Artikel 1. Artikel 11, paragraaf 2 c), van de Overeenkomst wordt vervangen door de volgende bepalingen :
" c) De bepalingen van de paragrafen 1 en 2, a) en b), zijn van toepassing onder voorbehoud van de bepalingen van het aanvullend Protocol inzake grensarbeiders. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
12 DECEMBER 2008. - Avenant bij de Overeenkomst tussen België en Frankrijk tot voorkoming van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse administratieve en juridische bijstand inzake inkomstenbelastingen, ondertekend te Brussel op 10 maart 1964 en gewijzigd door de Avenanten van 15 februari 1971 en 8 februari 1999
Titre
12 DECEMBRE 2008. - Avenant à la Convention entre la Belgique et la France tendant à éviter les doubles impositions et à établir des règles d'assistance administrative et juridique réciproque en matière d'impôts sur les revenus, signée à Bruxelles le 10 mars 1964 et modifiée par les Avenants du 15 février 1971 et du 8 février 1999
Dokumentinformationen
Numac: 2009A15082
Datum: 2008-12-12
Info du document
Numac: 2009A15082
Date: 2008-12-12
Tekst (7)
Texte (7)
Article 1er. L'article 11, paragraphe 2 c), de la Convention est remplacé par les dispositions suivantes :
" c) Les dispositions des paragraphes 1 et 2, a) et b) s'appliquent sous réserve des dispositions du Protocole additionnel relatif aux travailleurs frontaliers. "
" c) Les dispositions des paragraphes 1 et 2, a) et b) s'appliquent sous réserve des dispositions du Protocole additionnel relatif aux travailleurs frontaliers. "
Art. 2. Aan de Overeenkomst wordt een " aanvullend Protocol inzake grensarbeiders " toegevoegd, luidend als volgt :
" 1. Salarissen, lonen en andere soortgelijke bezoldigingen, verkregen door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat die zijn werkzaamheid uitoefent in de grensstreek van de andere overeenkomstsluitende Staat en die uitsluitend in de grensstreek van de eerstgenoemde Staat een duurzaam tehuis heeft, zijn slechts in die Staat belastbaar.
2. Voor de toepassing van dit Protocol omvat de grensstreek van elke overeenkomstsluitende Staat alle gemeenten die gelegen zijn in de streek die wordt begrensd door de gemeenschappelijke grens van de overeenkomstsluitende Staten en een lijn getrokken op een afstand van twintig kilometer van die grens, met dien verstande dat de gemeenten die door deze lijn worden doorsneden in de grensstreek worden opgenomen. Alle andere gemeenten die, voor de toepassing van artikel 11, paragraaf 2, c), van de Overeenkomst die op 1 januari 1999 van kracht was, beschouwd werden als zijnde gelegen in de grensstreek van elke overeenkomstsluitende Staat, worden eveneens geacht begrepen te zijn in de Franse of de Belgische grensstreek, naargelang het geval.
3. Bezoldigingen die vanaf 1 januari 2007 worden verkregen ter zake van een binnen de Franse grensstreek uitgeoefende werkzaamheid in loondienst door personen die hun duurzaam tehuis in de Belgische grensstreek hebben, zijn, in afwijking van paragraaf 1, belastbaar onder de voorwaarden waarin is voorzien in artikel 11, paragrafen 1 en 2, a) en b), van de Overeenkomst.
4. a) Het stelsel dat is bepaald in paragraaf 1, is van toepassing op bezoldigingen die in de loop van de jaren 2003 tot 2008 worden ontvangen door werknemers die hun duurzaam tehuis in de Franse grensstreek hebben en die hun werkzaamheid in loondienst niet meer dan 45 dagen per kalenderjaar buiten de Belgische grensstreek uitoefenen.
Een deel van de dag dat de grensstreek wordt verlaten, zal geteld worden als een volledige dag.
De trajecten die de werknemer buiten de grensstreek aflegt in het kader van een transportwerkzaamheid zullen niet opgenomen worden in het totaal van de dagen, voor zover de totale afstand die buiten de grensstreek wordt afgelegd niet meer bedraagt dan een kwart van de totale afstand die noodzakelijkerwijze wordt afgelegd voor de uitoefening van deze werkzaamheid.
b) Het stelsel dat is bepaald in paragraaf 1, is van toepassing op bezoldigingen die in de loop van de jaren 2009 tot 2011 worden ontvangen door werknemers die hun duurzaam tehuis in de Franse grensstreek hebben en die hun werkzaamheid in loondienst niet meer dan 30 dagen per kalenderjaar buiten de Belgische grensstreek uitoefenen.
Het stelsel is niet van toepassing op werknemers die op 31 december 2008 hun duurzaam tehuis in België hebben.
5. Het stelsel dat is bepaald in paragraaf 1, is van toepassing op bezoldigingen die in de loop van een periode van 22 jaar, die aanvangt op 1 januari 2012, worden ontvangen uitsluitend door werknemers die op 31 december 2011 hun duurzaam tehuis in de Franse grensstreek hebben en hun werkzaamheid in loondienst uitoefenen binnen de Belgische grensstreek, onder voorbehoud dat deze laatsten :
a) hun duurzaam tehuis in de Franse grensstreek behouden;
b) de uitoefening van hun werkzaamheid in loondienst in de Belgische grensstreek voortzetten;
c) in de uitoefening van hun werkzaamheid niet meer dan 30 dagen per kalenderjaar de Belgische grensstreek verlaten.
