Artikel 1. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° het agentschap : het Agentschap voor Natuur en Bos;
2° de algemeen directeur : het personeelslid, houder van een managementfunctie die zich organiek en functioneel situeert tussen het N-niveau en het niveau N-1, en die belast is met de leiding van een afdeling op laatstgenoemde niveau binnen het agentschap;
3° de financieel directeur : de ambtenaar van rang A 2 belast met de begrotingscoördinatie binnen het agentschap;
4° de HR-manager : de ambtenaar van rang A 2 belast met personeelsvorming en -aanwerving;
5° het afdelingshoofd : een personeelslid benoemd tot afdelingshoofd;
6° de provinciaal directeur : een personeelslid aangesteld om de verantwoordelijkheid voor een provinciale dienst te dragen;
7° uitgaven met betrekking tot het betaalsysteem " vereffenaar kort " : het betaalsysteem zoals bepaald in het vigerende decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap;
8° natuurinspecteur : het personeelslid van het agentschap toegewezen aan een cel natuurinspectie in een provinciale dienst, dat opsporings- en toezichtsbevoegdheden uitoefent;
9° boswachter : het personeelslid van het agentschap toegewezen aan een cel beheer in een provinciale dienst, dat terreinbeherende en toezichtsbevoegdheden uitoefent, in regel binnen de domeinen waarvoor het Agentschap beheersverantwoordelijkheid heeft.
10° beleidsadviseur : het personeelslid van het agentschap, toegewezen aan de cel beleidsuitvoering in een provinciale dienst, dat beleidsuitvoerende taken en toezicht op vergunningen en machtigingen uitoefent.
11° celverantwoordelijke : het personeelslid dat de leiding heeft over een cel beheer, natuurinspectie of beleidsuitvoering in een provinciale dienst;
12° regiobeheerder : het personeelslid dat de leiding heeft over een beheerregio waarin hij overwegend terreinbeherende opdrachten uitvoert, in regel binnen de domeinen waarvoor het Agentschap beheersverantwoordelijkheid heeft;
§ 2. De functie van bos- en natuurwachter zoals bedoeld in de bijlage bij de Wet van 3 februari 2003 houdende diverse wijzigingen aan de wetgeving betreffende de pensioenen van de openbare sector, die de functies vastlegt waar voor de pensioenberekening de preferentiële noemer van de " actieve diensten " wordt gebruikt, wordt in het Vlaams Gewest uitgeoefend door de boswachters, beleidsadviseurs en natuurinspecteurs.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
1 JANUARI 2010. - Besluit van het hoofd van het Agentschap voor Natuur en Bos houdende delegatie en toewijzing van bevoegdheden(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-02-2010 en tekstbijwerking tot 01-07-2014)
Titre
1 JANVIER 2010. - Arrêté de la direction de l'agence "Agentschap voor Natuur en Bos » (de la Nature et des Forêts) portant délégation et attribution de compétences. (TRADUCTION)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-02-2010 et mise à jour au 01-07-2014)
Dokumentinformationen
Numac: 2010035111
Datum: 2010-01-01
Info du document
Numac: 2010035111
Date: 2010-01-01
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK II. - Delegaties verleend aan de alge...
HOOFDSTUK III. - Delegaties verleend aan de fin...
HOOFDSTUK IV. - Delegaties verleend aan de HR-m...
HOOFDSTUK V. - Delegaties verleend aan de afdel...
HOOFDSTUK VI. - Delegaties verleend aan de prov...
HOOFDSTUK VII. - De bevoegdheden van celverantw...
HOOFDSTUK VIII. - De bevoegdheden van de regiob...
HOOFDSTUK IX. - De bevoegdheden van de natuurin...
HOOFDSTUK X. - Toewijzing van bevoegdheden inza...
HOOFDSTUK XI. - Rapportage over de verleende de...
HOOFDSTUK XII. - Beheer van de delegaties
HOOFDSTUK XIII. - Opheffingsbepalingen
HOOFDSTUK XIV. - Slotbepalingen
Inhoud
Tekst (57)
Texte (1)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Article M. (NOTE : pas de version française, voir version néerlandaise)
-
Art. 2. § 1. De bij dit besluit verleende delegaties worden tevens verleend aan de persoon die met de waarneming van het ambt van de titularis is belast, die deze titularis vervangt bij tijdelijke afwezigheid of verhindering, of die op enigerlei wijze voorzien in het toepasselijke personeelsstatuut het ambt van de titularis daadwerkelijk uitoefent.
§ 2. In geval van tijdelijke afwezigheid of verhindering van de titularis bedoeld in de vorige paragraaf plaatst de betrokken ambtenaar boven de vermelding van zijn graad en zijn handtekening de formule " voor (de naam van de persoon), afwezig ".
§ 3. De delegaties die bij dit besluit worden verleend aan de algemeen directeur, afdelingshoofden, de provinciaal directeurs, de celverantwoordelijken of de regiobeheerders kunnen uitsluitend worden uitgeoefend binnen de grenzen van de taakstelling van de subentiteit waarvan zij aan het hoofd staan. De delegaties die bij dit besluit worden verleend aan de financieel directeur, de HR-manager, de boswachters en natuurinspecteurs kunnen uitsluitend worden uitgeoefend binnen de grenzen van hun taakstelling.
§ 4. De delegaties die bij dit besluit worden verleend, worden slechts verleend binnen de perken van de goedgekeurde begrotingen van het agentschap.
§ 5. De delegaties die bij dit besluit worden verleend, worden slechts toegekend binnen de perken van de algemene bevoegdheid van het hoofd van het agentschap die als eindverantwoordelijke bevoegd is voor de sturing en voor het geheel van de activiteiten van het Agentschap.
§ 6. De delegaties die bij dit besluit worden verleend, houden geen delegatie in inzake :
- principiële zaken die het agentschap als entiteit aanbelangen;
- conflictueuze zaken waarin het agentschap als entiteit betrokken is;
- zaken waarbij het imago van het agentschap in het gedrang komt;
- het financieel beleid van het agentschap;
- strategisch beleid en strategische initiatieven;
- het opstellen en bijstellen van de beheersovereenkomst en het ondernemingsplan.
§ 7. De bij dit besluit verleende delegaties worden verleend met dien verstande dat zij ten allen tijde kunnen worden uitgeoefend door de hiërarchisch meerderen van de titularis.
§ 2. In geval van tijdelijke afwezigheid of verhindering van de titularis bedoeld in de vorige paragraaf plaatst de betrokken ambtenaar boven de vermelding van zijn graad en zijn handtekening de formule " voor (de naam van de persoon), afwezig ".
§ 3. De delegaties die bij dit besluit worden verleend aan de algemeen directeur, afdelingshoofden, de provinciaal directeurs, de celverantwoordelijken of de regiobeheerders kunnen uitsluitend worden uitgeoefend binnen de grenzen van de taakstelling van de subentiteit waarvan zij aan het hoofd staan. De delegaties die bij dit besluit worden verleend aan de financieel directeur, de HR-manager, de boswachters en natuurinspecteurs kunnen uitsluitend worden uitgeoefend binnen de grenzen van hun taakstelling.
§ 4. De delegaties die bij dit besluit worden verleend, worden slechts verleend binnen de perken van de goedgekeurde begrotingen van het agentschap.
§ 5. De delegaties die bij dit besluit worden verleend, worden slechts toegekend binnen de perken van de algemene bevoegdheid van het hoofd van het agentschap die als eindverantwoordelijke bevoegd is voor de sturing en voor het geheel van de activiteiten van het Agentschap.
§ 6. De delegaties die bij dit besluit worden verleend, houden geen delegatie in inzake :
- principiële zaken die het agentschap als entiteit aanbelangen;
- conflictueuze zaken waarin het agentschap als entiteit betrokken is;
- zaken waarbij het imago van het agentschap in het gedrang komt;
- het financieel beleid van het agentschap;
- strategisch beleid en strategische initiatieven;
- het opstellen en bijstellen van de beheersovereenkomst en het ondernemingsplan.
§ 7. De bij dit besluit verleende delegaties worden verleend met dien verstande dat zij ten allen tijde kunnen worden uitgeoefend door de hiërarchisch meerderen van de titularis.
-
Art. 3. § 1. De bij dit besluit verleende delegaties omvatten ook :
1° de beslissingen die moeten genomen worden in het kader van de voorbereiding en de uitvoering van de gedelegeerde aangelegenheden;
2° de beslissingen van ondergeschikt belang of van aanvullende aard die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de gedelegeerde aangelegenheden;
3° het goedkeuren van de uitgaven die dienen te worden verricht in het kader van de verleende delegaties.
§ 2. In de mate dat door onderhavig besluit verleende delegaties zijn gekoppeld aan regelgeving, blijven zij overeenkomstig van kracht indien deze regelgeving wordt gewijzigd, aangevuld of vervangen.
1° de beslissingen die moeten genomen worden in het kader van de voorbereiding en de uitvoering van de gedelegeerde aangelegenheden;
2° de beslissingen van ondergeschikt belang of van aanvullende aard die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de gedelegeerde aangelegenheden;
3° het goedkeuren van de uitgaven die dienen te worden verricht in het kader van de verleende delegaties.
§ 2. In de mate dat door onderhavig besluit verleende delegaties zijn gekoppeld aan regelgeving, blijven zij overeenkomstig van kracht indien deze regelgeving wordt gewijzigd, aangevuld of vervangen.
-
Art. 4. De bij dit besluit verleende delegaties kunnen, in overleg met het hoofd van het agentschap, door de titularis ervan, worden gesubdelegeerd aan personeelsleden die voor hem/haar werken.
De delegaties of subdelegaties, zoals bedoeld in het eerste lid, worden vastgelegd in een besluit van de titularis en ter kennis gebracht van het hoofd van het agentschap.
De delegaties of subdelegaties, zoals bedoeld in het eerste lid, worden vastgelegd in een besluit van de titularis en ter kennis gebracht van het hoofd van het agentschap.
-
Art. 5. Alle bedragen vermeld in onderhavig besluit zijn exclusief BTW, [1 ...]1.
-
Art. 6. Bij twijfel over de toepassing van het delegatiebesluit dient overleg gepleegd te worden op het managementcomité van het Agentschap voor Natuur en Bos.
-
HOOFDSTUK II. - Delegaties verleend aan de algemeen directeur
-
Art. 7. De algemeen directeur heeft delegatie
1° om de dagdagelijkse correspondentie die verband houdt met zijn opdracht te voeren, inzonderheid met betrekking tot de bij dit besluit gedelegeerde aangelegenheden, met uitzondering van de correspondentie met betrekking tot :
- het Rekenhof;
- de Vlaamse Regering, haar ministers of kabinetten;
- Parlementen;
- De Europese Unie of haar vertegenwoordigers;
- De N-functies van administraties
En met uitzondering van het in ontvangst nemen van de dagvaardingen, betekend aan de Vlaamse Gemeenschap en/of het Vlaamse Gewest.
2° voor de opvolging, aansturing en/of coördinatie van specifieke door het hoofd van het agentschap aangeduide projecten. Per project worden afspraken met de afdelingshoofden ter zake gemaakt.
3° [1 voor de activiteiten van het agentschap met betrekking tot:
- ICT;
- facility management inzake de interne organisatie;
- de natuurinspectie;
- het nemen van beslissingen in verband met het verlenen van toegang tot of verbinding met het Rijksregister.]1
4° over de aanvragen tot openbaarmaking van bestuursdocumenten.
1° om de dagdagelijkse correspondentie die verband houdt met zijn opdracht te voeren, inzonderheid met betrekking tot de bij dit besluit gedelegeerde aangelegenheden, met uitzondering van de correspondentie met betrekking tot :
- het Rekenhof;
- de Vlaamse Regering, haar ministers of kabinetten;
- Parlementen;
- De Europese Unie of haar vertegenwoordigers;
- De N-functies van administraties
En met uitzondering van het in ontvangst nemen van de dagvaardingen, betekend aan de Vlaamse Gemeenschap en/of het Vlaamse Gewest.
2° voor de opvolging, aansturing en/of coördinatie van specifieke door het hoofd van het agentschap aangeduide projecten. Per project worden afspraken met de afdelingshoofden ter zake gemaakt.
3° [1 voor de activiteiten van het agentschap met betrekking tot:
- ICT;
- facility management inzake de interne organisatie;
- de natuurinspectie;
- het nemen van beslissingen in verband met het verlenen van toegang tot of verbinding met het Rijksregister.]1
4° over de aanvragen tot openbaarmaking van bestuursdocumenten.
-
Art. 8. § 1. [1 De algemeen directeur heeft inzake overheidsopdrachten m.b.t. de activiteiten opgesomd in artikel 7, 2° en 3°, binnen de goedgekeurde begroting, delegatie voor de keuze van gunningswijze en de goedkeuring van het bestek voor zover de opdrachten zijn opgenomen in het goedgekeurd lopend fysisch programma of het ondernemingsplan en - voor zover relevant - het fysisch programma of ondernemingsplan van het komend jaar, of voorzien zijn op het budget van het agentschap, ongeacht het bedrag.
