Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
12 JULI 2009. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques
Titre
12 JUILLET 2009. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (19)
Texte (19)
Artikel 1. Artikel 2bis van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 maart 2004, wordt opgeheven.
Article 1er. L'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services, inséré par l'arrêté royal du 9 janvier 2004 et modifié par l'arrêté royal du 31 mars 2004, est abrogé.
Art. 2. In artikel 2ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden de woorden ", de opschorting" opgeheven;
2° § 2 wordt aangevuld met de bepalingen onder 6°, luidende :
"6° een deskundige van de Federale Overheidsdienst Financiën en een deskundige van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid."
1° in § 1 worden de woorden ", de opschorting" opgeheven;
2° § 2 wordt aangevuld met de bepalingen onder 6°, luidende :
"6° een deskundige van de Federale Overheidsdienst Financiën en een deskundige van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid."
Art. 2. A l'article 2ter du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 9 janvier 2004, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le § 1er, les mots " , la suspension " sont abrogés;
2° le § 2 est complété par le 6°, rédigé comme suit :
" 6° un expert du Service public fédéral Finances et un expert de l'Office National de Sécurité sociale. "
1° dans le § 1er, les mots " , la suspension " sont abrogés;
2° le § 2 est complété par le 6°, rédigé comme suit :
" 6° un expert du Service public fédéral Finances et un expert de l'Office National de Sécurité sociale. "
Art. 3. In artikel 2quater, § 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "aan werknemers van categorie A" vervangen door de woorden "aan de werknemers die tijdens hun deeltijdse tewerkstelling een werkloosheidsuitkering, een leefloon of financiële sociale hulp genieten" en worden de woorden "de werknemer van categorie A" tweemaal vervangen door de woorden "de werknemer die tijdens zijn deeltijdse tewerkstelling een werkloosheidsuitkering, een leefloon of financiële sociale hulp geniet";
2° het wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Voor de toepassing van dit artikel moet verstaan worden onder :
1° werkloosheidsuitkering : de werkloosheids- of wachtuitkering bedoeld in artikel 100, de uitkering voor uren van tijdelijke werkloosheid bedoeld in artikelen 106 en 107 en de inkomens-garantieuitkering bedoeld in artikel 131bis van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
2° leefloon : het leefloon zoals bedoeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
3° financiële sociale hulp : de financiële hulp bedoeld in artikel 60, § 3 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn."
1° in het eerste lid worden de woorden "aan werknemers van categorie A" vervangen door de woorden "aan de werknemers die tijdens hun deeltijdse tewerkstelling een werkloosheidsuitkering, een leefloon of financiële sociale hulp genieten" en worden de woorden "de werknemer van categorie A" tweemaal vervangen door de woorden "de werknemer die tijdens zijn deeltijdse tewerkstelling een werkloosheidsuitkering, een leefloon of financiële sociale hulp geniet";
2° het wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Voor de toepassing van dit artikel moet verstaan worden onder :
1° werkloosheidsuitkering : de werkloosheids- of wachtuitkering bedoeld in artikel 100, de uitkering voor uren van tijdelijke werkloosheid bedoeld in artikelen 106 en 107 en de inkomens-garantieuitkering bedoeld in artikel 131bis van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
2° leefloon : het leefloon zoals bedoeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
3° financiële sociale hulp : de financiële hulp bedoeld in artikel 60, § 3 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn."
