Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 JUNI 2013. - Wet tot wijziging van de wet van 26 januari 2006 betreffende de aanhouding van een verplichte voorraad aardolie en aardolieproducten en de oprichting van een agentschap voor het beheer van een deel van deze voorraad en tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
Titre
13 JUIN 2013. - Loi modifiant la loi du 26 janvier 2006 relative à la détention des stocks obligatoires de pétrole et des produits pétroliers et à la création d'une agence pour la gestion d'une partie de ces stocks et modifiant la loi du 10 juin 1997 relative au régime général, à la détention, à la circulation et aux contrôles des produits soumis à accises
Dokumentinformationen
Numac: 2013011303
Datum: 2013-06-13
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2013011303
Date: 2013-06-13
Moniteur: Voir
Tekst (29)
Texte (29)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
  Zij heeft tot doel de Europese Richtlijn 2009/119/EG van de Raad van 14 september 2009 houdende verplichting van de lidstaten om minimumvoorraden ruwe aardolie en/of aardolieproducten in opslag te houden, om te zetten.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
  Elle a pour but de transposer la Directive européenne 2009/119/CE du Conseil du 14 septembre 2009 faisant obligation aux Etats membres de maintenir un niveau minimal de stocks de pétrole brut et/ou de produits pétroliers.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 26 januari 2006 betreffende de aanhouding van een verplichte voorraad aardolie en aardolieproducten en de oprichting van een agentschap voor het beheer van een deel van deze voorraad en tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 26 janvier 2006 relatif à la détention des stocks obligatoires de pétrole et des produits pétroliers et à la création d'une agence pour la gestion d'une partie de ces stocks et modifiant la loi du 10 juin 1997 relative au régime général, à la détention, à la circulation et aux contrôles des produits soumis à accises
Art. 2. Artikel 1 van de wet van 26 januari 2006 betreffende de aanhouding van een verplichte voorraad aardolie en aardolieproducten en de oprichting van een agentschap voor het beheer van een deel van deze voorraad en tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop wordt vervangen als volgt :
  " Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. Zij voorziet in de omzetting van de Richtlijn 2009/119/EG van de Raad van 14 september 2009 houdende verplichting van de lidstaten om minimumvoorraden ruwe aardolie en/of aardolieproducten in opslag te houden. "
Art. 2. L'article 1er de la loi du 26 janvier 2006 relatif à la détention des stocks obligatoires de pétrole et des produits pétroliers et à la création d'une agence pour la gestion d'une partie de ces stocks et modifiant la loi du 10 juin 1997 relative au régime général, à la détention, à la circulation et aux contrôles des produits soumis à accises est remplacé par ce qui suit :
  " Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution. Elle transpose la Directive 2009/119/CE du Conseil du 14 septembre 2009 faisant obligation aux Etats membres de maintenir un niveau minimal de stocks de pétrole brut et/ou de produits pétroliers. "
Art. 3. In artikel 2 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepalingen onder 4°, 5°, 6°, 7°, 10°, 11°, 12° en 14° worden vervangen als volgt :
  " 4° " verplichte voorraden " : de door België aan te houden voorraden ruwe aardolie en/of aardolieproducten om aan de internationale verplichtingen tot het aanhouden van een minimumvoorraad ruwe aardolie en/of aardolieproducten, voortvloeiend uit de Richtlijn 2009/119/EG en de Overeenkomst inzake een internationaal energieprogramma, te voldoen;
  5° " Richtlijn 2009/119/EG " : de Richtlijn 2009/119/EG van de Raad van 14 september 2009 houdende verplichting van de lidstaten om minimumvoorraden ruwe aardolie en/of aardolieproducten in opslag te houden;
  6° " de Overeenkomst inzake een internationaal energieprogramma " : de Overeenkomst inzake een internationaal energieprogramma, bekrachtigd door de wet van 13 juli 1976 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake een internationaal energieprogramma, en van de Bijlage, opgemaakt te Parijs op 18 november 1974, gewijzigd door de wet van 20 juli 2006;
  7° " bevoorradingscrisis " : een vermindering van de olievoorziening, zoals bedoeld in de artikelen 13, 14 en 17 van de Overeenkomst inzake een internationaal energieprogramma, of als dusdanig erkend door een unanieme beslissing van de Raad van Bestuur van het Internationaal Energie Agentschap of door de Europese Commissie op basis van de bevindingen van de Coördinatiegroep, of een situatie die een zodanige daling in de aanvoer van ruwe aardolie en/of aardolieproducten met zich meebrengt dat het aanbod niet meer in de normale behoeften kan voorzien en die bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad wordt erkend als zijnde een bevoorradingscrisis;
  10° " uitslag tot verbruik " : de hoeveelheid aardolieproducten die in verbruik wordt gesteld in de betekenis van de artikelen 6, 35, 36 en 37 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen, met inbegrip van de hoeveelheden die geleverd worden aan de internationale luchtvaart;
  11° " intergouvernementele overeenkomst " : overeenkomst tussen België en een andere lidstaat van het Internationaal Energie Agentschap waarin gestipuleerd wordt dat geen van de landen de transfert van de veiligheidsvoorraden van het andere land in geval van een bevoorradingscrisis zal belemmeren zoals bedoeld in artikel 3 van de Bijlage bij de Overeenkomst inzake een Internationaal Energie programma;
  12° " referentiejaar " : het kalenderjaar waarvan de verbruiks- of netto-invoercijfers worden gebruikt in de berekeningen waarmee zowel de op enig moment aan te houden voorraden als de werkelijk in opslag gehouden voorraden worden vastgesteld;
  14° " ter beschikking gestelde voorraden " of " ter beschikking gestelde hoeveelheden " : de voorraden ruwe aardolie, halffabricaten van aardolie en aardolieproducten, eigendom van de ter beschikking stellende onderneming of instantie, die voor een bepaalde periode voor APETRA of een andere centrale entiteit voor de voorraadvorming gereserveerd zijn met aankooprecht in geval tijdens die periode een bevoorradingscrisis uitbreekt; "
  2° het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 20° tot en met 30°, luidende :
  " 20° " Verordening (EG) nr. 1099/2008 " : Verordening (EG) nr. 1099/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende energiestatistieken;
  21° " bunkervoorraden voor de internationale zeescheepvaart " : de voorraden zoals gedefinieerd in bijlage A, punt 2.1, van de Verordening (EG) nr. 1099/2008;
  22° " Centrale entiteit voor de voorraadvorming (centrale entiteit) " : de instelling of dienst waaraan de bevoegdheid wordt gegeven om te handelen met het oog op het kopen, in stand houden en verkopen van olievoorraden, met inbegrip van veiligheidsvoorraden en speciale voorraden;
  23° " binnenlands verbruik " : het overeenkomstig bijlage II van deze wet berekende totaal van alle in een land geleverde hoeveelheden voor alle energie- en niet-energiedoeleinden; in dit totaal zijn begrepen de leveringen aan de omzettingssector, de industrie, de vervoersector, de huishoudens en andere sectoren met het oog op " eindverbruik "; dit totaal omvat ook het eigen verbruik van de energiesector zelf (met uitzondering van het verbruik van raffinaderijbrandstof);
  24° " sleutelproducten " : de aardolieproducten waarvan het aardolie-equivalent van het binnenlands verbruik, voor het referentiejaar, ten minste 75 procent bedraagt van het totale binnenlands verbruik.
  Het aardolie-equivalent als bedoeld in het eerste lid wordt berekend door de som van het aggregaat " waargenomen bruto binnenlandse leveringen ", in de zin van punt 3.2.1 van bijlage C van de Verordening (EG) nr. 1099/2008, voor de producten van de gebruikte of betrokken categorieën, te vermenigvuldigen met een factor 1,2. Bunkervoorraden van de internationale zeescheepvaart worden niet meegerekend.
