Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 DECEMBER 2008. - Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2009 (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-12-2008 en tekstbijwerking tot 24-12-2018)
Titre
19 DECEMBRE 2008. - Décret contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2009 (TRADUCTION) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-12-2008 et mise à jour au 24-12-2018)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
HOOFDSTUK II. - Onderwijs.
Afdeling I. - Basisonderwijs.
Afdeling II. - Secundair onderwijs.
Afdeling III. - Hogescholen.
Afdeling IV. - Universiteiten.
Afdeling V. - Instituut voor Europese Studies (...
Afdeling VI. - Nascholing.
HOOFDSTUK III. - Fiscaliteit.
Afdeling I. - Verhoging van de forfaitaire verm...
Afdeling II. - Wijziging van het Wetboek van de...
Afdeling III. - Onroerende voorheffing.
Afdeling IV. - E-notificaties - fase 2.
Afdeling V. - Successierechten.
Afdeling VI. - Verlaagde tarieven inzake schenk...
HOOFDSTUK IV. - Pooling van de verzekeringen va...
HOOFDSTUK V. - Overdracht wegenis Wingene.
HOOFDSTUK VI. - Vlaamse Vervoermaatschappij - D...
HOOFDSTUK VII. - DAB Luchthaven Antwerpen.
HOOFDSTUK VIII. - WVG.
Afdeling I. - Knelpuntdossiers VAPH en FJW.
Afdeling II. - PGB-experiment.
HOOFDSTUK IX. - Jeugd- en kinderrechtenbeleid.
HOOFDSTUK X. - Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk.
HOOFDSTUK XI. - Uitleendienst Kampeermateriaal ...
HOOFDSTUK XII. - Bestuurszaken.
Afdeling I. - DAB Overheidspersoneel.
Afdeling II. - DAB ICT.
HOOFDSTUK XIII. - Landbouw en Visserij.
Afdeling I. - Wijziging van de wet van 11 juli ...
Afdeling II. - Wijziging van de wet van 28 maar...
Afdeling III. - Wijzigingen aan het decreet van...
Afdeling IV. - Wijziging van het decreet van 19...
Afdeling V. - Wijziging van de wet van 12 april...
HOOFDSTUK XIV. - Ongeschikt- en onbewoonbaarver...
HOOFDSTUK XV. - Begunstigdewijziging restaurati...
HOOFDSTUK XVI. - Industriële Onderzoeksfondsen.
HOOFDSTUK XVII. - K.M.O.-investeringssteun.
HOOFDSTUK XVIII. - Interfacediensten.
HOOFDSTUK XIX. - VITO.
HOOFDSTUK XX. - Wijzigingen in de wet van 26 ma...
HOOFDSTUK XXI. - Wijzigingen aan het decreet va...
HOOFDSTUK XXII. - Vlaams Centrum voor Agro- en ...
HOOFDSTUK XXIII. - Overdracht van het Herplaats...
HOOFDSTUK XXIV. - DAB Linkerscheldeoever.
HOOFDSTUK XXV. - [1 Fondsen]1 [1 voor de uitvoe...
HOOFDSTUK XXVI. - Blairon NV.
HOOFDSTUK XXVII. - Kaderdecreet Bestuurlijk Bel...
HOOFDSTUK XXVIII. - Financieringsfonds voor Sch...
HOOFDSTUK XXIX. - Slotbepalingen.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Généralités.
CHAPITRE II. - Enseignement.
Section Ire. - Enseignement fondamental.
Section II. - Enseignement secondaire.
Section III. - Instituts supérieurs.
Section IV. - Universités.
Section V. - Institut d'Etudes européennes (IEE).
Section VI. - Formation continuée.
CHAPITRE III. - Fiscalité.
Section Ire. - Augmentation de la réduction for...
Section II. - Modification du Code des taxes as...
Section III. - Précompte immobilier.
Section IV. - Notifications - phase 2.
Section V. - Droits de succession.
Section VI. - Tarifs réduits en matière de droi...
CHAPITRE IV. - Pooling des assurances des agences.
CHAPITRE V. - Transfert voirie Wingene.
CHAPITRE VI. - Société flamande des Transports ...
CHAPITRE VII. - SGS Aéroport d'Anvers.
CHAPITRE VIII. - WVG.
Section Ire. - Goulets d'étranglement VAPH et FJW.
Section II. - Expérience PGB.
CHAPITRE IX. - Politique des droits de l'enfant...
CHAPITRE X. - Animation socioculturelle des Adu...
CHAPITRE XI. - Service de Prêt de Matériel de C...
CHAPITRE XII. - Affaires administratives.
Section Ire. - SGS Fonction publique.
Section II. - SGS TIC.
CHAPITRE XIII. - Agriculture et Pêche.
Section Ire. - Modification de la loi du 11 jui...
Section II. - Modification de la loi du 28 mars...
Section III. - Modifications au décret du 13 ma...
Section IV. - Modification du décret du 19 mai ...
Section V. - Modifications à la loi du 12 avril...
CHAPITRE XIV. - Déclaration d'inadaptation et d...
CHAPITRE XV. - Modification du bénéficiaire de ...
CHAPITRE XVI. - Fonds de recherches industrielles.
CHAPITRE XVII. - Aide à l'investissement aux P....
CHAPITRE XVIII. - Services d'interface.
CHAPITRE XIX. - VITO.
CHAPITRE XX. - Modifications à la loi du 26 mar...
CHAPITRE XXI. - Modifications au décret du 24 m...
CHAPITRE XXII. - Office flamand d'Agro-Marketin...
CHAPITRE XXIII. - Transfert du " Herplaatsingsf...
CHAPITRE XXIV. - SGS " Linkerscheldeoever ".
CHAPITRE XXV. - Fonds [1 pour l'exécution de pr...
CHAPITRE XXVI. - SA Blairon.
CHAPITRE XXVII. - Décret cadre Politique admini...
CHAPITRE XXVIII. - Fonds de financement pour le...
CHAPITRE XXIX. - Dispositions finales.
Tekst (147)
Texte (147)
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
CHAPITRE Ier. - Généralités.
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Article 1. Le présent décret règle une matière communautaire et régionale.
HOOFDSTUK II. - Onderwijs.
CHAPITRE II. - Enseignement.
Afdeling I. - Basisonderwijs.
Section Ire. - Enseignement fondamental.
Art. 2. In het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997 wordt in artikel 79, § 1 en § 3, het getal " 402.379.000 " vervangen door het getal " 402.908.000 ".
Art. 2. Dans l'article 79, §§ 1er et 3, du décret sur l'enseignement fondamental du 25 février 1997, le nombre " 402.379.000 " est remplacé par le nombre " 402.908.000 ".
Art. 3. In hetzelfde decreet wordt in artikel 85, § 3, 2°, het getal " 551.000 " vervangen door het getal " 554.000 ".
Art. 3. Dans l'article 85, § 3, 2° du même décret, le nombre " 551.000 " est remplacé par le nombre " 554.000 ".
Art. 4. In hetzelfde decreet wordt in artikel 85, § 4, het getal " 3.229.000 " vervangen door het getal " 3.239.000 ".
Art. 4. Dans l'article 85, § 4, du même décret, le nombre " 3.229.000 " est remplacé par le nombre " 3.239.000 ".
Art. 5. In hetzelfde decreet wordt in artikel 85bis, § 1 en § 3, het getal " 35.452.000 " vervangen door het getal " 35.595.000 ".
Art. 5. Dans l'article 85bis, §§ 1er et 3, du même décret, le nombre " 35.452.000 " est remplacé par le nombre " 35.595.000 ".
Art. 6. In hetzelfde decreet wordt in artikel 86, § 4, het getal " 283.000 " vervangen door het getal " 287.000 ".
Art. 6. Dans l'article 86, § 4, du même décret, le nombre " 283.000 " est remplacé par le nombre " 287.000 ".
Afdeling II. - Secundair onderwijs.
Section II. - Enseignement secondaire.
Art. 7. In artikel 6, § 1 en § 3, van het decreet van 4 juli 2008 betreffende de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997 wat de werkingsbudgetten betreft, wordt het bedrag " 392.589.000 euro " vervangen door het bedrag " 394.427.000 euro ".
Art. 7. Dans l'article 6, §§ 1er et 3, du décret du 4 juillet 2008 relatif aux budgets de fonctionnement dans l'enseignement secondaire et modifiant le décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 pour ce qui concerne les budgets de fonctionnement, le montant " 392.589.000 euros " est remplacé par le montant " 394.427.000 euros ".
Art. 8. In artikel 12, § 3, van het decreet van 4 juli 2008 betreffende de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997 wat de werkingsbudgetten betreft, wordt het bedrag " 847.000 euro " vervangen door het bedrag " 851.000 euro ".
Art. 8. Dans l'article 12, § 3, du décret du 4 juillet 2008 relatif aux budgets de fonctionnement dans l'enseignement secondaire et modifiant le décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 pour ce qui concerne les budgets de fonctionnement, le montant " 847.000 euros " est remplacé par le montant " 851.000 euros ".
Art. 9. In artikel 12, § 4, van het decreet van 4 juli 2008 betreffende de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997 wat de werkingsbudgetten betreft, wordt het bedrag " 4.745.000 euro " vervangen door het bedrag " 4.768.000 euro ".
Art. 9. Dans l'article 12, § 4, du décret du 4 juillet 2008 relatif aux budgets de fonctionnement dans l'enseignement secondaire et modifiant le décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 pour ce qui concerne les budgets de fonctionnement, le montant " 4.745.000 euros " est remplacé par le montant " 4.768.000 euros ".
Art. 10. In artikel 13, § 1 en § 3, van het decreet van 4 juli 2008 betreffende de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997 wat de werkingsbudgetten betreft, wordt het bedrag " 23.732.000 euro " vervangen door het bedrag " 23.850.000 euro ".
Art. 10. Dans l'article 13, §§ 1er et 3, du décret du 4 juillet 2008 relatif aux budgets de fonctionnement dans l'enseignement secondaire et modifiant le décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 pour ce qui concerne les budgets de fonctionnement, le montant " 23.732.000 euros " est remplacé par le montant " 23.850.000 euros ".
Art. 11. In artikel 18, § 4, van het decreet van 4 juli 2008 betreffende de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997 wat de werkingsbudgetten betreft, wordt het bedrag " 266.000 euro " vervangen door het bedrag " 267.000 euro ".
Art. 11. Dans l'article 18, § 4, du décret du 4 juillet 2008 relatif aux budgets de fonctionnement dans l'enseignement secondaire et modifiant le décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 pour ce qui concerne les budgets de fonctionnement, le montant " 266.000 euros " est remplacé par le montant " 267.000 euros ".
Afdeling III. - Hogescholen.
Section III. - Instituts supérieurs.
Art. 12. In artikel 209 van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap wordt § 3 vervangen door wat volgt :
" § 3. In afwijking van § 1 van dit artikel bedraagt het basisbedrag van de sociale toelage vanaf begrotingsjaar 2009 293,26 euro per financierbare student, waarbij telkens rekening gehouden wordt met het aantal financierbare studenten dat de hogeschool op 1 februari 2005 telde.
Vanaf begrotingsjaar 2010 wordt het basisbedrag per financierbare student geïndexeerd aan de hand van de volgende indexformule :
I = 0,50 x (L1/L0) + 0,50 x (C1/C0)
I : de indexformule;
L1/L0 : de verhouding tussen de geraamde index van de eenheidsloonkosten op het einde van het desbetreffende begrotingsjaar en de index van de eenheidsloonkosten op het einde van begrotingsjaar 2009;
C1/C0 : de verhouding tussen de geraamde index van de consumptieprijzen op het einde van het desbetreffende begrotingsjaar en de index van de consumptieprijzen op het einde van begrotingsjaar 2009. "
" § 3. In afwijking van § 1 van dit artikel bedraagt het basisbedrag van de sociale toelage vanaf begrotingsjaar 2009 293,26 euro per financierbare student, waarbij telkens rekening gehouden wordt met het aantal financierbare studenten dat de hogeschool op 1 februari 2005 telde.
Vanaf begrotingsjaar 2010 wordt het basisbedrag per financierbare student geïndexeerd aan de hand van de volgende indexformule :
I = 0,50 x (L1/L0) + 0,50 x (C1/C0)
I : de indexformule;
L1/L0 : de verhouding tussen de geraamde index van de eenheidsloonkosten op het einde van het desbetreffende begrotingsjaar en de index van de eenheidsloonkosten op het einde van begrotingsjaar 2009;
C1/C0 : de verhouding tussen de geraamde index van de consumptieprijzen op het einde van het desbetreffende begrotingsjaar en de index van de consumptieprijzen op het einde van begrotingsjaar 2009. "
Art. 12. A l'article 209 du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande, le § 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Par dérogation au § 1er du présent article, le montant de base de la subvention sociale s'élève, à partir de l'année budgétaire 2009, à 293,26 euros par étudiant admis au financement, tout en tenant compte du nombre d'étudiants admis au financement que l'institut supérieur comptait le 1er février 2005.
A partir de l'année budgétaire 2010, le montant de base par étudiant admis au financement est indexé au moyen de la formule d'indexation suivante :
I = 0,50 x (L1/L0) + 0,50 x (C1/C0)
I : la formule d'indexation;
L1/L0 : le rapport entre l'indice estimé du coût salarial unitaire à la fin de l'année budgétaire en question et l'indice du coût salarial unitaire à la fin de l'année budgétaire 2009;
C1/C0 : le rapport entre l'indice estimé des prix à la consommation à la fin de l'année budgétaire en question et l'indice des prix à la consommation à la fin de l'année budgétaire 2009 ".
" § 3. Par dérogation au § 1er du présent article, le montant de base de la subvention sociale s'élève, à partir de l'année budgétaire 2009, à 293,26 euros par étudiant admis au financement, tout en tenant compte du nombre d'étudiants admis au financement que l'institut supérieur comptait le 1er février 2005.
A partir de l'année budgétaire 2010, le montant de base par étudiant admis au financement est indexé au moyen de la formule d'indexation suivante :
I = 0,50 x (L1/L0) + 0,50 x (C1/C0)
I : la formule d'indexation;
L1/L0 : le rapport entre l'indice estimé du coût salarial unitaire à la fin de l'année budgétaire en question et l'indice du coût salarial unitaire à la fin de l'année budgétaire 2009;
C1/C0 : le rapport entre l'indice estimé des prix à la consommation à la fin de l'année budgétaire en question et l'indice des prix à la consommation à la fin de l'année budgétaire 2009 ".
Afdeling IV. - Universiteiten.
Section IV. - Universités.
Art. 13. In artikel 140, § 1, 2°, van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij decreet van 21 december 2007, worden de woorden " voor de jaren 2002, 2003, 2006, 2007 en 2008 " vervangen door de woorden " voor de jaren 2002, 2003, 2006, 2007, 2008 en 2009 ".
Art. 13. A l'article 140, § 1er, 2°, du décret du 12 juin 1991 relatif aux universités dans la Communauté flamande, modifié par le décret du 21 décembre 2007, les mots " pour les années 2002, 2003, 2006, 2007 et 2008 " sont remplacés par les mots " pour les années 2002, 2003, 2006, 2007, 2008 et 2009 ".
Afdeling V. - Instituut voor Europese Studies (IES).
Section V. - Institut d'Etudes européennes (IEE).
Art. 14. In artikel 169quater, § 7, van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, laatst gewijzigd bij het decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2008 wordt in de laatste zin van het tweede lid tussen de woorden " Voor 2008 " en de woorden " bedraagt de subsidie " de woorden " en 2009 " ingevoegd.
Art. 14. Dans la dernière phrase du deuxième alinéa de l'article 169quater, § 7, du décret du 12 juin 1991 relatif aux universités dans la Communauté flamande, modifié en dernier lieu par le décret contenant diverses mesures d'accompagnement du deuxième ajustement du budget 2008, les mots " et 2009 " sont insérés entre les mots " Pour 2008 " et les mots " la subvention s'élève à ".
Afdeling VI. - Nascholing.
Section VI. - Formation continuée.
Art. 15. In artikel 44 van het decreet betreffende het mentorschap en de nascholing in Vlaanderen van 16 april 1996 wordt een wijziging aangebracht aan de tabel vermeld in § 1 :
" § 1. De Vlaamse Regering stelt volgens de hiernavolgende tabel vanaf 2006 elk jaar middelen in duizend euro ter beschikking voor de nascholing :
" § 1. De Vlaamse Regering stelt volgens de hiernavolgende tabel vanaf 2006 elk jaar middelen in duizend euro ter beschikking voor de nascholing :
Art. 15. Dans l'article 44 du décret du 16 avril 1996 relatif au tutorat et à la formation continuée en Flandre, le tableau mentionné au § 1er est modifié comme suit :
" § 1er. A partir de 2006, le Gouvernement flamand met annuellement les moyens suivants, en milliers d'euros, à la disposition de la formation continuée :
" § 1er. A partir de 2006, le Gouvernement flamand met annuellement les moyens suivants, en milliers d'euros, à la disposition de la formation continuée :
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
| Scholen basisonderwijs | 4384 | 4384 | 4384 | 4384 |
| Aanvulling directeurs scholen | 190 | 190 | ||
| basisonderwijs | ||||
| Scholen secundair onderwijs | 619*0 | 6190 | 6190 | 6190 |
| Aanvulling directeurs scholen | 79 | 79 | ||
| secundair onderwijs | ||||
| Centra voor volwassenen-onderwijs | 489 | 489 | ||
| Aanvulling directeurs centra voor | 13 | 13 | ||
| volwassenenonderwijs | ||||
| Scholen voor deeltijds | 295 | 295 | ||
| kunst-onderwijs | ||||
| Aanvulling directeurs scholen voor | 12 | 12 | ||
| deeltijds kunstonderwijs | ||||
| Centra voor leerlingen-begeleiding | 211 | 211 | ||
| Aanvulling directeurs centra voor | 6 | 6 | ||
| leerlingenbegeleiding | ||||
| Centra voor basiseducatie | 33 | |||
| Gemeenschapsonderwijs en | 1547 | 2057 | 2057 | 2057 |
| representatieve verenigingen van | ||||
| inrichtende machten | ||||
| Overheid | 1500 | 1500 | 1500 | |
| Directeurs | 490 | 490 |
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
| Ecoles de l`enseignement | 4384 | 4384 | 4384 | 4384 |
| fondamental | ||||
| Complément directeurs des écoles de | 190 | 190 | ||
| l`enseignement fondamental | ||||
| Ecoles de l`enseignement secondaire | 6190 | 6190 | 6190 | 6190 |
| Complément directeurs des écoles de | 79 | 79 | ||
| l`enseignement secondaire | ||||
| Centres d`éducation des adultes | 489 | 489 | ||
| Complément directeurs des centres | 13 | 13 | ||
| éducation des adultes | ||||
| Ecoles de l`enseignement artistique | 295 | 295 | ||
| a temps partiel | ||||
| Complément directeurs des écoles de | 12 | 12 | ||
| l`enseignement artistique a temps | ||||
| partiel | ||||
| Centres d`encadrement des eleves | 211 | 211 | ||
| Complément directeurs des centres | 6 | 6 | ||
| d`encadrement des eleves | ||||
| Centres éducation de base | 33 | |||
| Enseignement communautaire et | 1547 | 2057 | 2057 | 2057 |
| associations représentatives des | ||||
| pouvoirs organisateurs | ||||
| Autorite | 1500 | 1500 | 1500 | |
| Directeurs | 490 | 490 |
Art. 16. In artikel 44, § 2, van hetzelfde decreet worden de woorden ", met uitzondering van de nascholingsmiddelen voor de centra voor basiseducatie dewelke pas vanaf 2009 geïndexeerd worden, " ingevoegd tussen de woorden " vanaf 2008 worden alle bedragen in deze titel " en de woorden " geïndexeerd als volgt ".
Art. 16. A l'article 44, § 2, du même décret, les mots ", à l'exception des moyens de la formation continuée pour les centres d'éducation de base qui ne sont indexés qu'à partir de 2009, " sont insérés entre les mots " à partir de 2008 tous les montants de ce titre " et les mots " sont indexés par application de la formule suivante ".
Art. 17. In artikel 45 van hetzelfde decreet worden de woorden " het volwassenenonderwijs met uitzondering van de basiseducatie " vervangen door de woorden " het volwassenenonderwijs, met inbegrip van de centra voor basiseducatie ".
Art. 17. A l'article 45 du même décret les mots " de l'éducation des adultes sauf l'éducation de base " sont remplacés par les mots " de l'éducation des adultes, y compris les centres d'éducation de base ".
Art. 18. In artikel 46 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, wordt het woord " school " vervangen door het woord " instelling ";
2° de aanvulling van een § 3, luidende :
" § 3. In afwijking van § 1 en § 2, worden voor de centra voor basiseducatie de middelen pro rata verdeeld op basis van het aantal contractuelen departement onderwijs, uitgedrukt in voltijdse equivalenten. "
1° in § 1, eerste lid, wordt het woord " school " vervangen door het woord " instelling ";
2° de aanvulling van een § 3, luidende :
" § 3. In afwijking van § 1 en § 2, worden voor de centra voor basiseducatie de middelen pro rata verdeeld op basis van het aantal contractuelen departement onderwijs, uitgedrukt in voltijdse equivalenten. "
Art. 18. A l'article 46 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, alinéa premier, le mot " école " est remplacé par le mot " établissement ";
2° il est ajouté un § 3, ainsi rédigé :
" § 3. Par dérogation aux §§ 1er et 2, pour les centre d'éducation de base les moyens sont répartis au prorata du nombre de contractuels département de l'enseignement, exprimé en équivalents à temps plein.
1° au § 1er, alinéa premier, le mot " école " est remplacé par le mot " établissement ";
2° il est ajouté un § 3, ainsi rédigé :
" § 3. Par dérogation aux §§ 1er et 2, pour les centre d'éducation de base les moyens sont répartis au prorata du nombre de contractuels département de l'enseignement, exprimé en équivalents à temps plein.
Art. 19. In artikel 47 van hetzelfde decreet wordt het woord " scholen " vervangen door het woord " instellingen ".
Art. 19. A l'article 47 du même décret le mot " écoles " est remplacé par le mot " établissements ".
HOOFDSTUK III. - Fiscaliteit.
CHAPITRE III. - Fiscalité.
Afdeling I. - Verhoging van de forfaitaire vermindering voor beroepsactieve belastingplichtigen.
Section Ire. - Augmentation de la réduction forfaitaire pour les redevables exerçant une activité professionnelle.
Art. 20. In artikel 3 van het decreet van 30 juni 2006 houdende invoering van een forfaitaire vermindering in de personenbelasting wordt § 3 vervangen door wat volgt :
" § 3. Vanaf het aanslagjaar 2010 bedraagt de vermindering 250 euro. Als het activiteitsinkomen, vermeld in artikel 2, § 2, maximaal 22.000 euro bedraagt, dan bedraagt de vermindering 300 euro. "
" § 3. Vanaf het aanslagjaar 2010 bedraagt de vermindering 250 euro. Als het activiteitsinkomen, vermeld in artikel 2, § 2, maximaal 22.000 euro bedraagt, dan bedraagt de vermindering 300 euro. "
Art. 20. Dans l'article 3 du décret du 30 juin 2006 instaurant une réduction forfaitaire de l'impôt des personnes physiques, le § 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. A partir de l'année d'imposition 2010, la réduction s'élève à 250 euros. Si le revenu d'activité, visé à l'article 2, § 2, s'élève à 22.000 euros au plus, la réduction s'élève à 300 euros. "
" § 3. A partir de l'année d'imposition 2010, la réduction s'élève à 250 euros. Si le revenu d'activité, visé à l'article 2, § 2, s'élève à 22.000 euros au plus, la réduction s'élève à 300 euros. "
Afdeling II. - Wijziging van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.
Section II. - Modification du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus.
Art. 21. In artikel 91 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen worden de woorden " artikel 1 van de wet van 24 oktober 1902 betreffende het spel, aangevuld bij de wet van 19 april 1963 en bij artikel 1 van de wet van 22 november 1974 " vervangen door de woorden " de artikelen 4, 7 en 8 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers ".
Art. 21. A l'article 91 du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, les mots " de l'article 1er de la loi du 24 octobre 1902 concernant le jeu, complété par la loi du 19 avril 1963 et par l'article 1er de la loi du 22 novembre 1974 " sont remplacés par les mots " des articles 4, 7 et 8 de la loi du 7 mai 1999 sur les jeux de hasard, les établissements de jeux de hasard et la protection des joueurs ".
Afdeling III. - Onroerende voorheffing.
Section III. - Précompte immobilier.
Art. 22. Aan artikel 253 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt na de zin " De onder 1°, 1°bis, 2° en 3°, bedoelde vrijstelling wordt evenzeer verleend wanneer het betreffend onroerend goed het voorwerp uitmaakt van een financiering door middel van financiële leasing of huurkoop met uitgestelde eigendomsoverdracht voor de duur van de overeenkomst. " de volgende zin toegevoegd :
" Onder deze overeenkomsten worden zowel de leasingovereenkomsten zoals omschreven in artikel 44, § 3, 2), b, van het BTW-Wetboek, als de leasingovereenkomsten die beantwoorden aan de omschrijving opgenomen in de uitvoeringsbesluiten van het Wetboek van Vennootschappen, begrepen. "
" Onder deze overeenkomsten worden zowel de leasingovereenkomsten zoals omschreven in artikel 44, § 3, 2), b, van het BTW-Wetboek, als de leasingovereenkomsten die beantwoorden aan de omschrijving opgenomen in de uitvoeringsbesluiten van het Wetboek van Vennootschappen, begrepen. "
Art. 22. A l'article 253 du Code des impôts sur les revenus 1992, après la phrase " L'exonération visée sous 1°, 1°bis, 2° et 3°, est également accordée lorsque l'immeuble concerné fait l'objet d'un financement par voie de crédit-bail ou de location-achat avec transfert de propriété remise pour la durée de la convention. ", la phrase suivante est ajoutée :
" Par ces conventions on entend aussi bien les conventions de leasing telles que visées à l'article 44, § 3, 2), b, du Code de la T.V.A., que les conventions de leasing répondant à la description reprise dans les arrêtés d'exécution du Codes des sociétés. "
" Par ces conventions on entend aussi bien les conventions de leasing telles que visées à l'article 44, § 3, 2), b, du Code de la T.V.A., que les conventions de leasing répondant à la description reprise dans les arrêtés d'exécution du Codes des sociétés. "
Afdeling IV. - E-notificaties - fase 2.
