Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 JANUARI 2012. - Koninklijk besluit tot goedkeuring van het reglement betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de Federale Ombudsmannen en van de gelijkstelling betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de personeelsleden van de Federale Ombudsman
Titre
20 JANVIER 2012. - Arrêté royal portant approbation du règlement relatif à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux aux médiateurs fédéraux et de l'assimilation relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux aux membres du personnel du Médiateur fédéral
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. Het reglement betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de Federale Ombudsmannen, dat bijlage A van dit besluit vormt, wordt goedgekeurd.
Article 1er. Le règlement relatif à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux aux Médiateurs fédéraux, constituant l'annexe A du présent arrêté, est approuvé.
Art. 2. De gelijkstelling betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de personeelsleden van de Federale Ombudsman, die bijlage B van dit besluit vormt, met het Reglement betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan ambtenaren en bedienden van de federale openbare besturen, goedgekeurd bij het koninklijk besluit van 27 januari 2008, wordt goedgekeurd.
Art. 2. L'assimilation relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux aux membres du personnel du Médiateur fédéral, constituant l'annexe B du présent arrêté, au Règlement relatif à l'attribution de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux aux fonctionnaires et agents des administrations publiques fédérales, approuvé par l'arrêté royal du 27 janvier 2008, est approuvée.
Art. 3. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van de beweging van 8 april 1997.
Art. 3. Le présent arrêté produit ses effets à partir du mouvement du 8 avril 1997.
Art. 4. De Minister bevoegd voor Buitenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 4. Le Ministre qui a les Affaires étrangères dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Gegeven te Brussel, 20 januari 2012.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D. REYNDERS
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D. REYNDERS
Donné à Bruxelles, le 20 janvier 2012.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires étrangères,
D. REYNDERS
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires étrangères,
D. REYNDERS
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage A. - Reglement betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de Federale Ombudsmannen
1. Het onderhavig reglement is van toepassing op de Federale Ombudsmannen.
2. Elke verlening vindt plaats bij gelegenheid van de promotie die het ogenblik voorafgaat waarop de betrokken persoon werkelijk aan de voorwaarden zou voldoen om gedecoreerd te worden.
3. Aan de Federale Ombudsmannen mogen in geen andere hoedanigheid eretekens in de Nationale Orden verleend worden.
Er wordt enkel een uitzondering gemaakt voor :
- onderscheidingen voor oorlogsfeiten;
- reserveofficieren, die kunnen kiezen tussen het administratief reglement en het militair reglement; deze keuze is bindend voor de hele duur van de inschrijving van de betrokkenen in het reservekader van het Leger;
- Mandaathouders die vallen onder punt 6 van dit reglement.
4. Afwezigheidsperioden die gelijkgesteld worden met non-activiteit komen niet in aanmerking voor de toekenning van een onderscheiding.
5. De 6 jaar viseren ononderbroken mandaatjaren.
6. Elke ambtenaar die een eervolle onderscheiding zou toegekend krijgen die lager is dan dewelke waarop hij recht zou hebben ingevolge zijn oorspronkelijk reglement (in functie van zijn graad en zijn leeftijdsklasse) kan erom verzoeken dat hem dit hogere ereteken wordt toegekend. Voor het overige is elke rijksambtenaar die op het einde van zijn mandaat zijn vroegere functies terug opneemt, terug onderworpen aan zijn oorspronkelijk reglement. In dit geval is artikel 7, § 1, van de wet van 1 mei 2006 betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden van toepassing.
1. Het onderhavig reglement is van toepassing op de Federale Ombudsmannen.
2. Elke verlening vindt plaats bij gelegenheid van de promotie die het ogenblik voorafgaat waarop de betrokken persoon werkelijk aan de voorwaarden zou voldoen om gedecoreerd te worden.
3. Aan de Federale Ombudsmannen mogen in geen andere hoedanigheid eretekens in de Nationale Orden verleend worden.
Er wordt enkel een uitzondering gemaakt voor :
- onderscheidingen voor oorlogsfeiten;
- reserveofficieren, die kunnen kiezen tussen het administratief reglement en het militair reglement; deze keuze is bindend voor de hele duur van de inschrijving van de betrokkenen in het reservekader van het Leger;
- Mandaathouders die vallen onder punt 6 van dit reglement.
