses est limité au salaire visé à l'article 8, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 23 décembre 1996.
  La limitation visée à l'alinéa précédent n'est pas d'application :
  1° lorsque cette troisième période d'indemnisation concerne des personnes qui ont atteint l'âge de 55 ans au 1er novembre 2012 et se trouvent déjà à cette date dans cette période d'indemnisation;
  2° à la partie de la troisième période d'indemnisation située après le 55e anniversaire, lorsque la première période d'indemnisation, définie dans l'annexe à l'article 114, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, débute au plus tôt l'année du 50e anniversaire.
  Ce point 6 est applicable aux années civiles postérieures au 31 décembre 2011.
  7. Par dérogation au point 1, pour l'application de l'article 34, § 1er, A, 4°, le salaire fictif relatif aux périodes de prépension ou de chômage avec complément d'entreprise est limité au salaire visé à l'article 8, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 23 décembre 1996. Cette limitation vaut jusque et y compris le mois du 59e anniversaire du bénéficiaire.
  La limitation visée à l'alinéa précédent n'est pas d'application aux périodes de prépension ou de chômage avec complément d'entreprise visées :
  1° par l'arrêté royal du 7 décembre 1992 relatif à l'octroi d'allocations de chômage en cas de prépension conventionnelle;
  2° au Chapitre VII de l'arrêté royal du 3 mai 2007 fixant le régime de chômage avec complément d'entreprise;
  3° à l'article 3, §§ 1er, 3, 6 et 7 de l'arrêté royal du 3 mai 2007 précité.
  La limitation visée à l'alinéa 1er n'est pas non plus applicable aux personnes qui, avant le 28 novembre 2011, ont été licenciées en vue de tomber sous le régime de chômage avec complément d'entreprise ni aux personnes qui, au 28 novembre 2011, relevaient déjà du régime de chômage avec complément d'entreprise.
  Ce point 7 est applicable aux années civiles postérieures au 31 décembre 2011.
  8. Par dérogation au point 1, pour l'application de l'article 34, § 1er, A, 1°, le salaire fictif relatif aux périodes durant lesquelles sont payées au travailleur les indemnités complémentaires aux allocations sociales visées à l'article 114, 3°, a), de la loi du 27 décembre 2006 portant dispositions diverses est limité au salaire visé à l'article 8, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 23 décembre 1996. Cette limitation vaut jusque et y compris le mois du 59e anniversaire du bénéficiaire.
  Ce point 8 est applicable aux années civiles postérieures au 31 décembre 2011.
  9. Par dérogation au point 1, pour l'application de l'article 34, § 1er, O, le salaire fictif est limité au salaire visé à l'article 8, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 23 décembre 1996.
  La limitation visée à l'alinéa précédent n'est pas d'application :
  1° aux journées assimilées enregistrées en crédit-temps ou interruption de carrière pour les personnes visées à l'article 124, 2° et 3° de la loi du 28 décembre 2011 portant dispositions diverses;
  2° aux journées assimilées situées dans des périodes de crédit-temps attribuées dans le cas d'une entreprise en difficulté ou en restructuration telle que visée à l'article 6, § 7 de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 pris en exécution du chapitre IV de la loi du 10 août 2001 relative à la conciliation entre l'emploi et la qualité de vie concernant le système de crédit-temps, la diminution de carrière et la réduction des prestations de travail à mi-temps;
  3° aux journées assimilées situées dans les périodes de crédit-temps attribuées aux travailleurs ayant effectué un métier lourd tel que défini à l'article 6, §§ 5 et 6, alinéa 1er, 1°, de l'arrêté royal précité du 12 décembre 2001;
  4° aux journées assimilées situées dans les périodes d'interruption de carrière attribuées aux travailleurs ayant effectué un métier lourd tel que défini à l'article 8, §§ 3 et 4, alinéa 1er, premier tiret, de l'arrêté royal du 2 janvier 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption;
  5° à 312 journées assimilées diminuées le cas échéant des journées assimilées pour lesquelles le travailleur bénéficie, après le 31 décembre 2011, des dispositions de l'article 4, § 3 de l'arrêté royal précité du 12 décembre 2001;
  6° aux journées assimilées dont le travailleur peut encore bénéficier après application des règles limitatives prévues à l'article 34, § 1er, N;
  7° aux 312 premières journées assimilées qui relèvent de l'application de l'article 34, § 1er, O, et qui suivent le mois du 60e anniversaire.