Art. 3. A l'article 2quater, § 3, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 9 janvier 2004, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " aux travailleurs de catégorie A " sont remplacés par les mots " aux travailleurs qui pendant leur occupation à temps partiel bénéficient d'une allocation de chômage, du revenu d'intégration ou de l'aide sociale financière " et les mots " travailleur de catégorie A " sont remplacés deux fois par les mots " travailleur qui pendant son occupation à temps partiel bénéficie d'une allocation de chômage, du revenu d'intégration ou de l'aide sociale financière ";
2° il est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Pour l'application de cet article, il faut entendre par :
1° allocation de chômage : l'allocation de chômage ou d'attente visée à l'article 100, l'allocation pour les heures de chômage temporaire visée aux articles 106 et 107 et l'allocation de garantie de revenus visée à l'article 131bis de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
2° revenu d'intégration : le revenu d'intégration visé dans la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale;
3° aide sociale financière : l'aide financière visée à l'article 60, § 3, de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'aide sociale. "
1° dans l'alinéa 1er, les mots " aux travailleurs de catégorie A " sont remplacés par les mots " aux travailleurs qui pendant leur occupation à temps partiel bénéficient d'une allocation de chômage, du revenu d'intégration ou de l'aide sociale financière " et les mots " travailleur de catégorie A " sont remplacés deux fois par les mots " travailleur qui pendant son occupation à temps partiel bénéficie d'une allocation de chômage, du revenu d'intégration ou de l'aide sociale financière ";
2° il est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Pour l'application de cet article, il faut entendre par :
1° allocation de chômage : l'allocation de chômage ou d'attente visée à l'article 100, l'allocation pour les heures de chômage temporaire visée aux articles 106 et 107 et l'allocation de garantie de revenus visée à l'article 131bis de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
2° revenu d'intégration : le revenu d'intégration visé dans la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale;
3° aide sociale financière : l'aide financière visée à l'article 60, § 3, de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'aide sociale. "
Art. 4. In artikel 2quater, § 4, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 januari 2004, 31 maart 2004, 10 november 2005, 5 maart 2006, 16 januari 2007, 13 juli 2007 en 28 april 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in 17° worden de woorden "artikel 2octies " vervangen door de woorden "de artikelen 2septies, 2octies en 2nonies, met uitzondering van 2nonies, § 1, d) ";
2° het wordt aangevuld met de bepalingen onder 19°, luidende :
"19° de onderneming verbindt zich ertoe de door de RVA in uitvoering van artikel 12 gevraagde gegevens binnen de vereiste termijn aan de RVA te bezorgen."
1° in 17° worden de woorden "artikel 2octies " vervangen door de woorden "de artikelen 2septies, 2octies en 2nonies, met uitzondering van 2nonies, § 1, d) ";
2° het wordt aangevuld met de bepalingen onder 19°, luidende :
"19° de onderneming verbindt zich ertoe de door de RVA in uitvoering van artikel 12 gevraagde gegevens binnen de vereiste termijn aan de RVA te bezorgen."
Art. 4. A l'article 2quater, § 4, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 9 janvier 2004, 31 mars 2004, 10 novembre 2005, 5 mars 2006, 16 janvier 2007, 13 juillet 2007 et 28 avril 2008, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le 17°, les mots " de l'article 2octies " sont remplacés par les mots " des articles 2septies, 2octies et 2nonies, à l'exception de 2nonies, § 1er, d) ";
2° il est complété par le 19°, rédigé comme suit :
" 19° l'entreprise s'engage à fournir à l'ONEm dans le délai requis les données demandées par l'ONEm en exécution de l'article 12. "
1° dans le 17°, les mots " de l'article 2octies " sont remplacés par les mots " des articles 2septies, 2octies et 2nonies, à l'exception de 2nonies, § 1er, d) ";
2° il est complété par le 19°, rédigé comme suit :
" 19° l'entreprise s'engage à fournir à l'ONEm dans le délai requis les données demandées par l'ONEm en exécution de l'article 12. "
Art. 5. In artikel 2sexies van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 januari 2004, 31 maart 2004, 5 maart 2006 en 16 januari 2007, worden de paragrafen 4 en 5 opgeheven.
Art. 5. Dans l'article 2sexies du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 9 janvier 2004, 31 mars 2004, 5 mars 2006 et 16 janvier 2007, les paragraphes 4 et 5 sont abrogés.
Art. 6. Artikel 2septies, § 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 september 2008, wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De onderneming bezorgt het bewijs bedoeld in het vorige lid aan het Secretariaat ten laatste twee maanden voor het verstrijken van de periode van uitstel."
"De onderneming bezorgt het bewijs bedoeld in het vorige lid aan het Secretariaat ten laatste twee maanden voor het verstrijken van de periode van uitstel."