4. Afwezigheidsperioden die gelijkgesteld worden met non-activiteit komen niet in aanmerking voor de toekenning van een onderscheiding.
5. De 6 jaar viseren ononderbroken mandaatjaren.
6. Elke ambtenaar die een eervolle onderscheiding zou toegekend krijgen die lager is dan dewelke waarop hij recht zou hebben ingevolge zijn oorspronkelijk reglement (in functie van zijn graad en zijn leeftijdsklasse) kan erom verzoeken dat hem dit hogere ereteken wordt toegekend. Voor het overige is elke rijksambtenaar die op het einde van zijn mandaat zijn vroegere functies terug opneemt, terug onderworpen aan zijn oorspronkelijk reglement. In dit geval is artikel 7, § 1, van de wet van 1 mei 2006 betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden van toepassing.
Art. N1. Annexe A. - Règlement relatif à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux aux Médiateurs fédéraux
1. Le présent règlement s'applique aux Médiateurs fédéraux.
2. Tout octroi a lieu dans le mouvement qui précède le moment où la personne intéressée serait exactement en condition d'être décorée.
3. Les Médiateurs fédéraux ne peuvent être décorés dans les Ordres nationaux à un autre titre.
Exception n'est faite qu'en ce qui regarde :
- les décorations pour faits de guerre;
- les officiers de réserve, lesquels ont la faculté de choisir entre le règlement administratif et le règlement militaire; ce choix vaut obligatoirement pour toute la durée de l'inscription des intéressés dans le cadre de réserve de l'Armée;
- les mandataires visés au point 6 de ce règlement.
4. Les périodes d'absence qui sont considérées comme des périodes de non-activité de service n'entrent pas en ligne de compte pour l'octroi d'une décoration.
5. Les 6 ans visent des années de mandats non interrompues.
6. Tout fonctionnaire de l'Etat qui se verrait octroyer une distinction honorifique inférieure à celle à laquelle il pourrait prétendre conformément à son règlement initial (en fonction de son grade et de sa classe d'âge) peut demander que lui soit décernée cette décoration supérieure. Par ailleurs, tout agent de l'Etat qui, à la fin de son mandat, réintègre ses fonctions antérieures, ressort à nouveau à son règlement initial. Dans ce cas, l'article 7, § 1er, de la loi du 1er mai 2006 relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux s'applique.
1. Le présent règlement s'applique aux Médiateurs fédéraux.
2. Tout octroi a lieu dans le mouvement qui précède le moment où la personne intéressée serait exactement en condition d'être décorée.
3. Les Médiateurs fédéraux ne peuvent être décorés dans les Ordres nationaux à un autre titre.
Exception n'est faite qu'en ce qui regarde :
- les décorations pour faits de guerre;
- les officiers de réserve, lesquels ont la faculté de choisir entre le règlement administratif et le règlement militaire; ce choix vaut obligatoirement pour toute la durée de l'inscription des intéressés dans le cadre de réserve de l'Armée;
- les mandataires visés au point 6 de ce règlement.
4. Les périodes d'absence qui sont considérées comme des périodes de non-activité de service n'entrent pas en ligne de compte pour l'octroi d'une décoration.
5. Les 6 ans visent des années de mandats non interrompues.
6. Tout fonctionnaire de l'Etat qui se verrait octroyer une distinction honorifique inférieure à celle à laquelle il pourrait prétendre conformément à son règlement initial (en fonction de son grade et de sa classe d'âge) peut demander que lui soit décernée cette décoration supérieure. Par ailleurs, tout agent de l'Etat qui, à la fin de son mandat, réintègre ses fonctions antérieures, ressort à nouveau à son règlement initial. Dans ce cas, l'article 7, § 1er, de la loi du 1er mai 2006 relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux s'applique.
