Artikel 1. In artikel 1, 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 augustus 2004 betreffende de erkenning en subsidiëring van centra voor loopbaandienstverlening, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt c) wordt vervangen door wat volgt :
"c) ervaren werknemers : werknemers als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt, die de leeftijd hebben van vijfenveertig jaar of meer;";
2° er wordt een punt f) toegevoegd, dat luidt als volgt :
"f) de werknemers van wie de arbeidsovereenkomst tijdelijk is geschorst wegens economische oorzaken."
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
4 JUNI 2010. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 betreffende de opleidings- en begeleidingscheques voor werknemers en het besluit van de Vlaamse Regering van 27 augustus 2004 betreffende de erkenning en subsidiëring van centra voor loopbaandienstverlening
Titre
4 JUIN 2010. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2003 relatif aux chèques-formation et chèques-accompagnement pour travailleurs et l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 août 2004 relatif à l'agrément et au subventionnement de centres de services carrière
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Article 1er. A l'article 1er, 6°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 août 2004 relatif à l'agrément et au subventionnement de centres de services carrière, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 octobre 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point c) est remplacé par ce qui suit :
"c) travailleurs expérimentés : travailleurs tels que visés à l'article 2, 2°, du décret du 8 mai 2002 relatif à la participation proportionnelle au marché de l'emploi, qui ont atteint l'âge de quarante-cinq ans ou plus;";
2° il est ajouté un point f), rédigé comme suit :
"f) les travailleurs dont le contrat de travail est temporairement suspendu en raison de causes économiques."
1° le point c) est remplacé par ce qui suit :
"c) travailleurs expérimentés : travailleurs tels que visés à l'article 2, 2°, du décret du 8 mai 2002 relatif à la participation proportionnelle au marché de l'emploi, qui ont atteint l'âge de quarante-cinq ans ou plus;";
2° il est ajouté un point f), rédigé comme suit :
"f) les travailleurs dont le contrat de travail est temporairement suspendu en raison de causes économiques."
Art. 2. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2007, wordt punt 8° vervangen door wat volgt :
"8° jaarlijks minstens tweehonderd vijftig werkenden in een volledig traject begeleiden. Minstens 50 % van het totale aantal begeleide werkenden in de volledige trajecten, de verkorte trajecten en de trajecten nazorg, behoort tot één of meer kansengroepen als vermeld in artikel 1, 6°. Dat aantal en dat percentage worden berekend op basis van de volledige duurtijd van het project. De minister kan het aantal en het percentage wijzigen en kan eveneens een groeipercentage bepalen;".
"8° jaarlijks minstens tweehonderd vijftig werkenden in een volledig traject begeleiden. Minstens 50 % van het totale aantal begeleide werkenden in de volledige trajecten, de verkorte trajecten en de trajecten nazorg, behoort tot één of meer kansengroepen als vermeld in artikel 1, 6°. Dat aantal en dat percentage worden berekend op basis van de volledige duurtijd van het project. De minister kan het aantal en het percentage wijzigen en kan eveneens een groeipercentage bepalen;".
Art. 2. A l'article 4 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 octobre 2007, le point 8° est remplacé par la disposition suivante :
"8° accompagner annuellement au moins deux cent cinquante travailleurs dans un parcours complet. Au moins 50 % du nombre total de travailleurs accompagnés dans les parcours complets, les parcours réduits et les parcours de suivi, appartient à un ou plusieurs groupes à potentiel tels que visés à l'article 1er, 6°. Le nombre et le pourcentage en question sont calculés sur la base de la durée intégrale du projet. Le ministre peut modifier le nombre et le pourcentage et il peut également déterminer un taux de croissance;".
