Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
9 NOVEMBER 2012. - Decreet houdende diverse bepalingen betreffende financiën en begroting(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-11-2012 en tekstbijwerking tot 29-12-2015)
Titre
9 NOVEMBRE 2012. - Décret portant diverses mesures relatives aux finances et au budget(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 26-11-2012 et mise à jour au 29-12-2015)
Dokumentinformationen
Numac: 2012036205
Datum: 2012-11-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2012036205
Date: 2012-11-09
Moniteur: Voir
Tekst (34)
Texte (34)
HOOFDSTUK 1. - Algemeen
CHAPITRE 1er. - Généralités
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire et régionale.
HOOFDSTUK 2. - Fiscaliteit
CHAPITRE 2. - Fiscalité
Afdeling 1. - Wijzigingen aan het Wetboek van de met inkomstenbelastingen Gelijkgestelde Belastingen en de Eurovignetwet
Section 1re. - Modifications du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus et de la loi relative à l'Eurovignette
Art. 2. Aan artikel 5 van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen Gelijkgestelde Belastingen, het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2011, wordt een nieuwe paragraaf toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. De vrijstelling voorzien in paragraaf 1, 10°, en paragraaf 2, 2°, kan slechts worden toegekend indien deze aangevraagd wordt voor het begin van het belastbare tijdperk.
  Aan het begrip 'af en toe' wordt verondersteld voldaan te zijn als het betrokken voertuig maximum dertig dagen op de openbare weg wordt gebruikt.
  De vrijstelling kan bewezen worden door het bijhouden van een rittenblad dat dient aangevraagd te worden bij de Vlaamse Belastingdienst. Het rittenblad moet zich steeds aan boord van het voertuig bevinden.
  De geldigheidsduur van een rittenblad is beperkt tot maximaal twaalf opeenvolgende maanden, te rekenen vanaf de aanvangsdatum van het rittenblad. Als het belastbare tijdperk minder dan twaalf maanden bedraagt, zal ook de geldigheidsduur van het rittenblad overeenkomstig worden ingekort.
  De belastingplichtige die zijn aangifte of inschrijving stopzet en vervolgens opnieuw aangifte doet voor hetzelfde voertuig binnen een periode van twaalf maanden na de aanvangsdatum van het laatst geldige rittenblad, zal geen nieuw rittenblad kunnen aanvragen. De belastingplichtige die een rittenblad aanvraagt dat wordt geweigerd wegens laattijdige aanvraag, zal voor de periode van twaalf maanden die volgt op het begin van het lopende belastbare tijdperk waarvoor de aanvraag van een rittenblad werd geweigerd geen nieuw rittenblad kunnen aanvragen. ".
Art. 2. A l'article 5 du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, modifié pour la dernière fois par le décret du 23 décembre 2011, il est ajouté un nouveau paragraphe libellé comme suit :
  " § 3. L'exemption visée au premier paragraphe, 10°, et au paragraphe 2, 2°, ne peut être accordée que si elle est demandée avant le début de la période imposable.
  Le critère 'occasionnellement' est présumé respecté si le véhicule concerné est utilisé au maximum trente jours sur la voie publique.
  L'exemption peut être justifiée en tenant à jour une feuille de route qui doit être demandée auprès du Service flamand des impôts. La feuille de route doit toujours se trouver à bord du véhicule.
  La durée de validité d'une feuille de route est limitée à un maximum de douze mois consécutifs, à compter de la date de début de la feuille de route. Si la période imposable comprend moins de douze mois, la durée de validité de la feuille de route sera raccourcie en conséquence.
  Le contribuable qui met fin à sa déclaration ou à son immatriculation d'un véhicule et qui, par la suite, introduit une nouvelle déclaration pour le même véhicule dans une période de douze mois après la date de début de la dernière feuille de route valide, ne pourra pas demander une nouvelle feuille de route. Le contribuable qui demande une feuille de route qui a été refusée pour cause de demande tardive, ne pourra pas demander une nouvelle feuille de route pour la période de douze mois suivant le début de la période imposable en cours pour laquelle la demande de feuille de route a été refusée. ".