Het niet-naleven van één van deze voorwaarden leidt tot het definitieve verlies van het voordeel van het stelsel. Indien de grensarbeider echter een eerste maal de in punt c) van deze paragraaf bedoelde voorwaarde niet vervult, verliest hij het voordeel van het stelsel enkel voor het betrokken jaar.
Tijdens afwezigheden voortvloeiend uit omstandigheden zoals ziekte, ongeval, betaald educatief verlof, vakantie of werkloosheid, wordt de uitoefening van de werkzaamheid in loondienst in de Belgische grensstreek beschouwd als zijnde voortgezet in de zin van punt b).
De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op werknemers die hun duurzaam tehuis in de Franse grensstreek hebben maar op 31 december 2011 hun betrekking in de Belgische grensstreek hebben verloren en die aantonen dat ze in de loop van 2011 hun werkzaamheid gedurende 3 maanden in deze laatste grensstreek hebben uitgeoefend.
Het stelsel is niet van toepassing op werknemers die op 31 december 2008 hun duurzaam tehuis in België hebben.
6. Een werknemer die zijn duurzaam tehuis in de Franse grensstreek heeft en die in de Belgische grensstreek een werkzaamheid in loondienst uitoefent waarvan de tijdsduur is beperkt tot een deel van het jaar, hetzij wegens het seizoensgebonden karakter van het werk, hetzij omdat de bezoldigde werknemer voor een bepaalde periode van het jaar is aangeworven als aanvullend personeelslid (uitzendkrachten), wordt gekwalificeerd als " seizoensgrensarbeider ". Die tijdsduur mag niet meer bedragen dan 90 gepresteerde dagen per kalenderjaar.
De bezoldigingen die tot en met 31 december 2033 worden ontvangen door seizoensgrensarbeiders, genieten het voordeel van het in paragraaf 1 bedoelde stelsel, onder de voorwaarden die zijn vermeld in de paragrafen 2 en 7, mits het aantal dagen dat de Belgische grensstreek wordt verlaten niet meer bedraagt dan 15 % van het aantal gepresteerde dagen gedurende het beschouwde jaar.
7. De telling van de dagen dat de grensstreek wordt verlaten, zoals beoogd in de paragrafen 4, b), 5 en 6, gebeurt overeenkomstig de volgende principes :
a) een deel van de dag dat de grensstreek wordt verlaten, zal geteld worden als een volledige dag.
b) de volgende gevallen waarin de grensstreek wordt verlaten, zullen niet opgenomen worden in het totaal van de dagen :
(i) de gevallen van overmacht, buiten de wil van de werkgever en de werknemer;
(ii) de incidentele doorreis in België buiten de grensstreek om zich naar een plaats binnen de Belgische grensstreek of buiten België te begeven;
(iii) werkzaamheden inherent aan de functie van vakbondsafgevaardigde;
(iv) het deelnemen aan een comité voor preventie en bescherming op het werk, of aan een paritair comité of het bijwonen van een vergadering van de werkgeversfederatie;
(v) het deelnemen aan een ondernemingsraad;
(vi) het bijwonen van een personeelsfeest;
(vii) doktersbezoeken;
(viii) de grensstreek verlaten voor beroepsopleiding, beperkt tot 5 werkdagen per kalenderjaar;
(ix) de trajecten die de werknemer buiten de grensstreek aflegt in het kader van een transportwerkzaamheid, voor zover de totale afstand die buiten de grensstreek wordt afgelegd niet meer bedraagt dan een kwart van de totale afstand die noodzakelijkerwijze wordt afgelegd voor de uitoefening van deze werkzaamheid.
8. Indien de voorgaande bepalingen van dit Protocol niet van toepassing zijn, zijn de bezoldigingen die een inwoner van Frankrijk ontvangt ter zake van een werkzaamheid in loondienst uitgeoefend binnen de Belgische grensstreek, belastbaar overeenkomstig de bepalingen van artikel 11, paragrafen 1 en 2, a) en b), van de Overeenkomst.
De bepalingen van dit Protocol zijn niet van toepassing op de bezoldigingen zoals bedoeld in artikel 9 van de Overeenkomst.
9. Voor de toepassing van de paragrafen 4, b), 5 en 6 van dit Protocol moet een werkgever, die inwoner is van België of in België over een inrichting beschikt en die gebruik maakt of gebruik heeft gemaakt van de diensten van een inwoner van Frankrijk die in aanmerking komt om de voordelen van het in paragraaf 1 bedoelde stelsel te genieten, in de loop van de maand maart van elk kalenderjaar, en zulks ten vroegste in maart 2010, bevestigen dat die inwoner van Frankrijk in de loop van het voorgaande kalenderjaar, en onder voorbehoud van de in paragrafen 5 en 7 bedoelde uitzonderingen, zijn werkzaamheid in loondienst gedurende niet meer dan 30 dagen buiten de Belgische grensstreek heeft uitgeoefend of gedurende niet meer dan 15 % van het aantal gepresteerde dagen indien het een seizoensgrensarbeider betreft.
De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten stellen de toepassingsregels van het huidig Protocol vast en bepalen welke bewijsstukken nodig zijn voor de toepassing ervan. "
" 1. Salarissen, lonen en andere soortgelijke bezoldigingen, verkregen door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat die zijn werkzaamheid uitoefent in de grensstreek van de andere overeenkomstsluitende Staat en die uitsluitend in de grensstreek van de eerstgenoemde Staat een duurzaam tehuis heeft, zijn slechts in die Staat belastbaar.