Tabel betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de Federale Ombudsmannen
Tableau d'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux aux Médiateurs fédéraux
| TITEL | Na 4 jaar in de functie | 4 jaar na de eerste onderscheiding of op het einde van het 1e mandaat (of niet vernieuwd) | Na 12 jaar in de functie |
| Federale Ombudsman | Commandeur in de Leopoldsorde | Grootofficier in de Kroonorde | Grootofficier in de Leopoldsorde |
(of niet vernieuwd)Na 12 jaar in de functieFederale OmbudsmanCommandeur in de LeopoldsordeGrootofficier in de KroonordeGrootofficier in de Leopoldsorde
Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 20 januari 2012 tot goedkeuring van het reglement betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de Federale Ombudsmannen en van de gelijkstelling betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de personeelsleden van de Federale Ombudsman.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D. REYNDERS
| TITRE | Après 4 ans dans la fonction | 4 ans après la 1re décoration ou à la fin du 1er mandat (si non renouvelé) | Après 12 ans dans la fonction |
| Médiateur fédéral | Commandeur de l'Ordre de Léopold | Grand Officier de l'Ordre de la Couronne | Grand Officier de l'Ordre de Léopold |
Vu pour être annexé à notre arrêté du 20 janvier 2012 portant approbation du règlement relatif à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux aux Médiateurs fédéraux et de l'assimilation relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux aux membres du personnel du Médiateur fédéral.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires étrangères,
D. REYNDERS
Art. N2. Bijlage B. - Gelijkstelling betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de personeelsleden van de Federale Ombudsman
1. Deze gelijkstelling is van toepassing op de personeelsleden van de Federale Ombudsman.
2. In onderhavige gelijkstelling wordt de minimumleeftijd voor de opname in de Nationale Orden vastgesteld op 40 jaar.
3. Een tijdsspanne van 10 jaar geldt tussen twee onderscheidingen in de Nationale Orden ten gunste van eenzelfde persoon, behalve wanneer het gaat om eretekens die verleend worden voor oorlogsfeiten.
Die termijn kan, zo nodig, ingekort worden, zonder evenwel te kunnen teruggebracht worden tot minder dan vijf jaar, wanneer de vorige onderscheiding later verleend werd dan op de minimumleeftijd die in die leeftijdsklasse voorzien is.
4. In elke leeftijdsklasse, van 40 tot 50, van 50 tot 60 en van 60 tot 65 jaar, mag niemand meer dan eenmaal onderscheiden worden, onverminderd de uitzondering die in het eerste lid van voorgaand artikel voorzien is.
5. De personeelsleden van de rangen 15 tot en met 26 moeten beschikken over 10 jaar dienstanciënniteit en gedurende minstens 2 jaar hun functie uitgeoefend hebben om aanspraak te kunnen maken op de voorziene onderscheiding. Bovendien is voor het toekennen van de laatste in de tabel voorkomende onderscheiding aan de personeelsleden van niveau 1, een niveauanciënniteit vereist van 25 jaar. Wanneer die anciënniteit niet zou bereikt zijn, kan een lagere onderscheiding van één graad in de gezamenlijke rangorde van de drie Orden toegekend worden.
6. De personeelsleden van de rangen 20 tot 30 moeten een administratieve loopbaan van minstens 20 jaar doorlopen hebben om aanspraak te kunnen maken op de eerste onderscheiding.
7. Er wordt voor de toepassing van dit reglement geen rekening gehouden met de tijdelijke waarneming van functies die tot een hogere hiërarchische rang behoren dan de rang van het werkelijk beklede ambt.
8. Aan de personeelsleden van de Federale Ombudsman mogen in geen andere hoedanigheid eretekens in de Nationale Orden verleend worden.
Er wordt enkel een uitzondering gemaakt wat betreft :
- eretekens wegens oorlogsfeiten;
- reserveofficieren, die mogen kiezen tussen het administratief reglement en het militair reglement; deze keuze is bindend voor de hele duur van de inschrijving van de betrokkenen in het reservekader van het Leger.
9. De toekenning van een onderscheiding door een andere minister dan de Minister tot wiens administratie het personeelslid behoort, is onderworpen aan de voorafgaande instemming van deze laatste.
Van deze regel wordt slechts afgeweken ingeval een belanghebbende zich, in oorlogstijd, eventueel bij het Leger bevindt.
10. Niet-statutaire personeelsleden worden niet onderscheiden. Nadat zij benoemd zijn, wordt echter de tijd die zij aldus hebben doorgebracht, aangerekend als tijd doorgebracht in een definitieve betrekking.