  De sleutelproducten bestaan uitsluitend uit producten van een of meer van de volgende categorieën, zoals gedefinieerd in bijlage B, punt 4, van de Verordening (EG) nr. 1099/2008 :
  - ethaan,
  - LPG,
  - motorbenzine,
  - vliegtuigbenzine,
  - reactiemotorbrandstof van het benzinetype (reactiemotorbrandstof van het naftatype of JP4),
  - reactiemotorbrandstof van het kerosinetype,
  - lamppetroleum,
  - gasolie/diesel (gedistilleerde stookolie),
  - stookolie,
  - white spirit en speciale benzinesoorten,
  - smeermiddelen,
  - bitumen,
  - paraffine en
  - petroleumcoke;
  25° " veiligheidsvoorraden " : alle voorraden ruwe aardolie en/of aardolieproducten die een lidstaat of zijn centrale entiteit en/of zijn ondernemingen beheert ter naleving van de Richtlijn 2009/119/EG;
  26° " speciale voorraden " : de voorraden sleutelproducten die eigendom zijn van de lidstaat of de door de lidstaat ingestelde centrale entiteit, en waarbij er voor elk sleutelproduct eenzelfde minimum aantal verbruikersdagen voorraden dient te worden aangehouden. De speciale voorraden worden op het grondgebied van de Gemeenschap aangehouden;
  27° " taken van beheer " : de taken betreffende het beheer van veiligheidsvoorraden en, met uitzondering van verkoop of aankoop, van speciale voorraden;
  28° " biobrandstof " : voor vervoer bestemde vloeibare of gasvormige brandstof gemaakt uit biomassa, waarbij onder " biomassa " wordt verstaan het biologisch afbreekbare deel van producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw (met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen), de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede het biologisch afbreekbare deel van industrieel en huishoudelijk afval;
  29° " toevoegingen " : andere stoffen dan koolwaterstoffen die aan een product worden toegevoegd of erdoor worden gemengd om de eigenschappen ervan te veranderen;
  30° " handelsvoorraden " : de olievoorraden van geregistreerde aardoliemaatschappijen die niet krachtens een in deze wet vervatte verplichting worden aangehouden. "
Art. 3. Dans l'article 2 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les 4°, 5°, 6°, 7°, 10°, 11°, 12° et 14° sont remplacés par ce qui suit :
  " 4° " stocks obligatoires " : les stocks de pétrole brut et/ou de produits pétroliers à détenir par la Belgique afin de répondre aux obligations internationales en ce qui concerne la détention d'un niveau minimal de stocks de pétrole brut et/ou de produits pétroliers, résultant de la " Directive 2009/119/CE " et de l'Accord relatif à un programme international de l'énergie;
  5° " Directive 2009/119/CE " : la Directive 2009/119/CE du Conseil du 14 septembre 2009 faisant obligation aux Etats membres de maintenir un niveau minimal de stocks de pétrole brut et/ou de produits pétroliers;
  6° " l'Accord relatif à un programme international de l'énergie " : l'Accord relatif à un programme international de l'énergie, sanctionné par la loi du 13 juillet 1976 portant approbation de l'Accord relatif à un programme international de l'énergie, et de l'Annexe, faits à Paris le 18 novembre 1974, modifiée par la loi du 20 juillet 2006;
  7° " crise d'approvisionnement " : une réduction de l'approvisionnement pétrolier visée aux articles 13, 14 et 17 de l'Accord relatif à un programme international de l'énergie, ou reconnue comme telle par une décision unanime du Conseil d'Administration de l'Agence internationale de l'Energie ou par la Commission européenne sur base des résultats du Groupe de coordination, ou une situation qui entraîne une telle diminution de la fourniture de pétrole brut et/ou de produits pétroliers que l'offre ne suffit plus pour remplir les besoins normaux et qui est reconnue par un arrêté délibéré en Conseil des ministres comme étant une crise d'approvisionnement;
  10° " mise à la consommation " : la quantité de produits pétroliers mise à la consommation au sens des articles 6, 35, 36 et 37 de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise, y compris les quantités qui sont livrées à l'aviation internationale;
  11° " accord intergouvernemental " : accord entre la Belgique et un autre Etat membre de l'Agence internationale de l'Energie stipulant qu'aucun des pays ne fera obstacle, en cas d'une crise d'approvisionnement, au transfert des stocks de sécurité de l'autre pays comme visé à l'article 3 de l'Annexe à l'Accord relatif à un programme international de l'énergie;
  12° " année de référence " : l'année civile des données de consommation ou d'importations nettes utilisées pour calculer le niveau de stocks à détenir ou le niveau des stocks effectivement détenus à un moment déterminé;
  14° " stocks mis à disposition " ou " les quantités mises à disposition " : les stocks de pétrole brut, de produits intermédiaires du pétrole et de produits pétroliers, propriété de la société ou de l'instance qui les met à disposition, qui ont été réservées pour une période déterminée pour APETRA ou pour une autre entité centrale de stockage avec un droit d'achat au cas où une crise d'approvisionnement surviendrait pendant cette période; "
  2° l'article est complété par les 20° jusqu'à 30°, rédigés comme suit :
  " 20° " Règlement (CE) n° 1099/2008 " : Règlement (CE) n° 1099/2008 du Parlement européen et du Conseil du 22 octobre 2008 concernant les statistiques de l'énergie;
  21° " soutes maritimes internationales " : les stocks définis à l'annexe A, point 2.1, du Règlement (CE) n° 1099/2008;
  22° " Entité centrale de stockage (entité centrale) " : l'organisme ou le service auquel des pouvoirs sont conférés pour agir afin d'acquérir, de maintenir ou de vendre des stocks de pétrole, y compris des stocks de sécurité et des stocks spécifiques;
  23° " consommation intérieure " : l'agrégat correspondant au total, calculé conformément à l'annexe II de la présente loi, des quantités livrées dans le pays pour l'ensemble des usages énergétiques et non énergétiques; il comprend les livraisons au secteur de la transformation, à l'industrie, au secteur des transports, aux ménages et aux secteurs pour consommation " finale "; il comprend également la consommation propre du secteur de l'énergie (à l'exception du combustible de raffinerie);
  24° " produits clés " : les produits pétroliers dont la consommation intérieure en équivalent pétrole brut, pour l'année de référence, représente au moins 75 pour cent de la consommation intérieure totale.
  L'équivalent en pétrole brut visé au premier alinéa est calculé en appliquant un coefficient multiplicateur de 1,2 à la somme des " livraisons intérieures brutes observées " agrégées, définies à l'annexe C, point 3.2.1 du Règlement (CE) n° 1099/2008, pour les produits inclus dans les catégories utilisées ou concernées. Les soutes maritimes internationales ne sont pas prises en compte dans le calcul.
  Les produits clés ne peuvent se composer que d'une ou de plusieurs des catégories de produits suivantes, définies à l'annexe B, point 4, du Règlement (CE) n° 1099/2008 :
  - éthane,
  - GPL,
  - essence moteur,
  - essence aviation,
  - carburéacteur de type essence (carburéacteur type naphta ou JP4),
  - carburéacteur de type kérosène,
  - pétrole lampant,
  - gasoil/diesel (fuel-oil distillé),
  - fuel-oil,
  - white spirit et essences spéciales,
  - lubrifiants,
  - bitumes,
  - paraffines et
  - coke de pétrole;
  25° " stocks de sécurité " : tous les stocks de pétrole brut et/ou produits pétroliers qu'un Etat membre ou son entité centrale et/ou ses entreprises gèrent pour respecter la Directive 2009/119/CE;
  26° " stocks spécifiques " : les stocks de produits clés qui sont la propriété de l'Etat membre ou de l'entité centrale qu'il a établie, et dans lequel pour chaque produit clé un nombre donné de jours de consommation devra être maintenu. Les stocks spécifiques sont maintenus sur le territoire de la Communauté;
  27° " tâches de gestion " : les tâches ayant trait à la gestion de stocks de sécurité et de stocks spécifiques, à l'exception de la vente ou de l'acquisition de ces derniers;
  28° " biocarburant " : un combustible liquide ou gazeux utilisé pour le transport et produit à partir de la biomasse, la " biomasse " étant la fraction biodégradable des produits, déchets et résidus provenant de l'agriculture (y compris les substances végétales et animales), de la sylviculture et de ses industries connexes, ainsi que la fraction biodégradable des déchets industriels et ménagers;
  29° " additifs " : les substances autres que des hydrocarbures qui sont ajoutées ou mélangées à un produit afin de modifier ses propriétés;
  30° " stocks commerciaux " : les stocks pétroliers des sociétés pétrolières enregistrées dont la présente loi n'impose pas le maintien. "
Art. 4. In artikel 3, § 1, van dezelfde wet, worden de woorden " gedefinieerd zoals in bijlage C, punt 3.1., lid 1, van de Verordening (EG) nr. 1099/2008 en " ingevoegd tussen het woord " aardolieproducten " en het woord " verdeeld ".
Art. 4. Dans l'article 3, § 1er, de la même loi, les mots " définis à l'annexe C, point 3.1, alinéa 1er, du Règlement (CE) n° 1099/2008 et " sont insérés entre les mots " produits pétroliers " et les mots " sont répartis ".
Art. 5. In dezelfde wet wordt in afdeling I van hoofdstuk II, een artikel 3/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 3/1. § 1. De verplichte voorraden zijn ten minste gelijk aan de grootste van de twee volgende hoeveelheden : 90 maal het daggemiddelde van de netto-invoer of 61 maal het daggemiddelde van het binnenlands verbruik.
  § 2. Het daggemiddelde van de netto-invoer wordt berekend op basis van het in het voorafgaande kalenderjaar ingevoerde aardolie-equivalent, bepaald volgens de in bijlage I van deze wet uiteengezette regels en methode.