2. Voor de toepassing van dit Protocol omvat de grensstreek van elke overeenkomstsluitende Staat alle gemeenten die gelegen zijn in de streek die wordt begrensd door de gemeenschappelijke grens van de overeenkomstsluitende Staten en een lijn getrokken op een afstand van twintig kilometer van die grens, met dien verstande dat de gemeenten die door deze lijn worden doorsneden in de grensstreek worden opgenomen. Alle andere gemeenten die, voor de toepassing van artikel 11, paragraaf 2, c), van de Overeenkomst die op 1 januari 1999 van kracht was, beschouwd werden als zijnde gelegen in de grensstreek van elke overeenkomstsluitende Staat, worden eveneens geacht begrepen te zijn in de Franse of de Belgische grensstreek, naargelang het geval.
3. Bezoldigingen die vanaf 1 januari 2007 worden verkregen ter zake van een binnen de Franse grensstreek uitgeoefende werkzaamheid in loondienst door personen die hun duurzaam tehuis in de Belgische grensstreek hebben, zijn, in afwijking van paragraaf 1, belastbaar onder de voorwaarden waarin is voorzien in artikel 11, paragrafen 1 en 2, a) en b), van de Overeenkomst.
4. a) Het stelsel dat is bepaald in paragraaf 1, is van toepassing op bezoldigingen die in de loop van de jaren 2003 tot 2008 worden ontvangen door werknemers die hun duurzaam tehuis in de Franse grensstreek hebben en die hun werkzaamheid in loondienst niet meer dan 45 dagen per kalenderjaar buiten de Belgische grensstreek uitoefenen.
Een deel van de dag dat de grensstreek wordt verlaten, zal geteld worden als een volledige dag.
De trajecten die de werknemer buiten de grensstreek aflegt in het kader van een transportwerkzaamheid zullen niet opgenomen worden in het totaal van de dagen, voor zover de totale afstand die buiten de grensstreek wordt afgelegd niet meer bedraagt dan een kwart van de totale afstand die noodzakelijkerwijze wordt afgelegd voor de uitoefening van deze werkzaamheid.
b) Het stelsel dat is bepaald in paragraaf 1, is van toepassing op bezoldigingen die in de loop van de jaren 2009 tot 2011 worden ontvangen door werknemers die hun duurzaam tehuis in de Franse grensstreek hebben en die hun werkzaamheid in loondienst niet meer dan 30 dagen per kalenderjaar buiten de Belgische grensstreek uitoefenen.
Het stelsel is niet van toepassing op werknemers die op 31 december 2008 hun duurzaam tehuis in België hebben.
5. Het stelsel dat is bepaald in paragraaf 1, is van toepassing op bezoldigingen die in de loop van een periode van 22 jaar, die aanvangt op 1 januari 2012, worden ontvangen uitsluitend door werknemers die op 31 december 2011 hun duurzaam tehuis in de Franse grensstreek hebben en hun werkzaamheid in loondienst uitoefenen binnen de Belgische grensstreek, onder voorbehoud dat deze laatsten :
a) hun duurzaam tehuis in de Franse grensstreek behouden;
b) de uitoefening van hun werkzaamheid in loondienst in de Belgische grensstreek voortzetten;
c) in de uitoefening van hun werkzaamheid niet meer dan 30 dagen per kalenderjaar de Belgische grensstreek verlaten.
Het niet-naleven van één van deze voorwaarden leidt tot het definitieve verlies van het voordeel van het stelsel. Indien de grensarbeider echter een eerste maal de in punt c) van deze paragraaf bedoelde voorwaarde niet vervult, verliest hij het voordeel van het stelsel enkel voor het betrokken jaar.
Tijdens afwezigheden voortvloeiend uit omstandigheden zoals ziekte, ongeval, betaald educatief verlof, vakantie of werkloosheid, wordt de uitoefening van de werkzaamheid in loondienst in de Belgische grensstreek beschouwd als zijnde voortgezet in de zin van punt b).
De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op werknemers die hun duurzaam tehuis in de Franse grensstreek hebben maar op 31 december 2011 hun betrekking in de Belgische grensstreek hebben verloren en die aantonen dat ze in de loop van 2011 hun werkzaamheid gedurende 3 maanden in deze laatste grensstreek hebben uitgeoefend.
Het stelsel is niet van toepassing op werknemers die op 31 december 2008 hun duurzaam tehuis in België hebben.
6. Een werknemer die zijn duurzaam tehuis in de Franse grensstreek heeft en die in de Belgische grensstreek een werkzaamheid in loondienst uitoefent waarvan de tijdsduur is beperkt tot een deel van het jaar, hetzij wegens het seizoensgebonden karakter van het werk, hetzij omdat de bezoldigde werknemer voor een bepaalde periode van het jaar is aangeworven als aanvullend personeelslid (uitzendkrachten), wordt gekwalificeerd als " seizoensgrensarbeider ". Die tijdsduur mag niet meer bedragen dan 90 gepresteerde dagen per kalenderjaar.
De bezoldigingen die tot en met 31 december 2033 worden ontvangen door seizoensgrensarbeiders, genieten het voordeel van het in paragraaf 1 bedoelde stelsel, onder de voorwaarden die zijn vermeld in de paragrafen 2 en 7, mits het aantal dagen dat de Belgische grensstreek wordt verlaten niet meer bedraagt dan 15 % van het aantal gepresteerde dagen gedurende het beschouwde jaar.