11. De tijd die gedurende de administratieve loopbaan onder de wapenen doorgebracht wordt, wordt er niet van afgetrokken.
12. Indien iemand in toepassing van artikel 7, § 1, van de wet van 1 mei 2006 betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden tenminste het ereteken bezit dat voor zijn toestand is voorzien, wordt hem geen ereteken verleend.
Van deze regel wordt slechts afgeweken indien het gaat om eretekens verworven voor oorlogsfeiten; in dit geval mag de betrokken persoon de onderscheiding ontvangen die, in de algemene hiërarchie der Orden, onmiddellijk hoger is dan die welke hem (haar) werd toegekend; iedere eventualiteit buiten dit geval geeft aanleiding tot toepassing van artikel 18.
13. Niemand mag gedecoreerd worden indien hij een evaluatie " onvoldoende " heeft gekregen.
In dat geval gebeurt de toekenning van een onderscheiding tijdens de eerstvolgende beweging na een evaluatie waarvan de eindvermelding minstens " voldoende " is.
14. Elke verlening vindt plaats bij gelegenheid van de promotie die het ogenblijk voorafgaat waarop de betrokken persoon werkelijk aan de voorwaarden zou voldoen om gedecoreerd te worden.
15. Geen enkele termijn is vereist tussen de toekenning van een onderscheiding in de Nationale Orden en de verlening van een ereteken van een andere aard.
16. a. Dienst- en niveauanciënniteit worden berekend volgens de principes van het personeelsstatuut van de Federale Ombudsman.
b. Afwezigheidsperioden die gelijkgesteld worden met non-activiteit komen niet in aanmerking voor de toekenning van een onderscheiding.
17. Tuchtstraffen.
Vertragingen van de hieronder aangeduide duur, volgen uit de navolgende tuchtstraffen :
- terechtwijzing : 6 maanden
- blaam : 9 maanden
- inhouding van wedde : 12 maanden
- tuchtschorsing : 24 maanden
- terugzetting in graad : 36 maanden.
Deze termijnen nemen een aanvang op de dag dat de straf uitgesproken wordt. In die gevallen gebeurt de toekenning van een onderscheiding tijdens de eerstvolgende beweging na de bovenvermelde termijn.
18. Elke afwijking van deze gelijkstelling dient het voorwerp uit te maken van de procedure voorzien in artikelen 6 en 13 van de wet van 1 mei 2006 betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden.
1. Deze gelijkstelling is van toepassing op de personeelsleden van de Federale Ombudsman.
2. In onderhavige gelijkstelling wordt de minimumleeftijd voor de opname in de Nationale Orden vastgesteld op 40 jaar.
3. Een tijdsspanne van 10 jaar geldt tussen twee onderscheidingen in de Nationale Orden ten gunste van eenzelfde persoon, behalve wanneer het gaat om eretekens die verleend worden voor oorlogsfeiten.
Die termijn kan, zo nodig, ingekort worden, zonder evenwel te kunnen teruggebracht worden tot minder dan vijf jaar, wanneer de vorige onderscheiding later verleend werd dan op de minimumleeftijd die in die leeftijdsklasse voorzien is.
4. In elke leeftijdsklasse, van 40 tot 50, van 50 tot 60 en van 60 tot 65 jaar, mag niemand meer dan eenmaal onderscheiden worden, onverminderd de uitzondering die in het eerste lid van voorgaand artikel voorzien is.
5. De personeelsleden van de rangen 15 tot en met 26 moeten beschikken over 10 jaar dienstanciënniteit en gedurende minstens 2 jaar hun functie uitgeoefend hebben om aanspraak te kunnen maken op de voorziene onderscheiding. Bovendien is voor het toekennen van de laatste in de tabel voorkomende onderscheiding aan de personeelsleden van niveau 1, een niveauanciënniteit vereist van 25 jaar. Wanneer die anciënniteit niet zou bereikt zijn, kan een lagere onderscheiding van één graad in de gezamenlijke rangorde van de drie Orden toegekend worden.