  Het daggemiddelde van het binnenlands verbruik wordt berekend op basis van het in het voorafgaande kalenderjaar binnenlands verbruikte aardolie-equivalent, bepaald en berekend volgens de in bijlage II van deze wet uiteengezette regels en methode.
  § 3. Met biobrandstoffen en additieven wordt bij de berekening van de verplichte voorraden slechts rekening gehouden indien zij met de betrokken aardolieproducten vermengd zijn.
  § 4. Ten minste één derde van de verplichte voorraden wordt aangehouden onder vorm van sleutelproducten. "
Art. 5. Dans la même loi, dans la section Ire du chapitre II, il est inséré un article 3/1 rédigé comme suit :
  " Art. 3/1. § 1er. Les stocks obligatoires sont au moins égaux à la plus grande des quantités suivantes : soit 90 jours d'importations journalières moyennes nettes, soit 61 jours de consommation intérieure journalière moyenne.
  § 2. Les importations journalières moyennes nettes à prendre en compte sont calculées sur la base de l'équivalent en pétrole brut des importations durant l'année civile précédente, établie selon la méthode et les modalités exposées à l'annexe Ire de la présente loi.
  La consommation intérieure journalière moyenne à prendre en compte est calculée sur la base de l'équivalent en pétrole brut de la consommation intérieure durant l'année civile précédente, établie et calculée selon la méthode et les modalités exposées à l'annexe II de la présente loi.
  § 3. Les biocarburants et additifs ne sont pris en compte dans les calculs des stocks obligatoires que s'ils sont mélangés aux produits pétroliers concernés.
  § 4. Au moins un tiers des stocks obligatoires sont maintenus sous forme de produits clés. "
Art. 6. Artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 5. § 1. APETRA wordt aangeduid als centrale entiteit.
  § 2. APETRA kan zijn voorraden beheren onder de vorm van :
  1° ruwe aardolie;
  2° aardolieproducten behorende tot de drie categorieën uit artikel 3, § 1;
  3° mengcomponenten die beantwoorden aan de bepalingen onder artikel 12, § 1;
  4° biobrandstoffen en toevoegingen overeenkomstig de bepalingen onder artikel 6, § 3.
  § 3. APETRA kan de verschillende vormen van voorraden zoals bedoeld in paragraaf 2, aanhouden hetzij in volle eigendom, hetzij onder de vorm van door ondernemingen ter beschikking gestelde hoeveelheden.
  APETRA kan enkel beroep doen op ter beschikking gestelde voorraden indien :
  1° de overeenkomst ingaat de eerste van een maand;
  2° de overeenkomst loopt over volledige kalendermaanden;
  3° de overeenkomst handelt over een ter beschikking gestelde hoeveelheid van minimum 5 000 ton per overeenkomst en minimum 2 500 ton per in aanmerking komend depot, behoudens wanneer de hoeveelheden ter beschikking worden gesteld binnen het kader van vervangingsoperaties van de voorraden die APETRA in eigendom aanhoudt. In dit laatste geval komt de ter beschikking gestelde hoeveelheid overeen met het verschil tussen de afgenomen en opnieuw aangeleverde hoeveelheid product in eigendom van APETRA;
  4° de ter beschikking gestelde voorraden voldoen aan de eisen van de verplichte voorraad gesteld in deze wet en haar uitvoeringsbesluiten;
  5° deze voorraden eigendom zijn van de geregistreerde of buitenlandse aardoliemaatschappij en enkel betrekking hebben op hoeveelheden voorraden waarover deze onderneming beschikt bovenop voorraden die worden aangehouden ter invulling van zijn individuele voorraadplicht of de voorraadplicht van een andere lidstaat.
  § 4. In de samenstelling van haar voorraden houdt APETRA rekening met de sleutelproducten die zij overeenkomstig artikel 6, § 1, dient aan te houden en de beslissing inzake speciale voorraden bedoeld in artikel 6/1. De voorraden die APETRA beheert, bestaan voor maximaal 60 percent uit ruwe aardolie. APETRA werkt de noodzakelijke instrumenten uit om bij bevoorradingscrisis, deze ruwe aardolie, indien nodig en binnen een termijn van 30 dagen, naar afgewerkte aardolieproducten te kunnen laten omzetten. Voor de aankoop en verkoop van eigen voorraden legt de raad van bestuur, op voorstel van het directiecomité, specifieke voorwaarden en regels vast in algemene aankoop- en verkoopsvoorwaarden.
  § 5. APETRA controleert de stocks die zij beheert op frequente en afdoende wijze. De controle gebeurt door gecertifieerde onafhankelijke inspecteurs die door APETRA worden aangeduid. De opmeting van de hoeveelheden voorraad en de staalnemingen voor kwaliteitscontrole worden uitgevoerd door in de Europese Unie aanvaarde en erkende ijkers en meters. De kwaliteitsanalyse van de voorraden van APETRA wordt verricht door gecertificeerde laboratoria die eveneens door APETRA worden aangesteld.
  Indien APETRA voorraden aanhoudt buiten het Belgische grondgebied en de controles door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat niet toelaten zowel de kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van de aangehouden voorraden na te gaan, worden deze eveneens door de door APETRA aangestelde inspecteurs verricht.
  § 6. De voorraden ruwe aardolie en aardolieproducten in eigendom van APETRA dienen op een adequate wijze verzekerd te zijn.
  § 7. APETRA kan taken van beheer voor een bepaalde termijn delegeren
  1° aan een andere lidstaat van de Europese Unie op het grondgebied waarvan de voorraden zich bevinden of aan de door die lidstaat ingestelde centrale entiteit of;
  2° aan geregistreerde aardoliemaatschappijen of buitenlandse ondernemingen.
  Omgekeerd kan APETRA taken van beheer voor een bepaalde termijn voor een andere lidstaat of zijn centrale entiteit uitvoeren.
  Een delegatie van taken van beheer tussen lidstaten van de Europese Unie of hun centrale entiteiten mag niet verder worden gedelegeerd aan andere lidstaten of hun centrale entiteiten; een delegatie van taken van beheer van APETRA naar een geregistreerde aardoliemaatschappij of buitenlandse onderneming mag in het geheel niet verder worden gedelegeerd.
  Indien een delegatie van taken van beheer tot gevolg heeft, dat voorraden beheerd door APETRA zich buiten het Belgisch grondgebied bevinden respecteert APETRA de bepalingen van artikel 13, § 1.
  § 8. Voor ter beschikking gestelde voorraden waakt APETRA erover dat deze aardolieproducten ten laatste afgeleverd kunnen worden :
  1° 7 dagen na uitoefening van haar aankooprecht voor ter beschikking gestelde voorraden ingedekt door aardolieproducten en biobrandstoffen die aan de bepalingen van artikel 6, § 3, tweede lid, voldoen;
  2° 30 dagen na uitoefening van haar aankooprecht voor ter beschikking gestelde voorraden halfafgewerkt product en ruwe aardolie.
  Mits APETRA beschikt over instrumenten die haar toelaten om bij bevoorradingscrisis ruwe aardolie binnen een termijn van 30 dagen om te laten zetten naar afgewerkte aardolieproducten, kan APETRA ook ter beschikking gestelde voorraden die haar recht van aankoop van ruwe aardolie geven contracteren. Dit mits inachtneming van het maximum percentage ruwe aardolie bepaald in § 4.
  § 9. APETRA waakt over de betrouwbaarheid van haar contractanten en over de beschikbaarheid en kwaliteit van de ter beschikking gestelde hoeveelheden en in haar plaats uitgevoerde taken van beheer. De contracten inzake ter beschikking gestelde hoeveelheden en opslagcapaciteit bevatten afdoende sancties die toepasbaar zijn indien APETRA inbreuken vaststelt.
  Voor het aanvaarden van ter beschikking gestelde hoeveelheden legt de raad van bestuur, op voorstel van het directiecomité, specifieke voorwaarden en regels vast in het huishoudelijk reglement van APETRA, zoals bedoeld in artikel 26, § 1, 2°, laatste zin, die deze waakzaamheid en verantwoordelijkheid weerspiegelen. "
Art. 6. L'article 5 de la même loi, modifié par la loi du 8 juin 2008, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5. § 1er. APETRA est désigné comme entité centrale.
  § 2. APETRA peut gérer ses stocks sous la forme de :
  1° pétrole brut;
  2° produits pétroliers appartenant aux trois catégories de l'article 3, § 1er;
  3° des composants de mélange qui répondent aux dispositions de l'article 12, § 1er;
  4° biocarburants et d'additifs conformément aux dispositions de l'article 6, § 3.
  § 3. APETRA peut détenir les différentes formes de stocks, visées au paragraphe 2, soit en pleine propriété soit sous forme de quantités mises à disposition par des entreprises.