  Ce point 9 est applicable aux années civiles postérieures au 31 décembre 2011. " .
Art. 2. In artikel 34, § 1, A, 4° van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 juni 2001, worden de woorden "de perioden van conventioneel brugpensioen en van halftijds brugpensioen" vervangen door de woorden "de perioden van conventioneel brugpensioen, van halftijds brugpensioen en van werkloosheid met bedrijfstoeslag. " .
Art. 2. Dans l'article 34, § 1er, A, 4° du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 10 juin 2001, les mots "les périodes de prépension conventionnelle et de prépension à mi-temps" sont remplacés par les mots "les périodes de prépension conventionnelle, de prépension à mi-temps et de chômage avec complément d'entreprise. " .
Art. 3. In artikel 34, § 1, N, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juni 2001, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden "behoudens de in het volgende lid vermelde gevallen," geschrapt;
  2° in het derde lid wordt de eerste zin die aanvangt met de woorden "De duur van de gelijkstelling" en eindigt met de woorden "wordt verlengd." vervangen als volgt :
  " In afwijking van het vorige lid, wordt de duur van de gelijkstelling voor de perioden van inactiviteit gelegen voor 1 januari 2012 verlengd, zonder dat ze in het totaal zestig maanden kan overschrijden : "
  3° een lid wordt tussen het vijfde en het zesde lid ingevoegd, luidende :
  " De bepalingen van het derde tot en met het vijfde lid zijn eveneens van toepassing op de perioden van loopbaanonderbreking die zich situeren na 31 december 2011 en die geregistreerd worden voor de personen bedoeld in artikel 124, 2° en 3° van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen. ";
  4° het vroegere zesde lid, dat het zevende lid wordt, wordt vervangen als volgt :
  " In geval van gedeeltelijke beroepsloopbaanonderbreking gelegen vóór 1 januari 2012, worden de in de vorige leden bedoelde perioden gelegen vóór 1 januari 2012 gespreid over verschillende kalenderjaren, en dit in verhouding tot de duur van de onderbreking van de loopbaan vergeleken met een volledige beroepsloopbaanonderbreking. ";
  5° het wordt aangevuld met drie leden, luidende :
  " In geval van gedeeltelijke loopbaanonderbreking gelegen na 31 december 2011, is de in het vorige lid bedoelde spreiding ook van toepassing op de perioden die zich situeren na 31 december 2011 en die geregistreerd worden voor de personen bedoeld in artikel 124, 2° en 3° van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen.
  In geval van gedeeltelijke beroepsloopbaanonderbreking gelegen na 31 december 2011 tijdens dewelke de voltijdse prestaties met 1/5e worden verminderd en die niet bedoeld wordt in het vorige lid, wordt de in het tweede lid bedoelde beperking tot twaalf maanden gespreid over verschillende kalenderjaren, en dit in verhouding tot de duur van de onderbreking van de beroepsloopbaan vergeleken met een volledige beroepsloopbaanonderbreking.
  In afwijking van het tweede lid wordt, in geval van gedeeltelijke loopbaanonderbreking gelegen na 31 december 2011 tijdens dewelke de prestaties met de helft worden verminderd en die niet bedoeld wordt in het achtste lid, de beperking tot twaalf maanden verlengd met ten hoogste twaalf maanden, indien tijdens deze vermindering de werknemer een verhoogd maandbedrag van de onderbrekingsuitkering heeft ontvangen zoals bedoeld in artikel 8, § 1, derde lid, D en vierde lid, D, van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen. " .
Art. 3. Dans l'article 34, § 1er, N, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 10 juin 2001, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots "sauf pour les cas visés à l'alinéa suivant" sont supprimés;
  2° dans l'alinéa 3, la première phrase commençant par les mots "Sans pouvoir" et finissant par les mots " est prolongée. " est remplacée par la phrase suivante :
  " Par dérogation à l'alinéa précédent, sans pouvoir, toutefois, dépasser un total de soixante mois, la durée de la période assimilée relative à des périodes d'inactivité antérieures au 1er janvier 2012, est prolongée : "
  3° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 5 et 6 :
  " Les dispositions des alinéas 3 à 5 sont également applicables aux périodes d'interruption de carrière qui se situent après le 31 décembre 2011 et qui sont enregistrées pour les personnes visées à l'article 124, 2° et 3° de la loi du 28 décembre 2011 portant dispositions diverses. ";
  4° l'alinéa 6 ancien, devenant l'alinéa 7, est remplacé par ce qui suit :
  " En cas d'interruption de carrière partielle située avant le 1er janvier 2012, les périodes visées aux alinéas précédents situées avant le 1er janvier 2012 sont réparties sur plusieurs années civiles, au prorata de la durée de l'interruption de la carrière par rapport à une interruption de carrière complète. ";
  5° il est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
  " En cas d'interruption de carrière partielle située après le 31 décembre 2011, la répartition visée à l'alinéa précédent est également d'application aux périodes qui se situent après le 31 décembre 2011 et qui sont enregistrées pour les personnes visées à l'article 124, 2° et 3° de la loi du 28 décembre 2011 portant dispositions diverses.