6. De personeelsleden van de rangen 20 tot 30 moeten een administratieve loopbaan van minstens 20 jaar doorlopen hebben om aanspraak te kunnen maken op de eerste onderscheiding.
7. Er wordt voor de toepassing van dit reglement geen rekening gehouden met de tijdelijke waarneming van functies die tot een hogere hiërarchische rang behoren dan de rang van het werkelijk beklede ambt.
8. Aan de personeelsleden van de Federale Ombudsman mogen in geen andere hoedanigheid eretekens in de Nationale Orden verleend worden.
Er wordt enkel een uitzondering gemaakt wat betreft :
- eretekens wegens oorlogsfeiten;
- reserveofficieren, die mogen kiezen tussen het administratief reglement en het militair reglement; deze keuze is bindend voor de hele duur van de inschrijving van de betrokkenen in het reservekader van het Leger.
9. De toekenning van een onderscheiding door een andere minister dan de Minister tot wiens administratie het personeelslid behoort, is onderworpen aan de voorafgaande instemming van deze laatste.
Van deze regel wordt slechts afgeweken ingeval een belanghebbende zich, in oorlogstijd, eventueel bij het Leger bevindt.
10. Niet-statutaire personeelsleden worden niet onderscheiden. Nadat zij benoemd zijn, wordt echter de tijd die zij aldus hebben doorgebracht, aangerekend als tijd doorgebracht in een definitieve betrekking.
11. De tijd die gedurende de administratieve loopbaan onder de wapenen doorgebracht wordt, wordt er niet van afgetrokken.
12. Indien iemand in toepassing van artikel 7, § 1, van de wet van 1 mei 2006 betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden tenminste het ereteken bezit dat voor zijn toestand is voorzien, wordt hem geen ereteken verleend.
Van deze regel wordt slechts afgeweken indien het gaat om eretekens verworven voor oorlogsfeiten; in dit geval mag de betrokken persoon de onderscheiding ontvangen die, in de algemene hiërarchie der Orden, onmiddellijk hoger is dan die welke hem (haar) werd toegekend; iedere eventualiteit buiten dit geval geeft aanleiding tot toepassing van artikel 18.
13. Niemand mag gedecoreerd worden indien hij een evaluatie " onvoldoende " heeft gekregen.
In dat geval gebeurt de toekenning van een onderscheiding tijdens de eerstvolgende beweging na een evaluatie waarvan de eindvermelding minstens " voldoende " is.
14. Elke verlening vindt plaats bij gelegenheid van de promotie die het ogenblijk voorafgaat waarop de betrokken persoon werkelijk aan de voorwaarden zou voldoen om gedecoreerd te worden.
15. Geen enkele termijn is vereist tussen de toekenning van een onderscheiding in de Nationale Orden en de verlening van een ereteken van een andere aard.
16. a. Dienst- en niveauanciënniteit worden berekend volgens de principes van het personeelsstatuut van de Federale Ombudsman.
b. Afwezigheidsperioden die gelijkgesteld worden met non-activiteit komen niet in aanmerking voor de toekenning van een onderscheiding.
17. Tuchtstraffen.
Vertragingen van de hieronder aangeduide duur, volgen uit de navolgende tuchtstraffen :
- terechtwijzing : 6 maanden
- blaam : 9 maanden
- inhouding van wedde : 12 maanden
- tuchtschorsing : 24 maanden
- terugzetting in graad : 36 maanden.
Deze termijnen nemen een aanvang op de dag dat de straf uitgesproken wordt. In die gevallen gebeurt de toekenning van een onderscheiding tijdens de eerstvolgende beweging na de bovenvermelde termijn.
18. Elke afwijking van deze gelijkstelling dient het voorwerp uit te maken van de procedure voorzien in artikelen 6 en 13 van de wet van 1 mei 2006 betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden.
Art. N2. Annexe B. - Assimilation relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux aux membres du personnel du Médiateur fédéral
1. La présente assimilation s'applique aux membres du personnel du Médiateur fédéral.
2. Dans la présente assimilation, l'âge minimum d'admission dans les Ordres nationaux est fixé à 40 ans.
3. Un intervalle de dix ans entre deux octrois dans les Ordres nationaux en faveur de la même personne est requis, sauf s'il s'agit de décorations décernées pour faits de guerre.
