Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
2 JUNI 2010. - Wet houdende bepalingen van het sociaal strafrecht(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-07-2010 en tekstbijwerking tot 21-06-2024)
Titre
2 JUIN 2010. - Loi comportant des dispositions de droit pénal social(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 01-07-2010 et mise à jour au 21-06-2024)
Dokumentinformationen
Numac: 2010009590
Datum: 2010-06-02
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2010009590
Date: 2010-06-02
Moniteur: Voir
Tekst (16)
Texte (16)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Bedoelde aangelegenheid
Matière visée
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen van het sociaal strafrecht
CHAPITRE 2. - Dispositions de droit pénal social
Beroep tegen de dwangmaatregelen die genomen zijn door de sociaal inspecteurs
Le recours contre les mesures de contrainte prises par les inspecteurs sociaux
Art. 2. § 1. Eenieder die van oordeel is dat zijn rechten worden geschaad door de inbeslagnemingen en verzegelingen verricht ter uitvoering van artikelen 35 en 38 van het Sociaal Strafwetboek of door de maatregelen genomen ter uitvoering van artikelen 31, 37 en 43 tot [2 49/3]2 van hetzelfde Wetboek, kan beroep instellen bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank.
  Eenieder die van oordeel is dat zijn rechten worden geschaad door de in artikel 28, § 3 van voornoemd Wetboek, bedoelde opsporings- en onderzoeksmaatregelen kan tevens beroep instellen bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank.
  De vordering wordt ingesteld en behandeld zoals in kort geding overeenkomstig de artikelen 1035 tot 1038, 1040 en 1041 van het Gerechtelijk Wetboek.
  § 2. De voorzitter van de arbeidsrechtbank doet uitspraak over het beroep na het openbaar ministerie te hebben gehoord.
  § 3. De voorzitter van de arbeidsrechtbank oefent een controle uit over de wettelijkheid van de inbeslagnemingen en verzegelingen verricht ter uitvoering van de artikelen 35 en 38 van het voornoemd Wetboek en de maatregelen genomen ter uitvoering van de artikelen 28, § 3, 31, 37 en 43 tot [2 49/3]2 van hetzelfde Wetboek.
  Zijn controle heeft ook betrekking op de wenselijkheid van het behoud van de inbeslagnemingen en verzegelingen verricht ter uitvoering van de artikelen 35 en 38 van het voornoemd Wetboek en de maatregelen genomen ter uitvoering van de artikelen 37 en 43 tot [2 49/3]2 van hetzelfde Wetboek.
  Hij kan een gehele, gedeeltelijke of voorwaardelijke opheffing toestaan.
  § 4. Het vonnis uitgesproken door de voorzitter van de arbeidsrechtbank is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk rechtsmiddel en zonder borgstelling, indien de rechter deze niet heeft bevolen.
  § 5. De inbeslagnemingen, de verzegelingen of de maatregelen verricht in strijd met de artikelen 28, § 3, 31, 35, 37, 38 en 43 tot [2 49/3]2 van hetzelfde Wetboek zijn nietig.
  
Art. 2. § 1. Toute personne qui estime que ses droits sont lésés par les saisies et mises sous scellés pratiquées en exécution des articles 35 et 38 du Code pénal social ou par les mesures prises en exécution des articles 31, 37 et 43 à [2 49/3]2 du même Code peut former un recours auprès du président du tribunal du travail.
  Toute personne qui estime que ses droits sont lésés par les mesures de recherche et d'examen visées à l'article 28, § 3 du Code précité, peut également former un recours auprès du président du tribunal du travail.
  L'action est formée et instruite selon les formes du référé conformément aux articles 1035 à 1038, 1040 et 1041 du Code judiciaire.
  § 2. Le président du tribunal du travail statue sur le recours après avoir entendu le ministère public.
  § 3. Le président du tribunal de travail exerce un contrôle portant sur la légalité des saisies et mises sous scellés pratiquées en exécution des articles 35 et 38 du code précité et des mesures prises en exécution des articles 28, § 3, 31, 37 et 43 à [2 49/3]2 du même Code.
  Son contrôle porte également sur l'opportunité du maintien des saisies et mises sous scellés pratiquées en exécution des articles 35 et 38 du Code précité et des mesures prises en exécution des articles 37 et 43 à [2 49/3]2 du même Code.
  Il peut accorder une levée totale, partielle ou assortie de conditions.
  § 4. Le jugement rendu par le président du tribunal du travail est exécutoire par provision, nonobstant tout recours et sans caution, si le juge n'a pas ordonné qu'il en soit fourni une.
  § 5. Les saisies, les mises sous scellés ou les mesures pratiquées en contravention aux articles 28, § 3, 31, 35, 37, 38 et 43 à [2 49/3]2 du même Code sont nulles.
  