7. De telling van de dagen dat de grensstreek wordt verlaten, zoals beoogd in de paragrafen 4, b), 5 en 6, gebeurt overeenkomstig de volgende principes :
a) een deel van de dag dat de grensstreek wordt verlaten, zal geteld worden als een volledige dag.
b) de volgende gevallen waarin de grensstreek wordt verlaten, zullen niet opgenomen worden in het totaal van de dagen :
(i) de gevallen van overmacht, buiten de wil van de werkgever en de werknemer;
(ii) de incidentele doorreis in België buiten de grensstreek om zich naar een plaats binnen de Belgische grensstreek of buiten België te begeven;
(iii) werkzaamheden inherent aan de functie van vakbondsafgevaardigde;
(iv) het deelnemen aan een comité voor preventie en bescherming op het werk, of aan een paritair comité of het bijwonen van een vergadering van de werkgeversfederatie;
(v) het deelnemen aan een ondernemingsraad;
(vi) het bijwonen van een personeelsfeest;
(vii) doktersbezoeken;
(viii) de grensstreek verlaten voor beroepsopleiding, beperkt tot 5 werkdagen per kalenderjaar;
(ix) de trajecten die de werknemer buiten de grensstreek aflegt in het kader van een transportwerkzaamheid, voor zover de totale afstand die buiten de grensstreek wordt afgelegd niet meer bedraagt dan een kwart van de totale afstand die noodzakelijkerwijze wordt afgelegd voor de uitoefening van deze werkzaamheid.
8. Indien de voorgaande bepalingen van dit Protocol niet van toepassing zijn, zijn de bezoldigingen die een inwoner van Frankrijk ontvangt ter zake van een werkzaamheid in loondienst uitgeoefend binnen de Belgische grensstreek, belastbaar overeenkomstig de bepalingen van artikel 11, paragrafen 1 en 2, a) en b), van de Overeenkomst.
De bepalingen van dit Protocol zijn niet van toepassing op de bezoldigingen zoals bedoeld in artikel 9 van de Overeenkomst.
9. Voor de toepassing van de paragrafen 4, b), 5 en 6 van dit Protocol moet een werkgever, die inwoner is van België of in België over een inrichting beschikt en die gebruik maakt of gebruik heeft gemaakt van de diensten van een inwoner van Frankrijk die in aanmerking komt om de voordelen van het in paragraaf 1 bedoelde stelsel te genieten, in de loop van de maand maart van elk kalenderjaar, en zulks ten vroegste in maart 2010, bevestigen dat die inwoner van Frankrijk in de loop van het voorgaande kalenderjaar, en onder voorbehoud van de in paragrafen 5 en 7 bedoelde uitzonderingen, zijn werkzaamheid in loondienst gedurende niet meer dan 30 dagen buiten de Belgische grensstreek heeft uitgeoefend of gedurende niet meer dan 15 % van het aantal gepresteerde dagen indien het een seizoensgrensarbeider betreft.
De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten stellen de toepassingsregels van het huidig Protocol vast en bepalen welke bewijsstukken nodig zijn voor de toepassing ervan. "
Art. 2. Il est ajouté à la Convention un " Protocole additionnel relatif aux travailleurs frontaliers ", rédigé comme suit :
" 1. Les traitements, salaires et autres rémunérations analogues reçues par un résident d'un Etat contractant qui exerce son activité dans la zone frontalière de l'autre Etat contractant et qui n'a un foyer permanent d'habitation que dans la zone frontalière du premier Etat ne sont imposables que dans cet Etat.
2. Aux fins d'application du présent Protocole, la zone frontalière de chaque Etat contractant comprend toutes les communes situées dans la zone délimitée par la frontière commune aux Etats contractants et une ligne tracée à une distance de vingt kilomètres de cette frontière, étant entendu que les communes traversées par cette ligne sont incorporées dans la zone frontalière. Toutes les autres communes qui, pour l'application de l'article 11, paragraphe 2, c) de la Convention en vigueur au 1er janvier 1999, étaient considérées comme incluses dans la zone frontalière de chaque Etat contractant, sont également considérées comme comprises dans la zone frontalière de la France ou de la Belgique selon le cas.
3. Par dérogation au paragraphe 1er, les rémunérations perçues à compter du 1er janvier 2007 au titre d'une activité salariée exercée dans la zone frontalière française par des personnes ayant leur foyer permanent d'habitation dans la zone frontalière belge sont imposables dans les conditions prévues aux paragraphes 1 et 2, a) et b) de l'article 11 de la Convention.
4. a) Le régime prévu au paragraphe 1er est applicable aux rémunérations perçues au cours des années 2003 à 2008 par les travailleurs ayant leur foyer permanent d'habitation dans la zone frontalière française qui n'exercent pas leur activité salariée plus de 45 jours par année civile hors de la zone frontalière belge.
Une fraction de journée de sortie de zone sera comptée pour un jour entier.