Art. 3. Aan artikel 5, § 2, van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij de wet van 8 april 2002, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " De Vlaamse Regering kan de toepassingsmodaliteiten van deze paragraaf vaststellen. ".
Art. 3. A l'article 5, § 2, du même Code, modifié par la loi du 8 avril 2002, il est ajouté un second alinéa libellé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand peut déterminer les modalités d'application du présent paragraphe. ".
Art. 4. In artikel 2 van de wet van 27 december 1994 tot goedkeuring van het verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 door de regeringen van het Koninkrijk Belgie, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, en tot invoering van een Eurovignet, overeenkomstig Richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden tussen de woorden "gelijkgestelde belastingen" en de woorden "zijn van toepassing" de woorden "zoals van toepassing in het Vlaamse Gewest" ingevoegd;
  2° een derde lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Voor zover in de tekst van de in het tweede lid genoemde artikelen wordt verwezen naar het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992, wordt telkens bedoeld het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 zoals van toepassing in het Vlaamse Gewest voor de onroerende voorheffing. ".
Art. 4. A l'article 2 de la loi du 27 décembre 1994 portant assentiment de l'Accord relatif à la perception d'un droit d'usage pour l'utilisation de certaines routes par des véhicules utilitaires lourds, signé à Bruxelles le 9 février 1994 entre les Gouvernements de la République fédérale d'Allemagne, du Royaume de Belgique, du Royaume du Danemark, du grand-duché de Luxembourg et du Royaume des Pays-Bas et instaurant une eurovignette, conformément à la Directive 93/89/CEE du Conseil des Communautés européennes du 25 octobre 1993, il est apporté les modifications suivantes :
  1° au second alinéa, les mots " telles qu'elles s'appliquent en Région flamande " sont insérés entre les mots " taxes assimilées aux impôts sur les revenus " et les mots " s'appliquent ";
  2° il est ajouté un troisième alinéa libellé comme suit :
  " Chaque fois qu'il est fait référence au Code des impôts sur les revenus 1992 dans le texte des articles cités dans le second alinéa, il y a lieu d'entendre par là le Code des impôts sur les revenus 1992 tel qu'il s'applique en Région flamande pour le précompte immobilier. ".
Art. 5. Aan artikel 5 van dezelfde wet, worden de volgende leden toegevoegd, die luiden als volgt :
  " De vrijstelling voorzien in het eerste lid, 2°, kan slechts worden toegekend indien deze aangevraagd wordt voor het begin van het belastbare tijdperk.
  Aan het begrip 'af en toe' wordt verondersteld voldaan te zijn als het betrokken voertuig maximum dertig dagen op de openbare weg wordt gebruikt.
  De vrijstelling kan bewezen worden door het bijhouden van een rittenblad dat dient aangevraagd te worden bij de Vlaamse Belastingdienst. Het rittenblad moet zich steeds aan boord van het voertuig bevinden.
  De geldigheidsduur van een rittenblad is beperkt tot maximaal twaalf opeenvolgende maanden, te rekenen vanaf de aanvangsdatum van het rittenblad. Als het belastbare tijdperk minder dan twaalf maanden bedraagt, zal ook de geldigheidsduur van het rittenblad overeenkomstig worden ingekort.
  De belastingplichtige die zijn aangifte of inschrijving stopzet en vervolgens opnieuw aangifte doet voor hetzelfde voertuig binnen een periode van twaalf maanden na de aanvangsdatum van het laatst geldige rittenblad, zal geen nieuw rittenblad kunnen aanvragen. De belastingplichtige die een rittenblad aanvraagt dat wordt geweigerd wegens laattijdige aanvraag, zal voor de periode van twaalf maanden die volgt op het begin van het lopende belastbare tijdperk waarvoor de aanvraag van een rittenblad werd geweigerd geen nieuw rittenblad kunnen aanvragen.