Ce délai peut, le cas échéant, être réduit, sans toutefois être inférieur à cinq ans, lorsque la distinction précédente a été octroyée postérieurement à l'âge minimal prévu par la classe d'âge.
4. Dans chaque classe d'âge, de 40 à 50, de 50 à 60, et de 60 à 65 ans, nul ne peut être décoré plus d'une fois, sans préjudice de l'exception prévue au premier alinéa de l'article précédent.
5. Pour les agents des rangs 15 à 26 inclus, 10 ans d'ancienneté de service et un exercice de 2 années au moins de la fonction sont requis pour permettre l'octroi de la distinction prévue. En outre, pour les agents du niveau 1, l'octroi de la dernière distinction prévue par le tableau est subordonné à une ancienneté de niveau de 25 ans. Dans le cas où cette ancienneté n'est pas atteinte, une distinction inférieure d'un degré dans la hiérarchie combinée des trois Ordres pourra être octroyée.
6. Pour les agents des rangs 20 à 30, l'accomplissement d'une carrière de 20 années au moins dans l'Administration est requis pour permettre le premier octroi.
7. Il n'est pas tenu compte, pour l'application de la présente assimilation, d'un exercice temporaire de fonctions supérieures à celles de la position hiérarchique effective.
8. Les membres du personnel du Médiateur fédéral ne peuvent être décorés dans les Ordres nationaux à un autre titre.
Exception n'est faite qu'en ce qui regarde :
- les décorations pour faits de guerre;
- les officiers de réserve, lesquels ont la faculté de choisir entre le règlement administratif et le règlement militaire; ce choix vaut obligatoirement pour toute la durée de l'inscription des intéressés dans le cadre de réserve de l'Armée.
9. L'octroi d'une décoration par un Ministre dont ne dépend pas la personne en cause est subordonné à l'autorisation préalable du Ministre de tutelle.
Il n'est fait exception à cette règle que dans le cas d'une éventuelle présence de l'intéressé dans les rangs de l'Armée, en temps de guerre.
10. Les membres du personnel non statutaire ne sont pas décorés. Après nomination, le temps passé comme tel leur est néanmoins compté comme accompli dans une situation définitive.
11. Le temps passé sous les drapeaux durant la carrière administrative n'est pas déduit de celle-ci.
12. En application de l'article 7, § 1er, de la loi du 1er mai 2006 relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux, si quelqu'un possède au moins la décoration prévue pour sa situation, il n'est pas décoré.
Exception à cette règle n'est faite qu'à propos des décorations possédées pour faits de guerre; en ce cas, la personne intéressée peut recevoir, dans la hiérarchie combinée des trois Ordres, la distinction immédiatement supérieure à celle qui lui a été conférée à ce titre; toute éventualité étrangère à ce cas entraîne l'application de l'article 18.
13. Nul ne peut être décoré s'il a obtenu une évaluation "insuffisant". Dans ce cas, la distinction est octroyée lors du mouvement suivant immédiatement une évaluation dont la mention est au moins " suffisant ".
14. Tout octroi a lieu dans le mouvement qui précède le moment où la personne intéressée serait exactement en condition d'être décorée.
15. Aucun délai n'est imposé entre un octroi dans les Ordres nationaux et l'attribution d'une distinction d'une autre nature.
16. a. Les anciennetés de service et de niveau sont calculées suivant les principes du statut du personnel du Médiateur fédéral.
b. Les périodes d'absence qui sont considérées comme des périodes de non-activité n'entrent pas en ligne de compte pour l'octroi d'une décoration.
17. Peines disciplinaires.
Des retards de la durée ci-dessous indiquée, sont entraînés par les peines disciplinaires désignées ci-après :
- rappel à l'ordre : 6 mois
- blâme : 9 mois
- retenue de traitement : 12 mois
- suspension disciplinaire : 24 mois
- rétrogradation : 36 mois.
Ces délais prennent cours à la date à laquelle la peine a été prononcée. Dans ces cas, l'octroi d'une distinction a lieu lors du mouvement qui suit immédiatement le délai précité.
18. Toute dérogation à la présente assimilation fait l'objet de la procédure prévue aux articles 6 et 13 de la loi du 1er mai 2006 relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux.