Art. 6. L'article 2septies, § 3, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 28 septembre 2008, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" L'entreprise adresse la preuve prévue à l'alinéa précédent au Secrétariat au plus tard deux mois avant l'expiration de la période de sursis. "
" L'entreprise adresse la preuve prévue à l'alinéa précédent au Secrétariat au plus tard deux mois avant l'expiration de la période de sursis. "
Art. 7. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 31 maart 2004, 10 november 2004, 10 november 2005, 17 januari 2006, 5 maart 2006, 28 april 2008, 28 september 2008 en 11 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 2, eerste lid, worden de woorden "van 8 maanden te rekenen vanaf zijn uitgifte" vervangen door de woorden "tot het einde van de achtste maand die volgt op de maand van zijn uitgifte";
2° in § 2, vierde lid, worden in de Nederlandse tekst de woorden "een gehandicapt kind" vervangen door de woorden "een mindervalide kind";
3° in § 3, tweede lid, worden de woorden "van acht maanden voor de gebruiker en negen maanden voor de erkende onderneming" vervangen door de woorden "tot het einde van de achtste maand die volgt op de maand van uitgifte voor de gebruiker en tot het einde van de negende maand die volgt op de maand van uitgifte voor de erkende onderneming".
1° in § 2, eerste lid, worden de woorden "van 8 maanden te rekenen vanaf zijn uitgifte" vervangen door de woorden "tot het einde van de achtste maand die volgt op de maand van zijn uitgifte";
2° in § 2, vierde lid, worden in de Nederlandse tekst de woorden "een gehandicapt kind" vervangen door de woorden "een mindervalide kind";
3° in § 3, tweede lid, worden de woorden "van acht maanden voor de gebruiker en negen maanden voor de erkende onderneming" vervangen door de woorden "tot het einde van de achtste maand die volgt op de maand van uitgifte voor de gebruiker en tot het einde van de negende maand die volgt op de maand van uitgifte voor de erkende onderneming".
Art. 7. A l'article 3 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 31 mars 2004, 10 novembre 2004, 10 novembre 2005, 17 janvier 2006, 5 mars 2006, 28 avril 2008, 28 septembre 2008 et 11 décembre 2008, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le § 2, alinéa 1er, les mots " de 8 mois à dater de son émission " sont remplacés par les mots " jusqu'à la fin du huitième mois qui suit le mois de son émission ";
2° dans le § 2, alinéa 4, dans le texte néerlandais les mots " een gehandicapt kind " sont remplacés par les mots " een mindervalide kind ";
3° dans le § 3, alinéa 2, les mots " de huit mois pour l'utilisateur et de neuf mois pour la firme agréée " sont remplacés par les mots " jusqu'à la fin du huitième mois qui suit le mois d'émission pour l'utilisateur et jusqu'à la fin du neuvième mois qui suit le mois d'émission pour l'entreprise agréée ".
1° dans le § 2, alinéa 1er, les mots " de 8 mois à dater de son émission " sont remplacés par les mots " jusqu'à la fin du huitième mois qui suit le mois de son émission ";
2° dans le § 2, alinéa 4, dans le texte néerlandais les mots " een gehandicapt kind " sont remplacés par les mots " een mindervalide kind ";
3° dans le § 3, alinéa 2, les mots " de huit mois pour l'utilisateur et de neuf mois pour la firme agréée " sont remplacés par les mots " jusqu'à la fin du huitième mois qui suit le mois d'émission pour l'utilisateur et jusqu'à la fin du neuvième mois qui suit le mois d'émission pour l'entreprise agréée ".
Art. 8. In artikel 6, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 maart 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de zin "De werknemer brengt zijn handtekening op de dienstencheque aan." wordt vervangen als volgt :
"De werknemer vult zijn naam in en brengt zijn handtekening op de dienstencheque aan.";
2° het wordt aangevuld met de volgende zin :
"De onderneming mag geen dienstencheques van de gebruiker aanvaarden als de buurtwerken of -diensten nog niet zijn uitgevoerd."
1° de zin "De werknemer brengt zijn handtekening op de dienstencheque aan." wordt vervangen als volgt :
"De werknemer vult zijn naam in en brengt zijn handtekening op de dienstencheque aan.";
2° het wordt aangevuld met de volgende zin :
"De onderneming mag geen dienstencheques van de gebruiker aanvaarden als de buurtwerken of -diensten nog niet zijn uitgevoerd."