  De Vlaamse Regering kan de toepassingsmodaliteiten van dit artikel vaststellen. ".
Art. 5. A l'article 5 de la même loi, il est ajouté les alinéas suivants qui disposent ce qui suit :
  " L'exemption prévue à l'alinéa premier, 2°, ne peut être accordée que si elle est demandée avant le début de la période imposable.
  Le critère 'occasionnellement' est présumé respecté si le véhicule concerné est utilisé au maximum trente jours sur la voie publique.
  L'exemption peut être justifiée en tenant à jour une feuille de route qui doit être demandée auprès du Service flamand des impôts. La feuille de route doit toujours se trouver à bord du véhicule.
  La durée de validité d'une feuille de route est limitée à un maximum de douze mois consécutifs, à compter de la date de début de la feuille de route. Si la période imposable comprend moins de douze mois, la durée de validité de la feuille de route sera également raccourcie en conséquence.
  Le contribuable qui met fin à sa déclaration ou à son immatriculation d'un véhicule et qui, par la suite, introduit une nouvelle déclaration pour le même véhicule dans une période de douze mois après la date de début de la dernière feuille de route valide, ne pourra pas demander une nouvelle feuille de route. Le contribuable qui demande une feuille de route qui a été refusée pour cause de demande tardive, ne pourra pas demander une nouvelle feuille de route pour la période de douze mois suivant le début de la période imposable en cours pour laquelle la demande de feuille de route a été refusée.
  Le Gouvernement flamand peut déterminer les modalités d'application du présent article. ".
Afdeling 2. - Wijzigingen aan het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Section 2. - Modifications du Code des impôts sur les revenus 1992
Art. 6. Artikel 302 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals van toepassing in het Vlaamse Gewest, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 302. De aanslagbiljetten worden in gesloten omslag aan de belastingschuldigen toegezonden.
  Evenwel kunnen de belastingplichtigen, zodra de Vlaamse Belastingdienst voor een bepaalde belasting het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking stelt, ervoor opteren om de aanslagbiljetten betreffende die belasting te ontvangen door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt. In dat geval geldt de aanbieding via dergelijke procedure als rechtsgeldige kennisgeving van het aanslagbiljet. ".
Art. 6. L'article 302 du Codes des impôts sur les revenus 1992, tel qu'il s'applique en Région flamande, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 302. Les extraits de rôle sont transmis aux contribuables sous pli fermé.
  Toutefois, dès que le Service flamand des impôts met à disposition, pour un impôt déterminé, la plate-forme requise à cet effet, les contribuables peuvent choisir de recevoir leurs extraits de rôle relatifs à cet impôt au moyen d'une procédure utilisant des techniques informatiques. Dans ce cas, la présentation effectuée selon cette procédure vaut notification valide de l'extrait de rôle. ".
Afdeling 3. - Onroerende voorheffmg
Section 3. - Précompte immobilier
Art. 7. In artikel 36 van het decreet van 23 december 2011 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2012 wordt het woord " § 2" vervangen door het woord " § 1".
Art. 7. A l'article 36 du décret du 23 décembre 2011 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2012, le mot " § 2 " est remplacé par le mot " § 1er ".
Art. 8. In artikel 260bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 worden de woorden "artikel 43 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening" vervangen door de woorden "artikel 2.2.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening".
Art. 8. A l'article 260bis du Code des impôts sur les revenus 1992, les mots " article 43 du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire " sont remplacés par les mots " article 2.2.8 du Code flamand de l'aménagement du territoire ".