  APETRA ne peut faire appel à des stocks mis à sa disposition que si :
  1° le contrat prend effet le premier d'un mois;
  2° le contrat s'étend sur des mois calendrier entiers;
  3° le contrat concerne une quantité mise à disposition d'au minimum 5 000 tonnes par contrat et d'au minimum 2 500 tonnes par dépôt éligible, sauf en cas de mise à disposition des quantités dans le cadre des opérations de remplacement des stocks qu'APETRA détient en propriété. Dans ce dernier cas, la quantité mise à disposition correspond à la différence entre la quantité prélevée et la quantité restituée de produit en propriété d'APETRA;
  4° les stocks mis à disposition remplissent les exigences relatives aux stocks obligatoires stipulées dans la présente loi et ses arrêtés d'exécution;
  5° ces stocks sont en propriété de la société pétrolière enregistrée ou étrangère et ne concernent que des quantités de stock dont cette même société dispose au-delà des stocks qui servent pour couvrir son obligation de stockage individuelle ou l'obligation d'un autre Etat membre.
  § 4. Dans la composition de ses stocks, APETRA prend en compte les produits-clés qu'elle doit détenir conformément à l'article 6, § 1er, et la décision sur les stocks spécifiques visés à l'article 6/1. Les stocks gérés par APETRA sont constitués pour un maximum de 60 pour cent de stocks de pétrole brut. APETRA élabore les outils nécessaires afin de pouvoir faire transformer en cas de crise d'approvisionnement ce pétrole brut, en produits pétroliers finis en cas de nécessité endéans un délai de 30 jours. Pour l'achat et la vente de stocks propres, le conseil d'administration impose, sur proposition du comité de direction, des conditions et règles spécifiques dans des conditions générales d'achat et de vente.
  § 5. APETRA surveille les stocks qu'elle gère de façon fréquente et appropriée. La vérification est effectuée par des inspecteurs indépendants certifiés qui sont désignés par APETRA. Le relevé des quantités de stock et les échantillonnages pour le contrôle de qualité sont réalisés par des vérificateurs des poids et mesures et des mesureurs acceptés et agréés dans l'Union européenne. L'analyse de la qualité des stocks d'APETRA est effectuée par des laboratoires certifiés également désignés par APETRA.
  Si APETRA détient des stocks en dehors du territoire belge et si les contrôles par les autorités compétentes des Etats membres concernés ne permettent pas de vérifier à la fois les aspects quantitatifs et qualitatifs des stocks détenus, ceux-ci sont effectués par les inspecteurs désignés par APETRA.
  § 6. Les stocks de pétrole brut et de produits pétroliers appartenant à APETRA doivent être assurés de façon adéquate.
  § 7. APETRA peut déléguer des tâches de gestion pour une période déterminée
  1° à un autre Etat membre de l'Union européenne sur le territoire duquel les stocks se trouvent ou à l'entité centrale instaurée par cet Etat membre ou;
  2° à des sociétés pétrolières enregistrées ou entreprises étrangères.
  Inversement APETRA peut effectuer des tâches de gestion au bénéfice d'un autre Etat membre ou de son entité centrale pour une période déterminée.
  Une délégation de tâches de gestion entre Etats membres de l'Union européenne ou leurs entités centrales ne peut être subdéléguée à d'autres Etats ou à leurs entités centrales; une délégation de tâches de gestion d'APETRA à une société pétrolière enregistrée ou entreprise étrangère ne peut aucunement être subdéléguée.
  Si une délégation des tâches de gestion a pour effet que des stocks gérés par APETRA se situent en dehors du territoire belge, APETRA respecte les dispositions de l'article 13, § 1er.
  § 8. Pour des stocks mis à disposition, APETRA veille à ce que ces produits pétroliers puissent être livrés au plus tard :
  1° 7 jours après l'exercice de son droit d'achat pour les quantités mises à disposition assurées par des produits pétroliers et des biocarburants, qui satisfont aux dispositions de l'article 6 § 3, deuxième alinéa;
  2° 30 jours à compter de l'exercice de son droit d'achat pour la mise à disposition des quantités de produits semi-finis et de pétrole brut.
  A condition qu'APETRA dispose d'outils lui permettant lors de crise d'approvisionnement de faire transformer endéans un délai de 30 jours du pétrole brut en produits pétroliers finis, APETRA peut également contracter des stocks mis à disposition qui lui accordent le droit d'achat de pétrole brut. Ceci moyennant la prise en compte du pourcentage maximal de pétrole brut défini au § 4.
  § 9. APETRA veille à la fiabilité de ses contractants ainsi qu'à la disponibilité et la qualité des quantités mises à disposition et des tâches de gestion effectuées à sa place. Les contrats pour les quantités mises à disposition et la capacité de stockage prévoient des sanctions appropriées applicables si APETRA constate des infractions.
  Pour l'acceptation des quantités mises à disposition, le conseil d'administration, sur proposition du comité de direction impose des conditions et règles spécifiques dans le règlement d'ordre intérieur d'APETRA, visé à l'article 26, § 1er, 2°, dernière phrase, qui reflètent cette vigilance et la responsabilité. "
Art. 7. Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 6. § 1. Het niveau van de verplichte voorraden dat tijdens het voorraadjaar permanent wordt aangehouden door APETRA, wordt bepaald door het verschil tussen de verplichte voorraden berekend overeenkomstig artikel 3/1 en de som van de individuele voorraadplichten uitgedrukt in aardolie-equivalent. Ter naleving van artikel 3/1, § 4, houdt APETRA ten minste die sleutelproducten aan die niet als verplichte voorraden aangehouden worden door de voorraadplichtigen.
  § 2. De minister maakt ten laatste op 31 maart van elk jaar aan APETRA schriftelijk bekend :
  1° het niveau van de verplichte voorraden dat APETRA overeenkomstig paragraaf 1, eerste zin, tijdens het komende voorraadjaar dient te beheren;
  2° ter naleving van artikel 3/1, § 4, laatste zin :
  a) de aardolieproducten die samen de sleutelproducten vormen en hun daggemiddelde van het verbruik berekend op basis van hun aardolie-equivalent;
  b) de voorraden sleutelproducten die door de voorraadplichtigen gedurende het voorraadjaar dienen te worden aangehouden en;
  c) de voorraden sleutelproducten die APETRA gedurende het komende voorraadjaar ten minste dient aan te houden.
  § 3. Het niveau van de aangehouden voorraden wordt berekend volgens de in bijlage III vervatte methoden. Bij de berekening van het voorraadniveau per in artikel 2, 24°, genoemde categorie zijn deze methoden uitsluitend van toepassing op de producten van de betreffende categorie.
  Biobrandstoffen en toevoegingen worden eveneens meegeteld bij de berekening van het niveau van de effectief aangehouden voorraden indien :
  1° ze vermengd zijn met de aardolieproducten bedoeld in artikel 3, § 1, of
  2° ze nog vermengd moeten worden met de aardolieproducten bedoeld in artikel 3, § 1, onder de voorwaarden dat :
  a) ze zich bevinden op Belgisch grondgebied;
  b) de locatie waar ze opgeslagen liggen geschikt is voor (transport naar een plaats van) bijmenging en;
  c) de aldus aangehouden voorraden in verhouding zijn tot de aardolieproducten die APETRA beheert en in verhouding tot de toevoegingen en biobrandstoffen die hieraan volgens de specificaties kunnen worden toegevoegd.
  § 4. Alle olievoorraden kunnen tegelijkertijd worden meegeteld in de berekening van zowel de verplichte voorraden als de speciale voorraden, mits zij voldoen aan alle voorwaarden die in deze wet met betrekking tot respectievelijk elk van deze voorraadsoorten zijn vastgesteld.
  § 5. Bovenop de voorraden die APETRA dient te beheren ingevolge paragraaf 1 en dient over te nemen ingevolge artikel 4, § 3, kan APETRA (een deel van) de voorraadplicht van een buitenlandse onderneming overnemen, mits :
  1° zij zich hiertoe voorafgaand bereid heeft verklaard en;
  2° de bepalingen van artikel 13, § 1, worden gerespecteerd.
  APETRA maakt openbaar :
  a) voortdurend, per product alle gegevens inzake de omvang van de voorraden die zij kan toezeggen in stand te houden ten behoeve van buitenlandse ondernemingen of centrale entiteiten;
  b) ten minste 7 maanden van tevoren, de voorwaarden waaronder zij bereid is aan buitenlandse ondernemingen diensten in verband met de instandhouding van voorraadhoeveelheden te verstrekken. De voorwaarden betreffende deze diensten, met inbegrip van de tijdsplanning, kunnen eveneens worden vastgesteld na een vergelijkende procedure waarin de onderneming of, in voorkomend geval, de betrokken centrale entiteit met de beste offerte wordt aangewezen.
  APETRA aanvaardt dergelijke delegaties onder objectieve, transparante en niet-discriminerende voorwaarden. Voor de verrichte diensten wordt door APETRA aan de ondernemingen ten hoogste het volledige bedrag van de kostprijs aangerekend, dat pas opeisbaar wordt als de voorraden zijn opgebouwd. APETRA kan aan het aannemen van een delegatie de voorwaarde verbinden dat de onderneming een garantie of andere zekerheid stelt.