Ne sont pas comptabilisés dans le quantum de jours, les trajets hors zone frontalière effectués par le travailleur, dans le cadre d'une activité de transport, dans la mesure où la distance totale parcourue hors zone frontalière n'excède pas le quart de l'ensemble de la distance parcourue lors des trajets nécessaires à l'exercice de cette activité.
b) Le régime prévu au paragraphe 1 est applicable aux rémunérations perçues au cours des années 2009 à 2011 par les travailleurs ayant leur foyer permanent d'habitation dans la zone frontalière française qui n'exercent pas leur activité salariée plus de 30 jours par année civile hors de la zone frontalière belge.
Le régime n'est pas applicable aux travailleurs ayant leur foyer permanent d'habitation en Belgique au 31 décembre 2008.
5. Le régime prévu au paragraphe 1er est applicable aux rémunérations perçues au cours d'une période de 22 ans, à compter du 1er janvier 2012, par les seuls travailleurs qui, au 31 décembre 2011, ont leur foyer permanent d'habitation dans la zone frontalière française et exercent leur activité salariée dans la zone frontalière belge, sous réserve que ces derniers :
a) conservent leur foyer permanent d'habitation dans la zone frontalière française;
b) continuent d'exercer leur activité salariée dans la zone frontalière belge;
c) ne sortent pas plus de 30 jours par année civile, dans l'exercice de leur activité, de la zone frontalière belge.
Le non-respect de l'une de ces conditions entraîne la perte définitive du bénéfice du régime. Toutefois, lorsque le travailleur frontalier ne remplit pas pour la première fois la condition visée au c) du présent paragraphe, il ne perd le bénéfice du régime qu'au titre de l'année considérée.
Lors des absences dues à des circonstances telles que maladie, accident, congés éducation payés, congé ou chômage, l'activité salariée dans la zone frontalière de la Belgique est considérée comme exercée de manière continue au sens du b).
Les dispositions de ce paragraphe sont applicables aux travailleurs ayant leur foyer permanent d'habitation dans la zone frontalière française mais ayant perdu leur emploi dans la zone frontalière belge au 31 décembre 2011 qui justifient de trois mois d'activité dans cette dernière zone frontalière au cours de l'année 2011.
Le régime n'est pas applicable aux travailleurs ayant leur foyer permanent d'habitation en Belgique au 31 décembre 2008.
6. Un travailleur qui a son foyer permanent d'habitation dans la zone frontalière française et qui exerce une activité salariée dans la zone frontalière belge dont la durée est limitée à une partie de l'année soit en raison de la nature saisonnière du travail, soit parce que le travailleur salarié est recruté à titre de personnel de renfort (intérimaire) à certaines époques de l'année est qualifié de " travailleur frontalier saisonnier ". Cette durée ne peut excéder 90 jours prestés par année civile.
Les rémunérations perçues jusqu'au 31 décembre 2033 par les travailleurs frontaliers saisonniers bénéficient du régime prévu au paragraphe 1er dans les conditions mentionnées aux paragraphes 2 et 7, à condition que le nombre de jours de sorties de la zone frontalière belge n'excède pas 15 % du nombre de jours prestés au cours de l'année considérée.
7. Le décompte des jours de sortie de zone frontalière visés aux paragraphes 4, b), 5 et 6 est opéré selon les principes suivants :
a) une fraction de journée de sortie de zone sera comptée pour un jour entier.
b) ne seront pas comptabilisées dans le quantum de jours, les sorties de zone suivantes :
(i) les cas de force majeure en dehors de la volonté de l'employeur et du travailleur;
(ii) le transit occasionnel par la zone non frontalière de la Belgique en vue de rejoindre un endroit situé dans la zone frontalière de la Belgique ou hors de Belgique;
(iii) les activités inhérentes à la fonction de délégué syndical;
(iv) la participation à un comité pour la protection et la prévention du travail, à une commission paritaire ou à une réunion de la fédération patronale;
(v) la participation à un conseil d'entreprise;
(vi) la participation à une fête du personnel;
(vii) les visites médicales;
(viii) les sorties pour formation professionnelle n'excédant pas 5 jours ouvrables par année civile;
(ix) les trajets hors zone frontalière effectués par le travailleur, dans le cadre d'une activité de transport, dans la mesure où la distance totale parcourue hors zone frontalière n'excède pas le quart de l'ensemble de la distance parcourue lors des trajets nécessaires à l'exercice de cette activité.
8. Lorsque les dispositions précédentes du présent Protocole ne sont pas applicables, les rémunérations qu'un résident de la France reçoit au titre d'une activité salariée exercée dans la zone frontalière de la Belgique sont imposables conformément aux dispositions de l'article 11, paragraphes 1er et 2, a) et b) de la Convention.
Les dispositions du présent Protocole ne sont pas applicables aux rémunérations visées à l'article 9 de la Convention.
9. Pour l'application des paragraphes 4, b), 5 et 6 du présent Protocole, dans le courant du mois de mars de chaque année civile, et au plus tôt en mars 2010, un employeur qui est un résident de la Belgique ou qui dispose d'un établissement en Belgique et qui utilise ou a utilisé les services d'un résident de la France susceptible de bénéficier du régime prévu au paragraphe 1er doit attester que, au cours de l'année civile précédente, et sous réserve des exceptions prévues aux paragraphes 5 et 7, ce résident de la France n'a pas exercé son activité salariée hors de la zone frontalière de la Belgique pendant plus de 30 jours ou, s'il s'agit d'un travailleur frontalier saisonnier, plus de 15 % du nombre des jours prestés.