Art. 9. In artikel 29 van het decreet van 6 juli 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan paragraaf 1 wordt de volgende zin toegevoegd :
  " Daartoe stellen de gemeente- en provincieraad uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar de opcentiemen voor het betrokken aanslagjaar vast en delen deze uiterlijk op 1 maart van hetzelfde jaar aan de Vlaamse Belastingdienst mee. " ;
  2° een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2/1. Indien de conform artikel 29, § 1, medegedeelde opcentiemen wijzigen ten opzichte van het voorgaande aanslagjaar zal de Vlaamse Belastingdienst de geraamde jaarontvangsten aanpassen en meedelen op het ogenblik dat het in paragraaf 4 vermelde saldo aan de gemeenten wordt meegedeeld. " ;
  3° paragraaf 4 en paragraaf 5 worden vervangen door wat volgt :
  " § 4. Het saldo van alle verworven opcentiemen op de laatste dag van de maand mei volgend op het betrokken aanslagjaar, verminderd met de voor het betrokken aanslagjaar reeds uitbetaalde voorschotten en verminderd met de voor het betrokken aanslagjaar en eventueel voor voorgaande aanslagjaren in onwaarde gezette bedragen, wordt ten laatste gestort op de laatste bankwerkdag van de maand juli van het jaar volgend op het betrokken aanslagjaar.
  § 5. Opcentiemen die worden verworven na de laatste dag van de maand mei volgend op het betrokken aanslagjaar worden na vermindering met de nog niet verrekende in onwaarde gezette bedragen doorgestort ten laatste op de laatste bankwerkdag van de maand volgend op de maand van de verwerving. ";
  4° in paragraaf 6 wordt het woord "definitief" geschrapt;
  5° paragraaf 8 wordt opgeheven.
Art. 9. A l'article 29 du décret du 6 juillet 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2001, il est apporté les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, il est ajouté la phrase suivante :
  " A cet effet, les conseils communaux et provinciaux arrêtent au plus tard le 31 janvier de l'année d'imposition les centimes additionnels pour l'année d'imposition concernée et les communiquent au plus tard le 1er mars de la même année au Service flamand des impôts. ";
  2° il est inséré un paragraphe 2/1 libellé comme suit :
  " § 2/1. Si les centimes additionnels communiqués conformément à l'article 29, § 1er, changent par rapport à l'année d'imposition précédente, le Service flamand des impôts adaptera les recettes annuelles estimées et les communiquera en même temps que le solde visé au paragraphe 4 sera communiqué aux communes. ";
  3° les paragraphes 4 et 5 sont remplacés par ce qui suit :
  " § 4. Le solde de tous les centimes additionnels acquis au dernier jour du mois de mai suivant l'année d'imposition concernée, diminué des avances déjà versées pour l'année d'imposition concernée et diminué des montants admis en non-valeur pour l'année d'imposition concernée et, le cas échéant, pour des années d'imposition antérieures, est versé au plus tard le dernier jour bancaire ouvrable du mois de juillet de l'année suivant l'année d'imposition concernée.
  § 5. Les centimes additionnels acquis après le dernier jour du mois de mai suivant l'année d'imposition concernée sont versés, après déduction des montants admis en non-valeur qui n'ont pas encore été imputés, au plus tard le dernier jour bancaire ouvrable du mois suivant le mois de l'acquisition. ";
  4° au paragraphe 6, le mot " définitivement " est supprimé;
  5° le paragraphe 8 est abrogé.
Afdeling 4. - Overname van de dienst van de belasting van de registratie- en successierechten
Section 4. - Prise en charge du service des impôts en matière de droits d'enregistrement et de droits de succession
Art. 10. Het Vlaamse Gewest verzekert vanaf 1 januari 2015 de dienst van de belastingen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, 4° en 6° tot en met 8°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, overeenkomstig artikel 5, § 3, van dezelfde bijzondere wet.
Art. 10. La Région flamande assure à partir du 1er janvier 2015 le service des impôts, visés à l'article 3, alinéa premier, 4° et 6° à 8°, de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et des Régions, conformément à l'article 5, § 3, de la même loi spéciale.