  De in deze context beheerde veiligheidsvoorraden mogen niet meegeteld worden ter indekking van de verplichtingen voortvloeiend uit § 1.
Art. 7. L'article 6 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6. § 1er. Le niveau de stocks obligatoires, qui, pendant l'année de stockage, est détenu par APETRA de façon permanente, est déterminé par la différence entre les stocks obligatoires calculés conformément à l'article 3/1 et la somme des obligations de stockage individuelles exprimée en équivalent-pétrole brut. APETRA détient au moins ces produits-clés qui ne sont pas détenus comme stocks obligatoires par les assujettis au stockage afin de se conformer à l'article 3/1, § 4.
  § 2. Le ministre informe par écrit APETRA au plus tard le 31 mars de chaque année :
  1° du niveau de stocks obligatoires qu'APETRA doit gérer, conformément au paragraphe 1er, 1re phrase, pendant l'année de stockage à venir;
  2° afin de se conformer à l'article 3/1, § 4, dernière phrase :
  a) des produits pétroliers qui ensemble forment les produits-clés ainsi que leur consommation journalière moyenne calculée sur base de leur équivalent pétrole brut;
  b) des stocks de produits-clés qui doivent être détenus par les assujettis au stockage pendant l'année de stockage et;
  c) des stocks de produits-clés qu'APETRA doit au minimum détenir durant l'année de stockage à venir.
  § 3. Le niveau de stocks détenus est calculé conformément aux méthodes exposées à l'annexe III. Pour le calcul du niveau des stocks détenus pour chaque catégorie en vertu de l'article 2, 24°, ces méthodes ne s'appliquent qu'aux produits relevant de la catégorie concernée.
  Les biocarburants et les additifs sont également pris en compte dans les calculs du niveau de stocks effectivement maintenus si :
  1° ils ont été mélangés aux produits pétroliers visés à l'article 3, § 1er, ou
  2° ils doivent encore être mélangés aux produits pétroliers visés à l'article 3, § 1er, à condition que :
  a) ils soient stockés sur le territoire belge;
  b) le lieu où ils sont stockés, soit approprié au (transport à un lieu de) mélange et;
  c) les stocks détenus ainsi le sont en proportion des produits pétroliers qu'APETRA gère et en proportion des additifs et des biocarburants qui peuvent y être ajoutés selon les spécifications.
  § 4. Tout stock pétrolier peut être pris en compte simultanément tant dans le calcul des stocks obligatoires que dans celui des stocks spécifiques, à condition que ce stock réponde à l'ensemble des conditions imposées par la présente loi pour chacun de ces stocks.
  § 5. En plus des stocks qu'APETRA doit gérer en application du paragraphe 1er et doit reprendre conformément à l'article 4, § 3, APETRA peut reprendre (une partie de) l'obligation de stockage d'une entreprise étrangère, à condition que :
  1° elle se soit préalablement déclarée prête et;
  2° les dispositions de l'article 13, § 1er, soient respectées.
  APETRA rend public :
  a) continuellement, par produit toutes les données concernant le volume des stocks qu'elle peut se déclarer prête à maintenir en faveur des entreprises étrangères ou d'entités centrales de stockage.
  b) au moins 7 mois à l'avance, les conditions dans lesquelles elle est disposée à fournir des services visant à maintenir les stocks pour des entreprises étrangères. Les conditions dans lesquelles des services peuvent être fournis, y compris les conditions concernant le calendrier, peuvent aussi être fixées à la suite d'une procédure de mise en concurrence destinée à établir quelle est la meilleure offre présentée par les entreprises ou, le cas échéant, par les entités centrales intéressées.
  APETRA accepte ces délégations dans des conditions objectives, transparentes et non discriminatoires. La rémunération versée par l'entreprise n'excède pas le coût total des services fournis par APETRA et ne peut être réclamée tant que les stocks ne sont pas constitués. APETRA peut subordonner son acceptation d'une délégation à la présentation par l'entreprise d'une caution ou d'une autre forme de garantie.
  Les stocks de sécurité gérés dans ce contexte ne peuvent pas être comptés comme couverture des obligations découlant du § 1er.
Art. 8. In dezelfde wet wordt een artikel 6/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 6/1. De minister kan, na overleg met APETRA en een kosten-baten analyse opgesteld door APETRA, besluiten dat APETRA speciale voorraden aanhoudt. Dit besluit bevat tevens het minimum aantal verbruiksdagen dat per sleutelproduct dient te worden aangehouden en de termijn van aanhouding, die ten minste één jaar bedraagt. APETRA mag uitsluitend tijdelijk onder dit minimumniveau blijven, wanneer dit gebeurt in de context van een verversingsoperatie of om de voorraden te kunnen aanpassen aan gewijzigde of wijzigende specificaties of consumptiepatronen.
  In dat geval, stuurt de Algemene Directie de Commissie hiervan een in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken kennisgeving, waarin de omvang en de opslagduur van de speciale voorraden worden vermeld.
  Bij afwezigheid van een beslissing inzake speciale voorraden of bij een niveau aan speciale voorraden kleiner dan 30 verbruiksdagen stelt de minister een jaarverslag op dat voor het einde van de eerste maand van het kalenderjaar waarop het betrekking heeft bij de Commissie wordt ingediend.
  Dit jaarverslag bevat een analyse van de maatregelen die zijn genomen om enerzijds de beschikbaarheid en toegankelijkheid zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, te verzekeren en na te gaan en anderzijds, om toezicht te houden op het gebruik van deze voorraden in geval van verstoring van de oliebevoorrading. "
Art. 8. Dans la même loi, il est inséré un article 6/1 rédigé comme suit :
  " Art. 6/1. Le ministre peut, après concertation avec APETRA et après une analyse coûts-bénéfices rédigée par APETRA, décider qu'APETRA détienne des stocks spécifiques. Cet arrêté contient aussi le nombre minimum de jours de consommation qui doit être détenu par produit-clé ainsi que la période de détention qui doit être au minimum d'un an. APETRA peut demeurer sous ce niveau minimum uniquement temporairement, en cas d'opération de rafraîchissement ou pour pouvoir adapter les stocks à des spécifications ou modèles de consommation changés ou changeants.
  Dans ce cas, la Direction générale fait parvenir à la Commission un avis, qui est publié au Journal officiel de l'Union européenne, spécifiant le niveau et la durée de stockage des stocks spécifiques.
  En l'absence d'une décision concernant les stocks spécifiques ou en cas d'un niveau de stocks spécifiques inférieur aux 30 jours de consommation, le ministre établit un rapport annuel qui est introduit auprès de la Commission avant la fin du premier mois de l'année civile auquel il se rapporte.
  Ce rapport annuel contient une analyse des mesures qui ont été prises, d'une part, pour assurer et vérifier la disponibilité et l'accessibilité, visées à l'article 9, premier alinéa, et d'autre part, pour surveiller l'utilisation de ces stocks en cas de rupture d'approvisionnement en pétrole. "
Art. 9. In artikel 7 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, wordt paragraaf 3 opgeheven.
Art. 9. Dans l'article 7 de la même loi, modifié par la loi du 27 decembre 2006, le paragraphe 3 est abrogé.
Art. 10. Artikel 9 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 mei 2007, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 9. § 1. De verplichte voorraden die aangehouden worden ter indekking van een individuele voorraadplicht of die ter beschikking gesteld worden van APETRA zijn eigendom van de voorraadplichtigen of van de ter beschikking stellende onderneming.
  § 2. De verplichte voorraden zijn bij een bevoorradingscrisis te allen tijde beschikbaar en fysiek toegankelijk.
  De verplichte voorraden zijn niet vatbaar voor beslag door derden. Ze mogen niet met enige zakelijke of persoonlijke zekerheid worden bezwaard, behoudens wanneer ze dienen als garantie bij de financiering van de aankoopsom van het product ten belope van het volume dat als verplichte voorraad wordt aangehouden. Bij voorraden die aan APETRA ter beschikking gesteld worden kan deze zekerheid evenwel geen afbreuk doen aan het recht van APETRA om deze voorraden aan te kopen in geval van een bevoorradingscrisis.
  § 3. De speciale voorraden van België of van een andere lidstaat die opgeslagen of vervoerd worden op het Belgische grondgebied genieten onvoorwaardelijke bescherming tegen executiemaatregelen. "
Art. 10. L'article 9 de la même loi, modifié par la loi du 4 mai 2007, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 9. § 1er. Les stocks obligatoires qui sont détenus pour couvrir une obligation de stockage individuelle ou qui sont mis à disposition d'APETRA sont la propriété des assujettis au stockage ou de l'entreprise qui met à disposition.
  § 2. Les stocks obligatoires sont, en cas de crise d'approvisionnement, en permanence disponibles et physiquement accessibles.