10. Les autorités compétentes des Etats contractants règlent les modalités d'application du présent Protocole et déterminent les documents justificatifs nécessaires à son application. "
" 1. Les traitements, salaires et autres rémunérations analogues reçues par un résident d'un Etat contractant qui exerce son activité dans la zone frontalière de l'autre Etat contractant et qui n'a un foyer permanent d'habitation que dans la zone frontalière du premier Etat ne sont imposables que dans cet Etat.
2. Aux fins d'application du présent Protocole, la zone frontalière de chaque Etat contractant comprend toutes les communes situées dans la zone délimitée par la frontière commune aux Etats contractants et une ligne tracée à une distance de vingt kilomètres de cette frontière, étant entendu que les communes traversées par cette ligne sont incorporées dans la zone frontalière. Toutes les autres communes qui, pour l'application de l'article 11, paragraphe 2, c) de la Convention en vigueur au 1er janvier 1999, étaient considérées comme incluses dans la zone frontalière de chaque Etat contractant, sont également considérées comme comprises dans la zone frontalière de la France ou de la Belgique selon le cas.
3. Par dérogation au paragraphe 1er, les rémunérations perçues à compter du 1er janvier 2007 au titre d'une activité salariée exercée dans la zone frontalière française par des personnes ayant leur foyer permanent d'habitation dans la zone frontalière belge sont imposables dans les conditions prévues aux paragraphes 1 et 2, a) et b) de l'article 11 de la Convention.
4. a) Le régime prévu au paragraphe 1er est applicable aux rémunérations perçues au cours des années 2003 à 2008 par les travailleurs ayant leur foyer permanent d'habitation dans la zone frontalière française qui n'exercent pas leur activité salariée plus de 45 jours par année civile hors de la zone frontalière belge.
Une fraction de journée de sortie de zone sera comptée pour un jour entier.
Ne sont pas comptabilisés dans le quantum de jours, les trajets hors zone frontalière effectués par le travailleur, dans le cadre d'une activité de transport, dans la mesure où la distance totale parcourue hors zone frontalière n'excède pas le quart de l'ensemble de la distance parcourue lors des trajets nécessaires à l'exercice de cette activité.
b) Le régime prévu au paragraphe 1 est applicable aux rémunérations perçues au cours des années 2009 à 2011 par les travailleurs ayant leur foyer permanent d'habitation dans la zone frontalière française qui n'exercent pas leur activité salariée plus de 30 jours par année civile hors de la zone frontalière belge.
Le régime n'est pas applicable aux travailleurs ayant leur foyer permanent d'habitation en Belgique au 31 décembre 2008.
5. Le régime prévu au paragraphe 1er est applicable aux rémunérations perçues au cours d'une période de 22 ans, à compter du 1er janvier 2012, par les seuls travailleurs qui, au 31 décembre 2011, ont leur foyer permanent d'habitation dans la zone frontalière française et exercent leur activité salariée dans la zone frontalière belge, sous réserve que ces derniers :
a) conservent leur foyer permanent d'habitation dans la zone frontalière française;
b) continuent d'exercer leur activité salariée dans la zone frontalière belge;
c) ne sortent pas plus de 30 jours par année civile, dans l'exercice de leur activité, de la zone frontalière belge.
Le non-respect de l'une de ces conditions entraîne la perte définitive du bénéfice du régime. Toutefois, lorsque le travailleur frontalier ne remplit pas pour la première fois la condition visée au c) du présent paragraphe, il ne perd le bénéfice du régime qu'au titre de l'année considérée.
Lors des absences dues à des circonstances telles que maladie, accident, congés éducation payés, congé ou chômage, l'activité salariée dans la zone frontalière de la Belgique est considérée comme exercée de manière continue au sens du b).
Les dispositions de ce paragraphe sont applicables aux travailleurs ayant leur foyer permanent d'habitation dans la zone frontalière française mais ayant perdu leur emploi dans la zone frontalière belge au 31 décembre 2011 qui justifient de trois mois d'activité dans cette dernière zone frontalière au cours de l'année 2011.
Le régime n'est pas applicable aux travailleurs ayant leur foyer permanent d'habitation en Belgique au 31 décembre 2008.
6. Un travailleur qui a son foyer permanent d'habitation dans la zone frontalière française et qui exerce une activité salariée dans la zone frontalière belge dont la durée est limitée à une partie de l'année soit en raison de la nature saisonnière du travail, soit parce que le travailleur salarié est recruté à titre de personnel de renfort (intérimaire) à certaines époques de l'année est qualifié de " travailleur frontalier saisonnier ". Cette durée ne peut excéder 90 jours prestés par année civile.
Les rémunérations perçues jusqu'au 31 décembre 2033 par les travailleurs frontaliers saisonniers bénéficient du régime prévu au paragraphe 1er dans les conditions mentionnées aux paragraphes 2 et 7, à condition que le nombre de jours de sorties de la zone frontalière belge n'excède pas 15 % du nombre de jours prestés au cours de l'année considérée.