Afdeling 5. - Vrijstelling successierechten serviceflats
Section 5. - Exonération de droits de succession sur les résidences-services
Art. 11. In artikel 55bis van het Wetboek der Successierechten wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt :
  " § 3. Om erkend te zijn door de Vlaamse Regering moet de in paragraaf 2 bedoelde vennootschap minstens voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° haar maatschappelijke zetel gevestigd hebben in de Europese Economische Ruimte;
  2° zijn opgericht na 1 januari 1995;
  3° vanaf het ogenblik van uitgifte van de maatschappelijke rechten bedoeld onder paragraaf 2, en minstens tot de inwerkingtreding van het decreet van 9 november 2012 houdende diverse bepalingen betreffende financien en begroting, uitsluitend het financieren en realiseren van projecten inzake het tot stand brengen van serviceflatgebouwen tot doel hebben gehad;
  4° vanaf de inwerkingtreding van het decreet van 9 november 2012 houdende diverse bepalingen betreffende financien en begroting :
  a) voor wat het Vlaamse Gewest betreft, uitsluitend het financieren en realiseren van projecten inzake het tot stand brengen van serviceflatgebouwen vermeld in artikel 88, § 5, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 of het financieren en realiseren van projecten inzake onroerende goederen voor voorzieningen in het kader van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 of het financieren en realiseren van projecten inzake onroerende goederen voor personen met een handicap tot doel hebben;
  b) voor wat de Europese Economische Ruimte, uitgezonderd het Vlaamse Gewest betreft, uitsluitend het financieren en realiseren van gelijkaardige projecten inzake onroerende goederen tot doel hebben;
  5° de gelden, die werden ingezameld ingevolge de uitgifte van de maatschappelijke rechten bedoeld onder paragraaf 2, integraal besteden of besteed hebben aan projecten binnen de Europese Economische Ruimte.
  De Vlaamse Regering stelt de eventuele bijkomende modaliteiten en voorwaarden vast. ".
Art. 11. A l'article 55bis du Code des droits de succession, le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Pour être agréée par le Gouvernement flamand, la société visée au paragraphe 2 doit au moins répondre aux conditions suivantes :
  1° avoir établi son siège social dans l'Espace économique européen;
  2° avoir été constituée après le 1er janvier 1995;
  3° à partir du moment de l'émission des droits sociaux visés au paragraphe 2 et au moins jusqu'à l'entrée en vigueur du décret du 9 novembre 2012 portant diverses mesures relatives aux finances et au budget, avoir eu pour seul et unique objet le financement et la réalisation de projets en matière de création de bâtiments de résidences-services;
  4° à partir de l'entrée en vigueur du décret du 9 novembre 2012 portant diverses mesures relatives aux finances et au budget :
  a) en ce qui concerne la Région flamande, avoir pour seul et unique objet le financement et la réalisation de projets en matière de création de résidences-services mentionnées à l'article 88, § 5, du décret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement ou le financement et la réalisation de projets en matière de biens immobiliers pour des structures dans le cadre du décret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement ou le financement et la réalisation de projets en matière de biens immobiliers pour personnes handicapées;
  b) en ce qui concerne l'Espace économique européen, à l'exclusion de la Région flamande, avoir pour seul et unique objet le financement et la réalisation de projets similaires en matière de biens immobiliers;
  5° affecter ou avoir affecté intégralement les fonds collectés à la suite de l'émission des droits sociaux visés au paragraphe 2, à des projets au sein de l'Espace économique européen.
  Le Gouvernement flamand arrête les éventuelles modalités et conditions supplémentaires. ".
Afdeling 6. - Verkrottingsheffmg
Section 6. - Taxe contre le délabrement
Art. 12. In artikel 42, § 1, eerste lid, van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, gewijzigd bij de decreten van 8 juli 1997, 7 juli 1998 en 24 december 2004, wordt de zinsnede "vrijstelling op grond van artikel 41 of artikel 42, § 2, loopt" vervangen door de zinsnede "vrijstelling op grond van paragraaf 2 of 3 of van artikel 41 loopt".