De algemeen directeur heeft inzake bovenvermelde overheidsopdrachten delegatie voor het gunnen van overheidsopdrachten en de uitvoering daarvan voor zover:
1° indien het een openbare aanbesteding of een algemene offerteaanvraag voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 500.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 600.000 euro en voor diensten 400.000 euro;
2° indien het een beperkte aanbesteding of een beperkte offerteaanvraag voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 150.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 200.000 euro en voor diensten 100.000 euro;
3° indien het een onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 150.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 150.000 euro en voor diensten 75.000 euro;
4° indien het een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 67.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 67.000 euro en voor diensten 67.000 euro.
5° indien het een verrekening of een bijakte betreft voor zover het gecumuleerd bedrag in min of in meer afzonderlijk, niet hoger is dan 15 % van het bedrag waartegen de opdracht werd gegund."
2° In de derde paragraaf van hetzelfde artikel worden de woorden "19 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten," vervangen door de woorden "38 van de wet Overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006]1
§ 2. De delegaties bepaald in § 1 zijn slechts van toepassing in de mate dat :
- voor wat de goedkeuring van de aanbestedingsbescheiden betreft het bedrag van de raming niet hoger is dan het geprogrammeerde bedrag plus maximaal 10 %;
- voor wat de gunning van opdrachten betreft het bedrag van de inschrijving niet hoger is dan het bedrag van de raming plus maximaal 10 % en het bedrag van de inschrijving niet hoger is dan het geprogrammeerde bedrag plus maximaal 15 %.
§ 3. De delegaties bepaald in § 1 zijn van toepassing op gezamenlijke opdrachten overeenkomstig artikel 19 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, indien het aandeel van het agentschap in de gezamenlijke opdracht niet hoger is dan de in § 1 respectievelijk bepaalde bedragen.
§ 4. [1 De delegaties bepaald in § 1 strekken zich niet uit tot:
1° de beslissingen met betrekking tot het niet-toewijzen van de opdracht en het al dan niet heraanbesteden volgens al dan niet dezelfde procedure overeenkomstig artikel 35 van de wet Overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006;
2° de beslissingen met betrekking tot de procedure in geval van het verstrijken van de gestanddoeningstermijn, overeenkomstig artikel 103 en 104 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 15 juli 2011;
3° de beslissingen met betrekking tot het wijzigen van het voorwerp van de opdracht overeenkomstig artikel 37 van het koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken van 14 januari 2013;
4° het nemen van maatregelen van ambtswege overeenkomstig de onderscheiden bepalingen van het koninklijk besluit tot bepalingen van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken van 14 januari 2013.]1
§ 5. De algemeen directeur heeft delegatie om, binnen de perken van de geopende kredieten, opdrachten te gunnen volgens een onderhandelingsprocedure, die niet zijn opgenomen in een goedgekeurd inhoudelijk programma voor zover het bedrag van de opdracht niet hoger is dan
- 30.000 euro voor werken
- 18.500 euro voor leveringen
- 7.500 euro voor diensten
En voor zover het handelt om hoogdringende opdrachten waarbij er een reëel gevaar dreigt voor personen en/of goederen. Een afschrift van de betekening van de gunning wordt binnen de 24 uur meegedeeld aan het hoofd van het agentschap.
§ 6. De algemeen directeur heeft delegatie om inzake overheidsopdrachten m.b.t. de activiteiten opgesomd in artikel 7, 2° en 3°, binnen de goedgekeurde begroting, en die binnen de delegatie van de administrateur-generaal vallen, alle documenten te ondertekenen in uitvoering van de gunningsbeslissing en de vastlegging, onverminderd § 4.
De algemeen directeur heeft inzake bovenvermelde overheidsopdrachten delegatie voor het gunnen van overheidsopdrachten en de uitvoering daarvan voor zover:
1° indien het een openbare aanbesteding of een algemene offerteaanvraag voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 500.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 600.000 euro en voor diensten 400.000 euro;
2° indien het een beperkte aanbesteding of een beperkte offerteaanvraag voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 150.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 200.000 euro en voor diensten 100.000 euro;
3° indien het een onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 150.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 150.000 euro en voor diensten 75.000 euro;
4° indien het een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 67.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 67.000 euro en voor diensten 67.000 euro.
5° indien het een verrekening of een bijakte betreft voor zover het gecumuleerd bedrag in min of in meer afzonderlijk, niet hoger is dan 15 % van het bedrag waartegen de opdracht werd gegund."
2° In de derde paragraaf van hetzelfde artikel worden de woorden "19 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten," vervangen door de woorden "38 van de wet Overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006]1
§ 2. De delegaties bepaald in § 1 zijn slechts van toepassing in de mate dat :
- voor wat de goedkeuring van de aanbestedingsbescheiden betreft het bedrag van de raming niet hoger is dan het geprogrammeerde bedrag plus maximaal 10 %;
- voor wat de gunning van opdrachten betreft het bedrag van de inschrijving niet hoger is dan het bedrag van de raming plus maximaal 10 % en het bedrag van de inschrijving niet hoger is dan het geprogrammeerde bedrag plus maximaal 15 %.
§ 3. De delegaties bepaald in § 1 zijn van toepassing op gezamenlijke opdrachten overeenkomstig artikel 19 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, indien het aandeel van het agentschap in de gezamenlijke opdracht niet hoger is dan de in § 1 respectievelijk bepaalde bedragen.
§ 4. [1 De delegaties bepaald in § 1 strekken zich niet uit tot:
1° de beslissingen met betrekking tot het niet-toewijzen van de opdracht en het al dan niet heraanbesteden volgens al dan niet dezelfde procedure overeenkomstig artikel 35 van de wet Overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006;
2° de beslissingen met betrekking tot de procedure in geval van het verstrijken van de gestanddoeningstermijn, overeenkomstig artikel 103 en 104 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 15 juli 2011;
3° de beslissingen met betrekking tot het wijzigen van het voorwerp van de opdracht overeenkomstig artikel 37 van het koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken van 14 januari 2013;
4° het nemen van maatregelen van ambtswege overeenkomstig de onderscheiden bepalingen van het koninklijk besluit tot bepalingen van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken van 14 januari 2013.]1
§ 5. De algemeen directeur heeft delegatie om, binnen de perken van de geopende kredieten, opdrachten te gunnen volgens een onderhandelingsprocedure, die niet zijn opgenomen in een goedgekeurd inhoudelijk programma voor zover het bedrag van de opdracht niet hoger is dan
- 30.000 euro voor werken
- 18.500 euro voor leveringen
- 7.500 euro voor diensten
En voor zover het handelt om hoogdringende opdrachten waarbij er een reëel gevaar dreigt voor personen en/of goederen. Een afschrift van de betekening van de gunning wordt binnen de 24 uur meegedeeld aan het hoofd van het agentschap.
§ 6. De algemeen directeur heeft delegatie om inzake overheidsopdrachten m.b.t. de activiteiten opgesomd in artikel 7, 2° en 3°, binnen de goedgekeurde begroting, en die binnen de delegatie van de administrateur-generaal vallen, alle documenten te ondertekenen in uitvoering van de gunningsbeslissing en de vastlegging, onverminderd § 4.
-
Art. 9. Onverminderd artikel 8, met name wat betreft het sluiten van overeenkomsten in het kader van overheidsopdrachten, heeft de algemeen directeur delegatie voor het afsluiten van overeenkomsten, behoudens :
- wanneer de jaarlijkse financiële implicatie van de overeenkomst in uitgave groter is dan 18.500 euro;
- de overeenkomst de toekenning van een zakelijk recht, een huur of een concessie inhoudt, waarvan de totale inkomst over de duurtijd van de overeenkomst groter is dan of gelijk is aan 18.500 euro;
- de overeenkomst gesloten wordt met een overheid.
- wanneer de jaarlijkse financiële implicatie van de overeenkomst in uitgave groter is dan 18.500 euro;
- de overeenkomst de toekenning van een zakelijk recht, een huur of een concessie inhoudt, waarvan de totale inkomst over de duurtijd van de overeenkomst groter is dan of gelijk is aan 18.500 euro;
- de overeenkomst gesloten wordt met een overheid.
-
Art. 10. De algemeen directeur heeft delegatie voor :
- het in ontvangst nemen van aangetekende zendingen;
- uittreksels en afschriften van documenten die verband houden met zijn taken eensluidend te verklaren en af te leveren;
- het goedkeuren van presentiegelden en binnenlandse reisvergoedingen, maaltijd- en dagvergoeding voor binnenlandse dienstreizen van personeelsleden waarvan hij de functionele chef is en van de aan zijn bevoegdheden verbonden advies- en overlegorganen;
- [1 ...]1;
- het goedkeuren van allerlei uitgaven andere dan deze die betrekking hebben op overheidsopdrachten of overeenkomsten tot een bedrag van 7.500 euro.
Het betreft inzonderheid uitgaven met betrekking tot retributies, heffingen of belastingen.
- het in ontvangst nemen van aangetekende zendingen;
- uittreksels en afschriften van documenten die verband houden met zijn taken eensluidend te verklaren en af te leveren;
- het goedkeuren van presentiegelden en binnenlandse reisvergoedingen, maaltijd- en dagvergoeding voor binnenlandse dienstreizen van personeelsleden waarvan hij de functionele chef is en van de aan zijn bevoegdheden verbonden advies- en overlegorganen;
- [1 ...]1;
- het goedkeuren van allerlei uitgaven andere dan deze die betrekking hebben op overheidsopdrachten of overeenkomsten tot een bedrag van 7.500 euro.
Het betreft inzonderheid uitgaven met betrekking tot retributies, heffingen of belastingen.
-
HOOFDSTUK III. - Delegaties verleend aan de financieel directeur
-
Art. 11. De financieel directeur heeft onafgezien van het bedrag delegatie voor :
1° het goedkeuren van facturen voor apparaats- en werkingskredieten;
2° het verlenen van het visum voor interne controle met het inhoudelijk, procedureel en boekhoudkundig nazicht van vastleggings- en ordonnanceringsdossiers;
3° het verlenen van het visum voor vastleggingswijzigingen;
4° het ondertekenen van documenten als ordonnateur voor het boeken van een vastrecht en een contantrecht;
5° het verlenen van het visum tot schrapping van encours;
6° het ondertekenen van betalingsborderellen;
7° het goedkeuren voor uitbetaling van verwijlintresten;
8° inhoudelijk besliste dossiers te budgetteren, vast te leggen en te ordonnanceren;
9° op te treden als inhoudelijk ordonnateur voor het MINA-fonds.
De in artikel 7 vermelde delegaties worden verleend mits toepassing van de scheiding der functies inzake ordonnateurschap en interne controle.
1° het goedkeuren van facturen voor apparaats- en werkingskredieten;
2° het verlenen van het visum voor interne controle met het inhoudelijk, procedureel en boekhoudkundig nazicht van vastleggings- en ordonnanceringsdossiers;
3° het verlenen van het visum voor vastleggingswijzigingen;
4° het ondertekenen van documenten als ordonnateur voor het boeken van een vastrecht en een contantrecht;
5° het verlenen van het visum tot schrapping van encours;
6° het ondertekenen van betalingsborderellen;
7° het goedkeuren voor uitbetaling van verwijlintresten;
8° inhoudelijk besliste dossiers te budgetteren, vast te leggen en te ordonnanceren;
9° op te treden als inhoudelijk ordonnateur voor het MINA-fonds.
De in artikel 7 vermelde delegaties worden verleend mits toepassing van de scheiding der functies inzake ordonnateurschap en interne controle.
-
HOOFDSTUK IV. - Delegaties verleend aan de HR-manager
-
Art. 12. De HR-manager heeft delegatie :
1° om de dagdagelijkse correspondentie die verband houdt met zijn opdracht te voeren, inzonderheid met betrekking tot de bij dit besluit gedelegeerde aangelegenheden, met uitzondering van de correspondentie met betrekking tot :
- het Rekenhof;
- de Vlaamse Regering, haar ministers of kabinetten;
- Parlementen;
- De Europese Unie of haar vertegenwoordigers;
- De N-functies van administraties.
En met uitzondering van het in ontvangst nemen van de dagvaardingen, betekend aan de Vlaamse Gemeenschap en/of het Vlaamse Gewest.
2° voor de activiteiten van het agentschap met betrekking tot de personeelsvorming en -aanwerving.
[1 3° voor het erkennen van arbeidsongevallen en van ongevallen op de weg van en naar het werk de toekenning van schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, conform artikel X 23, § 3, van het Vlaams Personeelsstatuut van 13 januari 2006.]1
1° om de dagdagelijkse correspondentie die verband houdt met zijn opdracht te voeren, inzonderheid met betrekking tot de bij dit besluit gedelegeerde aangelegenheden, met uitzondering van de correspondentie met betrekking tot :
- het Rekenhof;
- de Vlaamse Regering, haar ministers of kabinetten;
- Parlementen;
- De Europese Unie of haar vertegenwoordigers;
- De N-functies van administraties.
En met uitzondering van het in ontvangst nemen van de dagvaardingen, betekend aan de Vlaamse Gemeenschap en/of het Vlaamse Gewest.