1. La présente assimilation s'applique aux membres du personnel du Médiateur fédéral.
2. Dans la présente assimilation, l'âge minimum d'admission dans les Ordres nationaux est fixé à 40 ans.
3. Un intervalle de dix ans entre deux octrois dans les Ordres nationaux en faveur de la même personne est requis, sauf s'il s'agit de décorations décernées pour faits de guerre.
Ce délai peut, le cas échéant, être réduit, sans toutefois être inférieur à cinq ans, lorsque la distinction précédente a été octroyée postérieurement à l'âge minimal prévu par la classe d'âge.
4. Dans chaque classe d'âge, de 40 à 50, de 50 à 60, et de 60 à 65 ans, nul ne peut être décoré plus d'une fois, sans préjudice de l'exception prévue au premier alinéa de l'article précédent.
5. Pour les agents des rangs 15 à 26 inclus, 10 ans d'ancienneté de service et un exercice de 2 années au moins de la fonction sont requis pour permettre l'octroi de la distinction prévue. En outre, pour les agents du niveau 1, l'octroi de la dernière distinction prévue par le tableau est subordonné à une ancienneté de niveau de 25 ans. Dans le cas où cette ancienneté n'est pas atteinte, une distinction inférieure d'un degré dans la hiérarchie combinée des trois Ordres pourra être octroyée.
6. Pour les agents des rangs 20 à 30, l'accomplissement d'une carrière de 20 années au moins dans l'Administration est requis pour permettre le premier octroi.
7. Il n'est pas tenu compte, pour l'application de la présente assimilation, d'un exercice temporaire de fonctions supérieures à celles de la position hiérarchique effective.
8. Les membres du personnel du Médiateur fédéral ne peuvent être décorés dans les Ordres nationaux à un autre titre.
Exception n'est faite qu'en ce qui regarde :
- les décorations pour faits de guerre;
- les officiers de réserve, lesquels ont la faculté de choisir entre le règlement administratif et le règlement militaire; ce choix vaut obligatoirement pour toute la durée de l'inscription des intéressés dans le cadre de réserve de l'Armée.
9. L'octroi d'une décoration par un Ministre dont ne dépend pas la personne en cause est subordonné à l'autorisation préalable du Ministre de tutelle.
Il n'est fait exception à cette règle que dans le cas d'une éventuelle présence de l'intéressé dans les rangs de l'Armée, en temps de guerre.
10. Les membres du personnel non statutaire ne sont pas décorés. Après nomination, le temps passé comme tel leur est néanmoins compté comme accompli dans une situation définitive.
11. Le temps passé sous les drapeaux durant la carrière administrative n'est pas déduit de celle-ci.
12. En application de l'article 7, § 1er, de la loi du 1er mai 2006 relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux, si quelqu'un possède au moins la décoration prévue pour sa situation, il n'est pas décoré.
Exception à cette règle n'est faite qu'à propos des décorations possédées pour faits de guerre; en ce cas, la personne intéressée peut recevoir, dans la hiérarchie combinée des trois Ordres, la distinction immédiatement supérieure à celle qui lui a été conférée à ce titre; toute éventualité étrangère à ce cas entraîne l'application de l'article 18.
13. Nul ne peut être décoré s'il a obtenu une évaluation "insuffisant". Dans ce cas, la distinction est octroyée lors du mouvement suivant immédiatement une évaluation dont la mention est au moins " suffisant ".
14. Tout octroi a lieu dans le mouvement qui précède le moment où la personne intéressée serait exactement en condition d'être décorée.
15. Aucun délai n'est imposé entre un octroi dans les Ordres nationaux et l'attribution d'une distinction d'une autre nature.
16. a. Les anciennetés de service et de niveau sont calculées suivant les principes du statut du personnel du Médiateur fédéral.
b. Les périodes d'absence qui sont considérées comme des périodes de non-activité n'entrent pas en ligne de compte pour l'octroi d'une décoration.
17. Peines disciplinaires.
Des retards de la durée ci-dessous indiquée, sont entraînés par les peines disciplinaires désignées ci-après :
- rappel à l'ordre : 6 mois
- blâme : 9 mois
- retenue de traitement : 12 mois
- suspension disciplinaire : 24 mois
- rétrogradation : 36 mois.