Art. 8. A l'article 6 [, alinéa 1er] du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 31 mars 2004 et 5 mars 2006, les modifications suivantes sont apportées :
1° la phrase " Le travailleur appose sa signature sur le titre-service. " est remplacée par la phrase suivante :
" Le travailleur complète son nom et appose sa signature sur le titre-service. ";
2° il est complété par la phrase suivante :
" L'entreprise ne peut pas accepter des titres-services de l'utilisateur si les travaux et services de proximité ne sont pas encore effectués. "
1° la phrase " Le travailleur appose sa signature sur le titre-service. " est remplacée par la phrase suivante :
" Le travailleur complète son nom et appose sa signature sur le titre-service. ";
2° il est complété par la phrase suivante :
" L'entreprise ne peut pas accepter des titres-services de l'utilisateur si les travaux et services de proximité ne sont pas encore effectués. "
Art. 9. Artikel 6bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2007, wordt vervangen als volgt :
"Art. 6bis. Voor de toepassing van artikel 3, § 2, eerste lid en van artikel 6, mag de onderneming de gebruiker niet vertegenwoordigen. De onderneming mag evenmin de werknemer vertegenwoordigen om de dienstencheques te ondertekenen."
"Art. 6bis. Voor de toepassing van artikel 3, § 2, eerste lid en van artikel 6, mag de onderneming de gebruiker niet vertegenwoordigen. De onderneming mag evenmin de werknemer vertegenwoordigen om de dienstencheques te ondertekenen."
Art. 9. L'article 6bis du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 13 juillet 2007, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 6bis. Pour l'application de l'article 3, § 2, alinéa 1er et de l'article 6, l'entreprise ne peut représenter l'utilisateur. L'entreprise ne peut pas non plus représenter le travailleur pour signer le titre-service. "
" Art. 6bis. Pour l'application de l'article 3, § 2, alinéa 1er et de l'article 6, l'entreprise ne peut représenter l'utilisateur. L'entreprise ne peut pas non plus représenter le travailleur pour signer le titre-service. "
Art. 10. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 maart 2006 en 13 juli 2007, worden de woorden "haar erkenningsnummer, haar identiteit en die van de werknemer die de buurtwerken of -diensten heeft verricht," vervangen door de woorden "haar erkenningsnummer en haar identiteit" en worden de woorden "en dit binnen de 9 maanden vanaf de uitgifte van de dienstencheques" vervangen door de woorden "voor het einde van de negende maand die volgt op de maand van uitgifte van de dienstencheques".
Art. 10. Dans l'article 7 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 5 mars 2006 et 13 juillet 2007, les mots " son numéro d'agrément, son identité et celle du travailleur qui a effectué les travaux ou services de proximité " sont remplacés par les mots " son numéro d'agrément et son identité " et les mots " et ce, dans les 9 mois à dater de l'émission des titres-services " sont remplacés par les mots " avant la fin du neuvième mois qui suit le mois d'émission des titres-services ".
Art. 11. Artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 januari 2004, 5 maart 2006, 30 april 2008 en 11 december 2008, wordt vervangen als volgt :
"Art. 8. § 1. Na validatie van de dienstencheques door het uitgiftebedrijf, stort dit binnen de tien werkdagen te rekenen vanaf de ontvangst van de dienstencheque opgestuurd door de erkende onderneming, een bedrag gelijk aan de aanschafprijs van de dienstencheque bedoeld in artikel 3, § 2, eerste lid, vermeerderd met de tegemoetkoming die voorgeschoten werd aan het uitgiftebedrijf, op de bankrekening van de erkende onderneming.
Het bedrag van deze tegemoetkoming is gelijk aan 13,30 EUR per dienstencheque, en dit bedrag is verhoogd zoals voorzien in het volgende lid.
Telkens de spilindex, zoals bedoeld in de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld, overschreden wordt, wordt het bedrag bedoeld in het vorige lid verhoogd met 2 % van 73 % van de som van het bedrag bedoeld in het vorige lid en het bedrag bedoeld in artikel 3, § 2, eerste lid.
Wanneer het overeenkomstig het vorig lid berekende bedrag een gedeelte van een cent bevat wordt het afgerond naar de hogere cent wanneer de derde decimaal gelijk is aan of hoger is dan vijf en naar de lagere cent wanneer de derde decimaal lager is dan vijf.
De verhoging bedoeld in het derde lid wordt toegepast op elke dienstencheque die wordt aangekocht door de gebruiker vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de index het cijfer bereikt dat de wijziging rechtvaardigt en waarvoor de erkende onderneming een dienstencheque indient bij het uitgiftebedrijf. De datum van betaling door de gebruiker is de datum waarop de rekening van het uitgiftebedrijf gecrediteerd werd.