Section IV. - Notifications - phase 2.
Art. 23. Artikel 433 van het Wetboek van inkomstenbelastingen, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 10 april 1992, gewijzigd bij decreten van 30 juni 2000 en 19 december 2003, wordt, voor wat de onroerende voorheffing in het Vlaamse Gewest betreft, vervangen door wat volgt :
" Art. 433. § 1. De notarissen die gevorderd zijn om een akte op te maken die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, van een schip of een vaartuig tot voorwerp heeft, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingen en bijbehoren die tot een hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven, indien zij niet op de hoogte stellen :
1° de dienst die daarvoor aangewezen is door de Vlaamse Regering, haar gedelegeerde of de bevoegde overheid, en dit door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden;
2° de ambtenaar daartoe door de Vlaamse Regering gemachtigd in wiens ambtsgebied de eigenaar of de vruchtgebruiker van het goed zijn woonplaats of zijn hoofdinrichting heeft en daarenboven zo het om een onroerend goed gaat, de ambtenaar daartoe door de Vlaamse Regering gemachtigd in wiens ambtsgebied dat goed gelegen is, wanneer het bericht niet meegedeeld kan worden overeenkomstig 1°. In dat geval moet het bericht bij ter post aangetekende brief worden verzonden.
§ 2. Indien de akte waarvan sprake niet verleden wordt binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt het als niet bestaande beschouwd.
Wanneer het bericht meegedeeld is overeenkomstig § 1, 1°, wordt onder de datum van verzending van het bericht verstaan de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst die daarvoor door de Vlaamse Regering, haar gedelegeerde, of de bevoegde overheid is aangewezen.
§ 3. Wanneer eenzelfde bericht achtereenvolgens wordt verstuurd volgens de procedures voorzien respectievelijk in § 1, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, 2°, slechts primeren indien de datum van toezending vroeger is dan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, 1°.
§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de toepassingsmodaliteiten van dit artikel. "
" Art. 433. § 1. De notarissen die gevorderd zijn om een akte op te maken die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, van een schip of een vaartuig tot voorwerp heeft, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingen en bijbehoren die tot een hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven, indien zij niet op de hoogte stellen :
1° de dienst die daarvoor aangewezen is door de Vlaamse Regering, haar gedelegeerde of de bevoegde overheid, en dit door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden;
2° de ambtenaar daartoe door de Vlaamse Regering gemachtigd in wiens ambtsgebied de eigenaar of de vruchtgebruiker van het goed zijn woonplaats of zijn hoofdinrichting heeft en daarenboven zo het om een onroerend goed gaat, de ambtenaar daartoe door de Vlaamse Regering gemachtigd in wiens ambtsgebied dat goed gelegen is, wanneer het bericht niet meegedeeld kan worden overeenkomstig 1°. In dat geval moet het bericht bij ter post aangetekende brief worden verzonden.
§ 2. Indien de akte waarvan sprake niet verleden wordt binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt het als niet bestaande beschouwd.
Wanneer het bericht meegedeeld is overeenkomstig § 1, 1°, wordt onder de datum van verzending van het bericht verstaan de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst die daarvoor door de Vlaamse Regering, haar gedelegeerde, of de bevoegde overheid is aangewezen.
§ 3. Wanneer eenzelfde bericht achtereenvolgens wordt verstuurd volgens de procedures voorzien respectievelijk in § 1, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, 2°, slechts primeren indien de datum van toezending vroeger is dan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, 1°.
§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de toepassingsmodaliteiten van dit artikel. "
Art. 23. L'article 433 du Code des impôts sur les revenus, coordonné par l'arrêté royal du 10 avril 1992, modifié par les décrets des 30 juin 2000 et 19 décembre 2003, est remplacé, pour ce qui concerne le précompte immobilier en Région flamande, par ce qui suit :
" Article 433. § 1er. Les notaires requis de dresser un acte ayant pour objet l'aliénation ou l'affectation hypothécaire d'un immeuble, d'un navire ou d'un bateau, sont personnellement responsables du paiement des impôts et accessoires pouvant donner lieu à inscription hypothécaire, s'ils n'en avisent pas :
1° le service désigné à cet effet par le Gouvernement flamand, son délégué ou l'autorité compétente, et ce moyennant une procédure utilisant des techniques d'informatique;
2° le fonctionnaire autorisé à cet effet par le Gouvernement flamand dans le ressort duquel le propriétaire ou l'usufruitier du bien a son domicile ou son établissement principal et, en outre, s'il s'agit d'un immeuble, le fonctionnaire autorisé à cet effet par le Gouvernement flamand dans le ressort duquel se situe ce bien, lorsque l'avis ne peut pas être notifié conformément au 1°. Dans ce cas, l'avis doit être envoyé par lettre recommandée à la poste.
§ 2. Si l'acte envisagé n'est pas passé dans les trois mois à compter de l'expédition de l'avis, celui-ci sera considéré comme non-avenu.
Si l'avis est communiqué conformément au § 1er, 1°, on entend par la date d'envoi de l'avis la date d'accusé de réception tel que notifié par le service désigné à cet effet par le Gouvernement flamand, son délégué ou l'autorité compétente.
§ 3. Lorsqu'un même avis est envoyé successivement selon les procédures prévues respectivement au § 1er, 1° et 2°, l'avis établi conformément au § 1er, 2°, ne prévaudra que si la date d'envoi précède celle de l'avis établi conformément au § 1er, 1°.
§ 4. Le Gouvernement flamand arrête les conditions et modalités d'application du présent article. "
" Article 433. § 1er. Les notaires requis de dresser un acte ayant pour objet l'aliénation ou l'affectation hypothécaire d'un immeuble, d'un navire ou d'un bateau, sont personnellement responsables du paiement des impôts et accessoires pouvant donner lieu à inscription hypothécaire, s'ils n'en avisent pas :
1° le service désigné à cet effet par le Gouvernement flamand, son délégué ou l'autorité compétente, et ce moyennant une procédure utilisant des techniques d'informatique;
2° le fonctionnaire autorisé à cet effet par le Gouvernement flamand dans le ressort duquel le propriétaire ou l'usufruitier du bien a son domicile ou son établissement principal et, en outre, s'il s'agit d'un immeuble, le fonctionnaire autorisé à cet effet par le Gouvernement flamand dans le ressort duquel se situe ce bien, lorsque l'avis ne peut pas être notifié conformément au 1°. Dans ce cas, l'avis doit être envoyé par lettre recommandée à la poste.
§ 2. Si l'acte envisagé n'est pas passé dans les trois mois à compter de l'expédition de l'avis, celui-ci sera considéré comme non-avenu.
Si l'avis est communiqué conformément au § 1er, 1°, on entend par la date d'envoi de l'avis la date d'accusé de réception tel que notifié par le service désigné à cet effet par le Gouvernement flamand, son délégué ou l'autorité compétente.
§ 3. Lorsqu'un même avis est envoyé successivement selon les procédures prévues respectivement au § 1er, 1° et 2°, l'avis établi conformément au § 1er, 2°, ne prévaudra que si la date d'envoi précède celle de l'avis établi conformément au § 1er, 1°.
§ 4. Le Gouvernement flamand arrête les conditions et modalités d'application du présent article. "
Art. 24. Artikel 434 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij de decreten van 9 juni 1998, van 4 mei 1999, van 30 juni 2000 en van 19 december 2003, wordt, voor wat de onroerende voorheffing in het Vlaamse Gewest betreft, vervangen door wat volgt :
" Art. 434. § 1. Indien het belang van het Vlaamse Gewest zulks vereist, wordt door de ambtenaar daartoe door de Vlaamse Regering gemachtigd aan de notaris, vóór het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de verzending van het in artikel 433 bedoelde bericht, kennis gegeven van het bedrag van de belastingen en bijbehoren die aanleiding kunnen geven tot inschrijving van de wettelijke hypotheek van het Vlaamse Gewest op de goederen die het voorwerp van de akte zijn, en dit :
1° door gebruikmaking van informaticatechnieken, of
2° bij een ter post aangetekende brief.
§ 2. Wanneer de kennisgeving gebeurd is overeenkomstig § 1, 1°, wordt onder de datum van verzending van de kennisgeving verstaan de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst die daarvoor door de Vlaamse Regering, haar gedelegeerde, of de bevoegde overheid is aangewezen.
§ 3. Wanneer eenzelfde kennisgeving achtereenvolgens wordt verstuurd volgens de procedures voorzien respectievelijk in § 1, 1° en 2°, dan zal de kennisgeving opgesteld overeenkomstig § 1, 2°, slechts primeren indien de datum van toezending vroeger is dan de verzendingsdatum van de kennisgeving opgesteld overeenkomstig § 1, 1°.
§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en toepassingsmodaliteiten van dit artikel. "
" Art. 434. § 1. Indien het belang van het Vlaamse Gewest zulks vereist, wordt door de ambtenaar daartoe door de Vlaamse Regering gemachtigd aan de notaris, vóór het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de verzending van het in artikel 433 bedoelde bericht, kennis gegeven van het bedrag van de belastingen en bijbehoren die aanleiding kunnen geven tot inschrijving van de wettelijke hypotheek van het Vlaamse Gewest op de goederen die het voorwerp van de akte zijn, en dit :
1° door gebruikmaking van informaticatechnieken, of
2° bij een ter post aangetekende brief.
§ 2. Wanneer de kennisgeving gebeurd is overeenkomstig § 1, 1°, wordt onder de datum van verzending van de kennisgeving verstaan de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst die daarvoor door de Vlaamse Regering, haar gedelegeerde, of de bevoegde overheid is aangewezen.
§ 3. Wanneer eenzelfde kennisgeving achtereenvolgens wordt verstuurd volgens de procedures voorzien respectievelijk in § 1, 1° en 2°, dan zal de kennisgeving opgesteld overeenkomstig § 1, 2°, slechts primeren indien de datum van toezending vroeger is dan de verzendingsdatum van de kennisgeving opgesteld overeenkomstig § 1, 1°.
§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en toepassingsmodaliteiten van dit artikel. "
Art. 24. L'article 434 du même code, modifié par les décrets des 9 juin 1998, 4 mai 1999, 30 juin 2000 et 19 décembre 2003, pour ce qui concerne le précompte immobilier en Région flamande, est remplacé par ce qui suit :
" Article 434. § 1er. Si l'intérêt de la Région flamande l'exige, le fonctionnaire autorisé à cet effet par le Gouvernement flamand notifie au notaire, avant l'expiration du douzième jour ouvrable qui suit la date d'expédition de l'avis prévu à l'article 433, le montant des impôts et accessoires pouvant donner lieu à inscription de l'hypothèque légale de la Région flamande sur les biens faisant l'objet de l'acte, et ce :
1° en utilisant des techniques d'informatique, ou
2° par lettre recommandée à la poste.
§ 2. Si la notification est faite conformément au § 1er, 1°, on entend par la date d'envoi de la notification la date d'accusé de réception tel que notifié par le service désigné à cet effet par le Gouvernement flamand, son délégué ou l'autorité compétente.
§ 3. Lorsqu'une même notification est envoyée successivement selon les procédures prévues respectivement au § 1er, 1° et 2°, la notification établie conformément au § 1er, 2°, ne prévaudra que si la date d'envoi précède celle de la notification établie conformément au § 1er, 1°.
§ 4. Le Gouvernement flamand arrête les conditions et modalités d'application du présent article. "
" Article 434. § 1er. Si l'intérêt de la Région flamande l'exige, le fonctionnaire autorisé à cet effet par le Gouvernement flamand notifie au notaire, avant l'expiration du douzième jour ouvrable qui suit la date d'expédition de l'avis prévu à l'article 433, le montant des impôts et accessoires pouvant donner lieu à inscription de l'hypothèque légale de la Région flamande sur les biens faisant l'objet de l'acte, et ce :
1° en utilisant des techniques d'informatique, ou
2° par lettre recommandée à la poste.
§ 2. Si la notification est faite conformément au § 1er, 1°, on entend par la date d'envoi de la notification la date d'accusé de réception tel que notifié par le service désigné à cet effet par le Gouvernement flamand, son délégué ou l'autorité compétente.
§ 3. Lorsqu'une même notification est envoyée successivement selon les procédures prévues respectivement au § 1er, 1° et 2°, la notification établie conformément au § 1er, 2°, ne prévaudra que si la date d'envoi précède celle de la notification établie conformément au § 1er, 1°.
§ 4. Le Gouvernement flamand arrête les conditions et modalités d'application du présent article. "
Art. 25. Artikel 435 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij decreet van 9 juni 1998, van 4 mei 1999 en van 30 juni 2000, wordt, voor wat de onroerende voorheffing in het Vlaamse Gewest betreft, vervangen door wat volgt :
" Art. 435. § 1. Wanneer de in artikel 433 bedoelde akte verleden is, geldt de in artikel 434 bedoelde kennisgeving als beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige en geldt als verzet tegen de prijs in de zin van artikel 1642 van het Gerechtelijk Wetboek in de gevallen waarin de notaris gehouden is de bedragen en waarden overeenkomstig de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek te verdelen.
Onverminderd de rechten van derden, is de notaris ertoe gehouden, wanneer de in artikel 433 bedoelde akte verleden is, behoudens toepassing van de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek, de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige, uiterlijk de achtste werkdag die volgt op het verlijden van de akte, aan de ontvangers der directe belastingen te storten tot beloop van het bedrag van de belastingen en bijbehoren die hem ter uitvoering van artikel 434 ter kennis werden gebracht en in zoverre deze belastingen en bijbehoren een zekere en vaststaande schuld in de zin van artikel 410 vormen.
Daarenboven, indien de aldus door beslag onder derden getroffen sommen en waarden minder bedragen dan het totaal van de sommen verschuldigd aan de ingeschreven schuldeisers en aan de verzetdoende schuldeisers, hierin begrepen de ambtenaar daartoe door de Vlaamse Regering gemachtigd, moet de notaris, op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid voor het overschot, uiterlijk de eerste werkdag die volgt op het verlijden van de akte hierover inlichtingen verstrekken aan :
1° de dienst die daarvoor aangewezen is door de Vlaamse Regering, haar gedelegeerde of de bevoegde overheid, en dit door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden;
2° de bovengenoemde ambtenaar daartoe door de Vlaamse Regering gemachtigd bij een ter post aangetekende brief, wanneer de inlichtingen niet kunnen worden verstrekt overeenkomstig 1° of wanneer de notaris voorafgaandelijk het bericht bedoeld in artikel 433 bij ter post aangetekende brief heeft verstuurd.
De datum van de inlichting is, naar gelang het geval, de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst die daarvoor door de Vlaamse Regering, haar gedelegeerde, of de bevoegde overheid is aangewezen, of de datum van neerlegging ter post van de aangetekende brief.
§ 2. Wanneer eenzelfde inlichting achtereenvolgens wordt verstuurd volgens de procedures voorzien respectievelijk in § 1, derde lid, 1° en 2°, dan zal de inlichting opgesteld overeenkomstig § 1, derde lid, 2°, slechts primeren indien de datum van toezending vroeger is dan de verzendingsdatum van de inlichting opgesteld overeenkomstig § 1, derde lid, 1°.
§ 3. Onverminderd de rechten van derden, kan de overschrijving of de inschrijving van de akte niet tegen het Vlaamse Gewest ingeroepen worden indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht werkdagen van de datum van de inlichting bedoeld in § 1, vierde lid.
Zijn zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belastingen en bijbehoren, die in uitvoering van artikel 434 werden ter kennis gegeven, alle niet ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na het verstrijken van de in § 1, derde lid, voorziene termijn wordt beslag gelegd of verzet aangetekend.
§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en toepassingsmodaliteiten van dit artikel. "
" Art. 435. § 1. Wanneer de in artikel 433 bedoelde akte verleden is, geldt de in artikel 434 bedoelde kennisgeving als beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige en geldt als verzet tegen de prijs in de zin van artikel 1642 van het Gerechtelijk Wetboek in de gevallen waarin de notaris gehouden is de bedragen en waarden overeenkomstig de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek te verdelen.
Onverminderd de rechten van derden, is de notaris ertoe gehouden, wanneer de in artikel 433 bedoelde akte verleden is, behoudens toepassing van de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek, de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige, uiterlijk de achtste werkdag die volgt op het verlijden van de akte, aan de ontvangers der directe belastingen te storten tot beloop van het bedrag van de belastingen en bijbehoren die hem ter uitvoering van artikel 434 ter kennis werden gebracht en in zoverre deze belastingen en bijbehoren een zekere en vaststaande schuld in de zin van artikel 410 vormen.
Daarenboven, indien de aldus door beslag onder derden getroffen sommen en waarden minder bedragen dan het totaal van de sommen verschuldigd aan de ingeschreven schuldeisers en aan de verzetdoende schuldeisers, hierin begrepen de ambtenaar daartoe door de Vlaamse Regering gemachtigd, moet de notaris, op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid voor het overschot, uiterlijk de eerste werkdag die volgt op het verlijden van de akte hierover inlichtingen verstrekken aan :
1° de dienst die daarvoor aangewezen is door de Vlaamse Regering, haar gedelegeerde of de bevoegde overheid, en dit door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden;
2° de bovengenoemde ambtenaar daartoe door de Vlaamse Regering gemachtigd bij een ter post aangetekende brief, wanneer de inlichtingen niet kunnen worden verstrekt overeenkomstig 1° of wanneer de notaris voorafgaandelijk het bericht bedoeld in artikel 433 bij ter post aangetekende brief heeft verstuurd.
De datum van de inlichting is, naar gelang het geval, de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst die daarvoor door de Vlaamse Regering, haar gedelegeerde, of de bevoegde overheid is aangewezen, of de datum van neerlegging ter post van de aangetekende brief.
§ 2. Wanneer eenzelfde inlichting achtereenvolgens wordt verstuurd volgens de procedures voorzien respectievelijk in § 1, derde lid, 1° en 2°, dan zal de inlichting opgesteld overeenkomstig § 1, derde lid, 2°, slechts primeren indien de datum van toezending vroeger is dan de verzendingsdatum van de inlichting opgesteld overeenkomstig § 1, derde lid, 1°.
§ 3. Onverminderd de rechten van derden, kan de overschrijving of de inschrijving van de akte niet tegen het Vlaamse Gewest ingeroepen worden indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht werkdagen van de datum van de inlichting bedoeld in § 1, vierde lid.
Zijn zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belastingen en bijbehoren, die in uitvoering van artikel 434 werden ter kennis gegeven, alle niet ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na het verstrijken van de in § 1, derde lid, voorziene termijn wordt beslag gelegd of verzet aangetekend.
§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en toepassingsmodaliteiten van dit artikel. "
Art. 25. L'article 435 du même code, modifié par les décrets des 9 juin 1998, 4 mai 1999 et 30 juin 2000, pour ce qui concerne le précompte immobilier en Région flamande, est remplacé par ce qui suit :
" Article 435. § 1er. Lorsque l'acte visé à l'article 433 est passé, la notification visée à l'article 434 emporte saisie-arrêt entre les mains du notaire sur les sommes et valeurs qu'il détient en vertu de l'acte pour le compte ou au profit du redevable, et emporte opposition sur le prix au sens de l'article 1642 du Code judiciaire dans les cas où le notaire est tenu de distribuer les sommes et valeurs conformément aux articles 1639 à 1654 du Code judiciaire.
Sans préjudice des droits des tiers, le notaire est tenu, lorsque l'acte visé à l'article 433 est passé, sous réserve de l'application des articles 1639 à 1654 du Code judiciaire, de verser les sommes et valeurs qu'il détient en vertu de l'acte pour le compte ou au profit du redevable, au plus tard le huitième jour ouvrable suivant la passation de l'acte, aux receveurs des impôts directs à concurrence des impôts et accessoires qui lui sont notifiés en exécution de l'article 434 et pour autant que ces impôts et accessoires constituent une dette liquide et certaine au sens de l'article 410.
En outre, si les sommes et valeurs ainsi saisies-arrêtées sont inférieures à l'ensemble des sommes dues aux créanciers inscrits et aux créanciers opposants, en ce compris le fonctionnaire autorisé à cet effet par le Gouvernement flamand, le notaire doit, sous peine d'être personnellement responsable de l'excédent, en informer au plus tard le premier jour ouvrable qui suit la passation de l'acte :
1° le service désigné à cet effet par le Gouvernement flamand, son délégué ou l'autorité compétente, et ce moyennant une procédure utilisant des techniques d'informatique;
2° le fonctionnaire précité autorisé à cet effet par le Gouvernement flamand par lettre recommandée à la poste, lorsque les informations ne peuvent être fournies conformément au 1° ou lorsque le notaire a envoyé au préalable l'avis visé à l'article 433 par lettre recommandée à la poste.
Selon le cas, la date de l'information est la date d'accusé de réception notifiée par le service désigné à cet effet par le Gouvernement flamand, son délégué, ou l'autorité compétente, ou la date de remise à la poste de la lettre recommandée.
§ 2. Lorsqu'une même information est envoyée successivement selon les procédures prévues respectivement au § 1er, troisième alinéa, 1° et 2°, l'information établie conformément au § 1er, troisième alinéa, 2°, ne prévaudra que si la date d'envoi précède celle de l'information établie conformément au § 1er, troisième alinéa, 1°.
§ 3. Sans préjudice des droits des tiers, la transcription ou l'inscription de l'acte ne peuvent pas être invoquées contre la Région flamande si l'inscription de l'hypothèque légale est effectuée dans les huit jours ouvrables de la date de l'information visée au § 1er, quatrième alinéa.
Sont inopérantes au regard des créances d'impôts et accessoires notifiées en exécution de l'article 434, toutes les créances non inscrites pour lesquelles saisie ou opposition n'est pratiquée qu'après l'expiration du délai prévu au § 1er, troisième alinéa.
§ 4. Le Gouvernement flamand arrête les conditions et modalités d'application du présent article. "
" Article 435. § 1er. Lorsque l'acte visé à l'article 433 est passé, la notification visée à l'article 434 emporte saisie-arrêt entre les mains du notaire sur les sommes et valeurs qu'il détient en vertu de l'acte pour le compte ou au profit du redevable, et emporte opposition sur le prix au sens de l'article 1642 du Code judiciaire dans les cas où le notaire est tenu de distribuer les sommes et valeurs conformément aux articles 1639 à 1654 du Code judiciaire.
Sans préjudice des droits des tiers, le notaire est tenu, lorsque l'acte visé à l'article 433 est passé, sous réserve de l'application des articles 1639 à 1654 du Code judiciaire, de verser les sommes et valeurs qu'il détient en vertu de l'acte pour le compte ou au profit du redevable, au plus tard le huitième jour ouvrable suivant la passation de l'acte, aux receveurs des impôts directs à concurrence des impôts et accessoires qui lui sont notifiés en exécution de l'article 434 et pour autant que ces impôts et accessoires constituent une dette liquide et certaine au sens de l'article 410.
En outre, si les sommes et valeurs ainsi saisies-arrêtées sont inférieures à l'ensemble des sommes dues aux créanciers inscrits et aux créanciers opposants, en ce compris le fonctionnaire autorisé à cet effet par le Gouvernement flamand, le notaire doit, sous peine d'être personnellement responsable de l'excédent, en informer au plus tard le premier jour ouvrable qui suit la passation de l'acte :
1° le service désigné à cet effet par le Gouvernement flamand, son délégué ou l'autorité compétente, et ce moyennant une procédure utilisant des techniques d'informatique;
2° le fonctionnaire précité autorisé à cet effet par le Gouvernement flamand par lettre recommandée à la poste, lorsque les informations ne peuvent être fournies conformément au 1° ou lorsque le notaire a envoyé au préalable l'avis visé à l'article 433 par lettre recommandée à la poste.
Selon le cas, la date de l'information est la date d'accusé de réception notifiée par le service désigné à cet effet par le Gouvernement flamand, son délégué, ou l'autorité compétente, ou la date de remise à la poste de la lettre recommandée.
§ 2. Lorsqu'une même information est envoyée successivement selon les procédures prévues respectivement au § 1er, troisième alinéa, 1° et 2°, l'information établie conformément au § 1er, troisième alinéa, 2°, ne prévaudra que si la date d'envoi précède celle de l'information établie conformément au § 1er, troisième alinéa, 1°.
§ 3. Sans préjudice des droits des tiers, la transcription ou l'inscription de l'acte ne peuvent pas être invoquées contre la Région flamande si l'inscription de l'hypothèque légale est effectuée dans les huit jours ouvrables de la date de l'information visée au § 1er, quatrième alinéa.
Sont inopérantes au regard des créances d'impôts et accessoires notifiées en exécution de l'article 434, toutes les créances non inscrites pour lesquelles saisie ou opposition n'est pratiquée qu'après l'expiration du délai prévu au § 1er, troisième alinéa.
§ 4. Le Gouvernement flamand arrête les conditions et modalités d'application du présent article. "
Art. 26. In artikel 436 van hetzelfde wetboek worden, voor wat de onroerende voorheffing in het Vlaamse Gewest betreft, de woorden " derde lid " vervangen door de woorden " § 3, eerste lid ".
Art. 26. A l'article 436 du même code, pour ce qui concerne le précompte immobilier en Région flamande, les mots " alinéa trois " sont remplacés par les mots " § 3, alinéa premier ".
Art. 27. Artikel 438 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij decreet van 30 juni 2000, wordt, voor wat de onroerende voorheffing in het Vlaamse Gewest betreft, vervangen door wat volgt :
" Art. 438. § 1. De in de artikelen 433 en 435 bedoelde berichten en inlichtingen dienen opgemaakt te worden overeenkomstig de door de Vlaamse Regering bepaalde modellen.
§ 2. De informatie in de berichten, kennisgevingen en inlichtingen bedoeld in de artikelen 433 tot en met 435, is dezelfde, ongeacht of ze worden medegedeeld door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt of door een bij ter post aangetekend schrijven.
Bij de verzending van voormelde berichten, inlichtingen en kennisgevingen, gericht tot of afkomstig van de ambtenaar daartoe door de Vlaamse Regering gemachtigd of de daartoe door de Vlaamse Regering aangeduide dienst, worden de betrokken personen geïdentificeerd aan de hand van het identificatienummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen indien het gaat om een rechtspersoon, en het rijksregisternummer indien het gaat om een natuurlijke persoon en van het identificatienummer bedoeld in artikel 8 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.