  En cas d'interruption de carrière partielle située après le 31 décembre 2011 durant laquelle les prestations à temps plein sont réduites de 1/5e, et qui n'est pas visée à l'alinéa précédent, la limitation à douze mois visée à l'alinéa 2 est répartie sur plusieurs années civiles, au prorata de la durée de l'interruption de la carrière par rapport à une interruption de carrière complète.
  Par dérogation à l'alinéa 2, en cas d'interruption de carrière partielle postérieure au 31 décembre 2011 durant laquelle les prestations sont réduites à un mi-temps, et qui n'est pas visée par l'alinéa 8, la limitation à douze mois est prolongée de douze mois maximum si durant cette réduction, le travailleur a perçu un montant mensuel majoré d'allocation d'interruption tel que visé à l'article 8, § 1er, alinéa 3, D et alinéa 4, D, de l'arrêté royal du 2 janvier 1991 concernant l'octroi d'allocations d'interruption. " .
Art. 4. In artikel 34, § 1, Nbis, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 januari 2003, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 1° wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  " De gelijkstelling is beperkt tot twaalf maanden. ";
  2° de bepaling onder 1° wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " In afwijking van het tweede lid is de duur van de gelijkstelling beperkt tot zesendertig maanden :
  1° voor de perioden gelegen vóór 1 januari 2012, indien, bij collectieve arbeidsovereenkomst op sector- of ondernemingsniveau, de duur van het recht op tijdskrediet wordt opgetrokken;
  2° voor de perioden die zich situeren na 31 december 2011 en die geregistreerd worden voor de personen bedoeld in artikel 124, 2° en 3° van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen, indien, bij collectieve arbeidsovereenkomst op sector- of ondernemingsniveau, de duur van het recht op tijdskrediet wordt opgetrokken. ";
  3° de bepaling onder Nbis wordt aangevuld met de bepalingen onder 3°, 4° en 5° luidende :
  " 3° de perioden van inactiviteit wegens uitoefening van het recht op tijdskrediet zoals voorzien in artikel 3, § 1, 1° en 2° van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van 27 juni 2012 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen.
  4° de perioden van inactiviteit wegens uitoefening van het recht op loopbaanvermindering voorzien in artikel 3, § 1, 3° van de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103.
  5° de perioden van gemotiveerd tijdskrediet, zoals gedefinieerd in artikel 1, 2° van het koninklijk besluit van 24 september 2012 tot uitvoering van artikel 123 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen. " .
Art. 4. A l'article 34, § 1er, Nbis, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 21 janvier 2003, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le 1°, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " L'assimilation est limitée à douze mois. ";
  2° le 1° est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 2, la durée de l'assimilation est limitée à trente-six mois :
  1° pour les périodes antérieures au 1er janvier 2012, si, par convention collective de travail au niveau sectoriel ou de l'entreprise, la durée du droit au crédit-temps est relevée;
  2° pour les périodes qui se situent après le 31 décembre 2011 et qui sont enregistrées pour les personnes visées à l'article 124, 2° et 3° de la loi du 28 décembre 2011 portant dispositions diverses, si, par convention collective de travail au niveau sectoriel ou de l'entreprise, la durée du droit au crédit-temps est relevée. " ;
  3° le Nbis est complété par les 3°, 4° et 5°, rédigés comme suit :
  " 3° les périodes d'inactivité résultant de l'exercice du droit au crédit-temps prévu à l'article 3, § 1er, 1° et 2° de la convention collective de travail n° 103 du 27 juin 2012 instaurant un système de crédit-temps, de diminution de carrière et d'emplois de fin de carrière.