2° voor de activiteiten van het agentschap met betrekking tot de personeelsvorming en -aanwerving.
[1 3° voor het erkennen van arbeidsongevallen en van ongevallen op de weg van en naar het werk de toekenning van schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, conform artikel X 23, § 3, van het Vlaams Personeelsstatuut van 13 januari 2006.]1
-
Art. 13. [1 De HR-manager heeft delegatie voor de uitgaven voor werkingskosten en schuldvorderingen voortvloeiend uit overheidsopdrachten met betrekking tot het betaalsysteem "vereffenaar kort" tot een bedrag van 8.500,00 euro, exclusief BTW.]1
-
HOOFDSTUK V. - Delegaties verleend aan de afdelingshoofden van de centrale diensten
-
Art. 14. De afdelingshoofden en de financieel directeur hebben, ieder voor zich, delegatie om de dagdagelijkse correspondentie die verband houdt met hun opdrachten te voeren, in het bijzonder met betrekking tot de bij dit besluit gedelegeerde aangelegenheden, met uitzondering van de correspondentie met betrekking tot :
- het Rekenhof;
- de Vlaamse Regering, haar Ministers of Kabinetten;
- Parlementen;
- de Europse Unie of haar vertegenwoordigers;
- de N-functies en algemeen directeurs,
en met uitzondering van het in ontvangst nemen van dagvaardingen, betekend aan de Vlaamse Gemeenschap en/of het Vlaamse Gewest.
- het Rekenhof;
- de Vlaamse Regering, haar Ministers of Kabinetten;
- Parlementen;
- de Europse Unie of haar vertegenwoordigers;
- de N-functies en algemeen directeurs,
en met uitzondering van het in ontvangst nemen van dagvaardingen, betekend aan de Vlaamse Gemeenschap en/of het Vlaamse Gewest.
-
Art. 15. De afdelingshoofden hebben delegatie voor :
1° het goedkeuren van presentiegelden en reisvergoedingen, maaltijd- en dagvergoedingen voor binnenlandse dienstreizen van personeelsleden waarvan zij de functionele chef zijn en van de aan hun bevoegdheden verbonden advies- en overlegorganen;
2° de gewone verloven, jaarlijkse vakantieverloven en individuele dienstvrijstellingen toe te staan en toe te kennen aan de personeelsleden die tot hun dienst behoren;
1° het goedkeuren van presentiegelden en reisvergoedingen, maaltijd- en dagvergoedingen voor binnenlandse dienstreizen van personeelsleden waarvan zij de functionele chef zijn en van de aan hun bevoegdheden verbonden advies- en overlegorganen;
2° de gewone verloven, jaarlijkse vakantieverloven en individuele dienstvrijstellingen toe te staan en toe te kennen aan de personeelsleden die tot hun dienst behoren;
-
Art. 16. § 1. [1 De afdelingshoofden hebben, ieder voor zich, inzake overheidsopdrachten delegatie voor de keuze van de gunningswijze en de goedkeuring van het bestek, binnen de goedgekeurde begroting, voor zover de opdrachten zijn opgenomen in het goedgekeurd lopend fysisch programma of het ondernemingsplan en - voor zover relevant - het fysisch programma of ondernemingsplan van het komend jaar, of voorzien zijn op het budget van het agentschap, ongeacht het bedrag.
De afdelingshoofden hebben, ieder voor zich, inzake bovenvermelde overheidsopdrachten delegatie voor het gunnen van overheidsopdrachten en de uitvoering daarvan voor zover:
1° indien het een openbare aanbesteding of een algemene offerteaanvraag voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 500.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 500.000 euro en voor diensten 250.000 euro;
2° indien het een beperkte aanbesteding of een beperkte offerteaanvraag voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 150.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 150.000 euro en voor diensten 75.000 euro;
3° indien het een onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 150.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 150.000 euro en voor diensten 75.000 euro;
4° indien het een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 67.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 67.000 euro en voor diensten 67.000 euro;
5° indien het, onverminderd § 4, 4° hierna, een ramingstaat, een verrekening of een bijakte betreft voor zover het gecumuleerd bedrag in min of in meer afzonderlijk, niet hoger is dan 15 % van het bedrag waarvoor de opdracht werd gegund.]1
§ 2. De delegaties bepaald in § 1 zijn slechts van toepassing in de mate :
- voor wat de goedkeuring van de aanbestedingsbescheiden betreft, het bedrag van de raming niet hoger is dan het geprogrammeerde bedrag plus maximaal 10 %;
- voor wat de gunning van de opdrachten betreft, het bedrag van de inschrijving niet hoger is dan het bedrag van de raming plus maximaal 10 %, en het bedrag van de inschrijving niet hoger is dan het geprogrammeerde bedrag plus maximaal 15 %.
§ 3. De delegaties bepaald in § 1 zijn van toepassing op gezamenlijke opdrachten overeenkomstig artikel [1 38 van de wet Overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006]1 indien het aandeel van het agentschap in de gezamenlijke opdracht niet hoger is dan de in § 1 en § 2 respectievelijk bepaalde bedragen.
§ 4. [1 De delegaties bepaald in § 1 strekken zich niet uit tot:
1° de beslissingen met betrekking tot het niet-toewijzen van de opdracht en het al dan niet heraanbesteden volgens al dan niet dezelfde procedure overeenkomstig artikel 35 van de wet Overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006;
2° de beslissingen met betrekking tot de procedure in geval van het verstrijken van de gestanddoeningstermijn, overeenkomstig artikel 103 en 104 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 15 juli 2011;
3° de beslissingen met betrekking tot het wijzigen van het voorwerp van de opdracht overeenkomstig artikel 37 van het koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken van 14 januari 2013;
4° het nemen van maatregelen van ambtswege overeenkomstig de onderscheiden bepalingen van het koninklijk besluit tot bepalingen van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken van 14 januari 2013.]1
§ 5. De afdelingshoofden hebben, ieder voor zich, delegatie om, binnen de perken van de geopende kredieten, opdrachten te gunnen volgens een onderhandelingsprocedure, die niet zijn opgenomen in een goedgekeurd inhoudelijk programma of het ondernemingsplan voor zover het bedrag van de opdracht niet hoger is dan :
- 15.000 euro voor werken;
- 10.000 euro voor leveringen;
- 3.500 euro voor diensten.
En voor zover het handelt om hoogdringende opdrachten waarbij er een reëel gevaar dreigt voor personen en/of goederen.
Een afschrift van de betekening van de gunning wordt binnen de 24 uur meegedeeld aan het hoofd van het agentschap.
§ 6. De afdelingshoofden hebben, ieder voor zich, delegatie om inzake overheidsopdrachten, binnen de goedgekeurde begroting, die binnen de delegatie van de administrateur-generaal vallen, alle documenten te ondertekenen in uitvoering van de gunningsbeslissing en de vastlegging, onverminderd § 4.
De afdelingshoofden hebben, ieder voor zich, inzake bovenvermelde overheidsopdrachten delegatie voor het gunnen van overheidsopdrachten en de uitvoering daarvan voor zover:
1° indien het een openbare aanbesteding of een algemene offerteaanvraag voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 500.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 500.000 euro en voor diensten 250.000 euro;
2° indien het een beperkte aanbesteding of een beperkte offerteaanvraag voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 150.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 150.000 euro en voor diensten 75.000 euro;
3° indien het een onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 150.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 150.000 euro en voor diensten 75.000 euro;
4° indien het een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 67.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 67.000 euro en voor diensten 67.000 euro;
5° indien het, onverminderd § 4, 4° hierna, een ramingstaat, een verrekening of een bijakte betreft voor zover het gecumuleerd bedrag in min of in meer afzonderlijk, niet hoger is dan 15 % van het bedrag waarvoor de opdracht werd gegund.]1
§ 2. De delegaties bepaald in § 1 zijn slechts van toepassing in de mate :
- voor wat de goedkeuring van de aanbestedingsbescheiden betreft, het bedrag van de raming niet hoger is dan het geprogrammeerde bedrag plus maximaal 10 %;
- voor wat de gunning van de opdrachten betreft, het bedrag van de inschrijving niet hoger is dan het bedrag van de raming plus maximaal 10 %, en het bedrag van de inschrijving niet hoger is dan het geprogrammeerde bedrag plus maximaal 15 %.
§ 3. De delegaties bepaald in § 1 zijn van toepassing op gezamenlijke opdrachten overeenkomstig artikel [1 38 van de wet Overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006]1 indien het aandeel van het agentschap in de gezamenlijke opdracht niet hoger is dan de in § 1 en § 2 respectievelijk bepaalde bedragen.
§ 4. [1 De delegaties bepaald in § 1 strekken zich niet uit tot:
1° de beslissingen met betrekking tot het niet-toewijzen van de opdracht en het al dan niet heraanbesteden volgens al dan niet dezelfde procedure overeenkomstig artikel 35 van de wet Overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006;
2° de beslissingen met betrekking tot de procedure in geval van het verstrijken van de gestanddoeningstermijn, overeenkomstig artikel 103 en 104 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 15 juli 2011;
3° de beslissingen met betrekking tot het wijzigen van het voorwerp van de opdracht overeenkomstig artikel 37 van het koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken van 14 januari 2013;
4° het nemen van maatregelen van ambtswege overeenkomstig de onderscheiden bepalingen van het koninklijk besluit tot bepalingen van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken van 14 januari 2013.]1
§ 5. De afdelingshoofden hebben, ieder voor zich, delegatie om, binnen de perken van de geopende kredieten, opdrachten te gunnen volgens een onderhandelingsprocedure, die niet zijn opgenomen in een goedgekeurd inhoudelijk programma of het ondernemingsplan voor zover het bedrag van de opdracht niet hoger is dan :
- 15.000 euro voor werken;
- 10.000 euro voor leveringen;
- 3.500 euro voor diensten.
En voor zover het handelt om hoogdringende opdrachten waarbij er een reëel gevaar dreigt voor personen en/of goederen.
Een afschrift van de betekening van de gunning wordt binnen de 24 uur meegedeeld aan het hoofd van het agentschap.
§ 6. De afdelingshoofden hebben, ieder voor zich, delegatie om inzake overheidsopdrachten, binnen de goedgekeurde begroting, die binnen de delegatie van de administrateur-generaal vallen, alle documenten te ondertekenen in uitvoering van de gunningsbeslissing en de vastlegging, onverminderd § 4.
-
Art. 17. Onverminderd artikel 2, § 1, artikel 2, § 2 en artikel 7, met name wat betreft het sluiten van overeenkomsten in het kader van overheidsopdrachten, hebben de afdelingshoofden, ieder voor zich, delegatie voor het afsluiten van overeenkomsten, voorzover :
- de financiële implicatie van de overeenkomst niet groter is dan 5.000 euro;
- de overeenkomst niet gesloten wordt met een overheid.
- de financiële implicatie van de overeenkomst niet groter is dan 5.000 euro;
- de overeenkomst niet gesloten wordt met een overheid.
-
Art. 18. De afdelingshoofden en de financieel directeur hebben, ieder voor zich, delegatie voor :
- het in ontvangst nemen van aangetekende zendingen;
- uittreksels en afschriften van documenten die verband houden met zijn taken eensluidend te verklaren en af te leveren;
- het goedkeuren van allerlei uitgaven andere dan deze die betrekking hebben op overheidsopdrachten of overeenkomsten tot een bedrag van 2.500 euro. Het betreft inzonderheid uitgaven met betrekking tot retributies, heffingen of belastingen.
- het in ontvangst nemen van aangetekende zendingen;
- uittreksels en afschriften van documenten die verband houden met zijn taken eensluidend te verklaren en af te leveren;
- het goedkeuren van allerlei uitgaven andere dan deze die betrekking hebben op overheidsopdrachten of overeenkomsten tot een bedrag van 2.500 euro. Het betreft inzonderheid uitgaven met betrekking tot retributies, heffingen of belastingen.