§ 3. De oorsprong en de integriteit van de inhoud van de in artikelen 433 tot en met 435 bedoelde berichten, inlichtingen en kennisgevingen dienen, in geval van verzending door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, te worden verzekerd door middel van aangepaste beveiligingstechnieken.
§ 4. Opdat de in artikel 434 bedoelde kennisgevingen op geldige wijze als beslag onder derden zouden gelden wanneer ze worden verzonden door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, moeten ze een elektronische handtekening dragen, die met een van de volgende technieken wordt aangebracht :
- creatie van een elektronische handtekening met behulp van een Belgische elektronische identiteitskaart;
- creatie van een digitale handtekening met behulp van een private sleutel toegekend aan een bevoegde ambtenaar en vergezeld van een certificaat uitgereikt aan die ambtenaar, waarbij zowel de private sleutel als het certificaat op een beveiligde wijze in het geheugen van een computer zijn opgeslagen;
- creatie van een digitale handtekening met behulp van een private sleutel toegekend aan de in artikel 434 bedoelde door de Vlaamse Regering aangeduide dienst en vergezeld van een certificaat uitgereikt aan die dienst, waarbij zowel de private sleutel als het certificaat op een beveiligde wijze in het geheugen van een computer zijn opgeslagen;
- creatie van een geavanceerde elektronische handtekening in de zin van artikel 2, 2°, van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten.
Ongeacht de toegepaste techniek, wordt er gegarandeerd dat enkel de gerechtigde personen toegang hebben tot de middelen waarmee de handtekening wordt gecreëerd.
De gevolgde procedures moeten bovendien toelaten dat de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor de verzending correct kan worden geïdentificeerd en dat het tijdstip van de verzending correct kan worden vastgesteld.
Deze gegevens moeten gedurende een periode van tien jaar door de afzender worden bewaard en in geval van betwisting binnen een redelijke termijn worden voorgelegd. "
" Art. 438. § 1. De in de artikelen 433 en 435 bedoelde berichten en inlichtingen dienen opgemaakt te worden overeenkomstig de door de Vlaamse Regering bepaalde modellen.
§ 2. De informatie in de berichten, kennisgevingen en inlichtingen bedoeld in de artikelen 433 tot en met 435, is dezelfde, ongeacht of ze worden medegedeeld door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt of door een bij ter post aangetekend schrijven.
Bij de verzending van voormelde berichten, inlichtingen en kennisgevingen, gericht tot of afkomstig van de ambtenaar daartoe door de Vlaamse Regering gemachtigd of de daartoe door de Vlaamse Regering aangeduide dienst, worden de betrokken personen geïdentificeerd aan de hand van het identificatienummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen indien het gaat om een rechtspersoon, en het rijksregisternummer indien het gaat om een natuurlijke persoon en van het identificatienummer bedoeld in artikel 8 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.
§ 3. De oorsprong en de integriteit van de inhoud van de in artikelen 433 tot en met 435 bedoelde berichten, inlichtingen en kennisgevingen dienen, in geval van verzending door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, te worden verzekerd door middel van aangepaste beveiligingstechnieken.
§ 4. Opdat de in artikel 434 bedoelde kennisgevingen op geldige wijze als beslag onder derden zouden gelden wanneer ze worden verzonden door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, moeten ze een elektronische handtekening dragen, die met een van de volgende technieken wordt aangebracht :
- creatie van een elektronische handtekening met behulp van een Belgische elektronische identiteitskaart;
- creatie van een digitale handtekening met behulp van een private sleutel toegekend aan een bevoegde ambtenaar en vergezeld van een certificaat uitgereikt aan die ambtenaar, waarbij zowel de private sleutel als het certificaat op een beveiligde wijze in het geheugen van een computer zijn opgeslagen;
- creatie van een digitale handtekening met behulp van een private sleutel toegekend aan de in artikel 434 bedoelde door de Vlaamse Regering aangeduide dienst en vergezeld van een certificaat uitgereikt aan die dienst, waarbij zowel de private sleutel als het certificaat op een beveiligde wijze in het geheugen van een computer zijn opgeslagen;
- creatie van een geavanceerde elektronische handtekening in de zin van artikel 2, 2°, van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten.
Ongeacht de toegepaste techniek, wordt er gegarandeerd dat enkel de gerechtigde personen toegang hebben tot de middelen waarmee de handtekening wordt gecreëerd.
De gevolgde procedures moeten bovendien toelaten dat de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor de verzending correct kan worden geïdentificeerd en dat het tijdstip van de verzending correct kan worden vastgesteld.
Deze gegevens moeten gedurende een periode van tien jaar door de afzender worden bewaard en in geval van betwisting binnen een redelijke termijn worden voorgelegd. "
Art. 27. L'article 438 du même code, modifié par le décret du 30 juin 2000, pour ce qui concerne le précompte immobilier en Région flamande, est remplacé par ce qui suit :
" Article 438. § 1er. Les avis et informations visés aux articles 433 et 435 doivent être établis conformément aux modèles arrêtés par le Gouvernement flamand.
§ 2. L'information dans les avis, notifications et informations visés aux articles 433 à 435 inclus, est la même, qu'ils soient communiqués moyennant une procédure utilisant des techniques d'informatique ou par lettre recommandée à la poste.
Lors de l'envoi des avis, notifications et informations précités, adressés au ou provenant du fonctionnaire autorisé à cet effet par le Gouvernement flamand ou service désigné à cet effet par le Gouvernement flamand, les personnes concernées sont identifiées à l'aide du numéro d'identification visé à l'article 5 de la loi du 16 janvier 2003 portant création d'une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, création de guichets-entreprises agréés et portant diverses dispositions s'il s'agit d'une personne morale, et du numéro de registre national s'il s'agit d'une personne physique et du numéro d'identification visé à l'article 8 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale.
§ 3. En cas d'envoi moyennant une procédure utilisant des techniques d'informatique, l'origine et l'intégrité du contenu des avis, informations et notifications visés aux articles 433 à 435 inclus doivent être assurées à l'aide de techniques de sécurité adaptées.
§ 4. Pour que les notifications visées à l'article 434 emportent saisie-arrêt de manière valable lorsqu'elles sont envoyées moyennant une procédure utilisant des techniques d'informatique, elles doivent porter une signature électronique incorporée par une des techniques suivantes :
- création d'une signature électronique à l'aide d'une carte d'identité électronique belge;
- création d'une signature numérique à l'aide d'une clé privée accordée à un fonctionnaire compétent et accompagnée d'un certificat délivré à ce fonctionnaire, la clé privée et le certificat étant enregistrés de manière sécurisée dans la mémoire d'un ordinateur;
- création d'une signature numérique à l'aide d'une clé privée accordée au service désigné par le Gouvernement flamand, visé à l'article 434, et accompagnée d'un certificat délivré à ce service, la clé privée et le certificat étant enregistrés de manière sécurisée dans la mémoire d'un ordinateur;
- création d'une signature électronique avancée au sens de l'article 2, 2°, de la loi du 9 juillet 2001 fixant certaines règles relatives au cadre juridique pour les signatures électroniques et les services de certification.
Quelle que soit la technique appliquée, il est garanti que seules les personnes autorisées ont accès aux moyens de création de signatures.
Les procédures suivies doivent en outre permettre d'identifier correctement la personne physique responsable pour l'envoi et de déterminer correctement la date et l'heure d'envoi.
Ces données doivent être conservées pendant une période de dix ans par l'expéditeur et produites dans un délai raisonnable en cas de dispute. "
" Article 438. § 1er. Les avis et informations visés aux articles 433 et 435 doivent être établis conformément aux modèles arrêtés par le Gouvernement flamand.
§ 2. L'information dans les avis, notifications et informations visés aux articles 433 à 435 inclus, est la même, qu'ils soient communiqués moyennant une procédure utilisant des techniques d'informatique ou par lettre recommandée à la poste.
Lors de l'envoi des avis, notifications et informations précités, adressés au ou provenant du fonctionnaire autorisé à cet effet par le Gouvernement flamand ou service désigné à cet effet par le Gouvernement flamand, les personnes concernées sont identifiées à l'aide du numéro d'identification visé à l'article 5 de la loi du 16 janvier 2003 portant création d'une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, création de guichets-entreprises agréés et portant diverses dispositions s'il s'agit d'une personne morale, et du numéro de registre national s'il s'agit d'une personne physique et du numéro d'identification visé à l'article 8 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale.
§ 3. En cas d'envoi moyennant une procédure utilisant des techniques d'informatique, l'origine et l'intégrité du contenu des avis, informations et notifications visés aux articles 433 à 435 inclus doivent être assurées à l'aide de techniques de sécurité adaptées.
§ 4. Pour que les notifications visées à l'article 434 emportent saisie-arrêt de manière valable lorsqu'elles sont envoyées moyennant une procédure utilisant des techniques d'informatique, elles doivent porter une signature électronique incorporée par une des techniques suivantes :
- création d'une signature électronique à l'aide d'une carte d'identité électronique belge;
- création d'une signature numérique à l'aide d'une clé privée accordée à un fonctionnaire compétent et accompagnée d'un certificat délivré à ce fonctionnaire, la clé privée et le certificat étant enregistrés de manière sécurisée dans la mémoire d'un ordinateur;
- création d'une signature numérique à l'aide d'une clé privée accordée au service désigné par le Gouvernement flamand, visé à l'article 434, et accompagnée d'un certificat délivré à ce service, la clé privée et le certificat étant enregistrés de manière sécurisée dans la mémoire d'un ordinateur;
- création d'une signature électronique avancée au sens de l'article 2, 2°, de la loi du 9 juillet 2001 fixant certaines règles relatives au cadre juridique pour les signatures électroniques et les services de certification.
Quelle que soit la technique appliquée, il est garanti que seules les personnes autorisées ont accès aux moyens de création de signatures.
Les procédures suivies doivent en outre permettre d'identifier correctement la personne physique responsable pour l'envoi et de déterminer correctement la date et l'heure d'envoi.
Ces données doivent être conservées pendant une période de dix ans par l'expéditeur et produites dans un délai raisonnable en cas de dispute. "
Art. 28. Artikel 442 van hetzelfde wetboek wordt, voor wat de onroerende voorheffing in het Vlaamse Gewest betreft, vervangen door wat volgt :
" Art. 442. Openbare ambtenaren of ministeriële officieren, belast met de openbare verkoping van roerende goederen waarvan de waarde ten minste 250 euro bedraagt, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingen en bijbehoren die de eigenaar op het ogenblik van de verkoping schuldig is, indien zij niet ten minste acht werkdagen vooraf, ervan verwittigen :
1° door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden : de dienst die daarvoor aangewezen is door de Vlaamse Regering, haar gedelegeerde of de bevoegde overheid;
2° door elk ander middel waardoor het bericht kan worden ondertekend en waardoor de verzending ervan een vaste dagtekening bekomt wanneer het bericht niet meegedeeld kan worden overeenkomstig 1° : de ambtenaar daartoe door de Vlaamse Regering gemachtigd van de woonplaats of van de hoofdinrichting van de eigenaar.
Wanneer de verkoping heeft plaatsgehad, geldt de kennisgeving van het bedrag van de verschuldigde bedragen, die uiterlijk daags vóór de verkoping uitgevoerd wordt door de dienst bedoeld in het eerste lid, 1°, of de ambtenaar bedoeld in het eerste lid, 2°, als beslag onder derden in handen van de openbare ambtenaren of ministeriële officieren vermeld in het eerste lid. Deze kennisgeving gebeurt :
1° door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt;
2° door elk ander middel waardoor de kennisgeving kan worden ondertekend en waardoor de verzending ervan een vaste dagtekening bekomt, wanneer de kennisgeving niet overeenkomstig 1° kan worden verzonden. "
" Art. 442. Openbare ambtenaren of ministeriële officieren, belast met de openbare verkoping van roerende goederen waarvan de waarde ten minste 250 euro bedraagt, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingen en bijbehoren die de eigenaar op het ogenblik van de verkoping schuldig is, indien zij niet ten minste acht werkdagen vooraf, ervan verwittigen :
1° door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden : de dienst die daarvoor aangewezen is door de Vlaamse Regering, haar gedelegeerde of de bevoegde overheid;
2° door elk ander middel waardoor het bericht kan worden ondertekend en waardoor de verzending ervan een vaste dagtekening bekomt wanneer het bericht niet meegedeeld kan worden overeenkomstig 1° : de ambtenaar daartoe door de Vlaamse Regering gemachtigd van de woonplaats of van de hoofdinrichting van de eigenaar.
Wanneer de verkoping heeft plaatsgehad, geldt de kennisgeving van het bedrag van de verschuldigde bedragen, die uiterlijk daags vóór de verkoping uitgevoerd wordt door de dienst bedoeld in het eerste lid, 1°, of de ambtenaar bedoeld in het eerste lid, 2°, als beslag onder derden in handen van de openbare ambtenaren of ministeriële officieren vermeld in het eerste lid. Deze kennisgeving gebeurt :
1° door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt;
2° door elk ander middel waardoor de kennisgeving kan worden ondertekend en waardoor de verzending ervan een vaste dagtekening bekomt, wanneer de kennisgeving niet overeenkomstig 1° kan worden verzonden. "
Art. 28. L'article 442 du même code, pour ce qui concerne le précompte immobilier en Région flamande, est remplacé par ce qui suit :
" Article 442. Les fonctionnaires publics ou les officiers ministériels chargés de vendre publiquement des meubles, dont la valeur atteint au moins 250 EUR, sont personnellement responsables du paiement des impôts et accessoires dus par le propriétaire au moment de la vente, s'ils n'en avisent pas au moins huit jours ouvrables à l'avance :
1° moyennant une procédure utilisant des techniques d'informatique : le service désigné à cet effet par le Gouvernement flamand, son délégué ou l'autorité compétente;
2° par tout autre moyen permettant de signer l'avis et incorporant à son envoi une date fixe lorsque l'avis ne peut être communiqué conformément au 1° : le fonctionnaire, autorisé à cet effet par le Gouvernement flamand, du domicile ou de l'établissement principal du propriétaire.
Lorsque la vente a eu lieu, la notification du montant des sommes dues, effectuée au plus tard la veille du jour de la vente par le service visé au premier alinéa, 1° ou le fonctionnaire visé au premier alinéa, 2°, emporte saisie-arrêt entre les mains des fonctionnaires publics ou des officiers ministériels visés au premier alinéa. Cette notification s'effectue :
1° moyennant une procédure utilisant des techniques d'informatique;
2° par tout autre moyen permettant de signer la notification et incorporant à son envoi une date fixe lorsque la notification ne peut être envoyée conformément au 1°. "
" Article 442. Les fonctionnaires publics ou les officiers ministériels chargés de vendre publiquement des meubles, dont la valeur atteint au moins 250 EUR, sont personnellement responsables du paiement des impôts et accessoires dus par le propriétaire au moment de la vente, s'ils n'en avisent pas au moins huit jours ouvrables à l'avance :
1° moyennant une procédure utilisant des techniques d'informatique : le service désigné à cet effet par le Gouvernement flamand, son délégué ou l'autorité compétente;
2° par tout autre moyen permettant de signer l'avis et incorporant à son envoi une date fixe lorsque l'avis ne peut être communiqué conformément au 1° : le fonctionnaire, autorisé à cet effet par le Gouvernement flamand, du domicile ou de l'établissement principal du propriétaire.
Lorsque la vente a eu lieu, la notification du montant des sommes dues, effectuée au plus tard la veille du jour de la vente par le service visé au premier alinéa, 1° ou le fonctionnaire visé au premier alinéa, 2°, emporte saisie-arrêt entre les mains des fonctionnaires publics ou des officiers ministériels visés au premier alinéa. Cette notification s'effectue :
1° moyennant une procédure utilisant des techniques d'informatique;
2° par tout autre moyen permettant de signer la notification et incorporant à son envoi une date fixe lorsque la notification ne peut être envoyée conformément au 1°. "
Afdeling V. - Successierechten.
Section V. - Droits de succession.
Art. 29. Aan artikel 27 van het Wetboek der successierechten wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" In afwijking van artikel 18 geldt als aannemelijk passief met betrekking tot de nalatenschap van iemand die geen rijksinwoner is, maar wiens domicilie of zetel van zijn vermogen gevestigd was binnen de Europese Economische Ruimte, de schulden waarvan de aangevers het bewijs leveren dat ze specifiek werden aangegaan om deze onroerende goederen te verwerven of te behouden. "
" In afwijking van artikel 18 geldt als aannemelijk passief met betrekking tot de nalatenschap van iemand die geen rijksinwoner is, maar wiens domicilie of zetel van zijn vermogen gevestigd was binnen de Europese Economische Ruimte, de schulden waarvan de aangevers het bewijs leveren dat ze specifiek werden aangegaan om deze onroerende goederen te verwerven of te behouden. "
Art. 29. A l'article 27 du Code des droits de succession, il est ajouté un alinéa deux, ainsi rédigé :
" Par dérogation à l'article 18, sont valables comme passif admissible dans la succession d'une personne qui n'est pas un habitant du Royaume, mais dont le domicile ou le siège de son patrimoine étaient établis dans l'Espace économique européen, les dettes dont les déclarants fournissent la preuve qu'elles ont été spécifiquement encourues afin d'acquérir ou de maintenir ces immeubles. "
" Par dérogation à l'article 18, sont valables comme passif admissible dans la succession d'une personne qui n'est pas un habitant du Royaume, mais dont le domicile ou le siège de son patrimoine étaient établis dans l'Espace économique européen, les dettes dont les déclarants fournissent la preuve qu'elles ont été spécifiquement encourues afin d'acquérir ou de maintenir ces immeubles. "
Art. 30. In artikel 21 van het Wetboek der successierechten wordt in het tweede lid van de tekst sub III het woord " twee " vervangen door het woord " drie ".
Art. 30. A l'article 21 du Code des droits de succession, dans l'alinéa deux du texte sub III, le mot " deux " est remplacé par le mot " trois ".
Afdeling VI. - Verlaagde tarieven inzake schenkings- en successierechten.
Section VI. - Tarifs réduits en matière de droits de donation et de succession.
Art. 31. Artikel 140, tweede lid, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten wordt vervangen door wat volgt :
" De verlagingen vermeld sub 1°, 2° en 3°, zijn ook toepasselijk op gelijkaardige rechtspersonen die opgericht zijn volgens en onderworpen zijn aan de wetgeving van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en die bovendien hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte hebben. "
" De verlagingen vermeld sub 1°, 2° en 3°, zijn ook toepasselijk op gelijkaardige rechtspersonen die opgericht zijn volgens en onderworpen zijn aan de wetgeving van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en die bovendien hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte hebben. "
Art. 31. L'article 140, alinéa deux, du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe est remplacé par ce qui suit :
" Les réductions visées aux 1°, 2° et 3°, sont également applicables aux personnes morales analogues créées conformément et assujetties à la législation d'un Etat membre de l'Espace économique européen et ayant leur siège statutaire, leur direction générale ou leur établissement principal dans l'Espace économique européen. "
" Les réductions visées aux 1°, 2° et 3°, sont également applicables aux personnes morales analogues créées conformément et assujetties à la législation d'un Etat membre de l'Espace économique européen et ayant leur siège statutaire, leur direction générale ou leur établissement principal dans l'Espace économique européen. "
Art. 32. Artikel 60 van het Wetboek der Successierechten wordt vervangen door wat volgt :
" De verlagingen bepaald in artikel 59 zijn ook toepasselijk op gelijkaardige rechtspersonen die opgericht zijn volgens en onderworpen zijn aan de wetgeving van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en die bovendien hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte hebben. "
" De verlagingen bepaald in artikel 59 zijn ook toepasselijk op gelijkaardige rechtspersonen die opgericht zijn volgens en onderworpen zijn aan de wetgeving van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en die bovendien hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte hebben. "
Art. 32. L'article 60 du Code des droits de succession est remplacé par ce qui suit :
" Les réductions visées à l'article 59 sont également applicables aux personnes morales analogues créées conformément et assujetties à la législation d'un Etat membre de l'Espace économique européen et ayant leur siège statutaire, leur direction générale ou leur établissement principal dans l'Espace économique européen. "
" Les réductions visées à l'article 59 sont également applicables aux personnes morales analogues créées conformément et assujetties à la législation d'un Etat membre de l'Espace économique européen et ayant leur siège statutaire, leur direction générale ou leur établissement principal dans l'Espace économique européen. "
HOOFDSTUK IV. - Pooling van de verzekeringen van de agentschappen.
CHAPITRE IV. - Pooling des assurances des agences.
Art. 33. Aan het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van strategische adviesraden wordt een artikel 17bis toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 17bis. Strategische adviesraden kunnen door de Vlaamse Regering verplicht worden verzekeringen aan te gaan bij een of meer door de Vlaamse Regering aan te wijzen instellingen. "
" Art. 17bis. Strategische adviesraden kunnen door de Vlaamse Regering verplicht worden verzekeringen aan te gaan bij een of meer door de Vlaamse Regering aan te wijzen instellingen. "
Art. 33. Au décret du 18 juillet 2003 réglant les conseils consultatifs stratégiques il est ajouté un article 17bis, ainsi rédigé :
" Article 17bis. Les conseils consultatifs peuvent être obligés par le Gouvernement flamand de contracter des assurances auprès d'un ou plusieurs établissements à désigner par le Gouvernement flamand. "
" Article 17bis. Les conseils consultatifs peuvent être obligés par le Gouvernement flamand de contracter des assurances auprès d'un ou plusieurs établissements à désigner par le Gouvernement flamand. "
HOOFDSTUK V. - Overdracht wegenis Wingene.
CHAPITRE V. - Transfert voirie Wingene.
HOOFDSTUK VI. - Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn.
CHAPITRE VI. - Société flamande des Transports - De Lijn.
Art. 35. In het decreet van 31 juli 1990 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn wordt een artikel 9bis toegevoegd, luidend als volgt :
" Art. 9bis. Voor de door de Maatschappij aanbestede openbare vervoersprojecten die het voorwerp uitmaken van een, al dan niet participatief, publiek-privaat samenwerkingsverband in de zin van het decreet van 18 juli 2003 betreffende de publiek-private samenwerking, en waarbij de opdrachtnemer op basis van een met de Maatschappij afgesloten DBFM-overeenkomst de te ontwerpen, te bouwen, te financieren en te onderhouden infrastructuur voor het openbaar vervoer ter beschikking dient te stellen onder de vorm van een onroerende financieringshuur overeenkomstig artikel 44, § 3, 2°, b, van het BTW-Wetboek, geldt hetgeen volgt :
1° het Vlaamse Gewest gaat, op eerste verzoek van de opdrachtnemer, in een rechtstreeks met die opdrachtnemer af te sluiten overeenkomst, de verbintenis aan om, na beëindiging van de betrokken DBFM-overeenkomst, voor de resterende looptijd van de zakelijke rechten die de opdrachtnemer geniet op de door hem aangelegde infrastructuur, de betrokken infrastructuur verder te bestemmen voor het gemeenschappelijk stads- en streekvervoer binnen het door de Vlaamse Regering goedgekeurde of vastgestelde netmanagement overeenkomstig het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg, waarin de door de Maatschappij te bewerkstelligen vereisten inzake de basismobiliteit worden vastgelegd.
In die gevallen waarin zulke verbintenis door het Vlaamse Gewest is aangegaan, kunnen ingrijpende wijzigingen in de exploitatievorm, zoals omschakeling van elektrische naar niet-elektrische tractie en omgekeerd, niet worden doorgevoerd dan na te zijn goedgekeurd door de minister onder wiens bevoegdheid de Maatschappij ressorteert; en
2° in het geval waarin na de beëindiging van de in 1° bedoelde DBFM-overeenkomst is komen vast te staan dat de Maatschappij geen optie tot overname of tot verdere huur heeft gelicht ten aanzien van de betrokken infrastructuur, duidt de Vlaamse Regering in naam en voor rekening van het Vlaamse Gewest, op eerste verzoek van de opdrachtnemer en in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving en beginselen inzake mededinging, gelijke behandeling en transparantie, een exploitant aan die, voor de resterende looptijd van de zakelijke rechten die de opdrachtnemer geniet op de betrokken infrastructuur, die infrastructuur verder in gebruik neemt, en dit tegen dezelfde voorwaarden als die welke golden op grond van de DBFM-overeenkomst met de Maatschappij;
3° in het geval dat er, overeenkomstig hetgeen is bepaald onder littera 2°, op eerste verzoek van de opdrachtnemer een exploitant wordt aangeduid door de Vlaamse Regering, worden de beschikbaarheidsvergoedingen, die deze exploitant overeenkomstig het bepaalde in littera 2° aan de opdrachtnemer verschuldigd is voor de ingebruikname van de betrokken infrastructuur voor de resterende looptijd van de zakelijke rechten die laatst genoemde op die infrastructuur geniet, op jaarbasis in mindering gebracht van de werkingsmiddelen (dotatie) van de Maatschappij. "
" Art. 9bis. Voor de door de Maatschappij aanbestede openbare vervoersprojecten die het voorwerp uitmaken van een, al dan niet participatief, publiek-privaat samenwerkingsverband in de zin van het decreet van 18 juli 2003 betreffende de publiek-private samenwerking, en waarbij de opdrachtnemer op basis van een met de Maatschappij afgesloten DBFM-overeenkomst de te ontwerpen, te bouwen, te financieren en te onderhouden infrastructuur voor het openbaar vervoer ter beschikking dient te stellen onder de vorm van een onroerende financieringshuur overeenkomstig artikel 44, § 3, 2°, b, van het BTW-Wetboek, geldt hetgeen volgt :
1° het Vlaamse Gewest gaat, op eerste verzoek van de opdrachtnemer, in een rechtstreeks met die opdrachtnemer af te sluiten overeenkomst, de verbintenis aan om, na beëindiging van de betrokken DBFM-overeenkomst, voor de resterende looptijd van de zakelijke rechten die de opdrachtnemer geniet op de door hem aangelegde infrastructuur, de betrokken infrastructuur verder te bestemmen voor het gemeenschappelijk stads- en streekvervoer binnen het door de Vlaamse Regering goedgekeurde of vastgestelde netmanagement overeenkomstig het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg, waarin de door de Maatschappij te bewerkstelligen vereisten inzake de basismobiliteit worden vastgelegd.