Art. 12. A l'article 42, § 1er, alinéa premier, du décret du 22 décembre 1995 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1996, modifié par les décrets des 8 juillet 1997, 7 juillet 1998 et 24 décembre 2004, le segment de phrase " d'exemption soit en court en vertu de l'article 41 ou de l'article 42, § 2 " est remplacé par le segment de phrase " d'exemption soit en cours en vertu du paragraphe 2 ou 3 ou de l'article 41 ".
HOOFDSTUK 3. - Rekendecreet
CHAPITRE 3. - Décret des Comptes
Art. 13. In artikel 4, § 1, 2°, van het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof worden de woorden "Gemeenschapsonderwijs - GO!" opgeheven.
Art. 13. A l'article 4, § 1er, 2° du décret du 8 juillet 2011 réglant le budget, la comptabilité, l'attribution de subventions et le contrôle de leur utilisation, et le contrôle par la Cour des Comptes, les mots " Gemeenschapsonderwijs - GO! " sont supprimés.
Art. 14. In artikel 15 van hetzelfde decreet, worden paragraaf 1 en paragraaf 2 vervangen door wat volgt :
  " § 1. Het ontwerp van begroting of begrotingsaanpassing en het algemene en specifieke luik van de memorie van toelichting worden opgesteld door de Vlaamse Regering.
  § 2. Het ontwerp van begroting of begrotingsaanpassing en het algemene luik van de memorie van toelichting, vermeld in paragraaf 1, wordt door de Vlaamse Regering ingediend bij het Vlaams Parlement uiterlijk op 21 oktober van het jaar dat aan het begrotingsjaar voorafgaat voor de initiele begroting, en uiterlijk op 30 april van het lopende jaar voor de eerste aanpassing van de begroting.
  Het specifieke luik van de memorie van toelichting, vermeld in paragraaf 1, wordt door de Vlaamse Regering ingediend bij het Vlaams Parlement uiterlijk op 28 oktober van het jaar dat aan het begrotingsjaar voorafgaat voor de initiele begroting, en uiterlijk op 30 april van het lopende jaar voor de eerste aanpassing van de begroting. ".
Art. 14. A l'article 15 du même décret, le premier paragraphe et le paragraphe 2 sont remplacés par ce qui suit :
  " § 1er. Le projet de budget ou d'ajustement budgétaire et les volets général et spécifique de l'exposé des motifs sont établis par le Gouvernement flamand.
  § 2. Le projet de budget ou d'ajustement budgétaire et le volet général de l'exposé des motifs, mentionnés au premier paragraphe, sont déposés par le Gouvernement flamand au Parlement flamand au plus tard le 21 octobre de l'année précédant l'exercice budgétaire pour le budget initial, et au plus tard le 30 avril de l'année en cours pour le premier ajustement du budget.
  Le volet spécifique de l'exposé des motifs, mentionné au premier paragraphe, est déposé par le Gouvernement flamand au Parlement flamand au plus tard le 28 octobre de l'année précédant l'exercice budgétaire pour le budget initial, et au plus tard le 30 avril de l'année en cours pour le premier ajustement du budget. ".
Art. 15. In artikel 20 van hetzelfde decreet, worden paragraaf 1 en paragraaf 2 vervangen door wat volgt :
  " § 1. De Vlaamse Regering kan herverdelingen uitvoeren binnen en tussen de vastleggingskredieten, vastleggingskredieten van de dienst met afzonderlijk beheer Minafonds en het Vlaams Infrastructuurfonds, en de vastleggingsmachtigingen van de Vlaamse rechtspersonen binnen hetzelfde programma.
  Als de in het vorige lid vermelde vastleggingskredieten en vastleggingsmachtigingen van een programma gespreid zijn over verschillende organisatievormen, kan de Vlaamse Regering de kredieten herverdelen tussen de organisatievormen in kwestie.