  4° les périodes d'inactivité résultant du droit à la diminution de carrière tel que prévu par l'article 3, § 1er, 3° de la convention collective de travail n° 103 précitée.
  5° les périodes de crédit-temps avec motif, telles que définies à l'article 1er, 2° de l'arrêté royal du 24 septembre 2012 portant exécution de l'article 123 de la loi du 28 décembre 2011 portant des dispositions diverses. " .
Art. 5. In artikel 34, § 1 van hetzelfde besluit wordt een punt Nter ingevoegd, luidende :
  " Nter. de perioden van thematisch verlof, zoals gedefinieerd in artikel 1, 3° van het koninklijk besluit van 24 september 2012 tot uitvoering van artikel 123 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen en de vierde maand ouderschapsverlof, opgenomen voor kinderen geboren of geadopteerd vóór 8 maart 2012, ongeacht of de werknemer recht had op een onderbrekingsuitkering. ".
Art. 5. Dans l'article 34, § 1er, du même arrêté est inséré un Nter rédigé comme suit :
  " Nter. les périodes de congés thématiques, telles que définies à l'article 1er, 3° de l'arrêté royal du 24 septembre 2012 portant exécution de l'article 123 de la loi du 28 décembre 2011 portant des dispositions diverses et le quatrième mois du congé parental, pris pour des enfants nés ou adoptés avant le 8 mars 2012, que le travailleur ait ou non droit à une allocation d'interruption. ".
Art. 6. In artikel 34, § 1, O, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 21 januari 2003, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "het koninklijk besluit van 14 maart 1996 betreffende de toekenning van onderbrekingsvergoedingen" worden vervangen door de woorden "het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen";
  2° de bepaling onder O wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De perioden van inactiviteit die een aanvang nemen vanaf 1 januari 2012 en vanaf de leeftijd voorzien, naar gelang het geval, in artikel 8, §§ 2 tot en met 4 van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen of in artikel 6, §§ 1, 2, 5, 6 en 7 van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, wegens uitoefening van het recht op loopbaanvermindering of vermindering van arbeidsprestaties als voorzien in artikel 9 van de in Nbis genoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis of wegens de uitoefening van het recht op loopbaanvermindering zoals voorzien in artikel 8 van de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 of gedurende dewelke de werknemer zijn arbeidsprestaties heeft verminderd overeenkomstig de in artikel 102 van de voornoemde herstelwet voorziene voorwaarden. ".
Art. 6. Dans l'article 34, § 1er, O, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 21 janvier 2003, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "l'arrêté royal du 14 mars 1996 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption" sont remplacés par les mots "l'arrêté royal du 2 janvier 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption";
  2° le O est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " Les périodes d'inactivité prenant cours à partir du 1er janvier 2012 et à partir de l'âge prévu, selon le cas, à l'article 8, §§ 2 à 4 de l'arrêté royal du 2 janvier 1991 relatif à l'octroi d'allocation d'interruption ou à l'article 6, §§ 1er, 2, 5, 6 et 7 de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 pris en exécution de chapitre IV de la loi du 10 août 2011 relative à la conciliation entre l'emploi et la qualité de vie concernant le système du crédit-temps, la diminution de carrière et la réduction des prestations de travail mi-temps, résultant de l'exercice du droit à la diminution de carrière ou à la réduction des prestations de travail, comme le prévoit l'article 9 de la convention collective de travail n° 77bis citée au Nbis ou résultant de l'exercice du droit à la diminution de carrière telle que visé à l'article 8 de la convention collective travail n° 103 précitée ou durant lesquelles le travailleur a réduit ses prestations conformément aux conditions prévues à l'article 102 de la loi de redressement précitée. ".
Art. 7. Het artikel 34, § 1, Q, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 maart 1997, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " Wordt gelijkgesteld met een deeltijdse werknemer die geniet van het bij de werkloosheidsreglementering voorziene statuut "deeltijdse werknemer met behoud van rechten", de rechthebbende op een voltijds conventioneel brugpensioen of een voltijds stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag die een deeltijdse arbeid als werknemer herneemt. ".
Art. 7. L'article 34, § 1er, Q, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 21 mars 1997, est complété par la phrase suivante :
  " Est assimilé au travailleur à temps partiel bénéficiant du statut de "travailleur à temps partiel avec maintien des droits" prévu par la réglementation chômage, le bénéficiaire d'une prépension conventionnelle à temps plein ou d'un régime de chômage avec complément d'entreprise à temps plein qui reprend un travail à temps partiel comme travailleur salarié. ".