-
Art. 19. [1 De afdelingshoofden hebben, ieder voor zich, delegatie voor de uitgaven van werkingskosten en schuldvorderingen voortvloeiend uit overheidsopdrachten met betrekking tot het betaalsysteem "vereffenaar kort" tot een bedrag van 8.500,00 euro, exclusief BTW.]1
-
Art. 20. Het afdelingshoofd van de Afdeling Beleid is gemachtigd om binnen de perken van de bestaande regelgeving :
1° de inhoudelijke ordonnantiën van het Centraal Comité van het Visserijfonds af te leveren en invulling te geven aan artikel 7 van het ministerieel besluit van 13 december 1954 houdende de inrichtingen van de boekhouding van het Visserijfonds;
2° afwijkingen te verlenen van verbodsbepalingen zoals bedoeld in artikel 56 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
3° handelingen toe te staan, zoals bedoeld in artikel 19 van het besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer;
4° nadere regels vast te stellen over de te leveren monitoringgegevens en de vorm en modaliteiten van de rapporten zoals bedoeld in artikel 19 § 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van natuurreservaten en van terreinbeherende natuurverenigingen en houdende toekenning van subsidies;
5° overeenkomstig artikel 19 van het besluit van de Vlaamse regering van 27 juni 2003 houdende de vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van natuurreservaten en van terreinbeherende verenigingen en houdende toekenning van subsidies, het monitoringrapport goed te keuren;
6° overeenkomsten te sluiten ter bevordering van de gebiedsgerichte uitbreiding van het bosareaal die gericht is op duurzaam bosbeheer, zoals voorzien in artikel 6bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990, behoudens wanneer de jaarlijkse kost voor het agentschap meer dan euro 7.000 bedraagt;
7° het beroep te behandelen tegen de beslissing over het reeafschotplan zoals bedoeld in artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 1994 tot invoering van een afschotplan voor reewild en daar over te beslissen;
8° het beroep te behandelen tegen de beslissing van de arrondissementscommissaris over het jachtverlof zoals bedoeld in artikel 8 van het koninklijk besluit van 28 februari 1977 betreffende de afgifte van jachtverloven en jachtvergunningen;
9° de vergunningen af te geven voor het vervoer van levende fazanten overeenkomstig de bepalingen van artikel 26, § 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 30 mei 2008 houdende de vaststelling van de voorwaarden waaronder de jacht kan worden uitgeoefend;
10° overeenkomstig artikel 23, vijfde lid van het jachtdecreet van 24 juli 1991 machtigingen te verlenen tot het vervoeren van levende konijnen of vossen, en overeenkomstig artikel 28 van hetzelfde decreet toestemming te verlenen tot het vervoer, in gesloten jachttijd, van het in artikel 26, eerste lid, van genoemd decreet bedoeld levend wild en van de in artikel 35 van hetzelfde decreet bedoelde eieren van vogels, gerangschikt bij het wild;
11° vergunningen af te leveren voor de vangst en het vervoer van wild met het oog op wetenschappelijk onderzoek, in toepassing van artikel 20 en 33 van het jachtdecreet van 24 juli 1991;
12° ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij en met het oog op proefnemingen of op het gewestelijk of plaatselijk nut, het vissen, sommige wijzen van vissen, het vangen van sommige vissoorten of categorieën evenals het gebruik van bijzonder lokazen of tuigen tijdelijk toe te staan of te verbieden;
13° de vergunningen af te geven voor het vervoer van inlandse vis met toepassing van artikel 17 van de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij;
14° machtigingen te verlenen om vis uit te storten in de wateren waarop de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij van toepassing is, op grond van artikel 25 van diezelfde wet;
15° hengelwedstrijden toe te laten overeenkomstig de bepalingen van artikel 42 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 mei 1992 tot uitvoering van de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij;
16° vergunningen af te leveren voor het vervoer van levend wild en eieren van wild, in toepassing van artikel 26, § 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 30 mei 2008 houdende de vaststelling van de voorwaarden waaronder de jacht kan worden uitgeoefend;
17° het bewijs van betaling bedoeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het decreet van 23 mei 1990 betreffende de afgifte van jachtverloven en jachtvergunningen, af te leveren;
18° de documenten bedoeld in artikel 4,§ 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 1990 tot uitvoering van het decreet van 23 mei 1990 betreffende de afgifte van jachtverloven en jachtvergunningen, in ontvangst te nemen;
19° het attest bedoeld in artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 18 januari 1995 betreffende de organisatie van het jachtexamen in ontvangst te nemen;
20° de vergunningen, bedoeld in artikel 23 en 27 van het besluit van de Vlaamse regering van 30 mei 2008 houdende de vaststelling van de voorwaarden waaronder de jacht kan worden uitgeoefend, te verlenen.
1° de inhoudelijke ordonnantiën van het Centraal Comité van het Visserijfonds af te leveren en invulling te geven aan artikel 7 van het ministerieel besluit van 13 december 1954 houdende de inrichtingen van de boekhouding van het Visserijfonds;
2° afwijkingen te verlenen van verbodsbepalingen zoals bedoeld in artikel 56 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
3° handelingen toe te staan, zoals bedoeld in artikel 19 van het besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer;
4° nadere regels vast te stellen over de te leveren monitoringgegevens en de vorm en modaliteiten van de rapporten zoals bedoeld in artikel 19 § 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van natuurreservaten en van terreinbeherende natuurverenigingen en houdende toekenning van subsidies;
5° overeenkomstig artikel 19 van het besluit van de Vlaamse regering van 27 juni 2003 houdende de vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van natuurreservaten en van terreinbeherende verenigingen en houdende toekenning van subsidies, het monitoringrapport goed te keuren;
6° overeenkomsten te sluiten ter bevordering van de gebiedsgerichte uitbreiding van het bosareaal die gericht is op duurzaam bosbeheer, zoals voorzien in artikel 6bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990, behoudens wanneer de jaarlijkse kost voor het agentschap meer dan euro 7.000 bedraagt;
7° het beroep te behandelen tegen de beslissing over het reeafschotplan zoals bedoeld in artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 1994 tot invoering van een afschotplan voor reewild en daar over te beslissen;
8° het beroep te behandelen tegen de beslissing van de arrondissementscommissaris over het jachtverlof zoals bedoeld in artikel 8 van het koninklijk besluit van 28 februari 1977 betreffende de afgifte van jachtverloven en jachtvergunningen;
9° de vergunningen af te geven voor het vervoer van levende fazanten overeenkomstig de bepalingen van artikel 26, § 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 30 mei 2008 houdende de vaststelling van de voorwaarden waaronder de jacht kan worden uitgeoefend;
10° overeenkomstig artikel 23, vijfde lid van het jachtdecreet van 24 juli 1991 machtigingen te verlenen tot het vervoeren van levende konijnen of vossen, en overeenkomstig artikel 28 van hetzelfde decreet toestemming te verlenen tot het vervoer, in gesloten jachttijd, van het in artikel 26, eerste lid, van genoemd decreet bedoeld levend wild en van de in artikel 35 van hetzelfde decreet bedoelde eieren van vogels, gerangschikt bij het wild;
11° vergunningen af te leveren voor de vangst en het vervoer van wild met het oog op wetenschappelijk onderzoek, in toepassing van artikel 20 en 33 van het jachtdecreet van 24 juli 1991;
12° ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij en met het oog op proefnemingen of op het gewestelijk of plaatselijk nut, het vissen, sommige wijzen van vissen, het vangen van sommige vissoorten of categorieën evenals het gebruik van bijzonder lokazen of tuigen tijdelijk toe te staan of te verbieden;
13° de vergunningen af te geven voor het vervoer van inlandse vis met toepassing van artikel 17 van de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij;
14° machtigingen te verlenen om vis uit te storten in de wateren waarop de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij van toepassing is, op grond van artikel 25 van diezelfde wet;
15° hengelwedstrijden toe te laten overeenkomstig de bepalingen van artikel 42 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 mei 1992 tot uitvoering van de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij;
16° vergunningen af te leveren voor het vervoer van levend wild en eieren van wild, in toepassing van artikel 26, § 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 30 mei 2008 houdende de vaststelling van de voorwaarden waaronder de jacht kan worden uitgeoefend;
17° het bewijs van betaling bedoeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het decreet van 23 mei 1990 betreffende de afgifte van jachtverloven en jachtvergunningen, af te leveren;
18° de documenten bedoeld in artikel 4,§ 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 1990 tot uitvoering van het decreet van 23 mei 1990 betreffende de afgifte van jachtverloven en jachtvergunningen, in ontvangst te nemen;
19° het attest bedoeld in artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 18 januari 1995 betreffende de organisatie van het jachtexamen in ontvangst te nemen;
20° de vergunningen, bedoeld in artikel 23 en 27 van het besluit van de Vlaamse regering van 30 mei 2008 houdende de vaststelling van de voorwaarden waaronder de jacht kan worden uitgeoefend, te verlenen.
-
Art. 21. Het afdelingshoofd van de Afdeling Beheer is gemachtigd om binnen de perken van de bestaande regelgeving :
1° het beheerplan goed te keuren voor Vlaamse natuurreservaten zoals bedoeld in artikel 34, § 2 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu dat voor elk Vlaams natuurreservaat wordt opgesteld;
2° het beheerplan goed te keuren voor de bosreservaten zoals bedoeld in artikel 13 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 1993 tot vaststellen van de regelen betreffende de aanwijzing of erkenning en het beheer van bosreservaten;
3° het beheerplan van de domeinbossen zoals bedoeld in artikel 11 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003 betreffende de beheerplannen van de bossen;
4° de verkoopsvoorwaarden en de verkoopwaarden bij een verkoop uit de hand, zoals bedoeld in artikel 55, § 2 van het Bosdecreet van 13 juni 1990 en artikel en 2, 3, 4 en 5 het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 betreffende de verkoop uit de hand van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen, in domeinbossen vast te stellen en hierover te beslissen, op voorstel van de regiobeheerder;
5° de bijzondere voorwaarden voor de verkoop overeenkomstig artikel 2, derde lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen, in domeinbossen vast te stellen en hierover te beslissen, op voorstel van de regiobeheerder;
6° te beslissen tot het al dan niet aanrekenen van de vastgestelde vergoeding voor uitstel van exploitatie bij overmacht of uitzonderlijke omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 23, § 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig van openbare bossen;
7° afwijkende bepalingen vast te stellen indien andere bosproducten dan hout openbaar worden verkocht, zoals bepaald in artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig van openbare bossen;
8° afwijkingen van artikel 8 en 12, § 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen goed te keuren, zoals bedoeld in artikel 47, § 2 van datzelfde besluit
9° de verpachtingsvoorwaarden van de jacht in de domeinen van het agentschap vast te stellen op grond van artikel 11 van het jachtdecreet van 24 juli 1991;
10° het advies te verlenen dat wordt gevraagd in het kader van het voorkooprecht natuur, in uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
[1 11° het nemen van een beslissing over het al dan niet uitoefenen van het voorkooprecht zoals geregeld in de artikelen 2.4.1 en 2.4.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.]1
1° het beheerplan goed te keuren voor Vlaamse natuurreservaten zoals bedoeld in artikel 34, § 2 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu dat voor elk Vlaams natuurreservaat wordt opgesteld;
2° het beheerplan goed te keuren voor de bosreservaten zoals bedoeld in artikel 13 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 1993 tot vaststellen van de regelen betreffende de aanwijzing of erkenning en het beheer van bosreservaten;
3° het beheerplan van de domeinbossen zoals bedoeld in artikel 11 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003 betreffende de beheerplannen van de bossen;
4° de verkoopsvoorwaarden en de verkoopwaarden bij een verkoop uit de hand, zoals bedoeld in artikel 55, § 2 van het Bosdecreet van 13 juni 1990 en artikel en 2, 3, 4 en 5 het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 betreffende de verkoop uit de hand van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen, in domeinbossen vast te stellen en hierover te beslissen, op voorstel van de regiobeheerder;
5° de bijzondere voorwaarden voor de verkoop overeenkomstig artikel 2, derde lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen, in domeinbossen vast te stellen en hierover te beslissen, op voorstel van de regiobeheerder;
6° te beslissen tot het al dan niet aanrekenen van de vastgestelde vergoeding voor uitstel van exploitatie bij overmacht of uitzonderlijke omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 23, § 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig van openbare bossen;
7° afwijkende bepalingen vast te stellen indien andere bosproducten dan hout openbaar worden verkocht, zoals bepaald in artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig van openbare bossen;
8° afwijkingen van artikel 8 en 12, § 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen goed te keuren, zoals bedoeld in artikel 47, § 2 van datzelfde besluit
9° de verpachtingsvoorwaarden van de jacht in de domeinen van het agentschap vast te stellen op grond van artikel 11 van het jachtdecreet van 24 juli 1991;
10° het advies te verlenen dat wordt gevraagd in het kader van het voorkooprecht natuur, in uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
[1 11° het nemen van een beslissing over het al dan niet uitoefenen van het voorkooprecht zoals geregeld in de artikelen 2.4.1 en 2.4.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.]1
-
HOOFDSTUK VI. - Delegaties verleend aan de provinciaal directeurs
-
Art. 22. De provinciaal directeurs hebben, ieder voor zich, delegatie om de dagdagelijkse correspondentie die verband houdt met hun opdrachten te voeren, in het bijzonder met betrekking tot de bij dit besluit gedelegeerde aangelegenheden, met uitzondering van de correspondentie met betrekking tot :
- het Rekenhof;
- de Vlaamse Regering, haar Ministers of Kabinetten;
- Parlementen;
- de Europese Unie of haar vertegenwoordigers;
- de N-functies en algemeen directeurs en afdelingshoofden,
en met uitzondering van het in ontvangst nemen van dagvaardingen, betekend aan de Vlaamse Gemeenschap en/of het Vlaamse Gewest.
- het Rekenhof;
- de Vlaamse Regering, haar Ministers of Kabinetten;
- Parlementen;
- de Europese Unie of haar vertegenwoordigers;
- de N-functies en algemeen directeurs en afdelingshoofden,
en met uitzondering van het in ontvangst nemen van dagvaardingen, betekend aan de Vlaamse Gemeenschap en/of het Vlaamse Gewest.