  § 2. De Vlaamse Regering kan herverdelingen uitvoeren binnen en tussen de vereffeningskredieten, vereffeningskredieten van de dienst met afzonderlijk beheer Minafonds en het Vlaams Infrastructuurfonds, en de vastleggings- en vereffeningskredieten, gerelateerd aan de vastleggingsmachtigingen van de Vlaamse rechtspersonen van alle programma's die behoren tot hetzelfde beleidsdomein.
  Als de in het vorige lid vermelde vereffeningskredieten en vastleggings- en vereffeningskredieten, gerelateerd aan vastleggingsmachtigingen, gespreid zijn over verschillende organisatievormen, kan de Vlaamse Regering de kredieten herverdelen tussen de organisatievormen in kwestie. ".
Art. 15. A l'article 20 du même décret, le premier paragraphe et le paragraphe 2 sont remplacés par ce qui suit :
  " § 1er. Le Gouvernement flamand peut réaliser des redistributions dans et entre les crédits d'engagement, les crédits d'engagement du service à gestion séparée Minafonds (Fonds de prévention et d'assainissement en matière d'environnement et de nature) et du Vlaams Infrastructuurfonds (Fonds flamand de l'Infrastructure), et les autorisations d'engagement des personnes morales flamandes au sein du même programme.
  Si les crédits et autorisations d'engagement d'un programme visés à l'alinéa précédent sont répartis entre plusieurs formes d'organisation, le Gouvernement flamand peut redistribuer les crédits entre les formes d'organisation en question.
  § 2. Le Gouvernement flamand peut réaliser des redistributions dans et entre les crédits de liquidation, les crédits de liquidation du service à gestion séparée Minafonds et du Vlaams Infrastructuurfonds, et les crédits d'engagement et de liquidation, afférents aux autorisations d'engagement des personnes morales flamandes de tous les programmes qui appartiennent au même domaine politique.
  Si les crédits de liquidation et les crédits d'engagement et de liquidation, afférents à des autorisations d'engagement, visés à l'alinéa précédent, sont répartis entre différentes formes d'organisation, le Gouvernement flamand peut redistribuer les crédits entre les formes d'organisation en question. ".
Art. 16. In artikel 50 van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 worden de woorden "de wetgeving op de handelsvennootschappen door een commissaris-revisor" vervangen door de woorden "het Wetboek van vennootschappen door een commissaris";
  2° een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2/1. Buiten de uitzonderingen op de geheimhoudingsplicht waarin artikel 79 van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor voorziet, geldt deze plicht tevens niet voor :
  a) de informatie-uitwisseling over de auditstrategie en -planning, de monitoring en risicoanalyse, de controle en rapportering en de controlemethodieken door de bedrijfsrevisor aan het Rekenhof en het agentschap Interne Audit van de Vlaamse administratie inzake entiteiten van de Vlaamse overheid die zij gemeenschappelijk hebben als controledomein;
  b) de overdracht aan het Rekenhof en het agentschap Interne Audit van de Vlaamse administratie van informatie uit werkdocumenten van de bedrijfsrevisor inzake entiteiten van de Vlaamse overheid die zij gemeenschappelijk hebben als controledomein. ";
  3° in paragraaf 3 worden de woorden "de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een instituut der bedrijfsrevisoren" vervangen door de woorden "de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor".