In die gevallen waarin zulke verbintenis door het Vlaamse Gewest is aangegaan, kunnen ingrijpende wijzigingen in de exploitatievorm, zoals omschakeling van elektrische naar niet-elektrische tractie en omgekeerd, niet worden doorgevoerd dan na te zijn goedgekeurd door de minister onder wiens bevoegdheid de Maatschappij ressorteert; en
2° in het geval waarin na de beëindiging van de in 1° bedoelde DBFM-overeenkomst is komen vast te staan dat de Maatschappij geen optie tot overname of tot verdere huur heeft gelicht ten aanzien van de betrokken infrastructuur, duidt de Vlaamse Regering in naam en voor rekening van het Vlaamse Gewest, op eerste verzoek van de opdrachtnemer en in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving en beginselen inzake mededinging, gelijke behandeling en transparantie, een exploitant aan die, voor de resterende looptijd van de zakelijke rechten die de opdrachtnemer geniet op de betrokken infrastructuur, die infrastructuur verder in gebruik neemt, en dit tegen dezelfde voorwaarden als die welke golden op grond van de DBFM-overeenkomst met de Maatschappij;
3° in het geval dat er, overeenkomstig hetgeen is bepaald onder littera 2°, op eerste verzoek van de opdrachtnemer een exploitant wordt aangeduid door de Vlaamse Regering, worden de beschikbaarheidsvergoedingen, die deze exploitant overeenkomstig het bepaalde in littera 2° aan de opdrachtnemer verschuldigd is voor de ingebruikname van de betrokken infrastructuur voor de resterende looptijd van de zakelijke rechten die laatst genoemde op die infrastructuur geniet, op jaarbasis in mindering gebracht van de werkingsmiddelen (dotatie) van de Maatschappij. "
Art. 35. Au décret du 31 juillet 1990 relatif à l'agence autonomisée externe de droit public Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn, il est ajouté une article 9bis, ainsi rédigé :
" Article 9bis. Pour les projets de transports en commun adjugés par la Société, faisant l'objet d'un partenariat public-privé, participatif ou non, au sens du décret du 18 juillet 2003 relatif au partenariat public-privé, et dans lesquels le preneur d'ordre est tenu de mettre à disposition sur la base d'une convention DBFM conclue avec la Société l'infrastructure de transports en commun à ébaucher, à construire, à financer et à maintenir, sous la forme d'une location-financement d'immeubles conformément à l'article 44, § 3, 2°, b, du Code de la T.V.A., les dispositions suivantes sont d'application :
1° sur première demande du preneur d'ordre, la Région flamande s'engage, dans une convention à conclure directement avec ce preneur d'ordre, à affecter l'infrastructure en question ultérieurement, après l'expiration de la convention DBFM en question, pour la durée restante des droits réels du preneur d'ordre sur l'infrastructure aménagée par lui, au transport en commun urbain et régional au sein du management du réseau approuvé ou fixé par le Gouvernement flamand conformément au décret du 20 avril 2001 relatif à l'organisation du transport de personnes par la route, qui fixe les exigences en matière de mobilité de base à réaliser par la Société.
Dans le cas d'un tel engagement par la Région flamande, toute modification fondamentale du mode d'exploitation, telle que la conversion de traction électrique à non électrique et vice versa, est soumise à l'approbation du Ministre dont relève la Société; et
2° dans le cas où, après l'expiration de la convention DBFM visée au 1°, il est établi que la Société n'a levé aucune option de reprise ou de location ultérieure vis-à-vis de l'infrastructure en question, le Gouvernement flamand désigne au nom et pour le compte de la Région flamande, sur première demande du preneur d'ordre et conformément à la règlementation et aux principes applicables en matière de compétition, d'égalité de traitement et de transparence, un exploitant qui, pour la durée restante des droits réels du preneur d'ordre sur l'infrastructure en question, exploite l'infrastructure ultérieurement, et ce sous les mêmes conditions que celles qui étaient valables en vertu de la convention DBFM avec la Société.
3° dans le cas où, conformément aux dispositions du littera 2°, un exploitant est désigné par le Gouvernement flamand sur première demande du preneur d'ordre, les indemnités de disponibilité dues par cet exploitant au preneur d'ordre conformément aux dispositions du littera 2° pour l'exploitation de l'infrastructure en question pour la durée restante des droits réels de ce dernier sur cette infrastructure, sont déduites sur base annuelle des moyens de fonctionnement (dotation) de la Société. "
" Article 9bis. Pour les projets de transports en commun adjugés par la Société, faisant l'objet d'un partenariat public-privé, participatif ou non, au sens du décret du 18 juillet 2003 relatif au partenariat public-privé, et dans lesquels le preneur d'ordre est tenu de mettre à disposition sur la base d'une convention DBFM conclue avec la Société l'infrastructure de transports en commun à ébaucher, à construire, à financer et à maintenir, sous la forme d'une location-financement d'immeubles conformément à l'article 44, § 3, 2°, b, du Code de la T.V.A., les dispositions suivantes sont d'application :
1° sur première demande du preneur d'ordre, la Région flamande s'engage, dans une convention à conclure directement avec ce preneur d'ordre, à affecter l'infrastructure en question ultérieurement, après l'expiration de la convention DBFM en question, pour la durée restante des droits réels du preneur d'ordre sur l'infrastructure aménagée par lui, au transport en commun urbain et régional au sein du management du réseau approuvé ou fixé par le Gouvernement flamand conformément au décret du 20 avril 2001 relatif à l'organisation du transport de personnes par la route, qui fixe les exigences en matière de mobilité de base à réaliser par la Société.
Dans le cas d'un tel engagement par la Région flamande, toute modification fondamentale du mode d'exploitation, telle que la conversion de traction électrique à non électrique et vice versa, est soumise à l'approbation du Ministre dont relève la Société; et
2° dans le cas où, après l'expiration de la convention DBFM visée au 1°, il est établi que la Société n'a levé aucune option de reprise ou de location ultérieure vis-à-vis de l'infrastructure en question, le Gouvernement flamand désigne au nom et pour le compte de la Région flamande, sur première demande du preneur d'ordre et conformément à la règlementation et aux principes applicables en matière de compétition, d'égalité de traitement et de transparence, un exploitant qui, pour la durée restante des droits réels du preneur d'ordre sur l'infrastructure en question, exploite l'infrastructure ultérieurement, et ce sous les mêmes conditions que celles qui étaient valables en vertu de la convention DBFM avec la Société.
3° dans le cas où, conformément aux dispositions du littera 2°, un exploitant est désigné par le Gouvernement flamand sur première demande du preneur d'ordre, les indemnités de disponibilité dues par cet exploitant au preneur d'ordre conformément aux dispositions du littera 2° pour l'exploitation de l'infrastructure en question pour la durée restante des droits réels de ce dernier sur cette infrastructure, sont déduites sur base annuelle des moyens de fonctionnement (dotation) de la Société. "
HOOFDSTUK VII. - DAB Luchthaven Antwerpen.
CHAPITRE VII. - SGS Aéroport d'Anvers.
Art. 36. Artikel 95 van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992 wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 95. § 1. De " Internationale Luchthaven Antwerpen " wordt opgericht als dienst met afzonderlijk beheer, overeenkomstig artikel 140 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit. Onverminderd de mogelijkheid voor de Vlaamse Regering om bepaalde onderdelen van het beheer en de uitbating aan derden toe te vertrouwen, heeft zij als opdracht het beheer en de uitbating van de Luchthaven Antwerpen.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de regels die van toepassing zijn op het financieel en materieel beheer van de in § 1 genoemde dienst met afzonderlijk beheer.
Deze regelen omvatten onder meer :
1° het opmaken en het bekendmaken van een begroting en van rekeningen;
2° de controle van de rekeningen door het Rekenhof dat ze ter plaatse kan verrichten;
3° het beperken van de uitgaven binnen de grenzen van de ontvangsten en van de goedgekeurde limitatieve kredieten;
4° de mogelijkheid om, met ingang van het jaar, de bij het verstrijken van het vorige jaar beschikbare geldmiddelen te gebruiken;
5° het bijhouden van een vermogenscomptabiliteit en het opmaken van een inventaris van het vermogen;
6° de behandeling en de bewaring van de gelden en de waarden door een tegenover het Rekenhof verantwoordelijke rekenplichtige;
7° de beperking in de tijd van de overdrachten waartoe machtiging werd verleend.
§ 3. Aan de " Internationale Luchthaven Antwerpen " kan een dotatie verleend worden ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap. "
" Art. 95. § 1. De " Internationale Luchthaven Antwerpen " wordt opgericht als dienst met afzonderlijk beheer, overeenkomstig artikel 140 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit. Onverminderd de mogelijkheid voor de Vlaamse Regering om bepaalde onderdelen van het beheer en de uitbating aan derden toe te vertrouwen, heeft zij als opdracht het beheer en de uitbating van de Luchthaven Antwerpen.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de regels die van toepassing zijn op het financieel en materieel beheer van de in § 1 genoemde dienst met afzonderlijk beheer.
Deze regelen omvatten onder meer :
1° het opmaken en het bekendmaken van een begroting en van rekeningen;
2° de controle van de rekeningen door het Rekenhof dat ze ter plaatse kan verrichten;
3° het beperken van de uitgaven binnen de grenzen van de ontvangsten en van de goedgekeurde limitatieve kredieten;
4° de mogelijkheid om, met ingang van het jaar, de bij het verstrijken van het vorige jaar beschikbare geldmiddelen te gebruiken;
5° het bijhouden van een vermogenscomptabiliteit en het opmaken van een inventaris van het vermogen;
6° de behandeling en de bewaring van de gelden en de waarden door een tegenover het Rekenhof verantwoordelijke rekenplichtige;
7° de beperking in de tijd van de overdrachten waartoe machtiging werd verleend.
§ 3. Aan de " Internationale Luchthaven Antwerpen " kan een dotatie verleend worden ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap. "
Art. 36. L'article 95 du décret du 25 juin 1992 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1992, est remplacé par ce qui suit :
" Article 95. § 1er. Le " Internationale Luchthaven Antwerpen " (Aéroport international d'Anvers) est établi comme service à gestion particulière, conformément à l'article 140 des lois coordonnées sur la Comptabilité de l'Etat. Sans préjudice de la faculté pour le Gouvernement flamand de confier certaines parties de la gestion et de l'exploitation à des tiers, il a pour mission de gérer et d'exploiter l'Aéroport d'Anvers.
§ 2. Le Gouvernement flamand fixe les règles applicables à la gestion financière et matérielle du service à gestion particulière visé au § 1er.
Ces règles contiennent entre autres :
1° l'établissement et la publication d'un budget et des comptes;
2° le contrôle des comptes par la Cour des comptes pouvant s'effectuer sur les lieux;
3° la restriction des dépenses dans les limites des recettes et des crédits limitatifs approuvés;
4° la possibilité d'utiliser, au début de l'année, les moyens disponibles au terme de l'année précédente;
5° l'obligation de tenir une comptabilité patrimoniale et de dresser un inventaire de l'actif;
6° le traitement et la garde en dépôt des fonds et des valeurs par un comptable responsable envers la Cour des comptes;
7° la limitation dans le temps des missions pour lesquelles l'autorisation est octroyée.
§ 3. Une dotation imputable au budget général des dépenses de la Communauté flamande peut être octroyée au " Internationale Luchthaven Antwerpen ". "
" Article 95. § 1er. Le " Internationale Luchthaven Antwerpen " (Aéroport international d'Anvers) est établi comme service à gestion particulière, conformément à l'article 140 des lois coordonnées sur la Comptabilité de l'Etat. Sans préjudice de la faculté pour le Gouvernement flamand de confier certaines parties de la gestion et de l'exploitation à des tiers, il a pour mission de gérer et d'exploiter l'Aéroport d'Anvers.
§ 2. Le Gouvernement flamand fixe les règles applicables à la gestion financière et matérielle du service à gestion particulière visé au § 1er.
Ces règles contiennent entre autres :
1° l'établissement et la publication d'un budget et des comptes;
2° le contrôle des comptes par la Cour des comptes pouvant s'effectuer sur les lieux;
3° la restriction des dépenses dans les limites des recettes et des crédits limitatifs approuvés;
4° la possibilité d'utiliser, au début de l'année, les moyens disponibles au terme de l'année précédente;
5° l'obligation de tenir une comptabilité patrimoniale et de dresser un inventaire de l'actif;
6° le traitement et la garde en dépôt des fonds et des valeurs par un comptable responsable envers la Cour des comptes;
7° la limitation dans le temps des missions pour lesquelles l'autorisation est octroyée.
§ 3. Une dotation imputable au budget général des dépenses de la Communauté flamande peut être octroyée au " Internationale Luchthaven Antwerpen ". "
HOOFDSTUK VIII. - WVG.
CHAPITRE VIII. - WVG.
Afdeling I. - Knelpuntdossiers VAPH en FJW.
Section Ire. - Goulets d'étranglement VAPH et FJW.
Art. 37. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om binnen de voor het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (IVA VAPH) en het Fonds Jongerenwelzijn (IVA FJW) beschikbare middelen, een maximumbedrag van 500.000 euro aan te wenden voor het opzetten van een experiment voor de subsidiëring van een aanvullend geïndividualiseerd hulpaanbod voor jongeren voor wie de mogelijkheden geboden door de gecoördineerde decreten inzake bijzondere jeugdbijstand en door het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ontoereikend blijken.
De Vlaamse Regering bepaalt de toekenningsvoorwaarden en de toekenningsprocedure. Zij kan hierbij onder meer :
1° advies- of beslissingsorganen instellen waarin ook personen zetelen die geen personeelslid zijn van de Vlaamse administratie;
2° voorzien in de mogelijkheid om ook buiten deze organen een beroep te doen op externe deskundigen;
3° afwijken van het beginsel van de operationele autonomie vervat in artikel 7 van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003.
[1 Het experiment heeft een maximum looptijd van [2 vijf jaar en twee maanden]2.]1
De Vlaamse Regering bepaalt de toekenningsvoorwaarden en de toekenningsprocedure. Zij kan hierbij onder meer :
1° advies- of beslissingsorganen instellen waarin ook personen zetelen die geen personeelslid zijn van de Vlaamse administratie;
2° voorzien in de mogelijkheid om ook buiten deze organen een beroep te doen op externe deskundigen;
3° afwijken van het beginsel van de operationele autonomie vervat in artikel 7 van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003.
[1 Het experiment heeft een maximum looptijd van [2 vijf jaar en twee maanden]2.]1
Art. 37. Le Gouvernement flamand est autorisé, dans les limites des moyens disponibles pour la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (l'AAI VAPH - Agence flamande pour les Personnes handicapées) et le " Fonds Jongerenwelzijn " (l'AAI FJW - Fonds d'Aide sociale aux Jeunes), à affecter un montant maximal de 500.000 euros au développement d'une expérience pour le subventionnement d'une offre d'aide individualisée complémentaire pour les jeunes pour qui les possibilités créées par les décrets coordonnés en matière d'assistance spéciale à la jeunesse et par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " s'avèrent insuffisantes.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités et la procédure d'octroi. A cet effet, il peut entre autres :
1° établir des organes consultatifs ou de décision dans lesquels siègent également des personnes qui ne sont pas membre du personnel de l'administration flamande;
2° prévoir la possibilité de faire appel à des experts externes hors du contexte de ces organes;
3° déroger au principe de l'autonomie opérationnelle prévue par l'article 7 du décret cadre politique administrative du 18 juillet 2003.
[1 L'expérience a une durée maximale de [2 cinq ans et deux mois]2.]1
Le Gouvernement flamand arrête les modalités et la procédure d'octroi. A cet effet, il peut entre autres :
1° établir des organes consultatifs ou de décision dans lesquels siègent également des personnes qui ne sont pas membre du personnel de l'administration flamande;
2° prévoir la possibilité de faire appel à des experts externes hors du contexte de ces organes;
3° déroger au principe de l'autonomie opérationnelle prévue par l'article 7 du décret cadre politique administrative du 18 juillet 2003.
[1 L'expérience a une durée maximale de [2 cinq ans et deux mois]2.]1
Afdeling II. - PGB-experiment.
Section II. - Expérience PGB.
Art. 38. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om binnen de voor het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (IVA VAPH) beschikbare middelen ten belope van een jaarlijks maximumbedrag van 4.000.000 euro, een experiment inzake het toekennen van een persoonsgebonden budget aan bepaalde personen met een handicap op te zetten teneinde op basis van wetenschappelijk-methodologisch verkregen gegevens een structureel kader voor de toekenning van persoonsgebonden budgetten vast te leggen.
Het experiment heeft een maximum looptijd van twee jaar.
Het experiment heeft een maximum looptijd van twee jaar.
Art. 38. Le Gouvernement flamand est autorisé, dans les limites des moyens disponibles pour la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (AAI VAPH) à concurrence d'un montant maximal annuel de 4.000.000 d'euros, à développer une expérience en matière d'octroi d'un budget personnalisé à certaines personnes handicapées en vue de fixer, sur la base de données obtenues de manière scientifique et méthodologique, un cadre structurel pour l'octroi des budgets personnalisés.
L'expérience a une durée maximale de deux ans.
L'expérience a une durée maximale de deux ans.
HOOFDSTUK IX. - Jeugd- en kinderrechtenbeleid.
CHAPITRE IX. - Politique des droits de l'enfant et de la jeunesse.
Art. 39. In artikel 32 van het decreet van 18 juli 2008 houdende het voeren van een Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid wordt § 4 opgeheven.
Art. 39. A l'article 32 du décret du 18 juillet 2008 relatif à la conduite d'une politique flamande des droits de l'enfant et de la jeunesse, le § 4 est abrogé.
HOOFDSTUK X. - Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk.
CHAPITRE X. - Animation socioculturelle des Adultes.
Art. 40. In het decreet van 4 april 2003 betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk, gewijzigd bij decreet van 14 maart 2008, wordt een afdeling 4, die bestaat uit artikel 14bis, ingevoegd, waarvan het opschrift luidt als volgt :
" Afdeling 4. - Projectsubsidies.
Art. 14bis. Jaarlijks wordt een krediet ingeschreven ter beschikking van de financiële ondersteuning van projecten met een experimenteel karakter op het vlak van inhoud, vorm of methodiek die binnen een erkende vereniging opgezet worden.
De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor het indienen en afhandelen van de aanvragen. "
" Afdeling 4. - Projectsubsidies.
Art. 14bis. Jaarlijks wordt een krediet ingeschreven ter beschikking van de financiële ondersteuning van projecten met een experimenteel karakter op het vlak van inhoud, vorm of methodiek die binnen een erkende vereniging opgezet worden.
De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor het indienen en afhandelen van de aanvragen. "
Art. 40. Au décret du 4 avril 2003 relatif à l'animation socioculturelle des adultes, modifié par le décret du 14 mars 2008, il est inséré une section 4, comprenant l'article 14bis, dont l'intitulé est rédigé comme suit :
" Section 4. - Subventions de projet
Art. 14bis. Un crédit est inscrit annuellement en vue de l'appui financier de projets à caractère expérimental en matière de contenu, de forme ou de méthodique, développés au sein d'une association agréée.
Le Gouvernement flamand arrête la procédure d'introduction et d'instruction des demandes. "
" Section 4. - Subventions de projet
Art. 14bis. Un crédit est inscrit annuellement en vue de l'appui financier de projets à caractère expérimental en matière de contenu, de forme ou de méthodique, développés au sein d'une association agréée.
Le Gouvernement flamand arrête la procédure d'introduction et d'instruction des demandes. "
Art. 41. In artikel 11 van het decreet van 4 april 2003 betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk, gewijzigd bij decreet van 14 maart 2008, wordt een lid toegevoegd waarvan de tekst luidt als volgt :
" Voor de verenigingen die voor de inwerkingtreding van het decreet van 14 maart 2008 houdende wijziging van het decreet van 4 april 2003 betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk ressorteerden onder de toepassing van artikel 10, § 1, zoals het gold tot bij de inwerkingtreding van hetzelfde decreet van 14 maart 2008, kan de jaarlijkse subsidie-enveloppe worden aangevuld met een bedrag dat overeenkomt met het proportioneel aandeel van de vereniging in kwestie in het krediet dat via de begroting bijkomend ter beschikking wordt gesteld voor die verenigingen.
Het proportionele aandeel van elke vereniging in kwestie in het bijkomende krediet wordt bepaald door de verhouding per vereniging tussen de subsidie-enveloppe 2004 die, met toepassing van artikel 9 van het decreet van 4 april 2003 betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk, aan de vereniging toekwam, en de effectief uitgekeerde subsidie-enveloppe 2004. "
" Voor de verenigingen die voor de inwerkingtreding van het decreet van 14 maart 2008 houdende wijziging van het decreet van 4 april 2003 betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk ressorteerden onder de toepassing van artikel 10, § 1, zoals het gold tot bij de inwerkingtreding van hetzelfde decreet van 14 maart 2008, kan de jaarlijkse subsidie-enveloppe worden aangevuld met een bedrag dat overeenkomt met het proportioneel aandeel van de vereniging in kwestie in het krediet dat via de begroting bijkomend ter beschikking wordt gesteld voor die verenigingen.
Het proportionele aandeel van elke vereniging in kwestie in het bijkomende krediet wordt bepaald door de verhouding per vereniging tussen de subsidie-enveloppe 2004 die, met toepassing van artikel 9 van het decreet van 4 april 2003 betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk, aan de vereniging toekwam, en de effectief uitgekeerde subsidie-enveloppe 2004. "
Art. 41. A l'article 11 du décret du 4 avril 2003 relatif à l'animation socioculturelle des adultes, modifié par le décret du 14 mars 2008, il est ajouté un alinéa ainsi rédigé :
" Pour les associations qui, avant l'entrée en vigueur du décret du 14 mars 2008 portant modification du décret du 4 avril 2003 relatif à l'animation socioculturelle des adultes, étaient régies par l'article 10, § 1er, tel qu'il était applicable jusqu'à l'entrée en vigueur du même décret du 14 mars 2008, l'enveloppe de subventions annuelle peut être complétée d'un montant correspondant à la part proportionnelle de l'association en question dans le crédit supplémentaire mis à disposition pour ces associations dans le budget.
La part proportionnelle de chaque association en question dans le crédit supplémentaire est déterminée par la proportion par association entre l'enveloppe de subventions 2004 qui, en application de l'article 9 du décret du 4 avril 2003 relatif à l'animation socioculturelle des adultes, revenait à l'association, et l'enveloppe de subventions 2004 effectivement payée. "
" Pour les associations qui, avant l'entrée en vigueur du décret du 14 mars 2008 portant modification du décret du 4 avril 2003 relatif à l'animation socioculturelle des adultes, étaient régies par l'article 10, § 1er, tel qu'il était applicable jusqu'à l'entrée en vigueur du même décret du 14 mars 2008, l'enveloppe de subventions annuelle peut être complétée d'un montant correspondant à la part proportionnelle de l'association en question dans le crédit supplémentaire mis à disposition pour ces associations dans le budget.
La part proportionnelle de chaque association en question dans le crédit supplémentaire est déterminée par la proportion par association entre l'enveloppe de subventions 2004 qui, en application de l'article 9 du décret du 4 avril 2003 relatif à l'animation socioculturelle des adultes, revenait à l'association, et l'enveloppe de subventions 2004 effectivement payée. "
Art. 42. In afwijking van artikel 4bis, § 2, eerste lid, van het decreet van 6 juli 2001 houdende ondersteuning van de federatie van erkende organisaties voor volksontwikkeling en houdende ondersteuning van de Vereniging van Vlaamse Cultuurcentra (VVC), wordt in 2009 de tussenkomst van de Vlaamse Gemeenschap rechtstreeks uitgekeerd aan de VVC.
Art. 42. Par dérogation à l'article 4bis, § 2, premier alinéa, du décret du 6 juillet 2001 relatif au soutien de la fédération des organisations d'éducation populaire agréées et au soutien de la fédération des centres culturels flamands (VVC), l'intervention de la Communauté flamande est, en 2009, directement payée à la VVC.
HOOFDSTUK XI. - Uitleendienst Kampeermateriaal voor de Jeugd.
CHAPITRE XI. - Service de Prêt de Matériel de Campement pour la Jeunesse.
Art. 43. § 1. Er wordt een dienst met afzonderlijk beheer opgericht overeenkomstig artikel 140 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit, met de naam 'Uitleendienst Kampeermateriaal voor de Jeugd'. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden.
De Uitleendienst Kampeermateriaal voor de Jeugd staat in voor het uitlenen van kampeermateriaal, prioritair aan het jeugdwerk.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de regels die van toepassing zijn op het financieel en materieel beheer van de in § 1 genoemde dienst met afzonderlijk beheer.
Deze regelen omvatten onder meer :
1. het opmaken en bekendmaken van een begroting en van rekeningen;
2. de controle op de rekeningen door het Rekenhof die ze ter plaatse kan verrichten;
3. het beperken van de uitgaven binnen de grenzen van de ontvangsten en van de goedgekeurde limitatieve kredieten;
4. de mogelijkheid om met ingang van het jaar, de bij het verstrijken van het vorige jaar beschikbare geldmiddelen te gebruiken;
5. het bijhouden van een vermogenscomptabiliteit en het opmaken van een inventaris van het vermogen;
6. de behandeling en de bewaring van de gelden en de waarden door een tegenover het Rekenhof verantwoordelijke rekenplichtige.
§ 3. Aan de Uitleendienst Kampeermateriaal kan een dotatie verleend worden ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.
De Uitleendienst Kampeermateriaal voor de Jeugd staat in voor het uitlenen van kampeermateriaal, prioritair aan het jeugdwerk.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de regels die van toepassing zijn op het financieel en materieel beheer van de in § 1 genoemde dienst met afzonderlijk beheer.
Deze regelen omvatten onder meer :
1. het opmaken en bekendmaken van een begroting en van rekeningen;
2. de controle op de rekeningen door het Rekenhof die ze ter plaatse kan verrichten;
3. het beperken van de uitgaven binnen de grenzen van de ontvangsten en van de goedgekeurde limitatieve kredieten;
4. de mogelijkheid om met ingang van het jaar, de bij het verstrijken van het vorige jaar beschikbare geldmiddelen te gebruiken;
5. het bijhouden van een vermogenscomptabiliteit en het opmaken van een inventaris van het vermogen;
6. de behandeling en de bewaring van de gelden en de waarden door een tegenover het Rekenhof verantwoordelijke rekenplichtige.