-
Art. 23. De provinciaal directeurs hebben, ieder voor zich, delegatie voor :
- het in ontvangst nemen van aangetekende zendingen;
- uittreksels en afschriften van documenten die verband houden met zijn taken eensluidend te verklaren en af te leveren;
- het goedkeuren van presentiegelden en binnenlandse reisvergoeding, maaltijd- en dagvergoeding voor binnenlandse dienstreizen van personeelsleden waarvan zij de functionele chef zijn en van de aan hun bevoegdheden verbonden advies- en overlegorganen;
- het goedkeuren van allerlei uitgaven andere dan deze die betrekking hebben op overheidsopdrachten of overeenkomsten tot een bedrag van 2.500 euro. Het betreft inzonderheid uitgaven met betrekking tot retributies, heffingen of belastingen;
- de gewone verloven jaarlijkse vakantieverloven en individuele dienstvrijstellingen toe te staan en toe te kennen aan de personeelsleden die tot hun dienst behoren.
- te beslissen inzake aangelegenheden met betrekking tot de arbeidsgeneeskunde voor de personeelsleden die tot hun dienst behoren.
[1 - het ondertekenen van contracten op basis waarvan personen tijdelijk een stage kunnen lopen.]1
- het in ontvangst nemen van aangetekende zendingen;
- uittreksels en afschriften van documenten die verband houden met zijn taken eensluidend te verklaren en af te leveren;
- het goedkeuren van presentiegelden en binnenlandse reisvergoeding, maaltijd- en dagvergoeding voor binnenlandse dienstreizen van personeelsleden waarvan zij de functionele chef zijn en van de aan hun bevoegdheden verbonden advies- en overlegorganen;
- het goedkeuren van allerlei uitgaven andere dan deze die betrekking hebben op overheidsopdrachten of overeenkomsten tot een bedrag van 2.500 euro. Het betreft inzonderheid uitgaven met betrekking tot retributies, heffingen of belastingen;
- de gewone verloven jaarlijkse vakantieverloven en individuele dienstvrijstellingen toe te staan en toe te kennen aan de personeelsleden die tot hun dienst behoren.
- te beslissen inzake aangelegenheden met betrekking tot de arbeidsgeneeskunde voor de personeelsleden die tot hun dienst behoren.
[1 - het ondertekenen van contracten op basis waarvan personen tijdelijk een stage kunnen lopen.]1
-
Art. 24. § 1. [1 De provinciaal directeurs hebben, ieder voor zich, inzake overheidsopdrachten delegatie voor het gunnen van overheidsopdrachten en de uitvoering ervan voor zover de opdrachten zijn opgenomen in het goedgekeurd lopend fysisch programma of het ondernemingsplan en - voor zover relevant - het fysisch programma of ondernemingsplan van het komende jaar, of voorzien zijn op het budget van het agentschap voor zover,
1° indien het een openbare aanbesteding of een algemene offerteaanvraag voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 70.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 70.000 euro en voor diensten 50.000 euro;
2° indien het een beperkte aanbesteding of een beperkte offerteaanvraag voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 70.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 70.000 euro en voor diensten 50.000 euro;
3° indien het een onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 70.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 70.000 euro en voor diensten 50.000 euro;
4° indien het een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 30.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 30.000 euro en voor diensten 30.000 euro;
5° indien het, onverminderd § 4, 4° hierna, een ramingstaat, een verrekening of een bijakte betreft voor zover het gecumuleerd bedrag in min of in meer afzonderlijk, niet hoger is dan 15 % van het bedrag waarvoor de opdracht werd gegund.]1
§ 2. [1 De provinciaal directeurs hebben, ieder voor zich, delegatie voor de uitgaven voor werkingskosten en schuldvorderingen voortvloeiend uit overheidsopdrachten met betrekking tot het betaalsysteem "vereffenaar kort" tot een bedrag van 8.500,00 euro, exclusief BTW.]1
§ 3. De bepalingen uit artikel 16,§ § 2, 3 en 4 gelden evenzeer voor de delegatie uit § 1.
1° indien het een openbare aanbesteding of een algemene offerteaanvraag voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 70.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 70.000 euro en voor diensten 50.000 euro;
2° indien het een beperkte aanbesteding of een beperkte offerteaanvraag voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 70.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 70.000 euro en voor diensten 50.000 euro;
3° indien het een onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 70.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 70.000 euro en voor diensten 50.000 euro;
4° indien het een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking voor werken betreft, het bedrag geraamd in het fysisch programma of ondernemingsplan, respectievelijk het budget, niet hoger is dan 30.000 euro; dit bedrag bedraagt voor leveringen 30.000 euro en voor diensten 30.000 euro;
5° indien het, onverminderd § 4, 4° hierna, een ramingstaat, een verrekening of een bijakte betreft voor zover het gecumuleerd bedrag in min of in meer afzonderlijk, niet hoger is dan 15 % van het bedrag waarvoor de opdracht werd gegund.]1
§ 2. [1 De provinciaal directeurs hebben, ieder voor zich, delegatie voor de uitgaven voor werkingskosten en schuldvorderingen voortvloeiend uit overheidsopdrachten met betrekking tot het betaalsysteem "vereffenaar kort" tot een bedrag van 8.500,00 euro, exclusief BTW.]1
§ 3. De bepalingen uit artikel 16,§ § 2, 3 en 4 gelden evenzeer voor de delegatie uit § 1.
-
Art. 25. De provinciaal directeurs zijn, ieder voor zich, gemachtigd om binnen de perken van de bestaande regelgeving :
1° namens het agentschap adviezen te verlenen die vereist zijn telkens wanneer dit in regelgeving is voorzien, met uitzondering van het advies dat wordt gevraagd in het kader van het voorkooprecht natuur, in uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
2° ontheffing toe te staan van de verbodsbepaling uit artikel 35 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
3° individuele ontheffing te verlenen van de verbodsbepalingen opgenomen in artikel 25, § 3, 2° van het Decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, overeenkomstig de bepalingen van artikel 28, § 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende maatregelen ter uitvoering van het gebiedsgericht natuurbeleid;
4° individuele ontheffing te verlenen van de verplichtingen opgelegd in het besluit van de Vlaamse regering van 21 november 2003 houdende maatregelen ter uitvoering van het gebiedsgericht natuurbeleid, overeenkomstig artikel 28, § 2 van hetzelfde besluit;
5° individuele ontheffing te verlenen van de verbodsbepalingen opgenomen in artikel 6, 3° van het Besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende maatregelen ter uitvoering van het gebiedsgericht natuurbeleid.
6° afwijkingen toe te staan met betrekking tot het maaitijdstip en het verwijderen van het maaisel op de bermen, overeenkomstig artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1984 houdende maatregelen inzake natuurbehoud op de bermen beheerd door publiekrechtelijke rechtspersonen;
7° gebruiksovereenkomsten om niet met een maximale duur van 1 jaar te sluiten voor terreinen in eigen beheer;
8° vrijstelling te vragen met betrekking tot onroerende voorheffing en belastingen;
9° percelen te laten registreren of aan te geven in het kader van het Mestdecreet van 23 januari 1991 en zijn uitvoeringsbesluiten, van het decreet van 21 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen en van het decreet van 21 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid;
10° te beslissen over het laten uitvoeren van beheersmaatregelen in domeinbossen door een natuurvereniging in uitvoering van artikel 45, § 2, van het bosdecreet van 13 juni 1990, voor zover deze werken voorzien zijn in een goedgekeurd beheerplan of wanneer zij gemachtigd zijn door het Agentschap;
11° vertegenwoordigers voor te dragen of af te vaardigen in commissies, stuurgroepen of andere overlegfora op provinciaal niveau evenwel met uitsluiting van :
- voordrachten of afvaardigingen in aangelegenheden waarvan het belang, de impact of de uitstraling het provinciaal niveau overstijgt;
- voordrachten of afvaardigingen van vertegenwoordigers ten aanzien van Parlementen, Regeringen, ministers of kabinetten;
12° advies te verlenen betreffende de aanduiding van wachters van bossen van bijzondere personen zoals bedoeld in artikel 177 van het Boswetboek en artikel 61 Veldwetboek;
13° advies te verlenen zoals bedoeld in artikel 35bis §§ 1 en 2 van het Veldwetboek van 7 oktober 1886;
14° het goedkeuren van beheerplannen van openbare bossen of privé-bossen, in de zin van artikel 9 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003, met inbegrip van de machtigingen in toepassing van artikel 90 en 97 Bosdecreet voor werken voorzien in het betreffende beheerplan;
15° het verlenen van machtigingen om af te wijken van een goedgekeurd beheersplan zoals voorzien in artikel en 44, 50, 81, 96 en 97 Bosdecreet;
16° het in ontvangst nemen van aanvragen zoals bedoeld in artikel 5 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 1993 tot vaststelling van regelen betreffende de aanwijzing of erkenning en het beheer van bosreservaten;
17° de taken waar te nemen die zijn toegewezen aan de ambtenaar, zoals bedoeld in het besluit van de Vlaamse regering van 3 juni 2009 betreffende de vergoeding van wildschade of van schade door beschermde soorten en tot wijziging van hoofdstuk IV van het besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijke milieu, ongeacht het bedrag.
1° namens het agentschap adviezen te verlenen die vereist zijn telkens wanneer dit in regelgeving is voorzien, met uitzondering van het advies dat wordt gevraagd in het kader van het voorkooprecht natuur, in uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
2° ontheffing toe te staan van de verbodsbepaling uit artikel 35 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
3° individuele ontheffing te verlenen van de verbodsbepalingen opgenomen in artikel 25, § 3, 2° van het Decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, overeenkomstig de bepalingen van artikel 28, § 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende maatregelen ter uitvoering van het gebiedsgericht natuurbeleid;
4° individuele ontheffing te verlenen van de verplichtingen opgelegd in het besluit van de Vlaamse regering van 21 november 2003 houdende maatregelen ter uitvoering van het gebiedsgericht natuurbeleid, overeenkomstig artikel 28, § 2 van hetzelfde besluit;
5° individuele ontheffing te verlenen van de verbodsbepalingen opgenomen in artikel 6, 3° van het Besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende maatregelen ter uitvoering van het gebiedsgericht natuurbeleid.
6° afwijkingen toe te staan met betrekking tot het maaitijdstip en het verwijderen van het maaisel op de bermen, overeenkomstig artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1984 houdende maatregelen inzake natuurbehoud op de bermen beheerd door publiekrechtelijke rechtspersonen;
7° gebruiksovereenkomsten om niet met een maximale duur van 1 jaar te sluiten voor terreinen in eigen beheer;
8° vrijstelling te vragen met betrekking tot onroerende voorheffing en belastingen;
9° percelen te laten registreren of aan te geven in het kader van het Mestdecreet van 23 januari 1991 en zijn uitvoeringsbesluiten, van het decreet van 21 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen en van het decreet van 21 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid;
10° te beslissen over het laten uitvoeren van beheersmaatregelen in domeinbossen door een natuurvereniging in uitvoering van artikel 45, § 2, van het bosdecreet van 13 juni 1990, voor zover deze werken voorzien zijn in een goedgekeurd beheerplan of wanneer zij gemachtigd zijn door het Agentschap;
11° vertegenwoordigers voor te dragen of af te vaardigen in commissies, stuurgroepen of andere overlegfora op provinciaal niveau evenwel met uitsluiting van :
- voordrachten of afvaardigingen in aangelegenheden waarvan het belang, de impact of de uitstraling het provinciaal niveau overstijgt;
- voordrachten of afvaardigingen van vertegenwoordigers ten aanzien van Parlementen, Regeringen, ministers of kabinetten;
12° advies te verlenen betreffende de aanduiding van wachters van bossen van bijzondere personen zoals bedoeld in artikel 177 van het Boswetboek en artikel 61 Veldwetboek;
13° advies te verlenen zoals bedoeld in artikel 35bis §§ 1 en 2 van het Veldwetboek van 7 oktober 1886;
14° het goedkeuren van beheerplannen van openbare bossen of privé-bossen, in de zin van artikel 9 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003, met inbegrip van de machtigingen in toepassing van artikel 90 en 97 Bosdecreet voor werken voorzien in het betreffende beheerplan;
15° het verlenen van machtigingen om af te wijken van een goedgekeurd beheersplan zoals voorzien in artikel en 44, 50, 81, 96 en 97 Bosdecreet;
16° het in ontvangst nemen van aanvragen zoals bedoeld in artikel 5 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 1993 tot vaststelling van regelen betreffende de aanwijzing of erkenning en het beheer van bosreservaten;
17° de taken waar te nemen die zijn toegewezen aan de ambtenaar, zoals bedoeld in het besluit van de Vlaamse regering van 3 juni 2009 betreffende de vergoeding van wildschade of van schade door beschermde soorten en tot wijziging van hoofdstuk IV van het besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijke milieu, ongeacht het bedrag.
-
Art. 26. De bevoegdheden die niet aan de provinciaal directeurs worden gedelegeerd blijven bij de centrale diensten van het agentschap.