  Les stocks obligatoires sont insaisissables par des tiers. Ils ne peuvent pas être grevés d'une sûreté réelle ou personnelle, sauf quand ils servent comme garantie pour le financement de la somme d'achat du produit à concurrence du volume détenu comme stock obligatoire. En cas de stocks mis à disposition d'APETRA, cette sécurité ne peut néanmoins pas nuire au droit d'APETRA d'acheter ces stocks en cas d'une crise d'approvisionnement.
  § 3. Les stocks spécifiques de la Belgique ou d'un autre Etat membre maintenus ou transportés sur le territoire belge bénéficient d'une immunité inconditionnelle contre des mesures d'exécution. "
Art. 11. De titel van afdeling IV van hoofdstuk II van dezelfde wet wordt als volgt vervangen :
  " Afdeling IV. - Voorraden in en voor andere lidstaten "
Art. 11. Le titre de la section IV du chapitre II de la même loi est remplacé comme suit :
  " Section IV. - Stocks dans et pour d'autres Etats membres "
Art. 12. In artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de paragrafen 1, 2 en 3 als volgt vervangen :
  " § 1. APETRA kan taken van beheer voor een bepaalde termijn aan een andere lidstaat, centrale entiteit van die lidstaat of buitenlandse onderneming delegeren, indien
  1° de maximumpercentages bedoeld in artikel 7, § 2, gerespecteerd blijven;
  2° de beheerde voorraden zich bevinden op het grondgebied van de Europese Gemeenschap in depots die aan de voorwaarden bepaald in artikel 8, § 1, voldoen en
  3° de voorafgaandelijke goedkeuring van deze delegatie of zijn wijziging of uitbreiding door de Algemene Directie en door de bevoegde instantie in de andere lidstaat is bekomen.
  Indien APETRA overeenkomstig artikel 6, § 5, een (deel van een) voorraadplicht van een buitenlandse onderneming overneemt, dan kan dit slechts mits voorafgaandelijke goedkeuring van overname van voorraadplicht door de Algemene Directie en de bevoegde instantie van de andere lidstaat.
  Wanneer de buitenlandse aardoliemaatschappij buiten de Europese Unie gevestigd is, dan kan dit bovendien enkel mits een intergouvernementele overeenkomst tussen België en het land van deze onderneming.
  § 2. Een geregistreerde aardoliemaatschappij kan taken van beheer voor een bepaalde termijn voor een andere lidstaat of diens centrale entiteit uitvoeren, indien de delegatie of zijn wijziging of uitbreiding voorafgaandelijk is goedgekeurd door de Algemene Directie en de bevoegde instantie in de andere lidstaat.
  Een geregistreerde aardoliemaatschappij kan (een deel van) de voorraadplicht van een buitenlandse aardoliemaatschappij overnemen, indien
  1° zij over surplusvoorraden of beschikbare opslagcapaciteit beschikt en;
  2° voor de delegatie de voorafgaandelijke goedkeuring door de Algemene Directie en door de bevoegde instantie in de andere lidstaat is bekomen.
  Een delegatie van taken van beheer of van voorraadplicht kan niet op zijn beurt worden gedelegeerd.
  Wanneer het andere land, de centrale entiteit of de buitenlandse aardoliemaatschappij buiten de Europese Unie gevestigd is, dan kan de delegatie bovendien enkel mits een intergouvernementele overeenkomst tussen België en het land van deze onderneming.
  § 3. De Koning bepaalt de verdere regels inzake verplichte voorraden of veiligheidsvoorraden op het grondgebied van een andere lidstaat en op het Belgische grondgebied in opdracht van een andere lidstaat, zijn centrale entiteit of onderneming. "
Art. 12. Dans l'article 13 de la même loi, modifié par la loi du 27 decembre 2006, les paragraphes 1er, 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  " § 1er. APETRA peut, pour une durée déterminée, déléguer des tâches de gestion à un autre Etat membre, à l'entité centrale de cet Etat membre ou à une entreprise étrangère, si
  1° les pourcentages maximum visés à l'article 7, § 2, demeurent respectés;
  2° les stocks gérés se trouvent sur le territoire de la Communauté Européenne dans des dépôts qui satisfont aux conditions visées à l'article 8, § 1er, et
  3° l'approbation préalable de cette délégation ou sa modification ou son extension par la Direction générale et par l'instance compétente de l'autre Etat membre a été obtenue.
  Dans le cas où APETRA, conformément à l'article 6, § 5, reprend une (partie d'une) obligation de stockage d'une entreprise étrangère, il faut une approbation préalable de reprise d'obligation de stockage de la Direction générale et de l'instance compétente de l'autre Etat membre.
  Dans le cas où la société pétrolière étrangère est établie en dehors de l'Union Européenne, il faut en plus qu'un accord intergouvernemental existe entre la Belgique et le pays de cette entreprise.
  § 2. Une société pétrolière enregistrée peut, pour une durée déterminée, exercer des tâches de gestion pour un autre Etat membre ou pour l'entité centrale de celui-ci, si la délégation, sa modification ou son extension a été préalablement approuvée par la Direction générale et par l'instance compétente de l'autre Etat membre.
  Une société pétrolière enregistrée peut reprendre (une partie de) l'obligation de stockage d'une société pétrolière étrangère, si
  1° elle dispose de stocks excédentaires ou de capacités de stockage disponibles et;
  2° en ce qui concerne la délégation, une approbation préalable par la Direction générale et par l'instance compétente de l'autre Etat membre a été obtenue.
  Une délégation de tâches de gestion ou une délégation d'obligation de stockage ne peut pas être déléguée à son tour.
  Dans le cas où l'autre pays, l'entité centrale ou la société pétrolière étrangère est établi en dehors de l'Union européenne, la délégation ne peut alors avoir lieu que s'il existe un accord intergouvernemental entre la Belgique et le pays de cette entreprise.
  § 3. Le Roi détermine les règles additionnelles concernant les stocks obligatoires ou les stocks de sécurité se trouvant sur le territoire d'un autre Etat membre et sur le territoire belge sur ordre d'un autre Etat membre, de son entité centrale ou d'une entreprise.
Art. 13. Artikel 14, § 1, van dezelfde wet, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " In de petroleumbalans maakt de geregistreerde aardoliemaatschappij alle voorraden bekend die onder zijn accijnsnummer zijn opgeslagen. "
Art. 13. L'article 14, § 1er, de la même loi est complété par la phrase suivante :
  " La société pétrolière enregistrée fait état dans la balance pétrolière de tous les stocks qui ont été stockés sous son numéro d'accise. "
Art. 14. In artikel 15 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden " , de aardoliemaatschappijen die veiligheidsvoorraden aanhouden overeenkomstig artikel 13, § 2, de depoteigenaars of -uitbaters die in opdracht van derden verplichte of veiligheidsvoorraden in hun depot beheren " ingevoegd tussen de woorden " De voorraadplichtigen " en " en APETRA ";
  2° in § 1 worden de woorden " en/of veiligheidsvoorraden " ingevoegd tussen de woorden " de verplichte voorraden " en " die zij aanhouden;
  3° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " Zij laten de personen, die de Europese Commissie daartoe gemachtigd heeft, toe om controle op de veiligheidsvoorraden te verrichten en verlenen hen assistentie. Deze personen kunnen inzage nemen van alle documenten en registers betreffende de voorraden en toegang krijgen tot alle locaties waar veiligheidsvoorraden worden aangehouden en tot alle desbetreffende documenten. "
  4° de paragrafen 1/1 en 1/2 worden ingevoegd, luidende :
  " § 1/1. De Algemene Directie houdt een gedetailleerd en voortdurend geactualiseerd register bij van alle andere verplichte voorraden dan de speciale voorraden. Dit register bevat met name de nodige informatie waarmee kan worden bepaald in welk depot of welke raffinaderij of opslagplaats de voorraden worden aangehouden, over welke hoeveelheden het gaat, wie de eigenaar is en wat de aard ervan is, onder verwijzing naar de categorieën bedoeld in bijlage C, punt 3.1., lid 1, van de Verordening (EG) nr. 1099/2008.
  Een samenvatting van dit register, waarin ten minste de hoeveelheid en de aard van de verplichte voorraden zijn aangegeven die op het einde van het vorige kalenderjaar in België aanwezig zijn, wordt uiterlijk op 25 februari van elk jaar door de Algemene Directie aan de Commissie bezorgd.
  De Algemene Directie houdt tevens een gedetailleerd en voortdurend geactualiseerd register, met opgave van de exacte locatie, van alle speciale voorraden die op het Belgische grondgebied worden aangehouden.
  Op verzoek van de Europese Commissie bezorgt de Algemene Directie binnen vijftien dagen een volledig exemplaar van de twee in deze paragraaf bedoelde registers aan de Commissie.