§ 3. Aan de Uitleendienst Kampeermateriaal kan een dotatie verleend worden ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 43. § 1er. Il est créé un service à gestion séparée conformément à l'article 140 des lois coordonnées sur la Comptabilité de l'Etat, dénommé " Uitleendienst Kampeermateriaal voor de Jeugd " (Service de prêt de matériel de campement pour la jeunesse). Le Gouvernement flamand détermine les modalités en la matière.
Le " Uitleendienst Kampeermateriaal voor de Jeugd " a pour tâche le prêt de matériel de campement, en priorité à l'animation des jeunes.
§ 2. Le Gouvernement flamand fixe les règles applicables à la gestion financière et matérielle du service à gestion particulière visé au § 1er.
Ces règles contiennent entre autres :
1. l'établissement et la publication d'un budget et des comptes;
2. le contrôle des comptes par la Cour des comptes pouvant s'effectuer sur les lieux;
3. la restriction des dépenses dans les limites des recettes et des crédits limitatifs approuvés;
4. la possibilité d'utiliser, au début de l'année, les moyens disponibles au terme de l'année précédente;
5. l'obligation de tenir une comptabilité patrimoniale et de dresser un inventaire de l'actif;
6. le traitement et la garde en dépôt des fonds et des valeurs par un comptable responsable envers la Cour des comptes;
§ 3. Une dotation imputable au budget général des dépenses de la Communauté flamande peut être octroyée au " Uitleendienst Kampeermateriaal ".
Le " Uitleendienst Kampeermateriaal voor de Jeugd " a pour tâche le prêt de matériel de campement, en priorité à l'animation des jeunes.
§ 2. Le Gouvernement flamand fixe les règles applicables à la gestion financière et matérielle du service à gestion particulière visé au § 1er.
Ces règles contiennent entre autres :
1. l'établissement et la publication d'un budget et des comptes;
2. le contrôle des comptes par la Cour des comptes pouvant s'effectuer sur les lieux;
3. la restriction des dépenses dans les limites des recettes et des crédits limitatifs approuvés;
4. la possibilité d'utiliser, au début de l'année, les moyens disponibles au terme de l'année précédente;
5. l'obligation de tenir une comptabilité patrimoniale et de dresser un inventaire de l'actif;
6. le traitement et la garde en dépôt des fonds et des valeurs par un comptable responsable envers la Cour des comptes;
§ 3. Une dotation imputable au budget général des dépenses de la Communauté flamande peut être octroyée au " Uitleendienst Kampeermateriaal ".
HOOFDSTUK XII. - Bestuurszaken.
CHAPITRE XII. - Affaires administratives.
Afdeling I. - DAB Overheidspersoneel.
Section Ire. - SGS Fonction publique.
Art. 44. In artikel 78 van het decreet van 22 december 2006 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2007 wordt § 3 vervangen door wat volgt :
" § 3. De dienst beschikt voor de uitvoering van haar activiteiten enerzijds over haar eigen inkomsten uit vorming, kinderopvang, Vlimpers-Elvire en P & O-dienstverlening op vraag van het lijnmanagement, anderzijds over een jaarlijkse dotatie voorzien in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap. "
" § 3. De dienst beschikt voor de uitvoering van haar activiteiten enerzijds over haar eigen inkomsten uit vorming, kinderopvang, Vlimpers-Elvire en P & O-dienstverlening op vraag van het lijnmanagement, anderzijds over een jaarlijkse dotatie voorzien in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap. "
Art. 44. A l'article 78 du décret du 22 décembre 2006 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2007, le § 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Pour l'exécution de ses activités, le service dispose d'une part des recettes propres provenant d'activités de formation, de l'accueil d'enfants, de Vlimpers-Elvire et de services P & O sur demande du management de ligne, et d'autre part d'une dotation annuelle prévue dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande. "
" § 3. Pour l'exécution de ses activités, le service dispose d'une part des recettes propres provenant d'activités de formation, de l'accueil d'enfants, de Vlimpers-Elvire et de services P & O sur demande du management de ligne, et d'autre part d'une dotation annuelle prévue dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande. "
Afdeling II. - DAB ICT.
Section II. - SGS TIC.
Art. 45. In artikel 79 van het decreet van 22 december 2006 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2007 wordt een § 2bis ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 2bis. De DAB ICT wordt belast met de ondersteuning van het Vlaams e-governmentbeleid ten aanzien van de Vlaamse overheid en de lokale besturen.
Hij zorgt voor de coördinatie en de opvolging van de e-government beleidsuitvoering en voor het beheer, de begeleiding en de coördinatie van projecten, acties en initiatieven op het vlak van e-government, met inbegrip van het ontwerp, de bouw en het beheer van gemeenschappelijk bruikbare ICT diensten en infrastructuur op het vlak van gegevensuitwisseling en applicatiekoppeling. Hij biedt op dat vlak advies, ondersteuning en diensten aan de entiteiten van de Vlaamse overheid en aan de lokale overheden. "
" § 2bis. De DAB ICT wordt belast met de ondersteuning van het Vlaams e-governmentbeleid ten aanzien van de Vlaamse overheid en de lokale besturen.
Hij zorgt voor de coördinatie en de opvolging van de e-government beleidsuitvoering en voor het beheer, de begeleiding en de coördinatie van projecten, acties en initiatieven op het vlak van e-government, met inbegrip van het ontwerp, de bouw en het beheer van gemeenschappelijk bruikbare ICT diensten en infrastructuur op het vlak van gegevensuitwisseling en applicatiekoppeling. Hij biedt op dat vlak advies, ondersteuning en diensten aan de entiteiten van de Vlaamse overheid en aan de lokale overheden. "
Art. 45. A l'article 79 du décret du 22 décembre 2006 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2007, est inséré un § 2bis, rédigé comme suit :
" § 2bis. Le SGS TIC est chargé de l'appui à la politique flamande d'e-gouvernement vis-à-vis de l'Autorité flamande et des pouvoirs locaux.
Il assure la coordination et le suivi de l'exécution de la politique d'e-gouvernement ainsi que la gestion, l'accompagnement et la coordination de projets, d'actions et d'initiatives en matière d'e-gouvernement, y compris la conception, le développement et la gestion de services et infrastructures TIC à usage commun en matière d'échange de données et de connexion d'applications. Dans ces domaines, il propose aux entités de l'Autorité flamande et aux pouvoirs publics une offre de conseils, d'appui et de services. "
" § 2bis. Le SGS TIC est chargé de l'appui à la politique flamande d'e-gouvernement vis-à-vis de l'Autorité flamande et des pouvoirs locaux.
Il assure la coordination et le suivi de l'exécution de la politique d'e-gouvernement ainsi que la gestion, l'accompagnement et la coordination de projets, d'actions et d'initiatives en matière d'e-gouvernement, y compris la conception, le développement et la gestion de services et infrastructures TIC à usage commun en matière d'échange de données et de connexion d'applications. Dans ces domaines, il propose aux entités de l'Autorité flamande et aux pouvoirs publics une offre de conseils, d'appui et de services. "
HOOFDSTUK XIII. - Landbouw en Visserij.
CHAPITRE XIII. - Agriculture et Pêche.
Afdeling I. - Wijziging van de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt.
Section Ire. - Modification de la loi du 11 juillet 1969 relative aux pesticides et aux matières premières pour l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et l'élevage.
Art. 46. In artikel 2 van de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, gewijzigd bij de wetten van 5 februari 1999, 21 december 1998 en 1 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 wordt punt 4°, gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007, vervangen door wat volgt :
" 4° de activiteiten van de personen die de handelingen, vermeld in punt 1°, stellen onderwerpen aan een voorafgaande machtiging of erkenning, verleend door de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij, of door de instelling of de ambtenaar die daartoe gemachtigd is door die minister; ";
2° in § 1, punt 7°, gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007, worden de woorden " de Minister bevoegd voor de Volksgezondheid van Landbouw " vervangen door de woorden " de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij ";
3° § 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. De Vlaamse Regering kan de uitoefening van de bevoegdheden die ze aanduidt delegeren aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij. "
1° in § 1 wordt punt 4°, gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007, vervangen door wat volgt :
" 4° de activiteiten van de personen die de handelingen, vermeld in punt 1°, stellen onderwerpen aan een voorafgaande machtiging of erkenning, verleend door de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij, of door de instelling of de ambtenaar die daartoe gemachtigd is door die minister; ";
2° in § 1, punt 7°, gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007, worden de woorden " de Minister bevoegd voor de Volksgezondheid van Landbouw " vervangen door de woorden " de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij ";
3° § 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. De Vlaamse Regering kan de uitoefening van de bevoegdheden die ze aanduidt delegeren aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij. "
Art. 46. A l'article 2 de la loi du 11 juillet 1969 relative aux pesticides et aux matières premières pour l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et l'élevage, modifiée par les lois des 5 février 1999, 21 décembre 1998 et 1 mars 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er le point 4°, modifié par la loi du 1 mars 2007, est remplacé par ce qui suit :
" 4° subordonner les activités des personnes effectuant les opérations indiquées au 1° à une autorisation ou agréation préalable accordée par le Ministre flamand qui a la Politique de l'Agriculture et de la Pêche en mer dans ses attributions, ou par l'organisme ou le fonctionnaire délégué à cette fin par ce Ministre; ";
2° au § 1er, point 7°, modifié par la loi du 1er mars 2007, les mots " du Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions " sont remplacés par les mots " du Ministre flamand qui à la Politique de l'Agriculture et de la Pêche en mer dans ses attributions ";
3° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Le Gouvernement flamand peut déléguer au Ministre qui a la politique de l'agriculture et de la pêche en mer dans ses attributions l'exercice des compétences qu'il détermine. "
1° au § 1er le point 4°, modifié par la loi du 1 mars 2007, est remplacé par ce qui suit :
" 4° subordonner les activités des personnes effectuant les opérations indiquées au 1° à une autorisation ou agréation préalable accordée par le Ministre flamand qui a la Politique de l'Agriculture et de la Pêche en mer dans ses attributions, ou par l'organisme ou le fonctionnaire délégué à cette fin par ce Ministre; ";
2° au § 1er, point 7°, modifié par la loi du 1er mars 2007, les mots " du Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions " sont remplacés par les mots " du Ministre flamand qui à la Politique de l'Agriculture et de la Pêche en mer dans ses attributions ";
3° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Le Gouvernement flamand peut déléguer au Ministre qui a la politique de l'agriculture et de la pêche en mer dans ses attributions l'exercice des compétences qu'il détermine. "
Art. 47. Aan artikel 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 5 februari 1999 en 1 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan het eerste lid worden de volgende woorden toegevoegd : " en de statutaire en contractuele personeelsleden van het beleidsdomein Landbouw en Visserij van de Vlaamse overheid, voor wat betreft de gewestelijke landbouwbevoegdheden. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij, kan de door hem aangewezen controlebevoegdheden beperken tot bepaalde personeelsleden of kan andere controleagenten of -instanties aanwijzen. ";
2° in het zesde lid worden de woorden " de bevoegde Minister " vervangen door de woorden " de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij ".
1° aan het eerste lid worden de volgende woorden toegevoegd : " en de statutaire en contractuele personeelsleden van het beleidsdomein Landbouw en Visserij van de Vlaamse overheid, voor wat betreft de gewestelijke landbouwbevoegdheden. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij, kan de door hem aangewezen controlebevoegdheden beperken tot bepaalde personeelsleden of kan andere controleagenten of -instanties aanwijzen. ";
2° in het zesde lid worden de woorden " de bevoegde Minister " vervangen door de woorden " de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij ".
Art. 47. A l'article 6 de la même loi, modifié par les lois des 5 février 1999 et 1er mars 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° le premier alinéa est complété par les mots suivants : " et les membres du personnel statutaires et contractuels du domaine politique Agriculture et Pêche de l'Autorité flamande, pour ce qui concerne les compétences régionales en matière d'agriculture. Le Ministre flamand qui a la Politique de l'Agriculture et de la Pêche en mer dans ses attributions peut limiter à certains membres du personnel les compétences de contrôle déterminées par lui ou peut désigner d'autres agents ou instances de contrôle. ";
2° au sixième alinéa les mots " le Ministre compétent " sont remplacés par les mots " le Ministre flamand qui a la Politique de l'Agriculture et de la Pêche en mer dans ses attributions ".
1° le premier alinéa est complété par les mots suivants : " et les membres du personnel statutaires et contractuels du domaine politique Agriculture et Pêche de l'Autorité flamande, pour ce qui concerne les compétences régionales en matière d'agriculture. Le Ministre flamand qui a la Politique de l'Agriculture et de la Pêche en mer dans ses attributions peut limiter à certains membres du personnel les compétences de contrôle déterminées par lui ou peut désigner d'autres agents ou instances de contrôle. ";
2° au sixième alinéa les mots " le Ministre compétent " sont remplacés par les mots " le Ministre flamand qui a la Politique de l'Agriculture et de la Pêche en mer dans ses attributions ".
Art. 48. In artikel 6, zesde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 februari 1999, en in artikel 7, eerste lid, worden de woorden " de bevoegde Minister " vervangen door de woorden " de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij ".
Art. 48. Dans l'article 6, sixième alinéa de la même loi, modifié par la loi du 5 février 1999, et l'article 7, premier alinéa, les mots " le Ministre compétent " sont remplacés par les mots " le Ministre flamand qui a la Politique de l'Agriculture et de la Pêche en mer dans ses attributions ".
Art. 49. In artikel 10 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 5 februari 1999 en gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 4, eerste lid, worden de woorden " noch hoger dan het vijfvoudige van dit minimum " geschrapt;
2° de volgende zin wordt toegevoegd : " Voor de wanbedrijven, vermeld in artikel 8, bedraagt die administratieve geldboete maximaal het vijfvoudige van het minimum van de geldboete, vermeld in artikel 8, en voor de overtredingen, vermeld in artikel 9, bedraagt ze maximaal het vijftigvoudige van het minimum van de geldboete, vermeld in artikel 9. ";
3° § 9 wordt vervangen door wat volgt :
" § 9. De Vlaamse Regering kan de procedure bepalen voor het opleggen en invorderen van de administratieve geldboeten. De administratieve geldboeten worden gestort in het Fonds voor Landbouw en Visserij, opgericht bij het decreet van 19 mei 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij. "
1° in § 4, eerste lid, worden de woorden " noch hoger dan het vijfvoudige van dit minimum " geschrapt;
2° de volgende zin wordt toegevoegd : " Voor de wanbedrijven, vermeld in artikel 8, bedraagt die administratieve geldboete maximaal het vijfvoudige van het minimum van de geldboete, vermeld in artikel 8, en voor de overtredingen, vermeld in artikel 9, bedraagt ze maximaal het vijftigvoudige van het minimum van de geldboete, vermeld in artikel 9. ";
3° § 9 wordt vervangen door wat volgt :
" § 9. De Vlaamse Regering kan de procedure bepalen voor het opleggen en invorderen van de administratieve geldboeten. De administratieve geldboeten worden gestort in het Fonds voor Landbouw en Visserij, opgericht bij het decreet van 19 mei 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij. "
Art. 49. A l'article 10 de la même loi, remplacé par la loi du 5 février 1999 et modifié par la loi du 1 mars 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 4, premier alinéa, les mots ", ni supérieur au quintuple de ce minimum " sont supprimés;
2° la phrase suivante est ajoutée : " Pour les délits visés à l'article 8 l'amende administrative ne peut excéder le quintuple du minimum de l'amende visée à l'article 8, et pour les infractions visées à l'article 9, elle ne peut s'élever à plus de cinquante fois le minimum de l'amende visée à l'article 9. ";
3° le § 9 est remplacé par la disposition suivante :
" § 9. Le Gouvernement flamand peut arrêter la procédure d'imposition et de recouvrement des amendes administratives. Les amendes administratives sont versées dans le Fonds pour l'Agriculture et la Pêche, créé par le décret du 19 mai 2006 relatif à la création et au fonctionnement du Fonds pour l'Agriculture et la Pêche. "
1° au § 4, premier alinéa, les mots ", ni supérieur au quintuple de ce minimum " sont supprimés;
2° la phrase suivante est ajoutée : " Pour les délits visés à l'article 8 l'amende administrative ne peut excéder le quintuple du minimum de l'amende visée à l'article 8, et pour les infractions visées à l'article 9, elle ne peut s'élever à plus de cinquante fois le minimum de l'amende visée à l'article 9. ";
3° le § 9 est remplacé par la disposition suivante :
" § 9. Le Gouvernement flamand peut arrêter la procédure d'imposition et de recouvrement des amendes administratives. Les amendes administratives sont versées dans le Fonds pour l'Agriculture et la Pêche, créé par le décret du 19 mai 2006 relatif à la création et au fonctionnement du Fonds pour l'Agriculture et la Pêche. "
Afdeling II. - Wijziging van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijprodukten.
Section II. - Modification de la loi du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l'agriculture, de l'horticulture et de la pêche maritime.
Art. 50. In artikel 1 van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, gewijzigd bij de wetten van 5 februari 1999 en 1 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " van de zeevisserij, met inbegrip van de producten van de teelt van ongewervelde zeedieren " vervangen door de woorden " van de zeevisserij en aquacultuur ";
2° aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
" Deze wet is eveneens van toepassing op :
1° de productie van levensmiddelen en andere geproduceerde landbouwproducten al dan niet vervaardigd met deze voortbrengselen;
2° de activiteiten gericht op of ter ondersteuning van de productie van alle producten, vermeld in dit artikel; ";
3° aan het tweede lid, wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 4° aquacultuur : de kweek of teelt van aquatische organismen, meer bepaald alle in water levende soorten die behoren tot een van de rijken Animalia, Plantae en Protista, inclusief alle delen, geslachtscellen, zaadcellen, eicellen of propagulen van dergelijke wezens die kans maken op overleving en reproductie, waarbij technieken worden gebruikt om de aangroei van de organismen in kwestie te verhogen tot boven de natuurlijke capaciteiten van het milieu. "
1° in het eerste lid worden de woorden " van de zeevisserij, met inbegrip van de producten van de teelt van ongewervelde zeedieren " vervangen door de woorden " van de zeevisserij en aquacultuur ";
2° aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
" Deze wet is eveneens van toepassing op :
1° de productie van levensmiddelen en andere geproduceerde landbouwproducten al dan niet vervaardigd met deze voortbrengselen;
2° de activiteiten gericht op of ter ondersteuning van de productie van alle producten, vermeld in dit artikel; ";
3° aan het tweede lid, wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 4° aquacultuur : de kweek of teelt van aquatische organismen, meer bepaald alle in water levende soorten die behoren tot een van de rijken Animalia, Plantae en Protista, inclusief alle delen, geslachtscellen, zaadcellen, eicellen of propagulen van dergelijke wezens die kans maken op overleving en reproductie, waarbij technieken worden gebruikt om de aangroei van de organismen in kwestie te verhogen tot boven de natuurlijke capaciteiten van het milieu. "
Art. 50. A l'article 1er de la loi du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l'agriculture, de l'horticulture et de la pêche maritime, modifié par les lois des 5 février 1999 et 1er mars 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° au premier alinéa les mots " de la pêche maritime, y compris les produits de la culture des invertébrés marins " sont remplacés par les mots " de la pêche maritime et de l'aquaculture ";
2° le premier alinéa est complété par une phrase, rédigée comme suit :
" Cette loi s'applique également :
1° à la production de denrées alimentaires et d'autres produits agricoles produits, fabriqués ou non avec ces produits;
2° aux activités en vue de, ou à l'appui de la production de tous les produits visés au présent article; ";
3° à l'alinéa deux, il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° aquaculture : l'élevage ou la culture d'organismes aquatiques, notamment toutes les espèces vivant dans l'eau et appartenant à l'un des règnes Animalia, Plantae et Protista, y compris toutes les parties, cellules reproductrices, spermatozoïdes, ovules ou propagules de pareils êtres ayant une chance de survie et de reproduction, par le biais de techniques visant à porter la croissance des organismes en question au-dessus des capacités naturelles de l'environnement. "
1° au premier alinéa les mots " de la pêche maritime, y compris les produits de la culture des invertébrés marins " sont remplacés par les mots " de la pêche maritime et de l'aquaculture ";
2° le premier alinéa est complété par une phrase, rédigée comme suit :
" Cette loi s'applique également :
1° à la production de denrées alimentaires et d'autres produits agricoles produits, fabriqués ou non avec ces produits;
2° aux activités en vue de, ou à l'appui de la production de tous les produits visés au présent article; ";
3° à l'alinéa deux, il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° aquaculture : l'élevage ou la culture d'organismes aquatiques, notamment toutes les espèces vivant dans l'eau et appartenant à l'un des règnes Animalia, Plantae et Protista, y compris toutes les parties, cellules reproductrices, spermatozoïdes, ovules ou propagules de pareils êtres ayant une chance de survie et de reproduction, par le biais de techniques visant à porter la croissance des organismes en question au-dessus des capacités naturelles de l'environnement. "
Art. 51. In artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 29 december 1990 en 5 februari 1999 en 1 maart 2007, worden de woorden " de Minister van Landbouw " en " de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft " telkens vervangen door de woorden " de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij ".
Art. 51. A l'article 3 de la même loi, modifié par les lois des 29 décembre 1990, 5 février 1999 et 1er mars 2007, les mots " Ministre de l'Agriculture " et " Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions " sont chaque fois remplacés par les mots " Ministre flamand qui a la Politique de l'Agriculture et de la Pêche en mer dans ses attributions ".
Art. 52. In artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 5 februari 1999 en 1 maart 2007, worden de woorden " de Minister van Landbouw " en " de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft " telkens vervangen door de woorden " de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij ".
Art. 52. A l'article 4 de la même loi, modifié par les lois des 5 février 1999 et 1er mars 2007, les mots " Ministre de l'Agriculture " et " Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions " sont chaque fois remplacés par les mots " Ministre flamand qui a la Politique de l'Agriculture et de la Pêche en mer dans ses attributions ".
Art. 53. In artikel 4bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 29 december 1990, worden de woorden " de Minister van Landbouw " vervangen door de woorden " de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij ".
Art. 53. A l'article 4bis de la même loi, inséré par la loi du 29 décembre 1990, les mots " Ministre de l'Agriculture " sont remplacés par les mots " Ministre flamand qui à la Politique de l'Agriculture et de la Pêche en mer dans ses attributions ".
Art. 54. Aan artikel 5, eerste lid, eerste zin, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 5 februari 1999 en 1 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de volgende woorden worden toegevoegd : " en de statutaire en contractuele personeelsleden van het beleidsdomein Landbouw en Zeevisserij van de Vlaamse overheid, voor wat betreft de gewestelijke landbouw- en visserijbevoegdheden. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij, kan de door hem aangewezen controlebevoegdheden beperken tot bepaalde personeelsleden of kan andere controleagenten of -instanties aanwijzen. ";
2° tussen de woorden " Onverminderd de ambtsbevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie wordt overtreding " en de woorden " van deze wet " worden de woorden " van de bepalingen van het Europese gemeenschappelijke landbouw- en visserijbeleid en " ingevoegd.
1° de volgende woorden worden toegevoegd : " en de statutaire en contractuele personeelsleden van het beleidsdomein Landbouw en Zeevisserij van de Vlaamse overheid, voor wat betreft de gewestelijke landbouw- en visserijbevoegdheden. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij, kan de door hem aangewezen controlebevoegdheden beperken tot bepaalde personeelsleden of kan andere controleagenten of -instanties aanwijzen. ";
2° tussen de woorden " Onverminderd de ambtsbevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie wordt overtreding " en de woorden " van deze wet " worden de woorden " van de bepalingen van het Europese gemeenschappelijke landbouw- en visserijbeleid en " ingevoegd.
Art. 54. A l'article 5, première phrase, de la même loi, modifié par les lois des 5 février 1999 et 1er mars 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots suivants sont ajoutés : " et les membres du personnel statutaires et contractuels du domaine politique Agriculture et Pêche en mer de l'Autorité flamande, pour ce qui concerne les compétences régionales en matière d'agriculture et de pêche en mer. Le Ministre flamand qui a la Politique de l'Agriculture et de la Pêche en mer dans ses attributions peut limiter à certains membres du personnel les compétences de contrôle déterminées par lui ou peut désigner d'autres agents ou instances de contrôle. ";
2° entre les mots " Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, les infractions aux dispositions " et les mots " de la présente loi ", sont insérés les mots " de la politique européenne commune de l'agriculture et de la pêche, ainsi que ".
1° les mots suivants sont ajoutés : " et les membres du personnel statutaires et contractuels du domaine politique Agriculture et Pêche en mer de l'Autorité flamande, pour ce qui concerne les compétences régionales en matière d'agriculture et de pêche en mer. Le Ministre flamand qui a la Politique de l'Agriculture et de la Pêche en mer dans ses attributions peut limiter à certains membres du personnel les compétences de contrôle déterminées par lui ou peut désigner d'autres agents ou instances de contrôle. ";
2° entre les mots " Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, les infractions aux dispositions " et les mots " de la présente loi ", sont insérés les mots " de la politique européenne commune de l'agriculture et de la pêche, ainsi que ".
Art. 55. In artikel 8 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 5 februari 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, worden tussen het woord " Overtredingen " en de woorden " van deze wet " de woorden " van de bepalingen van het Europese gemeenschappelijke landbouw- en zeevisserijbeleid en " ingevoegd;
2° in § 4 wordt het woord " vijfvoudige " vervangen door het woord " vijftigvoudige ".
1° in § 1, eerste lid, worden tussen het woord " Overtredingen " en de woorden " van deze wet " de woorden " van de bepalingen van het Europese gemeenschappelijke landbouw- en zeevisserijbeleid en " ingevoegd;
2° in § 4 wordt het woord " vijfvoudige " vervangen door het woord " vijftigvoudige ".
Art. 55. A l'article 8 de la même loi, remplacé par le décret du 5 février 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, premier alinéa, les mots " aux dispositions de la politique européenne commune de l'agriculture et de la pêche en mer et " sont insérés entre les mots " Les infractions " et les mots " à la présente loi ";
2° au § 4 les mots " au quintuple de " sont remplacés par les mots " à cinquante fois ".