-
Art. 27. De provinciaal directeurs hebben geen delegatie om het agentschap naar derden toe te verbinden onverminderd de uitdrukkelijk toegekende delegaties in de artikel en 22 tot en met 25. De toegekende delegaties houden geen delegatie in voor de in artikel 2, § 6 genoemde aangelegenheden.
-
HOOFDSTUK VII. - De bevoegdheden van celverantwoordelijken
-
Art. 28. § 1. De celverantwoordelijke beleidsuitvoering is gemachtigd om de vergaderingen zoals bedoeld in artikel 9 van het koninklijk besluit van 13 december 1954 betreffende de provinciale visserijcommissie en het Centraal Comité van het Visserijfonds bij te wonen.
§ 2. De celverantwoordelijke beleidsuitvoering heeft met betrekking tot privé-bossen, delegatie voor :
1° het geven van advies inzake de beplanting met houtachtige gewassen van gronden gelegen in agrarisch gebied, zoals voorzien in artikel 87, 4e lid Bosdecreet;
2° het verlenen van een machtiging voor werkzaamheden die wijzigingen van de fysische toestand voor gevolg hebben, zoals bedoeld in artikel 90, derde lid Bosdecreet;
3° het vaststellen van factoren die een noodgedwongen kapping tot opruiming, voortvloeiend uit gehele of gedeeltelijke bestandsvernietiging verantwoorden, zoals voorzien in artikel 94 Bosdecreet;
4° het verlenen van een machtiging tot maken van een vuurplaats in of binnen een afstand van honderd meter tot privé-bossen, zoals bedoeld in artikel 99 Bosdecreet;
5° het aanwijzen van brandgevoelige gebieden zoals bedoeld in artikel 105 Bosdecreet en het verplichten van bosbeheerders op het publiek hiervan in kennis te stellen, evenals het ontoegankelijk verklaren van deze gebieden, zoals voorzien in artikel 106 Bosdecreet;
6° het verlenen van machtigingen voor kappingen bij gebreke aan een goedgekeurd beheerplan, zoals voorzien in artikel 81, vierde alinea Bosdecreet;
7° het verlenen van machtigingen, zoals voorzien in artikel 96 Bosdecreet, wanneer geen goedgekeurd beheersplan is opgemaakt;
8° het verlenen van machtigingen tot afwijking op de verbodsbepalingen, zoals voorzien in artikel 97, § 2 Bosdecreet;
§ 3. De celverantwoordelijke beleidsuitvoering is de aangewezen ambtenaar zoals voorzien in artikel en 4, 5, 6, 8, 9, 9bis en 10 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 1994 tot invoering van een afschotplan voor reewild;
§ 4. De celverantwoordelijke beleidsuitvoering heeft met betrekking tot privé-bossen en erkende natuurreservaten, delegatie voor het verlenen van machtigingen voor het uitoefenen van risicovolle activiteiten zoals voorzien in artikel 2, § 3 van het Besluit van de Vlaamse regering van 5 december 2008 betreffende de toegankelijkheid van de bossen en de natuurreservaten. Indien vereist voor de uitoefening van een risicovolle activiteit in bos, kan machtiging verleend worden in afwijking van de verbodsbepalingen in artikel 97 Bosdecreet.
§ 2. De celverantwoordelijke beleidsuitvoering heeft met betrekking tot privé-bossen, delegatie voor :
1° het geven van advies inzake de beplanting met houtachtige gewassen van gronden gelegen in agrarisch gebied, zoals voorzien in artikel 87, 4e lid Bosdecreet;
2° het verlenen van een machtiging voor werkzaamheden die wijzigingen van de fysische toestand voor gevolg hebben, zoals bedoeld in artikel 90, derde lid Bosdecreet;
3° het vaststellen van factoren die een noodgedwongen kapping tot opruiming, voortvloeiend uit gehele of gedeeltelijke bestandsvernietiging verantwoorden, zoals voorzien in artikel 94 Bosdecreet;
4° het verlenen van een machtiging tot maken van een vuurplaats in of binnen een afstand van honderd meter tot privé-bossen, zoals bedoeld in artikel 99 Bosdecreet;
5° het aanwijzen van brandgevoelige gebieden zoals bedoeld in artikel 105 Bosdecreet en het verplichten van bosbeheerders op het publiek hiervan in kennis te stellen, evenals het ontoegankelijk verklaren van deze gebieden, zoals voorzien in artikel 106 Bosdecreet;
6° het verlenen van machtigingen voor kappingen bij gebreke aan een goedgekeurd beheerplan, zoals voorzien in artikel 81, vierde alinea Bosdecreet;
7° het verlenen van machtigingen, zoals voorzien in artikel 96 Bosdecreet, wanneer geen goedgekeurd beheersplan is opgemaakt;
8° het verlenen van machtigingen tot afwijking op de verbodsbepalingen, zoals voorzien in artikel 97, § 2 Bosdecreet;
§ 3. De celverantwoordelijke beleidsuitvoering is de aangewezen ambtenaar zoals voorzien in artikel en 4, 5, 6, 8, 9, 9bis en 10 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 1994 tot invoering van een afschotplan voor reewild;
§ 4. De celverantwoordelijke beleidsuitvoering heeft met betrekking tot privé-bossen en erkende natuurreservaten, delegatie voor het verlenen van machtigingen voor het uitoefenen van risicovolle activiteiten zoals voorzien in artikel 2, § 3 van het Besluit van de Vlaamse regering van 5 december 2008 betreffende de toegankelijkheid van de bossen en de natuurreservaten. Indien vereist voor de uitoefening van een risicovolle activiteit in bos, kan machtiging verleend worden in afwijking van de verbodsbepalingen in artikel 97 Bosdecreet.
-
Art. 29. § 1. De celverantwoordelijke beleidsuitvoering wordt aangesteld om de taken uit te oefenen bedoeld in :
1° artikel en 3 en 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 10 mei 1989 tot uitvoering van artikel 4 van de Jachtwet van 28 februari 1882;
2° artikel 9bis van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1994 tot invoering van een afschotplan voor reewild;
3° artikel 6 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 januari 1993 tot vaststelling van regelen betreffende de aanwijzing of erkenning en het beheer van de bosreservaten.
4° artikel 20, § 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 30 mei 2008 houdende de vaststelling van de voorwaarden waaronder de jacht kan worden uitgeoefend.
§ 2. De celverantwoordelijke beleidsuitvoering is gemachtigd om :
1° de documenten bedoeld in artikel 2, 2e lid, 7° en 8°, en de aanvragen voor projectsubsidies bedoeld in artikel 8, § 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 houdende de vaststelling van de voorwaarden waaronder afzonderlijke jachtterreinen vrijwillig tot grotere beheereenheden kunnen worden samengevoegd en van de criteria waaronder beheereenheden kunnen worden erkend, in ontvangst te nemen;
2° de aanvragen tot erkenning of verlenging van erkenning van wildbeheereenheden bedoeld in artikel 3, § 1 en 2 van hetzelfde besluit, in ontvangst te nemen;
3° de wildbeheerplannen bedoeld in artikel 3, § 3 van hetzelfde besluit, te beoordelen;
4° inzage te verlenen in de wildbeheerplannen zoals bedoeld in artikel 5 van hetzelfde besluit;
5° de jaarlijkse afschotstatistieken en wildinventarisatiegegevens bedoeld in artikel 2, 2e lid, 7° van hetzelfde besluit aan het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek te bezorgen;
6° te zetelen, met raadgevende stem, in algemene vergaderingen van verenigingen van wildbeheereenheden.
7° de jachtactiviteit bedoeld in artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 30 mei 2008 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder jacht kan worden uitgeoefend, te beperken of te verbieden;
8° te beslissen over de aanvraag tot toekenning van een afschotplan voor grofwildsoorten, andere dan ree, zoals bedoeld in artikel 8 van hetzelfde besluit;
9° te beslissen over de aanvraag tot toekenning van een afschotplan voor de bijzondere bejaging van edelherten, damherten, wilde zwijnen of moeflons, zoals bedoeld in artikel 10 van hetzelfde besluit;
10° te beslissen om de jacht op patrijs of haas te sluiten in toepassing van artikel 12, § 4 van hetzelfde besluit;
11° de documenten in ontvangst te nemen, bedoeld in de artikel en 5, 8, 10, 12, 20, § 4, 22 en 24 van hetzelfde besluit.
1° artikel en 3 en 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 10 mei 1989 tot uitvoering van artikel 4 van de Jachtwet van 28 februari 1882;
2° artikel 9bis van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1994 tot invoering van een afschotplan voor reewild;
3° artikel 6 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 januari 1993 tot vaststelling van regelen betreffende de aanwijzing of erkenning en het beheer van de bosreservaten.
4° artikel 20, § 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 30 mei 2008 houdende de vaststelling van de voorwaarden waaronder de jacht kan worden uitgeoefend.
§ 2. De celverantwoordelijke beleidsuitvoering is gemachtigd om :
1° de documenten bedoeld in artikel 2, 2e lid, 7° en 8°, en de aanvragen voor projectsubsidies bedoeld in artikel 8, § 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 houdende de vaststelling van de voorwaarden waaronder afzonderlijke jachtterreinen vrijwillig tot grotere beheereenheden kunnen worden samengevoegd en van de criteria waaronder beheereenheden kunnen worden erkend, in ontvangst te nemen;
2° de aanvragen tot erkenning of verlenging van erkenning van wildbeheereenheden bedoeld in artikel 3, § 1 en 2 van hetzelfde besluit, in ontvangst te nemen;
3° de wildbeheerplannen bedoeld in artikel 3, § 3 van hetzelfde besluit, te beoordelen;
4° inzage te verlenen in de wildbeheerplannen zoals bedoeld in artikel 5 van hetzelfde besluit;
5° de jaarlijkse afschotstatistieken en wildinventarisatiegegevens bedoeld in artikel 2, 2e lid, 7° van hetzelfde besluit aan het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek te bezorgen;
6° te zetelen, met raadgevende stem, in algemene vergaderingen van verenigingen van wildbeheereenheden.
7° de jachtactiviteit bedoeld in artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 30 mei 2008 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder jacht kan worden uitgeoefend, te beperken of te verbieden;
8° te beslissen over de aanvraag tot toekenning van een afschotplan voor grofwildsoorten, andere dan ree, zoals bedoeld in artikel 8 van hetzelfde besluit;
9° te beslissen over de aanvraag tot toekenning van een afschotplan voor de bijzondere bejaging van edelherten, damherten, wilde zwijnen of moeflons, zoals bedoeld in artikel 10 van hetzelfde besluit;
10° te beslissen om de jacht op patrijs of haas te sluiten in toepassing van artikel 12, § 4 van hetzelfde besluit;
11° de documenten in ontvangst te nemen, bedoeld in de artikel en 5, 8, 10, 12, 20, § 4, 22 en 24 van hetzelfde besluit.
-
Art. 30. § 1. De celverantwoordelijke natuurinspectie is gemachtigd om :
1° munitie voor handhavingswapens binnen zijn ambtsgebied te bestellen en te distribueren, zoals bedoeld in artikel 2, § 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2002 tot bepaling van de wapens die tot de reglementaire uitrusting behoren van sommige ambtenaren van het Agentschap voor Natuur en Bos en tot vaststelling van de bijzondere bepalingen betreffende het voorhanden hebben, het bewaren en het dragen van wapens;
2° munitie voor jachtwapens binnen zijn ambtsgebied te bestellen en te distribueren, zoals bedoeld in artikel 2, § 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2002 tot bepaling van de wapens die tot de reglementaire uitrusting behoren van sommige ambtenaren van het Agentschap voor Natuur en Bos en tot vaststelling van de bijzondere bepalingen betreffende het voorhanden hebben, het bewaren en het dragen van wapens;
3° jachtwapens binnen zijn ambtsgebied te inspecteren en op te bergen, zoals bedoeld in artikel 5 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2002 tot bepaling van de wapens die tot de reglementaire uitrusting behoren van sommige ambtenaren van het Agentschap voor Natuur en Bos en tot vaststelling van de bijzondere bepalingen betreffende het voorhanden hebben, het bewaren en het dragen van wapens;
4° overtredingen op het Veldwetboek van 7 oktober 1886 op te sporen en vast te stellen door middel van proces-verbaal;
§ 2. De celverantwoordelijke natuurinspectie oefent de functie van gemachtigde ambtenaar uit zoals voorzien in de artikel en 5, § 1, en 6, tweede lid, van het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2002 tot bepaling van de wapens die tot de reglementaire uitrusting behoren van sommige ambtenaren van het Agentschap voor Natuur en Bos en tot vaststelling van de bijzondere bepalingen betreffende het voorhanden hebben, het bewaren en het dragen van wapens.