Art. 16. A l'article 50 du même décret, il est apporté les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 2, les mots " de la législation sur les sociétés commerciales par un commissaire réviseur " sont remplacés par les mots " du Code des sociétés par un commissaire ";
  2° il est inséré un paragraphe 2/1 libellé comme suit :
  " § 2/1. Hormis les exceptions à l'obligation du secret prévues à l'article 79 de la loi du 22 juillet 1953 créant un Institut des Réviseurs d'Entreprises et organisant la supervision publique de la profession de réviseur d'entreprises, cette obligation ne s'applique pas non plus :
  a) aux informations échangées sur la stratégie et le planning de l'audit, sur le monitoring et l'analyse des risques, sur le contrôle et le rapportage et sur les méthodes de contrôle, par le réviseur d'entreprises avec la Cour des Comptes et l'agence " Audit interne de l'administration flamande " au sujet d'entités de l'Autorité flamande relevant de leur domaine de contrôle commun;
  b) à la transmission, à la Cour des Comptes et à l'agence " Audit interne de l'administration flamande ", d'informations provenant de documents de travail du réviseur d'entreprises au sujet d'entités de l'autorité flamande relevant de leur domaine de contrôle commun. ";
  3° au paragraphe 3, les mots " la loi du 22 juillet 1953 portant création d'un institut des reviseurs d'entreprise " sont remplacés par les mots " la loi du 22 juillet 1953 créant un Institut des Réviseurs d'Entreprises et organisant la supervision publique de la profession de réviseur d'entreprises ".
Art. 17. In hetzelfde decreet wordt een artikel 85/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 85/1. In artikel 46 van het decreet van 18 juli 2008 houdende het voeren van een Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid, gewijzigd bij decreet van 19 december 2008 en 3 december 2010, wordt het eerste lid opgeheven. ".
Art. 17. Dans le même décret, il est ajouté un article 85/1 libellé comme suit :
  " Art. 85/1. A l'article 46 du décret du 18 juillet 2008 relatif à la conduite d'une politique flamande des droits de l'enfant et de la jeunesse, modifié par les décrets du 19 décembre 2008 et du 3 décembre 2010, le premier alinéa est supprimé. ".
HOOFDSTUK 4. - Activering van risicokapitaal
CHAPITRE 4. - Activation du capital-risque
Art. 18. Artikel 31 van het decreet van 19 december 2003 betreffende het activeren van risicokapitaal in Vlaanderen wordt opgeheven.
Art. 18. L'article 31 du décret du 19 décembre 2003 relatif à l'activation du capital-risque en Flandre est abrogé.
HOOFDSTUK 5. - Vlaamse instrumenterende ambtenaren
CHAPITRE 5. - Fonctionnaires instrumentants flamands
Art. 19. Aan artikel 97 van het decreet van 18 december 2009 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2010 wordt een alinea toegevoegd, die luidt als volgt :
  " De Dienst Vastgoedakten kan de aanduiding van landmeters en/of experten bij de afhandeling van vastgoeddossiers in het algemeen en minnelijke onteigeningen in het bijzonder coordineren. ".
Art. 19. A l'article 97 du décret du 18 décembre 2009 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2010, il est ajouté un alinéa libellé comme suit :
  " Le Service des Actes immobiliers peut coordonner la désignation de géomètres et/ou d'experts lors du traitement de dossiers immobiliers en général et d'expropriations amiables en particulier. ".
HOOFDSTUK 6. - DAB Veiling Emissierechten
CHAPITRE 6. - SGS Mise aux enchères de quotas d'émission
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 21. Dit decreet treedt in werking op de eerste dag na de publicatie van dit decreet in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van :
  - artikel 2, 3 en 5, die in werking treden op 1 januari 2013;
  - artikel 7, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2012;
  - artikel 8, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2009;
  - artikel 9, dat in werking treedt op 1 januari 2013;
  - artikel 12, dat uitwerking heeft met ingang van 14 mei 2011;
  - artikel 13 en 17, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2012;
  - artikel 20, dat uitwerking heeft met ingang van 1 november 2012.
Art. 21. Le présent décret entre en vigueur à la date qui suit sa publication au Moniteur belge, à l'exception :
  - des articles 2, 3 et 5 qui entrent en vigueur le 1er janvier 2013;
  - de l'article 7, qui prend effet au 1er janvier 2012;
  - de l'article 8, qui prend effet au 1er septembre 2009;
  - de l'article 9, qui entre en vigueur le 1er janvier 2013;
  - de l'article 12, qui prend effet au 14 mai 2011;
  - des articles 13 et 17, qui prennent effet au 1er janvier 2012;
  - de l'article 20, qui prend effet au 1er novembre 2012.