"8° accompagner annuellement au moins deux cent cinquante travailleurs dans un parcours complet. Au moins 50 % du nombre total de travailleurs accompagnés dans les parcours complets, les parcours réduits et les parcours de suivi, appartient à un ou plusieurs groupes à potentiel tels que visés à l'article 1er, 6°. Le nombre et le pourcentage en question sont calculés sur la base de la durée intégrale du projet. Le ministre peut modifier le nombre et le pourcentage et il peut également déterminer un taux de croissance;".
Art. 3. In artikel 5, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2007, wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
"1° voorafgaand aan de aanvraag voor loopbaandienstverlening, hetzij een werkervaring van minstens twaalf maanden als werkende hebben verworven, hetzij een werkervaring van negen maanden, waarvan 28 aaneensluitende arbeidsdagen, als uitzendkracht als vermeld in de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers, hebben verworven.
De individuele beroepsopleiding als werkzoekende als vermeld in titel III in hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding wordt gelijkgesteld met werkervaring als werkende;".
"1° voorafgaand aan de aanvraag voor loopbaandienstverlening, hetzij een werkervaring van minstens twaalf maanden als werkende hebben verworven, hetzij een werkervaring van negen maanden, waarvan 28 aaneensluitende arbeidsdagen, als uitzendkracht als vermeld in de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers, hebben verworven.
De individuele beroepsopleiding als werkzoekende als vermeld in titel III in hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding wordt gelijkgesteld met werkervaring als werkende;".
Art. 3. A l'article 5, § 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 octobre 2007, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
"1° avoir acquis préalablement à la demande de services carrière, soit au moins douze mois d'expérience de travail en tant que travailleur, soit neuf mois d'expérience de travail, dont 28 jours de travail continus en tant que travailleur intérimaire comme visé à la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs.
La formation professionnelle individuelle comme demandeur d'emploi, visée au titre III, chapitre III de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle, est assimilée à l'expérience de travail en tant que travailleur;".
"1° avoir acquis préalablement à la demande de services carrière, soit au moins douze mois d'expérience de travail en tant que travailleur, soit neuf mois d'expérience de travail, dont 28 jours de travail continus en tant que travailleur intérimaire comme visé à la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs.
La formation professionnelle individuelle comme demandeur d'emploi, visée au titre III, chapitre III de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle, est assimilée à l'expérience de travail en tant que travailleur;".
Art. 4. In artikel 8 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"De basisfinanciering van 50.000 euro, vermeld in het eerste lid, wordt verminderd als het centrum minder dan 80 % van het aantal werkenden, begeleid in een volledig traject als vermeld in artikel 4, 8°, begeleidt. In dat geval wordt de vermindering van de basisfinanciering procentueel bepaald volgens de formule :
A = 100 - B, waarbij :
1° A = verminderingspercentage van de basisfinanciering;
2° B = (het werkelijk aantal werknemers, die in een volledig traject worden begeleid)/(het aantal werknemers die moeten worden begeleid in een volledig traject als vermeld in artikel 4, 8°) x 100.";
2° tussen het tweede lid, dat het derde wordt, en het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"De subsidie van 800 euro, vermeld in het tweede lid, wordt verminderd als het centrum minder kansengroepen begeleidt dan het percentage, vermeld in artikel 4, 8°.
Als het percentage van het aantal begeleide kansengroepen hoger is dan of gelijk is aan 40 %, wordt het bedrag verminderd. In dat geval wordt het verminderingspercentage van de subsidie bepaald volgens de formule :
C = 50 - D, waarbij :
1° C = verminderingspercentage van de subsidie;
2° D = aandeel werkenden in de volledige trajecten, de verkorte trajecten en de trajecten nazorg, dat behoort tot een of meer van de kansengroepen, vermeld in artikel 1, 6°.
Als het percentage van het aantal begeleide kansengroepen lager is dan 40 %, wordt het bedrag verminderd. In dat geval wordt het verminderings- of terugvorderingspercentage van de subsidie bepaald volgens de formule :
E = 100 - (F x 2), waarbij :
F = het aandeel werkenden in de volledige trajecten, de verkorte trajecten en de trajecten nazorg, dat behoort tot een of meer van de kansengroepen, vermeld in artikel 1, 6°."