1° au § 1er, premier alinéa, les mots " aux dispositions de la politique européenne commune de l'agriculture et de la pêche en mer et " sont insérés entre les mots " Les infractions " et les mots " à la présente loi ";
2° au § 4 les mots " au quintuple de " sont remplacés par les mots " à cinquante fois ".
Art. 56. In artikel 9 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 5 februari 1999 en 1 maart 2007 en het koninklijke besluit van 22 februari 2001, worden de woorden " de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft van Landbouw " telkens vervangen door de woorden " de Vlaamse minister bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij ".
Art. 56. A l'article 9 de la même loi, modifié par les lois des 5 février 1999 et 1er mars 2007 et l'arrêté royal du 22 février 2001, les mots " Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions " sont chaque fois remplacés par les mots " Ministre flamand qui a la politique de l'agriculture et de la pêche en mer dans ses attributions ".
Afdeling III. - Wijzigingen aan het decreet van 13 mei 1997 houdende oprichting van een Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector.
Section III. - Modifications au décret du 13 mai 1997 portant création d'un Instrument de Financement destiné au Secteur flamand de la Pêche et de l'Aquiculture.
Art. 57. In het opschrift van het decreet van 13 mei 1997 houdende oprichting van een Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector wordt het woord " aquicultuursector " vervangen door het woord " aquacultuursector ".
Art. 57. Dans l'intitulé du décret du 13 mai 1997 portant création d'un Instrument de Financement destiné au Secteur flamand de la Pêche et de l'Aquiculture, le mot " Aquiculture " est remplacé par le mot " Aquaculture ".
Art. 58. Artikel 2 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
" Artikel 2. Er wordt een Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquacultuur opgericht, afgekort het FIVA. "
" Artikel 2. Er wordt een Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquacultuur opgericht, afgekort het FIVA. "
Art. 58. L'article 2 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
" Article 2. Il est créé un Instrument de Financement destiné à la Pêche et à l'Aquaculture flamandes, en abrégé FIVA. "
" Article 2. Il est créé un Instrument de Financement destiné à la Pêche et à l'Aquaculture flamandes, en abrégé FIVA. "
Art. 59. In artikel 3, 5, 6, 9, 10, 11, 12, van hetzelfde decreet wordt het woord " Financieringsinstrument " telkens vervangen door het woord " FIVA ".
Art. 59. Aux articles 3, 5, 6, 9, 10, 11 et 12 du même décret les mots " l'Instrument de Financement " sont chaque fois remplacés par les mots " le FIVA " et les mots " de l'Instrument de Financement " sont chaque fois remplacés par les mots " du FIVA ".
Art. 60. In artikel 4 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 21 oktober 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, 3°, het derde lid, 5°, en het vijfde lid, wordt het woord " aquicultuurproducten " vervangen door het woord " aquacultuurproducten ";
2° in het eerste lid, punt 3°, wordt het woord " vennootschappen " vervangen door het woord " ondernemingen ";
3° er wordt aan het eerste lid een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 4° elke andere persoon die projecten uitvoert die passen in een maatregel die is ingeschreven in een geldend Europees Visserijfonds of in het FIVA. ";
4° in het eerste en het vijfde lid wordt het woord " financieringsinstrument " telkens vervangen door het woord " FIVA ";
5° in het tweede lid worden de woorden " de zelfstandigen, verenigingen en vennootschappen " vervangen door de woorden " de rechthebbenden ";
6° in het derde lid, 3°, wordt het woord " aquicultuur " telkens vervangen door het woord " aquacultuur ";
7° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt :
" De Vlaamse Regering kan de nadere invulling van de verrichtingen, vermeld in het derde lid, bepalen. ";
8° in het vijfde lid worden de woorden " zelfstandigen, verenigingen en vennootschappen " vervangen door de woorden " de rechthebbenden ";
9° in het eerste lid, 2°, het tweede lid, 3°, het derde lid, 2° en 4°, en het vijfde lid, wordt het woord " aquicultuursector " telkens vervangen door het woord " aquacultuursector ".
1° in het eerste lid, 3°, het derde lid, 5°, en het vijfde lid, wordt het woord " aquicultuurproducten " vervangen door het woord " aquacultuurproducten ";
2° in het eerste lid, punt 3°, wordt het woord " vennootschappen " vervangen door het woord " ondernemingen ";
3° er wordt aan het eerste lid een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 4° elke andere persoon die projecten uitvoert die passen in een maatregel die is ingeschreven in een geldend Europees Visserijfonds of in het FIVA. ";
4° in het eerste en het vijfde lid wordt het woord " financieringsinstrument " telkens vervangen door het woord " FIVA ";
5° in het tweede lid worden de woorden " de zelfstandigen, verenigingen en vennootschappen " vervangen door de woorden " de rechthebbenden ";
6° in het derde lid, 3°, wordt het woord " aquicultuur " telkens vervangen door het woord " aquacultuur ";
7° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt :
" De Vlaamse Regering kan de nadere invulling van de verrichtingen, vermeld in het derde lid, bepalen. ";
8° in het vijfde lid worden de woorden " zelfstandigen, verenigingen en vennootschappen " vervangen door de woorden " de rechthebbenden ";
9° in het eerste lid, 2°, het tweede lid, 3°, het derde lid, 2° en 4°, en het vijfde lid, wordt het woord " aquicultuursector " telkens vervangen door het woord " aquacultuursector ".
Art. 60. A l'article 4 du même décret, remplacé par le décret du 21 octobre 2005, sont apportées les modifications suivantes :
1° aux alinéas premier, 3°, trois, 5°, et cinq, le mot " aquiculture " est remplacé par le mot " aquaculture ";
2° au premier alinéa, point 3°, le mot " sociétés " est remplacé par les mots " entreprises ";
3° à l'alinéa premier, il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° à toute autre personne exécutant des projets dans le cadre d'une mesure inscrite dans un Fonds européen pour la Pêche existant ou dans le FIVA. ";
4° à l'alinéa premier les mots " l'Instrument de Financement " est remplacé par les mots " le FIVA ", et à l'alinéa cinq les mots " de l'Instrument de Financement " sont remplacés par les mots " du FIVA ";
5° dans l'alinéa deux, les mots " les indépendants, sociétés et associations " sont remplacés par les mots " les ayants droit ";
6° au troisième alinéa, 3°, le mot " aquiculture " est chaque fois remplacé par le mot " aquaculture ";
7° l'alinéa quatre est remplacé par la disposition suivante :
" Le Gouvernement flamand peut arrêter le contenu précis des activités visées à l'alinéa trois. ";
8° à l'alinéa cinq, les mots " aux indépendants, sociétés et associations " sont remplacés par les mots " aux ayants droit ";
9° aux alinéas premier, 2°, deux, 3°, trois, 2° et 4°, et cinq, le mot " aquiculture " est chaque fois remplacé par le mot " aquaculture ".
1° aux alinéas premier, 3°, trois, 5°, et cinq, le mot " aquiculture " est remplacé par le mot " aquaculture ";
2° au premier alinéa, point 3°, le mot " sociétés " est remplacé par les mots " entreprises ";
3° à l'alinéa premier, il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° à toute autre personne exécutant des projets dans le cadre d'une mesure inscrite dans un Fonds européen pour la Pêche existant ou dans le FIVA. ";
4° à l'alinéa premier les mots " l'Instrument de Financement " est remplacé par les mots " le FIVA ", et à l'alinéa cinq les mots " de l'Instrument de Financement " sont remplacés par les mots " du FIVA ";
5° dans l'alinéa deux, les mots " les indépendants, sociétés et associations " sont remplacés par les mots " les ayants droit ";
6° au troisième alinéa, 3°, le mot " aquiculture " est chaque fois remplacé par le mot " aquaculture ";
7° l'alinéa quatre est remplacé par la disposition suivante :
" Le Gouvernement flamand peut arrêter le contenu précis des activités visées à l'alinéa trois. ";
8° à l'alinéa cinq, les mots " aux indépendants, sociétés et associations " sont remplacés par les mots " aux ayants droit ";
9° aux alinéas premier, 2°, deux, 3°, trois, 2° et 4°, et cinq, le mot " aquiculture " est chaque fois remplacé par le mot " aquaculture ".
Art. 61. In artikelen 6 en 11 van hetzelfde decreet wordt het woord " aquicultuursector " telkens vervangen door het woord " aquacultuursector ".
Art. 61. Dans les articles 6 et 11 du même décret, le mot " aquiculture " est chaque fois remplacé par le mot " aquaculture ".
Art. 62. In artikel 9, e), van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord " aquicultuur " wordt vervangen door het woord " aquacultuur ";
2° de woorden " Vlaamse Gemeenschap " worden vervangen door de woorden " Vlaamse overheid ".
1° het woord " aquicultuur " wordt vervangen door het woord " aquacultuur ";
2° de woorden " Vlaamse Gemeenschap " worden vervangen door de woorden " Vlaamse overheid ".
Art. 62. A l'article 9, e) du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° le mot " aquiculture " est remplacé par le mot " aquaculture ";
2° les mots " la Communauté flamande " sont remplacés par les mots " l'Autorité flamande ".
1° le mot " aquiculture " est remplacé par le mot " aquaculture ";
2° les mots " la Communauté flamande " sont remplacés par les mots " l'Autorité flamande ".
Art. 63. In artikel 11 van hetzelfde decreet worden de woorden " de Administratie Land- en Tuinbouw " vervangen door de woorden " de afdeling Landbouw- en Visserijbeleid ".
Art. 63. Dans l'article 11 du même décret, les mots " l'Administration de l'Agriculture et de l'Horticulture " sont remplacés par les mots " la division Politique de l'Agriculture et de la Pêche ".
Afdeling IV. - Wijziging van het decreet van 19 mei 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij.
Section IV. - Modification du décret du 19 mai 2006 relatif à la création et au fonctionnement du Fonds pour l'Agriculture et la Pêche.
Art. 64. Aan artikel 8 van het decreet van 19 mei 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Het Fonds wordt beheerd door de minister, die zijn beslissingsbevoegdheden inzake de inkomsten en de uitgaven kan subdelegeren. "
" Het Fonds wordt beheerd door de minister, die zijn beslissingsbevoegdheden inzake de inkomsten en de uitgaven kan subdelegeren. "
Art. 64. A l'article 8 du décret du 19 mai 2006 relatif à la création et au fonctionnement du Fonds pour l'Agriculture et la Pêche, il est ajouté un alinéa deux, ainsi rédigé :
" Le Fonds est géré par le Ministre, qui peut subdéléguer ses compétences de décision en matière de recettes et de dépenses. "
" Le Fonds est géré par le Ministre, qui peut subdéléguer ses compétences de décision en matière de recettes et de dépenses. "
Afdeling V. - Wijziging van de wet van 12 april 1957waarbij de Koning wordt gemachtigd maatregelen voor te schrijven ter bescherming van de biologische hulpbronnen van de zee.
Section V. - Modifications à la loi du 12 avril 1957 autorisant le Roi à prescrire des mesures en vue de la conservation des ressources biologiques de la mer.
Art. 65. In artikel 2, § 1, van de wet van 12 april 1957 waarbij de Koning wordt gemachtigd maatregelen voor te schrijven ter bescherming van de biologische hulpbronnen van de zee, vervangen door de wet van 22 april 1999, worden tussen de woorden " van de krachtens artikel 1 voorgeschreven maatregelen " en de woorden " en, onder meer, overtredingen daarvan " de woorden " en van de bepalingen van het Europese gemeenschappelijke visserijbeleid, " ingevoegd.
Art. 65. A l'article 2, § 1er de la loi du 12 avril 1957 autorisant le Roi à prescrire des mesures en vue de la conservation des ressources biologiques de la mer, remplacé par la loi du 22 avril 1999, les mots " et des dispositions de la Politique européenne commune de la pêche " sont insérés entre les mots " des mesures prescrites en vertu de l'article 1er " et les mots ", et, notamment, de rechercher ".
Art. 66. In artikel 3 van dezelfde wet, vervangen door de wet van 22 april 1999, wordt een punt 1°bis ingevoegd dat luidt als volgt :
" 1°bis hij die de bepalingen van het Europese gemeenschappelijke visserijbeleid overtreedt; ".
" 1°bis hij die de bepalingen van het Europese gemeenschappelijke visserijbeleid overtreedt; ".
Art. 66. Dans l'article 3 de la même loi, remplacé par la loi du 22 avril 1999, il est inséré un point 1°bis, ainsi rédigé :
" 1°bis celui qui contrevient aux dispositions de la Politique européenne commune de la pêche ".
" 1°bis celui qui contrevient aux dispositions de la Politique européenne commune de la pêche ".
HOOFDSTUK XIV. - Ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring.
CHAPITRE XIV. - Déclaration d'inadaptation et d'inhabitabilité.
Art. 67. In artikel 28, § 1, van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, gewijzigd bij de decreten van 24 december 2004 en 24 maart 2006, wordt het derde lid opgeheven.
Art. 67. A l'article 28, § 1er du décret du 22 décembre 1995 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1996, modifié par les décrets des 24 décembre 2004 et 24 mars 2006, le troisième alinéa est supprimé :
Art. 68. Aan artikel 34 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 1997, 24 december 2004, 24 maart 2006 en 7 juli 2006, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De woning of de constructie die overeenkomstig artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet onbewoonbaar wordt verklaard, wordt eveneens geïnventariseerd op de lijst, vermeld in artikel 28. Ze wordt ingeschreven op datum van het besluit van de burgemeester. "
" De woning of de constructie die overeenkomstig artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet onbewoonbaar wordt verklaard, wordt eveneens geïnventariseerd op de lijst, vermeld in artikel 28. Ze wordt ingeschreven op datum van het besluit van de burgemeester. "
Art. 68. A l'article 34 du même décret, modifié par les décrets des 15 juillet 1997, 24 décembre 2004, 24 mars 2006 et 7 juillet 2006, il est ajouté un deuxième alinéa, ainsi rédigé :
" L'habitation ou la construction déclarées inhabitables conformément à l'article 135 de la nouvelle Loi communale, sont également inventarisées sur la liste visée à l'article 28. Elles sont inscrites à la date de la décision du bourgmestre. "
" L'habitation ou la construction déclarées inhabitables conformément à l'article 135 de la nouvelle Loi communale, sont également inventarisées sur la liste visée à l'article 28. Elles sont inscrites à la date de la décision du bourgmestre. "
Art. 69. Artikel 34bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij decreet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij de decreten van 24 december 2004, 24 maart 2006 en 16 juni 2006 wordt als volgt gewijzigd :
1° in § 3 worden de woorden " zoals bedoeld in artikel 15 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en artikel 34 van dit decreet " vervangen door de woorden " vermeld in artikel 34, eerste lid, ";
2° er wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. Voor de onbewoonbaarheden, vermeld in artikel 34, tweede lid, wordt het registratieattest samen met het besluit tot onbewoonbaarverklaring van de burgemeester opgestuurd.
Als de houder van het zakelijk recht aantoont dat hij tegen het besluit tot onbewoonbaarverklaring een klacht heeft ingediend bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 254 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, dan wordt de opname op de lijst, vermeld in artikel 28, geschorst tot de procedure overeenkomstig artikel 255 tot 258 van het Gemeentedecreet volledig is afgerond.
De gemeenteoverheid brengt de inventarisbeheerder op de hoogte van het gemotiveerde besluit of van het definitieve antwoord van de toezichthoudende overheid als vermeld in artikel 258 van het Gemeentedecreet.
Binnen dertig dagen nadat de indiener van de klacht het definitieve antwoord van de toezichthoudende overheid heeft ontvangen overeenkomstig artikel 258 van het Gemeentedecreet, kan hij tegen de registratie beroep indienen bij de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering neemt een beslissing binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift. Bij ontstentenis van een beslissing binnen die termijn, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd. "
1° in § 3 worden de woorden " zoals bedoeld in artikel 15 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en artikel 34 van dit decreet " vervangen door de woorden " vermeld in artikel 34, eerste lid, ";
2° er wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. Voor de onbewoonbaarheden, vermeld in artikel 34, tweede lid, wordt het registratieattest samen met het besluit tot onbewoonbaarverklaring van de burgemeester opgestuurd.
Als de houder van het zakelijk recht aantoont dat hij tegen het besluit tot onbewoonbaarverklaring een klacht heeft ingediend bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 254 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, dan wordt de opname op de lijst, vermeld in artikel 28, geschorst tot de procedure overeenkomstig artikel 255 tot 258 van het Gemeentedecreet volledig is afgerond.
De gemeenteoverheid brengt de inventarisbeheerder op de hoogte van het gemotiveerde besluit of van het definitieve antwoord van de toezichthoudende overheid als vermeld in artikel 258 van het Gemeentedecreet.
Binnen dertig dagen nadat de indiener van de klacht het definitieve antwoord van de toezichthoudende overheid heeft ontvangen overeenkomstig artikel 258 van het Gemeentedecreet, kan hij tegen de registratie beroep indienen bij de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering neemt een beslissing binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift. Bij ontstentenis van een beslissing binnen die termijn, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd. "
Art. 69. L'article 34bis du même décret, inséré par le décret du 7 mai 2004 et modifié par les décrets des 24 décembre 2004, 24 mars 2006 et 16 juin 2006 est modifié comme suit :
1° au § 3, les mots " tels que visés à l'article 15 du décret du 15 juillet 1997 portant le Code flamand du Logement et à l'article 34 du présent décret " sont remplacés par les mots " visés à l'article 34, alinéa premier, ";
2° il est ajouté un § 4, rédigé comme suit :
" § 4. Pour les cas d'inhabitabilité, visés à l'article 34, alinéa deux, l'attestation d'enregistrement est envoyée ensemble avec la décision de déclaration d'inhabitabilité du bourgmestre.
Lorsque le détenteur du droit réel établit qu'il a déposé plainte contre la décision de déclaration d'inhabitabilité auprès de l'autorité de tutelle conformément à l'article 254 du Décret communal du 15 juillet 2005, la reprise dans la liste visée à l'article 28 est suspendue jusqu'à ce que la procédure conformément aux articles 255 à 258 du décret communal a été entièrement achevée.
L'autorité communale informe le gestionnaire de l'inventaire de la décision motivée ou de la réponse définitive de l'autorité de tutelle, comme prévu à l'article 258 du Décret communal.
Dans les trente jours de la réception par le plaignant de la réponse définitive de l'autorité de tutelle conformément à l'article 258 du Décret communal, il peut former un recours contre l'enregistrement auprès du Gouvernement flamand. Le Gouvernement flamand prend une décision dans les trois mois de la réception du recours. A défaut de décision dans ce délai, le recours est réputé accepté. "
1° au § 3, les mots " tels que visés à l'article 15 du décret du 15 juillet 1997 portant le Code flamand du Logement et à l'article 34 du présent décret " sont remplacés par les mots " visés à l'article 34, alinéa premier, ";
2° il est ajouté un § 4, rédigé comme suit :
" § 4. Pour les cas d'inhabitabilité, visés à l'article 34, alinéa deux, l'attestation d'enregistrement est envoyée ensemble avec la décision de déclaration d'inhabitabilité du bourgmestre.
Lorsque le détenteur du droit réel établit qu'il a déposé plainte contre la décision de déclaration d'inhabitabilité auprès de l'autorité de tutelle conformément à l'article 254 du Décret communal du 15 juillet 2005, la reprise dans la liste visée à l'article 28 est suspendue jusqu'à ce que la procédure conformément aux articles 255 à 258 du décret communal a été entièrement achevée.
L'autorité communale informe le gestionnaire de l'inventaire de la décision motivée ou de la réponse définitive de l'autorité de tutelle, comme prévu à l'article 258 du Décret communal.
Dans les trente jours de la réception par le plaignant de la réponse définitive de l'autorité de tutelle conformément à l'article 258 du Décret communal, il peut former un recours contre l'enregistrement auprès du Gouvernement flamand. Le Gouvernement flamand prend une décision dans les trois mois de la réception du recours. A défaut de décision dans ce délai, le recours est réputé accepté. "
HOOFDSTUK XV. - Begunstigdewijziging restauratiepremie.
CHAPITRE XV. - Modification du bénéficiaire de la prime de restauration.
Art. 70. Bij overdracht van een monument na goedkeuring van de restauratiepremie in toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001 kan een begunstigdewijziging aanvaard worden, indien de nieuwe eigenaar van het goed het goedgekeurde restauratiedossier zonder wijzigingen of aanpassingen verder zet en enkel indien er nog geen premiebedrag is uitbetaald.
Art. 70. Lors du transfert d'un monument après l'approbation de la prime de restauration en application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, une modification du bénéficiaire peut être acceptée, si le nouveau propriétaire du bien continue sans modifications ou adaptations le dossier de restauration approuvé et si aucun montant de la prime n'a encore été paye.
HOOFDSTUK XVI. - Industriële Onderzoeksfondsen.
CHAPITRE XVI. - Fonds de recherches industrielles.
HOOFDSTUK XVII. - K.M.O.-investeringssteun.
CHAPITRE XVII. - Aide à l'investissement aux P.M.E.
Art. 72. In artikel 11 van het decreet van 31 januari 2003 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid wordt § 1 vervangen door wat volgt :
" § 1. De Vlaamse Regering kan respectievelijk tot maximaal 20 % en maximaal 10 % investeringssteun verlenen aan kleine en middelgrote ondernemingen. "
" § 1. De Vlaamse Regering kan respectievelijk tot maximaal 20 % en maximaal 10 % investeringssteun verlenen aan kleine en middelgrote ondernemingen. "
Art. 72. Dans l'article 11 du décret du 31 janvier 2003 relatif à la politique d'aide économique, le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Le Gouvernement flamand peut accorder une aide à l'investissement respectivement de 20 % au plus et de 10 % au plus aux petites et aux moyennes entreprises. "
" § 1er. Le Gouvernement flamand peut accorder une aide à l'investissement respectivement de 20 % au plus et de 10 % au plus aux petites et aux moyennes entreprises. "
HOOFDSTUK XVIII. - Interfacediensten.
CHAPITRE XVIII. - Services d'interface.
Art. 73. In artikel 7 van het decreet van 18 mei 1999 betreffende het voeren van een beleid van technologische innovatie worden de woorden " die uitgaan van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap " vervangen door de woorden " van de associaties in de Vlaamse Gemeenschap ", de woorden " tussen de universiteit en het bedrijfsleven " vervangen door de woorden " tussen de associatie en het bedrijfsleven " en de woorden " door de universiteit uitgevoerde onderzoek " gewijzigd door de woorden " door de associatie uitgevoerde onderzoek ".
Art. 73. Dans l'article 7 du décret du 18 mai 1999 relatif à une politique d'encouragement à l'innovation technologique, les mots " entreprises à l'initiative des universités en Communauté flamande " sont remplacés par les mots " des associations en Communauté flamande ", les mots " entre l'université et les entreprises " sont remplacés par les mots " entre l'association et les entreprises " et les mots " recherche effectuée par l'université " sont remplacés par les mots " recherche effectuée par l'association ".
HOOFDSTUK XIX. - VITO.
CHAPITRE XIX. - VITO.
Art. 74. Aan artikel 3 van het decreet van 23 januari 1991 betreffende de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 6° het uitvoeren van referentietaken, waarvan de precieze aard, de doelstelling en de wijze van vergoeding bij beheersreglement, vastgesteld bij besluit van de Vlaamse Regering, worden bepaald. "
" 6° het uitvoeren van referentietaken, waarvan de precieze aard, de doelstelling en de wijze van vergoeding bij beheersreglement, vastgesteld bij besluit van de Vlaamse Regering, worden bepaald. "
Art. 74. A l'article 3 du décret du 23 janvier 1991 concernant la " Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek ", il est ajouté un alinéa rédigé comme suit :
" 6° l'exécution de tâches de référence, dont la nature précise, l'objectif et le mode d'indemnisation sont déterminés par règlement de gestion, fixé par arrêté du Gouvernement flamand. "
" 6° l'exécution de tâches de référence, dont la nature précise, l'objectif et le mode d'indemnisation sont déterminés par règlement de gestion, fixé par arrêté du Gouvernement flamand. "
HOOFDSTUK XX. - Wijzigingen in de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging.
CHAPITRE XX. - Modifications à la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution.