1° munitie voor handhavingswapens binnen zijn ambtsgebied te bestellen en te distribueren, zoals bedoeld in artikel 2, § 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2002 tot bepaling van de wapens die tot de reglementaire uitrusting behoren van sommige ambtenaren van het Agentschap voor Natuur en Bos en tot vaststelling van de bijzondere bepalingen betreffende het voorhanden hebben, het bewaren en het dragen van wapens;
2° munitie voor jachtwapens binnen zijn ambtsgebied te bestellen en te distribueren, zoals bedoeld in artikel 2, § 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2002 tot bepaling van de wapens die tot de reglementaire uitrusting behoren van sommige ambtenaren van het Agentschap voor Natuur en Bos en tot vaststelling van de bijzondere bepalingen betreffende het voorhanden hebben, het bewaren en het dragen van wapens;
3° jachtwapens binnen zijn ambtsgebied te inspecteren en op te bergen, zoals bedoeld in artikel 5 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2002 tot bepaling van de wapens die tot de reglementaire uitrusting behoren van sommige ambtenaren van het Agentschap voor Natuur en Bos en tot vaststelling van de bijzondere bepalingen betreffende het voorhanden hebben, het bewaren en het dragen van wapens;
4° overtredingen op het Veldwetboek van 7 oktober 1886 op te sporen en vast te stellen door middel van proces-verbaal;
§ 2. De celverantwoordelijke natuurinspectie oefent de functie van gemachtigde ambtenaar uit zoals voorzien in de artikel en 5, § 1, en 6, tweede lid, van het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2002 tot bepaling van de wapens die tot de reglementaire uitrusting behoren van sommige ambtenaren van het Agentschap voor Natuur en Bos en tot vaststelling van de bijzondere bepalingen betreffende het voorhanden hebben, het bewaren en het dragen van wapens.
-
Art. 31. § 1. De celverantwoordelijke Beheer heeft met betrekking tot domeinbossen, openbare bossen en bosreservaten, delegatie voor :
1° het verlenen van machtigingen tot afwijking op de verbodsbepalingen, zoals voorzien in de artikel en 20, 30 en 97, § 1 Bosdecreet, bij gebreke aan een goedgekeurd beheerplan;
2° het verlenen van machtigingen voor kappingen, bij gebreke aan een goedgekeurd beheersplan zoals voorzien in artikel 50 Bosdecreet;
3° het toestaan van afwijkingen op de verkoopsvoorwaarden in het kader van exploitatie van openbare bossen, zoals bedoeld in artikel 71 Bosdecreet;
4° het verlenen van een machtiging voor werkzaamheden die wijzigingen van de fysische toestand voor gevolg hebben, zoals bedoeld in artikel 90, derde lid Bosdecreet;
5° het vaststellen van factoren die een noodgedwongen kapping tot opruiming, voortvloeiend uit gehele of gedeeltelijke bestandsvernietiging verantwoorden, zoals voorzien in artikel 94 Bosdecreet;
6° het verlenen van machtigingen, zoals voorzien in artikel 96 Bosdecreet, wanneer geen goedgekeurd beheersplan is opgemaakt;
7° het verlenen van een machtiging tot maken van een vuurplaats in of binnen een afstand van honderd meter tot openbare bossen, domeinbossen en bosreservaten, zoals bedoeld in artikel 99 Bosdecreet;
8° het aanwijzen van brandgevoelige gebieden zoals bedoeld in artikel 105 Bosdecreet en het verplichten van bosbeheerders op het publiek hiervan in kennis te stellen, evenals het ontoegankelijk verklaren van deze gebieden, zoals voorzien in artikel 106 Bosdecreet.
§ 2. De celverantwoordelijke Beheer is gemachtigd om te zetelen in de erkende bosgroepen binnen zijn ambtsgebied waarvan het Vlaamse Gewest lid is, met betrekking tot hoe en in welke mate gebruik gemaakt wordt van de diensten van de bosgroep en te beslissen in welke gevallen aspecten van het technisch beheer van openbare bossen, andere dan domeinbossen, aan de bosgroep toevertrouwd kunnen worden, zoals voorzien in artikel 31 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003 betreffende de erkenning en de subsidiëring van bosgroepen en de wijze waarop de leden van het agentschap kunnen meewerken in erkende bosgroepen;
§ 3. De celverantwoordelijke beheer is gemachtigd om te zetelen in de adviescommissie, zoals bedoeld in artikel 16 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 januari 1993 betreffende de aanwijzing of erkenning en het beheer van bosreservaten.
1° het verlenen van machtigingen tot afwijking op de verbodsbepalingen, zoals voorzien in de artikel en 20, 30 en 97, § 1 Bosdecreet, bij gebreke aan een goedgekeurd beheerplan;
2° het verlenen van machtigingen voor kappingen, bij gebreke aan een goedgekeurd beheersplan zoals voorzien in artikel 50 Bosdecreet;
3° het toestaan van afwijkingen op de verkoopsvoorwaarden in het kader van exploitatie van openbare bossen, zoals bedoeld in artikel 71 Bosdecreet;
4° het verlenen van een machtiging voor werkzaamheden die wijzigingen van de fysische toestand voor gevolg hebben, zoals bedoeld in artikel 90, derde lid Bosdecreet;
5° het vaststellen van factoren die een noodgedwongen kapping tot opruiming, voortvloeiend uit gehele of gedeeltelijke bestandsvernietiging verantwoorden, zoals voorzien in artikel 94 Bosdecreet;
6° het verlenen van machtigingen, zoals voorzien in artikel 96 Bosdecreet, wanneer geen goedgekeurd beheersplan is opgemaakt;
7° het verlenen van een machtiging tot maken van een vuurplaats in of binnen een afstand van honderd meter tot openbare bossen, domeinbossen en bosreservaten, zoals bedoeld in artikel 99 Bosdecreet;
8° het aanwijzen van brandgevoelige gebieden zoals bedoeld in artikel 105 Bosdecreet en het verplichten van bosbeheerders op het publiek hiervan in kennis te stellen, evenals het ontoegankelijk verklaren van deze gebieden, zoals voorzien in artikel 106 Bosdecreet.
§ 2. De celverantwoordelijke Beheer is gemachtigd om te zetelen in de erkende bosgroepen binnen zijn ambtsgebied waarvan het Vlaamse Gewest lid is, met betrekking tot hoe en in welke mate gebruik gemaakt wordt van de diensten van de bosgroep en te beslissen in welke gevallen aspecten van het technisch beheer van openbare bossen, andere dan domeinbossen, aan de bosgroep toevertrouwd kunnen worden, zoals voorzien in artikel 31 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003 betreffende de erkenning en de subsidiëring van bosgroepen en de wijze waarop de leden van het agentschap kunnen meewerken in erkende bosgroepen;
§ 3. De celverantwoordelijke beheer is gemachtigd om te zetelen in de adviescommissie, zoals bedoeld in artikel 16 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 januari 1993 betreffende de aanwijzing of erkenning en het beheer van bosreservaten.
-
HOOFDSTUK VIII. - De bevoegdheden van de regiobeheerders
-
Art. 32. § 1. De regiobeheerders zijn, ieder voor zich, gemachtigd om bij exploitatie van hout :
1° voorafgaande schriftelijke kapvergunning te verlenen, zoals bedoeld in artikel 62 Bosdecreet en artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 betreffende de vorm van de kapvergunning voor houtkavels in openbare bossen en de wijze waarop die wordt afgeleverd, en het verlenen van voorafgaande machtigingen, zoals bedoeld in artikelen 64 en 65 Bosdecreet;
2° plaatsen voor tijdelijke schuilplaatsen aan te wijzen, zoals bedoeld in artikel 68 Bosdecreet, en de wijze te bepalen waarop hout wordt vervoerd, zoals bedoeld in artikel 70 Bosdecreet;
3° kennis te nemen van schade veroorzaakt door bosmisdrijven in kavels, ambtshalve of op aangifte van de kopers van die kavels of hun borgen, zoals bedoeld in artikel 73, 75 en 77 Bosdecreet;
4° het ruimen of de toegang tot bepaalde bestanden en wegen tijdelijk te verbieden ingevolge weersomstandigheden of andere uitzonderlijke activiteiten of omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 24, § 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen;
5° de exploitatie op een bepaalde plaats te verbieden in geval van waardevolle wetenschappelijke waarnemingen, zoals bedoeld in artikel 24, § 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen;
6° de schouwing uit te voeren, zoals bedoeld in artikel 76 Bosdecreet en artikel 31 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen en het bevel te geven handelingen, strijdig met de algemene of bijzondere verkoopsvoorwaarden, stop te zetten, zoals bedoeld in artikel 40 van het zelfde Besluit;
7° tuigen en tractoren van koper of exploitant goed te keuren, zoals bedoeld in artikel 33 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen;
8° de schade te ramen, toegebracht aan voorbehouden bomen, en de wijze van herstel in natura te bepalen, zoals bedoeld in artikel 41 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen;
9° de aanvraag tot uitstel met mogelijkheid tot opleggen van aanvullende voorwaarden te behandelen, zoals bedoeld in artikel 23, § 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen.
§ 2. De regiobeheerders zijn, ieder voor zich, gemachtigd om :
1° een machtiging te verlenen tot aanleg van een tegenvuur, in geval van bosbrand of acute dreiging van bosbrand in het openbaar bos, zoals bedoeld in artikel 102 Bosdecreet;
2° Het beheer van bosreservaten in zijn ambtsgebied waar te nemen, daarbij inbegrepen het opstellen van ontwerpen van beheersplannen en beheersovereenkomsten voor deze reservaten, het zetelen in de bevoegde adviescommissie en het ingebrekestellen van de eigenaars van de bosreservaten in geval van niet naleving van de erkenningsvoorwaarden, zoals bedoeld in artikel 9 en 11 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 1993 tot vaststelling van regelen betreffende de aanwijzing of erkenning en het beheer van de bosreservaten, met uitzondering van de bevoegdheid zoals voorzien in artikel 31, § 3 van dit besluit;
3° het beheer van Vlaamse natuurreservaten in zijn ambtsgebied waar te nemen, daarbij inbegrepen het opstellen van beheersplannen die ter goedkeuring dienen voorgelegd aan het afdelingshoofd Beheer en vervolgens aan de Vlaamse Regering, zoals bedoeld in artikel 34, § 2 en 35 van het Decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
4° Het boswegennet van openbare bossen in zijn ambtsgebied tijdelijk af te sluiten, zoals voorzien in artikel 10, § 2 Bosdecreet;
5° het voorstellen van de verkoopsvoorwaarden van windworp, delicthout, bomen die om sanitaire of veiligheidsredenen dringend moeten worden gekapt en andere producten dan hout afkomstig uit openbare bossen andere dan domeinbossen aan de eigenaar, zoals bepaald in artikel 2, 3, 4 en 5 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 betreffende de verkoop uit de hand van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen;
6° het voorstellen van de verkoopsvoorwaarden en definitieve toewijzing van bomen die om sanitaire of veiligheidsredenen moeten gekapt worden, delicthout en alle anderen gevallen van windworp en voor andere producten dan hout afkomstig uit domeinbossen, evenals het voorstellen van de minimale verkoopswaarde van kappingen van gering belang aan het afdelingshoofd Beheer, zoals bedoeld in artikel 2, 3, 4 en 5 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 betreffende de verkoop uit de hand van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen;
7° arbeiders of technici van het agentschap in te zetten voor economisch niet rendabele beheertaken binnen het werkingsgebied van de bosgroep, binnen zijn ambtsgebied, zoals voorzien in artikel 32 van het besluit van de Vlaamse regering van 27 juni 2003 betreffende de erkenning en de subsidiëring van bosgroepen en de wijze waarop de leden van het agentschap kunnen meewerken in erkende bosgroepen.
8° een met redenen omklede klacht in te dienen bij het Secretariaat van het Erkenningscomité, zoals bedoeld in artikel 25, § 1 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2002 houdende de erkenning van kopers en exploitanten van hout, overeenkomstig artikel 79 Bosdecreet;
9° binnen zijn ambtsgebied voor de openbare bossen in beheer en voor de Vlaamse natuurreservaten machtiging te verlenen voor het uitoefenen van occasionele niet-risicovolle activiteiten zoals voorzien in artikel 2, § 2 van het Besluit van de Vlaamse regering van 5 december 2008 betreffende de toegankelijkheid van de bossen en de natuurreservaten. Indien vereist voor de uitoefening van een occasionele niet-risicovolle activiteit in bos, kan machtiging verleend worden in afwijking van de verbodsbepalingen in artikel 97 Bosdecreet;
10° binnen zijn ambtsgebied voor de openbare bossen en de Vlaamse natuurreservaten machtiging te verlenen voor het uitoefenen van risicovolle activiteiten zoals voorzien in artikel 2, § 3 van het Besluit van de Vlaamse regering van 5 december 2008 betreffende de toegankelijkheid van de bossen en de natuurreservaten. Indien vereist voor de uitoefening van een risicovolle activiteit in bos, kan machtiging verleend worden in afwijking van de verbodsbepalingen in artikel 97 Bosdecreet.