1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"De basisfinanciering van 50.000 euro, vermeld in het eerste lid, wordt verminderd als het centrum minder dan 80 % van het aantal werkenden, begeleid in een volledig traject als vermeld in artikel 4, 8°, begeleidt. In dat geval wordt de vermindering van de basisfinanciering procentueel bepaald volgens de formule :
A = 100 - B, waarbij :
1° A = verminderingspercentage van de basisfinanciering;
2° B = (het werkelijk aantal werknemers, die in een volledig traject worden begeleid)/(het aantal werknemers die moeten worden begeleid in een volledig traject als vermeld in artikel 4, 8°) x 100.";
2° tussen het tweede lid, dat het derde wordt, en het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"De subsidie van 800 euro, vermeld in het tweede lid, wordt verminderd als het centrum minder kansengroepen begeleidt dan het percentage, vermeld in artikel 4, 8°.
Als het percentage van het aantal begeleide kansengroepen hoger is dan of gelijk is aan 40 %, wordt het bedrag verminderd. In dat geval wordt het verminderingspercentage van de subsidie bepaald volgens de formule :
C = 50 - D, waarbij :
1° C = verminderingspercentage van de subsidie;
2° D = aandeel werkenden in de volledige trajecten, de verkorte trajecten en de trajecten nazorg, dat behoort tot een of meer van de kansengroepen, vermeld in artikel 1, 6°.
Als het percentage van het aantal begeleide kansengroepen lager is dan 40 %, wordt het bedrag verminderd. In dat geval wordt het verminderings- of terugvorderingspercentage van de subsidie bepaald volgens de formule :
E = 100 - (F x 2), waarbij :
F = het aandeel werkenden in de volledige trajecten, de verkorte trajecten en de trajecten nazorg, dat behoort tot een of meer van de kansengroepen, vermeld in artikel 1, 6°."
Art. 4. A l'article 8 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 octobre 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° il est inséré entre les alinéas premier et deux, un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
"Le financement de base de 50.000 euros, visé au premier alinéa, est diminué lorsque le centre accompagne moins de 80 % du nombre de travailleurs dans un parcours complet comme visé à l'article 4, 8°. Dans ce cas, la diminution du financement de base est fixée en pourcentage suivant la formule :
A = 100 - B, étant entendu que :
1° A = le pourcentage de diminution du financement de base;
2° B = (le nombre réel de travailleurs accompagnés dans un parcours complet)/(le nombre de travailleurs qui doivent être accompagnés dans un parcours complet comme visé à l'article 4, 8°) x 100.";
2° entre le deuxième alinéa qui devient le troisième alinéa et le troisième alinéa qui devient le quatrième alinéa, il est inséré un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
"La subvention de 800 euros, visée au deuxième alinéa, est diminuée lorsque le nombre de groupes à potentiel accompagné par le centre est inférieur au pourcentage visé à l'article 4, 8°.
Si le pourcentage du nombre de groupes à potentiel accompagnés est supérieur ou égal à 40 %, le montant est diminué. Dans ce cas, le pourcentage de diminution de la subvention est fixé suivant la formule :
C = 50 - D, étant entendu que :
1° C = le pourcentage de diminution de la subvention;
2° D = la partie des travailleurs dans les parcours complets, les parcours réduits et les parcours de suivi, appartenant à un ou plusieurs des groupes à potentiel visés à l'article 1er, 6°.
Si le pourcentage du nombre de groupes à potentiel accompagnés est inférieur à 40 %, le montant est diminué. Dans ce cas, le pourcentage de diminution ou de recouvrement de la subvention est fixé suivant la formule :
E = 100 - (F x 2), étant entendu que :
F = la partie des travailleurs dans les parcours complets, les parcours réduits et les parcours de suivi, appartenant à un ou plusieurs des groupes à potentiel visés à l'article 1er, 6°."