Art. 75. In artikel 35ter van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging wordt § 2, b), ingevoegd bij decreet van 23 december 2005 en gewijzigd bij de decreten van 22 december 2006 en 21 december 2007, vervangen door wat volgt :
" b) de heffingsplichtigen, bedoeld in artikel 35quinquies en artikel 35septies van deze wet, die beschikken over een milieu- of lozingsvergunning met normen voor lozen in de gewone oppervlaktewateren en die lozen in ofwel :
- de openbare riolering die niet aangesloten is op een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie;
- een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater;
- een openbare of privaatrechterlijke effluentleiding die uitmondt in oppervlaktewater. "
" b) de heffingsplichtigen, bedoeld in artikel 35quinquies en artikel 35septies van deze wet, die beschikken over een milieu- of lozingsvergunning met normen voor lozen in de gewone oppervlaktewateren en die lozen in ofwel :
- de openbare riolering die niet aangesloten is op een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie;
- een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater;
- een openbare of privaatrechterlijke effluentleiding die uitmondt in oppervlaktewater. "
Art. 75. Dans l'article 35ter de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution, le § 2, b), inséré par le décret du 23 décembre 2005 et modifie par les décrets des 22 décembre 2006 et 21 décembre 2007, est remplacé par ce qui suit :
" b) les redevables, visés aux articles 35quinquies et 35septies de la présente loi, qui disposent d'une autorisation écologique ou de déversement comportant des normes pour le déversement dans des eaux de surface ordinaires et qui déversent dans :
- soit, les égouts publics non reliés à une installation publique opérationnelle d'épuration des eaux usées;
- soit, une voie d'évacuation artificielle pour eaux pluviales;
- soit, dans une conduite d'effluents de droit privé ou public qui débouche dans une eau de surface. "
" b) les redevables, visés aux articles 35quinquies et 35septies de la présente loi, qui disposent d'une autorisation écologique ou de déversement comportant des normes pour le déversement dans des eaux de surface ordinaires et qui déversent dans :
- soit, les égouts publics non reliés à une installation publique opérationnelle d'épuration des eaux usées;
- soit, une voie d'évacuation artificielle pour eaux pluviales;
- soit, dans une conduite d'effluents de droit privé ou public qui débouche dans une eau de surface. "
Art. 76. In artikel 35ter van dezelfde wet wordt § 2, c), ingevoegd bij decreet van 23 december 2005 en gewijzigd bij de decreten van 22 december 2006 en 21 december 2007 vervangen door wat volgt :
" c) de heffingsplichtigen, bedoeld in artikel 35quater van deze wet waarvan de inrichting niet gelegen is in de zone van vijftig meter rond het stelsel van de openbare riolering en collectoren dat ofwel :
- is aangesloten op een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie;
- hetzij, op basis van het investeringsprogramma hetzij, op basis van het subsidiëringsprogramma bedoeld in respectievelijk artikel 32octies en artikel 32duodecies van deze wet, voorzien is om aangesloten te worden op een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie. "
" c) de heffingsplichtigen, bedoeld in artikel 35quater van deze wet waarvan de inrichting niet gelegen is in de zone van vijftig meter rond het stelsel van de openbare riolering en collectoren dat ofwel :
- is aangesloten op een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie;
- hetzij, op basis van het investeringsprogramma hetzij, op basis van het subsidiëringsprogramma bedoeld in respectievelijk artikel 32octies en artikel 32duodecies van deze wet, voorzien is om aangesloten te worden op een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie. "
Art. 76. Dans l'article 35ter de la même loi, le § 2, c), inséré par le décret du 23 décembre 2005 et modifié par les décrets du 22 décembre 2006 et 21 décembre 2007, est remplacé par ce qui suit :
" c) les redevables, visés à l'article 35quater de la présente loi, dont l'établissement n'est pas situé dans la zone de cinquante mètres autour du système des égouts publics et des collecteurs, qui est :
- soit, relié à une installation publique opérationnelle d'épuration des eaux usées;
- soit, sur la base du programme d'investissement ou sur la base du programme de subventionnement, visés respectivement aux articles 32octies et 32duodecies de la présente loi, prévu d'être relié à une installation publique opérationnelle d'épuration des eaux usées. "
" c) les redevables, visés à l'article 35quater de la présente loi, dont l'établissement n'est pas situé dans la zone de cinquante mètres autour du système des égouts publics et des collecteurs, qui est :
- soit, relié à une installation publique opérationnelle d'épuration des eaux usées;
- soit, sur la base du programme d'investissement ou sur la base du programme de subventionnement, visés respectivement aux articles 32octies et 32duodecies de la présente loi, prévu d'être relié à une installation publique opérationnelle d'épuration des eaux usées. "
Art. 77. In artikel 35ter van dezelfde wet worden in § 7, ingevoegd bij decreet van 24 december 2004 en gewijzigd bij de decreten van 19 mei 2006 en 21 december 2007 volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de inleidende zin van 1° worden de woorden " private waterzuiveringsinstallatie in eigen beheer of gemeenschappelijk beheer, of, in een individuele waterzuiveringsinstallatie gebouwd of geëxploiteerd door de gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit. " vervangen door de woorden " individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater hetzij in eigen beheer of gemeenschappelijk beheer, hetzij gebouwd of geëxploiteerd door de gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit, zoals bedoeld in artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne. ";
2° in het tweede lid van 1°, en in 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° worden de woorden " private of individuele waterzuiveringsinstallatie(s) ", " private waterzuiveringsinstallatie ", " individuele waterzuiveringsinstallatie " en " waterzuiveringsinstallatie(s) " telkens vervangen door de woorden " individuele behandelingsinstallatie(s) voor afvalwater ".
1° in de inleidende zin van 1° worden de woorden " private waterzuiveringsinstallatie in eigen beheer of gemeenschappelijk beheer, of, in een individuele waterzuiveringsinstallatie gebouwd of geëxploiteerd door de gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit. " vervangen door de woorden " individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater hetzij in eigen beheer of gemeenschappelijk beheer, hetzij gebouwd of geëxploiteerd door de gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit, zoals bedoeld in artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne. ";
2° in het tweede lid van 1°, en in 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° worden de woorden " private of individuele waterzuiveringsinstallatie(s) ", " private waterzuiveringsinstallatie ", " individuele waterzuiveringsinstallatie " en " waterzuiveringsinstallatie(s) " telkens vervangen door de woorden " individuele behandelingsinstallatie(s) voor afvalwater ".
Art. 77. L'article 35te r, § 7 de la même loi, inséré par le décret du 24 décembre 2004 et modifié par les décrets des 19 mai 2006 et 21 décembre 2007, est modifié comme suit :
1° dans la phrase introductive du 1°, les mots " installation privée d'épuration en propre gestion ou en gestion commune, ou par une installation d'épuration des eaux individuelle construite ou exploitée par la commune, la régie communale, l'intercommunale ou une structure de coopération intercommunale, l'exploitant d'un réseau de distribution d'eau public ou par une entité désignée par la commune suite à une enquête du marché " sont remplacés par les mots " installation individuelle de traitement des eaux usées, soit en gestion propre ou en gestion commune, soit construite ou exploitée par la commune, la régie communale, l'intercommunale ou une structure de coopération intercommunale, l'exploitant d'un réseau de distribution d'eau public ou par une entité désignée par la commune suite à une enquête du marché, telle que visée à l'article 1.1.2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement. "
2° Au deuxième alinéa du 1°, et aux 2°, 3°, 4°, 5°, 6° et 7° les mots " installation privée ou individuelle d'épuration des eaux usées ", " installation privée d'épuration des eaux usées ", " installation individuelle d'épuration des eaux usées ", " installation d'épuration des eaux usées " sont chaque fois remplacés par les mots " installation individuelle de traitement des eaux usées ", et les mots " installations privées ou individuelles d'épuration des eaux usées " et " installations d'épuration des eaux usées " sont chaque fois remplacés par les mots " installations individuelles de traitement des eaux usées ".
1° dans la phrase introductive du 1°, les mots " installation privée d'épuration en propre gestion ou en gestion commune, ou par une installation d'épuration des eaux individuelle construite ou exploitée par la commune, la régie communale, l'intercommunale ou une structure de coopération intercommunale, l'exploitant d'un réseau de distribution d'eau public ou par une entité désignée par la commune suite à une enquête du marché " sont remplacés par les mots " installation individuelle de traitement des eaux usées, soit en gestion propre ou en gestion commune, soit construite ou exploitée par la commune, la régie communale, l'intercommunale ou une structure de coopération intercommunale, l'exploitant d'un réseau de distribution d'eau public ou par une entité désignée par la commune suite à une enquête du marché, telle que visée à l'article 1.1.2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement. "
2° Au deuxième alinéa du 1°, et aux 2°, 3°, 4°, 5°, 6° et 7° les mots " installation privée ou individuelle d'épuration des eaux usées ", " installation privée d'épuration des eaux usées ", " installation individuelle d'épuration des eaux usées ", " installation d'épuration des eaux usées " sont chaque fois remplacés par les mots " installation individuelle de traitement des eaux usées ", et les mots " installations privées ou individuelles d'épuration des eaux usées " et " installations d'épuration des eaux usées " sont chaque fois remplacés par les mots " installations individuelles de traitement des eaux usées ".
Art. 78. In artikel 35ter van dezelfde wet worden in § 8, ingevoegd bij decreet van 19 december 2003 en gewijzigd bij de decreten van 24 december 2004 en 19 mei 2006 volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " private waterzuiveringsinstallatie in eigen beheer of in gemeenschappelijk beheer " vervangen door de woorden " individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater in eigen beheer of in gemeenschappelijk beheer, zoals bedoeld in artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne. ";
2° in de volgende leden worden de woorden " waterzuiveringsinstallaties ", " afvalwaterzuiveringsinstallatie " en " zuiveringsinstallatie " telkens vervangen door de woorden " individuele behandelingsinstallatie(s) voor afvalwater ".
1° in het eerste lid worden de woorden " private waterzuiveringsinstallatie in eigen beheer of in gemeenschappelijk beheer " vervangen door de woorden " individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater in eigen beheer of in gemeenschappelijk beheer, zoals bedoeld in artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne. ";
2° in de volgende leden worden de woorden " waterzuiveringsinstallaties ", " afvalwaterzuiveringsinstallatie " en " zuiveringsinstallatie " telkens vervangen door de woorden " individuele behandelingsinstallatie(s) voor afvalwater ".
Art. 78. L'article 35te r, § 8 de la même loi, inséré par le décret du 19 décembre 2003 et modifié par les décrets des 24 décembre 2004 et 19 mai 2006, est modifie comme suit :
1° au premier alinéa, les mots " installation privée d'épuration des eaux en gestion directe ou en cogérance " sont remplacés par les mots " installation individuelle de traitement des eaux usées en gestion directe ou en cogérance, telle que visée à l'article 1.1.2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement. "
2° aux alinéas suivants, les mots " installation d'épuration des eaux d'égout " et " installation d'épuration " sont chaque fois remplacés par les mots " installation individuelle de traitement des eaux usées ", et les mots " installations d'épuration d'eau " sont chaque fois remplacés par les mots " installations individuelles de traitement des eaux usées ".
1° au premier alinéa, les mots " installation privée d'épuration des eaux en gestion directe ou en cogérance " sont remplacés par les mots " installation individuelle de traitement des eaux usées en gestion directe ou en cogérance, telle que visée à l'article 1.1.2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement. "
2° aux alinéas suivants, les mots " installation d'épuration des eaux d'égout " et " installation d'épuration " sont chaque fois remplacés par les mots " installation individuelle de traitement des eaux usées ", et les mots " installations d'épuration d'eau " sont chaque fois remplacés par les mots " installations individuelles de traitement des eaux usées ".
Art. 79. In artikel 35quinquies van dezelfde wet wordt § 1, 1°, b), vervangen bij decreet van 19 mei 2006 en gewijzigd bij decreet van 29 juni 2007 vervangen door wat volgt :
" b) voor de heffingsplichtigen die op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het beschouwde heffingsjaar beschikken over een milieu-, respectievelijk lozingsvergunning met normen voor lozen in de gewone oppervlaktewateren en die lozen in ofwel :
- de openbare riolering die niet aangesloten is op een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie;
- een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater;
- een openbare of privaatrechtelijke effluentleiding die uitmondt in oppervlaktewater. "
" b) voor de heffingsplichtigen die op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het beschouwde heffingsjaar beschikken over een milieu-, respectievelijk lozingsvergunning met normen voor lozen in de gewone oppervlaktewateren en die lozen in ofwel :
- de openbare riolering die niet aangesloten is op een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie;
- een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater;
- een openbare of privaatrechtelijke effluentleiding die uitmondt in oppervlaktewater. "
Art. 79. Dans l'article 35quinquies de la même loi, le § 1er, 1°, b), remplacé par le décret du 19 mai 2006 et modifié par le décret du 29 juin 2007, est remplacé par ce qui suit :
" b) les redevables qui, au 1er janvier de l'année précédant l'année d'imposition considérée, disposent d'une autorisation écologique, respectivement d'une autorisation de déversement, comportant des normes pour le déversement dans des eaux de surface ordinaires et qui déversent dans :
- soit, les égouts publics non reliés à une installation publique opérationnelle d'épuration des eaux usées;
- soit, une voie d'évacuation artificielle pour eaux pluviales;
- soit, dans une conduite d'effluents de droit privé ou public qui débouche dans une eau de surface. "
" b) les redevables qui, au 1er janvier de l'année précédant l'année d'imposition considérée, disposent d'une autorisation écologique, respectivement d'une autorisation de déversement, comportant des normes pour le déversement dans des eaux de surface ordinaires et qui déversent dans :
- soit, les égouts publics non reliés à une installation publique opérationnelle d'épuration des eaux usées;
- soit, une voie d'évacuation artificielle pour eaux pluviales;
- soit, dans une conduite d'effluents de droit privé ou public qui débouche dans une eau de surface. "
Art. 80. Art. 35vicies, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij de decreten van 22 december 2006 en 21 december 2007 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Het bedrag van de heffing, zoals bepaald in artikel 35ter, wordt voor de sectoren 57, zoals omschreven in de bijlage bij deze wet, vermenigvuldigd met volgende coëfficiënten :
- 0,957 voor het heffingsjaar 2006;
- 0,828 voor het heffingsjaar 2007;
- 0,720 voor het heffingsjaar 2008;
- 0,686 voor het heffingsjaar 2009 en volgende. "
" § 2. Het bedrag van de heffing, zoals bepaald in artikel 35ter, wordt voor de sectoren 57, zoals omschreven in de bijlage bij deze wet, vermenigvuldigd met volgende coëfficiënten :
- 0,957 voor het heffingsjaar 2006;
- 0,828 voor het heffingsjaar 2007;
- 0,720 voor het heffingsjaar 2008;
- 0,686 voor het heffingsjaar 2009 en volgende. "
Art. 80. L'article 35vicies, § 2 de la même loi, modifié par les décrets des 22 décembre 2006 et 21 décembre 2007, est remplace par ce qui suit :
" § 2. Le montant de la redevance, tel que fixé à l'article 35ter est multiplié, en ce qui concerne les secteurs 57, tels que définis en annexe à ladite loi, par les coefficients suivants :
- 0,957 pour l'année d'imposition 2006;
- 0,828 pour l'année d'imposition 2007;
- 0,720 pour l'année d'imposition 2008;
- 0,686 pour l'année d'imposition 2009 et suivantes. "
" § 2. Le montant de la redevance, tel que fixé à l'article 35ter est multiplié, en ce qui concerne les secteurs 57, tels que définis en annexe à ladite loi, par les coefficients suivants :
- 0,957 pour l'année d'imposition 2006;
- 0,828 pour l'année d'imposition 2007;
- 0,720 pour l'année d'imposition 2008;
- 0,686 pour l'année d'imposition 2009 et suivantes. "
HOOFDSTUK XXI. - Wijzigingen aan het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending.
CHAPITRE XXI. - Modifications au décret du 24 mai 2002 relatif aux eaux destinées à l'utilisation humaine.
Art. 81. In artikel 2 van het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending worden in punt 20°, ingevoegd bij decreet van 24 december 2004 en vervangen bij decreet 21 december 2007, de woorden " individuele waterzuiveringsinstallaties " vervangen door de woorden " individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater zoals bedoeld in artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne ".
Art. 81. Au point 20° de l'article 2 du décret du 24 mai 2002 relatif aux eaux destinées à l'utilisation humaine, inséré par le décret du 24 décembre 2004 et remplace par le décret du 21 décembre 2007, les mots " d'installations d'épuration d'eau individuelle " sont remplacés par les mots " installations individuelles de traitement des eaux usées telles que visées à l'article 1.1.2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement ".
Art. 82. In artikel 16quinquies van hetzelfde decreet wordt § 4, eerste lid, ingevoegd bij decreet van 23 december 2005 en gewijzigd bij decreet 21 december 2007, vervangen door wat volgt :
" § 4. Wooninrichtingen worden onweerlegbaar vermoed te zijn aangesloten op de bovengemeentelijke saneringsinfrastructuur wanneer ze gelegen zijn in de zone van vijftig meter rond het stelsel van de openbare riolering en collectoren dat ofwel :
- is aangesloten op een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie;
- hetzij, op basis van het investeringsprogramma hetzij, op basis van het subsidiëringsprogramma bedoeld in respectievelijk artikel 32octies en artikel 32duodecies van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, voorzien is om aangesloten te worden op een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie. "
" § 4. Wooninrichtingen worden onweerlegbaar vermoed te zijn aangesloten op de bovengemeentelijke saneringsinfrastructuur wanneer ze gelegen zijn in de zone van vijftig meter rond het stelsel van de openbare riolering en collectoren dat ofwel :
- is aangesloten op een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie;
- hetzij, op basis van het investeringsprogramma hetzij, op basis van het subsidiëringsprogramma bedoeld in respectievelijk artikel 32octies en artikel 32duodecies van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, voorzien is om aangesloten te worden op een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie. "
Art. 82. Dans l'article 16quinquies du même décret, le § 4, premier alinéa, inséré par le décret du 23 décembre 2005 et modifié par le décret du 21 décembre 2007, est remplacé par ce qui suit :
" § 4. Les établissements de logement sont supposés être irréfutablement raccordés à l'infrastructure d'assainissement supra communale lorsqu'ils sont situés dans la zone de cinquante mètres autour du système des égouts publics et des collecteurs, qui est :
- soit, relié à une installation publique opérationnelle d'épuration des eaux usées;
- soit, sur la base du programme d'investissement ou sur la base du programme de subventionnement, visés respectivement aux articles 32octies et 32duodecies de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution, prévu d'être relié à une installation publique opérationnelle d'épuration des eaux usées. "
" § 4. Les établissements de logement sont supposés être irréfutablement raccordés à l'infrastructure d'assainissement supra communale lorsqu'ils sont situés dans la zone de cinquante mètres autour du système des égouts publics et des collecteurs, qui est :
- soit, relié à une installation publique opérationnelle d'épuration des eaux usées;
- soit, sur la base du programme d'investissement ou sur la base du programme de subventionnement, visés respectivement aux articles 32octies et 32duodecies de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution, prévu d'être relié à une installation publique opérationnelle d'épuration des eaux usées. "
Art. 83. In artikel 16quinquies van hetzelfde decreet wordt § 4, tweede lid, ingevoegd bij decreet van 23 december 2005 en gewijzigd bij decreet van 21 december 2007 vervangen door wat volgt :
" Wooninrichtingen worden onweerlegbaar vermoed te zijn aangesloten op de gemeentelijke collectieve saneringsinfrastructuur wanneer ze gelegen zijn in de zone van vijftig meter gelegen rond het stelsel van de openbare riolering en collectoren. "
" Wooninrichtingen worden onweerlegbaar vermoed te zijn aangesloten op de gemeentelijke collectieve saneringsinfrastructuur wanneer ze gelegen zijn in de zone van vijftig meter gelegen rond het stelsel van de openbare riolering en collectoren. "
Art. 83. Dans l'article 16quinquies du même décret, le § 4, alinéa deux, inséré par le décret du 23 décembre 2005 et modifié par le décret du 21 décembre 2007, est remplacé par ce qui suit :
" Les établissements de logement sont supposés être irréfutablement raccordés à l'infrastructure d'assainissement collective communale lorsqu'ils sont situés dans la zone de cinquante mètres autour du système des égouts publics et des collecteurs. "
" Les établissements de logement sont supposés être irréfutablement raccordés à l'infrastructure d'assainissement collective communale lorsqu'ils sont situés dans la zone de cinquante mètres autour du système des égouts publics et des collecteurs. "
Art. 84. In artikel 16sexies, § 4, van hetzelfde decreet worden in § 4, ingevoegd bij decreet van 21 december 2007 volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de inleidende zin van § 4 worden de woorden " private waterzuiveringsinstallatie in eigen beheer of gemeenschappelijk beheer, of, in een individuele waterzuiveringsinstallatie gebouwd of geëxploiteerd door de gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit " vervangen door de woorden " individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater hetzij in eigen beheer of gemeenschappelijk beheer, hetzij gebouwd of geëxploiteerd door de gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit, zoals bedoeld in artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne. ";
2° in het derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid van § 4 worden de woorden waterzuiveringsinstallatie(s) ", " zuiveringsinstallatie " en " individuele waterzuiveringsinstallaties " telkens vervangen door de woorden " individuele behandelingsinstallatie(s) voor afvalwater ".
1° in de inleidende zin van § 4 worden de woorden " private waterzuiveringsinstallatie in eigen beheer of gemeenschappelijk beheer, of, in een individuele waterzuiveringsinstallatie gebouwd of geëxploiteerd door de gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit " vervangen door de woorden " individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater hetzij in eigen beheer of gemeenschappelijk beheer, hetzij gebouwd of geëxploiteerd door de gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit, zoals bedoeld in artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne. ";
2° in het derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid van § 4 worden de woorden waterzuiveringsinstallatie(s) ", " zuiveringsinstallatie " en " individuele waterzuiveringsinstallaties " telkens vervangen door de woorden " individuele behandelingsinstallatie(s) voor afvalwater ".
Art. 84. A l'article 16sexies § 4 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans la phrase introductive du § 4, les mots " installation privée d'épuration en propre gestion ou en gestion commune, ou par une installation d'épuration des eaux individuelle construite ou exploitée par la commune, la régie communale, l'intercommunale ou une structure de coopération intercommunale, l'exploitant d'un réseau de distribution d'eau public ou par une entité désignée par la commune suite à une enquête du marché " sont remplacés par les mots " installation individuelle de traitement des eaux usées, soit en gestion propre ou en gestion commune, soit construite ou exploitée par la commune, la régie communale, l'intercommunale ou une structure de coopération intercommunale, l'exploitant d'un réseau de distribution d'eau public ou par une entité désignée par la commune suite à une enquête du marché, telle que visée à l'article 1.1.2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement. ";
2° dans les alinéas trois, quatre, cinq, six et sept du § 4, les mots " installation d'épuration des eaux ", " installation d'épuration des eaux d'égout " et " installation d'épuration " sont remplacés par les mots " installation individuelle de traitement des eaux usées ", et les mots " installations d'épuration individuelles " sont remplacés par les mots " installations individuelles de traitement des eaux usées ".
1° dans la phrase introductive du § 4, les mots " installation privée d'épuration en propre gestion ou en gestion commune, ou par une installation d'épuration des eaux individuelle construite ou exploitée par la commune, la régie communale, l'intercommunale ou une structure de coopération intercommunale, l'exploitant d'un réseau de distribution d'eau public ou par une entité désignée par la commune suite à une enquête du marché " sont remplacés par les mots " installation individuelle de traitement des eaux usées, soit en gestion propre ou en gestion commune, soit construite ou exploitée par la commune, la régie communale, l'intercommunale ou une structure de coopération intercommunale, l'exploitant d'un réseau de distribution d'eau public ou par une entité désignée par la commune suite à une enquête du marché, telle que visée à l'article 1.1.2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement. ";
2° dans les alinéas trois, quatre, cinq, six et sept du § 4, les mots " installation d'épuration des eaux ", " installation d'épuration des eaux d'égout " et " installation d'épuration " sont remplacés par les mots " installation individuelle de traitement des eaux usées ", et les mots " installations d'épuration individuelles " sont remplacés par les mots " installations individuelles de traitement des eaux usées ".
HOOFDSTUK XXII. - Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM).
CHAPITRE XXII. - Office flamand d'Agro-Marketing (VLAM).
Art. 85. Het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2008 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 1997 betreffende de verplichte bijdragen, bestemd voor de promotie en afzetbevordering van de Vlaamse producten van de sectoren landbouw, tuinbouw en visserij wordt bekrachtigd met ingang van de dag van zijn inwerkingtreding.
Art. 85. L'arrêté du Gouvernement flamand du 26 septembre 2008 modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 1997 relatif aux cotisations obligatoires affectées à la promotion des produits flamands des secteurs agricole, horticole et de la pêche et de leurs débouchés, est ratifié à partir de la date de son entrée en vigueur.
HOOFDSTUK XXIII. - Overdracht van het Herplaatsingsfonds naar de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.
CHAPITRE XXIII. - Transfert du " Herplaatsingsfonds " (Fonds de Réinsertion) au " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle).
Art. 86. Aan artikel 5, § 1, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding wordt een punt e) toegevoegd, dat luidt als volgt :
" e) de inrichting van een herplaatsingsfonds met als doel de herplaatsing te bevorderen van werknemers die werkloos zijn gesteld :
1° ingevolge een faillissement van een onderneming;
2° ingevolge een gerechtelijke ontbinding van een vereniging zonder winstoogmerk wegens kennelijk onvermogen;
3° in een onderneming waaraan een gerechtelijk akkoord werd toegestaan;
4° in een onderneming in moeilijkheden die voldoet aan de voorwaarde gesteld in artikel 9, § 1, eerste lid, van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord en waarbij het bewijs geleverd wordt dat de onderneming onvoldoende financiële middelen heeft om zelf een outplacementbegeleiding te financieren. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, de nadere regels met betrekking tot het leveren van het bewijs dat voldaan is aan voormelde voorwaarden;
5° ingevolge de vrijwillige vereffening van een vereniging zonder winstoogmerk wegens kennelijk onvermogen, waarbij het bewijs geleverd wordt dat de vereniging onvoldoende financiële middelen heeft om zelf een outplacementbegeleiding te financieren.
De VDAB staat in voor de betaling van de kosten die aan de activiteiten inzake herplaatsing verbonden zijn. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, welke activiteiten kunnen bijdragen tot de herplaatsing van de in het voorgaande lid bedoelde werknemers, welke categorieën van personen met werknemers kunnen worden gelijkgesteld, alsook de voorwaarden en regels met betrekking tot de betaling van de kosten.
De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag tot tegemoetkoming. "
" e) de inrichting van een herplaatsingsfonds met als doel de herplaatsing te bevorderen van werknemers die werkloos zijn gesteld :
1° ingevolge een faillissement van een onderneming;
2° ingevolge een gerechtelijke ontbinding van een vereniging zonder winstoogmerk wegens kennelijk onvermogen;
3° in een onderneming waaraan een gerechtelijk akkoord werd toegestaan;
4° in een onderneming in moeilijkheden die voldoet aan de voorwaarde gesteld in artikel 9, § 1, eerste lid, van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord en waarbij het bewijs geleverd wordt dat de onderneming onvoldoende financiële middelen heeft om zelf een outplacementbegeleiding te financieren. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, de nadere regels met betrekking tot het leveren van het bewijs dat voldaan is aan voormelde voorwaarden;
5° ingevolge de vrijwillige vereffening van een vereniging zonder winstoogmerk wegens kennelijk onvermogen, waarbij het bewijs geleverd wordt dat de vereniging onvoldoende financiële middelen heeft om zelf een outplacementbegeleiding te financieren.
De VDAB staat in voor de betaling van de kosten die aan de activiteiten inzake herplaatsing verbonden zijn. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, welke activiteiten kunnen bijdragen tot de herplaatsing van de in het voorgaande lid bedoelde werknemers, welke categorieën van personen met werknemers kunnen worden gelijkgesteld, alsook de voorwaarden en regels met betrekking tot de betaling van de kosten.