Art. 8. In artikel 34, § 2, 4, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 januari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "N, Nbis en O" worden vervangen door de woorden "N, Nbis, Nter en O";
  2° het wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " In afwijking van het eerste lid wordt de in § 1, Nter, beoogde vierde maand ouderschapsverlof, opgenomen voor kinderen geboren of geadopteerd vóór 8 maart 2012, gelijkgesteld, ongeacht of de werknemer recht had op een onderbrekingsuitkering. ".
Art. 8. Dans l'article 34, § 2, 4, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 21 janvier 2003, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "N, Nbis et O" sont remplacés par les mots "N, Nbis, Nter et O";
  2° il est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, le quatrième mois du congé parental, visé par le § 1er, Nter, pris pour des enfants nés ou adoptés avant le 8 mars 2012, est assimilé que le travailleur ait ou non droit à une allocation d'interruption. ".
Art. 9. Het artikel 34, § 2, 6, a) van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 24 januari 2001, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " Hetzelfde geldt voor de rechthebbende op een voltijds conventioneel brugpensioen of een voltijds stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag die een deeltijdse arbeid als werknemer herneemt en die gelijkgesteld wordt met de deeltijdse werknemer met behoud van rechten. ".
Art. 9. L'article 34, § 2, 6, a), du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 24 janvier 2001, est complété par la phrase suivante :
  " Il en va de même pour le bénéficiaire d'une prépension conventionnelle à temps plein ou d'un régime de chômage avec complément d'entreprise à temps plein qui reprend un travail à temps partiel comme travailleur salarié et qui est assimilé au travailleur à temps partiel avec maintien des droits. ".
Art. 10. Dit besluit is van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2013 ingaan met uitzondering van de artikelen 7 en 9 die van toepassing zijn op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste zijn ingegaan op 1 januari 2007.
  Voor de toepassing van de artikelen 7 en 9, kan de gepensioneerde die al een definitieve beslissing inzake zijn pensioenrechten heeft ontvangen, bij de Rijksdienst voor Pensioenen een aanvraag tot herziening doen conform de bepalingen van hoofdstuk 2, afdelingen 2 en 3, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers.
  Deze aanvraag moet ingediend worden binnen een termijn van 6 maanden te rekenen vanaf de dag van de publicatie van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
  De nieuwe beslissing heeft uitwerking vanaf de ingangsdatum van de definitieve beslissing bedoeld in het tweede lid.
Art. 10. Le présent arrêté est applicable aux pensions qui prennent cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2013 à l'exception des articles 7 et 9 qui sont d'application aux pensions qui ont pris cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2007.
  Pour l'application des articles 7 et 9, le pensionné qui a déjà reçu une décision définitive concernant ses droits à pension peut introduire une demande en révision auprès de l'Office national des Pensions conformément aux dispositions du chapitre 2, sections 2 et 3, de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés.
  Cette demande doit être introduite dans un délai de 6 mois à compter du jour de la publication du présent arrêté au Moniteur belge.
  La nouvelle décision produit ses effets à la date de prise de cours de la décision définitive visée à l'alinéa 2.
Art. 11. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2012 met uitzondering van :
  1° artikel 4, 3°, voor wat betreft de punten 3° en 4° inzake de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van 27 juni 2012 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen, die ingevoegd worden in artikel 34, § 1, Nbis, van hetzelfde besluit die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2012;
  2° de artikelen 7 en 9 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2007.
Art. 11. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2012 à l'exception :
  1° de l'article 4, 3°, pour ce qui concerne les points 3° et 4° relatifs à la convention collective de travail n° 103 du 27 juin 2012 instaurant un système de crédit-temps, de diminution de carrière et d'emplois de fin de carrière qui sont insérés dans l'article 34, § 1er, Nbis, du même arrêté qui produisent leurs effets le 1er septembre 2012;
  2° des articles 7 et 9 qui produisent leurs effets le 1er janvier 2007.
Art. 12. De minister bevoegd voor Pensioenen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Le ministre qui a les Pensions dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Gegeven te Brussel, 27 februari 2013.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Pensioenen,
  A. DE CROO
  Donné à Bruxelles, le 27 février 2013.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre des Pensions,
  A. DE CROO