1° voorafgaande schriftelijke kapvergunning te verlenen, zoals bedoeld in artikel 62 Bosdecreet en artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 betreffende de vorm van de kapvergunning voor houtkavels in openbare bossen en de wijze waarop die wordt afgeleverd, en het verlenen van voorafgaande machtigingen, zoals bedoeld in artikelen 64 en 65 Bosdecreet;
2° plaatsen voor tijdelijke schuilplaatsen aan te wijzen, zoals bedoeld in artikel 68 Bosdecreet, en de wijze te bepalen waarop hout wordt vervoerd, zoals bedoeld in artikel 70 Bosdecreet;
3° kennis te nemen van schade veroorzaakt door bosmisdrijven in kavels, ambtshalve of op aangifte van de kopers van die kavels of hun borgen, zoals bedoeld in artikel 73, 75 en 77 Bosdecreet;
4° het ruimen of de toegang tot bepaalde bestanden en wegen tijdelijk te verbieden ingevolge weersomstandigheden of andere uitzonderlijke activiteiten of omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 24, § 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen;
5° de exploitatie op een bepaalde plaats te verbieden in geval van waardevolle wetenschappelijke waarnemingen, zoals bedoeld in artikel 24, § 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen;
6° de schouwing uit te voeren, zoals bedoeld in artikel 76 Bosdecreet en artikel 31 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen en het bevel te geven handelingen, strijdig met de algemene of bijzondere verkoopsvoorwaarden, stop te zetten, zoals bedoeld in artikel 40 van het zelfde Besluit;
7° tuigen en tractoren van koper of exploitant goed te keuren, zoals bedoeld in artikel 33 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen;
8° de schade te ramen, toegebracht aan voorbehouden bomen, en de wijze van herstel in natura te bepalen, zoals bedoeld in artikel 41 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen;
9° de aanvraag tot uitstel met mogelijkheid tot opleggen van aanvullende voorwaarden te behandelen, zoals bedoeld in artikel 23, § 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen.
§ 2. De regiobeheerders zijn, ieder voor zich, gemachtigd om :
1° een machtiging te verlenen tot aanleg van een tegenvuur, in geval van bosbrand of acute dreiging van bosbrand in het openbaar bos, zoals bedoeld in artikel 102 Bosdecreet;
2° Het beheer van bosreservaten in zijn ambtsgebied waar te nemen, daarbij inbegrepen het opstellen van ontwerpen van beheersplannen en beheersovereenkomsten voor deze reservaten, het zetelen in de bevoegde adviescommissie en het ingebrekestellen van de eigenaars van de bosreservaten in geval van niet naleving van de erkenningsvoorwaarden, zoals bedoeld in artikel 9 en 11 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 1993 tot vaststelling van regelen betreffende de aanwijzing of erkenning en het beheer van de bosreservaten, met uitzondering van de bevoegdheid zoals voorzien in artikel 31, § 3 van dit besluit;
3° het beheer van Vlaamse natuurreservaten in zijn ambtsgebied waar te nemen, daarbij inbegrepen het opstellen van beheersplannen die ter goedkeuring dienen voorgelegd aan het afdelingshoofd Beheer en vervolgens aan de Vlaamse Regering, zoals bedoeld in artikel 34, § 2 en 35 van het Decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
4° Het boswegennet van openbare bossen in zijn ambtsgebied tijdelijk af te sluiten, zoals voorzien in artikel 10, § 2 Bosdecreet;
5° het voorstellen van de verkoopsvoorwaarden van windworp, delicthout, bomen die om sanitaire of veiligheidsredenen dringend moeten worden gekapt en andere producten dan hout afkomstig uit openbare bossen andere dan domeinbossen aan de eigenaar, zoals bepaald in artikel 2, 3, 4 en 5 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 betreffende de verkoop uit de hand van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen;
6° het voorstellen van de verkoopsvoorwaarden en definitieve toewijzing van bomen die om sanitaire of veiligheidsredenen moeten gekapt worden, delicthout en alle anderen gevallen van windworp en voor andere producten dan hout afkomstig uit domeinbossen, evenals het voorstellen van de minimale verkoopswaarde van kappingen van gering belang aan het afdelingshoofd Beheer, zoals bedoeld in artikel 2, 3, 4 en 5 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 betreffende de verkoop uit de hand van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen;
7° arbeiders of technici van het agentschap in te zetten voor economisch niet rendabele beheertaken binnen het werkingsgebied van de bosgroep, binnen zijn ambtsgebied, zoals voorzien in artikel 32 van het besluit van de Vlaamse regering van 27 juni 2003 betreffende de erkenning en de subsidiëring van bosgroepen en de wijze waarop de leden van het agentschap kunnen meewerken in erkende bosgroepen.
8° een met redenen omklede klacht in te dienen bij het Secretariaat van het Erkenningscomité, zoals bedoeld in artikel 25, § 1 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2002 houdende de erkenning van kopers en exploitanten van hout, overeenkomstig artikel 79 Bosdecreet;
9° binnen zijn ambtsgebied voor de openbare bossen in beheer en voor de Vlaamse natuurreservaten machtiging te verlenen voor het uitoefenen van occasionele niet-risicovolle activiteiten zoals voorzien in artikel 2, § 2 van het Besluit van de Vlaamse regering van 5 december 2008 betreffende de toegankelijkheid van de bossen en de natuurreservaten. Indien vereist voor de uitoefening van een occasionele niet-risicovolle activiteit in bos, kan machtiging verleend worden in afwijking van de verbodsbepalingen in artikel 97 Bosdecreet;
10° binnen zijn ambtsgebied voor de openbare bossen en de Vlaamse natuurreservaten machtiging te verlenen voor het uitoefenen van risicovolle activiteiten zoals voorzien in artikel 2, § 3 van het Besluit van de Vlaamse regering van 5 december 2008 betreffende de toegankelijkheid van de bossen en de natuurreservaten. Indien vereist voor de uitoefening van een risicovolle activiteit in bos, kan machtiging verleend worden in afwijking van de verbodsbepalingen in artikel 97 Bosdecreet.
-
HOOFDSTUK IX. - De bevoegdheden van de natuurinspecteurs en de boswachters
-
Art. 33. § 1. De natuurinspecteurs zijn gemachtigd om overtredingen op het Veldwetboek van 7 oktober 1886 op te sporen en vast te stellen door middel van proces-verbaal;
§ 2. De boswachters zijn gemachtigd om overtredingen op bepalingen van het Veldwetboek van 7 oktober 1886 vast te stellen door middel van proces-verbaal.
§ 2. De boswachters zijn gemachtigd om overtredingen op bepalingen van het Veldwetboek van 7 oktober 1886 vast te stellen door middel van proces-verbaal.
-
Art. 34. De boswachters zijn gemachtigd om bij exploitatie van hout :
1° vuurplaatsen in openbare bossen toe te laten tijdens de werkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 69 Bosdecreet;
2° kennis te nemen van schade veroorzaakt door bosmisdrijven in kavels, op aangifte van de kopers van die kavels of hun borgen, zoals bedoeld in artikel 73 en 75 Bosdecreet;
3° Toezicht te houden op de exploitatie zoals bepaald in artikel 19, 20, 21, 26, 34, 37 en 38 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen.
1° vuurplaatsen in openbare bossen toe te laten tijdens de werkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 69 Bosdecreet;
2° kennis te nemen van schade veroorzaakt door bosmisdrijven in kavels, op aangifte van de kopers van die kavels of hun borgen, zoals bedoeld in artikel 73 en 75 Bosdecreet;
3° Toezicht te houden op de exploitatie zoals bepaald in artikel 19, 20, 21, 26, 34, 37 en 38 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 houdende de werkwijze en de voorwaarden inzake de openbare verkopingen van hout en andere bosproducten afkomstig uit openbare bossen.
-
HOOFDSTUK X. - Toewijzing van bevoegdheden inzake wapendracht
-
Art. 35. In uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 11 oktober 2002 tot bepaling van de wapens die tot de reglementaire uitrusting behoren van sommige ambtenaren van het Agentschap voor Natuur en Bos en tot vaststelling van de bijzonder bepalingen betreffende het voorhanden hebben, het bewaren en het dragen van wapens, zijn de celverantwoordelijken natuurinspectie, natuurinspecteurs en de boswachters met tijdelijke en deeltijdse natuurinspectietaken gerechtigd volgende wapens onder zich te hebben en te dragen tijdens operationele natuurinspectie-opdrachten, voor zover zij voldoen aan de gestelde voorwaarden :
1° een dienstpistool;
2° een busje anti-agressiegas;
3° een telescopische wapenstok.
1° een dienstpistool;
2° een busje anti-agressiegas;
3° een telescopische wapenstok.
-
Art. 36. In uitvoering van hetzelfde besluit zijn de celverantwoordelijken beheer, de regiobeheerders en de boswachters gerechtigd volgende wapens onder zich te hebben en te dragen tijdens beheersactiviteiten, voor zover zij voldoen aan de gestelde voorwaarden :
1° een geweer met gladde loop;
2° een busje anti-agressiegas;
3° een telescopische wapenstok.
1° een geweer met gladde loop;
2° een busje anti-agressiegas;
3° een telescopische wapenstok.
-
Art. 37. In uitvoering van hetzelfde besluit zijn de celverantwoordelijken beheer, de regiobeheerders en de boswachters gerechtigd een geweer met getrokken loop te dragen tijdens faunabeheersactiviteiten; daarbuiten worden geweren met getrokken loop in bewaring gehouden onder de verantwoordelijkheid van de celverantwoordelijke natuurinspectie.
-
HOOFDSTUK XI. - Rapportage over de verleende delegaties
-
Art. 38. § 1. Over het gebruik van de hen verleende delegaties rapporteren de algemeen directeur, de financieel directeur, de HR-manager, de afdelingshoofden en de provinciaal directeurs, ieder voor zich en voor wat betreft de hen verleende delegaties, driemaandelijks op een gestructureerde, exacte, toegankelijke, beknopte en ter zake doende wijze aan het hoofd van het agentschap.
§ 2. Over het gebruik van de hen verleende delegaties rapporteren de celverantwoordelijken, regiobeheerders, natuurinspecteurs en boswachters, ieder voor zich en voor wat betreft de hen verleende delegaties, driemaandelijks op een gestructureerde, exacte, toegankelijke, beknopte en ter zake doende wijze aan de bevoegde provinciaal directeur, die deze gegevens ter beschikking stelt van het hoofd van het agentschap.
§ 3. De in dit artikel bedoelde rapportages behelzen zowel de beslissingen die werden genomen, de beslissingen die niet binnen de gestelde termijn worden genomen als de beslissingen die nog te nemen zijn.
§ 2. Over het gebruik van de hen verleende delegaties rapporteren de celverantwoordelijken, regiobeheerders, natuurinspecteurs en boswachters, ieder voor zich en voor wat betreft de hen verleende delegaties, driemaandelijks op een gestructureerde, exacte, toegankelijke, beknopte en ter zake doende wijze aan de bevoegde provinciaal directeur, die deze gegevens ter beschikking stelt van het hoofd van het agentschap.
§ 3. De in dit artikel bedoelde rapportages behelzen zowel de beslissingen die werden genomen, de beslissingen die niet binnen de gestelde termijn worden genomen als de beslissingen die nog te nemen zijn.
-
HOOFDSTUK XII. - Beheer van de delegaties
-
Art. 39. Alle delegaties en subdelegaties die krachtens onderhavig besluit zijn verleend aan de afdelingshoofden en provinciaal directeurs of aan de persoon aan wie zij bevoegdheden hebben gesubdelegeerd, kunnen door het hoofd van het agentschap worden geschorst of ingetrokken.
Alle subdelegaties die krachtens artikel 4 zijn verleend, kunnen door de respectievelijke titularis worden geschorst of ingetrokken.
Het hoofd van het agentschap en iedere titularis van delegaties of subdelegaties kan met betrekking tot het gebruik van de delegaties die door onderhavig besluit zijn verleend, nadere instructies geven met betrekking tot de toepassing ervan en met betrekking tot de rapportage erover.
De titularis van enigerlei delegatie kan de delegaties die door onderhavig besluit zijn toegekend slechts uitoefenen binnen de beperkingen van de begroting van het agentschap of van de subentiteit waarvoor hij of zij titularis is.
Alle subdelegaties die krachtens artikel 4 zijn verleend, kunnen door de respectievelijke titularis worden geschorst of ingetrokken.
Het hoofd van het agentschap en iedere titularis van delegaties of subdelegaties kan met betrekking tot het gebruik van de delegaties die door onderhavig besluit zijn verleend, nadere instructies geven met betrekking tot de toepassing ervan en met betrekking tot de rapportage erover.
De titularis van enigerlei delegatie kan de delegaties die door onderhavig besluit zijn toegekend slechts uitoefenen binnen de beperkingen van de begroting van het agentschap of van de subentiteit waarvoor hij of zij titularis is.
-
Art. 40. De personen die ingevolge dit besluit titularis zijn van delegaties of subdelegaties nemen de nodige zorgvuldigheid in acht bij het gebruik van de verleende of bekrachtigde delegaties en subdelegaties.
-
HOOFDSTUK XIII. - Opheffingsbepalingen
-
Art. 41. Het besluit van het hoofd van het agentschap van 2 februari 2009 houdende delegatie van bevoegdheden wordt opgeheven.
-
HOOFDSTUK XIV. - Slotbepalingen
-
Art. 42. Dit besluit wordt, wanneer passend, geëvalueerd en dienovereenkomstig herzien.
-
Art. 43. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2010.
-