Ces délais prennent cours à la date à laquelle la peine a été prononcée. Dans ces cas, l'octroi d'une distinction a lieu lors du mouvement qui suit immédiatement le délai précité.
18. Toute dérogation à la présente assimilation fait l'objet de la procédure prévue aux articles 6 et 13 de la loi du 1er mai 2006 relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux.
Tabel betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de personeelsleden van de Federale Ombudsman
Tableau d'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux aux membres du personnel du Médiateur fédéral
| Graden | Federale rang | Van 40 à 50 jaar | Van 50 à 60 jaar | Van 60 à 65 jaar |
| Administrateur-directeur | 15 | Officier in de Leopoldsorde | Commandeur in de Kroonorde | Grootofficier in de Orde van Leopold II |
| Auditeur-coördinator | 13 | Officier in de Kroonorde | Commandeur in de Orde van Leopold II | Commandeur in de Leopoldsorde |
| Auditeur- attaché | 10 | Ridder in de Leopoldsorde | Officier in de Kroonorde | Commandeur in de Orde van Leopold II |
| Directieassistent | 26 | Ridder in de Orde van Leopold II | Ridder in de Kroonorde | Ridder in de Leopoldsorde |
| Bestuursassistent | 20 | - | Ridder in de Orde van Leopold II | Ridder in de Kroonorde |
| Chauffeur-bode | 32-30 | - | Gouden Palmen in de Kroonorde | Ridder in de Orde van Leopold II |
attaché10Ridder in de LeopoldsordeOfficier in de KroonordeCommandeur in de Orde van Leopold IIDirectieassistent26Ridder in de Orde van Leopold IIRidder in de KroonordeRidder in de LeopoldsordeBestuursassistent20-Ridder in de Orde van Leopold IIRidder in de KroonordeChauffeur-bode32-30-Gouden Palmen in de KroonordeRidder in de Orde van Leopold II
Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 20 januari 2012 tot goedkeuring van het reglement betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de Federale Ombudsmannen en van de gelijkstelling betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de personeelsleden van de Federale Ombudsman.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D. REYNDERS
| Grades | Rang fédéraux | De 40 à 50 ans | De 50 à 60 ans | De 60 à 65 ans |
| Administrateur-directeur | 15 | Officier de l'Ordre de Léopold | Commandeur de l'Ordre de la Couronne | Grand Officier de l'Ordre de Léopold II |
| Auditeur-coordinateur | 13 | Officier de l'Ordre de la Couronne | Commandeur de l'Ordre de Léopold II | Commandeur de l'Ordre de Léopold |
| Auditeur- attaché | 10 | Chevalier de l'Ordre de Léopold | Officier de l'Ordre de la Couronne | Commandeur de l'Ordre de Léopold II |
| Assistant de direction | 26 | Chevalier de l'Ordre de Léopold II | Chevalier de l'Ordre de la Couronne | Chevalier de l'Ordre de Léopold |
| Assistant administratif | 20 | - | Chevalier de l'Ordre de Léopold II | Chevalier de l'Ordre de la Couronne |
| Chauffeur-huissier | 32-30 | - | Palmes d'Or de l'Ordre de la Couronne | Chevalier de l'Ordre de Léopold II |
attaché10Chevalier de l'Ordre de LéopoldOfficier de l'Ordre de la CouronneCommandeur de l'Ordre de Léopold IIAssistant de direction26Chevalier de l'Ordre de Léopold IIChevalier de l'Ordre de la CouronneChevalier de l'Ordre de LéopoldAssistant administratif20-Chevalier de l'Ordre de Léopold IIChevalier de l'Ordre de la CouronneChauffeur-huissier32-30-Palmes d'Or de l'Ordre de la CouronneChevalier de l'Ordre de Léopold II
Vu pour être annexé à notre arrêté du 20 janvier 2012 portant approbation du règlement relatif à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux aux Médiateurs fédéraux et de l'assimilation relative à l'octroi de distinctions honorifiques dans les Ordres nationaux aux membres du personnel du Médiateur fédéral.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires étrangères,
D. REYNDERS