Vorm, termijn en omvang van het beroep
Les forme, délai et étendue du recours
Art. 3. De overtreder die de beslissing van de bevoegde administratie bedoeld in artikel 84 van het Sociaal Strafwetboek [1 of de beslissing tot schuldigverklaring]1 betwist, tekent op straffe van verval binnen een termijn van drie maanden vanaf de kennisgeving van de beslissing beroep aan bij de arbeidsrechtbank bij wege van een verzoekschrift.
  [1 Wanneer de overtreder in België noch een woonplaats, noch een verblijfplaats, noch een gekozen woonplaats heeft, wordt de hem verleende termijn verlengd als volgt:
   1° vijftien dagen, wanneer hij in een aangrenzend land of in het Verenigd Koninkrijk verblijft;
   2° dertig dagen, wanneer hij in een ander land van Europa verblijft;
   3° tachtig dagen, wanneer hij in een ander werelddeel verblijft.]1

  Dit beroep schorst de uitvoering van de beslissing.
  Het beroep tegen de beslissing van de bevoegde administratie maakt het geschil zelf aanhangig bij de arbeidsrechtbank zonder dat deze laatste het bedrag van de administratieve geldboete mag verhogen.
  
Art. 3. Le contrevenant qui conteste la décision de l'administration compétente visée à l'article 84 du Code pénal social [1 ou la décision déclarant la culpabilité]1 introduit, à peine de forclusion, un recours par voie de requête devant le tribunal du travail dans un délai de trois mois à compter de la notification de la décision.
  [1 Lorsque le contrevenant n'a ni domicile, ni résidence, ni domicile élu en Belgique, il y a lieu d'augmenter le délai qui lui est imparti comme suit:
   1° de quinze jours, lorsqu'il réside dans un pays limitrophe ou dans le Royaume-Uni;
   2° de trente jours, lorsqu'il réside dans un autre pays d'Europe;
   3° de quatre-vingts jours, lorsqu'il réside dans une autre partie du monde.]1

  Ce recours suspend l'exécution de la décision.
  Le recours contre la décision de l'administration compétente saisit du fond du litige le tribunal du travail sans pour autant que ce dernier puisse augmenter le montant de l'amende administrative.
  
HOOFDSTUK 3. - Bepaling tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 3. - Disposition modifiant le Code judiciaire
Art. 4. Artikel 582 van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd door de wet van 27 juni 1969, de wet van 30 juni 1971, de wet van 23 april 1998, de Programmawet van 22 december 2002, de wet van 17 september 2005 en het koninklijk besluit nr. 424 van 1 augustus 1986, wordt aangevuld als volgt :
  " 3° betwistingen betreffende Hoofdstuk IX van de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid. ".
Art. 4. L'article 582 du Code judiciaire, modifié par la loi du 27 juin 1969, la loi du 30 juin 1971, la loi du 23 avril 1998, la loi-programme du 22 décembre 2002, la loi du 17 septembre 2005 et l'arrêté royal n° 424 du 1 août 1986, est complété comme suit :
  " 3° des contestations relatives au chapitre IX de la loi du 22 décembre 1995 portant des mesures visant à exécuter le plan pluriannuel pour l'emploi. ".
HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling
CHAPITRE 4.- Disposition finale
Slotbepaling
Disposition finale
Art. 5. [1 De Koning kan de bepalingen van deze wet in het Sociaal Strafwetboek invoeren.
   Daartoe kan Hij :
   1° de volgorde, de nummering en, in het algemeen, de ordening van de bepalingen van deze wet en van het Sociaal Strafwetboek wijzigen;
   2° de verwijzingen die voorkomen in de bepalingen van deze wet en van het Sociaal Strafwetboek, wijzigen om ze met de nieuwe nummering in overeenstemming te brengen;
   3° de redactie van de bepalingen van deze wet en van het Sociaal Strafwetboek wijzigen om ze onderling te doen overeenstemmen en eenheid in de terminologie te brengen, zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in deze bepalingen vervat zijn.]1

  
Art. 5. [1 Le Roi peut insérer les dispositions de la présente loi dans le Code pénal social.
   A cette fin, Il peut :
   1° modifier l'ordre, la numérotation et, en général, la présentation des dispositions de la présente loi et du Code pénal social;
   2° modifier les références qui sont contenues dans les dispositions de la présente loi et du Code pénal social en vue de les mettre en concordance avec la numérotation nouvelle;
   3° modifier la rédaction des dispositions de la présente loi et du Code pénal social en vue d'assurer leur concordance et d'en unifier la terminologie sans porter atteinte aux principes inscrits dans ces dispositions.]1

  
HOOFDSTUK 5. - Bepaling betreffende de inwerkingtreding
CHAPITRE 5. - Disposition relative à l'entrée en vigueur
Bepaling betreffende de inwerkingtreding
Disposition relative à l'entrée en vigueur
Art. 6. De Koning bepaalt voor elk artikel van deze wet de dag waarop het in werking treedt.
Art. 6. Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur de chacune des dispositions de la présente loi.
(NOTE : Entrée en vigueur fixée au 01-07-2011 par AR 2011-07-01/02, art. 14)