§ 2. Teneinde de afrekening van de voorschotten bedoeld in artikel 5 mogelijk te maken, licht het uitgiftebedrijf maandelijks de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening in over het aantal gevalideerde en aan de erkende onderneming terugbetaalde dienstencheques en dat door middel van een geïnformatiseerde overzichtslijst opgesplitst volgens het Gewest waar de gebruiker gedomicilieerd is."
"Art. 8. § 1. Na validatie van de dienstencheques door het uitgiftebedrijf, stort dit binnen de tien werkdagen te rekenen vanaf de ontvangst van de dienstencheque opgestuurd door de erkende onderneming, een bedrag gelijk aan de aanschafprijs van de dienstencheque bedoeld in artikel 3, § 2, eerste lid, vermeerderd met de tegemoetkoming die voorgeschoten werd aan het uitgiftebedrijf, op de bankrekening van de erkende onderneming.
Het bedrag van deze tegemoetkoming is gelijk aan 13,30 EUR per dienstencheque, en dit bedrag is verhoogd zoals voorzien in het volgende lid.
Telkens de spilindex, zoals bedoeld in de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld, overschreden wordt, wordt het bedrag bedoeld in het vorige lid verhoogd met 2 % van 73 % van de som van het bedrag bedoeld in het vorige lid en het bedrag bedoeld in artikel 3, § 2, eerste lid.
Wanneer het overeenkomstig het vorig lid berekende bedrag een gedeelte van een cent bevat wordt het afgerond naar de hogere cent wanneer de derde decimaal gelijk is aan of hoger is dan vijf en naar de lagere cent wanneer de derde decimaal lager is dan vijf.
De verhoging bedoeld in het derde lid wordt toegepast op elke dienstencheque die wordt aangekocht door de gebruiker vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de index het cijfer bereikt dat de wijziging rechtvaardigt en waarvoor de erkende onderneming een dienstencheque indient bij het uitgiftebedrijf. De datum van betaling door de gebruiker is de datum waarop de rekening van het uitgiftebedrijf gecrediteerd werd.
§ 2. Teneinde de afrekening van de voorschotten bedoeld in artikel 5 mogelijk te maken, licht het uitgiftebedrijf maandelijks de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening in over het aantal gevalideerde en aan de erkende onderneming terugbetaalde dienstencheques en dat door middel van een geïnformatiseerde overzichtslijst opgesplitst volgens het Gewest waar de gebruiker gedomicilieerd is."
Art. 11. L'article 8 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 9 janvier 2004, 5 mars 2006, 30 avril 2008 et 11 décembre 2008, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 8. § 1er. Après validation des titres-services par la société émettrice, celle-ci verse au compte bancaire de l'entreprise agréée, dans les dix jours ouvrables à compter de la réception du titre-service envoyé par celle-ci, un montant égal au prix d'acquisition du titre-service visé à l'article 3, § 2, alinéa 1er, majoré de l'intervention qui a été avancée à la société émettrice.
Le montant de cette intervention est égal à 13,30 EUR par titre-service, et ce montant est augmenté comme prévu à l'alinéa suivant.
Chaque fois que l'indice-pivot, visé dans la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants, est dépassé, le montant visé à l'alinéa précédent est augmenté de 2 % de 73 % de la somme du montant visé à l'alinéa précédent et du montant visé à l'article 3, § 2, alinéa 1er.
Lorsque le montant, calculé conformément à l'alinéa précédent, comporte une fraction de cent, elle est arrondie au cent supérieur lorsque la troisième décimale est égale ou supérieure à cinq et au cent inférieur lorsque la troisième décimale est inférieure à cinq.
L'augmentation visée à l'alinéa 3 est appliquée à chaque titre-service qui est acheté par l'utilisateur à partir du premier jour du mois qui suit celui dont l'indice atteint le chiffre qui justifie la modification et pour laquelle l'entreprise agréée introduit un titre-service à la société émettrice. La date de paiement par l'utilisateur est la date à laquelle le compte de la société émettrice a été crédité.
§ 2. Afin de pouvoir établir le décompte des avances visées à l'article 5, la société émettrice informe mensuellement l'Office national de l'Emploi du nombre de titres-services validés et remboursés à l'entreprise agréée et ce, au moyen d'une liste récapitulative informatisée et divisée par Région sur base du domicile de l'utilisateur. "
" Art. 8. § 1er. Après validation des titres-services par la société émettrice, celle-ci verse au compte bancaire de l'entreprise agréée, dans les dix jours ouvrables à compter de la réception du titre-service envoyé par celle-ci, un montant égal au prix d'acquisition du titre-service visé à l'article 3, § 2, alinéa 1er, majoré de l'intervention qui a été avancée à la société émettrice.