  § 1/2. De Algemene Directie bezorgt de Commissie maandelijkse statistische overzichten van de verplichte voorraden en van de speciale voorraden op of buiten het grondgebied van België en van de handelsvoorraden op Belgische grondgebied die aangehouden worden op het einde van de maand. Deze communicatie aan de Commissie gebeurt uiterlijk :
  a) binnen 55 dagen volgend op de maand waarop zij betrekking heeft voor de verplichte voorraden en
  b) binnen de maand volgend op de maand waarop zij betrekking heeft voor de speciale voorraden.
  Op verzoek van de Commissie bezorgt de Algemene directie de Commissie onmiddellijk een kopie van de statistische overzichten van de speciale voorraden.
  De minister kan de frequentie en uiterste datum van indiening wijzigen ingevolge een beslissing op Europees niveau. "
Art. 14. L'article 15 de la même loi est modifié comme suit :
  1° au § 1er les mots " , les sociétés pétrolières qui gèrent des stocks de sécurité conformément à l'article 13, § 2, les propriétaires ou gérants de dépôts qui gèrent à la demande de tiers des stocks obligatoires ou de sécurité dans leurs dépôts " sont insérés entre les mots " Les assujettis au stockage " et " et APETRA ";
  2° au § 1er les mots " et/ou les stocks de sécurité " sont insérés entre les mots " des stocks obligatoires " et " qu'ils détiennent;
  3° le paragraphe 1er est complété avec ce qui suit :
  " Ils autorisent les personnes, mandatées par la Commission européenne à cette fin, à contrôler les stocks de sécurité et leur apportent assistance. Ces personnes peuvent inspecter tous les documents et registres concernant les stocks et peuvent avoir accès à tous les endroits où des stocks de sécurité sont stockés et à tous les documents les concernant. "
  4° sont insérés les paragraphes 1er/1 et 1er/2 rédigés comme suit :
  " § 1er/1. La Direction générale établit un répertoire détaillé, mis à jour en permanence, de tous les stocks obligatoires qui ne constituent pas des stocks spécifiques. Ledit répertoire contient notamment les informations nécessaires afin de localiser le dépôt, la raffinerie ou l'installation de stockage où les stocks en question se trouvent, ainsi que pour en déterminer les quantités, le propriétaire et la nature, en référence aux catégories visées à l'annexe C, point 3.1., alinéa 1er, du Règlement (CE) n° 1099/2008.
  Chaque année, le 25 février au plus tard, la Direction générale communique à la Commission un résumé du répertoire des stocks, indiquant au moins le volume et la nature des stocks obligatoires présents en Belgique le dernier jour de l'année civile précédente.
  La Direction générale tient également un registre détaillé et constamment mis à jour, qui indique l'emplacement exact de tous les stocks spécifiques détenus sur le territoire belge.
  A la demande de la commission européenne, la direction générale communique à la Commission endéans les quinze jours un exemplaire complet des deux répertoires visés dans ce paragraphe.
  § 1er/2. La Direction générale communique à la Commission les relevés statistiques mensuels relatifs aux stocks obligatoires et aux stocks spécifiques situés en Belgique et à l'étranger de même que les stocks commerciaux en Belgique; ce relevé reflète la situation de la fin du mois. Ce relevé est communiqué à la Commission au plus tard :
  a) dans les 55 jours qui suivent le mois auquel ce relevé des stocks obligatoires se rapporte et
  b) endéans le mois qui suit celui auquel le relevé des stocks spécifiques se rapporte.
  Sur demande de la Commission la Direction générale lui transmet immédiatement une copie des relevés statistiques concernant les stocks spécifiques.
  Suite à une décision prise au niveau européen, le ministre peut modifier la fréquence et la date limite de communication des relevés. "
Art. 15. In artikel 16, § 1, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden " van de verplichte voorraden die ter dekking van een individuele voorraadplicht worden aangehouden " ingevoegd tussen de woorden " controle " en " door middel van ".
Art. 15. Dans l'article 16, § 1er, alinéa 2, de la même loi, les mots " des stocks obligatoires qui servent comme couverture pour une obligation de stockage individuelle " sont insérés entre les mots " contrôle systématique " et " par le mesurage ".
Art. 16. In artikel 19 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 mei 2007, worden telkens de woorden " Centrale Administratie der Douane en Accijnzen " vervangen door de woorden " Algemene Administratie van Douane en Accijnzen ".
Art. 16. Dans l'article 19 de la même loi, modifié par la loi du 4 mai 2007, les mots " Administration centrale des Douanes et Accises " sont remplacés chaque fois par les mots " Administration générale des Douanes et Accises ".
Art. 17. In artikel 21 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, tweede lid, 3°, worden de woorden " met voorraadplichtigen " vervangen door " met geregistreerde aardoliemaatschappijen ";
  2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
  " § 3. In afwijking van artikel 438, tweede lid, van het Wetboek van Vennootschappen kan APETRA een openbaar beroep op het spaarwezen doen of gedaan hebben zonder in haar statuten deze hoedanigheid te moeten vermelden. Deze afwijking is tijdelijk, in die zin dat APETRA deze hoedanigheid in haar statuten opneemt op de eerstvolgende statutenwijziging die zij na het verwerven van deze hoedanigheid doorvoert. "
Art. 17. A l'article 21 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, alinéa 2, 3°, les mots " des assujettis au stockage " sont remplacés par " des sociétés pétrolières enregistrées ";
  2° l'article est complété par le paragraphe 3 rédigé comme suit :
  " § 3. En dérogation à l'article 438, alinéa 2, du Code des Sociétés, APETRA peut faire ou peut avoir fait un appel public à l'épargne sans devoir mentionner cette qualité dans ses statuts. Cette dérogation est temporaire dans le sens où APETRA introduit cette qualité lors de la première modification des statuts qu'elle fait après avoir obtenu cette qualité. "
Art. 18. In artikel 46, eerste lid, van dezelfde wet wordt het woord " APETRA " vervangen door de woorden " Algemene Directie ".
Art. 18. Dans l'article 46, alinéa 1er, de la même loi, le mot " APETRA " est remplacé par les mots " Direction générale "
Art. 19. In dezelfde wet worden de bijlagen I, II en III ingevoegd, luidende :
  " Bijlage I
  WIJZE VAN BEREKENING VAN HET AARDOLIE-EQUIVALENT VAN DE INGEVOERDE AARDOLIEPRODUCTEN
  Het in artikel 3/1, § 2, eerste lid, bedoelde aardolie-equivalent van de ingevoerde aardolieproducten wordt als volgt vastgesteld :
  Het aardolie-equivalent van de ingevoerde aardolieproducten is de som van, enerzijds, de netto-invoer van de volgende producten : ruwe aardolie, NGL, raffinagegrondstoffen en overige koolwaterstoffen als gedefinieerd in bijlage B, punt 4, van Verordening (EG) nr. 1099/2008, gecorrigeerd voor eventuele voorraadschommelingen en onder aftrek van 4 %, zijnde de opbrengst van nafta (of, indien de gemiddelde opbrengst van nafta op het nationale grondgebied meer dan 7 % bedraagt, onder aftrek van het werkelijke verbruik van nafta of het gemiddelde opbrengstpercentage van nafta) en, anderzijds, de netto-invoer van alle overige aardolieproducten zonder nafta, eveneens gecorrigeerd voor voorraadschommelingen en vermenigvuldigd met 1,065.
  Bunkervoorraden van de internationale zeescheepvaart worden niet meegerekend.
  Bijlage II
  WIJZE VAN BEREKENING VAN HET AARDOLIE-EQUIVALENT VAN HET BINNENLANDS VERBRUIK
  Voor de toepassing van artikel 3/1, § 2, tweede lid, wordt het aardolie-equivalent van het binnenlands verbruik als volgt berekend :
  Het binnenlandse verbruik wordt gevormd door de som van uitsluitend de volgende producten uit het aggregaat " waargenomen bruto binnenlandse leveringen ", in de zin van punt 3.2.1 van bijlage C van de Verordening (EG) nr. 1099/2008 : motorbenzine, vliegtuigbenzine, lichte reactiemotorbrandstof (reactiemotorbrandstof van het naftatype of JP4), reactiemotorbrandstof van het kerosinetype, andere kerosine, gasolie/dieselolie (aardoliedistillaat), stookolie (met hoog en laag zwavelgehalte) als gedefinieerd in bijlage B, punt 4, van de Verordening (EG) nr. 1099/2008. Bunkervoorraden van de internationale zeescheepvaart worden niet meegerekend.
  Het aardolie-equivalent van het binnenlands verbruik wordt berekend door vermenigvuldiging met een factor 1,2.
  Bijlage III
  METHODEN VOOR HET BEREKENEN VAN HET NIVEAU VAN DE AANGEHOUDEN VOORRADEN
  De onderstaande methoden worden gebruikt voor het berekenen van het niveau van de voorraden :
  Onverminderd het in artikel 6, § 4, bedoelde geval, kan een hoeveelheid niet meer dan eenmaal als veiligheidsvoorraad worden meegerekend.