1° il est inséré entre les alinéas premier et deux, un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
"Le financement de base de 50.000 euros, visé au premier alinéa, est diminué lorsque le centre accompagne moins de 80 % du nombre de travailleurs dans un parcours complet comme visé à l'article 4, 8°. Dans ce cas, la diminution du financement de base est fixée en pourcentage suivant la formule :
A = 100 - B, étant entendu que :
1° A = le pourcentage de diminution du financement de base;
2° B = (le nombre réel de travailleurs accompagnés dans un parcours complet)/(le nombre de travailleurs qui doivent être accompagnés dans un parcours complet comme visé à l'article 4, 8°) x 100.";
2° entre le deuxième alinéa qui devient le troisième alinéa et le troisième alinéa qui devient le quatrième alinéa, il est inséré un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
"La subvention de 800 euros, visée au deuxième alinéa, est diminuée lorsque le nombre de groupes à potentiel accompagné par le centre est inférieur au pourcentage visé à l'article 4, 8°.
Si le pourcentage du nombre de groupes à potentiel accompagnés est supérieur ou égal à 40 %, le montant est diminué. Dans ce cas, le pourcentage de diminution de la subvention est fixé suivant la formule :
C = 50 - D, étant entendu que :
1° C = le pourcentage de diminution de la subvention;
2° D = la partie des travailleurs dans les parcours complets, les parcours réduits et les parcours de suivi, appartenant à un ou plusieurs des groupes à potentiel visés à l'article 1er, 6°.
Si le pourcentage du nombre de groupes à potentiel accompagnés est inférieur à 40 %, le montant est diminué. Dans ce cas, le pourcentage de diminution ou de recouvrement de la subvention est fixé suivant la formule :
E = 100 - (F x 2), étant entendu que :
F = la partie des travailleurs dans les parcours complets, les parcours réduits et les parcours de suivi, appartenant à un ou plusieurs des groupes à potentiel visés à l'article 1er, 6°."
Art. 5. In artikel 3, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 betreffende de opleidings- en begeleidingscheques voor werknemers, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2006, worden punt 1° en 2° vervangen door wat volgt :
"1° de dienstverleners die al erkend zijn in de pijler opleiding in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten;
2° de sectorale instellingen die nog niet erkend zijn in de pijler opleiding in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten overeenkomstig artikel 14, § 1, 1°, en die worden beheerd door de sociale partners, op voorwaarde dat ze een aanvraag tot erkenning indienen bij de VDAB;".
"1° de dienstverleners die al erkend zijn in de pijler opleiding in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten;
2° de sectorale instellingen die nog niet erkend zijn in de pijler opleiding in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten overeenkomstig artikel 14, § 1, 1°, en die worden beheerd door de sociale partners, op voorwaarde dat ze een aanvraag tot erkenning indienen bij de VDAB;".
Art. 5. A l'article 3, § 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2003 relatif aux chèques-formation et chèques-accompagnement pour travailleurs, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2006, les points 1° et 2° sont remplacés par ce qui suit :
"1° les prestataires de services qui sont déjà agréés dans le pilier formation dans le cadre de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 2008 portant octroi d'aides aux petites et moyennes entreprises pour des services promouvant l'entrepreneuriat;
2° les établissements sectoriels qui ne sont pas encore agréés dans le pilier formation dans le cadre de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 2008 portant octroi d'aides aux petites et moyennes entreprises pour des services promouvant l'entrepreneuriat, conformément à l'article 14, § 1er, 1°, et qui sont gérés par les partenaires sociaux, à condition qu'ils introduisent une demande d'agrément auprès du VDAB (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle);".