7. Le décompte des jours de sortie de zone frontalière visés aux paragraphes 4, b), 5 et 6 est opéré selon les principes suivants :
a) une fraction de journée de sortie de zone sera comptée pour un jour entier.
b) ne seront pas comptabilisées dans le quantum de jours, les sorties de zone suivantes :
(i) les cas de force majeure en dehors de la volonté de l'employeur et du travailleur;
(ii) le transit occasionnel par la zone non frontalière de la Belgique en vue de rejoindre un endroit situé dans la zone frontalière de la Belgique ou hors de Belgique;
(iii) les activités inhérentes à la fonction de délégué syndical;
(iv) la participation à un comité pour la protection et la prévention du travail, à une commission paritaire ou à une réunion de la fédération patronale;
(v) la participation à un conseil d'entreprise;
(vi) la participation à une fête du personnel;
(vii) les visites médicales;
(viii) les sorties pour formation professionnelle n'excédant pas 5 jours ouvrables par année civile;
(ix) les trajets hors zone frontalière effectués par le travailleur, dans le cadre d'une activité de transport, dans la mesure où la distance totale parcourue hors zone frontalière n'excède pas le quart de l'ensemble de la distance parcourue lors des trajets nécessaires à l'exercice de cette activité.
8. Lorsque les dispositions précédentes du présent Protocole ne sont pas applicables, les rémunérations qu'un résident de la France reçoit au titre d'une activité salariée exercée dans la zone frontalière de la Belgique sont imposables conformément aux dispositions de l'article 11, paragraphes 1er et 2, a) et b) de la Convention.
Les dispositions du présent Protocole ne sont pas applicables aux rémunérations visées à l'article 9 de la Convention.
9. Pour l'application des paragraphes 4, b), 5 et 6 du présent Protocole, dans le courant du mois de mars de chaque année civile, et au plus tôt en mars 2010, un employeur qui est un résident de la Belgique ou qui dispose d'un établissement en Belgique et qui utilise ou a utilisé les services d'un résident de la France susceptible de bénéficier du régime prévu au paragraphe 1er doit attester que, au cours de l'année civile précédente, et sous réserve des exceptions prévues aux paragraphes 5 et 7, ce résident de la France n'a pas exercé son activité salariée hors de la zone frontalière de la Belgique pendant plus de 30 jours ou, s'il s'agit d'un travailleur frontalier saisonnier, plus de 15 % du nombre des jours prestés.
10. Les autorités compétentes des Etats contractants règlent les modalités d'application du présent Protocole et déterminent les documents justificatifs nécessaires à son application. "
Art. 3. In het Slotprotocol van 10 maart 1964 wordt na het punt 6 een punt 7 toegevoegd dat als volgt luidt :
" 7. Voor het vaststellen van de aanvullende belastingen die worden gevestigd door de Belgische gemeenten en agglomeraties, houdt België, niettegenstaande elke andere bepaling van de Overeenkomst en van het Aanvullend Protocol inzake grensarbeiders, rekening met de beroepsinkomsten die in België vrijgesteld zijn van belasting volgens de Overeenkomst en dit Protocol. Die aanvullende belastingen worden berekend op de belasting die verschuldigd zou zijn in België indien de desbetreffende beroepsinkomsten van Belgische oorsprong zouden zijn. Deze bepaling is van toepassing vanaf 1 januari 2009 ".
" 7. Voor het vaststellen van de aanvullende belastingen die worden gevestigd door de Belgische gemeenten en agglomeraties, houdt België, niettegenstaande elke andere bepaling van de Overeenkomst en van het Aanvullend Protocol inzake grensarbeiders, rekening met de beroepsinkomsten die in België vrijgesteld zijn van belasting volgens de Overeenkomst en dit Protocol. Die aanvullende belastingen worden berekend op de belasting die verschuldigd zou zijn in België indien de desbetreffende beroepsinkomsten van Belgische oorsprong zouden zijn. Deze bepaling is van toepassing vanaf 1 januari 2009 ".
Art. 3. Il est ajouté au Protocole final du 10 mars 1964 un point 7 sous le point 6 rédigé comme suit :
" 7. Nonobstant toute autre disposition de la Convention et du Protocole additionnel relatif aux travailleurs frontaliers, la Belgique tient compte, pour la détermination des taxes additionnelles établies par les communes et les agglomérations belges, des revenus professionnels exemptés de l'impôt en Belgique conformément à la Convention et audit Protocole. Ces taxes additionnelles sont calculées sur l'impôt qui serait dû en Belgique si les revenus professionnels en question étaient de source belge. Cette disposition est applicable à compter du 1er janvier 2009 ".
" 7. Nonobstant toute autre disposition de la Convention et du Protocole additionnel relatif aux travailleurs frontaliers, la Belgique tient compte, pour la détermination des taxes additionnelles établies par les communes et les agglomérations belges, des revenus professionnels exemptés de l'impôt en Belgique conformément à la Convention et audit Protocole. Ces taxes additionnelles sont calculées sur l'impôt qui serait dû en Belgique si les revenus professionnels en question étaient de source belge. Cette disposition est applicable à compter du 1er janvier 2009 ".
Art. 4. Frankrijk zal elk kalenderjaar een bedrag van 25 miljoen euro storten als compensatie voor de inkomsten die België moet derven door de toepassing van paragraaf 5 van het aanvullend Protocol inzake grensarbeiders. De eerste storting wordt uitgevoerd op het einde van het jaar 2012.