  Op de voorraden ruwe aardolie wordt 4 % in mindering gebracht, een percentage dat overeenkomt met een gemiddeld rendementsniveau van nafta.
  De voorraden nafta en de voorraden ruwe aardolie die bestemd zijn als bunkervoorraden van de internationale zeescheepvaart worden niet meegerekend.
  De voorraden van de volgende producten : motorbenzine, vliegtuigbenzine, lichte reactiemotorbrandstof (reactiemotorbrandstof van het naftatype of JP4), reactiemotorbrandstof van het kerosinetype, andere kerosine, gasolie/dieselolie (aardoliedistillaat), stookolie (met laag en hoog zwavelgehalte), mogen in de voorraden worden opgenomen door het equivalent in ruwe aardolie daarvan te berekenen en de hoeveelheden met een factor 1,2 te vermenigvuldigen.
  Bij het berekenen van de voorraden worden de voorraden die overeenkomstig het bovenstaande zijn berekend met 10 % verminderd. Dit percentage dient op het totaal van de hoeveelheden die in een bepaalde berekening zijn meegenomen, in mindering te worden gebracht.
  De vermindering van 10 % wordt evenwel niet toegepast bij het berekenen van het niveau van de speciale voorraden, noch bij het berekenen van de verschillende categorieën speciale voorraden, indien deze speciale voorraden of categorieën afzonderlijk van de verplichte voorraden worden beschouwd, met name om te controleren of het minimum aantal verbruiksdagen dat de minister overeenkomstig artikel 6/1 kan bepalen in acht wordt genomen. "
Art. 19. Dans la même loi, sont insérées les annexes Ire, II et III rédigées comme suit :
  " Annexe Ire
  METHODE DE CALCUL DE L'EQUIVALENT EN PETROLE BRUT DES IMPORTATIONS DES PRODUITS PETROLIERS
  L'équivalent en pétrole brut des importations de produits pétroliers visé à l'article 3/1, § 2, alinéa 1er, doit être établi selon la méthode suivante :
  L'équivalent en pétrole brut des importations de produits pétroliers est obtenu par l'addition, d'une part, des importations nettes des produits suivants : pétrole brut, LGN, produits d'alimentation des raffineries et autres hydrocarbures, tels que définis à l'annexe B, point 4, du Règlement (CE) n° 1099/2008, ajustées pour prendre en compte les éventuelles variations de stocks et réduites de 4 %, représentant le rendement de naphta (ou, si le taux moyen de rendement en naphta sur le territoire national dépasse 7 %, diminuées de la consommation effective nette de naphta ou réduites du taux moyen de rendement en naphta) et, d'autres parts, les importations nettes de tous les autres produits pétroliers hormis le naphta, également ajustées pour prendre en compte les variations de stocks et multipliées par 1,065.
  Les soutes maritimes internationales ne sont pas prises en compte dans le calcul.
  Annexe II
  METHODE DE CALCUL DE L'EQUIVALENT EN PETROLE BRUT DE LA CONSOMMATION INTERIEURE
  Aux fins de l'article 3/1, § 2, deuxième alinéa, l'équivalent en pétrole brut de la consommation intérieure doit être calculé selon la méthode suivante :
  La consommation intérieure est établie par l'addition des " livraisons intérieures brutes observées " agrégées, selon la définition figurant à l'annexe C, point 3.2.1., du Règlement (CE) n° 1099/2008, des seuls produits suivants : essence moteur, essence aviation, carburéacteur type essence (carburéacteur type naphta ou JP4), carburéacteur type kérosène, pétrole lampant, gazole/carburant diesel (fuel-oil distillé) et fuel-oil (à haute et à basse teneur en soufre) tels que définis à l'annexe B, point 4, du Règlement. Les soutes maritimes internationales ne sont pas prises en compte dans le calcul.
  L'équivalent en pétrole brut de la consommation intérieure est calculé par l'application d'un coefficient multiplicateur de 1,2.
  Annexe III
  METHODES DE CALCUL DU NIVEAU DE STOCKS DETENUS
  Les méthodes suivantes doivent être appliquées pour le calcul du niveau de stocks :
  Sans préjudice du cas visé à l'article 6, § 4, aucune quantité ne peut être prise plusieurs fois en compte en tant que stock.
  Les stocks de pétrole brut sont diminués de 4 %, correspondant à un taux moyen de rendement en naphta.
  Les stocks de naphta, de même que les stocks de produits pétroliers pour les soutes maritimes internationales, ne sont pas pris en compte.
  Les stocks des produits suivants : essence moteur, essence aviation, carburéacteur type essence (carburéacteur type naphta ou JP4), carburéacteur type kérosène, pétrole lampant, gazole/carburant diesel (fuel-oil distillé), fuel-oil (à haute et à basse teneur en soufre), peuvent être comptabilisés dans les stocks en établissant l'équivalent en pétrole brut de ceux-ci et en multipliant les quantités par 1,2.
  Lors du calcul de stocks, les quantités de stocks calculées selon ce qui précède doivent être réduites de 10 %. Ce pourcentage de réduction s'applique à l'ensemble des quantités prises en compte dans un calcul déterminé.
  Cependant, la réduction de 10 % n'est pas appliquée pour le calcul du niveau des stocks spécifiques ni pour le calcul du niveau des différentes catégories de stocks spécifiques, lorsque ces stocks spécifiques ou catégories sont considérés séparément des stocks obligatoires, notamment dans le but de vérifier que le niveau minimal de jours de consommation que le ministre peut décider conformément à l'article 6/1, est respecté. "
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 4 oktober 2006 tot bepaling van de berekening- en inningwijze van de bijdrage voor APETRA
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté royal du 4 octobre 2006 fixant le mode de calcul et de perception de la contribution d'APETRA
Art. 20. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 4 oktober 2006 tot bepaling van de berekening- en inningwijze van de bijdrage voor APETRA wordt paragraaf 3 vervangen als volgt :
  " § 3. De bijdrage voor de kerosine met GN code 2710 19 21 gebruikt door de luchtvaart bedraagt de helft van de bijdrage bepaald overeenkomstig §§ 1 en 2. "
Art. 20. Dans l'article 2 de l'arrêté royal du 4 octobre 2006 fixant le mode de calcul et de perception de la contribution d'APETRA, le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. La contribution pour le kérosène du code NC 2710 19 21 utilisé par l'aviation s'élève à la moitié de la contribution fixée conformément aux §§ 1er et 2. "
Art. 21. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de woorden " of, in geval van een aangifte met elektronische AC4, op datum van validatie van de aangifte door de douanediensten " ingevoegd tussen de woorden " de ontvanger " en " de bijdragen ".
Art. 21. Dans l'article 4 du même arrêté, les mots " ou, en cas d'une déclaration au moyen d'AC4 électronique, à la date de la validation de la déclaration par les services douaniers " sont insérés entre les mots " du receveur " et " , les cotisations ".
Art. 22. In de bijlage van hetzelfde besluit worden de woorden " OS = 80,4 " vervangen door " OS = 90 ".
Art. 22. Dans l'annexe du même arrêté, les mots " OS = 80,4 " sont remplacés par " OS = 90 ".
HOOFDSTUK 4. - Opheffingsbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions abrogatoires
Art. 23. Worden opgeheven :
  1° het koninklijk besluit van 15 juni 2006 tot bepaling van de verdere regels met betrekking tot de wijze waarop APETRA haar voorraden aanhoudt;
  2° het ministerieel besluit van 24 mei 2006 tot bepaling van de informatie en indieningstermijnen voor de bilaterale voorraden.
Art. 23. Sont abrogés :
  1° l'arrêté royal du 15 juin 2006 fixant les règles additionnelles concernant le mode de détention des stocks par APETRA;
  2° l'arrêté ministériel du 24 mai 2006 fixant les informations et les délais d'introduction pour les stocks bilatéraux.
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 5. - Entrée en vigueur
Art. 24. Deze wet treedt in werking op de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van de artikelen 20 en 22, die in werking treden op de eerste dag van het kalenderkwartaal volgend op de bekendmaking.
Art. 24. La présente loi entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge, à l'exception des articles 20 et 22, qui entrent en vigueur le premier jour du trimestre calendrier suivant la publication.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 13 juni 2013.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen,
  Mevr. J. MILQUET
  De Staatssecretaris voor Energie,
  M. WATHELET
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. A. TURTELBOOM
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 13 juin 2013.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Vice-Première Ministre et Ministre de l'Intérieur et de l'Egalité des Chances,
  Mme J. MILQUET
  Le Secrétaire d'Etat à l'Energie,
  M. WATHELET
  Scellé du sceau de l'Etat :
  La Ministre de la Justice,
  Mme A. TURTELBOOM