Le montant de cette intervention est égal à 13,30 EUR par titre-service, et ce montant est augmenté comme prévu à l'alinéa suivant.
Chaque fois que l'indice-pivot, visé dans la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants, est dépassé, le montant visé à l'alinéa précédent est augmenté de 2 % de 73 % de la somme du montant visé à l'alinéa précédent et du montant visé à l'article 3, § 2, alinéa 1er.
Lorsque le montant, calculé conformément à l'alinéa précédent, comporte une fraction de cent, elle est arrondie au cent supérieur lorsque la troisième décimale est égale ou supérieure à cinq et au cent inférieur lorsque la troisième décimale est inférieure à cinq.
L'augmentation visée à l'alinéa 3 est appliquée à chaque titre-service qui est acheté par l'utilisateur à partir du premier jour du mois qui suit celui dont l'indice atteint le chiffre qui justifie la modification et pour laquelle l'entreprise agréée introduit un titre-service à la société émettrice. La date de paiement par l'utilisateur est la date à laquelle le compte de la société émettrice a été crédité.
§ 2. Afin de pouvoir établir le décompte des avances visées à l'article 5, la société émettrice informe mensuellement l'Office national de l'Emploi du nombre de titres-services validés et remboursés à l'entreprise agréée et ce, au moyen d'une liste récapitulative informatisée et divisée par Région sur base du domicile de l'utilisateur. "
Art. 12. Artikel 9bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004 wordt vervangen als volgt :
"De minimale wekelijkse arbeidsduur voorzien in artikel 7octies, tweede lid, van de wet bedraagt 10 uren.
De minimale wekelijkse arbeidsduur voorzien in artikel 7octies, derde lid, van de wet bedraagt 13 uren."
"De minimale wekelijkse arbeidsduur voorzien in artikel 7octies, tweede lid, van de wet bedraagt 10 uren.
De minimale wekelijkse arbeidsduur voorzien in artikel 7octies, derde lid, van de wet bedraagt 13 uren."
Art. 12. L'article 9bis du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 9 janvier 2004 est remplacé par ce qui suit :
" La durée minimale hebdomadaire de travail prévue à l'article 7octies, alinéa 2, de la loi est de 10 heures.
La durée minimale hebdomadaire de travail prévue à l'article 7octies, alinéa 3, de la loi est de 13 heures. "
" La durée minimale hebdomadaire de travail prévue à l'article 7octies, alinéa 2, de la loi est de 10 heures.
La durée minimale hebdomadaire de travail prévue à l'article 7octies, alinéa 3, de la loi est de 13 heures. "
Art. 13. Artikel 9ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004, wordt opgeheven.
Art. 13. L'article 9ter du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 9 janvier 2004, est abrogé.
Art. 14. Artikel 9quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004, wordt opgeheven.
Art. 14. L'article 9quater du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 9 janvier 2004, est abrogé.
Art. 15. Artikel 10, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004, wordt aangevuld met de bepalingen onder 5°, luidende :
"5° de sociale inspecteurs en de technische experten van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten."
"5° de sociale inspecteurs en de technische experten van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten."
Art. 15. L'article 10, § 1er, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 9 janvier 2004, est complété par le 5°, rédigé comme suit :
" 5° les inspecteurs sociaux et les experts techniques de l'Office National de Sécurité sociale des administrations provinciales et locales. "
" 5° les inspecteurs sociaux et les experts techniques de l'Office National de Sécurité sociale des administrations provinciales et locales. "
Art. 16. In artikel 12, derde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "- naargelang het werknemers van categorie A dan wel werknemers van categorie B betreft;" worden tweemaal opgeheven;
2° de bepaling onder 3° wordt opgeheven.
1° de woorden "- naargelang het werknemers van categorie A dan wel werknemers van categorie B betreft;" worden tweemaal opgeheven;
2° de bepaling onder 3° wordt opgeheven.
Art. 16. Dans l'article 12, alinéa 3, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 5 mars 2006, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " - selon qu'il s'agit de travailleurs de catégorie A ou de catégorie B; " sont deux fois abrogés;
2° le 3° est abrogé.