Om de drie jaar vanaf de eerste storting, zal dit bedrag worden gewijzigd, beperkt tot maximum 25 miljoen euro, op basis van de evolutie van het totale bedrag van de brutobezoldigingen ontvangen door de grensarbeiders, volgens de volgende formule :
- indien het totale bedrag van de brutobezoldigingen ontvangen in het jaar n lager is dan het totale bedrag van de in 2011 ontvangen brutobezoldigingen, zal het gestorte bedrag voor de jaren n+1 tot n+3 op de volgende manier berekend worden :
25 miljoen euro x (totale bedrag van de in het jaar n ontvangen brutobezoldigingen / totale bedrag van de in 2011 ontvangen brutobezoldigingen) 2
- indien het totale bedrag van de in het jaar n ontvangen brutobezoldigingen hoger is dan of gelijk is aan het totale bedrag van de in 2011 ontvangen brutobezoldigingen, zal het gestorte bedrag voor de jaren n+1 tot n+3, 25 miljoen euro bedragen.
Onder brutobezoldigingen wordt verstaan de belastbare bezoldigingen na aftrek van de socialezekerheidsbijdragen.
Om de drie jaar vanaf de eerste storting, zal dit bedrag worden gewijzigd, beperkt tot maximum 25 miljoen euro, op basis van de evolutie van het totale bedrag van de brutobezoldigingen ontvangen door de grensarbeiders, volgens de volgende formule :
- indien het totale bedrag van de brutobezoldigingen ontvangen in het jaar n lager is dan het totale bedrag van de in 2011 ontvangen brutobezoldigingen, zal het gestorte bedrag voor de jaren n+1 tot n+3 op de volgende manier berekend worden :
25 miljoen euro x (totale bedrag van de in het jaar n ontvangen brutobezoldigingen / totale bedrag van de in 2011 ontvangen brutobezoldigingen) 2
- indien het totale bedrag van de in het jaar n ontvangen brutobezoldigingen hoger is dan of gelijk is aan het totale bedrag van de in 2011 ontvangen brutobezoldigingen, zal het gestorte bedrag voor de jaren n+1 tot n+3, 25 miljoen euro bedragen.
Onder brutobezoldigingen wordt verstaan de belastbare bezoldigingen na aftrek van de socialezekerheidsbijdragen.
Art. 4. Un montant de 25 millions d'euros sera versé chaque année civile par la France afin de compenser le manque à gagner de la Belgique résultant pour cette dernière de l'application du paragraphe 5 du Protocole additionnel relatif aux travailleurs frontaliers. Le premier versement sera effectué à la fin de l'année 2012.
A compter du premier versement, tous les trois ans, ce montant sera modifié, dans la limite d'un plafond de 25 millions d'euros, en fonction de l'évolution du montant global des salaires bruts perçus par les travailleurs frontaliers, selon la formule suivante :
- si le montant global des salaires bruts perçus l'année n est inférieur au montant global des salaires bruts perçus en 2011, le montant versé au titre des années n+1 à n+3 sera calculé de la manière suivante :
25 millions d'euros x (montant global des salaires bruts perçus l'année n / montant global des salaires bruts perçus en 2011)2
- si le montant global des salaires bruts perçus l'année n est supérieur ou égal au montant global des salaires bruts perçus en 2011, le montant versé au titre des années n+1 à n+3 sera de 25 millions d'euros.
Les salaires bruts s'entendent des salaires imposables après déduction des cotisations sociales.
A compter du premier versement, tous les trois ans, ce montant sera modifié, dans la limite d'un plafond de 25 millions d'euros, en fonction de l'évolution du montant global des salaires bruts perçus par les travailleurs frontaliers, selon la formule suivante :
- si le montant global des salaires bruts perçus l'année n est inférieur au montant global des salaires bruts perçus en 2011, le montant versé au titre des années n+1 à n+3 sera calculé de la manière suivante :
25 millions d'euros x (montant global des salaires bruts perçus l'année n / montant global des salaires bruts perçus en 2011)2
- si le montant global des salaires bruts perçus l'année n est supérieur ou égal au montant global des salaires bruts perçus en 2011, le montant versé au titre des années n+1 à n+3 sera de 25 millions d'euros.
Les salaires bruts s'entendent des salaires imposables après déduction des cotisations sociales.
Art. 5. Elk van de overeenkomstsluitende Staten zal de andere overeenkomstsluitende Staat in kennis stellen van de voltooiing van de procedures die door zijn wetgeving voor de inwerkingtreding van het huidig Avenant zijn vereist. Dit Avenant zal in werking treden op de dag waarop de tweede kennisgeving wordt ontvangen.
Ten blijke waarvan, de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd, dit Avenant hebben ondertekend.
Gedaan te Brussel, op 12 december 2008, in tweevoud, in de Franse en Nederlandse taal, zijnde de twee teksten gelijkelijk authentiek.
Ten blijke waarvan, de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd, dit Avenant hebben ondertekend.
Gedaan te Brussel, op 12 december 2008, in tweevoud, in de Franse en Nederlandse taal, zijnde de twee teksten gelijkelijk authentiek.
Art. 5. Chacun des Etats contractants notifiera à l'autre l'accomplissement des procédures requises par sa législation pour la mise en vigueur du présent Avenant. Celui-ci entrera en vigueur le jour de réception de la seconde de ces notifications.
En foi de quoi, les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Avenant.
Fait à Bruxelles, le 12 décembre 2008, en double exemplaire, en langues française et néerlandaise, les deux textes faisant également foi.
En foi de quoi, les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Avenant.
Fait à Bruxelles, le 12 décembre 2008, en double exemplaire, en langues française et néerlandaise, les deux textes faisant également foi.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Dit Avenant treedt in werking op 17 december 2009, overeenkomstig zijn artikel 5.
Art. N. Cet Avenant entre en vigueur le 17 décembre 2009, conformément à son article 5.