"1° les prestataires de services qui sont déjà agréés dans le pilier formation dans le cadre de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 2008 portant octroi d'aides aux petites et moyennes entreprises pour des services promouvant l'entrepreneuriat;
2° les établissements sectoriels qui ne sont pas encore agréés dans le pilier formation dans le cadre de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 2008 portant octroi d'aides aux petites et moyennes entreprises pour des services promouvant l'entrepreneuriat, conformément à l'article 14, § 1er, 1°, et qui sont gérés par les partenaires sociaux, à condition qu'ils introduisent une demande d'agrément auprès du VDAB (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle);".
Art. 6. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 augustus 2004, wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
"Het maximale volume, vermeld in het eerste en tweede lid, kan voor de kansengroepen, vermeld in artikel 1, 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 augustus 2004 betreffende de erkenning en subsidiëring van centra voor loopbaandienstverlening, met uitzondering van de personen die aangesloten zijn bij het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering van Zelfstandigen of bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen, worden verhoogd met het volume aan cheques dat werd betaald voor de loopbaandienstverlening die werd aangeboden door de begeleidingsverstrekkers, erkend overeenkomstig artikel 4."
"Het maximale volume, vermeld in het eerste en tweede lid, kan voor de kansengroepen, vermeld in artikel 1, 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 augustus 2004 betreffende de erkenning en subsidiëring van centra voor loopbaandienstverlening, met uitzondering van de personen die aangesloten zijn bij het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering van Zelfstandigen of bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen, worden verhoogd met het volume aan cheques dat werd betaald voor de loopbaandienstverlening die werd aangeboden door de begeleidingsverstrekkers, erkend overeenkomstig artikel 4."
Art. 6. A l'article 5 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 août 2004, le troisième alinéa est remplacé par ce qui suit :
"Le volume maximal visé aux premier et deuxième alinéas, peut être majoré du volume de chèques payé pour les services carrière offerts par les opérateurs d'accompagnement agréés conformément à l'article 4, pour les groupes à potentiel visés à l'article 1er, 6° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 août 2004 relatif à l'agrément et au subventionnement de centres de services carrière, à l'exception des personnes affiliées à l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants ou à une caisse d'assurances sociales pour travailleurs indépendants."
"Le volume maximal visé aux premier et deuxième alinéas, peut être majoré du volume de chèques payé pour les services carrière offerts par les opérateurs d'accompagnement agréés conformément à l'article 4, pour les groupes à potentiel visés à l'article 1er, 6° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 août 2004 relatif à l'agrément et au subventionnement de centres de services carrière, à l'exception des personnes affiliées à l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants ou à une caisse d'assurances sociales pour travailleurs indépendants."
Art. 7. Artikel 13 van het hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 13. De opleidingscheques voor werknemers kunnen, voor eenzelfde opleiding, niet gecumuleerd worden met de opleidingssteun voor werkgevers vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten."
"Art. 13. De opleidingscheques voor werknemers kunnen, voor eenzelfde opleiding, niet gecumuleerd worden met de opleidingssteun voor werkgevers vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten."
Art. 7. L'article 13 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
"Art. 13. Les chèques-formation pour travailleurs ne peuvent être cumulés pour la même formation avec les chèques-formation pour employeurs visés à l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 2008 portant octroi d'aides aux petites et moyennes entreprises pour des services promouvant l'entrepreneuriat."
"Art. 13. Les chèques-formation pour travailleurs ne peuvent être cumulés pour la même formation avec les chèques-formation pour employeurs visés à l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 2008 portant octroi d'aides aux petites et moyennes entreprises pour des services promouvant l'entrepreneuriat."
Art. 8. De Vlaamse minister, bevoegd voor de professionele vorming, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Le Ministre flamand ayant la formation professionnelle dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Brussel, 4 juni 2010.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
Ph. MUYTERS
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
Ph. MUYTERS
Bruxelles, le 4 juin 2010.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, de l'Emploi, de l'Aménagement du Territoire et des Sports,
Ph. MUYTERS
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, de l'Emploi, de l'Aménagement du Territoire et des Sports,
Ph. MUYTERS