1° les mots " - selon qu'il s'agit de travailleurs de catégorie A ou de catégorie B; " sont deux fois abrogés;
2° le 3° est abrogé.
Art. 17. Afdeling 1 van hoofdstuk 2 van Titel 16 van de wet van 22 december 2008 houdende diverse bepalingen (I) treedt in werking op de dag van inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 17. La section 1 ère du chapitre 2 du Titre 16 de la loi du 22 décembre 2008 portant des dispositions diverses (I) entre en vigueur le jour de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 18. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2009, met uitzondering van de artikelen 2, 4, 5, 6, 9 en 15 die in werking treden de dag waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Gedurende één jaar te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van artikel 12 van dit besluit en in afwijking van artikel 9bis van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, zoals gewijzigd bij dit besluit, bedraagt de minimale wekelijkse arbeidsduur voorzien in artikel 7octies, tweede lid, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, drie uren voor de dienstencheque-werknemer die in de periode van drie maanden voor de inwerkingtreding van artikel 7octies van de voornoemde wet van 20 juli 2001 verbonden was met een arbeidsovereenkomst dienstencheques en die tewerkgesteld blijft bij dezelfde erkende onderneming en aan deze erkende onderneming te kennen geeft het aantal uren in de bestaande arbeidsovereenkomst dienstencheques te willen behouden, zonder dat dit aantal uren mag verminderd worden.
Gedurende één jaar te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van artikel 12 van dit besluit en in afwijking van artikel 9bis van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, zoals gewijzigd bij dit besluit, bedraagt de minimale wekelijkse arbeidsduur voorzien in artikel 7octies, tweede lid, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, drie uren voor de dienstencheque-werknemer die in de periode van drie maanden voor de inwerkingtreding van artikel 7octies van de voornoemde wet van 20 juli 2001 verbonden was met een arbeidsovereenkomst dienstencheques en die tewerkgesteld blijft bij dezelfde erkende onderneming en aan deze erkende onderneming te kennen geeft het aantal uren in de bestaande arbeidsovereenkomst dienstencheques te willen behouden, zonder dat dit aantal uren mag verminderd worden.
Art. 18. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2009, à l'exception des articles 2, 4, 5, 6, 9 et 15 qui entrent en vigueur le jour de la publication du présent arrêté au Moniteur belge.
Pendant une année, à compter à partir de la date d'entrée en vigueur de l'article 12 du présent arrêté et par dérogation à l'article 9bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services, tel que modifié par le présent arrêté, la durée minimale hebdomadaire de travail prévue à l'article 7octies, alinéa 2, de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité, est de trois heures pour le travailleur titres-services qui était lié par un contrat de travail titres-services dans la période de trois mois avant l'entrée en vigueur de l'article 7octies de la loi du 20 juillet 2001 précitée, et qui reste employé chez la même entreprise agréée et qui informe cette entreprise agréée qu'il souhaite garder le nombre d'heures dans le contrat de travail titres-services existant, sans que ce nombre d'heures puisse être diminué.
Pendant une année, à compter à partir de la date d'entrée en vigueur de l'article 12 du présent arrêté et par dérogation à l'article 9bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services, tel que modifié par le présent arrêté, la durée minimale hebdomadaire de travail prévue à l'article 7octies, alinéa 2, de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité, est de trois heures pour le travailleur titres-services qui était lié par un contrat de travail titres-services dans la période de trois mois avant l'entrée en vigueur de l'article 7octies de la loi du 20 juillet 2001 précitée, et qui reste employé chez la même entreprise agréée et qui informe cette entreprise agréée qu'il souhaite garder le nombre d'heures dans le contrat de travail titres-services existant, sans que ce nombre d'heures puisse être diminué.
Art. 19. De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 12 juli 2009.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen,
Mevr. J. MILQUET
Gegeven te Brussel, 12 juli 2009.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen,
Mevr. J. MILQUET
Art. 19. Le Ministre qui a l'Emploi dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 12 juillet 2009.
ALBERT
Par le Roi :
La Vice-Première Ministre et Ministre de l'Emploi et de l'Egalité des Chances,
Mme J. MILQUET
Donné à Bruxelles, le 12 juillet 2009.
ALBERT
Par le Roi :
La Vice-Première Ministre et Ministre de l'Emploi et de l'Egalité des Chances,
Mme J. MILQUET