De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag tot tegemoetkoming. "
Art. 86. A l'article 5, § 1er, 2° du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", il est ajouté un point e), ainsi rédigé :
" e) l'établissement d'un fonds de réinsertion en vue de promouvoir la réinsertion des employés mis en chômage :
1° en conséquence d'une faillite d'entreprise;
2° en conséquence de la dissolution judiciaire d'une association sans but lucratif pour état de déconfiture;
3° dans une entreprise à laquelle un concordat judiciaire a été accordé;
4° dans une entreprise en difficulté qui répond à la condition prévue à l'article 9, § 1er, alinéa premier, de la loi du 17 juillet 1997 relative au concordat judiciaire et dont il est établi qu'elle ne dispose pas des moyens financiers pour prendre en charge un accompagnement de décrutement. Le Conseil socio-économique de la Flandre entendu, le Gouvernement flamand arrêté les modalités concernant l'administration de la preuve que les conditions précitées sont remplies;
5° en conséquence de la liquidation volontaire d'une association sans but lucratif pour état de déconfiture, étant entendu qu'il est établi que l'association ne dispose pas des moyens financiers pour prendre en charge un accompagnement de décrutement.
Le VDAB prend en charge les frais liés aux activités de réinsertion. Le Conseil socio-économique de la Flandre entendu, le Gouvernement flamand arrête les activités susceptibles de contribuer à la réinsertion des employés visés à l'alinéa précédent, les catégories de personnes assimilables aux employés, ainsi que les modalités relatives au paiement des frais.
Le Gouvernement flamand arrête la procédure de la demande d'intervention. "
" e) l'établissement d'un fonds de réinsertion en vue de promouvoir la réinsertion des employés mis en chômage :
1° en conséquence d'une faillite d'entreprise;
2° en conséquence de la dissolution judiciaire d'une association sans but lucratif pour état de déconfiture;
3° dans une entreprise à laquelle un concordat judiciaire a été accordé;
4° dans une entreprise en difficulté qui répond à la condition prévue à l'article 9, § 1er, alinéa premier, de la loi du 17 juillet 1997 relative au concordat judiciaire et dont il est établi qu'elle ne dispose pas des moyens financiers pour prendre en charge un accompagnement de décrutement. Le Conseil socio-économique de la Flandre entendu, le Gouvernement flamand arrêté les modalités concernant l'administration de la preuve que les conditions précitées sont remplies;
5° en conséquence de la liquidation volontaire d'une association sans but lucratif pour état de déconfiture, étant entendu qu'il est établi que l'association ne dispose pas des moyens financiers pour prendre en charge un accompagnement de décrutement.
Le VDAB prend en charge les frais liés aux activités de réinsertion. Le Conseil socio-économique de la Flandre entendu, le Gouvernement flamand arrête les activités susceptibles de contribuer à la réinsertion des employés visés à l'alinéa précédent, les catégories de personnes assimilables aux employés, ainsi que les modalités relatives au paiement des frais.
Le Gouvernement flamand arrête la procédure de la demande d'intervention. "
Art. 87. De Vlaamse Regering bepaalt bij besluit de wijze van overdracht van personeelsleden, samen met alle goederen die aan die personeelsleden verbonden zijn met het oog op de uitoefening van de hun toegewezen taken in het kader van het Herplaatsingsfonds.
Art. 87. Le Gouvernement flamand détermine par arrêté le mode de transfert des membres du personnel, ainsi que de l'ensemble des biens liés à ces membres du personnel en vue de l'exécution des tâches qui leur sont confiées dans le cadre du Fonds de réinsertion.
Art. 88. Het decreet van 18 mei 1999 houdende oprichting van een Herplaatsingsfonds, zoals aangepast bij de decreten van 14 maart 2003 en 30 april 2004 en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2005, worden opgeheven.
Art. 88. Le décret du 18 mai 1999 portant création d'un Fonds de réinsertion, tel qu'adapté par les décrets des 14 mars 2003 et 30 avril 2004, et l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juin 2005, sont abrogés.
Art. 89. Het toezicht en de controle geschiedt overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 april 2004 tot uniformisering van de toezichts-, sanctie- en strafbepalingen die zijn opgenomen in de regelgeving van de sociaalrechtelijke aangelegenheden waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn.
Art. 89. La supervision et le contrôle se font conformément aux dispositions du décret du 30 avril 2004 portant uniformisation des dispositions de contrôle, de sanction et de punition reprises dans la réglementation des matières de droit social qui relèvent de la compétence de la Communauté flamande et de la Région flamande.
HOOFDSTUK XXIV. - DAB Linkerscheldeoever.
CHAPITRE XXIV. - SGS " Linkerscheldeoever ".
Art. 90. In artikel 21 van het decreet van 21 april 2006 houdende de decretale aanpassingen binnen het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken als gevolg van het bestuurlijk beleid wordt het cijfer " 33 " vervangen door het cijfer " 29 ".
Art. 90. A l'article 21 du décret du 21 avril 2006 portant adaptations décrétales au sein du domaine politique de la Mobilité et des Travaux publics suite à la politique administrative, le chiffre " 33 " est remplacé par le chiffre " 29 ".
Art. 91. Aan het decreet van 21 april 2006 houdende de decretale aanpassingen binnen het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken als gevolg van het bestuurlijk beleid wordt een artikel 21bis toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 21bis. Met ingang van 1 januari 2009 worden de artikelen 30 tot en met 33 van het decreet van 19 december 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 opgeheven. De rechten en verplichtingen van de opgeheven dienst met afzonderlijk beheer Linkerscheldeoever zijn overgenomen in de begroting van de verschillende betrokken diensten. "
" Art. 21bis. Met ingang van 1 januari 2009 worden de artikelen 30 tot en met 33 van het decreet van 19 december 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 opgeheven. De rechten en verplichtingen van de opgeheven dienst met afzonderlijk beheer Linkerscheldeoever zijn overgenomen in de begroting van de verschillende betrokken diensten. "
Art. 91. Au décret du 21 avril 2006 portant adaptations décrétales au sein du domaine politique de la Mobilité et des Travaux publics suite à la politique administrative, il est ajouté un article 21bis, ainsi rédigé :
" Article 21bis. A partir du 1er janvier 2009 les articles 30 à 33 inclus du décret du 19 décembre 1998 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1999 sont abrogés. Les droits et obligations du service a gestion séparée abrogé " Linkerscheldeoever " sont repris aux budgets des différents services concernés. "
" Article 21bis. A partir du 1er janvier 2009 les articles 30 à 33 inclus du décret du 19 décembre 1998 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1999 sont abrogés. Les droits et obligations du service a gestion séparée abrogé " Linkerscheldeoever " sont repris aux budgets des différents services concernés. "
HOOFDSTUK XXV. - [1 Fondsen]1 [1 voor de uitvoering van EU-projecten en bijzondere opdrachten]1.
CHAPITRE XXV. - Fonds [1 pour l'exécution de projets UE et de missions particulières et de missions particulières]1.
Art. 92. § 1. Er wordt een fonds opgericht binnen het [1 Departement Omgeving]1 voor de uitvoering van Life en andere projecten die tot stand komen met cofinanciering van de Europese Unie. Dit fonds is een begrotingsfonds als bedoeld in artikel 45 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit type B, hierna het fonds te noemen.
§ 2. De inkomsten van het fonds worden gespijsd met EU-cofinanciering voor Life en andere projecten. Ook inkomsten van andere partners die naast het Vlaamse Gewest en de EU aan het project deelnemen, kunnen het fonds spijzen.
§ 3. De inkomsten van het fonds mogen aangewend worden voor uitgaven voor diensten, werking, exploitatie en uitrusting, voor zover deze uitgaven verband houden met de realisatie van de projecten met cofinanciering van de EU.
§ 2. De inkomsten van het fonds worden gespijsd met EU-cofinanciering voor Life en andere projecten. Ook inkomsten van andere partners die naast het Vlaamse Gewest en de EU aan het project deelnemen, kunnen het fonds spijzen.
§ 3. De inkomsten van het fonds mogen aangewend worden voor uitgaven voor diensten, werking, exploitatie en uitrusting, voor zover deze uitgaven verband houden met de realisatie van de projecten met cofinanciering van de EU.
Art. 92. § 1er. Il est créé un fonds au sein du [1 Département de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire]1 en vue de l'exécution du projet Life ainsi que d'autres projets réalisés moyennant le cofinancement de l'Union européenne. Ce fonds est un fonds budgétaire tel que visé à l'article 45 des lois coordonnées sur la comptabilité de l'Etat type B, appelé ci-après le fonds.
§ 2. Les revenus du fonds sont alimentés par un cofinancement de l'UE de Life et d'autres projets. Des revenus provenant d'autres partenaires outre la Région flamande et l'UE participant au projet peuvent également alimenter le fonds.
§ 3. Les revenus du fonds peuvent être utilisés pour les dépenses destinées aux services, au fonctionnement, à l'exploitation et à l'équipement, pour autant que ces dépenses soient relatées à la réalisation de projets bénéficiant d'un cofinancement de l'UE.
§ 2. Les revenus du fonds sont alimentés par un cofinancement de l'UE de Life et d'autres projets. Des revenus provenant d'autres partenaires outre la Région flamande et l'UE participant au projet peuvent également alimenter le fonds.
§ 3. Les revenus du fonds peuvent être utilisés pour les dépenses destinées aux services, au fonctionnement, à l'exploitation et à l'équipement, pour autant que ces dépenses soient relatées à la réalisation de projets bénéficiant d'un cofinancement de l'UE.
Art. 92bis. [1 § 1. Bij het Agentschap Ondernemen wordt een fonds, in de zin van artikel 45 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit, opgericht voor de aanwending van de betaling van lonen, salarissen, andere vergoedingen die uit de arbeidsverhouding kunnen voortvloeien, werkingskosten en investeringskosten ten behoeve van personeelsleden van het Agentschap Ondernemen, dan wel verschuldigd aan derden wegens de tewerkstelling van dergelijke personeelsleden, die op projectbasis en steunend op Europese cofinanciering worden aangeworven, alsmede voor de aanwending van de betaling van andere toegestane projectuitgaven, waaronder de niet-recurrente uitgaven met betrekking tot de bijzondere opdrachten van het Agentschap Ondernemen.
§ 2. Aan het fonds worden toegewezen alle ontvangsten van middelen uit Europese, Vlaamse of andere bron die ter cofinanciering van de lonen, salarissen, andere vergoedingen, werkingskosten en investeringskosten alsmede andere toegestane projectuitgaven, waaronder de niet-recurrente uitgaven met betrekking tot de bijzondere opdrachten van het Agentschap Ondernemen, vermeld in paragraaf 1, worden aangeboden of toegekend.
§ 3. De middelen van het fonds, vermeld in paragraaf 1, dienen uitsluitend aangewend te worden voor de betaling van de lonen, de salarissen, de voormelde andere vergoedingen, de werkingskosten en de investeringskosten, alsmede de andere toegestane projectuitgaven, waaronder de niet-recurrente uitgaven met betrekking tot de bijzondere opdrachten van het Agentschap Ondernemen, vermeld in paragraaf 1.]1
[2 § 4. Het fonds kan worden aangewend voor de ontvangst van middelen en het uitvoeren van betalingen die kaderen in de overdracht van bevoegdheden aan het Agentschap Ondernemen in het kader de zesde staatshervorming, alsmede voor niet courante taken en opdrachten van het agentschap, met inzonderheid de activiteiten van Design Vlaanderen.]2
[3 § 5. Aan het fonds worden de ontvangsten van belaste kredietsaldi van het IWT toegevoegd. Deze belaste kredietsaldi betreffen belaste ontvangsten van Europese projecten die zullen aangewend worden voor de betaling van werkingsuitgaven voor de betreffende Europese projecten en voor de betaling van personeel dat werkt voor deze Europese projecten.
§ 6. Aan het fonds worden de ontvangsten toegevoegd van detacheringen van medewerkers van Agentschap Innoveren en Ondernemen, van consultancyopdrachten door medewerkers van Agentschap Innoveren en Ondernemen, van verkopen van klein materiaal en de ontvangsten van Europese projecten die uitgevoerd worden door het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Deze ontvangsten zullen aangewend worden voor personeels- en werkingsuitgaven van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.]3
§ 2. Aan het fonds worden toegewezen alle ontvangsten van middelen uit Europese, Vlaamse of andere bron die ter cofinanciering van de lonen, salarissen, andere vergoedingen, werkingskosten en investeringskosten alsmede andere toegestane projectuitgaven, waaronder de niet-recurrente uitgaven met betrekking tot de bijzondere opdrachten van het Agentschap Ondernemen, vermeld in paragraaf 1, worden aangeboden of toegekend.
§ 3. De middelen van het fonds, vermeld in paragraaf 1, dienen uitsluitend aangewend te worden voor de betaling van de lonen, de salarissen, de voormelde andere vergoedingen, de werkingskosten en de investeringskosten, alsmede de andere toegestane projectuitgaven, waaronder de niet-recurrente uitgaven met betrekking tot de bijzondere opdrachten van het Agentschap Ondernemen, vermeld in paragraaf 1.]1
[2 § 4. Het fonds kan worden aangewend voor de ontvangst van middelen en het uitvoeren van betalingen die kaderen in de overdracht van bevoegdheden aan het Agentschap Ondernemen in het kader de zesde staatshervorming, alsmede voor niet courante taken en opdrachten van het agentschap, met inzonderheid de activiteiten van Design Vlaanderen.]2
[3 § 5. Aan het fonds worden de ontvangsten van belaste kredietsaldi van het IWT toegevoegd. Deze belaste kredietsaldi betreffen belaste ontvangsten van Europese projecten die zullen aangewend worden voor de betaling van werkingsuitgaven voor de betreffende Europese projecten en voor de betaling van personeel dat werkt voor deze Europese projecten.
§ 6. Aan het fonds worden de ontvangsten toegevoegd van detacheringen van medewerkers van Agentschap Innoveren en Ondernemen, van consultancyopdrachten door medewerkers van Agentschap Innoveren en Ondernemen, van verkopen van klein materiaal en de ontvangsten van Europese projecten die uitgevoerd worden door het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Deze ontvangsten zullen aangewend worden voor personeels- en werkingsuitgaven van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.]3
Art. 92bis. [1 § 1er. Au sein de l' " Agentschap Ondernemen ", il est créé un fonds, dans le sens de l'article 45 des lois coordonnées sur la Comptabilité de l'Etat, pour l'affectation du paiement des traitements, des salaires, des autres indemnités pouvant résulter de la relation de travail, des frais de fonctionnement et des frais d'investissement en faveur des membres du personnel de l' " Agentschap Ondernemen ", soit dus à des tiers en raison de l'emploi de pareils membres du personnel, qui sont recrutés sur la base d'un projet et du cofinancement européen, ainsi que pour l'affectation du paiement d'autres dépenses de projet autorisées, parmi lesquelles les dépenses non récurrentes relatives aux missions particulières de l' " Agentschap Ondernemen ".
§ 2. Au fonds sont attribuées toutes les recettes de moyens provenant d'une source européenne, flamande ou autre, qui sont offerts ou attribués en vue du cofinancement des traitements, des salaires, des autres indemnités, des frais de fonctionnement et des frais d'investissement ainsi que d'autres dépenses de projet autorisées, parmi lesquelles les dépenses non récurrentes relatives aux missions particulières de l'" Agentschap Ondernemen ", visées au paragraphe 1er.
§ 3. Les moyens du fonds, visés au paragraphe 1er, ne peuvent être affectés qu'au paiement des traitements, des salaires, des autres indemnités précitées, des frais de fonctionnement et des frais d'investissement, ainsi que des autres dépenses de projet autorisées, parmi lesquelles les dépenses non récurrentes relatives aux missions particulières de l'" Agentschap Ondernemen ", visées au paragraphe 1er.]1
[2 § 4. Le fonds est affecté à la recette de moyens et à l'exécution de paiements dans le cadre du transfert de compétences à l'" Agentschap Ondernemen " dans le cadre de la sixième réforme de l'Etat, ainsi qu'à des tâches et missions non courantes de l'agence, notamment les activités de " Design Vlaanderen ".]2
[3 § 5. Au Fonds sont ajoutées les recettes des soldes imposés des crédits de l'IWT. Ces soldes imposés des crédits concernent des recettes imposées de projets européens qui seront affectées au paiement de dépenses de fonctionnement pour les projets européens concernés et au paiement du personnel travaillant pour ces projets européens.
§ 6. Au Fonds sont ajoutées les recettes des détachements de collaborateurs de l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen ", de missions de consultance par des collaborateurs de l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen ", de ventes de petit matériel et des recettes de projets européens exécutés par l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen ". Ces recettes seront affectées aux dépenses de personnel et de fonctinonement de l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen ".]3
§ 2. Au fonds sont attribuées toutes les recettes de moyens provenant d'une source européenne, flamande ou autre, qui sont offerts ou attribués en vue du cofinancement des traitements, des salaires, des autres indemnités, des frais de fonctionnement et des frais d'investissement ainsi que d'autres dépenses de projet autorisées, parmi lesquelles les dépenses non récurrentes relatives aux missions particulières de l'" Agentschap Ondernemen ", visées au paragraphe 1er.
§ 3. Les moyens du fonds, visés au paragraphe 1er, ne peuvent être affectés qu'au paiement des traitements, des salaires, des autres indemnités précitées, des frais de fonctionnement et des frais d'investissement, ainsi que des autres dépenses de projet autorisées, parmi lesquelles les dépenses non récurrentes relatives aux missions particulières de l'" Agentschap Ondernemen ", visées au paragraphe 1er.]1
[2 § 4. Le fonds est affecté à la recette de moyens et à l'exécution de paiements dans le cadre du transfert de compétences à l'" Agentschap Ondernemen " dans le cadre de la sixième réforme de l'Etat, ainsi qu'à des tâches et missions non courantes de l'agence, notamment les activités de " Design Vlaanderen ".]2
[3 § 5. Au Fonds sont ajoutées les recettes des soldes imposés des crédits de l'IWT. Ces soldes imposés des crédits concernent des recettes imposées de projets européens qui seront affectées au paiement de dépenses de fonctionnement pour les projets européens concernés et au paiement du personnel travaillant pour ces projets européens.
§ 6. Au Fonds sont ajoutées les recettes des détachements de collaborateurs de l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen ", de missions de consultance par des collaborateurs de l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen ", de ventes de petit matériel et des recettes de projets européens exécutés par l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen ". Ces recettes seront affectées aux dépenses de personnel et de fonctinonement de l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen ".]3
HOOFDSTUK XXVI. - Blairon NV.
CHAPITRE XXVI. - SA Blairon.
Art. 93. § 1. Alle aandelen van het Vlaamse Gewest in Blairon NV worden voor het bedrag van 1 euro overgedragen aan de stad Turnhout. De stad Turnhout oefent alle aan deze aandelen verbonden rechten uit en staat in voor alle gevolgen en risico's daaraan verbonden.
Alle rechten en plichten, niets uitgezonderd noch voorbehouden, die in hoofde van het Vlaamse Gewest in verband met het beheer van Blairon nv en zijn middelen zijn ontstaan of kunnen ontstaan, worden, wat het Vlaamse Gewest aangaat, van rechtswege overgenomen door de stad Turnhout.
§ 2. De Vlaamse Regering is belast met de verdere uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk.
Alle rechten en plichten, niets uitgezonderd noch voorbehouden, die in hoofde van het Vlaamse Gewest in verband met het beheer van Blairon nv en zijn middelen zijn ontstaan of kunnen ontstaan, worden, wat het Vlaamse Gewest aangaat, van rechtswege overgenomen door de stad Turnhout.
§ 2. De Vlaamse Regering is belast met de verdere uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk.
Art. 93. § 1er. Toutes les actions de la Région flamande dans la SA Blairon sont transférées à la ville de Turnhout pour le montant de 1 euro. La ville de Turnhout jouit de tous les droits liés à ces actions et en assume toutes les conséquences et tous les risques.
Tous les droits et obligations, sans exceptions ni réserves, résultant ou pouvant résulter dans le chef de la Région flamande de la gestion de la SA Blairon et de ses moyens, sont repris de droit par la ville de Turnhout, pour ce qui concerne la Région flamande.
§ 2. Le Gouvernement flamand est chargé de l'exécution ultérieure des dispositions du présent chapitre.
Tous les droits et obligations, sans exceptions ni réserves, résultant ou pouvant résulter dans le chef de la Région flamande de la gestion de la SA Blairon et de ses moyens, sont repris de droit par la ville de Turnhout, pour ce qui concerne la Région flamande.
§ 2. Le Gouvernement flamand est chargé de l'exécution ultérieure des dispositions du présent chapitre.
HOOFDSTUK XXVII. - Kaderdecreet Bestuurlijk Beleid.
CHAPITRE XXVII. - Décret cadre Politique administrative.
Art. 94. In artikel 23, § 3, van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003 worden de woorden " bij de minister onder wie het agentschap ressorteert " vervangen door de woorden " bij de minister die hem heeft voorgedragen of aangewezen ".
Art. 94. A l'article 23, § 3, du décret cadre Politique administrative du 18 juillet 2003, les mots " auprès du Ministre compétent pour l'Agence " sont remplacés par les mots " auprès du Ministre qui l'a proposé ou désigné ".
HOOFDSTUK XXVIII. - Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige Investeringsuitgaven.
CHAPITRE XXVIII. - Fonds de financement pour le Désendettement et les Dépenses d'investissement uniques.
Art. 95. In artikel 4 van het decreet van 22 december 2000 houdende oprichting van een Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige Investeringsuitgaven wordt § 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. De middelen voortkomende uit overdrachten, van saldi van het voorgaande begrotingsjaar kunnen onmiddellijk na de overdracht naar het Fonds aangewend worden. "
" § 2. De middelen voortkomende uit overdrachten, van saldi van het voorgaande begrotingsjaar kunnen onmiddellijk na de overdracht naar het Fonds aangewend worden. "
Art. 95. A l'article 4 du décret du 22 décembre 2000 portant création d'un Fonds de financement pour le Désendettement et les Dépenses d'investissement uniques, le § 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Les moyens résultant des reports de solde de l'année budgétaire précédente peuvent être affectés au Fonds immédiatement après le report. "
" § 2. Les moyens résultant des reports de solde de l'année budgétaire précédente peuvent être affectés au Fonds immédiatement après le report. "
HOOFDSTUK XXIX. - Slotbepalingen.
CHAPITRE XXIX. - Dispositions finales.
Art. 96. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2009, met uitzondering van :
- artikel 20, dat in werking treedt vanaf aanslagjaar 2010;
- artikel 21, dat uitwerking heeft met ingang van 30 december 2000;
- artikel 22, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2008;
- artikel 29, dat uitwerking heeft met ingang van 1 oktober 2008;
- artikel 30, dat in werking treedt op 1 juni 2008;
- de artikelen 31 en 32, die uitwerking hebben met ingang van 1 oktober 2008;
- de artikelen 46, 47, 48, 51, 52, 65 en 66, die uitwerking hebben met ingang van 24 maart 2007;
- de artikelen 67 tot en met 69, die uitwerking hebben met ingang van 9 september 2007;
- de artikelen 86 tot en met 88, die in werking treden op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum;
- artikel 90, dat in werking treedt op de datum waarop artikel 21 van het decreet van 21 april 2006 houdende de decretale aanpassingen binnen het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken als gevolg van het bestuurlijk beleid in werking treedt.
(NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 86 tot 89 vastgesteld op 01-01-2009 door KB 2009-02-06/33, art. 1)
- artikel 20, dat in werking treedt vanaf aanslagjaar 2010;
- artikel 21, dat uitwerking heeft met ingang van 30 december 2000;
- artikel 22, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2008;
- artikel 29, dat uitwerking heeft met ingang van 1 oktober 2008;
- artikel 30, dat in werking treedt op 1 juni 2008;
- de artikelen 31 en 32, die uitwerking hebben met ingang van 1 oktober 2008;
- de artikelen 46, 47, 48, 51, 52, 65 en 66, die uitwerking hebben met ingang van 24 maart 2007;
- de artikelen 67 tot en met 69, die uitwerking hebben met ingang van 9 september 2007;
- de artikelen 86 tot en met 88, die in werking treden op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum;
- artikel 90, dat in werking treedt op de datum waarop artikel 21 van het decreet van 21 april 2006 houdende de decretale aanpassingen binnen het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken als gevolg van het bestuurlijk beleid in werking treedt.
(NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 86 tot 89 vastgesteld op 01-01-2009 door KB 2009-02-06/33, art. 1)
Art. 96. Le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2009, à l'exception des articles suivants :
- l'article 20, qui entre en vigueur à partir de l'année d'imposition 2010;
- l'article 21, qui produit ses effets le 30 septembre 2000;
- l'article 22, qui produit ses effets le 1er janvier 2008;
- l'article 29, qui produit ses effets le 1er octobre 2008;
- l'article 30, qui entre en vigueur le 1er juin 2008;
- les articles 31 et 32, qui produisent leurs effets le 1er octobre 2008;
- les articles 46, 47, 48, 51, 52, 65 et 66, qui produisent leurs effets le 24 mars 2007;
- les articles 67 à 69 inclus, qui produisent leurs effets le 9 septembre 2007;
- les articles 86 à 88 inclus, qui entrent en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand;
- l'article 90, qui entre en vigueur à la date d'entrée en vigueur de l'article 21 du décret du 21 avril 2006 portant adaptations décrétales au sein du domaine politique de la Mobilité et des Travaux publics suite à la politique administrative.
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 86 à 89 fixée au 01-01-2009 par AGF 2009-02-06/33, art. 1)
- l'article 20, qui entre en vigueur à partir de l'année d'imposition 2010;
- l'article 21, qui produit ses effets le 30 septembre 2000;
- l'article 22, qui produit ses effets le 1er janvier 2008;
- l'article 29, qui produit ses effets le 1er octobre 2008;
- l'article 30, qui entre en vigueur le 1er juin 2008;
- les articles 31 et 32, qui produisent leurs effets le 1er octobre 2008;
- les articles 46, 47, 48, 51, 52, 65 et 66, qui produisent leurs effets le 24 mars 2007;
- les articles 67 à 69 inclus, qui produisent leurs effets le 9 septembre 2007;
- les articles 86 à 88 inclus, qui entrent en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand;
- l'article 90, qui entre en vigueur à la date d'entrée en vigueur de l'article 21 du décret du 21 avril 2006 portant adaptations décrétales au sein du domaine politique de la Mobilité et des Travaux publics suite à la politique administrative.
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 86 à 89 fixée au 01-01-2009 par AGF 2009-02-06/33, art. 1)